Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 JULI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-09-2017 en tekstbijwerking tot 11-09-2024)
Titre
14 JUILLET 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand portant subventionnement des infrastructures hospitalières(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-09-2017 et mise à jour au 11-09-2024)
Informations sur le document
Numac: 2017031043
Datum: 2017-07-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017031043
Date: 2017-07-14
Moniteur: Voir
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° herconditionering : de werken om een gebouw volledig of gedeeltelijk te strippen, of een wijziging van diensten die gepaard gaat met een herallocatie van diensten of functies met een noodzakelijke grondige aanpassing van de infrastructuur;
[2 ziekenhuis: een instelling als vermeld in artikel 2 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, een revalidatieziekenhuis of een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van twee of meer ziekenhuizen]2;
3° psychiatrisch ziekenhuis : een ziekenhuis als vermeld in artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
4° universitair ziekenhuis : een ziekenhuis als vermeld in artikel 4 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen;
[1 revalidatieziekenhuis: een zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren;]1
6° algemeen ziekenhuis : een ziekenhuis dat geen psychiatrisch, universitair of [1 revalidatieziekenhuis]1 is;
7° bed of plaats : een bed of plaats in een algemeen of universitair ziekenhuis, inclusief geïsoleerde gespecialiseerde diensten voor behandeling en revalidatie (kenletter Sp) en geïsoleerde geriatriediensten (kenletter G), een plaats in dagopname of een bed of plaats in een psychiatrisch ziekenhuis;
8° eenheid : een operatiezaal met inbegrip van het lokaal voor sterilisatie en de ontwaakzaal, een bed voor intensieve verzorging binnen de functie intensieve zorgen, het verloskwartier, de functie van lokale neonatale zorg (N*-functie), een bed in een dienst voor intensieve neonatologie (NIC-dienst), een bunker in een dienst Radiotherapie of een post van een centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie;
9° Fonds : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
10° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid.
[3 11° Agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid "Zorg en Gezondheid", opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid.]3
[4 12° departement: het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg.]4
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° reconditionnement : les travaux de démantèlement entier ou partiel d'un bâtiment, ou la modification de services impliquant la réaffectation de services ou fonctions, y compris l'adaptation nécessaire approfondie de l'infrastructure ;
[2 hôpital : un établissement tel que visé à l'article 2 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins, un hôpital de revalidation ou une société de personnes dotée de la personnalité juridique de deux ou plusieurs hôpitaux ; ]2 ;
3° hôpital psychiatrique : un hôpital tel que visé à l'article 3 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins ;
4° hôpital universitaire : un hôpital tel que visé à l'article 4 de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins ;
[1 hôpital de réadaptation : une structure pour la dispensation des soins de santé telle que visée à l'article 5, § 1er, I, alinéa premier, 3° et 4°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles offrant des soins appropriés aux patients dont l'état de santé nécessite l'admission ou le séjour, en vue de rétablir ou d'améliorer leur état de santé en contrôlant la maladie ou en réhabilitant le patient ;]1
6° hôpital général : un hôpital qui n'est pas un hôpital psychiatrique, universitaire ou [1 hôpital de réadaptation]1 ;
7° lit ou place : un lit ou une place dans un hôpital général ou universitaire, en ce compris les services spécialisés isolés pour le traitement et la réadaptation (lettre de code Sp) et les services gériatriques isolés (lettre de code G), une place en admission de jour ou un lit ou une place dans un hôpital psychiatrique ;
8° unité : une salle d'opération, y compris le local de stérilisation et la salle de réveil, un lit pour les soins intensifs au sein de la fonction des soins intensifs, le quartier d'accouchement, la fonction de soins néonatals locaux (fonction N*), un lit dans un service de soins néonatals intensifs (service NIC), un bunker dans un service de radiothérapie ou un poste d'un centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique ;
9° Fonds : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, créée par le décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables ;
10° Ministre : le Ministre flamand chargé de la politique de la santé.
[3 11° Agence : l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Zorg en Gezondheid ", créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne " Zorg en Gezondheid. ]3
[4 12° département : le Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]4
Art. 2. Ten laste van het Fonds worden aan exploitanten van erkende ziekenhuizen investeringssubsidies verleend volgens de bepalingen van dit besluit en van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen.
De subsidies worden verleend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Ze worden verleend als compensatie van de verplichtingen die voortvloeien uit de basisziekenhuisopdracht van het erkende ziekenhuis conform de voorwaarden die zijn bepaald in de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, in het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, in hoofdstuk VI van het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en in de uitvoeringsbesluiten van die wettelijke en decretale regelingen, wat de kosten betreft die verband houden met investeringen in infrastructuur die noodzakelijk is voor de uitvoering van die verplichtingen, om de toegang te waarborgen tot een kwalitatief hoogstaande en betaalbare gezondheidszorg die voor iedereen toegankelijk is, waarbij de kosten grotendeels ten laste worden gelegd van collectieve voorzieningen.
Art. 2. Des subventions d'investissement sont octroyées aux exploitants d'hôpitaux agréés à charge du Fonds conformément aux dispositions du présent arrêté et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières.
Les subventions sont octroyées conformément à la décision 2012/21/UE de la Commission du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, paragraphe deux, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général.
Elles sont octroyées en compensation des obligations découlant de la mission de base des hôpitaux de l'hôpital agréé conformément aux conditions stipulées dans la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins, dans le décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, dans le chapitre VI du décret du 20 mars 2009 portant diverses dispositions relatives au domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille et dans les arrêtés d'exécution de ces réglementations légales et décrétales, en ce qui concerne les frais liés aux investissements dans l'infrastructure nécessaire pour l'exécution de ces obligations, pour garantir l'accès aux soins de santé à haute qualité et abordables qui sont accessibles à tout le monde, les frais étant largement mis à charge de structures collectives.
Art. 3. De investeringssubsidies bestaan uit strategische forfaits en instandhoudingsforfaits die jaarlijks worden toegekend.
Art. 3. Les subventions d'investissement sont composées de forfaits stratégiques et de forfaits de conservation qui sont octroyés annuellement.
Art.3/1.[1 Het maximumpercentage voor de aanleg van reserves en het maximumpercentage van de totale gecumuleerde reserves, vermeld in artikel 72, § 1, van het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019, kunnen worden overschreden als de aanvrager een aanwendingsplan kan voorleggen aan het Fonds waaruit blijkt dat de reserves worden weggewerkt. ]1
Art.3/1.[1 Le pourcentage maximum de constitution de réserves et le pourcentage maximum du total des réserves accumulées visés à l'article 72, § 1, de l'arrêté du Code flamand des Finances publiques du 17 mai 2019 peuvent être dépassés si le demandeur peut présenter au Fonds un plan d'utilisation démontrant que les réserves seront éliminées. ]1
HOOFDSTUK 2. - Het strategisch forfait
CHAPITRE 2. - Le forfait stratégique
Art. 4. Het strategisch forfait dekt de kosten voor de volgende investeringen :
1° de volledige nieuwbouw van het ziekenhuis;
2° de uitbreiding van de capaciteit van het ziekenhuis;
3° de herconditionering van het ziekenhuis.
Het strategisch forfait dekt ook de eerste roerende medische en niet-medische investeringen die verbonden zijn aan de investeringen, vermeld in het eerste lid.
Art. 4. Le forfait stratégique couvre les frais pour les investissements suivants :
1° la construction neuve entière de l'hôpital ;
2° l'extension de la capacité de l'hôpital ;
3° le reconditionnement de l'hôpital.
Le forfait stratégique couvre également les premiers investissements mobiliers médicaux et non médicaux liés aux investissements, visés à l'alinéa premier.
Art. 5. [1 . § 1. Het strategisch forfait kan alleen worden toegekend als het ziekenhuis daarvoor een aanvraag indient bij het Fonds en als de investeringen, vermeld in artikel 4 van dit besluit, passen in de toepasselijke zorgstrategische plannen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 betreffende zorgstrategische planning.
§ 2. Voor investeringen als vermeld in artikel 4, die dringend of onafwendbaar zijn, kan het strategisch forfait worden toegekend, ongeacht of de investeringen passen in de toepasselijke zorgstrategische plannen, vermeld in paragraaf 1.
De minister kan, in afwijking van artikel 2 van dit besluit, omwille van het dringende of onafwendbare karakter van de investeringen, vermeld in het eerste lid, op initiatief van de aanvrager en op gemotiveerde wijze afwijken van artikel 7 tot en met 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen. In voorkomend geval vraagt de aanvrager de afwijking aan en verantwoordt hij de noodzaak ervan, bij voorkeur in de aanvraag tot goedkeuring van het akkoord strategisch forfait, vermeld in artikel 8 van het voormelde besluit]1
.
Art. 5. [1 § 1er. Le forfait stratégique ne peut être accordé que si l'hôpital introduit une demande à cet effet auprès du Fonds et si les investissements visés à l'article 4 du présent arrêté, s'inscrivent dans les plans stratégiques des soins applicables visés à l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 relatif au planning stratégique des soins.
§ 2. Pour les investissements tels que visés à l'article 4, qui sont urgents ou inévitables, le forfait stratégique peut être octroyé, que les investissements s'inscrivent ou non dans les plans stratégiques des soins applicables visés au paragraphe 1er.
Par dérogation à l'article 2 du présent arrêté, le Ministre peut, en raison du caractère urgent ou inévitable des investissements visés au 1er alinéa, à l'initiative du demandeur et de manière motivée, déroger aux articles 7 à 18 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières. Le cas échéant, le demandeur demande la dérogation et justifie sa nécessité, de préférence dans la demande d'approbation de l'accord de forfait stratégique visé à l'article 8 de l'arrêté susmentionné ]1
.
Art. 6. Voor de algemene en de universitaire ziekenhuizen wordt het strategisch forfait per bed, plaats of eenheid bepaald conform kolom B van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Voor de psychiatrische en de [1 revalidatieziekenhuizen]1 wordt het strategisch forfait per bed of plaats bepaald conform kolom B van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
De bedragen die zijn vermeld in kolom B van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, zijn vastgesteld op de in de bijlage vermelde datum. Ze kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast in functie van een wijziging van de waarde van de parameters, vermeld in bijlage 3, op basis waarvan die bedragen werden berekend.
[3 Voor de ziekenhuizen met ten vroegste een bevel tot aanvang op [4 1 september 2020]4 en die nog niet in gebruik werden genomen op 31 december 2022 en die geen ziekenhuis zijn als vermeld in artikel 14 of artikel 15, worden de bedragen, vermeld in kolom B van bijlage 1, als volgt verhoogd:
(Bedrag Kolom B*50%)*((AGIAB/AGI2017-1)+(AGIIGN/AGI2017-1)),
waarbij:
1° AGIAB: afgevlakte gezondheidsindex op 1 januari van het jaar van het bevel van aanvang;
2° AGI2017: afgevlakte gezondheidsindex op 1 januari 2017;
3° AGIIGN: afgevlakte gezondheidsindex op 1 januari van het jaar van ingebruikname.]3

[2 Per bed, plaats of eenheid kan maximaal 100% van het bedrag van het strategisch forfait per bed, plaats of eenheid worden toegekend.
Voor een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid van twee of meer ziekenhuizen, zijn de bedragen en de berekeningswijze voor elk ziekenhuis van het samenwerkingsverband afzonderlijk van toepassing. Voor de toepassing van artikel 6/2 worden OD bouwproject, vermeld in artikel 6/2, § 1, eerste lid, 3°, en OF bouwproject, vermeld in artikel 6/2, § 2, eerste lid, 2°, bepaald op basis van de verhouding van het aantal bedden van het ziekenhuis dat aan het samenwerkingsverband deelneemt, tot het aantal bedden van alle ziekenhuizen die aan het samenwerkingsverband deelnemen.]2

