Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 JUNI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, wat betreft terminologische aanpassingen ten gevolge van wijzigingen van verwante regelgeving en een bijsturing van de bepaling van het inkomstenjaar voor doelgroepen met een bijzonder verblijfsstatuut
Titre
30 JUIN 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, en ce qui concerne des adaptations terminologiques à la suite de modifications des règlements connexes et l'ajustement de la détermination de l'année de revenus pour les groupes-cibles à statut de séjour particulier
Informations sur le document
Numac: 2017030744
Datum: 2017-06-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017030744
Date: 2017-06-30
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK 1. - Terminologische aanpassingen ten gevolge van wijzigingen van verwante regelgeving
CHAPITRE 1er. - Adaptations terminologiques à la suite de modifications des règlements connexes
Artikel 1. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede "en die gehuwd is" vervangen door de zinsnede "en een partner die als gehuwden in de zin van artikel 5, 15°, van het decreet moeten worden beschouwd";
  2° in paragraaf 2 wordt het vierde lid opgeheven;
  3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "een tussenkomst van een comité voor bijzondere jeugdzorg of van een andere publiekrechtelijke overheid of instelling, fiscaal ten laste is van een andere natuurlijke persoon" vervangen door de zinsnede "een tussenkomst van een publiekrechtelijke overheid of instelling, zijn hoofdverblijfplaats heeft bij een andere natuurlijke persoon".
Article 1er. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 2, alinéa 3, le membre de phrase " et qui est marié " est remplacé par le membre de phrase " et d'un partenaire, qui doivent être considérés comme époux au sens de l'article 5, 15° du décret " ;
  2° au § 2, l'alinéa 4 est abrogé ;
  3° au § 3, alinéa 1er, le membre de phrase " une intervention d'un comité d'aide spéciale à la jeunesse ou d'une autre autorité ou institution de droit public, est fiscalement à charge d'une personne physique " est remplacé par le membre de phrase " une intervention d'une autorité ou institution de droit public, a sa résidence principale chez une autre personne physique ".
Art. 2. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Als de leerling of student uiterlijk op 31 december van het betrokken school- of academiejaar gehuwd is als vermeld in artikel 5, 15°, van het decreet, wordt voor de berekening van de toelage uitgegaan van het referentie-inkomen van beide gehuwden, op voorwaarde dat ze vanaf het ogenblik dat ze als gehuwden in de zin van artikel 5, 15°, van het decreet moeten worden beschouwd tot en met 31 december van het kalenderjaar dat volgt op de aanvang van het betrokken school- of academiejaar, twaalf maanden financiële middelen hebben verworven waarvan het totaal minstens overeenkomt met het leefloon dat op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het betrokken school- of academiejaar, conform artikel 14, § 1, 1°, eerste lid, 1°, en artikel 15 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie jaarlijks wordt uitgekeerd aan de persoon die met een of meer personen samenwoont.".
Art. 2. Dans l'article 6, § 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Si l'élève ou l'étudiant est marié au 31 décembre au plus tard de l'année scolaire ou académique concernée au sens de l'article 5, 15° du décret, l'allocation est calculée sur la base du revenu de référence des deux époux, à condition que, à partir du moment où ils doivent être considérés comme époux au sens de l'article 5, 15° du décret jusqu'au 31 décembre de l'année civile suivant le début de l'année scolaire ou académique en question, ils aient acquis pendant 12 mois des revenus dont le total correspond au moins au revenu d'intégration sociale versé annuellement au 31 décembre de l'année civile précédant l'année scolaire ou académique en question à la personne cohabitant avec une ou plusieurs personnes, conformément aux articles 14, § 1er, 1°, alinéa 1er, 1°, et 15 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale. ".
Art. 3. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 3° /1 en 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° /1 degene die uiterlijk op 31 december van het betrokken school- of academiejaar verblijft in een organisatie voor bijzondere jeugdzorg, een onthaal-, oriëntatie- en observatiecentrum of een centrum voor integrale gezinszorg, of contextbegeleiding krijgt in het kader van autonoom wonen als vermeld in artikel 53bis, 53duodecies en 53septiesdecies en bijlage 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand, met uitzondering van kortdurend crisisverblijf;
  4° /1 degene die in het verleden en uiterlijk op 31 december van het betrokken school- of academiejaar verbleef in een organisatie voor bijzondere jeugdzorg, een onthaal-, oriëntatie- en observatiecentrum of een centrum voor integrale gezinszorg, of contextbegeleiding kreeg in het kader van autonoom wonen als vermeld in artikel 53bis, 53duodecies en 53septiesdecies en bijlage 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1994 inzake de erkenningsvoorwaarden en subsidienormen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand, met uitzondering van kortdurend crisisverblijf, of een pleegkind of een pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;";
  2° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° degene die uiterlijk op 31 december van het betrokken school- of academiejaar ingevolge een beslissing van een jeugdrechter of publiekrechtelijke overheid opgenomen wordt in een multifunctioneel centrum dat erkend is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;"
  3° er wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° /1 degene die in het verleden en uiterlijk op 31 december van het betrokken school- of academiejaar door een beslissing van een jeugdrechter of publiekrechtelijke overheid opgenomen werd in een multifunctioneel centrum dat erkend is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;".
