Artikel M. 1. Algemeen
Deze omzendbrief heeft betrekking op het opmaken van de gemeentelijke begrotingen voor het dienstjaar 2017.
Krachtens artikel 252 van de nieuwe gemeentewet moet de begroting in evenwicht zijn, zowel op de gewone als op de buitengewone dienst. Bovendien mag dit evenwicht in geen geval fictief zijn.
Om een zo realistisch mogelijke begroting te kunnen voorleggen is het absoluut noodzakelijk dat de laatste rekeningen goedgekeurd zijn op het ogenblik dat de begroting aangenomen wordt.
Bijgevolg kunnen de begrotingen 2017 pas worden goedgekeurd indien de jaarrekening 2015 definitief aangenomen werd door de toezichthoudende overheid.
Alle gemeenten zorgen ervoor dat hun resultaat van het dienstjaar overeenkomt met het resultaat voor 2017 van het financieel plan dat werd aangenomen in het kader van de ordonnantie van 19 juli 2007 en goedgekeurd door de Regering.
In overeenstemming met de bepalingen van artikel 7 van de ordonnantie wordt voorafgaand aan de aanname van het begrotingsontwerp door de gemeenteraad een begeleidingscomité georganiseerd.
Voor de gewone dienst slaat het bedoelde evenwicht zowel op het resultaat van het eigen dienstjaar na functionele overboekingen als op het gecumuleerd resultaat.
Functionele overboekingen betreffen overboekingen ten laste van daadwerkelijk aangelegde voorzieningen of reserves voor specifieke doeleinden (voorbeeld : tekort van de ziekenhuizen, wijkcontracten, ...).
Deze overboekingen vormen een volwaardige economische groep en mogen in geen geval gelijkgeschakeld mogen worden met ontvangsten of uitgaven van overdrachten.
Ik verwijs u in dit verband naar de omzendbrieven van 1 februari 2006 en 17 mei 2013 betreffende de kwestie van de overboekingen.
Er kan evenwel getolereerd worden dat er geen evenwicht wordt bereikt voor het eigen dienstjaar stricto sensu, indien uitzonderlijke en dus niet-terugkerende uitgaven zouden plaatsvinden die gedekt worden door middel van een overboeking van de reserves. Deze overboeking mag evenwel in geen geval beschouwd worden als "functioneel". Die omstandigheden moeten verduidelijkt worden in het verslag dat bij de beslissing gevoegd is waarmee de begroting aangenomen wordt.
Voor de buitengewone dienst moet het evenwicht globaal zijn, waarbij de financiering uiteraard kan gebeuren door benutting van de reserves.
Conform de artikelen 5, 10, 15 en 16 van het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, omvatten de begroting en de begrotingswijzigingen alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het dienstjaar kunnen worden gedaan. Uitgaven die voorzienbaar waren vóór het einde van het dienstjaar en die ingeschreven zouden worden in de afsluitende begrotingswijziging, kunnen verworpen worden.
Geen enkele begrotingswijziging kan na 1 juni 2017 worden aangenomen door de gemeenteraad indien de rekeningen 2016 nog niet door de gemeenteraad zijn goedgekeurd.
De laatste begrotingswijzigingen die in de loop van het dienstjaar worden goedgekeurd, dienen de toezichthoudende overheid uiterlijk op 1 november 2017 te bereiken, opdat laatstgenoemde zich zou kunnen uitspreken vóór de boekhoudkundige afsluitingsdatum, zijnde 31 december 2017. Deze wijzigingen dienen voorgesteld te worden volgens hetzelfde model als de oorspronkelijke begroting (verantwoording van de kredietaanpassingen, samenvattende tabellen, ...) en mogen niet ongebonden ingediend worden.
Kredietaanpassingen binnen de grenzen van artikel 10 van het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit vormen geen begrotingswijzigingen die aan de toezichthoudende overheid moeten worden voorgelegd.
Deze aanpassingen worden enkel geregistreerd in de gemeentelijke boekhouding.
De ontvangsten en uitgaven moeten op precieze wijze worden geraamd. Bij gebrek aan reglementaire evaluatiegegevens of administratieve instructies, wordt verwezen naar de werkelijk gerealiseerde uitgaven en ontvangsten op de rekening van het voorlaatste dienstjaar.
Bij niet-naleving van bovenstaande voorschriften worden de begrotingen in voorkomend geval ofwel herzien, ofwel niet goedgekeurd.
Voorlopige twaalfden
Conform artikel 14 van het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit worden de voorlopige kredieten vastgesteld door de gemeenteraad wanneer de begroting nog niet is aangenomen. De voorlopige kredieten hebben betrekking op alle uitgaven van de gewone dienst. Ze zijn gebaseerd op de kredieten van de functionele begroting. Ter herinnering : er wordt geen enkel onderscheid meer gemaakt tussen facultatieve en verplichte kredieten.
De voorstelling en inhoud van de gewone begroting dienen in overeenstemming te zijn met de besluiten van 20 en 25 oktober 2005.
Ik herinner u aan de bepalingen van artikel 112 van de Nieuwe Gemeentewet dat voorschrijft dat vanaf hun goedkeuring door de gemeenteraad, volgende documenten worden bekendgemaakt op de website van de gemeente : de gemeentelijke ontwikkelingsplannen, de gemeentelijke bestemmingsplannen, de jaarlijkse begroting en de rekeningen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
18 AUGUSTUS 2016. - Omzendbrief betreffende de opmaak van de gemeentelijke begrotingen voor het dienstjaar 2017
Titre
18 AOUT 2016. - Circulaire concernant l'élaboration des budgets communaux pour l'exercice 2017
Informations sur le document
Numac: 2016031590
Datum: 2016-08-18
Info du document
Numac: 2016031590
Date: 2016-08-18
Tekst (3)
Texte (3)
Article M. 1. Généralités
La présente circulaire a pour objet l'élaboration des budgets communaux de l'exercice 2017.
L'article 252 de la nouvelle loi communale impose l'équilibre budgétaire, tant au service ordinaire qu'extraordinaire; en outre, cet équilibre ne peut en aucun cas être fictif.
Afin de présenter des budgets les plus réalistes possibles, il est indispensable que les derniers comptes soient arrêtés au moment du vote du budget.
Ainsi les budgets 2017 ne pourront être approuvés que si les comptes annuels 2015 ont été adoptés définitivement par l'autorité de tutelle.
Toutes les communes veilleront à faire concorder leur résultat à l'exercice avec le résultat pour 2017 du plan financier adopté dans le cadre de l'ordonnance du 19 juillet 2007 et approuvé par le Gouvernement.
Conformément aux dispositions de l'article 7 de l'ordonnance, un comité d'accompagnement sera organisé préalablement à l'adoption du projet de budget par votre Conseil Communal.
Au service ordinaire, l'équilibre dont il est question concerne tant le résultat de l'exercice propre après prélèvement aux fonctions que le résultat cumulé.
Les prélèvements fonctionnels concernent ceux effectués sur des provisions ou réserves constituées de manière réelle à des fins spécifiques (exemple : déficit des hôpitaux, contrats de quartier,...).
Ces prélèvements constituent un groupe économique à part entière et ils ne peuvent en aucun cas être assimilés à des recettes ou dépenses de transferts.
Je vous renvoie à ce sujet aux circulaires du 1er février 2006 et du 17 mai 2013 relatives à la problématique des prélèvements.
Il pourra toutefois être toléré que l'exercice propre stricto sensu ne soit pas à l'équilibre si des dépenses exceptionnelles, et donc non récurrentes, devaient intervenir et que ces dernières soient couvertes par un prélèvement sur les réserves. Ce prélèvement ne sera, toutefois, en aucun cas considéré comme " fonctionnel ". Ces circonstances seront explicitées dans le rapport accompagnant la délibération adoptant le budget.
Au service extraordinaire, l'équilibre doit être global, le financement pouvant bien entendu s'opérer par utilisation des réserves.
Conformément aux articles 5, 10, 15 et 16 du Règlement général de la Comptabilité communale, le budget et les modifications budgétaires comprennent toutes les recettes et dépenses susceptibles d'être effectuées en cours d'exercice. Les dépenses prévisibles avant la fin de l'exercice et qui seraient inscrites à la modification budgétaire de clôture sont susceptibles d'être rejetées.
Aucune modification budgétaire ne peut être approuvée par le conseil communal postérieurement au 1er juin 2017 si les comptes 2016 n'ont pas encore été approuvés par le conseil communal.
Les dernières modifications budgétaires adoptées au cours de l'exercice devront parvenir à l'autorité de tutelle au plus tard le 1er novembre 2017, afin de permettre à celle-ci de statuer avant la date de clôture comptable de l'exercice, soit le 31 décembre 2017. Ces modifications seront présentées selon le même modèle que celui du budget initial (justification des adaptations de crédits, tableaux récapitulatifs,...) et ne peuvent être transmises sans être reliées.
Les adaptations de crédits dans les limites de l'article 10 du Règlement général de la Comptabilité communale, ne constituent pas des modifications budgétaires devant être transmises à l'autorité de Tutelle.
Ces ajustements seront uniquement enregistrés dans la comptabilité communale.
Les recettes et dépenses doivent être estimées de manière précise. A défaut d'éléments d'évaluations réglementaires ou d'instructions administratives, il sera référé aux recettes et dépenses effectivement réalisées au compte de l'exercice pénultième.
En cas d'inobservation des prescriptions figurant ci-avant, les budgets seront, le cas échéant, soit réformés, soit improuvés.
Douzièmes provisoires
Conformément à l'article 14 du Règlement général de la Comptabilité communale, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal. Les crédits provisoires concerneront toutes les dépenses ordinaires. Ils se basent sur les crédits du budget fonctionnel. Pour rappel plus aucune différence n'est exercée entre crédits facultatifs et obligatoires.
La présentation et le contenu du budget ordinaire sera conforme aux arrêtés des 20 et 25 octobre 2005.
Je vous rappelle les dispositions de l'article 112 de la nouvelle loi communale qui prescrivent que, dès leur approbation par le conseil communal, les documents suivants sont publiés sur le site internet de la commune : les plans communaux de développement et les plans communaux d'affectation du sol, le budget annuel et les comptes.
La présente circulaire a pour objet l'élaboration des budgets communaux de l'exercice 2017.
L'article 252 de la nouvelle loi communale impose l'équilibre budgétaire, tant au service ordinaire qu'extraordinaire; en outre, cet équilibre ne peut en aucun cas être fictif.
Afin de présenter des budgets les plus réalistes possibles, il est indispensable que les derniers comptes soient arrêtés au moment du vote du budget.
Ainsi les budgets 2017 ne pourront être approuvés que si les comptes annuels 2015 ont été adoptés définitivement par l'autorité de tutelle.
Toutes les communes veilleront à faire concorder leur résultat à l'exercice avec le résultat pour 2017 du plan financier adopté dans le cadre de l'ordonnance du 19 juillet 2007 et approuvé par le Gouvernement.
Conformément aux dispositions de l'article 7 de l'ordonnance, un comité d'accompagnement sera organisé préalablement à l'adoption du projet de budget par votre Conseil Communal.
Au service ordinaire, l'équilibre dont il est question concerne tant le résultat de l'exercice propre après prélèvement aux fonctions que le résultat cumulé.
Les prélèvements fonctionnels concernent ceux effectués sur des provisions ou réserves constituées de manière réelle à des fins spécifiques (exemple : déficit des hôpitaux, contrats de quartier,...).
Ces prélèvements constituent un groupe économique à part entière et ils ne peuvent en aucun cas être assimilés à des recettes ou dépenses de transferts.
Je vous renvoie à ce sujet aux circulaires du 1er février 2006 et du 17 mai 2013 relatives à la problématique des prélèvements.
Il pourra toutefois être toléré que l'exercice propre stricto sensu ne soit pas à l'équilibre si des dépenses exceptionnelles, et donc non récurrentes, devaient intervenir et que ces dernières soient couvertes par un prélèvement sur les réserves. Ce prélèvement ne sera, toutefois, en aucun cas considéré comme " fonctionnel ". Ces circonstances seront explicitées dans le rapport accompagnant la délibération adoptant le budget.
Au service extraordinaire, l'équilibre doit être global, le financement pouvant bien entendu s'opérer par utilisation des réserves.
Conformément aux articles 5, 10, 15 et 16 du Règlement général de la Comptabilité communale, le budget et les modifications budgétaires comprennent toutes les recettes et dépenses susceptibles d'être effectuées en cours d'exercice. Les dépenses prévisibles avant la fin de l'exercice et qui seraient inscrites à la modification budgétaire de clôture sont susceptibles d'être rejetées.
Aucune modification budgétaire ne peut être approuvée par le conseil communal postérieurement au 1er juin 2017 si les comptes 2016 n'ont pas encore été approuvés par le conseil communal.
