Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 OKTOBER 2013. - Akkoord tussen het Koninkrijk België en het Europees Instituut voor Bosbouw betreffende de voorrechten en immuniteiten van het verbindingsbureau van het Europees Instituut voor Bosbouw, gedaan te Brussel op 9 oktober 2013
Titre
9 OCTOBRE 2013. - Accord entre le Royaume de Belgique et l'Institut européen de la Forêt sur les privilèges et immunités du bureau de liaison de l'Institut européen de la Forêt, fait à Bruxelles le 9 octobre 2013
Informations sur le document
Info du document
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK I. - RECHTSPERSOONLIJKHEID, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN HET VERBINDINGSBUREAU VAN HET EFI
CHAPITRE Ier. - PERSONNALITE, PRIVILEGES ET IMMUNITES DU BUREAU DE LIAISON DE L'IEF
Artikel 1. In dit Akkoord wordt verstaan onder:
  a) "het Bureau": het verbindingsbureau van het EIB, officieel in België gevestigd;
  b) "de officiële werkzaamheden van het Bureau": de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de uitoefening in België door het Bureau van de doelstellingen en de statutaire opdrachten van algemeen belang die door het EIB aan het Bureau werden opgedragen, in overeenstemming met de bepalingen van de Conventie en van het Besluit van de Raad van 21 juni 2011;
  c) "het officieel gebruik": de activiteiten evenals de verwerving van goederen of diensten die onontbeerlijk zijn voor de uitoefening door het Bureau van zijn officiële werkzaamheden in België, of die noodzakelijk zijn voor zijn goede werking, en waarvan de kosten in laatste instantie worden gedragen door de Lidstaten in overeenstemming met het Besluit van de Raad van 21 juni 2011;
  d) "het archief": alle dossiers, correspondentie, documenten, manuscripten, computer- en mediagegevens, databanken, foto's, films, video- en geluidsopnamen die het Bureau of zijn personeel in het kader van zijn officiële werkzaamheden in België bezit of bewaart;
  e) "de gebouwen van het Bureau": het terrein en de gebouwen of delen van gebouwen die uitsluitend worden gebruikt voor de officiële werkzaamheden van het Bureau;
  f) "het Hoofd van het Bureau": de ambtenaar met de hoogste rang van het Bureau;
  g) "de ambtenaren van het Bureau ": personen die rechtstreeks werden aangeworven door het EIB en die werkzaam zijn in het Bureau, in overeenstemming met het EIB Personeelsreglement;
  h) "de wettige partner" van een ambtenaar is hetzij de echtgenoot of echtgenote, op voorwaarde dat het huwelijk niet werd geannuleerd of beëindigd door echtscheiding, hetzij de partner waarmee de ambtenaar samenleeft in een verbintenis, vergelijkbaar met een huwelijk, die officieel werd geregistreerd in het land van oorsprong van de ambtenaar.
Article 1er. Au sens du présent Accord,
  a) " le Bureau " est le bureau de liaison de l'IEF, établi officiellement en Belgique;
  b) " les activités officielles du Bureau " sont celles qui sont nécessaires à l'accomplissement en Belgique par le Bureau des buts et des missions statutaires d'intérêt général dont il a été chargé par l'IEF en vertu de la Convention et de la Décision du Conseil du 21 juin 2011;
  c) " l'usage officiel " signifie les actions et acquisitions de biens ou de prestations de services indispensables à l'exercice par le Bureau en Belgique de ses activités officielles ou nécessaires pour son bon fonctionnement, et dont le coût est pris en charge définitivement par les Etats membres de l'IEF en vertu de la Décision du Conseil du 21 juin 2011;
  d) " les archives " sont tous les dossiers, documents, manuscrits, documents électroniques, banques de données, photos, films, et enregistrements audio et vidéo appartenant à ou détenus par le Bureau ou son personnel pour l'exercice de leurs activités officielles en Belgique;
  e) " les locaux du Bureau " sont le terrain et les bâtiments ou parties de bâtiments utilisés par le Bureau uniquement pour l'exercice de ses activités officielles en Belgique;
  f) " le Chef du Bureau " est le fonctionnaire de plus haut rang du Bureau;
  g) " les fonctionnaires du Bureau " sont toutes les personnes recrutées directement par l'IEF et employées dans le Bureau en conformément au Statut du personnel de l'IEF;
  h) " le partenaire légal " d'un fonctionnaire est soit l'époux ou l'épouse, à condition que le mariage n'ait pas été annulé ou pris fin suite à un divorce, soit le partenaire avec lequel le fonctionnaire vit ensemble dans une union, comparable à un mariage, qui a été enregistrée officiellement dans le pays d'origine du fonctionnaire.
Art. 2. Het Bureau bezit rechtsbekwaamheid, met name om:
  - overeenkomsten te sluiten;
  - roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden;
  - in rechte op te treden.
Art. 2. Le Bureau possède la capacité juridique, notamment pour:
  - conclure des contrats;
  - acquérir et aliéner des biens mobiliers et immobiliers;
  - ester en justice.
