Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 FEBRUARI 2016. - Ministerieel Besluit betreffende de hulpcoördinatie in de integrale jeugdhulp
Titre
22 FEVRIER 2016. - Arrêté ministériel relatif à la coordination de l'aide dans l'aide intégrale à la jeunesse
Informations sur le document
Numac: 2016035328
Datum: 2016-02-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016035328
Date: 2016-02-22
Moniteur: Voir
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Ten laste van programma GB0/1GE-D-2-AA/WT van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2016 worden de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel gesubsidieerd voor de organisatie van bemiddeling en cliëntoverleg in de jeugdhulp. Een subsidie van in totaal 159.116 euro (honderdnegenenvijftigduizend honderd en zestien euro) wordt toegekend voor de organisatie van bemiddeling en cliëntoverleg in de jeugdhulp.
  De verdeling van de middelen over de verschillende regio's, gebeurt op basis van het aantal ontvankelijke aanvragen cliëntoverleg en bemiddelingen in de periode januari - november 2015, rekening houdende met gecumuleerde middelen aangelegd in reserves en een groeiratio van vijf procent.
  De verdeling van de middelen is als volgt:
  1° Antwerpen: 54.276 euro (vierenvijftigduizend tweehonderd en zesenzeventig euro);
  2° Oost-Vlaanderen: 37.926 euro (zevenendertigduizend negenhonderd en zesentwintig euro);
  3° Vlaams-Brabant: 13.814 euro (dertienduizend achthonderd en veertien euro);
  4° West-Vlaanderen: 37.928 euro (zevenendertigduizend negenhonderd en achtentwintig euro);
  5° Limburg: 15.172 euro (vijftienduizend honderd en tweeënzeventig euro).
  Brussel beschikt nog over voldoende gecumuleerde middelen. Indien er toch een tekort zou ontstaan, ontvangt de Vlaamse Gemeenschapscommissie, conform artikel 14 een bijpassing.
Article 1er. Les provinces d'Anvers, du Brabant flamand, de Flandre occidentale, de Flandre orientale, du Limbourg et la Commission communautaire flamande à Bruxelles sont subventionnées pour l'organisation de la médiation et de la concertation clients dans le cadre de l'aide à la jeunesse et ce, à charge du programme GB0/1GE-D-2-AA/WT du budget général des dépenses de la Communauté flamande pour l'année budgétaire 2016. Une subvention d'au total 159.116 euros (cent cinquante-neuf mille cent seize euros) est octroyée pour l'organisation de la médiation et de la concertation clients dans l'aide à la jeunesse.
  La répartition des moyens sur les différentes régions est basée sur le nombre de demandes recevables de concertation clients et de médiations ayant eu lieu dans la période de janvier à novembre 2015, compte tenu des moyens accumulés en des réserves et d'un taux de croissance de cinq pour cent.
  Les moyens sont répartis comme suit :
  1° Anvers : 54.276 euros (cinquante-quatre mille deux cent septante-six euros) ;
  2° Flandre orientale : 37.926 euros (trente-sept mille neuf cent vingt-six euros) ;
  3° Brabant flamand : 13.814 euros (treize mille huit cent quatorze euros) ;
  4° Flandre occidentale : 37.928 euros (trente-sept mille neuf cent vingt-huit euros) ;
  5° Limbourg : 15.172 euros (quinze mille cent septante-deux euros).
  Bruxelles dispose encore de suffisamment de moyens cumulés. Si à un certain moment un manque se produirait cependant, la Commission communautaire flamande recevra un ajustement, conformément à l'article 14.
Art. 2. De middelen die worden toegekend op basis van dit besluit, kunnen besteed worden van 1 januari 2016 tot uiterlijk 31 december 2016. Het bedrag wordt uitbetaald in twee schijven. Een eerste schijf van tachtig procent wordt toegekend bij aanvang van de subsidieperiode, na de ondertekening van dit besluit. Een tweede schijf van twintig procent wordt toegekend na de goedkeuring van het tussentijds verslag door de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 12.
