Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 JUNI 2017. - Wet betreffende de coördinatie van het deskundigenonderzoek en de versnelling van de procedure in verband met bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid
Titre
8 JUIN 2017. - Loi concernant la coordination de l'expertise et l'accélération de la procédure relative à certaines formes de responsabilité sans faute
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Coördinatie van het deskundigenonderzoek
CHAPITRE 2. - Coordination de l'expertise
Art. 2. Artikel 964 van het Gerechtelijk Wetboek, opgeheven bij de wet van 15 mei 2007, wordt hersteld als volgt :
"Art. 964. Wanneer de rechter meerdere deskundigen aanstelt, kan hij een coördinerende deskundige aanstellen.
De coördinerende deskundige heeft als opdracht de werkzaamheden van de door de rechter aangestelde deskundigen te coördineren en te pogen alle partijen te verzoenen, overeenkomstig artikel 977.
De coördinerende deskundige bereidt in voorkomend geval de installatievergadering zoals voorzien in artikel 972 voor. Op die vergadering doet hij ook de nodige voorstellen voor het verder verloop van de werkzaamheden van de door de rechter aangestelde deskundigen en voor het pogen te verzoenen van alle partijen.
De coördinerende deskundige is onderworpen aan alle bepalingen van dit Wetboek die van toepassing zijn op de deskundigen.".
"Art. 964. Wanneer de rechter meerdere deskundigen aanstelt, kan hij een coördinerende deskundige aanstellen.
De coördinerende deskundige heeft als opdracht de werkzaamheden van de door de rechter aangestelde deskundigen te coördineren en te pogen alle partijen te verzoenen, overeenkomstig artikel 977.
De coördinerende deskundige bereidt in voorkomend geval de installatievergadering zoals voorzien in artikel 972 voor. Op die vergadering doet hij ook de nodige voorstellen voor het verder verloop van de werkzaamheden van de door de rechter aangestelde deskundigen en voor het pogen te verzoenen van alle partijen.
De coördinerende deskundige is onderworpen aan alle bepalingen van dit Wetboek die van toepassing zijn op de deskundigen.".
Art. 2. L'article 964 du Code judiciaire, abrogé par la loi du 15 mai 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 964. Lorsque le juge désigne plusieurs experts, il peut désigner un expert coordinateur.
L'expert coordinateur a pour mission de coordonner les travaux des experts désignés par le juge et de tenter de concilier toutes les parties, conformément à l'article 977.
L'expert coordinateur prépare le cas échéant la réunion d'installation conformément à l'article 972. Lors de cette réunion, il formule également les propositions nécessaires pour le déroulement ultérieur des travaux des experts désignés par le juge et pour tenter de concilier toutes les parties.
L'expert coordinateur est soumis à l'ensemble des dispositions du présent Code qui s'appliquent aux experts.".
"Art. 964. Lorsque le juge désigne plusieurs experts, il peut désigner un expert coordinateur.
L'expert coordinateur a pour mission de coordonner les travaux des experts désignés par le juge et de tenter de concilier toutes les parties, conformément à l'article 977.
L'expert coordinateur prépare le cas échéant la réunion d'installation conformément à l'article 972. Lors de cette réunion, il formule également les propositions nécessaires pour le déroulement ultérieur des travaux des experts désignés par le juge et pour tenter de concilier toutes les parties.
L'expert coordinateur est soumis à l'ensemble des dispositions du présent Code qui s'appliquent aux experts.".
Art. 3. In artikel 972 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wetten van 30 december 2009 en 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en vierde lid";
2° in dezelfde paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid";
3° in paragraaf 2, vijfde lid, laatste zin, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid";
4° in dezelfde paragraaf 2, negende lid, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en het vierde lid".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en vierde lid";
2° in dezelfde paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid";
3° in paragraaf 2, vijfde lid, laatste zin, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid";
4° in dezelfde paragraaf 2, negende lid, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en het vierde lid".
Art. 3. A l'article 972 du même Code, remplacé par la loi du 15 mai 2007 et modifié par les lois des 30 décembre 2009 et 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "alinéas 3 et 4";
2° dans le même paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "alinéa 5" sont remplacés par les mots "alinéa 6";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 5, dernière phrase, les mots "alinéa 5" sont remplacés par les mots "alinéa 6";
4° dans le même paragraphe 2, alinéa 9, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "alinéas 3 et 4".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "alinéas 3 et 4";
2° dans le même paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "alinéa 5" sont remplacés par les mots "alinéa 6";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 5, dernière phrase, les mots "alinéa 5" sont remplacés par les mots "alinéa 6";
4° dans le même paragraphe 2, alinéa 9, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "alinéas 3 et 4".
