Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 FEBRUARI 2016. - Programmadecreet 2016
Titre
22 FEVRIER 2016. - Décret-programme 2016
Informations sur le document
Numac: 2016201952
Datum: 2016-02-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016201952
Date: 2016-02-22
Moniteur: Voir
Tekst (99)
Texte (100)
HOOFDSTUK 1. - PERSOONSGEBONDEN AANGELEGENHEDEN
CHAPITRE 1er. - MATIERES PERSONNALISABLES
Afdeling 1. - Gezondheid
Section 1re. - Santé
Artikel 1. Artikel 2, § 4, vierde lid, van de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen, gewijzigd bij de wet van 30 juli 1971, wordt gewijzigd als volgt :
  " Voor de vaststelling van de maximumprijzen of de perken zoals bedoeld in dit artikel, met uitzondering van de vaststelling van de prijzen in de instellingen voor bejaardenopvang in het Duitse taalgebied, raadpleegt de Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren vooraf de Commissie tot Regeling van de Prijzen, waarvan het statuut door de Koning wordt vastgelegd, volgens de modaliteiten vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. "
Article 1er. Dans l'article 2, § 4, alinéa 4, de la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix, modifié par la loi du 30 juillet 1971, les mots "sauf en ce qui concerne la fixation des prix dans les établissements d'accueil pour personnes âgées en région de langue allemande," sont insérés entre les mots "le présent article," et "le Ministre".
Art. 2. In artikel 11, tweede lid, van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden, de seniorenresidenties en de psychiatrische verzorgingstehuizen wordt het woord "afdeling" vervangen door het woord "departement".
Art. 2. Dans l'article 11, alinéa 2, du décret du 4 juin 2007 relatif aux structures d'hébergement, d'accompagnement et de soins pour personnes âgées, aux résidences pour seniors et aux maisons de soins psychiatriques, les mots "de la division" sont remplacés par les mots "du département".
Afdeling 2. - Gezin
Section 2. - Famille
Art. 3. In artikel 7, eerste lid, van het decreet van 17 november 2008 betreffende de oprichting van een adviesraad voor gezins- en generatievraagstukken worden de woorden "in de bevoegde afdeling" vervangen door de woorden "in het bevoegde departement".
Art. 3. A l'article 7, alinéa 1er, du décret du 17 novembre 2008 pour la création d'un conseil consultatif pour les questions familiales et générationnelles, les mots "des instances spécialisées compétentes" sont remplacés par les mots "du département compétent".
Afdeling 3. - Sociale aangelegenheden
Section 3. - Affaires sociales
Art. 4. Artikel 2, § 3, van het decreet van 9 mei 1994 betreffende de noodopvangwoningen wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 2, § 3, du décret du 9 mai 1994 relatif aux habitations destinées à l'accueil d'urgence est abrogé.
Art. 5. In hetzelfde decreet wordt een artikel 18.1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 18.1 Indien een inrichtende macht geen of geen geschikte noodopvangwoning voor een persoon in noodtoestand heeft, mag hij die persoon in een noodopvangwoning van een andere inrichtende macht onderbrengen op voorwaarde dat de beide inrichtende machten een overeenkomst over de terbeschikkingstelling sluiten. De Regering legt de kadervoorwaarden voor die overeenkomst vast. "
Art. 5. Dans le même décret, il est inséré un article 18.1 rédigé comme suit :
  " Art. 18.1 Lorsqu'un pouvoir organisateur ne dispose, pour une personne en détresse, d'aucune habitation destinée à l'accueil d'urgence ou d'aucune qui soit adéquate, il est autorisé à héberger cette personne dans une habitation destinée à l'accueil d'urgence relevant d'un autre pouvoir organisateur, et ce, à condition que les deux pouvoirs organisateurs aient conclu un accord de mise à disposition allant dans ce sens. Le Gouvernement fixe les conditions-cadres de cet accord. "
Art. 6. Artikel 22, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2008, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Die toelage geldt niet voor huurcontracten tussen een gemeente en een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat zich op het grondgebied van diezelfde gemeente bevindt. "
Art. 6. L'article 22, alinéa 2, du même décret, modifié par le décret du 16 juin 2008, est complété par la phrase suivante :
  " Sont exclus de ce subside les contrats locatifs qui ont été conclus entre une commune et un centre public d'aide sociale situé sur le territoire de ladite commune. "
Art. 7. In artikel 24 van hetzelfde decreet worden de woorden "de bevoegde afdeling" vervangen door de woorden "het bevoegde departement".
Art. 7. A l'article 24 du même décret, les mots "de la division compétente" sont remplacés par les mots "du département compétent".
Art. 8. In artikel 7 van het decreet van 5 mei 2014 tot erkenning en ondersteuning van sociale trefpunten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, 5°, wordt het woord "uitwerken" vervangen door de woorden "uitgewerkt hebben";
  2° paragraaf 1, 7°, wordt vervangen als volgt :
  " 7° in het Duitse taalgebied over de infrastructuur beschikken die voor de aangeboden hulp en de activiteiten noodzakelijk is, waarbij de veiligheid van die infrastructuur in het bijzonder aangetoond wordt met een gunstig advies over de brandveiligheid, gegeven door de bevoegde commandant van de brandweerdienst; "
  3° paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt :
  " 1° houder zijn van een getuigschrift van hoger secundair onderwijs en op zijn minst drie jaar beroepservaring in de sociale sector hebben of op zijn minst houder zijn van een bachelor in een sociale of pedagogische richting; "
  4° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven.
Art. 8. A l'article 7 du décret du 5 mai 2014 portant agréation et soutien de points de contact social, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, 5°, le mot "développer" est remplacé par les mots "avoir développé";
  2° dans le § 1er, le 7°, est complété par les mots : ", la sécurité de cette infrastructure étant notamment prouvée par un avis positif en matière de sécurité incendie, établi par le commandant des pompiers compétent";
  3° le § 2, alinéa 1er, 1°, du même article est remplacé par ce qui suit :
  " 1° être au moins porteur soit d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur et disposer d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans dans le domaine social, soit d'un diplôme de bachelor à orientation sociale ou pédagogique; "
  4° le § 2, alinéa 2, est abrogé.
Art. 9. In artikel 11, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de eerste zin vervangen als volgt :
  " De subsidie van de personeelskosten bedraagt 87,5 % van de werkelijke loonkosten en wordt berekend volgens de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid", waarbij voor de hoogste subsidie de weddeschaal van de houder van een bachelor in aanmerking wordt genomen. "
Art. 9. Dans l'article 11, § 2, alinéa 2, du même décret, la première phrase est complétée par les mots : ", l'échelle de traitement applicable au porteur d'un bachelor étant prise en considération pour le subside maximal".
