Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 JULI 2018. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van diverse bepalingen terzake(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-10-2018 en tekstbijwerking tot 19-07-2021)
Titre
5 JUILLET 2018. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-10-2018 et mise à jour au 19-07-2021)
Informations sur le document
Numac: 2018014221
Datum: 2018-07-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018014221
Date: 2018-07-05
Moniteur: Voir
Tekst (87)
Texte (87)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. [2 § 1.]2 Onverminderd de begripsomschrijvigen van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering wordt, voor de toepassing van dit besluit, verstaan onder:
  1° decreet: het decreet van 1 maart [1 2018]1 betreffende bodembeheer en bodemsanering;
  2° "CWEA" het " Compendium wallon des méthodes d'échantillonnage et d'analyse " (Waalse compendium van de staalnemings- en analysemethodes) bedoeld in artikel 18 van het decreet;
  3° invaderende niet-inheemse plantensoort: de invaderende niet-inheemse plantensoort waarvan de introductie, de handhaving of de verspreiding in de natuur een bedreiging vormt voor de instandhouding van de biodiversiteit en de werking van ecosystemen of voor andere aspecten van de milieubescherming in de zin van Verordening (EU) nr. 1143/2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten;
  4° "GRGT" de "Guide de Référence relatif à la Gestion des Terres" (Referentiehandleiding betreffende het Bodembeheer);
  5° vergunde installatie: de installatie voor de tijdelijke opslag, voor de sortering-verzameling, voor de voorbehandeling en/of de behandeling van grond, die toegelaten is overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen of elke gelijkwaardige wetgeving van een ander gewest of van een ander land;
  6° referentielaboratorium: het "Institut scientifique de service public" (Openbaar wetenschappelijk instituut) opgericht bij het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van een "Institut scientifique de service public" (Openbaar wetenschappelijk instituut) in het Waalse Gewest (I.S.S.E.P.);
  7° opdrachtgever : de natuurlijke of rechtspersoon die de werken onder of op de bodem opstart en uitvoert of laat uitvoeren;
  8° grondverzet: de verplaatsing van grond vanaf de site van oorsprong, de installatie voor de productie van vegetale dekaarde of de toegelaten installatie naar een ontvangende site [2 een centrum voor technische ingraving]2 of een toegelaten installatie;
  9° kennisgeving: de geformaliseerde communicatie van gegevens betreffende de hergroepering, de beweging of de ontvangst van grond overeenkomstig hoofdstuk [2 IV]2;
  10° opvolgingsorganisme : het organisme of de organismen waaraan één of meerdere opvolgingsopdrachten in het beheer van de grond toevertrouwd zijn overeenkomstig artikel 29, tweede lid;
  11° wegplatform: het in bijlage 1 geschematiseerde platform;
  12° verslag over de bodemkwaliteit: het in artikel 9, [2 § 1,]2 tweede lid, bedoeld verslag dat de gegevens omvat, waarmee de herkomst en de kwaliteit van uitgegraven bodem die gebruikt moet worden, geïdentificeerd kunnen worden, met inbegrip van de analyses waarvan bedoelde bodem het voorwerp heeft uitgemaakt;
  13° samenbrengen van grond: verzameling op de site van oorsprong van partijen van afgegraven grond die van tevoren het voorwerp heeft uitgemaakt van [2 een getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit of afzonderlijke getuigschriften voor de controle op de grondkwaliteit]2 of verzameling van partijen van afgegraven grond, van ontsmette grond of van grond van de plantaardige productie binnen een toegelaten installatie;
  14° opvulling: behandeling voor nuttige toepassing waarbij grond en natuurlijke steenachtige stoffen gebruikt worden voor herstellingen in uitgegraven gebieden of, in engineering, voor werken voor landschappelijke inrichting;
  15° site van oorsprong; terrein waar de afgegraven grond wordt uitgegraven;
  16° ontvangende site: terrein waarop de grond wordt gebruikt. De site bestemd voor meerdere gebruiken wordt verdeeld volgens de gebruiken;
  17° verdachte site: terrein waarvoor de databank betreffende de toestand van de bodem gegevens van 1ste, 2de en 3de categorie in de zin van artikel 12 van het decreet omvat of waarvoor een verontreiniging, met inbegrip van de asbestaanwezigheid, in de zin van artikel 80 van het decreet ontdekt wordt of waarvoor een installatie of een activiteit die een risico voor de bodem vertoont, wordt uitgeoefend;
  18° grond: de vaste stof die de bodem vormt, die gebruikt wordt bij het afgraven, groeperen, voorbehandelen, behandelen of wassen;
  19° afgegraven grond: de grond gebruikt in het kader van de inrichting van sites, van opbouwwerken en werken inzake civiele bouwkunde en van de sanering van terreinen;
  20° grond van plantaardige producties; grond uit het wassen of de mechanische behandeling op vibrerende tafel van suikerbieten, aardappelen en andere producties van akkerbouwmatig geteelde groenten;
  21° wegengrond: [2 de afgegraven grond gebruikt tijdens werken betreffende een weg]2;
  [2 21° /1 spoorweggrond: de afgegraven grond gebruikt tijdens werken betreffende een spoorweg;]2
  22° soort gebruik; het gebruik dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 12 wordt bepaald;
  23° het minder gevoelig gebruik: het gebruik wanneer de grond van een soort gebruik I naar een soort gebruik II, III, IV of V, van een soort gebruik II naar een soort gebruik III, IV of V, van een soort gebruik III naar een soort gebruik IV of V, of van een soort gebruik IV naar een soort V overgaat;
  24° gebruik van grond: opvulling en elke andere bekleding van oppervlakten van een terrein met grond, met uitzondering van de toepassing van kruidige tapijten bestemd voor de inzaaiing met gras, en van planten in container;
  25° verwerker: persoon die zorgt voor de nuttige toepassing van de afvalstoffen overeenkomstig het besluit van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt;
  26° weg: de weg van het Waals gemeentelijk of gewestelijk openbaar domein die bestemd is voor het landverkeer, met inbegrip van degene die bestemd is om opgenomen te worden in het openbaar domein en bestaande uit ruimtes en wegen bestemd voor het openbaar verkeer via enigerlei verplaatsingswijze, alsook de aanhorigheden en de desbetreffende ondergrondse ruimte;
  [2 26° /1 bedding: het gebied onder een spoorweg of een voormalige spoorweg, met inbegrip van de zijsporen of vroegere zijsporen van die spoorweg, met inbegrip van de bijbehorende ondergrondse ruimte;]2
  [2 26° /2: spoorweg: de bedding of vroegere bedding van een spoorweg of een buurtspoorweg;]2
  27° Administratie: het Departement Bodem en Afvalstoffen van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;
  28° Minister : de Minister bevoegd voor Leefmilieu;
  [2 29° centrum voor technische ingraving: Centrum voor technische ingraving zoals bedoeld in artikel 2, 18°, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen;
   30° centrum voor technische ingraving van klasse 2: centrum voor technische ingraving zoals bedoeld in artikel 3, tweede streepje, van het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving;
   31° "bodembesluit": het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering;
   32° niet-verontreinigde grond: grond die niet verontreinigd is in de zin van het decreet;
   33° bijkomend risico: mogelijkheid van verergering van een bestaande aandoening of situatie.]2

  [2 Wat punt 7° betreft, vormt de projectontwikkelaar-bouwer de opdrachtgever zodra hij het bouwproject initieert en er de leiding over neemt.]2
  Wat 15° betreft, wordt de site van oorsprong geografisch afgebakend door de omtrek van het project toegelaten bij een stedenbouwkundige vergunning, een globale vergunning of een geïntegreerde vergunning. Indien geen vergunning wordt vereist, wordt de afbakeling door het project bepaald.
  [2 Wat punt 17° betreft, zijn de volgende percelen bij wijze van uitzondering niet verdacht:
   1° de percelen waarvoor een afwijking bedoeld in artikel 73 van het "bodembesluit" van 6 december 2018 is verkregen en gevoegd bij de milieuvergunning, de stedenbouwkundige vergunning, de globale vergunning of de geïntegreerde vergunning die, in fine, de afgraving van grond op de site van oorsprong toestaat;
   2° tijdens de uitvoering van het stedenbouwkundig luik, de percelen, aanvankelijk niet opgenomen in de Databank inzake de bodemtoestand, die naar aanleiding van een aanvraag tot het verlenen van een globale vergunning waarbij nieuwe installaties of bodembedreigende activiteiten worden geplaatst, worden opgenomen in de eerste categorie van de Databank inzake de bodemtoestand in de zin van artikel 12 van het decreet;
   3° de percelen, waarvoor een getuigschrift voor de controle op de bodem (of de in artikel 79, § 6, van het decreet bedoelde beslissing) of een getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit is toegekend en niet wijst op een residuele verontreiniging voor het(de) betrokken gebruik(en) voor zover:
   i. geen bodemverontreiniging zich na de afgifte van het getuigschrift (of de in artikel 79, § 6, van het decreet bedoelde beslissing) heeft voorgedaan;
   ii. geen activiteit die een risico voor de bodem vormt, meer dan vijf jaar na de afgifte van het getuigschrift is uitgeoefend;
   iii° alle gebieden met mogelijke verontreiniging onderzocht zijn.]2

  Wat 18° betreft, omvatten de voorbehandeling en de behandeling verschillende verrichtingen zoals de sortering, het zeven of de ontsmetting van gronden of de behandeling van de plantaardige productie onttrokken aan de grond.
  Wat 23° betreft, is de strengste norm van toepassing op de twee soorten gebruik indien normen voor een parameter strenger zijn voor een minder gevoelige soort gebruik dan voor een meer gevoelige soort gebruik.
  [1 Wat betreft 26°]1, betreffen de aanhorigheden alle gedeelten van de wegen en bermen, met inbegrip van de taluds of bermen in het wegplatform; ze kunnen in het "GRGT" nader bepaald worden.
  De bepalingen van dit besluit worden aangevuld met de volgende bijlagen:
Article 1er. [2 § 1er.]2 Sans préjudice des définitions du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° décret : le décret du 1er mars [1 2018]1 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols;
  2° CWEA : le Compendium wallon des méthodes d'échantillonnage et d'analyses visé à l'article 18 du décret;
  3° espèce végétale non indigène envahissante : l'espèce végétale non indigène dont l'introduction, le maintien ou la propagation dans la nature constitue une menace pour la préservation de la diversité biologique ou le fonctionnement des écosystèmes ou pour d'autres aspects de la protection de l'environnement, au sens du règlement (UE) n° 1143/2014 du 22 octobre 2014 relatif à la prévention et à la gestion de l'introduction et de la propagation des espèces exotiques envahissantes;
  4° GRGT : le guide de référence relatif à la gestion des terres;
  5° installation autorisée : l'installation de stockage temporaire, de tri-regroupement, de prétraitement et/ou de traitement de terres, autorisée conformément au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, au décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets ou à toute législation équivalente d'une autre région ou d'un autre pays;
  6° laboratoire de référence : l'Institut scientifique de Service public créé par le décret du 7 juin 1990 portant création d'un Institut scientifique de Service public en Région wallonne (I.S.S.E.P.);
  7° maître d'ouvrage : la personne physique ou morale qui initie et exécute ou fait exécuter des travaux sous ou sur le sol;
  8° mouvement de terres : le déplacement de terres depuis le site d'origine, l'installation de production de terres végétales ou l'installation autorisée vers un site récepteur [2 , un centre d'enfouissement technique]2 ou une installation autorisée;
  9° notification : la communication formalisée des données relative au regroupement, au mouvement ou la réception des terres conformément au chapitre [2 IV]2;
  10° organisme de suivi : l'organisme ou l'un des organismes au(x)quel(s) une ou des missions de suivi dans la gestion des terres ont été concédées en exécution de l'article 29, alinéa 2;
  11° plateforme de la voirie : la plateforme schématisée en annexe 1;
  12° rapport de qualité des terres : le rapport visé à l'article 9, [2 § 1er,]2 alinéa 2, comportant les données permettant d'identifier la provenance et la qualité des terres destinées à être mobilisées, y compris les résultats des analyses dont elles ont fait l'objet;
  13° regroupement de terres : rassemblement sur le site d'origine de lots de terres de déblais ayant fait préalablement l'objet [2 d'un certificat de contrôle qualité des terres ou de certificats de contrôle qualité des terres distincts]2, ou rassemblement de lots de terre de déblais, de terres décontaminées ou de terres de production végétale au sein d'une installation autorisée;
  14° remblayage : l'opération de valorisation par laquelle des terres et matières pierreuses naturelles sont utilisées à des fins de remise en état dans des zones excavées ou, en ingénierie, pour des travaux d'aménagement paysager;
  15° site d'origine : le terrain d'où sont excavées les terres de déblais;
  16° site récepteur : le terrain sur lequel les terres sont utilisées. Le site comportant plusieurs usages est subdivisé suivant les usages;
  17° site suspect : le terrain pour lequel la banque de données de l'état des sols comporte des données en 1ère, 2ème et 3ème catégorie au sens de l'article 12 du décret, ou sur lequel une pollution, en ce compris la présence d'amiante, est découverte au sens de l'article 80 du décret, ou sur lequel une installation ou une activité présentant un risque pour le sol est exercée;
  18° terre : la matière solide constitutive du sol, qui est mobilisée suite à des actions d'excavation, de regroupement, de prétraitement, de traitement ou de lavage;
  19° terre de déblais : la terre mobilisée dans le cadre de l'aménagement de sites, de travaux de construction et de génie civil et de l'assainissement de terrains;
  20° terre de productions végétales : la terre issue du lavage ou du traitement mécanique sur table vibrante de betteraves, de pommes de terre et d'autres productions de légumes de plein champ;
  21° terre de voirie : [2 la terre de déblais mobilisée lors de travaux relatifs à une voirie]2;
  [2 21° /1 terre de voie ferrée : la terre de déblais mobilisée lors de travaux relatifs à une voie ferrée;]2
  22° type d'usage : l'usage déterminé conformément aux dispositions de l'article 12;
  23° l'usage moins sensible : l'usage lorsque les terres passent d'un type d'usage I à un type d'usage II, III, IV ou V, d'un type d'usage II à un type d'usage III, IV ou V, d'un type d'usage III à un type d'usage IV ou V, ou d'un type d'usage IV à un type d'usage V;
  24° utilisation de terres : le remblayage et toute autre opération de recouvrement de surfaces d'un terrain avec des terres, à l'exclusion de l'application de tapis herbacés destinés à l'engazonnement, et de plantations en conteneurs;
  25° le valorisateur : la personne valorisant des déchets conformément à l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets;
  26° voirie : la voie du domaine public régional ou communal wallon affectée à la circulation par voie terrestre, y compris celle destinée à être incorporée dans le domaine public, et composée des aires et des voies destinées à la circulation publique, par quelque mode de déplacement que ce soit, ainsi que ses dépendances et l'espace souterrain y afférent;
  [2 26° /1 assiette : la zone reprenant les assises d'une voie ferrée ou d'une ancienne voie ferrée en ce compris les pistes latérales ou les anciennes pistes latérales à cette voie, y compris l'espace souterrain y afférent;]2
  [2 26° /2 voie ferrée : l'assiette ou l'ancienne assiette de voie de chemin de fer ou de chemin de fer vicinal;]2
  27° administration : le Département du Sol et des Déchets de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie;
  28° Ministre : le Ministre ayant l'environnement dans ses attributions;
  [2 29° centre d'enfouissement technique : Centre d'Enfouissement Technique tel que visé par l'article 2, 18°, du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets;
   30° CET de classe 2 : centre d'enfouissement technique tel que visé par l'article 3, 2ème tiret, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 27 février 2003 fixant les conditions sectorielles d'exploitation des centres d'enfouissement technique;
   31° Arrêté " sols " : arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols;
   32° sol non pollué : sol qui n'est pas pollué au sens du décret;
   33° risque additionnel : possibilité d'aggraver un état ou une situation existante.]2

  [2 Concernant le 7°, le promoteur-constructeur constitue le maître d'ouvrage dès lors qu'il initie et prend la maîtrise du projet de construction en charge.]2
  Concernant le 15°, le site d'origine est géographiquement délimité par le périmètre du projet autorisé par un permis d'urbanisme, un permis unique ou un permis intégré. Dans le cas où aucune autorisation n'est requise, la délimitation est fixée par le projet.
  [2 Concernant le 17°, par exception, ne sont pas suspectes :
   1° les parcelles pour lesquelles une dérogation visée à l'article 73 de l'arrêté " sols " du 6 décembre 2018 a été obtenue et a été jointe au permis d'environnement, permis d'urbanisme, permis unique ou permis intégré autorisant, in fine, les excavations de terres sur le site d'origine;
   2° le temps de la mise en oeuvre du volet urbanistique, les parcelles, initialement non reprises à la Banque de données de l'état des sols, qui, à la suite d'une demande de permis unique impliquant l'implantation de nouvelles installations ou activités présentant un risque pour le sol, sont reprises en 1ère catégorie à la Banque de données de l'état des sols au sens de l'article 12 du décret;
   3° les parcelles pour lesquelles un certificat de contrôle du sol (ou la décision visée à l'article 79, § 6, du décret) ou un certificat de contrôle qualité des terres a été délivré et ne consigne aucune pollution résiduelle pour l'usage ou pour les usages considérés, pour autant :
   i. qu'aucune pollution du sol ne soit survenue après la délivrance du certificat (ou de la décision visée à l'article 79, § 6, du décret);
   ii. qu'aucune activité présentant un risque pour le sol n'ait été exercée plus de cinq ans après la délivrance du certificat;
   iii. que toutes les zones de pollutions potentielles aient été investiguées.]2

  Concernant le 18°, le prétraitement et le traitement recouvrent différentes opérations telles que le tri, le criblage ou la décontamination de terres ou le traitement de productions végétales extraites du sol.
  Concernant le 23°, si des normes pour un paramètre sont plus sévères pour un type d'usage moins sensible que pour un type d'usage plus sensible, la norme la plus sévère s'applique aux deux types d'usage.
  [1 Concernant le 26°]1, les dépendances concernent toutes les parties des routes et accotements, en ce compris les talus ou bermes dans la plateforme de la voirie; elles peuvent être précisées dans le GRGT.
  Les dispositions du présent arrêté sont complétées par les annexes suivantes :
BepalingenBijlagenummerVoorwerp
artikel 1, § 1, 11°1Schema van het wegplatform
[1 artikelen 6 en 7/1]12In het kader van de controle op de grondkwaliteit te analyseren parameters
artikel 93Minimale inhoud van het verslag van de grondkwaliteit
artikel 10, § 34Minimale inhoud van het getuigschrift van de controle op de grondkwaliteit
artikelen 17 en 205Minimale inhoud van de kennisgevingen betreffende een grondverzet en de grondontvangst
artikel 17, § 26Minimale inhoud van het document m.b.t. het vervoer van grond in geval van kennisgeving van grondverzet
(1)<BWG 2021-06-17/27, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 30-06-2021>
BepalingenBijlagenummerVoorwerpartikel 1, § 1, 11°1Schema van het wegplatform[1 artikelen 6 en 7/1]12In het kader van de controle op de grondkwaliteit te analyseren parametersartikel 93Minimale inhoud van het verslag van de grondkwaliteitartikel 10, § 34Minimale inhoud van het getuigschrift van de controle op de grondkwaliteitartikelen 17 en 205Minimale inhoud van de kennisgevingen betreffende een grondverzet en de grondontvangstartikel 17, § 26Minimale inhoud van het document m.b.t. het vervoer van grond in geval van kennisgeving van grondverzet(1)
DispositionsN° annexeObjet
article 1er, § 1er, 11°1Schéma de la plateforme de la voirie
[1 articles 6 et 7/1]12Paramètres à analyser dans le cadre du contrôle qualité des terres
article 93Contenu minimal du rapport de qualité des terres
article 10, § 34Contenu minimal du certificat de contrôle qualité des terres
articles 17 et 205Contenu minimum des notifications relatives à un mouvement de terres et à la réception de terres
article 17, § 26Contenu minimum du document de transport de terres en cas de notification de mouvement de terres
(1)<ARW 2021-06-17/27, art. 3, 009; En vigueur : 30-06-2021>
DispositionsN° annexeObjetarticle 1er, § 1er, 11°1Schéma de la plateforme de la voirie[1 articles 6 et 7/1]12Paramètres à analyser dans le cadre du contrôle qualité des terresarticle 93Contenu minimal du rapport de qualité des terresarticle 10, § 34Contenu minimal du certificat de contrôle qualité des terresarticles 17 et 205Contenu minimum des notifications relatives à un mouvement de terres et à la réception de terresarticle 17, § 26Contenu minimum du document de transport de terres en cas de notification de mouvement de terres(1)
  [2 § 2. De in dit besluit in euro's uitgedrukte bedragen zijn exclusief BTW.]2
  
  [2 § 2. Les montants exprimés en euros contenus dans le présent arrêté s'entendent hors TVA.]2
  
Art. 2. [2 Dit besluit is van toepassing op de afgegraven grond, met inbegrip van de weggrond en de spoorweggrond, alsook op de grond van plantaardige producties en de ontsmette grond.]2
  Aan de hoofdstukken 2 tot 4 worden niet onderworpen [1 en voor zover hun oorsprong te allen tijde vastgesteld kan worden]1:
  1° de afgegraven grond hergebruikt op de site van oorsprong, in een gebied van hetzelfde soort gebruik of een minder gevoelig gebruik dan het gebied waarvan de grond afkomstig is en voor zover de site van oorsprong niet verdacht is;
  2° de afgegraven grond afgevoerd vanaf de site van oorsprong [2 wanneer de totale hoeveelheid niet hoger is dan 20mü]2 en voor zover deze site niet verdacht is;
  3° de winningsafvalstoffen en de afvalstoffen van de grond voortvloeiend uit de afdekking van steengroeven gebruikt op de site van oorsprong of binnen eenzelfde instelling, overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 2003 houdende sectorale voorwaarden i.v.m. de groeven en hun bijhorigheden;
  4° de afgegraven grond uitgegraven in het kader van de saneringshandelingen en -werken voor een terrein dat het voorwerp uitmaakt van een saneringsproject goedgekeurd overeenkomstig het decreet of een verhelpingsplan goedgekeurd door de bevoegde overheid, en hergebruikt op het terrein overeenkomstig de bepalingen van het saneringsplan of het verhelpingsplan;
  5° de grond van plantaardige producties die rechtstreeks op het landbouwbedrijf worden geproduceerd, en hergebruikt op landbouwpercelen van het bedrijf [1 of van een van de bedrijven betrokken bij de akkerbouwovereenkomst die de grond heeft voortgebracht]1;
  [2 6° uit- en afgegraven grond die op de site van oorsprong wordt hergebruikt in een gebied met hetzelfde soort gebruik, of een soort gebruik dat minder gevoelig is dan het gebied waarvan de grond afkomstig is, overeenkomstig het getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit en een stedenbouwkundige vergunning, een globale vergunning of een geïntegreerde vergunning;
   7° voor de sites van oorsprong die het voorwerp hebben uitgemaakt van saneringshandelingen en -werken toevertrouwd aan de SPAQuE in uitvoering van het decreet of in uitvoering van artikel 43 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, de afgegraven grond die op de site van oorsprong wordt hergebruikt in een gebied met hetzelfde soort gebruik, of een soort gebruik dat minder gevoelig is dan het gebied waarvan de grond afkomstig is, overeenkomstig de nota over de stand van de kennis opgesteld door de SPAQuE bij het einde van de werken en een stedenbouwkundige vergunning, een globale vergunning of een geïntegreerde vergunning.]2

  
Art. 2. [2 Le présent arrêté s'applique aux terres de déblais, en ce compris les terres de voirie et les terres de voies ferrées, ainsi qu'aux terres de productions végétales et aux terres décontaminées.]2
  Ne sont pas soumis aux chapitres 2 à 4 [1 et pour autant qu'à tout moment leur origine soit établie]1:
  1° les terres de déblais réutilisées sur le site d'origine, dans une zone de même type d'usage, ou un type d'usage moins sensible que la zone dont proviennent les terres, et pour autant que le site d'origine ne soit pas suspect;
  2° les terres de déblais évacuées du site d'origine, [2 lorsque le volume total n'excède pas 20 mü]2, et pour autant que ce site ne soit pas suspect;
  3° les déchets d'extraction et des terres de découverture de carrière utilisées sur le site d'origine au sein d'un même établissement, conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 17 juillet 2003 portant conditions sectorielles relatives aux carrières et à leurs dépendances;
  4° les terres de déblais excavées dans le cadre des actes et travaux d'assainissement d'un terrain faisant l'objet d'un projet d'assainissement approuvé conformément au décret ou d'un plan de remédiation approuvé par l'autorité compétente, et réutilisées sur le terrain conformément aux dispositions du plan d'assainissement ou [2 du plan]2 de remédiation;
  5° les terres de productions végétales produites directement sur l'exploitation agricole, et réutilisées sur des parcelles agricoles de l'exploitation [1 ou d'une des exploitations concernées par le contrat de culture des productions ayant généré les terres]1;
  [2 6° les terres de déblais excavées et réutilisées sur le site d'origine dans une zone de même type d'usage, ou un type d'usage moins sensible que la zone dont proviennent les terres conformément au certificat de contrôle du sol et à un permis d'urbanisme, un permis unique ou un permis intégré;
   7° pour les sites d'origine ayant fait l'objet d'actes et travaux d'assainissement confiés à la SPAQuE en exécution du décret ou en exécution de l'article 43 du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, les terres de déblais excavées et réutilisées sur le site d'origine dans une zone de même type d'usage, ou un type d'usage moins sensible que la zone dont proviennent les terres conformément à la note d'état des connaissances établie par la SPAQuE au terme des travaux et à un permis d'urbanisme, un permis unique ou un permis intégré.]2

  
Art. 3. De in dit besluit bedoelde elektronische modaliteiten voor de kennisgeving, de zending en de ontvangst waarborgen een vaste datum.
Art. 3. Les modalités électroniques de notification, d'envoi et de réception visées au présent arrêté permettent de leur donner une date certaine.
Art. 4. De verzending gebeurt uiterlijk op de vervaldag van de in dit besluit bedoelde termijnen.
  De datum van ontvangst, die de begindatum is, wordt niet meegerekend.
  De vervaldatum wordt meegerekend. Als die dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, wordt de vervaldatum evenwel naar de volgende werkdag verschoven.
Art. 4. L'envoi se fait au plus tard le jour de l'échéance des délais prévus au présent arrêté.
  Le jour de la réception, qui est le point de départ, n'y est pas inclus.
  Le jour de l'échéance est compté dans le délai. Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au jour ouvrable suivant.
Art. 5. [1 ...]1 [2 De Minister keurt op voorstel van de administratie en na advies van de Beleidsgroep Leefmilieu, van de "Commission régionale d'avis pour l'exploitation des carrières" en van het in artikel 33 bedoelde technisch comité een referentiegids goed]2 dat bestemd is om de praktische en wetenschappelijke aspecten van het grondbeheer te regelen: de "referentiegids" (Franse afkorting "GRGT").
  Genoemde referentiegids bepaalt de minimale regels die de kwaliteit van de expertiseprocedure garanderen en die het mogelijk maken de volgende doelstellingen te bereiken :
  -een representatieve kwaliteit van de grond bepalen;
  - verschillende types uit te graven grond naar gelang van hun macroscopische samenstelling of hun oorsprong onderscheiden;
  - zorgen voor een representativiteit in coherentie met de procedures m.b.t. het onderzoek van de gronden volgens de procedures van het decreet;
  - zorgen voor een representativiteit in coherentie met de procedures van de andere Belgische Gewesten en de gelijkwaardigheden bepalen;
  - de gevallen en voorwaarden bepalen waarin de grond besmet door een invaderende niet-inheemse plantensoort verplaatst of gebruikt kunnen worden;
  [2 - een specifieke procedure vaststellen ter bevordering van de waardevolle benutting van grond die afkomstig is uit en bestemd is voor gebieden met bodemconcentraties, op basis van een passende cartografie van de bodemconcentraties;
   - de regels vaststellen met betrekking tot het beginsel van gelijkwaardigheid van bodemconcentraties zoals gespecificeerd in artikel 14, § 1, lid 2;
   - een methodologie vaststellen voor de beoordeling van het in artikel 14 bedoelde bijkomend risico;
   - een methodologie vaststellen voor de beoordeling van de risico's in het kader van de toepassing van artikel 15.]2

  [2 De minimumvoorschriften voor het waarborgen van de kwaliteit van het deskundigheidsproces zijn opgenomen in bijlage 7.]2
  Om de doelstellingen van dit besluit te bereiken kan de referentiegids overigens:
  - de vorm bepalen en de inhoud aanvullen van het verslag van de grondkwaliteit bedoeld in artikel 9 en in bijlage 3;
  - de vorm bepalen en de inhoud aanvullen van het controlecertificaat aangaande de grondkwaliteit bedoeld in artikel 10 en in bijlage 4;
  - de vorm bepalen en de inhoud aanvullen van de kennisgevingen van grondverzet, -verzameling en ontvangst bedoeld in de artikelen 17, 18 en 19 en in bijlage 5;
  - de methodes bepalen voor de meting van en de controle op de gehaltes bedoeld in de artikelen 13, § 1, en 14, en de maximale afmeting van de materialen en afbraakafval;
  - de bepalingen nader bepalen die moeten worden vermeld in de in artikel 27 bedoelde contractdocumenten;
  - de bijzondere maatregelen bepalen, die getroffen moeten worden in geval van toevallige ontdekking bedoeld in artikel 28, rekening houdende met de eisen van dit besluit en van de bouwplaatsen;
  - de in artikel 3 [2 ...]2, bedoelde communicatiemiddelen bepalen;
  [2 - de in artikel 13, § 1 bedoelde bekledingen voor wegplatforms specificeren;]2
  - indicatieve onderwijselementen bevatten, voor zover het toepassingsgebied duidelijk wordt aangegeven.
  
