Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 SEPTEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de bepaling van voorwaarden voor een bijzondere oproep om voor bepaalde woongelegenheden een erkenningskalender in te dienen en tot wijziging van de regelgeving betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender
Titre
16 SEPTEMBRE 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand portant détermination des conditions pour introduire un appel spécial pour un calendrier d'agrément pour certains logements et modifiant la législation concernant l'autorisation préalable pour les centres de court séjour et les centres de services de soins et de logement et l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements à agréer pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court séjour dans le cadre du calendrier d'agrément
Informations sur le document
Numac: 2016036477
Datum: 2016-09-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036477
Date: 2016-09-16
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
2° erkenningskalender: de opgave van het trimester waarin voor woongelegenheden in een centrum voor kortverblijf of een woonzorgcentrum de erkenning zal worden aangevraagd;
3° initiatiefnemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een centrum voor kortverblijf of een woonzorgcentrum uitbaat of zal uitbaten;
4° start van de bouwwerken: de bouwwerken worden geacht te zijn gestart vanaf het afgraven van de grond voor de realisatie van de onderbouw;
5° ruwbouw: een infrastructuur waarvan cumulatief de volgende bouwfases zijn afgerond:
a) de funderings-, ruwbouw- en gevelwerken;
b) de dakwerken, namelijk het voltooien van de dakconstructie en de dakbedekking;
6° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid";
7° administrateur-generaal: het hoofd van het agentschap;
8° maximale erkenningscapaciteit: het maximale aantal te erkennen woongelegenheden, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° ministre : le ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
2 ° calendrier d'agrément : l'annonce du trimestre au cours duquel l'agrément sera demandé pour les logements dans un centre de court séjour ou un centre de soins et de logement ;
3 ° initiateur : désigne une personne physique ou morale qui exploite ou exploitera un centre de court séjour ou un centre de soins et de logement ;
4 ° début des travaux de construction : les travaux de construction sont censés commencer à partir de l'excavation des terres pour la réalisation des fondations ;
5 ° gros oeuvre : une infrastructure sur laquelle les phases de construction suivantes sont cumulativement réalisées :
a) les travaux de fondation, de gros oeuvre et de façade ;
b) la couverture, à savoir l'achèvement du toit et le recouvrement ;
6 ° agence : l'agence autonomisée interne " Zorg en Gezondheid " (Soins et Santé), établie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne " Zorg en Gezondheid " ;
7° administrateur général : le directeur de l'agence ;
8° capacité d'agrément maximale : le nombre maximum de logements agréés, mentionné dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximal de logements à agréer.
HOOFDSTUK 2. - Bijzondere oproep voor de indiening van erkenningskalenders
CHAPITRE 2. - Appel particulier pour la soumission des calendriers d'agrément
Art. 2. In afwijking van artikel 3, eerste tot en met derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra kan de minister, rekening houdend met de beschikbare begrotingskredieten, een oproep doen om voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, een erkenningskalender in te dienen.
Art. 2. Par dérogation à l'article 3, alinéas 1er à 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'autorisation préalable pour les centres de court séjour et les centres de services de soins et de logement et modifiant les règles relatives à l'autorisation préalable et à l'agrément de ces centres, le ministre peut, en tenant compte des crédits budgétaires disponibles, faire un appel pour soumettre un calendrier d'agrément pour les logements mentionnés à l'article 3.
Art. 3. De minister kan in de oproep, vermeld in artikel 2 van dit besluit, de initiatiefnemers die houder zijn van een voorafgaande vergunning oproepen om een erkenningskalender in te dienen voor de volgende woongelegenheden:
1° de woongelegenheden die behoren tot de pilootprojecten, geselecteerd bij het ministerieel besluit van 6 maart 2013 betreffende de selectie van pilootprojecten over nieuwe ruimtelijke concepten in de woonzorg met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 betreffende pilootprojecten over nieuwe ruimtelijke concepten in de woonzorg;
2° de woongelegenheden waarvan de aangevraagde erkenningskalender voor 2017 door het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf of het besluit van de administrateur-generaal van 15 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, of door het ministerieel besluit van 11 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, is afgewezen of uitgesteld naar een later trimester en waarvan het bewijs wordt geleverd dat uiterlijk op 30 april 2015 gestart werd met de bouwwerken voor de realisatie van die woongelegenheden;
3° de woongelegenheden waarvoor nog geen erkenningskalender is ingediend en waarvan het bewijs wordt geleverd dat uiterlijk op 30 april 2015 gestart werd met de bouwwerken voor de realisatie van die woongelegenheden.