Art. 6. Pour les hôpitaux généraux et universitaires le forfait stratégique par lit, place ou unité est fixé conformément à la colonne B de l'annexe 1re, jointe au présent arrêté.
Pour les hôpitaux psychiatriques et [1 les hôpitaux de réadaptation]1, le forfait stratégique par lit ou place est fixé conformément à la colonne B de l'annexe 1re, jointe au présent arrêté.
Les montants visés à la colonne B de l'annexe 1re, jointe au présent arrêté, sont fixés à la date mentionnée à l'annexe. Ils peuvent être adaptés par le Gouvernement flamand en fonction d'une modification de la valeur des paramètres, visés à l'annexe 3, sur la base desquels ces montants ont été calculés.
[3 Pour les hôpitaux avec un ordre de démarrage au plus tôt le [4 1er septembre 2020]4 et qui n'avaient pas encore été mis en service le 31 décembre 2022 et qui ne sont pas des hôpitaux tels que visés à l'article 14 ou à l'article 15, les montants, mentionnés dans la colonne B de l'annexe 1er, sont majorés comme suit :
(Montant colonne B*50 %)*((AGIAB/AGI2017-1)+(AGIIGN/AGI2017-1)),
où :
1° AGIAB : indice santé lissé au 1er janvier de l'année de l'ordre de démarrage ;
2° AGI2017 : indice santé lissé au 1er janvier 2017 ;
3° AGIIGN: indice santé lissé au 1er janvier de l'année de mise en service.]3

[2 Un maximum de 100% du montant du forfait stratégique peut être accordé par lit, lieu ou unité.
Dans le cas d'un partenariat doté de la personnalité juridique de deux ou plusieurs hôpitaux, les montants et le mode de calcul pour chaque hôpital du partenariat sont applicables séparément. Pour l'application de l'article 6/2, le projet de construction SA (Services d'Appui) visé à l'article 6/2, § 1er, 1er alinéa, 3° et le projet de construction FA (Fonctions d'appui) visé à l'article 6/2, § 2, 1er alinéa, 2°, sont déterminés sur la base du rapport entre le nombre de lits de l'hôpital participant au partenariat et le nombre de lits de tous les hôpitaux participant au partenariat.]2

Art.6/1.[1 § 1. Het jaarlijkse strategisch forfait is gelijk aan het bedrag dat wordt verkregen door toepassing van artikel 6 op het aantal bedden, plaatsen en eenheden, dat wordt vastgesteld overeenkomstig paragraaf 2 tot en met 5.
§ 2. Voor de algemene ziekenhuizen en de universitaire ziekenhuizen wordt het aantal bedden, plaatsen en eenheden, voor zover die deel uitmaken van het project, als volgt vastgesteld:
1° bedden: de som van het aantal verantwoorde bedden per kenletter, zoals bekend bij het agentschap Zorg en Gezondheid op 1 januari van het jaar waarin het akkoord strategisch forfait wordt verleend, het aantal erkende en vergunde SP-, A- en K-bedden op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend, en het aantal FOR-K-bedden op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
2° plaatsen dagziekenhuis: de som van het aantal verantwoorde plaatsen, zoals bekend bij het [3 departement]3 op 1 januari van het jaar waarin het akkoord strategisch forfait wordt verleend, en het aantal erkende en vergunde plaatsen voor dagverpleging in een dienst neuropsychiatrie voor observatie en behandeling voor volwassenen (kenletter a(d)) en in een dienst neuropsychiatrie voor observatie en behandeling van kinderen (kenletter k(d)), op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend. Voor een ziekenhuis dat beschikt over een erkenning van een zorgprogramma voor de geriatrische patiënt, wordt dat aantal plaatsen met zes plaatsen vermeerderd per in dat ziekenhuis erkende en vergunde dienst daghospitalisatie voor de geriatrische patiënt, als onderdeel van een erkenning van het zorgprogramma voor de geriatrische patiënt, op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
3° OK-zalen: het aantal verantwoorde zalen, zoals bekend bij het [3 departement]3 op 1 januari van het jaar waarin het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
4° IZ: het aantal erkende en vergunde bedden voor intensieve verzorging binnen de functie intensieve zorgen, op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
5° NIC: het aantal verantwoorde bedden in een dienst voor intensieve neonatologie, zoals bekend bij het [3 departement ]3 op 1 januari van het jaar waarin het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
6° dialyse: het aantal posten voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie, op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
7° verloskwartier en N-functie: het aantal verlossingen per 100, zoals bekend bij het [3 departement]3 op 1 januari van het jaar waarin het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
8° bunker, voor zover het lineaire versnellers betreft: het aantal lineaire versnellers, zoals bekend bij het [3 departement]3 op 1 januari van het jaar waarin het akkoord strategisch forfait wordt verleend. De lineaire versnellers worden toegerekend aan de ziekenhuizen die beschikken over een erkenning voor die versnellers. In geval van een associatie van ziekenhuizen kunnen de lineaire versnellers binnen de associatie worden toegerekend aan een van de ziekenhuizen van de associatie, dat beschikt over een erkenning voor lineaire versnellers.
Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, wordt het aantal verantwoorde plaatsen dagziekenhuis berekend volgens de volgende formule:
(aantal daghospitalisaties x 0,75) / (250 x 0,8), waarbij:
1° daghospitalisaties: verantwoorde gerealiseerde chirurgische daghospitalisaties en de effectief gerealiseerde daghospitalisaties, waarvoor een maxiforfait, een dagziekenhuisforfait of een forfait chronische pijn in de ziekteverzekering aangerekend wordt conform artikel 4, § 4, a) of b), b of c, § 5 of § 8 van de nationale overeenkomst tussen de verpleeginrichtingen en de verzekeringsinstellingen of, bij het ontbreken daarvan, overeenkomstig de overeenkomst tussen de ziekteverzekering en de verpleeginrichtingen;
2° 0,75: een plaats voor daghospitalisatie kan 1,33 keer gebruikt worden per dag;
3° 250: het aantal werkdagen per jaar;
4° 0,8: de minimale bezettingsgraad van 80%.
[2 In afwijking van het eerste lid, 2°, wordt, als het akkoord strategisch forfait wordt verleend in 2021, het aantal verantwoorde plaatsen vastgesteld op basis van het aantal verantwoorde plaatsen dat bekend is bij het [3 departement]3 op 1 januari 2021 of 1 januari 2020, als dat hoger is.
In afwijking van het eerste lid, 2°, wordt, als het akkoord strategisch forfait wordt verleend in 2022, het aantal verantwoorde plaatsen vastgesteld op basis van het aantal verantwoorde plaatsen dat bekend is bij het [3 departement]3 op 1 januari 2022 of 1 januari 2020, als dat hoger is.]2

§ 3. Voor de psychiatrische ziekenhuizen wordt het aantal bedden en plaatsen, voor zover die deel uitmaken van het project, als volgt vastgesteld:
1° bedden: de som van het aantal erkende en vergunde bedden op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend, en het aantal FOR-K-bedden op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend;
2° plaatsen dagziekenhuis: het aantal erkende en vergunde plaatsen dagziekenhuis op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend.
§ 4. Voor de revalidatieziekenhuizen wordt het aantal bedden, voor zover die deel uitmaken van het project, vastgesteld aan de hand van de som van het aantal erkende en vergunde SP- en G-bedden op de datum waarop het akkoord strategisch forfait wordt verleend.
§ 5. Als de vaststelling van het aantal bedden, eenheden en plaatsen die deel uitmaken van het project, niet mogelijk is op basis van de parameters, vermeld in paragraaf 2 tot en met 4, wordt dat aantal pro rata berekend.
§ 6. Vanaf het tweede jaar van de toekenning van het jaarlijkse strategisch forfait wordt het forfait berekend op basis van het aantal bedden, plaatsen en eenheden, vastgesteld conform paragraaf 2 tot en met 5, zoals bekend bij het [3 departement]3 op 1 januari van het jaar waarin de uitbetaling van het strategisch forfait plaatsvindt.]1

[2 In afwijking van het eerste lid wordt het jaarlijks strategisch forfait voor 2021 berekend op basis van het aantal verantwoorde plaatsen dat bekend is bij het [3 departement]3 op 1 januari 2021 of 1 januari 2020, als dat hoger is.
In afwijking van het eerste lid wordt het jaarlijks strategisch forfait voor 2022 berekend op basis van het aantal verantwoorde plaatsen dat bekend is bij [3 departement]3 op 1 januari 2022 of 1 januari 2020, als dat hoger is.]2

Art.6/1.[1 § 1er. Le forfait stratégique annuel égale le montant obtenu en appliquant l'article 6 au nombre de lits, places et unités fixé conformément aux paragraphes 2 à 5 inclus.
§ 2. Pour les hôpitaux généraux et universitaires le nombre de lits, places et unités est fixé comme suit pour autant qu'ils fassent partie du projet :
1° lits : la somme des lits justifiés par lettre, tel que connu auprès de [3 le département ]3 au 1er janvier de l'année dans laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé, le nombre de lits SP, A et K agréés et autorisés à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé, et le nombre de lits FOR-K à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
2° places d'hôpital de jour : la somme du nombre de places justifiées, tel que connu auprès [3 du département ]3 au 1er janvier de l'année dans laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé, et du nombre de places agréées et autorisées pour les soins de jour dans un service neuropsychiatrique pour observation et traitement pour adultes (lettre a(d)) et dans un service neuropsychiatrique pour observation et traitement des enfants (lettre k(d)), à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé. Pour un hôpital qui dispose d'un agrément d'un programme de soins pour le patient gériatrique, ce nombre de places est augmenté de six places par hospitalisation de jour agréé et autorisé pour le patient gériatrique, dans le cadre d'un agrément du programme de soins pour le patient gériatrique, à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
3° salles opératoires : le nombre de salles justifiées, tel que connu auprèse [3 du département ]3 " au 1er janvier de l'année dans laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
4° soins intensifs : le nombre de lits agréés et autorisés pour les soins intensifs au sein de la fonction soins intensifs, à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
5° soins intensifs en néonatologie : le nombre de lits justifiés dans un service de néonatologie intensive, tel que connu auprès [3 du département ] au 1er janvier de l'année dans laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
6° dialyse : le nombre de postes pour le traitement d'insuffisance rénale chronique, à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
7° quartier d'accouchement et fonction N : le nombre d'accouchements par 100, tel que connu auprès [3 du département ]3
au 1er janvier de l'année dans laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
8° bunker, pour autant qu'il s'agisse des accélérateurs linéaires : le nombre d'accélérateurs linéaires, tel que connu auprès [3 du département ]3 au 1er janvier de l'année dans laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé. Les accélérateurs linéaires sont attribués aux hôpitaux disposant d'un agrément pour ces accélérateurs. Dans le cas d'une association d'hôpitaux les accélérateurs linéaires peuvent être attribués au sein de l'association à un des hôpitaux de l'association, qui dispose d'un agrément pour les accélérateurs linéaires.
Pour l'application de l'alinéa premier, 2°, le nombre de places justifiées d'hôpital de jour est calculé selon la formule suivante :
(nombre d'hospitalisations de jour x 0,75) / (250 x 0,8), où :
1° hospitalisations de jour : hospitalisations de jour chirurgicales d'un jour réalisées de manière responsable, pour lesquelles un forfait maxi, un forfait d'hôpital de jour ou un forfait douleurs chroniques sont facturés dans l'assurance maladie conformément à l'article 4, § 4, a) ou b), b ou c, §§ 5 ou 8 de la convention nationale entre les établissements de soins et les organismes assureurs, ou, à défaut de celle-ci, conformément à la convention entre l'assurance maladie et les établissements de soins ;
2° 0,75 : une place pour l'hospitalisation de jour peut être utilisée 1,33 fois par jour ;
3° 250 : le nombre de jours ouvrables par an ;
4° 0,8 : le taux d'occupation minimum de 80 %.
[2 Par dérogation à l'alinéa 1, 2°, lorsque l'accord forfait stratégique est accordé en 2021, le nombre de places justifiées est déterminé sur la base du nombre de places justifiées connu par l'agence au 1 janvier 2021 ou au 1 janvier 2020, si celui-ci est plus élevé.
Par dérogation à l'alinéa 1, 2°, si l'accord forfait stratégique est accordé en 2022, le nombre de places justifiées est déterminé sur la base du nombre de places justifiées connu par l'agence au 1 janvier 2022 ou au 1 janvier 2020, si celui-ci est plus élevé.]2

