Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
2 FEBRUARI 2018. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten
Titre
2 FEVRIER 2018. - Accord de coopération entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers
Tekst (67)
Texte (67)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. § 1. Dit samenwerkingsakkoord betreft een gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
  Onverminderd de andere bevoegdheden die hun door dit akkoord worden toegekend, kunnen de partijen, met een uitvoerend samenwerkingsakkoord zoals voorzien in artikel 92bis, § 1, derde lid, van de bijzondere wet, de nadere regels omschrijven die zijn vereist voor het uitvoeren van dit akkoord.
  § 2. Dit samenwerkingsakkoord is van toepassing op de richtlijnen die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 79, § 2, onder a) en b) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wanneer ze de voorwaarden voor toegang en verblijf van de onderdanen van derde landen met het oog op een tewerkstelling gedurende meer dan negentig dagen bepalen, en wanneer ze de invoering van één enkele procedure op het Belgisch niveau noodzakelijk maken.
  De partijen kunnen, met een uitvoerend samenwerkingsakkoord zoals bepaald in artikel 92bis, § 1, derde lid, van de bijzondere wet, de bijzondere modaliteiten voor de uitvoering van dit akkoord die van toepassing zijn op deze richtlijnen bepalen.
Article 1er. § 1er. Cet accord de coopération transpose partiellement la Directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre.
  Sans préjudice des autres pouvoirs qui leur sont attribués par cet accord, les parties peuvent, par un accord de coopération d'exécution tel que prévu à l'article 92bis, § 1er , alinéa 3, de la loi spéciale, définir les modalités nécessaires à la mise en oeuvre de cet accord.
  § 2. Cet accord de coopération est applicable aux directives prises sur base de l'article 79 § 2, a) et b) du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne lorsqu'elles établissent les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'occuper un emploi pendant un séjour de plus de nonante jours et qu'elles nécessitent, au niveau belge, la mise en place d'une procédure unique.
  Les parties peuvent, par un accord de coopération d'exécution tel que prévu à l'article 92bis, § 1er , alinéa 3, de la loi spéciale, définir les modalités particulières de la mise en oeuvre de cet accord applicables à ces directives.
Art. 2. De partijen oefenen hun respectieve bevoegdheden uit met inachtneming van dit akkoord.
Art. 2. Les parties exercent leurs compétences respectives dans le respect de cet accord.
Art. 3. In de zin van dit akkoord wordt verstaan onder:
  1° "Dienst Vreemdelingenzaken": de bestuursoverheid die bij de FOD Binnenlandse Zaken bevoegd is voor de toepassing van de regels inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  2° "gewestelijke overheid": de door het Gewest aangeduide bestuursoverheid die bevoegd is voor de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers;
  3° "Gewest": het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Duitstalige Gemeenschap dat of die bevoegd is voor de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers;
  4° "FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg" (hierna FOD WASO)": federale overheidsdienst die bevoegd is voor de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers op basis van hun specifieke verblijfssituatie;
  5° "de minister": de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  6° "gecombineerde aanvraagprocedure": elke procedure, op basis van een gecombineerde aanvraag die door een onderdaan van een derde land of zijn werkgever wordt ingediend om te worden gemachtigd om op het Belgische grondgebied te verblijven en er te werken, en dewelke tot een beslissing in verband met deze aanvraag leidt;
  7° "onderdaan van een derde land": een persoon die noch een burger is van de Unie in de zin van artikel 20, paragraaf 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, noch een persoon die onder het Unierecht inzake vrij verkeer valt, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5, van de Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) is;
  8° "toelating tot arbeid": machtiging die de onderdaan van een derde land toelaat om op het Belgische grondgebied te werken, overeenkomstig de wetgeving inzake de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers;
  9° "machtiging tot verblijf": beslissing die de onderdaan van een derde land machtigt om voor een duur van meer dan negentig dagen in het op het Belgische grondgebied te verblijven om er te werken, overeenkomstig de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  10° "gecombineerde vergunning": verblijfstitel die een vermelding bevat met betrekking tot de toegang tot de arbeidsmarkt en dewelke een onderdaan van een derde land in staat stelt om wettelijk op het Belgische grondgebied te verblijven, om er te werken;
  11° "vestigingseenheid of uitbatingsadres of exploitatiezetel": het uitbatingsadres of de exploitatiezetel, overeenkomstig artikel 2.6° van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
  12° "maatschappelijke zetel": het hoofdkantoor van een bedrijf; de formele vestigingsplaats van een rechtspersoon;
  13° "federale inspectiedienst": de door de federale overheid gemachtigde ambtenaren voor het vaststellen van inbreuken zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 3° en 4° van de bijzondere wet;
  14° "gewestelijke inspectiedienst": de door de gewesten gemachtigde ambtenaren voor het vaststellen van inbreuken zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 3° en 4° van de bijzondere wet.
Art. 3. Au sens de cet accord, on entend par:
  1° "Office des Etrangers": au sein du SPF Intérieur, l'autorité administrative compétente pour l'application des règles relatives à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers;
  2° "autorité régionale": l'autorité administrative désignée par la Région et qui est compétente en matière d'occupation des travailleurs étrangers;
  3° "Région": la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale ou la Communauté germanophone compétente en matière d'occupation des travailleurs étrangers;
  4° "SPF Emploi, Travail et Concertation sociale (ci-après SPF ETCS)": autorité fédérale compétente en matière d'occupation des travailleurs étrangers en situation particulière de séjour;
  5° "le ministre": le ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses attributions;
  6° "procédure de demande unique": toute procédure conduisant, sur le fondement d'une demande unique introduite par un ressortissant d'un pays tiers ou par son employeur, en vue d'être autorisé à séjourner sur le territoire belge afin d'y travailler, à une décision statuant sur cette demande;
  7° "ressortissant d'un pays tiers": une personne qui n'est ni un citoyen de l'Union au sens de l'article 20, paragraphe 1er, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, ni une personne jouissant du droit à la libre circulation au titre du droit de l'Union telle que définie à l'article 2, point 5, du Règlement (UE) 2016/399 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2016 concernant un code de l'Union relatif au régime de franchissement des frontières par les personnes (Code frontières Schengen);
  8° "autorisation de travail": autorisation qui permet au ressortissant d'un pays tiers de travailler sur le territoire belge conformément à la législation relative à l'occupation des travailleurs étrangers;
  9° "autorisation de séjour": décision qui autorise le ressortissant d'un pays tiers à séjourner pour une durée de plus de nonante jours sur le territoire belge afin d'y travailler conformément à la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers;
  10° "permis unique": titre de séjour, comportant une mention relative à l'accès au marché du travail, qui permet à un ressortissant d'un pays tiers de séjourner légalement sur le territoire belge pour y travailler;
  11° "unité d'établissement ou adresse d'exploitation ou siège d'exploitation": adresse d'exploitation ou siège d'exploitation, conformément à l'article 2, 6° de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions;
  12° "siège social": le siège central d'une entreprise; le lieu d'établissement formel d'une personne juridique;
  13° "service d'inspection fédéral": les agents habilités par l'autorité fédérale à constater les infractions visées à l'article 6, § 1er, IX, 3° et 4° de la loi spéciale;
  14° "service d'inspection régionale": les agents habilités par les Régions à constater les infractions visées à l'article 6, § 1er, IX, 3° et 4° de la loi spéciale.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied
CHAPITRE II. - Champ d'application
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 4. Dit akkoord regelt de samenwerking tussen de partijen met het oog op de coördinatie en de harmonisatie van de procedures aangaande machtigingen tot verblijf en toelatingen tot arbeid, en bij de uitoefening van de bevoegdheden inzake tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
  Dit akkoord respecteert de specifieke kenmerken van elke bevoegde overheid en de doelstellingen die door elk van deze overheden dienen te worden nagestreefd.
