Artikel 1. § 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Ze voorziet in de gedeeltelijke omzetting van :
1° artikel 7 van richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen;
2° artikel 6 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;
3° richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG, hierna de richtlijn 2014/24/EU genoemd;
4° richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van richtlijn 2004/17/EG, hierna de richtlijn 2014/25/EU genoemd;
[1 5° richtlijn 2014/55/EU van 16 april 2014 van het Europees Parlement en de Raad inzake elektronische facturering bij overheidsopdrachten.]1
[2 Ze voorziet in de omzetting van richtlijn 2019/1161/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen.]2
§ 2. Deze wet bepaalt de principes en basisregels die van toepassing zijn op de overheidsopdrachten omschreven in titel 2, hoofdstuk 1, en in titel 3, hoofdstuk 1.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 JUNI 2016. - Wet inzake overheidsopdrachten (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-07-2016 en tekstbijwerking tot 08-01-2024)
Titre
17 JUIN 2016. - Loi relative aux marchés publics (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-07-2016 et mise à jour au 08-01-2024)
Informations sur le document
Numac: 2016021053
Datum: 2016-06-17
Info du document
Numac: 2016021053
Date: 2016-06-17
Table des matières
TITEL 1. - Inleidende bepaling, definities en a...
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities
Inleidende bepaling
Definities
HOOFDSTUK 2. - Algemene beginselen
Toepassingsgebied - Beginselen
Gelijkheids, niet-discriminatie, transparantie ...
Omzeilen toepassingsgebied en kunstmatig beperk...
Belangenconflicten
Naleving van milieu-, sociaal en arbeidsrecht
Ondernemers
Forfaitair beginsel
Prijsherziening
Ontwrichting van het contractueel evenwicht
Betaling voor verstrekte en aanvaarde prestaties
Voorschotten
Biedvergoeding
Vertrouwelijkheid
Regels betreffende de communicatiemiddelen
Voorbehouden opdrachten
Raming van de waarde van de opdracht
TITEL 2. - Overheidsopdrachten in de klassieke ...
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
Afdeling 1. - Toepassingsgebied ratione personae
Toepassingsgebied ratione personae - Algemeen
Gesubsidieerde opdrachten
Afdeling 2. - Toepassingsgebied ratione materiae
Onderafdeling 1. - Algemene bepaling
Toepassingsgebied ratione materiae - Algemeen
Onderafdeling 2. - Gemengde opdrachten
Gemengde opdrachten die betrekking hebben op ve...
Gemengde opdrachten die betrekking hebben op op...
Gemengde opdrachten die betrekking hebben op op...
Gemengde opdrachten waaraan defensie- of veilig...
Gemengde opdrachten waaraan defensie- of veilig...
Onderafdeling 3. - Uitsluitingen
Opdrachten geplaatst in de sectoren water- en e...
Specifieke uitsluitingen op het gebied van elek...
Overheidsopdrachten geplaatst op grond van inte...
Specifieke uitsluitingen voor opdrachten voor d...
Op basis van een alleenrecht geplaatste opdrach...
In-house-toezicht
Niet-geïnstitutionaliseerde horizontale samenwe...
Onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten
Defensie en veiligheid
Overheidsopdrachten waaraan defensie- of veilig...
HOOFDSTUK 2. - Plaatsingsprocedures
Keuze van de procedure
Openbare procedure
Niet-openbare procedure
Mededingingsprocedure met onderhandeling
Concurrentiegerichte dialoog
Innovatiepartnerschap
Gebruik van de vereenvoudigde onderhandelingspr...
Gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder ...
HOOFDSTUK 3. - Technieken en instrumenten voor ...
Raamovereenkomsten
Dynamische aankoopsystemen
Elektronische veilingen
Elektronische catalogi
Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoop...
Occasionele gezamenlijke opdrachten
Plaatsen van opdrachten door aanbestedende over...
Prijsvragen
HOOFDSTUK 4. - Verloop van de procedure
Afdeling 1. - Voorbereiding
Voorafgaande marktconsultaties
Voorafgaande betrokkenheid van kandidaten of in...
Technische specificaties
Keurmerken
Testverslagen, certificatie en andere bewijsmid...
Varianten en opties
Opdracht in vaste en voorwaardelijke gedeelten ...
Verdeling van de opdrachten in percelen
Vaststelling van termijnen
Afdeling 2. - Bekendmaking en transparantie
Vooraankondigingen
Aankondiging van een opdracht
Aankondiging van gegunde opdracht
Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigi...
Elektronische beschikbaarheid van opdrachtdocum...
Uitnodiging van de kandidaten
Afdeling 3. - Selectie van deelnemers en gunnin...
Algemene beginselen voor selectie en gunning
Verplichte uitsluitingsgronden
Uitsluitingsgrond in verband met fiscale en soc...
Facultatieve uitsluitingsgronden
Corrigerende maatregelen
Selectiecriteria
Rechtsopvolging van een natuurlijke persoon doo...
Uniform Europees Aanbestedingsdocument, implici...
Machtiging aan de Koning tot instelling van een...
Machtiging aan de Koning omtrent het bewijs van...
Onlinedatabank van certificaten - e-certis
Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer
Beroep op de draagkracht van andere entiteiten
Beperking van het aantal kandidaten
Beperking van het aantal offertes en oplossingen
Afdeling 4. - Gunning van de opdracht
Gunningscriteria van de opdracht
Levenscycluskosten
Regelmatigheid van de offertes
Prijzen-of kostenonderzoek
Niet-gunning van een opdracht
HOOFDSTUK 5. - Uitvoering van de opdracht
Machtiging aan de Koning tot bepaling van de al...
Bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van d...
[-1 Derdenrechten op schuldvorderingen]-1
HOOFDSTUK 6. - Sociale diensten en andere speci...
Sociale diensten en andere specifieke diensten ...
Beginselen voor het plaatsen van sociale en and...
Bekendmaking
Voorbehouden opdrachten voor bepaalde diensten
HOOFDSTUK 7. - Overheidsopdrachten van beperkte...
Bepalingen die van toepassing zijn op overheids...
TITEL 3. - Overheidsopdrachten in de speciale s...
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Afdeling 1. - Toepassingsgebied ratione personae
Toepassingsgebied - Algemeen
Toepassingsgebied in functie van de geraamde wa...
Afdeling 2. - Toepassingsgebied wat de bedoelde...
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende het t...
Gas en warmte
Elektriciteit
Water
Vervoersdiensten
Havens en luchthavens
Postdiensten
Winning van aardolie en gas en exploratie of wi...
Afdeling 3. - Gemengde opdrachten
Onderafdeling 1. - Gemengde opdrachten en opdra...
Gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit di...
Gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit di...
Onderafdeling 2. - Gemengde opdrachten voor ver...
Gemengde opdrachten - Verschillende activiteiten
Onderafdeling 3. - Gemengde opdrachten die betr...
Gemengde opdrachten die op dezelfde activiteit ...
Opdrachten die op verschillende activiteiten be...
Afdeling 4. - Uitsluitingen
Onderafdeling 1. - Uitsluitingen die van toepas...
Uitsluitingen die van toepassing zijn op alle a...
Opdrachten geplaatst met het oog op doorverkoop...
Overheidsopdrachten en prijsvragen voor andere ...
Door bepaalde aanbestedende entiteiten gegunde ...
Onderafdeling 2. - Uitsluiting in de defensie e...
Defensie en veiligheid, met inbegrip van opdrac...
Onderafdeling 3. - Samenwerking, verbonden onde...
Inhouse toezicht en niet-geïnstitutionaliseerde...
Opdrachten gegund aan een verbonden onderneming
Opdrachten gegund aan een gezamenlijke ondernem...
Onderafdeling 4. - Activiteiten die rechtstreek...
Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks ...
HOOFDSTUK 2. - Plaatsingsprocedures
Keuze van de procedure
Openbare procedure
Niet-openbare procedure
Onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproe...
Concurrentiegerichte dialoog
Innovatiepartnerschap
Gebruik van de vereenvoudigde onderhandelingspr...
Gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder ...
HOOFDSTUK 3. - Technieken en instrumenten voor ...
Raamovereenkomsten
Dynamische aankoopsystemen
Elektronische veilingen
Elektronische catalogi
Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoop...
Occasionele gezamenlijke opdrachten
Plaatsen van opdrachten door aanbestedende enti...
Prijsvragen
HOOFDSTUK 4. - Verloop van de procedure
Afdeling 1. - Voorbereiding
Marktconsultaties, voorafgaande betrokkenheid, ...
Verstrekken van regelmatig aangewende technisch...
Opdracht in vaste en voorwaardelijke gedeelten ...
Varianten en opties
Verdeling van opdrachten in percelen
Vaststelling van termijnen
Afdeling 2. - Bekendmaking en transparantie
Periodieke indicatieve aankondigingen
Aankondigingen inzake het bestaan van een kwali...
Aankondiging betreffende het opstellen van een ...
Aankondigingen van opdrachten
Aankondiging van gegunde opdracht
Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigi...
Elektronische beschikbaarheid van opdrachtdocum...
Uitnodigingen van kandidaten
Afdeling 3. - Selectie van deelnemers en gunnin...
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen
Beginselen voor selectie en gunning
Onderafdeling 2. - Kwalificatie en kwalitatieve...
Kwalificatiesystemen
Kwalitatieve selectiecriteria
Beroep op de draagkracht van andere entiteiten
Gebruik van uitsluitingsgronden en selectiecrit...
Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer
Onderafdeling 3. - Gunning van de opdracht
Gunningscriteria, levenscycluskosten, prijs-en ...
Afdeling 4. - Offertes die producten uit derde ...
Offertes die producten uit derde landen bevatten
Betrekkingen met derde landen op het gebied van...
HOOFDSTUK 5. - Uitvoering van de opdracht
Machtiging aan de Koning tot bepaling van de al...
Bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van d...
HOOFDSTUK 6. - Sociale diensten en andere speci...
Sociale diensten en andere specifieke diensten ...
Beginselen voor het plaatsen van sociale en and...
Bekendmaking
Voorbehouden opdrachten voor bepaalde diensten
HOOFDSTUK 7. - Overheidsopdrachten van beperkte...
Van toepassing zijnde bepalingen op overheidsop...
TITEL 4. - Bestuur
Handhaving
Te bewaren informatie
Statistische verplichtingen
Administratieve samenwerking
TITEL 5. - Slot-, wijzigings-, opheffings- en d...
HOOFDSTUK 1. - Diverse bepalingen
Berekening termijnen
Energie-efficiëntieprestaties
[-1 Schone en energiezuinige voertuigen]-1
Bevoegdheden
Ministerraad
Machtigingen aan de Koning
HOOFDSTUK 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
Wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betref...
Opheffing van artikel 3/1 van de wet van 2 augu...
Wijzigingen van de wet defensie en veiligheid
Wijzigingen van het koninklijk besluit van 13 j...
Coördinatie
HOOFDSTUK 2/1. [1 - Overgangsbepalingen]1
Elektronische facturering.
[-1 Schone en energiezuinige voertuigen]-1
HOOFDSTUK 3. -- Inwerkingtreding
Inwerkingtreding
BIJLAGEN.
Table des matières
TITRE 1er. - Disposition introductive, définiti...
CHAPITRE Ier. - Disposition introductive et déf...
Disposition introductive
Définitions
CHAPITRE 2. - Principes généraux
Champ d'application - Principes
Principe d'égalité, de non-discrimination, de t...
Soustraction au champ d'application et limitati...
Conflits d'intérêts
Respect du droit environnemental, social et du ...
Opérateurs économiques
Principe forfaitaire
Révision des prix
Bouleversement de l'équilibre contractuel
Paiement pour service fait et acceptés
Avances
Indemnité de soumission
Confidentialité
Règles applicables aux moyens de communication
Marchés réservés
Estimation du montant du marché
TITRE 2. - Marchés publics dans les secteurs cl...
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Section 1re. - Champ d'application ratione pers...
Champ d'application ratione personae - généralités
Marchés subsidiés
Section 2. - Champ d'application ratione materiae
Sous-section 1re. - Disposition générale
Champ d'application ratione materiae - Généralités
Sous-section 2. - Marchés mixtes
Marchés mixtes ayant pour objet différents type...
Marchés mixtes ayant pour objet des marchés rel...
Marchés mixtes ayant trait à des marchés auxque...
Marchés mixtes ayant trait à des aspects de déf...
Marchés mixtes comportant des aspects ayant tra...
Sous-section 3. - Exclusions
Marchés passés dans les secteurs de l'eau, de l...
Exclusions spécifiques dans le domaine des comm...
Marchés publics passés en vertu de règles inter...
Exclusions spécifiques pour les marchés de serv...
Marchés de services passés sur la base d'un dro...
Contrôle "in house"
Coopération horizontale non-institutionalisée
Services de recherche et de développement
Défense et sécurité
Marchés publics ayant trait à des aspects de dé...
CHAPITRE 2. - Procédures de passation
Choix de la procédure
Procédure ouverte
Procédure restreinte
Procédure concurrentielle avec négociation
Dialogue compétitif
Partenariat d'innovation
Recours à la procédure négociée directe avec pu...
Recours à la procédure négociée sans publicatio...
CHAPITRE 3. - Techniques et instruments pour le...
Accords-cadres
Systèmes d'acquisition dynamique
Enchères électroniques
Catalogues électroniques
Activités d'achats centralisées et centrales d'...
Marchés conjoints occasionnels
Marchés auxquels participent des pouvoirs adjud...
Concours
CHAPITRE 4. - Déroulement de la procédure
Section 1re. - Préparation
Consultations préalables du marché
Participation préalable de candidats ou de soum...
Spécifications techniques
Labels
Rapports d'essai, certification et autres moyen...
Variantes et options
Marché à tranches fermes et à tranches conditio...
Division des marchés en lots
Fixation des délais
Section 2. - Publication et transparence
Avis de préinformation
Avis de marché
Avis d'attribution de marché
Rédaction et modalités de publication des avis
Mise à disposition des documents du marché par ...
Invitation des candidats
Section 3. - Choix des participants et attribut...
Principes généraux pour la sélection et l'attri...
Motifs d'exclusion obligatoires
Motif d'exclusion relatif aux dettes fiscales e...
Motifs d'exclusion facultatifs<[1 motifs d'e...
Mesures correctrices
Critères de sélection
Substitution d'une personne physique par une pe...
Document unique de marché européen, déclaration...
Délégation au Roi relative à l'instauration d'u...
Délégation au Roi relative à la preuve de l'abs...
Base de données de certificats en ligne (e-Certis)
Normes d'assurance de la qualité et normes de g...
Recours à la capacité des tiers
Limitation du nombre de candidats
Limitation du nombre d'offres et de solutions
Section 4. - Attribution du marché
Critères d'attribution du marché
Coûts du cycle de vie
Régularité des offres
Vérification des prix ou des coûts
Non-attribution du marché
CHAPITRE 5. - Exécution du marché
Délégation au Roi relative à la fixation des rè...
Conditions spéciales relatives à l'exécution du...
[-1 Droits des tiers sur les créances ]-1
CHAPITRE 6. - Services sociaux et autres servic...
Services sociaux et autres services spécifiques...
Principes relatifs à la passation de services s...
Publication
Marchés réservés pour certains services
CHAPITRE 7. - Marchés publics de faible montant
Dispositions applicables aux marchés publics de...
TITRE 3. - Marchés publics dans les secteurs sp...
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Section 1re. - Champ d'application ratione pers...
Champ d'application - Généralités
Champ d'application en fonction de la valeur es...
Section 2. - Champ d'application quant aux acti...
Dispositions communes relatives au champ d'appl...
Gaz et chaleur
Electricité
Eau
Services de transports
Ports et aéroports
Services postaux
Extraction de pétrole et de gaz et exploration ...
Section 3. - Marchés mixtes
Sous-section 1re. - Marchés mixtes couvrant la ...
Marchés mixtes couvrant la même activité ayant ...
Marchés mixtes couvrant la même activité ayant ...
Sous-section 2. - Marchés mixtes couvrant plusi...
Marchés mixtes - Activités diverses
Sous-section 3. - Marchés mixtes comportant des...
Marchés mixtes couvrant la même activité et com...
Marchés mixtes couvrant plusieurs activités et ...
Section 4. - Exclusions
Sous-section 1re. - Exclusions applicables à to...
Exclusions applicables à toutes les entités adj...
Marchés passés à des fins de revente ou de loca...
Marchés publics et concours passés ou organisés...
Marchés passés par certaines entités adjudicatr...
Sous-section 2. - Exclusion dans les domaines d...
Défense et sécurité, en ce compris les marchés ...
Sous-section 3. - Coopération, entreprises liée...
Contrôle "in house" et coopération horizontale ...
Marchés attribués à une entreprise liée
Marchés attribués à une coentreprise ou à une e...
Sous-section 4. - Activités directement exposée...
Exclusion relative aux activités directement ex...
CHAPITRE 2. - Procédures de passation
Choix de la procédure
Procédure ouverte
Procédure restreinte
Procédure négociée avec mise en concurrence pré...
Dialogue compétitif
Partenariats d'innovation
Recours à la procédure négociée directe avec mi...
Recours à la procédure négociée sans mise en co...
CHAPITRE 3. - Techniques et instruments pour le...
Accords-cadres
Systèmes d'acquisition dynamiques
Enchères électroniques
Catalogues électroniques
Activités d'achat centralisées et centrales d'a...
Marchés conjoints occasionnels
Marchés auxquels participent des entités adjudi...
Concours
CHAPITRE 4. - Déroulement de la procédure
Section 1re. - Préparation
Consultations du marché, consultation préalable...
Communication de spécifications techniques régu...
Marché à tranches fermes et à tranches conditio...
Variantes et options
Division des marchés en lots.
Fixation des délais
Section 2. - Publication et transparence
Avis périodiques indicatifs
Avis sur l'existence d'un système de qualification
Avis relatif à l'établissement d'une liste de c...
Avis de marché
Avis d'attribution de marché
Rédaction et modalités de publication des avis
Mise à disposition des documents du marché par ...
Invitations des candidats
Section 3. - Choix des participants et attribut...
Sous-section 1re. - Principes généraux
Principes relatifs à la sélection et à l'attrib...
Sous-section 2. - Qualification et sélection qu...
Systèmes de qualification
Critères de sélection qualitative
Recours aux capacités d'autres entités
Utilisation des motifs d'exclusion et des critè...
Normes d'assurance de la qualité et normes de g...
Sous-section 3. - Attribution du marché
Critères d'attribution, coûts du cycle de vie, ...
Section 4. - Offres contenant des produits orig...
Offres contenant des produits originaires des p...
Relations avec les pays tiers en matière de mar...
CHAPITRE 5. - Exécution du marché
Délégation au Roi relative à la fixation de règ...
Conditions spécifiques relatives à l'exécution ...
CHAPITRE 6. - Services sociaux et autres servic...
Services sociaux et autres services spécifiques...
Principes relatifs à la passation de services s...
Publication
Marchés réservés pour certains services
CHAPITRE 7. - Marchés publics de faible montant
Dispositions applicables aux marchés publics de...
TITRE 4. - Gouvernance
Suivi de l'application
Information à conserver
Obligations statistiques
oopération administrative
TITRE 5. - Dispositions finales, modificatives,...
CHAPITRE 1er. - Dispositions diverses
Calcul des délais
Efficacité énergétique
[-1 Véhicules propres et économes en énergie]-1
Compétences
Conseil des ministres
Habilitations au Roi
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives et abr...
Modification de la loi du 2 août 2002 concernan...
Abrogation de l'article 3/1 de la loi du 2 août...
Modifications de la loi défense et de la sécurité.
Modifications de l'arrêté royal du 13 juillet 2...
Coordination
CHAPITRE 2/1. [1 - Dispositions transitoires]1
Facturation électronique.
[-1 Véhicules propres et économes en énergie]-1
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur
Entrée en vigueur
ANNEXES.
Tekst (455)
Texte (455)
TITEL 1. - Inleidende bepaling, definities en algemene beginselen
TITRE 1er. - Disposition introductive, définitions et principes généraux
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities
CHAPITRE Ier. - Disposition introductive et définitions
Inleidende bepaling
Disposition introductive
Article 1er. § 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Elle transpose partiellement :
1° l'article 7 de la directive 2009/52/CE du Parlement européen et du Conseil du 18 juin 2009 prévoyant des normes minimales concernant les sanctions et les mesures à l'encontre des employeurs de ressortissants de pays tiers en séjour irrégulier;
2° l'article 6 de la directive 2012/27/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2012 relative à l'efficacité énergétique, modifiant les directives 2009/125/CE et 2010/30/UE et abrogeant les directives 2004/8/CE et 2006/32/CE;
3° la directive 2014/24/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 sur la passation des marchés publics et abrogeant la directive 2004/18/CE, ci-après dénommée la directive 2014/24/UE;
4° la directive 2014/25/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 relative à la passation de marchés par des entités opérant dans les secteurs de l'eau, de l'énergie, des transports et des services postaux et abrogeant la directive 2004/17/CE, ci-après dénommée la directive 2014/25/UE;
[1 5° la directive 2014/55/UE du 16 avril 2014 du Parlement européen et du Conseil relative à la facturation électronique dans le cadre des marchés publics.]1
[2 Elle transpose la directive 2019/1161/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 modifiant la directive 2009/33/CE relative à la promotion de véhicules de transport routier propres et économes en énergie.]2
§ 2. La présente loi établit les principes et les règles de base applicables aux marchés publics visés au titre 2, chapitre 1er, et au titre 3, chapitre 1er.
Elle transpose partiellement :
1° l'article 7 de la directive 2009/52/CE du Parlement européen et du Conseil du 18 juin 2009 prévoyant des normes minimales concernant les sanctions et les mesures à l'encontre des employeurs de ressortissants de pays tiers en séjour irrégulier;
2° l'article 6 de la directive 2012/27/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2012 relative à l'efficacité énergétique, modifiant les directives 2009/125/CE et 2010/30/UE et abrogeant les directives 2004/8/CE et 2006/32/CE;
3° la directive 2014/24/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 sur la passation des marchés publics et abrogeant la directive 2004/18/CE, ci-après dénommée la directive 2014/24/UE;
4° la directive 2014/25/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 relative à la passation de marchés par des entités opérant dans les secteurs de l'eau, de l'énergie, des transports et des services postaux et abrogeant la directive 2004/17/CE, ci-après dénommée la directive 2014/25/UE;
[1 5° la directive 2014/55/UE du 16 avril 2014 du Parlement européen et du Conseil relative à la facturation électronique dans le cadre des marchés publics.]1
[2 Elle transpose la directive 2019/1161/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 modifiant la directive 2009/33/CE relative à la promotion de véhicules de transport routier propres et économes en énergie.]2
§ 2. La présente loi établit les principes et les règles de base applicables aux marchés publics visés au titre 2, chapitre 1er, et au titre 3, chapitre 1er.
Definities
Définitions
Art.2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° aanbestedende overheid :
a) de Staat;
b) de Gewesten, de Gemeenschappen en de lokale overheidsinstanties;
c) de publiekrechtelijke instellingen en personen die, ongeacht hun vorm en aard, op de datum van de beslissing om tot een opdracht over te gaan :
i opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en;
ii rechtspersoonlijkheid hebben, en;
iii op een van de volgende wijzen afhangen van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in onderhavig punt c) :
1. ofwel worden hun werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
2. ofwel is hun beheer onderworpen aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
3. ofwel zijn meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende orgaan aangewezen door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
d) de verenigingen bestaande uit een of meer aanbestedende overheden als bedoeld in 1°, a, b of c;
2° overheidsbedrijf : elke onderneming die een activiteit bedoeld in de artikelen 96 tot 102 uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften. De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming :
a) de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal van de onderneming bezitten, of;
b) over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of;
c) meer dan de helft van de leden van het bestuurs, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen;
3° persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten : de persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet wanneer hij een activiteit uitoefent als bedoeld in de artikelen 96 tot 102. De bijzondere of exclusieve rechten zijn rechten die voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de in titel 3 bedoelde activiteiten aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft waardoor de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed;
De rechten toegekend door middel van een procedure die het voorwerp was van een gepaste bekendmaking en waarbij gebruik werd gemaakt van objectieve criteria, vormen geen "bijzondere of exclusieve rechten" in de zin van het onderhavig punt.
Deze procedures zijn onder meer de volgende :
a) de procedures voor de plaatsing van een opdracht met voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig onderhavige wet, de wet defensie en veiligheid en de wet betreffende de concessies;
b) de procedures ingevolge andere rechtshandelingen van de Europese Unie, opgesomd in bijlage IV, die een voldoende voorafgaande transparantie waarborgen met het oog op het toekennen van vergunningen op basis van objectieve criteria;
4° aanbestedende entiteit : de in 1° bedoelde aanbestedende overheden die een activiteit bedoeld in de artikelen 96 tot 102 uitoefenen, de overheidsbedrijven bedoeld in 2° en de persoon die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in 3° ;
5° aanbesteder : de aanbestedende overheden die een activiteit bedoeld in titel 2 uitoefenen en de aanbestedende entiteiten;
6° aankoopcentrale :
a) in de zin van titel 2, een aanbestedende overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht als bedoeld in de bepalingen onder respectievelijk 7° en 8° ;
b) in de zin van titel 3, een aanbesteder die gecentraliseerde en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten doet zoals bedoeld in respectievelijk 7° en 8° ;
7° gecentraliseerde aankoopactiviteiten : activiteiten die permanent plaatsvinden op een van de volgende wijzen :
a) de verwerving van leveringen en/of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders;
b) de plaatsing van overheidsopdrachten of raamovereenkomsten voor werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders;
8° aanvullende aankoopactiviteiten : activiteiten die bestaan in het verlenen van ondersteuning aan aankoopactiviteiten, met name op de volgende wijzen :
a) technische infrastructuur die aanbesteders in staat stelt overheidsopdrachten of raamovereenkomsten te plaatsen voor werken, leveringen of diensten;
b) adviesverlening over het verloop of de opzet van plaatsingsprocedures;
c) voorbereiding en beheer van plaatsingsprocedures namens en voor rekening van de betrokken aanbesteder;
9° aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten : een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die aanvullende aankoopactiviteiten op de markt aanbiedt;
10° ondernemer : elke natuurlijke persoon, elke privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon of elke combinatie van deze personen, met inbegrip van alle tijdelijke samenwerkingsverbanden van ondernemingen, die werken, een werk in de zin van de bepaling onder 19°, leveringen of diensten op de markt aanbiedt. Het betreft, naargelang het geval, een aannemer, leverancier of dienstverlener;
11° kandidaat : een ondernemer die heeft verzocht om een uitnodiging, of is uitgenodigd, om deel te nemen aan een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog, een innovatiepartnerschap, een mededingingsprocedure met onderhandeling, een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, een onderhandelingsprocedure met of zonder voorafgaande oproep tot mededinging, een lijst van geselecteerde kandidaten of een kwalificatiesysteem;
12° aanvraag tot deelneming : de schriftelijke en uitdrukkelijke wilsuiting door een kandidaat om geselecteerd te worden in het kader van de in artikel 2, 11°, bedoelde procedures;
13° selectie : de beslissing van een aanbesteder tot keuze van de kandidaten of inschrijvers op basis van de uitsluitingsgronden en van de selectiecriteria;
14° inschrijver : een ondernemer die een offerte indient;
15° offerte : de verbintenis van de inschrijver om de opdracht uit te voeren op grond van de opdrachtdocumenten en tegen de voorwaarden die hij biedt;
16° opdrachtnemer : de inschrijver met wie de opdracht is gesloten;
17° overheidsopdracht : de overeenkomst onder bezwarende titel die wordt gesloten tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbesteders en die betrekking heeft op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten, met inbegrip van de opdrachten die worden geplaatst in toepassing van titel 3 door overheidsbedrijven als bedoeld in 2° en personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in 3° ;
18° overheidsopdracht voor werken : de overheidsopdracht die betrekking heeft op een van de volgende voorwerpen :
a) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage I bedoelde werkzaamheden;
b) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van een werk;
c) het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbesteder die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk of het ontwerp van het werk;
19° werk : het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;
20° overheidsopdracht voor leveringen : de overheidsopdracht die betrekking heeft op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten;
21° overheidsopdracht voor diensten : de overheidsopdracht die betrekking heeft op het verlenen van andere diensten dan die bedoeld in de bepaling onder 18° ;
22° openbare procedure : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen;
23° niet-openbare procedure : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen en waarbij alleen de door de aanbesteder geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen;
24° mededingingsprocedure met onderhandeling : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;
25° onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een oproep tot mededinging een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;
26° onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking : de plaatsingsprocedure waarbij de aanbestedende overheid de door haar gekozen ondernemers een offerte vraagt en met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;
27° onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij de aanbestedende entiteit de door hem gekozen ondernemers een offerte vraagt en met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;
28° concurrentiegerichte dialoog : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen en waarbij de aanbesteder een dialoog voert met de voor deze procedure geselecteerde kandidaten, teneinde een of meer oplossingen uit te werken die aan de behoeften van de aanbesteder beantwoorden en op grond waarvan de deelnemers aan de dialoog wiens voorgestelde oplossing of oplossingen in aanmerking genomen werden na afloop van deze dialoog, zullen worden uitgenodigd om een offerte in te dienen;
29° vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen en waarbij de aanbesteder met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;
30° vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen en waarbij de aanbesteder met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;
31° prijsvragen : de procedure die tot doel heeft de aanbesteder een plan of een ontwerp te verschaffen dat na mededinging door een jury wordt gekozen, al dan niet met toekenning van prijzen;
32° innovatie : de toepassing van een nieuw of aanzienlijk verbeterd product, een nieuwe of aanzienlijk verbeterde dienst of een nieuw of aanzienlijk verbeterd proces, waaronder, maar niet beperkt tot productie- of bouwprocessen, een nieuwe verkoopmethode of een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, organisatie op de werkvloer of de externe betrekkingen, onder meer om maatschappelijke problemen te helpen oplossen of de Europese strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei te ondersteunen;
33° dynamisch aankoopsysteem : het volledig elektronisch proces voor het verwerven van werken, leveringen of diensten voor courant gebruik, met algemeen op de markt beschikbare kenmerken die overeenstemmen met de behoeften van de aanbesteder, dat beperkt is in de tijd en gedurende de gehele looptijd openstaat voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria;
34° elektronische veiling : het zich herhalend proces langs elektronische weg, toepasselijk voor werken, leveringen of diensten, voor de voorstelling van nieuwe, verlaagde prijzen of van nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de offertes, dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de offertes en de klassering van de offertes op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt;
35° raamovereenkomst : een overeenkomst tussen een of meer aanbesteders en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te plaatsen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijzen en eventueel de beoogde hoeveelheden;
36° gezamenlijke opdracht : een opdracht die al dan niet integraal gezamenlijk gerealiseerd wordt in naam van en voor rekening van meerdere aanbesteders;
37° plaatsing : procedure voor het uitschrijven van een overheidsopdracht, die in voorkomend geval de volgende aspecten omvat : de voorafgaande marktconsultatie, de bekendmaking, de selectie, de gunning en de sluiting van de opdracht;
38° gunning van de opdracht : de beslissing van de aanbesteder om de gekozen inschrijver aan te wijzen;
39° sluiting van de opdracht : de totstandkoming van de contractuele band tussen de aanbesteder en de opdrachtnemer;
40° Gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten : de op overheidsopdrachten toepasselijke referentienomenclatuur als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, afgekort "CPV";
41° schriftelijk : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens meegedeeld. Dit geheel kan met elektronische middelen overgebrachte en opgeslagen informatie bevatten;
42° elektronisch middel : elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, en opslag van gegevens die worden verspreid, overgebracht en ontvangen door draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;
43° opdrachtdocument : alle documenten die op de opdracht toepasselijk zijn en die door de aanbesteder worden opgesteld of vermeld. In voorkomend geval omvatten ze de aankondiging van een opdracht, de vooraankondiging van de opdracht of de periodieke indicatieve aankondiging, wanneer deze gebruikt wordt als oproep tot mededinging, het bestek of elk ander beschrijvend document omvattende met name de technische specificaties en de voorgestelde contractvoorwaarden, formaten voor de aanbieding van documenten door kandidaten en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle overige aanvullende documenten. Bij een prijsvraag worden deze documenten prijsvraagdocumenten genoemd;
44° technische specificatie :
a) in geval van overheidsopdrachten voor werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een materiaal, een product of een levering, zodat dit of deze beantwoordt aan het gebruik waarvoor het materiaal, product of de levering door de aanbesteder is bestemd; tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid, of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitsborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen en productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van een werk of de werken; deze kenmerken omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbesteder bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;
b) in geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten, en de overeenstemmingsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van de levering of dienst, en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
45° Norm : een door een erkende normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
a) internationale norm : een door een internationale normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
b) Europese norm : een door een Europese normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
c) nationale norm : een door een nationale normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
46° Europese technische beoordeling : de gedocumenteerde beoordeling van de prestaties van een bouwproduct met betrekking tot zijn essentiële kenmerken aan de hand van het respectieve Europees beoordelingsdocument, zoals omschreven in punt 12 van artikel 2 van Verordening nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten;
47° gemeenschappelijke technische specificatie : een technische specificatie op het gebied van ICT die is opgesteld overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van Verordening nr. 1025/2012 van 25 oktober 2012 betreffende de Europese normalisatie;
48° technisch referentiekader : ieder ander document dan de Europese normen, dat door Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de markt zijn aangepast;
49° levenscyclus : alle opeenvolgende en/of onderling verbonden stadia, waaronder uit te voeren onderzoek en ontwikkeling, productie, handel en handelsvoorwaarden, vervoer, gebruik en onderhoud, in het bestaan van het product of werk of het verlenen van een dienst, gaande van het verwerven van de grondstof of de opwekking van hulpbronnen tot de verwijdering, de opruiming en "end-of-service" fase of "end-of-utilisation"-fase;
50° keurmerk : ieder document, certificaat of getuigschrift dat bevestigt dat de werken, producten, diensten, processen of procedures in kwestie aan bepaalde eisen voldoen;
51° keurmerkeisen : de voorschriften waaraan de werken, producten, diensten, processen of procedures in kwestie moeten voldoen om het betrokken keurmerk te verkrijgen;
52° perceel : de onderverdeling van een opdracht, die apart kan worden gegund, in principe met het oog op een gescheiden uitvoering;
53° variante : een alternatieve ontwerp- of uitvoeringswijze die hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;
54° optie : een bijkomend element dat niet strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdracht, dat hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;
55° voorschot : de betaling van een deel van de opdracht voorafgaand aan verstrekte en aanvaarde prestaties;
56° wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied;
57° wet betreffende de concessies : de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten;
[1 58° elektronische factuur: een factuur die is opgesteld, verzonden en ontvangen in een gestructureerde elektronische vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt;
59° kernelementen van een elektronische factuur: een verzameling van essentiële gegevenscomponenten die een elektronische factuur moet bevatten om grensoverschrijdende interoperabiliteit mogelijk te maken, met inbegrip van de gegevens die nodig zijn om de naleving van de wettelijke voorschriften te waarborgen;]1
[2 60° voertuig: een voertuig van categorie M of N als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Verordening 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG;
61° schoon voertuig:
a) een voertuig van categorie M1, M2 of N1 met een maximale uitlaatemissie, uitgedrukt in gram CO2/km, en verontreinigende emissies in echte rijomstandigheden die lager zijn dan een percentage van de in bijlage VI vastgestelde toepasselijke emissiegrenzen, of
b) een voertuig van categorie M3, N2 of N3 dat alternatieve brandstoffen gebruikt zoals gedefinieerd in artikel 2, 1° en 4°, van het koninklijk besluit van 13 april 2019 betreffende de benaming en de kenmerken van de alternatieve brandstoffen, met uitzondering van brandstoffen geproduceerd met grondstoffen die voldoen aan de criteria waarnaar wordt verwezen in artikel 5 van het koninklijk besluit van 17 december 2021 houdende bepaling van productnormen voor transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen en voor transportbrandstoffen op basis van hergebruikte koolstof, maar met inbegrip van voertuigen van categorie M3, N2 of N3 die brandstoffen gebruiken die voldoen aan de criteria waarnaar wordt verwezen in artikel 6 van het voormelde koninklijk besluit van 17 december 2021. In het geval van voertuigen die vloeibare biobrandstoffen, synthetische brandstoffen en paraffinehoudende brandstoffen gebruiken, mogen die brandstoffen niet worden gemengd met conventionele fossiele brandstoffen;
62° emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig: een schoon voertuig als gedefinieerd onder 61°, b), zonder interne verbrandingsmotor, of met een interne verbrandingsmotor met emissies van minder dan 1 g CO2/kWh als gemeten in overeenstemming met Verordening nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening nr. 715/2007 en richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG en de uitvoeringsbepalingen daarvan, of met emissies van minder dan 1 g CO2/km als gemeten in overeenstemming met verordening nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie en de uitvoeringsbepalingen daarvan.]2
1° aanbestedende overheid :
a) de Staat;
b) de Gewesten, de Gemeenschappen en de lokale overheidsinstanties;
c) de publiekrechtelijke instellingen en personen die, ongeacht hun vorm en aard, op de datum van de beslissing om tot een opdracht over te gaan :
i opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en;
ii rechtspersoonlijkheid hebben, en;
iii op een van de volgende wijzen afhangen van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in onderhavig punt c) :
1. ofwel worden hun werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
2. ofwel is hun beheer onderworpen aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
3. ofwel zijn meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende orgaan aangewezen door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c);
d) de verenigingen bestaande uit een of meer aanbestedende overheden als bedoeld in 1°, a, b of c;
2° overheidsbedrijf : elke onderneming die een activiteit bedoeld in de artikelen 96 tot 102 uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften. De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming :
a) de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal van de onderneming bezitten, of;
b) over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of;
c) meer dan de helft van de leden van het bestuurs, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen;
3° persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten : de persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet wanneer hij een activiteit uitoefent als bedoeld in de artikelen 96 tot 102. De bijzondere of exclusieve rechten zijn rechten die voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de in titel 3 bedoelde activiteiten aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft waardoor de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed;
De rechten toegekend door middel van een procedure die het voorwerp was van een gepaste bekendmaking en waarbij gebruik werd gemaakt van objectieve criteria, vormen geen "bijzondere of exclusieve rechten" in de zin van het onderhavig punt.
Deze procedures zijn onder meer de volgende :
a) de procedures voor de plaatsing van een opdracht met voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig onderhavige wet, de wet defensie en veiligheid en de wet betreffende de concessies;
b) de procedures ingevolge andere rechtshandelingen van de Europese Unie, opgesomd in bijlage IV, die een voldoende voorafgaande transparantie waarborgen met het oog op het toekennen van vergunningen op basis van objectieve criteria;
4° aanbestedende entiteit : de in 1° bedoelde aanbestedende overheden die een activiteit bedoeld in de artikelen 96 tot 102 uitoefenen, de overheidsbedrijven bedoeld in 2° en de persoon die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in 3° ;
5° aanbesteder : de aanbestedende overheden die een activiteit bedoeld in titel 2 uitoefenen en de aanbestedende entiteiten;
6° aankoopcentrale :
a) in de zin van titel 2, een aanbestedende overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht als bedoeld in de bepalingen onder respectievelijk 7° en 8° ;
b) in de zin van titel 3, een aanbesteder die gecentraliseerde en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten doet zoals bedoeld in respectievelijk 7° en 8° ;
7° gecentraliseerde aankoopactiviteiten : activiteiten die permanent plaatsvinden op een van de volgende wijzen :
a) de verwerving van leveringen en/of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders;
b) de plaatsing van overheidsopdrachten of raamovereenkomsten voor werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbesteders;
8° aanvullende aankoopactiviteiten : activiteiten die bestaan in het verlenen van ondersteuning aan aankoopactiviteiten, met name op de volgende wijzen :
a) technische infrastructuur die aanbesteders in staat stelt overheidsopdrachten of raamovereenkomsten te plaatsen voor werken, leveringen of diensten;
b) adviesverlening over het verloop of de opzet van plaatsingsprocedures;
c) voorbereiding en beheer van plaatsingsprocedures namens en voor rekening van de betrokken aanbesteder;
9° aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten : een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die aanvullende aankoopactiviteiten op de markt aanbiedt;
10° ondernemer : elke natuurlijke persoon, elke privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon of elke combinatie van deze personen, met inbegrip van alle tijdelijke samenwerkingsverbanden van ondernemingen, die werken, een werk in de zin van de bepaling onder 19°, leveringen of diensten op de markt aanbiedt. Het betreft, naargelang het geval, een aannemer, leverancier of dienstverlener;
11° kandidaat : een ondernemer die heeft verzocht om een uitnodiging, of is uitgenodigd, om deel te nemen aan een niet-openbare procedure, een concurrentiegerichte dialoog, een innovatiepartnerschap, een mededingingsprocedure met onderhandeling, een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, een onderhandelingsprocedure met of zonder voorafgaande oproep tot mededinging, een lijst van geselecteerde kandidaten of een kwalificatiesysteem;
12° aanvraag tot deelneming : de schriftelijke en uitdrukkelijke wilsuiting door een kandidaat om geselecteerd te worden in het kader van de in artikel 2, 11°, bedoelde procedures;
13° selectie : de beslissing van een aanbesteder tot keuze van de kandidaten of inschrijvers op basis van de uitsluitingsgronden en van de selectiecriteria;
14° inschrijver : een ondernemer die een offerte indient;
15° offerte : de verbintenis van de inschrijver om de opdracht uit te voeren op grond van de opdrachtdocumenten en tegen de voorwaarden die hij biedt;
16° opdrachtnemer : de inschrijver met wie de opdracht is gesloten;
17° overheidsopdracht : de overeenkomst onder bezwarende titel die wordt gesloten tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbesteders en die betrekking heeft op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten, met inbegrip van de opdrachten die worden geplaatst in toepassing van titel 3 door overheidsbedrijven als bedoeld in 2° en personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in 3° ;
18° overheidsopdracht voor werken : de overheidsopdracht die betrekking heeft op een van de volgende voorwerpen :
a) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage I bedoelde werkzaamheden;
b) de uitvoering, of het ontwerp en de uitvoering, van een werk;
c) het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbesteder die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk of het ontwerp van het werk;
19° werk : het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;
20° overheidsopdracht voor leveringen : de overheidsopdracht die betrekking heeft op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten;
21° overheidsopdracht voor diensten : de overheidsopdracht die betrekking heeft op het verlenen van andere diensten dan die bedoeld in de bepaling onder 18° ;
22° openbare procedure : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen;
23° niet-openbare procedure : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen en waarbij alleen de door de aanbesteder geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen;
24° mededingingsprocedure met onderhandeling : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;
25° onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een oproep tot mededinging een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;
26° onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking : de plaatsingsprocedure waarbij de aanbestedende overheid de door haar gekozen ondernemers een offerte vraagt en met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;
27° onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij de aanbestedende entiteit de door hem gekozen ondernemers een offerte vraagt en met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;
28° concurrentiegerichte dialoog : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming mag indienen en waarbij de aanbesteder een dialoog voert met de voor deze procedure geselecteerde kandidaten, teneinde een of meer oplossingen uit te werken die aan de behoeften van de aanbesteder beantwoorden en op grond waarvan de deelnemers aan de dialoog wiens voorgestelde oplossing of oplossingen in aanmerking genomen werden na afloop van deze dialoog, zullen worden uitgenodigd om een offerte in te dienen;
29° vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen en waarbij de aanbesteder met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen;
30° vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging : de plaatsingsprocedure waarbij elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte mag indienen en waarbij de aanbesteder met een of meer van hen over de voorwaarden van de opdracht kan onderhandelen, en die uitsluitend van toepassing is op de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen;
31° prijsvragen : de procedure die tot doel heeft de aanbesteder een plan of een ontwerp te verschaffen dat na mededinging door een jury wordt gekozen, al dan niet met toekenning van prijzen;
32° innovatie : de toepassing van een nieuw of aanzienlijk verbeterd product, een nieuwe of aanzienlijk verbeterde dienst of een nieuw of aanzienlijk verbeterd proces, waaronder, maar niet beperkt tot productie- of bouwprocessen, een nieuwe verkoopmethode of een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, organisatie op de werkvloer of de externe betrekkingen, onder meer om maatschappelijke problemen te helpen oplossen of de Europese strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei te ondersteunen;
33° dynamisch aankoopsysteem : het volledig elektronisch proces voor het verwerven van werken, leveringen of diensten voor courant gebruik, met algemeen op de markt beschikbare kenmerken die overeenstemmen met de behoeften van de aanbesteder, dat beperkt is in de tijd en gedurende de gehele looptijd openstaat voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria;
34° elektronische veiling : het zich herhalend proces langs elektronische weg, toepasselijk voor werken, leveringen of diensten, voor de voorstelling van nieuwe, verlaagde prijzen of van nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de offertes, dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de offertes en de klassering van de offertes op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt;
35° raamovereenkomst : een overeenkomst tussen een of meer aanbesteders en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te plaatsen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijzen en eventueel de beoogde hoeveelheden;
36° gezamenlijke opdracht : een opdracht die al dan niet integraal gezamenlijk gerealiseerd wordt in naam van en voor rekening van meerdere aanbesteders;
37° plaatsing : procedure voor het uitschrijven van een overheidsopdracht, die in voorkomend geval de volgende aspecten omvat : de voorafgaande marktconsultatie, de bekendmaking, de selectie, de gunning en de sluiting van de opdracht;
38° gunning van de opdracht : de beslissing van de aanbesteder om de gekozen inschrijver aan te wijzen;
39° sluiting van de opdracht : de totstandkoming van de contractuele band tussen de aanbesteder en de opdrachtnemer;
40° Gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten : de op overheidsopdrachten toepasselijke referentienomenclatuur als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, afgekort "CPV";
41° schriftelijk : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens meegedeeld. Dit geheel kan met elektronische middelen overgebrachte en opgeslagen informatie bevatten;
42° elektronisch middel : elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, en opslag van gegevens die worden verspreid, overgebracht en ontvangen door draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;
43° opdrachtdocument : alle documenten die op de opdracht toepasselijk zijn en die door de aanbesteder worden opgesteld of vermeld. In voorkomend geval omvatten ze de aankondiging van een opdracht, de vooraankondiging van de opdracht of de periodieke indicatieve aankondiging, wanneer deze gebruikt wordt als oproep tot mededinging, het bestek of elk ander beschrijvend document omvattende met name de technische specificaties en de voorgestelde contractvoorwaarden, formaten voor de aanbieding van documenten door kandidaten en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle overige aanvullende documenten. Bij een prijsvraag worden deze documenten prijsvraagdocumenten genoemd;
44° technische specificatie :
a) in geval van overheidsopdrachten voor werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een materiaal, een product of een levering, zodat dit of deze beantwoordt aan het gebruik waarvoor het materiaal, product of de levering door de aanbesteder is bestemd; tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid, of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitsborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen en productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van een werk of de werken; deze kenmerken omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbesteder bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;
b) in geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid en klimaatprestaties, een ontwerp dat aan alle vereisten voldoet, met inbegrip van de toegankelijkheid voor gehandicapten, en de overeenstemmingsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden tijdens de verschillende stadia van de levenscyclus van de levering of dienst, en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
45° Norm : een door een erkende normalisatie-instelling vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
a) internationale norm : een door een internationale normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
b) Europese norm : een door een Europese normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
c) nationale norm : een door een nationale normalisatie-instelling vastgestelde norm die ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
46° Europese technische beoordeling : de gedocumenteerde beoordeling van de prestaties van een bouwproduct met betrekking tot zijn essentiële kenmerken aan de hand van het respectieve Europees beoordelingsdocument, zoals omschreven in punt 12 van artikel 2 van Verordening nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten;
47° gemeenschappelijke technische specificatie : een technische specificatie op het gebied van ICT die is opgesteld overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van Verordening nr. 1025/2012 van 25 oktober 2012 betreffende de Europese normalisatie;
48° technisch referentiekader : ieder ander document dan de Europese normen, dat door Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de markt zijn aangepast;
49° levenscyclus : alle opeenvolgende en/of onderling verbonden stadia, waaronder uit te voeren onderzoek en ontwikkeling, productie, handel en handelsvoorwaarden, vervoer, gebruik en onderhoud, in het bestaan van het product of werk of het verlenen van een dienst, gaande van het verwerven van de grondstof of de opwekking van hulpbronnen tot de verwijdering, de opruiming en "end-of-service" fase of "end-of-utilisation"-fase;
50° keurmerk : ieder document, certificaat of getuigschrift dat bevestigt dat de werken, producten, diensten, processen of procedures in kwestie aan bepaalde eisen voldoen;
51° keurmerkeisen : de voorschriften waaraan de werken, producten, diensten, processen of procedures in kwestie moeten voldoen om het betrokken keurmerk te verkrijgen;
52° perceel : de onderverdeling van een opdracht, die apart kan worden gegund, in principe met het oog op een gescheiden uitvoering;
53° variante : een alternatieve ontwerp- of uitvoeringswijze die hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;
54° optie : een bijkomend element dat niet strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdracht, dat hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;
55° voorschot : de betaling van een deel van de opdracht voorafgaand aan verstrekte en aanvaarde prestaties;
56° wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied;
57° wet betreffende de concessies : de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten;
[1 58° elektronische factuur: een factuur die is opgesteld, verzonden en ontvangen in een gestructureerde elektronische vorm die automatische en elektronische verwerking ervan mogelijk maakt;
59° kernelementen van een elektronische factuur: een verzameling van essentiële gegevenscomponenten die een elektronische factuur moet bevatten om grensoverschrijdende interoperabiliteit mogelijk te maken, met inbegrip van de gegevens die nodig zijn om de naleving van de wettelijke voorschriften te waarborgen;]1
[2 60° voertuig: een voertuig van categorie M of N als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Verordening 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG;
61° schoon voertuig:
a) een voertuig van categorie M1, M2 of N1 met een maximale uitlaatemissie, uitgedrukt in gram CO2/km, en verontreinigende emissies in echte rijomstandigheden die lager zijn dan een percentage van de in bijlage VI vastgestelde toepasselijke emissiegrenzen, of
b) een voertuig van categorie M3, N2 of N3 dat alternatieve brandstoffen gebruikt zoals gedefinieerd in artikel 2, 1° en 4°, van het koninklijk besluit van 13 april 2019 betreffende de benaming en de kenmerken van de alternatieve brandstoffen, met uitzondering van brandstoffen geproduceerd met grondstoffen die voldoen aan de criteria waarnaar wordt verwezen in artikel 5 van het koninklijk besluit van 17 december 2021 houdende bepaling van productnormen voor transportbrandstoffen uit hernieuwbare bronnen en voor transportbrandstoffen op basis van hergebruikte koolstof, maar met inbegrip van voertuigen van categorie M3, N2 of N3 die brandstoffen gebruiken die voldoen aan de criteria waarnaar wordt verwezen in artikel 6 van het voormelde koninklijk besluit van 17 december 2021. In het geval van voertuigen die vloeibare biobrandstoffen, synthetische brandstoffen en paraffinehoudende brandstoffen gebruiken, mogen die brandstoffen niet worden gemengd met conventionele fossiele brandstoffen;
62° emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig: een schoon voertuig als gedefinieerd onder 61°, b), zonder interne verbrandingsmotor, of met een interne verbrandingsmotor met emissies van minder dan 1 g CO2/kWh als gemeten in overeenstemming met Verordening nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening nr. 715/2007 en richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG en de uitvoeringsbepalingen daarvan, of met emissies van minder dan 1 g CO2/km als gemeten in overeenstemming met verordening nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie en de uitvoeringsbepalingen daarvan.]2
Art.2. Pour l'application de la présente loi, on entend par :
1° pouvoir adjudicateur :
a) l'Etat;
b) les Régions, les Communautés et les autorités locales;
c) les organismes de droit public et personnes, quelles que soient leur forme et leur nature qui, à la date de la décision de lancer un marché :
i ont été créés pour satisfaire spécifiquement des besoins d'intérêt général ayant un caractère autre qu'industriel ou commercial, et;
ii sont dotés d'une personnalité juridique, et;
iii dépendent de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c), de l'une des manières suivantes :
1. soit leurs activités sont financées majoritairement par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c);
2. soit leur gestion est soumise à un contrôle de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c);
3. soit plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance sont désignés par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c);
d) les associations formées par un ou plusieurs pouvoirs adjudicateurs visés au 1°, a, b, ou c;
2° entreprise publique : toute entreprise exerçant une activité visée aux articles 96 à 102 sur laquelle les pouvoirs adjudicateurs peuvent exercer directement ou indirectement une influence dominante du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent. L'influence dominante est présumée lorsque ceux-ci, directement ou indirectement, à l'égard de l'entreprise :
a) détiennent la majorité du capital de l'entreprise, ou;
b) disposent de la majorité des voix attachées aux parts émises par l'entreprise, ou;
c) peuvent désigner plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance de l'entreprise;
3° personne bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs : la personne exerçant une activité visée aux articles 96 à 102 et bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs. Les droits spéciaux ou exclusifs sont les droits accordés par l'autorité compétente au moyen de toute disposition législative, réglementaire ou administrative ayant pour effet de réserver à une ou plusieurs entités l'exercice d'une activité visée au titre 3 et d'affecter substantiellement la capacité des autres entités d'exercer cette activité;
Les droits octroyés au moyen d'une procédure ayant fait l'objet d'une publicité appropriée et selon des critères objectifs ne constituent pas des "droits spéciaux ou exclusifs" au sens du présent point.
Ces procédures sont notamment les suivantes :
a) les procédures de passation de marché avec mise en concurrence préalable, conformément à la présente loi, à la loi défense et sécurité et à la loi relative aux concessions;
b) les procédures en vertu d'autres actes juridiques de l'Union européenne, énumérés à l'annexe IV, qui garantissent une transparence préalable suffisante pour l'octroi d'autorisations sur la base de critères objectifs;
4° entité adjudicatrice : les pouvoirs adjudicateurs visés au 1° qui exercent une des activités visées aux articles 96 à 102, les entreprises publiques visées au 2° et les personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs visées au 3° ;
5° adjudicateur : les pouvoirs adjudicateurs exerçant des activités visées au titre 2 et les entités adjudicatrices;
6° centrale d'achat :
a) au sens du titre 2, un pouvoir adjudicateur qui réalise des activités d'achat centralisées et éventuellement des activités d'achat auxiliaires telles que visées respectivement aux 7° et 8° ;
b) au sens du titre 3, un adjudicateur qui réalise des activités d'achat centralisées et éventuellement des activités d'achat auxiliaires telles que visées respectivement aux 7° et 8° ;
7° activités d'achat centralisées : des activités menées en permanence qui prennent l'une des formes suivantes :
a) l'acquisition de fournitures et/ou de services destinés à des adjudicateurs;
b) la passation de marchés publics et d'accords-cadres de travaux, de fournitures ou de services destinés à des adjudicateurs;
8° activités d'achat auxiliaires : des activités qui consistent à fournir un appui aux activités d'achat, notamment sous les formes suivantes :
a) infrastructures techniques permettant aux adjudicateurs de passer des marchés publics ou des accords-cadres de travaux, de fournitures ou de services;
b) conseil sur le déroulement ou la conception des procédures de passation;
c) préparation et gestion des procédures de passation au nom de l'adjudicateur concerné et pour son compte;
9° prestataire d'activités d'achat auxiliaires : une personne de droit public ou de droit privé qui propose des activités d'achat auxiliaires sur le marché;
10° opérateur économique : toute personne physique, toute personne morale de droit public ou de droit privé ou tout groupement de ces personnes, y compris les associations temporaires d'entreprises, qui offre, respectivement, la réalisation de travaux, d'ouvrages au sens du 19°, des fournitures ou des services sur le marché. Il s'agit, selon les cas, d'un entrepreneur, d'un fournisseur ou d'un prestataire de services;
11° candidat : un opérateur économique qui a demandé à être invité ou a été invité à participer à une procédure restreinte, à un dialogue compétitif, à un partenariat d'innovation, à une procédure concurrentielle avec négociation, à une procédure négociée sans publication préalable, à une procédure négociée avec ou sans mise en concurrence préalable, à une liste de candidats sélectionnés ou à un système de qualification;
12° demande de participation : la manifestation écrite et expresse d'un candidat en vue d'être sélectionné dans le cadre des procédures visées à l'article 2, 11° ;
13° sélection : la décision d'un adjudicateur portant sur le choix des candidats ou soumissionnaires prise sur la base des motifs d'exclusion et des critères de sélection;
14° soumissionnaire : un opérateur économique qui présente une offre;
15° offre : l'engagement du soumissionnaire d'exécuter le marché sur la base des documents du marché et aux conditions qu'il présente;
16° adjudicataire : le soumissionnaire avec lequel le marché est conclu;
17° marché public : le contrat à titre onéreux conclu entre un ou plusieurs opérateurs économiques et un ou plusieurs adjudicateurs et ayant pour objet l'exécution de travaux, la fourniture de produits ou la prestation de services, en ce compris les marchés passés en application du titre 3 par les entreprises publiques visées au 2° et les personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs, visées au 3° ;
18° marché public de travaux : des marchés publics ayant l'un des objets suivants :
a) soit l'exécution seule, soit à la fois la conception et l'exécution de travaux relatifs à l'une des activités mentionnées à l'annexe I;
b) soit l'exécution seule, soit à la fois la conception et l'exécution d'un ouvrage;
c) la réalisation, par quelque moyen que ce soit, d'un ouvrage répondant aux exigences fixées par l'adjudicateur qui exerce une influence déterminante sur sa nature ou sa conception;
19° ouvrage : le résultat d'un ensemble de travaux de bâtiment ou de génie civil destiné à remplir par lui-même une fonction économique ou technique;
20° marché public de fournitures : le marché public ayant pour objet l'achat, le crédit-bail, la location ou la location-vente, avec ou sans option d'achat, de produits;
21° marché public de services : le marché public ayant pour objet la prestation de services autres que ceux visés au 18° ;
22° procédure ouverte : la procédure de passation dans laquelle tout opérateur économique intéressé peut présenter une offre en réponse à un avis de marché;
23° procédure restreinte : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un avis de marché et dans laquelle seuls les candidats sélectionnés par l'adjudicateur peuvent présenter une offre;
24° procédure concurrentielle avec négociation : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un avis de marché, dans laquelle seuls les candidats sélectionnés peuvent présenter une offre, les conditions du marché pouvant ensuite être négociées avec les soumissionnaires, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 2;
25° procédure négociée avec mise en concurrence préalable : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un appel à la concurrence, dans laquelle seuls les candidats sélectionnés peuvent présenter une offre, les conditions du marché pouvant ensuite être négociées avec les soumissionnaires, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 3;
26° procédure négociée sans publication préalable : la procédure de passation dans laquelle le pouvoir adjudicateur demande une offre aux opérateurs économiques de son choix et peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 2;
27° procédure négociée sans mise en concurrence préalable : la procédure de passation dans laquelle l'entité adjudicatrice demande une offre aux opérateurs économiques de son choix et peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 3;
28° dialogue compétitif : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un avis de marché et dans laquelle l'adjudicateur conduit un dialogue avec les candidats sélectionnés à cette procédure, en vue de développer une ou plusieurs solutions aptes à répondre à ses besoins et sur la base de laquelle ou desquelles les participants au dialogue dont la ou les propositions de solution ont été retenues au terme de ce dialogue seront invités à remettre une offre;
29° procédure négociée directe avec publication préalable : la procédure de passation dans laquelle tout opérateur économique intéressé peut présenter une offre en réponse à un avis de marché et dans laquelle l'adjudicateur peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 2;
30° procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable : la procédure de passation dans laquelle tout opérateur économique intéressé peut présenter une offre en réponse à un avis de marché et dans laquelle l'adjudicateur peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 3;
31° concours : la procédure qui permet à l'adjudicateur d'acquérir un plan ou un projet qui est choisi par un jury après mise en concurrence avec ou sans attribution de primes;
32° innovation : la mise en oeuvre d'un produit, d'un service ou d'un procédé nouveau ou sensiblement amélioré, y compris mais pas exclusivement des procédés de production ou de construction, d'une nouvelle méthode de commercialisation ou d'une nouvelle méthode organisationnelle dans les pratiques, l'organisation du lieu de travail ou les relations extérieures de l'entreprise, notamment dans le but d'aider à relever des défis sociétaux ou à soutenir la stratégie européenne pour une croissance intelligente, durable et inclusive;
33° système d'acquisition dynamique : le processus entièrement électronique pour l'acquisition de travaux, de fournitures ou de services d'usage courant, dont les caractéristiques généralement disponibles sur le marché satisfont aux besoins de l'adjudicateur, limité dans le temps et ouvert pendant toute sa durée à tout opérateur économique satisfaisant aux critères de sélection;
34° enchère électronique : le processus itératif, applicable à des travaux, des fournitures ou des services, selon un dispositif électronique de présentation de nouveaux prix, revus à la baisse ou de nouvelles valeurs portant sur certains éléments des offres, qui intervient après une première évaluation complète des offres, permettant que leur classement puisse être effectué sur la base d'un traitement automatique;
35° accord-cadre : l'accord entre un ou plusieurs adjudicateurs et un ou plusieurs opérateurs économiques ayant pour objet d'établir les termes régissant les marchés à passer au cours d'une période donnée, notamment en ce qui concerne les prix et, le cas échéant, les quantités envisagées;
36° marché conjoint : marché réalisé conjointement dans son intégralité ou non et pour le compte de plusieurs adjudicateurs;
37° passation : procédure de lancement d'un marché public, qui, le cas échéant, inclut les aspects suivants : la consultation préalable du marché, la publication, la sélection, l'attribution et la conclusion du marché;
38° attribution du marché : la décision prise par l'adjudicateur désignant le soumissionnaire retenu;
39° conclusion du marché : la naissance du lien contractuel entre l'adjudicateur et l'adjudicataire;
40° Vocabulaire commun pour les marchés publics : la nomenclature de référence applicable aux marchés publics, adoptée par le règlement (CE) n° 2195/2002 du Parlement européen et du Conseil du 5 novembre 2002 relatif au vocabulaire commun pour les marchés publics, en abrégé "CPV";
41° écrit(e) ou par écrit : tout ensemble de mots ou de chiffres qui peut être lu, reproduit, puis communiqué. Cet ensemble peut inclure des informations transmises et stockées par des moyens électroniques;
42° moyen électronique : un équipement électronique de traitement, y compris la compression numérique, et de stockage de données, diffusées, acheminées et reçues par fils, par radio, par moyens optiques ou par d'autres moyens électromagnétiques;
43° document du marché : tout document applicable au marché fourni par l'adjudicateur ou auquel il se réfère. Sont, le cas échéant, compris l'avis de marché, l'avis de préinformation ou l'avis périodique indicatif lorsqu'il est utilisé en tant que moyen d'appel à la concurrence, le cahier spécial des charges ou tout autre document descriptif comprenant notamment les spécifications techniques, les conditions contractuelles proposées, les formats de présentation des documents par les candidats et les soumissionnaires, les informations sur les obligations généralement applicables et tout autre document additionnel. En cas de concours, ces documents sont dénommés documents du concours;
44° spécification technique :
a) lorsqu'il s'agit de marchés publics de travaux : l'ensemble des prescriptions techniques contenues notamment dans les documents du marché, définissant les caractéristiques requises d'un matériau, d'un produit ou d'une fourniture de manière telle qu'ils répondent à l'usage auquel ils sont destinés par l'adjudicateur; ces caractéristiques comprennent les niveaux de performance environnementale et climatique, la conception pour tous les besoins, y compris l'accessibilité pour les personnes handicapées, et l'évaluation de la conformité, la propriété d'emploi, la sécurité ou les dimensions, y compris les procédures relatives à l'assurance de la qualité, la terminologie, les symboles, les essais et méthodes d'essai, l'emballage, le marquage et l'étiquetage, les instructions d'utilisation, ainsi que les processus et méthodes de production à tout stade du cycle de vie des travaux ou ouvrages; elles incluent également les règles de conception et de calcul des coûts, les conditions d'essai, de contrôle et de réception des ouvrages, ainsi que les méthodes ou techniques de construction et toutes les autres conditions de caractère technique que l'adjudicateur est à même de prescrire, par voie de réglementation générale ou particulière, en ce qui concerne les ouvrages terminés et en ce qui concerne les matériaux ou les éléments constituant ces ouvrages;
b) lorsqu'il s'agit de marchés publics de fournitures ou de services; une spécification qui figure dans un document définissant les caractéristiques requises d'un produit ou d'un service, tels que les niveaux de qualité, les niveaux de la performance environnementale et climatique, la conception pour tous les besoins, y compris l'accessibilité pour les personnes handicapées, et l'évaluation de la conformité, la propriété d'emploi, l'utilisation du produit, la sécurité ou les dimensions, y compris les prescriptions applicables au produit en ce qui concerne le nom sous lequel il est vendu, la terminologie, les symboles, les essais et méthodes d'essais, l'emballage, le marquage et l'étiquetage, les instructions d'utilisation, les processus et méthodes de production à tout stade du cycle de vie de la fourniture ou du service, ainsi que les procédures d'évaluation de la conformité;
45° Norme : une spécification technique adoptée par un organisme de normalisation reconnu pour application répétée ou continue, dont le respect n'est pas obligatoire et qui appartient à l'une des catégories suivantes :
a) norme internationale : norme qui est adoptée par un organisme international de normalisation et qui est mise à la disposition du public;
b) norme européenne : norme qui est adoptée par un organisme européen de normalisation et qui est mise à la disposition du public;
c) norme nationale : norme qui est adoptée par un organisme national de normalisation et qui est mise à la disposition du public;
46° évaluation technique européenne : évaluation documentée de la performance d'un produit de construction en ce qui concerne ses caractéristiques essentielles, conformément au document d'évaluation européen pertinent, tel qu'il est défini à l'article 2, point 12, du règlement n° 305/2011 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 établissant des conditions harmonisées de commercialisation pour les produits de construction;
47° spécification technique commune : une spécification technique dans le domaine des TIC élaborée conformément aux articles 13 et 14 du règlement n° 1025/2012 du 25 octobre 2012 relatif à la normalisation européenne;
48° référentiel technique : tout produit élaboré par les organismes européens de normalisation, autre que les normes européennes, selon des procédures adaptées à l'évolution des besoins du marché;
49° cycle de vie : l'ensemble des étapes successives et/ou interdépendantes, y compris la recherche et le développement à réaliser, la production, la commercialisation et ses conditions, le transport, l'utilisation et la maintenance, tout au long de la vie du produit ou de l'ouvrage ou de la fourniture d'un service, depuis l'acquisition des matières premières ou la production des ressources jusqu'à l'élimination, la remise en état et la fin du service ou de l'utilisation;
50° label : tout document, certificat ou attestation confirmant que les ouvrages, les produits, les services, les procédés ou les procédures en question remplissent certaines exigences;
51° exigences en matière de label : les exigences que doivent remplir les ouvrages, les produits, les services, les procédés ou les procédures en question pour obtenir le label concerné;
52° lot : la subdivision d'un marché susceptible d'être attribuée séparément, en principe en vue d'une exécution distincte;
53° variante : un mode alternatif de conception ou d'exécution qui est introduit soit à la demande de l'adjudicateur, soit à l'initiative du soumissionnaire;
54° option : un élément accessoire et non strictement nécessaire à l'exécution du marché, qui est introduit soit à la demande de l'adjudicateur, soit à l'initiative du soumissionnaire;
55° avance : le paiement d'une partie du marché avant service fait et accepté;
56° loi défense et sécurité : la loi du 13 août 2011 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la défense et de la sécurité;
57° loi relative aux concessions : la loi du 17 juin 2016 relative aux contrats de concession;
[1 58° facture électronique: une facture qui a été émise, transmise et reçue sous une forme électronique structurée qui permet son traitement automatique et électronique;
59° éléments essentiels d'une facture électronique: un ensemble d'informations essentielles qui doit figurer dans une facture électronique pour permettre l'interopérabilité transfrontière, y compris les informations nécessaires pour assurer le respect de la législation;]1
[2 60° véhicule: un véhicule de catégorie M ou N, tel que défini à l'article 4, paragraphe 1er, points a) et b), du règlement 2018/858 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules à moteur et de leurs remorques, ainsi que des systèmes, composants et entités techniques distinctes destinés à ces véhicules, modifiant les règlements (CE) n° 715/2007 et (CE) n° 595/2009 et abrogeant la directive 2007/46/CE;
61° véhicule propre:
a) un véhicule de catégorie M1, M2 ou N1 dont les émissions maximales à l'échappement exprimées en grammes de CO2/km et les émissions de polluants en conditions de conduite réelles se situent en deçà d'un pourcentage des limites d'émission applicables figurant à l'annexe VI, ou
b) un véhicule de catégorie M3, N2 ou N3 utilisant des carburants alternatifs tels que définis à l'article 2, 1° et 4°, de l'arrêté royal du 13 avril 2019 relatif à la dénomination et aux caractéristiques des carburants alternatifs, à l'exception des carburants produits à partir de matières premières qui répondent aux critères visés à l'article 5 de l'arrêté royal du 17 décembre 2021 établissant des normes de produits pour les carburants destinés au secteur du transport d'origine renouvelable et pour les combustibles ou carburants à base de carbone recyclé destinés au secteur des transports, mais en incluant les véhicules de catégorie M3, N2 ou N3 utilisant des carburants qui répondent aux critères visés à l'article 6 de l'arrêté royal du 17 décembre 2021 précité. Dans le cas des véhicules utilisant des biocarburants liquides, des carburants de synthèse et des carburants paraffiniques, ces carburants ne doivent pas être mélangés à des combustibles fossiles traditionnels;
62° véhicule utilitaire lourd à émission nulle: un véhicule propre au sens du point 61°, b), sans moteur à combustion interne, ou équipé d'un moteur à combustion interne dont les émissions de CO2 sont inférieures à 1 g/kWh, telles que déterminées conformément au règlement n° 595/2009 du Parlement européen et du Conseil du 18 juin 2009 relatif à la réception des véhicules à moteur et des moteurs au regard des émissions des véhicules utilitaires lourds (Euro VI) et à l'accès aux informations sur la réparation et l'entretien des véhicules, et modifiant le règlement n° 715/2007 et la directive 2007/46/CE, et abrogeant les directives 80/1269/CEE, 2005/55/CE et 2005/78/CE, et à ses mesures d'exécution, ou inférieures à 1 g/km, telles que déterminées conformément au règlement n° 715/2007 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2007 relatif à la réception des véhicules à moteur au regard des émissions des véhicules particuliers et utilitaires légers (Euro 5 et Euro 6) et aux informations sur la réparation et l'entretien des véhicules, et à ses mesures d'exécution.]2
1° pouvoir adjudicateur :
a) l'Etat;
b) les Régions, les Communautés et les autorités locales;
c) les organismes de droit public et personnes, quelles que soient leur forme et leur nature qui, à la date de la décision de lancer un marché :
i ont été créés pour satisfaire spécifiquement des besoins d'intérêt général ayant un caractère autre qu'industriel ou commercial, et;
ii sont dotés d'une personnalité juridique, et;
iii dépendent de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c), de l'une des manières suivantes :
1. soit leurs activités sont financées majoritairement par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c);
2. soit leur gestion est soumise à un contrôle de l'Etat, des Régions, des Communautés, des autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c);
3. soit plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance sont désignés par l'Etat, les Régions, les Communautés, les autorités locales ou d'autres organismes ou personnes relevant du présent point c);
d) les associations formées par un ou plusieurs pouvoirs adjudicateurs visés au 1°, a, b, ou c;
2° entreprise publique : toute entreprise exerçant une activité visée aux articles 96 à 102 sur laquelle les pouvoirs adjudicateurs peuvent exercer directement ou indirectement une influence dominante du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent. L'influence dominante est présumée lorsque ceux-ci, directement ou indirectement, à l'égard de l'entreprise :
a) détiennent la majorité du capital de l'entreprise, ou;
b) disposent de la majorité des voix attachées aux parts émises par l'entreprise, ou;
c) peuvent désigner plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance de l'entreprise;
3° personne bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs : la personne exerçant une activité visée aux articles 96 à 102 et bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs. Les droits spéciaux ou exclusifs sont les droits accordés par l'autorité compétente au moyen de toute disposition législative, réglementaire ou administrative ayant pour effet de réserver à une ou plusieurs entités l'exercice d'une activité visée au titre 3 et d'affecter substantiellement la capacité des autres entités d'exercer cette activité;
Les droits octroyés au moyen d'une procédure ayant fait l'objet d'une publicité appropriée et selon des critères objectifs ne constituent pas des "droits spéciaux ou exclusifs" au sens du présent point.
Ces procédures sont notamment les suivantes :
a) les procédures de passation de marché avec mise en concurrence préalable, conformément à la présente loi, à la loi défense et sécurité et à la loi relative aux concessions;
b) les procédures en vertu d'autres actes juridiques de l'Union européenne, énumérés à l'annexe IV, qui garantissent une transparence préalable suffisante pour l'octroi d'autorisations sur la base de critères objectifs;
4° entité adjudicatrice : les pouvoirs adjudicateurs visés au 1° qui exercent une des activités visées aux articles 96 à 102, les entreprises publiques visées au 2° et les personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs visées au 3° ;
5° adjudicateur : les pouvoirs adjudicateurs exerçant des activités visées au titre 2 et les entités adjudicatrices;
6° centrale d'achat :
a) au sens du titre 2, un pouvoir adjudicateur qui réalise des activités d'achat centralisées et éventuellement des activités d'achat auxiliaires telles que visées respectivement aux 7° et 8° ;
b) au sens du titre 3, un adjudicateur qui réalise des activités d'achat centralisées et éventuellement des activités d'achat auxiliaires telles que visées respectivement aux 7° et 8° ;
7° activités d'achat centralisées : des activités menées en permanence qui prennent l'une des formes suivantes :
a) l'acquisition de fournitures et/ou de services destinés à des adjudicateurs;
b) la passation de marchés publics et d'accords-cadres de travaux, de fournitures ou de services destinés à des adjudicateurs;
8° activités d'achat auxiliaires : des activités qui consistent à fournir un appui aux activités d'achat, notamment sous les formes suivantes :
a) infrastructures techniques permettant aux adjudicateurs de passer des marchés publics ou des accords-cadres de travaux, de fournitures ou de services;
b) conseil sur le déroulement ou la conception des procédures de passation;
c) préparation et gestion des procédures de passation au nom de l'adjudicateur concerné et pour son compte;
9° prestataire d'activités d'achat auxiliaires : une personne de droit public ou de droit privé qui propose des activités d'achat auxiliaires sur le marché;
10° opérateur économique : toute personne physique, toute personne morale de droit public ou de droit privé ou tout groupement de ces personnes, y compris les associations temporaires d'entreprises, qui offre, respectivement, la réalisation de travaux, d'ouvrages au sens du 19°, des fournitures ou des services sur le marché. Il s'agit, selon les cas, d'un entrepreneur, d'un fournisseur ou d'un prestataire de services;
11° candidat : un opérateur économique qui a demandé à être invité ou a été invité à participer à une procédure restreinte, à un dialogue compétitif, à un partenariat d'innovation, à une procédure concurrentielle avec négociation, à une procédure négociée sans publication préalable, à une procédure négociée avec ou sans mise en concurrence préalable, à une liste de candidats sélectionnés ou à un système de qualification;
12° demande de participation : la manifestation écrite et expresse d'un candidat en vue d'être sélectionné dans le cadre des procédures visées à l'article 2, 11° ;
13° sélection : la décision d'un adjudicateur portant sur le choix des candidats ou soumissionnaires prise sur la base des motifs d'exclusion et des critères de sélection;
14° soumissionnaire : un opérateur économique qui présente une offre;
15° offre : l'engagement du soumissionnaire d'exécuter le marché sur la base des documents du marché et aux conditions qu'il présente;
16° adjudicataire : le soumissionnaire avec lequel le marché est conclu;
17° marché public : le contrat à titre onéreux conclu entre un ou plusieurs opérateurs économiques et un ou plusieurs adjudicateurs et ayant pour objet l'exécution de travaux, la fourniture de produits ou la prestation de services, en ce compris les marchés passés en application du titre 3 par les entreprises publiques visées au 2° et les personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs, visées au 3° ;
18° marché public de travaux : des marchés publics ayant l'un des objets suivants :
a) soit l'exécution seule, soit à la fois la conception et l'exécution de travaux relatifs à l'une des activités mentionnées à l'annexe I;
b) soit l'exécution seule, soit à la fois la conception et l'exécution d'un ouvrage;
c) la réalisation, par quelque moyen que ce soit, d'un ouvrage répondant aux exigences fixées par l'adjudicateur qui exerce une influence déterminante sur sa nature ou sa conception;
19° ouvrage : le résultat d'un ensemble de travaux de bâtiment ou de génie civil destiné à remplir par lui-même une fonction économique ou technique;
20° marché public de fournitures : le marché public ayant pour objet l'achat, le crédit-bail, la location ou la location-vente, avec ou sans option d'achat, de produits;
21° marché public de services : le marché public ayant pour objet la prestation de services autres que ceux visés au 18° ;
22° procédure ouverte : la procédure de passation dans laquelle tout opérateur économique intéressé peut présenter une offre en réponse à un avis de marché;
23° procédure restreinte : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un avis de marché et dans laquelle seuls les candidats sélectionnés par l'adjudicateur peuvent présenter une offre;
24° procédure concurrentielle avec négociation : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un avis de marché, dans laquelle seuls les candidats sélectionnés peuvent présenter une offre, les conditions du marché pouvant ensuite être négociées avec les soumissionnaires, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 2;
25° procédure négociée avec mise en concurrence préalable : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un appel à la concurrence, dans laquelle seuls les candidats sélectionnés peuvent présenter une offre, les conditions du marché pouvant ensuite être négociées avec les soumissionnaires, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 3;
26° procédure négociée sans publication préalable : la procédure de passation dans laquelle le pouvoir adjudicateur demande une offre aux opérateurs économiques de son choix et peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 2;
27° procédure négociée sans mise en concurrence préalable : la procédure de passation dans laquelle l'entité adjudicatrice demande une offre aux opérateurs économiques de son choix et peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 3;
28° dialogue compétitif : la procédure de passation à laquelle tout opérateur économique intéressé peut demander à participer en réponse à un avis de marché et dans laquelle l'adjudicateur conduit un dialogue avec les candidats sélectionnés à cette procédure, en vue de développer une ou plusieurs solutions aptes à répondre à ses besoins et sur la base de laquelle ou desquelles les participants au dialogue dont la ou les propositions de solution ont été retenues au terme de ce dialogue seront invités à remettre une offre;
29° procédure négociée directe avec publication préalable : la procédure de passation dans laquelle tout opérateur économique intéressé peut présenter une offre en réponse à un avis de marché et dans laquelle l'adjudicateur peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 2;
30° procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable : la procédure de passation dans laquelle tout opérateur économique intéressé peut présenter une offre en réponse à un avis de marché et dans laquelle l'adjudicateur peut négocier les conditions du marché avec un ou plusieurs d'entre eux, et qui s'applique uniquement aux marchés relevant du champ d'application du titre 3;
31° concours : la procédure qui permet à l'adjudicateur d'acquérir un plan ou un projet qui est choisi par un jury après mise en concurrence avec ou sans attribution de primes;
32° innovation : la mise en oeuvre d'un produit, d'un service ou d'un procédé nouveau ou sensiblement amélioré, y compris mais pas exclusivement des procédés de production ou de construction, d'une nouvelle méthode de commercialisation ou d'une nouvelle méthode organisationnelle dans les pratiques, l'organisation du lieu de travail ou les relations extérieures de l'entreprise, notamment dans le but d'aider à relever des défis sociétaux ou à soutenir la stratégie européenne pour une croissance intelligente, durable et inclusive;
33° système d'acquisition dynamique : le processus entièrement électronique pour l'acquisition de travaux, de fournitures ou de services d'usage courant, dont les caractéristiques généralement disponibles sur le marché satisfont aux besoins de l'adjudicateur, limité dans le temps et ouvert pendant toute sa durée à tout opérateur économique satisfaisant aux critères de sélection;
34° enchère électronique : le processus itératif, applicable à des travaux, des fournitures ou des services, selon un dispositif électronique de présentation de nouveaux prix, revus à la baisse ou de nouvelles valeurs portant sur certains éléments des offres, qui intervient après une première évaluation complète des offres, permettant que leur classement puisse être effectué sur la base d'un traitement automatique;
35° accord-cadre : l'accord entre un ou plusieurs adjudicateurs et un ou plusieurs opérateurs économiques ayant pour objet d'établir les termes régissant les marchés à passer au cours d'une période donnée, notamment en ce qui concerne les prix et, le cas échéant, les quantités envisagées;
36° marché conjoint : marché réalisé conjointement dans son intégralité ou non et pour le compte de plusieurs adjudicateurs;
37° passation : procédure de lancement d'un marché public, qui, le cas échéant, inclut les aspects suivants : la consultation préalable du marché, la publication, la sélection, l'attribution et la conclusion du marché;
38° attribution du marché : la décision prise par l'adjudicateur désignant le soumissionnaire retenu;
39° conclusion du marché : la naissance du lien contractuel entre l'adjudicateur et l'adjudicataire;
40° Vocabulaire commun pour les marchés publics : la nomenclature de référence applicable aux marchés publics, adoptée par le règlement (CE) n° 2195/2002 du Parlement européen et du Conseil du 5 novembre 2002 relatif au vocabulaire commun pour les marchés publics, en abrégé "CPV";
41° écrit(e) ou par écrit : tout ensemble de mots ou de chiffres qui peut être lu, reproduit, puis communiqué. Cet ensemble peut inclure des informations transmises et stockées par des moyens électroniques;
42° moyen électronique : un équipement électronique de traitement, y compris la compression numérique, et de stockage de données, diffusées, acheminées et reçues par fils, par radio, par moyens optiques ou par d'autres moyens électromagnétiques;
43° document du marché : tout document applicable au marché fourni par l'adjudicateur ou auquel il se réfère. Sont, le cas échéant, compris l'avis de marché, l'avis de préinformation ou l'avis périodique indicatif lorsqu'il est utilisé en tant que moyen d'appel à la concurrence, le cahier spécial des charges ou tout autre document descriptif comprenant notamment les spécifications techniques, les conditions contractuelles proposées, les formats de présentation des documents par les candidats et les soumissionnaires, les informations sur les obligations généralement applicables et tout autre document additionnel. En cas de concours, ces documents sont dénommés documents du concours;
44° spécification technique :
a) lorsqu'il s'agit de marchés publics de travaux : l'ensemble des prescriptions techniques contenues notamment dans les documents du marché, définissant les caractéristiques requises d'un matériau, d'un produit ou d'une fourniture de manière telle qu'ils répondent à l'usage auquel ils sont destinés par l'adjudicateur; ces caractéristiques comprennent les niveaux de performance environnementale et climatique, la conception pour tous les besoins, y compris l'accessibilité pour les personnes handicapées, et l'évaluation de la conformité, la propriété d'emploi, la sécurité ou les dimensions, y compris les procédures relatives à l'assurance de la qualité, la terminologie, les symboles, les essais et méthodes d'essai, l'emballage, le marquage et l'étiquetage, les instructions d'utilisation, ainsi que les processus et méthodes de production à tout stade du cycle de vie des travaux ou ouvrages; elles incluent également les règles de conception et de calcul des coûts, les conditions d'essai, de contrôle et de réception des ouvrages, ainsi que les méthodes ou techniques de construction et toutes les autres conditions de caractère technique que l'adjudicateur est à même de prescrire, par voie de réglementation générale ou particulière, en ce qui concerne les ouvrages terminés et en ce qui concerne les matériaux ou les éléments constituant ces ouvrages;
b) lorsqu'il s'agit de marchés publics de fournitures ou de services; une spécification qui figure dans un document définissant les caractéristiques requises d'un produit ou d'un service, tels que les niveaux de qualité, les niveaux de la performance environnementale et climatique, la conception pour tous les besoins, y compris l'accessibilité pour les personnes handicapées, et l'évaluation de la conformité, la propriété d'emploi, l'utilisation du produit, la sécurité ou les dimensions, y compris les prescriptions applicables au produit en ce qui concerne le nom sous lequel il est vendu, la terminologie, les symboles, les essais et méthodes d'essais, l'emballage, le marquage et l'étiquetage, les instructions d'utilisation, les processus et méthodes de production à tout stade du cycle de vie de la fourniture ou du service, ainsi que les procédures d'évaluation de la conformité;
45° Norme : une spécification technique adoptée par un organisme de normalisation reconnu pour application répétée ou continue, dont le respect n'est pas obligatoire et qui appartient à l'une des catégories suivantes :
a) norme internationale : norme qui est adoptée par un organisme international de normalisation et qui est mise à la disposition du public;
b) norme européenne : norme qui est adoptée par un organisme européen de normalisation et qui est mise à la disposition du public;
c) norme nationale : norme qui est adoptée par un organisme national de normalisation et qui est mise à la disposition du public;
46° évaluation technique européenne : évaluation documentée de la performance d'un produit de construction en ce qui concerne ses caractéristiques essentielles, conformément au document d'évaluation européen pertinent, tel qu'il est défini à l'article 2, point 12, du règlement n° 305/2011 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 établissant des conditions harmonisées de commercialisation pour les produits de construction;
47° spécification technique commune : une spécification technique dans le domaine des TIC élaborée conformément aux articles 13 et 14 du règlement n° 1025/2012 du 25 octobre 2012 relatif à la normalisation européenne;
48° référentiel technique : tout produit élaboré par les organismes européens de normalisation, autre que les normes européennes, selon des procédures adaptées à l'évolution des besoins du marché;
49° cycle de vie : l'ensemble des étapes successives et/ou interdépendantes, y compris la recherche et le développement à réaliser, la production, la commercialisation et ses conditions, le transport, l'utilisation et la maintenance, tout au long de la vie du produit ou de l'ouvrage ou de la fourniture d'un service, depuis l'acquisition des matières premières ou la production des ressources jusqu'à l'élimination, la remise en état et la fin du service ou de l'utilisation;
50° label : tout document, certificat ou attestation confirmant que les ouvrages, les produits, les services, les procédés ou les procédures en question remplissent certaines exigences;
51° exigences en matière de label : les exigences que doivent remplir les ouvrages, les produits, les services, les procédés ou les procédures en question pour obtenir le label concerné;
52° lot : la subdivision d'un marché susceptible d'être attribuée séparément, en principe en vue d'une exécution distincte;
53° variante : un mode alternatif de conception ou d'exécution qui est introduit soit à la demande de l'adjudicateur, soit à l'initiative du soumissionnaire;
54° option : un élément accessoire et non strictement nécessaire à l'exécution du marché, qui est introduit soit à la demande de l'adjudicateur, soit à l'initiative du soumissionnaire;
55° avance : le paiement d'une partie du marché avant service fait et accepté;
56° loi défense et sécurité : la loi du 13 août 2011 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la défense et de la sécurité;
57° loi relative aux concessions : la loi du 17 juin 2016 relative aux contrats de concession;
[1 58° facture électronique: une facture qui a été émise, transmise et reçue sous une forme électronique structurée qui permet son traitement automatique et électronique;
59° éléments essentiels d'une facture électronique: un ensemble d'informations essentielles qui doit figurer dans une facture électronique pour permettre l'interopérabilité transfrontière, y compris les informations nécessaires pour assurer le respect de la législation;]1
[2 60° véhicule: un véhicule de catégorie M ou N, tel que défini à l'article 4, paragraphe 1er, points a) et b), du règlement 2018/858 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules à moteur et de leurs remorques, ainsi que des systèmes, composants et entités techniques distinctes destinés à ces véhicules, modifiant les règlements (CE) n° 715/2007 et (CE) n° 595/2009 et abrogeant la directive 2007/46/CE;
61° véhicule propre:
a) un véhicule de catégorie M1, M2 ou N1 dont les émissions maximales à l'échappement exprimées en grammes de CO2/km et les émissions de polluants en conditions de conduite réelles se situent en deçà d'un pourcentage des limites d'émission applicables figurant à l'annexe VI, ou
b) un véhicule de catégorie M3, N2 ou N3 utilisant des carburants alternatifs tels que définis à l'article 2, 1° et 4°, de l'arrêté royal du 13 avril 2019 relatif à la dénomination et aux caractéristiques des carburants alternatifs, à l'exception des carburants produits à partir de matières premières qui répondent aux critères visés à l'article 5 de l'arrêté royal du 17 décembre 2021 établissant des normes de produits pour les carburants destinés au secteur du transport d'origine renouvelable et pour les combustibles ou carburants à base de carbone recyclé destinés au secteur des transports, mais en incluant les véhicules de catégorie M3, N2 ou N3 utilisant des carburants qui répondent aux critères visés à l'article 6 de l'arrêté royal du 17 décembre 2021 précité. Dans le cas des véhicules utilisant des biocarburants liquides, des carburants de synthèse et des carburants paraffiniques, ces carburants ne doivent pas être mélangés à des combustibles fossiles traditionnels;
62° véhicule utilitaire lourd à émission nulle: un véhicule propre au sens du point 61°, b), sans moteur à combustion interne, ou équipé d'un moteur à combustion interne dont les émissions de CO2 sont inférieures à 1 g/kWh, telles que déterminées conformément au règlement n° 595/2009 du Parlement européen et du Conseil du 18 juin 2009 relatif à la réception des véhicules à moteur et des moteurs au regard des émissions des véhicules utilitaires lourds (Euro VI) et à l'accès aux informations sur la réparation et l'entretien des véhicules, et modifiant le règlement n° 715/2007 et la directive 2007/46/CE, et abrogeant les directives 80/1269/CEE, 2005/55/CE et 2005/78/CE, et à ses mesures d'exécution, ou inférieures à 1 g/km, telles que déterminées conformément au règlement n° 715/2007 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2007 relatif à la réception des véhicules à moteur au regard des émissions des véhicules particuliers et utilitaires légers (Euro 5 et Euro 6) et aux informations sur la réparation et l'entretien des véhicules, et à ses mesures d'exécution.]2
HOOFDSTUK 2. - Algemene beginselen
CHAPITRE 2. - Principes généraux
Toepassingsgebied - Beginselen
Champ d'application - Principes
Art.3. Dit hoofdstuk omvat de algemene beginselen die zowel van toepassing zijn op de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 vallen als op de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 vallen. Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdracht ook de raamovereenkomst en de prijsvragen.
Art.3. Le présent chapitre contient les principes généraux qui s'appliquent aussi bien aux marchés publics relevant du champ d'application du titre 2 qu'aux marchés publics relevant du champ d'application du titre 3. Pour l'application du présent chapitre, la notion de marché public englobe également les accords-cadres et les concours.
Gelijkheids, niet-discriminatie, transparantie en proportionaliteitsbeginsel
Principe d'égalité, de non-discrimination, de transparence et de proportionnalité
Art.4. De aanbesteders behandelen de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en handelen op een transparante en proportionele wijze.
Voor zover de bijlagen 1, 2, 4 en 5 en de algemene opmerkingen bij aanhangsel I van de Europese Unie bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van 15 april 1994 en de andere internationale overeenkomsten waardoor de Europese Unie gebonden is van toepassing zijn, geven aanbesteders aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de ondertekenende partijen van deze overeenkomsten geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de Europese Unie geven.
Voor zover de bijlagen 1, 2, 4 en 5 en de algemene opmerkingen bij aanhangsel I van de Europese Unie bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van 15 april 1994 en de andere internationale overeenkomsten waardoor de Europese Unie gebonden is van toepassing zijn, geven aanbesteders aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de ondertekenende partijen van deze overeenkomsten geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de Europese Unie geven.
Art.4. Les adjudicateurs traitent les opérateurs économiques sur un pied d'égalité et sans discrimination et agissent d'une manière transparente et proportionnée.
Dans la mesure où les annexes 1, 2, 4 et 5 et les notes générales relatives à l'Union européenne de l'appendice I de l'Accord sur les Marchés Publics du 15 avril 1994 ainsi que d'autres conventions internationales liant l'Union européenne le prévoient, les adjudicateurs accordent aux travaux, aux fournitures, aux services et aux opérateurs économiques des signataires de ces conventions un traitement qui n'est pas moins favorable que celui accordé aux travaux, aux fournitures, aux services et aux opérateurs économiques de l'Union européenne.
Dans la mesure où les annexes 1, 2, 4 et 5 et les notes générales relatives à l'Union européenne de l'appendice I de l'Accord sur les Marchés Publics du 15 avril 1994 ainsi que d'autres conventions internationales liant l'Union européenne le prévoient, les adjudicateurs accordent aux travaux, aux fournitures, aux services et aux opérateurs économiques des signataires de ces conventions un traitement qui n'est pas moins favorable que celui accordé aux travaux, aux fournitures, aux services et aux opérateurs économiques de l'Union européenne.
Omzeilen toepassingsgebied en kunstmatig beperken mededinging
Soustraction au champ d'application et limitation artificielle de la concurrence
Art.5. § 1. Een aanbesteder stelt geen overheidsopdracht op met het doel om deze uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze wet of om de mededinging op kunstmatige wijze te beperken. De mededinging wordt geacht kunstmatig te zijn beperkt indien de overheidsopdracht is ontworpen met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen of te benadelen.
Ondernemers stellen geen handelingen, sluiten geen overeenkomsten of maken geen afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen.
§ 2. De niet naleving van de in paragraaf 1, tweede lid bedoelde bepaling, geeft aanleiding tot de toepassing van onderstaande maatregelen, behoudens het geval waarbij het eerste lid van de paragraaf 1 evenmin wordt nageleefd, in welk geval paragraaf 3 van toepassing is :
1° zolang de aanbesteder nog geen eindbeslissing nam en de opdracht nog niet heeft gesloten, het weren van de aanvragen tot deelneming of de offertes die als gevolg van zodanige handelingen, overeenkomsten of afspraken zijn ingediend;
2° wanneer de opdracht reeds is gesloten, de door de Koning bepaalde ambtshalve maatregelen, tenzij de aanbesteder, bij een met redenen omklede beslissing, anders beschikt.
§ 3. De niet naleving van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bepalingen, al dan niet gepaard gaand met de niet-naleving van de bepalingen van het tweede lid van paragraaf 1, geeft aanleiding tot de toepassing van onderstaande maatregelen :
1° zolang de aanbesteder de opdracht nog niet heeft gesloten of, wanneer het een omzeiling van het toepassingsgebied betreft, zolang geen eindbeslissing werd genomen, het afzien van het gunnen of de toewijzing, in welke vorm dit ook weze, van de opdracht;
2° wanneer de opdracht reeds is gesloten, in welke vorm dit ook weze, de desgevallend door de Koning bepaalde maatregelen, hetgeen ook ambtshalve maatregelen ten aanzien van de opdrachtnemer kan behelzen, voor zover deze laatste de bepalingen van paragraaf 1, tweede lid, niet heeft nageleefd.
Evenwel moet overeenkomstig het eerste lid, 2°, slechts een maatregel worden genomen, in het geval waarbij de opdrachtnemer geen enkele fout beging, voor zover de inbreuk een reëel mededingingsvertekenend effect heeft gesorteerd.
Ondernemers stellen geen handelingen, sluiten geen overeenkomsten of maken geen afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen.
§ 2. De niet naleving van de in paragraaf 1, tweede lid bedoelde bepaling, geeft aanleiding tot de toepassing van onderstaande maatregelen, behoudens het geval waarbij het eerste lid van de paragraaf 1 evenmin wordt nageleefd, in welk geval paragraaf 3 van toepassing is :
1° zolang de aanbesteder nog geen eindbeslissing nam en de opdracht nog niet heeft gesloten, het weren van de aanvragen tot deelneming of de offertes die als gevolg van zodanige handelingen, overeenkomsten of afspraken zijn ingediend;
2° wanneer de opdracht reeds is gesloten, de door de Koning bepaalde ambtshalve maatregelen, tenzij de aanbesteder, bij een met redenen omklede beslissing, anders beschikt.
§ 3. De niet naleving van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bepalingen, al dan niet gepaard gaand met de niet-naleving van de bepalingen van het tweede lid van paragraaf 1, geeft aanleiding tot de toepassing van onderstaande maatregelen :
1° zolang de aanbesteder de opdracht nog niet heeft gesloten of, wanneer het een omzeiling van het toepassingsgebied betreft, zolang geen eindbeslissing werd genomen, het afzien van het gunnen of de toewijzing, in welke vorm dit ook weze, van de opdracht;
2° wanneer de opdracht reeds is gesloten, in welke vorm dit ook weze, de desgevallend door de Koning bepaalde maatregelen, hetgeen ook ambtshalve maatregelen ten aanzien van de opdrachtnemer kan behelzen, voor zover deze laatste de bepalingen van paragraaf 1, tweede lid, niet heeft nageleefd.
Evenwel moet overeenkomstig het eerste lid, 2°, slechts een maatregel worden genomen, in het geval waarbij de opdrachtnemer geen enkele fout beging, voor zover de inbreuk een reëel mededingingsvertekenend effect heeft gesorteerd.
Art.5. § 1er. Un adjudicateur ne peut concevoir un marché public dans l'intention de le soustraire au champ d'application de la présente loi ou de limiter artificiellement la concurrence. La concurrence est considérée comme artificiellement limitée lorsqu'un marché est conçu dans l'intention de favoriser ou de défavoriser indûment certains opérateurs économiques.
Les opérateurs économiques ne posent aucun acte, ne concluent aucune convention ou entente de nature à fausser les conditions normales de la concurrence.
§ 2. Le non-respect de la disposition visée au paragraphe 1er, alinéa 2, donne lieu à l'application des mesures suivantes, excepté dans le cas où l'alinéa 1er du paragraphe 1er n'est pas non plus respecté, auquel cas le paragraphe 3 est d'application :
1° tant que l'adjudicateur n'a pas pris de décision finale et que le marché n'est pas conclu, l'écartement des demandes de participation ou des offres introduites à la suite d'une tel acte, convention ou entente;
2° lorsque le marché est déjà conclu, les mesures d'office fixées par le Roi, à moins que l'adjudicateur n'en dispose autrement par décision motivée.
§ 3. Le non-respect des dispositions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, accompagné ou non du non-respect des dispositions du deuxième alinéa du paragraphe 1er, donne lieu à l'application des mesures suivantes :
1° tant que l'adjudicateur n'a pas encore conclu le marché ou, lorsqu'il s'agit d'une soustraction au champ d'application, tant qu'il n'y a pas de décision finale, la renonciation à l'attribution ou à la conclusion du marché, quelle qu'en soit la forme;
2° lorsque le marché est déjà conclu, quelle qu'en soit la forme, les mesures d'office fixées le cas échéant par le Roi, ce qui peut inclure des mesures d'office à l'égard de l'adjudicataire, pour autant que ce dernier n'ait pas respecté les dispositions du paragraphe 1er, alinéa 2.
Il ne faut cependant prendre une mesure conformément à l'alinéa 1er, 2°, qu'au cas où l'adjudicataire n'a pas commis de faute, pour autant que l'infraction ait sorti un effet faussant réellement la concurrence.
Les opérateurs économiques ne posent aucun acte, ne concluent aucune convention ou entente de nature à fausser les conditions normales de la concurrence.
§ 2. Le non-respect de la disposition visée au paragraphe 1er, alinéa 2, donne lieu à l'application des mesures suivantes, excepté dans le cas où l'alinéa 1er du paragraphe 1er n'est pas non plus respecté, auquel cas le paragraphe 3 est d'application :
1° tant que l'adjudicateur n'a pas pris de décision finale et que le marché n'est pas conclu, l'écartement des demandes de participation ou des offres introduites à la suite d'une tel acte, convention ou entente;
2° lorsque le marché est déjà conclu, les mesures d'office fixées par le Roi, à moins que l'adjudicateur n'en dispose autrement par décision motivée.
§ 3. Le non-respect des dispositions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, accompagné ou non du non-respect des dispositions du deuxième alinéa du paragraphe 1er, donne lieu à l'application des mesures suivantes :
1° tant que l'adjudicateur n'a pas encore conclu le marché ou, lorsqu'il s'agit d'une soustraction au champ d'application, tant qu'il n'y a pas de décision finale, la renonciation à l'attribution ou à la conclusion du marché, quelle qu'en soit la forme;
2° lorsque le marché est déjà conclu, quelle qu'en soit la forme, les mesures d'office fixées le cas échéant par le Roi, ce qui peut inclure des mesures d'office à l'égard de l'adjudicataire, pour autant que ce dernier n'ait pas respecté les dispositions du paragraphe 1er, alinéa 2.
Il ne faut cependant prendre une mesure conformément à l'alinéa 1er, 2°, qu'au cas où l'adjudicataire n'a pas commis de faute, pour autant que l'infraction ait sorti un effet faussant réellement la concurrence.
Belangenconflicten
Conflits d'intérêts
Art.6. § 1. De aanbesteder treft de nodige maatregelen om tijdens de plaatsing en de uitvoering belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen, teneinde vertekening van de mededinging te vermijden en de gelijke behandeling van alle ondernemers te verzekeren.
Het begrip belangenconflict beoogt ten minste iedere situatie waarin een bij de plaatsing of de uitvoering betrokken ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, met inbegrip van de namens de aanbesteder optredende aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten, alsook elke persoon die bij de plaatsing of op het resultaat ervan invloed kan hebben, direct of indirect, financiële, economische of andere persoonlijke belangen heeft die geacht kunnen worden hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij de plaatsing of de uitvoering in het gedrang te brengen.
De Koning kan ook andere situaties benoemen als belangenconflicten.
§ 2. Het is elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of ieder ander persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, met inbegrip van de namens de aanbesteder optredende aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten, verboden, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen bij de plaatsing of de uitvoering van een overheidsopdracht zodra hij daardoor, persoonlijk of via een tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een toestand van belangenconflict met een kandidaat of inschrijver. In uitzonderlijke omstandigheden is dit verbod evenwel niet van toepassing, indien dit verbod de aanbesteder zou beletten te voorzien in haar behoeften.
§ 3. Een belangenconflict wordt alleszins vermoed te bestaan :
1° zodra de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, bloed- of aanverwant is in de rechte lijn tot de derde graad en in de zijlijn tot de vierde graad of in geval van wettelijke samenwoning, met een van de kandidaten of inschrijvers of met ieder ander natuurlijk persoon die voor rekening van een van hen een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent;
2° indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot is van één van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen dan wel in rechte of in feite, zelf of desgevallend via een tussenpersoon, een vertegenwoordiging-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent.
De ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon die zich in een toestand van belangenconflict bevindt, is verplicht zichzelf te wraken. Hij stelt er de aanbesteder schriftelijk en onverwijld van op de hoogte.
§ 4. Indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager, de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon, één of meer aandelen of deelbewijzen ter waarde van ten minste vijf percent van het maatschappelijk kapitaal van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen bezit, is hij verplicht de aanbesteder daarvan in kennis te stellen.
Het begrip belangenconflict beoogt ten minste iedere situatie waarin een bij de plaatsing of de uitvoering betrokken ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, met inbegrip van de namens de aanbesteder optredende aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten, alsook elke persoon die bij de plaatsing of op het resultaat ervan invloed kan hebben, direct of indirect, financiële, economische of andere persoonlijke belangen heeft die geacht kunnen worden hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij de plaatsing of de uitvoering in het gedrang te brengen.
De Koning kan ook andere situaties benoemen als belangenconflicten.
§ 2. Het is elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of ieder ander persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, met inbegrip van de namens de aanbesteder optredende aanbieder van aanvullende aankoopactiviteiten, verboden, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen bij de plaatsing of de uitvoering van een overheidsopdracht zodra hij daardoor, persoonlijk of via een tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een toestand van belangenconflict met een kandidaat of inschrijver. In uitzonderlijke omstandigheden is dit verbod evenwel niet van toepassing, indien dit verbod de aanbesteder zou beletten te voorzien in haar behoeften.
§ 3. Een belangenconflict wordt alleszins vermoed te bestaan :
1° zodra de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, bloed- of aanverwant is in de rechte lijn tot de derde graad en in de zijlijn tot de vierde graad of in geval van wettelijke samenwoning, met een van de kandidaten of inschrijvers of met ieder ander natuurlijk persoon die voor rekening van een van hen een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent;
2° indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot is van één van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen dan wel in rechte of in feite, zelf of desgevallend via een tussenpersoon, een vertegenwoordiging-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent.
De ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon die zich in een toestand van belangenconflict bevindt, is verplicht zichzelf te wraken. Hij stelt er de aanbesteder schriftelijk en onverwijld van op de hoogte.
§ 4. Indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager, de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon, één of meer aandelen of deelbewijzen ter waarde van ten minste vijf percent van het maatschappelijk kapitaal van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen bezit, is hij verplicht de aanbesteder daarvan in kennis te stellen.
Art.6. § 1er. L'adjudicateur prend les mesures nécessaires permettant de prévenir, de détecter et de corriger de manière efficace des conflits d'intérêts survenant lors de la passation et de l'exécution du marché et ce, afin d'éviter toute distorsion de concurrence et d'assurer l'égalité de traitement de tous les opérateurs économiques.
La notion de conflit d'intérêts vise au moins toute situation dans laquelle lors de la passation ou de l'exécution tout fonctionnaire concerné, tout officier public ou toute autre personne liée à un adjudicateur de quelque manière que ce soit, en ce compris le prestataire d'activités d'achat auxiliaires agissant au nom de l'adjudicateur, ainsi que toute personne susceptible d'influencer la passation ou l'issue de celle-ci, a directement ou indirectement un intérêt financier, économique ou un autre intérêt personnel qui pourrait être perçu comme compromettant leur impartialité ou leur indépendance dans le cadre de la passation ou de l'exécution.
Le Roi peut également désigner d'autres situations comme des conflits d'intérêts.
§ 2. Il est interdit à tout fonctionnaire, officier public ou à toute autre personne liée à un adjudicateur de quelque manière que ce soit, en ce compris le prestataire d'activités d'achat auxiliaires agissant au nom de l'adjudicateur, d'intervenir d'une façon quelconque, directement ou indirectement, dans la passation ou l'exécution d'un marché public, dès qu'il peut se trouver, soit personnellement, soit par personne interposée, dans une situation de conflit d'intérêts avec un candidat ou un soumissionnaire. Cependant, dans des circonstances exceptionnelles, cette interdiction n'est pas d'application lorsqu'elle empêcherait l'adjudicateur de pourvoir à ses besoins.
§ 3. L'existence d`un conflit d'intérêts est en tout cas présumée :
1° dès qu'il y a parenté ou alliance, en ligne directe jusqu'au troisième degré et, en ligne collatérale, jusqu'au quatrième degré, ou en cas de cohabitation légale, entre le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique visée au paragraphe 1er, alinéa 2, et l'un des candidats ou soumissionnaires ou toute autre personne physique qui exerce pour le compte de l'un de ceux-ci un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle;
2° lorsque le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique visée au paragraphe 1er, alinéa 2, est, lui-même ou par personne interposée, propriétaire, copropriétaire ou associé actif de l'une des entreprises candidates ou soumissionnaires ou exerce, en droit ou en fait, lui-même ou, le cas échéant, par personne interposée, un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle.
Le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique se trouvant dans une situation de conflit d'intérêt est tenu de se récuser. Il en informe par écrit et sans délai l'adjudicateur.
§ 4. Lorsque le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique ou morale visée au paragraphe 1er, alinéa 2, détient, soit lui-même, soit par personne interposée, une ou plusieurs actions ou parts représentant au moins cinq pour cent du capital social de l'une des entreprises candidates ou soumissionnaires, il a l'obligation d'en informer l'adjudicateur.
La notion de conflit d'intérêts vise au moins toute situation dans laquelle lors de la passation ou de l'exécution tout fonctionnaire concerné, tout officier public ou toute autre personne liée à un adjudicateur de quelque manière que ce soit, en ce compris le prestataire d'activités d'achat auxiliaires agissant au nom de l'adjudicateur, ainsi que toute personne susceptible d'influencer la passation ou l'issue de celle-ci, a directement ou indirectement un intérêt financier, économique ou un autre intérêt personnel qui pourrait être perçu comme compromettant leur impartialité ou leur indépendance dans le cadre de la passation ou de l'exécution.
Le Roi peut également désigner d'autres situations comme des conflits d'intérêts.
§ 2. Il est interdit à tout fonctionnaire, officier public ou à toute autre personne liée à un adjudicateur de quelque manière que ce soit, en ce compris le prestataire d'activités d'achat auxiliaires agissant au nom de l'adjudicateur, d'intervenir d'une façon quelconque, directement ou indirectement, dans la passation ou l'exécution d'un marché public, dès qu'il peut se trouver, soit personnellement, soit par personne interposée, dans une situation de conflit d'intérêts avec un candidat ou un soumissionnaire. Cependant, dans des circonstances exceptionnelles, cette interdiction n'est pas d'application lorsqu'elle empêcherait l'adjudicateur de pourvoir à ses besoins.
§ 3. L'existence d`un conflit d'intérêts est en tout cas présumée :
1° dès qu'il y a parenté ou alliance, en ligne directe jusqu'au troisième degré et, en ligne collatérale, jusqu'au quatrième degré, ou en cas de cohabitation légale, entre le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique visée au paragraphe 1er, alinéa 2, et l'un des candidats ou soumissionnaires ou toute autre personne physique qui exerce pour le compte de l'un de ceux-ci un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle;
2° lorsque le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique visée au paragraphe 1er, alinéa 2, est, lui-même ou par personne interposée, propriétaire, copropriétaire ou associé actif de l'une des entreprises candidates ou soumissionnaires ou exerce, en droit ou en fait, lui-même ou, le cas échéant, par personne interposée, un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle.
Le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique se trouvant dans une situation de conflit d'intérêt est tenu de se récuser. Il en informe par écrit et sans délai l'adjudicateur.
§ 4. Lorsque le fonctionnaire, l'officier public ou la personne physique ou morale visée au paragraphe 1er, alinéa 2, détient, soit lui-même, soit par personne interposée, une ou plusieurs actions ou parts représentant au moins cinq pour cent du capital social de l'une des entreprises candidates ou soumissionnaires, il a l'obligation d'en informer l'adjudicateur.
Naleving van milieu-, sociaal en arbeidsrecht
Respect du droit environnemental, social et du travail
Art.7. De ondernemers zijn ertoe gehouden alle toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu- sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het Europees Unierecht, nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten of uit hoofde van de in bijlage II vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht, na te leven en te doen naleven door elke persoon die handelt als onderaannemer in welke fase ook, en door elke persoon die personeel tewerkstelt voor de uitvoering van de opdracht.
Onverminderd de toepassing van de sancties bedoeld in andere wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen, worden de inbreuken op de in het eerste lid bedoelde verplichtingen vastgesteld door de aanbesteder en treft de aanbesteder zo nodig de maatregelen voor inbreuken op de bepalingen van de opdracht.
Onverminderd de toepassing van de sancties bedoeld in andere wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen, worden de inbreuken op de in het eerste lid bedoelde verplichtingen vastgesteld door de aanbesteder en treft de aanbesteder zo nodig de maatregelen voor inbreuken op de bepalingen van de opdracht.
Art.7. Les opérateurs économiques sont tenus de respecter et de faire respecter par toute personne agissant en qualité de sous-traitant à quelque stade que ce soit et par toute personne mettant du personnel à disposition pour l'exécution du marché, toutes les obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social et du travail établies par le droit de l'Union européenne, le droit national, les conventions collectives ou par les dispositions internationales en matière de droit environnemental, social et du travail énumérées à l'annexe II.
Sans préjudice de l'application des sanctions visées dans d'autres dispositions légales, réglementaires ou conventionnelles, les manquements aux obligations visées à l'alinéa 1er sont constatés par l'adjudicateur et donnent lieu, si nécessaire, à l'application des mesures prévues en cas de manquement aux clauses du marché.
Sans préjudice de l'application des sanctions visées dans d'autres dispositions légales, réglementaires ou conventionnelles, les manquements aux obligations visées à l'alinéa 1er sont constatés par l'adjudicateur et donnent lieu, si nécessaire, à l'application des mesures prévues en cas de manquement aux clauses du marché.
Ondernemers
Opérateurs économiques
Art.8. § 1. Ondernemers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de betrokken dienst te leveren, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens in België van toepassing zijnde wet- of regelgeving, een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon moeten zijn.
§ 2. Combinaties van ondernemers mogen deelnemen aan overheidsopdrachten. Een aanbesteder kan niet eisen dat zij voor het indienen van een aanvraag tot deelname of een offerte een bepaalde rechtsvorm aannemen.
Aanbesteders kunnen in de opdrachtdocumenten verduidelijken op welke wijze combinaties van ondernemingen aan de vereisten op het gebied van economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, eerste lid, 2° en 3°, moeten voldoen, wat de klassieke sectoren betreft, dan wel, wat de speciale sectoren betreft, aan de criteria en voorschriften op het gebied van kwalificatie en kwalitatieve selectie als bedoeld in Titel 3, Hoofdstuk 4, Afdeling 3, Onderafdeling 2, mits deze gerechtvaardigd zijn op basis van objectieve gronden en proportioneel zijn. De Koning kan de voorwaarden voor de toepassing van die vereisten bepalen.
Alle aan combinaties van ondernemers opgelegde voorwaarden voor uitvoering van een opdracht, die afwijken van de voorwaarden die aan individuele deelnemers zijn opgelegd, moeten eveneens op objectieve gronden berusten en dienen proportioneel te zijn.
Niettegenstaande het eerste lid mogen aanbesteders van combinaties van ondernemers eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen nadat de opdracht aan hen is gegund, voor zover dit nodig is voor de goede uitvoering van de overheidsopdracht.
§ 2. Combinaties van ondernemers mogen deelnemen aan overheidsopdrachten. Een aanbesteder kan niet eisen dat zij voor het indienen van een aanvraag tot deelname of een offerte een bepaalde rechtsvorm aannemen.
Aanbesteders kunnen in de opdrachtdocumenten verduidelijken op welke wijze combinaties van ondernemingen aan de vereisten op het gebied van economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, eerste lid, 2° en 3°, moeten voldoen, wat de klassieke sectoren betreft, dan wel, wat de speciale sectoren betreft, aan de criteria en voorschriften op het gebied van kwalificatie en kwalitatieve selectie als bedoeld in Titel 3, Hoofdstuk 4, Afdeling 3, Onderafdeling 2, mits deze gerechtvaardigd zijn op basis van objectieve gronden en proportioneel zijn. De Koning kan de voorwaarden voor de toepassing van die vereisten bepalen.
Alle aan combinaties van ondernemers opgelegde voorwaarden voor uitvoering van een opdracht, die afwijken van de voorwaarden die aan individuele deelnemers zijn opgelegd, moeten eveneens op objectieve gronden berusten en dienen proportioneel te zijn.
Niettegenstaande het eerste lid mogen aanbesteders van combinaties van ondernemers eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen nadat de opdracht aan hen is gegund, voor zover dit nodig is voor de goede uitvoering van de overheidsopdracht.
Art.8. § 1er. Les opérateurs économiques qui, en vertu de la législation de l'Etat membre dans lequel ils sont établis, sont habilités à fournir la prestation concernée ne peuvent être rejetés au seul motif qu'ils seraient tenus, en vertu de la législation ou de la réglementation applicable en Belgique, d'être soit des personnes physiques, soit des personnes morales.
§ 2. Les groupements d'opérateurs économiques peuvent participer aux marchés publics. Ils ne sont pas contraints par les adjudicateurs d'avoir une forme juridique déterminée pour présenter une demande de participation ou une offre.
Les adjudicateurs peuvent préciser, dans les documents du marché, la manière dont les groupements d'opérateurs économiques doivent remplir, en ce qui concerne les secteurs classiques, les exigences relatives à la capacité économique et financière ou aux capacités techniques et professionnelles visées à l'article 71, alinéa 1er, 2° et 3°, ou, s'agissant des secteurs spéciaux, les critères et règles en matière de qualification et de sélection qualitative visés au Titre 3, Chapitre 4, Section, 3, Sous-section 2, pour autant que cela soit justifié par des motifs objectifs et que ce soit proportionné. Le Roi peut déterminer les conditions d'application de ces exigences.
Toutes les conditions d'exécution d'un marché imposées à de tels groupements d'opérateurs économiques, qui diffèrent de celles imposées aux participants individuels, doivent également être justifiées par des motifs objectifs et être proportionnées.
Nonobstant l'alinéa 1er, les adjudicateurs peuvent exiger que les groupements d'opérateurs économiques adoptent une forme juridique déterminée lorsque le marché leur a été attribué, pour autant que ceci soit est nécessaire pour la bonne exécution du marché public.
§ 2. Les groupements d'opérateurs économiques peuvent participer aux marchés publics. Ils ne sont pas contraints par les adjudicateurs d'avoir une forme juridique déterminée pour présenter une demande de participation ou une offre.
Les adjudicateurs peuvent préciser, dans les documents du marché, la manière dont les groupements d'opérateurs économiques doivent remplir, en ce qui concerne les secteurs classiques, les exigences relatives à la capacité économique et financière ou aux capacités techniques et professionnelles visées à l'article 71, alinéa 1er, 2° et 3°, ou, s'agissant des secteurs spéciaux, les critères et règles en matière de qualification et de sélection qualitative visés au Titre 3, Chapitre 4, Section, 3, Sous-section 2, pour autant que cela soit justifié par des motifs objectifs et que ce soit proportionné. Le Roi peut déterminer les conditions d'application de ces exigences.
Toutes les conditions d'exécution d'un marché imposées à de tels groupements d'opérateurs économiques, qui diffèrent de celles imposées aux participants individuels, doivent également être justifiées par des motifs objectifs et être proportionnées.
Nonobstant l'alinéa 1er, les adjudicateurs peuvent exiger que les groupements d'opérateurs économiques adoptent une forme juridique déterminée lorsque le marché leur a été attribué, pour autant que ceci soit est nécessaire pour la bonne exécution du marché public.
Forfaitair beginsel
Principe forfaitaire
Art.9. De overheidsopdrachten worden geplaatst op forfaitaire basis en zonder dat hieraan, bij de uitvoering ervan, wezenlijke wijzigingen kunnen worden aangebracht behoudens de door de Koning te bepalen uitzonderingen en overeenkomstig de door Hem te bepalen voorwaarden.
De overheidsopdrachten kunnen in onderstaande gevallen echter worden geplaatst zonder forfaitaire prijsbepaling :
1° in uitzonderlijke gevallen, voor de werken, leveringen of diensten die ingewikkeld zijn of een nieuwe techniek inluiden, met belangrijke technische risico's, die verplichten tot het aanvatten van de uitvoering van de prestaties, terwijl niet alle uitvoeringsvoorwaarden en verplichtingen volledig kunnen worden bepaald;
2° in buitengewone en onvoorzienbare omstandigheden, die door een zorgvuldige aanbesteder niet voorzien konden worden, wanneer zij betrekking hebben op spoedeisende werken, leveringen of diensten waarvan de uitvoeringsvoorwaarden moeilijk kunnen worden omschreven.
De overheidsopdrachten kunnen in onderstaande gevallen echter worden geplaatst zonder forfaitaire prijsbepaling :
1° in uitzonderlijke gevallen, voor de werken, leveringen of diensten die ingewikkeld zijn of een nieuwe techniek inluiden, met belangrijke technische risico's, die verplichten tot het aanvatten van de uitvoering van de prestaties, terwijl niet alle uitvoeringsvoorwaarden en verplichtingen volledig kunnen worden bepaald;
2° in buitengewone en onvoorzienbare omstandigheden, die door een zorgvuldige aanbesteder niet voorzien konden worden, wanneer zij betrekking hebben op spoedeisende werken, leveringen of diensten waarvan de uitvoeringsvoorwaarden moeilijk kunnen worden omschreven.
Art.9. Les marchés publics sont passés à forfait, sans qu'il ne puisse être apporté dans le cadre de leur exécution des modifications considérées comme substantielles, hormis les exceptions fixées par le Roi et conformément aux conditions fixées par Lui.
Les marchés publics peuvent néanmoins être passés sans fixation forfaitaire des prix et ce, dans les cas suivants :
1° dans des cas exceptionnels, pour des travaux, fournitures ou services complexes ou d'une technique nouvelle, présentant des aléas techniques importants, qui obligent à commencer l'exécution des prestations alors que toutes les conditions de réalisation et obligations ne peuvent être déterminées complètement;
2° en cas de circonstances extraordinaires et imprévisibles qu'un adjudicateur diligent ne pouvait pas prévoir, dans le cas de travaux, fournitures ou services urgents dont les conditions d'exécution sont difficiles à définir.
Les marchés publics peuvent néanmoins être passés sans fixation forfaitaire des prix et ce, dans les cas suivants :
1° dans des cas exceptionnels, pour des travaux, fournitures ou services complexes ou d'une technique nouvelle, présentant des aléas techniques importants, qui obligent à commencer l'exécution des prestations alors que toutes les conditions de réalisation et obligations ne peuvent être déterminées complètement;
2° en cas de circonstances extraordinaires et imprévisibles qu'un adjudicateur diligent ne pouvait pas prévoir, dans le cas de travaux, fournitures ou services urgents dont les conditions d'exécution sont difficiles à définir.
Prijsherziening
Révision des prix
Art.10. De in het artikel 9 bedoelde forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten vormt geen belemmering voor de herziening van de prijzen in het licht van bepaalde economische en sociale factoren, op voorwaarde dat in de opdrachtdocumenten in een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige prijsherzieningsclausule is voorzien.
De herziening van de prijzen moet tegemoetkomen aan de prijsevolutie van de hoofdcomponenten van de kostprijs. De Koning bepaalt de bijkomende materiële en procedurele regels van deze prijsherziening en kan het opnemen van dergelijke clausule verplicht stellen voor opdrachten die bepaalde bedragen bereiken of bepaalde uitvoeringstermijnen omvatten, die Hij vastlegt.
Wanneer de ondernemer een beroep doet op onderaannemers, dan moeten die, in voorkomend geval, ook in de weerslag van de herziening van hun prijzen delen volgens de door de Koning te bepalen nadere regels en in de mate die overeenstemt met de aard van de door hen uitgevoerde prestaties.
Artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen, is niet van toepassing op de overheidsopdrachten.
De herziening van de prijzen moet tegemoetkomen aan de prijsevolutie van de hoofdcomponenten van de kostprijs. De Koning bepaalt de bijkomende materiële en procedurele regels van deze prijsherziening en kan het opnemen van dergelijke clausule verplicht stellen voor opdrachten die bepaalde bedragen bereiken of bepaalde uitvoeringstermijnen omvatten, die Hij vastlegt.
Wanneer de ondernemer een beroep doet op onderaannemers, dan moeten die, in voorkomend geval, ook in de weerslag van de herziening van hun prijzen delen volgens de door de Koning te bepalen nadere regels en in de mate die overeenstemt met de aard van de door hen uitgevoerde prestaties.
Artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen, is niet van toepassing op de overheidsopdrachten.
Art.10. Le caractère forfaitaire des marchés publics visé à l'article 9 ne fait pas obstacle à la révision des prix en fonction de facteurs déterminés d'ordre économique ou social, à la condition qu'une clause de révision de prix claire, précise et univoque, soit prévue dans les documents du marché.
La révision des prix doit rencontrer l'évolution des prix des principaux composants du prix de revient. Le Roi fixe les modalités complémentaires matérielles et procédurales de cette révision des prix et peut rendre obligatoire l'insertion d'une telle clause pour les marchés qui atteignent certains montants ou certains délais d'exécution qu'Il fixe.
Si l'opérateur économique a recours à des sous-traitants, ceux-ci doivent, s'il y a lieu, se voir appliquer la révision de leurs prix suivant les modalités à fixer par le Roi et dans la mesure correspondant à la nature des prestations qu'ils exécutent.
L'article 57 de la loi du 30 mars 1976 relative aux mesures de redressement économique ne s'applique pas aux marchés publics.
La révision des prix doit rencontrer l'évolution des prix des principaux composants du prix de revient. Le Roi fixe les modalités complémentaires matérielles et procédurales de cette révision des prix et peut rendre obligatoire l'insertion d'une telle clause pour les marchés qui atteignent certains montants ou certains délais d'exécution qu'Il fixe.
Si l'opérateur économique a recours à des sous-traitants, ceux-ci doivent, s'il y a lieu, se voir appliquer la révision de leurs prix suivant les modalités à fixer par le Roi et dans la mesure correspondant à la nature des prestations qu'ils exécutent.
L'article 57 de la loi du 30 mars 1976 relative aux mesures de redressement économique ne s'applique pas aux marchés publics.
Ontwrichting van het contractueel evenwicht
Bouleversement de l'équilibre contractuel
Art.11. De Koning werkt, voor de door Hem te bepalen opdrachten, een herzieningsmechanisme uit voor het geval van ontwrichting van het contractueel evenwicht indien deze herziening het gevolg is van onvoorzienbare omstandigheden. De in artikel 9 bedoelde forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten vormt geen belemmering voor de toepassing van dit herzieningsmechanisme.
De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toepassing van dit herzieningsmechanisme.
De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toepassing van dit herzieningsmechanisme.
Art.11. Pour les marchés qu'Il détermine, le Roi définit un mécanisme de révision pour les cas de bouleversement de l'équilibre contractuel, au cas où cette révision résulte de circonstances imprévisibles. Le caractère forfaitaire des marchés publics visé à l'article 9 ne fait pas obstacle à l'application de ce mécanisme de révision.
Le Roi fixe les conditions et la procédure pour l'application du mécanisme de révision.
Le Roi fixe les conditions et la procédure pour l'application du mécanisme de révision.
Betaling voor verstrekte en aanvaarde prestaties
Paiement pour service fait et acceptés
Art.12. Betalingen mogen alleen worden gedaan voor verstrekte en aanvaarde prestaties. Als zodanig worden beschouwd, volgens wat in de opdrachtdocumenten is bepaald, de voorraden die aangelegd zijn voor de uitvoering van de opdracht en die door de aanbesteder zijn goedgekeurd.
[1 ...]1
[1 ...]1
Modifications
Art.12. Un paiement ne peut être effectué que pour un service fait et accepté. Sont admis à ce titre, conformément à ce qui est prévu dans les documents du marché, les approvisionnements constitués pour l'exécution du marché et approuvés par l'adjudicateur.
[1 ...]1
[1 ...]1
Modifications
Voorschotten
Avances
Art. 12/1. [1 Er wordt door de aanbesteders geen voorschot toegekend, tenzij indien anders bepaald in de opdrachtdocumenten. In dit laatste geval mag het voorschot niet hoger zijn dan twintig procent van de in artikel 12/5 bedoelde refe-rentiewaarde.
In afwijking van het eerste lid betalen de in artikel 2, 1°, a) en b), bedoelde aanbesteders in de onderstaande gevallen een voorschot:
1° wanneer ze gebruik maken van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en daarbij de toepassing van artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a) of c), of 4°, a), dan wel van artikel 124, § 1, 1°, 2° of 3°, inroepen;
2° wanneer ze gebruik maken van een andere procedure dan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en de opdrachtnemer een kmo blijkt te zijn in de zin van artikel 163, § 3, tweede lid.
De in het tweede lid bedoelde verplichting is eveneens van toepassing op aanbesteders van wie de werkzaamheden hoofdzakelijk door de in het tweede lid bedoelde aanbesteders gefinancierd worden en van wie het beheer aan hun toezicht onderworpen is.
Het tweede lid is niet van toepassing in de onderstaande gevallen:
1° overheidsopdrachten die zowel betrekking hebben op het financieren als op het uitvoeren van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband;
2° overheidsopdrachten die betrekking hebben op leasing, huur of huurkoop;
3° overheidsopdrachten voor verzekeringsdiensten;
4° overheidsopdrachten gesloten op basis van een abonnement of overheidsopdrachten waarbij betaald wordt op basis van een periodiek verbruik;
5° overheidsopdrachten met een uitvoeringstermijn die korter is dan twee maanden.
Behoudens de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen en onverminderd artikel 12/4, § 1, vierde zin, leidt de toepassing van de artikelen 12/1 tot 12/8 niet tot de toekenning van een voorschot van meer dan 225.000 euro. De Koning kan het voormelde bedrag aanpassen in het licht van de opgetreden inflatie of deflatie.]1
In afwijking van het eerste lid betalen de in artikel 2, 1°, a) en b), bedoelde aanbesteders in de onderstaande gevallen een voorschot:
1° wanneer ze gebruik maken van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en daarbij de toepassing van artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a) of c), of 4°, a), dan wel van artikel 124, § 1, 1°, 2° of 3°, inroepen;
2° wanneer ze gebruik maken van een andere procedure dan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging en de opdrachtnemer een kmo blijkt te zijn in de zin van artikel 163, § 3, tweede lid.
De in het tweede lid bedoelde verplichting is eveneens van toepassing op aanbesteders van wie de werkzaamheden hoofdzakelijk door de in het tweede lid bedoelde aanbesteders gefinancierd worden en van wie het beheer aan hun toezicht onderworpen is.
Het tweede lid is niet van toepassing in de onderstaande gevallen:
1° overheidsopdrachten die zowel betrekking hebben op het financieren als op het uitvoeren van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband;
2° overheidsopdrachten die betrekking hebben op leasing, huur of huurkoop;
3° overheidsopdrachten voor verzekeringsdiensten;
4° overheidsopdrachten gesloten op basis van een abonnement of overheidsopdrachten waarbij betaald wordt op basis van een periodiek verbruik;
5° overheidsopdrachten met een uitvoeringstermijn die korter is dan twee maanden.
Behoudens de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen en onverminderd artikel 12/4, § 1, vierde zin, leidt de toepassing van de artikelen 12/1 tot 12/8 niet tot de toekenning van een voorschot van meer dan 225.000 euro. De Koning kan het voormelde bedrag aanpassen in het licht van de opgetreden inflatie of deflatie.]1
Art. 12/1. [1 Les adjudicateurs n'accordent pas d'avance, sauf disposition contraire dans les documents du marché. Dans ce dernier cas, l'avance ne peut dépasser vingt pour cent de la valeur de référence visée à l'article 12/5.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les adjudicateurs visés à l'article 2, 1°, a) et b), versent une avance dans les cas suivants:
1° lorsqu'ils utilisent la procédure négociée sans publication préalable ou la procédure négociée sans mise en concurrence préalable en invoquant l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 1°, a) ou c), ou 4°, a), ou de l'article 124, § 1er, 1°, 2° ou 3° ;
2° lorsqu'ils utilisent une procédure autre que la procédure négociée sans publication préalable ou la procédure négociée sans mise en concurrence préalable et l'adjudicataire s'avère être une PME au sens de l'article 163, § 3, alinéa 2.
L'obligation visée à l'alinéa 2 s'applique également aux adjudicateurs dont les activités sont financées majoritairement par les adjudicateurs visés à l'alinéa 2 et dont la gestion est soumise au contrôle de ces derniers.
L'alinéa 2 n'est pas d'application dans les cas suivants:
1° les marchés publics portant à la fois sur le financement et l'exécution de travaux ainsi que, le cas échéant, sur toute prestation de services relative à ceux-ci;
2° les marchés publics ayant pour objet le crédit-bail, la location ou la location-vente;
3° les marchés publics de services d'assurance;
4° les marchés publics conclus sur la base d'un abonnement ou les marchés publics dont le paiement est effectué sur la base d'une consommation périodique;
5° les marchés publics dont le délai d'exécution est plus court que deux mois.
Sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2, et sans préjudice de l'article 12/4, § 1er, quatrième phrase, l'application des articles 12/1 à 12/8 ne peut pas conduire à l'octroi d'une avance supérieure à 225.000 euros. Le Roi peut adapter le montant précité en fonction de l'inflation ou de la déflation.]1
Par dérogation à l'alinéa 1er, les adjudicateurs visés à l'article 2, 1°, a) et b), versent une avance dans les cas suivants:
1° lorsqu'ils utilisent la procédure négociée sans publication préalable ou la procédure négociée sans mise en concurrence préalable en invoquant l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 1°, a) ou c), ou 4°, a), ou de l'article 124, § 1er, 1°, 2° ou 3° ;
2° lorsqu'ils utilisent une procédure autre que la procédure négociée sans publication préalable ou la procédure négociée sans mise en concurrence préalable et l'adjudicataire s'avère être une PME au sens de l'article 163, § 3, alinéa 2.
L'obligation visée à l'alinéa 2 s'applique également aux adjudicateurs dont les activités sont financées majoritairement par les adjudicateurs visés à l'alinéa 2 et dont la gestion est soumise au contrôle de ces derniers.
L'alinéa 2 n'est pas d'application dans les cas suivants:
1° les marchés publics portant à la fois sur le financement et l'exécution de travaux ainsi que, le cas échéant, sur toute prestation de services relative à ceux-ci;
2° les marchés publics ayant pour objet le crédit-bail, la location ou la location-vente;
3° les marchés publics de services d'assurance;
4° les marchés publics conclus sur la base d'un abonnement ou les marchés publics dont le paiement est effectué sur la base d'une consommation périodique;
5° les marchés publics dont le délai d'exécution est plus court que deux mois.
Sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2, et sans préjudice de l'article 12/4, § 1er, quatrième phrase, l'application des articles 12/1 à 12/8 ne peut pas conduire à l'octroi d'une avance supérieure à 225.000 euros. Le Roi peut adapter le montant précité en fonction de l'inflation ou de la déflation.]1
Modifications
Art. 12/2. [1 In de in artikel 12/1, tweede lid, 1°, bedoelde hypothese bedraagt het voorschot vijftien procent van de in artikel 12/5 bedoelde referentiewaarde.
In afwijking van het eerste lid kan de aanbesteder een hoger percentage bepalen, zonder dat dit evenwel hoger mag zijn dan twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen. De aanbesteder neemt, wanneer hij een hoger percentage bepaalt, de nadere regels van dit hoger percentage op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze op in de opdrachtdocumenten.]1
In afwijking van het eerste lid kan de aanbesteder een hoger percentage bepalen, zonder dat dit evenwel hoger mag zijn dan twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen. De aanbesteder neemt, wanneer hij een hoger percentage bepaalt, de nadere regels van dit hoger percentage op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze op in de opdrachtdocumenten.]1
Art. 12/2. [1 Dans l'hypothèse visée à l'article 12/1, alinéa 2, 1°, l'avance est de quinze pour cent de la valeur de référence visée à l'article 12/5.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'adjudicateur peut fixer un pourcentage plus élevé sans qu'il puisse dépasser vingt pour cent, sauf dans les hypothèses visées à l'article 12/4, § 2. Lorsqu'il fixe un pourcentage plus élevé, l'adjudicateur inclut dans les documents du marché, de manière claire, précise et univoque, les modalités de ce pourcentage plus élevé.]1
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'adjudicateur peut fixer un pourcentage plus élevé sans qu'il puisse dépasser vingt pour cent, sauf dans les hypothèses visées à l'article 12/4, § 2. Lorsqu'il fixe un pourcentage plus élevé, l'adjudicateur inclut dans les documents du marché, de manière claire, précise et univoque, les modalités de ce pourcentage plus élevé.]1
Modifications
Art. 12/3. [1 In de in artikel 12/1, tweede lid, 2°, bedoelde hypothese wordt het bedrag van het voorschot berekend aan de hand van volgende percentages op een referentiewaarde bepaald overeenkomstig artikel 12/5:
1° indien de opdrachtnemer een micro-onderneming is, namelijk een onderneming waar minder dan tien personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal twee miljoen euro niet overschrijdt, bedraagt het in aanmerking te nemen percentage twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen;
2° indien de opdrachtnemer een kleine onderneming is, namelijk een onderneming waar minder dan vijftig personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal tien miljoen euro niet overschrijdt, bedraagt het in aanmerking te nemen percentage tien procent, tenzij de opdrachtdocumenten een hoger percentage bepalen, maar zonder dat dit percentage hoger mag liggen dan twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen;
3° indien de opdrachtnemer een middelgrote onderneming is, namelijk een onderneming waar minder dan tweehonderdvijftig personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet vijftig miljoen euro of het jaarlijkse balanstotaal drieënveertig miljoen euro niet overschrijdt, bedraagt het in aanmerking te nemen percentage vijf procent, tenzij de opdrachtdocumenten een hoger percentage bepalen, maar zonder dat dit percentage hoger mag liggen dan twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen.]1
1° indien de opdrachtnemer een micro-onderneming is, namelijk een onderneming waar minder dan tien personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal twee miljoen euro niet overschrijdt, bedraagt het in aanmerking te nemen percentage twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen;
2° indien de opdrachtnemer een kleine onderneming is, namelijk een onderneming waar minder dan vijftig personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal tien miljoen euro niet overschrijdt, bedraagt het in aanmerking te nemen percentage tien procent, tenzij de opdrachtdocumenten een hoger percentage bepalen, maar zonder dat dit percentage hoger mag liggen dan twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen;
3° indien de opdrachtnemer een middelgrote onderneming is, namelijk een onderneming waar minder dan tweehonderdvijftig personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet vijftig miljoen euro of het jaarlijkse balanstotaal drieënveertig miljoen euro niet overschrijdt, bedraagt het in aanmerking te nemen percentage vijf procent, tenzij de opdrachtdocumenten een hoger percentage bepalen, maar zonder dat dit percentage hoger mag liggen dan twintig procent, tenzij in de in artikel 12/4, § 2, bedoelde gevallen.]1
Art. 12/3. [1 Dans l'hypothèse visée à l'article 12/1, alinéa 2, 2°, le montant de l'avance est calculé en appliquant les pourcentages suivants à une valeur de référence déterminée conformément à l'article 12/5:
1° si l'adjudicataire est une micro-entreprise, c'est-à-dire une entreprise qui emploie moins de dix personnes et dont le chiffre d'affaires annuel ou le total du bilan annuel ne dépasse pas deux millions d'euros, le pourcentage à prendre en compte est de vingt pour cent, sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2;
2° si l'adjudicataire est une petite entreprise, c'est-à-dire une entreprise qui emploie moins de cinquante personnes et dont le chiffre d'affaires annuel ou le total du bilan annuel ne dépasse pas dix millions d'euros, le pourcentage à prendre en compte est de dix pour cent, sauf si les documents du marché prévoient un pourcentage plus élevé, mais sans que ce pourcentage ne puisse dépasser vingt pour cent, sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2;
3° lorsque l'adjudicataire est une moyenne entreprise, à savoir une entreprise qui occupe moins de deux cent cinquante personnes et dont le chiffre d'affaires annuel n'excède pas cinquante millions d'euros ou dont le total du bilan annuel n'excède pas quarante-trois millions d'euros, le pourcentage à prendre en compte est de cinq pour cent, sauf si les documents du marché prévoient un pourcentage plus élevé, mais sans que ce pourcentage ne puisse dépasser vingt pour cent, sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2.]1
1° si l'adjudicataire est une micro-entreprise, c'est-à-dire une entreprise qui emploie moins de dix personnes et dont le chiffre d'affaires annuel ou le total du bilan annuel ne dépasse pas deux millions d'euros, le pourcentage à prendre en compte est de vingt pour cent, sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2;
2° si l'adjudicataire est une petite entreprise, c'est-à-dire une entreprise qui emploie moins de cinquante personnes et dont le chiffre d'affaires annuel ou le total du bilan annuel ne dépasse pas dix millions d'euros, le pourcentage à prendre en compte est de dix pour cent, sauf si les documents du marché prévoient un pourcentage plus élevé, mais sans que ce pourcentage ne puisse dépasser vingt pour cent, sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2;
3° lorsque l'adjudicataire est une moyenne entreprise, à savoir une entreprise qui occupe moins de deux cent cinquante personnes et dont le chiffre d'affaires annuel n'excède pas cinquante millions d'euros ou dont le total du bilan annuel n'excède pas quarante-trois millions d'euros, le pourcentage à prendre en compte est de cinq pour cent, sauf si les documents du marché prévoient un pourcentage plus élevé, mais sans que ce pourcentage ne puisse dépasser vingt pour cent, sauf dans les cas visés à l'article 12/4, § 2.]1
Modifications
Art. 12/4. [1 § 1. De Koning kan voorzien in gevallen waarin door de aanbesteder, omwille van uitzonderlijke economische omstandigheden, voorschotten kunnen of moeten worden verleend. In dat geval bepaalt de Koning het maximale bedrag of het bedrag van het voorschot aan de hand van een percentage op de in artikel 12/5 bedoelde referentiewaarde. Dit percentage mag niet meer bedragen dan dertig procent. De Koning kan in dat geval ook een begrenzing van het voorschot in absolute bedragen instellen.
§ 2. De aanbesteder kan in de onderstaande gevallen voorschotten toekennen die hoger zijn dan het in de artikelen 12/1 tot 12/3 vermelde maximumpercentage van twintig procent, overeenkomstig de door de aanbesteder vastgestelde voorwaarden:
1° voor de overheidsopdrachten voor diensten van luchtvervoer van passagiers;
2° voor de overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die dienen te worden gegund:
a) aan andere Staten of een internationale organisatie;
b) aan leveranciers of dienstverleners waarmede verplicht moet gehandeld worden en die het storten van voorschotten als voorwaarde stellen voor het aanvaarden van de opdracht;
c) aan een bevoorradings- of herstellingsinrichting die door Staten is opgericht;
d) in het kader van de gemeenschappelijk door verschillende Staten of internationale instellingen gefinancierde programma's voor navorsing, uittesten, studie, vervolmaking, ontwikkeling of productie;
3° voor de opdrachten voor leveringen of diensten die, volgens de gebruiken, hetzij op basis van een abonnement zijn gesloten, hetzij een voorafgaande betaling vereisen;
4° opdrachten die ten aanzien van hun bedrag zeer belangrijke voorafgaande investeringen vergen, die uitsluitend voor hun uitvoering bestemd zijn:
a) hetzij voor het oprichten van bouwwerken of installaties;
b) hetzij voor de aankoop van materieel, machines of gereedschappen;
c) hetzij voor de aankoop van octrooien, productie- of verbeteringslicenties;
d) hetzij voor studies, proeven, aanpassingen of de bouw van prototypes.
In het geval als bedoeld in het eerste lid, 4°, mag het voorschot niet hoger zijn dan vijftig procent van het oorspronkelijke opdrachtbedrag.]1
§ 2. De aanbesteder kan in de onderstaande gevallen voorschotten toekennen die hoger zijn dan het in de artikelen 12/1 tot 12/3 vermelde maximumpercentage van twintig procent, overeenkomstig de door de aanbesteder vastgestelde voorwaarden:
1° voor de overheidsopdrachten voor diensten van luchtvervoer van passagiers;
2° voor de overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die dienen te worden gegund:
a) aan andere Staten of een internationale organisatie;
b) aan leveranciers of dienstverleners waarmede verplicht moet gehandeld worden en die het storten van voorschotten als voorwaarde stellen voor het aanvaarden van de opdracht;
c) aan een bevoorradings- of herstellingsinrichting die door Staten is opgericht;
d) in het kader van de gemeenschappelijk door verschillende Staten of internationale instellingen gefinancierde programma's voor navorsing, uittesten, studie, vervolmaking, ontwikkeling of productie;
3° voor de opdrachten voor leveringen of diensten die, volgens de gebruiken, hetzij op basis van een abonnement zijn gesloten, hetzij een voorafgaande betaling vereisen;
4° opdrachten die ten aanzien van hun bedrag zeer belangrijke voorafgaande investeringen vergen, die uitsluitend voor hun uitvoering bestemd zijn:
a) hetzij voor het oprichten van bouwwerken of installaties;
b) hetzij voor de aankoop van materieel, machines of gereedschappen;
c) hetzij voor de aankoop van octrooien, productie- of verbeteringslicenties;
d) hetzij voor studies, proeven, aanpassingen of de bouw van prototypes.
In het geval als bedoeld in het eerste lid, 4°, mag het voorschot niet hoger zijn dan vijftig procent van het oorspronkelijke opdrachtbedrag.]1
Art. 12/4. [1 § 1er. Le Roi peut prévoir des cas dans lesquels des avances peuvent ou doivent être accordées par l'adjudicateur en cas de circonstances économiques exceptionnelles. Dans ce cas, le Roi détermine le montant maximal ou le montant de l'avance au moyen d'un pourcentage sur la valeur de référence visée à l'article 12/5. Ce pourcentage ne peut dépasser trente pour cent. Dans un tel cas, le Roi peut également fixer une limite à l'avance en montants absolus.
§ 2. L'adjudicateur peut accorder des avances supérieures au pourcentage maximal de vingt pour cent visé aux articles 12/1 à 12/3 dans les cas indiqués ci-après, selon les conditions fixées par l'adjudicateur:
1° pour les marchés publics de services de transport aérien de voyageurs;
2° pour les marchés publics de fournitures ou de services qu'il s'impose de conclure:
a) avec d'autres Etats ou une organisation internationale;
b) avec des fournisseurs ou des prestataires de services avec lesquels il faut nécessairement traiter et qui subordonnent l'acceptation du marché au versement d'avances;
c) avec un organisme d'approvisionnement ou de réparation constitué par des Etats;
d) dans le cadre de programmes de recherche, d'essai, d'étude, de mise au point, de développement ou de production financés en commun par plusieurs Etats ou organisations internationales;
3° pour les marchés de fournitures ou de services qui, selon les usages, sont conclus sur la base d'un abonnement ou pour lesquels un paiement préalable est requis;
4° pour les marchés qui, par rapport à leur montant, nécessitent des investissements préalables de valeur considérable, tout en étant spécifiquement liés à leur exécution:
a) soit pour la réalisation de constructions ou installations;
b) soit pour l'achat de matériel, machines ou outillages;
c) soit pour l'acquisition de brevets ou de licences de production ou de perfectionnement;
d) soit pour les études, essais, mises au point ou réalisations de prototypes.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 4°, l'avance ne peut dépasser cinquante pour cent du montant initial du marché.]1
§ 2. L'adjudicateur peut accorder des avances supérieures au pourcentage maximal de vingt pour cent visé aux articles 12/1 à 12/3 dans les cas indiqués ci-après, selon les conditions fixées par l'adjudicateur:
1° pour les marchés publics de services de transport aérien de voyageurs;
2° pour les marchés publics de fournitures ou de services qu'il s'impose de conclure:
a) avec d'autres Etats ou une organisation internationale;
b) avec des fournisseurs ou des prestataires de services avec lesquels il faut nécessairement traiter et qui subordonnent l'acceptation du marché au versement d'avances;
c) avec un organisme d'approvisionnement ou de réparation constitué par des Etats;
d) dans le cadre de programmes de recherche, d'essai, d'étude, de mise au point, de développement ou de production financés en commun par plusieurs Etats ou organisations internationales;
3° pour les marchés de fournitures ou de services qui, selon les usages, sont conclus sur la base d'un abonnement ou pour lesquels un paiement préalable est requis;
4° pour les marchés qui, par rapport à leur montant, nécessitent des investissements préalables de valeur considérable, tout en étant spécifiquement liés à leur exécution:
a) soit pour la réalisation de constructions ou installations;
b) soit pour l'achat de matériel, machines ou outillages;
c) soit pour l'acquisition de brevets ou de licences de production ou de perfectionnement;
d) soit pour les études, essais, mises au point ou réalisations de prototypes.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 4°, l'avance ne peut dépasser cinquante pour cent du montant initial du marché.]1
Modifications
Art. 12/5. [1 Indien de looptijd van de opdracht twaalf maanden of minder bedraagt, is de referentiewaarde die van belang is voor de berekening van het voorschot gelijk aan het oorspronkelijke bedrag van de opdracht, inclusief alle belastingen.
Indien de looptijd van de opdracht meer dan twaalf maanden bedraagt, is de referentiewaarde een bedrag dat gelijk is aan twaalf keer het oorspronkelijke bedrag van de opdracht, inclusief belastingen, gedeeld door de in maanden uitgedrukte looptijd van de opdracht.
In het geval van een opdracht van onbepaalde duur wordt als referentiewaarde de waarde per maand van de overeenkomst vermenigvuldigd met twaalf genomen.
Voor de berekening van het oorspronkelijke bedrag van de opdracht wordt geen rekening gehouden met de voorwaardelijke gedeelten, noch met de verlengingen.]1
Indien de looptijd van de opdracht meer dan twaalf maanden bedraagt, is de referentiewaarde een bedrag dat gelijk is aan twaalf keer het oorspronkelijke bedrag van de opdracht, inclusief belastingen, gedeeld door de in maanden uitgedrukte looptijd van de opdracht.
In het geval van een opdracht van onbepaalde duur wordt als referentiewaarde de waarde per maand van de overeenkomst vermenigvuldigd met twaalf genomen.
Voor de berekening van het oorspronkelijke bedrag van de opdracht wordt geen rekening gehouden met de voorwaardelijke gedeelten, noch met de verlengingen.]1
Art. 12/5. [1 Si la durée du marché est égale ou inférieure à douze mois, la valeur de référence pour le calcul de l'avance est égale au montant initial du marché, toutes taxes comprises.
Si la durée du marché est supérieure à douze mois, la valeur de référence est un montant égal à douze fois la valeur initiale du marché, taxes comprises, divisée par la durée du marché exprimée en mois.
Dans le cas d'un marché à durée indéterminée, la valeur de référence est la valeur par mois du marché multipliée par douze.
Pour le calcul du montant initial du marché, il n'est ni tenu compte des tranches conditionnelles, ni des reconductions.]1
Si la durée du marché est supérieure à douze mois, la valeur de référence est un montant égal à douze fois la valeur initiale du marché, taxes comprises, divisée par la durée du marché exprimée en mois.
Dans le cas d'un marché à durée indéterminée, la valeur de référence est la valeur par mois du marché multipliée par douze.
Pour le calcul du montant initial du marché, il n'est ni tenu compte des tranches conditionnelles, ni des reconductions.]1
Modifications
Art. 12/6. [1 Indien een voorschot wordt toegekend en de betreffende overheidsopdracht kadert binnen een project waarvoor een toelating vereist is, kan de aanbesteder de toekenning van het voorschot afhankelijk maken van het verkrijgen van deze toelating, door middel van een bepaling in die zin in de opdrachtdocumenten.
Voor de toepassing van de artikelen 12/1 tot 12/5 wordt een raamovereenkomst niet als een overheidsopdracht beschouwd, maar wordt de opdracht gebaseerd op een raamovereenkomst wel als een overheidsopdracht beschouwd.]1
Voor de toepassing van de artikelen 12/1 tot 12/5 wordt een raamovereenkomst niet als een overheidsopdracht beschouwd, maar wordt de opdracht gebaseerd op een raamovereenkomst wel als een overheidsopdracht beschouwd.]1
Art. 12/6. [1 Lorsqu'une avance est accordée et que le marché public concerné intervient dans le cadre d'un projet pour lequel une autorisation est requise, l'adjudicateur peut, au moyen d'une disposition y relative dans les documents du marché, subordonner le versement de l'avance à l'obtention de cette autorisation.
Pour l'application des articles 12/1 à 12/5, un accord-cadre n'est pas considéré comme un marché public, mais le marché fondé sur un accord-cadre est considéré comme un marché public.]1
Pour l'application des articles 12/1 à 12/5, un accord-cadre n'est pas considéré comme un marché public, mais le marché fondé sur un accord-cadre est considéré comme un marché public.]1
Modifications
Art. 12/7. [1 De aanbesteders vullen de velden in verband met voorschotten van het afzonderlijk elektronisch formulier dat daartoe opgemaakt wordt door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten in. Dit formulier moet ingevuld worden naar aanleiding van de in de artikelen 62, eerste lid, en 143, § 1, eerste lid, bedoelde aankondiging van gegunde opdracht, dan wel naar aanleiding van de in de artikelen 62, tweede lid, en 143, § 1, tweede lid, bedoelde vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht.
De Koning regelt de overige materiële en procedurele voorwaarden voor de betaling van het voorschot.]1
De Koning regelt de overige materiële en procedurele voorwaarden voor de betaling van het voorschot.]1
Art. 12/7. [1 Les adjudicateurs complètent les champs relatifs aux avances du formulaire électronique séparé préparé à cet effet par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics. Ce formulaire doit être rempli à la suite de l'avis d'attribution du marché visé aux articles 62, alinéa 1er, et 143, § 1er, alinéa 1er, ou à la suite de l'avis d'attribution simplifié visé aux articles 62, alinéa 2, et 143, § 1er, alinéa 2.
Le Roi règle les autres conditions matérielles et procédurales pour le paiement de l'avance.]1
Le Roi règle les autres conditions matérielles et procédurales pour le paiement de l'avance.]1
Modifications
Art. 12/8. [1 Het voorschot dat werd toegekend in uitvoering van de artikelen 12/1 en 12/4, § 1, wordt verrekend met de bedragen die verschuldigd zijn aan de opdrachtnemer, volgens het ritme en de nadere regels als voorzien in de opdrachtdocumenten. In afwezigheid van een bepaling in de opdrachtdocumenten in die zin, wordt de eerste helft van het voorschot verrekend met de aan de opdrachtnemer verschuldigde sommen wanneer de waarde van de uitgevoerde prestaties dertig procent van het oorspronkelijke opdrachtbedrag bereikt en wordt de tweede helft van het voorschot verrekend met de aan de opdrachtnemer verschuldigde sommen wanneer de waarde van de uitgevoerde prestaties zestig procent van het oorspronkelijke opdrachtbedrag bereikt. De voormelde bedragen worden begrepen als bedragen inclusief belasting over de toegevoegde waarde.]1
Art. 12/8. [1 L'avance accordée en application des articles 12/1 et 12/4, § 1er, est imputée sur les montants dus à l'adjudicataire, selon le rythme et les modalités prévus dans les documents du marché. En absence de mention dans les documents du marché, la première moitié de l'avance est imputée sur les sommes dues à l'adjudicataire quand le montant des prestations exécutées atteint trente pour cent du montant initial du marché et la deuxième moitié de l'avance est imputée sur les sommes dues à l'adjudicataire quand le montant des prestations exécutées atteint soixante pour cent du montant initial du marché. Les montants précités s'entendent taxe sur la valeur ajoutée comprise.]1
Modifications
Biedvergoeding
Indemnité de soumission
Art. 12/9. [1 De aanbesteder kan, via een bepaling in die zin in de opdrachtdocumenten, eisen dat de offertes vergezeld gaan van monsters, maquettes, prototypes, tekeningen, andere grafische ontwerpen of enig ander ontwerp in de domeinen van de plastische kunsten, de muzikale kunsten, de cinematografische kunsten of de podiumkunsten.
In het in het eerste lid bedoelde geval voorziet de aanbesteder in de betaling van een biedvergoeding. De aanbesteder kan echter in de opdrachtdocumenten voorzien dat geen biedvergoeding wordt toegekend, of slechts een verminderde vergoeding, voor de inschrijvers die een substantieel onregelmatige of onaanvaardbare offerte hebben ingediend. Dit lid is niet van toepassing in de gevallen waarbij de aanbesteder gebruik maakt van de openbare procedure of van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking of oproep tot mededinging.
Het bedrag van de in het tweede lid bedoelde biedvergoeding wordt door de aanbesteder bepaald en wordt in de opdrachtdocumenten vermeld. De aanbesteder bepaalt in de opdrachtdocumenten ook de uiterste datum waarop de biedvergoeding zal worden betaald. Deze datum mag niet later liggen dan de dertigste dag na de datum van de sluiting van de opdracht en moet binnen een periode van zes maanden vanaf de dag van het besluit over de gunning of de niet-gunning van de opdracht vallen.
De in het tweede lid bedoelde biedvergoeding wordt niet toegekend aan de opdrachtnemer. Dit lid is niet van toepassing indien de aanbesteder voorziet in prijzengeld of vergoedingen aan de deelnemers van een concurrentiegerichte dialoog in uitvoering van de artikelen 39, § 8 of 121, § 8, en evenmin indien soortgelijke vergoedingen worden toegekend in het kader van een prijsvraag.
Indien de aanbesteder toepassing maakt van artikel 85, tweede zin, blijft de biedvergoeding verschuldigd, voor zover offertes werden ingediend en aan alle overige voorwaarden van dit artikel voldaan is.
De aanbesteders vullen de velden in verband met de in het tweede lid bedoelde biedvergoeding in van het elektronisch formulier dat daartoe opgemaakt wordt door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten. Dit formulier moet ingevuld worden naar aanleiding van de in de artikelen 62, eerste lid, en 143, § 1, eerste lid, bedoelde aankondiging van gegunde opdracht, dan wel naar aanleiding van de in de artikelen 62, tweede lid, en 143, § 1, tweede lid, bedoelde vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht. Hetzelfde geldt in geval van toepassing van artikel 85, tweede en derde zin.]1
In het in het eerste lid bedoelde geval voorziet de aanbesteder in de betaling van een biedvergoeding. De aanbesteder kan echter in de opdrachtdocumenten voorzien dat geen biedvergoeding wordt toegekend, of slechts een verminderde vergoeding, voor de inschrijvers die een substantieel onregelmatige of onaanvaardbare offerte hebben ingediend. Dit lid is niet van toepassing in de gevallen waarbij de aanbesteder gebruik maakt van de openbare procedure of van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking of oproep tot mededinging.
Het bedrag van de in het tweede lid bedoelde biedvergoeding wordt door de aanbesteder bepaald en wordt in de opdrachtdocumenten vermeld. De aanbesteder bepaalt in de opdrachtdocumenten ook de uiterste datum waarop de biedvergoeding zal worden betaald. Deze datum mag niet later liggen dan de dertigste dag na de datum van de sluiting van de opdracht en moet binnen een periode van zes maanden vanaf de dag van het besluit over de gunning of de niet-gunning van de opdracht vallen.
De in het tweede lid bedoelde biedvergoeding wordt niet toegekend aan de opdrachtnemer. Dit lid is niet van toepassing indien de aanbesteder voorziet in prijzengeld of vergoedingen aan de deelnemers van een concurrentiegerichte dialoog in uitvoering van de artikelen 39, § 8 of 121, § 8, en evenmin indien soortgelijke vergoedingen worden toegekend in het kader van een prijsvraag.
Indien de aanbesteder toepassing maakt van artikel 85, tweede zin, blijft de biedvergoeding verschuldigd, voor zover offertes werden ingediend en aan alle overige voorwaarden van dit artikel voldaan is.
De aanbesteders vullen de velden in verband met de in het tweede lid bedoelde biedvergoeding in van het elektronisch formulier dat daartoe opgemaakt wordt door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten. Dit formulier moet ingevuld worden naar aanleiding van de in de artikelen 62, eerste lid, en 143, § 1, eerste lid, bedoelde aankondiging van gegunde opdracht, dan wel naar aanleiding van de in de artikelen 62, tweede lid, en 143, § 1, tweede lid, bedoelde vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht. Hetzelfde geldt in geval van toepassing van artikel 85, tweede en derde zin.]1
Art. 12/9. [1 L'adjudicateur peut, par une disposition en ce sens dans les documents du marché, exiger que les offres soient accompagnées d'échantillons, de maquettes, de prototypes, de dessins ou de toute autre conception graphique dans les domaines des arts plastiques, des arts musicaux, des arts cinématographiques ou des arts du spectacle.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'adjudicateur prévoit le paiement d'une indemnité de soumission. Toutefois, l'adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché de n'octroyer aucune indemnité de soumission ou de n'octroyer qu'une indemnité réduite aux soumissionnaires qui ont présenté une offre substantiellement irrégulière ou inacceptable. Le présent alinéa ne s'applique pas dans les cas où l'adjudicateur utilise la procédure ouverte ou la procédure négociée directe avec publication préalable ou mise en concurrence préalable.
Le montant de l'indemnité visée à l'alinéa 2 est déterminé par l'adjudicateur et est indiqué dans les documents du marché. L'adjudicateur détermine également dans les documents du marché la date ultime à laquelle l'indemnité sera payée. Cette date ne peut être postérieure au trentième jour suivant la date de la conclusion du marché et doit être comprise dans un délai de six mois à partir du jour de la décision d'attribution ou de non-attribution du marché.
L'indemnité de soumission visée à l'alinéa 2 n'est pas versée à l'adjudicataire. Le présent alinéa n'est pas d'application si l'adjudicateur prévoit des primes ou des paiements au profit des participants à un dialogue compétitif conformément aux articles 39, § 8 ou 121, § 8, ou si des indemnités similaires sont accordées dans le cadre d'un concours.
En cas d'application par l'adjudicateur de l'article 85, deuxième phrase, l'indemnité de soumission reste due, pour autant que des offres soient introduites et pour autant que toutes les autres conditions du présent article soient réunies.
Les adjudicateurs remplissent les champs relatifs à l'indemnité de soumission visée à l'alinéa 2 et qui sont prévus dans un formulaire électronique préparé à cet effet par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics. Ce formulaire doit être rempli à la suite de l'avis d'attribution du marché visé aux articles 62, alinéa 1er, et 143, § 1er, alinéa 1er, ou à la suite de l'avis d'attribution simplifié visé aux articles 62, alinéa 2, et 143, § 1er, alinéa 2. Il en va de même en cas d'application de l'article 85, deuxième et troisième phrase.]1
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'adjudicateur prévoit le paiement d'une indemnité de soumission. Toutefois, l'adjudicateur peut prévoir dans les documents du marché de n'octroyer aucune indemnité de soumission ou de n'octroyer qu'une indemnité réduite aux soumissionnaires qui ont présenté une offre substantiellement irrégulière ou inacceptable. Le présent alinéa ne s'applique pas dans les cas où l'adjudicateur utilise la procédure ouverte ou la procédure négociée directe avec publication préalable ou mise en concurrence préalable.
Le montant de l'indemnité visée à l'alinéa 2 est déterminé par l'adjudicateur et est indiqué dans les documents du marché. L'adjudicateur détermine également dans les documents du marché la date ultime à laquelle l'indemnité sera payée. Cette date ne peut être postérieure au trentième jour suivant la date de la conclusion du marché et doit être comprise dans un délai de six mois à partir du jour de la décision d'attribution ou de non-attribution du marché.
L'indemnité de soumission visée à l'alinéa 2 n'est pas versée à l'adjudicataire. Le présent alinéa n'est pas d'application si l'adjudicateur prévoit des primes ou des paiements au profit des participants à un dialogue compétitif conformément aux articles 39, § 8 ou 121, § 8, ou si des indemnités similaires sont accordées dans le cadre d'un concours.
En cas d'application par l'adjudicateur de l'article 85, deuxième phrase, l'indemnité de soumission reste due, pour autant que des offres soient introduites et pour autant que toutes les autres conditions du présent article soient réunies.
Les adjudicateurs remplissent les champs relatifs à l'indemnité de soumission visée à l'alinéa 2 et qui sont prévus dans un formulaire électronique préparé à cet effet par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics. Ce formulaire doit être rempli à la suite de l'avis d'attribution du marché visé aux articles 62, alinéa 1er, et 143, § 1er, alinéa 1er, ou à la suite de l'avis d'attribution simplifié visé aux articles 62, alinéa 2, et 143, § 1er, alinéa 2. Il en va de même en cas d'application de l'article 85, deuxième et troisième phrase.]1
Modifications
Vertrouwelijkheid
Confidentialité
Art.13. § 1. Zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen over, naargelang het geval, de selectie of kwalificatie van de kandidaten of deelnemers, de regelmatigheid van de offertes, de gunning van de opdracht of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht, hebben de kandidaten, deelnemers, inschrijvers en derden geen toegang tot de documenten betreffende de plaatsingsprocedure, met name de aanvragen tot deelneming of kwalificatie, de offertes en de interne documenten van de aanbesteder.
Van het eerste lid kan afgeweken worden mits het schriftelijk akkoord van de kandidaat of inschrijver die deelneemt aan de onderhandelingen, overeenkomstig de artikelen 38, § 6, tweede lid, 39, § 3, derde lid, 40, § 4, tweede lid en § 5, vierde lid, 41, § 4, tweede lid, 121, § 3, derde lid, en 122, § 4, tweede lid, en dit enkel voor wat de vertrouwelijke informatie betreft die door deze kandidaat of inschrijver werd meegedeeld.
§ 2. Onverminderd de verplichtingen inzake de bekendmaking van gegunde overheidsopdrachten en de informatieverstrekking aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers, maakt de aanbesteder de informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, met inbegrip van eventuele fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de offerte, niet bekend.
Hetzelfde geldt voor elke persoon die in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van dergelijke vertrouwelijke informatie.
§ 3. De aanbesteder kan aan een ondernemer eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij beschikbaar stelt, te beschermen.
[1 § 4. De persoonsgegevens die werden verkregen met het oog op de verwerking van de facturen mogen uitsluitend voor dat doel of daarmee vergelijkbare doeleinden worden gebruikt. De regelingen voor de bekendmaking van persoonsgegevens die in verband met elektronische facturering zijn vergaard, moeten stroken met het doel van die bekendmaking en met het beginsel van de bescherming van de privacy.]1
Van het eerste lid kan afgeweken worden mits het schriftelijk akkoord van de kandidaat of inschrijver die deelneemt aan de onderhandelingen, overeenkomstig de artikelen 38, § 6, tweede lid, 39, § 3, derde lid, 40, § 4, tweede lid en § 5, vierde lid, 41, § 4, tweede lid, 121, § 3, derde lid, en 122, § 4, tweede lid, en dit enkel voor wat de vertrouwelijke informatie betreft die door deze kandidaat of inschrijver werd meegedeeld.
§ 2. Onverminderd de verplichtingen inzake de bekendmaking van gegunde overheidsopdrachten en de informatieverstrekking aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers, maakt de aanbesteder de informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, met inbegrip van eventuele fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de offerte, niet bekend.
Hetzelfde geldt voor elke persoon die in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van dergelijke vertrouwelijke informatie.
§ 3. De aanbesteder kan aan een ondernemer eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij beschikbaar stelt, te beschermen.
[1 § 4. De persoonsgegevens die werden verkregen met het oog op de verwerking van de facturen mogen uitsluitend voor dat doel of daarmee vergelijkbare doeleinden worden gebruikt. De regelingen voor de bekendmaking van persoonsgegevens die in verband met elektronische facturering zijn vergaard, moeten stroken met het doel van die bekendmaking en met het beginsel van de bescherming van de privacy.]1
Modifications
Art.13. § 1er. Aussi longtemps que l'adjudicateur n'a pas pris de décision, selon le cas, au sujet de la sélection ou de la qualification des candidats ou participants, de la régularité des offres, de l'attribution du marché ou de la renonciation à la passation du marché, les candidats, les participants, les soumissionnaires et les tiers n'ont aucun accès aux documents relatifs à la procédure de passation, notamment aux demandes de participation ou de qualification, aux offres et aux documents internes de l'adjudicateur.
Il peut être dérogé à l'alinéa premier moyennant l'accord écrit du candidat ou du soumissionnaire participant aux négociations, conformément aux articles 38, § 6, alinéa 2, 39, § 3, alinéa 3, 40, § 4, alinéa 2, et § 5, alinéa 4, 41, § 4, alinéa 2, 121, § 3, alinéa 3, et 122, § 4, alinéa 2, et ce, uniquement pour les informations confidentielles communiquées par ce candidat ou soumissionnaire.
§ 2. Sans préjudice des obligations en matière de publicité concernant les marchés publics attribués et l'information des candidats, des participants et des soumissionnaires, l'adjudicateur ne divulgue pas les renseignements que l'opérateur économique lui a communiqué à titre confidentiel, y compris, les éventuels secrets techniques ou commerciaux et les aspects confidentiels de l'offre.
Il en est de même pour toute personne qui, en raison de ses fonctions ou des missions qui lui ont été confiées, a connaissance de tels renseignements confidentiels.
§ 3. L'adjudicateur peut imposer à l'opérateur économique des exigences visant à protéger la confidentialité des informations qu'il met à sa disposition.
[1 § 4. Les données à caractère personnel obtenues aux fins du traitement de factures ne peuvent être utilisées qu'à ces fins ou à d'autres fins compatibles avec celles-ci. Les règles de la publication de données à caractère personnel collectées lors du traitement de factures électroniques sont conformes aux finalités de la publication ainsi qu'au principe de protection de la vie privée.]1
Il peut être dérogé à l'alinéa premier moyennant l'accord écrit du candidat ou du soumissionnaire participant aux négociations, conformément aux articles 38, § 6, alinéa 2, 39, § 3, alinéa 3, 40, § 4, alinéa 2, et § 5, alinéa 4, 41, § 4, alinéa 2, 121, § 3, alinéa 3, et 122, § 4, alinéa 2, et ce, uniquement pour les informations confidentielles communiquées par ce candidat ou soumissionnaire.
§ 2. Sans préjudice des obligations en matière de publicité concernant les marchés publics attribués et l'information des candidats, des participants et des soumissionnaires, l'adjudicateur ne divulgue pas les renseignements que l'opérateur économique lui a communiqué à titre confidentiel, y compris, les éventuels secrets techniques ou commerciaux et les aspects confidentiels de l'offre.
Il en est de même pour toute personne qui, en raison de ses fonctions ou des missions qui lui ont été confiées, a connaissance de tels renseignements confidentiels.
§ 3. L'adjudicateur peut imposer à l'opérateur économique des exigences visant à protéger la confidentialité des informations qu'il met à sa disposition.
[1 § 4. Les données à caractère personnel obtenues aux fins du traitement de factures ne peuvent être utilisées qu'à ces fins ou à d'autres fins compatibles avec celles-ci. Les règles de la publication de données à caractère personnel collectées lors du traitement de factures électroniques sont conformes aux finalités de la publication ainsi qu'au principe de protection de la vie privée.]1
Modifications
Art. 13 TOEKOMSTIG RECHT. § 1. Zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen over, naargelang het geval, de selectie of kwalificatie van de kandidaten of deelnemers, de regelmatigheid van de offertes, de gunning van de opdracht of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht, hebben de kandidaten, deelnemers, inschrijvers en derden geen toegang tot de documenten betreffende de plaatsingsprocedure, met name de aanvragen tot deelneming of kwalificatie, de offertes en de interne documenten van de aanbesteder. [2 Wat de opdrachten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking en die worden geplaatst door middel van een openbare of niet-openbare procedure en waarbij de economisch meest voordelige offerte uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald en tenzij indien de betreffende overheidsopdracht betrekking heeft op een door de Koning bepaalde sector met een verhoogd risico op mededingingsvertekenende afspraken, deelt de aanbesteder gelijktijdig elke inschrijver zijn individuele en voorlopige plaats in het klassement mee, naar aanleiding van of onmiddellijk na de opmaak van het proces-verbaal van opening van de offertes. Dit gebeurt door middel van het in artikel 14, § 1, bedoelde elektronische platform dat gebruikt werd voor de indiening.]2
[2 Van het eerste lid, eerste zin,]2 kan afgeweken worden mits het schriftelijk akkoord van de kandidaat of inschrijver die deelneemt aan de onderhandelingen, overeenkomstig de artikelen 38, § 6, tweede lid, 39, § 3, derde lid, 40, § 4, tweede lid en § 5, vierde lid, 41, § 4, tweede lid, 121, § 3, derde lid, en 122, § 4, tweede lid, en dit enkel voor wat de vertrouwelijke informatie betreft die door deze kandidaat of inschrijver werd meegedeeld.
§ 2. Onverminderd de verplichtingen inzake de bekendmaking van gegunde overheidsopdrachten en de informatieverstrekking aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers, maakt de aanbesteder de informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, met inbegrip van eventuele fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de offerte, niet bekend.
Hetzelfde geldt voor elke persoon die in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van dergelijke vertrouwelijke informatie.
§ 3. De aanbesteder kan aan een ondernemer eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij beschikbaar stelt, te beschermen.
[2 § 3/1. De informatie die ingevolge paragraaf 1, eerste lid, tweede zin, door de inschrijver verkregen wordt omtrent zijn individuele plaats in het klassement, mag in de loop van de plaatsingsprocedure door deze inschrijver niet meegedeeld worden aan andere kandidaten, deelnemers of inschrijvers, noch aan derden. Werknemers van de inschrijver worden voor de toepassing van deze paragraaf niet aanzien als derden]2
[1 § 4. De persoonsgegevens die werden verkregen met het oog op de verwerking van de facturen mogen uitsluitend voor dat doel of daarmee vergelijkbare doeleinden worden gebruikt. De regelingen voor de bekendmaking van persoonsgegevens die in verband met elektronische facturering zijn vergaard, moeten stroken met het doel van die bekendmaking en met het beginsel van de bescherming van de privacy.]1
[2 Van het eerste lid, eerste zin,]2 kan afgeweken worden mits het schriftelijk akkoord van de kandidaat of inschrijver die deelneemt aan de onderhandelingen, overeenkomstig de artikelen 38, § 6, tweede lid, 39, § 3, derde lid, 40, § 4, tweede lid en § 5, vierde lid, 41, § 4, tweede lid, 121, § 3, derde lid, en 122, § 4, tweede lid, en dit enkel voor wat de vertrouwelijke informatie betreft die door deze kandidaat of inschrijver werd meegedeeld.
§ 2. Onverminderd de verplichtingen inzake de bekendmaking van gegunde overheidsopdrachten en de informatieverstrekking aan kandidaten, deelnemers en inschrijvers, maakt de aanbesteder de informatie die hem door een ondernemer als vertrouwelijk is verstrekt, met inbegrip van eventuele fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de offerte, niet bekend.
Hetzelfde geldt voor elke persoon die in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van dergelijke vertrouwelijke informatie.
§ 3. De aanbesteder kan aan een ondernemer eisen stellen die tot doel hebben de vertrouwelijke aard van de informatie die hij beschikbaar stelt, te beschermen.
[2 § 3/1. De informatie die ingevolge paragraaf 1, eerste lid, tweede zin, door de inschrijver verkregen wordt omtrent zijn individuele plaats in het klassement, mag in de loop van de plaatsingsprocedure door deze inschrijver niet meegedeeld worden aan andere kandidaten, deelnemers of inschrijvers, noch aan derden. Werknemers van de inschrijver worden voor de toepassing van deze paragraaf niet aanzien als derden]2
[1 § 4. De persoonsgegevens die werden verkregen met het oog op de verwerking van de facturen mogen uitsluitend voor dat doel of daarmee vergelijkbare doeleinden worden gebruikt. De regelingen voor de bekendmaking van persoonsgegevens die in verband met elektronische facturering zijn vergaard, moeten stroken met het doel van die bekendmaking en met het beginsel van de bescherming van de privacy.]1
Art. 13 DROIT FUTUR. § 1er. Aussi longtemps que l'adjudicateur n'a pas pris de décision, selon le cas, au sujet de la sélection ou de la qualification des candidats ou participants, de la régularité des offres, de l'attribution du marché ou de la renonciation à la passation du marché, les candidats, les participants, les soumissionnaires et les tiers n'ont aucun accès aux documents relatifs à la procédure de passation, notamment aux demandes de participation ou de qualification, aux offres et aux documents internes de l'adjudicateur. [2 En ce qui concerne les marchés dont la valeur estimée est inférieure au seuil fixé pour la publicité européenne et qui sont passés par procédure ouverte ou restreinte et dont l'offre économiquement la plus avantageuse est exclusivement déterminée sur la base du prix et sauf si le marché public concerné porte sur un secteur identifié par le Roi comme présentant un risque accru d'ententes faussant la concurrence, l'adjudicateur communique simultanément, à chacun des soumissionnaires, sa place individuelle et provisoire dans le classement à l'occasion ou immédiatement après l'établissement du procès-verbal d'ouverture des offres. Cela se fait au moyen de la plateforme électronique visée à l'article 14, § 1er, sur laquelle la soumission a eu lieu.]2
Il peut être dérogé [2 à l'alinéa premier, première phrase,]2 moyennant l'accord écrit du candidat ou du soumissionnaire participant aux négociations, conformément aux articles 38, § 6, alinéa 2, 39, § 3, alinéa 3, 40, § 4, alinéa 2, et § 5, alinéa 4, 41, § 4, alinéa 2, 121, § 3, alinéa 3, et 122, § 4, alinéa 2, et ce, uniquement pour les informations confidentielles communiquées par ce candidat ou soumissionnaire.
§ 2. Sans préjudice des obligations en matière de publicité concernant les marchés publics attribués et l'information des candidats, des participants et des soumissionnaires, l'adjudicateur ne divulgue pas les renseignements que l'opérateur économique lui a communiqué à titre confidentiel, y compris, les éventuels secrets techniques ou commerciaux et les aspects confidentiels de l'offre.
Il en est de même pour toute personne qui, en raison de ses fonctions ou des missions qui lui ont été confiées, a connaissance de tels renseignements confidentiels.
§ 3. L'adjudicateur peut imposer à l'opérateur économique des exigences visant à protéger la confidentialité des informations qu'il met à sa disposition.
[2 § 3/1. Durant la procédure de passation, le soumissionnaire ne peut communiquer à d'autres candidats, participants ou soumissionnaires, ni à des tiers, les informations qu'il aurait obtenues en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, deuxième phrase, concernant sa place individuelle dans le classement. Les travailleurs du soumissionnaire ne sont pas considérés comme des tiers aux fins de l'application du présent paragraphe.]2
[1 § 4. Les données à caractère personnel obtenues aux fins du traitement de factures ne peuvent être utilisées qu'à ces fins ou à d'autres fins compatibles avec celles-ci. Les règles de la publication de données à caractère personnel collectées lors du traitement de factures électroniques sont conformes aux finalités de la publication ainsi qu'au principe de protection de la vie privée.]1
Il peut être dérogé [2 à l'alinéa premier, première phrase,]2 moyennant l'accord écrit du candidat ou du soumissionnaire participant aux négociations, conformément aux articles 38, § 6, alinéa 2, 39, § 3, alinéa 3, 40, § 4, alinéa 2, et § 5, alinéa 4, 41, § 4, alinéa 2, 121, § 3, alinéa 3, et 122, § 4, alinéa 2, et ce, uniquement pour les informations confidentielles communiquées par ce candidat ou soumissionnaire.
§ 2. Sans préjudice des obligations en matière de publicité concernant les marchés publics attribués et l'information des candidats, des participants et des soumissionnaires, l'adjudicateur ne divulgue pas les renseignements que l'opérateur économique lui a communiqué à titre confidentiel, y compris, les éventuels secrets techniques ou commerciaux et les aspects confidentiels de l'offre.
Il en est de même pour toute personne qui, en raison de ses fonctions ou des missions qui lui ont été confiées, a connaissance de tels renseignements confidentiels.
§ 3. L'adjudicateur peut imposer à l'opérateur économique des exigences visant à protéger la confidentialité des informations qu'il met à sa disposition.
[2 § 3/1. Durant la procédure de passation, le soumissionnaire ne peut communiquer à d'autres candidats, participants ou soumissionnaires, ni à des tiers, les informations qu'il aurait obtenues en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, deuxième phrase, concernant sa place individuelle dans le classement. Les travailleurs du soumissionnaire ne sont pas considérés comme des tiers aux fins de l'application du présent paragraphe.]2
[1 § 4. Les données à caractère personnel obtenues aux fins du traitement de factures ne peuvent être utilisées qu'à ces fins ou à d'autres fins compatibles avec celles-ci. Les règles de la publication de données à caractère personnel collectées lors du traitement de factures électroniques sont conformes aux finalités de la publication ainsi qu'au principe de protection de la vie privée.]1
Regels betreffende de communicatiemiddelen
Règles applicables aux moyens de communication
Art.14. § 1. De communicatie en de informatie-uitwisseling tussen de aanbesteder en de ondernemers, met inbegrip van de in paragraaf 7 bedoelde elektronische indiening en ontvangst van de offertes dient, in alle fasen van de plaatsingsprocedure plaats te vinden met behulp van elektronische communicatiemiddelen, tenzij in de in paragrafen 2 tot 4 bedoelde gevallen.
Onverminderd paragraaf 5, moeten de voor communicatie langs elektronische weg te gebruiken instrumenten en middelen en de technische kenmerken daarvan niet-discriminerend en algemeen beschikbaar zijn alsmede interoperabel met algemeen gebruikte ICT en mogen de toegang van ondernemers tot de plaatsingsprocedure niet beperken.
§ 2. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is de aanbesteder niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen voor te schrijven :
1° wanneer wegens de gespecialiseerde aard van de overheidsopdracht, voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen niet algemeen beschikbare gespecialiseerde instrumenten, middelen of bestandsformaten nodig zijn of wanneer de benodigde instrumenten, middelen of bestandsformaten niet ondersteund worden door algemeen beschikbare toepassingen;
2° wanneer de applicaties voor ondersteuning van de bestandformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de offertes bestandsformaten gebruiken die niet door andere open of algemeen beschikbare toepassingen kunnen worden verwerkt, of onderworpen zijn aan een eigendomsgebonden licentieregeling en niet door de aanbesteder als downloads of gebruik op afstand beschikbaar kunnen worden gesteld;
3° wanneer voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen gespecialiseerde kantoorapparatuur nodig is waarover de aanbesteders doorgaans niet beschikken;
4° wanneer voor de opdrachtdocumenten de indiening is vereist van fysieke of schaalmodellen die niet langs elektronische weg kunnen worden verzonden;
5° [1 ...]1
De aanbesteder die, omwille van een in het eerste lid, 1° tot 4°, vermelde reden, het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen vereist of toelaat, geeft hiervan de redenen op in de in het artikel 164, §§ 1 en 2, bedoelde informatie.
Mededelingen waarvoor op grond van deze paragraaf geen elektronische communicatiemiddelen worden gebruikt, gebeuren per post of via een andere geschikte vervoerder, dan wel door een combinatie van post of een andere geschikte vervoerder enerzijds en elektronische communicatiemiddelen anderzijds.
§ 3. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is de aanbesteder niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen voor te schrijven, voor zover het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen nodig is, hetzij vanwege een inbreuk op de beveiliging van die elektronische communicatiemiddelen, hetzij voor de bescherming van de bijzonder gevoelige aard van de informatie waarvoor een dermate hoog beschermingsniveau nodig is dat dit niveau niet afdoende kan worden verzekerd via elektronische instrumenten en middelen die algemeen beschikbaar zijn voor de ondernemers of hun via alternatieve toegangsmiddelen in de zin van paragraaf 5 ter beschikking kunnen worden gesteld.
Een aanbesteder die, omwille van de in het eerste lid vermelde reden, het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen vereist of toelaat, geeft hiervan de redenen op in de in het artikel 164, §§ 1 en 2, bedoelde informatie.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is mondelinge communicatie toegestaan voor andere mededelingen dan die betreffende de essentiële elementen van de plaatsingsprocedure, mits de inhoud van de mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt. Met name worden onderstaande elementen, in dit verband, geacht deel uit te maken van de voormelde essentiële elementen :
1° de opdrachtdocumenten;
2° de aanvragen tot deelneming;
3° de offertes.
Wat betreft de mondelinge communicatie met de inschrijvers die van grote invloed kan zijn op de inhoud en beoordeling van de offertes, gebeurt de in het eerste lid bedoelde verplichting tot documenteren door middel van schriftelijke of auditieve registratie, samenvatting van de voornaamste elementen van de communicatie of een ander passend middel.
Het eerste lid belet geenszins dat informatiesessies worden georganiseerd waarin mondelinge communicatie gebruikt wordt voor het verstrekken van toelichtingen in verband met de opdrachtdocumenten, mits de inhoud van deze mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt overeenkomstig het tweede lid en geen informatie wordt verspreid die niet reeds in de opdrachtdocumenten is aangegeven. Deze documentatie wordt verspreid naar alle belangstellenden toe.
§ 5. Niettegenstaande paragraaf 1, tweede lid, kan de aanbesteder, indien noodzakelijk, het gebruik van niet-algemeen beschikbare instrumenten en middelen voorschrijven, mits hij passende alternatieve toegangsmiddelen aanbiedt. De Koning bepaalt de gevallen waarbij de aanbesteder geacht wordt passende alternatieve toegangsmiddelen aangeboden te hebben.
§ 6. Bij elke mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zorgt de aanbesteder ervoor dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de offertes en aanvragen tot deelneming gewaarborgd zijn. Hij neemt pas na het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennis van de inhoud van de offertes en aanvragen tot deelneming.
§ 7. De gebruikte instrumenten en middelen voor de elektronische ontvangst van offertes, aanvragen tot deelneming en plannen en ontwerpen bij prijsvragen, hierna de "elektronische platformen" genoemd, moeten door passende technische voorzieningen en procedures ten minste de waarborg bieden dat :
1° het exacte tijdstip en de exacte datum van ontvangst van de offertes, van de aanvragen tot deelneming, van de overlegging van de plannen en ontwerpen precies kunnen worden vastgesteld;
2° redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de opgegeven uiterste data toegang kan hebben tot de op grond van onderhavige eisen verstrekte informatie;
3° alleen de gemachtigde personen de data voor openbaarmaking van de ontvangen gegevens kunnen vaststellen of wijzigen;
4° tijdens de verschillende fasen van de plaatsing, de uitvoering of van de prijsvraag alleen de gemachtigde personen toegang hebben tot de verstrekte gegevens of tot een gedeelte daarvan;
5° alleen de gemachtigde personen toegang tot de verstrekte gegevens kunnen geven, en dit slechts na de opgegeven datum;
6° de met toepassing van de onderhavige eisen ontvangen en geopende gegevens slechts toegankelijk blijven voor de tot inzage gemachtigde personen;
7° bij een inbreuk op de bepalingen onder 2°, 3°, 4°, 5° of 6° bedoelde toegangsverboden of -voorwaarden, of een poging daartoe, redelijkerwijs kan worden gewaarborgd dat de inbreuk of de poging daartoe zonder problemen kan worden opgespoord.
De belanghebbende partijen moeten bovendien kunnen beschikken over gegevens betreffende de specificaties voor de elektronische indiening van offertes en aanvragen tot deelneming, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten.
Deze paragraaf is niet van toepassing in de gevallen bedoeld in de paragrafen 2 en 3.
De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels die van toepassing zijn op de elektronische platformen, met inbegrip van de vereiste veiligheidsniveaus voor het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen die in de verschillende fasen van de specifieke plaatsingsprocedure worden gebruikt. Dit niveau moet in verhouding staan tot de risico's.
Onverminderd paragraaf 5, moeten de voor communicatie langs elektronische weg te gebruiken instrumenten en middelen en de technische kenmerken daarvan niet-discriminerend en algemeen beschikbaar zijn alsmede interoperabel met algemeen gebruikte ICT en mogen de toegang van ondernemers tot de plaatsingsprocedure niet beperken.
§ 2. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is de aanbesteder niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen voor te schrijven :
1° wanneer wegens de gespecialiseerde aard van de overheidsopdracht, voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen niet algemeen beschikbare gespecialiseerde instrumenten, middelen of bestandsformaten nodig zijn of wanneer de benodigde instrumenten, middelen of bestandsformaten niet ondersteund worden door algemeen beschikbare toepassingen;
2° wanneer de applicaties voor ondersteuning van de bestandformaten die geschikt zijn voor de omschrijving van de offertes bestandsformaten gebruiken die niet door andere open of algemeen beschikbare toepassingen kunnen worden verwerkt, of onderworpen zijn aan een eigendomsgebonden licentieregeling en niet door de aanbesteder als downloads of gebruik op afstand beschikbaar kunnen worden gesteld;
3° wanneer voor het gebruik van elektronische communicatiemiddelen gespecialiseerde kantoorapparatuur nodig is waarover de aanbesteders doorgaans niet beschikken;
4° wanneer voor de opdrachtdocumenten de indiening is vereist van fysieke of schaalmodellen die niet langs elektronische weg kunnen worden verzonden;
5° [1 ...]1
De aanbesteder die, omwille van een in het eerste lid, 1° tot 4°, vermelde reden, het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen vereist of toelaat, geeft hiervan de redenen op in de in het artikel 164, §§ 1 en 2, bedoelde informatie.
Mededelingen waarvoor op grond van deze paragraaf geen elektronische communicatiemiddelen worden gebruikt, gebeuren per post of via een andere geschikte vervoerder, dan wel door een combinatie van post of een andere geschikte vervoerder enerzijds en elektronische communicatiemiddelen anderzijds.
§ 3. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is de aanbesteder niet verplicht het gebruik van elektronische communicatiemiddelen voor te schrijven, voor zover het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen nodig is, hetzij vanwege een inbreuk op de beveiliging van die elektronische communicatiemiddelen, hetzij voor de bescherming van de bijzonder gevoelige aard van de informatie waarvoor een dermate hoog beschermingsniveau nodig is dat dit niveau niet afdoende kan worden verzekerd via elektronische instrumenten en middelen die algemeen beschikbaar zijn voor de ondernemers of hun via alternatieve toegangsmiddelen in de zin van paragraaf 5 ter beschikking kunnen worden gesteld.
Een aanbesteder die, omwille van de in het eerste lid vermelde reden, het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen vereist of toelaat, geeft hiervan de redenen op in de in het artikel 164, §§ 1 en 2, bedoelde informatie.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 1, eerste lid, is mondelinge communicatie toegestaan voor andere mededelingen dan die betreffende de essentiële elementen van de plaatsingsprocedure, mits de inhoud van de mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt. Met name worden onderstaande elementen, in dit verband, geacht deel uit te maken van de voormelde essentiële elementen :
1° de opdrachtdocumenten;
2° de aanvragen tot deelneming;
3° de offertes.
Wat betreft de mondelinge communicatie met de inschrijvers die van grote invloed kan zijn op de inhoud en beoordeling van de offertes, gebeurt de in het eerste lid bedoelde verplichting tot documenteren door middel van schriftelijke of auditieve registratie, samenvatting van de voornaamste elementen van de communicatie of een ander passend middel.
Het eerste lid belet geenszins dat informatiesessies worden georganiseerd waarin mondelinge communicatie gebruikt wordt voor het verstrekken van toelichtingen in verband met de opdrachtdocumenten, mits de inhoud van deze mondelinge communicatie voldoende gedocumenteerd wordt overeenkomstig het tweede lid en geen informatie wordt verspreid die niet reeds in de opdrachtdocumenten is aangegeven. Deze documentatie wordt verspreid naar alle belangstellenden toe.
§ 5. Niettegenstaande paragraaf 1, tweede lid, kan de aanbesteder, indien noodzakelijk, het gebruik van niet-algemeen beschikbare instrumenten en middelen voorschrijven, mits hij passende alternatieve toegangsmiddelen aanbiedt. De Koning bepaalt de gevallen waarbij de aanbesteder geacht wordt passende alternatieve toegangsmiddelen aangeboden te hebben.
§ 6. Bij elke mededeling, uitwisseling en opslag van informatie zorgt de aanbesteder ervoor dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de offertes en aanvragen tot deelneming gewaarborgd zijn. Hij neemt pas na het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennis van de inhoud van de offertes en aanvragen tot deelneming.
§ 7. De gebruikte instrumenten en middelen voor de elektronische ontvangst van offertes, aanvragen tot deelneming en plannen en ontwerpen bij prijsvragen, hierna de "elektronische platformen" genoemd, moeten door passende technische voorzieningen en procedures ten minste de waarborg bieden dat :
1° het exacte tijdstip en de exacte datum van ontvangst van de offertes, van de aanvragen tot deelneming, van de overlegging van de plannen en ontwerpen precies kunnen worden vastgesteld;
2° redelijkerwijs kan worden verzekerd dat niemand vóór de opgegeven uiterste data toegang kan hebben tot de op grond van onderhavige eisen verstrekte informatie;
3° alleen de gemachtigde personen de data voor openbaarmaking van de ontvangen gegevens kunnen vaststellen of wijzigen;
4° tijdens de verschillende fasen van de plaatsing, de uitvoering of van de prijsvraag alleen de gemachtigde personen toegang hebben tot de verstrekte gegevens of tot een gedeelte daarvan;
5° alleen de gemachtigde personen toegang tot de verstrekte gegevens kunnen geven, en dit slechts na de opgegeven datum;
6° de met toepassing van de onderhavige eisen ontvangen en geopende gegevens slechts toegankelijk blijven voor de tot inzage gemachtigde personen;
7° bij een inbreuk op de bepalingen onder 2°, 3°, 4°, 5° of 6° bedoelde toegangsverboden of -voorwaarden, of een poging daartoe, redelijkerwijs kan worden gewaarborgd dat de inbreuk of de poging daartoe zonder problemen kan worden opgespoord.
De belanghebbende partijen moeten bovendien kunnen beschikken over gegevens betreffende de specificaties voor de elektronische indiening van offertes en aanvragen tot deelneming, inclusief encryptie en tijdstempeldiensten.
Deze paragraaf is niet van toepassing in de gevallen bedoeld in de paragrafen 2 en 3.
De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels die van toepassing zijn op de elektronische platformen, met inbegrip van de vereiste veiligheidsniveaus voor het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen die in de verschillende fasen van de specifieke plaatsingsprocedure worden gebruikt. Dit niveau moet in verhouding staan tot de risico's.
Modifications
Art.14. § 1er. Les communications et les échanges d'informations entre l'adjudicateur et les opérateurs économiques, y compris la transmission et la réception électronique des offres, visées au paragraphe 7, doivent, à tous les stades de la procédure de passation, être réalisés par des moyens de communication électroniques, sauf dans les cas visés par les paragraphes 2 à 4.
Sans préjudice du paragraphe 5, les outils et dispositifs utilisés pour communiquer par des moyens électroniques, ainsi que leurs caractéristiques techniques, ne sont pas discriminatoires, sont communément disponibles et compatibles avec les TIC généralement utilisées, et ne restreignent pas l'accès des opérateurs économiques à la procédure de passation.
§ 2. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 1er, l'adjudicateur n'est pas tenu de prescrire l'usage de moyens de communication électroniques :
1° lorsque, en raison de la nature spécialisée du marché, l'utilisation de moyens de communication électroniques nécessiterait des outils, des dispositifs ou des formats de fichiers particuliers qui ne sont pas communément disponibles ou pris en charge par des applications communément disponibles;
2° lorsque les applications prenant en charge les formats de fichier adaptés à la description des offres utilisent des formats de fichiers qui ne peuvent être traités par aucune autre application ouverte ou communément disponibles ou sont soumises à un régime de licence propriétaire et ne peuvent être mises à disposition par téléchargement ou à distance par l'adjudicateur;
3° lorsque l'utilisation de moyens de communication électroniques nécessiterait un équipement de bureau spécialisé dont les adjudicateurs ne disposent pas communément;
4° lorsque les documents du marché exigent la présentation de maquettes ou de modèles réduits qui ne peuvent être transmis par voie électronique;
5° [1 ...]1
L'adjudicateur qui, pour une raison visée à l'alinéa 1er, 1° à 4°, prescrit ou autorise l'usage d'autres moyens de communication que les moyens électroniques, en indique les raisons dans les informations visées à l'article 164, §§ 1er et 2.
Les communications pour lesquelles il n'est pas fait usage de moyens électroniques en vertu du présent paragraphe, sont transmises par voie postale ou par tout autre service de portage approprié ou en combinant la voie postale ou tout autre service de portage approprié d'un côté et les moyens de communication électroniques de l'autre côté.
§ 3. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 1er, l'adjudicateur n'est pas tenu de prescrire l'usage de moyens électroniques, dans la mesure où l'utilisation d'autres moyens de communication que les moyens électroniques est nécessaire en raison soit d'une violation de la sécurité des moyens de communication électroniques, soit du caractère particulièrement sensible des informations qui exigent un degré de protection extrêmement élevé ne pouvant pas être assuré convenablement par l'utilisation d'outils et de dispositifs électroniques dont disposent communément les opérateurs économiques ou qui peuvent être mis à leur disposition par d'autres moyens d'accès au sens du paragraphe 5.
Un adjudicateur qui, pour une raison visée à l'alinéa 1er, prescrit ou accepte l'usage d'autres moyens de communication que les moyens électroniques, en indique les raisons dans les informations visées à l'article 164, §§ 1er et 2.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 1er, la communication orale est permise pour la transmission d'autres communications que celles concernant les éléments essentiels de la procédure de passation, à condition de garder une trace suffisante du contenu de la communication orale. Sont notamment considérés comme faisant partie des éléments essentiels précités :
1° les documents du marché;
2° les demandes de participation;
3° les offres.
En ce qui concerne la communication orale avec les soumissionnaires, susceptible d'avoir une incidence importante sur le contenu et l'évaluation des offres, l'obligation de garder une trace suffisante telle que visée à l'alinéa 1er se fait à l'aide de notes écrites ou d'enregistrements audio, d'un résumé des principaux éléments de la communication ou d'un autre moyen adéquat.
L'alinéa 1er n'empêche nullement que des sessions d'informations soient organisées, durant lesquelles la communication d'informations relatives aux documents du marché a lieu oralement, à condition de garder une trace suffisante du contenu de cette communication orale conformément à l'alinéa 2 et qu'aucune information qui ne se trouve pas déjà dans les documents de marché ne soit communiquée. Cette documentation est diffusée auprès de tous les intéressés.
§ 5. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 2, l'adjudicateur peut, si nécessaire, prescrire l'utilisation d'outils et de dispositifs qui ne sont pas communément disponibles, à condition d'offrir d'autres moyens d'accès appropriés. Le Roi détermine les cas dans lesquels l'adjudicateur est réputé avoir offert d'autres moyens d'accès appropriés.
§ 6. L'adjudicateur veille à préserver l'intégrité des données et la confidentialité des offres et des demandes de participation lors de toute communication et de tout échange et stockage d'informations. Il ne prend connaissance du contenu des offres et des demandes de participation qu'à l'expiration du délai ultime prévu pour la présentation de celles-ci.
§ 7. Les outils et dispositifs de réception électronique des offres, des demandes de participation ainsi que des plans et projets dans le cadre des concours, ci-après dénommés "plateformes électroniques", doivent au moins garantir, par les moyens techniques et procédures appropriés, que :
1° l'heure et la date exactes de la réception des offres, des demandes de participation et de la soumission des plans et projets peuvent être déterminées avec précision;
2° il peut être raisonnablement assuré que personne ne peut avoir accès aux données transmises en vertu des présentes exigences avant les dates limites spécifiées;
3° seules les personnes autorisées peuvent fixer ou modifier les dates de l'ouverture des données reçues;
4° lors des différents stades de la procédure de passation, de l'exécution ou du concours, seules les personnes autorisées doivent pouvoir avoir accès à la totalité, ou à une partie, des données soumises;
5° seules les personnes autorisées donnent accès aux données transmises et uniquement après la date spécifiée;
6° les données reçues et ouvertes en application des présentes exigences ne demeurent accessibles qu'aux personnes autorisées à en prendre connaissance;
7° en cas de violation ou de tentative de violation des interdictions ou conditions d'accès visées aux points 2°, 3°, 4°, 5° ou 6°, il peut être raisonnablement garanti que les violations ou tentatives de violation sont clairement détectables.
Les parties intéressées doivent pouvoir disposer en outre des informations relatives aux spécifications liées à la soumission des offres et aux demandes de participation par voie électronique, y compris le cryptage et l'horodatage.
Le présent paragraphe n'est pas d'application dans les cas visés aux paragraphes 2 et 3.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles applicables aux plateformes électroniques, y compris les niveaux de sécurité exigés pour le recours aux moyens de communication électroniques pour chacune des phases de la procédure de passation. Ce niveau doit être proportionnel aux risques.
Sans préjudice du paragraphe 5, les outils et dispositifs utilisés pour communiquer par des moyens électroniques, ainsi que leurs caractéristiques techniques, ne sont pas discriminatoires, sont communément disponibles et compatibles avec les TIC généralement utilisées, et ne restreignent pas l'accès des opérateurs économiques à la procédure de passation.
§ 2. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 1er, l'adjudicateur n'est pas tenu de prescrire l'usage de moyens de communication électroniques :
1° lorsque, en raison de la nature spécialisée du marché, l'utilisation de moyens de communication électroniques nécessiterait des outils, des dispositifs ou des formats de fichiers particuliers qui ne sont pas communément disponibles ou pris en charge par des applications communément disponibles;
2° lorsque les applications prenant en charge les formats de fichier adaptés à la description des offres utilisent des formats de fichiers qui ne peuvent être traités par aucune autre application ouverte ou communément disponibles ou sont soumises à un régime de licence propriétaire et ne peuvent être mises à disposition par téléchargement ou à distance par l'adjudicateur;
3° lorsque l'utilisation de moyens de communication électroniques nécessiterait un équipement de bureau spécialisé dont les adjudicateurs ne disposent pas communément;
4° lorsque les documents du marché exigent la présentation de maquettes ou de modèles réduits qui ne peuvent être transmis par voie électronique;
5° [1 ...]1
L'adjudicateur qui, pour une raison visée à l'alinéa 1er, 1° à 4°, prescrit ou autorise l'usage d'autres moyens de communication que les moyens électroniques, en indique les raisons dans les informations visées à l'article 164, §§ 1er et 2.
Les communications pour lesquelles il n'est pas fait usage de moyens électroniques en vertu du présent paragraphe, sont transmises par voie postale ou par tout autre service de portage approprié ou en combinant la voie postale ou tout autre service de portage approprié d'un côté et les moyens de communication électroniques de l'autre côté.
§ 3. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 1er, l'adjudicateur n'est pas tenu de prescrire l'usage de moyens électroniques, dans la mesure où l'utilisation d'autres moyens de communication que les moyens électroniques est nécessaire en raison soit d'une violation de la sécurité des moyens de communication électroniques, soit du caractère particulièrement sensible des informations qui exigent un degré de protection extrêmement élevé ne pouvant pas être assuré convenablement par l'utilisation d'outils et de dispositifs électroniques dont disposent communément les opérateurs économiques ou qui peuvent être mis à leur disposition par d'autres moyens d'accès au sens du paragraphe 5.
Un adjudicateur qui, pour une raison visée à l'alinéa 1er, prescrit ou accepte l'usage d'autres moyens de communication que les moyens électroniques, en indique les raisons dans les informations visées à l'article 164, §§ 1er et 2.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 1er, la communication orale est permise pour la transmission d'autres communications que celles concernant les éléments essentiels de la procédure de passation, à condition de garder une trace suffisante du contenu de la communication orale. Sont notamment considérés comme faisant partie des éléments essentiels précités :
1° les documents du marché;
2° les demandes de participation;
3° les offres.
En ce qui concerne la communication orale avec les soumissionnaires, susceptible d'avoir une incidence importante sur le contenu et l'évaluation des offres, l'obligation de garder une trace suffisante telle que visée à l'alinéa 1er se fait à l'aide de notes écrites ou d'enregistrements audio, d'un résumé des principaux éléments de la communication ou d'un autre moyen adéquat.
L'alinéa 1er n'empêche nullement que des sessions d'informations soient organisées, durant lesquelles la communication d'informations relatives aux documents du marché a lieu oralement, à condition de garder une trace suffisante du contenu de cette communication orale conformément à l'alinéa 2 et qu'aucune information qui ne se trouve pas déjà dans les documents de marché ne soit communiquée. Cette documentation est diffusée auprès de tous les intéressés.
§ 5. Nonobstant le paragraphe 1er, alinéa 2, l'adjudicateur peut, si nécessaire, prescrire l'utilisation d'outils et de dispositifs qui ne sont pas communément disponibles, à condition d'offrir d'autres moyens d'accès appropriés. Le Roi détermine les cas dans lesquels l'adjudicateur est réputé avoir offert d'autres moyens d'accès appropriés.
§ 6. L'adjudicateur veille à préserver l'intégrité des données et la confidentialité des offres et des demandes de participation lors de toute communication et de tout échange et stockage d'informations. Il ne prend connaissance du contenu des offres et des demandes de participation qu'à l'expiration du délai ultime prévu pour la présentation de celles-ci.
§ 7. Les outils et dispositifs de réception électronique des offres, des demandes de participation ainsi que des plans et projets dans le cadre des concours, ci-après dénommés "plateformes électroniques", doivent au moins garantir, par les moyens techniques et procédures appropriés, que :
1° l'heure et la date exactes de la réception des offres, des demandes de participation et de la soumission des plans et projets peuvent être déterminées avec précision;
2° il peut être raisonnablement assuré que personne ne peut avoir accès aux données transmises en vertu des présentes exigences avant les dates limites spécifiées;
3° seules les personnes autorisées peuvent fixer ou modifier les dates de l'ouverture des données reçues;
4° lors des différents stades de la procédure de passation, de l'exécution ou du concours, seules les personnes autorisées doivent pouvoir avoir accès à la totalité, ou à une partie, des données soumises;
5° seules les personnes autorisées donnent accès aux données transmises et uniquement après la date spécifiée;
6° les données reçues et ouvertes en application des présentes exigences ne demeurent accessibles qu'aux personnes autorisées à en prendre connaissance;
7° en cas de violation ou de tentative de violation des interdictions ou conditions d'accès visées aux points 2°, 3°, 4°, 5° ou 6°, il peut être raisonnablement garanti que les violations ou tentatives de violation sont clairement détectables.
Les parties intéressées doivent pouvoir disposer en outre des informations relatives aux spécifications liées à la soumission des offres et aux demandes de participation par voie électronique, y compris le cryptage et l'horodatage.
Le présent paragraphe n'est pas d'application dans les cas visés aux paragraphes 2 et 3.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles applicables aux plateformes électroniques, y compris les niveaux de sécurité exigés pour le recours aux moyens de communication électroniques pour chacune des phases de la procédure de passation. Ce niveau doit être proportionnel aux risques.
Modifications
Art. 14/1. [1 Elektronische facturering
Art. 14/1. De ondernemers moeten hun facturen elektronisch naar de aanbesteders versturen. Deze laatsten vermelden deze verplichting in de opdrachtdocumenten.
De aanbesteders ontvangen en verwerken de elektronische facturen die naar hen worden verstuurd.
Het eerste lid is niet van toepassing op de opdrachten geplaatst door autonome overheidsbedrijven als bedoeld in artikel 54/1 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven of door personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. Het eerste lid is evenmin van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst in het kader van ontwikkelingssamenwerking, die worden geplaatst door diplomatieke vertegenwoordigingen of consulaten of die worden geplaatst in het kader van de deelname aan een internationale tentoonstelling van het Internationaal Bureau van Tentoonstellingen.
Dit artikel is niet van toepassing op opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager is dan of gelijk is aan het bedrag bepaald door de Koning.]1
Art. 14/1. De ondernemers moeten hun facturen elektronisch naar de aanbesteders versturen. Deze laatsten vermelden deze verplichting in de opdrachtdocumenten.
De aanbesteders ontvangen en verwerken de elektronische facturen die naar hen worden verstuurd.
Het eerste lid is niet van toepassing op de opdrachten geplaatst door autonome overheidsbedrijven als bedoeld in artikel 54/1 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven of door personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten. Het eerste lid is evenmin van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst in het kader van ontwikkelingssamenwerking, die worden geplaatst door diplomatieke vertegenwoordigingen of consulaten of die worden geplaatst in het kader van de deelname aan een internationale tentoonstelling van het Internationaal Bureau van Tentoonstellingen.
Dit artikel is niet van toepassing op opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager is dan of gelijk is aan het bedrag bepaald door de Koning.]1
Art. 14/1. [1 Facturation électronique
Art. 14/1. Les opérateurs économiques doivent transmettre leurs factures de manière électronique aux adjudicateurs. Ces derniers mentionnent cette obligation dans les documents du marché.
Les adjudicateurs reçoivent et traitent les factures électroniques qui leur sont transmises.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux marchés passés par des entreprises publiques autonomes au sens de l'article 54/1 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques ou par des personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs. L'alinéa 1er n'est pas non plus applicable aux marchés qui sont passés dans le cadre de la coopération au développement ou qui sont passés par des représentations diplomatiques ou par des consulats ou qui sont passés dans le cadre de la participation à une exposition internationale du Bureau international des Expositions.
Le présent article ne s'applique pas aux marchés dont le montant estimé est inférieur ou égal au montant fixé par le Roi.]1
Art. 14/1. Les opérateurs économiques doivent transmettre leurs factures de manière électronique aux adjudicateurs. Ces derniers mentionnent cette obligation dans les documents du marché.
Les adjudicateurs reçoivent et traitent les factures électroniques qui leur sont transmises.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux marchés passés par des entreprises publiques autonomes au sens de l'article 54/1 de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques ou par des personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs. L'alinéa 1er n'est pas non plus applicable aux marchés qui sont passés dans le cadre de la coopération au développement ou qui sont passés par des représentations diplomatiques ou par des consulats ou qui sont passés dans le cadre de la participation à une exposition internationale du Bureau international des Expositions.
Le présent article ne s'applique pas aux marchés dont le montant estimé est inférieur ou égal au montant fixé par le Roi.]1
Modifications
Art. 14/2. [1 De elektronische facturen moeten voldoen aan de Europese norm voor elektronische facturering EN 16931-1:2017 en CEN/TS 16931-2:2017.
Indien de Europese Commissie overeenkomstig artikel 5 van richtlijn 2014/55/EU een geactualiseerde norm vaststelt moet de verwijzing naar de Europese norm voor elektronische facturering EN 16931-1:2017 en CEN/TS 16931-2:2017 worden gelezen als een verwijzing naar de geactualiseerde norm.
Een elektronische factuur bevat minimaal de volgende kernelementen:
1° proces- en factuurkenmerken;
2° factuurperiode;
3° informatie over de verkoper;
4° informatie over de koper;
5° informatie over de begunstigde van de betaling;
6° informatie over de fiscaal vertegenwoordiger van de verkoper;
7° verwijzing naar de overeenkomst;
8° leveringsdetails;
9° betalingsinstructies;
10° informatie over kortingen of toeslagen;
11° informatie over de factuurposten;
12° totalen op de factuur;
13° uitsplitsing van de btw per tarief.]1
Indien de Europese Commissie overeenkomstig artikel 5 van richtlijn 2014/55/EU een geactualiseerde norm vaststelt moet de verwijzing naar de Europese norm voor elektronische facturering EN 16931-1:2017 en CEN/TS 16931-2:2017 worden gelezen als een verwijzing naar de geactualiseerde norm.
Een elektronische factuur bevat minimaal de volgende kernelementen:
1° proces- en factuurkenmerken;
2° factuurperiode;
3° informatie over de verkoper;
4° informatie over de koper;
5° informatie over de begunstigde van de betaling;
6° informatie over de fiscaal vertegenwoordiger van de verkoper;
7° verwijzing naar de overeenkomst;
8° leveringsdetails;
9° betalingsinstructies;
10° informatie over kortingen of toeslagen;
11° informatie over de factuurposten;
12° totalen op de factuur;
13° uitsplitsing van de btw per tarief.]1
Art. 14/2. [1 Les factures électroniques sont conformes à la norme européenne sur la facturation électronique EN 16931-1:2017 et CEN/TS 16931-2:2017.
Lorsque la Commission européenne adopte une norme mise à jour conformément à l'article 5 de la directive 2014/55/UE, la référence à la norme européenne pour la facturation électronique EN 16931-1:2017 et CEN/TS 16931-2:2017 s'entendent comme une référence à la norme mise à jour.
Une facture électronique contient au moins les éléments essentiels suivants:
1° les identifiants de processus et de facture;
2° la période de facturation;
3° les renseignements concernant le vendeur;
4° les renseignements concernant l'acheteur;
5° les renseignements concernant le bénéficiaire du paiement;
6° les renseignements concernant le représentant fiscal du vendeur;
7° la référence du contrat;
8° les détails concernant la fourniture;
9° les instructions relatives au paiement;
10° les renseignements concernant les déductions ou frais supplémentaires;
11° les renseignements concernant les postes figurant sur la facture;
12° les montants totaux de la facture;
13° la répartition par taux de TVA.]1
Lorsque la Commission européenne adopte une norme mise à jour conformément à l'article 5 de la directive 2014/55/UE, la référence à la norme européenne pour la facturation électronique EN 16931-1:2017 et CEN/TS 16931-2:2017 s'entendent comme une référence à la norme mise à jour.
Une facture électronique contient au moins les éléments essentiels suivants:
1° les identifiants de processus et de facture;
2° la période de facturation;
3° les renseignements concernant le vendeur;
4° les renseignements concernant l'acheteur;
5° les renseignements concernant le bénéficiaire du paiement;
6° les renseignements concernant le représentant fiscal du vendeur;
7° la référence du contrat;
8° les détails concernant la fourniture;
9° les instructions relatives au paiement;
10° les renseignements concernant les déductions ou frais supplémentaires;
11° les renseignements concernant les postes figurant sur la facture;
12° les montants totaux de la facture;
13° la répartition par taux de TVA.]1
Modifications
Voorbehouden opdrachten
Marchés réservés
Art.15. Een aanbesteder kan, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de toegang tot de plaatsingsprocedure voorbehouden aan sociale werkplaatsen en aan ondernemers die de maatschappelijke en professionele integratie van gehandicapten of kansarmen tot doel hebben, of de uitvoering van deze opdrachten voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid, mits ten minste dertig procent van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma's gehandicapte of kansarme werknemers zijn.
In de aankondiging van een opdracht of, bij ontstentenis daarvan, een ander opdrachtdocument, wordt het in het eerste lid bedoelde voorbehoud vermeld met verwijzing naar onderhavig artikel.
De aanbesteder kan verwijzen naar een werkplaats, een ondernemer of een programma dat overeenstemt met de in een decreet of ordonnantie gebruikte terminologie en vastgelegde voorwaarden.
Echter moet hij werkplaatsen, ondernemers en programma's aanvaarden die beantwoorden aan gelijkwaardige voorwaarden.
In de aankondiging van een opdracht of, bij ontstentenis daarvan, een ander opdrachtdocument, wordt het in het eerste lid bedoelde voorbehoud vermeld met verwijzing naar onderhavig artikel.
De aanbesteder kan verwijzen naar een werkplaats, een ondernemer of een programma dat overeenstemt met de in een decreet of ordonnantie gebruikte terminologie en vastgelegde voorwaarden.
Echter moet hij werkplaatsen, ondernemers en programma's aanvaarden die beantwoorden aan gelijkwaardige voorwaarden.
Art.15. Un adjudicateur peut, dans le respect des principes du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, réserver l'accès à la procédure de passation à des ateliers protégés et à des opérateurs économiques dont l'objectif est l'intégration sociale et professionnelle de personnes handicapées ou défavorisées, ou réserver l'exécution de ces marchés dans le cadre de programmes d'emplois protégés, à condition qu'au moins trente pour cent du personnel de ces ateliers, opérateurs économiques ou programmes soient des travailleurs handicapés ou défavorisés.
L'avis de marché ou, en son absence, un autre document du marché, fait mention de la réservation visée à l'alinéa 1er en renvoyant au présent article.
L'adjudicateur peut se référer à un atelier, un opérateur ou programme conforme à la terminologie utilisée et aux conditions fixées dans un décret ou une ordonnance.
L'adjudicateur doit cependant accepter les ateliers, opérateurs et programmes qui répondent à des conditions équivalentes.
L'avis de marché ou, en son absence, un autre document du marché, fait mention de la réservation visée à l'alinéa 1er en renvoyant au présent article.
L'adjudicateur peut se référer à un atelier, un opérateur ou programme conforme à la terminologie utilisée et aux conditions fixées dans un décret ou une ordonnance.
L'adjudicateur doit cependant accepter les ateliers, opérateurs et programmes qui répondent à des conditions équivalentes.
Raming van de waarde van de opdracht
Estimation du montant du marché
Art.16. De waarde van de opdracht moet worden geraamd. De Koning bepaalt de regels volgens de welke de raming van de waarde van de opdracht gebeurt.
Behoudens andersluidende bepaling moet elk bedrag in onderhavige wet begrepen worden als een bedrag zonder belasting op de toegevoegde waarde.
Behoudens andersluidende bepaling moet elk bedrag in onderhavige wet begrepen worden als een bedrag zonder belasting op de toegevoegde waarde.
Art.16. Le montant du marché doit être estimé. Le Roi fixe les règles régissant l'estimation du montant du marché.
Sauf disposition contraire, tous les montants de la présente loi s'entendent hors taxe sur la valeur ajoutée.
Sauf disposition contraire, tous les montants de la présente loi s'entendent hors taxe sur la valeur ajoutée.
TITEL 2. - Overheidsopdrachten in de klassieke sectoren
TITRE 2. - Marchés publics dans les secteurs classiques
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Afdeling 1. - Toepassingsgebied ratione personae
Section 1re. - Champ d'application ratione personae
Toepassingsgebied ratione personae - Algemeen
Champ d'application ratione personae - généralités
Art.17. Deze titel is van toepassing op de aanbestedende overheden als bedoeld in artikel 2, 1°.
Een niet-limitatieve lijst van de personen bedoeld in artikel 2, 1°, c), wordt door de Koning opgesteld.
Een niet-limitatieve lijst van de personen bedoeld in artikel 2, 1°, c), wordt door de Koning opgesteld.
Art.17. Sont soumis à l'application du présent titre les pouvoirs adjudicateurs visés à l'article 2, 1°.
Une liste non limitative des personnes visées à l'article 2, 1°, c), est établie par le Roi.
Une liste non limitative des personnes visées à l'article 2, 1°, c), est établie par le Roi.
Gesubsidieerde opdrachten
Marchés subsidiés
Art.18. Een persoon die niet aan de voorwaarden van artikel 2, 1°, voldoet, is onderworpen aan de bepalingen van titel 1 en titel 2, hoofdstukken 1 tot 5, voor de opdrachten die hij plaatst wanneer de volgende cumulatieve voorwaarden vervuld zijn :
1° het geraamde opdrachtbedrag is gelijk aan of hoger dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
2° de opdracht wordt voor meer dan vijftig percent rechtstreeks gesubsidieerd door een aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 2, 1° ;
3° de opdracht betreft :
a) hetzij werken van civieltechnische aard, zoals vermeld in bijlage I of werken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming;
b) hetzij diensten die met de in a) vermelde werken of werk zijn verbonden.
De aanbestedende overheid die bovenvermelde subsidies verstrekt, ziet toe op de naleving van de bepalingen van deze wet, wanneer zij de gesubsidieerde opdrachten niet zelf gunt of wanneer zij die gunt in naam en voor rekening van andere entiteiten.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan elke bepaling of beslissing die de naleving van de bepalingen van deze wet zou opleggen.
1° het geraamde opdrachtbedrag is gelijk aan of hoger dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
2° de opdracht wordt voor meer dan vijftig percent rechtstreeks gesubsidieerd door een aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 2, 1° ;
3° de opdracht betreft :
a) hetzij werken van civieltechnische aard, zoals vermeld in bijlage I of werken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming;
b) hetzij diensten die met de in a) vermelde werken of werk zijn verbonden.
De aanbestedende overheid die bovenvermelde subsidies verstrekt, ziet toe op de naleving van de bepalingen van deze wet, wanneer zij de gesubsidieerde opdrachten niet zelf gunt of wanneer zij die gunt in naam en voor rekening van andere entiteiten.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan elke bepaling of beslissing die de naleving van de bepalingen van deze wet zou opleggen.
Art.18. Une personne qui ne répond pas aux conditions de l'article 2, 1°, est soumise aux dispositions du titre 1er et du titre 2, chapitres 1er à 5, pour les marchés publics qu'elle passe lorsque les conditions cumulatives suivantes sont réunies :
1° le montant estimé du marché est égal ou supérieur au seuil correspondant pour la publicité européenne;
2° le marché est subventionné directement à plus de cinquante pour cent par un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1° ;
3° le marché a pour objet :
a) soit des travaux de génie civil visés à l'annexe I ou des travaux de construction relatifs aux hôpitaux, aux équipements sportifs, récréatifs, de loisirs, aux bâtiments scolaires, universitaires ou à usage administratif;
b) soit des services qui sont liés aux travaux ou ouvrages mentionnés au point a).
Le pouvoir adjudicateur qui octroie les subventions susvisées veille au respect des dispositions de la présente loi lorsqu'il n'attribue pas lui-même les marchés subventionnés ou lorsqu'il les attribue au nom et pour le compte d'autres entités.
Cette disposition s'applique sans préjudice de toute autre disposition ou décision imposant le respect des dispositions de la présente loi.
1° le montant estimé du marché est égal ou supérieur au seuil correspondant pour la publicité européenne;
2° le marché est subventionné directement à plus de cinquante pour cent par un pouvoir adjudicateur au sens de l'article 2, 1° ;
3° le marché a pour objet :
a) soit des travaux de génie civil visés à l'annexe I ou des travaux de construction relatifs aux hôpitaux, aux équipements sportifs, récréatifs, de loisirs, aux bâtiments scolaires, universitaires ou à usage administratif;
b) soit des services qui sont liés aux travaux ou ouvrages mentionnés au point a).
Le pouvoir adjudicateur qui octroie les subventions susvisées veille au respect des dispositions de la présente loi lorsqu'il n'attribue pas lui-même les marchés subventionnés ou lorsqu'il les attribue au nom et pour le compte d'autres entités.
Cette disposition s'applique sans préjudice de toute autre disposition ou décision imposant le respect des dispositions de la présente loi.
Afdeling 2. - Toepassingsgebied ratione materiae
Section 2. - Champ d'application ratione materiae
Onderafdeling 1. - Algemene bepaling
Sous-section 1re. - Disposition générale
Toepassingsgebied ratione materiae - Algemeen
Champ d'application ratione materiae - Généralités
Art.19. Deze titel is van toepassing op de in artikel 2, 17° tot 21°, omschreven overheidsopdrachten, alsook op de in artikel 2, 31°, omschreven prijsvragen en de in artikel 2, 35°, omschreven raamovereenkomsten. Behoudens andersluidende bepaling zijn de bepalingen van deze titel van toepassing op de opdrachten lager dan, gelijk aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
De Koning is gemachtigd om bepaalde bedragen in functie van de herzieningen voorzien in de Europese richtlijnen en die de waarde aangeven van de drempels waarvan sprake in deze richtlijnen aan te passen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdrachten ook de raamovereenkomst en de prijsvragen.
De Koning is gemachtigd om bepaalde bedragen in functie van de herzieningen voorzien in de Europese richtlijnen en die de waarde aangeven van de drempels waarvan sprake in deze richtlijnen aan te passen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdrachten ook de raamovereenkomst en de prijsvragen.
Art.19. Le présent titre s'applique aux marchés publics définis à l'article 2, 17° à 21° ainsi qu'aux concours définis à l'article 2, 31° et aux accords-cadres définis à l'article 2, 35°. Sauf disposition contraire, les dispositions du présent titre s'appliquent aux marchés inférieurs, égaux ou supérieurs aux seuils fixés pour la publicité européenne.
Le Roi est chargé d'adapter certains montants en fonction des révisions prévues dans les directives européennes déterminant la valeur des seuils indiqués dans ces directives.
Pour l'application du présent chapitre, la notion de marché public comprend également les accords-cadres et les concours.
Le Roi est chargé d'adapter certains montants en fonction des révisions prévues dans les directives européennes déterminant la valeur des seuils indiqués dans ces directives.
Pour l'application du présent chapitre, la notion de marché public comprend également les accords-cadres et les concours.
Onderafdeling 2. - Gemengde opdrachten
Sous-section 2. - Marchés mixtes
Gemengde opdrachten die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is
Marchés mixtes ayant pour objet différents types de marchés relevant tous du présent titre
Art.20. Opdrachten die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is worden geplaatst overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het type van opdracht dat het hoofdvoorwerp van de opdracht in kwestie vormt.
Bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op diensten als op leveringen of bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op de in hoofdstuk 6, bedoelde sociale en andere specifieke diensten als op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald op basis van de hoogste waarde van de geraamde waarden van de respectieve leveringen of diensten.
Een overheidsopdracht die betrekking heeft op het leveren van producten of het verrichten van diensten en in bijkomende orde op plaatsings- en installatiewerkzaamheden, wordt als een overheidsopdracht voor leveringen, respectievelijk een opdracht voor diensten beschouwd.
Bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op diensten als op leveringen of bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op de in hoofdstuk 6, bedoelde sociale en andere specifieke diensten als op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald op basis van de hoogste waarde van de geraamde waarden van de respectieve leveringen of diensten.
Een overheidsopdracht die betrekking heeft op het leveren van producten of het verrichten van diensten en in bijkomende orde op plaatsings- en installatiewerkzaamheden, wordt als een overheidsopdracht voor leveringen, respectievelijk een opdracht voor diensten beschouwd.
Art.20. Les marchés qui ont pour objet plusieurs types de marchés relevant tous du présent titre sont passés conformément aux dispositions applicables au type de marché qui constitue l'objet principal du marché en question.
En ce qui concerne les marchés mixtes portant à la fois sur des services et sur des fournitures ou les marchés mixtes portant à la fois sur des services sociaux et autres services spécifiques au sens du chapitre 6, et sur d'autres services, l'objet principal est déterminé en fonction de la valeur la plus élevée des valeurs estimées respectives des fournitures ou des services.
Un marché public ayant pour objet la fourniture de produits ou la prestation de services et, à titre accessoire, des travaux de pose et d'installation, est respectivement considéré comme un marché public de fournitures ou de services.
En ce qui concerne les marchés mixtes portant à la fois sur des services et sur des fournitures ou les marchés mixtes portant à la fois sur des services sociaux et autres services spécifiques au sens du chapitre 6, et sur d'autres services, l'objet principal est déterminé en fonction de la valeur la plus élevée des valeurs estimées respectives des fournitures ou des services.
Un marché public ayant pour objet la fourniture de produits ou la prestation de services et, à titre accessoire, des travaux de pose et d'installation, est respectivement considéré comme un marché public de fournitures ou de services.
Gemengde opdrachten die betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, alsook op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen
Marchés mixtes ayant pour objet des marchés relevant du présent titre et des marchés relevant d'autres régimes juridiques
Art.21. § 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, wordt het toepasselijke juridische kader bepaald door het hoofdvoorwerp van die opdracht.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende overheid beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen of daarentegen één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke onderdeel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist één enkele opdracht te plaatsen en tenzij in artikel 24 anders is bepaald, is deze titel van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een ander juridisch kader zouden vallen en ongeacht het juridisch kader dat anders voor die onderdelen had gegolden.
In het geval van een gemengde opdracht die elementen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten die onder deze titel vallen, alsook elementen van concessies omvat, wordt de gemengde opdracht geplaatst overeenkomstig deze titel.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, wordt het toepasselijke juridische kader bepaald door het hoofdvoorwerp van die opdracht.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende overheid beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen of daarentegen één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke onderdeel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist één enkele opdracht te plaatsen en tenzij in artikel 24 anders is bepaald, is deze titel van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een ander juridisch kader zouden vallen en ongeacht het juridisch kader dat anders voor die onderdelen had gegolden.
In het geval van een gemengde opdracht die elementen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten die onder deze titel vallen, alsook elementen van concessies omvat, wordt de gemengde opdracht geplaatst overeenkomstig deze titel.
Art.21. § 1er. Le présent article s'applique aux marchés mixtes qui ont à la fois pour objet des marchés relevant du présent titre et des marchés relevant d'autres régimes juridiques.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le régime juridique applicable est déterminé en fonction de l'objet principal dudit marché.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, le pouvoir adjudicateur peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou, en revanche, de passer un marché unique.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques des différentes parties en question.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de passer un marché unique, le présent titre s'applique, sauf disposition contraire de l'article 24, au marché mixte qui en résulte, indépendamment de la valeur des parties qui relèveraient normalement d'un régime juridique différent et indépendamment du régime juridique dont celles-ci auraient normalement relevé.
Dans le cas d'un marché mixte contenant des éléments de marchés de travaux, de fournitures ou de services relevant du présent titre ainsi que des éléments de concessions, le marché mixte est passé conformément au présent titre.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le régime juridique applicable est déterminé en fonction de l'objet principal dudit marché.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, le pouvoir adjudicateur peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou, en revanche, de passer un marché unique.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques des différentes parties en question.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de passer un marché unique, le présent titre s'applique, sauf disposition contraire de l'article 24, au marché mixte qui en résulte, indépendamment de la valeur des parties qui relèveraient normalement d'un régime juridique différent et indépendamment du régime juridique dont celles-ci auraient normalement relevé.
Dans le cas d'un marché mixte contenant des éléments de marchés de travaux, de fournitures ou de services relevant du présent titre ainsi que des éléments de concessions, le marché mixte est passé conformément au présent titre.
Gemengde opdrachten die betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, alsook op opdrachten die onder titel 3 vallen
Marchés mixtes ayant trait à des marchés auxquels le présent titre est d'application, ainsi qu'à des marchés tombant sous le titre 3
Art.22. Wanneer een opdracht zowel betrekking heeft op opdrachten waarop deze titel van toepassing is als op opdrachten voor de uitoefening van een activiteit waarop titel 3 van toepassing is, worden de toepasselijke regels, niettegenstaande artikel 21, § 2, bepaald overeenkomstig de artikelen 103 tot 105.
Art.22. Lorsqu'un marché a pour objet à la fois des marchés relevant du présent titre et des marchés en vue de l'exercice d'une activité relevant du titre 3, les règles applicables sont, nonobstant l'article 21, § 2, déterminées conformément aux articles 103 à 105.
Gemengde opdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn - verwijzing naar artikel 24
Marchés mixtes ayant trait à des aspects de défense et de sécurité - référence à l'article 24
Art.23. Wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht onderworpen is aan de titels 2 of 3 of aan titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, is artikel 24 van toepassing.
Art.23. Lorsqu'une partie d'un marché donné relève des titres 2 ou 3 ou du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, l'article 24 s'applique.
Gemengde opdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn
Marchés mixtes comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité
Art.24. § 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten waarop Artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, kan de opdracht overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst indien zij elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk.
Wanneer de opdracht in datzelfde geval geen elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die geen betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk, kan zij overeenkomstig de titels 2 en 3 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende overheid beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, of om één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist om voor afzonderlijke delen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke deel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist één opdracht te plaatsen, gelden de volgende criteria om de toepasselijke juridische regeling te bepalen :
1° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de voormelde titel, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is;
2° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht overeenkomstig de voormelde titels worden geplaatst, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is. Deze bepaling geldt onverminderd de drempels en uitzonderingen van die wet.
De beslissing om één enkele opdracht te plaatsen mag evenwel niet zijn ingegeven door het oogmerk opdrachten aan de toepassing van de onderhavige wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid te onttrekken.
Wanneer bij de toepassing van het derde lid de voorwaarden van zowel 1° als 2° zijn vervuld, is de bepaling onder 1° van toepassing.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, kan de opdracht overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst indien zij elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk.
Wanneer de opdracht in datzelfde geval geen elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of die geen betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk, kan zij overeenkomstig de titels 2 en 3 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende overheid beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, of om één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist om voor afzonderlijke delen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke deel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende overheid beslist één opdracht te plaatsen, gelden de volgende criteria om de toepasselijke juridische regeling te bepalen :
1° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de voormelde titel, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is;
2° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht overeenkomstig de voormelde titels worden geplaatst, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is. Deze bepaling geldt onverminderd de drempels en uitzonderingen van die wet.
De beslissing om één enkele opdracht te plaatsen mag evenwel niet zijn ingegeven door het oogmerk opdrachten aan de toepassing van de onderhavige wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid te onttrekken.
Wanneer bij de toepassing van het derde lid de voorwaarden van zowel 1° als 2° zijn vervuld, is de bepaling onder 1° van toepassing.
Art.24. § 1er. Le présent article s'applique aux marchés mixtes qui ont à la fois pour objet des marchés relevant du présent titre ou des marchés relevant de l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne, ou des marchés relevant des titres 2 ou 3 ou du titre 3/1 de la loi défense et sécurité.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le marché peut être passé conformément au titre 3/1 de la loi défense et sécurité lorsqu'il comporte des éléments relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne ou lorsqu'il a trait aux intérêts essentiels de sécurité du Royaume.
Lorsque dans ce même cas, le marché ne comporte aucun élément relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne ou lorsqu'il n'a pas trait aux intérêts essentiels de sécurité du Royaume, il peut être passé conformément aux titres 2 et 3 de la loi défense et sécurité.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, le pouvoir adjudicateur peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou de passer un marché unique.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques des différentes parties en question.
Lorsque le pouvoir adjudicateur choisit de passer un marché unique, les critères ci-après s'appliquent pour déterminer le régime juridique applicable :
1° lorsqu'une partie d'un marché donné relève du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément au titre précité, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives;
2° lorsqu'une partie d'un marché donné relève des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément aux titres précités, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives. Cette disposition vaut sans préjudice des seuils et exclusions prévus par ladite loi.
Cependant, la décision de passer un marché unique ne peut être prise dans le but d'exclure des marchés de l'application de la présente loi ou des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité.
Lorsque, pour l'application du troisième alinéa, tant les conditions du 1° que du 2° sont remplies, le 1° s'applique.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le marché peut être passé conformément au titre 3/1 de la loi défense et sécurité lorsqu'il comporte des éléments relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne ou lorsqu'il a trait aux intérêts essentiels de sécurité du Royaume.
Lorsque dans ce même cas, le marché ne comporte aucun élément relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne ou lorsqu'il n'a pas trait aux intérêts essentiels de sécurité du Royaume, il peut être passé conformément aux titres 2 et 3 de la loi défense et sécurité.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, le pouvoir adjudicateur peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou de passer un marché unique.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques des différentes parties en question.
Lorsque le pouvoir adjudicateur choisit de passer un marché unique, les critères ci-après s'appliquent pour déterminer le régime juridique applicable :
1° lorsqu'une partie d'un marché donné relève du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément au titre précité, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives;
2° lorsqu'une partie d'un marché donné relève des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément aux titres précités, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives. Cette disposition vaut sans préjudice des seuils et exclusions prévus par ladite loi.
Cependant, la décision de passer un marché unique ne peut être prise dans le but d'exclure des marchés de l'application de la présente loi ou des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité.
Lorsque, pour l'application du troisième alinéa, tant les conditions du 1° que du 2° sont remplies, le 1° s'applique.
Onderafdeling 3. - Uitsluitingen
Sous-section 3. - Exclusions
Opdrachten geplaatst in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten
Marchés passés dans les secteurs de l'eau, de l'énergie, des transports et des services postaux
Art.25. Deze titel is niet van toepassing op overheidsopdrachten die, in het kader van titel 3, worden geplaatst door een aanbestedende overheid die een of meer van de in de artikelen 96 tot 102 van die titel bedoelde activiteiten uitoefent en die geplaatst worden voor de uitvoering van die activiteiten, noch op overheidsopdrachten die, op grond van de artikelen 109, 111 en 116 van die titel, uitgesloten zijn van het toepassingsgebied ervan, noch, indien geplaatst door een aanbestedende overheid die postdiensten als bedoeld in artikel 101, § 2, 2°, van die titel verleent, op opdrachten geplaatst voor de uitvoering van de volgende activiteiten :
1° diensten met een toegevoegde waarde die verband houden met en volledig worden geleverd via elektronische middelen, met inbegrip van de beveiligde overdracht van gecodeerde documenten via elektronische middelen, adresbeheerdiensten en het doorzenden van geregistreerde elektronische post;
2° financiële diensten die vallen onder de CPV-codes met referentienummers 66100000-1 tot en met 66720000-3 en onder artikel 28, § 1, eerste lid, 5°, met inbegrip van met name postoverschrijvingen en overdrachten vanuit lopende postrekeningen;
3° filateliediensten; of
4° logistieke diensten, meer bepaald diensten waarbij fysieke levering en/of opslag gecombineerd worden met niet-postale diensten.
1° diensten met een toegevoegde waarde die verband houden met en volledig worden geleverd via elektronische middelen, met inbegrip van de beveiligde overdracht van gecodeerde documenten via elektronische middelen, adresbeheerdiensten en het doorzenden van geregistreerde elektronische post;
2° financiële diensten die vallen onder de CPV-codes met referentienummers 66100000-1 tot en met 66720000-3 en onder artikel 28, § 1, eerste lid, 5°, met inbegrip van met name postoverschrijvingen en overdrachten vanuit lopende postrekeningen;
3° filateliediensten; of
4° logistieke diensten, meer bepaald diensten waarbij fysieke levering en/of opslag gecombineerd worden met niet-postale diensten.
Art.25. Le présent titre ne s'applique pas aux marchés publics qui, dans le cadre du titre 3, sont passés par un pouvoir adjudicateur exerçant une ou plusieurs des activités visées aux articles 96 à 102 dudit titre et qui sont passés pour l'exercice de ces activités, ni aux marchés publics exclus du champ d'application dudit titre en vertu de ses articles 109, 111 et 116 ni, lorsqu'ils sont passés par un pouvoir adjudicateur qui fournit des services postaux au sens de l'article 101, § 2, 2°, dudit titre, aux marchés passés pour l'exercice des activités suivantes :
1° services à valeur ajoutée liés au courrier électronique et effectués entièrement par voie électronique, y inclus la transmission sécurisée de documents codés par voie électronique, les services de gestion des adresses et la transmission de courrier électronique recommandé);
2° services financiers relevant des codes CPV sous les numéros de référence 66100000-1 à 66720000-3 et de l'article 28, § 1er, alinéa 1er, 5°, y compris notamment les virements postaux et les transferts à partir de comptes courants postaux;
3° services de philatélie; ou
4° services logistiques, plus particulièrement des services associant la remise physique et/ou le dépôt à des fonctions autres que postales.
1° services à valeur ajoutée liés au courrier électronique et effectués entièrement par voie électronique, y inclus la transmission sécurisée de documents codés par voie électronique, les services de gestion des adresses et la transmission de courrier électronique recommandé);
2° services financiers relevant des codes CPV sous les numéros de référence 66100000-1 à 66720000-3 et de l'article 28, § 1er, alinéa 1er, 5°, y compris notamment les virements postaux et les transferts à partir de comptes courants postaux;
3° services de philatélie; ou
4° services logistiques, plus particulièrement des services associant la remise physique et/ou le dépôt à des fonctions autres que postales.
Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische communicatie
Exclusions spécifiques dans le domaine des communications électroniques
Art.26. De overheidsopdrachten die hoofdzakelijk tot doel hebben de aanbestedende overheid in staat te stellen openbare communicatienetwerken beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek één of meer elektronische communicatiediensten te verlenen, vallen niet onder de toepassing van deze titel.
Art.26. Ne sont pas soumis à l'application du présent titre, les marchés publics qui ont principalement pour objet de permettre au pouvoir adjudicateur la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux publics de communications ou la fourniture au public d'un ou de plusieurs services de communications électroniques.
Overheidsopdrachten geplaatst op grond van internationale voorschriften
Marchés publics passés en vertu de règles internationales
Art.27. Vallen niet onder de toepassing van deze wet, onverminderd artikel 34 :
1° de overheidsopdrachten die de aanbestedende overheid verplicht is te plaatsen overeenkomstig andere plaatsingsprocedures dan die van deze wet, en waarin is voorzien bij :
a) een overeenkomstig de Europese Verdragen tot stand gekomen juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen schept, zoals een internationale overeenkomst tussen een lidstaat en één of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten. De aanbestedende overheden melden alle bovenvermelde juridische instrumenten aan het in artikel [1 163, § 2]1, bedoelde aanspreekpunt;
b) een internationale organisatie;
2° de overheidsopdrachten, die de aanbestedende overheid plaatst volgens de plaatsingsregels van een internationale organisatie of een internationale financiële instelling, waarbij de betrokken overheidsopdrachten volledig door die organisatie of instelling worden gefinancierd.
Wat betreft de overheidsopdrachten die voor meer dan de helft door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden gefinancierd, komen de partijen overeen welke plaatsingsprocedure worden toegepast.
1° de overheidsopdrachten die de aanbestedende overheid verplicht is te plaatsen overeenkomstig andere plaatsingsprocedures dan die van deze wet, en waarin is voorzien bij :
a) een overeenkomstig de Europese Verdragen tot stand gekomen juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen schept, zoals een internationale overeenkomst tussen een lidstaat en één of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten. De aanbestedende overheden melden alle bovenvermelde juridische instrumenten aan het in artikel [1 163, § 2]1, bedoelde aanspreekpunt;
b) een internationale organisatie;
2° de overheidsopdrachten, die de aanbestedende overheid plaatst volgens de plaatsingsregels van een internationale organisatie of een internationale financiële instelling, waarbij de betrokken overheidsopdrachten volledig door die organisatie of instelling worden gefinancierd.
Wat betreft de overheidsopdrachten die voor meer dan de helft door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden gefinancierd, komen de partijen overeen welke plaatsingsprocedure worden toegepast.
Modifications
Art.27. Ne sont pas soumis à l'application de la présente loi, sans préjudice de l'article 34 :
1° les marchés publics que le pouvoir adjudicateur doit passer conformément à des procédures de passation qui diffèrent de celles énoncées dans la présente loi, et qui sont établies par :
a) un instrument juridique créant des obligations de droit international tel qu'un accord international conclu, en conformité avec les Traités européens, entre un Etat membre et un ou plusieurs pays tiers ou subdivisions de ceux-ci et portant sur des travaux, des fournitures ou des services destinés à la réalisation ou à l'exploitation en commun d'un projet par leurs signataires. Les pouvoirs adjudicateurs communiquent tout instrument juridique susvisé au point de contact visé à l'article [1 163, § 2]1;
b) une organisation internationale;
2° les marchés publics que le pouvoir adjudicateur passe conformément à des règles de passation de marché prévues par une organisation internationale ou une institution financière internationale, lorsque les marchés publics concernés sont entièrement financés par ladite organisation ou institution.
En ce qui concerne les marchés publics cofinancés pour plus que la moitié par une organisation internationale ou une institution financière internationale, les parties conviennent des procédures de passation applicables.
1° les marchés publics que le pouvoir adjudicateur doit passer conformément à des procédures de passation qui diffèrent de celles énoncées dans la présente loi, et qui sont établies par :
a) un instrument juridique créant des obligations de droit international tel qu'un accord international conclu, en conformité avec les Traités européens, entre un Etat membre et un ou plusieurs pays tiers ou subdivisions de ceux-ci et portant sur des travaux, des fournitures ou des services destinés à la réalisation ou à l'exploitation en commun d'un projet par leurs signataires. Les pouvoirs adjudicateurs communiquent tout instrument juridique susvisé au point de contact visé à l'article [1 163, § 2]1;
b) une organisation internationale;
2° les marchés publics que le pouvoir adjudicateur passe conformément à des règles de passation de marché prévues par une organisation internationale ou une institution financière internationale, lorsque les marchés publics concernés sont entièrement financés par ladite organisation ou institution.
En ce qui concerne les marchés publics cofinancés pour plus que la moitié par une organisation internationale ou une institution financière internationale, les parties conviennent des procédures de passation applicables.
Modifications
Specifieke uitsluitingen voor opdrachten voor diensten
Exclusions spécifiques pour les marchés de services
Art.28. § 1. Vallen niet onder de toepassing van deze wet, onder voorbehoud van paragraaf 2, de overheidsopdrachten voor diensten betreffende :
1° de verwerving of huur, ongeacht de financiële voorwaarden ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of betreffende rechten hierop;
2° de aankoop, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal bestemd voor audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, die worden geplaatst door aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, of opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten;
3° arbitrage- en bemiddelingsdiensten;
4° een van de volgende juridische diensten :
a) de vertegenwoordiging in rechte van een cliënt door een advocaat als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten, en dit in het kader van :
i een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat, een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelings-instantie, of
ii een procedure voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat of een derde land of voor een internationale rechter of instantie;
b) juridisch advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures als bedoeld in de bepaling order a), of indien er concrete aanwijzingen zijn en er een grote kans bestaat dat over de kwestie waarop het advies betrekking heeft, een dergelijke procedure zal worden gevoerd, mits het advies door een advocaat is gegeven in de zin van artikel 1 van voormelde richtlijn 77/249/EEG;
c) het waarmerken en voor echt verklaren van documenten door een notaris;
d) juridische dienstverlening door bewindvoerders of aangewezen voogden, en andere juridische dienstverlening waarvan de aanbieders door een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat, of van rechtswege, aangewezen zijn om specifieke taken te verrichten onder toezicht van die rechterlijke instanties;
e) andere juridische diensten die in het Rijk al dan niet incidenteel verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag;
5° financiële diensten betreffende de uitgifte, aankoop, verkoop en overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, als bedoeld in richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad, alsmede door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees Stabiliteitsmechanisme;
6° leningen, al dan niet in samenhang met de uitgifte, de aankoop, de verkoop of de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;
7° arbeidsovereenkomsten;
8° diensten inzake civiele verdediging, civiele bescherming en risicopreventie die worden verleend door non-profitorganisaties en -verenigingen en onder de CPV-codes 75250000-3, 75251000-0, 75251100-1, 75251110-4, 75251120-7, 75252000-7, 75222000-8, 98113100-9 en 85143000-3 vallen, behalve ziekenvervoer per ambulance;
9° openbaar personenvervoer per trein of metro wanneer zij onder het toepassingsgebied vallen van verordening 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening nr. 1191/69 van de Raad en Verordening nr. 1107/70 van de Raad;
10° opdrachten voor diensten inzake politieke campagnes die onder de CPV-codes 79341400-0, 92111230-3 en 92111240-6 vallen, indien geplaatst door een politieke partij in het kader van een verkiezingscampagne.
In het eerste lid 2° hebben de begrippen "audiovisuele mediadiensten" en "aanbieders van mediadiensten" dezelfde betekenis als in de artikelen 1.3/1 en 1.6/1 van de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische-communicatienetwerken en -diensten en audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, het artikel 2, 26° en 27°, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, en het artikel 1, 48° en 49° van het gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap betreffende de audiovisuele mediadiensten. Het begrip "Programma" beantwoordt aan de definitie in artikel 1.5 de voormelde wet van 30 maart 1995, artikel 2, 31°, van het voormelde decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 en artikel 1, 36°, van het voormelde gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap, maar omvat ook radioprogramma's en radioprogramma-materieel. Voorts wordt voor de toepassing van deze bepaling onder "programmamaterieel" hetzelfde verstaan als onder "programma".
De Koning kan de gevallen omschrijven die beschouwd worden als arbeidsovereenkomst.
§ 2. De Koning kan specifieke plaatsingsregels bepalen waaraan de in de paragraaf 1, 4°, a en b, bedoelde opdrachten, in de gevallen die Hij bepaalt, onderworpen zijn.
1° de verwerving of huur, ongeacht de financiële voorwaarden ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of betreffende rechten hierop;
2° de aankoop, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal bestemd voor audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, die worden geplaatst door aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, of opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten;
3° arbitrage- en bemiddelingsdiensten;
4° een van de volgende juridische diensten :
a) de vertegenwoordiging in rechte van een cliënt door een advocaat als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten, en dit in het kader van :
i een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat, een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelings-instantie, of
ii een procedure voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat of een derde land of voor een internationale rechter of instantie;
b) juridisch advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures als bedoeld in de bepaling order a), of indien er concrete aanwijzingen zijn en er een grote kans bestaat dat over de kwestie waarop het advies betrekking heeft, een dergelijke procedure zal worden gevoerd, mits het advies door een advocaat is gegeven in de zin van artikel 1 van voormelde richtlijn 77/249/EEG;
c) het waarmerken en voor echt verklaren van documenten door een notaris;
d) juridische dienstverlening door bewindvoerders of aangewezen voogden, en andere juridische dienstverlening waarvan de aanbieders door een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat, of van rechtswege, aangewezen zijn om specifieke taken te verrichten onder toezicht van die rechterlijke instanties;
e) andere juridische diensten die in het Rijk al dan niet incidenteel verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag;
5° financiële diensten betreffende de uitgifte, aankoop, verkoop en overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, als bedoeld in richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad, alsmede door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees Stabiliteitsmechanisme;
6° leningen, al dan niet in samenhang met de uitgifte, de aankoop, de verkoop of de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;
7° arbeidsovereenkomsten;
8° diensten inzake civiele verdediging, civiele bescherming en risicopreventie die worden verleend door non-profitorganisaties en -verenigingen en onder de CPV-codes 75250000-3, 75251000-0, 75251100-1, 75251110-4, 75251120-7, 75252000-7, 75222000-8, 98113100-9 en 85143000-3 vallen, behalve ziekenvervoer per ambulance;
9° openbaar personenvervoer per trein of metro wanneer zij onder het toepassingsgebied vallen van verordening 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening nr. 1191/69 van de Raad en Verordening nr. 1107/70 van de Raad;
10° opdrachten voor diensten inzake politieke campagnes die onder de CPV-codes 79341400-0, 92111230-3 en 92111240-6 vallen, indien geplaatst door een politieke partij in het kader van een verkiezingscampagne.
In het eerste lid 2° hebben de begrippen "audiovisuele mediadiensten" en "aanbieders van mediadiensten" dezelfde betekenis als in de artikelen 1.3/1 en 1.6/1 van de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische-communicatienetwerken en -diensten en audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, het artikel 2, 26° en 27°, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, en het artikel 1, 48° en 49° van het gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap betreffende de audiovisuele mediadiensten. Het begrip "Programma" beantwoordt aan de definitie in artikel 1.5 de voormelde wet van 30 maart 1995, artikel 2, 31°, van het voormelde decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 en artikel 1, 36°, van het voormelde gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap, maar omvat ook radioprogramma's en radioprogramma-materieel. Voorts wordt voor de toepassing van deze bepaling onder "programmamaterieel" hetzelfde verstaan als onder "programma".
De Koning kan de gevallen omschrijven die beschouwd worden als arbeidsovereenkomst.
§ 2. De Koning kan specifieke plaatsingsregels bepalen waaraan de in de paragraaf 1, 4°, a en b, bedoelde opdrachten, in de gevallen die Hij bepaalt, onderworpen zijn.
Art.28. § 1er. Ne sont pas soumis à l'application de la présente loi, sous réserve du paragraphe 2, les marchés publics de services ayant pour objet :
1° l'acquisition ou la location, quelles qu'en soient les modalités financières, de terrains, de bâtiments existants ou d'autres biens immeubles ou concernant des droits sur ces biens;
2° l'achat, le développement, la production ou la coproduction de matériel de programmes destiné à des services de médias audiovisuels ou radiophoniques qui sont passés par des fournisseurs de services de médias audiovisuels ou radiophoniques, ni aux marchés concernant les temps de diffusion ou la fourniture de programmes qui sont attribués à des fournisseurs de services de médias audiovisuels ou radiophoniques;
3° les services d'arbitrage et de conciliation;
4° l'un des services juridiques suivants :
a) la représentation légale d'un client par un avocat au sens de l'article 1er de la directive 77/249/CEE du Conseil du 22 mars 1977 tendant à faciliter l'exercice effectif de la libre prestation de services par les avocats, et ce dans le cadre :
i d'un arbitrage ou d'une conciliation se déroulant dans un Etat membre, un pays tiers ou devant une instance internationale d'arbitrage ou de conciliation, ou
ii d'une procédure devant les juridictions ou les autorités publiques d'un Etat membre ou d'un pays tiers ou devant les juridictions ou institutions internationales;
b) le conseil juridique fourni en vue de la préparation de toute procédure visée au point a), ou lorsqu'il existe des signes tangibles et de fortes probabilités selon lesquels la question sur laquelle porte le conseil fera l'objet d'une telle procédure, pour autant que le conseil émane d'un avocat au sens de l'article 1er de la directive 77/249/CEE précité;
c) les services de certification et d'authentification de documents qui doivent être réalisés par des notaires;
d) les services juridiques fournis par des administrateurs légaux ou des tuteurs ou d'autres services juridiques dont les prestataires sont désignés par une juridiction de l'Etat membre concerné ou par la loi pour réaliser des tâches spécifiques sous le contrôle de ces juridictions;
e) les autres services juridiques qui, dans le Royaume, sont liés, même occasionnellement, à l'exercice de la puissance publique;
5° les services financiers liés à l'émission, à la vente, à l'achat ou au transfert de titres ou d'autres instruments financiers au sens de la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/CEE du Conseil, ainsi que les services fournis par des banques centrales et des opérations menées avec le Fonds européen de stabilité financière et le mécanisme européen de stabilité;
6° les prêts, qu'ils soient ou non liés à l'émission, à la vente, à l'achat ou au transfert de titres ou d'autres instruments financiers;
7° les contrats d'emploi;
8° les services de défense civile, de protection civile et de prévention des risques qui sont fournis par des organisations ou des associations à but non lucratif et qui relèvent des codes CPV 75250000-3, 75251000-0, 75251100-1, 75251110-4, 75251120-7, 75252000-7, 75222000-8, 98113100-9 et 85143000-3 excepté les services ambulanciers de transport de patients;
9° les services publics de transport de voyageurs par chemin de fer ou par métro lorsqu'ils tombent dans le champ d'application du Règlement 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route, et abrogeant les règlements n° 1191/69 et n° 1107/70 du Conseil;
10° les services liés aux campagnes politiques, relevant des codes CPV 79341400-0, 92111230-3 et 92111240-6, lorsqu'ils sont passés par un parti politique dans le cadre d'une campagne électorale.
A l'alinéa 1er 2°, les expressions "services de médias audiovisuels" et "fournisseurs de services de médias" revêtent le même sens qu'aux articles 1.3/1 et 1.6/1 de la loi du 30 mars 1995 concernant les réseaux et services de communications électroniques, et les services de médias audiovisuels dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, l'article 2, 26° et 27°, du décret de la Communauté flamande du 27 mars 2009 relatif à la radiodiffusion et à la télévision, et l'article 1er, 48° et 49°, du décret coordonné de la Communauté française du 26 mars 2009 sur les services de médias audiovisuels. Le terme "programme" a le même sens qu'à l'article 1.5 de la loi du 30 mars 1995 précitée, l'article 2, 31°, du décret de la Communauté flamande du 27 mars 2009 précité et l'article 1er, 36°, du décret coordonné de la Communauté française du 26 mars 2009 précité, mais il englobe également les programmes radiophoniques et le matériel pour programmes radiophoniques. En outre, aux fins de la présente disposition, l'expression "matériel de programmes" a le même sens que le terme "programme".
Le Roi peut définir les cas considérés comme "contrat de travail.
§ 2. Le Roi peut fixer les règles de passation auxquelles sont soumis les marchés visés au paragraphe 1er, 4° a et b, dans les cas qu'Il détermine.
1° l'acquisition ou la location, quelles qu'en soient les modalités financières, de terrains, de bâtiments existants ou d'autres biens immeubles ou concernant des droits sur ces biens;
2° l'achat, le développement, la production ou la coproduction de matériel de programmes destiné à des services de médias audiovisuels ou radiophoniques qui sont passés par des fournisseurs de services de médias audiovisuels ou radiophoniques, ni aux marchés concernant les temps de diffusion ou la fourniture de programmes qui sont attribués à des fournisseurs de services de médias audiovisuels ou radiophoniques;
3° les services d'arbitrage et de conciliation;
4° l'un des services juridiques suivants :
a) la représentation légale d'un client par un avocat au sens de l'article 1er de la directive 77/249/CEE du Conseil du 22 mars 1977 tendant à faciliter l'exercice effectif de la libre prestation de services par les avocats, et ce dans le cadre :
i d'un arbitrage ou d'une conciliation se déroulant dans un Etat membre, un pays tiers ou devant une instance internationale d'arbitrage ou de conciliation, ou
ii d'une procédure devant les juridictions ou les autorités publiques d'un Etat membre ou d'un pays tiers ou devant les juridictions ou institutions internationales;
b) le conseil juridique fourni en vue de la préparation de toute procédure visée au point a), ou lorsqu'il existe des signes tangibles et de fortes probabilités selon lesquels la question sur laquelle porte le conseil fera l'objet d'une telle procédure, pour autant que le conseil émane d'un avocat au sens de l'article 1er de la directive 77/249/CEE précité;
c) les services de certification et d'authentification de documents qui doivent être réalisés par des notaires;
d) les services juridiques fournis par des administrateurs légaux ou des tuteurs ou d'autres services juridiques dont les prestataires sont désignés par une juridiction de l'Etat membre concerné ou par la loi pour réaliser des tâches spécifiques sous le contrôle de ces juridictions;
e) les autres services juridiques qui, dans le Royaume, sont liés, même occasionnellement, à l'exercice de la puissance publique;
5° les services financiers liés à l'émission, à la vente, à l'achat ou au transfert de titres ou d'autres instruments financiers au sens de la directive 2004/39/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 avril 2004 concernant les marchés d'instruments financiers, modifiant les directives 85/611/CEE et 93/6/CEE du Conseil et la directive 2000/12/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant la directive 93/22/CEE du Conseil, ainsi que les services fournis par des banques centrales et des opérations menées avec le Fonds européen de stabilité financière et le mécanisme européen de stabilité;
6° les prêts, qu'ils soient ou non liés à l'émission, à la vente, à l'achat ou au transfert de titres ou d'autres instruments financiers;
7° les contrats d'emploi;
8° les services de défense civile, de protection civile et de prévention des risques qui sont fournis par des organisations ou des associations à but non lucratif et qui relèvent des codes CPV 75250000-3, 75251000-0, 75251100-1, 75251110-4, 75251120-7, 75252000-7, 75222000-8, 98113100-9 et 85143000-3 excepté les services ambulanciers de transport de patients;
9° les services publics de transport de voyageurs par chemin de fer ou par métro lorsqu'ils tombent dans le champ d'application du Règlement 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route, et abrogeant les règlements n° 1191/69 et n° 1107/70 du Conseil;
10° les services liés aux campagnes politiques, relevant des codes CPV 79341400-0, 92111230-3 et 92111240-6, lorsqu'ils sont passés par un parti politique dans le cadre d'une campagne électorale.
A l'alinéa 1er 2°, les expressions "services de médias audiovisuels" et "fournisseurs de services de médias" revêtent le même sens qu'aux articles 1.3/1 et 1.6/1 de la loi du 30 mars 1995 concernant les réseaux et services de communications électroniques, et les services de médias audiovisuels dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, l'article 2, 26° et 27°, du décret de la Communauté flamande du 27 mars 2009 relatif à la radiodiffusion et à la télévision, et l'article 1er, 48° et 49°, du décret coordonné de la Communauté française du 26 mars 2009 sur les services de médias audiovisuels. Le terme "programme" a le même sens qu'à l'article 1.5 de la loi du 30 mars 1995 précitée, l'article 2, 31°, du décret de la Communauté flamande du 27 mars 2009 précité et l'article 1er, 36°, du décret coordonné de la Communauté française du 26 mars 2009 précité, mais il englobe également les programmes radiophoniques et le matériel pour programmes radiophoniques. En outre, aux fins de la présente disposition, l'expression "matériel de programmes" a le même sens que le terme "programme".
Le Roi peut définir les cas considérés comme "contrat de travail.
§ 2. Le Roi peut fixer les règles de passation auxquelles sont soumis les marchés visés au paragraphe 1er, 4° a et b, dans les cas qu'Il détermine.
Op basis van een alleenrecht geplaatste opdrachten voor diensten
Marchés de services passés sur la base d'un droit exclusif
Art.29. De overheidsopdrachten voor diensten die geplaatst worden door een aanbestedende overheid bij een andere aanbestedende overheid of bij een vereniging van aanbestedende overheden op basis van een alleenrecht dat ze genieten krachtens bekendgemaakte wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen die verenigbaar zijn met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, vallen niet onder de toepassing van de bepalingen van deze wet.
Art.29. Ne sont pas soumis à l'application de la présente loi, les marchés publics de services passés entre un pouvoir adjudicateur et un autre pouvoir adjudicateur ou une association de pouvoirs adjudicateurs sur la base d'un droit exclusif dont ceux-ci bénéficient en vertu de dispositions législatives, réglementaires ou de dispositions administratives publiées, à condition que ces dispositions soient compatibles avec le Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.
In-house-toezicht
Contrôle "in house"
Art.30. § 1. Een overheidsopdracht die geplaatst wordt door een aanbestedende overheid bij een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon, valt buiten het toepassingsgebied van deze wet, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de aanbestedende overheid oefent op die rechtspersoon toezicht uit zoals op haar eigen diensten;
2° meer dan 80 % van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheid of door andere, door diezelfde aanbestedende overheid gecontroleerde rechtspersonen; en
3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
Een aanbestedende overheid wordt geacht op een rechtspersoon toezicht zoals op haar eigen diensten uit te oefenen in de zin van het eerste lid, punt 1°, indien zij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.
Dit toezicht kan ook worden uitgeoefend door een andere rechtspersoon, die zelf op dezelfde wijze door de aanbestedende overheid wordt gecontroleerd.
§ 2. De uitsluiting bepaald in paragraaf 1 is eveneens van toepassing wanneer een gecontroleerde rechtspersoon die een aanbestedende overheid is, een opdracht plaatst bij zijn controlerende aanbestedende overheid, of bij een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende overheid wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon bij wie de overheidsopdracht wordt geplaatst, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
§ 3. Een aanbestedende overheid die op een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon geen controle uitoefent in de zin van paragraaf 1, kan niettemin een overheidsopdracht plaatsen bij die rechtspersoon zonder deze wet toe te passen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de aanbestedende overheid oefent, samen met andere aanbestedende overheden, op die rechtspersoon toezicht uit zoals op hun eigen diensten;
2° meer dan 80 % van de activiteiten van die rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheden of door andere, door diezelfde aanbestedende overheden gecontroleerde rechtspersonen; en
3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
Voor de toepassing van het eerste lid, onder 1°, oefenen de aanbestedende overheden gezamenlijk toezicht uit op een rechtspersoon indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende overheden. Individuele vertegenwoordigers kunnen verscheidene of alle deelnemende aanbestedende overheden vertegenwoordigen;
2° deze aanbestedende overheden zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon; en
3° de gecontroleerde rechtspersoon mag geen belangen nastreven die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende overheden.
§ 4. Het percentage van de activiteiten als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° en in paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde totale omzet, of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals de kosten die door de betrokken rechtspersoon of aanbestedende overheid zijn gemaakt met betrekking tot diensten, leveringen en werken over de laatste drie jaren voorafgaand aan de plaatsing van de opdracht.
Wanneer in verband met de datum van oprichting van of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van die rechtspersoon of aanbestedende overheid, of in verband met een reorganisatie van zijn of haar activiteiten, de omzet of een alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals gemaakte kosten over de laatste drie jaren niet beschikbaar of niet langer relevant is, volstaat het om met name middels bedrijfsprognoses aan te tonen dat de meting van de activiteit aannemelijk is.
1° de aanbestedende overheid oefent op die rechtspersoon toezicht uit zoals op haar eigen diensten;
2° meer dan 80 % van de activiteiten van de gecontroleerde rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheid of door andere, door diezelfde aanbestedende overheid gecontroleerde rechtspersonen; en
3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
Een aanbestedende overheid wordt geacht op een rechtspersoon toezicht zoals op haar eigen diensten uit te oefenen in de zin van het eerste lid, punt 1°, indien zij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent.
