Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
19 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, wat de gelijkstelling van studieperiodes betreft
Titre
19 DECEMBRE 2017. - Arrêté royal portant modification de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, en ce qui concerne l'assimilation des périodes d'études
Informations sur le document
Numac: 2017032135
Datum: 2017-12-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017032135
Date: 2017-12-19
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. In artikel 28 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 september 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3, vierde lid, wordt de bepaling onder e/1) ingevoegd, luidende:
  "e/1) een activiteit in het raam van de opleiding tot huisarts die gevolgd wordt in een ziekenhuisdienst of in de praktijk van een stagemeester, voor zover deze activiteit geen aanleiding geeft tot onderwerping aan een andere pensioenregeling;";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In afwijking van de vorige leden vormt de uitoefening van een beroepsbezigheid evenwel geen beletsel voor de gelijkstelling van een studieperiode bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid, 1°, a), b),d) of e).".
  3° in paragraaf 9 wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zin:
  "De aanvraag kan evenwel niet ingediend worden door de langstlevende echtgenoot wanneer het gaat om een studieperiode bedoeld in artikel 33.".
Article 1er. A l'article 28 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 27 septembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 3, alinéa 4, le e/1) est inséré, rédigé comme suit:
  "e/1) une activité dans le cadre de la formation de médecin généraliste suivie dans un service hospitalier ou dans la pratique d'un maître de stage, pour autant que cette activité ne donne pas lieu à l'assujettissement dans un autre régime de pension;";
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Par dérogation aux alinéas précédents, l'exercice d'une activité professionnelle ne fait toutefois pas obstacle à l'assimilation d'une période d'études visée à l'article 33, § 1er, alinéa 2, 1°, a), b), d) ou e).".
  3° dans le paragraphe 9, l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante:
  "La demande ne peut toutefois pas être introduite par le conjoint survivant lorsqu'il s'agit d'une période d'études visée à l'article 33.".
Art. 2. In artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "Wanneer de militaire dienst, binnen het jaar, gevolgd werd door een studieperiode in de zin van artikel 33 of van artikel 7, § 1, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers of van artikel 2, § 2, 8°, van de wet van 2 oktober 2017 betreffende de harmonisering van het in aanmerking nemen van studieperioden voor de berekening van het pensioen, begint de termijn van 180 dagen bedoeld in het eerste lid slechts te lopen vanaf het einde van de studieperiode.";
  2° in het derde lid wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
  "2° het tijdvak begrepen tussen het einde van de militaire dienst en het begin van een studieperiode in de zin van artikel 33 of van artikel 7, § 1, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers of van artikel 2, § 2, 8°, van de wet van 2 oktober 2017 betreffende de harmonisering van het in aanmerking nemen van studieperioden voor de berekening van het pensioen, op voorwaarde dat die een aanvang neemt binnen het jaar te rekenen vanaf het einde van de militaire dienst;".
Art. 2. A l'article 31, § 2, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Lorsque le service militaire a été suivi, dans l'année, d'une période d'études au sens de l'article 33 ou de l'article 7, § 1er, alinéa 2, 2°, de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés ou de l'article 2, § 2, 8°, de la loi du 2 octobre 2017 relative à l'harmonisation de la prise en compte des périodes d'études pour le calcul de la pension, le délai de 180 jours visé à l'alinéa 1er ne prend cours qu'à la fin de la période d'études.";
  2° à l'alinéa 3 le 2° est remplacé par ce qui suit:
  "2° la période comprise entre la fin du service militaire et le début d'une période d'études au sens de l'article 33 ou de l'article 7, § 1er, alinéa 2, 2°, de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés ou de l'article 2, § 2, 8°, de la loi du 2 octobre 2017 relative à l'harmonisation de la prise en compte des périodes d'études pour le calcul de la pension, à condition que celui-ci se situe dans l'année à compter de la fin du service militaire;".