Art. 4. Cet accord règle la coopération entre les parties en vue de la coordination et de l'harmonisation des procédures relatives aux autorisations de séjour et aux autorisations de travail ainsi que dans le cadre de l'exercice des compétences relatives à l'occupation de travailleurs étrangers.
  Cet accord respecte les particularités de chaque autorité compétente et les objectifs que doit poursuivre chacune d'entre elles.
Art. 5. De samenwerking bedoeld in artikel 4 heeft tot doel:
  1° de coördinatie van de verdeling van de bevoegdheden inzake de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten tussen de federale overheid en de gewestelijke overheden, wat betreft normering, toepassing der normen, controle, toezicht en sanctionering, overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, § 1, IX, 3° en 4° van de bijzondere wet;
  2° de territoriale verdeling van de bevoegdheden inzake de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten tussen de gewestelijke overheden op grond van het territoriaal aanknopingspunt;
  3° de vastlegging van het principe van wederzijdse erkenning, opdat de Gewesten hun bevoegdheden inzake tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten uitoefenen met inachtneming van de Belgische economische unie overeenkomstig artikel 6, § 1, VI, derde lid, van de bijzondere wet;
  4° de invoering en de coördinatie van één enkele gemeenschappelijke aanvraagprocedure voor onderdanen van derde landen die op het grondgebied wensen te verblijven om er te werken, overeenkomstig Richtlijn 2011/98/EU.
Art. 5. La coopération visée à l'article 4 a pour objet:
  1° la coordination de la répartition des compétences en matière d'emploi des travailleurs étrangers entre l'Etat fédéral et les autorités régionales, concernant l'établissement des normes, l'application des normes, le contrôle, la surveillance et les sanctions, conformément aux dispositions de l'article 6, § 1er, IX, 3° et 4° de la loi spéciale;
  2° la répartition territoriale des compétences en matière d'emploi des travailleurs étrangers entre les autorités régionales sur la base du point de rattachement territorial;
  3° la détermination du principe de reconnaissance mutuelle, de sorte que les Régions exercent leurs compétences en matière d'emploi des travailleurs étrangers dans le respect de l'Union économique belge, conformément à l'article 6, § 1er, VI, alinéa 3, de la loi spéciale;
  4° l'instauration et la coordination d'une procédure de demande unique et commune pour les ressortissants de pays tiers qui souhaitent séjourner sur le territoire en vue d'y travailler, conformément à la Directive 2001/98/UE.
Art. 6. Dit akkoord regelt eveneens de transversale maatregelen die uit deze samenwerking voortvloeien:
  1° de verdeling van de kosten;
  2° de coherentie tussen wetgevende en reglementaire normen van de verschillende regeringen;
  3° de regeling van de geschillen die voortvloeien uit de interpretatie of de uitvoering van dit akkoord;
  4° de inwerkingtreding en de duur van dit akkoord.
Art. 6. Cet accord règle également les mesures transversales consécutives à cette coopération:
  1° la répartition des coûts;
  2° la cohérence des normes législatives et réglementaires des différents gouvernements;
  3° le règlement des litiges issus de l'interprétation ou de l'exécution de cet accord;
  4° l'entrée en vigueur et la durée du présent accord.
Afdeling 2. - Vaststellen van de bevoegde gewestelijke overheid
Section 2. . - Détermination de l'autorité régionale compétente
Art. 7. De gewestelijke overheid die bevoegd is om elke aanvraag voor toelating tot arbeid te ontvangen en te behandelen wordt als volgt vastgesteld:
  1°
  - wanneer de werkgever of de gebruiker van een dienstverrichting één of meerdere vestigingseenheden bezit die in één of verschillende gewesten gesitueerd zijn, is de bevoegde gewestelijke overheid de overheid die overeenkomt met de vestigingseenheid waar de activiteiten van de buitenlandse werknemer geconcentreerd zijn;
  - wanneer de hoofdzakelijke plaats van tewerkstelling niet kan worden bepaald, is de bevoegde gewestelijke overheid de overheid die overeenkomt met de maatschappelijke zetel van de onderneming;
  - wanneer de werkgever of de gebruiker van een dienstverrichting geen enkele maatschappelijke zetel en geen enkele vestigingseenheid in België bezit, is de bevoegde gewestelijke overheid de overheid van het gewest waar de onderdaan van het derde land zijn activiteiten zal uitoefenen.
  2° wanneer de aanvraag betrekking heeft op een toelating tot arbeid voor onbepaalde duur of een vrijstelling voor onbepaalde duur is de bevoegde gewestelijke overheid de overheid die overeenkomt met de officiële woonplaats van de werknemer.
Art. 7. La détermination de l'autorité régionale compétente pour réceptionner et traiter toute demande d'autorisation de travail s'établit comme suit:
  1°
  - lorsque l'employeur ou l'entreprise bénéficiaire d'une prestation de service possède une ou plusieurs unités d'établissement situées dans une région ou dans des régions différentes, l'autorité régionale compétente est celle correspondant à l'unité d'établissement où les activités du travailleur étranger se concentrent;
  - lorsque le lieu principal de travail ne peut être déterminé, l'autorité régionale compétente est celle correspondant au siège social de l'entreprise;
  - lorsque l'employeur ou l'entreprise bénéficiaire d'une prestation de service ne possède aucun siège social et aucune unité d'établissement en Belgique, l'autorité régionale compétente est celle où le ressortissant d'un pays tiers exercera ses activités.
  2° lorsque la demande concerne une autorisation de travail à durée illimitée ou une dispense à durée illimitée, l'autorité régionale compétente est celle correspondant au domicile officiel du travailleur.
Art. 8. Wanneer de gewestelijke overheid waarbij de aanvraag wordt ingediend, niet de bevoegde overheid is overeenkomstig artikel 7, geeft deze de aanvraag binnen een termijn van vier werkdagen na ontvangst door aan de bevoegde overheid, en brengt ze de verzoeker hiervan op de hoogte.
  In bijzondere gevallen kan de in het eerste lid bepaalde termijn bij uitvoerend samenwerkingsakkoord aangepast worden.
Art. 8. Lorsque l'autorité régionale saisie de la demande n'est pas compétente conformément à l'article 7, elle la transmet à l'autorité compétente dans un délai de quatre jours ouvrables suivant la réception de celle-ci et en informe le requérant.
  Le délai prévu à l'alinéa 1er peut être adapté, dans des cas particuliers, par accord de coopération d'exécution.