Art. 5. [1 ...]1 Le Ministre [2 adopte]2, sur proposition de l'administration et après avis du pôle " Environnement ", de la Commission régionale d'avis pour l'exploitation des carrières et du comité technique visé à l'article 33, un guide de référence destiné à régler les aspects pratiques et scientifiques de la gestion des terres : le GRGT.
  Ce guide détermine les règles minimales visant à garantir la qualité de la démarche d'expertise et permettant d'atteindre les objectifs suivants :
  - déterminer une qualité représentative des terres;
  - distinguer différents types de terres à excaver au regard de leur composition macroscopique ou de leur origine;
  - assurer une représentativité en cohérence avec les procédures d'investigation des sols suivant les procédures du décret;
  - assurer une représentativité en cohérence avec les procédures des autres Régions belges et déterminer les équivalences;
  - déterminer les cas dans lesquels et les conditions auxquelles les terres contaminées par une espèce végétale non indigène envahissante peuvent être déplacées ou utilisées;
  [2 - établir une procédure spécifique favorisant la valorisation des terres à l'origine et à destination de zones présentant des concentrations de fond, sur la base d'une cartographie adaptée des concentrations de fond;
   - établir les règles relatives au principe d'équivalence de concentrations de fond telles que précisé à l'article 14, § 1er, alinéa 2;
   - établir une méthodologie d'évaluation du risque additionnel visé à l'article 14;
   - établir une méthodologie d'évaluation des risques dans le cadre de l'application de l'article 15.]2

  [2 Les règles minimales visant à garantir la qualité de la démarche d'expertise sont reprises à l'annexe 7.]2
  En vue d'atteindre les objectifs du présent arrêté, le GRGT peut par ailleurs :
  - préciser la forme et compléter le contenu du rapport de qualité des terres visé à l'article 9 et à l'annexe 3;
  - préciser la forme et compléter le contenu du certificat de contrôle qualité des terres visé à l'article 10 et à l'annexe 4;
  - préciser la forme et compléter le contenu des notifications de mouvement, de regroupement et de réception de terres visées aux articles 17, 18 et 19 et à l'annexe 5;
  - préciser les méthodes de mesure et de contrôle des teneurs visées aux articles 13, § 1er, et 14, et la dimension maximale des matériaux et débris;
  - préciser les dispositions à prévoir dans les documents contractuels visés à l'article 27;
  - préciser les mesures particulières à prendre en cas de découverte fortuite visée à l'article 28, tenant compte des exigences du présent arrêté et des chantiers de construction;
  - préciser les moyens de communication visés à l'article 3 [2 ...]2 ;
  [2 - préciser les revêtements visés à l'article 13, § 1er pour les plateformes de voirie;]2
  - inclure des éléments à portée pédagogique à caractère indicatif, pour autant que la portée soit clairement énoncée.
  
HOOFDSTUK II. - Controle op de grondkwaliteit
CHAPITRE II. - Contrôle qualité des terres
Art. 6. [1 § 1. De afgegraven grond bestemd om gebruikt te worden, maakt het voorwerp van een kwaliteitscontrole.
   De stalen worden door een persoon bedoeld in artikel 48 van het "bodembesluit" uitgevoerd.
   § 2. De controle op de kwaliteit van de afgegraven grond wordt verricht voordat hij van de site van oorsprong wordt afgevoerd.
   In afwijking van het eerste lid mag afgegraven grond die wordt verwijderd in een vergunde installatie in die installatie aan een kwaliteitscontrole worden onderworpen in plaats van op de site van oorsprong, mits alle maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat het vervoer en de opslag van de grond in overeenstemming met de geldende milieuvoorschriften geschieden. In dit geval worden de controle van de grondkwaliteit en het vervoer van de stalen naar het erkende laboratorium uitgevoerd binnen 15 dagen na ontvangst van de volledige staal grond in de vergunde installatie.
   Indien uit de overeenkomstig het tweede lid uitgevoerde kwaliteitscontrole blijkt dat een staal grond niet voldoet aan de voorwaarden van de milieuvergunning van de vergunde installatie, of aan de gebruiksvoorwaarden bedoeld in artikel 14, § 1, moet deze staal binnen 3 dagen na ontvangst van de door het erkende laboratorium opgestelde analysecertificaten naar een erkende installatie voor de behandeling van verontreinigde grond worden gezonden.
   § 3. De in paragraaf 1 bedoelde verplichting is niet van toepassing in de volgende gevallen:
   1° de totale hoeveelheid afgegraven grond die van de site van oorsprong wordt verwijderd, is niet hoger dan 400m3 en de volgende voorwaarden worden vervuld:
   a) de site van oorsprong is niet verdacht;
   b) de ontvangende site heeft hetzelfde soort of een minder kwetsbar soort gebruik als dat van de site van oorsprong of, in het geval van afgegraven grond die afkomstig is van een site die, ongeacht de wettelijke vorm van gebruik, sinds ten minste 1971 feitelijk ononderbroken agrarisch is geweest, heeft de ontvangende site een soort gebruik II zoals bepaald overeenkomstig artikel 12, lid 2;
   2° de weggrond wordt hergebruikt in het platform van een andere weg en
   a) de grond is afkomstig van een niet-verontreinigde bodem, onafhankelijk van een normaal gebruik van de weg;
   b) de ontvangende site wordt door de openbare opdrachtgever aangewezen;
   c) het gebruiksgebied:
   i) ligt niet in een voorkomingsgebied van een grondwaterwinwerk;
   ii) valt niet onder de milieus beschermd bij of krachtens de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;
   iii) is niet blootgesteld aan een natuurrisico of zware geotechnische drukfactoren bedoeld in artikel D.IV.57 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, zoals de overstroming in de gebieden onderhevig aan het overstromingsrisico in de zin van artikel D.53 van het Waterwetboek, de instorting van een rotswand, de aardverschuiving, de karst, de mijnverzakkingen, de verzakkingen te wijten aan mijnwerken, winningen van ijzerertsen of ondergrondse holtes of aardbevingsgevaar;
   iv) is geen bospad, geen landbouwweg, geen weg van het autonoom net voor traag verkeer (Ravel) grenzend aan een weg, geen bospad of geen weg waarvan de rijstrook een breedte van 2 meter of minder heeft;
   d) in de voor het publiek toegankelijke gebieden die niet voorzien zijn van een bedekking, wordt de oorspronkelijke afdeklaag van grond opnieuw aangebracht op een dikte van minimum 20 centimeter;
   3° de afgegraven grond is afkomstig van een site waarvan het gebruik van het type I of II is en
   a) de site van oorsprong is niet verdacht;
   b) de ontvangende site heeft hetzelfde soort gebruik als het betrokken gebied van de site van oorsprong;
   c) het gebruiksgebied wordt aangewezen door de opdrachtgever die tot de uitgraving overgaat;
   d) de opdrachtgever beschikt over een zakelijk recht of een pachtovereenkomst op de ontvangende site;
   4° de afgegraven grond wordt uitgegraven in het kader van de saneringshandelingen en -werken voor een terrein dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een saneringsproject goedgekeurd overeenkomstig het decreet, een maatregel van onmiddellijk beheer overeenkomstig artikel 80 van het decreet, een beslissing van de Waalse Regering waarbij aan de SPAQuE saneringsmaatregelen worden opgedragen of aan een door de bevoegde overheid goedgekeurd verhelpingsplan, en wordt vervoerd naar een vergunde installatie voor de behandeling van verontreinigde grond;
   5° de afgegraven grond is afkomstig van een ander Gewest of een ander land. In dit geval is de kwaliteitscontrole vóór hun introductie op het grondgebied of overeenkomstig paragraaf 2, lid 2 en 3, volgens de bepalingen van dit besluit verricht;
   6° de spoorweggrond wordt op een andere spoorweg hergebruikt onder de volgende voorwaarden:
   a) de grond is afkomstig van een niet-verontreinigde bodem, onafhankelijk van de spoorwegactiviteiten;
   b) de ontvangende site wordt door de opdrachtgever aangewezen;
   c) het gebruiksgebied:
   i) bevindt zich niet in een voorkomingsgebied van grondwaterwinwerk bepaald krachtens artikel R.156 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt;
   ii) valt niet onder de milieus beschermd bij of krachtens de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;
   iii) is niet blootgesteld aan een natuurrisico of zware geotechnische drukfactoren bedoeld in artikel D.IV.57 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, zoals de overstroming in de gebieden onderhevig aan het overstromingsrisico in de zin van artikel van het Waterwetboek, de instorting van een rotswand, de aardverschuiving, de karst, de mijnverzakkingen, de verzakkingen te wijten aan mijnwerken, winningen van ijzerertsen of ondergrondse holtes of aardbevingsgevaar.
   § 4. De controle op de kwaliteit van de afgegraven grond heeft betrekking op de in bijlage 2 bedoelde parameters alsook op de kenmerken vermeld in artikel 13, § 1.
   De resultaten van de analyses verricht overeenkomstig de bepalingen van het decreet en van de uitvoeringsbesluiten ervan of van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen of de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen geldig hergebruikt worden voor de karakterisering van de gronden voor zover ze relevant en huidig zijn en voor zover geen andere verontreiniging verdacht wordt of de geïdentificeerde concentraties van verontreinigende stoffen heeft doen toenemen. Meer bepaald zijn de resultaten verkregen ten gevolge van het onderzoek van de opvullingen in het kader van een oriënterings-, een karakteriseringsonderzoek of, in voorkomend geval, van een gecombineerd onderzoek, geldig en voldoende om de kwaliteit van de grond in de zin van dit besluit te karakteriseren.]1

  
Art. 6. [1 § 1er. Les terres de déblais destinées à être utilisées font l'objet d'un contrôle qualité.
   Les prélèvements sont réalisés par une personne visée à l'article 48 de l'arrêté " sols ".
   § 2. Le contrôle qualité des terres de déblais est effectué préalablement avant leur évacuation du site d'origine.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les terres de déblais évacuées dans une installation autorisée peuvent faire l'objet d'un contrôle qualité dans cette installation au lieu de l'être sur le site d'origine, pour autant que toutes les dispositions soient prises afin que le transport et le stockage des terres soient effectués dans le respect de la réglementation environnementale en vigueur. Dans ce cas, le contrôle qualité des terres et l'acheminement des échantillons vers le laboratoire agréé sont réalisés dans les quinze jours suivant la réception de l'entièreté du lot de terres dans l'installation autorisée.
   Si le contrôle qualité effectué en application de l'alinéa 2 établit qu'un lot de terres ne répond pas aux conditions du permis d'environnement de l'installation autorisée, ou aux conditions d'utilisation visées à l'article 14, § 1er, ce lot est acheminé vers une installation autorisée de traitement de terres polluées endéans les 3 jours suivant la réception des certificats d'analyse établis par le laboratoire agréé.
   § 3. L'obligation visée au paragraphe 1er ne s'applique pas dans les cas suivants :
   1° le volume total des terres de déblais évacué du site d'origine n'excède pas 400 m3 et les conditions suivantes sont remplies :
   a) le site d'origine n'est pas suspect;
   b) le site récepteur a un type d'usage identique ou moins sensible que celui du site d'origine ou, dans le cas de terres de déblais émanant d'un site dont la situation de fait, quel que soit le type d'usage de droit, est agricole sans discontinuer depuis au moins 1971, le site récepteur a un type d'usage II tel que déterminé conformément à l'article 12, alinéa 2;
   2° les terres de voiries sont réutilisées dans la plateforme d'une autre voirie et
   a) les terres sont issues d'un sol non pollué, indépendamment d'un usage normal de la route;
   b) le site récepteur est désigné par le maître de l'ouvrage public;
   c) la zone d'utilisation :
   i) ne se situe pas en zone de prévention d'un ouvrage de prise d'eau souterraine;
   ii) ne relève pas des milieux protégés par ou en vertu de la loi du 12 juillet 1973 sur la conservation de la nature;
   iii) n'est pas exposée à un risque naturel ou à une contrainte géotechnique majeurs visés à l'article D.IV.57 du Code de Développement territorial tels que l'inondation comprise dans les zones soumises à l'aléa inondation au sens de l'article D.53 du Code de l'Eau, l'éboulement d'une paroi rocheuse, le glissement de terrain, le karst, les affaissements miniers, affaissements dus à des travaux ou ouvrages de mines, minières de fer ou cavités souterraines ou le risque sismique;
   iv) ne constitue pas un chemin forestier, une voirie agricole, une voie du réseau autonome des voies lentes Ravel non adjacente à une chaussée, un chemin forestier ou une voirie dont la bande de roulement ouverte à la circulation a une largeur de 2 mètres ou moins;
   d) dans les zones accessibles au public et non couvertes par un revêtement, la couche de couverture de terres d'origine est remise en place sur une épaisseur de minimum vingt centimètres;
   3° les terres de déblais proviennent d'un site dont l'usage est de type I ou II et
   a) le site d'origine n'est pas suspect;
   b) le site récepteur a le même type d'usage que la zone concernée du site d'origine;
   c) la zone d'utilisation est désignée par le maître d'ouvrage qui procède à l'excavation;
   d) le maître d'ouvrage dispose d'un droit réel ou d'un bail à ferme sur le site récepteur;
   4° les terres de déblais sont excavées dans le cadre des actes et travaux d'assainissement d'un terrain faisant l'objet d'un projet d'assainissement approuvé conformément au décret, d'une mesure de gestion immédiate conforme à l'article 80 du décret, d'une décision du Gouvernement wallon chargeant la SPAQuE de procéder à des mesures de réhabilitation ou d'un plan de remédiation approuvé par l'autorité compétente, et sont transportées vers une installation autorisée de traitement de terres polluées;
   5° les terres de déblais proviennent d'une autre région ou d'un autre pays. Dans ce cas, le contrôle qualité est réalisé préalablement à leur introduction sur le territoire ou conformément au paragraphe 2, alinéas 2 et 3, selon les dispositions du présent arrêté;
   6° les terres de voie ferrée sont réutilisées sur une autre voie ferrée aux conditions que suivantes :
   a) les terres sont issues d'un sol non pollué, indépendamment des activités ferroviaires;
   b) le site récepteur est désigné par le maître d'ouvrage;
   c) la zone d'utilisation :
   i) ne se situe pas en zone de prévention d'un ouvrage de prise d'eau souterraine déterminée en vertu de l'article R.156 du Livre II du Code de l'environnement contenant le Code de l'eau;
   ii) ne relève pas des milieux protégés par ou en vertu de la loi du 12 juillet 1973 sur la conservation de la nature;
   iii) n'est pas exposée à un risque naturel ou à une contrainte géotechnique majeurs visés à l'article D.IV.57 du Code de Développement territorial tels que l'inondation comprise dans les zones soumises à l'aléa inondation au sens de l'article D.IV.53 du Code de l'eau, l'éboulement d'une paroi rocheuse, le glissement de terrain, le karst, les affaissements miniers, affaissements dus à des travaux ou ouvrages de mines, minières de fer ou cavités souterraines ou le risque sismique.
   § 4. Le contrôle qualité des terres de déblais porte sur les paramètres visés à l'annexe 2, ainsi que les caractéristiques reprises à l'article 13, § 1er.
   Les résultats des analyses réalisées conformément aux dispositions du décret et de ses arrêtés d'exécution, ou du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et de ses arrêtés d'exécution, peuvent être valablement réutilisés pour la caractérisation des terres pour autant qu'ils soient pertinents et actuels, et notamment qu'aucune autre pollution ne soit suspectée ou ne soit susceptible d'avoir augmenté les concentrations de polluants identifiées. Plus particulièrement, les résultats obtenus suite à la réalisation d'investigations des remblais dans le cadre d'une étude d'orientation, de caractérisation, ou, le cas échéant, d'une étude combinée, sont valables et suffisants pour caractériser la qualité des terres au sens du présent arrêté.]1

  
Art. 7. § 1. De afgegraven grond maakt het voorwerp van een kwaliteitscontrole uit alvorens de toegelaten installatie voor de behandeling van verontreinigde grond te verlaten.
  Deze kwaliteitscontrole heeft betrekking op de in bijlage 2 bedoelde parameters alsook op de kenmerken vermeld in artikel 13, § 1.
  [1 De staalafnamen worden door één persoon bedoeld in artikel 48 van het bodembesluit uitgevoerd.]1
  § 2. [1 ...]1
  
Art. 7. § 1er. Les terres décontaminées font l'objet d'un contrôle qualité avant de quitter l'installation autorisée de traitement de terres polluées.
  Ce contrôle qualité porte sur les paramètres visés à l'annexe 2, ainsi que sur les caractéristiques reprises à l'article 13, § 1er.
  [1 Les prélèvements sont réalisés par une personne visée à l'article 48 de l'arrêté " sols ".]1
  § 2. [1 ...]1
  
Art. 7/1. [1 De grond van plantaardige producties maakt het voorwerp van een kwaliteitscontrole alvorens de vergunde installatie voor de productie van die grond te verlaten.
   Wanneer deze grond gebruikt wordt op een ontvangende site waarvan het soort gebruik landbouwkundig is, wordt de kwaliteitscontrole uitgeoefend overeenkomstig de registratiebeslissingen gegeven in uitvoering van het besluit van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt.
   In de gevallen die niet bedoeld zijn in het tweede lid, wordt de kwaliteitscontrole overeenkomstig artikel 6, § 4, verricht.]1

  
Art. 7/1. [1 Les terres de production végétales font l'objet d'un contrôle qualité avant de quitter l'installation de production de celles-ci.
   Dans le cas où ces terres sont utilisées sur un site récepteur dont le type d'usage est agricole, le contrôle qualité s'effectue conformément aux décisions d'enregistrement délivrées en exécution de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets.
   Dans les cas non visés à l'alinéa 2, le contrôle qualité est opéré conformément à l'article 6, § 4.]1

  
Art. 8. De minimale regels van de "GRGT" bedoeld in [1 artikel 5]1, gaan vergezeld van het "CWEA".
  Bij gebrek aan behandelings-, staalnemings- en analysemethodes in het "CWEA" of bij gebrek aan technische procedures in de "GRGT" worden de methodes of procedures vastgelegd of gevalideer door de administratie na advies van het referentielaboratorium.
  
Art. 8. Les règles minimales du GRGT visées à [1 l'article 5]1, sont accompagnées du CWEA.
  En l'absence de méthodes de prélèvement, d'échantillonnage et d'analyse dans le CWEA, ou en l'absence de procédures techniques dans le GRGT, les méthodes ou procédures sont établies ou validées par l'administration après avis du laboratoire de référence.
  
Art. 9. § 1. De kenmerken van de grond onderworpen aan de kwaliteitscontrole worden vastgelegd door een door de opdrachtgever van de winningssite aangewezen deskundige of wanneer de stoffen van een toegelaten installatie afkomstig zijn, door die installatie.
  De deskundige of de installatie maakt een verslag op over de grondkwaliteit, dat hierna "verslag van de grondkwaliteit" genoemd is en waarvan de minimum inhoud in bijlage 3 bepaald wordt.
  [1 In het kader van de taken die haar zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 43 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, en in afwijking van de voorgaande leden, wordt de SPAQuE gemachtigd om het grondkwaliteitsverslag op te stellen.]1
  § 2. Het in § 1 bedoelde verslag van de kwaliteit van de afgegraven grond omvat alle gegevens die het mogelijk maken:
  1° de site van oorsprong, de identiteit van de opdrachtgever en van de houder van het zakelijk recht over deze site te identificeren;
  2° de inachtneming van de staalnemingsregels na te gaan;
  3° het volume en de kenmerken van de grond te kennen, met inbegrip van de onderzoeksresultaten;
  4° de theoretische gebruiksmogelijkheden te kennen in functie van hun karakteristieken.
  § 3. Het grondkwaliteitsverslag voor grond van een vergunde installatie bevat alle gegevens waarmee:
  1° [1 de vergunde installatie en de site van oorsprong van de grond in de in artikel 6, § 2, bedoelde gevallen geïdentificeerd kunnen worden;]1
  2° de inachtneming van de staalnemingsregels nagegaan kan worden;
  3° het staalnummer, het volume en de kenmerken van de grond gekend kunnen worden, met inbegrip van de onderzoeksresultaten;
  4° de theoretische gebruiksmogelijkheden gekend kunnen worden in functie van hun karakteristieken.
  § 4. Wanneer de bepalingen van artikel 6, § 2, lid 2, toegepast worden, verantwoordt de deskundige, of de installatie, het hergebruik van de resultaten in het verslag.
  
Art. 9. § 1er. Les caractéristiques des terres soumises au contrôle qualité sont établies par un expert désigné par le maître d'ouvrage du site d'excavation ou, lorsque les matières sont issues d'une installation autorisée, par cette installation.
  L'expert, ou l'installation, établit un rapport sur la qualité des terres, dénommé ci-après " rapport de qualité des terres ", dont le contenu minimum est fixé en annexe 3.
  [1 Dans le cadre des missions qui lui sont confiées conformément à l'article 43 du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, et par dérogation aux alinéas qui précèdent, la SPAQuE est habilitée à établir le rapport de qualité des terres.]1
  § 2. Le rapport de qualité des terres de déblais visé au paragraphe 1er comporte toutes les données permettant :
  1° d'identifier le site d'origine, l'identité du maître d'ouvrage et du titulaire du droit réel sur ce site;
  2° de vérifier le respect des règles d'échantillonnage;
  3° de connaître le volume et les caractéristiques des terres, y compris les résultats des analyses dont elles ont fait l'objet;
  4° de connaître les possibilités théoriques d'usage en fonction de leurs caractéristiques.
  § 3. Le rapport de qualité des terres issues d'une installation autorisée comporte toutes les données permettant :
  1° d'identifier l'installation autorisée [1 et le site d'origine des terres dans les cas visés à l'article 6, § 2;]1;
  2° de vérifier le respect des règles d'échantillonnage;
  3° de connaître le numéro de lot, le volume et les caractéristiques des terres, y compris les résultats des analyses dont elles ont fait l'objet;
  4° de connaître les possibilités théoriques d'usage en fonction de leurs caractéristiques.
  § 4. Lorsqu'il est fait application des dispositions de l'article 6, § 2, alinéa 2, l'expert, ou l'installation, justifie la réutilisation des résultats dans le rapport.
  
Art. 10. § 1. Het grondkwaliteitsverslag wordt ter goedkeuring elektronisch verstuurd naar de administratie of naar de opvolgingsinstelling voor een concessie.
  Er wordt binnen de twee dagen te rekenen van de ontvangst een bericht van ontvangst van het verslag elektronisch verstuurd.
  [1 Binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van het verslag wordt de beslissing elektronisch aan de aanvrager gericht. De aanvrager stuurt een afschrift van de beslissing aan de houder van een zakelijk recht op de site van oorsprong. Uit die beslissing wordt één van de volgende conclusies afgeleid:]1
  1° ofwel wordt het verslag geweigerd, wanneer het onvolledig is of niet met de geldende bepalingen overeenstemt. De redenen voor de weigering of de onvolledigheid worden in de beslissing opgegeven;
  2° ofwel wordt tot de volledigheid en de conformiteit van het verslag geconcludeerd, en wordt een certificaat verstrekt, "certificaat grondkwaliteitscontrole" genoemd overeenkomstig paragraaf 3.
  Als de beslissing niet verzonden wordt binnen de termijn bedoeld in het derde lid van deze paragraaf, kan de aanvrager elektronisch een herinneringsschrijven versturen. Als de aanvrager geen beslissing gekregen heeft bij verstrijken van een nieuwe termijn van vijftien dagen, wordt het certificaat geweigerd geacht.
  [1 Indien het rapport wordt geweigerd omdat er binnen de in het vierde lid bedoelde termijn geen beslissing is genomen, betaalt de administratie, of de opvolgingsinstelling in het geval van een concessie, de aanvrager de in artikel 11 bedoelde dossierkosten terug.]1
  Voor een concessie licht de opvolgingsinstelling de administratie over de aan haar gerichte herinneringen in.
  § 2. Er staat een beroep tegen de beslissing, bedoeld in paragraaf in, open voor de aanvrager, alsook voor elke persoon, houder van een zakelijk recht op [1 de site]1 van oorsprong.
  Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de ontvangst van de beslissing of, in het geval bedoeld in paragraaf 1, lid 4, van uitblijven van beslissing aan de administratie gericht.
  Binnen [1 zeven]1 dagen na ontvangst van het beroep bezorgt de administratie een bericht van ontvangst aan de eiser.
  Binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt de administratie haar beslissing aan de eiser.
  Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in lid 4 kan de eiser, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, een herinneringsschrijven aan de administratie richten. Als de eiser, bij verstrijken van een [1 ...]1 termijn van [1 vijftien]1 dagen volgend op de ontvangst van het herinneringsschrijven, geen beslissing gekregen heeft, wordt de aanvankelijke beslissing bevestigd geacht.
  § 3. Het certificaat grondkwaliteitscontrole stelt het soort krachtens dit besluit toelaatbaar gebruik (toelaatbare gebruiken vast) of bepaalt de noodzaak nader om de grond vooraf te behandelen om ze gebruiksconform te maken. Bij aanwezigheid, in de grond, van invaderende niet-inheemse plantensoorten, asbestvezels of andere bijzondere grondkenmerken worden de benuttingsvoorwaarden, voorzien bij dit besluit of de referentiegids, opgegeven.
  De minimuminhoud van het certificaat wordt in bijlage 4 omschreven. Elk certificaat is voorzien van een enig referentienummer.
  Het certificaat grondkwaliteitscontrole heeft een geldigheidsduur van maximum [1 vijf jaar]1 te rekenen van de uitgifte ervan. [1 ...]1
  [2 § 4. De geldigheidsduur van het getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit kan met een periode van vijf jaar worden verlengd. De verlengingsmodaliteiten worden in de "GRGT" vastgesteld.
   De in het eerste lid bedoelde verlenging is niet toegestaan in geval van een incident of een andere gebeurtenis die de kwaliteit van de onder het getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit vallende grond kan hebben gewijzigd.
   § 5. In geval van een incident of gebeurtenis die de kwaliteit van de grond, zoals vastgelegd in een grondkwaliteitsverslag, kan wijzigen, werkt de opdrachtgever, alvorens een nieuwe verplaatsing van door het incident getroffen grond plaatsvindt, het grondkwaliteitsverslag, dat het vorige vervangt, bij en verzoekt hij om bijwerking van het getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit, dat het vorige vervangt.]2

