Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 DECEMBER 2016. - Decreet betreffende de tijdelijke werkervaring, het regelen van stages en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming (aangehaald als: Tijdelijkewerkervaringsdecreet van 9 december 2016)
Titre
9 DECEMBRE 2016. - Décret relatif à l'expérience professionnelle temporaire, à la réglementation de stages et à diverses mesures dans le cadre de la sixième réforme de l'Etat (cité comme : Décret relatif à l'expérience professionnelle temporaire du 9 décembre 2016)
Informations sur le document
Numac: 2016036771
Datum: 2016-12-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036771
Date: 2016-12-09
Moniteur: Voir
Tekst (44)
Texte (44)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen en definities
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives et définitions
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
Art. 2. Dit decreet wordt aangehaald als: Tijdelijkewerkervaringsdecreet van 9 december 2016.
Art. 2. Le présent décret est cité comme : Décret relatif à l'expérience professionnelle temporaire du 9 décembre 2016.
Art. 3. In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  2° werkzoekende: de werkzoekende, vermeld in artikel 1, eerste lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  3° leefloongerechtigde: de leefloongerechtigde, vermeld in artikel 2, eerste lid, 13°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  4° traject tijdelijke werkervaring: het competentieversterkend traject dat erop gericht is werkervaring te verwerven binnen een reële arbeidsmarktomgeving;
  5° controledienst: de dienst, vermeld in artikel 1, eerste lid, 24°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  6° partnerorganisaties: de partnerorganisaties, vermeld in artikel 1, 25°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.
Art. 3. Dans le présent décret, on entend par :
  1° VDAB : le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ", créé par le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
  2° demandeur d'emploi : le demandeur d'emploi visé à l'article 1er, alinéa 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
  3° bénéficiaire du revenu d'intégration : le bénéficiaire du revenu d'intégration visé à l'article 2, alinéa 1er, 13°, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
  4° parcours d'expérience professionnelle temporaire : le parcours de renforcement des compétences dont l'objectif est de construire une expérience professionnelle dans le circuit de travail réel ;
  5° service de contrôle : le service visé à l'article 1er, alinéa 1er, 24°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
  6° organisations partenaires : les organisations partenaires telles que visées à l'article 1er, 25°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle.
HOOFDSTUK 2. - Het traject tijdelijke werkervaring
CHAPITRE 2. - Le parcours d'expérience professionnelle temporaire
Afdeling 1. - Werkingsprincipes
Section 1re. - Principes de fonctionnement
Art. 4. Het traject tijdelijke werkervaring heeft als doelstelling om werkzoekenden met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt competenties te laten opbouwen binnen een reële arbeidsmarktomgeving, met het oog op het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt.
Art. 4. L'objectif du parcours d'expérience professionnelle temporaire est de faire acquérir aux demandeurs d'emploi fort éloignés du marché de l'emploi régulier des compétences dans le circuit de travail réel et de réduire ainsi leur éloignement du marché de l'emploi.
Art. 5. Het traject tijdelijke werkervaring is een individueel traject dat toegankelijk is voor werkzoekenden. Tijdens dit traject wordt de werkzoekende begeleid om de doelstelling van het traject te verwezenlijken. Deze begeleiding kan door partnerorganisaties gegeven worden. De duurtijd van het traject tijdelijke werkervaring bedraagt maximum 24 maanden.
  De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de toegang tot het traject tijdelijke werkervaring en de begeleiding tijdens het traject tijdelijke werkervaring en kan daarnaast nadere regels bepalen voor de duurtijd, verlenging, intrekking, schorsing, organisatie en opbouw van het traject tijdelijke werkervaring.
Art. 5. Le parcours d'expérience professionnelle temporaire est un parcours individualisé accessible aux demandeurs d'emploi. Pendant ce parcours, le demandeur d'emploi est accompagné pour atteindre l'objectif dudit parcours. Cet accompagnement peut être réalisé par des organisations partenaires. La durée du parcours d'expérience professionnelle temporaire est de 24 mois au maximum.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les conditions et les modalités d'accès au parcours d'expérience professionnelle temporaire et à l'accompagnement pendant le parcours d'expérience professionnelle temporaire et peut en outre fixer des modalités concernant la durée, la prolongation, le retrait, la suspension, l'organisation et la composition du parcours d'expérience professionnelle temporaire.
Art. 6. § 1. Bij de aanvang van het traject tijdelijke werkervaring wordt tussen de VDAB of een partnerorganisatie en de werkzoekende een werkervaringsovereenkomst gesloten. Die overeenkomst bepaalt de duur en de modaliteiten van het traject tijdelijke werkervaring.
  § 2. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen geniet, kan worden vrijgesteld van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor de duurtijd van de werkervaringsovereenkomst, met toepassing van artikel 5, § 1, 7°, b), van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".
