Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
14 JULI 2016. - Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende het vaststellen van de aanknopingsfactoren tot vaststelling van het personele toepassingsgebied van de wettelijke en reglementaire bepalingen van de deelentiteiten, de budgettering en verrekening van de voor de deelentiteiten betaalde gezinsbijslagen en de effectieve invoering van gemeenschappelijke wijzigende bepalingen voorgesteld door het Beheerscomité van FAMIFED
Titre
14 JUILLET 2016. - Accord de coopération entre la Communauté flamande, la Région wallonne, la Commission communautaire commune et la Communauté germanophone concernant la fixation des facteurs de rattachement déterminant le champ d'application personnel des dispositions légales et règlementaires prises par les entités fédérées ainsi que la budgétisation, l'imputation des prestations familiales payées pour les entités fédérées et la mise en oeuvre effective des dispositions modificatives communes proposées par le Comité de gestion de FAMIFED
Table des matières
Table des matières
Tekst (8)
Texte (8)
Bepalingen
Dispositions
Artikel 1. Definities
  Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord wordt verstaan onder:
  - deelentiteiten: de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, voor de gebiedsomschrijving van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; de Vlaamse Gemeenschap, voor de gebiedsomschrijving van het Nederlandse taalgebied; het Waalse Gewest, voor de gebiedsomschrijving van het Franse taalgebied en de Duitstalige Gemeenschap, voor de gebiedsomschrijving van het Duitse taalgebied;
  - de bevoegde wetgevers van de deelentiteiten: de wetgevers van de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  - wettelijke woonplaats: de plaats waar de persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf overeenkomstig artikel 36, 1°, van het Gerechtelijk wetboek;
  - vestigingseenheid: de plaats die men geografisch gezien kan identificeren via een adres, waar ten minste een activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend, zoals gedefinieerd in artikel 2, 6°, van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
  - Kadaster van de kinderbijslag: het bijzonder repertorium van de personen bedoeld in artikel 6, tweede lid, 2°, van de wet van 15 januari 1990 betreffende de oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, dat wordt bijgehouden door FAMIFED, waarmee de uitwisseling van de gegevens bedoeld in artikel 94, § 1bis, vijfde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wordt gerealiseerd.
Article 1er. Définitions
  Pour l'application du présent accord de coopération, on entend par :
  - entités fédérées : la Commission communautaire commune, pour le ressort territorial de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale ; la Communauté flamande, pour le ressort territorial de la région de langue néerlandaise ; la Région wallonne, pour le ressort territorial de la région de langue française et la Communauté germanophone, pour le ressort territorial de la région de langue allemande;
  - les législateurs compétents des entités fédérées : les législateurs de la Communauté flamande, de la Région wallonne, de la Communauté germanophone et de la Commission communautaire commune;
  - domicile légal : le lieu où la personne est inscrite à titre principal sur les registres de la population conformément à l'article 36, 1°, du Code judiciaire;
  - unité d'exploitation : le lieu pouvant être identifié géographiquement par une adresse, où est exercée au moins une activité de l'entreprise ou d'où l'activité est exercée, comme défini à l'article 2, 6° de la loi du 16 janvier 2003 portant création d'une Banque-Carrefour des Entreprises, modernisation du registre de commerce, création de guichets-entreprises agréés et portant diverses dispositions;
  - Cadastre des allocations familiales: le répertoire particulier des personnes visé à l'article 6, alinéa 2, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, tenu au sein de FAMIFED, réalisant l'échange de données visé à l'article 94, § 1erbis, alinéa 5, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
Art. 2. Aanknopingsfactoren voor het bepalen van de bevoegdheid van de deelentiteiten inzake gezinsbijslag
  De bevoegdheid van een deelentiteit inzake gezinsbijslag, voor de kinderen die rechtgevend zijn op gezinsbijslag op grond van de toepasselijke wetgeving, wordt bepaald op basis van de volgende aanknopingsfactoren, in deze volgorde:
  1° de wettelijke woonplaats van het kind in de entiteit;
  2° de verblijfplaats van het kind in de entiteit;
  3° de lokalisatie in de entiteit van de vestigingseenheid of, wanneer dat gegeven niet beschikbaar is, van de exploitatiezetel van de huidige werkgever of van de laatste werkgever van de rechthebbende;
  4° de wettelijke woonplaats of de laatste wettelijke woonplaats van de rechthebbende in de entiteit;
  5° de lokalisatie van het betaalkantoor van het bevoegde kinderbijslagfonds in de entiteit, wanneer geen enkel gegeven uit de voorgaande punten beschikbaar is. Het kantoor van het bevoegde kinderbijslagfonds wordt geïdentificeerd via de gegevens uit het Kadaster van de kinderbijslag.