Afdeling 3. - Toezicht, controle en sanctionering
Section 3. - Surveillance, contrôle et sanctions
Art. 9. Elke bevoegde overheid bepaalt het wettelijk kader waarbinnen de uitoefening van de controle en het toezicht en de bijbehorende sancties geregeld worden.
Art. 9. Chaque autorité compétente fixe le cadre légal régissant l'exercice du contrôle, de la surveillance et des sanctions y afférentes.
Art. 10. De vaststelling van inbreuken betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers is een gedeelde bevoegdheid van de federale overheid en de gewestelijke overheden.
  Elke bevoegde overheid wijst haar ambtenaren aan die belast zijn met deze controles.
Art. 10. La constatation des infractions relatives à l'emploi des travailleurs étrangers est une compétence partagée entre l'Etat fédéral et les autorités régionales.
  Chaque autorité compétente désigne ses agents qui sont chargés de mener ces contrôles.
Art. 11. De federale inspectiedienst kan, naast inbreuken op de federale regelgeving, in toepassing van artikel 10 inbreuken vaststellen op de regionale regelgeving.
  Elke gewestelijke inspectiedienst kan, naast inbreuken op de eigen regionale regelgeving binnen haar eigen grondgebied, in toepassing van artikel 10 inbreuken vaststellen op de federale regelgeving.
Art. 11. Outre les infractions à la réglementation fédérale, le service d'inspection fédéral peut constater les infractions à la règlementation régionale en application de l'article 10.
  Outre les infractions à la réglementation régionale au sein de son propre territoire, chaque service d'inspection régional peut constater les infractions à la réglementation fédérale en application de l'article 10.
Art. 12. De betrokken inspectiedienst stuurt een exemplaar van het proces-verbaal dat de inbreuk op de gewestelijke reglementering vaststelt naar de bevoegde gewestelijke cel Administratieve geldboeten.
  De betrokken inspectiedienst stuurt een exemplaar van het proces-verbaal dat de inbreuk op de federale reglementering vaststelt naar de Directie Administratieve boeten van de FOD WASO.
Art. 12. Le service d'inspection concerné transmet un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction à la réglementation régionale à la cellule régionale Amendes administratives compétente.
  Le service d'inspection concerné transmet un exemplaire du procès-verbal constatant l'infraction à la réglementation fédérale à la Direction des Amendes administratives du SPF ETCS.
Art. 13. Ingeval één proces-verbaal verschillende inbreuken bevat waarvoor verschillende cellen administratieve geldboeten bevoegd zijn, wordt een exemplaar van het proces-verbaal naar de bevoegde cellen Administratieve geldboeten en/of de bevoegde Directies Administratieve geldboeten gestuurd.
Art. 13. Si un seul procès-verbal reprend différentes infractions impliquant différentes cellules Amendes administratives compétentes, un exemplaire du procès-verbal est envoyé aux cellules Amendes administratives et/ou aux directions des Amendes administratives compétentes.
HOOFDSTUK III. - Wederzijdse erkenning
CHAPITRE III. - Reconnaissance mutuelle
Art. 14. De onderdanen van derde landen die beschikken over een geldige toelating tot arbeid die toegekend werd door een gewestelijke overheid voor de tewerkstelling in een bepaalde functie bij een bepaalde werkgever, of zij die vrijgesteld zijn van de verplichting om een dergelijke toelating tot arbeid te verkrijgen, kunnen in opdracht van dezelfde werkgever op het hele Belgische grondgebied werken, op voorwaarde dat alle voorwaarden betreffende de toelating tot arbeid of de vrijstelling hiervan, zoals vastgesteld door de eerste gewestelijke overheid, zijn vervuld.
  De werknemer die een toelating tot arbeid voor onbepaalde duur in één Gewest verkrijgt, of die vrijgesteld is voor onbepaalde duur in één Gewest, kan op basis van diezelfde vergunning of vrijstelling op het hele Belgische grondgebied werken.
  Indien dwingende redenen van algemeen belang dit rechtvaardigen, kunnen de partijen bij uitvoerend samenwerkingsakkoord, de categorieën buitenlandse werknemers die onder het toepassingsgebied van het tweede lid vallen, beperken.
Art. 14. Les ressortissants de pays tiers en possession d'une autorisation de travail en cours de validité octroyée par une autorité régionale pour un emploi dans une fonction déterminée par un employeur déterminé, ou dispensés de l'obligation d'obtenir une telle autorisation de travail peuvent travailler pour le même employeur sur tout le territoire belge, à condition que toutes les conditions fixées par la première autorité régionale relatives à l'autorisation de travail ou la dispense soient remplies.
  Le travailleur qui se voit octroyer une autorisation de travail à durée illimitée ou une dispense pour une durée illimitée au sein d'une Région, peut travailler sur l'ensemble du territoire belge, sur la base de cette autorisation.
  Si des raisons impérieuses d'intérêt général le justifient, les parties peuvent limiter les catégories de travailleurs étrangers qui tombent dans le champ d'application du deuxième alinéa par accord de coopération d'exécution.
HOOFDSTUK IV. - Gecombineerde aanvraagprocedure met het oog op het verkrijgen van een gecombineerde vergunning of een andere verblijfstitel om voor een periode van meer dan negentig dagen te werken
CHAPITRE IV. - Procédure de demande unique en vue de l'obtention d'un permis unique ou d'un autre titre de séjour afin de venir travailler pour une période de plus de 90 jours
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1re. - Champ d'application
Art. 15. Onverminderd gunstigere bepalingen is dit hoofdstuk van toepassing op elke aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk voor een periode van meer dan 90 dagen.
  De partijen kunnen bij uitvoerend samenwerkingsakkoord, de categorieën buitenlandse werknemers die onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen, beperken.
Art. 15. Sans préjudice de dispositions plus favorables, le présent chapitre s'applique à toute demande d'autorisation de séjour à des fins de travail pour une période de plus de 90 jours.
  Les parties peuvent limiter les catégories de travailleurs étrangers qui tombent dans le champ d'application de ce chapitre par accord de coopération d'exécution.
Art. 16. Onverminderd andersluidende reglementaire bepalingen inzake de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers, zijn voor de toepassing van dit hoofdstuk, voor wat betreft de aangelegenheden waarvoor de Gewesten bevoegd zijn, de arbeidskaarten, die toelating geven tot arbeid voor meer dan negentig dagen in de zin van artikel 5 van de wet van 30 april 1999, vervat in de gecombineerde vergunning of in een andere verblijfstitel met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen.
  Onverminderd andersluidende reglementaire bepalingen inzake de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers, zijn voor de toepassing van dit hoofdstuk, voor wat betreft de aangelegenheden waarvoor de Gewesten bevoegd zijn, de vrijstellingen van de verplichting om een arbeidskaart te verkrijgen, die toelating geven tot arbeid voor een periode van meer dan negentig dagen in de zin van artikel 7 van de wet van 30 april 1999, vervat in de gecombineerde vergunning of in een andere verblijfstitel met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen.
  Onverminderd andersluidende reglementaire bepalingen inzake de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk voor wat betreft de aangelegenheden waarvoor de Gewesten bevoegd zijn, de gecombineerde vergunning of een andere verblijfstitel met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen gelijkgesteld met de arbeidsvergunning, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, van de wet van 30 april 1999, die de werkgever machtigt de buitenlandse werknemer tewerk te stellen.
