Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 JUNI 2018. - Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
Titre
8 JUIN 2018. - DECRET modifiant diverses dispositions du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et modifiant le Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (58)
Texte (58)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 2. In artikel 16.1.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, wordt het woord "andere" opgeheven;
2° in het eerste lid wordt punt 6° /1 opgeheven;
3° in het eerste lid, 17° bis, wordt het woord "juni" vervangen door het woord "juli";
4° in het eerste lid wordt punt 20° opgeheven;
5° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De bepalingen van deze titel zijn ook van toepassing op de milieuregelgeving van de Europese Unie en de internationale milieuregelgeving, die de Vlaamse Regering bepaalt, alsook op de door of krachtens de voormelde regelgeving uitgevaardigde bepalingen en opgelegde verplichtingen, wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest.".
1° in het eerste lid, 1°, wordt het woord "andere" opgeheven;
2° in het eerste lid wordt punt 6° /1 opgeheven;
3° in het eerste lid, 17° bis, wordt het woord "juni" vervangen door het woord "juli";
4° in het eerste lid wordt punt 20° opgeheven;
5° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De bepalingen van deze titel zijn ook van toepassing op de milieuregelgeving van de Europese Unie en de internationale milieuregelgeving, die de Vlaamse Regering bepaalt, alsook op de door of krachtens de voormelde regelgeving uitgevaardigde bepalingen en opgelegde verplichtingen, wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest.".
Art. 2. A l'article 16.1.1 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, 1°, le mot " autres " est supprimé ;
2° à l'alinéa 1er, le point 6° /1 est supprimé ;
3° à l'alinéa 1er, 17° bis, le mot " juin " est remplacé par le mot " juillet " ;
4° à l'alinéa 1er, le point 20° est supprimé ;
5° il est ajouté un alinéa 4, libellé comme suit :
" Les dispositions du présent titre s'appliquent également à la réglementation environnementale de l'Union européenne et internationale, déterminée par le Gouvernement flamand, ainsi qu'aux dispositions arrêtées et aux obligations imposées par ou en vertu de la réglementation précitée, en ce qui concerne les compétences de la Région flamande. ".
1° à l'alinéa 1er, 1°, le mot " autres " est supprimé ;
2° à l'alinéa 1er, le point 6° /1 est supprimé ;
3° à l'alinéa 1er, 17° bis, le mot " juin " est remplacé par le mot " juillet " ;
4° à l'alinéa 1er, le point 20° est supprimé ;
5° il est ajouté un alinéa 4, libellé comme suit :
" Les dispositions du présent titre s'appliquent également à la réglementation environnementale de l'Union européenne et internationale, déterminée par le Gouvernement flamand, ainsi qu'aux dispositions arrêtées et aux obligations imposées par ou en vertu de la réglementation précitée, en ce qui concerne les compétences de la Région flamande. ".
Art. 3. In artikel 16.1.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt het woord "voorschrift" vervangen door het woord "milieu-voorschrift";
2° in punt 1° wordt tussen het woord "milieuvergunning" en het woord "of" de zinsnede ", een omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit," ingevoegd;
3° in punt 2° wordt het woord "voorschrift" vervangen door het woord "milieu-voorschrift";
4° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° kennisgeving: een schriftelijke mededeling die wordt gedaan met een beveiligde zending;";
5° er wordt een punt 3° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° bis beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
a) een aangetekende brief;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;";
6° er wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° milieuvoorschrift: alle bepalingen die een verplichting inhouden, ongeacht of het gaat om een algemeen of individueel geldende regeling, op voorwaarde dat de bepaling onder het toepassingsgebied, vermeld in artikel 16.1.1, valt.".
1° in punt 1° wordt het woord "voorschrift" vervangen door het woord "milieu-voorschrift";
2° in punt 1° wordt tussen het woord "milieuvergunning" en het woord "of" de zinsnede ", een omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit," ingevoegd;
3° in punt 2° wordt het woord "voorschrift" vervangen door het woord "milieu-voorschrift";
4° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
"3° kennisgeving: een schriftelijke mededeling die wordt gedaan met een beveiligde zending;";
5° er wordt een punt 3° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° bis beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
a) een aangetekende brief;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;";
6° er wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° milieuvoorschrift: alle bepalingen die een verplichting inhouden, ongeacht of het gaat om een algemeen of individueel geldende regeling, op voorwaarde dat de bepaling onder het toepassingsgebied, vermeld in artikel 16.1.1, valt.".
Art. 3. A l'article 16.1.2 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 22 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point 1°, le mot " prescription " est remplacé par les mots " prescription environnementale " ;
2° au point 1°, le membre de phrase " , d'un permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée " est inséré entre les mots " autorisation écologique " et le mot " ou " ;
3° au point 2°, le mot " prescription " est remplacé par les mots " prescription environnementale " ;
4° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° notification : une communication écrite qui est faite par envoi sécurisé ; " ;
5° il est inséré un point 3° bis, libellé comme suit :
" 3° bis envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
a) une lettre recommandée ;
b) une remise contre récépissé ;
c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir la date de notification avec certitude ; " ;
6° il est ajouté un point 7°, libellé comme suit :
"7° prescription environnementale : toute disposition comportant une obligation, que le régime s'applique de manière générale ou individuelle, à condition que la disposition relève du champ d'application visé à l'article 16.1.1. ".
1° au point 1°, le mot " prescription " est remplacé par les mots " prescription environnementale " ;
2° au point 1°, le membre de phrase " , d'un permis d'environnement pour l'exploitation de l'établissement classé ou de l'activité classée " est inséré entre les mots " autorisation écologique " et le mot " ou " ;
3° au point 2°, le mot " prescription " est remplacé par les mots " prescription environnementale " ;
4° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° notification : une communication écrite qui est faite par envoi sécurisé ; " ;
5° il est inséré un point 3° bis, libellé comme suit :
" 3° bis envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
a) une lettre recommandée ;
b) une remise contre récépissé ;
c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir la date de notification avec certitude ; " ;
6° il est ajouté un point 7°, libellé comme suit :
"7° prescription environnementale : toute disposition comportant une obligation, que le régime s'applique de manière générale ou individuelle, à condition que la disposition relève du champ d'application visé à l'article 16.1.1. ".
Art. 4. In artikel 16.1.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede ", behalve in het geval van een uitdrukkelijk afwijkende bepaling" telkens opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "met" vervangen door het woord "zonder";
3° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is met een aangetekende brief met ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.";
4° in paragraaf 3 worden de woorden "de termijn" vervangen door de woorden "die termijn";
5° in paragraaf 3 wordt de zinsnede ", behoudens andersluidende bepaling" opgeheven;
6° er worden een paragraaf 5 en een paragraaf 6 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 5. De datum van de poststempel geldt als datum van verzending.
§ 6. De Vlaamse Regering kan van dit artikel afwijken door een uitdrukkelijk andersluidende bepaling.".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede ", behalve in het geval van een uitdrukkelijk afwijkende bepaling" telkens opgeheven;
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "met" vervangen door het woord "zonder";
3° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is met een aangetekende brief met ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.";
4° in paragraaf 3 worden de woorden "de termijn" vervangen door de woorden "die termijn";
5° in paragraaf 3 wordt de zinsnede ", behoudens andersluidende bepaling" opgeheven;
6° er worden een paragraaf 5 en een paragraaf 6 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 5. De datum van de poststempel geldt als datum van verzending.
§ 6. De Vlaamse Regering kan van dit artikel afwijken door een uitdrukkelijk andersluidende bepaling.".
Art. 4. A l'article 16.1.3 du même décret, inséré par le décret du 22 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " , sauf dérogation expresse " est chaque fois supprimé ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le mot " avec " est remplacé par le mot " sans " ;
3° au paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, un alinéa libellé comme suit :
" Lorsqu'un délai est calculé sur la base d'une communication écrite et que celle-ci est faite par lettre recommandée avec récépissé, le délai prend cours le premier jour suivant celui de la présentation de la lettre au domicile du destinataire ou, le cas échéant, à sa résidence ou à son domicile élu. " ;
4° au paragraphe 3, les mots " le délai " sont remplacés par les mots " ce délai " ;
5° au paragraphe 3, le membre de phrase " , sauf disposition contraire " est supprimé ;
6° il est ajouté un paragraphe 5 et un paragraphe 6, libellés comme suit :
" § 5. Le cachet de la poste fait foi de la date d'envoi.
§ 6. Le Gouvernement flamand peut déroger au présent article par une disposition contraire expresse. ".
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " , sauf dérogation expresse " est chaque fois supprimé ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, le mot " avec " est remplacé par le mot " sans " ;
3° au paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, un alinéa libellé comme suit :
" Lorsqu'un délai est calculé sur la base d'une communication écrite et que celle-ci est faite par lettre recommandée avec récépissé, le délai prend cours le premier jour suivant celui de la présentation de la lettre au domicile du destinataire ou, le cas échéant, à sa résidence ou à son domicile élu. " ;
4° au paragraphe 3, les mots " le délai " sont remplacés par les mots " ce délai " ;
5° au paragraphe 3, le membre de phrase " , sauf disposition contraire " est supprimé ;
6° il est ajouté un paragraphe 5 et un paragraphe 6, libellés comme suit :
" § 5. Le cachet de la poste fait foi de la date d'envoi.
§ 6. Le Gouvernement flamand peut déroger au présent article par une disposition contraire expresse. ".
Art. 5. In artikel 16.3.1, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
"4° de personeelsleden van een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid die worden aangewezen door het bevoegde orgaan, hierna intergemeentelijke toezichthouders te noemen;".
"4° de personeelsleden van een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid die worden aangewezen door het bevoegde orgaan, hierna intergemeentelijke toezichthouders te noemen;".
