Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° besluit van 13 februari 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 houdende uitvoering van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
2° directeur van NADO Vlaanderen: het personeelslid met de graad van directeur, door de administrateur-generaal van het agentschap belast met de leiding van NADO Vlaanderen;
3° NADO Vlaanderen: de Nationale Antidopingorganisatie Vlaanderen, subentiteit van Sport Vlaanderen, vermeld in artikel 2, 43°, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
4° Sport Vlaanderen: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Sport Vlaanderen, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";
5° WADA: het Wereldantidopingagentschap, vermeld in artikel 2, 69°, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 JANUARI 2017. - Sport Vlaanderen. - Besluit van de administrateur-generaal houdende de delegatie van bevoegdheden aan de directeur van NADO Vlaanderen
Titre
20 JANVIER 2017. - Arrêté du secrétaire-générale portant portant délégation de compétences particulières et spécifiques au directeur de "Nationale Antidopingorganisatie Vlaanderen". (TRADUCTION)
Informations sur le document
Numac: 2017200488
Datum: 2017-01-20
Info du document
Numac: 2017200488
Date: 2017-01-20
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
HOOFDSTUK 2. - Delegatie inzake personeel en or...
HOOFDSTUK 3. - Delegatie inzake openbaarheid en...
HOOFDSTUK 4. - Delegatie inzake aanwending van ...
HOOFDSTUK 5. - Delegatie inzake rechtsgedingen
HOOFDSTUK 6. - Delegatie inzake briefwisseling
HOOFDSTUK 7. - Delegatie inzake het antidopingb...
Afdeling 1. - Delegatie inzake antidopingbeleid
Afdeling 2. - Delegatie inzake preventie en bes...
Onderafdeling 1. - Algemene delegatie
Onderafdeling 2. - Specifieke delegatie inzake ...
Onderafdeling 3. - Specifieke delegatie inzake ...
Onderafdeling 4. - Specifieke delegatie inzake ...
Onderafdeling 5. - Specifieke delegatie inzake ...
Onderafdeling 6. - Specifieke delegatie inzake ...
HOOFDSTUK 8. - Vervanging en subdelegatie
HOOFDSTUK 9. - Rapportering
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Table des matières
Tekst (49)
Texte (1)
HOOFDSTUK 1. - Definities en toepassingsgebied
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
-
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op NADO Vlaanderen voor de uitvoering conform de WADA-code van het antidopingbeleid, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 8°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen".
De delegaties, vermeld in dit besluit, worden toegekend en uitgeoefend in het kader van de operationele autonomie van NADO Vlaanderen, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen".
De delegaties, vermeld in dit besluit, worden toegekend en uitgeoefend in het kader van de operationele autonomie van NADO Vlaanderen, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen".
-
HOOFDSTUK 2. - Delegatie inzake personeel en organisatie
-
Art. 3. De directeur van NADO Vlaanderen heeft voor de operationele leiding van NADO Vlaanderen de delegatie om beslissingen te nemen over de organisatie van de werkzaamheden en het goed functioneren van de dienst, met inbegrip van de interne kwaliteitscontrole, conform de Code en de Internationale Standaarden van het WADA.
De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie inzake het dagelijkse personeelsbeleid, conform de bepalingen van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 en de omzendbrieven en andere reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van Sport Vlaanderen. Daarbij heeft hij delegatie om:
1° het vormingsprogramma van de personeelsleden op proef op te stellen en goed te keuren;
2° vormingsaanvragen van personeelsleden die onder zijn leiding staan, goed te keuren;
3° verloven en dienstvrijstellingen toe te staan;
4° dienstopdrachten te verlenen, inclusief binnenlandse en buitenlandse zendingsopdrachten goed te keuren;
5° opdracht te geven om overuren te verrichten;
6° onkostennota's van de personeelsleden van NADO Vlaanderen goed te keuren.