Art. 16. Sauf dispositions réglementaires contraires relatives à l'occupation de travailleurs étrangers, pour l'application du présent chapitre, en ce qui concerne les matières pour lesquelles les Région sont compétentes, les permis de travail donnant accès à un emploi de plus de nonante jours au sens de l'article 5 de la loi du 30 avril 1999, sont contenus dans le permis unique ou un autre permis de séjour en vue d'un emploi d'une période de plus de nonante jours.
  Sauf dispositions réglementaires contraires relatives à l'occupation de travailleurs étrangers, pour l'application du présent chapitre, en ce qui concerne les matières pour lesquelles les Régions sont compétentes, les dispenses de l'obligation d'obtenir un permis de travail donnant accès à un emploi de plus de nonante jours au sens de l'article 7 la loi du 30 avril 1999, sont contenues dans le permis unique ou un autre permis de séjour en vue d'un emploi d'une période de plus de nonante jours.
  Sauf dispositions réglementaires contraires relatives à l'occupation de travailleurs étrangers, pour l'application du présent chapitre, en ce qui concerne les matières pour lesquelles les Régions sont compétentes, le permis unique ou un autre permis de séjour en vue d'accéder à un emploi d'une période de plus de nonante jours sont assimilés à l'autorisation d'occupation visée à l'article 4, § 1er, premier alinéa, de la loi du 30 avril 1999, qui autorise l'employeur à occuper des travailleurs étrangers.
Afdeling 2. - Indiening van de aanvraag
Section 2. - Introduction de la demande
Onderafdeling 1. - Algemene regels
Sous-section 1re. - Règles générales
Art. 17. De aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen wordt ingediend in de vorm van een aanvraag voor een toelating tot arbeid.
  De aanvraag voor een toelating tot arbeid geldt als aanvraag voor een machtiging tot verblijf.
  De machtiging tot verblijf is enkel geldig indien een toelating tot arbeid wordt toegekend.
  De toelating tot arbeid is enkel geldig indien een machtiging tot verblijf wordt toegekend.
Art. 17. La demande d'autorisation de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours est introduite sous la forme d'une demande d'autorisation de travail.
  La demande d'autorisation de travail vaut demande d'autorisation de séjour.
  L'autorisation de séjour est valable uniquement si une autorisation de travail est accordée.
  L'autorisation de travail est valable uniquement si une autorisation de séjour est accordée.
Art. 18. § 1. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 22 en 23 wordt de aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk en de aanvraag voor de vernieuwing of wijziging van deze machtiging door de onderdaan van een derde land ingediend via zijn werkgever bij de territoriaal bevoegde gewestelijke overheid.
  § 2. Het Gewest bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor de indiening van de aanvraag.
  § 3. Naast de documenten die zijn voorgeschreven door de wetgevende of reglementaire bepalingen inzake de tewerkstelling van de buitenlandse werknemers, bevat de aanvraag de documenten met betrekking tot het verblijf die voorgeschreven zijn door de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
  § 4. Op verzoek verstrekken de Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden, ieder wat hen betreft, aan de onderdaan van een derde land en zijn werkgever de relevante informatie inzake de documenten die vereist zijn om een volledige aanvraag in te dienen.
Art. 18. § 1er. Sans préjudice des dispositions des articles 22 et 23, la demande d'autorisation de séjour à des fins de travail et la demande de renouvellement ou de modification de cette autorisation sont introduites par le ressortissant d'un pays tiers par le biais de son employeur auprès de l'autorité régionale territorialement compétente.
  § 2. La Région détermine les conditions et modalités d'introduction de la demande.
  § 3. Outre les documents prévus par les dispositions législatives ou réglementaires en matière d'occupation des travailleurs étrangers, la demande contient les documents relatifs au séjour prévus par la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
  § 4. L'Office des Etrangers et les autorités régionales, chacun pour ce qui le concerne, fournissent, sur demande, au ressortissant d'un pays tiers et à son employeur les informations adéquates concernant les documents requis pour introduire une demande complète.
Art. 19. § 1. De bevoegde gewestelijke overheid neemt een beslissing over de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag.
  § 2. Wanneer niet alle documenten die vereist zijn om de aanvraag te staven voorgelegd worden, of indien ze onvolledig zijn, deelt de gewestelijke overheid de aanvrager schriftelijk mee welke aanvullende inlichtingen of documenten hij moet voorleggen, en dit binnen een termijn van vijftien dagen na de betekening van de brief waarin deze documenten gevraagd worden.
  § 3. Indien de aanvullende documenten of inlichtingen niet binnen de termijn bedoeld in § 2 geleverd werden, verklaart de gewestelijke overheid de aanvraag onontvankelijk.
  In afwijking van het eerste lid, verklaart de gewestelijke overheid de aanvraag onvolledig doch ontvankelijk indien de minister of zijn gemachtigde aangeeft dat bepaalde documenten voorgeschreven door de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in de loop van de procedure zullen worden toegevoegd.
Art. 19. § 1er. L'autorité régionale compétente statue sur le caractère complet et recevable de la demande.
  § 2. Lorsque tous les documents requis à l'appui de la demande ne sont pas produits ou sont incomplets, l'autorité régionale précise par écrit au demandeur les informations ou documents complémentaires qu'il doit produire dans un délai de quinze jours à compter de la notification du courrier réclamant ces documents.
  § 3. Si les documents ou informations complémentaires n'ont pas été fournis dans le délai visé au § 2, l'autorité régionale déclare la demande irrecevable.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, l'autorité régionale déclare la demande incomplète mais recevable si le ministre ou son délégué indique que certains documents prévus par les dispositions de la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers seront joints durant la procédure.
Art. 20. Ten laatste vijftien dagen na de ontvankelijkheid van de aanvraag stuurt de gewestelijke overheid een kopie van het dossier naar de Dienst Vreemdelingenzaken.
  In bepaalde gevallen kan de in het eerste lid bepaalde termijn bij uitvoerend samenwerkingsakkoord gewijzigd worden.
Art. 20. Au plus tard dans les quinze jours à compter de la recevabilité de la demande, l'autorité régionale transmet une copie du dossier à l'Office des Etrangers.
  Le délai prévu à l'alinéa 1er peut être modifié, dans des cas particuliers, par accord de coopération d'exécution.
Art. 21. De aanvraag voor vernieuwing of wijziging van de machtiging tot verblijf met het oog op werk wordt ten laatste twee maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de vorige machtiging bij de gewestelijke overheid ingediend.
Art. 21. La demande de renouvellement ou de modification d'autorisation de séjour à des fins de travail est introduite auprès de l'autorité régionale au plus tard deux mois avant l'expiration de la validité de l'autorisation précédente.
Onderafdeling 2. - Bijzondere regels
Sous-section 2. - Règles particulières
Art. 22. De aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk voor onbepaalde duur wordt door de onderdaan van een derde land ingediend bij de territoriaal bevoegde gewestelijke overheid, overeenkomstig artikel 7, 2° wanneer hij een aanvraag voor een toelating tot arbeid van onbeperkte duur indient.