Art. 5. A l'article 16.3.1, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° les membres du personnel d'une structure de coopération intercommunale dotée de la personnalité juridique, qui sont désignés par l'organe compétent, ci-après dénommés surveillants intercommunaux ; ".
" 4° les membres du personnel d'une structure de coopération intercommunale dotée de la personnalité juridique, qui sont désignés par l'organe compétent, ci-après dénommés surveillants intercommunaux ; ".
Art. 6. In artikel 16.3.4bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"De deputaties, de colleges van burgemeester en schepenen en de bevoegde organen, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 4° en 5°, zijn in de volgende gevallen, gehouden tot een meldingsplicht over de aanstelling van toezichthouders als vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 2°, 3°, 4° en 5° :
1° de toezichthouder neemt zijn functie minstens zes maanden niet waar;
2° de toezichthouder legt zijn functie definitief neer.";
2° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop en de instantie waarbij de melding gedaan moet worden.".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"De deputaties, de colleges van burgemeester en schepenen en de bevoegde organen, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 4° en 5°, zijn in de volgende gevallen, gehouden tot een meldingsplicht over de aanstelling van toezichthouders als vermeld in artikel 16.3.1, § 1, 2°, 3°, 4° en 5° :
1° de toezichthouder neemt zijn functie minstens zes maanden niet waar;
2° de toezichthouder legt zijn functie definitief neer.";
2° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop en de instantie waarbij de melding gedaan moet worden.".
Art. 6. A l'article 16.3.4bis du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Dans les cas suivants, les députations, les collèges des bourgmestre et échevins et les organes compétents, visés à l'article 16.3.1, § 1er, 4° et 5°, sont tenus à une obligation de déclaration concernant la désignation de surveillants tels que visés à l'article 16.3.1, § 1er, 2°, 3°, 4° et 5° :
1° le surveillant n'exerce pas sa fonction pendant six mois au moins ;
2° le surveillant quitte définitivement sa fonction. " ;
2° entre les alinéas 1er et 2, il est inséré un alinéa libellé comme suit :
" Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités selon lesquelles et l'instance auprès de laquelle la déclaration doit être faite. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Dans les cas suivants, les députations, les collèges des bourgmestre et échevins et les organes compétents, visés à l'article 16.3.1, § 1er, 4° et 5°, sont tenus à une obligation de déclaration concernant la désignation de surveillants tels que visés à l'article 16.3.1, § 1er, 2°, 3°, 4° et 5° :
1° le surveillant n'exerce pas sa fonction pendant six mois au moins ;
2° le surveillant quitte définitivement sa fonction. " ;
2° entre les alinéas 1er et 2, il est inséré un alinéa libellé comme suit :
" Le Gouvernement flamand peut préciser les modalités selon lesquelles et l'instance auprès de laquelle la déclaration doit être faite. ".
Art. 7. In titel XVI, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2016, wordt het opschrift van onderafdeling II vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling II. Gemeentelijke toezichthouders, intergemeentelijke toezichthouders en toezichthouders van politiezones".
"Onderafdeling II. Gemeentelijke toezichthouders, intergemeentelijke toezichthouders en toezichthouders van politiezones".
Art. 7. Au titre XVI, chapitre III, section Ière, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 4 mai 2016, l'intitulé de la sous-section II est remplacé par ce qui suit :
" Sous-section II. Surveillants communaux, surveillants intercommunaux et surveillants des zones de police ".
" Sous-section II. Surveillants communaux, surveillants intercommunaux et surveillants des zones de police ".
Art. 8. In artikel 16.3.5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "de intergemeentelijke vereniging of" vervangen door de woorden "het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De intergemeentelijke toezichthouders kunnen alleen toezicht uitoefenen in de gemeenten die behoren tot het intergemeentelijk samenwerkingsverband waardoor ze zijn aangesteld.".
1° in het eerste lid worden de woorden "de intergemeentelijke vereniging of" vervangen door de woorden "het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De intergemeentelijke toezichthouders kunnen alleen toezicht uitoefenen in de gemeenten die behoren tot het intergemeentelijk samenwerkingsverband waardoor ze zijn aangesteld.".
Art. 8. A l'article 16.3.5 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " l'association intercommunale " sont remplacés par les mots " la structure de coopération intercommunale " ;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les surveillants intercommunaux ne peuvent exercer la surveillance que dans les communes appartenant à la structure de coopération intercommunale par laquelle ils ont été désignés. ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " l'association intercommunale " sont remplacés par les mots " la structure de coopération intercommunale " ;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Les surveillants intercommunaux ne peuvent exercer la surveillance que dans les communes appartenant à la structure de coopération intercommunale par laquelle ils ont été désignés. ".
Art. 9. In artikel 16.3.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "verenigingen" wordt vervangen door het woord "samenwerkingsverbanden";
2° de zinsnede "of het aantal inrichtingen en de soort ervan, vermeld in het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning" wordt vervangen door de zinsnede ", of het aantal en de soort van hinderlijke inrichtingen, ingedeeld conform de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1".
1° het woord "verenigingen" wordt vervangen door het woord "samenwerkingsverbanden";
2° de zinsnede "of het aantal inrichtingen en de soort ervan, vermeld in het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning" wordt vervangen door de zinsnede ", of het aantal en de soort van hinderlijke inrichtingen, ingedeeld conform de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1".
Art. 9. A l'article 16.3.6 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " associations " est remplacé par les mots " structures de coopération " ;
2° le membre de phrase " ou le nombre et le genre d'établissements, visés au décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique " est remplacé par le membre de phrase " ou le nombre et le type d'établissements incommodants, classés conformément à la liste de classification, visés à l'article 5.2.1, § 1er ".
1° le mot " associations " est remplacé par les mots " structures de coopération " ;
2° le membre de phrase " ou le nombre et le genre d'établissements, visés au décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique " est remplacé par le membre de phrase " ou le nombre et le type d'établissements incommodants, classés conformément à la liste de classification, visés à l'article 5.2.1, § 1er ".
Art. 10. In artikel 16.3.8, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "wetten en decreten, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten" vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De afwijking, vermeld in het eerste lid, geldt ook voor de internationale en Europese milieuvoorschriften waarvan de Vlaamse Regering krachtens artikel 16.1.1 bepaalt dat de bepalingen van titel XVI er ook op van toepassing zijn en die tot de bevoegdheid van de gewestelijke toezichthouders, vermeld in het eerste lid, behoren.".
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "wetten en decreten, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten" vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"De afwijking, vermeld in het eerste lid, geldt ook voor de internationale en Europese milieuvoorschriften waarvan de Vlaamse Regering krachtens artikel 16.1.1 bepaalt dat de bepalingen van titel XVI er ook op van toepassing zijn en die tot de bevoegdheid van de gewestelijke toezichthouders, vermeld in het eerste lid, behoren.".
Art. 10. A l'article 16.3.8, § 2, du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " lois et décrets, y compris leurs arrêtés d'exécution " est remplacé par les mots " prescriptions environnementales " ;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" La dérogation visée à l'alinéa 1er s'applique également aux prescriptions environnementales internationales et européennes dont le Gouvernement flamand détermine, en vertu de l'article 16.1.1, que les dispositions du titre XVI s'y appliquent également et qui relèvent de la compétence des surveillants régionaux visés à l'alinéa 1er. ".
1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " lois et décrets, y compris leurs arrêtés d'exécution " est remplacé par les mots " prescriptions environnementales " ;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" La dérogation visée à l'alinéa 1er s'applique également aux prescriptions environnementales internationales et européennes dont le Gouvernement flamand détermine, en vertu de l'article 16.1.1, que les dispositions du titre XVI s'y appliquent également et qui relèvent de la compétence des surveillants régionaux visés à l'alinéa 1er. ".
Art. 11. In artikel 16.3.9 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2012, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
" § 1. De toezichthouders zien toe op de naleving van de milieuvoorschriften, vermeld in artikel 16.1.1, eerste en vierde lid.".
" § 1. De toezichthouders zien toe op de naleving van de milieuvoorschriften, vermeld in artikel 16.1.1, eerste en vierde lid.".
Art. 11. A l'article 16.3.9 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 25 mai 2012, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Les surveillants veillent au respect des prescriptions environnementales visées à l'article 16.1.1, alinéas 1er et 4. ".
" § 1er. Les surveillants veillent au respect des prescriptions environnementales visées à l'article 16.1.1, alinéas 1er et 4. ".
Art. 12. In artikel 16.3.24 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "De toezichthouders stellen de milieumisdrijven vast" vervangen door de woorden "De toezichthouders kunnen de milieumisdrijven vaststellen";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "regelgeving, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid" vervangen door de zinsnede "milieuvoorschriften, vermeld in artikel 16.1.1, eerste en vierde lid".
1° in het eerste lid worden de woorden "De toezichthouders stellen de milieumisdrijven vast" vervangen door de woorden "De toezichthouders kunnen de milieumisdrijven vaststellen";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "regelgeving, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid" vervangen door de zinsnede "milieuvoorschriften, vermeld in artikel 16.1.1, eerste en vierde lid".
Art. 12. A l'article 16.3.24 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et remplacé par le décret du 22 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " Les surveillants constatent des délits environnementaux " sont remplacés par les mots " Les surveillants peuvent constater les délits environnementaux " ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " " de la réglementation, visée à l'article 16.1.1, alinéa premier " est remplacé par le membre de phrase " des prescriptions environnementales visées à l'article 16.1.1, alinéas 1er et 4 ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " Les surveillants constatent des délits environnementaux " sont remplacés par les mots " Les surveillants peuvent constater les délits environnementaux " ;
2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " " de la réglementation, visée à l'article 16.1.1, alinéa premier " est remplacé par le membre de phrase " des prescriptions environnementales visées à l'article 16.1.1, alinéas 1er et 4 ".
