Artikel 1. [2 § 1.]2 Dit besluit regelt de omzetting van besluiten vastgesteld op grond van artikel 8.3 van het Besluit 2005/387/JBZ van de Raad van 10 mei 2005 inzake de uitwisseling van informatie, de risicobeoordeling en de controle ten aanzien van nieuwe psychoactieve stoffen, die onderhevig zullen zijn aan controlemaatregelen en strafrechtelijke bepalingen :
1° Besluit 2008/206/JBZ van de Raad van 3 maart 2008 houdende omschrijving van 1-benzylpiperazine (BZP) als nieuwe psychoactieve stof die aan controlemaatregelen en strafrechtelijke bepalingen moet worden onderworpen;
2° 2010/759/EU : Besluit van de Raad van 2 december 2010 betreffende het onderwerpen van 4-methylmethcathinone (mephedrone) aan controlemaatregelen;
3° 2013/129/EU : Besluit van de Raad van 7 maart 2013 betreffende het onderwerpen van 4-methylamfetamine aan controlemaatregelen;
4° 2013/496/EU : Uitvoeringsbesluit van de Raad van 7 oktober 2013 betreffende het onderwerpen van 5-(2-aminopropyl)indool aan controlemaatregelen;
5° 2014/688/EU : Uitvoeringsbesluit van de Raad van 25 september 2014 betreffende het onderwerpen van 4-jood-2,5-dimethoxy-N-(2-methoxybenzyl)fenethylamine (25I-NBOMe), 3,4-dichloor-N-[[1 -(dimethylamino)cyclohexyl]methyl]benzamide (AH-7921), 3,4-methyleendioxypyrovaleron (MDPV) en 2-(3-methoxyfenyl)-2-(ethylamino)cyclohexanon (methoxetamine) aan controlemaatregelen;
6° Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1874 van de Raad van 8 oktober 2015 betreffende het onderwerpen van 4-methylamfetamine aan controlemaatregelen;
7° Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1876 van de Raad van 8 oktober 2015 betreffende het onderwerpen van 5-(2-aminopropyl)indool aan controlemaatregelen;
8° Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1875 van de Raad van 8 oktober 2015 betreffende het onderwerpen van 4-jood-2,5-dimethoxy-N-(2-methoxybenzyl)fenethylamine (25I-NBOMe), 3,4-dichloor-N-[[1-(dimethylamino)cyclohexyl]methyl]benzamide (AH-7921), 3,4-methyleendioxypyrovaleron (MDPV) en 2-(3-methoxyfenyl)-2-(ethylamino)cyclohexanon (methoxetamine) aan controlemaatregelen;
9° Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/1873 van de Raad van 8 oktober 2015 betreffende het onderwerpen van 4-methyl-5-(4-methylfenyl)-4,5-dihydrooxazol-2-amine (4,4'-DMAR) en 1-cyclohexyl-4-(1,2-difenylethyl)piperazine (MT-45) aan controlemaatregelen;
10° Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1070 van de Raad van 27 juni 2016 betreffende het onderwerpen van 1-fenyl-2-(pyrrolidine-1-yl)pentaan-1-on (alpha-pyrrolidinevalerofenon, alpha-PVP) aan controlemaatregelen;
11° Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/369 van de Raad van 27 februari 2017 betreffende het onderwerpen van methyl 2-[[1-(cyclohexylmethyl)-1H-indool-3-carbonyl]amino]3,3-dimethylbutanoaat (MDMB-CHMICA) aan controlemaatregelen.
[1 12° Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1774 van de Raad van 25 september 2017 betreffende het onderwerpen van N-(1-fenethylpiperidine-4-yl)-N-fenylacrylamide (acryloylfentanyl) aan controlemaatregelen;
13° Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2170 van de Raad van 15 november 2017 betreffende het onderwerpen van N-fenyl-N-[1-(2-fenylethyl) piperidine-4-yl]furaan-2-carboxamide (furanylfentanyl) aan controlemaatregelen;
14° Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/747 van de Raad van 14 mei 2018 betreffende het onderwerpen van de nieuwe psychoactieve stof N-(1-amino-3,3-dimethyl-1-oxobutaan-2-yl)-1-(cyclohexylmethyl)-1H-indazol-3-carboxamide (ADB-CHMINACA) aan controlemaatregelen;
15° Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/748 van de Raad van 14 mei 2018 betreffende het onderwerpen van de nieuwe psychoactieve stof 1-(4-cyanobutyl)-N-(2-fenylpropaan-2-yl)-1H-indazol-3-carboxamide (CUMYL-4CN-BINACA) aan controlemaatregelen;
16° Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1463 van de Raad van 28 september 2018 betreffende het onderwerpen van de nieuwe psychoactieve stoffen N-fenyl-N-[1-(2-fenylethyl)piperidine-4-yl]cyclopropaancarboxamide (cyclopropylfentanyl) en 2-methoxy-N-fenyl-N-[1-(2-fenylethyl)piperidine-4-yl]acetamide (methoxyacetylfentanyl) aan controlemaatregelen.]1
[2 § 2. Dit besluit regelt eveneens de omzetting van:
1° de Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2020/1687 van de Commissie van 2 september tot wijziging van de bijlage bij Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad in verband met het opnemen van de nieuwe psychoactieve stof N,N-diethyl-2-[[4-(1-methylethoxy)fenyl]methyl]5-nitro-1H-benzimidazool-1-ethanamine (isotonitazeen) in de definitie van "drug";]2
[3 2° de Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2021/802 van de Commissie van 12 maart 2021 tot wijziging van de bijlage bij Kaderbesluit 2004/757/JBZ wat betreft het opnemen van de nieuwe psychoactieve stoffen methyl 3,3-dimethyl-2-[[1-(pent-4-een-1-yl)-1H-indazool-3-carbonyl]amino] butanoaat (MDMB-4en-PINACA) en methyl 2-[[1-(4-fluorbutyl)-1H-indool-3-carbonyl] amino]3,3-dimethylbutanoaat (4F-MDMB-BICA) in de definitie van "drug";]3
[4 3° de Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2022/1326 van de Commissie van 18 maart 2022 tot wijziging van de bijlage bij Kaderbesluit 2004/757/JBZ van de Raad in verband met het opnemen van nieuwe psychoactieve stoffen in de definitie van "drug".]4
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
6 SEPTEMBER 2017. - Koninklijk besluit houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen <Opschrift gewijzigd bij KB2019-12-09/21, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 16-01-2020> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-09-2017 en tekstbijwerking tot 16-01-2026)
Titre
6 SEPTEMBRE 2017. - [Arrêté royal réglementant les substances stupéfiantes et psychotropes] (Intitulé modifié par AR2019-12-09/21, art.1, 002; En vigueur : 16-01-2020) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-09-2017 et mise à jour au 16-01-2026)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL 1. - Omzetting van de Uitvoeringsbesluite...
TITEL 2. - Definities en toepassingsgebied
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
TITEL 3. - Internationale verplichtingen
TITEL 4. - Activiteiten- en eindgebruikersvergu...
HOOFDSTUK 1. - Vergunningplicht
HOOFDSTUK 2. - Aanvraag, wijziging en modalitei...
HOOFDSTUK -. 3. Nationale handel
HOOFDSTUK 4. - Traceerbaarheid en vigilantie
HOOFDSTUK 5. - Internationale handel
HOOFDSTUK 6. - Bewaring, verpakking vervoer en ...
TITEL 5. - Particulierenvergunning
HOOFDSTUK 1. - Definities en vergunningsplicht
HOOFDSTUK 2. - Aanvraag, wijziging en modalitei...
HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen voor de marktdeel...
TITEL 6. - Straf- en verbodsbepalingen
TITEL 7. - Wijzigings-, opheffings- en overgang...
HOOFDSTUK 1. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding
BIJLAGEN.
Table des matières
TITRE 1. - Transposition des Décisions d'exécut...
TITRE 2. - Définitions et champ d'application
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Champ d'application
TITRE 3. - Obligations internationales
TITRE 4. - Autorisation d'activites et d'utilis...
CHAPITRE 1. - Obligation d'autorisation
CHAPITRE 2. - Demande, modification et modalité...
CHAPITRE 3. - Marché national
CHAPITRE 4. - Traçabilité et vigilance
CHAPITRE 5. - Commerce international
CHAPITRE 6. - Conservation, conditionnement, tr...
TITRE 5. - Autorisation de particulier
CHAPITRE 1er. - Définitions et obligation d'aut...
CHAPITRE 2. - Demande, modification et modalité...
CHAPITRE 3. - Obligations de l'opérateur économ...
TITRE 6. - Dispositions pénales et interdictions
TITRE 7. - Dispositions de modification, suppre...
CHAPITRE 1. - Dispositions de modification et d...
CHAPITRE 2. - Dispositions transitoires
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur
ANNEXES.
Tekst (92)
Texte (92)
TITEL 1. - Omzetting van de Uitvoeringsbesluiten vastgesteld op grond van artikel 8.3 van het Besluit 2005/387/JBZ [1 en van de Gedelegeerde Richtlijnen vastgesteld op grond van artikel 1a van het Kaderbesluit 2004/757/JBZ]1
TITRE 1. - Transposition des Décisions d'exécution fixée en vertu de l'article 8.3 de la Décision 2005/387/JAI [1 et des Directives déléguées fixées en vertu de l'article 1a de la décision-cadre 2004/757/JAI ]1
Article 1er. [2 § 1er.]2 Le présent arrêté règle la transposition des décisions fixées en vertu de l'article 8.3 de la Décision 2005/387/JAI du Conseil du 10 mai 2005 relative à l'échange d'informations, à l'évaluation des risques et au contrôle des nouvelles substances psychoactives, qui seront sujettes à des mesures de contrôle et des dispositions pénales :
1° Décision 2008/206/JAI du Conseil du 3 mars 2008 définissant la 1-benzylpipérazine (BZP) comme nouvelle substance psychoactive qui doit être soumise à des mesures de contrôle et à des dispositions pénales;
2° 2010/759/UE : Décision du Conseil du 2 décembre 2010 de soumettre la 4-méthylméthcathinone (méphédrone) à des mesures de contrôle;
3° 2013/129/UE : Décision du Conseil du 7 mars 2013 mettant la 4-méthylamphétamine sous contrôle;
4° 2013/496/UE : Décision d'exécution du Conseil du 7 octobre 2013 soumettant le 5-(2-aminopropyl)indole à des mesures de contrôle;
5° 2014/688/UE : Décision d'exécution du Conseil du 25 septembre 2014 soumettant le 4-iodo-2,5-diméthoxy-N-(2-méthoxybenzyl)phénéthylamine (25I-NBOMe), le 3,4-dichloro-N-[[1 -(diméthylamino)cyclohéxyl]méthyl]benzamide (AH-7921), la 3,4-méthylènedioxypyrovalérone (MDPV) et la 2-(3-méthoxyphényl)-2-(éthylamino)cyclohéxanone (méthoxétamine) à des mesures de contrôle;
6° Décision d'exécution (UE) 2015/1874 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant la 4-méthylamphétamine à des mesures de contrôle;
7° Décision d'exécution (UE) 2015/1876 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant le 5-(2-aminopropyl)indole à des mesures de contrôle;
8° Décision d'exécution (UE) 2015/1875 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant le 4-iodo-2,5-diméthoxy-N-(2-méthoxybenzyl)phénéthylamine (25I-NBOMe), le 3,4-dichloro-N-[[1-(diméthylamino)cyclohéxyl]méthyl]benzamide (AH-7921), la 3,4-méthylènedioxypyrovalérone (MDPV) et la 2-(3-méthoxyphényl)-2-(éthylamino)cyclohéxanone (méthoxétamine) à des mesures de contrôle;
9° Décision d'exécution (UE) 2015/1873 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant le 4-méthyl-5-(4-méthylphényl)-4,5-dihydrooxazol-2-amine (4,4'-DMAR) et le 1-cyclohexyl-4-(1,2-diphényléthyl)pipérazine (MT-45) à des mesures de contrôle;
10° Décision d'exécution (UE) 2016/1070 du Conseil du 27 juin 2016 soumettant 1-phenyl-2-(pyrrolidin-1-yl)pentan-1-one (alpha-pyrrolidinovalerophenone, alpha-PVP) à des mesures de contrôle;
11° Décision d'exécution (UE) 2017/369 du Conseil du 27 février 2017 soumettant le méthyl 2-[[1-(cyclohexylméthyl)-1H-indole-3-carbonyl]amino]3,3-diméthylbutanoate (MDMB-CHMICA) à des mesures de contrôle.
[1 12° Décision d'exécution (UE) 2017/1774 du Conseil du 25 septembre 2017 soumettant la N-(1-phénéthylpipéridine-4-yl)-N-phénylacrylamide (acryloylfentanyl) à des mesures de contrôle ;
13° Décision d'exécution (UE) 2017/2170 du Conseil du 15 novembre 2017 soumettant le N-phényl-N-[1-(2-phényléthyl)pipéridine-4-yl]furan-2-carboxamide (furanylfentanyl) à des mesures de contrôle ;
14° Décision d'exécution (UE) 2018/747 du Conseil du 14 mai 2018 soumettant la nouvelle substance psychoactive N-(1-amino-3,3-diméthyl-1-oxobutan-2-yl)-1-(cyclohexylméthyl)-1H-indazole-3-carboxamide (ADB-CHMINACA), à des mesures de contrôle ;
15° Décision d'exécution (UE) 2018/748 du Conseil du 14 mai 2018 soumettant la nouvelle substance psychoactive 1-(4-cyanobutyl)-N-(2-phénylpropan-2-yl)-1H-indazole-3-carboxamide (CUMYL-4CN-BINACA) à des mesures de contrôle ;
16° Décision d'exécution (UE) 2018/1463 du Conseil du 28 septembre 2018 soumettant les nouvelles substances psychoactives N-phényl-N-[1-(2-phényléthyl)pipéridine-4-yl]cyclopropanecarboxamide (cyclopropylfentanyl) et 2-méthoxy-N-phényl-N-[1-(2-phényléthyl)pipéridine-4-yl]acétamide (méthoxyacétylfentanyl) à des mesures de contrôle.]1
[2 § 2. Cet arrêté règle également la transposition de:
1° la Directive déléguée (UE) 2020/1687 de la Commission du 2 septembre 2020 modifiant l'annexe de la décision-cadre 2004/757/JAI du Conseil en ce qui concerne l'inclusion de la nouvelle substance psychoactive N,N-diéthyl-2-[[4-(1-méthyléthoxy)phényl]méthyl]5-nitro-1H-benzimidazol-1-éthanamine (isotonitazène) dans la définition du terme " drogue ";]2
[3 2° la Directive déléguée (UE) 2021/802 de la Commission du 12 mars 2021 modifiant l'annexe de la décision-cadre 2004/757/JAI du Conseil en ce qui concerne l'inclusion des nouvelles substances psychoactives méthyl 3,3-diméthyl-2-[[1-(pent-4-en-1-yl)-1H-indazole-3-carbonyl]amino]butanoate (MDMB-4en-PINACA) et méthyl 2-[[1-(4-fluorobutyl)-1H-indole-3-carbonyl]amino]3,3-butanoate de diméthyle (4F-MDMB-BICA) dans la définition du terme " drogue ";]3
[4 3° la Directive déléguée (UE) 2022/1326 de la Commission du 18 mars 2022 modifiant l'annexe de la décision-cadre 2004/757/JAI du Conseil en ce qui concerne l'inclusion de nouvelles substances psychoactives dans la définition du terme " drogue ".]4
1° Décision 2008/206/JAI du Conseil du 3 mars 2008 définissant la 1-benzylpipérazine (BZP) comme nouvelle substance psychoactive qui doit être soumise à des mesures de contrôle et à des dispositions pénales;
2° 2010/759/UE : Décision du Conseil du 2 décembre 2010 de soumettre la 4-méthylméthcathinone (méphédrone) à des mesures de contrôle;
3° 2013/129/UE : Décision du Conseil du 7 mars 2013 mettant la 4-méthylamphétamine sous contrôle;
4° 2013/496/UE : Décision d'exécution du Conseil du 7 octobre 2013 soumettant le 5-(2-aminopropyl)indole à des mesures de contrôle;
5° 2014/688/UE : Décision d'exécution du Conseil du 25 septembre 2014 soumettant le 4-iodo-2,5-diméthoxy-N-(2-méthoxybenzyl)phénéthylamine (25I-NBOMe), le 3,4-dichloro-N-[[1 -(diméthylamino)cyclohéxyl]méthyl]benzamide (AH-7921), la 3,4-méthylènedioxypyrovalérone (MDPV) et la 2-(3-méthoxyphényl)-2-(éthylamino)cyclohéxanone (méthoxétamine) à des mesures de contrôle;
6° Décision d'exécution (UE) 2015/1874 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant la 4-méthylamphétamine à des mesures de contrôle;
7° Décision d'exécution (UE) 2015/1876 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant le 5-(2-aminopropyl)indole à des mesures de contrôle;
8° Décision d'exécution (UE) 2015/1875 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant le 4-iodo-2,5-diméthoxy-N-(2-méthoxybenzyl)phénéthylamine (25I-NBOMe), le 3,4-dichloro-N-[[1-(diméthylamino)cyclohéxyl]méthyl]benzamide (AH-7921), la 3,4-méthylènedioxypyrovalérone (MDPV) et la 2-(3-méthoxyphényl)-2-(éthylamino)cyclohéxanone (méthoxétamine) à des mesures de contrôle;
9° Décision d'exécution (UE) 2015/1873 du Conseil du 8 octobre 2015 soumettant le 4-méthyl-5-(4-méthylphényl)-4,5-dihydrooxazol-2-amine (4,4'-DMAR) et le 1-cyclohexyl-4-(1,2-diphényléthyl)pipérazine (MT-45) à des mesures de contrôle;
10° Décision d'exécution (UE) 2016/1070 du Conseil du 27 juin 2016 soumettant 1-phenyl-2-(pyrrolidin-1-yl)pentan-1-one (alpha-pyrrolidinovalerophenone, alpha-PVP) à des mesures de contrôle;
11° Décision d'exécution (UE) 2017/369 du Conseil du 27 février 2017 soumettant le méthyl 2-[[1-(cyclohexylméthyl)-1H-indole-3-carbonyl]amino]3,3-diméthylbutanoate (MDMB-CHMICA) à des mesures de contrôle.
[1 12° Décision d'exécution (UE) 2017/1774 du Conseil du 25 septembre 2017 soumettant la N-(1-phénéthylpipéridine-4-yl)-N-phénylacrylamide (acryloylfentanyl) à des mesures de contrôle ;
13° Décision d'exécution (UE) 2017/2170 du Conseil du 15 novembre 2017 soumettant le N-phényl-N-[1-(2-phényléthyl)pipéridine-4-yl]furan-2-carboxamide (furanylfentanyl) à des mesures de contrôle ;
14° Décision d'exécution (UE) 2018/747 du Conseil du 14 mai 2018 soumettant la nouvelle substance psychoactive N-(1-amino-3,3-diméthyl-1-oxobutan-2-yl)-1-(cyclohexylméthyl)-1H-indazole-3-carboxamide (ADB-CHMINACA), à des mesures de contrôle ;
15° Décision d'exécution (UE) 2018/748 du Conseil du 14 mai 2018 soumettant la nouvelle substance psychoactive 1-(4-cyanobutyl)-N-(2-phénylpropan-2-yl)-1H-indazole-3-carboxamide (CUMYL-4CN-BINACA) à des mesures de contrôle ;
16° Décision d'exécution (UE) 2018/1463 du Conseil du 28 septembre 2018 soumettant les nouvelles substances psychoactives N-phényl-N-[1-(2-phényléthyl)pipéridine-4-yl]cyclopropanecarboxamide (cyclopropylfentanyl) et 2-méthoxy-N-phényl-N-[1-(2-phényléthyl)pipéridine-4-yl]acétamide (méthoxyacétylfentanyl) à des mesures de contrôle.]1
[2 § 2. Cet arrêté règle également la transposition de:
1° la Directive déléguée (UE) 2020/1687 de la Commission du 2 septembre 2020 modifiant l'annexe de la décision-cadre 2004/757/JAI du Conseil en ce qui concerne l'inclusion de la nouvelle substance psychoactive N,N-diéthyl-2-[[4-(1-méthyléthoxy)phényl]méthyl]5-nitro-1H-benzimidazol-1-éthanamine (isotonitazène) dans la définition du terme " drogue ";]2
[3 2° la Directive déléguée (UE) 2021/802 de la Commission du 12 mars 2021 modifiant l'annexe de la décision-cadre 2004/757/JAI du Conseil en ce qui concerne l'inclusion des nouvelles substances psychoactives méthyl 3,3-diméthyl-2-[[1-(pent-4-en-1-yl)-1H-indazole-3-carbonyl]amino]butanoate (MDMB-4en-PINACA) et méthyl 2-[[1-(4-fluorobutyl)-1H-indole-3-carbonyl]amino]3,3-butanoate de diméthyle (4F-MDMB-BICA) dans la définition du terme " drogue ";]3
[4 3° la Directive déléguée (UE) 2022/1326 de la Commission du 18 mars 2022 modifiant l'annexe de la décision-cadre 2004/757/JAI du Conseil en ce qui concerne l'inclusion de nouvelles substances psychoactives dans la définition du terme " drogue ".]4
TITEL 2. - Definities en toepassingsgebied
TITRE 2. - Définitions et champ d'application
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° `apotheek' : de apotheek bedoeld in artikel 6 van de Gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
2° `apotheker' : persoon bedoeld in artikel 6 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
3° `bevoegde ambtenaar' : de ambtenaar van het FAGG die overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 december 2008 betreffende het toezicht uit te oefenen door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, is aangeduid om inspectietaken te vervullen;
4° `buitenverpakking' : de verpakking waarin de primaire verpakking wordt geplaatst. Als de primaire verpakking de enige verpakkingsvorm is, wordt de primaire verpakking als buitenverpakking beschouwd;
5° [1 `depot': plaatsen waar alle geneesmiddelen zich bevinden die nodig zijn voor de activiteit van een dierenarts of meerdere samenwerkende dierenartsen, alsook de voertuigen die gebruikt worden voor de uitvoering van deze activiteit]1;
6° `doorvoer' : middelen die over het Belgische grondgebied vervoerd worden, zonder dat België het vertrek- of eindpunt is, en waarbij de verpakking ongeopend blijft met uitzondering van controle door de in artikel 7 van de wet aangeduide bevoegde ambtenaren;
7° `FAGG' : het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, opgericht bij de wet van 20 juli 2006;
8° `geneesmiddel' : geneesmiddel bedoeld in artikel 1 van de geneesmiddelenwet [3 , en artikel 4, eerste lid van de diergeneesmiddelenverordening,]3 bevattende één of meerdere stoffen;
9° `geneesmiddelenwet' : de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen [3 voor menselijk gebruik]3;
10° `groothandel met humanitair doel' : de groothandel bedoeld in artikel 12ter, § 3 van de geneesmiddelenwet;
11° `invoer' : de daadwerkelijke over- brenging van middelen naar het Belgische grondgebied;
12° `middelen' : de stoffen of preparaten bedoeld in 14° en 18° ;
13° `Minister' : de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
14° `preparaat' : elk vast of vloeibaar mengsel zijnde :
a. een oplossing of mengsel, in om het even welk fysische toestand, die één of meer stoffen bevat;
of
b. een gedoseerde vorm van één of meer stoffen;
15° `primaire verpakking' : het recipiënt of enige andere verpakking die rechtstreeks met het middel in aanraking komt;
16° `productie' : het oogsten van opium, cocabladeren, cannabis en cannabishars van de planten waaruit of waarvan zij worden verkregen;
17° `Belgisch REITOX Focal Point' : nationaal knooppunt bedoeld in artikel 5 van de Verordening (EG) Nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (herschikking);
18° `stof' : verdovende middelen en psychotrope stoffen opgelijst in bijlage I, II, III, IV en V;
19° `titularis van een depot' : verantwoordelijke dierenarts zoals bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 21 juli 2016 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van geneesmiddelen door de dierenartsen en door de verantwoordelijken van de dieren;
20° `uitvoer' : de daadwerkelijke over- brenging van middelen buiten het Belgische grondgebied;
21° `urgentietrousse' : de trousse van de arts bedoeld in artikel 1, 16° van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers;
22° `verdachte transactie' : elke transactie met middelen uit bijlage I, II, III, IV en V, ten aanzien waarvan er redelijke vermoedens bestaan dat :
- de middelen dienen voor verspreiding in het illegale handelscircuit; en/of
- de middelen zullen worden misbruikt;
onder meer rekening houdend met :
- de hoeveelheid van de bestelde middelen; en
- indien de afnemer een onderneming is : de economische activiteit van de afnemer; en
- indien het een vennootschap betreft : haar statutaire doel.
23° `vergunning' : zowel de activiteiten- als de eindgebruikersvergunning;
24° `vervaardiging' : alle bewerkingen, met uitzondering van productie, waarbij middelen kunnen worden verkregen, met inbegrip van zowel zuivering als omzetting van middelen in andere middelen, [2 ,alsook verpakking en herverpakking indien deze laatsten kunnen leiden tot een verlies aan middelen gedurende dit proces]2;
25° `wet' : de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;
[3 26° "diergeneesmiddelenverordening": Verordening (EU) 2019/6 van 11 december 2018 van het Europees Parlement en de Raad betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG.]3
1° `apotheek' : de apotheek bedoeld in artikel 6 van de Gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
2° `apotheker' : persoon bedoeld in artikel 6 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
3° `bevoegde ambtenaar' : de ambtenaar van het FAGG die overeenkomstig het koninklijk besluit van 17 december 2008 betreffende het toezicht uit te oefenen door het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, is aangeduid om inspectietaken te vervullen;
4° `buitenverpakking' : de verpakking waarin de primaire verpakking wordt geplaatst. Als de primaire verpakking de enige verpakkingsvorm is, wordt de primaire verpakking als buitenverpakking beschouwd;
5° [1 `depot': plaatsen waar alle geneesmiddelen zich bevinden die nodig zijn voor de activiteit van een dierenarts of meerdere samenwerkende dierenartsen, alsook de voertuigen die gebruikt worden voor de uitvoering van deze activiteit]1;
6° `doorvoer' : middelen die over het Belgische grondgebied vervoerd worden, zonder dat België het vertrek- of eindpunt is, en waarbij de verpakking ongeopend blijft met uitzondering van controle door de in artikel 7 van de wet aangeduide bevoegde ambtenaren;
7° `FAGG' : het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, opgericht bij de wet van 20 juli 2006;
8° `geneesmiddel' : geneesmiddel bedoeld in artikel 1 van de geneesmiddelenwet [3 , en artikel 4, eerste lid van de diergeneesmiddelenverordening,]3 bevattende één of meerdere stoffen;
9° `geneesmiddelenwet' : de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen [3 voor menselijk gebruik]3;
10° `groothandel met humanitair doel' : de groothandel bedoeld in artikel 12ter, § 3 van de geneesmiddelenwet;
11° `invoer' : de daadwerkelijke over- brenging van middelen naar het Belgische grondgebied;
12° `middelen' : de stoffen of preparaten bedoeld in 14° en 18° ;
13° `Minister' : de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
14° `preparaat' : elk vast of vloeibaar mengsel zijnde :
a. een oplossing of mengsel, in om het even welk fysische toestand, die één of meer stoffen bevat;
of
b. een gedoseerde vorm van één of meer stoffen;
15° `primaire verpakking' : het recipiënt of enige andere verpakking die rechtstreeks met het middel in aanraking komt;
16° `productie' : het oogsten van opium, cocabladeren, cannabis en cannabishars van de planten waaruit of waarvan zij worden verkregen;
17° `Belgisch REITOX Focal Point' : nationaal knooppunt bedoeld in artikel 5 van de Verordening (EG) Nr. 1920/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (herschikking);
18° `stof' : verdovende middelen en psychotrope stoffen opgelijst in bijlage I, II, III, IV en V;
19° `titularis van een depot' : verantwoordelijke dierenarts zoals bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 21 juli 2016 betreffende de voorwaarden voor het gebruik van geneesmiddelen door de dierenartsen en door de verantwoordelijken van de dieren;
20° `uitvoer' : de daadwerkelijke over- brenging van middelen buiten het Belgische grondgebied;
21° `urgentietrousse' : de trousse van de arts bedoeld in artikel 1, 16° van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers;
22° `verdachte transactie' : elke transactie met middelen uit bijlage I, II, III, IV en V, ten aanzien waarvan er redelijke vermoedens bestaan dat :
- de middelen dienen voor verspreiding in het illegale handelscircuit; en/of
- de middelen zullen worden misbruikt;
onder meer rekening houdend met :
- de hoeveelheid van de bestelde middelen; en
- indien de afnemer een onderneming is : de economische activiteit van de afnemer; en
- indien het een vennootschap betreft : haar statutaire doel.
23° `vergunning' : zowel de activiteiten- als de eindgebruikersvergunning;
24° `vervaardiging' : alle bewerkingen, met uitzondering van productie, waarbij middelen kunnen worden verkregen, met inbegrip van zowel zuivering als omzetting van middelen in andere middelen, [2 ,alsook verpakking en herverpakking indien deze laatsten kunnen leiden tot een verlies aan middelen gedurende dit proces]2;
25° `wet' : de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;
[3 26° "diergeneesmiddelenverordening": Verordening (EU) 2019/6 van 11 december 2018 van het Europees Parlement en de Raad betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG.]3
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° `officine pharmaceutique' : l'officine pharmaceutique visée à l'article 6 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
2° `pharmacien' : personne visée à l'article 6 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
3° `[1 " fonctionnaire compétent ": le fonctionnaire de l'AFMPS qui a été désigné pour effectuer des tâches d'inspection conformément à l'arrêté royal du 17 décembre 2008 relatif à la surveillance à exercer par l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de Santé ]1;
4° `conditionnement extérieur' : le conditionnement dans lequel est placé le conditionnement primaire. Si le conditionnement primaire est la seule forme de conditionnement, le conditionnement primaire est considéré comme conditionnement extérieur;
5° [1 " dépôt " : lieux où se trouve l'ensemble des médicaments nécessaires à l'activité d'un médecin vétérinaire ou de plusieurs médecins vétérinaires travaillant ensemble, ainsi que les véhicules utilisés pour exercer cette activité]1;
6° `transit` : produits qui sont transportés sur le territoire belge sans que la Belgique soit le point de départ ou final, et dont le conditionnement reste fermé à l'exception du contrôle par les fonctionnaires compétents désignés à l'article 7 de la loi;
7° `AFMPS' : l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de Santé, créée par la loi du 20 juillet 2006;
8° `médicament' : médicament visé à l'article 1er de la loi sur les médicaments [3 , et l'article 4, premier alinéa du règlement sur les médicaments vétérinaires]3 contenant une ou plusieurs substances;
9° `loi sur les médicaments' : la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments [3 à usage humain]3;
10° `distribution en gros à objectif humanitaire' : la distribution en gros visée à l'article 12ter, § 3, de la loi sur les médicaments;
11° `importation' : le transfert effectif de produits vers le territoire belge;
12° `produits' : les substances ou préparations visées aux 14° et 18° ;
13° `Ministre' : le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
14° `préparation` : tout mélange solide ou liquide, à savoir :
a. une solution ou un mélange, dans tout état physique, qui contient une ou plusieurs substances;
ou
b. une forme dosée d'une ou de plusieurs substances;
15° `conditionnement primaire' : le récipient ou tout autre conditionnement qui entre en contact directement avec le produit;
16° `production' : la récolte d'opium, de feuilles de coca, de cannabis et de résine de cannabis des plantes à partir desquelles ils sont obtenus;
17° `REITOX Focal Point belge' : point focal national visé à l'article 5 du Règlement (CE) n° 1920/2006 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2006 relatif à l'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies (refonte);
18° `substance' : les stupéfiants et psychotropes énumérés aux annexes I, II, III, IV et V;
19° " titulaire d'un dépôt " : vétérinaire responsable tel que visé à l'article 7 de l'arrêté royal du 21 juillet 2016 relatif aux conditions d'utilisation des médicaments par les médecins vétérinaires et par les responsables des animaux;
20° `exportation' : le transfert effectif de produits en dehors du territoire belge;
21° 'trousse d'urgence' : la trousse du médecin visée à l'article 1er, 16° de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens;
22° " transaction suspecte " : toute transaction impliquant des produits visés aux annexes I, II, III, IV et V, vis-à-vis desquels il existe de bonnes raisons de suspecter que :
- les produits sont destinés à la distribution dans le circuit commercial illicite; et/ou
- les produits seront utilisés d'une manière détournée;
en tenant compte entre autres :
- de la quantité des produits commandés; et
- si l'acheteur est une entreprise : de l'activité économique de l'acheteur; et
- s'il s'agit d'une société : de son objet social.