Art. 22. La demande d'autorisation de séjour à des fins de travail pour une période illimitée est introduite par le ressortissant d'un pays tiers auprès de l'autorité régionale territorialement compétente lorsqu'il introduit une demande d'autorisation de travail illimitée conformément à l'article 7, 2°.
Art. 23. Indien de toelating tot arbeid door de bevoegde gewestelijke overheid voor onbeperkte duur wordt toegekend, dient de onderdaan van een derde land de volgende aanvraag voor vernieuwing van zijn machtiging tot verblijf in bij de burgemeester van de plaats waar hij verblijft, overeenkomstig de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Art. 23. Lorsque l'autorisation de travailler est accordée par l'autorité régionale compétente de manière illimitée, le ressortissant d'un pays tiers introduit sa demande de renouvellement d'autorisation de séjour auprès du bourgmestre de la localité où il séjourne conformément à la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
Afdeling 3. - Behandeling van de aanvraag
Section 3. - Examen de la demande
Art. 24. § 1. De Federale Staat en de Gewesten bepalen de nadere regels voor het behandelen van de aanvragen.
  § 2. De Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden behandelen de aanvragen gezamenlijk en respecteren daarbij hun respectieve bevoegdheden.
Art. 24. § 1er. L'Etat fédéral et les Régions déterminent les modalités d'examen des demandes, chacun les concernant.
  § 2. L'Office des Etrangers et les autorités régionales traitent les demandes de manière conjointe et se conforment dans ce cadre à leurs compétences respectives.
Art. 25. § 1. Onverminderd gunstigere bepalingen in de Europese richtlijnen bedoeld in artikel 1, § 2, wordt de beslissing met betrekking tot de aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk ten laatste binnen de vier maanden genomen na de kennisgeving van het feit dat de aanvraag volledig is.
  § 2. Tijdens het onderzoek van de aanvraag kan aan de onderdaan van een derde land of aan de werkgever worden gevraagd om binnen een termijn van 15 dagen aanvullende inlichtingen of documenten voor te leggen.
  Indien de aanvullende inlichtingen of documenten niet binnen de voorgeschreven termijn werden voorgelegd, wordt de aanvraag geweigerd.
  § 3. In uitzonderlijke omstandigheden, die verbonden zijn met de complexiteit van de aanvraag, kan de termijn bedoeld in paragraaf 1 verlengd worden.
  Wanneer de minister of zijn gemachtigde deze termijn verlengt, brengt hij de onderdaan van een derde land en de bevoegde gewestelijke overheid daarvan op de hoogte.
  Wanneer de gewestelijke overheid deze termijn verlengt, brengt ze de aanvrager en de minister of zijn gemachtigde daarvan op de hoogte.
  § 4. Indien er na het verstrijken van de termijn bedoeld in paragraaf 1, die eventueel verlengd werd overeenkomstig paragraaf 3, geen enkele beslissing werd genomen, worden de machtigingen tot verblijf en de toelatingen tot arbeid beschouwd te zijn toegekend.
Art. 25. § 1er. Sans préjudice de dispositions plus favorables contenues dans des directives européennes telles que visées à l'article 1er § 2, la décision relative à la demande d'autorisation de séjour à des fins de travail est prise au plus tard dans les quatre mois suivant la notification du caractère complet de la demande.
  § 2. Lors de l'examen de la demande, il peut être exigé du ressortissant d'un pays tiers ou de l'employeur de produire dans un délai de 15 jours des informations ou documents complémentaires.
  Si les informations ou les documents complémentaires n'ont pas été produits dans le délai prévu, la demande est refusée.
  § 3. Le délai visé au paragraphe 1er peut être prorogé dans des circonstances exceptionnelles liées à la complexité de la demande.
  Lorsque le ministre ou son délégué proroge ce délai, il en informe le ressortissant d'un pays tiers et l'autorité régionale compétente.
  Lorsque l'autorité régionale proroge ce délai, elle en informe le demandeur et le ministre ou son délégué.
  § 4. Si aucune décision n'a été prise après l'expiration du délai visé au paragraphe 1er, qui a éventuellement fait l'objet d'une prorogation conformément au paragraphe 3, les autorisations de séjour et de travail sont réputées octroyées.
Art. 26. Indien de bevoegde gewestelijke overheid binnen de in artikel 20 bepaalde termijn beslist om een toelating tot arbeid toe te kennen, stuurt ze onmiddellijk haar beslissing en een kopie van het volledig dossier naar de minister of zijn gemachtigde.
  Wanneer de minister of zijn gemachtigde beslist om een machtiging tot verblijf toe te kennen, betekent hij de twee positieve beslissingen in overeenstemming met artikel 33 aan de onderdaan van een derde land.
  Wanneer de minister of zijn gemachtigde een beslissing tot weigering van een machtiging tot verblijf neemt, betekent hij zijn beslissing aan de onderdaan van een derde land en brengt hij de bevoegde gewestelijke overheid en de werkgever daarvan op de hoogte.
Art. 26. Si, dans le délai prévu à l'article 20, l'autorité régionale compétente prend une décision d'autorisation de travail, elle transmet immédiatement sa décision et une copie du dossier complet au ministre ou son délégué.
  Lorsque le ministre ou son délégué prend une décision d'autorisation de séjour, il notifie les deux décisions positives au ressortissant d'un pays tiers conformément à l'article 33.
  Lorsque le ministre ou son délégué prend une décision de refus d'autorisation de séjour, il notifie sa décision au ressortissant d'un pays tiers et informe l'autorité régionale compétente et l'employeur.
Art. 27. Indien de gewestelijke overheid binnen de in artikel 20 bepaalde termijn een beslissing tot weigering van toelating tot arbeid neemt, betekent ze haar beslissing aan de aanvrager, en brengt ze de minister of zijn gemachtigde daarvan op de hoogte.
Art. 27. Si, dans le délai prévu à l'article 20, l'autorité régionale prend une décision de refus d'autorisation de travail, elle notifie sa décision au demandeur et en informe le ministre ou son délégué.
Art. 28. Indien de bevoegde gewestelijke overheid na de in artikel 20 bepaalde termijn beslist om een toelating tot arbeid toe te kennen, stuurt ze haar beslissing naar de minister of zijn gemachtigde.
  Wanneer de minister of zijn gemachtigde beslist om een machtiging tot verblijf toe te kennen, betekent hij de twee positieve beslissingen in overeenstemming met artikel 33 aan de onderdaan van een derde land.
  Wanneer de minister of zijn gemachtigde een beslissing tot weigering van een machtiging tot verblijf neemt, betekent hij zijn beslissing aan de onderdaan van een derde land, en brengt hij de werkgever daarvan op de hoogte.
Art. 28. Si, après le délai prévu à l'article 20, l'autorité régionale compétente prend une décision d'autorisation de travail, elle transmet sa décision au ministre ou à son délégué.
  Lorsque le ministre ou son délégué prend une décision d'autorisation de séjour, il notifie les deux décisions positives au ressortissant d'un pays tiers conformément à l'article 33.
  Lorsque le ministre ou son délégué prend une décision de refus d'autorisation de séjour, il notifie sa décision au ressortissant d'un pays tiers et informe l'employeur.
Art. 29. Indien de minister of zijn gemachtigde na de in artikel 20 bepaalde termijn beslist om een machtiging tot verblijf toe te kennen, stuurt hij zijn beslissing naar de bevoegde gewestelijke overheid.
