Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 MAART 2018. - Wet tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-05-2018 en tekstbijwerking tot 21-03-2024)
Titre
29 MARS 2018. - Loi portant enregistrement des prestataires de services aux sociétés(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-05-2018 et mise à jour au 21-03-2024)
Informations sur le document
Numac: 2018040114
Datum: 2018-03-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018040114
Date: 2018-03-29
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de omzetting van artikel 3, punt 7), en in de gedeeltelijke omzetting van artikel 47 van richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie.
Art. 2. La présente loi transpose l'article 3, point 7), et transpose partiellement l'article 47 de la directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 2005/60/CE du Parlement européen et du Conseil et la directive 2006/70/CE de la Commission.
HOOFDSTUK 2. - Definities en toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Définitions et champ d'application
Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1° "dienstenverlener aan vennootschappen": elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig een van de volgende diensten aan derden aanbiedt:
  a) deelnemen aan de aan- of verkoop van aandelen van een vennootschap met uitzondering van deze van een beursgenoteerde vennootschap;
  b) een maatschappelijke zetel aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie verschaffen;
  c) een bedrijfs-, administratief of correspondentieadres en andere daarmee samenhangende diensten verschaffen aan een onderneming, een rechtspersoon of een soortgelijke juridische constructie;
  2° "uiteindelijke begunstigde": de uiteindelijke begunstigde bedoeld in artikel 4, 27°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
  3° "FOD Economie": de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  4° "richtlijn 2015/849": richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie.
Art. 3. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par:
  1° "prestataire de services aux sociétés": toute personne physique ou morale qui fournit, à titre professionnel, l'un des services suivants à des tiers:
  a) participer à l'achat ou la vente de parts d'une société à l'exclusion de celles d'une société cotée;
  b) fournir un siège statutaire à une entreprise, une personne morale ou une construction juridique similaire;
  c) fournir une adresse commerciale, postale ou administrative et d'autres services liés à une entreprise, à une personne morale ou une construction juridique similaire;
  2° "bénéficiaire effectif": le bénéficiaire effectif visé à l'article 4, 27°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces;
  3° "SPF Economie": le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;
  4° "Directive 2015/849": directive (UE) 2015/849 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relative à la prévention de l'utilisation du système financier aux fins du blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, modifiant le règlement (UE) n° 648/2012 du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 2005/60/CE du Parlement européen et du Conseil et la directive 2006/70/CE de la Commission.
Art. 4. Deze wet is van toepassing op de natuurlijke en rechtspersonen, andere dan deze bedoeld in artikel 5, § 1, 1° tot 28° en 30° tot 33°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, die een activiteit uitoefenen bedoeld in artikel 3, 1°.
Art. 4. La présente loi s'applique aux personnes physiques et morales, autres que celles visées à l'article 5, § 1er, 1° à 28° et 30° à 33° de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, qui exercent une activité visée à l'article 3, 1°.
Art. 5. De Koning kan, na advies van de Cel voor Financiële Informatieverwerking en in overeenstemming met de Richtlijn 2015/849, de lijst van diensten bedoeld in artikel 3, 1°, aanpassen met een in Ministerraad overlegd besluit.
Art. 5. Le Roi peut, après avis de la Cellule de Traitement des Informations Financières et en conformité avec la Directive 2015/849, étendre la liste de services visée à l'article 3, 1°, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres.
HOOFDSTUK 3. - Registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen
CHAPITRE 3. - Enregistrement des prestataires de services aux sociétés
Afdeling 1. - Voorwaarden van registratie en van uitoefening van de activiteit van dienstenverlener aan vennootschappen
Section 1re. - Conditions d'enregistrement et d'exercice de l'activité de prestataire de services aux sociétés
Art. 6. § 1. Ieder natuurlijk of rechtspersoon bedoeld in artikel 4 mag alleen diensten verstrekken als dienstenverlener aan vennootschappen of zich als dusdanig voordoen, voor zover hij daartoe eerst werd geregistreerd bij de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie.
