Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 DECEMBER 2016. - Het agentschap Onroerend Erfgoed - Besluit van het afdelingshoofd Beheer tot delegatie van een aantal algemene en specifieke bevoegdheden aan de [directeurs Beheer] <Opschrift gewijzigd door BVR2018-02-20/05, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-01-2017 en tekstbijwerking tot 13-03-2018)
Titre
19 DECEMBRE 2016. - L'Agence du Patrimoine Immobilier - Arrêté du chef de département Gestion portant délégation d'un nombre général et d'une quantité de compétences spécifiques aux directeurs provinciaux. (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-01-2017 et mise à jour au 13-03-2018)
Informations sur le document
Numac: 2016206494
Datum: 2016-12-19
Info du document
Numac: 2016206494
Date: 2016-12-19
Table des matières
Table des matières
Tekst (21)
Texte (1)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het intern verzelfstandigd agentschap Onroerend Erfgoed.
-
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° Onroerend Erfgoed : roepnaam van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, opgericht onder de benaming Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed;
2° administrateur-generaal : het personeelslid, belast met de leiding van het agentschap Onroerend Erfgoed;
3° het afdelingshoofd : het personeelslid, belast met de leiding van de afdeling Beheer op N-1-niveau;
4° de [1 directeur Beheer]1 : het personeelslid dat is aangesteld door de administrateur-generaal en belast is de met de leiding van de [2 decentrale dienst]2 binnen de afdeling Beheer.
1° Onroerend Erfgoed : roepnaam van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, opgericht onder de benaming Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed;
2° administrateur-generaal : het personeelslid, belast met de leiding van het agentschap Onroerend Erfgoed;
3° het afdelingshoofd : het personeelslid, belast met de leiding van de afdeling Beheer op N-1-niveau;
4° de [1 directeur Beheer]1 : het personeelslid dat is aangesteld door de administrateur-generaal en belast is de met de leiding van de [2 decentrale dienst]2 binnen de afdeling Beheer.
-
Art. 3. De beslissingsbevoegdheden die bij dit besluit worden gedelegeerd, worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtname van de voorwaarden die zijn vastgelegd in de bepalingen van de relevante wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, dienstorders en andere vormen van regelgeving, instructies, richtlijnen en beslissingen, alsook van de beheersovereenkomst en het jaarlijkse ondernemingsplan.
De beslissingsbevoegdheden die bij dit besluit aan de [1 directeurs Beheer]1 worden gedelegeerd, kunnen alleen uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de [2 decentrale dienst]2.
De beslissingsbevoegdheden die bij dit besluit aan de [1 directeurs Beheer]1 worden gedelegeerd, kunnen alleen uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de [2 decentrale dienst]2.
-
Art. 4. Als in dit besluit de beslissingsbevoegdheid voor bepaalde aangelegenheden expliciet gedelegeerd wordt, strekt deze delegatie zich ook uit tot:
1° de beslissingen die genomen moeten worden in het kader van de voorbereiding van de uitvoering van de gedelegeerde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid of er inherent deel van uitmaken.
1° de beslissingen die genomen moeten worden in het kader van de voorbereiding van de uitvoering van de gedelegeerde aangelegenheden;
2° de beslissingen van ondergeschikt belang of aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid of er inherent deel van uitmaken.
-
HOOFDSTUK 2. - Subdelegatie inzake het ondertekenen van documenten
-
HOOFDSTUK 3. - Specifieke subdelegaties
-
Art. 7. De [1 directeur Beheer]1 is gemachtigd om, binnen de perken van de bestaande regelgeving:
1° adviezen en toelatingen tot het uitvoeren van principieel verboden werken, werkzaamheden en activiteiten te verlenen en in te trekken, met inbegrip van de toelatingen voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen;
2° meldingen van vooronderzoek met ingreep in de bodem behandelen;
3° archeologienota's en nota's als gevolg van de uitvoering van een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem te bekrachtigen;
4° alle andere adviezen die als adviesverlenende instantie binnen andere wetgeving dan die met betrekking tot onroerend erfgoed, moeten worden verleend door Onroerend Erfgoed, te verlenen;
5° alle nodige voorbereidende maatregelen te nemen die ertoe strekken de premieregelingen voor onroerend erfgoed en varend erfgoed uit te voeren met inbegrip van de ontvankelijkheidsverklaring van het dossier en wijzigingen in de lijst van de goedgekeurde (beheers-) werkzaamheden goed te keuren;
6° ter uitvoering van de wetgeving op de inkomstenbelastingen advies te verstrekken en attesten af te leveren in verband met uitgevoerde beheerswerkzaamheden aan beschermde onroerende goederen;
7° alle beslissingen te nemen over aanvragen tot de opmaak en aanpassing van beheersplannen en beheersprogramma's en alle nodige adviezen te vragen over de opmaak en aanpassing van beheersplannen en beheersprogramma's;
8° [2 ...]2
9° toezicht uit te oefenen op de uitvoering van de regelgeving.