Art. 2. Facteurs de rattachement pour la détermination de la compétence des entités fédérées en matière de prestations familiales
  La compétence d'une entité fédérée en matière de prestations familiales, pour les enfants bénéficiaires d'allocations familiales sur la base de la législation applicable, est déterminée sur la base des facteurs de rattachement suivants, dans cet ordre :
  1° le domicile légal de l'enfant dans l'entité;
  2° le lieu de résidence de l'enfant dans l'entité;
  3° la localisation dans l'entité de l'unité d'exploitation ou, quand cette donnée n'est pas disponible, du siège d'exploitation de l'employeur actuel ou du dernier employeur de l'attributaire;
  4° le domicile légal ou le dernier domicile légal de l'attributaire dans l'entité;
  5° la localisation du bureau de paiement de la caisse d'allocations familiales compétente dans l'entité, quand aucune donnée visée aux points précédents n'est disponible. Le bureau de la caisse d'allocations familiales compétente est identifié via les données figurant au Cadastre des allocations familiales.
Art. 3. Bepalingen betreffende de budgettering en verrekening van de voor de deelentiteiten betaalde gezinsbijslagen
  § 1. Voor de periodes vanaf 1 januari 2015 bepaalt de bevoegdheid van een deelentiteit de financiële tenlasteneming van de gezinsbijslag die de federale instellingen, belast met het beheer en de uitbetaling van die bijslag, voor rekening van die entiteit uitbetaalden. Wat echter de financiële tenlasteneming van de vervroegde uitbetaling van het kraamgeld betreft, wanneer het kind op het ogenblik van die uitbetaling nog geen wettelijke woonplaats heeft in een deelentiteit, bepaalt de wettelijke woonplaats van de bijslagtrekkende in een deelentiteit de financiële tenlasteneming door die entiteit.
  § 2. De positieve (verschuldigde bijslag) of negatieve (onverschuldigde bijslag) regularisaties met betrekking tot periodes vóór 1 januari 2015 worden, op basis van de toestand op 31 december 2014, aangerekend aan de deelentiteit die overeenkomstig de aanknopingsfactoren bepaald in artikel 2, 1° tot 4°, van dit akkoord wordt aangewezen, of, als deze gegevens niet beschikbaar zijn, aan de deelentiteit die, op basis van de lokalisatie van het betaalkantoor van het bevoegde kinderbijslagfonds die de regularisatie uitvoert, wordt aangewezen. Het kantoor van het bevoegde kinderbijslagfonds wordt geïdentificeerd via de gegevens uit het Kadaster van de kinderbijslag.
  In afwijking van het vorige lid worden de betalingen en de terugvorderingen die de sociaalverzekeringsfondsen krachtens artikel 175/3 van de Algemene Kinderbijslagwet uitvoeren, aangerekend aan de deelentiteit die, op basis van de toestand op 30 juni 2014, wordt aangewezen met toepassing van de volgende aanknopingsfactoren, in deze volgorde:
  1° de wettelijke woonplaats van de bijslagtrekkende in de entiteit;
  2° de verblijfplaats van de bijslagtrekkende in de entiteit;
  3° de wettelijke woonplaats of de laatste wettelijke woonplaats van de rechthebbende in de entiteit;
  4° de lokalisatie van het betaalkantoor van het bevoegde sociaalverzekeringsfonds in de entiteit, wanneer geen enkel gegeven uit de voorgaande punten beschikbaar is.
Art. 3. Dispositions concernant la budgétisation et l'imputation des prestations familiales payées pour les entités fédérées
  § 1er. Pour les périodes à dater du 1er janvier 2015, la compétence d'une entité fédérée détermine la prise en charge financière des prestations familiales que les institutions fédérales chargées de la gestion et du paiement de ces prestations ont payées pour le compte de cette entité. Cependant, en ce qui concerne la prise en charge financière du paiement anticipé de l'allocation de naissance, quand l'enfant n'a pas encore un domicile légal dans une entité fédérée au moment du paiement, c'est le domicile légal de l'allocataire dans une entité fédérée qui détermine la prise en charge financière par cette entité.
  § 2. Les régularisations positives (prestations dues) ou négatives (prestations indues) se rapportant à des périodes antérieures au 1er janvier 2015 sont imputées, sur la base de la situation au 31 décembre 2014, à l'entité fédérée qui est désignée conformément aux facteurs de rattachement stipulés à l'article 2, 1° à 4°, de cet accord ou, si ces données ne sont pas disponibles, à l'entité fédérée qui est désignée sur la base de la localisation du bureau de paiement de la caisse d'allocations familiales compétente qui effectue la régularisation. Le bureau de la caisse d'allocations familiales compétente est identifié via les données figurant au Cadastre des allocations familiales.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, les paiements et remboursements que les caisses d'assurances sociales effectuent en vertu de l'article 175/3 de la Loi générale relative aux allocations familiales, sont imputés à l'entité fédérée qui, sur la base de la situation au 30 juin 2014, est désignée par l'application des facteurs de rattachement suivants, dans cet ordre :
  1° le domicile légal de l'allocataire dans l'entité;
  2° le lieu de résidence de l'allocataire dans l'entité;
  3° le domicile légal ou le dernier domicile légal de l'attributaire dans l'entité;
  4° la localisation du bureau de paiement de la caisse d'assurances sociales compétente dans l'entité, quand aucune donnée visée aux points précédents n'est disponible.