23° `autorisation' : aussi bien l'autorisation d'activités que de l'utilisateur final;
24° `fabrication' : toutes les opérations, à l'exception de la production, au cours desquelles des produits peuvent être obtenus, y compris aussi bien incluant à la fois la purification, que la transformation de produits en d'autres produits, [2 ainsi que le conditionnement et le reconditionnement, lorsque ces derniers peuvent entraîner une perte de produits au cours de ce processus]2;
25° `loi' : la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes;
[3 26° " règlement sur les médicaments vétérinaires " : Règlement (UE) 2019/6 du 11 décembre 2018 du Parlement européen et du Conseil relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE.]3
1° `officine pharmaceutique' : l'officine pharmaceutique visée à l'article 6 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
2° `pharmacien' : personne visée à l'article 6 de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé;
3° `[1 " fonctionnaire compétent ": le fonctionnaire de l'AFMPS qui a été désigné pour effectuer des tâches d'inspection conformément à l'arrêté royal du 17 décembre 2008 relatif à la surveillance à exercer par l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de Santé ]1;
4° `conditionnement extérieur' : le conditionnement dans lequel est placé le conditionnement primaire. Si le conditionnement primaire est la seule forme de conditionnement, le conditionnement primaire est considéré comme conditionnement extérieur;
5° [1 " dépôt " : lieux où se trouve l'ensemble des médicaments nécessaires à l'activité d'un médecin vétérinaire ou de plusieurs médecins vétérinaires travaillant ensemble, ainsi que les véhicules utilisés pour exercer cette activité]1;
6° `transit` : produits qui sont transportés sur le territoire belge sans que la Belgique soit le point de départ ou final, et dont le conditionnement reste fermé à l'exception du contrôle par les fonctionnaires compétents désignés à l'article 7 de la loi;
7° `AFMPS' : l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de Santé, créée par la loi du 20 juillet 2006;
8° `médicament' : médicament visé à l'article 1er de la loi sur les médicaments [3 , et l'article 4, premier alinéa du règlement sur les médicaments vétérinaires]3 contenant une ou plusieurs substances;
9° `loi sur les médicaments' : la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments [3 à usage humain]3;
10° `distribution en gros à objectif humanitaire' : la distribution en gros visée à l'article 12ter, § 3, de la loi sur les médicaments;
11° `importation' : le transfert effectif de produits vers le territoire belge;
12° `produits' : les substances ou préparations visées aux 14° et 18° ;
13° `Ministre' : le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
14° `préparation` : tout mélange solide ou liquide, à savoir :
a. une solution ou un mélange, dans tout état physique, qui contient une ou plusieurs substances;
ou
b. une forme dosée d'une ou de plusieurs substances;
15° `conditionnement primaire' : le récipient ou tout autre conditionnement qui entre en contact directement avec le produit;
16° `production' : la récolte d'opium, de feuilles de coca, de cannabis et de résine de cannabis des plantes à partir desquelles ils sont obtenus;
17° `REITOX Focal Point belge' : point focal national visé à l'article 5 du Règlement (CE) n° 1920/2006 du Parlement européen et du Conseil du 12 décembre 2006 relatif à l'Observatoire européen des drogues et des toxicomanies (refonte);
18° `substance' : les stupéfiants et psychotropes énumérés aux annexes I, II, III, IV et V;
19° " titulaire d'un dépôt " : vétérinaire responsable tel que visé à l'article 7 de l'arrêté royal du 21 juillet 2016 relatif aux conditions d'utilisation des médicaments par les médecins vétérinaires et par les responsables des animaux;
20° `exportation' : le transfert effectif de produits en dehors du territoire belge;
21° 'trousse d'urgence' : la trousse du médecin visée à l'article 1er, 16° de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens;
22° " transaction suspecte " : toute transaction impliquant des produits visés aux annexes I, II, III, IV et V, vis-à-vis desquels il existe de bonnes raisons de suspecter que :
- les produits sont destinés à la distribution dans le circuit commercial illicite; et/ou
- les produits seront utilisés d'une manière détournée;
en tenant compte entre autres :
- de la quantité des produits commandés; et
- si l'acheteur est une entreprise : de l'activité économique de l'acheteur; et
- s'il s'agit d'une société : de son objet social.
23° `autorisation' : aussi bien l'autorisation d'activités que de l'utilisateur final;
24° `fabrication' : toutes les opérations, à l'exception de la production, au cours desquelles des produits peuvent être obtenus, y compris aussi bien incluant à la fois la purification, que la transformation de produits en d'autres produits, [2 ainsi que le conditionnement et le reconditionnement, lorsque ces derniers peuvent entraîner une perte de produits au cours de ce processus]2;
25° `loi' : la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes;
[3 26° " règlement sur les médicaments vétérinaires " : Règlement (UE) 2019/6 du 11 décembre 2018 du Parlement européen et du Conseil relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE.]3
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 3. § 1. Dit besluit is van toepassing op de middelen opgesomd in de bijlagen bij dit besluit.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, is Titel 4 van dit besluit enkel van toepassing op :
1° de middelen opgesomd in bijlage Ia, II, III, IV [4 , uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage IVc]4;
2° de middelen opgesomd in bijlage Ib, uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage Ic;
3° de preparaten opgesomd in bijlage Ic [3 en IVc]3, met uitzondering van artikelen 20, 21, §§ 2 en 3, [2 23, 24, 26, 27 en 28]2, en de hoofdstukken [2 ...]2 5 en 6;
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, is Titel 5 enkel van toepassing op de stoffen opgesomd in bijlage V bij dit besluit.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, vallen niet onder de toepassing van dit besluit :
1° het vervoer van middelen die bestemd zijn om gebruikt te worden als geneesmiddel overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen [1 en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen]1, of, indien het schip onder een vlag vaart van een lidstaat van de Europese Unie, de nationale wet die de omzetting vormt van de richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen, of, indien het schip vaart onder de vlag van een derde land, in overeenstemming met het Maritiem arbeidsverdrag van 23 februari 2006;
2° preparaten die in de handel zijn als homeopathisch geneesmiddel in de verdunningsgraad zoals bepaald in artikel 38, derde streepje, van het koninklijk besluit van 14 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor menselijk en dierlijk gebruik;
3° middelen die in de handel zijn als radioactief gemerkte reagentia en waarvoor het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle een vergunning heeft afgeleverd op basis van het koninklijk besluit van 24 maart 2009 tot regeling van de invoer, de doorvoer en de uitvoer van radioactieve stoffen en het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;
4° met uitzondering van de middelen opgenomen in Bijlage IIA : het vervoer door reizigers in het internationale verkeer van geneesmiddelen, in een maximale hoeveelheid die de behandelingsduur van 3 maanden niet overschrijdt, voor hun persoonlijk gebruik en die ze op legale wijze verkregen hebben. Zij dienen hiertoe een attest van hun overheid of gezondheidsbeoefenaar te kunnen voorleggen aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel 7 van de wet.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, is Titel 4 van dit besluit enkel van toepassing op :
1° de middelen opgesomd in bijlage Ia, II, III, IV [4 , uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage IVc]4;
2° de middelen opgesomd in bijlage Ib, uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage Ic;
3° de preparaten opgesomd in bijlage Ic [3 en IVc]3, met uitzondering van artikelen 20, 21, §§ 2 en 3, [2 23, 24, 26, 27 en 28]2, en de hoofdstukken [2 ...]2 5 en 6;
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, is Titel 5 enkel van toepassing op de stoffen opgesomd in bijlage V bij dit besluit.
§ 4. In afwijking van paragraaf 1, vallen niet onder de toepassing van dit besluit :
1° het vervoer van middelen die bestemd zijn om gebruikt te worden als geneesmiddel overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen [1 en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen]1, of, indien het schip onder een vlag vaart van een lidstaat van de Europese Unie, de nationale wet die de omzetting vormt van de richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen, of, indien het schip vaart onder de vlag van een derde land, in overeenstemming met het Maritiem arbeidsverdrag van 23 februari 2006;
2° preparaten die in de handel zijn als homeopathisch geneesmiddel in de verdunningsgraad zoals bepaald in artikel 38, derde streepje, van het koninklijk besluit van 14 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor menselijk en dierlijk gebruik;
3° middelen die in de handel zijn als radioactief gemerkte reagentia en waarvoor het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle een vergunning heeft afgeleverd op basis van het koninklijk besluit van 24 maart 2009 tot regeling van de invoer, de doorvoer en de uitvoer van radioactieve stoffen en het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;
4° met uitzondering van de middelen opgenomen in Bijlage IIA : het vervoer door reizigers in het internationale verkeer van geneesmiddelen, in een maximale hoeveelheid die de behandelingsduur van 3 maanden niet overschrijdt, voor hun persoonlijk gebruik en die ze op legale wijze verkregen hebben. Zij dienen hiertoe een attest van hun overheid of gezondheidsbeoefenaar te kunnen voorleggen aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel 7 van de wet.
Art. 3. § 1er. Le présent arrêté s'applique aux produits énumérés en annexes du présent arrêté.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le Titre 4 du présent arrêté ne s'applique qu'aux :
1° produits énumérés aux annexes Ia, II, III, IV [4 , excepté les préparations énumérées à l'annexe IVc]4;
2° produits énumérés à l'annexe Ib, excepté les préparations énumérées à l'annexe Ic;
3° préparations énumérées à l'annexe Ic [3 et IVc]3, à l'exception des articles 20, 21, §§ 2 et 3, [2 articles 23, 24, 26, 27 et 28]2, et des chapitres [2 ...]2 5 et 6;
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le Titre 5 ne s'applique qu'aux substances énumérées à l'annexe V du présent arrêté.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, ne relèvent pas de l'application du présent arrêté :
1° le transport de produits destinés à être utilisés conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 7 janvier 1998 relatif à l'assistance médicale à bord des navires [1 et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires]1, ou, si le navire bat pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, de la loi nationale qui constitue la transposition de la directive 92/29/CEE du Conseil du 31 mars 1992 concernant les prescriptions minimales de sécurité et de santé pour promouvoir une meilleure assistance médicale à bord des navires, ou, si le navire bat pavillon d'un pays tiers, conformément à la Convention du travail maritime du 23 février 2006;
2° les préparations qui sont sur le marché comme médicament homéopathique au degré de dilution tel que prévu à l'article 38, troisième tiret, de l'arrêté royal du 14 décembre 2006 relatif aux médicaments à usage humain et vétérinaire;
3° les produits qui sont sur le marché comme radioactifs radiomarqués et pour lesquels l'Agence fédérale de contrôle nucléaire a une autorisation en vertu de l'arrêté royal du 24 mars 2009 portant règlement de l'importation, du transit et de l'exportation de substances radioactives et de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants;
4° à l'exception des produits repris en Annexe IIA : le transport par des voyageurs en trafic international de médicaments, dans une quantité maximale qui n'excède pas la durée de traitement de 3 mois, pour leur usage personnel et qu'ils ont obtenu de manière légale. Ils doivent pouvoir présenter à cet effet une attestation de leur autorité ou professionnel de la santé aux fonctionnaires compétents visés à l'article 7 de la loi.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le Titre 4 du présent arrêté ne s'applique qu'aux :
1° produits énumérés aux annexes Ia, II, III, IV [4 , excepté les préparations énumérées à l'annexe IVc]4;
2° produits énumérés à l'annexe Ib, excepté les préparations énumérées à l'annexe Ic;
3° préparations énumérées à l'annexe Ic [3 et IVc]3, à l'exception des articles 20, 21, §§ 2 et 3, [2 articles 23, 24, 26, 27 et 28]2, et des chapitres [2 ...]2 5 et 6;
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le Titre 5 ne s'applique qu'aux substances énumérées à l'annexe V du présent arrêté.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 1er, ne relèvent pas de l'application du présent arrêté :
1° le transport de produits destinés à être utilisés conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 7 janvier 1998 relatif à l'assistance médicale à bord des navires [1 et l'arrêté royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles à bord des navires]1, ou, si le navire bat pavillon d'un Etat membre de l'Union européenne, de la loi nationale qui constitue la transposition de la directive 92/29/CEE du Conseil du 31 mars 1992 concernant les prescriptions minimales de sécurité et de santé pour promouvoir une meilleure assistance médicale à bord des navires, ou, si le navire bat pavillon d'un pays tiers, conformément à la Convention du travail maritime du 23 février 2006;
2° les préparations qui sont sur le marché comme médicament homéopathique au degré de dilution tel que prévu à l'article 38, troisième tiret, de l'arrêté royal du 14 décembre 2006 relatif aux médicaments à usage humain et vétérinaire;
3° les produits qui sont sur le marché comme radioactifs radiomarqués et pour lesquels l'Agence fédérale de contrôle nucléaire a une autorisation en vertu de l'arrêté royal du 24 mars 2009 portant règlement de l'importation, du transit et de l'exportation de substances radioactives et de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants;
4° à l'exception des produits repris en Annexe IIA : le transport par des voyageurs en trafic international de médicaments, dans une quantité maximale qui n'excède pas la durée de traitement de 3 mois, pour leur usage personnel et qu'ils ont obtenu de manière légale. Ils doivent pouvoir présenter à cet effet une attestation de leur autorité ou professionnel de la santé aux fonctionnaires compétents visés à l'article 7 de la loi.
Art. 4. De administrateur-generaal van het FAGG wordt voor de toepassing van dit besluit aangeduid als afgevaardigde van de Minister. De Minister kan tevens andere personeelsleden van het FAGG aanduiden als afgevaardigde, met vermelding van de grens van de aan hen gedelegeerde bevoegdheden.
Art. 4. L'administrateur général de l'AFMPS est désigné pour l'application du présent arrêté comme délégué du Ministre. Le Ministre peut également désigner d'autres membres du personnel de l'AFMPS comme délégué, en indiquant la limite des compétences qui leur sont déléguées.
TITEL 3. - Internationale verplichtingen
TITRE 3. - Obligations internationales
Art. 5. Het FAGG verzekert als nationale bevoegde autoriteit de op België rustende verplichtingen houdende de controle op de internationale legale handel op grond van het Verdrag inzake psychotrope stoffen, opgemaakt te Wenen op 21 februari 1971, en het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging van het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, opgemaakt te New York op 30 maart 1961.
Art. 5. L'AFMPS assure, en tant qu'autorité nationale compétente, les obligations qui incombent à la Belgique concernant le contrôle du commerce licite international en vertu de la Convention sur les substances psychotropes conclue à Vienne le 21 février 1971, et la Convention unique sur les stupéfiants de 1961, telle que modifiée par le Protocole portant amendement de la Convention unique sur les stupéfiants de 1961, faite à New York le 30 mars 1961.
TITEL 4. - Activiteiten- en eindgebruikersvergunning
TITRE 4. - Autorisation d'activites et d'utilisateur final
HOOFDSTUK 1. - Vergunningplicht
CHAPITRE 1. - Obligation d'autorisation
Art. 6. § 1. Niemand mag middelen invoeren, uitvoeren, vervoeren, vervaardigen, produceren, in bezit hebben, verkopen of te koop aanbieden, leveren, afleveren of aanschaffen, onder bezwarende titel of om niet, zonder voorafgaande activiteitenvergunning verleend door de Minister of zijn afgevaardigde voor de plaats waar de activiteiten plaatsvinden.
§ 2. De verbouw van de cannabisplant, de cocaplant en planten van het geslacht Papaver somniferum L. is verboden en niet vergunbaar.
[2 In uitzondering op het vorige lid is de verbouw van de cannabisplant toegestaan voor zover deze gebeurt overeenkomstig de voorwaarden van de [3 Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013]3.]2
§ 3. De Minister of zijn afgevaardigde verleent de vergunning aan één natuurlijke persoon of aan één rechtspersoon.
Deze vergunning is persoonlijk en beperkt tot wetenschappelijke of medische doeleinden;
§ 4. [1 In afwijking van paragraaf 3]1, verleent de Minister of zijn afgevaardigde voor middelen opgenomen onder Bijlage IIA, de vergunning enkel voor wetenschappelijke en zeer beperkte medische doeleinden door behoorlijk gemachtigde personen in medische of wetenschappelijke instellingen die rechtstreeks onder toezicht van de overheid staan of door de overheid daartoe zijn goedgekeurd.
§ 2. De verbouw van de cannabisplant, de cocaplant en planten van het geslacht Papaver somniferum L. is verboden en niet vergunbaar.
[2 In uitzondering op het vorige lid is de verbouw van de cannabisplant toegestaan voor zover deze gebeurt overeenkomstig de voorwaarden van de [3 Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013]3.]2
§ 3. De Minister of zijn afgevaardigde verleent de vergunning aan één natuurlijke persoon of aan één rechtspersoon.
Deze vergunning is persoonlijk en beperkt tot wetenschappelijke of medische doeleinden;
§ 4. [1 In afwijking van paragraaf 3]1, verleent de Minister of zijn afgevaardigde voor middelen opgenomen onder Bijlage IIA, de vergunning enkel voor wetenschappelijke en zeer beperkte medische doeleinden door behoorlijk gemachtigde personen in medische of wetenschappelijke instellingen die rechtstreeks onder toezicht van de overheid staan of door de overheid daartoe zijn goedgekeurd.
Art. 6. § 1er. Nul ne peut importer, exporter, transporter, fabriquer, produire, détenir, vendre ou offrir en vente, fournir, délivrer ou acquérir, à titre onéreux ou à titre gratuit, des produits, sans autorisation d'activités préalablement accordée par le Ministre ou par son délégué pour le lieu où se déroulent les activités.
§ 2 La culture de plants de cannabis, de plants de coca et de plants de l'espèce Papaver somniferum L. est interdite et ne peut être autorisée.
[2 Par exception à l'alinéa précédent, la culture de la plante de cannabis est autorisée dans la mesure où elle a lieu dans les conditions prévues par le [3 Règlement (UE) 2021/2115 du Parlement européen et du Conseil du 2 décembre 2021 établissant des règles régissant l'aide aux plans stratégiques devant être établis par les Etats membres dans le cadre de la politique agricole commune (plans stratégiques relevant de la PAC) et financés par le Fonds européen agricole de garantie (FEAGA) et par le Fonds européen agricole pour le développement rural (Feader), et abrogeant les règlements (UE) no 1305/2013 et (UE) no 1307/2013]3.]2
§ 3. Le Ministre ou son délégué accorde l'autorisation à une personne physique ou à une personne morale.
Cette autorisation est personnelle et limitée à des fins scientifiques ou médicales.
§ 4. [1 Par dérogation au paragraphe 3 ]1, le Ministre ou son délégué accorde pour les produits repris à l'Annexe IIA, l'autorisation uniquement à des fins scientifiques ou à des fins médicales très limitées, par des personnes dûment autorisées qui travaillent dans des établissements médicaux ou scientifiques relevant directement de leur autorité ou autorisés à cet effet par l'autorité.
§ 2 La culture de plants de cannabis, de plants de coca et de plants de l'espèce Papaver somniferum L. est interdite et ne peut être autorisée.
[2 Par exception à l'alinéa précédent, la culture de la plante de cannabis est autorisée dans la mesure où elle a lieu dans les conditions prévues par le [3 Règlement (UE) 2021/2115 du Parlement européen et du Conseil du 2 décembre 2021 établissant des règles régissant l'aide aux plans stratégiques devant être établis par les Etats membres dans le cadre de la politique agricole commune (plans stratégiques relevant de la PAC) et financés par le Fonds européen agricole de garantie (FEAGA) et par le Fonds européen agricole pour le développement rural (Feader), et abrogeant les règlements (UE) no 1305/2013 et (UE) no 1307/2013]3.]2
§ 3. Le Ministre ou son délégué accorde l'autorisation à une personne physique ou à une personne morale.
Cette autorisation est personnelle et limitée à des fins scientifiques ou médicales.
§ 4. [1 Par dérogation au paragraphe 3 ]1, le Ministre ou son délégué accorde pour les produits repris à l'Annexe IIA, l'autorisation uniquement à des fins scientifiques ou à des fins médicales très limitées, par des personnes dûment autorisées qui travaillent dans des établissements médicaux ou scientifiques relevant directement de leur autorité ou autorisés à cet effet par l'autorité.
Art. 7. § 1. In afwijking van artikel 6 kan de Minister of zijn afgevaardigde aan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon een eindgebruikersvergunning toekennen voor het, onder bezwarende titel of om niet :
1° in bezit hebben;
2° aanschaffen;
3° invoeren;
4° in specifieke omstandigheden, overhandigen, vervoeren en uitvoeren;
van beperkte hoeveelheden middelen die noodzakelijk zijn in het kader van hun beroepswerkzaamheden.
Deze vergunning is persoonlijk en beperkt tot wetenschappelijke, analytische of educatieve doeleinden.
§ 2. [1 De vergunning die wordt verleend in het kader van wetenschappelijke of analytische doeleinden is slechts geldig voor één plaats waar de activiteiten plaatsvinden.]1
[1 De vergunning die wordt verleend in het kader van educatieve doeleinden is geldig voor één of meerdere plaatsen waar de activiteiten plaatsvinden.]1
In aanvulling op lid 1 [1 en 2]1 kan de vergunning ook toelaten aan de houder van de vergunning om zich met de middelen te verplaatsen in het kader van zijn beroepswerkzaamheden.
1° in bezit hebben;
2° aanschaffen;
3° invoeren;
4° in specifieke omstandigheden, overhandigen, vervoeren en uitvoeren;
van beperkte hoeveelheden middelen die noodzakelijk zijn in het kader van hun beroepswerkzaamheden.
Deze vergunning is persoonlijk en beperkt tot wetenschappelijke, analytische of educatieve doeleinden.
§ 2. [1 De vergunning die wordt verleend in het kader van wetenschappelijke of analytische doeleinden is slechts geldig voor één plaats waar de activiteiten plaatsvinden.]1
[1 De vergunning die wordt verleend in het kader van educatieve doeleinden is geldig voor één of meerdere plaatsen waar de activiteiten plaatsvinden.]1
In aanvulling op lid 1 [1 en 2]1 kan de vergunning ook toelaten aan de houder van de vergunning om zich met de middelen te verplaatsen in het kader van zijn beroepswerkzaamheden.
Modifications
Art. 7. § 1er. Par dérogation à l'article 6, le Ministre ou son délégué peut accorder une autorisation d'utilisateur final à une personne physique ou une personne morale, à titre onéreux ou à titre gratuit, pour :
1° la détention;
2° l'acquisition;
3° l'importation;
4° dans des circonstances spécifiques, la cession, le transport et l'exportation;
de quantités limitées de produits qui peuvent être nécessaires dans le cadre de leurs activités professionnelles.
Cette autorisation est personnelle et limitée à des fins scientifiques, analytiques ou éducatives.
§ 2. [1 L'autorisation accordée à des fins scientifiques ou analytiques est uniquement valable pour un seul lieu d'activités.]1
[1 L'autorisation accordée à des fins éducatives est valable pour un ou plusieurs lieux d'activités.]1
En complément à l'alinéa 1er [1 et 2]1, l'autorisation peut également permettre au titulaire de l'autorisation de se déplacer avec les produits dans le cadre de ses activités professionnelles.
1° la détention;
2° l'acquisition;
3° l'importation;
4° dans des circonstances spécifiques, la cession, le transport et l'exportation;
de quantités limitées de produits qui peuvent être nécessaires dans le cadre de leurs activités professionnelles.
Cette autorisation est personnelle et limitée à des fins scientifiques, analytiques ou éducatives.
§ 2. [1 L'autorisation accordée à des fins scientifiques ou analytiques est uniquement valable pour un seul lieu d'activités.]1
[1 L'autorisation accordée à des fins éducatives est valable pour un ou plusieurs lieux d'activités.]1
En complément à l'alinéa 1er [1 et 2]1, l'autorisation peut également permettre au titulaire de l'autorisation de se déplacer avec les produits dans le cadre de ses activités professionnelles.
Modifications
Art. 8. Met uitzondering van de middelen opgenomen onder Bijlage IIA, zijn de bepalingen in artikel 6 en 7 zijn niet van toepassing op :
1° het aanschaffen of bezitten van rechtmatig verkregen geneesmiddelen;
2° het vervoer en het bezit van middelen in naam, voor rekening en onder de verantwoordelijkheid van de houder van een vergunning [1 , dewelke evenwel tijdelijk dienen te zijn en waarvan de duur zo kort mogelijk dient te worden gehouden, rekening houdend met de noodzaak ervan]1;
3° de activiteiten van de apothekers binnen de perken van hun beroepsnoodwendigheden;
4° het aanschaffen of bezit van rechtmatig verkregen geneesmiddelen in het kader van een urgentietrousse;
5° het aanschaffen of bezit van rechtmatig verkregen geneesmiddelen in het kader van de activiteiten van een titularis van een depot binnen de perken van de noden van zijn depot;
[1 6° het aanschaffen en het bezit van de middelen onder bijlage III [2 , en de preparaten bedoeld in de bijlagen Ic en IVc]2 met het oog op de vernietiging overeenkomstig de toepasselijke afvalstoffenwetgeving, voor rekening en onder de verantwoordelijkheid van de houder van een vergunning.]1
1° het aanschaffen of bezitten van rechtmatig verkregen geneesmiddelen;
2° het vervoer en het bezit van middelen in naam, voor rekening en onder de verantwoordelijkheid van de houder van een vergunning [1 , dewelke evenwel tijdelijk dienen te zijn en waarvan de duur zo kort mogelijk dient te worden gehouden, rekening houdend met de noodzaak ervan]1;
3° de activiteiten van de apothekers binnen de perken van hun beroepsnoodwendigheden;
4° het aanschaffen of bezit van rechtmatig verkregen geneesmiddelen in het kader van een urgentietrousse;
5° het aanschaffen of bezit van rechtmatig verkregen geneesmiddelen in het kader van de activiteiten van een titularis van een depot binnen de perken van de noden van zijn depot;
[1 6° het aanschaffen en het bezit van de middelen onder bijlage III [2 , en de preparaten bedoeld in de bijlagen Ic en IVc]2 met het oog op de vernietiging overeenkomstig de toepasselijke afvalstoffenwetgeving, voor rekening en onder de verantwoordelijkheid van de houder van een vergunning.]1
Art. 8. A l'exception des produits repris à l'Annexe IIA, les dispositions des articles 6 et 7 ne s'appliquent pas :
1° à l'acquisition ou la détention de médicaments obtenus de manière légale;
2° au transport et à la détention de produits au nom, pour le compte et sous la responsabilité du titulaire d'une autorisation [1 qui, toutefois, doivent être temporaires et d'une durée aussi courte que possible compte tenu de leur nécessité]1;
3° aux activités des pharmaciens dans les limites de leurs impératifs professionnels;
4° à l'acquisition ou la détention de médicaments obtenus de manière légale dans le cadre d'une trousse d'urgence;
5° à l'acquisition ou la détention de médicaments obtenus de manière légale dans le cadre des activités d'un titulaire d'un dépôt dans les limites des besoins de son dépôt;
[1 6° l'acquisition et la possession pour le compte et sous la responsabilité du titulaire d'une autorisation, des produits énumérés à l'annexe III [2 , et les préparations énumérées à l'annexe Ic et IVc,]2 en vue de leur destruction conformément à la législation applicable en matière de déchets.]1
1° à l'acquisition ou la détention de médicaments obtenus de manière légale;
2° au transport et à la détention de produits au nom, pour le compte et sous la responsabilité du titulaire d'une autorisation [1 qui, toutefois, doivent être temporaires et d'une durée aussi courte que possible compte tenu de leur nécessité]1;
3° aux activités des pharmaciens dans les limites de leurs impératifs professionnels;
4° à l'acquisition ou la détention de médicaments obtenus de manière légale dans le cadre d'une trousse d'urgence;
5° à l'acquisition ou la détention de médicaments obtenus de manière légale dans le cadre des activités d'un titulaire d'un dépôt dans les limites des besoins de son dépôt;
[1 6° l'acquisition et la possession pour le compte et sous la responsabilité du titulaire d'une autorisation, des produits énumérés à l'annexe III [2 , et les préparations énumérées à l'annexe Ic et IVc,]2 en vue de leur destruction conformément à la législation applicable en matière de déchets.]1
HOOFDSTUK 2. - Aanvraag, wijziging en modaliteiten van de activiteiten- en eindgebruikersvergunning
CHAPITRE 2. - Demande, modification et modalités de l'autorisation d'activités et d'utilisateur final
Art. 9. § 1. De aanvrager van een vergunning duidt niet meer dan vier verantwoordelijke personen aan belast met het toezicht op het naleven van de verplichtingen voorzien bij dit besluit. Deze personen worden gekozen rekening houdend met hun beroepsbekwaamheid. De aangeduide personen moeten beschikken over een gedegen kennis van de geldende wetgeving met betrekking tot verdovende middelen en psychotrope stoffen.
De verantwoordelijke personen bedoeld in lid 1 moeten binnen een redelijke tijd op de plaats van activiteiten aanwezig kunnen zijn indien hun aanwezigheid daar vereist is.
[1 Indien de aanvrager een rechtspersoon is en de middelen bewaard worden door een andere rechtspersoon, wordt minstens één verantwoordelijke aangeduid die deze tweede rechtspersoon vertegenwoordigt.]1
§ 2. Indien de aanvrager van de vergunning een rechtspersoon is worden de aanvraag en de aanduiding van de verantwoordelijke persoon of personen ondertekend door een statutair bevoegde natuurlijke persoon binnen de aanvragende rechtspersoon.
Indien de aanvrager een ziekenhuis, overheids- of onderwijsinstelling is, wordt de aanvraag en de aanduiding van de verantwoordelijke persoon of personen ondertekend door een leidinggevende binnen deze instellingen, die hiertoe bevoegd is volgens de statuten van de instelling waar hij werkzaam is.
§ 3. Indien de aanvrager meerdere verantwoordelijke personen aanduidt, duidt hij één verantwoordelijke persoon aan die ten aanzien van de vergunninghouder zal functioneren als aanspreekpunt voor het FAGG met betrekking tot de vergunning.
De verantwoordelijke personen bedoeld in lid 1 moeten binnen een redelijke tijd op de plaats van activiteiten aanwezig kunnen zijn indien hun aanwezigheid daar vereist is.
[1 Indien de aanvrager een rechtspersoon is en de middelen bewaard worden door een andere rechtspersoon, wordt minstens één verantwoordelijke aangeduid die deze tweede rechtspersoon vertegenwoordigt.]1
§ 2. Indien de aanvrager van de vergunning een rechtspersoon is worden de aanvraag en de aanduiding van de verantwoordelijke persoon of personen ondertekend door een statutair bevoegde natuurlijke persoon binnen de aanvragende rechtspersoon.
Indien de aanvrager een ziekenhuis, overheids- of onderwijsinstelling is, wordt de aanvraag en de aanduiding van de verantwoordelijke persoon of personen ondertekend door een leidinggevende binnen deze instellingen, die hiertoe bevoegd is volgens de statuten van de instelling waar hij werkzaam is.
§ 3. Indien de aanvrager meerdere verantwoordelijke personen aanduidt, duidt hij één verantwoordelijke persoon aan die ten aanzien van de vergunninghouder zal functioneren als aanspreekpunt voor het FAGG met betrekking tot de vergunning.
Modifications
Art. 9. § 1er. Le demandeur d'une autorisation ne désigne pas plus de quatre personnes chargées de la surveillance du respect des obligations prévues par le présent arrêté. Ces personnes sont choisies en tenant compte de leur compétence professionnelle. Les personnes désignées doivent disposer de connaissances approfondies de la législation en vigueur en ce qui concerne les substances stupéfiantes et psychotropes.
Les personnes responsables visées à l'alinéa 1er doivent pouvoir être présentes dans un délai raisonnable sur le lieu des activités si leur présence y est exigée.
[1 Lorsque le demandeur est une personne morale et que les produits sont conservés par une autre personne morale, au moins une personne désignée comme responsable représente cette seconde personne morale.]1
§ 2. Si le demandeur de l'autorisation est une personne morale, la demande et la désignation de la ou des personne(s) responsable(s) sont signées par une personne physique statutairement compétente au sein de la personne morale demandeuse.
Si le demandeur est un hôpital, une institution publique ou un établissement d'enseignement, la demande et la désignation de la ou des personne(s) responsable(s) sont signées par un dirigeant au sein de ces institutions, qui y est habilité conformément aux statuts de l'institution où il exerce.
§ 3. Si le demandeur désigne plusieurs personnes responsables, il désigne une personne responsable qui fonctionnera, vis-à-vis du titulaire d'autorisation, comme point de contact pour l'AFMPS en ce qui concerne l'autorisation.
Les personnes responsables visées à l'alinéa 1er doivent pouvoir être présentes dans un délai raisonnable sur le lieu des activités si leur présence y est exigée.
[1 Lorsque le demandeur est une personne morale et que les produits sont conservés par une autre personne morale, au moins une personne désignée comme responsable représente cette seconde personne morale.]1
§ 2. Si le demandeur de l'autorisation est une personne morale, la demande et la désignation de la ou des personne(s) responsable(s) sont signées par une personne physique statutairement compétente au sein de la personne morale demandeuse.
Si le demandeur est un hôpital, une institution publique ou un établissement d'enseignement, la demande et la désignation de la ou des personne(s) responsable(s) sont signées par un dirigeant au sein de ces institutions, qui y est habilité conformément aux statuts de l'institution où il exerce.
§ 3. Si le demandeur désigne plusieurs personnes responsables, il désigne une personne responsable qui fonctionnera, vis-à-vis du titulaire d'autorisation, comme point de contact pour l'AFMPS en ce qui concerne l'autorisation.
Modifications
Art. 10. De houder van een vergunning en de verantwoordelijke personen :
1° zijn verantwoordelijk voor de naleving van de in artikel 15, § 1, bedoelde verplichtingen;
2° informeren het FAGG onmiddellijk over de stopzetting van de activiteiten;
3° zijn verantwoordelijk voor de rapportage, indien van toepassing, op grond van artikel 25, §§ 4, 5 en 6, en de artikelen 26, 27, 28 en 29.
1° zijn verantwoordelijk voor de naleving van de in artikel 15, § 1, bedoelde verplichtingen;
2° informeren het FAGG onmiddellijk over de stopzetting van de activiteiten;
3° zijn verantwoordelijk voor de rapportage, indien van toepassing, op grond van artikel 25, §§ 4, 5 en 6, en de artikelen 26, 27, 28 en 29.
Art. 10. Le titulaire d'une autorisation et les personnes responsables :
1° sont responsables du respect des obligations visées à l'article 15, § 1er;
2° informent immédiatement l'AFMPS de l'arrêt des activités;
3° sont responsables de la notification, le cas échéant, en vertu de l'article 25, §§ 4, 5 et 6, et des articles 26, 27, 28 et 29.
1° sont responsables du respect des obligations visées à l'article 15, § 1er;
2° informent immédiatement l'AFMPS de l'arrêt des activités;
3° sont responsables de la notification, le cas échéant, en vertu de l'article 25, §§ 4, 5 et 6, et des articles 26, 27, 28 et 29.
Art. 11. § 1. De gemotiveerde aanvraag voor een vergunning wordt gericht aan de Minister of zijn afgevaardigde en bevat op straffe van onontvankelijkheid de volgende inlichtingen :
1° de aard van de activiteiten;
2° de naam, voornaam [6 , het e-mailadres, het telefoonnummer]6 en de handtekening van de in artikel 9 bedoelde personen;
3° behoudens voor politie en legerdiensten, een uittreksel uit het strafregister van de aanvrager afgeleverd overeenkomstig artikel 596.1 van het Wetboek van strafvordering en dat ten hoogste 3 maanden oud is met betrekking tot de in artikel 9 bedoelde personen en dat alle veroordelingen op grond van deze wet vermeldt;
4° de middelen waarmee de activiteiten zullen gebeuren;
5° het doel van de activiteiten;
6° de [6 plaats(en)]6 van activiteiten;
7° de organisatieprocedure bedoeld in paragraaf 2;
8° [5 de geplande duur van de activiteiten, die evenwel onbepaald kan zijn.]5
Indien de aanvrager een natuurlijk persoon is bevat de aanvraag bijkomend aan de in lid 1 verplichte inlichtingen :
1° de naam en voornaam;
2° de woonplaats;
3° het rijksregisternummer;
4° indien van toepassing, de naam van de instelling waarbinnen de aanvrager werkzaam is.