De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie inzake het dagelijkse personeelsbeleid, conform de bepalingen van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 en de omzendbrieven en andere reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de personeelsleden van Sport Vlaanderen. Daarbij heeft hij delegatie om:
1° het vormingsprogramma van de personeelsleden op proef op te stellen en goed te keuren;
2° vormingsaanvragen van personeelsleden die onder zijn leiding staan, goed te keuren;
3° verloven en dienstvrijstellingen toe te staan;
4° dienstopdrachten te verlenen, inclusief binnenlandse en buitenlandse zendingsopdrachten goed te keuren;
5° opdracht te geven om overuren te verrichten;
6° onkostennota's van de personeelsleden van NADO Vlaanderen goed te keuren.
-
HOOFDSTUK 3. - Delegatie inzake openbaarheid en gegevensuitwisseling
-
Art. 4. Het hoofd van NADO Vlaanderen heeft delegatie voor de beslissingen:
1° over het beheer en doorgeven van gegevens conform artikel 48 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
2° tot openbaarmaking conform het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur en de uitvoeringsbepalingen ervan;
3° over de aanvragen tot hergebruik van overheidsinformatie conform het decreet van 27 april 2007 tot hergebruik van overheidsinformatie en de uitvoeringsbepalingen ervan;
4° over de aanvragen van toegang tot eigen persoonsgegevens of persoonsgegevens van derden;
5° in uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en de uitvoeringsbepalingen ervan.
1° over het beheer en doorgeven van gegevens conform artikel 48 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
2° tot openbaarmaking conform het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur en de uitvoeringsbepalingen ervan;
3° over de aanvragen tot hergebruik van overheidsinformatie conform het decreet van 27 april 2007 tot hergebruik van overheidsinformatie en de uitvoeringsbepalingen ervan;
4° over de aanvragen van toegang tot eigen persoonsgegevens of persoonsgegevens van derden;
5° in uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en de uitvoeringsbepalingen ervan.
-
HOOFDSTUK 4. - Delegatie inzake aanwending van de middelen
-
Art. 5. De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om de ter beschikking gestelde middelen aan te wenden voor een Codeconforme uitvoering van het antidopingbeleid. De directeur heeft daarvoor delegatie om binnen de kredieten en de middelen die onder het beheer van NADO Vlaanderen ressorteren, beslissingen te nemen over het aangaan van verbintenissen, het doen van vastleggingen, het goedkeuren van verplichtingen, en de daaruit voortvloeiende uitgaven en betalingen, met inbegrip van de ondertekening van de vastleggings- en ordonnanceringsdocumenten, het vaststellen van vorderingen en het verkrijgen van ontvangsten en inkomsten.
De delegatie, vermeld in het eerste lid, omvat de invordering van inkomsten, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 12°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen".
De delegatie, vermeld in het eerste lid, omvat de beslissingen, vermeld in artikel 13, 14 en 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen, te nemen binnen de kredieten en de middelen, vervat in de dotatie voor de werking van NADO Vlaanderen, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen", en de inkomsten van NADO Vlaanderen, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 12°, van het voormelde decreet, op voorwaarde dat de budgettaire weerslag ervan niet meer bedraagt dan de bedragen, vermeld in artikel 13 van het voormelde besluit.
De delegatie, vermeld in het eerste lid, omvat de invordering van inkomsten, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 12°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen".
De delegatie, vermeld in het eerste lid, omvat de beslissingen, vermeld in artikel 13, 14 en 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen, te nemen binnen de kredieten en de middelen, vervat in de dotatie voor de werking van NADO Vlaanderen, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen", en de inkomsten van NADO Vlaanderen, vermeld in artikel 7, § 1, eerste lid, 12°, van het voormelde decreet, op voorwaarde dat de budgettaire weerslag ervan niet meer bedraagt dan de bedragen, vermeld in artikel 13 van het voormelde besluit.
-
HOOFDSTUK 5. - Delegatie inzake rechtsgedingen
-
Art. 6. De directeur van NADO Vlaanderen heeft binnen het uitvoeren van het antidopingbeleid en de preventie en bestrijding van dopingpraktijken conform de WADA-code, en binnen de kredieten en de middelen die onder het beheer van NADO Vlaanderen ressorteren, de delegatie om de beslissingen, vermeld in artikel 16, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen, te nemen.
