Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
[2 1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien Regie;]2
[2 1°/1]2 adoptie van een gekend kind: een adoptie als vermeld in [1 artikel 346-1/1, tweede lid]1, van het Burgerlijk Wetboek;
2° decreet van 20 januari 2012: het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen;
3° intrafamiliale adoptie: de interlandelijke adoptie van een kind dat tot in de vierde graad verwant is met de adoptant, met zijn echtgenoot of met de persoon met wie hij samenwoont, zelfs als die persoon overleden is, of van een kind dat biologisch verwant is met een adoptiekind van de adoptant of van de adoptanten, of van een kind dat het dagelijks leven op duurzame wijze gedeeld heeft met de adoptant of de adoptanten met een relatie, zoals geldt voor ouders, voor de adoptant of de adoptanten stappen met het oog op adoptie hebben ondernomen;
4° kandidaat-adoptant : de persoon of de personen die samen een kind willen adopteren;
5° personeelskosten:
a) het brutosalaris, met inbegrip van de wettelijk verplichte werkgeversbijdragen;
b) het vakantiegeld;
c) de eindejaarspremie;
d) de vergoeding voor woon-werkverkeer;
e) de managementondersteuning;
f) eventueel de volgende extralegale voordelen, als ze opgenomen zijn in de loonfiche: maaltijdcheques, bedrijfswagen, groeps- en hospitalisatieverzekering, gsm, laptop, internet;
g) opleidingen, als het gaat om opleidingen die rechtstreeks verband houden met de werking van het Steunpunt Adoptie;
h) kosten voor een arbeidsongevallenverzekering en een bedrijfsgeneeskundige dienst;
6° kindprofiel: informatie over de kenmerken en behoeften van het kind dat adopteerbaar is.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 FEBRUARI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de voorbereiding bij adoptie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-03-2016 en tekstbijwerking tot 30-06-2023)
Titre
19 FEVRIER 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la préparation préalable à l'adoption(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-03-2016 et mise à jour au 30-06-2023)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - De voorbereiding
Afdeling 1. - Kandidaat-adoptanten voor een nie...
Afdeling 2. - Kandidaat-adoptanten voor de adop...
Afdeling 3. - Kandidaat-adoptanten voor een int...
HOOFDSTUK 3. - Het Steunpunt Adoptie
Afdeling 1. - De erkenning van het Steunpunt Ad...
Afdeling 2. - De subsidiëring van het Steunpunt...
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Onderafdeling 2. - Subsidievoorschriften
HOOFDSTUK 4. - De diensten voor maatschappelijk...
Afdeling 1. - De erkenning van de diensten voor...
Afdeling 2. - De subsidiëring van de diensten v...
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Onderafdeling 2. - Subsidievoorschriften
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
HOOFDSTUK 6. - Procedure
Afdeling 1. - Erkenningsprocedure
Afdeling 2. - Procedure tot hernieuwing van de ...
Afdeling 3. - Procedure tot opheffing of schors...
Afdeling 4. - Bezwaarprocedure
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - La préparation
Section 1re. - Candidats adoptants pour une ado...
Section 2. - Candidats adoptants à l'adoption d...
Section 3. - Candidats adoptants à l'adoption i...
CHAPITRE 3. - Le " Steunpunt Adoptie "
Section 1re. - L'agrément du " Steunpunt Adoptie "
Section 2. - Le subventionnement du " Steunpunt...
Sous-section 1ère. - Dispositions générales
Sous-section 2. - Prescriptions de subventionne...
CHAPITRE 4. - Les services d'enquête sociale
Section 1ère. - L'agrément des services d'enquê...
Section 2. - Le subventionnement des services d...
Sous-section 1ère. - Dispositions générales
Sous-section 2. - Prescriptions de subventionne...
CHAPITRE 5. - Contrôle
CHAPITRE 6. - Procédure
Section 1re. -Procédure d'agrément
Section 2. - Procédure de renouvellement de l'a...
Section 3. - Procédure de retrait ou de suspens...
Section 4. - Procédure de réclamation
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Tekst (85)
Texte (85)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
[2 1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Opgroeien regie " (Grandir régie), créée par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie;]2
[2 1°/1]2 adoption d'un enfant connu : une adoption telle que visée [1 à l'article 346-1/1, alinéa 2]1 du Code civil ;
2° décret du 20 janvier 2012 : le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants ;
3° adoption intrafamiliale : l'adoption internationale d'un enfant apparenté jusqu'au quatrième degré à l'adoptant, à son conjoint/sa conjointe ou à la personne avec laquelle il/elle cohabite, même décédés, ou d'un enfant qui est biologiquement apparenté à un enfant adopté de l'adoptant ou des adoptants, ou d'un enfant qui a partagé la vie quotidienne de manière durable avec l'adoptant ou les adoptants liés par une relation, à l'instar de parents, avant que l'adoptant ou les adoptants ait/aient entrepris des démarches en vue d'une adoption ;
4° candidat adoptant : la personne ou les personnes désireuse(s) d'adopter ensemble un enfant ;
5° frais de personnel :
a) le traitement brut, y compris les cotisations patronales légalement obligatoires ;
b) le pécule de vacances ;
c) la prime de fin d'année ;
d) l'indemnité pour le déplacement domicile/lieu de travail ;
e) le soutien du management ;
f) éventuellement les avantages extralégaux suivants, lorsqu'ils sont repris dans la fiche de traitement : chèques-repas, voiture de société, assurance de groupe et assurance hospitalisation, GSM, ordinateur portable, Internet ;
g) des formations, lorsqu'il s'agit de formations qui sont directement liées aux activités du " Steunpunt Adoptie " ;
h) les frais d'une assurance contre les accidents de travail et d'un service médical d'entreprise ;
6° profil d'enfant : information relative aux caractéristiques et aux besoins de l'enfant adoptable.
[2 1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Opgroeien regie " (Grandir régie), créée par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie;]2
[2 1°/1]2 adoption d'un enfant connu : une adoption telle que visée [1 à l'article 346-1/1, alinéa 2]1 du Code civil ;
2° décret du 20 janvier 2012 : le décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants ;
3° adoption intrafamiliale : l'adoption internationale d'un enfant apparenté jusqu'au quatrième degré à l'adoptant, à son conjoint/sa conjointe ou à la personne avec laquelle il/elle cohabite, même décédés, ou d'un enfant qui est biologiquement apparenté à un enfant adopté de l'adoptant ou des adoptants, ou d'un enfant qui a partagé la vie quotidienne de manière durable avec l'adoptant ou les adoptants liés par une relation, à l'instar de parents, avant que l'adoptant ou les adoptants ait/aient entrepris des démarches en vue d'une adoption ;
4° candidat adoptant : la personne ou les personnes désireuse(s) d'adopter ensemble un enfant ;
5° frais de personnel :
a) le traitement brut, y compris les cotisations patronales légalement obligatoires ;
b) le pécule de vacances ;
c) la prime de fin d'année ;
d) l'indemnité pour le déplacement domicile/lieu de travail ;
e) le soutien du management ;
f) éventuellement les avantages extralégaux suivants, lorsqu'ils sont repris dans la fiche de traitement : chèques-repas, voiture de société, assurance de groupe et assurance hospitalisation, GSM, ordinateur portable, Internet ;
g) des formations, lorsqu'il s'agit de formations qui sont directement liées aux activités du " Steunpunt Adoptie " ;
h) les frais d'une assurance contre les accidents de travail et d'un service médical d'entreprise ;
6° profil d'enfant : information relative aux caractéristiques et aux besoins de l'enfant adoptable.
HOOFDSTUK 2. - De voorbereiding
CHAPITRE 2. - La préparation
Afdeling 1. - Kandidaat-adoptanten voor een niet-intrafamiliale interlandelijke adoptie of een binnenlandse adoptie van een ongekend kind
Section 1re. - Candidats adoptants pour une adoption internationale autre qu'intrafamiliale ou pour une adoption nationale d'un enfant inconnu
Art. 2. § 1. Overeenkomstig artikel 4 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, meldt de kandidaat-adoptant voor een niet-intrafamiliale interlandelijke adoptie of een binnenlandse adoptie van een ongekend kind zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. De kandidaat-adoptant betaalt een bijdrage van 25 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie voor het eerste deel van de voorbereiding, die bestaat uit deelname aan een informatiesessie als vermeld in artikel 3. Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat- adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de informatiesessie te volgen.
Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit voor een informatiesessie als vermeld in artikel 3, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing.
§ 2. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Het Vlaams Centrum voor Adoptie verwijst de kandidaat-adoptant door met toepassing van het instroombeheer, vermeld in artikel 5 van dit besluit, naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 6, § 3, van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015 en artikel 5 van het decreet van 20 januari 2012, te ontvangen.
Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit voor een informatiesessie als vermeld in artikel 3, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing.
§ 2. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Het Vlaams Centrum voor Adoptie verwijst de kandidaat-adoptant door met toepassing van het instroombeheer, vermeld in artikel 5 van dit besluit, naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 6, § 3, van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015 en artikel 5 van het decreet van 20 januari 2012, te ontvangen.
Art. 2. § 1er. Conformément à l'article 4 du décret réglant l'adoption nationale d'enfants du 3 juillet 2015, le candidat adoptant pour une adoption internationale autre qu'intrafamiliale ou pour une adoption nationale d'un enfant inconnu s'enregistre auprès du " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Le candidat adoptant paie une contribution de 25 euros au " Vlaams Centrum voor Adoptie " pour la première partie de la préparation, qui consiste en la participation à une séance d'information, telle que visée à l'article 3. Après avoir reçu le paiement, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant vers le " Steunpunt Adoptie " où il peut suivre la session d'information.
Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à une session d'information, telle que visée à l'article 3, qui a lieu dans les trois mois après le renvoi.
§ 2. Le candidat adoptant qui, conformément à l'article 346-2 du Code civil, a déjà suivi la préparation lors d'une adoption antérieure et dont l'aptitude à adopter a été reconnue par le tribunal de la famille, s'enregistre auprès du " Vlaams Centrum voor Adoptie " .
En application de la gestion des candidats, visée à l'article 5 du présent arrêté, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant au " Steunpunt Adoptie " pour se procurer le certificat, visé à l'article 6, § 3 du décret réglant l'adoption nationale du 3 juillet 2015 et à l'article 5 du décret du 20 janvier 2012.
Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à une session d'information, telle que visée à l'article 3, qui a lieu dans les trois mois après le renvoi.
§ 2. Le candidat adoptant qui, conformément à l'article 346-2 du Code civil, a déjà suivi la préparation lors d'une adoption antérieure et dont l'aptitude à adopter a été reconnue par le tribunal de la famille, s'enregistre auprès du " Vlaams Centrum voor Adoptie " .
En application de la gestion des candidats, visée à l'article 5 du présent arrêté, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant au " Steunpunt Adoptie " pour se procurer le certificat, visé à l'article 6, § 3 du décret réglant l'adoption nationale du 3 juillet 2015 et à l'article 5 du décret du 20 janvier 2012.
Art. 3. Tijdens een informatiesessie krijgt de kandidaat-adoptant duidelijke informatie over de binnenlandse en interlandelijke adoptieprocedure. Het Steunpunt Adoptie, in samenwerking met de erkende adoptiediensten, geeft minstens informatie over:
1° de voorwaarden waaraan de kandidaat-adoptant moet voldoen volgens de toepasselijke Belgische regelgeving, en de adoptieprocedure, inclusief zelfstandige adoptie;
2° de voorwaarden die gesteld worden aan de kandidaat-adoptant door de herkomstlanden waarmee de erkende adoptiediensten samenwerken, en de wachttijden en de kostprijs;
3° de kindprofielen van de verschillende herkomstlanden waarmee de erkende adoptiediensten samenwerken, en van de kinderen die binnenlands geadopteerd worden. Daarbij wordt ook de mogelijkheid van de adoptie van een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften, special needs, voorgesteld;
4° de kansen en risico's die adoptie met zich meebrengt;
5° de mogelijkheden van pleegzorg;
6° de gehechtheid bij adoptiekinderen;
7° de openheid over adoptie.
De informatiesessie duurt minstens acht uur en wordt georganiseerd in groep. De grootte van de groep en de werkvorm van de informatiesessie worden aangepast aan het thema.
1° de voorwaarden waaraan de kandidaat-adoptant moet voldoen volgens de toepasselijke Belgische regelgeving, en de adoptieprocedure, inclusief zelfstandige adoptie;
2° de voorwaarden die gesteld worden aan de kandidaat-adoptant door de herkomstlanden waarmee de erkende adoptiediensten samenwerken, en de wachttijden en de kostprijs;
3° de kindprofielen van de verschillende herkomstlanden waarmee de erkende adoptiediensten samenwerken, en van de kinderen die binnenlands geadopteerd worden. Daarbij wordt ook de mogelijkheid van de adoptie van een kind met specifieke ondersteuningsbehoeften, special needs, voorgesteld;
4° de kansen en risico's die adoptie met zich meebrengt;
5° de mogelijkheden van pleegzorg;
6° de gehechtheid bij adoptiekinderen;
7° de openheid over adoptie.
De informatiesessie duurt minstens acht uur en wordt georganiseerd in groep. De grootte van de groep en de werkvorm van de informatiesessie worden aangepast aan het thema.
Art. 3. Lors de la session d'information, le candidat adoptant reçoit des informations claires sur le déroulement de la procédure d'adoption nationale et internationale. Le " Steunpunt Adoptie ", en coopération avec les services d'adoption agréés, fournit de l'information au sujet des thèmes suivants au minimum :
1° les conditions auxquelles le candidat adoptant doit répondre conformément à la législation belge applicable et de l'information relative à la procédure d'adoption, y compris l'adoption indépendante ;
2° les conditions posées au candidat adoptant par les pays d'origine avec lesquels les services d'adoption agréés travaillent et les temps d'attente et le coût ;
3° les profils d'enfant des différents pays d'origine avec lesquels les services d'adoption agréés travaillent et des enfants adoptés dans le cadre de l'adoption nationale. Lors de la session d'information, la possibilité de l'adoption d'un enfant aux besoins d'assistance spécifique, aux "special needs" est également présentée :
4° les opportunités et risques liés à l'adoption ;
5° les possibilités du placement dans une famille d'accueil ;
6° l'attachement des enfants adoptés ;
7° la franchise vis-à-vis de l'adoption.