Art. 3. Dans l'article 8 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
  1° les points 3° /1 et 4° /1 sont insérés et rédigés comme suit :
  " 3° /1 celui qui, au plus tard au 31 décembre de l'année scolaire ou académique en question, réside dans une organisation d'aide spéciale à la jeunesse, un centre d'accueil, d'orientation et d'observation ou un centre d'aide intégrale aux familles, ou qui bénéficie d'un accompagnement contextuel dans le cadre du logement autonome, comme indiqué aux articles 53bis, 53duodecies et 53septiesdecies et à l'annexe 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 1994 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'assistance spéciale à la jeunesse, à l'exception du séjour de crise de courte durée ;
  4° /1 celui qui, par le passé et au plus tard au 31 décembre de l'année scolaire ou académique en question, a résidé dans une organisation d'aide spéciale à la jeunesse, un centre d'accueil, d'orientation et d'observation ou un centre d'aide intégrale aux familles, ou qui a bénéficié d'un accompagnement contextuel dans le cadre du logement autonome, comme indiqué aux articles 53bis, 53duodecies et 53septiesdecies et à l'annexe 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 1994 relatif aux conditions d'agrément et aux normes de subventionnement des structures d'assistance spéciale à la jeunesse, à l'exception du séjour de crise de courte durée, ou un enfant ou adulte placés tels que visés à l'article 2, 8° et 10° du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial ; " ;
  2° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° celui qui, au plus tard au 31 décembre de l'année scolaire ou académique en question et à la suite d'une décision du juge de la jeunesse ou d'une autorité de droit public, est pris en charge dans un centre multifonctionnel agréé par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ; "
  3° le point 5° /1 est inséré et ainsi rédigé :
  " 5° /1 celui qui, par le passé et au plus tard au 31 décembre de l'année scolaire ou académique en question, a été pris en charge à la suite d'une décision du juge de la jeunesse ou d'une autorité de droit public dans un centre multifonctionnel agréé par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ; ".
HOOFDSTUK 2. - Bijsturing van de bepaling van het inkomstenjaar voor doelgroepen met een bijzonder verblijfsstatuut
CHAPITRE 2. - Ajustement de la détermination de l'année de revenus pour les groupes-cibles à statut de séjour particulier
Art. 4. In artikel 13, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2014, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Van het in aanmerking te nemen jaar, vermeld in artikel 11, § 1, van dit besluit, moet ook worden afgeweken als er tegelijkertijd aan al de onderstaande voorwaarden voldaan wordt:
  1° aan een van de personen op wiens inkomen de toelage wordt berekend, wordt pas in de loop van of na het in aanmerking te nemen jaar, vermeld in artikel 11, § 1, van dit besluit, een van de volgende verblijfstitels verleend:
  a) slachtoffer van mensenhandel, geattesteerd door een door de federale overheid erkend centrum dat gespecialiseerd is in het onthaal van slachtoffers van mensenhandel;
  b) persoon met een buitenlandse nationaliteit die toegelaten is tot een verblijf van bepaalde duur in België conform artikel 49, § 1, of artikel 49/2, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  2° het referentie-inkomen van een van de personen waarop de toelage wordt berekend, kan niet bepaald worden aan de hand van de door de Federale Overheidsdienst Financiën nageziene inkomsten, vermeld in artikel 11, § 1, van dit besluit, of door een buitenlandse belastingdienst.".
Art. 4. Dans l'article 13, § 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 avril 2014, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Il doit également être dérogé à l'année à prendre en considération, visée à l'article 11, § 1er du présent arrêté lorsque les conditions suivantes sont réunies :
  1° l'une des personnes dont le revenu sert de base au calcul de l'allocation se voit délivrer pendant ou après l'année à prendre en considération, visée à l'article 11, § 1er du présent arrêté, l'un des titres de séjour suivants :
  a) victime du trafic de personnes, attestée par un centre agréé par les autorités fédérales, spécialisé dans l'accueil des victimes du trafic de personnes ;
  b) personne de nationalité étrangère admise au séjour en Belgique pour une durée limitée en vertu des articles 49, § 1er, ou 49/2, § 1er de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ;
  2° le revenu de référence de l'une des personnes, servant de base au calcul de l'allocation, ne peut pas être déterminé au moyen des revenus vérifiés par le Service Public Fédéral Finances, visés à l'article 11, § 1er du présent arrêté ou par un service des impôts étranger. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2017.
  Artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2016.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2017.
  L'article 3 produit ses effets le 1er septembre 2016.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.