Art. 10. Artikel 16, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De sociale trefpunten die op 1 januari 2016 al erkend waren, hebben vanaf die datum 24 maanden de tijd om het advies over de brandveiligheid vermeld in artikel 7, § 1, 7°, voor te leggen. "
Art. 10. L'article 16, § 1er, du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les points de contact social déjà agréés au 1er janvier 2016 disposent, à partir de cette date, d'un délai de 24 mois pour présenter l'avis de sécurité incendie mentionné à l'article 7, § 1er, 7°. "
Afdeling 4. - Personen met een handicap
Section 4. - Personnes handicapées
Art. 11. Artikel 7, tweede lid, van het decreet van 19 juni 1990 houdende oprichting van een "Dienststelle der Deutschsprachige Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung" (Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap), gewijzigd bij decreet van 17 mei 2004, wordt vervangen als volgt :
  " De voorzitter heeft een grondige kennis van het Duits. "
Art. 11. L'article 7, alinéa 2, du décret du 19 juin 1990 portant création d'un "Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung" (Office de la Communauté germanophone pour les personnes handicapées), modifié par le décret du 17 mai 2004, est remplacé par ce qui suit :
  " Le président doit avoir une connaissance approfondie de la langue allemande. "
Afdeling 5. - Jeugdbijstand
Section 5. - Aide à la jeunesse
Art. 12. In artikel 37 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de bepalingen onder 5°, 6°, 9°, 10° en 11° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, worden de woorden "(drieëntwintig jaar)" vervangen door de woorden "twintig jaar";
  3° paragraaf 3, derde lid, wordt opgeheven.
Art. 12. A l'article 37 de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 2, alinéa 1er, les 5°, 6°, 9°, 10° et 11° sont abrogés;
  2° dans le § 3, alinéa 2, 2°, les mots "vingt-trois ans" sont remplacés par les mots "vingt ans";
  3° le § 3, alinéa 3, est abrogé.
Art. 13. Artikel 57bis, § 4, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 13 juni 2006, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 57bis, § 4, de la même loi, inséré par la loi du 13 juin 2006, est abrogé.
Art. 14. De wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, gewijzigd bij de wetten van 13 juni 2006 en 27 december 2006, wordt opgeheven.
Art. 14. La loi du 1er mars 2002 relative au placement provisoire de mineurs ayant commis un fait qualifié infraction, modifiée par les lois des 13 juin 2006 et 27 décembre 2006, est abrogée.
Art. 15. In artikel 5 van het decreet van 19 mei 2008 over de Jeugdbijstand en houdende omzetting van maatregelen inzake jeugdbescherming worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, tweede lid, 2°, wordt vervangen als volgt :
  " 2° het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren door minstens één vertegenwoordiger ";
  2° paragraaf 1, tweede lid, 5°, wordt opgeheven;
  3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Het begeleidingscomité heeft de volgende opdracht :
  1° zo mogelijk om de twee jaar een jeugdbijstandsforum organiseren om de jeugdbijstand te plannen, om te netwerken en om aan preventie te doen. Aan dat forum nemen de diensten, organisaties, instellingen en centra deel die direct of indirect met de betrokken werkterreinen te maken hebben;
  2° in het kader van die forums de behoeften in de jeugdbijstand gericht analyseren en de samenwerking tussen de partners bevorderen, rekening houdend met de behoeften en belangen van de minderjarigen en de personen belast met de opvoeding. De initiatieven die in dat kader ontstaan, worden op hun opportuniteit getoetst en worden dienovereenkomstig bevorderd. "
Art. 15. A l'article 5 du décret du 19 mai 2008 relatif à l'aide à la jeunesse et visant la mise en oeuvre de mesures de protection de la jeunesse, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, l'alinéa 2, 2°, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, par au moins un représentant.; "
  2° dans le § 1er, alinéa 2, le 5° est abrogé;
  3° le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les missions du comité d'accompagnement sont les suivantes :
  1° organiser tous les deux ans, selon les possibilités, un forum sur l'aide à la jeunesse axé sur la planification de l'aide, la mise en réseau et la prévention. Y participeront les services, organisations, institutions et centres actifs dans les domaines de travail directement ou indirectement concernés;
  2° dans le cadre de ces forums, déterminer de manière ciblée les besoins en matière d'aide à la jeunesse et promouvoir la coopération entre les partenaires, tout en tenant compte des besoins et intérêts des mineurs et des personnes chargées de leur éducation. Les initiatives qui naissent dans ce cadre feront l'objet d'un examen quant à leur opportunité et seront soutenues en conséquence. "
HOOFDSTUK 2. - CULTURELE AANGELEGENHEDEN
CHAPITRE 2. - MATIERES CULTURELLES
Afdeling 1. - Cultuur
Section 1re. - Culture
Art. 16. In artikel 21 van het decreet van 18 november 2013 betreffende de ondersteuning van cultuur in de Duitstalige Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een nieuw eerste lid ingevoegd, luidende :
  " De subsidies bepaald in dit hoofdstuk worden toegekend in de vorm van voorschotten die 80 % van het te verwachten bedrag bedragen. "
  2° het bestaande eerste lid wordt het tweede lid en het bestaande tweede lid wordt het derde lid;
  3° in het nieuwe tweede lid worden de woorden "De in dit hoofdstuk vermelde subsidies worden alleen uitbetaald als" vervangen door de woorden "Het restbedrag wordt alleen uitbetaald als";
  4° het artikel wordt aangevuld met een nieuw vierde lid, luidende :
  " In afwijking van het eerste tot het derde lid wordt het in artikel 43 vermelde bedrag van de onderscheiding "kunstenaar van de Duitstalige Gemeenschap" als een eenmalig bedrag uitbetaald. "
Art. 16. A l'article 21 du décret du 18 novembre 2013 visant à soutenir la culture en Communauté germanophone, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un nouvel alinéa 1er rédigé comme suit :
  " Les subsides prévus dans le présent chapitre sont octroyés sous la forme d'avances représentant 80 % du montant escompté. ";
  2° les alinéas 1er et 2 actuels deviennent les alinéas 2 et 3;
  3° dans le nouvel alinéa 2, les mots "En vue de la liquidation des subsides prévus dans le présent chapitre," sont remplacés par les mots "En vue de la liquidation du solde,";
  4° l'article est complété par un alinéa 4 rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux alinéas 1er à 3, le montant mentionné à l'article 43 dans le cadre de la distinction "artiste de la Communauté germanophone" est liquidé sous la forme d'une tranche unique. "
Art. 17. In artikel 22 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt :
  " 1° innovatief of buitengewoon zijn in vergelijking met de normale activiteiten van de aanvrager; "
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "in vergelijking met de normale activiteiten van de aanvrager" opgeheven.
Art. 17. A l'article 22 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 1° est complété par les mots "par rapport aux activités normales du demandeur";
  2° dans le 2°, les mots ", par rapport aux activités normales du demandeur," sont abrogés.
Art. 18. In artikel 23, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "31 maart" vervangen door de woorden "30 juni" en worden de woorden "minstens één maand voor het begin van het project" vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 oktober van het vorige kalenderjaar".