Art. 3. In het kader van zijn officiële werkzaamheden geniet het Bureau immuniteit van rechtsmacht en van executie behoudens:
  a) voor zover het Bureau in een bijzonder geval uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van deze immuniteit;
  b) met betrekking tot een door derden ingediende rechtsvordering betreffende personen of goederen, voor zover die rechtsvordering niet rechtstreeks samenhangt met de officiële werkzaamheden van het Bureau;
  c) met betrekking tot een door derden ingediende rechtsvordering betreffende schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat toebehoort aan het Bureau of namens deze wordt gebruikt, of in geval van een met voormeld voertuig begane verkeersovertreding;
  d) voor beslag, in uitvoering van een rechterlijke beslissing, op salarissen en emolumenten verschuldigd door het EIB aan een personeelslid:
  e) met betrekking tot een tegenvordering rechtstreeks verbonden aan een hoofdvordering ingeleid door het Bureau;
  f) voor de uitvoering van een arbitrale uitspraak uitgesproken krachtens artikel 31 van dit Akkoord.
Art. 3. Dans le cadre de ses activités officielles, le Bureau bénéficie de I'immunité de juridiction et d'exécution sauf:
  a) dans la mesure où le Bureau aurait expressément renoncé à une telle immunité dans un cas particulier;
  b) en cas d'action civile intentée par un tiers concernant des personnes et/ou des biens, pour autant que cette action civile n'ait pas de Iien direct avec le fonctionnement officiel du Bureau;
  c) en cas d'action civile intentée par un tiers pour les dommages résultant d'un accident causé par un véhicule automoteur appartenant au Bureau ou circulant pour son compte ou en cas d'infraction à la réglementation de la circulation automobile intéressant le véhicule précité;
  d) pour la saisie, en exécution d'une décision juridictionnelle, du traitement et des émoluments dus par l'IEF à un membre du personnel;
  e) en cas d'une demande reconventionnelle directement liée à une procédure entamée à titre principal par le Bureau;
  f) pour l'exécution d'une sentence arbitrale rendue en vertu de l'article 31 du présent Accord.
Art. 4. 1. De goederen en bezittingen van het EIB, gebruikt voor de uitoefening van de officiële werkzaamheden van het Bureau kunnen niet het voorwerp uitmaken van enige vorm van opvordering, verbeurdverklaring, inbewaringstelling of een andere vorm van beslaglegging of dwang.
  2. Indien een onteigening mocht nodig zijn, worden alle gepaste schikkingen getroffen om te verhinderen dat de uitoefening van de werkzaamheden van het Bureau in het gedrang komt. In zodanig geval zou België zijn medewerking verlenen aan de wederinstallatie van het Bureau.
Art. 4. 1. Les biens et avoirs de l'IEF utilisés pour l'exercice des fonctions officielles du Bureau ne peuvent faire l'objet d'aucune forme de réquisition, confiscation, séquestre ni autre forme de saisie ou de contrainte.
  2. Si une expropriation était nécessaire, toutes dispositions appropriées seraient prises afin d'empêcher qu'il soit fait obstacle à l'exercice des fonctions du Bureau. En ce cas la Belgique accorderait son assistance pour permettre la réinstallation du Bureau.
Art. 5. Het archief van het Bureau is onschendbaar.
Art. 5. Les archives du Bureau sont inviolables.
Art. 6. Het recht van het Bureau om binnen het kader van zijn officiële werkzaamheden communicatiemiddelen te gebruiken is gewaarborgd. De officiële briefwisseling van het Bureau is onschendbaar.
Art. 6. La liberté de communication du Bureau dans le cadre de ses activités officielles est garantie. Sa correspondance officielle est inviolable.
Art. 7. 1. De gebouwen van het Bureau zijn onschendbaar. De instemming van het Hoofd van het Bureau is vereist voor de toegang tot deze gebouwen.
  2. Deze toestemming wordt evenwel geacht verkregen te zijn in geval van schade die onmiddellijke beschermingsmaatregelen vergt.
  3. België zal alle gepaste maatregelen nemen om de gebouwen van het Bureau te beschermen tegen indringers of tegen het toebrengen van schade en om te vermijden dat de rust van het Bureau wordt verstoord of zijn waardigheid wordt aangetast.
Art. 7. 1. Les locaux du Bureau sont inviolables. Le consentement du Chef du Bureau est requis pour l'accès à ses locaux.
  2. Toutefois, ce consentement est présumé acquis en cas de sinistre exigeant des mesures de protection immédiates.
  3. La Belgique prendra toute mesure appropriée afin d'empêcher que les locaux du Bureau soient envahis ou endommagés, la paix du Bureau troublée ou sa dignité amoindrie.
Art. 8. 1. Onverminderd de toepasselijke internationale en Europeesrechtelijke bepalingen mag het Bureau om het even welke valuta in bezit hebben en rekeningen hebben in welke munteenheid ook voor zover dit nodig is voor de officiële werkzaamheden van het Bureau.
  2. België verbindt er zich toe de nodige toelatingen te verlenen om volgens het bepaalde in de toepasselijke nationale reglementen en internationale overeenkomsten, het fondsenverkeer te verzekeren dat nodig is voor de oprichting, de werkzaamheden of de sluiting van het Bureau.
Art. 8. 1. Sans préjudice des dispositions internationales et des dispositions communautaires européennes en la matière, le Bureau peut détenir toutes devises et avoir des comptes en toutes monnaies dans la mesure nécessaire à ses activités officielles.
  2. La Belgique s'engage à lui accorder les autorisations nécessaires pour effectuer, suivant les modalités prévues dans les règlements nationaux et accords internationaux applicables, tous les mouvements de fonds auxquels donneront lieu la constitution, l'activité ou la fermeture du Bureau.
