Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 JUNI 2018. - Decreet houdende de rationalisering van fiscale gunstmaatregelen
Titre
22 JUIN 2018. - Décret portant la rationalisation des incitants fiscaux
Informations sur le document
Numac: 2018013015
Datum: 2018-06-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018013015
Date: 2018-06-22
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE II. - Modifications du Code des Impôts sur les Revenus 1992
Art. 2. Artikel 14525 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, het laatst gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 14525 du Code des Impôts sur les Revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2014, est abrogé.
Art. 3. In artikel 14530, eerste lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, wordt tussen de woorden "die tijdens het belastbare tijdperk" en de woorden "werkelijk zijn betaald" de zinsnede "en uiterlijk op 31 december 2018" ingevoegd.
Art. 3. Dans l'article 14530, alinéa 1er, du même code, inséré par la loi du 27 décembre 2006, le membre de phrase " et au plus tard le 31 décembre 2018 " est inséré entre les mots " pendant la période imposable " et les mots " en vue de la rénovation ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid
CHAPITRE III. - Modification du décret du 27 mars 2009 relatif à la politique foncière et immobilière
Art. 4. In artikel 3.1.3 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid wordt tussen de woorden "Een kredietgever die" en de woorden "een renovatieovereenkomst sluit" de zinsnede "uiterlijk op 31 december 2018" ingevoegd.
Art. 4. Dans l'article 3.1.3 du décret du 27 mars 2009 relatif à la politique foncière et immobilière, le membre de phrase " au plus tard le 31 décembre 2018 " est inséré entre les mots " conclut une convention de rénovation " et les mots " , bénéficie ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013
CHAPITRE IV. - Modifications du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013
Art. 5. In artikel 2.1.4.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 20 december 2013 en 18 november 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 6° opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt het derde lid opgeheven;
3° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 2/1. In afwijking van paragraaf 1 bedraagt het tarief 2,4 % voor de eigendommen die door een erkend sociaal verhuurkantoor worden gehuurd met toepassing van en conform de voorwaarden, vermeld in artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012 houdende bepaling van de erkennings- en subsidievoorwaarden van sociale verhuurkantoren.
Het verlaagde tarief, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend vanaf het aanslagjaar waarin uiterlijk op 31 maart aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie gemeld wordt dat de eigendom op 1 januari van het aanslagjaar gehuurd wordt door een erkend sociaal verhuurkantoor. De toekenning geldt tot het einde van de huurovereenkomst. Elke vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op de beëindiging aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie gemeld.".
Art. 5. A l'article 2.1.4.0.1 du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, modifié par les décrets des 20 décembre 2013 et 18 novembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le point 6° est abrogé ;
2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 3 est abrogé ;
3° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
" § 2/1. Par dérogation au paragraphe 1er, le tarif s'élève à 2,4 % pour les propriétés qui sont louées par un office de location sociale agréé, en application des et conformément aux conditions, visées aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012 fixant les conditions d'agrément et de subvention des offices de location sociale.
Le taux réduit, visé à l'alinéa 1er, est accordé à partir de l'année d'imposition au cours de laquelle il est notifié, au plus tard le 31 mars, à l'entité compétente de l'administration flamande que la propriété est louée, au 1er janvier de l'année d'imposition, par un office de location sociale agréé. L'octroi vaut jusqu'à la fin du contrat de location. Toute cessation anticipée du contrat de location doit être notifiée à l'entité compétente de l'administration flamande au plus tard le 31 mars de l'année qui suit la cessation. ".
Art. 6. In artikel 2.1.5.0.7, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 november 2016, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
"2° 1,6 % van het kadastraal inkomen als het tarief, vermeld in artikel 2.1.4.0.1, § 2 of § 2/1, van toepassing is;".
Art. 6. Dans l'article 2.1.5.0.7, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 18 novembre 2016, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° 1,6 % du revenu cadastral si le tarif, visé à l'article 2.1.4.0.1, § 2 ou § 2/1, s'applique ; ".