  De werkzoekende die gedurende de duurtijd van de werkervaringsovereenkomst verplicht ingeschreven werkzoekende wordt en werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen geniet, kan worden vrijgesteld van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor de resterende duur van de werkervaringsovereenkomst.
  In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder verplicht ingeschreven werkzoekende: de werkzoekende, vermeld in artikel 2, eerste lid, 11°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".
  § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de in dit artikel vermelde aangelegenheden.
Art. 6. § 1er. Au début du parcours d'expérience professionnelle temporaire, un contrat d'expérience professionnelle est conclu entre le VDAB ou une organisation partenaire et le demandeur d'emploi. Ce contrat fixe la durée et les modalités du parcours d'expérience professionnelle temporaire.
  § 2. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui bénéficie d'allocations de chômage ou d'insertion peut être dispensé d'être disponible pour le marché de l'emploi pour la durée du contrat d'expérience professionnelle par application de l'article 5, § 1er, 7°, b), du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
  Le demandeur d'emploi qui, pendant la durée du contrat d'expérience professionnelle, devient demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et bénéficie d'allocations de chômage ou d'insertion peut être dispensé de l'obligation de disponibilité pour le marché de l'emploi pour la durée restante du contrat d'expérience professionnelle.
  Dans les alinéas 1 et 2, il faut entendre par demandeur d'emploi inscrit obligatoirement : le demandeur d'emploi visé à l'article 2, alinéa 1er, 11°, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
  § 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives aux matières visées au présent article.
Afdeling 2. - Werkplekleerinstrumenten
Section 2. - Outils d'apprentissage en milieu de travail
Art. 7. Gedurende het traject tijdelijke werkervaring kunnen verschillende instrumenten worden ingezet om algemene arbeids- en beroepsgerichte competenties aan te leren en toe te passen in een reële arbeidsmarktomgeving, waardoor de afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de instrumenten die kunnen worden ingezet gedurende het traject tijdelijke werkervaring, alsook de voorwaarden en de modaliteiten van de instrumenten.
Art. 7. Pendant le parcours d'expérience professionnelle temporaire, différents outils d'apprentissage peuvent utilisés pour faciliter l'acquisition et l'application de compétences générales et/ou professionnelles dans le circuit de travail réel et de réduire ainsi l'éloignement du chercheur d'emploi du marché de l'emploi.
  Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités quant aux outils disponibles pendant le parcours d'expérience professionnelle, ainsi que les conditions et les modalités de ces outils.
Afdeling 3. - Toezicht en handhaving met betrekking tot artikel 57quater, 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Section 3. - Contrôle et maintien dans le cadre de l'article 57quater, 60, § 7, et 61, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale
Art. 8. § 1. De VDAB kan toezicht uitoefenen op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wat betreft de toekenning en aanwending van toelagen voor tewerkstelling in het kader van artikel 57quater, 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  De VDAB kan boekhoudkundige stukken en andere relevante stukken met betrekking tot tewerkstelling in het kader van artikel 57quater, 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn opvragen bij de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  § 2. De VDAB kan de toelagen, vermeld in paragraaf 1, die ten onrechte zijn toegekend, terugvorderen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn als op basis van de boekhoudkundige en andere relevante stukken, vermeld in paragraaf 1, wordt vastgesteld dat er te veel toelagen zijn uitbetaald.
  § 3. Bij vaststelling van onregelmatigheden conform paragraaf 1 kan het dossier worden bezorgd aan de instantie die bevoegd is voor die aangelegenheden met toepassing van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.
  § 4. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken voor het toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bij tewerkstelling in het kader van artikel 57quater, 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Art. 8. § 1er. Le VDAB peut contrôler l'octroi et l'utilisation par les centres publics d'action sociale des aides à l'embauche dans le cadre des articles 57quater, 60, § 7, et 61 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale.
  Le VDAB peut demander auprès des centres publics d'action sociale des pièces comptables et autres documents pertinents relatifs à l'octroi et l'utilisation des aides à l'embauche dans le cadre des articles 57quater, 60, § 7, et 61 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale.
  § 2. Le VDAB peut recouvrer auprès des centres publics d'action sociale les aides, visées au paragraphe 1er, accordées à tort, si, sur la base des pièces comptables et autres documents pertinents, visés au paragraphe 1er, il est constaté que des aides ont été versées en trop.
  § 3. En cas de constatation d'irrégularités conformément au paragraphe 1er, le dossier peut être transmis à l'instance compétente en la matière par application du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004.
  § 4. Le Gouvernement flamand peut fixer des règles régissant le contrôle des centres publics d'action sociale pour ce qui est de l'emploi dans le cadre des articles 57quater, 60, § 7, et 61 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale.