Dit toezicht kan ook worden uitgeoefend door een andere rechtspersoon, die zelf op dezelfde wijze door de aanbestedende overheid wordt gecontroleerd.
§ 2. De uitsluiting bepaald in paragraaf 1 is eveneens van toepassing wanneer een gecontroleerde rechtspersoon die een aanbestedende overheid is, een opdracht plaatst bij zijn controlerende aanbestedende overheid, of bij een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende overheid wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon bij wie de overheidsopdracht wordt geplaatst, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
§ 3. Een aanbestedende overheid die op een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon geen controle uitoefent in de zin van paragraaf 1, kan niettemin een overheidsopdracht plaatsen bij die rechtspersoon zonder deze wet toe te passen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de aanbestedende overheid oefent, samen met andere aanbestedende overheden, op die rechtspersoon toezicht uit zoals op hun eigen diensten;
2° meer dan 80 % van de activiteiten van die rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheden of door andere, door diezelfde aanbestedende overheden gecontroleerde rechtspersonen; en
3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon.
Voor de toepassing van het eerste lid, onder 1°, oefenen de aanbestedende overheden gezamenlijk toezicht uit op een rechtspersoon indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende overheden. Individuele vertegenwoordigers kunnen verscheidene of alle deelnemende aanbestedende overheden vertegenwoordigen;
2° deze aanbestedende overheden zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon; en
3° de gecontroleerde rechtspersoon mag geen belangen nastreven die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende overheden.
§ 4. Het percentage van de activiteiten als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° en in paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde totale omzet, of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals de kosten die door de betrokken rechtspersoon of aanbestedende overheid zijn gemaakt met betrekking tot diensten, leveringen en werken over de laatste drie jaren voorafgaand aan de plaatsing van de opdracht.
Wanneer in verband met de datum van oprichting van of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van die rechtspersoon of aanbestedende overheid, of in verband met een reorganisatie van zijn of haar activiteiten, de omzet of een alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals gemaakte kosten over de laatste drie jaren niet beschikbaar of niet langer relevant is, volstaat het om met name middels bedrijfsprognoses aan te tonen dat de meting van de activiteit aannemelijk is.
Art.30. § 1er. Un marché public passé entre un pouvoir adjudicateur et une personne morale régie par le droit privé ou le droit public n'est pas soumis à l'application de la présente loi, lorsque toutes les conditions suivantes sont réunies :
1° le pouvoir adjudicateur exerce sur la personne morale concernée un contrôle analogue à celui qu'il exerce sur ses propres services;
2° plus de 80 % pour cent des activités de cette personne morale contrôlée sont exercées dans le cadre de l'exécution des tâches qui lui sont confiées par le pouvoir adjudicateur qui la contrôle ou par d'autres personnes morales qu'il contrôle; et
3° la personne morale contrôlée ne comporte pas de participation directe de capitaux privés, à l'exception des formes de participation de capitaux privés sans capacité de contrôle ou de blocage requises par les dispositions législatives nationales, conformément aux traités, qui ne permettent pas d'exercer une influence décisive sur la personne morale contrôlée.
Un pouvoir adjudicateur est réputé exercer sur une personne morale un contrôle analogue à celui qu'il exerce sur ses propres services, au sens de l'alinéa 1er, point 1°, s'il exerce une influence décisive à la fois sur les objectifs stratégiques et sur les décisions importantes de la personne morale contrôlée.
Ce contrôle peut également être exercé par une autre personne morale, qui est elle-même contrôlée de la même manière par le pouvoir adjudicateur.
§ 2. L'exclusion prévue au paragraphe 1er s'applique également lorsqu'une personne morale contrôlée qui est un pouvoir adjudicateur passe un marché avec le pouvoir adjudicateur qui la contrôle, ou une autre personne morale contrôlée par le même pouvoir adjudicateur, à condition que la personne morale avec laquelle le marché public est passé ne comporte pas de participation directe de capitaux privés, à l'exception des formes de participation de capitaux privés sans capacité de contrôle ou de blocage requises par les dispositions législatives nationales, conformément aux traités européens, qui ne permettent pas d'exercer une influence décisive sur la personne morale contrôlée.
§ 3. Un pouvoir adjudicateur qui n'exerce pas de contrôle sur une personne morale régie par le droit privé ou le droit public au sens du paragraphe 1er peut néanmoins passer un marché public avec cette personne morale sans appliquer la présente loi, lorsque toutes les conditions suivantes sont réunies :
1° le pouvoir adjudicateur exerce, conjointement avec d'autres pouvoirs adjudicateurs, un contrôle sur la personne morale concernée, analogue à celui qu'ils exercent sur leurs propres services;
2° plus de 80% des activités de cette personne morale sont exercées dans le cadre de l'exécution des tâches qui lui sont confiées par les pouvoirs adjudicateurs qui la contrôlent ou par d'autres personnes morales contrôlées par les mêmes pouvoirs adjudicateurs; et
3° la personne morale contrôlée ne comporte pas de participation directe de capitaux privés à l'exception des formes de participation de capitaux privés sans capacité de contrôle ou de blocage requises par les dispositions législatives nationales, conformément aux traités, qui ne permettent pas d'exercer une influence décisive sur la personne morale contrôlée.
Aux fins de l'alinéa 1er, 1°, les pouvoirs adjudicateurs exercent un contrôle conjoint sur une personne morale lorsque chacune des conditions suivantes est réunie :
1° les organes décisionnels de la personne morale contrôlée sont composés de représentants de tous les pouvoirs adjudicateurs participants, une même personne pouvant représenter plusieurs pouvoirs adjudicateurs participants ou l'ensemble d'entre eux;
2° ces pouvoirs adjudicateurs sont en mesure d'exercer conjointement une influence décisive sur les objectifs stratégiques et les décisions importantes de la personne morale contrôlée; et
3° la personne morale contrôlée ne poursuit pas d'intérêts contraires à ceux des pouvoirs adjudicateurs qui la contrôlent.
§ 4. Le pourcentage d'activités visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° et au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, est déterminé en fonction du chiffre d'affaires total moyen ou d'un autre paramètre approprié fondé sur les activités tel que les coûts supportés par la personne morale ou le pouvoir adjudicateur concerné pour ce qui est des services, fournitures et travaux pendant les trois années précédant la passation du marché.
Lorsque, en raison de la date de création ou de début des activités de la personne morale ou du pouvoir adjudicateur concerné ou en raison d'une réorganisation de ses activités, le chiffre d'affaires, ou un autre paramètre fondé sur les activités tel que les coûts, n'est pas disponible pour les trois dernières années ou n'est plus pertinent, il suffit de montrer que le calcul des activités est vraisemblable, notamment par des projections d'activités.
1° le pouvoir adjudicateur exerce sur la personne morale concernée un contrôle analogue à celui qu'il exerce sur ses propres services;
2° plus de 80 % pour cent des activités de cette personne morale contrôlée sont exercées dans le cadre de l'exécution des tâches qui lui sont confiées par le pouvoir adjudicateur qui la contrôle ou par d'autres personnes morales qu'il contrôle; et
3° la personne morale contrôlée ne comporte pas de participation directe de capitaux privés, à l'exception des formes de participation de capitaux privés sans capacité de contrôle ou de blocage requises par les dispositions législatives nationales, conformément aux traités, qui ne permettent pas d'exercer une influence décisive sur la personne morale contrôlée.
Un pouvoir adjudicateur est réputé exercer sur une personne morale un contrôle analogue à celui qu'il exerce sur ses propres services, au sens de l'alinéa 1er, point 1°, s'il exerce une influence décisive à la fois sur les objectifs stratégiques et sur les décisions importantes de la personne morale contrôlée.
Ce contrôle peut également être exercé par une autre personne morale, qui est elle-même contrôlée de la même manière par le pouvoir adjudicateur.
§ 2. L'exclusion prévue au paragraphe 1er s'applique également lorsqu'une personne morale contrôlée qui est un pouvoir adjudicateur passe un marché avec le pouvoir adjudicateur qui la contrôle, ou une autre personne morale contrôlée par le même pouvoir adjudicateur, à condition que la personne morale avec laquelle le marché public est passé ne comporte pas de participation directe de capitaux privés, à l'exception des formes de participation de capitaux privés sans capacité de contrôle ou de blocage requises par les dispositions législatives nationales, conformément aux traités européens, qui ne permettent pas d'exercer une influence décisive sur la personne morale contrôlée.
§ 3. Un pouvoir adjudicateur qui n'exerce pas de contrôle sur une personne morale régie par le droit privé ou le droit public au sens du paragraphe 1er peut néanmoins passer un marché public avec cette personne morale sans appliquer la présente loi, lorsque toutes les conditions suivantes sont réunies :
1° le pouvoir adjudicateur exerce, conjointement avec d'autres pouvoirs adjudicateurs, un contrôle sur la personne morale concernée, analogue à celui qu'ils exercent sur leurs propres services;
2° plus de 80% des activités de cette personne morale sont exercées dans le cadre de l'exécution des tâches qui lui sont confiées par les pouvoirs adjudicateurs qui la contrôlent ou par d'autres personnes morales contrôlées par les mêmes pouvoirs adjudicateurs; et
3° la personne morale contrôlée ne comporte pas de participation directe de capitaux privés à l'exception des formes de participation de capitaux privés sans capacité de contrôle ou de blocage requises par les dispositions législatives nationales, conformément aux traités, qui ne permettent pas d'exercer une influence décisive sur la personne morale contrôlée.
Aux fins de l'alinéa 1er, 1°, les pouvoirs adjudicateurs exercent un contrôle conjoint sur une personne morale lorsque chacune des conditions suivantes est réunie :
1° les organes décisionnels de la personne morale contrôlée sont composés de représentants de tous les pouvoirs adjudicateurs participants, une même personne pouvant représenter plusieurs pouvoirs adjudicateurs participants ou l'ensemble d'entre eux;
2° ces pouvoirs adjudicateurs sont en mesure d'exercer conjointement une influence décisive sur les objectifs stratégiques et les décisions importantes de la personne morale contrôlée; et
3° la personne morale contrôlée ne poursuit pas d'intérêts contraires à ceux des pouvoirs adjudicateurs qui la contrôlent.
§ 4. Le pourcentage d'activités visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° et au paragraphe 3, alinéa 1er, 2°, est déterminé en fonction du chiffre d'affaires total moyen ou d'un autre paramètre approprié fondé sur les activités tel que les coûts supportés par la personne morale ou le pouvoir adjudicateur concerné pour ce qui est des services, fournitures et travaux pendant les trois années précédant la passation du marché.
Lorsque, en raison de la date de création ou de début des activités de la personne morale ou du pouvoir adjudicateur concerné ou en raison d'une réorganisation de ses activités, le chiffre d'affaires, ou un autre paramètre fondé sur les activités tel que les coûts, n'est pas disponible pour les trois dernières années ou n'est plus pertinent, il suffit de montrer que le calcul des activités est vraisemblable, notamment par des projections d'activités.
Niet-geïnstitutionaliseerde horizontale samenwerking
Coopération horizontale non-institutionalisée
Art.31. Een opdracht die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende overheden wordt gesloten, valt buiten het toepassingsgebied van deze wet, wanneer aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de opdracht voorziet in of geeft uitvoering aan samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende overheden om te bewerkstelligen dat de openbare diensten die zij moeten uitvoeren, worden verleend met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen;
2° de invulling van die samenwerking berust uitsluitend op overwegingen in verband met het openbaar belang; en
3° de deelnemende aanbestedende overheden nemen op de open markt niet meer dan 20 % van de onder die samenwerking vallende activiteiten voor hun rekening. Dit activiteitenpercentage wordt bepaald overeenkomstig artikel 30, § 4.
1° de opdracht voorziet in of geeft uitvoering aan samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende overheden om te bewerkstelligen dat de openbare diensten die zij moeten uitvoeren, worden verleend met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen;
2° de invulling van die samenwerking berust uitsluitend op overwegingen in verband met het openbaar belang; en
3° de deelnemende aanbestedende overheden nemen op de open markt niet meer dan 20 % van de onder die samenwerking vallende activiteiten voor hun rekening. Dit activiteitenpercentage wordt bepaald overeenkomstig artikel 30, § 4.
Art.31. Un marché conclu exclusivement entre deux pouvoirs adjudicateurs ou plus ne relève pas du champ d'application de la présente loi, lorsque chacune des conditions suivantes est réunie :
1° le marché établit ou met en oeuvre une coopération entre les pouvoirs adjudicateurs participants dans le but de garantir que les services publics dont ils doivent assurer la prestation sont réalisés en vue d'atteindre les objectifs qu'ils ont en commun;
2° la mise en oeuvre de cette coopération n'obéit qu'à des considérations d'intérêt public; et
3° les pouvoirs adjudicateurs participants réalisent sur le marché concurrentiel moins de 20 % des activités concernées par la coopération. Ce pourcentage d'activités est déterminé conformément à l'article 30, § 4.
1° le marché établit ou met en oeuvre une coopération entre les pouvoirs adjudicateurs participants dans le but de garantir que les services publics dont ils doivent assurer la prestation sont réalisés en vue d'atteindre les objectifs qu'ils ont en commun;
2° la mise en oeuvre de cette coopération n'obéit qu'à des considérations d'intérêt public; et
3° les pouvoirs adjudicateurs participants réalisent sur le marché concurrentiel moins de 20 % des activités concernées par la coopération. Ce pourcentage d'activités est déterminé conformément à l'article 30, § 4.
Onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten
Services de recherche et de développement
Art.32. Opdrachten voor diensten van onderzoek en ontwikkeling vallen niet onder de toepassing van de bepalingen van deze wet. De wet is daarentegen wel toepasselijk op de opdrachten voor diensten van onderzoek en ontwikkeling die onder de CPV-codes 73000000-2 tot 73120000-9, 73300000-5, 73420000-2 en 73430000-5 vallen, mits aan de beide volgende voorwaarden is voldaan :
1° de baten komen uitsluitend toe aan de aanbestedende overheid voor gebruik ervan in de uitoefening van haar eigen werkzaamheden; en
2° de verleende dienst wordt volledig door de aanbestedende overheid betaald.
1° de baten komen uitsluitend toe aan de aanbestedende overheid voor gebruik ervan in de uitoefening van haar eigen werkzaamheden; en
2° de verleende dienst wordt volledig door de aanbestedende overheid betaald.
Art.32. Ne sont pas soumis à l'application de la présente loi, les marchés de services de recherche et de développement. La loi est par contre applicable aux marchés de services de recherche et de développement relevant des codes CPV 73000000-2 à 73120000-9, 73300000-5, 73420000-2 et 73430000-5, pour autant que les deux conditions suivantes soient réunies :
1° leurs fruits appartiennent exclusivement au pouvoir adjudicateur pour son usage dans l'exercice de sa propre activité; et
2° la prestation de services est entièrement rémunérée par le pouvoir adjudicateur.
1° leurs fruits appartiennent exclusivement au pouvoir adjudicateur pour son usage dans l'exercice de sa propre activité; et
2° la prestation de services est entièrement rémunérée par le pouvoir adjudicateur.
Defensie en veiligheid
Défense et sécurité
Art.33. § 1. Deze wet is van toepassing op de overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied, met uitzondering van :
1° de opdrachten waarop de wet defensie en veiligheid van toepassing is;
2° de in artikel 18 van de wet defensie en veiligheid bedoelde opdrachten.
§ 2. Deze wet is niet van toepassing op overheidsopdrachten die niet anderszins op grond van paragraaf 1 zijn uitgesloten, voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbestedende overheid in een plaatsingsprocedure overeenkomstig deze wet beschikbaar stelt.
Voorts is deze wet, overeenkomstig artikel 346, lid 1, a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, niet van toepassing op overheidsopdrachten die niet anderszins op grond van paragraaf 1 van dit artikel zijn uitgesloten, voor zover de toepassing van deze wet het Rijk ertoe zou verplichten informatie ter beschikking te stellen waarvan hij de openbaarmaking in strijd acht met zijn essentiële veiligheidsbelangen.
§ 3. Wanneer de plaatsing en de uitvoering van de overheidsopdracht geheim zijn verklaard of, overeenkomstig de in het Rijk geldende wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen, gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, is deze wet, niet van toepassing, voor zover vastgesteld werd dat de bescherming van de essentiële belangen niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, zoals deze bedoeld in paragraaf 2, eerste lid.
1° de opdrachten waarop de wet defensie en veiligheid van toepassing is;
2° de in artikel 18 van de wet defensie en veiligheid bedoelde opdrachten.
§ 2. Deze wet is niet van toepassing op overheidsopdrachten die niet anderszins op grond van paragraaf 1 zijn uitgesloten, voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbestedende overheid in een plaatsingsprocedure overeenkomstig deze wet beschikbaar stelt.
Voorts is deze wet, overeenkomstig artikel 346, lid 1, a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, niet van toepassing op overheidsopdrachten die niet anderszins op grond van paragraaf 1 van dit artikel zijn uitgesloten, voor zover de toepassing van deze wet het Rijk ertoe zou verplichten informatie ter beschikking te stellen waarvan hij de openbaarmaking in strijd acht met zijn essentiële veiligheidsbelangen.
§ 3. Wanneer de plaatsing en de uitvoering van de overheidsopdracht geheim zijn verklaard of, overeenkomstig de in het Rijk geldende wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen, gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, is deze wet, niet van toepassing, voor zover vastgesteld werd dat de bescherming van de essentiële belangen niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, zoals deze bedoeld in paragraaf 2, eerste lid.
Art.33. § 1er. La présente loi s'applique aux marchés publics dans les domaines de la défense et de la sécurité, hormis :
1° les marchés relevant de la loi défense et sécurité;
2° les marchés visés à l'article 18 de la loi défense et sécurité.
§ 2. La présente loi ne s'applique pas aux marchés publics qui ne sont pas par ailleurs exclus en vertu du paragraphe 1er dans la mesure où la protection des intérêts essentiels de la sécurité du Royaume ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, par exemple en imposant des conditions en vue de protéger la confidentialité des informations que le pouvoir adjudicateur met à disposition dans le cadre d'une procédure de passation prévue par la présente loi.
En outre, et en conformité avec l'article 346, paragraphe 1er, a), du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, la présente loi ne s'applique pas aux marchés publics qui ne sont pas par ailleurs exclus en vertu du paragraphe 1er du présent article, dans la mesure où l'application de la présente loi obligerait le Royaume à fournir des informations dont il estimerait la divulgation contraire aux intérêts essentiels de sa sécurité.
§ 3. Lorsque la passation et l'exécution du marché public sont déclarés secrets ou doivent s'accompagner de mesures particulières de sécurité, conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives en vigueur dans le Royaume, la présente loi ne s'applique pas, pour autant qu'il est établi que la protection des intérêts essentiels concernés ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, telles que celles visées au paragraphe 2, alinéa 1er.
1° les marchés relevant de la loi défense et sécurité;
2° les marchés visés à l'article 18 de la loi défense et sécurité.
§ 2. La présente loi ne s'applique pas aux marchés publics qui ne sont pas par ailleurs exclus en vertu du paragraphe 1er dans la mesure où la protection des intérêts essentiels de la sécurité du Royaume ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, par exemple en imposant des conditions en vue de protéger la confidentialité des informations que le pouvoir adjudicateur met à disposition dans le cadre d'une procédure de passation prévue par la présente loi.
En outre, et en conformité avec l'article 346, paragraphe 1er, a), du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, la présente loi ne s'applique pas aux marchés publics qui ne sont pas par ailleurs exclus en vertu du paragraphe 1er du présent article, dans la mesure où l'application de la présente loi obligerait le Royaume à fournir des informations dont il estimerait la divulgation contraire aux intérêts essentiels de sa sécurité.
§ 3. Lorsque la passation et l'exécution du marché public sont déclarés secrets ou doivent s'accompagner de mesures particulières de sécurité, conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives en vigueur dans le Royaume, la présente loi ne s'applique pas, pour autant qu'il est établi que la protection des intérêts essentiels concernés ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, telles que celles visées au paragraphe 2, alinéa 1er.
Overheidsopdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn en die overeenkomstig internationale regels worden geplaatst
Marchés publics ayant trait à des aspects de défense et de sécurité et qui sont passés conformément à des règles internationales
Art.34. § 1. Deze wet is niet van toepassing op overheidsopdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, die de aanbestedende overheid verplicht is te plaatsen overeenkomstig andere plaatsingsprocedures dan die welke onder deze wet vallen, en waarin is voorzien bij :
1° een overeenkomstig de verdragen tot stand gekomen internationale overeenkomst of regeling tussen het Rijk en één of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten en die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten;
2° een internationale overeenkomst of regeling betreffende de legering van strijdkrachten die betrekking heeft op ondernemingen in een lidstaat of in een derde land;
3° een internationale organisatie.
Alle overeenkomsten of regelingen als bedoeld in paragraaf 1, 1°, worden door de aanbestedende overheid gemeld aan het aanspreekpunt vermeld in artikel 163, § 2.
§ 2. Deze wet is niet van toepassing op overheidsopdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, die door de aanbestedende overheid volgens de plaatsingsregels van een internationale organisatie of internationale financiële instelling worden geplaatst en volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd. In het geval van overheidsopdrachten die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden gefinancierd, komen de partijen overeen welke plaatsingsregels worden toegepast.
1° een overeenkomstig de verdragen tot stand gekomen internationale overeenkomst of regeling tussen het Rijk en één of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten en die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten;
2° een internationale overeenkomst of regeling betreffende de legering van strijdkrachten die betrekking heeft op ondernemingen in een lidstaat of in een derde land;
3° een internationale organisatie.
Alle overeenkomsten of regelingen als bedoeld in paragraaf 1, 1°, worden door de aanbestedende overheid gemeld aan het aanspreekpunt vermeld in artikel 163, § 2.
§ 2. Deze wet is niet van toepassing op overheidsopdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, die door de aanbestedende overheid volgens de plaatsingsregels van een internationale organisatie of internationale financiële instelling worden geplaatst en volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd. In het geval van overheidsopdrachten die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling worden gefinancierd, komen de partijen overeen welke plaatsingsregels worden toegepast.
Art.34. § 1er. La présente loi ne s'applique pas aux marchés publics comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité que le pouvoir adjudicateur a l'obligation de passer conformément à des procédures de passation qui diffèrent de celles relevant de la présente loi, et qui sont établies par l'un des éléments suivants :
1° un accord ou arrangement international conclu, en conformité avec les traités, entre le Royaume et un ou plusieurs pays tiers ou subdivisions de ceux-ci et portant sur des travaux, des fournitures ou des services destinés à la réalisation ou à l'exploitation en commun d'un projet par leurs signataires;
2° un accord ou arrangement international relatif au stationnement de troupes et concernant des entreprises d'un Etat membre ou d'un pays tiers;
3° une organisation internationale.
Tous les accords ou arrangements visés au paragraphe 1er, 1°, sont rapportés au point de contact mentionné à l'article 163, § 2.
§ 2. La présente loi ne s'applique pas aux marchés publics comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité que le pouvoir adjudicateur passe conformément à des règles de passation de marché prévues par une organisation internationale ou une institution financière internationale, lorsque les marchés publics concernés sont entièrement financés par ladite organisation ou institution. En ce qui concerne les marchés publics cofinancés en majeure partie par une organisation internationale ou une institution financière internationale, les parties conviennent des règles de passation applicables.
1° un accord ou arrangement international conclu, en conformité avec les traités, entre le Royaume et un ou plusieurs pays tiers ou subdivisions de ceux-ci et portant sur des travaux, des fournitures ou des services destinés à la réalisation ou à l'exploitation en commun d'un projet par leurs signataires;
2° un accord ou arrangement international relatif au stationnement de troupes et concernant des entreprises d'un Etat membre ou d'un pays tiers;
3° une organisation internationale.
Tous les accords ou arrangements visés au paragraphe 1er, 1°, sont rapportés au point de contact mentionné à l'article 163, § 2.
§ 2. La présente loi ne s'applique pas aux marchés publics comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité que le pouvoir adjudicateur passe conformément à des règles de passation de marché prévues par une organisation internationale ou une institution financière internationale, lorsque les marchés publics concernés sont entièrement financés par ladite organisation ou institution. En ce qui concerne les marchés publics cofinancés en majeure partie par une organisation internationale ou une institution financière internationale, les parties conviennent des règles de passation applicables.
HOOFDSTUK 2. - Plaatsingsprocedures
CHAPITRE 2. - Procédures de passation
Keuze van de procedure
Choix de la procédure
Art.35. Onverminderd artikel 38, § 1, 2°, en artikel 42, gebeurt de plaatsing van overheidsopdrachten volgens een van de volgende procedures, mits een aankondiging van een opdracht werd bekendgemaakt :
1° de openbare procedure;
2° de niet-openbare procedure;
3° de mededingingsprocedure met onderhandeling, onder de in artikel 38 bepaalde voorwaarden;
4° de concurrentiegerichte dialoog, onder de in artikel 39 bepaalde voorwaarden;
5° het innovatiepartnerschap, onder de in artikel 40 bepaalde voorwaarden;
6° de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden.
In de in artikel 42 uitdrukkelijk vermelde gevallen en omstandigheden kunnen opdrachten worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
1° de openbare procedure;
2° de niet-openbare procedure;
3° de mededingingsprocedure met onderhandeling, onder de in artikel 38 bepaalde voorwaarden;
4° de concurrentiegerichte dialoog, onder de in artikel 39 bepaalde voorwaarden;
5° het innovatiepartnerschap, onder de in artikel 40 bepaalde voorwaarden;
6° de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, onder de in artikel 41 bepaalde voorwaarden.
In de in artikel 42 uitdrukkelijk vermelde gevallen en omstandigheden kunnen opdrachten worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Art.35. Sans préjudice de l'article 38, § 1er, 2°, et de l'article 42, la passation des marchés publics se fait selon l'une des procédures suivantes, pour autant qu'un avis de marché ait été publié :
1° la procédure ouverte;
2° la procédure restreinte;
3° la procédure concurrentielle avec négociation, selon les conditions fixées à l'article 38;
4° le dialogue compétitif, selon les conditions fixées à l'article 39;
5° le partenariat d'innovation, selon les conditions fixées à l'article 40;
6° la procédure négociée directe avec publication préalable, selon les conditions fixées à l'article 41.
Dans les cas et circonstances expressément visés à l'article 42, les marchés peuvent être passés par procédure négociée sans publication préalable.
1° la procédure ouverte;
2° la procédure restreinte;
3° la procédure concurrentielle avec négociation, selon les conditions fixées à l'article 38;
4° le dialogue compétitif, selon les conditions fixées à l'article 39;
5° le partenariat d'innovation, selon les conditions fixées à l'article 40;
6° la procédure négociée directe avec publication préalable, selon les conditions fixées à l'article 41.
Dans les cas et circonstances expressément visés à l'article 42, les marchés peuvent être passés par procédure négociée sans publication préalable.
Openbare procedure
Procédure ouverte
Art.36. § 1. In een openbare procedure kan elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte indienen.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste vijfendertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 2. Indien de aanbestedende overheid een vooraankondiging heeft bekendgemaakt kan de in paragraaf 1, tweede lid, bepaalde minimumtermijn voor ontvangst van de offertes tot vijftien dagen worden verkort, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de vooraankondiging bevatte alle door de Koning bepaalde informatie, voor zover zij beschikbaar was op het tijdstip dat de vooraankondiging werd bekendgemaakt;
2° vooraankondiging was tenminste vijfendertig dagen en ten hoogste twaalf maanden vóór de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht ter bekendmaking verzonden.
§ 3. De aanbestedende overheid kan, wanneer het in een urgente situatie welke door de aanbestedende overheid naar behoren is onderbouwd, niet haalbaar blijkt de in de paragraaf 1, tweede lid, bepaalde termijnen in acht te nemen, een termijn vaststellen die niet minder bedraagt dan vijftien dagen na de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
§ 4. De aanbestedende overheid kan de in paragraaf 1, tweede lid, bepaalde termijn voor ontvangst van offertes met vijf dagen verkorten indien de offertes langs elektronische weg worden ingediend overeenkomstig de door en krachtens artikel 14, § 1, tweede lid en §§ 5 tot 7, bepaalde regels betreffende de elektronische platformen.
§ 5. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de openbare procedure.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste vijfendertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 2. Indien de aanbestedende overheid een vooraankondiging heeft bekendgemaakt kan de in paragraaf 1, tweede lid, bepaalde minimumtermijn voor ontvangst van de offertes tot vijftien dagen worden verkort, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de vooraankondiging bevatte alle door de Koning bepaalde informatie, voor zover zij beschikbaar was op het tijdstip dat de vooraankondiging werd bekendgemaakt;
2° vooraankondiging was tenminste vijfendertig dagen en ten hoogste twaalf maanden vóór de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht ter bekendmaking verzonden.
§ 3. De aanbestedende overheid kan, wanneer het in een urgente situatie welke door de aanbestedende overheid naar behoren is onderbouwd, niet haalbaar blijkt de in de paragraaf 1, tweede lid, bepaalde termijnen in acht te nemen, een termijn vaststellen die niet minder bedraagt dan vijftien dagen na de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
§ 4. De aanbestedende overheid kan de in paragraaf 1, tweede lid, bepaalde termijn voor ontvangst van offertes met vijf dagen verkorten indien de offertes langs elektronische weg worden ingediend overeenkomstig de door en krachtens artikel 14, § 1, tweede lid en §§ 5 tot 7, bepaalde regels betreffende de elektronische platformen.
§ 5. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de openbare procedure.
Art.36. § 1er. Dans une procédure ouverte, tout opérateur économique intéressé peut soumettre une offre en réponse à un avis de marché.
Le délai minimal de réception des offres est de trente-cinq jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 2. Dans le cas où le pouvoir adjudicateur a publié un avis de préinformation le délai minimal de réception des offres visé au paragraphe 1er, alinéa 2, peut être ramené à quinze jours, à condition que toutes les conditions suivantes soient réunies :
1° l'avis de préinformation contenait toutes les informations fixées par le Roi, dans la mesure où celles-ci étaient disponibles au moment de la publication de l'avis de préinformation;
2° l'avis de préinformation a été envoyé pour publication au moins trente-cinq jours à douze mois avant la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 3. Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par le pouvoir adjudicateur, rend le délai minimal prévu au paragraphe 1er, alinéa 2, impossible à respecter, il peut fixer un délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 4. Le pouvoir adjudicateur peut réduire de cinq jours le délai de réception des offres prévu au paragraphe 1er, alinéa 2, si les offres sont soumises par voie électronique conformément aux règles relatives aux plateformes électroniques prises par et en vertu de l'article 14, § 1er, alinéa 2 et §§ 5 à 7.
§ 5. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure ouverte.
Le délai minimal de réception des offres est de trente-cinq jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 2. Dans le cas où le pouvoir adjudicateur a publié un avis de préinformation le délai minimal de réception des offres visé au paragraphe 1er, alinéa 2, peut être ramené à quinze jours, à condition que toutes les conditions suivantes soient réunies :
1° l'avis de préinformation contenait toutes les informations fixées par le Roi, dans la mesure où celles-ci étaient disponibles au moment de la publication de l'avis de préinformation;
2° l'avis de préinformation a été envoyé pour publication au moins trente-cinq jours à douze mois avant la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 3. Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par le pouvoir adjudicateur, rend le délai minimal prévu au paragraphe 1er, alinéa 2, impossible à respecter, il peut fixer un délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 4. Le pouvoir adjudicateur peut réduire de cinq jours le délai de réception des offres prévu au paragraphe 1er, alinéa 2, si les offres sont soumises par voie électronique conformément aux règles relatives aux plateformes électroniques prises par et en vertu de l'article 14, § 1er, alinéa 2 et §§ 5 à 7.
§ 5. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure ouverte.
Niet-openbare procedure
Procédure restreinte
Art.37. § 1. In een niet-openbare procedure kan elke ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming indienen die de door de Koning bepaalde informatie bevat door verstrekking van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
§ 2. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie door de aanbestedende overheid daartoe worden verzocht, kunnen een offerte indienen. De aanbestedende overheid kan overeenkomstig artikel 79 het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte.
§ 3. Indien de aanbestedende overheid een vooraankondiging heeft bekendgemaakt kan de in paragraaf 2, tweede lid, bepaalde minimumtermijn voor ontvangst van de offertes tot tien dagen worden verkort, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de vooraankondiging bevatte alle door de Koning bepaalde informatie, voor zover zij beschikbaar was op het tijdstip dat de vooraankondiging werd bekendgemaakt;
2° de vooraankondiging was tenminste vijfendertig dagen en ten hoogste twaalf maanden vóór de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht ter bekendmaking verzonden.
§ 4. Blijkt het in het geval van een urgente situatie, welke door de aanbestedende overheid naar behoren is onderbouwd niet haalbaar de in dit artikel bepaalde termijnen in acht te nemen, dan kan de aanbestedende overheid :
1° een termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming van ten minste vijftien dagen bepalen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht;
2° een termijn voor ontvangst van de offertes van ten minste tien dagen bepalen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte.
§ 5. De aanbestedende overheid kan de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde termijn voor ontvangst van de offertes met vijf dagen verkorten indien de offertes langs elektronische weg worden ingediend overeenkomstig de door en krachtens artikel 14, § 1, tweede lid, en §§ 5 tot 7, bepaalde regels betreffende de elektronische platformen.
§ 6. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de niet-openbare procedure.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
§ 2. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie door de aanbestedende overheid daartoe worden verzocht, kunnen een offerte indienen. De aanbestedende overheid kan overeenkomstig artikel 79 het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte.
§ 3. Indien de aanbestedende overheid een vooraankondiging heeft bekendgemaakt kan de in paragraaf 2, tweede lid, bepaalde minimumtermijn voor ontvangst van de offertes tot tien dagen worden verkort, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de vooraankondiging bevatte alle door de Koning bepaalde informatie, voor zover zij beschikbaar was op het tijdstip dat de vooraankondiging werd bekendgemaakt;
2° de vooraankondiging was tenminste vijfendertig dagen en ten hoogste twaalf maanden vóór de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht ter bekendmaking verzonden.
§ 4. Blijkt het in het geval van een urgente situatie, welke door de aanbestedende overheid naar behoren is onderbouwd niet haalbaar de in dit artikel bepaalde termijnen in acht te nemen, dan kan de aanbestedende overheid :
1° een termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming van ten minste vijftien dagen bepalen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht;
2° een termijn voor ontvangst van de offertes van ten minste tien dagen bepalen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte.
§ 5. De aanbestedende overheid kan de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde termijn voor ontvangst van de offertes met vijf dagen verkorten indien de offertes langs elektronische weg worden ingediend overeenkomstig de door en krachtens artikel 14, § 1, tweede lid, en §§ 5 tot 7, bepaalde regels betreffende de elektronische platformen.
§ 6. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de niet-openbare procedure.
Art.37. § 1er. Dans une procédure restreinte, tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation en réponse à un avis de marché contenant les informations fixées par le Roi en fournissant les informations aux fins de la sélection réclamées par le pouvoir adjudicateur.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 2. Seuls les opérateurs économiques invités à le faire par le pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation par celui-ci des informations fournies peuvent soumettre une offre. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 79.
Le délai minimal de réception des offres est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 3. Dans le cas où le pouvoir adjudicateur a publié un avis de préinformation le délai minimal de réception des offres visé au paragraphe 2, alinéa 2, peut être ramené à dix jours, à condition que toutes les conditions suivantes soient réunies :
1° l'avis de préinformation contenait toutes les informations fixées par le Roi, dans la mesure où celles-ci étaient disponibles au moment de la publication de l'avis de préinformation;
2° l'avis de préinformation a été envoyé pour publication de trente-cinq jours à douze mois avant la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 4. Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par le pouvoir adjudicateur, rend les délais minimaux prévus au présent article impossibles à respecter, ceux-ci peuvent fixer :
1° pour la réception des demandes de participation, un délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché;
2° pour la réception des offres, un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur peut réduire de cinq jours le délai de réception des offres prévu au paragraphe 2, alinéa 2, si les offres sont soumises par voie électronique conformément aux règles relatives aux plateformes électroniques prises par et en vertu de l'article 14, § 1er, alinéa 2, et §§ 5 à 7.
§ 6. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles à la procédure restreinte.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 2. Seuls les opérateurs économiques invités à le faire par le pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation par celui-ci des informations fournies peuvent soumettre une offre. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 79.
Le délai minimal de réception des offres est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 3. Dans le cas où le pouvoir adjudicateur a publié un avis de préinformation le délai minimal de réception des offres visé au paragraphe 2, alinéa 2, peut être ramené à dix jours, à condition que toutes les conditions suivantes soient réunies :
1° l'avis de préinformation contenait toutes les informations fixées par le Roi, dans la mesure où celles-ci étaient disponibles au moment de la publication de l'avis de préinformation;
2° l'avis de préinformation a été envoyé pour publication de trente-cinq jours à douze mois avant la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 4. Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par le pouvoir adjudicateur, rend les délais minimaux prévus au présent article impossibles à respecter, ceux-ci peuvent fixer :
1° pour la réception des demandes de participation, un délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché;
2° pour la réception des offres, un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur peut réduire de cinq jours le délai de réception des offres prévu au paragraphe 2, alinéa 2, si les offres sont soumises par voie électronique conformément aux règles relatives aux plateformes électroniques prises par et en vertu de l'article 14, § 1er, alinéa 2, et §§ 5 à 7.
§ 6. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles à la procédure restreinte.
Mededingingsprocedure met onderhandeling
Procédure concurrentielle avec négociation
Art.38. § 1. De aanbestedende overheid kan in de volgende gevallen gebruik maken van een mededingingsprocedure met onderhandeling :
1° met betrekking tot werken, leveringen of diensten die aan één of meer van de volgende criteria voldoen :
a) er kan niet worden voorzien in de behoeften van de aanbestedende overheid zonder aanpassing van onmiddellijk beschikbare oplossingen;
b) ze bevatten ontwerp- of innovatieve oplossingen;
c) de opdracht kan niet worden gegund zonder voorafgaande onderhandelingen wegens specifieke omstandigheden die verband houden met de aard, de complexiteit of de juridische en financiële voorwaarden of wegens de daaraan verbonden risico's;
d) de technische specificaties kunnen door de aanbestedende overheid niet nauwkeurig genoeg worden vastgesteld op basis van een norm, Europese technische beoordelingen, een gemeenschappelijke technische specificatie of een technisch referentiekader als bedoeld in artikel 2, 45° tot 48° ;
e) de toegang tot de opdracht wordt voorbehouden overeenkomstig artikel 15 en het geraamde bedrag van de opdracht zonder belasting over de toegevoegde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking bepaalde drempel;
f) het geraamde bedrag van de opdracht zonder belasting over de toegevoegde waarde is lager dan de bedragen bepaald door de Koning;
2° met betrekking tot werken, leveringen of diensten waarvoor, naar aanleiding van een openbare of niet-openbare procedure, enkel onregelmatige of onaanvaardbare offertes werden ingediend.
In het in het eerste lid, onder 2°, bedoelde geval is de aanbestedende overheid niet verplicht een aankondiging van een opdracht bekend te maken indien zij tot de procedure uitsluitend alle inschrijvers toelaat die aan de in de artikelen 67 tot 78 bedoelde criteria voldoen en die bij de voorafgaande openbare of niet-openbare procedure offertes hebben ingediend die aan de formele eisen van de plaatsingsprocedure voldeden. Indien zij niet al deze inschrijvers toelaat tot de procedure, zal de aanbestedende overheid ertoe gehouden zijn een aankondiging van een opdracht bekend te maken.
Wanneer de eerste procedure niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking, kan de aanbestedende overheid echter, teneinde de mededinging te verruimen, bovendien ondernemers raadplegen die volgens haar in staat zijn te voldoen aan de eisen inzake selectie, ongeacht of zij al dan niet een regelmatige offerte hebben ingediend, of geen enkele offerte hebben ingediend in het kader van de eerste procedure. In een dergelijk geval is de aanbestedende overheid er niet toe gehouden een aankondiging van een opdracht te publiceren.
§ 2. In een mededingingsprocedure met onderhandeling en onverminderd de paragraaf 1, tweede en derde lid, kan elke ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming indienen door verstrekking van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 3. De aanbestedende overheid bepaalt in de opdrachtdocumenten het voorwerp van de opdracht door de vereisten en de vereiste kenmerken van de werken, leveringen of diensten te beschrijven en de gunningscriteria vast te leggen. Zij geeft tevens aan welke elementen van de beschrijving de minimumeisen zijn waaraan alle offertes moeten voldoen.
De verschafte informatie is voldoende nauwkeurig om de ondernemers in staat te stellen de aard en omvang van de opdracht te bepalen en over hun deelname aan de procedure te beslissen.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. De termijn voor ontvangst van de eerste offerte bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging. Artikel 37, §§ 3 tot 5, is van toepassing.
§ 4. Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende overheid worden uitgenodigd, kunnen een eerste offerte indienen. Deze vormt de basis voor verdere onderhandelingen. De aanbestedende overheid kan, overeenkomstig artikel 79, het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken.
§ 5. Met het oog op de verbetering van hun inhoud onderhandelt de aanbestedende overheid met de inschrijvers over de initiële offertes en over alle volgende offertes die door hen werden ingediend, met uitzondering van de definitieve offertes in de zin van paragraaf 8. De aanbestedende overheid kan de opdrachten desalniettemin gunnen op basis van de initiële offertes zonder onderhandeling, indien zij zich de mogelijkheid daartoe heeft voorbehouden in de aankondiging van een opdracht.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 6. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Daartoe verstrekt zij geen discriminerende informatie die bepaalde inschrijvers kan bevoordelen ten opzichte van andere. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 7 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende overheid de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 7. De mededingingsprocedure met onderhandeling kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria uit de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument. De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 8. Indien de aanbestedende overheid voornemens is de onderhandelingen af te sluiten, stelt zij de resterende inschrijvers daarvan in kennis en stelt zij een gemeenschappelijke termijn vast voor de indiening van nieuwe of aangepaste offertes. De aanbestedende overheid controleert of de definitieve offertes voldoen aan de minimumeisen en overeenstemmen met artikel 66, § 1, beoordeelt de definitieve offertes aan de hand van de gunningscriteria en gunt de opdracht krachtens de artikelen 79 tot 84.
Indien de aanbestedende overheid zich in de aankondiging van een opdracht het recht heeft voorbehouden geen onderhandelingen te voeren, en zij van deze mogelijkheid gebruik maakt, geldt de initiële offerte bijgevolg als definitieve offerte.
§ 9. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de mededingingsprocedure met onderhandeling.
1° met betrekking tot werken, leveringen of diensten die aan één of meer van de volgende criteria voldoen :
a) er kan niet worden voorzien in de behoeften van de aanbestedende overheid zonder aanpassing van onmiddellijk beschikbare oplossingen;
b) ze bevatten ontwerp- of innovatieve oplossingen;
c) de opdracht kan niet worden gegund zonder voorafgaande onderhandelingen wegens specifieke omstandigheden die verband houden met de aard, de complexiteit of de juridische en financiële voorwaarden of wegens de daaraan verbonden risico's;
d) de technische specificaties kunnen door de aanbestedende overheid niet nauwkeurig genoeg worden vastgesteld op basis van een norm, Europese technische beoordelingen, een gemeenschappelijke technische specificatie of een technisch referentiekader als bedoeld in artikel 2, 45° tot 48° ;
e) de toegang tot de opdracht wordt voorbehouden overeenkomstig artikel 15 en het geraamde bedrag van de opdracht zonder belasting over de toegevoegde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking bepaalde drempel;
f) het geraamde bedrag van de opdracht zonder belasting over de toegevoegde waarde is lager dan de bedragen bepaald door de Koning;
2° met betrekking tot werken, leveringen of diensten waarvoor, naar aanleiding van een openbare of niet-openbare procedure, enkel onregelmatige of onaanvaardbare offertes werden ingediend.
In het in het eerste lid, onder 2°, bedoelde geval is de aanbestedende overheid niet verplicht een aankondiging van een opdracht bekend te maken indien zij tot de procedure uitsluitend alle inschrijvers toelaat die aan de in de artikelen 67 tot 78 bedoelde criteria voldoen en die bij de voorafgaande openbare of niet-openbare procedure offertes hebben ingediend die aan de formele eisen van de plaatsingsprocedure voldeden. Indien zij niet al deze inschrijvers toelaat tot de procedure, zal de aanbestedende overheid ertoe gehouden zijn een aankondiging van een opdracht bekend te maken.
Wanneer de eerste procedure niet verplicht onderworpen is aan de Europese bekendmaking, kan de aanbestedende overheid echter, teneinde de mededinging te verruimen, bovendien ondernemers raadplegen die volgens haar in staat zijn te voldoen aan de eisen inzake selectie, ongeacht of zij al dan niet een regelmatige offerte hebben ingediend, of geen enkele offerte hebben ingediend in het kader van de eerste procedure. In een dergelijk geval is de aanbestedende overheid er niet toe gehouden een aankondiging van een opdracht te publiceren.
§ 2. In een mededingingsprocedure met onderhandeling en onverminderd de paragraaf 1, tweede en derde lid, kan elke ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming indienen door verstrekking van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 3. De aanbestedende overheid bepaalt in de opdrachtdocumenten het voorwerp van de opdracht door de vereisten en de vereiste kenmerken van de werken, leveringen of diensten te beschrijven en de gunningscriteria vast te leggen. Zij geeft tevens aan welke elementen van de beschrijving de minimumeisen zijn waaraan alle offertes moeten voldoen.
De verschafte informatie is voldoende nauwkeurig om de ondernemers in staat te stellen de aard en omvang van de opdracht te bepalen en over hun deelname aan de procedure te beslissen.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. De termijn voor ontvangst van de eerste offerte bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging. Artikel 37, §§ 3 tot 5, is van toepassing.
§ 4. Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende overheid worden uitgenodigd, kunnen een eerste offerte indienen. Deze vormt de basis voor verdere onderhandelingen. De aanbestedende overheid kan, overeenkomstig artikel 79, het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken.
§ 5. Met het oog op de verbetering van hun inhoud onderhandelt de aanbestedende overheid met de inschrijvers over de initiële offertes en over alle volgende offertes die door hen werden ingediend, met uitzondering van de definitieve offertes in de zin van paragraaf 8. De aanbestedende overheid kan de opdrachten desalniettemin gunnen op basis van de initiële offertes zonder onderhandeling, indien zij zich de mogelijkheid daartoe heeft voorbehouden in de aankondiging van een opdracht.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 6. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Daartoe verstrekt zij geen discriminerende informatie die bepaalde inschrijvers kan bevoordelen ten opzichte van andere. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 7 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende overheid de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 7. De mededingingsprocedure met onderhandeling kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria uit de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument. De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 8. Indien de aanbestedende overheid voornemens is de onderhandelingen af te sluiten, stelt zij de resterende inschrijvers daarvan in kennis en stelt zij een gemeenschappelijke termijn vast voor de indiening van nieuwe of aangepaste offertes. De aanbestedende overheid controleert of de definitieve offertes voldoen aan de minimumeisen en overeenstemmen met artikel 66, § 1, beoordeelt de definitieve offertes aan de hand van de gunningscriteria en gunt de opdracht krachtens de artikelen 79 tot 84.
Indien de aanbestedende overheid zich in de aankondiging van een opdracht het recht heeft voorbehouden geen onderhandelingen te voeren, en zij van deze mogelijkheid gebruik maakt, geldt de initiële offerte bijgevolg als definitieve offerte.
§ 9. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de mededingingsprocedure met onderhandeling.
Art.38. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut appliquer une procédure concurrentielle avec négociation dans les cas suivants :
1° pour les travaux, fournitures ou services remplissant un ou plusieurs des critères suivants :
a) les besoins du pouvoir adjudicateur ne peuvent être satisfaits sans adapter des solutions immédiatement disponibles;
b) ils incluent la conception ou les solutions innovantes;
c) le marché ne peut être attribué sans négociations préalables du fait de circonstances particulières liées à sa nature, à sa complexité ou au montage juridique et financier ou en raison des risques qui s'y rattachent;
d) le pouvoir adjudicateur n'est pas en mesure de définir les spécifications techniques avec une précision suffisante en se référant à une norme, une évaluation technique européenne, une spécification technique commune ou une référence technique au sens de l'article 2, 45° à 48° ;
e) l'accès du marché est réservé en application de l'article 15 et le montant estimé du marché hors taxe sur la valeur ajoutée est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne;
f) le montant estimé du marché hors taxe sur la valeur ajoutée est inférieur aux montants fixés par le Roi;
2° pour les travaux, les fournitures ou les services pour lesquels, en réponse à une procédure ouverte ou restreinte, seules des offres irrégulières ou inacceptables ont été présentées.
Dans le cas visé à l'alinéa 1 er, 2°, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de publier un avis de marché s'il inclut dans la procédure tous les soumissionnaires, et seulement les soumissionnaires, qui satisfont aux critères visés aux articles 67 à 78 et qui, lors de la procédure ouverte ou restreinte antérieure, ont soumis des offres conformes aux exigences formelles de la procédure de passation. S'il n'inclut pas dans la procédure tous lesdits soumissionnaires, le pouvoir adjudicateur sera par contre tenu de publier un avis de marché.
Néanmoins, lorsque la première procédure n'a pas été obligatoirement soumise à la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur peut, en vue d'élargir la concurrence, consulter en outre les opérateurs économiques qui, selon lui, peuvent répondre aux exigences en matière de sélection, que ceux-ci aient ou non remis une offre régulière ou n'aient pas remis une offre dans le cadre de la première procédure. En pareil cas, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de publier un avis de marché.
§ 2. Dans une procédure concurrentielle avec négociation et sans préjudice du paragraphe 1er, alinéas 2 et 3, tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation en réponse à un avis de marché, en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur définit l'objet du marché en fournissant une description de ses besoins et des caractéristiques requises des fournitures, travaux ou services faisant l'objet du marché et précise les critères d'attribution du marché. Il indique également les éléments de la description qui fixent les exigences minimales que doivent respecter toutes les offres.
Les informations fournies sont suffisamment précises pour permettre aux opérateurs économiques de déterminer la nature et la portée du marché et de décider de demander ou non à participer à la procédure.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché. Le délai minimal de réception des offres initiales est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'invitation. L'article 37, §§ 3 à 5, est applicable.
§ 4. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation par celui-ci des informations fournies peuvent soumettre une offre initiale, qui sert de base aux négociations ultérieures. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 79.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur négocie avec les soumissionnaires les offres initiales et toutes les offres ultérieures que ceux-ci ont présentées, à l'exception des offres finales au sens du paragraphe 8, en vue d'améliorer leur contenu. Le pouvoir adjudicateur peut néanmoins attribuer des marchés sur la base des offres initiales sans négociation, lorsqu'il a indiqué, dans l'avis de marché, qu'il se réserve la possibilité de le faire.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 6. Au cours de la négociation, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, il ne donne pas d'information discriminatoire, susceptible d'avantager certains soumissionnaires par rapport à d'autres. Il informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées en vertu du paragraphe 7 de tous les changements, autres que ceux qui définissent les exigences minimales, apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché. A la suite de ces changements, le pouvoir adjudicateur prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 7. La procédure concurrentielle avec négociation peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché. Le pouvoir adjudicateur indique, dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché, s'il fera usage de cette possibilité.
§ 8. Lorsque le pouvoir adjudicateur entend conclure les négociations, il en informe les soumissionnaires restant en lice et fixe une date limite commune pour la présentation d'éventuelles offres nouvelles ou révisées. Il vérifie que les offres finales répondent aux exigences minimales et respectent l'article 66, § 1er, il évalue les offres finales sur la base des critères d'attribution et il attribue le marché en vertu des articles 79 à 84.
Lorsque le pouvoir adjudicateur s'est réservé le droit de ne pas mener des négociations dans l'avis de marché et qu'il en fait usage, l'offre initiale vaut par conséquent offre finale.
§ 9. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure concurrentielle avec négociation.
1° pour les travaux, fournitures ou services remplissant un ou plusieurs des critères suivants :
a) les besoins du pouvoir adjudicateur ne peuvent être satisfaits sans adapter des solutions immédiatement disponibles;
b) ils incluent la conception ou les solutions innovantes;
c) le marché ne peut être attribué sans négociations préalables du fait de circonstances particulières liées à sa nature, à sa complexité ou au montage juridique et financier ou en raison des risques qui s'y rattachent;
d) le pouvoir adjudicateur n'est pas en mesure de définir les spécifications techniques avec une précision suffisante en se référant à une norme, une évaluation technique européenne, une spécification technique commune ou une référence technique au sens de l'article 2, 45° à 48° ;
e) l'accès du marché est réservé en application de l'article 15 et le montant estimé du marché hors taxe sur la valeur ajoutée est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne;
f) le montant estimé du marché hors taxe sur la valeur ajoutée est inférieur aux montants fixés par le Roi;
2° pour les travaux, les fournitures ou les services pour lesquels, en réponse à une procédure ouverte ou restreinte, seules des offres irrégulières ou inacceptables ont été présentées.
Dans le cas visé à l'alinéa 1 er, 2°, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de publier un avis de marché s'il inclut dans la procédure tous les soumissionnaires, et seulement les soumissionnaires, qui satisfont aux critères visés aux articles 67 à 78 et qui, lors de la procédure ouverte ou restreinte antérieure, ont soumis des offres conformes aux exigences formelles de la procédure de passation. S'il n'inclut pas dans la procédure tous lesdits soumissionnaires, le pouvoir adjudicateur sera par contre tenu de publier un avis de marché.
Néanmoins, lorsque la première procédure n'a pas été obligatoirement soumise à la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur peut, en vue d'élargir la concurrence, consulter en outre les opérateurs économiques qui, selon lui, peuvent répondre aux exigences en matière de sélection, que ceux-ci aient ou non remis une offre régulière ou n'aient pas remis une offre dans le cadre de la première procédure. En pareil cas, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de publier un avis de marché.
§ 2. Dans une procédure concurrentielle avec négociation et sans préjudice du paragraphe 1er, alinéas 2 et 3, tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation en réponse à un avis de marché, en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur définit l'objet du marché en fournissant une description de ses besoins et des caractéristiques requises des fournitures, travaux ou services faisant l'objet du marché et précise les critères d'attribution du marché. Il indique également les éléments de la description qui fixent les exigences minimales que doivent respecter toutes les offres.
Les informations fournies sont suffisamment précises pour permettre aux opérateurs économiques de déterminer la nature et la portée du marché et de décider de demander ou non à participer à la procédure.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché. Le délai minimal de réception des offres initiales est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'invitation. L'article 37, §§ 3 à 5, est applicable.
§ 4. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation par celui-ci des informations fournies peuvent soumettre une offre initiale, qui sert de base aux négociations ultérieures. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 79.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur négocie avec les soumissionnaires les offres initiales et toutes les offres ultérieures que ceux-ci ont présentées, à l'exception des offres finales au sens du paragraphe 8, en vue d'améliorer leur contenu. Le pouvoir adjudicateur peut néanmoins attribuer des marchés sur la base des offres initiales sans négociation, lorsqu'il a indiqué, dans l'avis de marché, qu'il se réserve la possibilité de le faire.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 6. Au cours de la négociation, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, il ne donne pas d'information discriminatoire, susceptible d'avantager certains soumissionnaires par rapport à d'autres. Il informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées en vertu du paragraphe 7 de tous les changements, autres que ceux qui définissent les exigences minimales, apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché. A la suite de ces changements, le pouvoir adjudicateur prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 7. La procédure concurrentielle avec négociation peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché. Le pouvoir adjudicateur indique, dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché, s'il fera usage de cette possibilité.
§ 8. Lorsque le pouvoir adjudicateur entend conclure les négociations, il en informe les soumissionnaires restant en lice et fixe une date limite commune pour la présentation d'éventuelles offres nouvelles ou révisées. Il vérifie que les offres finales répondent aux exigences minimales et respectent l'article 66, § 1er, il évalue les offres finales sur la base des critères d'attribution et il attribue le marché en vertu des articles 79 à 84.
Lorsque le pouvoir adjudicateur s'est réservé le droit de ne pas mener des négociations dans l'avis de marché et qu'il en fait usage, l'offre initiale vaut par conséquent offre finale.
§ 9. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure concurrentielle avec négociation.
Concurrentiegerichte dialoog
Dialogue compétitif
Art.39. § 1. De aanbestedende overheid kan gebruik maken van een concurrentiegerichte dialoog in dezelfde gevallen als die bedoeld in artikel 38, § 1, 1°, a) tot d), en 2°.
In de concurrentiegerichte dialoog kan elke ondernemer naar aanleiding van de aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming indienen door de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie te verstrekken.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende overheid worden uitgenodigd, kunnen aan de dialoog deelnemen. De aanbestedende overheid kan overeenkomstig artikel 79 het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op grond van het gunningscriterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding, overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. De behoeften en eisen van de aanbestedende overheid worden in de aankondiging van een opdracht aangegeven en in die aankondiging en/of in een beschrijvend document nader uitgewerkt. Tevens worden in deze documenten de gekozen gunningscriteria aangegeven en nader uitgewerkt, en een indicatief tijdschema aangegeven.
§ 3. De aanbestedende overheid treedt overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 66 tot en met 80 in dialoog met de geselecteerde deelnemers, om na te gaan en te bepalen met welke middelen het best in haar behoeften kan worden voorzien. Tijdens deze dialoog kan zij met de geselecteerde deelnemers alle aspecten van de opdracht bespreken.
Tijdens de dialoog verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle deelnemers. Daartoe verstrekt ze geen informatie op een discriminerende wijze die bepaalde deelnemers kan bevoordelen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de voorgestelde oplossingen of andere vertrouwelijke inlichtingen die een van de deelnemers heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke en voorafgaande toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 4. De concurrentiegerichte dialoog kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria uit de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvend document. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvende document of hij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 5. De aanbestedende overheid zet de dialoog voort totdat zij kan aangeven met welke oplossing of oplossingen in haar behoeften kan worden voorzien.
§ 6. Nadat de aanbestedende overheid heeft verklaard dat de dialoog is afgesloten en de resterende deelnemers daarvan op de hoogte heeft gesteld, verzoekt zij ieder van hen hun definitieve offerte op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen in te dienen. Deze offertes bevatten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project.
De aanbestedende overheid kan verzoeken om de offertes te verduidelijken, te preciseren of nauwkeuriger te omschrijven. Dit mag echter geen wijziging van de offerte of van de overheidsopdracht inhouden op essentiële punten, daaronder begrepen de in de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvend document vermelde behoeften en eisen, indien daardoor de mededinging verstoord dreigt te worden of discriminatie dreigt te ontstaan.
§ 7. De aanbestedende overheid beoordeelt de ontvangen offertes op basis van de in de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvend document vastgestelde gunningscriteria.
Op verzoek van de aanbestedende overheid kunnen met de inschrijver die de offerte met de beste prijs-kwaliteitsverhouding heeft ingediend overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°, onderhandelingen worden gevoerd om de in de offerte vervatte financiële toezeggingen of andere voorwaarden te bevestigen en de voorwaarden van de opdracht af te ronden, mits dit de essentiële aspecten van de offerte of overheidsopdracht, met inbegrip van de in de aankondiging van een opdracht of het beschrijvend document vermelde behoeften en voorschriften, materieel ongewijzigd laat en niet tot vervalsing van de mededinging of discriminatie kan leiden.
§ 8. De aanbestedende overheid kan voorzien in prijzengeld of vergoedingen aan de deelnemers aan de dialoog.
§ 9. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de concurrentiegerichte dialoog.
In de concurrentiegerichte dialoog kan elke ondernemer naar aanleiding van de aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming indienen door de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie te verstrekken.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht.
Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende overheid worden uitgenodigd, kunnen aan de dialoog deelnemen. De aanbestedende overheid kan overeenkomstig artikel 79 het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op grond van het gunningscriterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding, overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. De behoeften en eisen van de aanbestedende overheid worden in de aankondiging van een opdracht aangegeven en in die aankondiging en/of in een beschrijvend document nader uitgewerkt. Tevens worden in deze documenten de gekozen gunningscriteria aangegeven en nader uitgewerkt, en een indicatief tijdschema aangegeven.
§ 3. De aanbestedende overheid treedt overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 66 tot en met 80 in dialoog met de geselecteerde deelnemers, om na te gaan en te bepalen met welke middelen het best in haar behoeften kan worden voorzien. Tijdens deze dialoog kan zij met de geselecteerde deelnemers alle aspecten van de opdracht bespreken.
Tijdens de dialoog verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle deelnemers. Daartoe verstrekt ze geen informatie op een discriminerende wijze die bepaalde deelnemers kan bevoordelen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de voorgestelde oplossingen of andere vertrouwelijke inlichtingen die een van de deelnemers heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke en voorafgaande toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 4. De concurrentiegerichte dialoog kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria uit de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvend document. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvende document of hij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 5. De aanbestedende overheid zet de dialoog voort totdat zij kan aangeven met welke oplossing of oplossingen in haar behoeften kan worden voorzien.
§ 6. Nadat de aanbestedende overheid heeft verklaard dat de dialoog is afgesloten en de resterende deelnemers daarvan op de hoogte heeft gesteld, verzoekt zij ieder van hen hun definitieve offerte op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen in te dienen. Deze offertes bevatten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project.
De aanbestedende overheid kan verzoeken om de offertes te verduidelijken, te preciseren of nauwkeuriger te omschrijven. Dit mag echter geen wijziging van de offerte of van de overheidsopdracht inhouden op essentiële punten, daaronder begrepen de in de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvend document vermelde behoeften en eisen, indien daardoor de mededinging verstoord dreigt te worden of discriminatie dreigt te ontstaan.
§ 7. De aanbestedende overheid beoordeelt de ontvangen offertes op basis van de in de aankondiging van een opdracht of in het beschrijvend document vastgestelde gunningscriteria.
Op verzoek van de aanbestedende overheid kunnen met de inschrijver die de offerte met de beste prijs-kwaliteitsverhouding heeft ingediend overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°, onderhandelingen worden gevoerd om de in de offerte vervatte financiële toezeggingen of andere voorwaarden te bevestigen en de voorwaarden van de opdracht af te ronden, mits dit de essentiële aspecten van de offerte of overheidsopdracht, met inbegrip van de in de aankondiging van een opdracht of het beschrijvend document vermelde behoeften en voorschriften, materieel ongewijzigd laat en niet tot vervalsing van de mededinging of discriminatie kan leiden.
§ 8. De aanbestedende overheid kan voorzien in prijzengeld of vergoedingen aan de deelnemers aan de dialoog.
§ 9. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de concurrentiegerichte dialoog.
Art.39. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut appliquer un dialogue compétitif dans les mêmes situations que celles visées à l'article 38, § 1er, 1°, a) à d), et 2°.
Tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation à un dialogue compétitif en réponse à un avis de marché en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par le pouvoir adjudicateur.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer au dialogue. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats qui seront admis à participer à la procédure, conformément à l'article 79. Le marché est attribué sur la seule base du critère d'attribution du meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur indique ses besoins et ses exigences dans l'avis de marché et les définit dans cet avis et/ou dans un document descriptif. A cette occasion, et dans les mêmes documents, il indique et définit également les critères d'attribution retenus et fixe un calendrier indicatif.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur ouvre, avec les participants sélectionnés conformément aux dispositions pertinentes des articles 66 à 80, un dialogue dont l'objet est l'identification et la définition des moyens propres à satisfaire au mieux ses besoins. Au cours de ce dialogue, il peut discuter tous les aspects du marché avec les participants sélectionnés.
Au cours du dialogue, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les participants. A cette fin, il ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains participants par rapport à d'autres.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les solutions proposées ou les informations confidentielles communiquées par un des participants sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 4. Le dialogue compétitif peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre de solutions à discuter pendant la phase du dialogue en appliquant les critères d'attribution énoncés dans l'avis de marché ou dans le document descriptif. Dans l'avis de marché ou le document descriptif, le pouvoir adjudicateur indique s'il fera usage de cette possibilité.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur poursuit le dialogue jusqu'à ce qu'il soit en mesure d'identifier la ou les solutions qui sont susceptibles de répondre à ses besoins.
§ 6. Après avoir prononcé la clôture du dialogue et en avoir informé les participants restant en lice, le pouvoir adjudicateur invite chacun d'eux à soumettre son offre finale sur la base de la ou des solutions présentées et spécifiées au cours du dialogue. Ces offres comprennent tous les éléments requis et nécessaires pour la réalisation du projet.
A la demande du pouvoir adjudicateur, ces offres peuvent être clarifiées, précisées et optimisées à condition qu'elles n'aient pas pour effet de modifier les aspects essentiels de l'offre ou du marché public, notamment les besoins et exigences indiqués dans l'avis de marché ou dans le document descriptif, lorsque les modifications apportées à ces aspects, besoins ou exigences sont susceptibles de fausser la concurrence ou d'avoir un effet discriminatoire.
§ 7. Le pouvoir adjudicateur évalue les offres reçues en fonction des critères d'attribution fixés dans l'avis de marché ou dans le document descriptif.
A la demande du pouvoir adjudicateur, des négociations peuvent être menées avec le soumissionnaire reconnu comme ayant remis l'offre présentant le meilleur rapport qualité/prix conformément à l'article 81, § 2, 3°, pour confirmer les engagements financiers ou d'autres conditions énoncés dans l'offre en arrêtant les clauses du marché, à condition que ce processus n'ait pas pour effet de modifier, de manière importante, des aspects essentiels de l'offre ou du marché public, y compris les besoins et les exigences indiqués dans l'avis de marché ou dans le document descriptif, et ne risque pas de fausser la concurrence ou d'entraîner des discriminations.
§ 8. Le pouvoir adjudicateur peut prévoir des primes ou des paiements au profit des participants au dialogue.
§ 9. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au dialogue compétitif.
Tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation à un dialogue compétitif en réponse à un avis de marché en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par le pouvoir adjudicateur.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer au dialogue. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats qui seront admis à participer à la procédure, conformément à l'article 79. Le marché est attribué sur la seule base du critère d'attribution du meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur indique ses besoins et ses exigences dans l'avis de marché et les définit dans cet avis et/ou dans un document descriptif. A cette occasion, et dans les mêmes documents, il indique et définit également les critères d'attribution retenus et fixe un calendrier indicatif.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur ouvre, avec les participants sélectionnés conformément aux dispositions pertinentes des articles 66 à 80, un dialogue dont l'objet est l'identification et la définition des moyens propres à satisfaire au mieux ses besoins. Au cours de ce dialogue, il peut discuter tous les aspects du marché avec les participants sélectionnés.
Au cours du dialogue, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les participants. A cette fin, il ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains participants par rapport à d'autres.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les solutions proposées ou les informations confidentielles communiquées par un des participants sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 4. Le dialogue compétitif peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre de solutions à discuter pendant la phase du dialogue en appliquant les critères d'attribution énoncés dans l'avis de marché ou dans le document descriptif. Dans l'avis de marché ou le document descriptif, le pouvoir adjudicateur indique s'il fera usage de cette possibilité.
§ 5. Le pouvoir adjudicateur poursuit le dialogue jusqu'à ce qu'il soit en mesure d'identifier la ou les solutions qui sont susceptibles de répondre à ses besoins.
§ 6. Après avoir prononcé la clôture du dialogue et en avoir informé les participants restant en lice, le pouvoir adjudicateur invite chacun d'eux à soumettre son offre finale sur la base de la ou des solutions présentées et spécifiées au cours du dialogue. Ces offres comprennent tous les éléments requis et nécessaires pour la réalisation du projet.
A la demande du pouvoir adjudicateur, ces offres peuvent être clarifiées, précisées et optimisées à condition qu'elles n'aient pas pour effet de modifier les aspects essentiels de l'offre ou du marché public, notamment les besoins et exigences indiqués dans l'avis de marché ou dans le document descriptif, lorsque les modifications apportées à ces aspects, besoins ou exigences sont susceptibles de fausser la concurrence ou d'avoir un effet discriminatoire.
§ 7. Le pouvoir adjudicateur évalue les offres reçues en fonction des critères d'attribution fixés dans l'avis de marché ou dans le document descriptif.
A la demande du pouvoir adjudicateur, des négociations peuvent être menées avec le soumissionnaire reconnu comme ayant remis l'offre présentant le meilleur rapport qualité/prix conformément à l'article 81, § 2, 3°, pour confirmer les engagements financiers ou d'autres conditions énoncés dans l'offre en arrêtant les clauses du marché, à condition que ce processus n'ait pas pour effet de modifier, de manière importante, des aspects essentiels de l'offre ou du marché public, y compris les besoins et les exigences indiqués dans l'avis de marché ou dans le document descriptif, et ne risque pas de fausser la concurrence ou d'entraîner des discriminations.
§ 8. Le pouvoir adjudicateur peut prévoir des primes ou des paiements au profit des participants au dialogue.
§ 9. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au dialogue compétitif.
Innovatiepartnerschap
Partenariat d'innovation
Art.40. § 1. Bij een innovatiepartnerschap kan elke ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een aanvraag tot deelneming indienen door verstrekking van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
De aanbestedende overheid geeft in de opdrachtdocumenten aan dat er behoefte is aan innovatieve producten, diensten of werken, en dat met de aanschaf van reeds op de markt beschikbare producten, diensten of werken niet in die behoefte kan worden voorzien. Ze geeft aan welke elementen van deze beschrijving de minimumeisen zijn waaraan alle offertes moeten voldoen. Dit wordt voldoende duidelijk aangegeven zodat ondernemers kennis kunnen nemen van de aard en de strekking van de gevraagde oplossing en kunnen besluiten al dan niet om deelneming aan de procedure te verzoeken.
De aanbestedende overheid kan beslissen het innovatiepartnerschap met één partner te sluiten, dan wel met verschillende partners die afzonderlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten voor hun rekening nemen.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt minimaal dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende overheid worden uitgenodigd, kunnen aan de procedure deelnemen. De aanbestedende overheid kan overeenkomstig artikel 79 het aantal kandidaten dat tot deelneming aan de procedure wordt uitgenodigd, beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op grond van het criterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding in overeenstemming met artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. Het innovatiepartnerschap dient te zijn gericht op de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten of werken en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende leveringen, diensten of werken, mits deze voldoen aan de prestatieniveaus die tussen de aanbestedende overheid en de deelnemers zijn afgesproken en onder de afgesproken maximumkosten blijven.
Het innovatiepartnerschap wordt gestructureerd in opeenvolgende fasen die de reeks stappen in het onderzoeks- en innovatieproces volgen, hetgeen de fabricage van goederen, de verlening van diensten of de voltooiing van werken kan omvatten. In het innovatiepartnerschap worden tussentijdse, door de partners te bereiken doelen bepaald, en wordt voorzien in betaling van de vergoeding in passende termijnen.
De aanbestedende overheid kan op basis van deze doelen na elke fase beslissen het innovatiepartnerschap te beëindigen of, bij een innovatiepartnerschap met verschillende partners, het aantal partners te verminderen door individuele opdrachten stop te zetten, mits de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten heeft aangegeven dat en onder welke voorwaarden zij van die mogelijkheden gebruik kan maken.
§ 3. Tenzij in dit artikel anders bepaald, wordt door de aanbestedende overheid met de inschrijver of inschrijvers over hun oorspronkelijke offerte en over elke daaropvolgende offerte, met uitzondering van de definitieve offerte, onderhandeld om de inhoud ervan te verbeteren.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 4. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Daartoe verstrekt zij geen informatie op discriminerende wijze die bepaalde inschrijvers zou kunnen bevoordelen. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 5 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende overheid de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes naar aanleiding van deze wijzigingen, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 5. Er kunnen tijdens procedures voor innovatiepartnerschappen in opeenvolgende fasen onderhandelingen plaatsvinden om het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld te beperken door middel van het toepassen van de gunningscriteria die in de aankondiging van een opdracht of de opdrachtdocumenten zijn vermeld. De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van een opdracht of in de opdrachtdocumenten aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
Tijdens de selectie van de kandidaten past de aanbestedende overheid in het bijzonder de criteria toe betreffende de capaciteiten van de kandidaten in het domein van onderzoek en ontwikkeling, alsook van het ontwikkelen en implementeren van innovatieve oplossingen.
Enkel die ondernemers die een uitnodiging ontvingen van de aanbestedende overheid ingevolge de evaluatie van de vereiste informatie, mogen hun projecten voor onderzoek en ontwikkeling, die aan de door de aanbestedende overheid gestelde behoeften voldoen en die niet door bestaande oplossingen kunnen worden gedekt, indienen.
In de opdrachtdocumenten bepaalt de aanbestedende overheid welke regelingen op de intellectuele-eigendomsrechten van toepassing zijn. Bij innovatiepartnerschappen met meerdere partners mag de aanbestedende overheid voorgestelde oplossingen of andere door een partner in het kader van het partnerschap meegedeelde vertrouwelijke inlichtingen, overeenkomstig artikel 13, niet aan de andere partners zonder de voorafgaande en schriftelijke instemming van die partner bekendmaken. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 6. De aanbestedende overheid ziet erop toe dat de structuur van het partnerschap en in het bijzonder de duur en de waarde van de verschillende fasen rekening houden met de innovatiegraad van de voorgestelde oplossing en de reeks onderzoeks- en innovatieactiviteiten die vereist zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en nog niet op de markt beschikbare oplossing. De geraamde waarde van de leveringen, diensten of werken moet in verhouding staan tot de investering voor de ontwikkeling ervan.
§ 7. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op het innovatiepartnerschap.
De aanbestedende overheid geeft in de opdrachtdocumenten aan dat er behoefte is aan innovatieve producten, diensten of werken, en dat met de aanschaf van reeds op de markt beschikbare producten, diensten of werken niet in die behoefte kan worden voorzien. Ze geeft aan welke elementen van deze beschrijving de minimumeisen zijn waaraan alle offertes moeten voldoen. Dit wordt voldoende duidelijk aangegeven zodat ondernemers kennis kunnen nemen van de aard en de strekking van de gevraagde oplossing en kunnen besluiten al dan niet om deelneming aan de procedure te verzoeken.
De aanbestedende overheid kan beslissen het innovatiepartnerschap met één partner te sluiten, dan wel met verschillende partners die afzonderlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten voor hun rekening nemen.
De termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt minimaal dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende overheid worden uitgenodigd, kunnen aan de procedure deelnemen. De aanbestedende overheid kan overeenkomstig artikel 79 het aantal kandidaten dat tot deelneming aan de procedure wordt uitgenodigd, beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op grond van het criterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding in overeenstemming met artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. Het innovatiepartnerschap dient te zijn gericht op de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten of werken en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende leveringen, diensten of werken, mits deze voldoen aan de prestatieniveaus die tussen de aanbestedende overheid en de deelnemers zijn afgesproken en onder de afgesproken maximumkosten blijven.
Het innovatiepartnerschap wordt gestructureerd in opeenvolgende fasen die de reeks stappen in het onderzoeks- en innovatieproces volgen, hetgeen de fabricage van goederen, de verlening van diensten of de voltooiing van werken kan omvatten. In het innovatiepartnerschap worden tussentijdse, door de partners te bereiken doelen bepaald, en wordt voorzien in betaling van de vergoeding in passende termijnen.
De aanbestedende overheid kan op basis van deze doelen na elke fase beslissen het innovatiepartnerschap te beëindigen of, bij een innovatiepartnerschap met verschillende partners, het aantal partners te verminderen door individuele opdrachten stop te zetten, mits de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten heeft aangegeven dat en onder welke voorwaarden zij van die mogelijkheden gebruik kan maken.
§ 3. Tenzij in dit artikel anders bepaald, wordt door de aanbestedende overheid met de inschrijver of inschrijvers over hun oorspronkelijke offerte en over elke daaropvolgende offerte, met uitzondering van de definitieve offerte, onderhandeld om de inhoud ervan te verbeteren.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 4. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Daartoe verstrekt zij geen informatie op discriminerende wijze die bepaalde inschrijvers zou kunnen bevoordelen. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 5 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende overheid de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes naar aanleiding van deze wijzigingen, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 5. Er kunnen tijdens procedures voor innovatiepartnerschappen in opeenvolgende fasen onderhandelingen plaatsvinden om het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld te beperken door middel van het toepassen van de gunningscriteria die in de aankondiging van een opdracht of de opdrachtdocumenten zijn vermeld. De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van een opdracht of in de opdrachtdocumenten aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
Tijdens de selectie van de kandidaten past de aanbestedende overheid in het bijzonder de criteria toe betreffende de capaciteiten van de kandidaten in het domein van onderzoek en ontwikkeling, alsook van het ontwikkelen en implementeren van innovatieve oplossingen.
Enkel die ondernemers die een uitnodiging ontvingen van de aanbestedende overheid ingevolge de evaluatie van de vereiste informatie, mogen hun projecten voor onderzoek en ontwikkeling, die aan de door de aanbestedende overheid gestelde behoeften voldoen en die niet door bestaande oplossingen kunnen worden gedekt, indienen.
In de opdrachtdocumenten bepaalt de aanbestedende overheid welke regelingen op de intellectuele-eigendomsrechten van toepassing zijn. Bij innovatiepartnerschappen met meerdere partners mag de aanbestedende overheid voorgestelde oplossingen of andere door een partner in het kader van het partnerschap meegedeelde vertrouwelijke inlichtingen, overeenkomstig artikel 13, niet aan de andere partners zonder de voorafgaande en schriftelijke instemming van die partner bekendmaken. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 6. De aanbestedende overheid ziet erop toe dat de structuur van het partnerschap en in het bijzonder de duur en de waarde van de verschillende fasen rekening houden met de innovatiegraad van de voorgestelde oplossing en de reeks onderzoeks- en innovatieactiviteiten die vereist zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en nog niet op de markt beschikbare oplossing. De geraamde waarde van de leveringen, diensten of werken moet in verhouding staan tot de investering voor de ontwikkeling ervan.
§ 7. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op het innovatiepartnerschap.
Art.40. § 1er. Dans un partenariat d'innovation, tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation en réponse à un avis de marché en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par le pouvoir adjudicateur.
Dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur définit le besoin relatif à un produit, un service ou à des travaux innovants qui ne peut être satisfait par l'acquisition de produits, de services ou de travaux déjà disponibles sur le marché. Il indique les éléments de cette définition qui fixent les exigences minimales que doivent respecter toutes les offres. Les informations fournies sont suffisamment précises pour permettre aux opérateurs économiques de déterminer la nature et la portée de la solution requise et de décider de demander ou non à participer à la procédure.
Le pouvoir adjudicateur peut décider de mettre en place le partenariat d'innovation avec un ou plusieurs partenaires menant des activités de recherche et de développement séparées.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer à la procédure. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats admis à présenter une offre qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 79. Le marché est attribué sur la seule base du critère d'attribution du meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. Le partenariat d'innovation vise au développement d'un produit, d'un service ou de travaux innovants et à l'acquisition ultérieure des fournitures, services ou travaux en résultant, à condition qu'ils correspondent aux niveaux de performance et aux coûts maximum convenus entre le pouvoir adjudicateur et les participants.
Le partenariat d'innovation est structuré en phases successives qui suivent le déroulement des étapes du processus de recherche et d'innovation, qui peuvent comprendre le stade de la fabrication des produits, de la prestation des services ou de l'exécution des travaux. Le partenariat d'innovation établit des objectifs intermédiaires que les partenaires doivent atteindre et prévoit le paiement de la rémunération selon des tranches appropriées.
Sur la base de ces objectifs, le pouvoir adjudicateur peut décider, après chaque phase, de résilier le partenariat d'innovation ou, dans le cas d'un partenariat d'innovation établi avec plusieurs partenaires, de réduire le nombre de partenaires en mettant un terme aux contrats individuels, à condition que, dans les documents du marché, il ait indiqué ces possibilités et les conditions de leur mise en oeuvre.
§ 3. Sauf disposition contraire prévue au présent article, le pouvoir adjudicateur négocie avec le ou les soumissionnaires l'offre initiale et toutes les offres ultérieures, à l'exception de l'offre finale, en vue d'en améliorer le contenu.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 4. Au cours de la négociation, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, il ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains soumissionnaires. Il informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées, en vertu du paragraphe 5, de tous les changements apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché, autres que ceux qui définissent les exigences minimales. A la suite de ces changements, le pouvoir adjudicateur prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 5. Les négociations intervenant au cours des procédures de partenariat d'innovation peuvent se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché ou dans les documents du marché. Le pouvoir adjudicateur indique, dans l'avis de marché ou les documents du marché, s'il fera usage de cette possibilité.
Lors de la sélection des candidats, le pouvoir adjudicateur applique en particulier les critères relatifs aux capacités des candidats dans le domaine de la recherche et du développement ainsi que de l'élaboration et de la mise en oeuvre de solutions innovantes.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation des informations requises peuvent soumettre des projets de recherche et d'innovation qui visent à répondre aux besoins définis par le pouvoir adjudicateur et que les solutions existantes ne permettent pas de couvrir.
Dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur définit les dispositions applicables aux droits de propriété intellectuelle. En cas de partenariat d'innovation associant plusieurs partenaires, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas, conformément à l'article 13, aux autres partenaires les solutions proposées ou d'autres informations confidentielles communiquées par un partenaire dans le cadre du partenariat sans l'accord écrit et préalable dudit partenaire. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 6. Le pouvoir adjudicateur veille à ce que la structure du partenariat, et notamment la durée et la valeur de ses différentes phases, tiennent compte du degré d'innovation de la solution proposée et du déroulement des activités de recherche et d'innovation requises pour le développement d'une solution innovante non encore disponible sur le marché. La valeur estimée des fournitures, des services ou des travaux n'est pas disproportionnée par rapport à l'investissement requis pour leur développement.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au partenariat d'innovation.
Dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur définit le besoin relatif à un produit, un service ou à des travaux innovants qui ne peut être satisfait par l'acquisition de produits, de services ou de travaux déjà disponibles sur le marché. Il indique les éléments de cette définition qui fixent les exigences minimales que doivent respecter toutes les offres. Les informations fournies sont suffisamment précises pour permettre aux opérateurs économiques de déterminer la nature et la portée de la solution requise et de décider de demander ou non à participer à la procédure.
Le pouvoir adjudicateur peut décider de mettre en place le partenariat d'innovation avec un ou plusieurs partenaires menant des activités de recherche et de développement séparées.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer à la procédure. Le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats admis à présenter une offre qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 79. Le marché est attribué sur la seule base du critère d'attribution du meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. Le partenariat d'innovation vise au développement d'un produit, d'un service ou de travaux innovants et à l'acquisition ultérieure des fournitures, services ou travaux en résultant, à condition qu'ils correspondent aux niveaux de performance et aux coûts maximum convenus entre le pouvoir adjudicateur et les participants.
Le partenariat d'innovation est structuré en phases successives qui suivent le déroulement des étapes du processus de recherche et d'innovation, qui peuvent comprendre le stade de la fabrication des produits, de la prestation des services ou de l'exécution des travaux. Le partenariat d'innovation établit des objectifs intermédiaires que les partenaires doivent atteindre et prévoit le paiement de la rémunération selon des tranches appropriées.
Sur la base de ces objectifs, le pouvoir adjudicateur peut décider, après chaque phase, de résilier le partenariat d'innovation ou, dans le cas d'un partenariat d'innovation établi avec plusieurs partenaires, de réduire le nombre de partenaires en mettant un terme aux contrats individuels, à condition que, dans les documents du marché, il ait indiqué ces possibilités et les conditions de leur mise en oeuvre.
§ 3. Sauf disposition contraire prévue au présent article, le pouvoir adjudicateur négocie avec le ou les soumissionnaires l'offre initiale et toutes les offres ultérieures, à l'exception de l'offre finale, en vue d'en améliorer le contenu.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 4. Au cours de la négociation, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, il ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains soumissionnaires. Il informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées, en vertu du paragraphe 5, de tous les changements apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché, autres que ceux qui définissent les exigences minimales. A la suite de ces changements, le pouvoir adjudicateur prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 5. Les négociations intervenant au cours des procédures de partenariat d'innovation peuvent se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché ou dans les documents du marché. Le pouvoir adjudicateur indique, dans l'avis de marché ou les documents du marché, s'il fera usage de cette possibilité.
Lors de la sélection des candidats, le pouvoir adjudicateur applique en particulier les critères relatifs aux capacités des candidats dans le domaine de la recherche et du développement ainsi que de l'élaboration et de la mise en oeuvre de solutions innovantes.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation du pouvoir adjudicateur à la suite de l'évaluation des informations requises peuvent soumettre des projets de recherche et d'innovation qui visent à répondre aux besoins définis par le pouvoir adjudicateur et que les solutions existantes ne permettent pas de couvrir.
Dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur définit les dispositions applicables aux droits de propriété intellectuelle. En cas de partenariat d'innovation associant plusieurs partenaires, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas, conformément à l'article 13, aux autres partenaires les solutions proposées ou d'autres informations confidentielles communiquées par un partenaire dans le cadre du partenariat sans l'accord écrit et préalable dudit partenaire. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 6. Le pouvoir adjudicateur veille à ce que la structure du partenariat, et notamment la durée et la valeur de ses différentes phases, tiennent compte du degré d'innovation de la solution proposée et du déroulement des activités de recherche et d'innovation requises pour le développement d'une solution innovante non encore disponible sur le marché. La valeur estimée des fournitures, des services ou des travaux n'est pas disproportionnée par rapport à l'investissement requis pour leur développement.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au partenariat d'innovation.
Gebruik van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking
Recours à la procédure négociée directe avec publication préalable
Art.41. § 1. Overheidsopdrachten mogen enkel worden geplaatst bij vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking in de volgende gevallen :
1° voor de leveringen en diensten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
2° voor de werken waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan 750.000 euro.
§ 2. In een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking kan elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte indienen.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste tweeëntwintig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Artikel 37, §§ 3 tot 5, is van toepassing.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 3. Met het oog op de verbetering van hun inhoud kan de aanbestedende overheid met de inschrijvers over de initiële offertes en over alle volgende offertes die door hen werden ingediend onderhandelen, met uitzondering van de definitieve offertes.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 4. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Daartoe verstrekt zij geen discriminerende informatie die bepaalde inschrijvers kan bevoordelen ten opzichte van andere. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 5 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende overheid de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 5. De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria uit de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument. De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 6. Indien de aanbestedende overheid voornemens is de onderhandelingen af te sluiten, stelt zij de resterende inschrijvers daarvan in kennis en stelt zij een gemeenschappelijke termijn vast voor de indiening van nieuwe of aangepaste offertes. De aanbestedende overheid controleert of de definitieve offertes voldoen aan de minimumeisen en overeenstemmen met artikel 66, § 1, beoordeelt de definitieve offertes aan de hand van de gunningscriteria en gunt de opdracht krachtens de artikelen 79 tot 84.
Indien de aanbestedende overheid beslist om niet te onderhandelen, geldt de initiële offerte als definitieve offerte.
§ 7. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
1° voor de leveringen en diensten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
2° voor de werken waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan 750.000 euro.
§ 2. In een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking kan elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte indienen.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste tweeëntwintig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Artikel 37, §§ 3 tot 5, is van toepassing.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 3. Met het oog op de verbetering van hun inhoud kan de aanbestedende overheid met de inschrijvers over de initiële offertes en over alle volgende offertes die door hen werden ingediend onderhandelen, met uitzondering van de definitieve offertes.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 4. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende overheid de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Daartoe verstrekt zij geen discriminerende informatie die bepaalde inschrijvers kan bevoordelen ten opzichte van andere. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 5 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende overheid de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende overheid de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 5. De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria uit de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument. De aanbestedende overheid geeft in de aankondiging van een opdracht of een ander opdrachtdocument aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 6. Indien de aanbestedende overheid voornemens is de onderhandelingen af te sluiten, stelt zij de resterende inschrijvers daarvan in kennis en stelt zij een gemeenschappelijke termijn vast voor de indiening van nieuwe of aangepaste offertes. De aanbestedende overheid controleert of de definitieve offertes voldoen aan de minimumeisen en overeenstemmen met artikel 66, § 1, beoordeelt de definitieve offertes aan de hand van de gunningscriteria en gunt de opdracht krachtens de artikelen 79 tot 84.
Indien de aanbestedende overheid beslist om niet te onderhandelen, geldt de initiële offerte als definitieve offerte.
§ 7. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Art.41. § 1er. Les marchés publics ne peuvent être passés par procédure négociée directe avec publication préalable que dans les cas suivants :
1° pour les fournitures et les services dont le montant estimé est inférieur aux seuil correspondant fixé pour la publicité européenne;
2° pour les travaux dont le montant estimé est inférieur à 750.000 euros.
§ 2. Dans la procédure négociée directe avec publication préalable, tout opérateur économique intéressé peut soumettre une offre en réponse à un avis de marché.
Le délai minimal de réception des offres est de vingt-deux jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché. L'article 37, §§ 3 à 5, est d'application.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut négocier avec les soumissionnaires les offres initiales et toutes les offres ultérieures que ceux-ci ont présentées, à l'exception des offres finales, en vue d'améliorer leur contenu.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 4. Au cours de la négociation, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, il ne donne pas d'information discriminatoire, susceptible d'avantager certains soumissionnaires par rapport à d'autres. Il informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées en vertu du paragraphe 5, de tous les changements apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché, autres que ceux qui définissent les exigences minimales. A la suite de ces changements, le pouvoir adjudicateur prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 5. La procédure négociée directe avec publication préalable peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché. Le pouvoir adjudicateur indique, dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché, s'il fera usage de cette possibilité.
§ 6. Lorsque le pouvoir adjudicateur entend conclure les négociations, il en informe les soumissionnaires restant en lice et fixe une date limite commune pour la présentation d'éventuelles offres nouvelles ou révisées. Il vérifie que les offres finales répondent aux exigences minimales et respectent l'article 66, § 1er, il évalue les offres finales sur la base des critères d'attribution et il attribue le marché en vertu des articles 79 à 84.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de ne pas négocier, l'offre initiale vaut comme offre définitive.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée directe avec publication préalable.
1° pour les fournitures et les services dont le montant estimé est inférieur aux seuil correspondant fixé pour la publicité européenne;
2° pour les travaux dont le montant estimé est inférieur à 750.000 euros.
§ 2. Dans la procédure négociée directe avec publication préalable, tout opérateur économique intéressé peut soumettre une offre en réponse à un avis de marché.
Le délai minimal de réception des offres est de vingt-deux jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché. L'article 37, §§ 3 à 5, est d'application.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut négocier avec les soumissionnaires les offres initiales et toutes les offres ultérieures que ceux-ci ont présentées, à l'exception des offres finales, en vue d'améliorer leur contenu.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 4. Au cours de la négociation, le pouvoir adjudicateur assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, il ne donne pas d'information discriminatoire, susceptible d'avantager certains soumissionnaires par rapport à d'autres. Il informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées en vertu du paragraphe 5, de tous les changements apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché, autres que ceux qui définissent les exigences minimales. A la suite de ces changements, le pouvoir adjudicateur prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, le pouvoir adjudicateur ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 5. La procédure négociée directe avec publication préalable peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché. Le pouvoir adjudicateur indique, dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché, s'il fera usage de cette possibilité.
§ 6. Lorsque le pouvoir adjudicateur entend conclure les négociations, il en informe les soumissionnaires restant en lice et fixe une date limite commune pour la présentation d'éventuelles offres nouvelles ou révisées. Il vérifie que les offres finales répondent aux exigences minimales et respectent l'article 66, § 1er, il évalue les offres finales sur la base des critères d'attribution et il attribue le marché en vertu des articles 79 à 84.
Lorsque le pouvoir adjudicateur décide de ne pas négocier, l'offre initiale vaut comme offre définitive.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée directe avec publication préalable.
Gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking
Recours à la procédure négociée sans publication préalable
Art.42. § 1. Overheidsopdrachten mogen enkel worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking doch, indien mogelijk, na raadpleging van meerdere ondernemers in de volgende gevallen :
1° in geval van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wanneer :
a) de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde, is lager dan de bedragen bepaald door de Koning;
b) voor zover dit strikt noodzakelijk is, de termijnen voor de openbare of niet-openbare procedure of de mededingingsprocedure met onderhandeling wegens dwingende spoed voortvloeiend uit onvoorzienbare gebeurtenissen voor de aanbestedende overheid, niet in acht kunnen worden genomen. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende overheid te wijten zijn;
c) geen of geen geschikte aanvraag tot deelneming of offerte werd ingediend ingevolge een openbare of niet-openbare procedure, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd, en, voor opdrachten die gelijk zijn aan of hoger zijn dan de drempels voor de Europese bekendmaking, aan de Europese Commissie op haar verzoek een verslag wordt overgelegd;
Een aanvraag tot deelneming wordt niet geschikt geacht wanneer de betrokken ondernemer overeenkomstig de artikelen 67 tot 70 moet of kan worden uitgesloten, of niet aan de overeenkomstig artikel 71 door de aanbestedende overheid bepaalde selectiecriteria voldoet. Een offerte wordt ongeschikt bevonden als zij niet relevant is voor de opdracht, omdat zij, zonder wezenlijke wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de opdrachtdocumenten omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende overheid.
d) de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht, om een van de volgende redenen :
i) de opdracht heeft als doel het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of het leveren van een unieke artistieke prestatie;
ii) mededinging ontbreekt om technische redenen;
iii) uitsluitende rechten moeten worden beschermd, met inbegrip van de intellectuele eigendomsrechten.
De in de punten ii) en iii) genoemde uitzonderingen gelden alleen als er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de opdracht;
2° in geval van een overheidsopdracht voor werken of diensten wanneer het gaat om nieuwe werken of diensten bestaande uit een herhaling van soortgelijke werken of diensten, die aan de opdrachtnemer van de oorspronkelijke opdracht worden gegund door dezelfde aanbestedende overheid, op voorwaarde dat deze werken of diensten overeenstemmen met een basisproject en dit project het voorwerp uitmaakte van een oorspronkelijke opdracht die geplaatst werd bij een in artikel 35, eerste lid, bedoelde procedure. Het basisproject dient de omvang van de eventuele aanvullende werken of diensten evenals de voorwaarden waaronder deze zullen worden gegund, te vermelden. De mogelijkheid om deze procedure aan te wenden dient evenwel bij het in mededinging stellen van de eerste opdracht vermeld te worden en het geraamde totaalbedrag voor de daaropvolgende werken of diensten moet reeds vanaf dit ogenblik door de aanbestedende overheden in aanmerking genomen worden voor het al dan niet bereiken van de voor de Europese bekendmaking bepaalde drempels. Bovendien moet de gunning van de herhalingsopdrachten gebeuren binnen drie jaar na de sluiting van de oorspronkelijke opdracht.
3° wanneer het gaat om de aankoop van leveringen of diensten tegen bijzonder gunstige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die definitief zijn handelsactiviteit stopzet, hetzij bij curatoren, de met een overdracht onder gerechtelijk gezag gelaste mandatarissen of vereffenaars van een faillissement, een gerechtelijke reorganisatie of een in de nationale wetgevingen of reglementeringen bestaande procedure van dezelfde aard;
4° in geval van een overheidsopdracht voor leveringen wanneer :
a) het producten betreft die uitsluitend voor onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling worden vervaardigd. Deze bepaling geldt niet voor de productie in grote hoeveelheden met het oog op commerciële haalbaarheid of om de kosten van onderzoek en ontwikkeling terug te verdienen;
b) aanvullende leveringen moeten worden verricht door de oorspronkelijke leverancier, die ofwel bestemd zijn voor de gedeeltelijke vernieuwing van leveringen of installaties, ofwel voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, wanneer een verandering van leverancier de aanbestedende overheid ertoe zou verplichten leveringen te verwerven met andere technische eigenschappen, zodat onverenigbaarheid zou ontstaan of zich bij het gebruik en het onderhoud onevenredige technische moeilijkheden zouden voordoen. De looptijd van deze opdrachten en nabestellingen mag in de regel niet langer zijn dan drie jaar;
c) het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen;
5° in geval van een overheidsopdracht voor diensten wanneer de betrokken opdracht op een prijsvraag volgt en overeenkomstig de toepasselijke regels moet worden gegund aan de winnaar of aan een van de winnaars van de prijsvraag. In dit laatste geval moeten alle winnaars worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen.
De Koning kan eveneens toestaan, voor de door Hem bepaalde overheidsopdrachten voor leveringen, dat gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, indien mogelijk na raadpleging van meerdere ondernemers, wanneer het gelegenheidsaankopen betreft, overeenkomstig de door Hem te bepalen voorwaarden. De geraamde waarde van deze opdrachten mag het door Hem bepaalde plafond, dat alleszins lager moet liggen dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking, niet bereiken.
§ 2. De aanbestedende overheid kan met de inschrijvers over de initiële offertes en over alle volgende offertes die door hen werden ingediend onderhandelen met het oog op de verbetering van de inhoud ervan.
Over de gunningscriteria wordt niet onderhandeld. Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, mag evenmin onderhandeld worden over de minimumeisen.
Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag deze drempels niet bereikt, kan onderhandeld worden over de minimumeisen, voor zover dit niet uitgesloten werd in de opdrachtdocumenten.
§ 3. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn de onderstaande bepalingen niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking :
1° artikel 69 met betrekking tot de facultatieve uitsluitingsgronden;
2° artikel 71 betreffende de selectiecriteria.
Bovendien is, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, het artikel 81 betreffende de gunningscriteria niet van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in de onderstaande gevallen :
1° de diverse gevallen waarin slechts één ondernemer kan worden geraadpleegd zoals bedoeld in de paragraaf 1, 1°, d), 2°, of 4°, b), ongeacht het geraamde bedrag;
2° in het geval van dwingende spoed zoals bedoeld in de paragraaf 1, 1°, b), voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
3° wanneer het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen als bedoeld in de paragraaf 1, 4°, c), voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
4° wanneer het gaat om de aankoop van leveringen of diensten tegen bijzonder gunstige voorwaarden in de onder de in paragraaf 1, 3°, bedoelde gevallen, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking alsook, desgevallend, voor de gelegenheidsaankopen als bedoeld in de paragraaf 1, tweede lid.
§ 4. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels inzake deze procedure bepalen.
1° in geval van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wanneer :
a) de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde, is lager dan de bedragen bepaald door de Koning;
b) voor zover dit strikt noodzakelijk is, de termijnen voor de openbare of niet-openbare procedure of de mededingingsprocedure met onderhandeling wegens dwingende spoed voortvloeiend uit onvoorzienbare gebeurtenissen voor de aanbestedende overheid, niet in acht kunnen worden genomen. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende overheid te wijten zijn;
c) geen of geen geschikte aanvraag tot deelneming of offerte werd ingediend ingevolge een openbare of niet-openbare procedure, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd, en, voor opdrachten die gelijk zijn aan of hoger zijn dan de drempels voor de Europese bekendmaking, aan de Europese Commissie op haar verzoek een verslag wordt overgelegd;
Een aanvraag tot deelneming wordt niet geschikt geacht wanneer de betrokken ondernemer overeenkomstig de artikelen 67 tot 70 moet of kan worden uitgesloten, of niet aan de overeenkomstig artikel 71 door de aanbestedende overheid bepaalde selectiecriteria voldoet. Een offerte wordt ongeschikt bevonden als zij niet relevant is voor de opdracht, omdat zij, zonder wezenlijke wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de opdrachtdocumenten omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende overheid.
d) de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht, om een van de volgende redenen :
i) de opdracht heeft als doel het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of het leveren van een unieke artistieke prestatie;
ii) mededinging ontbreekt om technische redenen;
iii) uitsluitende rechten moeten worden beschermd, met inbegrip van de intellectuele eigendomsrechten.
De in de punten ii) en iii) genoemde uitzonderingen gelden alleen als er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van een kunstmatige beperking van de voorwaarden van de opdracht;
2° in geval van een overheidsopdracht voor werken of diensten wanneer het gaat om nieuwe werken of diensten bestaande uit een herhaling van soortgelijke werken of diensten, die aan de opdrachtnemer van de oorspronkelijke opdracht worden gegund door dezelfde aanbestedende overheid, op voorwaarde dat deze werken of diensten overeenstemmen met een basisproject en dit project het voorwerp uitmaakte van een oorspronkelijke opdracht die geplaatst werd bij een in artikel 35, eerste lid, bedoelde procedure. Het basisproject dient de omvang van de eventuele aanvullende werken of diensten evenals de voorwaarden waaronder deze zullen worden gegund, te vermelden. De mogelijkheid om deze procedure aan te wenden dient evenwel bij het in mededinging stellen van de eerste opdracht vermeld te worden en het geraamde totaalbedrag voor de daaropvolgende werken of diensten moet reeds vanaf dit ogenblik door de aanbestedende overheden in aanmerking genomen worden voor het al dan niet bereiken van de voor de Europese bekendmaking bepaalde drempels. Bovendien moet de gunning van de herhalingsopdrachten gebeuren binnen drie jaar na de sluiting van de oorspronkelijke opdracht.
3° wanneer het gaat om de aankoop van leveringen of diensten tegen bijzonder gunstige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die definitief zijn handelsactiviteit stopzet, hetzij bij curatoren, de met een overdracht onder gerechtelijk gezag gelaste mandatarissen of vereffenaars van een faillissement, een gerechtelijke reorganisatie of een in de nationale wetgevingen of reglementeringen bestaande procedure van dezelfde aard;
4° in geval van een overheidsopdracht voor leveringen wanneer :
a) het producten betreft die uitsluitend voor onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling worden vervaardigd. Deze bepaling geldt niet voor de productie in grote hoeveelheden met het oog op commerciële haalbaarheid of om de kosten van onderzoek en ontwikkeling terug te verdienen;
b) aanvullende leveringen moeten worden verricht door de oorspronkelijke leverancier, die ofwel bestemd zijn voor de gedeeltelijke vernieuwing van leveringen of installaties, ofwel voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, wanneer een verandering van leverancier de aanbestedende overheid ertoe zou verplichten leveringen te verwerven met andere technische eigenschappen, zodat onverenigbaarheid zou ontstaan of zich bij het gebruik en het onderhoud onevenredige technische moeilijkheden zouden voordoen. De looptijd van deze opdrachten en nabestellingen mag in de regel niet langer zijn dan drie jaar;
c) het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen;
5° in geval van een overheidsopdracht voor diensten wanneer de betrokken opdracht op een prijsvraag volgt en overeenkomstig de toepasselijke regels moet worden gegund aan de winnaar of aan een van de winnaars van de prijsvraag. In dit laatste geval moeten alle winnaars worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen.
De Koning kan eveneens toestaan, voor de door Hem bepaalde overheidsopdrachten voor leveringen, dat gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, indien mogelijk na raadpleging van meerdere ondernemers, wanneer het gelegenheidsaankopen betreft, overeenkomstig de door Hem te bepalen voorwaarden. De geraamde waarde van deze opdrachten mag het door Hem bepaalde plafond, dat alleszins lager moet liggen dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking, niet bereiken.
§ 2. De aanbestedende overheid kan met de inschrijvers over de initiële offertes en over alle volgende offertes die door hen werden ingediend onderhandelen met het oog op de verbetering van de inhoud ervan.
Over de gunningscriteria wordt niet onderhandeld. Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, mag evenmin onderhandeld worden over de minimumeisen.
Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag deze drempels niet bereikt, kan onderhandeld worden over de minimumeisen, voor zover dit niet uitgesloten werd in de opdrachtdocumenten.
§ 3. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten zijn de onderstaande bepalingen niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking :
1° artikel 69 met betrekking tot de facultatieve uitsluitingsgronden;
2° artikel 71 betreffende de selectiecriteria.
Bovendien is, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, het artikel 81 betreffende de gunningscriteria niet van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking in de onderstaande gevallen :
1° de diverse gevallen waarin slechts één ondernemer kan worden geraadpleegd zoals bedoeld in de paragraaf 1, 1°, d), 2°, of 4°, b), ongeacht het geraamde bedrag;
2° in het geval van dwingende spoed zoals bedoeld in de paragraaf 1, 1°, b), voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
3° wanneer het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen als bedoeld in de paragraaf 1, 4°, c), voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking;
4° wanneer het gaat om de aankoop van leveringen of diensten tegen bijzonder gunstige voorwaarden in de onder de in paragraaf 1, 3°, bedoelde gevallen, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking alsook, desgevallend, voor de gelegenheidsaankopen als bedoeld in de paragraaf 1, tweede lid.
§ 4. De Koning kan de nadere bijkomende procedurele regels inzake deze procedure bepalen.
Art.42. § 1er. Il ne peut être traité par procédure négociée sans publication préalable, mais si possible après consultation de plusieurs opérateurs économiques, que dans les cas suivants :
1° dans le cas d'un marché public de travaux, de fournitures ou de services, lorsque :
a) la dépense à approuver, hors taxe sur la valeur ajoutée, est inférieure aux montants fixés par le Roi;
b) dans la mesure strictement nécessaire, lorsque l'urgence impérieuse résultant d'événements imprévisibles pour le pouvoir adjudicateur ne permet pas de respecter les délais exigés par la procédure ouverte, restreinte ou concurrentielle avec négociation. Les circonstances invoquées pour justifier l'urgence impérieuse ne peuvent, en aucun cas, être imputables au pouvoir adjudicateur;
c) aucune demande de participation ou demande de participation appropriée, aucune offre ou offre appropriée n'a été déposée à la suite d'une procédure ouverte ou restreinte, pour autant que les conditions initiales du marché ne soient pas substantiellement modifiées et, pour les marchés dont le montant est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, qu'un rapport soit communiqué à la Commission européenne à sa demande.
Une demande de participation n'est pas considérée comme appropriée lorsque l'opérateur économique concerné doit ou peut être exclu en vertu des articles 67 à 70 ou ne remplit pas les critères de sélection établis par le pouvoir adjudicateur en vertu de l'article 71. Une offre n'est pas considérée comme appropriée lorsqu'elle est sans rapport avec le marché parce qu'elle n'est manifestement pas en mesure, sans modifications substantielles, de répondre aux besoins et aux exigences du pouvoir adjudicateur spécifiés dans les documents du marché.
d) les travaux, fournitures ou services ne peuvent, être fournis que par un opérateur économique déterminé pour l'une des raisons suivantes :
i) l'objet du marché est la création ou l'acquisition d'une oeuvre d'art ou d'une performance artistique unique;
ii) il y a absence de concurrence pour des raisons techniques;
iii) la protection de droits d'exclusivité, en ce compris les droits de propriété intellectuelle.
Les exceptions indiquées aux points ii) et iii) ne s'appliquent que lorsqu'il n'existe aucune solution alternative ou de remplacement raisonnable et que l'absence de concurrence ne résulte pas d'une restriction artificielle des conditions du marché;
2° dans le cas d'un marché public de travaux ou de services, lorsque des travaux ou services nouveaux consistant dans la répétition de travaux ou services similaires sont attribués à l'adjudicataire du marché initial par le même pouvoir adjudicateur, à condition que ces travaux ou services soient conformes à un projet de base et que ce projet ait fait l'objet d'un marché initial passé selon une des procédures visées à l'article 35, alinéa 1er. Le projet de base précise l'étendue des travaux ou des services supplémentaires possibles, et les conditions de leur attribution. Toutefois, la possibilité de recourir à cette procédure doit être indiquée dès la mise en concurrence du premier marché et le montant total envisagé pour les travaux ou les services supplémentaires doit déjà dès ce moment être pris en considération par les pouvoirs adjudicateurs pour déterminer si les seuils fixés pour la publicité européenne sont ou non atteints. La décision d'attribution des marchés répétitifs doit en outre intervenir dans les trois ans après la conclusion du marché initial;
3° lorsque des fournitures ou des services sont achetés à des conditions particulièrement avantageuses, soit auprès d'un fournisseur cessant définitivement ses activités commerciales, soit auprès des curateurs, des mandataires chargés d'un transfert sous autorité de justice ou liquidateurs d'une faillite, d'une réorganisation judiciaire ou d'une procédure de même nature existant dans les législations ou réglementations nationales;
4° dans le cas d'un marché public de fournitures, lorsque :
a) les produits concernés sont fabriqués uniquement à des fins de recherche, d'expérimentation, d'étude ou de développement, cette disposition ne comprenant pas la production en quantités visant à établir la viabilité commerciale du produit ou à amortir les frais de recherche et de développement;
b) des fournitures complémentaires sont à effectuer par le fournisseur initial et sont destinées, soit au renouvellement partiel de fournitures ou d'installations, soit à l'extension de fournitures ou d'installations existantes, lorsque le changement de fournisseur obligerait le pouvoir adjudicateur à acquérir des fournitures ayant des caractéristiques techniques différentes entraînant une incompatibilité ou des difficultés techniques d'utilisation et d'entretien disproportionnées. La durée de ces marchés, ainsi que des marchés renouvelables, ne peut pas, en règle générale, dépasser trois ans;
c) il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières;
5° dans le cas d'un marché public de services, lorsque le marché de services considéré fait suite à un concours et doit, conformément aux règles y applicables, être attribué au lauréat ou à un des lauréats de ce concours. Dans ce dernier cas, tous les lauréats doivent être invités à participer aux négociations.
Le Roi peut également autoriser l'utilisation de la procédure négociée sans publication préalable, pour les marchés publics de fournitures qu'Il détermine, si possible après consultation de plusieurs opérateurs économiques, lorsqu'il s'agit d'achats d'opportunité, conformément aux conditions qu'Il fixe. La valeur estimée de ces marchés ne peut atteindre le plafond qu'Il fixe et qui doit nécessairement être inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur peut négocier avec les soumissionnaires les offres initiales et toutes les offres ultérieures que ceux-ci ont présentées en vue d'améliorer leur contenu.
Les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations. Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, les exigences minimales ne font pas non plus l'objet de négociations.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils susmentionnés, les exigences minimales peuvent être négociées, pour autant que ceci ne soit pas exclu dans les documents du marché.
§ 3. Sauf disposition contraire dans les documents du marché, ne sont pas applicables à la procédure négociée sans publication préalable pour les marchés dont le montant estimé est inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne :
1° l'article 69 concernant les [1 motifs d'exclusion facultative]1;
2° l'article 71 concernant les critères de sélection.
Par ailleurs, sauf disposition contraire dans les documents du marché, l'article 81 concernant les critères d'attribution n'est pas d'application lorsqu'il est fait usage de la procédure sans publication préalable dans les cas suivants :
1° les divers cas dans lesquels seul un opérateur économique peut être consulté tel que visé au paragraphe 1er, 1°, d), 2° ou 4°, b) indépendamment du montant estimé;
2° dans le cas de l'urgence impérieuse telle que visée au paragraphe 1er, 1°, b), pour les marchés dont le montant estimé est inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne;
3° lorsqu'il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières telles que visées au paragraphe 1er, 4°, c), pour les marchés dont le montant estimé est inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne;
4° lorsqu'il s'agit d'acquisitions de fournitures ou de services achetés à des conditions particulièrement avantageuses telles que visées au paragraphe 1er, 3°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne, ainsi que, le cas échéant, pour les achats d'opportunité visés au paragraphe 1er, alinéa 2.
§ 4. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles relatives à cette procédure.
1° dans le cas d'un marché public de travaux, de fournitures ou de services, lorsque :
a) la dépense à approuver, hors taxe sur la valeur ajoutée, est inférieure aux montants fixés par le Roi;
b) dans la mesure strictement nécessaire, lorsque l'urgence impérieuse résultant d'événements imprévisibles pour le pouvoir adjudicateur ne permet pas de respecter les délais exigés par la procédure ouverte, restreinte ou concurrentielle avec négociation. Les circonstances invoquées pour justifier l'urgence impérieuse ne peuvent, en aucun cas, être imputables au pouvoir adjudicateur;
c) aucune demande de participation ou demande de participation appropriée, aucune offre ou offre appropriée n'a été déposée à la suite d'une procédure ouverte ou restreinte, pour autant que les conditions initiales du marché ne soient pas substantiellement modifiées et, pour les marchés dont le montant est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, qu'un rapport soit communiqué à la Commission européenne à sa demande.
Une demande de participation n'est pas considérée comme appropriée lorsque l'opérateur économique concerné doit ou peut être exclu en vertu des articles 67 à 70 ou ne remplit pas les critères de sélection établis par le pouvoir adjudicateur en vertu de l'article 71. Une offre n'est pas considérée comme appropriée lorsqu'elle est sans rapport avec le marché parce qu'elle n'est manifestement pas en mesure, sans modifications substantielles, de répondre aux besoins et aux exigences du pouvoir adjudicateur spécifiés dans les documents du marché.
d) les travaux, fournitures ou services ne peuvent, être fournis que par un opérateur économique déterminé pour l'une des raisons suivantes :
i) l'objet du marché est la création ou l'acquisition d'une oeuvre d'art ou d'une performance artistique unique;
ii) il y a absence de concurrence pour des raisons techniques;
iii) la protection de droits d'exclusivité, en ce compris les droits de propriété intellectuelle.
Les exceptions indiquées aux points ii) et iii) ne s'appliquent que lorsqu'il n'existe aucune solution alternative ou de remplacement raisonnable et que l'absence de concurrence ne résulte pas d'une restriction artificielle des conditions du marché;
2° dans le cas d'un marché public de travaux ou de services, lorsque des travaux ou services nouveaux consistant dans la répétition de travaux ou services similaires sont attribués à l'adjudicataire du marché initial par le même pouvoir adjudicateur, à condition que ces travaux ou services soient conformes à un projet de base et que ce projet ait fait l'objet d'un marché initial passé selon une des procédures visées à l'article 35, alinéa 1er. Le projet de base précise l'étendue des travaux ou des services supplémentaires possibles, et les conditions de leur attribution. Toutefois, la possibilité de recourir à cette procédure doit être indiquée dès la mise en concurrence du premier marché et le montant total envisagé pour les travaux ou les services supplémentaires doit déjà dès ce moment être pris en considération par les pouvoirs adjudicateurs pour déterminer si les seuils fixés pour la publicité européenne sont ou non atteints. La décision d'attribution des marchés répétitifs doit en outre intervenir dans les trois ans après la conclusion du marché initial;
3° lorsque des fournitures ou des services sont achetés à des conditions particulièrement avantageuses, soit auprès d'un fournisseur cessant définitivement ses activités commerciales, soit auprès des curateurs, des mandataires chargés d'un transfert sous autorité de justice ou liquidateurs d'une faillite, d'une réorganisation judiciaire ou d'une procédure de même nature existant dans les législations ou réglementations nationales;
4° dans le cas d'un marché public de fournitures, lorsque :
a) les produits concernés sont fabriqués uniquement à des fins de recherche, d'expérimentation, d'étude ou de développement, cette disposition ne comprenant pas la production en quantités visant à établir la viabilité commerciale du produit ou à amortir les frais de recherche et de développement;
b) des fournitures complémentaires sont à effectuer par le fournisseur initial et sont destinées, soit au renouvellement partiel de fournitures ou d'installations, soit à l'extension de fournitures ou d'installations existantes, lorsque le changement de fournisseur obligerait le pouvoir adjudicateur à acquérir des fournitures ayant des caractéristiques techniques différentes entraînant une incompatibilité ou des difficultés techniques d'utilisation et d'entretien disproportionnées. La durée de ces marchés, ainsi que des marchés renouvelables, ne peut pas, en règle générale, dépasser trois ans;
c) il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières;
5° dans le cas d'un marché public de services, lorsque le marché de services considéré fait suite à un concours et doit, conformément aux règles y applicables, être attribué au lauréat ou à un des lauréats de ce concours. Dans ce dernier cas, tous les lauréats doivent être invités à participer aux négociations.
Le Roi peut également autoriser l'utilisation de la procédure négociée sans publication préalable, pour les marchés publics de fournitures qu'Il détermine, si possible après consultation de plusieurs opérateurs économiques, lorsqu'il s'agit d'achats d'opportunité, conformément aux conditions qu'Il fixe. La valeur estimée de ces marchés ne peut atteindre le plafond qu'Il fixe et qui doit nécessairement être inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur peut négocier avec les soumissionnaires les offres initiales et toutes les offres ultérieures que ceux-ci ont présentées en vue d'améliorer leur contenu.
Les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations. Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, les exigences minimales ne font pas non plus l'objet de négociations.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils susmentionnés, les exigences minimales peuvent être négociées, pour autant que ceci ne soit pas exclu dans les documents du marché.
§ 3. Sauf disposition contraire dans les documents du marché, ne sont pas applicables à la procédure négociée sans publication préalable pour les marchés dont le montant estimé est inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne :
1° l'article 69 concernant les [1 motifs d'exclusion facultative]1;
2° l'article 71 concernant les critères de sélection.
Par ailleurs, sauf disposition contraire dans les documents du marché, l'article 81 concernant les critères d'attribution n'est pas d'application lorsqu'il est fait usage de la procédure sans publication préalable dans les cas suivants :
1° les divers cas dans lesquels seul un opérateur économique peut être consulté tel que visé au paragraphe 1er, 1°, d), 2° ou 4°, b) indépendamment du montant estimé;
2° dans le cas de l'urgence impérieuse telle que visée au paragraphe 1er, 1°, b), pour les marchés dont le montant estimé est inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne;
3° lorsqu'il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières telles que visées au paragraphe 1er, 4°, c), pour les marchés dont le montant estimé est inférieur au seuil correspondant pour la publicité européenne;
4° lorsqu'il s'agit d'acquisitions de fournitures ou de services achetés à des conditions particulièrement avantageuses telles que visées au paragraphe 1er, 3°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne, ainsi que, le cas échéant, pour les achats d'opportunité visés au paragraphe 1er, alinéa 2.
§ 4. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles relatives à cette procédure.
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Technieken en instrumenten voor elektronische en samengestelde opdrachten
CHAPITRE 3. - Techniques et instruments pour les marchés électroniques et agrégés
Raamovereenkomsten
Accords-cadres
Art.43. § 1. Een aanbestedende overheid kan raamovereenkomsten sluiten, voor zover zij de hiertoe door deze wet voorziene procedures toepast.
Opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst kunnen alleen worden geplaatst tussen enerzijds een aanbestedende overheid of aanbestedende overheden die duidelijk is aangewezen in de oproep tot mededinging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling en anderzijds een of meerdere ondernemers die partij zijn bij de gesloten raamovereenkomst.
§ 2. Bij de gunning van opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst, mogen de reeds in de raamovereenkomst vastgelegde voorwaarden niet wezenlijk worden gewijzigd, met name indien de raamovereenkomst met één enkele ondernemer is gesloten.
De duur van een raamovereenkomst, alsook van de opdrachten die erop gebaseerd zijn, is beperkt tot vier jaar, behoudens in uitzonderlijke en behoorlijk gemotiveerde gevallen, met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.
§ 3. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van een opdracht of zij overweegt een raamovereenkomst te sluiten met één of meerdere ondernemers.
§ 4. Als er een raamovereenkomst met één enkele ondernemer wordt gesloten, worden de op die raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.
Voor de gunning van dergelijke opdrachten kunnen de aanbestedende overheden de ondernemer die partij is bij de raamovereenkomst, schriftelijk raadplegen en hem, indien nodig, verzoeken zijn offerte aan te vullen.
§ 5. Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer wordt gesloten, wordt die raamovereenkomst uitgevoerd op een van de volgende wijzen :
1° volgens de voorwaarden van de raamovereenkomst, zonder dat de opdracht opnieuw voor mededinging wordt opengesteld, wanneer de overeenkomst alle voorwaarden bevat met betrekking tot de uitvoering van de betrokken werken, leveringen of diensten alsmede de objectieve voorwaarden ter bepaling van de ondernemers die deze als partij bij de raamovereenkomst zullen uitvoeren; laatstbedoelde voorwaarden worden vermeld in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst;
2° wanneer de raamovereenkomst alle voorwaarden bevat voor de betrokken werken, leveringen en diensten, ten dele zonder opnieuw tot mededinging op te roepen overeenkomstig punt 1° en ten dele met een nieuwe oproep tot mededinging tussen de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst overeenkomstig punt 3°, wanneer de aanbestedende overheden deze mogelijkheid in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst hebben vermeld. De keuze of specifieke werken, leveringen of diensten worden verkregen na een nieuwe oproep tot mededinging dan wel rechtstreeks volgens de voorwaarden van de raamovereenkomst, wordt gemaakt aan de hand van objectieve criteria, die in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst worden opgenomen. In deze opdrachtdocumenten wordt ook aangegeven welke voorwaarden aan een nieuwe oproep tot mededinging kunnen worden onderworpen.
De mogelijkheden als voorzien in het eerste lid van dit punt gelden tevens voor elk perceel van een raamovereenkomst waarvoor in de raamovereenkomst de voorwaarden zijn vastgelegd met betrekking tot de werken, diensten en leveringen, ongeacht de vraag of alle voorwaarden met betrekking tot de werken, diensten en leveringen in kwestie in het kader van andere percelen, zijn vastgelegd;
3° wanneer de raamovereenkomst niet alle voorwaarden bevat met betrekking tot de uitvoering van de werken, leveringen en diensten, door de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen voor de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst.
§ 6. De in paragraaf 5 onder 2° en 3°, bedoelde mededinging is gebaseerd op dezelfde voorwaarden als die welke voor de gunning van de raamovereenkomst gelden en, wanneer nodig, volgens nader gespecificeerde voorwaarden, en, in voorkomend geval, volgens andere voorwaarden die zijn vermeld in de opdrachtdocumenten van de raamovereenkomst, overeenkomstig de volgende procedure :
1° voor elke te gunnen opdracht raadplegen de aanbestedende overheden schriftelijk de ondernemers die in staat zijn de opdracht uit te voeren;
2° de aanbestedende overheden stellen een voldoende lange termijn vast voor de indiening van offertes voor elke specifieke opdracht, rekening houdend met elementen zoals de complexiteit van het voorwerp van de opdracht en de benodigde tijd voor de toezending van de offertes;
3° de offertes worden schriftelijk ingediend en de inhoud ervan wordt niet vrijgegeven totdat de gestelde indieningstermijn is verstreken;
4° de aanbestedende overheden gunnen elke opdracht aan de inschrijver die op grond van de in de opdrachtdocumenten van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria de beste offerte heeft ingediend, met uitzondering van de opdrachten bedoeld in artikel 92.
Opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst kunnen alleen worden geplaatst tussen enerzijds een aanbestedende overheid of aanbestedende overheden die duidelijk is aangewezen in de oproep tot mededinging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling en anderzijds een of meerdere ondernemers die partij zijn bij de gesloten raamovereenkomst.
§ 2. Bij de gunning van opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst, mogen de reeds in de raamovereenkomst vastgelegde voorwaarden niet wezenlijk worden gewijzigd, met name indien de raamovereenkomst met één enkele ondernemer is gesloten.
De duur van een raamovereenkomst, alsook van de opdrachten die erop gebaseerd zijn, is beperkt tot vier jaar, behoudens in uitzonderlijke en behoorlijk gemotiveerde gevallen, met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.
§ 3. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van een opdracht of zij overweegt een raamovereenkomst te sluiten met één of meerdere ondernemers.
§ 4. Als er een raamovereenkomst met één enkele ondernemer wordt gesloten, worden de op die raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.
Voor de gunning van dergelijke opdrachten kunnen de aanbestedende overheden de ondernemer die partij is bij de raamovereenkomst, schriftelijk raadplegen en hem, indien nodig, verzoeken zijn offerte aan te vullen.
§ 5. Wanneer een raamovereenkomst met meer dan één ondernemer wordt gesloten, wordt die raamovereenkomst uitgevoerd op een van de volgende wijzen :
1° volgens de voorwaarden van de raamovereenkomst, zonder dat de opdracht opnieuw voor mededinging wordt opengesteld, wanneer de overeenkomst alle voorwaarden bevat met betrekking tot de uitvoering van de betrokken werken, leveringen of diensten alsmede de objectieve voorwaarden ter bepaling van de ondernemers die deze als partij bij de raamovereenkomst zullen uitvoeren; laatstbedoelde voorwaarden worden vermeld in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst;
2° wanneer de raamovereenkomst alle voorwaarden bevat voor de betrokken werken, leveringen en diensten, ten dele zonder opnieuw tot mededinging op te roepen overeenkomstig punt 1° en ten dele met een nieuwe oproep tot mededinging tussen de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst overeenkomstig punt 3°, wanneer de aanbestedende overheden deze mogelijkheid in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst hebben vermeld. De keuze of specifieke werken, leveringen of diensten worden verkregen na een nieuwe oproep tot mededinging dan wel rechtstreeks volgens de voorwaarden van de raamovereenkomst, wordt gemaakt aan de hand van objectieve criteria, die in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst worden opgenomen. In deze opdrachtdocumenten wordt ook aangegeven welke voorwaarden aan een nieuwe oproep tot mededinging kunnen worden onderworpen.
De mogelijkheden als voorzien in het eerste lid van dit punt gelden tevens voor elk perceel van een raamovereenkomst waarvoor in de raamovereenkomst de voorwaarden zijn vastgelegd met betrekking tot de werken, diensten en leveringen, ongeacht de vraag of alle voorwaarden met betrekking tot de werken, diensten en leveringen in kwestie in het kader van andere percelen, zijn vastgelegd;
3° wanneer de raamovereenkomst niet alle voorwaarden bevat met betrekking tot de uitvoering van de werken, leveringen en diensten, door de opdracht opnieuw voor mededinging open te stellen voor de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst.
§ 6. De in paragraaf 5 onder 2° en 3°, bedoelde mededinging is gebaseerd op dezelfde voorwaarden als die welke voor de gunning van de raamovereenkomst gelden en, wanneer nodig, volgens nader gespecificeerde voorwaarden, en, in voorkomend geval, volgens andere voorwaarden die zijn vermeld in de opdrachtdocumenten van de raamovereenkomst, overeenkomstig de volgende procedure :
1° voor elke te gunnen opdracht raadplegen de aanbestedende overheden schriftelijk de ondernemers die in staat zijn de opdracht uit te voeren;
2° de aanbestedende overheden stellen een voldoende lange termijn vast voor de indiening van offertes voor elke specifieke opdracht, rekening houdend met elementen zoals de complexiteit van het voorwerp van de opdracht en de benodigde tijd voor de toezending van de offertes;
3° de offertes worden schriftelijk ingediend en de inhoud ervan wordt niet vrijgegeven totdat de gestelde indieningstermijn is verstreken;
4° de aanbestedende overheden gunnen elke opdracht aan de inschrijver die op grond van de in de opdrachtdocumenten van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria de beste offerte heeft ingediend, met uitzondering van de opdrachten bedoeld in artikel 92.
Art.43. § 1er. Un pouvoir adjudicateur peut conclure des accords-cadres pour autant qu'il applique les procédures prévues par la présente loi.
Les marchés fondés sur un accord-cadre ne peuvent être passés qu'entre d'une part, un pouvoir adjudicateur ou des pouvoirs adjudicateurs clairement identifiés dans l'appel à la concurrence ou dans l'invitation à confirmer l'intérêt et d'autre part, un ou plusieurs opérateurs économiques parties à l'accord-cadre tel qu'il a été conclu.
§ 2. Lors de l'attribution des marchés fondés sur un accord-cadre, aucune modification substantielle ne peut être apportée aux termes déjà fixés dans l'accord-cadre, notamment lorsque l'accord-cadre est conclu avec un seul opérateur économique.
La durée d'un accord-cadre, de même que celle des marchés fondés sur cet accord-cadre, ne peut dépasser quatre ans, sauf dans des cas exceptionnels dûment motivés, notamment quant à l'objet de l'accord-cadre.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur mentionne dans l'avis de marché s'il envisage de conclure l'accord-cadre avec un ou plusieurs opérateurs économiques.
§ 4. Lorsqu'un accord-cadre est conclu avec un seul opérateur économique, les marchés fondés sur cet accord-cadre sont attribués dans les limites des conditions fixées dans l'accord-cadre.
Pour l'attribution de ces marchés, les pouvoirs adjudicateurs peuvent consulter par écrit l'opérateur économique partie à l'accord-cadre, en lui demandant de compléter, si besoin est, son offre.
§ 5. Lorsqu'un accord-cadre est conclu avec plusieurs opérateurs économiques, il est exécuté de l'une des manières suivantes :
1° sans remise en concurrence, selon les clauses et conditions de l'accord-cadre, lorsque celui-ci définit toutes les conditions régissant les travaux, les services et les fournitures concernés, ou les conditions objectives permettant de déterminer quel opérateur économique partie à l'accord-cadre est chargé de l'exécution; les documents du marché relatifs à l'accord-cadre précisent ces dernières conditions;
2° lorsque l'accord-cadre définit toutes les conditions régissant les travaux, les fournitures et les services concernés, en partie sans remise en concurrence conformément au point 1° et en partie avec remise en concurrence entre les opérateurs économiques parties à l'accord-cadre conformément au point 3°, dans le cas où cette possibilité a été stipulée par les pouvoirs adjudicateurs dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre. Le choix d'acquérir des travaux, fournitures ou services spécifiques par le biais d'une remise en concurrence ou directement selon les conditions figurant dans l'accord-cadre s'effectue en fonction de critères objectifs, qui sont énoncés dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre. Ces documents du marché précisent également les conditions qui peuvent faire l'objet d'une remise en concurrence;
Les possibilités prévues à l'alinéa 1er du présent point s'appliquent aussi à tout lot d'un accord-cadre dont toutes les conditions régissant les travaux, les services et les fournitures concernés sont définies dans l'accord-cadre, indépendamment du fait que toutes les conditions régissant les travaux, les fournitures et les services concernés dans le cadre d'autres lots aient été ou non définies.
3° par une remise en concurrence des opérateurs économiques parties à l'accord-cadre, lorsque celui-ci ne définit pas toutes les conditions régissant les travaux, les services et les fournitures concernés.
§ 6. La mise en concurrence visée au paragraphe 5, 2° et 3°, est basée sur les mêmes conditions que celles qui ont été appliquées à l'attribution de l'accord-cadre, dont les termes sont si nécessaire précisés et qui sont, au besoin, complétés par d'autres conditions énoncées dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre, selon la procédure suivante :
1° pour chaque marché à passer, les pouvoirs adjudicateurs consultent par écrit les opérateurs économiques qui sont capables d'exécuter le marché;
2° les pouvoirs adjudicateurs fixent un délai suffisant pour permettre la soumission des offres relatives à chaque marché spécifique en tenant compte d'éléments tels que la complexité de l'objet du marché et le temps nécessaire pour la transmission des offres;
3° les offres sont soumises par écrit et elles ne sont pas ouvertes avant l'expiration du délai de réponse prévu;
4° les pouvoirs adjudicateurs attribuent chaque marché au soumissionnaire ayant présenté la meilleure offre sur la base des critères d'attribution énoncés dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre, à l'exception des marchés visés à l'article 92.
Les marchés fondés sur un accord-cadre ne peuvent être passés qu'entre d'une part, un pouvoir adjudicateur ou des pouvoirs adjudicateurs clairement identifiés dans l'appel à la concurrence ou dans l'invitation à confirmer l'intérêt et d'autre part, un ou plusieurs opérateurs économiques parties à l'accord-cadre tel qu'il a été conclu.