-
HOOFDSTUK 6. - Delegatie inzake briefwisseling
-
Art. 7. De directeur van NADO Vlaanderen heeft de delegatie om alle briefwisseling te ondertekenen die verband houdt met de werking van NADO Vlaanderen. Die delegatie omvat de bevoegdheid om alle brieven of nota's over het antidopingbeleid en de antidopingregelgeving aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de medisch verantwoorde sportbeoefening, te ondertekenen en om alle noodzakelijke kennisgevingen te doen en adviezen in te winnen.
De delegatie, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor de briefwisseling die gericht is aan het Rekenhof, aan de Vlaamse Regering of aan de andere regeringen van het land.
De delegatie, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor de briefwisseling die gericht is aan het Rekenhof, aan de Vlaamse Regering of aan de andere regeringen van het land.
-
Art. 8. De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om alle briefwisseling en informatie in een andere vorm te ontvangen, die in uitvoering van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, het besluit van 13 februari 2015 en de uitvoeringsbesluiten ervan aan NADO Vlaanderen meegedeeld worden.
-
HOOFDSTUK 7. - Delegatie inzake het antidopingbeleid en de preventie en bestrijding van dopingpraktijken
-
Afdeling 1. - Delegatie inzake antidopingbeleid
-
Art. 9. De directeur van NADO Vlaanderen is gemachtigd om onder de operationele autonomie de volgende operationele taken uit te voeren en, in voorkomend geval, de nodige beslissingen te nemen om het vooropgestelde doel te bereiken:
1° een antidopingpreventieplan en informatie-, preventie- en educatieprogramma's ontwikkelen en uitvoeren;
2° een spreidingsplan voor dopingcontroles ontwikkelen en uitvoeren en een nationale geregistreerde doelgroep vaststellen conform de Code en de Internationale Standaarden van het WADA, het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 en het besluit van 13 februari 2015;
3° de interne en externe communicatie over de door NADO Vlaanderen uit te voeren taken en de individuele dossiers verzorgen conform de Code en de Internationale Standaarden van het WADA en het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
4° NADO Vlaanderen bij de disciplinaire organen, vermeld in artikel 29 en 30 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, vertegenwoordigen, met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot subdelegatie, vermeld in artikel 25 van dit besluit;
5° de samenwerking met andere antidopingorganisaties, sportfederaties, politie, magistratuur en andere publieke overheden en instanties die actief zijn in de dopingbestrijding, bevorderen, met inbegrip van het ontwikkelen en sluiten van protocollen van samenwerking inzake dopingcontroles en -onderzoeken en de uitwisseling van antidopinginformatie conform de Vlaamse, Belgische en internationale regelgeving;
6° de nationale en internationale ontwikkelingen inzake dopingbestrijding opvolgen en NADO Vlaanderen op nationale en internationale fora inzake dopingbestrijding vertegenwoordigen.
1° een antidopingpreventieplan en informatie-, preventie- en educatieprogramma's ontwikkelen en uitvoeren;
2° een spreidingsplan voor dopingcontroles ontwikkelen en uitvoeren en een nationale geregistreerde doelgroep vaststellen conform de Code en de Internationale Standaarden van het WADA, het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 en het besluit van 13 februari 2015;
3° de interne en externe communicatie over de door NADO Vlaanderen uit te voeren taken en de individuele dossiers verzorgen conform de Code en de Internationale Standaarden van het WADA en het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
4° NADO Vlaanderen bij de disciplinaire organen, vermeld in artikel 29 en 30 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, vertegenwoordigen, met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot subdelegatie, vermeld in artikel 25 van dit besluit;
5° de samenwerking met andere antidopingorganisaties, sportfederaties, politie, magistratuur en andere publieke overheden en instanties die actief zijn in de dopingbestrijding, bevorderen, met inbegrip van het ontwikkelen en sluiten van protocollen van samenwerking inzake dopingcontroles en -onderzoeken en de uitwisseling van antidopinginformatie conform de Vlaamse, Belgische en internationale regelgeving;
6° de nationale en internationale ontwikkelingen inzake dopingbestrijding opvolgen en NADO Vlaanderen op nationale en internationale fora inzake dopingbestrijding vertegenwoordigen.