  
Art. 10. § 1er. Le rapport de qualité de terres est envoyé pour approbation à l'administration, ou à l'organisme de suivi en cas de concession, par voie électronique.
  Un accusé de réception du rapport est adressé par voie électronique dans les deux jours à dater de sa réception.
  [1 Dans les quinze jours à dater de la réception du rapport, la décision est adressée au demandeur par voie électronique. Le demandeur transmet copie de la décision au titulaire d'un droit réel sur le site d'origine. Cette décision, soit :]1
  1° refuse le rapport, lorsque celui-ci est incomplet ou non conforme aux dispositions applicables. Les motifs du refus ou du caractère incomplet sont mentionnés dans la décision;
  2° conclut à la complétude et la conformité du rapport et délivre un certificat dénommé " certificat de contrôle qualité des terres " conformément au paragraphe 3 du présent article.
  A défaut de décision dans le délai visé à l'alinéa 3 du présent paragraphe, le demandeur peut adresser un rappel par voie électronique. Si le demandeur n'a pas reçu de décision à l'expiration d'un nouveau délai de quinze jours, le certificat est réputé refusé.
  [1 Si le rapport est refusé suite à une absence de décision dans le délai visé au quatrième alinéa, l'administration ou l'organisme de suivi en cas de concession, rembourse au demandeur les droits de dossier visés à l'article 11.]1
  En cas de concession, l'organisme de suivi informe l'administration des rappels qui lui sont adressés.
  § 2. Un recours contre la décision visée au paragraphe 1er est ouvert au demandeur ainsi qu'à toute personne titulaire d'un droit réel sur le [1 site]1 d'origine.
  Sous peine d'irrecevabilité, le recours est envoyé à l'administration par envoi recommandé avec accusé de réception dans un délai de vingt jours à dater de la réception de la décision ou, dans le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 4, de l'absence de décision.
  Dans les [1 sept]1 jours de la réception du recours, l'administration transmet au requérant un accusé de réception.
  Dans les trente jours à dater de la réception du recours, l'administration envoie sa décision au requérant.
  A défaut de décision dans le délai visé à l'alinéa 4, le requérant peut, par envoi recommandé avec accusé de réception, adresser un rappel à l'administration. Si le requérant, à l'expiration d'un [1 ...]1 délai de [1 quinze]1 jours suivant la réception du rappel, n'a pas reçu de décision, la décision initiale est réputée confirmée.
  § 3. Le certificat de contrôle qualité des terres fixe le ou les type(s) d'usage(s) admissible(s) en vertu du présent arrêté ou précise la nécessité de traiter les terres préalablement pour les rendre conformes. En cas de présence, dans les terres, d'espèces végétales non indigènes envahissantes, de fibres d'amiante ou d'autres caractéristiques particulières des terres, il indique les conditions de valorisation qui sont prévues par le présent arrêté ou le GRGT.
  Le contenu minimum du certificat est défini en annexe 4. Chaque certificat porte un numéro de référence unique.
  Le certificat de contrôle qualité des terres a une durée de validité de [1 cinq ans]1 maximum à dater de son émission. [1 ...]1
  [2 § 4. La durée de validité du certificat de contrôle qualité des terres peut être prolongée pour une durée de cinq ans. Les modalités de prolongation sont fixées par le GRGT.
   La prolongation visée à l'alinéa premier n'est pas admise en cas d'incident ou tout autre évènement susceptible d'avoir modifié la qualité des terres objet du certificat de contrôle qualité des terres.
   § 5. Le maitre d'ouvrage, en cas d'incident ou d'événement susceptible de modifier la qualité des terres telle que reprise dans un rapport de qualité des terres, avant tout nouveau mouvement de terres impactées par l'incident, procède à la mise à jour du rapport qualité des terres, qui remplace le précédent et sollicite la mise à jour du certificat de contrôle de qualité des terres, qui remplace le précédent.]2

  
Art. 11. § 1. Er wordt voor de toekenning van een beslissing in verband met het certificaat grondkwaliteitscontrole een dossierrecht geheven.
  Het dossierrecht is uiterlijk verschuldigd op de datum waarop de aanvraag ingediend wordt. [1 Het bedrag wordt als volgt vastgesteld :]1
  1° 100 euro voor een grondvolume tot 400 m3; en
  2° 0,06 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 400 en 10.000 m3 inbegrepen;
  3° 0,03 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 10.000 en 25.000 m3 inbegrepen;
  4° 0,012 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 25.000 en 50.000 m3 inbegrepen;
  2° 0,006 euro per m3 op het deel van het grondvolume dat de 50.000 m3 te boven gaat.
  [1 Wanneer de aanvraag meer dan driemaal moet worden onderzocht omdat het eerste verslag onvolledig is, wordt een aanvullend dossierrecht ter hoogte van 10 % van het in het vorige lid bedoelde eerste dossierrecht, met een minimum van 100 EUR en een maximum van 300 EUR, geheven voordat een beslissing wordt genomen over het getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit.]1
  Om de twee jaar wordt het bedrag van het dossierrecht [1 van dit artikel]1 automatisch en van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is. Het geïndexeerd bedrag wordt naar de hogere eenheid afgerond. Het wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad.
  Na advies van de administratie kan de Minister het bedrag van het dossierrecht [1 van dit artikel]1 in functie van de kosten aanpassen. Het aangepast bedrag wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. In afwijking van paragraaf één worden de dossierrechten elk kwartaal geheven voor de kwaliteitscontroleverslagen uitgaande van de vergunde installaties, enerzijds, en in de gevallen bedoeld in artikel 7, § 2, derde lid, anderzijds. De dossierrechten worden op basis van de in het voorgaand kwartaal opgetelde grondvolumes berekend.
  [2 § 3. Indien de aanvraag betrekking heeft op de verlenging van de geldigheidsduur van het getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit overeenkomstig artikel 10, lid 4, wordt een dossierrecht geheven ten bedrage van 10% van het bedrag van het dossierrecht dat werd geheven bij de afgifte van het eerste getuigschrift, met een minimumbedrag van 100 EUR en een maximumbedrag van 300 EUR.
   Wanneer de aanvraag betrekking heeft op de bijwerking van het getuigschrift voor de controle op de grondkwaliteit overeenkomstig artikel 10, § 5, wordt een behandelingsvergoeding geheven die overeenkomt met een forfaitair bedrag van 100 euro.]2

  
Art. 11. § 1er. Un droit de dossier est levé préalablement à l'octroi d'une décision relative au certificat de contrôle qualité des terres.
  Le droit de dossier est dû au plus tard à la date d'introduction de la demande. [1 Le montant est établi comme suit :]1
  1° 100 euros pour un volume jusque 400 mü; et
  2° 0,06 euros par mü sur la partie du volume entre 400 et 10.000 mü inclus;
  3° 0,03 euros par mü sur la partie du volume entre 10.000 et 25.000 mü inclus;
  4° 0,012 euros par mü sur la partie du volume entre 25.000 en 50.000 mü inclus;
  5° 0,006 euros par mü sur la partie du volume excédant 50.000 mü.
  [1 Lorsque la demande doit être examinée à plus de trois reprises du fait de l'incomplétude du rapport initial, un droit de dossier complémentaire équivalent à 10 % du droit de dossier initial visé à l'alinéa précédent, avec un minimum de 100 euros et un maximum de 300 euros, est levé préalablement à l'octroi d'une décision relative au certificat de contrôle qualité des terres.]1
  Tous les deux ans, automatiquement et de plein droit, le montant du droit de dossier [1 du présent article]1 est indexé sur la base de l'indice des prix à la consommation en vigueur six semaines avant la date de l'indexation. Le montant indexé est arrondi à l'unité supérieure. Il est publié sur le portail environnement de la Région wallonne et au Moniteur belge.
  Après avis de l'administration, le Ministre peut adapter le montant du droit de dossier [1 du présent article]1 en fonction des coûts. Le montant adapté est publié sur le portail environnement de la Région wallonne et au Moniteur belge.
  § 2. Par dérogation au paragraphe premier, les droits de dossier sont levés trimestriellement pour les rapports de contrôle qualité émanant des installations autorisées, d'une part, et dans les cas visés à l'article 7, § 2, alinéa 3, d'autre part. Les droits de dossier se calculent sur la base des volumes cumulés lors du trimestre précédent.
  [2 § 3. Lorsque la demande porte sur la prolongation de la durée de validité du certificat de contrôle qualité des terres en application de l'article 10, § 4, un droit de dossier est levé correspondant à 10 % du montant du droit de dossier levé lors de la délivrance du premier certificat, avec un montant minimum de 100 euros et un montant maximum de 300 euros.
   Lorsque la demande porte sur la mise à jour du certificat de contrôle qualité des terres en application de l'article 10, § 5, un droit de dossier est levé correspondant à un montant forfaitaire de 100 euros.]2

  
HOOFDSTUK III. - Grondgebruik
CHAPITRE III. - Utilisation des terres
Art. 12. Het soort gebruik van de site van oorsprong van de grond wordt op volgende wijze bepaald:
  1° door de toestand van rechtswege van de site op het gewestplan, op de grondbestemmingskaart of op het plaatselijk beleidsontwikkelingsplan, volgens bijlage 2 bij het decreet;
  2° door het huidig type gebruik ten opzichte van feitelijke toestand overeenkomstig bijlage 3 bij het decreet;
  3° door het type natuurlijk of landbouwgebruik, voor de terreinen bedoeld in artikel 9, derde lid, van het decreet;
  4° bij tegenstelling tussen de toestand van rechtswege volgens 1° en het type gebruik volgens 2°, door het minst gevoelige gebruik.
  Het soort gebruik van de ontvangende site van de grond wordt op volgende wijze bepaald:
  1° door de toestand van rechtswege van de site op het gewestplan, op de grondbestemmingskaart of op het plaatselijk beleidsontwikkelingsplan, volgens bijlage 2 bij het decreet;
  2° door het huidig of overwogen type gebruik ten opzichte van feitelijke toestand overeenkomstig bijlage 3 bij het decreet;
  3° door het type natuurlijk of landbouwgebruik, voor de terreinen bedoeld in artikel 9, derde lid, van het decreet;
  4° bij tegenstelling tussen de toestand van rechtswege volgens 1° en het type gebruik volgens 2°, door het minst gevoelige gebruik;
  [1 5° door het type gebruik V, in het geval van wegen en spoorwegen, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, c), waar het type gebruik overeenkomstig de vorige punten wordt vastgesteld.]1
  De sites die meerdere gebruiken bevatten, worden volgens de gebruiken opgedeeld voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2.
  
Art. 12. Le type d'usage du site d'origine des terres est déterminé de la manière suivante:
  1° par la situation de droit du site au plan de secteur, au plan d'affectation des sols ou au schéma d'orientation local, suivant l'annexe 2 du décret;
  2° par le type d'usage actuel au regard de la situation de fait en application de l'annexe 3 du décret;
  3° par le type d'usage naturel ou le type d'usage agricole, pour les terrains visés à l'article 9, alinéa 3, du décret;
  4° en cas d'opposition entre la situation de droit suivant le 1° et le type d'usage suivant le 2°, par l'usage le moins sensible.
  Le type d'usage du site récepteur des terres est déterminé de la manière suivante :
  1° par la situation de droit du site au plan de secteur, au plan d'affectation des sols ou au schéma d'orientation local, suivant l'annexe 2 du décret;
  2° par le type d'usage actuel ou projeté au regard de la situation de fait en application de l'annexe 3 du décret;
  3° par le type d'usage naturel ou le type d'usage agricole, pour les terrains visés à l'article 9, alinéa 3, du décret;
  4° en cas d'opposition entre la situation de droit suivant le 1° et le type d'usage suivant le 2°, par l'usage le plus sensible;
  [1 5° par le type d'usage V, dans le cas de voiries et de voies ferrées, sauf dans les hypothèses visées à l'article 6, § 3, 2°, c), où le type d'usage est établi conformément aux points précédents.]1
  Les sites comportant plusieurs usages sont subdivisés suivant les usages pour l'application des paragraphes 1 et 2.
  
Art. 13. § 1. Om gebruikt te worden op een ontvangende site, bevat de grond geen gevaarlijke afvalstoffen en bevatten ze niet, in massa of in volume:
  1° meer dan 1 % andere dan inerte ongevaarlijke bouwmaterialen of -afvalstoffen;
  2° meer dan 5% organieke stoffen zoals hout of plantenresten;
  3° meer dan 5% inerte bouwgruis zoals beton, baksteen, dakpannen, ceramiek, bitumenhoudende materialen;
  4° meer dan 50% natuursteenachtige materialen zoals rotsgruis.
  Voor de weggrond, gebruikt in de ondergrond van een andere weg, wordt het maximaal toegelaten gehalte aan inert bouwgruis, bedoeld in lid 1, 3°, op 10% gebracht. [1 Afgegraven grond die wordt gebruikt op een wegplatform in gebieden die toegankelijk zijn voor het publiek en niet bedekt zijn met een verharding, moet voldoen aan de voorwaarde van artikel 6, § 3, 2° d).]1
  [1 Voor de spoorweggrond, gebruikt in het platform van een andere spoorweg, wordt het maximaal toegelaten gehalte aan inert bouwgruis, bedoeld in lid 1, 3°, op 10% gebracht.
   In afwijking van paragraaf 1, 4°, mag het maximaal toegelaten gehalte aan steenachtige materialen van natuurlijke oorsprong hoger zijn dan 50 % onder de volgende voorwaarden :
   1° de ontvangende site stemt in met de overschrijding van het maximumgehalte en deelt deze instemming mee aan de Administratie of aan de opvolgingsinstelling in geval van een concessie;
   2° de toplaag van de grond voldoet aan de gehalten vermeld in paragraaf 1, 2 en 3;
   3° de toplaag van de grond heeft een minimale dikte van 50 cm.
   Voor gebieden met een bedekking, is de bepaling van het vierde lid, 3°, niet van toepassing.]1

  Bouwgruis en bouwmaterialen die toegelaten worden tegen gehaltes bedoeld [1 in lid 1, lid 2 en lid 3;]1 zijn uitsluitend afkomstig van grond, die afgegraven wordt op de site of de weg van oorsprong.
  Het asbestvezelgehalte van grond moet lager zijn dan de drempels, vastgesteld in bijlage 2. De grond waarvoor het asbestvezelgehalte de bovengrens voor de soorten gebruik I, II, III en IV overschrijdt znder de bovengrens voor soort gebruik V overschrijdt, worden overdekt met een veiligheidsvlies en een laag van minstens één meter grond overeenkomstig artikel 14, of met een bedekking.
  § 2. De grond die niet beantwoordt aan de gebruiksvoorwaarden bedoeld in paragraaf 1 [1 of]1 in artikel 14, § 1, worden in een vergunde installatie voorbehandeld of behandeld om die criteria te bereiken met het oog op het gebruik ervan.
  Voor, tijdens en na de voorbehandeling of de behandeling behoudt die grond zijn statuut van grond voor de toepassing van dit besluit. De eventuele restdeeltjes uit de voorbehandeling of de behandeling, zoals inert bouwgruis, de organische stoffen of de materialen van natuursteenachtige oorsprong worden verschillend van de grond behandeld, overeenkomstig het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  
Art. 13. § 1er. Pour être utilisées sur un site récepteur, les terres ne contiennent pas de déchets dangereux et ne contiennent, ni en masse ni en volume :
  1° plus de 1 % de matériaux et déchets de construction non dangereux autres qu'inertes;
  2° plus de 5 % de matériaux organiques, tels que bois ou restes végétaux;
  3° plus de 5 % de débris de construction inertes de béton, briques, tuiles, céramique, matériaux bitumineux;
  4° plus de 50 % de matériaux pierreux d'origine naturelle, tels que débris d'enrochement.
  Pour les terres de voirie utilisées dans la plateforme d'une autre voirie, la teneur maximale autorisée en débris de construction inertes visée à l'alinéa 1er, 3°, est portée à 10 %. [1 Les terres de déblais utilisées sur une plateforme de voirie dans des zones accessibles au public et non couvertes par un revêtement respectent la condition reprise à l'article 6, § 3, 2°, d).]1
  [1 Pour les terres de voie ferrée utilisées dans la plateforme d'une autre voie ferrée, la teneur maximale autorisée en débris de construction inertes visée à l'alinéa 1er, 3°, est portée à 10 %.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, 4°, la teneur maximale autorisée en matériaux pierreux d'origine naturelle peut être supérieure à 50 % aux conditions suivantes :
   1° le site récepteur émet son accord sur le dépassement de la teneur maximale et notifie cet accord à l'Administration ou à l'organisme de suivi en cas de concession;
   2° la couche finale de terres respectent les teneurs reprises aux alinéas 1er, 2 et 3;
   3° la couche finale de terres a une épaisseur minimum de 50 cm.
   Pour les zones couvertes par un revêtement, la disposition de l'alinéa 4, 3°, ne s'applique pas.]1

  Les débris de construction et matériaux autorisés à concurrence des teneurs prévues [1 aux alinéas 1er, 2 et 3]1 proviennent exclusivement de l'excavation des terres dans le site ou la voirie d'origine.
  La teneur en fibres d'amiante des terres doit être inférieure aux seuils fixés en annexe 2. Les terres pour lesquelles la teneur en fibres d'amiante excède le seuil limite relatif aux types d'usage I, II, III et IV sans être supérieure au seuil limite relatif au type d'usage V sont recouvertes d'un géotextile avertisseur et d'une couche d'au moins un mètre de terre conforme à l'article 14, ou d'un revêtement.
  § 2. Les terres qui ne répondent [1 pas]1 aux conditions d'utilisation visées au paragraphe 1er [1 ou]1 à l'article 14, § 1er, font l'objet d'un prétraitement ou d'un traitement dans une installation autorisée afin d'atteindre ces critères en vue d'être utilisées.
  Avant, pendant et après le prétraitement ou le traitement, ces terres gardent leur statut de terres pour l'application du présent arrêté. Les éventuelles fractions résiduelles issues du prétraitement ou du traitement, tels que les débris de construction inertes, les matériaux organiques ou les matériaux pierreux d'origine naturelle, sont gérés de manière différenciée des terres en application du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets et de ses arrêtés d'exécution.
  
Art. 14. § 1. [3 Afgegraven grond, ontsmette grond en grond van plantaardige producties als bedoeld in artikel 7/1, lid 3, die aan een kwaliteitscontrole onderworpen worden, kunnen op een ontvangende site gebruikt worden voor zover hun parameters lager dan of gelijk zijn aan 40% van de ondergrenswaarden in oliekoolwaterstoffen en 80% van de andere ondergrenswaarden vastgelegd bij of krachtens het decreet, volgens het gebruik van de ontvangende site of van het betrokken perceel van de ontvangende site. Die waarden worden, in voorkomend geval, aangevuld met ondergrenswaarden vastgelegd in bijlage 2 en de ondergrenswaarden van overeenkomstig artikel 9, § 4, van het decreet niet-genormeerde parameters.
   Indien uit de kwaliteitscontrole blijkt dat de bij of krachtens het decreet vastgestelde grenswaarden als gevolg van bodemconcentraties worden overschreden, kunnen afgegraven grond, ontsmette grond en grond van plantaardige producties als bedoeld in artikel 7/1, lid 3, worden gebruikt op een ontvangende site, of op een betrokken perceel van de ontvangende site, waarvan de bodemconcentraties gelijk zijn aan of hoger zijn dan de concentraties op de site van oorsprong, mits er geen sprake is van een aanvullend risico voor het milieu en de menselijke gezondheid.]3

  § 2. Grond van plantaardige producties die onderworpen worden aan een kwaliteitscontrole overeenkomstig [3 artikel 7/1]3, kunnen, onverminderd de bepalingen voorzien in [3 de registratiebeslissing]3, op een ontvangende site van het soort landbouwgebruik worden gebruikt.
  
Art. 14. § 1er. [3 Les terres de déblais, les terres décontaminées et les terres de production végétales visées à l'article 7/1, alinéa 3, qui sont soumises à un contrôle qualité conformément au chapitre 2, peuvent être utilisées sur un site récepteur pour autant que leurs paramètres présentent des valeurs inférieures ou égales à 40 % des valeurs seuils en hydrocarbures pétroliers et inférieures ou égales à 80 % des autres valeurs seuil fixées par ou en vertu du décret, selon l'usage du site récepteur ou de la parcelle concernée du site récepteur. Ces valeurs sont complétées, le cas échéant, par les valeurs seuils fixées à l'annexe 2 et les valeurs seuils de paramètres non-normés en application de l'article 9, § 4, du décret.
   Si le contrôle qualité met en évidence des dépassements des valeurs seuils fixées par ou en vertu du décret, dues à des concentrations de fond, les terres de déblais, les terres décontaminées et les terres de production végétales visées à l'article 7/1, alinéa 3 peuvent être utilisées sur un site récepteur, ou sur une parcelle concernée du site récepteur, dont les concentrations de fond sont équivalentes ou supérieures aux concentrations du site d'origine, à condition qu'il n'y ait pas de risque additionnel pour l'environnement et la santé humaine.]3

  § 2. Les terres de production végétales soumises à un contrôle qualité conformément à l'[3 article 7/1]3, alinéa 2, peuvent, sans préjudice des dispositions prévues par [3 la décision d'enregistrement]3, être utilisées sur un site récepteur de type d'usage agricole.
  
Art. 15. Wanneer de activiteit van grondbenutting wordt uitgevoerd op een site [2 van het soort gebruik]2 I, II of IV, kan, tegen hiernavolgende voorwaarden, afgeweken worden van de waarden vermeld in artikel 14 voor het soort gebruik:
  1° [2 de grond schrijden de waarden vermeld in artikel 14 niet over, die van toepassing zijn op een gebruik op een ontvangende site van het soort gebruik V;]2
  2° een milieuvergunning machtigt specifiek de benutting van grond in afwijking van het soort gebruik overeenkomstig dit besluit;
  3° de toplaag van de grond stemt overeen met de waarden die van toepassing zijn op het soort gebruik overeenkomstig artikel 14, § 1, 1°. De dikte van deze laag wordt in de vergunning bepaald, rekening houdend met het toekomstig gebruik van het terrein;
  [2 4° uit een risicobeoordeling die bij de milieuvergunningsaanvraag is gevoegd, blijkt dat de afwijkingswaarden geen risico inhouden voor de ontvangende site.]2
  [3 Het eerste lid is niet van toepassing op elke site die deel uitmaakt van een ontginningsgebied en een gebied van aanhorigheden van ontginningen in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling.
   De grondverwerker voert een systematische controle op de naleving van de vastgestelde normen in om vóór het vervoer naar de ontvangende site na te gaan of de grond, overeenkomstig paragraaf 1, 2°, voldoet aan de in zijn globale vergunning vastgestelde waarden.
   Voor de aanleg van de afdeklaag van de bodem van een centrum voor technische ingraving van klasse 2 mag onder de volgende voorwaarden worden afgeweken van de in artikel 14 genoemde waarden voor het geplande gebruik:
   1° de grond van de tweede categorie, in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving, voldoet aan de in artikel 14 vastgestelde waarden die van toepassing zijn voor gebruik op een ontvangende site van gebruikstype V of een lager gebruikstype;
   3° de toplaag van de grond met een minimale dikte van 30 cm stemt overeen met de waarden die van toepassing zijn op het soort gepland gebruik overeenkomstig artikel 14, § 1, eerste lid, 1°.]3

  
Art. 15. Lorsque l'activité de valorisation de terres est réalisée sur un site [2 de type d'usage]2 I, II ou IV, il peut être dérogé aux valeurs mentionnées à l'article 14 pour le type d'usage, aux conditions suivantes :
  1° [2 les terres ne dépassent pas les valeurs figurant à l'article 14 applicables pour une utilisation sur un site récepteur de type d'usage V;]2
  2° un permis d'environnement autorise spécifiquement la valorisation de terres en dérogation au type d'usage conformément au présent arrêté;
  3° la couche finale de terre est conforme aux valeurs applicables au type d'usage en application de l'article 14, § 1er, 1°. L'épaisseur est déterminée par le permis tenant compte de l'usage futur du terrain
  [2 4° une étude de risque annexée à la demande de permis d'environnement démontre que les valeurs dérogatoires ne présentent de risque pour le site récepteur.]2
  [3 L'alinéa 1er ne s'applique pas pour tout site repris en zone d'extraction et en zone de dépendance d'extraction au sens du Code du Développement Territorial.
   Le valorisateur met en place un contrôle systématique du respect des normes établies afin de vérifier, préalablement à leur transport vers le site récepteur, que, conformément à l'alinéa 1er, 2°, les terres respectent bien les valeurs reprises dans son permis unique.
   Pour la réalisation de la couche de terre de revêtement d'un CET de classe 2, il peut être dérogé aux valeurs mentionnées à l'article 14 pour le type d'usage projeté, aux conditions suivantes :
   1° les terres de seconde catégorie, au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 27 février 2003 fixant les conditions sectorielles d'exploitation des centres d'enfouissement technique, respectent les valeurs figurant à l'article 14 applicables pour une utilisation sur un site récepteur de type d'usage V ou un type d'usage inférieur;
   2° la couche finale de terre d'une épaisseur minimum de 30 cm est conforme aux valeurs applicables au type d'usage projeté, en application de l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 1°.]3

  
Art. 16. [1 § 1.]1 Niemand kan een ontwerp bedenken of uitvoeren met het voornemen om de kwaliteitscontrole of de traceerbaarheid van grond kunstmatig te beperken of de betaling van de dossierrechten te vermijden.
   [1 § 2.]1 Het is verboden, grond van verschillende kwaliteit in of met elkaar en in of met andere stoffen op te lossen dan wel te vermengen om aan de gebruikscriteria voor grond te voldoen, om aan de kwaliteitscontrole of de traceerbaarheid van grond te ontkomen of de betaling van dossierrechten te vermijden.
  [1 § 3. Mits met de verrichting geen frauduleuze doelstelling als bedoeld in de paragrafen 1 en 2 wordt nagestreefd, is het samenbrengen van grond mogelijk onder de in artikel 18 gestelde voorwaarden.]1
  
Art. 16. [1 § 1er.]1 Nul ne peut concevoir ou mettre en oeuvre un projet dans l'intention de limiter artificiellement le contrôle qualité ou la traçabilité des terres ou d'éviter le paiement des droits de dossier.
   [1 § 2.]1 Il est interdit de procéder à une dilution ou à un mélange des terres de qualité différentes entre elles et avec d'autres matières dans le but de satisfaire aux critères d'usage des terres, dans le but de contourner le contrôle qualité ou la traçabilité des terres ou d'éviter le paiement des droits de dossier.
  [1 § 3. Pour autant que l'opération ne poursuive pas un objectif de fraude identifié aux paragraphes 1 et 2, un regroupement de terres est possible dans les conditions fixées par l'article 18.]1
  
HOOFDSTUK IV. - Vervoer en traceerbaarheid van grond
CHAPITRE IV. - Transport et traçabilité des terres
Art. 17. § 1. Van grondverzet wordt vooraf elektronisch kennis gegeven aan de administratie of aan de opvolgingsinstelling voor een concessie.
  De kennisgeving voor grondverzet, bedoeld in lid 1, bevat:
  1° de informatie om de oorsprong van de grond en de bestemmingen te kunnen identificeren;
  2° de identiteit van de titularis van een zakelijk recht op de ontvangende site [1 of wanneer de grond bestemd is voor een centrum van technische ingraving, de aanwijzing van dit centrum voor technische ingraving]1;
  3° de identificatiegegevens van de vervoerders en de grondverwerkers;
  4° de data voorzien voor het vervoer;
  5° de referentiegegevens van het certificaat grondkwaliteitscontrole, indien dat vereist is;
  6° [1 de referentie van de milieuvergunning]1 van de installatie, wanneer de grond bestemd is voor een vergunde installatie.
  § 2. De kennisgeving geeft aanleiding, binnen een termijn van vierentwintig uur te rekenen van de ontvangst, wanneer de grond naar een vergunde installatie [1 of een centrum voor technische ingraving]1 vervoerd wordt, en van [1 twee dagen]1 te rekenen van de ontvangst in de andere gevallen, tot één van de volgende beslissingen, die elektronisch aan de aanvrager, met kennisgeving van:
  1° een weigering wanneer de kennisgeving onvolledig is of niet overeenstemt met de geldende bepalingen.
  De redenen voor de weigering of de onvolledigheid worden in de beslissing opgegeven;
  2° het uitreiken van een document voor grondvervoer dat de verenigbaarheid aantoont van de ontvangende site met de grondkwaliteit vermeld in het grondkwaliteitscertificaat;
  3° het uitreiken van een document voor grondvervoer dat de verenigbaarheid aantoont tussen het soort gebruik van de site van oorsprong en het soort gebruik van de ontvangende site in de gevallen waarin een grondkwaliteitscertificaat niet vereist is;
  4° het uitreiken van een document voor vervoer van grond naar een gemachtigde installatie.
  Als de beslissing niet verzonden wordt binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, kan de aanvrager elektronisch een herinneringsschrijven versturen. Als de aanvrager bij verstrijken van een nieuwe termijn, die overeenstemt met lid 1, geen beslissing gekregen heeft, wordt het vervoersdocument geweigerd geacht.
  [1 ]1
  Voor een concessie licht de opvolgingsinstelling de administratie over de aan haar gerichte herinneringen in.
  § 3. Er staat voor de persoon die de kennisgeving verricht, een beroep open tegen de beslissing bedoeld in paragraaf 2.
  Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de dag van ontvangst van de beslissing, aan de administratie gestuurd.
  Binnen [1 zeven]1 dagen na ontvangst van het beroep bezorgt de administratie een bericht van ontvangst aan de eiser.
  Binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt de administratie haar beslissing aan de eiser.
  Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in lid 4 kan de eiser, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, een herinneringsschrijven aan de administratie richten. Als de eiser, bij verstrijken van een [1 ...]1 termijn van [1 vijftien]1 dagen volgend op de ontvangst van het herinneringsschrijven, geen beslissing gekregen heeft, wordt de aanvankelijke beslissing bevestigd geacht.
  