§ 2. Lors de l'attribution des marchés fondés sur un accord-cadre, aucune modification substantielle ne peut être apportée aux termes déjà fixés dans l'accord-cadre, notamment lorsque l'accord-cadre est conclu avec un seul opérateur économique.
La durée d'un accord-cadre, de même que celle des marchés fondés sur cet accord-cadre, ne peut dépasser quatre ans, sauf dans des cas exceptionnels dûment motivés, notamment quant à l'objet de l'accord-cadre.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur mentionne dans l'avis de marché s'il envisage de conclure l'accord-cadre avec un ou plusieurs opérateurs économiques.
§ 4. Lorsqu'un accord-cadre est conclu avec un seul opérateur économique, les marchés fondés sur cet accord-cadre sont attribués dans les limites des conditions fixées dans l'accord-cadre.
Pour l'attribution de ces marchés, les pouvoirs adjudicateurs peuvent consulter par écrit l'opérateur économique partie à l'accord-cadre, en lui demandant de compléter, si besoin est, son offre.
§ 5. Lorsqu'un accord-cadre est conclu avec plusieurs opérateurs économiques, il est exécuté de l'une des manières suivantes :
1° sans remise en concurrence, selon les clauses et conditions de l'accord-cadre, lorsque celui-ci définit toutes les conditions régissant les travaux, les services et les fournitures concernés, ou les conditions objectives permettant de déterminer quel opérateur économique partie à l'accord-cadre est chargé de l'exécution; les documents du marché relatifs à l'accord-cadre précisent ces dernières conditions;
2° lorsque l'accord-cadre définit toutes les conditions régissant les travaux, les fournitures et les services concernés, en partie sans remise en concurrence conformément au point 1° et en partie avec remise en concurrence entre les opérateurs économiques parties à l'accord-cadre conformément au point 3°, dans le cas où cette possibilité a été stipulée par les pouvoirs adjudicateurs dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre. Le choix d'acquérir des travaux, fournitures ou services spécifiques par le biais d'une remise en concurrence ou directement selon les conditions figurant dans l'accord-cadre s'effectue en fonction de critères objectifs, qui sont énoncés dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre. Ces documents du marché précisent également les conditions qui peuvent faire l'objet d'une remise en concurrence;
Les possibilités prévues à l'alinéa 1er du présent point s'appliquent aussi à tout lot d'un accord-cadre dont toutes les conditions régissant les travaux, les services et les fournitures concernés sont définies dans l'accord-cadre, indépendamment du fait que toutes les conditions régissant les travaux, les fournitures et les services concernés dans le cadre d'autres lots aient été ou non définies.
3° par une remise en concurrence des opérateurs économiques parties à l'accord-cadre, lorsque celui-ci ne définit pas toutes les conditions régissant les travaux, les services et les fournitures concernés.
§ 6. La mise en concurrence visée au paragraphe 5, 2° et 3°, est basée sur les mêmes conditions que celles qui ont été appliquées à l'attribution de l'accord-cadre, dont les termes sont si nécessaire précisés et qui sont, au besoin, complétés par d'autres conditions énoncées dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre, selon la procédure suivante :
1° pour chaque marché à passer, les pouvoirs adjudicateurs consultent par écrit les opérateurs économiques qui sont capables d'exécuter le marché;
2° les pouvoirs adjudicateurs fixent un délai suffisant pour permettre la soumission des offres relatives à chaque marché spécifique en tenant compte d'éléments tels que la complexité de l'objet du marché et le temps nécessaire pour la transmission des offres;
3° les offres sont soumises par écrit et elles ne sont pas ouvertes avant l'expiration du délai de réponse prévu;
4° les pouvoirs adjudicateurs attribuent chaque marché au soumissionnaire ayant présenté la meilleure offre sur la base des critères d'attribution énoncés dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre, à l'exception des marchés visés à l'article 92.
Dynamische aankoopsystemen
Systèmes d'acquisition dynamique
Art.44. § 1. Een aanbestedende overheid kan gebruik maken van een dynamisch aankoopsysteem voor opdrachten voor werken, leveringen en diensten voor courant gebruik die algemeen beschikbaar zijn op de markt en waarvan de kenmerken voldoen aan haar behoeften.
Dit systeem wordt beheerd als een volledig elektronisch proces, dat gedurende de gehele geldigheidstermijn van het aankoopsysteem openstaat voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria. Het kan worden ingedeeld in categorieën van producten, werken of diensten die objectief worden vastgesteld op basis van de kenmerken van de opdracht in de betrokken categorie. Die kenmerken kunnen ook verwijzen naar de maximaal toegestane omvang van de latere specifieke opdrachten of naar een specifiek geografisch gebied waarin latere specifieke opdrachten zullen worden uitgevoerd.
§ 2. De aanbestedende overheid volgt bij het plaatsen van een opdracht op basis van een dynamisch aankoopsysteem de regels van de niet-openbare procedure. Alle kandidaten die aan de selectiecriteria voldoen, worden tot het systeem toegelaten en het aantal tot het systeem toe te laten kandidaten wordt niet beperkt overeenkomstig artikel 79. Indien de aanbestedende overheden het systeem in categorieën van producten, werken of diensten hebben ingedeeld overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid, vermelden zij de toepasselijke selectiecriteria voor elke categorie.
Niettegenstaande artikel 37 gelden de volgende termijnen :
1° de termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Er zijn geen verdere termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming wanneer de uitnodiging tot het indienen van een offerte voor de eerste specifieke opdracht in het kader van het dynamische aankoopsysteem is verzonden;
2° de minimumtermijn voor de ontvangst van offertes bedraagt ten minste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte. Artikel 37, §§ 3 en 5, zijn niet van toepassing.
§ 3. Voor alle communicatie in het kader van een dynamisch aankoopsysteem wordt alleen gebruik gemaakt van elektronische middelen overeenkomstig artikel 14, §§ 1 en 5 tot 7.
§ 4. Vóór of gedurende de geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem kan geen enkele kost aangerekend worden aan de belangstellende ondernemers of deelnemers aan het dynamisch aankoopsysteem.
§ 5. De Koning bepaalt de nadere bijkomende procedurele en materiële regels die van toepassing zijn op het dynamisch aankoopsysteem.
Dit systeem wordt beheerd als een volledig elektronisch proces, dat gedurende de gehele geldigheidstermijn van het aankoopsysteem openstaat voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria. Het kan worden ingedeeld in categorieën van producten, werken of diensten die objectief worden vastgesteld op basis van de kenmerken van de opdracht in de betrokken categorie. Die kenmerken kunnen ook verwijzen naar de maximaal toegestane omvang van de latere specifieke opdrachten of naar een specifiek geografisch gebied waarin latere specifieke opdrachten zullen worden uitgevoerd.
§ 2. De aanbestedende overheid volgt bij het plaatsen van een opdracht op basis van een dynamisch aankoopsysteem de regels van de niet-openbare procedure. Alle kandidaten die aan de selectiecriteria voldoen, worden tot het systeem toegelaten en het aantal tot het systeem toe te laten kandidaten wordt niet beperkt overeenkomstig artikel 79. Indien de aanbestedende overheden het systeem in categorieën van producten, werken of diensten hebben ingedeeld overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid, vermelden zij de toepasselijke selectiecriteria voor elke categorie.
Niettegenstaande artikel 37 gelden de volgende termijnen :
1° de termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt ten minste dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Er zijn geen verdere termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming wanneer de uitnodiging tot het indienen van een offerte voor de eerste specifieke opdracht in het kader van het dynamische aankoopsysteem is verzonden;
2° de minimumtermijn voor de ontvangst van offertes bedraagt ten minste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte. Artikel 37, §§ 3 en 5, zijn niet van toepassing.
§ 3. Voor alle communicatie in het kader van een dynamisch aankoopsysteem wordt alleen gebruik gemaakt van elektronische middelen overeenkomstig artikel 14, §§ 1 en 5 tot 7.
§ 4. Vóór of gedurende de geldigheidstermijn van het dynamisch aankoopsysteem kan geen enkele kost aangerekend worden aan de belangstellende ondernemers of deelnemers aan het dynamisch aankoopsysteem.
§ 5. De Koning bepaalt de nadere bijkomende procedurele en materiële regels die van toepassing zijn op het dynamisch aankoopsysteem.
Art.44. § 1er. Un pouvoir adjudicateur peut recourir à un système d'acquisition dynamique pour des marchés de travaux, de fournitures et de services d'usage courant qui sont communément disponibles sur le marché et dont les caractéristiques répondent à ses besoins.
Ce système fonctionne comme un processus entièrement électronique et est ouvert, pendant toute la durée de validité du système d'acquisition, à tout opérateur économique satisfaisant aux critères de sélection. Il peut être subdivisé en catégories de produits, de travaux ou de services définies de manière objective sur la base des caractéristiques du marché à réaliser dans le cadre de la catégorie concernée. Ces caractéristiques peuvent aussi renvoyer à la taille maximale autorisée de certains marchés spécifiques ultérieurs ou à une zone géographique précise dans laquelle certains marchés spécifiques ultérieurs seront exécutés.
§ 2. Pour passer un marché dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, le pouvoir adjudicateur suit les règles de la procédure restreinte. Tous les candidats satisfaisant aux critères de sélection sont admis dans le système et leur nombre n'est pas limité conformément à l'article 79. Lorsque les pouvoirs adjudicateurs ont subdivisé le système en catégories de produits, de travaux ou de services conformément au paragraphe 1er, alinéa 2, ils précisent les critères de sélection applicables à chaque catégorie.
Nonobstant l'article 37, les délais suivants sont applicables :
1° le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché. Aucun délai supplémentaire de réception des demandes de participation n'est applicable après l'envoi de l'invitation à soumissionner pour le premier marché spécifique dans le cadre du système d'acquisition dynamique;
2° le délai minimal de réception des offres est d'au moins dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner. L'article 37, §§ 3 et 5, n'est pas applicable.
§ 3. Dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, toutes les communications sont uniquement effectuées par des moyens électroniques conformément à l'article 14, §§ 1er et 5 à 7.
§ 4. Aucun frais ne peut être facturé avant ou pendant la période de validité du système d'acquisition dynamique aux opérateurs économiques intéressés ou participant au système d'acquisition dynamique.
§ 5. Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent le système d'acquisition dynamique.
Ce système fonctionne comme un processus entièrement électronique et est ouvert, pendant toute la durée de validité du système d'acquisition, à tout opérateur économique satisfaisant aux critères de sélection. Il peut être subdivisé en catégories de produits, de travaux ou de services définies de manière objective sur la base des caractéristiques du marché à réaliser dans le cadre de la catégorie concernée. Ces caractéristiques peuvent aussi renvoyer à la taille maximale autorisée de certains marchés spécifiques ultérieurs ou à une zone géographique précise dans laquelle certains marchés spécifiques ultérieurs seront exécutés.
§ 2. Pour passer un marché dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, le pouvoir adjudicateur suit les règles de la procédure restreinte. Tous les candidats satisfaisant aux critères de sélection sont admis dans le système et leur nombre n'est pas limité conformément à l'article 79. Lorsque les pouvoirs adjudicateurs ont subdivisé le système en catégories de produits, de travaux ou de services conformément au paragraphe 1er, alinéa 2, ils précisent les critères de sélection applicables à chaque catégorie.
Nonobstant l'article 37, les délais suivants sont applicables :
1° le délai minimal de réception des demandes de participation est de trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché. Aucun délai supplémentaire de réception des demandes de participation n'est applicable après l'envoi de l'invitation à soumissionner pour le premier marché spécifique dans le cadre du système d'acquisition dynamique;
2° le délai minimal de réception des offres est d'au moins dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner. L'article 37, §§ 3 et 5, n'est pas applicable.
§ 3. Dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, toutes les communications sont uniquement effectuées par des moyens électroniques conformément à l'article 14, §§ 1er et 5 à 7.
§ 4. Aucun frais ne peut être facturé avant ou pendant la période de validité du système d'acquisition dynamique aux opérateurs économiques intéressés ou participant au système d'acquisition dynamique.
§ 5. Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent le système d'acquisition dynamique.
Elektronische veilingen
Enchères électroniques
Art.45. § 1. De aanbestedende overheid kan elektronische veilingen gebruiken waarin nieuwe, verlaagde prijzen, en/of nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de offertes worden voorgesteld.
Hiertoe structureert de aanbestedende overheid de elektronische veilingen als een zich herhalend elektronisch proces dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de offertes en dat een klassering op basis van automatische beoordelingsmethoden mogelijk maakt.
Aangezien bepaalde overheidsopdrachten voor diensten en bepaalde overheidsopdrachten voor werken die intellectuele prestaties tot voorwerp van de opdracht hebben, zoals het ontwerpen van werken, niet op basis van automatische evaluatie kunnen worden ingedeeld, mogen voor deze opdrachten geen elektronische veilingen worden gebruikt.
§ 2. Bij de openbare of niet-openbare procedure of bij de mededingingsprocedure met onderhandeling kan een aanbestedende overheid de gunning van de opdracht laten voorafgaan door een elektronische veiling, voor zover de inhoud van de opdrachtdocumenten, in het bijzonder de technische specificaties, nauwkeurig kan worden bepaald en het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten.
De elektronische veiling kan onder dezelfde voorwaarden worden aangewend bij het opnieuw tot mededinging oproepen van de partijen bij een raamovereenkomst, alsook voor opdrachten die in het kader van een dynamisch aankoopsysteem worden geplaatst.
§ 3. De elektronische veiling is gebaseerd op een van de volgende elementen van de offertes :
1° alleen de prijzen, wanneer de opdracht louter op basis van de prijs wordt gegund;
2° op de prijzen en/of de nieuwe waarden van de elementen van de offertes zoals aangegeven in de opdrachtdocumenten wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding of aan de inschrijver met de laagste kostprijs op basis van kosteneffectiviteit.
§ 4. Vooraleer over te gaan tot een elektronische veiling, voert de aanbestedende overheid een eerste volledige beoordeling uit van de offertes, overeenkomstig de gunningscriteria en de eraan verbonden wegingen.
Een offerte wordt als ontvankelijk beschouwd indien die is ingediend door een inschrijver die niet is uitgesloten uit hoofde van de artikelen 67 tot 70 en voldoet aan de selectiecriteria, en wiens offerte overeenstemt met de technische specificaties en niet onregelmatig,onaanvaardbaar of ongeschikt is.
§ 5. De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels die van toepassing zijn op de elektronische veiling.
Hiertoe structureert de aanbestedende overheid de elektronische veilingen als een zich herhalend elektronisch proces dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de offertes en dat een klassering op basis van automatische beoordelingsmethoden mogelijk maakt.
Aangezien bepaalde overheidsopdrachten voor diensten en bepaalde overheidsopdrachten voor werken die intellectuele prestaties tot voorwerp van de opdracht hebben, zoals het ontwerpen van werken, niet op basis van automatische evaluatie kunnen worden ingedeeld, mogen voor deze opdrachten geen elektronische veilingen worden gebruikt.
§ 2. Bij de openbare of niet-openbare procedure of bij de mededingingsprocedure met onderhandeling kan een aanbestedende overheid de gunning van de opdracht laten voorafgaan door een elektronische veiling, voor zover de inhoud van de opdrachtdocumenten, in het bijzonder de technische specificaties, nauwkeurig kan worden bepaald en het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten.
De elektronische veiling kan onder dezelfde voorwaarden worden aangewend bij het opnieuw tot mededinging oproepen van de partijen bij een raamovereenkomst, alsook voor opdrachten die in het kader van een dynamisch aankoopsysteem worden geplaatst.
§ 3. De elektronische veiling is gebaseerd op een van de volgende elementen van de offertes :
1° alleen de prijzen, wanneer de opdracht louter op basis van de prijs wordt gegund;
2° op de prijzen en/of de nieuwe waarden van de elementen van de offertes zoals aangegeven in de opdrachtdocumenten wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding of aan de inschrijver met de laagste kostprijs op basis van kosteneffectiviteit.
§ 4. Vooraleer over te gaan tot een elektronische veiling, voert de aanbestedende overheid een eerste volledige beoordeling uit van de offertes, overeenkomstig de gunningscriteria en de eraan verbonden wegingen.
Een offerte wordt als ontvankelijk beschouwd indien die is ingediend door een inschrijver die niet is uitgesloten uit hoofde van de artikelen 67 tot 70 en voldoet aan de selectiecriteria, en wiens offerte overeenstemt met de technische specificaties en niet onregelmatig,onaanvaardbaar of ongeschikt is.
§ 5. De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels die van toepassing zijn op de elektronische veiling.
Art.45. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut recourir à des enchères électroniques où sont présentés de nouveaux prix, révisés à la baisse, et/ou de nouvelles valeurs portant sur certains éléments des offres.
A cette fin, le pouvoir adjudicateur structure l'enchère électronique comme un processus électronique itératif, qui intervient après une première évaluation complète des offres, ce qui permet de les classer au moyen de méthodes d'évaluation automatiques.
Etant donné que certains marchés publics de services et certains marchés publics de travaux ayant pour objet des prestations intellectuelles, telles que la conception de travaux, ne peuvent être classés au moyen de méthodes d'évaluation automatiques, ils ne font pas l'objet d'enchères électroniques.
§ 2. En procédure ouverte ou restreinte ou concurrentielle avec négociation, un pouvoir adjudicateur peut faire précéder l'attribution du marché d'une enchère électronique pour autant que le contenu des documents du marché, en particulier les spécifications techniques, puisse être établi de manière précise et que cela concerne des marchés de travaux, de fournitures ou de services.
Dans les mêmes conditions, l'enchère électronique peut être utilisée lors de la remise en concurrence des parties à un accord-cadre, ainsi que pour les marchés passés dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique.
§ 3. L'enchère électronique porte sur l'un des éléments suivants des offres :
1° uniquement sur les prix lorsque le marché est attribué sur la seule base du prix;
2° sur les prix et/ou sur les nouvelles valeurs des éléments des offres indiqués dans les documents du marché lorsque le marché est attribué sur la base du meilleur rapport qualité/prix ou au soumissionnaire ayant présenté l'offre au coût le plus bas selon une approche fondée sur le rapport coût/efficacité.
§ 4. Avant de procéder à une enchère électronique, le pouvoir adjudicateur effectue une première évaluation complète des offres conformément aux critères d'attribution et à la pondération qui leur est associée.
Une offre est considérée comme recevable dès lors qu'elle a été présentée par un soumissionnaire qui n'a pas été exclu en vertu des articles 67 à 70 et qui remplit les critères de sélection et dont l'offre est conforme aux spécifications techniques, et n'est irrégulière, inacceptable ou inappropriée.
§ 5. Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'enchère électronique.
A cette fin, le pouvoir adjudicateur structure l'enchère électronique comme un processus électronique itératif, qui intervient après une première évaluation complète des offres, ce qui permet de les classer au moyen de méthodes d'évaluation automatiques.
Etant donné que certains marchés publics de services et certains marchés publics de travaux ayant pour objet des prestations intellectuelles, telles que la conception de travaux, ne peuvent être classés au moyen de méthodes d'évaluation automatiques, ils ne font pas l'objet d'enchères électroniques.
§ 2. En procédure ouverte ou restreinte ou concurrentielle avec négociation, un pouvoir adjudicateur peut faire précéder l'attribution du marché d'une enchère électronique pour autant que le contenu des documents du marché, en particulier les spécifications techniques, puisse être établi de manière précise et que cela concerne des marchés de travaux, de fournitures ou de services.
Dans les mêmes conditions, l'enchère électronique peut être utilisée lors de la remise en concurrence des parties à un accord-cadre, ainsi que pour les marchés passés dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique.
§ 3. L'enchère électronique porte sur l'un des éléments suivants des offres :
1° uniquement sur les prix lorsque le marché est attribué sur la seule base du prix;
2° sur les prix et/ou sur les nouvelles valeurs des éléments des offres indiqués dans les documents du marché lorsque le marché est attribué sur la base du meilleur rapport qualité/prix ou au soumissionnaire ayant présenté l'offre au coût le plus bas selon une approche fondée sur le rapport coût/efficacité.
§ 4. Avant de procéder à une enchère électronique, le pouvoir adjudicateur effectue une première évaluation complète des offres conformément aux critères d'attribution et à la pondération qui leur est associée.
Une offre est considérée comme recevable dès lors qu'elle a été présentée par un soumissionnaire qui n'a pas été exclu en vertu des articles 67 à 70 et qui remplit les critères de sélection et dont l'offre est conforme aux spécifications techniques, et n'est irrégulière, inacceptable ou inappropriée.
§ 5. Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'enchère électronique.
Elektronische catalogi
Catalogues électroniques
Art.46. § 1. Wanneer het gebruik van elektronische communicatiemiddelen verplicht is, kan de aanbestedende overheid eisen dat de offertes in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend of een elektronische catalogus bevatten.
§ 2. Elektronische catalogi worden door de kandidaten of inschrijvers opgesteld met het oog op deelneming aan een specifieke plaatsingsprocedure overeenkomstig de technische specificaties en het formaat zoals vastgesteld door de aanbestedende overheid.
Voorts voldoen elektronische catalogi aan de voorschriften inzake elektronische communicatiemiddelen alsook aan alle aanvullende voorschriften als vastgesteld door de aanbestedende overheid.
§ 3. De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels voor het gebruik van elektronische catalogi.
§ 2. Elektronische catalogi worden door de kandidaten of inschrijvers opgesteld met het oog op deelneming aan een specifieke plaatsingsprocedure overeenkomstig de technische specificaties en het formaat zoals vastgesteld door de aanbestedende overheid.
Voorts voldoen elektronische catalogi aan de voorschriften inzake elektronische communicatiemiddelen alsook aan alle aanvullende voorschriften als vastgesteld door de aanbestedende overheid.
§ 3. De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels voor het gebruik van elektronische catalogi.
Art.46. § 1er. Lorsque l'utilisation de moyens de communication électroniques est requise, le pouvoir adjudicateur peut exiger que les offres soient présentées sous la forme d'un catalogue électronique ou qu'elles comportent un catalogue électronique.
§ 2. Les catalogues électroniques sont établis par les candidats ou les soumissionnaires en vue de participer à une procédure de passation de marché donnée conformément aux spécifications techniques et au format prévus par le pouvoir adjudicateur.
En outre, les catalogues électroniques respectent les exigences applicables aux outils de communication électronique ainsi que toute exigence supplémentaire définie par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'utilisation de catalogues électroniques.
§ 2. Les catalogues électroniques sont établis par les candidats ou les soumissionnaires en vue de participer à une procédure de passation de marché donnée conformément aux spécifications techniques et au format prévus par le pouvoir adjudicateur.
En outre, les catalogues électroniques respectent les exigences applicables aux outils de communication électronique ainsi que toute exigence supplémentaire définie par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'utilisation de catalogues électroniques.
Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoopcentrales
Activités d'achats centralisées et centrales d'achat
Art.47. § 1. Een aanbestedende overheid kan leveringen en/of diensten verwerven van een aankoopcentrale die gecentraliseerde aankoopactiviteiten aanbiedt als bedoeld in artikel 2, 7°, a).
Zij kan ook gebruik maken, wat de werken, leveringen en/of diensten betreft, van de in artikel 2, 7°, b), bedoelde gecentraliseerde aankoopactiviteiten van een aankoopcentrale :
1° door gebruik te maken van een door deze aankoopcentrale gesloten opdracht;
2° door gebruik te maken van een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem; of
3° in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, door gebruik te maken van een raamovereenkomst die gesloten is door deze aankoopcentrale.
Wanneer een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere aanbestedende overheden mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging van een opdracht voor het opzetten van het dynamische aankoopsysteem.
§ 2. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.
De betrokken aanbestedende overheid is evenwel verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen met betrekking tot de delen die zij zelf verricht, zoals :
1° het plaatsen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem dat door een aankoopcentrale wordt geëxploiteerd;
2° een nieuwe oproep tot mededinging organiseren op grond van een raamovereenkomst die door een aankoopcentrale is gesloten;
3° conform artikel 43, § 5, onder 1° of 2°, vaststellen welke van de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst, een gegeven taak uitvoert op grond van een door een aankoopcentrale gesloten raamovereenkomst.
§ 3. Voor alle plaatsingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische communicatiemiddelen gebruikt overeenkomstig de voorschriften van artikel 14.
§ 4. Aanbestedende overheden mogen, zonder toepassing van de in deze wet vervatte procedures, een overheidsopdracht voor diensten betreffende gecentraliseerde aankoopactiviteiten aan een aankoopcentrale gunnen.
Dergelijke overheidsopdrachten voor diensten mogen ook het verrichten van aanvullende aankoopactiviteiten omvatten.
Zij kan ook gebruik maken, wat de werken, leveringen en/of diensten betreft, van de in artikel 2, 7°, b), bedoelde gecentraliseerde aankoopactiviteiten van een aankoopcentrale :
1° door gebruik te maken van een door deze aankoopcentrale gesloten opdracht;
2° door gebruik te maken van een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem; of
3° in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, door gebruik te maken van een raamovereenkomst die gesloten is door deze aankoopcentrale.
Wanneer een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere aanbestedende overheden mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging van een opdracht voor het opzetten van het dynamische aankoopsysteem.
§ 2. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.
De betrokken aanbestedende overheid is evenwel verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen met betrekking tot de delen die zij zelf verricht, zoals :
1° het plaatsen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem dat door een aankoopcentrale wordt geëxploiteerd;
2° een nieuwe oproep tot mededinging organiseren op grond van een raamovereenkomst die door een aankoopcentrale is gesloten;
3° conform artikel 43, § 5, onder 1° of 2°, vaststellen welke van de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst, een gegeven taak uitvoert op grond van een door een aankoopcentrale gesloten raamovereenkomst.
§ 3. Voor alle plaatsingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische communicatiemiddelen gebruikt overeenkomstig de voorschriften van artikel 14.
§ 4. Aanbestedende overheden mogen, zonder toepassing van de in deze wet vervatte procedures, een overheidsopdracht voor diensten betreffende gecentraliseerde aankoopactiviteiten aan een aankoopcentrale gunnen.
Dergelijke overheidsopdrachten voor diensten mogen ook het verrichten van aanvullende aankoopactiviteiten omvatten.
Art.47. § 1er. Un pouvoir adjudicateur peut acquérir des fournitures et/ou des services auprès d'une centrale d'achat proposant les activités d'achat centralisées visées à l'article 2, 7°, a).
Il peut également bénéficier, en ce qui concerne des travaux, des fournitures et/ou des services, des activités d'achat centralisées d'une centrale d'achat telles que visées à l'article 2, 7°, b),
1° par le biais d'un marché conclu par ladite centrale d'achat;
2° dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat; ou
3° dans la mesure indiquée à l'article 43, § 1er, alinéa 2, par le biais d'un accord-cadre conclu par cette centrale d'achat.
Lorsqu'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat peut être utilisé par d'autres pouvoirs adjudicateurs, ce fait est signalé dans l'avis de marché mettant ledit système d'acquisition dynamique en place.
§ 2. Un pouvoir adjudicateur qui recourt à une centrale d'achat est dispensé de l'obligation d'organiser lui-même une procédure de passation.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur concerné est responsable de l'exécution des obligations relatives aux parties dont il se charge lui-même, telles que :
1° la passation d'un marché dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat;
2° la remise en concurrence en vertu d'un accord-cadre conclu par une centrale d'achat;
3° en vertu de l'article 43, § 5, 1° ou 2°, le choix de l'opérateur économique partie à l'accord-cadre qui exécutera une tâche donnée en vertu de l'accord-cadre conclu par une centrale d'achat.
§ 3. Dans le cadre de toutes les procédures de passation menées par une centrale d'achat, il est fait usage de moyens de communication électroniques, conformément aux exigences de l'article 14.
§ 4. Les pouvoirs adjudicateurs peuvent, sans appliquer les procédures prévues par la présente loi, attribuer à une centrale d'achat un marché public de services pour la fourniture d'activités d'achat centralisées.
Ces marchés publics de services peuvent également comprendre la fourniture d'activités d'achat auxiliaires.
Il peut également bénéficier, en ce qui concerne des travaux, des fournitures et/ou des services, des activités d'achat centralisées d'une centrale d'achat telles que visées à l'article 2, 7°, b),
1° par le biais d'un marché conclu par ladite centrale d'achat;
2° dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat; ou
3° dans la mesure indiquée à l'article 43, § 1er, alinéa 2, par le biais d'un accord-cadre conclu par cette centrale d'achat.
Lorsqu'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat peut être utilisé par d'autres pouvoirs adjudicateurs, ce fait est signalé dans l'avis de marché mettant ledit système d'acquisition dynamique en place.
§ 2. Un pouvoir adjudicateur qui recourt à une centrale d'achat est dispensé de l'obligation d'organiser lui-même une procédure de passation.
Toutefois, le pouvoir adjudicateur concerné est responsable de l'exécution des obligations relatives aux parties dont il se charge lui-même, telles que :
1° la passation d'un marché dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat;
2° la remise en concurrence en vertu d'un accord-cadre conclu par une centrale d'achat;
3° en vertu de l'article 43, § 5, 1° ou 2°, le choix de l'opérateur économique partie à l'accord-cadre qui exécutera une tâche donnée en vertu de l'accord-cadre conclu par une centrale d'achat.
§ 3. Dans le cadre de toutes les procédures de passation menées par une centrale d'achat, il est fait usage de moyens de communication électroniques, conformément aux exigences de l'article 14.
§ 4. Les pouvoirs adjudicateurs peuvent, sans appliquer les procédures prévues par la présente loi, attribuer à une centrale d'achat un marché public de services pour la fourniture d'activités d'achat centralisées.
Ces marchés publics de services peuvent également comprendre la fourniture d'activités d'achat auxiliaires.
Occasionele gezamenlijke opdrachten
Marchés conjoints occasionnels
Art.48. Twee of meer aanbestedende overheden kunnen overeenkomen om bepaalde specifieke opdrachten gezamenlijk te plaatsen.
Wanneer een volledige plaatsingsprocedure gezamenlijk wordt doorlopen namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende overheden, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen. Dit geldt ook wanneer een aanbestedende overheid de plaatsingsprocedure beheert en optreedt voor rekening van zichzelf en voor rekening van de andere betrokken aanbestedende overheden.
Als een plaatsingsprocedure niet in haar geheel wordt uitgevoerd namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende overheden, zijn zij alleen gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen. Elke aanbestedende overheid is als enige verantwoordelijk voor het nakomen van haar verplichtingen met betrekking tot de delen die zij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.
De Koning kan de nadere bijkomende materiële en procedurele regels bepalen voor de uitvoering van de gezamenlijke opdrachten.
Wanneer een volledige plaatsingsprocedure gezamenlijk wordt doorlopen namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende overheden, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen. Dit geldt ook wanneer een aanbestedende overheid de plaatsingsprocedure beheert en optreedt voor rekening van zichzelf en voor rekening van de andere betrokken aanbestedende overheden.
Als een plaatsingsprocedure niet in haar geheel wordt uitgevoerd namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende overheden, zijn zij alleen gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen. Elke aanbestedende overheid is als enige verantwoordelijk voor het nakomen van haar verplichtingen met betrekking tot de delen die zij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.
De Koning kan de nadere bijkomende materiële en procedurele regels bepalen voor de uitvoering van de gezamenlijke opdrachten.
Art.48. Deux ou plusieurs pouvoirs adjudicateurs, peuvent convenir de passer conjointement certains marchés spécifiques.
Lorsqu'une procédure de passation est menée conjointement dans son intégralité au nom et pour le compte de tous les pouvoirs adjudicateurs concernés, ceux-ci sont solidairement responsables de l'exécution des obligations qui leur incombent. C'est également le cas lorsqu'un seul pouvoir adjudicateur gère la procédure de passation, en agissant pour son propre compte et pour le compte des autres pouvoirs adjudicateurs concernés.
Lorsqu'une procédure de passation n'est pas menée dans son intégralité au nom et pour le compte des pouvoirs adjudicateurs concernés, ceux-ci ne sont solidairement responsables que des parties menées conjointement. Chaque pouvoir adjudicateur est seul responsable de l'exécution des obligations qui lui incombent pour les parties de la procédure dont il se charge en son nom propre et pour son propre compte.
Le Roi peut fixer des modalités matérielles et procédurales additionnelles applicables à l'exécution de ces marchés conjoints.
Lorsqu'une procédure de passation est menée conjointement dans son intégralité au nom et pour le compte de tous les pouvoirs adjudicateurs concernés, ceux-ci sont solidairement responsables de l'exécution des obligations qui leur incombent. C'est également le cas lorsqu'un seul pouvoir adjudicateur gère la procédure de passation, en agissant pour son propre compte et pour le compte des autres pouvoirs adjudicateurs concernés.
Lorsqu'une procédure de passation n'est pas menée dans son intégralité au nom et pour le compte des pouvoirs adjudicateurs concernés, ceux-ci ne sont solidairement responsables que des parties menées conjointement. Chaque pouvoir adjudicateur est seul responsable de l'exécution des obligations qui lui incombent pour les parties de la procédure dont il se charge en son nom propre et pour son propre compte.
Le Roi peut fixer des modalités matérielles et procédurales additionnelles applicables à l'exécution de ces marchés conjoints.
Plaatsen van opdrachten door aanbestedende overheden van verschillende lidstaten
Marchés auxquels participent des pouvoirs adjudicateurs de différents Etats membres
Art.49. § 1. Onverminderd de artikelen 30 en 31 kunnen aanbestedende overheden van verschillende lidstaten gezamenlijk een overheidsopdracht plaatsen, gebruik maken van gecentraliseerde aankoopactiviteiten die door in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrales worden aangeboden, een raamovereenkomst sluiten, een dynamisch aankoopsysteem exploiteren of een gezamenlijke entiteit oprichten. Zij kunnen eveneens, in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, opdrachten plaatsen op basis van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem.
De aanbestedende overheden maken geen gebruik van de in het eerste lid bedoelde middelen om de toepassing te vermijden van dwingende publiekrechtelijke bepalingen die in overeenstemming zijn met het Unierecht en waaraan zij onderworpen zijn.
§ 2. Het verschaffen van gecentraliseerde aankoopactiviteiten door een in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrale geschiedt overeenkomstig de nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd.
De nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd, zijn ook van toepassing op :
1° het plaatsen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem;
2° het doen uitgaan van een nieuwe oproep tot mededinging in het kader van een raamovereenkomst;
3° het conform artikel 43, § 5, onder 1° of 2°, bepalen welke ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst, een bepaalde taak uitvoeren
§ 3. Verschillende aanbestedende overheden uit verschillende lidstaten kunnen gezamenlijk een overheidsopdracht plaatsen, een raamovereenkomst sluiten of een dynamisch aankoopsysteem exploiteren. Zij kunnen eveneens, in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, opdrachten plaatsen op basis van de raamovereenkomst of het dynamische aankoopsysteem. Tenzij de noodzakelijke elementen zijn geregeld door een tussen de betrokken lidstaten gesloten internationale overeenkomst, sluiten de deelnemende aanbestedende overheden een overeenkomst die het volgende bepaalt :
1° de verantwoordelijkheden van de partijen en de relevante toepasselijke nationale bepalingen;
2° de interne organisatie van de plaatsingsprocedure, met inbegrip van het beheer van de procedure, de verdeling van de te verwerven werken, leveringen of diensten en de sluiting van opdrachten.
Een deelnemende aanbestedende overheid voldoet aan haar verplichtingen krachtens deze wet wanneer zij werken, leveringen of diensten verwerft van een aanbestedende overheid die voor de plaatsingsprocedure verantwoordelijk is. Bij het vaststellen van de verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht bedoeld in het eerste lid, 1°, kunnen de aanbestedende overheden onder hen bijzondere verantwoordelijkheden verdelen en bepalen welke bepalingen van het nationale recht van elke betrokken lidstaat van toepassing zijn. De verdeling van verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht worden voor gezamenlijk geplaatste overheidsopdrachten in de opdrachtdocumenten vermeld.
§ 4. Wanneer verscheidene aanbestedende overheden uit verschillende lidstaten een gezamenlijke entiteit hebben opgericht, inclusief een Europese groepering voor territoriale samenwerking overeenkomstig Verordening nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking of andere entiteiten naar Unierecht, komen de deelnemende aanbestedende overheden bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke organisatie overeen welke nationale plaatsingsregels van één van de volgende lidstaten van toepassing zijn :
1° de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit haar statutaire zetel heeft;
2° de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit haar activiteiten uitoefent.
De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan voor onbepaalde tijd gelden indien de oprichtingsakte van de gezamenlijke entiteit daarin voorziet, of beperkt zijn tot een bepaalde termijn of tot een aantal soorten opdrachten of tot één of meer individuele plaatsingen van opdrachten.
De aanbestedende overheden maken geen gebruik van de in het eerste lid bedoelde middelen om de toepassing te vermijden van dwingende publiekrechtelijke bepalingen die in overeenstemming zijn met het Unierecht en waaraan zij onderworpen zijn.
§ 2. Het verschaffen van gecentraliseerde aankoopactiviteiten door een in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrale geschiedt overeenkomstig de nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd.
De nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd, zijn ook van toepassing op :
1° het plaatsen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem;
2° het doen uitgaan van een nieuwe oproep tot mededinging in het kader van een raamovereenkomst;
3° het conform artikel 43, § 5, onder 1° of 2°, bepalen welke ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst, een bepaalde taak uitvoeren
§ 3. Verschillende aanbestedende overheden uit verschillende lidstaten kunnen gezamenlijk een overheidsopdracht plaatsen, een raamovereenkomst sluiten of een dynamisch aankoopsysteem exploiteren. Zij kunnen eveneens, in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, opdrachten plaatsen op basis van de raamovereenkomst of het dynamische aankoopsysteem. Tenzij de noodzakelijke elementen zijn geregeld door een tussen de betrokken lidstaten gesloten internationale overeenkomst, sluiten de deelnemende aanbestedende overheden een overeenkomst die het volgende bepaalt :
1° de verantwoordelijkheden van de partijen en de relevante toepasselijke nationale bepalingen;
2° de interne organisatie van de plaatsingsprocedure, met inbegrip van het beheer van de procedure, de verdeling van de te verwerven werken, leveringen of diensten en de sluiting van opdrachten.
Een deelnemende aanbestedende overheid voldoet aan haar verplichtingen krachtens deze wet wanneer zij werken, leveringen of diensten verwerft van een aanbestedende overheid die voor de plaatsingsprocedure verantwoordelijk is. Bij het vaststellen van de verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht bedoeld in het eerste lid, 1°, kunnen de aanbestedende overheden onder hen bijzondere verantwoordelijkheden verdelen en bepalen welke bepalingen van het nationale recht van elke betrokken lidstaat van toepassing zijn. De verdeling van verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht worden voor gezamenlijk geplaatste overheidsopdrachten in de opdrachtdocumenten vermeld.
§ 4. Wanneer verscheidene aanbestedende overheden uit verschillende lidstaten een gezamenlijke entiteit hebben opgericht, inclusief een Europese groepering voor territoriale samenwerking overeenkomstig Verordening nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking of andere entiteiten naar Unierecht, komen de deelnemende aanbestedende overheden bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke organisatie overeen welke nationale plaatsingsregels van één van de volgende lidstaten van toepassing zijn :
1° de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit haar statutaire zetel heeft;
2° de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit haar activiteiten uitoefent.
De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan voor onbepaalde tijd gelden indien de oprichtingsakte van de gezamenlijke entiteit daarin voorziet, of beperkt zijn tot een bepaalde termijn of tot een aantal soorten opdrachten of tot één of meer individuele plaatsingen van opdrachten.
Art.49. § 1er. Sans préjudice des articles 30 et 31, les pouvoirs adjudicateurs de différents Etats membres peuvent conjointement passer un marché public, recourir à des activités d'achats centralisées proposées par des centrales d'achat situées dans un autre Etat membre, conclure un accord-cadre, mettre en place un système d'acquisition dynamique ou établir une entité conjointe. Ils peuvent également, dans les limites fixées à l'article 43, § 1er, alinéa 2, passer des marchés sur la base d'un accord-cadre ou d'un système d'acquisition dynamique.
Les pouvoirs adjudicateurs ne recourent pas aux moyens prévus à l'alinéa 1er dans le but de se soustraire à l'application de dispositions obligatoires de droit public conformes au droit de l'Union auxquelles ils sont soumis.
§ 2. Les activités d'achat centralisées sont fournies par une centrale d'achat située dans un autre Etat membre conformément aux dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel est située la centrale d'achat.
Les dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel est située la centrale d'achat s'appliquent également :
1° à la passation d'un marché en vertu d'un système d'acquisition dynamique;
2° à la remise en concurrence en application d'un accord-cadre;
3° au choix, en vertu de l'article 43, § 5, 1° ou 2°, de l'opérateur économique partie à l'accord-cadre, qui exécutera une tâche donnée.
§ 3. Plusieurs pouvoirs adjudicateurs de différents Etats membres peuvent conjointement passer un marché public, conclure un accord-cadre ou mettre en place un système d'acquisition dynamique. Ils peuvent également, dans les limites fixées à l'article 43, § 1er, alinéa 2, passer des marchés sur la base d'un accord-cadre ou d'un système d'acquisition dynamique. A moins que les éléments nécessaires n'aient été prévus par un accord international conclu entre les Etats membres concernés, les pouvoirs adjudicateurs participants concluent un accord qui détermine ce qui suit :
1° les responsabilités des parties et les dispositions nationales applicables pertinentes;
2° l'organisation interne de la procédure de passation, y compris la gestion de la procédure, la répartition des travaux, des fournitures ou des services à acquérir, et la conclusion des marchés.
Un pouvoir adjudicateur participant remplit les obligations qui lui incombent en vertu de la présente loi lorsqu'il acquiert des travaux, des fournitures ou des services d'un pouvoir adjudicateur qui est responsable de la procédure de passation. Lorsqu'ils déterminent les responsabilités et le droit national applicable visés à l'alinéa 1er, 1°, les pouvoirs adjudicateurs participants peuvent se répartir des responsabilités spécifiques entre eux et déterminer les dispositions applicables du droit national de chacun des Etats membres respectifs. Pour les marchés publics passés conjointement, les documents du marché visent la répartition des responsabilités et le droit national applicable.
§ 4. Lorsque plusieurs pouvoirs adjudicateurs de différents Etats membres ont établi une entité conjointe, y compris un groupement européen de coopération territoriale en vertu du règlement n° 1082/2006 du Parlement européen et du Conseil du 5 juillet 2006 relatif à un groupement européen de coopération territoriale ou d'autres entités en vertu du droit de l'Union, les pouvoirs adjudicateurs participants conviennent, par une décision de l'organe compétent de l'entité conjointe, que les règles nationales en matière de passation de marchés qui s'appliquent sont celles de l'un des Etats membres suivants :
1° soit les dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel se trouve le siège social de l'entité conjointe;
2° soit les dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel l'entité conjointe exerce ses activités.
L'accord visé à l'alinéa 1er peut être valable soit pour une durée indéterminée, s'il est incorporé dans les statuts de l'entité conjointe, soit pour une période déterminée ou encore pour certains types de marchés ou pour un ou plusieurs marchés particuliers.
Les pouvoirs adjudicateurs ne recourent pas aux moyens prévus à l'alinéa 1er dans le but de se soustraire à l'application de dispositions obligatoires de droit public conformes au droit de l'Union auxquelles ils sont soumis.
§ 2. Les activités d'achat centralisées sont fournies par une centrale d'achat située dans un autre Etat membre conformément aux dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel est située la centrale d'achat.
Les dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel est située la centrale d'achat s'appliquent également :
1° à la passation d'un marché en vertu d'un système d'acquisition dynamique;
2° à la remise en concurrence en application d'un accord-cadre;
3° au choix, en vertu de l'article 43, § 5, 1° ou 2°, de l'opérateur économique partie à l'accord-cadre, qui exécutera une tâche donnée.
§ 3. Plusieurs pouvoirs adjudicateurs de différents Etats membres peuvent conjointement passer un marché public, conclure un accord-cadre ou mettre en place un système d'acquisition dynamique. Ils peuvent également, dans les limites fixées à l'article 43, § 1er, alinéa 2, passer des marchés sur la base d'un accord-cadre ou d'un système d'acquisition dynamique. A moins que les éléments nécessaires n'aient été prévus par un accord international conclu entre les Etats membres concernés, les pouvoirs adjudicateurs participants concluent un accord qui détermine ce qui suit :
1° les responsabilités des parties et les dispositions nationales applicables pertinentes;
2° l'organisation interne de la procédure de passation, y compris la gestion de la procédure, la répartition des travaux, des fournitures ou des services à acquérir, et la conclusion des marchés.
Un pouvoir adjudicateur participant remplit les obligations qui lui incombent en vertu de la présente loi lorsqu'il acquiert des travaux, des fournitures ou des services d'un pouvoir adjudicateur qui est responsable de la procédure de passation. Lorsqu'ils déterminent les responsabilités et le droit national applicable visés à l'alinéa 1er, 1°, les pouvoirs adjudicateurs participants peuvent se répartir des responsabilités spécifiques entre eux et déterminer les dispositions applicables du droit national de chacun des Etats membres respectifs. Pour les marchés publics passés conjointement, les documents du marché visent la répartition des responsabilités et le droit national applicable.
§ 4. Lorsque plusieurs pouvoirs adjudicateurs de différents Etats membres ont établi une entité conjointe, y compris un groupement européen de coopération territoriale en vertu du règlement n° 1082/2006 du Parlement européen et du Conseil du 5 juillet 2006 relatif à un groupement européen de coopération territoriale ou d'autres entités en vertu du droit de l'Union, les pouvoirs adjudicateurs participants conviennent, par une décision de l'organe compétent de l'entité conjointe, que les règles nationales en matière de passation de marchés qui s'appliquent sont celles de l'un des Etats membres suivants :
1° soit les dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel se trouve le siège social de l'entité conjointe;
2° soit les dispositions nationales de l'Etat membre dans lequel l'entité conjointe exerce ses activités.
L'accord visé à l'alinéa 1er peut être valable soit pour une durée indéterminée, s'il est incorporé dans les statuts de l'entité conjointe, soit pour une période déterminée ou encore pour certains types de marchés ou pour un ou plusieurs marchés particuliers.
Prijsvragen
Concours
Art.50. De aanbestedende overheid kan een prijsvraag organiseren met toepassing van procedures die zijn aangepast aan de bepalingen van titel 1 en titel 2, eerste hoofdstuk, en aan de door de Koning bepaalde nadere bijkomende materiële en procedurele regels.
[1 Artikel 73, § 4, is van toepassing op de prijsvragen.]1
De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt :
1° tot het grondgebied van het Rijk of een deel daarvan;
2° op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge reglementaire bepalingen, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn.
Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende overheid duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In elk geval moet het aantal kandidaten die tot deelneming aan de prijsvraag worden uitgenodigd, toereikend zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
[1 Artikel 73, § 4, is van toepassing op de prijsvragen.]1
De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt :
1° tot het grondgebied van het Rijk of een deel daarvan;
2° op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge reglementaire bepalingen, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn.
Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende overheid duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In elk geval moet het aantal kandidaten die tot deelneming aan de prijsvraag worden uitgenodigd, toereikend zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
Modifications
Art.50. Le pouvoir adjudicateur peut organiser un concours en appliquant des procédures qui sont adaptées aux dispositions du titre 1er et du titre 2, chapitre 1er, et aux modalités matérielles et procédurales additionnelles à déterminer par le Roi.
[1 L'article 73, § 4, est d'application pour les concours.]1
L'accès des participants aux concours n'est pas limité :
1° au territoire ou à une partie du territoire du Royaume;
2° au motif que les participants seraient tenus, en vertu de certaines dispositions réglementaires, d'être soit des personnes physiques, soit des personnes morales.
Lorsque les concours sont limités à un nombre restreint de participants, le pouvoir adjudicateur établit des critères de sélection clairs et non discriminatoires. Dans tous les cas, le nombre de candidats invités à participer aux concours doit être suffisant pour garantir une concurrence réelle.
[1 L'article 73, § 4, est d'application pour les concours.]1
L'accès des participants aux concours n'est pas limité :
1° au territoire ou à une partie du territoire du Royaume;
2° au motif que les participants seraient tenus, en vertu de certaines dispositions réglementaires, d'être soit des personnes physiques, soit des personnes morales.
Lorsque les concours sont limités à un nombre restreint de participants, le pouvoir adjudicateur établit des critères de sélection clairs et non discriminatoires. Dans tous les cas, le nombre de candidats invités à participer aux concours doit être suffisant pour garantir une concurrence réelle.
Modifications
HOOFDSTUK 4. - Verloop van de procedure
CHAPITRE 4. - Déroulement de la procédure
Afdeling 1. - Voorbereiding
Section 1re. - Préparation
Voorafgaande marktconsultaties
Consultations préalables du marché
Art.51. De aanbestedende overheid mag vóór het aanvatten van een plaatsingsprocedure marktconsultaties houden met het oog op de voorbereiding van de plaatsing van de opdracht, alsook om de ondernemers op de hoogte te brengen van haar plannen en eisen.
Met dit doel mag de aanbestedende overheid bijvoorbeeld het advies van onafhankelijke deskundigen, private of publieke instellingen of van marktdeelnemers inwinnen of ontvangen.
De voorafgaande marktconsultaties mogen worden gebruikt bij de planning en het verloop van de plaatsingsprocedure, mits dit niet leidt tot een vervalsing van de mededinging en geen aanleiding geeft tot een schending van de beginselen van non-discriminatie en transparantie.
Met dit doel mag de aanbestedende overheid bijvoorbeeld het advies van onafhankelijke deskundigen, private of publieke instellingen of van marktdeelnemers inwinnen of ontvangen.
De voorafgaande marktconsultaties mogen worden gebruikt bij de planning en het verloop van de plaatsingsprocedure, mits dit niet leidt tot een vervalsing van de mededinging en geen aanleiding geeft tot een schending van de beginselen van non-discriminatie en transparantie.
Art.51. Avant d'entamer une procédure de passation de marché, le pouvoir adjudicateur peut réaliser des consultations du marché en vue de préparer la passation du marché et d'informer les opérateurs économiques de ses projets et de ses exigences.
A cette fin, le pouvoir adjudicateur peut, par exemple, demander ou accepter l'avis d'experts indépendants, d'organismes publics ou privés ou d'acteurs du marché.
Les consultations préalables peuvent être utilisées pour la planification et le déroulement de la procédure de passation, à condition qu'elles n'aient pas pour effet de fausser la concurrence et d'entraîner une violation des principes de non-discrimination et de transparence.
A cette fin, le pouvoir adjudicateur peut, par exemple, demander ou accepter l'avis d'experts indépendants, d'organismes publics ou privés ou d'acteurs du marché.
Les consultations préalables peuvent être utilisées pour la planification et le déroulement de la procédure de passation, à condition qu'elles n'aient pas pour effet de fausser la concurrence et d'entraîner une violation des principes de non-discrimination et de transparence.
Voorafgaande betrokkenheid van kandidaten of inschrijvers
Participation préalable de candidats ou de soumissionnaires
Art.52. § 1. Wanneer een kandidaat of inschrijver of een met een kandidaat of inschrijver verbonden onderneming de aanbestedende overheid heeft geadviseerd, al dan niet in het kader van artikel 51, of anderszins betrokken is geweest bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure, neemt de aanbestedende overheid de passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt vervalst door de deelneming van die kandidaat of inschrijver. Deze maatregelen moeten, voor de opdrachten waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de betreffende drempels voor de Europese bekendmaking, worden aangegeven in de in het artikel 164, §§ 1 of 2, bedoelde informatie.
Deze maatregelen omvatten met name de mededeling aan andere kandidaten en inschrijvers van relevante informatie die is uitgewisseld in het kader van of ten gevolge van de betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure, alsmede de vaststelling van passende termijnen voor de ontvangst van de offertes.
In de zin van dit artikel verstaat men onder "verbonden onderneming", elke onderneming waarop een persoon bedoeld in het eerste lid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op die persoon of die, zoals zij, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming omwille van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
Voor de toepassing van het derde lid wordt de "overheersende invloed" vermoed in de gevallen bedoeld in artikel 2, 2°.
§ 2. De betrokken kandidaat of inschrijver wordt slechts van de procedure uitgesloten indien er geen andere middelen voorhanden zijn om de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te verzekeren. Alvorens te kunnen worden uitgesloten, krijgt de kandidaat of inschrijver de kans om te bewijzen, door middel van een schriftelijke verantwoording, dat zijn voorafgaande betrokkenheid de mededinging niet kan vervalsen.
Voor het verschaffen van de in het eerste lid bedoelde verantwoording wordt aan de kandidaat of inschrijver een termijn toegekend van minstens twaalf dagen vanaf het verzoek van de aanbestedende overheid. De kandidaat of inschrijver in kwestie levert het bewijs van de verzending van de verantwoording.
Ook het verzoek van de aanbestedende overheid moet schriftelijk worden gegeven.
§ 3. De Koning kan, voor de door Hem te bepalen opdrachten onder de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking en onder de door Hem te bepalen voorwaarden, afwijken van de bepalingen van dit artikel.
Deze maatregelen omvatten met name de mededeling aan andere kandidaten en inschrijvers van relevante informatie die is uitgewisseld in het kader van of ten gevolge van de betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure, alsmede de vaststelling van passende termijnen voor de ontvangst van de offertes.
In de zin van dit artikel verstaat men onder "verbonden onderneming", elke onderneming waarop een persoon bedoeld in het eerste lid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op die persoon of die, zoals zij, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming omwille van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
Voor de toepassing van het derde lid wordt de "overheersende invloed" vermoed in de gevallen bedoeld in artikel 2, 2°.
§ 2. De betrokken kandidaat of inschrijver wordt slechts van de procedure uitgesloten indien er geen andere middelen voorhanden zijn om de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te verzekeren. Alvorens te kunnen worden uitgesloten, krijgt de kandidaat of inschrijver de kans om te bewijzen, door middel van een schriftelijke verantwoording, dat zijn voorafgaande betrokkenheid de mededinging niet kan vervalsen.
Voor het verschaffen van de in het eerste lid bedoelde verantwoording wordt aan de kandidaat of inschrijver een termijn toegekend van minstens twaalf dagen vanaf het verzoek van de aanbestedende overheid. De kandidaat of inschrijver in kwestie levert het bewijs van de verzending van de verantwoording.
Ook het verzoek van de aanbestedende overheid moet schriftelijk worden gegeven.
§ 3. De Koning kan, voor de door Hem te bepalen opdrachten onder de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking en onder de door Hem te bepalen voorwaarden, afwijken van de bepalingen van dit artikel.
Art.52. § 1er. Lorsqu'un candidat ou soumissionnaire, ou une entreprise liée à un candidat ou à un soumissionnaire, a donné son avis au pouvoir adjudicateur, que ce soit ou non dans le cadre de l'article 51, ou a participé d'une autre façon à la préparation de la procédure de passation, le pouvoir adjudicateur prend des mesures appropriées pour veiller à ce que la concurrence ne soit pas faussée par la participation de ce candidat ou soumissionnaire. Lesdites mesures doivent, pour les marchés dont le montant est égal ou supérieur aux seuils correspondants fixés pour la publicité européenne, être consignées dans les informations visées à l'article 164, §§ 1er ou 2.
Ces mesures consistent notamment à communiquer aux autres candidats et soumissionnaires des informations utiles échangées dans le contexte de la participation du candidat ou soumissionnaire susmentionné à la préparation de la procédure, ou résultant de cette participation et à fixer des délais adéquats pour la réception des offres.
Par "entreprise liée" au sens du présent article, on entend soit toute entreprise sur laquelle une personne visée à l'alinéa 1er peut exercer directement ou indirectement une influence dominante, soit toute entreprise qui peut exercer une influence dominante sur cette personne ou qui, comme celle-ci, est soumise à l'influence dominante d'une autre entreprise, du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent.
Aux fins de l'alinéa 3, l'"influence dominante" est présumée dans les cas visés à l'article 2, 2°.
§ 2. Le candidat ou soumissionnaire concerné n'est exclu de la procédure que s'il n'existe pas d'autres moyens d'assurer le respect du principe de l'égalité de traitement. Toutefois, avant de pouvoir être exclu, le candidat ou soumissionnaire reçoit la possibilité de prouver au moyen d'une justification écrite, que sa participation préalable n'est pas susceptible de fausser la concurrence.
Un délai d'au moins douze jours est accordé au candidat ou soumissionnaire pour fournir la justification visée à l'alinéa 1er, à compter de la demande du pouvoir adjudicateur. Le candidat ou soumissionnaire concerné fournit la preuve de l'envoi de cette justification.
La demande du pouvoir adjudicateur doit également être formulée par écrit.
§ 3. Le Roi peut, pour les marchés sous le seuil concerné pour la publicité européenne et moyennant les conditions qu'Il fixe, prévoir des dérogations par rapport aux dispositions du présent article.
Ces mesures consistent notamment à communiquer aux autres candidats et soumissionnaires des informations utiles échangées dans le contexte de la participation du candidat ou soumissionnaire susmentionné à la préparation de la procédure, ou résultant de cette participation et à fixer des délais adéquats pour la réception des offres.
Par "entreprise liée" au sens du présent article, on entend soit toute entreprise sur laquelle une personne visée à l'alinéa 1er peut exercer directement ou indirectement une influence dominante, soit toute entreprise qui peut exercer une influence dominante sur cette personne ou qui, comme celle-ci, est soumise à l'influence dominante d'une autre entreprise, du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent.
Aux fins de l'alinéa 3, l'"influence dominante" est présumée dans les cas visés à l'article 2, 2°.
§ 2. Le candidat ou soumissionnaire concerné n'est exclu de la procédure que s'il n'existe pas d'autres moyens d'assurer le respect du principe de l'égalité de traitement. Toutefois, avant de pouvoir être exclu, le candidat ou soumissionnaire reçoit la possibilité de prouver au moyen d'une justification écrite, que sa participation préalable n'est pas susceptible de fausser la concurrence.
Un délai d'au moins douze jours est accordé au candidat ou soumissionnaire pour fournir la justification visée à l'alinéa 1er, à compter de la demande du pouvoir adjudicateur. Le candidat ou soumissionnaire concerné fournit la preuve de l'envoi de cette justification.
La demande du pouvoir adjudicateur doit également être formulée par écrit.
§ 3. Le Roi peut, pour les marchés sous le seuil concerné pour la publicité européenne et moyennant les conditions qu'Il fixe, prévoir des dérogations par rapport aux dispositions du présent article.
Technische specificaties
Spécifications techniques
Art.53. § 1. De aanbestedende overheid neemt de technische specificaties, waarin de voor een werk, levering of dienst gestelde kenmerken worden voorgeschreven, op in de opdrachtdocumenten.
Die kenmerken kunnen verband houden met het specifieke proces of de specifieke methode van productie of uitvoering van de gevraagde werken, leveringen of diensten of met een specifiek proces van een ander stadium van de levenscyclus ervan, zelfs wanneer deze factoren niet tot de materiële essentie van de werken, leveringen of diensten behoren, mits zij met het voorwerp van de opdracht verbonden en in verhouding zijn tot de waarde en de doelstellingen ervan.
De technische specificaties kunnen bepalen of de overdracht van intellectuele-eigendomsrechten vereist zal zijn.
Voor alle overheidsopdrachten die zijn bedoeld voor gebruik door natuurlijke personen, hetzij door het grote publiek, hetzij door het personeel van de aanbestedende overheid, moeten deze technische specificaties, uitgezonderd in behoorlijk gemotiveerde gevallen, zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met de criteria inzake toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers.
Indien middels een rechtshandeling van de Europese Unie verplichte toegankelijkheidsvoorschriften zijn vastgesteld, worden de technische specificaties voor zover het de criteria voor toegankelijkheid van personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers betreft, bepaald door een verwijzing naar de desbetreffende criteria.
§ 2. De technische specificaties bieden de ondernemers gelijke toegang tot de plaatsingsprocedure en mogen er niet toe leiden dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden opgeworpen.
§ 3. Onverminderd dwingende nationale technische voorschriften, voor zover deze met het recht van de Europese Unie verenigbaar zijn, worden de technische specificaties opgesteld op een van de volgende wijzen :
1° hetzij aan de hand van prestatie- of functionele eisen, inclusief milieukenmerken, mits deze zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende overheid de opdracht kan gunnen;
2° hetzij onder verwijzing naar de technische specificaties en, in volgorde van voorkeur, naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische beoordelingen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische referentiesystemen, of, bij gebreke van dit alles, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van de werken en het gebruik van de leveringen. Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";
3° hetzij aan de hand van de bepaling onder 1° bedoelde prestatie- of functionele eisen, waarbij onder aanname van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder 2° bedoelde technische specificaties;
4° hetzij onder verwijzing naar de bepaling onder 2° bedoelde technische specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de bepaling onder 1° bedoelde prestatie- of functionele eisen voor andere kenmerken.
§ 4. In de technische specificaties mag geen melding worden gemaakt van een bepaald fabricaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, noch mogen deze een verwijzing bevatten naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of geëlimineerd.
Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering alleen toegestaan :
1° wanneer, ingevolge de toepassing van paragraaf 3, geen voldoende nauwkeurige en begrijpelijke omschrijving van het voorwerp van de opdracht mogelijk zou zijn;
2° indien dit door het voorwerp van de opdracht is gerechtvaardigd.
In het in het tweede lid, 1° bedoelde geval moet de betreffende vermelding of verwijzing vergezeld gaan van de woorden "of gelijkwaardig".
Bij niet-naleving van de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen door de aanbestedende overheid, kan de inschrijver een gelijkwaardig product of dienst aanbieden.
§ 5. Wanneer een aanbestedende overheid gebruik maakt van de in paragraaf 3, 1°, geboden mogelijkheid de technische specificaties in termen van prestatie- of functionele eisen vast te stellen, wijst zij een inschrijving voor werken, leveringen of diensten niet af als zij voldoet aan een nationale norm waarbij een Europese norm is omgezet, een Europese technische goedkeuring, een gemeenschappelijke technische specificatie, een internationale norm, een door een Europees normalisatieorgaan ingesteld technisch verwijzingssysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de door de aanbestedende overheid vastgestelde prestatie- of functionele eisen.
De inschrijver bewijst in zijn offerte met elk passend middel, waaronder de in artikel 55 bedoelde middelen, dat het werk, de levering of de dienst die in overeenstemming is met de norm, voldoet aan de prestatie- of functionele eisen van de aanbestedende overheid.
§ 6. Wanneer een aanbestedende overheid gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in paragraaf 3, 2°, genoemde technische specificaties, wijst zij een offerte niet af op grond van het feit dat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet overeenstemmen met de betrokken technische specificaties, wanneer de inschrijver in zijn offerte met elk passend middel, inclusief de in artikel 55 bedoelde bewijsmiddelen, aantoont dat de voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de in de technische specificaties gestelde eisen.
§ 7. Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.
Die kenmerken kunnen verband houden met het specifieke proces of de specifieke methode van productie of uitvoering van de gevraagde werken, leveringen of diensten of met een specifiek proces van een ander stadium van de levenscyclus ervan, zelfs wanneer deze factoren niet tot de materiële essentie van de werken, leveringen of diensten behoren, mits zij met het voorwerp van de opdracht verbonden en in verhouding zijn tot de waarde en de doelstellingen ervan.
De technische specificaties kunnen bepalen of de overdracht van intellectuele-eigendomsrechten vereist zal zijn.
Voor alle overheidsopdrachten die zijn bedoeld voor gebruik door natuurlijke personen, hetzij door het grote publiek, hetzij door het personeel van de aanbestedende overheid, moeten deze technische specificaties, uitgezonderd in behoorlijk gemotiveerde gevallen, zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met de criteria inzake toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers.
Indien middels een rechtshandeling van de Europese Unie verplichte toegankelijkheidsvoorschriften zijn vastgesteld, worden de technische specificaties voor zover het de criteria voor toegankelijkheid van personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers betreft, bepaald door een verwijzing naar de desbetreffende criteria.
§ 2. De technische specificaties bieden de ondernemers gelijke toegang tot de plaatsingsprocedure en mogen er niet toe leiden dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden opgeworpen.
§ 3. Onverminderd dwingende nationale technische voorschriften, voor zover deze met het recht van de Europese Unie verenigbaar zijn, worden de technische specificaties opgesteld op een van de volgende wijzen :
1° hetzij aan de hand van prestatie- of functionele eisen, inclusief milieukenmerken, mits deze zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende overheid de opdracht kan gunnen;
2° hetzij onder verwijzing naar de technische specificaties en, in volgorde van voorkeur, naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische beoordelingen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische referentiesystemen, of, bij gebreke van dit alles, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van de werken en het gebruik van de leveringen. Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";
3° hetzij aan de hand van de bepaling onder 1° bedoelde prestatie- of functionele eisen, waarbij onder aanname van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder 2° bedoelde technische specificaties;
4° hetzij onder verwijzing naar de bepaling onder 2° bedoelde technische specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de bepaling onder 1° bedoelde prestatie- of functionele eisen voor andere kenmerken.
§ 4. In de technische specificaties mag geen melding worden gemaakt van een bepaald fabricaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, noch mogen deze een verwijzing bevatten naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of geëlimineerd.
Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering alleen toegestaan :
1° wanneer, ingevolge de toepassing van paragraaf 3, geen voldoende nauwkeurige en begrijpelijke omschrijving van het voorwerp van de opdracht mogelijk zou zijn;
2° indien dit door het voorwerp van de opdracht is gerechtvaardigd.
In het in het tweede lid, 1° bedoelde geval moet de betreffende vermelding of verwijzing vergezeld gaan van de woorden "of gelijkwaardig".
Bij niet-naleving van de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen door de aanbestedende overheid, kan de inschrijver een gelijkwaardig product of dienst aanbieden.
§ 5. Wanneer een aanbestedende overheid gebruik maakt van de in paragraaf 3, 1°, geboden mogelijkheid de technische specificaties in termen van prestatie- of functionele eisen vast te stellen, wijst zij een inschrijving voor werken, leveringen of diensten niet af als zij voldoet aan een nationale norm waarbij een Europese norm is omgezet, een Europese technische goedkeuring, een gemeenschappelijke technische specificatie, een internationale norm, een door een Europees normalisatieorgaan ingesteld technisch verwijzingssysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de door de aanbestedende overheid vastgestelde prestatie- of functionele eisen.
De inschrijver bewijst in zijn offerte met elk passend middel, waaronder de in artikel 55 bedoelde middelen, dat het werk, de levering of de dienst die in overeenstemming is met de norm, voldoet aan de prestatie- of functionele eisen van de aanbestedende overheid.
§ 6. Wanneer een aanbestedende overheid gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in paragraaf 3, 2°, genoemde technische specificaties, wijst zij een offerte niet af op grond van het feit dat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet overeenstemmen met de betrokken technische specificaties, wanneer de inschrijver in zijn offerte met elk passend middel, inclusief de in artikel 55 bedoelde bewijsmiddelen, aantoont dat de voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de in de technische specificaties gestelde eisen.
§ 7. Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.
Art.53. § 1er. Le pouvoir adjudicateur inclut dans les documents du marché les spécifications techniques, qui définissent les caractéristiques requises des travaux, des fournitures ou des services.
Ces caractéristiques peuvent se référer au processus ou à la méthode spécifique de production ou d'exécution des travaux, des fournitures ou des services demandés ou à un processus propre à un autre stade de leur cycle de vie même lorsque ces facteurs ne font pas partie de leur contenu matériel, à condition qu'ils soient liés à l'objet du marché et proportionnés à sa valeur et à ses objectifs.
Les spécifications techniques peuvent préciser si le transfert des droits de propriété intellectuelle sera exigé.
Pour tous les marchés publics destinés à être utilisés par des personnes physiques, qu'il s'agisse du grand public ou du personnel du pouvoir adjudicateur, les spécifications techniques sont élaborées, sauf dans des cas dûment justifiés, de façon à tenir compte des critères d'accessibilité pour les personnes handicapées ou de la notion de conception pour tous les utilisateurs.
Lorsque des exigences d'accessibilité contraignantes ont été arrêtées par un acte juridique de l'Union européenne, les spécifications techniques sont définies par référence à ces normes en ce qui concerne les critères d'accessibilité pour les personnes handicapées ou la notion de conception pour tous les utilisateurs.
§ 2. Les spécifications techniques donnent aux opérateurs économiques une égalité d'accès à la procédure de passation et ne peuvent avoir pour effet que des obstacles injustifiés à l'ouverture des marchés publics à la concurrence soient soulevés.
§ 3. Sans préjudice des règles techniques nationales obligatoires, dans la mesure où elles sont compatibles avec le droit de l'Union européenne, les spécifications techniques sont formulées de l'une des façons suivantes :
1° soit en termes de performances ou d'exigences fonctionnelles, en ce compris des caractéristiques environnementales, à condition qu'elles soient suffisamment précises pour permettre aux soumissionnaires de déterminer l'objet du marché et au pouvoir adjudicateur d'attribuer le marché;
2° soit par référence à des spécifications techniques et par ordre de préférence, aux normes nationales transposant des normes européennes, aux évaluations techniques européennes, aux spécifications techniques communes, aux normes internationales, aux autres référentiels techniques élaborés par les organismes européens de normalisation, ou, en leur absence, aux normes nationales, aux agréments techniques nationaux ou aux spécifications techniques nationales en matière de conception, de calcul et de réalisation des ouvrages et d'utilisation des fournitures. Chaque référence est accompagnée de la mention "ou équivalent";
3° soit en termes de performances ou d'exigences fonctionnelles visées au 1° se référant aux spécifications visées au 2° comme un moyen de présomption de conformité à ces performances ou exigences fonctionnelles;
4° soit par référence aux spécifications visées au 2° pour certaines caractéristiques et aux performances ou aux exigences fonctionnelles visées au 1° pour d'autres caractéristiques.
§ 4. Les spécifications techniques ne peuvent pas faire mention d'une fabrication ou d'une provenance déterminée ou d'un procédé particulier qui caractérise les produits ou les services fournis par un opérateur économique spécifique, ni faire référence à une marque, à un brevet ou à un type, à une origine ou à une production déterminée qui auraient pour effet de favoriser ou d'éliminer certaines entreprises ou certains produits.
Cette mention ou référence n'est autorisée, à titre exceptionnel, que :
1° lorsqu'il ne serait pas possible de fournir une description suffisamment précise et intelligible de l'objet du marché en application du paragraphe 3;
2° lorsqu'elle est justifiée par l'objet du marché.
Dans le cas visé à l'alinéa 2, 1°, la mention ou référence doit être accompagnée des termes "ou équivalent".
En cas de non-respect par le pouvoir adjudicateur des obligations visées au présent paragraphe, le soumissionnaire peut présenter un produit ou un service équivalent.
§ 5. Lorsque le pouvoir adjudicateur fait usage de la possibilité, prévue au paragraphe 3, 1°, de formuler des spécifications techniques en termes de performances ou d'exigences fonctionnelles, il ne rejette pas une offre de travaux, fournitures ou services conformes à une norme nationale transposant une norme européenne, à un agrément technique européen, à une spécification technique commune, à une norme internationale ou à un référentiel technique élaboré par un organisme européen de normalisation, si ces spécifications correspondent aux performances ou aux exigences fonctionnelles qu'il a fixées.
Dans son offre, le soumissionnaire prouve, par tout moyen approprié, y compris ceux visés à l'article 55, que les travaux, fournitures ou services, conformes à la norme, répondent aux conditions de performance ou aux exigences fonctionnelles imposées par le pouvoir adjudicateur.
§ 6. Lorsque le pouvoir adjudicateur fait usage de la possibilité de se référer aux spécifications techniques visées au paragraphe 3, 2°, il ne rejette pas une offre au motif que les travaux, fournitures ou services offerts ne sont pas conformes aux spécifications techniques auxquelles il a fait référence dès lors que le soumissionnaire prouve dans son offre, par tout moyen approprié, y compris les moyens de preuve visés à l'article 55, que les solutions proposées satisfont de manière équivalente aux exigences définies par les spécifications techniques.
§ 7. Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modèles et échantillons, les plans déterminent, sauf disposition contraire dans les documents du marché, la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matière dont il est constitué. Les modèles ne sont considérés que pour le contrôle de la finition et les échantillons pour la qualité.
Ces caractéristiques peuvent se référer au processus ou à la méthode spécifique de production ou d'exécution des travaux, des fournitures ou des services demandés ou à un processus propre à un autre stade de leur cycle de vie même lorsque ces facteurs ne font pas partie de leur contenu matériel, à condition qu'ils soient liés à l'objet du marché et proportionnés à sa valeur et à ses objectifs.
Les spécifications techniques peuvent préciser si le transfert des droits de propriété intellectuelle sera exigé.
Pour tous les marchés publics destinés à être utilisés par des personnes physiques, qu'il s'agisse du grand public ou du personnel du pouvoir adjudicateur, les spécifications techniques sont élaborées, sauf dans des cas dûment justifiés, de façon à tenir compte des critères d'accessibilité pour les personnes handicapées ou de la notion de conception pour tous les utilisateurs.
Lorsque des exigences d'accessibilité contraignantes ont été arrêtées par un acte juridique de l'Union européenne, les spécifications techniques sont définies par référence à ces normes en ce qui concerne les critères d'accessibilité pour les personnes handicapées ou la notion de conception pour tous les utilisateurs.
§ 2. Les spécifications techniques donnent aux opérateurs économiques une égalité d'accès à la procédure de passation et ne peuvent avoir pour effet que des obstacles injustifiés à l'ouverture des marchés publics à la concurrence soient soulevés.
§ 3. Sans préjudice des règles techniques nationales obligatoires, dans la mesure où elles sont compatibles avec le droit de l'Union européenne, les spécifications techniques sont formulées de l'une des façons suivantes :
1° soit en termes de performances ou d'exigences fonctionnelles, en ce compris des caractéristiques environnementales, à condition qu'elles soient suffisamment précises pour permettre aux soumissionnaires de déterminer l'objet du marché et au pouvoir adjudicateur d'attribuer le marché;
2° soit par référence à des spécifications techniques et par ordre de préférence, aux normes nationales transposant des normes européennes, aux évaluations techniques européennes, aux spécifications techniques communes, aux normes internationales, aux autres référentiels techniques élaborés par les organismes européens de normalisation, ou, en leur absence, aux normes nationales, aux agréments techniques nationaux ou aux spécifications techniques nationales en matière de conception, de calcul et de réalisation des ouvrages et d'utilisation des fournitures. Chaque référence est accompagnée de la mention "ou équivalent";
3° soit en termes de performances ou d'exigences fonctionnelles visées au 1° se référant aux spécifications visées au 2° comme un moyen de présomption de conformité à ces performances ou exigences fonctionnelles;
4° soit par référence aux spécifications visées au 2° pour certaines caractéristiques et aux performances ou aux exigences fonctionnelles visées au 1° pour d'autres caractéristiques.
§ 4. Les spécifications techniques ne peuvent pas faire mention d'une fabrication ou d'une provenance déterminée ou d'un procédé particulier qui caractérise les produits ou les services fournis par un opérateur économique spécifique, ni faire référence à une marque, à un brevet ou à un type, à une origine ou à une production déterminée qui auraient pour effet de favoriser ou d'éliminer certaines entreprises ou certains produits.
Cette mention ou référence n'est autorisée, à titre exceptionnel, que :
1° lorsqu'il ne serait pas possible de fournir une description suffisamment précise et intelligible de l'objet du marché en application du paragraphe 3;
2° lorsqu'elle est justifiée par l'objet du marché.
Dans le cas visé à l'alinéa 2, 1°, la mention ou référence doit être accompagnée des termes "ou équivalent".
En cas de non-respect par le pouvoir adjudicateur des obligations visées au présent paragraphe, le soumissionnaire peut présenter un produit ou un service équivalent.
§ 5. Lorsque le pouvoir adjudicateur fait usage de la possibilité, prévue au paragraphe 3, 1°, de formuler des spécifications techniques en termes de performances ou d'exigences fonctionnelles, il ne rejette pas une offre de travaux, fournitures ou services conformes à une norme nationale transposant une norme européenne, à un agrément technique européen, à une spécification technique commune, à une norme internationale ou à un référentiel technique élaboré par un organisme européen de normalisation, si ces spécifications correspondent aux performances ou aux exigences fonctionnelles qu'il a fixées.
Dans son offre, le soumissionnaire prouve, par tout moyen approprié, y compris ceux visés à l'article 55, que les travaux, fournitures ou services, conformes à la norme, répondent aux conditions de performance ou aux exigences fonctionnelles imposées par le pouvoir adjudicateur.
§ 6. Lorsque le pouvoir adjudicateur fait usage de la possibilité de se référer aux spécifications techniques visées au paragraphe 3, 2°, il ne rejette pas une offre au motif que les travaux, fournitures ou services offerts ne sont pas conformes aux spécifications techniques auxquelles il a fait référence dès lors que le soumissionnaire prouve dans son offre, par tout moyen approprié, y compris les moyens de preuve visés à l'article 55, que les solutions proposées satisfont de manière équivalente aux exigences définies par les spécifications techniques.
§ 7. Si les travaux, fournitures ou services sont définis à la fois par des plans, modèles et échantillons, les plans déterminent, sauf disposition contraire dans les documents du marché, la forme du produit, ses dimensions et la nature de la matière dont il est constitué. Les modèles ne sont considérés que pour le contrôle de la finition et les échantillons pour la qualité.
Keurmerken
Labels
Art.54. § 1. Wanneer de aanbestedende overheid het voornemen heeft werken, leveringen of diensten met specifieke milieu-, sociale of andere kenmerken aan te kopen kan zij, in de technische specificaties, de gunningscriteria of de contractvoorwaarden betreffende de uitvoering van de opdracht, een specifiek keurmerk eisen als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de vereiste voorschriften, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan :
1° de keurmerkeisen hebben alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken, leveringen of diensten die het voorwerp van de opdracht vormen;
2° de keurmerkeisen zijn gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria;
3° het keurmerk is vastgesteld in een open en transparante procedure waaraan alle belanghebbenden, met inbegrip van publieke instellingen, consumenten, sociale partners, fabrikanten, distributeurs en niet-gouvernementele organisaties kunnen deelnemen;
4° het keurmerk is voor alle betrokken partijen toegankelijk;
5° de keurmerkeisen worden vastgesteld door een derde partij waarover de ondernemer die het keurmerk aanvraagt, geen beslissende invloed uitoefent.
Indien de aanbestedende overheid niet eist dat de werken, leveringen of diensten aan alle keurmerkeisen voldoen, geeft zij aan welke keurmerkeisen worden bedoeld.
De aanbestedende overheid die een specifiek keurmerk eist, aanvaardt alle keurmerken die bevestigen dat de werken, leveringen of diensten aan gelijkwaardige keurmerkeisen voldoen.
Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar niet de mogelijkheid heeft het door de aanbestedende overheid aangegeven specifieke keurmerk of een gelijkwaardig keurmerk binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende overheid andere geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, mits de betrokken ondernemer aantoont dat de door hem te leveren werken, leveringen of diensten voldoen aan het door de aanbestedende overheid aangegeven specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking, moet de aanbestedende overheid echter steeds rekening houden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan het specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen is voldaan.
§ 2. Wanneer een keurmerk aan de in paragraaf 1, onder 2° tot 5° vermelde voorwaarden voldoet, maar eveneens eisen stelt die geen verband houden met het voorwerp van de opdracht, kan de aanbestedende overheid het keurmerk niet als zodanig opleggen. In dat geval kan zij echter de technische specificaties vaststellen onder verwijzing naar de gedetailleerde technische specificaties van dat keurmerk, of indien noodzakelijk, delen daarvan, die verband houden met het voorwerp van de opdracht en geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van dit voorwerp.
§ 3. De aanbestedende overheid maakt in de opdrachtdocumenten op onderstaande manier melding van de wijze waarop het keurmerk aangewend wordt :
1° wanneer het keurmerk wordt vereist als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de voorschriften, overeenkomstig paragraaf 1, en het een opdracht betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de betreffende drempel van de Europese bekendmaking, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding :
"Dit keurmerk wordt vereist ter uitvoering van artikel 54, § 1, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en voldoet aan alle voorwaarden vermeld in deze laatste bepaling. Met name hebben de keurmerkeisen alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn ze geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken/leveringen/diensten die het voorwerp van de opdracht vormen.";
2° wanneer het keurmerk wordt vereist als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de voorschriften overeenkomstig paragraaf 1, en het een opdracht betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de betreffende drempel van de Europese bekendmaking, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding :
"Er wordt verwezen naar het gewenste keurmerk ter uitvoering van artikel 54, § 1, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten dat voldoet aan alle voorwaarden vermeld in deze laatste bepaling. Met name hebben de keurmerkeisen alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn ze geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken/leveringen/diensten die het voorwerp van de opdracht vormen. Echter wordt ook steeds rekening gehouden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan eisen betreffende het specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen is voldaan.";
3° wanneer het keurmerk niet als dusdanig wordt opgelegd maar de technische specificaties worden gedetailleerd door middel van een overname van bepaalde technische specificaties van dit keurmerk, in uitvoering van de tweede paragraaf, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding :
"Naar dit keurmerk wordt verwezen ter uitvoering van artikel 54, § 2, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. Het keurmerk voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 54, § 1, 2° tot 5°. Aldus wordt het keurmerk niet als dusdanig opgelegd maar de technische specificaties worden gedetailleerd door middel van een overname van bepaalde technische specificaties van dit keurmerk. Daarbij wordt ook steeds rekening gehouden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan de specifieke eisen is voldaan.".
1° de keurmerkeisen hebben alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken, leveringen of diensten die het voorwerp van de opdracht vormen;
2° de keurmerkeisen zijn gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria;
3° het keurmerk is vastgesteld in een open en transparante procedure waaraan alle belanghebbenden, met inbegrip van publieke instellingen, consumenten, sociale partners, fabrikanten, distributeurs en niet-gouvernementele organisaties kunnen deelnemen;
4° het keurmerk is voor alle betrokken partijen toegankelijk;
5° de keurmerkeisen worden vastgesteld door een derde partij waarover de ondernemer die het keurmerk aanvraagt, geen beslissende invloed uitoefent.
Indien de aanbestedende overheid niet eist dat de werken, leveringen of diensten aan alle keurmerkeisen voldoen, geeft zij aan welke keurmerkeisen worden bedoeld.
De aanbestedende overheid die een specifiek keurmerk eist, aanvaardt alle keurmerken die bevestigen dat de werken, leveringen of diensten aan gelijkwaardige keurmerkeisen voldoen.
Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar niet de mogelijkheid heeft het door de aanbestedende overheid aangegeven specifieke keurmerk of een gelijkwaardig keurmerk binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende overheid andere geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, mits de betrokken ondernemer aantoont dat de door hem te leveren werken, leveringen of diensten voldoen aan het door de aanbestedende overheid aangegeven specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking, moet de aanbestedende overheid echter steeds rekening houden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan het specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen is voldaan.
§ 2. Wanneer een keurmerk aan de in paragraaf 1, onder 2° tot 5° vermelde voorwaarden voldoet, maar eveneens eisen stelt die geen verband houden met het voorwerp van de opdracht, kan de aanbestedende overheid het keurmerk niet als zodanig opleggen. In dat geval kan zij echter de technische specificaties vaststellen onder verwijzing naar de gedetailleerde technische specificaties van dat keurmerk, of indien noodzakelijk, delen daarvan, die verband houden met het voorwerp van de opdracht en geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van dit voorwerp.
§ 3. De aanbestedende overheid maakt in de opdrachtdocumenten op onderstaande manier melding van de wijze waarop het keurmerk aangewend wordt :
1° wanneer het keurmerk wordt vereist als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de voorschriften, overeenkomstig paragraaf 1, en het een opdracht betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de betreffende drempel van de Europese bekendmaking, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding :
"Dit keurmerk wordt vereist ter uitvoering van artikel 54, § 1, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en voldoet aan alle voorwaarden vermeld in deze laatste bepaling. Met name hebben de keurmerkeisen alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn ze geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken/leveringen/diensten die het voorwerp van de opdracht vormen.";
2° wanneer het keurmerk wordt vereist als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de voorschriften overeenkomstig paragraaf 1, en het een opdracht betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de betreffende drempel van de Europese bekendmaking, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding :
"Er wordt verwezen naar het gewenste keurmerk ter uitvoering van artikel 54, § 1, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten dat voldoet aan alle voorwaarden vermeld in deze laatste bepaling. Met name hebben de keurmerkeisen alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn ze geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken/leveringen/diensten die het voorwerp van de opdracht vormen. Echter wordt ook steeds rekening gehouden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan eisen betreffende het specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen is voldaan.";
3° wanneer het keurmerk niet als dusdanig wordt opgelegd maar de technische specificaties worden gedetailleerd door middel van een overname van bepaalde technische specificaties van dit keurmerk, in uitvoering van de tweede paragraaf, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding :
"Naar dit keurmerk wordt verwezen ter uitvoering van artikel 54, § 2, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. Het keurmerk voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 54, § 1, 2° tot 5°. Aldus wordt het keurmerk niet als dusdanig opgelegd maar de technische specificaties worden gedetailleerd door middel van een overname van bepaalde technische specificaties van dit keurmerk. Daarbij wordt ook steeds rekening gehouden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan de specifieke eisen is voldaan.".
Art.54. § 1er. Lorsque le pouvoir adjudicateur souhaite acquérir des travaux, des fournitures ou des services présentant certaines caractéristiques d'ordre environnemental, social ou autre, il peut, dans les spécifications techniques, les critères d'attribution ou les conditions d'exécution du marché, exiger un label particulier en tant que moyen permettant de prouver que les travaux, services ou fournitures correspondent aux caractéristiques requises à condition que l'ensemble des conditions suivantes soit respecté :
1° les exigences en matière de label ne concernent que des critères qui sont liés à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques des travaux, des fournitures ou des services qui font l'objet du marché;
2° les exigences en matière de label sont fondées sur des critères vérifiables de façon objective et non discriminatoires;
3° le label est établi par une procédure ouverte et transparente à laquelle toutes les parties concernées, telles que les organismes publics, les consommateurs, les partenaires sociaux, les fabricants, les distributeurs ou les organisations non gouvernementales, peuvent participer;
4° le label est accessible à toutes les parties intéressées;
5° les exigences en matière de label sont fixées par un tiers sur lequel l'opérateur économique qui demande l'obtention du label ne peut exercer d'influence décisive.
Lorsque le pouvoir adjudicateur n'exige pas que les travaux, les fournitures ou les services remplissent toutes les exigences en matière de label, il indique les exigences qui sont visées.
Le pouvoir adjudicateur qui exige un label particulier accepte tous les labels qui confirment que les travaux, fournitures ou services remplissent des exigences équivalentes en matière de label.
Lorsqu'un opérateur économique n'a manifestement pas la possibilité d'obtenir le label particulier spécifié par le pouvoir adjudicateur ou un label équivalent dans les délais fixés pour des raisons qui ne lui sont pas imputables, le pouvoir adjudicateur accepte d'autres moyens de preuve appropriés tels que, par exemple, un dossier technique du fabricant, pour autant que l'opérateur économique concerné établisse que les travaux, fournitures ou services qu'il doit fournir satisfont aux exigences concernant le label particulier ou aux exigences particulières indiquées par le pouvoir adjudicateur. Néanmoins, en ce qui concerne les marchés dont la valeur estimée est inférieur au seuil correspondant de la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur doit toujours tenir compte des autres moyens de preuve, pour autant que ces dernières démontrent qu'il est satisfait aux exigences concernant le label particulier ou aux exigences spécifiques.
§ 2. Lorsqu'un label remplit les conditions prévues au paragraphe 1er, 2° à 5°, mais fixe aussi des exigences qui ne sont pas liées à l'objet du marché, le pouvoir adjudicateur n'exige pas le label en soi. Dans ce cas il peut néanmoins définir les spécifications techniques par référence aux spécifications détaillées de ce label ou, si besoin est, aux parties de celles-ci qui sont liées à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques de cet objet.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur fait mention dans les documents du marché de la manière dont il est fait usage du label et ce selon les modalités précisées ci-dessous :
1° lorsque le label est exigé en tant que moyen permettant de prouver que les travaux, services ou fournitures correspondent aux caractéristiques requises, conformément au paragraphe 1er et que cela concerne un marché pour lequel la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil correspondant pour la publicité européenne, au moyen de la mention suivante ou une mention analogue :
"Ce label est exigé en exécution de l'article 54, § 1er, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Il satisfait à toutes les conditions mentionnées dans cette dernière disposition. Les exigences en matière de label ne concernent notamment que des critères qui sont liés à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques des travaux/fournitures/services qui font l'objet du marché.";
2° lorsque le label est exigé en tant que moyen permettant de prouver que les travaux, services ou fournitures correspondent aux caractéristiques requises, conformément au paragraphe 1er et que cela concerne un marché pour lequel la valeur estimée est inférieure au seuil correspondant pour la publicité européenne, au moyen de la mention suivante ou une mention analogue :
"Il est renvoyé au label souhaité en exécution de l'article 54, § 1er, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Il satisfait à toutes les conditions mentionnées dans cette dernière disposition. Les exigences en matière de label ne concernent notamment que des critères qui sont liés à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques des travaux/ fournitures/services qui font l'objet du marché. Néanmoins, il est également toujours tenu compte d'autres moyens de preuve appropriés, pour autant que ces dernières démontrent qu'il est satisfait aux exigences concernant le label particulier ou aux exigences spécifiques.";
3° lorsque le label n'est pas en soi exigé mais que les spécifications techniques sont détaillées en reprenant, conformément au paragraphe 2, certaines des spécifications de ce label, au moyen de la mention suivante ou une mention analogue :
"Il est renvoyé au label en exécution de l'article 54, § 2, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Il satisfait aux conditions mentionnées à l'article 54, § 1er, 2° à 5°. Ainsi, le label n'est pas en soi exigé mais les spécifications techniques sont détaillées en reprenant certaines des spécifications de ce label. Il est en outre toujours tenu compte d'autres moyens de preuve appropriés, pour autant que ces dernières démontrent qu'il est satisfait aux exigences spécifiques.".
1° les exigences en matière de label ne concernent que des critères qui sont liés à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques des travaux, des fournitures ou des services qui font l'objet du marché;
2° les exigences en matière de label sont fondées sur des critères vérifiables de façon objective et non discriminatoires;
3° le label est établi par une procédure ouverte et transparente à laquelle toutes les parties concernées, telles que les organismes publics, les consommateurs, les partenaires sociaux, les fabricants, les distributeurs ou les organisations non gouvernementales, peuvent participer;
4° le label est accessible à toutes les parties intéressées;
5° les exigences en matière de label sont fixées par un tiers sur lequel l'opérateur économique qui demande l'obtention du label ne peut exercer d'influence décisive.
Lorsque le pouvoir adjudicateur n'exige pas que les travaux, les fournitures ou les services remplissent toutes les exigences en matière de label, il indique les exigences qui sont visées.
Le pouvoir adjudicateur qui exige un label particulier accepte tous les labels qui confirment que les travaux, fournitures ou services remplissent des exigences équivalentes en matière de label.
Lorsqu'un opérateur économique n'a manifestement pas la possibilité d'obtenir le label particulier spécifié par le pouvoir adjudicateur ou un label équivalent dans les délais fixés pour des raisons qui ne lui sont pas imputables, le pouvoir adjudicateur accepte d'autres moyens de preuve appropriés tels que, par exemple, un dossier technique du fabricant, pour autant que l'opérateur économique concerné établisse que les travaux, fournitures ou services qu'il doit fournir satisfont aux exigences concernant le label particulier ou aux exigences particulières indiquées par le pouvoir adjudicateur. Néanmoins, en ce qui concerne les marchés dont la valeur estimée est inférieur au seuil correspondant de la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur doit toujours tenir compte des autres moyens de preuve, pour autant que ces dernières démontrent qu'il est satisfait aux exigences concernant le label particulier ou aux exigences spécifiques.
§ 2. Lorsqu'un label remplit les conditions prévues au paragraphe 1er, 2° à 5°, mais fixe aussi des exigences qui ne sont pas liées à l'objet du marché, le pouvoir adjudicateur n'exige pas le label en soi. Dans ce cas il peut néanmoins définir les spécifications techniques par référence aux spécifications détaillées de ce label ou, si besoin est, aux parties de celles-ci qui sont liées à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques de cet objet.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur fait mention dans les documents du marché de la manière dont il est fait usage du label et ce selon les modalités précisées ci-dessous :
1° lorsque le label est exigé en tant que moyen permettant de prouver que les travaux, services ou fournitures correspondent aux caractéristiques requises, conformément au paragraphe 1er et que cela concerne un marché pour lequel la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil correspondant pour la publicité européenne, au moyen de la mention suivante ou une mention analogue :
"Ce label est exigé en exécution de l'article 54, § 1er, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Il satisfait à toutes les conditions mentionnées dans cette dernière disposition. Les exigences en matière de label ne concernent notamment que des critères qui sont liés à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques des travaux/fournitures/services qui font l'objet du marché.";
2° lorsque le label est exigé en tant que moyen permettant de prouver que les travaux, services ou fournitures correspondent aux caractéristiques requises, conformément au paragraphe 1er et que cela concerne un marché pour lequel la valeur estimée est inférieure au seuil correspondant pour la publicité européenne, au moyen de la mention suivante ou une mention analogue :
"Il est renvoyé au label souhaité en exécution de l'article 54, § 1er, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Il satisfait à toutes les conditions mentionnées dans cette dernière disposition. Les exigences en matière de label ne concernent notamment que des critères qui sont liés à l'objet du marché et sont propres à définir les caractéristiques des travaux/ fournitures/services qui font l'objet du marché. Néanmoins, il est également toujours tenu compte d'autres moyens de preuve appropriés, pour autant que ces dernières démontrent qu'il est satisfait aux exigences concernant le label particulier ou aux exigences spécifiques.";
3° lorsque le label n'est pas en soi exigé mais que les spécifications techniques sont détaillées en reprenant, conformément au paragraphe 2, certaines des spécifications de ce label, au moyen de la mention suivante ou une mention analogue :
"Il est renvoyé au label en exécution de l'article 54, § 2, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Il satisfait aux conditions mentionnées à l'article 54, § 1er, 2° à 5°. Ainsi, le label n'est pas en soi exigé mais les spécifications techniques sont détaillées en reprenant certaines des spécifications de ce label. Il est en outre toujours tenu compte d'autres moyens de preuve appropriés, pour autant que ces dernières démontrent qu'il est satisfait aux exigences spécifiques.".
Testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen
Rapports d'essai, certification et autres moyens de preuve
Art.55. § 1. De aanbestedende overheid kan eisen dat ondernemers een testverslag of certificaat van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekken als bewijs van overeenstemming met de voorschriften of criteria die zijn neergelegd in de technische specificaties, de gunningscriteria of de uitvoeringsvoorwaarden.
Wanneer de aanbestedende overheid eist dat certificaten van een specifieke conformiteitsbeoordelingsinstantie worden overgelegd, worden door deze aanbestedende overheid ook certificaten van andere gelijkwaardige conformiteitsbeoordelingsinstanties aanvaard.
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie in de zin van deze paragraaf is een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals ijken, testen, certificeren en inspecteren, en geaccrediteerd is overeenkomstig Verordening nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.
§ 2. De aanbestedende overheid aanvaardt andere dan de in paragraaf 1 bedoelde geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, wanneer de betrokken ondernemer geen toegang had tot de in de paragraaf 1 bedoelde certificaten of testverslagen of deze niet binnen de desbetreffende termijnen kon verkrijgen, mits het ontbreken van toegang niet aan de betrokken ondernemer te wijten is, op voorwaarde dat deze laatste daarbij aantoont dat de door hem geleverde werken, leveringen of diensten voldoen aan de voorschriften of criteria van de technische specificaties, de gunningscriteria of de uitvoeringsvoorwaarden van de opdracht.
Wanneer de aanbestedende overheid eist dat certificaten van een specifieke conformiteitsbeoordelingsinstantie worden overgelegd, worden door deze aanbestedende overheid ook certificaten van andere gelijkwaardige conformiteitsbeoordelingsinstanties aanvaard.
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie in de zin van deze paragraaf is een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals ijken, testen, certificeren en inspecteren, en geaccrediteerd is overeenkomstig Verordening nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.
§ 2. De aanbestedende overheid aanvaardt andere dan de in paragraaf 1 bedoelde geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, wanneer de betrokken ondernemer geen toegang had tot de in de paragraaf 1 bedoelde certificaten of testverslagen of deze niet binnen de desbetreffende termijnen kon verkrijgen, mits het ontbreken van toegang niet aan de betrokken ondernemer te wijten is, op voorwaarde dat deze laatste daarbij aantoont dat de door hem geleverde werken, leveringen of diensten voldoen aan de voorschriften of criteria van de technische specificaties, de gunningscriteria of de uitvoeringsvoorwaarden van de opdracht.
Art.55. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut exiger que les opérateurs économiques fournissent, comme moyen de preuve de la conformité aux exigences ou aux critères arrêtés dans les spécifications techniques, les critères d'attribution ou les conditions d'exécution, un rapport d'essai d'un organisme d'évaluation de la conformité ou un certificat délivré par un tel organisme.
Lorsque le pouvoir adjudicateur demande que des certificats établis par un organisme d'évaluation de la conformité particulier lui soient soumis, il accepte aussi des certificats d'autres organismes d'évaluation de la conformité équivalents.
Aux fins du présent paragraphe, on entend par "organisme d'évaluation de la conformité" un organisme exerçant des activités d'évaluation de la conformité telles que le calibrage, les essais, la certification et l'inspection, accrédité conformément au règlement n° 765/2008 du Parlement européen et du Conseil du 9 juillet 2008 fixant les prescriptions relatives à l'accréditation et à la surveillance du marché pour la commercialisation des produits et abrogeant le règlement (CEE) n° 339/93 du Conseil.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur accepte d'autres moyens de preuve appropriés que ceux visés au paragraphe 1er, comme un dossier technique du fabricant lorsque l'opérateur économique concerné n'avait pas accès aux certificats ou aux rapports d'essai visés au paragraphe 1er ni la possibilité de les obtenir dans les délais fixés, à condition que l'absence d'accès ne soit pas imputable à l'opérateur économique concerné et pour autant que celui-ci établisse ainsi que les travaux, fournitures ou services qu'il fournit satisfont aux exigences ou aux critères énoncés dans les spécifications techniques, les critères d'attribution ou les conditions d'exécution du marché.
Lorsque le pouvoir adjudicateur demande que des certificats établis par un organisme d'évaluation de la conformité particulier lui soient soumis, il accepte aussi des certificats d'autres organismes d'évaluation de la conformité équivalents.
Aux fins du présent paragraphe, on entend par "organisme d'évaluation de la conformité" un organisme exerçant des activités d'évaluation de la conformité telles que le calibrage, les essais, la certification et l'inspection, accrédité conformément au règlement n° 765/2008 du Parlement européen et du Conseil du 9 juillet 2008 fixant les prescriptions relatives à l'accréditation et à la surveillance du marché pour la commercialisation des produits et abrogeant le règlement (CEE) n° 339/93 du Conseil.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur accepte d'autres moyens de preuve appropriés que ceux visés au paragraphe 1er, comme un dossier technique du fabricant lorsque l'opérateur économique concerné n'avait pas accès aux certificats ou aux rapports d'essai visés au paragraphe 1er ni la possibilité de les obtenir dans les délais fixés, à condition que l'absence d'accès ne soit pas imputable à l'opérateur économique concerné et pour autant que celui-ci établisse ainsi que les travaux, fournitures ou services qu'il fournit satisfont aux exigences ou aux critères énoncés dans les spécifications techniques, les critères d'attribution ou les conditions d'exécution du marché.
Varianten en opties
Variantes et options
Art.56. § 1. De aanbestedende overheid kan inschrijvers toestaan of van hen vereisen varianten of opties in te dienen. Zij vermeldt in de aankondiging van een opdracht of, in geval van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, in de opdrachtdocumenten, of zij varianten of opties toestaat of vereist. Zonder een dergelijke vermelding zijn geen varianten of opties toegelaten.
Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking kunnen de inschrijvers, in afwijking van het eerste lid en behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, ook varianten of opties indienen zonder vermelding dat dit toegestaan is in de aankondiging van een opdracht of in de opdrachtdocumenten. Deze varianten of opties worden "vrije varianten" respectievelijk "vrije opties" genoemd.
Varianten en opties zijn verbonden met het voorwerp van de opdracht.
§ 2. Voor de vereiste en toegestane varianten en opties vermeldt de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten aan welke minimumeisen deze moeten voldoen, alsmede de specifieke eisen met betrekking tot hoe zij moeten worden ingediend. De verplichting tot het vermelden van minimumeisen en specifieke eisen met betrekking tot de indiening geldt niet voor de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde vrije varianten of vrije opties.
De aanbestedende overheid vermeldt in de opdrachtdocumenten of varianten slechts kunnen worden ingediend wanneer ook een basisofferte is ingediend. Opties kunnen evenwel niet worden ingediend zonder basisofferte of, in voorkomend geval, een variante. Van deze laatste verplichting moet melding worden gemaakt in de opdrachtdocumenten.
De aanbestedende overheid garandeert dat de gekozen gunningscriteria kunnen worden toegepast op de vereiste en toegestane varianten die aan de minimumvoorschriften voldoen en op de basisoffertes.
§ 3. Bij plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten mag de aanbestedende overheid een variante of optie niet afwijzen uitsluitend omdat deze, mocht hij worden gekozen, tot een opdracht voor diensten in plaats van een opdracht voor leveringen, dan wel tot een opdracht voor leveringen in plaats van een opdracht voor diensten zou leiden.
§ 4. De aanbestedende overheid is nooit verplicht om een optie te bestellen, noch bij de sluiting, noch tijdens de uitvoering van de opdracht.
§ 5. De Koning kan, voor de door hem te bepalen procedures, de nadere materiële en procedurele regels vaststellen inzake de varianten en opties.
Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking kunnen de inschrijvers, in afwijking van het eerste lid en behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, ook varianten of opties indienen zonder vermelding dat dit toegestaan is in de aankondiging van een opdracht of in de opdrachtdocumenten. Deze varianten of opties worden "vrije varianten" respectievelijk "vrije opties" genoemd.
Varianten en opties zijn verbonden met het voorwerp van de opdracht.
§ 2. Voor de vereiste en toegestane varianten en opties vermeldt de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten aan welke minimumeisen deze moeten voldoen, alsmede de specifieke eisen met betrekking tot hoe zij moeten worden ingediend. De verplichting tot het vermelden van minimumeisen en specifieke eisen met betrekking tot de indiening geldt niet voor de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde vrije varianten of vrije opties.
De aanbestedende overheid vermeldt in de opdrachtdocumenten of varianten slechts kunnen worden ingediend wanneer ook een basisofferte is ingediend. Opties kunnen evenwel niet worden ingediend zonder basisofferte of, in voorkomend geval, een variante. Van deze laatste verplichting moet melding worden gemaakt in de opdrachtdocumenten.
De aanbestedende overheid garandeert dat de gekozen gunningscriteria kunnen worden toegepast op de vereiste en toegestane varianten die aan de minimumvoorschriften voldoen en op de basisoffertes.
§ 3. Bij plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten mag de aanbestedende overheid een variante of optie niet afwijzen uitsluitend omdat deze, mocht hij worden gekozen, tot een opdracht voor diensten in plaats van een opdracht voor leveringen, dan wel tot een opdracht voor leveringen in plaats van een opdracht voor diensten zou leiden.
§ 4. De aanbestedende overheid is nooit verplicht om een optie te bestellen, noch bij de sluiting, noch tijdens de uitvoering van de opdracht.
§ 5. De Koning kan, voor de door hem te bepalen procedures, de nadere materiële en procedurele regels vaststellen inzake de varianten en opties.
Art.56. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut autoriser les soumissionnaires à introduire des variantes ou des options ou leur imposer de le faire. Il mentionne dans l'avis de marché ou dans les documents du marché en cas de procédure négociée sans publicité préalable s'il autorise ou impose l'introduction de variantes ou options. A défaut d'une telle mention, aucune variante ni option ne sera autorisée.
Pour les marchés dont la valeur estimée est inférieure aux seuils fixés pour la publicité européenne, les soumissionnaires peuvent également, par dérogation à l'alinéa premier et en l'absence de clause contraire dans les documents de marché, introduire des variantes ou des options sans que l'avis de marché ou les documents de marché ne le mentionnent. Ces variantes ou options sont respectivement appelées des "variantes libres" et "options libres".
Les variantes et options sont liées à l'objet du marché.
§ 2. S'agissant des variantes et options exigées et autorisées, le pouvoir adjudicateur mentionne dans les documents de marché les exigences minimales auxquelles elles devront satisfaire ainsi que les exigences spécifiques relatives à leur mode d'introduction. L'obligation de mentionner des exigences minimales et spécifiques relatives à l'introduction ne s'applique pas aux variantes ou options libres visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
Le pouvoir adjudicateur mentionne dans les documents de marché si des variantes ne peuvent être introduites qu'à condition qu'une offre de base soit également déposée. Les options ne peuvent cependant pas être introduites sans offre de base ou, le cas échéant, sans variante. Les documents de marché doivent faire mention de cette dernière obligation.
Le pouvoir adjudicateur garantit que les critères d'attribution sélectionnés peuvent s'appliquer aux variantes exigées et autorisées qui satisfont aux prescriptions minimales ainsi qu'aux offres de base.
§ 3. Pour les procédures de passation de marchés publics de fournitures ou de services, le pouvoir adjudicateur ne rejette pas une variante ou une option au seul motif qu'elle aboutirait, si elle était retenue, soit à un marché de services au lieu d'un marché de fournitures, soit à un marché de fournitures au lieu d'un marché de services.
§ 4. Le pouvoir adjudicateur n'est jamais obligé de lever une option, ni lors de la conclusion, ni pendant l'exécution du marché.
§ 5. Le Roi peut arrêter les modalités matérielles et procédurales additionnelles en matière de variantes et option pour les procédures qu'il détermine.
Pour les marchés dont la valeur estimée est inférieure aux seuils fixés pour la publicité européenne, les soumissionnaires peuvent également, par dérogation à l'alinéa premier et en l'absence de clause contraire dans les documents de marché, introduire des variantes ou des options sans que l'avis de marché ou les documents de marché ne le mentionnent. Ces variantes ou options sont respectivement appelées des "variantes libres" et "options libres".
Les variantes et options sont liées à l'objet du marché.
§ 2. S'agissant des variantes et options exigées et autorisées, le pouvoir adjudicateur mentionne dans les documents de marché les exigences minimales auxquelles elles devront satisfaire ainsi que les exigences spécifiques relatives à leur mode d'introduction. L'obligation de mentionner des exigences minimales et spécifiques relatives à l'introduction ne s'applique pas aux variantes ou options libres visées au paragraphe 1er, alinéa 2.
Le pouvoir adjudicateur mentionne dans les documents de marché si des variantes ne peuvent être introduites qu'à condition qu'une offre de base soit également déposée. Les options ne peuvent cependant pas être introduites sans offre de base ou, le cas échéant, sans variante. Les documents de marché doivent faire mention de cette dernière obligation.
Le pouvoir adjudicateur garantit que les critères d'attribution sélectionnés peuvent s'appliquer aux variantes exigées et autorisées qui satisfont aux prescriptions minimales ainsi qu'aux offres de base.
§ 3. Pour les procédures de passation de marchés publics de fournitures ou de services, le pouvoir adjudicateur ne rejette pas une variante ou une option au seul motif qu'elle aboutirait, si elle était retenue, soit à un marché de services au lieu d'un marché de fournitures, soit à un marché de fournitures au lieu d'un marché de services.
§ 4. Le pouvoir adjudicateur n'est jamais obligé de lever une option, ni lors de la conclusion, ni pendant l'exécution du marché.
§ 5. Le Roi peut arrêter les modalités matérielles et procédurales additionnelles en matière de variantes et option pour les procédures qu'il détermine.
Opdracht in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules
Marché à tranches fermes et à tranches conditionnelles et clauses de reconduction
Art.57. Wanneer de aanbestedende overheid de noodzaak daartoe aantoont, kan ze een opdracht plaatsen die een of meer vaste gedeelten en een of meer voorwaardelijke gedeelten omvat. Alhoewel de sluiting van de opdracht betrekking heeft op de volledige opdracht, is de aanbestedende overheid enkel gebonden door de vaste gedeelten. De uitvoering van elk voorwaardelijk gedeelte is afhankelijk van een beslissing van de aanbestedende overheid die aan de opdrachtnemer wordt meegedeeld overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten bepaalde nadere regels. De uitvoering van het voorwaardelijk gedeelte mag de algemene aard van de opdracht niet wijzigen.
Een opdracht kan van bij de sluiting een of meer verlengingen omvatten, overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten vermelde nadere regels. De volledige looptijd, met inbegrip van de verlengingen, moet over het algemeen beperkt blijven tot vier jaar na het sluiten van de opdracht. De verlenging mag geen aanleiding geven tot een wijziging van de algemene aard van de opdracht.
Dit in dit artikel bedoelde clausules moeten worden opgesteld in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige bewoordingen. Deze clausules omschrijven het toepassingsgebied en de aard van de eventule gevolgen die eruit voort kunnen vloeien, alsmede de voorwaarden waaronder ze kunnen worden gebruikt.
De Koning kan de nadere regels bepalen voor het gebruik van de opdrachten in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules.
Een opdracht kan van bij de sluiting een of meer verlengingen omvatten, overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten vermelde nadere regels. De volledige looptijd, met inbegrip van de verlengingen, moet over het algemeen beperkt blijven tot vier jaar na het sluiten van de opdracht. De verlenging mag geen aanleiding geven tot een wijziging van de algemene aard van de opdracht.
Dit in dit artikel bedoelde clausules moeten worden opgesteld in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige bewoordingen. Deze clausules omschrijven het toepassingsgebied en de aard van de eventule gevolgen die eruit voort kunnen vloeien, alsmede de voorwaarden waaronder ze kunnen worden gebruikt.
De Koning kan de nadere regels bepalen voor het gebruik van de opdrachten in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules.
Art.57. Lorsque le pouvoir adjudicateur en démontre la nécessité, il peut recourir à un marché fractionné en une ou plusieurs tranches fermes et une ou plusieurs tranches conditionnelles. Bien que la conclusion du marché porte sur l'ensemble du marché, elle n'engage le pouvoir adjudicateur que pour les tranches fermes. L'exécution de chaque tranche conditionnelle est subordonnée à une décision du pouvoir adjudicateur portée à la connaissance de l'adjudicataire selon les modalités prévues dans les documents du marché initiaux. L'exécution de la tranche conditionnelle ne peut pas changer la nature globale du marché.
Dès sa conclusion, un marché peut comporter une ou plusieurs reconductions, selon les modalités mentionnées dans les documents du marché initiaux. La durée totale, y compris les reconductions, ne peut en règle générale dépasser quatre ans à partir de la conclusion du marché. La reconduction ne peut pas donner lieu à un changement de la nature globale du marché.
Les clauses prévues au présent article doivent être rédigées de manière claire, précise et univoque. Ces clauses indiquent le champ d'application et la nature des éventuelles conséquences qui peuvent en résulter ainsi que les conditions dans lesquelles il peut en être fait usage.
Le Roi peut fixer les modalités additionnelles pour l'utilisation des marchés à tranches fermes et conditionnelles, ainsi que pour l'utilisation des clauses de reconduction.
Dès sa conclusion, un marché peut comporter une ou plusieurs reconductions, selon les modalités mentionnées dans les documents du marché initiaux. La durée totale, y compris les reconductions, ne peut en règle générale dépasser quatre ans à partir de la conclusion du marché. La reconduction ne peut pas donner lieu à un changement de la nature globale du marché.
Les clauses prévues au présent article doivent être rédigées de manière claire, précise et univoque. Ces clauses indiquent le champ d'application et la nature des éventuelles conséquences qui peuvent en résulter ainsi que les conditions dans lesquelles il peut en être fait usage.
Le Roi peut fixer les modalités additionnelles pour l'utilisation des marchés à tranches fermes et conditionnelles, ainsi que pour l'utilisation des clauses de reconduction.
Verdeling van de opdrachten in percelen
Division des marchés en lots
Art.58. § 1. De aanbestedende overheid kan beslissen de opdracht te plaatsen in de vorm van afzonderlijke percelen, in welk geval zij daarvan de aard, de omvang, het voorwerp, de verdeling en de kenmerken bepaalt in de opdrachtdocumenten.
Voor de opdrachten van leveringen, diensten en werken, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de herzienbare drempel voor de Europese bekendmaking zoals die van toepassing is voor de door de federale aanbestedende overheden geplaatste overheidsopdrachten voor leveringen en diensten, moeten alle aanbestedende overheden de verdeling in percelen overwegen en, in geval zij besluiten niet in percelen op te delen, de voornaamste redenen daarvoor vermelden in de opdrachtdocumenten of in de in het artikel 164, § 1, bedoelde informatie.
In geval de aanbestedende overheid ervoor kiest de opdracht te plaatsen in de vorm van afzonderlijke percelen, heeft zij het recht er slechts enkele te gunnen en eventueel te besluiten de andere op te nemen in één of meer nieuwe opdrachten, desnoods volgens een andere plaatsingsprocedure.
De aanbestedende overheid vermeldt, in de aankondiging van een opdracht, of offertes mogen worden ingediend voor één, meer of alle percelen.
§ 2. De aanbestedende overheid mag, zelfs indien er offertes mogen worden ingediend voor meer of alle percelen, het aantal aan één inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximum aantal percelen per inschrijver in de aankondiging van een opdracht is aangegeven. De aanbestedende overheid vermeldt in de opdrachtdocumenten de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens is toe te passen om te bepalen welke percelen zullen worden gegund indien de toepassing van de gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximumaantal aan een zelfde inschrijver.
Voor de opdrachten van leveringen, diensten en werken, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de herzienbare drempel voor de Europese bekendmaking zoals die van toepassing is voor de door de federale aanbestedende overheden geplaatste overheidsopdrachten voor leveringen en diensten, moeten alle aanbestedende overheden de verdeling in percelen overwegen en, in geval zij besluiten niet in percelen op te delen, de voornaamste redenen daarvoor vermelden in de opdrachtdocumenten of in de in het artikel 164, § 1, bedoelde informatie.
In geval de aanbestedende overheid ervoor kiest de opdracht te plaatsen in de vorm van afzonderlijke percelen, heeft zij het recht er slechts enkele te gunnen en eventueel te besluiten de andere op te nemen in één of meer nieuwe opdrachten, desnoods volgens een andere plaatsingsprocedure.
De aanbestedende overheid vermeldt, in de aankondiging van een opdracht, of offertes mogen worden ingediend voor één, meer of alle percelen.
§ 2. De aanbestedende overheid mag, zelfs indien er offertes mogen worden ingediend voor meer of alle percelen, het aantal aan één inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximum aantal percelen per inschrijver in de aankondiging van een opdracht is aangegeven. De aanbestedende overheid vermeldt in de opdrachtdocumenten de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens is toe te passen om te bepalen welke percelen zullen worden gegund indien de toepassing van de gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximumaantal aan een zelfde inschrijver.
Art.58. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut décider de passer un marché sous la forme de lots distincts, auquel cas il en fixe la nature, le volume, l'objet, la répartition et les caractéristiques dans les documents du marché.
Pour les marchés de fournitures, de services et de travaux dont le montant estimé est égal ou supérieur au seuil européen révisable pour la publicité européenne, tel qu'applicable aux marchés publics de fournitures et de services passés par les pouvoirs adjudicateurs fédéraux, tous les pouvoirs adjudicateurs doivent envisager la division du marché en lots et, s'ils décident de ne pas diviser en lots, les raisons principales doivent être mentionnées dans les documents du marché ou dans les informations visées à l'article 164, § 1er.
Si le pouvoir adjudicateur choisit de passer un marché sous la forme de lots distincts, il a le droit de n'en attribuer que certains et, éventuellement, de décider que les autres lots feront l'objet d'un ou de plusieurs nouveaux marchés, au besoin selon une autre procédure de passation.
Dans l'avis de marché, le pouvoir adjudicateur indique s'il est possible de soumettre une offre pour un seul lot, pour plusieurs lots ou pour tous les lots.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur peut, même lorsqu'il est possible de soumettre une offre pour plusieurs lots ou tous les lots, limiter le nombre de lots qui peuvent être attribués à un seul soumissionnaire, à condition que le nombre maximal de lots par soumissionnaire soit inscrit dans l'avis de marché. Le pouvoir adjudicateur indique dans les documents du marché les critères ou règles objectifs et non discriminatoires qu'il entend appliquer pour déterminer quels lots seront attribués lorsque l'application des critères d'attribution conduirait à attribuer à un soumissionnaire un nombre de lots supérieur au nombre maximal.
Pour les marchés de fournitures, de services et de travaux dont le montant estimé est égal ou supérieur au seuil européen révisable pour la publicité européenne, tel qu'applicable aux marchés publics de fournitures et de services passés par les pouvoirs adjudicateurs fédéraux, tous les pouvoirs adjudicateurs doivent envisager la division du marché en lots et, s'ils décident de ne pas diviser en lots, les raisons principales doivent être mentionnées dans les documents du marché ou dans les informations visées à l'article 164, § 1er.
Si le pouvoir adjudicateur choisit de passer un marché sous la forme de lots distincts, il a le droit de n'en attribuer que certains et, éventuellement, de décider que les autres lots feront l'objet d'un ou de plusieurs nouveaux marchés, au besoin selon une autre procédure de passation.
Dans l'avis de marché, le pouvoir adjudicateur indique s'il est possible de soumettre une offre pour un seul lot, pour plusieurs lots ou pour tous les lots.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur peut, même lorsqu'il est possible de soumettre une offre pour plusieurs lots ou tous les lots, limiter le nombre de lots qui peuvent être attribués à un seul soumissionnaire, à condition que le nombre maximal de lots par soumissionnaire soit inscrit dans l'avis de marché. Le pouvoir adjudicateur indique dans les documents du marché les critères ou règles objectifs et non discriminatoires qu'il entend appliquer pour déterminer quels lots seront attribués lorsque l'application des critères d'attribution conduirait à attribuer à un soumissionnaire un nombre de lots supérieur au nombre maximal.
Vaststelling van termijnen
Fixation des délais
Art.59. § 1. Bij de vaststelling van de termijnen voor de aanvragen tot deelneming en de ontvangst van offertes houdt de aanbestedende overheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de offertes, onverminderd de in de artikelen 36 tot en met 41 vastgestelde minimumtermijnen.
§ 2. Wanneer offertes slechts kunnen worden opgemaakt na een bezoek van de locatie of na inzage ter plaatse van de documenten waarop die opdrachtdocumenten steunen, worden de termijnen voor ontvangst van de offertes, die langer zijn dan de in de artikelen 36 tot en met 41 vastgelegde minimumtermijnen, zodanig vastgesteld dat alle betrokken ondernemers de gelegenheid hebben kennis te nemen van alle nodige gegevens voor het opstellen van de offertes.
§ 3. De aanbestedende overheid verlengt de termijnen voor ontvangst van de offertes opdat alle betrokken ondernemers kunnen beschikken over alle nodige gegevens voor het opstellen van de offertes, in de volgende gevallen :
1° indien, om welke reden dan ook, aanvullende informatie, hoewel tijdig aangevraagd door de ondernemer, niet uiterlijk zes dagen voor de ontvangst van de offertes vastgestelde termijn is verstrekt. In het geval van de in de artikelen 36, § 3, en 37, § 4, bedoelde versnelde procedure, bedraagt deze termijn vier dagen;
2° indien de opdrachtdocumenten aanzienlijk zijn gewijzigd.
De duur van de verlenging dient evenredig te zijn aan het belang van de informatie of wijziging.
Indien de aanvullende informatie niet tijdig aangevraagd is of het belang daarvan gelet op het opstellen van de offertes onbetekenend is, hoeft de aanbestedende overheid de termijnen niet te verlengen.
§ 2. Wanneer offertes slechts kunnen worden opgemaakt na een bezoek van de locatie of na inzage ter plaatse van de documenten waarop die opdrachtdocumenten steunen, worden de termijnen voor ontvangst van de offertes, die langer zijn dan de in de artikelen 36 tot en met 41 vastgelegde minimumtermijnen, zodanig vastgesteld dat alle betrokken ondernemers de gelegenheid hebben kennis te nemen van alle nodige gegevens voor het opstellen van de offertes.
§ 3. De aanbestedende overheid verlengt de termijnen voor ontvangst van de offertes opdat alle betrokken ondernemers kunnen beschikken over alle nodige gegevens voor het opstellen van de offertes, in de volgende gevallen :
1° indien, om welke reden dan ook, aanvullende informatie, hoewel tijdig aangevraagd door de ondernemer, niet uiterlijk zes dagen voor de ontvangst van de offertes vastgestelde termijn is verstrekt. In het geval van de in de artikelen 36, § 3, en 37, § 4, bedoelde versnelde procedure, bedraagt deze termijn vier dagen;
2° indien de opdrachtdocumenten aanzienlijk zijn gewijzigd.
De duur van de verlenging dient evenredig te zijn aan het belang van de informatie of wijziging.
Indien de aanvullende informatie niet tijdig aangevraagd is of het belang daarvan gelet op het opstellen van de offertes onbetekenend is, hoeft de aanbestedende overheid de termijnen niet te verlengen.
Art.59. § 1er. En fixant les délais de réception des offres et des demandes de participation, le pouvoir adjudicateur tient compte de la complexité du marché et du temps nécessaire pour préparer les offres, sans préjudice des délais minimaux fixés par les articles 36 à 41.
§ 2. Lorsque des offres ne peuvent être faites qu'à la suite d'une visite des lieux ou après consultation sur place de documents étayant les documents du marché, les délais de réception des offres, qui sont supérieurs aux délais minimaux fixés aux articles 36 à 41, sont arrêtés de manière à ce que tous les opérateurs économiques concernés puissent prendre connaissance de toutes les informations nécessaires pour la formulation de leurs offres.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur prolonge les délais de réception des offres afin que tous les opérateurs économiques concernés puissent prendre connaissance de toutes les informations nécessaires pour la formulation de leurs offres dans les cas suivants :
1° lorsque, pour quelque motif que ce soit, un complément d'informations, bien que demandé en temps utile par l'opérateur économique, n'est pas fourni au moins six jours avant l'expiration du délai fixé pour la réception des offres. Dans le cas d'une procédure accélérée visée à l'article 36, § 3, et à l'article 37, § 4, ce délai est de quatre jours;
2° lorsque des modifications importantes sont apportées aux documents du marché.
La durée de la prolongation est proportionnée à l'importance des informations ou de la modification.
Lorsque le complément d'informations n'a pas été demandé en temps utile ou qu'il est d'une importance négligeable pour la préparation d'offres recevables, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de prolonger les délais.
§ 2. Lorsque des offres ne peuvent être faites qu'à la suite d'une visite des lieux ou après consultation sur place de documents étayant les documents du marché, les délais de réception des offres, qui sont supérieurs aux délais minimaux fixés aux articles 36 à 41, sont arrêtés de manière à ce que tous les opérateurs économiques concernés puissent prendre connaissance de toutes les informations nécessaires pour la formulation de leurs offres.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur prolonge les délais de réception des offres afin que tous les opérateurs économiques concernés puissent prendre connaissance de toutes les informations nécessaires pour la formulation de leurs offres dans les cas suivants :
1° lorsque, pour quelque motif que ce soit, un complément d'informations, bien que demandé en temps utile par l'opérateur économique, n'est pas fourni au moins six jours avant l'expiration du délai fixé pour la réception des offres. Dans le cas d'une procédure accélérée visée à l'article 36, § 3, et à l'article 37, § 4, ce délai est de quatre jours;
2° lorsque des modifications importantes sont apportées aux documents du marché.
La durée de la prolongation est proportionnée à l'importance des informations ou de la modification.
Lorsque le complément d'informations n'a pas été demandé en temps utile ou qu'il est d'une importance négligeable pour la préparation d'offres recevables, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de prolonger les délais.
Afdeling 2. - Bekendmaking en transparantie
Section 2. - Publication et transparence
Vooraankondigingen
Avis de préinformation
Art.60. De aanbestedende overheid kan haar voornemens met betrekking tot het plaatsen van opdrachten te kennen geven door middel van de bekendmaking van een vooraankondiging.
De vooraankondiging geldt geenszins als aankondiging van een opdracht.
De periode waarop de vooraankondiging betrekking heeft, is maximaal twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop de vooraankondiging voor bekendmaking is verzonden.
De koning bepaalt de vermeldingen die de vooraankondiging moet bevatten.
De vooraankondiging geldt geenszins als aankondiging van een opdracht.
De periode waarop de vooraankondiging betrekking heeft, is maximaal twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop de vooraankondiging voor bekendmaking is verzonden.
De koning bepaalt de vermeldingen die de vooraankondiging moet bevatten.
Art.60. Le pouvoir adjudicateur peut faire connaître ses intentions en matière de passation de marchés par le biais de la publication d'un avis de préinformation.
L'avis de préinformation ne sert pas d'avis de marché.
La durée maximale de la période couverte par l'avis de préinformation est de douze mois à compter de la date de transmission de l'avis pour publication.
Le Roi fixe les informations qui doivent être contenues dans l'avis de préinformation.
L'avis de préinformation ne sert pas d'avis de marché.
La durée maximale de la période couverte par l'avis de préinformation est de douze mois à compter de la date de transmission de l'avis pour publication.
Le Roi fixe les informations qui doivent être contenues dans l'avis de préinformation.
Aankondiging van een opdracht
Avis de marché
Art.61. De aanbestedende overheid maakt de overheidsopdrachten en raamovereenkomsten bekend door middel van een aankondiging van een opdracht, tenzij in onderstaande gevallen :
1° wanneer gebruik wordt gemaakt, overeenkomstig artikel 42, van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
2° in de gevallen waarbij gebruik wordt gemaakt van de mededingingsprocedure met onderhandeling, respectievelijk de concurrentiegerichte dialoog, met betrekking tot werken, leveringen en diensten waarvoor in het kader van een openbare of niet-openbare procedure alleen onregelmatige of onaanvaardbare offertes werden ingediend, en waarbij, in voorkomend geval, geen aankondiging van een opdracht gepubliceerd hoeft te worden, voor zover daartoe de voorwaarden van het artikel 38, § 1, 2°, zijn nageleefd;
3° voor de op een raamovereenkomst gebaseerde opdrachten;
4° voor de opdrachten die worden geplaatst in het kader van een dynamisch aankoopsysteem, zolang dit geldig blijft en onverminderd de verplichting tot aankondiging voor de lancering van het dynamisch aankoopsysteem.
De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van een opdracht moet bevatten.
1° wanneer gebruik wordt gemaakt, overeenkomstig artikel 42, van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
2° in de gevallen waarbij gebruik wordt gemaakt van de mededingingsprocedure met onderhandeling, respectievelijk de concurrentiegerichte dialoog, met betrekking tot werken, leveringen en diensten waarvoor in het kader van een openbare of niet-openbare procedure alleen onregelmatige of onaanvaardbare offertes werden ingediend, en waarbij, in voorkomend geval, geen aankondiging van een opdracht gepubliceerd hoeft te worden, voor zover daartoe de voorwaarden van het artikel 38, § 1, 2°, zijn nageleefd;
3° voor de op een raamovereenkomst gebaseerde opdrachten;
4° voor de opdrachten die worden geplaatst in het kader van een dynamisch aankoopsysteem, zolang dit geldig blijft en onverminderd de verplichting tot aankondiging voor de lancering van het dynamisch aankoopsysteem.
De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van een opdracht moet bevatten.
Art.61. Le pouvoir adjudicateur publie un avis de marché pour les marchés publics et les accords-cadres, à l'exception des cas ci-après :
1° lorsqu'il est fait usage, conformément à l'article 42, de la procédure négociée sans publication préalable;
2° dans les cas pour lesquels, il est fait usage de la procédure concurrentielle avec négociation et du dialogue compétitif, pour les travaux, les fournitures et les services pour lesquels dans le cadre d'une procédure ouverte ou restreinte, seules des offres irrégulières ou inacceptables ont été présentées et pour lesquels un avis de marché ne doit, le cas échéant, pas être publié et ce, pour autant que les conditions de l'article 38, § 1, 2°, soient respectées;
3° pour les marchés basés sur un accord-cadre;
4° pour les marchés passés dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, durant la validité de celui-ci et sans préjudice de l'obligation de la publication de l'avis de marché pour le lancement du système d'acquisition.
Le Roi fixe les informations qui doivent être contenues dans l'avis de marché.
1° lorsqu'il est fait usage, conformément à l'article 42, de la procédure négociée sans publication préalable;
2° dans les cas pour lesquels, il est fait usage de la procédure concurrentielle avec négociation et du dialogue compétitif, pour les travaux, les fournitures et les services pour lesquels dans le cadre d'une procédure ouverte ou restreinte, seules des offres irrégulières ou inacceptables ont été présentées et pour lesquels un avis de marché ne doit, le cas échéant, pas être publié et ce, pour autant que les conditions de l'article 38, § 1, 2°, soient respectées;
3° pour les marchés basés sur un accord-cadre;
4° pour les marchés passés dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, durant la validité de celui-ci et sans préjudice de l'obligation de la publication de l'avis de marché pour le lancement du système d'acquisition.
Le Roi fixe les informations qui doivent être contenues dans l'avis de marché.
Aankondiging van gegunde opdracht
Avis d'attribution de marché
Art.62. Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende overheid een aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.
In het geval van een overeenkomstig artikel 43 gesloten raamovereenkomst is de aanbestedende overheid er niet toe gehouden om een aankondiging te versturen betreffende de resultaten van de plaatsingsprocedure voor iedere opdracht die gebaseerd is op deze raamovereenkomst.
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is het eerste lid wel van toepassing, weze het dat de aanbestedende overheid er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende overheid de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
Bepaalde informatie aangaande de plaatsing van de opdracht of van de raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking ervan rechtshandhaving in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van een bepaalde publieke of particuliere ondernemer, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van gegunde opdracht moet bevatten.
In het geval van een overeenkomstig artikel 43 gesloten raamovereenkomst is de aanbestedende overheid er niet toe gehouden om een aankondiging te versturen betreffende de resultaten van de plaatsingsprocedure voor iedere opdracht die gebaseerd is op deze raamovereenkomst.
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is het eerste lid wel van toepassing, weze het dat de aanbestedende overheid er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende overheid de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
Bepaalde informatie aangaande de plaatsing van de opdracht of van de raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking ervan rechtshandhaving in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van een bepaalde publieke of particuliere ondernemer, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van gegunde opdracht moet bevatten.
Art.62. Pour les marchés publics ou les accords-cadres dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur envoie un avis d'attribution de marché relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.
Dans le cas d'un accord-cadre conclu conformément à l'article 43, le pouvoir adjudicateur n'a pas l'obligation d'envoyer un avis concernant les résultats de la procédure de passation de chaque marché fondé sur l'accord-cadre.