  Wanneer de gewestelijke overheid beslist om een toelating tot arbeid toe te kennen stuurt ze haar beslissing naar de minister of zijn gemachtigde. De minister of zijn gemachtigde geeft kennis van deze beslissingen overeenkomstig artikel 33.
  Wanneer de gewestelijke overheid een beslissing tot weigering van een toelating tot arbeid neemt, betekent ze haar beslissing aan de aanvrager, en brengt ze minister of zijn gemachtigde daarvan op de hoogte.
Art. 29. Si, après le délai prévu à l'article 20, le ministre ou son délégué prend une décision d'autorisation de séjour, il transmet sa décision à l'autorité régionale compétente.
  Lorsque l'autorité régionale prend une décision d'autorisation de travail, elle transmet sa décision au ministre ou à son délégué. Le ministre ou son délégué notifie ces décisions conformément à l'article 33.
  Lorsque l'autorité régionale prend une décision de refus d'autorisation de travail, elle notifie sa décision au demandeur et en informe le ministre ou son délégué.
Art. 30. Indien de gewestelijke overheid na de in artikel 20 bepaalde termijn een beslissing tot weigering van een toelating tot arbeid neemt, brengt ze de minister of zijn gemachtigde daarvan op de hoogte vooraleer ze de beslissing aan de aanvrager betekent.
Art. 30. Si, après le délai prévu à l'article 20, l'autorité régionale prend une décision de refus d'autorisation de travail, elle informe le ministre ou son délégué préalablement à la notification de la décision au demandeur.
Art. 31. Indien de minister of zijn gemachtigde na de in artikel 20 bepaalde termijn een beslissing neemt tot weigering van een machtiging tot verblijf, brengt hij de bevoegde gewestelijke overheid daarvan op de hoogte vooraleer hij de beslissing aan de onderdaan van een derde land betekent en hij de werkgever daarvan op de hoogte brengt.
Art. 31. Si, après le délai prévu à l'article 20, le ministre ou son délégué prend une décision de refus d'autorisation de séjour, il informe l'autorité régionale compétente préalablement à la notification de la décision au ressortissant d'un pays tiers et en informe l'employeur.
Art. 32. De beslissingen die betrekking hebben op de aanvragen voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk worden gemotiveerd en schriftelijk meegedeeld aan de aanvrager.
  De schriftelijke betekening vermeldt de mogelijke rechtsmiddelen.
Art. 32. Les décisions portant sur les demandes d'autorisation de séjour à des fins de travail sont motivées et communiquées par écrit au demandeur.
  La notification écrite indique les voies de recours possibles.
Art. 33. De beslissingen waarmee de gecombineerde vergunning wordt toegekend nemen de vorm aan van een gecombineerde administratieve akte die tegelijkertijd het verblijf en het werk toestaat.
  De minister of zijn gemachtigde betekent deze akte aan de onderdaan van een derde land en brengt de werkgever hiervan op de hoogte.
Art. 33. Les décisions accordant le permis unique prennent la forme d'un acte administratif unique autorisant à la fois le séjour et le travail.
  Le ministre ou son délégué notifie cet acte au ressortissant d'un pays tiers et en informe l'employeur.
Afdeling 4. - Afgifte van de gecombineerde vergunning
Section 4. - Délivrance du permis unique
Art. 34. Wanneer de onderdaan van een derde land gemachtigd wordt om op het Belgische grondgebied te verblijven en te werken, brengt de Dienst Vreemdelingenzaken de diplomatieke posten en/of de gemeenten op de hoogte van de positieve beslissingen.
  Indien de onderdaan van een derde land zich op de datum van de beslissing tot machtiging tot verblijf en arbeid in het buitenland bevindt, wordt op zijn verzoek een visum aan hem afgeleverd.
  De tot verblijf met het oog op werk gemachtigde onderdaan van een derde land wordt in het vreemdelingenregister ingeschreven. Een gecombineerde vergunning conform aan Verordening (EG) nr. 1030/2002 van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen wordt aan hem afgegeven.
  De onderdaan van een derde land die overeenkomstig artikel 33 tot verblijf met het oog op werk gemachtigd werd, kan beginnen werken zodra hij in het bezit is van het voorlopige verblijfsdocument dat wordt afgeleverd in afwachting van de afgifte van de gecombineerde vergunning, of in afwachting van de vernieuwing of wijziging van de gecombineerde vergunning.
Art. 34. Lorsque le ressortissant d'un pays tiers est autorisé à séjourner et à travailler sur le territoire belge, l'Office des Etrangers porte à la connaissance des postes diplomatiques et/ou des communes les décisions positives.
  Lorsque le ressortissant d'un pays tiers autorisé au séjour et au travail se trouve à l'étranger à la date de la décision d'autorisation de séjour et de travail, un visa lui est délivré, à sa demande.
  Le ressortissant d'un pays tiers autorisé au séjour et au travail est inscrit au registre des étrangers. Un permis unique conforme au règlement (CE) n° 1030/2002 du Conseil du 13 juin 2002 établissant un modèle uniforme de titre de séjour pour les ressortissants de pays tiers, lui est délivré.
  Le ressortissant d'un pays tiers autorisé, conformément à l'article 33, à séjourner sur le territoire en vue d'y travailler peut commencer à travailler dès qu'il est en possession du document de séjour provisoire qui est délivré en attente de la délivrance du permis unique, ou en attente de la prolongation ou de la modification de celui-ci.
Art. 35. In overleg met alle partijen vermeldt de Dienst Vreemdelingenzaken op de verblijfstitel conform aan Verordening (EG) 1030/2002 die afgegeven wordt aan de onderdanen van derde landen die toegelaten of gemachtigd zijn tot verblijf de beperkingen van de arbeidsmarkt die vastgelegd zijn door de federale of gewestelijke wetgeving.
  Deze vermelding ziet er als volgt uit:
  1° ofwel "Arbeidsmarkt": beperkt
  2° ofwel "Arbeidsmarkt": onbeperkt
  3° ofwel "Arbeidsmarkt": nee
Art. 35. En concertation avec l'ensemble des parties, l'Office des Etrangers mentionne sur le titre de séjour conforme au Règlement (CE) 1030/2002 délivré aux ressortissants de pays tiers admis ou autorisés au séjour les limites à l'accès au marché du travail fixées par la législation fédérale ou régionale.
  Cette mention se présente comme suit:
  1° soit, "Marché du travail": limité
  2° soit, "Marché du travail": illimité
  3° soit "Marché du travail": non
Afdeling 5. - Beëindiging van de toelating tot arbeid of de machtiging tot verblijf
Section 5. - Fin de l'autorisation de travail ou de l'autorisation de séjour
Art. 36. § 1. Wanneer de gewestelijke overheid overeenkomstig de reglementering inzake de tewerkstelling van onderdanen van derde landen een einde maakt aan de toelating tot arbeid van de onderdaan van een derde land, stuurt ze haar beslissing naar de minister of zijn gemachtigde.
  De minister of zijn gemachtigde betekent de beslissing aan de onderdaan van een derde land en aan de werkgever.