Art. 17. § 1er. Le mouvement de terres est notifié préalablement à l'administration, ou à l'organisme de suivi en cas de concession, par voie électronique.
  La notification de mouvement de terres visée à l'alinéa 1er comporte :
  1° les informations permettant d'identifier l'origine des terres et les destinations;
  2° l'identité du titulaire d'un droit réel sur le site récepteur [1 ou, lorsque les terres sont destinées à un centre d'enfouissement technique, la désignation de ce centre d'enfouissement technique]1;
  3° les données d'identification des transporteurs et valorisateurs;
  4° les dates prévues pour le transport;
  5° les références du certificat de contrôle qualité des terres lorsqu'il est requis;
  6° [1 la référence du permis d'environnement]1 de l'installation, lorsque les terres sont destinées à une installation autorisée.
  § 2. La notification donne lieu, dans un délai de vingt-quatre heures à dater de la réception, lorsque les terres sont acheminées vers une installation autorisée [1 ou un centre d'enfouissement technique]1, et de [1 deux jours]1 à dater de la réception dans les autres cas, à l'une des décisions suivantes transmise par voie électronique au notifiant :
  1° un refus lorsque la notification est incomplète ou non conforme aux dispositions applicables.
  Les motifs du refus ou du caractère incomplet sont mentionnés dans la décision;
  2° la délivrance d'un document de transport de terre qui atteste de la compatibilité du site récepteur avec la qualité des terres mentionnée dans le certificat de qualité des terres;
  3° la délivrance d'un document de transport de terre qui atteste de la compatibilité entre le type d'usage du site d'origine et le type d'usage du site récepteur dans les cas où un certificat de qualité des terres n'est pas requis;
  4° la délivrance d'un document de transport de terre vers une installation autorisée.
  A défaut de décision dans les délais visés à l'alinéa 1er, le demandeur peut adresser un rappel par voie électronique. Si à l'expiration d'un nouveau délai conforme à l'alinéa 1er le demandeur n'a pas reçu de décision, le document de transport est réputé refusé.
  [1 Si la notification de mouvement de terres est refusée suite à une absence de décision dans le délai visé au deuxième alinéa, l'administration ou l'organisme de suivi en cas de concession, rembourse au demandeur les droits de dossier visés à l'article 22.]1
  En cas de concession, l'organisme de suivi informe l'administration des rappels qui lui sont adressés.
  § 3. Un recours contre la décision visée au paragraphe 2 est ouvert à la personne procédant à la notification.
  Sous peine d'irrecevabilité, le recours est envoyé à l'administration par envoi recommandé avec accusé de réception dans un délai de vingt jours à dater du jour de la réception de la décision.
  Dans les [1 sept]1 jours de la réception du recours, l'administration transmet au requérant un accusé de réception.
  Dans les trente jours à dater de la réception du recours, l'administration envoie sa décision au requérant.
  A défaut d'une décision dans le délai visé à l'alinéa 4, le requérant peut, par envoi recommandé avec accusé de réception, adresser un rappel à l'administration. Si le requérant, à l'expiration d'un [1 ...]1 délai de [1 quinze]1 jours suivant la réception du rappel, n'a pas reçu de décision, la décision initiale est réputée confirmée.
  
Art. 18. § 1. De grondstalen waavoor een kwaliteitscontrolecertificaat is uitgereiktt kunnen samengebracht worden voor zover ze bruikbaar zijn voor éénzelfde soort gebruik overeenkomstig hoofdstuk 3.
  Wanneer geen enkel kwaliteitscontrolecertificaat vereist is, kunnen de grondstalen, bruikbaar voor éénzelfde type gebruik, samengebracht worden in één gemachtigde installatie.
  Van het samenbrengen van grond wordt vooraf elektronisch kennis gegeven aan de administratie of aan de opvolgingsinstelling voor een concessie.
  § 2. De kennisgeving van het samenbrengen bedoeld in paragraaf 1 bevat :
  1° de informatie om de oorsprong van de grond te kunnen identificeren;
  2° de referentiegegevens van het certificaat grondkwaliteitscontrole, wanneer het vereist is, of, wanneer het niet vereist is, de informatie waarbij het soort gebruik van de terreinen van oorsprong omschreven kan worden.
  § 3. De kennisgeving van het samenbrengen geeft aanleiding, binnen een termijn van vierentwintig uur te rekenen van de ontvangst ervan, één van volgende beslissingen, elektronisch medegedeeld:
  1° een weigering wanneer de kennisgeving onvolledig is of niet met de geldende bepalingen overeenstemt. De redenen voor de weigering of de onvolledigheid worden in de beslissing opgegeven;
  2° het uitreiken van een document voor het samenbrengen van grond in het geval waarin de samen te brengen stalen verenigbaar zijn in functie van oorsprong en gebruik wanneer een grondkwaliteitscertificaat niet vereist is;
  3° het uitreiken van een nieuw certificaat grondkwaliteitscontrole in het geval waarin de kwaliteitscontrolecertificaten voor de samen te brengen minsters erop wijzen dat de grond bruikbaar is op een ontvangend terrein met hetzelfde soort gebruik.
  Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, kan de aanvrager elektronisch een herinneringsschrijven versturen. Als de aanvrager bij verstrijken van een nieuwe termijn, die overeenstemt met lid 1, geen beslissing gekregen heeft, wordt het samenbrengen geweigerd geacht.
  [1 Indien de kennisgeving van het samenbrengen van grond wordt geweigerd wegens het uitblijven van een beslissing binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, betaalt de administratie of de opvolgingsinstelling, in geval van concessie, de aanvrager de in artikel 22 bedoelde dossierrechten terug.]1
  Voor een concessie licht de opvolgingsinstelling de administratie over de aan haar gerichte herinneringen in.
  § 4. Er staat voor de persoon die de kennisgeving verricht, een beroep open tegen de beslissing bedoeld in paragraaf 3. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de dag van ontvangst van de beslissing, aan de administratie gestuurd.
  Binnen [1 zeven]1 dagen na ontvangst van het beroep bezorgt de administratie een bericht van ontvangst aan de eiser.
  Binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt de administratie haar beslissing aan de eiser.
  Bij gebreke van beslissing binnen de termijn bedoeld in lid 3 kan de eiser, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, een herinneringsschrijven aan de administratie richten. Als de eiser, bij verstrijken van een [1 ...]1 termijn van [1 vijftien]1 dagen volgend op de ontvangst van het herinneringsschrijven, geen beslissing gekregen heeft, wordt de aanvankelijke beslissing bevestigd geacht.
  
Art. 18. § 1er. Les lots de terres pour lesquels un certificat de contrôle qualité a été délivré peuvent faire l'objet d'un regroupement pour autant qu'ils soient utilisables pour un même type d'usage, conformément au chapitre 3.
  Lorsqu'aucun certificat de contrôle qualité n'est requis, les lots de terres utilisables pour un même type d'usage peuvent faire l'objet d'un regroupement au sein d'une installation autorisée.
  Le regroupement de terres est notifié préalablement à l'administration, ou à l'organisme de suivi en cas de concession, par la voie électronique.
  § 2. La notification du regroupement visée au paragraphe 1er comporte :
  1° les informations permettant d'identifier l'origine des terres;
  2° les références du certificat de contrôle qualité des terres, lorsqu'il est requis, ou, lorsqu'il n'est pas requis, les informations permettant de définir le type d'usage des terrains d'origine.
  § 3. La notification du regroupement donne lieu, dans un délai de vingt-quatre heures à compter de sa réception, à l'une des décisions suivantes communiquée par voie électronique :
  1° un refus lorsque la notification est incomplète ou non conforme aux dispositions applicables. Les motifs du refus ou du caractère incomplet sont mentionnés dans la décision;
  2° la délivrance d'un document de regroupement de terre dans le cas où les lots à regrouper sont compatibles en fonction de leur origine et de leur utilisation lorsqu'un certificat de contrôle qualité des terres n'est pas requis;
  3° la délivrance d'un nouveau certificat de contrôle qualité des terres dans le cas où les certificats de contrôle qualité des lots à regrouper indiquent que les terres sont utilisables sur un terrain récepteur de même type d'usage.
  A défaut de décision dans le délai visé à l'alinéa 1er, le demandeur peut adresser un rappel par voie électronique. Si, à l'expiration d'un nouveau délai conforme à l'alinéa 1er le demandeur n'a pas reçu de décision, le regroupement est réputé refusé.
  [1 Si la notification de regroupement de terres est refusée suite à une absence de décision dans le délai visé au deuxième alinéa, l'administration ou l'organisme de suivi en cas de concession, rembourse au demandeur les droits de dossier visés à l'article 22.]1
  En cas de concession, l'organisme de suivi informe l'administration des rappels qui lui sont adressés.
  § 4. Un recours contre la décision visée au paragraphe 3 est ouvert à la personne procédant à la notification. Sous peine d'irrecevabilité, le recours est envoyé à l'administration par envoi recommandé avec accusé de réception dans les vingt jours à dater du jour de la réception de la décision.
  Dans les [1 sept]1 jours de la réception du recours, l'administration transmet au requérant un accusé de réception.
  Dans les trente jours à dater de la réception du recours, l'administration envoie au requérant sa décision.
  A défaut de décision dans le délai visé à l'alinéa 3, le requérant peut, par envoi recommandé avec accusé de réception, adresser un rappel à l'administration. Si le requérant, à l'expiration d'un [1 ...]1 délai de [1 quinze]1 jours suivant la réception du rappel, n'a pas reçu de décision, la décision initiale est réputée confirmée.
  
Art. 19. Grondverzet van grond van plantaardige producties, vanuit de installatie waar deze grond is voortgebracht, tot aan de ontvangende sites met de status "soort: landbouwgebruik" worden aan een jaarlijkse kennisgeving onderworpen.
  Uiterlijk de zestigste dag volgend op het verstrijken van het referentiejaar richt de installatie, bedoeld in vorig lid, de kennisgeving op elektronische wijze aan de administratie of aan de opvolgingsinstelling voor een concessie.
  De kennisgeving voor het grondverzet bevat :
  1° de informatie om de installatie van oorsprong en de ontvangende sites te kunnen identificeren;
  2° de gegevens van de kwaliteitscontrole van de grondstalen, verricht overeenkomstig de registratiebeslissingen uitgereikt ter uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt;
  3° de identificatiegegevens van de vervoerders en de grondverwerkers, per grondstalen;
  4° de grondvolumes;
  5° de datum waarop het vervoer verricht wordt.
Art. 19. Les mouvements de terres de productions végétales depuis l'installation qui les a produites jusqu'aux sites récepteurs situés en type d'usage agricole sont soumis à notification annuelle.
  L'installation visée à l'alinéa précédent adresse la notification par voie électronique à l'administration, ou à l'organisme de suivi en cas de concession, au plus tard le soixantième jour suivant l'expiration de l'année de référence.
  La notification des mouvements de terres comporte :
  1° les informations permettant d'identifier l'installation d'origine et les sites récepteurs;
  2° les données du contrôle qualité des lots de terres, effectué conformément aux décisions d'enregistrement délivrées en exécution de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets;
  3° les données d'identification des transporteurs et valorisateurs, par lots de terres;
  4° les volumes de terres;
  5° les dates des transports effectués.
Art. 20. [1 De persoon die verantwoordelijk is voor de verwijdering van grond overeenkomstig artikel 26 stelt de administratie, of de opvolgingsinstelling in geval van een concessie, langs elektronische weg in kennis van het einde van het grondverzet naar een bepaalde bestemming. De kennisgeving geschiedt binnen acht werkdagen na het einde van het grondverzet.
   De grondverwerker, de exploitant van de vergunde installatie of het centrum voor technische ingraving bevestigt langs elektronische weg aan de administratie, of aan de opvolgingsinstelling in het geval van een concessie, de ontvangst van de grond binnen acht werkdagen na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn.
   Bij een weigering tot ontvangen van de grond, geeft de grondverwerker, de exploitant van de vergunde installatie of het centrum voor technische ingraving binnen acht werkdagen na de weigering van de grond langs elektronische weg kennis van de weigering en vermeldt hij de redenen voor de weigering.
   De kennisgeving geeft aanleiding tot het verstrekken, via een elektronisch bericht, van een bericht van ontvangst en, in voorkomend geval, tot een verzoek tot het indienen van aanvullende informatie binnen de drie dagen te rekenen van de ontvangst ervan.]1

  
Art. 20. [1 La personne responsable de l'évacuation des terres conformément à l'article 26 notifie à l'administration, ou à l'organisme de suivi en cas de concession, par voie électronique la fin du mouvement de terres vers une destination donnée. La notification est réalisée dans les huit jours ouvrables suivant la fin du mouvement de terres.
   Le valorisateur, l'exploitant de l'installation autorisée ou du centre d'enfouissement technique confirme par voie électronique, à l'administration, ou à l'organisme de suivi en cas de concession, la réception des terres dans les huit jours ouvrables suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er.
   En cas de refus de réception des terres, le valorisateur, l'exploitant de l'installation autorisée ou du centre d'enfouissement technique notifie par voie électronique le refus des terres dans les huit jours ouvrables de ce dernier et indique les motifs du refus.
   La notification donne lieu à la délivrance, par voie électronique, d'un accusé de réception et, le cas échéant, à une demande de complément d'informations, dans les trois jours à dater de sa réception.]1

  
Art. 21. De minimuminhoud van de kennisgevingen, bedoeld bij dit hoofdstukn wordt nader bepaald in bijlage 5. De minimuminhoud van het vervoersdocument en van het bericht van ontvangst, bedoeld bij deze afdeling, wordt nader bepaald in bijlage 6.
Art. 21. Le contenu minimum des notifications visées par le présent chapitre est précisé à l'annexe 5. Le contenu minimum du document de transport et de l'accusé de réception visés par la présente section est précisé à l'annexe 6.
Art. 22. § 1. Voor het versturen van de vervoers- en samenbrengingsdocumenten wordt een dossierrecht geheven.
  Het dossierrecht is uiterlijk verschuldigd op de datum van de kennisgeving, en dekt de kosten voor het beheer en het attest van gebruiksverenigbaarheid.
  [1 Het bedrag wordt vastgesteld als volgt :]1
  - voor de kennisgeving van het samenbrengen van grond overeenkomstig artikel 18 : 25 euro;
  - voor de kennisgeving van het verzet van afgegraven grond:
  25 euro voor een grondvolume tot 400 m3;
  0,17 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 400 en 10.000 m3;
  0,11 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 10.000 en 25.000 m3;
  0,09 euro per m3 op het deel van het grondvolume tussen 25.000 en 50.000 m3;
  0,05 euro per m3 op het deel van het grondvolume dat de 50.000 m3 te boven gaat.
  Om de twee jaar wordt het bedrag van het dossierrecht [1 bepaald in dit artikel]1 automatisch en van rechtswege geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen dat zes weken vóór de datum van de indexering van kracht is. Het geïndexeerd bedrag wordt naar de hogere eenheid afgerond. Het wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad.
  De Minister kan het bedrag van het dossierrecht [1 bepaald in dit artikel]1 in functie van de kosten aanpassen. Het aangepast bedrag wordt bekendgemaakt op de portaalsite Leefmilieu van het Waals Gewest, en in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. In afwijking van paragraaf één worden de dossierrechten elk kwartaal geheven voor de vergunde installaties en voor de installaties die grond van plantaardige producties in de gevallen bedoeld in [1 artikel 7/1, derde lid]1. De dossierrechten worden op basis van de in het voorgaand kwartaal opgetelde grondvolumes berekend.
  [1 In afwijking van paragraaf één wordt jaarlijks een forfaitair bedrag van tweehonderdvijftig euro geheven voor de in artikel 7/1, lid 2, bedoelde grond van plantaardige producties.
   In afwijking van paragraaf 1 worden een forfaitair dossierrecht van 25 euro geheven voor elke kennisgeving van verzet van afgegraven grond naar een centrum voor technische ingraving.]1

  
Art. 22. § 1er. Un droit de dossier est levé préalablement à l'envoi des documents de transport et de regroupement.
  Le droit de dossier est dû au plus tard à la date de la notification et couvre les frais de gestion et d'attestation de compatibilité d'usage.
  [1 Le montant est établi comme suit :]1
  a) en cas de notification de regroupement de terres en application de l'article 18 : 25 euros;
  b) en cas de notification de mouvement de terres de déblais :
  1° 25 euros pour un volume jusque 400 mü;
  2° 0,17 euros par mü sur la partie du volume entre 400 et 10.000 mü;
  3° 0,11 euros par mü sur la partie du volume entre 10.000 et 25.000 mü;
  4° 0,09 euros par mü sur la partie du volume entre 25.000 en 50.000 mü;
  5° 0,05 euros par mü sur la partie du volume excédant 50.000 mü.
  Tous les deux ans, automatiquement et de plein droit, le montant du droit de dossier [1 défini au présent article]1 est indexé sur la base de l'indice des prix à la consommation en vigueur six semaines avant la date de l'indexation. Le montant indexé est arrondi à l'unité supérieure. Il est publié sur le portail environnement de la Région wallonne et au Moniteur belge.
  Le Ministre peut adapter le montant du droit de dossier [1 du présent article]1 en fonction des coûts. Le montant adapté est publié sur le portail environnement de la Région wallonne et au Moniteur belge.
  § 2 Par dérogation au paragraphe premier, les droits de dossier sont levés trimestriellement pour les installations autorisées et pour les installations qui ont produit les terres de productions végétales dans les cas visés à l'[1 article 7/1, alinéa 3]1. Les droits de dossier se calculent sur base des volumes cumulés lors du trimestre précédent.
  [1 Par dérogation au paragraphe 1er, un forfait de deux cent cinquante euros est levé annuellement pour les terres de productions végétales visées à l'article 7/1, alinéa 2.
   Par dérogation au paragraphe 1er, un droit de dossier forfaitaire de vingt-cinq euros est levé pour toute notification de mouvement de terres de déblais évacuées vers un centre d'enfouissement technique.]1

  
Art. 23. Elk voertuig dat grond vervoert, beschikt over het grondvervoersdocument bedoeld in artikel 17, minstens in tweevoudig exemplaar, ingevuld met het registratie- en erkenningsnummer van de vervoerder, vertrekuur vanuit de site van oorsprong of van de installatie, en aankomstuur bij bereiken van bestemming.
  De vervoerder verstrekt een exemplaar van het grondvervoersdocument, gedagtekend en ondertekend, aan de bestemmeling van de grond, en bewaart, minstens vijf jaar, een exemplaar van het grondvervoersdocument, gedagtekend en onderkend door de bestemmeling.
  Na advies van de administratie en van de ambtenaar belast met het toezicht kan de Minister elektronische toepassingen opleggen of erkennen die uitgerust zijn met de functionaliteiten en de garanties om de doelstellingen van dit artikel te bereiken en een opvolging in werkelijke tijd en een a posteriori traceerbaarheid van het grondverzet te garanderen.
Art. 23. Tout véhicule transportant des terres dispose du document de transport de terres visé à l'article 17, au minimum en double exemplaire, complété par le numéro d'enregistrement ou d'agrément du transporteur, l'heure de départ du site d'origine ou de l'installation et l'heure d'arrivée à destination.
  Le transporteur remet un exemplaire du document de transport de terres daté et signé au destinataire des terres et conserve un autre exemplaire du document de transport de terres, daté et signé par le destinataire, pendant cinq ans au moins.
  Le Ministre, après avis de l'administration et du fonctionnaire chargé de la surveillance, peut imposer ou reconnaître des applications digitales présentant des fonctionnalités et garanties permettant de rencontrer les objectifs du présent article et d'assurer un suivi en temps réel et une traçabilité a posteriori des mouvements de terres.
Art. 24. Het samen bewaren van de certificaten, de kennisgevingen, de vervoersdocumenten en de berichten van ontvangst dient als register voor wat de grond betreft, wanneer een persoon een register of een boekhouding van de afvalstoffen moet houden ter uitvoering van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning of van de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art. 24. La compilation des certificats, notifications, documents de transport et accusés de réception tient lieu de registre pour ce qui concerne les terres, lorsqu'une personne doit tenir un registre ou une comptabilité des déchets en exécution du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, ou de leurs arrêtés d'application.
HOOFDSTUK V. - Verantwoordelijkheden in het grondbeheer
CHAPITRE V. - Responsabilités dans la gestion des terres
Art. 25. [1 De beslissing om de kwaliteitscontrole van de afgegraven grond uit te voeren op de plaats van herkomst of in de overeenkomstig artikel 6, § 2 vergunde installatie, en de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de kwaliteitscontrole en voor het verkrijgen van het kwaliteitscontrolecertificaat voor grond, alsmede voor het dragen van de daarmee verband houdende kosten, berust bij de bouwheer.]1
  
Art. 25. [1 La décision de l'exécution du contrôle qualité des terres de déblais sur le site d'origine ou dans l'installation autorisée conformément à l'article 6, § 2, et la responsabilité de faire exécuter le contrôle qualité et de l'obtention du certificat de contrôle qualité des terres, ainsi que la prise en charge des coûts y afférents incombe au maître d'ouvrage.]1
  
Art. 26. De kennisgeving van het verzet van afgegraven grond vanuit de site van oorsprong is een taak die opgelegd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het afvoeren van de grond. Verantwoordelijk voor het afvoeren van de grond is de persoon, die beslist over de bestemming ervan en het vervoer ervan verricht of laat verrichten.
  De kennisgeving van het verzet van grond vanuit een vergunde installatie is een taak die opgelegd wordt aan de persoon, verantwoordelijk voor het afvoeren van de grond.
  De kennisgeving van het verzet van grond vanuit een installatie die grond van plantaardige producties voortgebracht heeft, is een taak die opgelegd wordt aan genoemde installatie.
Art. 26. La notification de mouvement de terres de déblais depuis le site d'origine incombe à la personne responsable de l'évacuation des terres. Est responsable de l'évacuation des terres, la personne qui décide de leur destination et procède ou fait procéder à leur transport.
  La notification de mouvement de terres depuis une installation autorisée incombe à la personne responsable de l'évacuation des terres.
  La notification de mouvement de terres depuis l'installation qui a produit les terres de production végétales incombe à cette installation.
Art. 27. § 1. De offerteaanvraag en het bestek voor de aanneming van werken, met inbegrip van het beheer van de afgegraven grond, bevatten één of meerdere posten die verband houden met het beheer van af te voeren of in ontvangst te nemen grond, rekening houdend met de bepalingen van dit besluit.
  [1 Wanneer het kwaliteitscontrolecertificaat voor grond wordt verkregen vóór de aanvang van de opdracht, de offerteaanvraag of de bestelling van werken, wordt het bij het bestek, de offerteaanvraag of de bestelbon gevoegd.]1
  [2 Wanneer het kwaliteitscontrolecertificaat voor grond niet wordt verkregen vóór de aanvang van de opdracht, de offerteaanvraag of de bestelling van werken, wordt de kwaliteitscontrole uitgevoerd in een vergunde installatie, onverminderd artikel 6, § 2.
   Op uitdrukkelijk verzoek van de bouwheer, en wanneer het volume grond groter is dan 400 m3 of afkomstig is van een verdachte locatie, en de kwaliteitscontrole wordt gelast door de bouwheer nadat het bedrijf is aangewezen dat verantwoordelijk is voor de afgravingswerken en de evacuatie van de grond, worden de grondmonsters voor analyse genomen op de plaats van herkomst of op de naar behoren gemachtigde groeperingsplaats, van de te analyseren bodemmonsters en de vaststelling van de analyseparameters door de deskundige overeenkomstig artikel 14, wordt een proces-verbaal opgesteld dat wordt ondertekend door de deskundige, de bouwheer, de onderneming die de werken uitvoert, de verantwoordelijke voor de voorgestelde ontvangende site en/of opslag- en/of behandelingscentrum, of hun vertegenwoordigers.
   Indien de kwaliteitscontrole van de grond voor de betrokken staal door een vergunde installatie of een ontvangende site in twijfel wordt getrokken, wordt een tegensprekelijke kwaliteitscontrole uitgevoerd. Indien dit laatste nog niet het geval is, wordt een tweede tegensprekelijke kwaliteitscontrole uitgevoerd, die definitief zal zijn. Een addendum bij het reeds opgestelde rapport kwaliteit van de grond wordt overeenkomstig artikel 10 ingediend bij de administratie, of bij de opvolgingsinstelling in het geval van een concessie. Een nieuw kwaliteitscertificaat voor de grond zal worden opgesteld op basis van de laatste tegenstrijdige analyses en zal niet langer ter discussie worden gesteld. De in artikel 11, § 3, lid 2, bedoelde dossierkosten zijn van toepassing. De kosten van de twee kwaliteitscontroles en de dossierkosten komen ten laste van degene die het initiatief neemt tot de aanvullende kwaliteitscontroletests.
   De analyses van de grond die in het kader van de tegensprekelijke kwaliteitscontroles zijn genomen, worden uitgevoerd door andere erkende laboratoria dan die welke de oorspronkelijke analyses hebben uitgevoerd. De bodembemonstering wordt uitgevoerd door een erkende deskundige of een geregistreerde monsternemer die niet degene is die de oorspronkelijke monsterneming heeft uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 53 van het besluit van 6 december 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering, mogen de activiteiten van de geregistreerde monsternemer niet, rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, worden gecontroleerd of beheerd, in welke vorm ook, door de opdrachtgever of door de uitvoerder van de werken.]2

  § 2. De offerte en de factuur die verband houden met de uitvoering van werken, met inbegrip van het beheer van afgegraven grond, vermelden de kosten voor dat beheer.
  Het afschrift van de document, medegedeeld of uitgereikt ter uitvoering van dit besluit, wordt bij de factuur gevoegd.
  