Indien de aanvrager een rechtspersoon is bevat de aanvraag bijkomend aan de in lid 1 verplichte inlichtingen :
1° de maatschappelijke naam;
2° de maatschappelijke zetel;
3° het ondernemingsnummer of het nummer van de vestigingseenheid;
[7 4° de naam, voornaam, e-mailadres en telefoonnummer van een statutaire vertegenwoordiger.]7
§ 2. De in paragraaf 1, 1e lid, 7° bedoelde organisatieprocedure vermeldt de volgende zaken :
1° een beschrijving, van de wijze waarop de middelen worden opgeslagen conform artikel [3 40, § 1]3. Deze beschrijving wordt aangevuld met foto's en een grondplan;
2° indien de toegang tot de beveiligde ruimte bedoeld in art. 40, § 1, niet beperkt is tot de verantwoordelijke personen bedoeld in art. 9, een lijst met de personeelsleden die initieel aangeduid worden voor deze toegang te verkrijgen. De vergunningshouder houdt bij het aanduiden van deze personen rekening met de gegevens uit het uittreksel uit het strafregister van deze personen, afgeleverd overeenkomstig [1 artikel 596, eerste lid van het Wetboek van strafvordering]1 dat op moment van aanduiding niet ouder is dan 3 maanden. Deze aanduiding dient verder jaarlijks opnieuw te worden geëvalueerd door de vergunninghouder op basis van een nieuw uittreksel;
3° een beschrijving van de wijze waarop het stockbeheer en de administratie omtrent de middelen zal worden uitgevoerd inclusief een lijst van de personen die door de vergunninghouder worden aangeduid om deze administratie te voeren. De vergunningshouder houdt bij het aanduiden van deze personen rekening met de gegevens uit het uittreksel uit het strafregister van deze personen afgeleverd overeenkomstig [2 artikel 596, eerste lid van het Wetboek van strafvordering]2 dat op moment van aanduiding niet ouder is dan 3 maanden. Deze aanduiding dient verder jaarlijks opnieuw te worden geëvalueerd door de vergunninghouder op basis van een nieuw uittreksel. Deze personen moeten een voor hen gepaste opleiding krijgen over de wetgeving betreffende de middelen alvorens zij hun functie aanvatten. Een door hen ondertekende bevestiging dat zij deze opleiding hebben gevolgd, wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde ambtenaar;
4° een gedetailleerde opgave van de beoogde activiteiten en de diverse middelen;
5° indien van toepassing, vermelding van het nummer van de vergunning bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet inzake experimenten op de menselijke persoon en artikel 12 bis en ter van de geneesmiddelenwet [5 en de artikelen 88 en 99 van de diergeneesmiddelenverordening]5.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde aanvraag wordt ingediend per aangetekend schrijven op basis van het formulier waarvan het FAGG het model vaststelt en op zijn website publiceert.
§ 4. Het in paragraaf 3 bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren.
§ 5. De gegevens bedoeld in paragraaf 1 zullen enkel gebruikt worden voor de behandeling van de aanvraag van vergunning.
1° de aard van de activiteiten;
2° de naam, voornaam [6 , het e-mailadres, het telefoonnummer]6 en de handtekening van de in artikel 9 bedoelde personen;
3° behoudens voor politie en legerdiensten, een uittreksel uit het strafregister van de aanvrager afgeleverd overeenkomstig artikel 596.1 van het Wetboek van strafvordering en dat ten hoogste 3 maanden oud is met betrekking tot de in artikel 9 bedoelde personen en dat alle veroordelingen op grond van deze wet vermeldt;
4° de middelen waarmee de activiteiten zullen gebeuren;
5° het doel van de activiteiten;
6° de [6 plaats(en)]6 van activiteiten;
7° de organisatieprocedure bedoeld in paragraaf 2;
8° [5 de geplande duur van de activiteiten, die evenwel onbepaald kan zijn.]5
Indien de aanvrager een natuurlijk persoon is bevat de aanvraag bijkomend aan de in lid 1 verplichte inlichtingen :
1° de naam en voornaam;
2° de woonplaats;
3° het rijksregisternummer;
4° indien van toepassing, de naam van de instelling waarbinnen de aanvrager werkzaam is.
Indien de aanvrager een rechtspersoon is bevat de aanvraag bijkomend aan de in lid 1 verplichte inlichtingen :
1° de maatschappelijke naam;
2° de maatschappelijke zetel;
3° het ondernemingsnummer of het nummer van de vestigingseenheid;
[7 4° de naam, voornaam, e-mailadres en telefoonnummer van een statutaire vertegenwoordiger.]7
§ 2. De in paragraaf 1, 1e lid, 7° bedoelde organisatieprocedure vermeldt de volgende zaken :
1° een beschrijving, van de wijze waarop de middelen worden opgeslagen conform artikel [3 40, § 1]3. Deze beschrijving wordt aangevuld met foto's en een grondplan;
2° indien de toegang tot de beveiligde ruimte bedoeld in art. 40, § 1, niet beperkt is tot de verantwoordelijke personen bedoeld in art. 9, een lijst met de personeelsleden die initieel aangeduid worden voor deze toegang te verkrijgen. De vergunningshouder houdt bij het aanduiden van deze personen rekening met de gegevens uit het uittreksel uit het strafregister van deze personen, afgeleverd overeenkomstig [1 artikel 596, eerste lid van het Wetboek van strafvordering]1 dat op moment van aanduiding niet ouder is dan 3 maanden. Deze aanduiding dient verder jaarlijks opnieuw te worden geëvalueerd door de vergunninghouder op basis van een nieuw uittreksel;
3° een beschrijving van de wijze waarop het stockbeheer en de administratie omtrent de middelen zal worden uitgevoerd inclusief een lijst van de personen die door de vergunninghouder worden aangeduid om deze administratie te voeren. De vergunningshouder houdt bij het aanduiden van deze personen rekening met de gegevens uit het uittreksel uit het strafregister van deze personen afgeleverd overeenkomstig [2 artikel 596, eerste lid van het Wetboek van strafvordering]2 dat op moment van aanduiding niet ouder is dan 3 maanden. Deze aanduiding dient verder jaarlijks opnieuw te worden geëvalueerd door de vergunninghouder op basis van een nieuw uittreksel. Deze personen moeten een voor hen gepaste opleiding krijgen over de wetgeving betreffende de middelen alvorens zij hun functie aanvatten. Een door hen ondertekende bevestiging dat zij deze opleiding hebben gevolgd, wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde ambtenaar;
4° een gedetailleerde opgave van de beoogde activiteiten en de diverse middelen;
5° indien van toepassing, vermelding van het nummer van de vergunning bedoeld in artikel 24, § 1, van de wet inzake experimenten op de menselijke persoon en artikel 12 bis en ter van de geneesmiddelenwet [5 en de artikelen 88 en 99 van de diergeneesmiddelenverordening]5.
§ 3. De in paragraaf 1 bedoelde aanvraag wordt ingediend per aangetekend schrijven op basis van het formulier waarvan het FAGG het model vaststelt en op zijn website publiceert.
§ 4. Het in paragraaf 3 bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren.
§ 5. De gegevens bedoeld in paragraaf 1 zullen enkel gebruikt worden voor de behandeling van de aanvraag van vergunning.
Modifications
Art. 11. § 1er. La demande motivée d'autorisation est adressée au Ministre ou à son délégué et contient, sous peine d'irrecevabilité, les informations suivantes :
1° la nature des activités;
2° le nom, le prénom [6 , l'adresse e-mail, le numéro de téléphone]6 et la signature des personnes visées à l'article 9;
3° sauf pour la police et les forces armées, un extrait de casier judiciaire délivré conformément à [2 l'article 596, alinéa 1er du Code d'instruction criminelle ]2, datant de maximum 3 mois, concernant les personnes visées à l'article 9, mentionnant toutes les condamnations sur la base de cette loi;
4° la désignation des produits avec lesquels les activités auront lieu;
5° le but des activités;
6° [6 le(s) lieu(x)]6 des activités;
7° la procédure d'organisation visée au paragraphe 2;
8° [5 la durée prévue des activités, qui peut toutefois être indeterminée.]5
Si le demandeur est une personne physique, la demande comprend, outre les informations obligatoires visées l'alinéa 1er :
1° le nom et le prénom;
2° le domicile;
3° le numéro de registre national;
4° le cas échéant, le nom de l'établissement dans lequel exerce le demandeur.
Si le demandeur est une personne morale, la demande comprend, outre les informations obligatoires visées à l'alinéa 1er :
1° la dénomination sociale;
2° le siège social;
3° le numéro d'entreprise ou le numéro de l'unité d'établissement;
[7 4° le nom, prénom, adresse e-mail et numéro de téléphone d'un représentant statutaire.]7
§ 2. La procédure d'organisation visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, indique les éléments suivants :
1° une description de la manière dont les produits sont stockés conformément à l'article [3 40, § 1]3. Cette description est complétée par des photos et un plan;
2° si l'accès à l'espace sécurisé visé à l'art. 40, § 1er, ne se limite pas aux personnes visées à l'art. 9, une liste des membres du personnel qui ont été désignés initialement pour obtenir cet accès. Le titulaire d'autorisation tient compte, lors de la désignation de ces personnes, des données de l'extrait de casier judiciaire de ces [1 personnes]1 délivré conformément à [1 l'article 596, alinéa 1er du Code d'instruction criminelle ]1 qui, au moment de la désignation, ne date pas de plus de 3 mois. Cette désignation doit en outre être réévaluée chaque année par le titulaire d'autorisation sur base d'un nouvel extrait;
3° une description de la manière dont la gestion des stocks et l'administration relative aux produits sera effectuée, y compris une liste des personnes qui sont désignées par le titulaire d'autorisation pour mener cette administration. Le titulaire d'autorisation tient compte, lors de la désignation de ces personnes, des données de l'extrait de casier judiciaire de ces personnes délivré conformément à l'article 595 du Code d'instruction criminelle qui, au moment de la désignation, ne date pas de plus de 3 mois. Cette désignation doit en outre être évaluée chaque année par le titulaire d'autorisation sur base d'un nouvel extrait. Ces personnes doivent recevoir une formation appropriée sur la législation relative aux produits avant d'entrer en fonction. Une confirmation signée par eux qu'ils ont suivi cette formation est mise à la disposition du fonctionnaire compétent;
4° une indication détaillée des activités visées et des divers produits;
5° le cas échéant, l'indication du numéro de l'autorisation visée à l'article 24, § 1er, de la loi relative aux expérimentations sur la personne humaine et à l'article 12 bis et ter de la loi sur les médicaments [5 et les articles 88 et 99 du règlement sur les médicaments vétérinaires]5.
§ 3. La demande visée au paragraphe 1er est introduite par lettre recommandée sur la base du formulaire dont l'AFMPS établit le modèle qu'elle publie sur son site web.
§ 4. Le formulaire visé au paragraphe 3 peut également être introduit électroniquement à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut fixer les modalités à cet effet.
§ 5. Les données visées au paragraphe 1er seront uniquement utilisées pour le traitement de la demande d'autorisation.
1° la nature des activités;
2° le nom, le prénom [6 , l'adresse e-mail, le numéro de téléphone]6 et la signature des personnes visées à l'article 9;
3° sauf pour la police et les forces armées, un extrait de casier judiciaire délivré conformément à [2 l'article 596, alinéa 1er du Code d'instruction criminelle ]2, datant de maximum 3 mois, concernant les personnes visées à l'article 9, mentionnant toutes les condamnations sur la base de cette loi;
4° la désignation des produits avec lesquels les activités auront lieu;
5° le but des activités;
6° [6 le(s) lieu(x)]6 des activités;
7° la procédure d'organisation visée au paragraphe 2;
8° [5 la durée prévue des activités, qui peut toutefois être indeterminée.]5
Si le demandeur est une personne physique, la demande comprend, outre les informations obligatoires visées l'alinéa 1er :
1° le nom et le prénom;
2° le domicile;
3° le numéro de registre national;
4° le cas échéant, le nom de l'établissement dans lequel exerce le demandeur.
Si le demandeur est une personne morale, la demande comprend, outre les informations obligatoires visées à l'alinéa 1er :
1° la dénomination sociale;
2° le siège social;
3° le numéro d'entreprise ou le numéro de l'unité d'établissement;
[7 4° le nom, prénom, adresse e-mail et numéro de téléphone d'un représentant statutaire.]7
§ 2. La procédure d'organisation visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, indique les éléments suivants :
1° une description de la manière dont les produits sont stockés conformément à l'article [3 40, § 1]3. Cette description est complétée par des photos et un plan;
2° si l'accès à l'espace sécurisé visé à l'art. 40, § 1er, ne se limite pas aux personnes visées à l'art. 9, une liste des membres du personnel qui ont été désignés initialement pour obtenir cet accès. Le titulaire d'autorisation tient compte, lors de la désignation de ces personnes, des données de l'extrait de casier judiciaire de ces [1 personnes]1 délivré conformément à [1 l'article 596, alinéa 1er du Code d'instruction criminelle ]1 qui, au moment de la désignation, ne date pas de plus de 3 mois. Cette désignation doit en outre être réévaluée chaque année par le titulaire d'autorisation sur base d'un nouvel extrait;
3° une description de la manière dont la gestion des stocks et l'administration relative aux produits sera effectuée, y compris une liste des personnes qui sont désignées par le titulaire d'autorisation pour mener cette administration. Le titulaire d'autorisation tient compte, lors de la désignation de ces personnes, des données de l'extrait de casier judiciaire de ces personnes délivré conformément à l'article 595 du Code d'instruction criminelle qui, au moment de la désignation, ne date pas de plus de 3 mois. Cette désignation doit en outre être évaluée chaque année par le titulaire d'autorisation sur base d'un nouvel extrait. Ces personnes doivent recevoir une formation appropriée sur la législation relative aux produits avant d'entrer en fonction. Une confirmation signée par eux qu'ils ont suivi cette formation est mise à la disposition du fonctionnaire compétent;
4° une indication détaillée des activités visées et des divers produits;
5° le cas échéant, l'indication du numéro de l'autorisation visée à l'article 24, § 1er, de la loi relative aux expérimentations sur la personne humaine et à l'article 12 bis et ter de la loi sur les médicaments [5 et les articles 88 et 99 du règlement sur les médicaments vétérinaires]5.
§ 3. La demande visée au paragraphe 1er est introduite par lettre recommandée sur la base du formulaire dont l'AFMPS établit le modèle qu'elle publie sur son site web.
§ 4. Le formulaire visé au paragraphe 3 peut également être introduit électroniquement à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut fixer les modalités à cet effet.
§ 5. Les données visées au paragraphe 1er seront uniquement utilisées pour le traitement de la demande d'autorisation.
Modifications
Art. 12. § 1. Het FAGG doet uitspraak over de ontvankelijkheid van de in artikel 11 bedoelde aanvraag binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in artikel 11, § 3, onvolledig is, of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 2. Indien de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1, verleent de Minister of zijn afgevaardigde de vergunning binnen een termijn van maximum één maand nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard of wijst deze af indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de middelen of dat niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan.
[2 Het FAGG kan, vooraleer een beslissing wordt genomen over het verlenen van de vergunning, een vraag om inlichtingen verzenden of een inspectie uitvoeren.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst ingeval
a) een vraag om inlichtingen is verzonden: vanaf de verzending van de vraag om inlichtingen tot op het moment dat de aanvrager de vraag om inlichtingen heeft beantwoord
b) een inspectie wordt uitgevoerd: vanaf het moment van de aankondiging van de inspectie tot op het moment van het overmaken van het inspectierapport aan de aanvrager
Indien de vraag om inlichtingen, bedoeld in het vorige lid, niet wordt beantwoord binnen een termijn van één maand, wordt de aanvraag geweigerd.]2
§ 3. [4 De vergunning wordt toegekend voor een termijn die gelijk is aan de geplande duur van de activiteiten, zoals aangegeven in de vergunningsaanvraag, te rekenen vanaf de datum van toekenning, met een maximum van drie jaar.]4
Zij kan worden hernieuwd op aanvraag van de vergunninghouder volgens de bepalingen van artikel 11. [1 De aanvraag wordt ingediend [3 ten vroegste 6 maanden en]3 uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vergunning. ]1.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in artikel 11, § 3, onvolledig is, of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 2. Indien de aanvraag ontvankelijk wordt verklaard overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1, verleent de Minister of zijn afgevaardigde de vergunning binnen een termijn van maximum één maand nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard of wijst deze af indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de middelen of dat niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan.
[2 Het FAGG kan, vooraleer een beslissing wordt genomen over het verlenen van de vergunning, een vraag om inlichtingen verzenden of een inspectie uitvoeren.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst ingeval
a) een vraag om inlichtingen is verzonden: vanaf de verzending van de vraag om inlichtingen tot op het moment dat de aanvrager de vraag om inlichtingen heeft beantwoord
b) een inspectie wordt uitgevoerd: vanaf het moment van de aankondiging van de inspectie tot op het moment van het overmaken van het inspectierapport aan de aanvrager
Indien de vraag om inlichtingen, bedoeld in het vorige lid, niet wordt beantwoord binnen een termijn van één maand, wordt de aanvraag geweigerd.]2
§ 3. [4 De vergunning wordt toegekend voor een termijn die gelijk is aan de geplande duur van de activiteiten, zoals aangegeven in de vergunningsaanvraag, te rekenen vanaf de datum van toekenning, met een maximum van drie jaar.]4
Zij kan worden hernieuwd op aanvraag van de vergunninghouder volgens de bepalingen van artikel 11. [1 De aanvraag wordt ingediend [3 ten vroegste 6 maanden en]3 uiterlijk 3 maanden voor het verstrijken van de vergunning. ]1.
Art. 12. § 1er. L'AFMPS se prononce sur la recevabilité de la demande visée à l'article 11 dans un délai maximum d'un mois à partir de la réception de la demande.
Si le formulaire de demande visé à l'article 11, § 3, est incomplet, ou n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments non corrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d'un délai maximum d'un mois à partir de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est communiquée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à partir de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 2. Si la demande est déclarée recevable conformément aux dispositions du paragraphe 1er, le Ministre ou son délégué accorde l'autorisation dans un délai maximum d'un mois après que la demande a été déclarée recevable ou la rejette s'il y a de sérieuses raisons de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits ou que les conditions d'autorisation ne sont pas remplies.
[2 L'AFMPS peut envoyer une demande d'information ou effectuer une inspection, avant qu'une décision soit prise sur l'octroi d'une autorisation.
Le délai visé au premier alinéa est suspendu :
a) lorsqu'une demande d'information a été envoyée : à partir du moment où la demande d'information a été envoyée jusqu'au moment où le demandeur a répondu à la demande d'information
b) lorsqu'une inspection est effectuée : à partir du moment où la notification de l'inspection est faite jusqu'au moment où le rapport d'inspection est transmis au demandeur
S'il n'est pas répondu à la demande d'information visée à l'alinéa précédent dans un délai d'un mois, la demande est rejetée.]2
§ 3. [4 L'autorisation est accordée pour une durée égale à la durée prévue des activités, telle qu'indiquée dans la demande d'autorisation, à compter de la date d'octroi, sans dépasser trois ans.]4
Elle peut être renouvelée à la demande du titulaire d'autorisation conformément aux dispositions de l'article 11. [1 La demande est introduite [3 au plus tôt 6 mois et ]3 au plus tard 3 mois avant l'échéance de l'autorisation.]1.
Si le formulaire de demande visé à l'article 11, § 3, est incomplet, ou n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments non corrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d'un délai maximum d'un mois à partir de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est communiquée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à partir de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 2. Si la demande est déclarée recevable conformément aux dispositions du paragraphe 1er, le Ministre ou son délégué accorde l'autorisation dans un délai maximum d'un mois après que la demande a été déclarée recevable ou la rejette s'il y a de sérieuses raisons de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits ou que les conditions d'autorisation ne sont pas remplies.
[2 L'AFMPS peut envoyer une demande d'information ou effectuer une inspection, avant qu'une décision soit prise sur l'octroi d'une autorisation.
Le délai visé au premier alinéa est suspendu :
a) lorsqu'une demande d'information a été envoyée : à partir du moment où la demande d'information a été envoyée jusqu'au moment où le demandeur a répondu à la demande d'information
b) lorsqu'une inspection est effectuée : à partir du moment où la notification de l'inspection est faite jusqu'au moment où le rapport d'inspection est transmis au demandeur
S'il n'est pas répondu à la demande d'information visée à l'alinéa précédent dans un délai d'un mois, la demande est rejetée.]2
§ 3. [4 L'autorisation est accordée pour une durée égale à la durée prévue des activités, telle qu'indiquée dans la demande d'autorisation, à compter de la date d'octroi, sans dépasser trois ans.]4
Elle peut être renouvelée à la demande du titulaire d'autorisation conformément aux dispositions de l'article 11. [1 La demande est introduite [3 au plus tôt 6 mois et ]3 au plus tard 3 mois avant l'échéance de l'autorisation.]1.
Art. 13. De vergunning [1 ...]1 bevat de volgende vermeldingen :
1° het vergunningsnummer;
2° de naam van de vergunninghouder;
3° het adres van de maatschappelijke zetel van de vergunninghouder, of indien van toepassing, het adres van de instelling waar de vergunninghouder werkzaam is;
4° het ondernemingsnummer, indien van toepassing
5° het adres van de plaats van de toegelaten activiteiten;
6° de namen van de personen bedoeld in artikel 9;
7° de aard van de toegelaten activiteiten;
8° de aanduiding van de middelen;
9° de vervaldatum van de vergunning;
10° indien van toepassing, opmerkingen ter verduidelijking van de draagwijdte van de vergunning.
[2 De vergunning kan op papier of op elektronische wijze worden verleend.
Indien zij op papier wordt verleend, wordt de vergunning afgeleverd op veiligheidspapier.
Indien zij elektronisch wordt verleend moet zij worden ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]2
1° het vergunningsnummer;
2° de naam van de vergunninghouder;
3° het adres van de maatschappelijke zetel van de vergunninghouder, of indien van toepassing, het adres van de instelling waar de vergunninghouder werkzaam is;
4° het ondernemingsnummer, indien van toepassing
5° het adres van de plaats van de toegelaten activiteiten;
6° de namen van de personen bedoeld in artikel 9;
7° de aard van de toegelaten activiteiten;
8° de aanduiding van de middelen;
9° de vervaldatum van de vergunning;
10° indien van toepassing, opmerkingen ter verduidelijking van de draagwijdte van de vergunning.
[2 De vergunning kan op papier of op elektronische wijze worden verleend.
Indien zij op papier wordt verleend, wordt de vergunning afgeleverd op veiligheidspapier.
Indien zij elektronisch wordt verleend moet zij worden ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]2
Art. 13. L'autorisation [1 ...]1t comprend les indications suivantes :
1° le numéro d'autorisation;
2° le nom du titulaire d'autorisation;
3° l'adresse du siège social du titulaire d'autorisation ou, le cas échéant, l'adresse de l'établissement au sein duquel exerce le titulaire d'autorisation;
4° le numéro d'entreprise, le cas échéant;
5° l'adresse du lieu des activités autorisées;
6° les noms des personnes visées à l'article 9;
7° la nature des activités autorisées;
8° la désignation des produits;
9° la date d'échéance de l'autorisation;
10° le cas échéant, des remarques visant à clarifier la portée de l'autorisation.
[2 L'autorisation peut être accordée par écrit ou par voie électronique.
Si elle est accordée par écrit, l'autorisation est délivrée sur papier sécurisé.
Si elle est accordée par voie électronique, elle doit être signée au moyen d'une signature électronique qualifiée ou d'un cachet électronique qualifié visés respectivement aux articles 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]2
1° le numéro d'autorisation;
2° le nom du titulaire d'autorisation;
3° l'adresse du siège social du titulaire d'autorisation ou, le cas échéant, l'adresse de l'établissement au sein duquel exerce le titulaire d'autorisation;
4° le numéro d'entreprise, le cas échéant;
5° l'adresse du lieu des activités autorisées;
6° les noms des personnes visées à l'article 9;
7° la nature des activités autorisées;
8° la désignation des produits;
9° la date d'échéance de l'autorisation;
10° le cas échéant, des remarques visant à clarifier la portée de l'autorisation.
[2 L'autorisation peut être accordée par écrit ou par voie électronique.
Si elle est accordée par écrit, l'autorisation est délivrée sur papier sécurisé.
Si elle est accordée par voie électronique, elle doit être signée au moyen d'une signature électronique qualifiée ou d'un cachet électronique qualifié visés respectivement aux articles 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]2
Art. 14. De originele vergunning moet [1 te raadplegen zijn]1 op de plaats [1 waar de middelen bewaard worden en]1 waarvoor ze werd toegekend.
[1 Indien de vergunning elektronisch werd toegekend moet een afschrift ervan op deze plaats te raadplegen zijn.]1
[1 Indien de vergunning elektronisch werd toegekend moet een afschrift ervan op deze plaats te raadplegen zijn.]1
Modifications
Art. 14. L'autorisation originale doit [1 être consultable]1 sur le lieu [1 où les produits sont conservés et]1 pour lesquelles elle a été accordée.
[1 Si l'autorisation a été accordée par voie électronique, une copie doit être consultable à ce lieu.]1
[1 Si l'autorisation a été accordée par voie électronique, une copie doit être consultable à ce lieu.]1
Modifications
Art. 15. § 1. Elke wijziging van de gegevens vermeld op de vergunning moet binnen een termijn van maximum 15 dagen aan het FAGG worden meegedeeld op basis van het formulier dat het FAGG vaststelt en op zijn website publiceert. Het ingevulde formulier wordt [1 ...]1 per aangetekend schrijven opgestuurd naar het FAGG.
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren..
§ 3. Het FAGG doet uitspraak over de ontvankelijkheid van de aanvraag tot wijziging binnen een termijn van maximum 15 dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in artikel 15, § 1, onvolledig is of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 4. Behoudens toepassing van [2 paragraaf 7]2, past de Minister of zijn afgevaardigde de vergunning aan binnen een termijn van maximum 15 dagen nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard.
[3 Het FAGG kan, vooraleer een beslissing wordt genomen over de wijziging van de vergunning, een vraag om inlichtingen verzenden of een inspectie uitvoeren.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst ingeval
a) een vraag om inlichtingen is verzonden: vanaf de verzending van de vraag om inlichtingen tot op het moment dat de aanvrager de vraag om inlichtingen heeft beantwoord
b) een inspectie wordt uitgevoerd: vanaf het moment van de aankondiging van de inspectie tot op het moment van het overmaken van het inspectierapport aan de aanvrager
Indien de vraag om inlichtingen, bedoeld in het vorige lid, niet wordt beantwoord binnen een termijn van één maand, wordt de aanvraag geweigerd.]3
§ 5. Indien de wijziging betrekking heeft op een verandering van verantwoordelijke zoals bedoeld in artikel 9, wordt een inventaris van de voorraad van de middelen opgesomd in bijlage I, II en IV, uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage Ic [4 en IVc]4, opgemaakt. Deze inventaris wordt gedateerd en ondertekend door zowel de verantwoordelijke die overdraagt als de verantwoordelijke die overneemt.
§ 6. De organisatieprocedure wordt geactualiseerd indien nodig en ondertekend door minstens één verantwoordelijke persoon bedoeld in art.9. De actuele en ondertekende versie moet steeds op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar raadpleegbaar zijn.
[5 § 7. Indien de wijziging van de gegevens van de vergunning ertoe leidt dat er gegronde redenen ontstaan om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de stoffen, of dat er niet langer aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan wordt de aanpassing van de vergunning geweigerd.]5
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren..
§ 3. Het FAGG doet uitspraak over de ontvankelijkheid van de aanvraag tot wijziging binnen een termijn van maximum 15 dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in artikel 15, § 1, onvolledig is of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 4. Behoudens toepassing van [2 paragraaf 7]2, past de Minister of zijn afgevaardigde de vergunning aan binnen een termijn van maximum 15 dagen nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard.
[3 Het FAGG kan, vooraleer een beslissing wordt genomen over de wijziging van de vergunning, een vraag om inlichtingen verzenden of een inspectie uitvoeren.
De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst ingeval
a) een vraag om inlichtingen is verzonden: vanaf de verzending van de vraag om inlichtingen tot op het moment dat de aanvrager de vraag om inlichtingen heeft beantwoord
b) een inspectie wordt uitgevoerd: vanaf het moment van de aankondiging van de inspectie tot op het moment van het overmaken van het inspectierapport aan de aanvrager
Indien de vraag om inlichtingen, bedoeld in het vorige lid, niet wordt beantwoord binnen een termijn van één maand, wordt de aanvraag geweigerd.]3
§ 5. Indien de wijziging betrekking heeft op een verandering van verantwoordelijke zoals bedoeld in artikel 9, wordt een inventaris van de voorraad van de middelen opgesomd in bijlage I, II en IV, uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage Ic [4 en IVc]4, opgemaakt. Deze inventaris wordt gedateerd en ondertekend door zowel de verantwoordelijke die overdraagt als de verantwoordelijke die overneemt.
§ 6. De organisatieprocedure wordt geactualiseerd indien nodig en ondertekend door minstens één verantwoordelijke persoon bedoeld in art.9. De actuele en ondertekende versie moet steeds op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar raadpleegbaar zijn.
[5 § 7. Indien de wijziging van de gegevens van de vergunning ertoe leidt dat er gegronde redenen ontstaan om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de stoffen, of dat er niet langer aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan wordt de aanpassing van de vergunning geweigerd.]5
Modifications
Art. 15. § 1er. Toute modification des données indiquées sur l'autorisation doit être communiquée à l'AFMPS sur la base du formulaire qu'établit l'AFMPS et qu'elle publie sur son site web. Le formulaire complété est envoyé dans un délai maximum de 15 jours par courrier recommandé à l'AFMPS [1 ...]1.
§ 2. Le formulaire visé au paragraphe 1 peut également être introduit électroniquement à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut instaurer des modalités à cet effet.
§ 3. L'AFMPS se prononce sur la recevabilité de la demande de modification dans un délai maximum de 15 jours à partir de la réception de la demande.
Si le formulaire de demande visé à l'article 15, § 1, est incomplet, ou, n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments non corrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d'un délai maximum d'un mois à partir de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est communiquée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à partir de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 4. Sous réserve de l'application [2 du paragraphe 7]2, le Ministre ou son délégué adapte l'autorisation dans un délai maximum de 15 jours après que la demande ait été déclarée recevable.
[3 L'AFMPS peut envoyer une demande d'information ou effectuer une inspection, avant qu'une décision soit prise sur la modification d'une autorisation.
Le délai visé au premier alinéa est suspendu :
a) lorsqu'une demande d'information a été envoyée : à partir du moment où la demande d'information a été envoyée jusqu'au moment où le demandeur a répondu à la demande d'information
b) lorsqu'une inspection est effectuée : à partir du moment où la notification de l'inspection est faite jusqu'au moment où le rapport d'inspection est transmis au demandeur
S'il n'est pas répondu à la demande d'information visée à l'alinéa précédent dans un délai d'un mois, la demande est rejetée.]3
§ 5. Si la modification concerne un changement de responsable tel que visé à l'article 9, un inventaire du stock des produits énumérés aux annexes I, II et IV, à l'exception des préparations énumérées à l'annexe Ic [4 et IVc]4, est en outre établi. Cet inventaire est daté et signé aussi bien par le responsable qui le transmet que par le responsable qui le reprend.
§ 6. La procédure d'organisation est actualisée si nécessaire et signée par au moins une personne responsable visée à l'art. 9. La version actuelle et signée doit toujours être consultable à la première demande du fonctionnaire compétent.
[5 § 7. Si la modification des données de l'autorisation conduit à des raisons sérieuses de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits, ou que les conditions d'autorisation dans ce chapitre ne sont plus respectées, l'adaptation de l'autorisation est refusée.]5
§ 2. Le formulaire visé au paragraphe 1 peut également être introduit électroniquement à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut instaurer des modalités à cet effet.
§ 3. L'AFMPS se prononce sur la recevabilité de la demande de modification dans un délai maximum de 15 jours à partir de la réception de la demande.
Si le formulaire de demande visé à l'article 15, § 1, est incomplet, ou, n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments non corrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d'un délai maximum d'un mois à partir de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est communiquée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à partir de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 4. Sous réserve de l'application [2 du paragraphe 7]2, le Ministre ou son délégué adapte l'autorisation dans un délai maximum de 15 jours après que la demande ait été déclarée recevable.
[3 L'AFMPS peut envoyer une demande d'information ou effectuer une inspection, avant qu'une décision soit prise sur la modification d'une autorisation.
Le délai visé au premier alinéa est suspendu :
a) lorsqu'une demande d'information a été envoyée : à partir du moment où la demande d'information a été envoyée jusqu'au moment où le demandeur a répondu à la demande d'information
b) lorsqu'une inspection est effectuée : à partir du moment où la notification de l'inspection est faite jusqu'au moment où le rapport d'inspection est transmis au demandeur
S'il n'est pas répondu à la demande d'information visée à l'alinéa précédent dans un délai d'un mois, la demande est rejetée.]3
§ 5. Si la modification concerne un changement de responsable tel que visé à l'article 9, un inventaire du stock des produits énumérés aux annexes I, II et IV, à l'exception des préparations énumérées à l'annexe Ic [4 et IVc]4, est en outre établi. Cet inventaire est daté et signé aussi bien par le responsable qui le transmet que par le responsable qui le reprend.
§ 6. La procédure d'organisation est actualisée si nécessaire et signée par au moins une personne responsable visée à l'art. 9. La version actuelle et signée doit toujours être consultable à la première demande du fonctionnaire compétent.
[5 § 7. Si la modification des données de l'autorisation conduit à des raisons sérieuses de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits, ou que les conditions d'autorisation dans ce chapitre ne sont plus respectées, l'adaptation de l'autorisation est refusée.]5
Modifications
Art. 16. Indien er een verandering van titularis in de apotheek of een verandering van titularis van een depot plaatsvindt, wordt een inventaris van de voorraad van de middelen opgesomd in bijlage I, II en IV, uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage Ic [1 en IVc]1, opgemaakt. Deze inventaris wordt gedateerd en ondertekend door zowel de titularis in de apotheek of titularis van een depot die het depot overdraagt als de titularis in de apotheek of titularis van een depot die het depot overneemt.
Modifications
Art. 16. Si un changement de titulaire de l'officine pharmaceutique ou un changement de titulaire d'un dépôt a lieu, un inventaire du stock des produits énumérés aux annexes I, II et IV, à l'exception des préparations énumérées à l'annexe Ic [1 et IVc]1, est établi. Cet inventaire est daté et signé aussi bien par le titulaire ou le titulaire d'un dépôt qui effectue le transfert que par le titulaire ou le titulaire d'un dépôt qui le reprend.
