Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
1 JUNI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, wat betreft maatregelen voor de centra voor leerlingenbegeleiding en het deeltijds kunstonderwijs
Titre
1 JUIN 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, en ce qui concerne les mesures pour les centres d'encadrement des élèves et pour l'enseignement artistique à temps partiel
Informations sur le document
Numac: 2018040161
Datum: 2018-06-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018040161
Date: 2018-06-01
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
Artikel 1. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 2°, wordt punt 1 vervangen door wat volgt:
  "1. het basisonderwijs, dat bestaat uit de niveaus kleuteronderwijs en lager onderwijs;";
  2° in paragraaf 1 wordt punt 3° opgeheven;
  3° in paragraaf 1 wordt punt 5° vervangen door wat volgt:
  "5° het deeltijds kunstonderwijs bestaat uit het lager secundair niveau en het hoger secundair niveau. De eerste, tweede en derde graad behoren tot het lager secundair niveau en de vierde graad en de kortlopende studierichtingen behoren tot het hoger secundair niveau.".
  4° in paragraaf 2, 5°, a), worden de woorden "voor het technisch personeel van de centra" vervangen door de woorden "voor het ondersteunend en technisch personeel van de centra";
  5° aan paragraaf 2 wordt een punt 17° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "17° "niet-organieke betrekking": een betrekking die niet wordt aangerekend op de personeelsomkadering van de instelling die door de overheid wordt toegekend, waarin conform artikel 47bis en artikel 52/1 van dit besluit een ter beschikking gesteld personeelslid kan worden toegewezen en waarin geen vervanging mogelijk is.";
  6° paragraaf 13 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 13. Voor de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs die volgens artikel 79, § 3, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs beschikken over één of meer gefinancierde of gesubsidieerde betrekking(en) in het ambt van studiemeester-opvoeder en daarnaast een of meer betrekking(en) in het ambt van administratief medewerker opgericht hebben, geldt dat voor de toepassing van dit besluit de inrichtende macht bij een vermindering van het aantal uren voor administratief medewerkers beslist of ze de vermindering volledig ten laste legt van de groep van studiemeester-opvoeder, of volledig ten laste legt van de groep van administratief medewerker, of dat ze die verdeelt over beide groepen, op basis van de criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité.";
  6° er worden een paragraaf 14 en 15 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 14. Voor de toepassing van dit besluit voor de centra voor leerlingenbegeleiding beslist de inrichtende macht van een centrum bij een vermindering van het aantal omkaderingsgewichten op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité, in welke personeelscategorie of personeelscategorieën en in welke ambten binnen die personeelscategorie of -categorieën ze die vermindering toepast."
  § 15. De criteria die een inrichtende macht in toepassing van dit artikel hanteert bij een vermindering van de jaarlijkse omkadering van een instelling worden telkens voor een periode van drie schooljaren onderhandeld in het lokaal comité.".
Article 1er. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1, 2°, le point 1 est remplacé par ce qui suit :
  " 1. l'enseignement fondamental, qui comprend les niveaux de l'enseignement maternel et l'enseignement fondamental ; " ;
  2° dans le paragraphe 1, le point 3° est abrogé.
  3° dans le paragraphe 1, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° l'enseignement artistique à temps partiel comprend les niveaux secondaires inférieur et supérieur. Les premier, deuxième et troisième degrés appartiennent au niveau secondaire inférieur et le quatrième degré et les orientations d'études de courte durée appartiennent au niveau secondaire supérieur. ".
  4° dans le paragraphe 2, 5°, a), les mots " pour le personnel technique des centres " sont remplacés par les mots " pour le personnel d'appui et le personnel technique des centres " ;
  5° au paragraphe 2 il est ajouté un point 17°, rédigé comme suit :
  " 17° " emploi non organique " : un emploi qui n'est pas imputé à l'encadrement du personnel de l'institution qui est attribué par l'autorité publique, dans lequel un membre du personnel mis en disponibilité peut être attribué conformément aux articles 47bis et 52/1 du présent arrêté et dans lequel aucun remplacement n'est possible. " ;
  6° le paragraphe 13 est remplacé par ce qui suit :
  " § 13. Pour les établissements d'enseignement artistique à temps partiel qui disposent, conformément à l'article 79, § 3, du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel, d'un ou plusieurs emploi(s) financés ou subventionnés dans la fonction de surveillant-éducateur, et ont créé en outre un ou plusieurs emploi(s) dans la fonction de collaborateur administratif, s'applique la disposition que pour l'application du présent arrêté le pouvoir organisateur décide lors d'une diminution du nombre d'heures pour les collaborateurs administratifs s'il porte la diminution soit entièrement à charge du groupe de surveillant-éducateur, soit entièrement à charge du groupe de collaborateur administratif, soit la répartit sur les deux groupes, sur la base de critères négociés au sein du comité local. " ;
  6° un § 14 et un § 15 sont insérés, rédigés comme suit :
  " § 14. Pour l'application du présent arrêté pour les centres d'encadrement des élèves, le pouvoir organisateur d'un centre décide lors d'une diminution du nombre de pondérations d'encadrement sur la base de critères négociés au sein du comité local, dans quelle(s) catégorie(s) du personnel et dans quelle fonction au sein de cette/ces catégorie(s) du personnel cette diminution sera appliquée."
  § 15. Les critères employés par un pouvoir organisateur en application du présent article lors d'une diminution de l'encadrement annuel d'un établissement sont négociés chaque fois au sein du comité local pour une période de trois années scolaires. ".