Art. 9. 1. Het Bureau, zijn bezittingen, inkomsten en andere goederen, die bestemd zijn voor zijn officieel gebruik, zijn vrijgesteld van alle directe belastingen.
  2. Geen enkele vrijstelling van directe belasting wordt verleend voor de inkomsten van het Bureau die afkomstig zijn van een industriële of handelsactiviteit, die wordt uitgeoefend door het Bureau, het Hoofd vaan het Bureau of zijn/haar adjunct, of door een ambtenaar van het Bureau dat handelt voor rekening van het Bureau of voor een Lidstaat van het EIB.
Art. 9. 1. Le Bureau, ses avoirs, revenus et autres biens, affectés à son usage officiel, sont exonérés de tous impôts directs.
  2. Aucune exonération d'impôt direct n'est accordée sur les revenus du Bureau qui proviennent d'une activité industrielle ou commerciale qui serait exercée par le Bureau, par le Chef du Bureau ou son adjoint, ou par un des fonctionnaires du Bureau pour le compte du Bureau ou d'un autre organisme ou d'un Etat membre de l'IEF.
Art. 10. Wanneer het Bureau aanzienlijke aankopen van roerend of onroerend goed doet of belangrijke diensten laat uitvoeren die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar officiële werkzaamheden en waarvan de prijs indirecte rechten of btw bevat, worden, telkens wanneer mogelijk de nodige schikkingen getroffen met het oog op de kwijtschelding of terugbetaling van het bedrag van deze rechten en belastingen.
Art. 10. Lorsque le Bureau effectue des achats importants de biens immobiliers ou mobiliers ou fait exécuter des prestations de service importantes, strictement nécessaires pour l'exercice de ses activités officielles en Belgique et dont le prix comprend des droits indirects ou de la T.V.A., des dispositions appropriées sont prises chaque fois qu'il est possible en vue de la remise ou du remboursement du montant de ces droits et taxes.
Art. 11. Het Bureau is vrijgesteld van alle indirecte belastingen op goederen die door het Bureau of in zijn naam worden ingevoerd, verworven of uitgevoerd voor officieel gebruik.
Art. 11. Le Bureau est exonéré de tous impôts indirects à l'égard des biens importés, acquis ou exportés par lui ou en son nom pour son usage officiel.
Art. 12. Onverminderd de verplichtingen die voor België voortvloeien uit de verdragen betreffende de Europese Unie en uit de toepassing van de Belgische wetgeving en regelgeving inzake de openbare orde en veiligheid, volksgezondheid of openbare zeden, kan het Bureau alle goederen en publicaties invoeren die bestemd zijn voor zijn officieel gebruik in België.
Art. 12. Sans préjudice des obligations qui découlent pour la Belgique des traités relatifs à l'Union européenne et de l'application des lois et règlements belges concernant l'ordre, la sécurité, la santé ou la moralité publiques, le Bureau peut importer tous biens et publications destinés à son usage officiel.
Art. 13. Het Bureau is vrijgesteld van alle indirecte belastingen op de officiële publicaties die voor het Bureau bestemd zijn of die het naar het buitenland verstuurt.
Art. 13. Le Bureau est exonéré de tous impôts indirects à l'égard des publications officielles qui lui sont destinées ou qu'il envoie à l'étranger.
Art. 14. Om te vermijden dat de toepassing van de vrijstellingen oorzaak zou zijn van concurrentievervalsing wordt geen vrijstelling van rechten of van indirecte belastingen toegekend voor activiteiten of voor verwerving van goederen of diensten, indien zij bestemd zijn:
  - hetzij voor een andere beroepsactiviteit dan het officieel gebruik van het Bureau;
  - hetzij voor een industriële of handelsactiviteit, uitgeoefend door het Bureau of door een van zijn ambtenaren voor rekening van het Bureau, voor rekening van het EIB of voor een Lidstaat van het EIB;
  - hetzij voor een activiteit uitgevoerd in het kader van een programma van een andere internationale organisatie;
  - hetzij voor de persoonlijke belangen van de ambtenaren van het Bureau.
Art. 14. Afin d'éviter que l'application des exonérations ne puisse avoir pour effet de fausser la concurrence, aucune exonération de droits et taxes indirects n'est accordée pour les actions et acquisitions de biens ou de prestations de services destinées:
  - soit à une activité professionnelle autre que l'usage officiel du Bureau;
  - soit à une activité industrielle ou commerciale qui serait exercée par le Bureau ou par un de ses fonctionnaires pour le compte du Bureau ou pour le compte de l'IEF ou d'un Etat membre de l'IEF;
  - soit à une activité exercée dans le cadre d'un programme d'une autre organisation internationale;
  - soit à servir les intérêts personnels des membres du personnel du Bureau.
Art. 15. De goederen die eigendom zijn van het Bureau kunnen in België slechts worden vervreemd in overeenstemming met de in de Belgische wetgeving en regelgeving bepaalde voorwaarden.
Art. 15. Les biens appartenant au Bureau ne peuvent être cédés en Belgique, que selon les conditions prescrites par les lois et règlements belges.
Art. 16. Het Bureau is niet vrijgesteld van belastingen, heffingen en rechten die alleen de vergoeding van diensten van openbaar nut betreffen.