§ 3. Pour les hôpitaux psychiatriques, le nombre de lits, places et unités est fixé comme suit pour autant qu'ils fassent partie du projet :
1° lits : la somme du nombre de lits agréés et autorisés à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé, et le nombre de lits FOR-K à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé ;
2° places d'hôpital de jour : le nombre de places agréées et autorisées d'hôpital de jour à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé.
§ 4. Pour les hôpitaux de réadaptation, le nombre de lits, dans la mesure où ils font partie du projet, est déterminé sur la base de la somme du nombre de lits SP et G agréés et autorisés à la date à laquelle l'accord de forfait stratégique est accordé.
§ 5. S'il n'est pas possible de déterminer le nombre de lits, d'unités et de places inclus dans le projet sur la base des paramètres visés aux paragraphes 2 à 4, ce nombre est calculé au prorata.
§ 6. A partir de la deuxième année de l'octroi du forfait stratégique annuel, le forfait est calculé sur la base du nombre de lits, places et unités, fixé conformément aux paragraphes 2 à 5, tel que connu auprès de [3 du département ]3 au 1er janvier de l'année dans laquelle le paiement du forfait stratégique a lieu.]1

[2 Par dérogation à l'alinéa 1, 2°, lorsque l'accord forfait stratégique est accordé en 2021, le nombre de places justifiées est déterminé sur la base du nombre de places justifiées connu par [3 le département]3 au 1 janvier 2021 ou au 1 janvier 2020, si celui-ci est plus élevé.
Par dérogation à l'alinéa 1, 2°, si l'accord forfait stratégique est accordé en 2022, le nombre de places justifiées est déterminé sur la base du nombre de places justifiées connu par [3 le département] au 1 janvier 2022 ou au 1 janvier 2020, si celui-ci est plus élevé.]2