Art. 3. Artikel 33 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 april 1999, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De studieperiodes in België en in het buitenland worden met periodes van bezigheid gelijkgesteld, op voorwaarde dat er na de voltooiing ervan een diploma, een doctoraat of een beroepskwalificatie wordt behaald.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
  1° studieperiodes :
  a) de volledige periodes van één jaar tijdens welke lessen gevolgd zijn die een volledige cyclus omvatten in het universitair en niet-universitair hoger onderwijs en in het hoger technisch, beroeps-, zeevaart- of kunstonderwijs met volledig leerplan, beperkt tot het minimum aantal studiejaren dat vereist werd voor het behalen van het diploma; elk studiejaar wordt, behoudens tegenbewijs, geacht een aanvang te nemen op 1 september van een jaar en te eindigen op 31 augustus van het volgende jaar. De gelijkstelling kan slechts voor één enkel diploma worden toegekend. Onder één enkel diploma wordt het diploma begrepen, evenals alle andere daaraan voorafgaande diploma's die vereist waren voor het behalen van dat diploma;
  b) de periodes van maximum twee jaar tijdens welke een doctoraatsthesis wordt voorbereid;
  c) de periodes van beroepsstages waarvoor het behalen van een diploma bedoeld in de bepaling onder 2°, a) een voorwaarde is voor de uitvoering ervan, waarbij na de voltooiing ervan een wettelijk erkende beroepskwalificatie wordt toegekend, beperkt tot het minimum aantal studiejaren dat vereist werd voor het behalen van de beroepskwalificatie;
  d) de periodes die ten vroegste een aanvang nemen vanaf het jaar van de achttiende verjaardag, beperkt tot maximum één jaar, tijdens welke een leerovereenkomst loopt en die niet in aanmerking komen voor de berekening van een pensioen in een Belgisch of buitenlands stelsel van sociale zekerheid. Elk jaar wordt, behoudens tegenbewijs, geacht een aanvang te nemen op 1 september van een jaar en te eindigen op 31 augustus van het volgende jaar;
  e) de volledige periodes van één jaar tijdens welke jaren van secundair onderwijs volgend op het zesde jaar secundair worden gevolgd, beperkt tot het minimum aantal studiejaren, volgend op het zesde jaar secundair onderwijs, dat vereist was voor het behalen van het diploma; elk jaar wordt geacht, behoudens tegenbewijs, een aanvang te nemen op 1 september van een jaar en te eindigen op 31 augustus van het volgend jaar.
  2° diploma:
  a) het diploma van universitair en niet-universitair hoger onderwijs en het diploma van hoger technisch, beroeps-, zeevaart- of kunstonderwijs met volledig leerplan;
  b) het diploma, het certificaat of de ermee gelijkgestelde titel behaald na afloop van een leerovereenkomst;
  c) het diploma, het certificaat of de ermee gelijkgestelde titel behaald na afloop van de jaren van secundair onderwijs volgend op het zesde jaar secundair;
  d) het diploma, het certificaat of de ermee gelijkgestelde titel dat in het buitenland bekomen werd en waarvan de gelijkwaardigheid aan het in de bepaling onder a), onder b) of onder c) bedoelde diploma erkend is door de bevoegde Belgische overheden.
  § 2. Dit artikel is van toepassing op de personen die de hoedanigheid van zelfstandige in de zin van artikel 28, § 2, hebben op de datum van het indienen van de aanvraag tot gelijkstelling.
  Als de betrokkene op de datum van het indienen van de aanvraag niet onderworpen is aan een wettelijk verplicht pensioenstelsel, dan is dit artikel van toepassing op voorwaarde dat hij de hoedanigheid van zelfstandige, in de zin van artikel 28, § 2, het laatst heeft verworven.".
Art. 3. L'article 33 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 avril 1999, est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Les périodes d'études en Belgique et à l'étranger sont assimilées à des périodes d'activité, à condition qu'elles aient été sanctionnées par l'obtention d'un diplôme, d'un doctorat ou d'une qualification professionnelle.