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " Voor projecten die tussen 1 juli en 31 december van het organisatiejaar plaatshebben, wordt de aanvraag uiterlijk op 31 maart van hetzelfde jaar ingediend. "
Art. 18. A l'article 23, § 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots "31 mars" et "au moins un mois avant le début du projet" sont remplacés respectivement par les mots "30 juin" et "au plus tard pour le 31 octobre de l'année calendrier précédente";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "1er avril" sont remplacés par les mots "1er juillet".
Art. 19. In artikel 24, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Nadat is nagegaan dat de ondersteuningsvoorwaarden vervuld zijn," vervangen door de woorden "Nadat de ingediende stukken gecontroleerd zijn,".
Art. 19. Dans l'article 24, alinéa 1er, du même décret, les mots "que les conditions de soutien sont remplies" sont remplacés par les mots "les documents introduits".
Art. 20. In artikel 27, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Nadat is nagegaan dat de ondersteuningsvoorwaarden vervuld zijn," vervangen door de woorden "Nadat de ingediende stukken gecontroleerd zijn,".
Art. 20. Dans l'article 27, alinéa 1er, du même décret, les mots "que les conditions de soutien sont remplies" sont remplacés par les mots "les documents introduits".
Art. 21. In artikel 30, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Nadat is nagegaan dat de ondersteuningsvoorwaarden vervuld zijn," vervangen door de woorden "Nadat de ingediende stukken gecontroleerd zijn,".
Art. 21. Dans l'article 30, alinéa 1er, du même décret, les mots "que les conditions de soutien sont remplies" sont remplacés par les mots "les documents introduits".
Art. 22. In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Nadat is nagegaan dat de ondersteuningsvoorwaarden vervuld zijn," vervangen door de woorden "Nadat de ingediende stukken gecontroleerd zijn,".
Art. 22. Dans l'article 35, alinéa 1er, du même décret, les mots "que les conditions de soutien sont remplies" sont remplacés par les mots "les documents introduits".
Art. 23. In hoofdstuk 3, afdeling 6, van hetzelfde decreet wordt het volgende artikel 38.1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 38.1 - Beurs
  Nadat de ingediende stukken gecontroleerd zijn, kan de Regering de beurs voor een cultuurproject toekennen. "
Art. 23. Dans le chapitre 3, section 6, du même décret, il est inséré un article 38.1 rédigé comme suit :
  " Art. 38.1 - Bourse
  Après avoir vérifié les documents introduits, le Gouvernement peut octroyer la bourse pour un projet culturel ".
Art. 24. Artikel 52 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende :
  " § 6. De subsidies vermeld in de §§ 3 tot 5 worden alleen uitbetaald voor optredens die werkelijk hebben plaatsgevonden. De bewijzen daarvoor worden overeenkomstig § 2 ingediend. "
Art. 24. L'article 52 du même décret est complété par un sixième paragraphe rédigé comme suit :
  " § 6. La liquidation des subsides mentionnés aux §§ 3 à 5 présuppose des prestations effectives. Les justificatifs correspondants sont introduits conformément au § 2. "
Art. 25. Artikel 60 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  " De jaarlijkse oproep voor kandidaten geldt telkens voor één theaterseizoen dat loopt van 1 juli van het jaar van de oproep voor kandidaten tot 30 juni van het daaropvolgende kalenderjaar. "
Art. 25. L'article 60 du même décret est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " L'appel annuel aux candidats se rapporte chaque fois à une saison théâtrale allant du 1er juillet de l'année de l'appel aux candidats au 30 juin de l'année calendrier suivante. "
Art. 26. In artikel 61, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "dat aan de classificatie voorafgaat" vervangen door de woorden "van de oproep voor kandidaten".
Art. 26. Dans l'article 61, § 1er, du même décret, les mots "précédant l'année du classement" sont remplacés par les mots "de l'année de l'appel aux candidats".
Art. 27. In artikel 64, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "jaar" door het woord "seizoen" vervangen.
Art. 27. Dans l'article 64, § 1er, alinéa 2, du même décret, le mot "an" est remplacé par le mot "saison".
Art. 28. (Geldt alleen voor de Duitse tekst).
Art. 28. (concerne le texte allemand)
Art. 29. In hetzelfde decreet wordt tussen hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 een hoofdstuk 6.1 ingevoegd dat de artikelen 89.1 tot 89.6 omvat :
  " Hoofdstuk 6.1 - Kunstcommissie van de Duitstalige Gemeenschap
  Art. 89.1. - Oprichting
  Er wordt een kunstcommissie van de Duitstalige Gemeenschap opgericht. De Regering zorgt voor de begeleiding van de commissie.
  Art. 89.2. - Taken
  De kunstcommissie heeft de volgende taken :
  1° de Regering adviseren bij kunstaankopen en op verzoek advies geven over kunstaankopen;
  2° voorstellen voor kunstaankopen uitwerken.
  Art. 89.3. - Samenstelling
  De kunstcommissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf deskundige leden die na een openbare oproep door de Regering aangewezen worden voor een verlengbare termijn van vier jaar.
  De Regering wijst de voorzitter aan onder de leden van de kunstcommissie.
  Als een lid zijn mandaat vroegtijdig beëindigt, wordt het mandaat door een nieuw aangewezen lid voleindigd.
  De kunstcommissie vat haar activiteiten aan in 2017.
  Art. 89.4. - Werkwijze
  De kunstcommissie komt zo nodig op uitnodiging van de voorzitter bijeen. De vergaderingen zijn niet openbaar.
  De kunstcommissie neemt haar beslissingen per consensus. Ze kan rechtsgeldig beraadslagen en besluiten, indien ten minste de helft van de leden aanwezig is. Ze stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering.
  De Regering bepaalt hoe te werk wordt gegaan bij wraking van de leden.
  Art. 89.5. - Aanbevelingen
  De kunstcommissie legt de Regering na elke vergadering een verslag voor waarin ze aanbevelingen over de kunstaankopen doet.
  Art. 89.6. - Vergoedingen
  De leden van de kunstcommissie krijgen presentiegeld en reisvergoedingen overeenkomstig de door de Regering vastgelegde bepalingen. "
Art. 29. Dans le même décret, il est inséré, entre le chapitre 6 et le chapitre 7, un chapitre 6.1, comportant les articles 89.1 à 89.6, rédigé comme suit :
  "
Afdeling 2. - Jeugd
CHAPITRE 6.1. - Commission "Art" de la Communauté germanophone
Art. 30. Artikel 8 van het decreet van 6 december 2011 ter ondersteuning van het jeugdwerk, gewijzigd bij decreet van 25 februari 2013, wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende :
Section 2. - Jeunesse
Art. 31. In artikel 52, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "negen" vervangen door het woord "tien".
Art. 30. L'article 8 du décret du 6 décembre 2011 visant à soutenir l'animation de jeunesse, modifié par le décret du 25 février 2013, est complété par un 6° rédigé comme suit :
  " 6° comptent au moins 50 jeunes gens comme membres. "
Afdeling 3. - Sport
Art. 31. Dans l'article 52, § 1er, alinéa 1er, du même décret, le mot "neuf" est remplacé par le mot "dix".