1° adviezen en toelatingen tot het uitvoeren van principieel verboden werken, werkzaamheden en activiteiten te verlenen en in te trekken, met inbegrip van de toelatingen voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen;
2° meldingen van vooronderzoek met ingreep in de bodem behandelen;
3° archeologienota's en nota's als gevolg van de uitvoering van een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem te bekrachtigen;
4° alle andere adviezen die als adviesverlenende instantie binnen andere wetgeving dan die met betrekking tot onroerend erfgoed, moeten worden verleend door Onroerend Erfgoed, te verlenen;
5° alle nodige voorbereidende maatregelen te nemen die ertoe strekken de premieregelingen voor onroerend erfgoed en varend erfgoed uit te voeren met inbegrip van de ontvankelijkheidsverklaring van het dossier en wijzigingen in de lijst van de goedgekeurde (beheers-) werkzaamheden goed te keuren;
6° ter uitvoering van de wetgeving op de inkomstenbelastingen advies te verstrekken en attesten af te leveren in verband met uitgevoerde beheerswerkzaamheden aan beschermde onroerende goederen;
7° alle beslissingen te nemen over aanvragen tot de opmaak en aanpassing van beheersplannen en beheersprogramma's en alle nodige adviezen te vragen over de opmaak en aanpassing van beheersplannen en beheersprogramma's;
8° [2 ...]2
9° toezicht uit te oefenen op de uitvoering van de regelgeving.
-
HOOFDSTUK 4. - Regeling bij vervanging
-
Art. 8. De [1 directeur Beheer]1 wijst bij tijdelijke afwezigheid of verhindering een vervanger aan onder de andere [2 directeurs Beheer]2 of de personeelsleden van zijn of haar [3 decentrale dienst]3.
In geval van afwezigheid of verhindering plaatst het door de [1 directeur Beheer]1 aangewezen personeelslid, boven de vermelding van zijn of haar graad en handtekening, de formule "voor de [1 directeur Beheer]1, afwezig".
De bij dit besluit verleende delegaties worden ook verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van de functie van [1 directeur Beheer]1 belast is of dat de [1 directeur Beheer]1 vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering.
In geval van afwezigheid of verhindering plaatst het door de [1 directeur Beheer]1 aangewezen personeelslid, boven de vermelding van zijn of haar graad en handtekening, de formule "voor de [1 directeur Beheer]1, afwezig".
De bij dit besluit verleende delegaties worden ook verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van de functie van [1 directeur Beheer]1 belast is of dat de [1 directeur Beheer]1 vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering.
-
HOOFDSTUK 5. - Gebruik van delegaties en verantwoording
-
Art. 9. De [1 directeur Beheer]1, alsook de personeelsleden aan wie met toepassing van artikel 8 beslissingsbevoegdheden zijn gedelegeerd, nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de verleende delegaties zodat misbruiken worden vermeden.
Het afdelingshoofd kan het gebruik van de verleende delegaties nader regelen.
Het afdelingshoofd kan het gebruik van de verleende delegaties nader regelen.
Modifications
-
Art. 10. De [1 directeur Beheer]1 organiseert het systeem van interne controle op zodanige wijze dat de verleende delegaties op een adequate wijze worden gebruikt en misbruiken worden vermeden.
Modifications
-
Art. 11. De [1 directeur Beheer]1 is ten aanzien van het afdelingshoofd verantwoordelijk voor het gebruik van de verleende delegaties.
Modifications
-
Art. 12. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt verantwoording afgelegd door middel van de bestaande rapporteringen.
Het afdelingshoofd kan, bij eenvoudige beslissing, nadere instructies geven over de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en hij of zij kan een verplicht te volgen wijze voor rapportering vaststellen.
Het afdelingshoofd kan, buiten de bestaande rapportering om, op ieder ogenblik aan de [1 directeur Beheer]1 verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
Het afdelingshoofd kan, bij eenvoudige beslissing, nadere instructies geven over de concrete informatie die per gedelegeerde aangelegenheid in het rapport verstrekt moet worden en hij of zij kan een verplicht te volgen wijze voor rapportering vaststellen.
Het afdelingshoofd kan, buiten de bestaande rapportering om, op ieder ogenblik aan de [1 directeur Beheer]1 verantwoording vragen betreffende het gebruik van de delegatie in een bepaalde aangelegenheid.
Modifications
-
Art. 13. Het afdelingshoofd heeft het recht om de verleende subdelegaties tijdelijk geheel of gedeeltelijk op te heffen.
In voorkomend geval neemt het afdelingshoofd de beslissingen voor de aangelegenheden waarvoor de subdelegatie, al dan niet tijdelijk, is opgeheven.
In voorkomend geval neemt het afdelingshoofd de beslissingen voor de aangelegenheden waarvoor de subdelegatie, al dan niet tijdelijk, is opgeheven.
-
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
-
Art. 14. Het besluit van het afdelingshoofd van de afdeling Beheer van het agentschap Onroerend Erfgoed van 13 april 2016 tot delegatie van een aantal algemene en specifieke bevoegdheden aan de provinciale directeurs wordt opgeheven.
-
Art. 15. Dit besluit treedt in werking op datum van ondertekening.
-