Art. 16. Le Bureau n'est pas exonéré des impôts, taxes ou droits qui ne constituent que la simple rémunération de services d'utilité publique.
Art. 17. 1. Onverminderd de verplichtingen die voor België voortvloeien uit de verdragen betreffende de Europese Unie en de toepassing van de Belgische wetgeving en de regelgeving, worden de voorwaarden en toepassingsregelingen van de artikelen 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van dit Akkoord vastgelegd door de bevoegde Belgische overheid.
  2. Ingeval niet meer zou voldaan worden aan de voorwaarden voor de toekenning van fiscale vrijstellingen die werden vastgelegd in het Besluit van de Raad van 21 juni 2011, kan de bevoegde Belgische overheid, vermeld in de eerste paragraaf van dit artikel, beslissen om de toepassing van de vrijstellingen, voorzien in de artikels 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van dit Akkoord, op te schorten.
Art. 17. 1. Sans préjudice des obligations qui découlent pour la Belgique des traités relatifs à l'Union européenne et de l'application des lois et règlements belges, les conditions et modalités d'application des articles 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14 et 15 sont déterminées par l'autorité belge compétente.
  2. Au cas où les conditions pour l'octroi des exemptions fiscales mentionnées dans la Décision du Conseil du 21 juin 2011 ne seraient plus remplies, l'autorité compétente belge mentionnée au premier paragraphe de cet article peut décider de suspendre l'application des exemptions prévus par les articles 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14 et 15 de cet Accord.
HOOFDSTUK II. - STATUUT VAN HET PERSONEEL
CHAPITRE II. - STATUT DU PERSONNEL
Art. 18. 1. Leden van de Raad en vertegenwoordigers van Lidstaten bij de Conferentie, de Directeur, ambtenaren uitgezonden door de Lidstaten, samen met hun plaatsvervangers en adviseurs die deel uitmaken van hun delegaties bij vergaderingen samengeroepen door het EB, genieten, bij de uitoefening van hun taken en tijdens de reizen van en naar de vergaderplaats de volgende voorrechten en immuniteiten:
  a) immuniteit van arrestatie of gevangenhouding;
  b) immuniteit van enige rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens de vervulling van hun functies gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na het uitdoven van hun functies;
  c) onschendbaarheid van alle papieren, documenten en officiële stukken;
  d) het recht codes te gebruiken en papieren, briefwisseling of officiële stukken te versturen of te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen;
  e) vrijstelling met betrekking tot henzelf en hun wettige partners van immigratiebeperkingen, van vreemdelingenregistratie en van alle verplichtingen van nationale dienstplicht gedurende hun verblijf op het Belgisch grondgebied of wanneer ze er op doorreis zijn in de uitoefening van hun functies;
  f) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als degene die worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen op tijdelijke officiële zending;
  g) dezelfde immuniteiten en faciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bezittingen als degene die worden toegekend aan de leden van diplomatieke zendingen van een vergelijkbare rang.
  2. De voorrechten en immuniteiten worden aan de in lid 1 van dit artikel vermelde personen niet toegekend voor hun persoonlijk voordeel, maar met het doel de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met het EIB te verzekeren. Derhalve hebben alle personen die de voornoemde voorrechten en immuniteiten genieten, de plicht in alle andere opzichten de Belgische wetten en reglementen na te komen.
  3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is niet van toepassing op Belgische staatsburgers of op permanente verblijfshouders in België.
Art. 18. 1. Les Membres du Conseil et les représentants des Etats Parties à la Conférence, le Directeur, fonctionnaires délégués par les Etats membres, ainsi que leurs suppléants et les conseillers de leurs délégations, jouissent, lorsqu'ils participent à des réunions organisées par l'IEF, pendant l'exercice de leurs fonctions et au cours de leurs déplacements à destination ou en provenance du lieu de la réunion des privilèges et immunités suivants:
  a) immunité d'arrestation ou de détention;
  b) immunité de juridiction pour leurs paroles, leurs écrits et tous les actes accomplis par eux dans l'exercice de leurs fonctions officielles; cette immunité subsiste même si les intéressés ont cessé d'exercer leurs fonctions;
  c) inviolabilité de tous papiers, documents et matériels officiels;
  d) droit de faire usage de codes et d'expédier ou de recevoir des papiers, de la correspondance ou des matériels officiels par courriers ou par valises scellées;
  e) exemption, pour eux-mêmes et leurs conjoints, de toutes mesures restrictives relatives à l'immigration, de toutes formalités d'enregistrement des étrangers et de toutes obligations de service national lorsqu'ils séjournent sur le territoire de la Belgique ou s'y trouvent en transit dans l'exercice de leurs fonctions;
  f) mêmes facilités en ce qui concerne les restrictions monétaires ou de change que celles qui sont accordées aux représentants de gouvernements étrangers en mission officielle temporaire;
  g) mêmes immunités et facilités en ce qui concerne leurs bagages personnels que celles qui sont accordées aux membres de missions diplomatiques d'un rang comparable.
  2. Les privilèges et immunités sont accordés aux personnes visées au paragraphe 1 du présent article non pour leur bénéfice personnel mais dans le but d'assurer en toute indépendance l'exercice de leurs fonctions en ce qui concerne l'IIEF. Par conséquent, toutes les personnes qui jouissent desdits privilèges et immunités ont le devoir d'observer à tous autres égards les lois et règlements belges.