Art. 2. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1 worden de woorden "administratief personeel" vervangen door de woorden "ondersteunend personeel";
  2° in punt 3, b), wordt de zinsnede "het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans"" vervangen door de zinsnede "het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het ondersteunend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, domeinen "Muziek", "Woordkunst-Drama" en "Dans"";
  3° punt 4 wordt vervangen door wat volgt:
  "4. een ambt dat ten minste een gelijke salarisschaal oplevert, zelfs als het aantal prestaties die volledige dienstprestaties uitmaken, niet dezelfde zijn in beide ambten. Deze bepaling geldt niet als het gaat om een leraar die belast is met een van de volgende vakken:
  1° Arrangeren;
  2° Begeleidingspraktijk
  3° Begeleidingspraktijk: folk- en wereldmuziek;
  4° Begeleidingspraktijk: jazz-pop-rock;
  5° Begeleidingspraktijk: klassiek;
  6° Begeleidingspraktijk: oude muziek;
  7° Geluidsleer en opnametechniek;
  8° Historische uitvoeringspraktijk;
  9° Improvisatie;
  10° Instrument: folk- en wereldmuziek;
  11° Instrument: jazz-pop-rock;
  12° Instrument: klassiek;
  13° Instrument: oude muziek;
  14° Live/studio electronics;
  15° Muziektheorie;
  16° Singer-songwriter;
  17° Zang musical/muziektheater.
  Elke opdracht in een van de voormelde vakken geldt altijd als "hetzelfde ambt", ook als dat leidt tot een aanstelling in een opdracht die geen gelijke salarisschaal oplevert.";
  4° punt 5 en 6° worden vervangen door wat volgt:
  "5. Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" in het deeltijds kunstonderwijs wordt een onderscheid gemaakt tussen het lager secundair niveau enerzijds en het hoger secundair niveau anderzijds. Dit onderscheid geldt niet voor opdrachten in een of meer van de vakken vermeld in punt 4.
  6. Voor de toepassing van "hetzelfde ambt" in het deeltijds kunstonderwijs wordt steeds onderscheid gemaakt tussen de vakken vermeld in punt 4 en de andere vakken.".
Art. 2. Dans l'article 8, § 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 1, les mots " personnel administratif " sont remplacés par les mots " personnel d'appui " ;
  2° dans le point 3, b), le membre de phrase " l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, orientations " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse " " est remplacé par le membre de phrase " l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 relatif aux titres, aux traitements, au régime de prestations et au statut pécuniaire des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement artistique à temps partiel, domaines " Musique ", " Arts de la parole " et " Danse " ;
  3° le point 4 est remplacé par ce qui suit :
  " 4. une fonction qui rapporte au moins une échelle de traitement égale, même si le nombre de prestations formant des prestations de service complètes n'est pas égal dans les deux fonctions. Cette disposition ne s'applique pas lorsqu'il s'agit d'un enseignant qui est chargé de l'un des cours suivants :
  1° Arrangeren ;
  2° Begeleidingspraktijk
  3° Begeleidingspraktijk: folk- en wereldmuziek;
  4° Begeleidingspraktijk: jazz-pop-rock;
  5° Begeleidingspraktijk: klassiek;
  6° Begeleidingspraktijk: oude muziek;
  7° Geluidsleer en opnametechniek;
  8° Historische uitvoeringspraktijk;
  9° Improvisatie;
  10° Instrument: folk- en wereldmuziek;
  11° Instrument: jazz-pop-rock;
  12° Instrument: klassiek;
  13° Instrument: oude muziek;
  14° Live/studio electronics;
  15° Muziektheorie;
  16° Singer-songwriter;
  17° Zang musical/muziektheater.
  Chaque mission dans un des cours précités vaut toujours comme " la même fonction ", même lorsque cela conduit à une désignation dans une fonction qui ne rapporte aucune échelle de traitement égale. " ;
  4° les points 5° et 6° sont remplacés par ce qui suit :
  " 5. Pour l'application de la " même fonction " dans l'enseignement artistique à temps partiel, on distingue le niveau secondaire inférieur d'une part et le niveau secondaire supérieur d'autre part. Cette distinction ne s'applique pas aux missions dans un ou plusieurs des cours visés au point 4.
  6. Pour l'application de la " même fonction " dans l'enseignement artistique à temps partiel, on fait toujours une distinction entre les cours visés au point 4 et les autres cours. ".
Art. 3. Artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 februari 2000, 5 december 2003 en 23 september 2005, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10. Voor de centra wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd:
  1° het ambt zoals opgenomen in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het ondersteunend personeel en het technisch personeel;
  2° als het gaat om een ambt van het ondersteunend personeel of om het ambt van coördinator moet het ambt een zelfde omkaderingsgewicht en een zelfde salarisschaal opleveren.".
Art. 3. L'article 10 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 février 2000, 5 décembre 2003 et 23 septembre 2005, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10. Pour les centres, la " même fonction " est définie comme suit :
  1° la fonction telle qu'elle est reprise dans la réglementation organisant le classement et la répartition des fonctions du personnel directeur et enseignant, du personnel d'appui et du personnel technique ;
  2° lorsqu'il s'agit d'une fonction du personnel d'appui ou de la fonction de coordinateur, la fonction doit rapporter une même pondération d'encadrement et une même échelle de traitement. ".