-
Afdeling 2. - Delegatie inzake preventie en bestrijding van dopingpraktijken
-
Onderafdeling 1. - Algemene delegatie
-
Art. 10. De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om binnen de operationele autonomie van NADO Vlaanderen alle beslissingen te nemen die op grond van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, het besluit van 13 februari 2015, en de uitvoeringsbesluiten daarvan, toegewezen zijn aan NADO Vlaanderen.
-
Onderafdeling 2. - Specifieke delegatie inzake toestemming wegens therapeutische noodzaak
-
Art. 11. Met behoud van de toepassing van artikel 10 van dit besluit neemt de directeur van NADO Vlaanderen de nodige beslissingen over de toestemmingen wegens therapeutische noodzaak conform artikel 10 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 en artikel 8 tot en met 10 van het besluit van 13 februari 2015.
De beslissingen, vermeld in het eerste lid, omvatten:
1° de organisatie en administratieve opvolging van de aanvragen van een TTN;
2° de algemene vaststelling van het formulier, vermeld in artikel 9, § 2, derde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
3° de beslissing tot intrekking van een TTN conform artikel 9, § 2, vijfde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
4° de indiening van een verzoek tot heroverweging bij het WADA conform artikel 10, § 4, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, en artikel 11, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015;
4° het aantekenen van beroep tegen een beslissing van het WADA als vermeld in artikel 11 van het besluit van 13 februari 2015.
De beslissingen, vermeld in het eerste lid, omvatten:
1° de organisatie en administratieve opvolging van de aanvragen van een TTN;
2° de algemene vaststelling van het formulier, vermeld in artikel 9, § 2, derde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
3° de beslissing tot intrekking van een TTN conform artikel 9, § 2, vijfde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
4° de indiening van een verzoek tot heroverweging bij het WADA conform artikel 10, § 4, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, en artikel 11, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015;
4° het aantekenen van beroep tegen een beslissing van het WADA als vermeld in artikel 11 van het besluit van 13 februari 2015.
-
Art. 12. De directeur van NADO Vlaanderen wijst de voorzitter, de ondervoorzitter, de leden en het secretariaat van de TTN-commissie aan conform artikel 8 van het besluit van 13 februari 2015, en beslist over de beëindiging van de opdracht of de ontheffing uit de functie.
-
Onderafdeling 3. - Specifieke delegatie inzake organisatie en uitvoering van dopingcontroles en onderzoeken
-
Art. 13. Met behoud van de toepassing van artikel 10 van dit besluit neemt de directeur van NADO Vlaanderen de nodige beslissingen over de inhoudelijke besluitvorming over alle dopingtests en onderzoeken, vermeld in artikel 15 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, met inbegrip van het verzamelen en verwerken van kennis en antidopinginformatie uit alle mogelijke bronnen, het strikt opvolgen en onderzoeken van alle mogelijke overtredingen en mogelijke dopingpraktijken en het verzekeren van een correct resultatenbeheer conform de Code en de Internationale Standaarden van het Wereldantidopingagentschap en het Antidopingdecreet van 25 mei 2012.
De directeur van NADO Vlaanderen beslist over het tegen kostprijs ter beschikking stellen van middelen conform artikel 17/1 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012.
De directeur van NADO Vlaanderen beslist over het tegen kostprijs ter beschikking stellen van middelen conform artikel 17/1 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012.