HOOFDSTUK 3. - Subsidievoorwaarden voor leefloongerechtigden die in een traject tijdelijke werkervaring stappen
CHAPITRE 3. - Conditions de subvention des bénéficiaires du revenu d'intégration s'engageant dans un parcours d'expérience professionnelle temporaire
Art. 9. De VDAB zal de openbare centra voor maatschappelijk welzijn subsidiëren om de begeleiding van de werkzoekende in een traject tijdelijke werkervaring op zich te nemen. De Vlaamse Regering zal nadere regels en voorwaarden bepalen met betrekking tot deze subsidie.
  De VDAB zal aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn een compensatie toekennen voor het realiseren van een activeringsbeleid. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag, de voorwaarden en de modaliteiten van deze compensatie.
Art. 9. Le VDAB accordera des subventions aux centres publics d'action sociale pour assurer l'accompagnement du demandeur d'emploi s'engageant dans un parcours d'expérience professionnelle temporaire. Le Gouvernement flamand peut fixer des modalités et conditions de subvention.
  Les centres publics d'action sociale recevront du VDAB une compensation pour mettre en place une politique d'activation. Le Gouvernement flamand fixe le montant, les conditions et les modalités de cette compensation.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Art. 10. In artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij de programmawet van 2 augustus 2002, wordt paragraaf 4bis vervangen door wat volgt:
  " § 4bis. Aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt een toelage verleend die gelijk is aan het bedrag van het leefloon, vermeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, als het voormelde centrum als werkgever optreedt met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor een persoon als vermeld in paragraaf 4, die voltijds wordt tewerkgesteld.
  De toelage bedraagt maximaal het brutoloon van de tewerkgestelde persoon, zonder dat de toelage het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen kan overschrijden.
  De toelage blijft verschuldigd aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst, ook als de familiale of inkomenstoestand van de betrokken werknemer in de loop van de arbeidsovereenkomst verandert of als hij zich in een andere gemeente vestigt.
  De Vlaamse Regering kan de hoogte van de toelage bepalen bij een deeltijdse tewerkstelling, alsook de voorwaarden waaronder de toelage wordt toegekend, en kan het bedrag van de toelage verhogen en de voorwaarden ervan bepalen voor specifieke initiatieven die gericht zijn op sociale inschakeling.".
Art. 10. Dans l'article 5 de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale, modifiée par la loi-programme du 2 août 2002, il est inséré un paragraphe 4bis, rédigé comme suit :
  " § 4bis. Le centre public d'action sociale reçoit une subvention égale au montant du revenu d'intégration sociale, visé à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, si le centre précité agit en qualité d'employeur par application de l'article 60, § 7, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale, au profit d'une personne telle que visée au paragraphe 4 qui est employée à temps plein.
  La subvention n'excède pas le salaire brut de la personne employée, sans que la subvention puisse dépasser le revenu mensuel moyen minimum garanti.
  La subvention reste due au centre public d'action sociale jusqu'au terme du contrat de travail, même si la situation familiale ou financière du travailleur concerné se modifie pendant la durée du contrat de travail ou s'il s'établit dans une autre commune.
  Le Gouvernement flamand peut fixer le montant de la subvention en cas d'un emploi à temps partiel, les conditions d'octroi de cette subvention, et également augmenter le montant de la subvention et en fixer les conditions pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale. ".
Art. 11. In de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, het laatste gewijzigd bij het decreet van 24 april 2015 houdende de implementatie van de zesde staatshervorming en houdende diverse bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, wordt een artikel 61bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 61bis. Een tewerkstelling door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met toepassing van artikel 60, § 7, van deze wet zal alleen het recht openen op de toelage die verbonden is aan de inschakeling van de persoon, vermeld in artikel 36 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, als er een werkervaringsovereenkomst is gesloten als vermeld in artikel 6 van het Tijdelijkewerkervaringsdecreet van 9 december 2016.".
Art. 11. Dans la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale, modifié en dernier lieu par le décret du 24 avril 2015 portant mise en oeuvre de la sixième réforme de l'Etat et portant diverses dispositions relatives au domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale, il est inséré un article 62bis ainsi rédigé :
  " Art. 61bis. Un emploi par le centre public d'action sociale en application de l'article 60, § 7, de cette loi n'ouvrira le droit à la subvention liée à l'insertion de la personne, visée à l'article 36 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, que lorsqu'il a été conclu un contrat d'expérience professionnelle tel que visé à l'article 6 du Décret relatif à l'expérience professionnelle temporaire du 9 décembre 2016. ".
Art. 12. Artikel 33 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid, het laatst gewijzigd bij de wet van 24 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 12. L'article 33 de la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures d'exécution du plan pluriannuel pour l'emploi, modifié en dernier lieu par la loi du 24 avril 2014, est abrogé.