  Pour l'application du présent article, on entend par:
  1° périodes d'études :
  a) les périodes entières d'un an pendant lesquelles des cours à cycle complet sont suivis dans l'enseignement supérieur universitaire et non universitaire et dans l'enseignement supérieur technique, professionnel, maritime ou artistique de plein exercice, limitées au nombre minimum d'années d'études qui était requis pour l'obtention du diplôme; chaque année d'études est censée, sauf preuve contraire, débuter le 1er septembre d'une année et se terminer le 31 août de l'année suivante. L'assimilation ne peut être accordée que pour un seul diplôme. Par un seul diplôme, on entend le diplôme ainsi que tous les diplômes précédents requis pour l'obtention dudit diplôme;
  b) les périodes de deux ans au maximum au cours desquelles une thèse de doctorat est préparée;
  c) les périodes de stages professionnels dont l'obtention d'un diplôme visé au 2°, a), est une condition à leur accomplissement, qui sont sanctionnées à leur issue par l'obtention d'une qualification professionnelle reconnue légalement, limitées au nombre minimum d'années d'études qui était requis pour l'obtention de la qualification professionnelle;
  d) les périodes prenant cours au plus tôt à partir de l'année du dix-huitième anniversaire, limitées à un an maximum, pendant lesquelles un contrat d'apprentissage est en cours et qui n'entrent pas en ligne de compte pour le calcul d'une pension dans un régime belge ou étranger de sécurité sociale. Chaque année est censée, sauf preuve contraire, débuter le 1er septembre d'une année et se terminer le 31 août de l'année suivante;
  e) les périodes entières d'un an pendant lesquelles des années de l'enseignement secondaire postérieures à la sixième année secondaire sont suivies, limitées au nombre minimum d'années d'études, postérieures à la sixième année d'enseignement secondaire, qui était requis pour l'obtention du diplôme; chaque année est censée, sauf preuve contraire, débuter le 1er septembre d'une année et se terminer le 31 août de l'année suivante.
  2° diplôme :
  a) le diplôme de l'enseignement supérieur universitaire et non universitaire, et le diplôme de l'enseignement supérieur technique, professionnel, maritime ou artistique, de plein exercice;
  b) le diplôme, le certificat ou le titre y assimilé obtenu à l'issue d'un contrat d'apprentissage;
  c) le diplôme, le certificat ou le titre y assimilé obtenu à l'issue des années de l'enseignement secondaire postérieures à la sixième année secondaire ;
  d) le diplôme, le certificat ou le titre y assimilé qui a été obtenu à l'étranger et dont l'équivalence au diplôme visé au a), au b) ou au c) a été reconnue par les autorités belges compétentes.
  § 2. Le présent article est applicable aux personnes qui ont la qualité de travailleur indépendant au sens de l'article 28, § 2, à la date d'introduction de la demande d'assimilation.
  Si, à la date d'introduction de sa demande, l'intéressé ne relève pas d'un régime légal obligatoire de pension, le présent article est applicable à condition qu'il ait acquis en dernier la qualité de travailleur indépendant au sens de l'article 28, § 2.".
Art. 4. Artikel 34 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van 16 juli 1970, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 34 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 16 juillet 1970, est abrogé.
Art. 5. Artikel 35 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De gelijkstelling van de studieperiodes, bedoeld in artikel 33, wordt slechts toegekend indien de betrokkene daartoe een aanvraag indient en een bijdrage betaalt voor elk gelijkgesteld kwartaal.
  § 2. De bijdrage, bedoeld in § 1, wordt vastgesteld op 273,17 EUR per kwartaal. Dat bedrag wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen. Het wordt gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100).
  Het bedrag bedoeld in het eerste lid is datgene dat van kracht is op de datum van het indienen van de aanvraag.