Modifications
Art. 17. De Minister of zijn afgevaardigde kan de vergunning schorsen of intrekken indien :
1° de vergunninghouder de in artikel 10 bedoelde verplichtingen niet nakomt;
2° er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de middelen, of dat er niet langer aan de vergunningsvoorwaarden in dit hoofdstuk wordt voldaan.
1° de vergunninghouder de in artikel 10 bedoelde verplichtingen niet nakomt;
2° er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de middelen, of dat er niet langer aan de vergunningsvoorwaarden in dit hoofdstuk wordt voldaan.
Art. 17. Le Ministre ou son délégué peut suspendre ou retirer l'autorisation si :
1° le titulaire d'autorisation ne respecte pas les obligations visées à l'article 10;
2° il y a de sérieuses raisons de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits, ou que les conditions d'autorisation dans ce chapitre ne sont plus respectées.
1° le titulaire d'autorisation ne respecte pas les obligations visées à l'article 10;
2° il y a de sérieuses raisons de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits, ou que les conditions d'autorisation dans ce chapitre ne sont plus respectées.
Art. 18. § 1. Het FAGG onderwerpt de plaats van de toegelaten activiteiten aan regelmatige inspecties en tenminste :
1° vóór de verlening van een vergunning zoals bedoeld in artikel 6 indien de plaats niet vergund is op het moment van indiening van de aanvraag overeenkomstig de bepalingen van artikel 11;
2° [1 ...]1
§ 2. Onverminderd artikel 17, kan het FAGG herstelmaatregelen opleggen indien bij de in paragraaf 1 bedoelde inspectie onregelmatigheden worden vastgesteld teneinde deze onregelmatigheden te verhelpen. De naleving van deze herstelmaatregelen vormt het voorwerp van een bijkomende inspectie.
§ 3. In geval van stopzetting van de activiteiten controleert en sluit de bevoegde ambtenaar de registers bedoeld in artikel 24 en 25. De verantwoordingsstukken kunnen door de bevoegde ambtenaar worden meegenomen en bewaard door het FAGG.
De Minister of zijn afgevaardigde trekt de vergunning in.
1° vóór de verlening van een vergunning zoals bedoeld in artikel 6 indien de plaats niet vergund is op het moment van indiening van de aanvraag overeenkomstig de bepalingen van artikel 11;
2° [1 ...]1
§ 2. Onverminderd artikel 17, kan het FAGG herstelmaatregelen opleggen indien bij de in paragraaf 1 bedoelde inspectie onregelmatigheden worden vastgesteld teneinde deze onregelmatigheden te verhelpen. De naleving van deze herstelmaatregelen vormt het voorwerp van een bijkomende inspectie.
§ 3. In geval van stopzetting van de activiteiten controleert en sluit de bevoegde ambtenaar de registers bedoeld in artikel 24 en 25. De verantwoordingsstukken kunnen door de bevoegde ambtenaar worden meegenomen en bewaard door het FAGG.
De Minister of zijn afgevaardigde trekt de vergunning in.
Modifications
Art. 18. § 1. L'AFMPS soumet le lieu des activités autorisées à des inspections régulières et au moins :
1° avant l'octroi d'une autorisation telle que visée à l'article 6 si le lieu n'est pas autorisé au moment de l'introduction de la demande conformément aux dispositions de l'article 11;
2° [1 ...]1
§ 2. Nonobstant l'article 17, l'AFMPS peut imposer des mesures de réparation si durant l'inspection visée au paragraphe 1er des irrégularités ont été constatées, afin de remédier à ces irrégularités. Le respect de ces mesures de réparation fait l'objet d'une inspection supplémentaire.
§ 3. En cas d'arrêt des activités, le fonctionnaire compétent contrôle et ferme les registres visés aux articles 24 et 25. Les pièces justificatives peuvent être emportées par le fonctionnaire compétent et conservées par l'AFMPS.
Le Ministre ou son délégué retire l'autorisation.
1° avant l'octroi d'une autorisation telle que visée à l'article 6 si le lieu n'est pas autorisé au moment de l'introduction de la demande conformément aux dispositions de l'article 11;
2° [1 ...]1
§ 2. Nonobstant l'article 17, l'AFMPS peut imposer des mesures de réparation si durant l'inspection visée au paragraphe 1er des irrégularités ont été constatées, afin de remédier à ces irrégularités. Le respect de ces mesures de réparation fait l'objet d'une inspection supplémentaire.
§ 3. En cas d'arrêt des activités, le fonctionnaire compétent contrôle et ferme les registres visés aux articles 24 et 25. Les pièces justificatives peuvent être emportées par le fonctionnaire compétent et conservées par l'AFMPS.
Le Ministre ou son délégué retire l'autorisation.
Modifications
HOOFDSTUK -. 3. Nationale handel
CHAPITRE 3. - Marché national
Art. 19. § 1. De houder van een activiteitenvergunning mag slechts middelen leveren, verkopen of te koop aanbieden, onder bezwarende titel of om niet, aan de volgende personen :
1° de andere houders van een vergunning op voorwaarde dat deze vergunning hen toelaat om deze middelen aan te schaffen;
2° de apotheken;
3° onverminderd de bepalingen van artikel 3, § 3, van de geneesmiddelenwet, de titularissen van een depot voor zover het geneesmiddelen met een stof uit bijlage III betreft [3 of geneesmiddelen geviseerd door bijlagen Ic en IVc]3.
§ 2. [1 Middelen uit bijlage I, II en IV [4 uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage IC en IVC]4 mogen]1 niet geleverd, verkocht of te koop aangeboden worden volgens de verkoopsmodaliteiten die als kenmerk hebben dat er enig, rechtstreeks of onrechtstreeks, voordeel in geld of nature wordt aangeboden naargelang de hoeveelheid bestelde middelen.
De levering van middelen opgenomen in Bijlage IIA aan een vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 6, § 4, moet beperkt zijn tot de hoeveelheid die deze vergunninghouder nodig heeft voor het doel waarvoor de vergunning is verleend.
[2 Bij de levering wordt erop toegezien dat de middelen niet onbeheerd worden achtergelaten.]2
1° de andere houders van een vergunning op voorwaarde dat deze vergunning hen toelaat om deze middelen aan te schaffen;
2° de apotheken;
3° onverminderd de bepalingen van artikel 3, § 3, van de geneesmiddelenwet, de titularissen van een depot voor zover het geneesmiddelen met een stof uit bijlage III betreft [3 of geneesmiddelen geviseerd door bijlagen Ic en IVc]3.
§ 2. [1 Middelen uit bijlage I, II en IV [4 uitgezonderd de preparaten opgesomd in bijlage IC en IVC]4 mogen]1 niet geleverd, verkocht of te koop aangeboden worden volgens de verkoopsmodaliteiten die als kenmerk hebben dat er enig, rechtstreeks of onrechtstreeks, voordeel in geld of nature wordt aangeboden naargelang de hoeveelheid bestelde middelen.
De levering van middelen opgenomen in Bijlage IIA aan een vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 6, § 4, moet beperkt zijn tot de hoeveelheid die deze vergunninghouder nodig heeft voor het doel waarvoor de vergunning is verleend.
[2 Bij de levering wordt erop toegezien dat de middelen niet onbeheerd worden achtergelaten.]2
Art. 19. § 1er. Le titulaire d'une autorisation d'activités peut uniquement fournir, vendre ou offrir en vente des produits, à titre onéreux ou à titre gratuit, aux personnes suivantes :
1° les autres titulaires d'une autorisation à condition que cette autorisation leur permette l'acquisition de ces produits;
2° les officines pharmaceutiques;
3° sans préjudice des dispositions de l'article 3, § 3, de la loi sur les médicaments, les titulaires d'un dépôt pour autant qu'il s'agisse de médicaments contenant une substance reprise à l'annexe III [3 ou des médicaments visés aux annexes Ic et IVc]3.
§ 2. [1 Les produits des annexes I, II et IV [4 à l'exception des préparations visées aux annexes IC et IVC]4 ne peuvent ]1 être fournis, vendus ou offerts en vente selon des modalités de vente qui ont pour caractéristique qu'un quelconque avantage pécuniaire ou en nature est offert, directement ou indirectement, en fonction de la quantité de produits commandés.
La fourniture des produits repris à l'Annexe IIA à un titulaire d'autorisation tel que visé à l'article 6, § 4, doit être limitée à la quantité dont ce titulaire d'autorisation a besoin aux fins pour lesquelles l'autorisation a été accordée.
[2 Lors de la fourniture, on veille à ce que les produits ne soient pas laissés sans surveillance.]2
1° les autres titulaires d'une autorisation à condition que cette autorisation leur permette l'acquisition de ces produits;
2° les officines pharmaceutiques;
3° sans préjudice des dispositions de l'article 3, § 3, de la loi sur les médicaments, les titulaires d'un dépôt pour autant qu'il s'agisse de médicaments contenant une substance reprise à l'annexe III [3 ou des médicaments visés aux annexes Ic et IVc]3.
§ 2. [1 Les produits des annexes I, II et IV [4 à l'exception des préparations visées aux annexes IC et IVC]4 ne peuvent ]1 être fournis, vendus ou offerts en vente selon des modalités de vente qui ont pour caractéristique qu'un quelconque avantage pécuniaire ou en nature est offert, directement ou indirectement, en fonction de la quantité de produits commandés.
La fourniture des produits repris à l'Annexe IIA à un titulaire d'autorisation tel que visé à l'article 6, § 4, doit être limitée à la quantité dont ce titulaire d'autorisation a besoin aux fins pour lesquelles l'autorisation a été accordée.
[2 Lors de la fourniture, on veille à ce que les produits ne soient pas laissés sans surveillance.]2
Art. 20. De levering van geneesmiddelen is voorbehouden aan apotheken open voor het publiek voor :
1° de samenstelling van een urgentietrousse op overlegging van een origineel, gedateerd en ondertekend document op naam van `urgentietrousse' dat duidelijk de naam en het adres van de voorschrijver bevat conform artikel 20 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers;
2° de levering aan een titularis van een depot, voor wat betreft geneesmiddelen met één of meerdere stoffen opgesomd in de bijlagen I, II en IV, met uitzondering van Ic [1 en IVc]1 preparaten, op overlegging van een bestelbon. De bestelbon wordt in twee exemplaren opgemaakt met vermelding van het depotnummer, gehand- en gedagtekend door de titularis van het depot of, in voorkomend geval, door zijn vervanger. Eén exemplaar wordt door de leverende apotheker bewaard, [2 met vermelding van het oplopend volgnummer zoals bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers,]2 het tweede exemplaar wordt door de leverende apotheker, na de uitvoering erop bevestigd te hebben, terugbezorgd aan de titularis van het depot.
[2 De bestelbonnen bedoeld in het eerste lid, 2° kunnen worden aangemaakt door middel van een beveiligd elektronisch systeem dat de authenticiteit van de gegevens kan waarborgen, en gebruik maakt van een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]2
1° de samenstelling van een urgentietrousse op overlegging van een origineel, gedateerd en ondertekend document op naam van `urgentietrousse' dat duidelijk de naam en het adres van de voorschrijver bevat conform artikel 20 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers;
2° de levering aan een titularis van een depot, voor wat betreft geneesmiddelen met één of meerdere stoffen opgesomd in de bijlagen I, II en IV, met uitzondering van Ic [1 en IVc]1 preparaten, op overlegging van een bestelbon. De bestelbon wordt in twee exemplaren opgemaakt met vermelding van het depotnummer, gehand- en gedagtekend door de titularis van het depot of, in voorkomend geval, door zijn vervanger. Eén exemplaar wordt door de leverende apotheker bewaard, [2 met vermelding van het oplopend volgnummer zoals bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers,]2 het tweede exemplaar wordt door de leverende apotheker, na de uitvoering erop bevestigd te hebben, terugbezorgd aan de titularis van het depot.
[2 De bestelbonnen bedoeld in het eerste lid, 2° kunnen worden aangemaakt door middel van een beveiligd elektronisch systeem dat de authenticiteit van de gegevens kan waarborgen, en gebruik maakt van een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]2
Art. 20. La fourniture de médicaments est réservée aux officines pharmaceutiques ouvertes au public pour :
1° la constitution d'une trousse d'urgence sur présentation d'un document original, daté et signé au nom de " trousse d'urgence " qui mentionne clairement le nom et l'adresse du prescripteur conformément à l'article 20 de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens;
2° la fourniture à un titulaire d'un dépôt, en ce qui concerne les médicaments contenant une ou plusieurs substances énumérées aux annexes I, II et IV, à l'exception des préparations Ic [1 et IVc]1, sur présentation d'un bon de commande. Le bon de commande est établi en double exemplaire avec mention du numéro de dépôt, signé et daté par le titulaire du dépôt ou, le cas échéant, par son remplaçant. Un exemplaire doit être conservé par le pharmacien qui fournit, [2 indiquant le numéro de suite visé à l'article 37 de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens]2 le second exemplaire doit être restitué, par le pharmacien qui fournit, au titulaire du dépôt après y avoir attesté l'exécution.
[2 Les bons de commande visés à l'alinéa 1er, 2° peuvent être créés au moyen d'un système électronique sécurisé capable de garantir l'authenticité des données et utilisant une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]2
1° la constitution d'une trousse d'urgence sur présentation d'un document original, daté et signé au nom de " trousse d'urgence " qui mentionne clairement le nom et l'adresse du prescripteur conformément à l'article 20 de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens;
2° la fourniture à un titulaire d'un dépôt, en ce qui concerne les médicaments contenant une ou plusieurs substances énumérées aux annexes I, II et IV, à l'exception des préparations Ic [1 et IVc]1, sur présentation d'un bon de commande. Le bon de commande est établi en double exemplaire avec mention du numéro de dépôt, signé et daté par le titulaire du dépôt ou, le cas échéant, par son remplaçant. Un exemplaire doit être conservé par le pharmacien qui fournit, [2 indiquant le numéro de suite visé à l'article 37 de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens]2 le second exemplaire doit être restitué, par le pharmacien qui fournit, au titulaire du dépôt après y avoir attesté l'exécution.
[2 Les bons de commande visés à l'alinéa 1er, 2° peuvent être créés au moyen d'un système électronique sécurisé capable de garantir l'authenticité des données et utilisant une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]2
Art. 21. § 1. De aflevering door de apotheker van geneesmiddelen aan het publiek kan alleen gebeuren op voorlegging van een geldig en rechtmatig verkregen gehandtekend en gedagtekend medisch voorschrift, uitgezonderd geneesmiddelen die als enige stof Pholcodine bevatten en die het wettelijk regime van aflevering vrij van medisch voorschrift vermelden.
§ 2. Voor de aflevering van geneesmiddelen met één of meerdere stoffen opgesomd in bijlage I, II en IV, moet het medisch voorschrift duidelijk het adres van de voorschrijver vermelden en wordt voluit geschreven :
1° de dosis;
2° het aantal eenheden;
3° de posologie;
4° in voorkomend geval, de behandelingsduur.
§ 3. Het medisch voorschrift bedoeld in paragraaf 1 en 2 mag elektronisch worden opgemaakt voor zover het medisch voorschrift voldoet aan de voorwaarden van artikel 42, eerste lid, 2° en 3°, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, en van artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform.
De voorwaarden zijn ook van toepassing op de medische voorschriften voor afleveringen in de verzorgingsinstellingen bedoeld in de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen indien het een systeem betreft dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in koninklijk besluit van 7 juni 2009 tot regeling van het elektronisch document ter vervanging, binnen de ziekenhuizen, van de medische voorschriften van de bevoegde geneesheer en van de bevoegde beoefenaar van de tandheelkunde, in uitvoering van artikel 42, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
§ 2. Voor de aflevering van geneesmiddelen met één of meerdere stoffen opgesomd in bijlage I, II en IV, moet het medisch voorschrift duidelijk het adres van de voorschrijver vermelden en wordt voluit geschreven :
1° de dosis;
2° het aantal eenheden;
3° de posologie;
4° in voorkomend geval, de behandelingsduur.
§ 3. Het medisch voorschrift bedoeld in paragraaf 1 en 2 mag elektronisch worden opgemaakt voor zover het medisch voorschrift voldoet aan de voorwaarden van artikel 42, eerste lid, 2° en 3°, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, en van artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform.
De voorwaarden zijn ook van toepassing op de medische voorschriften voor afleveringen in de verzorgingsinstellingen bedoeld in de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen indien het een systeem betreft dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in koninklijk besluit van 7 juni 2009 tot regeling van het elektronisch document ter vervanging, binnen de ziekenhuizen, van de medische voorschriften van de bevoegde geneesheer en van de bevoegde beoefenaar van de tandheelkunde, in uitvoering van artikel 42, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
Art. 21. § 1er. La délivrance par le pharmacien de médicaments au public peut uniquement se faire sur présentation d'une prescription médicale signée et datée, obtenue légalement, à l'exception des médicaments qui contiennent de la pholcodine comme seule substance et qui mentionnent le régime légal de délivrance non soumise à prescription médicale.
§ 2. Pour la délivrance de médicaments contenant une ou plusieurs substances énumérées aux annexes I, II et IV, la prescription médicale doit mentionner clairement l'adresse du prescripteur et est écrite en toutes lettres :
1° la dose;
2° le nombre d'unités;
3° la posologie;
4° le cas échéant, la durée de traitement.
§ 3. La prescription médicale visée aux paragraphes 1er et 2 peut être établie sur support électronique pour autant que la prescription médicale réponde aux conditions de l'article 42, alinéa 1, 2° et 3°, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, et de l'article 36/1 de la loi du 21 août 2008 relative à l'institution et à l'organisation de la plate-forme eHealth.
Les conditions s'appliquent également aux prescriptions médicales pour les délivrances dans les établissements de soins visés dans la loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux si cela concerne un système qui répond aux conditions telles que visées à l'arrêté royal du 7 juin 2009 réglementant le document électronique remplaçant, dans les hôpitaux, des prescriptions du médecin compétent et du praticien de l'art dentaire compétent, en exécution de l'article 42, alinéa 1er, 2°, de la loi coordonnée relative à l'exercice des professions des soins de santé.
§ 2. Pour la délivrance de médicaments contenant une ou plusieurs substances énumérées aux annexes I, II et IV, la prescription médicale doit mentionner clairement l'adresse du prescripteur et est écrite en toutes lettres :
1° la dose;
2° le nombre d'unités;
3° la posologie;
4° le cas échéant, la durée de traitement.
§ 3. La prescription médicale visée aux paragraphes 1er et 2 peut être établie sur support électronique pour autant que la prescription médicale réponde aux conditions de l'article 42, alinéa 1, 2° et 3°, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, et de l'article 36/1 de la loi du 21 août 2008 relative à l'institution et à l'organisation de la plate-forme eHealth.
Les conditions s'appliquent également aux prescriptions médicales pour les délivrances dans les établissements de soins visés dans la loi du 23 décembre 1963 sur les hôpitaux si cela concerne un système qui répond aux conditions telles que visées à l'arrêté royal du 7 juin 2009 réglementant le document électronique remplaçant, dans les hôpitaux, des prescriptions du médecin compétent et du praticien de l'art dentaire compétent, en exécution de l'article 42, alinéa 1er, 2°, de la loi coordonnée relative à l'exercice des professions des soins de santé.
Art. 22. Elke levering van middelen mag slechts worden uitgevoerd op overlegging van een bestelbon, gedateerd en ondertekend door een [1 een persoon hiertoe aangeduid in de organisatieprocedure conform art. 11, § 2, 3°]1. De afnemer vermeldt op deze bon de bestelde middelen, de hoeveelheid, de identiteit van de leverancier en de datum waarop de levering ontvangen werd.
[2 De bestelbonnen kunnen worden aangemaakt door middel van een beveiligd elektronisch systeem dat de authenticiteit van de gegevens kan waarborgen, en gebruik maakt van een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]2
[2 De bestelbonnen kunnen worden aangemaakt door middel van een beveiligd elektronisch systeem dat de authenticiteit van de gegevens kan waarborgen, en gebruik maakt van een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]2
Art. 22. Chaque fourniture de produits peut uniquement se faire sur présentation d'un bon de commande, daté et signé par une [1 une personne désignée à cet effet dans la procédure d'organisation conformément à l'art. 11, § 2, 3° ]1. L'acheteur indique sur ce bon les produits commandés, la quantité, l'identité du fournisseur et la date à laquelle la fourniture a été reçue.
[2 Les bons de commande peuvent être créés au moyen d'un système électronique sécurisé capable de garantir l'authenticité des données et utilisant une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]2
[2 Les bons de commande peuvent être créés au moyen d'un système électronique sécurisé capable de garantir l'authenticité des données et utilisant une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]2
Art. 23. § 1. In afwijking van artikel 22 mogen de middelen opgesomd in bijlage I, II en IV, slechts worden geleverd op voorlegging van een bestelbon met een unieke code, afgeleverd door het FAGG volgens het model opgenomen in Bijlage VI.
De bestelbon in het eerste lid bestaat uit één origineel en twee doorslagen :
1° het origineel bestemd voor het FAGG;
2° één doorslag bestemd voor de afnemer;
3° één doorslag bestemd voor de leverancier.
De leverancier zendt maandelijks, binnen de eerste 15 dagen, aan het FAGG het origineel van de bestelbonnen voor de bestellingen uitgevoerd gedurende de vorige maand.
[1 In afwijking op het vorige lid, bewaart de leverancier die maandoverzichten doorstuurt zoals bedoeld in art. 25, § 5, het origineel en overhandigt deze, op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar, aan het FAGG.]1
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is levering van preparaten met een concentratie niet hoger dan 1 mg/ml en maximale inhoud van 1 ml per preparaat, niet onderworpen aan de bon zoals bedoeld in paragraaf 1 [2 of de elektronische registratie zoals bedoeld in paragraaf 3]2, voor zover deze preparaten aangewend worden voor analytische doeleinden.
§ 3. [3 De Minister kan de voorwaarden en de nadere regels bepalen waaronder de bestelbonnen bedoeld in paragraaf 1 kunnen vervangen worden door een elektronisch systeem waarin de leveringen en de ontvangsten van de middelen opgesomd in de bijlagen I, II en IV worden geregistreerd.
De Minister kan het gebruik van dit elektronisch systeem verplicht stellen.]3
De bestelbon in het eerste lid bestaat uit één origineel en twee doorslagen :
1° het origineel bestemd voor het FAGG;
2° één doorslag bestemd voor de afnemer;
3° één doorslag bestemd voor de leverancier.
De leverancier zendt maandelijks, binnen de eerste 15 dagen, aan het FAGG het origineel van de bestelbonnen voor de bestellingen uitgevoerd gedurende de vorige maand.
[1 In afwijking op het vorige lid, bewaart de leverancier die maandoverzichten doorstuurt zoals bedoeld in art. 25, § 5, het origineel en overhandigt deze, op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar, aan het FAGG.]1
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is levering van preparaten met een concentratie niet hoger dan 1 mg/ml en maximale inhoud van 1 ml per preparaat, niet onderworpen aan de bon zoals bedoeld in paragraaf 1 [2 of de elektronische registratie zoals bedoeld in paragraaf 3]2, voor zover deze preparaten aangewend worden voor analytische doeleinden.
§ 3. [3 De Minister kan de voorwaarden en de nadere regels bepalen waaronder de bestelbonnen bedoeld in paragraaf 1 kunnen vervangen worden door een elektronisch systeem waarin de leveringen en de ontvangsten van de middelen opgesomd in de bijlagen I, II en IV worden geregistreerd.
De Minister kan het gebruik van dit elektronisch systeem verplicht stellen.]3
Art. 23. § 1er. Par dérogation à l'article 22, les substances énumérées aux annexes I, II et IV peuvent uniquement être fournies sur présentation d'un bon de commande avec un code unique, délivré par l'AFMPS conformément au modèle repris à l'Annexe VI.
Le bon de commande visé à l'alinéa 1er comporte un original et deux copies :
1° l'original destiné à l'AFMPS;
2° une copie destinée à l'acheteur;
3° une copie destinée au fournisseur.
Le fournisseur envoie chaque mois, dans les 15 premiers jours, à l'AFMPS, l'original des bons de commande pour les commandes effectuées durant le mois précédent.
[1 Par dérogation à l'alinéa précédent, le fournisseur qui envoie des aperçus mensuels tels que visés à l'art. 25, § 5, doit conserver l'original et le remettre à l'AFMPS à la première demande du fonctionnaire compétent.]1
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la livraison de préparations avec une concentration qui n'est pas supérieure à 1 mg/ml et un contenu maximal de 1 ml par préparation n'est pas soumise à un bon visé au paragraphe 1er [2 ou l'enregistrement électronique visé au paragraphe 3]2, pour autant que ces préparations soient utilisées à des fins analytiques.
§ 3. [3 Le ministre peut déterminer les conditions et les règles détaillées selon lesquelles les bons de commande visés au paragraphe 1 peuvent être remplacés par un système électronique d'enregistrement des livraisons et des réceptions des produits énumérés aux annexes I, II et IV.
Le ministre peut faire en sorte que l'utilisation de ce système soit obligatoire.]3
Le bon de commande visé à l'alinéa 1er comporte un original et deux copies :
1° l'original destiné à l'AFMPS;
2° une copie destinée à l'acheteur;
3° une copie destinée au fournisseur.
Le fournisseur envoie chaque mois, dans les 15 premiers jours, à l'AFMPS, l'original des bons de commande pour les commandes effectuées durant le mois précédent.
[1 Par dérogation à l'alinéa précédent, le fournisseur qui envoie des aperçus mensuels tels que visés à l'art. 25, § 5, doit conserver l'original et le remettre à l'AFMPS à la première demande du fonctionnaire compétent.]1
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la livraison de préparations avec une concentration qui n'est pas supérieure à 1 mg/ml et un contenu maximal de 1 ml par préparation n'est pas soumise à un bon visé au paragraphe 1er [2 ou l'enregistrement électronique visé au paragraphe 3]2, pour autant que ces préparations soient utilisées à des fins analytiques.
§ 3. [3 Le ministre peut déterminer les conditions et les règles détaillées selon lesquelles les bons de commande visés au paragraphe 1 peuvent être remplacés par un système électronique d'enregistrement des livraisons et des réceptions des produits énumérés aux annexes I, II et IV.
Le ministre peut faire en sorte que l'utilisation de ce système soit obligatoire.]3
HOOFDSTUK 4. - Traceerbaarheid en vigilantie
CHAPITRE 4. - Traçabilité et vigilance
Art. 24. § 1. De apotheker schrijft de medische voorschriften voor de middelen die hij aflevert in het register bedoeld in [1 artikel 26 van het koninklijk besluit van [2 30 september 2020]2 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen, en het gebruik, en de distributie van medische hulpmiddelen, binnen de verzorgingsinstellingen]1, of in artikel 34 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor apothekers.
§ 2. De apotheker zendt gedurende de maand die volgt op het einde van elk kwartaal een kwartaaloverzicht naar het FAGG van de leveringen zoals bedoeld in artikel 20.
De Minister kan de elektronische melding verplicht stellen volgens het formaat dat Hij vaststelt en daartoe de nadere regels vaststellen.
§ 2. De apotheker zendt gedurende de maand die volgt op het einde van elk kwartaal een kwartaaloverzicht naar het FAGG van de leveringen zoals bedoeld in artikel 20.
De Minister kan de elektronische melding verplicht stellen volgens het formaat dat Hij vaststelt en daartoe de nadere regels vaststellen.
Art. 24. § 1er. Le pharmacien inscrit les prescriptions médicales pour les produits qu'il délivre au registre visé à [1 l'article 26 de l'arrêté royal du [2 30 septembre 2020]2 portant sur la préparation et la délivrance des médicaments, et le traitement et la distribution des dispositifs médicaux, dans les établissements de soins]1, ou à l'article 34 de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens.
§ 2. Le pharmacien envoie à l'AFMPS durant le mois qui suit, à la fin de chaque trimestre, un aperçu trimestriel des fournitures telles que visées à l'article 20.
Le Ministre peut rendre obligatoire la notification électronique selon le format qu'Il détermine et fixer les modalités à cet effet.
§ 2. Le pharmacien envoie à l'AFMPS durant le mois qui suit, à la fin de chaque trimestre, un aperçu trimestriel des fournitures telles que visées à l'article 20.
Le Ministre peut rendre obligatoire la notification électronique selon le format qu'Il détermine et fixer les modalités à cet effet.
Art. 25. § 1. Iedere vergunninghouder die middelen in zijn bezit heeft, moet in een speciaal register dagelijks, zonder blanco of overschrijving, de hoeveelheden middelen inschrijven die ze, onder bezwarende titel of om niet :
1° vervaardigen, aanschaffen, invoeren, of verkrijgen door positieve weegcorrecties, recuperatie of opzuivering;
2° leveren, verkopen, of uitvoeren;
3° laten uitgaan voor analyses;
4° laten uitgaan voor vernietiging;
5° laten uitgaan voor de vervaardiging van andere middelen of eindproducten die niet onder de toepassing van dit besluit vallen;
6° verliezen tijdens vervaardiging, door negatieve weegcorrecties of omstandigheden zoals vermeld in art. 29;
7° verliezen door gebruik door de industrie voor onderzoek en ontwikkeling buiten het kader van klinische proeven.
Dit register vermeldt bovendien :
1° de datum van de transactie;
2° het type transactie;
3° de naam van de middelen en, indien van toepassing, hun gehalte aan stoffen.
En indien van toepassing vermeldt het register ook :
1° de identiteit van de leverancier of afnemer in het geval van het respectievelijk verkrijgen of leveren van middelen; en indien van toepassing het vergunningsnummer van de apotheek of het nummer van de vergunning zoals bedoeld in artikel 13, 1° ;
2°[3 ...]3
3° het nummer van de bijhorende in- of uitvoervergunning afgeleverd door het FAGG, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 31 en 34;
4° in het geval van vervaardiging, het gewicht aan stoffen of het aantal eenheden van preparaten aan het einde van elke transactie;
[1 5° het nummer van het proces-verbaal zoals bedoeld in artikel 46, § 2, 2°.]1
§ 2. Het register bedoeld in paragraaf 1 mag ook elektronisch gehouden worden op voorwaarde dat :
1° de gegevens worden op een beveiligde manier bewaard onder toezicht van de verantwoordelijke personen en op een manier die ongeoorloofde wijzigingen uitsluit. Indien het bestand wordt getekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, wordt dit alleszins beschouwd als een manier die ongeoorloofde wijzigingen uitsluit;
2° te allen tijde een chronologisch overzicht per middel kan gegenereerd worden;
3° bij het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar, de informatie kan worden overgemaakt aan het FAGG, op elektronische wijze of indien gevraagd, afgedrukt op papier;
4° het elektronisch register op afdoende wijze beveiligd is tegen gegevensverlies.
Indien dat de Minister of zijn afgevaardigde vaststelt dat het elektronisch register van een vergunninghouder niet voldoet aan de wettelijke vereisten van dit besluit kan hij het houden van een register op papier opleggen. Hij verwittigt daartoe de vergunninghouder bij een ter post aangetekend schrijven.
§ 3. In het register op papier wordt elke bladzijde genummerd en geparafeerd door de verantwoordelijke persoon wanneer de bladzijde vol is ter validatie van de inhoud van die bladzijde.
§ 4. De in artikel 9 bedoelde verantwoordelijke personen maken, op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar, het register geheel of gedeeltelijk over aan het FAGG.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Onverminderd paragraaf 4, is elke houder van een activiteitenvergunning en vergund voor het vervaardigen van middelen gehouden om binnen de maand die volgt op het einde van elk kwartaal een kwartaaloverzicht van het register bedoeld in paragraaf 1, betreffende de vervaardigde middelen en middelen gebruikt voor deze vervaardiging, naar het FAGG te zenden.
Dit kwartaaloverzicht bevat eveneens een opgave van de totale hoeveelheid van elk middel die in dat kwartaal werd :
1° aangewend voor vervaardiging van middelen of intermediaire en eindproducten die niet onder de toepassing van dit KB vallen;
2° bekomen door vervaardiging;
3° gerecupereerd door positieve weegcorrecties of opzuivering of nader gespecifieerde redenen;
4° verloren tijdens de vervaardiging of door analyses, ontwikkelingsdoeleinden, vernietiging, negatieve weegcorrecties of andere nader gespecifieerde redenen.
§ 7. De Minister kan de modaliteiten en het formaat vastleggen voor de elektronische indiening van het afschrift overeenkomstig paragraaf 5 en 6. Hij kan de elektronische indiening verplicht stellen.
1° vervaardigen, aanschaffen, invoeren, of verkrijgen door positieve weegcorrecties, recuperatie of opzuivering;
2° leveren, verkopen, of uitvoeren;
3° laten uitgaan voor analyses;
4° laten uitgaan voor vernietiging;
5° laten uitgaan voor de vervaardiging van andere middelen of eindproducten die niet onder de toepassing van dit besluit vallen;
6° verliezen tijdens vervaardiging, door negatieve weegcorrecties of omstandigheden zoals vermeld in art. 29;
7° verliezen door gebruik door de industrie voor onderzoek en ontwikkeling buiten het kader van klinische proeven.
Dit register vermeldt bovendien :
1° de datum van de transactie;
2° het type transactie;
3° de naam van de middelen en, indien van toepassing, hun gehalte aan stoffen.
En indien van toepassing vermeldt het register ook :
1° de identiteit van de leverancier of afnemer in het geval van het respectievelijk verkrijgen of leveren van middelen; en indien van toepassing het vergunningsnummer van de apotheek of het nummer van de vergunning zoals bedoeld in artikel 13, 1° ;
2°[3 ...]3
3° het nummer van de bijhorende in- of uitvoervergunning afgeleverd door het FAGG, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 31 en 34;
4° in het geval van vervaardiging, het gewicht aan stoffen of het aantal eenheden van preparaten aan het einde van elke transactie;
[1 5° het nummer van het proces-verbaal zoals bedoeld in artikel 46, § 2, 2°.]1
§ 2. Het register bedoeld in paragraaf 1 mag ook elektronisch gehouden worden op voorwaarde dat :
1° de gegevens worden op een beveiligde manier bewaard onder toezicht van de verantwoordelijke personen en op een manier die ongeoorloofde wijzigingen uitsluit. Indien het bestand wordt getekend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, wordt dit alleszins beschouwd als een manier die ongeoorloofde wijzigingen uitsluit;
2° te allen tijde een chronologisch overzicht per middel kan gegenereerd worden;
3° bij het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar, de informatie kan worden overgemaakt aan het FAGG, op elektronische wijze of indien gevraagd, afgedrukt op papier;
4° het elektronisch register op afdoende wijze beveiligd is tegen gegevensverlies.