Art. 13. Aan artikel 16.3.26bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij gebrek aan een identiteitskaart wordt aan de vermoedelijke overtreder de mogelijkheid geboden om zijn identiteit op een andere wijze te bewijzen.".
"Bij gebrek aan een identiteitskaart wordt aan de vermoedelijke overtreder de mogelijkheid geboden om zijn identiteit op een andere wijze te bewijzen.".
Art. 13. A l'article 16.3.26bis du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" A défaut de carte d'identité, la possibilité est offerte au contrevenant présumé de prouver son identité par tout autre moyen. ".
" A défaut de carte d'identité, la possibilité est offerte au contrevenant présumé de prouver son identité par tout autre moyen. ".
Art. 14. In titel XVI, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het opschrift van afdeling II vervangen door wat volgt:
"Afdeling II. Bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke dwangsom".
"Afdeling II. Bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke dwangsom".
Art. 14. Au titre XVI, chapitre IV, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, l'intitulé de la section II est remplacé par ce qui suit :
" Section II. Mesures administratives et astreinte administrative ".
" Section II. Mesures administratives et astreinte administrative ".
Art. 15. In artikel 16.4.6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt het woord "gemeentelijke" vervangen door het woord "niet-gewestelijke";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De personen die volgens dit decreet bevoegd zijn om bestuurlijke maatregelen op te leggen, zijn ook bevoegd om een bestuurlijke dwangsom op te leggen.".
1° in het tweede lid wordt het woord "gemeentelijke" vervangen door het woord "niet-gewestelijke";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De personen die volgens dit decreet bevoegd zijn om bestuurlijke maatregelen op te leggen, zijn ook bevoegd om een bestuurlijke dwangsom op te leggen.".
Art. 15. A l'article 16.4.6 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 22 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, le mot " communaux " est remplacé par les mots " non régionaux " ;
2° il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" Les personnes compétentes, en vertu du présent décret, pour imposer des mesures administratives sont également habilitées à infliger une astreinte administrative. ".
1° à l'alinéa 2, le mot " communaux " est remplacé par les mots " non régionaux " ;
2° il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" Les personnes compétentes, en vertu du présent décret, pour imposer des mesures administratives sont également habilitées à infliger une astreinte administrative. ".
Art. 16. In artikel 16.4.7, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 23 december 2010 en 22 november 2013, wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
"Artikel 92 tot en met 96, artikel 387 en artikel 397, § 2, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning blijven onverkort van toepassing.".
"Artikel 92 tot en met 96, artikel 387 en artikel 397, § 2, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning blijven onverkort van toepassing.".
Art. 16. A l'article 16.4.7, § 2, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par les décrets des 30 avril 2009, 23 décembre 2010 et 22 novembre 2013, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Les articles 92 à 96, l'article 387 et l'article 397, § 2, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement restent applicables intégralement. ".
" Les articles 92 à 96, l'article 387 et l'article 397, § 2, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement restent applicables intégralement. ".
Art. 17. In titel XVI, hoofdstuk IV, afdeling II, onderafdeling I, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, wordt een artikel 16.4.7bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 16.4.7bis. De bestuurlijke dwangsom kan worden opgelegd per tijdseenheid en per schending, alsook per onderscheiden opgelegde maatregel.
Als de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd per tijdseenheid, per schending of per opgelegde maatregel, kan een maximumplafond van het te betalen bedrag vermeld worden.
De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin de dwangsom kan worden opgelegd en de modaliteiten ervan.".
"Art. 16.4.7bis. De bestuurlijke dwangsom kan worden opgelegd per tijdseenheid en per schending, alsook per onderscheiden opgelegde maatregel.
Als de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd per tijdseenheid, per schending of per opgelegde maatregel, kan een maximumplafond van het te betalen bedrag vermeld worden.
De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin de dwangsom kan worden opgelegd en de modaliteiten ervan.".
Art. 17. Au titre XVI, chapitre IV, section II, sous-section Ire du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 novembre 2013, il est inséré un article 16.4.7bis, libellé comme suit :
" Art. 16.4.7bis. L'astreinte administrative peut être infligée par unité de temps et par infraction ainsi que par mesure imposée.
Si l'astreinte administrative est infligée par unité de temps, par infraction ou par mesure imposée, un plafond maximum du montant à payer peut être mentionné.
Le Gouvernement flamand détermine les cas dans lesquels l'astreinte peut être infligée et ses modalités. ".
" Art. 16.4.7bis. L'astreinte administrative peut être infligée par unité de temps et par infraction ainsi que par mesure imposée.
Si l'astreinte administrative est infligée par unité de temps, par infraction ou par mesure imposée, un plafond maximum du montant à payer peut être mentionné.
Le Gouvernement flamand détermine les cas dans lesquels l'astreinte peut être infligée et ses modalités. ".
Art. 18. Artikel 16.4.8bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 16.4.8bis. § 1. Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat voor de milieu-inbreuk of voor het milieumisdrijf een verslag van vaststelling of een proces-verbaal door een toezichthouder is afgesloten, met behoud van de toepassing van paragraaf 2.
Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd als er meer dan twintig jaar is verstreken nadat de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf is gepleegd.
§ 2. De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de uitvoeringstermijn van de bestuurlijke maatregel die voor de schending in kwestie is opgelegd. Als er in het kader van een besluit houdende bestuurlijke maatregelen verschillende maatregelen met verschillende uitvoeringstermijnen zijn opgelegd, wordt de verjaringstermijn geschorst gedurende een termijn die overeenkomt met de langst durende uitvoeringstermijn.
De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de termijn waarin de bestuurlijke maatregelen het voorwerp uitmaken van een beroep bij de minister als vermeld in artikel 16.4.17, alsook gedurende de termijn waarin een beslissing van de minister als vermeld in artikel 16.4.17, het voorwerp is van een procedure bij de Raad van State.".
"Art. 16.4.8bis. § 1. Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat voor de milieu-inbreuk of voor het milieumisdrijf een verslag van vaststelling of een proces-verbaal door een toezichthouder is afgesloten, met behoud van de toepassing van paragraaf 2.
Bestuurlijke maatregelen kunnen niet meer worden opgelegd als er meer dan twintig jaar is verstreken nadat de milieu-inbreuk of het milieumisdrijf is gepleegd.
§ 2. De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de uitvoeringstermijn van de bestuurlijke maatregel die voor de schending in kwestie is opgelegd. Als er in het kader van een besluit houdende bestuurlijke maatregelen verschillende maatregelen met verschillende uitvoeringstermijnen zijn opgelegd, wordt de verjaringstermijn geschorst gedurende een termijn die overeenkomt met de langst durende uitvoeringstermijn.
De verjaringstermijnen, vermeld in paragraaf 1, worden geschorst gedurende de termijn waarin de bestuurlijke maatregelen het voorwerp uitmaken van een beroep bij de minister als vermeld in artikel 16.4.17, alsook gedurende de termijn waarin een beslissing van de minister als vermeld in artikel 16.4.17, het voorwerp is van een procedure bij de Raad van State.".
Art. 18. L'article 16.4.8bis, du même décret, inséré par le décret du 22 novembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 16.4.8bis. § 1er. Des mesures administratives ne peuvent plus être imposées après l'expiration d'un délai de cinq ans suivant la clôture, par un surveillant, d'un rapport de constatation ou d'un procès-verbal pour l'infraction environnementale ou le délit environnemental, sous réserve de l'application du paragraphe 2.
Des mesures administratives ne peuvent plus être imposées plus de vingt ans après la commission de l'infraction environnementale ou du délit environnemental.
§ 2. Les délais de prescription visés au paragraphe 1er sont suspendus durant le délai d'exécution de la mesure administrative imposée pour l'infraction en question. Si, dans le cadre d'une décision de mesures administratives, plusieurs mesures assorties de délais d'exécution différents ont été imposées, le délai de prescription est suspendu pendant un délai correspondant au délai d'exécution le plus long.
Les délais de prescription visés au paragraphe 1er sont suspendus durant le délai pendant lequel les mesures administratives font l'objet d'un recours auprès du ministre, tel que visé à l'article 16.4.17, ainsi que durant le délai pendant lequel une décision du ministre telle que visée à l'article 16.4.17 fait l'objet d'une procédure devant le Conseil d'Etat. ".
" Art. 16.4.8bis. § 1er. Des mesures administratives ne peuvent plus être imposées après l'expiration d'un délai de cinq ans suivant la clôture, par un surveillant, d'un rapport de constatation ou d'un procès-verbal pour l'infraction environnementale ou le délit environnemental, sous réserve de l'application du paragraphe 2.
Des mesures administratives ne peuvent plus être imposées plus de vingt ans après la commission de l'infraction environnementale ou du délit environnemental.
§ 2. Les délais de prescription visés au paragraphe 1er sont suspendus durant le délai d'exécution de la mesure administrative imposée pour l'infraction en question. Si, dans le cadre d'une décision de mesures administratives, plusieurs mesures assorties de délais d'exécution différents ont été imposées, le délai de prescription est suspendu pendant un délai correspondant au délai d'exécution le plus long.
Les délais de prescription visés au paragraphe 1er sont suspendus durant le délai pendant lequel les mesures administratives font l'objet d'un recours auprès du ministre, tel que visé à l'article 16.4.17, ainsi que durant le délai pendant lequel une décision du ministre telle que visée à l'article 16.4.17 fait l'objet d'une procédure devant le Conseil d'Etat. ".
Art. 19. In titel XVI, hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, wordt het opschrift van onderafdeling II vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling II. Procedure voor het opleggen van bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke dwangsommen".
"Onderafdeling II. Procedure voor het opleggen van bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke dwangsommen".
Art. 19. Au titre XVI, chapitre IV, section II, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 22 novembre 2013, l'intitulé de la sous-section II est remplacé par ce qui suit :
" Sous-section II. Procédure d'imposition de mesures administratives et d'astreintes administratives ".