  Indien de aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend na het verstrijken van een termijn van tien jaar vanaf het behalen van het diploma, een doctoraat of een beroepskwalificatie, komt de kwartaalbijdrage overeen met een percentage van de huidige waarde, op de datum waarop de aanvraag tot gelijkstelling werd ingediend, van de verhoging van het rustpensioenbedrag dat overeenkomt met elk gelijkgesteld kwartaal, in de veronderstelling dat betrokkene niet voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 72 en dat het jaarlijks fictief inkomen dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van het rustpensioen overeenstemt met 14.568,40 EUR. Dit fictief inkomen wordt gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100).
  De huidige waarde bedoeld in het derde lid wordt bepaald rekening houdend met een interestvoet van 1 %, met de sterftetafels XR voor de levensverzekeringsactiviteit met een leeftijdscorrectie van vijf jaar, in de veronderstelling dat het bedrag van het rustpensioen wordt betaald vanaf de pensioenleeftijd die toepasselijk is op de betrokkene.
  Het percentage van de huidige waarde bedoeld in het derde lid bedraagt:
  1° 50% als de aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend na een termijn van tien jaar maar in een termijn van twintig jaar vanaf de datum van het behalen van het diploma, het doctoraat of de beroepskwalificatie;
  2° 70% als de aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend na een termijn van twintig jaar maar in een termijn van dertig jaar vanaf de datum van het behalen van het diploma, het doctoraat of de beroepskwalificatie;
  3° 85% als de aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend na een termijn van dertig jaar maar in een termijn van veertig jaar vanaf de datum van het behalen van het diploma, het doctoraat of de beroepskwalificatie;
  4° 95% als de aanvraag tot gelijkstelling wordt ingediend na een termijn van veertig jaar vanaf de datum van het behalen van het diploma, het doctoraat of de beroepskwalificatie.
  Wanneer er voor een gelijkgesteld kwartaal een bijdrage betaald werd in toepassing van artikel 37, § 1, eerste lid, b), van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen of van artikel 12bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38, dan wordt die bijdrage in mindering gebracht van de bijdrage die verschuldigd is in toepassing van de vorige leden.
  Voor de berekening van de verschuldigde bijdrage voor de studieperiodes bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid, 1°, a) en e) omvat elk studiejaar vier kwartalen. Voor de studieperiodes bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid, 1°, b), c) en d) wordt de verschuldigde bijdrage vastgesteld naargelang de duur van de gelijkgestelde periode.
  § 3. De aanvraag, bedoeld in § 1, wordt schriftelijk of elektronisch ingediend bij de sociale verzekeringskas waarbij de betrokkene aangesloten is. De aanvraag die rechtstreeks naar het Rijksinstituut wordt gezonden is evenwel ontvankelijk.
  Indien de betrokkene, op het ogenblik van het indienen van de aanvraag, niet onderworpen is aan een wettelijk verplicht pensioenstelsel, dient de aanvraag te worden ingediend bij de sociale verzekeringskas waarbij hij het laatst in België als zelfstandige was aangesloten.
  Indien de betrokkene, op het ogenblik van de indiening van de aanvraag, in het buitenland een activiteit uitoefent of daar gedomicilieerd is, en hij in België niet bij een sociale verzekeringskas is aangesloten, dient de aanvraag te worden ingediend bij de sociale verzekeringskas waarbij hij het laatst in België als zelfstandige was aangesloten.
  De sociale verzekeringskas stuurt de aanvraag onverwijld door aan het Rijksinstituut.
  Om ontvankelijk te zijn moet de aanvraag ingediend worden vóór de eerste effectieve ingangsdatum van het rustpensioen.
  De datum van de ontvangst van de aanvraag door de sociale verzekeringskas geldt als datum van het indienen van de aanvraag tot gelijkstelling. Wanneer de aanvraag rechtstreeks bij het Rijksinstituut wordt ingediend, geldt de datum van de ontvangst door het Rijksinstituut als datum van indiening.
  Een aanvraag is mogelijk voor alle of voor een deel van de studieperiodes.