Art. 27. § 1er. La demande d'offre et le cahier des charges de travaux incluant la gestion de terres de déblais comportent un ou des postes ayant trait à la gestion des terres à évacuer ou réceptionner, tenant compte des dispositions du présent arrêté.
  [1 Lorsque le certificat de contrôle qualité des terres est obtenu préalablement au lancement du marché, à la demande d'offre ou à la commande de travaux, il est joint au cahier des charges, à la demande d'offre ou au bon de commande.]1
  [2 Lorsque le certificat de contrôle qualité des terres n'est pas obtenu préalablement au lancement du marché, à la demande d'offre ou à la commande de travaux, le contrôle qualité est réalisé dans une installation autorisée, sans préjudice de l'article 6, § 2, sans préjudice de l'article 6, § 2.
   En cas de demande explicite du maître d'ouvrage, et lorsque les volumes de terres excèdent 400 m3 ou sont issues d'un site suspect, et que le contrôle qualité est ordonné par le maître d'ouvrage après la désignation de l'entreprise responsable des travaux d'excavation et de l'évacuation des terres, le prélèvement, sur le site d'origine ou sur le site de regroupement dument autorisé, des échantillons de terres destinées à l'analyse et la définition des paramètres d'analyse par l'expert conformément à l'article 14 font l'objet d'un procès-verbal signé par l'expert, le maître d'ouvrage, l'entreprise de travaux, le responsable des sites récepteurs et/ou du centre de stockage et/ou de traitement pressentis, ou leurs représentants.
   Si le contrôle qualité des terres est remis en question pour le lot concerné par une installation autorisée ou un site récepteur, alors un contrôle qualité contradictoire est opéré. Si ce dernier est encore remis en question, alors un second contrôle qualité contradictoire est effectué et fera définitivement foi. Un addendum au rapport qualité des terres déjà établi est soumis à l'administration, ou à l'organisme de suivi en cas de concession, conformément à l'article 10. Un nouveau certificat de contrôle qualité des terres sera établi sur base des dernières analyses contradictoires et ne sera plus remis en question. Les frais de dossier repris à l'article 11, § 3, alinéa 2, sont appliqués. Les frais inhérents aux deux contrôles qualité et aux frais de dossier sont au frais de la personne initiant les contrôles qualité supplémentaires.
   Les analyses des terres prélevées dans le cadre des contrôles qualité contradictoires sont réalisées par des laboratoires agréés autres que ceux ayant réalisé les premières analyses. Le prélèvement des terres est effectué par un expert agréé ou un préleveur enregistré autres que ceux ayant réalisé les premiers prélèvements. Conformément à l'article 53 de l'arrêté du 6 décembre 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, les activités du préleveur enregistré ne peuvent être, directement ou indirectement, entièrement ou partiellement, contrôlées ou gérées, sous quelque forme que ce soit, par le donneur d'ordre ou par l'exécuteur des travaux.]2

  § 2. L'offre et la facture ayant trait à l'exécution de travaux incluant la gestion de terres de déblais mentionnent les coûts relatifs à cette gestion.
  La copie des documents notifiés ou délivrés en exécution du présent arrêté est jointe à la facture.
  
Art. 28. Onverminderd de bepalingen die krachtens dit decreet genomen moeten worden, moet de persoon die de werken uitvoert, bij het aantreffen van bodemverontreiniging tijdens de kwaliteitscontrole of bij het aantreffen of zich voordoen ervan tijdens de duur van de werf, onmiddellijk de bouwheer, de exploitant of degene die het terrein bewaakt, verwittigen. De site wordt als verdacht beschouwd.
Art. 28. Sans préjudice des dispositions à prendre en vertu du décret, lorsqu'une pollution du sol est découverte lors du contrôle qualité ou lorsqu'une pollution du sol est découverte ou survient en cours de chantier, la personne réalisant les travaux a l'obligation d'avertir immédiatement le maître d'ouvrage, l'exploitant et celui qui a la garde du terrain. Le site est considéré comme suspect.
HOOFDSTUK VI. - Administratieve en financiële bepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions administratives et financières
Art. 29. De administratie verricht de certificering inzake de kwaliteitscontrole en de opvolging van het grondbeheer.
  De Regering kan de taken, omschreven in artikel 5, § 3, lid 1, van het decreet, geheel of ten dele in concessie geven aan één of meerdere opvolgingsinstellingen die handelen onder de controle van de administratie.
Art. 29. L'administration procède à la certification du contrôle de la qualité et au suivi de la gestion des terres.
  Le Gouvernement peut concéder à un ou plusieurs organisme(s) de suivi agissant sous le contrôle de l'administration tout ou partie des missions définies à l'article 5, § 3, alinéa 1, du décret.
Art. 30. De opvolgininstelling beantwoordt minstens aan volgende voorwaarden :
  1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;
  2° zijn maatschappelijke zetel of minstens een vestigingseenheid in het Waalse Gewest hebben;
  3° het taalgebruik in acht nemen in alle betrekkingen met de administratie en met de personen, betrokken bij de in concessie gegeven opdracht(en);
  4° op homogene wijze het gehele Waalse grondgebied dekken en gelijke en niet-discriminerende voorwaarden toepassen;
  5° noch rechtstreeks noch onrechtstreeks [2 op het niveau van zijn operationeel kader,]2 activiteiten uitoefenen inzake productie, kwaliteitscontrole of grondbeheer, geen bouwheren en ondernemingen, of hun personeel, betrokken bij zulke activiteiten, tellen in zijn [2 operationele]2 structuren en algemeen onafhankelijkheids- en onpartijdigheidsgaranties vertonen die voldoende zijn voor de zorgvuldige uitvoering van zijn taak;
  6° onder de stichters en de personen die voor de concessiehouder verbintenissen mogen aangaan, enkel personen tellen die hun burgerlijke en politieke rechten genieten en niet zijn veroordeeld voor inbreuken op de leefmilieuwetgeving in de Europese Unie;
  7° een analytische boekhouding voeren, eigen voor de uitvoering van de in concessie gegeven taak (taken), volgens de regels die naar Belgisch recht gelden;
  8° beschikken over voldoende middelen om zijn in concessie gegeven taak (taken) uit te voeren;
  9° een borgstelling samenstellen ten bate van het Waalse Gewest, ter hoogte van een bedrag dat overeenstemt met zes maanden omzet tot stand gekomen wegens de in concessie gegeven taak (taken);
  10° gedekt zijn door een aansprakelijkheidsverzekeringscontract voor de in concessie gegeven taak (taken);
  11° bij machte zijn, om binnen de zes maanden na de toewijzing van de concessie, de in concessie gegeven taak (taken) uit te voeren, en met name het oprichten van de vereniging zonder winstoogmerk, de ontwikkeling van de noodzakelijke informaticatools en gegevensbanken, de beschikking over gedetailleerde procedures en typedocumenten die ten uitvoer worden gebracht;
  12° de administratie vooraf ter goedkeuring voorleggen: de statuten van de vereniging zonder winstoogmerk, de noodzakelijke informaticatools en gegevensbanken, de gedetailleerde procedures en typedocumenten die ten uitvoer worden gebracht, evenals iedere wijziging daarin;
  13° ervoor zorgen dat over alle vragen waarbij zij betrokken zijn, een regelmatige dialoog onderhouden wordt met de vertegenwoordigers van de sectoren en instellingen bedoeld in artikel 33 [1 , evenals de actoren betrokken bij de productie en waardevolle benutting van grond voor plantaardige producties]1;
  14° zich ertoe verbinden, de Administratie iedere overtreding inzake leefmilieu, en meer bepaald het grondbeheer, waarvan hij kennis zou hebben in de uitoefening van de in concessie gegeven activiteiten, mede te delen.
  Het bestek kan de bepalingen, van toepassing op de opvolgingsinstelling, nader bepalen en aanvullen om de doelstellingen van dit besluit te bereiken. Hij bepaalt de minimumduur van de concessie, die niet minder kan bedragen dan vijf jaar. Hij bepaalt de specifieke regels die van toepassing zijn wanneer meerdere opvolgingsinstellingen worden aangewezen om dezelfde taak (taken) uit te voeren.
  
Art. 30. L'organisme de suivi répond au moins aux conditions suivantes :
  1° être constitué sous forme d'association sans but lucratif;
  2° avoir son siège social ou, au minimum, une unité d'établissement en Région wallonne;
  3° respecter l'usage des langues dans toutes les relations avec l'Administration et les personnes concernées par la ou les mission(s) concédée(s);
  4° couvrir l'intégralité du territoire wallon, de manière homogène, et appliquer des conditions égales et non discriminatoires;
  5° ne pas exercer, directement ou indirectement, [2 au niveau de son cadre opérationnel,]2 d'activités de production, de contrôle qualité ou de gestion de terres, ne pas compter dans ses structures [2 opérationnelles]2 des maîtres d'ouvrages et entreprises, ou leur personnel, concernés par de telles activités et, de manière générale, présenter des garanties d'indépendance et d'impartialité suffisantes pour le bon accomplissement de la mission;
  6° compter parmi les fondateurs et personnes pouvant l'engager uniquement des personnes jouissant de leurs droits civils et politiques et n'ayant pas été condamnées pour infraction à la législation environnementale dans l'Union européenne;
  7° tenir une comptabilité analytique propre à l'exécution de la ou des mission(s) concédée(s), selon les règles applicables en droit belge;
  8° disposer de moyens suffisants pour accomplir la ou les mission(s) concédée(s);
  9° constituer un cautionnement au profit de la Région wallonne, d'un montant correspondant à six mois de chiffre d'affaires généré par la ou les mission(s) concédée(s);
  10° être couvert par un contrat d'assurance de sa responsabilité couvrant l'ensemble de la ou des mission(s) concédée(s);
  11° être en mesure d'exécuter la ou les mission(s) concédée(s) et, notamment, de constituer l'association sans but lucratif, de développer les outils informatiques et bases de données nécessaires et de disposer des procédures détaillées et documents-types qui seront mis en oeuvre, endéans les 6 mois de l'attribution de la concession;
  12° soumettre à l'approbation préalable de l'Administration les statuts de l'association sans but lucratif, les outils informatiques et bases de données nécessaires, les procédures détaillés et documents-types qui seront mis en oeuvre, ainsi que toute modification de ceux-ci;
  13° assurer, sur les questions qui les concernent, un dialogue régulier avec les représentants des secteurs et organismes visés à l'article 33 [1 ainsi que les acteurs concernés par la production et la valorisation des terres de productions végétales]1;
  14° s'engager à communiquer à l'administration toute infraction environnementale relative à la gestion des terres, dont il aurait connaissance dans l'exercice des activités concédées.
  Le cahier des charges peut préciser et compléter les dispositions applicables à l'organisme de suivi en vue d'atteindre les objectifs du présent arrêté. Il détermine la durée minimale de la concession, qui ne peut être inférieure à cinq ans. Il détermine les règles spécifiques applicables lorsque plusieurs organismes de suivi sont désignés pour exercer la ou les mêmes missions.
  
Art. 31. De administratie wordt door de opvolgingsinstelling als waarnemer uitgenodigd op de vergaderingen van de statutaire organen. Op verzoek van eerstgenoemde verstrekt zij alle nadere inlichtingen en informatie ter uitvoering van haar controletaak (-taken).
  De gegevens voortvloeiend uit de uitoefening van de activiteiten, toevertrouwd aan de opvolgingsinstelling, worden in werkelijke tijd ter beschikking gesteld van de administratie en van de ambtenaar belast met het toezicht, onder een formaat, goedgekeurd door laatstgenoemden. Deeze gegevens worden ingevoerd in de gegevensbank betreffende de toestand van de bodems.
  De instelling kan periodiek aan een evaluatie, met name van haar financiën en haar werking, worden onderworpen.
  De opvolgingsinstelling stelt een jaarverslag op, met inbegrip van de statistische gegevens betreffende de behandelde dossiers en kennisgevingen, de verwerkingstermijnen, met onderscheid van, met name, de stromen en soorten grond, de productie-oorsprong en de nadere beheerswijzen, met hun evolutie en de perspectieven. Dat verslag wordt aan de Minister overgemaakt, met advies van het technisch comité.
Art. 31. L'organisme de suivi invite l'administration aux réunions de ses organes statutaires en qualité d'observateur. Il lui communique sur demande toutes précisions et informations nécessaires à l'exécution de ses missions de contrôle.
  Les données découlant de l'exercice des activités confiées à l'organisme de suivi sont mises à disposition de l'administration et du fonctionnaire chargé de la surveillance, sous un format approuvé par ceux-ci et en temps réel. Ces données alimentent la banque de données de l'état des sols.
  L'organisme peut être soumis périodiquement à une évaluation, notamment financière et de fonctionnement.
  L'organisme de suivi établit un rapport annuel incluant des données statistiques relatives aux dossiers et notifications traitées, les délais de traitement, et distinguant, notamment, selon les flux et types de terres, l'origine de production et les modalités de gestion, avec leur évolution et les perspectives. Ce rapport est transmis au Ministre avec l'avis du comité technique.
Art. 32. De dossierrechten [1 en de forfaitaire bedragen]1, verschuldigd ter uitvoering van dit besluit, bezoldigen voornamelijk de opvolgingsinstelling voor de uitvoering van de in concessie gegeven taken.
  Vijftien percent van de dossierrechten [1 en de forfaitaire bedragen]1 worden door de opvolgingsinstelling als administratieve en toezichtsgebonden kosten, in het begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit gestort, genaamd "Fonds pour la gestion des déchets" (Fonds voor afvalbeheer), opgericht binnen de ontvangstenbegroting en de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest. Het bestek voor de concessieovereenkomst gaat in op de nadere bepalingen daarvan.
  
Art. 32. Les droits de dossier [1 et les forfaits]1 dus en exécution du présent arrêté rémunèrent à titre principal l'organisme de suivi pour la réalisation des missions concédées.
  Quinze pour cent des droits de dossier [1 et des forfaits]1 sont versés par l'organisme de suivi, au titre de frais administratifs et de surveillance, au Fonds budgétaire au sens de l'article 45 des lois coordonnées sur la comptabilité de l'Etat, dénommé Fonds pour la gestion des déchets, créé au sein du budget des recettes et du budget général des dépenses de la Région wallonne. Les modalités sont précisées dans le cahier des charges relatif au contrat de concession.
  
Art. 33. Er wordt een technisch comité opgericht. Bedoeld comité brengt, binnen een maximumtermijn van veertig dagen, een technisch advies uit over ieder vraagstuk in verband met het beheer van grond en bouwafval [1 en sloopafval]1 dat aan bedoeld comité voorgelegd wordt door de Minister, de administratie of de opvolgingsinstelling. Bij gebrek aan advies binnen die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn.
  Bedoeld comité vergadert in de lokalen van de administratie [1 ...]1, van de opvolgingsinstelling [1 of op een andere door de administratie aangewezen plaats. Wanneer dit comité vergadert over een grond-gerelateerde zaak, telt hij]1 telt onder zijn leden minstens deskundigen die volgende sectoren en instellingen vertegenwoordigen:
  - de bouwsector en de civieltechnische sector;
  - de sector bodemsaneringen;
  - de " Union des Villes et Communes de Wallonie " (Vereniging van Waalse Steden en Gemeenten);
  - [1 Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur]1
  - de sector bouwafvalbeheer;
  - de extractieve sector;
  - de architecten en de ingenieurskantoren;
  - de referentielaboratoria;
  - de SPAQuE;
  - de administratie.
  De voorzitter van het technisch comité wordt door de Minister aangewezen, voor een duur van drie jaar.
  Het huishoudelijk reglement van het comité kan nadere bepalingen inzake werking en samenstelling bevatten; het wordt door de Minister goedgekeurd.
  
Art. 33. Un comité technique est institué. Il remet un avis technique sur toute question relative à la gestion des terres et des [1 matériaux et]1 déchets de construction [1 et de démolition]1 qui lui est soumise par le Ministre, l'administration ou l'organisme de suivi dans un délai maximum de quarante jours. A défaut d'avis dans le délai, il est réputé favorable.
  Ce comité se réunit dans les locaux de l'administration [1 ...]1, de l'organisme de suivi, [1 ou en tout autre lieu désigné par l'administration. Lorsque ce comité se réunit sur une question relative aux terres, il]1 comprend au moins des experts représentant les secteurs et organismes suivants :
  1° le secteur de la construction et du génie civil;
  2° le secteur de l'assainissement des sols;
  3° l'Union des villes et communes de Wallonie;
  4° [1 le Service public de Wallonie Mobilité et Infrastructures]1;
  5° le secteur de la gestion des déchets de construction;
  6° le secteur carrier;
  7° les architectes et bureaux d'études;
  8° le laboratoire de référence;
  9° la SPAQuE;
  10° l'administration.
  Le président du comité technique est désigné par le Ministre pour une durée de trois ans.
  Le règlement d'ordre intérieur du comité peut préciser ses modalités de fonctionnement et sa composition; il est approuvé par le Ministre.
  
