Art. 14. § 1er. Wanneer op basis van de controle bedoeld in artikel 14 van het decreet van 2 februari 2017,
[1 het Departement Inspectie]1 een tekortkoming vaststelt, verwittigt
[1 het]1 de werknemer en zijn werkgever(s) bij aangetekend schrijven.
Binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de ontvangst van het aangetekend schrijven, kunnen de werknemer en zijn werkgever(s) hun opmerkingen schriftelijk laten gelden en verzoeken om gehoord te worden. In het geval van een verzoek om gehoord te worden, roept
[1 de Inspectie]1 de werknemer en zijn werkgever(s) op om in hun wegen en middelen gehoord te worden door de Sociale inspectie binnen een termijn van veertig dagen te rekenen van het verstrijken van de termijn van twee maanden die ingaat op de ontvangstdatum van het aangetekend schrijven. De werknemer die schriftelijk heeft meegedeeld dat hij niet wenst gehoord te worden, wordt niet opgeroepen.
De oproepingen gebeuren door middel van een geschrift dat de reden, de dag en het uur van het verhoor vermeldt, alsmede de mogelijkheid om niet te verschijnen doch schriftelijk verweermiddelen naar voren te brengen. De oproepingen vermelden de feiten of klachten, de aard van de overwogen maatregelen en wijzen de betrokkene erop dat hij kan kennis nemen van de stukken van zijn dossier. Het verhoor vindt ten vroegste plaats de tiende dag na de afgifte van de uitnodiging ter post.
Indien de werknemer de dag waarvoor hij opgeroepen werd belet is, mag hij vragen dat het verhoor verdaagd wordt tot een datum die niet later mag vallen dan vijftien dagen na die welke eerst was vastgesteld. Behoudens gevallen van overmacht wordt het uitstel slechts eenmaal verleend. De vraag tot uitstel moet, behoudens overmacht, uiterlijk toekomen op
[1 de Inspectie]1 de dag voorafgaand aan deze waarvoor hij opgeroepen werd.
De werknemer en de werkgever kunnen zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat of door een afgevaardigde van een werknemers- of werkgeversorganisatie.
§ 2. Als na afloop van de procedure bedoeld in paragraaf 1,
[1 de Inspectie]1 het bestaan van een tekortkoming vaststelt, brengt
[1 het]1 de FOREm op de hoogte die, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, beslist over de stopzetting van de toekenning van de werkuitkering.
De FOREm betekent zijn beslissing aan de werknemer en aan de werkgever, via een zending met vaste datum, en bepaalt in zijn beslissing de termijnen en middelen van beroep.
§ 3. De FOREm maakt de beslissing bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, over aan de RVA opdat de RVA zou overgaan tot de stopzetting van de werkuitkering vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op de kennisneming door de RVA van de beslissing van de FOREm om de toekenning van de werkuitkering stop te zetten. De RVA brengt de werknemer en de werkgever op de hoogte van de datum van inwerkingtreding van de stopzetting van de toekenning van de werkuitkering.