-
Art. 14. § 1. De beslissingen, vermeld in artikel 13 van dit besluit, omvatten voor de dopingcontroles:
1° in het kader van de werking van controleartsen, monsterafname-instanties en chaperons:
a) de organisatie van opleiding en vormingsactiviteiten voor de controleartsen en de chaperons, vermeld in artikel 14 van het besluit van 13 februari 2015;
b) het formuleren van de controle- en analyseopdracht aan de controlearts of monsterafname-instantie, met inbegrip van het bepalen van de inhoud van de opdracht conform artikel 21 van het besluit van 13 februari 2015;
c) de uitreiking van officiële documenten en van de legitimatiebewijzen, vermeld in artikel 22, § 2, van het besluit van 13 februari 2015, aan de controleartsen en chaperons die zijn aangesteld door NADO Vlaanderen;
2° in het kader van de beheersketen, vermeld in artikel 38 van het besluit van 13 februari 2015:
a) het documenteren van de keten en het verschaffen van informatie en instructies conform artikel 38, vijfde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
b) het goedkeuren van de vervoersmethode, vermeld in artikel 38, zesde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
c) het controleren van de beheersketen en, in voorkomend geval, de monsters ongeldig verklaren conform artikel 38, zevende lid, van het besluit van 13 februari 2015;
d) beslissen om op verzoek het eigendomsrecht van de monsters over te dragen conform artikel 39, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015;
3° in het kader van de analyse:
a) als opdrachtgever beslissen over de keuze van het controlelaboratorium voor analyse conform artikel 40, § 1, van het besluit van 13 februari 2015;
b) beslissen over analyses conform artikel 40, § 2, 1° en 2°, en § 3, van het besluit van 13 februari 2015.
§ 2. De directeur van NADO Vlaanderen wijst de volgende personen aan:
1° de controleartsen of de monsterafname-instanties, vermeld in artikel 21 van het besluit van 13 februari 2015;
2° de chaperons, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van 13 februari 2015.
De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om het model van het dopingcontroleformulier, vermeld in artikel 37, § 1, van het besluit van 13 februari 2015, en het model van het formulier bij overdracht van bewaring van een monster, vermeld in artikel 38, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015, vast te stellen.
1° in het kader van de werking van controleartsen, monsterafname-instanties en chaperons:
a) de organisatie van opleiding en vormingsactiviteiten voor de controleartsen en de chaperons, vermeld in artikel 14 van het besluit van 13 februari 2015;
b) het formuleren van de controle- en analyseopdracht aan de controlearts of monsterafname-instantie, met inbegrip van het bepalen van de inhoud van de opdracht conform artikel 21 van het besluit van 13 februari 2015;
c) de uitreiking van officiële documenten en van de legitimatiebewijzen, vermeld in artikel 22, § 2, van het besluit van 13 februari 2015, aan de controleartsen en chaperons die zijn aangesteld door NADO Vlaanderen;
2° in het kader van de beheersketen, vermeld in artikel 38 van het besluit van 13 februari 2015:
a) het documenteren van de keten en het verschaffen van informatie en instructies conform artikel 38, vijfde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
b) het goedkeuren van de vervoersmethode, vermeld in artikel 38, zesde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
c) het controleren van de beheersketen en, in voorkomend geval, de monsters ongeldig verklaren conform artikel 38, zevende lid, van het besluit van 13 februari 2015;
d) beslissen om op verzoek het eigendomsrecht van de monsters over te dragen conform artikel 39, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015;
3° in het kader van de analyse:
a) als opdrachtgever beslissen over de keuze van het controlelaboratorium voor analyse conform artikel 40, § 1, van het besluit van 13 februari 2015;
b) beslissen over analyses conform artikel 40, § 2, 1° en 2°, en § 3, van het besluit van 13 februari 2015.
§ 2. De directeur van NADO Vlaanderen wijst de volgende personen aan:
1° de controleartsen of de monsterafname-instanties, vermeld in artikel 21 van het besluit van 13 februari 2015;
2° de chaperons, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van 13 februari 2015.
De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om het model van het dopingcontroleformulier, vermeld in artikel 37, § 1, van het besluit van 13 februari 2015, en het model van het formulier bij overdracht van bewaring van een monster, vermeld in artikel 38, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015, vast te stellen.
-
Art. 15. De beslissingen, vermeld in artikel 13 van dit besluit, omvatten voor de opvolging van dopingcontroles en de onderzoeken naar dopingovertredingen alle beslissingen die genomen worden in het kader van de bevoegdheden, vermeld in artikel 15, § 3, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012.
