Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 MEI 2016. - Decreet houdende wijziging van diverse decreten ingevolge de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en het agentschap Wonen-Vlaanderen, alsook betreffende de begrotingsfondsen en andere technische aanpassingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-06-2016 en tekstbijwerking tot 20-12-2017)
Titre
4 MAI 2016. - Décret modifiant divers décrets en conséquence de l'intégration des tâches de l'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine Immobilier) dans le Département de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie et dans l'agence " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre), ainsi que concernant les fonds budgétaires et d'autres adaptations techniques(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-06-2016 et mise à jour au 20-12-2017)
Informations sur le document
Numac: 2016035830
Datum: 2016-05-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016035830
Date: 2016-05-04
Moniteur: Voir
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen inzake het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003
CHAPITRE 2. - Modifications relatives au décret cadre politique administrative du 18 juillet 2003
Art. 2. Aan artikel 4, § 2, van het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2015, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste en het tweede lid, kan de Vlaamse Regering in uitzonderlijke gevallen specifieke taken van beleidsuitvoering binnen een of meerdere specifieke beleidsvelden van een beleidsdomein tijdelijk toevertrouwen aan een departement van een ander beleidsdomein.".
Art. 2. A l'article 4, § 2, du décret cadre politique administrative du 18 juillet 2003, modifié par le décret du 26 juin 2015, il est ajouté un troisième alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation aux alinéas premier et deux, le Gouvernement flamand peut, dans des cas exceptionnels, temporairement confier des tâches spécifiques relatives à la mise en oeuvre de la politique dans un ou plusieurs champs politiques d'un domaine politique à un département d'un autre domaine politique. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen inzake Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 3. - Modifications en matière d'Aménagement du Territoire
Art. 3. In artikel 16.2.7, § 2, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 4° worden de woorden "zes leden" vervangen door de woorden "zeven leden";
  2° in punt 5° worden de woorden "twee leden" vervangen door de woorden "een lid".
Art. 3. A l'article 16.2.7, § 2, alinéa premier, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et remplacé par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 4°, les mots " six membres " sont remplacés par les mots " sept membres " ;
  2° au point 5°, les mots " deux membres " sont remplacés par les mots " un membre ".
Art. 4. Aan artikel 16.3.8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. In afwijking van paragraaf 1 kunnen toezichthouders die toezicht uitoefenen op het decreet, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid, 19° ter, en op titel V met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten en die belast zijn met de uitvoering van de handhaving op het beleidsveld Ruimtelijke Ordening ook de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie.".
Art. 4. A l'article 16.3.8 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par le décret du 30 avril 2009, un paragraphe 3 est ajouté, rédigé comme suit :
  " § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les surveillants exerçant le contrôle sur le décret, y compris les arrêtes d'exécution, visés à l'article 16.1.1, alinéa premier, 19° ter, et sur le titre V y compris les arrêtés d'exécution et qui sont chargés de l'exécution du maintien sur le champ politique de l'Aménagement du Territoire peuvent également avoir la qualité d'officier de la police judiciaire. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen inzake Wonen
CHAPITRE 4. - Modifications en matière de Logement
Art. 5. In artikel 20, § 2, eerste lid, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, vervangen bij het decreet van 19 maart 2004 en gewijzigd bij het decreet van 29 april 2011, worden de woorden "van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie RWO die" vervangen door de woorden "die door de Vlaamse Regering".
Art. 5. Dans l'article 20, § 2, alinéa premier, du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, remplacé par le décret du 19 mars 2004 et modifié par le décret du 29 avril 2011, les mots " les fonctionnaires de l'agence autonomisée interne " Inspectie RWO " désignés " sont remplacés par les mots " désignés par le Gouvernement flamand ".
Art. 6. In artikel 29bis, § 8, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 31 mei 2013, worden de woorden "het agentschap Inspectie RWO" vervangen door de woorden "de entiteit waartoe de toezichthouders behoren".
Art. 6. Dans l'article 29bis, § 8, du même décret, inséré par le décret du 31 mai 2013, les mots " l'agence " Inspectie RWO " " sont remplacés par les mots " l'entité à laquelle appartiennent les surveillants ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen inzake Onroerend Erfgoed
CHAPITRE 5. - Modifications en matière du Patrimoine Immobilier
Art. 7. In artikel 16.4.19 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 23 december 2010 en 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "Milieuhandhavingscollege" wordt telkens vervangen door het woord "handhavingscollege";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  `` § 2. Het handhavingscollege doet uitspraak over :
  1° de beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke entiteit over de oplegging van een alternatieve of een exclusieve bestuurlijke geldboete en, in voorkomend geval, een voordeelontneming als vermeld in hoofdstuk IV, afdeling IV;
  2° [1 de beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke entiteit, vermeld in artikel 6.1.1, 2°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, over de oplegging van een exclusieve of een alternatieve bestuurlijke geldboete als vermeld in artikel 6.2.2, 6.2.6 en 6.2.13, § 4, van die codex;]1
  3° de beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de inspecteur Onroerend Erfgoed over de oplegging van een exclusieve of een alternatieve bestuurlijke geldboete als vermeld in de artikelen 11.2.5 en 11.2.6 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
  
Art. 7. A l'article 16.4.19 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, inséré par le décret du 21 décembre 2007 et modifié par les décrets des 30 avril 2009, 23 décembre 2010 et 4 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " Collège du Maintien environnemental " sont chaque fois remplacés par les mots " collège du maintien " ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le collège du maintien se prononce sur :
  1° les recours formés contre les décisions de l'entité régionale relatives à l'imposition d'une amende administrative alternative ou exclusive et, le cas échéant, un dessaisissement d'avantage tel que visé au chapitre IV, section IV ;
  2° [1 les recours qui sont introduits contre des décisions de l'entité régionale, visée à l'article 6.1.1, 2°, du Code flamand de l'aménagement du territoire, sur l'imposition d'une amende administrative exclusive ou alternative telle que visée aux articles 6.2.2, 6.2.6 et 6.2.13, § 4, de ce code ; ]1
  3° les recours formés contre les décisions de l'inspecteur du Patrimoine immobilier relatives à l'imposition d'une amende administrative alternative telle que visée aux articles 11.2.5 et 11.2.6 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
  
Art. 8. In artikel 6.3.1, tweede lid, van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 worden de woorden "Het agentschap dat" vervangen door de woorden "De entiteit die".
Art. 8. Dans l'article 6.3.1, alinéa deux, du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, les mots " L'agence qui " sont remplacés par les mots " L'entité qui ".
Art. 9. In artikel 11.2.2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2° worden de woorden "en artikel 6.2.5, eerste lid, 7° en 8° " vervangen door de woorden "artikel 6.2.5, eerste lid, 7° en 8°, en artikel 6.2.6, eerste lid, 7° en 8° ";
  2° in punt 3° worden de woorden "of verkavelingsvergunning onderworpen handelingen zonder of in strijd met de toelating, de stedenbouwkundige vergunning of de verkavelingsvergunning" vervangen door de woorden ", verkavelingsvergunning, milieuvergunning, machtiging, ontheffing of afwijking onderworpen handeling zonder of in strijd met de toelating, de stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning, machtiging, ontheffing of afwijking";
  3° in punt 4° wordt tussen de woorden "of in strijd met" en de woorden "de voorwaarden of maatregelen" de zinsnede "de code van goede praktijk," ingevoegd.
Art. 9. A l'article 11.2.2, premier alinéa, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2°, les mots " et l'article 6.2.5, alinéa premier, 7° et 8° " sont remplacés par les mots " l'article 6.2.5, alinéa premier, 7° et 8°, et l'article 6.2.6, alinéa premier, 7° et 8° " ;
  2° au point 3°, les mots " d'actes soumis [...] ou à un permis de lotir, sans autorisation, sans permis d'urbanisme ou sans permis de lotir ou en infraction à l'autorisation ou aux permis " sont remplacés par les mots " d'actes soumis à un permis de lotir, un permis d'environnement, une autorisation, une dispense ou une dérogation sans autorisation, sans permis d'urbanisme ou sans permis de lotir ou en infraction à l'autorisation ou aux permis " ;
  3° au point 4°, le membre de phrase " au code de bonne pratique, " est inséré entre les mots " ou en infraction " et les mots " aux conditions ou mesures ".
Art. 10. In artikel 11.2.2, eerste lid, van hetzelfde decreet, zoals te wijzigen door artikel 9 van dit decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° worden de woorden "uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning" vervangen door de woorden "uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen";
  2° in punt 3° worden de woorden "stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning, machtiging, ontheffing of afwijking onderworpen handeling zonder of in strijd met de toelating, de stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning, machtiging, ontheffing of afwijking" vervangen door "stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning, omgevingsvergunning, machtiging, ontheffing of afwijking onderworpen handeling zonder of in strijd met de toelating, stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, milieuvergunning, omgevingsvergunning, machtiging, ontheffing of afwijking".
Art. 10. A l'article 11.2.2, alinéa premier, du même décret, à modifier par l'article 9 du présent décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1°, les mots " du permis d'urbanisme exécutable " sont remplacés par les mots " du permis d'urbanisme exécutable ou permis d'environnement pour des actes urbanistiques " ;
  2° au point 3°, les mots " d'actes soumis à un permis d'urbanisme, un permis de lotir, un permis d'environnement, une autorisation, une dispense ou dérogation sans autorisation, sans permis d'urbanisme, permis de lotir, permis d'environnement ou en infraction à l'autorisation ou aux permis " sont remplacés par les mots " d'actes soumis à un permis d'urbanisme, un permis de lotir, une autorisation écologique, un permis d'environnement, une autorisation, une dispense ou une dérogation sans autorisation, sans permis d'urbanisme, permis de lotir, une autorisation écologique, un permis d'environnement, une autorisation, une dispense ou une dérogation ou en infraction à l'autorisation ou aux permis ".
Art. 11. In artikel 11.2.4, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "6.4.8," en de zinsnede "11.4.5, § 2, tweede en derde lid," de zinsnede "`6.4.9," ingevoegd;
  2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° a) het niet bezorgen door de aangestelde archeoloog van een archeologienota, als vermeld in artikel 5.4.8 en 5.4.12;
  b) het niet bezorgen van een nota, als vermeld in artikel 5.4.16;
  c) het niet melden van de aanvang van een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem, als vermeld in artikel 5.4.14 en 5.5.4, eerste lid;
  d) het niet tijdig bezorgen van een archeologierapport, als vermeld in artikel 5.4.20 en 5.5.4, tweede lid;
  e) het niet tijdig bezorgen en publiceren van een eindverslag, als vermeld in artikel 5.4.21 en 5.5.4, derde lid;
  f) het niet melden van de aanvang van een archeologische opgraving, als vermeld in artikel 5.4.10, 5.4.18 en 5.5.4, eerste lid;";
  3° in punt 3° wordt de zinsnede "artikel 6.1.6, tweede lid, 1° " vervangen door de zinsnede "artikel 6.1.6, derde lid, 1° ";
  4° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
  "4° het niet melden van een wijziging van bewaarplaats of zakelijk rechthouder, als vermeld in artikel 5.2.2, en het niet melden van het voornemen, als vermeld in artikel 5.2.3.".
Art. 11. A l'article 11.2.4, § 1er, premier alinéa, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1°, le membre de phrase " 6.4.9, " est inséré entre le membre de phrase " 6.4.8, " et le membre de phrase " 11.4.5, § 2, alinéas deux et trois, " ;
  2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° a) la non-remise par l'archéologue désigné d'une note archéologique, visée aux articles 5.4.8 et 5.4.12 ;
  b) la non-remise d'une note, visée à l'article 5.4.16 ;
  c) la non-communication du début des recherches archéologiques préliminaires avec intervention dans le sol, visées aux articles 5.4.14 et 5.5.4, alinéa premier ;
  d) la non-remise en temps voulu d'un rapport archéologique, visé à l'article 5.4.20 et l'article 5.5.4, alinéa deux ;
  e) la non-remise et la non-publication en temps voulu d'un rapport final, visé à l'article 5.4.21 et l'article 5.5.4, alinéa trois ;
  f) la non-communication du début de fouilles archéologiques, visées aux articles 5.4.10, 5.4.18 et 5.5.4, alinéa premier ; " ;
  3° au point 3°, le membre de phrase " l'article 6.1.6, alinéa deux, 1° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 6.1.6, alinéa trois, 1° " ;
  4° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° la non-communication d'une modification de lieu de conservation ou d'un titulaire d'un droit matériel, tel que visé à l'article 5.2.2 et la non-communication de l'intention, telle que visée à l'article 5.2.3. ".
Art. 12. In artikel 11.2.5 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt :
  " § 4. Binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de beslissing van de inspecteur Onroerend Erfgoed tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete aan de vermoedelijke overtreder ter kennis wordt gebracht, kan degene aan wie de boete werd opgelegd, beroep indienen bij het handhavingscollege, vermeld in artikel 16.4.19 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, volgens de procedure voorgeschreven in hoofdstuk 3, afdelingen 1 en 2, en hoofdstuk 4, afdelingen 1 en 2, van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges. Het beroep schorst de bestreden beslissing.''.
Art. 12. Dans l'article 11.2.5 du même décret, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Dans un délai de trente jours, à compter de la date à laquelle la décision de l'inspecteur du Patrimoine immobilier relative à l'imposition d'une amende administrative est portée à la connaissance du contrevenant présumé, la personne à laquelle est imposée l'amende peut introduire un recours auprès du collège de maintien, visé à l'article 16.4.19 du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, selon la procédure prescrite au chapitre 3, sections 1ère et 2, et au chapitre 4, sections 1ère et 2, du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes. Le recours suspend la décision contestée. ".
Art. 13. In artikel 11.2.6, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 11.2.2, eerste lid, 10° of 11° " vervangen door de zinsnede "artikel 11.2.2, eerste lid, 9° of 10° ".
Art. 13. Dans l'article 11.2.6, § 1er, du même décret, le membre de phrase " l'article 11.2.2, alinéa premier, 10° ou 11° " est remplacé par le membre de phrase " l'article 11.2.2, alinéa premier, 9° ou 10° ".
Art. 14. In artikel 11.5.5, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden tussen het woord "misdrijven" en de woorden "of schade" de zinsnede ", inbreuken" ingevoegd.
Art. 14. Dans l'article 11.5.5, § 1er, alinéa premier, du même décret les mots " , de violations, " sont insérés entre les mots " d'un délit " et les mots " d'une infraction ".
Art. 15. In artikel 11.5.8 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 4 opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 11.5.8 du même décret, le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 16. In artikel 11.5.10, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede " § 7" vervangen door de zinsnede " § 8".
Art. 16. Dans l'article 11.5.10, § 2, deuxième alinéa, du même décret, le membre de phrase " § 7 " est remplacé par le membre de phrase " § 8 ".
Art. 17. In artikel 11.5.15, § 2, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", § 3 en § 4," vervangen door de zinsnede " en § 3,".
Art. 17. Dans l'article 11.5.15, § 2, du même décret, le membre de phrase " , § 3 et § 4, " est remplacé par le membre de phrase " et § 3, ".
Art. 18. In artikel 11.6.2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de leidend ambtenaar van de entiteit die door de Vlaamse Regering belast wordt met de handhaving van dit decreet" vervangen door de zinsnede "de door de Vlaamse Regering aangeduide ambtenaar".
  In artikel 11.6.2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "leidend" geschrapt.
Art. 18. Dans l'article 11.6.2, alinéa premier, du même décret, le membre de phrase " le fonctionnaire dirigeant de l'entité chargée par le Gouvernement flamand du maintien du présent décret " est remplacé par le membre de phrase " le fonctionnaire dirigeant désigné par le Gouvernement flamand ".
  Dans l'article 11.6.2, deuxième alinéa, du même décret, le mot " dirigeant " est supprimé.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen inzake begrotingsfondsen
CHAPITRE 6. - Modifications en matière de fonds budgétaires
Art. 19. § 1. Artikel 18 van het decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007, gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt opgeheven.
  § 2. In artikel 25 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "fonds voor de monumenten en landschappen" vervangen door de woorden "Fonds onroerend erfgoed";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Aan het Fonds onroerend erfgoed worden toegewezen :
  1° alle ontvangsten voortkomend uit de verkoop van publicaties of uit allerhande initiatieven van het agentschap Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed;
  2° de ontvangsten die gerealiseerd worden op grond van hoofdstuk 11 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en zijn uitvoeringsbesluiten en de handhavingsbepalingen in de decreten, vermeld in artikel 12.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet;
  3° de teruggevorderde subsidies en premies die werden toegekend ter uitvoering van hoofdstuk 10 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, zijn uitvoeringsbepalingen en de decreten, vermeld in artikel 12.2.1 van dit decreet.
  Aan het Fonds onroerend erfgoed wordt eveneens toegewezen 9% van het saldo van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds beschikbaar als over te dragen saldo bij afsluiting van de jaarrekening 2015. Dit saldo wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering.";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. De middelen van het Fonds onroerend erfgoed dienen aangewend te worden voor :
  1° het dekken van uitgaven met betrekking tot publicaties en allerlei initiatieven van het agentschap Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed;
  2° het dekken van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving van de in paragraaf 2, eerste lid, 2°, vermelde decreten en uitvoeringsbesluiten;
  3° het verlenen van subsidies en premies op basis van hoofdstuk 10 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.";
  4° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Alle schulden, vorderingen en tegoeden van het Herstelfonds op grond van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en zijn uitvoeringsbesluiten en de decreten, vermeld in artikel 12.2.1 van dit decreet, worden overgenomen door het Fonds onroerend erfgoed.".
Art. 19. § 1er. L'article 18 du décret du 29 juin 2007 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2007, modifié par le décret du 12 juillet 2013, est abrogé.
  § 2. A l'article 25 du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, modifié par le décret du 25 juin 1992, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " Fonds des monuments et des sites " sont remplacés par les mots " Fonds du Patrimoine immobilier " ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Sont attribuées au Fonds du Patrimoine immobilier :
  1° toutes les recettes provenant de la vente de publications ou d'initiatives diverses de l'agence " Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed " (Institut flamand du Patrimoine immobilier) ;
  2° les recettes réalisées en vertu du chapitre 11 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et de ses arrêtés d'exécution et des dispositions de maintien des décrets visés à l'article 12.2.1 du Décret relatif au patrimoine immobilier ;
  3° les subventions réclamées et les primes qui sont accordées en exécution du chapitre 10 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013, ses arrêtés d'exécution et les décrets, visés à l'article 12.2.1 du présent décret.
  Sont également attribués au Fonds du Patrimoine immobilier 9% du solde du Service à Gestion Séparée " Herstelfonds " (Fonds de Réparation) disponible comme solde à reporter lors de la clôture du compte annuel 2015. Ce solde est fixé par le Gouvernement flamand. " ;
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Les ressources du Fonds du Patrimoine immobilier doivent être affectées pour :
  1° couvrir les dépenses ayant trait aux publications et initiatives diverses de l'Agence " Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed " ;
  2° couvrir les dépenses ayant trait au maintien des décrets et arrêtés d'exécution visés au paragraphe 2, alinéa premier, 2° ;
  3° l'octroi de subventions et primes en vertu du chapitre 10 du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. " ;
  4° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Toutes les dettes, créances et avoirs du " Herstelfonds " en vertu du Décret relatif au Patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 et ses arrêtés d'exécution et les décrets, visés à l'article 12.2.1 du présent décret, sont repris par le Fonds du Patrimoine immobilier. ".
Art. 20. Artikel 19 van het decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007, gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 19. § 1. Er wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 12, § 1, van het decreet van 8 juli 2011 houdende de regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof opgericht, genaamd Fonds voor de Wooninspectie.
  De ontvangsten die gerealiseerd worden op grond van de artikelen 20bis tot en met 20quater, artikel 29bis en 102bis van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode worden toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie.
  Aan het Fonds voor de Wooninspectie wordt eveneens toegewezen 18% van het saldo van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds beschikbaar als over te dragen saldo bij afsluiting van de jaarrekening 2015. Dit saldo wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering.
  De in het tweede lid bedoelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving en het toezicht op de naleving van het in dat lid vermelde decreet.
  § 2. Alle schulden, vorderingen en tegoeden van het Herstelfonds die betrekking hebben op de artikelen 20bis tot en met 20quater, artikel 29bis en 102bis van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode worden overgenomen door het Fonds voor de Wooninspectie.".
Art. 20. L'article 19 du décret du 29 juin 2007 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2007, modifié par le décret du 29 mars 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 19. § 1er. Il est établi un fonds budgétaire tel que visé à l'article 12, § 1er, du décret du 8 juillet 2011 réglant le budget, la comptabilité, l'attribution de subventions et le contrôle de leur utilisation, et le contrôle par la Cour des Comptes, nommé " Fonds voor de Wooninspectie " (Fonds de l'Inspection du logement).
  Les recettes réalisées en application des articles 20bis à 20quater inclus, 29bis et 102bis du décret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement sont attriubées au " Fonds voor de Wooninspectie ".
  Est également attribué au " Fonds voor de Wooninspectie " 18% du solde du Service à Gestion Séparée " Herstelfonds " disponible comme solde à reporter lors de la clôture du compte annuel 2015. Ce solde est fixé par le Gouvernement flamand.
  Les recettes visées à l'alinéa deux ne peuvent être affectées qu'aux dépenses relatives au maintien et au contrôle du respect du décret visé à cet alinéa.
  § 2. Toutes les dettes, créances et avoirs du " Herstelfonds " ayant trait aux articles 20bis à 20quater inclus, 29bis et 102bis du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement sont repris par le " Fonds voor de Wooninspectie. ".
Art. 21. In artikel 5.6.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2° van paragraaf 2 worden de woorden "onverminderd de bepaling van artikel 6.1.56" opgeheven;
  2° in punt 3° van paragraaf 2 worden de woorden "titel VI uitgezonderd" vervangen door de woorden "met inbegrip van alle ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van titel VI";
  3° aan paragraaf 2 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "5° 73% van het saldo van het Herstelfonds beschikbaar als over te dragen saldo bij de afsluiting van de jaarrekening 2015. Dit saldo wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering.".
Art. 21. A l'article 5.6.3 du Code flamand de l'aménagement du territoire du 15 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 2° du paragraphe 2, les mots " sans préjudice de la disposition mentionnée dans l'article 6.1.56 " sont supprimés ;
  2° dans le point 3° du paragraphe 2, les mots " à l'exception du titre VI " sont remplacés par les mots " y compris toutes les recettes découlant de l'application du titre VI " ;
  3° au paragraphe 2 est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° 73% du solde du " Herstelfonds " disponible comme solde à reporter lors de la clôture du compte annuel 2015. Ce solde est fixé par le Gouvernement flamand. ".
Art. 22. § 1. In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2009, 16 juli 2010, 11 mei 2012 en 25 april 2014, wordt het opschrift van afdeling 10 vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 10. - Financiële verrichtingen".
  § 2. In artikel 6.1.21 van dezelfde codex, op te heffen bij het decreet van 25 april 2014, wordt in paragraaf 2 en paragraaf 5 het woord "Herstelfonds" vervangen door het woord "Grondfonds".
  § 3. Artikel 6.1.56 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009 en op te heffen bij het decreet van 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 6.1.56. De ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van titel VI worden toegewezen aan de DAB Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3.
  De in het eerste lid vermelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van titel VI.".
Art. 22. § 1er. Dans le titre VI, chapitre Ier, du même code, modifié par les décrets des 18 décembre 2009, 16 juillet 2010, 11 mai 2012 et 25 avril 2014, l'intitulé de la section 10 est remplacé par ce qui suit :
  " SECTION 10. Opérations financières ".
  § 2. Dans l'article 6.1.21 du même code, à abroger par le décret du 25 avril 2014, les mots " Fonds de Réparation " sont remplacés par les mots " Grondfonds " (Fonds foncier).
  § 3. L'article 6.1.56 du même Code, remplacé par le décret du 18 décembre 2009 et à abroger par le décret du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  " Art. 6.1.56 Les recettes découlant de l'application du titre VI sont attribuées au SGS " Grondfonds ", visé à l'article 5.6.3.
  Les recettes visées à l'alinéa premier ne peuvent être affectées qu'aux dépenses découlant de l'application du titre VI. ".
Art. 23. § 1. In artikel 46 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning wordt in paragraaf 1 van het toe te voegen artikel 6.2.11 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening het woord "Herstelfonds" vervangen door het woord "Grondfonds".
  § 2. In artikel 70 van hetzelfde decreet wordt in paragraaf 2 en paragraaf 5 van het toe te voegen artikel 6.3.12 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening het woord "Herstelfonds" vervangen door het woord "Grondfonds".
  § 3. In artikel 106 van hetzelfde decreet wordt het toe te voegen artikel 6.5.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening vervangen door wat volgt :
  "Art. 6.5.1. De ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van titel VI worden toegewezen aan de DAB Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3.
  De in het eerste lid vermelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van titel VI.".
Art. 23. § 1er. Dans l'article 46 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement, dans le paragraphe 1er de l'article à ajouter 6.2.11 du Code flamand de l'aménagement du territoire, les mots " Herstelfonds " sont remplacés par le mot " Grondfonds ".
  § 2. Dans l'article 70 du même décret, dans les paragraphes 2 et 5 de l'article à ajouter 6.3.12 du Code flamand de l'aménagement du territoire, le mot " Herstelfonds " est remplacé par le mot " Grondfonds ".
  § 3. Dans l'article 106 du même décret, l'article 6.5.1 à ajouter du Code flamand de l'aménagement du territoire est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.5.1. Les recettes découlant de l'application du titre VI sont attribuées au SGS " Grondfonds ", visé à l'article 5.6.3.
  Les recettes visées à l'alinéa premier ne peuvent être affectées qu'aux dépenses découlant de l'application du titre VI. ".
Art. 24. In artikel 20bis, § 6, tweede lid, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, ingevoegd bij het decreet van 7 juli 2006 en vervangen bij het decreet van 29 april 2011, worden de woorden "Herstelfonds, vermeld in artikel 6.1.56 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009" vervangen door de woorden "Fonds voor de Wooninspectie, vermeld in artikel 19 van het decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007".
Art. 24. Dans l'article 20bis, § 6, alinéa deux, du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, inséré par le décret du 7 juillet 2006 et remplacé par le décret du 29 avril 2011, les mots " Fonds de Réparation, visé à l'article 6.1.56 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 " sont remplacés par les mots " Fonds pour l'Inspection du Logement, visé à l'article 19 du décret du 29 juin 2007 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2007. ".
Art. 25. In artikel 102bis, § 8, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2006 en vervangen bij het decreet van 29 april 2011, worden de woorden "Herstelfonds, vermeld in artikel 6.1.56 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009" vervangen door de woorden "Fonds voor de Wooninspectie, vermeld in artikel 19 van het decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007".
Art. 25. Dans l'article 102bis, § 8, alinéa deux, du même décret, inséré par le décret du 15 décembre 2006 et remplacé par le décret du 29 avril 2011, les mots " Fonds de Réparation, visé à l'article 6.1.56 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 " sont remplacés par les mots " Fonds pour l'Inspection du Logement, visé à l'article 19 du décret du 29 juin 2007 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2007. ".
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions transitoires et finales
Art. 26. Artikel 11 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning wordt opgeheven.
Art. 26. L'article 11 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement est abrogé.
Art. 27. Artikel 126 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 27. L'article 126 du même décret est abrogé.
Art. 28. Artikel 132 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 28. L'article 132 du même décret est abrogé.
Art. 29. Artikel 380 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wordt opgeheven.
Art. 29. L'article 380 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement est abrogé.
Art. 30. Artikel 3 van dit decreet heeft pas uitwerking op het ogenblik dat de benoeming van de leden van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu die vóór de inwerkingtreding van artikel 5 van dit decreet werden voorgedragen door de beleidsraad van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed een einde neemt overeenkomstig artikel 16.2.7, § 3, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Art. 30. L'article 3 du présent décret ne produit ses effets qu'à partir de la date à laquelle la désignation des membres du Conseil supérieur flamand pour le maintien du territoire et de l'environnement, qui ont été présentés avant l'entrée en vigueur de l'article 5 du présent décret par le conseil de gestion du domaine politique de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier, prend fin conformément à l'article 16.2.7, § 3, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement.
Art. 31. Alle ontvangsten en uitgaven die vanaf 1 januari 2016 per beleidsdomein afzonderlijk gerealiseerd worden en geboekt zijn op de begrotingsuitvoeringsrekening van het Herstelfonds volgens de rechtsgrond waarop ze gebaseerd zijn, worden afzonderlijk vereffend en verdeeld per beleidsveld op datum van de inwerkingtreding van de artikelen 19, 20 en 21. De afzonderlijke saldi van de voornoemde ontvangsten van 2016 na vermindering van de uitgaven van 2016 worden per beleidsveld toegewezen zoals hierna bepaald. Het saldo dat is geboekt voor het beleidsveld Beheer en Bescherming Onroerend Erfgoed wordt overgedragen aan het Fonds onroerend erfgoed, vermeld in artikel 19. Het saldo dat is geboekt voor het beleidsveld Woonbeleid wordt overgedragen aan het Fonds voor de Wooninspectie, vermeld in artikel 20. Het saldo dat is geboekt voor het beleidsveld Ruimtelijke Ordening wordt overgedragen aan het Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 zoals gewijzigd door artikel 21.
Art. 31. Toutes les recettes et dépenses qui sont réalisées séparément par domaine politique à partir du 1er janvier 2016 et qui sont actées sur le compte de récapitulation des opérations budgétaires du " Herstelfonds " selon le fondement juridique auquel elles sont basées, sont liquidées et reparties séparément par champ politique à la date de l'entrée en vigueur des articles 19, 20 et 21. Les soldes séparés des recettes précitées de 2016 après que les dépenses de 2016 ont été diminuées, sont attribués par champ politique tel qu'il est stipulé ci-après. Le solde qui est acté pour le champ politique de la Gestion et de la Protection du Patrimoine Immobilier est reporté au Fonds du patrimoine immobilier visé à l'article 19. Le solde qui est acté pour le champ politique de la Politique du logement est reporté au " Fonds voor de Wooninspectie " (Fonds pour l'Inspection du Logement), visé à l'article 20. Le solde qui est acté pour le champ politique Aménagement du territoire est reporté au " Grondfonds ", visé à l'article 5.6.3 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009 tel que modifié par l'article 21.
Art. 32. Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
  In afwijking van het eerste lid :
  1° treedt artikel 4 in werking op de dag dat artikel 118 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning in werking treedt;
  2° treden de artikelen 7 en 12 in werking op de dag dat artikel 131 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning in werking treedt;
  3° treedt artikel 10 in werking op de dag dat artikel 379 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning in werking treedt. (NOTA : inwerkingtreding van art. 379 vastgesteld op 23-02-2017 bij BVR 2015-11-27/29, art. 797, alinéa 1er)
Art. 32. Le présent décret entre en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
  Par dérogation à l'alinéa premier :
  1° l'article 4 produit ses effets à la date d'entrée en vigueur de l'article 118 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement ;
  2° les articles 7 et 12 produisent leurs effets à la date d'entrée en vigueur de l'article 131 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement ;
  3° l'article 10 produit ses effets à la date d'entrée en vigueur de l'article 379 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement. (NOTE : entrée en vigueur de l'art. 379 fixée au 23-02-2017 par AGF 2015-11-27/29, art. 797, alinéa 1er)
(NOTE : entrée en vigueur fixée au 01-09-2016 - sauf pour ce qui est des dérogations prévues à l'article 32, alinéa 2 - par AGF 2016-07-15/32, art. 57, 1°)