  Voor de studieperiodes bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid, 1°, a) of e), kan een aanvraag tot gelijkstelling uitsluitend ingediend worden voor volledige studieperiodes van één jaar, die overeenstemmen met vier opeenvolgende kwartalen van onderwerping.
  De betrokkene kan maximum twee aanvragen indienen, in alle pensioenstelsels samen.
  Een aanvraag tot gelijkstelling wordt niet aanvaard in de mate dat zij betrekking heeft op studieperiodes die reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een regularisatie in het pensioenstelsel van de werknemers of in het pensioenstelsel van de openbare sector.
  Het Rijksinstituut onderzoekt de aanvraag tot gelijkstelling, uitgebreid naar de volledige studieperiode en betekent zijn beslissing aan de betrokkene. Terzelfdertijd verstuurt het een kopie van zijn beslissing aan de sociale verzekeringskas.
  De sociale verzekeringskas brengt de betrokkene op de hoogte van het totale bedrag van de bijdrage die hij moet betalen, enerzijds voor de gevraagde periode en in voorkomend geval ook voor de volledige periode.
  De betrokkene deelt aan zijn sociale verzekeringskas zijn keuze mee om het geheel of een deel van zijn studieperiodes gelijk te stellen of om niet gelijk te stellen.
  Indien de betrokkene kiest om het geheel of een deel van zijn studieperiodes gelijk te stellen, berekent de sociale verzekeringskas de verschuldigde bijdrage op basis van de keuze van de betrokkene en deelt dit bedrag aan de betrokkene mee.
  De betaling van de bijdrage gebeurt in één keer, op de rekening van de sociale verzekeringskas, binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van de mededeling bedoeld in het veertiende lid.
  Indien de betrokkene de verschuldigde bijdrage niet betaalt binnen de termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van de mededeling bedoeld in het veertiende lid, dan wordt de aanvraag definitief afgesloten en put hij aldus een aanvraag, bedoeld in het negende lid, uit.
  De betaalde bijdrage mag niet terugbetaald worden, behalve wanneer de onverschuldigde betaling betrekking heeft op onregelmatig betaalde bijdragen en voor zover ze voortvloeit uit een juridische of materiële vergissing van de bevoegde instelling van sociale zekerheid. Die uitzondering is enkel van toepassing wanneer de betrokkene niet wist of niet kon weten dat de instelling van sociale zekerheid een vergissing had begaan. De bijdrage wordt ook terugbetaald wanneer hij is betaald na de termijn, bedoeld in het vijftiende lid.
Art. 5. L'article 35 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. L'assimilation des périodes d'études visées à l'article 33 n'est accordée que si l'intéressé en fait la demande et paie une cotisation pour chaque trimestre assimilé.
  § 2. La cotisation visée au § 1er est fixée à 273,17 EUR par trimestre. Ce montant est adapté aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation. Il est rattaché à l'indice-pivot 103,14 (base 1996 = 100).
  Le montant visé à l'alinéa 1er est celui en vigueur à la date d'introduction de la demande.
  Si la demande d'assimilation est introduite après l'expiration d'un délai de dix ans à partir de l'obtention du diplôme, d'un doctorat ou d'une qualification professionnelle, la cotisation trimestrielle correspond à un pourcentage de la valeur actuelle, à la date d'introduction de la demande d'assimilation, de l'accroissement du montant de la pension de retraite qui correspond à chaque trimestre assimilé, en supposant que l'intéressé ne répond pas aux conditions fixées par l'article 9, § 1er, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté royal n° 72 et que le revenu fictif annuel pris en considération pour le calcul de la pension de retraite correspond à 14.568,40 EUR. Ce revenu fictif est rattaché à l'indice-pivot 103,14 (base 1996 = 100).
