Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 DECEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, het Varenderfgoedbesluit van 27 november 2015 en besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is naar aanleiding van de ex-post evaluatie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-12-2018 en tekstbijwerking tot 26-03-2019)
Titre
14 DECEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, l'Arrêté relatif au patrimoine nautique du 27 novembre 2015 et l'Arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement à la suite de l'évaluation ex-post(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-12-2018 et mise à jour au 26-03-2019)
Informations sur le document
Numac: 2018015583
Datum: 2018-12-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018015583
Date: 2018-12-14
Moniteur: Voir
Tekst (169)
Texte (169)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014
Artikel 1. In artikel 2 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, 16 december 2016 en 14 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 8° wordt opgeheven;
  2° er wordt een punt 9° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° /1 erfgoedgemeenschap: een gemeenschap die bestaat uit organisaties en personen die een bijzondere waarde hechten aan het onroerend erfgoed, en die dat onroerend erfgoed wil behouden en doorgeven aan de toekomstige generaties;";
  3° er wordt een punt 12° /1 en 12° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "12° /1 kleinschalige onderneming: een onderneming waar minder dan tien personen werken, uitgezonderd seizoensarbeiders en piekarbeiders, en waarvan de omzet of het jaarlijkse balanstotaal in het boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar waarin de premie wordt aangevraagd, niet meer dan vijf miljoen euro bedraagt;
  12° /2 kleinschalige vereniging: een vereniging waar minder dan tien personen werken en waarvan de omzet of het jaarlijkse balanstotaal in het boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar waarin de premie wordt aangevraagd, niet meer dan vijf miljoen euro bedraagt;";
  4° er wordt een punt 16° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "16° /2 onderhoudslogboek: een overzicht van de maatregelen die zijn genomen om onroerend erfgoed of erfgoedlandschappen in goede staat te behouden, te verbeteren of te ontwikkelen. Het onderhoudslogboek toont aan dat het consequent wordt beheerd, fysisch gezond blijft of gunstig evolueert. Het onderhoudslogboek:
  a) bevat regelmatige toestandsrapporten;
  b) interageert, in voorkomend geval, met de beheersdoelstellingen geformuleerd in een goedgekeurd beheersplan, en de richtlijnen, eenmalige en terugkerende maatregelen en werkzaamheden die met het oog daarop zijn voorzien;
  c) is, als er geen goedgekeurd beheersplan voorhanden is, het referentiedocument en bevat altijd een toestandsrapport dat is opgemaakt aan het begin van de periode waarover wordt gerapporteerd, en een actueel toestandsrapport;
  d) omvat, in het geval van open erfgoed, indicatoren die specifiek inspelen op de erkenningsvoorwaarden voor open erfgoed;";
  5° punt 20° wordt vervangen door wat volgt:
  "20° open erfgoed: een beschermd goed of een erfgoedlandschap, dat geheel of gedeeltelijk opengesteld wordt en als zodanig is erkend door het agentschap;";
  6° punt 22° /1 wordt vervangen door wat volgt:
  "22° /1 premie voor buitensporige opgravingskosten: een premie ter financiering van de buitensporige directe kosten van de verplichte en al uitgevoerde archeologische opgraving, zoals opgenomen in de archeologienota of de nota waarvan akte is genomen ter uitvoering van artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;";
  7° punt 23°, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "23° premie voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem: een premie ter financiering van verplicht uitgevoerd archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem bij vergunningsplichtige ingrepen in de bodem zoals opgenomen in de toelating of in de archeologienota waarvan akte is genomen ter uitvoering van artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;";
  8° er wordt een punt 25° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "25° /1 toestandsrapport: een rapport over de fysische staat van onroerend erfgoed of erfgoedlandschappen waaruit de vereiste beheersmaatregelen kunnen worden afgelezen. Een toestandsrapport kan evaluaties en beheersaanbevelingen bevatten. Het rapport wordt gestaafd met duidelijk beeldmateriaal;";
  9° punt 28° wordt vervangen door wat volgt:
  "28° ZEN-erfgoed: beschermde onroerende goederen, erfgoedlandschappen of zelfstandige onderdelen ervan, die geen doorslaggevend economisch nut kunnen hebben of waarvan het beheer geen doorslaggevend economisch nut genereert.".
Article 1er. A l'article 2 de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 décembre 2015, 16 décembre 2016 et 14 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 8° est abrogé ;
  2° il est inséré un point 9° /1, libellé comme suit :
  " 9° /1 communauté patrimoniale : une communauté qui se compose d'organisations et de personnes qui attachent une valeur particulière au patrimoine immobilier et qui visent à préserver ce patrimoine immobilier et à le transmettre aux générations futures ;
  3° des points 12° /1 et 12° /2 sont insérés, rédigés comme suit :
  12° /1 entreprise à petite échelle : une entreprise occupant moins de dix personnes, à l'exception du travail saisonnier et du travail lors de pics d'activité, dont le chiffre d'affaires ou le total du bilan annuel ne dépasse pas les 5 millions d'euros pendant l'exercice précédant l'exercice pendant lequel la prime est demandée ;
  12° /2 association à petite échelle : une association occupant moins de dix personnes, dont le chiffre d'affaires ou le total du bilan annuel ne dépasse pas les 5 millions d'euros pendant l'exercice précédant l'exercice pendant lequel la prime est demandée ; " ;
  4° il est inséré un point 16° /2, rédigé comme suit :
  " 16° /2 compte rendu d'entretien : un aperçu des mesures qui ont été prises pour maintenir le patrimoine immobilier ou les paysages patrimoniaux en bon état, pour les améliorer ou développer. Le compte rendu d'entretien démontre que le patrimoine est géré conséquemment, qu'il reste en bon état physique ou évolue favorablement. Le compte rendu d'entretien :
  a) contient des rapports périodiques de l'état des lieux ;
  b) interagit, le cas échéant, avec les objectifs de gestion, tels que formulés dans un plan de gestion approuvé et avec les directives, mesures uniques et récurrentes et activités prévues à cette fin ;
  c) fait foi de document de référence, à défaut d'un plan de gestion approuvé, et contient toujours un rapport de l'état des lieux qui a été établi au début de la période faisant l'objet du rapport et un rapport actuel de l'état des lieux ;
  d) contient, dans le cas de patrimoine ouvert, des indicateurs qui se réfèrent spécifiquement aux conditions d'agrément applicables au patrimoine ouvert ; " ;
  5° le point 20° est remplacé par ce qui suit :
  " 20° patrimoine ouvert : un bien ou un paysage patrimonial protégés qui sont ouverts au public dans leur ensemble ou en partie et qui ont été agréés comme tel par l'agence ; " ;
  6° le point 22° /1 est remplacé par ce qui suit :
  " 22° /1 prime pour frais de fouilles excessifs : la prime pour le financement des coûts directs excessifs des fouilles archéologiques obligatoires et déjà effectuées, telles que reprises dans la note archéologique ou dans la note dont il a été pris acte en exécution de l'article 5.4.1. du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ; " ;
  7° le point 23°, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 23° prime pour une étude archéologique préliminaire avec intervention dans le sol : une prime pour financer l'étude archéologique préliminaire obligatoire entraînant de l'intervention dans le sol dans le cas d'interventions dans le sol assujetties à une autorisation, telles que reprises dans le permis ou dans la note archéologique, dont il a été pris acte en exécution de l'article 5.4.1 du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ; " ;
  8° il est inséré un point 25° /1, rédigé comme suit :
  " 25° /1 rapport de l'état des lieux : un rapport sur l'état physique du patrimoine immobilier ou de paysages patrimoniaux reprenant les mesures de gestion requises. Un rapport de l'état des lieux peut contenir des évaluations et des recommandations relatives à la gestion. Le rapport est assorti de matériel graphique clair ; " ;
  9° le point 28° est remplacé par ce qui suit :
  " 28° patrimoine " ZEN " : des biens immobiliers protégés, paysages patrimoniaux ou des parties distinctes de ceux-ci qui ne sont pas susceptibles d'avoir une utilité économique réelle ou dont la gestion ne génère pas d'utilité économique réelle. ".
Art. 2. In artikel 3.1.5 van hetzelfde besluit worden de woorden "binnen de drie maanden" vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag".
Art. 2. Dans l'article 3.1.5 du même arrêté, les mots " Dans les trois mois " sont remplacés par le membre de phrase " Dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour ".
Art. 3. In artikel 3.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Om erkend te worden en te blijven als onroerenderfgoedgemeente moet de onroerenderfgoedgemeente voldoen aan al de volgende Vlaamse beleidsprioriteiten voor het onroerenderfgoedbeleid:
  1° de gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud, het gebruik en de herbestemming van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid en die al de volgende voorwaarden vervult:
  a) de beleidsvisie is integraal en omvat een visie op de zorg voor het geheel van archeologische sites, monumenten, cultuurhistorische landschappen en stads- en dorpsgezichten;
  b) de beleidsvisie is geïntegreerd en is dus afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg;
  c) de beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren;
  2° de gemeente ondersteunt en betrekt de erfgoedgemeenschappen die zich inzetten voor het duurzame behoud en beheer en voor de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en neemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te creëren;
  3° de gemeente neemt een voorbeeldfunctie op met betrekking tot het duurzame behoud en het beheer van het onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer, en integreert de visie op dat onroerend erfgoed in de beslissingen en plannen van de gemeente;
  4° de gemeente bouwt voor expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed en betrekt een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijk onroerenderfgoedbeleid;
  5° de gemeente houdt de toelatingen, de bekrachtiging en de aktename van de archeologienota's en de nota's en de meldingen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en dit besluit, bij in een register dat digitaal raadpleegbaar is door het agentschap. Een beslissing wordt opgenomen in het register binnen een ordetermijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de beslissing;
  6° de gemeente inventariseert het onroerend erfgoed op het gemeentelijk grondgebied en zet instrumenten in om het duurzame behoud en beheer ervan te stimuleren.".
Art. 3. Dans l'article 3.2.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Pour obtenir et conserver l'agrément comme commune du patrimoine immobilier, la commune du patrimoine immobilier doit répondre aux priorités politiques flamandes suivantes concernant la politique et matière de patrimoine immobilier :
  1° la commune porte une vision politique fondée qui prône la préservation et l'utilisation actives et la réaffectation du patrimoine immobilier sur son territoire et qui est complémentaire à la politique en matière de patrimoine immobilier flamand et répond à toutes les conditions suivantes :
  a) la commune fait preuve d'une vision politique intégrale, qui contient une vision en matière du soin pour l'ensemble des sites archéologiques, monuments, paysages historico-culturels et paysages urbains et ruraux protégés ;
  b) la vision politique est intégrée et est donc adaptée à d'autres secteurs politiques qui ont des points communs avec le soin du patrimoine immobilier ;
  c) la vision politique tient compte des besoins des acteurs actuels en matière de patrimoine immobilier ;
  2° la commune appuie et implique les communautés patrimoniales qui s'engagent à la conservation et à la gestion durables et à l'ouverture du patrimoine immobilier sur son territoire et qui entreprennent des actions afin de créer une assise locale pour le soin du patrimoine immobilier ;
  3° la commune assume une fonction d'exemple relative à la conservation et à la gestion durables du patrimoine immobilier en sa propriété ou sous sa gestion, et intègre la vision sur ce patrimoine immobilier dans les décisions et plans de la commune ;
  4° en vue de l'acquisition d'expertise, la commune développe un réseau de consultation avec les services et organisations qui sont concernés par le soin du patrimoine immobilier et associe un conseil consultatif agréé par le conseil communal, dans lequel les acteurs présents du patrimoine immobilier sont représentés, à la préparation, l'exécution et l'évaluation de la politique communale et matière de patrimoine immobilier ;
  5° la commune sauvegarde les autorisations, la ratification et la prise d'acte des notes archéologiques et les notes et déclarations, délivrées dans le cadre du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et du présent arrêté, dans un registre que l'agence peut consulter par voie numérique. Une décision est reprise dans le registre dans un délai d'ordre de dix jours, qui prend cours le jour après la décision ;
  6° la commune établit un inventaire du patrimoine immobilier situé sur le territoire communal et met des équipements à disposition pour en encourager le maintien et la gestion durables. ".
Art. 4. In artikel 3.2.9 van hetzelfde besluit wordt de datum "31 juli" vervangen door de datum "30 juni".
Art. 4. Dans l'article 3.2.9 du même arrêté, la date " 31 juillet " est remplacée par la date " 30 juin ".
Art. 5. In artikel 3.2.10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "uiterlijk drie maanden" worden telkens vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag";
  2° de woorden "twee maanden" worden vervangen door de zinsnede "een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag".
Art. 5. Dans l'article 3.2.10 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " au plus tard trois mois " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour " ;
  2° les mots " les deux mois " sont remplacés par le membre de phrase " un délai de soixante jours, qui prend cours le jour ".
Art. 6. In artikel 3.2.12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin "De erkende onroerenderfgoedgemeente beschikt vanaf de betekening van de beslissing tot schorsing over een termijn van zestig dagen om de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren." vervangen door de zin "De erkende onroerenderfgoedgemeente beschikt over een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing tot schorsing om aan de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren.";
  2° in het derde lid worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° in het vijfde lid wordt het woord "uiterlijk" opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 3.2.12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, la phrase " A partir de la signification de la décision de suspension, la commune du patrimoine immobilier agréée dispose d'un délai de soixante jours pour remédier aux raisons de la suspension de l'agrément. " est remplacée par la phrase " La commune du patrimoine immobilier agréée dispose d'un délai de soixante jours qui prend cours le jour après la notification de la décision de suspension pour remédier aux raisons de la suspension de l'agrément. " ;
  2° au troisième alinéa, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° dans l'alinéa cinq, les mots " au plus tard " sont abrogés.
Art. 7. In artikel 3.2.13, 3.3.13 en 3.4.16 van hetzelfde besluit wordt het woord "uiterlijk" opgeheven.
Art. 7. Dans les articles 3.2.13, 3.3.13 et 3.4.16 du même arrêté, les mots " au plus tard " sont abrogés.
Art. 8. In artikel 3.2.14, eerste lid, artikel 6.3.11, eerste lid, artikel 6.3.15 en 6.3.26 van hetzelfde besluit wordt het woord "betekening" vervangen door het woord "kennisgeving".
Art. 8. Dans l'article 3.2.14, alinéa premier, l'article 6.3.11, alinéa premier, les articles 6.3.15 et 6.3.26 du même arrêté, le mot " signification " est remplacé par le mot " notification ".
Art. 9. In hetzelfde besluit, het laatste gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, wordt een artikel 3.2.18 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.2.18. Als een erkende onroerenderfgoedgemeente fuseert met een of meer gemeenten, wordt de bestaande erkenning als onroerenderfgoedgemeente automatisch overgedragen naar de nieuw gevormde gemeente.
  Als de nieuwe gemeente haar erkenning als onroerenderfgoedgemeente wil behouden, neemt ze overeenkomstig artikel 3.2.2 in de nieuwe meerjarenplanning op hoe ze uitwerking zal geven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het onroerenderfgoedbeleid.
  Als de nieuwe gemeente haar erkenning als onroerenderfgoedgemeente niet wil behouden, vraagt ze een intrekking overeenkomstig artikel 3.2.13."
Art. 9. Dans le même arrêté, modifié et dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018, il est inséré un article 3.2.18, rédigé comme suit :
  " Art. 3.2.18. Si une commune du patrimoine immobilier fusionne avec une ou plusieurs communes, l'agrément actuel comme commune du patrimoine immobilier est automatiquement transformé à la commune nouvellement constituée.
  Si la nouvelle commune envisage de conserver son agrément comme commune du patrimoine immobilier, elle fait état dans le nouveau planning pluriannuel comment elle entend réaliser les priorités politiques flamandes relatives à la politique en matière de patrimoine immobilier, conformément à l'article 3.2.2.
  Si la nouvelle commune n'envisage pas de conserver son agrément comme commune du patrimoine immobilier, elle en demande le retrait, conformément à l'article 3.2.13. "
Art. 10. Artikel 3.3.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.3.1. Om een aanvraag tot erkenning als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst te kunnen indienen, moet het intergemeentelijk samenwerkingsverband:
  1° opgericht zijn volgens het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking of het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
  2° bestaan uit minimaal drie gemeenten die alle in het Vlaams Gewest liggen.
  Een gemeente kan slechts deel uitmaken van één erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst.
  In afwijking van het tweede lid, kan een gemeente op het moment van een aanvraag tot erkenning of een aanpassing vermeld in artikel 3.3.17 tijdelijk nog deel uitmaken van een andere erkende onroerenderfgoeddienst, op voorwaarde dat die gemeente in het zelfde jaar uit die andere erkende onroerenderfgoeddienst treedt. Die uittreding gebeurt via een vraag tot aanpassing vermeld in artikel 3.3.17 of via een kennisgeving vermeld in artikel 3.3.13 waarbij de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst verklaart dat hij niet meer wenst erkend te zijn.
  Binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan slechts één intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst erkend worden.".
Art. 10. L'article 3.3.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3.3.1. Afin de pouvoir introduire une demande d'agrément comme service du patrimoine immobilier intercommunal, la structure de coopération intercommunale doit :
  1° avoir été créée sur la base du décret du 6 juillet 2001 portant réglementation de la coopération intercommunale ou du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ;
  2° comprendre au moins trois communes qui se situent toutes dans la Région flamande.
  Une commune ne peut faire partie que d'un seul service du patrimoine immobilier intercommunal.
  Par dérogation à l'alinéa deux, une commune peut, au moment de la demande d'un agrément ou d'un ajustement, tel que visé à l'article 3.3.17, encore fait partie à titre temporaire d'un autre service du patrimoine immobilier agréé, à condition que cette commune se désaffilier de cet autre service du patrimoine immobilier agréé dans la même année. Cette désaffiliation s'effectue au moyen d'une demande d'ajustement, telle que visée à l'article 3.3.17 ou au moyen d'une notification, telle que visée à l'article 3.3.13, dans laquelle le service du patrimoine immobilier intercommunal déclare ne plus vouloir être agréée.
  Seul un service du patrimoine immobilier intercommunal peut être agréé au sein d'une structure de coopération intercommunale. ".
Art. 11. In artikel 3.3.2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt punt a) vervangen door wat volgt:
  "a) het onroerenderfgoedbeleidsplan stelt een gezamenlijke visie en een gezamenlijk plan van aanpak voorop voor het actieve behoud, het gebruik en de herbestemming van het onroerend erfgoed op zijn grondgebied die complementair zijn aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid;";
  2° in punt 2° wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) het onroerenderfgoedbeleidsplan is integraal en omvat dus de zorg voor het geheel van archeologische sites, monumenten, cultuurhistorische landschappen en stads- en dorpsgezichten;";
  3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° het intergemeentelijk samenwerkingsverband ondersteunt en betrekt de erfgoedgemeenschappen die zich inzetten voor het duurzame behoud en beheer en voor de ontsluiting van het onroerend erfgoed op zijn grondgebied en neemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te creëren;".
Art. 11. A l'article 3.3.2, alinéa premier, du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le point 2°, le point a) est remplacé par la disposition suivante :
  " a) le plan politique en matière de patrimoine immobilier prône une vision commune et un plan d'approche commun pour la conservation et l'utilisation actives et la réaffectation du patrimoine immobilier sur son territoire, qui sont complémentaires à la politique flamande en matière de patrimoine immobilier ; " ;
  2° au point 2°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) le plan politique en matière de patrimoine immobilier est intégral et comprend donc le soin pour l'ensemble des sites archéologiques, monuments, paysages culturo-historiques et paysages urbains et ruraux protégés " ;
  3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° la structure de coopération intercommunale appuie et implique les communautés patrimoniales qui s'engagent à la conservation et à la gestion durables et à l'ouverture du patrimoine immobilier sur son territoire et entreprend des actions afin de créer une assise locale pour le soin du patrimoine immobilier ; ".
Art. 12. In artikel 3.3.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "erkenning" wordt vervangen door de woorden "erkenning of aanpassing van de erkenning";
  2° de woorden "dat ze" worden vervangen door de woorden "dat het".
Art. 12. A l'article 3.3.3 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° le mot " agrément " est remplacé par les mots " agrément ou d'ajustement de l'agrément " ;
  2° dans la version néerlandaise de l'arrêté, les mots " dat ze " sont remplacés par les mots " dat het ".
Art. 13. In artikel 3.3.6, 3.5.4, 3.6.6, 1°, artikel 3.7.4, 3.7.6, 3.7.13, tweede lid, 6.3.3, tweede lid, artikel 10.1.2, tweede lid, artikel 10.1.13, derde lid, artikel 10.1.14, eerste lid, artikel 10.1.27, derde lid, artikel 10.1.28, eerste lid, artikel 10.3.10, § 4, tweede lid, artikel 10.3.11, 11.2.21, 11.2.27, derde lid, artikel 11.2.31, 11.2.33, 11.2.40, 11.3.14, artikel 11.4.8, tweede lid, artikel 11.4.9, 11.4.14, derde lid en artikel 11.6.1 van hetzelfde besluit worden de woorden "per beveiligde zending" telkens vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 13. Dans les articles 3.3.6, 3.5.4, 3.6.6, 1°, les articles 3.7.4, 3.7.6, 3.7.13, alinéa deux, l'article 6.3.3, alinéa deux, l'article 10.1.2, alinéa deux, l'article 10.1.13, alinéa trois, l'article 10.1.14, alinéa premier, l'article 10.1.27, alinéa trois, l'article 10.1.28, alinéa premier, l'article 10.3.10, § 4, alinéa deux, les articles 10.3.11, 11.2.21, 11.2.27, alinéa trois, les articles 11.2.31, 11.2.33, 11.2.40, 11.3.14, l'article 11.4.8, alinéa deux, les articles 11.4.9, 11.4.14, alinéa trois et l'article 11.6.1 du même arrêté, les mots "par envoi sécurisé" sont chaque fois remplacés par les mots "par écrit".
Art. 14. In artikel 3.3.9 van hetzelfde besluit wordt het woord "juli" vervangen door het woord "mei".
Art. 14. Dans l'article 3.3.9 du même arrêté, le mot "juillet" est remplacé par le mot "mai".
Art. 15. In artikel 3.3.10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "uiterlijk drie maanden" worden telkens vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag";
  2° de woorden "twee maanden" worden vervangen door de zinsnede "een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag".
Art. 15. Dans l'article 3.3.10 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " au plus tard trois mois " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour " ;
  2° les mots " les deux mois " sont remplacés par le membre de phrase " un délai de soixante jours, qui prend cours le jour ".