Art. 7. Artikel 2.1.6.0.2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2.1.6.0.2. Op aanvraag van de belastingschuldige wordt ook een vrijstelling van de onroerende voorheffing verleend voor het kadastraal inkomen van:
1° de onroerende goederen die zijn gebruikt om een kleinhandelsactiviteit uit te oefenen, die in een winkelarm gebied liggen en die op grond van een geldige omgevingsvergunning verbouwd worden tot een of meerdere woningen;
2° de onroerende goederen waarvan minstens de benedenverdieping wordt gebruikt om een kleinhandelsactiviteit uit te oefenen, die in een kernwinkelgebied liggen en waarvan een of meer verdiepingen boven de kleinhandelsactiviteit op grond van een geldige omgevingsvergunning verbouwd worden tot een of meer woningen;
3° de onroerende goederen waar sloopwerkzaamheden, gevolgd door vervangbouw, worden uitgevoerd en die voorafgaand aan de omgevingsvergunning of meldingsakte opgenomen zijn in een van de volgende inventarissen:
a) de inventaris van ongeschikte of onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 26, § 1, van het decreet van 22 december 1995;
b) de inventaris van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 19 april 1995.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° kernwinkelgebied: een kernwinkelgebied als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid;
2° kleinhandelsactiviteit: de categorieën van kleinhandelsactiviteit, vermeld in artikel 3 van het voormelde decreet;
3° winkelarm gebied: een winkelarm gebied als vermeld in artikel 2, 8°, van het voormelde decreet.
De vrijstellingen, vermeld in het eerste lid, worden verleend voor een periode van vijf jaar.
De vrijstellingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden verleend vanaf het aanslagjaar dat volgt op het jaar van de effectieve bewoning die blijkt uit de inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister binnen vijf jaar na de voorlopige oplevering van de ombouwwerken.
De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt verleend voor het gedeelte dat is bestemd voor huisvesting.
De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt verleend vanaf het aanslagjaar dat volgt op het jaar dat het onroerend goed niet meer voorkomt in de inventaris en wordt in voorkomend geval beperkt tot het gedeelte van het bedrag van de belasting dat, inclusief de provinciale en gemeentelijke opcentiemen, per woning niet hoger is dan 1000 euro of per bedrijfsruimte niet hoger is dan 4000 euro.
De vrijstellingen, vermeld in het eerste lid, zijn overdraagbaar op de rechtsopvolger.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de aanvraag van de vrijstellingen bepalen.".
Art. 7. L'article 2.1.6.0.2 du même décret, modifié par le décret du 23 décembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2.1.6.0.2. Sur la demande du redevable, une exonération du précompte immobilier est également accordée pour le revenu cadastral :
1° des biens immobiliers utilisés pour exercer une activité de commerce de détail, qui se situent dans une zone pauvre en commerces et qui, sur la base d'un permis d'environnement valable, sont transformés en une ou plusieurs habitations ;
2° des biens immobiliers dont au moins le rez-de-chaussée est utilisé pour exercer une activité de commerce de détail, qui se situent dans un noyau commercial principal et dont un ou plusieurs étages au-dessus de l'activité de commerce de détail sont transformés, sur la base d'un permis d'environnement valable, en une ou plusieurs habitations ;
3° des biens immobiliers où des travaux de destruction, suivis par une construction de remplacement, sont effectués et qui, préalablement au permis d'environnement ou à l'acte de déclaration, sont repris dans un des inventaires suivants :
a) l'inventaire d'habitations inadaptées ou inhabitables, visé à l'article 26, § 1er, du décret du 22 décembre 1995 ;
b) l'inventaire des sites d'activités économiques abandonnés ou désaffectés, visé à l'article 3, § 1er, du décret du 19 avril 1995.
Dans l'alinéa 1er, on entend par :
1° noyau commercial principal : un noyau commercial principal tel que visé à l'article 2, 3°, du décret du 15 juillet 2016 relatif à la politique d'implantation commerciale intégrale ;
2° activité de commerce de détail : les catégories d'activités de commerce de détail, visées à l'article 3 du décret précité ;
3° zone pauvre en commerces : une zone pauvre en commerces, telles que visée à l'article 2, 8°, du décret précité.
Les exonérations, visées à l'alinéa 1er, sont accordées pour une période de cinq ans.
Les exonérations, visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, sont accordées à partir de l'année d'imposition suivant l'année d'occupation effective qui apparaît de l'inscription au registre de la population ou des étrangers dans les cinq ans après la réception provisoire des travaux de transformation.
L'exonération, visée à l'alinéa 1er, 2°, est accordée pour la partie destinée au logement.
L'exonération, visée à l'alinéa 1er, 3°, est accordée à partir de l'année d'imposition suivant l'année pendant laquelle le bien immobilier n'est plus repris à l'inventaire et, le cas échéant, elle est limitée à la partie du montant de l'impôt qui, y compris les centimes additionnels communaux et provinciaux, n'est pas supérieur à 1000 euros par habitation ou qui n'est pas supérieur à 4000 euros par site d'activité économique.
Les exonérations, visées à l'alinéa 1er, sont transférables au successeur en droit.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités relatives à la demande des exonérations. ".