Art. 3. Dans l'appel mentionné à l'article 2 du présent arrêté, le ministre peut faire appel aux initiateurs qui sont titulaires d'une autorisation préalable afin qu'ils introduisent un calendrier d'agrément pour les logements suivants :
1 ° les logements appartenant aux projets pilotes, sélectionnés par l'arrêté ministériel du 6 mars 2013 relatif au choix des projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins résidentiels, en application de l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 relatif aux projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins et du logement ;
2° les logements dont le calendrier d'agrément, demandé pour 2017 par la décision de l'administrateur général du 26 juin 2015 relative à l'approbation, à la modification ou au rejet des calendriers d'agrément pour les centres de soins et de logement et les centres de court séjour, ou par la décision de l'administrateur général du 15 décembre 2015 relative à la réclamation contre la décision de l'administrateur général du 26 juin 2015 relative à l'adoption, à la modification ou au rejet des calendriers d'agrément pour les centres de soins et de logement et les centres de court séjour, ou par l'arrêté ministériel du 11 décembre 2015 relatif à la réclamation contre la décision de l'administrateur général du 26 juin 2015 relative à l'approbation, à la modification ou au rejet de calendriers d'agrément pour les centres de soins et de logement et pour les centres de court séjour, a été rejeté ou reporté à un trimestre ultérieur, et dont la preuve est apportée que les travaux de construction ont débuté au plus tard le 30 avril 2015 pour la réalisation de ces logements ;
3° les logements pour lesquels aucun calendrier d'agrément n'est encore introduit et dont la preuve est apportée que les travaux de construction ont débuté au plus tard le 30 avril 2015 pour la réalisation de ces logements.
Art. 4. De initiatiefnemers dienen per woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf voor het geheel van de woongelegenheden waarvan de erkenning zal worden aangevraagd, een erkenningskalender in voor hetzelfde trimester.
De initiatiefnemers kunnen voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 1°, een erkenningskalender indienen voor 2017 en 2018.
De initiatiefnemers kunnen voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 2°, een erkenningskalender indienen voor 2018. Als het bewijs wordt geleverd dat de ruwbouw voor alle woongelegenheden waarvoor de erkenning zal worden aangevraagd, gerealiseerd was uiterlijk op 30 april 2015, kan ook een erkenningskalender ingediend worden voor 2017.
De initiatiefnemers kunnen voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 3°, een erkenningskalender indienen voor 2018.
De initiatiefnemers die voor een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf een erkenningskalender indienen zowel voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 2°, als voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 3°, kunnen alleen een erkenningskalender indienen voor 2017 als het bewijs wordt geleverd dat de ruwbouw voor alle woongelegenheden waarvoor de erkenning zal worden aangevraagd, gerealiseerd was uiterlijk op 30 april 2015.
Art. 4. Les initiateurs doivent introduire par centre de soins et de logement ou par centre de court séjour, pour l'ensemble des logements dont l'agrément sera demandé, un calendrier d'agrément pour le même trimestre.
Les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément pour 2017 et 2018 pour les logements mentionnés à l'article 3, 1°.
Les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément pour 2018 pour les logements mentionnés à l'article 3, 2°. S'il est prouvé que le gros oeuvre pour tous les logements pour lesquels l'agrément sera demandé était réalisé au plus tard le 30 avril 2015, un calendrier d'agrément peut également être introduit pour 2017.