Les dernières modifications budgétaires adoptées au cours de l'exercice devront parvenir à l'autorité de tutelle au plus tard le 1er novembre 2017, afin de permettre à celle-ci de statuer avant la date de clôture comptable de l'exercice, soit le 31 décembre 2017. Ces modifications seront présentées selon le même modèle que celui du budget initial (justification des adaptations de crédits, tableaux récapitulatifs,...) et ne peuvent être transmises sans être reliées.
Les adaptations de crédits dans les limites de l'article 10 du Règlement général de la Comptabilité communale, ne constituent pas des modifications budgétaires devant être transmises à l'autorité de Tutelle.
Ces ajustements seront uniquement enregistrés dans la comptabilité communale.
Les recettes et dépenses doivent être estimées de manière précise. A défaut d'éléments d'évaluations réglementaires ou d'instructions administratives, il sera référé aux recettes et dépenses effectivement réalisées au compte de l'exercice pénultième.
En cas d'inobservation des prescriptions figurant ci-avant, les budgets seront, le cas échéant, soit réformés, soit improuvés.
Douzièmes provisoires
Conformément à l'article 14 du Règlement général de la Comptabilité communale, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal. Les crédits provisoires concerneront toutes les dépenses ordinaires. Ils se basent sur les crédits du budget fonctionnel. Pour rappel plus aucune différence n'est exercée entre crédits facultatifs et obligatoires.
La présentation et le contenu du budget ordinaire sera conforme aux arrêtés des 20 et 25 octobre 2005.
Je vous rappelle les dispositions de l'article 112 de la nouvelle loi communale qui prescrivent que, dès leur approbation par le conseil communal, les documents suivants sont publiés sur le site internet de la commune : les plans communaux de développement et les plans communaux d'affectation du sol, le budget annuel et les comptes.
2. Overeenkomst gericht op het verbeteren van de budgettaire toestand van de gemeenten
In het kader van de ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de budgettaire toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in afwachting van de definitieve bedragen inzake de subsidie, is het van belang de bedragen te hernemen aangegeven in uw plan 2016-2018.
De definitieve bedragen zullen u later worden meegedeeld.
In het kader van de ordonnantie van 19 juli 2007 tot verbetering van de budgettaire toestand van de gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in afwachting van de definitieve bedragen inzake de subsidie, is het van belang de bedragen te hernemen aangegeven in uw plan 2016-2018.
De definitieve bedragen zullen u later worden meegedeeld.
2. Contrat visant à améliorer la situation budgétaire des communes
Dans le cadre de l'ordonnance du 19 juillet 2017 visant à améliorer la situation budgétaire des communes de la Région de Bruxelles-Capital, dans l'attente des montants définitifs du subside, il est impératif de reprendre les montants indiqués dans votre plan 2016-2018.
Les montants vous seront communiqués ultérieurement.
Dans le cadre de l'ordonnance du 19 juillet 2017 visant à améliorer la situation budgétaire des communes de la Région de Bruxelles-Capital, dans l'attente des montants définitifs du subside, il est impératif de reprendre les montants indiqués dans votre plan 2016-2018.
Les montants vous seront communiqués ultérieurement.
3. Rekeningenstelsel en elektronische verzending
Zoals u intussen gewoon bent, moeten uw begrotingen en begrotingswijzigingen elektronisch verzonden worden om opgenomen te worden in de databank van de gemeentefinanciën. Het belang van een goede naleving van het rekeningenstelsel werd meermaals benadrukt, opdat deze databank goed zou functioneren.
We hebben evenwel in een aantal gevallen verschillen vastgesteld tussen de papieren versie en de elektronische versie. De doorgestuurde gegevens moeten absoluut identiek zijn. Ik verzoek u dit te controleren alvorens te verzenden.
Zoals u intussen gewoon bent, moeten uw begrotingen en begrotingswijzigingen elektronisch verzonden worden om opgenomen te worden in de databank van de gemeentefinanciën. Het belang van een goede naleving van het rekeningenstelsel werd meermaals benadrukt, opdat deze databank goed zou functioneren.
We hebben evenwel in een aantal gevallen verschillen vastgesteld tussen de papieren versie en de elektronische versie. De doorgestuurde gegevens moeten absoluut identiek zijn. Ik verzoek u dit te controleren alvorens te verzenden.
3. Plan comptable et transmis électronique
Comme vous en avez pris l'habitude, vos budgets et modifications budgétaires doivent être transmis de manière électronique afin d'alimenter la base de données des finances communales. L'importance du respect du plan comptable a été soulignée à maintes reprises pour le bon fonctionnement de cette base de données.
Cependant, nous avons remarqué certaines discordances entre les versions " papier " et électronique. Il est impératif que les données transmises soient identiques. Je vous invite à opérer une vérification avant envoi.
Comme vous en avez pris l'habitude, vos budgets et modifications budgétaires doivent être transmis de manière électronique afin d'alimenter la base de données des finances communales. L'importance du respect du plan comptable a été soulignée à maintes reprises pour le bon fonctionnement de cette base de données.
Cependant, nous avons remarqué certaines discordances entre les versions " papier " et électronique. Il est impératif que les données transmises soient identiques. Je vous invite à opérer une vérification avant envoi.
4. Begroting
4.1. Functionele begroting
De begrotingskredieten worden verdeeld volgens functie en beperkt tot de 3 eerste cijfers van de economische code.
4.2. Economische begroting
De begrotingskredieten worden eveneens voorgesteld per economische groep en gesorteerd per economische code van 5 cijfers.
4.3. Samenvattende tabel
Het betreft de samenvattende tabel per economische groep en per functie.
Er wordt nog steeds een onderscheid gemaakt tussen functionele overboekingen en algemene overboekingen van functie 060.
4.4. Personeelstabellen
De tabellen in bijlage 1 dienen ingevuld te worden in elektronische vorm met de gegevens per 30 juni 2016. Er dient geteld te worden in voltijdse equivalenten, zowel voor de telling van het personeelsbestand als voor de telling van de andere categorieën. In disponibiliteit gestelde personen, hetzij op vrijwillige basis voorafgaand aan het pensioen, hetzij wegens langdurige ziekte, dienen meegeteld te worden. Hun totaal aantal moet evenwel worden meegedeeld in een bijlage.
Bij het onderzoek van de in het verleden ingediende documenten werden talrijke fouten vastgesteld. Daarom verzoek ik u de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht te nemen bij het opstellen van deze tabellen.
4.5. Wettelijke en andere bijlagen
Volgende documenten maken integraal deel uit van de begroting en dienen bijgevolg verplicht bezorgd te worden :
o het verslag bedoeld in artikel 96 van de nieuwe gemeentewet; in dit verslag worden de jaarlijkse doelstellingen toegelicht inzake :
- evolutie van de bezoldigingsregeling;
- statutarisering;
- toekenning van premies;
- opleiding;
- interne mobiliteit van het personeel;
- diversiteit, in het licht van de bepalingen van de ordonnantie ertoe strekkende een diversiteitsbeleid te bewerkstelligen.
Daarnaast moet het verslag gedetailleerde informatie verschaffen wat betreft gemeentepersoneel dat is ingedeeld bij verenigingen zonder winstoogmerk.
o het verslag bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990;
o de notulen van de vergadering van het overlegcomité gemeente/OCMW waarin de gemeentelijke tegemoetkoming vastgesteld wordt en waarin het bedrag van de bijdrage in het tekort van het OCMW vermeld wordt zonder de geristorneerde gewestelijke bijdrage in de weddenverhoging van het OCMW;
o de beschrijving van het buitengewoon programma en de financieringswijze ervan;
o het verloop van de gemeentelijke investeringsschuld, per financiële instelling;
o het verloop van de (gewone of buitengewone) reservefondsen; dit verloop moet gebaseerd zijn op de resultaten van de rekening 2015, aangepast volgens de begrote resultaten voor 2016 en 2017. Er moet voor gezorgd worden dat het gecumuleerde resultaat na overboekingen en de omvang van de reservefondsen onderling afgestemd zijn. Het is mogelijk dat bepaalde overboekingen van 2016 niet plaatsvonden; deze dragen evenwel bij tot het resultaat van het dienstjaar 2016, vermeld als resultaat van vroegere dienstjaren in de begroting 2017. Met het oog op de samenhang tussen het gecumuleerd resultaat en het bedrag van de reservefondsen is het dus van primordiaal belang om de reservefondsen te berekenen met inachtneming van alle geplande overboekingen.
o de bestemming van de eventuele voorzieningen voor risico's en kosten; de raming hiervan moet op dezelfde wijze gebeuren als voor de reservefondsen;
o het verloop van de pensioenfondsen aangelegd bij private voorzorgsinstellingen (zie bijlage 2 van deze omzendbrief);
o De nota waarin het OCMW op nauwkeurige wijze aangeeft welke begrotingsmiddelen bestemd zijn voor werkingsuitgaven, begeleiding en uitvoering in het kader van de maatregelen "artikel 60".
Ik wil nogmaals de noodzaak benadrukken van een perfecte overeenstemming tussen de gegevens vervat in alle documenten.
Indien deze documenten geheel of gedeeltelijk ontbreken, wordt de begroting ipso facto geweigerd door de toezichthoudende overheid conform artikel 4 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
4.1. Functionele begroting
De begrotingskredieten worden verdeeld volgens functie en beperkt tot de 3 eerste cijfers van de economische code.
4.2. Economische begroting
De begrotingskredieten worden eveneens voorgesteld per economische groep en gesorteerd per economische code van 5 cijfers.
4.3. Samenvattende tabel
Het betreft de samenvattende tabel per economische groep en per functie.
Er wordt nog steeds een onderscheid gemaakt tussen functionele overboekingen en algemene overboekingen van functie 060.
4.4. Personeelstabellen
De tabellen in bijlage 1 dienen ingevuld te worden in elektronische vorm met de gegevens per 30 juni 2016. Er dient geteld te worden in voltijdse equivalenten, zowel voor de telling van het personeelsbestand als voor de telling van de andere categorieën. In disponibiliteit gestelde personen, hetzij op vrijwillige basis voorafgaand aan het pensioen, hetzij wegens langdurige ziekte, dienen meegeteld te worden. Hun totaal aantal moet evenwel worden meegedeeld in een bijlage.
Bij het onderzoek van de in het verleden ingediende documenten werden talrijke fouten vastgesteld. Daarom verzoek ik u de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht te nemen bij het opstellen van deze tabellen.
4.5. Wettelijke en andere bijlagen
Volgende documenten maken integraal deel uit van de begroting en dienen bijgevolg verplicht bezorgd te worden :
o het verslag bedoeld in artikel 96 van de nieuwe gemeentewet; in dit verslag worden de jaarlijkse doelstellingen toegelicht inzake :
- evolutie van de bezoldigingsregeling;
- statutarisering;
- toekenning van premies;
- opleiding;
- interne mobiliteit van het personeel;
- diversiteit, in het licht van de bepalingen van de ordonnantie ertoe strekkende een diversiteitsbeleid te bewerkstelligen.
Daarnaast moet het verslag gedetailleerde informatie verschaffen wat betreft gemeentepersoneel dat is ingedeeld bij verenigingen zonder winstoogmerk.
o het verslag bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990;
o de notulen van de vergadering van het overlegcomité gemeente/OCMW waarin de gemeentelijke tegemoetkoming vastgesteld wordt en waarin het bedrag van de bijdrage in het tekort van het OCMW vermeld wordt zonder de geristorneerde gewestelijke bijdrage in de weddenverhoging van het OCMW;
o de beschrijving van het buitengewoon programma en de financieringswijze ervan;
o het verloop van de gemeentelijke investeringsschuld, per financiële instelling;
o het verloop van de (gewone of buitengewone) reservefondsen; dit verloop moet gebaseerd zijn op de resultaten van de rekening 2015, aangepast volgens de begrote resultaten voor 2016 en 2017. Er moet voor gezorgd worden dat het gecumuleerde resultaat na overboekingen en de omvang van de reservefondsen onderling afgestemd zijn. Het is mogelijk dat bepaalde overboekingen van 2016 niet plaatsvonden; deze dragen evenwel bij tot het resultaat van het dienstjaar 2016, vermeld als resultaat van vroegere dienstjaren in de begroting 2017. Met het oog op de samenhang tussen het gecumuleerd resultaat en het bedrag van de reservefondsen is het dus van primordiaal belang om de reservefondsen te berekenen met inachtneming van alle geplande overboekingen.
o de bestemming van de eventuele voorzieningen voor risico's en kosten; de raming hiervan moet op dezelfde wijze gebeuren als voor de reservefondsen;
o het verloop van de pensioenfondsen aangelegd bij private voorzorgsinstellingen (zie bijlage 2 van deze omzendbrief);
o De nota waarin het OCMW op nauwkeurige wijze aangeeft welke begrotingsmiddelen bestemd zijn voor werkingsuitgaven, begeleiding en uitvoering in het kader van de maatregelen "artikel 60".