" Sous-section II. Procédure d'imposition de mesures administratives et d'astreintes administratives ".
Art. 20. In artikel 16.4.10 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1bis. De bestuurlijke dwangsom wordt altijd schriftelijk opgelegd in het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen waarop de dwangsom betrekking heeft.";
2° aan paragraaf 4 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° in voorkomend geval de motieven die aan de bestuurlijke dwangsom ten grondslag liggen, alsook de hoogte en de modaliteiten ervan.";
3° in paragraaf 4bis, eerste lid, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "derde";
4° aan paragraaf 4bis wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De schriftelijke bevestiging, vermeld in het derde lid, kan gepaard gaan met het opleggen van een dwangsom, die echter niet opgelegd kan worden voor de periode die voorafgaat aan de voormelde schriftelijke bevestiging.";
5° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Als de uitvoeringstermijn van een bestuurlijke maatregel is verstreken en die niet of maar gedeeltelijk is uitgevoerd, kan een nieuwe bestuurlijke maatregel, desgevallend gepaard gaande met een dwangsom, worden opgelegd. In dergelijk geval wordt de voorgaande bestuurlijke maatregel opgeheven met inbegrip van de in voorkomend geval eraan gekoppelde dwangsom, met behoud van de toepassing van artikel 16.4.11 tot en met artikel 16.4.15.".
1° er wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1bis. De bestuurlijke dwangsom wordt altijd schriftelijk opgelegd in het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen waarop de dwangsom betrekking heeft.";
2° aan paragraaf 4 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° in voorkomend geval de motieven die aan de bestuurlijke dwangsom ten grondslag liggen, alsook de hoogte en de modaliteiten ervan.";
3° in paragraaf 4bis, eerste lid, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "derde";
4° aan paragraaf 4bis wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De schriftelijke bevestiging, vermeld in het derde lid, kan gepaard gaan met het opleggen van een dwangsom, die echter niet opgelegd kan worden voor de periode die voorafgaat aan de voormelde schriftelijke bevestiging.";
5° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Als de uitvoeringstermijn van een bestuurlijke maatregel is verstreken en die niet of maar gedeeltelijk is uitgevoerd, kan een nieuwe bestuurlijke maatregel, desgevallend gepaard gaande met een dwangsom, worden opgelegd. In dergelijk geval wordt de voorgaande bestuurlijke maatregel opgeheven met inbegrip van de in voorkomend geval eraan gekoppelde dwangsom, met behoud van de toepassing van artikel 16.4.11 tot en met artikel 16.4.15.".
Art. 20. A l'article 16.4.10 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 22 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un paragraphe 1erbis, libellé comme suit :
" § 1er bis. L'astreinte administrative est toujours infligée par écrit dans la décision de mesures administratives à laquelle se rapporte l'astreinte. ";
2° au paragraphe 4, il est ajouté un point 5°, libellé comme suit :
" 5° le cas échéant, les motifs qui sous-tendent l'astreinte administrative ainsi que son montant et ses modalités. " ;
3° au paragraphe 5bis, alinéa 1er, les mots " alinéa deux " sont remplacés par les mots " alinéa 3 ".
4° au paragraphe 4bis, il est ajouté un alinéa 4, libellé comme suit :
" La confirmation écrite visée à l'alinéa 3 peut s'accompagner de l'imposition d'une astreinte, qui ne peut cependant être infligée pour la période qui précède la confirmation écrite précitée. " ;
5° il est ajouté un paragraphe 6, libellé comme suit :
" § 6. Lorsque le délai d'exécution d'une mesure administrative est échu et que celle-ci n'a pas ou que partiellement été exécutée, une nouvelle mesure administrative, assortie, le cas échéant, d'une astreinte, peut être imposée. En pareil cas, la mesure administrative précédente, y compris l'astreinte dont elle a, le cas échéant, été assortie, est abrogée sous réserve de l'application des articles 16.4.11 à 16.4.15. ".
1° il est inséré un paragraphe 1erbis, libellé comme suit :
" § 1er bis. L'astreinte administrative est toujours infligée par écrit dans la décision de mesures administratives à laquelle se rapporte l'astreinte. ";
2° au paragraphe 4, il est ajouté un point 5°, libellé comme suit :
" 5° le cas échéant, les motifs qui sous-tendent l'astreinte administrative ainsi que son montant et ses modalités. " ;
3° au paragraphe 5bis, alinéa 1er, les mots " alinéa deux " sont remplacés par les mots " alinéa 3 ".
4° au paragraphe 4bis, il est ajouté un alinéa 4, libellé comme suit :
" La confirmation écrite visée à l'alinéa 3 peut s'accompagner de l'imposition d'une astreinte, qui ne peut cependant être infligée pour la période qui précède la confirmation écrite précitée. " ;
5° il est ajouté un paragraphe 6, libellé comme suit :
" § 6. Lorsque le délai d'exécution d'une mesure administrative est échu et que celle-ci n'a pas ou que partiellement été exécutée, une nouvelle mesure administrative, assortie, le cas échéant, d'une astreinte, peut être imposée. En pareil cas, la mesure administrative précédente, y compris l'astreinte dont elle a, le cas échéant, été assortie, est abrogée sous réserve de l'application des articles 16.4.11 à 16.4.15. ".
Art. 21. Aan artikel 16.4.11 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Als een bestuurlijke maatregel wordt opgeheven, wordt automatisch ook de dwangsom opgeheven die eraan verbonden was.".
"Als een bestuurlijke maatregel wordt opgeheven, wordt automatisch ook de dwangsom opgeheven die eraan verbonden was.".
Art. 21. A l'article 16.4.11, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 22 novembre 2013, il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" Lorsqu'une mesure administrative est abrogée, l'astreinte y afférente est également abrogée automatiquement. ".
" Lorsqu'une mesure administrative est abrogée, l'astreinte y afférente est également abrogée automatiquement. ".
Art. 22. In artikel 16.4.16 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "de vermoedelijke overtreder" vervangen door de woorden "degene aan wie de bestuurlijke maatregel is opgelegd";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De dwangsom is van rechtswege opeisbaar op de dag nadat de bestuurlijke maatregel moest zijn uitgevoerd.".
1° in het tweede lid worden de woorden "de vermoedelijke overtreder" vervangen door de woorden "degene aan wie de bestuurlijke maatregel is opgelegd";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De dwangsom is van rechtswege opeisbaar op de dag nadat de bestuurlijke maatregel moest zijn uitgevoerd.".
Art. 22. A l'article 16.4.16 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, les mots " du contrevenant présumé " sont remplacés par les mots " de celui à qui la mesure administrative a été imposée " ;
2° il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" L'astreinte est exigible de plein droit le jour suivant celui où la mesure administrative devait avoir été exécutée. ".
1° à l'alinéa 2, les mots " du contrevenant présumé " sont remplacés par les mots " de celui à qui la mesure administrative a été imposée " ;
2° il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" L'astreinte est exigible de plein droit le jour suivant celui où la mesure administrative devait avoir été exécutée. ".
Art. 23. Artikel 16.4.17 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 22 november 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 16.4.17. § 1. Tegen het besluit houdende bestuurlijke maatregelen, met inbegrip van de eventuele opgelegde bestuurlijke dwangsommen, kan degene ten aanzien van wie de bestuurlijke maatregelen zijn opgelegd, beroep indienen bij de minister.
§ 2. De beroepsindiener kan, als er in het besluit houdende bestuurlijke maatregelen sprake is van de oplegging van verschillende maatregelen, het beroep beperken tot een of enkele van die maatregelen. Daarnaast kan hij ook beroep indienen tegen de bestuurlijke dwangsommen alleen. In dergelijk geval is het voorwerp van het beroep beperkt tot de bestuurlijke maatregelen of dwangsommen waartegen beroep wordt ingediend.
Als een maatregel waaraan een dwangsom is gekoppeld, het voorwerp is van het beroep, behoort de eraan gekoppelde dwangsom automatisch tot het voorwerp van dat beroep.
In de beroepsbeslissing wordt uitdrukkelijk vermeld welke bestuurlijke maatregelen of dwangsommen het voorwerp uitmaken van het ingediende beroep en bijgevolg van de beroepsbeslissing.
§ 3. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep binnen een termijn van veertien dagen vanaf de kennisgeving van het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen ingediend. Het beroep schorst het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen niet.
Binnen een termijn van negentig dagen na de kennisgeving van het beroep wordt erover uitspraak gedaan. De minister kan die termijn eenmalig verlengen met negentig dagen, op voorwaarde dat de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd, van deze termijnverlenging in kennis worden gesteld binnen de initiële termijn van negentig dagen.
Bij gebrek aan een tijdige beslissing vervallen de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen waartegen beroep is ingediend. De eventueel al verbeurde dwangsommen vervallen in dergelijk geval van rechtswege. Degene aan wie de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen zijn opgelegd, en de persoon die de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen heeft opgelegd, worden van het verval schriftelijk op de hoogte gebracht.
§ 4. Als de minister het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, heft de minister de bestuurlijke maatregelen of bestuurlijke dwangsommen op voor het gedeelte waarvoor het beroep gegrond is verklaard, en kan de minister in voorkomend geval nieuwe bestuurlijke maatregelen of dwangsommen opleggen.
Als de minister het beroep tegen een bestuurlijke maatregel waaraan een dwangsom was gekoppeld, geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, vervallen van rechtswege de eraan gekoppelde dwangsommen en de eventueel al verbeurde bedragen voor het gedeelte waarvoor het beroep gegrond is verklaard.
§ 5. Als de minister het beroep ongegrond verklaart, bevestigt de minister de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen voor het gedeelte waarvoor het beroep ongegrond is verklaard.
§ 6. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van het beroep vast.".