Indien dat de Minister of zijn afgevaardigde vaststelt dat het elektronisch register van een vergunninghouder niet voldoet aan de wettelijke vereisten van dit besluit kan hij het houden van een register op papier opleggen. Hij verwittigt daartoe de vergunninghouder bij een ter post aangetekend schrijven.
§ 3. In het register op papier wordt elke bladzijde genummerd en geparafeerd door de verantwoordelijke persoon wanneer de bladzijde vol is ter validatie van de inhoud van die bladzijde.
§ 4. De in artikel 9 bedoelde verantwoordelijke personen maken, op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar, het register geheel of gedeeltelijk over aan het FAGG.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Onverminderd paragraaf 4, is elke houder van een activiteitenvergunning en vergund voor het vervaardigen van middelen gehouden om binnen de maand die volgt op het einde van elk kwartaal een kwartaaloverzicht van het register bedoeld in paragraaf 1, betreffende de vervaardigde middelen en middelen gebruikt voor deze vervaardiging, naar het FAGG te zenden.
Dit kwartaaloverzicht bevat eveneens een opgave van de totale hoeveelheid van elk middel die in dat kwartaal werd :
1° aangewend voor vervaardiging van middelen of intermediaire en eindproducten die niet onder de toepassing van dit KB vallen;
2° bekomen door vervaardiging;
3° gerecupereerd door positieve weegcorrecties of opzuivering of nader gespecifieerde redenen;
4° verloren tijdens de vervaardiging of door analyses, ontwikkelingsdoeleinden, vernietiging, negatieve weegcorrecties of andere nader gespecifieerde redenen.
§ 7. De Minister kan de modaliteiten en het formaat vastleggen voor de elektronische indiening van het afschrift overeenkomstig paragraaf 5 en 6. Hij kan de elektronische indiening verplicht stellen.
Art. 25. § 1er. Chaque titulaire d'autorisation qui détient des produits doit inscrire chaque jour, sans blanc ni surcharge, dans un registre spécial, les quantités de produits qu'il, à titre onéreux ou à titre gratuit, :
1° fabrique, acquiert, importe, ou obtient par des corrections de poids positives, par récupération ou purification;
2° fournit, vend ou exporte;
3° fait sortir pour analyses;
4° fait sortir pour destruction;
5° fait sortir pour la fabrication d'autres produits ou produits finis qui ne relèvent pas de l'application du présent arrêté;
6° perd pendant la fabrication, en raison de corrections de poids négatives ou de circonstances telles que visées à l'art. 29;
7° perd par l'utilisation par l'industrie pour la recherche et le développement en dehors du cadre d'essais cliniques;
Ce registre indique également :
1° la date de la transaction;
2° le type de transaction;
3° le nom des produits et, le cas échéant, leur taux de substances.
Et, le cas échéant, le registre indique également :
1° l'identité du fournisseur ou de l'acheteur dans le cas de l'obtention ou de la fourniture de produits; et, le cas échéant, le numéro d'autorisation de l'officine pharmaceutique ou le numéro de l'autorisation tel que visé à l'article 13, 1° ;
2°[3 ...]3
3° le numéro de l'autorisation d'importation ou d'exportation correspondant délivré par l'AFMPS, tel que visé aux articles 31 et 34;
4° dans le cas de la fabrication, le poids des substances ou le nombre d'unités de préparations à la fin de chaque transaction;
[1 5° le numéro du procès-verbal visé à l'article 46, § 2, 2°.]1
§ 2. Le registre visé au paragraphe 1er peut également être tenu électroniquement à condition que :
1° les données soient conservées de manière sécurisée sous la surveillance des personnes responsables et d'une manière qui exclut des modifications non autorisées. Si le fichier est signé conformément aux dispositions de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification, cela est considéré à tous égards comme une manière qui exclut les modifications non autorisées;
2° un aperçu chronologique puisse être généré à tout moment pour chaque substance;
3° à la première demande du fonctionnaire compétent, les informations puissent être présentées à l'AFMPS par voie électronique ou si demandé, imprimé sur papier;
4° le registre électronique soit sécurisé de manière fiable contre la perte de données.
Si le Ministre ou son délégué constate que le registre électronique d'un titulaire d'autorisation ne répond pas aux exigences légales du présent arrêté, il peut imposer la tenue d'un registre papier. Il avertit à cet effet le titulaire d'autorisation par une lettre recommandée à la poste.
§ 3. Dans le registre papier, chaque feuille est numérotée et paraphée par la personne responsable lorsque la feuille est remplie pour validation du contenu de cette feuille.
§ 4. Les personnes responsables visées à l'article 9 transmettent, entièrement ou partiellement, le registre à l'AFMPS lors de la première demande du fonctionnaire responsable.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Sans préjudice du paragraphe 4, chaque titulaire d'une autorisation d'activités et autorisé pour la fabrication de produits est tenu d'envoyer à l'AFMPS dans le mois qui suit la fin de chaque trimestre, un aperçu complet trimestriel du registre visé au paragraphe 1er, relatif aux substances fabriquées et aux substances utilisées pour cette fabrication.
Cet aperçu trimestriel contient également un relevé de la quantité totale de chaque produit qui, lors de ce trimestre, a été :
1° utilisé pour la fabrication de produits ou de produits intermédiaires ou finis qui ne relèvent pas de l'application du présent AR;
2° obtenu par fabrication;
3° récupéré par des corrections de poids positives ou purification ou raisons spécifiées;
4° perdu lors de la fabrication ou en raison d'analyses, d'objectifs de développement, de destruction, de corrections de poids négatives ou d'autres raisons spécifiées.
§ 7. Le Ministre peut fixer les modalités et le format pour l'introduction électronique de la copie conformément aux paragraphes 5 et 6. Il peut rendre obligatoire l'introduction électronique.
1° fabrique, acquiert, importe, ou obtient par des corrections de poids positives, par récupération ou purification;
2° fournit, vend ou exporte;
3° fait sortir pour analyses;
4° fait sortir pour destruction;
5° fait sortir pour la fabrication d'autres produits ou produits finis qui ne relèvent pas de l'application du présent arrêté;
6° perd pendant la fabrication, en raison de corrections de poids négatives ou de circonstances telles que visées à l'art. 29;
7° perd par l'utilisation par l'industrie pour la recherche et le développement en dehors du cadre d'essais cliniques;
Ce registre indique également :
1° la date de la transaction;
2° le type de transaction;
3° le nom des produits et, le cas échéant, leur taux de substances.
Et, le cas échéant, le registre indique également :
1° l'identité du fournisseur ou de l'acheteur dans le cas de l'obtention ou de la fourniture de produits; et, le cas échéant, le numéro d'autorisation de l'officine pharmaceutique ou le numéro de l'autorisation tel que visé à l'article 13, 1° ;
2°[3 ...]3
3° le numéro de l'autorisation d'importation ou d'exportation correspondant délivré par l'AFMPS, tel que visé aux articles 31 et 34;
4° dans le cas de la fabrication, le poids des substances ou le nombre d'unités de préparations à la fin de chaque transaction;
[1 5° le numéro du procès-verbal visé à l'article 46, § 2, 2°.]1
§ 2. Le registre visé au paragraphe 1er peut également être tenu électroniquement à condition que :
1° les données soient conservées de manière sécurisée sous la surveillance des personnes responsables et d'une manière qui exclut des modifications non autorisées. Si le fichier est signé conformément aux dispositions de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification, cela est considéré à tous égards comme une manière qui exclut les modifications non autorisées;
2° un aperçu chronologique puisse être généré à tout moment pour chaque substance;
3° à la première demande du fonctionnaire compétent, les informations puissent être présentées à l'AFMPS par voie électronique ou si demandé, imprimé sur papier;
4° le registre électronique soit sécurisé de manière fiable contre la perte de données.
Si le Ministre ou son délégué constate que le registre électronique d'un titulaire d'autorisation ne répond pas aux exigences légales du présent arrêté, il peut imposer la tenue d'un registre papier. Il avertit à cet effet le titulaire d'autorisation par une lettre recommandée à la poste.
§ 3. Dans le registre papier, chaque feuille est numérotée et paraphée par la personne responsable lorsque la feuille est remplie pour validation du contenu de cette feuille.
§ 4. Les personnes responsables visées à l'article 9 transmettent, entièrement ou partiellement, le registre à l'AFMPS lors de la première demande du fonctionnaire responsable.
§ 5. [2 ...]2
§ 6. Sans préjudice du paragraphe 4, chaque titulaire d'une autorisation d'activités et autorisé pour la fabrication de produits est tenu d'envoyer à l'AFMPS dans le mois qui suit la fin de chaque trimestre, un aperçu complet trimestriel du registre visé au paragraphe 1er, relatif aux substances fabriquées et aux substances utilisées pour cette fabrication.
Cet aperçu trimestriel contient également un relevé de la quantité totale de chaque produit qui, lors de ce trimestre, a été :
1° utilisé pour la fabrication de produits ou de produits intermédiaires ou finis qui ne relèvent pas de l'application du présent AR;
2° obtenu par fabrication;
3° récupéré par des corrections de poids positives ou purification ou raisons spécifiées;
4° perdu lors de la fabrication ou en raison d'analyses, d'objectifs de développement, de destruction, de corrections de poids négatives ou d'autres raisons spécifiées.
§ 7. Le Ministre peut fixer les modalités et le format pour l'introduction électronique de la copie conformément aux paragraphes 5 et 6. Il peut rendre obligatoire l'introduction électronique.
Art. 26. § 1. De houders van een activiteitenvergunning moeten, ten laatste op 1 februari van ieder jaar, aan het FAGG het overzicht meedelen van de middelen die zij op 31 december van het voorgaande jaar in bezit hadden [1 die nog beschikbaar waren voor de markt]1 en het [1 overzicht van deze middelen]1 die gedurende dat jaar uit de voorraad zijn gegaan door diefstal, breuk [1 ,schade, verval]1 of vernietiging.
De mededeling bedoeld in lid 1 gebeurt op basis van het formulier, en volgens de nadere regels die het FAGG vaststelt en op zijn website kan publiceren of via email kenbaar maakt aan de vergunningshouders.
§ 2. Het volume van de bestellingen door vergunninghouders en voorraad aan middelen dienen steeds in verhouding te staan tot de reële behoeftes.
§ 3. De Minister kan de modaliteiten en het formaat vastleggen voor de elektronische indiening van het afschrift overeenkomstig paragraaf 1. Hij kan de elektronische indiening verplicht stellen.
De mededeling bedoeld in lid 1 gebeurt op basis van het formulier, en volgens de nadere regels die het FAGG vaststelt en op zijn website kan publiceren of via email kenbaar maakt aan de vergunningshouders.
§ 2. Het volume van de bestellingen door vergunninghouders en voorraad aan middelen dienen steeds in verhouding te staan tot de reële behoeftes.
§ 3. De Minister kan de modaliteiten en het formaat vastleggen voor de elektronische indiening van het afschrift overeenkomstig paragraaf 1. Hij kan de elektronische indiening verplicht stellen.
Modifications
Art. 26. § 1er. Les titulaires d'une autorisation d'activités doivent, au plus tard le 1er février de chaque année, communiquer à l'AFMPS l'aperçu des produits qu'ils détenaient au 31 décembre de l'année précédente [1 qui étaient encore disponibles pour le marché]1 et l'aperçu [1 de ces produits]1 qui, durant cette année, sont sortis du stock par vol, cassure [1 , dommages, expiration]1 ou destruction.
La communication visée à l'alinéa 1er se fait au moyen du formulaire et selon les modalités que fixe l'AFMPS et qu'elle peut publier sur son site web ou communiquer par e-mail aux titulaires d'autorisation.
§ 2. Le volume des commandes par les titulaires d'autorisation et du stock des produits gérés doit toujours être adapté aux besoins réels.
§ 3. Le Ministre peut fixer les modalités et le format pour l'introduction électronique de la copie conformément au paragraphe 1. Il peut rendre obligatoire l'introduction électronique.
La communication visée à l'alinéa 1er se fait au moyen du formulaire et selon les modalités que fixe l'AFMPS et qu'elle peut publier sur son site web ou communiquer par e-mail aux titulaires d'autorisation.
§ 2. Le volume des commandes par les titulaires d'autorisation et du stock des produits gérés doit toujours être adapté aux besoins réels.
§ 3. Le Ministre peut fixer les modalités et le format pour l'introduction électronique de la copie conformément au paragraphe 1. Il peut rendre obligatoire l'introduction électronique.
Modifications
Art. 27. § 1. [2 De houders van een activiteitenvergunning, specifiek vergund voor vervaardiging en invoer, moeten voor 1 mei van ieder jaar een schatting doorgeven van:
1° de hoeveelheid middelen die zij het volgende jaar zullen invoeren voor de Belgische markt
2° indien van toepassing: de hoeveelheid stoffen die zij het volgende jaar gaan vervaardigen.]2
De vergunninghouders bedoeld in lid 1 stellen het FAGG in kennis van iedere substantiële wijziging van de meegedeelde schatting. Hij is verplicht bijkomende informatie te verschaffen aan het FAGG met het oog op het vervullen van de internationale rapporteringsverplichtingen aan het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen,.
§ 2. De Minister kan de activiteitenvergunning bedoeld in het eerste lid, voor wat betreft de vervaardiging, [1 tijdelijk schorsen]1 wanneer en zolang de houder van deze vergunning beschikt over een kennelijk onevenredige grote voorraad aan middelen in verhouding tot de reële behoeftes en de daaruit voortvloeiende verwachte verkoop. Deze beslissing houdende tijdelijke schorsing wordt gemotiveerd aan de hand van de ramingen ingediend bij het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen, bedoeld in het Enkelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen, 1961.
1° de hoeveelheid middelen die zij het volgende jaar zullen invoeren voor de Belgische markt
2° indien van toepassing: de hoeveelheid stoffen die zij het volgende jaar gaan vervaardigen.]2
De vergunninghouders bedoeld in lid 1 stellen het FAGG in kennis van iedere substantiële wijziging van de meegedeelde schatting. Hij is verplicht bijkomende informatie te verschaffen aan het FAGG met het oog op het vervullen van de internationale rapporteringsverplichtingen aan het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen,.
§ 2. De Minister kan de activiteitenvergunning bedoeld in het eerste lid, voor wat betreft de vervaardiging, [1 tijdelijk schorsen]1 wanneer en zolang de houder van deze vergunning beschikt over een kennelijk onevenredige grote voorraad aan middelen in verhouding tot de reële behoeftes en de daaruit voortvloeiende verwachte verkoop. Deze beslissing houdende tijdelijke schorsing wordt gemotiveerd aan de hand van de ramingen ingediend bij het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen, bedoeld in het Enkelvoudig Verdrag inzake Verdovende Middelen, 1961.
Art. 27. § 1. [1 Les titulaires d'une autorisation d'activités, autorisés spécifiquement pour la fabrication et l'importation, doivent transmettre chaque année pour le 1er mai une estimation de
1° la quantité de produits qu'ils importeront pour le marché belge l'année suivante
2° le cas échéant: la quantité de substances qu'ils fabriqueront l'année suivante.]1
Les titulaires d'autorisation visés à l'alinéa 1er informent l'AFMPS de toute modification substantielle de l'estimation communiquée. Il est obligatoire de fournir à l'AFMPS des informations complémentaires en vue de répondre aux obligations internationales en matière d'établissement de rapport à l'Organe international de contrôle des stupéfiants (OICS).
§ 2. Le Ministre peut suspendre temporairement l'autorisation d'activités visée à l'alinéa 1er, en ce qui concerne la fabrication, quand et aussi longtemps que le titulaire de cette autorisation dispose d'un stock élevé de produits manifestement disproportionné par rapport aux besoins réels et à la vente escomptée qui en résulte. Cette décision portant suspension temporaire est motivée au moyen des estimations introduites auprès de l'Organe international de contrôle des stupéfiants, visé dans la Convention unique sur les Stupéfiants, 1961.
1° la quantité de produits qu'ils importeront pour le marché belge l'année suivante
2° le cas échéant: la quantité de substances qu'ils fabriqueront l'année suivante.]1
Les titulaires d'autorisation visés à l'alinéa 1er informent l'AFMPS de toute modification substantielle de l'estimation communiquée. Il est obligatoire de fournir à l'AFMPS des informations complémentaires en vue de répondre aux obligations internationales en matière d'établissement de rapport à l'Organe international de contrôle des stupéfiants (OICS).
§ 2. Le Ministre peut suspendre temporairement l'autorisation d'activités visée à l'alinéa 1er, en ce qui concerne la fabrication, quand et aussi longtemps que le titulaire de cette autorisation dispose d'un stock élevé de produits manifestement disproportionné par rapport aux besoins réels et à la vente escomptée qui en résulte. Cette décision portant suspension temporaire est motivée au moyen des estimations introduites auprès de l'Organe international de contrôle des stupéfiants, visé dans la Convention unique sur les Stupéfiants, 1961.
Modifications
Art. 28. § 1. De houders van een eindgebruikersvergunning die middelen bezitten in het kader van analyses van producten of menselijke stalen, zijn verplicht om dagelijks de geanonimiseerde resultaten van elke analyse die positief blijken voor :
1° stoffen, uitgezonderd cannabis, tetrahydrocannabinol en tetrahydrocannabinolzuur;
2° andere scheikundige verbindingen die door aanwijzingen een vermoeden scheppen tot een vergelijkbare bedreiging voor de volksgezondheid als de stoffen;
door te geven aan het Belgisch REITOX Focal Point, zelfs wanneer deze analyse kadert in een gerechtelijk onderzoek of een opsporingsonderzoek.
§ 2. De Minister kan de modaliteiten en het formaat vastleggen voor de elektronische indiening van de gegevens overeenkomstig paragraaf 1. Hij kan de elektronische indiening verplicht stellen.
1° stoffen, uitgezonderd cannabis, tetrahydrocannabinol en tetrahydrocannabinolzuur;
2° andere scheikundige verbindingen die door aanwijzingen een vermoeden scheppen tot een vergelijkbare bedreiging voor de volksgezondheid als de stoffen;
door te geven aan het Belgisch REITOX Focal Point, zelfs wanneer deze analyse kadert in een gerechtelijk onderzoek of een opsporingsonderzoek.
§ 2. De Minister kan de modaliteiten en het formaat vastleggen voor de elektronische indiening van de gegevens overeenkomstig paragraaf 1. Hij kan de elektronische indiening verplicht stellen.
Art. 28. § 1er. Les titulaires d'une autorisation d'utilisateur final qui détiennent des produits dans le cadre d'analyses des matières ou d'échantillons mensuels, sont tenus de transmettre chaque jour les résultats anonymisés de chaque analyse qui s'avèrent positifs pour :
1° les substances, à l'exception du cannabis, tétrahydrocannabinol et de l'acide tétrahydrocannabinolique;
2° d'autres structures chimiques qui, constatations à l'appui, induisent pour la santé publique un soupçon de menace comparable aux substances;
au REITOX Focal Point belge, même lorsque cette analyse s'inscrit dans le cadre d'une instruction judiciaire ou d'une information pénale.
§ 2. Le Ministre peut fixer les modalités et le format pour l'introduction électronique des données conformément au paragraphe 1. Il peut rendre obligatoire l'introduction électronique.
1° les substances, à l'exception du cannabis, tétrahydrocannabinol et de l'acide tétrahydrocannabinolique;
2° d'autres structures chimiques qui, constatations à l'appui, induisent pour la santé publique un soupçon de menace comparable aux substances;
au REITOX Focal Point belge, même lorsque cette analyse s'inscrit dans le cadre d'une instruction judiciaire ou d'une information pénale.
§ 2. Le Ministre peut fixer les modalités et le format pour l'introduction électronique des données conformément au paragraphe 1. Il peut rendre obligatoire l'introduction électronique.
Art. 29. § 1. Verliezen wegens diefstal, breuk of schade aan een verpakking [1 of verliezen waarvoor geen duidelijke verklaring is,]1 moeten onmiddellijk aan het FAGG gemeld worden.
§ 2. Het FAGG wordt onmiddellijk door de verantwoordelijke persoon in kennis gesteld van verdachte transacties en elk ander voorval, al dan niet met middelen, dat erop kan wijzen dat de middelen worden aangewend voor illegale doeleinden.
§ 2. Het FAGG wordt onmiddellijk door de verantwoordelijke persoon in kennis gesteld van verdachte transacties en elk ander voorval, al dan niet met middelen, dat erop kan wijzen dat de middelen worden aangewend voor illegale doeleinden.
Modifications
Art. 29. § 1er. Toute perte due à un vol, un bris ou un dommage causé à un conditionnement [1 ou toute perte pour laquelle il n'y a pas d'explication claire]1 doit immédiatement être notifiée à l'AFMPS.
§ 2. L'AFMPS est immédiatement informée par la personne responsable de transactions suspectes et de tout autre incident, impliquant ou non des produits, pouvant indiquer que les produits sont utilisés à des fins illégales.
§ 2. L'AFMPS est immédiatement informée par la personne responsable de transactions suspectes et de tout autre incident, impliquant ou non des produits, pouvant indiquer que les produits sont utilisés à des fins illégales.
Modifications
Art. 30. Alle in dit besluit bedoelde documenten en registers moeten worden bewaard gedurende ten minste tien jaar te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin de laatst ingeschreven verrichtingen hebben plaatsgevonden.
Deze documenten en registers moeten op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar onmiddellijk beschikbaar zijn voor controle.
Deze documenten en registers moeten op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar onmiddellijk beschikbaar zijn voor controle.
Art. 30. Tous les documents et registres visés dans le présent arrêté doivent être conservés durant au moins dix ans à compter de la fin de l'année civile au cours de laquelle ont eu lieu les dernières opérations inscrites.
Ces documents et registres doivent immédiatement être disponibles pour contrôle lors de la première demande du fonctionnaire compétent.
Ces documents et registres doivent immédiatement être disponibles pour contrôle lors de la première demande du fonctionnaire compétent.
HOOFDSTUK 5. - Internationale handel
CHAPITRE 5. - Commerce international
Art. 31. § 1. Onverminderd de vergunning is iedere invoer van middelen onderworpen aan een voorafgaande invoervergunning van de Minister of zijn afgevaardigde.
§ 2. De invoervergunning bedoeld in paragraaf 1 wordt afgeleverd [5 ...]5 op veiligheidspapier en bevat de volgende vermeldingen :
1° een uniek vergunningsnummer;
2° de naam van de invoerder;
3° het adres van de activiteiten van de invoerder;
4° de naam en het adres van de uitvoerder zoals vermeld op de vergunning verleend door de bevoegde autoriteiten in het land van uitvoer;
5° de hoeveelheid van de middelen;
6° de naam van de middelen :
a. indien een stof : de algemene internationale wetenschappelijke naam volgens de INN normen;
b. indien een preparaat : de naam, de farmaceutische vorm en de éénheidsdosis of concentratie;
7° de naam en hoeveelheid, uitgedrukt als watervrije base, van de middelen;
8° de uitgiftedatum;
9° de vervaldatum;
10° indien van toepassing, de vermelding `voor heruitvoer'.
§ 3. De invoervergunning bestaat uit [1 ...]1 [4 3]4 exemplaren :
1° een eerste origineel getekend exemplaar bestemd voor de uitvoerder tot het bekomen van een uitvoervergunning bij de bevoegde overheid van het uitvoerende land. Indien deze bevoegde overheid geen uitvoervergunning vereist voor de middelen, dient dit exemplaar van de invoervergunning de zending van de middelen te vergezellen bij de invoer;
2° een tweede exemplaar ter validatie en bewaring door de invoerder;
3° [4 een derde exemplaar dat gebruikt wordt voor gebeurlijke controle en validatie door de bevoegde ambtenaar.]4
4° [4 ...]4
§ 4. De invoervergunning bedoeld in paragraaf 1 is geldig voor een maximale duur van 6 maanden te rekenen vanaf de datum van uitgifte.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is de invoer van de volgende middelen niet onderworpen aan de vergunning bedoeld in paragraaf 1 voor zover deze worden aangewend voor analytische doeleinden :
1° preparaten met een concentratie niet hoger dan 1 mg/ml en een maximale inhoud van 1 ml per preparaat, voor analytische doeleinden door een houder van een eindgebruikersvergunning [3 zoals bedoeld in artikel 28]3;
2° kleine hoeveelheden middelen, die uitsluitend stoffen bevatten uit bijlage IV.
§ 2. De invoervergunning bedoeld in paragraaf 1 wordt afgeleverd [5 ...]5 op veiligheidspapier en bevat de volgende vermeldingen :
1° een uniek vergunningsnummer;
2° de naam van de invoerder;
3° het adres van de activiteiten van de invoerder;
4° de naam en het adres van de uitvoerder zoals vermeld op de vergunning verleend door de bevoegde autoriteiten in het land van uitvoer;
5° de hoeveelheid van de middelen;
6° de naam van de middelen :
a. indien een stof : de algemene internationale wetenschappelijke naam volgens de INN normen;
b. indien een preparaat : de naam, de farmaceutische vorm en de éénheidsdosis of concentratie;
7° de naam en hoeveelheid, uitgedrukt als watervrije base, van de middelen;
8° de uitgiftedatum;
9° de vervaldatum;
10° indien van toepassing, de vermelding `voor heruitvoer'.
§ 3. De invoervergunning bestaat uit [1 ...]1 [4 3]4 exemplaren :
1° een eerste origineel getekend exemplaar bestemd voor de uitvoerder tot het bekomen van een uitvoervergunning bij de bevoegde overheid van het uitvoerende land. Indien deze bevoegde overheid geen uitvoervergunning vereist voor de middelen, dient dit exemplaar van de invoervergunning de zending van de middelen te vergezellen bij de invoer;
2° een tweede exemplaar ter validatie en bewaring door de invoerder;
3° [4 een derde exemplaar dat gebruikt wordt voor gebeurlijke controle en validatie door de bevoegde ambtenaar.]4
4° [4 ...]4
§ 4. De invoervergunning bedoeld in paragraaf 1 is geldig voor een maximale duur van 6 maanden te rekenen vanaf de datum van uitgifte.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is de invoer van de volgende middelen niet onderworpen aan de vergunning bedoeld in paragraaf 1 voor zover deze worden aangewend voor analytische doeleinden :
1° preparaten met een concentratie niet hoger dan 1 mg/ml en een maximale inhoud van 1 ml per preparaat, voor analytische doeleinden door een houder van een eindgebruikersvergunning [3 zoals bedoeld in artikel 28]3;
2° kleine hoeveelheden middelen, die uitsluitend stoffen bevatten uit bijlage IV.
Modifications
Art. 31. § 1er. Nonobstant l'existence d'une autorisation, chaque importation de produits est soumise à une autorisation d'importation préalable du Ministre ou de son délégué.
§ 2. L'autorisation d'importation visée au paragraphe 1er est délivrée [5 ...]5 sur du papier sécurisé et comprend les indications suivantes :
1° un numéro d'autorisation unique;
2° le nom de l'importateur;
3° l'adresse des activités de l'importateur;
4° le nom et l'adresse de l'exportateur tels que mentionnés sur l'autorisation émise par les autorités compétentes du pays d'exportation;
5° la quantité des produits;
6° le nom des produits :
a. s'il s'agit d'une substance : la dénomination commune internationale selon les normes DCI
b. s'il s'agit d'une préparation : le nom, la forme pharmaceutique et la dose ou concentration unitaire;
7° le nom et la quantité, exprimés en base anhydre, des substances;
8° la date d'émission;
9° la date de péremption;
10° le cas échéant, l'indication " pour réexportation ".
§ 3. L'autorisation d'importation est établie en [1 ...]1 [4 3]4 exemplaires :
1° un premier exemplaire original signé originalement, destiné à l'exportateur jusqu'à l'obtention d'une autorisation d'exportation des autorités compétentes du pays exportateur. Si ces autorités compétentes n'exigent pas d'autorisation d'exportation pour les produits, cet exemplaire de l'autorisation d'importation doit accompagner l'envoi des produits lors de l'importation;
2° un deuxième exemplaire à valider et conserver par l'importateur;
3° [4 un troisième exemplaire qui est, le cas échéant, utilisé pour le contrôle et la validation par le fonctionnaire compétent.]4
4° [4 ...]4
§ 4. L'autorisation d'importation visée au paragraphe 1er est valable pour une durée maximale de 6 mois à compter de la date d'émission.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, l'importation des produits suivants n'est pas soumise à l'autorisation visée au paragraphe 1er, pour autant que ces préparations `[2 ...]2 soient utilisées à des fins analytiques :
1° préparations avec une concentration qui n'est pas supérieure à 1 mg/ml et un contenu maximal de 1 ml par préparation, à des fins analytiques par un titulaire d'une autorisation d'utilisateur final [3 telle que visée à l'article 28 "<<]3;
2° de petites quantités de produits qui contiennent uniquement des substances visées à l'annexe IV.
§ 2. L'autorisation d'importation visée au paragraphe 1er est délivrée [5 ...]5 sur du papier sécurisé et comprend les indications suivantes :
1° un numéro d'autorisation unique;
2° le nom de l'importateur;
3° l'adresse des activités de l'importateur;
4° le nom et l'adresse de l'exportateur tels que mentionnés sur l'autorisation émise par les autorités compétentes du pays d'exportation;
5° la quantité des produits;
6° le nom des produits :
a. s'il s'agit d'une substance : la dénomination commune internationale selon les normes DCI
b. s'il s'agit d'une préparation : le nom, la forme pharmaceutique et la dose ou concentration unitaire;
7° le nom et la quantité, exprimés en base anhydre, des substances;
8° la date d'émission;
9° la date de péremption;
10° le cas échéant, l'indication " pour réexportation ".
§ 3. L'autorisation d'importation est établie en [1 ...]1 [4 3]4 exemplaires :
1° un premier exemplaire original signé originalement, destiné à l'exportateur jusqu'à l'obtention d'une autorisation d'exportation des autorités compétentes du pays exportateur. Si ces autorités compétentes n'exigent pas d'autorisation d'exportation pour les produits, cet exemplaire de l'autorisation d'importation doit accompagner l'envoi des produits lors de l'importation;
2° un deuxième exemplaire à valider et conserver par l'importateur;
3° [4 un troisième exemplaire qui est, le cas échéant, utilisé pour le contrôle et la validation par le fonctionnaire compétent.]4
4° [4 ...]4
§ 4. L'autorisation d'importation visée au paragraphe 1er est valable pour une durée maximale de 6 mois à compter de la date d'émission.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, l'importation des produits suivants n'est pas soumise à l'autorisation visée au paragraphe 1er, pour autant que ces préparations `[2 ...]2 soient utilisées à des fins analytiques :
1° préparations avec une concentration qui n'est pas supérieure à 1 mg/ml et un contenu maximal de 1 ml par préparation, à des fins analytiques par un titulaire d'une autorisation d'utilisateur final [3 telle que visée à l'article 28 "<<]3;
2° de petites quantités de produits qui contiennent uniquement des substances visées à l'annexe IV.
Modifications
Art. 32. § 1. De aanvraag voor de invoervergunning bedoeld in artikel 31, § 1 wordt voor iedere invoer naar het FAGG gestuurd [1 ...]1 door een titularis van een apotheek, de verantwoordelijke persoon bedoeld in artikel 9 of de personen hiertoe aangeduid in de organisatieprocedure zoals vermeld in art. 11, § 2.
De aanvraag bedoeld in lid 1 bevat de volgende inlichtingen :
1° de datum van de aanvraag
2° het nummer van de vergunning, of indien van toepassing het vergunningsnummer van de apotheek en de artsenverklaring bedoeld in artikel 105 van het koninklijk besluit van 14 december 2006 "betreffende geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik;
3° de naam en het adres van de invoerder;
4° de naam en het adres van de uitvoerder zoals vermeld op de vergunning verleend door de bevoegde autoriteiten in het land van uitvoer;
5° de naam en hoeveelheid van de middelen;
6° indien van toepassing de farmaceutische vorm, de eenheidsdosis of de concentratie;
7° het doel van de invoer, met minstens de aanduiding of de invoer al of niet in het kader van heruitvoer geschiedt.
En indien gevraagd door het FAGG, dient de aanvraag ook de volgende inlichtingen te bevatten :
1° een afschrift van de activiteitenvergunning van de uitvoerder, zoals uitgeven door de bevoegde autoriteiten in het land van uitvoer;
2° een officieel document dat de gegevens onder lid 2, 5° kan bevestigen.
Het FAGG stelt het model van het formulier bestemd voor de in lid 1 bedoelde aanvraag op, alsook de nadere regels voor de indiening van de aanvraag, en stelt het formulier en de regels beschikbaar op zijn website.
§ 2. [2 De aanvraag wordt via elektronische weg ingediend, via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG, tenzij de aanvrager kan aantonen dat de aanvraag van dringende aard is en de indiening via dit portaal ertoe zou leiden dat de vergunning niet tijdig kan worden verleend voor het doel waarvoor de aanvrager de aanvraag indient.]2
§ 3. Het FAGG bevestigt de werkelijk ingevoerde hoeveelheid aan middelen op het exemplaar van de uitvoervergunning, uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het uitvoerende land en opgestuurd naar het FAGG. Indien de bevoegde autoriteiten van het uitvoerende land geregistreerd zijn op het systeem I2ES van het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen [3 of indien zij de gegevens bezorgen via elektronische communicatie]3, kan de validatie door het FAGG ook via dit systeem [3 of via wederkerige elektronische communicatie]3 gebeuren.
De aanvraag bedoeld in lid 1 bevat de volgende inlichtingen :
1° de datum van de aanvraag
2° het nummer van de vergunning, of indien van toepassing het vergunningsnummer van de apotheek en de artsenverklaring bedoeld in artikel 105 van het koninklijk besluit van 14 december 2006 "betreffende geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik;
3° de naam en het adres van de invoerder;
4° de naam en het adres van de uitvoerder zoals vermeld op de vergunning verleend door de bevoegde autoriteiten in het land van uitvoer;
5° de naam en hoeveelheid van de middelen;
6° indien van toepassing de farmaceutische vorm, de eenheidsdosis of de concentratie;
7° het doel van de invoer, met minstens de aanduiding of de invoer al of niet in het kader van heruitvoer geschiedt.
En indien gevraagd door het FAGG, dient de aanvraag ook de volgende inlichtingen te bevatten :
1° een afschrift van de activiteitenvergunning van de uitvoerder, zoals uitgeven door de bevoegde autoriteiten in het land van uitvoer;
2° een officieel document dat de gegevens onder lid 2, 5° kan bevestigen.