La session d'information a une durée d'au moins huit heures et est organisée en groupe. La taille du groupe et la structure de la session d'information sont adaptées en fonction du thème abordé.
1° les conditions auxquelles le candidat adoptant doit répondre conformément à la législation belge applicable et de l'information relative à la procédure d'adoption, y compris l'adoption indépendante ;
2° les conditions posées au candidat adoptant par les pays d'origine avec lesquels les services d'adoption agréés travaillent et les temps d'attente et le coût ;
3° les profils d'enfant des différents pays d'origine avec lesquels les services d'adoption agréés travaillent et des enfants adoptés dans le cadre de l'adoption nationale. Lors de la session d'information, la possibilité de l'adoption d'un enfant aux besoins d'assistance spécifique, aux "special needs" est également présentée :
4° les opportunités et risques liés à l'adoption ;
5° les possibilités du placement dans une famille d'accueil ;
6° l'attachement des enfants adoptés ;
7° la franchise vis-à-vis de l'adoption.
La session d'information a une durée d'au moins huit heures et est organisée en groupe. La taille du groupe et la structure de la session d'information sont adaptées en fonction du thème abordé.
Art. 4. § 1. Binnen zestig kalenderdagen nadat de kandidaat-adoptant een informatiesessie als vermeld in artikel 3, heeft gevolgd, bevestigt hij schriftelijk aan het Vlaams Centrum voor Adoptie dat hij wil voortgaan met de adoptieprocedure.
§ 2. De kandidaat-adoptant voor een niet-intrafamiliale adoptie of voor een adoptie van een ongekend kind, die niet voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om de voorbereidingssessies volgen.
Na ontvangst van de bevestiging, vermeld in paragraaf 1, en van de betaling verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereidingssessies te volgen. Kandidaat-adoptanten worden doorverwezen op basis van het instroombeheer, vermeld in artikel 5. Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit om zich in te schrijven voor de voorbereiding.
Als de kandidaat-adoptant binnen een jaar na de doorverwijzing niet aan de voorbereidingssessies is begonnen, wordt de procedure stopgezet.
§ 2. De kandidaat-adoptant voor een niet-intrafamiliale adoptie of voor een adoptie van een ongekend kind, die niet voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om de voorbereidingssessies volgen.
Na ontvangst van de bevestiging, vermeld in paragraaf 1, en van de betaling verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereidingssessies te volgen. Kandidaat-adoptanten worden doorverwezen op basis van het instroombeheer, vermeld in artikel 5. Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit om zich in te schrijven voor de voorbereiding.
Als de kandidaat-adoptant binnen een jaar na de doorverwijzing niet aan de voorbereidingssessies is begonnen, wordt de procedure stopgezet.
Art. 4. § 1er. Dans les soixante jours calendaires après avoir suivi une session d'information, telle que visée à l'article 3, le candidat adoptant confirme au" Vlaams Centrum voor Adoptie " par écrit de vouloir poursuivre la procédure d'adoption.
§ 2. Le candidat adoptant à une adoption autre qu'intrafamiliale ou à une adoption d'un enfant inconnu, qui ne répond pas à la condition, visée à l'article 2, § 2, alinéa premier, paie une contribution de 250 euros au " Vlaams Centrum voor Adoptie " s'il veut suivre les sessions de préparation.
Après avoir reçu la confirmation, visée au paragraphe 1er et le paiement, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant vers le " Steunpunt Adoptie " où il peut suivre les sessions de préparation. Les candidats adoptants sont renvoyés sur la base de la gestion des candidats, visée à l'article 5. Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à s'inscrire pour la préparation.
Si le candidat adoptant n'a pas commencé les sessions de préparation dans l'année suivant le renvoi, la procédure est arrêtée.
§ 2. Le candidat adoptant à une adoption autre qu'intrafamiliale ou à une adoption d'un enfant inconnu, qui ne répond pas à la condition, visée à l'article 2, § 2, alinéa premier, paie une contribution de 250 euros au " Vlaams Centrum voor Adoptie " s'il veut suivre les sessions de préparation.
Après avoir reçu la confirmation, visée au paragraphe 1er et le paiement, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant vers le " Steunpunt Adoptie " où il peut suivre les sessions de préparation. Les candidats adoptants sont renvoyés sur la base de la gestion des candidats, visée à l'article 5. Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à s'inscrire pour la préparation.
Si le candidat adoptant n'a pas commencé les sessions de préparation dans l'année suivant le renvoi, la procédure est arrêtée.
Art. 5. § 1. Het Vlaams Centrum voor Adoptie bepaalt vanaf 2017 jaarlijks voor het einde van het eerste kwartaal het aantal kandidaat-adoptanten voor niet-intrafamiliale adoptie of voor adoptie van een ongekend kind dat doorverwezen wordt naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding te volgen.
Het aantal, vermeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van:
1° het aantal kinderen dat het laatste jaar geplaatst is bij kandidaat-adoptanten voor een niet-intrafamiliale adoptie en bij kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een ongekend kind;
2° de evoluties in de herkomstlanden waarmee een lopende samenwerking bestaat;
3° de gemiddelde uitval van kandidaat-adoptanten die doorverwezen zijn in jaar x-2. Dat is de uitval tussen de start van de voorbereiding en het behalen van een geschiktheidsvonnis;
4° de eventuele bijkomende correcties op basis van andere aantoonbare evoluties dan de evoluties, vermeld in punt 1° tot en met 3°.
§ 2. Om het aantal, vermeld in paragraaf 1, in te vullen worden er jaarlijks minstens dertig kandidaat-adoptanten chronologisch, op basis van de datum van hun aanmelding, doorverwezen naar het Steunpunt Adoptie.
Boven op het aantal kandidaat-adoptanten, vermeld in het eerste lid, zullen kandidaat-adoptanten worden doorgestuurd op basis van hun profiel of van het kindprofiel waarvoor ze openstaan. Om welke profielen het gaat, is afhankelijk van de vraag van de erkende adoptiediensten.
Het aantal, vermeld in het eerste lid, wordt berekend op basis van:
1° het aantal kinderen dat het laatste jaar geplaatst is bij kandidaat-adoptanten voor een niet-intrafamiliale adoptie en bij kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een ongekend kind;
2° de evoluties in de herkomstlanden waarmee een lopende samenwerking bestaat;
3° de gemiddelde uitval van kandidaat-adoptanten die doorverwezen zijn in jaar x-2. Dat is de uitval tussen de start van de voorbereiding en het behalen van een geschiktheidsvonnis;
4° de eventuele bijkomende correcties op basis van andere aantoonbare evoluties dan de evoluties, vermeld in punt 1° tot en met 3°.
§ 2. Om het aantal, vermeld in paragraaf 1, in te vullen worden er jaarlijks minstens dertig kandidaat-adoptanten chronologisch, op basis van de datum van hun aanmelding, doorverwezen naar het Steunpunt Adoptie.
Boven op het aantal kandidaat-adoptanten, vermeld in het eerste lid, zullen kandidaat-adoptanten worden doorgestuurd op basis van hun profiel of van het kindprofiel waarvoor ze openstaan. Om welke profielen het gaat, is afhankelijk van de vraag van de erkende adoptiediensten.
Art. 5. § 1er. A partir de 2017 et avant la fin du premier trimestre de chaque année, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " définit le nombre de candidats adoptants éligibles à l'adoption autre qu'intrafamiliale ou à l'adoption d'un enfant inconnu qui sont renvoyés au " Steunpunt Adoptie " pour suivre la préparation.
Ce nombre, visé à l'alinéa premier, est calculé sur la base :
1° du nombre d'enfants placés dans la famille de candidats adoptants au cours de l'année passée dans le cadre d'une adoption autre qu'intrafamilale et dans la famille de candidats adoptants dans le cadre de l'adoption d'un enfant inconnu ;
2° des évolutions dans les pays d'origine avec lesquels une coopération est en cours ;
3° du nombre moyen de désistements de candidats adoptants qui ont été renvoyés dans l'année x-2. Ceux-ci sont les désistements survenus entre le début de la préparation et l'obtention d'un jugement d'aptitude ;
4° des éventuelles corrections supplémentaires sur la base d'évolutions démontrables autres que les évolutions, visées aux points 1° à 3° inclus.
§ 2. Afin de combler le nombre visé au paragraphe 1er, au moins trente candidats adoptants sont renvoyés au " Steunpunt Adoptie " par an, par ordre chronologique de la date de leur enregistrement.
En sus du nombre de candidats adoptants, visés à l'alinéa premier, des candidats adoptants seront renvoyés sur la base de leur profil ou du profil d'enfant auquel ils s'intéressent. Les profils concernés dépendent de la demande des services d'adoption agréés.
Ce nombre, visé à l'alinéa premier, est calculé sur la base :
1° du nombre d'enfants placés dans la famille de candidats adoptants au cours de l'année passée dans le cadre d'une adoption autre qu'intrafamilale et dans la famille de candidats adoptants dans le cadre de l'adoption d'un enfant inconnu ;
2° des évolutions dans les pays d'origine avec lesquels une coopération est en cours ;
3° du nombre moyen de désistements de candidats adoptants qui ont été renvoyés dans l'année x-2. Ceux-ci sont les désistements survenus entre le début de la préparation et l'obtention d'un jugement d'aptitude ;
4° des éventuelles corrections supplémentaires sur la base d'évolutions démontrables autres que les évolutions, visées aux points 1° à 3° inclus.
§ 2. Afin de combler le nombre visé au paragraphe 1er, au moins trente candidats adoptants sont renvoyés au " Steunpunt Adoptie " par an, par ordre chronologique de la date de leur enregistrement.
En sus du nombre de candidats adoptants, visés à l'alinéa premier, des candidats adoptants seront renvoyés sur la base de leur profil ou du profil d'enfant auquel ils s'intéressent. Les profils concernés dépendent de la demande des services d'adoption agréés.
Art. 6. Tijdens de voorbereidingssessies komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° verlieservaring en rouwproces;
3° gehechtheid en de manier waarop adoptieouders die tot stand kunnen brengen;
4° de voorgeschiedenis van adoptiekinderen;
5° de ontwikkeling van opgroeiende adoptiekinderen;
6° de risico's en kansen die verbonden zijn aan adoptie;
7° manieren om om te gaan met diversiteit en discriminatie;
8° de zorg voor adoptiekinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften, special needs genoemd;
9° openheid over adoptie, loyaliteit en identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen;
10° de motivatie om te adopteren;
11° de karakteristieken van zowel binnenlandse als interlandelijke adoptie.
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° verlieservaring en rouwproces;
3° gehechtheid en de manier waarop adoptieouders die tot stand kunnen brengen;
4° de voorgeschiedenis van adoptiekinderen;
5° de ontwikkeling van opgroeiende adoptiekinderen;
6° de risico's en kansen die verbonden zijn aan adoptie;
7° manieren om om te gaan met diversiteit en discriminatie;
8° de zorg voor adoptiekinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften, special needs genoemd;
9° openheid over adoptie, loyaliteit en identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen;
10° de motivatie om te adopteren;
11° de karakteristieken van zowel binnenlandse als interlandelijke adoptie.
Art. 6. Lors des sessions de préparation au moins les sujets suivants sont abordés :
1° les sujets, visés à l'article 346-2, du Code civil ;
2° l'expérience du deuil et le processus de recueillement ;
3° l'attachement et la façon dont les parents adoptifs peuvent y contribuer :
4° les antécédents d'enfants adoptifs ;
5° le développement d'enfants adoptifs grandissants ;
6° les risques et opportunités liés à l'adoption ;
7° les façons d'aborder la diversité et la discrimination ;
8° les soins à procurer aux enfants adoptifs aux besoins d'assistance spécifique, désignés par le terme "special needs" ;
9° la franchise vis-à-vis de l'adoption, la loyauté et le développement de l'identité d'enfants adoptifs ;
10° la motivation pour adopter un enfant ;
11° les caractéristiques de tant l'adoption nationale qu'internationale.
1° les sujets, visés à l'article 346-2, du Code civil ;
2° l'expérience du deuil et le processus de recueillement ;
3° l'attachement et la façon dont les parents adoptifs peuvent y contribuer :
4° les antécédents d'enfants adoptifs ;
5° le développement d'enfants adoptifs grandissants ;
6° les risques et opportunités liés à l'adoption ;
7° les façons d'aborder la diversité et la discrimination ;
8° les soins à procurer aux enfants adoptifs aux besoins d'assistance spécifique, désignés par le terme "special needs" ;
9° la franchise vis-à-vis de l'adoption, la loyauté et le développement de l'identité d'enfants adoptifs ;
10° la motivation pour adopter un enfant ;
11° les caractéristiques de tant l'adoption nationale qu'internationale.
Art. 7. De voorbereidingssessies duren minstens zestien uur en worden in een groep van maximaal vijftien kandidaat-adoptanten gegeven.
Het Steunpunt Adoptie legt het voorbereidingsprogramma ter goedkeuring voor aan het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Het Steunpunt Adoptie legt het voorbereidingsprogramma ter goedkeuring voor aan het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Art. 7. Les sessions de préparation ont une durée d'au moins seize heures et sont données dans un groupe d'au maximum quinze candidats adoptants.
Le " Steunpunt Adoptie " soumet le programme de préparation à l'approbation du " Vlaams Centrum voor Adoptie ".
Le " Steunpunt Adoptie " soumet le programme de préparation à l'approbation du " Vlaams Centrum voor Adoptie ".
Afdeling 2. - Kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een gekend kind
Section 2. - Candidats adoptants à l'adoption d'un enfant connu
Art. 8. § 1. De kandidaat-adoptant voor de adoptie van een gekend kind meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. De kandidaat-adoptant betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om deel te nemen aan de voorbereiding.
Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding te volgen.
Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit voor een voorbereiding als vermeld in artikel 9, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing.
§ 2. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het Vlaams Centrum voor Adoptie verwijst de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 8, § 3, van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, te ontvangen.
Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding te volgen.
Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onmiddellijk uit voor een voorbereiding als vermeld in artikel 9, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing.
§ 2. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het Vlaams Centrum voor Adoptie verwijst de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 8, § 3, van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, te ontvangen.
Art. 8. § 1er. Le candidat adoptant à l'adoption d'un enfant connu s'enregistre auprès du " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Le candidat adoptant paie une contribution de 250 euros au " Vlaams Centrum voor Adoptie " pour sa participation à la préparation.
Après avoir reçu le paiement, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant vers le " Steunpunt Adoptie " où celui-ci peut suivre la préparation.
Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à une préparation, telle que visée à l'article 9, qui a lieu dans les trois mois après le renvoi.
§ 2. Le candidat adoptant qui, conformément à l'article 346-2 du Code civil, a déjà suivi la préparation lors d'une adoption antérieure et dont l'aptitude à adopter a été reconnue par le tribunal de la famille, s'enregistre auprès du " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant au " Steunpunt Adoptie " pour se procurer le certificat, visé à l'article 8, § 3, du décret réglant l'adoption nationale du 3 juillet 2015.
Après avoir reçu le paiement, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant vers le " Steunpunt Adoptie " où celui-ci peut suivre la préparation.
Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à une préparation, telle que visée à l'article 9, qui a lieu dans les trois mois après le renvoi.
§ 2. Le candidat adoptant qui, conformément à l'article 346-2 du Code civil, a déjà suivi la préparation lors d'une adoption antérieure et dont l'aptitude à adopter a été reconnue par le tribunal de la famille, s'enregistre auprès du " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant au " Steunpunt Adoptie " pour se procurer le certificat, visé à l'article 8, § 3, du décret réglant l'adoption nationale du 3 juillet 2015.
Art. 9. De voorbereiding voor de adoptie van een gekend kind duurt minstens zes uur en wordt georganiseerd in groepen van maximaal twintig kandidaat-adoptanten.
Tijdens de voorbereiding komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° de sociaal-emotionele aspecten van de adoptie;
3° de soorten ouderschap en loyaliteit;
4° de identiteitsontwikkeling bij adoptiekinderen;
5° de openheid over adoptie.
Tijdens de voorbereiding komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° de sociaal-emotionele aspecten van de adoptie;
3° de soorten ouderschap en loyaliteit;
4° de identiteitsontwikkeling bij adoptiekinderen;
5° de openheid over adoptie.
Art. 9. La préparation en vue de l'adoption d'un enfant connu a une durée d'au moins six heures et est organisée dans des groupes d'au maximum vingt candidats adoptants.
Lors de la préparation, au moins les sujets suivants sont abordés :
1° les sujets, visés à l'article 346-2, du Code civil ;
2° les aspects socio-émotionnels de l'adoption ;
3° les types de parentalité et la loyauté ;
4° le développement de l'identité des enfants adoptifs ;
5° la franchise vis-à-vis de l'adoption.
Lors de la préparation, au moins les sujets suivants sont abordés :
1° les sujets, visés à l'article 346-2, du Code civil ;
2° les aspects socio-émotionnels de l'adoption ;
3° les types de parentalité et la loyauté ;
4° le développement de l'identité des enfants adoptifs ;
5° la franchise vis-à-vis de l'adoption.
Afdeling 3. - Kandidaat-adoptanten voor een intrafamiliale adoptie
Section 3. - Candidats adoptants à l'adoption intrafamiliale
Art. 10. De kandidaat-adoptant voor een intrafamiliale adoptie meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het Vlaams Centrum voor Adoptie onderzoekt binnen een maand de haalbaarheid van de voorgenomen adoptie. In voorkomend geval wordt de kandidaat-adoptant voor een intrafamiliale adoptie onmiddellijk uitgenodigd voor een individueel gesprek.
Tijdens het individuele gesprek krijgt de kandidaat-adoptant duidelijke informatie over het verloop van een intrafamiliale adoptieprocedure. Het Vlaams Centrum voor Adoptie geeft minstens informatie over:
1° de voorwaarden waaraan de kandidaat-adoptant moet voldoen volgens de toepasselijke Belgische wetgeving;
2° de voorwaarden die gesteld worden door het herkomstland waarmee de kandidaat-adoptant wil werken;
3° de begrippen adoptabiliteit en subsidiariteit.
Tijdens het individuele gesprek krijgt de kandidaat-adoptant duidelijke informatie over het verloop van een intrafamiliale adoptieprocedure. Het Vlaams Centrum voor Adoptie geeft minstens informatie over:
1° de voorwaarden waaraan de kandidaat-adoptant moet voldoen volgens de toepasselijke Belgische wetgeving;
2° de voorwaarden die gesteld worden door het herkomstland waarmee de kandidaat-adoptant wil werken;
3° de begrippen adoptabiliteit en subsidiariteit.
Art. 10. Le candidat adoptant à l'adoption intrafamiliale se présente auprès du " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Le " Vlaams Centrum voor Adoptie " examine la faisabilité de l'adoption envisagée endéans la période d'un mois. Le candidat adoptant à une adoption intrafamiliale est, le cas échéant, invité à un entretien individuel sans délai.
Lors de l'entretien individuel, le candidat adoptant reçoit des informations claires sur le déroulement d'une procédure d'adoption intrafamiliale. Le " Vlaams Centrum voor Adoptie " donne au moins des informations en ce qui concerne :
1° les conditions auxquelles le candidat adoptant doit répondre conformément à la législation belge applicable ;
2° les conditions posées par le pays d'origine avec lequel le candidat adoptant souhaite travailler.
3° les concepts d'adoptabilité et de subsidiarité.
Lors de l'entretien individuel, le candidat adoptant reçoit des informations claires sur le déroulement d'une procédure d'adoption intrafamiliale. Le " Vlaams Centrum voor Adoptie " donne au moins des informations en ce qui concerne :
1° les conditions auxquelles le candidat adoptant doit répondre conformément à la législation belge applicable ;
2° les conditions posées par le pays d'origine avec lequel le candidat adoptant souhaite travailler.
3° les concepts d'adoptabilité et de subsidiarité.
Art. 11. § 1. Binnen zestig kalenderdagen na het individuele gesprek, vermeld in artikel 10, bevestigt de kandidaat-adoptant voor intrafamiliale adoptie schriftelijk aan het Vlaams Centrum voor Adoptie dat hij wil voortgaan met de adoptieprocedure.
§ 2. De kandidaat-adoptant voor een intrafamiliale adoptie betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om de voorbereiding te volgen.
Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding voor intrafamiliale adoptie te volgen. Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onverwijld uit voor een voorbereiding, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing. Als de kandidaat-adoptanten binnen een jaar na de doorverwijzing niet aan de voorbereidingssessies zijn begonnen, wordt de procedure stopgezet.
§ 3. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, wordt na zijn bevestiging, vermeld in paragraaf 1, doorverwezen naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 5 van het decreet van 20 januari 2012, te ontvangen.
§ 2. De kandidaat-adoptant voor een intrafamiliale adoptie betaalt een bijdrage van 250 euro aan het Vlaams Centrum voor Adoptie om de voorbereiding te volgen.
Nadat het de betaling ontvangen heeft, verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de kandidaat-adoptant door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereiding voor intrafamiliale adoptie te volgen. Het Steunpunt Adoptie nodigt de kandidaat-adoptant onverwijld uit voor een voorbereiding, die plaatsvindt binnen drie maanden na de doorverwijzing. Als de kandidaat-adoptanten binnen een jaar na de doorverwijzing niet aan de voorbereidingssessies zijn begonnen, wordt de procedure stopgezet.
§ 3. De kandidaat-adoptant die, overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek, de voorbereiding reeds heeft gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend, wordt na zijn bevestiging, vermeld in paragraaf 1, doorverwezen naar het Steunpunt Adoptie om het attest, vermeld in artikel 5 van het decreet van 20 januari 2012, te ontvangen.
Art. 11. § 1er. Dans les soixante jours calendrier après l'entretien individuel, visé à l'article 10, le candidat adoptant à l'adoption intrafamiliale confirme au " Vlaams Centrum voor Adoptie " par écrit de vouloir poursuivre la procédure d'adoption.
§ 2. Le candidat adoptant à l'adoption intrafamiliale paie une contribution de 250 euros au " Vlaams Centrum voor Adoptie " pour suivre la préparation.
Après avoir reçu le paiement, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant vers le " Steunpunt Adoptie " pour suivre la préparation à l'adoption intrafamiliale. Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à une préparation, qui a lieu dans les trois mois après le renvoi. Si les candidat adoptants n'ont pas commencé les sessions de préparation dans l'année suivant le renvoi, la procédure est arrêtée.
§ 3. Le candidat adoptant qui, conformément à l'article 346-2 du Code civil, a déjà suivi la préparation lors d'une adoption antérieure et dont l'aptitude à adopter a été reconnue par le tribunal de la famille, est renvoyé au " Steunpunt Adoptie " après sa confirmation, visée au paragraphe 1er, pour se procurer le certificat, visé à l'article 5 du décret du 20 janvier 2012.
§ 2. Le candidat adoptant à l'adoption intrafamiliale paie une contribution de 250 euros au " Vlaams Centrum voor Adoptie " pour suivre la préparation.
Après avoir reçu le paiement, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie le candidat adoptant vers le " Steunpunt Adoptie " pour suivre la préparation à l'adoption intrafamiliale. Le " Steunpunt Adoptie " ne tarde pas à inviter le candidat adoptant à une préparation, qui a lieu dans les trois mois après le renvoi. Si les candidat adoptants n'ont pas commencé les sessions de préparation dans l'année suivant le renvoi, la procédure est arrêtée.
§ 3. Le candidat adoptant qui, conformément à l'article 346-2 du Code civil, a déjà suivi la préparation lors d'une adoption antérieure et dont l'aptitude à adopter a été reconnue par le tribunal de la famille, est renvoyé au " Steunpunt Adoptie " après sa confirmation, visée au paragraphe 1er, pour se procurer le certificat, visé à l'article 5 du décret du 20 janvier 2012.
Art. 12. De voorbereiding voor een intrafamiliale adoptie duurt minstens zes uur en wordt georganiseerd in groepen van maximaal twintig kandidaat-adoptanten.
Tijdens de voorbereiding voor intrafamiliale adoptie komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° verlieservaring en rouwproces;
3° gehechtheid en de manier waarop adoptieouders die tot stand kunnen brengen;
4° de ontwikkeling van opgroeiende adoptiekinderen en de manier waarop adoptieouders daarmee kunnen omgaan;
5° openheid over adoptie, loyaliteit en identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen;
6° de risico's en kansen die verbonden zijn aan adoptie;
7° de motivatie om te adopteren.
Tijdens de voorbereiding voor intrafamiliale adoptie komen minstens de volgende onderwerpen aan bod:
1° de onderwerpen, vermeld in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° verlieservaring en rouwproces;
3° gehechtheid en de manier waarop adoptieouders die tot stand kunnen brengen;
4° de ontwikkeling van opgroeiende adoptiekinderen en de manier waarop adoptieouders daarmee kunnen omgaan;
5° openheid over adoptie, loyaliteit en identiteitsontwikkeling van adoptiekinderen;
6° de risico's en kansen die verbonden zijn aan adoptie;
7° de motivatie om te adopteren.
Art. 12. La préparation en vue de l'adoption intrafamiliale a une durée d'au moins six heures et est organisée dans des groupes d'au maximum vingt candidats adoptants.
Lors de la préparation à l'adoption intrafamiliale, au moins les sujets suivants sont abordés :
1° les sujets, visés à l'article 346-2, du Code civil ;
2° l'expérience du deuil et le processus de recueillement ;
3° l'attachement et la façon dont les parents adoptifs peuvent y contribuer :
4° le développement d'enfants adoptifs grandissants et la façon dont les parents adoptifs peuvent s'y prendre :
5° la franchise vis-à-vis de l'adoption, la loyauté et le développement de l'identité d'enfants adoptifs ;
6° les risques et opportunités liés à l'adoption ;
7° la motivation pour adopter un enfant.
Lors de la préparation à l'adoption intrafamiliale, au moins les sujets suivants sont abordés :
1° les sujets, visés à l'article 346-2, du Code civil ;
2° l'expérience du deuil et le processus de recueillement ;
3° l'attachement et la façon dont les parents adoptifs peuvent y contribuer :
4° le développement d'enfants adoptifs grandissants et la façon dont les parents adoptifs peuvent s'y prendre :
5° la franchise vis-à-vis de l'adoption, la loyauté et le développement de l'identité d'enfants adoptifs ;
6° les risques et opportunités liés à l'adoption ;
7° la motivation pour adopter un enfant.
HOOFDSTUK 3. - Het Steunpunt Adoptie
CHAPITRE 3. - Le " Steunpunt Adoptie "
Afdeling 1. - De erkenning van het Steunpunt Adoptie
Section 1re. - L'agrément du " Steunpunt Adoptie "
Art. 13. Conform artikel 7, § 1, van het decreet van 20 januari 2012 erkent [1 het agentschap]1 één Steunpunt Adoptie volgens de procedures, vermeld in hoofdstuk 6 van dit besluit.
Overeenkomstig artikel 7, § 3, van het decreet van 20 januari 2012 voldoet het Steunpunt Adoptie aan de in die bepaling gestelde voorwaarden om erkend te worden. Daarnaast moet het:
1° beschikken over voldoende en voldoende opgeleid personeel om de taken, vermeld in artikel 7, § 2, van het decreet van 20 januari 2012 en in artikel 5, 6, 8 en 10 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, kwaliteitsvol te kunnen uitvoeren;
2° een duidelijk afgebakend dienstverleningsaanbod hebben dat bestaat uit de kwaliteitsvolle organisatie van een informatiesessie en voorbereidingssessies, en een kwaliteitsvol aanbod van nazorg, informatie, expertise en vorming aan alle personen die betrokken zijn bij de adoptie.