Art. 32. In artikel 27, § 2, 1°, van het sportdecreet van 19 april 2004, vervangen bij het decreet van 27 april 2009, worden de woorden "licentiaat of leerkracht middelbaar onderwijs" vervangen door de woorden "master of bachelor".
Section 3. - Sport
Art. 33. In artikel 35, tweede lid, derde streepje, van hetzelfde decreet worden de woorden "elke der afdelingen "Onderwijs", "Culturele Aangelegenheden" en "Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden" vervangen door de woorden "elk der departementen bevoegd voor Onderwijsorganisatie, Sport en Gezondheid".
Art. 32. Dans l'article 27, § 2, 1°, du décret du 19 avril 2004 sur le sport, remplacé par le décret du 27 avril 2009, les mots "licencié ou régent" sont remplacés par les mots "master ou bachelor".
Afdeling 4. - Media
Art. 33. Dans l'article 35, alinéa 2, du même décret, le troisième tiret est remplacé par ce qui suit :
Art. 34. Artikel 9, § 1, van het decreet van 27 juni 1986 betreffende het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap wordt vervangen als volgt :
Section 4. - Médias
Art. 35. In artikel 1, § 2, van het decreet van 7 februari 1994 betreffende de hulp aan de dagbladpers wordt de tweede zin opgeheven.
Art. 34. L'article 9, § 1er, du décret du 27 juin 1986 relatif au Centre belge pour la Radiodiffusion-Télévision de la Communauté germanophone est remplacé par ce qui suit :
  " Pour être élu membre du Conseil du Centre, il faut jouir des droits civiques et politiques, être âgé d'au moins 21 ans et maîtriser la langue allemande. "
Art. 36. In artikel 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " Als perseenheid wordt beschouwd de onderneming die haar maatschappelijke zetel resp. bedrijfszetel in het Duitse taalgebied heeft en die in het bijzonder één of meer tegen betaling verspreide dagbladen uitgeeft. "
  2° in paragraaf 2 worden de bepalingen onder 1° en 2° als volgt vervangen :
  " 1° jaarlijks ten minste 250 daguitgaven van hetzelfde Duitstalige dagblad uitgegeven hebben die tegen betaling zowel in gedrukte als in digitale vorm verspreid worden en die ten minste 16 redactionele pagina's omvatten;
  2° jaarlijks gemiddeld ten minste 7.500 exemplaren per uitgave van het dagblad vermeld in 1° verkocht hebben, ongeacht of het daarbij om gedrukte dan wel om digitale exemplaren gaat; "
  3° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "van ten hoogste 65 jaar" opgeheven;
  4° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 35. Dans l'article 1er, § 2, du décret du 7 février 1994 relatif à l'aide accordée à la presse quotidienne, la seconde phrase est abrogée.
Art. 37. In artikel 3, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " §§ 2 en 3" vervangen door de woorden " § 1".
Art. 36. A l'article 2 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " Est considérée comme unité de presse la société dont le siège social ou le siège d'exploitation, selon le cas, se trouve en région de langue allemande et ayant surtout pour objet l'édition d'un ou de plusieurs titres quotidiens distribués à titre onéreux. "
  2° dans le paragraphe 2, les 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° avoir sorti au moins 250 éditions quotidiennes du même journal en langue allemande qui, tant sous forme imprimée que sous forme digitale, sont distribuées à titre onéreux et comprennent au moins 16 pages rédactionnelles;
  2° avoir vendu, en moyenne annuelle, au moins 7 500 exemplaires par édition du quotidien mentionné au 1°, qu'il s'agisse d'exemplaires imprimés ou digitaux;" ;
  3° dans le § 2, 3°, les mots "âgés de 65 ans au plus" sont abrogés;
  4° le § 3 est abrogé.
Art. 38. In artikel 4 van hetzelfde decreet worden de woorden " §§ 1-3" vervangen door de woorden " §§ 1 en 2" en worden tussen de woorden "uitgave van een dagblad" en de woorden "een eenmalige startsubsidie" de woorden "zowel in gedrukte als in digitale vorm" ingevoegd.
Art. 37. Dans l'article 3, alinéa 2, du même décret, les mots " §§ 1er et 3" sont remplacés par les mots " § 1er".
Art. 39. Het opschrift van titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 4, van het decreet van 27 juni 2005 over de audiovisuele mediadiensten en de filmvoorstellingen, ingevoegd bij decreet van 3 december 2009, wordt vervangen als volgt :
  " Afdeling 4. - Bijzondere bepalingen voor uitzendingen van het open kanaal en van openbare zittingen en evenementen van het Parlement".
Art. 38. Dans l'article 4 du même décret, les mots " §§ 1er-3" sont remplacés par les mots " §§ 1er et 2" et les mots "tant sous forme imprimée que sous forme digitale," sont insérés entre les mots "d'un quotidien," et les mots "un subside".
Art. 40. Artikel 16, § 1, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 3 december 2009, wordt vervangen als volgt :
  " 2° openbare zittingen en evenementen van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap overeenkomstig artikel 16.1. "
Art. 39. Dans l'intitulé du titre 2, chapitre 2, section 4, du décret du 27 juin 2005 sur les services de médias audiovisuels et les représentations cinématographiques, inséré par le décret du 3 décembre 2009, les mots "séances parlementaires publiques" sont remplacés par les mots "séances et manifestations publiques du Parlement".
Art. 41. In artikel 16.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het opschrift van het artikel wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 16.1 - Zittingen en evenementen van het Parlement ".
  2° in het eerste lid wordt na het woord "zittingen" de woorden "en evenementen" ingevoegd.
Art. 40. L'article 16, § 1er, 2°, du même décret, modifié par le décret du 3 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° la retransmission de séances et manifestations publiques du Parlement de la Communauté germanophone conformément à l'article 16.1. "
HOOFDSTUK 3. - LOKALE BESTUREN
Art. 41. A l'article 16.1 du même décret, inséré par le décret du 3 décembre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 42. Artikel 8, 2°, van het decreet van 20 december 2004 houdende organisatie van het gewone administratieve toezicht op de gemeenten van het Duitse taalgebied, vervangen bij het decreet van 15 maart 2010, worden na het woord "politiezone" de woorden "en de hulpverleningszone" ingevoegd.
CHAPITRE 3. - POUVOIRS LOCAUX
HOOFDSTUK 4. - INFRASTRUCTUUR
Art. 42. Dans l'article 8 du décret du 20 décembre 2004 organisant la tutelle administrative ordinaire sur les communes de la région de langue allemande, le 2°, remplacé par le décret du 15 mars 2010, est complété par les mots "et la zone de secours".
Afdeling 1. - Decreet betreffende de infrastructuur
CHAPITRE 4. - INFRASTRUCTURE
Art. 43. In artikel 21, § 2, van het decreet van 18 maart 2002 betreffende de infrastructuur, gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2004, 21 maart 2005 en 2 maart 2015, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende :
Section 1re. - Décret relatif à l'infrastructure
Art. 44. In artikel 33 van hetzelfde decreet worden de woorden "alsmede op het gebied van infrastructuurprojecten m.b.t. de beroepsopleiding en de technische opleiding die voor verschillende inrichtende machten open staan," opgeheven.