Art. 8. Artikel 2.2.5.0.2 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 2.2.5.0.2 du même décret est abrogé.
Art. 9. In artikel 2.2.6.0.1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden punt 8° en punt 9° opgeheven;
2° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Aan het begrip `af en toe', vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 13°, en paragraaf 2, 2°, is voldaan in al de volgende gevallen:
1° als het voertuig in kwestie door de aard ervan maar af en toe gebruikmaakt van de openbare weg. De Vlaamse Regering bepaalt welke voertuigen hieronder vallen;
2° als het voertuig in kwestie maximaal vijfhonderd kilometer per kalenderjaar aflegt op de wegen of de wegsegmenten, vermeld in bijlage 2, die bij dit decreet is gevoegd, zoals geregistreerd door de elektronische registratievoorziening, vermeld in artikel 3.3.1.0.13;
3° als het voertuig in kwestie dat niet beschikt over een elektronische registratievoorziening als vermeld in artikel 3.3.1.0.13 maximaal dertig dagen op de openbare weg wordt gebruikt.";
3° in paragraaf 3, derde lid, wordt tussen het woord "vrijstelling" en het woord "kan" de zinsnede ", vermeld in het tweede lid, 3°, " ingevoegd.
Art. 9. A l'article 2.2.6.0.1 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les points 8° et 9° sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Il est satisfait à la notion " occasionnellement ", visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 13°, et au paragraphe 2, 2°, dans tous les cas suivants :
1° lorsque le véhicule en question n'est utilisé, pas sa nature, qu'occasionnellement sur la voie publique. Le Gouvernement flamand détermine quels véhicules en relèvent ;
2° lorsque le véhicule en question ne parcourt que cinq cent kilomètres par année calendaire sur les routes ou les segments de route, visés à l'annexe 2 jointe au présent décret, tels qu'enregistrés par le dispositif d'enregistrement électronique, visé à l'article 3.3.1.0.13 ;
3° lorsque le véhicule en question qui ne dispose pas d'un dispositif d'enregistrement électronique tel que visé à l'article 3.3.1.0.13, est utilisé pendant au maximum trente jours sur la voie publique. " ;
3° dans le paragraphe 3, alinéa 3, le membre de phrase " , visée à l'alinéa 2, 3°, " est inséré entre les mots " L'exonération " et le mot " peut ".
Art. 10. Artikelen 2.3.4.1.8, 2.3.4.1.9 en 2.3.4.1.10 van hetzelfde decreet worden opgeheven.
Art. 10. Les articles 2.3.4.1.8, 2.3.4.1.9 et 2.3.4.1.10 du même décret sont abrogés.
Art. 11. In artikel 2.3.4.2.1, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid wordt het woord "koolwaterstoffen" vervangen door het woord "koolwaterstofgassen".
Art. 11. A l'article 2.3.4.2.1, § 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est abrogé ;
2° dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, le mot " koolwaterstoffen " est remplacé par le mot " koolwaterstofgassen ".
Art. 12. In artikel 2.9.4.2.8, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "waarvan de verkoopwaarde voor elk van de kavels niet meer bedraagt dan het kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering vastgestelde coëfficiënt" vervangen door de zinsnede "waarvan de oppervlakte van elk van de kavels niet meer bedraagt dan vijf hectare,".
Art. 12. Dans l'article 2.9.4.2.8, § 1er, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " dont la valeur vénale pour chacun des lots n'excède pas le montant obtenu en multipliant le revenu cadastral par un coefficient fixé par le gouvernement flamand " est remplacé par le membre de phrase " dont la superficie de chacun des lots n'excède pas cinq hectares, ".
Art. 13. In artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden punt 6° en punt 7° opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 2.9.6.0.1, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 23 décembre 2016, les points 6° à 7° sont abrogés.
Art. 14. In artikel 2.9.6.0.2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 3° tot en met 5° worden opgeheven;
2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
"8° de akten houdende oprichting, wijziging, verlenging of ontbinding van:
a) de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening;
b) de verenigingen of intercommunales, vermeld in de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales en het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking;
c) de Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn;
d) de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen;".
Art. 14. A l'article 2.9.6.0.2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° les points 3° à 5° sont abrogés ;
2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° les actes portant constitution, modification, prorogation ou dissolution de :
a) la " Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening " (Société flamande de Distribution d'Eau) ;
b) les associations ou intercommunales, visées à la loi du 22 décembre 1986 relative aux intercommunales et au décret du 6 juillet 2001 portant réglementation de la coopération intercommunale ;
c) la " Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn " (Société flamande des Transports - De Lijn) ;
d) la Société fédérale de Participations et d'Investissement et des sociétés régionales d'investissement ; ".