Overeenkomstig artikel 7, § 3, van het decreet van 20 januari 2012 voldoet het Steunpunt Adoptie aan de in die bepaling gestelde voorwaarden om erkend te worden. Daarnaast moet het:
1° beschikken over voldoende en voldoende opgeleid personeel om de taken, vermeld in artikel 7, § 2, van het decreet van 20 januari 2012 en in artikel 5, 6, 8 en 10 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, kwaliteitsvol te kunnen uitvoeren;
2° een duidelijk afgebakend dienstverleningsaanbod hebben dat bestaat uit de kwaliteitsvolle organisatie van een informatiesessie en voorbereidingssessies, en een kwaliteitsvol aanbod van nazorg, informatie, expertise en vorming aan alle personen die betrokken zijn bij de adoptie.
Modifications
Art. 13. Conformément à l'article 7, § 1er du décret du 20 janvier 2012, [1 l'agence]1 agrée un unique " Steunpunt Adoptie " selon les procédures visées au chapitre 6 du présent arrêté.
Le " Steunpunt Adoptie " satisfait aux conditions de la disposition de l'article 7, § 3 du décret du 20 janvier 2012 pour être agréé. Il doit en plus :
1° disposer de suffisamment de personnel et de personnel suffisamment qualifié afin de pouvoir effectuer les tâches, visées à l'article 7, § 2, du décret du 20 janvier 2012 et aux articles 5, 6, 8 et 10 du décret réglant l'adoption nationale d'enfants, comme il se doit ;
2° proposer une offre de services clairement distincte, intégrant l'organisation professionnelle d'une session d'information et de sessions de préparation et une offre de qualité de services après adoption, d'information, d'expertise et de formation au bénéfice de toutes les personnes associées à l'adoption.
Le " Steunpunt Adoptie " satisfait aux conditions de la disposition de l'article 7, § 3 du décret du 20 janvier 2012 pour être agréé. Il doit en plus :
1° disposer de suffisamment de personnel et de personnel suffisamment qualifié afin de pouvoir effectuer les tâches, visées à l'article 7, § 2, du décret du 20 janvier 2012 et aux articles 5, 6, 8 et 10 du décret réglant l'adoption nationale d'enfants, comme il se doit ;
2° proposer une offre de services clairement distincte, intégrant l'organisation professionnelle d'une session d'information et de sessions de préparation et une offre de qualité de services après adoption, d'information, d'expertise et de formation au bénéfice de toutes les personnes associées à l'adoption.
Modifications
Art. 14. Het Steunpunt Adoptie moet voldoen aan de volgende voorwaarden en voorschriften om erkend te blijven of opnieuw erkend te worden:
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 13, tweede lid, van dit besluit;
2° de erkenningsvoorschriften, vermeld in artikel 7, § 4, van het decreet van 20 januari 2012;
3° de erkenningsvoorschriften, vermeld in artikel 15 tot en met 19 van dit besluit.
1° de voorwaarden, vermeld in artikel 13, tweede lid, van dit besluit;
2° de erkenningsvoorschriften, vermeld in artikel 7, § 4, van het decreet van 20 januari 2012;
3° de erkenningsvoorschriften, vermeld in artikel 15 tot en met 19 van dit besluit.
Art. 14. Le " Steunpunt Adoptie " doit répondre aux conditions et prescriptions suivantes pour conserver ou renouveler son agrément :
1° aux conditions visées à l'article 13, alinéa deux du présent arrêté ;
2° aux prescriptions d'agrément, visées à l'article 7, § 4, du décret du 20 janvier 2012 ;
3° aux prescriptions d'agrément, visées aux articles 15 à 19 inclus, du présent arrêté.
1° aux conditions visées à l'article 13, alinéa deux du présent arrêté ;
2° aux prescriptions d'agrément, visées à l'article 7, § 4, du décret du 20 janvier 2012 ;
3° aux prescriptions d'agrément, visées aux articles 15 à 19 inclus, du présent arrêté.
Art. 15. [1 Het Steunpunt Adoptie voorziet in een laagdrempelig ondersteuningsprogramma voor de nazorg voor adoptiebetrokkenen. Dat bestaat zowel uit nazorg, individueel en in groep, alsook gerichte doorverwijzing naar adoptiealerte hulpverlening.
Het Steunpunt Adoptie faciliteert de trefgroepen en het lotgenotencontact voor geadopteerden en adoptieouders ]1
Het Steunpunt Adoptie faciliteert de trefgroepen en het lotgenotencontact voor geadopteerden en adoptieouders ]1
Modifications
Art. 15. [1 Le " Steunpunt Adoptie " prévoit un programme de soutien facilement accessible en matière de suivi pour toutes les personnes concernées par l'adoption. Ce programme comprend tant des soins de suivi individuels et en groupe, ainsi qu'une orientation ciblée vers l'aide attentive à l'adoption.
Le " Steunpunt Adoptie " facilite les groupes de rencontre et les contacts entre pairs pour les adoptés et les parents adoptifs. ]1
Le " Steunpunt Adoptie " facilite les groupes de rencontre et les contacts entre pairs pour les adoptés et les parents adoptifs. ]1
Modifications
Art. 16. [1 Het Steunpunt Adoptie biedt regelmatig op eigen initiatief of op verzoek, opleiding en intervisie aan de medewerkers van de adoptiediensten en andere hulpverleners die bij adoptie betrokken zijn ]1.
Modifications
Art. 16. [1 Le " Steunpunt Adoptie " offre régulièrement, d'initiative ou sur demande, une formation et une intervision aux collaborateurs des services d'adoption et à d'autres prestataires d'aide concernés par l'adoption. ]1
Modifications
Art. 17. Het Steunpunt Adoptie betrekt vrijwilligers bij zijn werking, en zorgt voor een passend onthaal en passende vorming en ondersteuning van de vrijwilligers zodat ze het vrijwilligerswerk op een kwaliteitsvolle wijze kunnen verrichten.
Art. 17. Le " Steunpunt Adoptie " associe des bénévoles à ses activités, leur réserve un accueil, une formation et un soutien appropriés pour qu'ils puissent effectuer le bénévolat de manière qualitative.
Art. 18. Het Steunpunt Adoptie bezorgt jaarlijks, uiterlijk op 31 maart, een jaarverslag aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het jaarverslag bevat:
1° een activiteitenoverzicht, inclusief een overzicht van de georganiseerde informatiesessies, van de gestarte voorbereidingen en de uitgereikte voorbereidingsattesten, van de verstrekte nazorg en van de activiteiten op het vlak van vorming en expertise, informatie en documentatie;
2° een lijst met de personeelsleden van het Steunpunt Adoptie, met vermelding van hun kwalificaties.
1° een activiteitenoverzicht, inclusief een overzicht van de georganiseerde informatiesessies, van de gestarte voorbereidingen en de uitgereikte voorbereidingsattesten, van de verstrekte nazorg en van de activiteiten op het vlak van vorming en expertise, informatie en documentatie;
2° een lijst met de personeelsleden van het Steunpunt Adoptie, met vermelding van hun kwalificaties.
Art. 18. Le " Steunpunt Adoptie " transmet un rapport annuel au " Vlaams Centrum voor Adoptie " le 31 mars de chaque année au plus tard. Le rapport annuel comprend :
1° un aperçu des activités, y compris un aperçu des sessions d'information organisées, des préparations commencées et des attestations de préparation délivrées, du suivi assuré et des activités en ce qui concerne la formation et l'expertise, les informations et la documentation ;
2° une liste des membres du personnel du " Steunpunt Adoptie " avec mention de leurs qualifications.
1° un aperçu des activités, y compris un aperçu des sessions d'information organisées, des préparations commencées et des attestations de préparation délivrées, du suivi assuré et des activités en ce qui concerne la formation et l'expertise, les informations et la documentation ;
2° une liste des membres du personnel du " Steunpunt Adoptie " avec mention de leurs qualifications.
Art. 19. De minister legt de nadere bepalingen vast voor de uitvoering van artikel 6 van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen wat betreft het Steunpunt Adoptie.
Dit decreet treedt voor wat betreft het Steunpunt Adoptie in werking op 1 januari 2017.
Dit decreet treedt voor wat betreft het Steunpunt Adoptie in werking op 1 januari 2017.
Art. 19. Le ministre définit les modalités de la mise en oeuvre de l'article 6 du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, pour ce qui concerne le " Steunpunt Adoptie ".
Ce décret entre en vigueur le 1 janvier 2017, pour ce qui concerne le " Steunpunt Adoptie ".
Ce décret entre en vigueur le 1 janvier 2017, pour ce qui concerne le " Steunpunt Adoptie ".
Afdeling 2. - De subsidiëring van het Steunpunt Adoptie
Section 2. - Le subventionnement du " Steunpunt Adoptie "
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1ère. - Dispositions générales
Art. 20. Het Steunpunt Adoptie ontvangt jaarlijks, binnen de marge van de begrotingskredieten, een subsidie van [1 [3 [4 495.649,45 euro (vierhonderdvijfennegentigduizend zeshonderdnegenenveertig euro vijfenveertig cent)]4]3]1 voor personeels- en werkingskosten.
Het Steunpunt Adoptie behoudt zijn recht op subsidie zolang het erkend is door [2 het agentschap]2 en voldoet aan de subsidievoorschriften, vermeld in artikel 22 tot en met 26.
Het Steunpunt Adoptie behoudt zijn recht op subsidie zolang het erkend is door [2 het agentschap]2 en voldoet aan de subsidievoorschriften, vermeld in artikel 22 tot en met 26.
Art. 20. Le " Steunpunt Adoptie " agréé reçoit annuellement, dans les limites des crédits budgétaires, une subvention de [1 [3 [4 495.649,45 euros (quatre cent nonante-cinq mille six cent quarante-neuf euros quarante-cinq cents) ]4]3]1 pour les frais de personnel et de fonctionnement.
Le " Steunpunt Adoptie " conserve son droit à la subvention tant qu'il est agréé par [2 l'agence]2 et qu'il répond aux prescriptions de subvention, visées aux articles 22 à 26 inclus.
Le " Steunpunt Adoptie " conserve son droit à la subvention tant qu'il est agréé par [2 l'agence]2 et qu'il répond aux prescriptions de subvention, visées aux articles 22 à 26 inclus.
Art. 21. § 1. Per kwartaal en uiterlijk op het einde van de eerste maand van het kwartaal in kwestie keert [1 het agentschap]1 aan het Steunpunt Adoptie een voorschot uit. Het bedrag van dat voorschot bedraagt een vierde van 90% van de subsidie, vermeld in artikel 20, eerste lid.
Het saldo van 10% van de jaarsubsidie wordt uitbetaald in de loop van het daaropvolgende jaar.
§ 2. Als het Steunpunt Adoptie ertoe aangemaand wordt om de tekorten weg te werken als vermeld in artikel 48 en 49, kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.
Het saldo van 10% van de jaarsubsidie wordt uitbetaald in de loop van het daaropvolgende jaar.
§ 2. Als het Steunpunt Adoptie ertoe aangemaand wordt om de tekorten weg te werken als vermeld in artikel 48 en 49, kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.
Modifications
Art. 21. § 1er. Par trimestre et au plus tard à la fin du premier mois du trimestre en question, le " Steunpunt Adoptie " reçoit une avance de [1 l'agence]1. Le montant de cette avance s'élève à un quart de 90% de la subvention, visée à l'article 20, alinéa premier.
Le solde de 10% de la subvention annuelle est payé au cours de l'année suivante.
§ 2. Lorsque le " Steunpunt Adoptie " est sommé de combler les déficiences, visées aux articles 48 et 49, le paiement de la subvention peut être complètement ou partiellement suspendu.
Le solde de 10% de la subvention annuelle est payé au cours de l'année suivante.
§ 2. Lorsque le " Steunpunt Adoptie " est sommé de combler les déficiences, visées aux articles 48 et 49, le paiement de la subvention peut être complètement ou partiellement suspendu.
Modifications
Onderafdeling 2. - Subsidievoorschriften
Sous-section 2. - Prescriptions de subventionnement
Art. 22. Het Steunpunt Adoptie voert een financieel beleid zodat de beschikbare middelen ingezet worden, zowel voor een continue doeltreffende hulp- en dienstverlening, als voor een doelmatige inzet van medewerkers, infrastructuur, uitrusting en goederen.
De ontvangen subsidies kunnen niet aangewend worden ter persoonlijke verrijking van de bestuurders, personeelsleden of andere personen die betrokken zijn bij de werking van het Steunpunt Adoptie.
De ontvangen subsidies kunnen niet aangewend worden ter persoonlijke verrijking van de bestuurders, personeelsleden of andere personen die betrokken zijn bij de werking van het Steunpunt Adoptie.
Art. 22. La politique financière menée par le " Steunpunt Adoptie " est telle que les moyens disponibles sont engagés, tant pour de l'aide et des services efficaces et continus, que pour un engagement efficace de collaborateurs, d'infrastructure, d'équipement et de biens.
Les subventions reçues ne peuvent pas être utilisées pour l'enrichissement personnel des administrateurs, des membres du personnel ou d'autres personnes concernées par les activités du " Steunpunt Adoptie ".
Les subventions reçues ne peuvent pas être utilisées pour l'enrichissement personnel des administrateurs, des membres du personnel ou d'autres personnes concernées par les activités du " Steunpunt Adoptie ".
Art. 23. Het Steunpunt Adoptie houdt een boekhouding bij volgens artikel 17 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
Het Steunpunt Adoptie kan voor de taken, vermeld in artikel 16, een bijdrage vragen. De bijdragen worden vastgelegd in samenspraak met het Vlaams Centrum voor Adoptie en het raadgevend comité van het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Het Steunpunt Adoptie kan voor de taken, vermeld in artikel 16, een bijdrage vragen. De bijdragen worden vastgelegd in samenspraak met het Vlaams Centrum voor Adoptie en het raadgevend comité van het Vlaams Centrum voor Adoptie.