Art. 13. In artikel 36 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Een toelage is verschuldigd aan het centrum als het optreedt in de hoedanigheid van werkgever met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Bij een voltijdse tewerkstelling is het bedrag van de toelage gelijk aan het bedrag van het leefloon, vermeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van deze wet.
  De toelage bedraagt maximaal het brutoloon van de tewerkgestelde persoon, zonder dat de toelage het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen kan overschrijden.
  De toelage blijft verschuldigd aan het centrum tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst, zelfs als de familiale of inkomenstoestand van de betrokken werknemer in de loop van de arbeidsovereenkomst verandert of als hij zich in een andere gemeente vestigt.";
  2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De Vlaamse Regering kan de hoogte van de toelage bepalen bij een deeltijdse tewerkstelling, alsook de voorwaarden waaronder de toelage wordt toegekend.".
Art. 13. A l'article 36 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale sont apportées les modifications suivantes:
  1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Une subvention est due au centre, lorsque ce dernier agit en qualité d'employeur en application de l'article 60, § 7, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale. Pour un emploi à temps plein, le montant de la subvention est égal au montant du revenu d'intégration sociale, visé à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de cette loi.
  La subvention n'excède pas le salaire brut de la personne employée, sans que la subvention puisse dépasser le revenu mensuel moyen minimum garanti.
  La subvention reste due au centre jusqu'au terme du contrat de travail, même si la situation familiale ou financière du travailleur concerné se modifie pendant la durée du contrat de travail ou s'il s'établit dans une autre commune. " ;
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Le Gouvernement flamand peut fixer le montant de la subvention en cas d'occupation à temps partiel, ainsi que les conditions d'octroi de cette subvention. ".
Art. 14. Artikel 37 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 37 de la même loi est abrogé.
Art. 15. Artikel 353bis/14 van de programmawet (I) van 24 december 2002, ingevoegd bij de wet van 24 april 2014 houdende aanpassingen van de vermindering van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid ten gevolge van de 6e staatshervorming, ingevoegd bij de wet van 24 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 15. L'article 353bis/14 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, inséré par la loi du 24 avril 2014 visant à adapter les réductions des cotisations patronales pour la sécurité sociale à la suite de la 6e réforme de l'Etat, inséré par la loi du 24 avril 2014, est abrogé.
Art. 16. Aan artikel 2, eerste lid, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", gewijzigd bij de decreten van 21 november 2008, 12 juli 2013 en 24 april 2015, wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "13° leefloongerechtigde: iedere persoon die recht heeft op een leefloon als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, of die recht heeft op financiële maatschappelijke steun, equivalent aan het leefloon, vermeld in artikel 60, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met uitzondering van de personen voor wie tewerkstelling niet haalbaar is om gezondheids- of billijkheidsredenen.".
Art. 16. Dans l'article 2, alinéa 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), modifié par les décrets des 21 novembre 2008, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, il est inséré un point 13° ainsi rédigé :
  " 13° bénéficiaire du revenu d'intégration : toute personne ayant droit à un revenu d'intégration tel que visé à la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, ou ayant droit à l'aide sociale financière égale au montant du revenu d'intégration sociale, visé à l'article 60, § 3, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale, à l'exception des personnes qui ne peuvent travailler pour des raisons de santé ou d'équité. ".
Art. 17. In artikel 5, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 23 november 2012, 12 juli 2013 en 24 april 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 3° wordt punt c) vervangen door wat volgt:
  "c) het toekennen van tegemoetkomingen voor een opleiding met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt, inzonderheid de toekenning van opleidingscheques, opleidingsuitkeringen en compensatie-uitkeringen. De Vlaamse Regering kan na advies van de raad van bestuur van de VDAB nadere regels bepalen voor de toekenning, opheffing, wijziging, opschorting of vervanging van de opleidingsuitkeringen of compensatie-uitkeringen;";
  2° aan punt 3° worden een punt d) en een punt e) toegevoegd, die luiden als volgt:
  "d) het aanbieden of organiseren van stages om competenties te verwerven met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt. De Vlaamse Regering kan na advies van de raad van bestuur van de VDAB nadere regels uitwerken om de stages op te heffen, te wijzigen of te vervangen;
  e) het toekennen van tegemoetkomingen voor stages, met inbegrip van stage-uitkeringen, met het oog op de inschakeling op de arbeidsmarkt. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de voorwaarden en de modaliteiten waaronder de tegemoetkomingen worden toegekend. De Vlaamse Regering kan na advies van de raad van bestuur van de VDAB nadere regels uitwerken om de tegemoetkomingen op te heffen, te wijzigen of te vervangen;";
  3° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° de VDAB is bevoegd voor de controle op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wat betreft de toekenning en aanwending van toelagen voor tewerkstelling in het kader van artikel 57quater, 60, § 7, en 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De VDAB is ook bevoegd om de ten onrechte toegekende toelagen terug te vorderen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.".