Art.6/2.[1 § 1. Als een algemeen, een universitair, een psychiatrisch of een revalidatieziekenhuis investeert in diensten voor de functionele ondersteuning van bedden en als de ondersteunde bedden niet in dezelfde mate mee het voorwerp uitmaken van die investering, wordt aan het ziekenhuis een strategisch forfait toegekend om de investeringskosten van die diensten te dekken. Het jaarlijkse strategisch forfait bedraagt voor de algemene ziekenhuizen 40 %, voor de universitaire ziekenhuizen 60% en voor de psychiatrische en revalidatieziekenhuizen 30 % van het jaarlijkse forfait dat voor die bedden zou worden toegekend. Het jaarlijkse strategisch forfait voor de ondersteunende diensten wordt berekend conform de volgende formule:
Art.6/2.[1 § 1er. Lorsqu'un hôpital général, universitaire, psychiatrique ou un hôpital de revalidation investit dans des services de soutien fonctionnel de lits et que les lits soutenus ne font pas l'objet de cet investissement dans la même mesure, un forfait stratégique est octroyé à l'hôpital pour couvrir les frais d'investissement de ces services. Le forfait stratégique annuel s'élève pour les hôpitaux généraux à 40 %, pour les hôpitaux universitaires à 60 % et pour les hôpitaux psychiatriques et les hôpitaux de revalidation à 30 % du forfait annuel qui serait octroyé pour ces lits. Le forfait stratégique annuel pour les services de soutien est calculé selon la formule suivante :
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-11-2020, p. 83673)
waarbij:
1° %: het toepasselijke percentage, namelijk 40% voor de algemene ziekenhuizen, 60% voor de universitaire ziekenhuizen en 30% voor de psychiatrische en revalidatieziekenhuizen;
2° SF bedden buiten project: het jaarlijkse strategisch forfait dat zou worden toegekend voor de bedden die geen deel uitmaken van het investeringsproject;
3° OD bouwproject: de oppervlakte van de diensten voor de functionele ondersteuning die het voorwerp uitmaken van de investering;
4° OD bedden in project: de aanvaarde oppervlakte van de diensten voor de functionele ondersteuning die betrekking hebben op de bedden die het voorwerp uitmaken van de investering. Die oppervlakte wordt berekend door het toepasselijke percentage, vermeld in punt 1°, toe te passen op de oppervlakte van die bedden, vermeld in artikel 7 van het ministerieel besluit van 11 mei 2007 tot vaststelling van de maximumkostprijs die in aanmerking kan worden genomen voor de betoelaging van nieuwbouwwerken, uitbreidingswerken en herconditioneringswerken van een ziekenhuis of een dienst;
5° OD ZH: de totale aanvaarde oppervlakte van alle diensten voor de functionele ondersteuning van het ziekenhuis in kwestie, die wordt berekend door het toepasselijke percentage, vermeld in punt 1°, toe te passen op de oppervlakte van alle bedden, vermeld in artikel 7 van het voormelde ministerieel besluit.
Het resterende percentage van het jaarlijkse strategisch forfait voor die bedden kan pas worden toegekend nadat de investeringen die op die bedden betrekking hebben, gerealiseerd zijn.
In het eerste lid worden onder ondersteunende diensten de volgende diensten en ruimten verstaan:
1° administratie;
2° apotheek;
3° archief;
4° centrale inkomhal, onthaal en inschrijvingen;
5° centrale keuken;
6° circulatie, meer bepaald liften, trappen en hoofdgangen;
7° ergotherapie;
8° fysiotherapie;
9° informatica;
10° kleedkamers en overnachtingsruimtes personeel;
11° labo;
12° logistiek;
13° medische beeldvorming, exclusief magnetische resonantie (MR);
14° mortuarium-autopsie;
15° nucleaire geneeskunde, exclusief positron emissie tomografie (PET);
16° spoeddienst;
17° technische ruimte, exclusief technieken operatiezaal;
18° vergaderruimte;
19° [2 voor een psychiatrische ziekenhuis of een revalidatieziekenhuis]2 : ruimte voor functionele readaptatie.
De minister kan de ondersteunende diensten, vermeld in het derde lid, nader bepalen.
§ 2. Als een algemeen of een universitair ziekenhuis een investering voor ondersteunende functies van de operatiezalen uitvoert en als niet alle operatiezalen die door die ondersteunende functies functioneel worden ondersteund, mee het voorwerp uitmaken van die investering, wordt aan het ziekenhuis een strategisch forfait toegekend om de investeringskosten van de voormelde functies te dekken. Het jaarlijkse strategisch forfait bedraagt 30% van het jaarlijkse strategisch forfait dat zou worden toegekend voor de functioneel ondersteunde operatiezalen die niet mee het voorwerp uitmaken van de investering.
Het jaarlijkse strategisch forfait voor de ondersteunende functies van de operatiezalen wordt berekend conform de volgende formule:
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 27-11-2020, p. 83676)
où :
1° % : le taux applicable, à savoir 40 % pour les hôpitaux généraux, 60 % pour les hôpitaux universitaires et 30 % pour les hôpitaux psychiatriques et les hôpitaux de revalidation ;
2° lits FS en dehors du projet : le forfait stratégique annuel qui serait accordé pour les lits qui ne font pas partie du projet d'investissement ;
3° projet de construction SA : la superficie des services d'appui fonctionnel faisant l'objet de l'investissement ;
4° lits SA en projet : la superficie acceptée des services d'appui fonctionnel relatifs aux lits faisant l'objet de l'investissement. Cette superficie est calculée en appliquant le pourcentage applicable visé au point 1°, à la superficie de ces lits visée à l'article 7 de l'arrêté ministériel du 11 mai 2007 fixant le coût maximal pouvant être pris en considération pour l'octroi des subventions pour la construction de nouveaux bâtiments, les travaux d'extension et de reconditionnement d'un hôpital ou d'un service ;
5° SA hôpital : la superficie totale acceptée de tous les services d'appui fonctionnel de l'hôpital en question, qui est calculée en appliquant le pourcentage applicable, visé au point 1°, à la superficie de tous les lits visé à l'article 7 de l'arrêté ministériel précité.
Le pourcentage restant du forfait annuel stratégique pour ces lits ne peut être octroyé qu'après la réalisation des investissements ayant trait à ces lits.
Au premier alinéa, on entend par services d'appui les services et locaux suivants :
1° administration ;
2° pharmacie ;
3° archives ;
4° hall d'entrée central, réception et admissions ;
5° cuisine centrale ;
6° circulation, en particulier les ascenseurs, les escaliers et les couloirs principaux ;
7° ergothérapie ;
8° physiothérapie ;
9° informatique ;
10° vestiaires et espaces de logement pour le personnel ;
11° laboratoire ;
12° logistique ;
13° imagerie médicale, hors résonance magnétique (RM) ;
14° mortuaire-autopsie ;
15° médecine nucléaire, hors Tomographie par Emission de Positons (PET) ;
16° service d'urgence ;
17° espace technique, hors techniques de salle d'opération ;
18° salle de conférence ;
19° [2 pour un hôpital psychiatrique ou un hôpital de revalidation]2 : espace pour la réadaptation fonctionnelle.
Le ministre peut préciser les services d'appui, visés à l'alinéa 3.
§ 2. Lorsqu'un hôpital général ou universitaire réalise un investissement pour des fonctions d'appui des salles d'opération et que toutes les salles d'opération qui sont soutenues fonctionnellement par ces fonctions d'appui ne font pas l'objet de cet investissement, un forfait stratégique est octroyé à l'hôpital pour couvrir les frais d'investissement des fonctions précitées. Le forfait annuel stratégique s'élève à 30 % du forfait annuel stratégique qui serait octroyé pour les salles d'opération soutenues de manière fonctionnelle ne faisant pas l'objet de l'investissement.
Le forfait annuel stratégique pour les fonctions d'appui des salles d'opération est calculé selon la formule suivante :
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-11-2020, p. 83673)
waarbij:
1° SF operatiezalen buiten project: het jaarlijkse strategisch forfait dat zou worden toegekend voor de operatiezalen die geen deel uitmaken van het investeringsproject;
2° OF bouwproject: de oppervlakte van de ondersteunende functies die het voorwerp uitmaken van de investering;
3° OF operatiezalen in project: de aanvaarde oppervlakte van de ondersteunende functies die betrekking hebben op de operatiezalen die het voorwerp uitmaken van de investering. Die oppervlakte is gelijk aan 30% van de oppervlakte van die operatiezalen, vermeld in artikel 7 van het ministerieel besluit van 11 mei 2007 tot vaststelling van de maximumkostprijs die in aanmerking kan worden genomen voor de betoelaging van nieuwbouwwerken, uitbreidingswerken en herconditioneringswerken van een ziekenhuis of een dienst;
4° OF ZH: de totale aanvaarde oppervlakte van alle ondersteunende functies van het ziekenhuis. Die oppervlakte is gelijk aan 30% van de oppervlakte van alle operatiezalen, vermeld in artikel 7 van het voormelde ministerieel besluit.
Het resterende percentage van het jaarlijkse strategisch forfait voor die operatiezalen kan pas worden toegekend nadat de investeringen die op die operatiezalen betrekking hebben, gerealiseerd zijn.
In het eerste lid worden onder ondersteunende functies van de operatiezalen de volgende diensten en ruimten verstaan:
1° recovery;
2° technische ruimten van de operatiezalen;
3° preoperatieve ruimten;
4° centrale sterilisatieafdeling. ]1
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 27-11-2020, p. 83677)
où :
1° FS salles d'opération en dehors du projet : le forfait annuel stratégique qui serait accordé pour les salles d'opération qui ne font pas partie du projet d'investissement ;
2° FA projet de construction : la superficie des fonctions d'appui qui font l'objet de l'investissement ;
3° FA salles d'opération en projet : la superficie acceptée des fonctions de soutien relatives aux salles d'opération faisant l'objet de l'investissement. Cette superficie est égale à 30 % de la superficie de ces salles d'opération visées à l'article 7 de l'arrêté ministériel du 11 mai 2007 fixant le coût maximum pouvant être pris en considération pour le subventionnement de constructions neuves, de travaux d'extension et de reconditionnement d'un hôpital ou d'un service ;
4° FA hôpitaux : la superficie totale acceptée de toutes les fonctions d'appui de l'hôpital. Cette superficie est égale à 30 % de la superficie de l'ensemble des salles d'opération visées à l'article 7 de l'arrêté ministériel précité.
Le pourcentage restant du forfait annuel stratégique pour ces salles d'opération ne peut être octroyé qu'après la réalisation des investissements ayant trait à ces salles d'opération.
Au 1er alinéa, on entend par fonctions d'appui des salles d'opération les services et espaces suivants :
1° réveil ;
2° les espaces techniques des salles d'opération ;
3° les salles préopératoires ;
4° service central de stérilisation .]1
Art. 7. Het strategisch forfait dat jaarlijks voor een ziekenhuis wordt toegekend, is de som van de forfaits per bed, plaats of eenheid, bepaald conform artikel 6, in het eerste jaar dat het strategisch forfait voor de investering wordt toegekend. De voormelde forfaits worden voor een aandeel van 16% jaarlijks op 1 januari aangepast aan de afgevlakte gezondheidsindex. Na die indexatie worden ze verhoogd met een forfaitaire intrestvergoeding van 32%.
In functie van de evolutie van het algemene rentepeil kan de Vlaamse Regering de intrestvergoeding, vermeld in het eerste lid, aanpassen. Voor de investeringen waarvoor een strategisch forfait werd toegekend, zal de intrestvergoeding ongewijzigd blijven tijdens de looptijd van de leningen die het ziekenhuis heeft afgesloten om die investeringen te financieren.
[1 ...]1
Het strategisch forfait wordt aangepast in functie van de wijziging van het gebruik van de bedden, plaatsen of eenheden waarvan het forfait de investeringskosten dekt.
Art. 7. Le forfait stratégique qui est octroyé annuellement pour un hôpital est la somme des forfaits par lit, place ou unité, fixée conformément à l'article 6, dans la première année d'octroi du forfait stratégique pour l'investissement. Les forfaits précités sont adaptés au 1er janvier de chaque année, pour une part de 16 %, à l'indice santé lissé. Après cette indexation, ils sont majorés d'une indemnisation en intérêts forfaitaire de 32 %.
En fonction de l'évolution du niveau général d'intérêt, le Gouvernement flamand peut adapter l'indemnisation en intérêts, visée à l'alinéa premier. Pour les investissements pour lesquels un forfait stratégique a été octroyé, l'indemnisation en intérêts restera inchangée pendant la durée des emprunts conclus par l'hôpital en vue du financement de ces investissements.
[1 ...]1
Le forfait stratégique est adapté en fonction de la modification de l'utilisation des lits, places ou unités dont le forfait couvre les frais d'investissement.
HOOFDSTUK 3. - Het instandhoudingsforfait
CHAPITRE 3. - Le forfait de conservation
Art. 8. Het instandhoudingsforfait dekt de kosten om de bestaande onroerende en roerende infrastructuur in exploitatie te houden.
Art. 8. Le forfait de conservation couvre les frais pour tenir en exploitation l'infrastructure existante mobilière et immobilière.
Art. 9. Voor de algemene en de universitaire ziekenhuizen wordt het instandhoudingsforfait per bed, plaats of eenheid bepaald conform kolom B van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Voor de psychiatrische en de [1 revalidatieziekenhuizen]1 wordt het instandhoudingsforfait per bed of plaats bepaald conform kolom B van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
De bedragen, vermeld in kolom B van bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, [3 ...]3. [3 worden]3 jaarlijks op 1 januari aan de afgevlakte gezondheidsindex aangepast. [3 De basisindex is de index die van toepassing is op 1 januari 2023.]3 Ze kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast in functie van een wijziging van de waarde van de parameters, vermeld in bijlage 3, op basis waarvan die bedragen werden berekend.
[2 In afwijking van artikel 1, 8°, wordt voor de bepaling van het instandhoudingsforfait een centrum voor de behandeling van chronische nierinsufficiëntie als een eenheid beschouwd.]2
[3 In afwijking van het derde lid worden de forfaits op 1 januari 2022 niet aangepast aan de afgevlakte gezondheidsindex.]3
Art. 9. Pour les hôpitaux généraux et universitaires le forfait de conservation par lit, place ou unité est fixé conformément à la colonne B de l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
Pour les hôpitaux psychiatriques et [1 les hôpitaux de réadaptation]1, le forfait de conservation par lit, place ou unité est fixé conformément à la colonne B de l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
Les montants, visés à la colonne B de l'annexe 2, jointe au présent arrêté [3 ...]3. Ils sont adaptés au 1er janvier de chaque année à l'indice santé lissé. [3 L'indice de base est l'indice applicable au 1 janvier 2023.]3 Ils peuvent être adaptés par le Gouvernement flamand en fonction d'une modification de la valeur des paramètres, visés à l'annexe 3, sur la base desquels ces montants ont été calculés.
[2 Par dérogation à l'article 1er, 8°, un centre pour le traitement de l'insuffisance rénale chronique est considéré comme une unité pour la détermination d'un forfait de conservation.]2
[3 Par dérogation à l'alinéa 3, les montants forfaitaires au 1 janvier 2022 ne sont pas adaptés à l'indice de santé lissé.]3
Art.9/1.[1 § 1. Het Fonds betaalt het jaarlijkse instandhoudingsforfait uit in het jaar waarop het forfait betrekking heeft.
§ 2. Het jaarlijkse instandhoudingsforfait is gelijk aan het bedrag dat wordt verkregen door toepassing van artikel 9 op het aantal bedden, plaatsen en eenheden die voor het ziekenhuis op 1 januari van het jaar waarop het forfait betrekking heeft, erkend zijn. Wat de hierna vermelde plaatsen of eenheden betreft, wordt artikel 9 echter toegepast op het aantal dat het ziekenhuis in gebruik heeft op de daarnaast vermelde datum of tijdens de daarnaast vermelde periode:
1° plaatsen dagziekenhuis: het aantal verantwoorde plaatsen dagziekenhuis in algemene of universitaire ziekenhuizen[2 ...]2 tijdens het tweede jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het forfait betrekking heeft [3 en het aantal erkende plaatsen voor dagverpleging in een dienst neuropsychiatrie voor observatie en behandeling voor volwassenen (kenletter a(d)) en in een dienst neuropsychiatrie voor observatie en behandeling van kinderen (kenletter k(d)) op 1 januari van het jaar waarin het instandhoudingsforfait wordt verleend]3. Voor een ziekenhuis dat beschikt over een erkenning van een zorgprogramma voor de geriatrische patiënt, wordt dat aantal plaatsen met zes plaatsen vermeerderd per in dat ziekenhuis erkende dienst daghospitalisatie voor de geriatrische patiënt, als onderdeel van een erkenning van het zorgprogramma voor de geriatrische patiënt, op 1 januari van het jaar waarin het instandhoudingsforfait wordt verleend;
2° OK-zalen in algemene of universitaire ziekenhuizen: het aantal weerhouden zalen op 1 juli van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het forfait betrekking heeft;
3° verloskwartier en N-functie in algemene of universitaire ziekenhuizen: het aantal verlossingen tijdens het tweede jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het forfait betrekking heeft;
4° bunker in algemene of universitaire ziekenhuizen, voor zover het lineaire versnellers betreft: het aantal lineaire versnellers, zoals bekend bij het [5 departement]5, tijdens het tweede jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het forfait betrekking heeft. De lineaire versnellers worden toegerekend aan de ziekenhuizen die beschikken over een erkenning voor die versnellers. In geval van een associatie van ziekenhuizen kunnen de lineaire versnellers binnen de associatie worden toegerekend aan een van de ziekenhuizen van de associatie, dat beschikt over een erkenning voor lineaire versnellers.
Voor de toepassing van het tweede lid, 1°, wordt het aantal verantwoorde plaatsen dagziekenhuis per algemeen of universitair ziekenhuis berekend volgens de volgende formule:
(aantal daghospitalisaties x 0,75) / (250 x 0,8), waarbij:
1° daghospitalisaties: verantwoorde gerealiseerde chirurgische daghospitalisaties en de effectief gerealiseerde daghospitalisaties, waarvoor een maxiforfait, een dagziekenhuisforfait of een forfait chronische pijn in de ziekteverzekering aangerekend wordt conform artikel 4, § 4, a) of b), b of c, § 5 of § 8 van de nationale overeenkomst tussen de verpleeginrichtingen en de verzekeringsinstellingen of, bij het ontbreken daarvan, overeenkomstig de overeenkomst tussen de ziekteverzekering en de verpleeginrichtingen;
2° 0,75: een plaats voor daghospitalisatie kan 1,33 keer gebruikt worden per dag;
3° 250: het aantal werkdagen per jaar;
4° 0,8: de minimale bezettingsgraad van 80%.
[4 In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt om het instandhoudingsforfait voor het jaar 2022 te berekenen, rekening gehouden met het aantal verantwoorde plaatsen van 2020 of van 2019, als dat hoger is.
In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt om het instandhoudingsforfait voor het jaar 2023 te berekenen, rekening gehouden met het aantal verantwoorde plaatsen van 2021 of van 2019, als dat hoger is.]4

§ 3. Voor de toepassing van artikel 12, tweede lid, 1° tot en met 4°, 6° en 7°, worden de bedragen voor afschrijving in aanmerking genomen op 1 juli van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het forfait betrekking heeft.
§ 4. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt voor de berekening van het instandhoudingsforfait voor het jaar 2017 het aantal lineaire versnellers in aanmerking genomen tijdens het jaar 2016.]1