"Art. 16.4.17. § 1. Tegen het besluit houdende bestuurlijke maatregelen, met inbegrip van de eventuele opgelegde bestuurlijke dwangsommen, kan degene ten aanzien van wie de bestuurlijke maatregelen zijn opgelegd, beroep indienen bij de minister.
§ 2. De beroepsindiener kan, als er in het besluit houdende bestuurlijke maatregelen sprake is van de oplegging van verschillende maatregelen, het beroep beperken tot een of enkele van die maatregelen. Daarnaast kan hij ook beroep indienen tegen de bestuurlijke dwangsommen alleen. In dergelijk geval is het voorwerp van het beroep beperkt tot de bestuurlijke maatregelen of dwangsommen waartegen beroep wordt ingediend.
Als een maatregel waaraan een dwangsom is gekoppeld, het voorwerp is van het beroep, behoort de eraan gekoppelde dwangsom automatisch tot het voorwerp van dat beroep.
In de beroepsbeslissing wordt uitdrukkelijk vermeld welke bestuurlijke maatregelen of dwangsommen het voorwerp uitmaken van het ingediende beroep en bijgevolg van de beroepsbeslissing.
§ 3. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het beroep binnen een termijn van veertien dagen vanaf de kennisgeving van het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen ingediend. Het beroep schorst het besluit houdende de bestuurlijke maatregelen niet.
Binnen een termijn van negentig dagen na de kennisgeving van het beroep wordt erover uitspraak gedaan. De minister kan die termijn eenmalig verlengen met negentig dagen, op voorwaarde dat de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd, van deze termijnverlenging in kennis worden gesteld binnen de initiële termijn van negentig dagen.
Bij gebrek aan een tijdige beslissing vervallen de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen waartegen beroep is ingediend. De eventueel al verbeurde dwangsommen vervallen in dergelijk geval van rechtswege. Degene aan wie de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen zijn opgelegd, en de persoon die de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen heeft opgelegd, worden van het verval schriftelijk op de hoogte gebracht.
§ 4. Als de minister het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, heft de minister de bestuurlijke maatregelen of bestuurlijke dwangsommen op voor het gedeelte waarvoor het beroep gegrond is verklaard, en kan de minister in voorkomend geval nieuwe bestuurlijke maatregelen of dwangsommen opleggen.
Als de minister het beroep tegen een bestuurlijke maatregel waaraan een dwangsom was gekoppeld, geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart, vervallen van rechtswege de eraan gekoppelde dwangsommen en de eventueel al verbeurde bedragen voor het gedeelte waarvoor het beroep gegrond is verklaard.
§ 5. Als de minister het beroep ongegrond verklaart, bevestigt de minister de bestuurlijke maatregelen of de bestuurlijke dwangsommen voor het gedeelte waarvoor het beroep ongegrond is verklaard.
§ 6. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van het beroep vast.".
Art. 23. L'article 16.4.17 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et remplacé par le décret du 22 novembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 16.4.17. § 1er. Celui à l'égard duquel des mesures administratives ont été imposées peut former un recours auprès du ministre contre la décision de mesures administratives, y compris les éventuelles astreintes administratives infligées.
§ 2. Lorsqu'il est question de différentes mesures imposées dans la décision de mesures administratives, l'auteur du recours peut limiter le recours à une seule ou quelques-unes de ces mesures. Par ailleurs, il peut également ne former recours que contre les astreintes administratives. Le cas échéant, l'objet du recours se limite aux mesures ou aux astreintes administratives contre lesquelles le recours est introduit.
Lorsqu'une mesure assortie d'une astreinte fait l'objet du recours, l'astreinte y afférente fait automatiquement partie de l'objet de ce recours.
La décision de recours mentionne explicitement quelles mesures ou astreintes administratives font l'objet du recours et, par conséquent, de la décision de recours.
§ 3. Sous peine d'irrecevabilité, le recours est introduit dans le délai de quinze jours à partir de la notification de la décision de mesures administratives ou d'astreintes administratives. Le recours ne suspend pas la décision de mesures administratives.
Il est statué sur le recours dans le délai de nonante jours suivant sa notification. Le ministre peut prolonger ce délai une seule fois de nonante jours à condition que l'auteur du recours et la personne ayant imposé les mesures administratives soient informés de cette prolongation dans le délai initial de nonante jours.
A défaut de décision en temps voulu, les mesures administratives ou les astreintes administratives visées par le recours deviennent caduques. Le cas échéant, les astreintes éventuellement déjà encourues s'éteignent de plein droit. Celui à qui les mesures administratives ou les astreintes administratives ont été imposées et la personne ayant imposé les mesures administratives ou les astreintes administratives sont informés de la déchéance par écrit.
§ 4. Si le ministre déclare le recours totalement ou partiellement fondé, il supprime les mesures administratives ou les astreintes administratives pour lesquelles le recours a été déclaré fondé et peut, le cas échéant, imposer de nouvelles mesures administratives ou astreintes administratives.
Si le ministre déclare le recours contre une mesure administrative assortie d'une astreinte totalement ou partiellement fondé, les astreintes y afférentes et les montants éventuellement déjà encourus pour la partie pour laquelle le recours a été déclaré fondé s'éteignent de plein droit.
§ 5. Si le ministre déclare le recours non fondé, il confirme les mesures administratives ou les astreintes administratives pour la partie pour laquelle le recours a été déclaré non fondé.
§ 6. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au recours. ".
" Art. 16.4.17. § 1er. Celui à l'égard duquel des mesures administratives ont été imposées peut former un recours auprès du ministre contre la décision de mesures administratives, y compris les éventuelles astreintes administratives infligées.
§ 2. Lorsqu'il est question de différentes mesures imposées dans la décision de mesures administratives, l'auteur du recours peut limiter le recours à une seule ou quelques-unes de ces mesures. Par ailleurs, il peut également ne former recours que contre les astreintes administratives. Le cas échéant, l'objet du recours se limite aux mesures ou aux astreintes administratives contre lesquelles le recours est introduit.
Lorsqu'une mesure assortie d'une astreinte fait l'objet du recours, l'astreinte y afférente fait automatiquement partie de l'objet de ce recours.
La décision de recours mentionne explicitement quelles mesures ou astreintes administratives font l'objet du recours et, par conséquent, de la décision de recours.
§ 3. Sous peine d'irrecevabilité, le recours est introduit dans le délai de quinze jours à partir de la notification de la décision de mesures administratives ou d'astreintes administratives. Le recours ne suspend pas la décision de mesures administratives.
Il est statué sur le recours dans le délai de nonante jours suivant sa notification. Le ministre peut prolonger ce délai une seule fois de nonante jours à condition que l'auteur du recours et la personne ayant imposé les mesures administratives soient informés de cette prolongation dans le délai initial de nonante jours.
A défaut de décision en temps voulu, les mesures administratives ou les astreintes administratives visées par le recours deviennent caduques. Le cas échéant, les astreintes éventuellement déjà encourues s'éteignent de plein droit. Celui à qui les mesures administratives ou les astreintes administratives ont été imposées et la personne ayant imposé les mesures administratives ou les astreintes administratives sont informés de la déchéance par écrit.
§ 4. Si le ministre déclare le recours totalement ou partiellement fondé, il supprime les mesures administratives ou les astreintes administratives pour lesquelles le recours a été déclaré fondé et peut, le cas échéant, imposer de nouvelles mesures administratives ou astreintes administratives.
Si le ministre déclare le recours contre une mesure administrative assortie d'une astreinte totalement ou partiellement fondé, les astreintes y afférentes et les montants éventuellement déjà encourus pour la partie pour laquelle le recours a été déclaré fondé s'éteignent de plein droit.
§ 5. Si le ministre déclare le recours non fondé, il confirme les mesures administratives ou les astreintes administratives pour la partie pour laquelle le recours a été déclaré non fondé.
§ 6. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au recours. ".
Art. 24. In artikel 16.4.18 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 23 december 2010, wordt in de derde en vierde paragraaf het woord "ontvangst" telkens vervangen door het woord "kennisgeving".
Art. 24. A L'article 16.4.18 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et remplacé par le décret du 23 décembre 2010, le mot " réception " est chaque fois remplacé par le mot " notification " aux paragraphes 3 et 4.
Art. 25. In titel XVI, hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, wordt het opschrift van onderafdeling VII vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling VII. Rapportering bestuurlijke dwangsom".
"Onderafdeling VII. Rapportering bestuurlijke dwangsom".
Art. 25. Au titre XVI, chapitre IV, section II, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 22 novembre 2013, l'intitulé de la sous-section VII est remplacé par ce qui suit :
" Sous-section VII. Rapport de l'astreinte administrative ".
" Sous-section VII. Rapport de l'astreinte administrative ".
Art. 26. Artikel 16.4.18bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2013, wordt opgeheven.
Art. 26. L'article 16.4.18bis du même décret, inséré par le décret du 22 novembre 2013, est supprimé.
Art. 27. In artikel 16.4.18ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2013, worden het eerste tot en met het vierde lid opgeheven.
Art. 27. A l'article 16.4.18ter du même décret, inséré par le décret du 22 novembre 2013, les alinéas 1er à 4 sont supprimés.
Art. 28. Artikel 16.4.18quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2013, wordt opgeheven.
Art. 28. L'article 16.4.18quater du même décret, inséré par le décret du 22 novembre 2013, est supprimé.
Art. 29. In artikel 16.4.25 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, wordt de zin "Een opgelegde bestuurlijke geldboete wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn voor de strafrechtelijke geldboeten." opgeheven.
Art. 29. A l'article 16.4.25, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, la phrase " Un amende administrative imposée est majorée des centimes additionnels applicables aux amendes pénales. "
Art. 30. In artikel 16.4.27 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt het bedrag "250.000" vervangen door het bedrag "2.000.000";
2° in het derde lid wordt het bedrag "50.000" vervangen door het bedrag "400.000".