Art. 23. Le " Steunpunt Adoptie " tient une comptabilité conformément à l'article 17 de la loi du 27 juin 1921 concernant les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
Le " Steunpunt Adoptie " peut demander une contribution pour les tâches visées à l'article 16. Les contributions sont fixées en concertation avec " le Vlaams Centrum voor Adoptie " et le comité consultatif du " Vlaams Centrum voor Adoptie ".
Le " Steunpunt Adoptie " peut demander une contribution pour les tâches visées à l'article 16. Les contributions sont fixées en concertation avec " le Vlaams Centrum voor Adoptie " et le comité consultatif du " Vlaams Centrum voor Adoptie ".
Art. 24. Ten minste 75% en maximaal 85% van de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, moet besteed worden aan personeelskosten.
Art. 24. Au minimum 75% et au maximum 85% de la subvention accordée en vertu du présent arrêté, doit être affecté aux frais de personnel.
Art. 25. § 1. Als de reële personeelsuitgaven en werkingskosten van het Steunpunt Adoptie in een boekjaar minder bedragen dan de som van de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, en de bijdragen, vermeld in artikel 23, tweede lid, worden met dat overschot reserves opgebouwd. De aangelegde reserves moeten worden opgenomen in de balans.
De reserves mogen alleen aangewend worden voor dezelfde doeleinden als de subsidie. De aanwending van de reserves moet worden goedgekeurd door [1 het agentschap]1, tenzij de reserves worden aangewend om het deficit van de werkingsperiode aan te zuiveren.
§ 2. Als de gecumuleerde reserves meer dan 50% van de laatst toegekende jaarsubsidie van het Steunpunt Adoptie bedragen, wordt het bedrag in meer aan [1 het agentschap]1 teruggestort. Jaarlijks kan er maximaal 20% van de jaarsubsidie als reserve worden opgebouwd. Als de opgebouwde reserves dat percentage overschrijden, wordt het bedrag in meer teruggestort aan [1 het agentschap]1.
§ 3. Als het Steunpunt Adoptie zijn werking stopzet of zijn erkenning verliest, worden de reserves die overblijven na aftrek van ontslagpremies en van kosten, goedgekeurd door [1 het agentschap]1 en de Inspectie van Financiën, integraal teruggestort.
De reserves mogen alleen aangewend worden voor dezelfde doeleinden als de subsidie. De aanwending van de reserves moet worden goedgekeurd door [1 het agentschap]1, tenzij de reserves worden aangewend om het deficit van de werkingsperiode aan te zuiveren.
§ 2. Als de gecumuleerde reserves meer dan 50% van de laatst toegekende jaarsubsidie van het Steunpunt Adoptie bedragen, wordt het bedrag in meer aan [1 het agentschap]1 teruggestort. Jaarlijks kan er maximaal 20% van de jaarsubsidie als reserve worden opgebouwd. Als de opgebouwde reserves dat percentage overschrijden, wordt het bedrag in meer teruggestort aan [1 het agentschap]1.
§ 3. Als het Steunpunt Adoptie zijn werking stopzet of zijn erkenning verliest, worden de reserves die overblijven na aftrek van ontslagpremies en van kosten, goedgekeurd door [1 het agentschap]1 en de Inspectie van Financiën, integraal teruggestort.
Modifications
Art. 25. § 1er. Si, pendant un exercice donné, les dépenses réelles de personnel et de fonctionnement du " Steunpunt Adoptie " sont inférieures à la somme de la subvention accordée en vertu du présent arrêté et des contributions visées à l'article 23, alinéa deux, des réserves sont constituées avec cet excédent. Les réserves constituées doivent être imputées au bilan.
Les réserves peuvent uniquement être affectées aux mêmes objectifs que ceux de la subvention. L'affectation des réserves doit être approuvée par [1 l'agence]1, à moins que les réserves ne soient affectées à l'apurement du déficit de la période de fonctionnement.
§ 2. Lorsque les réserves cumulées s'élèvent à plus de 50% de la dernière subvention annuelle accordée du " Steunpunt Adoptie ", le montant en excédent est remboursé à [1 l'agence]1. Chaque année, un maximum de 20% de la subvention annuelle peut être constitué comme réserve. Lorsque les réserves constituées dépassent ce pourcentage, le montant excédentaire est remboursé à [1 l'agence]1.
§ 3. Lorsque le " Steunpunt Adoptie " arrête ses activités ou perd son agrément, les réserves restantes après la déduction des primes de licenciement et des frais approuvés par [1 l'agence]1 et par la " Inspectie van Financiën ", sont intégralement remboursées.
Les réserves peuvent uniquement être affectées aux mêmes objectifs que ceux de la subvention. L'affectation des réserves doit être approuvée par [1 l'agence]1, à moins que les réserves ne soient affectées à l'apurement du déficit de la période de fonctionnement.
§ 2. Lorsque les réserves cumulées s'élèvent à plus de 50% de la dernière subvention annuelle accordée du " Steunpunt Adoptie ", le montant en excédent est remboursé à [1 l'agence]1. Chaque année, un maximum de 20% de la subvention annuelle peut être constitué comme réserve. Lorsque les réserves constituées dépassent ce pourcentage, le montant excédentaire est remboursé à [1 l'agence]1.
§ 3. Lorsque le " Steunpunt Adoptie " arrête ses activités ou perd son agrément, les réserves restantes après la déduction des primes de licenciement et des frais approuvés par [1 l'agence]1 et par la " Inspectie van Financiën ", sont intégralement remboursées.
Modifications
Art. 26. Het Steunpunt Adoptie mag niet beleggen in effecten, fondsen of andere waardepapieren zonder kapitaalgarantie.
Art. 26. Le " Steunpunt Adoptie " ne peut pas investir dans des titres, fonds ou autres valeurs sans garantie de capital.
HOOFDSTUK 4. - De diensten voor maatschappelijk onderzoek
CHAPITRE 4. - Les services d'enquête sociale
Afdeling 1. - De erkenning van de diensten voor maatschappelijk onderzoek
Section 1ère. - L'agrément des services d'enquête sociale
Art. 27. [1 Conform artikel 11 van het decreet van 20 januari 2012 erkent [2 het agentschap]2 de dienst voor maatschappelijk onderzoek voor een hernieuwbare periode van minimaal twee en maximaal vijf jaar, volgens de procedures, vermeld in hoofdstuk 6 van dit besluit.
Het werkingsgebied van de dienst voor maatschappelijk onderzoek bestaat uit de provincies Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen, Limburg, Vlaams-Brabant en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1
Het werkingsgebied van de dienst voor maatschappelijk onderzoek bestaat uit de provincies Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen, Limburg, Vlaams-Brabant en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.]1
Art. 27. [1 Conformément à l'article 11 du décret du 20 janvier 2012, [2 l'agence]2 agrée le service d'enquête sociale pour une période renouvelable d'au minimum deux et d'au maximum cinq ans, selon les procédures visées au chapitre 6 du présent arrêté.
La zone d'action du service d'enquête sociale consiste des provinces d'Anvers, de Flandre orientale et de Flandre occidentale, de Limbourg, du Brabant flamand et de la Région de Bruxelles-Capitale.]1
La zone d'action du service d'enquête sociale consiste des provinces d'Anvers, de Flandre orientale et de Flandre occidentale, de Limbourg, du Brabant flamand et de la Région de Bruxelles-Capitale.]1
Art. 28. Overeenkomstig artikel 11, § 2, van het decreet van 20 januari 2012 voldoet de dienst voor maatschappelijk onderzoek aan de in die bepaling gestelde voorwaarden om erkend te worden. [1 Daarnaast moet de dienst beschikken over een voltijdequivalent coördinator en een multidisciplinair team dat minstens bestaat uit 2,5 voltijdequivalenten psychologen en 2,5 voltijdequivalenten maatschappelijk assistenten of uit personen die gelijkwaardig zijn door ervaring]1.
Modifications
Art. 28. Conformément à l'article 11, § 2 du décret du 20 janvier 2012, le service d'enquête sociale satisfait aux conditions stipulées dans cette disposition pour être agréé. [1 Le service doit en plus disposer d'un coordinateur équivalent à temps plein et d'une équipe multidisciplinaire composée d'au moins 2,5 psychologues équivalents à temps plein et de 2,5 assistants sociaux équivalents à temps plein ou de personnes faisant preuve d'un niveau de connaissance équivalent acquis par expérience]1.
Modifications
Art. 29. Overeenkomstig artikel 11, § 3, van het decreet van 20 januari 2012 voldoet de dienst voor maatschappelijk onderzoek aan de in die bepaling gestelde voorwaarden om erkend te blijven of opnieuw erkend te worden. Daarnaast moet de dienst voor maatschappelijk onderzoek:
1° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 28 van dit besluit;
2° jaarlijks, uiterlijk op 31 maart, een jaarverslag bezorgen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het jaarverslag bevat:
a) een activiteitenverslag, inclusief een overzicht van de opgestelde verslagen, vermeld in [1 artikel 1231-1/4, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek]1;
b) een lijst met de personeelsleden van de dienst voor maatschappelijk onderzoek, met vermelding van hun kwalificaties.
1° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 28 van dit besluit;
2° jaarlijks, uiterlijk op 31 maart, een jaarverslag bezorgen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het jaarverslag bevat:
a) een activiteitenverslag, inclusief een overzicht van de opgestelde verslagen, vermeld in [1 artikel 1231-1/4, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek]1;
b) een lijst met de personeelsleden van de dienst voor maatschappelijk onderzoek, met vermelding van hun kwalificaties.
Modifications
Art. 29. Conformément à l'article 11, § 3 du décret du 20 janvier 2012, le service d'enquête sociale satisfait aux conditions stipulées dans cette disposition pour conserver ou renouveler son agrément. Le service d'enquête sociale doit en outre :
1° satisfaire aux conditions visées à l'article 28 du présent arrêté ;
2° transmettre un rapport annuel au ' Vlaams Centrum voor Adoptie ' au plus tard le 31 mars de chaque année. Le rapport annuel comprend :
a) un rapport d'activités, y compris un aperçu des rapports établis, tels que visés [1 à l'article 1231-1/4, alinéa 2, du Code judiciaire ]1 ;
b) une liste des membres du personnel du service d'enquête sociale avec mention de leurs qualifications.
1° satisfaire aux conditions visées à l'article 28 du présent arrêté ;
2° transmettre un rapport annuel au ' Vlaams Centrum voor Adoptie ' au plus tard le 31 mars de chaque année. Le rapport annuel comprend :
a) un rapport d'activités, y compris un aperçu des rapports établis, tels que visés [1 à l'article 1231-1/4, alinéa 2, du Code judiciaire ]1 ;
b) une liste des membres du personnel du service d'enquête sociale avec mention de leurs qualifications.
Modifications
Art. 30. De minister legt de nadere bepalingen vast voor de uitvoering van artikel 6 van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen wat betreft de diensten voor maatschappelijk onderzoek.
Dit decreet treedt voor wat betreft de diensten voor maatschappelijk onderzoek in werking op 1 januari 2017.
Dit decreet treedt voor wat betreft de diensten voor maatschappelijk onderzoek in werking op 1 januari 2017.
Art. 30. Le ministre arrête les modalités pour la mise en oeuvre de l'article 6 du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, pour ce qui concerne les services d'enquête sociale.
Ce décret entre en vigueur le 1 janvier 2017, pour ce qui concerne le les services d'enquête sociale.
Ce décret entre en vigueur le 1 janvier 2017, pour ce qui concerne le les services d'enquête sociale.
Afdeling 2. - De subsidiëring van de diensten voor maatschappelijk onderzoek
Section 2. - Le subventionnement des services d'enquête sociale
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1ère. - Dispositions générales
Art. 31. § 1. [1 De erkende dienst voor maatschappelijk onderzoek ontvangt jaarlijks vanaf 2017, binnen het jaarlijks beschikbaar begrotingskrediet, een basissubsidie voor personeels- en werkingskosten van [3 [5 [6 475.348,54 euro (vierhonderdvijfenzeventigduizend driehonderdachtenveertig euro vierenvijftig cent)]6]5]3. Die basissubsidie stelt de dienst voor maatschappelijk onderzoek in staat om 165 onderzoeken per jaar te realiseren.
De basissubsidie wordt, binnen het jaarlijks beschikbaar begrotingskrediet, vermeerderd met 2319,50 euro per extra gerealiseerd maatschappelijk onderzoek, bovenop 165 gerealiseerde maatschappelijke onderzoeken als vermeld in [2 artikel 1231-1/4 van het Gerechtelijk Wetboek]2.]1
§ 2. De volgende onderzoeken tellen mee voor 75% van een gerealiseerd maatschappelijk onderzoek als vermeld in artikel 1231-29 van het Gerechtelijk Wetboek:
1° een actualisering van het verslag van een maatschappelijk onderzoek als vermeld in [2 artikel 1231-1/11 van het Gerechtelijk Wetboek]2;
2° maatschappelijke onderzoeken bij personen die al een kind hebben geadopteerd;
3° bijkomende maatschappelijke onderzoeken.
§ 3. De dienst voor maatschappelijk onderzoek behoudt zijn recht op subsidie zolang hij erkend is door [4 het agentschap]4 en voldoet aan de subsidievoorschriften, vermeld in artikel 33 tot en met 36.
De basissubsidie wordt, binnen het jaarlijks beschikbaar begrotingskrediet, vermeerderd met 2319,50 euro per extra gerealiseerd maatschappelijk onderzoek, bovenop 165 gerealiseerde maatschappelijke onderzoeken als vermeld in [2 artikel 1231-1/4 van het Gerechtelijk Wetboek]2.]1
§ 2. De volgende onderzoeken tellen mee voor 75% van een gerealiseerd maatschappelijk onderzoek als vermeld in artikel 1231-29 van het Gerechtelijk Wetboek:
1° een actualisering van het verslag van een maatschappelijk onderzoek als vermeld in [2 artikel 1231-1/11 van het Gerechtelijk Wetboek]2;
2° maatschappelijke onderzoeken bij personen die al een kind hebben geadopteerd;
3° bijkomende maatschappelijke onderzoeken.
