Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 JUNI 2016. - Ministerieel besluit tot wijziging van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen
Titre
3 JUIN 2016. - Arrêté ministériel modifiant l'annexe II à l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes oléagineuses et à fibres
Informations sur le document
Numac: 2016036023
Datum: 2016-06-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036023
Date: 2016-06-03
Moniteur: Voir
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van uitvoeringsrichtlijn (EU) 2016/11 van de Commissie van 5 januari 2016 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2002/57/EG van de Raad betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen.
Article 1er. Le présent arrêté transpose la directive d'exécution (UE) 2016/11 de la Commission du 5 janvier 2016 modifiant l'annexe II de la directive 2002/57/CE du Conseil concernant la commercialisation des semences de plantes oléagineuses et à fibres.
Art. 2. In bijlage II, I, 2, bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 houdende de reglementering van de handel in en de keuring van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2010 wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) De minimale raszuiverheid van het zaaizaad moet als volgt zijn:
1) basiszaad, vrouwelijke kruisingspartner: 99,0 %;
2) basiszaad, mannelijke kruisingspartner: 99,9 %;
3) gecertificeerd zaad van winterkoolzaadrassen: 90,0 %;
4) gecertificeerd zaad van zomerkoolzaadrassen: 85,0 %.".
Art. 2. Dans l'annexe II, I, 2, à l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 octobre 2003 portant réglementation du commerce et du contrôle des semences de plantes oléagineuses et à fibres, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2010, le point b) est remplacé par ce qui suit :
" b) La pureté variétale minimale des semences doit être la suivante:
1) semences de base, composant femelle : 99,0 % ;
2) semences de base, composant mâle : 99,9 % ;
3) semences certifiées des variétés de colza d'hiver : 90,0 % ;
4) semences certifiées des variétés de colza de printemps : 85,0 %. ".
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2017.