1° in het tweede lid wordt het bedrag "250.000" vervangen door het bedrag "2.000.000";
2° in het derde lid wordt het bedrag "50.000" vervangen door het bedrag "400.000".
Art. 30. A l'article 16.4.27 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, le montant " 250.000 euros " est remplacé par le montant " 2.000.000 d'euros " ;
2° à l'alinéa 3, le montant " 50.000 " est remplacé par le montant " 400.000 ".
1° à l'alinéa 2, le montant " 250.000 euros " est remplacé par le montant " 2.000.000 d'euros " ;
2° à l'alinéa 3, le montant " 50.000 " est remplacé par le montant " 400.000 ".
Art. 31. In artikel 16.4.29 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "vermoedelijke" wordt opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. De bestuurlijke geldboete kan geheel of gedeeltelijk worden opgelegd met uitstel van tenuitvoerlegging. Uitstel bij de alternatieve bestuurlijke geldboete is enkel mogelijk voor zover geen bestuurlijke geldboete noch een strafrechtelijke geldboete of gevangenisstraf werd opgelegd voor het plegen van een milieumisdrijf en/of milieu-inbreuk gedurende vijf jaar voorafgaand aan het milieumisdrijf. Uitstel bij de exclusieve bestuurlijke geldboete is enkel mogelijk voor zover geen bestuurlijke geldboete, noch een strafrechtelijke geldboete of gevangenisstraf werd opgelegd voor het plegen van een milieumisdrijf en/of milieu-inbreuk gedurende drie jaar voorafgaand aan de milieu-inbreuk.
Een voordeelontneming kan niet worden opgelegd met uitstel van tenuitvoerlegging.
Het uitstel geldt voor een proefperiode die niet minder dan een jaar en niet meer dan drie jaar mag bedragen. De proefperiode gaat in vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een bestuurlijke geldboete.
Het uitstel wordt van rechtswege herroepen als gedurende de proeftijd een nieuw milieumisdrijf of een nieuwe milieu-inbreuk wordt gepleegd, die leidt tot een veroordeling tot een straf of het opleggen van een bestuurlijke geldboete.".
1° het woord "vermoedelijke" wordt opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. De bestuurlijke geldboete kan geheel of gedeeltelijk worden opgelegd met uitstel van tenuitvoerlegging. Uitstel bij de alternatieve bestuurlijke geldboete is enkel mogelijk voor zover geen bestuurlijke geldboete noch een strafrechtelijke geldboete of gevangenisstraf werd opgelegd voor het plegen van een milieumisdrijf en/of milieu-inbreuk gedurende vijf jaar voorafgaand aan het milieumisdrijf. Uitstel bij de exclusieve bestuurlijke geldboete is enkel mogelijk voor zover geen bestuurlijke geldboete, noch een strafrechtelijke geldboete of gevangenisstraf werd opgelegd voor het plegen van een milieumisdrijf en/of milieu-inbreuk gedurende drie jaar voorafgaand aan de milieu-inbreuk.
Een voordeelontneming kan niet worden opgelegd met uitstel van tenuitvoerlegging.
Het uitstel geldt voor een proefperiode die niet minder dan een jaar en niet meer dan drie jaar mag bedragen. De proefperiode gaat in vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een bestuurlijke geldboete.
Het uitstel wordt van rechtswege herroepen als gedurende de proeftijd een nieuw milieumisdrijf of een nieuwe milieu-inbreuk wordt gepleegd, die leidt tot een veroordeling tot een straf of het opleggen van een bestuurlijke geldboete.".
Art. 31. A l'article 16.4.29 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, dont le texte existant constituera le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " présumé " est supprimé ;
2° il est ajouté un paragraphe 2, libellé comme suit :
" § 2. L'amende administrative peut être infligée totalement ou partiellement avec sursis à l'exécution. Le sursis dans le cas de l'amende administrative alternative n'est possible que dans la mesure où il n'a été infligé ni amende administrative, ni amende pénale ni emprisonnement du chef de délit environnemental et/ou d'infraction environnementale au cours des cinq années précédant le délit environnemental. Le sursis dans le cas de l'amende administrative exclusive n'est possible que dans la mesure où il n'a été infligé ni amende administrative, ni amende pénale ni emprisonnement du chef de délit environnemental et/ou d'infraction environnementale au cours des trois années précédant l'infraction environnementale.
Un dessaisissement d'avantages ne peut être infligé qu'avec sursis à l'exécution.
Le sursis est valable pour un délai d'épreuve qui ne peut être inférieur à un an ni excéder trois ans. Le délai d'épreuve prend cours à la date de la notification de la décision d'infliger une amende administrative.
Le sursis est révoqué de plein droit en cas de nouveau délit environnemental ou de nouvelle infraction environnementale commis pendant le délai d'épreuve, entraînant une condamnation à une peine ou à une amende administrative. ".
1° le mot " présumé " est supprimé ;
2° il est ajouté un paragraphe 2, libellé comme suit :
" § 2. L'amende administrative peut être infligée totalement ou partiellement avec sursis à l'exécution. Le sursis dans le cas de l'amende administrative alternative n'est possible que dans la mesure où il n'a été infligé ni amende administrative, ni amende pénale ni emprisonnement du chef de délit environnemental et/ou d'infraction environnementale au cours des cinq années précédant le délit environnemental. Le sursis dans le cas de l'amende administrative exclusive n'est possible que dans la mesure où il n'a été infligé ni amende administrative, ni amende pénale ni emprisonnement du chef de délit environnemental et/ou d'infraction environnementale au cours des trois années précédant l'infraction environnementale.
Un dessaisissement d'avantages ne peut être infligé qu'avec sursis à l'exécution.
Le sursis est valable pour un délai d'épreuve qui ne peut être inférieur à un an ni excéder trois ans. Le délai d'épreuve prend cours à la date de la notification de la décision d'infliger une amende administrative.
Le sursis est révoqué de plein droit en cas de nouveau délit environnemental ou de nouvelle infraction environnementale commis pendant le délai d'épreuve, entraînant une condamnation à une peine ou à une amende administrative. ".
Art. 32. In artikel 16.4.36 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 20 april 2012 en 22 november 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "de ontvangst van" opgeheven;
2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zin "De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 2000 euro." opgeheven.
1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "de ontvangst van" opgeheven;
2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zin "De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 2000 euro." opgeheven.
Art. 32. A l'article 16.4.36 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par les décrets des 20 avril 2012 et 22 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, 2°, de la version néerlandaise du texte, les mots " de ontvangst van " sont supprimés ;
2° au paragraphe 3, alinéa 2, la phrase " La somme d'argent à payer ne peut excéder 2.000 euros. " est supprimée.
1° au paragraphe 1er, 2°, de la version néerlandaise du texte, les mots " de ontvangst van " sont supprimés ;
2° au paragraphe 3, alinéa 2, la phrase " La somme d'argent à payer ne peut excéder 2.000 euros. " est supprimée.
Art. 33. Aan artikel 16.4.37, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, worden de woorden "na de dag waarop ze is genomen" toegevoegd.
Art. 33. A l'article 16.4.37, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 22 novembre 2013, les mots " suivant le jour où elle a été prise " sont ajoutés.
Art. 34. Artikel 16.4.39 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, vervangen bij het decreet van 23 december 2010 en gewijzigd bij de decreten van 4 april 2014, 9 december 2016 en 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 16.4.39. Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke entiteit een alternatieve bestuurlijke geldboete oplegt, in voorkomend geval met voordeelontneming, kan degene aan wie de boete werd opgelegd beroep indienen bij het handhavingscollege. Het beroep schorst de bestreden beslissing.
In afwijking van artikel 16.1.3, § 2, kan het beroep, vermeld in het eerste lid, worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing met inachtneming van de volgende bepalingen:
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving met een aangetekende brief, met of zonder ontvangstbewijs, geacht plaats te vinden op de werkdag die valt na de datum van de poststempel van deze aangetekende brief, behalve in geval van bewijs van het tegendeel door de geadresseerde. Daarbij geldt alleen de datum van de aanbieding door de postdiensten, en niet de feitelijke kennisneming van de aangetekende brief op een later tijdstip;
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving door afgifte tegen ontvangstbewijs geacht plaats te vinden op de datum van het ontvangstbewijs.".
"Art. 16.4.39. Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke entiteit een alternatieve bestuurlijke geldboete oplegt, in voorkomend geval met voordeelontneming, kan degene aan wie de boete werd opgelegd beroep indienen bij het handhavingscollege. Het beroep schorst de bestreden beslissing.
In afwijking van artikel 16.1.3, § 2, kan het beroep, vermeld in het eerste lid, worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing met inachtneming van de volgende bepalingen:
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving met een aangetekende brief, met of zonder ontvangstbewijs, geacht plaats te vinden op de werkdag die valt na de datum van de poststempel van deze aangetekende brief, behalve in geval van bewijs van het tegendeel door de geadresseerde. Daarbij geldt alleen de datum van de aanbieding door de postdiensten, en niet de feitelijke kennisneming van de aangetekende brief op een later tijdstip;
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving door afgifte tegen ontvangstbewijs geacht plaats te vinden op de datum van het ontvangstbewijs.".
Art. 34. L'article 16.4.39 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, remplacé par le décret du 23 décembre 2010 et modifié par les décrets des 4 avril 2014, 9 décembre 2016 et 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 16.4.39. Celui à qui l'amende a été infligée peut former un recours auprès du collège de maintien contre la décision par laquelle l'entité régionale inflige une amende administrative alternative, le cas échéant avec un dessaisissement d'avantages. Le recours est suspensif de la décision contestée.