Art. 4. In artikel 973, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De griffier geeft binnen acht dagen bij gewone brief kennis van de oproeping aan de partijen, hun raadslieden en de deskundige.
In afwijking van het derde lid geeft de griffier binnen acht dagen kennis van de oproeping bij gerechtsbrief :
1° aan de partijen die verstek hebben laten gaan;
2° aan de gerechtsdeskundigen van wie de vervanging wordt gevraagd of betwist;
3° aan de gerechtsdeskundigen die het voorwerp zijn van een vraag tot uitbreiding of verlenging van hun opdracht, of van een betwisting van die vraag.";
b) in het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "het derde lid" vervangen door de woorden "het derde en vierde lid".
a) het derde lid wordt vervangen als volgt :
"De griffier geeft binnen acht dagen bij gewone brief kennis van de oproeping aan de partijen, hun raadslieden en de deskundige.
In afwijking van het derde lid geeft de griffier binnen acht dagen kennis van de oproeping bij gerechtsbrief :
1° aan de partijen die verstek hebben laten gaan;
2° aan de gerechtsdeskundigen van wie de vervanging wordt gevraagd of betwist;
3° aan de gerechtsdeskundigen die het voorwerp zijn van een vraag tot uitbreiding of verlenging van hun opdracht, of van een betwisting van die vraag.";
b) in het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "het derde lid" vervangen door de woorden "het derde en vierde lid".
Art. 4. A l'article 973, § 2, du même Code, remplacé par la loi du 15 mai 2007 et modifié par la loi du 30 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
a) l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Dans les huit jours, le greffier notifie la convocation aux parties, à leurs conseils et à l'expert par pli simple.
Par dérogation à l'alinéa 3, le greffier notifie la convocation dans les huit jours par pli judiciaire :
1° aux parties qui ont fait défaut;
2° aux experts judiciaires dont le remplacement est demandé ou contesté;
3° aux experts judiciaires qui font l'objet d'une demande d'élargissement ou de prolongation de leur mission, ou d'une contestation de cette demande.";
b) dans l'alinéa 5, devenant l'alinéa 6, les mots "à l'alinéa 3" sont remplacés par les mots "aux alinéas 3 et 4".
a) l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Dans les huit jours, le greffier notifie la convocation aux parties, à leurs conseils et à l'expert par pli simple.
Par dérogation à l'alinéa 3, le greffier notifie la convocation dans les huit jours par pli judiciaire :
1° aux parties qui ont fait défaut;
2° aux experts judiciaires dont le remplacement est demandé ou contesté;
3° aux experts judiciaires qui font l'objet d'une demande d'élargissement ou de prolongation de leur mission, ou d'une contestation de cette demande.";
b) dans l'alinéa 5, devenant l'alinéa 6, les mots "à l'alinéa 3" sont remplacés par les mots "aux alinéas 3 et 4".
Art. 5. In artikel 974, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en vierde lid".
Art. 5. Dans l'article 974, § 2, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 15 mai 2007 et modifié par la loi du 30 décembre 2009, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "alinéas 3 et 4".
Art. 6. In artikel 979, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 2007 en gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de woorden "zesde lid".
Art. 6. Dans l'article 979, § 1er, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 15 mai 2007 et modifié par la loi du 30 décembre 2009, les mots "alinéa 5" sont remplacés par les mots "alinéa 6".
Art. 7. In artikel 985, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden "derde lid" vervangen door de woorden "derde en vierde lid".
Art. 7. Dans l'article 985, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 30 décembre 2009, les mots "alinéa 3" sont remplacés par les mots "alinéas 3 et 4".
Art. 8. In artikel 991decies, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, wordt een vierde streepje toegevoegd, luidende :
"- wanneer het gaat om een coördinerende deskundige wiens exclusieve opdracht beoogd is in artikel 964."
"- wanneer het gaat om een coördinerende deskundige wiens exclusieve opdracht beoogd is in artikel 964."
Art. 8. Dans l'article 991decies, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 10 avril 2014, il est ajouté un quatrième tiret, rédigé comme suit :
"- s'il s'agit d'un expert coordinateur dont la mission exclusive est celle visée à l'article 964."
"- s'il s'agit d'un expert coordinateur dont la mission exclusive est celle visée à l'article 964."
Art. 9. In artikel 1369bis/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007, worden de woorden "en derde" vervangen door de woorden "tot vierde".
Art. 9. Dans l'article 1369bis/10 du même Code, inséré par la loi du 10 mai 2007, les mots "alinéas 2 et 3" sont remplacés par les mots "alinéas 2 à 4".