L'alinéa premier s'applique toutefois à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si le pouvoir adjudicateur peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, le pouvoir adjudicateur envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Certaines informations sur la passation du marché ou de l'accord-cadre peuvent ne pas être publiées au cas où leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
Le Roi fixe les informations contenues dans l'avis d'attribution de marché.
Dans le cas d'un accord-cadre conclu conformément à l'article 43, le pouvoir adjudicateur n'a pas l'obligation d'envoyer un avis concernant les résultats de la procédure de passation de chaque marché fondé sur l'accord-cadre.
L'alinéa premier s'applique toutefois à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si le pouvoir adjudicateur peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, le pouvoir adjudicateur envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Certaines informations sur la passation du marché ou de l'accord-cadre peuvent ne pas être publiées au cas où leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
Le Roi fixe les informations contenues dans l'avis d'attribution de marché.
Art. 62 TOEKOMSTIG RECHT. Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende overheid een aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.
[1 Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende overheid een vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.]1
[2 In het geval van overeenkomstig artikel 43 gesloten raamovereenkomsten maakt de aanbestedende overheid uiterlijk op 15 februari van elk jaar aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt de totale waarde over van de opdrachten die werden gegund op grond van dergelijke raamovereenkomsten gedurende het voorafgaande jaar. De totale waarde van deze opdrachten wordt per begunstigde onderneming opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten. De registratie van de begunstigde onderneming gebeurt op basis van haar identificatienummer, dat voor de Belgische ondernemingen overeenkomt met het ondernemingsnummer dat wordt toegekend bij de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. De aanbestedende overheden maken hiervoor gebruik van de elektronische toepassing die met dit oogmerk is ontwikkeld en ter beschikking wordt gesteld door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten.]2
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is het eerste lid [2 ...]2 van toepassing, weze het dat de aanbestedende overheid [2 die een opdracht plaatst op basis van een dergelijk systeem]2 er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende overheid de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
Bepaalde informatie aangaande de plaatsing van de opdracht of van de raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking ervan rechtshandhaving in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van een bepaalde publieke of particuliere ondernemer, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van gegunde opdracht [1 en de vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht]1 moet bevatten.
[1 De federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten publiceert, op een elektronisch platform, indicatoren omtrent de naleving van de verplichting tot bekendmaking van de in het eerste lid en tweede lid bedoelde aankondigingen van gegunde opdracht en vereenvoudigde aankondigingen van gegunde opdracht. De gegevens worden gebundeld per aanbestedende overheid. De methode om deze indicatoren te ontwikkelen wordt door de Koning bepaald na advies van het Comité opgericht door artikel 163/1.]1
[1 Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende overheid een vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.]1
[2 In het geval van overeenkomstig artikel 43 gesloten raamovereenkomsten maakt de aanbestedende overheid uiterlijk op 15 februari van elk jaar aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt de totale waarde over van de opdrachten die werden gegund op grond van dergelijke raamovereenkomsten gedurende het voorafgaande jaar. De totale waarde van deze opdrachten wordt per begunstigde onderneming opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten. De registratie van de begunstigde onderneming gebeurt op basis van haar identificatienummer, dat voor de Belgische ondernemingen overeenkomt met het ondernemingsnummer dat wordt toegekend bij de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. De aanbestedende overheden maken hiervoor gebruik van de elektronische toepassing die met dit oogmerk is ontwikkeld en ter beschikking wordt gesteld door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten.]2
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is het eerste lid [2 ...]2 van toepassing, weze het dat de aanbestedende overheid [2 die een opdracht plaatst op basis van een dergelijk systeem]2 er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende overheid de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
Bepaalde informatie aangaande de plaatsing van de opdracht of van de raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking ervan rechtshandhaving in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van een bepaalde publieke of particuliere ondernemer, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van gegunde opdracht [1 en de vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht]1 moet bevatten.
[1 De federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten publiceert, op een elektronisch platform, indicatoren omtrent de naleving van de verplichting tot bekendmaking van de in het eerste lid en tweede lid bedoelde aankondigingen van gegunde opdracht en vereenvoudigde aankondigingen van gegunde opdracht. De gegevens worden gebundeld per aanbestedende overheid. De methode om deze indicatoren te ontwikkelen wordt door de Koning bepaald na advies van het Comité opgericht door artikel 163/1.]1
Art. 62 DROIT FUTUR. Pour les marchés publics ou les accords-cadres dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur envoie un avis d'attribution de marché relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.
[1 Pour les marchés ou les accords-cadres dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur envoie un avis d'attribution de marché simplifié relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.]1
[2 Dans le cas d'accords-cadres conclus conformément à l'article 43, le pouvoir adjudicateur communique au point de référence visé à l'article 163, § 2, au plus tard le 15 février de chaque année, la valeur totale des marchés attribués sur la base de ces accords-cadres au cours de l'année précédente. La valeur totale de ces marchés est ventilée par entreprise bénéficiaire selon qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services. L'enregistrement de l'entreprise bénéficiaire est faite sur la base de son numéro d'identification, lequel correspond pour les entreprises belges au numéro d'entreprise attribué lors de l'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises. Les pouvoirs adjudicateurs utilisent à cet effet le formulaire électronique développé et mis à disposition par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics.]2
L'alinéa premier s'applique [2 ...]2toutefois à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si le pouvoir adjudicateur [2 qui passe un marché sur la base d'un tel système]2 peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, le pouvoir adjudicateur envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Certaines informations sur la passation du marché ou de l'accord-cadre peuvent ne pas être publiées au cas où leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
Le Roi fixe les informations contenues dans l'avis d'attribution de marché [1 et dans l'avis d'attribution de marché simplifié]1.
[1 Le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics publie sur une plateforme électronique des indicateurs relatifs au respect de l'obligation de publier les avis d'attribution de marchés et les avis d'attribution de marchés simplifiés visés aux alinéas 1er et 2. Les données sont groupées par pouvoir adjudicateur. La méthode pour développer ces indicateurs est déterminée par le Roi après avis du Comité institué par l'article 163/1.]1
[1 Pour les marchés ou les accords-cadres dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur envoie un avis d'attribution de marché simplifié relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.]1
[2 Dans le cas d'accords-cadres conclus conformément à l'article 43, le pouvoir adjudicateur communique au point de référence visé à l'article 163, § 2, au plus tard le 15 février de chaque année, la valeur totale des marchés attribués sur la base de ces accords-cadres au cours de l'année précédente. La valeur totale de ces marchés est ventilée par entreprise bénéficiaire selon qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services. L'enregistrement de l'entreprise bénéficiaire est faite sur la base de son numéro d'identification, lequel correspond pour les entreprises belges au numéro d'entreprise attribué lors de l'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises. Les pouvoirs adjudicateurs utilisent à cet effet le formulaire électronique développé et mis à disposition par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics.]2
L'alinéa premier s'applique [2 ...]2toutefois à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si le pouvoir adjudicateur [2 qui passe un marché sur la base d'un tel système]2 peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, le pouvoir adjudicateur envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Certaines informations sur la passation du marché ou de l'accord-cadre peuvent ne pas être publiées au cas où leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois, serait contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
Le Roi fixe les informations contenues dans l'avis d'attribution de marché [1 et dans l'avis d'attribution de marché simplifié]1.
[1 Le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics publie sur une plateforme électronique des indicateurs relatifs au respect de l'obligation de publier les avis d'attribution de marchés et les avis d'attribution de marchés simplifiés visés aux alinéas 1er et 2. Les données sont groupées par pouvoir adjudicateur. La méthode pour développer ces indicateurs est déterminée par le Roi après avis du Comité institué par l'article 163/1.]1
Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen
Rédaction et modalités de publication des avis
Art.63. De Koning bepaalt de nadere regels wat de bekendmaking van de aankondigingen betreft, en dit zowel op nationaal als Europees niveau.
Art.63. Le Roi fixe les modalités de publication des avis, tant au niveau national qu'européen.
Elektronische beschikbaarheid van opdrachtdocumenten
Mise à disposition des documents du marché par voie électronique
Art.64. § 1. De aanbestedende overheid biedt met elektronische middelen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang tot de opdrachtdocumenten vanaf de datum van bekendmaking van de aankondiging van een opdracht. De tekst van de aankondiging vermeldt het internetadres waar deze opdrachtdocumenten toegankelijk zijn.
Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan of moet worden geboden om één van de in de in artikel 14, § 2, eerste lid, vermelde redenen, kan de aanbestedende overheid in de aankondiging aangeven dat de betreffende opdrachtdocumenten zullen worden toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, § 2, derde lid. Ook in dat geval is de toegang kosteloos.
In een dergelijk geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in behoorlijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 36, § 3, 37, § 4, en 38, § 3, derde lid.
Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan worden geboden omdat de aanbestedende overheid voornemens is artikel 13, § 3, toe te passen, vermeldt zij in de aankondiging welke maatregelen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie zij eist en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten. In dat geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in behoorlijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 36, § 3, 37, § 4, en 38, § 3, derde lid.
§ 2. De aanbestedende overheid verstrekt alle ondernemers die, op welke wijze dan ook, aan de plaatsingsprocedure deelnemen nadere informatie over de specificaties en de ondersteunende documenten, mits tijdig aangevraagd, uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de offertes. In het geval van de versnelde procedure als bedoeld in artikel 36, § 3, en artikel 37, § 5, bedraagt deze termijn vier dagen.
Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan of moet worden geboden om één van de in de in artikel 14, § 2, eerste lid, vermelde redenen, kan de aanbestedende overheid in de aankondiging aangeven dat de betreffende opdrachtdocumenten zullen worden toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, § 2, derde lid. Ook in dat geval is de toegang kosteloos.
In een dergelijk geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in behoorlijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 36, § 3, 37, § 4, en 38, § 3, derde lid.
Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan worden geboden omdat de aanbestedende overheid voornemens is artikel 13, § 3, toe te passen, vermeldt zij in de aankondiging welke maatregelen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie zij eist en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten. In dat geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in behoorlijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 36, § 3, 37, § 4, en 38, § 3, derde lid.
§ 2. De aanbestedende overheid verstrekt alle ondernemers die, op welke wijze dan ook, aan de plaatsingsprocedure deelnemen nadere informatie over de specificaties en de ondersteunende documenten, mits tijdig aangevraagd, uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de offertes. In het geval van de versnelde procedure als bedoeld in artikel 36, § 3, en artikel 37, § 5, bedraagt deze termijn vier dagen.
Art.64. § 1er. Le pouvoir adjudicateur offre, par moyen électronique, un accès gratuit, sans restriction, complet et direct aux documents du marché à partir de la date de publication d'un avis de marché. Le texte de l'avis précise l'adresse internet à laquelle les documents du marché sont accessibles.
Lorsqu'il n'est pas possible ou obligatoire d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par moyen électronique à certains documents du marché pour une des raisons mentionnées à l'article 14, § 2, alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur peut indiquer dans l'avis que les documents du marché concernés seront transmis par d'autres moyens que des moyens électroniques, conformément à l'article 14, § 2, alinéa 3. Dans ce cas également, l'accès est gratuit.
Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de cinq jours, sauf les cas d'urgence dûment motivée visés aux articles 36, § 3, 37, § 4, et 38, § 3, alinéa 3.
Lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents du marché parce que le pouvoir adjudicateur entend appliquer l'article 13, § 3, celui-ci indique dans l'avis les mesures qu'il impose en vue de protéger la confidentialité des informations, ainsi que les modalités d'accès aux documents concernés. Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de 5 jours, sauf les cas d'urgence dûment motivés visés aux articles 36, § 3, 37, § 4, et 38, § 3, alinéa 3.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur fournit à tous les opérateurs économiques participant, de quelque manière que ce soit, à la procédure de passation les renseignements complémentaires relatifs aux documents du marché et tout document justificatif six jours au plus tard avant la date limite fixée pour la réception des offres, pour autant que la demande en ait été faite en temps utile. Dans le cas d'une procédure accélérée visée à l'article 36, § 3, et à l'article 37, § 5, ce délai est de quatre jours.
Lorsqu'il n'est pas possible ou obligatoire d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par moyen électronique à certains documents du marché pour une des raisons mentionnées à l'article 14, § 2, alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur peut indiquer dans l'avis que les documents du marché concernés seront transmis par d'autres moyens que des moyens électroniques, conformément à l'article 14, § 2, alinéa 3. Dans ce cas également, l'accès est gratuit.
Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de cinq jours, sauf les cas d'urgence dûment motivée visés aux articles 36, § 3, 37, § 4, et 38, § 3, alinéa 3.
Lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents du marché parce que le pouvoir adjudicateur entend appliquer l'article 13, § 3, celui-ci indique dans l'avis les mesures qu'il impose en vue de protéger la confidentialité des informations, ainsi que les modalités d'accès aux documents concernés. Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de 5 jours, sauf les cas d'urgence dûment motivés visés aux articles 36, § 3, 37, § 4, et 38, § 3, alinéa 3.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur fournit à tous les opérateurs économiques participant, de quelque manière que ce soit, à la procédure de passation les renseignements complémentaires relatifs aux documents du marché et tout document justificatif six jours au plus tard avant la date limite fixée pour la réception des offres, pour autant que la demande en ait été faite en temps utile. Dans le cas d'une procédure accélérée visée à l'article 36, § 3, et à l'article 37, § 5, ce délai est de quatre jours.
Uitnodiging van de kandidaten
Invitation des candidats
Art.65. Bij niet-openbare procedures, concurrentiegerichte dialogen, innovatiepartnerschappen en mededingingsprocedures met onderhandeling, nodigt de aanbestedende overheid de daartoe geselecteerde kandidaten gelijktijdig en schriftelijk uit om een offerte in te dienen, of in het geval van een concurrentiegerichte dialoog, tot deelneming aan de dialoog.
De uitnodigingen bedoeld in het eerste lid bevatten een verwijzing naar het elektronische adres waarop de opdrachtdocumenten rechtstreeks langs elektronische weg toegankelijk zijn. De uitnodigingen gaan vergezeld van de opdrachtdocumenten, wanneer deze documenten niet kosteloos, vrij, volledig en rechtstreeks toegankelijk zijn om de in artikel 64, § 1, tweede of vierde lid, genoemde redenen en nog niet anderszins beschikbaar zijn.
De Koning bepaalt de overige informatie die de uitnodiging moet bevatten, alsook de nadere regels hieromtrent.
De uitnodigingen bedoeld in het eerste lid bevatten een verwijzing naar het elektronische adres waarop de opdrachtdocumenten rechtstreeks langs elektronische weg toegankelijk zijn. De uitnodigingen gaan vergezeld van de opdrachtdocumenten, wanneer deze documenten niet kosteloos, vrij, volledig en rechtstreeks toegankelijk zijn om de in artikel 64, § 1, tweede of vierde lid, genoemde redenen en nog niet anderszins beschikbaar zijn.
De Koning bepaalt de overige informatie die de uitnodiging moet bevatten, alsook de nadere regels hieromtrent.
Art.65. Dans les procédures restreintes, les dialogues compétitifs, les partenariats d'innovation et les procédures concurrentielles avec négociation, le pouvoir adjudicateur invite simultanément et par écrit les candidats sélectionnés à présenter leurs offres ou, dans le cas du dialogue compétitif, à participer au dialogue.
Les invitations visées à l'alinéa 1er mentionnent l'adresse électronique à laquelle les documents du marché ont été mis directement à disposition par voie électronique. Les invitations sont accompagnées des documents du marché, lorsque ceux-ci n'ont pas fait l'objet d'un accès gratuit, sans restriction, complet et direct, pour les motifs énoncés à l'article 64, § 1er, alinéa 2 ou 4, et qu'ils ne sont pas déjà mis à disposition par d'autres moyens.
Le Roi détermine les autres informations qui doivent être contenues dans l'invitation, ainsi que les modalités additionnelles.
Les invitations visées à l'alinéa 1er mentionnent l'adresse électronique à laquelle les documents du marché ont été mis directement à disposition par voie électronique. Les invitations sont accompagnées des documents du marché, lorsque ceux-ci n'ont pas fait l'objet d'un accès gratuit, sans restriction, complet et direct, pour les motifs énoncés à l'article 64, § 1er, alinéa 2 ou 4, et qu'ils ne sont pas déjà mis à disposition par d'autres moyens.
Le Roi détermine les autres informations qui doivent être contenues dans l'invitation, ainsi que les modalités additionnelles.
Afdeling 3. - Selectie van deelnemers en gunning van opdrachten
Section 3. - Choix des participants et attribution des marchés
Algemene beginselen voor selectie en gunning
Principes généraux pour la sélection et l'attribution
Art.66. § 1. Opdrachten worden gegund op basis van één of meerdere gunningscriteria, vastgesteld overeenkomstig artikel 81, mits de aanbestedende overheid erop heeft toegezien dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de offerte voldoet aan de eisen, voorwaarden en criteria vermeld in de aankondiging van een opdracht en de opdrachtdocumenten, met inachtneming, indien van toepassing, van de varianten of opties;
2° de offerte is afkomstig van een inschrijver waaraan de toegang tot de opdracht niet is ontzegd op grond van de artikelen 67 tot 70 en die voldoet aan de door de aanbestedende overheid vastgestelde selectiecriteria en, in voorkomend geval, de niet-discriminerende regels en criteria bedoeld in artikel 79, § 2, eerste lid.
Onverminderd paragraaf 2 beslist de aanbestedende overheid, indien ze vaststelt dat de offerte van de inschrijver aan wie ze voornemens is te gunnen niet voldoet aan de in artikel 7 bedoelde verplichtingen op het vlak van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, om de opdracht niet te gunnen aan de inschrijver van hogervermelde offerte, tenminste wanneer het een verplichting betreft waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk beteugeld wordt. In de overige gevallen waarbij ze vaststelt dat deze offerte niet voldoet aan de voormelde verplichtingen, kan ze hetzelfde doen.
§ 2. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking gebruikte drempels, kan de aanbestedende overheid, wanneer gebruik wordt gemaakt van de openbare procedure, overgaan tot het onderzoek van de offertes zodra het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria zijn nagegaan louter op grond van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument. In die gevallen kan worden overgegaan tot de evaluatie van de offertes zonder dat een verdere grondige controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria is doorgevoerd in dit stadium. Vooraleer zij van deze mogelijkheid gebruik maakt, moet de aanbestedende overheid echter de afwezigheid nagaan van fiscale en sociale schulden overeenkomstig artikel 68.
Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking gebruikte drempels, kan de Koning de gevallen bepalen waarin de aanbestedende overheid tot het onderzoek van de offertes mag overgaan voorafgaand aan de controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria, alsook de nadere regels in dit verband.
Wanneer zij van de in het eerste en tweede lid bedoelde mogelijkheid gebruik maakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten of die niet voldoet aan de selectiecriteria.
§ 3. Onverminderd artikel 39, § 6, tweede lid, kan de aanbestedende overheid, wanneer de door de kandidaat of inschrijver in te dienen informatie of documentatie onvolledig of onjuist is of lijkt te zijn of wanneer specifieke documenten ontbreken, de betrokken kandidaat of inschrijver verzoeken die informatie of documentatie binnen een passende termijn in te dienen, aan te vullen, te verduidelijken of te vervolledigen, mits dergelijke verzoeken worden gedaan met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en, indien gebruik wordt gemaakt van de openbare of de niet-openbare procedure, zonder dat dit aanleiding mag geven tot een wijziging van de essentiële elementen van de offerte.
Een wijziging van de samenstelling van het personeelsteam dat ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de opdracht, die het rechtstreeks gevolg is van maatregelen die gericht zijn op het oplossen van belangenconflicten of situaties van voorafgaande betrokkenheid, wordt geacht geen aanleiding te geven tot een wijziging van een essentieel element van de offerte, op voorwaarde van de volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.
§ 4. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, kan de Koning het gebruik van een kwalificatiesysteem van ondernemers of een lijst van geselecteerde kandidaten toelaten, volgens de door Hem te bepalen voorwaarden.
1° de offerte voldoet aan de eisen, voorwaarden en criteria vermeld in de aankondiging van een opdracht en de opdrachtdocumenten, met inachtneming, indien van toepassing, van de varianten of opties;
2° de offerte is afkomstig van een inschrijver waaraan de toegang tot de opdracht niet is ontzegd op grond van de artikelen 67 tot 70 en die voldoet aan de door de aanbestedende overheid vastgestelde selectiecriteria en, in voorkomend geval, de niet-discriminerende regels en criteria bedoeld in artikel 79, § 2, eerste lid.
Onverminderd paragraaf 2 beslist de aanbestedende overheid, indien ze vaststelt dat de offerte van de inschrijver aan wie ze voornemens is te gunnen niet voldoet aan de in artikel 7 bedoelde verplichtingen op het vlak van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, om de opdracht niet te gunnen aan de inschrijver van hogervermelde offerte, tenminste wanneer het een verplichting betreft waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk beteugeld wordt. In de overige gevallen waarbij ze vaststelt dat deze offerte niet voldoet aan de voormelde verplichtingen, kan ze hetzelfde doen.
§ 2. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking gebruikte drempels, kan de aanbestedende overheid, wanneer gebruik wordt gemaakt van de openbare procedure, overgaan tot het onderzoek van de offertes zodra het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria zijn nagegaan louter op grond van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument. In die gevallen kan worden overgegaan tot de evaluatie van de offertes zonder dat een verdere grondige controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria is doorgevoerd in dit stadium. Vooraleer zij van deze mogelijkheid gebruik maakt, moet de aanbestedende overheid echter de afwezigheid nagaan van fiscale en sociale schulden overeenkomstig artikel 68.
Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking gebruikte drempels, kan de Koning de gevallen bepalen waarin de aanbestedende overheid tot het onderzoek van de offertes mag overgaan voorafgaand aan de controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria, alsook de nadere regels in dit verband.
Wanneer zij van de in het eerste en tweede lid bedoelde mogelijkheid gebruik maakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten of die niet voldoet aan de selectiecriteria.
§ 3. Onverminderd artikel 39, § 6, tweede lid, kan de aanbestedende overheid, wanneer de door de kandidaat of inschrijver in te dienen informatie of documentatie onvolledig of onjuist is of lijkt te zijn of wanneer specifieke documenten ontbreken, de betrokken kandidaat of inschrijver verzoeken die informatie of documentatie binnen een passende termijn in te dienen, aan te vullen, te verduidelijken of te vervolledigen, mits dergelijke verzoeken worden gedaan met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en, indien gebruik wordt gemaakt van de openbare of de niet-openbare procedure, zonder dat dit aanleiding mag geven tot een wijziging van de essentiële elementen van de offerte.
Een wijziging van de samenstelling van het personeelsteam dat ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de opdracht, die het rechtstreeks gevolg is van maatregelen die gericht zijn op het oplossen van belangenconflicten of situaties van voorafgaande betrokkenheid, wordt geacht geen aanleiding te geven tot een wijziging van een essentieel element van de offerte, op voorwaarde van de volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.
§ 4. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, kan de Koning het gebruik van een kwalificatiesysteem van ondernemers of een lijst van geselecteerde kandidaten toelaten, volgens de door Hem te bepalen voorwaarden.
Art.66. § 1er. Les marchés sont attribués sur la base du ou des critères d'attribution fixés conformément à l'article 81, pour autant que le pouvoir adjudicateur ait vérifié que toutes les conditions suivantes sont réunies :
1° l'offre est conforme aux exigences, conditions et critères énoncés dans l'avis de marché et dans les documents du marché, compte tenu, le cas échéant, des variantes ou options;
2° l'offre provient d'un soumissionnaire qui n'est pas exclu de l'accès au marché sur la base des articles 67 à 70 et qui répond aux critères de sélection fixés par le pouvoir adjudicateur et, le cas échéant, aux règles et critères non discriminatoires visés à l'article 79, § 2, alinéa 1er.
Sans préjudice du paragraphe 2, lorsque le pouvoir adjudicateur constate que l'offre du soumissionnaire auquel il se propose d'attribuer ne respecte pas les obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social ou du travail et mentionnées à l'article 7, il décide de ne pas attribuer le marché au soumissionnaire qui a remis ladite offre, pour autant qu'il s'agit d'une obligation dont le non-respect est également sanctionné pénalement. Dans les autres cas où il constate que cette offre ne satisfait pas aux obligations susmentionnées, il peut procéder de la même manière.
§ 2. Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne le pouvoir adjudicateur peut, dans le cas d'une procédure ouverte, procéder au contrôle des offres après la vérification de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection sur la base du seul Document Unique de Marché européen. Dans ces cas, il peut être procédé, à ce stade, à l'évaluation des offres sans un examen plus approfondi de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection. Avant de recourir à cette possibilité, le pouvoir adjudicateur doit toutefois avoir vérifié l'absence de dettes fiscales et sociales conformément à l'article 68.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le Roi peut définir les cas où le pouvoir adjudicateur peut procéder à l'évaluation des offres avant le contrôle de l'absence de motifs d'exclusions et du respect des critères de sélection, ainsi que les modalités additionnelles y afférentes.
Lorsqu'il fait usage de la possibilité visée aux alinéas 1er et 2, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu ou qui ne remplit pas les critères de sélection.
§ 3. Sans préjudice de l'article 39, § 6, alinéa 2, lorsque les informations ou les documents qui doivent être soumis par le candidat ou soumissionnaire sont ou semblent incomplets ou erronés ou lorsque certains documents sont manquants, le pouvoir adjudicateur peut demander au candidat ou soumissionnaire concernés de présenter, compléter, clarifier ou préciser les informations ou les documents concernés dans un délai approprié, à condition que ces demandes respectent pleinement les principes d'égalité de traitement et de transparence et, s'il est fait usage de la procédure ouverte ou restreinte, que cela ne donne pas lieu à une modification des éléments essentiels de l'offre.
Un changement de la composition du personnel mis à disposition pour l'exécution du contrat, qui est la conséquence directe des mesures visant à résoudre les conflits d'intérêt ou les situations de participation préalable, est considéré comme ne donnant pas lieu à une modification d'un élément essentiel de l'offre, à condition de respecter pleinement les principes d'égalité de traitement et de transparence.
§ 4. Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le Roi peut autoriser l'usage d'un système de qualification d'opérateurs économiques ou une liste de candidats sélectionnés, selon les conditions à déterminer par Lui.
1° l'offre est conforme aux exigences, conditions et critères énoncés dans l'avis de marché et dans les documents du marché, compte tenu, le cas échéant, des variantes ou options;
2° l'offre provient d'un soumissionnaire qui n'est pas exclu de l'accès au marché sur la base des articles 67 à 70 et qui répond aux critères de sélection fixés par le pouvoir adjudicateur et, le cas échéant, aux règles et critères non discriminatoires visés à l'article 79, § 2, alinéa 1er.
Sans préjudice du paragraphe 2, lorsque le pouvoir adjudicateur constate que l'offre du soumissionnaire auquel il se propose d'attribuer ne respecte pas les obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social ou du travail et mentionnées à l'article 7, il décide de ne pas attribuer le marché au soumissionnaire qui a remis ladite offre, pour autant qu'il s'agit d'une obligation dont le non-respect est également sanctionné pénalement. Dans les autres cas où il constate que cette offre ne satisfait pas aux obligations susmentionnées, il peut procéder de la même manière.
§ 2. Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne le pouvoir adjudicateur peut, dans le cas d'une procédure ouverte, procéder au contrôle des offres après la vérification de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection sur la base du seul Document Unique de Marché européen. Dans ces cas, il peut être procédé, à ce stade, à l'évaluation des offres sans un examen plus approfondi de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection. Avant de recourir à cette possibilité, le pouvoir adjudicateur doit toutefois avoir vérifié l'absence de dettes fiscales et sociales conformément à l'article 68.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le Roi peut définir les cas où le pouvoir adjudicateur peut procéder à l'évaluation des offres avant le contrôle de l'absence de motifs d'exclusions et du respect des critères de sélection, ainsi que les modalités additionnelles y afférentes.
Lorsqu'il fait usage de la possibilité visée aux alinéas 1er et 2, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu ou qui ne remplit pas les critères de sélection.
§ 3. Sans préjudice de l'article 39, § 6, alinéa 2, lorsque les informations ou les documents qui doivent être soumis par le candidat ou soumissionnaire sont ou semblent incomplets ou erronés ou lorsque certains documents sont manquants, le pouvoir adjudicateur peut demander au candidat ou soumissionnaire concernés de présenter, compléter, clarifier ou préciser les informations ou les documents concernés dans un délai approprié, à condition que ces demandes respectent pleinement les principes d'égalité de traitement et de transparence et, s'il est fait usage de la procédure ouverte ou restreinte, que cela ne donne pas lieu à une modification des éléments essentiels de l'offre.
Un changement de la composition du personnel mis à disposition pour l'exécution du contrat, qui est la conséquence directe des mesures visant à résoudre les conflits d'intérêt ou les situations de participation préalable, est considéré comme ne donnant pas lieu à une modification d'un élément essentiel de l'offre, à condition de respecter pleinement les principes d'égalité de traitement et de transparence.
§ 4. Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le Roi peut autoriser l'usage d'un système de qualification d'opérateurs économiques ou une liste de candidats sélectionnés, selon les conditions à déterminer par Lui.
Verplichte uitsluitingsgronden
Motifs d'exclusion obligatoires
Art.67. § 1. Tenzij in het geval waarbij de kandidaat of inschrijver, overeenkomstig artikel 70, aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen sluit de aanbestedende overheid een kandidaat of inschrijver van deelname aan de plaatsingsprocedure uit, in welk stadium van de procedure ook, wanneer zij heeft vastgesteld of anderszins ervan op de hoogte is dat deze kandidaat of inschrijver door een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde veroordeeld is om een van de volgende misdrijven :
1° deelneming aan een criminele organisatie;
2° omkoping;
3° fraude;
4° terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten, dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit;
5° witwassen van geld en financiering van terrorisme;
6° kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel;
7° het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.
De Koning kan de in het eerste lid bedoelde misdrijven nader omschrijven.
In afwijking van het eerste lid, sluit de aanbestedende overheid zelfs bij afwezigheid van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, de kandidaat of inschrijver die als werkgever illegaal verblijvende onderdanen van derde landen heeft tewerkgesteld uit, van zodra deze inbreuk is vastgesteld door een administratieve of rechterlijke beslissing, met inbegrip van een in uitvoering van artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek opgestelde schriftelijke kennisgeving. Deze afwijking doet geen afbreuk aan de in artikel 70 bedoelde mogelijkheid voor de kandidaat of inschrijver om desgevallend corrigerende maatregelen in te roepen.
In afwijking van het eerste lid kan de aanbestedende overheid aangeven dat, bij wijze van uitzondering, een afwijking op de verplichte uitsluiting kan toegestaan worden om dwingende redenen van algemeen belang.
De verplichting tot uitsluiting van de kandidaat of inschrijver is ook van toepassing wanneer de bij onherroepelijk vonnis veroordeelde persoon lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van deze kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft. In het geval het een in het derde lid bedoelde inbreuk betreft en bij gebrek aan het voormelde onherroepelijk vonnis, is dezelfde verplichting tot uitsluiting van toepassing, wanneer de betrokken persoon in een administratieve of rechterlijke beslissing staat aangeduid als zijnde een persoon bij wie een inbreuk is vastgesteld op het vlak van het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft.
Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, zijn de aanbestedende overheden, in afwijking van het vijfde lid, echter niet verplicht het ontbreken van de in dit artikel bedoelde uitsluitingsgronden na te gaan in hoofde van de in het voormelde lid bedoelde personen.
§ 2. De in de paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 6°, bedoelde uitsluitingen van deelname aan overheidsopdrachten gelden slechts voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van de veroordeling.
De in de paragraaf 1, eerste lid, onder 7°, bedoelde uitsluiting van deelname aan overheidsopdrachten, geldt slechts voor een periode van vijf jaar, vanaf de beëindiging van de inbreuk.
Wanneer zij zich in een geval van verplichte uitsluiting bevinden op de dag die volgt op de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming dan wel de indiening van de offertes, mogen de ondernemers niet deelnemen aan de overheidsopdracht, behalve wanneer zij overeenkomstig artikel 70 bewijzen dat zij voldoende corrigerende maatregelen hebben genomen om hun betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond en behoudens het in de paragraaf 1, vierde lid, bedoelde geval.
1° deelneming aan een criminele organisatie;
2° omkoping;
3° fraude;
4° terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten, dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit;
5° witwassen van geld en financiering van terrorisme;
6° kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel;
7° het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.
De Koning kan de in het eerste lid bedoelde misdrijven nader omschrijven.
In afwijking van het eerste lid, sluit de aanbestedende overheid zelfs bij afwezigheid van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, de kandidaat of inschrijver die als werkgever illegaal verblijvende onderdanen van derde landen heeft tewerkgesteld uit, van zodra deze inbreuk is vastgesteld door een administratieve of rechterlijke beslissing, met inbegrip van een in uitvoering van artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek opgestelde schriftelijke kennisgeving. Deze afwijking doet geen afbreuk aan de in artikel 70 bedoelde mogelijkheid voor de kandidaat of inschrijver om desgevallend corrigerende maatregelen in te roepen.
In afwijking van het eerste lid kan de aanbestedende overheid aangeven dat, bij wijze van uitzondering, een afwijking op de verplichte uitsluiting kan toegestaan worden om dwingende redenen van algemeen belang.
De verplichting tot uitsluiting van de kandidaat of inschrijver is ook van toepassing wanneer de bij onherroepelijk vonnis veroordeelde persoon lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van deze kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft. In het geval het een in het derde lid bedoelde inbreuk betreft en bij gebrek aan het voormelde onherroepelijk vonnis, is dezelfde verplichting tot uitsluiting van toepassing, wanneer de betrokken persoon in een administratieve of rechterlijke beslissing staat aangeduid als zijnde een persoon bij wie een inbreuk is vastgesteld op het vlak van het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft.
Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, zijn de aanbestedende overheden, in afwijking van het vijfde lid, echter niet verplicht het ontbreken van de in dit artikel bedoelde uitsluitingsgronden na te gaan in hoofde van de in het voormelde lid bedoelde personen.
§ 2. De in de paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 6°, bedoelde uitsluitingen van deelname aan overheidsopdrachten gelden slechts voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van de veroordeling.
De in de paragraaf 1, eerste lid, onder 7°, bedoelde uitsluiting van deelname aan overheidsopdrachten, geldt slechts voor een periode van vijf jaar, vanaf de beëindiging van de inbreuk.
Wanneer zij zich in een geval van verplichte uitsluiting bevinden op de dag die volgt op de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming dan wel de indiening van de offertes, mogen de ondernemers niet deelnemen aan de overheidsopdracht, behalve wanneer zij overeenkomstig artikel 70 bewijzen dat zij voldoende corrigerende maatregelen hebben genomen om hun betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond en behoudens het in de paragraaf 1, vierde lid, bedoelde geval.
Art.67. § 1er. Sauf dans le cas où le candidat ou le soumissionnaire démontre, conformément à l'article 70, avoir pris des mesures suffisantes afin de démontrer sa fiabilité, le pouvoir adjudicateur exclut, à quelque stade de la procédure que ce soit, un candidat ou un soumissionnaire de la participation à la procédure de passation, lorsqu'il a établi ou qu'il est informé de quelque autre manière que ce candidat ou ce soumissionnaire a fait l'objet d'une condamnation prononcée par une décision judiciaire ayant force de chose jugée pour l'une des infractions suivantes :
1° participation à une organisation criminelle;
2° corruption;
3° fraude;
4° infractions terroristes, infractions liées aux activités terroristes ou incitation à commettre une telle infraction, complicité ou tentative d'une telle infraction;
5° blanchiment de capitaux ou financement du terrorisme;
6° travail des enfants et autres formes de traite des êtres humains.
7° occupation de ressortissants de pays tiers en séjour illégal.
Le Roi peut préciser les infractions visées à l'alinéa 1er de manière plus détaillée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur exclut le candidat ou le soumissionnaire qui a occupé des ressortissants de pays tiers en séjour illégal, même en l'absence d'une condamnation coulée en force de chose jugée et ce, dès l'instant où cette infraction a été constatée par une décision administrative ou judiciaire, en ce compris par une notification écrite en exécution de l'article 49/2 du Code pénal social. Cette dérogation ne fait pas obstacle à la possibilité, visée à l'article 70, pour le candidat ou soumissionnaire d'invoquer le cas échéant des mesures correctrices.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur peut à titre exceptionnel et pour des raisons impératives d'intérêt général, autoriser une dérogation à l'exclusion obligatoire.
L'obligation d'exclure le candidat ou le soumissionnaire s'applique aussi lorsque la personne condamnée par jugement définitif est un membre de l'organe administratif, de gestion ou de surveillance dudit candidat ou soumissionnaire ou détient un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle en son sein. Au cas où il s'agit d'une infraction visée à l'alinéa 3 et en l'absence du jugement définitif précité, la même obligation d'exclusion est d'application, lorsque la personne concernée est désignée dans une décision administrative ou judiciaire, comme étant une personne dans le chef de laquelle une infraction a été constatée en matière d'occupation de ressortissants de pays tiers en séjour illégal, et qui est membre de l'organe administratif, de gestion ou de surveillance dudit candidat ou soumissionnaire ou détient un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle en son sein.
Par dérogation à l'alinéa 5, les pouvoirs adjudicateurs ne sont toutefois pas obligés, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, de vérifier l'absence de motifs d'exclusion visée au présent article dans le chef des personnes visées à l'alinéa susmentionné.
§ 2. Les exclusions mentionnées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, de la participation aux marchés publics s'appliquent uniquement pour une période de cinq ans à compter de la date du jugement.
L'exclusion mentionnée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, de la participation aux marchés publics, s'applique uniquement pour une période de cinq ans à partir de la fin de l'infraction.
Nonobstant le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 4, les opérateurs économiques ne peuvent pas, lorsqu'ils se trouvent dans une situation d'exclusion obligatoire au lendemain de la date ultime de l'introduction des demandes de participation ou de la remise des offres, participer aux marchés publics, sauf lorsqu'ils attestent qu'ils ont pris, conformément à l'article 70, les mesures correctrices suffisantes pour démontrer leur fiabilité malgré l'existence d'un motif d'exclusion applicable.
1° participation à une organisation criminelle;
2° corruption;
3° fraude;
4° infractions terroristes, infractions liées aux activités terroristes ou incitation à commettre une telle infraction, complicité ou tentative d'une telle infraction;
5° blanchiment de capitaux ou financement du terrorisme;
6° travail des enfants et autres formes de traite des êtres humains.
7° occupation de ressortissants de pays tiers en séjour illégal.
Le Roi peut préciser les infractions visées à l'alinéa 1er de manière plus détaillée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur exclut le candidat ou le soumissionnaire qui a occupé des ressortissants de pays tiers en séjour illégal, même en l'absence d'une condamnation coulée en force de chose jugée et ce, dès l'instant où cette infraction a été constatée par une décision administrative ou judiciaire, en ce compris par une notification écrite en exécution de l'article 49/2 du Code pénal social. Cette dérogation ne fait pas obstacle à la possibilité, visée à l'article 70, pour le candidat ou soumissionnaire d'invoquer le cas échéant des mesures correctrices.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le pouvoir adjudicateur peut à titre exceptionnel et pour des raisons impératives d'intérêt général, autoriser une dérogation à l'exclusion obligatoire.
L'obligation d'exclure le candidat ou le soumissionnaire s'applique aussi lorsque la personne condamnée par jugement définitif est un membre de l'organe administratif, de gestion ou de surveillance dudit candidat ou soumissionnaire ou détient un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle en son sein. Au cas où il s'agit d'une infraction visée à l'alinéa 3 et en l'absence du jugement définitif précité, la même obligation d'exclusion est d'application, lorsque la personne concernée est désignée dans une décision administrative ou judiciaire, comme étant une personne dans le chef de laquelle une infraction a été constatée en matière d'occupation de ressortissants de pays tiers en séjour illégal, et qui est membre de l'organe administratif, de gestion ou de surveillance dudit candidat ou soumissionnaire ou détient un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle en son sein.
Par dérogation à l'alinéa 5, les pouvoirs adjudicateurs ne sont toutefois pas obligés, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, de vérifier l'absence de motifs d'exclusion visée au présent article dans le chef des personnes visées à l'alinéa susmentionné.
§ 2. Les exclusions mentionnées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 6°, de la participation aux marchés publics s'appliquent uniquement pour une période de cinq ans à compter de la date du jugement.
L'exclusion mentionnée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, de la participation aux marchés publics, s'applique uniquement pour une période de cinq ans à partir de la fin de l'infraction.
Nonobstant le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 4, les opérateurs économiques ne peuvent pas, lorsqu'ils se trouvent dans une situation d'exclusion obligatoire au lendemain de la date ultime de l'introduction des demandes de participation ou de la remise des offres, participer aux marchés publics, sauf lorsqu'ils attestent qu'ils ont pris, conformément à l'article 70, les mesures correctrices suffisantes pour démontrer leur fiabilité malgré l'existence d'un motif d'exclusion applicable.
Uitsluitingsgrond in verband met fiscale en sociale schulden
Motif d'exclusion relatif aux dettes fiscales et sociales
Art.68. § 1. Behalve om dwingende redenen van algemeen belang en behoudens het in paragraaf 3 vermelde geval, sluit de aanbestedende overheid een kandidaat of inschrijver van deelname aan de plaatsingsprocedure uit, in welk stadium van de procedure ook, wanneer de kandidaat of inschrijver niet blijkt te voldoen aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen enerzijds of socialezekerheidsbijdragen anderzijds, tenzij :
1° wanneer het onbetaald gebleven bedrag het door de Koning te bepalen bedrag niet overschrijdt; of
2° wanneer de kandidaat of inschrijver kan aantonen dat hij op een aanbestedende overheid of op een overheidsbedrijf, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn. Deze schuldvorderingen moeten ten minste gelijk zijn aan de achterstallige afbetaling van de fiscale dan wel de sociale schulden verminderd met het door de Koning in uitvoering van de bepaling onder 1° bedoelde drempelbedrag.
Indien de aanbestedende overheid vaststelt dat de fiscale dan wel sociale schulden het in het eerste lid, onder 1°, vermelde bedrag overschrijden, vraagt ze de kandidaat of inschrijver of deze zich in een in het eerste lid, onder 2°, bedoelde situatie bevindt.
De aanbestedende overheid geeft elke ondernemer echter de kans om zich in de loop van de plaatsingsprocedure in regel te stellen ten opzichte van de sociale en fiscale verplichtingen nadat ze een eerste maal heeft vastgesteld dat de kandidaat of inschrijver op dit vlak niet voldeed aan de eisen. Ze stelt de ondernemer hiervan in kennis. Vanaf deze kennisgeving geeft de aanbestedende overheid de ondernemer een termijn van vijf werkdagen om het bewijs te geven van zijn regularisatie. Van deze regularisatie kan slechts éénmalig gebruik gemaakt worden. Deze termijn gaat in de dag die volgt op de kennisgeving. Voor de berekening van deze termijn is verordening nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden, niet van toepassing.
§ 2. De Koning bepaalt de in aanmerking te nemen fiscale dan wel sociale schulden, alsook de ter zake geldende nadere regels.
§ 3. Dit artikel is niet langer van toepassing indien de kandidaat of inschrijver zijn verplichtingen is nagekomen door de verschuldigde belastingen of socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van lopende rente of boeten, indien toepasselijk, te betalen of een bindende regeling tot betaling daarvan aan te gaan, voor zover deze betaling of het sluiten van de bindende regeling heeft plaatsgevonden vóór het indienen van een aanvraag tot deelneming, of, in openbare procedures, de termijn voor het indienen van offertes.
1° wanneer het onbetaald gebleven bedrag het door de Koning te bepalen bedrag niet overschrijdt; of
2° wanneer de kandidaat of inschrijver kan aantonen dat hij op een aanbestedende overheid of op een overheidsbedrijf, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn. Deze schuldvorderingen moeten ten minste gelijk zijn aan de achterstallige afbetaling van de fiscale dan wel de sociale schulden verminderd met het door de Koning in uitvoering van de bepaling onder 1° bedoelde drempelbedrag.
Indien de aanbestedende overheid vaststelt dat de fiscale dan wel sociale schulden het in het eerste lid, onder 1°, vermelde bedrag overschrijden, vraagt ze de kandidaat of inschrijver of deze zich in een in het eerste lid, onder 2°, bedoelde situatie bevindt.
De aanbestedende overheid geeft elke ondernemer echter de kans om zich in de loop van de plaatsingsprocedure in regel te stellen ten opzichte van de sociale en fiscale verplichtingen nadat ze een eerste maal heeft vastgesteld dat de kandidaat of inschrijver op dit vlak niet voldeed aan de eisen. Ze stelt de ondernemer hiervan in kennis. Vanaf deze kennisgeving geeft de aanbestedende overheid de ondernemer een termijn van vijf werkdagen om het bewijs te geven van zijn regularisatie. Van deze regularisatie kan slechts éénmalig gebruik gemaakt worden. Deze termijn gaat in de dag die volgt op de kennisgeving. Voor de berekening van deze termijn is verordening nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden, niet van toepassing.
§ 2. De Koning bepaalt de in aanmerking te nemen fiscale dan wel sociale schulden, alsook de ter zake geldende nadere regels.
§ 3. Dit artikel is niet langer van toepassing indien de kandidaat of inschrijver zijn verplichtingen is nagekomen door de verschuldigde belastingen of socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van lopende rente of boeten, indien toepasselijk, te betalen of een bindende regeling tot betaling daarvan aan te gaan, voor zover deze betaling of het sluiten van de bindende regeling heeft plaatsgevonden vóór het indienen van een aanvraag tot deelneming, of, in openbare procedures, de termijn voor het indienen van offertes.
Art.68. § 1er. Sauf exigences impératives d'intérêt général et sous réserve des cas mentionnés au paragraphe 3, le pouvoir adjudicateur exclut, à quelque stade de la procédure de passation que ce soit, la participation à une procédure, d'un candidat ou d'un soumissionnaire qui ne satisfait pas à ses obligations relatives au paiement d'impôts et taxes ou de cotisations de sécurité sociale sauf :
1° lorsque le montant impayé ne dépasse pas le montant à fixer par le Roi; ou
2° lorsque le candidat ou le soumissionnaire peut démontrer qu'il possède à l'égard d'un pouvoir adjudicateur ou d'une entreprise publique une ou des créances certaines, exigibles et libres de tout engagement à l'égard de tiers. Ces créances s'élèvent au moins à un montant égal à celui pour lequel il est en retard de paiement de dettes fiscales ou sociales. Ce dernier montant est diminué du montant fixé par le Roi en exécution de la disposition du 1°.
Lorsqu'il constate que les dettes fiscales et sociales dépassent le montant mentionné à l'alinéa 1er, 1°, le pouvoir adjudicateur demande au candidat ou au soumissionnaire s'il se trouve dans la situation mentionnée à l'alinéa 1er, 2°.
Le pouvoir adjudicateur donne cependant l'opportunité à tout opérateur économique de se mettre en règle avec ces obligations sociales et fiscales dans le courant de la procédure de passation et ce après avoir constaté une première fois que le candidat ou le soumissionnaire ne satisfaisait pas aux exigences. A partir de cette constatation, le pouvoir adjudicateur laisse à l'opérateur économique un délai de cinq jours ouvrables pour fournir la preuve de sa régularisation. Le recours à cette régularisation n'est possible qu'à une seule reprise. Ce délai commence à courir le jour qui suit la notification. Pour le calcul de ce délai, le règlement n° 1182/71 du Conseil du 3 juin 1971, portant détermination des règles applicables aux délais, aux dates et aux termes, n'est pas d'application.
§ 2. Le Roi détermine les dettes fiscales et sociales à prendre en considération ainsi que les modalités additionnelles en la matière.
§ 3. Le présent article ne s'applique plus lorsque le candidat ou le soumissionnaire a rempli ses obligations en payant ou en concluant un accord contraignant en vue de payer les impôts et taxes ou cotisations de sécurité sociale dues, y compris, le cas échéant, tout intérêt échu ou les éventuelles amendes pour autant que ce paiement ou la conclusion de cet accord contraignant se soit déroulé avant l'introduction d'une demande de participation, ou, en procédure ouverte, avant le délai d'introduction des offres.
1° lorsque le montant impayé ne dépasse pas le montant à fixer par le Roi; ou
2° lorsque le candidat ou le soumissionnaire peut démontrer qu'il possède à l'égard d'un pouvoir adjudicateur ou d'une entreprise publique une ou des créances certaines, exigibles et libres de tout engagement à l'égard de tiers. Ces créances s'élèvent au moins à un montant égal à celui pour lequel il est en retard de paiement de dettes fiscales ou sociales. Ce dernier montant est diminué du montant fixé par le Roi en exécution de la disposition du 1°.
Lorsqu'il constate que les dettes fiscales et sociales dépassent le montant mentionné à l'alinéa 1er, 1°, le pouvoir adjudicateur demande au candidat ou au soumissionnaire s'il se trouve dans la situation mentionnée à l'alinéa 1er, 2°.
Le pouvoir adjudicateur donne cependant l'opportunité à tout opérateur économique de se mettre en règle avec ces obligations sociales et fiscales dans le courant de la procédure de passation et ce après avoir constaté une première fois que le candidat ou le soumissionnaire ne satisfaisait pas aux exigences. A partir de cette constatation, le pouvoir adjudicateur laisse à l'opérateur économique un délai de cinq jours ouvrables pour fournir la preuve de sa régularisation. Le recours à cette régularisation n'est possible qu'à une seule reprise. Ce délai commence à courir le jour qui suit la notification. Pour le calcul de ce délai, le règlement n° 1182/71 du Conseil du 3 juin 1971, portant détermination des règles applicables aux délais, aux dates et aux termes, n'est pas d'application.
§ 2. Le Roi détermine les dettes fiscales et sociales à prendre en considération ainsi que les modalités additionnelles en la matière.
§ 3. Le présent article ne s'applique plus lorsque le candidat ou le soumissionnaire a rempli ses obligations en payant ou en concluant un accord contraignant en vue de payer les impôts et taxes ou cotisations de sécurité sociale dues, y compris, le cas échéant, tout intérêt échu ou les éventuelles amendes pour autant que ce paiement ou la conclusion de cet accord contraignant se soit déroulé avant l'introduction d'une demande de participation, ou, en procédure ouverte, avant le délai d'introduction des offres.
Facultatieve uitsluitingsgronden
Motifs d'exclusion facultatifs<[1 motifs d'exclusion facultative]1 BR>
Art.69. Tenzij in het geval waarbij de kandidaat of inschrijver, overeenkomstig artikel 70, aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, kan de aanbestedende overheid, in elk stadium van de plaatsingsprocedure, een kandidaat of inschrijver van deelname aan deze procedure uitsluiten, in de volgende gevallen :
1° indien de aanbestedende overheid met elk passend middel aantoont dat de kandidaat of inschrijver de in artikel 7 genoemde toepasselijke verplichtingen op het vlak van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht, heeft geschonden;
2° wanneer de kandidaat of inschrijver in staat van faillissement of van vereffening verkeert, zijn werkzaamheden heeft gestaakt, een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor hem een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of hij in een vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
3° wanneer de aanbestedende overheid kan aantonen, met elk passend middel, dat de kandidaat of inschrijver in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken;
4° wanneer de aanbestedende overheid over voldoende plausibele aanwijzingen beschikt om te besluiten dat de kandidaat of inschrijver handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt, die gericht zijn op vervalsing van de mededinging in de zin van artikel 5, lid 2;
5° wanneer een belangenconflict in de zin van artikel 6 niet effectief kan worden verholpen met andere minder ingrijpende maatregelen;
6° wanneer zich wegens de eerdere betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure een vervalsing van de mededinging als bedoeld in artikel 52 heeft voorgedaan die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden verholpen;
7° wanneer de kandidaat of inschrijver blijk heeft gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijk voorschrift tijdens een eerdere overheidsopdracht, een eerdere opdracht met een aanbesteder of een eerdere concessieovereenkomst en dit geleid heeft tot het nemen van ambtshalve maatregelen, schadevergoedingen of andere vergelijkbare sancties;
8° wanneer de kandidaat of inschrijver zich in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden of de naleving van de selectiecriteria, of hij informatie heeft achtergehouden, of niet in staat was de ondersteunende documenten die vereist zijn krachtens artikel 73 of artikel 74 over te leggen; of
9° wanneer de kandidaat of inschrijver heeft getracht om het besluitvormingsproces van de aanbestedende overheid onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de plaatsingsprocedure kan bezorgen, of om verwijtbaar misleidende informatie te verstrekken die een belangrijke invloed kan hebben op beslissingen inzake uitsluiting, selectie en gunning.
De in het eerste lid bedoelde uitsluitingen van deelname aan overheidsopdrachten gelden slechts voor een periode van drie jaar vanaf de datum van de betrokken gebeurtenis of, wanneer het een voortdurende inbreuk betreft, vanaf de beëindiging van de inbreuk.
[1 Indien de gedraging die valt onder de in het eerste lid, 1°, 3°, 4°, 8° of 9°, bedoelde uitsluitingsgrond echter bestraft werd door middel van een besluit van een bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteit houdende vaststelling van een inbreuk op een rechtsregel, in het kader van een door het Unierecht of het nationale recht geregelde procedure wordt, de termijn van drie jaar bedoeld in het tweede lid berekend vanaf de datum van dit besluit. De aanbestedende overheid kan echter een beslissing tot uitsluiting nemen voorafgaand aan de beslissing van de bevoegde autoriteit, voor zover alle voorwaarden daartoe vervuld zijn, met inbegrip van de voorwaarde omtrent de berekening van de in het tweede lid bedoelde termijn van drie jaar.]1
Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, is de aanbestedende overheid niet gehouden tot nazicht van de facultatieve uitsluitingsgronden in hoofde van de personen die lid zijn van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid hebben.
1° indien de aanbestedende overheid met elk passend middel aantoont dat de kandidaat of inschrijver de in artikel 7 genoemde toepasselijke verplichtingen op het vlak van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht, heeft geschonden;
2° wanneer de kandidaat of inschrijver in staat van faillissement of van vereffening verkeert, zijn werkzaamheden heeft gestaakt, een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor hem een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of hij in een vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;
3° wanneer de aanbestedende overheid kan aantonen, met elk passend middel, dat de kandidaat of inschrijver in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken;
4° wanneer de aanbestedende overheid over voldoende plausibele aanwijzingen beschikt om te besluiten dat de kandidaat of inschrijver handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt, die gericht zijn op vervalsing van de mededinging in de zin van artikel 5, lid 2;
5° wanneer een belangenconflict in de zin van artikel 6 niet effectief kan worden verholpen met andere minder ingrijpende maatregelen;
6° wanneer zich wegens de eerdere betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure een vervalsing van de mededinging als bedoeld in artikel 52 heeft voorgedaan die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden verholpen;
7° wanneer de kandidaat of inschrijver blijk heeft gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijk voorschrift tijdens een eerdere overheidsopdracht, een eerdere opdracht met een aanbesteder of een eerdere concessieovereenkomst en dit geleid heeft tot het nemen van ambtshalve maatregelen, schadevergoedingen of andere vergelijkbare sancties;
8° wanneer de kandidaat of inschrijver zich in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden of de naleving van de selectiecriteria, of hij informatie heeft achtergehouden, of niet in staat was de ondersteunende documenten die vereist zijn krachtens artikel 73 of artikel 74 over te leggen; of
9° wanneer de kandidaat of inschrijver heeft getracht om het besluitvormingsproces van de aanbestedende overheid onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de plaatsingsprocedure kan bezorgen, of om verwijtbaar misleidende informatie te verstrekken die een belangrijke invloed kan hebben op beslissingen inzake uitsluiting, selectie en gunning.
De in het eerste lid bedoelde uitsluitingen van deelname aan overheidsopdrachten gelden slechts voor een periode van drie jaar vanaf de datum van de betrokken gebeurtenis of, wanneer het een voortdurende inbreuk betreft, vanaf de beëindiging van de inbreuk.
[1 Indien de gedraging die valt onder de in het eerste lid, 1°, 3°, 4°, 8° of 9°, bedoelde uitsluitingsgrond echter bestraft werd door middel van een besluit van een bevoegde administratieve of gerechtelijke autoriteit houdende vaststelling van een inbreuk op een rechtsregel, in het kader van een door het Unierecht of het nationale recht geregelde procedure wordt, de termijn van drie jaar bedoeld in het tweede lid berekend vanaf de datum van dit besluit. De aanbestedende overheid kan echter een beslissing tot uitsluiting nemen voorafgaand aan de beslissing van de bevoegde autoriteit, voor zover alle voorwaarden daartoe vervuld zijn, met inbegrip van de voorwaarde omtrent de berekening van de in het tweede lid bedoelde termijn van drie jaar.]1
Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, is de aanbestedende overheid niet gehouden tot nazicht van de facultatieve uitsluitingsgronden in hoofde van de personen die lid zijn van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid hebben.
Modifications
Art.69. Sauf dans le cas où le candidat ou le soumissionnaire démontre, conformément à l'article 70, avoir pris des mesures suffisantes afin de démontrer sa fiabilité, le pouvoir adjudicateur peut exclure, à quelque stade de la procédure de passation, de la participation à une procédure, un candidat ou un soumissionnaire dans les cas suivants :
1° lorsque le pouvoir adjudicateur peut démontrer, par tout moyen approprié, que le candidat ou le soumissionnaire a manqué aux obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social et du travail, visées à l'article 7;
2° lorsque le candidat ou le soumissionnaire est en état de faillite, de liquidation, de cessation d'activités, de réorganisation judiciaire ou a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procédure de liquidation ou de réorganisation judiciaire, ou dans toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature existant dans d'autres réglementations nationales;
3° lorsque le pouvoir adjudicateur peut démontrer par tout moyen approprié que le candidat ou le soumissionnaire a commis une faute professionnelle grave qui remet en cause son intégrité;
4° lorsque le pouvoir adjudicateur dispose d'éléments suffisamment plausibles pour conclure que le candidat ou le soumissionnaire a commis des actes, conclu des conventions ou procédé à des ententes en vue de fausser la concurrence, au sens de l'article 5, alinéa 2;
5° lorsqu'il ne peut être remédié à un conflit d'intérêts au sens de l'article 6 par d'autres mesures moins intrusives;
6° lorsqu'il ne peut être remédié à une distorsion de la concurrence résultant de la participation préalable des candidats ou soumissionnaires à la préparation de la procédure de passation, visée à l'article 52, par d'autres mesures moins intrusives;
7° lorsque des défaillances importantes ou persistantes du candidat ou du soumissionnaire ont été constatées lors de l'exécution d'une obligation essentielle qui lui incombait dans le cadre d'un marché public antérieur, d'un marché antérieur passé avec un adjudicateur ou d'une concession antérieure, lorsque ces défaillances ont donné lieu à des mesures d'office, des dommages et intérêts ou à une autre sanction comparable;
8° le candidat ou le soumissionnaire s'est rendu gravement coupable de fausse déclaration en fournissant les renseignements exigés pour la vérification de l'absence de motifs d'exclusion ou la satisfaction des critères de sélection, a caché ces informations ou n'est pas en mesure de présenter les documents justificatifs requis en vertu de l'article 73 ou de l'article 74, ou
9° le candidat ou le soumissionnaire a entrepris d'influer indûment sur le processus décisionnel du pouvoir adjudicateur ou d'obtenir des informations confidentielles susceptibles de lui donner un avantage indu lors de la procédure de passation, ou a fourni par négligence des informations trompeuses susceptibles d'avoir une influence déterminante sur les décisions d'exclusion, de sélection ou d'attribution.
Les exclusions à la participation aux marchés publics mentionnées à l'alinéa 1er s'appliquent uniquement pour une période de trois ans à compter de la date de l'évènement concerné ou en cas d'infraction continue, à partir de la fin de l'infraction.
[2 Néanmoins, si le comportement relevant du motif d'exclusion visé par l'alinéa 1er, 1°, 3°, 4°, 8° ou 9°, a été sanctionné par une décision d'une autorité administrative ou judiciaire compétente, prononcée dans le cadre d'une procédure réglementée par le droit de l'Union ou par le droit national et tendant à la constatation d'un comportement infractionnel à une règle de droit, la durée de trois ans visée à l'alinéa 2 est calculée à compter de la date de cette décision. Le pouvoir adjudicateur peut toutefois prendre une décision d'exclusion avant l'intervention de la décision de l'autorité compétente, pour autant que toutes les conditions soient remplies, y compris la condition relative au calcul du délai de trois ans visé à l'alinéa 2.]2
Sauf disposition contraire dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de vérifier l'absence de [1 motifs d'exclusion facultative]1 dans le chef des membres de l'organe administratif, de gestion ou de surveillance du candidat ou soumissionnaire ou des personnes qui détiennent un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle en son sein.
1° lorsque le pouvoir adjudicateur peut démontrer, par tout moyen approprié, que le candidat ou le soumissionnaire a manqué aux obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social et du travail, visées à l'article 7;
2° lorsque le candidat ou le soumissionnaire est en état de faillite, de liquidation, de cessation d'activités, de réorganisation judiciaire ou a fait l'aveu de sa faillite ou fait l'objet d'une procédure de liquidation ou de réorganisation judiciaire, ou dans toute situation analogue résultant d'une procédure de même nature existant dans d'autres réglementations nationales;
3° lorsque le pouvoir adjudicateur peut démontrer par tout moyen approprié que le candidat ou le soumissionnaire a commis une faute professionnelle grave qui remet en cause son intégrité;
4° lorsque le pouvoir adjudicateur dispose d'éléments suffisamment plausibles pour conclure que le candidat ou le soumissionnaire a commis des actes, conclu des conventions ou procédé à des ententes en vue de fausser la concurrence, au sens de l'article 5, alinéa 2;
5° lorsqu'il ne peut être remédié à un conflit d'intérêts au sens de l'article 6 par d'autres mesures moins intrusives;
6° lorsqu'il ne peut être remédié à une distorsion de la concurrence résultant de la participation préalable des candidats ou soumissionnaires à la préparation de la procédure de passation, visée à l'article 52, par d'autres mesures moins intrusives;
7° lorsque des défaillances importantes ou persistantes du candidat ou du soumissionnaire ont été constatées lors de l'exécution d'une obligation essentielle qui lui incombait dans le cadre d'un marché public antérieur, d'un marché antérieur passé avec un adjudicateur ou d'une concession antérieure, lorsque ces défaillances ont donné lieu à des mesures d'office, des dommages et intérêts ou à une autre sanction comparable;
8° le candidat ou le soumissionnaire s'est rendu gravement coupable de fausse déclaration en fournissant les renseignements exigés pour la vérification de l'absence de motifs d'exclusion ou la satisfaction des critères de sélection, a caché ces informations ou n'est pas en mesure de présenter les documents justificatifs requis en vertu de l'article 73 ou de l'article 74, ou
9° le candidat ou le soumissionnaire a entrepris d'influer indûment sur le processus décisionnel du pouvoir adjudicateur ou d'obtenir des informations confidentielles susceptibles de lui donner un avantage indu lors de la procédure de passation, ou a fourni par négligence des informations trompeuses susceptibles d'avoir une influence déterminante sur les décisions d'exclusion, de sélection ou d'attribution.
Les exclusions à la participation aux marchés publics mentionnées à l'alinéa 1er s'appliquent uniquement pour une période de trois ans à compter de la date de l'évènement concerné ou en cas d'infraction continue, à partir de la fin de l'infraction.
[2 Néanmoins, si le comportement relevant du motif d'exclusion visé par l'alinéa 1er, 1°, 3°, 4°, 8° ou 9°, a été sanctionné par une décision d'une autorité administrative ou judiciaire compétente, prononcée dans le cadre d'une procédure réglementée par le droit de l'Union ou par le droit national et tendant à la constatation d'un comportement infractionnel à une règle de droit, la durée de trois ans visée à l'alinéa 2 est calculée à compter de la date de cette décision. Le pouvoir adjudicateur peut toutefois prendre une décision d'exclusion avant l'intervention de la décision de l'autorité compétente, pour autant que toutes les conditions soient remplies, y compris la condition relative au calcul du délai de trois ans visé à l'alinéa 2.]2
Sauf disposition contraire dans les documents du marché, le pouvoir adjudicateur n'est pas tenu de vérifier l'absence de [1 motifs d'exclusion facultative]1 dans le chef des membres de l'organe administratif, de gestion ou de surveillance du candidat ou soumissionnaire ou des personnes qui détiennent un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle en son sein.
Corrigerende maatregelen
Mesures correctrices
Art.70. [1 § 1.]1 Elke kandidaat of inschrijver die in een van de in de artikelen 67 of 69 bedoelde situaties verkeert, mag bewijzen dat de maatregelen die hij heeft genomen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Als de aanbestedende overheid dat bewijs toereikend acht, wordt de betrokken kandidaat of inschrijver niet uitgesloten van de plaatsingsprocedure.
Hiertoe bewijst de kandidaat of inschrijver [1 ...]1 dat hij eventuele schade als gevolg van strafrechtelijke inbreuken of fouten heeft betaald of heeft toegezegd te zullen vergoeden, dat hij de feiten en omstandigheden heeft opgehelderd door actief mee te werken met de onderzoekende autoriteiten en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen.
De door de kandidaat of inschrijver genomen maatregelen worden beoordeeld met inachtneming van de ernst en de bijzondere omstandigheden van de strafrechtelijke inbreuken of de fout. Het betreft in alle gevallen een door de aanbestedende overheid te nemen beslissing die zowel op materieel als formeel vlak moet gemotiveerd worden. Wanneer de maatregelen onvoldoende worden geacht, worden aan de ondernemer de redenen daarvoor medegedeeld.
Een ondernemer die bij rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde is uitgesloten van deelneming aan plaatsingsprocedures of procedures voor de gunning van concessies mag gedurende de duur van de uitsluiting als gevolg van die beslissing geen gebruik kunnen maken van de in dit artikel geboden mogelijkheid in de lidstaten waar het vonnis van kracht is.
[1 § 2. Voor de in artikel 67 bedoelde uitsluitingsgronden, geeft de kandidaat of inschrijver, bij aanvang van de procedure, op eigen initiatief aan of hij de in de eerste paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen heeft genomen.
De aanbestedende overheid geeft in de opdrachtdocumenten aan dat de onderhavige paragraaf van toepassing is.
§ 3. Wanneer de aanbestedende overheid overweegt om een in artikel 69 bedoelde uitsluitingsgrond in te roepen, geeft hij aan de kandidaat of inschrijver de mogelijkheid om de in de eerste paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de plaatsingsprocedure. Dit is eveneens het geval indien de betreffende kandidaat of inschrijver geen verwijzing heeft opgenomen naar corrigerende maatregelen in zijn in artikel 73 bedoelde Uniform Europees Aanbestedingsdocument.
De aanbestedende overheid kan in de opdrachtdocumenten afwijken van het eerste lid en aldus vereisen dat de corrigerende maatregelen op eigen initiatief van de kandidaat of inschrijver worden gemeld bij aanvang van de plaatsingsprocedure. In dit geval vermeldt de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten voor welke van de in artikel 69 bedoelde uitsluitingsgronden deze afwijking van toepassing is en kan hij de draagwijdte van de afwijking nader bepalen. Indien de kandidaat of inschrijver in het licht van de in artikel 69 en de in de opdrachtdocumenten verschafte inlichtingen echter niet kan vaststellen of de uitsluitingsgrond die de aanbestedende overheid overweegt in te roepen van toepassing kan zijn, is het eerste lid van toepassing.]1
Hiertoe bewijst de kandidaat of inschrijver [1 ...]1 dat hij eventuele schade als gevolg van strafrechtelijke inbreuken of fouten heeft betaald of heeft toegezegd te zullen vergoeden, dat hij de feiten en omstandigheden heeft opgehelderd door actief mee te werken met de onderzoekende autoriteiten en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen.
De door de kandidaat of inschrijver genomen maatregelen worden beoordeeld met inachtneming van de ernst en de bijzondere omstandigheden van de strafrechtelijke inbreuken of de fout. Het betreft in alle gevallen een door de aanbestedende overheid te nemen beslissing die zowel op materieel als formeel vlak moet gemotiveerd worden. Wanneer de maatregelen onvoldoende worden geacht, worden aan de ondernemer de redenen daarvoor medegedeeld.
Een ondernemer die bij rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde is uitgesloten van deelneming aan plaatsingsprocedures of procedures voor de gunning van concessies mag gedurende de duur van de uitsluiting als gevolg van die beslissing geen gebruik kunnen maken van de in dit artikel geboden mogelijkheid in de lidstaten waar het vonnis van kracht is.
[1 § 2. Voor de in artikel 67 bedoelde uitsluitingsgronden, geeft de kandidaat of inschrijver, bij aanvang van de procedure, op eigen initiatief aan of hij de in de eerste paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen heeft genomen.
De aanbestedende overheid geeft in de opdrachtdocumenten aan dat de onderhavige paragraaf van toepassing is.
§ 3. Wanneer de aanbestedende overheid overweegt om een in artikel 69 bedoelde uitsluitingsgrond in te roepen, geeft hij aan de kandidaat of inschrijver de mogelijkheid om de in de eerste paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen aan te dragen in de loop van de plaatsingsprocedure. Dit is eveneens het geval indien de betreffende kandidaat of inschrijver geen verwijzing heeft opgenomen naar corrigerende maatregelen in zijn in artikel 73 bedoelde Uniform Europees Aanbestedingsdocument.
De aanbestedende overheid kan in de opdrachtdocumenten afwijken van het eerste lid en aldus vereisen dat de corrigerende maatregelen op eigen initiatief van de kandidaat of inschrijver worden gemeld bij aanvang van de plaatsingsprocedure. In dit geval vermeldt de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten voor welke van de in artikel 69 bedoelde uitsluitingsgronden deze afwijking van toepassing is en kan hij de draagwijdte van de afwijking nader bepalen. Indien de kandidaat of inschrijver in het licht van de in artikel 69 en de in de opdrachtdocumenten verschafte inlichtingen echter niet kan vaststellen of de uitsluitingsgrond die de aanbestedende overheid overweegt in te roepen van toepassing kan zijn, is het eerste lid van toepassing.]1
Modifications
Art.70. [1 § 1er.]1 Tout candidat ou soumissionnaire qui se trouve dans l'une des situations visées aux articles 67 ou 69 peut fournir des preuves afin d'attester que les mesures qu'il a prises suffisent à démontrer sa fiabilité malgré l'existence d'un motif d'exclusion pertinent. Si ces preuves sont jugées suffisantes par le pouvoir adjudicateur, le candidat ou le soumissionnaire concerné n'est pas exclu de la procédure de passation.
A cette fin, le candidat ou le soumissionnaire prouve [1 ...]1 qu'il a versé ou entrepris de verser une indemnité en réparation de tout préjudice causé par l'infraction pénale ou la faute, clarifié totalement les faits et circonstances en collaborant activement avec les autorités chargées de l'enquête et pris des mesures concrètes de nature technique et organisationnelle et en matière de personnel propres à prévenir une nouvelle infraction pénale ou une nouvelle faute.
Les mesures prises par le candidat ou le soumissionnaire sont évaluées en tenant compte de la gravité de l'infraction pénale ou de la faute ainsi que de ses circonstances particulières. Il s'agit dans tous les cas d'une décision du pouvoir adjudicateur qui doit être motivée aussi bien matériellement que formellement. Lorsque les mesures sont jugées insuffisantes, la motivation de la décision concernée est transmise à l'opérateur économique.
Un opérateur économique qui a été exclu par une décision judiciaire ayant force de chose jugée de la participation à des procédures de passation de marché ou d'attribution de concession n'est pas autorisé à faire usage de la possibilité prévue au présent article pendant la période d'exclusion fixée par ladite décision dans les Etats membres où le jugement produit ses effets.
[1 § 2. Pour les motifs d'exclusion visés à l'article 67, le candidat ou le soumissionnaire signale d'initiative s'il a pris les mesures correctrices visées au paragraphe 1er au début de la procédure.
Le pouvoir adjudicateur signale dans les documents du marché que le présent paragraphe est d'application.
§ 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur envisage d'invoquer un motif d'exclusion visé à l'article 69, il donne au candidat ou au soumissionnaire la possibilité de présenter les mesures correctrices visées au paragraphe 1er au cours de la procédure de passation. Il en va de même si le candidat ou le soumissionnaire concerné n'a pas fait référence aux mesures correctrices dans son Document unique de marché européen visé à l'article 73.
Le pouvoir adjudicateur peut déroger à l'alinéa 1er dans les documents du marché et ainsi exiger que les mesures correctrices soient communiquées à l'initiative du candidat ou du soumissionnaire au début de la procédure de passation. Dans un tel cas, le pouvoir adjudicateur indique dans les documents du marché les motifs d'exclusion visés à l'article 69 pour lesquels cette dérogation s'applique et peut en préciser la portée. Toutefois, l'alinéa 1er s'applique si le candidat ou le soumissionnaire ne peut déterminer si le motif d'exclusion que le pouvoir adjudicateur entend invoquer est applicable eu égard aux informations reprises à l'article 69 et dans les documents du marché.]1
A cette fin, le candidat ou le soumissionnaire prouve [1 ...]1 qu'il a versé ou entrepris de verser une indemnité en réparation de tout préjudice causé par l'infraction pénale ou la faute, clarifié totalement les faits et circonstances en collaborant activement avec les autorités chargées de l'enquête et pris des mesures concrètes de nature technique et organisationnelle et en matière de personnel propres à prévenir une nouvelle infraction pénale ou une nouvelle faute.
Les mesures prises par le candidat ou le soumissionnaire sont évaluées en tenant compte de la gravité de l'infraction pénale ou de la faute ainsi que de ses circonstances particulières. Il s'agit dans tous les cas d'une décision du pouvoir adjudicateur qui doit être motivée aussi bien matériellement que formellement. Lorsque les mesures sont jugées insuffisantes, la motivation de la décision concernée est transmise à l'opérateur économique.
Un opérateur économique qui a été exclu par une décision judiciaire ayant force de chose jugée de la participation à des procédures de passation de marché ou d'attribution de concession n'est pas autorisé à faire usage de la possibilité prévue au présent article pendant la période d'exclusion fixée par ladite décision dans les Etats membres où le jugement produit ses effets.
[1 § 2. Pour les motifs d'exclusion visés à l'article 67, le candidat ou le soumissionnaire signale d'initiative s'il a pris les mesures correctrices visées au paragraphe 1er au début de la procédure.
Le pouvoir adjudicateur signale dans les documents du marché que le présent paragraphe est d'application.
§ 3. Lorsque le pouvoir adjudicateur envisage d'invoquer un motif d'exclusion visé à l'article 69, il donne au candidat ou au soumissionnaire la possibilité de présenter les mesures correctrices visées au paragraphe 1er au cours de la procédure de passation. Il en va de même si le candidat ou le soumissionnaire concerné n'a pas fait référence aux mesures correctrices dans son Document unique de marché européen visé à l'article 73.
Le pouvoir adjudicateur peut déroger à l'alinéa 1er dans les documents du marché et ainsi exiger que les mesures correctrices soient communiquées à l'initiative du candidat ou du soumissionnaire au début de la procédure de passation. Dans un tel cas, le pouvoir adjudicateur indique dans les documents du marché les motifs d'exclusion visés à l'article 69 pour lesquels cette dérogation s'applique et peut en préciser la portée. Toutefois, l'alinéa 1er s'applique si le candidat ou le soumissionnaire ne peut déterminer si le motif d'exclusion que le pouvoir adjudicateur entend invoquer est applicable eu égard aux informations reprises à l'article 69 et dans les documents du marché.]1
Modifications
Selectiecriteria
Critères de sélection
Art.71. Het selectiecriterium of de selectiecriteria kunnen betrekking hebben op :
1° geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen; en/of
2° de economische en financiële draagkracht; en/of
3° de technische en beroepsbekwaamheid.
De aanbestedende overheid mag alleen deze criteria als voorwaarde voor deelname opleggen aan de kandidaten en inschrijvers. Zij beperken deze voorwaarden tot die welke kunnen garanderen dat een kandidaat of inschrijver over de juridische en financiële middelen en de technische bekwaamheden en beroepsbekwaamheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren. Alle voorwaarden houden verband met en staan in verhouding tot het voorwerp van de opdracht.
De Koning geeft nadere invulling aan de modaliteiten voor het vaststellen van deze voorwaarden.
1° geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen; en/of
2° de economische en financiële draagkracht; en/of
3° de technische en beroepsbekwaamheid.
De aanbestedende overheid mag alleen deze criteria als voorwaarde voor deelname opleggen aan de kandidaten en inschrijvers. Zij beperken deze voorwaarden tot die welke kunnen garanderen dat een kandidaat of inschrijver over de juridische en financiële middelen en de technische bekwaamheden en beroepsbekwaamheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren. Alle voorwaarden houden verband met en staan in verhouding tot het voorwerp van de opdracht.
De Koning geeft nadere invulling aan de modaliteiten voor het vaststellen van deze voorwaarden.
Art.71. Le ou les critères de sélection peuvent avoir trait :
1° à l'aptitude à exercer l'activité professionnelle; et/ou
2° à la capacité économique et financière; et/ou
3° aux capacités techniques et professionnelles.
Le pouvoir adjudicateur ne peut imposer d'autres critères que ceux susvisés comme conditions de participation aux candidats et aux soumissionnaires. Ils limitent ces conditions à celles qui sont propres à garantir qu'un candidat ou un soumissionnaire dispose de la capacité juridique et financière ainsi que des compétences techniques et professionnelles nécessaires pour exécuter le marché à attribuer. Toutes les conditions sont liées et proportionnées à l'objet du marché.
Le Roi précise les modalités relatives à la fixation de ces conditions.
1° à l'aptitude à exercer l'activité professionnelle; et/ou
2° à la capacité économique et financière; et/ou
3° aux capacités techniques et professionnelles.
Le pouvoir adjudicateur ne peut imposer d'autres critères que ceux susvisés comme conditions de participation aux candidats et aux soumissionnaires. Ils limitent ces conditions à celles qui sont propres à garantir qu'un candidat ou un soumissionnaire dispose de la capacité juridique et financière ainsi que des compétences techniques et professionnelles nécessaires pour exécuter le marché à attribuer. Toutes les conditions sont liées et proportionnées à l'objet du marché.
Le Roi précise les modalités relatives à la fixation de ces conditions.
Rechtsopvolging van een natuurlijke persoon door een rechtspersoon in de loop van de procedure
Substitution d'une personne physique par une personne morale durant la procédure
Art.72. De Koning kan de gevolgen regelen van een door een natuurlijke persoon ingediende offerte in geval van diens rechtsopvolging door een rechtspersoon in de loop van de plaatsingsprocedure. Hij kan aan deze personen een hoofdelijke aansprakelijkheid opleggen.
Art.72. Le Roi peut régler les conséquences d'une offre introduite par une personne physique dans le cas où une personne morale se substituerait à cette dernière au cours de la procédure de passation. Il peut imposer à ces personnes une responsabilité solidaire.
Uniform Europees Aanbestedingsdocument, impliciete verklaring op erewoord en bewijsmiddelen
Document unique de marché européen, déclaration sur l'honneur implicite et moyens de preuve
Art.73. § 1. Op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, naargelang het geval, leggen de kandidaten of inschrijvers, het door hen ingevulde Uniform Europees Aanbestedingsdocument voor, dat bestaat uit een bijgewerkte eigen verklaring en dat door de aanbestedende overheid als voorlopig bewijs wordt aanvaard ter vervanging van door overheidsinstanties of derden afgegeven documenten of certificaten die bevestigen dat de betrokken kandidaat of inschrijver aan alle hierna vermelde voorwaarden voldoet :
1° hij bevindt zich niet in een van de situaties als bedoeld in de artikelen 67 tot 69, waardoor kandidaten of inschrijvers kunnen of moeten worden uitgesloten;
2° hij voldoet aan de toepasselijke selectiecriteria als vastgesteld overeenkomstig artikel 71;
3° hij voldoet, indien van toepassing, aan de objectieve regels en criteria voor de beperking van het aantal kandidaten, als vastgesteld overeenkomstig artikel 79.
Indien de ondernemer overeenkomstig artikel 78 een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten bevat het Uniform Europees Aanbestedingsdocument ook de in het eerste lid genoemde gegevens ten aanzien van die entiteiten.
Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument bestaat uit een formele verklaring van de ondernemer dat de betrokken grond tot uitsluiting niet van toepassing is en/of dat aan het selectiecriterium is voldaan en bevat de relevante informatie die door de aanbestedende overheid wordt verlangd. Voorts vermeldt het Uniform Europees Aanbestedingsdocument welke overheidsinstantie of derde verantwoordelijk is voor het vaststellen van de bewijsstukken en bevat zij een formele verklaring dat de ondernemer in staat zal zijn om op verzoek en onverwijld die bewijsstukken te leveren.
Indien de aanbestedende overheid het bewijsstuk rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een databank conform de vierde paragraaf, bevat het Uniform Europees Aanbestedingsdocument ook de daartoe vereiste informatie, zoals het internetadres van de databank, alle identificatiegegevens en, in voorkomend geval, de benodigde verklaring van instemming.
Ondernemers kunnen het reeds in een vorige overheidsopdrachtenprocedure gebruikte Uniform Europees Aanbestedingsdocument opnieuw gebruiken, mits zij bevestigen dat de daarin opgenomen gegevens nog steeds correct zijn.
§ 2. Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument wordt opgesteld op basis van het door de Europese Commissie vast te stellen model en wordt uitsluitend in elektronische vorm verstrekt.
§ 3. De aanbestedende overheid kan kandidaten en inschrijvers tijdens de procedure te allen tijde verzoeken de vereiste ondersteunende documenten geheel of gedeeltelijk in te dienen wanneer dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure.
Behoudens voor opdrachten die zijn gebaseerd op overeenkomstig artikel 43, § 4 of § 5, 1°, geplaatste raamovereenkomsten, verzoekt de aanbestedende overheid vóór de gunning van de opdracht, de inschrijver aan wie zij heeft besloten de opdracht te gunnen, de actuele ondersteunende documenten over te leggen, als bedoeld in artikel 75. De aanbestedende overheid kan ondernemers verzoeken de ontvangen certificaten aan te vullen of te verduidelijken.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 3 zijn de ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten of andere bewijsstukken over te leggen indien en voor zover de aanbestedende overheid de certificaten of de relevante informatie rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een gratis toegankelijke nationale databank in elke lidstaat, zoals een nationaal aanbestedingsregister, een digitaal bedrijfsdossier, een systeem voor digitale documentopslag of een voorselectiesysteem.
Niettegenstaande paragraaf 3 zijn de ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten over te leggen wanneer de aanbestedende overheid deze documenten reeds in haar bezit heeft ten gevolge van een opdracht of raamovereenkomst die eerder werd afgesloten. Dit op voorwaarde dat de betrokken ondernemers in hun aanvraag tot deelneming of in hun offerte de procedure identificeren tijdens dewelke zij deze documenten reeds hebben voorgelegd en voor zover de voormelde inlichtingen en documenten nog beantwoorden aan de gestelde vereisten.
1° hij bevindt zich niet in een van de situaties als bedoeld in de artikelen 67 tot 69, waardoor kandidaten of inschrijvers kunnen of moeten worden uitgesloten;
2° hij voldoet aan de toepasselijke selectiecriteria als vastgesteld overeenkomstig artikel 71;
3° hij voldoet, indien van toepassing, aan de objectieve regels en criteria voor de beperking van het aantal kandidaten, als vastgesteld overeenkomstig artikel 79.
Indien de ondernemer overeenkomstig artikel 78 een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten bevat het Uniform Europees Aanbestedingsdocument ook de in het eerste lid genoemde gegevens ten aanzien van die entiteiten.
Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument bestaat uit een formele verklaring van de ondernemer dat de betrokken grond tot uitsluiting niet van toepassing is en/of dat aan het selectiecriterium is voldaan en bevat de relevante informatie die door de aanbestedende overheid wordt verlangd. Voorts vermeldt het Uniform Europees Aanbestedingsdocument welke overheidsinstantie of derde verantwoordelijk is voor het vaststellen van de bewijsstukken en bevat zij een formele verklaring dat de ondernemer in staat zal zijn om op verzoek en onverwijld die bewijsstukken te leveren.
Indien de aanbestedende overheid het bewijsstuk rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een databank conform de vierde paragraaf, bevat het Uniform Europees Aanbestedingsdocument ook de daartoe vereiste informatie, zoals het internetadres van de databank, alle identificatiegegevens en, in voorkomend geval, de benodigde verklaring van instemming.
Ondernemers kunnen het reeds in een vorige overheidsopdrachtenprocedure gebruikte Uniform Europees Aanbestedingsdocument opnieuw gebruiken, mits zij bevestigen dat de daarin opgenomen gegevens nog steeds correct zijn.
§ 2. Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument wordt opgesteld op basis van het door de Europese Commissie vast te stellen model en wordt uitsluitend in elektronische vorm verstrekt.
§ 3. De aanbestedende overheid kan kandidaten en inschrijvers tijdens de procedure te allen tijde verzoeken de vereiste ondersteunende documenten geheel of gedeeltelijk in te dienen wanneer dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure.
Behoudens voor opdrachten die zijn gebaseerd op overeenkomstig artikel 43, § 4 of § 5, 1°, geplaatste raamovereenkomsten, verzoekt de aanbestedende overheid vóór de gunning van de opdracht, de inschrijver aan wie zij heeft besloten de opdracht te gunnen, de actuele ondersteunende documenten over te leggen, als bedoeld in artikel 75. De aanbestedende overheid kan ondernemers verzoeken de ontvangen certificaten aan te vullen of te verduidelijken.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 3 zijn de ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten of andere bewijsstukken over te leggen indien en voor zover de aanbestedende overheid de certificaten of de relevante informatie rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een gratis toegankelijke nationale databank in elke lidstaat, zoals een nationaal aanbestedingsregister, een digitaal bedrijfsdossier, een systeem voor digitale documentopslag of een voorselectiesysteem.
Niettegenstaande paragraaf 3 zijn de ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten over te leggen wanneer de aanbestedende overheid deze documenten reeds in haar bezit heeft ten gevolge van een opdracht of raamovereenkomst die eerder werd afgesloten. Dit op voorwaarde dat de betrokken ondernemers in hun aanvraag tot deelneming of in hun offerte de procedure identificeren tijdens dewelke zij deze documenten reeds hebben voorgelegd en voor zover de voormelde inlichtingen en documenten nog beantwoorden aan de gestelde vereisten.
Art.73. § 1er. Lors du dépôt des demandes de participation ou d'offres, selon le cas, les candidats ou soumissionnaires produisent le Document unique de marché européen, qui consiste en une déclaration sur l'honneur propre actualisée et qui est accepté par le pouvoir adjudicateur à titre de preuve a priori en lieu et place des documents ou certificats délivrés par des autorités publiques ou des tiers pour confirmer que le candidat ou soumissionnaire concerné remplit, toutes les conditions suivantes :
1° qu'il ne se trouve pas dans l'une des situations, visées aux articles 67 à 69, qui doit ou peut entraîner l'exclusion des candidats ou de soumissionnaires;
2° qu'il répond aux critères de sélection applicables qui ont été établis conformément à l'article 71;
3° que, le cas échéant, il respecte les règles et critères objectifs relatifs à la réduction du nombre de candidats qui ont été établis conformément à l'article 79.
Lorsque l'opérateur économique a recours aux capacités d'autres entités en vertu de l'article 78, le Document unique de marché européen comporte également les informations visées à l'alinéa 1er, du présent paragraphe en ce qui concerne ces entités.
Le Document unique de marché européen consiste en une déclaration officielle par laquelle l'opérateur économique affirme que le motif d'exclusion concerné ne s'applique pas et/ou que le critère de sélection concerné est rempli et il fournit les informations pertinentes requises par le pouvoir adjudicateur. Le Document unique de marché européen désigne en outre l'autorité publique ou le tiers compétent pour établir les documents justificatifs et contient une déclaration officielle indiquant que l'opérateur économique sera en mesure, sur demande et sans tarder, de fournir lesdits documents justificatifs.
Lorsque le pouvoir adjudicateur peut obtenir directement le document justificatif en accédant à une base de données en vertu du paragraphe 4, le Document unique de marché européen contient également les renseignements requis à cette fin, tels que l'adresse internet de la base de données, toute donnée d'identification et, le cas échéant, la déclaration de consentement nécessaire.
Les opérateurs économiques peuvent réutiliser un Document unique de marché européen qui a déjà été utilisé dans une procédure antérieure, à condition qu'ils confirment que les informations qui y figurent sont toujours valables.
§ 2. Le Document unique de marché européen est établi sur la base du modèle à fixer par la Commission européenne et est fourni uniquement sous forme électronique.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut demander à des candidats et soumissionnaires, à tout moment de la procédure, de fournir tout ou partie des documents justificatifs, si cela est nécessaire pour assurer le bon déroulement de la procédure.
Avant l'attribution du marché, le pouvoir adjudicateur exige du soumissionnaire auquel il a décidé d'attribuer le marché, sauf pour les marchés fondés sur des accords-cadres lorsque ces marchés sont passés conformément à l'article 43, § 4 ou § 5, 1°, qu'il présente les documents justificatifs mis à jour visés à l'article 75. Le pouvoir adjudicateur peut inviter les opérateurs économiques à compléter ou à expliciter les certificats reçus.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 3, les opérateurs économiques ne sont pas tenus de présenter des documents justificatifs ou d'autres pièces justificatives lorsque et dans la mesure où le pouvoir adjudicateur a la possibilité d'obtenir directement les certificats ou les informations pertinentes en accédant à une base de données nationale dans un Etat membre qui est accessible gratuitement, comme un registre national des marchés publics, un dossier virtuel d'entreprise, un système de stockage électronique de documents ou un système de préqualification.
Nonobstant le paragraphe 3, les opérateurs économiques ne sont pas tenus de présenter des documents justificatifs lorsque le pouvoir adjudicateur a déjà ces documents en sa possession suite à un marché ou un accord-cadre conclu précédemment, et ce, à condition que les opérateurs économiques concernés identifient dans leur demande de participation ou dans leur offre la procédure au cours de laquelle lesdits documents ont déjà été fournis et pour autant que les renseignements et documents mentionnés répondent encore aux exigences requises.
1° qu'il ne se trouve pas dans l'une des situations, visées aux articles 67 à 69, qui doit ou peut entraîner l'exclusion des candidats ou de soumissionnaires;
2° qu'il répond aux critères de sélection applicables qui ont été établis conformément à l'article 71;
3° que, le cas échéant, il respecte les règles et critères objectifs relatifs à la réduction du nombre de candidats qui ont été établis conformément à l'article 79.
Lorsque l'opérateur économique a recours aux capacités d'autres entités en vertu de l'article 78, le Document unique de marché européen comporte également les informations visées à l'alinéa 1er, du présent paragraphe en ce qui concerne ces entités.
Le Document unique de marché européen consiste en une déclaration officielle par laquelle l'opérateur économique affirme que le motif d'exclusion concerné ne s'applique pas et/ou que le critère de sélection concerné est rempli et il fournit les informations pertinentes requises par le pouvoir adjudicateur. Le Document unique de marché européen désigne en outre l'autorité publique ou le tiers compétent pour établir les documents justificatifs et contient une déclaration officielle indiquant que l'opérateur économique sera en mesure, sur demande et sans tarder, de fournir lesdits documents justificatifs.
Lorsque le pouvoir adjudicateur peut obtenir directement le document justificatif en accédant à une base de données en vertu du paragraphe 4, le Document unique de marché européen contient également les renseignements requis à cette fin, tels que l'adresse internet de la base de données, toute donnée d'identification et, le cas échéant, la déclaration de consentement nécessaire.
Les opérateurs économiques peuvent réutiliser un Document unique de marché européen qui a déjà été utilisé dans une procédure antérieure, à condition qu'ils confirment que les informations qui y figurent sont toujours valables.
§ 2. Le Document unique de marché européen est établi sur la base du modèle à fixer par la Commission européenne et est fourni uniquement sous forme électronique.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur peut demander à des candidats et soumissionnaires, à tout moment de la procédure, de fournir tout ou partie des documents justificatifs, si cela est nécessaire pour assurer le bon déroulement de la procédure.
Avant l'attribution du marché, le pouvoir adjudicateur exige du soumissionnaire auquel il a décidé d'attribuer le marché, sauf pour les marchés fondés sur des accords-cadres lorsque ces marchés sont passés conformément à l'article 43, § 4 ou § 5, 1°, qu'il présente les documents justificatifs mis à jour visés à l'article 75. Le pouvoir adjudicateur peut inviter les opérateurs économiques à compléter ou à expliciter les certificats reçus.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 3, les opérateurs économiques ne sont pas tenus de présenter des documents justificatifs ou d'autres pièces justificatives lorsque et dans la mesure où le pouvoir adjudicateur a la possibilité d'obtenir directement les certificats ou les informations pertinentes en accédant à une base de données nationale dans un Etat membre qui est accessible gratuitement, comme un registre national des marchés publics, un dossier virtuel d'entreprise, un système de stockage électronique de documents ou un système de préqualification.
Nonobstant le paragraphe 3, les opérateurs économiques ne sont pas tenus de présenter des documents justificatifs lorsque le pouvoir adjudicateur a déjà ces documents en sa possession suite à un marché ou un accord-cadre conclu précédemment, et ce, à condition que les opérateurs économiques concernés identifient dans leur demande de participation ou dans leur offre la procédure au cours de laquelle lesdits documents ont déjà été fournis et pour autant que les renseignements et documents mentionnés répondent encore aux exigences requises.
Machtiging aan de Koning tot instelling van een alternatieve regeling op het vlak van het voorlopig bewijs
Délégation au Roi relative à l'instauration d'un règlement alternatif en matière de preuve provisoire
Art.74. Voor de door Hem te bepalen opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking kan de Koning, als voorlopig bewijs van door overheidsinstanties of derden afgegeven documenten of certificaten die bevestigen dat de betrokken kandidaat of inschrijver aan alle in artikel 73, § 1, eerste lid, vermelde voorwaarden voldoet, voorzien in een alternatieve regeling waarvan Hij de toepassingsvoorwaarden en vormvoorschriften bepaalt.
Hetzelfde geldt voor de door Hem te bepalen opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.
Hetzelfde geldt voor de door Hem te bepalen opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.
Art.74. Pour les marchés passés par procédure négociée sans publication préalable à déterminer par Lui, le Roi peut, à titre de preuve provisoire par rapport aux documents ou certificats délivrés par des autorités publiques ou des tiers qui confirment que le candidat ou soumissionnaire concerné satisfait à toutes les conditions mentionnées à l'article 73, § 1er, alinéa 1er, fixer un règlement alternatif dont Il détermine les conditions d'application et les formalités à respecter.
Il en est de même pour les marchés à déterminer par Lui dont le montant estimé est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne.
Il en est de même pour les marchés à déterminer par Lui dont le montant estimé est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne.
Machtiging aan de Koning omtrent het bewijs van het ontbreken van uitsluitingsgronden en het vervuld zijn van selectiecriteria
Délégation au Roi relative à la preuve de l'absence de motifs d'exclusion et de la preuve de la réponse aux critères de sélection
Art.75. De Koning bepaalt de in aanmerking komende certificaten, verklaringen, referenties en andere documenten en inlichtingen, waarvan de aanbestedende overheid de overlegging kan verlangen met het oog op het bewijs van het ontbreken van uitsluitingsgronden en het vervuld zijn van de selectiecriteria.
Art.75. Le Roi détermine les certificats, les déclarations, les références et les autres moyens de preuve, dont le pouvoir adjudicateur peut exiger la production afin de prouver qu'il n'existe pas de motifs d'exclusion et que les critères de sélection sont remplis.
Onlinedatabank van certificaten - e-certis
Base de données de certificats en ligne (e-Certis)
Art.76. Aanbestedende overheden maken gebruik van e-Certis en zij stellen hoofdzakelijk die typen van certificaten of bewijsstukken verplicht die in e-Certis beschikbaar zijn.
Art.76. Les pouvoirs adjudicateurs ont recours à e-Certis et ils exigent principalement les types de certificats ou les formes de pièces justificatives qui sont prévus par e-Certis.
Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer
Normes d'assurance de la qualité et normes de gestion environnementale
Art.77. § 1. Ingeval de aanbestedende overheid de overlegging eist van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde kwaliteitsnormen, met inbegrip van normen inzake toegankelijkheid voor gehandicapten, verwijst zij naar regelingen voor kwaliteitsbewaking op basis van de desbetreffende Europese normenreeks die door geaccrediteerde instanties overeenkomstig de Europese normenreeks zijn gecertificeerd. Zij erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen. Zij aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige kwaliteitsgaranties wanneer de betrokken ondernemer die certificaten niet binnen de gestelde termijnen kan verkrijgen om redenen die niet aan hem toe te schrijven zijn, mits de ondernemer het bewijs levert dat de voorgestelde maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen voldoen.
§ 2. Wanneer de aanbestedende overheid de overlegging eist van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde systemen of normen inzake milieubeheer, verwijst zij naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) van de Europese Unie of enig ander milieubeheersysteem als erkend overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, of andere normen inzake milieubeheer op basis van de toepasselijke Europese of internationale normen die door geaccrediteerde instanties zijn gecertificeerd. Zij erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen.
Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar geen toegang had tot de certificaten of niet de mogelijkheid had deze binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende overheid andere passende bewijzen van gelijkwaardige maatregelen inzake milieubeheer, mits de ondernemer aantoont dat deze maatregelen gelijkwaardig zijn aan die welke krachtens het toepasselijke milieubeheersysteem of de norm vereist zijn.
§ 2. Wanneer de aanbestedende overheid de overlegging eist van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde systemen of normen inzake milieubeheer, verwijst zij naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) van de Europese Unie of enig ander milieubeheersysteem als erkend overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, of andere normen inzake milieubeheer op basis van de toepasselijke Europese of internationale normen die door geaccrediteerde instanties zijn gecertificeerd. Zij erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen.
Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar geen toegang had tot de certificaten of niet de mogelijkheid had deze binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende overheid andere passende bewijzen van gelijkwaardige maatregelen inzake milieubeheer, mits de ondernemer aantoont dat deze maatregelen gelijkwaardig zijn aan die welke krachtens het toepasselijke milieubeheersysteem of de norm vereist zijn.
Art.77. § 1er. Lorsque le pouvoir adjudicateur demande la production de certificats établis par des organismes indépendants, attestant que l'opérateur économique se conforme à certaines normes d'assurance de la qualité, y compris en ce qui concerne l'accessibilité pour les personnes handicapées, il se réfère aux systèmes d'assurance de la qualité basés sur les séries de normes européennes en la matière et certifiés par des organismes accrédités. Il reconnait les certificats équivalents d'organismes établis dans d'autres Etats membres. Il accepte également d'autres preuves de mesures équivalentes d'assurance de la qualité lorsque l'opérateur économique concerné n'avait pas la possibilité d'obtenir ces certificats dans les délais fixés pour des motifs qui ne lui sont pas imputables, pour autant que ledit opérateur économique établisse que les mesures d'assurance de la qualité proposées sont conformes aux normes d'assurance de la qualité requises.
§ 2. Lorsque le pouvoir adjudicateur demande la production de certificats établis par des organismes indépendants, attestant que l'opérateur économique se conforme à certains systèmes ou normes de gestion environnementale, ils se réfèrent au système de management environnemental et d'audit (EMAS) de l'Union européenne ou à d'autres systèmes de gestion environnementale reconnus conformément à l'article 45 du règlement (CE) n° 1221/2009 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 concernant la participation volontaire des organisations à un système communautaire de management environnemental et d'audit (EMAS), abrogeant le règlement (CE) no 761/2001 et les décisions de la Commission 2001/681/CE et 2006/193/CE ou à d'autres normes de gestion environnementale fondées sur les normes européennes ou internationales en la matière élaborées par des organismes accrédités. Il reconnait les certificats équivalents d'organismes établis dans d'autres Etats membres.
Lorsqu'un opérateur économique n'avait manifestement pas accès à de tels certificats ni la possibilité de se les procurer dans les délais fixés pour des motifs qui ne lui sont pas imputables, le pouvoir adjudicateur accepte également d'autres preuves des mesures de gestion environnementale, pour autant que l'opérateur économique établisse que ces mesures sont équivalentes à celles requises en vertu du système ou de la norme de gestion environnementale applicable.
§ 2. Lorsque le pouvoir adjudicateur demande la production de certificats établis par des organismes indépendants, attestant que l'opérateur économique se conforme à certains systèmes ou normes de gestion environnementale, ils se réfèrent au système de management environnemental et d'audit (EMAS) de l'Union européenne ou à d'autres systèmes de gestion environnementale reconnus conformément à l'article 45 du règlement (CE) n° 1221/2009 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2009 concernant la participation volontaire des organisations à un système communautaire de management environnemental et d'audit (EMAS), abrogeant le règlement (CE) no 761/2001 et les décisions de la Commission 2001/681/CE et 2006/193/CE ou à d'autres normes de gestion environnementale fondées sur les normes européennes ou internationales en la matière élaborées par des organismes accrédités. Il reconnait les certificats équivalents d'organismes établis dans d'autres Etats membres.
Lorsqu'un opérateur économique n'avait manifestement pas accès à de tels certificats ni la possibilité de se les procurer dans les délais fixés pour des motifs qui ne lui sont pas imputables, le pouvoir adjudicateur accepte également d'autres preuves des mesures de gestion environnementale, pour autant que l'opérateur économique établisse que ces mesures sont équivalentes à celles requises en vertu du système ou de la norme de gestion environnementale applicable.
Beroep op de draagkracht van andere entiteiten
Recours à la capacité des tiers
Art.78. Een ondernemer kan, in voorkomend geval en voor een bepaalde opdracht, zich beroepen op de economische en financiële draagkracht en de technische en beroepsbekwaamheid van andere entiteiten zoals bedoeld in artikel 71, eerste lid, 2° en 3°.
Indien een ondernemer een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten voor het vervullen van de economische en financiële criteria, kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemer en die entiteiten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht, voor zover deze mogelijkheid om hoofdelijke aansprakelijkheid te eisen niet werd uitgesloten in de opdrachtdocumenten. Om uitwerking te hebben dient de hoofdelijke aansprakelijkheid evenwel schriftelijk aanvaard te worden door de entiteit op wiens draagkracht beroep wordt gedaan. Indien de voormelde schriftelijke aanvaarding niet wordt gegeven, kan de kandidaat of inschrijver zich niet op de draagkracht van die entiteit beroepen. Het onderhavig lid doet geen afbreuk aan krachtens andere wetten ingestelde hoofdelijke aansprakelijkheidsregelingen, met name op het vlak van sociale, fiscale of loonschulden.
In het geval van overheidsopdrachten voor werken, diensten en plaatsings- of installatiewerkzaamheden in het kader van een opdracht voor leveringen kan de aanbestedende overheid eisen dat bepaalde kritieke taken rechtstreeks door de inschrijver zelf worden verricht, of wanneer de offerte door een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 8, § 2, is ingediend, door een deelnemer aan die combinatie.
De Koning kan de nadere materiële en procedurele regels bepalen.
Indien een ondernemer een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten voor het vervullen van de economische en financiële criteria, kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemer en die entiteiten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht, voor zover deze mogelijkheid om hoofdelijke aansprakelijkheid te eisen niet werd uitgesloten in de opdrachtdocumenten. Om uitwerking te hebben dient de hoofdelijke aansprakelijkheid evenwel schriftelijk aanvaard te worden door de entiteit op wiens draagkracht beroep wordt gedaan. Indien de voormelde schriftelijke aanvaarding niet wordt gegeven, kan de kandidaat of inschrijver zich niet op de draagkracht van die entiteit beroepen. Het onderhavig lid doet geen afbreuk aan krachtens andere wetten ingestelde hoofdelijke aansprakelijkheidsregelingen, met name op het vlak van sociale, fiscale of loonschulden.
In het geval van overheidsopdrachten voor werken, diensten en plaatsings- of installatiewerkzaamheden in het kader van een opdracht voor leveringen kan de aanbestedende overheid eisen dat bepaalde kritieke taken rechtstreeks door de inschrijver zelf worden verricht, of wanneer de offerte door een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 8, § 2, is ingediend, door een deelnemer aan die combinatie.
De Koning kan de nadere materiële en procedurele regels bepalen.
Art.78. Un opérateur économique peut, le cas échéant, et pour un marché déterminé, avoir recours à la capacité économique et financière et aux capacités techniques et professionnelles d'autres entités, telles que visées à l'article 71, alinéa 1er, 2° et 3°.
Lorsqu'un opérateur économique a recours aux capacités d'autres entités en ce qui concerne des critères ayant trait à la capacité économique et financière, le pouvoir adjudicateur peut exiger que l'opérateur économique et ces entités en question soient solidairement responsables de l'exécution du marché, pour autant que la possibilité d'exiger la responsabilité solidaire n'ait pas été exclue dans les documents de marché. Pour être effective, cette responsabilité solidaire doit cependant être acceptée par écrit par l'entité dont la capacité est invoquée. Lorsque l'acceptation écrite susmentionnée n'est pas fournie, le candidat ou le soumissionnaire ne peut avoir recours à la capacité de cette entité. Le présent alinéa ne porte pas préjudice à la responsabilité solidaire prévue en vertu d'autres lois, notamment au niveau des dettes sociales, fiscales ou salariales.
Pour les marchés publics de travaux, les marchés de services et les travaux de pose et d'installation dans le cadre d'un marché de fournitures, le pouvoir adjudicateur peut exiger que certaines tâches essentielles soient effectuées directement par le soumissionnaire lui-même ou, si l'offre est soumise par un groupement d'opérateurs économiques visé à l'article 8, § 2, par un participant dudit groupement.
Le Roi peut fixer les modalités matérielles et procédurales additionnelles.
Lorsqu'un opérateur économique a recours aux capacités d'autres entités en ce qui concerne des critères ayant trait à la capacité économique et financière, le pouvoir adjudicateur peut exiger que l'opérateur économique et ces entités en question soient solidairement responsables de l'exécution du marché, pour autant que la possibilité d'exiger la responsabilité solidaire n'ait pas été exclue dans les documents de marché. Pour être effective, cette responsabilité solidaire doit cependant être acceptée par écrit par l'entité dont la capacité est invoquée. Lorsque l'acceptation écrite susmentionnée n'est pas fournie, le candidat ou le soumissionnaire ne peut avoir recours à la capacité de cette entité. Le présent alinéa ne porte pas préjudice à la responsabilité solidaire prévue en vertu d'autres lois, notamment au niveau des dettes sociales, fiscales ou salariales.
Pour les marchés publics de travaux, les marchés de services et les travaux de pose et d'installation dans le cadre d'un marché de fournitures, le pouvoir adjudicateur peut exiger que certaines tâches essentielles soient effectuées directement par le soumissionnaire lui-même ou, si l'offre est soumise par un groupement d'opérateurs économiques visé à l'article 8, § 2, par un participant dudit groupement.
Le Roi peut fixer les modalités matérielles et procédurales additionnelles.
Beperking van het aantal kandidaten
Limitation du nombre de candidats
Art.79. § 1. Bij niet-openbare procedures, mededingingsprocedures met onderhandeling, concurrentie-gerichte dialogen en innovatie-partnerschappen kan de aanbestedende overheid het aantal aan de selectiecriteria beantwoordende kandidaten die zij tot indiening van een offerte of tot een dialoog zal uitnodigen, beperken op voorwaarde dat het overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde minimumaantal gekwalificeerde kandidaten voorhanden is.
§ 2. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van een opdracht de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens is te hanteren, alsmede het minimum- en in voorkomend geval het maximumaantal kandidaten dat zij voornemens is uit te nodigen.
Bij niet-openbare procedures bedraagt het minimumaantal kandidaten vijf. Bij mededingingsprocedures met onderhandeling, concurrentiegerichte dialogen en innovatiepartnerschappen bedraagt het minimumaantal kandidaten drie. Het aantal uitgenodigde kandidaten moet in elk geval volstaan om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
De aanbestedende overheid nodigt een aantal kandidaten uit dat ten minste gelijk is aan het vereiste minimumaantal. Wanneer het aantal kandidaten dat aan de selectiecriteria en de minimumvoorschriften inzake bekwaamheid voldoet, echter lager is dan het door de aanbestedende overheid vastgestelde minimumaantal, kan deze aanbestedende overheid de procedure voortzetten door de kandidaten met de vereiste bekwaamheden uit te nodigen. De aanbestedende overheid kan tot dezelfde procedure geen ondernemers toelaten die niet om deelneming hebben verzocht, of kandidaten die niet over de vereiste bekwaamheden beschikken.
§ 3. Voor de opdrachten lager dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de in de tweede paragraaf, eerste lid, bedoelde verplichting om het minimum- en in voorkomend geval het maximumaantal kandidaten te vermelden, niet van toepassing.
§ 2. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van een opdracht de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens is te hanteren, alsmede het minimum- en in voorkomend geval het maximumaantal kandidaten dat zij voornemens is uit te nodigen.
Bij niet-openbare procedures bedraagt het minimumaantal kandidaten vijf. Bij mededingingsprocedures met onderhandeling, concurrentiegerichte dialogen en innovatiepartnerschappen bedraagt het minimumaantal kandidaten drie. Het aantal uitgenodigde kandidaten moet in elk geval volstaan om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
De aanbestedende overheid nodigt een aantal kandidaten uit dat ten minste gelijk is aan het vereiste minimumaantal. Wanneer het aantal kandidaten dat aan de selectiecriteria en de minimumvoorschriften inzake bekwaamheid voldoet, echter lager is dan het door de aanbestedende overheid vastgestelde minimumaantal, kan deze aanbestedende overheid de procedure voortzetten door de kandidaten met de vereiste bekwaamheden uit te nodigen. De aanbestedende overheid kan tot dezelfde procedure geen ondernemers toelaten die niet om deelneming hebben verzocht, of kandidaten die niet over de vereiste bekwaamheden beschikken.
§ 3. Voor de opdrachten lager dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de in de tweede paragraaf, eerste lid, bedoelde verplichting om het minimum- en in voorkomend geval het maximumaantal kandidaten te vermelden, niet van toepassing.
Art.79. § 1er. Dans les procédures restreintes, les procédures concurrentielles avec négociation, les dialogues compétitifs et les partenariats d'innovation, le pouvoir adjudicateur peut limiter le nombre de candidats respectant les critères de sélection qu'il invitera à soumissionner ou à dialoguer, pour autant que le nombre minimum de candidats qualifiés, fixé conformément au paragraphe 2, soit disponible.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur indique dans l'avis de marché les critères ou règles objectifs et non discriminatoires qu'il prévoit d'appliquer, le nombre minimum de candidats qu'il prévoit d'inviter et, le cas échéant, leur nombre maximum.
Dans la procédure restreinte, le nombre minimal de candidats est de cinq. Dans la procédure concurrentielle avec négociation, le dialogue compétitif et le partenariat d'innovation, le nombre minimal de candidats est de trois. En tout état de cause, le nombre de candidats invités doit être suffisant pour assurer une concurrence réelle.
Le pouvoir adjudicateur invite un nombre de candidats au moins égal au nombre minimal. Toutefois, lorsque le nombre de candidats satisfaisant aux critères de sélection et aux niveaux minimaux de capacité est inférieur au nombre minimum fixé par le pouvoir adjudicateur, ce dernier peut poursuivre la procédure en invitant les candidats ayant les capacités requises. Dans le cadre de cette même procédure, le pouvoir adjudicateur n'inclut pas les opérateurs économiques n'ayant pas demandé à participer ou des candidats n'ayant pas les capacités requises.
§ 3. Pour les marchés inférieurs aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'obligation visée au paragraphe 2, alinéa 1er, d'indiquer le nombre minimum et, le cas échéant, le nombre maximum de candidats n'est pas applicable.
§ 2. Le pouvoir adjudicateur indique dans l'avis de marché les critères ou règles objectifs et non discriminatoires qu'il prévoit d'appliquer, le nombre minimum de candidats qu'il prévoit d'inviter et, le cas échéant, leur nombre maximum.
Dans la procédure restreinte, le nombre minimal de candidats est de cinq. Dans la procédure concurrentielle avec négociation, le dialogue compétitif et le partenariat d'innovation, le nombre minimal de candidats est de trois. En tout état de cause, le nombre de candidats invités doit être suffisant pour assurer une concurrence réelle.
Le pouvoir adjudicateur invite un nombre de candidats au moins égal au nombre minimal. Toutefois, lorsque le nombre de candidats satisfaisant aux critères de sélection et aux niveaux minimaux de capacité est inférieur au nombre minimum fixé par le pouvoir adjudicateur, ce dernier peut poursuivre la procédure en invitant les candidats ayant les capacités requises. Dans le cadre de cette même procédure, le pouvoir adjudicateur n'inclut pas les opérateurs économiques n'ayant pas demandé à participer ou des candidats n'ayant pas les capacités requises.
§ 3. Pour les marchés inférieurs aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'obligation visée au paragraphe 2, alinéa 1er, d'indiquer le nombre minimum et, le cas échéant, le nombre maximum de candidats n'est pas applicable.
Beperking van het aantal offertes en oplossingen
Limitation du nombre d'offres et de solutions
Art.80. Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de in artikel 38, § 7, en in artikel 41, § 5, bedoelde mogelijkheid tot beperking van het aantal tot onderhandelingen toegelaten offertes of van de in artikel 39, § 4, bedoelde mogelijkheid tot beperking van het aantal te bespreken oplossingen, passen zij de in de opdrachtdocumenten vermelde gunningscriteria toe. In de slotfase moet het bereikte aantal een daadwerkelijke mededinging kunnen waarborgen voor zover er voldoende offertes, oplossingen of kandidaten zijn die aan de vereisten voldoen.
Art.80. Lorsque le pouvoir adjudicateur recourt à la faculté de limiter le nombre d'offres à négocier, prévue à l'article 38, § 7, et à l'article 41, § 5, ou de solutions à discuter, prévue à l'article 39, § 4, il effectue cette réduction en appliquant les critères d'attribution indiqués dans les documents du marché. Dans la phase finale, ce nombre permet d'assurer une concurrence réelle, pour autant qu'il y ait un nombre suffisant d'offres, de solutions ou de candidats remplissant les conditions requises.
Afdeling 4. - Gunning van de opdracht
Section 4. - Attribution du marché
Gunningscriteria van de opdracht
Critères d'attribution du marché
Art.81. § 1. De aanbestedende overheid baseert de gunning van overheidsopdrachten op de economisch meest voordelige offerte.
§ 2. De economisch meest voordelige offerte uit het oogpunt van de aanbestedende overheid wordt, naar keuze, vastgesteld :
1° op basis van de prijs;
2° op basis van de kosten, rekening houdend met de kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten, overeenkomstig artikel 82;
3° rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding die bepaald wordt op basis van de prijs of de kosten alsook criteria waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Het kan onder meer gaan om de volgende criteria :
a) kwaliteit, waaronder technische verdienste, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, sociale, milieu- en innovatieve kenmerken, de handel en de voorwaarden waaronder deze plaatsvindt;
b) de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het personeel voor de uitvoering van de opdracht, wanneer de kwaliteit van dat personeel een aanzienlijke invloed kan hebben op het niveau van de uitvoering van de opdracht;
c) klantenservice en technische bijstand, alsook leveringsvoorwaarden zoals de leveringsdatum, de leveringswijze en de leverings- of uitvoeringstermijn.
Het kostenelement kan ook de vorm aannemen van een vaste prijs of vaste kosten op basis waarvan de ondernemers zullen concurreren op kwaliteitscriteria alleen.
§ 3. Gunningscriteria worden geacht verband te houden met het voorwerp van de overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die opdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in elk stadium van de levenscyclus ervan, met inbegrip van factoren die te maken hebben met :
1° het specifieke productieproces, het aanbieden of de verhandeling van deze werken, leveringen of diensten, of
2° een specifiek proces voor een andere fase van de levenscyclus ervan,zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van de materiële basis ervan.
Gunningscriteria mogen er niet toe leiden dat de aanbestedende overheid onbeperkte keuzevrijheid heeft. Ze waarborgen de mogelijkheid van daadwerkelijke mededinging en gaan vergezeld van specificaties aan de hand waarvan de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden getoetst om te beoordelen in welke mate de offertes aan de gunningscriteria voldoen. In geval van twijfel controleert de aanbestedende overheid effectief de juistheid van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen.
Deze criteria moeten in de aankondiging van een opdracht of in een ander opdrachtdocument worden vermeld.
§ 4. Voor de overheidsopdrachten die gelijk zijn aan of hoger dan de voor de Europese bekendmaking bepaalde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, behalve wanneer dit uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald.
Dit relatieve gewicht kan worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen het minimum en het maximum.
Wanneer weging om objectieve redenen niet mogelijk is, vermeldt de aanbestedende overheid de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid.
Voor de overheidsopdrachten lager dan de voormelde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.
§ 5. De Koning kan nadere regels inzake de gunningscriteria bepalen.
§ 2. De economisch meest voordelige offerte uit het oogpunt van de aanbestedende overheid wordt, naar keuze, vastgesteld :
1° op basis van de prijs;
2° op basis van de kosten, rekening houdend met de kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten, overeenkomstig artikel 82;
3° rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding die bepaald wordt op basis van de prijs of de kosten alsook criteria waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht. Het kan onder meer gaan om de volgende criteria :
a) kwaliteit, waaronder technische verdienste, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, sociale, milieu- en innovatieve kenmerken, de handel en de voorwaarden waaronder deze plaatsvindt;
b) de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het personeel voor de uitvoering van de opdracht, wanneer de kwaliteit van dat personeel een aanzienlijke invloed kan hebben op het niveau van de uitvoering van de opdracht;
c) klantenservice en technische bijstand, alsook leveringsvoorwaarden zoals de leveringsdatum, de leveringswijze en de leverings- of uitvoeringstermijn.
Het kostenelement kan ook de vorm aannemen van een vaste prijs of vaste kosten op basis waarvan de ondernemers zullen concurreren op kwaliteitscriteria alleen.
§ 3. Gunningscriteria worden geacht verband te houden met het voorwerp van de overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die opdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in elk stadium van de levenscyclus ervan, met inbegrip van factoren die te maken hebben met :
1° het specifieke productieproces, het aanbieden of de verhandeling van deze werken, leveringen of diensten, of
2° een specifiek proces voor een andere fase van de levenscyclus ervan,zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van de materiële basis ervan.
Gunningscriteria mogen er niet toe leiden dat de aanbestedende overheid onbeperkte keuzevrijheid heeft. Ze waarborgen de mogelijkheid van daadwerkelijke mededinging en gaan vergezeld van specificaties aan de hand waarvan de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden getoetst om te beoordelen in welke mate de offertes aan de gunningscriteria voldoen. In geval van twijfel controleert de aanbestedende overheid effectief de juistheid van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen.
Deze criteria moeten in de aankondiging van een opdracht of in een ander opdrachtdocument worden vermeld.
§ 4. Voor de overheidsopdrachten die gelijk zijn aan of hoger dan de voor de Europese bekendmaking bepaalde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, behalve wanneer dit uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald.
Dit relatieve gewicht kan worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen het minimum en het maximum.
Wanneer weging om objectieve redenen niet mogelijk is, vermeldt de aanbestedende overheid de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid.
Voor de overheidsopdrachten lager dan de voormelde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.
§ 5. De Koning kan nadere regels inzake de gunningscriteria bepalen.
Art.81. § 1er. Le pouvoir adjudicateur se fonde, pour attribuer les marchés publics, sur l'offre économiquement la plus avantageuse.
§ 2. L'offre économiquement la plus avantageuse du point de vue du pouvoir adjudicateur est, au choix, déterminée :
1° sur la base du prix;
2° sur la base du coût, selon une approche fondée sur le rapport coût/efficacité, telle que le coût du cycle de vie, conformément à l'article 82;
3° en se fondant sur le meilleur rapport qualité/prix qui est évalué sur la base du prix ou du coût ainsi que des critères comprenant des aspects qualitatifs, environnementaux et/ou sociaux liés à l'objet du marché public concerné. Parmi ces critères, il peut y avoir notamment :
a) la qualité, y compris la valeur technique, les caractéristiques esthétiques et fonctionnelles, l'accessibilité, la conception pour tous les utilisateurs, les caractéristiques sociales, environnementales et innovantes, le commerce et les conditions dans lesquels il est pratiqué;
b) l'organisation, les qualifications et l'expérience du personnel assigné à l'exécution du marché, lorsque la qualité du personnel assigné peut avoir une influence significative sur le niveau d'exécution du marché;
c) le service après-vente, l'assistance technique et les conditions de livraison, telles que la date de livraison, le mode de livraison et le délai de livraison ou d'exécution.
Le facteur coût peut également prendre la forme d'un prix ou d'un coût fixe sur la base duquel les opérateurs économiques seront en concurrence sur les seuls critères de qualité.
§ 3. Les critères d'attribution sont réputés être liés à l'objet du marché public lorsqu'ils se rapportent aux travaux, fournitures ou services à fournir en vertu du marché à quelque égard que ce soit et à n'importe quel stade de leur cycle de vie, y compris les facteurs intervenant dans :
1° le processus spécifique de production, de fourniture ou de commercialisation desdits travaux, produits ou services, ou
2° un processus spécifique lié à un autre stade de leur cycle de vie, même lorsque ces facteurs ne font pas partie de leur contenu matériel.
Les critères d'attribution n'ont pas pour effet de conférer une liberté de choix illimitée au pouvoir adjudicateur. Ils garantissent la possibilité d'une véritable concurrence et sont assortis de précisions qui permettent de vérifier concrètement les informations fournies par les soumissionnaires pour évaluer dans quelle mesure les offres répondent aux critères d'attribution. En cas de doute, le pouvoir adjudicateur vérifie concrètement l'exactitude des informations et éléments de preuve fournis par les soumissionnaires.
Ces critères doivent être indiqués dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché.
§ 4. Pour les marchés publics égaux ou supérieurs aux montants fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur précise, dans les documents du marché, la pondération relative qu'il attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, sauf lorsqu'elle est déterminée sur la seule base du prix.
Cette pondération peut être exprimée en prévoyant une fourchette dont la différence entre le minimum et le maximum est appropriée.
Lorsque la pondération n'est pas possible pour des raisons objectives, le pouvoir adjudicateur mentionne les critères par ordre décroissant d'importance.
Pour les marchés publics inférieurs aux montants précités, le pouvoir adjudicateur précise soit la pondération relative qu'il attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, soit leur ordre décroissant d'importance. A défaut, les critères d'attribution ont la même valeur.
§ 5. Le Roi peut fixer des modalités additionnelles concernant les critères d'attribution.
§ 2. L'offre économiquement la plus avantageuse du point de vue du pouvoir adjudicateur est, au choix, déterminée :
1° sur la base du prix;
2° sur la base du coût, selon une approche fondée sur le rapport coût/efficacité, telle que le coût du cycle de vie, conformément à l'article 82;
3° en se fondant sur le meilleur rapport qualité/prix qui est évalué sur la base du prix ou du coût ainsi que des critères comprenant des aspects qualitatifs, environnementaux et/ou sociaux liés à l'objet du marché public concerné. Parmi ces critères, il peut y avoir notamment :
a) la qualité, y compris la valeur technique, les caractéristiques esthétiques et fonctionnelles, l'accessibilité, la conception pour tous les utilisateurs, les caractéristiques sociales, environnementales et innovantes, le commerce et les conditions dans lesquels il est pratiqué;
b) l'organisation, les qualifications et l'expérience du personnel assigné à l'exécution du marché, lorsque la qualité du personnel assigné peut avoir une influence significative sur le niveau d'exécution du marché;
c) le service après-vente, l'assistance technique et les conditions de livraison, telles que la date de livraison, le mode de livraison et le délai de livraison ou d'exécution.
Le facteur coût peut également prendre la forme d'un prix ou d'un coût fixe sur la base duquel les opérateurs économiques seront en concurrence sur les seuls critères de qualité.
§ 3. Les critères d'attribution sont réputés être liés à l'objet du marché public lorsqu'ils se rapportent aux travaux, fournitures ou services à fournir en vertu du marché à quelque égard que ce soit et à n'importe quel stade de leur cycle de vie, y compris les facteurs intervenant dans :
1° le processus spécifique de production, de fourniture ou de commercialisation desdits travaux, produits ou services, ou
2° un processus spécifique lié à un autre stade de leur cycle de vie, même lorsque ces facteurs ne font pas partie de leur contenu matériel.
Les critères d'attribution n'ont pas pour effet de conférer une liberté de choix illimitée au pouvoir adjudicateur. Ils garantissent la possibilité d'une véritable concurrence et sont assortis de précisions qui permettent de vérifier concrètement les informations fournies par les soumissionnaires pour évaluer dans quelle mesure les offres répondent aux critères d'attribution. En cas de doute, le pouvoir adjudicateur vérifie concrètement l'exactitude des informations et éléments de preuve fournis par les soumissionnaires.
Ces critères doivent être indiqués dans l'avis de marché ou dans un autre document du marché.
§ 4. Pour les marchés publics égaux ou supérieurs aux montants fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur précise, dans les documents du marché, la pondération relative qu'il attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, sauf lorsqu'elle est déterminée sur la seule base du prix.
Cette pondération peut être exprimée en prévoyant une fourchette dont la différence entre le minimum et le maximum est appropriée.
Lorsque la pondération n'est pas possible pour des raisons objectives, le pouvoir adjudicateur mentionne les critères par ordre décroissant d'importance.
Pour les marchés publics inférieurs aux montants précités, le pouvoir adjudicateur précise soit la pondération relative qu'il attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, soit leur ordre décroissant d'importance. A défaut, les critères d'attribution ont la même valeur.
§ 5. Le Roi peut fixer des modalités additionnelles concernant les critères d'attribution.
Levenscycluskosten
Coûts du cycle de vie
Art.82. § 1. Levenscycluskosten hebben, voor zover relevant, betrekking op alle of een deel van de volgende kosten gedurende de levenscyclus van een product, dienst of werk :
1° de kosten gedragen door de aanbestedende overheid of andere gebruikers, zoals :
a) kosten in verband met de verwerving;
b) gebruikskosten, zoals kosten voor verbruik van energie en andere hulpbronnen;
c) onderhoudskosten;
d) kosten volgend uit het einde van de levenscyclus, zoals inzamelings- en recyclingkosten;
2° kosten toegeschreven aan externe milieueffecten, die verband houden met het product, de dienst of de werken gedurende de levenscyclus, mits de geldwaarde ervan kan worden bepaald en gecontroleerd; dergelijke kosten kunnen de kosten van broeikasgasemissies en andere verontreinigende emissies en andere kosten voor de bestrijding van klimaatverandering omvatten.
§ 2. Wanneer de aanbestedende overheid de kosten aan de hand van een levenscyclusmethode raamt, vermeldt zij in de opdrachtdocumenten de door de inschrijvers te verstrekken gegevens en de methode die de aanbestedende overheid zal gebruiken om de levenscycluskosten op basis van deze gegevens te bepalen.
De methode die wordt gebruikt voor de raming van de aan externe milieueffecten toegeschreven kosten, dient aan alle volgende voorwaarden te voldoen :
1° zij is gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria. Met name wanneer zij niet is bedoeld voor herhaalde of voortdurende toepassing zal zij bepaalde ondernemers niet ten onrechte bevoordelen of benadelen;
2° zij is toegankelijk voor alle betrokken partijen;
3° de vereiste gegevens kunnen met een redelijke inspanning worden verstrekt door normaal zorgvuldige ondernemers, met inbegrip van ondernemers uit derde landen die partij zijn bij de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie inzake overheidsopdrachten, hierna "GPA-overeenkomst" genoemd, of andere internationale overeenkomsten waaraan de Europese Unie gebonden is.
Wanneer een gemeenschappelijke methode voor de berekening van de levenscycluskosten verplicht is op grond van een wetgevingshandeling van de Europese Unie, wordt die gemeenschappelijke methode toegepast voor de raming van de levenscycluskosten.
1° de kosten gedragen door de aanbestedende overheid of andere gebruikers, zoals :
a) kosten in verband met de verwerving;
b) gebruikskosten, zoals kosten voor verbruik van energie en andere hulpbronnen;
c) onderhoudskosten;
d) kosten volgend uit het einde van de levenscyclus, zoals inzamelings- en recyclingkosten;
2° kosten toegeschreven aan externe milieueffecten, die verband houden met het product, de dienst of de werken gedurende de levenscyclus, mits de geldwaarde ervan kan worden bepaald en gecontroleerd; dergelijke kosten kunnen de kosten van broeikasgasemissies en andere verontreinigende emissies en andere kosten voor de bestrijding van klimaatverandering omvatten.
§ 2. Wanneer de aanbestedende overheid de kosten aan de hand van een levenscyclusmethode raamt, vermeldt zij in de opdrachtdocumenten de door de inschrijvers te verstrekken gegevens en de methode die de aanbestedende overheid zal gebruiken om de levenscycluskosten op basis van deze gegevens te bepalen.
De methode die wordt gebruikt voor de raming van de aan externe milieueffecten toegeschreven kosten, dient aan alle volgende voorwaarden te voldoen :
1° zij is gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria. Met name wanneer zij niet is bedoeld voor herhaalde of voortdurende toepassing zal zij bepaalde ondernemers niet ten onrechte bevoordelen of benadelen;
2° zij is toegankelijk voor alle betrokken partijen;
3° de vereiste gegevens kunnen met een redelijke inspanning worden verstrekt door normaal zorgvuldige ondernemers, met inbegrip van ondernemers uit derde landen die partij zijn bij de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie inzake overheidsopdrachten, hierna "GPA-overeenkomst" genoemd, of andere internationale overeenkomsten waaraan de Europese Unie gebonden is.
Wanneer een gemeenschappelijke methode voor de berekening van de levenscycluskosten verplicht is op grond van een wetgevingshandeling van de Europese Unie, wordt die gemeenschappelijke methode toegepast voor de raming van de levenscycluskosten.
Art.82. § 1er. Les coûts du cycle de vie couvrent, dans la mesure où ils sont pertinents, tout ou partie des coûts suivants du cycle de vie d'un produit, d'un service ou d'un ouvrage :
1° les coûts supportés par le pouvoir adjudicateur ou d'autres utilisateurs, tels que :
a) les coûts liés à l'acquisition;
b) les coûts liés à l'utilisation, tels que la consommation d'énergie et d'autres ressources;
c) les frais de maintenance;
d) les coûts liés à la fin de vie tels que les coûts de collecte et de recyclage;
2° les coûts imputés aux externalités environnementales liés au produit, au service ou à l'ouvrage pendant son cycle de vie, à condition que leur valeur monétaire puisse être déterminée et vérifiée; ces coûts peuvent inclure le coût des émissions de gaz à effet de serre et d'autres émissions polluantes ainsi que d'autres coûts d'atténuation du changement climatique.
§ 2. Lorsque le pouvoir adjudicateur évalue les coûts selon une méthode basée sur le cycle de vie, il indique dans les documents du marché les données que doivent fournir les soumissionnaires et la méthode qu'utilisera le pouvoir adjudicateur pour déterminer le coût du cycle de vie sur la base de ces données.