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE VII. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1982 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen
Section 1ère. - Modification de l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 9 avril 1992 relatif aux déchets dangereux
Art. 34. Artikel 60 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen wordt vervangen met een lid 2, luidend als volgt:
  " Voor de grond vermeldt het register de referentienummers van de grondcontrolecertificaten en de documenten voor het vervoer en/of het samenbrengen van grond, vereist ter uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van diverse bepalingen terzake.
  In afwijking van lid 2 dient het samen bewaren van de gezamenlijke certificaten, kennisgevingen en vervoersdocumenten bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake als register voor de grond betreft. "
Art. 34. L'article 60 de l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 9 avril 1992 relatif aux déchets dangereux est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Pour les terres, le registre mentionne les numéros de référence des certificats de contrôle des terres et des documents de transport et/ou de regroupement de terres requis en exécution de l'arrêté du Gouvernement du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et la traçabilité des terres.
  Par dérogation à l'alinéa 2, la compilation exhaustive des notifications de mouvements et des documents de transport visés par l'arrêté du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière tient lieu de registre pour ce qui concerne les terres. ".
Art. 35. Artikel 65 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 4 juli 2002 en 13 juli 2017, wordt aangevuld met een lid 2, luidend als volgt:
  "In afwijking van lid 1 dient de kennisgeving van het grondverzet verricht overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen als aangifte.".
Art. 35. L'article 65 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon des 4 juillet 2002 et 13 juillet 2017, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la notification de mouvements des terres effectuée conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière tient lieu de déclaration. ".
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997 tot opstelling van een afvalcatalogus
Section 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 juillet 1997 établissant un catalogue des déchets
Art. 36. In bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997 tot opstelling van een afvalcatalogus worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in punt 7 van de inleiding worden de woorden "voldoet aan de referentiekenmerken van de niet-vervuilde grond vermeld in bijlage II, punt 1, bij het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt" vervangen door de woorden "overeenstemt met de gebruiksvoorwaarden vastgesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen";
  b) in de inleiding wordt er een punt 8 ingevoegd, luidend als volgt:
  "8. De classificatie van de afvalstoffen bedoeld onder 17 05 03 als gevaarlijke afvalstoffen heeft geen betrekking op het beheer van de afvalstoffen die de toepassingscriteria in acht nemen voor de aanvaarding in een ingravingscentrum van de generische klassen 2 of 5.2 vastgesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van de afvalstoffen in technische ingravingscentra.".
Art. 36. A l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 juillet 1997 établissant un catalogue des déchets, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au point 7 de l'introduction, les mots " rencontrent les caractéristiques de référence des terres non contaminées reprises à l'annexe II point 1 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets " sont remplacés par les mots " sont conformes aux conditions d'utilisation fixées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière ";
  b) un point 8 est inséré dans l'introduction, rédigé comme suit :
  " 8. La classification des déchets visés sous le 17 05 03 comme déchets dangereux ne concerne pas la gestion des déchets respectant les critères d'acceptation en centre d'enfouissement de classes génériques 2 ou 5.2 fixés par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 mars 2004 interdisant la mise en centre d'enfouissement technique de certains déchets et fixant les critères d'acceptation des déchets en centre d'enfouissement technique. ".
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt
Section 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets
Art. 37. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) punt 6° wordt vervangen als volgt :
  " 6° Wetboek : Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling ";
  b) punt 7° wordt opgeheven;
  c) het wordt aangevuld met een punt 8°, luidend als volgt:
  " 8° QUALIROUTES : type-bestek QUALIROUTES, geldend op de datum van het gebruik van de afvalstoffen, bekendgemaakt op de portaalsite van Wallonië.".
Art. 37. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° CoDT : Code du Développement territorial ";
  b) le 7° est abrogé;
  c) il est complété par un 8° rédigé comme suit :
  " 8° QUALIROUTES : cahier des charges type QUALIROUTES en vigueur à la date de l'utilisation des déchets, publié sur le portail de la Wallonie. ".
Art. 38. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt de persoon die grond en natuursteenachtige materialen verwerkt in een aangifteplichtige of milieuvergunningsplichtige installatie voor grondopvulling overeenkomstig artikel 11, § 1, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen niet vrijgeteld van de aangifte of van de vergunning voor de installatie als zij een registratie verkrijgt overeenkomstig dit besluit.".
Art. 38. L'article 2 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, la personne qui valorise à titre professionnel des terres et des matières pierreuses naturelles dans une installation de remblayage soumise à déclaration ou à permis d'environnement conformément à l'article 11, § 1er, du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, n'est pas dispensée de la déclaration ou du permis pour l'installation si elle obtient un enregistrement conformément au présent arrêté. ".
Art. 39. In artikel 3 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2017 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 1°, a) en c), worden de woorden "Europese Gemeenschap" telkens vervangen door de woorden "Europese Unie";
  2° in paragraaf 1, 1°, c), worden de woorden "op het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, op het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering, op Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen" ingevoegd tussen de woorden "binnen de Europese Gemeenschap," en de woorden "het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen";
  3° in paragraaf 1, 2°, wordt de zinsnede "indien het om een rechtspersoon gaat onder de vorm van een handelsvennootschap" vervangen door de woorden vervangen door de zinsnede "indien het om publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon gaat";
  4° in paragraaf 1, 2°, a), worden de woorden "Europese Gemeenschap" vervangen door de woorden "Europese Unie";
  5° in paragraaf 1, 2°, b), worden de woorden "leden van de beheersorganen ervan" ingevoegd tussen de woorden "bestuurders," en "beheerders", en de woorden "en de leden van zijn personeel verantwoordelijk voor de verrichtingen waarvoor de registratie wordt aangevraagd" worden ingevoegd tussen de woorden "de vennootschap" en de woorden "kunnen binden";
  6° in paragraaf 1 wordt punt 3° opgeheven;
  7° in paragraaf 2, lid 2, 1°, b) en 2°, d), worden de woorden "bewijs van goed zedelijk gedrag" telkens vervangen door de woorden "uittreksel uit het strafregister";
  8° in paragraaf 2, lid 2, 1°, c) wordt het woord "handelsregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer, verstrekt door de Kruispuntbank der Ondernemingen";
  9° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, wordt d) opgeheven;
  10° in paragraaf 2, lid 2, 2°, worden de woorden de zinsnede "indien het om een rechtspersoon gaat onder de vorm van een handelsvennootschap" vervangen door de woorden vervangen door de zinsnede "indien het om publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon gaat";
  11° in paragraaf 2, lid 2, 2°, wordt c) vervangen als volgt:
  " c) de namenlijst van de natuurlijke personen die de rechtspersoon kunnen binden, en van de personeelsleden verantwoordelijk voor de verrichtingen waarvoor de registratie wordt aangevraagd";
  12° in paragraaf 2, lid 2, 2°, wordt e) vervangen als volgt:
  "e) een uittreksel uit het strafregister van de rechtspersoon";"
  13° in paragraaf 2, lid 2, 2°, wordt f) vervangen als volgt:
  " f) het identificatienummer verstrekt door de Kruispuntbank der Ondernemingen of een gelijkwaardige registratie; ";
  14° in paragraaf 3, worden twee leden, luidend als volgt, ingevoegd tussen het tweede lid en het derde lid:
  "De aanvraag is onontvankelijk als ze twee maal onvolledig wordt geacht. De administratie licht de aanvrager in over de onontvankelijkheid van de aanvraag, overeenkomstig lid 2.
  De administratie kan aanvullende informatie opvragen tijdens de procedure van behandeling van de aanvraag. De termijn vastgesteld in lid 2 wordt verlend met de termijn waarin de aanvrager de vraag van de administratie beantwoordt.";
  15° de paragrafen 4 en 5 worden opgeheven.
Art. 39. A l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, 1°, a) et c), les mots " la Communauté européenne " sont chaque fois remplacés par les mots " l'Union européenne ";
  2° au paragraphe 1er, 1°, c), les mots " au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, au décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, au Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 relatif aux transferts de déchets " sont insérés entre les mots " Communauté européenne " et les mots " au décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, ";
  3° au paragraphe 1er, 2°, les mots " constituées sous forme de société commerciale " sont remplacés par les mots " de droit public ou de droit privé ";
  4° au paragraphe 1er, 2°, a), les mots " la Communauté européenne " sont remplacés par les mots " l'Union européenne ";
  5° au paragraphe 1er, 2°, b), les mots " membres de ses organes de gestion " sont insérés entre les mots " administrateurs " et ", gérants ", et les mots " et les membres de son personnel responsables des opérations pour lesquelles l'enregistrement est demandé " sont insérés entre les mots " la société " et " que des personnes ";
  6° au paragraphe 1er, le 3° est abrogé;
  7° au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, b), et 2°, d), les mots " certificat de bonnes conduite, vie et moeurs " sont chaque fois remplacés par les mots " extrait de casier judiciaire ";
  8° au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, c), les mots " de registre de commerce " sont remplacés par les mots " d'identification délivré par la Banque-Carrefour des Entreprises ";
  9° au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, le d) est abrogé;
  10° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, les mots " s'il s'agit d'une personne morale constituée sous forme de société commerciale " sont remplacés par les mots " s'il s'agit d'une personne morale de droit public ou privé ";
  11° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, le c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) la liste nominative des personnes physiques qui peuvent engager la personne morale, et des membres du personnel responsables des opérations pour lesquelles l'enregistrement est demandé ";
  12° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, le e) est remplacé par ce qui suit :
  " e) un extrait de casier judiciaire de la personne morale; ";
  13° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, le f) est remplacé par ce qui suit :
  " f) le numéro d'identification délivré par la Banque-Carrefour des entreprises ou un enregistrement correspondant; ";
  14° au paragraphe 3, deux alinéas, rédigés comme suit, sont insérés entre les alinéas 2 et 3 :
  " La demande est irrecevable si elle est jugée incomplète à deux reprises. L'administration informe le demandeur de l'irrecevabilité de la demande conformément à l'alinéa 2.
  L'administration peut solliciter des renseignements complémentaires pendant la procédure d'examen de la demande. Le délai fixé à l'alinéa 2 est prorogé du délai endéans lequel le demandeur répond à la demande de l'administration. ";
  15° les paragraphes 4 et 5 sont abrogés.
Art. 40. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
  " § 1. Onverminderd de beperkingen bedoeld in de artikelen R.164 tot R.168 van het Waterwetboek en de bepalingen van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling kunnen de afvalstoffen bedoeld in bijlage I verwerkt worden door de personen die volgens de procedure geregistreerd zijn en met inachtneming van de voorwaarden bepaald bij dit besluit.".
Art. 40. A l'article 4 du même arrêté, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Sans préjudice des restrictions visées aux articles R164 à R168 du Code de l'Eau et des dispositions du CoDT, les déchets figurant à l'annexe I peuvent être valorisés par les personnes enregistrées selon la procédure et dans le respect des conditions déterminées par le présent arrêté. ".
Art. 41. In artikel 5 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2017 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "voorzien van een kruisje in kolom 3 van bijlage I" en "de zevende kolom van" opgeheven;
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een nummer 7° luidend als volgt:
  "7° voor grond, de nummers van de certificaten voor kwaliteitscontrole, vervoer en ontvangst van grond verstrekt ter uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen als aangifte.";
  3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidend als volgt:
  "Die informatie wordt opgetekend in registers, gedurend tien jaar bewaard ter beschikking van de ambtenaar belast met het toezicht, de administratie en de opvolgingsinstelling aangewezen ter uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen als aangifte.";
  4° de paragrafen 2 en 3 worden opgeheven;
  5° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid luidend als volgt:
  "Het samen bewaren van de kennisgevingen van grondverzet, het samenbrengen van grond en van de grondvervoersdocumenten bedoeld bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake als register voor de grond betreft, geldt als register voor wat betreft de grond bedoeld bij dit besluit.".
Art. 41. A l'article 5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " marqués d'une croix à la colonne 3 de l'annexe I " et " la septième colonne de " sont abrogés;
  2° le paragraphe 1er est complété par un 7° rédigé comme suit :
  " 7° dans le cas de terres, les numéros des certificats de contrôle qualité, de transport et de réception de terre, délivrés en exécution de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière ";
  3° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Ces informations sont consignées dans des registres tenus pendant dix ans à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance, de l'administration et de l'organisme de suivi désigné en exécution de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière. L'administration peut établir le modèle de registre. ";
  4° les paragraphes 2 et 3 sont abrogés;
  5° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " La compilation des notifications de mouvements de terres, de regroupement de terres et des documents de transport de terres visés par l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière, tient lieu de registre pour ce qui concerne les terres visées par cet arrêté. ".
Art. 42. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2017, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
  " § . 1. Onverminderd de verplichting tot registratie vereisen de verwerking van de afvalstoffen gevolgd door een kruisje in de kolom " gebruikscertificaat " van bijlage I en de verwerking van ongevaarlijke afvalstoffen die de Minister bepaalt overeenkomstig artikel 13 een gebruikscertificaat voor die afvalstoffen, verstrekt door de Minister.
  De aanvraag voor het gebruikscertificaat wordt, in enkelvoudig exemplaar, per aangetekend schrijven ingediend of tegen ontvangstbewijs overgemaakt overeenkomstig het model vermeld in bijlage IV.
  Het certificaat, verstrekt aan de exploitant van de installatie die de afvalstoffen produceert, komt eveneens ten goede aan de gebruiker van die afvalstoffen voor zover laatstgenoemde overeenkomstig dit besluit geregistreerd is.
  De gebruikscertificaten worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, overeenkomstig artikel 3, § 3, lid 4.".
Art. 42. Dans l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 juillet 2017, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Sans préjudice de l'obligation d'enregistrement, la valorisation des déchets marqués d'une croix dans la colonne " certificat d'utilisation " de l'annexe I et la valorisation de déchets non dangereux que le Ministre détermine en application de l'article 13, requièrent un certificat d'utilisation de ces déchets délivré par le Ministre. ".
  La demande de certificat d'utilisation est introduite conformément au modèle repris en annexe IV, en un exemplaire par envoi recommandé ou remise contre récépissé à l'administration.
  Le certificat délivré à l'exploitant de l'installation produisant les déchets bénéficie à l'utilisateur de ces déchets pour autant que ce dernier soit enregistré conformément au présent arrêté.
  Les certificats d'utilisation sont publiés par extrait au Moniteur belge conformément à l'article 3, § 3, alinéa 4. ".
Art. 43. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  " Onverminderd de beperkingen bedoeld in de artikelen R.164 tot R.168 van het Waterwetboek en onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening kan de Minister, voor iedere persoon die een registratieaanvraag indient volgens de procedure vastgesteld bij dit besluit, de verwerking van in bijlage I onvermeld gelaten ongevaarlijke afvalstoffen begunstigen, evenals andere verwerkingen van ongevaarlijke afvalstoffen dan die bepaald in bijlage I. Die registratie wordt toegekend voor een maximumduur van vijf jaar.";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "bij aangetekende brief" vervangen door de woorden "bij aangetekende zending";
  3° paragraaf 6 wordt aangevuld met de twee volgende leden :
  " De beslissing gaat nader in op de bijzondere in acht te nemen voorwaarden.
  Ze wordt, overeenkomstig artikel 3, § 3, lid 4, bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.".
Art. 43. A l'article 13 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Sans préjudice des restrictions visées aux articles R164 à R168 du Code de l'Eau et sans préjudice des dispositions du CoDT, le Ministre peut favoriser la valorisation de déchets non dangereux qui ne sont pas repris en annexe I ainsi que d'autres valorisations de déchets non dangereux que celles prévues à l'annexe I du présent arrêté pour toute personne qui introduit une demande d'enregistrement selon la procédure fixée par le présent arrêté. Cet enregistrement est octroyé pour une durée maximale de 5 ans. ";
  2° au paragraphe 2, les mots " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par envoi recommandé ";
  3° Le paragraphe 6 est complété par deux alinéas libellés comme suit :
  " La décision précise les conditions particulières à respecter.
  Elle est publiée par extrait au Moniteur belge conformément à l'article 3, § 3, alinéa 4. ".
Art. 44. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 14. § 1. Op basis van een proces-verbaal tot vaststelling van een overtreding van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, van het fiscaal decreet van 22 maart 1997 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en het geschil inzake rechtstreekse gewestelijke belastingen, van Verordening (EG) nr.1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, van het decreet van 1 maart 2018 betreffende het bodembeheer en de bodemsanering en van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten of van elke andere gelijkwaardige wetgeving van een Lid-Staat van de Europese Unie of als de verplichtingen voortvloeiend uit de registratie niet in acht genomen worden, kan de erkenning geschrapt of geschorst worden nadat de drager van de verplichtingen de mogelijkheid heeft gekregen om zijn verweermiddelen te laten gelden en om binnen een bepaalde termijn orde op zaken te stellen. In geval van bijzonder gemotiveerde dringende noodzakelijkheid kan de registratie opgeschort of geschrapt worden zonder enige termijn.
  De beslissing tot opschorting of schrapping wordt door de administratie genomen als het een registratie betreft, verstrekt krachtens artikel 2, en nadat het advies is ingewonnen van de ambtenaar belast met het toezicht. De beslissing wordt door de Minister genomen als het een registratie betreft, verstrekt krachtens artikel 13, en nadat het advies is ingewonnen van de ambtenaar belast met het toezicht.
  § 2. De overheid, bevoegd voor het verstrekken van de registratie en het gebruikscertificaat, kan, in onderstaande gevallen, te allen tijde de bijzondere voorwaarden die gepaard gaan met de registratiebeslissing en het gebruikscertificaat, aanvullen of wijzigen:
  1° de voorwaarden zijn niet meer geschikt om de in artikel 2 bedoelde risico's, hinder of ongemakken voor mens of leefmilieu te voorkomen of te beperken;
  2° dit blijkt nodig om te zorgen voor de inachtneming van de door de Regering bepaalde immissienormen;
  3° dit blijkt nodig voor het toezicht en de traceerbaarheid van de verrichten van de afvalstoffenverwerking;
  4° de verwerking blijkt in te druisen tegen de hiërarchie van de behandelingswijzen, bepaald in artikel 1, § 2, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen.
  § 3. Elke beslissing genomen krachtens de paragrafen 1 of 2 wordt per aangetekende zending aan betrokkene meegedeeld.
  De wijziging, de opschorting of de schrapping van de registratie of het gebruikscertificaat wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. ".
Art. 44. L'article 14 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 14. § 1er. Sur la base d'un procès-verbal constatant une infraction au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, au décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes, au Règlement (CE) n° 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 relatif aux transferts de déchets, au décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, au décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, à leurs arrêtés d'exécution ou à toute autre législation équivalente d'un Etat membre de l'Union européenne, ou si les obligations découlant de l'enregistrement ne sont pas respectées, l'enregistrement peut être radié ou suspendu après qu'ait été donnée à son titulaire la possibilité de faire valoir ses moyens de défense et de régulariser la situation dans un délai donné. En cas d'urgence spécialement motivée, l'enregistrement peut être suspendu ou radié sans délai.
  La décision de suspension ou de radiation est prise par l'administration s'il s'agit d'un enregistrement délivré en vertu de l'article 2, et après avoir recueilli l'avis du fonctionnaire chargé de la surveillance. La décision est prise par le Ministre s'il s'agit d'un enregistrement délivré en vertu de l'article 13 et après avoir recueilli les avis de l'administration et du fonctionnaire chargé de la surveillance.
  § 2. L'autorité compétente pour délivrer l'enregistrement et le certificat d'utilisation peut à tout moment compléter ou modifier les conditions particulières assortissant la décision d'enregistrement et le certificat d'utilisation dans les cas suivants :
  1° ces conditions ne sont plus appropriées pour éviter ou réduire les dangers, nuisances ou inconvénients pour l'homme ou l'environnement ou y remédier;
  2° cela s'avère nécessaire pour respecter les normes d'immission fixées par le Gouvernement;
  3° cela s'avère nécessaire pour assurer la surveillance et la traçabilité des opérations de valorisation des déchets;
  4° la valorisation se révèle contraire à la hiérarchie des modes de traitement prévue à l'article 1er, § 2, du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets.
  § 3. Toute décision prise en vertu des §§ 1erou 2 est notifiée à l'intéressé par envoi recommandé.
  La modification, la suspension ou la radiation de l'enregistrement ou du certificat d'utilisation est publiée par extrait au Moniteur belge. ".
Art. 45. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een artikel 14/1, luidend als volgt :
  " Art. 14/1. Bij ieder vervoer van afvalstoffen, verwerkt overeenkomstig een registratie verstrekt krachtens dit besluit, gaat een afschrift van de registratie en, in voorkomend geval, van het gebruikscertificaat. "
Art. 45. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14/1 rédigé comme suit :
  " Art. 14/1. Tout transport de déchets valorisés conformément à un enregistrement délivré en vertu du présent arrêté est accompagné d'une copie de l'enregistrement et, le cas échéant, du certificat d'utilisation. ".
Art. 46. In bijlage I bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de kolom " Voorraadboekhouding " vervalt en de titellijn wordt vervangen door volgende lijn:
Art. 46. Dans l'annexe I du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) la colonne " Comptabilité " est supprimée et la ligne de titre est remplacée par la ligne suivante :
Code (verwerking) Aard van de afval Gebruiks-
  certificaat
Omstandigheden van productie / verwerking van afvalstof Typering verwerkte afvalstof Gebruikswijze (met inachtneming Wetboek Ruimtelijke Ordening en Waals Regeringsbesluit van 5 juli 2018 beheer en traceerbaarheid grond)
Code (verwerking) Aard van de afval Gebruiks-
  certificaat Omstandigheden van productie / verwerking van afvalstof Typering verwerkte afvalstof Gebruikswijze (met inachtneming Wetboek Ruimtelijke Ordening en Waals Regeringsbesluit van 5 juli 2018 beheer en traceerbaarheid grond)
b) wat betreft het eerste gebruiksdomein :
  1° de lijnen betreffende codes 170504, 191302 en 020401 worden vervangen door de volgende lijnen :
Code (valorisation) Nature du déchet Certificat d'utilisation Circonstances de production / valorisation du déchet Caractérisation du déchet valorisé Mode d'utilisation (dans le respect des dispositions du CoDT et de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et la traçabilité des terres
Code (valorisation) Nature du déchet Certificat d'utilisation Circonstances de production / valorisation du déchet Caractérisation du déchet valorisé Mode d'utilisation (dans le respect des dispositions du CoDT et de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et la traçabilité des terres
b) en ce qui concerne le premier domaine d'utilisation :
  1° les lignes relatives aux codes 170504, 191302 et 020401 sont remplacées par les lignes suivantes :
170504 Afgegraven grond  Grond van ontginningsindustrie, inrichting en aanleg van sites of civieltechnische bouwwerken Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake
191302-TD Ontsmette grond  Grond die (voor)behandeling onderging, en uit een vergunde installatie voor de behandeling van verontreinigde grond Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake
020401-VEG1 Grond van plantaardige producties  Grond uit wassen of mechanische behandeling op vibrerende tafel voor bieten, aardappelen en andere producties van veldgroenten Grond in overeenstemming met registratiebeslissingen Gebruik als landbouwsoort in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake
020401-VEG2 Grond van plantaardige producties  Grond uit wassen of mechanische behandeling op vibrerende tafel voor bieten, aardappelen en andere producties van veldgroenten Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik als landbouwsoort in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake
170504 Afgegraven grond Grond van ontginningsindustrie, inrichting en aanleg van sites of civieltechnische bouwwerken Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake191302-TD Ontsmette grond Grond die (voor)behandeling onderging, en uit een vergunde installatie voor de behandeling van verontreinigde grond Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake020401-VEG1 Grond van plantaardige producties Grond uit wassen of mechanische behandeling op vibrerende tafel voor bieten, aardappelen en andere producties van veldgroenten Grond in overeenstemming met registratiebeslissingen Gebruik als landbouwsoort in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake020401-VEG2 Grond van plantaardige producties Grond uit wassen of mechanische behandeling op vibrerende tafel voor bieten, aardappelen en andere producties van veldgroenten Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik als landbouwsoort in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake
een lijn, luidend als volgt, wordt tussen de lijn met code 170504 en de lijn met code 191302 ingevoegd :
170504 Terres de déblais  Terres issues de l'industrie extractive, d'un aménagement de sites ou de travaux de construction ou de génie civil Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation conforme à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière.
191302-TD Terres décontaminées  Terres ayant subi un prétraitement ou un traitement et issues d'une installation autorisée de traitement de terres polluées Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation conforme à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière
020401-VEG1 Terres de productions végétales  Terres issues du lavage ou du traitement mécanique sur table vibrante de betteraves, de pommes de terre et d'autres productions de légumes de plein champ Terres conformes aux décisions d'enregistrement Utilisation en type d'usage agricole conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière
020401-VEG2 Terres de productions végétales  Terres issues du lavage ou du traitement mécanique sur table vibrante de betteraves, de pommes de terre et d'autres productions de légumes de plein champ Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation autre qu'en type d'usage agricole conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière
170504 Terres de déblais Terres issues de l'industrie extractive, d'un aménagement de sites ou de travaux de construction ou de génie civil Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation conforme à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière.191302-TD Terres décontaminées Terres ayant subi un prétraitement ou un traitement et issues d'une installation autorisée de traitement de terres polluées Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation conforme à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière020401-VEG1 Terres de productions végétales Terres issues du lavage ou du traitement mécanique sur table vibrante de betteraves, de pommes de terre et d'autres productions de légumes de plein champ Terres conformes aux décisions d'enregistrement Utilisation en type d'usage agricole conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière020401-VEG2 Terres de productions végétales Terres issues du lavage ou du traitement mécanique sur table vibrante de betteraves, de pommes de terre et d'autres productions de légumes de plein champ Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation autre qu'en type d'usage agricole conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière
une ligne rédigée comme suit est insérée entre la ligne afférente au code 170504 et la ligne afférente au code 191302 :
170504-VO Grond van wegen  Grond van wegen die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik voor wegen in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake
170504-VO Grond van wegen Grond van wegen die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Grond die voldoet aan besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake Gebruik voor wegen in overeenstemming met besluit Waalse Regering 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake
voor code 010102 worden de woorden "PTV401" vervangen door de woorden "PTV411" in de kolom betreffende de kenmerken van de benutte afvalstof;
  4° voor codes 010409I en 170506AII worden de woorden "PTV400" telkens vervangen door de woorden "PTV411" in de kolom betreffende de kenmerken van de benutte afvalstof;
  5° voor codes 190307, 170302B, 100202, 100202LD, 100202EAF, 100202S en 100998 worden de woorden "RW99" telkens vervangen door de woorden "Hoofdstuk C van Qualiroutes" in de kolom betreffende de kenmerken van de benutte afvalstof;
  6° de lijn betreffende code 190112 wordt vervangen als volgt:
170504-VO Terres de voiries  Terres de voirie telles que définies dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation en voirie conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière
170504-VO Terres de voiries Terres de voirie telles que définies dans l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Terres répondant aux exigences de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière Utilisation en voirie conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière
pour le code 010102, les mots " PTV401 " sont remplacés par les mots " PTV411 " dans la colonne relative aux caractéristiques du déchet valorisé;
  4° pour les codes 010409I et 170506AII, les mots " PTV400 " sont chaque fois remplacés par les mots " PTV411 " dans la colonne relative aux caractéristiques du déchet valorisé;
  5° pour les codes 190307, 170302B, 100202, 100202LD, 100202EAF, 100202S et 100998, les mots " RW99 " sont chaque fois remplacés par les mots " Chapitre C de Qualiroutes " dans la colonne relative aux caractéristiques du déchet valorisé;
  6° la ligne relative au code 190112 est remplacée par ce qui suit :
190112 Bodemas X Vaste materialen, voortgebracht door een installatie voor zeven, scheiding van metalen en rijping van ongereinigde bodemassen uit vergunde eenheden voor afvalverbranding en die niet gemengd zijn met vliegas of assen onder verbrandingsketels en die de kwaliteitsgarantietest in bijlage III in acht nemen Stoffen die voldoen aan hoofdstuk C van Qualiroutes en aan de conformiteitstest bedoeld in bijlage II.3 - Gebruik in het kader van wegwerkzaamheden, in onderfunderingen en funderingen van wegen
  - Inrichting en rehabilitatie van technische ingravingscentra overeenkomstig de milieuvergunning van de site
190112 Bodemas X Vaste materialen, voortgebracht door een installatie voor zeven, scheiding van metalen en rijping van ongereinigde bodemassen uit vergunde eenheden voor afvalverbranding en die niet gemengd zijn met vliegas of assen onder verbrandingsketels en die de kwaliteitsgarantietest in bijlage III in acht nemen Stoffen die voldoen aan hoofdstuk C van Qualiroutes en aan de conformiteitstest bedoeld in bijlage II.3 - Gebruik in het kader van wegwerkzaamheden, in onderfunderingen en funderingen van wegen
  - Inrichting en rehabilitatie van technische ingravingscentra overeenkomstig de milieuvergunning van de site
voor code 170506A2 worden, in de laatste kolom, de woorden "wet van 12 juli 1976" vervangen door de woorden "wet van 12 juli 1973";
  c) Wat betreft het tweede gebruiksdomein :
  1° voor codes 100202B2, 100202LD2, 100202EAF2, 100201S2 en 190112II, worden de woorden "RW99" telkens vervangen door de woorden "Hoofdstuk C van Qualiroutes" in de kolom betreffende de kenmerken van de benutte afvalstof;
  2° de lijnen betreffende codes 100202B, 100102 en 010413IIA worden vervangen door de volgende lijnen :
190112 Mâchefers x Matériaux solides produits par une installation effectuant le criblage, la séparation des métaux et la maturation de mâchefers bruts provenant d'unités autorisées d'incinération de déchets et n'ayant pas été mélangés ni avec des cendres volantes ni avec des cendres sous chaudières et répondant au test d'assurance qualité figurant en annexe III Matières répondant au chapitre C de Qualiroutes et au test de conformité prévu à l'annexe II.3 - Utilisation dans le cadre de travaux de voirie, en sous-fondation et fondation de voirie
  - Aménagement et réhabilitation de CET conformément au permis d'environnement du site
190112 Mâchefers x Matériaux solides produits par une installation effectuant le criblage, la séparation des métaux et la maturation de mâchefers bruts provenant d'unités autorisées d'incinération de déchets et n'ayant pas été mélangés ni avec des cendres volantes ni avec des cendres sous chaudières et répondant au test d'assurance qualité figurant en annexe III Matières répondant au chapitre C de Qualiroutes et au test de conformité prévu à l'annexe II.3 - Utilisation dans le cadre de travaux de voirie, en sous-fondation et fondation de voirie
  - Aménagement et réhabilitation de CET conformément au permis d'environnement du site
pour le code 170506A2, dans la dernière colonne, les mots " loi du 12 juillet 1976 " sont remplacés par les mots " loi du 12 juillet 1973 ";
  c) en ce qui concerne le deuxième domaine d'utilisation :
  1° pour les codes 100202B2, 100202LD2, 100202EAF2, 100201S2 et 190112II, les mots " RW99 " sont chaque fois remplacés par les mots " chapitre C de Qualiroutes " dans la colonne relative aux caractéristiques du déchet valorisé;
  2° les lignes relatives aux codes 100202B, 100102, 010413IIA et 060904IIA sont remplacées par ce qui suit :
100202B Onverwerkte slakken.  Stoffen uit een vergunde conditioneringsinstallatie die slakken gebruikt, afkomstig van de productie van gietijzer als basisstof Slakken waarmee een cement of een hydraulisch verbindingsmiddel kan worden aangemaakt, houder van een EG-certificering Voorbereiding van cement of van een hydraulisch verbindingsmiddel volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743
100102 Vliegas  Vliegas uit de elektriciteitsproductie van thermische centrales die steenkool als brandstof gebruiken Vliegas met puzzolanische eigenschappen waarmee een cement of een hydraulisch verbindingsmiddel kan worden aangemaakt, houder van een EG-, BENOR, of gelijkwaardige certificering Voorbereiding van cement of van een hydraulisch verbindingsmiddel volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
010413IIA Kalkfillers  Kalkstofdeeltjes uit het houwen, zagen en bewerken van natuursteen Kalkfillers waarmee een cement of een hydraulisch verbindingsmiddel kan worden aangemaakt, houder van een EG-, BENOR, of gelijkwaardige certificering Voorbereiding van cement of van een hydraulisch verbindingsmiddel volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
060904IIA Fosforgips en citrogips  Fosforgips en citrogips uit, respectievelijk, de aanmaak van fosforzuur en citroenzuur Fosforgips en citroengips die voldoen aan de gebruikscriteria vastgesteld door de cementnijverheid Regulator voor het harden van cement en hydraulische verbindingsmiddelen volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743
100202B Onverwerkte slakken. Stoffen uit een vergunde conditioneringsinstallatie die slakken gebruikt, afkomstig van de productie van gietijzer als basisstof Slakken waarmee een cement of een hydraulisch verbindingsmiddel kan worden aangemaakt, houder van een EG-certificering Voorbereiding van cement of van een hydraulisch verbindingsmiddel volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743100102 Vliegas Vliegas uit de elektriciteitsproductie van thermische centrales die steenkool als brandstof gebruiken Vliegas met puzzolanische eigenschappen waarmee een cement of een hydraulisch verbindingsmiddel kan worden aangemaakt, houder van een EG-, BENOR, of gelijkwaardige certificering Voorbereiding van cement of van een hydraulisch verbindingsmiddel volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368010413IIA Kalkfillers Kalkstofdeeltjes uit het houwen, zagen en bewerken van natuursteen Kalkfillers waarmee een cement of een hydraulisch verbindingsmiddel kan worden aangemaakt, houder van een EG-, BENOR, of gelijkwaardige certificering Voorbereiding van cement of van een hydraulisch verbindingsmiddel volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368060904IIA Fosforgips en citrogips Fosforgips en citrogips uit, respectievelijk, de aanmaak van fosforzuur en citroenzuur Fosforgips en citroengips die voldoen aan de gebruikscriteria vastgesteld door de cementnijverheid Regulator voor het harden van cement en hydraulische verbindingsmiddelen volgens één van de volgende normen :
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 en -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743
100202B Laitiers non traités  Matériaux produits par une installation autorisée de conditionnement utilisant les laitiers résultant de la production de la fonte comme matière de base Laitiers permettant d'obtenir un ciment ou un liant hydraulique titulaire d'une certification CE Préparation de ciment ou de liant hydraulique selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743
100102 Cendres volantes  Cendres volantes issues de la production d'électricité par des centrales thermiques utilisant le charbon comme combustible Cendres volantes présentant des propriétés pouzzolaniques permettant d'obtenir un ciment ou un liant hydraulique titulaire d'une certification CE, BENOR ou équivalente Préparation de ciment ou de liant hydraulique selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
010413IIA Fillers calcaires  Poussières calcaires issues de la taille, du sciage et du travail de la pierre naturelle Fillers calcaires permettant d'obtenir un ciment ou un liant hydraulique titulaire d'une certification CE, BENOR ou équivalente Préparation de ciment ou de liant hydraulique selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
060904IIA Phosphogypse et citrogypse  Phosphogypse et citrogypse résultant respectivement de la fabrication de l'acide phosphorique et de l'acide citrique Phosphogypse et citrogypse répondant aux critères d'utilisation fixés par l'industrie du ciment Régulateur de prise dans les ciments et les liants hydrauliques selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743
100202B Laitiers non traités Matériaux produits par une installation autorisée de conditionnement utilisant les laitiers résultant de la production de la fonte comme matière de base Laitiers permettant d'obtenir un ciment ou un liant hydraulique titulaire d'une certification CE Préparation de ciment ou de liant hydraulique selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743100102 Cendres volantes Cendres volantes issues de la production d'électricité par des centrales thermiques utilisant le charbon comme combustible Cendres volantes présentant des propriétés pouzzolaniques permettant d'obtenir un ciment ou un liant hydraulique titulaire d'une certification CE, BENOR ou équivalente Préparation de ciment ou de liant hydraulique selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368010413IIA Fillers calcaires Poussières calcaires issues de la taille, du sciage et du travail de la pierre naturelle Fillers calcaires permettant d'obtenir un ciment ou un liant hydraulique titulaire d'une certification CE, BENOR ou équivalente Préparation de ciment ou de liant hydraulique selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368060904IIA Phosphogypse et citrogypse Phosphogypse et citrogypse résultant respectivement de la fabrication de l'acide phosphorique et de l'acide citrique Phosphogypse et citrogypse répondant aux critères d'utilisation fixés par l'industrie du ciment Régulateur de prise dans les ciments et les liants hydrauliques selon une des normes suivantes:
  - NBN EN 197-1 - NBN EN 413-1 - NBN EN 13282-1 et -2
  - NBN EN 14216 - NBN EN 15368
  - NBN EN 15743
Art. 47. In bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 27 mei 2014 en 13 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste en het tweede punt worden opgeheven.
  2° in punt 3 worden de tabellen, opgenomen in de punten A en B, vervangen door volgende tabellen :
  "A. Uitlogingsproef :
Art. 47. A l'annexe II du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement wallon des 27 mai 2014 et 13 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les points 1 et 2 sont abrogés;
  2° au point 3, les tableaux repris aux points A et B sont remplacés par les tableaux suivants :
  " A. Test de lixiviation :
Parameters Drempel-
  waarde
Eenheden Analytische methode
Metalen
Sb 0,3 mg/kg D.S. (1) EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Al 2 000 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
As (tot) 0,8 mg/kg D.S. ISO 17378-2
Cd 0,03 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Co 0,25 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Cr (tot) 0,5 mg/kg D.S. ISO 9174
Cr (VI) 0,05 mg/l ISO 11083
  NBN EN ISO 18412
Cu 5,0 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Hg 0,02 mg/kg D.S. NBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852
Pb 2,2 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Mo 1,8 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Ni 1,8 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Ti 2,4 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Zn 4,0 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Alkaline
K 1 700 mg/kg D.S. NBN EN ISO 11885 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Zouten
Cl. 6 000 mg/kg D.S. NBN EN ISO 10304-1
CN- 0,2 mg/kg D.S. NBN EN ISO 14403-2
F- 20,0 mg/kg D.S. NBN EN ISO 10304-1
SO42- 4 000 mg/kg D.S. NBN EN ISO 10304-1
Overige parameters (5)
Parameters Drempel-
  waarde Eenheden Analytische methode MetalenSb 0,3 mg/kg D.S. (1) EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Al 2 000 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2As (tot) 0,8 mg/kg D.S. ISO 17378-2Cd 0,03 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Co 0,25 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Cr (tot) 0,5 mg/kg D.S. ISO 9174Cr (VI) 0,05 mg/l ISO 11083
  NBN EN ISO 18412Cu 5,0 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Hg 0,02 mg/kg D.S. NBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852Pb 2,2 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Mo 1,8 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Ni 1,8 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Ti 2,4 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Zn 4,0 mg/kg D.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2 AlkalineK 1 700 mg/kg D.S. NBN EN ISO 11885 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2 ZoutenCl. 6 000 mg/kg D.S. NBN EN ISO 10304-1CN- 0,2 mg/kg D.S. NBN EN ISO 14403-2F- 20,0 mg/kg D.S. NBN EN ISO 10304-1SO42- 4 000 mg/kg D.S. NBN EN ISO 10304-1 Overige parameters (5)
B. Proeven op de samenstelling van het brutostaal:
Paramètres Seuil limite Unités Méthode analytique
Métaux
Sb 0,3 mg/kg M.S. (1) EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Al 2 000 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
As (tot) 0,8 mg/kg M.S. ISO 17378-2
Cd 0,03 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Co 0,25 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Cr (tot) 0,5 mg/kg M.S. ISO 9174
Cr (VI) 0,05 mg/l. ISO 11083
  NBN EN ISO 18412
Cu 5,0 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Hg 0,02 mg/kg M.S. NBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852
Pb 2,2 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Mo 1,8 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Ni 1,8 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Ti 2,4 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Zn 4,0 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Alcalin
K 1 700 mg/kg M.S. NBN EN ISO 11885 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Sels
Cl- 6 000 mg/kg M.S. NBN EN ISO 10304-1
CN- 0,2 mg/kg M.S. NBN EN ISO 14403-2
F- 20,0 mg/kg M.S. NBN EN ISO 10304-1
SO42- 4 000 mg/kg M.S. NBN EN ISO 10304-1
Autres paramètres (5)
Paramètres Seuil limite Unités Méthode analytique MétauxSb 0,3 mg/kg M.S. (1) EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Al 2 000 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2As (tot) 0,8 mg/kg M.S. ISO 17378-2Cd 0,03 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Co 0,25 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Cr (tot) 0,5 mg/kg M.S. ISO 9174Cr (VI) 0,05 mg/l. ISO 11083
  NBN EN ISO 18412Cu 5,0 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Hg 0,02 mg/kg M.S. NBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852Pb 2,2 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Mo 1,8 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Ni 1,8 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Ti 2,4 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Zn 4,0 mg/kg M.S. EN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2 AlcalinK 1 700 mg/kg M.S. NBN EN ISO 11885 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2 SelsCl- 6 000 mg/kg M.S. NBN EN ISO 10304-1CN- 0,2 mg/kg M.S. NBN EN ISO 14403-2F- 20,0 mg/kg M.S. NBN EN ISO 10304-1SO42- 4 000 mg/kg M.S. NBN EN ISO 10304-1 Autres paramètres (5)
B. Tests sur la composition de l'échantillon brut :
Parameters Drempel-
  waarde
Eenheden Analytische methode
Organische verbindingen (2)
Extraheerbare koolwaterstoffen (C10 à C40) 1 500 mg/kg D.S. ISO 16703 NBN EN 14039
EOX (4) 7,0 mg/kg D.S. NBN EN 6979
MAK's (BTEX) 2,1 mg/kg D.S. NBN EN ISO 15009 NBN EN ISO 22155
Totale APK's (6 van Borneff) 4,3 mg/kg D.S. ISO 13877 NBN EN 15527 ISO 18287
Totale PCB's(28,52,101,118,138,153,180) 0,2 mg/kg D.S. ISO 10382 EN 15308 EN 16167
Overige parameters (5)
Parameters Drempel-
  waarde Eenheden Analytische methode Organische verbindingen (2)Extraheerbare koolwaterstoffen (C10 à C40) 1 500 mg/kg D.S. ISO 16703 NBN EN 14039EOX (4) 7,0 mg/kg D.S. NBN EN 6979MAK's (BTEX) 2,1 mg/kg D.S. NBN EN ISO 15009 NBN EN ISO 22155Totale APK's (6 van Borneff) 4,3 mg/kg D.S. ISO 13877 NBN EN 15527 ISO 18287Totale PCB's(28,52,101,118,138,153,180) 0,2 mg/kg D.S. ISO 10382 EN 15308 EN 16167 Overige parameters (5)
".
Paramètres Seuil limite Unités Méthode analytique
Composés organiques (2)
Hydrocarbures extractibles (C10 à C40) 1 500 mg/kg M.S. ISO 16703 NBN EN 14039
EOX (4) 7,0 mg/kg M.S. NBN EN 6979
HAM (BTEX) 2,1 mg/kg M.S. NBN EN ISO 15009 NBN EN ISO 22155
HAP totaux (6 de Borneff) 4,3 mg/kg M.S. ISO 13877 NBN EN 15527 ISO 18287
PCB totaux (28,52,101,118,138,153,180) 0,2 mg/kg M.S. ISO 10382 EN 15308 EN 16167
Autres paramètres (5)
Paramètres Seuil limite Unités Méthode analytique Composés organiques (2)Hydrocarbures extractibles (C10 à C40) 1 500 mg/kg M.S. ISO 16703 NBN EN 14039EOX (4) 7,0 mg/kg M.S. NBN EN 6979HAM (BTEX) 2,1 mg/kg M.S. NBN EN ISO 15009 NBN EN ISO 22155HAP totaux (6 de Borneff) 4,3 mg/kg M.S. ISO 13877 NBN EN 15527 ISO 18287PCB totaux (28,52,101,118,138,153,180) 0,2 mg/kg M.S. ISO 10382 EN 15308 EN 16167 Autres paramètres (5)
".
Art. 48. In hetzelfde besluit wordt bijlage III, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2017, wordt 1 vervangen als volgt:
  " Bijlage III. - Proef voor de kwaliteitswaarborg van afvalstoffen voor sommige specifieke gebruiken en voor de behandelde bodemassen en behandelde afgeleiden ervan, vermengd met een hydraulisch bindmiddel.
  A. Uitlogingsproef :
  Deze proef wordt uitgevoerd met norm NBN EN 12457-2 of 4 voor onderstaande parameters en moet door een erkend laboratorium worden verricht:
Art. 48. Dans le même arrêté, l'annexe III, modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 juillet 2017, est remplacée par ce qui suit :
  " Annexe III. - Test d'assurance qualité de déchets pour certaines utilisations spécifiques et pour les mâchefers traités et dérivés de mâchefers traités mélangés à un liant hydraulique.
  A. Test de lixiviation
  Le test est réalisé selon la norme NBN EN 12457-2 ou 4 pour les paramètres indiqués ci-dessous et doit être effectué par un laboratoire agréé :
ParametersDrempel-
  waarde
EenhedenAnalytische methode
PH7 - 12 NBN EN ISO 10523
Geleidbaarheid6 000µS/cmISO 7888
Metalen
[1 Sb]10,2mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Al2 000mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
As (tot)0,1mg/lISO 17378-2
Cd0,1 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Co0,1mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Cr (VI)0,1 (*)mg/lISO 11083 NBN EN ISO 18412
Cu2,0 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Hg0,02 (*)mg/lNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852
Pb0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Mo0,15mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Ni0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Ti2,0mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Zn0,9 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2
Stikstofverbindingen
NO22-3,0mg/lNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395
NH4+50,0mg/lNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1
Zouten
Cl.500,0mg/lNBN EN ISO 10304-1
CN-0,46mg/kg D.S. (1)NBN EN ISO 14403-2
F-5,0mg/lNBN EN ISO 10304-1
SO42-1 000,0mg/lNBN EN ISO 10304-1
Overige parameters (4)
(1)<BWG 2018-12-06/43, art. 140, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
ParametersDrempel-
  waardeEenhedenAnalytische methodePH7 - 12NBN EN ISO 10523Geleidbaarheid6 000µS/cmISO 7888Metalen[1 Sb]10,2mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Al2 000mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2As (tot)0,1mg/lISO 17378-2Cd0,1 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Co0,1mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Cr (VI)0,1 (*)mg/lISO 11083 NBN EN ISO 18412Cu2,0 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Hg0,02 (*)mg/lNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852Pb0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Mo0,15mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Ni0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Ti2,0mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2Zn0,9 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Bereidingsmethodes in associatie met ISO15587-1 en 15587-2StikstofverbindingenNO22-3,0mg/lNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395NH4+50,0mg/lNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1ZoutenCl.500,0mg/lNBN EN ISO 10304-1CN-0,46mg/kg D.S. (1)NBN EN ISO 14403-2F-5,0mg/lNBN EN ISO 10304-1SO42-1 000,0mg/lNBN EN ISO 10304-1Overige parameters (4)(1)
(*) som van de concentratie van deze metalen moet lager zijn dan 5 mg/l
  B. Proef op de samenstelling van het brutostaal:
ParamètresSeuil limiteUnitésMéthode analytique
pH7 - 12 NBN EN ISO 10523
Conductivité6 000µS/cmISO 7888
Métaux
[1 Sb]10,2mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Al2 000mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
As (Tot)0,1mg/lISO 17378-2
Cd0,1 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Co0,1mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Cr (VI)0,1 (*)mg/lISO 11083 NBN EN ISO 18412
Cu2,0 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Hg0,02 (*)mg/lNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852
Pb0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Mo0,15mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Ni0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Ti2,0mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Zn0,9 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2
Azotés
NO22-3,0mg/lNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395
NH4+50,0mg/lNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1
Sels
Cl-500,0mg/lNBN EN ISO 10304-1
CN-0,46mg/kg M.S.(1)NBN EN ISO 14403-2
F-5,0mg/lNBN EN ISO 10304-1
SO42-1 000,0mg/lNBN EN ISO 10304-1
Autres paramètres (4)
(1)<ARW 2018-12-06/43, art. 140, 003; En vigueur : 01-01-2019>
ParamètresSeuil limiteUnitésMéthode analytiquepH7 - 12NBN EN ISO 10523Conductivité6 000µS/cmISO 7888Métaux[1 Sb]10,2mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Al2 000mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2As (Tot)0,1mg/lISO 17378-2Cd0,1 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Co0,1mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Cr (VI)0,1 (*)mg/lISO 11083 NBN EN ISO 18412Cu2,0 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Hg0,02 (*)mg/lNBN EN ISO 12846 NBN EN ISO 17852Pb0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Mo0,15mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Ni0,2 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Ti2,0mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2Zn0,9 (*)mg/lEN ISO 15586 NBN EN ISO 11885 NBN EN ISO 17294-1 NBN EN ISO 17294-2 Méthodes de préparation associée ISO15587-1 et 15587-2AzotésNO22-3,0mg/lNBN EN ISO 10304-1 ISO 15923-1 NBN EN ISO 13395NH4+50,0mg/lNBN EN ISO 11732 ISO 15923-1SelsCl-500,0mg/lNBN EN ISO 10304-1CN-0,46mg/kg M.S.(1)NBN EN ISO 14403-2F-5,0mg/lNBN EN ISO 10304-1SO42-1 000,0mg/lNBN EN ISO 10304-1Autres paramètres (4)(1)
(*) la somme de la concentration de ces métaux doit être inférieure à 5 mg/l
  B. Test sur la composition de l'échantillon brut
Parameters Drempel-
  waarde
Eenheden Analytische methode
Organische verbindingen (2)
Extraheerbare koolwaterstoffen (C10 à C40) 1 500 mg/kg D.S. ISO 16703 NBN EN 14039
EOX (3) 7 mg/kg D.S. NBN 6979
Overige parameters (4)
Parameters Drempel-
  waarde Eenheden Analytische methode Organische verbindingen (2)Extraheerbare koolwaterstoffen (C10 à C40) 1 500 mg/kg D.S. ISO 16703 NBN EN 14039EOX (3) 7 mg/kg D.S. NBN 6979 Overige parameters (4)
Opmerkingen:
  (1) D. S. : droge stoffen.
  (2) enkel uit te voeren als hun aanwezigheid duidelijk wordt via gaschromatografie-massaspectrometrie (GCMS).
  (3) extraheerbare halogeenhoudende koolwaterstoffen.
  (4) de administratie kan, bij de behandeling van de aanvraag, vragen naar de bepaling van organieke of inorganieke bijzondere elementen of verbindingen.".
Paramètres Seuil limite Unités Méthode analytique
Composés organiques (2)
Hydrocarbures extractibles (C10 à C40) 1 500 mg/kg M.S. ISO 16703 NBN EN 14039
EOX (3) 7 mg/kg M.S. NBN 6979
Autres paramètres (4)
Paramètres Seuil limite Unités Méthode analytique Composés organiques (2)Hydrocarbures extractibles (C10 à C40) 1 500 mg/kg M.S. ISO 16703 NBN EN 14039EOX (3) 7 mg/kg M.S. NBN 6979 Autres paramètres (4)
Remarques :
  (1) M.S.: matière sèche.
  (2) à n'exécuter que si leur présence est mise en évidence par un balayage en chromatographie en phase gazeuse à un spectromètre de masse (GC-MS).
  (3) hydrocarbures halogénés extractibles.
  (4) la détermination d'éléments ou composés spéciaux inorganiques ou organiques pourra être demandée par l'administration lors de l'instruction de la demande. ".
Art. 49. In hetzelfde besluit wordt bijlage III, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2017, vervangen als volgt:
Art. 49. Dans le même arrêté, l'annexe V, modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 juillet 2017, est remplacée par ce qui suit :
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-10-2018, p. 77869)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-10-2018, p. 77767)
Art. 50. In hetzelfde besluit wordt bijlage VI, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2017, vervangen als volgt:
Art. 50. Dans le même arrêté, l'annexe VI, modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 juillet 2017, est remplacée par ce qui suit :
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-10-2018, p. 77876)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-10-2018, p. 77775)
Afdeling 4. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten
Section 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées
Art. 51. In bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, vervangen door het besluit van de Waalse Regering van 11 juli 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 april 2014, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° Er wordt een punt 14.91 ingevoegd, luidend als volgt :
Art. 51. A l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, remplacée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 juillet 2013 et modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° une rubrique 14.91 est insérée, rédigée comme suit :
Nummer - Installatie of activiteit Klasse EIE Te raadplegen organen DEELFACTOREN
    ZH ZHR ZI
14.91 Opvullen van gebieden van aanhorigheden van ontginningsinstallaties in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, met exogene grond en exogene natuursteenachtige materialen (*). Onder opvullen wordt de verwerkingsverrichting verstaan, waarbij grond en natuursteenachtige materialen gebruikt worden om uitgegraven gebieden of, bij ingenieurswerken, landschappelijke inrichtingswerken in oorspronkelijke staat te herstellen       
14.91.01 in de gevallen die niet onder rubriek 14.91.02 vallen 2  DSD- DNF    
14.91.02 Wanneer de grondopvulling geheel of gedeeltelijk onder het natuurlijk niveau van de grondwaterlaag geschiedt of de 500.000 m3 te boven gaat. 1 X DSD- AWAC - DESO - DNF   
Nummer - Installatie of activiteit Klasse EIE Te raadplegen organen DEELFACTORENZH ZHR ZI14.91 Opvullen van gebieden van aanhorigheden van ontginningsinstallaties in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, met exogene grond en exogene natuursteenachtige materialen (*). Onder opvullen wordt de verwerkingsverrichting verstaan, waarbij grond en natuursteenachtige materialen gebruikt worden om uitgegraven gebieden of, bij ingenieurswerken, landschappelijke inrichtingswerken in oorspronkelijke staat te herstellen 14.91.01 in de gevallen die niet onder rubriek 14.91.02 vallen 2 DSD- DNF 14.91.02 Wanneer de grondopvulling geheel of gedeeltelijk onder het natuurlijk niveau van de grondwaterlaag geschiedt of de 500.000 m3 te boven gaat. 1 X DSD- AWAC - DESO - DNF
[Voetnoot :] "(*)*Daarmee worden volgende verwerkbare afvalstoffen bedoeld:
  Grond :
  [2 Tot [3 30 april 2020]3]2, niet besmette grond en grond van bieten en andere groenteproducties, in overeenstemming met de verwerkingsomstandigheden, de kenmerken en de gebruikswijzen van grond als bedoeld in bijlage 1 bij het besluit van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen begunstigd wordt;
  Vanaf [3 1 mei 2020]3, grond die in overeenstemming is met de gebruiksvoorwaarden vastgesteld in het besluit van 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake;
  Onvervuilde, niet-metaalhoudende natuursteenachtige stoffen die niet in reactie zouden kunnen treden met het omgevend milieu of de omgeving, uit de ontginningsnijverheid, uit de aanleg van sites of civieltechnische werken, overeenkomstig bijlage 1 van het besluit van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen bevorderd wordt (code 010102);
  Zavel geproduceerd bij de bewerking van natuursteen, overeenkomstig bijlage 1 bij het besluit van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen bevorderd wordt (code 010409I)".
  2° Er wordt een rubriek 90.28 ingevoegd, luidend als volgt :
Numéro - Installation ou activité Classe EIE Organismes à consulter Facteurs de division
    ZH ZHR ZI
  
