Art. 7. De CIW formuleert na het einde van het openbaar onderzoek op basis van de ontvangen adviezen en reacties en, in voorkomend geval, rekening houdend met
[2 het plan-MER]2, een voorstel tot definitieve aanduiding op basis van de criteria, vermeld in artikel 5.6.8, § 1, tweede lid, van de VCRO.
De Vlaamse Regering duidt de watergevoelige openruimtegebieden definitief aan.
Een definitieve aanduiding bevat :
1° een toetsing aan de criteria, vermeld in artikel 5.6.8, § 1, tweede lid, van de VCRO;
2° een grafisch plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden de aanduiding van toepassing is, overeenkomstig artikel 5.6.8, § 1, tweede lid, van de VCRO;
3° in voorkomend geval een lijst van vergunningen of akkoorden die vervallen met toepassing van artikel 5.6.8, § 4, van de VCRO;
4° in voorkomend geval een lijst van ruimtelijke uitvoeringsplannen die definitief zijn vastgesteld vóór de definitieve aanduiding en waarvoor wordt beslist om de planschadevergoeding aan te rekenen op het
[1 BRV-fonds, vermeld in artikel 1.6.1 van de VCRO]1 met toepassing van artikel 5.6.9 van de VCRO.
De definitieve aanduiding wordt :
1° bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
2° kenbaar gemaakt door een bericht op de website van het departement en van de CIW;
3° met een gewone brief meegedeeld aan de eigenaars van de percelen die geheel of gedeeltelijk binnen de definitieve aanduiding liggen. Onder het begrip eigenaar wordt begrepen de eigenaar volgens de meest recente informatie van de diensten van het kadaster.