  § 2. Een natuurlijk persoon mag alleen geregistreerd worden als hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
  1° ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  2° niet ontzet zijn uit zijn politieke en burgerlijke rechten;
  3° niet in staat van faillissement verklaard zijn geweest zonder eerherstel te hebben verkregen;
  4° geen van de volgende straffen hebben opgelopen in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie:
  a) een criminele straf;
  b) een gevangenisstraf zonder uitstel van ten minste zes maanden voor een van de misdrijven vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechtelijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen en werkzaamheden uit te oefenen;
  c) een strafrechtelijke geldboete van minstens 2 500 euro, voor toepassing van de opdeciemen, voor inbreuk op de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten en op haar uitvoeringsbesluiten.
  § 3. Een rechtspersoon mag alleen geregistreerd worden als hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
  1° ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  2° een wettelijk bestuursorgaan hebben dat enkel samengesteld is uit personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
  3° een werkelijke leiding hebben die enkel uitgevoerd wordt door personen die beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
  4° uiteindelijke begunstigden hebben die allen beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 2, 2° tot 4° ;
  5° zaakvoerders en bestuurders hebben die wettelijk gerechtigd zijn een beroepsactiviteit in België uit te oefenen.
  § 4. Indien de registratie gevraagd wordt voor de dienst van domiciliëring bedoeld in artikel 3, 1°, b), of 3, 1°, c), wordt de natuurlijke of rechtspersoon alleen geregistreerd als ook aangetoond wordt dat hij:
  1° over de mogelijkheid beschikt om de gedomicilieerde personen lokalen ter beschikking te stellen met een gedeelte dat de privacy verzekert en die de organen belast met de daadwerkelijke leiding, bestuur of toezicht van de gedomicilieerde persoon toelaten regelmatig te vergaderen;
  2° dat ze de lokalen rechtmatig mag gebruiken die ter beschikking worden gesteld van de gedomicilieerde persoon;
  3° met de gedomicilieerde personen een overeenkomst sluit die de voorwaarden van bezetting van de lokalen vastlegt die nodig zijn voor de werking van de gedomicilieerde persoon.
  § 5. De directeur-generaal van de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie of, wanneer hij afwezig is, de ambtenaar of ambtenaren daartoe aangeduid door de minister bevoegd voor Middenstand, beslist over een aanvraag tot registratie uiterlijk binnen de zestig dagen volgend op de ontvangst van een volledig dossier. Bij ontstentenis van beslissing binnen de toegekende termijnen is de beslissing gunstig.
  Wanneer het dossier onvolledig is, brengt de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie de aanvrager hiervan op de hoogte ten laatste binnen de dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag. Zij deelt hem mee welke elementen ontbreken. De periode van zestig dagen waarbinnen de FOD Economie moet beslissen, wordt in dat geval onderbroken. Deze termijn begint opnieuw te lopen vanaf het ogenblik dat alle ontbrekende gegevens werden ontvangen.
  De Koning bepaalt de procedure voor de aanvraag tot registratie en de bewijsmodaliteiten om aan te tonen dat een persoon beantwoordt aan de voorwaarden voor registratie.
Art. 6. § 1er. Toute personne physique ou morale visée à l'article 4 peut uniquement prester un service en tant que prestataire de services aux sociétés ou se présenter comme tel, pour autant qu'elle ait été enregistrée préalablement à cette fin par la Direction générale de la Politique des P.M.E. du SPF Economie.
  § 2. Une personne physique ne peut être enregistrée que si elle répond aux conditions suivantes:
  1° être inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises;
  2° ne pas être privée de ses droits civils et politiques;
  3° ne pas avoir été déclarée en faillite sans avoir obtenu la réhabilitation;
  4° ne pas avoir encouru en Belgique ou dans un autre Etat membre de l'Union européenne l'une des peines suivantes:
  a) une peine criminelle;
  b) une peine d'emprisonnement sans sursis de six mois au moins pour l'une des infractions mentionnées à l'article 1er de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités;
  c) une amende pénale de 2 500 euros au moins, avant application des décimes additionnels, pour infraction à la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces et à ses arrêtés d'exécutions.
  § 3. Une personne morale ne peut être enregistrée que si elle répond aux conditions suivantes:
  1° être inscrite à la Banque-Carrefour des Entreprises;