In uitvoering van het eerste lid heeft de directeur van NADO Vlaanderen delegatie om:
1° beleidslijnen uit te tekenen en procedures op te zetten als vermeld in artikel 41, § 1 en § 3, van het besluit van 13 februari 2015;
2° een onderzoek te voeren in het kader van atypische resultaten en afwijkende paspoortresultaten als vermeld in artikel 42, eerste lid, van het besluit van 13 februari 2015;
3° te beslissen een onderzoek te starten en te voeren naar andere mogelijke overtredingen van antidopingregels conform artikel 43 van het besluit van 13 februari 2015;
4° een procedure te starten tegen sporters en begeleiders als vermeld in artikel 43, § 4, van het besluit van 13 februari 2015, en te beslissen over eventueel verder onderzoek conform artikel 47 van het besluit van 13 februari 2015;
5° te beslissen een procedure wegens het overtreden van de antidopingregels op te starten of niet op te starten conform artikel 44 van het besluit van 13 februari 2015;
6° te beslissen over eventueel verder onderzoek naar dopingpraktijken als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, conform artikel 48 van het besluit van 13 februari 2015;
7° te beslissen over verder onderzoek naar andere dopingpraktijken dan de dopingpraktijken, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, conform artikel 47 van het besluit van 13 februari 2015.
In uitvoering van het eerste lid heeft de directeur van NADO Vlaanderen delegatie om:
1° beleidslijnen uit te tekenen en procedures op te zetten als vermeld in artikel 41, § 1 en § 3, van het besluit van 13 februari 2015;
2° een onderzoek te voeren in het kader van atypische resultaten en afwijkende paspoortresultaten als vermeld in artikel 42, eerste lid, van het besluit van 13 februari 2015;
3° te beslissen een onderzoek te starten en te voeren naar andere mogelijke overtredingen van antidopingregels conform artikel 43 van het besluit van 13 februari 2015;
4° een procedure te starten tegen sporters en begeleiders als vermeld in artikel 43, § 4, van het besluit van 13 februari 2015, en te beslissen over eventueel verder onderzoek conform artikel 47 van het besluit van 13 februari 2015;
5° te beslissen een procedure wegens het overtreden van de antidopingregels op te starten of niet op te starten conform artikel 44 van het besluit van 13 februari 2015;
6° te beslissen over eventueel verder onderzoek naar dopingpraktijken als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, conform artikel 48 van het besluit van 13 februari 2015;
7° te beslissen over verder onderzoek naar andere dopingpraktijken dan de dopingpraktijken, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, conform artikel 47 van het besluit van 13 februari 2015.
-
Onderafdeling 4. - Specifieke delegatie inzake het biologisch paspoort
-
Art. 16. Met behoud van de toepassing van artikel 10 van dit besluit neemt de directeur van NADO Vlaanderen de nodige beslissingen over het biologisch paspoort conform artikel 48 tot en met 58 van het besluit van 13 februari 2015.
In uitvoering van het eerste lid heeft de directeur van NADO Vlaanderen delegatie om:
1° de atleetpaspoortmanagementeenheid (APME), vermeld in artikel 49 van het besluit van 13 februari 2015, aan te wijzen;
2° experts als vermeld in artikel 50, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015, aan te wijzen;
3° te beslissen over bijkomende monsternemingen conform artikel 50, derde lid, van het besluit van 13 februari 2015.
In uitvoering van het eerste lid heeft de directeur van NADO Vlaanderen delegatie om:
1° de atleetpaspoortmanagementeenheid (APME), vermeld in artikel 49 van het besluit van 13 februari 2015, aan te wijzen;
2° experts als vermeld in artikel 50, tweede lid, van het besluit van 13 februari 2015, aan te wijzen;
3° te beslissen over bijkomende monsternemingen conform artikel 50, derde lid, van het besluit van 13 februari 2015.
-
Onderafdeling 5. - Specifieke delegatie inzake verblijfsgegevens
-
Art. 17. Met behoud van de toepassing van artikel 10 van dit besluit neemt de directeur van NADO Vlaanderen beslissingen over de verplichting om verblijfsgegevens bij te houden, die opgelegd wordt aan sporters conform artikel 20 tot en met 23 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 en artikel 60 tot en met 80 van het besluit van 13 februari 2015.