Art. 17. A l'article 5, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2008, 23 novembre 2012, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le point 3°, le point c) est remplacé par ce qui suit :
  " c) octroyer des aides à la formation pour activer l'insertion sur le marché de l'emploi, notamment sous forme de chèques-formation, d'allocations de formation et d'indemnités de compensation. Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand peut fixer des modalités d'octroi, de retrait, de modification, de suspension ou de remplacement des allocations de formation et indemnités de compensation; " ;
  2° au point 3°, sont ajoutés un point d) et un point e) ainsi rédigés :
  " d) proposer ou organiser des stages pour construire des compétences en vue de l'insertion sur le marché du travail. Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand peut fixer des règles pour supprimer, modifier ou remplacer des stages ;
  e) accorder des subventions pour permettre des stages, y compris des allocations de stage en vue de faciliter l'insertion professionnelle. Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand détermine les conditions et modalités d'octroi de ces subventions. Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand peut préciser des règles pour supprimer, modifier ou remplacer les subventions ; " ;
  3° il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
  " 10° le VDAB peut contrôler l'octroi et l'utilisation par les centres publics d'action sociale des aides à l'embauche dans le cadre des articles 57quater, 60, § 7, et 61 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale. Le VDAB est également habilité à recouvrer les subventions accordées à tort, auprès des centres publics d'action sociale. ".
Art. 18. Aan hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 23 november 2012, 12 juli 2013 en 24 april 2015, wordt een afdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 5. - Bepalingen over stages".
Art. 18. Il est ajouté au chapitre VI du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2008, 23 novembre 2012, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, une section 5 qui s'énonce comme suit :
  " Section 5. - Dispositions relatives aux stages ".
Art. 19. In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 23 november 2012, 12 juli 2013 en 24 april 2015, wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 18, een artikel 22/15 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 22/15. Elke stagegever kan toetreden tot de krachtens dit decreet uitgewerkte stagevormen als hij aan de toegangsvoorwaarden van de stagevorm voldoet.".
Art. 19. Dans le chapitre VI du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2008, 23 novembre 2012, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, la section 5, insérée par l'article 18, est complétée par un article 22/15, rédigé comme suit :
  " Art. 22/15. Tout fournisseur de stage peut proposer les formes de stage élaborées en vertu du présent décret s'il satisfait aux conditions d'accès à la forme de stage. ".
Art. 20. In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 23 november 2012, 12 juli 2013 en 24 april 2015, wordt aan dezelfde afdeling 5 een artikel 22/16 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 22/16. De VDAB kan stages inzetten voor werkzoekenden om competenties aan te leren en toe te passen, waardoor de afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind.
  De bepalingen van deze afdeling zijn alleen van toepassing op de stagevormen die georganiseerd worden of erkend zijn door de VDAB. Deze bepalingen zijn onder meer niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde stages, studies, leertijd of opleidingen in het kader van onderwijs, centra voor deeltijdse vorming en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen en op het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming Syntra Vlaanderen.
  De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de vormen, de voorwaarden en de nadere regels voor stages die ze organiseert. De Vlaamse Regering kan ook na advies van de raad van bestuur van de VDAB de regels voor aanvragen van stages en voor overeenkomsten in het kader daarvan bepalen, alsook de nadere regels voor de schorsing, stopzetting of verlenging van stages.".
Art. 20. Dans le chapitre VI du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2008, 23 novembre 2012, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, la même section 5 est complétée par un article 22/16, rédigé comme suit :
  " Art. 22/16. Le VDAB peut proposer des stages aux demandeurs d'emploi en vue de faciliter l'acquisition et l'application de compétences et de réduire ainsi leur éloignement du marché de l'emploi.
  Les dispositions de la présente section ne sont d'application qu'aux formes de stage organisées ou agréées par le VDAB. Ces dispositions ne s'appliquent pas aux stages, études, à l'apprentissage ou aux formations dans le cadre de l'enseignement, aux centres de formation à temps partiel et aux centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises agréés, financés et subventionnés par la Communauté flamande ainsi qu'à la Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming Syntra Vlaanderen.
  Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand détermine les formes, conditions et modalités d'organisation de ces stages. Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand peut arrêter les règles pour les demandes de stage et pour les contrats dans ce cadre ainsi que les modalités de suspension, d'arrêt ou de prolongation des stages. ".
Art. 21. In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 23 november 2012, 12 juli 2013 en 24 april 2015, wordt aan dezelfde afdeling 5 een artikel 22/17 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 22/17. De kosten die verbonden zijn aan de stage, vermeld in deze afdeling, voor stagegever en stagiair kunnen geheel of gedeeltelijk gefinancierd worden door de VDAB. De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de voorwaarden en modaliteiten waaronder ze een financiering verleent voor de stages.".