  2° avoir un organe légal d'administration constitué uniquement de personnes répondant aux conditions prévues au § 2, 2° à 4° ;
  3° avoir une direction effective assurée uniquement par des personnes répondant aux conditions prévues au § 2, 2° à 4° ;
  4° avoir des bénéficiaires effectifs répondant tous aux conditions prévues au § 2, 2° à 4° ;
  5° avoir des gérants et administrateurs disposant du droit d'exercer légalement une activité professionnelle en Belgique.
  § 4. Si l'enregistrement est demandé pour le service de domiciliation visée à l'article 3, 1°, b), ou 3, 1°, c), la personne physique ou morale n'est enregistrée que s'il est établi:
  1° qu'elle dispose de la capacité de mettre à la disposition des personnes domiciliées des locaux dotés d'une pièce propre à assurer la confidentialité et à permettre une réunion régulière des organes chargés de la direction, de l'administration ou de la surveillance effective de la personne domiciliée;
  2° qu'elle peut occuper légitimement les locaux mis à la disposition de la personne domiciliée;
  3° qu'elle conclut avec les personnes domiciliées une convention reprenant les conditions d'occupation des locaux nécessaires au fonctionnement de la personne domiciliée.
  § 5. Le directeur général de la Direction générale de la Politique des P.M.E. du SPF Economie ou, en son absence, le ou les agents désigné(s) à cet effet par le ministre ayant les Classes moyennes dans ses attributions, statue sur une demande d'enregistrement au plus tard dans les soixante jours de la réception d'un dossier complet. A défaut de décision dans les délais requis, la décision est favorable.
  Lorsque le dossier est incomplet, la Direction générale de la politique des P.M.E. du SPF Economie en avertit le demandeur au plus tard dans les trente jours qui suivent la réception de sa demande et lui communique les éléments manquants. Dans ce cas, la période de soixante jours dans laquelle le SPF Economie doit statuer est interrompue. Ce délai recommence à courir quand toutes les données manquantes ont été réceptionnées.
  Le Roi détermine la procédure de demande d'enregistrement et les modalités de preuve visant à établir qu'une personne répond aux conditions d'enregistrement.
Art. 7. De FOD Economie houdt een lijst bij van de geregistreerde dienstenverleners aan vennootschappen die op zijn website geraadpleegd kan worden.
  De Koning kan bijkomende maatregelen met betrekking tot de bekendmaking vastleggen.
Art. 7. Le SPF Economie tient une liste des prestataires de services aux sociétés enregistrés qui peut être consultée sur son site Internet.
  Le Roi peut fixer des modalités de publicité complémentaires.
Art. 8. De dienstenverleners aan vennootschappen leven de voorwaarden van hun registratie bedoeld in artikel 6, §§ 2 tot 5, op elk moment na.
  Elke wijziging met betrekking tot de voorwaarden van registratie wordt onmiddellijk schriftelijk of elektronisch meegedeeld aan de Algemene Directie K.M.O.-beleid van de FOD Economie.
Art. 8. Les prestataires de services aux sociétés respectent en permanence les conditions de leur enregistrement prévues à l'article 6, §§ 2 à 5.
  Toute modification relative aux conditions d'enregistrement sera communiquée par écrit ou par voie électronique et sans délai à la Direction générale de la Politique des P.M.E. du SPF Economie.
Afdeling 2. - Intrekking van de registratie
Section 2. - Retrait de l'enregistrement
Art. 9. Indien niet of niet meer voldaan is aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden, kan de registratie ingetrokken worden door de minister bevoegd voor Middenstand of door zijn gedelegeerde.
  De intrekking van de registratie houdt het verbod in om de activiteiten van dienstenverlener aan vennootschappen uit te oefenen vanaf de dertigste dag na de betekening.
  De Koning bepaalt de nadere regels van de procedure van intrekking.
Art. 9. Lorsqu'il n'est pas ou plus satisfait aux conditions énoncées par ou en vertu de cette loi, l'enregistrement peut être retiré par le ministre ayant les Classes moyennes dans ses attributions ou par son délégué.
  Le retrait de l'enregistrement entraîne l'interdiction d'exercer les activités de prestataire de services aux sociétés à partir du trentième jour suivant la notification.
  Le Roi détermine les modalités relatives à la procédure de retrait.
HOOFDSTUK 4. - Controle en sancties
CHAPITRE 4. - Contrôle et sanctions
Art. 10. De ambtenaren aangeduid door de minister bevoegd voor Economie [1 ...]1, beschikken over de bevoegdheden van opsporing en vaststelling bedoeld in de artikelen XV.1 tot XV.10 en XV.32 tot XV.34 van het genoemde Wetboek om de inbreuken op deze wet op te sporen.
  [1 De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in deze wet, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht.]1
  