Les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément pour 2018 pour les logements mentionnés à l'article 3, 3°.
Les initiateurs qui, pour un centre de soins et de logement ou un centre de court séjour, introduisent un calendrier d'agrément tant pour les logements visés à l'article 3, 2°, que pour les logements visés à l'article 3, 3°, peuvent uniquement soumettre un calendrier d'agrément pour 2017 s'ils fournissent la preuve que le gros oeuvre pour tous les logements pour lesquels l'agrément sera demandé était réalisé au plus tard le 30 avril 2015.
Art. 5. De initiatiefnemers bezorgen aan het agentschap een erkenningskalender voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3. Om ontvankelijk te zijn, wordt de erkenningskalender bezorgd met een aangetekende brief of op een andere wijze die de minister in de oproep bepaalt en wordt, als de initiatiefnemer een rechtspersoon is, bij de erkenningskalender een rechtsgeldige beslissing van het beheersorgaan gevoegd.
Voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, voegen de initiatiefnemers, op straffe van niet-ontvankelijkheid, bij de erkenningskalender het bewijs dat de bouwwerken uiterlijk op 30 april 2015 zijn gestart of, in voorkomend geval, dat de ruwbouw uiterlijk op 30 april 2015 was gerealiseerd.
Het bewijs, vermeld in het tweede lid, wordt geleverd door bewijskrachtige stukken waaronder minstens twee van de volgende bewijsstukken:
1° het bevel tot aanvang van de werken;
2° tegenstelbare documenten over de vordering van de werken, zoals een dagboek van de werken of werfverslagen;
3° aanvaarde vorderingsstaten;
4° facturen en betalingsbewijzen;
5° het bewijs van verkrijging van het eigendomsrecht of een zakelijk of genotsrecht op een al bestaande infrastructuur.
Het agentschap kan aan de initiatiefnemer vragen om bijkomende informatie te verschaffen.
Art. 5. Les initiateurs transmettent à l'agence un calendrier d'agrément pour les logements mentionnés à l'article 3. Pour être recevable, le calendrier d'agrément est transmis par lettre recommandée ou par tout autre moyen que le ministre précise dans l'appel et, si l'initiateur est une personne morale, en joignant au calendrier d'agrément une décision juridiquement valable de l'organe de gestion.
Pour les logements mentionnés à l'article 3, 2° et 3°, les initiateurs, sous peine d'irrecevabilité, joignent au calendrier d'agrément la preuve que les travaux de construction ont commencé au plus tard le 30 avril 2015 ou, le cas échéant, que le gros oeuvre était réalisé au plus tard le 30 avril 2015.
La preuve visée à l'alinéa 2 est fournie par des pièces probantes, dont au moins deux des pièces justificatives suivantes :
1° l'ordre de début des travaux ;
2° des documents opposables à propos de l'avancement des travaux, comme un journal des travaux ou des rapports de chantier ;
3° les états d'avancement acceptés ;
4° les factures et preuves de paiement ;
5 ° la preuve de l'acquisition du droit de propriété ou d'un droit réel ou de jouissance sur une infrastructure déjà existante.
L'agence peut demander un complément d'information à l'initiateur.
Art. 6. Het agentschap onderzoekt of de erkenning in het trimester, opgegeven in de erkenningskalender die is ingediend naar aanleiding van de oproep, vermeld in artikel 2, mogelijk is binnen de maximale erkenningscapaciteit en de vastgelegde begrotingskredieten voor het betreffende jaar.
Als volgens de ingediende erkenningskalenders het aantal woongelegenheden dat initiatiefnemers willen laten erkennen, hoger ligt dan de maximale erkenningscapaciteit, worden achtereenvolgens de volgende prioriteringscriteria toegepast:
1° er wordt een hogere prioriteit gegeven aan de woongelegenheden die behoren tot de pilootprojecten, vermeld in artikel 3, 1°, van dit besluit, dan aan de woongelegenheden die geen deel uitmaken van die projecten;
2° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 1°, krijgen de woongelegenheden waarvan de aangevraagde erkenningskalender voor 2017 door het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf of het besluit van de administrateur-generaal van 15 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, of door het ministerieel besluit van 11 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, is afgewezen of uitgesteld naar een later trimester, een hogere prioriteit dan de woongelegenheden waarvoor nog geen erkenningskalender is ingediend;
3° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 2°, krijgen de woongelegenheden die zijn aangewezen voor erkenning in een trimester dat volgt op het trimester, vermeld in de ingediende erkenningskalender, een hogere prioriteit in dat trimester dan woongelegenheden waarvoor de ingediende erkenningskalender hetzelfde trimester vermeldt;
4° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 3°, wordt per trimester prioriteit verleend aan woongelegenheden in zorgregio's waarin de verhouding tussen enerzijds het aantal woongelegenheden dat erkend is of waarvan de erkenningskalender al goedgekeurd is, en anderzijds de som van de programmacijfers van de gemeenten binnen de zorgregio het laagst is;
5° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 4°, wordt per trimester prioriteit verleend aan woongelegenheden in de gemeente waarin de verhouding tussen enerzijds het aantal woongelegenheden dat erkend is of waarvan de erkenningskalender al goedgekeurd is, en anderzijds het programmacijfer binnen de gemeente het laagst is;
6° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 5°, wordt per trimester prioriteit verleend aan woongelegenheden waarvan de erkenningskalender de verhouding tussen enerzijds het aantal woongelegenheden dat erkend is of waarvan de erkenningskalender al goedgekeurd is, en anderzijds het programmacijfer binnen de gemeente, het meest invult.
Als een initiatiefnemer per woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf een erkenningskalender indient zowel voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 2°, als voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 3°, beoordeelt het agentschap die erkenningskalender als geheel volgens de prioriteringscriteria die van toepassing zijn op de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 2°.
Art. 6. L'agence examine si la reconnaissance au cours du trimestre, spécifiée dans le calendrier d'agrément qui est introduit à la suite de l'appel mentionné à l'article 2, est possible dans le cadre de la capacité maximale d'agrément et les crédits budgétaires fixés pour l'année en question.
Si, selon les calendriers d'agrément introduits, le nombre de logements que les initiateurs veulent faire agréer est plus élevé que la capacité d'agrément maximale, les critères de priorité suivants seront successivement appliqués :
1° une plus grande priorité est accordée aux logements faisant partie des projets pilotes mentionnés à l'article 3, 1°, du présent arrêté, ensuite aux logements qui ne font pas partie de ces projets ;
2° au sein des catégories de logements mentionnées au point 1°, les logements dont le calendrier d'agrément demandé pour 2017 par la décision de l'administrateur général du 26 juin 2015 relative à l'approbation, à la modification ou au rejet des calendriers d'agrément pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court séjour, ou la décision de l'administrateur général du 15 décembre 2015 concernant l'opposition contre la décision de l'administrateur général du 26 juin 2015 relative à l'approbation, à la modification ou au rejet des calendriers d'agrément pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court séjour, ou par l'arrêté ministériel du 11 décembre 2015 concernant l'opposition contre la décision de l'administrateur général du 26 juin 2015 relative à l'approbation, à la modification ou au rejet des calendriers d'agrément pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court séjour, a été rejeté ou reporté à un trimestre ultérieur, reçoivent une priorité plus élevée que les logements pour lesquels aucun calendrier d'agrément n'a encore été introduit ;
3° au sein des catégories de logements mentionnées au point 2°, les logements qui sont indiqués à être agréés au cours d'un trimestre qui suit le trimestre mentionné dans le calendrier d'agrément introduit, ont priorité au cours de ce trimestre sur les logements pour lesquels le calendrier d'agrément introduit mentionne le même trimestre ;
4° au sein des catégories de logements mentionnées au point 3°, la priorité est donnée, par trimestre, aux logements dans les régions de soins où le rapport entre le nombre de logements qui sont agréés ou dont le calendrier d'agrément a déjà été approuvé, d'une part, et la somme des chiffres de programmation des communes au sein de la région de soins, d'autre part, est le plus bas ;
5° au sein des catégories de logements, mentionnées au point 4°, la priorité est donnée, par trimestre, aux logements dans la commune où le rapport entre le nombre de logements qui sont agréés ou dont le calendrier d'agrément a déjà été approuvé, d'une part, et le chiffre de programmation au sein de la commune, d'autre part, est le plus bas ;
6° au sein des catégories de logements mentionnées au point 5°, la priorité est donnée, par trimestre, aux logements dont le calendrier d'agrément est le rapport entre le nombre de logements qui sont agréés ou dont le calendrier d'agrément a déjà été approuvé, d'une part, et dont le chiffre de programmation au sein de la commune, d'autre part, est le plus élevé.
Si un initiateur introduit un calendrier d'agrément par centre de services de soins et de logement ou par centre pour court séjour tant pour les logements tels que mentionnés à l'article 3, 2°, que pour les logements tels que mentionnés à l'article 3, 3°, l'agence évalue ce calendrier d'agrément dans son ensemble selon les critères de priorités applicables aux logements mentionnés à l'article 3, 2°.
Art. 7. De administrateur-generaal beslist over de erkenningskalender. Hij kan de ingediende erkenningskalender goedkeuren, afwijzen of het daarin vermelde trimester wijzigen in een later trimester of, met akkoord van de betrokken initiatiefnemer(s), in een voorafgaand trimester. Als na de toepassing van de prioriteringscriteria, vermeld in artikel 6, blijkt dat resterende maximale erkenningscapaciteit onvoldoende is om alle woongelegenheden, vermeld in de erkenningskalender die als laatste in aanmerking komt, goed te keuren, wijst de administrateur-generaal de erkenningskalender af, tenzij de initiatiefnemer instemt met de gedeeltelijke goedkeuring van de erkenningskalender. De beslissing van de administrateur-generaal over het trimester waarin de erkenning moet worden aangevraagd, wordt uiterlijk honderdtwintig kalenderdagen na de uiterste indieningsdatum met een aangetekende brief aan de initiatiefnemer(s) meegedeeld. De minister kan bepalen dat de beslissing op een andere wijze aan de initiatiefnemers wordt meegedeeld. Die beslissing maakt integraal deel uit van de voorafgaande vergunning.
Als de administrateur-generaal een tweede erkenningskalender toewijst voor dezelfde woongelegenheid, vervalt de erkenningskalender met het latere trimester. De administrateur-generaal kan de erkenningscapaciteit die daarbij eventueel vrijkomt, niet opnieuw invullen.
Art. 7. L'administrateur général se prononce sur le calendrier d'agrément. Il peut approuver ou rejeter le calendrier d'agrément, ou modifier le trimestre qui y est mentionné en un trimestre ultérieur ou, avec l'accord de ou des initiateurs concernés, en un trimestre précédent. Si après l'application des critères de priorité énoncés à l'article 6, il apparaît que la capacité d'agrément maximale restante est insuffisante pour approuver tous les logements mentionnés dans le calendrier d'agrément qui est éligible en dernier lieu, l'administrateur général refuse le calendrier d'agrément, à moins que l'initiateur accepte l'approbation partielle du calendrier d'agrément. La décision de l'administrateur général sur le trimestre au cours duquel l'agrément doit être demandé est communiquée à ou aux initiateurs par lettre recommandée au plus tard cent vingt jours civils après la date limite pour le dépôt. Le ministre peut déterminer que la décision est communiquée aux initiateurs d'une autre manière. Cette décision fait partie intégrante de l'autorisation préalable.
Si l'administrateur général accorde un second calendrier d'agrément pour un même logement, le calendrier d'agrément échoit au trimestre suivant. L'administrateur général ne peut pas réutiliser la capacité d'agrément qui se libère éventuellement.