  Deze beslissing wordt gemotiveerd en vermeldt de mogelijke rechtsmiddelen.
  § 2. Indien de onderdaan van een derde land niet meer toegelaten is tot arbeid, eindigt zijn verblijf negentig dagen na het einde van de toelating tot arbeid van rechtswege, en dit onverminderd de bevoegdheid van de minister, of zijn gemachtigde, om overeenkomstig de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen een einde te maken aan het verblijf.
  Indien er gedurende deze periode geen einde wordt gemaakt aan het verblijf, wordt de onderdaan van een derde land in het bezit gesteld van een voorlopig verblijfsdocument.
  Indien een aanvraag tot vernieuwing of wijziging wordt ingediend, verlengt de minister of zijn gemachtigde op verzoek van de bevoegde gewestelijke overheid, in uitzonderlijke omstandigheden die verbonden zijn met het onderzoek van de redenen die betrekking hebben op het werk, de geldigheid van dit verblijfsdocument.
  § 3. Wanneer de minister of zijn gemachtigde een einde maakt aan het verblijf van de onderdaan van een derde land, brengt hij de bevoegde gewestelijke overheid daarvan op de hoogte en betekent hij zijn beslissing aan de onderdaan van een derde land.
  Deze beslissing wordt gemotiveerd en vermeldt de mogelijke rechtsmiddelen.
  De toelating tot arbeid vervalt van rechtswege bij een beslissing van beëindiging van het verblijf.
Art. 36. § 1er. Lorsque l'autorité régionale met fin à l'autorisation de travail du ressortissant d'un pays tiers conformément à la réglementation en matière d'occupation de ressortissants de pays tiers, elle transmet sa décision au ministre ou à son délégué.
  Le ministre ou son délégué notifie la décision au ressortissant d'un pays tiers et à l'employeur.
  Cette décision est motivée et indique les voies de recours possibles.
  § 2. Lorsque le ressortissant d'un pays tiers n'est plus autorisé à travailler, son séjour prend fin de plein droit nonante jours après la fin de l'autorisation de travailler, sans préjudice de la faculté du ministre ou de son délégué, de mettre fin au séjour conformément à la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
  S'il n'est pas mis fin au séjour durant cette période, le ressortissant de pays tiers est mis en possession d'un document de séjour provisoire.
  En cas de demande de renouvellement ou de modification, le ministre ou son délégué proroge, sur demande de l'autorité régionale compétente, la validité de ce document de séjour dans des circonstances exceptionnelles liées à l'examen des motifs relatifs au travail.
  § 3. Lorsque le ministre ou son délégué met fin au séjour du ressortissant d'un pays tiers, il en informe l'autorité régionale compétente et notifie sa décision au ressortissant d'un pays tiers.
  Cette décision est motivée et indique les voies de recours possibles.
  L'autorisation de travail expire de plein droit lors d'une décision de fin de séjour.
Afdeling 6. - Rechtsmiddelen
Section 6. - Voies de recours
Art. 37. De aanvrager kan een beroep indienen bij de Raad van State tegen de beslissing van de gewestelijke overheid inzake de ontvankelijkheid van de aanvraag, overeenkomstig artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973;
  De aanvrager kan een beroep indienen bij de gewestminister tegen de beslissing van de gewestelijke overheid inzake:
  1° de weigering van de gecombineerde vergunning om reden van weigering van de toelating tot arbeid, overeenkomstig de bepalingen van de regionale wetgeving;
  2° de weigering van de vernieuwing of wijziging van de gecombineerde vergunning om redenen van weigering van de toelating tot arbeid, overeenkomstig de bepalingen van de regionale wetgeving;
  3° de intrekking van de toelating tot arbeid overeenkomstig de bepalingen van de regionale wetgeving.
  De gewestelijke overheid brengt de minister of zijn gemachtigde op de hoogte wanneer een beroep wordt ingediend.
  Indien de bestreden beslissing hervormd wordt, stuurt de gewestelijke overheid de nieuwe beslissing onmiddellijk naar de minister of zijn gemachtigde, opdat deze beslist over het verblijf overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
  Indien de beslissing nietig wordt verklaard door de Raad van State en de beslissing van de gewestelijke overheid positief is, stuurt ze de beslissing onmiddellijk naar de minister of zijn gemachtigde, opdat deze beslist over het verblijf overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Art. 37. Le demandeur peut introduire un recours auprès du Conseil d'Etat, contre une décision des autorités régionales en matière de recevabilité de la demande, conformément à l'article 14 des lois coordonnées sur le Conseil d'Etat du 12 janvier 1973;
  Le demandeur peut introduire un recours auprès du ministre régional, contre une décision des autorités régionales en matière de:
  1° refus du permis unique pour des raisons de refus) de l'autorisation de travail conformément aux dispositions de la législation régionale;
  2° refus du renouvellement ou de modification du permis unique pour des raisons de refus de l'autorisation de travail conformément aux dispositions de la législation régionale;
  3° retrait d'autorisation de travail conformément aux dispositions de la législation régionale.
  L'autorité régionale informe le ministre ou son délégué de l'introduction de tout recours.
  Si la décision entreprise est réformée, l'autorité régionale transmet immédiatement la nouvelle décision au ministre ou son délégué afin qu'il statue sur le séjour conformément aux dispositions applicables de la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
  Si la décision est annulée par le Conseil d'Etat et que la décision de l'autorité régionale est positive, elle la transmet immédiatement au ministre ou à son délégué afin qu'il statue sur le séjour conformément aux dispositions applicables de la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
Art. 38. De onderdaan van een derde land kan een beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, overeenkomstig de wetgeving inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, tegen de beslissingen van de minister of zijn gemachtigde inzake:
  1° de weigering van de gecombineerde vergunning om reden van weigering van het verblijf;
  2° de weigering van de vernieuwing of wijziging van de gecombineerde vergunning om redenen van weigering van de vernieuwing van de machtiging tot verblijf;
  3° de intrekking van de gecombineerde vergunning.
  De minister of zijn gemachtigde brengt de bevoegde gewestelijke overheid op de hoogte wanneer een beroep wordt ingediend.
  Indien er na een nietigverklaring van de beslissing door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen of na het arrest dat door de Raad van State uitgevaardigd werd een positieve beslissing wordt genomen, brengt de minister of zijn gemachtigde de bevoegde gewestelijke overheid daarvan op de hoogte en betekent hij de twee positieve beslissingen overeenkomstig artikel 33 aan de onderdaan van een derde land.
Art. 38. Le ressortissant d'un pays tiers peut introduire un recours auprès du Conseil du Contentieux des étrangers, conformément à la législation relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers, contre les décisions du ministre ou son délégué en matière de:
  1° refus du permis unique pour des raisons de refus de séjour;
  2° refus de renouvellement ou modification du permis unique pour des raisons de refus de renouvellement de l'autorisation de séjour;
  3° retrait du permis unique.
  Le ministre ou son délégué informe l'autorité régionale compétente de l'introduction de tout recours.
  En cas de décision positive suite à une annulation de la décision par le Conseil du Contentieux des Etrangers ou suite à l'arrêt rendu par le Conseil d'Etat, le ministre ou son délégué en informe l'autorité régionale compétente et notifie au ressortissant d'un pays tiers les deux décisions positives conformément à l'article 33.