Art.9/1.[1 § 1er. Le Fonds paie le forfait de conservation annuel dans l'année à laquelle le forfait a trait.
§ 2. Le forfait de conservation annuel égale le montant obtenu en appliquant l'article 9 sur le nombre de lits, places et unités agréés pour l'hôpital au 1er janvier de l'année à laquelle se rapporte le forfait. Toutefois, en ce qui concerne les places ou unités citées ci-dessous, l'article 9 s'applique au nombre de places ou unités occupées par l'hôpital à la date ou pendant la période indiquée à côté de celle-ci :
1° places d'hôpital de jour : le nombre de places justifiées d'hôpital de jour dans les hôpitaux généraux ou universitaires [2 ...]2 au cours de la deuxième année précédant l'année à laquelle se rapporte le forfait [3 et le nombre de places agréées pour les soins de jour dans un service de neuropsychiatrique pour l'observation et le traitement pour adultes (lettre a(d)) et dans un service neuropsychiatrique pour l'observation et le traitement d'enfants (lettre k(d)) au 1 janvier de l'année où le forfait de conservation est octroyé]3. Pour un hôpital qui dispose d'un agrément d'un programme de soins pour le patient gériatrique, ce nombre de places est augmenté de six places par hospitalisation de jour agréé dans cet hôpital pour le patient gériatrique, dans le cadre d'un agrément du programme de soins pour le patient gériatrique, au 1er janvier de l'année laquelle le forfait de conservation est accordé ;
2° salles opératoires dans les hôpitaux généraux ou universitaires : le nombre de salles retenues au 1er juillet de l'année précédant l'année à laquelle se rapporte le forfait ;
3° quartier d'accouchement et fonction N dans les hôpitaux généraux ou universitaires : le nombre d'accouchements dans la deuxième année précédant l'année à laquelle se rapporte le forfait ;
4° bunker dans les hôpitaux généraux ou universitaires, pour autant qu'il s'agisse des accélérateurs linéaires : le nombre d'accélérateurs linéaires, tel que connu auprès [5 du département ]5 pendant la deuxième année précédant l'année à laquelle se rapporte le forfait. Les accélérateurs linéaires sont attribués aux hôpitaux disposant d'un agrément pour ces accélérateurs. Dans le cas d'une association d'hôpitaux, les accélérateurs linéaires au sein de l'association peuvent être attribués à l'un des hôpitaux de l'association, qui possède un agrément pour les accélérateurs linéaires.
Pour l'application de l'alinéa deux, 1°, le nombre de places justifiées d'hôpital de jour par hôpital général ou universitaire est calculé selon la formule suivante :
(nombre d'hospitalisations de jour x 0,75) / (250 x 0,8), où :
1° hospitalisations de jour : hospitalisations chirurgicales de jour réalisées de manière responsable et les hospitalisations de jour effectivement réalisées, pour lesquelles un forfait maximal, un forfait d'hôpital de jour ou un forfait douleurs chroniques sont facturés à l'assurance maladie conformément à l'article 4, § 4, a) ou b), b ou c, §§ 5 ou 8 de la convention nationale entre les établissements de soins et les organismes assureurs, ou, à défaut de celle-ci, conformément à la convention entre l'assurance maladie et les établissements de soins ;
2° 0,75 : une place pour hospitalisation de jour peut être utilisée 1,33 fois par jour ;
3° 250 : le nombre de jours ouvrables par an ;
4° 0,8 : le taux d'occupation minimum de 80 %.
[4 Par dérogation à l'alinéa 1, 1°, le nombre de places justifiées de 2020 ou de 2019, si celui-ci est plus élevé, est pris en compte pour le calcul du forfait de conservation pour l'année 2022.
Par dérogation à l'alinéa 1, 1°, le nombre de places justifiées de 2021 ou de 2019, si celui-ci est plus élevé, est pris en compte pour le calcul du forfait de conservation pour l'année 2023. ]4

§ 3. Pour l'application de l'article 12, alinéa deux, 1° à 4°, 6° et 7°, les montants pour amortissement sont pris en compte au 1er juillet de l'année précédant l'année à laquelle le forfait a trait.
§ 4. Par dérogation au paragraphe 2, alinéa premier, 4°, le nombre d'accélérateurs linéaires en 2016 est pris en compte pour le calcul du forfait de conservation pour l'année 2017.]1