Art. 43. Dans l'article 21, § 2, du décret du 18 mars 2002 relatif à l'infrastructure, modifié par les décrets des 1er mars 2004, 21 mars 2005 et 2 mars 2015, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Lorsqu'un projet d'infrastructure ne respecte pas en tout point les prescriptions en matière d'accessibilité aux personnes handicapées au moment de la demande, le Gouvernement peut délivrer une promesse conditionnelle, sous réserve des travaux à réaliser. Dans ce cas, et si les obligations correspondantes n'ont pas été prises en considération lors la réalisation des travaux, le demandeur perd le droit au subventionnement pour la phase de construction mentionnée dans la promesse. "
Art. 45. Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 34. Infrastructuur voor de beroepsopleiding en de technische opleiding
  In afwijking van artikel 16 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, eerste lid, vermelde infrastructuurprojecten voor de beroepsopleiding en de technische opleiding die voor verschillende inrichtende machten open staan, 100 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven. "
Art. 44. Dans l'article 33 du même décret, les mots "ainsi que pour ceux envisagés dans le secteur de la formation professionnelle et technique ouverte à différents pouvoirs organisateurs" sont abrogés.
Art. 46. In hoofdstuk II, afdeling 3, van hetzelfde decreet wordt een artikel 39.1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 39.1 - Subsidie van de provincie
  De provincie subsidieert de in artikel 2, eerste lid, 4°, vermelde infrastructuurprojecten bij onder monumentenzorg geplaatste gebouwen, ensembles en landschappen of daaraan vast verbonden inrichtingen.
  Die subsidie bedraagt per aanvraag voor een beschermd object minstens 4 % van het totaal subsidieerbaar bedrag van de aanneembare uitgaven.
  De aanvrager dient bij de provincie een aanvraag om subsidie in. De provincie betaalt de subsidie rechtstreeks uit aan de aanvrager na voltooiing van de werkzaamheden, op basis van ingediende bewijsstukken. "
Art. 45. L'article 34 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 34. Infrastructures pour la formation professionnelle et technique
  Par dérogation à l'article 16, le subside représente 100 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, qui sont envisagés dans le secteur de la formation professionnelle et technique et sont ouverts à différents pouvoirs organisateurs. "
Art. 47. In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt na artikel 43 een afdeling 5 ingevoegd die de artikelen 44 tot 44.3 bevat, luidende :
  " Afdeling 5. - Ziekenhuizen "
Art. 46. Dans le chapitre II, section 3, du même décret, il est inséré un article 39.1 rédigé comme suit :
  " Art. 39.1 - Subside provincial
  La Province subsidie les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 4°, lorsqu'il s'agit de bâtiments, ensembles et sites classés ainsi que d'installations y attachées à demeure.
  Par demande concernant un bien classé, ce subside représente 4 % du montant total des dépenses acceptables pris en compte pour une subsidiation.
  Le demandeur introduit une demande de subsides auprès de la Province. Une fois les travaux réalisés, la Province liquide directement le subside au demandeur sur la base des justificatifs introduits. "
Art. 48. Artikel 44 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 44. Algemene voorwaarden voor de subsidiëring van ziekenhuizen
  Onverminderd de toepassing van artikel 10 zijn infrastructuurprojecten van ziekenhuizen alleen subsidieerbaar :
  - als ze betrekking hebben op de erkende ziekenhuisdiensten en de medisch-technische diensten;
  - na voorlegging van een samenwerkingsovereenkomst tussen de ziekenhuizen van de Duitstalige Gemeenschap die voldoet aan de door de Regering gestelde minimumeisen. "
Art. 47. Dans le chapitre II du même décret, il est inséré après l'article 43 une section 5, comportant les articles 44 à 44.3, rédigée comme suit :
  " Section 5. - Hôpitaux "
Art. 49. In de nieuwe afdeling 5 van hetzelfde decreet worden de artikelen 44.1 tot 44.3 ingevoegd, luidende :
  " Art. 44.1 Algemene subsidietarieven
  In afwijking van artikel 16, eerste lid, bedraagt de subsidie voor de in artikel 2, eerste lid, 1° tot 3°, 5°, en 7° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten van ziekenhuizen 80 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
  Art. 44.2. Instaatstellingswerken aan ziekenhuizen
  In afwijking van de artikelen 8 tot 9 en 11 tot 26 krijgen de ziekenhuizen een jaarlijkse vaste subsidie voor het infrastructuurproject vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°.
  Het bedrag van die subsidie, dat in verhouding tot het aantal erkende bedden onder de ziekenhuizen opgesplitst wordt, hangt af van de beschikbare begrotingsmiddelen.
  Alle kosten die direct of indirect samenhangen met de instaatstellingswerken die de Regering heeft vastgelegd, komen in aanmerking als verantwoording voor de aanwending van de middelen.
  De Regering bepaalt welke stukken voor de controle van de aanwending van de subsidiemiddelen moeten worden ingediend.
  Geld dat voor een bepaald doel bestemd is, maar binnen drie jaar na de uitbetaling ervan niet voor dat doel aangewend werd, wordt door de Regering teruggevorderd. Op die bedragen worden interesten tegen het wettelijke tarief berekend.
  Art. 44.3. Uitrusting van ziekenhuizen
  In afwijking van artikel 16, tweede lid, bedraagt de toelage voor het in artikel 2, eerste lid, 6°, vermeld en door ziekenhuizen gepland infrastructuurproject 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
  De uitbetaling van die toelage, waarvan het maximale bedrag beperkt wordt door de beschikbare begrotingsmiddelen, is gebonden aan de overlegging van een gemeenschappelijk jaarlijks investeringsplan voor de uitrusting van de ziekenhuizen. "
Art. 48. L'article 44 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 44. Conditions générales pour la subsidiation d'hôpitaux
  Sans préjudice de l'application de l'article 10, les projets d'infrastructure relatifs à des hôpitaux ne sont subsidiables que :
  - s'ils se rapportent aux services d'hospitalisation agréés et aux services médico-techniques;
  - sur présentation d'une convention de coopération conclue entre les hôpitaux de la Communauté germanophone et respectant les obligations minimales déterminées par le Gouvernement. "
Art. 50. Artikel 45, 5°, van het programmadecreet 2014 van 24 februari 2014 wordt vervangen als volgt :
  " 5° de artikelen 30 tot 38, die in werking treden op 1 januari 2018. "
Art. 49. Dans la nouvelle section 5 du même décret, il est inséré des articles 44.1 à 44.3 rédigés comme suit :
  " Art. 44.1 - Taux général de subsidiation
  Par dérogation à l'article 16, alinéa 1er, le subside représente 80 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 3°, 5° et 7° à 10°, envisagés par des hôpitaux.