Art. 4. In artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de eerste tabel wordt vervangen door wat volgt:
  "
Art. 4. Dans l'article 11, § 2, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le premier tableau est remplacé par ce qui suit :
  "
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
alle personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel wervingsambten van het:
  - bestuurs- en onderwijzend personeel
  - opvoedend hulppersoneel
  - administratief personeel
  - psychologisch personeel
  - paramedisch personeel
  - sociaal personeel
  - orthopedagogisch personeel
  - medisch personeel
  - technisch personeel
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLINGalle personeelsleden, ter beschikking gesteld in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel wervingsambten van het:
  - bestuurs- en onderwijzend personeel
  - opvoedend hulppersoneel
  - administratief personeel
  - psychologisch personeel
  - paramedisch personeel
  - sociaal personeel
  - orthopedagogisch personeel
  - medisch personeel
  - technisch personeel
";
  2° tussen de eerste en de tweede tabel worden de volgende tabellen ingevoegd:
  "
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
tous les membres du personnel mis en disponibilité dans la catégorie du personnel directeur et enseignant fonctions de recrutement du personnel :
  - directeur et enseignant
  - auxiliaire d'éducation
  - administratif
  - psychologique
  - paramédical
  - social
  - orthopédagogique
  - médical
  - technique
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAILtous les membres du personnel mis en disponibilité dans la catégorie du personnel directeur et enseignant fonctions de recrutement du personnel :
  - directeur et enseignant
  - auxiliaire d'éducation
  - administratif
  - psychologique
  - paramédical
  - social
  - orthopédagogique
  - médical
  - technique
" ;
  2° entre les tableaux premier et deux les tableaux ci-dessous sont insérés :
  "
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het secundair onderwijs in het ambt van:
  directeur met een derde graad of met hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde
het ambt van:
  directeur met alleen een eerste graad of met alleen een eerste en tweede graad
directeur coördinator adjunct-directeur
technisch adviseur-coördinator technisch adviseur
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLINGde personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het secundair onderwijs in het ambt van:
  directeur met een derde graad of met hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde het ambt van:
  directeur met alleen een eerste graad of met alleen een eerste en tweede graaddirecteur coördinator adjunct-directeurtechnisch adviseur-coördinator technisch adviseur
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité dans l'enseignement secondaire dans la fonction de : directeur enseignement secondaire organisant un troisième degré ou un enseignement supérieur professionnel, formation de nursing la fonction de :
  directeur enseignement secondaire organisant uniquement un premier et un deuxième degré
directeur coordinateur directeur adjoint
conseiller technique - coordinateur conseiller technique
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAILles membres du personnel mis en disponibilité dans l'enseignement secondaire dans la fonction de : directeur enseignement secondaire organisant un troisième degré ou un enseignement supérieur professionnel, formation de nursing la fonction de :
  directeur enseignement secondaire organisant uniquement un premier et un deuxième degrédirecteur coordinateur directeur adjointconseiller technique - coordinateur conseiller technique
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het volwassenenonderwijs in het ambt van:
  directeur
het ambt van:
  adjunct-directeur
technisch adviseur-coördinator technisch adviseur
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLINGde personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in het volwassenenonderwijs in het ambt van:
  directeur het ambt van:
  adjunct-directeurtechnisch adviseur-coördinator technisch adviseur
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité dans l'éducation des adultes dans la fonction de :
  directeur
la fonction de :
  directeur adjoint
conseiller technique - coordinateur conseiller technique
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAILles membres du personnel mis en disponibilité dans l'éducation des adultes dans la fonction de :
  directeur la fonction de :
  directeur adjointconseiller technique - coordinateur conseiller technique
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLING
de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding in het ambt van:
  directeur
het ambt van:
  coördinator
TERBESCHIKKINGSTELLING WEDERTEWERKSTELLINGde personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding in het ambt van:
  directeur het ambt van:
  coördinator
";
  2° in de vierde tabel, die de zevende tabel wordt, wordt de zinsnede ", medewerker of administratief werker" opgeheven.
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAIL
les membres du personnel mis en disponibilité dans les centres d'encadrement des élèves dans la fonction de :
  directeur
la fonction de :
  coordinateur
MISE EN DISPONIBILITE REMISE AU TRAVAILles membres du personnel mis en disponibilité dans les centres d'encadrement des élèves dans la fonction de :
  directeur la fonction de :
  coordinateur
" ;
  2° dans le tableau quatre, qui devient le tableau sept, le membre de phrase " , collaborateur ou assistent administratif " est abrogé.
Art. 5. In artikel 12, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en 17 oktober 2008, worden in punt 7° de woorden "of een ambt van directeur van de centra" vervangen door de woorden "of die een ambt in het bestuurs- en onderwijzend personeel in de centra".
Art. 5. Dans l'article 12, § 3, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003 et 17 octobre 2008, dans le point 7°, les mots " ou une fonction de directeur des centres " sont remplacés par les mots " ou qui une fonction dans le personnel directeur et enseignant dans les centres ".
Art. 6. In artikel 12bis, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, worden in punt 2° en 3° telkens de woorden "in het basisonderwijs" opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 12bis, § 5, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, aux points 2° et 3°, les mots " dans l'enseignement fondamental " sont chaque fois supprimés.
Art. 7. In artikel 17, eerste lid, 6°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, wordt de zinsnede "artikel 5, § 1ter van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III" vervangen door de zinsnede "artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art. 7. Dans l'article 17, alinéa premier, 6°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014, le membre de phrase " l'article 5, § 1ter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III " est remplacé par le membre de phrase " l'article V. 75, § 2, de la Codification certaines dispositions pour l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art. 8. In artikel 18, § 1, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zin "Met uitzondering van de centra, bedoeld in artikel 19, verdeelt, bij het begin van het schooljaar, de inrichtende macht de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden op de volgende manier:" wordt vervangen door de zin "Bij het begin van het schooljaar verdeelt de inrichtende macht de betrekkingen over de vastbenoemde personeelsleden op de volgende manier:";
  2° aan punt 2 wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Als het om een personeelslid van de centra gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 14.";
  3° de zin "Als het om een personeelslid gaat dat titularis is van een betrekking die is opgericht met punten van de globale puntenenveloppe, moet de inrichtende macht rekening houden met artikel 2, § 9." wordt vervangen door de zinnen "Als het in het secundair onderwijs om een personeelslid gaat dat titularis is van een betrekking die is opgericht met punten van de globale puntenenveloppe, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 9. Als het om een personeelslid van het volwassenenonderwijs gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 12. Als het om een personeelslid van de centra gaat, houdt de inrichtende macht rekening met artikel 2, § 14.".
Art. 8. Dans l'article 18, § 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la phrase " A l'exception des centres visés à l'article 19, le pouvoir organisateur répartit, au début de l'année scolaire, les emplois entre les membres du personnel nommés à titre définitif de la manière suivante : " est remplacée par la phrase " Au début de l'année scolaire, le pouvoir organisateur répartit les emplois entre les personnels nommés à titre définitif de la manière suivante : " ;
  2° le point 2 est complété par la phrase suivante :
  " S'il s'agit d'un membre du personnel des centres, le pouvoir organisateur tient compte de l'article 2, § 14. " ;
  3° la phrase " S'il s'agit d'un membre du personnel étant titulaire d'un emploi créé avec des points de l'enveloppe globale de points, le pouvoir organisateur doit tenir compte de l'article 2, § 9. " est remplacé par les phrases suivantes : " S'il s'agit dans l'enseignement secondaire d'un membre du personnel étant titulaire d'un emploi créé avec des points de l'enveloppe globale de points, le pouvoir organisateur tient compte de l'article 2, § 9. S'il s'agit d'un membre du personnel de l'éducation des adultes, le pouvoir organisateur tient compte de l'article 2, § 12. S'il s'agit d'un membre du personnel des centres, le pouvoir organisateur tient compte de l'article 2, § 14. ".