Art. 16. In artikel 3.3.12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin "De intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst heeft vanaf de betekening van de beslissing tot schorsing een termijn van zestig dagen om de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren." vervangen door de zin "De intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst beschikt over een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing tot schorsing om aan de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° in het derde lid wordt het woord "intrekking" vervangen door de woorden "intrekking of aanpassing";
  4° in het vierde lid wordt het woord "intrekking" vervangen door de woorden "intrekking of aanpassing";
  5° in het vierde lid wordt het woord "uiterlijk" opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 3.3.12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, la phrase " A partir de la signification de la décision de suspension, le service du patrimoine immobilier intercommunal dispose d'un délai de soixante jours pour remédier aux raisons de la suspension de l'agrément. " est remplacée par la phrase " Le service du patrimoine immobilier intercommunal dispose d'un délai de soixante jours, qui prend cours le jour après la notification de la décision de suspension pour remédier aux raisons de la suspension de l'agrément. " ;
  2° dans l'alinéa deux, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° dans l'alinéa trois, le mot " retrait " est remplacé par les mots " retrait ou ajustement " ;
  4° dans l'alinéa quatre, le mot " retrait " est remplacé par les mots " retrait ou ajustement " ;
  5° dans l'alinéa quatre, les mots " au plus tard " sont abrogés.
Art. 17. In artikel 3.3.14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "intrekking" telkens vervangen door de woorden "intrekking of aanpassing";
  2° in het eerste lid wordt het woord "betekening" vervangen door het woord "kennisgeving";
  3° in het tweede lid wordt de zinsnede "3.2.12 of 3.2.13" vervangen door de zinsnede "3.3.12 of 3.3.13";
  4° in het tweede lid wordt het woord "ingetrokken" vervangen door de woorden "ingetrokken of aangepast".
Art. 17. Dans l'article 3.3.14 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, les mots " le retrait " sont chaque fois remplacés par les mots " le retrait ou l'ajustement " ;
  2° dans l'alinéa premier, le mot " signification " est remplacé par le mot " notification " ;
  3° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " 3.2.12 ou 3.2.13 " est remplacé par le membre de phrase "3.3.12 ouf 3.3.13" ;
  4° dans l'alinéa deux, le mot " retiré " est remplacé par les mots " retiré ou ajusté ".
Art. 18. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, wordt een artikel 3.3.17 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.3.17. Als de samenstelling van een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst wijzigt, vraagt de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst een aanpassing van de erkenning aan.
  De aanvraag beschrijft de wijziging en toont aan hoe de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst door de wijziging blijft voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3.3.1. en 3.3.2 door middel van een aanvulling van de aanvraag op basis waarvan de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst erkend werd. De procedure verloopt overeenkomstig de erkenningsprocedure, vermeld in artikel 3.3.3 tot en met 3.3.7.
  Als de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst door de wijziging niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, wordt de erkenning ingetrokken overeenkomstig artikel 3.3.14 en 3.3.15.".
Art. 18. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018, il est inséré un article 3.3.17, rédigé comme suit :
  " Art. 3.3.17. Si la composition d'un service du patrimoine immobilier intercommunal change, le service du patrimoine immobilier intercommunal agréé demande un ajustement de l'agrément.
  La demande décrit la modification et démontre comment le service du patrimoine immobilier intercommunal continue à répondre, en dépit de la modification, aux conditions visées aux articles 3.3.1. et 3.3.2 au moyen d'un complément à la demande sur la base de laquelle le service du patrimoine immobilier intercommunal a été agréé. La procédure se déroule conformément à la procédure d'agrément visée dans les articles 3.3.3 à 3.3.7 inclus.
  Si, à la suite de la modification, le service du patrimoine immobilier intercommunal ne répond plus aux conditions d'agrément, l'agrément est retiré conformément aux articles 3.3.14 et 3.3.15."
Art. 19. In artikel 3.4.2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "Om erkend te worden" vervangen door de woorden "Om erkend te worden en te blijven".
Art. 19. Dans l'article 3.4.2, alinéa premier, du même arrêté, les mots " Afin d'être agréé " sont remplacés par les mots " Afin d'être et de rester agréé ".
Art. 20. In artikel 3.4.3 van hetzelfde besluit wordt het woord "maart" vervangen door het woord "januari".
Art. 20. Dans l'article 3.4.3 du même arrêté, le mot " mars " est remplacé par le mot " janvier ".
Art. 21. In artikel 3.4.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "per beveiligde zending," vervangen door het woord "schriftelijk";
  2° in het tweede lid wordt de zin "Als de aanvrager geen melding van ontvankelijkheid heeft ontvangen, de aanvraag geacht ontvankelijk te zijn." wordt opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 3.4.4 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa deux, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  2° dans l'alinéa deux, la phrase " Lorsque le demandeur n'a pas reçu de notification de recevabilité, la demande est censée être recevable " est abrogée.
Art. 22. In artikel 3.4.8 van hetzelfde besluit wordt het woord "juli" vervangen door het woord "mei".
Art. 22. Dans l'article 3.4.8 du même arrêté, le mot "juillet" est remplacé par le mot "mai".
Art. 23. In artikel 3.4.12 van hetzelfde besluit wordt de datum "1 oktober" vervangen door de datum "31 mei".
Art. 23. Dans l'article 3.4.12 du même arrêté, la date " 1er octobre " est remplacée par la date " 31 mai ".
Art. 24. In artikel 3.4.13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "uiterlijk drie maanden" worden telkens vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag";
  2° de woorden "twee maanden" worden vervangen door de zinsnede "een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag".
Art. 24. Dans l'article 3.4.13 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " au plus tard trois mois " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour " ;
  2° les mots " les deux mois " sont remplacés par le membre de phrase " un délai de soixante jours, qui prend cours le jour ".
Art. 25. In artikel 3.4.15 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin "Het geschorste onroerenderfgoeddepot heeft een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de beslissing tot schorsing, om de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren." vervangen door de zin "Het geschorste onroerenderfgoeddepot beschikt over een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing tot schorsing om aan de redenen voor de schorsing van de erkenning te remediëren.";
  2° in het derde lid worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° in het vijfde lid wordt het woord "uiterlijk" opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 3.4.15 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, la phrase " Le dépôt du patrimoine immobilier suspendu dispose d'un délai de soixante jours, qui prend cours le jour après la signification de la décision de suspension, pour remédier aux raisons de la suspension de l'agrément. " est remplacée par la phrase " Le dépôt du patrimoine immobilier suspendu dispose d'un délai de soixante jours, qui prend cours le jour après la notification de la décision de suspension pour remédier aux raisons de la suspension de l'agrément. " ;
  2° dans l'alinéa trois, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° dans l'alinéa cinq, les mots " au plus tard " sont abrogés.
Art. 26. In artikel 3.4.17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "betekening" vervangen door het woord "kennisgeving";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "neemt, wordt" vervangen door het woord "wordt".
Art. 26. Dans l'article 3.4.17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, le mot " signification " est remplacé par le mot " notification " ;
  2° dans l'alinéa deux de la version néerlandaise de l'arrêté, le membre de phrase "neemt, wordt" est remplacé par le mot "wordt".
Art. 27. Artikel 3.5.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.1 Archeologen kunnen aangeduid worden als:
  1° een erkende archeoloog type 1: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3.5.2 en artikel 3.5.3 en die bevoegd is voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek of archeologische opgravingen;
  2° een erkende archeoloog type 2: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3.5.2/1 en artikel 3.5.3/1 en die bevoegd is voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek zonder ingreep in de bodem."
Art. 27. L'article 3.5.1 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 3.5.1 Les archéologues peuvent être désignés en tant que :
  1° un archéologue agréé de type 1 : une personne physique ou personne morale qui répond aux conditions, visées aux articles 3.5.2 et 3.5.3 et qui est habilité à effectuer l'étude archéologique préalable ou les fouilles archéologiques ;
  2° un archéologue agréé de type 2 : une personne physique ou personne morale qui répond aux conditions, visées aux articles 3.5.2/1 et 3.5.3/1 et qui est habilité à effectuer l'étude archéologique préalable sans intervention dans le sol ;
Art. 28. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, wordt een artikel 3.5.1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.5.1/1. Een aanvraag tot aanduiding als erkende archeoloog is ontvankelijk als de aanvrager een overzicht indient van alle verslagen die hij moet indienen overeenkomstig artikel 14, § 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 1994 tot uitvoering van het decreet van 30 juni 1993 houdende de bescherming van het archeologisch patrimonium, nadat aan hem een vergunning is verleend als vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium. In het overzicht motiveert de aanvrager, in voorkomend geval, waarom hij bepaalde verslagen nog niet heeft ingediend.".
Art. 28. Dans le même arrêté, modifié et dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018, il est inséré un article 3.5.1/1, rédigé comme suit :
  Art. 3.5.1/1. " Art. 3.5.1 Une demande de désignation comme archéologue agréé est recevable lorsque le demandeur introduit un aperçu de tous les rapports qui sont requis conformément à l'article 14, § 1er, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 1994 portant exécution du décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, après qu'une autorisation lui a été octroyée telle que visée à l'article 6 du décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique. Dans l'aperçu, le demandeur motive le cas échéant pourquoi il n'a pas encore introduit certains rapports. ".
Art. 29. Artikel 3.5.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.2. Om aangeduid te worden als erkende archeoloog type 1 dient een natuurlijk persoon een aanvraag in bij het agentschap. Hij toont daarbij aan dat hij voldoet aan al de volgende erkenningsvoorwaarden:
  1° houder zijn van een van de volgende diploma's en dat staven door een duidelijke kopie ervan in te dienen of houder zijn van gelijkwaardige getuigschriften door een EVC-procedure waarbij een daarvoor bevoegde instelling de verworven competenties van een individu formeel heeft bevestigd:
  a) licentiaat of master in de Geschiedenis met specialisatie "in de Oudste tijden";
  b) licentiaat of master in de "Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde" met specialisatie in de archeologie;
  c) licentiaat of master in de "Kunstwetenschappen en Archeologie" met specialisatie in de archeologie;
  d) licentiaat of master in de Archeologie;
  e) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese verordening of richtlijn of internationale overeenkomst is erkend als gelijkwaardig met een van de diploma's, vermeld in punt a) tot en met d), en dat staven door een gelijkwaardigheidserkenning van een buitenlands diploma of getuigschrift in Vlaanderen;
  2° een opleiding hebben genoten over opgravingstechnieken en -methoden;
  3° op het moment van de aanvraag beschikken over een archeologische opgravingservaring van minimaal een jaar gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de datum van de aanvraag tot aanduiding;
  4° beschikken over de geschikte infrastructuur en faciliteiten om vondsten tijdelijk te bewaren en tijdelijk op te slaan;
  5° de laatste drie jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig zijn bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, te staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord;
  6° niet in staat van faillissement verkeren of een gerechtelijke reorganisatie verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is;
  7° niet geschorst zijn of in het laatste jaar het voorwerp hebben uitgemaakt van een intrekking van een erkenning wegens het niet naleven van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of de code van goede praktijk;
  8° de code van goede praktijk onderschrijven en een opleiding gevolgd hebben die daarover georganiseerd is door het agentschap.".
Art. 29. L'article 3.5.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 3.5.2. Pour être désigné comme archéologue agréé de type 1, une personne physique introduit une demande auprès de l'agence. Il démontre dans cette demande qu'il répond à toutes les conditions d'agrément suivantes :
  1° être titulaire d'un des diplômes suivants et l'étayer en en introduisant une copie claire ou être titulaire de certificats équivalents à travers une procédure EVC (reconnaissance de compétences acquises) lors de laquelle un établissement compétent à cet effet a formellement confirmé les compétences acquises d'un individu :
  a) licencié ou master en Histoire avec spécialisation " des Mondes anciens " ;
  b) licencié ou master en " Histoire de l'art et Antiquité " avec spécialisation en archéologie ;
  c) licencié ou master en " Sciences de l'art et Archéologie " avec spécialisation et archéologie ;
  d) licencié ou master en Archéologie ;
  e) un diplôme ou certificat qui, par ou en vertu d'une loi, d'un décret, d'un règlement européen ou d'une directive européenne ou d'une convention internationale, a été agréé comme étant équivalent à un des diplômes visés aux points a) à d) inclus, et l'étayer par une reconnaissance d'équivalence d'un diplôme ou certificat étrangers en Flandre ;
  2° avoir reçu une formation en techniques et méthodes de fouille ;
  3° au moment de la demande disposer d'une expérience de fouille archéologique d'au minimum un an pendant les dix ans précédant la date de la demande de désignation ;
  4° disposer de l'infrastructure et des facilités appropriées pour conserver et stocker des découvertes temporairement ;
  5° au cours des cinq dernières années, ne pas avoir été jugé coupable par décision judiciaire ou administrative définitives de participation à une infraction ou à un délit tels que visés au décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, au décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, au décret du 16 avril 1996 relatif à la protection des sites ruraux, au décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, au présent arrêté ou à la législation et matière de patrimoine immobilier d'un Etat membre de l'Union européenne, à étayer par un extrait du casier judiciaire tel que visé à l'article 595 du Code d'instruction criminelle et une déclaration sur l'honneur ;
  6° ne pas être en état de faillite ou avoir obtenu un concordat judiciaire, ni se trouver dans un état similaire à la suite d'une procédure similaire qui s'applique dans le pays où elle est établie ;
  7° ne pas être suspendu, ni avoir fait l'objet au cours de l'année écoulée d'un retrait d'un agrément pour le non respect du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, du présent arrêté ou du code de bonne pratique ;
  8° souscrire à un code de bonne pratique et avoir suivi une formation qui a été organisée par l'agence à ce sujet. ".
Art. 30. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, wordt een artikel 3.5.2/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.5.2/1. Om aangeduid te worden als erkende archeoloog type 2 dient een natuurlijk persoon een aanvraag in bij het agentschap. Hij toont daarbij aan dat hij voldoet aan de volgende erkenningsvoorwaarden:
  1° houder zijn van een van de volgende diploma's en dat staven door een duidelijke kopie ervan in te dienen of houder zijn van gelijkwaardige getuigschriften door een EVC-procedure waarbij een daarvoor bevoegde instelling de verworven competenties van een individu formeel heeft bevestigd:
  a) licentiaat of master in de Geschiedenis met specialisatie "in de Oudste tijden";
  b) licentiaat of master in de "Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde" met specialisatie in de archeologie;
  c) licentiaat of master in de "Kunstwetenschappen en Archeologie" met specialisatie in de archeologie;
  d) licentiaat of master in de Archeologie;
  e) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese verordening of richtlijn of internationale overeenkomst is erkend als gelijkwaardig met een van de diploma's, vermeld in punt a) tot en met d), en dat staven door een gelijkwaardigheidserkenning van een buitenlands diploma of getuigschrift in Vlaanderen;
  2° een opleiding hebben genoten over opgravingstechnieken en -methoden;
  3° de laatste drie jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig zijn bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, te staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord;
  4° niet in staat van faillissement verkeren of een gerechtelijke reorganisatie verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is;
  5° niet geschorst zijn of in het laatste jaar het voorwerp hebben uitgemaakt van een intrekking van een erkenning wegens het niet naleven van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of de code van goede praktijk;
  6° de code van goede praktijk onderschrijven en een opleiding gevolgd hebben die daarover georganiseerd is door het agentschap."
Art. 30. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018, il est inséré un article 3.5.2/1, rédigé comme suit :
  " Art. 3.5.2/1. Pour être désigné comme archéologue agréé de type 2, une personne physique introduit une demande auprès de l'agence. Il démontre dans cette demande qu'il répond aux conditions d'agrément suivantes :
  1° être titulaire d'un des diplômes suivants et l'étayer en en introduisant une copie claire ou être titulaire de certificats équivalents à travers une procédure EVC (reconnaissance de compétences acquises) lors de laquelle un établissement compétent à cet effet a formellement confirmé les compétences acquises d'un individu :
  a) licencié ou master en Histoire avec spécialisation " des Mondes anciens " ;
  b) licencié ou master en " Histoire de l'art et Antiquité " avec spécialisation en archéologie ;
  c) licencié ou master en " Sciences de l'art et Archéologie " avec spécialisation en archéologie ;
  d) licencié ou master en Archéologie ;
  e) un diplôme ou certificat qui, par ou en vertu d'une loi, d'un décret, d'un règlement européen ou d'une directive européenne ou d'une convention internationale, a été agréé comme étant équivalent à un des diplômes visés aux points a) à d) inclus, et l'étayer par une reconnaissance d'équivalence d'un diplôme ou certificat étrangers en Flandre ;
  2° avoir reçu une formation en techniques et méthodes de fouille ;
  3° au cours des cinq dernières années, ne pas avoir été jugée coupable par décision judiciaire ou administrative définitives de participation à une infraction ou d'un délit tels que visés au décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, au décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, au décret du 16 avril 1996 relatif à la protection des sites ruraux, au décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, au présent décret ou à la législation en matière de patrimoine d'un Etat membre de l'Union européenne, à étayer par un extrait du casier judiciaire tel que visé à l'article 595 du Code d'instruction criminelle et une déclaration sur l'honneur ;
  4° ne pas être en état de faillite ou avoir obtenu un concordat judiciaire, ni se trouver dans un état similaire à la suite d'une procédure similaire qui s'applique dans le pays où elle est établie ;
  5° ne pas être suspendu, ni avoir fait l'objet au cours de l'année écoulée d'un retrait d'un agrément pour le non respect du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, du présent arrêté ou du code de bonne pratique ;
  6° souscrire à un code de bonne pratique et avoir suivi une formation qui a été organisée par l'agence à ce sujet. "
Art. 31. Artikel 3.5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.3. Om aangeduid te worden als erkende archeoloog type 1 dient een rechtspersoon een aanvraag in bij het agentschap. Hij toont daarbij aan dat hij voldoet aan de volgende erkenningsvoorwaarden:
  1° opgericht zijn in overeenstemming met de wetgeving van het land waarin hij gevestigd is;
  2° als de persoon een handelaar is, ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister van het land waar hij gevestigd is;
  3° het kwalitatieve onderzoek van het archeologisch erfgoed en de rapportage daarover als een van zijn doelstellingen hebben;
  4° minstens beschikken over één erkende archeoloog type 1, zoals vermeld in artikel 3.5.2 van dit besluit die kan bewijzen dat hij beschikt over een opgravingservaring van minstens drie jaar gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de datum van de aanvraag tot aanduiding als erkende archeoloog;
  5° beschikken over de geschikte infrastructuur en faciliteiten om vondsten tijdelijk te bewaren en tijdelijk op te slaan;
  6° voor de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden: de laatste drie jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig zijn bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, te staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord;
  7° niet in staat van faillissement verkeren of een gerechtelijke reorganisatie verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is;
  8° niet geschorst zijn of in het laatste jaar het voorwerp hebben uitgemaakt van een intrekking van een erkenning wegens het niet naleven van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of de code van goede praktijk.
  Universiteiten die de diploma's, vermeld in artikel 3.5.2, 1° van dit besluit, uitreiken, worden van rechtswege aangeduid als een erkende archeoloog type 1 voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen zoals vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 5 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en van archeologisch onderzoek bij vergunningsplichtige ingrepen in de bodem aan of in beschermde archeologische sites, zoals vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 4 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
  Het agentschap is van rechtswege aangeduid als erkende archeoloog type 1."
Art. 31. L'article 3.5.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3.5.3. Pour être désigné comme archéologue agréé de type 1, une personne physique introduit une demande auprès de l'agence. Il démontre dans cette demande qu'il répond aux conditions d'agrément suivantes :
  1° être créée conformément à la législation du pays dans lequel elle est établie ;
  2° lorsque la personne est un commerçant, être inscrite au registre de commerce ou professionnel du pays où elle est établie ;
  3° avoir la recherche qualitative du patrimoine archéologique et le rapport à ce sujet comme un de ses objectifs ;
  4° disposer d'au moins un archéologue agréé de type 1, tel que visé à l'article 3.5.2 du présent arrêté, qui peut démontrer qu'il dispose d'une expérience en fouilles d'au moins trois ans au cours des dix années précédant la date de la demande de désignation comme archéologue agréé ;
  5° disposer de l'infrastructure et des facilités appropriées pour conserver et stocker des découvertes temporairement ;
  6° pour les administrateurs et les personnes susceptibles d'engager la personne morale : au cours des trois dernières années, ne pas avoir été jugés coupable par décision judiciaire ou administrative définitives de participation à une infraction ou un délit tels que visés au décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, au décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, au décret du 16 avril 1996 relatif à la protection des sites ruraux, au décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, au présent décret ou à la législation en matière de patrimoine d'un Etat membre de l'Union européenne, à étayer par un extrait du casier judiciaire conformément à l'article 595 du Code d'instruction criminelle et une déclaration sur l'honneur ;
  7° ne pas être en état de faillite ou avoir obtenu un concordat judiciaire, ni se trouver dans un état similaire à la suite d'une procédure similaire qui s'applique dans le pays où elle est établie ;
  8° ne pas être suspendu, ni avoir fait l'objet au cours de l'année écoulée d'un retrait d'un agrément pour le non-respect du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, du présent arrêté ou du code de bonne pratique.
  Les universités délivrant les diplômes, tels que visés à l'article 3.5.2, 1° du présent arrêté, sont d'office désignées comme des archéologues agréés de type 1 pour la mise en oeuvre de recherches archéologiques en vue de questionnements scientifiques, tels que visés au chapitre 5, section 5 du décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier et pour la mise en oeuvre de recherches archéologiques dans le cas d'interventions dans le sol soumises à autorisation ou dans des sites archéologiques protégés, telles que visées au chapitre 5, section 4 du décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier.
  L'agence est désignée d'office comme archéologue agréé de type 1. "
Art. 32. Aan hoofdstuk 3, afdeling 5, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 3.5.3/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.5.3/1. Om aangeduid te worden als erkende archeoloog type 2 dient een rechtspersoon een aanvraag tot aanduiding in bij het agentschap en toont daarbij aan dat hij minstens voldoet aan de volgende erkenningsvoorwaarden:
  1° opgericht zijn in overeenstemming met de wetgeving van het land waarin hij gevestigd is;
  2° als de persoon een handelaar is, ingeschreven zijn in het handels- of beroepsregister van het land waar hij gevestigd is;
  3° het kwalitatieve onderzoek van het archeologisch erfgoed en de rapportage daarover als een van zijn doelstellingen hebben;
  4° minstens beschikken over één erkende archeoloog, als vermeld in artikel 3.5.2 of 3.5.2/1 van dit besluit;
  5° voor de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden: de laatste drie jaar niet bij definitieve gerechtelijke of bestuurlijke beslissing schuldig zijn bevonden aan een deelname aan een inbreuk of een misdrijf als vermeld in het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg, het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of erfgoedwetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, te staven aan de hand van een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en een verklaring op erewoord;
  6° niet in staat van faillissement verkeren of een gerechtelijke reorganisatie verkregen hebben, dan wel in een soortgelijke toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure die geldt in het land waar hij gevestigd is;
  7° niet geschorst zijn of in het laatste jaar het voorwerp hebben uitgemaakt van een intrekking van een erkenning wegens het niet naleven van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of de code van goede praktijk.".