Art. 4. Uitwerking van de wijziging van de bevoegde deelentiteit
  Als door een gebeurtenis de bevoegdheid van een deelentiteit wijzigt op basis van de bepalingen van artikel 2, 1° tot 4°, of van artikel 3, § 2, tweede lid, 1° tot 3°, van dit akkoord, heeft die wijziging uitwerking op de eerste dag van de maand na die waarin de gebeurtenis plaatsvond.
Art. 4. Prise d'effet du changement de l'entité fédérée compétente
  Si la compétence d'une entité fédérée est modifiée par un événement sur la base des dispositions de l'article 2, 1° à 4°, ou de l'article 3, § 2, alinéa 2, 1° à 3°, du présent accord, cette modification produit ses effets le premier jour du mois suivant celui durant lequel l'événement a eu lieu.
Art. 5. Bepaling betreffende de effectieve invoering van gemeenschappelijke wijzigende bepalingen voorgesteld door het Beheerscomité van FAMIFED
  Wanneer alle of verschillende deelentiteiten parallel dezelfde decretale of reglementaire bepalingen, voorgesteld door het Beheerscomité van FAMIFED aannemen, worden die teksten effectief uitgevoerd door de instellingen belast met het beheer en de betaling van de gezinsbijslag op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de laatste decretale of reglementaire akte die betrekking heeft op die bepalingen.
Art. 5. Disposition concernant la mise en oeuvre effective des dispositions modificatives communes proposées par le Comité de gestion de FAMIFED
  En cas d'adoption, en parallèle, par toutes ou plusieurs entités fédérées, des mêmes dispositions décrétales ou réglementaires proposée par le Comité de gestion de FAMIFED, ces textes sont effectivement mis en oeuvre par les institutions chargées de la gestion et du paiement des prestations familiales le jour de la publication au Moniteur belge du dernier acte décrétal ou réglementaire qui a trait à ces dispositions.
Art. 6. Inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord
  Dit samenwerkingsakkoord heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2014 na goedkeuring door de bevoegde wetgevers van de deelentiteiten.
Art. 6. Entrée en vigueur de l'accord de coopération
  Le présent accord de coopération produit ses effets le 1er juillet 2014 après approbation par les législateurs compétents des entités fédérées.
Art. 7. Duur van het samenwerkingsakkoord
  Dit samenwerkingsakkoord duurt ten laatste tot 31 december 2019.
  Dit akkoord is niet meer van toepassing op een deelentiteit vanaf het moment dat die zelf het administratief beheer en de betaling van de gezinsbijslag ten laste neemt.
  Volgens het beginsel van de federale loyauteit in artikel 143, § 1, van de Grondwet zullen de deelentiteiten volgende onderwerpen opnemen in een samenwerkingsakkoord, of in een samenwerkingsprotocol indien van toepassing:
  - de rol van de deelentiteiten in de internationale context;
  - het persoonlijke toepassingsgebied van de regelgevingen van de entiteiten na de overgangsperiode;
  - de gegevensuitwisseling tussen de entiteiten, meer bepaald op het vlak van de provisionele betalingen en de terugvorderingen van onverschuldigde betalingen;
  - het beheer van het kadaster en het centraliseren van de gegevens;
  - de kwestie van de reserves van de fondsen, met inbegrip van hun verdeling per entiteit;
  - de verdeelsleutel van het personeel en van het vermogen van FAMIFED.
  De ondertekenaars van dit samenwerkingsakkoord erkennen het belang van deze samenwerkingsakkoorden, respectievelijk samenwerkingsprotocollen.
Art. 7. Durée de l'accord de coopération
  Le présent accord de coopération court au plus tard jusqu'au 31 décembre 2019.
  Cet accord n'est plus applicable à une entité fédérée à partir du moment où cette dernière prend en charge la gestion administrative et le paiement des prestations familiales.
  En vertu du principe de loyauté fédérale tel que précisé à l'article 143, § 1er, de la Constitution, les entités fédérées intégreront les éléments suivants dans un accord de coopération, ou, le cas échéant, dans un protocole de coopération :
  - Le rôle des entités fédérées dans le contexte international ;
  - Le champ d'application personnel des réglementations des entités fédérées après la période de transition ;
  - L'échange de données entre les entités fédérées, plus précisément sur le plan des paiements provisionnels et des récupérations de paiements indus ;
  - La gestion du Cadastre et la centralisation des données ;
  - La question des réserves des caisses, y compris leur répartition par entité ;
  - La clé de répartition du personnel et du patrimoine de FAMIFED
  Les signataires du présent accord de coopération reconnaissent l'importance de ces accords de coopération, ou protocoles de coopération selon le cas.