Art. 9. Artikel 19 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 19 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014, est abrogé.
Art. 10. In artikel 20, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 28 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° en 2° wordt het woord "lesuren" telkens vervangen door het woord "prestatie-eenheden";
  2° aan punt 3° wordt de volgende zin toegevoegd:
  "In de centra voor leerlingenbegeleiding wordt daarbij rekening gehouden met artikel 2, § 14;".
Art. 10. Dans l'article 20, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 septembre 2005, 17 octobre 2008 et 28 mai 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les points 1° et 2°, les mots " heures de cours " sont chaque fois remplacés par les mots " unités de prestation " ;
  2° le point 3° est complété par la phrase suivante :
  " Dans les centres d'encadrement des élèves, il est tenu compte de l'article 2, § 14 ; ".
Art. 11. Artikel 20bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 20bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014, est abrogé.
Art. 12. Aan artikel 22, § 2, 6°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005, wordt de zinsnede ", rekening houdend met artikel 2, § 14." toegevoegd.
Art. 12. A l'article 22, § 2, 6°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005, il est ajouté le membre de phrase ", compte tenu de l'article 2, § 14. ".
Art. 13. In artikel 23, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 maart 1997 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, wordt de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vermeld in artikel 5, § 1, derde, vierde, zevende, achtste, negende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende gedachtestreep, en in § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de hierin vermelde beslissingen uitwerking hebben." vervangen door de zin "De terbeschikkingstellingen van de personeelsleden, vermeld in artikel V.75, § 1, derde, vierde, zevende, achtste, negende, elfde, twaalfde, dertiende en veertiende gedachtestreep, en § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop de daarin vermelde beslissingen uitwerking hebben.".
Art. 13. Dans l'article 23, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 mars 1997 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014, la phrase " Les mises en disponibilité des membres du personnel prévues à l'article 5, § 1er, troisième, quatrième, septième, huitième, neuvième, onzième, douzième, treizième et quatorzième tirets, et au § 1ter, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III, prennent cours le premier jour du mois qui suit les décisions qui y sont prévues. " est remplacée par la phrase " Les mises en disponibilité des membres du personnel visés à l'article V.75, § 1er, troisième, quatrième, septième, huitième, neuvième, onzième, douzième, treizième et quatorzième tirets, et § 2, de la Codification certaines dispositions pour l'enseignement du 28 octobre 2016 prennent cours le premier jour du mois qui suit la date à laquelle les décisions qui y sont prévues produisent leurs effets. ".
Art. 14. In artikel 25bis, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en 12 juni 2015, wordt aan punt b de zin "In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben." toegevoegd.
Art. 14. Dans l'article 25bis, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008 et 12 juin 2015, la phrase " Par dérogation à cette stipulation, les données doivent être fournies le cinquième jour ouvrable d'octobre pour ce qui est des écoles dont le premier jour de classe d'octobre constitue la date de comptage. " est ajoutée au point b.
Art. 15. In artikel 25ter, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en 12 juni 2015, worden in punt b de woorden "van het buitengewoon secundair onderwijs" opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 25ter, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 octobre 2008 et 12 juin 2015, au point b, les mots " de l'enseignement secondaire spécial " sont abrogés.
Art. 16. In artikel 34, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt A wordt punt 1° opgeheven;
  2° in punt A wordt een punt 4bis° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon basisonderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;";
  3° aan punt A, 8°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking is van directeur, van beheerder of van hoofdopvoeder in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
  4° in punt B wordt punt 1° opgeheven;
  5° in punt B, 2°, wordt de zin "Elke inrichtende macht is in volgende volgorde: vervangen door de zin "in volgende volgorde";
  6° in punt B wordt een punt 4bis° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon basisonderwijs van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;";
  7° aan punt B, 7°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking is van directeur, van beheerder of van hoofdopvoeder in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
  8° in punt C wordt de zin "Elke inrichtende macht is in deze volgorde:" vervangen door de zin "Elke inrichtende macht is:";
  9° in punt C wordt punt 1° opgeheven;
  10° in punt C, 2°, wordt de zin "is in volgende volgorde:" vervangen door de zin "in volgende volgorde";
  11° in punt C wordt een punt 4bis° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon basisonderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;";
  12° aan punt C, 8°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen, een betrekking is van directeur, van beheerder of van hoofdopvoeder in een internaat van het Gemeenschapsonderwijs dat voorziet in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.".
Art. 16. Dans l'article 34, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point A le point 1° est abrogé ;
  2° dans le point A il est inséré un point 4bis°, rédigé comme suit :
  " 4bis° oblige d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements de l'enseignement fondamental spécial du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie. La remise au travail a lieu en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité et, lorsque cela n'est pas possible, dans un autre établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre. L'obligation de remise au travail concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ; " :
  3° le point A, 8°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi qui doit être attribué est un emploi de directeur, de gestionnaire ou de chef éducateur dans un internet de l'Enseignement communautaire qui prévoit le séjour et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
  4° dans le point B le point 1° est abrogé ;
  5° dans le point B, 2°, la phrase " Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant : " est remplacée par la phrase : " dans l'ordre suivant " ;
  6° dans le point B il est inséré un point 4bis°, rédigé comme suit :
  " 4bis° oblige d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements de l'enseignement fondamental spécial du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie. La remise au travail a lieu en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, et, lorsque cela n'est pas possible, dans un autre établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement. Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre. L'obligation de remise au travail concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ; " :
  7° le point B, 7°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette obligation n'a pas lieu lorsque l'emploi qui doit être attribué est un emploi de directeur, de gestionnaire ou de chef éducateur dans un internet de l'Enseignement communautaire qui prévoit le séjour et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
  8° dans le point C, la phrase " Tout pouvoir organisateur est dans l'ordre suivant : " est remplacée par la phrase " Tout pouvoir organisateur est : " ;
  9° dans le point C le point 1° est abrogé ;
  10° dans le point C, 2°, la phrase " est dans l'ordre suivant : " est remplacée par la phrase " dans l'ordre suivant " ;
  11° dans le point C il est inséré un point 4bis°, rédigé comme suit :
  " 4bis° oblige d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements de l'enseignement fondamental spécial du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie. La remise au travail a lieu en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité et, lorsque cela n'est pas possible, dans un autre établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre. L'obligation de remise au travail concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ; " :
  12° le point C, 8°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette obligation n'a pas lieu lorsqu'un emploi qui doit être attribué est un emploi de directeur, de gestionnaire ou de chef éducateur dans un internet de l'Enseignement communautaire qui prévoit le séjour et l'accompagnement pendant les jours où il n'y a pas de cours, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. ".