Art. 2. Les moyens octroyés sur la base du présent arrêté peuvent être dépensés du 1er janvier 2016 au 31 décembre 2016 au plus tard. Le montant est payé en deux tranches. Une première tranche de quatre-vingts pour cent est octroyée au début de la période de subvention, après la signature du présent arrêté. Une seconde tranche de vingt pour cent est octroyée après l'approbation par la Communauté flamande du rapport intermédiaire, visé à l'article 12.
Art. 3. De subsidiebedragen worden uitbetaald op de volgende rekeningnummers:
  1° voor de provincie Antwerpen: provinciebestuur Antwerpen, dienst Welzijn en Gezondheid, Boomgaardstraat 22, bus 101, 2600 Antwerpen-Berchem, rekeningnummer 776-5956722-49;
  2° voor de provincie Oost-Vlaanderen: provinciebestuur Oost-Vlaanderen, Ontvangerij, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, rekeningnummer 091-0005494-91;
  3° voor de provincie Vlaams-Brabant: provincie Vlaams-Brabant, directie Financiën, Provincieplein 1, 3010 Leuven, rekeningnummer BE56 0910 1061 7788;
  4° voor de provincie West-Vlaanderen: provinciebestuur West-Vlaanderen, Koning Leopold III-laan 41, 8200 Brugge (Sint-Andries), rekeningnummer 091-0005483-80;
  5° voor de provincie Limburg: provincie Limburg, Decentrale Ontvangsten, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, rekeningnummer BE82 0910 1312 8068.
  6° voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie: Vlaamse Gemeenschapscommissie, Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel, rekeningnummer BE30 0910 0155 9911
Art. 3. Les montants de la subvention sont versés aux numéros de compte suivants :
  1° pour la province d'Anvers : provinciebestuur Antwerpen, dienst Welzijn en Gezondheid, Boomgaardstraat 22, bus 101, 2600 Antwerpen-Berchem, numéro de compte 776-5956722-49 ;
  2° pour la province de Flandre orientale : provinciebestuur Oost-Vlaanderen, Ontvangerij, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, numéro de compte 091-0005494-91 ;
  3° pour la province du Brabant flamand : provincie Vlaams-Brabant, directie Financiën, Provincieplein 1, 3010 Leuven, numéro de compte BE56 0910 1061 7788 ;
  4° pour la province de Flandre occidentale : provinciebestuur West-Vlaanderen, Koning Leopold III-laan 41, 8200 Brugge (Sint-Andries), numéro de compte 091-0005483-80 ;
  5° pour la province du Limbourg : provincie Limburg, Decentrale Ontvangsten, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, numéro de compte BE82 0910 1312 8068.
  6° pour la Commission communautaire flamande : Vlaamse Gemeenschapscommissie, Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel, numéro de compte BE30 0910 0155 9911
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen inzake bemiddeling
CHAPITRE 2. - Dispositions en matière de médiation
Art. 4. De bemiddeling voldoet aan de voorwaarden en de kwaliteitseisen, vermeld in artikel 30, tweede lid en derde lid van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en verloopt volgens de deontologische code bemiddeling in de integrale jeugdhulp, die is goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
  Enkel een partij betrokken bij een conflict kan een aanmelding doen voor bemiddeling in de jeugdhulp.
  Bij de bemiddeling werken de partijen toe naar een gedragen en gedeelde oplossing. Dit kan inhouden dat jeugdhulpverlening wordt opgestart of dat bestaande jeugdhulpverlening wordt voortgezet, aangepast of stopgezet. De bemiddeling kan niet worden ingezet ten aanzien van de Intersectorale Toegangspoort, de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulpverlening en de Gemandateerde Voorzieningen. Ze kan enkel worden ingezet in een conflict tussen de minderjarige, zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken en een jeugdhulpaanbieder of tussen de minderjarige en zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken. Het betreft enkel bemiddeling tussen cliënten en hulpverleners. De bemiddeling schort het proces bij de Gemandateerde Voorzieningen, de Intersectorale Toegangspoort of de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulp niet op.
  Het resultaat van een bemiddeling kan, indien alle partijen hiermee instemmen, worden neergeschreven in een overeenkomst. Partijen kunnen in de overeenkomst opnemen of zij hierover wensen te rapporteren, ten aanzien van wie en op welke manier.
Art. 4. La médiation répond aux conditions et aux exigences de qualité, visées à l'article 30, alinéas 2 et 3 du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse et est mise en oeuvre conformément au code déontologique régissant la médiation dans l'aide intégrale à la jeunesse, qui a été approuvé par le " Managementcomité Integrale Jeugdhulp " (Comité de Gestion de l'Aide intégrale à la Jeunesse).
  Seule une partie impliquée dans un conflit peut s'enregistrer pour une médiation dans le cadre de l'aide à la jeunesse.
  Au cours de la médiation les parties tentent de trouver une solution ayant recueilli un consensus et partagée par toutes. Cela peut impliquer que l'aide à la jeunesse est démarrée ou que l'aide à la jeunesse existante est poursuivie, ajustée ou arrêtée. La médiation ne peut pas être mise en oeuvre en faveur de la " Intersectorale Toegangspoort ", du " Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulpverlening " ni des " Gemandateerde Voorzieningen ". Elle ne peut être engagée que dans un conflit entre le mineur, ses parents ou, le cas échéant, les responsables de son éducation et un intervenant de l'aide à la jeunesse, ou entre le mineur et ses parents ou, le cas échéant, les responsables de son éducation. Il s'agit uniquement d'une médiation entre des clients et des intervenants. La médiation ne suspend pas le processus auprès des " Gemandateerde Voorzieningen ", auprès de la " Intersectorale Toegangspoort " ou auprès du " Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulp ".
  Le résultat d'une médiation peut, à condition que toutes les parties y donnent leur assentiment, être repris dans une convention. Les parties peuvent stipuler dans la convention si, à l'égard de qui et de quelle manière ils désirent en faire rapport.
Art. 5. Om vergoed te worden, moeten de bemiddelaars naast het uitvoeren van bemiddelingen:
  1° een anonieme registratie bijhouden per bemiddeling, in een daarvoor door de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld systeem;
  2° een aannemingscontract met de provinciale overheid ondertekenen;
  3° minimaal één keer per jaar deelnemen aan een intervisiemoment in het kader van bemiddeling;
  4° een door de Vlaamse overheid georganiseerde vorming tot bemiddelaar in de jeugdhulp gevolgd hebben;
  5° wanneer een partij hiernaar vraagt, een attest opmaken dat er een bemiddelingspoging heeft plaatsgevonden.
  De vorming, vermeld in het eerste lid, 4°, is enkel toegankelijk voor personen die een basisopleiding bemiddeling hebben gevolgd, erkend door de federale overheid. Personen die in het verleden lid waren van de bemiddelingscommissie in de bijzondere jeugdbijstand en die voor 2015 zijn toegetreden tot de pool van bemiddelaars, dienen, in afwijking van de bepaling opgenomen in het eerste lid, 4°, enkel de basisopleiding bemiddeling te volgen en kunnen deze binnen de twee jaar volgend op de start van de activiteiten als bemiddelaar in de jeugdhulp met goed gevolg afronden. Personen die een ruime ervaring hebben in bemiddeling, kunnen vrijgesteld worden van de vorming, vermeld in het eerste lid, 4°, als hun eerder verworven competenties, aangetoond in een dossier, geaccepteerd worden door een daarvoor door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin aangestelde beoordelingscommissie.
Art. 5. Pour qu'ils soient récompensés, les médiateurs doivent, outre la mise en oeuvre de médiations :
  1° faire un enregistrement anonyme par médiation, dans un système mis à la disposition par l'Autorité flamande ;
  2° signer un contrat d'entreprise avec l'autorité provinciale ;
  3° participer au moins une fois par an à un moment d'intervision dans le cadre de la médiation ;
  4° avoir suivi une formation de médiateur dans l'aide à la jeunesse, organisée par l'Autorité flamande :
  5° quand une partie le demande, rédiger une attestation stipulant qu'une tentative de médiation a eu lieu.
  La formation, visée à l'alinéa premier, 4°, n'est accessible qu'aux personnes qui ont suivi une formation de base en médiation, agréée par l'autorité fédérale. Les personnes qui, dans le passé, étaient membres de la commission de médiation dans l'assistance spéciale à la jeunesse et qui se sont inscrits au pool de médiateurs avant 2015 ne doivent, par dérogation à la disposition reprise à l'alinéa premier, 4°, suivre que la formation de base de médiation et disposent de deux ans après le début de leurs activités comme médiateurs dans l'aide à la jeunesse pour achever celle-ci avec fruit. Les personnes qui ont une vaste expérience dans la médiation, peuvent être dispensées de la formation, visée à l'alinéa premier, 4°, si leurs compétences acquises antérieurement, démontrées dans un dossier, sont acceptées par une commission d'évaluation désignée par le Département du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.
Art. 6. Het subsidiebedrag wordt als volgt besteed:
  1° voor de vergoeding van de bemiddelaars:
  a) een forfaitaire onkostenvergoeding van 25 euro (inclusief btw) voor de voorbereiding, administratie en registratie van de bemiddeling, op voorwaarde dat de bemiddelaar ook effectief handelingen in het dossier heeft gesteld;
  b) een ereloon van 25 euro (inclusief btw) per uur en een forfaitaire onkostenvergoeding van 22 euro (inclusief btw) per uur voor het bemiddelen in de jeugdhulp;
  c) een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro (inclusief btw) per intervisiemoment voor de deelname aan intervisie voor de bemiddelaars in de jeugdhulp.
  2° voor de ondersteuning door de provincies voor elke provincie en voor de Vlaamse gemeenschapscommissie een forfait van 70 euro per ingediend aanvraagformulier bemiddeling dat voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten vastgelegd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
  Bemiddelaars kunnen per dossiers aanspraak maken op de vergoeding, vermeld in het eerste lid, punt 1°, b), voor een maximum van 8 uur effectieve bemiddeling per dossier. Met effectieve bemiddeling wordt bedoeld het voeren van bemiddelingsgesprekken en, in voorkomend geval, de opmaak van een overeenkomst op het einde van de bemiddeling.
Art. 6. Le montant de la subvention est dépensé comme suit :
  1° pour l'allocation des médiateurs :
  a) une indemnité de frais forfaitaire de 25 euros (T.V.A. comprise) pour la préparation, l'administration et l'enregistrement de la médiation, à condition que le médiateur ait effectivement posé des actes dans le dossier ;
  b) un honoraire de 25 euros (T.V.A. comprise) par heure et une indemnité de frais forfaitaire de 22 euros (T.V.A. comprise) par heure en récompense de la médiation dans l'aide à la jeunesse ;
  c) une indemnité de frais forfaitaire de 70 euros (T.V.A. comprise) par moment d'intervision en récompense de la participation à l'intervision pour les médiateurs dans l'aide à la jeunesse.
  2° en récompense du soutien par les provinces un forfait de 70 euros au bénéfice de chaque province et de la Commission communautaire flamande par formulaire de demande de médiation rentré satisfaisant aux critères de recevabilité définis par le " Managementcomité Integrale Jeugdhulp ".
  Par dossier, les médiateurs peuvent réclamer l'allocation, visée à l'alinéa premier, point 1°, b), pour un maximum de 8 heures de médiation effective par dossier. Par médiation effective on entend la tenue d'entretiens de médiation et, le cas échéant, l'établissement d'une convention à la fin de la médiation.
Art. 7. Het forfait, vermeld in artikel 6, eerste lid, 2°, vergoedt het provinciebestuur of het bestuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de volgende opdrachten:
  1° het verstrekken van informatie en advies aan minderjarigen, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden;
  2° de beoordeling en dispatching aan de bemiddelaars van de aanmeldingen;
  3° de mandatering van bemiddelaars in de jeugdhulp op basis van een uniform aannemingscontract;
  4° de administratieve opvolging van de aanmeldingen, met name het opvolgen en controleren van de registratie van een dossier en de daarbij horende gegevensverwerking;
  5° een eenvormige jaarlijkse rapportage aan het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en het Intersectoraal Overleg Jeugdhulp voor Vlaanderen en Brussel op basis van een sjabloon aangeleverd door de Vlaamse overheid;
  6° het vergoeden van de bemiddelaars in de jeugdhulp op een eenvormige wijze voor Vlaanderen en Brussel volgens de bepalingen opgenomen in artikel 6, eerste lid, punt 1° ;
  7° de organisatie van intervisie voor de bemiddelaars in de jeugdhulp, afgestemd met de Vlaamse overheid, departement WVG;
  8° de ondersteuning van de bemiddelaar bij de praktische organisatie van de bemiddeling.
Art. 7. Le forfait, visé à l'article 6, alinéa 1er, 2°, indemnise l'administration provinciale ou l'administration de la Commission communautaire flamande pour les missions suivantes :
  1° l'offre d'information et de conseils aux mineurs, parents, responsables de l'éducation et intervenants jeunesse et aux autres personnes et structures offrant de l'aide à la jeunesse ;
  2° l'évaluation des inscriptions et leur dispatching aux médiateurs ;
  3° l'habilitation de médiateurs dans l'aide à la jeunesse sur la base d'un contrat d'entreprise uniforme ;
  4° le suivi administratif des inscriptions, à savoir le suivi et le contrôle de l'enregistrement d'un dossier et du traitement de données respectif ;
  5° un rapportage annuel uniforme à l'attention du " Managementcomité Integrale Jeugdhulp " et de la " Intersectoraal Overleg Jeugdhulp " pour la Flandre et Bruxelles sur la base d'un modèle fourni par l'Autorité flamande ;
  6° l'indemnisation des médiateurs dans l'aide à la jeunesse de façon uniforme pour la Flandre et Bruxelles, conformément aux dispositions reprises à l'article 6, alinéa 1er, point 1° ;
  7° l'organisation d'intervision pour les médiateurs dans l'aide à la jeunesse, en concertation avec l'Autorité flamande, Département du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille ;
  8° le soutien du médiateur dans l'organisation pratique de la médiation.
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen inzake cliëntoverleg integrale jeugdhulp
CHAPITRE 3. - Dispositions en matière de la concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse
Art. 8. Het cliëntoverleg integrale jeugdhulp komt in aanmerking voor subsidiëring als dit overeenkomstig artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, plaatsvindt onder leiding van een externe voorzitter en in aanwezigheid van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, betrokken personen uit de leefomgeving van de minderjarige en de betrokken jeugdhulpaanbieders, en als doel heeft in complexe situaties de jeugdhulpverlening aan een minderjarige te coördineren en de continuïteit ervan te bewaken. De hulpvraag van de minderjarige en zijn context staan daarbij centraal en deze personen worden maximaal betrokken bij het overleg.
  Het cliëntoverleg integrale jeugdhulp kan ingezet worden op voorwaarde dat er verschillende jeugdhulpaanbieders of andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden betrokken zijn in de jeugdhulpverlening.
  Het cliëntoverleg integrale jeugdhulp voldoet aan de voorwaarden en de kwaliteitseisen, vermeld in artikel 30, tweede lid en derde lid van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en verloopt volgens de deontologische code cliëntoverleg integrale jeugdhulp, die is goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
  Een cliëntoverleg integrale jeugdhulp resulteert steeds in een werkplan volgens een sjabloon goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en wordt opgevolgd en geëvalueerd door een hulpcoördinator aangesteld in samenspraak met de cliënt, zijn ouders en in voorkomend geval de opvoedingsverantwoordelijken. Elke jeugdhulpaanbieder betrokken bij de jeugdhulpverlening aan de minderjarige kan de rol van hulpcoördinator opnemen.
  Met de instemming van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken kunnen deskundigen, die niet betrokken zijn bij de lopende hulpverlening, uitgenodigd worden. Zij adviseren de deelnemers aan het overleg.
Art. 8. La concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse est éligible à une subvention si, conformément à l'article 1er, 6° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, celle-ci se déroule sous la direction d'un président externe et en présence du mineur, de ses parents et, le cas échéant, des responsables de son éducation, des personnes concernées de son entourage et des intervenants jeunesse concernés, et qui a pour but, dans des situations complexes, de coordonner l'aide à la jeunesse à un mineur et de veiller à sa continuité. La demande d'aide du mineur et son contexte y occupent une place centrale et ces personnes sont impliquées au maximum dans la concertation.
  La concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse peut être mise en oeuvre à condition que divers intervenants jeunesse ou d'autres personnes et structures offrant de l'aide à la jeunesse soient associés à l'aide à la jeunesse.
  La concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse répond aux conditions et aux exigences de qualité, visées à l'article 30, alinéas deux et trois du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse et est mise en oeuvre conformément au code déontologique régissant la concertation clients dans l'aide intégrale à la jeunesse, qui a été approuvé par le " Managementcomité Integrale Jeugdhulp ".
  Une concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse aboutit toujours à un schéma de travail qui est calqué sur un modèle approuvé par le " Managementcomité Integrale Jeugdhulp " et qui est suivi et évalué par un coordinateur adjoint, désigné en concertation avec le client, ses parents et, le cas échéant, les responsables de l'éducation. Tout intervenant dans l'aide à la jeunesse qui est associé à l'offre d'aide à la jeunesse en faveur du mineur, peut jouer le rôle de coordinateur adjoint.
  Moyennant l'assentiment du mineur, de ses parents et, le cas échéant, de ses responsables de l'éducation, des spécialistes, qui ne sont pas associés à l'aide actuellement offerte, peuvent être invités. Ils conseillent les participants à la concertation.
Art. 9. Om vergoed te worden, moeten de voorzitters naast het leiden van het cliëntoverleg integrale jeugdhulp:
  1° met succes een door de Vlaamse overheid georganiseerde vorming tot voorzitter cliëntoverleg in de integrale jeugdhulp gevolgd hebben;
  2° een anonieme registratie bijhouden per cliëntoverleg integrale jeugdhulp, in een daarvoor door de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld systeem;
  3° een aannemingscontract met de provinciale overheid ondertekend hebben;
  4° minimaal één keer per jaar deelnemen aan een intervisiemoment in het kader van cliëntoverleg integrale jeugdhulp.
Art. 9. Pour qu'ils soient récompensés, les présidents, doivent, outre la modération de la concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse :
  1° avoir suivi avec succès une formation de président de la concertation clients dans l'aide à la jeunesse, organisée par l'Autorité flamande ;
  2° faire un enregistrement anonyme par concertation clients dans l'aide intégrale à la jeunesse, dans un système mis à la disposition par l'Autorité flamande ;
  3° avoir signé un contrat d'entreprise avec l'autorité provinciale ;
  4° participer au moins une fois par an à un moment d'intervision dans le cadre de la concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse ;
Art. 10. Het subsidiebedrag wordt als volgt besteed:
  1° voor de vergoeding van de externe voorzitters cliëntoverleg integrale jeugdhulp:
  a) een forfaitaire onkostenvergoeding van 25 euro (inclusief btw) per overleg voor de voorbereiding, administratie en registratie van het overleg, op voorwaarde dat de voorzitter effectief ook handelingen in het dossier gesteld heeft;
  b) een ereloon van 105 euro (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro (inclusief btw) per overleg voor het voorzitten van een cliëntoverleg;
  c) een ereloon van 50 euro (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 50 euro (inclusief btw) per dossier voor het bieden van ondersteuning als co-voorzitter;
  d) een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro (inclusief btw) per intervisiemoment voor de deelname aan intervisie voor voorzitters van het cliëntoverleg integrale jeugdhulp.
  2° voor de ondersteuning door de provincies voor elke provincie en voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie een forfait van 70 euro per ingediend aanvraagformulier cliëntoverleg integrale jeugdhulp dat voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten vastgelegd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
Art. 10. Le montant de la subvention est affecté comme suit :
  1° en ce qui concerne l'allocation des présidents externes de la concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse :
  a) une indemnité de frais forfaitaire de 25 euros (T.V.A. comprise) par concertation pour la préparation, l'administration et l'enregistrement de la concertation, à condition que le président ait effectivement posé des actes dans le dossier ;
  b) un honoraire de 105 euros (T.V.A. comprise) et une indemnité de frais forfaitaire de 70 euros (T.V.A. comprise) par concertation en récompense de la présidence d'une concertation clients ;
  c) un honoraire de 50 euros (T.V.A. comprise) et une indemnité de frais forfaitaire de 50 euros (T.V.A. comprise) par dossier en récompense du soutien offert par le co-président ;
  d) une indemnité de frais forfaitaire de 70 euros (T.V.A. comprise) par moment d'intervision en récompense de la participation à l'intervision au bénéfice des présidents de la concertation clients dans l'aide intégrale à la jeunesse.
  2° en récompense du soutien par les provinces un forfait de 70 euros au bénéfice de chaque province et de la Commission communautaire flamande par formulaire de demande de concertation clients dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse rentré qui satisfait aux critères de recevabilité définis par le " Managementcomité Integrale Jeugdhulp ".
Art. 11. Het forfait vermeld in artikel 10, eerste lid, 2°, vergoedt het provinciebestuur of het bestuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de volgende opdrachten:
  1° het verstrekken van informatie en advies aan minderjarigen, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden;
  2° de beoordeling en dispatching van de aanmeldingen aan de voorzitters;
  3° de mandatering van voorzitters op basis van een uniform aannemingscontract;
  4° de administratieve opvolging van de aanmeldingen, met name het opvolgen en controleren van registratie en de daarbij horende gegevensverwerking;
  5° een eenvormige jaarlijkse rapportage aan het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp voor Vlaanderen en Brussel op basis van een sjabloon aangeleverd door de Vlaamse overheid;
  6° het vergoeden van de externe voorzitters op een eenvormige wijze voor Vlaanderen en Brussel volgens de bepalingen opgenomen in artikel 10, eerste lid, punt 1° ;
  7° de organisatie van intervisie voor de voorzitters cliëntoverleg integrale jeugdhulp, afgestemd met de Vlaamse overheid, departement WVG;
  8° de ondersteuning van de voorzitter bij de praktische organisatie van cliëntoverleg integrale jeugdhulp.
Art. 11. Le forfait visé à l'article 10, alinéa 1er, 2°, indemnise l'administration provinciale ou l'administration de la Commission communautaire flamande pour les missions suivantes :
  1° l'offre d'information et de conseils aux mineurs, parents, responsables de l'éducation et intervenants jeunesse et aux autres personnes et structures offrant de l'aide à la jeunesse ;
  2° l'évaluation des inscriptions et leur dispatching aux présidents ;
  3° l'habilitation de présidents sur la base d'un contrat d'entreprise uniforme ;
  4° le suivi administratif des inscriptions, à savoir le suivi et le contrôle de l'enregistrement et le traitement de données y afférent ;
  5° un rapportage annuel uniforme à l'attention du " Managementcomité Integrale Jeugdhulp " et de la " Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp " pour la Flandre et Bruxelles sur la base d'un modèle fourni par l'Autorité flamande ;
  6° l'indemnisation des présidents externes de façon uniforme pour la Flandre et Bruxelles, conformément aux dispositions reprises à l'article 10, alinéa premier, point 1° ;
  7° l'organisation d'intervision pour les présidents de la concertation clients dans l'aide intégrale à la jeunesse, en concertation avec l'Autorité flamande, Département du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille ;
  8° le soutien du président dans l'organisation pratique de la concertation clients dans l'aide intégrale à la jeunesse.
HOOFDSTUK 4. - Verantwoording
CHAPITRE 4. - Justification
Art. 12. Het provinciebestuur of de Vlaamse Gemeenschapscommissie maakt een tussentijds verslag op tegen 31 juli 2015, met betrekking tot de aangewende middelen tijdens de eerste zes maanden van de subsidieperiode.
Art. 12. L'administration provinciale ou la Commission communautaire flamande établit un rapport intermédiaire pour le 31 juillet 2015, au sujet des moyens adoptés pendant les six premiers mois de la période de subvention.
Art. 13. Het provinciebestuur of de Vlaamse Gemeenschapscommissie is verantwoordelijk voor de afrekening en rechtvaardiging van de aangewende middelen en legt de nodige bewijsstukken voor om de aanwending van de subsidie te staven.
Art. 13. L'administration provinciale ou la Commission communautaire flamande est responsable du décompte et de la justification des moyens utilisés et produit les pièces justificatives nécessaires pour prouver l'emploi de la subvention.
Art. 14. De provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie richten uiterlijk 31 maart 2017 een verantwoording voor de ontvangen subsidie met betrekking tot de uitgevoerde bemiddelingen en het uitgevoerde cliëntoverleg integrale jeugdhulp en de opdrachten vermeld in de artikels 7 en 11 aan het afdelingshoofd van de afdeling Beleidsontwikkeling van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Deze verantwoording bestaat uit een kopie van het financieel verslag, de bewijsstukken van vergoeding van voorzitters en bemiddelaars en een overzicht van de activiteiten die met de middelen werden gefinancierd. Middelen die niet binnen de termijn besteed zijn en de middelen die niet verantwoord kunnen worden, worden aangelegd in reserves. Deze reserves die conform artikel 5, § 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring vastgelegd werden, mogen alleen worden aangewend voor eenzelfde of verwante doelstellingen binnen de gesubsidieerde activiteit met betrekking tot de hulpcoördinatie in de integrale jeugdhulp.
  Als deze activiteit waarvoor reserves werden aangelegd niet verder wordt gesubsidieerd, moet het gecumuleerde bedrag van de reserves aan de Vlaamse Gemeenschap worden teruggestort.
  Wanneer uit de verantwoording blijkt dat de subsidie, gecumuleerd met middelen aangelegd in reserves, ontoereikend is voor de organisatie van bemiddeling en cliëntoverleg in de jeugdhulp, voorziet de Vlaamse overheid in een bijpassing.
Art. 14. Les provinces et la Commission communautaire flamande adressent au chef de division de la division " Beleidsontwikkeling " du Département du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille une justification de l'emploi de la subvention reçue en termes de médiations et de concertations clients effectuées dans le cadre de l'aide intégrale à la jeunesse et de missions visées aux articles 7 et 11. Cette justification comprend une copie du rapport financier, les pièces justificatives de l'allocation payée aux présidents et aux médiateurs et un aperçu des activités qui ont été financées avec les moyens. Les moyens qui n'ont pas été utilisés endéans le délai fixé et les moyens qui ne peuvent pas être justifiés sont affectés aux réserves. Ces réserves, qui ont été fixées conformément à l'article 5, § 3, de l'Arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 relatif aux règles générales en matière de subventionnement, ne peuvent être utilisées que pour un même objectif ou un objectif similaire à l'intérieur de l'activité subventionnée relative à la coordination de l'aide dans l'aide intégrale à la jeunesse.
  Si l'activité pour laquelle des réserves ont été constituées cesse d'être subventionnée, le montant cumulé des réserves doit être remboursé à la Communauté flamande.
  S'il s'avère de la justification que la subvention, majorée des moyens des réserves, est insuffisante pour l'organisation de la médiation et de la concertation clients dans l'aide à la jeunesse, l'Autorité flamande décidera d'un ajustement.