14.91 Remblayage dans les zones de dépendances d'extraction au sens du CoDT, au moyen de terres et de matières pierreuses naturelles exogènes(*). Par remblayage on entend l'opération de valorisation par laquelle des terres et des matières pierreuses naturelles sont utilisées à des fins de remise en état dans des zones excavées ou, en ingénierie, pour des travaux d'aménagement paysager.       
14.91.01 dans les cas non visés à la rubrique 14.91.02 2  DSD- DNF    
14.91.02 lorsque le remblai est effectué en tout ou en partie sous le niveau naturel de la nappe phréatique ou excède 500.000 mü. 1 x DSD - AWAC - DESO - DNF   
Numéro - Installation ou activité Classe EIE Organismes à consulter Facteurs de divisionZH ZHR ZI
14.91 Remblayage dans les zones de dépendances d'extraction au sens du CoDT, au moyen de terres et de matières pierreuses naturelles exogènes(*). Par remblayage on entend l'opération de valorisation par laquelle des terres et des matières pierreuses naturelles sont utilisées à des fins de remise en état dans des zones excavées ou, en ingénierie, pour des travaux d'aménagement paysager. 14.91.01 dans les cas non visés à la rubrique 14.91.02 2 DSD- DNF 14.91.02 lorsque le remblai est effectué en tout ou en partie sous le niveau naturel de la nappe phréatique ou excède 500.000 mü. 1 x DSD - AWAC - DESO - DNF
[Note de bas de page:] " (*) Sont visés les déchets valorisables suivants :
  - Terres :
  O [2 jusqu'au [3 30 avril 2020]3]2, terres non-contaminées et terres de betteraves et d'autres productions maraîchères conformes aux circonstances de valorisation, aux caractéristiques et aux modes d'utilisation des terres prévus en annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets;
  O à partir du [3 1er mai 2020]3, terres conformes aux conditions d'utilisation fixées dans l'arrêté du (date du présent arrêté) relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière;
  - matériaux pierreux naturels non souillés, non métallifères, non susceptibles de réaction avec le milieu ambiant ou environnant, provenant de l'industrie extractive, d'un aménagement de sites ou de travaux de génie civil, conformément à l'annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets (code 010102);
  - sables produits lors du travail de pierres naturelles, conformément à l'annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets (code 010409I) "
  2° une rubrique 90.28 est insérée, rédigée comme suit :
Nummér - Installatie of activiteitKlasseEIETe raadplegen organenDEELFACTOREN  
    ZHZHRZI
90.28 Opvullen in alle gebieden van het gewestplan, behoudens gebieden van aanhorigheden van ontginningsinstallaties in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, met exogene grond en exogene natuursteenachtige materialen.
  Onder opvullen wordt de verwerkingsverrichting verstaan, waarbij grond en natuursteenachtige materialen (**) gebruikt worden om uitgegraven gebieden of, bij ingenieurswerken, landschappelijke inrichtingswerken in oorspronkelijke staat te herstellen
  90.28.01. Opvullen middels grond en natuursteenachtige materialen, in overeenstemming met het soort gebruik van het terrein.
      
[1 90.28.01.01]1 Wanneer het totaalvolume hoger is dan 1.000 m3 en lager is dan of gelijk is aan 10.000 m3.3     
[1 90.28.01.02]1 Wanneer het totaalvolume hoger is dan 10.000 m3 en lager is dan of gelijk is aan 500.000 m3.2 DSD   
[1 90.28.01.03]1 Wanneer de grondopvulling geheel of gedeeltelijk onder het natuurlijk niveau van de grondwaterlaag geschiedt of de 500.000 m3 te boven gaat.1XDSD- AWAC - DESO - DNF   
90.28.02 Opvullen met grond en natuursteenachtige materialen (**) in gebruiksgebied van type I, II of IV ter afwijking van de algemene gebruiksregels van de afgegraven grond volgens het type gebruik, overeenkomstig artikel 15 van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake (* * *).      
90.28.02.01 Wanneer het totaalvolume lager is dan of gelijk is aan 100.000 m3.2 DSD   
90.28.02.02 Wanneer de grondopvulling geheel of gedeeltelijk onder het natuurlijk niveau van de grondwaterlaag geschiedt of de 100.000 m3 te boven gaat.1XDSD- AWAC - DESO - DNF   
(1)<BWG 2018-12-06/43, art. 141, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
Nummér - Installatie of activiteitKlasseEIETe raadplegen organenDEELFACTORENZHZHRZI90.28 Opvullen in alle gebieden van het gewestplan, behoudens gebieden van aanhorigheden van ontginningsinstallaties in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, met exogene grond en exogene natuursteenachtige materialen.
  Onder opvullen wordt de verwerkingsverrichting verstaan, waarbij grond en natuursteenachtige materialen (**) gebruikt worden om uitgegraven gebieden of, bij ingenieurswerken, landschappelijke inrichtingswerken in oorspronkelijke staat te herstellen
  90.28.01. Opvullen middels grond en natuursteenachtige materialen, in overeenstemming met het soort gebruik van het terrein.[1 90.28.01.01]1 Wanneer het totaalvolume hoger is dan 1.000 m3 en lager is dan of gelijk is aan 10.000 m3.3[1 90.28.01.02]1 Wanneer het totaalvolume hoger is dan 10.000 m3 en lager is dan of gelijk is aan 500.000 m3.2DSD[1 90.28.01.03]1 Wanneer de grondopvulling geheel of gedeeltelijk onder het natuurlijk niveau van de grondwaterlaag geschiedt of de 500.000 m3 te boven gaat.1XDSD- AWAC - DESO - DNF90.28.02 Opvullen met grond en natuursteenachtige materialen (**) in gebruiksgebied van type I, II of IV ter afwijking van de algemene gebruiksregels van de afgegraven grond volgens het type gebruik, overeenkomstig artikel 15 van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake (* * *).90.28.02.01 Wanneer het totaalvolume lager is dan of gelijk is aan 100.000 m3.2DSD90.28.02.02 Wanneer de grondopvulling geheel of gedeeltelijk onder het natuurlijk niveau van de grondwaterlaag geschiedt of de 100.000 m3 te boven gaat.1XDSD- AWAC - DESO - DNF(1)
[Voetnoot :] " (**)
  Daarmee worden volgende verwerkbare afvalstoffen bedoeld:
  Grond :
  [2 Tot [3 30 april 2020]3]2, grond in overeenstemming met de verwerkingsomstandigheden, de kenmerken en de gebruikswijzen van de grond bedoeld in bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt
  Vanaf [3 1 mei 2020]3, grond die in overeenstemming is met de gebruiksvoorwaarden vastgesteld in het besluit van 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake;
  Onvervuilde, niet-metaalhoudende natuursteenachtige stoffen die niet in reactie zouden kunnen treden met het omgevend milieu of de omgeving, uit de ontginningsnijverheid, uit de aanleg van sites of civieltechnische werken, overeenkomstig bijlage 1 van het besluit van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen bevorderd wordt (code 010102);
  Zavel geproduceerd bij de bewerking van natuursteen, overeenkomstig bijlage 1 bij het besluit van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen bevorderd wordt (code 010409I)".
  (* * *) wanneer een afwijking van het gebruik nodig is, valt de site in zijn geheel onder rubriek 90.28.02 ".
  (2)
  (3)
Numéro - Installation ou activitéClasseEIEOrganismes à consulterFacteurs de division  
    ZHZHRZI
  
90.28 Remblayage dans toutes les zones du plan de secteur à l'exception de la zone de dépendance d'extraction au sens du CoDT, au moyen de terres et de matières pierreuses naturelles d'origine exogène.
  Par remblayage on entend l'opération de valorisation par laquelle des terres et matières pierreuses naturelles (**) sont utilisées à des fins de remise en état dans des zones excavées ou, en ingénierie, pour des travaux d'aménagement paysager.
  90.28.01. Remblayage au moyen de terres et matières pierreuses naturelles conformes au type d'usage du terrain.
      
[1 90.28.01.01]1 lorsque le volume total est supérieur à 1.000 mü et inférieur ou égal à 10.000 mü3     
[1 90.28.01.02]1 lorsque le volume total est supérieur à 10.000 mü et inférieur ou égal à 500.000 mü2 DSD   
[1 90.28.01.03]1 lorsque le remblai est effectué en tout ou en partie sous le niveau naturel de la nappe phréatique, ou excède 500.000 mü1xDSD- AWAC - DESO - DNF   
90.28.02 Remblayage au moyen de terres et de matières pierreuses naturelles (**) en zone d'usage de type I, II ou IV en dérogation aux règles générales d'utilisation des terres de déblais suivant le type d'usage, en application de l'article 15 [1 de l'arrêté du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière]1 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière (* * *).      
90.28.02.01 lorsque le volume total est inférieur ou égal à 100.000 mü2 DSD   
90.28.02.02 lorsque le remblai est effectué en tout ou en partie sous le niveau naturel de la nappe phréatique, ou excède 100.000 mü1xDSD- AWAC - DESO - DNF   
(1)<ARW 2018-12-06/43, art. 141, 003; En vigueur : 01-01-2019>
Numéro - Installation ou activitéClasseEIEOrganismes à consulterFacteurs de divisionZHZHRZI
90.28 Remblayage dans toutes les zones du plan de secteur à l'exception de la zone de dépendance d'extraction au sens du CoDT, au moyen de terres et de matières pierreuses naturelles d'origine exogène.
  Par remblayage on entend l'opération de valorisation par laquelle des terres et matières pierreuses naturelles (**) sont utilisées à des fins de remise en état dans des zones excavées ou, en ingénierie, pour des travaux d'aménagement paysager.
  90.28.01. Remblayage au moyen de terres et matières pierreuses naturelles conformes au type d'usage du terrain.[1 90.28.01.01]1 lorsque le volume total est supérieur à 1.000 mü et inférieur ou égal à 10.000 mü3[1 90.28.01.02]1 lorsque le volume total est supérieur à 10.000 mü et inférieur ou égal à 500.000 mü2DSD[1 90.28.01.03]1 lorsque le remblai est effectué en tout ou en partie sous le niveau naturel de la nappe phréatique, ou excède 500.000 mü1xDSD- AWAC - DESO - DNF90.28.02 Remblayage au moyen de terres et de matières pierreuses naturelles (**) en zone d'usage de type I, II ou IV en dérogation aux règles générales d'utilisation des terres de déblais suivant le type d'usage, en application de l'article 15 [1 de l'arrêté du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière]1 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière (* * *).90.28.02.01 lorsque le volume total est inférieur ou égal à 100.000 mü2DSD90.28.02.02 lorsque le remblai est effectué en tout ou en partie sous le niveau naturel de la nappe phréatique, ou excède 100.000 mü1xDSD- AWAC - DESO - DNF(1)
[Note de bas de page:] " (**)
  Sont visés les déchets valorisables suivants :
  - Terres :
  O [2 jusqu'au [3 30 avril 2020]3]2, terres conforme aux circonstances de valorisation, les caractéristiques et les modes d'utilisation des terres prévus en annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets
  O [2 à partir du [3 1er mai 2020]3]2, terres conformes aux conditions d'utilisation fixées dans l'arrêté du (date du présent arrêté) relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière;
  - matériaux pierreux naturels non souillés, non métallifères, non susceptibles de réaction avec le milieu ambiant ou environnant, provenant de l'industrie extractive, d'un aménagement de sites ou de travaux de génie civil, conformément à l'annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets (code 010102);
  - sables produits lors du travail de pierres naturelles, conformes à l'annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets (code 010409I).
  (* * *) dès lors qu'une dérogation à l'usage est nécessaire, c'est l'ensemble du site qui relève de la rubrique 90.28.02 ".
  (2)
  (3)
Afdeling 5. - Wijziging in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Section 5. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement
Art. 52. Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen tot uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 10 december 2015, wordt aangevuld met volgend lid :
  " Indien de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de verwerking van grond en natuursteenachtige stoffen als bedoeld in de rubrieken 14.91 of 90.28 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in [1 bijlage XXXV]1 bij dit besluit. ".
  
Art. 52. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 décembre 2015, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Si la demande de permis d'environnement est relative à la valorisation de terres et matières pierreuses naturelles, telle que visée par les rubriques 14.91 ou 90.28. de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à [1 l'annexe XXXV]1 du présent arrêté."
  
Art. 53. Artikel 30 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 10 december 2015, wordt aangevuld met volgend lid :
  " Indien de globale vergunningsaanvraag betrekking heeft op de verwerking van grond en natuursteenachtige stoffen als bedoeld in de rubrieken 14.91 of 90.28.01 of 90.28.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in [1 bijlage XXXV]1 bij dit besluit. ".
  
Art. 53. L'article 30 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 10 décembre 2015, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Si la demande de permis unique est relative à la valorisation de terres et matières pierreuses visée par les rubriques 14.91 ou 90.28.01 ou 90.28.02 de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, elle comprend, outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à [1 l'annexe XXXV]1 du présent arrêté."
  