Het FAGG stelt het model van het formulier bestemd voor de in lid 1 bedoelde aanvraag op, alsook de nadere regels voor de indiening van de aanvraag, en stelt het formulier en de regels beschikbaar op zijn website.
§ 2. [2 De aanvraag wordt via elektronische weg ingediend, via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG, tenzij de aanvrager kan aantonen dat de aanvraag van dringende aard is en de indiening via dit portaal ertoe zou leiden dat de vergunning niet tijdig kan worden verleend voor het doel waarvoor de aanvrager de aanvraag indient.]2
§ 3. Het FAGG bevestigt de werkelijk ingevoerde hoeveelheid aan middelen op het exemplaar van de uitvoervergunning, uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het uitvoerende land en opgestuurd naar het FAGG. Indien de bevoegde autoriteiten van het uitvoerende land geregistreerd zijn op het systeem I2ES van het Internationale Comité van Toezicht op verdovende middelen [3 of indien zij de gegevens bezorgen via elektronische communicatie]3, kan de validatie door het FAGG ook via dit systeem [3 of via wederkerige elektronische communicatie]3 gebeuren.
Art. 32. § 1er. La demande d'autorisation d'importation visée à l'article 31, § 1er est envoyée à l'AFMPS pour chaque importation [1 ...]1 par un titulaire d'une officine pharmaceutique, la personne responsable visée à l'article 9 ou les personnes désignées à cet effet dans la procédure d'organisation telle que visée à l'art. 11, § 2.
La demande visée à l'alinéa 1er contient les informations suivantes :
1° la date de la demande;
2° le numéro de l'autorisation ou, le cas échéant, le numéro d'autorisation de l'officine pharmaceutique et la déclaration du médecin visée à l'article 105 de l'arrêté royal du 14 décembre 2006 relatif aux médicaments à usage humain et vétérinaire;
3° le nom et l'adresse de l'importateur;
4° le nom et l'adresse de l'exportateur tels que mentionnés sur l'autorisation d'exportation émise par les autorités compétentes du pays d'exportation;
5° le nom et la quantité des produits;
6° le cas échéant, la forme pharmaceutique, la dose unitaire ou la concentration;
7° le but de l'importation en mentionnant, le cas échéant, que l'importation a lieu en vue de la réexportation.
Et sur demande de l'AFMPS, la demande doit également contenir les informations suivantes :
1° une copie de l'autorisation d'activités de l'exportateur, telle qu'émise par les autorités compétentes dans le pays exportateur;
2° un document officiel pouvant confirmer les données visées à l'alinéa 2, 5°.
L'AFMPS établit le modèle du formulaire destiné à la demande visée à l'alinéa 1er, ainsi que les modalités d'introduction de la demande, et met le formulaire et les règles à disposition sur son site web.
§ 2. [2 La demande est déposée par voie électronique, par le biais d'un portail accessible sur le site internet du AFMPS, sauf si le demandeur peut démontrer que la demande revêt un caractère urgent et que la déposition par ce portail aurait pour conséquence que l'autorisation ne serait pas accordée à temps pour l'objet pour lequel le demandeur dépose la demande.]2
§ 3. L'AFMPS confirme la quantité de produits réellement importés dans l'exemplaire de l'autorisation d'exportation, émis par les autorités compétentes du pays exportateur et envoyé à l'AFMPS. Si les autorités compétentes du pays exportateur sont enregistrées dans le système I2ES de l'Organe international de contrôle des stupéfiants [3 ou s'ils fournissent les données par communication électronique]3, la validation par l'AFMPS peut également se faire par ce système [3 ou par le biais de communications électroniques réciproque]3.
La demande visée à l'alinéa 1er contient les informations suivantes :
1° la date de la demande;
2° le numéro de l'autorisation ou, le cas échéant, le numéro d'autorisation de l'officine pharmaceutique et la déclaration du médecin visée à l'article 105 de l'arrêté royal du 14 décembre 2006 relatif aux médicaments à usage humain et vétérinaire;
3° le nom et l'adresse de l'importateur;
4° le nom et l'adresse de l'exportateur tels que mentionnés sur l'autorisation d'exportation émise par les autorités compétentes du pays d'exportation;
5° le nom et la quantité des produits;
6° le cas échéant, la forme pharmaceutique, la dose unitaire ou la concentration;
7° le but de l'importation en mentionnant, le cas échéant, que l'importation a lieu en vue de la réexportation.
Et sur demande de l'AFMPS, la demande doit également contenir les informations suivantes :
1° une copie de l'autorisation d'activités de l'exportateur, telle qu'émise par les autorités compétentes dans le pays exportateur;
2° un document officiel pouvant confirmer les données visées à l'alinéa 2, 5°.
L'AFMPS établit le modèle du formulaire destiné à la demande visée à l'alinéa 1er, ainsi que les modalités d'introduction de la demande, et met le formulaire et les règles à disposition sur son site web.
§ 2. [2 La demande est déposée par voie électronique, par le biais d'un portail accessible sur le site internet du AFMPS, sauf si le demandeur peut démontrer que la demande revêt un caractère urgent et que la déposition par ce portail aurait pour conséquence que l'autorisation ne serait pas accordée à temps pour l'objet pour lequel le demandeur dépose la demande.]2
§ 3. L'AFMPS confirme la quantité de produits réellement importés dans l'exemplaire de l'autorisation d'exportation, émis par les autorités compétentes du pays exportateur et envoyé à l'AFMPS. Si les autorités compétentes du pays exportateur sont enregistrées dans le système I2ES de l'Organe international de contrôle des stupéfiants [3 ou s'ils fournissent les données par communication électronique]3, la validation par l'AFMPS peut également se faire par ce système [3 ou par le biais de communications électroniques réciproque]3.
Art. 33. Elke invoer van middelen bevattende stoffen uit bijlage I, II en IV is onderworpen aan controle door de bevoegde ambtenaar alvorens de verpakking kan verbroken worden. De invoerder overhandigt hierbij [1 het exemplaar van de invoervergunning bedoeld in artikel 31, § 2, 4° ]1, aan de bevoegde ambtenaar die hierop de hoeveelheden valideert, de invoerdatum noteert en terugbezorgt aan het FAGG.
De bevoegde ambtenaar kan steeds alle ingevoerde middelen inspecteren, een analysecertificaat eisen alsook monsters nemen.
De in lid 1 bedoelde controle en validatie is niet verplicht indien het gaat om een invoer van :
1° kleine hoeveelheden middelen uitsluitend bestemd voor analytische doeleinden; of
2° middelen door een apotheker [3 of door een titularis van een depot]3.
In deze gevallen [2 , alsook bij de invoer van middelen met stoffen uit bijlage III,]2 bezorgt de invoerder zelf het FAGG de gegevens over :
1° de datum van invoer;
2° de werkelijk ingevoerde hoeveelheden;
3° een kopie van de factuur betreffende deze invoer;
op [2 ...]2 elektronische wijze [2 , via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG]2, dit niet later dan 14 dagen na ontvangst van de ingevoerde middelen.
De bevoegde ambtenaar kan steeds alle ingevoerde middelen inspecteren, een analysecertificaat eisen alsook monsters nemen.
De in lid 1 bedoelde controle en validatie is niet verplicht indien het gaat om een invoer van :
1° kleine hoeveelheden middelen uitsluitend bestemd voor analytische doeleinden; of
2° middelen door een apotheker [3 of door een titularis van een depot]3.
In deze gevallen [2 , alsook bij de invoer van middelen met stoffen uit bijlage III,]2 bezorgt de invoerder zelf het FAGG de gegevens over :
1° de datum van invoer;
2° de werkelijk ingevoerde hoeveelheden;
3° een kopie van de factuur betreffende deze invoer;
op [2 ...]2 elektronische wijze [2 , via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG]2, dit niet later dan 14 dagen na ontvangst van de ingevoerde middelen.
Art. 33. Chaque importateur de produits contenant des substances reprises aux annexes I, II et IV est soumis à un contrôle par le fonctionnaire compétent avant que le conditionnement puisse être ouvert. L'importateur remet [1 l'exemplaire de l'autorisation d'importation visée à l'article 31, § 2, 4° ]1, au fonctionnaire compétent qui valide sur celui-ci les quantités, note la date d'importation et conserve ensuite l'exemplaire à l'AFMPS.
Le fonctionnaire compétent peut toujours inspecter toutes les substances importées, exiger un certificat d'analyse ainsi que prélever des échantillons.
Le contrôle et la validation visés à l'alinéa 1er ne sont pas obligatoires s'il s'agit d'une importation de :
1° petites quantités de produits destinés exclusivement à des fins analytiques; ou
2° produits par un pharmacien [3 où par un titulaire d'un dépôt]3.
Dans ces cas [2 ainsi que sur les importations de produits contenant des substances énumérées à l'annexe III]2, l'importateur transmet lui-même à l'AFMPS les données relatives à :
1° la date d'importation;
2° les quantités effectivement importées;
3° une copie de la facture relative à cette importation;
sous forme [2 ...]2 électronique [2 via un portail accessible via le site internet de l'AFMPS]2, et ce, au plus tard 14 jours après réception des produits importés.
Le fonctionnaire compétent peut toujours inspecter toutes les substances importées, exiger un certificat d'analyse ainsi que prélever des échantillons.
Le contrôle et la validation visés à l'alinéa 1er ne sont pas obligatoires s'il s'agit d'une importation de :
1° petites quantités de produits destinés exclusivement à des fins analytiques; ou
2° produits par un pharmacien [3 où par un titulaire d'un dépôt]3.
Dans ces cas [2 ainsi que sur les importations de produits contenant des substances énumérées à l'annexe III]2, l'importateur transmet lui-même à l'AFMPS les données relatives à :
1° la date d'importation;
2° les quantités effectivement importées;
3° une copie de la facture relative à cette importation;
sous forme [2 ...]2 électronique [2 via un portail accessible via le site internet de l'AFMPS]2, et ce, au plus tard 14 jours après réception des produits importés.
Art. 34. § 1. Onverminderd de vergunning is iedere uitvoer van middelen onderworpen aan een voorafgaande uitvoervergunning van de Minister of zijn afgevaardigde.
§ 2. De uitvoervergunning bedoeld in paragraaf 1 wordt afgeleverd [4 ...]4 op veiligheidspapier en bevat de volgende vermeldingen :
1° een uniek vergunningsnummer;
2° de naam van de uitvoerder;
3° de plaats van activiteiten van de uitvoerder;
4° de naam en adres van de invoerder conform het adres op de invoervergunning uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land;
5° volgnummer en datum van verlening van de invoervergunning afgeleverd door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land;
6° de hoeveelheid van de middelen;
7° de naam van de middelen :
a. indien een stof : de algemene internationale wetenschappelijke naam volgens de INN normen en
b. indien een preparaat : de naam, de farmaceutische vorm en de éénheidsdosis of concentratie;
8° de naam en de hoeveelheid, uitgedrukt als watervrije base van de middelen;
9° de uitgiftedatum;
10° de vervaldatum
§ 3. De uitvoervergunning bestaat uit [1 ...]1 [2 5 exemplaren]2 :
1° een eerste, origineel getekend exemplaar bestemd om op de buitenkant van het pakket van de uit te voeren middelen te bevestigen;
2° een tweede exemplaar bestemd om in het pakket van de uit te voeren middelen toe te voegen;
3° een derde exemplaar ter validatie en bewaring door de uitvoerder;
4° een vierde exemplaar ter zending door het FAGG naar de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land ter validering;
5° [2 een vijfde exemplaar dat gebruikt wordt voor de gebeurlijke controle en validatie door de bevoegde ambtenaar.]2
6° [2 ...]2
[2 In afwijking van het eerste lid, kan de zending bedoeld onder 4° vervangen worden door een elektronische communicatie naar de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land ter validering.]2
§ 4. De uitvoervergunning bedoeld in paragraaf 1 heeft een geldigheidsduur van 3 maanden, te rekenen vanaf de datum van uitgifte.
Deze geldigheidsduur kan worden [3 verminderd of]3 verlengd conform de geldigheidsduur zoals vermeld op de invoervergunning [3 of, indien van toepassing, de verklaring van geen bezwaar bedoeld in artikel 35, § 1, derde lid, 2°,]3 uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land, zonder een maximale geldigheidsduur van 6 maanden te overschrijden.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is er geen voorafgaande uitvoervergunning nodig voor de uitvoer die kadert in medische noodhulp bedoeld in de Modelrichtsnoeren van 25 mei 1996 voor de Internationale voorziening van Gecontroleerde Geneesmiddelen voor Medische Noodhulp van de Wereldgezondheidsorganisatie zoals hernomen in bijlage VII, door een groothandel met humanitair doel, op voorwaarde dat die groothandel zo snel mogelijk het FAGG op de hoogte brengt van de uitvoer door een a posteriori melding van deze uitvoer met toevoeging van het ontvangen aanvraagformulier zoals opgenomen in de modelrichtsnoeren in bijlage VII.
§ 6. In afwijking van paragraaf 1 is de uitvoer van kleine hoeveelheden middelen, uitsluitend met stoffen uit bijlage IV. niet onderworpen aan de vergunning bedoeld in paragraaf 1, voor zover deze aangewend worden voor analytische doeleinden :
§ 2. De uitvoervergunning bedoeld in paragraaf 1 wordt afgeleverd [4 ...]4 op veiligheidspapier en bevat de volgende vermeldingen :
1° een uniek vergunningsnummer;
2° de naam van de uitvoerder;
3° de plaats van activiteiten van de uitvoerder;
4° de naam en adres van de invoerder conform het adres op de invoervergunning uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land;
5° volgnummer en datum van verlening van de invoervergunning afgeleverd door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land;
6° de hoeveelheid van de middelen;
7° de naam van de middelen :
a. indien een stof : de algemene internationale wetenschappelijke naam volgens de INN normen en
b. indien een preparaat : de naam, de farmaceutische vorm en de éénheidsdosis of concentratie;
8° de naam en de hoeveelheid, uitgedrukt als watervrije base van de middelen;
9° de uitgiftedatum;
10° de vervaldatum
§ 3. De uitvoervergunning bestaat uit [1 ...]1 [2 5 exemplaren]2 :
1° een eerste, origineel getekend exemplaar bestemd om op de buitenkant van het pakket van de uit te voeren middelen te bevestigen;
2° een tweede exemplaar bestemd om in het pakket van de uit te voeren middelen toe te voegen;
3° een derde exemplaar ter validatie en bewaring door de uitvoerder;
4° een vierde exemplaar ter zending door het FAGG naar de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land ter validering;
5° [2 een vijfde exemplaar dat gebruikt wordt voor de gebeurlijke controle en validatie door de bevoegde ambtenaar.]2
6° [2 ...]2
[2 In afwijking van het eerste lid, kan de zending bedoeld onder 4° vervangen worden door een elektronische communicatie naar de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land ter validering.]2
§ 4. De uitvoervergunning bedoeld in paragraaf 1 heeft een geldigheidsduur van 3 maanden, te rekenen vanaf de datum van uitgifte.
Deze geldigheidsduur kan worden [3 verminderd of]3 verlengd conform de geldigheidsduur zoals vermeld op de invoervergunning [3 of, indien van toepassing, de verklaring van geen bezwaar bedoeld in artikel 35, § 1, derde lid, 2°,]3 uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land, zonder een maximale geldigheidsduur van 6 maanden te overschrijden.
§ 5. In afwijking van paragraaf 1 is er geen voorafgaande uitvoervergunning nodig voor de uitvoer die kadert in medische noodhulp bedoeld in de Modelrichtsnoeren van 25 mei 1996 voor de Internationale voorziening van Gecontroleerde Geneesmiddelen voor Medische Noodhulp van de Wereldgezondheidsorganisatie zoals hernomen in bijlage VII, door een groothandel met humanitair doel, op voorwaarde dat die groothandel zo snel mogelijk het FAGG op de hoogte brengt van de uitvoer door een a posteriori melding van deze uitvoer met toevoeging van het ontvangen aanvraagformulier zoals opgenomen in de modelrichtsnoeren in bijlage VII.
§ 6. In afwijking van paragraaf 1 is de uitvoer van kleine hoeveelheden middelen, uitsluitend met stoffen uit bijlage IV. niet onderworpen aan de vergunning bedoeld in paragraaf 1, voor zover deze aangewend worden voor analytische doeleinden :
Art. 34. § 1er. Nonobstant l'existence d'une autorisation, chaque exportation de produits est soumise à une autorisation préalable d'exportation du Ministre ou de son délégué.
§ 2. L'autorisation d'exportation visée au paragraphe 1er est délivrée [4 ...]4 sur papier sécurisé et comprend les indications suivantes :
1° un numéro unique d'autorisation;
2° le nom de l'exportateur;
3° le lieu des activités de l'exportateur;
4° le nom et l'adresse de l'importateur tels que mentionnés sur l'autorisation d'importation émise par les autorités compétentes du pays receveur;
5° le numéro de suivi et la date de délivrance de l'autorisation d'importation délivrée par les autorités compétentes du pays receveur;
6° la quantité des produits;
7° le nom des produits :
a. s'il s'agit d'une substance : la dénomination scientifique internationale selon les normes INN et
b. s'il s'agit d'une préparation : le nom, la forme pharmaceutique et la dose ou concentration unitaire;
8° le nom et la quantité, exprimés en base anhydre, des substances;
9° la date d'émission;
10° la date d'échéance.
§ 3. L'autorisation d'exportation est établie en [1 ...]1 [2 5 exemplaires]2 :
1° un premier exemplaire original signé, destiné à être placé sur le côté extérieur du colis des produits à exporter;
2° un deuxième exemplaire destiné à être ajouté dans le colis des produits à exporter;
3° un troisième exemplaire à valider et conserver par l'exportateur;
4° un quatrième exemplaire envoyé par l'AFMPS aux autorités compétentes du pays receveur pour validation;
5° [2 un cinquième exemplaire qui est utilisé pour le contrôle éventuel et la validation par le fonctionnaire compétent.]2
6° [2 ...]2
[2 Par dérogation au premier alinéa, l'envoi visé au 4° peut être remplacé par une communication électronique aux autorités compétentes du pays receveur pour validation.]2
§ 4. L'autorisation d'exportation visée au paragraphe 1er a une durée de validité de 3 mois à compter de la date d'émission.
Cette durée de validité peut être [3 réduite ou]3 prolongée conformément à la durée de validité visée dans l'autorisation d'importation [3 ou, le cas échéant, la lettre de non-objection visée à l'article 35, § 1er, troisième alinéa, 2°,]3 émise par les autorités compétentes du pays receveur, sans dépasser une durée de validité maximale de 6 mois.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, aucune autorisation d'exportation préalable n'est nécessaire pour l'exportation qui s'inscrit dans les soins médicaux d'urgence visés dans les Lignes directrices type du 25 mai 1996 pour la Fourniture, au niveau international, des médicaments soumis à contrôle destinés aux soins médicaux d'urgence de l'Organisation mondiale de la santé, telles que reprises en annexe VII, par un distributeur en gros à but humanitaire, à condition que ce distributeur en gros informe l'AFMPS dans les plus brefs délais de l'exportation par une notification a posteriori de cette exportation accompagnée du formulaire de demande reçu tel que repris dans les lignes directrices type à l'annexe VII.
§ 6. Par dérogation au paragraphe 1er, l'exportation de petites quantités de produits, qui contiennent exclusivement des substances visées à l'annexe IV, n'est pas soumise à l'autorisation visée au paragraphe 1er, pour autant que ceux-ci soient utilisés à des fins analytiques.
§ 2. L'autorisation d'exportation visée au paragraphe 1er est délivrée [4 ...]4 sur papier sécurisé et comprend les indications suivantes :
1° un numéro unique d'autorisation;
2° le nom de l'exportateur;
3° le lieu des activités de l'exportateur;
4° le nom et l'adresse de l'importateur tels que mentionnés sur l'autorisation d'importation émise par les autorités compétentes du pays receveur;
5° le numéro de suivi et la date de délivrance de l'autorisation d'importation délivrée par les autorités compétentes du pays receveur;
6° la quantité des produits;
7° le nom des produits :
a. s'il s'agit d'une substance : la dénomination scientifique internationale selon les normes INN et
b. s'il s'agit d'une préparation : le nom, la forme pharmaceutique et la dose ou concentration unitaire;
8° le nom et la quantité, exprimés en base anhydre, des substances;
9° la date d'émission;
10° la date d'échéance.
§ 3. L'autorisation d'exportation est établie en [1 ...]1 [2 5 exemplaires]2 :
1° un premier exemplaire original signé, destiné à être placé sur le côté extérieur du colis des produits à exporter;
2° un deuxième exemplaire destiné à être ajouté dans le colis des produits à exporter;
3° un troisième exemplaire à valider et conserver par l'exportateur;
4° un quatrième exemplaire envoyé par l'AFMPS aux autorités compétentes du pays receveur pour validation;
5° [2 un cinquième exemplaire qui est utilisé pour le contrôle éventuel et la validation par le fonctionnaire compétent.]2
6° [2 ...]2
[2 Par dérogation au premier alinéa, l'envoi visé au 4° peut être remplacé par une communication électronique aux autorités compétentes du pays receveur pour validation.]2
§ 4. L'autorisation d'exportation visée au paragraphe 1er a une durée de validité de 3 mois à compter de la date d'émission.
Cette durée de validité peut être [3 réduite ou]3 prolongée conformément à la durée de validité visée dans l'autorisation d'importation [3 ou, le cas échéant, la lettre de non-objection visée à l'article 35, § 1er, troisième alinéa, 2°,]3 émise par les autorités compétentes du pays receveur, sans dépasser une durée de validité maximale de 6 mois.
§ 5. Par dérogation au paragraphe 1er, aucune autorisation d'exportation préalable n'est nécessaire pour l'exportation qui s'inscrit dans les soins médicaux d'urgence visés dans les Lignes directrices type du 25 mai 1996 pour la Fourniture, au niveau international, des médicaments soumis à contrôle destinés aux soins médicaux d'urgence de l'Organisation mondiale de la santé, telles que reprises en annexe VII, par un distributeur en gros à but humanitaire, à condition que ce distributeur en gros informe l'AFMPS dans les plus brefs délais de l'exportation par une notification a posteriori de cette exportation accompagnée du formulaire de demande reçu tel que repris dans les lignes directrices type à l'annexe VII.
§ 6. Par dérogation au paragraphe 1er, l'exportation de petites quantités de produits, qui contiennent exclusivement des substances visées à l'annexe IV, n'est pas soumise à l'autorisation visée au paragraphe 1er, pour autant que ceux-ci soient utilisés à des fins analytiques.
Art. 35. § 1. De aanvraag voor de uitvoervergunning bedoeld in artikel 34, § 1, wordt voor iedere uitvoer naar het FAGG gestuurd [1 door de verantwoordelijke persoon bedoeld in artikel 9 of de personen hiertoe aangeduid in de organisatieprocedure zoals vermeld in art. 11, § 2]1.
De aanvraag bedoeld in lid 1 bevat de volgende inlichtingen :
1° de datum van aanvraag;
2° het nummer van de vergunning;
3° de naam en het adres van de plaats van activiteiten van de uitvoerder;
4° de maatschappelijke zetel of woonplaats of plaats van verrichtingen van de invoerder zoals vermeld op de invoervergunning uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land;
5° de naam en de hoeveelheid van de middelen;
6° indien van toepassing : de farmaceutische vorm, eenheidsdosis of concentratie van de middelen.
De in lid 1 bedoelde aanvraag moet vergezeld zijn van een door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land uitgegeven :
1° invoervergunning;
of, voor middelen opgenomen in Bijlage IIc en IV :
2° een verklaring dat de betreffende middelen niet onderhevig zijn aan een invoervergunning, ook wel `verklaring van geen bezwaar' genoemd [2 , waarvan de afleverdatum niet ouder is dan 1 jaar indien geen geldigheidsdatum wordt vermeld]2.
De verplichting opgelegd in het vorige lid, geldt niet voor de uitvoer bedoeld in artikel 34, § 5.
Het FAGG stelt het model van het formulier bestemd voor de in lid 1 bedoelde aanvraag op, alsook de nadere regels voor indiening van de aanvraag, en stelt het formulier en de regels beschikbaar op zijn website.
§ 2. [3 De aanvraag wordt via elektronische weg ingediend, via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG, tenzij de aanvrager kan aantonen dat de aanvraag van dringende aard is en de indiening via dit portaal ertoe zou leiden dat de vergunning niet tijdig kan worden verleend voor het doel waarvoor de aanvrager de aanvraag indient.]3
De aanvraag bedoeld in lid 1 bevat de volgende inlichtingen :
1° de datum van aanvraag;
2° het nummer van de vergunning;
3° de naam en het adres van de plaats van activiteiten van de uitvoerder;
4° de maatschappelijke zetel of woonplaats of plaats van verrichtingen van de invoerder zoals vermeld op de invoervergunning uitgegeven door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land;
5° de naam en de hoeveelheid van de middelen;
6° indien van toepassing : de farmaceutische vorm, eenheidsdosis of concentratie van de middelen.
De in lid 1 bedoelde aanvraag moet vergezeld zijn van een door de bevoegde autoriteiten van het ontvangende land uitgegeven :
1° invoervergunning;
of, voor middelen opgenomen in Bijlage IIc en IV :
2° een verklaring dat de betreffende middelen niet onderhevig zijn aan een invoervergunning, ook wel `verklaring van geen bezwaar' genoemd [2 , waarvan de afleverdatum niet ouder is dan 1 jaar indien geen geldigheidsdatum wordt vermeld]2.
De verplichting opgelegd in het vorige lid, geldt niet voor de uitvoer bedoeld in artikel 34, § 5.
Het FAGG stelt het model van het formulier bestemd voor de in lid 1 bedoelde aanvraag op, alsook de nadere regels voor indiening van de aanvraag, en stelt het formulier en de regels beschikbaar op zijn website.
§ 2. [3 De aanvraag wordt via elektronische weg ingediend, via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG, tenzij de aanvrager kan aantonen dat de aanvraag van dringende aard is en de indiening via dit portaal ertoe zou leiden dat de vergunning niet tijdig kan worden verleend voor het doel waarvoor de aanvrager de aanvraag indient.]3
Art. 35. § 1er. La demande d'autorisation d'exportation visée à l'article 34, § 1er, est envoyée à l'AFMPS pour chaque exportation [1 par la personne responsable visée à l'article 9 ou les personnes désignées à cet effet dans la procédure d'organisation telle que visée à l'art. 11, § 2]1.
La demande visée à l'alinéa 1er comprend les informations suivantes :
1° la date de la demande;
2° le numéro de l'autorisation;
3° le nom et l'adresse du lieu d'activités de l'exportateur;
4° le siège social ou domicile ou lieu de prestation de l'importateur tels que mentionnés sur l'autorisation d'importation émise par les autorités compétentes du pays receveur;
5° le nom et la quantité des produits;
6° le cas échéant : la forme pharmaceutique, la dose ou concentration unitaire des produits.
La demande visée à l'alinéa 1er doit être accompagnée de :
1° une autorisation d'importation;
ou, pour les produits repris à l'Annexe IIc et IV :
2° une déclaration que les produits concernés ne sont pas soumis à une autorisation d'importation, aussi connue comme `une lettre de non-objection' émise par les autorités compétentes du pays receveur [2 , dont la date de délivrance ne remonte pas à plus d'un an si aucune date de validité n'est indiquée]2.
L'obligation imposée à l'alinéa précédent ne vaut pas pour l'exportation visée à l'article 34, § 5.
L'AFMPS rédige le modèle du formulaire destiné à la demande visée à l'alinéa 1er, ainsi que les modalités d'introduction de la demande, et met le formulaire et les règles à disposition sur son site web.
§ 2. [3 La demande est déposée par voie électronique, par le biais d'un portail accessible sur le site internet de l'AFMPS, sauf si le demandeur peut démontrer que la demande revêt un caractère urgent et que la déposition par ce portail aurait pour conséquence que l'autorisation ne serait pas accordée à temps pour l'objet pour lequel le demandeur dépose la demande.]3
La demande visée à l'alinéa 1er comprend les informations suivantes :
1° la date de la demande;
2° le numéro de l'autorisation;
3° le nom et l'adresse du lieu d'activités de l'exportateur;
4° le siège social ou domicile ou lieu de prestation de l'importateur tels que mentionnés sur l'autorisation d'importation émise par les autorités compétentes du pays receveur;
5° le nom et la quantité des produits;
6° le cas échéant : la forme pharmaceutique, la dose ou concentration unitaire des produits.
La demande visée à l'alinéa 1er doit être accompagnée de :
1° une autorisation d'importation;
ou, pour les produits repris à l'Annexe IIc et IV :
2° une déclaration que les produits concernés ne sont pas soumis à une autorisation d'importation, aussi connue comme `une lettre de non-objection' émise par les autorités compétentes du pays receveur [2 , dont la date de délivrance ne remonte pas à plus d'un an si aucune date de validité n'est indiquée]2.
L'obligation imposée à l'alinéa précédent ne vaut pas pour l'exportation visée à l'article 34, § 5.
L'AFMPS rédige le modèle du formulaire destiné à la demande visée à l'alinéa 1er, ainsi que les modalités d'introduction de la demande, et met le formulaire et les règles à disposition sur son site web.
§ 2. [3 La demande est déposée par voie électronique, par le biais d'un portail accessible sur le site internet de l'AFMPS, sauf si le demandeur peut démontrer que la demande revêt un caractère urgent et que la déposition par ce portail aurait pour conséquence que l'autorisation ne serait pas accordée à temps pour l'objet pour lequel le demandeur dépose la demande.]3
Art. 36. Elke uitvoer van middelen bevattende stoffen uit bijlage I, II en IV is onderworpen aan een voorafgaande controle door de bevoegde ambtenaar van het FAGG. Dit onderzoek vindt plaats op de plaats van activiteiten van de uitvoerder.
De bevoegde ambtenaar kan steeds alle uit te voeren middelen inspecteren, een analysecertificaat eisen, alsook monsters nemen en zal de uit te voeren middelen verzegelen.
De in lid 1 bedoelde controle is niet verplicht indien het gaat om een uitvoer van kleine hoeveelheden middelen, uitsluitend bestemd voor analytische doeleinden.
De bevoegde ambtenaar kan steeds alle uit te voeren middelen inspecteren, een analysecertificaat eisen, alsook monsters nemen en zal de uit te voeren middelen verzegelen.
De in lid 1 bedoelde controle is niet verplicht indien het gaat om een uitvoer van kleine hoeveelheden middelen, uitsluitend bestemd voor analytische doeleinden.
Art. 36. Chaque exportation contenant des substances reprises aux annexes I, II et IV est soumis à un contrôle préalable par le fonctionnaire compétent de l'AFMPS. Ce contrôle a lieu sur le lieu des activités de l'exportateur.
Le fonctionnaire compétent peut toujours inspecter tous les produits à exporter, exiger un certificat d'analyse, ainsi que prendre des échantillons; il scelle les produits à exporter.
Le contrôle visé aux alinéas 1er n'est pas obligatoire s'il s'agit d'une exportation de petites quantités de produits, exclusivement destinés à des fins analytiques.
Le fonctionnaire compétent peut toujours inspecter tous les produits à exporter, exiger un certificat d'analyse, ainsi que prendre des échantillons; il scelle les produits à exporter.
Le contrôle visé aux alinéas 1er n'est pas obligatoire s'il s'agit d'une exportation de petites quantités de produits, exclusivement destinés à des fins analytiques.
Art. 37. Uiterlijk veertien dagen na de effectieve uitvoer van de middelen, bezorgt de uitvoerder aan het FAGG, op [1 ...]1 elektronische wijze [1 via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG]1, de gegevens over :
1° de werkelijke datum van uitvoer;
2° de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden;
3° een kopie van de factuur betreffende deze uitvoer.
1° de werkelijke datum van uitvoer;
2° de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden;
3° een kopie van de factuur betreffende deze uitvoer.
Modifications
Art. 37. Quatorze jours au plus tard après l'exportation effective des produits, l'exportateur transmet à l'AFMPS, sous forme [1 ...]1 électronique [1 via un portail accessible via le site internet de l'AFMPS]1, les données relatives à :
1° la date effective d'exportation;
2° les quantités effectivement exportées;
3° une copie de la facture relative à cette exportation.
1° la date effective d'exportation;
2° les quantités effectivement exportées;
3° une copie de la facture relative à cette exportation.
Modifications
Art. 38. Doorvoer is slechts toegelaten indien de zending vergezeld is van een exemplaar van de uitvoervergunning die door de bevoegde autoriteiten van het uitvoerend land is afgegeven.
Art. 38. Le transit est uniquement autorisé si l'envoi est accompagné d'un exemplaire de l'autorisation d'exportation qui a été délivré par le pays exportateur.
Art. 39. De exemplaren van in- en/ of uitvoervergunningen die niet werden gebruikt om effectieve in- of uitvoeren te realiseren moeten, niet later dan 14 dagen na de vervaldatum van de respectievelijke vergunningen, worden teruggestuurd naar het FAGG.
[1 Indien de vergunninghouder niet meer over het voornemen beschikt om de vergunningen te gebruiken, annuleert hij deze op elektronische wijze via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG.]1
[1 Indien de vergunninghouder niet meer over het voornemen beschikt om de vergunningen te gebruiken, annuleert hij deze op elektronische wijze via een portaal dat toegankelijk is via de website van het FAGG.]1
Modifications
Art. 39. Les exemplaires d'autorisations d'importation et/ou d'exportation qui n'ont pas été utilisés pour réaliser des importations ou exportations effectives sont renvoyés à l'AFMPS dans un délai de 14 jours au plus tard après la date d'échéance des autorisations respectives.
[1 Si le détenteur de l'autorisation n'a plus l'intention d'utiliser les autorisations, il doit les annuler par voie électronique via un portail accessible sur le site internet de l'AFMPS.]1
[1 Si le détenteur de l'autorisation n'a plus l'intention d'utiliser les autorisations, il doit les annuler par voie électronique via un portail accessible sur le site internet de l'AFMPS.]1
Modifications
HOOFDSTUK 6. - Bewaring, verpakking vervoer en vernietiging
CHAPITRE 6. - Conservation, conditionnement, transport et destruction
Art. 40. § 1. Iedere persoon of vergunninghouder die middelen zoals opgesomd in de bijlagen I, II en IV in zijn bezit heeft, moet deze bewaren in een hiertoe bestemde afgesloten ruimte met voldoende beveiliging en garanties tegen inbraak.