  3. Les dispositions des paragraphes 1 et 2 du présent article ne sont pas applicables à l'égard des personnes qui sont ressortissantes belges ou résidents permanents en Belgique.
Art. 19. 1. Het Hoofd van het Bureau en diens adjunct genieten dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten als de diplomatieke personeelsleden van de diplomatieke missies. Hun wettige partner en inwonende minderjarige kinderen, beiden ten laste, genieten dezelfde voordelen als de wettige partner en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel.
  2. De voorrechten, immuniteiten en faciliteiten vermeld in paragraaf 1 van dit artikel omvatten geen vrijstelling van belastingen op de salarissen, emolumenten en vergoedingen die worden betaald door het EIB aan het Hoofd van het Bureau en diens adjunct.
Art. 19. 1. Le Chef du Bureau et son adjoint bénéficient des immunités, privilèges et facilités reconnus aux membres du personnel diplomatique des missions diplomatiques. Leur partenaire légal et leurs enfants mineurs, à charge et vivant dans leur foyer, bénéficient des avantages reconnus au partenaire légal et aux enfants mineurs du personnel diplomatique.
  2. Les immunités, privilèges et facilités reconnus mentionnés au paragraphe 1 de cet article ne comprennent pas l'exonération des impôts sur les traitements, émoluments et indemnités qui sont versés par l'IEF au Chef du Bureau et son adjoint.
Art. 20. 1. Alle ambtenaren van het Bureau genieten:
  a) wat de munt- of wisselreglementeringen betreft, de faciliteiten die worden toegekend aan ambtenaren van internationale organisaties;
  b) vrijstelling van rechtsvervolging voor daden die ze in hun officiële hoedanigheid hebben verricht, met inbegrip van hun woorden en geschriften; deze immuniteit blijft van kracht na de beëindiging van hun functies;
  c) onschendbaarheid voor al hun officiële papieren en documenten;
  d) vrijstelling van nationale dienstplicht in België;
  e) voor henzelf en hun wettige partner en inwonende minderjarige kinderen, dezelfde repatriëringfaciliteiten als leden van diplomatieke zendingen bij internationale crisissen.
  2. Alle ambtenaren van het Bureau, hun wettige partner en inwonende minderjarige kinderen, beiden ten laste, zijn niet onderworpen aan de maatregelen tot beperking van de immigratie of aan de registratieformaliteiten voor vreemdelingen. Deze afwijking wordt toegekend in overeenstemming met de Belgische wetgeving ter zake.
  3. Voor de uitoefening van hun officiële functies bij het Bureau zijn de ambtenaren van het Bureau niet onderworpen aan de Belgische wetgeving inzake tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten.
  4. Het Bureau stelt de Directie Protocol van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken in kennis van de aankomst en het vertrek van haar ambtenaren en doet mededeling van alle hierna nader omschreven gegevens omtrent haar ambtenaren en personeelsleden:
  a) naam en voornaam
  b) geboorteplaats en -datum
  c) geslacht
  d) nationaliteit
  e) hoofdverblijfplaats (land, gemeente, straat, nummer)
  f) burgerlijke staat
  g) samenstelling van het gezin
  h) het stelsel van sociale zekerheid gekozen door het personeelslid
  Elke wijziging van de bovenstaande gegevens moet binnen twee weken ter kennis worden gebracht van de directie Protocol van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken.
Art. 20. 1. Tous les fonctionnaires du Bureau:
  a) bénéficient des facilités reconnues aux fonctionnaires des organisations internationales en ce qui concerne les réglementations monétaires ou de change;
  b) jouissent de l'immunité de juridiction pour les actes accomplis en leur qualité officielle, y compris leurs paroles et écrits, cette immunité persistant après cessation de leurs fonctions;
  c) jouissent de l'inviolabilité pour tous leurs papiers et documents officiels;
  d) jouissent de l'exemption de toute obligation relative au service national en Belgique;
  e) jouissent, ainsi que leur partenaire légal et leurs enfants mineurs, à charge et vivant dans leur foyer, des mêmes facilités de rapatriement que les envoyés diplomatiques en période de crise internationale.
  2. Tous les fonctionnaires du Bureau, ainsi que leur partenaire légal et leurs enfants mineurs, à charge et vivant dans leur foyer, ne sont pas soumis aux dispositions limitant l'immigration ni aux formalités d'enregistrement des étrangers. Cette dérogation est accordée conformément à la législation belge en la matière.
  3. Pour l'exercice de leurs fonctions officielles auprès du Bureau, les fonctionnaires du Bureau ne sont pas soumis à la législation belge en matière d'emploi de la main d'oeuvre étrangère.
  4. Le Bureau notifie l'arrivée et le départ des membres de ses fonctionnaires à la Direction du Protocole du Service public fédéral Affaires étrangères et notifie également les renseignements spécifiés ci après au sujet de tous ses fonctionnaires et agents:
  a) nom et prénom
  b) lieu et date de naissance
  c) sexe
  d) nationalité
  e) résidence principale (pays, commune, rue, numéro)
  f) état civil
  g) composition du ménage
  h) le régime de protection sociale choisi par le membre du personnel
  Tout changement des données spécifiées ci avant doit être signalé dans les deux semaines à la Direction du Protocole du Service public fédéral Affaires étrangères.