Art. 17. In artikel 36, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt A wordt een punt 2bis° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon secundair onderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;";
  2° in punt A, 3°, worden de woorden "directeur of adjunct-directeur" telkens vervangen door de zinsnede "directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator";
  3° aan punt A, 6°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
  4° in punt B wordt een punt 2bis° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon secundair onderwijs van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;";
  5° in punt B, 3°, worden de woorden "directeur of adjunct-directeur" telkens vervangen door de zinsnede "directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator";
  6° aan punt B, 5°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
  7° in punt C wordt een punt 2bis° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2bis° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van buitengewoon secundair onderwijs van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie. De wedertewerkstelling vindt in eerste instantie plaats in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld en, als dat niet mogelijk is, in een andere instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort. Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van die volgorde worden afgeweken. De verplichting tot wedertewerkstelling geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;";
  8° in punt C, 3°, worden de woorden "directeur of adjunct-directeur" telkens vervangen door de zinsnede "directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator";
  9° aan punt C, 6°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, beheerder, technisch adviseur-coördinator, adjunct-directeur of coördinator is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.".
Art. 17. Dans l'article 36, § 2, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2005 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point A est complété par un point 2bis°, rédigé comme suit :
  " 2bis° oblige d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements de l'enseignement fondamental spécial du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie. La remise au travail a lieu en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité et, lorsque cela n'est pas possible, dans un autre établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre. L'obligation de remise au travail concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ; " ;
  2° dans le point A, 3°, les mots " directeur ou directeur adjoint " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " directeur, gestionnaire, conseiller technique-coordinateur, directeur adjoint ou coordinateur " ;
  3° le point A, 6°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, gestionnaire, conseiller technique - coordinateur, directeur adjoint ou coordinateur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
  4° dans le point B il est inséré un point 2bis°, rédigé comme suit :
  " 2bis° oblige d'engager un des membres du personnel mis en disponibilité des établissements de l'enseignement fondamental spécial du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie. La remise au travail a lieu en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité, et, lorsque cela n'est pas possible, dans un autre établissement du pouvoir organisateur n'appartenant pas à un centre d'enseignement. Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre. L'obligation de remise au travail concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ; " ;
  5° dans le point B, 3°, les mots " directeur ou directeur adjoint " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " directeur, gestionnaire, conseiller technique-coordinateur, directeur adjoint ou coordinateur " :
  6° le point B, 5°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, gestionnaire, conseiller technique - coordinateur, directeur adjoint ou coordinateur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
  7° dans le point C il est inséré un point 2bis°, rédigé comme suit :
  " 2bis° oblige d'engager les membres du personnel mis en disponibilité des établissements de l'enseignement fondamental spécial du pouvoir organisateur appartenant au centre d'enseignement, à titre de remise au travail dans la même catégorie. La remise au travail a lieu en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité et, lorsque cela n'est pas possible, dans un autre établissement du pouvoir organisateur appartenant au même centre d'enseignement. Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé de cet ordre. L'obligation de remise au travail concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ; " ;
  8° dans le point C, 3°, les mots " directeur ou directeur adjoint " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " directeur, gestionnaire, conseiller technique-coordinateur, directeur adjoint ou coordinateur " ;
  9° le point C, 6°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette obligation ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, gestionnaire, conseiller technique - coordinateur, directeur adjoint ou coordinateur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
Art. 18. In artikel 38, § 1, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt A wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° verplicht bij wijze van reaffectatie in de volgende volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:
  a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt". Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
  b) elke persoon die ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
  De bepalingen van dit punt worden in de hiervoor vermelde volgorde in eerste instantie nageleefd in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld. In onderling akkoord tussen de inrichtende macht en het personeelslid kan van deze bepaling worden afgeweken.";
  2° aan punt A, 4°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
  3° in punt B wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° verplicht bij wijze van reaffectatie in de volgende volgorde en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, opnieuw in dienst te nemen:
  a) elke persoon die bij haar ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt". Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
  b) elke persoon die ter beschikking gesteld is in "hetzelfde ambt" in een instelling die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen. Als de inrichtende macht verschillende personen ter beschikking heeft gesteld, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt.
  De bepalingen van dit punt worden in de hiervoor vermelde volgorde in eerste instantie nageleefd in de instelling waar het personeelslid ter beschikking is gesteld. In onderling akkoord tussen de inrichtende macht en het personeelslid kan van deze bepaling worden afgeweken .".