§ 3. De dienst voor maatschappelijk onderzoek behoudt zijn recht op subsidie zolang hij erkend is door [4 het agentschap]4 en voldoet aan de subsidievoorschriften, vermeld in artikel 33 tot en met 36.
Modifications
Art. 31. § 1er. [1 A partir de 2017, dans les limites des crédits budgétaires annuellement disponibles, le service d'enquête sociale agréé reçoit chaque année une subvention de base pour frais de personnel et de fonctionnement s'élevant à [3 [5 [6 475.348,54 euros (quatre cent septante-cinq mille trois cent quarante-huit euros cinquante-quatre cents)]6 ]5]3. Cette subvention de base doit permettre au service d'enquête sociale de réaliser 165 enquêtes par an.
Dans les limites des crédits budgétaires annuellement disponibles, la subvention de base est majorée de 2319,50 euros par enquête sociale supplémentaire réalisée en sus de 165 enquêtes sociales réalisées, telles que visées [2 à l'article 1231-1/4 du Code judiciaire ]2]1.
§ 2. Les enquêtes suivantes comptent pour 75% d'une enquête sociale réalisée, telle que visée à l'article 1231-29 du Code judiciaire :
1° une actualisation du rapport d'une enquête sociale, telle que visée [2 à l'article 1231-1/11 du Code judiciaire ]2 ;
2° des enquêtes sociales auprès de personnes qui ont déjà adopté un enfant ;
3° des enquêtes sociales supplémentaires.
§ 3. Le service d'enquête sociale conserve son droit à la subvention tant qu'il est agréé par [4 l'agence]4 et qu'il répond aux prescriptions de subvention, visées aux articles 33 à 36 inclus.
Dans les limites des crédits budgétaires annuellement disponibles, la subvention de base est majorée de 2319,50 euros par enquête sociale supplémentaire réalisée en sus de 165 enquêtes sociales réalisées, telles que visées [2 à l'article 1231-1/4 du Code judiciaire ]2]1.
§ 2. Les enquêtes suivantes comptent pour 75% d'une enquête sociale réalisée, telle que visée à l'article 1231-29 du Code judiciaire :
1° une actualisation du rapport d'une enquête sociale, telle que visée [2 à l'article 1231-1/11 du Code judiciaire ]2 ;
2° des enquêtes sociales auprès de personnes qui ont déjà adopté un enfant ;
3° des enquêtes sociales supplémentaires.
§ 3. Le service d'enquête sociale conserve son droit à la subvention tant qu'il est agréé par [4 l'agence]4 et qu'il répond aux prescriptions de subvention, visées aux articles 33 à 36 inclus.
Modifications
Art. 32. § 1. Per semester en uiterlijk op het einde van de eerste maand van het semester in kwestie keert [1 het agentschap]1 aan de dienst voor maatschappelijk onderzoek een voorschot uit. Het bedrag van dat voorschot bedraagt de helft van de jaarlijkse basissubsidie.
Het bijkomende bedrag, vermeld in artikel 31, § 1, tweede lid, wordt uitbetaald in de loop van het daaropvolgende jaar.
§ 2. Als de dienst voor maatschappelijk onderzoek ertoe aangemaand wordt om de tekorten weg te werken als vermeld in artikel 48 en 49, kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.
Het bijkomende bedrag, vermeld in artikel 31, § 1, tweede lid, wordt uitbetaald in de loop van het daaropvolgende jaar.
§ 2. Als de dienst voor maatschappelijk onderzoek ertoe aangemaand wordt om de tekorten weg te werken als vermeld in artikel 48 en 49, kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.
Modifications
Art. 32. § 1er. [1 l'agence]1 octroie une avance au service d'enquête sociale par semestre et ce, au plus tard à la fin du premier mois du semestre concerné. Le montant de cette avance s'élève à la moitié de la subvention de base annuelle.
Le montant supplémentaire, visé à l'article 31, § 1er, alinéa deux, est payé au cours de l'année suivante.
§ 2. Lorsque le service d'enquête sociale est enjoint de combler la déficience, telle que visée aux articles 48 et 49, le paiement de la subvention peut être complètement ou partiellement suspendu.
Le montant supplémentaire, visé à l'article 31, § 1er, alinéa deux, est payé au cours de l'année suivante.
§ 2. Lorsque le service d'enquête sociale est enjoint de combler la déficience, telle que visée aux articles 48 et 49, le paiement de la subvention peut être complètement ou partiellement suspendu.
Modifications
Onderafdeling 2. - Subsidievoorschriften
Sous-section 2. - Prescriptions de subventionnement
Art. 33. § 1. De dienst voor maatschappelijk onderzoek voert een financieel beleid zodat de beschikbare middelen ingezet worden, zowel voor een continue doeltreffende hulp- en dienstverlening, als voor een doelmatige inzet van medewerkers, infrastructuur, uitrusting en goederen.
De ontvangen subsidies kunnen niet aangewend worden ter persoonlijke verrijking van de bestuurders, personeelsleden of anderen die betrokken zijn bij de werking van de diensten voor maatschappelijk onderzoek.
§ 2. De dienst voor maatschappelijk onderzoek houdt een boekhouding bij volgens artikel 17 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
De ontvangen subsidies kunnen niet aangewend worden ter persoonlijke verrijking van de bestuurders, personeelsleden of anderen die betrokken zijn bij de werking van de diensten voor maatschappelijk onderzoek.
§ 2. De dienst voor maatschappelijk onderzoek houdt een boekhouding bij volgens artikel 17 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
Art. 33. § 1er. La politique financière menée par le service d'enquête sociale est telle que les moyens disponibles sont engagés, tant pour de l'aide et des services efficaces et continus, que pour un engagement efficace de collaborateurs, d'infrastructure, d'équipement et de biens.
Les subventions reçues ne peuvent pas être utilisées pour l'enrichissement personnel des administrateurs, des membres du personnel ou d'autres personnes concernées par les activités du service d'enquête sociale.
§ 2. Le service d'enquête sociale tient une comptabilité telle que visée à l'article 17 de la loi du 27 juin 1921 concernant les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
Les subventions reçues ne peuvent pas être utilisées pour l'enrichissement personnel des administrateurs, des membres du personnel ou d'autres personnes concernées par les activités du service d'enquête sociale.
§ 2. Le service d'enquête sociale tient une comptabilité telle que visée à l'article 17 de la loi du 27 juin 1921 concernant les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
Art. 34. Ten minste 70% en maximaal 85% van de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, moet besteed worden aan personeelskosten.
Art. 34. Au minimum 70% et au maximum 85% de la subvention accordée en vertu du présent arrêté, doit être affecté aux frais de personnel.
Art. 35. § 1. Als de reële personeelsuitgaven en werkingskosten van de dienst voor maatschappelijk onderzoek in een boekjaar minder bedragen dan de subsidie die krachtens dit besluit toegekend is, worden met dat overschot reserves opgebouwd. De aangelegde reserves moeten worden opgenomen in de balans.
De reserves mogen alleen aangewend worden voor dezelfde doeleinden als de subsidie. De aanwending van de reserves moet worden goedgekeurd door [1 het agentschap]1, tenzij de reserves worden aangewend om het deficit van de werkingsperiode aan te zuiveren.
§ 2. Als de gecumuleerde reserves 50% van de laatst toegekende jaarsubsidie van de dienst voor maatschappelijk onderzoek overschrijden, wordt het bedrag in meer aan [1 het agentschap]1 teruggestort. Jaarlijks kan er maximaal 20% van de jaarsubsidie als reserve worden opgebouwd. Als de opgebouwde reserves dat percentage overschrijden, wordt het bedrag in meer teruggestort aan [1 het agentschap]1.
§ 3. Als de dienst voor maatschappelijk onderzoek zijn werking stopzet of zijn erkenning verliest, worden de reserves die overblijven na aftrek van ontslagpremies en van kosten, goedgekeurd door [1 het agentschap]1 en de Inspectie van Financiën, integraal teruggestort.
De reserves mogen alleen aangewend worden voor dezelfde doeleinden als de subsidie. De aanwending van de reserves moet worden goedgekeurd door [1 het agentschap]1, tenzij de reserves worden aangewend om het deficit van de werkingsperiode aan te zuiveren.
§ 2. Als de gecumuleerde reserves 50% van de laatst toegekende jaarsubsidie van de dienst voor maatschappelijk onderzoek overschrijden, wordt het bedrag in meer aan [1 het agentschap]1 teruggestort. Jaarlijks kan er maximaal 20% van de jaarsubsidie als reserve worden opgebouwd. Als de opgebouwde reserves dat percentage overschrijden, wordt het bedrag in meer teruggestort aan [1 het agentschap]1.
§ 3. Als de dienst voor maatschappelijk onderzoek zijn werking stopzet of zijn erkenning verliest, worden de reserves die overblijven na aftrek van ontslagpremies en van kosten, goedgekeurd door [1 het agentschap]1 en de Inspectie van Financiën, integraal teruggestort.
Modifications
Art. 35. § 1er. Si, pendant un exercice donné, les dépenses réelles de personnel et de fonctionnement du service d'enquête sociale sont inférieures à la subvention accordée en vertu du présent arrêté, l'excédent sert à constituer des réserves. Les réserves constituées doivent être imputées au bilan.
Les réserves peuvent uniquement être affectées aux mêmes objectifs que ceux de la subvention. L'affectation des réserves doit être approuvée par [1 l'agence]1, à moins que les réserves ne soient affectées à l'apurement du déficit de la période de fonctionnement.
§ 2. Lorsque les réserves cumulées représentent plus de 50% de la subvention annuelle la plus récemment accordée au service d'enquête sociale, le montant excédentaire est remboursé à [1 l'agence]1. Chaque année, un maximum de 20% de la subvention annuelle peut être constitué comme réserve. Lorsque les réserves constituées dépassent ce pourcentage, le montant excédentaire est remboursé à [1 l'agence]1.
§ 3. Lorsque le service d'enquête sociale arrête ses activités ou perd son agrément, le solde des réserves après la déduction des primes de licenciement et des frais approuvés par [1 l'agence]1 et la " Inspectie van Financiën ", est intégralement remboursé.
Les réserves peuvent uniquement être affectées aux mêmes objectifs que ceux de la subvention. L'affectation des réserves doit être approuvée par [1 l'agence]1, à moins que les réserves ne soient affectées à l'apurement du déficit de la période de fonctionnement.
§ 2. Lorsque les réserves cumulées représentent plus de 50% de la subvention annuelle la plus récemment accordée au service d'enquête sociale, le montant excédentaire est remboursé à [1 l'agence]1. Chaque année, un maximum de 20% de la subvention annuelle peut être constitué comme réserve. Lorsque les réserves constituées dépassent ce pourcentage, le montant excédentaire est remboursé à [1 l'agence]1.
§ 3. Lorsque le service d'enquête sociale arrête ses activités ou perd son agrément, le solde des réserves après la déduction des primes de licenciement et des frais approuvés par [1 l'agence]1 et la " Inspectie van Financiën ", est intégralement remboursé.
Modifications
Art. 36. De dienst voor maatschappelijk onderzoek mag niet beleggen in effecten, fondsen of andere waardepapieren zonder kapitaalgarantie.
Art. 36. Le service d'enquête sociale n'est pas autorisé à investir dans des titres, des fonds ou d'autres valeurs sans garantie du capital.
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
CHAPITRE 5. - Contrôle
Art. 37. Overeenkomstig artikel 26, § 1 van het decreet van 20 januari 2012 en artikel 26, § 1 van het decreet binnenlandse adoptie van 3 juli 2015 ziet het Vlaams Centrum voor Adoptie toe op de naleving van de bepalingen in dit besluit, in het decreet van 20 januari 2012 en in het decreet binnenlandse adoptie van 3 juli 2015 en controleert de correcte besteding van de toegekende subsidies.
Het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht.
Het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht.
Art. 37. Conformément à l'article 26, § 1er du décret du 20 janvier 2012 et à l'article 26, § 1er du décret réglant l'adoption nationale d'enfants du 3 juillet 2015, le 'Vlaams Centrum voor Adoptie' contrôle le respect des dispositions du présent arrêté, du décret du 20 janvier 2012 et du décret réglant l'adoption nationale d'enfants du 3 juillet 2015 ainsi que l'affectation correcte des subventions accordées.
Le "Steunpunt Adoptie" et les services d'enquête sociale coopèrent à l'exercice du contrôle.
Le "Steunpunt Adoptie" et les services d'enquête sociale coopèrent à l'exercice du contrôle.
Art. 38. De controle ter plaatse wordt, overeenkomstig artikel 26 van het decreet van 20 januari 2012 en artikel 26 van decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, uitgevoerd door de personeelsleden van [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1.
De personeelsleden van Zorginspectie, vermeld in het eerste lid, hebben voor de controle toegang tot de boekhouding en tot alle relevante documenten.
De personeelsleden van Zorginspectie, vermeld in het eerste lid, hebben voor de controle toegang tot de boekhouding en tot alle relevante documenten.
Modifications
Art. 38. Le contrôle sur place est effectué, conformément à l'article 26 du décret du 20 janvier 2012, par les membres du personnel de [1 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]1.
Les membres du personnel de la " Zorginspectie " ont à cet effet accès à la comptabilité et à tous les documents pertinents.
Les membres du personnel de la " Zorginspectie " ont à cet effet accès à la comptabilité et à tous les documents pertinents.
Modifications
Art. 39. De controle op stukken wordt jaarlijks uitgevoerd door het Vlaams Centrum voor Adoptie. Daarvoor bezorgen het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek jaarlijks:
1° uiterlijk op 30 juni een financieel verslag aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Dat verslag wordt opgesteld volgens de richtlijnen van het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het bevat:
a) een resultatenrekening van het voorbije boekjaar;
b) een balans van het voorbije boekjaar;
c) een begroting voor het lopende boekjaar;
2° het jaarverslag, vermeld in artikel 18 en 29.