Ik wil nogmaals de noodzaak benadrukken van een perfecte overeenstemming tussen de gegevens vervat in alle documenten.
Indien deze documenten geheel of gedeeltelijk ontbreken, wordt de begroting ipso facto geweigerd door de toezichthoudende overheid conform artikel 4 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
4. Le budget
4.1. Budget fonctionnel
Les crédits budgétaires seront répartis dans les fonctions et limités aux 3 premiers chiffres du code fonctionnel et du code économique.
4.2. Budget économique
Les crédits budgétaires seront également présentés par groupe économique et triés par code économique à 5 chiffres.
4.3. Tableau récapitulatif
Il s'agit du tableau récapitulatif par groupe économique et fonction.
Il est toujours fait une distinction entre les prélèvements aux fonctions et les prélèvements généraux de la fonction 060.
4.4. Tableaux du personnel
Les tableaux repris en annexe n° 1 seront complétés, sur support informatique, avec les données au 30 juin 2016. Le comptage se fera en équivalent temps plein, tant pour le comptage des effectifs que pour celui des autres catégories. Les personnes mises en disponibilité, soit sur base volontaire précédant la pension, soit pour cause de maladie de longue durée, seront reprises dans les comptages. Leur nombre total sera toutefois signalé en annexe.
Lors de l'examen des documents présentés par le passé, de nombreuses erreurs ont été constatées. Je vous invite dès lors à accorder le plus grand soin lors de la rédaction de ces tableaux.
4.5. Annexes légales et autres
Les documents énumérés ci-dessous font partie intégrante du budget et doivent donc être obligatoirement transmis :
o le rapport visé à l'article 96 de la nouvelle loi communale; le rapport présentera les objectifs annuels en matière :
d'évolution du statut pécuniaire;
de statutarisation;
d'octroi de primes;
de formation;
de mobilité interne du personnel;
de diversité, en relation avec les dispositions de l'ordonnance dite visant à assurer une politique de diversité.
Il détaillera en outre les effectifs communaux affectés à des associations sans but lucratif.
o le rapport visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 2 août 1990;
o le procès-verbal du comité de concertation commune-CPAS fixant l'intervention communale, qui indiquera le montant de la contribution dans le déficit du CPAS en dehors de la ristourne de la contribution régionale dans l'augmentation barémique du Centre;
o le descriptif du programme extraordinaire et ses modes de financement;
o l'évolution de la dette communale d'investissement, par organisme financier;
o l'évolution des fonds de réserve (ordinaire ou extraordinaire); cette évolution se basera sur les résultats du compte 2015 adaptés en fonction des résultats budgétés en 2016 et 2017. Il convient de maintenir une concordance logique entre le résultat cumulé affecté par les prélèvements et la hauteur des fonds de réserve. Il se peut que certains prélèvements de 2016 n'aient pas été exécutés; ils concourent toutefois au résultat de l'exercice 2016 repris comme résultat des exercices antérieurs au budget 2017. Afin de garder une cohérence entre résultat cumulé et hauteur des fonds de réserves, il est donc primordial de calculer ces derniers en fonction de tous les prélèvements budgétés.
o l'affectation des éventuelles provisions pour risques et charges; leur estimation se fera de la même façon que pour les fonds de réserve;
o l'évolution des fonds de pensions constitués auprès d'institutions de retraites professionnelles (voir annexe 2 de la présente circulaire);
o La note du CPAS détaillant de manière précise les budgets alloués aux dépenses de fonctionnement, d'encadrement et de mise en oeuvre des articles 60.
J'insiste une fois encore sur la nécessité d'une parfaite concordance entre les données reprises dans l'ensemble des documents.
L'absence totale ou partielle de ces documents entraînera ipso facto le refus de réception par l'autorité de tutelle au sens de l'article 4 de l'ordonnance du 14 mai 1998 organisant la tutelle administrative sur les communes de la région de Bruxelles-Capitale.
4.1. Budget fonctionnel
Les crédits budgétaires seront répartis dans les fonctions et limités aux 3 premiers chiffres du code fonctionnel et du code économique.
4.2. Budget économique
Les crédits budgétaires seront également présentés par groupe économique et triés par code économique à 5 chiffres.
4.3. Tableau récapitulatif
Il s'agit du tableau récapitulatif par groupe économique et fonction.
Il est toujours fait une distinction entre les prélèvements aux fonctions et les prélèvements généraux de la fonction 060.
4.4. Tableaux du personnel
Les tableaux repris en annexe n° 1 seront complétés, sur support informatique, avec les données au 30 juin 2016. Le comptage se fera en équivalent temps plein, tant pour le comptage des effectifs que pour celui des autres catégories. Les personnes mises en disponibilité, soit sur base volontaire précédant la pension, soit pour cause de maladie de longue durée, seront reprises dans les comptages. Leur nombre total sera toutefois signalé en annexe.
Lors de l'examen des documents présentés par le passé, de nombreuses erreurs ont été constatées. Je vous invite dès lors à accorder le plus grand soin lors de la rédaction de ces tableaux.
4.5. Annexes légales et autres
Les documents énumérés ci-dessous font partie intégrante du budget et doivent donc être obligatoirement transmis :
o le rapport visé à l'article 96 de la nouvelle loi communale; le rapport présentera les objectifs annuels en matière :
d'évolution du statut pécuniaire;
de statutarisation;
d'octroi de primes;
de formation;
de mobilité interne du personnel;
de diversité, en relation avec les dispositions de l'ordonnance dite visant à assurer une politique de diversité.
Il détaillera en outre les effectifs communaux affectés à des associations sans but lucratif.
o le rapport visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 2 août 1990;
o le procès-verbal du comité de concertation commune-CPAS fixant l'intervention communale, qui indiquera le montant de la contribution dans le déficit du CPAS en dehors de la ristourne de la contribution régionale dans l'augmentation barémique du Centre;
o le descriptif du programme extraordinaire et ses modes de financement;
o l'évolution de la dette communale d'investissement, par organisme financier;
o l'évolution des fonds de réserve (ordinaire ou extraordinaire); cette évolution se basera sur les résultats du compte 2015 adaptés en fonction des résultats budgétés en 2016 et 2017. Il convient de maintenir une concordance logique entre le résultat cumulé affecté par les prélèvements et la hauteur des fonds de réserve. Il se peut que certains prélèvements de 2016 n'aient pas été exécutés; ils concourent toutefois au résultat de l'exercice 2016 repris comme résultat des exercices antérieurs au budget 2017. Afin de garder une cohérence entre résultat cumulé et hauteur des fonds de réserves, il est donc primordial de calculer ces derniers en fonction de tous les prélèvements budgétés.
o l'affectation des éventuelles provisions pour risques et charges; leur estimation se fera de la même façon que pour les fonds de réserve;
o l'évolution des fonds de pensions constitués auprès d'institutions de retraites professionnelles (voir annexe 2 de la présente circulaire);
o La note du CPAS détaillant de manière précise les budgets alloués aux dépenses de fonctionnement, d'encadrement et de mise en oeuvre des articles 60.
J'insiste une fois encore sur la nécessité d'une parfaite concordance entre les données reprises dans l'ensemble des documents.
L'absence totale ou partielle de ces documents entraînera ipso facto le refus de réception par l'autorité de tutelle au sens de l'article 4 de l'ordonnance du 14 mai 1998 organisant la tutelle administrative sur les communes de la région de Bruxelles-Capitale.
5. Budgettaire richtlijnen en parameters
5.1. Gewone dienst
A. Ontvangsten
a. Ontvangsten uit prestaties
In de huidige context is het meer dan ooit nodig de tarieven regelmatig aan te passen. Voor administratieve prestaties naar aanleiding van een individuele aanvraag moet de gevraagde prijs ten minste de kostprijs van de door de gemeentelijke diensten geleverde prestaties dekken. Evenzo moeten huurgelden geïndexeerd worden en moet alles in het werk gesteld worden om ze te innen.
Bij gelijke diensten, moeten de ontvangsten uit prestaties minstens stijgen ten belope van de inflatie.
b. Ontvangsten uit overdrachten
Gewestelijke en federale dotaties : de geraamde bedragen worden op verzoek meegedeeld door het Bestuur Plaatselijke Besturen vanaf 19 september 2016.
Gemeentelijke belastingen : de resultaten van de rekening van het dienstjaar 2015 worden overgenomen, eventueel aangepast aan de besliste of voorziene wijzigingen van de aanslagvoeten.
Bij het vervallen van de belastingverordeningen moet nagedacht moet worden over een verhoging van de tarieven, zoals die voor administratieve prestaties of inname van het openbaar domein.
Uit voorzichtigheidsoverwegingen is het overigens aangewezen rekening te houden met het aanleggen van voorzieningen voor risico's en kosten inzake gemeentelijke belastingen, meer bepaald voor nieuwe of herziene belastingen waarvan het inningsniveau kan tegenvallen. Door te anticiperen op het aanleggen van voorzieningen kan vermeden worden dat laatstgenoemde leiden tot een gecumuleerd tekort op de gewone dienst.
In afwachting van de definitieve bedragen met betrekking tot de subsidies in het kader van de ordonnanties van 19 juli 2007 is het van belang de bedragen te hernemen aangegeven in uw plan 2016-2018.
De subsidie in het kader van de ordonnantie van 19 juli 2007 ertoe strekkende de gemeenten te betrekken bij de economische ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal u meegedeeld worden vanaf de beslissing van de autoriteiten.
Verder dienen de gemeenten er in het bijzonder op toe te zien de kohieren betreffende de specifieke gemeentebelastingen zo vroeg mogelijk uitvoerbaar te verklaren gedurende het begrotingsjaar. Het gebeurt immers maar al te vaak dat er kohieren niet uitvoerbaar verklaard worden tijdens het begrotingsjaar, wat negatieve gevolgen heeft voor het reeds kwetsbare financiële evenwicht van de gemeenten.
Opcentiemen op de onroerende voorheffing :
Vanaf 1 januari 2017 wordt de onroerende voorheffing op materieel en outillage niet meer ingeschreven. Het is dus aangewezen een nieuwe berekeningswijze aan te nemen voor de te verwachten opbrengst van deze aanvullende gemeentebelasting.
Het belastbare materieel en outillage maakt voorwerp uit van een specifieke rubriek (1.c.) in het document overgemaakt door de dienst Patrimoniumdocumentatie die voor elke gemeente haar kadastraal inkomen op 1 januari 2016 aangeeft.
Hetzij belastbaar kadastraal inkomen per 1 januari 2016 buiten materieel en outillage x 0.0125 x opcentiemen/100 x (100-Z)/100 x 1,754
Z : wegingscoëfficiënt, gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de afwijkingspercentages tussen de begrotingsramingen en het vastgestelde recht over de voorbije 5 jaar.
Opcentiemen op de personenbelasting : de raming dient als volgt berekend te worden :
Raming van de FOD Financiën x (100-Z)/100
Z : wegingscoëfficiënt, gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de afwijkingspercentages tussen de ramingen van de FOD Financiën en het vastgestelde recht over de voorbije 5 jaar.
De raming van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt in principe in de loop van de maand oktober 2016 aan de gemeenten meegedeeld. Indien nodig kan een regularisatie van voornoemde raming toegestaan worden bij de eerstvolgende begrotingswijziging voor 2017, op basis van de laatste provisionele staat overgemaakt door de Federale Overheidsdienst Financiën in de loop van het tweede kwartaal van het dienstjaar 2017.
Opcentiemen op de verkeersbelasting : raming overeenkomstig die van de Federale Overheidsdienst Financiën.
Europese, federale, communautaire en gewestelijke subsidies : de kredieten worden bepaald op basis van de ondertekende overeenkomsten en de toezeggingen bevestigd door de subsidiërende overheid.
c. Schuldontvangsten dienen geboekt te worden conform de bedragen meegedeeld door de schuldenaars van de inkomens voor zover deze bedragen verenigbaar zijn met de werkelijk geïnde bedragen in de loop van de vorige dienstjaren. De creditintresten worden geraamd op basis van een thesauriekalender.
Ontvangst Hydrobru
Zoals u weet kan Hydrobru, ten gevolge van de statutenwijziging in 2012, geen dividenden meer uitkeren aan de gemeenten tenzij bepaalde voorwaarden zijn vervuld.
Het jaarlijks bedrag dat thans elke gemeente ontvangt is een compensatievergoeding per huisvesting die niet als dividend kan worden geregistreerd en die vanaf 2017 als prestatieontvangst hoort te worden ingeschreven op de functie 874 onder de economische code 161-01.
Indien Hydrobru in de toekomst in de mogelijkheid zou zijn een dividend aan de gemeenten uit te keren, zal dit vanzelfsprekend worden ingeschreven onder een economische code met betrekking tot de schuld op de specifieke functie.