Art. 10. Les agents commissionnés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions [1 ...]1 disposent des compétences de recherche et de constatation prévues aux articles XV.1 à XV.10 et XV.32 à XV.34 dudit Code pour rechercher les infractions à la présente loi.
  [1 La recherche et la constatation des infractions visées par la présente loi se font conformément aux dispositions prévues dans le livre XV, titre 1er, chapitre 1er du Code de droit économique.]1
  
Art. 10/1. [1 § 1. De inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen het voorwerp uitmaken van:
   1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 11, vierde lid;
   2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
   3° een strafrechtelijke vervolging.
   § 2. De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht.]1

  
Art.10/1. [1 § 1er. Les infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution peuvent faire l'objet de:
   1° l'application de la procédure de transaction telle que visée à l'article 11, alinéa 4;
   2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
   3° une poursuite pénale.
   § 2. La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique.]1

  
Art. 10/2. [1 Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
   Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart.]1

  
Art.10/2. [1 Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
   Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative.]1

  
Art. 10/3. [1 Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht.]1
  
Art.10/3. [1 Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales et à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure des actes d'enquête complémentaires aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique.]1
  
Art. 11. [1 De dienstenverlener aan vennootschappen die zijn diensten verstrekt zonder geregistreerd te zijn of die geregistreerd werd maar niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 6 en 8 of in de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt bestraft met hetzij een boete van 250 tot 100.000 euro, hetzij met een administratieve geldboete van 250 tot 100.000 euro.]1
  De uiteindelijke begunstigden, zaakvoerders en bestuurders van rechtspersonen, in functie bij het opleggen van de geldboete en gedurende het voorafgaande jaar, kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de inbreuken bedoeld in het eerste lid.
  De ambtenaren [1 bedoeld in artikel 10]1 kunnen een waarschuwing richten tot de overtreder, zijn uiteindelijke begunstigden, zijn zaakvoerders en zijn bestuurders, overeenkomstig artikel XV.31 van het genoemde Wetboek [1 ...]1.
  [1 Wanneer de in artikel 10 bedoelde ambtenaren inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Economie aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht.
   Het bedrag van de transactie mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete die wegens de vastgestelde inbreuk kan worden opgelegd, verhoogd met de opdeciemen.
   De betalings- en inningswijzen van deze transactie worden door de Koning vastgesteld.]1

  
Art. 11. [1 Le prestataire de services aux sociétés qui preste ses services sans être enregistré ou qui s'est fait enregistrer et ne remplit plus les conditions prévues aux articles 6 et 8 ou dans ses arrêtés d'exécution, est puni soit d'une amende de 250 à 100.000 euros, soit d'une amende administrative de 250 à 100.000 euros.]1
  Les bénéficiaires effectifs, gérants et administrateurs de personnes morales, en fonction lors du prononcé de l'amende et dans le courant de l'année qui l'a précédée, peuvent être tenus solidairement responsables des infractions visées à l'alinéa 1er.
  Les agents [1 visés à l'article 10]1 peuvent adresser au contrevenant, à ses bénéficiaires effectifs, à ses gérants et à ses administrateurs, un avertissement, conformément à l'article XV.31 dudit Code [1 ...]1.
  [1 Quand les agents visés à l'article 10 constatent des infractions à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution, les agents désignés par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique.
   Le montant de la transaction ne peut être supérieur au montant maximum de l'amende pénale pouvant être infligée pour l'infraction constatée, majorée des décimes additionnels.
   Les modalités de paiement et de perception de cette transaction sont arrêtées par le Roi.]1

  
Art. 11/1. [1 De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1/1, van boek XV van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
   De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.]1

  
Art.11/1. [1 Les dispositions du titre 2, chapitre 1/1, du livre XV du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
   Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi.]1

  
Art. 11/2. [1 De artikelen XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken op deze wet.]1
  
Art.11/2. [1 Les articles XV.69, XV.71, XV.72, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales à la présente loi.]1
  
HOOFDSTUK 5. - Bepaling tot wijziging van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
CHAPITRE 5. - Disposition modificative de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces
Art. 12. In artikel 5, § 1, 29°, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten worden de woorden "wet van ... tot registratie van de aanbieders van vennootschapsrechtelijke diensten" vervangen door de woorden "wet van 29 maart 2018 tot registratie van de dienstenverleners aan vennootschappen".
Art. 12. Dans l'article 5, § 1er , 29°, de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, les mots "loi du ... portant enregistrement des prestataires de services aux sociétés" sont remplacés par les mots "loi du 29 mars 2018 portant enregistrement des prestataires de services aux sociétés" .
HOOFDSTUK 6. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions transitoire et finale
Art. 13. De dienstenverleners aan vennootschappen die voor de inwerkingtreding van deze wet diensten van dienstenverleners aan vennootschappen verleenden, dienen hun aanvraag tot registratie in ten laatste zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
  De dienstenverlener aan vennootschappen die zijn aanvraag tot registratie heeft ingediend binnen de bovenvermelde termijn van zes maanden, mag de activiteiten blijven uitoefenen zolang het onderzoek van zijn aanvraag tot registratie loopt.
Art. 13. Les prestataires de services aux sociétés qui prestaient des services de prestataire de services aux sociétés avant l'entrée en vigueur de la présente loi, introduisent leur demande d'enregistrement au plus tard six mois après l'entrée en vigueur de la présente loi.
  Le prestataire de services aux sociétés qui a introduit sa demande d'enregistrement dans le délai de six mois précité peut continuer à exercer ses activités pendant toute la procédure d'examen de sa demande d'enregistrement.
Art. 14. Deze wet treedt in werking op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op de eerste dag van de vierde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 14. La présente loi entre en vigueur à la date fixée par le Roi et, au plus tard, le premier jour du quatrième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.