Art. 10. Het instandhoudingsforfait per bed, plaats of eenheid, bepaald conform artikel 9, wordt verhoogd met een forfaitaire intrestvergoeding van 10%.
In functie van de evolutie van het algemene rentepeil kan de Vlaamse Regering de vergoeding, vermeld in het eerste lid, aanpassen.
Art. 10. Le forfait de conservation par lit, place ou unité, fixé conformément à l'article 9, est majoré d'une indemnisation en intérêts forfaitaire de 10 %.
En fonction de l'évolution du niveau général d'intérêt, le Gouvernement flamand peut adapter l'indemnisation, visée à l'alinéa premier.
Art. 11. Het instandhoudingsforfait dat jaarlijks aan een ziekenhuis wordt toegekend, is de som van de forfaits per bed, plaats of eenheid, vermeld in artikel 9, eerste of tweede lid, die worden geïndexeerd conform artikel 9, derde [1 en vijfde]1 lid, en die worden verhoogd conform artikel 10.
Het instandhoudingsforfait wordt aan het ziekenhuis toegekend zonder dat het ziekenhuis daarvoor een aanvraag hoeft in te dienen. Het bedrag van het instandhoudingsforfait wordt elk jaar aan het ziekenhuis meegedeeld en vereffend door het Fonds.
Het instandhoudingsforfait wordt aangepast in functie van de wijziging van de bedden, plaatsen of eenheden.
Art. 11. Le forfait de conservation qui est annuellement octroyé à un hôpital, est la somme des forfaits par lit, place ou unité, visés à l'article 9, alinéas premier ou deux, qui sont indexés conformément à l'[1 article 9, alinéas trois et cinq ]1, et qui sont majorés conformément à l'article 10.
Le forfait de conservation est octroyé à l'hôpital sans qu'il y ait besoin que l'hôpital en fasse une demande. Le montant du forfait de conservation est communiqué annuellement à l'hôpital et est réglé par le Fonds.
Le forfait de conservation est adapté en fonction de la modification des lits, places ou unités.
Art. 12. In afwijking van artikel 11, eerste lid, wordt voor de ziekenhuizen waarvan investeringslasten voor infrastructuur en medisch-technische diensten worden gedekt met toepassing van het koninklijk besluit van 25 april 2002, het jaarlijks toe te kennen instandhoudingsforfait op de volgende wijze bepaald : van de som van de forfaits per bed, plaats of eenheid, vermeld in artikel 9, eerste of tweede lid, van dit besluit, die worden geïndexeerd conform artikel 9, derde [3 en vijfde]3 lid, van dit besluit, worden de bedragen, [1 vermeld in het tweede of vijfde lid]1, afgetrokken. Het verschil wordt verhoogd met een forfaitaire intrestvergoeding van 10%.
Voor de toepassing van het eerste lid worden, behalve wat het Universitair Ziekenhuis Gent betreft, de volgende bedragen afgetrokken :
1° 0,33 x het bedrag voor de afschrijving van de lasten van opbouw, vermeld in artikel 9, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002;
2° 0,33 x het bedrag voor de afschrijving van de lasten van grote onderhoudswerken, vermeld in artikel 9, tweede lid, 3°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002;
3° 0,33 x het bedrag voor de afschrijving van de lasten voor herconditioneringswerken, vermeld in artikel 9, tweede lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002;
4° 0,33 x het bedrag voor de afschrijving van de lasten voor investeringen in het kader van duurzame ontwikkeling, vermeld in artikel 9, tweede lid, 5°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002;
5° 0,33 x (geïndexeerd principieel akkoord/33);
6° het provisioneel bedrag voor de afschrijving van de lasten van uitrusting en apparatuur, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002, voor de medische en de niet-medische uitrusting, vermeld in artikel 29, § 1, 1° en 2°, van dat besluit, zoals dat bedrag vóór 1 januari 2017 werd vastgesteld met toepassing van artikel 29, § 2 tot en met § 7, van voormeld besluit;
7° 0,33 x het bedrag voor de afschrijving van de lasten voor de aankoop van rollend materiaal, vermeld in artikel 9, tweede lid, 6°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002;
[1 8° het bedrag dat berekend wordt overeenkomstig artikel 29, § 8 van het koninklijk besluit van 25 april 2002.]1
[2 Bij de berekening van het af te trekken bedrag, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt voor de psychiatrische ziekenhuizen het bedrag voor de afschrijving van de lasten van opbouw, dat betrekking heeft op het psychiatrisch verzorgingstehuis en niet op het psychiatrisch ziekenhuis, niet meegerekend.]2
De aftrek, vermeld in het tweede lid, 5°, wordt toegepast in de nog resterende jaren waarin ter uitvoering van het principieel akkoord een gebruikstoelage wordt toegekend met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden. Als met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 tot regeling van de eenmalige uitbetaling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaamse Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, een eenmalige subsidiebetaling heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van de aftrek, vermeld in het tweede lid, 5°, het betaalde subsidiebedrag geacht in gelijke schijven betaald te zijn, verdeeld over twintig opeenvolgende jaren vanaf het jaar dat volgt op het jaar van het bevel tot aanvang van de werken of van het plaatsen van de bestelling.
Voor de toepassing van het eerste lid worden, wat het Universitair Ziekenhuis Gent betreft, de volgende bedragen afgetrokken :
1° 0,33 x elk van de bedragen, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 4° en 7° ;
2° het provisioneel bedrag, vermeld in het tweede lid, 6° ;
3° 0,33 x het bedrag, vermeld in artikel 10 van het decreet van 3 februari 2017 betreffende de re-integratie van het Universitair Ziekenhuis Gent in de Universiteit Gent;
[1 ...]1
Als het bedrag van het jaarlijkse instandhoudingsforfait, berekend met toepassing van het eerste lid, lager is dan het bedrag voor de afschrijving van de lasten van uitrusting en apparatuur, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002, voor de medische en de niet-medische uitrusting, vermeld in artikel 29, § 1, 1° tot en met 3°, van dat besluit, wordt het laatst vermelde bedrag geacht het instandhoudingsforfait te zijn. Dat bedrag is gelijk aan het bedrag dat vóór 1 januari 2017 werd vastgesteld met toepassing van artikel 29, § 2 tot en met § 7 en § 9, van voormeld koninklijk besluit.
In dit artikel wordt verstaan onder :
1° koninklijk besluit van 25 april 2002 : het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen;
2° geïndexeerd principieel akkoord : het totale bedrag dat wordt berekend en vastgesteld op de datum van het bevel tot aanvang van de werken of van het plaatsen van de bestelling, naargelang van de aard van de investering, conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen.
Art. 12. Par dérogation à l'article 11, alinéa premier, le forfait de conservation à octroyer annuellement pour les hôpitaux dont les charges d'investissement pour l'infrastructure et les services médico-techniques sont couvertes en application de l'arrêté royal du 25 avril 2002, sera fixé de la manière suivante : les montants [1 visés aux alinéas deux ou cinq]1 sont déduits de la somme des forfaits par lit, place ou unité, visés à l'article 9, alinéas premier ou deux, du présent arrêté, qui sont indexés conformément à l'[3 article 9, alinéas trois et cinq ]3, du présent arrêté. La différence est majorée d'une indemnisation en intérêts forfaitaire de 10 %.
Pour l'application de l'alinéa premier, les montant suivants sont déduits, sauf en ce qui concerne l'Universitair Ziekenhuis Gent :
1° 0,33 % x le montant pour l'amortissement des charges de construction, visées à l'article 9, alinéa deux, 1°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 ;
2° 0,33 % x le montant pour l'amortissement des charges de gros travaux d'entretien, visées à l'article 9, alinéa deux, 3°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 ;
3° 0,33 % x le montant pour l'amortissement des charges de travaux de reconditionnement, visées à l'article 9, alinéa deux, 4°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 ;
4° 0,33 % x le montant pour l'amortissement des charges d'investissements réalisés dans le cadre du développement durable, visées à l'article 9, alinéa deux, 5°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 ;
5° 0,33 x (accord de principe indexé/33) ;
6° le montant provisionnel pour l'amortissement des charges d'équipement et d'appareillage, visées à l'article 9, alinéa deux, 2°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 pour le matériel d'équipement médical et non médical, visé à l'article 29, § 1er, 1° et 2°, dudit arrêté, tel que ce montant a été fixé avant le 1er janvier 2017 en application de l'article 29, § 2 à § 7 inclus, de l'arrêté précité ;
7° 0,33 x le montant pour l'amortissement des charges de l'achat du matériel roulant, visées à l'article 9, alinéa deux, 6°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002;
[1 8° le montant calculé conformément à l'article 29, § 8 de l'arrêté royal du 25 avril 2002.]1
[2 Pour le calcul du montant à déduire visé à l'alinéa deux, 1°, pour les hôpitaux psychiatriques il n'est pas tenu compte du montant de l'amortissement des coûts de la construction qui concerne la maison de soins psychiatriques et non l'hôpital psychiatrique, n'est pas pris en compte.]2
La déduction, visée à l'alinéa deux, 5°, est appliquée pendant les années restantes dans lesquelles, en exécution de l'accord de principe, une subvention-utilisation est octroyée en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le Fonds flamand de l'infrastructure affectée aux matières personnalisables. Lorsque, en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2015 réglant le paiement unique des subventions d'investissement alternatives, octroyées par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, un paiement unique de la subvention a eu lieu, le montant de la subvention payé est censé être payé, pour l'application de la déduction, visée à l'alinéa deux, 5°, en tranches égales, reparties sur vingt années consécutives à partir de l'année qui suit l'année de l'ordre de démarrage des travaux ou du placement de la commande.
Pour l'application de l'alinéa premier, les montants suivants sont déduits, en ce qui concerne l'Universitair Ziekenhuis Gent :
1° 0,33 x chaque des montants, visés à l'alinéa deux, 1° à 4° inclus et 7° ;
2° le montant provisionnel, visé à l'alinéa deux, 6° ;
3° 0,33 x le montant, visé à l'article 10 du décret du 3 février 2017 relatif à la réintégration de l'Universitair Ziekenhuis Gent dans l'Universiteit Gent ;
[1 ...]1
Lorsque le montant du forfait annuel de conservation, calculé en application de l'alinéa premier, est inférieur au montant pour l'amortissement des charges d'équipement et d'appareillage, visées à l'article 9, alinéa deux, 2°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 pour l'équipement médical et non médical, visées à l'article 29, § 1er, 1° à 3° inclus, dudit arrêté, le montant susvisé est censé être le forfait de conservation. Ce montant égale le montant qui a été fixé avant le 1er janvier 2017 en application de l'article 29, § 2 à § 7 inclus et § 9, de l'arrêté royal précité.
Dans le présent article, on entend par :
1° arrêté royal du 25 avril 2002 : l'arrêté royal du 25 avril 2002 relatif à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux ;
2° accord de principe indexé : le montant total qui est calculé et fixé à la date de l'ordre de début des travaux ou du placement de la commande, en fonction de la nature de l'investissement, conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le Fonds flamand de l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, et l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins.
HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions transitoires
Art. 13.
Art. 13.
Art. 14. Als een ziekenhuis vóór de inwerkingtreding van dit besluit voor een investering als vermeld in artikel 4 van dit besluit, gebruikstoelagen heeft ontvangen met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, of een eenmalige subsidiebetaling heeft ontvangen met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 tot regeling van de eenmalige uitbetaling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaamse Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, maar als voor die investering nog geen provisioneel bedrag is opgenomen in het budget van de financiële middelen van het ziekenhuis, kan het ziekenhuis ervoor kiezen om, in plaats van opname in het budget van de financiële middelen, voor die investering een jaarlijks strategisch forfait aan te vragen. Voor de berekening van dat strategisch forfait zijn [2 artikel 6 en 7, eerste en tweede lid]2, van dit besluit van overeenkomstige toepassing. Het strategisch forfait per bed, plaats of eenheid wordt bepaald conform kolom C of D van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, naargelang het basisbedrag van de investeringssubsidie, op basis waarvan de gebruikstoelage of de eenmalige subsidiebetaling is berekend, is vastgesteld op 60% of 10% van de goedgekeurde raming van de kosten van de investering. Als aan het ziekenhuis voor voormelde investering het strategisch forfait is toegekend en als het ziekenhuis, ten vroegste 25 jaar na ingebruikname van de infrastructuur die met die investering werd gerealiseerd, met betrekking tot die infrastructuur een nieuwe investering als vermeld in artikel 4 van dit besluit, uitvoert en daarvoor een strategisch forfait aanvraagt, wordt voor die nieuwe investering het strategisch forfait per bed, plaats of eenheid bepaald conform kolom B van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd. Voor de infrastructuur die het voorwerp uitmaakt van de nieuwe investering, zijn de bedragen van kolom C of D van bijlage 1 dan niet langer van toepassing.