Art. 32. Au chapitre 3, section 5, du même arrêté, il est ajouté un article 3.5.3/1, rédigé comme suit :
  " Art. 3.5.3/1. Pour être désignée comme archéologue agréé de type 2, une personne morale introduit une demande de désignation auprès de l'agence et démontre dans la demande qu'elle répond au minimum aux conditions d'agrément suivantes :
  1° être créée conformément à la législation du pays dans lequel elle est établie ;
  2° lorsque la personne est un commerçant, être inscrite au registre de commerce ou professionnel du pays où elle est établie ;
  3° avoir la recherche qualitative du patrimoine archéologique et le rapport à ce sujet comme un de ses objectifs ;
  4° disposer au minimum d'un archéologue agréé, tel que visé à l'article 3.5.2 ou à l'article 3.5.2/1 du présent arrêté ;
  5° pour les administrateurs et les personnes susceptibles d'engager la personne morale : au cours des trois dernières années, ne pas avoir été jugés coupable par décision judiciaire ou administrative définitives de participation à une infraction ou un délit tels que visés au décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux, au décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique, au décret du 16 avril 1996 relatif à la protection des sites ruraux, au décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, au présent décret ou à la législation en matière de patrimoine d'un Etat membre de l'Union européenne, à étayer par un extrait du casier judiciaire conformément à l'article 595 du Code d'instruction criminelle et par une déclaration sur l'honneur ;
  6° ne pas être en état de faillite ou avoir obtenu un concordat judiciaire, ni se trouver dans un état similaire à la suite d'une procédure similaire qui s'applique dans le pays où elle est établie ;
  7° ne pas être suspendu, ni avoir fait l'objet au cours de l'année écoulée d'un retrait d'un agrément pour le non-respect du Décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier, du présent arrêté ou du code de bonne pratique. ".
Art. 33. In artikel 3.5.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste en derde lid worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  2° in het eerste lid worden de woorden "ontvangst van het verzoek" vervangen door de woorden "kennisgeving van het verzoek";
  3° het tweede lid wordt opgeheven;
  4° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt de zin "Het agentschap deelt zijn beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, mee aan de aanvrager per beveiligde zending." vervangen door de zin "Het agentschap deelt zijn beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, schriftelijk mee aan de aanvrager.".
Art. 33. Dans l'article 3.5.5 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier et trois, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  2° à l'alinéa premier, les mots " réception de la demande " sont remplacés par les mots " notification de la demande " ;
  3° l'alinéa deux est abrogé ;
  4° dans l'alinéa quatre existant, qui devient l'article trois, la phrase " L'agence communique sa décision au demandeur, par envoi sécurisé, dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la décision. " est remplacée par la phrase " L'agence communique sa décision au demandeur, par écrit, dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la décision. "
Art. 34. Artikel 3.5.7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.7. Een aanduiding als erkende archeoloog type 1 en 2 is van onbepaalde duur en geldt zolang voldaan wordt aan de toepasselijke erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.5.2, 3.5.2/1, 3.5.3 of 3.5.3/1 en aan de opvolgingsvoorwaarden, vermeld in artikel 3.5.7/1."
Art. 34. L'article 3.5.7 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3.5.7. Une désignation comme archéologue agréé de type 1 et 2 est d'une durée indéterminée et est valable tant qu'il a été satisfait aux conditions d'agrément applicables, visées aux articles 3.5.2, 3.5.2/1, 3.5.3 ou 3.5.3/1 et aux conditions de suivi, telles que visées à l'article 3.5.7/1."
Art. 35. Artikel 3.5.7/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.7/1. In het kader van de opvolging van de aanduiding als erkende archeoloog moet de erkende archeoloog:
  1° wijzigingen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, onmiddellijk schriftelijk melden aan het agentschap;
  2° bij de uitvoering van veldwerk een kopie van zijn legitimatiebewijs van erkende archeoloog kunnen voorleggen;
  3° archeologisch onderzoek uitvoeren overeenkomstig de bepalingen van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit en de code van goede praktijk;
  4° minstens 1 maal per twee jaar een bijscholing gevolgd hebben over de code van goede praktijk, die georganiseerd wordt door het agentschap,;
  5° bij zijn archeologisch onderzoek voldoende toezicht houden op de aspecten van het onderzoek die hij niet zelf uitvoert;
  6° als het een natuurlijk persoon is die aangeduid is als erkende archeoloog type 1, blijven beschikken over een archeologische opgravingservaring van minimaal een jaar gedurende de afgelopen tien jaar;
  7° als het een rechtspersoon is die aangeduid is als erkende archeoloog type 1, blijven beschikken over minstens één erkende archeoloog type 1 die beschikt over een opgravingservaring van minstens drie jaar gedurende de afgelopen tien jaar.".
Art. 35. L'article 3.5.7/1, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 3.5.7/1. Dans le cadre du suivi de la désignation comme archéologue agréé, l'archéologue agréé doit :
  1° communiquer des modifications portant sur les conditions d'agrément à l'agence sans délai ;
  2° lors de l'exécution de travail sur le terrain, toujours pouvoir présenter une copie de sa preuve de légitimation d'archéologue agréé ;
  3° effectuer des recherches archéologiques conformément aux dispositions du Décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier, du présent arrêté et du code de bonne pratique ;
  4° avoir suivi un perfectionnement au sujet du code de bonne pratique, qui est organisé par l'agence, au moins une fois par deux ans ;
  5° exercer, pendant sa recherche archéologique, du contrôle suffisant sur les aspects de la recherche qu'il n'effectue pas lui-même ;
  6° dans le cas d'une personne physique, qui a été désignée comme archéologue agréé de type 1, continuer de disposer d'une expérience en fouilles archéologiques d'au minimum un an acquis au cours des dix années précédentes ;
  7° dans le cas d'une personne morale, qui a été désignée comme archéologue agréé de type 1, continuer de disposer d'au moins un archéologue agréé de type 1 ayant une expérience en fouilles d'au minimum trois ans acquis au cours des dix années précédentes. ".
Art. 36. Aan hoofdstuk 3, afdeling 5 van hetzelfde besluit, wordt een artikel 3.5.7/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3.5.7/2. Een erkende archeoloog type 1 kan het agentschap schriftelijk verzoeken om zijn erkenning aan te passen naar een aanduiding als erkende archeoloog type 2. Het agentschap bevestigt deze wijziging schriftelijk aan de erkende archeoloog binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het verzoek. De erkende archeoloog kan vanaf de dag van de kennisgeving van de schriftelijke bevestiging alleen nog de activiteiten uitvoeren van een erkende archeoloog type 2.".
Art. 36. Au chapitre 3, section 5, du même arrêté, il est ajouté un article 3.5.7/2, rédigé comme suit :
  " Art. 3.5.7/2. Un archéologue agréé de type 1 peut demander à l'agence par écrit de changer son agrément en une désignation comme archéologue agréé de type 2. L'agence confirme cette modification à l'archéologue agréé par écrit dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la réception de la demande. A partir du jour de la notification de la confirmation écrite, les activités de l'archéologue agréé se limitent à celles d'un archéologue agréé de type 2. ".
Art. 37. Artikel 3.5.8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.8. Het agentschap kan op verzoek van de minister, op verzoek van de Commissie of op eigen initiatief een erkende archeoloog evalueren. De evaluatie heeft betrekking op de erkenningsvoorwaarden, de opvolgingsvoorwaarden en de kwaliteit van het archeologisch onderzoek door de erkende archeoloog.
  Het agentschap kan voor de evaluatie het advies van de Commissie inwinnen.
  Het agentschap kan voor de evaluatie alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden, de opvolgingsvoorwaarden en het onderzoek door de erkende archeoloog, of kan de erkende archeoloog vragen om een toelichting te komen geven, of kan de erkende archeoloog bezoeken om de infrastructuur en de faciliteiten om de vondsten te bewaren te controleren.".
Art. 37. L'article 3.5.8 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3.5.8. L'agence peut évaluer un archéologue agréé à la demande du ministre, de la Commission ou de sa propre initiative. L'évaluation se rapporte aux conditions d'agrément, aux conditions de suvi et à la qualité de la recherche archéologique par l'archéologue agréé.
  L'agence peut solliciter l'avis de la Commission dans le cadre de l'évaluation.
  Dans le cadre de l'évaluation, l'agence peut demander tous les documents afférents aux conditions d'agrément, aux conditions de suivi et à la recherche par l'archéologue agréé ou peut demander à l'archéologue agréé de venir donner des éclaircissements ou peut rendre visite à l'archéologue agréé dans le but de contrôler l'infrastructure et les facilités pour conserver les découvertes. ".
Art. 38. Artikel 3.5.9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.9. Het agentschap kan na evaluatie een erkende archeoloog schorsen in elk van de volgende gevallen:
  1° de erkende archeoloog leeft het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, dit besluit of de code van goede praktijk niet na;
  2° de erkende archeoloog houdt onvoldoende toezicht op het archeologisch onderzoek;
  3° de erkende archeoloog voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden;
  4° de erkende archeoloog is bij een vonnis of een arrest veroordeeld voor een misdrijf dat door de aard ervan zijn beroepsethiek als erkende archeoloog aantast;
  5° de erkende archeoloog leeft de voorwaarden voor de opvolging van de aanduiding niet na.
  De schorsingstermijn is 120 dagen en kan door het agentschap ingekort of verlengd worden met maximaal 120 dagen.
  Tijdens een periode van schorsing kan de erkende archeoloog zijn taken ter uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en dit besluit verder uitvoeren, op voorwaarde dat hij acties voorstelt en uitvoert ter remediëring of ter tegemoetkoming aan de erkenningsvoorwaarden en de voorwaarden voor opvolging van de aanduiding.".
Art. 38. L'article 3.5.9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3.5.9. A la suite de l'évaluation, l'agence peut suspendre un archéologue agréé dans chacun des cas suivants :
  1° l'archéologue agréé ne respecte pas le décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier, l'arrêté ou le code de bonne pratique ;
  2° l'archéologue agréé n'exerce pas suffisamment de contrôle sur la recherche archéologique ;
  3° l'archéologue agréé ne satisfait plus aux conditions d'agrément ;
  4° l'archéologue agréé a été condamné par un jugement ou un arrêt pour un délit qui, de par sa nature, nuit à son éthique de la profession d'archéologue agréé ;
  5° l'archéologue agréé ne respecte pas les conditions relatives au suivi de la désignation.
  La période de suspension est de 120 jours et peut être raccourcie ou prolongée par l'agence d'au maximum 120 jours.
  L'archéologue agréé peut continuer à exercer ses tâches en exécution du décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier et du présent arrêté pendant une période de suspension, à condition qu'il propose et met en oeuvre des actions en vue de se mettre en règle avec ou de se conformer aux conditions d'agrément et aux conditions relatives au suivi de la désignation. ".
Art. 39. Artikel 3.5.10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.5.10. § 1. Het agentschap bezorgt de schorsingsbeslissing per beveiligde zending aan de erkende archeoloog. De schorsing treedt in werking vanaf de dag van de kennisgeving.
  De geschorste archeoloog bezorgt binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing tot schorsing, schriftelijk een reactie waarin hij beschrijft welke acties hij heeft ondernomen of onmiddellijk onderneemt om te remediëren of tegemoet te komen aan de erkennings- of opvolgingsvoorwaarden. Het agentschap hoort de erkende archeoloog op zijn verzoek.
  § 2. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de reactie beslist het agentschap om de schorsing op te heffen of te verlengen, of om de aanduiding als erkende archeoloog in te trekken.
  Als het agentschap van oordeel is dat de ondernomen acties volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden en de voorwaarden voor opvolging van de aanduiding, heft het de schorsing op. Als het agentschap van oordeel is dat bijkomende tijd nodig is om de voorgestelde acties uit te voeren, verlengt het agentschap de schorsing overeenkomstig artikel 3.5.9, tweede lid. Het agentschap kan de erkende archeoloog daarbij tijdelijk verbieden om nieuwe opdrachten in uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en dit besluit aan te nemen. Als het agentschap van oordeel is dat de ondernomen of voorgestelde acties niet volstaan om te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden en de voormelde voorwaarden voor opvolging van de aanduiding, trekt het agentschap de aanduiding als erkende archeoloog in. Als de geschorste archeoloog geen reactie heeft bezorgd binnen de termijn bepaald in paragraaf 1, tweede lid, trekt het agentschap de aanduiding als erkende archeoloog onmiddellijk in.
  Het agentschap deelt de beslissing per beveiligde zending binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, mee aan de aanvrager. Als het agentschap nalaat een beslissing te nemen of nalaat de beslissing aan de aanvrager mee te delen binnen de vastgestelde termijn, wordt de schorsing geacht opgeheven te zijn.
  § 3. Als het agentschap de schorsing heeft verlengd, dan voert het na afloop van die termijn een evaluatie uit overeenkomstig artikel 3.5.8. Als het agentschap vaststelt dat de erkende archeoloog de voorgestelde acties ter remediëring of ter tegemoetkoming aan de erkenningsvoorwaarden of opvolgingsvoorwaarden niet heeft uitgevoerd, kan het de aanduiding als erkende archeoloog intrekken.
  Het agentschap deelt de beslissing per beveiligde zending binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, mee aan de aanvrager.
  § 4. Als het agentschap beslist om de aanduiding als erkende archeoloog in te trekken, gaat die intrekking in op de dag van de kennisgeving van de beslissing waarmee de aanduiding als erkende archeoloog wordt ingetrokken.".
Art. 39. L'article 3.5.10 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 3.5.10. § 1er. L'agence transmet la décision de suspension à l'archéologue agréé par envoi sécurisé. La suspension prend cours à partir du jour de la notification.
  L'archéologue suspendu envoit une réaction dans laquelle il décrit les actions qu'il a entreprises ou qu'il entreprend sans délai pour se mettre en règle ou se conformer aux conditions d'agrément ou de suivi dans un délai de soixante jours, qui prend cours le jour après la notification de la décision de suspension. L'agence entend l'archéologue agréé à sa demande.
  § 2. Dans un délai de trante jours, qui prend cours le jour après la réception de la réaction, l'agence décide de lever ou de prolonger la suspension ou de retirer la désignation comme archéologue agréé.
  Si l'agence estime que les actions entreprises suffisent pour répondre aux conditions d'agrément et aux conditions relatives au suivi de la désignation, elle lève la suspension. Si l'agence estime qu'il faut du temps supplémentaire pour mettre en oeuvre les actions proposées, elle prolonge la suspension conformément à l'article 3.5.9, alinéa deux. L'agence peut à titre temporaire interdire à l'archéologue d'accepter de nouvelles tâches en exécution du décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier et du présent arrêté. Si l'agence estime que les actions entreprises ou proposées ne suffisent pas pour répondre aux conditions d'agrément et aux conditions précitées relatives au suivi de la désignation, elle retire la désignation comme archéologue agréé. Lorsque l'archéologue suspendu n'a pas transmis de réaction dans le délai imparti, défini au paragraphe 1er, alinéa deux, l'agence retire la désignation comme archéologue agréé sans délai.
  L'agence communique la décision au demandeur, par envoi sécurisé, dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la décision. Lorsque l'agence néglige de prendre une décision ou néglige de communiquer la décision au demandeur dans le délai imparti, la suspension est censée être levée.
  § 3. Si l'agence a prolongé la suspension, elle procède à une évaluation conformément à l'article 3.5.8 après échéance de ce délai. Si l'agence constate que l'archéologue agréé n'a pas mis en oeuvre les actions proposées pour se mettre en règle avec ou se conformer aux conditions d'agrément ou aux conditions de suivi, elle peut retirer la désignation comme archéologue agréé.
  L'agence communique la décision au demandeur, par envoi sécurisé, dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la décision.
  § 4. Si l'agence décide de retirer la désignation comme archéologue agréé, ce retrait prend cours le jour de la notification de la décision dans laquelle la désignation comme archéologue agréé est retirée. ".
Art. 40. In artikel 3.5.12 van hetzelfde besluit wordt het woord "vijf" vervangen door het woord "tien".
Art. 40. Dans l'article 3.5.12 du même arrêté, le mot " cinq " est remplacé par le mot " dix ".
Art. 41. In artikel 3.5.14, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "per beveiligde zending ingediend" worden vervangen door de woorden "schriftelijk ingediend";
  2° in het tweede lid wordt het woord "vierde" vervangen door het woord "derde";
  3° de woorden "een beroepschrift indienen per beveiligde zending" worden vervangen door de woorden "schriftelijk een beroepschrift indienen".
Art. 41. Dans l'article 3.5.14, alinéa deux, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  2° dans l'alinéa deux, le mot " quatre " est remplacé par le mot " trois " ;
  3° les mots " introduire un acte de recours par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " introduire un acte de recours par écrit ".
Art. 42. In artikel 3.6.3, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "in per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 42. A l'article 3.6.3, alinéa deux, du même arrêté, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit ".
Art. 43. In artikel 3.6.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste, derde en vierde lid worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  2° in het eerste lid worden de woorden "ontvangst van het verzoek" vervangen door de woorden "kennisgeving van het verzoek";
  3° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 43. Dans l'article 3.6.4 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les alinéas premier, trois et quatre, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  2° à l'alinéa premier, les mots " réception de la demande " sont remplacés par les mots " notification de la demande " ;
  3° l'alinéa deux est abrogé.
Art. 44. In artikel 3.6.9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste, tweede en vijfde lid wordt het woord "betekening" vervangen door het woord "kennisgeving";
  2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De geschorste metaaldetectorist bezorgt binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van de schorsingsbeslissing schriftelijk een reactie waarin hij beschrijft welke acties hij heeft ondernomen of onmiddellijk onderneemt ter remediëring of ter verantwoording.".
Art. 44. Dans l'article 3.6.9. du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les alinéas premier, deux et cinq le mot " signification " est remplacé par le mot " notification " ;
  2° l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
  " Le détectoriste de métaux suspendu transmet, par écrit, dans un délai de soixante jours qui prend cours le jour après la notification de la décision de suspension, une réaction dans laquelle il décrit quelles actions en remédiation ou en justification il a entreprises ou entreprendra sans tarder.
Art. 45. In artikel 3.6.12, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "wordt per beveiligde zending" worden vervangen door de woorden "wordt schriftelijk".
  2° in het tweede lid wordt het woord "vierde" vervangen door het woord "derde";
  3° de woorden "indienen per beveiligde zending" worden vervangen door de woorden "schriftelijk indienen";
Art. 45. Dans l'article 3.6.12, alinéa deux, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit ".
  2° dans l'alinéa deux, le mot " quatre " est remplacé par le mot " trois " ;
  3° les mots " introduire par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " introduire par écrit " ;
Art. 46. In artikel 3.7.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste, derde en vierde lid worden de woorden "per beveiligde zending" worden vervangen door het woord "schriftelijk";
  2° in het eerste lid worden de woorden "ontvangst van het verzoek" vervangen door de woorden "kennisgeving van het verzoek";
  3° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 46. Dans l'article 3.7.5 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les alinéas premier, trois et quatre, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  2° à l'alinéa premier, les mots " réception de la demande " sont remplacés par les mots " notification de la demande " ;
  3° l'alinéa deux est abrogé.
Art. 47. In artikel 3.7.11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste en tweede lid wordt het woord "betekening" telkens vervangen door het woord "kennisgeving";
  2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De onroerenderfgoedondernemer bezorgt binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van de schorsingsbeslissing schriftelijk een reactie waarin hij beschrijft welke acties hij heeft ondernomen of onmiddellijk onderneemt om te remediëren of tegemoet te komen aan de toekenningsvoorwaarden.";
  3° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het agentschap deelt zijn beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de beslissing, schriftelijk mee aan de onroerenderfgoedondernemer. De opheffing van de schorsing of de intrekking van het kwaliteitslabel is van kracht vanaf die kennisgeving. Als het agentschap nalaat een beslissing te nemen of nalaat de beslissing mee te delen binnen de vastgestelde termijn, wordt de schorsing geacht opgeheven te zijn.".
Art. 47. Dans l'article 3.7.11 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les alinéas premier et deux, le mot " signification " est chaque fois remplacé par le mot " notification " ;
  2° l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
  L'entrepreneur du patrimoine immobilier transmet, par écrit, dans un délai de soixante jours qui prend cours le jour après la notification de la décision de suspension, une réaction dans laquelle il décrit quelles actions en remédiation ou visant à répondre aux conditions d'octroi il a entreprises ou entreprendra sans tarder. " ;
  3° l'alinéa cinq est remplacé par ce qui suit :
  " L'agence communique sa décision à l'entrepreneur du patrimoine immobilier dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la décision. La levée de la supension ou du retrait du label de qualité prend cours à partir de cette notification. Lorsque l'agence néglige de prendre une décision ou néglige de communiquer la décision dans le délai imparti, la suspension est censée être levée. ".
Art. 48. In artikel 3.7.13, tweede lid, wordt het woord "vierde" vervangen door het woord "derde".
Art. 48. Dans l'article 3.7.13, alinéa deux, le mot " quatre " est remplacé par le mot " trois ".
Art. 49. In hoofdstuk 5, afdeling 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 1. Gebieden waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt en vrijstellingen door erkende onroerenderfgoedgemeenten".
Art. 49. Au chapitre 5, section 4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, l'intitulé de la sous-section 1ère est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 1ère. Zones peu susceptibles de recéler du patrimoine archéologique et dispenses par les communes du patrimoine immobilier agréées ".
Art. 50. In artikel 5.4.1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 wordt het woord "gegeorefereerd" telkens opgeheven.
Art. 50. Dans l'article 5.4.1, alinéa premier du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, le mot " géoréférencé " est chaque fois abrogé.
Art. 51. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, wordt een artikel 5.4.1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5.4.1/1. De erkende onroerenderfgoedgemeente kan in een gemeentelijk reglement in vrijstellingen voorzien zoals vermeld in artikel 5.4.1, derde lid, 9°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Dat gemeentelijk reglement motiveert op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten welke percelen vrijgesteld worden omdat ze met hoge waarschijnlijkheid geen archeologische waarde hebben. Het gemeentelijk reglement bevat ook een plan waarop die percelen nauwkeurig worden aangeduid.
  De erkende onroerenderfgoedgemeente bezorgt aan het agentschap na de goedkeuring door de gemeenteraad:
  1° het gemeentelijk reglement, vermeld in artikel 5.4.1, derde lid, 9°, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  2° een geactualiseerde GIS-laag met een nauwkeurige aanduiding van alle vrijgestelde percelen binnen haar grondgebied.
  Het agentschap maakt de geactualiseerde GIS-laag publiek toegankelijk op zijn website.
  De gemeentelijke vrijstellingen gelden zodra ze publiek toegankelijk gemaakt zijn op een GIS-laag op de website van het agentschap.".
Art. 51. Dans le même arrêté, modifié et dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018, il est inséré un article 5.4.1/1, rédigé comme suit :
  " Art. 5.4.1/1. La commune du patrimoine immobilier agréée peut dans un règlement communal prévoir des dispenses, telles que visées à l'article 5.4.1, alinéa trois, 9° du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. Ce règlement communal motive sur la base d'observations et d'arguments scientifiques les parcelles qui sont dispensées vu qu'elles sont peu susceptibles d'avoir de la valeur archéologique. Le règlement communal contient également un plan sur lequel ces parcelles sont correctement indiquées.