HOOFDSTUK 3. - Versnelling van de procedure in verband met bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid
CHAPITRE 3. - Accélération de la procédure relative à certaines formes de responsabilité sans faute
Art. 10. In het vierde deel, boek IV, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een hoofdstuk XXVI ingevoegd, luidende "Geschillen betreffende bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid".
Art. 10. Dans la quatrième partie, livre IV, du Code judiciaire, il est inséré un chapitre XXVI intitulé "Des litiges concernant certaines formes de responsabilité sans faute".
Art. 11. In hoofdstuk XXVI, ingevoegd bij artikel 10, wordt een artikel 1385quinquiesdecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1385quinquiesdecies. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing in rechtsplegingen betreffende vorderingen tot schadevergoeding gegrond op foutloze aansprakelijkheid, met uitsluiting van de gevallen waar de vaststelling van deze aansprakelijkheid overigens de vaststelling van de fout van een derde vereist.".
"Art. 1385quinquiesdecies. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing in rechtsplegingen betreffende vorderingen tot schadevergoeding gegrond op foutloze aansprakelijkheid, met uitsluiting van de gevallen waar de vaststelling van deze aansprakelijkheid overigens de vaststelling van de fout van een derde vereist.".
Art. 11. Dans le chapitre XXVI, inséré par l'article 10, il est inséré un article 1385quinquiesdecies rédigé comme suit :
"Art. 1385quinquiesdecies. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent aux procédures relatives aux demandes de dommages et intérêts fondées sur une responsabilité sans faute, à l'exclusion des cas où l'établissement de cette responsabilité exige par ailleurs la détermination de la faute d'un tiers.".
"Art. 1385quinquiesdecies. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent aux procédures relatives aux demandes de dommages et intérêts fondées sur une responsabilité sans faute, à l'exclusion des cas où l'établissement de cette responsabilité exige par ailleurs la détermination de la faute d'un tiers.".
Art. 12. In hetzelfde hoofdstuk XXVI wordt een artikel 1385sexiesdecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1385sexiesdecies. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede zin, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering wordt de vordering bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies, niet geschorst gedurende de loop van een strafvordering die geheel of gedeeltelijk op dezelfde feiten is gegrond.".
"Art. 1385sexiesdecies. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede zin, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering wordt de vordering bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies, niet geschorst gedurende de loop van een strafvordering die geheel of gedeeltelijk op dezelfde feiten is gegrond.".
Art. 12. Dans le même chapitre XXVI, il est inséré un article 1385sexiesdecies, rédigé comme suit :
"Art. 1385sexiesdecies. Par dérogation à l'article 4, alinéa 1er, deuxième phrase, de la loi du 17 avril 1878 contenant le titre préliminaire du Code de procédure pénale, l'action visée à l'article 1385quinquiesdecies n'est pas suspendue pendant le cours d'une action publique fondée en tout ou en partie sur les mêmes faits.".
"Art. 1385sexiesdecies. Par dérogation à l'article 4, alinéa 1er, deuxième phrase, de la loi du 17 avril 1878 contenant le titre préliminaire du Code de procédure pénale, l'action visée à l'article 1385quinquiesdecies n'est pas suspendue pendant le cours d'une action publique fondée en tout ou en partie sur les mêmes faits.".
Art. 13. In hetzelfde hoofdstuk XXVI wordt een artikel 1385septiesdecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1385septiesdecies. § 1. Indien een tegenvordering, een vordering tot tussenkomst, een vordering tot vrijwaring of enige andere tussenvordering wordt ingesteld, wordt over de vordering bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies uitspraak gedaan zodra deze in staat van wijzen is, tenzij akkoord van de partijen of indien de rechter, op verzoek van een partij, op gemotiveerde wijze vaststelt dat de gezamenlijke behandeling van deze vordering en van één of sommige van de tussenvorderingen noodzakelijk is voor de goede rechtsbedeling.
§ 2. Het verzoekschrift met het oog op de gezamenlijke behandeling van de vorderingen, bedoeld in paragraaf 1, wordt neergelegd ter inleidende zitting of later neergelegd ter griffie, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
Tenzij deze vraag werd behandeld op de inleidende zitting of verdaagd naar een nabije datum opdat erover wordt gepleit overeenkomstig artikel 735, brengt de griffier het verzoekschrift bij gewone brief ter kennis van de partijen en, in voorkomend geval, aan hun advocaat, en bij gerechtsbrief aan de niet verschenen partij. Deze partijen kunnen, binnen vijftien dagen na deze verzending, op dezelfde wijze hun opmerkingen ter griffie neerleggen.
Binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het tweede lid, doet de rechter uitspraak op stukken door middel van een beschikking. In voorkomend geval bepaalt hij de termijnen om conclusie te nemen, of een syntheseconclusie moet worden genomen en wijzigt zo nodig de rechtsdag.
De conclusies die ter griffie zijn neergelegd of aan de andere partij gezonden na het verstrijken van de termijnen bedoeld in het derde lid, worden ambtshalve uit de debatten geweerd, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen. Op de rechtsdag kan de meest gerede partij een op tegenspraak gewezen vonnis vorderen.
Tegen deze beschikking staat geen enkel rechtsmiddel open.".
"Art. 1385septiesdecies. § 1. Indien een tegenvordering, een vordering tot tussenkomst, een vordering tot vrijwaring of enige andere tussenvordering wordt ingesteld, wordt over de vordering bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies uitspraak gedaan zodra deze in staat van wijzen is, tenzij akkoord van de partijen of indien de rechter, op verzoek van een partij, op gemotiveerde wijze vaststelt dat de gezamenlijke behandeling van deze vordering en van één of sommige van de tussenvorderingen noodzakelijk is voor de goede rechtsbedeling.
§ 2. Het verzoekschrift met het oog op de gezamenlijke behandeling van de vorderingen, bedoeld in paragraaf 1, wordt neergelegd ter inleidende zitting of later neergelegd ter griffie, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
Tenzij deze vraag werd behandeld op de inleidende zitting of verdaagd naar een nabije datum opdat erover wordt gepleit overeenkomstig artikel 735, brengt de griffier het verzoekschrift bij gewone brief ter kennis van de partijen en, in voorkomend geval, aan hun advocaat, en bij gerechtsbrief aan de niet verschenen partij. Deze partijen kunnen, binnen vijftien dagen na deze verzending, op dezelfde wijze hun opmerkingen ter griffie neerleggen.
Binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het tweede lid, doet de rechter uitspraak op stukken door middel van een beschikking. In voorkomend geval bepaalt hij de termijnen om conclusie te nemen, of een syntheseconclusie moet worden genomen en wijzigt zo nodig de rechtsdag.
De conclusies die ter griffie zijn neergelegd of aan de andere partij gezonden na het verstrijken van de termijnen bedoeld in het derde lid, worden ambtshalve uit de debatten geweerd, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen. Op de rechtsdag kan de meest gerede partij een op tegenspraak gewezen vonnis vorderen.
Tegen deze beschikking staat geen enkel rechtsmiddel open.".
Art. 13. Dans le même chapitre XXVI, il est inséré un article 1385septiesdecies, rédigé comme suit :
"Art. 1385septiesdecies. § 1er. Si une demande reconventionnelle, une demande en intervention, une demande en garantie ou toute autre demande incidente est formée, il est statué sur la demande visée à l'article 1385quinquiesdecies dès qu'elle est en état d'être jugée, sauf accord des parties ou si le juge constate, à la requête de l'une d'entre elles, de manière motivée, que l'examen conjoint de cette demande et de l'une ou certaines des demandes incidentes est nécessaire pour la bonne administration de la justice.
§ 2. La requête en vue de l'examen conjoint des demandes, visée au paragraphe 1er, est déposée à l'audience d'introduction ou remise ultérieurement au greffe, en autant d'exemplaires qu'il y a de parties en cause.
A moins que cette question n'ait été retenue à l'audience d'introduction ou remise à une date rapprochée pour être plaidée conformément à l'article 735, le greffier notifie la requête par pli simple aux parties et, le cas échéant, à leur avocat et par pli judiciaire à la partie défaillante. Les parties peuvent, dans les quinze jours de cet envoi et dans les mêmes conditions, remettre leurs observations au greffe.
Dans les huit jours qui suivent l'expiration du délai prévu à l'alinéa 2, le juge statue sur pièces par une ordonnance. Le cas échéant, il détermine les délais pour conclure, si des conclusions de synthèse doivent être prises et modifie, si nécessaire, la date de l'audience de plaidoirie.
Les conclusions remises au greffe ou envoyées à l'autre partie après l'expiration des délais prévus à l'alinéa 3 sont d'office écartées des débats, sauf accord contraire des parties. A la date de l'audience de plaidoirie, la partie la plus diligente peut requérir un jugement contradictoire.
L'ordonnance n'est susceptible d'aucun recours.".