Art. 15. Artikel 2.9.6.0.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2.9.6.0.3. Er wordt een vrijstelling van het verkooprecht verleend voor:
1° de overdrachten in der minne van onroerende goederen ten algemenen nutte, aan de federale staat, de gemeenschappen, de gewesten, de gemeenschapscommissies, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en aan alle andere tot onteigening gerechtigde organen of personen;
2° de akten voor de wederafstand na onteigening ten algemenen nutte in de gevallen waarin die bij de wet of het decreet toegelaten is;
3° de akten houdende verkrijging door vreemde staten van onroerende goederen die bestemd zijn tot vestiging van hun diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in België, of voor de woning van het hoofd van de standplaats;
4° de overeenkomsten tot overdracht van onroerende goederen, vermeld in artikel 2.9.3.0.1, als de overdracht plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een brownfieldconvenant als vermeld in het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten;
5° de akten, vonnissen en arresten voor de ruil, de ruilverkaveling of de herverkaveling, of voor het vestigen van een erfdienstbaarheid, ter uitvoering van een wet of een decreet.
De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 3°, is ondergeschikt aan de voorwaarde dat wederkerigheid aan de Belgische Staat toegekend wordt.
De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt alleen verleend als bij de aan de formaliteit van de registratie onderworpen akte of verklaring over de overeenkomst een attest is gevoegd waarin wordt bevestigd dat de overdracht plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een brownfieldconvenant, en dat de onroerende goederen waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, deel uitmaken van dat brownfieldproject. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vormgeving van dat attest.
Als de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, 4°, ook andere onroerende goederen omvat dan de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, en als de overdracht gedaan wordt voor een gezamenlijke prijs, wordt de verkoopwaarde van elk van de onderscheiden categorieën van onroerende goederen opgegeven in een aanvullende verklaring als vermeld in artikel 3.13.1.2.1.
Het verkooprecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 4°, als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen als vermeld in artikel 8, § 3, eerste lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant. Het verkooprecht wordt opeisbaar vanaf de kennisgeving aan het bevoegde personeelslid dat de voorwaarden voor het behoud van de vrijstelling niet langer vervuld zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die kennisgeving.".
Art. 15. L'article 2.9.6.0.3 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014 et modifié par le décret du 23 décembre 2016 est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2.9.6.0.3. Une exonération du droit de vente est accordée pour :
1° les cessions amiables d'immeubles pour cause d'utilité publique en faveur de l'Etat fédéral, des communautés, des régions, des commissions communautaires, des provinces, des communes, des institutions publiques et de tous autres organismes ou personnes ayant le droit d'exproprier ;
2° les actes relatifs à la rétrocession après expropriation pour cause d'utilité publique dans les cas où la rétrocession est autorisée en vertu de la loi ou du décret ;
3° les actes portant acquisition par des Etats étrangers d'immeubles destinés à l'installation de leur représentation diplomatique ou consulaire en Belgique ou à l'habitation du chef de poste ;
4° les conventions translatives ou déclaratives de biens immeubles, telles que visées à l'article 2.9.3.0.1, pour autant que la cession ait lieu en vue de la réalisation d'un projet Brownfield qui fait ou qui fera l'objet d'une convention Brownfield mentionnée dans le décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield ;
5° les actes, jugements et arrêts pour l'échange, le remembrement ou le relotissement, ou pour l'établissement d'une servitude, en exécution d'une loi ou d'un décret.
L'exonération visée à l'alinéa 1er, 3°, est subordonnée à la condition que la réciprocité soit accordée à l'Etat belge.
L'exonération visée à l'alinéa 1er, 4°, ne sera accordée qu'à condition de joindre à l'acte ou à la déclaration concernant la convention, soumis à la formalité d'enregistrement, une attestation confirmant que la cession a lieu en vue de la réalisation d'un projet Brownfield qui fait ou qui fera l'objet d'une convention Brownfield et que les biens immeubles pour lesquels l'exonération est demandée font partie de ce projet Brownfield. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à la forme de cette attestation.
Lorsque la convention, visée à l'alinéa 1er, 4°, porte également sur d'autres biens immeubles que ceux visés à l'alinéa 1er, et si la cession a lieu pour un prix global, la valeur vénale de chacune des catégories distinctes de biens immeubles doit être indiquée dans une déclaration complémentaire telle que visée à l'article 3.13.1.2.1.