  La commune du patrimoine immobilier agréée transmet à l'agence après l'approbation par le conseil communal :
  1° le règlement communal, tel que visé à l'article 5.4.1, alinéa trois, 9°, du décret du 12 juillet 2013 relatif au patrimoine immobilier ;
  2° une couche GIS mise à jour comprenant une indication exacte de toutes les parcelles dispensées au sein de son territoire.
  L'agence rend la couche GIS mise à jour accessible au public sur son site web.
  Les dispenses communales s'appliquent à partir du moment où elles ont été rendues accessibles sur une couche GIS sur le site web de l'agence. ".
Art. 52. Artikel 5.4.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.4.3. De aanvraag tot toelating bevat, naast de gegevens vermeld in artikel 5.4.6, § 1, derde lid, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, de volgende bijkomende gegevens:
  1° de resultaten van het archeologisch vooronderzoek zonder ingreep in de bodem;
  2° de doelstellingen en de te beantwoorden onderzoeksvragen van het vooronderzoek met ingreep in de bodem;
  3° de plannen, kaarten en foto's die noodzakelijk zijn voor een goed begrip van de aanvraag tot toelating.".
Art. 52. L'article 5.4.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 5.4.3. La demande d'autorisation comprend, outre les données visées dans l'article 5.4.6, § 1er, alinéa trois du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, les données supplémentaires suivantes :
  1° les résultats des recherches archéologiques préliminaires sans intervention dans le sol ;
  2° les objectifs et les questions de recherche à répondre issues des recherches préliminaires avec intervention dans le sol ;
  3° les plans, cartes et photos qui sont nécessaires à la bonne compréhension de la demande d'autorisation.
Art. 53. Artikel 5.4.7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.4.7. Als het agentschap of in voorkomend geval de erkende onroerenderfgoedgemeente geen akte neemt van de archeologienota of er voorwaarden aan koppelt, kan de initiatiefnemer, de door hem daarvoor aangestelde erkende archeoloog of het agentschap een georganiseerd administratief beroep instellen bij de minister volgens de procedure, vermeld in afdeling 6.".
Art. 53. L'article 5.4.7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.4.7. Si l'agence ou, le cas échéant, la commune agréée du patrimoine immobilier ne prend pas acte de la note archéologique ou y associe des conditions, l'initiateur ou l'archéologue agréé qu'il a désigné à cet effet ou l'agence peut introduire un recours administratif organisé auprès du ministre selon la procédure visée à la section 6. "
Art. 54. In hoofdstuk 5, afdeling 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt het opschrift van onderafdeling 4 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 4. Verplichtingen aangestelde erkende archeoloog - Uitvoering archeologienota waarvan akte is genomen".
Art. 54. Au chapitre 5, section 4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, l'intitulé de la sous-section 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 4. Obligations de l'archéologue agréé désigné - Exécution d'une note archéologique dont il a été pris acte ".
Art. 55. Artikel 5.4.10 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.4.10. Als het agentschap of in voorkomend geval de erkende onroerenderfgoedgemeente geen akte neemt van de nota of er voorwaarden aan koppelt, kan de initiatiefnemer, de door hem aangestelde erkende archeoloog of het agentschap een georganiseerd administratief beroep instellen bij de minister volgens de procedure, vermeld in afdeling 6.".
Art. 55. L'article 5.4.10 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.4.10. Si l'agence ou, le cas échéant, la commune agréée du patrimoine immobilier ne prend pas acte de la note ou y associe des conditions, l'initiateur ou l'archéologue agréé qu'il a désigné à effet ou l'agence peut introduire un recours administratif organisé auprès du ministre selon la procédure visée à la section 6. ".
Art. 56. In artikel 5.4.11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt de zin "Als de ingreep in de bodem van de vergunde werken afwijkt van de ingreep in de bodem van de werken, omschreven in de bekrachtigde archeologienota, geldt de bekrachtigde archeologienota niet als toelating voor de maatregelen die erin omschreven zijn." vervangen door de zin "Als de ingreep in de bodem van de vergunde werken afwijkt van de ingreep in de bodem van de werken, omschreven in de archeologienota waarvan akte is genomen, geldt de aktename niet als toelating voor de maatregelen die erin omschreven zijn.".
Art. 56. Dans l'article 5.4.11 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, la phrase " Si l'intervention dans le sol des travaux autorisés dévie de l'intervention dans le sol des travaux, décrite dans la note archéologique ratifiée, la note archéologique ratifiée ne fait pas office d'autorisation pour les mesures décrites dans la note. " est remplacée par la phrase " Si l'intervention dans le sol des travaux autorisés dévie de l'intervention dans le sol des travaux, décrits dans la note archéologique dont il a été pris acte, la prise d'acte ne fait pas office d'autorisation pour les mesures décrites dans la note. "?
Art. 57. In artikel 5.4.13 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, worden de volgende wijzingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "die ze bekrachtigt" vervangen door de woorden "waar ze akte van neemt";
  2° in het tweede lid worden de woorden "die het bekrachtigt" vervangen door de woorden "waar het akte van neemt";
  3° in het derde lid worden de woorden "de bekrachtigde archeologienota of nota" vervangen door de woorden "de archeologienota of nota waarvan akte is genomen".
Art. 57. Dans l'article 5.4.13 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier les mots " qu'elle ratifie " sont remplacés par les mots " dont elle prend acte " ;
  2° dans l'alinéa deux, les mots " qu'elle ratifie " sont remplacés par les mots " dont elle prend acte " ;
  3° dans l'alinéa trois, les mots " la note archéologique ratifiée ou la note " sont remplacés par les mots " la note archéologique ou la note dont il a été pris acte ".
Art. 58. In artikel 5.4.14 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, worden de woorden "binnen zes maanden nadat hij het bezorgd heeft" vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van 180 dagen, die ingaat op de dag na de bezorging van het eindverslag".
Art. 58. Dans l'article 5.4.14 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les mots " dans les six mois après l'avoir transmis " sont remplacés par le membre de phrase " dans un délai de 180 jours, qui prend cours le jour après la remise du rapport final ".
Art. 59. In artikel 5.5.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt de zinsnede ", schriftelijk en met een beveiligde zending aan het agentschap" vervangen door de woorden "via het digitale platform dat het agentschap daarvoor beschikbaar stelt".
Art. 59. Dans l'article 5.5.2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, le membre de phrase " , par écrit et par envoi sécurisé à l'agence " est remplacé par les mots " via la plate-forme numérique que l'agence met à la disposition à cette fin ".
Art. 60. In artikel 5.5.3, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt de zin "Het agentschap bezorgt de gemotiveerde beslissing of de kennisgeving van de stilzwijgende beslissing met een beveiligde zending aan de erkende archeoloog." vervangen door de zin "Het agentschap bezorgt de gemotiveerde beslissing of de kennisgeving van de stilzwijgende beslissing met een beveiligde zending aan de erkende archeoloog of stelt die digitaal ter beschikking via het daarvoor voorziene digitale platform.".
Art. 60. Dans l'article 5.5.3, alinéa trois, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, la phrase " L'agence transmet la décision motivée ou la notification de la décision tacite par envoi sécurisé à l'archéologue agréé. " est remplacée par la phrase " L'agence transmet la décision motivée ou la notification de la décision tacite par envoi sécurisé à l'archéologue agréé ou les rend accessibles sous forme numérique via la plate-forme numérique visée à cette fin. ".
Art. 61. In artikel 5.5.7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, worden de woorden "binnen zes maanden nadat hij het bezorgd heeft" vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van 180 dagen, die ingaat op de dag na de bezorging van het eindverslag".
Art. 61. Dans l'article 5.5.7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les mots " dans les six mois après l'avoir transmis " sont remplacés par le membre de phrase " dans un délai de 180 jours, qui prend cours le jour après la remise du rapport final ".
Art. 62. In artikel 5.6.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Het beroepschrift wordt schriftelijk ingediend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing van het agentschap of, in voorkomend geval, van de erkende onroerenderfgoedgemeente over:
  1° het weigeren van een toelating voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of het koppelen van voorwaarden daaraan;
  2° het niet akte nemen van de archeologienota of het koppelen van voorwaarden daaraan;
  3° het niet akte nemen van de nota of het koppelen van voorwaarden daaraan;
  4° het weigeren van een toelating voor een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een archeologische opgraving met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen of het koppelen van voorwaarden daaraan.".
Art. 62. Dans l'article 5.6.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  L'acte de recours est introduit par envoi sécurisé dans un délai de trente jours qui prend cours le jour après la notification de la décision de l'agence ou, le cas échéant, de la commune agréée de patrimoine immobilier concernant :
  1° le refus d'une autorisation pour des recherches archéologiques préliminaires avec intervention dans le sol ou le fait d'y associer des conditions ;
  2° l'absence de la prise d'acte de la note archéologique ou le fait d'y associer des conditions ;
  3° l'absence de la prise d'acte de la note ou le fait d'y associer des conditions ;
  4° le refus d'une autorisation pour des recherches archéologiques préliminaires avec intervention dans le sol ou des fouilles archéologiques en vue de questionnements scientifiques ou le fait d'y associer des conditions. ".
Art. 63. Artikel 6.3.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.3.1. Als voor de handelingen aan of in beschermde goederen een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden, een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een gedeelde inrichting of activiteit, een vergunning, toelating, machtiging, ontheffing of afwijking overeenkomstig de bepalingen van het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vereist is, wordt de aanvraag van een toelating ingediend en behandeld volgens de procedure vermeld in artikel 6.4.4, § 2 en § 3, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
  Als voor de handelingen aan of in beschermde goederen geen omgevingsvergunning, geen vergunning, geen toelating, geen machtiging, geen ontheffing of geen afwijking zoals vermeld in het eerste lid vereist is, wordt de aanvraag van een toelating voor handelingen aan of in beschermde monumenten, beschermde cultuurhistorische landschappen of beschermde archeologische sites ingediend en behandeld volgens de procedure vermeld in artikel 6.3.2 tot en met 6.3.11 van dit besluit.".
Art. 63. L'article 6.3.1 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.3.1. Lorsque, pour les actes à ou dans des biens protégés, un permis d'environnement pour actes urbanistiques ou pour le lotissement de terrains, un permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement ou d'une activité classifiés, une autorisation, un mandat, une exemption ou une dérogation sont requis conformément au Décret forestier du 13 juin 1990, au décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ou au décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, la demande d'une autorisation est introduite et traitée conformément à la procédure visée à l'article 6.4.4, § 2 et § 3 du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
  Lorsque les actes à ou dans des biens protégés sont dispensés d'un permis d'environnement, d'une autorisation, d'un mandat, d'une exemption ou d'une dérogation, tels que visés à l'alinéa premier, la demande d'une autorisation pour des actes à ou dans des monuments protégés, des paysages historico-culturels protégés ou des sites archéologiques protégés est introduite et traitée selon la procédure visée aux articles 6.3.2 à 6.3.11 du présent arrêté. ".
Art. 64. In artikel 6.3.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en van 16 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De aanvraag van een toelating voor handelingen aan of in beschermde goederen zoals vermeld in artikel 6.3.1, tweede lid, wordt schriftelijk ingediend bij het agentschap of, in voorkomend geval, bij het college van burgemeester en schepenen van de erkende onroerenderfgoedgemeente waar het beschermde goed ligt.";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de aanvraag, vermeld in het eerste lid, betrekking heeft op handelingen aan of in beschermde goederen op percelen die op het grondgebied van verschillende gemeenten liggen, dient de aanvrager die in bij het agentschap.".
Art. 64. A l'article 6.3.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 novembre 2015 et 16 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
  " La demande d'une autorisation pour des actes à ou dans des biens protégés, telle que visée à l'article 6.3.1, alinéa deux, est introduite par écrit auprès de l'agence ou, le cas échéant, auprès du collège des bourgmestre et échevins de la commune du patrimoine immobilier agréée sur le territoire de laquelle le bien protégé est situé. " ;
  2° entre les alinéas premier et deux, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Si la demande, telle que visée à l'alinéa premier, se rapporte à des actes à ou dans des biens protégés situés sur des parcelles chevauchant plusieurs communes, le demandeur l'introduit auprès de l'agence. ".
Art. 65. In artikel 6.3.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° het agentschap of, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen van de erkende onroerenderfgoedgemeente brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing tot toelating;".
Art. 65. A l'article 6.3.6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° l'agence ou, le cas échéant, le collège des bourgmestre et échevins de la commune du patrimoine immobilier agréée informe le demandeur par écrit de la décision explicite ou tacite d'autorisation.
Art. 66. In artikel 6.3.8 en 6.3.14 van hetzelfde besluit wordt het woord "vijftien" telkens vervangen door het woord "dertig".
Art. 66. Aux articles 6.3.8 et 6.3.14 du même arrêté, le mot " quinze " est chaque fois remplacé par le mot " trente ".
Art. 67. In artikel 6.3.9 van hetzelfde besluit wordt het woord "provinciale" vervangen door het woord "decentrale".
Art. 67. Dans l'article 6.3.9 du même arrêté, le mot " provinciaux " est remplacé par le mot " décentraux ".
Art. 68. In artikel 6.3.12, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, worden de woorden "per beveiligde zending bij" vervangen door de woorden "schriftelijk bij".
Art. 68. Dans l'article 6.3.12, alinéa premier, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit ".
Art. 69. In artikel 6.3.16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het beroepschrift wordt schriftelijk ingediend bij de minister."
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het beroepschrift bestaat minstens uit een gemotiveerd verzoekschrift en bevat de volgende gegevens:
  1° de datum en het referentienummer van de bestreden beslissing;
  2° de datum van aanplakking of de datum van ontvangst van het afschrift van de bestreden beslissing of de mededeling zoals vermeld in artikel 6.3.14.".
Art. 69. Dans l'article 6.3.16 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
  " Le recours est introduit auprès du ministre par écrit. "
  2° L'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " L'acte de recours comprend au moins une requête motivée et contient les données suivantes :
  1° la date et le numéro de référence de la décision contestée ;
  2° la date de l'affichage ou la date de réception de la copie de la décision contestée ou de la communication, visées dans l'article 6.3.14 ".
Art. 70. In artikel 6.3.20, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "betekening" wordt vervangen door het woord "ontvangst";
  2° een lid wordt ingevoegd tussen het tweede en het derde lid, dat luidt als volgt:
  "In voorkomend geval, wordt de termijn vermeld in het eerste lid geschorst gedurende de termijn bepaald in artikel 6.3.18, tweede lid waarbinnen de beroepsindiener ontbrekende gegevens of documenten moet indienen.".
Art. 70. Dans l'article 6.3.20, alinéa premier, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot " signification " est remplacé par le mot " réception " ;
  2° il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
  " Le cas échéant, le délai, visé à l'alinéa premier est suspendu pendant le délai, tel que visé à l'article 6.3.18, alinéa deux, endéans lequel l'auteur du recours doit introduire des données ou documents manquants. ".
Art. 71. In artikel 6.4.1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk" en wordt het woord "provinciale" vervangen door het woord "decentrale".
Art. 71. Dans l'article 6.4.1, alinéa premier, du même arrêté, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par le mot " par écrit " et le mot " provinciaux " est remplacé par le mot " décentraux ".
Art. 72. In artikel 7.1.1 van hetzelfde besluit worden de woorden "Vlaamse Regering" vervangen door het woord "minister".
Art. 72. Dans l'article 7.1.1 du même arrêté, les mots " Gouvernement flamand " sont remplacés par le mot " Ministre ".
Art. 73. Artikel 8.1.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8.1.1. Een beheersplan kan een zelfstandig onderdeel van een onroerend erfgoed of erfgoedlandschap betreffen.
  Een of meer zakelijkrechthouders of gebruikers kunnen een beheersplan laten indienen door een gevolmachtigde."
Art. 73. L'article 8.1.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8.1.1. Un plan de gestion peut avoir trait à une partie autonome d'un patrimoine immobilier ou d'un paysage patrimonial.
  Un ou plusieurs titulaires du droit réel ou utilisateurs peuvent faire introduire un plan de gestion par un mandataire. "
Art. 74. Artikel 8.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en 16 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8.1.4 § 1. Het beheersplan beoogt een betekenisvolle meerwaarde voor het onroerend erfgoed of het erfgoedlandschap of voor een zelfstandig onderdeel ervan en bevat ten minste de volgende elementen:
  1° de identificatie en het kadasterplan met de afbakening van het onroerend erfgoed of erfgoedlandschap of het zelfstandig onderdeel ervan, waarvoor het beheersplan wordt opgesteld;
  2° een historische nota, die op basis van geschreven of iconografische bronnen en van archeologische of natuurwetenschappelijke bevindingen of sporen een helder inzicht geeft in de totstandkoming en ontwikkeling van de afgebakende locatie tot de huidige toestand;
  3° een inventarisatie van de erfgoedelementen binnen de afbakening en een toestandsrapport. De huidige toestand wordt geïllustreerd met recente plannen en foto's die een duidelijk beeld geven van de afgebakende locatie;
  4° de situering en de beschrijving van de erfgoedwaarden en de juridische toestand van de afgebakende locatie, waarop het beheersplan betrekking heeft;
  5° een onderbouwde visie, gebaseerd op de elementen vermeld in punt 1° tot en met 4°, op het beheer van de afgebakende locatie en de beheersdoelstellingen die eruit voortvloeien. Als de afgebakende locatie naast een beschermd stads- en dorpsgezicht, beschermd cultuurhistorisch landschap, erfgoedlandschap of een beschermde archeologische site ook afzonderlijk beschermde monumenten omvat en als het beheer daarvan impact heeft op het grotere beschermde geheel, dan moet het beheersplan ook een visie op het beheer van die beschermde monumenten bevatten ;
  6° de opsomming en verantwoording van de concrete richtlijnen, eenmalige en terugkerende maatregelen en werkzaamheden die nodig zijn om de beoogde beheersdoelstellingen te bereiken;
  7° een voorstel over hoe gerapporteerd wordt over de uitvoering van de richtlijnen, de maatregelen en de werkzaamheden, vermeld in punt 6° en over de realisatie van de beheersdoelstellingen, vermeld in punt 5°. Het voorstel houdt rekening met de rapportageverplichting, vermeld in artikel 8.1.8;
  8° in voorkomend geval een identificatie van het ZEN-erfgoed;
  9° in voorkomend geval een opsomming van de handelingen aan of in beschermde goederen die vrijgesteld zijn van toelating of melding;
  10° als het beheersplan betrekking heeft op verschillende zakelijkrechthouders of gebruikers, een overzicht van hoe de participatie en communicatie over de opmaak van het beheersplan is verlopen.
  De visie op het beheer, de beheersdoelstellingen en de richtlijnen, de maatregelen en de werkzaamheden is in voorkomend geval in overeenstemming met de geldende wet-, decreet- en regelgeving.
  § 2. In voorkomend geval wordt in een afzonderlijk onderdeel van het beheersplan nader ingegaan op het concrete beheer en de optimalisatie van de locatie als open erfgoed overeenkomstig de voorwaarden vermeld in artikel 8.4.1. Als de locatie nog tot open erfgoed moet worden ontwikkeld, wordt dat afzonderlijk onderdeel uitgebreid met een duidelijk ontwikkelingstraject in functie van een erkenning als open erfgoed, waaruit blijkt dat na dat traject de locatie zal voldoen aan de erkenningsvoorwaarden vermeld in artikel 8.4.1.
  Het beheersplan vermeldt in voorkomend geval de ingrepen die worden voorzien voor de verbeterde inhoudelijke of fysieke ontsluiting van het goed.
  Als het aangewezen is om af te wijken van de openstellingsvoorwaarden, vermeld in artikel 11.2.11, § 1, 3°, wordt in dat onderdeel van het beheersplan een motivatie daarvoor opgenomen.".
Art. 74. L'article 8.1.4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 décembre 2015 et 16 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8.1.4. § 1er. Le plan de gestion vise une plus-value significative pour le patrimoine immobilier ou le paysage patrimonial ou pour une partie qui constitue un ensemble à part, et comprend au moins les éléments suivants :
  1° l'identification et le plan cadastral avec la délimitation du patrimoine immobilier ou paysage patrimonial ou de la partie qui constitue un ensemble à part, pour lequel/laquelle le plan de gestion est établi ;
  2° une note historique qui, sur la base de sources écrites ou iconographiques et de constatations ou traces archéologiques ou du domaine des sciences naturelles, donne une intelligence claire de la réalisation et du développement de l'endroit délimité jusqu'à son état actuel ;
  3° un inventaire des éléments patrimoniaux au sein de la délimitation et un rapport de l'état des lieux. L'état actuel est illustré au moyen de plans et de photos récents qui donnent une image claire de l'endroit délimité ;
  4° la situation et la description des valeurs patrimoniales et l'état juridique de l'endroit délimité auquel le plan de gestion se rapporte ;
  5° une vision étayée, basée sur les éléments tels que visés aux points 1° à 4° inclus et sur la gestion de l'endroit délimité et sur les objectifs de gestion qui en découlent. Si l'endroit délimité comprend, outre un site urbain et rural protégés, un paysage historico-culturel protégé, un paysage patrimonial ou un site archéologique protégé, des monuments distincts protégés et si la gestion de ceux-ci a un impact sur l'ensemble protégé plus large, le plan de gestion doit également contenir une vision sur la gestion de ces monuments ;
  6° l'énumération et la justification des directives concrètes, mesures uniques et périodiques et travaux qui sont nécessaires pour atteindre les objectifs en matière de gestion visés ;
  7° une proposition relative aux modalités selon lesquelles des comptes sont rendus sur l'exécution des directives, des mesures et des travaux, visés au point 6° et sur la réalisation des objectifs en matière de gestion, visés au point 5°. La proposition tient compte de l'obligation de rapportage, visée à l'article 8.1.8 ;
  8° le cas échéant, une proposition pour le patrimoine ZEN ;
  9° le cas échéant, une énumération des actes aux ou dans les biens protégés qui sont exemptés d'autorisation ou de notification ;
  10° lorsque le plan de gestion a trait à plusieurs détenteurs ou usagers d'un droit réel, un aperçu de la façon dont la participation et la communication sur l'établissement du plan de gestion se sont déroulées.
  La vision concernant la gestion, les objectifs en matière de gestion et les directives, les mesures et les travaux doit, le cas échéant, être conforme à la législation, aux décrets et à la réglementation et vigueur.
  § 2. Le cas échéant, une partie distincte du plan de gestion démontre que gestion concrète et l'optimisation de l'endroit en tant que patrimoine ouvert s'effectuent conformément aux conditions, telles que visées à l'article 8.4.1. Si l'endroit doit encore être développé comme patrimoine ouvert, la partie distincte concernée est élargie d'une trajectoire de développement claire en fonction d'un agrément comme patrimoine ouvert, dont il ressort qu'à la suite de la trajectoire, l'endroit répondra aux conditions d'agrément, visées à l'article 8.4.1.
  Le plan de gestion mentionne, le cas échéant, les interventions qui sont prévues pour améliorer l'accessibilité du bien sur le plan du contenu ou sur le plan physique.