Art. 21. 1. De regeringsexperts op zending voor het EIB en ambtenaren van het EIB genieten de onderstaande voorrechten en immuniteiten voor zover deze nodig zijn voor de goede uitoefening van hun functies, en gedurende de reizen die ze in het kader van deze functies doen:
  a) immuniteit van arrestatie of gevangenhouding of van inbeslagname van hun persoonlijke bezittingen;
  b) immuniteit van enige rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens de vervulling van hun officiële functies gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na het uitdoven van hun officiële functies voor het EIB;
  c) onschendbaarheid van alle papieren, documenten en officiële stukken;
  d) het recht om in de communicatie met het EIB codes te gebruiken en papieren of correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen;
  e) dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta- en wisselbeperkingen als die worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen op tijdelijke officiële zending;
  f) dezelfde immuniteiten en faciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bezittingen als degene die worden toegekend aan de leden van diplomatieke zendingen van een vergelijkbare rang.
  2. De voorrechten en immuniteiten worden aan experts en ambtenaren van het EIB toegekend in het belang van het EIB en niet voor hun persoonlijk voordeel. Alle personen die de voormelde voorrechten en immuniteiten genieten, hebben de plicht de Belgische wetten en reglementen na te komen. Het EIB kan en moet de immuniteit van een van haar experts opheffen, in alle gevallen waarin zij van oordeel is dat de immuniteit het uitoefenen van rechtsmacht in de weg staat en waarin de immuniteit kan worden opgeheven zonder de belangen van het EIB te schaden.
Art. 21. 1. Les experts gouvernementaux en mission pour IEF et les fonctionnaires de l'IEF jouissent des privilèges et immunités ci-après dans la mesure où ils leur sont nécessaires pour l'exercice de leurs fonctions, y compris durant les voyages effectués dans l'exercice de leurs fonctions:
  a) immunité d'arrestation ou de détention;
  b) immunité de juridiction pour leurs paroles, leurs écrits et tous les actes accomplis par eux dans l'exercice de leurs fonctions officielles; cette immunité subsiste même si les intéressés ont cessé d'exercer leurs fonctions pour l'IEF;
  c) inviolabilité de tous papiers, documents et matériels officiels;
  d) dans le but de leurs communications avec l'IEF, le droit de faire usage de codes et d'expédier ou de recevoir des papiers, de la correspondance ou des matériels officiels par courriers ou par valises scellées;
  e) les mêmes facilités en ce qui concerne les restrictions monétaires ou de change que celles qui sont accordées aux représentants de gouvernements étrangers en mission officielle temporaire;
  f) les mêmes immunités et facilités en ce qui concerne leurs bagages personnels que celles qui sont accordées aux membres de missions diplomatiques d'un rang comparable.
  2. Les privilèges et immunités sont accordés aux experts et aux fonctionnaires de l'IEF non pour leur bénéfice personnel mais dans l'intérêt de l'IEF. Toutes les personnes qui jouissent desdits privilèges et immunités ont le devoir d'observer les lois et règlements belges. L'IEF a le droit et le devoir lever l'immunité d'un expert ou membre du personnel de l'IEF dans tous les cas où cette immunité entraverait l'action de la justice et où elle peut être levée sans porter préjudice au bon fonctionnement de l'IEF.
Art. 22. België is niet verplicht de in dit Akkoord opgenomen voorrechten en immuniteiten, behalve deze waarin artikel 20.1 b), 20.1 c) en 21 voorziet, aan eigen staatsburgers of vaste ingezetenen toe te kennen.
Art. 22. La Belgique n'est pas tenue d'accorder à ses propres ressortissants ou résidents permanents les privilèges et immunités repris au présent Accord, à l'exception de ceux mentionnés à l'article 20.1 b), 20.1 c) et 21.
Art. 23. 1. Voor 1 maart van elk jaar zal het Bureau aan alle begunstigden een fiche overhandigen waarop hun naam en adres, het bedrag van de salarissen, emolumenten, vergoedingen, pensioenen of rentes staan vermeld die hen gedurende het voorgaande jaar door het Bureau werden gestort.
  2. Het dubbel van de fiches zal door het Bureau vóór voornoemde datum rechtstreeks aan de bevoegde Belgische fiscale administratie worden doorgestuurd.
Art. 23. 1. Le Bureau remettra avant le 1 mars de chaque année à tous les bénéficiaires une fiche spécifiant outre leur nom et adresse, le montant des traitements, émoluments, indemnités, pensions ou rentes que le Bureau leur a versés au cours de l'année précédente.
  2. De même, le double des fiches sera transmis directement par le Bureau avant la même date à l'administration fiscale belge compétente.
Art. 24. 1. De ambtenaren van het Bureau die geen Belgisch staatsburger zijn of hun hoofdverblijfplaats niet in België hebben, kunnen ervoor kiezen aangesloten te blijven bij de sociale zekerheidsstelsels die van toepassing zijn op de personeelsleden van het EIB. Dit keuzerecht kan slechts eenmaal worden uitgeoefend en dit binnen de twee weken volgend op de indiensttreding van de ambtenaar bij het Bureau. Het moet, binnen dezelfde termijn, worden medegedeeld overeenkomstig artikel 20.4 h).
  2. Ambtenaren van het Bureau die een andere winstgevende activiteit uitoefenen dan die welke door hun officiële functies bij het EIB is vereist, zijn, voor wat deze activiteit betreft, aangesloten bij het Belgische sociale zekerheidsstelsel.