[1 Het vorige lid is niet van toepassing op preparaten met een concentratie niet hoger dan 1 mg/ml en maximale inhoud van 1 ml per preparaat, voor zover deze preparaten aangewend worden voor analytische doeleinden.]1
Enkel de verantwoordelijke personen vermeld in artikel 9 en de personen hiertoe aangeduid in de organisatieprocedure zoals vermeld in artikel 11, § 2, mogen toegang hebben tot de in lid 1 bedoelde ruimte. [1 Het aantal personen dat toegang heeft moet beperkt worden tot een absoluut minimum, rekening houdend met de noodwendigheden.]1
De apotheken en titularissen van een depot mogen de middelen in de vergifkast bewaren.
De verantwoordelijke personen bedoeld in artikel 9, eventueel de apothekers of titularissen van een depot, verlenen de bevoegde ambtenaar op het eerste verzoek toegang tot de ruimte zoals bedoeld in lid 1, of tot de vergifkast bedoeld in lid 3.
§ 2. Iedere persoon of vergunninghouder die middelen zoals opgesomd in bijlage III in zijn bezit heeft, moet deze bewaren in een ruimte die zodanig ingericht is dat deze middelen afdoende beschermd zijn tegen breuk of diefstal.
[1 Het vorige lid is niet van toepassing op preparaten met een concentratie niet hoger dan 1 mg/ml en maximale inhoud van 1 ml per preparaat, voor zover deze preparaten aangewend worden voor analytische doeleinden.]1
Enkel de verantwoordelijke personen vermeld in artikel 9 en de personen hiertoe aangeduid in de organisatieprocedure zoals vermeld in artikel 11, § 2, mogen toegang hebben tot de in lid 1 bedoelde ruimte. [1 Het aantal personen dat toegang heeft moet beperkt worden tot een absoluut minimum, rekening houdend met de noodwendigheden.]1
De apotheken en titularissen van een depot mogen de middelen in de vergifkast bewaren.
De verantwoordelijke personen bedoeld in artikel 9, eventueel de apothekers of titularissen van een depot, verlenen de bevoegde ambtenaar op het eerste verzoek toegang tot de ruimte zoals bedoeld in lid 1, of tot de vergifkast bedoeld in lid 3.
§ 2. Iedere persoon of vergunninghouder die middelen zoals opgesomd in bijlage III in zijn bezit heeft, moet deze bewaren in een ruimte die zodanig ingericht is dat deze middelen afdoende beschermd zijn tegen breuk of diefstal.
Modifications
Art. 40. § 1er. Toute personne ou titulaire d'autorisation qui détient des produits tels qu'énumérés aux annexes I, II et IV, doit les conserver dans un espace fermé destiné à cet effet offrant une protection et des garanties suffisantes contre le vol.
[1 L'alinéa précédent ne s'applique pas aux préparations dont la concentration ne dépasse pas 1 mg/ml et dont le contenu maximale est de 1 ml par préparation, lorsque ces préparations sont utilisées à des fins analytiques.]1
Seules les personnes responsables visées à l'article 9 et les personnes désignées à cet effet dans la procédure d'organisation telle que visée à l'article 11, § 2, peuvent avoir accès à l'espace visé à l'alinéa 1er. [1 Le nombre de personnes ayant accès doit être limité à un minimum absolu, compte tenu des nécessités.]1
Les officines pharmaceutiques et les titulaires d'un dépôt peuvent conserver les produits dans l'armoire aux poisons.
Les personnes responsables visées à l'article 9, le cas échéant, les pharmaciens ou les titulaires d'un dépôt, donnent accès à l'espace tel que visé à l'alinéa 1er, ou à l'armoire aux poisons visée à l'alinéa 3, au fonctionnaire compétent à la première demande.
§ 2. Toute personne ou titulaire d'autorisation qui détient des produits tels qu'énumérés en annexe III doit les conserver dans un espace qui est aménagé de telle sorte que ces produits soient suffisamment protégés contre toute casse ou vol.
[1 L'alinéa précédent ne s'applique pas aux préparations dont la concentration ne dépasse pas 1 mg/ml et dont le contenu maximale est de 1 ml par préparation, lorsque ces préparations sont utilisées à des fins analytiques.]1
Seules les personnes responsables visées à l'article 9 et les personnes désignées à cet effet dans la procédure d'organisation telle que visée à l'article 11, § 2, peuvent avoir accès à l'espace visé à l'alinéa 1er. [1 Le nombre de personnes ayant accès doit être limité à un minimum absolu, compte tenu des nécessités.]1
Les officines pharmaceutiques et les titulaires d'un dépôt peuvent conserver les produits dans l'armoire aux poisons.
Les personnes responsables visées à l'article 9, le cas échéant, les pharmaciens ou les titulaires d'un dépôt, donnent accès à l'espace tel que visé à l'alinéa 1er, ou à l'armoire aux poisons visée à l'alinéa 3, au fonctionnaire compétent à la première demande.
§ 2. Toute personne ou titulaire d'autorisation qui détient des produits tels qu'énumérés en annexe III doit les conserver dans un espace qui est aménagé de telle sorte que ces produits soient suffisamment protégés contre toute casse ou vol.
Modifications
Art. 41. [1 Met uitzondering van:
- magistrale bereidingen,
- geneesmiddelen die reeds een veiligheidskenmerk dragen conform de artikelen 6, § 1 quinquies en 6septies, § 2 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen
is het verboden om middelen, op een andere manier te leveren, in- of uit te voeren, te vervoeren of te doen vervoeren dan in een buitenverpakking met een onschendbare sluiting]1.
- magistrale bereidingen,
- geneesmiddelen die reeds een veiligheidskenmerk dragen conform de artikelen 6, § 1 quinquies en 6septies, § 2 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen
is het verboden om middelen, op een andere manier te leveren, in- of uit te voeren, te vervoeren of te doen vervoeren dan in een buitenverpakking met een onschendbare sluiting]1.
Modifications
Art. 41. [1 A l'exception des:
- préparations magistrales,
- médicaments qui sont déjà dotés d'un dispositif de sécurité conformément aux articles 6, § 1erquinqies, et 6septies, § 2 de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments
il est interdit de fournir, d'importer ou d'exporter, de transporter ou de faire transporter des produits d'une autre manière que dans un conditionnement extérieur à fermeture inviolable]1 .
- préparations magistrales,
- médicaments qui sont déjà dotés d'un dispositif de sécurité conformément aux articles 6, § 1erquinqies, et 6septies, § 2 de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments
il est interdit de fournir, d'importer ou d'exporter, de transporter ou de faire transporter des produits d'une autre manière que dans un conditionnement extérieur à fermeture inviolable]1 .
Modifications
Art. 42. § 1. De buitenverpakking zal geen enkele aanduiding, noch dubbele diagonale rode strepen bevatten die aangeven dat het om verdovende middelen of psychotrope stoffen gaat.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van de Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vermeldt de buitenverpakking voor middelen minstens :
1° de naam van het middel;
2° voor stoffen : het exacte gewicht van de inhoud en indien van toepassing, vermelding van het percentage;
3° voor geneesmiddelen die gecommercialiseerd worden in België en stoffen bevatten uit bijlage I, II en IV : een codenummer, bepaald door het FAGG;
4° voor middelen bevattende stoffen uit bijlage I, II en IV : een etiket nr. 1 zoals bedoeld in het Regentsbesluit van 6 februari 1946 houdende reglement op het bewaren en het verkopen van giftstoffen, behalve voor op industriële wijze bereide geneesmiddelen waar het wettelijk regime voor aflevering vermeld is alsook voor middelen waar een gevarenaanduiding `acute toxiciteit' conform tabel 3.1.3 van de Verordening bedoeld in lid 1.
§ 3. [1 ...]1.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van de Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vermeldt de buitenverpakking voor middelen minstens :
1° de naam van het middel;
2° voor stoffen : het exacte gewicht van de inhoud en indien van toepassing, vermelding van het percentage;
3° voor geneesmiddelen die gecommercialiseerd worden in België en stoffen bevatten uit bijlage I, II en IV : een codenummer, bepaald door het FAGG;
4° voor middelen bevattende stoffen uit bijlage I, II en IV : een etiket nr. 1 zoals bedoeld in het Regentsbesluit van 6 februari 1946 houdende reglement op het bewaren en het verkopen van giftstoffen, behalve voor op industriële wijze bereide geneesmiddelen waar het wettelijk regime voor aflevering vermeld is alsook voor middelen waar een gevarenaanduiding `acute toxiciteit' conform tabel 3.1.3 van de Verordening bedoeld in lid 1.
§ 3. [1 ...]1.
Modifications
Art. 42. § 1er. Le conditionnement extérieur ne comportera aucune indication, ni de doubles stries rouges diagonales qui indiquent qu'il s'agit de substances stupéfiantes ou psychotropes.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du Règlement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006, le conditionnement extérieur doit indiquer pour les produits au moins les données suivantes :
1° le nom du produit;
2° pour les substances : le poids exact du contenu et, si d'application, l'indication du pourcentage;
3° pour les médicaments qui sont commercialisés en Belgique et contiennent des substances des annexes I, II et IV : un numéro de code, déterminé par l'AFMPS;
4° pour les produits contenant des substances des annexes I, II et IV : une étiquette n° 1 telle que visée à l'Arrêté du Régent portant réglementation de la conservation et du débit des substances vénéneuses et toxiques, sauf pour les médicaments préparés de manière industrielle sur lesquels est indiqué le régime légal de délivrance ainsi que pour les produits comportant une mention de danger " toxicité aiguë " conformément au tableau 3.1.3 du Règlement visé à l'alinéa 1er.
§ 3. [1 ...]1.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du Règlement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006, le conditionnement extérieur doit indiquer pour les produits au moins les données suivantes :
1° le nom du produit;
2° pour les substances : le poids exact du contenu et, si d'application, l'indication du pourcentage;
3° pour les médicaments qui sont commercialisés en Belgique et contiennent des substances des annexes I, II et IV : un numéro de code, déterminé par l'AFMPS;
4° pour les produits contenant des substances des annexes I, II et IV : une étiquette n° 1 telle que visée à l'Arrêté du Régent portant réglementation de la conservation et du débit des substances vénéneuses et toxiques, sauf pour les médicaments préparés de manière industrielle sur lesquels est indiqué le régime légal de délivrance ainsi que pour les produits comportant une mention de danger " toxicité aiguë " conformément au tableau 3.1.3 du Règlement visé à l'alinéa 1er.
§ 3. [1 ...]1.
Modifications
Art. 43. § 1. Het verzenden van middelen via post of pakjesdiensten is verboden indien de zending niet digitaal traceerbaar is.
§ 2. Niemand mag middelen vervoeren of doen vervoeren zonder dat de middelen vergezeld gaan van een document of etiket dat naam en adres van afzender en bestemmeling vermeldt.
[1 In uitzondering op het vorige lid en onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, mogen middelen vervoerd worden door een apotheker in het kader van de persoonlijke aflevering van geneesmiddelen aan een patiënt zonder dat daarvoor het in het vorige lid bedoelde document of etiket vereist zijn.]1
§ 2. Niemand mag middelen vervoeren of doen vervoeren zonder dat de middelen vergezeld gaan van een document of etiket dat naam en adres van afzender en bestemmeling vermeldt.
[1 In uitzondering op het vorige lid en onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, mogen middelen vervoerd worden door een apotheker in het kader van de persoonlijke aflevering van geneesmiddelen aan een patiënt zonder dat daarvoor het in het vorige lid bedoelde document of etiket vereist zijn.]1
Modifications
Art. 43. § 1. L'envoi de produits par la poste ou des services de colis est interdit si l'envoi n'est pas traçable numériquement.
§ 2. Personne ne peut transporter des produits ou les faire transporter sans qu'ils soient accompagnés d'un document ou d'une étiquette mentionnant le nom et l'adresse de l'expéditeur et du destinataire.
[1 Par exception à l'alinéa précédent et sans préjudice des dispositions de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens, des produits peuvent être transportés par un pharmacien dans le cadre de la délivrance personnelle de médicaments à un patient sans que le document ou l'étiquette visé à l'alinéa précédent ne soient exigés.]1
§ 2. Personne ne peut transporter des produits ou les faire transporter sans qu'ils soient accompagnés d'un document ou d'une étiquette mentionnant le nom et l'adresse de l'expéditeur et du destinataire.
[1 Par exception à l'alinéa précédent et sans préjudice des dispositions de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens, des produits peuvent être transportés par un pharmacien dans le cadre de la délivrance personnelle de médicaments à un patient sans que le document ou l'étiquette visé à l'alinéa précédent ne soient exigés.]1
Modifications
Art. 44. Al wie middelen in zijn bezit heeft die bestemd zijn voor vernietiging, dient deze onverwijld te laten vernietigen overeenkomstig de toepasselijke afvalstoffenwetgeving .
Art. 44. Tout qui détient des produits destinés à la destruction doit les faire détruire sans délai conformément à la législation applicable en matière de déchets.
Art. 45. De houder van een activiteitenver-gunning, of de apotheker die middelen op basis van stoffen uit bijlage I, II en IV dient te vernietigen :
1° verwittigt hiertoe de bevoegde ambtenaar, die de middelen verzegelt en een inventaris opmaakt in een genummerd en gedateerd proces-verbaal in drievoud opgesteld waarvan :
a. het eerste exemplaar bestemd is voor de bevoegde ambtenaar;
b. het tweede exemplaar bestemd is voor de ophaler bedoeld in artikel 47;
c. het derde exemplaar bestemd is voor de apotheker of de houder van een activiteitenvergunning die deze middelen laat vernietigen;
2° regelt de ophaling en vernietiging door een hiertoe vergunde houder van een activiteitenvergunning op zodanige wijze dat de verzegelde middelen vernietigd worden voor 31 december van het jaar waarin het proces-verbaal opgesteld werd;
3° bezorgt als bewijs van 2°, een kopie van het vernietigingsattest zoals bepaald in artikel 47, 3°, aan de bevoegde ambtenaar.
1° verwittigt hiertoe de bevoegde ambtenaar, die de middelen verzegelt en een inventaris opmaakt in een genummerd en gedateerd proces-verbaal in drievoud opgesteld waarvan :
a. het eerste exemplaar bestemd is voor de bevoegde ambtenaar;
b. het tweede exemplaar bestemd is voor de ophaler bedoeld in artikel 47;
c. het derde exemplaar bestemd is voor de apotheker of de houder van een activiteitenvergunning die deze middelen laat vernietigen;
2° regelt de ophaling en vernietiging door een hiertoe vergunde houder van een activiteitenvergunning op zodanige wijze dat de verzegelde middelen vernietigd worden voor 31 december van het jaar waarin het proces-verbaal opgesteld werd;
3° bezorgt als bewijs van 2°, een kopie van het vernietigingsattest zoals bepaald in artikel 47, 3°, aan de bevoegde ambtenaar.
Art. 45. Le titulaire d'une autorisation d'activités, ou le pharmacien qui doit détruire des produits à base de substances visées aux annexes I, II et IV :
1° avertit à cet effet le fonctionnaire compétent, qui scelle les produits et établit un inventaire dans un procès-verbal numéroté et daté établi en trois exemplaires dont :
a. le premier exemplaire est destiné au fonctionnaire compétent;
b. le deuxième exemplaire est destiné à la personne en charge de la collecte visée à l'article 47;
c. le troisième exemplaire est destiné au pharmacien ou au titulaire d'une autorisation d'activités qui fait détruire ces produits;
2° règle la collecte et la destruction par un titulaire d'une autorisation d'activités autorisé à cet effet de manière à ce que les produits scellés soient détruits pour le 31 décembre de l'année au cours de laquelle le procès-verbal a été établi;
3° fournit comme preuve du 2° une copie du certificat de destruction tel que prévu à l'article 47, 3°, au fonctionnaire compétent.
1° avertit à cet effet le fonctionnaire compétent, qui scelle les produits et établit un inventaire dans un procès-verbal numéroté et daté établi en trois exemplaires dont :
a. le premier exemplaire est destiné au fonctionnaire compétent;
b. le deuxième exemplaire est destiné à la personne en charge de la collecte visée à l'article 47;
c. le troisième exemplaire est destiné au pharmacien ou au titulaire d'une autorisation d'activités qui fait détruire ces produits;
2° règle la collecte et la destruction par un titulaire d'une autorisation d'activités autorisé à cet effet de manière à ce que les produits scellés soient détruits pour le 31 décembre de l'année au cours de laquelle le procès-verbal a été établi;
3° fournit comme preuve du 2° une copie du certificat de destruction tel que prévu à l'article 47, 3°, au fonctionnaire compétent.
Art. 46. § 1. In afwijking van artikel 45, kan de apotheker-titularis middelen op basis van stoffen in bijlage I, II en IV bestemd voor vernietiging, laten vernietigen via een gecentraliseerde ophaling.
De apotheker-titularis die wenst gebruik te maken van een gecentraliseerde ophaling :
1° dient de middelen in een gesloten verpakking te leveren voor centralisatie;
2° hecht aan deze verpakking een inventaris in drievoud, bevattende :
a. een kwalitatieve en kwantitatieve omschrijving van de middelen;
b. het adres en indien van toepassing het vergunningsnummer van de apotheek;
c. de naam en de dagtekening van de apotheker-titularis.
§ 2. De houder van een activiteitenvergunning die de gecentraliseerde ophaling organiseert :
1° bezorgt een gedateerd ontvangstbewijs voor de gesloten verpakking(en) aan de apotheker;
2° verwittigt de bevoegde ambtenaar die de gesloten verpakkingen verzegelt na controle aan de hand van de inventarislijst. De bevoegde ambtenaar maakt een proces-verbaal op voor de volledige gecentraliseerde ophaling. Het proces-verbaal wordt opgesteld in drievoud waarvan :
a. het eerste exemplaar bestemd is voor de bevoegde ambtenaar;
b. het tweede exemplaar bestemd is voor de ophaler zoals bedoeld in artikel 47;
c. het derde exemplaar bestemd is voor de organisator van de gecentraliseerde ophaling;
3° regelt de vernietiging door een hiertoe vergunde houder van een activiteitenvergunning op zodanige wijze dat de verzegelde middelen vernietigd worden voor 31 december van het jaar waarin het proces-verbaal werd opgesteld;
4° bezorgt aan de bevoegde ambtenaar een kopie van het vernietigingsattest zoals bepaald in artikel47 3° ;
5° bezorgt de apotheker de door de bevoegde ambtenaar afgestempelde en gedateerde inventarislijsten.
De apotheker-titularis die wenst gebruik te maken van een gecentraliseerde ophaling :
1° dient de middelen in een gesloten verpakking te leveren voor centralisatie;
2° hecht aan deze verpakking een inventaris in drievoud, bevattende :
a. een kwalitatieve en kwantitatieve omschrijving van de middelen;
b. het adres en indien van toepassing het vergunningsnummer van de apotheek;
c. de naam en de dagtekening van de apotheker-titularis.
§ 2. De houder van een activiteitenvergunning die de gecentraliseerde ophaling organiseert :
1° bezorgt een gedateerd ontvangstbewijs voor de gesloten verpakking(en) aan de apotheker;
2° verwittigt de bevoegde ambtenaar die de gesloten verpakkingen verzegelt na controle aan de hand van de inventarislijst. De bevoegde ambtenaar maakt een proces-verbaal op voor de volledige gecentraliseerde ophaling. Het proces-verbaal wordt opgesteld in drievoud waarvan :
a. het eerste exemplaar bestemd is voor de bevoegde ambtenaar;
b. het tweede exemplaar bestemd is voor de ophaler zoals bedoeld in artikel 47;
c. het derde exemplaar bestemd is voor de organisator van de gecentraliseerde ophaling;
3° regelt de vernietiging door een hiertoe vergunde houder van een activiteitenvergunning op zodanige wijze dat de verzegelde middelen vernietigd worden voor 31 december van het jaar waarin het proces-verbaal werd opgesteld;
4° bezorgt aan de bevoegde ambtenaar een kopie van het vernietigingsattest zoals bepaald in artikel47 3° ;
5° bezorgt de apotheker de door de bevoegde ambtenaar afgestempelde en gedateerde inventarislijsten.
Art. 46. § 1er. Par dérogation à l'article 45, le pharmacien-titulaire peut faire détruire des produits à base de substances visées aux annexes I, II et IV destinées à être détruites, par le biais d'une collecte centralisée.
Le pharmacien-titulaire qui souhaite avoir recours à une collecte centralisée :
1° doit fournir les produits dans un conditionnement fermé pour la centralisation;
2° attache à ce conditionnement un inventaire en trois exemplaires, contenant :
a. une description qualitative et quantitative des produits;
b. l'adresse et, le cas échéant, le numéro d'autorisation de l'officine pharmaceutique;
c. le nom du pharmacien-titulaire et la date.
§ 2. Le titulaire d'une autorisation d'activités qui organise la collecte centralisée :
1° fournit un accusé de réception daté pour le(s) conditionnement(s) fermé(s) au pharmacien;
2° avertit le fonctionnaire compétent qui scelle les conditionnements fermés après le contrôle à l'aide de l'inventaire. Le fonctionnaire compétent établit un procès-verbal pour la collecte centralisée complète. Le procès-verbal est établi en trois exemplaires dont :
a. le premier exemplaire est destiné au fonctionnaire compétent;
b. le deuxième exemplaire est destiné à la personne en charge de la collecte telle que visée à l'article 47;
c. le troisième exemplaire est destiné à l'organisateur de la collecte centralisée;
3° règle la destruction par un titulaire d'une autorisation d'activités autorisé à cet effet de telle manière que les produits scellés soient détruits pour le 31 décembre de l'année au cours de laquelle le procès-verbal a été établi;
4° fournit au fonctionnaire compétent une copie du certificat de destruction tel que visé à l'article 47, 3° ;
5° fournit au pharmacien les inventaires estampillés et datés par le fonctionnaire compétent.
Le pharmacien-titulaire qui souhaite avoir recours à une collecte centralisée :
1° doit fournir les produits dans un conditionnement fermé pour la centralisation;
2° attache à ce conditionnement un inventaire en trois exemplaires, contenant :
a. une description qualitative et quantitative des produits;
b. l'adresse et, le cas échéant, le numéro d'autorisation de l'officine pharmaceutique;
c. le nom du pharmacien-titulaire et la date.
§ 2. Le titulaire d'une autorisation d'activités qui organise la collecte centralisée :
1° fournit un accusé de réception daté pour le(s) conditionnement(s) fermé(s) au pharmacien;
2° avertit le fonctionnaire compétent qui scelle les conditionnements fermés après le contrôle à l'aide de l'inventaire. Le fonctionnaire compétent établit un procès-verbal pour la collecte centralisée complète. Le procès-verbal est établi en trois exemplaires dont :
a. le premier exemplaire est destiné au fonctionnaire compétent;
b. le deuxième exemplaire est destiné à la personne en charge de la collecte telle que visée à l'article 47;
c. le troisième exemplaire est destiné à l'organisateur de la collecte centralisée;
3° règle la destruction par un titulaire d'une autorisation d'activités autorisé à cet effet de telle manière que les produits scellés soient détruits pour le 31 décembre de l'année au cours de laquelle le procès-verbal a été établi;
4° fournit au fonctionnaire compétent une copie du certificat de destruction tel que visé à l'article 47, 3° ;
5° fournit au pharmacien les inventaires estampillés et datés par le fonctionnaire compétent.
Art. 47. De houder van de activiteitenvergunning die de middelen ophaalt of verkrijgt ter vernietiging :
1° kijkt bij het in ontvangst nemen na of het zegel niet werd doorbroken en het aantal verzegelde recipiënten overeenkomt met de inhoud van het proces-verbaal;
2° regelt de definitieve vernietiging, al dan niet met tussentijdse opslag voor 31 december van het jaar waarin het proces-verbaal opgemaakt werd;
3° levert een vernietigingsattest [1 ...]1 met vermelding van datum van vernietiging en het nummer van het proces-verbaal.
1° kijkt bij het in ontvangst nemen na of het zegel niet werd doorbroken en het aantal verzegelde recipiënten overeenkomt met de inhoud van het proces-verbaal;
2° regelt de definitieve vernietiging, al dan niet met tussentijdse opslag voor 31 december van het jaar waarin het proces-verbaal opgemaakt werd;
3° levert een vernietigingsattest [1 ...]1 met vermelding van datum van vernietiging en het nummer van het proces-verbaal.
Modifications
Art. 47. Le titulaire d'une autorisation d'activités qui collecte ou acquiert les produits pour destruction :
1° vérifie lors de la réception si le scellé n'a pas été rompu et si le nombre de récipients scellés correspond au contenu du procès-verbal;
2° règle la destruction définitive, avec stockage temporaire ou non, avant le 31 décembre de l'année au cours de laquelle le procès-verbal a été établi;
3° fournit un certificat de destruction mentionnant la date de destruction et le numéro du procès-verbal.
1° vérifie lors de la réception si le scellé n'a pas été rompu et si le nombre de récipients scellés correspond au contenu du procès-verbal;
2° règle la destruction définitive, avec stockage temporaire ou non, avant le 31 décembre de l'année au cours de laquelle le procès-verbal a été établi;
3° fournit un certificat de destruction mentionnant la date de destruction et le numéro du procès-verbal.
Modifications
[1]pas en version française
Art. 48. De bevoegde ambtenaar kan ten alle tijde monsters nemen.
Art. 48. Le fonctionnaire compétent peut à tout moment prélever un échantillon.
TITEL 5. - Particulierenvergunning
TITRE 5. - Autorisation de particulier
HOOFDSTUK 1. - Definities en vergunningsplicht
CHAPITRE 1er. - Définitions et obligation d'autorisation
Art. 49. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° `marktdeelnemer' : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die, onder bezwarende titel of om niet, producten of diensten op de markt beschikbaar stelt in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteit.
2° `particulier' : elke natuurlijke persoon die geen marktdeelnemer is;
3° `particulierenvergunning : de toelating verleend aan een particulier voor het bezit, het aanschaffen en de invoer van stoffen onder bewarende titel of om niet.
1° `marktdeelnemer' : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die, onder bezwarende titel of om niet, producten of diensten op de markt beschikbaar stelt in het kader van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteit.
2° `particulier' : elke natuurlijke persoon die geen marktdeelnemer is;
3° `particulierenvergunning : de toelating verleend aan een particulier voor het bezit, het aanschaffen en de invoer van stoffen onder bewarende titel of om niet.
Art. 49. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° `opérateur économique' : toute personne physique ou morale qui met à disposition sur le marché des matières ou services, à titre onéreux ou à titre gratuit, dans le cadre de son activité professionnelle ou d'entreprise.
2° `particulier` : toute personne physique qui n'est pas un opérateur économique;
3° `autorisation de particulier' : l'autorisation accordée à un particulier pour la possession, l'achat et l'importation de substances à titre onéreux ou à titre gratuit;
1° `opérateur économique' : toute personne physique ou morale qui met à disposition sur le marché des matières ou services, à titre onéreux ou à titre gratuit, dans le cadre de son activité professionnelle ou d'entreprise.
2° `particulier` : toute personne physique qui n'est pas un opérateur économique;
3° `autorisation de particulier' : l'autorisation accordée à un particulier pour la possession, l'achat et l'importation de substances à titre onéreux ou à titre gratuit;
Art. 50. Een particulier mag geen stoffen invoeren, uitvoeren, vervoeren, vervaardigen, in bezit hebben, verkopen of te koop aanbieden, leveren en aanschaffen, onder bezwarende titel of om niet.
In uitzondering op lid 1 kan de Minister of zijn afgevaardigde een particulierenvergunning toekennen indien de particulier kan aantonen dat :
1° de stoffen enkel zullen worden aangewend voor legale doeleinden; en
2° er geen alternatieven zijn voor deze stoffen om hetzelfde resultaat te bekomen.
In uitzondering op lid 1 kan de Minister of zijn afgevaardigde een particulierenvergunning toekennen indien de particulier kan aantonen dat :
1° de stoffen enkel zullen worden aangewend voor legale doeleinden; en
2° er geen alternatieven zijn voor deze stoffen om hetzelfde resultaat te bekomen.
Art. 50. Un particulier ne peut pas importer, exporter, transporter, fabriquer, détenir, vendre ou offrir en vente, fournir ou acquérir des substances à titre onéreux ou à titre gratuit.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Ministre ou son délégué peut attribuer une autorisation de particulier si le particulier peut prouver :
1° que les substances seront uniquement utilisées à des fins légales; et
2° qu'il n'y a pas d'alternatives en dehors de ces substances pour obtenir le même résultat.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le Ministre ou son délégué peut attribuer une autorisation de particulier si le particulier peut prouver :
1° que les substances seront uniquement utilisées à des fins légales; et
2° qu'il n'y a pas d'alternatives en dehors de ces substances pour obtenir le même résultat.
HOOFDSTUK 2. - Aanvraag, wijziging en modaliteiten van de particulierenvergunning
CHAPITRE 2. - Demande, modification et modalités de l'autorisation de particulier
Art. 51. § 1. De aanvraag voor de particulierenvergunning wordt gericht aan de Minister of zijn afgevaardigde en bevat op straffe van onontvankelijkheid de volgende inlichtingen :
1° de naam, voornaam en woonplaats van de aanvrager;
2° een uittreksel uit het strafregister van de aanvrager afgeleverd overeenkomstig artikel 596.1 van het Wetboek van strafvordering dat ten hoogste 3 maanden oud is en dat alle veroordelingen op grond van deze wet vermeldt;
3° de aard van de activiteiten;
4° de stoffen waarmee de activiteiten zullen gebeuren;
5° het doel van de activiteiten;
6° de plaats van de activiteiten;
7° [1 ...]1
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde aanvraag wordt ingediend per aangetekend schrijven op basis van het formulier waarvan het FAGG het model vaststelt en op zijn website publiceert.
Het in het eerste lid bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG..
De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren.
§ 3. De particulierenvergunning is 3 jaar geldig vanaf de datum van toekenning.
§ 4. De gegevens bedoeld in paragraaf 1 zullen enkel gebruikt worden voor de behandeling van de aanvraag van vergunning.
1° de naam, voornaam en woonplaats van de aanvrager;
2° een uittreksel uit het strafregister van de aanvrager afgeleverd overeenkomstig artikel 596.1 van het Wetboek van strafvordering dat ten hoogste 3 maanden oud is en dat alle veroordelingen op grond van deze wet vermeldt;
3° de aard van de activiteiten;
4° de stoffen waarmee de activiteiten zullen gebeuren;
5° het doel van de activiteiten;
6° de plaats van de activiteiten;
7° [1 ...]1
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde aanvraag wordt ingediend per aangetekend schrijven op basis van het formulier waarvan het FAGG het model vaststelt en op zijn website publiceert.
Het in het eerste lid bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG..
De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren.
§ 3. De particulierenvergunning is 3 jaar geldig vanaf de datum van toekenning.
§ 4. De gegevens bedoeld in paragraaf 1 zullen enkel gebruikt worden voor de behandeling van de aanvraag van vergunning.
Modifications
Art. 51. § 1. La demande d'autorisation de particulier est adressée au Ministre ou à son délégué et contient, sous peine d'irrecevabilité, les informations suivantes :
1° le nom, le prénom et le domicile du demandeur;
2° un extrait de casier judiciaire du demandeur délivré conformément à l'article 596.1 du Code d'instruction criminelle, datant de maximum 3 mois, mentionnant toutes les condamnations sur la base de cette loi;
3° la nature des activités;
4° les substances avec lesquelles auront lieu les activités;
5° le but des activités;
6° le lieu des activités;
7° [1 ...]1
§ 2. La demande visée au paragraphe 1er est introduite par courrier recommandé sur la base du formulaire dont l'AFMPS établit le modèle et qu'elle publie sur son site web.
Le formulaire visé à l'alinéa 1er peut également être introduite sous forme électronique à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut fixer les modalités à cet effet.
§ 3. L'autorisation de particulier est valable 3 ans à compter de la date d'octroi.
§ 4. Les données visées au paragraphe 1er seront uniquement utilisées pour le traitement de la demande d'autorisation.
1° le nom, le prénom et le domicile du demandeur;
2° un extrait de casier judiciaire du demandeur délivré conformément à l'article 596.1 du Code d'instruction criminelle, datant de maximum 3 mois, mentionnant toutes les condamnations sur la base de cette loi;
3° la nature des activités;
4° les substances avec lesquelles auront lieu les activités;
5° le but des activités;
6° le lieu des activités;
7° [1 ...]1
§ 2. La demande visée au paragraphe 1er est introduite par courrier recommandé sur la base du formulaire dont l'AFMPS établit le modèle et qu'elle publie sur son site web.
Le formulaire visé à l'alinéa 1er peut également être introduite sous forme électronique à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut fixer les modalités à cet effet.
§ 3. L'autorisation de particulier est valable 3 ans à compter de la date d'octroi.
§ 4. Les données visées au paragraphe 1er seront uniquement utilisées pour le traitement de la demande d'autorisation.
Modifications
Art. 52. § 1. Het FAGG doet uitspraak over ontvankelijkheid van de in artikel 51, bedoelde aanvraag binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in artikel 51, § 2, onvolledig is of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 2. Indien de aanvraag ontvankelijk is overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1, verleent de Minister of zijn afgevaardigde de particulierenvergunning binnen een termijn van maximum één maand nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard of wijst deze af indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de middelen of dat niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan.
[1 De in het eerste lid bedoelde termijn wordt geschorst indien het FAGG een vraag om inlichtingen verzendt aan de aanvrager. Deze schorsing neemt een einde wanneer de aanvrager de vraag heeft beantwoord.
Indien de aanvrager de vraag om inlichtingen niet beantwoordt binnen een termijn van één maand wordt de aanvraag afgewezen.]1
§ 3. De particulierenvergunning, kan worden hernieuwd op aanvraag van de vergunninghouder niet later dan drie maanden voorafgaand aan de vervaldag van deze particulierenvergunning, overeenkomstig en teneinde de bepalingen van paragraaf 1 te respecteren.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in artikel 51, § 2, onvolledig is of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand te rekenen vanaf het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 2. Indien de aanvraag ontvankelijk is overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 1, verleent de Minister of zijn afgevaardigde de particulierenvergunning binnen een termijn van maximum één maand nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard of wijst deze af indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de middelen of dat niet aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan.
[1 De in het eerste lid bedoelde termijn wordt geschorst indien het FAGG een vraag om inlichtingen verzendt aan de aanvrager. Deze schorsing neemt een einde wanneer de aanvrager de vraag heeft beantwoord.
Indien de aanvrager de vraag om inlichtingen niet beantwoordt binnen een termijn van één maand wordt de aanvraag afgewezen.]1
§ 3. De particulierenvergunning, kan worden hernieuwd op aanvraag van de vergunninghouder niet later dan drie maanden voorafgaand aan de vervaldag van deze particulierenvergunning, overeenkomstig en teneinde de bepalingen van paragraaf 1 te respecteren.