"Art. 1385septiesdecies. § 1er. Si une demande reconventionnelle, une demande en intervention, une demande en garantie ou toute autre demande incidente est formée, il est statué sur la demande visée à l'article 1385quinquiesdecies dès qu'elle est en état d'être jugée, sauf accord des parties ou si le juge constate, à la requête de l'une d'entre elles, de manière motivée, que l'examen conjoint de cette demande et de l'une ou certaines des demandes incidentes est nécessaire pour la bonne administration de la justice.
§ 2. La requête en vue de l'examen conjoint des demandes, visée au paragraphe 1er, est déposée à l'audience d'introduction ou remise ultérieurement au greffe, en autant d'exemplaires qu'il y a de parties en cause.
A moins que cette question n'ait été retenue à l'audience d'introduction ou remise à une date rapprochée pour être plaidée conformément à l'article 735, le greffier notifie la requête par pli simple aux parties et, le cas échéant, à leur avocat et par pli judiciaire à la partie défaillante. Les parties peuvent, dans les quinze jours de cet envoi et dans les mêmes conditions, remettre leurs observations au greffe.
Dans les huit jours qui suivent l'expiration du délai prévu à l'alinéa 2, le juge statue sur pièces par une ordonnance. Le cas échéant, il détermine les délais pour conclure, si des conclusions de synthèse doivent être prises et modifie, si nécessaire, la date de l'audience de plaidoirie.
Les conclusions remises au greffe ou envoyées à l'autre partie après l'expiration des délais prévus à l'alinéa 3 sont d'office écartées des débats, sauf accord contraire des parties. A la date de l'audience de plaidoirie, la partie la plus diligente peut requérir un jugement contradictoire.
L'ordonnance n'est susceptible d'aucun recours.".
Art. 14. In hetzelfde hoofdstuk XXVI wordt een artikel 1385octiesdecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1385octiesdecies. Indien de vordering gegrond is op meer middelen dan enkel de foutloze aansprakelijkheid bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies, doet de rechter op verzoek van een partij uitspraak over de vordering als deze in staat van wijzen is voor wat betreft dit laatste middel, ongeacht of de vordering wordt opgeschort voor zover zij op andere middelen is gebaseerd of niet, zelfs al is de vordering niet in staat van wijzen voor wat betreft de andere door die partij aangevoerde middelen.".
"Art. 1385octiesdecies. Indien de vordering gegrond is op meer middelen dan enkel de foutloze aansprakelijkheid bedoeld in artikel 1385quinquiesdecies, doet de rechter op verzoek van een partij uitspraak over de vordering als deze in staat van wijzen is voor wat betreft dit laatste middel, ongeacht of de vordering wordt opgeschort voor zover zij op andere middelen is gebaseerd of niet, zelfs al is de vordering niet in staat van wijzen voor wat betreft de andere door die partij aangevoerde middelen.".
Art. 14. Dans le même chapitre XXVI, il est inséré un article 1385octiesdecies, rédigé comme suit :
"Art. 1385octiesdecies. Si la demande est fondée sur davantage de moyens que la seule responsabilité sans faute visée à l'article 1385quinquiesdecies, le juge statue à la requête d'une partie sur la demande si celle-ci est en état d'être jugée concernant ce dernier moyen, indépendamment du fait que la demande soit suspendue pour ce qui est des autres moyens, même si la demande n'est pas en état d'être jugée en ce qui concerne les autres moyens invoqués par ladite partie.".
"Art. 1385octiesdecies. Si la demande est fondée sur davantage de moyens que la seule responsabilité sans faute visée à l'article 1385quinquiesdecies, le juge statue à la requête d'une partie sur la demande si celle-ci est en état d'être jugée concernant ce dernier moyen, indépendamment du fait que la demande soit suspendue pour ce qui est des autres moyens, même si la demande n'est pas en état d'être jugée en ce qui concerne les autres moyens invoqués par ladite partie.".
Art. 15. Artikel 4, eerste lid, tweede zin, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij de wet van 13 april 2005, wordt aangevuld met de woorden ", in zoverre er gevaar bestaat voor onverenigbaarheid tussen de beslissing van de strafrechter en die van de burgerlijke rechter en onverminderd de uitzonderingen uitdrukkelijk bepaald door de wet".
Art. 15. L'article 4, alinéa 1er, deuxième phrase, de la loi du 17 avril 1878 contenant le titre préliminaire du Code de procédure pénale, remplacé par la loi du 13 avril 2005, est complété par les mots ", pour autant qu'il existe un risque de contradiction entre les décisions du juge pénal et du juge civil et sans préjudice des exceptions expressément prévues par la loi".