  Art. 44.2. - Travaux de remise en état réalisés dans des hôpitaux
  Par dérogation aux articles 8 à 9 et 11 à 26, les hôpitaux obtiennent une subvention annuelle forfaitaire pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 4°.
  Les crédits budgétaires disponibles déterminent la subvention, celle-ci étant répartie entre les hôpitaux proportionnellement au nombre de lits agréés.
  Tous les frais liés directement ou indirectement aux travaux de remise en état fixés par le Gouvernement sont pris en considération pour justifier l'utilisation des moyens.
  Le Gouvernement détermine les documents qui doivent être introduits en vue de contrôler l'utilisation des moyens de cette subvention.
  Le Gouvernement récupère les fonds qui, dans les trois ans suivant leur liquidation, ont été utilisés à d'autres fins. Des intérêts calculés au taux légal sont dus sur ces montants.
  Art. 44.3. - Equipement d'hôpitaux
  Par dérogation à l'article 16, alinéa 2, le subside représente 60 % du montant total des dépenses subsidiables pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 6°, envisagé par des hôpitaux.
  Ce subside est plafonné en fonction des crédits budgétaires disponibles et sa liquidation est liée à la présentation d'un plan commun annuel d'investissement portant sur l'équipement des hôpitaux. "
Afdeling 2. - Federale ziekenhuiswetgeving
Art. 50. L'article 45, 5°, du décret-programme du 24 février 2014 est remplacé par ce qui suit :
Art. 51. Artikel 63, artikel 64 zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 juni 2009, artikel 65, eerste lid, en artikel 106 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen worden opgeheven.
Section 2. - Législation fédérale relative aux hôpitaux
Art. 52. Artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 19 mei 1987 houdende vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de schadeloosstelling voor de niet-uitvoering van projecten van ziekenhuisbouw en voor de sluiting en de niet-ingebruikname van ziekenhuisdiensten, evenals van de wijze waarop de schadeloosstelling wordt berekend wordt opgeheven.
Art. 51. Dans la loi sur les hôpitaux et autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008, l'article 63, l'article 64, modifié par l'arrêté royal du 19 juin 2009, l'article 65, alinéa 1er, et l'article 106 sont abrogés.
Art. 53. Hoofdstuk II van hetzelfde koninklijk besluit, dat de artikelen 2 tot en met 5 omvat, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1990, wordt opgeheven.
Art. 52. L'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 19 mai 1987 fixant les conditions d'octroi de l'indemnisation pour la non-exécution de projets de construction d'hôpitaux et pour la fermeture et la non-mise en service d'hôpitaux ou de services hospitaliers, ainsi que le mode de calcul de l'indemnisation, est abrogé.
Art. 54. In artikel 7, 1°, van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014, worden de bepalingen onder a) en onder c) opgeheven.
Art. 53. Le chapitre II du même arrêté royal, comprenant les articles 2 à 5 et modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 1990, est abrogé.
Art. 55. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 oktober 2011 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder a) worden de woorden "a) en" opgeheven;
  2° in de bepaling onder b) worden de woorden "a) en" opgeheven;
  3° in de bepaling onder c) worden de woorden "1°, c) en" opgeheven;
  4° in de bepaling onder d) worden de woorden "1°, a)," opgeheven;
  5° in de bepaling onder e) worden de woorden "a) en" opgeheven.
Art. 54. Dans l'article 7, 1°, de l'arrêté royal du 25 avril 2002 relatif à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux, modifié par l'arrêté royal du 25 avril 2014, les a) et c) sont abrogés.
Art. 56. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven :
  1° artikel 9, vervangen bij het koninklijk besluit van 25 april 2014;
  2° artikel 11;
  3° artikel 24, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 november 2010;
  4° artikel 25, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 november 2006, 26 november 2010 en 17 december 2012;
  5° artikel 26, vervangen bij het koninklijk besluit van 26 november 2010;
  6° artikel 26bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 oktober 2011 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014;
  7° artikel 27, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 oktober 2011;
  8° artikel 28;
  9° artikel 29, vervangen bij het koninklijk besluit van 17 december 2012 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014;
  10° artikel 29bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014;
  11° artikel 31, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 december 2013.
Art. 55. A l'article 8 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 26 octobre 2011 et 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le a), les mots "a) et" sont abrogés;
  2° dans le b), les mots "a) et" sont abrogés;
  3° dans le c), les mots "1°, c) et" sont abrogés;
  4° dans le d), les mots "1°, a)" sont abrogés;
  5° dans le e), les mots "a) et" sont abrogés.
Art. 57. In artikel 86, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2014, worden de woorden "A1," en "A3," opgeheven.
Art. 56. Dans le même arrêté, les articles suivants sont abrogés :
  1° l'article 9, remplacé par l'arrêté royal du 25 avril 2014;
  2° l'article 11;
  3° l'article 24, modifié par l'arrêté royal du 26 novembre 2010;
  4° l'article 25, modifié par les arrêtés royaux des 10 novembre 2006, 26 novembre 2010 et 17 décembre 2012;
  5° l'article 26, remplacé par l'arrêté royal du 26 novembre 2010;
  6° l'article 26bis, inséré par l'arrêté royal du 26 octobre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 25 avril 2014;
  7° l'article 27, modifié par l'arrêté royal du 26 octobre 2011;
  8° l'article 28;
  9° l'article 29, remplacé par l'arrêté royal du 17 décembre 2012 et modifié par l'arrêté royal du 25 avril 2014;
  10° l'article 29bis, inséré par l'arrêté royal du 25 avril 2014;
  11° l'article 31, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 26 décembre 2013.
Art. 58. In artikel 88 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 juni 2003 en 17 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, 1°, wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "behalve voor wat de Onderdelen A1 en B5 waarop de bepalingen van § 1, van toepassing zijn, betreft." vervangen door de woorden "behalve voor onderdeel B5 waarop de bepalingen van § 1 van toepassing zijn".
Art. 57. Dans l'article 86, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 25 avril 2014, les mots "A1," et "A3," sont abrogés.
Art. 59. In artikel 89, tweede lid, eerste streepje, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 juni 2003 en 17 december 2012, wordt het woord "A1," opgeheven.
Art. 58. A l'article 88 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 4 juin 2003 et 17 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, le 1° est abrogé;
  2° dans le § 2, les mots "A1," et "A3," sont abrogés.
Art. 60. In artikel 91bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2006, wordt het woord "A1," opgeheven.
Art. 59. Dans l'article 89, alinéa 2, 1er tiret, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 4 juin 2003 et 17 décembre 2012, le mot "A1," est abrogé.
Art. 61. In artikel 91quinquies, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 november 2006, worden de woorden "A1, A3," opgeheven.
Art. 60. Dans l'article 91bis du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 10 novembre 2006, le mot "A1," est abrogé.