La méthode utilisée pour évaluer les coûts imputés aux externalités environnementales respecte l'ensemble des conditions suivantes :
1° elle se fonde sur des critères vérifiables de façon objective et non discriminatoires. En particulier, lorsqu'elle n'a pas été prévue pour une application répétée ou continue, elle ne favorise ni ne défavorise indûment certains opérateurs économiques;
2° elle est accessible à toutes les parties intéressées;
3° les données requises peuvent être fournies moyennant un effort raisonnable consenti par des opérateurs économiques normalement diligents, y compris des opérateurs de pays tiers parties à l'Organisation mondiale du commerce sur les marchés publics, ci-après dénommé "AMP", ou à d'autres accords internationaux par lesquels l'Union européenne est liée.
Lorsqu'une méthode commune de calcul des coûts du cycle de vie est devenue obligatoire de par un acte législatif de l'Union européenne, elle est appliquée pour l'évaluation des coûts du cycle de vie.
1° les coûts supportés par le pouvoir adjudicateur ou d'autres utilisateurs, tels que :
a) les coûts liés à l'acquisition;
b) les coûts liés à l'utilisation, tels que la consommation d'énergie et d'autres ressources;
c) les frais de maintenance;
d) les coûts liés à la fin de vie tels que les coûts de collecte et de recyclage;
2° les coûts imputés aux externalités environnementales liés au produit, au service ou à l'ouvrage pendant son cycle de vie, à condition que leur valeur monétaire puisse être déterminée et vérifiée; ces coûts peuvent inclure le coût des émissions de gaz à effet de serre et d'autres émissions polluantes ainsi que d'autres coûts d'atténuation du changement climatique.
§ 2. Lorsque le pouvoir adjudicateur évalue les coûts selon une méthode basée sur le cycle de vie, il indique dans les documents du marché les données que doivent fournir les soumissionnaires et la méthode qu'utilisera le pouvoir adjudicateur pour déterminer le coût du cycle de vie sur la base de ces données.
La méthode utilisée pour évaluer les coûts imputés aux externalités environnementales respecte l'ensemble des conditions suivantes :
1° elle se fonde sur des critères vérifiables de façon objective et non discriminatoires. En particulier, lorsqu'elle n'a pas été prévue pour une application répétée ou continue, elle ne favorise ni ne défavorise indûment certains opérateurs économiques;
2° elle est accessible à toutes les parties intéressées;
3° les données requises peuvent être fournies moyennant un effort raisonnable consenti par des opérateurs économiques normalement diligents, y compris des opérateurs de pays tiers parties à l'Organisation mondiale du commerce sur les marchés publics, ci-après dénommé "AMP", ou à d'autres accords internationaux par lesquels l'Union européenne est liée.
Lorsqu'une méthode commune de calcul des coûts du cycle de vie est devenue obligatoire de par un acte législatif de l'Union européenne, elle est appliquée pour l'évaluation des coûts du cycle de vie.
Regelmatigheid van de offertes
Régularité des offres
Art.83. De aanbestedende overheid onderzoekt de regelmatigheid van de offertes. Daartoe kan de Koning de bijkomende nadere regels bepalen.
Art.83. Le pouvoir adjudicateur vérifie la régularité des offres. Le Roi peut fixer les modalités additionnelles à cette fin.
Prijzen-of kostenonderzoek
Vérification des prix ou des coûts
Art.84. De aanbestedende overheid voert een prijzen- of kostenonderzoek uit op de ingediende offertes, overeenkomstig de door de Koning te bepalen nadere regels. De Koning kan in uitzonderingen voorzien op het prijzen of kostenonderzoek voor de door Hem te bepalen opdrachten.
Op haar verzoek verstrekken de inschrijvers tijdens de plaatsingsprocedure alle nodige inlichtingen om dit onderzoek mogelijk te maken.
Op haar verzoek verstrekken de inschrijvers tijdens de plaatsingsprocedure alle nodige inlichtingen om dit onderzoek mogelijk te maken.
Art.84. Le pouvoir adjudicateur procède à la vérification des prix ou des coûts des offres introduites, conformément aux modalités fixées par le Roi. Le Roi peut prévoir des exceptions à la vérification des prix ou des coûts pour les marchés fixés par Lui.
A sa demande, les soumissionnaires fournissent au cours de la procédure de passation, toutes les indications permettant cette vérification.
A sa demande, les soumissionnaires fournissent au cours de la procédure de passation, toutes les indications permettant cette vérification.
Niet-gunning van een opdracht
Non-attribution du marché
Art.85. Het volgen van een procedure houdt geen verplichting in tot het gunnen of het sluiten van de opdracht. De aanbestedende overheid kan zowel afzien van het gunnen of het sluiten van de opdracht als de procedure herbeginnen, desnoods op een andere wijze. [1 In deze gevallen maakt hij omtrent de beslissing tot niet-gunning een aankondiging bekend door middel van de in artikel 62, eerste lid, bedoelde aankondiging van gegunde opdracht of, afhankelijk van het geval, de in artikel 62, tweede lid, bedoelde vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht.]1
Modifications
Art.85. L'accomplissement d'une procédure n'implique pas l'obligation d'attribuer ou de conclure le marché. Le pouvoir adjudicateur peut soit renoncer à attribuer ou à conclure le marché, soit recommencer la procédure, au besoin d'une autre manière. [1 Dans ces cas, il publie la décision de non-attribution au moyen de l'avis d'attribution de marché visé à l'article 62, alinéa 1er, ou de l'avis d'attribution de marché simplifié visé à l'article 62, alinéa 2, selon le cas.]1
Modifications
HOOFDSTUK 5. - Uitvoering van de opdracht
CHAPITRE 5. - Exécution du marché
Machtiging aan de Koning tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels
Délégation au Roi relative à la fixation des règles générales d'exécution
Art.86. De Koning bepaalt de algemene uitvoeringsregels voor de overheidsopdrachten, met inbegrip van de regels inzake onderaanneming en, voor de door Hem te bepalen opdrachten, het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers en de bepalingen omtrent het einde van de opdracht.
Inzake onderaanneming kan de Koning, voor de door Hem te bepalen opdrachten, de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels.
De Koning kan eveneens overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels :
1° het in het eerste lid bedoelde nazicht op de afwezigheid van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers uitbreiden naar de plaatsingsprocedure;
2° voor de door Hem te bepalen opdrachten van werken, de erkenning als aannemer overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten, uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten.
Inzake onderaanneming kan de Koning, voor de door Hem te bepalen opdrachten, de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels.
De Koning kan eveneens overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels :
1° het in het eerste lid bedoelde nazicht op de afwezigheid van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers uitbreiden naar de plaatsingsprocedure;
2° voor de door Hem te bepalen opdrachten van werken, de erkenning als aannemer overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten, uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten.
Art.86. Le Roi fixe les règles générales d'exécution pour les marchés publics, en ce compris les règles relatives à la sous-traitance et au contrôle, pour les marchés à déterminer par Lui, de l'absence de motifs d'exclusion dans le chef des sous-traitants ainsi que les dispositions relatives à la fin du marché.
En matière de sous-traitance, le Roi peut, pour les marchés à déterminer par Lui, limiter la chaîne de sous-traitants, conformément aux règles à déterminer par Lui.
Le Roi peut également conformément aux règles à déterminer par Lui :
1° étendre la vérification de l'absence de motifs d'exclusion dans le chef des sous-traitants visée à l'alinéa 1er à la procédure de passation;
2° pour les marchés de travaux à déterminer par Lui, étendre l'agréation comme entrepreneur conformément à la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux et ses arrêtés d'exécution à tous les sous-traitants de la chaîne.
En matière de sous-traitance, le Roi peut, pour les marchés à déterminer par Lui, limiter la chaîne de sous-traitants, conformément aux règles à déterminer par Lui.
Le Roi peut également conformément aux règles à déterminer par Lui :
1° étendre la vérification de l'absence de motifs d'exclusion dans le chef des sous-traitants visée à l'alinéa 1er à la procédure de passation;
2° pour les marchés de travaux à déterminer par Lui, étendre l'agréation comme entrepreneur conformément à la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux et ses arrêtés d'exécution à tous les sous-traitants de la chaîne.
Bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht
Conditions spéciales relatives à l'exécution du marché
Art.87. De aanbestedende overheid kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits zij verband houden met het voorwerp van de opdracht in de zin van artikel 81, § 3, en vermeld zijn in de aankondiging van een opdracht of in de opdrachtdocumenten. Deze voorwaarden kunnen verband houden met economische, innovatie- of milieugerelateerde dan wel sociale of arbeidsgerelateerde overwegingen.
Art.87. Le pouvoir adjudicateur peut prévoir des conditions particulières concernant l'exécution d'un marché pour autant qu'elles soient liées à l'objet du marché au sens de l'article 81, § 3, et indiquées dans l'avis de marché ou dans les documents de marché. Ces conditions peuvent prendre en compte des considérations relatives à l'économie, à l'innovation, à l'environnement, au domaine social ou à l'emploi.
[-1 Derdenrechten op schuldvorderingen]-1
[-1 Droits des tiers sur les créances ]-1
Art. 87/1. [1 § 1. De schuldvorderingen van de opdrachtnemers uit hoofde van de uitvoering van een overheidsopdracht mogen tot aan de oplevering niet het voorwerp zijn van beslag, verzet, overdracht of inpandgeving.
Wanneer de opdracht in een voorlopige en een definitieve oplevering voorziet, eindigt het verbod bij de voorlopige oplevering van de volledige opdracht.
§ 2. Met uitzondering [2 van de voorschotten bedoeld in de artikelen 12/1 tot 12/8,]2 mag op deze schuldvorderingen vóór de datum van de oplevering beslag worden gelegd en mogen ze het voorwerp uitmaken van verzet:
- door de arbeiders en bedienden van de aannemer, leverancier of dienstverlener ten belope van hun lonen en wedden, verschuldigd voor prestaties binnen het raam van de opdracht in kwestie;
- door de onderaannemers en de leveranciers van de aannemer, leverancier of dienstverlener, ten belope van de bedragen die hen verschuldigd zijn voor werken, leveringen of diensten die ze hebben verricht voor de opdracht in kwestie.
§ 3. Met uitzondering [2 van de voorschotten bedoeld in de artikelen 12/1 tot 12/8,]2 mogen de schuldvorderingen eveneens, vóór de oplevering, door de aannemer, leverancier of dienstverlener worden overgedragen of in pand gegeven ten voordele van kredietverleners, als ze worden aangewend tot waarborg van krediet of voorschotten verleend met het oog op de uitvoering van de opdracht in kwestie, voor zover dit krediet of deze voorschotten gelijktijdig met of na de betekening van deze overdracht of inpandgeving worden aangewend.
§ 4. De overdracht en de inpandgeving van de schuldvordering worden bij deurwaardersexploot door de cessionaris aan de aanbesteder betekend. De betekening kan eveneens gebeuren bij ter post aangetekend schrijven van de cessionaris aan de aanbesteder. Daartoe vermeldt de aanbesteder in de opdrachtdocumenten uitdrukkelijk de administratieve gegevens van de dienst waaraan het schrijven dient te worden gericht. Om geldig te zijn, moet de betekening ten laatste tegelijkertijd gebeuren met de betalingsaanvraag van de cessionaris.
De overdracht van meerdere schuldvorderingen kan aan de hand van hetzelfde deurwaardersexploot of ter post aangetekend schrijven worden betekend, op voorwaarde dat die schuldvorderingen op dezelfde aanbesteder betrekking hebben en uit éénzelfde gesloten overheidsopdracht voortkomen.
§ 5. De overdracht en inpandgeving zullen slechts uitwerking hebben nadat de arbeiders, bedienden, onderaannemers en leveranciers die derdenbeslag hebben gelegd of verzet hebben aangetekend, werden uitbetaald.
De sommen die hieruit voortkomen, zullen door de kredietverlener, de cessionaris of de pandhoudende schuldeiser niet kunnen worden aangewend tot dekking van schuldvorderingen uit anderen hoofde ontstaan tegen de opdrachtnemer, vóór of tijdens de duur van de uitvoering van de gefinancierde werken, leveringen of diensten zolang bedoelde werken, leveringen of diensten niet werden opgeleverd.
§ 6. De aanbesteder geeft de cessionarissen en pandhouders van schuldvorderingen, bij ter post aangetekend schrijven, kennis van het derdenbeslag of verzet dat haar, op verzoek van de bevoorrechte schuldeisers, is betekend.]1
Wanneer de opdracht in een voorlopige en een definitieve oplevering voorziet, eindigt het verbod bij de voorlopige oplevering van de volledige opdracht.
§ 2. Met uitzondering [2 van de voorschotten bedoeld in de artikelen 12/1 tot 12/8,]2 mag op deze schuldvorderingen vóór de datum van de oplevering beslag worden gelegd en mogen ze het voorwerp uitmaken van verzet:
- door de arbeiders en bedienden van de aannemer, leverancier of dienstverlener ten belope van hun lonen en wedden, verschuldigd voor prestaties binnen het raam van de opdracht in kwestie;
- door de onderaannemers en de leveranciers van de aannemer, leverancier of dienstverlener, ten belope van de bedragen die hen verschuldigd zijn voor werken, leveringen of diensten die ze hebben verricht voor de opdracht in kwestie.
§ 3. Met uitzondering [2 van de voorschotten bedoeld in de artikelen 12/1 tot 12/8,]2 mogen de schuldvorderingen eveneens, vóór de oplevering, door de aannemer, leverancier of dienstverlener worden overgedragen of in pand gegeven ten voordele van kredietverleners, als ze worden aangewend tot waarborg van krediet of voorschotten verleend met het oog op de uitvoering van de opdracht in kwestie, voor zover dit krediet of deze voorschotten gelijktijdig met of na de betekening van deze overdracht of inpandgeving worden aangewend.
§ 4. De overdracht en de inpandgeving van de schuldvordering worden bij deurwaardersexploot door de cessionaris aan de aanbesteder betekend. De betekening kan eveneens gebeuren bij ter post aangetekend schrijven van de cessionaris aan de aanbesteder. Daartoe vermeldt de aanbesteder in de opdrachtdocumenten uitdrukkelijk de administratieve gegevens van de dienst waaraan het schrijven dient te worden gericht. Om geldig te zijn, moet de betekening ten laatste tegelijkertijd gebeuren met de betalingsaanvraag van de cessionaris.
De overdracht van meerdere schuldvorderingen kan aan de hand van hetzelfde deurwaardersexploot of ter post aangetekend schrijven worden betekend, op voorwaarde dat die schuldvorderingen op dezelfde aanbesteder betrekking hebben en uit éénzelfde gesloten overheidsopdracht voortkomen.
§ 5. De overdracht en inpandgeving zullen slechts uitwerking hebben nadat de arbeiders, bedienden, onderaannemers en leveranciers die derdenbeslag hebben gelegd of verzet hebben aangetekend, werden uitbetaald.
De sommen die hieruit voortkomen, zullen door de kredietverlener, de cessionaris of de pandhoudende schuldeiser niet kunnen worden aangewend tot dekking van schuldvorderingen uit anderen hoofde ontstaan tegen de opdrachtnemer, vóór of tijdens de duur van de uitvoering van de gefinancierde werken, leveringen of diensten zolang bedoelde werken, leveringen of diensten niet werden opgeleverd.
§ 6. De aanbesteder geeft de cessionarissen en pandhouders van schuldvorderingen, bij ter post aangetekend schrijven, kennis van het derdenbeslag of verzet dat haar, op verzoek van de bevoorrechte schuldeisers, is betekend.]1
Art. 87/1. [1 § 1er. Les créances des adjudicataires dues en exécution d'un marché public ne peuvent faire l'objet d'une saisie, d'une opposition, d'une cession ou d'une mise en gage jusqu'à la réception.
Lorsque le marché comporte une réception provisoire et une réception définitive, l'interdiction prend fin à la réception provisoire de l'ensemble du marché.
§ 2. A l'exception des [2 avances visées aux articles 12/1 à 12/8,]2 ces créances peuvent être saisies et peuvent faire l'objet d'une opposition même avant la date de la réception:
- par les ouvriers et les employés de l'entrepreneur, du fournisseur ou du prestataire de services pour leurs salaires et appointements, dus pour des prestations afférentes au marché en question;
- par les sous-traitants et les fournisseurs de l'entrepreneur, du fournisseur ou du prestataire de services pour les sommes dues à raison des travaux, des fournitures ou des services qu'ils ont exécutés pour le marché en question.
§ 3. A l'exception des [2 avances visées aux articles 12/1 à 12/8,]2 les créances peuvent également être cédées ou mises en gage par l'entrepreneur, le fournisseur ou le prestataire de services, même avant la réception, au profit de bailleurs de fonds si elles sont affectées à la garantie de crédit ou d'avances de sommes en vue de l'exécution du marché en question, pourvu que l'utilisation de ce crédit ou de ces avances soit concomitante ou postérieure à la signification de ces cessions ou mises en gage.
§ 4. La cession et la mise en gage de la créance sont signifiées par le cessionnaire à l'adjudicateur par exploit d'huissier. La signification peut également être effectuée par le cessionnaire à l'adjudicateur par lettre recommandée à la poste. A cette fin, l'adjudicateur mentionne explicitement dans les documents du marché, les coordonnées administratives du service à qui cette lettre doit être envoyée. Pour être valable, la signification doit être effectuée au plus tard en même temps que la demande en paiement du cessionnaire.
La cession de plusieurs créances peut être signifiée au moyen du même exploit d'huissier ou de la même lettre recommandée à la poste à condition que ces créances aient trait au même adjudicateur et découlent d'un seul et même marché public conclu.
§ 5. Les cessions et les mises en gage ne sortiront leurs effets qu'après que les ouvriers, les employés, les sous-traitants et les fournisseurs ayant fait une saisie-arrêt ou une opposition, auront été payés.
Les sommes à en provenir ne pourront être imputées par le bailleur de fonds, cessionnaire ou créancier gagiste, à la couverture de créances sur l'adjudicataire, nées d'autres chefs, avant ou pendant la durée d'exécution des travaux, fournitures ou services financés, tant que lesdits travaux, fournitures ou services n'auront pas été réceptionnés.
§ 6. L'adjudicateur fait connaître aux cessionnaires de créances et aux bénéficiaires du nantissement de celles-ci, par lettre recommandée à la poste, les saisies-arrêts ou oppositions qui lui ont été notifiées à la requête des créanciers privilégiés.]1
Lorsque le marché comporte une réception provisoire et une réception définitive, l'interdiction prend fin à la réception provisoire de l'ensemble du marché.
§ 2. A l'exception des [2 avances visées aux articles 12/1 à 12/8,]2 ces créances peuvent être saisies et peuvent faire l'objet d'une opposition même avant la date de la réception:
- par les ouvriers et les employés de l'entrepreneur, du fournisseur ou du prestataire de services pour leurs salaires et appointements, dus pour des prestations afférentes au marché en question;
- par les sous-traitants et les fournisseurs de l'entrepreneur, du fournisseur ou du prestataire de services pour les sommes dues à raison des travaux, des fournitures ou des services qu'ils ont exécutés pour le marché en question.
§ 3. A l'exception des [2 avances visées aux articles 12/1 à 12/8,]2 les créances peuvent également être cédées ou mises en gage par l'entrepreneur, le fournisseur ou le prestataire de services, même avant la réception, au profit de bailleurs de fonds si elles sont affectées à la garantie de crédit ou d'avances de sommes en vue de l'exécution du marché en question, pourvu que l'utilisation de ce crédit ou de ces avances soit concomitante ou postérieure à la signification de ces cessions ou mises en gage.
§ 4. La cession et la mise en gage de la créance sont signifiées par le cessionnaire à l'adjudicateur par exploit d'huissier. La signification peut également être effectuée par le cessionnaire à l'adjudicateur par lettre recommandée à la poste. A cette fin, l'adjudicateur mentionne explicitement dans les documents du marché, les coordonnées administratives du service à qui cette lettre doit être envoyée. Pour être valable, la signification doit être effectuée au plus tard en même temps que la demande en paiement du cessionnaire.
La cession de plusieurs créances peut être signifiée au moyen du même exploit d'huissier ou de la même lettre recommandée à la poste à condition que ces créances aient trait au même adjudicateur et découlent d'un seul et même marché public conclu.
§ 5. Les cessions et les mises en gage ne sortiront leurs effets qu'après que les ouvriers, les employés, les sous-traitants et les fournisseurs ayant fait une saisie-arrêt ou une opposition, auront été payés.
Les sommes à en provenir ne pourront être imputées par le bailleur de fonds, cessionnaire ou créancier gagiste, à la couverture de créances sur l'adjudicataire, nées d'autres chefs, avant ou pendant la durée d'exécution des travaux, fournitures ou services financés, tant que lesdits travaux, fournitures ou services n'auront pas été réceptionnés.
§ 6. L'adjudicateur fait connaître aux cessionnaires de créances et aux bénéficiaires du nantissement de celles-ci, par lettre recommandée à la poste, les saisies-arrêts ou oppositions qui lui ont été notifiées à la requête des créanciers privilégiés.]1
HOOFDSTUK 6. - Sociale diensten en andere specifieke diensten
CHAPITRE 6. - Services sociaux et autres services spécifiques
Sociale diensten en andere specifieke diensten - Toepassingsgebied
Services sociaux et autres services spécifiques - Champ d'application
Art.88. Onderhavig hoofdstuk is van toepassing op de overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten opgesomd in bijlage III, behalve wanneer deze, omwille van hun beperkte waarde, onder het toepassingsgebied vallen van hoofdstuk 7.
Art.88. Le présent chapitre s'applique aux marchés publics ayant pour objet des services sociaux et d'autres services spécifiques énumérés à l'annexe III, sauf lorsque ces marchés relèvent, en raison de leur faible montant, du chapitre 7.
Beginselen voor het plaatsen van sociale en andere specifieke diensten
Principes relatifs à la passation de services sociaux et autres services spécifiques
Art.89. § 1. In functie van de aard en de kenmerken van de in te vullen behoefte kan de aanbestedende overheid, voor het plaatsen van de in artikel 88 bedoelde opdrachten voor diensten :
1° een beroep doen op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking;
2° een beroep doen op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor zover het geraamde bedrag van de opdracht lager ligt dan 750.000 euro of, wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger ligt dan deze drempel, in de toepassingsgevallen bedoeld in het artikel 42, § 1, 1°, b, c en d, 2°, 3°, 4° en 5° ;
3° uitdrukkelijk verwijzen naar één van de in de hoofdstukken 2 en 3 bedoelde plaatsingsprocedures of aankooptechnieken, met uitzondering van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, zonder dat noodzakelijkerwijs voldaan moet zijn aan de toepassingsvoorwaarden van deze procedures;
4° een beroep doen op een procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking waarvan zijzelf de nadere regels bepaalt.
De procedures bedoeld in het eerste lid moeten in ieder geval de principes van transparantie, proportionaliteit en gelijkheid van behandeling van de ondernemers eerbiedigen.
De aanbestedende overheid specificeert ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.
§ 2. Indien de aanbestedende overheid, overeenkomstig de paragraaf 1, eerste lid, 1°, toepassing maakt van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 en de artikelen 41, §§ 2 tot 7, 51, 52, 59, 66, §§ 1 en 3, 67 tot 71, 73, 74, 78, 80 tot 82, 85 tot 87 van titel 2, titel 4, alsook hoofdstuk 1 van titel 5.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op enerzijds de afwezigheid van gronden tot uitsluiting en anderzijds het voldoen aan de selectiecriteria, die zij vrij bepaalt. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten of die niet voldoet aan de selectiecriteria opgelegd door de aanbestedende overheid.
§ 3. Indien de aanbestedende overheid, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, toepassing maakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 en de artikelen 42, § 2, 51, 52, 59, 66, §§ 1 en 3, 67, 68, 70, 73, 74, 78, 81, 82, 85 tot 87 van titel 2, titel 4 alsook hoofdstuk 1 van titel 5.
De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op de afwezigheid van gronden tot uitsluiting. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
§ 4. Indien de aanbestedende overheid ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 3°, is zij ertoe gehouden de plaatsingsprocedure waarnaar zij verwijst integraal toe te passen en is zij onderworpen aan de bepalingen van onderhavige wet.
§ 5. Indien de aanbestedende overheid ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 4°, is zij ertoe gehouden om tenminste de bepalingen na te leven van titel 1, van hoofdstuk 1 van titel 2, hoofdstuk 1 van titel 5 alsook de artikels 67, 68 en 70.
De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op de afwezigheid van gronden tot uitsluiting. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten.
Zij is er eveneens toe gehouden de nadere regels toe te passen die zijzelf heeft bepaald. Voor de bepaling van deze regels kan zij :
1° zich laten inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken; of
2° verwijzen naar bepaalde artikelen van de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken en, in voorkomend geval, in afwijkingen voorzien.
1° een beroep doen op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking;
2° een beroep doen op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor zover het geraamde bedrag van de opdracht lager ligt dan 750.000 euro of, wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger ligt dan deze drempel, in de toepassingsgevallen bedoeld in het artikel 42, § 1, 1°, b, c en d, 2°, 3°, 4° en 5° ;
3° uitdrukkelijk verwijzen naar één van de in de hoofdstukken 2 en 3 bedoelde plaatsingsprocedures of aankooptechnieken, met uitzondering van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, zonder dat noodzakelijkerwijs voldaan moet zijn aan de toepassingsvoorwaarden van deze procedures;
4° een beroep doen op een procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking waarvan zijzelf de nadere regels bepaalt.
De procedures bedoeld in het eerste lid moeten in ieder geval de principes van transparantie, proportionaliteit en gelijkheid van behandeling van de ondernemers eerbiedigen.
De aanbestedende overheid specificeert ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.
§ 2. Indien de aanbestedende overheid, overeenkomstig de paragraaf 1, eerste lid, 1°, toepassing maakt van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 en de artikelen 41, §§ 2 tot 7, 51, 52, 59, 66, §§ 1 en 3, 67 tot 71, 73, 74, 78, 80 tot 82, 85 tot 87 van titel 2, titel 4, alsook hoofdstuk 1 van titel 5.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op enerzijds de afwezigheid van gronden tot uitsluiting en anderzijds het voldoen aan de selectiecriteria, die zij vrij bepaalt. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten of die niet voldoet aan de selectiecriteria opgelegd door de aanbestedende overheid.
§ 3. Indien de aanbestedende overheid, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, toepassing maakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 en de artikelen 42, § 2, 51, 52, 59, 66, §§ 1 en 3, 67, 68, 70, 73, 74, 78, 81, 82, 85 tot 87 van titel 2, titel 4 alsook hoofdstuk 1 van titel 5.
De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op de afwezigheid van gronden tot uitsluiting. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
§ 4. Indien de aanbestedende overheid ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 3°, is zij ertoe gehouden de plaatsingsprocedure waarnaar zij verwijst integraal toe te passen en is zij onderworpen aan de bepalingen van onderhavige wet.
§ 5. Indien de aanbestedende overheid ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 4°, is zij ertoe gehouden om tenminste de bepalingen na te leven van titel 1, van hoofdstuk 1 van titel 2, hoofdstuk 1 van titel 5 alsook de artikels 67, 68 en 70.
De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op de afwezigheid van gronden tot uitsluiting. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten.
Zij is er eveneens toe gehouden de nadere regels toe te passen die zijzelf heeft bepaald. Voor de bepaling van deze regels kan zij :
1° zich laten inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken; of
2° verwijzen naar bepaalde artikelen van de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken en, in voorkomend geval, in afwijkingen voorzien.
Art.89. § 1er. En fonction de la nature et des caractéristiques du besoin à satisfaire, le pouvoir adjudicateur peut, pour la passation des marchés de services visés à l'article 88 :
1° recourir à la procédure négociée directe avec publication préalable;
2° recourir à la procédure négociée sans publication préalable lorsque le montant estimé du marché est inférieur à 750.000 euros ou, lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à ce seuil dans les cas d'application visés à l'article 42, § 1er, 1°, b, c et d, 2°, 3°, 4° et 5° ;
3° se référer expressément à l'une des procédures de passation ou techniques d'achat prévues aux chapitres 2 et 3, à l'exception de la procédure négociée directe avec publication préalable et de la procédure négociée sans publication préalable, sans que les conditions d'application de ces procédures ne soient nécessairement remplies;
4° recourir à une procédure sui generis avec publication préalable dont il fixe les modalités.
Les procédures visées à l'alinéa 1er doivent, en tout état de cause, respecter les principes de transparence, de proportionnalité et d'égalité de traitement des opérateurs économiques.
Le pouvoir adjudicateur précise soit la pondération relative qu'il attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, soit leur ordre décroissant d'importance. A défaut, les critères d'attribution ont la même valeur.
§ 2. Si le pouvoir adjudicateur applique conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la procédure négociée directe avec publication préalable, il est à tout le moins tenu de respecter les dispositions du titre 1er, le chapitre 1er et les articles 41, §§ 2 à 7, 51, 52, 59, 66, §§ 1er et 3, 67 à 71, 73, 74, 78, 80 à 82, 85 à 87 du titre 2, le titre 4, ainsi que le chapitre 1er du titre 5.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut décider d'examiner les offres avant de vérifier d'une part l'absence de motifs d'exclusion et de contrôler d'autre part le respect des critères de sélection qu'il fixe librement. Lorsqu'il fait usage de cette possibilité, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu ou qui ne remplit pas les critères de sélection fixés par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Si le pouvoir adjudicateur applique, conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, la procédure négociée sans publication préalable, il est à tout le moins tenu de respecter les dispositions du titre 1er, le chapitre 1er et les articles 42, § 2, 51, 52, 59, 66, §§ 1er et 3, 67, 68, 70, 73, 74, 78, 81, 82, 85 à 87 du titre 2, le titre 4 ainsi que le chapitre 1er du titre 5.
Le pouvoir adjudicateur peut décider d'examiner les offres avant de vérifier l'absence de motifs d'exclusion. Lorsqu'il fait usage de cette possibilité, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
§ 4. Si le pouvoir adjudicateur opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, il est tenu d'appliquer la procédure de passation à laquelle il se réfère dans son intégralité et est soumis aux dispositions de la présente loi.
§ 5. Si le pouvoir adjudicateur opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, il est tenu de respecter au minimum les dispositions du titre 1, du chapitre 1er du titre 2, du chapitre 1er du titre 5 ainsi que les articles 67, 68 et 70.
Le pouvoir adjudicateur peut décider d'examiner les offres avant de vérifier l'absence de motifs d'exclusion. Lorsqu'il fait usage de cette possibilité, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu.
Il est également tenu d'appliquer les modalités qu'il a lui-même fixées. Pour la fixation de ces modalités, il peut :
1° s'inspirer des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre; ou
2° renvoyer à certains articles des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre et, le cas échéant, prévoir des dérogations.
1° recourir à la procédure négociée directe avec publication préalable;
2° recourir à la procédure négociée sans publication préalable lorsque le montant estimé du marché est inférieur à 750.000 euros ou, lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à ce seuil dans les cas d'application visés à l'article 42, § 1er, 1°, b, c et d, 2°, 3°, 4° et 5° ;
3° se référer expressément à l'une des procédures de passation ou techniques d'achat prévues aux chapitres 2 et 3, à l'exception de la procédure négociée directe avec publication préalable et de la procédure négociée sans publication préalable, sans que les conditions d'application de ces procédures ne soient nécessairement remplies;
4° recourir à une procédure sui generis avec publication préalable dont il fixe les modalités.
Les procédures visées à l'alinéa 1er doivent, en tout état de cause, respecter les principes de transparence, de proportionnalité et d'égalité de traitement des opérateurs économiques.
Le pouvoir adjudicateur précise soit la pondération relative qu'il attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, soit leur ordre décroissant d'importance. A défaut, les critères d'attribution ont la même valeur.
§ 2. Si le pouvoir adjudicateur applique conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la procédure négociée directe avec publication préalable, il est à tout le moins tenu de respecter les dispositions du titre 1er, le chapitre 1er et les articles 41, §§ 2 à 7, 51, 52, 59, 66, §§ 1er et 3, 67 à 71, 73, 74, 78, 80 à 82, 85 à 87 du titre 2, le titre 4, ainsi que le chapitre 1er du titre 5.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
Le pouvoir adjudicateur peut décider d'examiner les offres avant de vérifier d'une part l'absence de motifs d'exclusion et de contrôler d'autre part le respect des critères de sélection qu'il fixe librement. Lorsqu'il fait usage de cette possibilité, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion et du respect des critères de sélection s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu ou qui ne remplit pas les critères de sélection fixés par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Si le pouvoir adjudicateur applique, conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, la procédure négociée sans publication préalable, il est à tout le moins tenu de respecter les dispositions du titre 1er, le chapitre 1er et les articles 42, § 2, 51, 52, 59, 66, §§ 1er et 3, 67, 68, 70, 73, 74, 78, 81, 82, 85 à 87 du titre 2, le titre 4 ainsi que le chapitre 1er du titre 5.
Le pouvoir adjudicateur peut décider d'examiner les offres avant de vérifier l'absence de motifs d'exclusion. Lorsqu'il fait usage de cette possibilité, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
§ 4. Si le pouvoir adjudicateur opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, il est tenu d'appliquer la procédure de passation à laquelle il se réfère dans son intégralité et est soumis aux dispositions de la présente loi.
§ 5. Si le pouvoir adjudicateur opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, il est tenu de respecter au minimum les dispositions du titre 1, du chapitre 1er du titre 2, du chapitre 1er du titre 5 ainsi que les articles 67, 68 et 70.
Le pouvoir adjudicateur peut décider d'examiner les offres avant de vérifier l'absence de motifs d'exclusion. Lorsqu'il fait usage de cette possibilité, il s'assure que la vérification de l'absence de motifs d'exclusion s'effectue d'une manière impartiale et transparente, afin qu'aucun marché ne soit attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu.
Il est également tenu d'appliquer les modalités qu'il a lui-même fixées. Pour la fixation de ces modalités, il peut :
1° s'inspirer des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre; ou
2° renvoyer à certains articles des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre et, le cas échéant, prévoir des dérogations.
Bekendmaking
Publication
Art.90. § 1. Behalve wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, overeenkomstig artikel 89, § 1, eerste lid, 2°, gebruikt de aanbestedende overheid een aankondiging van de opdracht of, in afwijking van artikel 60, tweede lid, een vooraankondiging als oproep tot mededinging en vermeldt hierin welke van de in artikel 89, § 1, eerste lid, 1°, 3° of 4°, vermelde mogelijkheden wordt aangewend.
In de in artikel 89, § 1, eerste lid, 1° of 3°, bedoelde gevallen, verwijst de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging naar de benaming van de procedure in kwestie.
In het in artikel 89, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende overheid, wanneer zij zich laat inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de concrete regels van de procedure op beknopte wijze in de aankondiging van een opdracht of in de vooraankondiging. Zij verduidelijkt deze regels op meer gedetailleerde wijze in de opdrachtdocumenten.
In het in artikel 89, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende overheid, wanneer zij gedeeltelijk verwijst naar de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de van toepassing zijnde artikelen en, in voorkomend geval, de afwijkingen, in de aankondiging van een opdracht of in de vooraankondiging.
§ 2. In afwijking van artikel 60, derde lid, wordt de vooraankondiging op voortdurende wijze bekendgemaakt en kan deze betrekking hebben op een periode van meer dan twaalf maanden. Deze aankondiging kan gebruikt worden in de niet-openbare procedure of in de mededingingsprocedure met onderhandeling.
§ 3. De aanbestedende overheid die een opdracht gegund heeft voor de diensten bedoeld in artikel 88, maakt de resultaten van de plaatsingsprocedure kenbaar door middel van een aankondiging van gegunde opdracht. De aankondigingen van gegunde opdracht mogen worden gegroepeerd op trimestriële basis. In dat geval worden de gegroepeerde aankondigingen binnen dertig dagen na het einde van elk kwartaal toegezonden.
Deze paragraaf is slechts van toepassing wanneer de geraamde waarde van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan 750.000 euro.
§ 4. De aankondigingen bedoeld in dit artikel worden bekendgemaakt overeenkomstig de regels bepaald door de Koning.
In de in artikel 89, § 1, eerste lid, 1° of 3°, bedoelde gevallen, verwijst de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging naar de benaming van de procedure in kwestie.
In het in artikel 89, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende overheid, wanneer zij zich laat inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de concrete regels van de procedure op beknopte wijze in de aankondiging van een opdracht of in de vooraankondiging. Zij verduidelijkt deze regels op meer gedetailleerde wijze in de opdrachtdocumenten.
In het in artikel 89, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende overheid, wanneer zij gedeeltelijk verwijst naar de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de van toepassing zijnde artikelen en, in voorkomend geval, de afwijkingen, in de aankondiging van een opdracht of in de vooraankondiging.
§ 2. In afwijking van artikel 60, derde lid, wordt de vooraankondiging op voortdurende wijze bekendgemaakt en kan deze betrekking hebben op een periode van meer dan twaalf maanden. Deze aankondiging kan gebruikt worden in de niet-openbare procedure of in de mededingingsprocedure met onderhandeling.
§ 3. De aanbestedende overheid die een opdracht gegund heeft voor de diensten bedoeld in artikel 88, maakt de resultaten van de plaatsingsprocedure kenbaar door middel van een aankondiging van gegunde opdracht. De aankondigingen van gegunde opdracht mogen worden gegroepeerd op trimestriële basis. In dat geval worden de gegroepeerde aankondigingen binnen dertig dagen na het einde van elk kwartaal toegezonden.
Deze paragraaf is slechts van toepassing wanneer de geraamde waarde van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan 750.000 euro.
§ 4. De aankondigingen bedoeld in dit artikel worden bekendgemaakt overeenkomstig de regels bepaald door de Koning.
Art.90. § 1er. Sauf lorsqu'il est recouru à la procédure négociée sans publication préalable, conformément à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, 2°, le pouvoir adjudicateur utilise un avis de marché ou, par dérogation à l'article 60, alinéa 2, un avis de préinformation, comme moyen d'appel à la concurrence et y indique l'option de l'article 89, § 1er,, alinéa 1er, 1°, 3° ou 4°, à laquelle il est recouru.
Dans les cas visés à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, 1° ou 3°, l'avis de marché ou de préinformation fait référence à la dénomination de la procédure en question.
Dans le cas visé à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque le pouvoir adjudicateur s'inspire des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre, il explique, de manière succincte, les modalités concrètes de la procédure dans l'avis de marché ou l'avis de préinformation. Il explique ces modalités de manière plus précise dans les documents du marché.
Dans le cas visé à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque le pouvoir adjudicateur renvoie en partie aux procédures de passation et techniques d'achat prévues par la présente loi, il indique les dispositions applicables et, le cas échéant, les dérogations, dans l'avis de marché ou l'avis de préinformation.
§ 2. Par dérogation à l'article 60, alinéa 3, l'avis de préinformation est publié de manière continue et peut couvrir une période d'une durée supérieure à douze mois. Cet avis peut être utilisé en procédure restreinte ou concurrentielle avec négociation.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur qui a attribué un marché public pour les services visés à l'article 88, fait connaître les résultats de la procédure de passation au moyen d'un avis d'attribution de marché. Les avis d'attribution de marché peuvent être regroupés sur une base trimestrielle. Dans ce cas, ils envoient ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Ce paragraphe n'est d'application que lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à 750.000 euros.
§ 4. Les avis visés au présent article sont publiés conformément aux règles fixées par le Roi.
Dans les cas visés à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, 1° ou 3°, l'avis de marché ou de préinformation fait référence à la dénomination de la procédure en question.
Dans le cas visé à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque le pouvoir adjudicateur s'inspire des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre, il explique, de manière succincte, les modalités concrètes de la procédure dans l'avis de marché ou l'avis de préinformation. Il explique ces modalités de manière plus précise dans les documents du marché.
Dans le cas visé à l'article 89, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque le pouvoir adjudicateur renvoie en partie aux procédures de passation et techniques d'achat prévues par la présente loi, il indique les dispositions applicables et, le cas échéant, les dérogations, dans l'avis de marché ou l'avis de préinformation.
§ 2. Par dérogation à l'article 60, alinéa 3, l'avis de préinformation est publié de manière continue et peut couvrir une période d'une durée supérieure à douze mois. Cet avis peut être utilisé en procédure restreinte ou concurrentielle avec négociation.
§ 3. Le pouvoir adjudicateur qui a attribué un marché public pour les services visés à l'article 88, fait connaître les résultats de la procédure de passation au moyen d'un avis d'attribution de marché. Les avis d'attribution de marché peuvent être regroupés sur une base trimestrielle. Dans ce cas, ils envoient ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Ce paragraphe n'est d'application que lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à 750.000 euros.
§ 4. Les avis visés au présent article sont publiés conformément aux règles fixées par le Roi.
Voorbehouden opdrachten voor bepaalde diensten
Marchés réservés pour certains services
Art.91. De Federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten, alsook de door hen bepaalde aanbestedende overheden, kunnen de deelname aan hun respectieve plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor diensten die uitsluitend betrekking hebben op diensten op het gebied van gezondheid, sociale en culturele diensten als bedoeld in artikel 88 en die vallen onder de CPV-codes 75121000-0, 75122000-7, 75123000-4, 79622000-0, 79624000-4, 79625000-1, 80110000-8, 80300000-7, 80420000-4, 80430000-7, 80511000-9, 80520000-5, 80590000-6, van 85000000-9 tot en met 85323000-9, 92500000-6, 92600000-7, 98133000-4, 98133110-8, aan bepaalde organisaties voorbehouden.
Een organisatie als bedoeld in het eerste lid moet aan alle hierna volgende voorwaarden voldoen :
1° haar doel is het vervullen van een opdracht van algemeen belang die verband houdt met de in het eerste lid bedoelde diensten;
2° winsten worden opnieuw geïnvesteerd met het oogmerk het doel van de organisatie te behartigen. Wanneer winsten worden uitgekeerd of herverdeeld, dan moet dit op grond van participatieve overwegingen geschieden;
3° de beheers- of eigendomsstructuren van de organisatie die de opdracht uitvoert, zijn gebaseerd op werknemersaandeelhouderschap of beginselen van participatie, of vergen de actieve participatie van werknemers, gebruikers of belanghebbenden, en
4° door de betrokken aanbestedende overheid is uit hoofde van dit artikel in de laatste drie jaar aan de organisatie geen opdracht voor de diensten in kwestie gegund.
De opdracht heeft een maximale looptijd van drie jaar.
In de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging wordt naar dit artikel verwezen.
Een organisatie als bedoeld in het eerste lid moet aan alle hierna volgende voorwaarden voldoen :
1° haar doel is het vervullen van een opdracht van algemeen belang die verband houdt met de in het eerste lid bedoelde diensten;
2° winsten worden opnieuw geïnvesteerd met het oogmerk het doel van de organisatie te behartigen. Wanneer winsten worden uitgekeerd of herverdeeld, dan moet dit op grond van participatieve overwegingen geschieden;
3° de beheers- of eigendomsstructuren van de organisatie die de opdracht uitvoert, zijn gebaseerd op werknemersaandeelhouderschap of beginselen van participatie, of vergen de actieve participatie van werknemers, gebruikers of belanghebbenden, en
4° door de betrokken aanbestedende overheid is uit hoofde van dit artikel in de laatste drie jaar aan de organisatie geen opdracht voor de diensten in kwestie gegund.
De opdracht heeft een maximale looptijd van drie jaar.
In de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging wordt naar dit artikel verwezen.
Art.91. L'Etat fédéral, les Communautés et les Régions, et les pouvoirs adjudicateurs qu'ils désignent, peuvent réserver à certaines organisations le droit de participer à leurs procédures de passation de marchés publics respectives portant exclusivement sur les services de santé, sociaux ou culturels visés à l'article 88 relevant des codes CPV 75121000-0, 75122000-7, 75123000-4, 79622000-0, 79624000-4, 79625000-1, 80110000-8, 80300000-7, 80420000-4, 80430000-7, 80511000-9, 80520000-5, 80590000-6, de 85000000-9 à 85323000-9, 92500000-6, 92600000-7, 98133000-4 et 98133110-8.
Une organisation visée au sens de l'alinéa 1er remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle a pour objectif d'assumer une mission de service public liée à la prestation des services visés à l'alinéa 1er;
2° son bénéfice est réinvesti en vue d'atteindre l'objectif de l'organisation. En cas de distribution ou de redistribution des bénéfices, celle-ci devrait être fondée sur des principes participatifs;
3° les structures de gestion ou de propriété de l'organisation qui exécute le marché sont fondées sur l'actionnariat des salariés ou des principes participatifs ou exigent la participation active des salariés, des utilisateurs ou des parties prenantes;
4° l`organisation ne s'est pas vu attribuer un marché par le pouvoir adjudicateur concerné pour les services visés par le présent article dans les trois années précédentes.
La durée maximale du marché n'est pas supérieure à trois ans.
L'avis de marché ou de préinformation renvoie au présent article.
Une organisation visée au sens de l'alinéa 1er remplit toutes les conditions suivantes :
1° elle a pour objectif d'assumer une mission de service public liée à la prestation des services visés à l'alinéa 1er;
2° son bénéfice est réinvesti en vue d'atteindre l'objectif de l'organisation. En cas de distribution ou de redistribution des bénéfices, celle-ci devrait être fondée sur des principes participatifs;
3° les structures de gestion ou de propriété de l'organisation qui exécute le marché sont fondées sur l'actionnariat des salariés ou des principes participatifs ou exigent la participation active des salariés, des utilisateurs ou des parties prenantes;
4° l`organisation ne s'est pas vu attribuer un marché par le pouvoir adjudicateur concerné pour les services visés par le présent article dans les trois années précédentes.
La durée maximale du marché n'est pas supérieure à trois ans.
L'avis de marché ou de préinformation renvoie au présent article.
HOOFDSTUK 7. - Overheidsopdrachten van beperkte waarde
CHAPITRE 7. - Marchés publics de faible montant
Bepalingen die van toepassing zijn op overheidsopdrachten van beperkte waarde - Aanvaarde factuur
Dispositions applicables aux marchés publics de faible montant Facture acceptée
Art.92. De overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan 30.000 euro zijn uitsluitend onderworpen aan :
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [1 tot 12/8]1 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 2.
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [1 tot 12/8]1 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 2.
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
Modifications
Art.92. Les marchés dont le montant estimé est inférieur à 30.000 euros sont uniquement soumis :
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [1 à 12/8]1 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 2.
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [1 à 12/8]1 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 2.
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
Modifications
Art. 92 TOEKOMSTIG RECHT. De overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan 30.000 euro zijn uitsluitend onderworpen aan :
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [2 tot 12/8]2 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 2;
[1 3° artikel 165, § 2.]1
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [2 tot 12/8]2 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 2;
[1 3° artikel 165, § 2.]1
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
Art. 92 DROIT FUTUR. Les marchés dont le montant estimé est inférieur à 30.000 euros sont uniquement soumis :
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [2 à 12/8]2 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 2;
[1 3° à l'article 165, § 2.]1
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [2 à 12/8]2 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 2;
[1 3° à l'article 165, § 2.]1
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
TITEL 3. - Overheidsopdrachten in de speciale sectoren
TITRE 3. - Marchés publics dans les secteurs spéciaux
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
CHAPITRE Ier. - Champ d'application
Afdeling 1. - Toepassingsgebied ratione personae
Section 1re. - Champ d'application ratione personae
Toepassingsgebied - Algemeen
Champ d'application - Généralités
Art.93. De aanbestedende entiteiten bedoeld in artikel 2, 4°, zijn onderworpen aan de toepassing van deze titel, indien ze één van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten uitoefenen.
Een niet-limitatieve lijst van de overheidsbedrijven wordt opgesteld door de Koning.
Een niet-limitatieve lijst van de overheidsbedrijven wordt opgesteld door de Koning.
Art.93. Sont soumises à l'application du présent titre, lorsqu'elles exercent une des activités visées aux articles 96 à 102, les entités adjudicatrices visées à l'article 2, 4°.
Une liste non limitative des entreprises publiques est établie par le Roi.
Une liste non limitative des entreprises publiques est établie par le Roi.
Toepassingsgebied in functie van de geraamde waarde van de opdracht
Champ d'application en fonction de la valeur estimée du marché
Art.94. Deze titel is van toepassing op de in artikel 2, 17° tot 21°, omschreven overheidsopdrachten, alsook op de in artikel 2, 31°, omschreven prijsvragen en de in artikel 2, 35° bedoelde raamovereenkomsten, waarvan de geraamde waarden, behoudens andersluidende bepaling :
1° lager liggen, gelijk zijn aan of hoger liggen dan de drempels voor de Europese bekendmaking voor :
a) de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, behalve in het onder 2°, c, bedoelde geval;
b) de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, voor de opdrachten die betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, decreet of ordonnantie;
2° gelijk zijn aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking voor :
a) de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;
b) de personen die genieten van de speciale of exclusieve rechten bedoeld in artikel 2, 3° ;
c) de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit.
De Koning is gemachtigd om bepaalde bedragen in functie van de herzieningen voorzien in de Europese richtlijnen en die de waarde aangeven van de drempels waarvan sprake in deze richtlijnen aan te passen.
De onderhavige titel heeft geen betrekking op de niet-economische diensten van algemeen belang.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdrachten ook de raamovereenkomst en de prijsvragen.
1° lager liggen, gelijk zijn aan of hoger liggen dan de drempels voor de Europese bekendmaking voor :
a) de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, behalve in het onder 2°, c, bedoelde geval;
b) de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, voor de opdrachten die betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, decreet of ordonnantie;
2° gelijk zijn aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking voor :
a) de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;
b) de personen die genieten van de speciale of exclusieve rechten bedoeld in artikel 2, 3° ;
c) de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit.
De Koning is gemachtigd om bepaalde bedragen in functie van de herzieningen voorzien in de Europese richtlijnen en die de waarde aangeven van de drempels waarvan sprake in deze richtlijnen aan te passen.
De onderhavige titel heeft geen betrekking op de niet-economische diensten van algemeen belang.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdrachten ook de raamovereenkomst en de prijsvragen.
Art.94. Le présent titre s'applique aux marchés publics définis à l'article 2, 17° à 21°, ainsi qu'aux concours définis à l'article 2, 31°, et aux accords-cadres définis à l'article 2, 35° dont les montants estimés, sauf disposition contraire, sont :
1° inférieurs, égaux ou supérieurs aux seuils pour la publicité européenne pour :
a) les pouvoirs adjudicateurs définis à l'article 2, 1°, sauf dans le cas visé au 2°, c;
b) les entreprises publiques définies à l'article 2, 2°, pour les marchés qui ont trait à leurs tâches de service public au sens d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance;
2° égaux ou supérieurs aux seuils pour la publicité européenne pour :
a) les entreprises publiques définies à l'article 2, 2°, pour les marchés qui n'ont pas trait à leurs tâches de service public au sens d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance;
b) les personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs définies à l'article 2, 3° ;
c) les pouvoirs adjudicateurs visés à l'article 2, 1°, pour les marchés qui se rapportent à la production d'électricité.
Le Roi est chargé d'adapter certains montants en fonction des révisions prévues dans les directives européennes déterminant la valeur des seuils indiqués dans ses directives.
Le présent titre ne couvre pas les services non économiques d'intérêt général.
Pour l'application du présent chapitre, la notion de marché public comprend également les accords-cadres et les concours.
1° inférieurs, égaux ou supérieurs aux seuils pour la publicité européenne pour :
a) les pouvoirs adjudicateurs définis à l'article 2, 1°, sauf dans le cas visé au 2°, c;
b) les entreprises publiques définies à l'article 2, 2°, pour les marchés qui ont trait à leurs tâches de service public au sens d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance;
2° égaux ou supérieurs aux seuils pour la publicité européenne pour :
a) les entreprises publiques définies à l'article 2, 2°, pour les marchés qui n'ont pas trait à leurs tâches de service public au sens d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance;
b) les personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs définies à l'article 2, 3° ;
c) les pouvoirs adjudicateurs visés à l'article 2, 1°, pour les marchés qui se rapportent à la production d'électricité.
Le Roi est chargé d'adapter certains montants en fonction des révisions prévues dans les directives européennes déterminant la valeur des seuils indiqués dans ses directives.
Le présent titre ne couvre pas les services non économiques d'intérêt général.
Pour l'application du présent chapitre, la notion de marché public comprend également les accords-cadres et les concours.
Afdeling 2. - Toepassingsgebied wat de bedoelde activiteiten betreft
Section 2. - Champ d'application quant aux activités visées
Gemeenschappelijke bepalingen betreffende het toepassingsgebied Bedoelde activiteiten
Dispositions communes relatives au champ d'application - Activités visées
Art.95. Voor de toepassing van de artikelen 96, 97 en 98, omvat het begrip "toevoer" de productie en groothandel en kleinhandel.
De productie van gas in de vorm van winning valt echter onder artikel 102.
De productie van gas in de vorm van winning valt echter onder artikel 102.
Art.95. Aux fins des articles 96, 97 et 98, le terme "alimentation" comprend la production, la vente en gros et la vente de détail.
Toutefois, la production de gaz par extraction relève du champ d'application de l'article 102.
Toutefois, la production de gaz par extraction relève du champ d'application de l'article 102.
Gas en warmte
Gaz et chaleur
Art.96. § 1. Met betrekking tot gas en warmte is de onderhavige titel van toepassing op de volgende activiteiten :
1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van gas of warmte;
2° de gas- of warmtetoevoer naar deze netten.
§ 2. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van gas of warmte naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de productie van gas of warmte door die aanbestedende entiteit is het onvermijdelijke resultaat van de uitoefening van een andere activiteit dan de in paragraaf 1 of in de artikelen 97 tot en met 99 bedoelde activiteiten;
2° de toevoer aan het openbare net heeft uitsluitend tot doel deze productie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en vormt ten hoogste 20 procent van de omzet van de aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.
1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van gas of warmte;
2° de gas- of warmtetoevoer naar deze netten.
§ 2. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van gas of warmte naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de productie van gas of warmte door die aanbestedende entiteit is het onvermijdelijke resultaat van de uitoefening van een andere activiteit dan de in paragraaf 1 of in de artikelen 97 tot en met 99 bedoelde activiteiten;
2° de toevoer aan het openbare net heeft uitsluitend tot doel deze productie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en vormt ten hoogste 20 procent van de omzet van de aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.
Art.96. § 1er. En ce qui concerne le gaz et la chaleur, le présent titre s'applique aux activités suivantes :
1° la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux fixes destinés à fournir un service au public dans le domaine de la production, du transport ou de la distribution de gaz ou de chaleur;
2° l'alimentation de ces réseaux en gaz ou en chaleur.
§ 2. L'alimentation, par une entité adjudicatrice autre qu'un pouvoir adjudicateur, en gaz ou en chaleur des réseaux fixes qui fournissent un service au public n'est pas considérée comme une activité visée au paragraphe 1er lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la production de gaz ou de chaleur par ladite entité adjudicatrice est le résultat inéluctable de l'exercice d'une activité autre que celles visées au paragraphe 1er ou aux articles 97 à 99;
2° l'alimentation du réseau public ne vise qu'à exploiter de manière économique cette production et ne représente pas plus de 20 pour cent du chiffre d'affaires de l'entité adjudicatrice calculé sur la base de la moyenne des trois dernières années, y compris l'année en cours.
1° la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux fixes destinés à fournir un service au public dans le domaine de la production, du transport ou de la distribution de gaz ou de chaleur;
2° l'alimentation de ces réseaux en gaz ou en chaleur.
§ 2. L'alimentation, par une entité adjudicatrice autre qu'un pouvoir adjudicateur, en gaz ou en chaleur des réseaux fixes qui fournissent un service au public n'est pas considérée comme une activité visée au paragraphe 1er lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la production de gaz ou de chaleur par ladite entité adjudicatrice est le résultat inéluctable de l'exercice d'une activité autre que celles visées au paragraphe 1er ou aux articles 97 à 99;
2° l'alimentation du réseau public ne vise qu'à exploiter de manière économique cette production et ne représente pas plus de 20 pour cent du chiffre d'affaires de l'entité adjudicatrice calculé sur la base de la moyenne des trois dernières années, y compris l'année en cours.
Elektriciteit
Electricité
Art.97. § 1. Met betrekking tot elektriciteit is de onderhavige titel van toepassing op de volgende activiteiten :
1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit;
2° de elektriciteitstoevoer naar deze netten.
§ 2. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan :
1° de elektriciteitsproductie door die aanbestedende entiteit vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in paragraaf 1 of artikel 96, 98 en 99 bedoelde activiteiten;
2° de toevoer aan het openbare net hangt slechts van het eigen verbruik van die aanbestedende entiteit af en was nooit hoger dan 30 procent van de totale energieproductie van die aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.
1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit;
2° de elektriciteitstoevoer naar deze netten.
§ 2. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan :
1° de elektriciteitsproductie door die aanbestedende entiteit vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in paragraaf 1 of artikel 96, 98 en 99 bedoelde activiteiten;
2° de toevoer aan het openbare net hangt slechts van het eigen verbruik van die aanbestedende entiteit af en was nooit hoger dan 30 procent van de totale energieproductie van die aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.
Art.97. § 1er. En ce qui concerne l'électricité, le présent titre s'applique aux activités suivantes :
1° la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux fixes destinés à fournir un service au public dans le domaine de la production, du transport ou de la distribution d'électricité;
2° l'alimentation de ces réseaux en électricité.
§ 2. L'alimentation, par une entité adjudicatrice autre que les pouvoirs adjudicateurs, en électricité des réseaux qui fournissent un service au public n'est pas considérée comme une activité visée au paragraphe 1er lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la production d'électricité par ladite entité adjudicatrice a lieu parce que sa consommation est nécessaire à l'exercice d'une activité autre que celles visées au paragraphe 1er ou aux articles 96, 98 et 99;
2° l'alimentation du réseau public ne dépend que de la consommation propre de ladite entité adjudicatrice et n'a pas dépassé 30 pour cent de la production totale d'énergie de cette entité adjudicatrice calculée sur la base de la moyenne des trois dernières années, y compris l'année en cours.
1° la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux fixes destinés à fournir un service au public dans le domaine de la production, du transport ou de la distribution d'électricité;
2° l'alimentation de ces réseaux en électricité.
§ 2. L'alimentation, par une entité adjudicatrice autre que les pouvoirs adjudicateurs, en électricité des réseaux qui fournissent un service au public n'est pas considérée comme une activité visée au paragraphe 1er lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la production d'électricité par ladite entité adjudicatrice a lieu parce que sa consommation est nécessaire à l'exercice d'une activité autre que celles visées au paragraphe 1er ou aux articles 96, 98 et 99;
2° l'alimentation du réseau public ne dépend que de la consommation propre de ladite entité adjudicatrice et n'a pas dépassé 30 pour cent de la production totale d'énergie de cette entité adjudicatrice calculée sur la base de la moyenne des trois dernières années, y compris l'année en cours.
Water
Eau
Art.98. § 1. Wat het water betreft, is de onderhavige titel van toepassing op de volgende activiteiten :
1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;
2° de drinkwatertoevoer naar deze netten.
§ 2. De onderhavige titel is tevens van toepassing op opdrachten die gegund worden of prijsvragen die georganiseerd worden door aanbestedende entiteiten welke een activiteit in de zin van paragraaf 1 uitoefenen en welke verband houden met één van de volgende activiteiten :
1° waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan 20 procent van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld;
2° de afvoer of behandeling van afvalwater.
§ 3. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van drinkwater naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan :
1° de productie van drinkwater door die aanbestedende entiteit vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in de artikelen 96 tot en met 99 bedoelde activiteiten;
2° de toevoer aan het openbare net hangt slechts af van het eigen verbruik van die aanbestedende entiteit en was nooit hoger dan 30 procent van de totale drinkwaterproductie van die aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.
1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;
2° de drinkwatertoevoer naar deze netten.
§ 2. De onderhavige titel is tevens van toepassing op opdrachten die gegund worden of prijsvragen die georganiseerd worden door aanbestedende entiteiten welke een activiteit in de zin van paragraaf 1 uitoefenen en welke verband houden met één van de volgende activiteiten :
1° waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan 20 procent van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld;
2° de afvoer of behandeling van afvalwater.
§ 3. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van drinkwater naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan :
1° de productie van drinkwater door die aanbestedende entiteit vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in de artikelen 96 tot en met 99 bedoelde activiteiten;
2° de toevoer aan het openbare net hangt slechts af van het eigen verbruik van die aanbestedende entiteit en was nooit hoger dan 30 procent van de totale drinkwaterproductie van die aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.
Art.98. § 1er. En ce qui concerne l'eau, le présent titre s'applique aux activités suivantes :
1° la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux fixes destinés à fournir un service au public dans le domaine de la production, du transport ou de la distribution d'eau potable;
2° l'alimentation de ces réseaux en eau potable.
§ 2. Le présent titre s'applique également aux marchés ou concours qui sont passés ou organisés par les entités adjudicatrices exerçant une activité visée au paragraphe 1er et qui sont liés à l'une des activités suivantes :
1° des projets de génie hydraulique, d'irrigation ou de drainage, pour autant que le volume d'eau destiné à l'alimentation en eau potable représente plus de 20 pour cent du volume total d'eau mis à disposition par ces projets ou ces installations d'irrigation ou de drainage;
2° l'évacuation ou le traitement des eaux usées.
§ 3. L'alimentation, par une entité adjudicatrice autre qu'un pouvoir adjudicateur, en eau potable des réseaux fixes qui fournissent un service au public n'est pas considérée comme une activité visée au paragraphe 1er lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la production d'eau potable par ladite entité adjudicatrice a lieu parce que sa consommation est nécessaire à l'exercice d'une activité autre que celles visées aux articles 96 à 99;
2° l'alimentation du réseau public ne dépend que de la consommation propre de ladite entité adjudicatrice et n'a pas dépassé 30 pour cent de la production totale d'eau potable de cette entité adjudicatrice calculée sur la base de la moyenne des trois dernières années, y compris l'année en cours.
1° la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux fixes destinés à fournir un service au public dans le domaine de la production, du transport ou de la distribution d'eau potable;
2° l'alimentation de ces réseaux en eau potable.
§ 2. Le présent titre s'applique également aux marchés ou concours qui sont passés ou organisés par les entités adjudicatrices exerçant une activité visée au paragraphe 1er et qui sont liés à l'une des activités suivantes :
1° des projets de génie hydraulique, d'irrigation ou de drainage, pour autant que le volume d'eau destiné à l'alimentation en eau potable représente plus de 20 pour cent du volume total d'eau mis à disposition par ces projets ou ces installations d'irrigation ou de drainage;
2° l'évacuation ou le traitement des eaux usées.
§ 3. L'alimentation, par une entité adjudicatrice autre qu'un pouvoir adjudicateur, en eau potable des réseaux fixes qui fournissent un service au public n'est pas considérée comme une activité visée au paragraphe 1er lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la production d'eau potable par ladite entité adjudicatrice a lieu parce que sa consommation est nécessaire à l'exercice d'une activité autre que celles visées aux articles 96 à 99;
2° l'alimentation du réseau public ne dépend que de la consommation propre de ladite entité adjudicatrice et n'a pas dépassé 30 pour cent de la production totale d'eau potable de cette entité adjudicatrice calculée sur la base de la moyenne des trois dernières années, y compris l'année en cours.
Vervoersdiensten
Services de transports
Art.99. De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten die het ter beschikking stellen of exploiteren van netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus, autobus of kabelbaan beogen.
Ten aanzien van vervoersdiensten wordt een net geacht te bestaan wanneer de dienst wordt verleend onder door een bevoegde instantie gestelde exploitatievoorwaarden, zoals de te volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst.
Ten aanzien van vervoersdiensten wordt een net geacht te bestaan wanneer de dienst wordt verleend onder door een bevoegde instantie gestelde exploitatievoorwaarden, zoals de te volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst.
Art.99. Le présent titre s'applique aux activités visant la mise à disposition ou l'exploitation de réseaux destinés à fournir un service au public dans le domaine du transport par chemin de fer, systèmes automatiques, tramway, trolleybus, autobus ou câble.
En ce qui concerne les services de transport, il est considéré qu'un réseau existe lorsque le service est fourni dans les conditions d'exploitation déterminées par une autorité compétente, telles que les conditions relatives aux itinéraires à suivre, à la capacité de transport disponible ou à la fréquence du service.
En ce qui concerne les services de transport, il est considéré qu'un réseau existe lorsque le service est fourni dans les conditions d'exploitation déterminées par une autorité compétente, telles que les conditions relatives aux itinéraires à suivre, à la capacité de transport disponible ou à la fréquence du service.
Havens en luchthavens
Ports et aéroports
Art.100. De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen ten behoeve van de terbeschikkingstelling aan lucht-, zee- of riviervervoerders van luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere terminalfaciliteiten.
Art.100. Le présent titre s'applique aux activités relatives à l'exploitation d'une aire géographique aux fins de mettre un aéroport, un port maritime ou intérieur ou d'autres terminaux à la disposition des entreprises de transport aérien, maritime ou par voie de navigation intérieure.
Postdiensten
Services postaux
Art.101. § 1. De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten met betrekking tot het aanbieden van :
1° postdiensten;
2° andere diensten dan postdiensten, op voorwaarde dat deze diensten worden aangeboden door een entiteit die ook postdiensten in de zin van paragraaf 2, 2°, aanbiedt, en dat met betrekking tot de onder paragraaf 2, 2°, vallende diensten geen vrijstelling werd bekomen krachtens artikel 116.
§ 2. In dit artikel wordt verstaan onder :
1° "postzending" : geadresseerde zending in de definitieve vorm waarin zij moet worden verstuurd, ongeacht het gewicht. Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt : boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die producten met of zonder handelswaarde bevatten, ongeacht het gewicht;
2° "postdiensten" : diensten die bestaan in het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen. Deze diensten omvatten zowel diensten die binnen als diensten die buiten het toepassingsgebied van de overeenkomstig artikel 144octies van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven ingestelde universele dienst vallen;
3° "andere diensten dan postdiensten" : diensten die op de volgende gebieden worden geleverd :
a) beheer van postdiensten, waaronder de postdiensten worden begrepen die zowel voor als na de zending worden verricht, inclusief mailroom management services;
b) diensten die betrekking hebben op niet onder 1° vallende postzendingen, zoals niet-geadresseerde direct mail.
1° postdiensten;
2° andere diensten dan postdiensten, op voorwaarde dat deze diensten worden aangeboden door een entiteit die ook postdiensten in de zin van paragraaf 2, 2°, aanbiedt, en dat met betrekking tot de onder paragraaf 2, 2°, vallende diensten geen vrijstelling werd bekomen krachtens artikel 116.
§ 2. In dit artikel wordt verstaan onder :
1° "postzending" : geadresseerde zending in de definitieve vorm waarin zij moet worden verstuurd, ongeacht het gewicht. Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt : boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die producten met of zonder handelswaarde bevatten, ongeacht het gewicht;
2° "postdiensten" : diensten die bestaan in het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen. Deze diensten omvatten zowel diensten die binnen als diensten die buiten het toepassingsgebied van de overeenkomstig artikel 144octies van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven ingestelde universele dienst vallen;
3° "andere diensten dan postdiensten" : diensten die op de volgende gebieden worden geleverd :
a) beheer van postdiensten, waaronder de postdiensten worden begrepen die zowel voor als na de zending worden verricht, inclusief mailroom management services;
b) diensten die betrekking hebben op niet onder 1° vallende postzendingen, zoals niet-geadresseerde direct mail.
Art.101. § 1er. Le présent titre s'applique aux activités liées à la fourniture :
1° de services postaux;
2° d'autres services que des services postaux, pourvu que ces services soient fournis par une entité fournissant également des services postaux au sens du paragraphe 2, 2°, et que en ce qui concerne les services relevant du paragraphe 2, 2°, aucune exemption n'ait été obtenue en vertu de l'article 116.
§ 2. Aux fins du présent article, on entend par :
1° "envoi postal", un envoi portant une adresse sous la forme définitive dans laquelle il doit être acheminé, quel que soit son poids. Outre les envois de correspondance, il s'agit par exemple de livres, de catalogues, de journaux, de périodiques et de colis postaux contenant des marchandises avec ou sans valeur commerciale, quel que soit leur poids;
2° "services postaux", des services, consistant en la levée, le tri, l'acheminement et la distribution d'envois postaux, qu'ils relèvent ou non du champ d'application du service universel établi conformément à l'article 144octies de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques;
3° "services autres que les services postaux", des services fournis dans les domaines suivants :
a) services de gestion de services postaux, comprenant aussi bien les services postaux précédant l'envoi que ceux postérieurs à l'envoi, y compris les mailroom management services;
b) services concernant des envois postaux non compris au 1°, tels que le publipostage ne portant pas d'adresse.
1° de services postaux;
2° d'autres services que des services postaux, pourvu que ces services soient fournis par une entité fournissant également des services postaux au sens du paragraphe 2, 2°, et que en ce qui concerne les services relevant du paragraphe 2, 2°, aucune exemption n'ait été obtenue en vertu de l'article 116.
§ 2. Aux fins du présent article, on entend par :
1° "envoi postal", un envoi portant une adresse sous la forme définitive dans laquelle il doit être acheminé, quel que soit son poids. Outre les envois de correspondance, il s'agit par exemple de livres, de catalogues, de journaux, de périodiques et de colis postaux contenant des marchandises avec ou sans valeur commerciale, quel que soit leur poids;
2° "services postaux", des services, consistant en la levée, le tri, l'acheminement et la distribution d'envois postaux, qu'ils relèvent ou non du champ d'application du service universel établi conformément à l'article 144octies de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques;
3° "services autres que les services postaux", des services fournis dans les domaines suivants :
a) services de gestion de services postaux, comprenant aussi bien les services postaux précédant l'envoi que ceux postérieurs à l'envoi, y compris les mailroom management services;
b) services concernant des envois postaux non compris au 1°, tels que le publipostage ne portant pas d'adresse.
Winning van aardolie en gas en exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen
Extraction de pétrole et de gaz et exploration et extraction de charbon et d'autres combustibles solides
Art.102. De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen ten behoeve van :
1° de winning van olie of gas;
2° de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen.
1° de winning van olie of gas;
2° de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen.
Art.102. Le présent titre s'applique aux activités relatives à l'exploitation d'une aire géographique dans le but :
1° d'extraire du pétrole ou du gaz;
2° de procéder à l'exploration ou à l'extraction de charbon ou d'autres combustibles solides.
1° d'extraire du pétrole ou du gaz;
2° de procéder à l'exploration ou à l'extraction de charbon ou d'autres combustibles solides.
Afdeling 3. - Gemengde opdrachten
Section 3. - Marchés mixtes
Onderafdeling 1. - Gemengde opdrachten en opdrachten voor dezelfde activiteit
Sous-section 1re. - Marchés mixtes couvrant la même activité
Gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is
Marchés mixtes couvrant la même activité ayant pour objet différents types de marchés relevant tous du présent titre
Art.103. Opdrachten voor dezelfde activiteit die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is worden geplaatst overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het type van opdracht dat het hoofdvoorwerp van de opdracht in kwestie vormt.
Bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op diensten als op leveringen of bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op de in hoofdstuk 6, bedoelde sociale en andere specifieke diensten als op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald op basis van de hoogste waarde van de geraamde waarden van de respectieve leveringen of diensten.
Een overheidsopdracht die betrekking heeft op het leveren van producten of het verrichten van diensten en in bijkomende orde op plaatsings- en installatiewerkzaamheden, wordt als een overheidsopdracht voor leveringen, respectievelijk een opdracht voor diensten beschouwd.
Bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op diensten als op leveringen of bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op de in hoofdstuk 6, bedoelde sociale en andere specifieke diensten als op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald op basis van de hoogste waarde van de geraamde waarden van de respectieve leveringen of diensten.
Een overheidsopdracht die betrekking heeft op het leveren van producten of het verrichten van diensten en in bijkomende orde op plaatsings- en installatiewerkzaamheden, wordt als een overheidsopdracht voor leveringen, respectievelijk een opdracht voor diensten beschouwd.
Art.103. Les marchés couvrant la même activité qui ont pour objet différents types de marchés relevant tous du présent titre sont passés conformément aux dispositions applicables au type de marché qui constitue l'objet principal du marché en question.
En ce qui concerne les marchés mixtes portant à la fois sur des services et sur des fournitures ou les marchés mixtes portant à la fois sur des services sociaux et autres services spécifiques au sens du chapitre 6, et sur d'autres services, l'objet principal est déterminé en fonction de la valeur la plus élevée des valeurs estimées respectives des fournitures ou des services.
Un marché public ayant pour objet la fourniture de produits ou la prestation de services et, à titre accessoire, des travaux de pose et d'installation, est respectivement considéré comme un marché public de fournitures ou de services.
En ce qui concerne les marchés mixtes portant à la fois sur des services et sur des fournitures ou les marchés mixtes portant à la fois sur des services sociaux et autres services spécifiques au sens du chapitre 6, et sur d'autres services, l'objet principal est déterminé en fonction de la valeur la plus élevée des valeurs estimées respectives des fournitures ou des services.
Un marché public ayant pour objet la fourniture de produits ou la prestation de services et, à titre accessoire, des travaux de pose et d'installation, est respectivement considéré comme un marché public de fournitures ou de services.
Gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit die betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, alsook op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen
Marchés mixtes couvrant la même activité ayant pour objet des marchés relevant du présent titre et des marchés relevant d'autres régimes juridiques
Art.104. § 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, wordt het toepasselijke juridische kader bepaald door het hoofdvoorwerp van die opdracht.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende entiteit beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen van de opdracht afzonderlijke opdrachten te plaatsen of daarentegen één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke onderdeel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist één enkele opdracht te plaatsen en tenzij in artikel 106 anders is bepaald, is deze titel van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een ander juridisch kader zouden vallen en ongeacht het juridisch kader dat anders voor die onderdelen had gegolden.
In het geval van een gemengde opdracht die elementen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten die onder deze titel vallen, alsook elementen van concessies omvat, wordt de gemengde opdracht geplaatst overeenkomstig deze titel.
§ 4. Niettemin, wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht onderworpen is aan de titels 2 of 3 of aan titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, is artikel 106 van toepassing.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, wordt het toepasselijke juridische kader bepaald door het hoofdvoorwerp van die opdracht.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende entiteit beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen van de opdracht afzonderlijke opdrachten te plaatsen of daarentegen één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke onderdeel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist één enkele opdracht te plaatsen en tenzij in artikel 106 anders is bepaald, is deze titel van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een ander juridisch kader zouden vallen en ongeacht het juridisch kader dat anders voor die onderdelen had gegolden.
In het geval van een gemengde opdracht die elementen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten die onder deze titel vallen, alsook elementen van concessies omvat, wordt de gemengde opdracht geplaatst overeenkomstig deze titel.
§ 4. Niettemin, wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht onderworpen is aan de titels 2 of 3 of aan titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, is artikel 106 van toepassing.
Art.104. § 1er. Le présent article s'applique aux marchés mixtes couvrant la même activité qui ont à la fois pour objet des marchés relevant du présent titre et des marchés relevant d'autres régimes juridiques.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le régime juridique applicable est déterminé en fonction de l'objet principal dudit marché.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, l'entité adjudicatrice peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou, en revanche, de passer un marché unique.
Lorsque l'entité adjudicatrice décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques de la partie spécifique en question.
Lorsque l'entité adjudicatrice décide de passer un marché unique, le présent titre s'applique, sauf disposition contraire de l'article 106, au marché mixte qui en résulte, indépendamment de la valeur des parties qui relèveraient normalement d'un régime juridique différent et indépendamment du régime juridique dont celles-ci auraient normalement relevé.
Dans le cas d'un marché mixte contenant des éléments de marchés de travaux, de fournitures ou de services relevant du présent titre ainsi que des éléments de concessions, le marché mixte est passé conformément au présent titre.
§ 4. Toutefois, lorsqu'une partie d'un marché donné relève des titres 2 ou 3 ou du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, l'article 106 s'applique.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le régime juridique applicable est déterminé en fonction de l'objet principal dudit marché.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, l'entité adjudicatrice peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou, en revanche, de passer un marché unique.
Lorsque l'entité adjudicatrice décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques de la partie spécifique en question.
Lorsque l'entité adjudicatrice décide de passer un marché unique, le présent titre s'applique, sauf disposition contraire de l'article 106, au marché mixte qui en résulte, indépendamment de la valeur des parties qui relèveraient normalement d'un régime juridique différent et indépendamment du régime juridique dont celles-ci auraient normalement relevé.
Dans le cas d'un marché mixte contenant des éléments de marchés de travaux, de fournitures ou de services relevant du présent titre ainsi que des éléments de concessions, le marché mixte est passé conformément au présent titre.
§ 4. Toutefois, lorsqu'une partie d'un marché donné relève des titres 2 ou 3 ou du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, l'article 106 s'applique.
Onderafdeling 2. - Gemengde opdrachten voor verschillende activiteiten
Sous-section 2. - Marchés mixtes couvrant plusieurs activités
Gemengde opdrachten - Verschillende activiteiten
Marchés mixtes - Activités diverses
Art.105. § 1. De aanbestedende entiteiten kunnen, in het geval van opdrachten die voor verschillende activiteiten moeten gelden, besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten te gunnen of één enkele opdracht te gunnen.
De keuze tussen de gunning van één opdracht of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag echter niet tot doel hebben de opdracht(en) buiten het toepassingsgebied van deze wet of, in voorkomend geval, van de wet betreffende de concessieovereenkomsten te laten vallen.
§ 2. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit betreffende de regels die voor elk van de afzonderlijke opdrachten moeten gelden, genomen op grond van de kenmerken van de betrokken activiteit.
§ 3. In het geval dat de aanbestedende entiteiten beslissen een enige opdracht te plaatsen, zijn de regels voorzien in deze paragraaf van toepassing, ongeacht artikel 104. Niettemin, wanneer één van de betrokken activiteiten onder de titels 2, 3 of 3/1 van de wet defensie en veiligheid valt, is artikel 107 van toepassing.
Een opdracht voor meerdere activiteiten volgt de voorschriften die van toepassing zijn op de activiteit waarvoor de opdracht in hoofdzaak is bestemd.
In het geval van opdrachten waarbij niet objectief vast te stellen is voor welke activiteit de opdracht in hoofdzaak bedoeld is, worden de toepasselijke regels bepaald op de volgende wijze :
1° de opdracht wordt overeenkomstig titel 2 gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder onderhavige titel valt en de andere activiteit onder titel 2;
2° de opdracht wordt overeenkomstig onderhavige titel gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige titel valt en de andere activiteit onder de wet betreffende de concessieovereenkomsten;
3° de opdracht wordt overeenkomstig de onderhavige titel gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige titel valt en de andere activiteit noch onder de onderhavige titel, noch onder titel 2, noch onder de wet betreffende de concessieovereenkomsten valt.
De keuze tussen de gunning van één opdracht of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag echter niet tot doel hebben de opdracht(en) buiten het toepassingsgebied van deze wet of, in voorkomend geval, van de wet betreffende de concessieovereenkomsten te laten vallen.
§ 2. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit betreffende de regels die voor elk van de afzonderlijke opdrachten moeten gelden, genomen op grond van de kenmerken van de betrokken activiteit.
§ 3. In het geval dat de aanbestedende entiteiten beslissen een enige opdracht te plaatsen, zijn de regels voorzien in deze paragraaf van toepassing, ongeacht artikel 104. Niettemin, wanneer één van de betrokken activiteiten onder de titels 2, 3 of 3/1 van de wet defensie en veiligheid valt, is artikel 107 van toepassing.
Een opdracht voor meerdere activiteiten volgt de voorschriften die van toepassing zijn op de activiteit waarvoor de opdracht in hoofdzaak is bestemd.
In het geval van opdrachten waarbij niet objectief vast te stellen is voor welke activiteit de opdracht in hoofdzaak bedoeld is, worden de toepasselijke regels bepaald op de volgende wijze :
1° de opdracht wordt overeenkomstig titel 2 gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder onderhavige titel valt en de andere activiteit onder titel 2;
2° de opdracht wordt overeenkomstig onderhavige titel gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige titel valt en de andere activiteit onder de wet betreffende de concessieovereenkomsten;
3° de opdracht wordt overeenkomstig de onderhavige titel gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige titel valt en de andere activiteit noch onder de onderhavige titel, noch onder titel 2, noch onder de wet betreffende de concessieovereenkomsten valt.
Art.105. § 1er. Dans le cas de marchés destinés à couvrir plusieurs activités, les entités adjudicatrices peuvent décider de passer des marchés distincts pour chacune des différentes activités ou de passer un marché unique.
La décision de passer un marché unique ou de passer plusieurs marchés distincts ne peut toutefois être prise dans le but de soustraire le ou les marchés au champ d'application de la présente loi ou, le cas échéant, de la loi relative aux concessions.
§ 2. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer des marchés distincts, la décision concernant les règles applicables à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques des différentes activités concernées.
§ 3. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer un marché unique, les règles prévues au présent paragraphe s'appliquent, nonobstant l'article 104. Toutefois, lorsque l'une des activités concernées relève des titres 2, 3 ou 3/1 de la loi défense et sécurité, l'article 107 s'applique.
Un marché destiné à couvrir plusieurs activités suit les règles applicables à l'activité à laquelle il est principalement destiné.
Dans le cas d'un marché pour lequel il est objectivement impossible d'établir à quelle activité le marché est principalement destiné, les règles applicables sont déterminées de la manière suivante :
1° le marché est attribué conformément au titre 2, si l'une des activités auxquelles le marché est destiné relève du présent titre et l'autre du titre 2;
2° le marché est attribué conformément au présent titre, si l'une des activités auxquelles le marché est destiné relève du présent titre et l'autre activité de la loi relative aux concessions;
3° le marché est attribué conformément au présent titre, si l'une des activités auxquelles le marché est destiné relève du présent titre et si l'autre activité ne relève ni du présent titre, ni du titre 2, ni de la loi relative aux concessions.
La décision de passer un marché unique ou de passer plusieurs marchés distincts ne peut toutefois être prise dans le but de soustraire le ou les marchés au champ d'application de la présente loi ou, le cas échéant, de la loi relative aux concessions.
§ 2. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer des marchés distincts, la décision concernant les règles applicables à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques des différentes activités concernées.
§ 3. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer un marché unique, les règles prévues au présent paragraphe s'appliquent, nonobstant l'article 104. Toutefois, lorsque l'une des activités concernées relève des titres 2, 3 ou 3/1 de la loi défense et sécurité, l'article 107 s'applique.
Un marché destiné à couvrir plusieurs activités suit les règles applicables à l'activité à laquelle il est principalement destiné.
Dans le cas d'un marché pour lequel il est objectivement impossible d'établir à quelle activité le marché est principalement destiné, les règles applicables sont déterminées de la manière suivante :
1° le marché est attribué conformément au titre 2, si l'une des activités auxquelles le marché est destiné relève du présent titre et l'autre du titre 2;
2° le marché est attribué conformément au présent titre, si l'une des activités auxquelles le marché est destiné relève du présent titre et l'autre activité de la loi relative aux concessions;
3° le marché est attribué conformément au présent titre, si l'une des activités auxquelles le marché est destiné relève du présent titre et si l'autre activité ne relève ni du présent titre, ni du titre 2, ni de la loi relative aux concessions.
Onderafdeling 3. - Gemengde opdrachten die betrekking hebben op defensie- of veiligheidsaspecten
Sous-section 3. - Marchés mixtes comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité
Gemengde opdrachten die op dezelfde activiteit betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn
Marchés mixtes couvrant la même activité et comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité
Art.106. § 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, kan de opdracht overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst indien zij elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.
Wanneer de opdracht in datzelfde geval geen elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, kan zij overeenkomstig de titels 2 en 3 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende entiteit beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen van de opdracht afzonderlijke opdrachten te plaatsen, of om één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist om voor afzonderlijke delen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke deel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist één opdracht te plaatsen, gelden de volgende criteria om de toepasselijke juridische regeling te bepalen :
1° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de voormelde titel, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is;
2° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht overeenkomstig de voormelde titels worden geplaatst, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is. Deze bepaling geldt onverminderd de drempels en uitzonderingen van die wet.
De beslissing om één enkele opdracht te plaatsen mag evenwel niet zijn ingegeven door het oogmerk opdrachten aan de toepassing van de onderhavige wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid te onttrekken.
Wanneer bij de toepassing van het derde lid de voorwaarden van zowel 1° als 2° zijn vervuld, is de bepaling onder 1° van toepassing.
§ 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, kan de opdracht overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst indien zij elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.
Wanneer de opdracht in datzelfde geval geen elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, kan zij overeenkomstig de titels 2 en 3 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst.
§ 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende entiteit beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen van de opdracht afzonderlijke opdrachten te plaatsen, of om één enkele opdracht te plaatsen.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist om voor afzonderlijke delen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke deel in kwestie.
Wanneer de aanbestedende entiteit beslist één opdracht te plaatsen, gelden de volgende criteria om de toepasselijke juridische regeling te bepalen :
1° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de voormelde titel, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is;
2° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht overeenkomstig de voormelde titels worden geplaatst, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is. Deze bepaling geldt onverminderd de drempels en uitzonderingen van die wet.
De beslissing om één enkele opdracht te plaatsen mag evenwel niet zijn ingegeven door het oogmerk opdrachten aan de toepassing van de onderhavige wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid te onttrekken.
Wanneer bij de toepassing van het derde lid de voorwaarden van zowel 1° als 2° zijn vervuld, is de bepaling onder 1° van toepassing.
Art.106. § 1er. Le présent article s'applique aux marchés mixtes couvrant la même activité et qui ont à la fois pour objet des marchés relevant du présent titre et des marchés relevant des titres 2 ou 3 ou du titre 3/1 de la loi défense et sécurité.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le marché peut être passé conformément au titre 3/1 de la loi défense et sécurité lorsqu'il comporte des éléments relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.
Lorsque dans ce même cas, le marché ne comporte aucun élément relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, il peut être passé conformément aux titres 2 et 3 de la loi défense et sécurité.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, l'entité adjudicatrice peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou de passer un marché unique.
Lorsque l'entité adjudicatrice décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques de la partie spécifique en question.
Lorsque l'entité adjudicatrice choisit de passer un marché unique, les critères ci-après s'appliquent pour déterminer le régime juridique applicable :
1° lorsqu'une partie donnée d'un marché relève du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément au titre précité, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives;
2° lorsqu'une partie donnée d'un marché relève des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément aux titres précités, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives. Cette disposition vaut sans préjudice des seuils et exclusions prévus par ladite loi.
Cependant, la décision de passer un marché unique ne peut être prise dans le but d'exclure des marchés de l'application de la présente loi ou des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité.
Lorsque, pour l'application du troisième alinéa, tant les conditions du 1° que du 2° sont remplies, le 1° s'applique.
§ 2. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement inséparables, le marché peut être passé conformément au titre 3/1 de la loi défense et sécurité lorsqu'il comporte des éléments relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.
Lorsque dans ce même cas, le marché ne comporte aucun élément relevant de l'application de l'article 346 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, il peut être passé conformément aux titres 2 et 3 de la loi défense et sécurité.
§ 3. Lorsque les différentes parties d'un marché donné sont objectivement séparables, l'entité adjudicatrice peut décider de passer des marchés distincts pour les différentes parties du marché ou de passer un marché unique.
Lorsque l'entité adjudicatrice décide de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques de la partie spécifique en question.
Lorsque l'entité adjudicatrice choisit de passer un marché unique, les critères ci-après s'appliquent pour déterminer le régime juridique applicable :
1° lorsqu'une partie donnée d'un marché relève du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément au titre précité, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives;
2° lorsqu'une partie donnée d'un marché relève des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité, le marché peut être passé conformément aux titres précités, sous réserve que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives. Cette disposition vaut sans préjudice des seuils et exclusions prévus par ladite loi.
Cependant, la décision de passer un marché unique ne peut être prise dans le but d'exclure des marchés de l'application de la présente loi ou des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité.
Lorsque, pour l'application du troisième alinéa, tant les conditions du 1° que du 2° sont remplies, le 1° s'applique.
Opdrachten die op verschillende activiteiten betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn
Marchés mixtes couvrant plusieurs activités et comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité
Art.107. § 1. In het geval van opdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, die voor verschillende activiteiten moeten gelden kunnen de aanbestedende entiteiten besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten te gunnen of één enkele opdracht te plaatsen.
De keuze tussen de plaatsing van één opdracht of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag niet bedoeld zijn om de opdracht(en) uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid.
§ 2. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten voor onderscheiden onderdelen afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit welke wettelijke regeling op elk van deze afzonderlijke opdrachten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van de betrokken afzonderlijke activiteit.
§ 3. In het geval dat de aanbestedende entiteiten beslissen één enkel opdracht te plaatsen en dat de opdrachten die bedoeld zijn voor een activiteit die valt onder deze titel en voor een andere die :
1° valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid; of
2° valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid,
kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, in de in de eerste alinea, onder 1°, genoemde gevallen, en kan de opdracht zonder toepassing van deze titel worden gegund in de onder 2° genoemde gevallen. Deze alinea laat de drempels en uitzonderingen van de wet defensie en veiligheid onverlet.
Opdrachten als bedoeld in de eerste alinea, 1°, die daarnaast aankopen of andere elementen bevatten waarop titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid van toepassing is, kunnen worden gegund zonder toepassing van onderhavige titel.
Voor de toepassing van de eerste en de tweede alinea geldt evenwel als voorwaarde dat de plaatsing van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd moet zijn en het besluit om één enkele opdracht te gunnen niet tot doel heeft opdrachten van de toepassing van de onderhavige wet uit te zonderen.
De keuze tussen de plaatsing van één opdracht of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag niet bedoeld zijn om de opdracht(en) uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid.
§ 2. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten voor onderscheiden onderdelen afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit welke wettelijke regeling op elk van deze afzonderlijke opdrachten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van de betrokken afzonderlijke activiteit.
§ 3. In het geval dat de aanbestedende entiteiten beslissen één enkel opdracht te plaatsen en dat de opdrachten die bedoeld zijn voor een activiteit die valt onder deze titel en voor een andere die :
1° valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid; of
2° valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid,
kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, in de in de eerste alinea, onder 1°, genoemde gevallen, en kan de opdracht zonder toepassing van deze titel worden gegund in de onder 2° genoemde gevallen. Deze alinea laat de drempels en uitzonderingen van de wet defensie en veiligheid onverlet.
Opdrachten als bedoeld in de eerste alinea, 1°, die daarnaast aankopen of andere elementen bevatten waarop titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid van toepassing is, kunnen worden gegund zonder toepassing van onderhavige titel.
Voor de toepassing van de eerste en de tweede alinea geldt evenwel als voorwaarde dat de plaatsing van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd moet zijn en het besluit om één enkele opdracht te gunnen niet tot doel heeft opdrachten van de toepassing van de onderhavige wet uit te zonderen.
Art.107. § 1er. Dans le cas de marchés comportant des aspects ayant trait à la défense ou à la sécurité destinés à couvrir plusieurs activités, les entités adjudicatrices peuvent décider d'attribuer des marchés distincts pour chacune des différentes activités ou de passer un marché unique.
Le choix entre la passation d'un marché unique et la passation de plusieurs marchés distincts ne peut être effectué avec l'objectif d'exclure le ou les marchés du champ d'application de la présente loi ou des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité.
§ 2. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques de l'activité spécifique concernée.
§ 3. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer un marché unique et que les marchés couvrent une activité relevant du présent titre et une autre activité relevant :
1° des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité; ou
2° du titre 3/1 de la loi défense et sécurité,
le marché peut être passé conformément aux titre 2 ou 3 de la loi défense et sécurité dans les cas visés au premier alinéa, 1°, et il peut être passé sans appliquer le présent titre dans les cas visés au 2°. Le présent alinéa est sans préjudice des seuils et exclusions prévus par la loi défense et sécurité.
Les marchés visés au premier alinéa, 1°, qui en outre ont pour objet des achats ou d'autres éléments relevant du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, peuvent être passés sans appliquer le présent titre.
Toutefois, les premier et deuxième alinéas ne s'appliquent qu'à la condition que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives et que la décision de passer un marché unique ne soit pas prise dans le but de soustraire des marchés à l'application de la présente loi.
Le choix entre la passation d'un marché unique et la passation de plusieurs marchés distincts ne peut être effectué avec l'objectif d'exclure le ou les marchés du champ d'application de la présente loi ou des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité.
§ 2. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer des marchés distincts pour les différentes parties, la décision concernant le régime juridique applicable à chacun de ces marchés distincts est adoptée sur la base des caractéristiques de l'activité spécifique concernée.
§ 3. Lorsque les entités adjudicatrices décident de passer un marché unique et que les marchés couvrent une activité relevant du présent titre et une autre activité relevant :
1° des titres 2 ou 3 de la loi défense et sécurité; ou
2° du titre 3/1 de la loi défense et sécurité,
le marché peut être passé conformément aux titre 2 ou 3 de la loi défense et sécurité dans les cas visés au premier alinéa, 1°, et il peut être passé sans appliquer le présent titre dans les cas visés au 2°. Le présent alinéa est sans préjudice des seuils et exclusions prévus par la loi défense et sécurité.
Les marchés visés au premier alinéa, 1°, qui en outre ont pour objet des achats ou d'autres éléments relevant du titre 3/1 de la loi défense et sécurité, peuvent être passés sans appliquer le présent titre.
Toutefois, les premier et deuxième alinéas ne s'appliquent qu'à la condition que la passation d'un marché unique soit justifiée par des raisons objectives et que la décision de passer un marché unique ne soit pas prise dans le but de soustraire des marchés à l'application de la présente loi.
Afdeling 4. - Uitsluitingen
Section 4. - Exclusions
Onderafdeling 1. - Uitsluitingen die van toepassing zijn op alle aanbestedende entiteiten en bijzondere uitsluitingen voor de sectoren water- en energievoorziening
Sous-section 1re. - Exclusions applicables à toutes les entités adjudicatrices et exclusions spéciales pour les secteurs de l'eau et de l'énergie
Uitsluitingen die van toepassing zijn op alle aanbestedende entiteiten
Exclusions applicables à toutes les entités adjudicatrices
Art.108. Onderstaande uitsluitingen zijn van toepassing op de in de onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten :
1° artikel 27 met betrekking tot de overheidsopdrachten op grond van internationale voorschriften;
2° artikel 28 met betrekking tot bepaalde uitsluitingen voor opdrachten voor diensten;
3° artikel 29 met betrekking tot op basis van een alleenrecht geplaatste opdrachten voor diensten;
4° artikel 32 met betrekking tot onderzoeks-en ontwikkelingsdiensten.
Echter is artikel 28, § 1, eerste lid, 10°, met betrekking tot opdrachten voor diensten inzake politieke campagnes, niet van toepassing. De uitsluiting van artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, is slechts van toepassing op de opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten.
1° artikel 27 met betrekking tot de overheidsopdrachten op grond van internationale voorschriften;
2° artikel 28 met betrekking tot bepaalde uitsluitingen voor opdrachten voor diensten;
3° artikel 29 met betrekking tot op basis van een alleenrecht geplaatste opdrachten voor diensten;
4° artikel 32 met betrekking tot onderzoeks-en ontwikkelingsdiensten.
Echter is artikel 28, § 1, eerste lid, 10°, met betrekking tot opdrachten voor diensten inzake politieke campagnes, niet van toepassing. De uitsluiting van artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, is slechts van toepassing op de opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten.
Art.108. Sont applicables aux marchés publics visés par le présent titre, les exclusions suivantes :
1° l'article 27 concernant les marchés passés en vertu de règles internationales;
2° l'article 28 concernant certaines exclusions pour les marchés de services;
3° l'article 29 concernant les marchés de services passés sur la base d'un droit exclusif;
4° l'article 32 concernant les services de recherche et de développement.
Néanmoins, l'article 28, § 1er, alinéa 1er, 10°, relatif aux campagnes politiques n'est pas applicable. En ce qui concerne l'article 28, § 1er, alinéa 1er, 2°, l'exclusion ne s'applique qu'aux marchés concernant les temps de diffusion ou la fourniture de programmes qui sont attribués à des fournisseurs de services de médias audiovisuels ou radiophoniques.
1° l'article 27 concernant les marchés passés en vertu de règles internationales;
2° l'article 28 concernant certaines exclusions pour les marchés de services;
3° l'article 29 concernant les marchés de services passés sur la base d'un droit exclusif;
4° l'article 32 concernant les services de recherche et de développement.
Néanmoins, l'article 28, § 1er, alinéa 1er, 10°, relatif aux campagnes politiques n'est pas applicable. En ce qui concerne l'article 28, § 1er, alinéa 1er, 2°, l'exclusion ne s'applique qu'aux marchés concernant les temps de diffusion ou la fourniture de programmes qui sont attribués à des fournisseurs de services de médias audiovisuels ou radiophoniques.
Opdrachten geplaatst met het oog op doorverkoop of verhuur aan derden
Marchés passés à des fins de revente ou de location à des tiers
Art.109. De onderhavige titel is niet van toepassing op opdrachten geplaatst met het oog op doorverkoop of het verhuren aan derden, indien de aanbestedende entiteit geen bijzondere of uitsluitende rechten bezit om het voorwerp van deze opdrachten te verkopen of te verhuren en andere diensten vrij zijn om dit voorwerp te verkopen of te verhuren onder dezelfde voorwaarden als de aanbestedende entiteit.
De aanbestedende entiteiten doen de Europese Commissie desgevraagd mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die zij ingevolge het eerste lid als uitgesloten beschouwen.
Het onderhavige artikel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die worden geplaatst door een aankoopcentrale met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten.
De aanbestedende entiteiten doen de Europese Commissie desgevraagd mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die zij ingevolge het eerste lid als uitgesloten beschouwen.
Het onderhavige artikel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die worden geplaatst door een aankoopcentrale met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten.
Art.109. Le présent titre ne s'applique pas aux marchés passés à des fins de revente ou de location à des tiers, lorsque l'entité adjudicatrice ne bénéficie d'aucun droit spécial ou exclusif pour vendre ou louer l'objet de ces marchés et lorsque d'autres entités peuvent librement le vendre ou le louer dans les mêmes conditions que l'entité adjudicatrice.
Les entités adjudicatrices communiquent à la Commission européenne, à sa demande, toutes les catégories de produits et d'activités qu'elles considèrent comme exclues en vertu de l'alinéa 1er.
Le présent article ne s'applique pas aux marchés publics passés par une centrale d'achats en vue de mener des activités d'achat centralisées.
Les entités adjudicatrices communiquent à la Commission européenne, à sa demande, toutes les catégories de produits et d'activités qu'elles considèrent comme exclues en vertu de l'alinéa 1er.
Le présent article ne s'applique pas aux marchés publics passés par une centrale d'achats en vue de mener des activités d'achat centralisées.
Overheidsopdrachten en prijsvragen voor andere doeleinden dan de uitoefening van een betrokken activiteit of voor de uitoefening van een dergelijke activiteit in een derde land
Marchés publics et concours passés ou organisés à des fins autres que la poursuite d'une activité visée dans les secteurs spéciaux ou pour la poursuite d'une telle activité dans un pays tiers
Art.110. De onderhavige titel is niet van toepassing op overheidsopdrachten die de aanbestedende entiteiten plaatsten voor andere doeleinden dan de uitoefening van hun activiteiten als bedoeld in de artikelen 96 tot 102 of voor de uitoefening van deze activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen sprake is van materiële uitbating van een netwerk of van een geografisch gebied binnen de Unie, en is evenmin van toepassing op prijsvragen die met dat doel worden georganiseerd.
De aanbestedende entiteiten doen de Europese Commissie desgevraagd mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die zij ingevolge het eerste lid als uitgesloten beschouwen.
De aanbestedende entiteiten doen de Europese Commissie desgevraagd mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die zij ingevolge het eerste lid als uitgesloten beschouwen.
Art.110. Le présent titre ne s'applique pas aux marchés publics que les entités adjudicatrices passent à des fins autres que la poursuite de leurs activités visées aux articles 96 à 102 ou pour la poursuite de ces activités dans un pays tiers, dans des conditions n'impliquant pas l'exploitation physique d'un réseau ou d'une aire géographique à l'intérieur de la Communauté, ni aux concours organisés à de telles fins.
Les entités adjudicatrices communiquent à la Commission, à sa demande, toute activité qu'elles considèrent comme exclue en vertu de l'alinéa 1er.
Les entités adjudicatrices communiquent à la Commission, à sa demande, toute activité qu'elles considèrent comme exclue en vertu de l'alinéa 1er.
Door bepaalde aanbestedende entiteiten gegunde opdrachten voor de aankoop van water en voor de levering van energie of brandstoffen, bestemd voor de opwekking van energie
Marchés passés par certaines entités adjudicatrices pour l'achat d'eau et pour la fourniture d'énergie ou de combustibles destinés à la production d'énergie
Art.111. De onderhavige titel is niet van toepassing op :
1° opdrachten voor de aankoop van water, geplaatst door aanbestedende entiteiten die betrokken zijn bij een of beide van de activiteiten betreffende drinkwater als bedoeld in artikel 98, § 1;
2° opdrachten van aanbestedende entiteiten die zelf werkzaam zijn in de energiesector doordat zij betrokken zijn bij een activiteit als bedoeld in artikel 96, § 1, artikel 97, § 1 of in artikel 102 voor de levering van :
a) energie;
b) brandstoffen voor de opwekking van energie.
1° opdrachten voor de aankoop van water, geplaatst door aanbestedende entiteiten die betrokken zijn bij een of beide van de activiteiten betreffende drinkwater als bedoeld in artikel 98, § 1;
2° opdrachten van aanbestedende entiteiten die zelf werkzaam zijn in de energiesector doordat zij betrokken zijn bij een activiteit als bedoeld in artikel 96, § 1, artikel 97, § 1 of in artikel 102 voor de levering van :
a) energie;
b) brandstoffen voor de opwekking van energie.
Art.111. Le présent titre ne s'applique pas :
1° aux marchés pour l'achat d'eau, pour autant qu'ils soient passés par des entités adjudicatrices exerçant une ou les deux activités relatives à l'eau potable visées à l'article 98, § 1er;
2° aux marchés passés par des entités adjudicatrices elles-mêmes présentes dans le secteur de l'énergie du fait qu'elles exercent l'une des activités visées à l'article 96, § 1er, à l'article 97, § 1er, ou à l'article 102 pour la fourniture :
a) d'énergie;
b) de combustibles destinés à la production d'énergie.
1° aux marchés pour l'achat d'eau, pour autant qu'ils soient passés par des entités adjudicatrices exerçant une ou les deux activités relatives à l'eau potable visées à l'article 98, § 1er;
2° aux marchés passés par des entités adjudicatrices elles-mêmes présentes dans le secteur de l'énergie du fait qu'elles exercent l'une des activités visées à l'article 96, § 1er, à l'article 97, § 1er, ou à l'article 102 pour la fourniture :
a) d'énergie;
b) de combustibles destinés à la production d'énergie.
Onderafdeling 2. - Uitsluiting in de defensie en veiligheidsdomeinen
Sous-section 2. - Exclusion dans les domaines de la défense et de la sécurité
Defensie en veiligheid, met inbegrip van opdrachten waaraan defensie-of veiligheidsaspecten verbonden zijn die overeenkomstig internationale regels worden geplaatst
Défense et sécurité, en ce compris les marchés ayant trait à des aspects de défense et de sécurité passés conformément à des règles internationales
Art.112. De artikelen 33 en 34 zijn van toepassing op de in onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten.
Art.112. Les articles 33 et 34 sont applicables aux marchés publics visés par le présent titre.
Onderafdeling 3. - Samenwerking, verbonden ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen
Sous-section 3. - Coopération, entreprises liées et coentreprises
Inhouse toezicht en niet-geïnstitutionaliseerde horizontale samenwerking
Contrôle "in house" et coopération horizontale non-institutionnalisée
Art.113. De artikelen 30 en 31 zijn van toepassing op de in onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten.
Art.113. Les articles 30 et 31 sont applicables aux marchés publics visés par le présent titre.
Opdrachten gegund aan een verbonden onderneming
Marchés attribués à une entreprise liée
Art.114. § 1. In dit artikel wordt onder "verbonden onderneming" verstaan elke onderneming waarvan de jaarrekening geconsolideerd is met die van de aanbestedende entiteit overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, hierna richtlijn 2013/34/EU genoemd.
Indien het instanties betreft die volgens richtlijn 2013/34/EU niet onder die richtlijn vallen, wordt onder "verbonden onderneming" verstaan, elke onderneming die :
1° al dan niet rechtstreeks onderworpen kan zijn aan een overheersende invloed van de aanbestedende instantie;
2° die een overheersende invloed op de aanbestedende entiteit kan uitoefenen; of
3° die gezamenlijk met de aanbestedende entiteit aan de overheersende invloed van een andere onderneming is onderworpen uit hoofde van eigendom, financiële deelname of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt "overheersende invloed" vermoed in de in artikel 2, 2°, bedoelde gevallen.
§ 2. Onverminderd de artikelen 30 en 31 en mits aan de voorwaarden van paragraaf 3 wordt voldaan, is de onderhavige titel niet van toepassing op opdrachten :
1° die een aanbestedende entiteit plaatst bij een met hem verbonden onderneming;
2° die een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit meerdere aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten plaatst bij een met een van deze aanbestedende entiteiten verbonden onderneming.
§ 3. Paragraaf 2 is van toepassing :
1° op opdrachten voor diensten, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle diensten die zij de laatste drie jaar heeft verleend, afkomstig is van het verlenen van diensten aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;
2° op opdrachten voor leveringen, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle leveringen die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van leveringen aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;
3° op opdrachten voor werken, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle werken die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van werken voor de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is.
§ 4. Wanneer in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming de omzet over de afgelopen drie jaar niet beschikbaar is, volstaat het dat deze onderneming, met name door bedrijfsprognoses, aantoont dat de in paragraaf 3, onder 1°, 2° of 3°, bedoelde omzet aannemelijk is.
§ 5. Wanneer dezelfde of soortgelijke werken, leveringen of diensten worden verricht door meer dan één onderneming die is verbonden met de aanbestedende entiteit waarmee zij een economische groep vormen, wordt bij de berekening van de bovengenoemde percentages rekening gehouden met de totale omzet die voortvloeit uit het verrichten van respectievelijk diensten, leveringen of werken door deze verbonden ondernemingen.
Indien het instanties betreft die volgens richtlijn 2013/34/EU niet onder die richtlijn vallen, wordt onder "verbonden onderneming" verstaan, elke onderneming die :
1° al dan niet rechtstreeks onderworpen kan zijn aan een overheersende invloed van de aanbestedende instantie;
2° die een overheersende invloed op de aanbestedende entiteit kan uitoefenen; of
3° die gezamenlijk met de aanbestedende entiteit aan de overheersende invloed van een andere onderneming is onderworpen uit hoofde van eigendom, financiële deelname of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt "overheersende invloed" vermoed in de in artikel 2, 2°, bedoelde gevallen.
§ 2. Onverminderd de artikelen 30 en 31 en mits aan de voorwaarden van paragraaf 3 wordt voldaan, is de onderhavige titel niet van toepassing op opdrachten :
1° die een aanbestedende entiteit plaatst bij een met hem verbonden onderneming;
2° die een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit meerdere aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten plaatst bij een met een van deze aanbestedende entiteiten verbonden onderneming.
§ 3. Paragraaf 2 is van toepassing :
1° op opdrachten voor diensten, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle diensten die zij de laatste drie jaar heeft verleend, afkomstig is van het verlenen van diensten aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;
2° op opdrachten voor leveringen, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle leveringen die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van leveringen aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;
3° op opdrachten voor werken, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle werken die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van werken voor de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is.
§ 4. Wanneer in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming de omzet over de afgelopen drie jaar niet beschikbaar is, volstaat het dat deze onderneming, met name door bedrijfsprognoses, aantoont dat de in paragraaf 3, onder 1°, 2° of 3°, bedoelde omzet aannemelijk is.
§ 5. Wanneer dezelfde of soortgelijke werken, leveringen of diensten worden verricht door meer dan één onderneming die is verbonden met de aanbestedende entiteit waarmee zij een economische groep vormen, wordt bij de berekening van de bovengenoemde percentages rekening gehouden met de totale omzet die voortvloeit uit het verrichten van respectievelijk diensten, leveringen of werken door deze verbonden ondernemingen.
Art.114. § 1er. Aux fins du présent article, on entend par "entreprise liée" toute entreprise dont les comptes annuels sont consolidés avec ceux de l'entité adjudicatrice conformément aux exigences de la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 relative aux états financiers annuels, aux états financiers consolidés et aux rapports y afférents de certaines formes d'entreprises, ci-après dénommée la directive 2013/34/UE.
En ce qui concerne les entités qui ne relèvent pas de la directive 2013/34/UE, on entend par "entreprise liée" une entreprise :
1° susceptible d'être directement ou indirectement soumise à l'influence dominante de l'entité adjudicatrice;
2° susceptible d'exercer une influence dominante sur l'entité adjudicatrice; ou
3° qui, de même que l'entité adjudicatrice, est soumise à l'influence dominante d'une autre entreprise du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent.
Aux fins du présent paragraphe, l' "influence dominante" est présumée dans les cas visés à l'article 2, 2°.
§ 2. Nonobstant les articles 30 et 31, et dans la mesure où les conditions prévues au paragraphe 3 sont remplies, le présent titre ne s'applique pas aux marchés :
1° passés par une entité adjudicatrice auprès d'une entreprise liée; ou
2° passés par une coentreprise, exclusivement constituée de plusieurs entités adjudicatrices aux fins de la poursuite des activités décrites aux articles 96 à 102, auprès d'une entreprise liée à une de ces entités adjudicatrices.
§ 3. Le paragraphe 2 s'applique :
1° aux marchés de services, pour autant que 80 pour cent au moins du chiffre d'affaires moyen total que l'entreprise liée a réalisé au cours des trois dernières années, en prenant en compte tous les services fournis par ladite entreprise, proviennent de la prestation de services à l'entité adjudicatrice ou à d'autres entreprises auxquelles elle est liée;
2° aux marchés de fournitures, pour autant que 80 pour cent au moins du chiffre d'affaires moyen total que l'entreprise liée a réalisé au cours des trois dernières années, en prenant en compte toutes les fournitures mises à disposition par ladite entreprise, proviennent de la livraison de fournitures à l'entité adjudicatrice ou à d'autres entreprises auxquelles elle est liée;
3° aux marchés de travaux, pour autant que 80 pour cent au moins du chiffre d'affaires moyen total que l'entreprise liée a réalisé, en prenant en compte tous les travaux fournis par ladite entreprise au cours des trois dernières années, provienne de l'exécution de travaux pour l'entité adjudicatrice ou à d'autres entreprises auxquelles elle est liée.
§ 4. Lorsque, du fait de la date de création ou de début d'activités de l'entreprise liée, le chiffre d'affaires n'est pas disponible pour les trois dernières années, il suffit que cette entreprise montre que la réalisation du chiffre d'affaires visé au paragraphe 3, 1°, 2° ou 3°, est vraisemblable, notamment par des projections d'activités.
§ 5. Lorsque les mêmes services, fournitures ou travaux, ou des services, fournitures ou travaux similaires sont fournis par plus d'une entreprise liée à l'entité adjudicatrice avec laquelle elles forment un groupement économique, les pourcentages sont calculés en tenant compte du chiffre d'affaires total résultant, respectivement, de la fourniture de services, de la mise à disposition de fournitures et de la fourniture de travaux par ces entreprises liées.
En ce qui concerne les entités qui ne relèvent pas de la directive 2013/34/UE, on entend par "entreprise liée" une entreprise :
1° susceptible d'être directement ou indirectement soumise à l'influence dominante de l'entité adjudicatrice;
2° susceptible d'exercer une influence dominante sur l'entité adjudicatrice; ou
3° qui, de même que l'entité adjudicatrice, est soumise à l'influence dominante d'une autre entreprise du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent.
Aux fins du présent paragraphe, l' "influence dominante" est présumée dans les cas visés à l'article 2, 2°.
§ 2. Nonobstant les articles 30 et 31, et dans la mesure où les conditions prévues au paragraphe 3 sont remplies, le présent titre ne s'applique pas aux marchés :
1° passés par une entité adjudicatrice auprès d'une entreprise liée; ou
2° passés par une coentreprise, exclusivement constituée de plusieurs entités adjudicatrices aux fins de la poursuite des activités décrites aux articles 96 à 102, auprès d'une entreprise liée à une de ces entités adjudicatrices.
§ 3. Le paragraphe 2 s'applique :
1° aux marchés de services, pour autant que 80 pour cent au moins du chiffre d'affaires moyen total que l'entreprise liée a réalisé au cours des trois dernières années, en prenant en compte tous les services fournis par ladite entreprise, proviennent de la prestation de services à l'entité adjudicatrice ou à d'autres entreprises auxquelles elle est liée;
2° aux marchés de fournitures, pour autant que 80 pour cent au moins du chiffre d'affaires moyen total que l'entreprise liée a réalisé au cours des trois dernières années, en prenant en compte toutes les fournitures mises à disposition par ladite entreprise, proviennent de la livraison de fournitures à l'entité adjudicatrice ou à d'autres entreprises auxquelles elle est liée;
3° aux marchés de travaux, pour autant que 80 pour cent au moins du chiffre d'affaires moyen total que l'entreprise liée a réalisé, en prenant en compte tous les travaux fournis par ladite entreprise au cours des trois dernières années, provienne de l'exécution de travaux pour l'entité adjudicatrice ou à d'autres entreprises auxquelles elle est liée.
§ 4. Lorsque, du fait de la date de création ou de début d'activités de l'entreprise liée, le chiffre d'affaires n'est pas disponible pour les trois dernières années, il suffit que cette entreprise montre que la réalisation du chiffre d'affaires visé au paragraphe 3, 1°, 2° ou 3°, est vraisemblable, notamment par des projections d'activités.
§ 5. Lorsque les mêmes services, fournitures ou travaux, ou des services, fournitures ou travaux similaires sont fournis par plus d'une entreprise liée à l'entité adjudicatrice avec laquelle elles forment un groupement économique, les pourcentages sont calculés en tenant compte du chiffre d'affaires total résultant, respectivement, de la fourniture de services, de la mise à disposition de fournitures et de la fourniture de travaux par ces entreprises liées.
Opdrachten gegund aan een gezamenlijke onderneming of aan een aanbestedende entiteit die deel uitmaakt van een gezamenlijke onderneming
Marchés attribués à une coentreprise ou à une entité adjudicatrice faisant partie d'une coentreprise
Art.115. Niettegenstaande de artikelen 30 en 31 en mits de gezamenlijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument tot oprichting van deze gezamenlijke onderneming bepaalt dat de aanbestedende entiteiten waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten minste dezelfde termijn, is de onderhavige titel niet van toepassing op opdrachten die :
1° door een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten worden geplaatst bij een van die aanbestedende entiteiten; of
2° door een aanbestedende entiteit worden geplaatst bij deze gezamenlijke onderneming waarvan zij deel uitmaakt.
1° door een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten worden geplaatst bij een van die aanbestedende entiteiten; of
2° door een aanbestedende entiteit worden geplaatst bij deze gezamenlijke onderneming waarvan zij deel uitmaakt.
Art.115. Nonobstant les articles 30 et 31, et pour autant que la coentreprise ait été constituée dans le but de poursuivre l'activité en question pendant une période d'au moins trois ans et que l'instrument constituant la coentreprise stipule que les entités adjudicatrices qui la composent en feront partie intégrante pendant au moins la même période, le présent titre ne s'applique pas aux marchés passés :
1° par une coentreprise exclusivement constituée de plusieurs entités adjudicatrices aux fins de la poursuite des activités au sens des articles 96 à 102 auprès d'une de ces entités adjudicatrices; ou
2° par une entité adjudicatrice auprès d'une telle coentreprise, dont elle fait partie.
1° par une coentreprise exclusivement constituée de plusieurs entités adjudicatrices aux fins de la poursuite des activités au sens des articles 96 à 102 auprès d'une de ces entités adjudicatrices; ou
2° par une entité adjudicatrice auprès d'une telle coentreprise, dont elle fait partie.
Onderafdeling 4. - Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie
Sous-section 4. - Activités directement exposées à la concurrence
Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie - Procedure vrijstellingsaanvragen
Exclusion relative aux activités directement exposées à la concurrence Procédure de demande d'exemption
Art.116. De onderhavige titel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die de aanbestedende entiteiten plaatsen met het oog op de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten, wanneer de uitgeoefende activiteiten rechtstreeks blootstaan aan mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is. Deze uitsluiting is evenwel afhankelijk van een procedure inzake vrijstellingsaanvragen door de nationale bevoegde overheid en van een beslissing van de Europese Commissie.
De Koning bepaalt de materiële en procedure bijkomende regels wat de vrijstellingsaanvraag betreft.
De Koning bepaalt de materiële en procedure bijkomende regels wat de vrijstellingsaanvraag betreft.
Art.116. Le présent titre ne s'applique pas aux marchés publics que les entités adjudicatrices passent pour la poursuite des activités visées aux articles 96 à 102 si l'activité prestée est directement exposée à la concurrence, sur des marchés dont l'accès n'est pas limité. Cette exclusion est toutefois subordonnée à une procédure de demande d'exemption par l'autorité nationale compétente et à une décision de la Commission européenne.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles de la demande d'exemption.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles de la demande d'exemption.
HOOFDSTUK 2. - Plaatsingsprocedures
CHAPITRE 2. - Procédures de passation
Keuze van de procedure
Choix de la procédure
Art.117. § 1. De plaatsing van de overheidsopdrachten gebeurt volgens een van de volgende procedures, mits een oproep tot mededinging werd bekendgemaakt :
1° de openbare procedure;
2° de niet-openbare procedure;
3° de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
4° de concurrentiegerichte dialoog;
5° het innovatiepartnerschap, onder de in artikel 122 bepaalde voorwaarden;
6° de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, onder de in artikel 123 bepaalde voorwaarden.
In de in artikel 124 uitdrukkelijk vermelde gevallen en omstandigheden kunnen opdrachten worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde oproep tot mededinging kan geschieden op een van de volgende wijzen :
1° een periodieke indicatieve aankondiging overeenkomstig artikel 139 wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
2° een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem overeenkomstig artikel 140 wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, of in een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap;
3° een aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten overeenkomstig artikel 141, wanneer de opdracht, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
4° door middel van een aankondiging van opdracht overeenkomstig artikel 142.
In het onder 1° bedoelde geval worden ondernemers die hun belangstelling na de bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging te kennen hebben gegeven, vervolgens uitgenodigd hun belangstelling schriftelijk te bevestigen door middel van een uitnodiging tot bevestiging van belangstelling overeenkomstig artikel 146, § 1, tweede lid.
1° de openbare procedure;
2° de niet-openbare procedure;
3° de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
4° de concurrentiegerichte dialoog;
5° het innovatiepartnerschap, onder de in artikel 122 bepaalde voorwaarden;
6° de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, onder de in artikel 123 bepaalde voorwaarden.
In de in artikel 124 uitdrukkelijk vermelde gevallen en omstandigheden kunnen opdrachten worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde oproep tot mededinging kan geschieden op een van de volgende wijzen :
1° een periodieke indicatieve aankondiging overeenkomstig artikel 139 wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
2° een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem overeenkomstig artikel 140 wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, of in een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap;
3° een aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten overeenkomstig artikel 141, wanneer de opdracht, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
4° door middel van een aankondiging van opdracht overeenkomstig artikel 142.
In het onder 1° bedoelde geval worden ondernemers die hun belangstelling na de bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging te kennen hebben gegeven, vervolgens uitgenodigd hun belangstelling schriftelijk te bevestigen door middel van een uitnodiging tot bevestiging van belangstelling overeenkomstig artikel 146, § 1, tweede lid.
Art.117. § 1er. La passation des marchés publics se fait selon l'une des procédures suivantes, pour autant qu'un appel à la concurrence ait été publié :
1° la procédure ouverte;
2° la procédure restreinte;
3° la procédure négociée avec mise en concurrence préalable;
4° le dialogue compétitif;
5° le partenariat d'innovation, selon les conditions fixées à l'article 122;
6° la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, selon les conditions fixées à l'article 123.
Dans les cas et circonstances expressément visés à l'article 124, les marchés peuvent être passés par procédure négociée sans mise en concurrence préalable.
§ 2. L'appel à la concurrence visé au paragraphe 1er peut être effectué par l'un des moyens suivants :
1° un avis périodique indicatif, conformément à l'article 139, lorsque le marché est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable;
2° un avis sur l'existence d'un système de qualification, conformément à l'article 140, lorsque le marché est passé selon une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable ou selon un dialogue compétitif ou un partenariat d'innovation;
3° un avis relatif à l'établissement d'une liste de candidats sélectionnés conformément à l'article 141, lorsque le marché, dont le montant estimé est inférieur aux seuils de publicité européenne, est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable;
4° un avis de marché conformément à l'article 142.
Dans le cas visé au point 1°, les opérateurs économiques qui ont manifesté leur intérêt à la suite de la publication de l'avis périodique indicatif sont ultérieurement invités à confirmer leur intérêt par écrit au moyen d'une invitation à confirmer l'intérêt, conformément à l'article 146, § 1er, alinéa 2.
1° la procédure ouverte;
2° la procédure restreinte;
3° la procédure négociée avec mise en concurrence préalable;
4° le dialogue compétitif;
5° le partenariat d'innovation, selon les conditions fixées à l'article 122;
6° la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, selon les conditions fixées à l'article 123.
Dans les cas et circonstances expressément visés à l'article 124, les marchés peuvent être passés par procédure négociée sans mise en concurrence préalable.
§ 2. L'appel à la concurrence visé au paragraphe 1er peut être effectué par l'un des moyens suivants :
1° un avis périodique indicatif, conformément à l'article 139, lorsque le marché est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable;
2° un avis sur l'existence d'un système de qualification, conformément à l'article 140, lorsque le marché est passé selon une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable ou selon un dialogue compétitif ou un partenariat d'innovation;
3° un avis relatif à l'établissement d'une liste de candidats sélectionnés conformément à l'article 141, lorsque le marché, dont le montant estimé est inférieur aux seuils de publicité européenne, est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable;
4° un avis de marché conformément à l'article 142.
Dans le cas visé au point 1°, les opérateurs économiques qui ont manifesté leur intérêt à la suite de la publication de l'avis périodique indicatif sont ultérieurement invités à confirmer leur intérêt par écrit au moyen d'une invitation à confirmer l'intérêt, conformément à l'article 146, § 1er, alinéa 2.
Openbare procedure
Procédure ouverte
Art.118. § 1. In een openbare procedure kan elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte indienen.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste vijfendertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende entiteit gevraagde informatie voor de selectie.
§ 2. Indien de aanbestedende entiteit een periodieke indicatieve aankondiging heeft bekendgemaakt die zelf niet als oproep tot mededinging werd gebruikt, kan de minimale termijn voor ontvangst van de offertes als vastgesteld in paragraaf 1, tweede alinea, worden verkort tot vijftien dagen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan :
1° de periodieke indicatieve aankondiging bevatte alle door de Koning bepaalde informatie, voor zover laatstbedoelde informatie bij de bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging beschikbaar was;
2° de periodieke indicatieve aankondiging is tenminste 35 dagen en ten hoogste twaalf maanden vóór de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht ter bekendmaking verzonden.
§ 3. De aanbestedende entiteit kan, wanneer het in een urgente situatie welke door de aanbestedende entiteit naar behoren is onderbouwd, niet haalbaar blijkt de in paragraaf 1, tweede alinea, bepaalde termijnen in acht te nemen, een termijn vaststellen die niet minder bedraagt dan vijftien dagen te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht, wanneer het geraamd bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger dan de drempels bepaald voor de Europese bekendmaking en niet minder dan tien dagen, indien het geraamd bedrag lager ligt dan deze drempel.
§ 4. De aanbestedende entiteit kan de in paragraaf 1, tweede lid, bepaalde termijn voor ontvangst van offertes met vijf dagen verkorten indien de offertes langs elektronische weg worden ingediend overeenkomstig de door en krachtens artikel 14, § 1, tweede lid en §§ 5 tot 7, bepaalde regels betreffende de elektronische platformen.
§ 5. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de openbare procedure.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste vijfendertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende entiteit gevraagde informatie voor de selectie.
§ 2. Indien de aanbestedende entiteit een periodieke indicatieve aankondiging heeft bekendgemaakt die zelf niet als oproep tot mededinging werd gebruikt, kan de minimale termijn voor ontvangst van de offertes als vastgesteld in paragraaf 1, tweede alinea, worden verkort tot vijftien dagen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan :
1° de periodieke indicatieve aankondiging bevatte alle door de Koning bepaalde informatie, voor zover laatstbedoelde informatie bij de bekendmaking van de periodieke indicatieve aankondiging beschikbaar was;
2° de periodieke indicatieve aankondiging is tenminste 35 dagen en ten hoogste twaalf maanden vóór de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht ter bekendmaking verzonden.
§ 3. De aanbestedende entiteit kan, wanneer het in een urgente situatie welke door de aanbestedende entiteit naar behoren is onderbouwd, niet haalbaar blijkt de in paragraaf 1, tweede alinea, bepaalde termijnen in acht te nemen, een termijn vaststellen die niet minder bedraagt dan vijftien dagen te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht, wanneer het geraamd bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger dan de drempels bepaald voor de Europese bekendmaking en niet minder dan tien dagen, indien het geraamd bedrag lager ligt dan deze drempel.
§ 4. De aanbestedende entiteit kan de in paragraaf 1, tweede lid, bepaalde termijn voor ontvangst van offertes met vijf dagen verkorten indien de offertes langs elektronische weg worden ingediend overeenkomstig de door en krachtens artikel 14, § 1, tweede lid en §§ 5 tot 7, bepaalde regels betreffende de elektronische platformen.
§ 5. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de openbare procedure.
Art.118. § 1er. Dans une procédure ouverte, tout opérateur économique intéressé peut soumettre une offre en réponse à un avis de marché.
Le délai minimal de réception des offres est de trente-cinq jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par l'entité adjudicatrice.
§ 2. Dans le cas où l'entité adjudicatrice publie un avis périodique indicatif qui n'est pas utilisé en tant que moyen d'appel à la concurrence, le délai minimal de réception des offres visé au paragraphe 1er, deuxième alinéa, peut être ramené à quinze jours, à condition que toutes les conditions suivantes soient réunies :
1° l'avis périodique indicatif contenait toutes les informations fixées par le Roi, dans la mesure où celles-ci étaient disponibles au moment de la publication de l'avis;
2° l'avis périodique indicatif a été envoyé pour publication de trente-cinq jours à douze mois avant la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 3. Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par l'entité adjudicatrice, rend le délai minimal prévu au paragraphe 1er, deuxième alinéa, impossible à respecter, elle peut fixer un délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne et à dix jours, lorsque le montant estimé du marché est inférieur à ce seuil.
§ 4. L'entité adjudicatrice peut réduire de cinq jours le délai de réception des offres prévu au paragraphe 1er, deuxième alinéa, si les offres sont soumises par voie électronique conformément aux règles relatives aux plateformes électroniques prises par et en vertu de l'article 14, § 1er, alinéa 2 et §§ 5 à 7.
§ 5. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure ouverte.
Le délai minimal de réception des offres est de trente-cinq jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par l'entité adjudicatrice.
§ 2. Dans le cas où l'entité adjudicatrice publie un avis périodique indicatif qui n'est pas utilisé en tant que moyen d'appel à la concurrence, le délai minimal de réception des offres visé au paragraphe 1er, deuxième alinéa, peut être ramené à quinze jours, à condition que toutes les conditions suivantes soient réunies :
1° l'avis périodique indicatif contenait toutes les informations fixées par le Roi, dans la mesure où celles-ci étaient disponibles au moment de la publication de l'avis;
2° l'avis périodique indicatif a été envoyé pour publication de trente-cinq jours à douze mois avant la date d'envoi de l'avis de marché.
§ 3. Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par l'entité adjudicatrice, rend le délai minimal prévu au paragraphe 1er, deuxième alinéa, impossible à respecter, elle peut fixer un délai qui ne peut être inférieur à quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne et à dix jours, lorsque le montant estimé du marché est inférieur à ce seuil.
§ 4. L'entité adjudicatrice peut réduire de cinq jours le délai de réception des offres prévu au paragraphe 1er, deuxième alinéa, si les offres sont soumises par voie électronique conformément aux règles relatives aux plateformes électroniques prises par et en vertu de l'article 14, § 1er, alinéa 2 et §§ 5 à 7.
§ 5. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure ouverte.
Niet-openbare procedure
Procédure restreinte
Art.119. § 1. In een niet-openbare procedure kan elke ondernemer naar aanleiding van een oproep tot mededinging een aanvraag tot deelneming indienen door verstrekking van de door de aanbestedende entiteit gevraagde informatie voor de selectie.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, bedraagt de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming in het algemeen niet minder dan dertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht of van het verzoek tot bevestiging van belangstelling en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, bedraagt de termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming tenminste vijftien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling of de aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten. De aanbestedende entiteit kan echter een termijn vaststellen die niet korter kan zijn dan tien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, wanneer het in een urgente situatie die degelijk door haar werd onderbouwd, onmogelijk is de minimumtermijn die in dit lid is voorzien te eerbiedigen.
§ 2. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie door de aanbestedende entiteit daarom worden verzocht, kunnen een offerte indienen. De aanbestedende entiteit kan in overeenstemming met artikel 149, lid 2, het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken.
De termijn voor ontvangst van de offertes kan in onderling overleg tussen de aanbestedende entiteit en de geselecteerde kandidaten worden vastgesteld, mits alle geselecteerde kandidaten evenveel tijd krijgen om hun offertes voor te bereiden en in te dienen.
Wanneer er geen overeenstemming is over de termijn voor ontvangst van de offertes, bedraagt die termijn tenminste tien dagen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de niet-openbare procedure.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, bedraagt de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming in het algemeen niet minder dan dertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht of van het verzoek tot bevestiging van belangstelling en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, bedraagt de termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming tenminste vijftien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling of de aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten. De aanbestedende entiteit kan echter een termijn vaststellen die niet korter kan zijn dan tien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, wanneer het in een urgente situatie die degelijk door haar werd onderbouwd, onmogelijk is de minimumtermijn die in dit lid is voorzien te eerbiedigen.
§ 2. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie door de aanbestedende entiteit daarom worden verzocht, kunnen een offerte indienen. De aanbestedende entiteit kan in overeenstemming met artikel 149, lid 2, het aantal kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd, beperken.
De termijn voor ontvangst van de offertes kan in onderling overleg tussen de aanbestedende entiteit en de geselecteerde kandidaten worden vastgesteld, mits alle geselecteerde kandidaten evenveel tijd krijgen om hun offertes voor te bereiden en in te dienen.
Wanneer er geen overeenstemming is over de termijn voor ontvangst van de offertes, bedraagt die termijn tenminste tien dagen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de niet-openbare procedure.
Art.119. § 1er. Dans une procédure restreinte, tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation en réponse à un appel à la concurrence en fournissant les informations aux fins de la sélection réclamées par l'entité adjudicatrice.
Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai de réception des demandes de participation est au moins de quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, de l'invitation à confirmer l'intérêt ou de l'avis d'établissement d'une liste de candidats sélectionnés. L'entité adjudicatrice peut toutefois fixer un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par celle-ci, rend le délai minimal prévu au présent alinéa, impossible à respecter.
§ 2. Seuls les opérateurs économiques invités à le faire par l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation par celle-ci des informations fournies peuvent soumettre une offre. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2.
Le délai de réception des offres peut être fixé d'un commun accord entre l'entité adjudicatrice et les candidats sélectionnés, pour autant que tous les candidats sélectionnés disposent d'un délai identique pour préparer et soumettre leurs offres.
En l'absence d'un accord sur le délai de réception des offres, le délai n'est pas inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure restreinte.
Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai de réception des demandes de participation est au moins de quinze jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, de l'invitation à confirmer l'intérêt ou de l'avis d'établissement d'une liste de candidats sélectionnés. L'entité adjudicatrice peut toutefois fixer un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par celle-ci, rend le délai minimal prévu au présent alinéa, impossible à respecter.
§ 2. Seuls les opérateurs économiques invités à le faire par l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation par celle-ci des informations fournies peuvent soumettre une offre. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2.
Le délai de réception des offres peut être fixé d'un commun accord entre l'entité adjudicatrice et les candidats sélectionnés, pour autant que tous les candidats sélectionnés disposent d'un délai identique pour préparer et soumettre leurs offres.
En l'absence d'un accord sur le délai de réception des offres, le délai n'est pas inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure restreinte.
Onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging
Procédure négociée avec mise en concurrence préalable
Art.120. § 1. In onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging kan elke ondernemer een aanvraag tot deelneming indienen naar aanleiding van een oproep tot mededinging,door de aanbestedende entiteit gevraagde informatie voor de selectie.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming in het algemeen niet minder dan dertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht of van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, of wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, bedraagt de termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming niet minder dan vijftien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling of van de aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten. De aanbestedende entiteit kan echter een termijn vaststellen die niet korter kan zijn dan tien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, wanneer het in een urgente situatie die degelijk door haar werd onderbouwd, onmogelijk is de minimumtermijn die in dit lid is voorzien te eerbiedigen.
§ 2. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende entiteit worden uitgenodigd, kunnen aan de onderhandelingen deelnemen. De aanbestedende entiteit kan in overeenstemming met artikel 149, lid 2, het aantal geschikte kandidaten die tot deelneming aan de procedure wordt uitgenodigd, beperken.
De termijn voor ontvangst van de offertes kan in onderling overleg tussen de aanbestedende entiteit en de geselecteerde kandidaten worden vastgesteld, mits alle geselecteerde kandidaten evenveel tijd krijgen om hun offertes voor te bereiden en in te dienen.
Wanneer er geen overeenstemming is over de termijn voor ontvangst van de offertes, bedraagt die termijn tenminste tien dagen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag gelijk is aan of hoger ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming in het algemeen niet minder dan dertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht of van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, of wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen.
Voor de opdrachten waarvan het geraamd bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, bedraagt de termijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming niet minder dan vijftien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling of van de aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten. De aanbestedende entiteit kan echter een termijn vaststellen die niet korter kan zijn dan tien dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van opdracht, wanneer het in een urgente situatie die degelijk door haar werd onderbouwd, onmogelijk is de minimumtermijn die in dit lid is voorzien te eerbiedigen.
§ 2. Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende entiteit worden uitgenodigd, kunnen aan de onderhandelingen deelnemen. De aanbestedende entiteit kan in overeenstemming met artikel 149, lid 2, het aantal geschikte kandidaten die tot deelneming aan de procedure wordt uitgenodigd, beperken.
De termijn voor ontvangst van de offertes kan in onderling overleg tussen de aanbestedende entiteit en de geselecteerde kandidaten worden vastgesteld, mits alle geselecteerde kandidaten evenveel tijd krijgen om hun offertes voor te bereiden en in te dienen.
Wanneer er geen overeenstemming is over de termijn voor ontvangst van de offertes, bedraagt die termijn tenminste tien dagen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot inschrijving.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging.
Art.120. § 1er. Dans une procédure négociée avec mise en concurrence préalable, tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation en réponse à un appel à la concurrence en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par l'entité adjudicatrice.
Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou, lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis périodique indicatif, à compter de la date d'envoi de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai de réception des demandes de participation est de quinze jours au moins à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, de l'invitation à confirmer l'intérêt ou de l'avis d'établissement d'une liste de candidats sélectionnés. L'entité adjudicatrice peut toutefois fixer un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par celle-ci, rend le délai minimal prévu au présent aliéna, impossible à respecter.
§ 2. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer aux négociations. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats admis à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2.
Le délai de réception des offres peut être fixé d'un commun accord entre l'entité adjudicatrice et les candidats sélectionnés, pour autant qu'ils disposent tous d'un délai identique pour préparer et soumettre leurs offres.
En l'absence d'un accord sur le délai de réception des offres, le délai n'est pas inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée avec mise en concurrence préalable.
Pour les marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou, lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis périodique indicatif, à compter de la date d'envoi de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours.
Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, le délai de réception des demandes de participation est de quinze jours au moins à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, de l'invitation à confirmer l'intérêt ou de l'avis d'établissement d'une liste de candidats sélectionnés. L'entité adjudicatrice peut toutefois fixer un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché, lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par celle-ci, rend le délai minimal prévu au présent aliéna, impossible à respecter.
§ 2. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer aux négociations. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats admis à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2.
Le délai de réception des offres peut être fixé d'un commun accord entre l'entité adjudicatrice et les candidats sélectionnés, pour autant qu'ils disposent tous d'un délai identique pour préparer et soumettre leurs offres.
En l'absence d'un accord sur le délai de réception des offres, le délai n'est pas inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée avec mise en concurrence préalable.
Concurrentiegerichte dialoog
Dialogue compétitif
Art.121. § 1. In de concurrentiegerichte dialoog kan elke ondernemer naar aanleiding van een oproep tot mededinging een aanvraag tot deelneming aan een concurrentiegerichte dialoog indienen door de door de aanbestedende entiteit gevraagde informatie voor de selectie te verstrekken.
De minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt in het algemeen dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen.
Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende entiteit worden uitgenodigd, kunnen aan de dialoog deelnemen. Aanbestedende entiteiten kunnen in overeenstemming met artikel 149, lid 2, het aantal geschikte kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op grond van het gunningscriterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding, overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. De aanbestedende entiteit maakt zijn behoeften en eisen bekend in de oproep tot mededinging en/of in een beschrijvend document. Tevens worden in deze documenten de gekozen gunningscriteria aangegeven en nader uitgewerkt, en wordt een indicatief tijdschema aangegeven.
§ 3. De aanbestedende entiteit treedt overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 147 tot 152 in dialoog met de geselecteerde deelnemers, om na te gaan en te bepalen met welke middelen het best in haar behoeften kan worden voorzien. Tijdens deze dialoog kunnen zij met de geselecteerde deelnemers alle aspecten van de opdracht bespreken.
Tijdens de dialoog waarborgt de aanbestedende entiteit de gelijke behandeling van alle deelnemers. Daartoe verstrekt ze geen informatie op een discriminerende wijze die bepaalde deelnemers kunnen bevoordelen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende entiteit de voorgestelde oplossingen of andere vertrouwelijke inlichtingen die een van de deelnemers heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke en voorafgaande toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 4. De concurrentiegerichte dialoog kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria die in de oproep tot mededinging of in het beschrijvende document zijn vermeld. De aanbestedende entiteit vermeldt in de oproep tot mededinging of in het beschrijvende document of zij van die mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 5. De aanbestedende entiteit zet de dialoog voort totdat zij kan aangeven met welke oplossing of oplossingen in haar behoeften kan worden voorzien.
§ 6. Nadat de aanbestedende entiteit heeft verklaard dat de dialoog is afgesloten en de resterende deelnemers daarvan op de hoogte heeft gesteld, verzoekt zij ieder van hen hun definitieve offerte op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen in te dienen. Deze offertes bevatten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project.
De aanbestedende entiteit kan verzoeken om de offertes te verduidelijken, te preciseren en nauwkeuriger te omschrijven. Dit mag echter geen wijziging van de offerte of van de overheidsopdracht inhouden op essentiële punten, daaronder begrepen de in de oproep tot mededinging of in het beschrijvend document vermelde behoeften en eisen, indien daardoor de mededinging verstoord dreigt te worden of discriminatie dreigt te ontstaan.
§ 7. De aanbestedende entiteit beoordeelt de ontvangen offertes op basis van de in de oproep tot mededinging of het beschrijvend document vastgestelde gunningscriteria.
Op verzoek van de aanbestedende entiteit kunnen met de inschrijver die de offerte met de beste prijs-kwaliteitsverhouding heeft ingediend overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°, onderhandelingen worden gevoerd om de in de offerte vervatte financiële toezeggingen of andere voorwaarden te bevestigen en de voorwaarden van de opdracht af te ronden, mits dit de essentiële aspecten van de offerte of overheidsopdracht, met inbegrip van de in de oproep tot mededinging of het beschrijvend document vermelde behoeften en voorschriften, materieel ongewijzigd laat en niet tot vervalsing van de mededinging of discriminatie kan leiden.
§ 8. De aanbestedende entiteit kan voorzien in prijzengeld of vergoedingen voor de deelnemers aan de dialoog.
De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de concurrentiegerichte dialoog.
De minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt in het algemeen dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen.
Alleen de ondernemers die na beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende entiteit worden uitgenodigd, kunnen aan de dialoog deelnemen. Aanbestedende entiteiten kunnen in overeenstemming met artikel 149, lid 2, het aantal geschikte kandidaten die tot deelneming aan de procedure worden uitgenodigd beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op grond van het gunningscriterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding, overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. De aanbestedende entiteit maakt zijn behoeften en eisen bekend in de oproep tot mededinging en/of in een beschrijvend document. Tevens worden in deze documenten de gekozen gunningscriteria aangegeven en nader uitgewerkt, en wordt een indicatief tijdschema aangegeven.
§ 3. De aanbestedende entiteit treedt overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 147 tot 152 in dialoog met de geselecteerde deelnemers, om na te gaan en te bepalen met welke middelen het best in haar behoeften kan worden voorzien. Tijdens deze dialoog kunnen zij met de geselecteerde deelnemers alle aspecten van de opdracht bespreken.
Tijdens de dialoog waarborgt de aanbestedende entiteit de gelijke behandeling van alle deelnemers. Daartoe verstrekt ze geen informatie op een discriminerende wijze die bepaalde deelnemers kunnen bevoordelen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende entiteit de voorgestelde oplossingen of andere vertrouwelijke inlichtingen die een van de deelnemers heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke en voorafgaande toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 4. De concurrentiegerichte dialoog kan in opeenvolgende fasen verlopen, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen wordt beperkt door toepassing van de gunningscriteria die in de oproep tot mededinging of in het beschrijvende document zijn vermeld. De aanbestedende entiteit vermeldt in de oproep tot mededinging of in het beschrijvende document of zij van die mogelijkheid gebruik zal maken.
§ 5. De aanbestedende entiteit zet de dialoog voort totdat zij kan aangeven met welke oplossing of oplossingen in haar behoeften kan worden voorzien.
§ 6. Nadat de aanbestedende entiteit heeft verklaard dat de dialoog is afgesloten en de resterende deelnemers daarvan op de hoogte heeft gesteld, verzoekt zij ieder van hen hun definitieve offerte op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen in te dienen. Deze offertes bevatten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project.
De aanbestedende entiteit kan verzoeken om de offertes te verduidelijken, te preciseren en nauwkeuriger te omschrijven. Dit mag echter geen wijziging van de offerte of van de overheidsopdracht inhouden op essentiële punten, daaronder begrepen de in de oproep tot mededinging of in het beschrijvend document vermelde behoeften en eisen, indien daardoor de mededinging verstoord dreigt te worden of discriminatie dreigt te ontstaan.
§ 7. De aanbestedende entiteit beoordeelt de ontvangen offertes op basis van de in de oproep tot mededinging of het beschrijvend document vastgestelde gunningscriteria.
Op verzoek van de aanbestedende entiteit kunnen met de inschrijver die de offerte met de beste prijs-kwaliteitsverhouding heeft ingediend overeenkomstig artikel 81, § 2, 3°, onderhandelingen worden gevoerd om de in de offerte vervatte financiële toezeggingen of andere voorwaarden te bevestigen en de voorwaarden van de opdracht af te ronden, mits dit de essentiële aspecten van de offerte of overheidsopdracht, met inbegrip van de in de oproep tot mededinging of het beschrijvend document vermelde behoeften en voorschriften, materieel ongewijzigd laat en niet tot vervalsing van de mededinging of discriminatie kan leiden.
§ 8. De aanbestedende entiteit kan voorzien in prijzengeld of vergoedingen voor de deelnemers aan de dialoog.
De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de concurrentiegerichte dialoog.
Art.121. § 1er. Tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation à un dialogue compétitif en réponse à un appel à la concurrence en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par l'entité adjudicatrice.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou, lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis périodique indicatif, à compter de la date d'envoi de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer au dialogue. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2. Le marché est attribué sur la seule base du critère de l'offre présentant le meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. L'entité adjudicatrice indique ses besoins et ses exigences dans l'appel à la concurrence et/ou dans un document descriptif. A cette occasion, et dans les mêmes documents, elle indique et définit également les critères d'attribution retenus et fixent un calendrier indicatif.
§ 3. L'entité adjudicatrice ouvre, avec les participants sélectionnés conformément aux dispositions pertinentes des articles 147 à 152, un dialogue dont l'objet est l'identification et la définition des moyens propres à satisfaire au mieux ses besoins. Au cours de ce dialogue, elle peut discuter tous les aspects du marché avec les participants sélectionnés.
Au cours du dialogue, l'entité adjudicatrice assure l'égalité de traitement de tous les participants. A cette fin, elle ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains participants par rapport à d'autres.
Conformément à l'article 13, l'entité adjudicatrice ne révèle pas aux autres participants les solutions proposées ou les informations confidentielles communiquées par un des participants sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 4. Le dialogue compétitif peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre de solutions à discuter pendant la phase du dialogue en appliquant les critères d'attribution énoncés dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif. Dans l'avis d'appel à la concurrence ou le document descriptif, l'entité adjudicatrice indique si elle fera usage de cette possibilité.
§ 5. L'entité adjudicatrice poursuit le dialogue jusqu'à ce qu'elle soit en mesure d'identifier la ou les solutions qui sont susceptibles de répondre à ses besoins.
§ 6. Après avoir prononcé la clôture du dialogue et en avoir informé les participants restant en lice, l'entité adjudicatrice invite chacun d'eux à soumettre son offre finale sur la base de la ou des solutions présentées et spécifiées au cours du dialogue. Ces offres comprennent tous les éléments requis et nécessaires pour la réalisation du projet.
A la demande de l'entité adjudicatrice, ces offres peuvent être clarifiées, précisées et optimisées à condition qu'elles n'aient pas pour effet de modifier les aspects essentiels de l'offre ou du marché public, notamment les besoins et exigences indiqués dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif, lorsque les modifications apportées à ces aspects, besoins ou exigences sont susceptibles de fausser la concurrence ou d'avoir un effet discriminatoire.
§ 7. L'entité adjudicatrice évalue les offres reçues en fonction des critères d'attribution fixés dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif.
A la demande de l'entité adjudicatrice, des négociations peuvent être menées avec le soumissionnaire reconnu comme ayant remis l'offre présentant le meilleur rapport qualité/prix conformément à l'article 81, § 2, 3°, pour confirmer les engagements financiers ou d'autres conditions énoncés dans l'offre en arrêtant les clauses du marché, à condition que ce processus n'ait pas pour effet de modifier, de manière importante, des aspects essentiels de l'offre ou du marché public, y compris les besoins et les exigences indiqués dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif, et ne risque pas de fausser la concurrence ou d'entraîner des discriminations.
§ 8. L'entité adjudicatrice peut prévoir des primes ou des paiements au profit des participants au dialogue.
Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au dialogue compétitif.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou, lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis périodique indicatif, à compter de la date d'envoi de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer au dialogue. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2. Le marché est attribué sur la seule base du critère de l'offre présentant le meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. L'entité adjudicatrice indique ses besoins et ses exigences dans l'appel à la concurrence et/ou dans un document descriptif. A cette occasion, et dans les mêmes documents, elle indique et définit également les critères d'attribution retenus et fixent un calendrier indicatif.
§ 3. L'entité adjudicatrice ouvre, avec les participants sélectionnés conformément aux dispositions pertinentes des articles 147 à 152, un dialogue dont l'objet est l'identification et la définition des moyens propres à satisfaire au mieux ses besoins. Au cours de ce dialogue, elle peut discuter tous les aspects du marché avec les participants sélectionnés.
Au cours du dialogue, l'entité adjudicatrice assure l'égalité de traitement de tous les participants. A cette fin, elle ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains participants par rapport à d'autres.
Conformément à l'article 13, l'entité adjudicatrice ne révèle pas aux autres participants les solutions proposées ou les informations confidentielles communiquées par un des participants sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 4. Le dialogue compétitif peut se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre de solutions à discuter pendant la phase du dialogue en appliquant les critères d'attribution énoncés dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif. Dans l'avis d'appel à la concurrence ou le document descriptif, l'entité adjudicatrice indique si elle fera usage de cette possibilité.
§ 5. L'entité adjudicatrice poursuit le dialogue jusqu'à ce qu'elle soit en mesure d'identifier la ou les solutions qui sont susceptibles de répondre à ses besoins.
§ 6. Après avoir prononcé la clôture du dialogue et en avoir informé les participants restant en lice, l'entité adjudicatrice invite chacun d'eux à soumettre son offre finale sur la base de la ou des solutions présentées et spécifiées au cours du dialogue. Ces offres comprennent tous les éléments requis et nécessaires pour la réalisation du projet.
A la demande de l'entité adjudicatrice, ces offres peuvent être clarifiées, précisées et optimisées à condition qu'elles n'aient pas pour effet de modifier les aspects essentiels de l'offre ou du marché public, notamment les besoins et exigences indiqués dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif, lorsque les modifications apportées à ces aspects, besoins ou exigences sont susceptibles de fausser la concurrence ou d'avoir un effet discriminatoire.
§ 7. L'entité adjudicatrice évalue les offres reçues en fonction des critères d'attribution fixés dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif.
A la demande de l'entité adjudicatrice, des négociations peuvent être menées avec le soumissionnaire reconnu comme ayant remis l'offre présentant le meilleur rapport qualité/prix conformément à l'article 81, § 2, 3°, pour confirmer les engagements financiers ou d'autres conditions énoncés dans l'offre en arrêtant les clauses du marché, à condition que ce processus n'ait pas pour effet de modifier, de manière importante, des aspects essentiels de l'offre ou du marché public, y compris les besoins et les exigences indiqués dans l'avis d'appel à la concurrence ou dans le document descriptif, et ne risque pas de fausser la concurrence ou d'entraîner des discriminations.
§ 8. L'entité adjudicatrice peut prévoir des primes ou des paiements au profit des participants au dialogue.
Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au dialogue compétitif.
Innovatiepartnerschap
Partenariats d'innovation
Art.122. § 1. Bij een innovatiepartnerschap kan elke ondernemer naar aanleiding van een oproep tot mededinging een verzoek tot deelname indienen door verstrekking van de door de aanbestedende entiteit gevraagde informatie voor de selectie.
De aanbestedende entiteit geeft in de opdrachtdocumenten aan dat er behoefte is aan innovatieve producten, diensten of werken, en dat met de aanschaf van reeds op de markt beschikbare producten, diensten of werken niet in die behoefte kan worden voorzien. Ze geeft aan welke elementen van deze beschrijving de minimumeisen zijn waaraan alle offertes moeten voldoen. Dit wordt voldoende duidelijk aangegeven zodat ondernemers kennis kunnen nemen van de aard en de strekking van de gevraagde oplossing en kunnen besluiten al dan niet om deelneming aan de procedure te verzoeken.
De aanbestedende entiteit kan beslissen het innovatiepartnerschap met één partner te sluiten, dan wel met verschillende partners die afzonderlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten voor hun rekening nemen.
De minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt in het algemeen niet minder dan dertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen. Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende entiteit worden uitgenodigd, kunnen aan de procedure deelnemen. De aanbestedende entiteit kan overeenkomstig artikel 149, lid 2, het aantal kandidaten dat tot deelneming aan de procedure wordt uitgenodigd, beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op basis van het criterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding in overeenstemming met artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. Het innovatiepartnerschap dient te zijn gericht op de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten of werken en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende leveringen, diensten of werken, mits deze voldoen aan de prestatieniveaus die tussen de aanbestedende entiteit en de deelnemers zijn afgesproken en onder de afgesproken maximumkosten blijven.
Het innovatiepartnerschap wordt gestructureerd in opeenvolgende fasen die de reeks stappen in het onderzoeks- en innovatieproces volgen, hetgeen de fabricage van goederen, de verlening van diensten of de voltooiing van werken kan omvatten. In het innovatiepartnerschap worden tussentijdse, door de partners te bereiken doelen bepaald, en wordt voorzien in betaling van de vergoeding in passende termijnen.
Op basis van deze streefdoelen kan de aanbestedende entiteit na elke fase besluiten het innovatiepartnerschap te beëindigen of, bij een innovatiepartnerschap met meerdere partners, het aantal partners te verminderen door individuele opdrachten stop te zetten, mits de aanbestedende entiteit in de opdrachtdocumenten heeft aangegeven dat en onder welke voorwaarden zij van die mogelijkheden gebruik kan maken.
§ 3. Tenzij in dit artikel anders bepaald, wordt door de aanbestedende entiteit met de inschrijver of inschrijvers over hun oorspronkelijke offerte en over elke daaropvolgende offerte, met uitzondering van de definitieve offerte, onderhandeld om de inhoud ervan te verbeteren.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 4. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende entiteit de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Hiertoe verstrekt zij geen informatie op een discriminerende wijze die bepaalde inschrijvers zou bevoordelen. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 5 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende entiteit de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes naar aanleiding van deze wijzigingen, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende entiteit de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke en voorafgaande toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze instemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke informatie.
§ 5. Er kunnen tijdens procedures voor innovatiepartnerschappen in opeenvolgende fasen onderhandelingen plaatsvinden om het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld te beperken door middel van het toepassen van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of de opdrachtdocumenten zijn vermeld. De aanbestedende entiteit geeft in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of in de opdrachtdocumenten aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
Tijdens de selectie van de kandidaten past de aanbestedende entiteit in het bijzonder de criteria toe betreffende de capaciteiten van de kandidaten in het domein van onderzoek en ontwikkeling, alsook van het ontwikkelen en implementeren van innovatieve oplossingen.
Enkel de ondernemers die een uitnodiging ontvingen van de aanbestedende entiteit ingevolge de evaluatie van de vereiste informatie, mogen hun projecten van onderzoek en ontwikkeling, die aan de door de aanbestedende entiteit gestelde behoeften voldoen en die niet door bestaande oplossingen kunnen worden gedekt, indienen.
In de opdrachtdocumenten bepaalt de aanbestedende entiteit welke regelingen op de intellectuele-eigendomsrechten van toepassing zijn. Bij innovatiepartnerschappen met meerdere partners mag de aanbestedende entiteit voorgestelde oplossingen of andere door een partner in het kader van het partnerschap meegedeelde vertrouwelijke inlichtingen, overeenkomstig artikel 13, niet aan de andere partners zonder de schriftelijke en voorafgaande instemming van die partner bekendmaken. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 6. De aanbestedende entiteit ziet erop toe dat de structuur van het partnerschap en in het bijzonder de duur en de waarde van de verschillende fasen rekening houden met de innovatiegraad van de voorgestelde oplossing en van de reeks van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die vereist zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en nog niet op de markt beschikbare oplossing. De geraamde waarde van de leveringen, diensten of werken moet in verhouding staan tot de investering voor de ontwikkeling ervan.
§ 7. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op het innovatiepartnerschap.
De aanbestedende entiteit geeft in de opdrachtdocumenten aan dat er behoefte is aan innovatieve producten, diensten of werken, en dat met de aanschaf van reeds op de markt beschikbare producten, diensten of werken niet in die behoefte kan worden voorzien. Ze geeft aan welke elementen van deze beschrijving de minimumeisen zijn waaraan alle offertes moeten voldoen. Dit wordt voldoende duidelijk aangegeven zodat ondernemers kennis kunnen nemen van de aard en de strekking van de gevraagde oplossing en kunnen besluiten al dan niet om deelneming aan de procedure te verzoeken.
De aanbestedende entiteit kan beslissen het innovatiepartnerschap met één partner te sluiten, dan wel met verschillende partners die afzonderlijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten voor hun rekening nemen.
De minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt in het algemeen niet minder dan dertig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen. Alleen de ondernemers die na de beoordeling van de verstrekte informatie daartoe door de aanbestedende entiteit worden uitgenodigd, kunnen aan de procedure deelnemen. De aanbestedende entiteit kan overeenkomstig artikel 149, lid 2, het aantal kandidaten dat tot deelneming aan de procedure wordt uitgenodigd, beperken. De opdracht wordt uitsluitend gegund op basis van het criterium van de beste prijs-kwaliteitsverhouding in overeenstemming met artikel 81, § 2, 3°.
§ 2. Het innovatiepartnerschap dient te zijn gericht op de ontwikkeling van innovatieve producten, diensten of werken en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende leveringen, diensten of werken, mits deze voldoen aan de prestatieniveaus die tussen de aanbestedende entiteit en de deelnemers zijn afgesproken en onder de afgesproken maximumkosten blijven.
Het innovatiepartnerschap wordt gestructureerd in opeenvolgende fasen die de reeks stappen in het onderzoeks- en innovatieproces volgen, hetgeen de fabricage van goederen, de verlening van diensten of de voltooiing van werken kan omvatten. In het innovatiepartnerschap worden tussentijdse, door de partners te bereiken doelen bepaald, en wordt voorzien in betaling van de vergoeding in passende termijnen.
Op basis van deze streefdoelen kan de aanbestedende entiteit na elke fase besluiten het innovatiepartnerschap te beëindigen of, bij een innovatiepartnerschap met meerdere partners, het aantal partners te verminderen door individuele opdrachten stop te zetten, mits de aanbestedende entiteit in de opdrachtdocumenten heeft aangegeven dat en onder welke voorwaarden zij van die mogelijkheden gebruik kan maken.
§ 3. Tenzij in dit artikel anders bepaald, wordt door de aanbestedende entiteit met de inschrijver of inschrijvers over hun oorspronkelijke offerte en over elke daaropvolgende offerte, met uitzondering van de definitieve offerte, onderhandeld om de inhoud ervan te verbeteren.
Over de minimumeisen en de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
§ 4. Tijdens de onderhandelingen verzekert de aanbestedende entiteit de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Hiertoe verstrekt zij geen informatie op een discriminerende wijze die bepaalde inschrijvers zou bevoordelen. Zij stelt alle inschrijvers wier offerte niet is afgewezen overeenkomstig paragraaf 5 schriftelijk in kennis van eventuele andere wijzigingen in de technische specificaties of andere opdrachtdocumenten dan die waarbij de minimumeisen worden vastgesteld. Na deze wijzigingen biedt de aanbestedende entiteit de inschrijvers voldoende tijd om hun offertes naar aanleiding van deze wijzigingen, indien nodig, aan te passen en opnieuw in te dienen.
Overeenkomstig artikel 13 maakt de aanbestedende entiteit de vertrouwelijke inlichtingen die een aan de onderhandelingen deelnemende kandidaat of inschrijver heeft verstrekt, niet zonder diens schriftelijke en voorafgaande toestemming aan de andere deelnemers bekend. Deze instemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke informatie.
§ 5. Er kunnen tijdens procedures voor innovatiepartnerschappen in opeenvolgende fasen onderhandelingen plaatsvinden om het aantal offertes waarover moet worden onderhandeld te beperken door middel van het toepassen van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of de opdrachtdocumenten zijn vermeld. De aanbestedende entiteit geeft in de aankondiging van de opdracht, de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling of in de opdrachtdocumenten aan of zij van deze mogelijkheid gebruik zal maken.
Tijdens de selectie van de kandidaten past de aanbestedende entiteit in het bijzonder de criteria toe betreffende de capaciteiten van de kandidaten in het domein van onderzoek en ontwikkeling, alsook van het ontwikkelen en implementeren van innovatieve oplossingen.
Enkel de ondernemers die een uitnodiging ontvingen van de aanbestedende entiteit ingevolge de evaluatie van de vereiste informatie, mogen hun projecten van onderzoek en ontwikkeling, die aan de door de aanbestedende entiteit gestelde behoeften voldoen en die niet door bestaande oplossingen kunnen worden gedekt, indienen.
In de opdrachtdocumenten bepaalt de aanbestedende entiteit welke regelingen op de intellectuele-eigendomsrechten van toepassing zijn. Bij innovatiepartnerschappen met meerdere partners mag de aanbestedende entiteit voorgestelde oplossingen of andere door een partner in het kader van het partnerschap meegedeelde vertrouwelijke inlichtingen, overeenkomstig artikel 13, niet aan de andere partners zonder de schriftelijke en voorafgaande instemming van die partner bekendmaken. Deze toestemming mag geen algemene strekking hebben, maar moet verwijzen naar de beoogde bekendmaking van specifieke inlichtingen.
§ 6. De aanbestedende entiteit ziet erop toe dat de structuur van het partnerschap en in het bijzonder de duur en de waarde van de verschillende fasen rekening houden met de innovatiegraad van de voorgestelde oplossing en van de reeks van onderzoeks- en innovatieactiviteiten die vereist zijn voor de ontwikkeling van een innovatieve en nog niet op de markt beschikbare oplossing. De geraamde waarde van de leveringen, diensten of werken moet in verhouding staan tot de investering voor de ontwikkeling ervan.
§ 7. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op het innovatiepartnerschap.
Art.122. § 1er. Dans un partenariat d'innovation, tout opérateur économique peut soumettre une demande de participation en réponse à un avis d'appel à la concurrence en fournissant les informations aux fins de la sélection qui sont réclamées par l'entité adjudicatrice.
Dans les documents de marché, l'entité adjudicatrice définit le besoin relatif à un produit, un service ou à des travaux innovants qui ne peut être satisfait par l'acquisition de produits, de services ou de travaux déjà disponibles sur le marché. Elle indique les éléments de cette définition qui fixent les exigences minimales que doivent respecter toutes les offres. Les informations fournies sont suffisamment précises pour permettre aux opérateurs économiques de déterminer la nature et la portée de la solution requise et de décider de demander ou non à participer à la procédure.
L'entité adjudicatrice peut décider de mettre en place le partenariat d'innovation avec un ou plusieurs partenaires menant des activités de recherche et développement séparées.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer à la procédure. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats admis à présenter une offre qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2. Le marché est attribué sur la seule base du critère d'attribution du meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. Le partenariat d'innovation vise au développement d'un produit, d'un service ou de travaux innovants et à l'acquisition ultérieure des fournitures, services ou travaux en résultant, à condition qu'ils correspondent aux niveaux de performance et aux coûts maximum convenus entre l'entité adjudicatrice et les participants.
Le partenariat d'innovation est structuré en phases successives qui suivent le déroulement des étapes du processus de recherche et d'innovation, qui peuvent comprendre le stade de la fabrication des produits, de la prestation des services ou de l'exécution des travaux. Le partenariat d'innovation établit des objectifs intermédiaires que les partenaires doivent atteindre et prévoit le paiement de la rémunération selon des tranches appropriées.
Sur la base de ces objectifs, l'entité adjudicatrice peut décider, après chaque phase, de résilier le partenariat d'innovation ou, dans le cas d'un partenariat d'innovation établi avec plusieurs partenaires, de réduire le nombre de partenaires en mettant un terme aux contrats individuels, à condition que, dans les documents du marché, elle ait indiqué ces possibilités et les conditions de leur mise en oeuvre.
§ 3. Sauf disposition contraire prévue au présent article, l'entité adjudicatrice négocie avec le ou les soumissionnaires l'offre initiale et toutes les offres ultérieures, à l'exception de l'offre finale, en vue d'en améliorer le contenu.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 4. Au cours de la négociation, l'entité adjudicatrice assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, elle ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains soumissionnaires. Elle informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées, en vertu du paragraphe 5, de tous les changements apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché, autres que ceux qui définissent les exigences minimales. A la suite de ces changements, l'entité adjudicatrice prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, l'entité adjudicatrice ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 5. Les négociations intervenant au cours des procédures de partenariat d'innovation peuvent se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché, dans l'invitation à confirmer l'intérêt ou dans les documents de marché. L'entité adjudicatrice indique, dans l'avis de marché, l'invitation à confirmer l'intérêt ou les documents du marché, si elle fera usage de cette possibilité.
Lors de la sélection des candidats, l'entité adjudicatrice applique en particulier les critères relatifs aux capacités des candidats dans le domaine de la recherche et du développement ainsi que de l'élaboration et de la mise en oeuvre de solutions innovantes.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations requises peuvent soumettre des projets de recherche et d'innovation qui visent à répondre aux besoins définis par l'entité adjudicatrice et que les solutions existantes ne permettent pas de couvrir.
Dans les documents de marché, l'entité adjudicatrice définit les dispositions applicables aux droits de propriété intellectuelle. En cas de partenariat d'innovation associant plusieurs partenaires, conformément à l'article 13, l'entité adjudicatrice ne révèle pas aux autres partenaires les solutions proposées ou d'autres informations confidentielles communiquées par un partenaire dans le cadre du partenariat sans l'accord écrit et préalable dudit partenaire. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 6. L'entité adjudicatrice veille à ce que la structure du partenariat, et notamment la durée et la valeur de ses différentes phases, tiennent compte du degré d'innovation de la solution proposée et du déroulement des activités de recherche et d'innovation requises pour le développement d'une solution innovante non encore disponible sur le marché. La valeur estimée des fournitures, des services ou des travaux n'est pas disproportionnée par rapport à l'investissement requis pour leur développement.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au partenariat d'innovation.
Dans les documents de marché, l'entité adjudicatrice définit le besoin relatif à un produit, un service ou à des travaux innovants qui ne peut être satisfait par l'acquisition de produits, de services ou de travaux déjà disponibles sur le marché. Elle indique les éléments de cette définition qui fixent les exigences minimales que doivent respecter toutes les offres. Les informations fournies sont suffisamment précises pour permettre aux opérateurs économiques de déterminer la nature et la portée de la solution requise et de décider de demander ou non à participer à la procédure.
L'entité adjudicatrice peut décider de mettre en place le partenariat d'innovation avec un ou plusieurs partenaires menant des activités de recherche et développement séparées.
Le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours. Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations fournies peuvent participer à la procédure. L'entité adjudicatrice peut limiter le nombre de candidats admis à présenter une offre qui seront invités à participer à la procédure, conformément à l'article 149, alinéa 2. Le marché est attribué sur la seule base du critère d'attribution du meilleur rapport qualité/prix, conformément à l'article 81, § 2, 3°.
§ 2. Le partenariat d'innovation vise au développement d'un produit, d'un service ou de travaux innovants et à l'acquisition ultérieure des fournitures, services ou travaux en résultant, à condition qu'ils correspondent aux niveaux de performance et aux coûts maximum convenus entre l'entité adjudicatrice et les participants.
Le partenariat d'innovation est structuré en phases successives qui suivent le déroulement des étapes du processus de recherche et d'innovation, qui peuvent comprendre le stade de la fabrication des produits, de la prestation des services ou de l'exécution des travaux. Le partenariat d'innovation établit des objectifs intermédiaires que les partenaires doivent atteindre et prévoit le paiement de la rémunération selon des tranches appropriées.
Sur la base de ces objectifs, l'entité adjudicatrice peut décider, après chaque phase, de résilier le partenariat d'innovation ou, dans le cas d'un partenariat d'innovation établi avec plusieurs partenaires, de réduire le nombre de partenaires en mettant un terme aux contrats individuels, à condition que, dans les documents du marché, elle ait indiqué ces possibilités et les conditions de leur mise en oeuvre.
§ 3. Sauf disposition contraire prévue au présent article, l'entité adjudicatrice négocie avec le ou les soumissionnaires l'offre initiale et toutes les offres ultérieures, à l'exception de l'offre finale, en vue d'en améliorer le contenu.
Les exigences minimales et les critères d'attribution ne font pas l'objet de négociations.
§ 4. Au cours de la négociation, l'entité adjudicatrice assure l'égalité de traitement de tous les soumissionnaires. A cette fin, elle ne donne pas, de manière discriminatoire, d'information susceptible d'avantager certains soumissionnaires. Elle informe par écrit tous les soumissionnaires dont les offres n'ont pas été éliminées, en vertu du paragraphe 5, de tous les changements apportés aux spécifications techniques ou aux autres documents du marché, autres que ceux qui définissent les exigences minimales. A la suite de ces changements, l'entité adjudicatrice prévoit suffisamment de temps pour permettre aux soumissionnaires de modifier leurs offres et de les présenter à nouveau s'il y a lieu.
Conformément à l'article 13, l'entité adjudicatrice ne révèle pas aux autres participants les informations confidentielles communiquées par un candidat ou un soumissionnaire participant aux négociations, sans l'accord écrit et préalable de celui-ci. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 5. Les négociations intervenant au cours des procédures de partenariat d'innovation peuvent se dérouler en phases successives de manière à limiter le nombre d'offres à négocier en appliquant les critères d'attribution précisés dans l'avis de marché, dans l'invitation à confirmer l'intérêt ou dans les documents de marché. L'entité adjudicatrice indique, dans l'avis de marché, l'invitation à confirmer l'intérêt ou les documents du marché, si elle fera usage de cette possibilité.
Lors de la sélection des candidats, l'entité adjudicatrice applique en particulier les critères relatifs aux capacités des candidats dans le domaine de la recherche et du développement ainsi que de l'élaboration et de la mise en oeuvre de solutions innovantes.
Seuls les opérateurs économiques ayant reçu une invitation de l'entité adjudicatrice à la suite de l'évaluation des informations requises peuvent soumettre des projets de recherche et d'innovation qui visent à répondre aux besoins définis par l'entité adjudicatrice et que les solutions existantes ne permettent pas de couvrir.
Dans les documents de marché, l'entité adjudicatrice définit les dispositions applicables aux droits de propriété intellectuelle. En cas de partenariat d'innovation associant plusieurs partenaires, conformément à l'article 13, l'entité adjudicatrice ne révèle pas aux autres partenaires les solutions proposées ou d'autres informations confidentielles communiquées par un partenaire dans le cadre du partenariat sans l'accord écrit et préalable dudit partenaire. Cet accord ne revêt pas la forme d'une renonciation générale mais vise des informations précises dont la communication est envisagée.
§ 6. L'entité adjudicatrice veille à ce que la structure du partenariat, et notamment la durée et la valeur de ses différentes phases, tiennent compte du degré d'innovation de la solution proposée et du déroulement des activités de recherche et d'innovation requises pour le développement d'une solution innovante non encore disponible sur le marché. La valeur estimée des fournitures, des services ou des travaux n'est pas disproportionnée par rapport à l'investissement requis pour leur développement.
§ 7. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables au partenariat d'innovation.
Gebruik van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging
Recours à la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable
Art.123. § 1. Overheidsopdrachten mogen enkel worden geplaatst bij vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging voor opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de drempel voor de Europese bekendmaking.
§ 2. In een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging kan elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte indienen.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste tweeëntwintig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Artikel 118, § 4, is van toepassing.
Wanneer het in een urgente situatie die degelijk door de aanbestedende entiteit werd onderbouwd, onmogelijk is de minimumtermijn die in het tweede lid is voorzien te eerbiedigen, kan zij een termijn vaststellen die niet lager ligt dan tien dagen vanaf de datum van verzending van de aankondiging van de opdracht.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging.
§ 2. In een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging kan elke belangstellende ondernemer naar aanleiding van een aankondiging van een opdracht een offerte indienen.
De termijn voor ontvangst van de offertes bedraagt ten minste tweeëntwintig dagen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van een opdracht. Artikel 118, § 4, is van toepassing.
Wanneer het in een urgente situatie die degelijk door de aanbestedende entiteit werd onderbouwd, onmogelijk is de minimumtermijn die in het tweede lid is voorzien te eerbiedigen, kan zij een termijn vaststellen die niet lager ligt dan tien dagen vanaf de datum van verzending van de aankondiging van de opdracht.
De offerte moet vergezeld gaan van de door de aanbestedende overheid gevraagde informatie voor de selectie.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging.
Art.123. § 1er. Les marchés publics ne peuvent être passés par procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable que pour les marchés dont le montant estimé est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne.
§ 2. Dans la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, tout opérateur économique intéressé peut soumettre une offre en réponse à un avis de marché.
Le délai minimal de réception des offres est de vingt-deux jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché. L'article 118, § 4, est d'application.
Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par l'entité adjudicatrice, rend le délai minimal prévu au deuxième alinéa, impossible à respecter, elle peut fixer un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable.
§ 2. Dans la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, tout opérateur économique intéressé peut soumettre une offre en réponse à un avis de marché.
Le délai minimal de réception des offres est de vingt-deux jours à compter de la date de l'envoi de l'avis de marché. L'article 118, § 4, est d'application.
Lorsqu'une situation d'urgence, dûment justifiée par l'entité adjudicatrice, rend le délai minimal prévu au deuxième alinéa, impossible à respecter, elle peut fixer un délai qui ne peut être inférieur à dix jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché.
L'offre est assortie des informations aux fins de la sélection réclamées par le pouvoir adjudicateur.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable.
Gebruik van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging
Recours à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable
Art.124. § 1. De aanbestedende entiteit kan in de volgende gevallen gebruikmaken van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging doch indien mogelijk, na raadpleging van meerdere ondernemers :
1° in geval van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wanneer de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde, lager is dan de bedragen bepaald door de Koning;
2° wanneer in het kader van een procedure met voorafgaande oproep tot mededinging geen of geen geschikte offertes en geen of geen geschikte aanvragen tot deelneming zijn ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk zijn gewijzigd.
De offerte wordt ongeschikt bevonden als zij niet relevant is voor de opdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de opdrachtdocumenten omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende entiteit. Een aanvraag tot deelneming wordt niet geschikt geacht wanneer de betrokken ondernemer krachtens artikel 149, eerste lid, of artikel 151, § 1, moet of kan worden uitgesloten, of niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 149 of artikel 151 door de aanbestedende entiteit bepaalde selectiecriteria;
3° wanneer een opdracht uitsluitend ten behoeve van onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling wordt geplaatst en niet met het oogmerk winst op te leveren dan wel de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken en voor zover het plaatsen van een dergelijke opdracht niet verhindert dat een oproep tot mededinging wordt gedaan voor latere opdrachten die dit doel in het bijzonder beogen;
4° indien de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht, om een van de volgende redenen :
a) de opdracht heeft als doel het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of het leveren van een artistieke prestatie;
b) mededinging ontbreekt om technische redenen;
c) uitsluitende rechten moeten worden beschermd, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten.
De onder b) en c) genoemde uitzonderingen gelden alleen als er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van kunstmatige beperking van de voorwaarden van de opdracht;
5° voor zover dit strikt noodzakelijk is, de termijnen voor de openbare procedures, niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging wegens dwingende spoed voortvloeiend uit onvoorzienbare gebeurtenissen voor de aanbestedende entiteit, niet in acht kunnen worden genomen. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende entiteit te wijten zijn;
6° in het geval van opdrachten voor leveringen ten behoeve van aanvullende leveringen door de oorspronkelijke leverancier, die ofwel bestemd zijn voor de gedeeltelijke vernieuwing van leveringen of installaties, ofwel voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, wanneer een verandering van leverancier de aanbestedende entiteit ertoe zou verplichten leveringen te verwerven met andere technische eigenschappen, zodat onverenigbaarheid zou ontstaan of zich bij het gebruik en het onderhoud onevenredige technische moeilijkheden zouden voordoen;
7° in het geval van een overheidsopdracht voor aanvullende leveringen van dezelfde aard en met dezelfde kenmerken, die ingevolge onvoorziene omstandigheden, worden gegund aan de leverancier van de oorspronkelijke opdracht, op voorwaarde dat het samengevoegde bedrag van de opdrachten gegund voor de aanvullende leveringen niet hoger ligt dan vijftig percent van het bedrag van de oorspronkelijke opdracht en het samengevoegde bedrag van alle opdrachten de bedragen voor de bekendmaking op Europese niveau niet bereikt;
8° in geval van nieuwe werken of diensten bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten die door dezelfde aanbestedende entiteiten aan de met een vroegere opdracht belaste ondernemer zijn toevertrouwd, op voorwaarde dat deze werken of diensten overeenstemmen met een basisproject dat het voorwerp uitmaakte van een oorspronkelijke opdracht die geplaatst werd bij een in artikel 117, § 1, eerste lid, bedoelde procedure. Het basisproject dient de omvang van de aanvullende werken of diensten evenals de voorwaarden waaronder deze zullen worden gegund, te vermelden. De mogelijkheid om deze procedure aan te wenden dient evenwel bij het in mededinging stellen van de eerste opdracht vermeld te worden en het geraamde totaalbedrag voor de daaropvolgende werken of diensten moet reeds vanaf dit ogenblik door de aanbestedende entiteiten in aanmerking genomen worden voor het al dan niet bereiken van de drempels voor de Europese bekendmaking;
9° het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen;
10° voor gelegenheidsaankopen, wanneer zich gedurende zeer korte tijd een bijzonder voordelige gelegenheid tot aanschaffing van leveringen voordoet en waarvoor de te betalen prijs ver onder de normale marktprijs ligt;
11° wanneer het gaat om de aankoop van leveringen of diensten tegen bijzonder gunstige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die zijn handelsactiviteiten stopzet, hetzij bij curatoren, de met een overdracht onder gerechtelijk gezag gelaste mandatarissen of vereffenaars van een faillissement, een gerechtelijke reorganisatie of een in de nationale wetgevingen of reglementeringen bestaande procedure van dezelfde aard;
12° in geval van een overheidsopdracht voor diensten wanneer de betrokken opdracht op een prijsvraag volgt en overeenkomstig de toepasselijke regels moet worden gegund aan de winnaar of aan een van de winnaars van die prijsvraag. In dit laatste geval moeten alle winnaars worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen.
§ 2. Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is het artikel 149 omtrent de selectiecriteria niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging. Indien de aanbestedende entiteit echter een aanbestedende overheid is, zijn de artikelen 67 en 68 wel van toepassing.
Bovendien is, behoudens tegengestelde bepaling in de opdrachtdocumenten, het artikel 81 betreffende de gunningscriteria niet van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst door middel van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging waarvan de geraamde waarde lager is dan het in paragraaf 1, 1°, bedoelde plafond. Dit is eveneens het geval wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de volgende gevallen :
1° de diverse gevallen waarin slechts één ondernemer kan worden geraadpleegd zoals bedoeld in paragraaf 1, 4°, 6° tot 8°, ongeacht het geraamde bedrag;
2° in het geval van dwingende spoed zoals bedoeld in paragraaf 1, 5°, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking;
3° het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen zoals bedoeld in paragraaf 1, 9°, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking;
4° wanneer het gaat om gelegenheidsaankopen of aankopen onder bijzonder gunstige voorwaarden in de onder paragraaf 1, 10° en 11°, bedoelde gevallen, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
De voormelde versoepelingen beletten niet dat de bedoelde bepalingen in de opdrachtdocumenten toch zouden opgelegd worden.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging.
1° in geval van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wanneer de goed te keuren uitgave zonder belasting over de toegevoegde waarde, lager is dan de bedragen bepaald door de Koning;
2° wanneer in het kader van een procedure met voorafgaande oproep tot mededinging geen of geen geschikte offertes en geen of geen geschikte aanvragen tot deelneming zijn ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk zijn gewijzigd.
De offerte wordt ongeschikt bevonden als zij niet relevant is voor de opdracht, omdat zij, zonder ingrijpende wijzigingen, kennelijk niet voorziet in de in de opdrachtdocumenten omschreven behoeften en eisen van de aanbestedende entiteit. Een aanvraag tot deelneming wordt niet geschikt geacht wanneer de betrokken ondernemer krachtens artikel 149, eerste lid, of artikel 151, § 1, moet of kan worden uitgesloten, of niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 149 of artikel 151 door de aanbestedende entiteit bepaalde selectiecriteria;
3° wanneer een opdracht uitsluitend ten behoeve van onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling wordt geplaatst en niet met het oogmerk winst op te leveren dan wel de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken en voor zover het plaatsen van een dergelijke opdracht niet verhindert dat een oproep tot mededinging wordt gedaan voor latere opdrachten die dit doel in het bijzonder beogen;
4° indien de werken, leveringen of diensten alleen door een bepaalde ondernemer kunnen worden verricht, om een van de volgende redenen :
a) de opdracht heeft als doel het vervaardigen of verwerven van een uniek kunstwerk of het leveren van een artistieke prestatie;
b) mededinging ontbreekt om technische redenen;
c) uitsluitende rechten moeten worden beschermd, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten.
De onder b) en c) genoemde uitzonderingen gelden alleen als er geen redelijk alternatief of substituut bestaat en het ontbreken van mededinging niet het gevolg is van kunstmatige beperking van de voorwaarden van de opdracht;
5° voor zover dit strikt noodzakelijk is, de termijnen voor de openbare procedures, niet-openbare procedures en onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging wegens dwingende spoed voortvloeiend uit onvoorzienbare gebeurtenissen voor de aanbestedende entiteit, niet in acht kunnen worden genomen. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende entiteit te wijten zijn;
6° in het geval van opdrachten voor leveringen ten behoeve van aanvullende leveringen door de oorspronkelijke leverancier, die ofwel bestemd zijn voor de gedeeltelijke vernieuwing van leveringen of installaties, ofwel voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, wanneer een verandering van leverancier de aanbestedende entiteit ertoe zou verplichten leveringen te verwerven met andere technische eigenschappen, zodat onverenigbaarheid zou ontstaan of zich bij het gebruik en het onderhoud onevenredige technische moeilijkheden zouden voordoen;
7° in het geval van een overheidsopdracht voor aanvullende leveringen van dezelfde aard en met dezelfde kenmerken, die ingevolge onvoorziene omstandigheden, worden gegund aan de leverancier van de oorspronkelijke opdracht, op voorwaarde dat het samengevoegde bedrag van de opdrachten gegund voor de aanvullende leveringen niet hoger ligt dan vijftig percent van het bedrag van de oorspronkelijke opdracht en het samengevoegde bedrag van alle opdrachten de bedragen voor de bekendmaking op Europese niveau niet bereikt;
8° in geval van nieuwe werken of diensten bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten die door dezelfde aanbestedende entiteiten aan de met een vroegere opdracht belaste ondernemer zijn toevertrouwd, op voorwaarde dat deze werken of diensten overeenstemmen met een basisproject dat het voorwerp uitmaakte van een oorspronkelijke opdracht die geplaatst werd bij een in artikel 117, § 1, eerste lid, bedoelde procedure. Het basisproject dient de omvang van de aanvullende werken of diensten evenals de voorwaarden waaronder deze zullen worden gegund, te vermelden. De mogelijkheid om deze procedure aan te wenden dient evenwel bij het in mededinging stellen van de eerste opdracht vermeld te worden en het geraamde totaalbedrag voor de daaropvolgende werken of diensten moet reeds vanaf dit ogenblik door de aanbestedende entiteiten in aanmerking genomen worden voor het al dan niet bereiken van de drempels voor de Europese bekendmaking;
9° het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen;
10° voor gelegenheidsaankopen, wanneer zich gedurende zeer korte tijd een bijzonder voordelige gelegenheid tot aanschaffing van leveringen voordoet en waarvoor de te betalen prijs ver onder de normale marktprijs ligt;
11° wanneer het gaat om de aankoop van leveringen of diensten tegen bijzonder gunstige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die zijn handelsactiviteiten stopzet, hetzij bij curatoren, de met een overdracht onder gerechtelijk gezag gelaste mandatarissen of vereffenaars van een faillissement, een gerechtelijke reorganisatie of een in de nationale wetgevingen of reglementeringen bestaande procedure van dezelfde aard;
12° in geval van een overheidsopdracht voor diensten wanneer de betrokken opdracht op een prijsvraag volgt en overeenkomstig de toepasselijke regels moet worden gegund aan de winnaar of aan een van de winnaars van die prijsvraag. In dit laatste geval moeten alle winnaars worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen.
§ 2. Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is het artikel 149 omtrent de selectiecriteria niet van toepassing op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging. Indien de aanbestedende entiteit echter een aanbestedende overheid is, zijn de artikelen 67 en 68 wel van toepassing.
Bovendien is, behoudens tegengestelde bepaling in de opdrachtdocumenten, het artikel 81 betreffende de gunningscriteria niet van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst door middel van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging waarvan de geraamde waarde lager is dan het in paragraaf 1, 1°, bedoelde plafond. Dit is eveneens het geval wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de volgende gevallen :
1° de diverse gevallen waarin slechts één ondernemer kan worden geraadpleegd zoals bedoeld in paragraaf 1, 4°, 6° tot 8°, ongeacht het geraamde bedrag;
2° in het geval van dwingende spoed zoals bedoeld in paragraaf 1, 5°, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking;
3° het gaat om op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen zoals bedoeld in paragraaf 1, 9°, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking;
4° wanneer het gaat om gelegenheidsaankopen of aankopen onder bijzonder gunstige voorwaarden in de onder paragraaf 1, 10° en 11°, bedoelde gevallen, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager ligt dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
De voormelde versoepelingen beletten niet dat de bedoelde bepalingen in de opdrachtdocumenten toch zouden opgelegd worden.
§ 3. De Koning kan de bijkomende procedurele regels bepalen die van toepassing zijn op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging.
Art.124. § 1er. L'entité adjudicatrice peut recourir à une procédure négociée sans mise en concurrence préalable mais, si possible, après consultation de plusieurs opérateurs économiques, dans les cas suivants :
1° dans le cas d'un marché public de travaux, de fournitures ou de services, lorsque la dépense à approuver, hors taxe sur la valeur ajoutée, est inférieure aux montants fixés par le Roi;
2° lorsque aucune offre ou aucune offre appropriée ou aucune demande de participation ou aucune demande appropriée de participation n'a été déposée en réponse à une procédure avec mise en concurrence préalable, pour autant que les conditions initiales du marché ne soient pas substantiellement modifiées.
Une offre n'est pas considérée comme appropriée lorsqu'elle est sans rapport avec le marché parce qu'elle n'est manifestement pas en mesure, sans modifications substantielles, de répondre aux besoins et aux exigences de l'entité adjudicatrice spécifiés dans les documents de marché. Une demande participation n'est pas considérée comme appropriée lorsque l'opérateur économique concerné doit ou peut être exclu en vertu de l'article 149, alinéa 1er, ou de l'article 151, § 1er, ou ne remplit pas les critères de sélection établis par l'entité adjudicatrice en vertu de l'article 149 ou de l'article 151;
3° lorsqu'un marché est passé uniquement à des fins de recherche, d'expérimentation, d'étude ou de développement et non dans le but d'assurer une rentabilité ou d'amortir les coûts de recherche et de développement et dans la mesure où la passation d'un tel marché ne porte pas préjudice à la mise en concurrence des marchés subséquents qui poursuivent notamment ces buts;
4° lorsque les travaux, fournitures ou services ne peuvent être fournis que par un opérateur économique particulier, pour l'une quelconque des raisons suivantes :
a) l'objet du marché est la création ou l'acquisition d'une oeuvre d'art ou d'une performance artistique unique;
b) il y a absence de concurrence pour des raisons techniques;
c) la protection de droits d'exclusivité, en ce compris les droits de propriété intellectuelle.
Les exceptions indiquées aux points b) et c) ne s'appliquent que lorsqu'il n'existe aucune solution alternative ou de remplacement raisonnable et que l'absence de concurrence ne résulte pas d'une restriction artificielle des conditions du marché;
5° dans la mesure strictement nécessaire, lorsque l'urgence impérieuse résultant d'événements imprévisibles pour l'entité adjudicatrice ne permet pas de respecter les délais exigés par les procédures ouvertes, restreintes et négociées avec mise en concurrence préalable. Les circonstances invoquées pour justifier l'urgence impérieuse ne peuvent en aucun cas, être imputables à l'entité adjudicatrice;
6° dans le cas de marchés de fournitures pour des livraisons complémentaires effectuées par le fournisseur initial et destinées, soit au renouvellement partiel de fournitures ou d'installations, soit à l'extension de fournitures ou d'installations existantes, lorsque le changement de fournisseur obligerait l'entité adjudicatrice à acquérir des fournitures ayant des caractéristiques techniques différentes entraînant une incompatibilité ou des difficultés techniques d'utilisation et d'entretien disproportionnées;
7° dans le cas de marchés de fournitures complémentaires de même nature et présentant les mêmes caractéristiques qui sont attribuées, à la suite d'une circonstance imprévue, au fournisseur du marché initial, à condition que le montant cumulé des marchés de fournitures complémentaires n'excède pas cinquante pour cent du montant du marché initial et que le montant cumulé de tous les marchés n'atteigne pas les montants fixés pour la publicité au niveau européen;
8° pour de nouveaux travaux ou services consistant dans la répétition de travaux ou services similaires confiés à un opérateur économique auquel les mêmes entités adjudicatrices ont attribué un précédent marché, à condition que ces travaux ou ces services soient conformes à un projet de base et que ce projet ait fait l'objet d'un premier marché passé selon la procédure visée à l'article 117, § 1er, alinéa 1er. Le projet de base précise l'étendue des travaux ou services supplémentaires possibles et les conditions de leur attribution. Toutefois, la possibilité de recourir à cette procédure doit être indiquée dès la mise en concurrence du premier marché et le montant total envisagé pour les travaux ou les services supplémentaires doit déjà dès ce moment être pris en considération par les entités adjudicatrices pour déterminer si les seuils fixés pour la publicité européenne sont ou non atteints;
9° lorsqu'il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières;
10° pour les achats d'opportunité, lorsqu'il est possible d'acquérir des fournitures en profitant d'une occasion particulièrement avantageuse qui s'est présentée dans une période de temps très courte et pour lesquelles le prix à payer est considérablement plus bas que les prix normalement pratiqués sur le marché;
11° pour l'achat de fournitures ou de services à des conditions particulièrement avantageuses, soit auprès d'un fournisseur cessant définitivement ses activités commerciales, soit auprès des curateurs, des mandataires chargés d'un transfert sous autorité de justice ou liquidateurs d'une faillite, d'une réorganisation judiciaire ou d'une procédure de même nature existant dans les législations ou réglementations nationales;
12° dans le cas d'un marché public de services considéré, lorsque le marché de services considéré fait suite à un concours et doit, conformément aux règles y applicables, être attribué au lauréat ou à un des lauréats de ce concours. Dans ce dernier cas, tous les lauréats du concours sont invités à participer aux négociations.
§ 2. Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'article 149 relatif aux critères de sélection n'est pas d'application à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable. Cependant, lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, les articles 67 et 68 sont bien d'application.
Par ailleurs, sauf disposition contraire dans les documents du marché, l'article 81 concernant les critères d'attribution n'est pas d'application aux marchés passés par procédure négociée sans mise en concurrence préalable dont la valeur estimée est inférieure au plafond visé au paragraphe 1er, 1°. Ceci est également le cas lorsqu'il est fait usage de la procédure sans publication préalable dans les cas suivants :
1° les divers cas dans lesquels seul un opérateur économique peut être consulté tel que visé au paragraphe 1er, 4°, 6° à 8°, indépendamment du montant estimé;
2° dans le cas de l'urgence impérieuse telle que visée au paragraphe 1er, 5°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne;
3° lorsqu'il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières telles que visées au paragraphe 1er, 9°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne;
4° lorsqu'il s'agit d'acquisitions d'opportunité ou à des conditions particulièrement avantageuses telles que visées au paragraphe 1er, 10° et 11°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne.
Les assouplissements précités n'empêchent nullement que lesdites dispositions soient tout-de-même rendues applicables dans les documents du marché.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable.
1° dans le cas d'un marché public de travaux, de fournitures ou de services, lorsque la dépense à approuver, hors taxe sur la valeur ajoutée, est inférieure aux montants fixés par le Roi;
2° lorsque aucune offre ou aucune offre appropriée ou aucune demande de participation ou aucune demande appropriée de participation n'a été déposée en réponse à une procédure avec mise en concurrence préalable, pour autant que les conditions initiales du marché ne soient pas substantiellement modifiées.
Une offre n'est pas considérée comme appropriée lorsqu'elle est sans rapport avec le marché parce qu'elle n'est manifestement pas en mesure, sans modifications substantielles, de répondre aux besoins et aux exigences de l'entité adjudicatrice spécifiés dans les documents de marché. Une demande participation n'est pas considérée comme appropriée lorsque l'opérateur économique concerné doit ou peut être exclu en vertu de l'article 149, alinéa 1er, ou de l'article 151, § 1er, ou ne remplit pas les critères de sélection établis par l'entité adjudicatrice en vertu de l'article 149 ou de l'article 151;
3° lorsqu'un marché est passé uniquement à des fins de recherche, d'expérimentation, d'étude ou de développement et non dans le but d'assurer une rentabilité ou d'amortir les coûts de recherche et de développement et dans la mesure où la passation d'un tel marché ne porte pas préjudice à la mise en concurrence des marchés subséquents qui poursuivent notamment ces buts;
4° lorsque les travaux, fournitures ou services ne peuvent être fournis que par un opérateur économique particulier, pour l'une quelconque des raisons suivantes :
a) l'objet du marché est la création ou l'acquisition d'une oeuvre d'art ou d'une performance artistique unique;
b) il y a absence de concurrence pour des raisons techniques;
c) la protection de droits d'exclusivité, en ce compris les droits de propriété intellectuelle.
Les exceptions indiquées aux points b) et c) ne s'appliquent que lorsqu'il n'existe aucune solution alternative ou de remplacement raisonnable et que l'absence de concurrence ne résulte pas d'une restriction artificielle des conditions du marché;
5° dans la mesure strictement nécessaire, lorsque l'urgence impérieuse résultant d'événements imprévisibles pour l'entité adjudicatrice ne permet pas de respecter les délais exigés par les procédures ouvertes, restreintes et négociées avec mise en concurrence préalable. Les circonstances invoquées pour justifier l'urgence impérieuse ne peuvent en aucun cas, être imputables à l'entité adjudicatrice;
6° dans le cas de marchés de fournitures pour des livraisons complémentaires effectuées par le fournisseur initial et destinées, soit au renouvellement partiel de fournitures ou d'installations, soit à l'extension de fournitures ou d'installations existantes, lorsque le changement de fournisseur obligerait l'entité adjudicatrice à acquérir des fournitures ayant des caractéristiques techniques différentes entraînant une incompatibilité ou des difficultés techniques d'utilisation et d'entretien disproportionnées;
7° dans le cas de marchés de fournitures complémentaires de même nature et présentant les mêmes caractéristiques qui sont attribuées, à la suite d'une circonstance imprévue, au fournisseur du marché initial, à condition que le montant cumulé des marchés de fournitures complémentaires n'excède pas cinquante pour cent du montant du marché initial et que le montant cumulé de tous les marchés n'atteigne pas les montants fixés pour la publicité au niveau européen;
8° pour de nouveaux travaux ou services consistant dans la répétition de travaux ou services similaires confiés à un opérateur économique auquel les mêmes entités adjudicatrices ont attribué un précédent marché, à condition que ces travaux ou ces services soient conformes à un projet de base et que ce projet ait fait l'objet d'un premier marché passé selon la procédure visée à l'article 117, § 1er, alinéa 1er. Le projet de base précise l'étendue des travaux ou services supplémentaires possibles et les conditions de leur attribution. Toutefois, la possibilité de recourir à cette procédure doit être indiquée dès la mise en concurrence du premier marché et le montant total envisagé pour les travaux ou les services supplémentaires doit déjà dès ce moment être pris en considération par les entités adjudicatrices pour déterminer si les seuils fixés pour la publicité européenne sont ou non atteints;
9° lorsqu'il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières;
10° pour les achats d'opportunité, lorsqu'il est possible d'acquérir des fournitures en profitant d'une occasion particulièrement avantageuse qui s'est présentée dans une période de temps très courte et pour lesquelles le prix à payer est considérablement plus bas que les prix normalement pratiqués sur le marché;
11° pour l'achat de fournitures ou de services à des conditions particulièrement avantageuses, soit auprès d'un fournisseur cessant définitivement ses activités commerciales, soit auprès des curateurs, des mandataires chargés d'un transfert sous autorité de justice ou liquidateurs d'une faillite, d'une réorganisation judiciaire ou d'une procédure de même nature existant dans les législations ou réglementations nationales;
12° dans le cas d'un marché public de services considéré, lorsque le marché de services considéré fait suite à un concours et doit, conformément aux règles y applicables, être attribué au lauréat ou à un des lauréats de ce concours. Dans ce dernier cas, tous les lauréats du concours sont invités à participer aux négociations.
§ 2. Pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'article 149 relatif aux critères de sélection n'est pas d'application à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable. Cependant, lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, les articles 67 et 68 sont bien d'application.
Par ailleurs, sauf disposition contraire dans les documents du marché, l'article 81 concernant les critères d'attribution n'est pas d'application aux marchés passés par procédure négociée sans mise en concurrence préalable dont la valeur estimée est inférieure au plafond visé au paragraphe 1er, 1°. Ceci est également le cas lorsqu'il est fait usage de la procédure sans publication préalable dans les cas suivants :
1° les divers cas dans lesquels seul un opérateur économique peut être consulté tel que visé au paragraphe 1er, 4°, 6° à 8°, indépendamment du montant estimé;
2° dans le cas de l'urgence impérieuse telle que visée au paragraphe 1er, 5°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne;
3° lorsqu'il s'agit de fournitures cotées et achetées à une bourse de matières premières telles que visées au paragraphe 1er, 9°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne;
4° lorsqu'il s'agit d'acquisitions d'opportunité ou à des conditions particulièrement avantageuses telles que visées au paragraphe 1er, 10° et 11°, pour les marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils pour la publicité européenne.
Les assouplissements précités n'empêchent nullement que lesdites dispositions soient tout-de-même rendues applicables dans les documents du marché.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités procédurales additionnelles applicables à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable.
HOOFDSTUK 3. - Technieken en instrumenten voor elektronische en samengestelde opdrachten
CHAPITRE 3. - Techniques et instruments pour les marchés électroniques et agrégés
Raamovereenkomsten
Accords-cadres
Art.125. § 1. Een aanbestedende entiteit kan raamovereenkomsten sluiten, voor zover zij de in deze wet voorgeschreven procedures toepast.
De looptijd van een raamovereenkomst, alsook van de opdrachten die erop gebaseerd zijn, mag niet langer zijn dan acht jaar, behalve in deugdelijk gemotiveerde uitzonderingsgevallen, met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.
§ 2. Opdrachten op basis van een raamovereenkomst worden gegund op basis van objectieve regels en criteria, waarbij de mogelijkheid bestaat de ondernemers die partij zijn bij de gesloten raamovereenkomst opnieuw tot mededinging op te roepen. Die regels en criteria dienen te worden bepaald in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst.
De objectieve regels en criteria, bedoeld in het eerste lid, garanderen de gelijke behandeling van de ondernemers die partij zijn bij de overeenkomst. Bij een nieuwe oproep tot mededinging stelt de aanbestedende entiteit een voldoende lange termijn vast voor de indiening van offertes voor elke specifieke opdracht, en gunt zij elke opdracht aan de inschrijver die de beste offerte heeft ingediend, op grond van de in de opdrachtdocumenten van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria.
De aanbestedende entiteit mag geen oneigenlijk gebruik van raamovereenkomsten maken en mag deze niet gebruiken om de mededinging te verhinderen, te beperken of te vervalsen.
De looptijd van een raamovereenkomst, alsook van de opdrachten die erop gebaseerd zijn, mag niet langer zijn dan acht jaar, behalve in deugdelijk gemotiveerde uitzonderingsgevallen, met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.
§ 2. Opdrachten op basis van een raamovereenkomst worden gegund op basis van objectieve regels en criteria, waarbij de mogelijkheid bestaat de ondernemers die partij zijn bij de gesloten raamovereenkomst opnieuw tot mededinging op te roepen. Die regels en criteria dienen te worden bepaald in de opdrachtdocumenten voor de raamovereenkomst.
De objectieve regels en criteria, bedoeld in het eerste lid, garanderen de gelijke behandeling van de ondernemers die partij zijn bij de overeenkomst. Bij een nieuwe oproep tot mededinging stelt de aanbestedende entiteit een voldoende lange termijn vast voor de indiening van offertes voor elke specifieke opdracht, en gunt zij elke opdracht aan de inschrijver die de beste offerte heeft ingediend, op grond van de in de opdrachtdocumenten van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria.
De aanbestedende entiteit mag geen oneigenlijk gebruik van raamovereenkomsten maken en mag deze niet gebruiken om de mededinging te verhinderen, te beperken of te vervalsen.
Art.125. § 1er. Une entité adjudicatrice peut conclure des accords-cadres pour autant qu'elle applique les procédures prévues par la présente loi.
La durée d'un accord-cadre, de même que celle des marchés fondés sur cet accord-cadre, ne peut dépasser huit ans, sauf dans des cas exceptionnels dûment justifiés, notamment par l'objet de l'accord-cadre.
§ 2. Les marchés fondés sur un accord-cadre sont passés sur la base de règles et de critères objectifs qui peuvent inclure la remise en concurrence des opérateurs économiques qui sont parties à l'accord-cadre conclu. Ces règles et critères sont énoncés dans les documents de marché relatifs à l'accord-cadre.
Les règles et critères objectifs visés à l'alinéa 1er assurent l'égalité de traitement des opérateurs économiques qui sont parties à l'accord. Lorsque ceux-ci incluent une remise en concurrence, l'entité adjudicatrice fixe un délai suffisamment long pour permettre la présentation des offres relatives à chaque marché spécifique et elle attribue chaque marché au soumissionnaire ayant présenté la meilleure offre sur la base des critères d'attribution énoncés dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre.
L'entité adjudicatrice ne recourt pas à l'accord-cadre de façon abusive ou de manière à empêcher, à restreindre ou à fausser la concurrence.
La durée d'un accord-cadre, de même que celle des marchés fondés sur cet accord-cadre, ne peut dépasser huit ans, sauf dans des cas exceptionnels dûment justifiés, notamment par l'objet de l'accord-cadre.
§ 2. Les marchés fondés sur un accord-cadre sont passés sur la base de règles et de critères objectifs qui peuvent inclure la remise en concurrence des opérateurs économiques qui sont parties à l'accord-cadre conclu. Ces règles et critères sont énoncés dans les documents de marché relatifs à l'accord-cadre.
Les règles et critères objectifs visés à l'alinéa 1er assurent l'égalité de traitement des opérateurs économiques qui sont parties à l'accord. Lorsque ceux-ci incluent une remise en concurrence, l'entité adjudicatrice fixe un délai suffisamment long pour permettre la présentation des offres relatives à chaque marché spécifique et elle attribue chaque marché au soumissionnaire ayant présenté la meilleure offre sur la base des critères d'attribution énoncés dans les documents du marché relatifs à l'accord-cadre.
L'entité adjudicatrice ne recourt pas à l'accord-cadre de façon abusive ou de manière à empêcher, à restreindre ou à fausser la concurrence.
Dynamische aankoopsystemen
Systèmes d'acquisition dynamiques
Art.126. De aanbestedende entiteit kan, overeenkomstig de krachtens artikel 44 bepaalde voorwaarden, gebruik maken van een dynamisch aankoopsysteem voor opdrachten voor werken, leveringen en diensten voor courant gebruik die algemeen beschikbaar zijn op de markt en waarvan de kenmerken voldoen aan haar behoeften. Niettegenstaande artikel 119 gelden, in afwijking van artikel 44, § 2, tweede lid, niettemin de volgende termijnen :
1° de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt in het algemeen dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen. Er zijn geen verdere termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming wanneer de uitnodiging tot het indienen van een offerte voor de eerste specifieke opdracht in het kader van het dynamische aankoopsysteem is verzonden;
2° de minimumtermijn voor de ontvangst van offertes bedraagt tenminste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte. Artikel 119, § 2, tweede en derde lid, is van toepassing.
De Koning bepaalt de bijkomende procedurele en materiële regels die van toepassing zijn op het dynamisch aankoopsysteem.
1° de minimumtermijn voor ontvangst van de aanvragen tot deelneming bedraagt in het algemeen dertig dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of, wanneer een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, van het verzoek tot bevestiging van belangstelling, en bedraagt in geen geval minder dan vijftien dagen. Er zijn geen verdere termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming wanneer de uitnodiging tot het indienen van een offerte voor de eerste specifieke opdracht in het kader van het dynamische aankoopsysteem is verzonden;
2° de minimumtermijn voor de ontvangst van offertes bedraagt tenminste tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een offerte. Artikel 119, § 2, tweede en derde lid, is van toepassing.
De Koning bepaalt de bijkomende procedurele en materiële regels die van toepassing zijn op het dynamisch aankoopsysteem.
Art.126. L'instance adjudicatrice peut, dans les conditions visées en vertu de l'article 44, recourir à un système d'acquisition dynamique pour des marchés de travaux, de fournitures ou de services d'usage courant qui sont communément disponibles sur le marché et dont les caractéristiques répondent à ses besoins. Nonobstant l'article 119, par dérogation à l'article 44, § 2, alinéa 2, les délais suivants s'appliquent néanmoins :
1° le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou, lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis périodique indicatif, à compter de la date d'envoi de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours. Aucun délai supplémentaire de réception des demandes de participation n'est applicable après l'envoi de l'invitation à soumissionner pour le premier marché spécifique dans le cadre du système d'acquisition dynamique;
2° le délai minimal de réception des offres est d'au moins dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner. L'article 119, § 2, deuxième et troisième alinéas, s'applique.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent le système d'acquisition dynamique.
1° le délai minimal de réception des demandes de participation est, en règle générale, d'au moins trente jours à compter de la date d'envoi de l'avis de marché ou, lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis périodique indicatif, à compter de la date d'envoi de l'invitation à confirmer l'intérêt; il n'est en aucun cas inférieur à quinze jours. Aucun délai supplémentaire de réception des demandes de participation n'est applicable après l'envoi de l'invitation à soumissionner pour le premier marché spécifique dans le cadre du système d'acquisition dynamique;
2° le délai minimal de réception des offres est d'au moins dix jours à compter de la date d'envoi de l'invitation à soumissionner. L'article 119, § 2, deuxième et troisième alinéas, s'applique.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent le système d'acquisition dynamique.
Elektronische veilingen
Enchères électroniques
Art.127. De aanbestedende entiteit kan, overeenkomstig de krachtens artikel 45 bepaalde voorwaarden, elektronische veilingen gebruiken waarin nieuwe, verlaagde prijzen, en/of nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de offertes worden voorgesteld.
De Koning bepaalt de bijkomende procedurele en materiële regels die van toepassing zijn op de elektronische veiling.
De Koning bepaalt de bijkomende procedurele en materiële regels die van toepassing zijn op de elektronische veiling.
Art.127. L'entité adjudicatrice peut, dans les conditions visées en vertu de l'article 45, recourir à des enchères électroniques où sont présentés de nouveaux prix, révisés à la baisse, et/ou de nouvelles valeurs portant sur certains éléments des offres.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'enchère électronique.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'enchère électronique.
Elektronische catalogi
Catalogues électroniques
Art.128. Wanneer het gebruik van elektronische communicatiemiddelen verplicht is, kan de aanbestedende entiteit, overeenkomstig de in artikel 46 bepaalde voorwaarden en regels, eisen dat de offertes in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend of een elektronische catalogus bevatten.
De Koning bepaalt de bijkomende materiële en procedurele regels voor het gebruik van elektronische catalogi.
De Koning bepaalt de bijkomende materiële en procedurele regels voor het gebruik van elektronische catalogi.
Art.128. Lorsque l'utilisation de moyens de communication électroniques est requise, l'entité adjudicatrice peut exiger que les offres soient présentées sous la forme d'un catalogue électronique ou qu'elles comportent un catalogue électronique, conformément aux conditions et modalités de l'article 46.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'utilisation de catalogues électroniques.
Le Roi fixe les modalités matérielles et procédurales additionnelles qui régissent l'utilisation de catalogues électroniques.
Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoopcentrales
Activités d'achat centralisées et centrales d'achat
Art.129. De aanbestedende entiteit kan, overeenkomstig de in artikel 47, §§ 2 tot 4 bepaalde voorwaarden en regels, leveringen en/of diensten verwerven van een aankoopcentrale die gecentraliseerde aankoopactiviteiten aanbiedt als bedoeld in artikel 2, 7°, a).
Zij kan ook gebruik maken, wat de werken, leveringen en/of diensten betreft en mits naleving van de in artikel 47, §§ 2 tot 4, bedoelde voorwaarden, van de in artikel 2, 7°, b), bedoelde gecentraliseerde aankoopactiviteiten van een aankoopcentrale :
1° door gebruik te maken van een door deze aankoopcentrale gesloten opdracht;
2° door gebruik te maken van een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem; of
3° door gebruik te maken van een raamovereenkomst die gesloten is door deze aankoopcentrale.
Wanneer een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere aanbestedende entiteiten mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging van een opdracht voor het opzetten van het dynamische aankoopsysteem.
De in artikel 47, §§ 2 tot 4 vermelde voorwaarden en regels zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 47, § 2, 3°.
Overheidsopdrachten die door een aankoopcentrale worden geplaatst met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten worden beschouwd als overheidsopdrachten voor de uitoefening van een werkzaamheid als beschreven in de artikelen 96 tot en met 102.
Zij kan ook gebruik maken, wat de werken, leveringen en/of diensten betreft en mits naleving van de in artikel 47, §§ 2 tot 4, bedoelde voorwaarden, van de in artikel 2, 7°, b), bedoelde gecentraliseerde aankoopactiviteiten van een aankoopcentrale :
1° door gebruik te maken van een door deze aankoopcentrale gesloten opdracht;
2° door gebruik te maken van een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem; of
3° door gebruik te maken van een raamovereenkomst die gesloten is door deze aankoopcentrale.
Wanneer een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere aanbestedende entiteiten mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging van een opdracht voor het opzetten van het dynamische aankoopsysteem.
De in artikel 47, §§ 2 tot 4 vermelde voorwaarden en regels zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 47, § 2, 3°.
Overheidsopdrachten die door een aankoopcentrale worden geplaatst met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten worden beschouwd als overheidsopdrachten voor de uitoefening van een werkzaamheid als beschreven in de artikelen 96 tot en met 102.
Art.129. L'entité adjudicatrice peut, conformément aux conditions et modalités de l'article 47, §§ 2 à 4, acquérir des fournitures et/ou des services auprès d'une centrale d'achat proposant les activités d'achat centralisées telles que visées à l'article 2, 7°, a).
Elle peut également bénéficier, en ce qui concerne des travaux, des fournitures et/ou des services, des activités d'achat centralisées d'une centrale d'achat telles que visées à l'article 2, 7°, b) :
1° par le biais d'un marché conclu par ladite centrale d'achat;
2° dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat; ou
3° par le biais d'un accord-cadre conclu par cette centrale d'achat.
Lorsqu'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat est susceptible d'être utilisé par d'autres entités adjudicatrices, ce fait est signalé dans l'avis de marché mettant ledit système d'acquisition dynamique en place.
Les conditions et modalités mentionnées à l'article 47, §§ 2 à 4 sont d'application, à l'exception de l'article 47, § 2, 3°.
Des marchés passés par une centrale d'achats en vue d'effectuer des activités d'achats centralisées sont considérés comme des marchés passés en vue de mener des activités visées aux articles 96 à 102.
Elle peut également bénéficier, en ce qui concerne des travaux, des fournitures et/ou des services, des activités d'achat centralisées d'une centrale d'achat telles que visées à l'article 2, 7°, b) :
1° par le biais d'un marché conclu par ladite centrale d'achat;
2° dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat; ou
3° par le biais d'un accord-cadre conclu par cette centrale d'achat.
Lorsqu'un système d'acquisition dynamique mis en place par une centrale d'achat est susceptible d'être utilisé par d'autres entités adjudicatrices, ce fait est signalé dans l'avis de marché mettant ledit système d'acquisition dynamique en place.
Les conditions et modalités mentionnées à l'article 47, §§ 2 à 4 sont d'application, à l'exception de l'article 47, § 2, 3°.
Des marchés passés par une centrale d'achats en vue d'effectuer des activités d'achats centralisées sont considérés comme des marchés passés en vue de mener des activités visées aux articles 96 à 102.
Occasionele gezamenlijke opdrachten
Marchés conjoints occasionnels
Art.130. Twee of meer aanbestedende entiteiten kunnen overeenkomen bepaalde specifieke opdrachten gezamenlijk te plaatsen.
Wanneer een volledige plaatsingsprocedure gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende entiteiten, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen. Dit geldt ook wanneer een aanbestedende entiteit de plaatsingsprocedure beheert en optreedt voor rekening van zichzelf en voor rekening van de andere betrokken aanbestedende entiteiten.
Als de uitvoering van een plaatsingsprocedure niet in haar geheel gebeurt namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende entiteiten, zijn zij alleen gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen. Elke aanbestedende entiteit is als enige verantwoordelijk voor het nakomen van haar verplichtingen met betrekking tot de delen die zij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.
De Koning kan de bijkomende en procedurele regels bepalen voor de uitvoering van de gezamenlijke opdrachten.
Wanneer een volledige plaatsingsprocedure gezamenlijk wordt uitgevoerd namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende entiteiten, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen. Dit geldt ook wanneer een aanbestedende entiteit de plaatsingsprocedure beheert en optreedt voor rekening van zichzelf en voor rekening van de andere betrokken aanbestedende entiteiten.
Als de uitvoering van een plaatsingsprocedure niet in haar geheel gebeurt namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende entiteiten, zijn zij alleen gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen. Elke aanbestedende entiteit is als enige verantwoordelijk voor het nakomen van haar verplichtingen met betrekking tot de delen die zij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.
De Koning kan de bijkomende en procedurele regels bepalen voor de uitvoering van de gezamenlijke opdrachten.
Art.130. Deux ou plusieurs entités adjudicatrices peuvent convenir de passer conjointement certains marchés spécifiques.
Lorsqu'une procédure de passation est menée conjointement dans son intégralité au nom et pour le compte de toutes les entités adjudicatrices concernées, celles-ci sont solidairement responsables de l'exécution des obligations qui leur incombent. C'est également le cas lorsqu'une seule entité adjudicatrice gère la procédure de passation, en agissant pour son propre compte et pour le compte des autres entités adjudicatrices concernées.
Lorsqu'une procédure de passation de marché n'est pas menée dans son intégralité au nom et pour le compte des entités adjudicatrices concernées, celles-ci ne sont solidairement responsables que des parties de la procédure qui sont menées conjointement. Chaque entité adjudicatrice est seule responsable de l'exécution des obligations qui lui incombent pour les parties de la procédure dont elle se charge en son nom propre et pour son propre compte.
Le Roi peut fixer des modalités matérielles et procédurales additionnelles applicables à l'exécution de ces marchés conjoints.
Lorsqu'une procédure de passation est menée conjointement dans son intégralité au nom et pour le compte de toutes les entités adjudicatrices concernées, celles-ci sont solidairement responsables de l'exécution des obligations qui leur incombent. C'est également le cas lorsqu'une seule entité adjudicatrice gère la procédure de passation, en agissant pour son propre compte et pour le compte des autres entités adjudicatrices concernées.
Lorsqu'une procédure de passation de marché n'est pas menée dans son intégralité au nom et pour le compte des entités adjudicatrices concernées, celles-ci ne sont solidairement responsables que des parties de la procédure qui sont menées conjointement. Chaque entité adjudicatrice est seule responsable de l'exécution des obligations qui lui incombent pour les parties de la procédure dont elle se charge en son nom propre et pour son propre compte.
Le Roi peut fixer des modalités matérielles et procédurales additionnelles applicables à l'exécution de ces marchés conjoints.
Plaatsen van opdrachten door aanbestedende entiteiten van verschillende lidstaten
Marchés auxquels participent des entités adjudicatrices de différents Etats membres
Art.131. Onverminderd de artikelen 113 en 114 kunnen aanbestedende entiteiten van verschillende lidstaten gezamenlijk een overheidsopdracht plaatsen, gebruik maken van gecentraliseerde aankoopactiviteiten die door in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrales worden aangeboden, een raamovereenkomst sluiten, een dynamisch aankoopsysteem exploiteren of een gezamenlijke entiteit oprichten. Zij kunnen eveneens opdrachten plaatsen op basis van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem.
De aanbestedende entiteit maakt geen gebruik van de in het eerste lid voorziene middelen om de toepassing te vermijden van dwingende publiekrechtelijke bepalingen die in overeenstemming zijn met het Unierecht en waaraan zij onderworpen is.
De in artikel 49, §§ 2 tot 4, bedoelde voorwaarden en regels zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 49, § 2, tweede lid, 3° en de verwijzing naar artikel 43, § 1, tweede lid.
De aanbestedende entiteit maakt geen gebruik van de in het eerste lid voorziene middelen om de toepassing te vermijden van dwingende publiekrechtelijke bepalingen die in overeenstemming zijn met het Unierecht en waaraan zij onderworpen is.
De in artikel 49, §§ 2 tot 4, bedoelde voorwaarden en regels zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 49, § 2, tweede lid, 3° en de verwijzing naar artikel 43, § 1, tweede lid.
Art.131. Sans préjudice des articles 113 et 114, les entités adjudicatrices de différents Etats membres peuvent conjointement passer un marché public, recourir à des activités d'achats centralisées proposées par des centrales d'achat situées dans un autre Etat membre, conclure un accord-cadre, mettre en place un système d'acquisition dynamique ou établir une entité conjointe. Ils peuvent également passer des marchés sur la base d'un accord-cadre ou d'un système d'acquisition dynamique.
L' entité adjudicatrice ne recourt pas aux moyens prévus à l'alinéa 1er dans le but de se soustraire à l'application de dispositions obligatoires de droit public conformes au droit de l'Union auxquelles i elle est soumise.
Les conditions et modalités mentionnées à l'article 49, §§ 2 à 4 sont d'application, à l'exception de l'article 49, § 2, alinéa 2, 3° et la référence à l'article 43, § 1er, alinéa 2 .
L' entité adjudicatrice ne recourt pas aux moyens prévus à l'alinéa 1er dans le but de se soustraire à l'application de dispositions obligatoires de droit public conformes au droit de l'Union auxquelles i elle est soumise.
Les conditions et modalités mentionnées à l'article 49, §§ 2 à 4 sont d'application, à l'exception de l'article 49, § 2, alinéa 2, 3° et la référence à l'article 43, § 1er, alinéa 2 .
Prijsvragen
Concours
Art.132. De aanbestedende entiteit kan een prijsvraag organiseren met toepassing van procedures die zijn aangepast aan de bepalingen van titel 1 en titel 3, eerste hoofdstuk, en aan de door de Koning bepaalde bijkomende materiële en procedurele regels.
[1 Artikel 73, § 4, is van toepassing op de prijsvragen.]1
De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt :
1° tot het grondgebied van het Rijk of een deel daarvan;
2° op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge reglementaire bepalingen, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn.
Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende entiteit duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In elk geval moet het aantal kandidaten die tot deelneming aan de prijsvraag worden uitgenodigd, toereikend zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
[1 Artikel 73, § 4, is van toepassing op de prijsvragen.]1
De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt :
1° tot het grondgebied van het Rijk of een deel daarvan;
2° op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge reglementaire bepalingen, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn.
Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende entiteit duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In elk geval moet het aantal kandidaten die tot deelneming aan de prijsvraag worden uitgenodigd, toereikend zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
Modifications
Art.132. L'entité adjudicatrice peut organiser des concours en appliquant des procédures qui sont adaptées aux dispositions du titre 1er et du titre 3, chapitre 1er, et aux modalités matérielles et procédurales additionnelles à déterminer par le Roi.
[1 L'article 73, § 4 est d'application pour les concours.]1
L'accès à la participation aux concours ne peut être limité :
1° au territoire ou à une partie du Royaume;
2° au motif que les participants seraient tenus, en vertu de certaines dispositions réglemantaires, d'être soit des personnes physiques, soit des personnes morales.
Lorsque les concours sont limités à un nombre restreint de participants, l' entité adjudicatrice établit des critères de sélection clairs et non discriminatoires. Dans tous les cas, le nombre de candidats invités à participer aux concours est suffisant pour garantir une concurrence réelle.
[1 L'article 73, § 4 est d'application pour les concours.]1
L'accès à la participation aux concours ne peut être limité :
1° au territoire ou à une partie du Royaume;
2° au motif que les participants seraient tenus, en vertu de certaines dispositions réglemantaires, d'être soit des personnes physiques, soit des personnes morales.
Lorsque les concours sont limités à un nombre restreint de participants, l' entité adjudicatrice établit des critères de sélection clairs et non discriminatoires. Dans tous les cas, le nombre de candidats invités à participer aux concours est suffisant pour garantir une concurrence réelle.
Modifications
HOOFDSTUK 4. - Verloop van de procedure
CHAPITRE 4. - Déroulement de la procédure
Afdeling 1. - Voorbereiding
Section 1re. - Préparation
Marktconsultaties, voorafgaande betrokkenheid, technische specificaties, keurmerken, testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen
Consultations du marché, consultation préalable, spécifications techniques, labels, rapports d'essai, certification et autres preuves
Art.133. Onderstaande bepalingen omtrent de voorbereiding van de opdracht zijn van toepassing op de in de onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten :
1° artikel 51 in verband met voorafgaande marktconsultaties;
2° artikel 52 met betrekking tot de voorafgaande betrokkenheid van kandidaten of inschrijvers;
3° artikel 53 met betrekking tot de opname van technische specificaties in de opdrachtdocumenten;
4° artikel 54, §§ 1 en 2 met betrekking tot keurmerken;
5° artikel 55 met betrekking tot testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen.
1° artikel 51 in verband met voorafgaande marktconsultaties;
2° artikel 52 met betrekking tot de voorafgaande betrokkenheid van kandidaten of inschrijvers;
3° artikel 53 met betrekking tot de opname van technische specificaties in de opdrachtdocumenten;
4° artikel 54, §§ 1 en 2 met betrekking tot keurmerken;
5° artikel 55 met betrekking tot testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen.
Art.133. Sont applicables aux marchés publics visés par le présent titre, les dispositions relatives à la préparation du marché suivantes :
1° l'article 51 relatif aux consultations préalables du marché;
2° l'article 52 relatif à la participation préalable de candidats ou soumissionnaires;
3° l'article 53 relatif à l'intégration de spécifications techniques dans les documents du marché;
4° l'article 54, §§ 1er et 2, relatif aux labels;
5° l'article 55 relatif aux rapports d'essai, certification et autres moyens de preuve.
1° l'article 51 relatif aux consultations préalables du marché;
2° l'article 52 relatif à la participation préalable de candidats ou soumissionnaires;
3° l'article 53 relatif à l'intégration de spécifications techniques dans les documents du marché;
4° l'article 54, §§ 1er et 2, relatif aux labels;
5° l'article 55 relatif aux rapports d'essai, certification et autres moyens de preuve.
Verstrekken van regelmatig aangewende technische specificaties
Communication de spécifications techniques régulièrement visées
Art.134. Op verzoek van ondernemers die belangstelling hebben voor een opdracht verstrekken de aanbestedende entiteiten de technische specificaties die regelmatig in hun opdrachten voor werken, leveringen of diensten worden vermeld, of de technische specificaties die zij voornemens zijn toe te passen in overheidsopdrachten waarvoor de oproep tot mededinging een periodieke indicatieve aankondiging is. Deze specificaties worden met elektronische middelen beschikbaar gesteld voor onbeperkte, volledige, rechtstreekse en kosteloze toegang.
De technische specificaties worden evenwel toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg wanneer kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten niet kan of moet worden geboden om één van de in artikel 14, § 2, vermelde redenen of omdat de aanbestedende entiteit voornemens is artikel 13, § 3, toe te passen. Ook in dat geval is de toegang kosteloos.
Indien de technische specificaties gebaseerd zijn op documenten die met elektronische middelen vrij, rechtstreeks, volledig en kosteloos beschikbaar zijn voor belangstellende ondernemers, kan worden volstaan met een verwijzing naar deze documenten.
De technische specificaties worden evenwel toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg wanneer kosteloze, vrije, rechtstreekse en volledige toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten niet kan of moet worden geboden om één van de in artikel 14, § 2, vermelde redenen of omdat de aanbestedende entiteit voornemens is artikel 13, § 3, toe te passen. Ook in dat geval is de toegang kosteloos.
Indien de technische specificaties gebaseerd zijn op documenten die met elektronische middelen vrij, rechtstreeks, volledig en kosteloos beschikbaar zijn voor belangstellende ondernemers, kan worden volstaan met een verwijzing naar deze documenten.
Art.134. A la demande des opérateurs économiques intéressés à l'obtention d'un marché, les entités adjudicatrices communiquent les spécifications techniques régulièrement visées dans leurs marchés de fournitures, de travaux ou de services, ou les spécifications techniques auxquelles elles entendent se référer pour les marchés pour lesquels la mise en concurrence est effectuée au moyen d'un avis périodique indicatif. Ces spécifications techniques sont mises à disposition par des moyens électroniques offrant un accès gratuit, sans restriction, direct et complet.
Toutefois, les spécifications techniques sont transmises par des moyens autres que des moyens électroniques lorsqu'il n'est pas possible ou obligatoire d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché pour une des raisons mentionnées à l'article 14, § 2, ou lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché parce que l'entité adjudicatrice entend appliquer l'article 13, § 3. Dans ce cas, l'accès est également gratuit.
Lorsque les spécifications techniques sont fondées sur des documents disponibles par des moyens électroniques offrant aux opérateurs économiques intéressés un accès gratuit, sans restriction, direct et complet, l'indication de la référence de ces documents est considérée comme suffisante.
Toutefois, les spécifications techniques sont transmises par des moyens autres que des moyens électroniques lorsqu'il n'est pas possible ou obligatoire d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché pour une des raisons mentionnées à l'article 14, § 2, ou lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché parce que l'entité adjudicatrice entend appliquer l'article 13, § 3. Dans ce cas, l'accès est également gratuit.
Lorsque les spécifications techniques sont fondées sur des documents disponibles par des moyens électroniques offrant aux opérateurs économiques intéressés un accès gratuit, sans restriction, direct et complet, l'indication de la référence de ces documents est considérée comme suffisante.
Opdracht in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules
Marché à tranches fermes et à tranches conditionnelles et clauses de reconduction
Art.135. De aanbestedende entiteit kan een opdracht plaatsen die een of meer vaste gedeelten en een of meer voorwaardelijke gedeelten omvat. Alhoewel de sluiting van de opdracht betrekking heeft op de volledige opdracht, is de aanbestedende entiteit enkel gebonden door de vaste gedeelten. De uitvoering van elk voorwaardelijk gedeelte is afhankelijk van een beslissing van de aanbestedende entiteit die aan de opdrachtnemer wordt meegedeeld overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten bepaalde nadere regels. De uitvoering van het voorwaardelijk gedeelte mag de algemene aard van de opdracht niet wijzigen.
Een opdracht kan van bij de sluiting een of meer verlengingen omvatten, overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten vermelde nadere regels. De volledige looptijd, met inbegrip van de verlengingen, moet over het algemeen beperkt blijven tot acht jaar na het sluiten van de opdracht. De verlenging mag geen aanleiding geven tot een wijziging van de algemene aard van de opdracht.
De in dit artikel bedoelde clausules moeten worden opgesteld in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige bewoordingen. Deze clausules omschrijven het toegangsgebied en de aard van de eventuele gevolgen die eruit voort kunnen vloeien, alsmede de voorwaarden waaronder ze kunnen worden gebruikt.
De Koning kan de nadere regels bepalen voor het gebruik van de opdrachten in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules.
Een opdracht kan van bij de sluiting een of meer verlengingen omvatten, overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten vermelde nadere regels. De volledige looptijd, met inbegrip van de verlengingen, moet over het algemeen beperkt blijven tot acht jaar na het sluiten van de opdracht. De verlenging mag geen aanleiding geven tot een wijziging van de algemene aard van de opdracht.
De in dit artikel bedoelde clausules moeten worden opgesteld in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige bewoordingen. Deze clausules omschrijven het toegangsgebied en de aard van de eventuele gevolgen die eruit voort kunnen vloeien, alsmede de voorwaarden waaronder ze kunnen worden gebruikt.
De Koning kan de nadere regels bepalen voor het gebruik van de opdrachten in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules.
Art.135. L'entité adjudicatrice peut recourir à un marché fractionné en une ou plusieurs tranches fermes et une ou plusieurs tranches conditionnelles. La conclusion du marché porte sur l'ensemble du marché mais n'engage l'entité adjudicatrice que pour les tranches fermes. L'exécution de chaque tranche conditionnelle est subordonnée à une décision de l'entité adjudicatrice portée à la connaissance de l'adjudicataire selon les modalités prévues dans les documents du marché initiaux. L'exécution de la tranche conditionnelle ne peut pas changer la nature globale du marché.
Dès sa conclusion, un marché peut comporter une ou plusieurs reconductions, selon les modalités mentionnées dans les documents du marché initiaux. La durée totale, y compris les reconductions, ne peut en règle générale dépasser huit ans à partir de la conclusion du marché. La reconduction ne peut pas donner lieu à un changement de la nature globale du marché.
Les clauses prévues au présent article doivent être rédigées de manière claire, précise et univoque. Ces clauses indiquent le champ d'application et la nature des éventuelles conséquences qui peuvent en résulter ainsi que les conditions dans lesquelles il peut en être fait usage.
Le Roi peut fixer les modalités additionnelles pour l'utilisation des marchés à tranches fermes et conditionnelles, ainsi que pour l'utilisation des clauses de reconduction.
Dès sa conclusion, un marché peut comporter une ou plusieurs reconductions, selon les modalités mentionnées dans les documents du marché initiaux. La durée totale, y compris les reconductions, ne peut en règle générale dépasser huit ans à partir de la conclusion du marché. La reconduction ne peut pas donner lieu à un changement de la nature globale du marché.
Les clauses prévues au présent article doivent être rédigées de manière claire, précise et univoque. Ces clauses indiquent le champ d'application et la nature des éventuelles conséquences qui peuvent en résulter ainsi que les conditions dans lesquelles il peut en être fait usage.
Le Roi peut fixer les modalités additionnelles pour l'utilisation des marchés à tranches fermes et conditionnelles, ainsi que pour l'utilisation des clauses de reconduction.
Varianten en opties
Variantes et options
Art.136. § 1. De aanbestedende entiteit kan inschrijvers toestaan of van hen vereisen varianten of opties in te dienen die aan de door de aanbestedende entiteiten gestelde minimumeisen voldoen. De aanbestedende entiteit vermeldt in de opdrachtdocumenten of zij al dan niet varianten of opties toestaat of vereist en, indien dat het geval is, aan welke minimumeisen deze moeten voldoen, alsmede elke specifieke voorwaarde voor hun indiening.
In afwijking van het eerste lid, kunnen de inschrijvers, behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, toch varianten of opties indienen, zelfs zonder vermelding dat dit toegestaan is in de opdrachtdocumenten. Deze varianten of opties worden "vrije varianten" respectievelijk "vrije opties" genoemd.
De aanbestedende entiteit vermeldt in de opdrachtdocumenten of varianten slechts kunnen worden ingediend wanneer ook een basisofferte is ingediend. Opties kunnen evenwel niet worden ingediend zonder basisofferte of, in voorkomend geval, een variante. Van deze laatste verplichting moet melding worden gemaakt in de opdrachtdocumenten.
De aanbestedende entiteit garandeert dat de gekozen gunningscriteria kunnen worden toegepast op de vereiste en toegestane varianten die aan de minimumvoorschriften voldoen en op de basisoffertes.
§ 2. Bij plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten mag de aanbestedende entiteit een variante of optie niet afwijzen uitsluitend omdat deze, mocht hij worden gekozen, tot een opdracht voor diensten in plaats van een opdracht voor leveringen, dan wel tot een opdracht voor leveringen in plaats van een opdracht voor diensten zou leiden.
§ 3. De aanbestedende entiteit is nooit verplicht om een optie te bestellen, noch bij de sluiting, noch tijdens de uitvoering van de opdracht.
§ 4. De Koning kan, voor de door hem te bepalen procedures, de nadere materiële en procedurele regels vaststellen inzake de varianten en opties.
In afwijking van het eerste lid, kunnen de inschrijvers, behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, toch varianten of opties indienen, zelfs zonder vermelding dat dit toegestaan is in de opdrachtdocumenten. Deze varianten of opties worden "vrije varianten" respectievelijk "vrije opties" genoemd.
De aanbestedende entiteit vermeldt in de opdrachtdocumenten of varianten slechts kunnen worden ingediend wanneer ook een basisofferte is ingediend. Opties kunnen evenwel niet worden ingediend zonder basisofferte of, in voorkomend geval, een variante. Van deze laatste verplichting moet melding worden gemaakt in de opdrachtdocumenten.
De aanbestedende entiteit garandeert dat de gekozen gunningscriteria kunnen worden toegepast op de vereiste en toegestane varianten die aan de minimumvoorschriften voldoen en op de basisoffertes.
§ 2. Bij plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten mag de aanbestedende entiteit een variante of optie niet afwijzen uitsluitend omdat deze, mocht hij worden gekozen, tot een opdracht voor diensten in plaats van een opdracht voor leveringen, dan wel tot een opdracht voor leveringen in plaats van een opdracht voor diensten zou leiden.
§ 3. De aanbestedende entiteit is nooit verplicht om een optie te bestellen, noch bij de sluiting, noch tijdens de uitvoering van de opdracht.
§ 4. De Koning kan, voor de door hem te bepalen procedures, de nadere materiële en procedurele regels vaststellen inzake de varianten en opties.
Art.136. § 1er. L'entité adjudicatrice peut autoriser les soumissionnaires à présenter des variantes ou des options ou exiger une telle présentation. Ces variantes ou options doivent satisfaire aux exigences minimales imposées par l'entité adjudicatrice. L'entité adjudicatrice précise dans les documents de marché si elle autorise ou impose l'introduction de variantes ou options et, le cas échéant, à quelles exigences minimales elles doivent satisfaire, de même que chaque condition spécifique pour leur dépôt.
Par dérogation à l'alinéa premier et en l'absence de disposition contraire dans les documents de marché, les soumissionnaires peuvent toutefois introduire des variantes ou options pour les marchés dont la valeur estimée est inférieure aux seuils fixés pour la publicité européenne et ce, sans que les documents de marché ne le mentionnent. Ces variantes ou options sont appelées respectivement "variantes libres" et "options libres".
L'entité adjudicatrice mentionne dans les documents de marché si des variantes ne peuvent être introduites qu'à condition qu'une offre de base soit également déposée. Les options ne peuvent cependant pas être introduites sans offre de base ou, le cas échéant, sans variante. Les documents du marché doivent faire mention de cette dernière obligation.
L'entité adjudicatrice s'assure que les critères d'attribution sélectionnés peuvent s'appliquer aux variantes exigées et autorisées qui satisfont aux prescriptions minimales ainsi qu'aux offres de base.
§ 2. Pour les procédures de passation de marchés publics de fournitures ou de services, l'entité adjudicatrice ne rejette pas une variante ou une option au seul motif qu'elle aboutirait, si elle était retenue, soit à un marché de services au lieu d'un marché de fournitures, soit à un marché de fournitures au lieu d'un marché de services.
§ 3. L'entité adjudicatrice n'est jamais obligée de lever une option, ni lors de la conclusion, ni pendant l'exécution du marché.
§ 4. Le Roi peut arrêter les modalités matérielles et procédurales additionnelles en matière de variantes et d'options pour les procédures qu'Il détermine.
Par dérogation à l'alinéa premier et en l'absence de disposition contraire dans les documents de marché, les soumissionnaires peuvent toutefois introduire des variantes ou options pour les marchés dont la valeur estimée est inférieure aux seuils fixés pour la publicité européenne et ce, sans que les documents de marché ne le mentionnent. Ces variantes ou options sont appelées respectivement "variantes libres" et "options libres".
L'entité adjudicatrice mentionne dans les documents de marché si des variantes ne peuvent être introduites qu'à condition qu'une offre de base soit également déposée. Les options ne peuvent cependant pas être introduites sans offre de base ou, le cas échéant, sans variante. Les documents du marché doivent faire mention de cette dernière obligation.
L'entité adjudicatrice s'assure que les critères d'attribution sélectionnés peuvent s'appliquer aux variantes exigées et autorisées qui satisfont aux prescriptions minimales ainsi qu'aux offres de base.
§ 2. Pour les procédures de passation de marchés publics de fournitures ou de services, l'entité adjudicatrice ne rejette pas une variante ou une option au seul motif qu'elle aboutirait, si elle était retenue, soit à un marché de services au lieu d'un marché de fournitures, soit à un marché de fournitures au lieu d'un marché de services.
§ 3. L'entité adjudicatrice n'est jamais obligée de lever une option, ni lors de la conclusion, ni pendant l'exécution du marché.
§ 4. Le Roi peut arrêter les modalités matérielles et procédurales additionnelles en matière de variantes et d'options pour les procédures qu'Il détermine.
Verdeling van opdrachten in percelen
Division des marchés en lots.
Art.137. De aanbestedende entiteit kan beslissen een opdracht te plaatsen in de vorm van afzonderlijke percelen waarvan zij de omvang en het voorwerp bepaalt.
De aanbestedende entiteit vermeldt in de aankondiging van de opdracht, in het verzoek tot bevestiging van belangstelling, of wanneer tot mededinging is opgeroepen in een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, in de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling, of offerte kunnen worden ingediend voor één, voor meer, dan wel voor alle percelen.
De voorwaarden en regels van artikel 58, § 2, zijn van toepassing. De verwijzing naar de aankondiging van een opdracht moet evenwel gelezen worden als een verwijzing naar de aankondiging van de opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, tot inschrijving, of tot onderhandeling.
De aanbestedende entiteit vermeldt in de aankondiging van de opdracht, in het verzoek tot bevestiging van belangstelling, of wanneer tot mededinging is opgeroepen in een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, in de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling, of offerte kunnen worden ingediend voor één, voor meer, dan wel voor alle percelen.
De voorwaarden en regels van artikel 58, § 2, zijn van toepassing. De verwijzing naar de aankondiging van een opdracht moet evenwel gelezen worden als een verwijzing naar de aankondiging van de opdracht of de uitnodiging tot bevestiging van belangstelling, tot inschrijving, of tot onderhandeling.
Art.137. L'entité adjudicatrice peut décider de passer un marché sous la forme de lots distincts, dont elle détermine la taille et l'objet.
Dans l'avis de marché, dans l'invitation à confirmer l'intérêt ou, si le moyen de mise en concurrence est un avis sur l'existence d'un système de qualification, dans l'invitation à soumissionner ou à négocier, les entités adjudicatrices indiquent s'il est possible de soumettre une offre pour un seul lot, pour plusieurs lots ou pour tous les lots.
Les conditions et modalités de l'article 58, § 2, sont d'application. La référence à l'avis de marché doit cependant être lue comme une référence à l'avis de marché ou à l'invitation à confirmer l'intérêt, de soumissionner ou de négocier.
Dans l'avis de marché, dans l'invitation à confirmer l'intérêt ou, si le moyen de mise en concurrence est un avis sur l'existence d'un système de qualification, dans l'invitation à soumissionner ou à négocier, les entités adjudicatrices indiquent s'il est possible de soumettre une offre pour un seul lot, pour plusieurs lots ou pour tous les lots.
Les conditions et modalités de l'article 58, § 2, sont d'application. La référence à l'avis de marché doit cependant être lue comme une référence à l'avis de marché ou à l'invitation à confirmer l'intérêt, de soumissionner ou de négocier.
Vaststelling van termijnen
Fixation des délais
Art.138. De vaststelling van de termijnen gebeurt overeenkomstig de in artikel 59 bedoelde voorwaarden en regels. De verwijzingen naar de vastgestelde minimumtermijnen moeten gelezen worden als verwijzingen naar in de artikelen 118 tot 124 vastgestelde minimumtermijnen. De verwijzing naar de versnelde procedure moet gelezen worden als een verwijzing naar de in artikel 118, § 3, bedoelde situatie.
Art.138. La fixation des délais se fait conformément aux conditions et modalités visées à l'article 59. Les références aux délais minimaux fixés doivent être lues comme des références aux délais minimaux fixés par les articles 118 à 124. La référence à la procédure accélérée doit être lue comme une référence à la situation visée à l'article 118, § 3.
Afdeling 2. - Bekendmaking en transparantie
Section 2. - Publication et transparence
Periodieke indicatieve aankondigingen
Avis périodiques indicatifs
Art.139. § 1. De aanbestedende entiteit kan haar voornemens met betrekking tot het plaatsen van opdrachten te kennen geven door middel van de bekendmaking van een periodieke indicatieve aankondiging.
§ 2. De aanbestedende entiteit kan eveneens een oproep tot mededinging doen door middel van een periodieke indicatieve aankondiging voor niet-openbare procedures en onderhandelings-procedures met voorafgaande oproep tot mededinging.
De periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, is ten hoogste twaalf maanden vanaf de datum waarop de vooraankondiging ter bekendmaking is toegezonden.
§ 3. De Koning bepaalt de vermeldingen die in de periodieke indicatieve aankondiging of via het kopersprofiel van de aanbestedende entiteiten moeten opgenomen worden.
§ 2. De aanbestedende entiteit kan eveneens een oproep tot mededinging doen door middel van een periodieke indicatieve aankondiging voor niet-openbare procedures en onderhandelings-procedures met voorafgaande oproep tot mededinging.
De periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, is ten hoogste twaalf maanden vanaf de datum waarop de vooraankondiging ter bekendmaking is toegezonden.
§ 3. De Koning bepaalt de vermeldingen die in de periodieke indicatieve aankondiging of via het kopersprofiel van de aanbestedende entiteiten moeten opgenomen worden.
Art.139. § 1er. L'entité adjudicatrice peut faire connaître ses intentions en matière de passation de marchés par le biais de la publication d'un avis périodique indicatif.
§ 2. L'entité adjudicatrice peut également effectuer un appel à la concurrence au moyen d'un avis périodique indicatif pour des procédures restreintes et des procédures négociées avec mise en concurrence préalable.
La durée maximale de la période couverte par l'avis périodique indicatif est de douze mois à compter de la date de transmission de l'avis pour publication.
§ 3. Le Roi fixe les informations qui doivent figurer dans l'avis périodique indicatif ou sur le profil d'acheteur des entités adjudicatrices.
§ 2. L'entité adjudicatrice peut également effectuer un appel à la concurrence au moyen d'un avis périodique indicatif pour des procédures restreintes et des procédures négociées avec mise en concurrence préalable.
La durée maximale de la période couverte par l'avis périodique indicatif est de douze mois à compter de la date de transmission de l'avis pour publication.
§ 3. Le Roi fixe les informations qui doivent figurer dans l'avis périodique indicatif ou sur le profil d'acheteur des entités adjudicatrices.
Aankondigingen inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem
Avis sur l'existence d'un système de qualification
Art.140. Wanneer de aanbestedende entiteit een kwalificatiesysteem overeenkomstig artikel 148 wenst in te voeren, moet met betrekking tot deze regeling de specifiek daartoe bestemde aankondiging worden opgesteld, waarin het doel van de kwalificatiesysteem, de geldigheidstermijn en de wijze waarop inzage in de werking van de regeling kan worden verkregen, worden aangegeven.
Indien deze aankondiging dient als oproep tot mededinging kan deze slechts aangewend worden wanneer de opdracht wordt geplaatst volgens een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging of nog volgens een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap.
De Koning bepaalt vermeldingen die in aankondigingen inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem moeten opgenomen worden.
Indien deze aankondiging dient als oproep tot mededinging kan deze slechts aangewend worden wanneer de opdracht wordt geplaatst volgens een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging of nog volgens een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap.
De Koning bepaalt vermeldingen die in aankondigingen inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem moeten opgenomen worden.
Art.140. Lorsque l'entité adjudicatrice choisit d'établir un système de qualification conformément à l'article 148, le système doit faire l'objet d'un avis spécifique destiné à cet effet, indiquant le but du système de qualification, sa durée de validité et les modalités d'accès aux règles qui le gouvernent.
Lorsque cet avis sert de moyen d'appel à la concurrence, son usage est limité aux procédures restreintes ou négociées avec mise en concurrence préalable, aux dialogues compétitifs et aux partenariats d'innovation.
Le Roi fixe les informations qui doivent figurer dans l'avis sur l'existence d'un système de qualification.
Lorsque cet avis sert de moyen d'appel à la concurrence, son usage est limité aux procédures restreintes ou négociées avec mise en concurrence préalable, aux dialogues compétitifs et aux partenariats d'innovation.
Le Roi fixe les informations qui doivent figurer dans l'avis sur l'existence d'un système de qualification.
Aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten
Avis relatif à l'établissement d'une liste de candidats sélectionnés
Art.141. Bij niet-openbare procedure of onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, indien de aanbestedende entiteit ervoor kiest om een lijst van geselecteerde kandidaten op te stellen, wordt de oproep tot mededinging uitgevoerd door middel van een aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten.
De lijst van geselecteerde kandidaten is maximaal drie jaar geldig vanaf de datum van de selectiebeslissing.
Tijdens haar geldigheidsduur blijft de lijst gesloten voor nieuwe kandidaten en nodigt de aanbestedende entiteit, voor elke te plaatsen opdracht, alle kandidaten op de lijst uit tot het indienen van een offerte. Het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten belet evenwel niet dat een afzonderlijke opdracht wordt geplaatst via de bekendmaking van een aankondiging van opdracht.
De onderhavige bepaling is slechts van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
De lijst van geselecteerde kandidaten is maximaal drie jaar geldig vanaf de datum van de selectiebeslissing.
Tijdens haar geldigheidsduur blijft de lijst gesloten voor nieuwe kandidaten en nodigt de aanbestedende entiteit, voor elke te plaatsen opdracht, alle kandidaten op de lijst uit tot het indienen van een offerte. Het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten belet evenwel niet dat een afzonderlijke opdracht wordt geplaatst via de bekendmaking van een aankondiging van opdracht.
De onderhavige bepaling is slechts van toepassing op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
Art.141. En procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable, lorsque l'entité adjudicatrice choisit d'établir une liste de candidats sélectionnés, l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis relatif à l'établissement d'une liste de candidats sélectionnés.
La liste des candidats sélectionnés est valable pendant trois ans au maximum à compter de la date de la décision de sélection.
Pendant sa durée de validité, la liste est fermée à de nouveaux candidats et l'entité adjudicatrice invite tous les candidats repris sur la liste à déposer une offre pour tout marché à passer. L'établissement d'une liste de candidats sélectionnés n'exclut toutefois pas la passation d'un marché distinct par la publication d'un avis de marché.
La présente disposition n'est applicable qu'aux marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils de publicité européenne.
La liste des candidats sélectionnés est valable pendant trois ans au maximum à compter de la date de la décision de sélection.
Pendant sa durée de validité, la liste est fermée à de nouveaux candidats et l'entité adjudicatrice invite tous les candidats repris sur la liste à déposer une offre pour tout marché à passer. L'établissement d'une liste de candidats sélectionnés n'exclut toutefois pas la passation d'un marché distinct par la publication d'un avis de marché.
La présente disposition n'est applicable qu'aux marchés dont le montant estimé est inférieur aux seuils de publicité européenne.
Aankondigingen van opdrachten
Avis de marché
Art.142. Aankondigingen van opdrachten kunnen voor alle procedures worden gebruikt als oproep tot mededinging.
De Koning bepaalt de vermeldingen die in de aankondiging van de opdracht moeten opgenomen worden.
De Koning bepaalt de vermeldingen die in de aankondiging van de opdracht moeten opgenomen worden.
Art.142. Les avis de marché peuvent être utilisés comme moyen d'appel à la concurrence pour toutes les procédures.
Le Roi fixe les informations qui doivent figurer dans l'avis de marché.
Le Roi fixe les informations qui doivent figurer dans l'avis de marché.
Aankondiging van gegunde opdracht
Avis d'attribution de marché
Art.143. § 1. Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende entiteit een aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.
§ 2. Wanneer de oproep tot mededinging voor de betrokken opdracht is verricht door middel van een periodieke indicatieve aankondiging en de aanbestedende entiteit heeft besloten om geen verdere opdrachten te gunnen gedurende de periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, wordt dit specifiek vermeld in de aankondiging van gegunde opdracht.
In het geval van overeenkomstig artikel 125 gesloten raamovereenkomsten is de aanbestedende entiteit niet verplicht een aankondiging betreffende de resultaten van de aanbestedingsprocedure te versturen voor elke opdracht die op deze overeenkomst is gebaseerd.
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is paragraaf 1 wel van toepassing, weze het dat de aanbestedende entiteit er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende entiteit de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
§ 3. Sommige informatie betreffende de gunning van een opdracht of de sluiting van een raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
§ 2. Wanneer de oproep tot mededinging voor de betrokken opdracht is verricht door middel van een periodieke indicatieve aankondiging en de aanbestedende entiteit heeft besloten om geen verdere opdrachten te gunnen gedurende de periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, wordt dit specifiek vermeld in de aankondiging van gegunde opdracht.
In het geval van overeenkomstig artikel 125 gesloten raamovereenkomsten is de aanbestedende entiteit niet verplicht een aankondiging betreffende de resultaten van de aanbestedingsprocedure te versturen voor elke opdracht die op deze overeenkomst is gebaseerd.
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is paragraaf 1 wel van toepassing, weze het dat de aanbestedende entiteit er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende entiteit de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
§ 3. Sommige informatie betreffende de gunning van een opdracht of de sluiting van een raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
Art.143. § 1er. Pour les marchés publics ou les accords-cadres dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'entité adjudicatrice envoie un avis d'attribution de marché relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.
§ 2. Lorsque l'appel à la concurrence pour le marché concerné a été effectué sous la forme d'un avis périodique indicatif et que l'entité adjudicatrice a décidé de ne pas attribuer de nouveaux marchés au cours de la période couverte par cet avis, l'avis d'attribution de marché le mentionne expressément.
Dans le cas d'un accord-cadre conclu conformément à l'article 125, l'entité adjudicatrice n'a pas l'obligation d'envoyer un avis concernant les résultats de la procédure de passation de chaque marché fondé sur l'accord-cadre.
Le paragraphe premier s'applique toutefois à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si l'entité adjudicatrice peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, l'entité adjudicatrice envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
§ 3. Certaines informations relatives à l'attribution d'un marché ou à la conclusion d'un accord-cadre peuvent ne pas être publiées lorsque leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois ou serait d'une autre manière contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
§ 2. Lorsque l'appel à la concurrence pour le marché concerné a été effectué sous la forme d'un avis périodique indicatif et que l'entité adjudicatrice a décidé de ne pas attribuer de nouveaux marchés au cours de la période couverte par cet avis, l'avis d'attribution de marché le mentionne expressément.
Dans le cas d'un accord-cadre conclu conformément à l'article 125, l'entité adjudicatrice n'a pas l'obligation d'envoyer un avis concernant les résultats de la procédure de passation de chaque marché fondé sur l'accord-cadre.
Le paragraphe premier s'applique toutefois à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si l'entité adjudicatrice peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, l'entité adjudicatrice envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
§ 3. Certaines informations relatives à l'attribution d'un marché ou à la conclusion d'un accord-cadre peuvent ne pas être publiées lorsque leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois ou serait d'une autre manière contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
Art. 143 TOEKOMSTIG RECHT. § 1. Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende entiteit een aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.
[1 Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende entiteit een vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.]1
§ 2. Wanneer de oproep tot mededinging voor de betrokken opdracht is verricht door middel van een periodieke indicatieve aankondiging en de aanbestedende entiteit heeft besloten om geen verdere opdrachten te gunnen gedurende de periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, wordt dit specifiek vermeld in de aankondiging van gegunde opdracht.
[2 In het geval van een overeenkomstig artikel 125 gesloten raamovereenkomst maakt de aanbestedende entiteit op uiterlijk 15 februari van elk jaar aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt de totale waarde over van de opdrachten geplaatst op of afgenomen van dergelijke raamovereenkomst gedurende het voorafgaande jaar. De totale waarde van deze opdrachten wordt per begunstigde onderneming opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten. De registratie van de begunstigde onderneming gebeurt op basis van hun identificatienummer, dat voor de Belgische ondernemingen overeenkomt met het ondernemingsnummer dat wordt toegekend bij de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. De aanbestedende entiteiten maken hiervoor gebruik van de elektronische toepassing die met dit oogmerk is ontwikkeld en wordt ter beschikking gesteld door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten.]2
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is paragraaf 1 [2 ...]2 van toepassing, weze het dat de aanbestedende entiteit [2 die een opdracht plaatst op basis van een dergelijk systeem]2 er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende entiteit de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
§ 3. Sommige informatie betreffende de gunning van een opdracht of de sluiting van een raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
[1 § 4. De federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten publiceert, op het elektronisch platform, indicatoren omtrent de naleving van de verplichting tot bekendmaking van de eerste paragraaf bedoelde aankondigingen van gegunde opdracht en vereenvoudigde aankondigingen van gegunde opdracht. De gegevens worden gebundeld per aanbestedende entiteit. De methode om deze indicatoren te ontwikkelen wordt door de Koning bepaald na advies van het Comité opgericht door artikel 163/1.]1
[1 Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende entiteit een vereenvoudigde aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.]1
§ 2. Wanneer de oproep tot mededinging voor de betrokken opdracht is verricht door middel van een periodieke indicatieve aankondiging en de aanbestedende entiteit heeft besloten om geen verdere opdrachten te gunnen gedurende de periode waarop de periodieke indicatieve aankondiging betrekking heeft, wordt dit specifiek vermeld in de aankondiging van gegunde opdracht.
[2 In het geval van een overeenkomstig artikel 125 gesloten raamovereenkomst maakt de aanbestedende entiteit op uiterlijk 15 februari van elk jaar aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt de totale waarde over van de opdrachten geplaatst op of afgenomen van dergelijke raamovereenkomst gedurende het voorafgaande jaar. De totale waarde van deze opdrachten wordt per begunstigde onderneming opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten. De registratie van de begunstigde onderneming gebeurt op basis van hun identificatienummer, dat voor de Belgische ondernemingen overeenkomt met het ondernemingsnummer dat wordt toegekend bij de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. De aanbestedende entiteiten maken hiervoor gebruik van de elektronische toepassing die met dit oogmerk is ontwikkeld en wordt ter beschikking gesteld door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten.]2
Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is paragraaf 1 [2 ...]2 van toepassing, weze het dat de aanbestedende entiteit [2 die een opdracht plaatst op basis van een dergelijk systeem]2 er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende entiteit de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.
§ 3. Sommige informatie betreffende de gunning van een opdracht of de sluiting van een raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking van deze informatie de toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde publieke of particuliere ondernemers, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.
[1 § 4. De federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten publiceert, op het elektronisch platform, indicatoren omtrent de naleving van de verplichting tot bekendmaking van de eerste paragraaf bedoelde aankondigingen van gegunde opdracht en vereenvoudigde aankondigingen van gegunde opdracht. De gegevens worden gebundeld per aanbestedende entiteit. De methode om deze indicatoren te ontwikkelen wordt door de Koning bepaald na advies van het Comité opgericht door artikel 163/1.]1
Art. 143 DROIT FUTUR. § 1er. Pour les marchés publics ou les accords-cadres dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'entité adjudicatrice envoie un avis d'attribution de marché relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.
[1 Pour les marchés ou les accords-cadres dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'entité adjudicatrice envoie un avis d'attribution de marché simplifié relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.]1
§ 2. Lorsque l'appel à la concurrence pour le marché concerné a été effectué sous la forme d'un avis périodique indicatif et que l'entité adjudicatrice a décidé de ne pas attribuer de nouveaux marchés au cours de la période couverte par cet avis, l'avis d'attribution de marché le mentionne expressément.
[2 Dans le cas d'un accord-cadre conclu conformément à l'article 125, l'entité adjudicatrice communique au point de référence visé à l'article 163, § 2, au plus tard le 15 février de chaque année, la valeur totale des marchés passés ou conclus au titre de cet accord-cadre au cours de l'année précédente. La valeur totale de ces marchés est ventilée par entreprise bénéficiaire selon qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services. L'enregistrement de l'entreprise bénéficiaire est faite sur la base de son numéro d'identification, lequel correspond pour les entreprises belges au numéro d'entreprise attribué lors de l'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises. Les entités adjudicatrices utilisent à cet effet le formulaire électronique développé et mis à disposition par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics.]2
Le paragraphe premier s'applique [2 ...]2 à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si l'entité adjudicatrice [2 qui passe un marché sur la base d'un tel système]2 peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, l'entité adjudicatrice envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
§ 3. Certaines informations relatives à l'attribution d'un marché ou à la conclusion d'un accord-cadre peuvent ne pas être publiées lorsque leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois ou serait d'une autre manière contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
[1 § 4. Le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics publie sur une plateforme électronique des indicateurs relatifs au respect de l'obligation de publier les avis d'attribution de marchés et les avis d'attribution de marchés simplifiés visés au paragraphe 1er. Les données sont groupées par entité adjudicatrice. La méthode pour développer ces indicateurs est déterminée par le Roi après avis du Comité institué par l'article 163/1.]1
[1 Pour les marchés ou les accords-cadres dont le montant estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne, l'entité adjudicatrice envoie un avis d'attribution de marché simplifié relatif aux résultats de la procédure de passation. Cet avis est envoyé au plus tard dans les trente jours après la conclusion du marché ou de l'accord-cadre.]1
§ 2. Lorsque l'appel à la concurrence pour le marché concerné a été effectué sous la forme d'un avis périodique indicatif et que l'entité adjudicatrice a décidé de ne pas attribuer de nouveaux marchés au cours de la période couverte par cet avis, l'avis d'attribution de marché le mentionne expressément.
[2 Dans le cas d'un accord-cadre conclu conformément à l'article 125, l'entité adjudicatrice communique au point de référence visé à l'article 163, § 2, au plus tard le 15 février de chaque année, la valeur totale des marchés passés ou conclus au titre de cet accord-cadre au cours de l'année précédente. La valeur totale de ces marchés est ventilée par entreprise bénéficiaire selon qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services. L'enregistrement de l'entreprise bénéficiaire est faite sur la base de son numéro d'identification, lequel correspond pour les entreprises belges au numéro d'entreprise attribué lors de l'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises. Les entités adjudicatrices utilisent à cet effet le formulaire électronique développé et mis à disposition par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics.]2
Le paragraphe premier s'applique [2 ...]2 à chaque marché fondé sur un système d'acquisition dynamique, même si l'entité adjudicatrice [2 qui passe un marché sur la base d'un tel système]2 peut choisir de regrouper les marchés concernés sur une base trimestrielle. Dans un tel cas, l'entité adjudicatrice envoie ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
§ 3. Certaines informations relatives à l'attribution d'un marché ou à la conclusion d'un accord-cadre peuvent ne pas être publiées lorsque leur divulgation ferait obstacle à l'application des lois ou serait d'une autre manière contraire à l'intérêt public ou porterait préjudice aux intérêts commerciaux légitimes d'un opérateur économique en particulier, public ou privé, ou pourrait nuire à une concurrence loyale entre les opérateurs économiques.
[1 § 4. Le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics publie sur une plateforme électronique des indicateurs relatifs au respect de l'obligation de publier les avis d'attribution de marchés et les avis d'attribution de marchés simplifiés visés au paragraphe 1er. Les données sont groupées par entité adjudicatrice. La méthode pour développer ces indicateurs est déterminée par le Roi après avis du Comité institué par l'article 163/1.]1
Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen
Rédaction et modalités de publication des avis
Art.144. De Koning bepaalt de regels wat de bekendmaking van aankondigingen betreft, en dit zowel op Europees als op nationaal niveau.
Art.144. Le Roi fixe les modalités de publication des avis, tant au niveau national qu'européen.
Elektronische beschikbaarheid van opdrachtdocumenten
Mise à disposition des documents du marché par voie électronique
Art.145. § 1. Tenzij in de in paragraaf 2 of 3 bedoelde gevallen biedt de aanbestedende entiteit met elektronische middelen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang tot de opdrachtdocumenten vanaf de datum van bekendmaking van een aankondiging overeenkomstig de krachtens artikel 144 bepaalde regels of vanaf de datum waarop een uitnodiging tot bevestiging van belangstelling werd verzonden.
Wanneer tot mededinging is opgeroepen door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, wordt deze toegang zo snel mogelijk geboden en uiterlijk vanaf het ogenblik waarop de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling is verzonden. De tekst van de aankondiging of van deze uitnodigingen vermeldt het internetadres waar de opdrachtdocumenten toegankelijk zijn.
§ 2. Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan of moet worden geboden om een van de in de in artikel 14, § 2, eerste lid, vermelde redenen, kan de aanbestedende entiteit in de aankondiging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling aangeven dat de opdrachtdocumenten zullen worden toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, § 2, derde lid . Ook in dat geval is de toegang kosteloos.
In het in het vorige lid bedoelde geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in deugdelijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in artikel 118, § 3, en wanneer de termijn in onderlinge overeenstemming is vastgesteld overeenkomstig artikel 119, § 2, tweede lid, of artikel 120, § 2, tweede lid.
§ 3. Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan worden geboden omdat de aanbestedende entiteit voornemens is artikel 13, § 3, toe te passen, vermelden zij in de aankondiging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling of, wanneer de oproep tot mededinging de vorm heeft van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, in de opdrachtdocumenten, welke maatregelen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie zij eisen en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten. In dat geval wordt de termijn voor de indiening van de inschrijvingen met vijf dagen verlengd, behalve in deugdelijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in artikel 118, § 3, en wanneer de termijn in onderlinge overeenstemming is vastgesteld overeenkomstig artikel 119, § 2, eerste lid, of artikel 120, § 2, tweede lid.
§ 4. De aanbestedende entiteit verstrekt uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de offerte alle inschrijvers die aan de plaatsingsprocedure deelnemen nadere inlichtingen over de specificaties en de ondersteunende documenten, mits dit tijdig is aangevraagd. In het geval van de versnelde openbare procedure als bedoeld in artikel 118, § 3, bedraagt deze termijn vier dagen.
Wanneer tot mededinging is opgeroepen door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, wordt deze toegang zo snel mogelijk geboden en uiterlijk vanaf het ogenblik waarop de uitnodiging tot inschrijving of tot onderhandeling is verzonden. De tekst van de aankondiging of van deze uitnodigingen vermeldt het internetadres waar de opdrachtdocumenten toegankelijk zijn.