De aanvraag, vermeld in het eerste lid van dit artikel, wordt met een aangetekende brief of op digitale wijze bij het Fonds ingediend. Ze bevat de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van het ziekenhuis met de beslissing om het strategisch forfait aan te vragen en een verklaring op erewoord over de investering waarvoor de aanvraag wordt ingediend, met betrekking tot de toepassing van artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen. Het Fonds onderzoekt de aanvraag en legt binnen dertig dagen een ontwerp van brief ter ondertekening voor aan de minister. De beslissing van de minister, die het akkoord strategisch forfait verleent of weigert, wordt uiterlijk drie maanden na ontvangst van de aanvraag aan het ziekenhuis meegedeeld met een aangetekende brief of op digitale wijze. In afwijking van artikel 2 van dit besluit zijn de volgende bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen niet van toepassing : [1 artikel 6,]1 artikel 8 tot en met 12, artikel 13 met uitzondering van het derde lid van paragraaf 6 en paragraaf 9, artikel 14 en artikel 22. De beslissing van de minister die het akkoord strategisch forfait verleent, bevat ook de opstartbeslissing strategisch forfait als de aanvraag ook op die opstartbeslissing betrekking heeft en als daaruit blijkt dat de infrastructuur die met de investering wordt gerealiseerd, al in gebruik is genomen. De investeringen, waarop de aanvraag betrekking heeft, worden van rechtswege geacht te passen in de zorgstrategische planning, vermeld in artikel 5 van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid kan het ziekenhuis ervoor opteren om voor de investering, vermeld in het eerste lid, de intrestvergoeding, vermeld in artikel 7, te vervangen door een vergoeding van de reële intrestlasten volgens de regels die de minister bepaalt. De vergoeding van de reële intrestlasten is beperkt tot de looptijd van de leningen voor de investering, vermeld in het eerste lid. Nadien is de forfaitaire intrestvergoeding, vermeld in artikel 7, van toepassing.
De bedragen van kolom C of D van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, zijn vastgesteld op de in die bijlage vermelde datum. Ze kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast in functie van een wijziging van de waarde van de parameters, vermeld in bijlage 3, op basis waarvan die bedragen werden berekend.
Art. 14. Lorsqu'un hôpital a obtenu, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, des subventions-utilisation en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le Fonds flamand de l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, pour un investissement tel que visé à l'article 4 du présent arrêté, ou a obtenu un paiement unique de la subvention en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2015 réglant le paiement unique des subventions d'investissement alternatives, octroyées par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, mais lorsqu'aucun montant provisionnel n'a été repris au budget des moyens financiers de l'hôpital, l'hôpital peut choisir de demander un forfait stratégique annuel pour cet investissement, au lieu de le reprendre au budget des ressources financières. Pour le calcul de ce forfait stratégique, [2 les articles 6 et 7, alinéas premier et deux]2, du présent arrêté, s'appliquent par analogie. Le forfait stratégique par lit, place ou unité est fixé conformément à la colonne C ou D de l'annexe 1re, jointe au présent arrêté, en fonction du montant de base de la subvention d'investissement, sur la base duquel la subvention-utilisation ou le paiement unique de la subvention sont calculés, est fixé à 60 % ou 10 % de l'estimation approuvée des frais de l'investissement. Lorsque le forfait stratégique est octroyé à l'hôpital pour l'investissement précité et lorsque l'hôpital effectue un nouvel investissement, au plus tôt 25 ans suivant la mise en exploitation de l'infrastructure réalisée à l'aide de cet investissement, tel que visé à l'article 4 du présent arrêté, et demande un forfait stratégique à cet effet, le forfait stratégique par lit, place ou unité est fixé pour ce nouvel investissement conformément à la colonne B de l'annexe 1re, jointe au présent arrêté. Pour l'infrastructure faisant l'objet du nouvel investissement, les montants des colonnes C ou D de l'annexe 1re ne sont plus d'application.
La demande visée à l'alinéa premier du présent article est présentée auprès du Fonds par lettre recommandée ou de manière numérique. Elle comprend le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents de l'hôpital, y compris la décision de demander le forfait stratégique et une déclaration sur l'honneur concernant l'investissement faisant l'objet de la demande, relative à l'application de l'article 23 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières. Le Fonds examine la demande et présente un projet de lettre à la signature du Ministre dans les trente jours. La décision du Ministre, qui octroie ou refuse l'accord de forfait stratégique, est communiquée à l'hôpital par lettre recommandée ou de manière numérique au plus tard trois mois de la réception de la demande. Par dérogation à l'article 2 du présent arrêté, les dispositions suivantes de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières ne sont pas applicables : [1 l'article 6,]1 les articles 8 à 12 inclus, l'article 13, à l'exception de l'alinéa trois du paragraphe 6 et du paragraphe 9, article 14 et l'article 22. La décision du Ministre qui octroie l'accord de forfait stratégique, comprend également la décision de démarrage relatif au forfait stratégique lorsque la demande a également trait à cette décision et lorsqu'il en résulte que l'infrastructure réalisée à l'aide de l'investissement a déjà été mis en exploitation. Les investissements faisant l'objet de la demande a trait, sont censés s'inscrire de plein droit dans la planification stratégique des soins, visée à l'article 5 du présent arrêté.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'hôpital peut choisir de remplacer l'indemnisation en intérêts, visée à l'article 7, pour l'investissement, visé à l'article premier, par une indemnisation des charges d'intérêt réelles selon les règles fixées par le Ministre. L'indemnisation des charges d'intérêt réelles est limitée à la durée des emprunts pour l'investissement, visé à l'alinéa premier. Ensuite, l'indemnisation en intérêts, visée à l'article 7, est d'application.
Les montants des colonnes C ou D de l'annexe 1re, jointe au présent arrêté, sont fixés à la date mentionnée à cet annexe. Ils peuvent être adaptés par le Gouvernement flamand en fonction d'une modification de la valeur des paramètres, visés à l'annexe 3, sur la base desquels ces montants ont été calculés.
Art. 15. Als een ziekenhuis vóór de inwerkingtreding van dit besluit voor een investering als vermeld in artikel 4 van dit besluit, een definitief principieel akkoord heeft verkregen conform het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, als aan het ziekenhuis voor die investering nog geen gebruikstoelage conform dat besluit of een eenmalige subsidiebetaling conform het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 tot regeling van de eenmalige uitbetaling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaamse Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, is toegekend, en als voor die investering nog geen provisioneel bedrag is opgenomen in het budget van de financiële middelen van het ziekenhuis, kan het ziekenhuis ervoor kiezen om, in plaats van opname in het budget van de financiële middelen, voor die investering een jaarlijks strategisch forfait aan te vragen en daarbij af te zien van zijn aanspraak op de voormelde gebruikstoelage of eenmalige subsidiebetaling. Voor de berekening van dat strategisch forfait zijn [1 artikel 6 en 7, eerste en tweede lid]1, van dit besluit van overeenkomstige toepassing. [1 ...]1.
Op de aanvraag, vermeld in het eerste lid, is artikel 14, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. [1 In afwijking van artikel 15, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen, wordt het strategisch forfait toegekend vanaf het jaar na het jaar waarin het bevel is gegeven tot de aanvang van de werken of waarin de bestelling is geplaatst.]1
In afwijking van het eerste lid kan het ziekenhuis ervoor opteren om voor de investering, vermeld in het eerste lid, de intrestvergoeding, vermeld in artikel 7, te vervangen door een vergoeding van de reële intrestlasten volgens de regels die de minister bepaalt. De vergoeding van de reële intrestlasten is beperkt tot de looptijd van de leningen voor de investering, vermeld in het eerste lid. Nadien is de forfaitaire intrestvergoeding, vermeld in artikel 7, van toepassing.
Art. 15. Lorsqu'un hôpital a obtenu, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, un accord de principe définitif conformément à l'arrêté des subventions d'utilisation en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le Fonds flamand de l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, pour un investissement tel que visé à l'article 4 du présent arrêté, lorsqu'aucune subvention-utilisation n'a été octroyée à l'hôpital pour cet investissement conformément à cet arrêté ou lorsqu'aucun paiement unique de la subvention n'a été octroyé conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 septembre 2015 réglant le paiement unique des subventions d'investissement alternatives, octroyées par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables, et lorsqu'aucun montant provisionnel n'a été repris au budget des moyens financiers des hôpitaux, l'hôpital peut choisir de demander un forfait stratégique annuel pour cet investissement, au lieu de le reprendre au budget des ressources financières, en renonçant de ses droits à la subvention-utilisation précitée ou au paiement unique de la subvention. Pour le calcul de ce forfait stratégique [1 les articles 6 et 7, alinéa premiert et deux]1 du présent arrêté, s'appliquent par analogie. [1 ...]1.
L'article 14, alinéa deux, s'applique par analogie à la demande visée à l'alinéa premier. [1 Par dérogation à l'article 15, alinéa trois, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières, le forfait stratégique est octroyé à partir de l'année suivant l'année dans laquelle l'ordre de démarrage des travaux est donné ou dans laquelle la commande est placée.]1
Par dérogation à l'alinéa premier, l'hôpital peut choisir de remplacer l'indemnisation en intérêts, visée à l'article 7, pour l'investissement, visé à l'article premier, par une indemnisation des charges d'intérêt réelles selon les règles fixées par le Ministre. L'indemnisation des charges d'intérêt réelles est limitée à la durée des emprunts pour l'investissement, visé à l'alinéa premier. Ensuite, l'indemnisation en intérêts forfaitaire, visée à l'article 7, est d'application.
Art. 16. Als een ziekenhuis vóór de inwerkingtreding van dit besluit voor een investering als vermeld in artikel 4 van dit besluit, die een project met financiering zonder voorafgaand principieel akkoord betreft als vermeld in artikel 8 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, een gunstig advies van de coördinatiecommissie heeft ontvangen met toepassing van artikel 69 of 71 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, kan aan het ziekenhuis op zijn aanvraag, in plaats van een gebruikstoelage als vermeld in dat besluit, voor die investering een jaarlijks strategisch forfait worden toegekend voor zover de investering past binnen de zorgstrategische planning, [2 vermeld in artikel 5, § 1, van dit besluit, of beantwoordt aan de voorwaarden, vermeld in artikel 5, § 2, van dit besluit]2. Voor de berekening van dat strategisch forfait zijn [1 artikel 6 en 7]1, van dit besluit van overeenkomstige toepassing. In afwijking van [1 artikel 15, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen,]1 wordt het strategisch forfait toegekend vanaf het jaar na het jaar waarin tot de toekenning is beslist. Het Fonds vraagt zo nodig bij het ziekenhuis de aanvullende informatie op die de zorgstrategische planning of de procedureregels, vermeld in artikel 2, eerste lid, van dit besluit, vereisen.
Art. 16. Lorsqu'un hôpital a obtenu, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, un avis favorable de la commission de coordination en application des articles 69 ou 71 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le Fonds flamand de l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, pour un investissement tel que visé à l'article 4 du présent arrêté, concernant un projet comportant un financement sans accord de principe préalable tel que visé à l'article 8 du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, un forfait stratégique annuel peut être octroyé à l'hôpital, à sa demande, au lieu d'une subvention-utilisation telle que visée à cet arrêté, pour autant que l'investissement s'inscrit dans la planification stratégique des soins, [2 visée à l'article 5, § 1er, du présent arrêté, ou répond aux conditions visées à l'article 5, § 2, du présent arrêté]2. Pour le calcul de ce forfait stratégique, [1 les articles 6 et 7]1 du présent arrêté, s'appliquent par analogie. Par dérogation à [1 l'article 15, alinéa trois, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procédure de subvention des infrastructures hospitalières]1, le forfait stratégique est octroyé à partir de l'année après l'année dans laquelle l'octroi a été décidé. Si nécessaire, le Fonds demande à l'hôpital les informations complémentaires requises par la planification stratégique des soins ou par la procédure, visée à l'article 2, alinéa premier, du présent arrêté.
Art. 17.
Art. 17.
Art.17/1. [1 Voor de revalidatieziekenhuizen worden de bedragen die de federale overheid conform artikel 47/9, § 4, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten vaststelt, door het Fonds op de volgende wijze vereffend:
1° in de loop van het eerste kwartaal van het betreffende jaar en uiterlijk op 31 maart: het bedrag dat de federale overheid op 1 januari van het betreffende jaar vaststelt;
2° in de loop van het derde kwartaal van het betreffende jaar en uiterlijk op 30 september: het bedrag dat de federale overheid op 1 juli van het betreffende jaar vaststelt.]1