Het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek leggen, op verzoek van het Vlaams Centrum voor Adoptie, alle relevante bewijsstukken voor de ontvangen subsidie voor.
1° uiterlijk op 30 juni een financieel verslag aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Dat verslag wordt opgesteld volgens de richtlijnen van het Vlaams Centrum voor Adoptie. Het bevat:
a) een resultatenrekening van het voorbije boekjaar;
b) een balans van het voorbije boekjaar;
c) een begroting voor het lopende boekjaar;
2° het jaarverslag, vermeld in artikel 18 en 29.
Het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek leggen, op verzoek van het Vlaams Centrum voor Adoptie, alle relevante bewijsstukken voor de ontvangen subsidie voor.
Art. 39. Le contrôle sur pièces est effectué annuellement par le " Vlaams Centrum voor Adoptie ". A cet effet, le " Steunpunt Adoptie " et les services d'enquête sociale transmettent annuellement :
1° au plus tard le 30 juin, un rapport financier au " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Ce rapport est établi conformément aux directives du " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Il comprend :
a) un compte de résultats de l'exercice écoulé ;
b) un bilan de l'exercice écoulé ;
c) un budget pour l'exercice en cours ;
2° le rapport annuel, visé aux articles 18 et 29.
Le " Steunpunt Adoptie " et les services d'enquête sociale présentent, sur la demande du " Vlaams Centrum voor Adoptie " toutes les pièces justificatives pertinentes pour la subvention reçue.
1° au plus tard le 30 juin, un rapport financier au " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Ce rapport est établi conformément aux directives du " Vlaams Centrum voor Adoptie ". Il comprend :
a) un compte de résultats de l'exercice écoulé ;
b) un bilan de l'exercice écoulé ;
c) un budget pour l'exercice en cours ;
2° le rapport annuel, visé aux articles 18 et 29.
Le " Steunpunt Adoptie " et les services d'enquête sociale présentent, sur la demande du " Vlaams Centrum voor Adoptie " toutes les pièces justificatives pertinentes pour la subvention reçue.
Art. 40. Alle bewijsstukken, waaronder de bewijsstukken die de uitgaven staven waarvoor subsidies worden verleend, moeten minstens zeven jaar ter plaatse worden bewaard.
Art. 40. Toutes les pièces justificatives, dont les pièces justificatives justifiant les dépenses pour lesquelles des subventions sont octroyées, doivent être conservées sur place pendant au moins sept ans.
HOOFDSTUK 6. - Procedure
CHAPITRE 6. - Procédure
Afdeling 1. - Erkenningsprocedure
Section 1re. -Procédure d'agrément
Art. 41. Een aanvraag tot erkenning als Steunpunt Adoptie of dienst voor maatschappelijk onderzoek moet met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging ingediend worden bij [1 het agentschap]1.
De aanvraag, opgemaakt in de sjabloon die [1 het agentschap]1 ter beschikking stelt, bevat:
1° de contactgegevens, de identiteit en de statuten van de aanvrager;
2° een staving van de aanvraag waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden voldaan is;
3° de motivering van de aanvraag;
4° een beleidsplan met strategische en operationele doelstellingen voor de duur van de erkenning;
5° een verbintenis waarin de voorziening verklaart dat ze binnen een termijn van één jaar aan de erkenningsvoorschriften zal voldoen.
De aanvraag, opgemaakt in de sjabloon die [1 het agentschap]1 ter beschikking stelt, bevat:
1° de contactgegevens, de identiteit en de statuten van de aanvrager;
2° een staving van de aanvraag waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden voldaan is;
3° de motivering van de aanvraag;
4° een beleidsplan met strategische en operationele doelstellingen voor de duur van de erkenning;
5° een verbintenis waarin de voorziening verklaart dat ze binnen een termijn van één jaar aan de erkenningsvoorschriften zal voldoen.
Modifications
Art. 41. Une demande d'agrément comme " Steunpunt Adoptie " ou comme service d'enquête sociale doit être introduite auprès de [1 l'agence]1 par lettre recommandée ou par remise d'une lettre contre récépissé.
La demande, établie selon le modèle mis à disposition par [1 l'agence]1 comprend :
1° les données de contact, l'identité et les statuts du demandeur ;
2° une justification de la demande démontrant que les conditions d'agrément sont remplies ;
3° la motivation de la demande ;
4° un plan de gestion avec des objectifs stratégiques et opérationnels pour la durée de l'agrément ;
5° un engagement dans lequel la structure déclare remplir les prescriptions d'agrément dans le délai d'un an.
La demande, établie selon le modèle mis à disposition par [1 l'agence]1 comprend :
1° les données de contact, l'identité et les statuts du demandeur ;
2° une justification de la demande démontrant que les conditions d'agrément sont remplies ;
3° la motivation de la demande ;
4° un plan de gestion avec des objectifs stratégiques et opérationnels pour la durée de l'agrément ;
5° un engagement dans lequel la structure déclare remplir les prescriptions d'agrément dans le délai d'un an.
Modifications
Art. 42. [1 Het agentschap]1 onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanvraag. Binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag deelt [1 het agentschap]1 de aanvrager met een aangetekende brief mee of zijn aanvraag ontvankelijk is.
[1 Het agentschap]1 behandelt ontvankelijke aanvragen binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst ervan. De postdatum geldt daarbij als bewijs.
[1 Het agentschap]1 behandelt ontvankelijke aanvragen binnen een termijn van drie maanden na de ontvangst ervan. De postdatum geldt daarbij als bewijs.
Modifications
Art. 42. [1 L'agence]1 examine la recevabilité de la demande. Dans un délai de trente jours calendaires après la réception de la demande, [1 l'agence]1 informe le demandeur par une lettre recommandée de la recevabilité ou non-recevabilité de sa demande.
[1 L'agence]1 traite les demandes recevables dans un délai de trois mois après leur réception. La date de la poste fait foi.
[1 L'agence]1 traite les demandes recevables dans un délai de trois mois après leur réception. La date de la poste fait foi.
Modifications
Art. 43. [1 Het agentschap]1 kan aanvullende informatie vragen aan de aanvrager van een ontvankelijke aanvraag. Tijdens die periode wordt de beslissingstermijn geschorst.
De aanvrager bezorgt de gevraagde aanvullende informatie aan [1 het agentschap]1 binnen vijftien kalenderdagen. Zo niet neemt [1 het agentschap]1 een beslissing zonder aanvullende informatie.
De aanvrager bezorgt de gevraagde aanvullende informatie aan [1 het agentschap]1 binnen vijftien kalenderdagen. Zo niet neemt [1 het agentschap]1 een beslissing zonder aanvullende informatie.
Modifications
Art. 43. [1 L'agence]1 peut demander des informations supplémentaires au demandeur d'une demande recevable. Le délai de décision est suspendu pendant cette période.
Le demandeur transmet les informations complémentaires demandées à [1 l'agence]1 dans un délai de quinze jours calendaires. Autrement, [1 l'agence]1 prend une décision sans informations supplémentaires.
Le demandeur transmet les informations complémentaires demandées à [1 l'agence]1 dans un délai de quinze jours calendaires. Autrement, [1 l'agence]1 prend une décision sans informations supplémentaires.
Modifications
Art. 44. [1 Het agentschap]1 neemt op basis van de gegevens, vermeld in artikel 41, tweede lid, een gemotiveerd voornemen tot erkenning of een gemotiveerd voornemen tot weigering van de erkenning. Als geen enkele aanvrager bezwaar kan aantekenen omdat er niet voldaan is aan een van de voorwaarden, vermeld in artikel 52, neemt [1 het agentschap]1 een definitieve beslissing.
[1 Het agentschap]1 brengt de aanvrager met een aangetekende brief op de hoogte van de voorgenomen of definitieve beslissing. Die kennisgeving vermeldt minstens:
1° de identiteit en de contactgegevens van de aanvrager;
2° de voorgenomen of definitieve beslissing;
3° overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de motivering van de voorgenomen of definitieve beslissing;
4° de bezwaarprocedure, in geval van een voorgenomen beslissing.
[1 Het agentschap]1 brengt de aanvrager met een aangetekende brief op de hoogte van de voorgenomen of definitieve beslissing. Die kennisgeving vermeldt minstens:
1° de identiteit en de contactgegevens van de aanvrager;
2° de voorgenomen of definitieve beslissing;
3° overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de motivering van de voorgenomen of definitieve beslissing;
4° de bezwaarprocedure, in geval van een voorgenomen beslissing.
Modifications
Art. 44. Sur la base des données visées à l'article 41, alinéa deux, [1 l'agence]1 exprime une intention motivée d'agrément ou une intention motivée de refus de l'agrément. [1 L'agence]1 prend une décision définitive lorsqu'aucun demandeur ne peut former opposition pour cause du non-respect d'une des conditions visées à l'article 52.
[1 L'agence]1 informe le demandeur par une lettre recommandée de la décision envisagée ou définitive. Cette notification mentionne au moins :
1° l'identité et les données de contact du demandeur ;
2° la décision envisagée ou définitive ;
3° la motivation de la décision envisagée ou définitive, conformément à la loi du 29 juillet 1991 relative à la motivation formelle des actes administratifs ;
4° la procédure de requête dans le cas d'une décision envisagée.
[1 L'agence]1 informe le demandeur par une lettre recommandée de la décision envisagée ou définitive. Cette notification mentionne au moins :
1° l'identité et les données de contact du demandeur ;
2° la décision envisagée ou définitive ;
3° la motivation de la décision envisagée ou définitive, conformément à la loi du 29 juillet 1991 relative à la motivation formelle des actes administratifs ;
4° la procédure de requête dans le cas d'une décision envisagée.
Modifications
Art. 45. Als er geen bezwaarschrift wordt ingediend binnen de termijn, vermeld in artikel 53, krijgt de voorgenomen beslissing van rechtswege een definitief karakter nadat de termijn is afgelopen.
Art. 45. Lorsqu'aucune réclamation n'est introduite dans le délai visé à l'article 53, la décision envisagée reçoit un caractère définitif de plein droit à l'expiration du délai.
Afdeling 2. - Procedure tot hernieuwing van de erkenning
Section 2. - Procédure de renouvellement de l'agrément
Art. 46. De aanvraag tot hernieuwing van de erkenning als Steunpunt Adoptie of dienst voor maatschappelijk onderzoek wordt uiterlijk zes maanden voor de erkenning verstrijkt, ingediend bij [1 het agentschap]1 met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging.
De aanvraag, opgemaakt in de sjabloon die [1 het agentschap]1 ter beschikking stelt, bevat:
1° de contactgegevens, de identiteit en de statuten van de aanvrager;
2° een staving van de aanvraag waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften voldaan is;
3° een evaluatie van het beleidsplan, vermeld in artikel 41, tweede lid, 4° ;
4° een beleidsplan met strategische en operationele doelstellingen voor de nieuwe erkenningsperiode.
De aanvraag, opgemaakt in de sjabloon die [1 het agentschap]1 ter beschikking stelt, bevat:
1° de contactgegevens, de identiteit en de statuten van de aanvrager;
2° een staving van de aanvraag waaruit blijkt dat aan de erkenningsvoorwaarden en -voorschriften voldaan is;
3° een evaluatie van het beleidsplan, vermeld in artikel 41, tweede lid, 4° ;
4° een beleidsplan met strategische en operationele doelstellingen voor de nieuwe erkenningsperiode.
Modifications
Art. 46. La demande de renouvellement de l'agrément comme " Steunpunt Adoptie " ou comme service d'enquête sociale est introduite auprès de [1 l'agence]1 par lettre recommandée ou par remise de lettre contre récépissé au plus tard six mois avant l'expiration de l'agrément.
La demande, établie selon le modèle mis à disposition par [1 l'agence]1 comprend :
1° les données de contact, l'identité et les statuts du demandeur ;
2° une justification de la demande démontrant que les conditions et les prescriptions d'agrément sont remplies ;
3° une évaluation du plan de gestion, visé à l'article 41, alinéa deux, 4° ;
4° un plan de gestion avec des objectifs stratégiques et opérationnels pour la nouvelle période d'agrément.
La demande, établie selon le modèle mis à disposition par [1 l'agence]1 comprend :
1° les données de contact, l'identité et les statuts du demandeur ;
2° une justification de la demande démontrant que les conditions et les prescriptions d'agrément sont remplies ;
3° une évaluation du plan de gestion, visé à l'article 41, alinéa deux, 4° ;
4° un plan de gestion avec des objectifs stratégiques et opérationnels pour la nouvelle période d'agrément.
Modifications
Art. 47. De procedure verloopt verder conform artikel 42 tot en met 45.
Art. 47. La suite de la procédure se déroule conformément aux dispositions visées aux articles 42 à 45 inclus.
Afdeling 3. - Procedure tot opheffing of schorsing van de erkenning
Section 3. - Procédure de retrait ou de suspension de l'agrément
Art. 48. [1 Het agentschap]1 moet voor het nemen van een voorgenomen beslissing tot opheffing of schorsing van de erkenning een aanmaning sturen. Tenzij zich een situatie voordoet die, als ze blijft duren, de essentiële belangen van de betrokkenen met betrekking tot de gezondheid, de veiligheid of het welzijn zou kunnen aantasten. In dat geval kan onmiddellijk tot opheffing of schorsing van de erkenning worden overgegaan.
De aanmaning wordt aangetekend of met een deurwaardersexploot verstuurd.
De aanmaning wordt aangetekend of met een deurwaardersexploot verstuurd.
Modifications
Art. 48. Avant de prendre une décision envisagée de retrait ou de suspension de l'agrément, [1 l'agence]1 doit envoyer une sommation. A moins qu'il ne se produise une situation qui, si elle perdure, risque de léser les intérêts essentiels se rapportant à la santé, à la sécurité ou au bien-être des personnes concernées. Dans ce cas, il peut être procédé immédiatement au retrait ou à la suspension de l'agrément.