Art. 21. Dans le chapitre VI du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2008, 23 novembre 2012, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, la même section 5 est complétée par un article 22/17, rédigé comme suit :
  " Art. 22/17. Les coûts liés au stage visé à la présente section pour le fournisseur de stage et le stagiaire peuvent être financés, en tout ou en partie, par le VDAB. Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand détermine les conditions et modalités de financement des stages. ".
Art. 22. In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 23 november 2012, 12 juli 2013 en 24 april 2015, wordt aan dezelfde afdeling 5 een artikel 22/18 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 22/18. De stagiair kan tijdens de duur van een stage recht hebben op een tegemoetkoming, met inbegrip van de stage-uitkering, hetzij ten laste van de stagegever, hetzij ten laste van de VDAB. De Vlaamse Regering kan na advies van de raad van bestuur van de VDAB nadere regels bepalen voor de voorwaarden, de toekenning, het bedrag van de tegemoetkoming en de uitbetaling van de tegemoetkoming.".
Art. 22. Dans le chapitre VI du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2008, 23 novembre 2012, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, la même section 5 est complétée par un article 22/18, rédigé comme suit :
  " Art. 22/18. Pendant la durée d'un stage, le stagiaire peut avoir droit à une intervention, y compris une indemnité de stage, soit à charge du fournisseur de stage, soit à charge du VDAB. Après avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand peut préciser les conditions et définir les règles pour l'octroi, le montant de l'indemnité et le paiement de l'indemnité. ".
Art. 23. In hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2008, 23 november 2012, 12 juli 2013 en 24 april 2015, wordt aan dezelfde afdeling 5 een artikel 22/19 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 22/19. Bij niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling en de uitvoeringsbesluiten ervan, met inbegrip van de voortijdige stopzetting van een stage die uitsluitend aan de stagegever te wijten is, kan aan de laatstgenoemde het recht worden ontzegd om als stagegever op te treden voor een duur van ten hoogste drie jaar.
  De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de nadere regels ter uitvoering van het eerste lid.".
Art. 23. Dans le chapitre VI du même décret, modifié par les décrets des 19 décembre 2008, 23 novembre 2012, 12 juillet 2013 et 24 avril 2015, la même section 5 est complétée par un article 22/19, rédigé comme suit :
  " Art. 22/19. En cas de non-respect des dispositions de la présente section et de ses mesures d'exécution, en ce compris en cas d'arrêt prématuré d'un stage imputable exclusivement au fournisseur de stage, ce dernier peut être privé du droit d'accueillir un stagiaire pour une durée de 3 ans maximum.
  Le Gouvernement flamand arrête, après avis du conseil d'administration du VDAB, les modalités d'exécution de l'alinéa 1er. ".
Art. 24. In het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 36ter, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2011;
  2° artikel 36quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2006 en vervangen bij het koninklijk besluit van 10 november 2012;
  3° artikel 36quinquies, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 november 2012.
Art. 24. Dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, les articles suivants sont abrogés :
  1° l'article 36ter, inséré par l'arrêté royal du 13 mars 2006 et modifié par l'arrêté royal du 28 décembre 2011 ;
  2° l'article 36quater, inséré par l'arrêté royal du 13 mars 2006 et remplacé par l'arrêté royal du 10 novembre 2012 ;
  3° l'article 36quinquies, inséré par l'arrêté royal du 13 mars 2006 et modifié par l'arrêté royal du 10 novembre 2012.
Art. 25. In artikel 79, § 9, van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 januari 2007, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Het agentschap moet uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarop de inkomsten betrekking hebben, voldaan hebben aan de verplichting om ten minste 25% van het bedrag, vermeld in het eerste lid, 2°, aangewend te hebben voor opleidingen of inschakelingsacties. Het niet-gebruikte saldo van die voormelde 25% is bestemd voor opleidingsinspanningen en moet binnen dezelfde termijn aan de VDAB worden gestort. Die storting wordt gelijkgesteld met een uitgave voor opleiding.".
Art. 25. Dans l'article 79, § 9, du même arrêté royal, modifié dernièrement par l'arrêté royal du 10 janvier 2007, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " L'agence doit avoir rempli son obligation d'utiliser pour des formations et des actions d'insertion au moins 25% du montant visé à l'alinéa 1er, 2°, au plus tard le 31 décembre de l'année suivant celle à laquelle les recettes ont trait. Le solde non utilisé de ces 25% est destiné aux efforts de formation et doit être versé dans le même délai au VDAB. Ce versement est assimilé à une dépense de formation. ".
Art. 26. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 juni 1994 tot uitvoering van artikel 8, § 1 en § 6, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 december 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 juni 1994 tot uitvoering van artikel 8, § 1 en § 6, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, worden het zesde, zevende en achtste lid geschrapt.