Art.17/1. [1 Pour les hôpitaux de revalidation, les montants fixés par l'administration fédérale conformément à l'article 47/9, § 4, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et Régions, sont liquidés par le Fonds de la manière suivante :
1° au cours du premier trimestre de l'année concernée et au plus tard le 31 mars : le montant fixé par le gouvernement fédéral au 1er janvier de l'année concernée ;
2° au cours du troisième trimestre de l'année concernée et au plus tard le 30 septembre : le montant fixé par l'autorité fédérale le 1er juillet de l'année concernée.]1

HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions modificatives
Art. 18. In artikel 29 van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 december 2012 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 2 tot en met 7 worden opgeheven;
2° paragraaf 8 wordt vervangen door wat volgt :
" § 8. De ziekenhuizen die vanaf het dienstjaar 1997 voor het eerst betoelaagde investeringen afschrijven, krijgen een herziening gebaseerd op de reële afschrijvingslasten, voor zover de betoelaagde investering deel uitmaakt van een uitbreidings- en/of verbouwingsproject ten belope van ten minste 25 % van de maximumprijs van de bouw, berekend met toepassing van de ministeriële besluiten van 1 en 4 september 1978 tot wijziging van de ministeriële besluiten van 1 juli 1971 en 8 november 1973 tot vaststelling van de maximumkostprijs per bed die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van het koninklijk besluit van 13 december 1966 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de apparatuur en de uitrusting van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend. Als de reële lasten hoger zijn dan de forfaitaire bedragen zoals die op 1 juli 2012 werden berekend overeenkomstig paragraaf 2 tot en met 5, wordt het verschil tussen de reële lasten en die forfaitaire bedragen in aanmerking genomen. De in aanmerking genomen reële lasten beperken zich tot de bedragen zoals ze vóór 1 januari 2017 werden berekend met toepassing van paragraaf 2 tot en met 5, verhoogd met de afschrijving op het niet-betoelaagde gedeelte van de betoelaagde investering.";
3° paragraaf 9 wordt opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 29 de l'arrêté royal du 25 avril 2002 relatif à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux, remplacé par l'arrêté royal du 17 décembre 2012 et modifié par l'arrêté royal du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° les paragraphes 2 à 7 inclus sont abrogés ;
2° le paragraphe 8 est remplacé par ce qui suit :
" § 8. Les hôpitaux amortissant pour la première fois, à partir de l'exercice 1997, des investissements subventionnés bénéficient d'une révision basée sur les charges réelles d'amortissement pour autant que l'investissement subventionné fasse partie d'un projet d'extension et/ou de reconditionnement dont la valeur représente au moins 25 % du coût maximum à la construction calculé en application des arrêtés ministériels des 1er et 4 septembre 1978 modifiant les arrêtés ministériels des 1er juillet 1971 et 8 novembre 1973 fixant les coûts maxima par lit à prendre en considération pour l'application de l'arrêté royal du 13 décembre 1966 déterminant le taux et certaines conditions d'octroi des subventions pour la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage d'hôpitaux. Si les charges réelles sont supérieures aux montants forfaitaires tels que calculés le 1er juillet 2012 conformément aux §§ 2 à 5 inclus, la différence entre les charges réelles et ces montants forfaitaires est prise en compte. Les charges réelles prises en compte sont limitées aux montants tels qu'ils ont été calculés avant le 1er janvier 2017 en application des §§ 2 à 5, augmentés de l'amortissement sur la partie non subsidiée de l'investissement subsidié. " ;
3° le paragraphe 9 est abrogé.
Art. 19. In het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014, 16 mei 2014 en 15 januari 2016, wordt een artikel 92/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 92/3. Vanaf de datum van de bekendmaking van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen in het Belgisch Staatsblad kunnen voor ziekenhuizen geen ontvankelijke aanvragen tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een principieel akkoord, vermeld in artikel 13, tweede lid, en artikel 41, tweede lid, van dit besluit, en geen ontvankelijke aanvragen met betrekking tot projecten met financiering zonder voorafgaand principieel akkoord, vermeld in artikel 69, § 1, eerste lid, en artikel 71, § 1, eerste lid, van dit besluit, worden ingediend. Aanvragen die vanaf die datum worden ingediend, worden van rechtswege geacht niet ontvankelijk te zijn en worden niet onderzocht.
Voor zover ze op ziekenhuizen betrekking hebben worden de aanvragen tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een principieel akkoord waarvoor vóór de datum, vermeld in het eerste lid, geen voorlopig of definitief principieel akkoord is verleend als vermeld in artikel 32 of 62, van dit besluit, en de aanvragen met betrekking tot projecten met financiering zonder voorafgaand principieel akkoord waarvoor vóór de datum, vermeld in het eerste lid, de coördinatiecommissie, vermeld in artikel 31 van dit besluit, geen gunstig advies heeft verleend als vermeld in artikel 69, § 1, tweede lid, of artikel 71, § 1, tweede lid, van dit besluit, geacht aanvragen te zijn voor een strategisch forfait als vermeld in hoofdstuk 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen. Het Fonds vraagt zo nodig bij de betrokken ziekenhuizen de aanvullende informatie op die de procedureregels en de zorgstrategische planning, vermeld in artikel 2, eerste lid, en artikel 5 van dat besluit, vereisen.".
Art. 19. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le Fonds flamand de l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 14 février 2014, 16 mai 2014 et 15 janvier 2016, il est inséré un article 92/3, rédigé comme suit :
" Art. 92/3. A partir de la date de la publication de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant subventionnement des infrastructures hospitalières au Moniteur belge, aucune demande recevable d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe tel que visé à l'article 13, alinéa deux, et 41, alinéa deux, du présent arrêté, et aucune demande recevable relative aux projets de financement relative aux projets de financement sans accord de principe préalable, visée à l'article 69, § 1er, alinéa premier, et l'article 71, § 1er, alinéa premier, du présent arrêté, ne peuvent être introduites. Des demandes introduites à partir de cette date, sont d'office censées être non recevables et ne sont pas examinées.
Pour autant qu'elles aient trait aux hôpitaux, les demandes d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe pour lesquelles, avant la date, visée à l'alinéa premier, aucun accord de principe provisoire ou définitif n'est accordé tel que visé aux articles 32 ou 62 du présent arrêté, et les demandes relatives aux projets de financement sans accord de principe préalable pour lesquelles, avant la date, visée à l'alinéa premier, la commission de coordination, visée à l'article 31 du présent arrêté, n'a rendu aucun avis favorable tel que visé à l'article 69, § 1er, alinéa deux, ou l'article 71, § 1er, alinéa deux, du présent arrêté, sont censées être des demandes pour un forfait stratégique tel que visé au chapitre 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant subventionnement des infrastructures hospitalières. Si nécessaire, le Fonds demande auprès des hôpitaux concernés les informations complémentaires requises par les règles de procédure et la planification stratégique, visée à l'article 2, alinéa premier, et l'article 5 du présent arrêté. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 20. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Art. 20. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2017.
Art. 21. De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le Ministre flamand ayant la politique en matière de santé dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Bedragen van het strategisch forfait per bed, plaats of eenheid
Art. N1. Annexe 1. - Montants du forfait stratégique par lit, place ou unité
De bedragen van het strategisch forfait per bed, plaats of eenheid, vermeld in artikel 6 en 14 van het besluit, zijn de volgende voor de algemene ziekenhuizen (AZ), de universitaire ziekenhuizen (UZ), de psychiatrische ziekenhuizen (PZ) en de [1 revalidatieziekenhuizen]1 [1 (RZ)]1 :
Les montants du forfait stratégique par lit, place ou unité, visés aux articles 6 et 14 de l'arrêté, sont les suivants pour les hôpitaux généraux, les hôpitaux universitaires, les hôpitaux psychiatriques et les [1 hôpitaux de réadaptation]1 :
Strategisch Forfait Strategisch Forfait Bouwkalender 60-40 Strategisch Forfait Bouwkalender 10-90
AZ
per bed 8.577,38 4.484,62 7.895,25
per plaats dagziekenhuis 8.577,38 4.484,62 7.895,25
per OK-zaal 42.863,22 22.410,72 39.454,47
IZ (extra per bed) 4.780,26 2.499,33 4.400,11
NIC (extra per bed) 5.546,27 2.899,82 5.105,19
dialyse (per post) 4.995,98 2.612,11 4.598,67
verloskwartier (per 100 verlossingen) 2.997,59 1.567,27 2.759,20
N - functie (per 100 verlossingen) 5.495,58 2.873,32 5.058,54
bunker (radiotherapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05
UZ
per bed 13.411,90 7.012,32 12.345,31
per plaats dagziekenhuis 13.411,90 7.012,32 12.345,31
per OK-zaal 68.581,15 35.857,15 63.127,15
IZ (extra per bed) 7.960,33 4.162,00 7.327,27
NIC (extra per bed) 8.672,34 4.534,27 7.982,67
dialyse (per post) 7.993,57 4.179,38 7.357,88
verloskwartier (per 100 verlossingen) 2.997,59 1.567,27 2.759,20
N - functie (per 100 verlossingen) 5.370,68 2.808,02 4.943,57
bunker (radiotherapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05
PZ
per bed 8.309,62 4.423,16 7.661,88
per plaats dagziekenhuis 8.309,62 4.423,16 7.661,88
CZ
per bed 11.526,89 6.040,18 10.612,44
Strategisch Forfait Strategisch Forfait Bouwkalender 60-40 Strategisch Forfait Bouwkalender 10-90AZ per bed 8.577,38 4.484,62 7.895,25per plaats dagziekenhuis 8.577,38 4.484,62 7.895,25per OK-zaal 42.863,22 22.410,72 39.454,47IZ (extra per bed) 4.780,26 2.499,33 4.400,11NIC (extra per bed) 5.546,27 2.899,82 5.105,19dialyse (per post) 4.995,98 2.612,11 4.598,67verloskwartier (per 100 verlossingen) 2.997,59 1.567,27 2.759,20N - functie (per 100 verlossingen) 5.495,58 2.873,32 5.058,54bunker (radiotherapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05UZ per bed 13.411,90 7.012,32 12.345,31per plaats dagziekenhuis 13.411,90 7.012,32 12.345,31per OK-zaal 68.581,15 35.857,15 63.127,15IZ (extra per bed) 7.960,33 4.162,00 7.327,27NIC (extra per bed) 8.672,34 4.534,27 7.982,67dialyse (per post) 7.993,57 4.179,38 7.357,88verloskwartier (per 100 verlossingen) 2.997,59 1.567,27 2.759,20N - functie (per 100 verlossingen) 5.370,68 2.808,02 4.943,57bunker (radiotherapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05PZ per bed 8.309,62 4.423,16 7.661,88per plaats dagziekenhuis 8.309,62 4.423,16 7.661,88CZ per bed 11.526,89 6.040,18 10.612,44
Forfait Stratégique Forfait Stratégique Calendrier Construction 60-40 Forfait Stratégique Calendrier Construction 10-90
hôpital général
par lit 8.577,38 4.484,62 7.895,25
par place dans un hôpital de jour 8.577,38 4.484,62 7.895,25
par salle d'opération 42.863,22 22.410,72 39.454,47
soins intensifs (supplément par lit) 4.780,26 2.499,33 4.400,11
soins intensifs de néonatalogie (supplément par lit) 5.546,27 2.899,82 5.105,19
dialyse (par poste) 4.995,98 2.612,11 4.598,67
quartier d'accouchement (par 100 accouchements) 2.997,59 1.567,27 2.759,20
fonction néonatalogie (par 100 accouchements) 5.495,58 2.873,32 5.058,54
bunker (radiothérapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05
hôpital universitaire
par lit 13.411,90 7.012,32 12.345,31
par place dans un hôpital de jour 13.411,90 7.012,32 12.345,31
par salle d'opération 68.581,15 35.857,15 63.127,15
soins intensifs (supplément par lit) 7.960,33 4.162,00 7.327,27
soins intensifs de néonatalogie (supplément par lit) 8.672,34 4.534,27 7.982,67
dialyse (par poste) 7.993,57 4.179,38 7.357,88
quartier d'accouchement (par 100 accouchements) 2.997,59 1.567,27 2.759,20
fonction néonatalogie (par 100 accouchements) 5.370,68 2.808,02 4.943,57
bunker (radiothérapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05
hôpital psychiatrique
par lit 8.309,62 4.423,16 7.661,88
par place dans un hôpital de jour 8.309,62 4.423,16 7.661,88
hôpital catégoriel
par lit 11.526,89 6.040,18 10.612,44
Forfait Stratégique Forfait Stratégique Calendrier Construction 60-40 Forfait Stratégique Calendrier Construction 10-90hôpital général par lit 8.577,38 4.484,62 7.895,25par place dans un hôpital de jour 8.577,38 4.484,62 7.895,25par salle d'opération 42.863,22 22.410,72 39.454,47soins intensifs (supplément par lit) 4.780,26 2.499,33 4.400,11soins intensifs de néonatalogie (supplément par lit) 5.546,27 2.899,82 5.105,19dialyse (par poste) 4.995,98 2.612,11 4.598,67quartier d'accouchement (par 100 accouchements) 2.997,59 1.567,27 2.759,20fonction néonatalogie (par 100 accouchements) 5.495,58 2.873,32 5.058,54bunker (radiothérapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05hôpital universitaire par lit 13.411,90 7.012,32 12.345,31par place dans un hôpital de jour 13.411,90 7.012,32 12.345,31par salle d'opération 68.581,15 35.857,15 63.127,15soins intensifs (supplément par lit) 7.960,33 4.162,00 7.327,27soins intensifs de néonatalogie (supplément par lit) 8.672,34 4.534,27 7.982,67dialyse (par poste) 7.993,57 4.179,38 7.357,88quartier d'accouchement (par 100 accouchements) 2.997,59 1.567,27 2.759,20fonction néonatalogie (par 100 accouchements) 5.370,68 2.808,02 4.943,57bunker (radiothérapie) 70.965,69 37.103,89 65.322,05hôpital psychiatrique par lit 8.309,62 4.423,16 7.661,88par place dans un hôpital de jour 8.309,62 4.423,16 7.661,88hôpital catégoriel par lit 11.526,89 6.040,18 10.612,44
Art. N2. Bijlage 2. - Bedragen van het instandhoudingsforfait per bed, plaats of eenheid
Art. N2. Annexe 2. - Montants du forfait de conservation par lit, place ou unité
De bedragen van het instandhoudingsforfait per bed, plaats of eenheid, vermeld in artikel 9 van het besluit, zijn de volgende voor de algemene ziekenhuizen (AZ), de universitaire ziekenhuizen (UZ), de psychiatrische ziekenhuizen (PZ) en de [1 revalidatieziekenhuizen]1 [1 (RZ)]1 :
Les montants du forfait de conservation par lit, place ou unité, visés à l'article 9 de l'arrêté, sont les suivants pour les hôpitaux généraux, les hôpitaux universitaires, les hôpitaux psychiatriques et les [1 hôpitaux de réadaptation]1 :
[1 AZinstandhoudingsforfait zonder correctiefactor
per bed (incl. IZ en NIC)3 862,73
per plaats dagziekenhuis3 862,73
per OK-zaal19 302,96
IZ (extra per bed)2 152,74
NIC (extra per bed)2 497,70
dialyse (per centrum)24 481,79
Verloskwartier (per 100 verlossingen)1 349,93
N - functie (per 100 verlossingen)2 474,88
bunker (radiotherapie)31 958,59
UZ
per bed6 039,90
per plaats dagziekenhuis6 039,90
per OK-zaal30 884,74
IZ (extra per bed)3 584,84
NIC (extra per bed)3 905,49
dialyse (per centrum)24 481,79
Verloskwartier (per 100 verlossingen)1 349,93
N - functie (per 100 verlossingen)2 418,62
bunker (radiotherapie)31 958,59
PZ
per bed3 694,22
per plaats dagziekenhuis3 694,22
RZ
per bed5 240,26]1
(1)2022-05-06/08, art. 19, 007; Inwerkingtreding : 12-08-2022>
[1 AZinstandhoudingsforfait zonder correctiefactorper bed (incl. IZ en NIC)3 862,73per plaats dagziekenhuis3 862,73per OK-zaal19 302,96IZ (extra per bed)2 152,74NIC (extra per bed)2 497,70dialyse (per centrum)24 481,79Verloskwartier (per 100 verlossingen)1 349,93N - functie (per 100 verlossingen)2 474,88bunker (radiotherapie)31 958,59UZper bed6 039,90per plaats dagziekenhuis6 039,90per OK-zaal30 884,74IZ (extra per bed)3 584,84NIC (extra per bed)3 905,49dialyse (per centrum)24 481,79Verloskwartier (per 100 verlossingen)1 349,93N - functie (per 100 verlossingen)2 418,62bunker (radiotherapie)31 958,59PZper bed3 694,22per plaats dagziekenhuis3 694,22RZper bed5 240,26]1(1)
[1 HGforfait de conservation sans facteur de correction
par lit (y compris les soins intensifs et les soins intensifs de néonatologie3 862,73
par place dans un hôpital de jour3 862,73
par salle d'opération19 302,96
soins intensifs (supplément par lit)2 152,74
soins intensifs de néonatologie (supplément par lit)2 497,70
dialyse (par centre)24 481,79
quartier d'accouchement (pour 100 accouchements)1 349,93
fonction N (par 100 accouchements)2 474,88
bunker (radiothérapie)31 958,59
HU
par lit6 039,90
par place dans un hôpital de jour6 039,90
par salle d'opération30 884,74
soins intensifs (supplément par lit)3 584,84
soins intensifs de néonatologie (supplément par lit)3 905,49
dialyse (par centre)24 481,79
quartier d'accouchement (par 100 accouchements)1 349,93
fonction N (par 100 accouchements)2 418,62
bunker (radiothérapie)31 958,59
HP
par lit3 694,22
par place dans un hôpital de jour3 694,22
HR
par lit5 240,26]1
(1)2022-05-06/08, art. 19, 007; En vigueur : 12-08-2022>
[1 HGforfait de conservation sans facteur de correctionpar lit (y compris les soins intensifs et les soins intensifs de néonatologie3 862,73par place dans un hôpital de jour3 862,73par salle d'opération19 302,96soins intensifs (supplément par lit)2 152,74soins intensifs de néonatologie (supplément par lit)2 497,70dialyse (par centre)24 481,79quartier d'accouchement (pour 100 accouchements)1 349,93fonction N (par 100 accouchements)2 474,88bunker (radiothérapie)31 958,59HUpar lit6 039,90par place dans un hôpital de jour6 039,90par salle d'opération30 884,74soins intensifs (supplément par lit)3 584,84soins intensifs de néonatologie (supplément par lit)3 905,49dialyse (par centre)24 481,79quartier d'accouchement (par 100 accouchements)1 349,93fonction N (par 100 accouchements)2 418,62bunker (radiothérapie)31 958,59HPpar lit3 694,22par place dans un hôpital de jour3 694,22HRpar lit5 240,26]1(1)
Art. N3. [1 Bijlage 3. - Berekeningsmethodiek]1
Art. N3. [1 Annexe 3. - Méthodique de calcul]1
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-12-2018, p. 96547)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-12-2018, p. 96554)