  La valeur actuelle visée à l'alinéa 3 est déterminée compte tenu d'un taux d'intérêt de 1 %, des tables de mortalité XR appliquées pour l'activité d'assurances vie avec une correction d'âge de cinq ans, en supposant que le montant de la pension de retraite est payé à partir de l'âge de la pension applicable à l'intéressé.
  Le pourcentage de la valeur actuelle visé à l'alinéa 3 est de :
  1° 50% si la demande d'assimilation est introduite passé un délai de dix ans mais dans un délai de vingt ans à partir de l'obtention du diplôme, du doctorat ou de la qualification professionnelle ;
  2° 70% si la demande d'assimilation est introduite passé un délai de vingt ans mais dans un délai de trente ans à partir de l'obtention du diplôme, du doctorat ou de la qualification professionnelle ;
  3° 85% si la demande d'assimilation est introduite passé un délai de trente ans mais dans un délai de quarante ans à partir de l'obtention du diplôme, du doctorat ou de la qualification professionnelle ;
  4° 95% si la demande d'assimilation est introduite passé un délai de quarante ans à partir de l'obtention du diplôme, du doctorat ou de la qualification professionnelle.
  Lorsque, pour un trimestre assimilé, une cotisation a été payée en application de l'article 37, § 1er, alinéa 1er, b), de l'arrêté royal du 19 décembre 1967 portant règlement général en exécution de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants ou de l'article 12bis, § 1er, de l'arrêté royal n° 38, cette cotisation est portée en déduction de la cotisation due en application des alinéas précédents.
  Pour le calcul de la cotisation due pour les périodes d'études visées à l'article 33, § 1er, alinéa 2, 1°, a) et e), chaque année d'études est égale à quatre trimestres. Pour les périodes d'études visées à l'article 33, § 1er, alinéa 2, 1°, b), c) et d), la cotisation due est fixée selon la durée de la période assimilée.
  § 3. La demande visée au § 1er est introduite par écrit ou électroniquement auprès de la caisse d'assurances sociales à laquelle l'intéressé est affilié. La demande envoyée directement à l'Institut national est toutefois recevable.
  Si, au moment de l'introduction de la demande, l'intéressé ne relève pas d'un régime légal obligatoire de pension, la demande doit être introduite auprès de la caisse d'assurances sociales à laquelle il a été affilié en dernier comme travailleur indépendant.
  Si, au moment de l'introduction de la demande, l'intéressé exerce une activité à l'étranger ou y est domicilié, et qu'il n'est pas affilié en Belgique à une caisse d'assurances sociales, la demande doit être introduite à la caisse d'assurances sociales à laquelle il a été affilié en dernier comme travailleur indépendant.
  La caisse d'assurances sociales transmet immédiatement la demande à l'Institut national.
  Pour être recevable, la demande doit être introduite avant la première date de prise de cours effective de la pension de retraite.
  La date de réception de la demande par la caisse d'assurances sociales vaut comme date d'introduction de la demande d'assimilation. Si la demande est introduite directement à l'Institut national, la date de réception par l'Institut national vaut comme date d'introduction.
  Une demande est possible pour la totalité ou pour une partie des périodes d'études.
  Pour les périodes d'études visées à l'article 33, § 1er, alinéa 2, 1°, a) ou e), une demande d'assimilation ne peut être introduite que pour des périodes d'études entières d'un an correspondant à quatre trimestres consécutifs d'assujettissement.
  L'intéressé peut introduire deux demandes au maximum, tous régimes de pension confondus.
  Aucune demande d'assimilation n'est admise dans la mesure où elle concerne des périodes d'études qui ont déjà fait l'objet d'une régularisation dans le régime de pension des travailleurs salariés ou dans le régime de pension du secteur public.
  L'Institut national examine la demande d'assimilation, étendue à la période d'études complète, et notifie sa décision à l'intéressé. Il envoie en même temps une copie de sa décision à la caisse d'assurances sociales.
  La caisse d'assurances sociales informe l'intéressé du montant total de la cotisation qu'il doit payer, d'une part pour la période demandée et le cas échéant aussi pour la période complète.