Art. 26. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 10 juin 1994 portant exécution de l'article 8, § 1er et § 6 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 11 décembre 2006 modifiant l'arrêté royal du 10 juin 1994 portant exécution de l'article 8, § 1er et § 6 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, les alinéas 6, 7 et 8 sont supprimés.
Art. 27. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden, het bedrag en de duur van de toelage, verstrekt aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor een deeltijdse tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van een gerechtigde op maatschappelijke integratie wordt opgeheven.
Art. 27. L'article 5 de l'arrêté royal du 11 juillet 2002 déterminant les conditions d'octroi, le montant et la durée de la subvention, accordée aux centres publics d'action sociale, pour une occupation à temps partiel, en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, d'un ayant droit à l'intégration sociale, est abrogé.
Art. 28. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2. Als een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een rechthebbende in dienst neemt met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het die werknemer bij overeenkomst ter beschikking stelt aan een sociale-economie-initiatief, wordt de toelage, vermeld in artikel 36 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, verhoogd tot het bedrag van het brutoloon van de werknemer, zonder dat de toelage het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen kan overschrijden.
  De duur van de verhoogde toelage, vermeld in het eerste lid, is begrensd tot maximaal twaalf maanden.".
Art. 28. L'article 2 de l'arrêté royal du 11 juillet 2002 portant octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2. Lorsqu'un centre public d'action sociale engage un ayant droit en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale et le met conventionnellement à la disposition d'une initiative d'économie sociale, la subvention visée à l'article 36 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, est majorée jusqu'au montant de la rémunération brute du travailleur, sans que la subvention ne puisse dépasser le revenu mensuel moyen minimum garanti.
  La durée de la subvention majorée, visée à l'alinéa 1er, ne peut pas dépasser douze mois. ".
Art. 29. Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. Als de werknemer niet voltijds is tewerkgesteld, wordt:
  1° de verhoogde toelage, vermeld in artikel 2, teruggebracht tot een bedrag in verhouding tot de contractueel wekelijks bepaalde arbeidsduur in de deeltijdse betrekking;
  2° de duur van de verhoogde toelage, vermeld in artikel 2, begrensd tot maximaal zes maanden.".
Art. 29. L'article 3 du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. Si le travailleur n'est pas employé à temps plein,
  1° la subvention majorée, visée à l'article 2, est réduite à un montant proportionnel à la durée de travail hebdomadaire prévue contractuellement dans l'emploi à temps partiel ;
  2° la durée de la subvention majorée, visée à l'alinéa 1er, ne peut pas dépasser six mois. ".
Art. 30. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 4 september 2002 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de toelage, verstrekt aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die ter beschikking wordt gesteld van een privé-onderneming, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2. Wanneer een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een rechthebbende in dienst neemt met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het deze werknemer bij overeenkomst ter beschikking stelt van een privé-onderneming, geldt de volgende voorwaarde voor de toekenning en het behoud van de toelage, voorzien in de artikelen 36 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie:
  de rechthebbende wordt aangeworven met een arbeidsovereenkomst waarvan de duur:
  - hetzij gelijk is aan de duur die noodzakelijk is voor het verkrijgen van volledige sociale uitkeringen;
  - hetzij minstens één maand en hoogstens zes maanden bedraagt en niet hernieuwbaar is, in het geval de arbeidsovereenkomst ertoe strekt de werkervaring van de rechthebbende te bevorderen.".
Art. 30. L'article 2 de l'arrêté royal du 4 septembre 2002 déterminant les conditions d'octroi de la subvention, accordée aux centres publics d'action sociale, pour une occupation en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, d'un ayant droit à l'intégration sociale qui est mis à disposition d'une entreprise privée, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 2. Lorsqu'un centre public d'action sociale engage un ayant droit en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale et le met conventionnellement à la disposition d'une entreprise privée, la condition suivante s'applique à l'octroi et au maintien de la subvention prévue à l'article 36 de la loi du 26 mai 2002 concernant l'intégration sociale :
  l'ayant droit est engagé dans les liens d'un contrat de travail avec une durée qui :
  - soit est égale à la durée nécessaire à l'obtention d'allocations sociales complètes ;
  - soit est d'une durée de minimum un mois et de maximum six mois non renouvelable au cas où le contrat de travail est conclu dans le but de favoriser l'expérience professionnelle de l'ayant droit. ".
Art. 31. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden van de toelage, verstrekt aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp die ter beschikking wordt gesteld van een privé-onderneming, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2. Wanneer een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp in dienst neemt met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het deze werknemer bij overeenkomst ter beschikking stelt van een privé-onderneming, geldt de volgende voorwaarde voor de toekenning en het behoud van de toelage, voorzien in artikel 5, § 4bis, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn:
  de rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp wordt aangeworven met een arbeidsovereenkomst waarvan de duur:
  - hetzij gelijk is aan de duur die noodzakelijk is voor het verkrijgen van volledige sociale uitkeringen;
  - hetzij minstens één maand en hoogstens zes maanden bedraagt en niet hernieuwbaar is, in het geval de arbeidsovereenkomst ertoe strekt de werkervaring van de rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp te bevorderen.".