Par dérogation à l'article 16.1.3, § 2, le recours visé à l'alinéa 1er peut être introduit dans le délai de trente jours suivant la notification de la décision contestée, compte tenu des dispositions suivantes :
- pour l'application du présent article, la notification par lettre recommandée avec ou sans récépissé est réputée avoir lieu le jour ouvrable qui suit la date du cachet de la poste de cette lettre recommandée, sauf preuve du contraire apportée par le destinataire. A cet égard, seule s'applique la date de la présentation par le service des postes, et non la prise de connaissance effective de la lettre recommandée à un moment ultérieur ;
- pour l'application du présent article, la notification par remise contre récépissé est réputée avoir lieu à la date du récépissé. ".
" Art. 16.4.39. Celui à qui l'amende a été infligée peut former un recours auprès du collège de maintien contre la décision par laquelle l'entité régionale inflige une amende administrative alternative, le cas échéant avec un dessaisissement d'avantages. Le recours est suspensif de la décision contestée.
Par dérogation à l'article 16.1.3, § 2, le recours visé à l'alinéa 1er peut être introduit dans le délai de trente jours suivant la notification de la décision contestée, compte tenu des dispositions suivantes :
- pour l'application du présent article, la notification par lettre recommandée avec ou sans récépissé est réputée avoir lieu le jour ouvrable qui suit la date du cachet de la poste de cette lettre recommandée, sauf preuve du contraire apportée par le destinataire. A cet égard, seule s'applique la date de la présentation par le service des postes, et non la prise de connaissance effective de la lettre recommandée à un moment ultérieur ;
- pour l'application du présent article, la notification par remise contre récépissé est réputée avoir lieu à la date du récépissé. ".
Art. 35. In artikel 16.4.41 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 20 april 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 16.3.23," vervangen door de zinsnede "de akte waarin een milieu-inbreuk wordt vastgesteld door een verbalisant,";
2° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden de woorden "de ontvangst van" opgeheven;
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zin "De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 500 euro." opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 16.3.23," vervangen door de zinsnede "de akte waarin een milieu-inbreuk wordt vastgesteld door een verbalisant,";
2° in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden de woorden "de ontvangst van" opgeheven;
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zin "De geldsom die betaald moet worden kan niet hoger zijn dan 500 euro." opgeheven.
Art. 35. A l'article 16.4.41 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et remplacé par le décret du 20 avril 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " du rapport de la constatation, visé à l'article 16.3.23, " est remplacé par le membre de phrase " de l'acte dans lequel une infraction environnementale est constatée par un verbalisant, " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, de la version néerlandaise du texte, les mots " de ontvangst van " sont supprimés ;
3° au paragraphe 2, alinéa 2, la phrase " La somme d'argent à payer ne peut excéder 500 euros. " est supprimée.
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " du rapport de la constatation, visé à l'article 16.3.23, " est remplacé par le membre de phrase " de l'acte dans lequel une infraction environnementale est constatée par un verbalisant, " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, 2°, de la version néerlandaise du texte, les mots " de ontvangst van " sont supprimés ;
3° au paragraphe 2, alinéa 2, la phrase " La somme d'argent à payer ne peut excéder 500 euros. " est supprimée.
Art. 36. Aan artikel 16.4.43, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, worden de woorden "na de dag waarop ze is genomen" toegevoegd.
Art. 36. A l'article 16.4.43, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 22 novembre 2013, les mots " suivant le jour où elle a été prise " sont ajoutés.
Art. 37. Artikel 16.4.44 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, vervangen bij het decreet van 23 december 2010 en gewijzigd bij de decreten van 4 april 2014, 9 december 2016 en 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 16.4.44. Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke entiteit een exclusieve bestuurlijke geldboete oplegt, in voorkomend geval met voordeelontneming, kan degene aan wie de boete werd opgelegd beroep indienen bij het handhavingscollege. Het beroep schorst de bestreden beslissing.
In afwijking van artikel 16.1.3, § 2, kan het beroep, vermeld in het eerste lid, worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing met inachtneming van de volgende bepalingen:
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving met een aangetekende brief, met of zonder ontvangstbewijs, geacht plaats te vinden op de werkdag die valt na de datum van de poststempel van deze aangetekende brief, behalve in geval van bewijs van het tegendeel door de geadresseerde. Daarbij geldt alleen de datum van de aanbieding door de postdiensten, en niet de feitelijke kennisneming van de aangetekende brief op een later tijdstip;
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving door afgifte tegen ontvangstbewijs geacht plaats te vinden op de datum van het ontvangstbewijs.".
"Art. 16.4.44. Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke entiteit een exclusieve bestuurlijke geldboete oplegt, in voorkomend geval met voordeelontneming, kan degene aan wie de boete werd opgelegd beroep indienen bij het handhavingscollege. Het beroep schorst de bestreden beslissing.
In afwijking van artikel 16.1.3, § 2, kan het beroep, vermeld in het eerste lid, worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de bestreden beslissing met inachtneming van de volgende bepalingen:
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving met een aangetekende brief, met of zonder ontvangstbewijs, geacht plaats te vinden op de werkdag die valt na de datum van de poststempel van deze aangetekende brief, behalve in geval van bewijs van het tegendeel door de geadresseerde. Daarbij geldt alleen de datum van de aanbieding door de postdiensten, en niet de feitelijke kennisneming van de aangetekende brief op een later tijdstip;
- voor toepassing van dit artikel wordt de kennisgeving door afgifte tegen ontvangstbewijs geacht plaats te vinden op de datum van het ontvangstbewijs.".
Art. 37. L'article 16.4.44 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007, remplacé par le décret du 23 décembre 2010 et modifié par les décrets des 4 avril 2014, 9 décembre 2016 et 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 16.4.44. Celui à qui l'amende a été infligée peut former un recours auprès du collège de maintien contre la décision par laquelle l'entité régionale inflige une amende administrative exclusive, le cas échéant avec un dessaisissement d'avantages. Le recours est suspensif de la décision contestée.
Par dérogation à l'article 16.1.3, § 2, le recours visé à l'alinéa 1er peut être introduit dans le délai de trente jours suivant la notification de la décision contestée, compte tenu des dispositions suivantes :
- pour l'application du présent article, la notification par lettre recommandée avec ou sans récépissé est réputée avoir lieu le jour ouvrable qui suit la date du cachet de la poste de cette lettre recommandée, sauf preuve du contraire apportée par le destinataire. A cet égard, seule s'applique la date de la présentation par le service des postes, et non la prise de connaissance effective de la lettre recommandée à un moment ultérieur ;
- pour l'application du présent article, la notification par remise contre récépissé est réputée avoir lieu à la date du récépissé. ".
" Art. 16.4.44. Celui à qui l'amende a été infligée peut former un recours auprès du collège de maintien contre la décision par laquelle l'entité régionale inflige une amende administrative exclusive, le cas échéant avec un dessaisissement d'avantages. Le recours est suspensif de la décision contestée.
Par dérogation à l'article 16.1.3, § 2, le recours visé à l'alinéa 1er peut être introduit dans le délai de trente jours suivant la notification de la décision contestée, compte tenu des dispositions suivantes :
- pour l'application du présent article, la notification par lettre recommandée avec ou sans récépissé est réputée avoir lieu le jour ouvrable qui suit la date du cachet de la poste de cette lettre recommandée, sauf preuve du contraire apportée par le destinataire. A cet égard, seule s'applique la date de la présentation par le service des postes, et non la prise de connaissance effective de la lettre recommandée à un moment ultérieur ;
- pour l'application du présent article, la notification par remise contre récépissé est réputée avoir lieu à la date du récépissé. ".
Art. 38. In titel XVI, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, wordt afdeling V. Zitting en uitspraak van het Milieuhandhavingscollege opgeheven.
Art. 38. Au titre XVI, chapitre IV, du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2010, la section V. Recours auprès du collège de maintien est supprimée.
Art. 39. Aan artikel 16.5.1, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2013 en gewijzigd bij het decreet van 27 oktober 2017, wordt de volgende zin toegevoegd:
"In afwijking hiervan worden de bestuurlijke dwangsommen geïnd en ingevorderd door:
- de gemeente op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom werd opgelegd ten voordele van diezelfde gemeente, voor zover de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd door een gemeentelijke toezichthouder, een intergemeentelijke toezichthouder, een toezichthouder van een politiezone, de burgemeester of zijn plaatsvervanger;
- de provincie op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom werd opgelegd ten voordele van diezelfde provincie, voor zover de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd door een provinciale toezichthouder, de gouverneur of zijn plaatsvervanger.".
"In afwijking hiervan worden de bestuurlijke dwangsommen geïnd en ingevorderd door:
- de gemeente op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom werd opgelegd ten voordele van diezelfde gemeente, voor zover de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd door een gemeentelijke toezichthouder, een intergemeentelijke toezichthouder, een toezichthouder van een politiezone, de burgemeester of zijn plaatsvervanger;
- de provincie op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom werd opgelegd ten voordele van diezelfde provincie, voor zover de bestuurlijke dwangsom wordt opgelegd door een provinciale toezichthouder, de gouverneur of zijn plaatsvervanger.".
Art. 39. A l'article 16.5.1, § 1er, alinéa 3, du même décret, inséré par le décret du 22 novembre 2013 et modifié par le décret du 27 octobre 2017, la phrase suivante est ajoutée :
" Par dérogation à cette disposition, les astreintes administratives sont perçues et recouvrées par :
- la commune sur le territoire de laquelle l'astreinte administrative a été infligée au profit de cette même commune, dans la mesure où l'astreinte administrative est infligée par un surveillant communal, un surveillant intercommunal, un surveillant d'une zone de police, le bourgmestre ou son suppléant ;
- la province sur le territoire de laquelle l'astreinte administrative a été infligée au profit de cette même province, dans la mesure où l'astreinte administrative est infligée par un surveillant provincial, le gouverneur ou son suppléant. ".