La sommation est envoyée par lettre recommandée ou par exploit d'huissier.
La sommation est envoyée par lettre recommandée ou par exploit d'huissier.
Modifications
Art. 49. De aanmaning, vermeld in artikel 48, vermeldt:
1° de identiteit en de contactgegevens van het Steunpunt Adoptie of de dienst voor maatschappelijk onderzoek;
2° de motivering van de aanmaning;
3° de tekorten en de termijn waarin de tekorten weggewerkt moeten worden;
4° de mogelijkheid om te reageren met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging;
5° het procedureverloop.
1° de identiteit en de contactgegevens van het Steunpunt Adoptie of de dienst voor maatschappelijk onderzoek;
2° de motivering van de aanmaning;
3° de tekorten en de termijn waarin de tekorten weggewerkt moeten worden;
4° de mogelijkheid om te reageren met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging;
5° het procedureverloop.
Art. 49. La sommation, visée à l'article 48, mentionne :
1° l'identité et les données de contact du " Steunpunt Adoptie " ou du service d'enquête sociale ;
2° la motivation de la sommation ;
3° les déficiences et le délai dans lequel les déficiences doivent être comblées.
4° la possibilité de réagir par lettre recommandée ou par remise d'une lettre contre récépissé ;
5° le déroulement de la procédure.
1° l'identité et les données de contact du " Steunpunt Adoptie " ou du service d'enquête sociale ;
2° la motivation de la sommation ;
3° les déficiences et le délai dans lequel les déficiences doivent être comblées.
4° la possibilité de réagir par lettre recommandée ou par remise d'une lettre contre récépissé ;
5° le déroulement de la procédure.
Art. 50. § 1. Als de tekorten binnen de vooropgestelde termijn niet weggewerkt zijn, neemt [1 het agentschap]1 een voorgenomen beslissing tot opheffing of schorsing van de erkenning.
[1 Het agentschap]1 betekent de voorgenomen beslissing met een aangetekende zending of met een deurwaardersexploot binnen drie maanden na afloop van de opgegeven termijn in de aanmaning.
§ 2. De voorgenomen beslissing vermeldt:
1° de identiteit en de contactgegevens van het Steunpunt Adoptie of de dienst voor maatschappelijk onderzoek;
2° overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de motivering van de voorgenomen beslissing;
3° de mogelijke directe sancties;
4° de bezwaarprocedure.
[1 Het agentschap]1 betekent de voorgenomen beslissing met een aangetekende zending of met een deurwaardersexploot binnen drie maanden na afloop van de opgegeven termijn in de aanmaning.
§ 2. De voorgenomen beslissing vermeldt:
1° de identiteit en de contactgegevens van het Steunpunt Adoptie of de dienst voor maatschappelijk onderzoek;
2° overeenkomstig de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de motivering van de voorgenomen beslissing;
3° de mogelijke directe sancties;
4° de bezwaarprocedure.
Modifications
Art. 50. § 1er. Lorsque les déficiences ne sont pas comblées dans le délai imparti, [1 l'agence]1 prend une décision envisagée de retrait ou de suspension de l'agrément.
[1 L'agence]1 notifie la décision envisagée par lettre recommandée ou par exploit d'huissier dans un délai de trois mois après l'expiration du délai imparti dans la sommation.
§ 2. La décision envisagée mentionne :
1° l'identité et les données de contact du " Steunpunt Adoptie " ou du service d'enquête sociale ;
2° la motivation de la décision envisagée, conformément à la loi du 29 juillet 1991 relative à la motivation formelle des actes administratifs ;
3° les sanctions directes possibles ;
4° la procédure de requête.
[1 L'agence]1 notifie la décision envisagée par lettre recommandée ou par exploit d'huissier dans un délai de trois mois après l'expiration du délai imparti dans la sommation.
§ 2. La décision envisagée mentionne :
1° l'identité et les données de contact du " Steunpunt Adoptie " ou du service d'enquête sociale ;
2° la motivation de la décision envisagée, conformément à la loi du 29 juillet 1991 relative à la motivation formelle des actes administratifs ;
3° les sanctions directes possibles ;
4° la procédure de requête.
Modifications
Art. 51. Als er geen bezwaarschrift wordt ingediend binnen de termijn, vermeld in artikel 53, krijgt de voorgenomen beslissing van rechtswege een definitief karakter nadat de termijn is afgelopen.
Art. 51. Lorsqu'aucune réclamation n'est introduite dans le délai visé à l'article 53, la décision envisagée reçoit un caractère définitif de plein droit à l'expiration du délai.
Afdeling 4. - Bezwaarprocedure
Section 4. - Procédure de réclamation
Art. 52. Er kan bij [1 het agentschap]1 bezwaar aangetekend worden tegen de voorgenomen beslissing tot:
1° weigering van de erkenningsaanvraag;
2° opheffing of schorsing van de erkenning;
3° weigering van de hernieuwing van de erkenning.
1° weigering van de erkenningsaanvraag;
2° opheffing of schorsing van de erkenning;
3° weigering van de hernieuwing van de erkenning.
Modifications
Art. 52. Une réclamation peut être introduite auprès de [1 l'agence]1 contre la décision envisagée :
1° de refus de la demande d'agrément ;
2° de retrait ou de suspension de l'agrément ;
3° de refus de renouvellement de l'agrément.
1° de refus de la demande d'agrément ;
2° de retrait ou de suspension de l'agrément ;
3° de refus de renouvellement de l'agrément.
Modifications
Art. 53. Het gemotiveerde bezwaarschrift moet, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend worden uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum van de betekening van een voorgenomen beslissing als vermeld in artikel 52. De postdatum geldt daarbij als bewijs.
Het bezwaarschrift moet met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging aan [1 het agentschap]1 worden bezorgd.
Het bezwaarschrift moet met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging aan [1 het agentschap]1 worden bezorgd.
Modifications
Art. 53. La réclamation motivée doit, sous peine d'irrecevabilité, être introduite dans un délai de trente jours calendaires au plus tard, à partir de la date de notification d'une décision envisagée, telle que visée à l'article 52. La date de la poste fait foi.
La réclamation doit être transmise à [1 l'agence]1 par lettre recommandée ou par remise d'une lettre contre récépissé.
La réclamation doit être transmise à [1 l'agence]1 par lettre recommandée ou par remise d'une lettre contre récépissé.
Modifications
Art. 54. Het bezwaarschrift bevat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, de volgende elementen:
1° de naam en het adres van de indiener;
2° de datum van ontvangst van de betwiste voorgenomen beslissing;
3° het kenmerk of een kopie van de betwiste voorgenomen beslissing;
4° een uitvoerige motivering van het bezwaar;
5° de naam en de handtekening van de gevolmachtigde van de indiener.
1° de naam en het adres van de indiener;
2° de datum van ontvangst van de betwiste voorgenomen beslissing;
3° het kenmerk of een kopie van de betwiste voorgenomen beslissing;
4° een uitvoerige motivering van het bezwaar;
5° de naam en de handtekening van de gevolmachtigde van de indiener.
Art. 54. La réclamation comprend, sous peine d'irrecevabilité, les éléments suivants :
1° le nom et l'adresse de la personne introduisant la réclamation ;
2° la date de réception de la décision envisagée contestée ;
3° la référence ou une copie de la décision envisagée contestée ;
4° une motivation circonstanciée de la réclamation ;
5° le nom et la signature du mandataire de la personne introduisant la réclamation.
1° le nom et l'adresse de la personne introduisant la réclamation ;
2° la date de réception de la décision envisagée contestée ;
3° la référence ou une copie de la décision envisagée contestée ;
4° une motivation circonstanciée de la réclamation ;
5° le nom et la signature du mandataire de la personne introduisant la réclamation.
Art. 55. [1 Het agentschap]1 onderzoekt de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst ervan deelt [1 het agentschap]1 de indiener met een aangetekende brief mee of zijn bezwaarschrift ontvankelijk is.
Het bezwaar is ontvankelijk als het de elementen, vermeld in artikel 54, bevat en tijdig aan [1 het agentschap]1 is bezorgd met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging.
Het bezwaar is ontvankelijk als het de elementen, vermeld in artikel 54, bevat en tijdig aan [1 het agentschap]1 is bezorgd met een aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbevestiging.
Modifications
Art. 55. [1 L'agence]1 examine la recevabilité de la réclamation. [1 L'agence]1 informe la personne introduisant la réclamation de la recevabilité ou de la non-recevabilité de sa réclamation dans un délai de quinze jours calendaires après sa réception.
La réclamation est jugée recevable lorsqu'elle comprend les éléments visés à l'article 54 et qu'elle a été transmise à [1 l'agence]1 par lettre recommandée ou par remise contre récépissé dans les délais.
La réclamation est jugée recevable lorsqu'elle comprend les éléments visés à l'article 54 et qu'elle a été transmise à [1 l'agence]1 par lettre recommandée ou par remise contre récépissé dans les délais.
Modifications
Art. 56. Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij bij dringende noodzakelijkheid.
Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij bij dringende noodzakelijkheid.
Art. 56. La réclamation est traitée conformément aux règles fixées par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création du Conseil consultatif stratégique pour la Politique de l'Aide sociale, de la Santé et de la Famille et d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats-) Accueillants.
La réclamation ne suspend pas l'exécution de la décision, sauf en cas d'urgence.
La réclamation ne suspend pas l'exécution de la décision, sauf en cas d'urgence.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 57. Het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de voorbereiding en de nazorg bij interlandelijke adoptie, gewijzigd bij de besluiten van 22 maart 2013 en 30 januari 2015, wordt opgeheven.
Art. 57. L'arrêté du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012 relatif à la préparation et au suivi en matière d'adoption internationale, modifié par les arrêtés du 22 mars 2013 et 30 janvier 2015, est abrogé.
Art. 58. De voorbereidingsattesten voor binnenlandse adoptie die zijn uitgereikt voor de inwerkingtreding van dit besluit, blijven vanaf de dag van inwerkingtreding van dit besluit nog 1 jaar geldig.
Art. 58. Les attestations de préparation dans le cadre d'adoptions nationales qui ont été délivrées avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, restent valables pendant 1 an à compter du jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 59. § 1. In 2016 verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie vijftig kandidaat-adoptanten door die, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, op de wachtlijst voor binnenlandse adoptie staan, en honderd kandidaat-adoptanten die, op de datum van inwerkintreding van dit besluit, op de wachtlijst voor interlandelijke adoptie staan, door naar het Steunpunt Adoptie om de voorbereidingssessies te volgen. Ze worden doorverwezen op basis van de datum van hun aanmelding.
Na de doorverwijzing, vermeld in het eerste lid, voegt het Vlaams Centrum voor Adoptie de twee wachtlijsten samen. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van de aanmelding van de kandidaat-adoptanten, het profiel van de kandidaat-adoptanten en het kindprofiel waarvoor ze openstaan.
§ 2. In de loop van het tweede semester van 2016 kan het Vlaams Centrum voor Adoptie extra kandidaat-adoptanten met een specifiek profiel of kandidaat-adoptanten die openstaan voor een specifiek kindprofiel, doorsturen.
Na de doorverwijzing, vermeld in het eerste lid, voegt het Vlaams Centrum voor Adoptie de twee wachtlijsten samen. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van de aanmelding van de kandidaat-adoptanten, het profiel van de kandidaat-adoptanten en het kindprofiel waarvoor ze openstaan.
§ 2. In de loop van het tweede semester van 2016 kan het Vlaams Centrum voor Adoptie extra kandidaat-adoptanten met een specifiek profiel of kandidaat-adoptanten die openstaan voor een specifiek kindprofiel, doorsturen.
Art. 59. § 1er. En 2016, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " renvoie au " Steunpunt Adoptie " cinquante candidats-adoptants se trouvant sur la liste d'attente pour une adoption nationale à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, et cent candidats-adoptants se trouvant sur la liste d'attente pour une adoption internationale à la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté dans le but d'y suivre des sessions de préparation. Ils sont renvoyés sur la base de la date de leur enregistrement.
Après le renvoi, visé à l'alinéa premier, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " joint les deux listes d'attente, tenant compte de la date de l'enregistrement des candidats-adoptants et du profil d'enfant auquel ils s'intéressent.
§ 2. Le " Vlaams Centrum voor Adoptie " peut renvoyer des candidats-adoptants supplémentaires aux profils spécifiques ou des candidats-adoptants s'intéressant à un profil d'enfant spécifique, au cours du deuxième semestre de 2016.
Après le renvoi, visé à l'alinéa premier, le " Vlaams Centrum voor Adoptie " joint les deux listes d'attente, tenant compte de la date de l'enregistrement des candidats-adoptants et du profil d'enfant auquel ils s'intéressent.
§ 2. Le " Vlaams Centrum voor Adoptie " peut renvoyer des candidats-adoptants supplémentaires aux profils spécifiques ou des candidats-adoptants s'intéressant à un profil d'enfant spécifique, au cours du deuxième semestre de 2016.
Art. 60. De erkenning van het Steunpunt Adoptie en de diensten voor maatschappelijk onderzoek, die bij de inwerkingtreding van dit besluit erkend zijn, loopt af op 31 december 2017.
Art. 60. L'agrément du " Steunpunt Adoptie " et des services d'enquête sociale agréés à l'entrée en vigueur du présent arrêté, expire le 31 décembre 2017.
Art. 61. Alle subsidies die worden toegekend door of krachtens dit besluit, worden jaarlijks gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex, berekend en toegepast conform artikel 2 tot en met 2quater van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen zijn vastgesteld op basis van de afgevlakte gezondheidsindex van december 2014 met basisjaar 2013.
Art. 61. Toutes les subventions octroyées par ou en vertu du présent arrêté sont liées annuellement à l'indice santé lissé, calculé et appliqué conformément aux articles 2 à 2quater inclus de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. Les montants sont fixés sur la base de l'indice santé lissé de décembre 2014, 2013 étant l'année de base.
Art. 62. Dit besluit treedt in werking op de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 62. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 63. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 63. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.