  S'il est indiqué de déroger aux conditions d'ouverture, visées à l'article 11.2.11, § 1er, 3°, cette partie du plan de gestion reprend une motivation à cet effet. " .
Art. 75. In artikel 8.1.5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, worden de woorden "in twee papieren exemplaren en digitaal" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 75. Dans l'article 8.1.5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, les mots " en deux exemplaires en papier et par voie numérique " sont remplacés par le mot " par écrit ".
Art. 76. Artikel 8.1.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8.1.6. § 1. Als er binnen de afbakening, vermeld in artikel 8.1.4, § 1, eerste lid, 1°, zones voorkomen met habitats die beschermd zijn met toepassing van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, of als het onroerend erfgoed of erfgoedlandschap geheel of gedeeltelijk ligt in het Vlaams Ecologisch Netwerk of een speciale beschermingszone met toepassing van het voormelde decreet, vraagt het agentschap voorafgaand aan de beslissing over de goedkeuring van het beheersplan een advies aan het Agentschap voor Natuur en Bos over de voorgestelde beheersdoelstellingen en de richtlijnen, de maatregelen en de werkzaamheden. Dat advies wordt verleend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de adviesaanvraag. Als die termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  § 2. Het agentschap beslist over de goedkeuring van het beheersplan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag van ontvangst van het beheersplan. Het agentschap brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing.
  Het agentschap kan in de beslissing tot goedkeuring voorwaarden opleggen voor de uitvoering en de opvolging van het beheersplan. Het agentschap kan in de beslissing tot goedkeuring het onroerend erfgoed of een zelfstandig onderdeel ervan erkennen als ZEN-erfgoed.
  Als het beheersplan een opsomming bevat van werken die vrijgesteld zijn van een melding of een toelating, een identificatie van ZEN-erfgoed of een ontwikkelingstraject tot open erfgoed, wordt ook de beslissing daarover meegedeeld.
  Als het beheersplan onvolledig is bevonden, of het duurzame behoud en beheer van erfgoedwaarden onvoldoende garandeert, meldt het agentschap om welke redenen en in welke zin het beheersplan moet worden aangepast om voor goedkeuring in aanmerking te komen.
  § 3. Een aangepast beheersplan kan ingediend worden bij het agentschap binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de melding vermeld in paragraaf 2, vierde lid. Het aangepaste beheersplan moet tegemoet komen aan de voorgestelde wijzigingen, vermeld in paragraaf 2, vierde lid. Het beheersplan kan bovendien alleen worden aangepast met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen.
  Als het aangepaste beheersplan tegemoetkomt aan de voorgestelde wijzigingen, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, beslist het agentschap tot de goedkeuring van het beheersplan. Als het aangepaste beheersplan niet tegemoet komt aan de voorgestelde wijzigingen, vermeld in paragraaf 2, vierde lid, of als er binnen de termijn van negentig dagen, vermeld in het eerste lid, geen aangepast beheersplan is ingediend, keurt het agentschap het beheersplan af. Het agentschap beslist binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het aangepaste beheersplan.
  Het agentschap brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing tot goedkeuring of afkeuring. Het agentschap ontsluit het goedgekeurde beheersplan op zijn website.
  § 4. Het agentschap brengt ook de gemeenten of intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten op het grondgebied waarvan het onroerend erfgoed of erfgoedlandschap, of het zelfstandig onderdeel ervan, ligt, schriftelijk op de hoogte van de beslissing tot goedkeuring of tot afkeuring. Het agentschap brengt ook het Agentschap voor Natuur en Bos schriftelijk op de hoogte van die beslissing, als er advies is verleend met toepassing van paragraaf 1.".
Art. 76. L'article 8.1.6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8.1.6. § 1er. Lorsque, dans la délimitation visée à l'article 8.1.4, § 1er, alinéa premier, 1°, il y a des zones avec des habitats qui sont protégés en application du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, ou lorsque le patrimoine immobilier ou le paysage patrimonial se situent en entier ou en partie dans le Réseau écologique flamand ou dans une zone de protection spéciale en application du décret précité, l'agence demande un avis à l' " Agentschap voor Natuur en Bos " concernant les objectifs de gestion proposés et les directives, les mesures et les travaux. Cet avis est rendu dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la réception de la demande d'avis. Lorsque ce délai est dépassé, l'exigence d'avis peut être ignorée.
  § 2. L'agence décide de l'approbation du plan de gestion dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour de la réception du plan de gestion. L'agence informe le demandeur de sa décision par écrit.
  Dans la décision d'approbation, l'agence peut imposer des conditions pour l'exécution et le suivi du plan de gestion. L'agence peut dans sa décision d'approbation agréer le patrimoine immobilier ou une partie distincte de celui-ci comme patrimoine ZEN.
  Si le plan de gestion contient une énumération de travaux qui sont exemptés d'une notification ou d'une autorisation, une identification de patrimoine ZEN ou une trajectoire de développement en vue de la réalisation du patrimoine ouvert, la décision y afférente est également communiquée.
  Lorsque le plan de gestion est jugé incomplet, ou garantit insuffisamment la conservation et gestion durables de valeurs patrimoniales, l'agence notifie pour quelles raisons et dans quel sens le plan de gestion doit être adapté afin d'être éligible à l'approbation.
  § 3. Un plan de gestion adapté peut être introduit auprès de l'agence dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour après la réception de la notification visée au paragraphe 2, alinéa quatre. Le plan de gestion adapté doit répondre aux modifications proposées, visées au paragraphe 2, alinéa quatre. Le plan de gestion ne peut en plus être ajusté que par rapport aux modifications proposées.
  Si le plan de gestion ajusté répond aux modifications proposées, visées au paragraphe 2, alinéa quatre, l'agence décide d'approuver le plan de gestion. Lorsque le plan de gestion adapté ne répond pas aux modifications proposées, visées au paragraphe 2, alinéa quatre, ou lorsque, dans le délai de nonante jours, visé à l'alinéa premier, aucun plan de gestion adapté n'a été introduit, l'agence désapprouve le plan de gestion. L'agence décide dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après la réception du plan de gestion adapté.
  L'agence informe le demandeur de la décision d'approbation ou de désapprobation par écrit. L'agence met le plan de gestion approuvé à la disposition sur son site web.
  § 4. L'agence met également au courant les communes ou les services du patrimoine immobilier intercommunaux sur le territoire desquel(le)s se situent le patrimoine immobilier ou le paysage patrimonial, ou la partie qui constitue une entité à part, de la décision d'approbation ou de désapprobation, par écrit. L'agence met également au courant l' " Agentschap voor Natuur en Bos " de cette décision, lorsqu'un avis est rendu en application du paragraphe 1er. ".
Art. 77. In artikel 8.1.7 van hetzelfde besluit wordt het woord "twintig" vervangen door het woord "24".
Art. 77. Dans l'article 8.1.7 du même arrêté, le mot " vingt " est remplacé par le mot " vingt-quatre ".
Art. 78. Artikel 8.1.8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8.1.8. § 1. De zakelijkrechthouder, de gebruiker of zijn gevolmachtigde volgt de uitvoering van het beheersplan op en rapporteert daarover om de zes jaar, te rekenen vanaf de datum van de goedkeuring van het beheersplan, schriftelijk aan het agentschap. Het rapport bevat minstens een onderhoudslogboek.
  § 2. Het agentschap evalueert de uitvoering van het beheersplan op basis van het rapport, vermeld in paragraaf 1. Als uit de evaluatie blijkt dat de beheersmaatregelen die zijn opgenomen in het goedgekeurde beheersplan onvoldoende uitgevoerd zijn of niet geschikt zijn om de beheersdoelstellingen te halen, neemt het agentschap een beslissing daarover binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het rapport. In de beslissing wordt vermeld om welke redenen en in welke zin het beheer moet worden aangepast.
  Het agentschap brengt de zakelijkrechthouder, de gebruiker of zijn gevolmachtigde schriftelijk op de hoogte van de beslissing.
  Het agentschap brengt ook de gemeenten of intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten op het grondgebied waarvan het onroerend erfgoed, erfgoedlandschap of een zelfstandig onderdeel daarvan ligt, schriftelijk op de hoogte van die beslissing.".
Art. 78. L'article 8.1.8 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8.1.8. § 1er. Le titulaire du droit réel, l'utilisateur ou son mandataire suit l'exécution du plan de gestion et établit à l'attention de l'agence un rapport écrit sexennal y afférent, à partir de la date de l'approbation du plan de gestion. Le rapport contient au minimum un compte rendu d'entretien.
  § 2. L'agence évalue l'exécution du plan de gestion sur la base du rapport, tel que visé au paragraphe 1er. Lorsqu'il ressort de l'évaluation que les mesures de gestion qui sont reprises dans le plan de gestion approuvé sont insuffisamment exécutées ou ne sont pas aptes à atteindre les objectifs de gestion, l'agence prend une décision à ce sujet dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour après la réception du rapport. La décision mentionne les raisons pour lesquelles et le sens dans lequel la gestion doit être adaptée.
  L'agence informe le titulaire du droit réel, l'utilisateur ou son mandataire de la décision par écrit.
  L'agence informe également les communes ou les services du patrimoine immobilier intercommunaux sur le territoire desquels se situent le patrimoine immobilier, le paysage patrimonial ou une partie distincte de ceux-ci de cette décision. ".
Art. 79. In artikel 8.1.9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de identificatie van het onroerend goed of erfgoedlandschap of het zelfstandige onderdeel ervan waarvoor het beheersplan moet worden aangepast;";
  2° in het vierde lid, worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. 79. Dans l'article 8.1.9 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le deuxième alinéa, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° l'identification du bien immobilier ou paysage patrimonial ou de la partie qui constitue une entité à part, pour lequel/laquelle le plan de gestion doit être adapté ; " ;
  2° à l'alinéa quatre, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° l'alinéa cinq est abrogé.
Art. 80. In artikel 8.1.10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Een beroepschrift wordt schriftelijk ingediend binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift bestaat minstens uit een gemotiveerd verzoekschrift met vermelding van de datum en het referentienummer van de bestreden beslissing.";
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° het bestaande vijfde lid, dat het vierde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "De minister neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het beroepschrift. De beslissing wordt schriftelijk bezorgd aan de indiener van het beroep.".
Art. 80. Dans l'article 8.1.10 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Un acte de recours est introduit par écrit dans un délai de trente jours qui prend cours le jour après la notification de la décision. " L'acte de recours comprend au moins une requête motivée avec mention de la date et du numéro de référence de la décision contestée. " ;
  2° l'alinéa trois est abrogé ;
  3° l'alinéa cinq existant, qui devient l'alinéa quatre, est remplacé par ce qui suit :
  Le Ministre prend une décision concernant le recours dans un délai de soixante jours, qui prend cours le jour après la réception de l'acte de recours. La décision est envoyée à l'auteur du recours par écrit. ".
Art. 81. In artikel 8.2.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de identificatie van het onroerend erfgoed, erfgoedlandschap of het zelfstandig onderdeel ervan waarvoor de beheerscommissie wordt opgericht;";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. Het agentschap beslist binnen een termijn van negentig dagen die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag tot oprichting van een beheerscommissie en deelt de beslissing daarover schriftelijk mee aan de aanvrager. Het agentschap deelt, na overleg met de aanvrager, op dat moment ook mee welke relevante bijkomende partijen vertegenwoordigd moeten zijn in een beheerscommissie, naast de partijen, vermeld in paragraaf 5."
Art. 81. Dans l'article 8.2.1 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° l'identification du patrimoine immobilier, du paysage patrimonial ou de la partie autonome de ceux-ci, pour lequel/laquelle la commission de gestion est créée ; " ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. L'agence décide, dans un délai de nonante jours qui prend cours le jour après la réception de la demande de création d'une commission de gestion et communique la décision à ce sujet au demandeur par écrit. L'agence communique, après concertation avec le demandeur, à ce moment également quelles parties pertinentes, supplémentaires, doivent être représentées dans une commission de gestion, outre les parties visées au paragraphe 5. "
Art. 82. In artikel 8.3.1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, worden de woorden "deel ervan dat een opzichzelfstaand geheel vormt" vervangen door de woorden "zelfstandig onderdeel ervan".
Art. 82. Dans l'article 8.3.1, alinéa premier, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, les mots " une partie qui constitue un ensemble à part " sont remplacés par les mots " une partie autonome de ceux-ci ".
Art. 83. In artikel 8.3.2, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, worden de woorden "deel ervan dat een op-zichzelf-staand geheel vormt" vervangen door de woorden "zelfstandig onderdeel ervan".
Art. 83. Dans l'article 8.3.2, alinéa deux, 1° du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, les mots " de la partie qui constitue un ensemble à part " sont remplacés par les mots " de la partie autonome de ceux-ci ".
Art. 84. In artikel 8.3.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste en derde lid wordt het woord "kalenderdagen" telkens vervangen door het woord "dagen";
  2° in het eerste en derde lid worden de woorden "met een beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° in het derde lid worden de woorden "na de volledigheidsverklaring" vervangen door de woorden "die ingaat op de dag na de kennisgeving van de volledigheidsverklaring".
Art. 84. Dans l'article 8.3.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les alinéas premier et trois les mots " jours calendaires " sont chaque fois remplacés par le mot " jour " ;
  2° dans les alinéas premier et trois les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° dans l'alinéa trois les mots " après la déclaration de complétude " sont remplacés par les mots " qui prend cours le jour après la notification de la déclaration de complétude ".
Art. 85. In artikel 8.3.4, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, wordt de zinsnede " § 1, eerste en tweede lid," opgeheven.
Art. 85. Dans l'article 8.3.4, alinéa premier, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, le membre de phrase " § 1er, alinéas 1er et 2, " sont abrogés.
Art. 86. In artikel 8.3.5, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, worden de woorden "in vier papieren exemplaren en een digitaal exemplaar" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 86. Dans l'article 8.3.5, alinéa deux, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, les mots " en quatre exemplaires papier et un exemplaire numérique " sont remplacés par les mots " par écrit ".
Art. 87. In artikel 8.3.6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, paragraaf 2, eerste en derde lid, 3°, paragraaf 3, tweede lid, paragraaf 4, eerste en vierde lid, paragraaf 5 en paragraaf 7, derde en vierde lid, wordt het woord "kalenderdagen" telkens vervangen door het woord "dagen";
  2° in paragraaf 1, paragraaf 6 en paragraaf 7, tweede en vierde lid, worden de woorden "met een beveiligde zending" telkens vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° in paragraaf 5 wordt de zin "Als er geen beslissing wordt genomen binnen de daarvoor uitgetrokken termijn, wordt ervan uitgegaan dat het ontwerp van geïntegreerd beheersplan afgekeurd is." opgeheven;
  4° in paragraaf 7, derde lid, worden de woorden "na ontvangst van de melding" vervangen door de woorden "na de kennisgeving van de beslissing".
Art. 87. Dans l'article 8.3.6 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, au paragraphe 2, alinéas premier et trois, 3°, au paragraphe 3, alinéa deux, au paragraphe 4, alinéas premier et quatre, aux paragraphe 5 et au paragraphe 7, alinéas trois et quatre, les mots " jours calendaires " sont chaque fois remplacés par le mot " jours " ;
  2° au paragraphe 1er, au paragraphe 6 et au paragraphe 7, alinéas deux et quatre, les mots " par envoi sécurisé " sont chaque fois remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° au paragraphe 5, la phrase " A défaut de décision dans le délai prévu, le projet de plan de gestion intégré est censé être désapprouvé. " est abrogé ;
  4° au paragraphe 7, alinéa trois, les mots " après la réception de la notification " sont remplacés par les mots " après notification de la décision ".
Art. 88. Artikel 8.3.8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8.3.8. De zakelijkrechthouder, de gebruiker of hun gevolmachtigde volgt de uitvoering van het geïntegreerde beheersplan op en rapporteert daarover om de zes jaar aan het behandelende agentschap, te rekenen vanaf de datum van de goedkeuring van het geïntegreerde beheersplan. Het rapport bevat minstens een onderhoudslogboek.
  Te rekenen vanaf de datum van de goedkeuring van het geïntegreerde beheersplan voor een terrein van type twee, type drie of type vier, als vermeld in artikel 16ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, evalueert het Agentschap voor Natuur en Bos de uitvoering van het geïntegreerde beheersplan om de zes jaar, op basis van het rapport, vermeld in het eerste lid.
  Als uit de evaluatie blijkt dat de beheersmaatregelen die in het goedgekeurde beheersplan zijn opgenomen, onvoldoende uitgevoerd zijn of niet geschikt zijn om de beheersdoelstellingen te halen, nemen het agentschap en het Agentschap voor Natuur en Bos daarover samen een beslissing binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de dag na de ontvangst van het rapport.
  Het behandelende agentschap brengt de zakelijkrechthouder, de gebruiker of hun gevolmachtigde schriftelijk op de hoogte van de beslissing, vermeld in het derde lid, met de vermelding van de redenen waarom en de manier waarop het beheer moet worden aangepast.
  Het behandelende agentschap brengt ook de gemeente of gemeenten waarin het onroerend goed ligt en/of de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst of -diensten van die gemeente of gemeenten, op de hoogte van die beslissing.".
Art. 88. L'article 8.3.8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8.3.8. Le titulaire du droit réel, l'utilisateur ou leur mandataire est chargé du suivi du plan de gestion intégré et en rend des comptes à l'agence traitante tous les six ans, à compter de la date de l'approbation du plan de gestion intégré. Le rapport contient au minimum un compte rendu d'entretien.
  A compter de la date d'approbation du plan de gestion intégré pour un terrain du type 2, 3 ou 4, tel que visé à l'article 16ter, § 1er, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel, l' " Agentschap voor Natuur en Bos " évalue la mise en oeuvre du plan de gestion intégré, sur la base du compte-rendu, visé à l'alinéa premier, tous les six ans.
  Lorsqu'il ressort de l'évaluation que les mesures de gestion qui sont reprises dans le plan de gestion approuvé sont insuffisamment exécutées ou ne sont pas aptes à atteindre les objectifs de gestion, l'agence et l'" Agentschap voor Natuur en Bos " prennent conjointement une décision à ce sujet dans un délai de soixante jours, qui prend cours le jour après la réception du rapport.
  L'agence traitante informe le titulaire du droit réel, l'utilisateur ou leur mandataire par écrit de la décision, visée à l'alinéa trois, avec mention des raisons pour lesquelles et les modalités selon lesquelles la gestion doit être adaptée.
  L'agence traitante informe également la commune ou les communes dans lesquelles se situe le bien immobilier, et/ou le(s) service(s) intercommunal/intercommunaux du patrimoine immobilier de cette commune ou de ces communes, de la décision. ".
Art. 89. In artikel 8.3.9, § 2, tweede lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, wordt het woord "kalenderdagen" vervangen door het woord "dagen".
Art. 89. A l'article 8.3.9, § 2, alinéa deux du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, les mots " jours calendaires " sont remplacés par le mot " jours ".
Art. 90. In artikel 8.3.11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Een beroepschrift wordt schriftelijk ingediend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op dag na de kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift bestaat minstens uit een gemotiveerd verzoekschrift met vermelding van de datum en het referentienummer van de bestreden beslissing.";
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het beroepschrift. De beslissing wordt schriftelijk aan de indiener van het beroep bezorgd."
Art. 90. Dans l'article 8.3.11 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " Un recours est introduit par écrit dans un délai de trente jours calendaires qui prend cours le jour après la notification de la décision. " Le recours comprend au moins une requête motivée avec mention de la date et du numéro de référence de la décision contestée. " ;
  2° l'alinéa trois est abrogé ;
  3° l'alinéa quatre existant, qui devient l'alinéa trois, est remplacé par ce qui suit :
  " Le Gouvernement flamand prend une décision concernant le recours dans un délai de soixante jours, qui prend cours le jour après la réception du recours. La décision est transmise à l'auteur du recours par écrit. "
Art. 91. Artikel 8.4.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8.4.1. Een beschermd goed, een erfgoedlandschap, of een representatief onderdeel ervan, kan erkend worden als open erfgoed als de locatie aan al de volgende voorwaarden voldoet:
  1° de openstelling geeft de bezoeker inzicht in de erfgoedwaarden, -kenmerken en -elementen van het goed in hun maatschappelijke context;
  2° de openstelling richt zich op minstens twee verschillende doelgroepen;
  3° de openstelling is inspirerend voor Vlaanderen of een ruimer gebied op de volgende vlakken:
  a) de manier waarop en de frequentie waarmee de locatie wordt opengesteld en de keuzes die daarbij worden gemaakt;
  b) de wijze van beheer van de site, inclusief de publiekswerking;
  c) de netwerking en complementariteit met andere sites die erkend zijn als open erfgoed;
  4° het goed is, in de mate dat de verplichtingen van de bescherming dat toelaten, integraal toegankelijk voor bezoekers. Daarvoor wordt een advies over de toegankelijkheid gevraagd aan de instantie die erkend is door de Vlaamse Regering.".
Art. 91. L'article 8.4.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 8.4.1. Un bien protégé, un paysage patrimonial, ou une partie représentative de ceux-ci peuvent être agréés comme patrimoine ouvert si l'endroit répond à toutes les conditions suivantes :
  1° l'ouverture aide le visiteur à comprendre les valeurs, caractéristiques et éléments patrimoniaux du bien dans leur contexte social ;
  2° l'ouverture est axée sur au moins deux groupes-cibles différents ;
  3° l'ouverture est exemplaire pour la Flandre ou une zone plus étendue dans les domaines suivants :
  a) la façon dont et la fréquence avec laquelle l'endroit est ouvert et les choix retenus dans ce contexte ;
  b) la façon de gérer le site, en ce inclus les activités pour le public ;
  c) le réseautage et la complémentarité avec d'autres sites qui ont été agréés comme patrimoine ouvert ;
  4° le bien est intégralement accessible aux visiteurs, dans la mesure où les obligations de la protection le permettent. A cet effet, un avis sur l'accessibilité est demandé à l'instance agréée par le Gouvernement flamand. ".
Art. 92. Artikel 8.4.2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8.4.2. § 1. Het agentschap kan een onroerenderfgoedlocatie die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 8.4.1 op eigen initiatief of op vraag van de beheerder of de zakelijkrechthouder als open erfgoed erkennen.
  Een aanvraag tot erkenning als open erfgoed wordt ingediend bij het agentschap en bevat de volgende elementen:
  1° een plan van de onroerenderfgoedlocatie, met een afbakening van het representatieve onderdeel ervan dat zal worden ontsloten;
  2° een korte beschrijving van de locatie en een motivering waarom ze het ontsluiten waard is;
  3° een beschrijving van de manier waarop de locatie wordt ontsloten, waarbij wordt aangetoond hoe wordt voldaan aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 8.4.1.
  Het agentschap stelt daarvoor een modelformulier ter beschikking op zijn website.