De beslissingen, vermeld in het eerste lid, omvatten:
1° het onderwerpen van een sporter aan de verblijfsgegevensverplichting conform artikel 21 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
2° het beslissen over een verzoek tot heroverweging als vermeld in artikel 23, tweede lid, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, en artikel 62 van het besluit van 13 februari 2015;
3° het registreren van een aangifteverzuim en de beslissing over het bezwaar ertegen conform artikel 68 en 69 van het besluit van 13 februari 2015;
4° het registreren van een gemiste dopingtest en de beslissing over het bezwaar ertegen conform artikel 71 en 72 van het besluit van 13 februari 2015;
5° het aanstellen van personen die beslissen over de administratieve herziening, vermeld in artikel 70 en 73 van het besluit van 13 februari 2015;
6° het registreren van een mislukte poging en de beslissing over het bezwaar ertegen conform artikel 78 en 80 van het besluit van 13 februari 2015.
De beslissingen, vermeld in het eerste lid, omvatten:
1° het onderwerpen van een sporter aan de verblijfsgegevensverplichting conform artikel 21 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012;
2° het beslissen over een verzoek tot heroverweging als vermeld in artikel 23, tweede lid, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, en artikel 62 van het besluit van 13 februari 2015;
3° het registreren van een aangifteverzuim en de beslissing over het bezwaar ertegen conform artikel 68 en 69 van het besluit van 13 februari 2015;
4° het registreren van een gemiste dopingtest en de beslissing over het bezwaar ertegen conform artikel 71 en 72 van het besluit van 13 februari 2015;
5° het aanstellen van personen die beslissen over de administratieve herziening, vermeld in artikel 70 en 73 van het besluit van 13 februari 2015;
6° het registreren van een mislukte poging en de beslissing over het bezwaar ertegen conform artikel 78 en 80 van het besluit van 13 februari 2015.
-
Onderafdeling 6. - Specifieke delegatie inzake disciplinaire procedures en disciplinaire maatregelen
-
Art. 18. De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om te beslissen een disciplinair dossier te openen conform artikel 81, eerste lid, van het besluit van 13 februari 2015, en om te beslissen het dossier te versturen naar de disciplinaire organen conform artikel 82 van het besluit van 13 februari 2015.
-
Art. 19. De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om te beslissen een voorlopige schorsing op te leggen bij breedtesporters conform artikel 23/1 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, en, in voorkomend geval, om de sporter te horen voorafgaand aan het opleggen van de voorlopige schorsing.
-
Art. 20. De directeur van NADO Vlaanderen beslist over het instellen van beroep of verzet tegen gerechtelijke uitspraken inzake dopingpraktijken en uitspraken van de disciplinaire commissie, de disciplinaire raad, het TAS of andere ADO's, of tegen disciplinaire uitspraken van federaties, conform artikel 24, 25, 35 en 36 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 of conform het antidopingreglement van een andere ADO of federatie.
-
Art. 21. De directeur van NADO Vlaanderen heeft delegatie om te beslissen over de opschorting van de straf van de sporter of begeleider wegens substantiële hulp conform artikel 42, § 6 en § 7, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 en artikel 89 van het besluit van 13 februari 2016.
-
Art. 22. Met behoud van de toepassing van artikel 9 van dit besluit heeft de directeur van NADO Vlaanderen delegatie om alle beslissingen te nemen over de communicatie over de erkenning van de disciplinaire maatregelen en het toezicht op de naleving ervan, vermeld in artikel 43 en 44 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012.
-
Art. 23. De directeur van NADO Vlaanderen wijst de volgende personen aan:
1° de personen die het secretariaat van de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad waarnemen conform artikel 85, vierde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
2° de personeelsleden die toezien op de naleving van opgelegde disciplinaire maatregelen conform artikel 91, § 1, van het besluit van 13 februari 2015.