" Par dérogation à cette disposition, les astreintes administratives sont perçues et recouvrées par :
- la commune sur le territoire de laquelle l'astreinte administrative a été infligée au profit de cette même commune, dans la mesure où l'astreinte administrative est infligée par un surveillant communal, un surveillant intercommunal, un surveillant d'une zone de police, le bourgmestre ou son suppléant ;
- la province sur le territoire de laquelle l'astreinte administrative a été infligée au profit de cette même province, dans la mesure où l'astreinte administrative est infligée par un surveillant provincial, le gouverneur ou son suppléant. ".
Art. 40. Aan artikel 16.5.11 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij gebrek aan een identiteitskaart wordt aan de vermoedelijke overtreder de mogelijkheid geboden om zijn identiteit te bewijzen op een andere wijze.".
"Bij gebrek aan een identiteitskaart wordt aan de vermoedelijke overtreder de mogelijkheid geboden om zijn identiteit te bewijzen op een andere wijze.".
Art. 40. A l'article 16.5.11 du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" A défaut de carte d'identité, la possibilité est offerte au contrevenant présumé de prouver son identité par tout autre moyen. ".
" A défaut de carte d'identité, la possibilité est offerte au contrevenant présumé de prouver son identité par tout autre moyen. ".
Art. 41. In artikel 16.5.12 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, worden de woorden "vermelde wetten en decreten" vervangen door de woorden "vermelde milieuvoorschriften".
Art. 41. A l'article 16.5.12 du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009 et modifié par le décret du 23 décembre 2010, les mots " lois et décrets visés " sont remplacés par les mots " prescriptions environnementales visées ".
Art. 42. In artikel 16.6.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "regelgeving" vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° in paragraaf 2 wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° /1 personen die opzettelijk niet meewerken aan een identiteitscontrole als vermeld in artikel 16.3.26bis en 16.5.11;".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "regelgeving" vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° in paragraaf 2 wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"2° /1 personen die opzettelijk niet meewerken aan een identiteitscontrole als vermeld in artikel 16.3.26bis en 16.5.11;".
Art. 42. A l'article 16.6.1 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " à la règlementation maintenu " sont remplacés par les mots " aux prescriptions environnementales maintenues " ;
2° au paragraphe 2, il est inséré un point 2° /1, libellé comme suit :
" 2° /1 les personnes qui, délibérément, ne coopèrent pas à un contrôle d'identité tel que visé aux articles 16.3.26bis et 16.5.11 ; ".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " à la règlementation maintenu " sont remplacés par les mots " aux prescriptions environnementales maintenues " ;
2° au paragraphe 2, il est inséré un point 2° /1, libellé comme suit :
" 2° /1 les personnes qui, délibérément, ne coopèrent pas à un contrôle d'identité tel que visé aux articles 16.3.26bis et 16.5.11 ; ".
Art. 43. In artikel 16.6.2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid, worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het bedrag "58" vervangen door het bedrag "43,75".
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid, worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het bedrag "58" vervangen door het bedrag "43,75".
Art. 43. A l'article 16.6.2 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le segment de phrase " délibérément et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , délibérément et contrairement aux prescriptions environnementales, " ; au paragraphe 1er, alinéa 2, le segment de phrase " par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions environnementales, " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " d'au maximum de 58 euros " sont remplacés par les mots " de 43,75 euros maximum ".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le segment de phrase " délibérément et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , délibérément et contrairement aux prescriptions environnementales, " ; au paragraphe 1er, alinéa 2, le segment de phrase " par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions environnementales, " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " d'au maximum de 58 euros " sont remplacés par les mots " de 43,75 euros maximum ".
Art. 44. In artikel 16.6.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid, worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste en tweede lid, worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven.
Art. 44. A l'article 16.6.3 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le segment de phrase " délibérément et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , délibérément et contrairement aux prescriptions environnementales, " ; au paragraphe 1er, alinéa 2, le segment de phrase " par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions environnementales, " ;
2° le paragraphe 2, alinéa 2, est supprimé.
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le segment de phrase " délibérément et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , délibérément et contrairement aux prescriptions environnementales, " ; au paragraphe 1er, alinéa 2, le segment de phrase " par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions légales ou contrairement à un permis, " est remplacé par le segment de phrase " , par défaut de précaution ou de prudence et contrairement aux prescriptions environnementales, " ;
2° le paragraphe 2, alinéa 2, est supprimé.
Art. 45. Artikel 16.6.3bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt opgeheven.
Art. 45. L'article 16.6.3bis du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, est supprimé.
Art. 46. In artikel 16.6.3ter, eerste en tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" vervangen door het woord "milieuvoorschriften".
Art. 46. A l'article 16.6.3ter, alinéas 1er et 2, du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009 et modifié par le décret du 18 décembre 2015, les mots " prescriptions légales ou à une autorisation " sont remplacés par les mots " prescriptions environnementales ".
Art. 47. In artikel 16.6.3quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° in het derde en vierde lid wordt het woord "voorschriften" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften".
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° in het derde en vierde lid wordt het woord "voorschriften" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften".
Art. 47. A l'article 16.4.3quater du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° aux alinéas 1er et 2, les mots " prescriptions légales ou à une autorisation " sont chaque fois remplacés par les mots " prescriptions environnementales " ;
2° aux alinéas 3 et 4, le mot " prescriptions " est chaque fois remplacé par les mots " prescriptions environnementales ".
1° aux alinéas 1er et 2, les mots " prescriptions légales ou à une autorisation " sont chaque fois remplacés par les mots " prescriptions environnementales " ;
2° aux alinéas 3 et 4, le mot " prescriptions " est chaque fois remplacé par les mots " prescriptions environnementales ".
Art. 48. In artikel 16.6.3quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 22 november 2013, worden de woorden "wettelijke voorschriften of in strijd met een vergunning" telkens vervangen door het woord "milieuvoorschriften".
Art. 48. A l'article 16.6.3quinquies du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009 et modifié par le décret du 22 novembre 2013, les mots " prescriptions légales ou à une autorisation " sont chaque fois remplacés par les mots " prescriptions environnementales ".
Art. 49. Artikel 16.6.3sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt opgeheven.
Art. 49. L'article 16.6.3sexies du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, est supprimé.
Art. 50. In artikel 16.6.6, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt het woord "voorschriften" vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het vorderingsrecht van de gemachtigde ambtenaar verjaart binnen vijf jaar nadat een toezichthouder voor het milieumisdrijf een proces-verbaal heeft afgesloten, met dien verstande dat het vorderingsrecht niet kan verjaren zolang conform artikel 16.4.8bis een bestuurlijke maatregel kan worden opgelegd of zolang de strafvordering niet vervallen is.".
1° in het tweede lid wordt het woord "voorschriften" vervangen door het woord "milieuvoorschriften";
2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het vorderingsrecht van de gemachtigde ambtenaar verjaart binnen vijf jaar nadat een toezichthouder voor het milieumisdrijf een proces-verbaal heeft afgesloten, met dien verstande dat het vorderingsrecht niet kan verjaren zolang conform artikel 16.4.8bis een bestuurlijke maatregel kan worden opgelegd of zolang de strafvordering niet vervallen is.".
Art. 50. A l'article 16.6.6, § 2, du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, le mot " prescriptions " est remplacé par les mots " prescriptions environnementales ".
2° il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" Le droit d'action du fonctionnaire autorisé se prescrit dans le délai de cinq ans suivant la clôture, par un surveillant, d'un procès-verbal pour le délit environnemental, étant entendu que le droit d'action ne peut se prescrire tant qu'une mesure administrative peut être imposée conformément à l'article 16.4.8bis ou tant que l'action publique n'est pas éteinte. ".
1° à l'alinéa 2, le mot " prescriptions " est remplacé par les mots " prescriptions environnementales ".
2° il est ajouté un alinéa 3, libellé comme suit :
" Le droit d'action du fonctionnaire autorisé se prescrit dans le délai de cinq ans suivant la clôture, par un surveillant, d'un procès-verbal pour le délit environnemental, étant entendu que le droit d'action ne peut se prescrire tant qu'une mesure administrative peut être imposée conformément à l'article 16.4.8bis ou tant que l'action publique n'est pas éteinte. ".
Art. 51. In artikel 16.6.10 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de woorden "de herstelmaatregel" vervangen door de zinsnede "het recht op ambtshalve uitvoering van de herstelmaatregel, vermeld in artikel 16.6.9".
Art. 51. A l'article 16.6.10 du même décret, inséré par le décret du 30 avril 2009, les mots " de la mesure réparatrice " sont remplacés par le membre de phrase " du droit à l'exécution de la mesure de réparation visée à l'article 16.6.9 ".
Art. 52. Bijlage V bij hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2010 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 52. L'annexe V du même décret, insérée par le décret du 23 décembre 2010 et modifiée par le décret du 25 avril 2014, est supprimée.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
CHAPITRE 3. - Modifications du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009
Art. 53. In artikel 6.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het bedrag "50.000" vervangen door het bedrag "400.000".
Art. 53. A l'article 6.2.2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, inséré par le décret du 25 avril 2014, le montant " 50.000 " est remplacé par le montant " 400.000 ".
Art. 54. In artikel 6.2.7, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zin "De bestuurlijke geldboete wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn voor de strafrechtelijke geldboeten." opgeheven.
Art. 54. A l'article 6.2.7, § 1er, alinéa 2, du même décret, ajouté par le décret du 25 avril 2014, la phrase " L'amende administrative est majorée des décimes additionnels d'application aux amendes administratives. " est supprimée.
Art. 55. In artikel 6.2.13, § 4, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het bedrag "250.000" vervangen door het bedrag "2.000.000".
Art. 55. A l'article 6.2.13, § 4, du même décret, ajouté par le décret du 25 avril 2014, les mots " 250.000 euros " sont remplacés par les mots " 2.000.000 d'euros ".