Art. 54. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bijlage XXXV, luidend als volgt :
  " Bijlage XXXV.
  Informatie met betrekking tot de verwerking van grond en steenachtige stoffen bedoeld in de rubrieken 14.91, 90.28.01 of 90.28.02.
  Opmerkingen:
  1° de aanvraag tot afwijking van de algemene gebruiksregels van de grond, bedoeld in deze bijlage, is gegrond op artikel 15 van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake.
  2° Het opvullen en het risico-onderzoek worden verstaan in de zin van het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering.
  A. Opvullen met grond en natuursteenachtige stoffen van exogene oorsprong in de gebieden van aanhorigheden van ontginningsinstallaties in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, zoals bedoeld in rubriek 14.91 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
  De aanvraag bevat, naast de gegevens die opgevraagd worden met het algemeen formulier van de aanvragen voor milieuvergunningen en globale vergunningen, volgende informatie:
  1° de codes voor de verwerking van de betrokken afvalstoffen, onder volgende codes : 170504; 191302-TD; 020401-VEG2; 010102 en 010409I;
  2° de plattegronden van de site waar de verwerking wordt verricht, met aangepast formaat, waarbij de soorten gebruik in feite en in rechte nader worden bepaald, evenals de synthese met het meest restrictieve soort gebruik, de ligging van de overwogen opvullingen;
  3° de topografische profielen die het reliëf, in feite en zoals overwogen, aanschouwelijk kunnen maken;
  4° het overwogen, op te vullen volume;
  5° de altimetrie van de grondwaterlaag in rusttoestand;
  6° de voorziene stromen (verkeer, reisroutes);
  7° de doeleinden van de verrichting;
  8° bij aanvraag tot afwijking van de algemene regels voor grondgebruik voor het soort gebruik, een risico-onderzoek per gebied vallend onder de afwijking.
  B. Opvullen met grond en natuursteenachtige stoffen in overeenstemming met het soort gebruik in het gebied, in alle gebieden van het gewestplan, uitgezonderd in de gebieden van aanhorigheden van ontginningsinstallaties in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, zoals bedoeld in rubriek 90.28.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
  De aanvraag bevat, naast de gegevens die opgevraagd worden met het algemeen formulier van de aanvragen voor milieuvergunningen en globale vergunningen, volgende informatie:
  1° de codes voor de verwerking van de betrokken afvalstoffen, onder volgende codes : 170504, 191302-TD, 020401-VEG2, 010102 en 010409I;
  2° de bestemmingen in het gewestplan;
  3° de codes vermeld in het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen begunstigd wordt;
  4° de plattegronden van de site waar de verwerking wordt verricht, waarbij de soorten gebruik in feite en in rechte nader worden bepaald, evenals de synthese met het meest restrictieve soort gebruik, de ligging van de overwogen opvullingen;
  5° de topografische profielen die het reliëf, in feite en zoals overwogen, aanschouwelijk kunnen maken;
  6° het overwogen, op te vullen volume;
  7° de altimetrie van de grondwaterlaag in rusttoestand;
  8° de voorziene stromen (verkeer, reisroutes);
  9° de doeleinden van de verrichting.
  C. Opvullen met grond en natuursteenachtige stoffen in afwijking van de algemene gebruiksregels voor het soort gebruik, uitgezonderd in de gebieden van aanhorigheden van ontginningsinstallaties in de zin van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling met grond voor opvullingen, zoals bedoeld in rubriek 90.28.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
  De aanvraag bevat, naast de gegevens die opgevraagd worden met het algemeen formulier van de aanvragen voor milieuvergunningen en globale vergunningen, volgende informatie:
  1° de bestemmingen in het gewestplan;
  2° de codes voor de verwerking van de betrokken afvalstoffen, onder volgende codes : 170504, 191302-TD, 020401-VEG2, 010102 en 010409I;
  3° de plattegronden van de site waar de verwerking wordt verricht, waarbij de soorten gebruik in feite en in rechte nader worden bepaald, evenals de synthese met het meest restrictieve soort gebruik, de ligging van de overwogen opvullingen;
  4° de topografische profielen die het reliëf, in feite en zoals overwogen, aanschouwelijk kunnen maken;
  5° het overwogen, op te vullen volume;
  6° de altimetrie van de grondwaterlaag in rusttoestand;
  7° de voorziene stromen (verkeer, reisroutes);
  8° de doeleinden van de verrichting;
  9° een risico-onderzoek per gebied vallend onder de afwijking.".
Art. 54. Dans le même arrêté, il est inséré une annexe XXXV rédigée comme suit :
  " Annexe XXXV.
  Informations relatives à la valorisation de terres et matières pierreuses visée par les rubriques 14.91, 90.28.01 ou 90.28.02.
  Remarques :
  1° la demande de dérogation aux règles générales d'utilisation des terres mentionnée dans la présente annexe est basée sur l'article 15 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière;
  2° le remblai et l'étude de risque s'entendent au sens du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols.
  A. Remblayage au moyen de terres et de matières pierreuses naturelles d'origine exogène dans les zones de dépendance d'extraction au sens du CoDT, tel que visé à la rubrique 14.91 de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
  La demande contient, outre les renseignements demandés dans le formulaire général des demandes de permis d'environnement et de permis unique, les informations suivantes :
  1° les codes de valorisation des déchets concernés parmi les codes suivants : 170504; 191302-TD; 020401-VEG2; 010102 et 010409I;
  2° les plans du site de valorisation au format approprié précisant les types d'usage de fait et de droit ainsi que la synthèse avec le type usage le plus restrictif, la localisation des remblais projetés;
  3° les profils topographiques permettant d'appréhender le relief de fait et projeté;
  4° le volume envisagé à remblayer;
  5° l'altimétrie de la nappe phréatique au repos;
  6° les flux prévus (charroi, itinéraires);
  7° les finalités de l'opération;
  8° en cas de demande de dérogation aux règles générales d'utilisation des terres pour le type d'usage, une étude de risque par zone concernée par la dérogation.
  B. Remblayage au moyen de terres et matières pierreuses conformes au type d'usage de la zone, dans toutes les zones du plan de secteur à l'exception de la zone de dépendance d'extraction au sens du CoDT, tel que visé à la rubrique 90.28.01 de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
  La demande contient, outre les renseignements demandés dans le formulaire général des demandes de permis d'environnement et de permis unique, les informations suivantes :
  1° les codes de valorisation des déchets concernés parmi les codes suivants : 170504, 191302-TD, 020401-VEG2, 010102 et 010409I;
  2° les affectations au plan de secteur;
  3° les codes déchets repris à l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets;
  4° les plans du site de valorisation au format approprié précisant les types d'usage de fait et de droit ainsi que la synthèse avec le type usage le plus restrictif, et la localisation des remblais projetés;
  5° les profils topographiques permettant d'appréhender le relief de fait et projeté;
  6° le volume envisagé à remblayer;
  7° l'altimétrie de la nappe phréatique au repos;
  8° les flux prévus (charroi et itinéraires);
  9° les finalités de l'opération.
  C. Remblayage au moyen de terres et matières pierreuses en dérogation aux règles générales d'utilisation pour le type d'usage, à l'exception de la zone de dépendance d'extraction au sens du CoDT, au moyen de remblais, tel que visé à la rubrique 90.28.02 de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées.
  La demande contient, outre les renseignements demandés dans le formulaire général des demandes de permis d'environnement et de permis unique, les informations suivantes :
  1° les affectations au plan de secteur;
  2° les codes de valorisation des déchets concernés parmi les codes suivants : 170504, 191302-TD, 020401-VEG2, 010102 et 010409I;
  3° les plans du site de valorisation au format approprié précisant les types d'usage de fait et de droit ainsi que la synthèse avec le type usage le plus restrictif, et la localisation des remblais projetés;
  4° les profils topographiques permettant d'appréhender le relief de fait et projeté;
  5° le volume envisagé à remblayer;
  6° l'altimétrie de la nappe phréatique au repos;
  7° les flux prévus (charroi et itinéraires);
  8° les finalités de l'opération;
  9° une étude de risque par zone concernée par la dérogation. ".
Art. 55. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van bijlage V aangevuld met volgende woorden (installaties en activiteiten bedoeld onder de rubrieken 90.21 tot 90.28)".
Art. 55. Dans le même arrêté, l'intitulé de l'annexe V est complété par les mots suivants " (installations et activités visées aux rubriques 90.21 à 90.28) ".
Afdeling 6. - Wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 13 november 2003 betreffende de registratie van de ophalers en vervoerders van andere afval dan gevaarlijke afval
Section 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 novembre 2003 relatif à l'enregistrement des collecteurs, des courtiers, des négociants et des transporteurs de déchets autres que dangereux
Art. 56. In artikel 12 van het besluit van de Waalse Regering van 13 november 2003 betreffende de registratie van de ophalers en vervoerders van ander afval dan gevaarlijk afval, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 juli 2017, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) onder 5° worden de woorden "het inzamelings-, voorbehandelings-, verwijderings- of valorisatiecentrum vervangen door de woorden" vervangen door de woorden "de installatie voor de inzameling, voorbehandeling, verwijdering of valorisatie en, in het geval van grond, verwerkingssites;
  b) er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidend als volgt :
  "Wanneer van grondvervoer kennis wordt gegeven overeenkomstig het besluit van 5 juli 2018 betreffende het beheer en de traceerbaarheid van grond, wordt de vervoerder vrijgesteld van de verplichting tot jaarlijkse aangifte wat genoemde grond betreft. Hij houdt de kennisgevingen inzake grondverzet en de documenten voor grondvervoer ter beschikking van de administratie en van de ambtenaar belast met het toezicht.".
Art. 56. A l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 novembre 2003 relatif à l'enregistrement des collecteurs, des courtiers, des négociants et des transporteurs de déchets autres que dangereux, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 5°, les mots " du centre " sont remplacés par les mots " de l'installation " et après les mots " ou de valorisation " sont ajoutés les mots " et, dans le cas des terres, des sites de valorisation ";
  b) un nouvel alinéa est inséré, libellé comme suit :
  " Lorsque le transport de terres est notifié conformément à l'arrêté du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et la traçabilité des terres, le transporteur est dispensé de l'obligation de déclaration annuelle en ce qui concerne celles-ci. Il tient les notifications des mouvements de terres et les documents de transport des terres à disposition de l'administration et du fonctionnaire chargé de la surveillance. ".
Afdeling 7. - Wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen in centra voor technische ingraving
Section 7. - Modification de l'arrêté du 18 mars 2004 interdisant la mise en centre d'enfouissement technique de certains déchets et fixant les critères d'admission des déchets en centre d'enfouissement technique
Art. 57. In artikel 1bis van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2004 tot verbod van het storten van sommige afvalstoffen in een centrum voor technische ingraving en tot vaststelling van de criteria voor de aanvaarding van afvalstoffen in centra voor technische ingraving wordt punt 5) vervangen als volgt:
  " 5) asbest in gebonden toestand : Asbest in een inerte niet verkruimelbare dragende materie zoals cementasbest;".
Art. 57. Dans l'article 1er bis de l'arrêté du 18 mars 2004 interdisant la mise en centre d'enfouissement technique de certains déchets et fixant les critères d'admission des déchets en centre d'enfouissement technique, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 7 octobre 2010, le 5) est remplacé par ce qui suit :
  " 5) amiante liée : amiante liée à un support inerte et non friable, telle que l'amiante-ciment; ".
Art. 58. Bijlage I bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 7 oktober 2010, wordt aangevuld met een tabel luidend als volgt:
Art. 58. L'annexe Ière du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 7 octobre 2010, est complétée par un tableau rédigé comme suit :
Grenswaarde voor het totaalgehalte aan asbestvezels
Parameters Eenheid : mg / kg ms
Totaal asbestvezelgehalte Tc + 10 TL < 500
  Tc = gehalte asbestvezels in gebonden toestand
  TL = gehalte asbestvezels in ongebonden toestand
  De verwijdering van afvalstoffen van meer dan 100 mg en minder dan 500 mg asbestvezels per kg droge materie, gehalte berekend volgens bovenstaande formule, wordt ondergeschikt gemaakt aan volgende aanvullende voorwaarde:
  deze afvalstoffen moeten dagelijks bedekt worden met een laag van minstens 0,5m andere aanvaardbare inerte (afval)stoffen
Grenswaarde voor het totaalgehalte aan asbestvezelsParameters Eenheid : mg / kg msTotaal asbestvezelgehalte Tc + 10 TL < 500
  Tc = gehalte asbestvezels in gebonden toestand
  TL = gehalte asbestvezels in ongebonden toestand
  De verwijdering van afvalstoffen van meer dan 100 mg en minder dan 500 mg asbestvezels per kg droge materie, gehalte berekend volgens bovenstaande formule, wordt ondergeschikt gemaakt aan volgende aanvullende voorwaarde:
  deze afvalstoffen moeten dagelijks bedekt worden met een laag van minstens 0,5m andere aanvaardbare inerte (afval)stoffen
Valeur limite pour le contenu total en fibres d'amiante
Paramètres Unité : mg / kg ms
Contenu total en fibres d'amiante Tc+ 10 TL < 500
  Tc = teneur en fibres d'amiante liée
  TL = teneur en fibres d'amiante non liée
  L'élimination de déchets contenant plus de 100 mg et moins de 500 mg de fibres d'amiante / kg de matière sèche, teneur calculée selon la formule ci-dessus, est subordonnée à la condition complémentaire suivante :
  o ces déchets doivent être quotidiennement recouverts d'une couche d'au moins 0,5m d'autres déchets ou matériaux admissibles
Valeur limite pour le contenu total en fibres d'amianteParamètres Unité : mg / kg msContenu total en fibres d'amiante Tc+ 10 TL < 500
  Tc = teneur en fibres d'amiante liée
  TL = teneur en fibres d'amiante non liée
  L'élimination de déchets contenant plus de 100 mg et moins de 500 mg de fibres d'amiante / kg de matière sèche, teneur calculée selon la formule ci-dessus, est subordonnée à la condition complémentaire suivante :
  o ces déchets doivent être quotidiennement recouverts d'une couche d'au moins 0,5m d'autres déchets ou matériaux admissibles
Art. 59. In bijlage IIIbis, A, tweede lid, punt 1, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 7 oktober 2010, worden de woorden "en maximum 1000 mg/kg ms niet gebonden asbestvezels" ingevoegd tussen de woorden "gebonden asbest" en "bevatten" en worden de woorden "die afvalstoffen worden in plastic verpakt," ingevoegd na de woorden "aanwezigheid van asbest".
Art. 59. Dans l'annexe IIIbis, A, alinéa 2, 1er point, insérée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 7 octobre 2010, les mots " et au plus 1.000 mg/kg ms de fibres d'amiante non liée " sont insérés entre les mots " l'amiante liée " et les mots " qui ne présentent " et les mots " , ces déchets sont emballés dans du plastique. " sont insérés après les mots " présence d'amiante ".
Afdeling 8. - Wijziging in Boek I van het Milieuwetboek
Section 8. - Modification du Livre Ier du Code de l'Environnement
Art. 60. In artikel R.90 van Boek I van het Milieuwetboek, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 23 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "bedoeld onder de punten 1 tot 6° " worden vervangen door de woorden "1° tot 6° bis";
  b) het wordt aangevuld met een punt 6° bis, luidend als volgt:
  "6° bis het decreet van 1 maart 2018 betreffende bodembeheer en bodemsanering;".
Art. 60. A l'article R.90 du Livre Ier du Code de l'Environnement, remplacé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots " visés au 1° à 6° " sont remplacés par les mots " visés au 1° à 6° bis ";
  b) il est complété par un 6° bis rédigé comme suit :
  " 6° bis au décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols; ".
Art. 61. In artikel R.93 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 5 december 2008, worden de woorden "en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten" vervangen door de woorden ", in artikel 5 van het decreet van 1 maart 2018 betreffende het bodembeheer en de bodemsanering, en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten".
Art. 61. A l'article R.93 du même Livre, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 décembre 2008, les mots " et ses arrêtés d'exécution " sont remplacés par les mots " , à l'article 5 du décret du 1er mars 2018 relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, et à leurs arrêtés d'exécution ".
Afdeling 7. - Wijziging in het reglementair deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling
Section 9. - Modification de la partie réglementaire du Code du Développement territorial
Art. 62. In artikel R.II.33-1 van het reglementair deel van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, lid 2 worden de woorden "of onder rubriek 90.21.01" ingevoegd na de woorden "onder rubriek 90.21.01";
  2° in paragraaf 1, wordt het derde lid vervangen door volgende bepaling :
  " Voor de verwerking kunnen worden toegelaten :
  Conforme grond tegen de gebruiksvoorwaarden bepaald bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2018 betreffende beheer en traceerbaarheid van grond en tot wijziging van verscheidene bepalingen terzake;
  Natuursteenachtige materialen in overeenstemming met bijlage 1 bij het besluit van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen bevorderd wordt (code 010102)";
  Zavel geproduceerd bij de bewerking van natuursteen, in overeenstemming met de verwerkingsvoorwaarden bedoeld in bijlage 1 bij het besluit van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen bevorderd wordt (code 010409I);
  De beperkte mechanische activiteiten zoals het sorteren, het zeven en/of het fijn zeven zijn toelaatbaar voor zover ze nodig zijn en een randvoorwaarde vormen voor de ter plaatse vergunde verwerking.";
  3° in paragraaf 2 wordt punt 3° aangevuld met volgende woorden: " behoudens in het geval waarin een vergunning voor het samenbrengen en voorbehandelen van inerte afvalstoffen of tot toelating van bodemreliëfwijziging met gebruikmaking van exogene stoffen is verstrekt voor inwerkingtreding van dit Wetboek".
Art. 62. A l'article R.II.33-1 de la partie réglementaire Code du Développement territorial, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " ou à la rubrique 90.22.01 " sont insérés après les mots " à la rubrique 90.21.01 ";
  2°, au paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " Pour la valorisation, peuvent être autorisés :
  - les terres conformes aux conditions d'utilisation prévues par l'arrêté du 5 juillet 2018 relatif à la gestion et à la traçabilité des terres et modifiant diverses dispositions en la matière;
  - les matériaux pierreux naturels conformes à l'annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets (code 010102);
  - les sables produits lors du travail de pierres naturelles, conformes aux conditions de valorisation prévus à l'annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets (code 010409I);
  - les activités mécaniques limitées, telles que le tri, le tamisage et/ou le criblage, sont admissibles pour autant qu'elles soient nécessaires et accessoires à la valorisation autorisée sur place. ";
  3° au paragraphe 2, le 3°, est complété par les mots suivants: " sauf dans le cas où un permis autorisant le regroupement ou le prétraitement de déchets inertes ou autorisant la modification du relief du sol au moyen de matériaux exogènes a été délivré avant l'entrée en vigueur du présent Code ".
HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE VIII. - Dispositions transitoires et finales
Art. 63. De gebruikscertificaten, verstrekt voor de verwerking van grond en ontsmette grond overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen begunstigd wordt, blijft geldig tot en met [2 30 april 2020]2.
  
Art. 63. Les certificats d'utilisation délivrés pour la valorisation de terres et de terres décontaminées en application de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets restent valables jusqu'au [2 30 avril 2020]2.
  
Art. 63/1. [1 § 1. Tot [2 30 juni 2021]2 wordt uitgegraven grond die rechtstreeks wordt vervoerd naar een inrichting waarvoor een vergunning is afgegeven en die onderworpen is aan een kwaliteitscontrole overeenkomstig hoofdstuk II, vrijgesteld van kwaliteitscontrole alvorens de plaats van herkomst te verlaten. In dit geval is artikel 27, § 1, tweede lid, niet van toepassing.
   § 2. De opdrachtgever van een werf waarvan de kennisgeving van de opdracht, met uitzondering van de kader-overeenkomsten en de daaruit voortvloeiende opdrachten, vóór 1 mei 2020 plaatsvindt en die op 1 mei 2020 niet over een controlecertificaat van de grondkwaliteit beschikt, kan kiezen voor de toepassing van de reglementaire bepalingen inzake waardevolle benutting van grond die vóór 1 mei 2020 van kracht is. Hij moet vóór 1 juni 2020 een voorafgaande aangifte indienen bij de administratie volgens de procedures die op het milieuportaal van Wallonië zijn gepubliceerd.
   De opdrachtgever van een werf van een overheidsopdracht die voortvloeit uit een kader-overeenkomst waarvan de opdracht voor de aanvang van de werkzaamheden vóór 1 mei 2020 is gegeven en die niet beschikt over een controlecertificaat van de grondkwaliteit op 1 mei 2020, kan kiezen voor de toepassing van de reglementaire bepalingen inzake waardevolle benutting van grond die vóór 1 mei 2020 van kracht zijn. Hij moet vóór 1 juni 2020 een voorafgaande aangifte indienen bij de administratie volgens de procedures die op het milieuportaal van Wallonië zijn gepubliceerd.
   De aangifte bevat de volgende gegevens :
   1° de identiteit van de opdrachtgever en zijn contactgegevens en, in het geval van een rechtspersoon, het maatschappelijk doel, de rechtsvorm, en de naam, de juridische band, het telefoonnummer en het e-mailadres van een contactpersoon;
   2° het adres van de werf en de kadastrale referentie van de uitgegraven percelen;
   3° het bewijs van de datum van de opdracht om met de werkzaamheden te beginnen;
   4° de aanduiding in volle letters dat de opdrachtgever kiest voor de toepassing van de regeling voor de waardevolle benutting van grond als bedoeld in bijlage 1 van het besluit van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt, zoals die vóór 1 mei 2020 van kracht was, voor een periode die niet langer is dan 31 oktober 2020, en dat hij het betrokken bedrijf belast met de werken hiervan op de hoogte stelt, onverminderd het recht van de ontvangende site om een kwaliteitscontrole op de grond te eisen of uit te voeren;
   5° de datum en de handtekening van de opdrachtgever.
   De aangifte zorgt ervoor dat men wordt vrijgesteld van de toepassing van de hoofdstukken II tot en met VI van dit besluit voor de afvoer van de grond, tot 31 oktober 2020.
   Voor de opdrachtgever die de aangifte heeft ingediend, blijven de gebruikscertificaten, verstrekt voor de verwerking van grond en ontsmette grond overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de benutting van sommige afvalstoffen begunstigd wordt, geldig tot en met 31 oktober 2020, voor de werven waarop de aangifte betrekking heeft.]1

  
Art. 63/1. [1 § 1er. Jusqu'au [2 30 juin 2021]2, les terres de déblais acheminées directement dans une installation autorisée où elles font l'objet d'un contrôle qualité conformément au chapitre II sont dispensées de ce contrôle qualité avant de quitter le site d'origine. Dans ce cas, l'article 27, § 1er, alinéa 2, n'est pas d'application.
   § 2. Le maître d'ouvrage d'un chantier dont la notification du marché, à l'exclusions des accords-cadres et des marchés qui en découlent, est antérieure au 1er mai 2020 et qui ne dispose pas d'un certificat de contrôle qualité des terres au 1er mai 2020 peut opter pour l'application des dispositions réglementaires relatives à la valorisation des terres en vigueur avant le 1er mai 2020. Il en effectue la déclaration préalable à l'administration avant le 1er juin 2020 selon les modalités publiées sur le portail environnement de Wallonie.
   Le maître d'ouvrage d'un chantier d'un marché public issu d'un accord-cadre dont l'ordre de commencer les travaux est antérieur au 1er mai 2020 et qui ne dispose pas d'un certificat de contrôle qualité des terres au 1er mai 2020 peut opter pour l'application des dispositions réglementaires relatives à la valorisation des terres en vigueur avant le 1er mai 2020. Il en effectue la déclaration préalable à l'administration avant le 1er juin 2020 selon les modalités publiées sur le portail environnement de Wallonie.
   La déclaration comporte les informations suivantes :
   1° l'identité du maître d'ouvrage ainsi que ses coordonnées, et, dans le cas d'une personne morale, son objet social, sa forme juridique, ainsi que le nom, le lien juridique, le numéro d'appel et l'adresse courriel d'une personne de contact;
   2° l'adresse du chantier, et la référence cadastrale des parcelles excavées;
   3° la preuve de la date de l'ordre de commencer les travaux;
   4° l'indication en toutes lettres que le maître d'ouvrage opte pour l'application du régime de valorisation des terres prévu à l'annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets tel qu'en vigueur avant le 1er mai 2020, pour une période n'excédant pas le 31 octobre 2020 et qu'il en informe l'entreprise de travaux concernée, sans préjudice du droit, pour le site récepteur, de réclamer ou réaliser un contrôle qualité sur les terres;
   5° la date et la signature du Maître d'ouvrage.
   La déclaration dispense de l'application des chapitre II à VI du présent arrêté pour l'évacuation et l'utilisation des terres, jusqu'au 31 octobre 2020.
   Pour le maître d'ouvrage ayant introduit la déclaration, les certificats d'utilisation délivrés pour la valorisation de terres et de terres décontaminées en application de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets restent valables jusqu'au 31 octobre 2020 pour les chantiers visés par la déclaration.]1

  
Art. 63/2. [1 De geldigheidsduur van de afgegeven getuigschriften voor de controle op de grondkwaliteit, die twee jaar bedraagt, wordt overeenkomstig artikel 10 van dit besluit verlengd tot vijf jaar.]1
  
Art. 63/2. [1 La durée de validité des certificats de contrôle qualité des terres délivrés, dont la validité est de deux ans, est portée à cinq ans conformément à l'article 10 du présent arrêté.]1
  
Art. 64. Overeenkomstig artikel 127, § 2, van het decreet treedt artikel 5 van het decreet in werking op 1 september 2018.
  De artikelen 29 tot 33, 44, 45, 47 2°, [1 48, 51 tot 55]1 van dit besluit treden in werking op 1 september 2018.
  [2 Het tweede lid van paragraaf 1 van artikel 27 treedt in werking op 1 mei 2020.]2
  De andere bepalingen van dit besluit treden in werking op [3 1 mei 2020]3 [5 onverminderd artikel 63/1, § 2]5.
  In de overeenkomstig artikel 51 milieuvergunningsplichtige gevallen gelden de stedenbouwkundige vergunningen, uitgereikt voor 1 september 2018, als globale vergunning tot hun vervaldatum in de zin van artikel D.IV.84 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling.
  Tot [3 30 april 2020]3 worden in de installaties of bij de activiteiten voor verwerking van grond en natuurlijke grondstoffen bedoeld in artikel 51, de verwerkingsomstandigheden, de kenmerken en de grondgebruikswijzen, bepaald in bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van 14 juni 2001 waarbij de nuttige toepassing van sommige afvalstoffen bevorderd wordt, toegepast.
  [6 Artikel 14, paragraaf 1, tweede lid, treedt in werking op 1 januari 2022.]6
  
Art. 64. Conformément à l'article 127, § 2, du décret, l'article 5 du décret entre en vigueur le 1er septembre 2018.
  Les articles 29 à 33, 44, 45, 47, 2°, [1 48, 51 à 55]1 du présent arrêté entrent en vigueur le 1er septembre 2018.
  [2 L'alinéa 2 du paragraphe premier de l'article 27 entre en vigueur le 1 mai 2020.]2
  Les autres dispositions du présent arrêté entrent en vigueur le [3 1er mai 2020]3 [5 sans préjudice de l'article 63/1, § 2]5.
  Dans les cas soumis à permis d'environnement en application de l'article 51, les permis d'urbanisme délivrés avant le 1er septembre 2018 valent permis uniques jusqu'à leur péremption au sens de l'article D.IV.84 du Codt.
  Jusqu'au [3 30 avril 2020]3, les installations ou activités de valorisation de terres et de matières premières naturelles visées à l'article 51 appliquent les circonstances de valorisation, les caractéristiques et les modes d'utilisation des terres prévus en annexe 1 de l'arrêté du 14 juin 2001 favorisant la valorisation de certains déchets.
  [6 L'article 14, paragraphe 1er, alinéa 2, entre en vigueur le 1er janvier 2022.]6
  
Art. 65. De Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 65. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-10-2018, p. 77885)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-10-2018, p. 77784)
  Gewijzigd door:
  Modifiées par: