Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 SEPTEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende transitieprojecten in de lerarenopleidingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-10-2016 en tekstbijwerking tot 10-10-2017)
Titre
9 SEPTEMBRE 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux projets de transition dans les formations des enseignants(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 13-10-2016 et mise à jour au 10-10-2017)
Informations sur le document
Numac: 2016036446
Datum: 2016-09-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036446
Date: 2016-09-09
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
2° conceptnota : de conceptnota "lerarenopleidingen versterken : wervende en kwalitatieve lerarenopleidingen als basispijler voor hoogstaand onderwijs", zoals door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 25 maart 2016, toegevoegd als bijlage 1;
3° initiële lerarenopleidingen : de geïntegreerde lerarenopleidingen en de specifieke lerarenopleidingen.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'enseignement;
2° note conceptuelle : La note conceptuelle " lerarenopleidingen versterken : wervende en kwalitatieve lerarenopleidingen als basispijler voor hoogstaans onderwijs " (renforcer les formations spécifiques des enseignants : des formations des enseignants racoleuses et qualitatives comme pilier de base d'un enseignement de qualité), telle qu'approuvée par le Gouvernement flamand le 25 mars 2016, jointe comme annexe 1re;
3° les formations initiales des enseignants : les formations intégrées des enseignants et les formations spécifiques des enseignants.
Art. 2. Binnen de daartoe jaarlijks op de begroting uitgetrokken kredieten kunnen onder de voorwaarden vermeld in artikel 3 tot en met 11, transitieprojecten die de kwaliteit van de lerarenopleidingen verbeteren of de samenwerking tussen lerarenopleidingen bevorderen worden toegewezen.
Art. 2. Dans les limites des crédits budgétaires annuellement prévus à cet effet, des projets de transition visant à améliorer la qualité des formations des enseignants ou à promouvoir la coopération entre les formations des enseignants peuvent être attribués aux conditions visées aux articles 3 à 11.
HOOFDSTUK 2. - Bepaling van de beleidsprioriteiten
CHAPITRE 2. - Détermination des priorités politiques
Art. 3. De beleidsprioriteiten worden enerzijds bepaald in functie het verhogen van de kwaliteit van de initiële lerarenopleidingen en van hun afgestudeerden en anderzijds op basis van de transitie naar een nieuw organisatiemodel zoals beschreven in de conceptnota.
Volgende beleidsprioriteiten worden vastgelegd :
1° inhoud en kwaliteit van de vernieuwde lerarenopleidingen;
2° governance van de vernieuwde lerarenopleidingen;
3° professionalisering van lerarenopleiders met het oog op de vernieuwde opleidingen.
Art. 3. Les priorités politiques sont fixées d'une part en fonction de l'augmentation de la qualité des formations initiales des enseignants et de leurs diplômés et d'autre part sur la base de la transition à un nouveau modèle organisationnel tel que décrit dans la note conceptuelle.
Les priorités politiques suivantes sont fixées :
1° contenu et qualité des formations des enseignants renouvelées;
2° gouvernance des formations des enseignants renouvelées;
3° professionnalisation des formateurs d'enseignants en vue des formations renouvelées.
HOOFDSTUK 3. - Oproep tot en selectie van transitieprojecten
CHAPITRE 3. - Appel à et sélection des projets de transition
Art. 4. De thema's, vermeld in artikel 3, worden bekendgemaakt aan alle mogelijke indieners. Het bericht vermeldt de vormelijke en inhoudelijke vereisten waaraan de voorstellen van transitieprojecten moeten voldoen.
Art. 4. Les thèmes visés à l'article 3 sont publiés à tous les auteurs possibles. L'annonce mentionne les critères de forme et de fond auxquels doivent répondre les projets de transition.
Art. 5. De projectvoorstellen worden op elektronische wijze ingediend vóór [1 ...]1 16 oktober 2016. Het voormelde model wordt bij de bekendmaking van de thema's voor de transitieprojecten meegedeeld.
Een transitieproject kan alleen ingediend worden door een samenwerkingsverband van initiële lerarenopleidingen. Een samenwerkingsverband bestaat uit minstens twee initiële lerarenopleidingen die tot een verschillend type onderwijsinstelling behoren. De volgende types onderwijsinstellingen komen in aanmerking : universiteit, hogeschool, centrum voor volwassenenonderwijs en ambtshalve geregistreerde instelling.
Art. 5. Les propositions de projet sont introduits par voie électronique avant [1 ...]1 le 16 octobre 2016. Le modèle de la fiche de projet précitée est communiqué lors de la publication des thèmes pour les projets de transition.
Un projet de transition ne peut être introduit que par un partenariat de formations initiales des enseignants. Un partenariat se compose au moins de deux formations initiales des enseignants appartenant à un différent type d'établissement d'enseignement. Les suivants types d'établissements d'enseignement entrent en considération : université, institut supérieur, centre d'éducation des adultes et institution enregistrée d'office.
Art. 6. De ingediende voorstellen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria :
1° de relevantie ten aanzien van de vastgestelde thema's, binnen de contouren van de conceptnota;
2° de kwaliteit van het ingediende transitieproject, voornamelijk voor wat betreft de gebruikte methode, de verwachte output en de disseminatie naar andere initiële lerarenopleidingen toe;
3° de relevantie en de overdraagbaarheid van de resultaten voor andere initiële lerarenopleidingen toe;
4° de duurzaamheid van het project;
5° de partners waarmee samengewerkt wordt;
6° de regionale spreiding van de betrokken lerarenopleidingen.
Art. 6. Les propositions introduites sont évaluées sur la base des critères suivants :
1° la pertinence à l'égard des thèmes définis, dans les contours de la note conceptionnelle;
2° la qualité du projet de transition déposé, principalement en ce qui concerne la méthode utilisée, l'output escompté et la diffusion vers les autres formations initiales des enseignants;
3° la pertinence et la transmissibilité des résultats pour les autres formations initiales des enseignants;
4° la durabilité du projet;
5° les partenaires avec lesquels on collabore;
6° la répartition régionale des formations des enseignants concernées.
Art. 7. Een commissie, bestaande uit personeelsleden van de administratie en externen, samengesteld door de minister, maakt, vóór 20 november [1 2016]1 een gemotiveerde rangschikking van de voorstellen op grond van de criteria, vermeld in artikel 6. Zij beoordeelt ook de aangevraagde financiële middelen. Per transitieproject kan maximaal 200.000 euro toegekend worden.
Art. 7. Une commission comportant des membres du personnel de l'administration et des externes, composée par le Ministre, fait un classement motivé des propositions, avant le 20 novembre [1 2016]1, sur la base des critères visés à l'article 6. Elle évalue également les moyens financiers demandés. Par projet de transition, au maximum 200.000 euros peuvent être accordés.
Art. 8. De minister legt vóór 15 december [1 2016]1 bij ministerieel besluit de transitieprojecten vast die voor financiering in aanmerking komen.
Art. 8. Le Ministre prend, [1 avant le 15 décembre 2016, un arrêté]1 ministériel pour la fixation des projets de transition éligibles au financement. (ERRATUM, voir M.B. 09-10-2017, p. 91577)
Art. 9. De minister deelt vóór eind december de selectie van de goedgekeurde projecten mee aan de indieners van de transitieprojecten.
Art. 9. Le Ministre communique, avant fin décembre, la sélection des projets approuvés aux déposants des projets de transition.
HOOFDSTUK 4. - Financiering en verslaggeving
CHAPITRE 4. - Financement et rapportage
Art. 10. Bij de goedkeuring van de projecten kent de minister het budget ervoor toe, op voordracht van de commissie. Van deze financiële middelen wordt 80% uitbetaald bij de ondertekening van het ministerieel besluit en 20% na de goedkeuring van het eindverslag.
Art. 10. Le Ministre accorde le budget destiné aux projets au moment de leur approbation, sur la proposition de la commission. De ces moyens financiers, 80% sont payés après la signature de l'arrêté ministériel et 20% après l'approbation du rapport final.
Art. 11. De verslaggeving verloopt elektronisch en vóór 15 [1 juni]1 van het jaar dat volgt op de start van het project. De vormelijke en de inhoudelijke elementen van de verslaggeving worden bezorgd aan de goedgekeurde projecten.
Art. 11. Le rapportage se fait par voie électronique et avant le [1 5 [1 juin]1] de l'année suivant le démarrage du projet. Les éléments de forme et de fond du rapportage sont transmis aux projets approuvés. (ERRATUM, voir M.B. 09-10-2017, p. 91577)
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2016 en treedt buiten werking op 15 [1 juni 2018]1.
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2016 et prend fin le 15 [1 juin 2018]1.
Art. 13. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.