  Het agentschap gaat na of de aanvraag alle elementen vermeld in het tweede lid bevat. Als de aanvraag onvolledig is, kan het agentschap binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de dag waarop de aanvraag is ingediend, de aanvrager schriftelijk vragen om de ontbrekende gegevens of documenten bij de aanvraag te voegen, en de termijn bepalen waarbinnen dat moet gebeuren.
  Het agentschap beslist over de erkenningsaanvraag binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de dag waarop de volledige aanvraag is ingediend. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
  § 2. De erkenning als open erfgoed geldt voor een periode van twaalf jaar, die ingaat op de dag na de erkenningsbeslissing. De erkenning wordt telkens stilzwijgend verlengd met eenzelfde periode, tenzij de beheerder of de zakelijkrechthouder voor het verstrijken van die periode van twaalf jaar, schriftelijk en gemotiveerd verzoekt de erkenning in te trekken.
  Het agentschap kan de erkenning als open erfgoed intrekken op basis van een gemotiveerd verzoek van de beheerder of zakelijkrechthouder vermeld in het eerste lid of als de locatie niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet. De beheerder en zakelijkrechthouder worden hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
  § 3. Als de beheerder in aanmerking wil komen voor een erfgoedpremie voor de ontwikkeling tot open erfgoed, moet in een beheersplan voor de locatie in een afzonderlijk onderdeel een duidelijk ontwikkeltraject tot open erfgoed worden opgenomen."
Art. 92. L'article 8.4.2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 8.4.2. § 1er. L'agence peut de sa propre initiative ou à la demande du gestionnaire ou du titulaire du droit réel agréer un endroit de patrimoine immobilier qui répond aux conditions, telles que visées à l'article 8.4.1, comme patrimoine ouvert.
  Une démande d'agrément comme patrimoine ouvert est introduite auprès de l'agence et contient les éléments suivants :
  1° un plan de l'endroit du patrimoine immobilier, avec une délimitation de la partie représentative qui sera ouverte ;
  2° une description succincte de l'endroit et une motivation pourquoi il vaut d'être ouvert ;
  3° une description de la manière dont l'endroit est ouvert, démontrant la façon dont il est satisfait aux conditions d'agrément, visées à l'article 8.4.1.
  A cet effet, l'agence met à disposition un formulaire modèle sur son site web.
  L'agence vérifie si la demande comprend tous les éléments, visés à l'alinéa deux. Si la demande est incomplète, l'agence peut demander au demandeur par écrit et dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après l'introduction de la demande, d'ajouter les données ou documents manquants à la demande et définir le délai endéans lequel ceci doit être effectué.
  L'agence décide de la demande d'agrément dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour après le jour auquel la demande complète a été introduite. Le demandeur en est informé par écrit.
  § 2. L'agrément comme patrimoine ouvert est valable pendant une période de douze ans, qui prend cours le jour après la décision d'agrément. L'agrément est chaque fois tacitement prolongé d'une même période, à moins que le gestionnaire ou le titulaire du droit réel ne demande par écrit et de façon motivée de retirer l'agrément avant l'échéance de cette période de douze ans.
  L'agence peut retirer l'agrément comme patrimoine ouvert sur la base d'une demande motivée du gestionnaire ou du titulaire du droit réel, visés à l'alinéa premier ou si l'endroit ne répond plus aux conditions d'agrément. Le gestionnaire et le titulaire du droit réel en sont informés par écrit.
  § 3. Si le gestionnaire veut être éligible à une prime au patrimoine pour le développement en patrimoine ouvert, le plan de gestion pour l'endroit doit reprendre une trajectoire claire de développement en patrimoine ouvert dans une partie distincte. "
Art. 93. Aan artikel 10.1.3 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de samenstelling van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst gewijzigd wordt als vermeld in artikel 3.3.17, blijft de lopende samenwerkingsovereenkomst ongewijzigd gelden.".
Art. 93. L'article 10.1.3 du même arrêté est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Si la composition d'un service de patrimoine immobilier intercommunal est modifiée au cours de la durée de l'accord de coopération, comme mentionné à l'article 3.3.17, l'accord de coopération en cours continue à s'appliquer en l'état. ".
Art. 94. In artikel 10.1.5, eerste lid, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
  "2° een meerjarenbegroting waarin alle verwachte kosten en opbrengsten die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten opgenomen zijn, met vermelding van de inbreng van de gemeenten die deel uitmaken van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst;";
  2° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° een geactualiseerd onroerenderfgoedbeleidsplan, tenzij bij de eerste subsidieaanvraag na de erkenning.".
Art. 94. A l'article 10.1.5, alinéa premier, du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° un budget pluriannuel dans lequel sont repris tous les frais et produits escomptés qui ont rapport aux activités subventionnées, avec mention de l'apport des communes qui font partie du service du patrimoine immobilier intercommunal ; " ;
  2° il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° un plan politique en matière de patrimoine immobilier actualisé, sauf lors de la première demande de subvention après l'agrément. ".
Art. 95. Artikel 10.1.6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10.1.6. De subsidieaanvraag is ontvankelijk als ze tijdig wordt ingediend en volledig is.
  Als het agentschap vaststelt dat de aanvraag niet alle vereiste elementen, vermeld in artikel 10.1.5, eerste lid, bevat, brengt het de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de subsidieaanvraag schriftelijk op de hoogte van de ontbrekende elementen.
  Als de aanvrager het dossier niet aanvult binnen een termijn van veertien dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van het verzoek tot aanvulling, wordt de subsidieaanvraag onontvankelijk verklaard. Het agentschap brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing.".
Art. 95. L'article 10.1.6 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10.1.6. La demande de subvention est recevable lorsqu'elle est introduite à temps et est complète.
  Lorsque l'agence constate que la demande ne comprend pas tous les éléments requis, visés à l'article 10.1.5, alinéa premier, elle met le demandeur au courant des éléments manquants par écrit et dans un délai de trente jours qui prend cours le jour après la réception de la demande de subvention.
  Lorsque le demandeur ne complète pas le dossier dans un délai de quatorze jours, qui prend cours le jour après la notification de la demande de complément, la demande de subvention est déclarée irrecevable. L'agence informe le demandeur de la décision par écrit. ".
Art. 96. Artikel 10.1.8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10.1.8. Uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarin de ontvankelijke subsidieaanvraag is ingediend, beslist de minister over de toekenning en het bedrag van de subsidie.
  Het agentschap brengt de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst schriftelijk op de hoogte van de beslissing, vermeld in het eerste lid.".
Art. 96. L'article 10.1.8 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10.1.8. Au plus tard le 1er octobre de l'année dans laquelle la demande de subvention recevable a été introduite, le ministre décide de l'octroi et du montant de la subvention.
  L'agence informe le service du patrimoine immobilier intercommunal agréé de la décision, visée à l'alinéa premier, par écrit. ".
Art. 97. In artikel 10.1.9, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de datum "1 oktober" vervangen door de datum "15 oktober".
Art. 97. Dans l'article 10.1.9, alinéa premier, du même arrêté, la date " 1er octobre " est remplacée par la date " 15 octobre ".
Art. 98. In artikel 10.1.10 van hetzelfde besluit wordt de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De jaarlijkse basissubsidie bedraagt minstens 85.000 euro en wordt vermeerderd met een bedrag dat is gekoppeld aan de volgende criteria, met als referentiedatum 1 januari van het jaar waarin de ontvankelijke subsidieaanvraag is ingediend:
  1° het aantal inwoners, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeenten die deel uitmaken van het werkingsgebied van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst;
  2° de oppervlakte van het werkingsgebied van de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst;
  3° in voorkomend geval, het aanwezige onroerend erfgoed dat zich bevindt op het grondgebied van een erkende onroerenderfgoedgemeente binnen het werkingsgebied. Dat bijkomende subsidiebedrag wordt bepaald op basis van:
  a) de oppervlakte van het grondgebied van de erkende onroerenderfgoedgemeente;
  b) de grondoppervlakte van de beschermde goederen die binnen het grondgebied van de erkende onroerenderfgoedgemeente liggen;
  c) het aantal onroerende goederen, dat opgenomen is in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed of in de vastgestelde inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde en dat binnen het grondgebied van de erkende onroerenderfgoedgemeente ligt.";
  2° in het derde lid worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° tussen het derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de erkenning van een erkende onroerenderfgoedgemeente die in het werkingsgebied ligt gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst ingetrokken wordt overeenkomstig het artikel 3.2.12, vijfde lid of 3.2.13, wordt de subsidie verminderd met het bedrag, vermeld in het tweede lid, 3°, vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin de erkenning als onroerenderfgoedgemeente ingetrokken is. Het agentschap brengt de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst schriftelijk op de hoogte van de vermindering van de toegekende subsidie.".
Art. 98. A l'article 10.1.10 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " La subvention de base annuelle s'élève au moins à 85.000 euros et est majorée d'un montant qui est lié aux critères suivants, le 1er janvier de l'année dans laquelle la demande de subvention recevable a été introduite faisant foi de date de référence :
  1° le nombre d'habitants, inscrits au registre de la population des communes qui font partie de la zone d'action du service du patrimoine immobilier intercommunal ;
  2° la superficie de la zone d'action du service du patrimoine immobilier intercommunal agréé ;
  3° le cas échéant, le patrimoine immobilier présent qui se situe sur le territoire d'une commune du patrimoine immobilier agréée au sein de la zone d'action. Ce montant de subvention supplémentaire est fixé sur la base :
  a) de la superficie du territoire de la commune du patrimoine immobilier agréée ;
  b) de la superficie au sol des biens protégés qui se situent au sein du territoire de la commune du patrimoine immobilier agréée ;
  c) du nombre de biens immobiliers, repris dans l'inventaire établi du patrimoine architectural ou dans l'inventaire établi des plantations ligneuses présentant une valeur patrimoniale et qui se situent au sein du territoire de la commune du patrimoine immobilier agréée.
  2° dans l'alinéa trois, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° entre les alinéas trois et quatre, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Si l'agrément d'une commune du patrimoine immobilier agréée qui se situe dans la zone d'action est retiré pendant la durée de l'accord de coopération, comme prévu à l'article 3.2.12, alinéa cinq ou à l'article 3.2.13, la subvention est réduite du montant, visé dans l'alinéa deux, 3°, à partir de l'année qui suit l'année dans laquelle l'agrément comme commune du patrimoine immobilier a été retiré. L'agence informe le service du patrimoine immobilier intercommunal agréé de la réduction de la subvention octroyée par écrit. ".
Art. 99. In artikel 10.1.12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met het oog op het toezicht, vermeld in het eerste lid, dient de erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst een financiële rapportering in bij het agentschap voor 31 mei.";
  2° in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 99. Dans l'article 10.1.12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " En vue du contrôle, visé à l'alinéa premier, le service du patrimoine immobilier intercommunal agréé introduit un rapport financier auprès de l'agence avant le 31 mai. " ;
  2° dans l'alinéa trois existant, qui devient l'alinéa quatre, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit ".
Art. 100. Aan artikel 10.1.17 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst de receptieve functie van gemeentegrensoverschrijdend belang, vermeld in het eerste lid, 2°, vervalt door een fusie van de gemeente waar het erkende onroerenderfgoeddepot zich bevindt met een of meer gemeenten waarvoor het erkende onroerenderfgoeddepot een receptieve functie vervult, blijft de lopende samenwerkingsovereenkomst ongewijzigd gelden.".
Art. 100. A l'article 10.1.17 du même arrêté, il est inséré un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Si, au cours de la durée de l'accord de coopération, la fonction réceptive d'une importance qui dépasse les frontières communales, visée à l'alinéa premier, 2°, échoit à la suite d'une fusion de la commune où le dépôt du patrimoine immobilier agréé est situé avec une ou plusieurs communes pour lesquelles le dépôt du patrimoine immobilier agréé remplit une fonction réceptive, l'accord de coopération en cours continue à s'appliquer en l'état. ".
Art. 101. In artikel 10.1.18 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De aanvrager dient de subsidieaanvraag schriftelijk in bij het agentschap vanaf 1 januari tot 1 juli van elk jaar.".
Art. 101. Dans l'article 10.1.18 du même arrêté, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
  " Le demandeur introduit la demande de subvention auprès de l'agence, par écrit, à partir du 1er janvier jusqu'au 1er juillet de chaque année. ".
Art. 102. In artikel 10.1.19, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° een meerjarenbegroting waarin alle verwachte kosten en opbrengsten die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten opgenomen zijn;".
Art. 102. Dans l'article 10.1.19, alinéa premier du même arrêté, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° un budget pluriannuel dans lequel sont repris tous les frais et produits escomptés qui ont rapport aux activités subventionnées ; ".
Art. 103. Artikel 10.1.20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10.1.20. De subsidieaanvraag is ontvankelijk als ze tijdig wordt ingediend en volledig is.
  Als het agentschap vaststelt dat de aanvraag niet alle vereiste elementen, vermeld in artikel 10.1.19, eerste lid, bevat, brengt het de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de subsidieaanvraag schriftelijk op de hoogte van de ontbrekende elementen.
  Als de aanvrager het dossier niet aanvult binnen een termijn van veertien dagen, die ingaat op da dag na de kennisgeving van het verzoek tot aanvulling, wordt de subsidieaanvraag onontvankelijk verklaard. Het agentschap brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing.".
Art. 103. L'article 10.1.20 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10.1.20. La demande de subvention est recevable lorsqu'elle est introduite à temps et est complète.
  Lorsque l'agence constate que la demande ne comprend pas tous les éléments requis, visés à l'article 10.1.19, alinéa premier, elle met le demandeur au courant des éléments manquants, dans un délai de trente jours qui prend cours le jour après la réception de la demande de subvention, par écrit.
  Lorsque le demandeur ne complète pas le dossier dans un délai de quatorze jours, qui prend cours le jour après la notification de la demande de complément, la demande est déclarée irrecevable. L'agence informe le demandeur de la décision par écrit. ".
Art. 104. Artikel 10.1.22 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10.1.22. Uiterlijk op 1 oktober van het jaar waarin de ontvankelijke subsidieaanvraag is ingediend, beslist de minister over de toekenning en het bedrag van de subsidie.
  Het agentschap brengt het erkende onroerenderfgoeddepot schriftelijk op de hoogte van de beslissing, vermeld in het eerste lid.".
Art. 104. L'article 10.1.22 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10.1.22. Au plus tard le 1er octobre de l'année dans laquelle la demande de subvention recevable a été introduite, le Ministre décide de l'octroi et du montant de la subvention.
  L'agence informe le dépôt du patrimoine immobilier agréé de la décision, visée dans l'alinéa premier, par écrit. ".
Art. 105. In artikel 10.1.23, eerste lid van hetzelfde besluit wordt de datum "1 december" vervangen door de datum "15 oktober".
Art. 105. Dans l'article 10.1.23, alinéa premier du même arrêté, la date " 1er décembre " est remplacée par la date " 15 octobre ".
Art. 106. In artikel 10.1.24 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De jaarlijkse basissubsidie bedraagt minstens 85.000 euro en wordt vermeerderd met een bedrag dat is gekoppeld aan de volgende criteria, met als referentiedatum 1 januari van het jaar waarin de ontvankelijke subsidieaanvraag is goedgekeurd:
  1° het aantal inwoners, ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeenten die deel uitmaken van het gebied waar het onroerenderfgoeddepot zijn receptieve diensten verleent;
  2° de oppervlakte van het gebied waar het onroerenderfgoeddepot zijn receptieve diensten verleent;
  3° de grootte van de collectie.".
Art. 106. Dans l'article 10.1.24 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " La subvention de base annuelle s'élève au moins à 85.000 euros et est majorée d'un montant qui est lié aux critères suivants, le 1er janvier de l'année dans laquelle la demande de subvention recevable a été approuvée faisant foi de date de référence :
  1° le nombre d'habitants, inscrits au registre de la population des communes qui font partie de la zone où le dépôt du patrimoine immobilier fournit ses services réceptifs ;
  2° la superficie de la zone où le dépôt du patrimoine immobilier fournit ses services réceptifs ;
  3° l'importance de la collection. ".
Art. 107. In artikel 10.1.26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd dat luidt als volgt:
  "Met het oog op het toezicht, vermeld in het eerste lid, dient het erkende onroerenderfgoeddepot een financiële rapportering in bij het agentschap uiterlijk op 31 mei.";
  2° in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 107. Dans l'article 10.1.26 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " En vue du contrôle, visé à l'alinéa premier, le dépôt du patrimoine immobilier agréé introduit un rapportage financier auprès de l'agence pour le 31 mai au plus tard. " ;
  2° dans l'alinéa trois existant, qui devient l'alinéa quatre, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit ".
Art. 108. Artikel 10.3.5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10.3.5. De minister stelt per projectoproep voor de projectsubsidie het subsidiepercentage, het maximumbedrag en de maximale duurtijd van de projecten vast.".
Art. 108. L'article 10.3.5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 10.3.5. Par appel à projets, le Ministre fixe le pourcentage de la subvention, le montant maximum et la durée maximale des projets pour la subvention de projet. ".
Art. 109. In artikel 10.3.7 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Het agentschap gaat na of de subsidieaanvraag alle elementen, vermeld in het tweede lid, bevat. Als het agentschap vaststelt dat de aanvraag niet alle vereiste elementen bevat, brengt het de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de subsidieaanvraag schriftelijk op de hoogte van de ontbrekende elementen. Als de aanvrager het dossier niet aanvult binnen een termijn van veertien dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van het verzoek tot aanvulling, wordt de subsidieaanvraag onontvankelijk verklaard. Het agentschap brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing.".
Art. 109. Dans l'article 10.3.7 du même arrêté, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
  " L'agence vérifie si la demande de subvention comprend tous les éléments, visés à l'alinéa deux. Lorsque l'agence constate que la demande ne comprend pas tous les éléments requis, elle met le demandeur au courant des éléments manquants dans un délai de trente jours qui prend cours le jour après la réception de la demande de subvention, par écrit. Lorsque le demandeur ne complète pas le dossier dans un délai de quatorze jours, qui prend cours le jour après la notification de la demande de complément, la demande de subvention est déclarée irrecevable. L'agence informe le demandeur de la décision par écrit. ".
Art. 110. In artikel 10.3.12 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De aanvraag tot verlenging wordt ingediend bij het agentschap minstens negentig dagen voor de afloop van de uitvoeringstermijn die is vastgelegd in het plan van aanpak.".
Art. 110. Dans l'article 10.3.12 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " La demande de prolongation est introduite auprès de l'agence au moins nonante jours avant la fin du délai d'exécution qui est fixé dans le plan d'approche. ".
Art. 111. In artikel 10.3.13, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "Uiterlijk zes maanden" vervangen door de zinsnede "Binnen een termijn van 180 dagen, die ingaat op de dag".
Art. 111. Dans l'article 10.3.13, alinéa premier, du même arrêté, les mots " Au plus tard six mois " sont remplacés par le membre de phrase " Dans un délai de cent quatre-vingts jours, qui prend cours le jour ".
Art. 112. In artikel 10.3.15, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "uiterlijk drie maanden" vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag".
Art. 112. Dans l'article 10.3.15, alinéa premier, du même arrêté, les mots " au plus tard trois mois " sont remplacés par le membre de phrase " dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour ".
Art. 113. Artikel 11.2.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.2.1. Binnen de perken van de daarvoor op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare kredieten kan aan een premienemer een erfgoedpremie worden toegekend voor beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die noodzakelijk zijn voor het behoud of de herwaardering van erfgoedkenmerken en -elementen van een beschermd goed, een erfgoedlandschap of in de overgangszone bij een beschermd goed.
  In de volgende gevallen moeten de beheersmaatregelen, de werkzaamheden of de diensten waarvoor een premie wordt aangevraagd vermeld zijn in een goedgekeurd beheersplan:
  1° het project betreft goederen gelegen in beschermde stads- en dorpsgezichten, beschermde cultuurhistorische landschappen, erfgoedlandschappen of beschermde archeologische sites;
  2° het project betreft UNESCO-werelderfgoed. Een door UNESCO goedgekeurd management plan voor de betrokken locatie geldt als goedgekeurd beheersplan;
  3° het project betreft erkend open erfgoed of een ontwikkeling tot open erfgoed;
  4° voor het project worden verschillende gespecialiseerde werkzaamheden gecombineerd;
  5° voor het project wordt een meerjarenpremieovereenkomst aangevraagd."
Art. 113. L'article 11.2.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.2.1. Dans les limites des crédits disponibles à cet effet au budget de la Communauté flamande, une prime du patrimoine peut être octroyée à un preneur de prime pour des mesures de gestion, travaux ou services qui sont nécessaires pour la conservation ou la revalorisation de caractéristiques et éléments patrimoniaux d'un bien protégé, d'un paysage patrimonial, ou dans la zone de transition d'un bien protégé.
  Dans les cas suivants, les mesures de gestion, les travaux ou les services pour lesquels une prime est demandée, doivent être repris dans un plan de gestion approuvé :
  1° le projet concerne des biens situés dans des sites urbains et ruraux protégés, dans des payages culturo-historiques protégés, dans des paysages patrimoniaux ou sites archéologiques protégés ;
  2° le projet concerne du patrimoine mondial de l'UNESCO. Un plan de management approuvé par l'UNESCO pour l'endroit concerné fait foi de plan de gestion approuvé ;
  3° le projet concerne du patrimoine ouvert agréé ou un développement comme patrimoine ouvert ;
  4° des travaux spécialisés divers sont combinés dans le cadre du projet ;
  5° un accord de prime pluriannuel est demandé pour le projet. "
Art. 114. Artikel 11.2.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.2.4. De volgende beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten komen enkel in aanmerking voor een erfgoedpremie onder de hieronder vermelde voorwaarden:
  1° ingrepen in functie van regulier onderhoud, als ze zijn opgenomen in de vastgestelde lijst met forfaitaire werkzaamheden;
  2° energiebesparende maatregelen ter uitvoering van aanbevelingen in een energieaudit, beveiligingswerkzaamheden en werkzaamheden of diensten die opgelegd zijn door andere regelgevingen, als in functie hiervan:
  a) erfgoedkenmerken en -elementen moeten worden aangepast;
  b) nieuwe elementen worden toegevoegd, er daarover randvoorwaarden worden gesteld in de toelating of in het advies, vermeld in artikel 6.4.4, § 1 en § 2, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en die randvoorwaarden meerkosten veroorzaken. Die meerkosten komen integraal in aanmerking voor een premie. De meerkosten worden aangetoond door de aanvrager. ".
Art. 114. L'article 11.2.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.2.4. Les mesures de gestion, travaux ou services suivants ne sont éligibles à une prime au patrimoine qu'aux conditions reprises ci-dessous :
  1° ils concernent des interventions en fonction d'un entretien régulier, si celles-ci ont été reprises dans la liste établie de travaux forfaitaires ;
  2° ils concernent des mesures économisant l'énergie en exécution de recommandations proposées dans un audit énergétique, des travaux de sécurité et des travaux ou services imposés par d'autres réglementations, si en fonction de ceux-ci :
  a) des caractéristiques et éléments patrimoniaux doivent être adaptés ;
  b) de nouveaux éléments sont ajoutés et que des conditions y afférentes sont imposées dans l'autorisation ou dans l'avis, visés dans l'article 6.4.4, § 1er et § 2, du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et que ces conditions entraînent des coûts supplémentaires. Ces coûts supplémentaires sont dans leur intégralité eligibles à une prime. Les coûts supplémentaires sont démontrés par le demandeur. ".