Art. 18. Dans l'article 38, § 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point A, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° est tenu d'engager à nouveau par réaffectation dans l'ordre suivant et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée :
  a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la " même fonction ". Lorsque le pouvoir organisateur a mis en disponibilité plusieurs personnes, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est par priorité appelé en service. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ;
  b) toute personne mise en disponibilité dans " la même fonction " dans un établissement ayant été repris d'un autre pouvoir organisateur, soit par simple reprise, soit par fusion d'établissements. Lorsque le pouvoir organisateur a mis en disponibilité plusieurs personnes, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est par priorité appelé en service. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
  Les dispositions de ce point sont respectées en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité. Il peut en être dérogé de commun accord entre le pouvoir organisateur et le membre du personnel. " ;
  2° le point A, 4°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
  3° dans le point B, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° est tenu d'engager à nouveau par réaffectation dans l'ordre suivant et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée :
  a) toute personne qu'il a mise en disponibilité dans la " même fonction ". Lorsque le pouvoir organisateur a mis en disponibilité plusieurs personnes, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est par priorité appelé en service. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ;
  b) toute personne mise en disponibilité dans " la même fonction " dans un établissement ayant été repris d'un autre pouvoir organisateur, soit par simple reprise, soit par fusion d'établissements. Lorsque le pouvoir organisateur a mis en disponibilité plusieurs personnes, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est par priorité appelé en service. A ancienneté de service égale, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction a la priorité. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
  Les dispositions de ce point sont respectées en première instance dans l'établissement où le membre du personnel est mis en disponibilité. Il peut en être dérogé de commun accord entre le pouvoir organisateur et le membre du personnel. ".
Art. 19. In artikel 39, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt A, 5°, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking van directeur, technisch adviseur-coördinator of adjunct-directeur is, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.";
  2° in punt B, 3°, worden de woorden "directeur of adjunct-directeur" vervangen door de zinsnede "directeur, technisch adviseur-coördinator of adjunct-directeur".
Art. 19. A l'article 39, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point A, 5°, est complété par la phrase suivante :
  " Cette obligation ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur, conseiller technique - coordinateur ou directeur adjoint, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel. " ;
  2° dans le point B, 3°, les mots " directeur ou directeur adjoint " sont remplacés par le membre de phrase " directeur, conseiller technique-coordinateur ou directeur adjoint ".
Art. 20. In artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, 23 september 2005, 17 oktober 2008 en 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Elke inrichtende macht is, in de volgende volgorde:
  A. in het gemeenschapsonderwijs:
  1° verplicht:
  a) verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in dat centrum. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;
  b) verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt.
  Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van de volgorde vermeld in a) en b) worden afgeweken als het gaat om een wervingsambt.
  Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;
  2° verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn, bij wijze van wedertewerkstelling in dienst te nemen in het centrum waar ze ter beschikking gesteld zijn of in een van haar andere centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;
  3° verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt;
  4° onverminderd de bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, in de volgende volgorde:
  a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
  b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
  c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
  d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2, 5°, van dit besluit, vervult;
  5° verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of van coördinator, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden.
  B. in het gesubsidieerd onderwijs:
  1° verplicht:
  a) om de personeelsleden die bij haar ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een centrum van de inrichtende macht bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in dat centrum. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;
  b) om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een van haar centra, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling is uitgesproken, in dienst te nemen in een van haar centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt.
  Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van de volgorde vermeld in a) en b) worden afgeweken als het gaat om een wervingsambt.
  Als het gaat om een wervingsambt, wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang;
  2° verplicht om de personeelsleden die bij haar ter beschikking zijn gesteld bij wijze van wedertewerkstelling in dienst te nemen in het centrum waar ze ter beschikking gesteld zijn of in een van haar andere centra. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk zijn aangesteld in een selectie- of bevorderingsambt;
  3° verplicht om personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Die verplichting geldt ook voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur. Die verplichting geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur of van coördinator, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan een van haar personeelsleden;
  4° onverminderd de bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, in de volgende volgorde:
  a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;
  b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;
  c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;
  d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2, 5°, van dit besluit, vervult.";
  2° aan het artikel worden een paragraaf 5 en een paragraaf 6 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 5. Een ter beschikking gesteld personeelslid dat al in drie instellingen fungeert en dat ten minste vier vijfde van een volledige opdracht vervult, moet niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden in een andere instelling buiten die drie instellingen.
  § 6. Een reaffectatie of wedertewerkstelling in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel of in het selectieambt van coördinator gebeurt bij voorrang in een betrekking met hetzelfde omkaderingsgewicht als dat van het ter beschikking gestelde personeelslid, vervolgens in een betrekking met een ander omkaderingsgewicht.".
Art. 20. Dans l'article 40 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 décembre 2003, 23 septembre 2005, 17 octobre 2008 et 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. Tout pouvoir organisateur est, dans l'ordre suivant :
  A. dans l'enseignement communautaire :
  1°
  a) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité chez lui dans "la même fonction" dans un centre du pouvoir organisateur, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans ce centre. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ;
  b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un de ses centres, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un de ses centres. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
  Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé à l'ordre visé au a) et b), s'il s'agit d'une fonction de recrutement.
  Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est par priorité appelé en service. A ancienneté de service égale, la priorité revient au membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction.
  2° tenu d'engager les membres du personnel des centres mis en disponibilité chez lui, à titre de remise au travail dans le centre où ils sont mis en disponibilité ou dans un de ses autres centres. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ;
  3° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité qui sont affectés par la commission de réaffectation du groupe d'écoles, à titre de réaffectation ou de remise au travail. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par les membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
  4° sans préjudice des dispositions du décret relatif au statut des membres du personnel enseignement communautaire du 27 mars 1991, dans l'ordre suivant :
  a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation ;
  b) libre de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue ;
  c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité ;
  d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions visées à l'article 2, § 2, 5°, du présent arrêté ;
  5° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, à titre de réaffectation ou de remise au travail. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur ou de coordinateur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel.
  B. Dans l'enseignement subventionné :
  1°
  a) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité chez lui dans " la même fonction " dans un centre du pouvoir organisateur, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans ce centre. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ;
  b) tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité dans "la même fonction" dans un de ses centres, à titre de réaffectation et dans les limites des prestations pour lesquelles la mise en disponibilité a été prononcée, dans un de ses centres. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion.
  Lorsque le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord, il peut être dérogé à l'ordre visé au a) et b), s'il s'agit d'une fonction de recrutement.
  Lorsqu'il s'agit d'une fonction de recrutement, le membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de service est par priorité appelé en service. A ancienneté de service égale, la priorité revient au membre du personnel ayant la plus grande ancienneté de fonction.
  2° tenu d'engager les membres du personnel des centres mis en disponibilité chez lui, à titre de remise au travail dans le centre où ils sont mis en disponibilité ou dans un de ses autres centres. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue et par des membres du personnel désignés à titre intérimaire ou temporaire dans une fonction de sélection ou de promotion ;
  3° tenu d'engager les membres du personnel mis en disponibilité et affectés par la commission flamande de réaffectation, par voie de réaffectation ou de remise au travail. Cette obligation concerne également les emplois occupés par des membres du personnel temporaires désignés pour une durée ininterrompue. Cette disposition ne s'applique pas si l'emploi devant être attribué est un emploi de directeur ou de coordinateur, à condition que le pouvoir organisateur attribue l'emploi à un de ses membres du personnel ;
  4° sans préjudice des dispositions du décret relatif au statut des membres du personnel enseignement communautaire du 27 mars 1991, dans l'ordre suivant :
  a) libre de procéder à une mutation ou une nouvelle affectation ;
  b) tenu de désigner ou de maintenir en service un membre du personnel ayant acquis le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue ;
  c) libre d'engager un membre du personnel mis en disponibilité ;
  d) libre de désigner un membre du personnel répondant aux conditions visées à l'article 2, § 2, 5°, du présent arrêté. " ;
  2° à l'article il est ajouté un § 5 et un § 6, rédigés comme suit :
  " § 5. Un membre du personnel mis en disponibilité qui est déjà en fonction dans trois établissements et accomplit au moins les quatre cinquièmes d'une charge complète, ne doit pas être réaffecté ou remis au travail dans un établissement autre que les trois précités.
  § 6. Une réaffectation ou remise au travail dans la catégorie du personnel 'personnel d'appui' ou dans la fonction de sélection de coordinateur s'effectue prioritairement dans un emploi ayant la même pondération d'encadrement que celle du membre du personnel mis en disponibilité et ensuite dans un emploi d'une autre pondération d'encadrement. ".
Art. 21. In artikel 43, § 6, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, wordt de zinsnede "artikel 9, § 4, van het decreet van 9 april 1992 betreffende onderwijs III" vervangen door de zinsnede "artikel V.79, § 4, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art. 21. Dans l'article 43, § 6, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008, le membre de phrase " l'article 9, § 4, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III " est remplacée par le membre de phrase " l'article V.79, § 4, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art. 22. In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 en 21 november 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° als een betrekking aangeboden wordt door een andere inrichtende macht dan de inrichtende macht die het personeelslid ter beschikking heeft gesteld en als het personeelslid op het ogenblik van het aanbod binnen twee jaar zijn recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist kan laten gelden. In dat geval wordt het voordeel van het wachtgeld of de wachtgeldtoelage ingetrokken als de betrokkene de vroegst mogelijke pensioendatum bereikt. Die reden geldt evenwel niet als het personeelslid aan de voorwaarden voldoet om een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen te genieten als vermeld in het besluit van de Vlaamse regering van 11 februari 2000 betreffende de volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding. Een gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid dat binnen twee jaar zijn recht op een rustpensioen ten laste van de Schatkist kan laten gelden, blijft in dienst zolang de betrekking waarin het gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, voor salaris of salaristoelage in aanmerking komt;";
  2° in punt 13° wordt de zinsnede "artikel 5, § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III" vervangen door de zinsnede "artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art. 22. A l'article 45 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 octobre 2014 et 21 novembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° lorsqu'un emploi est offert par un pouvoir organisateur autre que le pouvoir organisateur qui a mis en disponibilité le membre du personnel et lorsque le membre du personnel peut faire valoir dans les deux ans, au moment de l'offre, son droit à la pension de retraite à charge de la Trésorerie. Dans ce cas, le bénéfice du traitement d'attente ou de la subvention-traitement d'attente est retiré quand l'intéressé atteint la date de mise à la retraite la plus proche. Ce motif n'est toutefois pas d'application lorsque le membre du personnel répond aux conditions pour bénéficier de la mise en disponibilité pour convenances personnelles précédant la pension de retraite telle que prévue à l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 février 2000 relatif à la mise en disponibilité complète pour convenances personnelles pour les membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves. Un membre du personnel réaffectés ou remis au travail qui peut faire valoir dans les deux ans son droit à la pension de retraite à charge de la Trésorerie, reste en service tant que l'emploi dans lequel il est réaffectés ou remis au travail est éligible au traitement ou à la subvention-traitement ; " ;
  b) dans le point 13°, le membre de phrase " l'article 5, § 1ter, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III " est remplacé par le membre de phrase " l'article V.75, § 2, la Codification relative à certaines dispositions pour l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art. 23. In artikel 46 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, wordt de zinsnede "artikel 9, § 5, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III" vervangen door de zinsnede "artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art. 23. Dans l'article 46 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, le membre de phrase " l'article 9, § 1ter du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement III " est remplacé par le membre de phrase " l'article V. 75, § 2, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art. 24. In titel VIbis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de woorden "als administratieve ondersteuning" vervangen door de woorden "in een niet-organieke betrekking".
Art. 24. Dans le titre VIbis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008, les mots " comme appui administratif " sont remplacés par les mots " dans un emploi non organique ".
Art. 25. In artikel 47bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Na toepassing van de procedure, vermeld in titel IV van dit besluit, kunnen vastbenoemde personeelsleden die geheel of gedeeltelijk ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking en voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling mogelijk is, toegewezen worden in een niet-organieke betrekking als ondersteuning van een scholengemeenschap of van een instelling die niet behoort tot een scholengemeenschap. Die toewijzing wordt toegekend door de Vlaamse reaffectatiecommissie op basis van de volgende criteria:
  1° de personeelsleden kunnen alleen toegewezen worden onder de voorwaarden, vermeld in artikel 45, 1° ;
  2° de ter beschikking gestelde personeelsleden worden toegewezen in het ambt van terbeschikkingstelling en in het onderwijsniveau waar ze ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking, tenzij alle betrokken partijen akkoord gaan met een toewijzing in een ander onderwijsniveau;
  3° een personeelslid dat niet toegewezen wordt aan een scholengemeenschap, kan maar in één instelling worden tewerkgesteld. In onderling akkoord kan daarvan worden afgeweken.
  Als het personeelslid toegewezen wordt als ondersteuning aan een scholengemeenschap, worden in de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap voorstellen besproken over die ondersteuning. Daarbij gelden de volgende principes:
  1° het personeelslid wordt ingezet in bij voorkeur één instelling of in meer instellingen van de scholengemeenschap;
  2° het personeelslid dat op basis van die voorstellen een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd, is verplicht die betrekking te aanvaarden;
  3° als een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap aan het personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd. Het personeelslid kan die toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de reaffectatiecommissie tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de scholengemeenschap met de daarbij horende prestatie- en vakantieregeling.
  Als het personeelslid toegewezen wordt als ondersteuning van een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort, doet de inrichtende macht van die instelling aan het personeelslid een voorstel. Daarbij gelden de volgende principes:
  1° het personeelslid dat op basis van dat voorstel een betrekking toegewezen krijgt die als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd, is verplicht die betrekking te aanvaarden;
  2° als een toewijzing in "hetzelfde ambt" niet mogelijk is, kan de inrichtende macht aan het personeelslid een betrekking in dezelfde categorie toewijzen die niet als "hetzelfde ambt" kan worden beschouwd. Het personeelslid kan die toewijzing weigeren. In dat geval wordt het door de inrichtende macht tewerkgesteld als administratieve ondersteuning van de instelling met de daarbij horende prestatie- en vakantieregeling.";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. De toewijzing in een niet-organieke betrekking wordt beschouwd als een reaffectatie voor de toepassing van dit besluit. In die betrekkingen is geen vaste benoeming mogelijk.";
  3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. De toewijzing in een niet-organieke betrekking als ondersteuning wordt opgeschort voor een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Bij de aanvang van elk schooljaar is het ter beschikking gestelde personeelslid dat in een niet-organieke betrekking is toegewezen ook altijd opnieuw onderhevig aan de verplichtingen betreffende reaffectatie en wedertewerkstelling, zoals beschreven in dit besluit.";
  4° in paragraaf 6 wordt de zinsnede "artikel 5, § 1ter, van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III" vervangen door de zinsnede "artikel V.75, § 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art. 25. A l'article 47bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 décembre 2003, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 octobre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Après application de la procédure visée au titre IV du présent arrêté, les membres du personnel nommés à titre définitif étant, entièrement ou partiellement, mis en disponibilité par défaut d'emploi et pour lesquels aucune réaffectation ou remise au travail n'est possible, peuvent être affectés dans un emploi non organique comme appui d'un centre d'enseignement ou d'un établissement n'appartenant pas à un centre d'enseignement. Cette attribution est accordée par la commission flamande de réaffectation, au vu des critères suivants :
  1° les membres du personnel ne peuvent être affectés qu'aux conditions visées à l'article 45, 1° ;
  2° les membres du personnel mis en disponibilité sont affectés au niveau d'enseignement où ils sont mis en disponibilité par défaut d'emploi, à moins que les parties intéressées ne soient d'accord avec une affectation dans un autre niveau d'enseignement ;
  3° un membre du personnel qui n'est pas affecté à un centre d'enseignement ne peut être employé que dans un établissement. Il peut y être dérogé de commun accord.
  Lorsque le membre du personnel est affecté comme appui à un centre d'enseignement, des propositions relatives à cet appui sont discutées dans la commission de réaffectation du centre d'enseignement. Les principes suivants s'appliquent dans ce cas :
  1° le membre du personnel est affecté de préférence dans un ou plusieurs établissements du centre d'enseignement ;
  2° le membre du personnel auquel est attribué, sur la base de ces propositions, un emploi pouvant être considéré comme "la même fonction", est obligé d'accepter cet emploi ;
  Lorsqu'une attribution dans " la même fonction " n'est pas possible, la commission de réaffectation peut attribuer au membre du personnel mis en disponibilité concerné un emploi dans la même catégorie, qui ne peut être considéré comme " la même fonction ". Le membre du personnel peut refuser cette attribution. Dans ce cas, la commission de réaffectation l'occupera comme aide administratif auprès du centre d'enseignement, avec le régime de prestations et le régime de vacances y afférents.
  Lorsque le membre du personnel est affecté comme appui d'un établissement qui n'appartient pas à un centre d'enseignement, le pouvoir organisateur de cet établissement fait une proposition au membre du personnel. Les principes suivants s'appliquent dans ce cas :
  1° le membre du personnel auquel est attribué, sur la base de ces propositions, un emploi pouvant être considéré comme "la même fonction", est obligé d'accepter cet emploi ;
  Lorsqu'une attribution dans " la même fonction " n'est pas possible, le pouvoir organisateur peut attribuer au membre du personnel mis en disponibilité concerné un emploi dans la même catégorie, qui ne peut être considéré comme " la même fonction ". Le membre du personnel peut refuser cette attribution. Dans ce cas, la commission de réaffectation l'occupera comme aide administratif auprès du centre d'enseignement, avec le régime de prestations et le régime de vacances y afférents. " ;
  2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. L'affectation dans un emploi non organique est considérée comme une réaffectation pour l'application du présent arrêté. Une nomination définitive n'est pas possible dans ces emplois. " ;
  3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. L'occupation comme aide administratif est suspendue pour une réaffectation ou une remise au travail. Au début de chaque année scolaire le membre du personnel mis en disponibilité auquel est attribué un emploi non organique est également soumis aux obligations relatives à la réaffectation et la remise au travail, telles que prévues au présent arrêté. " ;
  4° dans le paragraphe 6°, le membre de phrase " l'article 5, § 1ter, du décret du 9 avril 1992 relatif à l'enseignement-III " est remplacé par le membre de phrase " l'article V.75, § 2, la Codification relative à certaines dispositions pour l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art. 26. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018.
Art. 26. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2018.
Art. 27. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 27. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.