  3. Het Bureau dient ervoor te zorgen dat zijn personeelsleden die Belgisch staatsburger zijn of hun hoofdverblijfplaats in België hebben, alsmede de personeelsleden die niet gekozen hebben voor de sociale bescherming van het EIB, aangesloten worden door het Belgische sociale zekerheidsstelsel.
  4. Het EIB verbindt zich ertoe de ambtenaren van het Bureau die aangesloten zijn bij zijn sociale zekerheidstelsels, evenals hun wettige partner en inwonende minderjarige kinderen, beide ten laste, voordelen te garanderen die gelijk zijn aan die waarin het Belgische sociale zekerheidsstelsel voorziet.
  5. België kan van het Bureau of van het EIB de kosten terugbetaald krijgen van elke bijstand van sociale aard die het mocht hebben verleend aan de ambtenaren van het Bureau, die aangesloten zijn bij de sociale zekerheidsstelsels die op de personeelsleden van het EIB van toepassing zijn. Deze bepaling is naar analogie eveneens van toepassing op de inwonende familieleden ten laste van deze ambtenaren.
Art. 24. 1. Les fonctionnaires du Bureau qui ne sont pas ressortissants belges ou qui n'ont pas leur résidence principale en Belgique peuvent opter pour l'affiliation aux régimes de sécurité sociale applicables aux membres du personnel de IEF. Ce droit d'option ne peut être exercé qu'une seule fois et dans les deux semaines suivant l'entrée en fonction du fonctionnaire. Il doit, dans le même délai, être notifié conformément à l'article 20.4h).
  2. Les fonctionnaires du Bureau qui exercent une autre occupation de caractère lucratif que celle requise par leurs fonctions, seront affiliés, pour ce qui concerne cette activité, au régime de sécurité sociale belge.
  3. Le Bureau assurera l'affiliation au régime de sécurité sociale belge des membres de son personnel qui sont des ressortissants belges ou qui ont leur résidence principale en Belgique, ainsi que de ses fonctionnaires qui n'ont pas opté pour les régimes propres de sécurité sociale de l'IEF.
  4. L'IEF s'engage à garantir aux fonctionnaires du Bureau qui sont affiliés à ses propres régimes de sécurité sociale, ainsi qu'à leur partenaire légal et leurs enfants mineurs, à charge et vivant à leur foyer, des avantages équivalant à ceux prévus par le régime belge de sécurité sociale.
  5. La Belgique peut obtenir du Bureau le remboursement des frais occasionnés pour toute assistance de caractère social qu'elle serait amenée à fournir aux fonctionnaires du Bureau, qui sont affiliés aux régimes de sécurité sociale applicables aux membres du personnel de l'IEF. Cette disposition s'applique par analogie à leur conjoint légal et leurs enfants mineurs, à charge et vivant à leur foyer.
HOOFDSTUK III. - ALGEMENE BEPALINGEN
CHAPITRE III. - DISPOSITIONS GENERALES
Art. 25. 1. De voorrechten en immuniteiten worden uitsluitend toegekend aan de ambtenaren van het Bureau in het belang van het EIB en niet tot hun persoonlijk voordeel. Het Hoofd van het Bureau dient de immuniteit op te heffen in alle gevallen waarin ze een belemmering kan vormen voor de rechtsbedeling en voor zover ze kan worden opgeheven zonder de goede werking van het Bureau in gevaar te brengen.
  2. Andere personeelsleden, door het EIB in België aangeworven voor het Bureau, of rechtstreeks lokaal door het Bureau aangeworven, genieten niet van de in dit Akkoord opgenomen voorrechten en immuniteiten, maar zijn daarentegen geheel onderworpen aan de Belgische wetgeving en reglementering.
Art. 25. 1. Les privilèges et immunités sont accordés aux fonctionnaires du Bureau uniquement dans l'intérêt de l'IEF et non à leur avantage personnel. Le Chef du Bureau doit lever l'immunité dans tous les cas où cette immunité entraverait l'action de la justice et où elle peut être levée sans porter préjudice au bon fonctionnement du Bureau.
  2. Les membres du personnel engagés par l'IEF en Belgique pour le Bureau, ou engagés localement par le Bureau lui-même, ne jouissent pas des privilèges et immunités prévus dans le présent Accord. Ils sont, par contre, entièrement soumis aux lois et règlements belges.
Art. 26. Onverminderd de aan het Bureau en aan zijn personeelsleden verleende rechten, behoudt België het recht om alle nuttige voorzorgen te nemen in het belang van zijn veiligheid en van de openbare orde.
Art. 26. Sans préjudice des droits conférés au Bureau et à ses fonctionnaires par le présent Accord, la Belgique conserve le droit de prendre toutes les précautions utiles dans l'intérêt de sa sécurité et de l'ordre public.
Art. 27. 1. De personen vermeld in de artikelen 18, 19, 20 en 21 van dit Akkoord genieten geen enkele immuniteit van rechtsmacht voor de gevallen van inbreuk op de reglementering inzake het zich in het verkeer begeven van voertuigen of schade berokkend door een motorvoertuig.
  2. Het Bureau en zijn ambtenaren dienen zich te houden aan alle verplichtingen die de Belgische wetgeving betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen oplegt.
Art. 27. 1. Les personnes mentionnées aux articles 18, 19, 20 et 21 du présent Accord, ne jouissent d'aucune immunité de juridiction en ce qui concerne les cas d'infractions à la réglementation sur la circulation des véhicules automobiles ou de dommages causés par un véhicule automobile.