HOOFDSTUK V. - Transversale bepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions transversales
Afdeling 1. - Circulatie en overdracht van de dossiers tussen de diensten
Section 1re. - Circulation et transfert des dossiers entre les administrations
Art. 39. In afwachting van de creatie van het elektronisch platform overeenkomstig artikel 40, maakt de gewestelijke overheid het volledige dossier en de door haar genomen beslissingen bij gewone brief, per drager, per fax of via elektronische weg over aan de minister of zijn gemachtigde.
  De gewestelijke overheid wordt bij gewone brief, per fax of via elektronische weg op de hoogte gebracht van de door de minister of zijn gemachtigde genomen beslissing.
  Bij elke uitwisseling van inlichtingen of documenten wordt de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens gerespecteerd.
Art. 39. Dans l'attente de la création de la plate-forme électronique visée à l'article 40, l'autorité régionale transmet le dossier complet et les décisions qu'elle prend par pli ordinaire, par porteur, par télécopie ou par courrier électronique au ministre ou son délégué.
  L'autorité régionale est informée de la décision prise par le ministre ou son délégué par pli ordinaire, par télécopie ou par courrier électronique.
  Tout échange d'informations ou de documents se fait dans le respect de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
Afdeling 2. - Elektronisch platform
Section 2. - Plate-forme électronique
Art. 40. De partijen verbinden zich ertoe om een gemeenschappelijk elektronisch platform te creëren dat het mogelijk maakt om gegevens en documenten op elektronische wijze te verzamelen en uit te wisselen tussen de diensten die bevoegd zijn voor de behandeling van de aanvragen voor een gecombineerde vergunning.
  De partijen preciseren bij uitvoerend samenwerkingsakkoord de nadere regels voor het gebruik van dit platform.
Art. 40. Les parties s'engagent à créer une plate-forme électronique commune permettant la collecte et l'échange électronique de données et de documents entre administrations compétentes pour le traitement des demandes de permis unique.
  Les parties précisent, les modalités d'utilisation de cette plateforme par accord de coopération d'exécution.
Afdeling 3. - Verdeling van de kosten
Section 3. - Répartition des coûts
Art. 41. De partijen zullen, elk binnen hun bevoegdheid, de nodige maatregelen nemen en middelen vrijmaken om de taken uit te voeren die hen zijn toegewezen.
  Met behulp van een uitvoerend samenwerkingsakkoord preciseren de partijen de sleutel voor de verdeling van de éénmalige kost met betrekking tot het aanmaken van de titels die gelijktijdig de verblijfsvergunning en de arbeidsvergunning zijn.
Art. 41. Les parties dégageront, chacune dans le cadre de leurs compétences, les mesures et les moyens nécessaires à l'exécution des tâches qui leur ont été confiées.
  Les parties précisent, par voie d'accord de coopération d'exécution, la clé de répartition d'un coût unique relatif à la fabrication des titres constituant à la fois le permis de séjour et le permis de travail.
Afdeling 4. - Coherentie van de wetgevende en reglementaire normen van de verschillende regeringen - Voorafgaande formaliteiten die tijdens latere wijzigingen van de geldende normen noodzakelijk zijn
Section 4. - Cohérence des normes législatives et réglementaires des différents gouvernements - Formalités préalables nécessaires lors de modifications ultérieures des normes en vigueur
Art. 42. De Ministers, de Leden van de gewestregeringen of van de Duitstalige Gemeenschap, brengen elke partij van dit akkoord, ieder wat hen betreft, op de hoogte van alle voorontwerpen van wet, van decreet of ordonnantie of van alle ontwerpen van reglementaire besluiten, wanneer deze ontwerpen binnen het toepassingsgebied van dit samenwerkingsakkoord vallen en/of een impact hebben op de toepassing van dit akkoord.
Art. 42. Les Ministres, les Membres des gouvernements régionaux ou de la Communauté germanophone, chacun pour ce qui le concerne, informent chaque partie à cet accord, de tous avant-projets de loi, de décret, d'ordonnance ou de projets d'arrêtés réglementaires lorsque ces projets entrent dans le champ d'application de cet accord de coopération et/ou ont un impact sur sa mise en oeuvre.
Art. 43. De partijen verbinden zich ertoe om een werkgroep op te richten waarin de bestuursoverheden die bevoegd zijn voor het verblijf en de tewerkstelling van buitenlandse werknemers vertegenwoordigd zijn.
  Rekening houdend met de bevoegdheden van de verschillende federale, gewestelijke en gemeenschapsoverheden houdt de werkgroep zich bezig met de praktische modaliteiten die betrekking hebben op de algemene coördinatie van de wettelijke en reglementaire bepalingen die in het kader van dit akkoord genomen worden. De werkgroep onderzoekt elke vraag met betrekking tot de toepassing van dit akkoord.
  De werkgroep komt regelmatig en op verzoek van een of meerdere van zijn Leden samen.
Art. 43. Les parties s'engagent à mettre en place un groupe de travail dans lequel sont représentées les autorités administratives compétentes en matière de séjour et d'occupation de travailleurs étrangers.
  Compte tenu des compétences des diverses autorités fédérales, régionales et communautaire, le groupe de travail assure les modalités pratiques relatives à la coordination générale des dispositions légales et réglementaires prises dans le cadre du présent accord et examine toute question concernant son application.
  Le groupe de travail se réunit à intervalles réguliers et à la demande d'un ou plusieurs de ses Membres.
Afdeling 5. - Regeling van de geschillen die het gevolg zijn van de interpretatie of de uitvoering van dit akkoord
Section 5. - Règlement des litiges issus de l'interprétation ou de l'exécution de présent accord
Art. 44. De geschillen tussen de partijen bij dit akkoord met betrekking tot de interpretatie of de uitvoering van dit samenwerkingsakkoord worden voorgelegd aan een samenwerkingsgerecht, in de zin van artikel 92bis, § 5, van de bijzondere wet.
  Het rechtscollege is samengesteld uit een voorzitter en een lid dat is aangewezen door elke partij.
  De leden van het rechtscollege worden respectievelijk aangewezen door de Ministerraad, de Vlaamse regering, de Waalse regering, de Brusselse Hoofdstedelijke regering en de regering van de Duitstalige Gemeenschap.
  De werkingskosten van het rechtscollege worden gelijk verdeeld over de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 44. Les litiges entre les parties à cet accord concernant l'interprétation et l'exécution de cet accord de coopération sont soumis à une juridiction de coopération au sens de l'article 92bis, § 5, de la loi spéciale.
  La juridiction est composée d'un président et d'un membre désigné par chaque partie.
  Les membres de la juridiction sont désignés respectivement par le Conseil des ministres, le gouvernement flamand, le gouvernement wallon, le gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et le gouvernement de la Communauté germanophone.
  Les frais de fonctionnement de la juridiction sont répartis à part égales entre l'Etat fédéral, la Région flamande, la Région wallonne, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 45. Het akkoord wordt afgesloten voor onbepaalde duur en treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste goedkeurende akte uitgaande van de partijen.
Art. 45. L'accord est conclu pour une durée indéterminée et entre en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge du dernier des actes d'assentiment des parties.