Art. 62. Opgeheven worden :
  1° het koninklijk besluit van 13 december 1966 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 mei 2007;
  2° het koninklijk besluit van 14 augustus 1989 tot vaststelling van de procedure met betrekking tot de goedkeuring van de kalender door de Nationale Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, overeenkomstig artikel 97bis, tweede lid, van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juli 1990;
  3° het koninklijk besluit van 4 mei 1999 tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, eerste lid, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van artikel 130 van de Grondwet bevoegde overheid;
  4° het koninklijk besluit van 4 mei 1999 tot bepaling van de algemene criteria voor de vaststelling en de goedkeuring van de kalender bedoeld in artikel 46bis, lid 1, van de wet op de ziekenhuizen voor de bij toepassing van de artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet bevoegde overheden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 maart 2007;
  5° het ministerieel besluit van 3 november 1969 tot bepaling van de reglementering met betrekking tot de financiële tussenkomst van de Staat voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen;
  6° het ministerieel besluit van 1 juli 1971 tot wijziging van het ministerieel besluit van 8 juni 1967 en van het ministerieel besluit van 2 oktober 1969 tot vaststelling van de maximumkostprijs per bed die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van het koninklijk besluit van 13 december 1966 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend;
  7° het ministerieel besluit van 8 november 1973 tot wijziging van het ministerieel besluit van 1 juli 1971 tot vaststelling van de maximumkostprijs per bed die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van het koninklijk besluit van 13 december 1966 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw, de herconditionering, de uitrusting en de apparatuur van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend;
  8° het ministerieel besluit van 1 september 1978 tot wijziging van de ministeriele besluiten van 1 juli 1971 en 8 november 1973 tot vaststelling van de maximumkostprijs per bed die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van het koninklijk besluit van 13 december 1966 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw en de apparatuur, de herconditionering, de uitrusting van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 12 april 1984 en 12 oktober 1993;
  9° het ministerieel besluit van 4 september 1978 tot wijziging van het ministerieel besluit van 1 juli 1971 tot vaststelling van de maximumkostprijs per bed die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van het koninklijk besluit van 13 december 1966 tot bepaling van het percentage van de toelagen voor de opbouw en de apparatuur, de herconditionering, de uitrusting van ziekenhuizen en van zekere voorwaarden waaronder ze worden verleend, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 12 april 1984 en 12 oktober 1993;
  10° het ministerieel besluit van 4 september 1989 tot vaststelling van de modaliteiten van bewijsvoering van de goedkeuring van de kalender door de Nationale Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, overeenkomstig artikel 97bis, tweede lid, van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen;
  11° het ministerieel besluit van 11 mei 2007 tot vaststelling van de maximumkostprijs die in aanmerking kan worden genomen voor de betoelaging van nieuwbouwwerken, uitbreidingswerken en herconditioneringswerken van een ziekenhuis of een dienst.
Art. 61. Dans l'article 91quinquies, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 10 novembre 2006, les mots "A1, A3," sont abrogés.
Art. 63. De bepalingen vermeld in de vorige afdeling blijven van toepassing voor de investeringen die de federale overheid op grond van artikel 47/9, § 4, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten doet op het gebied van de infrastructuur en de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen.
Art. 62. Sont abrogés :
  1° l'arrêté royal du 13 décembre 1966 déterminant le taux et certaines conditions d'octroi des subventions pour la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage d'hôpitaux, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 17 mai 2007;
  2° l'arrêté royal du 14 août 1989 fixant la procédure relative à l'approbation du calendrier par le Ministre national ayant la Santé publique dans ses attributions, conformément à l'article 97bis, 2e alinéa, de la loi coordonnée sur les hôpitaux, modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 1990;
  3° l'arrêté royal du 4 mai 1999 déterminant les critères généraux pour la fixation et l'approbation du calendrier visé à l'article 46bis, alinéa 1er, de la loi sur les hôpitaux pour l'entité compétente en matière de politique de santé sur la base de l'article 130 de la Constitution;
  4° l'arrêté royal du 4 mai 1999 déterminant les critères généraux pour la fixation et l'approbation du calendrier visé à l'article 46bis, alinéa 1er, de la loi sur les hôpitaux pour les autorités compétentes en matière de politique de santé sur base des articles 128, 130 et 135 de la Constitution, modifié par l'arrêté royal du 1er mars 2007;
  5° l'arrêté ministériel du 3 novembre 1969 déterminant les règles relatives à l'intervention financière de l'Etat dans la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage d'hôpitaux;
  6° l'arrêté ministériel du 1er juillet 1971 modifiant les arrêtés ministériels des 8 juin 1967 et 2 octobre 1969 fixant le coût maximum par lit à prendre en considération pour l'application de l'arrêté royal du 13 décembre 1966 déterminant le taux et certaines conditions d'octroi des subventions pour la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage d'hôpitaux;
  7° l'arrêté ministériel du 8 novembre 1973 modifiant l'arrêté ministériel du 1er juillet 1971, fixant le coût maximum par lit à prendre en considération pour l'application de l'arrêté royal du 13 décembre 1966, déterminant le taux et certaines conditions d'octroi des subventions pour la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage d'hôpitaux;
  8° l'arrêté ministériel du 1er septembre 1978 modifiant les arrêtés ministériels des 1er juillet et 8 novembre 1973 fixant les coûts maxima par lit à prendre en considération pour l'application de l'arrêté royal du 13 décembre 1966 déterminant le taux et certaines conditions d'octroi des subventions pour la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage d'hôpitaux, modifié par les arrêtés ministériels des 12 avril 1984 et 12 octobre 1993;
  9° l'arrêté ministériel du 4 septembre 1978 modifiant l'arrêté ministériel du 1er juillet 1971 fixant les coûts maxima par lit à prendre en considération pour l'application de l'arrêté royal du 13 décembre 1966 déterminant le taux et certaines conditions d'octroi des subventions pour la construction, le reconditionnement, l'équipement et l'appareillage des hôpitaux, modifié par les arrêtés ministériels des 12 avril 1984 et 12 octobre 1993;
  10° l'arrêté ministériel du 4 septembre 1989 fixant les modalités de la preuve de l'approbation du calendrier des constructions par le Ministre national ayant la Santé publique dans ses attributions, conformément à l'article 97bis, 2e alinéa, de la loi coordonnée sur les hôpitaux;
  11° l'arrêté ministériel du 11 mai 2007 fixant le coût maximal pouvant être pris en considération pour l'octroi des subventions pour la construction de nouveaux bâtiments, les travaux d'extension et de reconditionnement d'un hôpital ou d'un service.
HOOFDSTUK 5. - FINANCOEN EN BEGROTING
Art. 63. Les dispositions mentionnées dans la présente section restent applicables aux investissements assurés dans les infrastructures et les services médico-techniques des hôpitaux par l'autorité fédérale en vertu de l'article 47/9, § 4, de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions.
Art. 64. In het opschrift van het decreet van 21 december 1995 houdende oprichting van een afschrijvingsfonds in de Duitstalige Gemeenschap worden de woorden "afschrijvingsfonds in de Duitstalige Gemeenschap" vervangen door de woorden "Fonds voor het beheer van de financiële schulden van de Duitstalige Gemeenschap".