Modifications
Art. 52. § 1er. L'AFMPS se prononce sur la recevabilité de la demande visée à l'article 51, dans un délai maximum d'un mois à partir de la réception de la demande.
Si le formulaire de demande visé à l'article 51, § 2, est incomplet ou n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments incorrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d'un délai maximum d'un mois à partir de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est notifiée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à compter de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 2. Si la demande est recevable conformément aux dispositions du paragraphe 1er, le Ministre ou son délégué accorde l'autorisation de particulier dans un délai maximum d'un mois après que la demande ait été déclarée recevable ou la rejette s'il y a de sérieuses raisons de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits ou que les conditions d'autorisation ne sont pas remplies.
[1 Le délai visé au paragraphe 1 est suspendu si l'AFMPS envoie une demande d'information au demandeur. La suspension prend fin lorsque le demandeur a répondu à la demande.
Si le demandeur ne répond pas à la demande d'information dans un délai d'un mois, la demande sera rejetée.]1
§ 3. L'autorisation de particulier peut être renouvelée à la demande du titulaire d'autorisation au plus tard trois mois avant la date d'échéance de cette autorisation de particulier, conformément aux dispositions du paragraphe 1er et afin de respecter celles-ci.
Si le formulaire de demande visé à l'article 51, § 2, est incomplet ou n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments incorrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d'un délai maximum d'un mois à partir de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est notifiée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à compter de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 2. Si la demande est recevable conformément aux dispositions du paragraphe 1er, le Ministre ou son délégué accorde l'autorisation de particulier dans un délai maximum d'un mois après que la demande ait été déclarée recevable ou la rejette s'il y a de sérieuses raisons de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits ou que les conditions d'autorisation ne sont pas remplies.
[1 Le délai visé au paragraphe 1 est suspendu si l'AFMPS envoie une demande d'information au demandeur. La suspension prend fin lorsque le demandeur a répondu à la demande.
Si le demandeur ne répond pas à la demande d'information dans un délai d'un mois, la demande sera rejetée.]1
§ 3. L'autorisation de particulier peut être renouvelée à la demande du titulaire d'autorisation au plus tard trois mois avant la date d'échéance de cette autorisation de particulier, conformément aux dispositions du paragraphe 1er et afin de respecter celles-ci.
Modifications
Art. 53. De particulierenvergunning [1 ...]1 bevat de volgende vermeldingen :
1° het vergunningsnummer;
2° de naam van de vergunninghouder;
3° de woonplaats van de vergunninghouder;
4° de plaats van de toegelaten activiteiten;
5° de aard van de toegelaten activiteiten;
6° de stoffen;
7° de vervaldatum;
8° indien van toepassing de opmerkingen ter verduidelijking van de draagwijdte van de particulierenvergunning.
[1 De vergunning kan op papier of op elektronische wijze worden verleend.
Indien zij op papier wordt verleend, wordt de vergunning afgeleverd op veiligheidspapier.
Indien zij elektronisch wordt verleend moet zij worden ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]1
1° het vergunningsnummer;
2° de naam van de vergunninghouder;
3° de woonplaats van de vergunninghouder;
4° de plaats van de toegelaten activiteiten;
5° de aard van de toegelaten activiteiten;
6° de stoffen;
7° de vervaldatum;
8° indien van toepassing de opmerkingen ter verduidelijking van de draagwijdte van de particulierenvergunning.
[1 De vergunning kan op papier of op elektronische wijze worden verleend.
Indien zij op papier wordt verleend, wordt de vergunning afgeleverd op veiligheidspapier.
Indien zij elektronisch wordt verleend moet zij worden ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.]1
Modifications
Art. 53. L'autorisation de particulier [1 ...]1 comprend les indications suivantes :
1° le numéro d'autorisation;
2° le nom du titulaire d'autorisation;
3° le domicile du titulaire d'autorisation;
4° le lieu des activités autorisées;
5° la nature des activités autorisées;
6° les substances;
7° la date d'échéance;
8° le cas échéant, les remarques visant à préciser la portée de l'autorisation de particulier.
[1 L'autorisation peut être accordée par écrit ou par voie électronique.
Si elle est accordée par écrit, l'autorisation est délivrée sur papier sécurisé.
Si elle est accordée par voie électronique, elle doit être signée au moyen d'une signature électronique qualifiée ou d'un cachet électronique qualifié visés respectivement aux articles 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]1
1° le numéro d'autorisation;
2° le nom du titulaire d'autorisation;
3° le domicile du titulaire d'autorisation;
4° le lieu des activités autorisées;
5° la nature des activités autorisées;
6° les substances;
7° la date d'échéance;
8° le cas échéant, les remarques visant à préciser la portée de l'autorisation de particulier.
[1 L'autorisation peut être accordée par écrit ou par voie électronique.
Si elle est accordée par écrit, l'autorisation est délivrée sur papier sécurisé.
Si elle est accordée par voie électronique, elle doit être signée au moyen d'une signature électronique qualifiée ou d'un cachet électronique qualifié visés respectivement aux articles 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.]1
Modifications
Art. 54. De particulierenvergunning moet bewaard worden op de plaats waar de activiteiten die ze dekt plaatsvinden.
[1 Indien de vergunning elektronisch werd verleend moet een afschrift ervan op deze plaats bewaard worden.]1
De particulierenvergunning moet worden voorgelegd aan de bevoegde ambtenaren zodra zij hierom vragen.
[1 Indien de vergunning elektronisch werd verleend moet een afschrift ervan op deze plaats bewaard worden.]1
De particulierenvergunning moet worden voorgelegd aan de bevoegde ambtenaren zodra zij hierom vragen.
Modifications
Art. 54. L'autorisation de particulier doit être conservée sur le lieu où ont lieu les activités qu'elle couvre.
[1 Si l'autorisation a été délivrée par voie électronique, une copie de celle-ci doit être conservée à cet endroit.]1
L'autorisation de particulier doit être présentée aux fonctionnaires compétents dès qu'ils le demandent.
[1 Si l'autorisation a été délivrée par voie électronique, une copie de celle-ci doit être conservée à cet endroit.]1
L'autorisation de particulier doit être présentée aux fonctionnaires compétents dès qu'ils le demandent.
Modifications
Art. 55. § 1. Elke wijziging van de gegevens vermeld op de particulierenvergunning moet binnen de 15 dagen aan het FAGG worden meegedeeld op basis van het formulier dat het FAGG vaststelt en op zijn website publiceert. Het ingevulde formulier wordt [1 ...]1 per aangetekend schrijven opgestuurd naar het FAGG.
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren.
§ 3. Het FAGG doet uitspraak over de ontvankelijkheid van de aanvraag tot wijziging binnen een termijn van maximum 15 dagen na ontvangst van de aanvraag.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in paragraaf 1 onvolledig is of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 4. Behoudens toepassing van [2 paragraaf 5]2, past de Minister of zijn afgevaardigde de particulierenvergunning aan binnen een termijn van maximum 15 dagen nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard.
[2 De in het eerste lid bedoelde termijn wordt geschorst indien het FAGG een vraag om inlichtingen verzendt aan de aanvrager. Deze schorsing neemt een einde wanneer de aanvrager de vraag heeft beantwoord.
Indien de aanvrager de vraag om inlichtingen niet beantwoordt binnen een termijn van één maand wordt de aanpassing van de vergunning geweigerd.]2
[3 § 5. Indien de wijziging van de gegevens van de vergunning ertoe leidt dat er gegronde redenen ontstaan om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de stoffen, of dat er niet langer aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan wordt de aanpassing van de vergunning geweigerd.]3
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde formulier mag ook elektronisch worden ingediend op voorwaarde dat dit formulier is ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening of een gekwalificeerd elektronisch zegel, bedoeld in respectievelijk artikel 3.12. en 3.27. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG. De Minister kan de elektronische indiening verplicht stellen. Hij kan hiertoe nadere regels invoeren.
§ 3. Het FAGG doet uitspraak over de ontvankelijkheid van de aanvraag tot wijziging binnen een termijn van maximum 15 dagen na ontvangst van de aanvraag.
Indien het aanvraagformulier bedoeld in paragraaf 1 onvolledig is of niet deugdelijk is ingevuld, deelt het FAGG dit mee aan de aanvrager in de in het eerste lid bedoelde kennisgeving met vermelding van de niet-deugdelijke of ontbrekende elementen. De aanvrager beschikt op straffe van verval over een termijn van maximum één maand vanaf de kennisgeving om zijn aanvraag te regulariseren.
Indien de aanvrager zijn aanvraag niet regulariseert overeenkomstig de instructies van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid, wijst de Minister of zijn afgevaardigde de aanvraag af op grond van onontvankelijkheid. Deze beslissing wordt aan de aanvrager ter kennis gebracht binnen een termijn van maximum één maand na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn.
§ 4. Behoudens toepassing van [2 paragraaf 5]2, past de Minister of zijn afgevaardigde de particulierenvergunning aan binnen een termijn van maximum 15 dagen nadat de aanvraag ontvankelijk werd verklaard.
[2 De in het eerste lid bedoelde termijn wordt geschorst indien het FAGG een vraag om inlichtingen verzendt aan de aanvrager. Deze schorsing neemt een einde wanneer de aanvrager de vraag heeft beantwoord.
Indien de aanvrager de vraag om inlichtingen niet beantwoordt binnen een termijn van één maand wordt de aanpassing van de vergunning geweigerd.]2
[3 § 5. Indien de wijziging van de gegevens van de vergunning ertoe leidt dat er gegronde redenen ontstaan om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de stoffen, of dat er niet langer aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan wordt de aanpassing van de vergunning geweigerd.]3
Art. 55. § 1er. Toute modification des données indiquées sur l'autorisation de particulier doit être communiquée à l'AFMPS sur la base du formulaire qu'établit l'AFMPS et qu'elle publie sur son site web. Le formulaire complété est envoyé dans les 15 jours par courrier recommandé à l'AFMPS [1 ...]1.
§ 2. Le formulaire visé au paragraphe 1 peut également être introduit électroniquement à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut instaurer des modalités à cet effet.
§ 3. L'AFMPS se prononce sur la recevabilité de la demande de ma modification dans un délai maximum de 15 jours de la réception à partir de la demande.
Si le formulaire de demande visé au paragraphe 1, est incomplet, ou, n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments non corrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d`un délai maximum d'un mois à compter de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est communiquée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à partir de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 4. Sous réserve de l'application [2 du paragraphe 5]2, le Ministre ou son délégué adapte l'autorisation de particulier dans un délai maximum de 15 jours après que la demande a été déclarée recevable.
[2 Le délai visé au paragraphe 1 est suspendu si l'AFMPS envoie une demande d'information au demandeur. La suspension prend fin lorsque le demandeur a répondu à la demande. "
Si le demandeur ne répond pas à la demande d'information dans un délai d'un mois, la demande sera rejetée.]2
[3 § 5. Si la modification des données de l'autorisation conduit à des raisons sérieuses de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits, ou que les conditions d'autorisation dans ce chapitre ne sont plus respectées, l'adaptation de l'autorisation est refusée.]3
§ 2. Le formulaire visé au paragraphe 1 peut également être introduit électroniquement à condition que ce formulaire soit signé au moyen d'une signature électronique qualifiée ou un cachet électronique qualifié, visé respectivement à l'article 3.12. et 3.27. du règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE. Le Ministre peut rendre obligatoire l'introduction électronique. Il peut instaurer des modalités à cet effet.
§ 3. L'AFMPS se prononce sur la recevabilité de la demande de ma modification dans un délai maximum de 15 jours de la réception à partir de la demande.
Si le formulaire de demande visé au paragraphe 1, est incomplet, ou, n'a pas été dûment complété, l'AFMPS en informe le demandeur dans la notification visée à l'alinéa 1er en indiquant les éléments non corrects ou manquants. Le demandeur dispose, sous peine de déchéance, d`un délai maximum d'un mois à compter de la notification pour régulariser sa demande.
Si le demandeur ne régularise pas sa demande conformément aux instructions de la notification visée à l'alinéa 2, le Ministre ou son délégué rejette la demande pour cause d'irrecevabilité. Cette décision est communiquée au demandeur dans un délai maximum d'un mois à partir de l'échéance du délai visé à l'alinéa 2.
§ 4. Sous réserve de l'application [2 du paragraphe 5]2, le Ministre ou son délégué adapte l'autorisation de particulier dans un délai maximum de 15 jours après que la demande a été déclarée recevable.
[2 Le délai visé au paragraphe 1 est suspendu si l'AFMPS envoie une demande d'information au demandeur. La suspension prend fin lorsque le demandeur a répondu à la demande. "
Si le demandeur ne répond pas à la demande d'information dans un délai d'un mois, la demande sera rejetée.]2
[3 § 5. Si la modification des données de l'autorisation conduit à des raisons sérieuses de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les produits, ou que les conditions d'autorisation dans ce chapitre ne sont plus respectées, l'adaptation de l'autorisation est refusée.]3
Art. 56. De Minister of zijn afgevaardigde kan de particulierenvergunning schorsen of intrekken indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de beoogde activiteiten met de [1 stoffen]1, of dat er niet langer aan de vergunningsvoorwaarden in dit hoofdstuk wordt voldaan.
Modifications
Art. 56. Le Ministre ou son délégué peut suspendre ou retirer l'autorisation de particulier s'il y a de sérieuses raisons de douter de l'aptitude et de la fiabilité du demandeur ou du responsable des activités visées avec les [1 substances]1, ou que les conditions de l'autorisation dans ce chapitre ne sont plus remplies.
Modifications
Art. 57. In geval van stopzetting van de activiteiten waarvoor de particulierenvergunning werd toegekend, stelt de vergunninghouder het FAGG hiervan onverwijld op de hoogte.
De stoffen die nog in het bezit zijn van de vergunninghouder, worden vernietigd op kosten van de vergunninghouder door een hiertoe erkende marktdeelnemer. De vergunninghouder stuurt zijn particulierenvergunning en het door de marktdeelnemer afgeleverde vernietigingsattest naar het FAGG.
De Minister of zijn afgevaardigde trekt de particulierenvergunning in.
De stoffen die nog in het bezit zijn van de vergunninghouder, worden vernietigd op kosten van de vergunninghouder door een hiertoe erkende marktdeelnemer. De vergunninghouder stuurt zijn particulierenvergunning en het door de marktdeelnemer afgeleverde vernietigingsattest naar het FAGG.
De Minister of zijn afgevaardigde trekt de particulierenvergunning in.
Art. 57. En cas d'arrêt des activités pour lesquelles l'autorisation de particulier a été accordée, le titulaire d'autorisation en informe immédiatement l'AFMPS.
Les substances que détient encore le titulaire d'autorisation sont détruites aux frais du titulaire d'autorisation par un opérateur économique agréé à cet effet. Le titulaire d'autorisation envoie à l'AFMPS son autorisation de particulier et le certificat de destruction délivré par l'opérateur économique.
Le Ministre ou son délégué retire l'autorisation de particulier.
Les substances que détient encore le titulaire d'autorisation sont détruites aux frais du titulaire d'autorisation par un opérateur économique agréé à cet effet. Le titulaire d'autorisation envoie à l'AFMPS son autorisation de particulier et le certificat de destruction délivré par l'opérateur économique.
Le Ministre ou son délégué retire l'autorisation de particulier.
HOOFDSTUK 3. - Verplichtingen voor de marktdeelnemer
CHAPITRE 3. - Obligations de l'opérateur économique
Art. 58. Elke in België gevestigde marktdeelnemer mag slechts stoffen leveren op voorlegging van een :
1° particulierenvergunning, indien de afnemer een particulier is;
2° afnemersverklaring indien de afnemer een andere marktdeelnemer is.
1° particulierenvergunning, indien de afnemer een particulier is;
2° afnemersverklaring indien de afnemer een andere marktdeelnemer is.
Art. 58. Tout opérateur économique établi en Belgique peut fournir des substances uniquement sur présentation d'une :
1° autorisation de particulier, si l'acheteur est un particulier;
2° déclaration de l'acheteur si l'acheteur est un autre opérateur économique.
1° autorisation de particulier, si l'acheteur est un particulier;
2° déclaration de l'acheteur si l'acheteur est un autre opérateur économique.
Art. 59. § 1. De in artikel 58 bedoelde afnemersverklaring specifieert de (gebruiks)doeleinden van de afgenomen stoffen. Deze afnemersverklaring gebeurt op basis van het formulier dat het FAGG vaststelt en ter beschikking stelt op zijn website.
Bij nieuwe afnemers wordt steeds een kopie van de identiteitskaart van de persoon die de afnemersverklaring ondertekent en indien het een rechtspersoon betreft, een kopie van de oprichtingsakte aan de afnemersverklaring toegevoegd.
§ 2. Indien de marktdeelnemer van oordeel is dat er mogelijk sprake is van een verdachte transactie, meldt hij dit onverwijld aan het FAGG.
Bij nieuwe afnemers wordt steeds een kopie van de identiteitskaart van de persoon die de afnemersverklaring ondertekent en indien het een rechtspersoon betreft, een kopie van de oprichtingsakte aan de afnemersverklaring toegevoegd.
§ 2. Indien de marktdeelnemer van oordeel is dat er mogelijk sprake is van een verdachte transactie, meldt hij dit onverwijld aan het FAGG.
Art. 59. § 1er. La déclaration de l'acheteur visée à l'article 58 spécifie les objectifs (d'utilisation) des substances acquises. Cette déclaration de l'acheteur se fait au moyen du formulaire qu'établit l'AFMPS et qu'elle met à disposition sur son site web.
Pour les nouveaux acheteurs, une copie de la carte d'identité de la personne qui signe la déclaration de l'acheteur et, s'il s'agit d'une personne morale,, une copie de l'acte constitutif est toujours jointe à la déclaration de l'acheteur.
§ 2. Si l'opérateur économique estime qu'il existe des indices d'une transaction suspecte, il en informe immédiatement l'AFMPS.
Pour les nouveaux acheteurs, une copie de la carte d'identité de la personne qui signe la déclaration de l'acheteur et, s'il s'agit d'une personne morale,, une copie de l'acte constitutif est toujours jointe à la déclaration de l'acheteur.
§ 2. Si l'opérateur économique estime qu'il existe des indices d'une transaction suspecte, il en informe immédiatement l'AFMPS.
Art. 60. Op het eerste verzoek van de bevoegde ambtenaar, moet de marktdeelnemer een lijst van leveringen en bijbehorende afnemersverklaringen, of een kopie van de particulierenvergunning kunnen voorleggen.
Art. 60. Lors de la première demande du fonctionnaire compétent, l'opérateur économique doit pouvoir présenter une liste des livraisons et déclarations de l'acheteur correspondantes, ou une copie de l'autorisation de particulier.
TITEL 6. - Straf- en verbodsbepalingen
TITRE 6. - Dispositions pénales et interdictions
Art. 61. § 1. De overtredingen van de bepalingen van dit besluit worden gestraft met de straffen waarin is voorzien in artikel 2bis van de wet, onverminderd die waarin is voorzien in het Strafwetboek. Hetzelfde geldt voor de teelt van planten waaruit de in dit besluit bedoelde stoffen kunnen worden geëxtraheerd.
§ 2. In afwijking van § 1 :
1° worden gestraft met de straffen waarin is voorzien in artikel 2ter, 1° tot 3°, van de wet, de misdrijven van invoer, vervaardiging, vervoer, aanschaf, bezit en teelt van cannabis zoals bedoeld in bijlage IA, voor persoonlijk gebruik, zonder verzwarende omstandigheid zoals bedoeld in artikel 2bis, §§ 2 tot 4, van de wet;
2° worden gestraft met de straffen waarin is voorzien in artikel 2ter, 4°, van de in § 1 bedoelde wet, de hiervoor sub 1° bedoelde misdrijven, wanneer zij worden gepleegd in een penitentiaire inrichting, een instelling voor jeugdbescherming of een onderwijsinstelling, op de openbare weg of op welke publiek toegankelijke plaats ook en zonder verzwarende omstandigheid zoals bedoeld in artikel 2bis, §§ 2 tot 4, van de wet.
§ 2. In afwijking van § 1 :
1° worden gestraft met de straffen waarin is voorzien in artikel 2ter, 1° tot 3°, van de wet, de misdrijven van invoer, vervaardiging, vervoer, aanschaf, bezit en teelt van cannabis zoals bedoeld in bijlage IA, voor persoonlijk gebruik, zonder verzwarende omstandigheid zoals bedoeld in artikel 2bis, §§ 2 tot 4, van de wet;
2° worden gestraft met de straffen waarin is voorzien in artikel 2ter, 4°, van de in § 1 bedoelde wet, de hiervoor sub 1° bedoelde misdrijven, wanneer zij worden gepleegd in een penitentiaire inrichting, een instelling voor jeugdbescherming of een onderwijsinstelling, op de openbare weg of op welke publiek toegankelijke plaats ook en zonder verzwarende omstandigheid zoals bedoeld in artikel 2bis, §§ 2 tot 4, van de wet.
Art. 61. § 1er. Les infractions aux dispositions du présent arrêté seront punies des peines prévues par l'article 2bis de la loi, sans préjudice de celles prévues par le Code pénal. Il en va de même de la culture des plantes dont peuvent être extraites les substances visées au présent arrêté.
§ 2. Par dérogation au § 1er :
1° seront punies des peines prévues à l'article 2ter, 1° à 3°, de la loi, les infractions d'importation, de fabrication, de transport, d'acquisition de détention, de culture et de production de cannabis tel que visé à l'annexe Ia, pour l'usage personnel sans circonstance aggravante telle que prévue à l'article 2bis, §§ 2 à 4 de la loi;
2° seront punies des peines prévues à l'article 2ter, 4°, de la loi visée au § 1er, les infractions visées ci avant sub 1°, lorsqu'elles sont commises dans un établissement pénitentiaire, une institution de protection de la jeunesse ou un établissement scolaire, sur la voie publique ou en tout lieu accessible au public et sans circonstance aggravante telle que prévue à l'article 2bis, §§ 2 à 4 de la loi.
§ 2. Par dérogation au § 1er :
1° seront punies des peines prévues à l'article 2ter, 1° à 3°, de la loi, les infractions d'importation, de fabrication, de transport, d'acquisition de détention, de culture et de production de cannabis tel que visé à l'annexe Ia, pour l'usage personnel sans circonstance aggravante telle que prévue à l'article 2bis, §§ 2 à 4 de la loi;
2° seront punies des peines prévues à l'article 2ter, 4°, de la loi visée au § 1er, les infractions visées ci avant sub 1°, lorsqu'elles sont commises dans un établissement pénitentiaire, une institution de protection de la jeunesse ou un établissement scolaire, sur la voie publique ou en tout lieu accessible au public et sans circonstance aggravante telle que prévue à l'article 2bis, §§ 2 à 4 de la loi.
Art. 62. Het verkrijgen, en het trachten te verkrijgen, van middelen door middel van een vals medisch voorschrift, van een valse aanvraag, van een valse handtekening of van enig ander bedrieglijk middel, is verboden.
Art. 62. L'obtention ou le fait de tenter d'obtenir des produits au moyen d'une fausse prescription médicale, d'une fausse demande, d'une fausse signature ou de tout autre moyen frauduleux est interdit..
Art. 63. Iedere arts [1 ...]1 of licentiaat in de tandheelkunde, die [1 middelen heeft voorgeschreven of verkregen, moet in voorkomend geval]1 het gebruik ervan kunnen verantwoorden tegenover [1 de [2 Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg bedoeld in artikel 44 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg]2]1.
Art. 63. Tout médecin [1 ...]1 ou licencié en science dentaire, qui aura prescrit [1 ou obtenu des produits, devra, le cas échéant,]1 pouvoir justifier de leur emploi devant la [2 Commission fédérale de contrôle de la pratique des soins de santé, visée à l'article 44 de la loi du 22 avril 2019 relative à la qualité de la pratique des soins de santé]2.
TITEL 7. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen en de inwerkingtreding
TITRE 7. - Dispositions de modification, suppression et transitoires et l'entrée en vigueur
HOOFDSTUK 1. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 1. - Dispositions de modification et de suppression
Art. 64. § 1. Het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, het koninklijke besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies en het K.B. van 26 april 1989 dat de aflevering van geneesmiddelen die benzodiazepines bevatten aan een geneeskundig voorschrift onderwerpt, worden opgeheven.
§ 2. Het Ministerieel besluit van 15 april 1949 betreffende de handel in slaap- en verdovingsmiddelen, wordt opgeheven.
§ 2. Het Ministerieel besluit van 15 april 1949 betreffende de handel in slaap- en verdovingsmiddelen, wordt opgeheven.
Art. 64. § 1er . L'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique, l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique et l'A.R. du 26 avril 1989 soumettant à prescription médicale la délivrance des médicaments contenant des benzodiazépines, sont abrogés.
§ 2. L'arrêté ministériel du 15 avril 1949 relatif au trafic des substances soporifiques et stupéfiantes, est abrogé.
§ 2. L'arrêté ministériel du 15 avril 1949 relatif au trafic des substances soporifiques et stupéfiantes, est abrogé.
Art. 65. § 1. In artikel 33, § 1, 1e lid, 1., van het koninklijk besluit van 31 mei 1885 houdende goedkeuring der nieuwe onderrichtingen voor de geneesheren, de apothekers en de drogisten, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 21 oktober 1999, worden de woorden `artikel 1 van het koninklijk besluit van 31 december 1930 omtrent de handel in slaap- en verdovende middelen en bij de artikelen 2 en 38 van het koninklijk besluit van 22 januari 1998 tot reglementering van sommige psychotrope stoffen', vervangen door de woorden `artikel 1, enige lid, 8°, van het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen'.
§ 2. In artikel 34, § 1, enige lid, 2°, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers worden de woorden `artikel 1 van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies en in de artikelen 2 en 38 van het koninklijk besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies' vervangen door de woorden `artikel 1, enige lid, 8°, van het koninklijk besluit van 26 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen'.
§ 2. In artikel 34, § 1, enige lid, 2°, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers worden de woorden `artikel 1 van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies en in de artikelen 2 en 38 van het koninklijk besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies' vervangen door de woorden `artikel 1, enige lid, 8°, van het koninklijk besluit van 26 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen'.
Art. 65. § 1er. A l'article 33, § 1er, alinéa 1er, 1., de l'arrêté royal du 31 mai 1885 approuvant les nouvelles instructions pour les médecins, pour les pharmaciens et pour les droguistes, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 octobre 1999, les mots " l'article 1 de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 concernant le trafic des substances soporifiques et stupéfiantes et aux (articles 2 et 38 de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes) ", sont remplacés par les mots " l'article 1er, alinéa unique, 8°, de l'arrêté royal du 6 septembre 2017 réglementant les substances stupéfiantes et psychotropes ".
§ 2. A l'article 34, § 1er, alinéa unique, 2°, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens, les mots " l'article 1er de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique et aux articles 2 et 38 de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique " sont remplacés par les mots " l'article 1er, alinéa unique, 8°, " de l'arrêté royal du 26 septembre 2017 réglementant les substances stupéfiantes et psychotropes ".
§ 2. A l'article 34, § 1er, alinéa unique, 2°, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens, les mots " l'article 1er de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique et aux articles 2 et 38 de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique " sont remplacés par les mots " l'article 1er, alinéa unique, 8°, " de l'arrêté royal du 26 septembre 2017 réglementant les substances stupéfiantes et psychotropes ".
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions transitoires
Art. 66. De vergunningen toegekend volgens het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies en het koninklijke besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, voor de inwerkingtreding van dit besluit behouden hun geldigheidsduur.
Voor de toepassing van de verplichtingen voortvloeiend uit dit besluit wordt :
1° de vergunning zoals toegekend volgens art. 11 § 1 van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies of volgens artikelen 3 en 26 van het koninklijke besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, gelijkgesteld aan een activiteitenvergunning;
2° de vergunning zoals toegekend volgens art. 11 § 6 van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies of volgens art. 5 van het koninklijke besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies gelijkgesteld aan een eindgebruikersvergunning.
Voor de toepassing van de verplichtingen voortvloeiend uit dit besluit wordt :
1° de vergunning zoals toegekend volgens art. 11 § 1 van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies of volgens artikelen 3 en 26 van het koninklijke besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, gelijkgesteld aan een activiteitenvergunning;
2° de vergunning zoals toegekend volgens art. 11 § 6 van het koninklijk besluit van 31 december 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies of volgens art. 5 van het koninklijke besluit van 22 januari 1998 houdende regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies gelijkgesteld aan een eindgebruikersvergunning.
Art. 66. Les autorisations accordées sur la base de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique et de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté conservent leur durée de validité.
Pour l'application des obligations découlant de cet arrêté :
1° l'autorisation telle qu'accordée sur la base de l'article 11 § 1 de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique ou sur la base des articles 3 et 26 de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique, est considérée comme une autorisation d'activité;
2° l'autorisation telle qu'accordée sur la base de l'article 11 § 6 de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique ou sur la base de l'article 5 de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique, est considérée comme une autorisation d'utilisateur final.
Pour l'application des obligations découlant de cet arrêté :
1° l'autorisation telle qu'accordée sur la base de l'article 11 § 1 de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique ou sur la base des articles 3 et 26 de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique, est considérée comme une autorisation d'activité;
2° l'autorisation telle qu'accordée sur la base de l'article 11 § 6 de l'arrêté royal du 31 décembre 1930 réglementant les substances soporifiques et stupéfiantes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique ou sur la base de l'article 5 de l'arrêté royal du 22 janvier 1998 réglementant certaines substances psychotropes, et relatif à la réduction des risques et à l'avis thérapeutique, est considérée comme une autorisation d'utilisateur final.
Art. 67. § 1. [1 § 1. Voor de datum bedoeld in § 2 en, in afwijking van artikel 42, § 1 mogen de voor de inwerkingtreding van dit besluit vergunde middelen in de handel worden gebracht zonder dat de buitenverpakking is aangepast aan dit besluit]1.
§ 2. Voor middelen die op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen aan dit besluit aangepaste buitenverpakking hebben, zal de vergunninghouder via een nationale notificatie de aanpassingen meedelen aan het FAGG en dit binnen de 5 jaar volgend op de inwerkingtreding van dit besluit. Indien de vergunninghouder binnen deze periode een variatie lopende heeft met invloed op de verpakking via nationale, wederzijdse erkennings- of gedecentraliseerde procedure zoals bedoeld in artikel 6 van de geneesmiddelenwet, is het toegestaan de aanpassing aan dit besluit in deze wijzigingen op te nemen zonder hiervoor een aparte notificatie in te dienen.
§ 3. Lopende aanvragen tot het bekomen van een vergunning voor het in de handel brengen (VHB) zoals bedoeld in artikel 6 van de wet van 6 maart 1964 op de geneesmiddelen, waarvan de afsluitdocumenten zijn ingediend na de datum van inwerkingtreding van dit besluit, dienen te voldoen aan de bepalingen van dit besluit.
§ 2. Voor middelen die op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen aan dit besluit aangepaste buitenverpakking hebben, zal de vergunninghouder via een nationale notificatie de aanpassingen meedelen aan het FAGG en dit binnen de 5 jaar volgend op de inwerkingtreding van dit besluit. Indien de vergunninghouder binnen deze periode een variatie lopende heeft met invloed op de verpakking via nationale, wederzijdse erkennings- of gedecentraliseerde procedure zoals bedoeld in artikel 6 van de geneesmiddelenwet, is het toegestaan de aanpassing aan dit besluit in deze wijzigingen op te nemen zonder hiervoor een aparte notificatie in te dienen.
§ 3. Lopende aanvragen tot het bekomen van een vergunning voor het in de handel brengen (VHB) zoals bedoeld in artikel 6 van de wet van 6 maart 1964 op de geneesmiddelen, waarvan de afsluitdocumenten zijn ingediend na de datum van inwerkingtreding van dit besluit, dienen te voldoen aan de bepalingen van dit besluit.
Modifications
Art. 67. § 1er. [1 Avant la date visée au § 2 et, par dérogation à l'article 42, § 1er, les produits autorisés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté peuvent être mis sur le marché sans que le conditionnement extérieur ait été adapté au présent arrêté ]1.
§ 2. Pour les produits qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, n'ont pas encore de conditionnement extérieur adapté au présent arrêté, le titulaire d'autorisation communiquera les adaptations à l'AFMPS par le biais d'une notification nationale et ce dans les 5 ans suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Si le titulaire d'autorisation a, pendant cette période, une variation en cours avec une influence sur le conditionnement par procédure nationale, décentralisée ou procédure de reconnaissance mutuelle telles que prévues par l'article 6 de la loi sur les médicaments, il est permis de reprendre dans ces modifications l'adaptation au présent arrêté sans introduire une notification distincte à cet effet.
§ 3. Les demandes d'obtention d'une autorisation de mise sur le marché (AMM) telles que prévues par l'article 6 de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments qui sont en cours, dont les documents de clôture ont été introduits après la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, doivent répondre aux dispositions du présent arrêté.
§ 2. Pour les produits qui, à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, n'ont pas encore de conditionnement extérieur adapté au présent arrêté, le titulaire d'autorisation communiquera les adaptations à l'AFMPS par le biais d'une notification nationale et ce dans les 5 ans suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté. Si le titulaire d'autorisation a, pendant cette période, une variation en cours avec une influence sur le conditionnement par procédure nationale, décentralisée ou procédure de reconnaissance mutuelle telles que prévues par l'article 6 de la loi sur les médicaments, il est permis de reprendre dans ces modifications l'adaptation au présent arrêté sans introduire une notification distincte à cet effet.
§ 3. Les demandes d'obtention d'une autorisation de mise sur le marché (AMM) telles que prévues par l'article 6 de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments qui sont en cours, dont les documents de clôture ont été introduits après la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, doivent répondre aux dispositions du présent arrêté.
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur
Art. 68. Dit besluit treedt in werking op de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad [1 ...]1.
Modifications
Art. 68. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de publication au Moniteur belge [1 ...]1.
Modifications
Art. 69. De minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Financiën en de minister bevoegd voor Binnenlandse zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 69. Le ministre compétent pour la Santé publique, le ministre compétent pour Finances et le ministre compétent pour justice sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlage I tot en met VII.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-09-2017, p. 88167)
gewijzigd bij :
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-09-2017, p. 88167)
gewijzigd bij :
Art. N. Annexe I à VII.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-09-2017, p. 88167)
Modifié par :
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-09-2017, p. 88167)
Modifié par :