Art. 115. Artikel 11.2.10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.2.10. Een verhoogde erfgoedpremie van 60% van de aanvaarde kostenraming, exclusief btw, wordt toegekend voor het beheer van of voor werkzaamheden of diensten aan of in:
  1° beschermde monumenten die bestemd zijn voor een erkende eredienst. De verhoogde premie kan alleen worden toegekend als er een actueel kerkenbeleidsplan bestaat voor de gebouwen van een erkende eredienst, met uitzondering van de kathedralen;
  2° beschermde goederen die eigendom zijn van een gemeente, autonoom gemeentebedrijf, OCMW, welzijnsvereniging of een sociale huisvestingsmaatschappij, die een publieksfunctie hebben, tenzij ze in hoofdzaak een commerciële of andere bestemming hebben die economische opbrengsten genereert. Als het gebouw bestemd is voor de eredienst, moet ook voldaan worden aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° ;
  3° onderwijsgebouwen;
  4° als monument beschermde, maalvaardige en voor het publiek ontsloten molens;
  5° ZEN-erfgoed als vermeld in een goedgekeurd beheersplan;
  6° erkend open erfgoed of onroerend erfgoed dat ontwikkeld wordt tot open erfgoed volgens het ontwikkelingstraject in het beheersplan, vermeld in artikel 8.1.4.
  In het eerste lid, 2° wordt verstaan onder publieksfunctie: openstaan voor het publiek of bedoeld zijn voor gemeenschappelijk gebruik, ook al is de toegang beperkt tot een of meer welbepaalde categorieën van personen, met uitzondering van de zones die alleen toegankelijk zijn voor werknemers."
Art. 115. L'article 11.2.10 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.2.10. Une prime du patrimoine majorée de 60% de l'estimation des coûts acceptés, hors T.V.A., est octroyée pour la gestion de ou pour des travaux ou des services à ou dans :
  1° des monuments protégés qui sont affectés à un culte reconnu. La prime majorée peut uniquement être octroyée lorsqu'il existe un plan politique en matière d'églises actuel pour les bâtiments d'un culte reconnu, à l'exception des cathédrales ;
  2° des biens protégés qui sont la propriété d'une commune, d'une régie communale autonome, d'un CPAS, d'une association d'aide sociale ou d'une société de logement social, qui ont une fonction publique, à moins qu'ils n'aient de buts lucratifs ou autres qui génèrent des rapports économiques principalement. Lorsque le bâtiment est destiné au culte, les conditions visées au point 1° doivent également être remplies ;
  3° des bâtiments d'enseignement ;
  4° des moulins protégés comme monuments, aptes à moudre et ouverts au publics ;
  5° du patrimoine ZEN, tel que visé dans un plan de gestion approuvé ;
  6° du patrimoine ouvert agréé ou du patrimoine immobilier qui est développé en patrimoine ouvert selon la trajectoire de développement dans le plan de gestion, visé à l'article 8.1.4.
  Dans l'alinéa premier, 2°, il faut entendre par fonction publique : être accessible au public ou être destiné à un usage commun, même si l'accès est limité à une ou à plusieurs catégories de personnes bien définies, à l'exception des zones qui ne sont accessibles qu'aux travailleurs. "
Art. 116. Artikel 11.2.11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en 16 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.2.11. § 1. Voor de verhoogde erfgoedpremie voor erkend of te ontwikkelen open erfgoed, vermeld in artikel 11.2.10, eerste lid, 6°, gelden de volgende bijkomende voorwaarden:
  1° in het geval van onroerend erfgoed dat ontwikkeld wordt tot open erfgoed, leidt de ontwikkeling ervan tot een erkenning binnen een termijn van zes jaar, die ingaat op de dag nadat een eerste verhoogde premieaanvraag voor dit goed werd ingediend;
  2° de locatie blijft voldoen aan de erkenningsvoorwaarden voor open erfgoed, vermeld in artikel 8.4.1, gedurende een periode van twaalf jaar, die ingaat op de dag nadat een eerste verhoogde premieaanvraag voor dat goed is ingediend. In het geval van onroerend erfgoed dat ontwikkeld wordt tot open erfgoed, gaat die termijn in vanaf het moment van de erkenning als open erfgoed;
  3° gedurende de periode van twaalf jaar, vermeld in punt 2°, is de locatie minstens vijftig dagen en driehonderd uur per jaar opengesteld. In het geval van artikel 8.1.4, § 2, derde lid, gelden de afwijkende openstellingsvoorwaarden, vermeld in het goedgekeurde beheersplan;
  § 2. In geval van overmacht en na gemotiveerd verzoek kan het agentschap afwijkingen toestaan op de termijnen vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°.
  § 3. Als de locatie niet erkend wordt als open erfgoed binnen de termijn, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt het verschil tussen verhoogde en gewone premie, inclusief de al toegekende premies, verrekend bij de eindafrekening en betaalt de premienemer eventueel te veel toegekende bedragen, vermeerderd met de wettelijke intresten, terug. De wettelijke intresten beginnen te lopen vanaf de dag na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1, 1°.
  Als de locatie minder dan twaalf jaar voldoet aan de erkenningsvoorwaarden voor open erfgoed, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt het verschil tussen de verhoogde en de gewone premie, verminderd met 8% voor elk jaar dat volledig verstreken is, inclusief de al toegekende premies, verrekend bij de eindafrekening. De premienemer betaalt eventueel te veel toegekende bedragen, vermeerderd met de wettelijke intresten, terug. De wettelijke intresten beginnen te lopen vanaf het moment dat de locatie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden."
Art. 116. L'article 11.2.11 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015 et du 16 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.2.11. § 1er. Pour la prime au patrimoine majorée pour le patrimoine ouvert agréé ou à développer, visé à l'article 11.2.10, alinéa premier, 6°, les conditions supplémentaires suivantes s'appliquent :
  1° dans le cas de patrimoine immobilier qui est développé en patrimoine ouvert, son développement aboutit à un agrément dans un délai de six ans, qui prend cours le jour après qu'une première demande de prime majorée pour ce bien a été introduite ;
  2° l'endroit continue à satisfaire aux conditions d'agrément pour le patrimoine ouvert, telles que visées à l'article 8.4.1, pendant une période de douze ans, qui prend cours le jour après qu'une première demande de prime majorée pour ce bien a été introduite. Dans le cas de patrimoine immobilier qui est développé en patrimoine ouvert, ce délai prend cours à partir du moment de l'agrément comme patrimoine ouvert ;
  3° pendant la période de douze ans, visée au point 2°, l'endroit est ouvert au public pendant au moins cinquante jours et trois cents heures par an. Dans le cas de l'article 8.1.4, § 2, alinéa trois, les conditions d'ouverture dérogatoires, visées dans le plan de gestion approuvé, s'appliquent ;
  § 2. En cas de force majeure et après une demande motivée, l'agence peut accorder des dérogations aux délais visés au paragraphe 1er, 1° et 2°.
  § 3. Si l'endroit n'est pas agréé comme patrimoine ouvert endéans le délai, visé au paragraphe 1er, 1°, la différence entre la prime majorée et la prime ordinaire, en ce inclus les primes déjà accordées, sont comptabilisées au moment du compte final et le preneur de prime rembourse les montants éventuellement accordés en trop, majorés des intérêts légaux. Les intérêts légaux prennent cours à partir du jour après l'échéance du délai, visé au paragraphe 1er, 1°.
  Si l'endroit satisfait pendant moins de douze ans aux conditions d'agrément pour le patrimoine ouvert, visé au paragraphe 1er, 2°, la différence entre la prime majorée et la prime ordinaire, réduite de 8% pour chaque année entièrement écoulée, en ce inclus les primes déjà accordées, est comptabilisée au moment du compte final. Le preneur de prime rembourse les éventuels montants accordés en trop, majorés des intérêts légaux. Les intérêts légaux prennent cours à partir du moment où l'endroit ne satisfait plus aux conditions d'agrément. "
Art. 117. Artikel 11.2.12 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2017, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 11.2.12. § 1. Een aanvullende premie van 10% van de aanvaarde kostenraming, exclusief btw, wordt toegekend als het goed, waarvoor de premie wordt aangevraagd, gedurende de periode van zes jaar voor de aanvraag en de periode tussen de aanvraag en de toekenning van de premie, aantoonbaar consequent en kwaliteitsvol is onderhouden.
  De premienemer voegt daarvoor bij de aanvraag een uittreksel van een onderhoudslogboek dat betrekking heeft op de periode van zes jaar die voorafgaat aan de aanvraag.
  § 2. Een aanvullende premie van 10% van de aanvaarde kostenraming, exclusief btw, wordt toegekend voor beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten aan beschermde goederen of erfgoedlandschappen:
  1° die uitgevoerd worden door of in opdracht van een stichting of vereniging met rechtspersoonlijkheid die het herstel en beheer van beschermde goederen of erfgoedlandschappen tot doel heeft;
  2° waarvan minstens de helft van de gebouwde onroerende goederen in het beheer van die stichting of vereniging met rechtspersoonlijkheid beschermd is;
  3° en waarbij het beheer over de onroerende goederen in kwestie voor een periode van minstens vijf jaar schriftelijk is toegewezen aan die stichting of vereniging met rechtspersoonlijkheid .
  § 3. Een premie van 20% van de aanvaarde kostenraming, exclusief btw, wordt toegekend voor beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten die gericht zijn op een verbeterde inhoudelijke of fysieke ontsluiting van het erkende open erfgoed of het onroerend erfgoed dat ontwikkeld wordt tot open erfgoed, op voorwaarde dat het gaat om ingrepen aan de locatie zelf en in de mate dat het eindproduct een fysiek en permanent karakter heeft.".
Art. 117. L'article 11.2.12 du même arrêté, abrogé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 septembre 2017, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 11.2.12. § 1er. Une prime supplémentaire de 10% de l'estimation des frais acceptée, hors T.V.A., est octroyée si le bien, en faveur duquel la prime est demandée, a manifestement été entretenu conséquemment et avec un souci de la qualité au cours de la période de six ans avant la demande et pendant la période entre la demande et l'octroi de la prime.
  Le preneur de prime ajoute à cette fin un extrait d'un compte rendu d'entretien portant sur la période de six ans précédant la demande à la demande.
  § 2. Une prime supplémentaire de 10% de l'estimation des frais acceptée, hors T.V.A., est octroyée pour des mesures de gestion, travaux ou services effectués à des biens ou paysages patrimoniaux protégés :
  1° qui sont effectués par ou pour le compte d'une fondation ou d'une association dotées de la personnalité juridique ayant la rénovation et la gestion de biens ou de paysages patrimoniaux protégés comme objectif ;
  2° dont au moins la moitié des biens immobiliers bâtis dans la gestion de cette fondation ou association dotées de la personnalité juridique est protégée ;
  3°, la gestion des biens immobiliers concernés étant confiée à cette fondation ou association dotées de la personnalité juridique
  § 3. Une prime de 20% de l'estimation des frais acceptée, hors T.V.A., est octroyée pour des mesures de gestion, travaux ou services axés sur une meilleure accessibilité physique ou sur le plan du contenu du patrimoine ouvert agréé ou du patrimoine immobilier qui est développé en patrimoine ouvert, à condition que ceux-ci concernent des interventions à l'endroit lui-même et pour autant que le produit fini ait un caractère physique et permanent. ".
Art. 118. In artikel 11.2.13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en 16 december 2016, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Een cumulatie van een erfgoedpremie aangevraagd volgens de standaardprocedure, een erfgoedpremie aangevraagd volgens de bijzondere procedure, een onderzoekspremie, een premie voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een premie voor buitensporige opgravingskosten voor eenzelfde beheersmaatregel, werk, dienst of verplicht uit te voeren archeologisch onderzoek aan of in eenzelfde beschermd goed is uitgesloten.".
Art. 118. Dans l'article 11.2.13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 décembre 2015 et 16 décembre 2016, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
  " Un cumul d'une prime du patrimoine demandée selon la procédure standard, une prime du patrimoine demandée selon la procédure particulière, une prime à la recherche ou une prime pour des études archéologiques préliminaires avec intervention dans le sol ou une prime pour frais de fouilles excessifs pour un(e) même mesure de gestion, travail ou service ou fouille archéologique à exécuter obligatoirement à ou dans un même bien protégé, est exclu. ".
Art. 119. In artikel 11.2.18, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en 16 december 2016, wordt een punt 5° en 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "5° in voorkomend geval, een uittreksel van het onderhoudslogboek, vermeld in artikel 11.2.12, § 1, tweede lid;
  6° in het geval van artikel 11.2.12, § 2, de statuten van de stichting of de vereniging, een bewijs dat het beheer van het onroerend goed in kwestie schriftelijk eraan is toegewezen voor een periode van minstens vijf jaar en een overzicht van de onroerende goederen in het beheer van de stichting of vereniging.".
Art. 119. Dans l'article 11.2.18, alinéa premier, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015 et 16 décembre 2016, des points 5° et 6° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 5° le cas échéant, un extrait du compte rendu d'entretien, visé à l'article 11.2.12, § 1er, alinéa deux ;
  6° dans le cas de l'article 11.2.12, § 2, les statuts de la fondation ou de l'association, une preuve que la gestion du bien immobilier concerné y a été confiée par écrit pour une période d'au moins cinq ans et un aperçu des biens immobiliers dans la gestion de la fondation ou de l'association. ".
Art. 120. In artikel 11.2.19, § 3, 11.2.29, § 3, artikel 11.2.30, eerste lid, en 11.3.9, § 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, van hetzelfde besluit wordt het woord "ontvangst" vervangen door het woord "indiening".
Art. 120. Dans les articles 11.2.19, § 3, 11.2.29, § 3, 11.2.30, alinéa premier, et 11.3.9, § 3, modifiés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, du même arrêté, le mot " réception " est remplacé par le mot " introduction ".
Art. 121. In artikel 11.2.20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "ontvangst" vervangen door het woord "indiening
  2° in het eerste en tweede lid worden de woorden "per beveiligde zending" telkens vervangen door het woord "schriftelijk";";
Art. 121. Dans l'article 11.2.20 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, le mot " réception " est remplacé par le mot " introduction " ;
  2° dans les alinéas premier et deux, les mots " par envoi sécurisé " sont chaque fois remplacés par les mots " par écrit " ;
Art. 122. In artikel 11.2.23, eerste en derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "per beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 122. Dans l'article 11.2.23, alinéas premier et trois, du même arrêté, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit ".
Art. 123. In artikel 11.2.26 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "beveiligde zending" vervangen door het woord "beslissing";
  2° in het tweede lid, wordt de zinsnede " per beveiligde zending," vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 123. Dans l'article 11.2.26 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, les mots " l'envoi sécurisé par lequel " sont remplacés par les mots " la décision par laquelle " ;
  2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " par envoi sécurisé " est remplacé par les mots " par écrit " ;
Art. 124. Aan artikel 11.2.28, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2016, wordt een punt 9° en 10° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "9° in voorkomend geval, een uittreksel van het onderhoudslogboek, vermeld in artikel 11.2.12, § 1, tweede lid;
  10° in het geval van artikel 11.2.12, § 2, de statuten van de vzw, een bewijs dat het beheer van het onroerend goed in kwestie schriftelijk eraan is toegewezen voor een periode van minstens vijf jaar en een overzicht van de onroerende goederen in het beheer van de vzw.".
Art. 124. Dans l'article 11.2.28, alinéa premier, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 décembre 2016, des points 9° et 10° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 9° le cas échéant, un extrait du compte rendu d'entretien, visé à l'article 11.2.12, § 1er, alinéa deux ;
  10° dans le cas de l'article 11.2.12, § 2, les statuts de de l' ASBL, une preuve que la gestion du bien immobilier concerné y a été confiée par écrit pour une période d'au moins cinq ans et un aperçu des biens immobiliers sous la gestion de l'ASBL. ".
Art. 125. In artikel 11.2.34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluit van 16 december 2016, wordt het woord "ontvangst" vervangen door het woord "kennisgeving".
Art. 125. Dans l'article 11.2.34 du même arrêté, modifié par l'arrêté du 16 décembre 2016, le mot " réception " est remplacé par le mot " notification ".
Art. 126. Aan artikel 11.2.37, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° als een aanvullende premie van 10%, als vermeld in artikel 11.2.12, § 1, werd aangevraagd, een uittreksel van een onderhoudslogboek dat betrekking heeft op de periode tussen de aanvraag en de toekenning van de premie.".
Art. 126. L'article 11.2.37, alinéa premier, du même arrêté, est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° si une prime complémentaire de 10%, telle que visée à l'article 11.2.12, § 1er, a été demandée, un extrait d'un compte rendu d'entretien portant sur la période entre la demande et l'octroi de la prime. ".
Art. 127. In artikel 11.2.41, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "binnen een termijn van vijf jaar, de dag na de datum" vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van vijf jaar, die ingaat op de dag na de datum".
Art. 127. Dans l'article 11.2.41, alinéa premier, du même arrêté, le membre de phrase " dans un délai de cinq ans, le jour après la date " est remplacé par le membre de phrase " dans un délai de cinq ans, qui prend cours le jour après la date ".
Art. 128. Artikel 11.3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.3.1. Binnen de perken van de daarvoor op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap beschikbare kredieten kan een onderzoekspremie worden toegekend voor de uitvoering van een noodzakelijk voorafgaand onderzoek over een beschermd goed of een erfgoedlandschap, of een deel ervan dat een opzichzelfstaand geheel vormt.".
Art. 128. L'article 11.3.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.3.1. Dans les limites des crédits disponibles à cet effet au budget de la Communauté flamande, une prime de recherche peut être octroyée pour l'exécution d'un examen préliminaire nécessaire ayant comme objet un patrimoine ou un paysage patrimonial protégés ou une partie qui constitue un ensemble à part. ".
Art. 129. In artikel 11.3.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Een cumulatie van een erfgoedpremie aangevraagd volgens de standaardprocedure, een erfgoedpremie aangevraagd volgens de bijzondere procedure, een onderzoekspremie, een premie voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem of een premie voor buitensporige opgravingskosten voor eenzelfde beheersmaatregel, werk, dienst of verplicht uit te voeren archeologisch onderzoek aan of in eenzelfde beschermd goed is uitgesloten.".
Art. 129. A l'article 11.3.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
  " Un cumul d'une prime du patrimoine demandée selon la procédure standard, une prime du patrimoine demandée selon la procédure particulière, une prime à la recherche ou une prime pour des études archéologiques préliminaires avec intervention dans le sol ou une prime pour frais de fouilles excessifs pour un(e) même mesure de gestion, travail ou service ou fouille archéologique à exécuter obligatoirement à ou dans un même bien protégé, est exclu. ".
Art. 130. In artikel 11.3.5, eerste lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en 16 december 2016, wordt punt 1° opgeheven.
Art. 130. Dans l'article 11.3.5, alinéa premier du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 décembre 2015 et 16 décembre 2016, le point 1° est abrogé.
Art. 131. In artikel 11.3.8, eerste lid, van hetzelfde besluit worden punt 3° en punt 6° opgeheven.
Art. 131. Dans l'article 11.3.8, alinéa premier, du même arrêté, les points 3° et 6° sont abrogés.
Art. 132. In artikel 11.3.10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "ontvangst" vervangen door het woord "indiening";
  2° in het tweede, vierde en vijfde lid worden de woorden "per beveiligde zending" worden vervangen door het woord "schriftelijk";
  3° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 132. Dans l'article 11.3.10 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa premier, le mot " réception " est remplacé par le mot " introduction " ;
  2° dans les alinéas deux, quatre et cinq, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit " ;
  3° l'alinéa trois est abrogé.
Art. 133. In artikel 11.3.12, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", en houdt daarbij voor beheersplannen rekening met de desbetreffende voorschriften en modaliteiten," opgeheven.
Art. 133. Dans l'article 11.3.12, alinéa premier, du même arrêté, le membre de phrase " , et tient compte dans ce contexte, pour les plans de gestion des prescriptions et modalités afférentes, " est abrogé.
Art. 134. In artikel 11.3.15, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden"de beveiligde zending waarmee het agentschap het voorstel tot opmaak van een beheersplan of tot" vervangen door woorden "de kennisgeving van de beslissing waarmee het agentschap de".
Art. 134. Dans l'article 11.3.15, alinéa premier, du même arrêté, les mots " l'envoi sécurisé par lequel l'agence approuve la proposition d'établissement d'un plan de gestion ou en " est remplacé par les mots " la notification de la décision avec laquelle l'agence approuve l' ".
Art. 135. In hoofdstuk 11, afdeling 3, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 8 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 8. Ontsluiting van de onderzoeksresultaten".
Art. 135. Dans le chapitre 11, section 3, du même arrêté, l'intitulé de la sous-section 8 est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section 8. Ouverture des résultats de l'examen ".
Art. 136. Artikel 11.3.16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.3.16. Het agentschap kan de eindverslagen van een onderzoek als vermeld in artikel 11.3.5, ontsluiten.".
Art. 136. L'article 11.3.16 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.3.16. L'agence peut rendre accessibles les rapport finals d'un examen, tel que visé à l'article 11.3.5. ".
Art. 137. In artikel 11.4.11 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "in de loop van het desbetreffende jaar en uiterlijk 1 september" vervangen door de zinsnede "voor 1 september van het desbetreffende jaar".
Art. 137. Dans l'article 11.4.11 du même arrêté, le membre de phrase " , au cours de l'année concernée et le 1er septembre au plus tard " est remplacé par le membre de phrase " avant le 1er septembre de l'année concernée ".
Art. 138. In artikel 11.7.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 1° worden de woorden "bekrachtigde archeologienota of de bekrachtigde nota" vervangen door de woorden "archeologienota of nota waarvan akte genomen is";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 138. Dans l'article 11.7.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa deux, 1°, les mots " la note archéologique ratifiée ou la note ratifiée " sont remplacés par les mots " la note archéologique ou la note dont il a été pris acte " ;
  2° l'alinéa trois est abrogé.
Art. 139. Artikel 11.7.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 december 2016 en 15 september 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.7.4. De premie voor buitensporige opgravingskosten wordt berekend door de variabelen die overeenstemmen met de aangetroffen toestand, toe te passen op de forfaitaire basiskosten, verminderd met een franchise, en dat bedrag te vermenigvuldigen met 80%.
  De minister stelt de forfaitaire basiskosten, de variabelen en de franchise vast. Voor de berekening van de premie voor buitensporige opgravingskosten zijn de forfaitaire basiskosten, de variabelen en de franchise van toepassing die golden op het moment van de aanvang van de archeologische opgraving.
  In dit artikel wordt verstaan onder franchise: de niet-betoelaagbare eerste schijf van de kosten van de verplicht uit te voeren archeologische opgraving.".