1° de personen die het secretariaat van de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad waarnemen conform artikel 85, vierde lid, van het besluit van 13 februari 2015;
2° de personeelsleden die toezien op de naleving van opgelegde disciplinaire maatregelen conform artikel 91, § 1, van het besluit van 13 februari 2015.
-
HOOFDSTUK 8. - Vervanging en subdelegatie
-
Art. 24. De delegaties, verleend in dit besluit, worden verleend aan het personeelslid dat de directeur van NADO Vlaanderen vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering.
Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid boven zijn volledige naam, graad en handtekening de volgende formule: "Voor de directeur, afwezig".
Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid boven zijn volledige naam, graad en handtekening de volgende formule: "Voor de directeur, afwezig".
-
Art. 25. Met het oog op een efficiënte en resultaatgerichte interne organisatie kan de directeur van NADO Vlaanderen een deel van de gedelegeerde aangelegenheden verder delegeren aan personeelsleden die binnen de operationele autonomie van NADO Vlaanderen voor de uitvoering van de taken onder zijn hiërarchische gezag staan, tot op het meest functionele niveau.
De delegaties worden vastgelegd in een besluit van de directeur van NADO Vlaanderen. Dat besluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en een afschrift ervan wordt bezorgd aan de administrateur-generaal van Sport Vlaanderen.
De delegaties worden vastgelegd in een besluit van de directeur van NADO Vlaanderen. Dat besluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en een afschrift ervan wordt bezorgd aan de administrateur-generaal van Sport Vlaanderen.
-
HOOFDSTUK 9. - Rapportering
-
Art. 26. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt op regelmatige tijdstippen verantwoording afgelegd aan de administrateur-generaal.
-
Art. 27. Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de medisch verantwoorde sportbeoefening, en aan het Rekenhof.
-
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
-
Art. 28. Ter uitoefening van de delegaties, vermeld in dit besluit, heeft de directeur van NADO Vlaanderen delegatie om de volgende besluiten te wijzigen of op te heffen:
1° het besluit van de secretaris-generaal van 8 januari 2013 houdende aanwijzing van de vertegenwoordiger van de NADO bij de procedures voor de disciplinaire commissie en disciplinaire raad voor niet-elitesporters;
2° het besluit van de secretaris-generaal van 21 februari 2013 houdende aanwijzing van de secretaris van de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad voor niet-elitesporters.
1° het besluit van de secretaris-generaal van 8 januari 2013 houdende aanwijzing van de vertegenwoordiger van de NADO bij de procedures voor de disciplinaire commissie en disciplinaire raad voor niet-elitesporters;
2° het besluit van de secretaris-generaal van 21 februari 2013 houdende aanwijzing van de secretaris van de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad voor niet-elitesporters.
-
Art. 29. De volgende besluiten worden opgeheven:
1° het besluit van de secretaris-generaal van 21 april 2015 houdende specifieke en aanvullende delegatie aan de directeur van de Nationale Antidopingorganisatie Vlaanderen;
2° het besluit van de secretaris-generaal van 22 mei 2015 houdende specifieke en aanvullende delegatie inzake voorlopige schorsingen aan de directeur van de Nationale Antidopingorganisatie Vlaanderen;
3° het besluit van de secretaris-generaal van 5 augustus 2015 houdende de aanwijzing van de personen die zullen instaan bij de administratie aangevraagde voorlopige hoorzitting of administratieve herziening in het kader van het Antidopingdecreet.
1° het besluit van de secretaris-generaal van 21 april 2015 houdende specifieke en aanvullende delegatie aan de directeur van de Nationale Antidopingorganisatie Vlaanderen;
2° het besluit van de secretaris-generaal van 22 mei 2015 houdende specifieke en aanvullende delegatie inzake voorlopige schorsingen aan de directeur van de Nationale Antidopingorganisatie Vlaanderen;
3° het besluit van de secretaris-generaal van 5 augustus 2015 houdende de aanwijzing van de personen die zullen instaan bij de administratie aangevraagde voorlopige hoorzitting of administratieve herziening in het kader van het Antidopingdecreet.
-
Art. 30. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
-
Art. 31. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
-