Art. 8. De oproep, vermeld in artikel 2, vermeldt minstens:
1° de uiterlijke datum waarop de initiatiefnemers een erkenningskalender kunnen indienen;
2° de wijze waarop de initiatiefnemers een erkenningskalender kunnen indienen;
3° het maximale aantal te erkennen woongelegenheden op basis waarvan de administrateur-generaal de aanvragen tot opname in de erkenningskalender invult.
De oproep wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Art. 8. L'appel mentionné à l'article 2 doit indiquer au moins :
1° la date ultime à laquelle les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément ;
2° la manière dont les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément ;
3° le nombre maximum de logements à agréer sur la base desquels l'administrateur général complète les demandes d'enregistrement dans le calendrier d'agrément.
L'appel est publié au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen
Section 1re. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 réglementant l'octroi de l'autorisation préalable pour certaines structures de services de soins et de logement
Art. 9. In artikel 11/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt de zinsnede "en die vervallen voor 31 december 2020, verlengd tot en met 31 december 2020" vervangen door de zinsnede "verlengd tot en met 31 december 2025".
Art. 9. A l'article 11/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 réglementant l'octroi de l'autorisation préalable pour certaines structures de services de soins et de logement, inséré par l'arrêté du gouvernement flamand du 13 novembre 2015, les mots " et qui expirent avant le 31 décembre 2020, prolongée jusqu'au 31 décembre 2020 " sont remplacés par les mots " prolongés jusqu'au 31 décembre 2025 ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra
Section 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2013 relatif à l'autorisation préalable pour les centres de court séjour et les centres de services de soins et de logement, et modifiant les règles relatives à l'autorisation préalable et à l'agrément de ces centres
Art. 10. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 10. A l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 décembre 2013 relatif à l'autorisation préalable pour les centres de court séjour et les centres de services de soins et de logement, et modifiant les règles relatives à l'autorisation préalable et à l'agrément de ces centres, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, le quatrième alinéa est supprimé.
Art. 11. Aan artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de woongelegenheden waarvoor een erkenningskalender is ingediend, vervalt de voorafgaande vergunning of wordt de erkenning ingetrokken als na onderzoek blijkt dat de initiatiefnemer bij de indiening van die erkenningskalender wetens en willens onjuiste informatie verschaft heeft aan het agentschap.".
Art. 11. A l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, il est ajouté un quatrième alinéa, qui s'énonce comme suit :
" Pour les logements pour lesquels est soumis un calendrier d'agrément, l'autorisation préalable échoit ou l'agrément est retiré si après enquête il apparaît que l'initiateur, lors de la soumission de ce calendrier d'agrément, a donné sciemment et volontairement des informations incorrectes à l'agence ".
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender
Section 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements à agréer pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court séjour dans le cadre du calendrier d'agrément
Art. 12. In het besluit van Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2/1. Het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor 2017 en 2018, vermeld in artikel 1 van dit besluit, wordt verhoogd met het aantal woongelegenheden waarvoor een erkenningskalender wordt verleend door de administrateur-generaal naar aanleiding van de oproep, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2016 houdende de bepaling van voorwaarden voor een bijzondere oproep om voor bepaalde woongelegenheden een erkenningskalender in te dienen en tot wijziging van de regelgeving betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender, tot maximaal 1389 woongelegenheden voor beide jaren samen.".
Art. 12. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements à reconnaître pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court séjour dans le cadre du calendrier d'agrément, un article 2/1 est inséré, qui s'énonce comme suit :
" Art. 2/1. Le nombre maximum de logements à agréer pour 2017 et 2018, mentionné à l'article 1er du présent arrêté, est majoré du nombre de logements pour lesquels un calendrier d'agrément est accordé par l'administrateur général calendrier à la suite de l'appel mentionné à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 2016 portant détermination des conditions pour soumettre un appel particulier pour un calendrier d'agrément pour certains logements et modifiant la législation concernant l'autorisation préalable pour les centres de court séjour et les centres de services de soins et de logement et l'arrêté du gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements à reconnaître pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court séjour dans le cadre du calendrier d'agrément, jusqu'à un maximum de 1 389 logements pour les deux années ensemble ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.