  2. Le Bureau et ses fonctionnaires doivent se conformer à toutes les obligations imposées par la législation belge relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs.
Art. 28. Het Bureau en al zijn ambtenaren werken te allen tijde samen met de bevoegde Belgische autoriteiten om de goede rechtsbedeling te vergemakkelijken, de naleving van het politiereglement te waarborgen en elk misbruik te vermijden waartoe de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten waarin dit Akkoord voorziet, kunnen aanleiding geven.
Art. 28. Le Bureau et tous ses fonctionnaires collaboreront en tout temps avec les autorités belges compétentes en vue de faciliter la bonne administration de la justice, d'assurer l'observation des règlements de police et d'éviter tout abus de privilèges, immunités et facilités prévus dans le présent Accord.
Art. 29. Onverminderd de voorrechten en immuniteiten waarin dit Akkoord voorziet, dienen het EIB, het Bureau en al zijn ambtenaren zich te houden aan de Belgische wetten en voorschriften en aan de te hunnen opzichte gedane uitspraken.
Art. 29. Sans préjudice des privilèges et immunités accordés par le présent Accord, l'IEF, le Bureau et ses fonctionnaires sont tenus de respecter les lois et les règlements belges ainsi que les décisions de justice rendues à leur égard.
Art. 30. België draagt ten aanzien van de werkzaamheden van het Bureau op zijn grondgebied generlei internationale aansprakelijkheid voor een daad of nalatigheid van het Bureau dan wel voor een daad of nalatigheid van de ambtenaren en andere personeelsleden van het Bureau die in het kader van hun functie een daad stellen of nalaten te stellen.
Art. 30. La Belgique n'encourt du fait de l'activité du Bureau sur son territoire aucune responsabilité internationale quelconque pour les actes et omissions du Bureau ou pour ceux de ses fonctionnaires et autres agents agissant ou s'abstenant dans le cadre de leurs fonctions.
Art. 31. 1. Alle uiteenlopende standpunten aangaande de toepassing of interpretatie van dit Akkoord die niet geregeld konden worden middels rechtstreeks overleg tussen de Partijen, kunnen door één van de Partijen worden voorgelegd aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie leden.
  2. De Partijen benoemen elk een lid van het scheidsgerecht.
  3. Het derde lid van het scheidsgerecht wordt benoemd door beide Partijen na overleg.
  4. Het derde lid wordt Voorzitter van het scheidsgerecht.
  5. Ingeval geen overeenstemming kan worden bereikt aangaande de persoon van het derde lid van het scheidsgerecht, wordt deze laatste op verzoek van de Partijen benoemd door de Voorzitter van het Internationaal Gerechtshof.
  6. Een Partij maakt een zaak bij het scheidsgerecht aanhangig door middel van een verzoekschrift.
  7. Het scheidsgerecht legt zijn eigen procedure vast.
Art. 31. 1. Toute divergence de vues concernant l'application ou l'interprétation du présent Accord, qui n'a pas pu être réglée par des pourparlers directs entre les Parties, peut être soumise, par l'une des Parties, à l'appréciation d'un tribunal d'arbitrage composé de trois membres.
  2. Les Parties désignent chacun un membre du tribunal d'arbitrage.
  3. Le troisième membre du tribunal d'arbitrage est désigné par les deux Parties après consultation.
  4. Le troisième membre sera le Président du tribunal d'arbitrage.
  5. En cas de désaccord au sujet de la personne du troisième membre du tribunal d'arbitrage, ce dernier est désigné par le Président de la Cour Internationale de Justice à la requête des Parties.
  6. Le tribunal d'arbitrage est saisi par l'une ou l'autre Partie par voie de requête.
  7. Le tribunal d'arbitrage fixe sa propre procédure.
HOOFDSTUK IV. - SLOTBEPALINGEN
CHAPITRE IV. - DISPOSITIONS FINALES
Art. 32. De Raad van het EIB informeert de Directie Protocol van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken van elke wijziging van de Conventie en van elke wijziging van de werkzaamheden van het Bureau in België.
Art. 32. Le Conseil de l'EFI informe la Direction Protocole du Service public fédéral Affaires étrangères de toute modification de la Convention et de tout changement des activités du Bureau en Belgique.
Art. 33. Elke partij stelt de andere partij ervan in kennis dat aan de voor de inwerkingtreding van dit Akkoord vereiste interne grondwettelijke en wettelijke procedures is voldaan.
  Het Akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de laatste kennisgeving, met terugwerking tot de datum van ondertekening, tenzij voor wat betreft de artikels 3, 18.1b), 20.1b) en 21.1 b).
  Dit Akkoord kan op verzoek van een partij worden herzien.
Art. 33. Chacune des Parties notifie à l'autre l'accomplissement des procédures constitutionnelles et légales internes requises pour la mise en vigueur du présent Accord.
  L'Accord entrera en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit la date d'échange de la dernière notification, avec effet à la date de la signature, sauf pour ce qui concerne l'immunité de juridiction mentionnée aux articles 3, 18.1b), 20.1b) et 21.1b).
  Le présent accord peut faire l'objet de révision à la demande d'une des Parties.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Inwerkingtreding: 01/10/2017.
Art. N. Entrée en vigueur: 01/10/2017.