Art. 31. L'article 2 de l'arrêté royal du 14 novembre 2002 déterminant les conditions d'octroi de la subvention, accordée aux centres publics d'action sociale, pour une occupation en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale, d'un ayant droit à une aide sociale financière qui est mis à disposition d'une entreprise privée, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 2. Lorsqu'un centre public d'action sociale engage un ayant droit à une aide sociale financière en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale et le met conventionnellement à la disposition d'une entreprise privée, la condition suivante s'applique à l'octroi et au maintien de la subvention prévue à l'article 5, § 4bis, de la loi du 2 avril 1965 du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale :
  l'ayant droit à une aide sociale financière est engagé dans les liens d'un contrat de travail avec une durée qui :
  - soit est égale à la durée nécessaire à l'obtention d'allocations sociales complètes ;
  - soit est d'une durée de minimum un mois et de maximum six mois non renouvelable au cas où le contrat de travail est conclu dans le but de favoriser l'expérience professionnelle de l'ayant droit à une aide sociale financière. ".
Art. 32. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 november 2002 tot toekenning van een verhoogde staatstoelage aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor specifieke initiatieven, gericht op sociale inschakeling, binnen de sociale economie, voor rechthebbenden op financiële maatschappelijke hulp wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2. Als een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een rechthebbende in dienst neemt met toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het die werknemer bij overeenkomst ter beschikking stelt aan een sociale-economie-initiatief, wordt de toelage, vermeld in artikel 5, § 4bis, vierde lid, van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, verhoogd tot het bedrag van het brutoloon van de werknemer, zonder dat de toelage het gewaarborgde gemiddelde minimummaandinkomen kan overschrijden.
  De duur van de verhoogde toelage, vermeld in het eerste lid, is begrensd tot maximaal twaalf maanden.".
Art. 32. L'article 2 de l'arrêté royal du 14 novembre 2002 portant octroi d'une subvention majorée de l'Etat aux centres publics d'action sociale pour des initiatives spécifiques d'insertion sociale dans l'économie sociale, est remplacé pour les ayants droit à une aide sociale financière par ce qui suit :
  " Art. 2. Lorsqu'un centre public d'action sociale engage un ayant droit en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale et le met conventionnellement à la disposition d'une initiative d'économie sociale, la subvention visée à l'article 5, 4bis, de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale, est majorée jusqu'au montant de la rémunération brute du travailleur, sans que la subvention ne puisse dépasser le revenu mensuel moyen minimum garanti.
  La durée de la subvention majorée, visée à l'alinéa 1er, ne peut pas dépasser douze mois. ".
Art. 33. Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. Als de werknemer niet voltijds is tewerkgesteld, wordt:
  1° de verhoogde toelage, vermeld in artikel 2, teruggebracht tot een bedrag in verhouding tot de contractueel wekelijks bepaalde arbeidsduur in de deeltijdse betrekking;
  2° de duur van de verhoogde toelage, vermeld in artikel 2, begrensd tot maximaal zes maanden.".
Art. 33. L'article 3 du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. Si le travailleur n'est pas employé à temps plein,
  1° la subvention majorée, visée à l'article 2, est réduite à un montant proportionnel à la durée de travail hebdomadaire prévue contractuellement dans l'emploi à temps partiel ;
  2° la durée de la subvention majorée, visée à l'alinéa 1er, ne peut pas dépasser six mois. ".
Art. 34. Artikel 28/15 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 34. L'article 28/15 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 portant exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la Loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, inséré par l'arrêté royal du 24 avril 2014, est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 35. Het koninklijk besluit van 2 april 1998 tot uitvoering van artikel 33 van de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid wordt opgeheven.
Art. 35. L'arrêté royal du 2 avril 1998 portant exécution de l'article 33 de la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi est abrogé.
Art. 36. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding, met uitzondering van:
  1° artikel 25, dat in werking treedt op de dag na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad;
  2° artikel 26, dat in werking treedt op 1 januari 2017.
Art. 36. Le Gouvernement flamand fixe, pour chaque article du présent décret, la date d'entrée en vigueur, à l'exception de :
  1° l'article 25 qui entre en vigueur le jour de la publication du présent décret au Moniteur belge ;
  2° l'article 26 qui entre en vigueur le 1er janvier 2017.
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 1 à 23 ; 27 à 36 fixée au 01-01-2017 par AGF 2016-12-23/68, art. 42,1°)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 24 fixée au 01-09-2018 par AGF 2018-07-06/18, art. 45)