Le droit de vente devient payable par l'acquéreur des biens immobiliers, visés à l'alinéa premier, 4°, lorsque le Gouvernement flamand décide d'interrompre les négociations visées à l'article 8, § 3, alinéa 1er, du décret du 30 mars 2007 relatif aux conventions Brownfield, ou lorsque le projet Brownfield n'est pas entamé à temps ou réalisé conformément aux conditions reprises dans la convention Brownfield. Le droit de vente devient exigible à compter de la notification au membre du personnel autorisé du fait que les conditions pour le maintien de l'exonération ne sont plus remplies. Le Gouvernement flamand arrête les modalités pour cette notification. ".
Art. 16. In artikel 2.9.6.0.4 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "waarvan de verkoopwaarde voor elk van de kavels niet meer bedraagt dan het kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering vastgestelde coëfficiënt" vervangen door de woorden "waarvan de oppervlakte van elk van de kavels niet meer bedraagt dan vijf hectare".
Art. 16. Dans l'article 2.9.6.0.4 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " dont la valeur vénale pour chacun des lots n'excède pas le montant obtenu en multipliant le revenu cadastral par un coefficient fixé par le gouvernement flamand " est remplacé par le membre de phrase " dont la superficie de chacun des lots n'excède pas cinq hectares, ".
Art. 17. In artikel 2.9.7.0.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt de zinsnede "waarbij de verkoopwaarde voor elk van de kavels niet meer bedraagt dan het kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering vastgestelde coëfficiënt" vervangen door de woorden "waarbij de oppervlakte van elk van de kavels niet meer bedraagt dan vijf hectare".
Art. 17. Dans l'article 2.9.7.0.2, du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, le membre de phrase " dont la valeur vénale pour chacun des lots n'excède pas le montant obtenu en multipliant le revenu cadastral par un coefficient fixé par le gouvernement flamand " est remplacé par le membre de phrase " dont la superficie de chacun des lots n'excède pas cinq hectares, ".
Art. 18. Artikel 2.10.6.0.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, wordt opgeheven.
Art. 18. L'article 2.10.6.0.2 du même décret, inséré par le décret du 19 décembre 2014, est abrogé.
Art. 19. Artikel 3.1.0.0.6 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3.1.0.0.6. De provincies en de gemeenten die met toepassing van artikel 2.1.4.0.2 opcentiemen op de onroerende voorheffing heffen, en die met toepassing van artikel 2.1.4.0.1, § 2, eerste lid, 5° en 7°, en § 2/1, artikel 2.1.5.0.1, § 2, artikel 2.1.6.0.2 en artikel 2.2.6.0.1, § 2, 2°, die opbrengsten derven, worden daarvoor volledig vergoed door het Vlaamse Gewest. De compensatie voor artikel 2.2.6.0.1, § 2, 2°, geldt enkel voor voertuigen die voor het eerst worden vrijgesteld vanaf aanslagjaar 2019.".
Art. 19. L'article 3.1.0.0.6 du même décret, remplacé par le décret du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.1.0.0.6. Les provinces et les communes levant des centimes additionnels sur le précompte immobilier en application de l'article 2.1.4.0.2, et perdant ces revenus en application de l'article 2.1.4.0.1, § 2, alinéa 1er, 5° et 7°, et § 2/1, de l'article 2.1.5.0.1, § 2, de l'article 2.1.6.0.2 et de l'article 2.2.6.0.1, § 2, 2°, sont entièrement indemnisées pour ces pertes par la Région flamande. La compensation pour l'article 2.2.6.0.1, § 2, 2°, ne vaut que pour les véhicules qui sont exonérés pour la première fois à partir de l'année d'imposition 2019. ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013
CHAPITRE V. - Modifications de l'arrêté relatif au Code flamand de la Fiscalité du 20 décembre 2013
Art. 20. Artikel 2.9.4.0.2, 2.9.6.0.1 en 2.9.7.0.1 van het besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit van 20 december 2013, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, worden opgeheven.
Art. 20. Les articles 2.9.4.0.2, 2.9.6.0.1 et 2.9.7.0.1 de l'arrêté relatif au Code flamand de la Fiscalité du 20 décembre 2013, insérés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, sont abrogés.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling
CHAPITRE VI. - Disposition finale
Art. 21. Artikel 2, 5 tot en met 9, 11, 12, en 14 tot en met 20 treden in werking vanaf aanslagjaar 2019.
Artikel 13 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2021.
Art. 21. Les articles 2, 5 à 9, 11, 12, 14 à 20 entrent en vigueur à partir de l'année d'imposition 2019.
L'article 13 entre en vigueur à partir de l'année d'imposition 2021.