  L'intéressé communique à sa caisse d'assurances sociales son choix d'assimiler tout ou partie des périodes d'études ou de ne pas assimiler.
  Si l'intéressé opte pour l'assimilation de tout ou partie des périodes d'études, la caisse d'assurances sociales calcule la cotisation due sur la base du choix de l'intéressé et communique ce montant à l'intéressé.
  Le paiement de la cotisation est effectué en une fois, sur le compte de la caisse d'assurances sociales, dans les six mois à compter de la date de la communication visée à l'alinéa 14.
  Si l'intéressé ne paie pas la cotisation due dans le délai de six mois à compter de la date de la communication visée à l'alinéa 14, la demande est définitivement clôturée et il épuise ainsi une demande visée à l'alinéa 9.
  La cotisation payée ne peut pas être remboursée, sauf lorsque le paiement indu porte sur des cotisations payées de manière irrégulière et pour autant qu'il résulte d'une erreur de droit ou matérielle de l'institution de sécurité sociale compétente. Cette exception n'est d'application que lorsque l'intéressé ne savait pas ou ne pouvait pas savoir que l'institution de sécurité sociale a commis une erreur. La cotisation est également remboursée lorsqu'elle est payée après le délai visé à l'alinéa 15.
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 35bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 35bis. Wanneer de aanvraag tot gelijkstelling van de studieperiodes, bedoeld in artikel 33, regelmatig wordt ingediend vóór 1 december 2020 maar na het verstrijken van een termijn van tien jaar vanaf het behalen van het diploma, een doctoraat of een beroepskwalificatie, wordt zij beschouwd als zijnde ingediend binnen de termijn van tien jaar bedoeld in artikel 35, § 2, derde lid.
  In dat geval kunnen enkel de studieperiodes na 31 december van het jaar gelegen voor dit van de 20e verjaardag van de aanvrager, gelijkgesteld worden.".
Art. 6. Dans le même arrêté, il est inséré un article 35bis rédigé comme suit:
  "Art. 35bis. Lorsque la demande d'assimilation des périodes d'études, visées à l'article 33, est régulièrement introduite avant le 1er décembre 2020 mais après l'expiration d'un délai de dix ans à partir de l'obtention du diplôme, d'un doctorat ou d'une qualification professionnelle, elle est considérée comme ayant été introduite dans le délai de dix ans visé à l'article 35, § 2, alinéa 3.
  Dans ce cas, seules les périodes d'études postérieures au 31 décembre de l'année précédant celle du vingtième anniversaire du demandeur, peuvent être assimilées.".
Art. 7. Artikel 37 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 1984, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 37 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 20 septembre 1984, est abrogé.
Art. 8. In artikel 46bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 juli 1997, worden de woorden "met uitzondering van deze bedoeld in artikel 33" ingevoegd tussen de woorden "op gelijkgestelde kwartalen" en de woorden "die gelegen zijn".
Art. 8. Dans l'article 46bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 18 juillet 1997, les mots "à l'exception de ceux visés à l'article 33," sont insérés entre les mots "aux trimestres assimilés" et les mots "qui se situent".
Art. 9. In artikel 46ter, eerste paragraaf, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 juli 2016, wordt de bepaling onder D. opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 46ter, paragraphe 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 juillet 2016, le D. est abrogé.
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 46ter/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 46ter/1. Voor de berekening van het pensioen dat betrekking heeft op de in artikel 33, § 1, bedoelde gelijkgestelde studieperiodes, is het fictief inkomen gelijk aan 14.568,40 EUR. Dat bedrag is gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996=100).".
Art. 10. Dans le même arrêté, il est inséré un article 46ter/1 rédigé comme suit :
  "Art. 46ter/1. Pour le calcul de la pension afférente aux périodes d'études assimilées, visées à l'article 33, § 1er, le revenu fictif est égal à 14.568,40 EUR. Ce montant est rattaché à l'indice-pivot 103,14 (base 1996=100).".