Art. 139. L'article 11.7.4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 décembre 2016 et 15 septembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.7.4. " La prime pour frais de fouille excessifs est calculée en appliquant les variables correspondant à la situation constatée, aux frais de base forfaitaires, diminuée d'une franchise, et en multipliant ce montant par 80%.
  Le Ministre arrête les frais de base forfaitaires, les variables et la franchise. Pour le calcul de la prime pour frais de fouille excessifs, les frais de base forfaitaires, les variables et la franchise qui étaient applicables au moment du début des fouilles archéologiques, s'appliquent.
  Dans le présent article, on entend par franchise : la première tranche non subventionnable des frais des fouilles archéologiques à exécuter obligatoirement. ".
Art. 140. Artikel 11.7.9, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.7.9. Het agentschap gaat na of de aanvraag voldoet aan artikel 11.7.7. Als de aanvraag onvolledig is, kan het agentschap binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de dag waarop de aanvraag is ingediend, de aanvrager schriftelijk vragen om de ontbrekende gegevens of documenten bij de aanvraag te voegen, en de termijn bepalen waarbinnen dat moet gebeuren.
  Het agentschap beslist over de aanvraag binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de dag waarop de volledige aanvraag is ontvangen. De aanvrager wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
  In geval van akkoord wordt de premie voor buitensporige opgravingskosten vastgelegd, waarna een afschrift van dit besluit schriftelijk aan de aanvrager wordt bezorgd en het agentschap overgaat tot de uitbetaling van de premie."
Art. 140. L'article 11.7.9, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11.7.9. L'agence vérifie si la demande satisfait à l'article 11.7.7. Si la demande est incomplète, l'agence peut demander au demandeur par écrit et dans un délai de trente jours, qui prend cours le jour après l'introduction de la demande, d'ajouter les données ou documents manquants à la demande et définir le délai endéans lequel ceci doit être effectué.
  L'agence décide de la demande dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour après le jour auquel la demande complète a été reçue. Le demandeur en est informé par écrit.
  En cas d'accord, la prime pour frais de fouilles excessifs est fixée, une copie de cette décision est transmise au demandeur par écrit et l'agence procède au paiement de la prime. "
Art. 141. In artikel 11.8.7, eerste lid, artikel 11.8.10, tweede lid, en artikel 11.8.12, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, worden de woorden "met een beveiligde zending" vervangen door het woord "schriftelijk".
Art. 141. Dans les articles 11.8.7, alinéa premier, 11.8.10, alinéa deux, et l'article 11.8.12, alinéa deux, du même arrêté, insérés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, les mots " par envoi sécurisé " sont remplacés par les mots " par écrit ".
Art. 142. Artikel 11.8.8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11.8.8. De aanvraag is ontvankelijk als ze tijdig ingediend is en volledig is.
  In geval van onvolledigheid brengt het agentschap de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de ontbrekende elementen binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de aanvraag.
  Als de aanvrager het dossier niet aanvult binnen een termijn van veertien dagen, die ingaat op de dag na de kennisgeving van het verzoek tot aanvulling, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard. Het agentschap brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van de beslissing.".
Art. 142. L'article 11.8.8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 décembre 2015, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 11.8.8. La demande est recevable lorsqu'elle a été introduite dans les délais et est complète.
  En cas d'incomplétude, l'agence informe le demandeur par écrit des éléments manquants, dans un délai de trente jour qui commence le jour suivant la réception de la demande.
  Lorsque le demandeur ne complète pas le dossier dans un délai de quatorze jours, qui prend cours le jour après la notification de la demande de complément, la demande est déclarée irrecevable. L'agence informe le demandeur de la décision par écrit. ".
Art. 144. In artikel 12.1.2, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "binnen drie maanden" vervangen door de zinsnede "binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag";
  2° in het tweede lid worden de woorden "drie maanden" vervangen door de woorden "negentig dagen".
Art. 144. Dans l'article 12.1.2, § 3, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, les mots " dans les trois mois " sont remplacés par le membre de phrase " dans un délai de nonante jours, qui prend cours le jour " ;
  2° à l'alinéa deux, les mots " trois mois " sont remplacés par les mots " nonante jours ".
Art. 145. Aan hoofdstuk 13, afdeling 3, van hetzelfde besluit wordt een artikel 13.3.20 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 13.3.20. De aanduidingen als erkende archeoloog voor de inwerkingtreding van dit artikel worden gelijkgesteld met een aanduiding als een erkende archeoloog type 1 zoals vermeld in artikel 3.5.2 en 3.5.3 van dit besluit.
  Die erkende archeologen moeten de opleiding vermeld in artikel 3.5.2, 8° van dit besluit volgen binnen de twee jaar na inwerkingtreding van dit artikel om te blijven voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.".
Art. 145. Au chapitre 13, section 3, du même arrêté, il est ajouté un article 13.3.20, rédigé comme suit :
  " Art. 13.3.20. Les désignations comme archéologue agréé avant l'entrée en vigueur du présent article sont assimilées à une désignation comme archéologue agréé de type 1, telle que visée aux articles 3.5.2 et 3.5.3 du présent arrêté.
  Ces archéologues agréés doivent suivre la formation, telle que visée à l'article 3.5.2, 8° du présent arrêté endéans les deux ans après l'entrée en vigueur du présent article s'ils veulent continuer à satisfaire aux conditions d'agrément. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement
Art. 146. In artikel 11.3. van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 en 4 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt het woord "gemeld" vervangen door de woorden "waarvoor een toelating is verkregen";
  2° in punt 2° worden de woorden "waarvoor een archeologienota bekrachtigd is" vervangen door de woorden "opgenomen in een archeologienota waarvan akte is genomen";
  3° in punt 4° worden de woorden "waarvoor een archeologienota is bekrachtigd" vervangen door de woorden "opgenomen in een archeologienota waarvan akte is genomen";
  4° in punt 5° worden de woorden "waarvoor een archeologienota is bekrachtigd" vervangen door de woorden "opgenomen in een archeologienota waarvan akte is genomen";
Art. 146. Dans l'article 11.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 portant détermination des actes urbanistiques qui ne requièrent pas de permis d'environnement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 27 novembre 2015 et 4 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1° le mot " notifiées " est remplacé par les mots " pour lesquelles une autorisation a été obtenue " ;
  2° au point 2° les mots " pour lesquelles une note archéologique est ratifiée " sont remplacés par les mots " reprises dans une note archéologique dont il a été pris acte " ;
  3° au point 4° les mots " pour lesquelles une note archéologique est ratifiée " sont remplacés par les mots " reprises dans une note archéologique dont il a été pris acte " ;
  4° au point 5° les mots " pour lesquelles une note archéologique est ratifiée " sont remplacés par les mots " reprises dans une note archéologique dont il a été pris acte " ;
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Varenderfgoedbesluit van 27 november 2015
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté relatif au patrimoine nautique du 27 novembre 2015
Art. 147. In artikel 19 van het Varenderfgoedbesluit van 27 november 2015, wordt punt 6° opgeheven.
Art. 147. Dans l'article 19 de l'arrêté relatif au patrimoine nautique du 27 novembre 2015, le point 6° est abrogé.
Art. 148. In hetzelfde besluit wordt een artikel 19/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 19/1. Als de indiener van het beheersprogramma het varend erfgoed als opengesteld varend erfgoed wil laten erkennen, wordt aan het beheersprogramma een onderdeel toegevoegd waarin wordt aangegeven op welke manier wordt voldaan aan de volgende erkenningsvoorwaarden:
  1° de erfgoedwaarden van het beschermde varend erfgoed worden op een kwaliteitsvolle manier onder de aandacht gebracht van een breed publiek;
  2° het operationele karakter van het beschermde varend erfgoed wordt op een kwaliteitsvolle manier onder de aandacht gebracht van een breed publiek;
  3° er wordt kwaliteitsvol gecommuniceerd over de uitvoering van het beheersprogramma aan een breed publiek;
  4° er worden minstens twee bezoekersdoelgroepen aangesproken en er worden daarvoor gepaste maatregelen genomen;
  5° de risico's van de openstelling voor het beschermde varend erfgoed worden ingeschat en er worden flankerende maatregelen genomen om beschadiging of vernietiging van de erfgoedelementen of het verlies aan erfgoedwaarden te voorkomen;
  6° het beschermde varend erfgoed maakt deel uit van een netwerk dat specifiek gericht is op erfgoedontsluiting.
  Het beheersprogramma kan een ontwikkelingstraject omvatten om aan die erkenningsvoorwaarden te voldoen. In elk geval wordt in het beheersprogramma aangegeven op welke ingangsdatum en op welke manier het varend erfgoed vanaf die datum minstens 25 dagen en minstens 150 uren per jaar wordt opengesteld voor een breed publiek. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken.".
Art. 148. Dans le même arrêté, il est inséré un article 19/1, rédigé comme suit :
  " Art. 19/1. Si l'auteur du programme de gestion envisage de faire agréer le patrimoine nautique comme patrimoine nautique ouvert, le programme de gestion est complété d'une partie dans laquelle il est indiqué de quelle façon il est satisfait aux conditions d'agrément suivantes :
  1° un grand public est sensibilisé aux valeurs patrimoniales du patrimoine nautique protégé dans un souci de la qualité ;
  2° un grand public est sensibilisé Opérationnel du patrimoine nautique protégé dans un souci de la qualité ;
  3° la communication relative à la mise en oeuvre du programme de gestion à l'attention d'un grand public est menée dans un souci de la qualité ;
  4° au moins deux groupes-cible de visiteurs sont sensibilisés et des mesures adéquates sont prises à cette fin ;
  5° les risques auxquels le patrimoine nautique protégé pourrait être exposé par l'ouverture sont estimés et des mesures d'accompagnement sont prises afin de prévenir la dégradation ou la destruction des élements patrimoniaux ou la perte de valeurs patrimoniales ;
  6° le patrimoine nautique protégé fait partie d'un réseau qui se focalise sur l'ouverture du patrimoine.
  Le programme de gestion peut comprendre une trajectoire de développement pour répondre à ces conditions d'agrément. Le programme de gestion indique en tout cas la date de début et les modalités selon lesquelles le patrimoine nautique sera ouvert à un grand public pendant au moins 25 jours et au moins 150 heures par an à partir de cette date de début. Il peut être dérogé de cette disposition moyennant une motivation. ".
Art. 149. In artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De beheerspremie voor beheersmaatregelen aan opengesteld varend erfgoed of aan varend erfgoed dat ontwikkeld wordt tot opengesteld varend erfgoed volgens het ontwikkelingstraject in het beheersprogramma, vermeld in artikel 19/1, tweede lid, bedraagt 80% van de aanvaarde kostenraming, exclusief btw.";
  2° in het vierde lid worden tussen het woord "erfgoed" en de zinsnede ", gaat" de woorden "of voor de ontwikkeling tot opengesteld varend erfgoed" ingevoegd;
  3° aan het vijfde lid wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De wettelijke intresten beginnen te lopen vanaf het moment dat de locatie niet meer voldoet aan de openstellingsvoorwaarden opgenomen in het goedgekeurde beheersprogramma.";
  4° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als het in het beheersprogramma aangekondigde ontwikkelingstraject tot opengesteld varend erfgoed niet leidt tot een openstelling op de ingangsdatum vermeld in artikel 19/1, tweede lid, wordt de helft van de toegekende beheerspremie teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke intresten. De wettelijke intresten beginnen te lopen vanaf de dag na de ingangsdatum.".
Art. 149. Dans l'article 31, § 2, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " La prime de gestion pour les mesures de gestion en faveur des objets du patrimoine nautique ouverts au public qui sont développés en patrimoine nautique ouvert selon la trajectoire de développement dans le programme de gestion, visée à l'article 19/1, alinéa deux, s'élève à 80% de l'estimation des coûts acceptée, hors T.V.A " ;
  2° dans l'alinéa quatre, les mots " ou pour le développement en patrimoine nautique ouvert " sont insérés entre les mots " du patrimoine nautique ouvert au public " et le membre de phrase " , s'engage " ;
  3° l'alinéa cinq est complété par la phrase suivante :
  " Les intérêts légaux prennent cours à partir du moment auquel l'endroit ne répond plus aux conditions d'ouverture reprises dans le programme de gestion approuvé. " ;
  4° il est ajouté un alinéa six, rédigé comme suit :
  " Si la trajectoire de développement en patrimoine nautique ouvert, annoncée dans le programme de gestion n'aboutit pas à une ouverture à la date de début, visée à l'article 19/1, alinéa deux, la moitié de la prime de gestion octroyée est recouvrée, majorée des intérêts légaux. Les intérêts légaux prennent cours à partir du jour après la date de début. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Section 1re. - Dispositions transitoires
Art. 150. Aanvragen tot aanduiding als erkende archeoloog, ingediend voor de inwerkingtreding van dit artikel, worden als aanvragen tot aanduiding als erkende archeoloog type 1 beschouwd en moeten voldoen aan de erkenningsvoorwaarden bepaald in artikel 3.5.2 en 3.5.3 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, met uitzondering van de opleidingsvereiste vermeld in artikel 3.5.2, 8° van datzelfde besluit.
  In het geval van een aanduiding als erkende archeoloog type 1 volgens het eerste lid, moet de betrokken archeoloog binnen de twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit de opleiding vermeld in artikel 3.5.2, 8°, van het besluit vermeld in het eerste lid volgen om te blijven voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.
Art. 150. Les demandes de désignation comme archéologue agréé, introduites avant l'entrée en vigueur du présent article, sont considérées comme des demandes de désignation comme archéologue agréé de type 1 et doivent répondre aux conditions d'agrément, telles que visées aux articles 3.5.2 et 3.5.3 de l'Arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, à l'exception de l'exigence en matière de formation, visée à l'article 3.5.2, 8° du même arrêté.
  Dans le cas d'une désignation comme archéologue agréé de type 1 conformément à l'alinéa premier, l'archéologue concerné doit suivre la formation, visée à l'article 3.5.2, 8°, de l'arrêté visé dans l'alinéa premier, endéans les deux ans après l'entrée en vigueur du présent arrêté s'il veut continuer à répondre aux conditions d'agrément.
Art. 151. Procedures tot schorsing van erkende archeologen, opgestart voor de inwerkingtreding van dit artikel, worden verder uitgevoerd conform de regels die golden voorafgaand aan die datum.
Art. 151. Les procédures de suspension d'archéologues agréés, démarrées avant l'entrée en vigueur du présent article, continuent à être exécutées conformément aux règles applicables avant cette date.
Art. 152. Ontvankelijke aanvragen tot goedkeuring van een beheersplan of een geïntegreerd beheersplan vermeld in artikel 8.1.1 en 8.3.1 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, ingediend voor de inwerkingtreding van dit artikel, worden behandeld conform de regels die golden voorafgaand aan die datum. De geldigheidsduur van een goedgekeurd beheersplan bedraagt in elk geval 24 jaar.
Art. 152. Les demandes recevables d'approbation d'un plan de gestion ou d'un plan de gestion intégré, tels que visés aux articles 8.1.1 et 8.3.1 de l'arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, introduites avant l'entrée en vigueur du présent article, sont traitées conformément aux règles applicables avant cette date. La durée de validité d'un plan de gestion approuvé est de 24 ans en tout cas.
Art. 153. Open erfgoed dat in een goedgekeurd beheersplan erkend werd voor de inwerkingtreding van dit artikel, blijft erkend als open erfgoed gedurende de looptijd van het beheersplan. Na het verstrijken van de looptijd van het beheersplan, wordt de erkenning stilzwijgend verlengd voor een periode van twaalf jaar, tenzij voor het verstrijken van de looptijd van het beheersplan, de beheerder of de zakelijkrechthouder het agentschap schriftelijk heeft gemeld de erkenning niet te willen verlengen.
Art. 153. Le patrimoine ouvert qui a été agréé dans un plan de gestion approuvé avant l'entrée en vigueur du présent article, reste agréé comme patrimoine ouvert pendant la durée du plan de gestion. Après échéance de la durée du plan de gestion, l'agrément est tacitement prolongé pour une période de douze ans, à moins qu'avant l'échéance de la durée du plan de gestion, le gestionnaire ou le titulaire du droit réel n'ait informé l'agence par écrit de ne pas vouloir prolonger l'agrément.
Art. 154. Ontvankelijke premieaanvragen, ingediend voor de inwerkingtreding van dit artikel, worden behandeld conform de regels die golden voorafgaand aan die datum.
Art. 154. Les demandes de prime recevables, introduites avant l'entrée en vigueur du présent article, sont traitées conformément aux règles applicables avant cette date.
Art. 155. Premieaanvragen op basis van meerjarige subsidiëringsovereenkomsten afgesloten voor de inwerkingtreding van dit artikel worden behandeld conform de regels die golden voorafgaand aan die datum.
Art. 155. Les demandes de prime sur la base d'accords de subvention pluriannuels conclus avant l'entrée et vigueur du présent arrêté sont traitées conformément aux règles qui s'appliquaient préalablement à cette date.
Art. 156. Als een aanvullende premie van 10% zoals vermeld in artikel 11.2.12, § 1 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 wordt aangevraagd, kan het consequent en kwaliteitsvol onderhoud voor de jaren vóór de inwerkingtreding van dit artikel aangetoond worden met duidelijke stavingsstukken.
Art. 156. Si une prime supplémentaire de 10%, telle que visée à l'article 11.2.12, § 1er de l'arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014 est demandée, l'entretien conséquent et de qualité pour les années avant l'entrée en vigueur du présent article peut être démontré au moyen de pièces justificatives probantes.
Art. 157. In afwijking van artikel 11.2.1, tweede lid van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, moeten de beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten aan UNESCO-werelderfgoed, zoals vermeld in punt 2° van dat lid, pas vanaf 1 januari 2022 opgenomen zijn in een goedgekeurd beheersplan.
Art. 157. Par dérogation à l'article 11.2.1, alinéa deux de l'arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, les mesures de gestion, travaux ou services au patrimoine mondial de l'UNESCO, tel que visé au point 2° de cet alinéa, ne doivent être repris dans un plan de gestion approuvé qu'à partir du 1er janvier 2022.
Art. 158. Archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem komt enkel in aanmerking voor de premie vermeld in artikel 11.9.2 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 als:
  1° de melding en aktename van de archeologienota die volgt op dat vooronderzoek met ingreep in de bodem gebeurde na de inwerkingtreding van dit artikel;
  2° in het geval toepassing werd gemaakt van de procedure vermeld in artikel 5.4.12 tot en met 5.4.19 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, de melding en aktename van de nota die volgt op dat vooronderzoek met ingreep in de bodem gebeurde na de inwerkingtreding van dit artikel.
Art. 158. Des études archéologiques avec interventions dans le sol ne sont éligibles à la prime visée dans l'article 11.9.2 de l'arrêté sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014 que si :
  1° la notification et la prise d'acte de la note archéologique qui fait suite à cette étude préliminaire avec interventions dans le sol ont eu lieu après l'entrée en vigueur de cet article ;
  2° dans le cas où la procédure mentionnée aux articles 5.4.12 à 5.4.19 inclus du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 a été appliquée, la notification et la prise d'acte de la note qui fait suite à cette étude préliminaire avec interventions dans le sol, ont eu lieu après l'entrée en vigueur de cet article.
Afdeling 2. - Inwerkingtreding
Section 2. - Entrée et vigueur
Art. 159. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 januari 2019:
  1° het decreet van 13 juli 2018 houdende de wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naar aanleiding van de ex-post evaluatie, met uitzondering van artikel 2, 2° en 3°, artikel 3 en 4, artikel 9 tot en met 36, artikel 37 tot en met 53, artikel 54, artikel 59, 1° en 2°, en artikel 64 tot en met 71;
  2° dit besluit, met uitzondering van artikel 1, 3°, 6° en 7°, artikel 3 en 4, artikel 11, artikel 14, artikel 20, artikel 22 en 23, artikel 27 tot en met 41, artikel 49 tot en met 62, artikel 94, artikel 96 tot en met 99, artikel 101, artikel 104 en 105, artikel 107, artikel 118, artikel 129, artikel 138 tot en met 140, [1 ...]1 artikel 145, artikel 146, artikel 150 en 151 en artikel 158.
  
Art. 159. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le 1 janvier 2019 :
  1° le décret du 13 juillet 2018 portant modification du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 à la suite de l'évaluation ex-post, à l'exception de l'article 2, 2° et 3°, des articles 3 et 4, des articles 9 à 36 inclus, des articles 37 à 53 inclus, de l'article 54, de l'article 59, 1° et 2°, et des articles 64 à 71 inclus ;
  2° le présent arrêté, à l'exception de l'article 1er, 3°, 6° et 7°, les articles 3 et 4, l'article 11, l'article 14, l'article 20, les articles 22 et 23, les articles 27 à 41 inclus, les articles 49 à 62 inclus, l'article 94, les articles 96 à 99 inclus, l'article 101, les articles 104 et 105, l'article 107, l'article 118, l'article 129, les articles 138 à 140 inclus, [1 ...]1 l'article 145, l'article 146, les articles 150 et 151 et l'article 158.
  
Art. 160. Artikel 2, 3°, artikel 3 en 4, artikel 9 tot en met 36, artikel 54, artikel 59, 2° en artikel 64 tot en met 71 van het decreet van 13 juli 2018 houdende de wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naar aanleiding van de ex-post evaluatie treden in werking op 1 april 2019.
Art. 160. L'article 2, 3°, les articles 3 et 4, les articles 9 à 36 inclus, l'article 54, l'article 59, 2° et les articles 64 à 71 inclus du décret du 13 juillet 2018 portant modification du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 à la suite de l'évaluation ex-post entrent en vigueur le 1er avril 2019.
Art. 161. Artikel 1, 3°, 6° en 7°, artikel 27 tot en met 41, artikel 49 tot en met 62, artikel 118, artikel 129, artikel 138 tot en met 140, [1 ...]1 artikel 145, artikel 146, artikel 150, en artikel 151 en 158 van dit besluit treden in werking op 1 april 2019.
  
Art. 161. L'article 1er, 3°, 6° et 7°, les articles 27 à 41 inclus, les articles 49 à 62 inclus, l'article 118, l'article 129, les articles 138 à 140 inclus, [1 ...]1 l'article 145, l'article 146, l'article 150, et les articles 151 et 158 du présent arrêté entrent en vigueur le 1er avril 2019.
  
Art. 162. Artikel 3 en 4, artikel 11, artikel 14, artikel 20, artikel 22, artikel 23, artikel 94, artikel 96 tot en met 99, artikel 101, artikel 104 en 105 en artikel 107 van dit besluit treden in werking op 1 januari 2020.
Art. 162. Les articles 3 et 4, l'article 11, l'article 14, l'article 20, l'article 22, l'article 23, l'article 94, les articles 96 à 99 inclus, l'article 101, les articles 104 et 105 et l'article 107 du présent arrêté entrent en vigueur le 1er janvier 2020.
Art. 163. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onroerend erfgoed, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 163. Le Ministre flamand ayant le patrimoine immobilier dans ses attributions et le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions, sont chargés, chacun et ce qui le ou la concerne, de l'exécution du présent arrêté.