B. Uitgaven
a. Personeel
De vooruitzichten voor de diverse economische codes dienen als volgt berekend te worden :
code 111 : wedde van juli 2016 x 12,42 (jaarwedde + sociale programmering) x 1,013 (weerslag van de weddenschaalverhogingen)
De sociale uitkeringen en de salarissen werden in juni en juli 2016 geïndexeerd. Wat 2017 betreft, verwacht het Planbureau een overschrijding van de spilindex in november 2017.
De indexering van de sociale uitkeringen en salarissen zal dus respectievelijk in december 2017 en januari 2018 plaatsvinden. Een indexeringscoëfficiënt van 2% moet dus worden geïntegreerd in de berekening van de sociale uitkeringen van de maand december 2017.
Ik wil hier wijzen op het grote aandeel van de personeelsuitgaven in de gemeentelijke begrotingen. Gelet op de moeilijkheid om tot een sluitende begroting te komen, bestaat de ideale oplossing erin binnen de grenzen van de kredieten voor 2016 te blijven voor de wedden van het niet-gesubsidieerde personeel. Bijkomend worden bijgevolg enkel uitgaven aanvaard die ten belope van 100% gesubsidieerd worden.
De tabel in bijlage 1 met betrekking tot het personeelsbestand op 30 juni 2016, moet verplicht bij de begroting gevoegd worden. Ik vraag u erop te letten dat de telling van het aantal personeelsleden overeenstemt met de tellingen naar geslacht en naar woonplaats.
code 112 : raming volgens 111 en personeelsstatuut
code 113 :
Sinds 2014 heeft de RSZ de procedure aangaande de vermindering van de werkgeversbijdragen toegepast ten aanzien van Geco's gewijzigd. Het betreft geen vrijstelling meer, maar een vermindering die trimestrieel van toepassing is. Hieruit volgt dat de maandelijkse voorschotten geen rekening meer houden met de vermindering, omdat een regularisatie plaatsvindt op het ogenblik van de trimestriële aangifte. In dit kader wordt eraan herinnerd dat de bedragen vastgelegd als werkgeversbijdragen Geco in de loop van het jaar moeten worden geregulariseerd - door middel van negatieve vastleggingen - om de verminderingen in rekening te brengen. Evenzo dienen de begrotingskredieten ingeschreven tijdens de opmaak van de begroting 2017 rekening te houden met de van toepassing zijnde verminderingen.
De gemeenten die aangesloten zijn bij de vroegere pools 1 en 2 moeten de DIBISS-bijdragen vermelden onder de economische code 113-21.
De basisvoet voor de berekening van de pensioenbijdrage (waarvan 7,5% bestaat uit de bijdragen van het personeel in actieve dienst) is voor het dienstjaar 2017 als volgt vastgelegd :
5.1. Gewone dienst
A. Ontvangsten
a. Ontvangsten uit prestaties
In de huidige context is het meer dan ooit nodig de tarieven regelmatig aan te passen. Voor administratieve prestaties naar aanleiding van een individuele aanvraag moet de gevraagde prijs ten minste de kostprijs van de door de gemeentelijke diensten geleverde prestaties dekken. Evenzo moeten huurgelden geïndexeerd worden en moet alles in het werk gesteld worden om ze te innen.
Bij gelijke diensten, moeten de ontvangsten uit prestaties minstens stijgen ten belope van de inflatie.
b. Ontvangsten uit overdrachten
Gewestelijke en federale dotaties : de geraamde bedragen worden op verzoek meegedeeld door het Bestuur Plaatselijke Besturen vanaf 19 september 2016.
Gemeentelijke belastingen : de resultaten van de rekening van het dienstjaar 2015 worden overgenomen, eventueel aangepast aan de besliste of voorziene wijzigingen van de aanslagvoeten.
Bij het vervallen van de belastingverordeningen moet nagedacht moet worden over een verhoging van de tarieven, zoals die voor administratieve prestaties of inname van het openbaar domein.
Uit voorzichtigheidsoverwegingen is het overigens aangewezen rekening te houden met het aanleggen van voorzieningen voor risico's en kosten inzake gemeentelijke belastingen, meer bepaald voor nieuwe of herziene belastingen waarvan het inningsniveau kan tegenvallen. Door te anticiperen op het aanleggen van voorzieningen kan vermeden worden dat laatstgenoemde leiden tot een gecumuleerd tekort op de gewone dienst.
In afwachting van de definitieve bedragen met betrekking tot de subsidies in het kader van de ordonnanties van 19 juli 2007 is het van belang de bedragen te hernemen aangegeven in uw plan 2016-2018.
De subsidie in het kader van de ordonnantie van 19 juli 2007 ertoe strekkende de gemeenten te betrekken bij de economische ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal u meegedeeld worden vanaf de beslissing van de autoriteiten.
Verder dienen de gemeenten er in het bijzonder op toe te zien de kohieren betreffende de specifieke gemeentebelastingen zo vroeg mogelijk uitvoerbaar te verklaren gedurende het begrotingsjaar. Het gebeurt immers maar al te vaak dat er kohieren niet uitvoerbaar verklaard worden tijdens het begrotingsjaar, wat negatieve gevolgen heeft voor het reeds kwetsbare financiële evenwicht van de gemeenten.
Opcentiemen op de onroerende voorheffing :
Vanaf 1 januari 2017 wordt de onroerende voorheffing op materieel en outillage niet meer ingeschreven. Het is dus aangewezen een nieuwe berekeningswijze aan te nemen voor de te verwachten opbrengst van deze aanvullende gemeentebelasting.
Het belastbare materieel en outillage maakt voorwerp uit van een specifieke rubriek (1.c.) in het document overgemaakt door de dienst Patrimoniumdocumentatie die voor elke gemeente haar kadastraal inkomen op 1 januari 2016 aangeeft.
Hetzij belastbaar kadastraal inkomen per 1 januari 2016 buiten materieel en outillage x 0.0125 x opcentiemen/100 x (100-Z)/100 x 1,754
Z : wegingscoëfficiënt, gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de afwijkingspercentages tussen de begrotingsramingen en het vastgestelde recht over de voorbije 5 jaar.
Opcentiemen op de personenbelasting : de raming dient als volgt berekend te worden :
Raming van de FOD Financiën x (100-Z)/100
Z : wegingscoëfficiënt, gelijk aan het rekenkundig gemiddelde van de afwijkingspercentages tussen de ramingen van de FOD Financiën en het vastgestelde recht over de voorbije 5 jaar.
De raming van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt in principe in de loop van de maand oktober 2016 aan de gemeenten meegedeeld. Indien nodig kan een regularisatie van voornoemde raming toegestaan worden bij de eerstvolgende begrotingswijziging voor 2017, op basis van de laatste provisionele staat overgemaakt door de Federale Overheidsdienst Financiën in de loop van het tweede kwartaal van het dienstjaar 2017.
Opcentiemen op de verkeersbelasting : raming overeenkomstig die van de Federale Overheidsdienst Financiën.
Europese, federale, communautaire en gewestelijke subsidies : de kredieten worden bepaald op basis van de ondertekende overeenkomsten en de toezeggingen bevestigd door de subsidiërende overheid.
c. Schuldontvangsten dienen geboekt te worden conform de bedragen meegedeeld door de schuldenaars van de inkomens voor zover deze bedragen verenigbaar zijn met de werkelijk geïnde bedragen in de loop van de vorige dienstjaren. De creditintresten worden geraamd op basis van een thesauriekalender.
Ontvangst Hydrobru
Zoals u weet kan Hydrobru, ten gevolge van de statutenwijziging in 2012, geen dividenden meer uitkeren aan de gemeenten tenzij bepaalde voorwaarden zijn vervuld.
Het jaarlijks bedrag dat thans elke gemeente ontvangt is een compensatievergoeding per huisvesting die niet als dividend kan worden geregistreerd en die vanaf 2017 als prestatieontvangst hoort te worden ingeschreven op de functie 874 onder de economische code 161-01.
Indien Hydrobru in de toekomst in de mogelijkheid zou zijn een dividend aan de gemeenten uit te keren, zal dit vanzelfsprekend worden ingeschreven onder een economische code met betrekking tot de schuld op de specifieke functie.
B. Uitgaven
a. Personeel
De vooruitzichten voor de diverse economische codes dienen als volgt berekend te worden :
code 111 : wedde van juli 2016 x 12,42 (jaarwedde + sociale programmering) x 1,013 (weerslag van de weddenschaalverhogingen)
De sociale uitkeringen en de salarissen werden in juni en juli 2016 geïndexeerd. Wat 2017 betreft, verwacht het Planbureau een overschrijding van de spilindex in november 2017.
De indexering van de sociale uitkeringen en salarissen zal dus respectievelijk in december 2017 en januari 2018 plaatsvinden. Een indexeringscoëfficiënt van 2% moet dus worden geïntegreerd in de berekening van de sociale uitkeringen van de maand december 2017.
Ik wil hier wijzen op het grote aandeel van de personeelsuitgaven in de gemeentelijke begrotingen. Gelet op de moeilijkheid om tot een sluitende begroting te komen, bestaat de ideale oplossing erin binnen de grenzen van de kredieten voor 2016 te blijven voor de wedden van het niet-gesubsidieerde personeel. Bijkomend worden bijgevolg enkel uitgaven aanvaard die ten belope van 100% gesubsidieerd worden.
De tabel in bijlage 1 met betrekking tot het personeelsbestand op 30 juni 2016, moet verplicht bij de begroting gevoegd worden. Ik vraag u erop te letten dat de telling van het aantal personeelsleden overeenstemt met de tellingen naar geslacht en naar woonplaats.
code 112 : raming volgens 111 en personeelsstatuut
code 113 :
Sinds 2014 heeft de RSZ de procedure aangaande de vermindering van de werkgeversbijdragen toegepast ten aanzien van Geco's gewijzigd. Het betreft geen vrijstelling meer, maar een vermindering die trimestrieel van toepassing is. Hieruit volgt dat de maandelijkse voorschotten geen rekening meer houden met de vermindering, omdat een regularisatie plaatsvindt op het ogenblik van de trimestriële aangifte. In dit kader wordt eraan herinnerd dat de bedragen vastgelegd als werkgeversbijdragen Geco in de loop van het jaar moeten worden geregulariseerd - door middel van negatieve vastleggingen - om de verminderingen in rekening te brengen. Evenzo dienen de begrotingskredieten ingeschreven tijdens de opmaak van de begroting 2017 rekening te houden met de van toepassing zijnde verminderingen.
De gemeenten die aangesloten zijn bij de vroegere pools 1 en 2 moeten de DIBISS-bijdragen vermelden onder de economische code 113-21.
De basisvoet voor de berekening van de pensioenbijdrage (waarvan 7,5% bestaat uit de bijdragen van het personeel in actieve dienst) is voor het dienstjaar 2017 als volgt vastgelegd :
5. Instructions budgétaires et paramètres
5.1. Service ordinaire
A. Recettes
a. Recettes de prestations
Dans le contexte actuel il est plus que jamais nécessaire d'adapter les tarifs de manière régulière. Aussi, en ce qui concerne les prestations administratives résultants d'une demande individuelle, le prix demandé devra au minimum couvrir le coût des prestations fournies par les services communaux. De même, les loyers seront indexés et tout sera mis en oeuvre pour en assurer leur recouvrement.
A services égaux, les recettes de prestation devront être augmentées au minimum de l'inflation.
b. Recettes de transferts
Dotations régionales et fédérale : les montants des estimations seront communiqués à la demande par l'administration des pouvoirs locaux à partir du 19 septembre 2016.
Taxes communales : les résultats du compte de l'exercice 2015 seront repris avec, s'il échet, adaptation à la suite de changements de taux actés ou prévus.
Lorsque les règlements-taxes arrivent à échéance, une réflexion doit être faite sur une hausse des taux de certaines taxes comme celles sur les prestations administratives ou l'occupation du domaine public.
Dans un objectif de planification prudentielle, il est par ailleurs recommandé de prévoir la constitution de provisions pour risques et charges en matière de taxes communales, en cas de nouvelles taxes communales ou de révisions pour lesquelles le niveau de perception est sujet à risque. L'anticipation des besoins de provisionnement permet par ailleurs d'éviter que ceux-ci n'entraînent un déficit au cumulé du service ordinaire.
Dans l'attente des montants définitifs des subsides octroyés dans le cadre des ordonnances du 19 juillet 2017, il est impératif de reprendre les montants indiqués dans votre plan 2016-2018.
Les subsides dans le cadre de l'ordonnance du 19 juillet 2007 visant à associer les communes dans le développement économique de la Région de Bruxelles-Capitale vous seront communiqués dès décision des autorités.
D'autre part, les communes veilleront tout particulièrement à rendre exécutoires le plus tôt possible au cours de l'exercice budgétaire les rôles afférents aux taxes spécifiquement communales. Il arrive trop souvent que des rôles ne soient pas rendus exécutoires au cours de l'exercice, ce qui affecte négativement l'équilibre financier déjà fragile des communes.
Additionnels au précompte immobilier :
A partir du 1er janvier 2017, le précompte immobilier sur le matériel et outillage ne sera plus enrôlé. Il convient donc d'adopter un nouveau mode de calcul pour le rendement prévisible de cet additionnel au niveau communal.
Le matériel et outillage imposable fait l'objet d'une rubrique spécifique (1.c.) dans le document transmis par le Service de documentation patrimoniale qui indique à chaque commune son revenu cadastral au 1er janvier 2016.
Soit le Revenu cadastral imposable au 1er janvier 2016 hors matériel et outillage x 0.0125 x centimes additionnels/100 x (100-Z)/100 x 1,754
Z : coefficient de pondération égal à la moyenne arithmétique des pourcentages d'écart entre les prévisions budgétaires et le droit constaté au cours des 5 dernières années.
Additionnels à l'impôt des personnes physiques : l'estimation sera calculée comme suit :
Estimation du SPF Finances x (100-Z)/100
Z : coefficient de pondération égal à la moyenne arithmétique des pourcentages d'écart entre les prévisions du SPF Finances et le droit constaté au cours des 5 dernières années.
L'estimation du Service Public Fédéral Finances sera en principe communiquée aux communes dans le courant du mois d'octobre 2016. Le cas échéant, une régularisation de ladite prévision peut être admise à l'occasion de la plus proche modification budgétaire de l'exercice 2017 sur base du dernier état prévisionnel transmis par le Service Public Fédéral Finances dans le courant du deuxième trimestre de l'exercice 2017.
Décimes additionnels à la taxe de circulation : estimation conforme à celle du Service Public Fédéral Finances.
Subsides européens, fédéraux, communautaires et régionaux : les crédits seront prévus en fonction des conventions signées et des promesses confirmées par l'autorité subsidiante.
c. Les recettes de dette seront enregistrées conformément aux montants communiqués par les débiteurs de revenus pour autant que ces montants soient compatibles avec ceux effectivement perçus au cours des exercices précédents. Les intérêts créditeurs seront estimés sur base d'un échéancier de trésorerie.
Recette Hydrobru
Comme vous le savez, suite à la modification de ses statuts en 2012, Hydrobru ne peut distribuer de dividendes aux communes que si certaines conditions sont respectées.
Le montant annuel que perçoit actuellement chaque commune est une indemnité compensatoire par logement qui ne peut être enregistré comme un dividende et qu'il convient dès 2017 d'enregistrer en recette de prestation à la fonction 874 sous le code économique 161-01.
Si dans l'avenir, Hydrobru est dans la capacité de distribuer un dividende aux communes il sera bien sûr enregistré sous un code économique de dette à la fonction ad hoc.
B. Dépenses
a. Personnel
Les prévisions par code économique seront établies comme suit :
code 111 traitement de juillet 2016 x 12,42 (salaire annuel + programmation sociale) x 1,013 (impact des augmentations barémiques)
Les allocations sociales et les salaires ont été indexés en juin et juillet 2016. Pour ce qui concerne 2017, le bureau du Plan prévoit un dépassement de l'indice pivot en novembre 2017.
L'indexation des allocations sociales et salaires interviendraient donc respectivement en décembre 2017 et janvier 2018. Un coefficient d'indexation de 2 % doit donc être intégré dans le calcul des allocations sociales du mois de décembre 2017.
Je rappelle ici la prépondérance des dépenses de personnel dans les budgets communaux. Vu les difficultés à équilibrer le budget, le scénario idéal sera, en ce qui concerne les traitements du personnel non subventionné, de rester dans les limites des crédits prévus en 2016. Seules les dépenses subsidiées à 100% pourront par conséquent être admises en supplément.
Le tableau repris en annexe 1, reprenant les effectifs au 30 juin 2016 doit impérativement être joint. Je vous invite à veiller à la cohérence entre le comptage des effectifs et celui relatif au genre et au domicile.
code 112 : estimation suivant 111 et statut du personnel
code 113 :
Depuis 2014, l'ONSS a modifié la procédure concernant la réduction de cotisations patronales appliquée aux ACS. Il ne s'agit plus d'une exonération mais d'une réduction applicable trimestriellement. Il en résulte que les avances mensuelles ne tiennent plus compte de la réduction, une régularisation ayant lieu au moment de la déclaration trimestrielle. Dans ce cadre, il est rappelé que les montants engagés au titre de cotisations patronales ACS devront être régularisés - au moyen d'engagements négatifs - en cours d'année afin de prendre en compte les réductions opérées. De même, les crédits budgétaires inscrits lors de l'élaboration du budget 2017 tiendront également compte des réductions applicables.
Pour les communes affiliées aux ex-pools 1 et 2, les cotisations à l'ORPSS seront reprises sous le code économique 113-21.
Le taux de cotisation de pension de base est le taux fixé pour l'exercice 2017 (dont 7,5% correspondent aux cotisations du personnel en activité) est le suivant :
5.1. Service ordinaire
A. Recettes
a. Recettes de prestations
Dans le contexte actuel il est plus que jamais nécessaire d'adapter les tarifs de manière régulière. Aussi, en ce qui concerne les prestations administratives résultants d'une demande individuelle, le prix demandé devra au minimum couvrir le coût des prestations fournies par les services communaux. De même, les loyers seront indexés et tout sera mis en oeuvre pour en assurer leur recouvrement.
A services égaux, les recettes de prestation devront être augmentées au minimum de l'inflation.
b. Recettes de transferts
Dotations régionales et fédérale : les montants des estimations seront communiqués à la demande par l'administration des pouvoirs locaux à partir du 19 septembre 2016.
Taxes communales : les résultats du compte de l'exercice 2015 seront repris avec, s'il échet, adaptation à la suite de changements de taux actés ou prévus.
Lorsque les règlements-taxes arrivent à échéance, une réflexion doit être faite sur une hausse des taux de certaines taxes comme celles sur les prestations administratives ou l'occupation du domaine public.
Dans un objectif de planification prudentielle, il est par ailleurs recommandé de prévoir la constitution de provisions pour risques et charges en matière de taxes communales, en cas de nouvelles taxes communales ou de révisions pour lesquelles le niveau de perception est sujet à risque. L'anticipation des besoins de provisionnement permet par ailleurs d'éviter que ceux-ci n'entraînent un déficit au cumulé du service ordinaire.
Dans l'attente des montants définitifs des subsides octroyés dans le cadre des ordonnances du 19 juillet 2017, il est impératif de reprendre les montants indiqués dans votre plan 2016-2018.
Les subsides dans le cadre de l'ordonnance du 19 juillet 2007 visant à associer les communes dans le développement économique de la Région de Bruxelles-Capitale vous seront communiqués dès décision des autorités.
D'autre part, les communes veilleront tout particulièrement à rendre exécutoires le plus tôt possible au cours de l'exercice budgétaire les rôles afférents aux taxes spécifiquement communales. Il arrive trop souvent que des rôles ne soient pas rendus exécutoires au cours de l'exercice, ce qui affecte négativement l'équilibre financier déjà fragile des communes.
Additionnels au précompte immobilier :
A partir du 1er janvier 2017, le précompte immobilier sur le matériel et outillage ne sera plus enrôlé. Il convient donc d'adopter un nouveau mode de calcul pour le rendement prévisible de cet additionnel au niveau communal.
Le matériel et outillage imposable fait l'objet d'une rubrique spécifique (1.c.) dans le document transmis par le Service de documentation patrimoniale qui indique à chaque commune son revenu cadastral au 1er janvier 2016.
Soit le Revenu cadastral imposable au 1er janvier 2016 hors matériel et outillage x 0.0125 x centimes additionnels/100 x (100-Z)/100 x 1,754
Z : coefficient de pondération égal à la moyenne arithmétique des pourcentages d'écart entre les prévisions budgétaires et le droit constaté au cours des 5 dernières années.
Additionnels à l'impôt des personnes physiques : l'estimation sera calculée comme suit :
Estimation du SPF Finances x (100-Z)/100
Z : coefficient de pondération égal à la moyenne arithmétique des pourcentages d'écart entre les prévisions du SPF Finances et le droit constaté au cours des 5 dernières années.
L'estimation du Service Public Fédéral Finances sera en principe communiquée aux communes dans le courant du mois d'octobre 2016. Le cas échéant, une régularisation de ladite prévision peut être admise à l'occasion de la plus proche modification budgétaire de l'exercice 2017 sur base du dernier état prévisionnel transmis par le Service Public Fédéral Finances dans le courant du deuxième trimestre de l'exercice 2017.
Décimes additionnels à la taxe de circulation : estimation conforme à celle du Service Public Fédéral Finances.
Subsides européens, fédéraux, communautaires et régionaux : les crédits seront prévus en fonction des conventions signées et des promesses confirmées par l'autorité subsidiante.
c. Les recettes de dette seront enregistrées conformément aux montants communiqués par les débiteurs de revenus pour autant que ces montants soient compatibles avec ceux effectivement perçus au cours des exercices précédents. Les intérêts créditeurs seront estimés sur base d'un échéancier de trésorerie.
Recette Hydrobru
Comme vous le savez, suite à la modification de ses statuts en 2012, Hydrobru ne peut distribuer de dividendes aux communes que si certaines conditions sont respectées.
Le montant annuel que perçoit actuellement chaque commune est une indemnité compensatoire par logement qui ne peut être enregistré comme un dividende et qu'il convient dès 2017 d'enregistrer en recette de prestation à la fonction 874 sous le code économique 161-01.
Si dans l'avenir, Hydrobru est dans la capacité de distribuer un dividende aux communes il sera bien sûr enregistré sous un code économique de dette à la fonction ad hoc.
B. Dépenses
a. Personnel
Les prévisions par code économique seront établies comme suit :
code 111 traitement de juillet 2016 x 12,42 (salaire annuel + programmation sociale) x 1,013 (impact des augmentations barémiques)
Les allocations sociales et les salaires ont été indexés en juin et juillet 2016. Pour ce qui concerne 2017, le bureau du Plan prévoit un dépassement de l'indice pivot en novembre 2017.
L'indexation des allocations sociales et salaires interviendraient donc respectivement en décembre 2017 et janvier 2018. Un coefficient d'indexation de 2 % doit donc être intégré dans le calcul des allocations sociales du mois de décembre 2017.
Je rappelle ici la prépondérance des dépenses de personnel dans les budgets communaux. Vu les difficultés à équilibrer le budget, le scénario idéal sera, en ce qui concerne les traitements du personnel non subventionné, de rester dans les limites des crédits prévus en 2016. Seules les dépenses subsidiées à 100% pourront par conséquent être admises en supplément.
Le tableau repris en annexe 1, reprenant les effectifs au 30 juin 2016 doit impérativement être joint. Je vous invite à veiller à la cohérence entre le comptage des effectifs et celui relatif au genre et au domicile.
code 112 : estimation suivant 111 et statut du personnel
code 113 :
Depuis 2014, l'ONSS a modifié la procédure concernant la réduction de cotisations patronales appliquée aux ACS. Il ne s'agit plus d'une exonération mais d'une réduction applicable trimestriellement. Il en résulte que les avances mensuelles ne tiennent plus compte de la réduction, une régularisation ayant lieu au moment de la déclaration trimestrielle. Dans ce cadre, il est rappelé que les montants engagés au titre de cotisations patronales ACS devront être régularisés - au moyen d'engagements négatifs - en cours d'année afin de prendre en compte les réductions opérées. De même, les crédits budgétaires inscrits lors de l'élaboration du budget 2017 tiendront également compte des réductions applicables.
Pour les communes affiliées aux ex-pools 1 et 2, les cotisations à l'ORPSS seront reprises sous le code économique 113-21.
Le taux de cotisation de pension de base est le taux fixé pour l'exercice 2017 (dont 7,5% correspondent aux cotisations du personnel en activité) est le suivant :
| 2017 | Bestuur vroegere Pool 1 | Bestuur vroegere Pool 2 |
| Verminderde basisvoet voor de pensioenbijdrage | 41,5 % | 41,5 % |
De gemeenten moeten onder artikel 000/113-21 de verwachte verschuldigde responsabiliseringsbijdrage voor het dienstjaar 2016 vermelden, te betalen in 2017, die hen meegedeeld zal worden door de DIBISS.
De gemeenten Sint-Agatha-Berchem, Elsene en Sint-Jans-Molenbeek die zelf de niet-gesolidariseerde pensioenen uitbetalen via hun rekening "voorzieningen voor uitbetaling van niet-gesolidariseerde pensioenen", moeten de desbetreffende budgettaire raming bijvoegen, zoals aangegeven in punt 2.3 van de ministeriële richtlijn van 9 december 2011 (bijlage 2A).
De gemeenten die hun niet-gesolidariseerde pensioenen beheren via de gemeentekas, moeten de economische code 113-22 gebruiken.
De gemeenten die het beheer van hun pensioenen toevertrouwd hebben aan een voorzorgsinstelling of die aangesloten zijn bij de DIBISS in pool 2 ter, moeten de economische code 113-48 gebruiken. Het is in dat geval van belang dat de vooruitzichten voor de dienstjaren 2017 en volgende bijgevoegd worden (enkel bijlage 2B voor gemeenten die niet bij de DIBISS aangesloten zijn en enkel bijlage 2C voor aangesloten gemeenten).
Wat de responsabiliseringsbijdrage betreft, vermelden de gemeenten de vooruitzichten meegedeeld door de DIBISS of bij gebrek daaraan de bedragen verschuldigd in 2016.
De gemeenten aangesloten bij de DIBISS dienen een kopie van de ontvangen ramingen bij te voegen.
116-01 : dit betreft de pensioenen van gemeentelijke mandatarissen ten laste van de gemeente
116-02 : dit betreft de renten rechtstreeks ten laste van de gemeente
b. Werking
Voor de werkingsuitgaven, afgezien van te rechtvaardigen nieuwe initiatieven of inrichtingen (bijvoorbeeld, nieuwe crèche of school), verkiezingsuitgaven en wijzigingen opgelegd door de Europese, federale, communautaire of gewestelijke overheden, geldt het principe van een groeibeperking van 3,7% ten opzichte van de uitgaven vastgelegd in de rekening 2015. Het Federaal Planbureau verwacht immers een inflatie van 2% in 2016 en van 1,7% in 2017.
Bij eventuele begrotingswijzigingen moet elke toename van een post noodzakelijkerwijze gecompenseerd worden met een overeenstemmende vermindering van een of meer andere posten of door een verhoging van de corresponderende ontvangsten (subsidies, ...).
c. Overdrachten
o Dekking van het OCMW-tekort : de vooruitzichten dienen in overeenstemming te zijn met het bedrag vastgesteld door het overlegcomité Gemeente/OCMW. De notulen van voornoemde vergadering dienen bij de begroting 2017 gevoegd te worden.
o De vertegenwoordigers van de gemeente zullen er binnen het overlegcomité op toezien dat de uitgaven van het OCMW die geen verband houden met opdrachten die wettelijk aan de OCMW's zijn toegewezen, maar die leiden tot een hogere gemeentelijke tegemoetkoming, beheerst worden. De gemeenten dienen tevens de gepaste maatregelen te nemen om overlappingen uit te sluiten op het vlak van de sociale prestaties die geleverd worden door de gemeentelijke diensten en de OCMW's. Ingeval het OCMW een batig saldo vertoont voor het vorig dienstjaar, dient het bedrag van de gemeentelijke bijdrage overeenkomstig verminderd te worden (en mag men geen ontvangst inschrijven). De gemeenten moeten de OCMW's verzoeken hun rekeningen zo spoedig mogelijk aan te nemen.
o Dotatie aan de politiezone : deze dient in overeenstemming te zijn met de beslissing van de Politieraad en de normen bepaald door de bevoegde overheid. Indien de begroting van de politiezone vastgesteld zou worden na die van de gemeente en indien er een verschil tussen beide begrotingen bestaat wat de gemeentelijke tegemoetkoming betreft, dient de gemeente zo spoedig mogelijk een begrotingsaanpassing te verrichten om beide bedragen te laten overeenstemmen.
Evenals voor de OCMW's is het zo dat indien de politiezone een batig saldo laat optekenen, de jaarlijkse bijdrage overeenkomstig verminderd dient te worden.
Indien de rekeningen van het dienstjaar 2015 van de zone niet vastgesteld zijn, wordt de dotatie voor 2017 beperkt wordt tot het bedrag dat was ingeschreven op de begroting 2016. Voor de politiezones met een grotere achterstand, dient de begroting van de zone vastgesteld te worden op basis van de laatst vastgestelde rekeningen, met indexering voor het gedeelte met betrekking tot het personeel.
o Subsidies aan verenigingen en gezinnen : de gemeenten dienen erop toe te zien dat door hogere overheden toegekende subsidies herverdeeld worden onder begunstigde verenigingen met strikte naleving van de bestemmingen bepaald door voornoemde overheden.
De gemeenten moeten ervoor zorgen dat ze de bepalingen toepassen die zijn vervat in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen. Zij dienen overigens de subsidie aan te passen volgens de resultatenrekening en de thesaurietoestand van de vereniging, om te vermijden dat deze een batig saldo zou boeken of een reserve aanleggen dankzij de gemeentelijke toelage.
o Subsidies aan het autonome gemeentebedrijf : ingeval de gemeente het tekort van het gemeentebedrijf financiert, moet de laatste rekening van het gemeentebedrijf bij de begroting gevoegd worden, evenals een toelichting wat betreft de reden van die financiële tegemoetkoming.
o Overeenkomstig de bepalingen die vervat zijn in de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie van 22 januari 2009 houdende de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap moeten de gemeenten, wanneer zij zelf instaan voor de inning van de parkeerinkomsten en de controle op de parkeerregels, 15% van de winst doorstorten aan het Agentschap (na aftrek van de kosten). De gemeenten moeten deze overdracht integreren in de opmaak van de begroting 2017.
o Onwaarden : met het oog op de overeenstemming van het thesaurieresultaat met het boekhoudkundig resultaat is het absoluut noodzakelijk om regelmatig de vorderingen die niet meer geïnd kunnen worden, over te boeken naar de oninvorderbare posten. Er dienen bijgevolg realistische bedragen te worden begroot.
d. Schuld
Debiteurintresten : volgens de raming van de vermoedelijke vervaldagen van de gemeentethesaurie.
Kosten van de leningen : deze dienen te beantwoorden aan de vervaldagen bepaald door de leningverschaffende instellingen en aan de bepalingen van de financiële opdracht gegund door de gemeente.
Ik vraag u met aandrang om contact op te nemen met het Brussels Gewestelijk Her-financieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën waarvan één van hun opdrachten er in bestaat om de gemeenten te adviseren inzake hun thesaurie- en schuldbeheer.
Globaal beschouwd dienen de gemeenten in 2017 hun uitstaande schulden te handhaven op het niveau dat blijkt uit hun balans 2015.
Uitzonderlijke financiering van de schoolgebouwen van het officieel gesubsidieerd onderwijs - Lening CRAC (Centre régional d'aide aux communes)
De leningen die via het CRAC werden aangegaan in het kader van de uitzonderlijke financiering van de schoolgebouwen moeten worden geregistreerd onder de economische code 962-51 "Leningen ten laste van de hogere overheid".
De jaarlijkse kosten voor deze leningen worden geregistreerd onder de economische codes 212-01 (rente) en 912-01 (kapitaal).
De terugbetaling van de jaarlijkse kosten voor deze leningen door het CRAC wordt geregistreerd onder de economische code 664-01 "Terugvordering van de hogere overheden van aflossingen van leningen" voor het kapitaal en onder de economische code 464-01 "Terugvordering van de hogere overheden van de financiële kosten van leningen" voor de rente.
De gemeenten die deze "subsidie" van de Franse Gemeenschap onder een economische code voor subsidie in kapitaal zouden hebben ondergebracht moeten vanzelfsprekend een onwaarde registreren om geen dubbele financiering in hun boekhouding te behouden.
Gewaarborgde leningen
De gewaarborgde leningen van het Fonds de Garantie (Franse Gemeenschap) worden geregistreerd onder de economische code 961-51 "Leningen ten laste van de gemeente". De rentesubsidie die het Fonds de Garantie heeft toegekend moet worden geregistreerd onder de economische code 464-01 "Terugvordering van de hogere overheden van de financiële kosten van leningen".
e. Overboekingen
In de omzendbrief van 17 mei 2013 vroeg ik u voorzieningen voor risico's en kosten aan te leggen voor niet-aangezuiverde schuldvorderingen, in het bijzonder met betrekking tot bepaalde belastingen. Om uw begroting niet uit evenwicht te brengen, raad ik u aan deze voorzieningen geleidelijk aan te leggen.
5.2. ESR 2010-normen
Binnen de rijkscomptabiliteit en het Europees Systeem van Rekeningen - ESR 2010 worden de plaatselijke besturen ondergebracht in de sector van de Lagere overheid (sectoren 1313).
In het kader van de in 2009 ondertekende samenwerkingsakkoorden over de begrotingstrajecten hebben de gewesten, als respectieve toezichthoudende overheden van de plaatselijke besturen, zich ertoe verbonden om toe te zien op een strikte naleving van de ESR-normen voor de rekeningen van de plaatselijke besturen.
De integratie van de gemeenten in het ESR 2010-systeem vergt geen enkele aanpassing van de gemeentelijke boekhouding, die een krachtige tool is waarmee de boekhoudkundige en begrotingsgegevens vlot omgerekend kunnen worden naar een ESR 2010-saldo.
Ter herinnering : de ESR-boekhouding (Europees Stelsel van Rekeningen) registreert stromen op basis van de netto vastgestelde rechten van het jaar aan de ontvangstenzijde en op basis van de aanrekeningen voor de uitgaven, ongeacht het dienstjaar waarin de uitgaven tot stand kwamen en zonder onderscheid tussen gewone of buitengewone dienst.
Financiering via leningen en de kapitaalaflossingen van die leningen worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het ESR-saldo. Hetzelfde geldt voor overboekingsverrichtingen.
Als ramingsinstrument moet de begroting ook het ESR 2010-saldo kunnen ramen dat de rekening te zien zal geven. Gelet op het grote belang van deze integratie voor het gewest en de gemeenten mogen we immers het overleggen van de jaarrekeningen niet afwachten om het financieringssaldo van de 19 gemeenten te beoordelen. Het Gewest moet beschikken over een raming van dit saldo in het begin van het begrotingsjaar.
Daarom wordt u gevraagd een omzetting van uw begroting 2017 volgens de ESR-boekhouding in te dienen. Deze omzetting dient te worden voorgesteld volgens het in bijlage 5 bijgevoegd model dat een aanpassing is van de omzettingstabel van het Instituut voor de Nationale Rekeningen.
Hiervoor nodig ik u uit om in eerste instantie bijlage 3 in te vullen, die u zal toelaten de realisatiegraad te kennen voor de 3 laatste beschikbare dienstjaren (2013-2014-2015).
De kolom met de begrotingskredieten moet deze van de laatste begrotingswijziging hernemen. Daarenboven registreert de ESR-boekhouding stromen en dienen alle aanrekeningen van het dienstjaar in aanmerking worden genomen ongeacht het dienstjaar waarin de uitgaven tot stand kwamen. Wat de ontvangsten betreft, dienen enkel de vastgestelde rechten van het dienstjaar in aanmerking te worden genomen.
Vervolgens nodig ik u uit om bijlage 4 in te vullen die u zal toelaten om de aanrekeningen inzake de investeringsuitgaven te ramen, aanrekeningen met betrekking tot enerzijds overgedragen vastleggingen van de vorige dienstjaren en anderzijds nieuwe uitgaven voorzien in 2017.
De bijlagen 3 en 4 zullen u toelaten om bijlage 5 in te vullen die de omgezette begroting 2017 weergeeft.
De omzetting van het geheel van de gewone ontvangsten, de gewone uitgaven zonder de aflossingen van de schuld en de buitengewone overdrachtsuitgaven moet worden gerealiseerd op basis van het gemiddelde van de realisatiegraad van de begrotingskredieten voor de laatst gekende rekeningen. Telkens een realisatiegraad in aanmerking wordt genomen die verschilt van de gemiddelde graad, hoort dit verantwoord te worden.
Voor wat de omzetting van de buitengewone investeringsontvangsten, de buitengewone ontvangsten en de aflossingen van de leningen betreft, is het aangewezen om de begrotingskredieten 2017 te hernemen.
Tenslotte dient de omzetting van de investeringsuitgaven te worden gerealiseerd op basis van het resultaat van de ramingstabel van de investeringen in bijlage 4 en wordt dit geïntegreerd onder totaalpost 91 van de omgezette begroting.
Het saldo van de gewone dienst in ESR-vorm zou normaal gezien niet substantieel moeten verschillen van het begrotingssaldo. Voor het saldo van de buitengewone dienst liggen de zaken anders en wij vragen u daarom hier bijzondere aandacht aan te besteden.
Deze oefening zal aantonen dat het nodig is om een realistisch investeringsprogramma op de stellen en er de weerslag van na te gaan voor de toekomstige begrotingsjaren.
Er wordt aan herinnerd dat de medewerking van alle gemeentelijke diensten vereist is voor het opstellen van dit document en dat dit vereffeningsplan een gemeentelijke beheerstool moet worden.
5.3. Gender budgeting
Het zou voor elke gemeentelijke beleidsmaker of ambtenaar die een rol speelt in de diverse fasen van een beleidscyclus een reflex, een automatisme moeten worden om eerst na te gaan welke andere impact een beleidsmaatregel zou kunnen hebben op mannen en vrouwen.
Gender mainstreaming is een aanpak die aandacht heeft voor de genderdimensie tijdens alle fasen van het politieke besluitvormingsproces (analyse van de situatie, bepaling, uitvoering en evaluatie van het beleid) en heeft dus betrekking op alle actoren die betrokken zijn bij de bepaling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk genderbeleid.
Het is een transversale aanpak, die betrekking heeft op alle beleidsdomeinen (tewerkstelling, gezondheid, mobiliteit, ...). Het is ook een preventieve aanpak, die tot doel heeft te vermijden dat de overheid een beleid invoert dat ongelijkheden tussen mannen en vrouwen creëert of versterkt.
Rekening houden met de genderdimensie van het beleid betekent ook dit beleid integreren in de begroting. Dit wordt "gender budgeting" genoemd.
Krachtens de wet van 12 januari 2007 strekkende tot [...] integratie van de genderdimensie in het geheel van de federale beleidslijnen past de federale overheid sedert 2011 gender budgeting toe op de Belgische staatsbegroting. De ordonnantie van 29 maart 2012 legt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op een methode uit te werken om de genderdimensie te integreren in de gewestbegroting. Dezelfde ordonnantie vraagt elke minister de genderdimensie te integreren in het beleid dat onder zijn bevoegdheid valt. Ondertussen hebben reeds enkele Brusselse pilootgemeenten ervaring in de opmaak van een gender budget.
Om die redenen stel ik de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor om op vrijwillige basis een gender budget voor de uitgaven uit te werken :
- om de economische middelen te kennen die op een billijke of niet billijke wijze besteed worden vanuit genderstandpunt;
- om een beleid van gender mainstreaming te kunnen voeren, dat berust op de genderanalyse van de begroting;
- om de financiële transparantie van de gemeentebegroting te vergroten;
- om de efficiëntie te verbeteren van de verdeling van de middelen vanuit de vooropgestelde beleidsdoelstellingen.
Mag ik vragen om u te focussen op de uitgavenkredieten volgens de volgende procedure?
In eerste instantie dienen de gemeentediensten te bepalen tot welke categorie de uitgavenkredieten die ze vragen behoren, om te weten of de kredieten :
- geen genderdimensie bevatten (voornamelijk technische kredieten, zoals bv verwijlinteresten, huur, personeelskosten, enz.) (categorie 1);
- streven naar het verwezenlijken van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen (bv salarissen voor gender- of diversiteitsambtenaren, een budget voor acties om de aanwezigheid van vrouwen in sportclubs te vergroten, kredieten om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen te vergroten, zoals opleidingen voor ongeschoolde vrouwen, bestrijden van geweld tegen vrouwen, enz.) (categorie 2);
- een genderdimensie bevatten (de overige kredieten : kosten voor projecten en acties, subsidies, enz.) (categorie 3).
Vervolgens worden zowel de gewone als buitengewone uitgaven in het genderbudget gecategoriseerd volgens het model in bijlage 6A (met enkele voorbeelden). De toelichting in de laatste kolom geeft indien nodig technische uitleg bij de categorisering van de uitgaven (waarom categorie 1, 2 of 3).
Tot slot bespreken de gemeentediensten de gecategoriseerde uitgaven in een gendernota.
De uitgaven onder categorie 1 vragen geen verdere toelichting.
Voor de uitgavenkredieten onder categorie 2 en 3 wordt aangegeven op welke manier er rekening zal worden gehouden met de genderdimensie, m.a.w. de wijze waarop de gemeente een beleid van gender mainstreaming voert. In bijlage 6B worden enkele aanwijzingen aangereikt die het opstellen van de gendernota kunnen vergemakkelijken.
Mijn diensten zenden u op eenvoudige vraag de elektronische versie van het gender budget 2016 van de gemeente Elsene, één van de Brusselse pilootgemeenten in gender mainstreaming en gender budgeting.
5.4. Buitengewone dienst
Ter herinnering : de functionele en economische voorstelling is beperkt tot de gewone dienst omdat het begrip kredietbeperking als bedoeld in artikel 10 van het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit (ARGC) uitsluitend betrekking heeft op de gewone dienst.
Zoals voorheen krijgen de gemeenten de aanbeveling om bijzonder waakzaam te zijn bij het opstellen van de budgettaire vooruitzichten met het oog op maximale geloofwaardigheid en verwezenlijking. De gemeenten dienen er bovendien op toe te zien dat de kosten verbonden aan leningen ter volledige of gedeeltelijke financiering van het investeringsprogramma geen begrotingstekort veroorzaken of leiden tot een toename van het tekort.
De kosten van nieuwe leningen moeten beperkt blijven tot het volume van de kapitaalaflossingen tijdens het dienstjaar, teneinde het totale gewicht van de uitstaande gemeenteschuld te stabiliseren.
Ik vestig uw aandacht op dat het saldo berekend volgens de ESR 2010-normen geen rekening houdt met ontvangsten uit leningen. Om een ESR 2010-evenwicht na te streven, dienen de voorziene investeringen derhalve realistisch te zijn door zich te beperken tot diegene die in de loop van het jaar kunnen worden gerealiseerd.
De gemeenten dienen eveneens de leningen te vermelden die niet werden aangegaan tijdens de vorige dienstjaren maar die nodig zullen zijn om de investeringen te financieren die werden vastgelegd tijdens die vorige dienstjaren.
In dat verband wordt verwezen naar de omzendbrief van 4 mei 1999 met betrekking tot de budgettering en boeking in de buitengewone dienst.
Artikel 252 van de nieuwe gemeentewet bepaalt : "De begroting van de uitgaven en de ontvangsten van de gemeenten mag, ten laatste te rekenen vanaf het begrotingsjaar 1988, in geen enkel geval, een deficitair saldo op de gewone of de buitengewone dienst, noch een fictief evenwicht of een fictief batig saldo, vertonen".
Met de inachtneming van dat principe moet de buitengewone begroting elk jaar in evenwicht zijn aangezien de gemeenten verplicht zijn elk jaar op de begroting, alle inkomsten in te schrijven die bestemd zijn voor het financieren van de jaarlijkse investeringen opgenomen in de begroting.
Bij de afsluiting van het dienstjaar gebeurt het echter vaak dat uitgaven vastgelegd zijn, maar dat de leningen bestemd om deze te bekostigen nog niet aangevraagd zijn en dat bijgevolg geen recht vastgesteld werd.
Deze leningen worden opnieuw ingeschreven door middel van een begrotingswijziging bij de overname van het resultaat van de rekening, en dit conform de bepalingen van artikel 9 van het ARGC.
Het opnieuw inschrijven van deze leningen beantwoordt aldus aan de bepalingen van artikel 5 van het ARGC dat voorschrijft dat de begroting alle ontvangsten en uitgaven omvat die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan.
Elke investeringstoelage moet het voorwerp uitmaken van een vastgesteld recht in de buitengewone dienst vanaf de kennisgeving van de toezegging (en niet de betaling van deze toelage door de subsidiërende overheid).
Voorts herinner ik u eraan dat de bijlagen 1 tot en met 5 elektronisch dienen overgezonden te worden via het algemeen e-mailadres financeslocales@gob.brussels en dit voorafgaand aan de indiening van de papieren versie.
| 2017 | Admin. ex-Pool 1 | Admin. ex-Pool 2 |
| Taux de cotisation de pension de base réduit | 41,5 % | 41,5 % |
Les communes enregistreront sous l'article 000/113-21 la prévision de cotisation de responsabilisation due pour l'exercice 2016 à payer en 2017 qui leur sera communiquée par l'ORPSS.
Les communes de Berchem-Sainte-Agathe, Ixelles et Molenbeek-Saint-Jean qui assurent elles-mêmes le paiement des pensions non solidarisées par le biais de leur " compte de provisions pour liquidation des pensions non-solidarisées ", joindront le budget prévisionnel de celui-ci comme indiqué au point 2.3 de la directive ministérielle du 9 décembre 2011 (annexe 2A).
En ce qui concerne les communes qui gèrent leurs pensions non solidarisées par le biais de la caisse communale, le code économique à utiliser est le 113-22.
Les communes ayant confié la gestion de leurs pensions à une institution de prévoyance ou s'étant affiliées à l'ORPSS en ex-pool 2 ter utiliseront le code économique 113-48. Il importe de joindre les prévisions d'évolution pour les exercices 2017 et suivants (annexe 2B uniquement pour les communes non-affiliées à l'ORPSS et annexe 2C uniquement pour les communes affiliées).
En ce qui concerne la cotisation de responsabilisation, il s'agit de reprendre les prévisions fournies par l'ORPSS ou à défaut les montants dus en 2016.
Les communes affiliées à l'ORPSS joindront copie des estimations reçues.
116-01 : il s'agit des pensions des mandataires communaux à charge de la commune
116-02 : il s'agit des rentes directement à charge de la commune
b. Fonctionnement
En ce qui concerne les dépenses de fonctionnement, hormis les nouvelles initiatives ou installations à justifier (par exemple, nouvelle crèche ou école), les dépenses électorales et les modifications imposées par les autorités européennes, fédérales, communautaires ou régionales, le principe est celui d'une croissance limitée à 3,7% par rapport aux dépenses engagées au compte 2015. Le Bureau fédéral du Plan prévoit en effet une inflation de 2% en 2016 et de 1,7% en 2017.
Lors de modifications budgétaires éventuelles, toute augmentation dans un poste devra nécessairement être compensée par une diminution équivalente dans un ou plusieurs autres postes ou par une augmentation des recettes concomitantes (subsides,...).
c. Transferts
o Couverture du déficit du C.P.A.S. : les prévisions seront conformes au montant arrêté au Comité de concertation Commune - C.P.A.S. Les procès-verbaux de cette réunion seront annexés au budget 2017.
o Les représentants de la commune au sein du comité de concertation veilleront à ce que des dépenses du C.P.A.S. ne résultant pas de l'exercice des missions qui lui sont légalement dévolues, mais ayant pour effet de majorer l'intervention communale, soient maîtrisées. Les communes prendront également les mesures adéquates en vue d'éviter les doubles emplois au niveau des prestations sociales rendues par les services communaux et par les C.P.A.S.. Au cas où le C.P.A.S. aurait dégagé un boni afférent à l'exercice précédent, il s'imposerait de réduire à due concurrence le montant de l'intervention communale (et non d'inscrire une recette). Les communes inviteront les C.P.A.S. à adopter leurs comptes dans les meilleurs délais.
o Dotation à la zone de police : elle sera conforme à la décision du Conseil de Police et aux normes établies par les autorités compétentes. Au cas où le budget de la zone serait arrêté après l'adoption du budget communal et qu'il y ait discordance au niveau de l'intervention communale entre les deux budgets, la commune devra adopter une modification budgétaire dans les meilleurs délais afin de rétablir la concordance des deux montants.
De la même façon que pour les CPAS, lorsque le compte de la zone de police dégage un boni, la contribution annuelle sera diminuée à due concurrence.
Lorsque les comptes de l'exercice 2015 de la zone ne sont pas arrêtés, la dotation pour l'année 2017 sera limitée à celle inscrite au budget 2016. Pour les zones de police avec un plus grand arriéré, le budget de la zone sera fixé sur base des derniers comptes arrêtés moyennant une indexation pour la partie relative au personnel.
o Subsides aux associations et aux ménages : les communes veilleront à ce que les subsides octroyés par une autorité supérieure soient redistribués à des associations bénéficiaires dans le strict respect des affectations fixées par lesdites autorités.
Les communes veilleront à appliquer les dispositions reprises dans la loi du 14 novembre 1983 relative au contrôle de l'octroi et de l'emploi de certaines subventions. Par ailleurs, elles ajusteront le subside en fonction du compte de résultats et de la trésorerie de l'association afin que celle-ci ne dégage pas de boni ou de réserve grâce à la contribution communale.
o Subside à la régie autonome : dans le cas où commune finance le déficit de la régie, il sera joint au présent budget, le dernier compte de la régie ainsi qu'une explication sur la nature du besoin de cette intervention financière.
o Conformément aux dispositions inscrites aux articles 40 et 41 de l'ordonnance du 22 janvier 2009 portant sur la création d'une agence de stationnement et de contrôle des règles de stationnement de la Région de Bruxelles-Capitale, lorsque les communes assument elles-mêmes les missions de perception des recettes de stationnement et de contrôle des règles de stationnement, elles doivent verser 15% du bénéfice du stationnement à l'Agence (après déduction des coûts). Les communes veilleront à intégrer ce transfert dans le cadre de la confection du budget 2017.
o Non-valeurs : afin, que le résultat de trésorerie coïncide avec le résultat budgétaire, il est indispensable de procéder régulièrement à la mise en irrécouvrables des créances qui ne peuvent plus être perçues. Des montants prévisionnels réalistes doivent par conséquents être budgétisés.
d. Dette
Intérêts débiteurs : suivant l'estimation de l'échéancier probable de la trésorerie communale.