Art. 11. In artikel 46quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 29 juni 2014, worden de woorden "de artikelen 46bis en 46ter" vervangen door de woorden "de artikelen 46bis, 46ter en 46ter/1".
Art. 11. Dans l'article 46quater du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 29 juin 2014, les mots "des articles 46bis et 46ter" sont remplacés par les mots "des articles 46bis, 46ter et 46ter/1".
Art. 12. In artikel 53quater van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 juni 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bestaande tekst van het artikel zal paragraaf 1 vormen;
  2° in het eerste lid, dat paragraaf 1, eerste lid wordt, worden de woorden "de artikelen 46bis en 46ter" vervangen door de woorden "de artikelen 46bis en 46ter, § 1, A, B, C, E en F en § 2";
  3° de bestaande tekst die paragraaf 1 zal vormen wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  § 2. De inkomsten die in aanmerking genomen worden voor ieder gelijkgesteld jaar waarvoor de bijdragen, bedoeld in artikel 35, betaald werden, worden vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 103,14 (basis 1996 = 100) is en waarvan de teller gelijk is aan het spilindexcijfer dat, voor de maand waarin het recht op het pensioen wordt vastgesteld, de uitbetaling van de in de artikelen 9 en 11 van het koninklijk besluit nr. 72 bedoelde pensioenen bepaalt.
Art. 12. A l'article 53quater du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 29 juin 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le texte actuel de l'article formera le paragraphe 1er;
  2° dans l'alinéa 1er, qui devient le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "les articles 46bis et 46ter" sont remplacés par les mots " les articles 46bis et 46ter, § 1er, A, B, C, E et F et § 2";
  3° le texte actuel qui formera le paragraphe 1er est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit:
  § 2. Les revenus retenus pour chaque année assimilée pour laquelle les cotisations, visées à l'article 35, sont payées, sont multipliés par une fraction dont le dénominateur est 103,14 (base 1996=100) et dont le numérateur est égal à l'indice-pivot qui, pour le mois au cours duquel est établi le droit à la pension, détermine la liquidation des pensions visées aux articles 9 et 11 de l'arrêté royal n° 72.
Art. 13. De artikelen 28, 33, 34, 35, 46bis, 46ter en 53quater van hetzelfde besluit blijven van toepassing in hun versie die van toepassing was voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, indien de aanvrager vóór 1 december 2020 ervoor kiest om de aanvraag tot gelijkstelling onder de voorwaarden van de voormelde artikelen in te dienen.
Art. 13. Les articles 28, 33, 34, 35, 46bis, 46ter et 53quater du même arrêté restent d'application dans leur version qui était d'application avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, à condition que le demandeur opte avant le 1er décembre 2020 pour introduire la demande d'assimilation sous les conditions des articles précités.
Art. 14. Dit besluit is van toepassing op de aanvragen tot gelijkstelling die vanaf 1 december 2017 ingediend worden, voor de pensioenen die daadwerkelijk ten vroegste op 1 december 2018 ingaan, met uitzondering van de overlevingspensioenen berekend op basis van rustpensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten laatste op 1 november 2018 ingegaan zijn.
Art. 14. Le présent arrêté est d'application aux demandes d'assimilation qui sont introduites à partir du 1er décembre 2017, pour les pensions qui prennent cours effectivement au plus tôt le 1er décembre 2018, à l'exception des pensions de survie calculées sur la base de pensions de retraite qui ont pris cours effectivement et pour la première fois au plus tard le 1er novembre 2018.
Art. 15. Dit koninklijk besluit heeft uitwerking met ingang van 1 december 2017.
Art. 15. Le présent arrêté produit ses effets le 1er décembre 2017.
Art. 16. De minister bevoegd voor Pensioenen en de minister bevoegd voor de Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le ministre qui a les Pensions dans ses attributions et le ministre qui a les Indépendants dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.