CHAPITRE 5. - FINANCES ET BUDGET
Art. 65. In artikel 1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Er wordt een Fonds voor het beheer van de financiële schulden van de Duitstalige Gemeenschap opgericht, hierna Fonds te noemen; ";
  2° in het tweede lid worden de woorden "afschrijvingsfonds van de Duitstalige Gemeenschap" vervangen door het woord "Fonds".
Art. 64. Dans l'intitulé du décret du 21 décembre 1995 portant création d'un fonds d'amortissement en Communauté germanophone, les mots "fonds d'amortissement en Communauté germanophone" sont remplacés par les mots "fonds de gestion des dettes financières de la Communauté germanophone".
Art. 66. In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 3 februari 2003 en 25 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Het Fonds dient om de door de Duitstalige Gemeenschap aangegane leningen af te betalen, alsook om bankkosten, kosten voor de uitgifte van thesauriebewijzen, debetrente en rente op kredietlijnen te betalen. ";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 65. A l'article 1er, du même décret, modifié par le décret du 25 février 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "fonds d'amortissement" sont remplacés par les mots "fonds de gestion des dettes financières de la Communauté germanophone", ci-après dénommé " fonds "";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "fonds d'amortissement de la Communauté germanophone" sont remplacés par le mot "fonds".
Art. 67. In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2003, wordt het woord "afschrijvingsfonds" vervangen door het woord "Fonds" en wordt de tweede zin opgeheven.
Art. 66. L'article 2 du même décret, modifié par les décrets des 3 février 2003 et 25 février 2013, est remplacé par ce qui suit :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "des frais bancaires, des frais en relation avec l'émission de billets de trésorerie" sont insérés entre les mots "par la Communauté germanophone," et les mots ", des intérêts débiteurs";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 68. In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt het woord "afschrijvingsfonds" vervangen door het woord "Fonds".
Art. 67. A l'article 3 du même décret, modifié par le décret du 3 février 2003, les mots "fonds d'amortissement" sont remplacés par le mot "fonds" et la seconde phrase est abrogée.
Art. 69. Artikel 4bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 februari 2003 en gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4bis. De uitgaven van het Fonds bestaan uit :
  1° aflossingen van kapitaal en intresten voor de aangegane leningen, financiële leasings en soortgelijke financieringsproducten;
  2° debetrente;
  3° rente op kredietlijnen;
  4° rente en kosten in samenhang met de uitgifte van thesauriebewijzen;
  5° bankkosten en andere bijkomende financiële kosten. "
Art. 68. Dans l'article 4 du même décret, les mots "fonds d'amortissement" sont remplacés par le mot "fonds".
Art. 70. In artikel 104 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 19 april 2010 en 24 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het bedrag "6.000 euro" vervangen door het bedrag "10.000 euro";
  2° in paragraaf 2 wordt het bedrag "6.000 euro" vervangen door het bedrag "10.000 euro".
Art. 69. L'article 4bis du même décret, inséré par le décret du 3 février 2003 et modifié par le décret du 25 février 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4bis. Les dépenses du fonds consistent en :
  1° remboursements en capital et intérêts des emprunts contractés, leasings financiers et produits financiers similaires;
  2° intérêts débiteurs;
  3° intérêts de lignes de crédit;
  4° intérêts et frais en relation avec l'émission de billets de trésorerie;
  5° frais bancaires et autres frais de financement. "
HOOFDSTUK 6. - DIVERSE BEPALINGEN
Art. 70. A l'article 104 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone, modifié par les décrets des 19 avril 2010 et 24 février 2014, les modifications suivantes sont apportées :
Afdeling 1. - Begraafplaatsen en lijkbezorging
CHAPITRE 6. - DISPOSITIONS FINALES
Art. 71. In artikel 4 van het decreet van 14 februari 2011 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging worden de volgende wijzigingen aangebracht :
Section 1re. - Funérailles et sépultures
Afdeling 2. - Discriminatieverbod
Art. 71. A l'article 4 du décret du 14 février 2011 sur les funérailles et sépultures, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 72. Artikel 1 van het decreet van 19 maart 2012 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie wordt na het eerste lid aangevuld met het volgende lid, luidende :
Section 2. - Non discrimination
Art. 73. In artikel 2, 3°, van hetzelfde decreet worden de woorden "bevalling en moederschap," vervangen door de woorden "bevalling, moederschap en ouderschap,".
Art. 72. L'article 1er du décret du 19 mars 2012 visant à lutter contre certaines formes de discrimination est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Le présent décret sert à transposer partiellement la Directive 2010/18/UE du Conseil du 8 mars 2010 portant application de l'accord-cadre révisé sur le congé parental conclu par BUSINESSEUROPE, l'UEAPME, le CEEP et la CES et abrogeant la Directive 96/34/CE. "
Art. 74. In artikel 3, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "bevalling en moederschap," vervangen door de woorden "bevalling, moederschap en ouderschap,".
Art. 73. Dans l'article 2, 3°, du même décret, les mots "la parentalité" sont insérés entre les mots "maternité," et "ou encore".
Art. 75. Artikel 18, § 6, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  " § 6. De in dit artikel bedoelde bescherming is eveneens van toepassing op personen die optreden als getuige, raadsheer, verdediger of bijstandsverlener ten voordele van de betrokken persoon. "
Art. 74. Dans l'article 3, 1°, du même décret, les mots "la parentalité" sont insérés entre les mots "maternité," et "ou".
Art. 76. Artikel 19, § 9, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  " § 9. De in dit artikel bedoelde bescherming is eveneens van toepassing op personen die optreden als getuige, raadsheer, verdediger of bijstandsverlener ten voordele van de betrokken persoon. "
Art. 75. L'article 18, § 6, du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. La protection visée dans le présent article est également d'application aux personnes qui interviennent comme témoin, conseil, défendeur ou soutien de la personne concernée. "
Afdeling 3. - Prijs van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap
Art. 76. L'article 19, § 9, du même décret est remplacé par ce qui suit :
Art. 77. Artikel 1 van het decreet van 19 december 1988 betreffende de toekenning van de Prijs van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 29 januari 2007 en 29 juni 2015, wordt vervangen als volgt :
Section 3. - Prix du Parlement de la Communauté germanophone
HOOFDSTUK 7. - SLOTBEPALINGEN
Art. 77. L'article 1er du décret du 19 décembre 1988 relatif à l'attribution du Prix du Parlement de la Communauté germanophone, modifié par les décrets des 29 janvier 2007 et 29 juin 2015, est remplacé par ce qui suit :
Art. 78. Dit decreet treedt in werking de dag waarop het wordt bekendgemaakt, met uitzondering van :
CHAPITRE 7. - DISPOSITIONS FINALES
-
Art. 78. Le présent décret entre en vigueur le jour de sa publication, à l'exception :
  1° de l'article 14, qui produit ses effets le 1er janvier 2013;
  2° des articles 1er, 4 à 7, 11, 34 à 41, 47 à 63, 70 et 77, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2016.