Charges des emprunts : elles intégreront l'échéancier fourni par les organismes prêteurs et seront conformes aux dispositions du marché financier passé par la commune.
Je vous invite vivement à prendre contact avec le Fonds régional bruxellois de Refinancement des Trésoreries communales dont l'une des missions consiste notamment à conseiller les communes dans la gestion de la trésorerie et de la dette.
D'une manière globale, les communes maintiendront en 2017 un stock de dette équivalent à celui enregistré dans leur bilan 2015.
Financement exceptionnel des bâtiments scolaires du réseau officiel subventionné - Prêt CRAC
Les emprunts contractés via le CRAC dans le cadre du financement exceptionnel des bâtiments scolaires doivent être enregistrés sous le code économique 962-51 " Emprunts à charge de l'autorité supérieure ".
Les charges annuelles de ces prêts s'enregistrent sous les codes économiques 212-01 (intérêts) et 912-01 (capital).
Le remboursement des charges annuelles de ces emprunts par le CRAC s'enregistre sous le code économique 664-01 " Récupération sur l'autorité supérieure des remboursements périodiques d'emprunts " pour le capital et sous le code économique 464-01 " Remboursement par l'autorité supérieure des charges financières des emprunts " pour les intérêts ".
Les communes qui auraient enregistré ce " subside " de la FWB sous un code économique de subside en capital doivent bien sûr enregistrer une non-valeur afin de ne pas maintenir un double financement dans leur comptabilité.
Prêts garantis
Les prêts garantis par le Fonds de Garantie (FWB) sont enregistrés sous le code économique 961-51 " emprunts à charge de la commune ". La subvention en intérêts accordée par le Fonds de Garantie doit être enregistrée sous le code économique 464-01 " Remboursement par l'autorité supérieure des charges financières des emprunts ".
e. Prélèvements
Dans la circulaire du 17 mai 2013, je vous invitais à constituer des provisions pour risques et charges dans le cadre des créances non apurées, concernant particulièrement certaines taxes. Afin de ne pas déséquilibrer totalement votre budget, je vous recommande de procéder à ces provisions de manière graduelle.
5.2. Normes SEC 2010
Les administrations locales sont en terme de comptabilité nationale et de Système européen des comptes - SEC 2010 reprises dans le secteur des Administrations locales (secteurs 1313).
Dans le cadre des accords de coopération relatifs aux trajectoires budgétaires signés en 2009, les régions, en tant que gouvernements de Tutelle respectifs des pouvoirs locaux, se sont engagées à veiller à la stricte observance des normes SEC des comptes des pouvoirs locaux.
L'intégration des communes dans les SEC 2010 ne nécessite en aucune manière de modification de la comptabilité communale, qui est un outil performant permettant aisément la conversion des données comptables et budgétaires en solde SEC 2010.
Pour rappel, la comptabilité SEC (Système Européen des Comptes) est une comptabilité de flux qui se base sur les droits constatés nets de l'année en recettes et sur les imputations en dépenses quel que soit l'exercice d'origine de la dépense et tous services confondus.
Le financement par emprunts ainsi que le remboursement en capital de ceux-ci ne rentrent dans le calcul de ce solde. Il en est de même pour les opérations de prélèvement.
Le budget en tant qu'outil prévisionnel, doit pouvoir également évaluer le solde SEC 2010 qui sera dégagé au compte. En effet, compte tenu des enjeux que représente cette intégration, pour la Région et les communes, nous ne pouvons attendre la transmission des comptes annuels pour évaluer le solde de financement des 19 communes. La Région doit disposer d'une estimation de ce solde en début d'exercice budgétaire.
Dès lors, il vous est demandé de présenter une transposition de votre budget 2017 sur base de la comptabilité SEC. Cette transposition devra être présentée selon le modèle joint en annexe 5 qui est une adaptation de la table de passage établie par l'Institut des Comptes Nationaux.
Pour ce faire, je vous invite à compléter d'abord l'annexe 3 qui vous permettra de dégager les taux de réalisation pour les 3 derniers exercices disponibles (2013-2014-2015).
La colonne correspondant aux crédits budgétaires doit reprendre ceux renseignés par la dernière modification budgétaire. De plus, la comptabilité SEC étant une comptabilité de flux, toutes les imputations de l'exercice devront être prises en compte quel que soit l'exercice d'origine de la dépense. Les recettes quant à elles devront reprendre uniquement les droits constatés de l'exercice.
Ensuite, je vous invite à compléter l'annexe 4 qui vous permettra d'estimer les imputations relatives aux dépenses d'investissement, imputations relatives à des engagements reportés des exercices précédents d'une part et d'autre part relatives à des nouvelles dépenses qui sont prévues en 2017.
Les annexes 3 et 4 vous permettront de remplir l'annexe 5 qui représente le budget transposé pour 2017.
La transposition de l'ensemble des recettes ordinaires, des dépenses ordinaires hors amortissements de la dette et des dépenses extraordinaires de transfert devra être réalisée sur base de la moyenne des taux de réalisation des crédits budgétaires pour les derniers comptes connus. En outre, il conviendra de justifier toute prise en compte d'un taux de réalisation autre que le taux de réalisation moyen.
En ce qui concerne la transposition des recettes extraordinaires d'investissement, des recettes extraordinaires de transfert et des amortissements d'emprunts, il conviendra de reprendre les crédits budgétaires 2017.
Enfin, la transposition des dépenses d'investissements devra être réalisée sur base du résultat du tableau prévisionnel des investissements repris en annexe 4 qui sera intégré au code totalisateur 91 du budget transposé.
Si le solde du service ordinaire sous format SEC ne devrait pas s'écarter de manière significative du solde budgétaire, il n'en va pas de même pour le solde du service extraordinaire sur lequel nous vous demandons de porter une attention particulière.
Il vous démontrera la nécessité d'établir un programme d'investissements réaliste et d'en mesurer l'impact sur les exercices budgétaires futurs.
Enfin, il vous est rappelé que l'établissement de ce document exige la collaboration de l'ensemble des services communaux et que ce plan de liquidation doit devenir un outil de gestion communal.
5.3. Gender budgeting
Le fait de vérifier l'impact potentiellement différent pour les femmes et les hommes de toute mesure politique envisagée doit devenir un réflexe, un automatisme pour chaque décideur ou agent communal impliqué dans les différentes phases du cycle politique.
Le gender mainstreaming est une démarche qui porte une attention à la dimension de genre tout au long du processus politique (analyse de la situation, définition, mise en oeuvre et évaluation de la politique) et concerne donc tous les acteurs impliqués dans la définition, la mise en oeuvre et l'évaluation de la politique communale en matière de genre.
C'est une approche transversale qui s'applique à tous les domaines politiques (emploi, santé, mobilité, ...). C'est également une approche préventive puisque l'objectif est d'éviter que les pouvoirs publics ne mettent en place des politiques que créent ou accentuent des inégalités entre hommes et femmes.
Prendre en compte la dimension de genre dans les politiques signifie également de l'intégrer dans les budgets. C'est cela qui s'appelle " gender budgeting " ou " budgétisation sensible au genre ".
En vertu de la loi du 12 janvier 2007 [...] intégrant la dimension du genre dans l'ensemble des politiques fédérales, l'autorité fédérale applique la budgétisation sensible au genre depuis 2011 au budget fédéral belge. L'ordonnance du 29 mars 2012 impose au Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale de développer une méthode permettant d'intégrer la dimension de genre dans le budget régional. La même ordonnance demande à chaque ministre d'intégrer la dimension de genre dans les politiques relevant de ses compétences. Entretemps, certaines communes pilotes bruxelloises ont déjà de l'expérience dans la rédaction d'un budget genré.
Pour ces raisons, je propose aux communes de la Région de Bruxelles-Capitale d'élaborer sur base volontaire un budget genré :
- en vue de connaître les ressources économiques qui sont allouées de manière équitable ou non d'un point de vue du genre;
- en vue de faciliter la mise en oeuvre de la politique de gender mainstreaming, qui repose notamment sur l'analyse genrée du budget;
- en vue de renforcer la transparence financière du budget communal;
- en vue d'améliorer l'efficience de la distribution des ressources en comparaison des objectifs poursuivis.
Puis-je vous demander de vous focaliser sur les crédits de dépenses selon la procédure suivante?
Dans un premier temps les services communaux doivent déterminer la catégorie à laquelle les crédits de dépenses qu'ils sollicitent sont rattachés, afin de savoir si les crédits :
- ne présentent pas de dimension de genre (principalement des crédits techniques, tels que les crédits prévus pour les intérêts de retard, dépenses de personnel, etc.) (catégorie 1);
- visent à réaliser l'égalité entre femmes et hommes (p.e. les salaires des fonctionnaires genre ou diversité, un budget destiné à des actions visant à augmenter la présence des hommes ou des femmes, telles que des formations pour des femmes sans qualification, lutter contre la violence faite aux femmes, ...) (catégorie 2);
- présentent une dimension de genre (tous les autres crédits : des frais pour des projets ou actions, subsides, etc.) (catégorie 3).
Ensuite vous catégorisez les dépenses, tant ordinaires qu'extraordinaires, dans le budget genré selon le modèle en annexe 6A (avec quelques exemples). L'explication dans la dernière colonne vous donne si nécessaire un commentaire technique sur la catégorisation des dépenses (pourquoi catégorie 1, 2 ou 3).
Enfin, les services communaux analysent les dépenses catégorisées dans une note de genre.
Les dépenses relevant de la catégorie 1 n'appellent aucun autre commentaire.
Pour les crédits de dépenses relevant des catégories 2 et 3, il est indiqué comment la commune tiendra compte de la dimension de genre, autrement dit comment elle mènera une politique de gender mainstreaming. L'annexe 6B fournit quelques instructions qui peuvent faciliter la rédaction d'une note de genre.
Mes services vous enverront sur simple demande la version électronique du budget sensible au genre de la commune d'Ixelles, une des communes pilotes bruxelloises en gender mainstreaming et gender budgeting.
5.4. Service extraordinaire
Pour rappel, la présentation fonctionnelle et économique est réservée au service ordinaire puisque la notion de limite de crédits prévue par l'article 10 du RGCC ne concerne que ce service.
Comme pour les années précédentes, il est recommandé aux communes d'être particulièrement vigilantes dans l'établissement des prévisions budgétaires afin d'en garantir toute la crédibilité et la réalisation. Les communes veilleront en outre à ce que la charge qui résulterait du financement par emprunt de tout ou partie du programme des investissements, ne vienne pas créer ou aggraver un déficit budgétaire.
Il y a lieu de limiter les charges des nouveaux emprunts au volume des remboursements en capital au cours de l'exercice, afin de stabiliser le poids total de l'encours communal.
J'attire votre attention sur le fait que le solde calculé selon les normes SEC 2010 ne prend pas en compte les emprunts en recettes. Dès lors, afin de tendre vers l'équilibre SEC 2010, les investissements prévus doivent être réalistes et limités aux seuls pouvant être réalisés en cours d'année.
Les communes reprendront également les emprunts qui n'ont pas été conclus au cours des exercices précédents mais qui s'avèreront nécessaires pour financer des investissements engagés au cours de ces exercices.
Il convient à ce sujet de renvoyer à la circulaire du 4 mai 1999 relative à la budgétisation et comptabilisation au service extraordinaire.
L'article 252 de la nouvelle loi communale stipule " En aucun cas, le budget des dépenses et des recettes des communes ne peut présenter, au plus tard à compter de l'exercice budgétaire 1988, un solde à l'ordinaire ou à l'extraordinaire en déficit ni faire apparaître un équilibre ou un boni fictifs ".
Partant de ce principe, le budget extraordinaire doit être à l'équilibre à l'exercice, la commune étant tenue d'inscrire les recettes destinées à financer les investissements annuels portés à son budget.
Mais à la clôture de l'exercice comptable, il est courant que les dépenses aient fait l'objet d'un engagement alors que les emprunts destinés à financer celles-ci n'ont pas encore été commandés et qu'aucun droit n'a donc été constaté.
Ces emprunts seront réinscrits par voie de modification budgétaire lors de la reprise du résultat du compte et ce conformément aux dispositions de l'article 9 du RGCC.
La réinscription de ces emprunts répond ainsi au prescrit de l'article 5 du RGCC qui précise que le budget comprend toutes les recettes et toutes les dépenses susceptibles d'être effectuées dans le courant de l'exercice financier.
De même, tout subside d'investissement doit faire l'objet d'un droit constaté au service extraordinaire dès la notification de son octroi (et non pas lors de la liquidation de celui-ci par l'autorité subsidiante).
Enfin je vous rappelle que les annexes 1 à 5 doivent être transmises électroniquement via l'adresse e-mail générique financeslocales@sprb.brussels et ceci préalablement à l'introduction de la version papier.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 12-09-2016, p. 61374-61399)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 12-09-2016, p. 61374-61399)