§ 2. Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan of moet worden geboden om een van de in de in artikel 14, § 2, eerste lid, vermelde redenen, kan de aanbestedende entiteit in de aankondiging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling aangeven dat de opdrachtdocumenten zullen worden toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, § 2, derde lid . Ook in dat geval is de toegang kosteloos.
In het in het vorige lid bedoelde geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in deugdelijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in artikel 118, § 3, en wanneer de termijn in onderlinge overeenstemming is vastgesteld overeenkomstig artikel 119, § 2, tweede lid, of artikel 120, § 2, tweede lid.
§ 3. Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan worden geboden omdat de aanbestedende entiteit voornemens is artikel 13, § 3, toe te passen, vermelden zij in de aankondiging of in de uitnodiging tot bevestiging van de belangstelling of, wanneer de oproep tot mededinging de vorm heeft van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, in de opdrachtdocumenten, welke maatregelen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie zij eisen en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten. In dat geval wordt de termijn voor de indiening van de inschrijvingen met vijf dagen verlengd, behalve in deugdelijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in artikel 118, § 3, en wanneer de termijn in onderlinge overeenstemming is vastgesteld overeenkomstig artikel 119, § 2, eerste lid, of artikel 120, § 2, tweede lid.
§ 4. De aanbestedende entiteit verstrekt uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de offerte alle inschrijvers die aan de plaatsingsprocedure deelnemen nadere inlichtingen over de specificaties en de ondersteunende documenten, mits dit tijdig is aangevraagd. In het geval van de versnelde openbare procedure als bedoeld in artikel 118, § 3, bedraagt deze termijn vier dagen.
Art.145. § 1er. Sauf dans les cas visés au paragraphe 2 ou 3, l'entité adjudicatrice offre, par voie électronique, un accès gratuit, sans restriction, complet et direct aux documents de marché à partir de la date de publication d'un avis conformément aux règles fixés en vertu de l'article 144 ou à partir de la date d'envoi de l'invitation à confirmer l'intérêt.
Lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis sur l'existence d'un système de qualification, cet accès est offert dès que possible, au plus tard à la date d'envoi de l'invitation à présenter une offre ou à négocier. Le texte de l'avis ou de l'invitation précise l'adresse Internet à laquelle les documents sont accessibles.
§ 2. Lorsqu'il n'y a aucune obligation ou lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché pour une des raisons mentionnées à l'article 14, § 2, alinéa 1er l'entité adjudicatrice peut indiquer, dans l'avis ou l'invitation à confirmer l'intérêt, que les documents du marché concernés seront transmis par d'autres moyens que des moyens électroniques, conformément à l'article 14, § 2, alinéa 3 . Dans ce cas également, l'accès est gratuit.
Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de cinq jours, sauf les cas d'urgence dûment motivée visés à l'article 118, § 3, et lorsque le délai est fixé d'un commun accord, conformément à l'article 119, § 2, deuxième alinéa, ou à l'article 120, § 2, deuxième alinéa.
§ 3. Lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché parce que l'entité adjudicatrice entend appliquer l'article 13, § 3, celles-ci indiquent, dans l'avis ou l'invitation à confirmer l'intérêt, ou lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis sur l'existence d'un système de qualification, dans les documents de marché, les mesures qu'elles imposent en vue de protéger la confidentialité des informations, ainsi que les modalités d'accès aux document concernés. Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de cinq jours, sauf dans les cas d'urgence dûment motivée visés à l'article 118, § 3, et lorsque le délai est fixé d'un commun accord conformément à l'article 119, § 2, alinéa 1er, ou à l'article 120, § 2, deuxième alinéa.
§ 4. L'entité adjudicatrice fournit à tous les soumissionnaires participant à la procédure de passation de marché les renseignements complémentaires relatifs aux documents du marché et tout document justificatif six jours au plus tard avant la date limite fixée pour la réception des offres, pour autant que la demande en ait été faite en temps utile. Dans le cas d'une procédure ouverte accélérée visée à l'article 118, § 3, ce délai est de quatre jours.
Lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis sur l'existence d'un système de qualification, cet accès est offert dès que possible, au plus tard à la date d'envoi de l'invitation à présenter une offre ou à négocier. Le texte de l'avis ou de l'invitation précise l'adresse Internet à laquelle les documents sont accessibles.
§ 2. Lorsqu'il n'y a aucune obligation ou lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché pour une des raisons mentionnées à l'article 14, § 2, alinéa 1er l'entité adjudicatrice peut indiquer, dans l'avis ou l'invitation à confirmer l'intérêt, que les documents du marché concernés seront transmis par d'autres moyens que des moyens électroniques, conformément à l'article 14, § 2, alinéa 3 . Dans ce cas également, l'accès est gratuit.
Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de cinq jours, sauf les cas d'urgence dûment motivée visés à l'article 118, § 3, et lorsque le délai est fixé d'un commun accord, conformément à l'article 119, § 2, deuxième alinéa, ou à l'article 120, § 2, deuxième alinéa.
§ 3. Lorsqu'il n'est pas possible d'offrir un accès gratuit, sans restriction, complet et direct par voie électronique à certains documents de marché parce que l'entité adjudicatrice entend appliquer l'article 13, § 3, celles-ci indiquent, dans l'avis ou l'invitation à confirmer l'intérêt, ou lorsque l'appel à la concurrence est effectué au moyen d'un avis sur l'existence d'un système de qualification, dans les documents de marché, les mesures qu'elles imposent en vue de protéger la confidentialité des informations, ainsi que les modalités d'accès aux document concernés. Dans un tel cas, le délai de présentation des offres est prolongé de cinq jours, sauf dans les cas d'urgence dûment motivée visés à l'article 118, § 3, et lorsque le délai est fixé d'un commun accord conformément à l'article 119, § 2, alinéa 1er, ou à l'article 120, § 2, deuxième alinéa.
§ 4. L'entité adjudicatrice fournit à tous les soumissionnaires participant à la procédure de passation de marché les renseignements complémentaires relatifs aux documents du marché et tout document justificatif six jours au plus tard avant la date limite fixée pour la réception des offres, pour autant que la demande en ait été faite en temps utile. Dans le cas d'une procédure ouverte accélérée visée à l'article 118, § 3, ce délai est de quatre jours.
Uitnodigingen van kandidaten
Invitations des candidats
Art.146. § 1. Bij niet-openbare procedures, concurrentiegerichte dialogen, innovatiepartnerschappen en onderhandelingsprocedures met voorafgaande oproep tot mededinging nodigt de aanbestedende entiteit de daartoe uitgekozen kandidaten gelijktijdig en schriftelijk uit om een offerte in te dienen, deel te nemen aan de dialoog of te onderhandelen.
Wanneer overeenkomstig artikel 117, § 2, 1°, een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, nodigen de aanbestedende entiteiten de ondernemers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt, gelijktijdig en schriftelijk uit om hun onverminderde belangstelling te bevestigen.
§ 2. De uitnodigingen bedoeld in paragraaf 1 bevatten een verwijzing naar het elektronische adres waarop de opdrachtdocumenten rechtstreeks langs elektronische weg toegankelijk zijn. De uitnodigingen gaan vergezeld van de opdrachtdocumenten, wanneer deze documenten niet kosteloos, vrij, volledig en rechtstreeks toegankelijk zijn om de in artikel 145, § § 2 of 3, genoemde redenen en nog niet anderszins beschikbaar zijn.
De Koning bepaalt de overige informatie die de uitnodiging moet bevatten, alsook de bijkomende regels.
Wanneer overeenkomstig artikel 117, § 2, 1°, een periodieke indicatieve aankondiging als oproep tot mededinging wordt gebruikt, nodigen de aanbestedende entiteiten de ondernemers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt, gelijktijdig en schriftelijk uit om hun onverminderde belangstelling te bevestigen.
§ 2. De uitnodigingen bedoeld in paragraaf 1 bevatten een verwijzing naar het elektronische adres waarop de opdrachtdocumenten rechtstreeks langs elektronische weg toegankelijk zijn. De uitnodigingen gaan vergezeld van de opdrachtdocumenten, wanneer deze documenten niet kosteloos, vrij, volledig en rechtstreeks toegankelijk zijn om de in artikel 145, § § 2 of 3, genoemde redenen en nog niet anderszins beschikbaar zijn.
De Koning bepaalt de overige informatie die de uitnodiging moet bevatten, alsook de bijkomende regels.
Art.146. § 1er. Dans les procédures restreintes, les procédures de dialogue compétitif, les partenariats d'innovation et les procédures négociées avec mise en concurrence préalable, l'entité adjudicatrice invite simultanément et par écrit les candidats retenus à présenter leurs offres, à participer au dialogue ou à négocier.
Lorsqu'un avis périodique indicatif sert d'appel à la concurrence conformément à l'article 117, § 2, 1°, les entités adjudicatrices invitent simultanément et par écrit les opérateurs économiques qui ont manifesté leur intérêt à confirmer leur intérêt.
§ 2. Les invitations visées au paragraphe 1er mentionnent notamment l'adresse électronique à laquelle les documents de marché ont été mis directement à disposition par voie électronique. Les invitations sont accompagnées des documents de marché, lorsque ceux-ci n'ont pas fait l'objet d'un accès gratuit, sans restriction, complet et direct, pour les motifs énoncés à l'article 145, § § 2 ou 3,, et qu'ils n'ont pas déjà été mis à disposition par d'autres moyens.
Le Roi détermine les autres informations qui doivent être contenues dans l'invitation, ainsi que les modalités additionnelles.
Lorsqu'un avis périodique indicatif sert d'appel à la concurrence conformément à l'article 117, § 2, 1°, les entités adjudicatrices invitent simultanément et par écrit les opérateurs économiques qui ont manifesté leur intérêt à confirmer leur intérêt.
§ 2. Les invitations visées au paragraphe 1er mentionnent notamment l'adresse électronique à laquelle les documents de marché ont été mis directement à disposition par voie électronique. Les invitations sont accompagnées des documents de marché, lorsque ceux-ci n'ont pas fait l'objet d'un accès gratuit, sans restriction, complet et direct, pour les motifs énoncés à l'article 145, § § 2 ou 3,, et qu'ils n'ont pas déjà été mis à disposition par d'autres moyens.
Le Roi détermine les autres informations qui doivent être contenues dans l'invitation, ainsi que les modalités additionnelles.
Afdeling 3. - Selectie van deelnemers en gunning van opdrachten
Section 3. - Choix des participants et attribution des marchés
Onderafdeling 1. - Algemene beginselen
Sous-section 1re. - Principes généraux
Beginselen voor selectie en gunning
Principes relatifs à la sélection et à l'attribution
Art.147. § 1. Voor de selectie van deelnemers aan plaatsingsprocedures zijn de volgende regels van toepassing :
1° de aanbestedende entiteit die overeenkomstig artikel 149, eerste lid, of artikel 151, § 1, regels en criteria voor de uitsluiting van inschrijvers of kandidaten heeft vastgesteld, sluit ondernemers die aan deze criteria voldoen, uit op basis van deze regels;
2° zij selecteert inschrijvers en kandidaten overeenkomstig de in de artikelen 149 en 151 vastgestelde objectieve regels en criteria;
3° in niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures met oproep tot mededinging, concurrentie-gerichte dialogen, en innovatie-partnerschappen beperkt zij overeenkomstig artikel 149, tweede lid, in voorkomend geval het aantal op grond van de bepalingen onder 1° en 2° van onderhavige paragraaf geselecteerde kandidaten.
§ 2. Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem en met het oog op de selectie van deelnemers in plaatsingsprocedures voor de specifieke opdrachten waarop de oproep tot mededinging betrekking heeft, volgt de aanbestedende entiteit de onderstaande regels :
1° zij kwalificeert ondernemers overeenkomstig artikel 148;
2° zij past de bepalingen van paragraaf 1 die betrekking hebben op niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen, of innovatiepartnerschappen, toe op die gekwalificeerde ondernemers.
§ 3. De aanbestedende entiteit mag, wanneer zij de deelnemers aan een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure, een concurrentiegerichte dialoog, of een innovatiepartnerschap selecteert, wanneer zij besluit over kwalificatie of wanneer de kwalificatiecriteria en -regels worden bijgewerkt :
1° aan bepaalde ondernemers geen administratieve, technische of financiële voorwaarden opleggen die niet aan andere zijn opgelegd;
2° geen proeven of bewijzen eisen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare objectieve bewijzen.
§ 4. Onverminderd artikel 121, § 6, tweede lid, kan de aanbestedende entiteit, wanneer de door de ondernemers in te dienen informatie of documentatie onvolledig of onjuist is of lijkt te zijn of wanneer specifieke documenten ontbreken, de betrokken kandidaat of inschrijver verzoeken die informatie of documentatie binnen een passende termijn in te dienen, aan te vullen, te verduidelijken of te vervolledigen, mits dergelijke verzoeken worden gedaan met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en, indien gebruik wordt gemaakt van de openbare of de niet-openbare procedure, zonder dat dit aanleiding mag geven tot een wijziging van de essentiële elementen van de offerte.
Een wijziging van de samenstelling van het personeelsteam dat ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de opdracht, die het rechtstreeks gevolg is van maatregelen die gericht zijn op het oplossen van belangenconflicten of situaties van voorafgaande betrokkenheid, wordt geacht geen aanleiding te geven tot een wijziging van een essentieel element van de offerte.
§ 5. De aanbestedende entiteit toetst de door de geselecteerde inschrijvers ingediende offerte aan de op de offertes toepasselijke regels en voorschriften en gunt de opdracht op basis van een of meerdere gunningscriteria, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 81 en 153 en rekening houdend met artikel 136.
Onverminderd paragraaf 6 beslist de aanbestedende entiteit, indien ze vaststelt dat de economisch voordeligste offerte niet voldoet aan de in artikel 7 bedoelde verplichtingen op het vlak van het milieu-, het sociaal of het arbeidsrecht, evenwel om de opdracht niet te gunnen aan de inschrijver van hogervermelde offerte, tenminste wanneer het een verplichting betreft waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk beteugeld wordt. In de overige gevallen waarbij ze vaststelt dat deze offerte niet voldoet aan de voormelde verplichtingen, kan ze hetzelfde doen.
§ 6. In de openbare procedure en de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging kan de aanbestedende entiteit besluiten tot onderzoek van de offertes over te gaan voordat de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld, mits de desbetreffende bepalingen van de artikelen 147 tot 153 worden nageleefd, met inbegrip van de regel dat de opdracht niet wordt gegund aan een inschrijver die overeenkomstig artikel 151 moet worden uitgesloten of die niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 149, eerste lid, en artikel 151 door de aanbestedende entiteit vastgestelde selectiecriteria.
1° de aanbestedende entiteit die overeenkomstig artikel 149, eerste lid, of artikel 151, § 1, regels en criteria voor de uitsluiting van inschrijvers of kandidaten heeft vastgesteld, sluit ondernemers die aan deze criteria voldoen, uit op basis van deze regels;
2° zij selecteert inschrijvers en kandidaten overeenkomstig de in de artikelen 149 en 151 vastgestelde objectieve regels en criteria;
3° in niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures met oproep tot mededinging, concurrentie-gerichte dialogen, en innovatie-partnerschappen beperkt zij overeenkomstig artikel 149, tweede lid, in voorkomend geval het aantal op grond van de bepalingen onder 1° en 2° van onderhavige paragraaf geselecteerde kandidaten.
§ 2. Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem en met het oog op de selectie van deelnemers in plaatsingsprocedures voor de specifieke opdrachten waarop de oproep tot mededinging betrekking heeft, volgt de aanbestedende entiteit de onderstaande regels :
1° zij kwalificeert ondernemers overeenkomstig artikel 148;
2° zij past de bepalingen van paragraaf 1 die betrekking hebben op niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen, of innovatiepartnerschappen, toe op die gekwalificeerde ondernemers.
§ 3. De aanbestedende entiteit mag, wanneer zij de deelnemers aan een niet-openbare procedure, een onderhandelingsprocedure, een concurrentiegerichte dialoog, of een innovatiepartnerschap selecteert, wanneer zij besluit over kwalificatie of wanneer de kwalificatiecriteria en -regels worden bijgewerkt :
1° aan bepaalde ondernemers geen administratieve, technische of financiële voorwaarden opleggen die niet aan andere zijn opgelegd;
2° geen proeven of bewijzen eisen die een doublure zouden vormen met reeds beschikbare objectieve bewijzen.
§ 4. Onverminderd artikel 121, § 6, tweede lid, kan de aanbestedende entiteit, wanneer de door de ondernemers in te dienen informatie of documentatie onvolledig of onjuist is of lijkt te zijn of wanneer specifieke documenten ontbreken, de betrokken kandidaat of inschrijver verzoeken die informatie of documentatie binnen een passende termijn in te dienen, aan te vullen, te verduidelijken of te vervolledigen, mits dergelijke verzoeken worden gedaan met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en, indien gebruik wordt gemaakt van de openbare of de niet-openbare procedure, zonder dat dit aanleiding mag geven tot een wijziging van de essentiële elementen van de offerte.
Een wijziging van de samenstelling van het personeelsteam dat ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de opdracht, die het rechtstreeks gevolg is van maatregelen die gericht zijn op het oplossen van belangenconflicten of situaties van voorafgaande betrokkenheid, wordt geacht geen aanleiding te geven tot een wijziging van een essentieel element van de offerte.
§ 5. De aanbestedende entiteit toetst de door de geselecteerde inschrijvers ingediende offerte aan de op de offertes toepasselijke regels en voorschriften en gunt de opdracht op basis van een of meerdere gunningscriteria, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 81 en 153 en rekening houdend met artikel 136.
Onverminderd paragraaf 6 beslist de aanbestedende entiteit, indien ze vaststelt dat de economisch voordeligste offerte niet voldoet aan de in artikel 7 bedoelde verplichtingen op het vlak van het milieu-, het sociaal of het arbeidsrecht, evenwel om de opdracht niet te gunnen aan de inschrijver van hogervermelde offerte, tenminste wanneer het een verplichting betreft waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk beteugeld wordt. In de overige gevallen waarbij ze vaststelt dat deze offerte niet voldoet aan de voormelde verplichtingen, kan ze hetzelfde doen.
§ 6. In de openbare procedure en de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging kan de aanbestedende entiteit besluiten tot onderzoek van de offertes over te gaan voordat de geschiktheid van de inschrijvers wordt beoordeeld, mits de desbetreffende bepalingen van de artikelen 147 tot 153 worden nageleefd, met inbegrip van de regel dat de opdracht niet wordt gegund aan een inschrijver die overeenkomstig artikel 151 moet worden uitgesloten of die niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 149, eerste lid, en artikel 151 door de aanbestedende entiteit vastgestelde selectiecriteria.
Art.147. § 1er. Aux fins de la sélection de participants à des procédures de passation de marché, les règles suivantes s'appliquent :
1° l'entité adjudicatrice ayant établi des règles et des critères d'exclusion des soumissionnaires ou des candidats conformément à l'article 149, alinéa 1er, ou à l'article 151, § 1er, exclut les opérateurs économiques en fonction de ces règles et de ces critères;
2° elle sélectionne les soumissionnaires ou les candidats conformément aux règles et critères objectifs établis en vertu des articles 149 et 151;
3° dans les procédures restreintes, dans les procédures négociées avec mise en concurrence, dans les dialogues compétitifs et dans les partenariats d'innovation, elle limite, le cas échéant, conformément à l'article 149, alinéa 2, le nombre des candidats retenus en vertu des points 1° et 2° du présent paragraphe.
§ 2. Lorsque l'appel à la concurrence s'effectue par un avis sur l'existence d'un système de qualification et aux fins de la sélection de participants à des procédures de passation de marchés spécifiques faisant l'objet de la mise en concurrence, l'entité adjudicatrice :
1° qualifie les opérateurs économiques conformément à l'article 148;
2° applique à ces opérateurs économiques qualifiés les dispositions du paragraphe 1er qui se rapportent aux procédures restreintes, aux procédures négociées, aux dialogues compétitifs ou aux partenariats d'innovation.
§ 3. Lorsqu'elle choisit les participants à une procédure restreinte ou négociée, à un dialogue compétitif ou à un partenariat d'innovation, en prenant leur décision quant à la qualification ou lorsque les critères et règles sont mis à jour, l'entité adjudicatrice ne peut pas :
1° imposer à certains opérateurs économiques des conditions administratives, techniques ou financières qui n'auraient pas été imposées à d'autres;
2° exiger des essais ou des justifications qui feraient double emploi avec des preuves objectives déjà disponibles.
§ 4. Lorsque les informations ou les documents qui doivent être soumis par les opérateurs économiques sont ou semblent incomplets ou erronés, ou lorsque certains documents sont manquants, l' entité adjudicatrice peut, sans préjudice de l'article 121, § 6, alinéa 2, demander aux candidats ou soumissionnaires concernés de présenter, compléter, clarifier ou préciser les informations ou les documents concernés dans un délai approprié, à condition que ces demandes respectent pleinement les principes d'égalité de traitement et de transparence et, s'il est fait usage d'une procédure ouverte ou restreinte, sans que cela ne puisse mener à une modification des éléments essentiels du marché.
Un changement de la composition du personnel mis à disposition pour l'exécution du contrat, qui est la conséquence directe des mesures visant à résoudre les conflits d'intérêt ou les situations de participation préalable, est considéré comme ne donnant pas lieu à une modification d'un élément essentiel de l'offre.
§ 5. L'entité adjudicatrice vérifie la conformité des offres présentées par les soumissionnaires ainsi sélectionnés aux règles et exigences applicables aux offres et attribue le marché en se basant sur le ou les critères d'attribution fixés conformément aux articles 81 et 153, compte tenu de l'article 136.
Sans préjudice du paragraphe 6, lorsque l'entité adjudicatrice constate que l'offre économiquement la plus avantageuse ne respecte pas les obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social ou du travail et mentionnées à l'article 7, elle décide néanmoins de ne pas attribuer le marché au soumissionnaire qui a remis ladite offre, pour autant qu'il s'agit d'une obligation dont le non-respect est également sanctionné pénalement. Dans les autres cas où elle constate que cette offre ne satisfait pas aux obligations susmentionnées, elle peut procéder de la même manière.
§ 6. Dans le cadre d'une procédure ouverte ou d'une procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, l'entité adjudicatrice peut décider d'examiner les offres avant de vérifier l'aptitude des soumissionnaires, à condition que les dispositions pertinentes des articles 147 à 153 soient respectées, y compris la règle selon laquelle le marché n'est pas attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu conformément à l'article 151 ou qui ne remplit pas les critères de sélection établis par l'entité adjudicatrice conformément à l'article 149, alinéa 1er, et à l'article 151.
1° l'entité adjudicatrice ayant établi des règles et des critères d'exclusion des soumissionnaires ou des candidats conformément à l'article 149, alinéa 1er, ou à l'article 151, § 1er, exclut les opérateurs économiques en fonction de ces règles et de ces critères;
2° elle sélectionne les soumissionnaires ou les candidats conformément aux règles et critères objectifs établis en vertu des articles 149 et 151;
3° dans les procédures restreintes, dans les procédures négociées avec mise en concurrence, dans les dialogues compétitifs et dans les partenariats d'innovation, elle limite, le cas échéant, conformément à l'article 149, alinéa 2, le nombre des candidats retenus en vertu des points 1° et 2° du présent paragraphe.
§ 2. Lorsque l'appel à la concurrence s'effectue par un avis sur l'existence d'un système de qualification et aux fins de la sélection de participants à des procédures de passation de marchés spécifiques faisant l'objet de la mise en concurrence, l'entité adjudicatrice :
1° qualifie les opérateurs économiques conformément à l'article 148;
2° applique à ces opérateurs économiques qualifiés les dispositions du paragraphe 1er qui se rapportent aux procédures restreintes, aux procédures négociées, aux dialogues compétitifs ou aux partenariats d'innovation.
§ 3. Lorsqu'elle choisit les participants à une procédure restreinte ou négociée, à un dialogue compétitif ou à un partenariat d'innovation, en prenant leur décision quant à la qualification ou lorsque les critères et règles sont mis à jour, l'entité adjudicatrice ne peut pas :
1° imposer à certains opérateurs économiques des conditions administratives, techniques ou financières qui n'auraient pas été imposées à d'autres;
2° exiger des essais ou des justifications qui feraient double emploi avec des preuves objectives déjà disponibles.
§ 4. Lorsque les informations ou les documents qui doivent être soumis par les opérateurs économiques sont ou semblent incomplets ou erronés, ou lorsque certains documents sont manquants, l' entité adjudicatrice peut, sans préjudice de l'article 121, § 6, alinéa 2, demander aux candidats ou soumissionnaires concernés de présenter, compléter, clarifier ou préciser les informations ou les documents concernés dans un délai approprié, à condition que ces demandes respectent pleinement les principes d'égalité de traitement et de transparence et, s'il est fait usage d'une procédure ouverte ou restreinte, sans que cela ne puisse mener à une modification des éléments essentiels du marché.
Un changement de la composition du personnel mis à disposition pour l'exécution du contrat, qui est la conséquence directe des mesures visant à résoudre les conflits d'intérêt ou les situations de participation préalable, est considéré comme ne donnant pas lieu à une modification d'un élément essentiel de l'offre.
§ 5. L'entité adjudicatrice vérifie la conformité des offres présentées par les soumissionnaires ainsi sélectionnés aux règles et exigences applicables aux offres et attribue le marché en se basant sur le ou les critères d'attribution fixés conformément aux articles 81 et 153, compte tenu de l'article 136.
Sans préjudice du paragraphe 6, lorsque l'entité adjudicatrice constate que l'offre économiquement la plus avantageuse ne respecte pas les obligations applicables dans les domaines du droit environnemental, social ou du travail et mentionnées à l'article 7, elle décide néanmoins de ne pas attribuer le marché au soumissionnaire qui a remis ladite offre, pour autant qu'il s'agit d'une obligation dont le non-respect est également sanctionné pénalement. Dans les autres cas où elle constate que cette offre ne satisfait pas aux obligations susmentionnées, elle peut procéder de la même manière.
§ 6. Dans le cadre d'une procédure ouverte ou d'une procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, l'entité adjudicatrice peut décider d'examiner les offres avant de vérifier l'aptitude des soumissionnaires, à condition que les dispositions pertinentes des articles 147 à 153 soient respectées, y compris la règle selon laquelle le marché n'est pas attribué à un soumissionnaire qui aurait dû être exclu conformément à l'article 151 ou qui ne remplit pas les critères de sélection établis par l'entité adjudicatrice conformément à l'article 149, alinéa 1er, et à l'article 151.
Onderafdeling 2. - Kwalificatie en kwalitatieve selectie
Sous-section 2. - Qualification et sélection qualitative
Kwalificatiesystemen
Systèmes de qualification
Art.148. § 1. De aanbestedende entiteit kan desgewenst een kwalificatiesysteem van ondernemers invoeren en beheren.
De aanbestedende entiteit die een kwalificatiesysteem invoert of beheert, zorgt ervoor dat ondernemers te allen tijde kunnen aanvragen om gekwalificeerd te worden.
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde systeem kan verschillende fasen van erkenning van geschiktheid omvatten.
De aanbestedende entiteiten voorzien in objectieve regels en criteria voor de uitsluiting en selectie van ondernemers die aanvragen om gekwalificeerd te worden alsmede objectieve regels en criteria voor het beheer van het kwalificatiesysteem met betrekking tot aangelegenheden als de inschrijving in het systeem, eventuele periodieke bijwerking van de erkenningen en de looptijd van de regeling.
Wanneer deze criteria en regels technische specificaties bevatten, zijn de artikelen 53 tot 55 van toepassing. Deze criteria en regels kunnen zo nodig worden bijgewerkt.
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde criteria en regels worden desgevraagd ter beschikking gesteld van ondernemers. Deze bijgewerkte criteria en regels worden aan belangstellende ondernemers meegedeeld.
Wanneer de aanbestedende entiteit van oordeel is dat het kwalificatiesysteem van bepaalde andere diensten of instanties aan de voorwaarden voldoet, deelt zij de belangstellende ondernemers de namen van deze andere diensten of instanties mee.
§ 4. Er wordt een lijst van gekwalificeerde ondernemers bijgehouden; deze kan worden ingedeeld in categorieën naargelang van de aard van de opdracht waarvoor de kwalificatie geldig is.
§ 5. Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, worden specifieke opdrachten voor de werken, leveringen of diensten waarop het kwalificatiesysteem betrekking heeft, gegund door niet-openbare procedures of onderhandelingsprocedures waarin alle inschrijvers en deelnemers worden geselecteerd uit kandidaten die reeds gekwalificeerd zijn overeenkomstig dit systeem.
§ 6. Alle bijdragen die in rekening worden gebracht met betrekking tot aanvragen om gekwalificeerd te worden of voor de bijwerking of het behoud van een reeds volgens de regeling verkregen kwalificatie, moeten evenredig zijn met de gemaakte kosten.
De aanbestedende entiteit die een kwalificatiesysteem invoert of beheert, zorgt ervoor dat ondernemers te allen tijde kunnen aanvragen om gekwalificeerd te worden.
§ 2. Het in paragraaf 1 bedoelde systeem kan verschillende fasen van erkenning van geschiktheid omvatten.
De aanbestedende entiteiten voorzien in objectieve regels en criteria voor de uitsluiting en selectie van ondernemers die aanvragen om gekwalificeerd te worden alsmede objectieve regels en criteria voor het beheer van het kwalificatiesysteem met betrekking tot aangelegenheden als de inschrijving in het systeem, eventuele periodieke bijwerking van de erkenningen en de looptijd van de regeling.
Wanneer deze criteria en regels technische specificaties bevatten, zijn de artikelen 53 tot 55 van toepassing. Deze criteria en regels kunnen zo nodig worden bijgewerkt.
§ 3. De in paragraaf 2 bedoelde criteria en regels worden desgevraagd ter beschikking gesteld van ondernemers. Deze bijgewerkte criteria en regels worden aan belangstellende ondernemers meegedeeld.
Wanneer de aanbestedende entiteit van oordeel is dat het kwalificatiesysteem van bepaalde andere diensten of instanties aan de voorwaarden voldoet, deelt zij de belangstellende ondernemers de namen van deze andere diensten of instanties mee.
§ 4. Er wordt een lijst van gekwalificeerde ondernemers bijgehouden; deze kan worden ingedeeld in categorieën naargelang van de aard van de opdracht waarvoor de kwalificatie geldig is.
§ 5. Wanneer een oproep tot mededinging geschiedt door middel van een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem, worden specifieke opdrachten voor de werken, leveringen of diensten waarop het kwalificatiesysteem betrekking heeft, gegund door niet-openbare procedures of onderhandelingsprocedures waarin alle inschrijvers en deelnemers worden geselecteerd uit kandidaten die reeds gekwalificeerd zijn overeenkomstig dit systeem.
§ 6. Alle bijdragen die in rekening worden gebracht met betrekking tot aanvragen om gekwalificeerd te worden of voor de bijwerking of het behoud van een reeds volgens de regeling verkregen kwalificatie, moeten evenredig zijn met de gemaakte kosten.
Art.148. § 1er. Les entités adjudicatrices peuvent, si elles le souhaitent, établir et gérer un système de qualification d'opérateurs économique.
Les entités qui établissent ou gèrent un système de qualification veillent à ce que les opérateurs économiques puissent à tout moment demander à être qualifiés.
§ 2. Le système prévu au paragraphe 1er peut comprendre plusieurs stades de qualification.
Les entités adjudicatrices établissent des règles et critères objectifs d'exclusion et de sélection des opérateurs économiques qui demandent à être qualifiés, et des critères et règles objectifs de fonctionnement du système de qualification, portant sur des aspects tels que l'inscription au système, la mise à jour périodique des qualifications, le cas échéant, et la durée du système.
Lorsque ces critères et règles comportent des spécifications techniques, les articles 53 à 55 s'appliquent. Ces critères et ces règles peuvent au besoin être mis à jour.
§ 3. Les critères et les règles visés au paragraphe 2 sont fournis aux opérateurs économiques à leur demande. Ces critères et ces règles mis à jour sont communiqués aux opérateurs économiques intéressés.
Si l'entité adjudicatrice estime que le système de qualification de certaines entités ou organismes tiers répond à ses exigences, elle communique aux opérateurs économiques intéressés les noms de ces entités ou de ces organismes tiers.
§ 4. Un relevé des opérateurs économiques qualifiés est conservé; il peut être divisé en catégories par type de marchés pour la réalisation desquels la qualification est valable.
§ 5. Lorsqu'une mise en concurrence est effectuée au moyen d'un avis sur l'existence d'un système de qualification, les marchés spécifiques de travaux, fournitures ou services couverts par le système de qualification sont attribués selon des procédures restreintes ou négociées, dans laquelle les participants sont sélectionnés parmi les candidats déjà qualifiés selon un tel système.
§ 6. Si des frais sont facturés pour les demandes de qualification ou pour la mise à jour ou la conservation d'une qualification déjà obtenue en vertu du système, ils sont proportionnés aux coûts occasionnés.
Les entités qui établissent ou gèrent un système de qualification veillent à ce que les opérateurs économiques puissent à tout moment demander à être qualifiés.
§ 2. Le système prévu au paragraphe 1er peut comprendre plusieurs stades de qualification.
Les entités adjudicatrices établissent des règles et critères objectifs d'exclusion et de sélection des opérateurs économiques qui demandent à être qualifiés, et des critères et règles objectifs de fonctionnement du système de qualification, portant sur des aspects tels que l'inscription au système, la mise à jour périodique des qualifications, le cas échéant, et la durée du système.
Lorsque ces critères et règles comportent des spécifications techniques, les articles 53 à 55 s'appliquent. Ces critères et ces règles peuvent au besoin être mis à jour.
§ 3. Les critères et les règles visés au paragraphe 2 sont fournis aux opérateurs économiques à leur demande. Ces critères et ces règles mis à jour sont communiqués aux opérateurs économiques intéressés.
Si l'entité adjudicatrice estime que le système de qualification de certaines entités ou organismes tiers répond à ses exigences, elle communique aux opérateurs économiques intéressés les noms de ces entités ou de ces organismes tiers.
§ 4. Un relevé des opérateurs économiques qualifiés est conservé; il peut être divisé en catégories par type de marchés pour la réalisation desquels la qualification est valable.
§ 5. Lorsqu'une mise en concurrence est effectuée au moyen d'un avis sur l'existence d'un système de qualification, les marchés spécifiques de travaux, fournitures ou services couverts par le système de qualification sont attribués selon des procédures restreintes ou négociées, dans laquelle les participants sont sélectionnés parmi les candidats déjà qualifiés selon un tel système.
§ 6. Si des frais sont facturés pour les demandes de qualification ou pour la mise à jour ou la conservation d'une qualification déjà obtenue en vertu du système, ils sont proportionnés aux coûts occasionnés.
Kwalitatieve selectiecriteria
Critères de sélection qualitative
Art.149. De aanbestedende entiteit kan objectieve regels en criteria opstellen voor de uitsluiting en selectie van inschrijvers of kandidaten; deze regels en criteria worden ter beschikking gesteld van belangstellende ondernemers.
Wanneer de aanbestedende entiteit een passend evenwicht tot stand moet brengen tussen de bijzondere kenmerken van de plaatsingsprocedure en de daarvoor noodzakelijke middelen, kunnen zij in niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen, of innovatiepartnerschappen objectieve regels en criteria vaststellen om in deze behoefte te voorzien en kunnen zij het aantal kandidaten beperken dat tot de inschrijving of tot onderhandelingen zal worden uitgenodigd. Bij de vaststelling van het aantal gegadigden wordt echter rekening gehouden met de noodzaak voldoende mededinging te waarborgen.
Wanneer de aanbestedende entiteit een passend evenwicht tot stand moet brengen tussen de bijzondere kenmerken van de plaatsingsprocedure en de daarvoor noodzakelijke middelen, kunnen zij in niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen, of innovatiepartnerschappen objectieve regels en criteria vaststellen om in deze behoefte te voorzien en kunnen zij het aantal kandidaten beperken dat tot de inschrijving of tot onderhandelingen zal worden uitgenodigd. Bij de vaststelling van het aantal gegadigden wordt echter rekening gehouden met de noodzaak voldoende mededinging te waarborgen.
Art.149. L'entité adjudicatrice peut établir des règles et critères objectifs d'exclusion et de sélection des soumissionnaires ou candidats; ces règles et critères sont à la disposition des opérateurs économiques intéressés.
Lorsque les entités adjudicatrices doivent assurer un équilibre approprié entre les caractéristiques spécifiques de la procédure de passation de marché et les moyens que requiert son accomplissement, elles peuvent, dans le cadre de procédures restreintes ou négociées, de dialogues compétitifs ou de partenariats d'innovation, établir des règles et critères objectifs qui traduisent cette nécessité et permettent à l'entité adjudicatrice de limiter le nombre de candidats qui seront invités à présenter une offre ou à négocier. Le nombre des candidats retenus doit toutefois tenir compte du besoin d'assurer une concurrence suffisante.
Lorsque les entités adjudicatrices doivent assurer un équilibre approprié entre les caractéristiques spécifiques de la procédure de passation de marché et les moyens que requiert son accomplissement, elles peuvent, dans le cadre de procédures restreintes ou négociées, de dialogues compétitifs ou de partenariats d'innovation, établir des règles et critères objectifs qui traduisent cette nécessité et permettent à l'entité adjudicatrice de limiter le nombre de candidats qui seront invités à présenter une offre ou à négocier. Le nombre des candidats retenus doit toutefois tenir compte du besoin d'assurer une concurrence suffisante.
Beroep op de draagkracht van andere entiteiten
Recours aux capacités d'autres entités
Art.150. § 1. Wanneer de objectieve criteria en regels voor uitsluiting en selectie van ondernemers die aanvragen om gekwalificeerd te worden, voorschriften betreffende de economische en financiële draagkracht van de ondernemer of zijn technische en beroepsbekwaamheid inhouden, kan deze zich in voorkomend geval beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten.
Wanneer dit nodig is kan een onderneming zich eveneens beroepen op de draagkracht van andere entiteiten voor een bijzondere opdracht, wanneer de objectieve criteria en regels voor uitsluiting en selectie van kandidaten en inschrijvers voorschriften betreffende de economische en financiële draagkracht van de ondernemer of zijn technische en beroepsbekwaamheid inhouden.
Indien een ondernemer een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten voor het vervullen van de economische en financiële criteria, kan de aanbestedende entiteit, voor zover deze mogelijkheid niet uitgesloten werd door de opdrachtdocumenten, eisen dat de ondernemer en die entiteiten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid dient evenwel schriftelijk aanvaard te worden door de entiteit op wiens draagkracht beroep wordt gedaan, om uitwerking te hebben. Indien de voormelde schriftelijke aanvaarding niet wordt gegeven, kan de kandidaat of inschrijver zich niet op een dergelijke draagkracht beroepen. Het onderhavig lid doet geen afbreuk aan krachtens andere wetten ingestelde hoofdelijke aansprakelijkheidsregelingen, met name op het vlak van sociale, fiscale of loonschulden.
§ 2. In het geval van overheidsopdrachten voor werken, diensten en plaatsings- of installatiewerkzaamheden in het kader van een opdracht voor diensten kan de aanbestedende entiteit eisen dat bepaalde kritieke taken rechtstreeks door de inschrijver zelf worden verricht, of wanneer de offerte door een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 8, § 2, is ingediend, door een deelnemer aan die combinatie.
§ 3. De Koning kan de nadere materiële en procedurele regels bepalen omtrent het beroep op de draagkracht van andere entiteiten.
Wanneer dit nodig is kan een onderneming zich eveneens beroepen op de draagkracht van andere entiteiten voor een bijzondere opdracht, wanneer de objectieve criteria en regels voor uitsluiting en selectie van kandidaten en inschrijvers voorschriften betreffende de economische en financiële draagkracht van de ondernemer of zijn technische en beroepsbekwaamheid inhouden.
Indien een ondernemer een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten voor het vervullen van de economische en financiële criteria, kan de aanbestedende entiteit, voor zover deze mogelijkheid niet uitgesloten werd door de opdrachtdocumenten, eisen dat de ondernemer en die entiteiten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid dient evenwel schriftelijk aanvaard te worden door de entiteit op wiens draagkracht beroep wordt gedaan, om uitwerking te hebben. Indien de voormelde schriftelijke aanvaarding niet wordt gegeven, kan de kandidaat of inschrijver zich niet op een dergelijke draagkracht beroepen. Het onderhavig lid doet geen afbreuk aan krachtens andere wetten ingestelde hoofdelijke aansprakelijkheidsregelingen, met name op het vlak van sociale, fiscale of loonschulden.
§ 2. In het geval van overheidsopdrachten voor werken, diensten en plaatsings- of installatiewerkzaamheden in het kader van een opdracht voor diensten kan de aanbestedende entiteit eisen dat bepaalde kritieke taken rechtstreeks door de inschrijver zelf worden verricht, of wanneer de offerte door een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 8, § 2, is ingediend, door een deelnemer aan die combinatie.
§ 3. De Koning kan de nadere materiële en procedurele regels bepalen omtrent het beroep op de draagkracht van andere entiteiten.
Art.150. § 1er. Lorsque les règles et les critères objectifs d'exclusion et de sélection des opérateurs économiques qui demandent à être qualifiés dans le cadre d'un système de qualification comportent des exigences relatives à la capacité économique et financière de l'opérateur économique, ou à ses capacités techniques et professionnelles, celui-ci peut, le cas échéant, faire valoir les capacités d'autres entités, quelle que soit la nature juridique des liens existant entre lui-même et ces entités.
Lorsque les règles et les critères objectifs d'exclusion et de sélection des candidats et des soumissionnaires, comportent des exigences relatives à la capacité économique et financière de l'opérateur économique, ou à ses capacités techniques et professionnelles, celui-ci peut également, si nécessaire et pour un marché particulier, faire valoir les capacités d'autres entités.
Lorsqu'un opérateur économique a recours aux capacités d'autres entités en ce qui concerne des critères ayant trait à la capacité économique et financière, l'entité adjudicatrice peut exiger, pour autant que cette possibilité n'ait pas été exclue dans les documents de marché, que l'opérateur économique et les autres entités en question soient solidairement responsables de l'exécution du marché. Cette responsabilité solidaire doit cependant être acceptée par écrit par l'entité dont la capacité est invoquée, pour être effective. Lorsque l'acceptation écrite susmentionnée n'est pas fournie, le candidat ou le soumissionnaire ne peut avoir recours à une telle capacité. Le présent alinéa ne porte pas préjudice à la responsabilité solidaire prévue en vertu d'autres lois, notamment au niveau des dettes sociales, fiscales ou salariales.
§ 2. Pour les marchés publics de travaux, les marchés de services et les travaux de pose et d'installation dans le cadre d'un marché de fournitures, l'entité adjudicatrice peut exiger que certaines tâches essentielles soient effectuées directement par le soumissionnaire lui-même ou, si l'offre est soumise par un groupement d'opérateurs économiques visé à l'article 8, § 2, par un participant dudit groupement.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités matérielles et procédurales additionnelles pour le recours aux capacités d'autres entités.
Lorsque les règles et les critères objectifs d'exclusion et de sélection des candidats et des soumissionnaires, comportent des exigences relatives à la capacité économique et financière de l'opérateur économique, ou à ses capacités techniques et professionnelles, celui-ci peut également, si nécessaire et pour un marché particulier, faire valoir les capacités d'autres entités.
Lorsqu'un opérateur économique a recours aux capacités d'autres entités en ce qui concerne des critères ayant trait à la capacité économique et financière, l'entité adjudicatrice peut exiger, pour autant que cette possibilité n'ait pas été exclue dans les documents de marché, que l'opérateur économique et les autres entités en question soient solidairement responsables de l'exécution du marché. Cette responsabilité solidaire doit cependant être acceptée par écrit par l'entité dont la capacité est invoquée, pour être effective. Lorsque l'acceptation écrite susmentionnée n'est pas fournie, le candidat ou le soumissionnaire ne peut avoir recours à une telle capacité. Le présent alinéa ne porte pas préjudice à la responsabilité solidaire prévue en vertu d'autres lois, notamment au niveau des dettes sociales, fiscales ou salariales.
§ 2. Pour les marchés publics de travaux, les marchés de services et les travaux de pose et d'installation dans le cadre d'un marché de fournitures, l'entité adjudicatrice peut exiger que certaines tâches essentielles soient effectuées directement par le soumissionnaire lui-même ou, si l'offre est soumise par un groupement d'opérateurs économiques visé à l'article 8, § 2, par un participant dudit groupement.
§ 3. Le Roi peut fixer les modalités matérielles et procédurales additionnelles pour le recours aux capacités d'autres entités.
Gebruik van uitsluitingsgronden en selectiecriteria als bedoeld in titel 2
Utilisation des motifs d'exclusion et des critères de sélection prévus par le titre 2
Art.151. § 1. De objectieve regels en criteria voor uitsluiting en selectie van ondernemers die aanvragen om de kwalificatie te bekomen in het kader van een kwalificatiesysteem, en de objectieve regels en criteria voor uitsluiting en selectie van kandidaten en inschrijvers in openbare of niet-openbare procedures, onderhandelingsprocedures, concurrentiegerichte dialogen of innovatiepartnerschappen, kunnen de in artikelen 67 tot 69 bedoelde uitsluitingsgronden inhouden volgens de krachtens deze bepalingen opgelegde voorwaarden.
Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is, omvatten deze regels en criteria de in artikelen 67 tot 69 bedoelde uitsluitingsgronden volgens de in dat artikel bedoelde voorwaarden.
In voorkomend geval moet ook rekening worden gehouden met de in artikel 70 bedoelde corrigerende maatregelen.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde regels en criteria kunnen de in artikel 71 bedoelde selectiecriteria inhouden volgens de krachtens deze bepaling bepaalde voorwaarden.
§ 3. Voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 zijn de krachtens de artikelen 73 tot 76 bepaalde regels van toepassing.
De kandidaten of inschrijvers moeten, op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offerte, dan wel op het ogenblik van de aanvraag tot kwalificatie en voor de opdrachten gelijk aan of hoger dan de drempel voor de Europese bekendmaking, het in artikel 73 bedoelde Uniform Europees Aanbestedingsdocument voorleggen, tenzij wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de in artikel 124, § 1, 4° tot 6° en 8° tot 11° bedoelde gevallen.
De Koning kan, voor opdrachten die lager zijn dan de drempel voor de Europese bekendmaking, de gevallen bepalen waarbij het Uniform Europees Aanbestedingsdocument eveneens moet worden voorgelegd overeenkomstig het tweede lid.
Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is, omvatten deze regels en criteria de in artikelen 67 tot 69 bedoelde uitsluitingsgronden volgens de in dat artikel bedoelde voorwaarden.
In voorkomend geval moet ook rekening worden gehouden met de in artikel 70 bedoelde corrigerende maatregelen.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde regels en criteria kunnen de in artikel 71 bedoelde selectiecriteria inhouden volgens de krachtens deze bepaling bepaalde voorwaarden.
§ 3. Voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 zijn de krachtens de artikelen 73 tot 76 bepaalde regels van toepassing.
De kandidaten of inschrijvers moeten, op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offerte, dan wel op het ogenblik van de aanvraag tot kwalificatie en voor de opdrachten gelijk aan of hoger dan de drempel voor de Europese bekendmaking, het in artikel 73 bedoelde Uniform Europees Aanbestedingsdocument voorleggen, tenzij wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging in de in artikel 124, § 1, 4° tot 6° en 8° tot 11° bedoelde gevallen.
De Koning kan, voor opdrachten die lager zijn dan de drempel voor de Europese bekendmaking, de gevallen bepalen waarbij het Uniform Europees Aanbestedingsdocument eveneens moet worden voorgelegd overeenkomstig het tweede lid.
Art.151. § 1er. Les règles et les critères objectifs d'exclusion et de sélection des opérateurs économiques qui demandent à être qualifiés dans le cadre d'un système de qualification et les règles et les critères objectifs d'exclusion et de sélection des candidats et des soumissionnaires dans des procédures ouvertes, restreintes ou négociées, dans des dialogues compétitifs ou dans des partenariats d'innovation peuvent inclure les motifs d'exclusion énumérés aux articles 67 à 69, dans les conditions imposées en vertu de ces dispositions.
Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, ces critères et règles incluent les motifs d'exclusion énumérés aux articles 67 à 69, dans les conditions qui y sont exposées.
Le cas échéant, il sera également tenu compte des mesures correctrices visées à l'article 70.
§ 2. Les critères et les règles visés au paragraphe 1er peuvent inclure les critères de sélection établis à l'article 71, imposés en vertu de la présente disposition.
§ 3. Aux fins de l'application des paragraphes 1er et 2, les articles 73 à 76 s'appliquent.
Les candidats ou soumissionnaires doivent, soit au moment du dépôt des demandes de participation ou des offres, soit au moment de la demande de qualification, en ce qui concerne les marchés dont le montant est égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne, produire le Document unique de marché européen visé à l'article 73, sauf en cas de recours à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable dans les cas visés à l'article 124, § 1er, 4° à 6° et 8° à 11°.
Le Roi peut, pour les marchés dont le montant est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne, définir les cas où le Document unique de marché européen doit également être produit conformément à l'alinéa 2.
Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, ces critères et règles incluent les motifs d'exclusion énumérés aux articles 67 à 69, dans les conditions qui y sont exposées.
Le cas échéant, il sera également tenu compte des mesures correctrices visées à l'article 70.
§ 2. Les critères et les règles visés au paragraphe 1er peuvent inclure les critères de sélection établis à l'article 71, imposés en vertu de la présente disposition.
§ 3. Aux fins de l'application des paragraphes 1er et 2, les articles 73 à 76 s'appliquent.
Les candidats ou soumissionnaires doivent, soit au moment du dépôt des demandes de participation ou des offres, soit au moment de la demande de qualification, en ce qui concerne les marchés dont le montant est égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne, produire le Document unique de marché européen visé à l'article 73, sauf en cas de recours à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable dans les cas visés à l'article 124, § 1er, 4° à 6° et 8° à 11°.
Le Roi peut, pour les marchés dont le montant est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne, définir les cas où le Document unique de marché européen doit également être produit conformément à l'alinéa 2.
Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer
Normes d'assurance de la qualité et normes de gestion environnementale
Art.152. Inzake kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer maakt de aanbestedende entiteit toepassing van de door en krachtens artikel 77 bepaalde regels.
Art.152. En ce qui concerne les normes de qualité en celles matière d'environnement, l'entité adjudicatrice applique les règles imposées par et en vertu de l'article 77.
Onderafdeling 3. - Gunning van de opdracht
Sous-section 3. - Attribution du marché
Gunningscriteria, levenscycluskosten, prijs-en kostenonderzoek, abnormaal hoge of lage offertes, niet-gunning van de opdracht
Critères d'attribution, coûts du cycle de vie, contrôle des coûts et des prix et des offres anormalement élevées ou basses, non-attribution du marché
Art.153. Onderstaande bepalingen omtrent de gunning of, desgevallend, de niet-gunning van de opdracht zijn van toepassing op de in de onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten :
1° artikel 81 met betrekking tot gunningscriteria;
2° artikel 82 met betrekking tot levenscycluskosten;
3° artikel 84, met betrekking tot het prijs- en kostenonderzoek en abnormaal hoge of lage offertes;
4° artikel 85 met betrekking tot de niet-gunning van een opdracht.
1° artikel 81 met betrekking tot gunningscriteria;
2° artikel 82 met betrekking tot levenscycluskosten;
3° artikel 84, met betrekking tot het prijs- en kostenonderzoek en abnormaal hoge of lage offertes;
4° artikel 85 met betrekking tot de niet-gunning van een opdracht.
Art.153. Les dispositions ci-dessous relatives à l'attribution ou, le cas échéant, à la non-attribution d'un marché sont d'application sur les marchés publics visés par le présent titre :
1° l'article 81 relatif aux critères d'attribution;
2° l'article 82 relatif aux coûts du cycle de vie;
3° l'article 84, relatif au contrôle des coûts et des prix et des offres anormalement basses ou élevées;
4° l'article 85 relatif à la non-attribution d'un marché.
1° l'article 81 relatif aux critères d'attribution;
2° l'article 82 relatif aux coûts du cycle de vie;
3° l'article 84, relatif au contrôle des coûts et des prix et des offres anormalement basses ou élevées;
4° l'article 85 relatif à la non-attribution d'un marché.
Afdeling 4. - Offertes die producten uit derde landen bevatten en betrekkingen met deze landen
Section 4. - Offres contenant des produits originaires des pays tiers et relations avec ceux-ci
Offertes die producten uit derde landen bevatten
Offres contenant des produits originaires des pays tiers
Art.154. § 1. Dit artikel is van toepassing op offertes die producten bevatten uit derde landen waarmee de Unie niet in multilateraal of bilateraal kader een overeenkomst heeft gesloten die ondernemingen in de Unie op vergelijkbare wijze daadwerkelijk toegang verschaft tot de markten van deze derde landen. Dit artikel laat de verplichtingen van de Unie of haar lidstaten jegens derde landen onverlet.
§ 2. Iedere offerte die wordt ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen, kan worden afgewezen wanneer het aandeel van de uit derde landen afkomstige producten, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, meer dan vijftig procent uitmaakt van de totale waarde van de producten waarop deze offerte betrekking heeft.
Voor de toepassing van dit artikel worden de programmatuurtoepassingen die in telecommunicatienetten worden gebruikt, als producten beschouwd.
§ 3. Behoudens de tweede alinea wordt, wanneer twee of meer offertes volgens de gunningcriteria van artikel 81 gelijkwaardig zijn, de voorkeur gegeven aan de offertes die niet krachtens paragraaf 2 kunnen worden afgewezen. Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de inschrijving als gelijkwaardig beschouwd indien het prijsverschil niet meer dan drie procent bedraagt.
Aan een offerte wordt echter niet op grond van de eerste alinea de voorkeur gegeven indien de aanbestedende entiteit hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot incompatibiliteit of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden of buitensporige kosten zou meebrengen.
§ 4. Voor de toepassing van dit artikel worden voor de bepaling van het in paragraaf 2 bedoelde aandeel van uit derde landen afkomstige producten de derde landen buiten beschouwing gelaten ten gunste waarvan de toepassing van richtlijn 2014/25/EU bij een besluit van de Raad overeenkomstig paragraaf 1 is uitgebreid.
§ 2. Iedere offerte die wordt ingediend met het oog op de gunning van een opdracht voor leveringen, kan worden afgewezen wanneer het aandeel van de uit derde landen afkomstige producten, waarvan de oorsprong wordt vastgesteld overeenkomstig Verordening nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, meer dan vijftig procent uitmaakt van de totale waarde van de producten waarop deze offerte betrekking heeft.
Voor de toepassing van dit artikel worden de programmatuurtoepassingen die in telecommunicatienetten worden gebruikt, als producten beschouwd.
§ 3. Behoudens de tweede alinea wordt, wanneer twee of meer offertes volgens de gunningcriteria van artikel 81 gelijkwaardig zijn, de voorkeur gegeven aan de offertes die niet krachtens paragraaf 2 kunnen worden afgewezen. Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de inschrijving als gelijkwaardig beschouwd indien het prijsverschil niet meer dan drie procent bedraagt.
Aan een offerte wordt echter niet op grond van de eerste alinea de voorkeur gegeven indien de aanbestedende entiteit hierdoor genoodzaakt zou zijn apparatuur aan te schaffen met technische kenmerken die afwijken van de bestaande apparatuur, en dit tot incompatibiliteit of tot technische moeilijkheden bij het gebruik of het onderhoud zou leiden of buitensporige kosten zou meebrengen.
§ 4. Voor de toepassing van dit artikel worden voor de bepaling van het in paragraaf 2 bedoelde aandeel van uit derde landen afkomstige producten de derde landen buiten beschouwing gelaten ten gunste waarvan de toepassing van richtlijn 2014/25/EU bij een besluit van de Raad overeenkomstig paragraaf 1 is uitgebreid.
Art.154. § 1er. Le présent article s'applique aux offres contenant des produits originaires des pays tiers avec lesquels l'Union n'a pas conclu, dans un cadre multilatéral ou bilatéral, un accord assurant un accès comparable et effectif des entreprises de l'Union aux marchés de ces pays tiers. Il est sans préjudice des obligations de l'Union ou de ses Etats membres à l'égard des pays tiers.
§ 2. Toute offre présentée pour l'attribution d'un marché de fournitures peut être rejetée lorsque la part des produits originaires des pays tiers, déterminés conformément au règlement n° 952/2013 du Parlement européen et du Conseil du 9 octobre 2013 établissant le code des douanes de l'Union, excède cinquante pourcent de la valeur totale des produits composant cette offre.
Aux fins du présent article, les logiciels utilisés dans les équipements de réseaux de télécommunications sont considérés comme des produits.
§ 3. Sous réserve du deuxième alinéa, lorsque deux ou plusieurs offres sont équivalentes au regard des critères d'attribution définis à l'article 81, une préférence est accordée à celle des offres qui ne peut être rejetée en application du paragraphe 2. Le montant de ces offres est considéré comme équivalent, aux fins du présent article, si leur écart de prix n'excède pas trois pourcent.
Toutefois, une offre ne sera pas préférée à une autre en vertu du premier alinéa lorsque son acceptation obligerait l'entité adjudicatrice à acquérir un matériel présentant des caractéristiques techniques différentes de celles du matériel déjà existant, entraînant une incompatibilité ou des difficultés techniques d'utilisation ou d'entretien ou des coûts disproportionnés.
§ 4. Aux fins du présent article, pour la détermination des produits originaires des pays tiers prévue au paragraphe 2, ne sont pas pris en compte les pays tiers auxquels le bénéfice de la directive 2014/25/UE a été étendu par une décision du Conseil conformément au paragraphe 1er.
§ 2. Toute offre présentée pour l'attribution d'un marché de fournitures peut être rejetée lorsque la part des produits originaires des pays tiers, déterminés conformément au règlement n° 952/2013 du Parlement européen et du Conseil du 9 octobre 2013 établissant le code des douanes de l'Union, excède cinquante pourcent de la valeur totale des produits composant cette offre.
Aux fins du présent article, les logiciels utilisés dans les équipements de réseaux de télécommunications sont considérés comme des produits.
§ 3. Sous réserve du deuxième alinéa, lorsque deux ou plusieurs offres sont équivalentes au regard des critères d'attribution définis à l'article 81, une préférence est accordée à celle des offres qui ne peut être rejetée en application du paragraphe 2. Le montant de ces offres est considéré comme équivalent, aux fins du présent article, si leur écart de prix n'excède pas trois pourcent.
Toutefois, une offre ne sera pas préférée à une autre en vertu du premier alinéa lorsque son acceptation obligerait l'entité adjudicatrice à acquérir un matériel présentant des caractéristiques techniques différentes de celles du matériel déjà existant, entraînant une incompatibilité ou des difficultés techniques d'utilisation ou d'entretien ou des coûts disproportionnés.
§ 4. Aux fins du présent article, pour la détermination des produits originaires des pays tiers prévue au paragraphe 2, ne sont pas pris en compte les pays tiers auxquels le bénéfice de la directive 2014/25/UE a été étendu par une décision du Conseil conformément au paragraphe 1er.
Betrekkingen met derde landen op het gebied van opdrachten voor werken, leveringen en diensten
Relations avec les pays tiers en matière de marchés de travaux, de fournitures et de services
Art.155. De ondernemingen kunnen het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt in kennis stellen van :
1° moeilijkheden die zij feitelijk of rechtens hebben ondervonden bij het verkrijgen van opdrachten voor diensten in derde landen;
2° moeilijkheden die zij feitelijk of rechtens hebben ondervonden die te wijten zijn aan het feit dat de in bijlage II bedoelde internationale arbeidsnormen niet in acht zijn genomen toen deze ondernemingen trachtten in derde landen opdrachten voor diensten toegewezen te krijgen.
1° moeilijkheden die zij feitelijk of rechtens hebben ondervonden bij het verkrijgen van opdrachten voor diensten in derde landen;
2° moeilijkheden die zij feitelijk of rechtens hebben ondervonden die te wijten zijn aan het feit dat de in bijlage II bedoelde internationale arbeidsnormen niet in acht zijn genomen toen deze ondernemingen trachtten in derde landen opdrachten voor diensten toegewezen te krijgen.
Art.155. Les opérateurs économiques peuvent informer le point de contact visé à l'article 163, § 2, de :
1° difficultés rencontrées de fait ou de droit lors de l'obtention de marchés de services dans des pays tiers;
2° difficultés rencontrées de fait ou de droit, dues au fait que les normes internationales du travail visées à l'annexe II, n'ont pas été respectées lorsque ces opérateurs ont tenté d'obtenir des marchés de services dans des pays tiers.
1° difficultés rencontrées de fait ou de droit lors de l'obtention de marchés de services dans des pays tiers;
2° difficultés rencontrées de fait ou de droit, dues au fait que les normes internationales du travail visées à l'annexe II, n'ont pas été respectées lorsque ces opérateurs ont tenté d'obtenir des marchés de services dans des pays tiers.
HOOFDSTUK 5. - Uitvoering van de opdracht
CHAPITRE 5. - Exécution du marché
Machtiging aan de Koning tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels
Délégation au Roi relative à la fixation de règles générales d'exécution
Art.156. § 1. Voor de in artikel 94, eerste lid, 1°, bedoelde opdrachten bepaalt de Koning de algemene uitvoeringsregels, met inbegrip van de regels inzake wijzigingen aan de opdracht, onderaanneming en de bepalingen omtrent het einde van de opdracht. De Koning kan aldus, voor de door Hem te bepalen opdrachten, regels uitwerken voor het nazicht door aanbestedende overheden op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers.
Voor de in artikel 94, eerste lid, 2°, bedoelde opdrachten bepaalt de Koning de regels inzake wijzigingen aan de opdracht, onderaanneming en de bepalingen omtrent het beëindigen van de opdracht.
§ 2. Inzake onderaanneming kan de Koning in uitvoering van paragraaf 1, voor de door Hem te bepalen opdrachten, de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels.
De Koning kan eveneens, in uitvoering van paragraaf 1, lid 1 en overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels :
1° het nazicht door de aanbestedende overheden op de afwezigheid van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers uitbreiden naar de plaatsingsprocedure;
2° voor de door Hem te bepalen opdrachten van werken die worden geplaatst door aanbestedende overheden, de erkenning als aannemer overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten.
Voor de in artikel 94, eerste lid, 2°, bedoelde opdrachten bepaalt de Koning de regels inzake wijzigingen aan de opdracht, onderaanneming en de bepalingen omtrent het beëindigen van de opdracht.
§ 2. Inzake onderaanneming kan de Koning in uitvoering van paragraaf 1, voor de door Hem te bepalen opdrachten, de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels.
De Koning kan eveneens, in uitvoering van paragraaf 1, lid 1 en overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels :
1° het nazicht door de aanbestedende overheden op de afwezigheid van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers uitbreiden naar de plaatsingsprocedure;
2° voor de door Hem te bepalen opdrachten van werken die worden geplaatst door aanbestedende overheden, de erkenning als aannemer overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten.
Art.156. § 1er. Pour les marchés visés à l'article 94, alinéa 1er, 1°, le Roi fixe les règles générales d'exécution, en ce compris les règles relatives aux modifications au marché et à la sous-traitance, ainsi que les dispositions relatives à la fin du marché. Le Roi peut ainsi, pour les marchés à déterminer par Lui, établir les règles pour le contrôle par les pouvoirs adjudicateurs de l'absence de motifs d'exclusion dans le chef des sous-traitants.
Pour les marchés visés à l'article 94, alinéa 1er, 2°, le Roi fixe les règles relatives aux modifications au marché et à la sous-traitance, ainsi que les dispositions relatives à la fin du marché.
§ 2. En matière de sous-traitance, le Roi peut, en exécution du paragraphe 1er, pour les marchés à déterminer par Lui, limiter la chaîne de sous-traitants, conformément aux modalités à déterminer par Lui.
Le Roi peut également, en application du paragraphe 1er, alinéa 1er et conformément aux règles à déterminer par Lui :
1° étendre la vérification par les pouvoirs adjudicateurs de l'absence de motifs d'exclusion dans le chef des sous-traitants à la procédure de passation;
2° pour les marchés de travaux à déterminer par Lui, passés par les pouvoirs adjudicateurs, étendre l'agréation comme entrepreneur conformément à la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux et ses arrêtés d'exécution à tous les sous-traitants de la chaîne.
Pour les marchés visés à l'article 94, alinéa 1er, 2°, le Roi fixe les règles relatives aux modifications au marché et à la sous-traitance, ainsi que les dispositions relatives à la fin du marché.
§ 2. En matière de sous-traitance, le Roi peut, en exécution du paragraphe 1er, pour les marchés à déterminer par Lui, limiter la chaîne de sous-traitants, conformément aux modalités à déterminer par Lui.
Le Roi peut également, en application du paragraphe 1er, alinéa 1er et conformément aux règles à déterminer par Lui :
1° étendre la vérification par les pouvoirs adjudicateurs de l'absence de motifs d'exclusion dans le chef des sous-traitants à la procédure de passation;
2° pour les marchés de travaux à déterminer par Lui, passés par les pouvoirs adjudicateurs, étendre l'agréation comme entrepreneur conformément à la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux et ses arrêtés d'exécution à tous les sous-traitants de la chaîne.
Bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht
Conditions spécifiques relatives à l'exécution du marché
Art.157. De aanbestedende entiteit kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits zij verband houden met het voorwerp van de opdracht in de zin van artikel 81, § 3, en vermeld zijn in de oproep tot mededinging of in de opdrachtdocumenten. Deze voorwaarden kunnen verband houden met economische, innovatie- of milieugerelateerde dan wel sociale of arbeidsgerelateerde overwegingen.
Art.157. L'entité adjudicatrice peut prévoir des conditions particulières concernant l'exécution d'un marché pour autant qu'elles soient liées à l'objet du marché au sens de l'article 81, § 3, et indiquées dans l'appel à la concurrence ou dans les documents du marché. Ces conditions peuvent prendre en compte des considérations relatives à l'économie, à l'innovation, à l'environnement, au domaine social ou à l'emploi.
HOOFDSTUK 6. - Sociale diensten en andere specifieke diensten
CHAPITRE 6. - Services sociaux et autres services spécifiques
Sociale diensten en andere specifieke diensten - Toepassingsgebied
Services sociaux et autres services spécifiques - Champ d'application
Art.158. Onderhavig hoofdstuk is van toepassing op de overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten opgesomd in bijlage III, behalve wanneer deze, omwille van hun beperkte waarde, onder het toepassingsgebied vallen van hoofdstuk 7.
Art.158. Le présent chapitre s'applique aux marchés publics ayant pour objet des services sociaux et d'autres services spécifiques énumérés à l'annexe III, sauf lorsque ces marchés relèvent, en raison de leur faible montant, du chapitre 7.
Beginselen voor het plaatsen van sociale en andere specifieke diensten
Principes relatifs à la passation de services sociaux et autres services spécifiques
Art.159. § 1. In functie van de aard en de kenmerken van de in te vullen behoefte kan de aanbestedende entiteit, voor het plaatsen van de in artikel 158 bedoelde opdrachten voor diensten :
1° beroep doen op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
2° beroep doen op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging voor zover het geraamde bedrag van de opdracht lager ligt dan 1 000 000 euro of, wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger ligt dan deze drempel, in de toepassingsgevallen bedoeld in het artikel 124, met uitzondering van de aldaar onder 1° en 7° bedoelde gevallen;
3° uitdrukkelijk verwijzen naar één van de in de hoofdstukken 2 en 3 bedoelde plaatsingsprocedures of aankooptechnieken, met uitzondering van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging en van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, zonder dat noodzakelijkerwijs voldaan moet zijn aan de toepassingsvoorwaarden van deze procedures;
4° beroep doen op een procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking waarvan zijzelf de regels bepaalt.
De procedures bedoeld in het eerste lid moeten in ieder geval de principes van transparantie, proportionaliteit en gelijkheid van behandeling van de ondernemers eerbiedigen.
De aanbestedende entiteit specificeert ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.
§ 2. Indien de aanbestedende entiteit, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, toepassing maakt van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 van titel 3, titel 4, hoofdstuk 1 van titel 5 alsook de artikelen 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 en 157. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is zij er tevens toe gehouden de artikelen 67 tot 70 en 151, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid, na te leven.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
§ 3. Indien de aanbestedende entiteit, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, toepassing maakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in de bepalingen van titel 1, hoofdstuk 1 van titel 3, titel 4, hoofdstuk 1 van titel 5 alsook de artikelen 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 en 157. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is zij er tevens toe gehouden de artikelen 67 tot 70 en 151, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid, na te leven.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
§ 4. Indien de aanbestedende entiteit ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 3°, is zij ertoe gehouden de plaatsingsprocedure waarnaar zij verwijst integraal toe te passen en is zij onderworpen aan de bepalingen van onderhavige wet.
§ 5. Indien de aanbestedende entiteit ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 4°, is zij ertoe gehouden om tenminste de bepalingen na te leven van titel 1, van hoofdstuk 1 van titel 3, titel 4 en hoofdstuk 1 van titel 5 na te leven. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is zij er tevens toe gehouden de artikelen 67 tot 70 en 151, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid, na te leven.
Zij is er eveneens toe gehouden de nadere regels toe te passen die zijzelf heeft bepaald. Voor de bepaling van deze regels kan zij :
1° zich laten inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken; of
2° verwijzen naar bepaalde artikelen van de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken en, in voorkomend geval, in afwijkingen voorzien.
1° beroep doen op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
2° beroep doen op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging voor zover het geraamde bedrag van de opdracht lager ligt dan 1 000 000 euro of, wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger ligt dan deze drempel, in de toepassingsgevallen bedoeld in het artikel 124, met uitzondering van de aldaar onder 1° en 7° bedoelde gevallen;
3° uitdrukkelijk verwijzen naar één van de in de hoofdstukken 2 en 3 bedoelde plaatsingsprocedures of aankooptechnieken, met uitzondering van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging en van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, zonder dat noodzakelijkerwijs voldaan moet zijn aan de toepassingsvoorwaarden van deze procedures;
4° beroep doen op een procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking waarvan zijzelf de regels bepaalt.
De procedures bedoeld in het eerste lid moeten in ieder geval de principes van transparantie, proportionaliteit en gelijkheid van behandeling van de ondernemers eerbiedigen.
De aanbestedende entiteit specificeert ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde.
§ 2. Indien de aanbestedende entiteit, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, toepassing maakt van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 van titel 3, titel 4, hoofdstuk 1 van titel 5 alsook de artikelen 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 en 157. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is zij er tevens toe gehouden de artikelen 67 tot 70 en 151, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid, na te leven.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
§ 3. Indien de aanbestedende entiteit, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, toepassing maakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in de bepalingen van titel 1, hoofdstuk 1 van titel 3, titel 4, hoofdstuk 1 van titel 5 alsook de artikelen 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 en 157. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is zij er tevens toe gehouden de artikelen 67 tot 70 en 151, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid, na te leven.
De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.
§ 4. Indien de aanbestedende entiteit ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 3°, is zij ertoe gehouden de plaatsingsprocedure waarnaar zij verwijst integraal toe te passen en is zij onderworpen aan de bepalingen van onderhavige wet.
§ 5. Indien de aanbestedende entiteit ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 4°, is zij ertoe gehouden om tenminste de bepalingen na te leven van titel 1, van hoofdstuk 1 van titel 3, titel 4 en hoofdstuk 1 van titel 5 na te leven. Wanneer de aanbestedende entiteit een aanbestedende overheid is zij er tevens toe gehouden de artikelen 67 tot 70 en 151, met uitzondering van paragraaf 1, eerste lid, na te leven.
Zij is er eveneens toe gehouden de nadere regels toe te passen die zijzelf heeft bepaald. Voor de bepaling van deze regels kan zij :
1° zich laten inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken; of
2° verwijzen naar bepaalde artikelen van de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken en, in voorkomend geval, in afwijkingen voorzien.
Art.159. § 1er. En fonction de la nature et des caractéristiques du besoin à satisfaire, l'entité adjudicatrice peut, pour la passation des marchés de services visés à l'article 158 :
1° recourir à la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable;
2° recourir à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable lorsque le montant estimé du marché est inférieur à 1 000 000 euros ou, lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à ce seuil dans les cas d'application visés à l'article 124, à l'exception des cas visés aux point 1° et 7° de cette disposition;
3° se référer expressément à l'une des procédures de passation ou techniques d'achat prévues aux chapitres 2 et 3, à l'exception de la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable et de la procédure négociée sans mise en concurrence préalable, sans que les conditions d'application de ces procédures ne soient nécessairement remplies;
4° recourir à une procédure sui generis avec publication préalable dont il fixe les modalités.
Les procédures visées à l'alinéa 1er doivent, en tout état de cause, respecter les principes de transparence, de proportionnalité et d'égalité de traitement des opérateurs économiques.
L'entité adjudicatrice précise soit la pondération relative qu'elle attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, soit leur ordre décroissant d'importance. A défaut, les critères d'attribution ont la même valeur.
§ 2. Si l'entité adjudicatrice applique conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, elle est à tout le moins tenu de respecter les dispositions du titre 1, du chapitre 1 du titre 3, du titre 4, du chapitre 1 du titre 5 ainsi que les articles 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 et 157. Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, elle est également tenue de respecter les articles 67 à 70 et 151, à l'exception du premier paragraphe, alinéa premier.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
§ 3. Si l'entité adjudicatrice applique, conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, la procédure négociée sans appel à la concurrence préalable, elle est à tout le moins tenue de respecter les dispositions du titre 1, du chapitre 1 du titre 3, du titre 4, du chapitre 1 du titre 5, ainsi que les articles 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 et 157. Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, elle est également tenue de respecter les articles 67 à 70 et 151 à l'exception du premier paragraphe, alinéa premier.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
§ 4. Si l'entité adjudicatrice opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, elle est tenue d'appliquer la procédure de passation à laquelle elle se réfère dans son intégralité et est soumise aux dispositions de la présente loi.
§ 5. Si l'entité adjudicatrice opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, elle est tenue de respecter au minimum les dispositions du titre 1, du chapitre 1 du titre 3, du titre 4 et du chapitre 1 du titre 5. Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, elle est également tenue de respecter les articles 67 à 70 et 151, à l'exception du premier paragraphe, alinéa premier.
Elle est également tenue d'appliquer les modalités qu'elle a elle-même fixées. Pour la fixation de ces modalités, elle peut :
1° s'inspirer des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre; ou
2° renvoyer à certains articles des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre et, le cas échéant, prévoir des dérogations.
1° recourir à la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable;
2° recourir à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable lorsque le montant estimé du marché est inférieur à 1 000 000 euros ou, lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à ce seuil dans les cas d'application visés à l'article 124, à l'exception des cas visés aux point 1° et 7° de cette disposition;
3° se référer expressément à l'une des procédures de passation ou techniques d'achat prévues aux chapitres 2 et 3, à l'exception de la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable et de la procédure négociée sans mise en concurrence préalable, sans que les conditions d'application de ces procédures ne soient nécessairement remplies;
4° recourir à une procédure sui generis avec publication préalable dont il fixe les modalités.
Les procédures visées à l'alinéa 1er doivent, en tout état de cause, respecter les principes de transparence, de proportionnalité et d'égalité de traitement des opérateurs économiques.
L'entité adjudicatrice précise soit la pondération relative qu'elle attribue à chacun des critères choisis pour déterminer l'offre économiquement la plus avantageuse, soit leur ordre décroissant d'importance. A défaut, les critères d'attribution ont la même valeur.
§ 2. Si l'entité adjudicatrice applique conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la procédure négociée directe avec mise en concurrence préalable, elle est à tout le moins tenu de respecter les dispositions du titre 1, du chapitre 1 du titre 3, du titre 4, du chapitre 1 du titre 5 ainsi que les articles 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 et 157. Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, elle est également tenue de respecter les articles 67 à 70 et 151, à l'exception du premier paragraphe, alinéa premier.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
§ 3. Si l'entité adjudicatrice applique, conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, la procédure négociée sans appel à la concurrence préalable, elle est à tout le moins tenue de respecter les dispositions du titre 1, du chapitre 1 du titre 3, du titre 4, du chapitre 1 du titre 5, ainsi que les articles 51, 52, 81, 82, 85, 123 § 2, 138, 147, 148, 149, 150, 156 et 157. Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, elle est également tenue de respecter les articles 67 à 70 et 151 à l'exception du premier paragraphe, alinéa premier.
Les autres dispositions de la loi ne sont pas applicables, sauf disposition contraire dans les documents du marché.
§ 4. Si l'entité adjudicatrice opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, elle est tenue d'appliquer la procédure de passation à laquelle elle se réfère dans son intégralité et est soumise aux dispositions de la présente loi.
§ 5. Si l'entité adjudicatrice opte pour le cas visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, elle est tenue de respecter au minimum les dispositions du titre 1, du chapitre 1 du titre 3, du titre 4 et du chapitre 1 du titre 5. Lorsque l'entité adjudicatrice est un pouvoir adjudicateur, elle est également tenue de respecter les articles 67 à 70 et 151, à l'exception du premier paragraphe, alinéa premier.
Elle est également tenue d'appliquer les modalités qu'elle a elle-même fixées. Pour la fixation de ces modalités, elle peut :
1° s'inspirer des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre; ou
2° renvoyer à certains articles des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre et, le cas échéant, prévoir des dérogations.
Bekendmaking
Publication
Art.160. § 1. Behalve wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig artikel 159, § 1, eerste lid, 2°, mag de aanbestedende entiteit gebruik maken van één van de onderstaande aankondigingen als oproep tot mededinging en daarbij aangeven van welke in artikel 159 bedoelde keuzemogelijkheid gebruik wordt gemaakt :
1° een aankondiging van opdracht, voor alle procedures;
2° een periodieke indicatieve aankondiging wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
3° een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, of in een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap;
4° een aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten, wanneer de opdracht, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging.
In de in artikel 159, § 1, eerste lid, 1° of 3°, bedoelde gevallen, verwijst de gebruikte aankondiging naar de benaming van de procedure in kwestie.
In het in artikel 159, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende entiteit, wanneer zij zich laat inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de concrete regels van de procedure op beknopte wijze in de aankondiging die zij gekozen heeft. Zij verduidelijkt deze regels op meer gedetailleerde wijze in de opdrachtdocumenten.
In het in artikel 159, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende entiteit, wanneer zij gedeeltelijk verwijst naar de in deze titel voorziene plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de van toepassing zijnde artikelen en, in voorkomend geval, de afwijkingen, in de aankondiging die zij gekozen heeft.
§ 2. In afwijking van artikel 139, derde lid, wordt de vooraankondiging op voortdurende wijze bekendgemaakt en kan deze betrekking hebben op een periode van meer dan twaalf maanden. In afwijking van artikel 140 wordt de aankondiging van het bestaan van een kwalificatiesysteem eveneens op voortdurende wijze bekendgemaakt.
§ 3. De aanbestedende entiteit die een opdracht gegund heeft voor de diensten bedoeld in artikel 158, maakt de resultaten van de plaatsingsprocedure kenbaar door middel van een aankondiging van gegunde opdracht. De aankondigingen van gegunde opdracht mogen worden gegroepeerd op trimestriële basis. In dat geval worden de gegroepeerde aankondigingen binnen dertig dagen na het einde van elk kwartaal toegezonden.
Deze paragraaf is slechts van toepassing wanneer de geraamde waarde van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan 1.000.000 euro.
§ 4. De aankondigingen bedoeld in dit artikel worden bekendgemaakt en opgesteld overeenkomstig de regels bepaald door de Koning.
1° een aankondiging van opdracht, voor alle procedures;
2° een periodieke indicatieve aankondiging wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;
3° een aankondiging inzake het bestaan van een kwalificatiesysteem wanneer de opdracht wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, of in een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap;
4° een aankondiging betreffende het opstellen van een lijst van geselecteerde kandidaten, wanneer de opdracht, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, wordt geplaatst in een niet-openbare procedure of een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging.
In de in artikel 159, § 1, eerste lid, 1° of 3°, bedoelde gevallen, verwijst de gebruikte aankondiging naar de benaming van de procedure in kwestie.
In het in artikel 159, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende entiteit, wanneer zij zich laat inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de concrete regels van de procedure op beknopte wijze in de aankondiging die zij gekozen heeft. Zij verduidelijkt deze regels op meer gedetailleerde wijze in de opdrachtdocumenten.
In het in artikel 159, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende entiteit, wanneer zij gedeeltelijk verwijst naar de in deze titel voorziene plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de van toepassing zijnde artikelen en, in voorkomend geval, de afwijkingen, in de aankondiging die zij gekozen heeft.
§ 2. In afwijking van artikel 139, derde lid, wordt de vooraankondiging op voortdurende wijze bekendgemaakt en kan deze betrekking hebben op een periode van meer dan twaalf maanden. In afwijking van artikel 140 wordt de aankondiging van het bestaan van een kwalificatiesysteem eveneens op voortdurende wijze bekendgemaakt.
§ 3. De aanbestedende entiteit die een opdracht gegund heeft voor de diensten bedoeld in artikel 158, maakt de resultaten van de plaatsingsprocedure kenbaar door middel van een aankondiging van gegunde opdracht. De aankondigingen van gegunde opdracht mogen worden gegroepeerd op trimestriële basis. In dat geval worden de gegroepeerde aankondigingen binnen dertig dagen na het einde van elk kwartaal toegezonden.
Deze paragraaf is slechts van toepassing wanneer de geraamde waarde van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan 1.000.000 euro.
§ 4. De aankondigingen bedoeld in dit artikel worden bekendgemaakt en opgesteld overeenkomstig de regels bepaald door de Koning.
Art.160. § 1er. Sauf lorsqu'il est recouru à la procédure négociée sans mise en concurrence préalable, conformément à l'article 159, § 1er, alinéa 1er, 2°, l'entité adjudicatrice peut utiliser l'un des avis suivants comme moyen d'appel à la concurrence et y indiquer l'option de l'article 159 à laquelle il est recouru :
1° un avis de marché, pour toutes les procédures;
2° un avis périodique indicatif, lorsque le marché est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable;
3° un avis sur l'existence d'un système de qualification, lorsque le marché est passé selon une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable ou selon un dialogue compétitif ou un partenariat d'innovation;
4° un avis relatif à l'établissement d'une liste de candidats sélectionnés, lorsque le marché, dont le montant estimé est inférieur aux seuils de publicité européenne, est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable.
Dans les cas visés à l'article 159, § 1er, alinéa 1er, 1° ou 3°, l'avis utilisé par l'entité adjudicatrice fait référence à la dénomination de la procédure en question.
Dans le cas visé à l'article 159, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque l'entité adjudicatrice s'inspire des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre, elle explique, de manière succincte, dans l'avis qu'elle a choisi d'utiliser, les modalités concrètes de la procédure. Elle explique ces modalités de manière plus précise dans les documents du marché.
Dans le cas visé à l'article 159, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque l'entité adjudicatrice renvoie en partie aux procédures de passation et techniques d'achat prévues par la présente loi, elle indique dans l'avis qu'elle a choisi d'utiliser, les dispositions applicables et, le cas échéant, les dérogations.
§ 2. Par dérogation aux articles 139, l'avis périodique indicatif est publié de manière continue et peut couvrir une période d'une durée supérieure à douze mois. Par dérogation à l'article 140, l'avis sur l'existence d'un système de qualification est également publié de manière continue.
§ 3. L'entité adjudicatrice qui a attribué un marché public pour les services visés à l'article 158, fait connaître les résultats de la procédure de passation au moyen d'un avis d'attribution de marché. Les avis d'attribution de marché peuvent être regroupés sur une base trimestrielle. Dans ce cas, ils envoient ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Ce paragraphe n'est d'application que lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à 1.000.000 euros.
§ 4. Les avis visés au présent article sont publiés et rédigés conformément aux règles fixées par le Roi.
1° un avis de marché, pour toutes les procédures;
2° un avis périodique indicatif, lorsque le marché est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable;
3° un avis sur l'existence d'un système de qualification, lorsque le marché est passé selon une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable ou selon un dialogue compétitif ou un partenariat d'innovation;
4° un avis relatif à l'établissement d'une liste de candidats sélectionnés, lorsque le marché, dont le montant estimé est inférieur aux seuils de publicité européenne, est passé par une procédure restreinte ou négociée avec mise en concurrence préalable.
Dans les cas visés à l'article 159, § 1er, alinéa 1er, 1° ou 3°, l'avis utilisé par l'entité adjudicatrice fait référence à la dénomination de la procédure en question.
Dans le cas visé à l'article 159, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque l'entité adjudicatrice s'inspire des procédures de passation et techniques d'achat prévues par le présent titre, elle explique, de manière succincte, dans l'avis qu'elle a choisi d'utiliser, les modalités concrètes de la procédure. Elle explique ces modalités de manière plus précise dans les documents du marché.
Dans le cas visé à l'article 159, § 1er, alinéa 1er, 4°, lorsque l'entité adjudicatrice renvoie en partie aux procédures de passation et techniques d'achat prévues par la présente loi, elle indique dans l'avis qu'elle a choisi d'utiliser, les dispositions applicables et, le cas échéant, les dérogations.
§ 2. Par dérogation aux articles 139, l'avis périodique indicatif est publié de manière continue et peut couvrir une période d'une durée supérieure à douze mois. Par dérogation à l'article 140, l'avis sur l'existence d'un système de qualification est également publié de manière continue.
§ 3. L'entité adjudicatrice qui a attribué un marché public pour les services visés à l'article 158, fait connaître les résultats de la procédure de passation au moyen d'un avis d'attribution de marché. Les avis d'attribution de marché peuvent être regroupés sur une base trimestrielle. Dans ce cas, ils envoient ces avis regroupés au plus tard trente jours après la fin de chaque trimestre.
Ce paragraphe n'est d'application que lorsque le montant estimé du marché est égal ou supérieur à 1.000.000 euros.
§ 4. Les avis visés au présent article sont publiés et rédigés conformément aux règles fixées par le Roi.
Voorbehouden opdrachten voor bepaalde diensten
Marchés réservés pour certains services
Art.161. De Federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, alsook de door hen bepaalde instanties die tevens aanbestedende overheid zijn, kunnen de deelname aan hun respectieve plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor diensten die uitsluitend betrekking hebben op diensten op het gebied van gezondheid, sociale en culturele diensten als bedoeld in artikel 158 en die vallen onder de CPV-codes 75121000-0, 75122000-7, 75123000-4, 79622000-0, 79624000-4, 79625000-1, 80110000-8, 80300000-7, 80420000-4, 80430000-7, 80511000-9, 80520000-5, 80590000-6, van 85000000-9 tot en met 85323000-9, 92500000-6, 92600000-7, 98133000-4, 98133110-8, aan bepaalde organisaties voorbehouden.
Een organisatie als bedoeld in het eerste lid moet aan alle hierna volgende voorwaarden voldoen :
1° haar doel is het vervullen van een opdracht van algemeen belang die verband houdt met de in het eerste lid bedoelde diensten;
2° winsten worden opnieuw geïnvesteerd met het oogmerk het doel van de organisatie te behartigen. Wanneer winsten worden uitgekeerd of herverdeeld, dan moet dit op grond van participatieve overwegingen geschieden;
3° de beheers- of eigendomsstructuren van de organisatie die de opdracht uitvoert, zijn gebaseerd op werknemersaandeelhouderschap of beginselen van participatie, of vergen de actieve participatie van werknemers, gebruikers of belanghebbenden;
4° door de betrokken aanbestedende overheid is uit hoofde van dit artikel in de laatste drie jaar aan de organisatie geen opdracht voor de diensten in kwestie gegund.
De opdracht heeft een maximale looptijd van drie jaar.
In de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging wordt naar dit artikel verwezen.
Een organisatie als bedoeld in het eerste lid moet aan alle hierna volgende voorwaarden voldoen :
1° haar doel is het vervullen van een opdracht van algemeen belang die verband houdt met de in het eerste lid bedoelde diensten;
2° winsten worden opnieuw geïnvesteerd met het oogmerk het doel van de organisatie te behartigen. Wanneer winsten worden uitgekeerd of herverdeeld, dan moet dit op grond van participatieve overwegingen geschieden;
3° de beheers- of eigendomsstructuren van de organisatie die de opdracht uitvoert, zijn gebaseerd op werknemersaandeelhouderschap of beginselen van participatie, of vergen de actieve participatie van werknemers, gebruikers of belanghebbenden;
4° door de betrokken aanbestedende overheid is uit hoofde van dit artikel in de laatste drie jaar aan de organisatie geen opdracht voor de diensten in kwestie gegund.
De opdracht heeft een maximale looptijd van drie jaar.
In de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging wordt naar dit artikel verwezen.
Art.161. L'Etat fédéral, les Communautés et les Régions, et les entités qu'ils désignent qui sont également des pouvoirs adjudicateurs, peuvent réserver à certaines organisations le droit de participer à leurs procédures de passation de marchés publics respectives portant exclusivement sur les services de santé, sociaux ou culturels visés à l'article 158 relevant des codes CPV 75121000-0, 75122000-7, 75123000-4, 79622000-0, 79624000-4, 79625000-1, 80110000-8, 80300000-7, 80420000-4, 80430000-7, 80511000-9, 80520000-5, 80590000-6, de 85000000-9 à 85323000-9, 92500000-6, 92600000-7, 98133000-4 et 98133110-8.
Une organisation visée au sens de l'alinéa 1er remplit toutes les conditions suivantes :
1° elles a pour objectif d'assumer une mission de service public liée à la prestation des services visés à l'alinéa 1er;
2° son bénéfice est réinvesti en vue d'atteindre l'objectif de l'organisation. En cas de distribution ou de redistribution des bénéfices, celle-ci devrait être fondée sur des principes participatifs;
3° les structures de gestion ou de propriété de l'organisation qui exécute le marché sont fondées sur l'actionnariat des salariés ou des principes participatifs ou exigent la participation active des salariés, des utilisateurs ou des parties prenantes;
4° l'organisation ne s'est pas vu attribuer un marché par le pouvoir adjudicateur concerné pour les services visés par le présent article dans les trois années précédentes.
La durée maximale du marché n'est pas supérieure à trois ans.
L'avis de marché ou de préinformation renvoie au présent article.
Une organisation visée au sens de l'alinéa 1er remplit toutes les conditions suivantes :
1° elles a pour objectif d'assumer une mission de service public liée à la prestation des services visés à l'alinéa 1er;
2° son bénéfice est réinvesti en vue d'atteindre l'objectif de l'organisation. En cas de distribution ou de redistribution des bénéfices, celle-ci devrait être fondée sur des principes participatifs;
3° les structures de gestion ou de propriété de l'organisation qui exécute le marché sont fondées sur l'actionnariat des salariés ou des principes participatifs ou exigent la participation active des salariés, des utilisateurs ou des parties prenantes;
4° l'organisation ne s'est pas vu attribuer un marché par le pouvoir adjudicateur concerné pour les services visés par le présent article dans les trois années précédentes.
La durée maximale du marché n'est pas supérieure à trois ans.
L'avis de marché ou de préinformation renvoie au présent article.
HOOFDSTUK 7. - Overheidsopdrachten van beperkte waarde
CHAPITRE 7. - Marchés publics de faible montant
Van toepassing zijnde bepalingen op overheidsopdrachten van beperkte waarde - Aanvaarde factuur
Dispositions applicables aux marchés publics de faible montant Facture acceptée
Art.162. De in artikel 94, eerste lid, 1°, bedoelde overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan 30.000 euro zijn uitsluitend onderworpen aan :
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [1 tot 12/8]1 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 3.
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [1 tot 12/8]1 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 3.
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
Modifications
Art.162. Les marchés publics visés à l'article 94, alinéa 1er, 1°, dont le montant estimé est inférieur à 30.000 euros sont uniquement soumis :
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [1 à 12/8]1 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 3.
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [1 à 12/8]1 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 3.
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
Modifications
Art. 162 TOEKOMSTIG RECHT. De in artikel 94, eerste lid, 1°, bedoelde overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan 30.000 euro zijn uitsluitend onderworpen aan :
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [2 tot 12/8]2 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 3;
[1 3° artikel 165, § 2.]1
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 [2 tot 12/8]2 en 14;
2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 3;
[1 3° artikel 165, § 2.]1
Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.
Art. 162 DROIT FUTUR. Les marchés publics visés à l'article 94, alinéa 1er, 1°, dont le montant estimé est inférieur à 30.000 euros sont uniquement soumis :
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [2 à 12/8]2 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 3;
[1 3° à l'article 165, § 2.]1
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
1° aux dispositions du titre 1er, à l'exception des articles 12 [2 à 12/8]2 et 14;
2° aux dispositions relatives au champ d'application ratione personae et ratione materiae visé au chapitre 1er du titre 3;
[1 3° à l'article 165, § 2.]1
Ces marchés peuvent être conclus par facture acceptée.
TITEL 4. - Bestuur
TITRE 4. - Gouvernance
Handhaving
Suivi de l'application
Art.163. § 1. Behoudens andersluidende bepaling is deze titel van toepassing op de plaatsing door de in artikel 2, 5°, bedoelde aanbesteders van overheidsopdrachten waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
§ 2. De Koning stelt een aanspreekpunt in voor de samenwerking met de Europese Commissie wat betreft de toepassing van deze titel en van de wetten en besluiten inzake overheidsopdrachten.
§ 3. Het aanspreekpunt is belast met het opstellen, uiterlijk op 18 april 2017 en vervolgens elke drie jaar, van een rapport dat bestemd is voor de Europese Commissie. Dat rapport bevat de resultaten van steekproefsgewijze monitoringactiviteiten inzake de toepassing van de regels betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en informatie over :
1° de institutionele organisatie en de betrokken toezichthoudende instanties;
2° de preventie, opsporing en adequate melding van gevallen van fraude, corruptie, belangenvermenging en andere ernstige onregelmatigheden in het kader van de plaatsing van overheidsopdrachten;
3° in voorkomend geval, de meest voorkomende factoren die tot verkeerde toepassing of rechtsonzekerheid leiden, met inbegrip van mogelijke structurele of terugkerende problemen bij de toepassing van de regels;
4° de mate van deelname van kleine en middelgrote ondernemingen, hierna "K.M.O.'s", aan de plaatsingsprocedures van de paragraaf 1 bedoelde opdrachten;
5° het ter beschikking stellen aan aanbesteders en ondernemers, in het bijzonder K.M.O.'s, van informatie over de toepassing van wetten, besluiten en omzendbrieven inzake overheidsopdrachten, alsook over de interpretatie ervan;
6° het ter beschikking stellen van ondersteuning of instrumenten zodat aanbesteders de plaatsingsprocedures kunnen plannen en uitvoeren.
Voor de toepassing van het eerste lid geldt voor "K.M.O." de ondernemingen waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt. [1 De Koning kan ondercategorieën van ondernemingen bepalen waarop het in het eerste lid, 4°, bedoelde rapport eveneens betrekking op moet hebben, naast de in het onderhavige lid bedoelde algemene definitie die geldt voor "kmo".]1
Het eerste rapport heeft betrekking op de periode vanaf de inwerkingtreding van deze wet tot 31 december 2016 en nadien op opeenvolgende periodes van drie jaar.
§ 4. [1 ...]1
§ 5. De gemeenschaps- en gewestregeringen bezorgen het aanspreekpunt, uiterlijk op 15 maart 2017 en vervolgens elke 3 jaar, de resultaten van de steekproefsgewijze monitoringactiviteiten en de informatie, als bedoeld in paragraaf 3, die op hen betrekking heeft.
Daartoe kunnen de gemeenschaps- en gewestregeringen, ieder wat hen betreft, alle nuttige inlichtingen en informatie opvragen bij de aanbesteders die onder hun bevoegdheden vallen.
§ 6. Het aanspreekpunt is belast met de bekendmaking van de resultaten van de monitoringactiviteiten door middel van passende informatiemiddelen.
§ 7. In voorkomend geval bezorgen de gemeenschaps- en gewestregeringen het aanspreekpunt informatie over de praktische uitvoering van het strategische beleid inzake overheidsopdrachten.
§ 8. Onverminderd het bepaalde in wetten, decreten en ordonnanties inzake archieven, houden de aanbesteders, ten minste gedurende tien jaar vanaf de datum van sluiting van de opdracht en in ieder geval zolang de waarborgtermijn loopt, kopieën bij van alle gesloten overeenkomsten met een waarde van ten minste :
1° 1.000.000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten;
2° 10.000.000 euro voor overheidsopdrachten voor werken.
De aanbesteders verlenen toegang tot deze opdrachten; de toegang tot specifieke documenten of informatie kan echter worden geweigerd voor zover en onder de voorwaarden bepaald in het toepasselijke recht van de Europese Unie of de toepasselijke wetten, decreten en ordonnanties inzake toegang tot bestuursdocumenten en gegevensbescherming.
§ 2. De Koning stelt een aanspreekpunt in voor de samenwerking met de Europese Commissie wat betreft de toepassing van deze titel en van de wetten en besluiten inzake overheidsopdrachten.
§ 3. Het aanspreekpunt is belast met het opstellen, uiterlijk op 18 april 2017 en vervolgens elke drie jaar, van een rapport dat bestemd is voor de Europese Commissie. Dat rapport bevat de resultaten van steekproefsgewijze monitoringactiviteiten inzake de toepassing van de regels betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en informatie over :
1° de institutionele organisatie en de betrokken toezichthoudende instanties;
2° de preventie, opsporing en adequate melding van gevallen van fraude, corruptie, belangenvermenging en andere ernstige onregelmatigheden in het kader van de plaatsing van overheidsopdrachten;
3° in voorkomend geval, de meest voorkomende factoren die tot verkeerde toepassing of rechtsonzekerheid leiden, met inbegrip van mogelijke structurele of terugkerende problemen bij de toepassing van de regels;
4° de mate van deelname van kleine en middelgrote ondernemingen, hierna "K.M.O.'s", aan de plaatsingsprocedures van de paragraaf 1 bedoelde opdrachten;
5° het ter beschikking stellen aan aanbesteders en ondernemers, in het bijzonder K.M.O.'s, van informatie over de toepassing van wetten, besluiten en omzendbrieven inzake overheidsopdrachten, alsook over de interpretatie ervan;
6° het ter beschikking stellen van ondersteuning of instrumenten zodat aanbesteders de plaatsingsprocedures kunnen plannen en uitvoeren.
Voor de toepassing van het eerste lid geldt voor "K.M.O." de ondernemingen waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt. [1 De Koning kan ondercategorieën van ondernemingen bepalen waarop het in het eerste lid, 4°, bedoelde rapport eveneens betrekking op moet hebben, naast de in het onderhavige lid bedoelde algemene definitie die geldt voor "kmo".]1
Het eerste rapport heeft betrekking op de periode vanaf de inwerkingtreding van deze wet tot 31 december 2016 en nadien op opeenvolgende periodes van drie jaar.
§ 4. [1 ...]1
§ 5. De gemeenschaps- en gewestregeringen bezorgen het aanspreekpunt, uiterlijk op 15 maart 2017 en vervolgens elke 3 jaar, de resultaten van de steekproefsgewijze monitoringactiviteiten en de informatie, als bedoeld in paragraaf 3, die op hen betrekking heeft.
Daartoe kunnen de gemeenschaps- en gewestregeringen, ieder wat hen betreft, alle nuttige inlichtingen en informatie opvragen bij de aanbesteders die onder hun bevoegdheden vallen.
§ 6. Het aanspreekpunt is belast met de bekendmaking van de resultaten van de monitoringactiviteiten door middel van passende informatiemiddelen.
§ 7. In voorkomend geval bezorgen de gemeenschaps- en gewestregeringen het aanspreekpunt informatie over de praktische uitvoering van het strategische beleid inzake overheidsopdrachten.
§ 8. Onverminderd het bepaalde in wetten, decreten en ordonnanties inzake archieven, houden de aanbesteders, ten minste gedurende tien jaar vanaf de datum van sluiting van de opdracht en in ieder geval zolang de waarborgtermijn loopt, kopieën bij van alle gesloten overeenkomsten met een waarde van ten minste :
1° 1.000.000 euro voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten;
2° 10.000.000 euro voor overheidsopdrachten voor werken.
De aanbesteders verlenen toegang tot deze opdrachten; de toegang tot specifieke documenten of informatie kan echter worden geweigerd voor zover en onder de voorwaarden bepaald in het toepasselijke recht van de Europese Unie of de toepasselijke wetten, decreten en ordonnanties inzake toegang tot bestuursdocumenten en gegevensbescherming.
Modifications
Art.163. § 1er. Sauf disposition contraire, le présent titre s'applique à la passation par les adjudicateurs visés à l'article 2, 5°, des marchés publics d'un montant égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne.
§ 2. Le Roi désigne un point de contact pour la coopération avec la Commission européenne en ce qui concerne l'application du présent titre et des lois et arrêtés relatifs aux marchés publics.
§ 3. Le point de contact est chargé d'établir au plus tard le 18 avril 2017 et tous les trois ans par la suite, un rapport destiné à la Commission européenne comportant les résultats d'opérations de contrôle par sondage de l'application des règles relatives à la passation des marchés publics et des informations sur :
1° l'organisation institutionnelle et les instances de contrôle concernées;
2° la prévention, la détection et le signalement adéquat des cas de fraude, de corruption, de conflit d'intérêts et d'autres irrégularités graves dans le cadre de la passation de marchés publics;
3° le cas échéant, les causes les plus fréquentes de mauvaise application des règles ou d'insécurité juridique, y compris d'éventuels problèmes structurels ou récurrents dans l'application des règles;
4° le niveau de participation des petites et moyennes entreprises, ci-après "P.M.E.", aux procédures de passation pour les marchés visés au paragraphe 1er;
5° la mise à disposition des adjudicateurs et des opérateurs économiques, notamment des P.M.E., des informations concernant l'application des lois, arrêtés et circulaires relatifs aux marchés publics, ainsi que leur interprétation;
6° la mise à disposition d'un soutien ou d'instruments permettant aux adjudicateurs de planifier et mener les procédures de passation.
Pour l'application de l'alinéa 1er, on entend par "P.M.E." des entreprises qui occupent moins de 250 personnes et dont le chiffre d'affaires annuel n'excède pas 50 millions d'euros ou dont le total du bilan annuel n'excède pas 43 millions d'euros. [1 Le Roi peut déterminer des sous-catégories d'entreprises auxquelles le rapport visé au premier alinéa, 4°, doit également se référer, en plus de la définition générale visée au présent alinéa qui s'applique aux "PME".]1
Le premier rapport a trait à la période à partir de l'entrée en vigueur de présente loi jusqu'au 31 décembre 2016 et ensuite à des périodes successives de trois ans.
§ 4. [1 ...]1
§ 5. Les gouvernements de communauté et de région transmettent au point de contact, au plus tard le 15 mars 2017 et tous les 3 ans par la suite, les résultats des opérations de contrôle par sondage et les informations visés au paragraphe 3 qui les concernent.
A cet effet, les gouvernements de communauté et de région peuvent demander, chacun en ce qui le concerne, aux adjudicateurs qui relèvent de leurs compétences tout renseignement ou information utile.
§ 6. Le point de contact est chargé de la publication des résultats des opérations de contrôle via des moyens d'information appropriés.
§ 7. Le cas échéant, les gouvernements de communauté et de région transmettent au point de contact des informations sur la mise en oeuvre pratique des politiques stratégiques en matière de marchés publics.
§ 8. Sans préjudice des dispositions des lois, décrets et ordonnances relatifs aux archives, les adjudicateurs conservent, au moins pendant une période de dix ans à compter de la date de conclusion du marché et en tout état de cause tant que le délai de garantie court, des copies de tous les marchés conclus dont la valeur est égale ou supérieure à :
1° 1.000.000 euros en ce qui concerne les marchés publics de fournitures ou de services;
2° 10.000.000 euros en ce qui concerne les marchés publics de travaux.
Les adjudicateurs donnent accès à ces marchés; toutefois, l'accès à des documents ou à des éléments d'information particuliers peut être refusé dans la mesure et dans les conditions prévues par la législation de l'Union européenne ou les lois, décrets et ordonnances applicables en matière d'accès aux documents administratifs et de protection des données.
§ 2. Le Roi désigne un point de contact pour la coopération avec la Commission européenne en ce qui concerne l'application du présent titre et des lois et arrêtés relatifs aux marchés publics.
§ 3. Le point de contact est chargé d'établir au plus tard le 18 avril 2017 et tous les trois ans par la suite, un rapport destiné à la Commission européenne comportant les résultats d'opérations de contrôle par sondage de l'application des règles relatives à la passation des marchés publics et des informations sur :
1° l'organisation institutionnelle et les instances de contrôle concernées;
2° la prévention, la détection et le signalement adéquat des cas de fraude, de corruption, de conflit d'intérêts et d'autres irrégularités graves dans le cadre de la passation de marchés publics;
3° le cas échéant, les causes les plus fréquentes de mauvaise application des règles ou d'insécurité juridique, y compris d'éventuels problèmes structurels ou récurrents dans l'application des règles;
4° le niveau de participation des petites et moyennes entreprises, ci-après "P.M.E.", aux procédures de passation pour les marchés visés au paragraphe 1er;
5° la mise à disposition des adjudicateurs et des opérateurs économiques, notamment des P.M.E., des informations concernant l'application des lois, arrêtés et circulaires relatifs aux marchés publics, ainsi que leur interprétation;
6° la mise à disposition d'un soutien ou d'instruments permettant aux adjudicateurs de planifier et mener les procédures de passation.
Pour l'application de l'alinéa 1er, on entend par "P.M.E." des entreprises qui occupent moins de 250 personnes et dont le chiffre d'affaires annuel n'excède pas 50 millions d'euros ou dont le total du bilan annuel n'excède pas 43 millions d'euros. [1 Le Roi peut déterminer des sous-catégories d'entreprises auxquelles le rapport visé au premier alinéa, 4°, doit également se référer, en plus de la définition générale visée au présent alinéa qui s'applique aux "PME".]1
Le premier rapport a trait à la période à partir de l'entrée en vigueur de présente loi jusqu'au 31 décembre 2016 et ensuite à des périodes successives de trois ans.
§ 4. [1 ...]1
§ 5. Les gouvernements de communauté et de région transmettent au point de contact, au plus tard le 15 mars 2017 et tous les 3 ans par la suite, les résultats des opérations de contrôle par sondage et les informations visés au paragraphe 3 qui les concernent.
A cet effet, les gouvernements de communauté et de région peuvent demander, chacun en ce qui le concerne, aux adjudicateurs qui relèvent de leurs compétences tout renseignement ou information utile.
§ 6. Le point de contact est chargé de la publication des résultats des opérations de contrôle via des moyens d'information appropriés.
§ 7. Le cas échéant, les gouvernements de communauté et de région transmettent au point de contact des informations sur la mise en oeuvre pratique des politiques stratégiques en matière de marchés publics.
§ 8. Sans préjudice des dispositions des lois, décrets et ordonnances relatifs aux archives, les adjudicateurs conservent, au moins pendant une période de dix ans à compter de la date de conclusion du marché et en tout état de cause tant que le délai de garantie court, des copies de tous les marchés conclus dont la valeur est égale ou supérieure à :
1° 1.000.000 euros en ce qui concerne les marchés publics de fournitures ou de services;
2° 10.000.000 euros en ce qui concerne les marchés publics de travaux.
Les adjudicateurs donnent accès à ces marchés; toutefois, l'accès à des documents ou à des éléments d'information particuliers peut être refusé dans la mesure et dans les conditions prévues par la législation de l'Union européenne ou les lois, décrets et ordonnances applicables en matière d'accès aux documents administratifs et de protection des données.
Modifications
Art. 163/1. [1 Er wordt een Comité inzake het bestuur van de overheidsopdrachten en concessies opgericht. Dit Comité is erop gericht, in het kader van de opmaak van het in artikel 163, § 3, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten bedoelde rapport, het Aanspreekpunt bij te staan. Dit Comité is eveneens belast met de opmaak van een plan waarin de typevragen, bewijsstukken, beoordelingen en kwantitatieve indicatoren worden aangegeven die aangewend zullen worden ter staving van het in artikel 163, § 3, bedoelde toezichtrapport.
De samenstelling van het Comité wordt door de Koning geregeld.
De Koning kan de werking van het Comité regelen.
Het secretariaat van het Comité wordt waargenomen door het Aanspreekpunt.]1
De samenstelling van het Comité wordt door de Koning geregeld.
De Koning kan de werking van het Comité regelen.
Het secretariaat van het Comité wordt waargenomen door het Aanspreekpunt.]1
Art. 163/1. [1 Un Comité de la gouvernance des marchés publics et des concessions est institué. Ce Comité vise à assister le point de référence dans le cadre de l'élaboration du rapport visé à l'article 163, § 3, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics. Ce comité est également chargé d'établir un plan indiquant les questions-types, les documents justificatifs, les appréciations et les indicateurs quantitatifs qui seront utilisés pour étayer le rapport de contrôle visé à l'article 163, § 3.
La composition du Comité est réglée par le Roi.
Le Roi peut régler le fonctionnement du Comité.
Le secrétariat du Comité est assuré par le point de référence.]1
La composition du Comité est réglée par le Roi.
Le Roi peut régler le fonctionnement du Comité.
Le secrétariat du Comité est assuré par le point de référence.]1
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 163/1, L2 fixée au 01-09-2023 par AR 2023-08-13/01, art. 10)
Te bewaren informatie
Information à conserver
Art.164. § 1. Voor elke opdracht, raamovereenkomst die of dynamisch aankoopsysteem dat onder het toepassingsgebied van titel 2 valt en waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, bewaren aanbestedende overheden schriftelijk ten minste de volgende informatie :
1° de naam en het adres van de aanbestedende overheid, het voorwerp en het bedrag van de opdracht, de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem;
2° in voorkomend geval, de resultaten van de selectie en/of beperking van het aantal kandidaten, offertes of oplossingen als bedoeld in de artikelen 79 en 80 namelijk :
a) de namen van de geselecteerde kandidaten of inschrijvers, met de juridische en feitelijke motivering van hun selectie;
b) de namen van de uitgesloten kandidaten of inschrijvers, met de juridische en feitelijke motivering van hun wering;
3° de juridische en feitelijke redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden offertes;
4° de naam van de geselecteerde inschrijver en de juridische en feitelijke motivering voor de keuze van deze offerte, met inbegrip van de kenmerken en voordelen ervan, alsook, indien bekend, het gedeelte van de opdracht of raamovereenkomst dat de geselecteerde inschrijver voornemens is in onderaanneming aan derden te geven; en, indien deze op dat ogenblik bekend zijn, de namen van de onderaannemers van de hoofdaannemer, in voorkomend geval;
5° bij mededingingsprocedures met onderhandeling en bij concurrentiegerichte dialogen, de juridische en feitelijke motivering die het gebruik van deze procedures in de in de artikelen 38, § 1, en 39, § 1, bedoelde omstandigheden rechtvaardigt of mogelijk maakt;
6° voor onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande bekendmaking, de juridische en feitelijke motivering die het gebruik van deze procedure in de in artikel 42, § 1, bedoelde omstandigheden rechtvaardigt of mogelijk maakt;
7° in voorkomend geval, de juridische en feitelijke redenen voor het besluit van de aanbestedende overheid om een opdracht niet te gunnen, een raamovereenkomst niet te sluiten of een dynamisch aankoopsysteem niet in te voeren;
8° in voorkomend geval, de redenen voor het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen bij het indienen van offertes;
9° in voorkomend geval, vastgestelde belangenconflicten en de in dit verband genomen maatregelen;
10° in voorkomend geval, de in artikel 52, § 1, bedoelde passende maatregelen;
11° de redenen waarom de opdracht niet in percelen is verdeeld.
De in het eerste lid bedoelde informatie moet niet beschikbaar zijn voor opdrachten die zijn gebaseerd op overeenkomstig artikel 43, § 4, of artikel 43, § 5, 2° gesloten raamovereenkomsten.
Voor zover de krachtens artikel 62 of artikel 90, § 3, opgestelde aankondiging van gegunde opdracht de in het eerste lid vereiste informatie bevat, kunnen de aanbestedende overheden naar die aankondiging verwijzen.
§ 2. Voor elke opdracht of raamovereenkomst die onder het toepassingsgebied van titel 3 valt en waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, en telkens wanneer een dynamisch aankoopsysteem wordt ingevoerd, bewaren aanbestedende entiteiten schriftelijk voldoende informatie, met de juridische en feitelijke motivering, die hen later in staat stelt hun beslissingen te rechtvaardigen met betrekking tot :
1° de kwalificatie of de selectie van de ondernemers en de gunning van de opdrachten;
2° het gebruik van onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 124;
3° de niet-toepassing van het bepaalde in de hoofdstukken 3 tot 5 van titel 3 krachtens de afwijking bedoeld in het eerste hoofdstuk van deze titel;
4° in voorkomend geval, de redenen voor het gebruik van niet-elektronische communicatiemiddelen bij het indienen van offertes;
5° in voorkomend geval, de in artikel 52, § 1, bedoelde passende maatregelen.
Indien de aankondiging van gegunde opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 143 of artikel 160, § 3, de in deze paragraaf vereiste informatie bevat, mogen de aanbestedende entiteiten naar die aankondiging verwijzen.
§ 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie of de belangrijkste elementen daarvan worden desgevraagd aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt, aan de gemeenschaps- of gewestregeringen of aan de betrokken toezichthoudende instanties bezorgd.
§ 4. De aanbesteders documenteren het verloop van alle plaatsingsprocedures, ongeacht of deze al dan niet elektronisch worden verricht. Daartoe zien zij erop toe dat zij voldoende documentatie bijhouden om de besluiten in alle stadia van de plaatsingsprocedures te kunnen motiveren, zoals documentatie over de communicatie met ondernemers en interne beraadslagingen, het opstellen van de opdrachtdocumenten, de eventuele dialoog of onderhandeling, en de selectie en gunning van de opdracht. Deze documentatie wordt ten minste gedurende tien jaar bewaard vanaf de datum van sluiting van de opdracht en in ieder geval tot het einde van de waarborgtermijn, onverminderd het bepaalde in wetten, decreten en ordonnanties inzake archieven.
De onderhavige paragraaf is van toepassing op elke opdracht of raamovereenkomst die onder het toepassingsgebied van titel 2 of 3 valt, ook op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking. De onderhavige paragraaf is echter niet van toepassing op de in de hoofdstuk 7 van titel 2 of in hoofdstuk 7 van titel 3 bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde.
1° de naam en het adres van de aanbestedende overheid, het voorwerp en het bedrag van de opdracht, de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem;
2° in voorkomend geval, de resultaten van de selectie en/of beperking van het aantal kandidaten, offertes of oplossingen als bedoeld in de artikelen 79 en 80 namelijk :
a) de namen van de geselecteerde kandidaten of inschrijvers, met de juridische en feitelijke motivering van hun selectie;
b) de namen van de uitgesloten kandidaten of inschrijvers, met de juridische en feitelijke motivering van hun wering;
3° de juridische en feitelijke redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden offertes;
4° de naam van de geselecteerde inschrijver en de juridische en feitelijke motivering voor de keuze van deze offerte, met inbegrip van de kenmerken en voordelen ervan, alsook, indien bekend, het gedeelte van de opdracht of raamovereenkomst dat de geselecteerde inschrijver voornemens is in onderaanneming aan derden te geven; en, indien deze op dat ogenblik bekend zijn, de namen van de onderaannemers van de hoofdaannemer, in voorkomend geval;
5° bij mededingingsprocedures met onderhandeling en bij concurrentiegerichte dialogen, de juridische en feitelijke motivering die het gebruik van deze procedures in de in de artikelen 38, § 1, en 39, § 1, bedoelde omstandigheden rechtvaardigt of mogelijk maakt;
6° voor onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande bekendmaking, de juridische en feitelijke motivering die het gebruik van deze procedure in de in artikel 42, § 1, bedoelde omstandigheden rechtvaardigt of mogelijk maakt;
7° in voorkomend geval, de juridische en feitelijke redenen voor het besluit van de aanbestedende overheid om een opdracht niet te gunnen, een raamovereenkomst niet te sluiten of een dynamisch aankoopsysteem niet in te voeren;
8° in voorkomend geval, de redenen voor het gebruik van andere dan elektronische communicatiemiddelen bij het indienen van offertes;
9° in voorkomend geval, vastgestelde belangenconflicten en de in dit verband genomen maatregelen;
10° in voorkomend geval, de in artikel 52, § 1, bedoelde passende maatregelen;
11° de redenen waarom de opdracht niet in percelen is verdeeld.
De in het eerste lid bedoelde informatie moet niet beschikbaar zijn voor opdrachten die zijn gebaseerd op overeenkomstig artikel 43, § 4, of artikel 43, § 5, 2° gesloten raamovereenkomsten.
Voor zover de krachtens artikel 62 of artikel 90, § 3, opgestelde aankondiging van gegunde opdracht de in het eerste lid vereiste informatie bevat, kunnen de aanbestedende overheden naar die aankondiging verwijzen.
§ 2. Voor elke opdracht of raamovereenkomst die onder het toepassingsgebied van titel 3 valt en waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking, en telkens wanneer een dynamisch aankoopsysteem wordt ingevoerd, bewaren aanbestedende entiteiten schriftelijk voldoende informatie, met de juridische en feitelijke motivering, die hen later in staat stelt hun beslissingen te rechtvaardigen met betrekking tot :
1° de kwalificatie of de selectie van de ondernemers en de gunning van de opdrachten;
2° het gebruik van onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig artikel 124;
3° de niet-toepassing van het bepaalde in de hoofdstukken 3 tot 5 van titel 3 krachtens de afwijking bedoeld in het eerste hoofdstuk van deze titel;
4° in voorkomend geval, de redenen voor het gebruik van niet-elektronische communicatiemiddelen bij het indienen van offertes;
5° in voorkomend geval, de in artikel 52, § 1, bedoelde passende maatregelen.
Indien de aankondiging van gegunde opdracht, opgesteld overeenkomstig artikel 143 of artikel 160, § 3, de in deze paragraaf vereiste informatie bevat, mogen de aanbestedende entiteiten naar die aankondiging verwijzen.
§ 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie of de belangrijkste elementen daarvan worden desgevraagd aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt, aan de gemeenschaps- of gewestregeringen of aan de betrokken toezichthoudende instanties bezorgd.
§ 4. De aanbesteders documenteren het verloop van alle plaatsingsprocedures, ongeacht of deze al dan niet elektronisch worden verricht. Daartoe zien zij erop toe dat zij voldoende documentatie bijhouden om de besluiten in alle stadia van de plaatsingsprocedures te kunnen motiveren, zoals documentatie over de communicatie met ondernemers en interne beraadslagingen, het opstellen van de opdrachtdocumenten, de eventuele dialoog of onderhandeling, en de selectie en gunning van de opdracht. Deze documentatie wordt ten minste gedurende tien jaar bewaard vanaf de datum van sluiting van de opdracht en in ieder geval tot het einde van de waarborgtermijn, onverminderd het bepaalde in wetten, decreten en ordonnanties inzake archieven.
De onderhavige paragraaf is van toepassing op elke opdracht of raamovereenkomst die onder het toepassingsgebied van titel 2 of 3 valt, ook op de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking. De onderhavige paragraaf is echter niet van toepassing op de in de hoofdstuk 7 van titel 2 of in hoofdstuk 7 van titel 3 bedoelde overheidsopdrachten van beperkte waarde.
Art.164. § 1er. Pour tout marché, accord-cadre ou système d'acquisition dynamique relevant du champ d'application du titre 2, d'un montant égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne, les pouvoirs adjudicateurs conservent par écrit au moins les informations suivantes :
1° le nom et l'adresse du pouvoir adjudicateur, l'objet et le montant du marché, de l'accord-cadre ou du système d'acquisition dynamique;
2° le cas échéant, les résultats de la sélection et/ou de la réduction du nombre de candidats, d'offres ou de solutions prévue aux articles 79 et 80, à savoir :
a) le nom des candidats ou soumissionnaires sélectionnés et les motifs de droit et de fait justifiant leur sélection;
b) le nom des candidats ou soumissionnaires écartés et les motifs de droit et de fait de leur éviction;
3° les motifs de droit et de fait du rejet des offres jugées anormalement basses;
4° le nom du soumissionnaire retenu et les motifs de droit et de fait du choix de son offre, en ce compris les caractéristiques et avantages de celle-ci, ainsi que, si elle est connue, la part du marché ou de l'accord-cadre que le soumissionnaire retenu a l'intention de sous-traiter à des tiers; et si ces informations sont connues à ce stade, les noms des sous-traitants du contractant principal, le cas échéant;
5° en ce qui concerne les procédures concurrentielles avec négociation et les dialogues compétitifs, les motifs de droit et de fait qui justifient ou permettent le recours à ces procédures dans les situations prévues aux articles 38, § 1er, et 39, § 1er ;
6° pour les procédures négociées sans publication préalable, les motifs de droit et de fait qui justifient ou permettent le recours à cette procédure dans les circonstances visées à l'article 42, § 1er;
7° le cas échéant, les motifs de droit et de fait pour lesquels le pouvoir adjudicateur a renoncé à attribuer un marché, un accord-cadre ou à mettre en place un système d'acquisition dynamique;
8° le cas échéant, les raisons pour lesquelles des moyens de communication autres que les moyens électroniques ont été utilisés pour la soumission des offres;
9° le cas échéant, les conflits d'intérêts décelés et les mesures prises en conséquence;
10° le cas échéant, les mesures appropriées visées à l'article 52, § 1er;
11° les raisons pour lesquelles le marché n'a pas été divisé en lots.
Les informations visées à l'alinéa 1er ne doivent pas être disponibles pour les contrats fondés sur des accords-cadres lorsque ceux-ci sont conclus conformément à l'article 43, § 4, ou à l'article 43, § 5, 2°.
Dans la mesure où l'avis d'attribution de marché établi en vertu de l'article 62 ou de l'article 90, § 3, contient les informations exigées à l'alinéa 1er, les pouvoirs adjudicateurs peuvent se référer audit avis.
§ 2. Pour tout marché ou accord-cadre relevant du champ d'application du titre 3, d'un montant égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne, et chaque fois qu'un système d'acquisition dynamique est mis en place, les entités adjudicatrices conservent par écrit les informations suffisantes reprenant les motifs de droit et de fait permettant de justifier ultérieurement des décisions prises en relation avec :
1° la qualification ou la sélection des opérateurs économiques et l'attribution des marchés;
2° l'utilisation des procédures négociées sans mise en concurrence préalable conformément à l'article 124;
3° la non-application des dispositions des chapitres 3 à 5 du titre 3 en vertu des dérogations prévues au chapitre 1er du même titre;
4° le cas échéant, les raisons pour lesquelles des moyens de communication autres que les moyens électroniques ont été utilisés pour la soumission des offres;
5° le cas échéant, les mesures appropriées visées à l'article 52, § 1er.
Dans la mesure où l'avis d'attribution de marché établi conformément à l'article 143 ou à l'article 160, § 3, contient les informations exigées au présent paragraphe, les entités adjudicatrices peuvent se référer audit avis.
§ 3. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2, ou leurs principaux éléments, sont communiqués, à leur demande, au point de contact visé à l'article 163, § 2, aux gouvernements de communauté ou de région, ou aux instances de contrôle concernées.
§ 4. Les adjudicateurs conservent une trace du déroulement de toutes les procédures de passation, qu'elles soient menées ou non par des moyens électroniques. A cet effet, ils veillent à conserver des documents suffisants pour justifier les décisions prises à toutes les étapes de la procédure de passation, notamment des documents concernant les échanges avec les opérateurs économiques et les délibérations internes, la préparation des documents du marché, le dialogue ou la négociation le cas échéant, la sélection et l'attribution du marché. Ces documents sont conservés au moins pendant une période de dix ans à compter de la date de conclusion du marché et en tout état de cause jusqu'à l'expiration du délai de garantie, sans préjudice des dispositions des lois, décrets et ordonnances relatifs aux archives.
Le présent paragraphe est d'application pour chaque marché ou accord-cadre qui tombe sous le champ d'application du titre 2 ou 3, ainsi que pour les marchés pour lesquels la valeur estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne. Le présent paragraphe n'est cependant pas d'application aux marchés publics de faible montant visés au chapitre 7 du titre 2 ou au chapitre 7 du titre 3.
1° le nom et l'adresse du pouvoir adjudicateur, l'objet et le montant du marché, de l'accord-cadre ou du système d'acquisition dynamique;
2° le cas échéant, les résultats de la sélection et/ou de la réduction du nombre de candidats, d'offres ou de solutions prévue aux articles 79 et 80, à savoir :
a) le nom des candidats ou soumissionnaires sélectionnés et les motifs de droit et de fait justifiant leur sélection;
b) le nom des candidats ou soumissionnaires écartés et les motifs de droit et de fait de leur éviction;
3° les motifs de droit et de fait du rejet des offres jugées anormalement basses;
4° le nom du soumissionnaire retenu et les motifs de droit et de fait du choix de son offre, en ce compris les caractéristiques et avantages de celle-ci, ainsi que, si elle est connue, la part du marché ou de l'accord-cadre que le soumissionnaire retenu a l'intention de sous-traiter à des tiers; et si ces informations sont connues à ce stade, les noms des sous-traitants du contractant principal, le cas échéant;
5° en ce qui concerne les procédures concurrentielles avec négociation et les dialogues compétitifs, les motifs de droit et de fait qui justifient ou permettent le recours à ces procédures dans les situations prévues aux articles 38, § 1er, et 39, § 1er ;
6° pour les procédures négociées sans publication préalable, les motifs de droit et de fait qui justifient ou permettent le recours à cette procédure dans les circonstances visées à l'article 42, § 1er;
7° le cas échéant, les motifs de droit et de fait pour lesquels le pouvoir adjudicateur a renoncé à attribuer un marché, un accord-cadre ou à mettre en place un système d'acquisition dynamique;
8° le cas échéant, les raisons pour lesquelles des moyens de communication autres que les moyens électroniques ont été utilisés pour la soumission des offres;
9° le cas échéant, les conflits d'intérêts décelés et les mesures prises en conséquence;
10° le cas échéant, les mesures appropriées visées à l'article 52, § 1er;
11° les raisons pour lesquelles le marché n'a pas été divisé en lots.
Les informations visées à l'alinéa 1er ne doivent pas être disponibles pour les contrats fondés sur des accords-cadres lorsque ceux-ci sont conclus conformément à l'article 43, § 4, ou à l'article 43, § 5, 2°.
Dans la mesure où l'avis d'attribution de marché établi en vertu de l'article 62 ou de l'article 90, § 3, contient les informations exigées à l'alinéa 1er, les pouvoirs adjudicateurs peuvent se référer audit avis.
§ 2. Pour tout marché ou accord-cadre relevant du champ d'application du titre 3, d'un montant égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne, et chaque fois qu'un système d'acquisition dynamique est mis en place, les entités adjudicatrices conservent par écrit les informations suffisantes reprenant les motifs de droit et de fait permettant de justifier ultérieurement des décisions prises en relation avec :
1° la qualification ou la sélection des opérateurs économiques et l'attribution des marchés;
2° l'utilisation des procédures négociées sans mise en concurrence préalable conformément à l'article 124;
3° la non-application des dispositions des chapitres 3 à 5 du titre 3 en vertu des dérogations prévues au chapitre 1er du même titre;
4° le cas échéant, les raisons pour lesquelles des moyens de communication autres que les moyens électroniques ont été utilisés pour la soumission des offres;
5° le cas échéant, les mesures appropriées visées à l'article 52, § 1er.
Dans la mesure où l'avis d'attribution de marché établi conformément à l'article 143 ou à l'article 160, § 3, contient les informations exigées au présent paragraphe, les entités adjudicatrices peuvent se référer audit avis.
§ 3. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2, ou leurs principaux éléments, sont communiqués, à leur demande, au point de contact visé à l'article 163, § 2, aux gouvernements de communauté ou de région, ou aux instances de contrôle concernées.
§ 4. Les adjudicateurs conservent une trace du déroulement de toutes les procédures de passation, qu'elles soient menées ou non par des moyens électroniques. A cet effet, ils veillent à conserver des documents suffisants pour justifier les décisions prises à toutes les étapes de la procédure de passation, notamment des documents concernant les échanges avec les opérateurs économiques et les délibérations internes, la préparation des documents du marché, le dialogue ou la négociation le cas échéant, la sélection et l'attribution du marché. Ces documents sont conservés au moins pendant une période de dix ans à compter de la date de conclusion du marché et en tout état de cause jusqu'à l'expiration du délai de garantie, sans préjudice des dispositions des lois, décrets et ordonnances relatifs aux archives.
Le présent paragraphe est d'application pour chaque marché ou accord-cadre qui tombe sous le champ d'application du titre 2 ou 3, ainsi que pour les marchés pour lesquels la valeur estimé est inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne. Le présent paragraphe n'est cependant pas d'application aux marchés publics de faible montant visés au chapitre 7 du titre 2 ou au chapitre 7 du titre 3.
Statistische verplichtingen
Obligations statistiques
Art.165. § 1. De aanbesteders bezorgen het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt desgevraagd alle statistische inlichtingen en gegevens die nodig zijn voor het opmaken van statistieken betreffende de overheidsopdrachten waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
§ 2. De aanbesteders bezorgen het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt, uiterlijk op 15 maart 2017 en vervolgens elke drie jaar, de totale waarde van de opdrachten met een bedrag onder de drempels voor de Europese bekendmaking. De totale waarde van deze opdrachten wordt opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten.
De overgemaakte gegevens hebben betrekking op de drie voorafgaande jaren.
§ 2. De aanbesteders bezorgen het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt, uiterlijk op 15 maart 2017 en vervolgens elke drie jaar, de totale waarde van de opdrachten met een bedrag onder de drempels voor de Europese bekendmaking. De totale waarde van deze opdrachten wordt opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten.
De overgemaakte gegevens hebben betrekking op de drie voorafgaande jaren.
Art.165. § 1er. Les adjudicateurs transmettent au point de contact visé à l'article 163, § 2, à sa demande, tous renseignements statistiques et toutes données nécessaires à l'élaboration des statistiques relatives aux marchés publics dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne.
§ 2. Le 15 mars 2017 au plus tard et tous les trois ans par la suite, les adjudicateurs transmettent au point de contact visé à l'article 163, § 2, la valeur totale des marchés d'un montant inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne. La valeur totale de ces marchés doit être ventilée suivant qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services.
Les données transmises portent sur les trois années précédentes.
§ 2. Le 15 mars 2017 au plus tard et tous les trois ans par la suite, les adjudicateurs transmettent au point de contact visé à l'article 163, § 2, la valeur totale des marchés d'un montant inférieur aux seuils fixés pour la publicité européenne. La valeur totale de ces marchés doit être ventilée suivant qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services.
Les données transmises portent sur les trois années précédentes.
Art. 165 TOEKOMSTIG RECHT. § 1. De aanbesteders bezorgen het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt desgevraagd alle statistische inlichtingen en gegevens die nodig zijn voor het opmaken van statistieken betreffende de overheidsopdrachten waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of hoger is dan de drempels voor de Europese bekendmaking.
§ 2. [1 Uiterlijk op 15 februari van elk jaar, maken de aanbesteders aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt de totale waarde over van de opdrachten van beperkte waarde die het voorafgaande jaar werden gesloten. De totale waarde van deze opdrachten wordt per begunstigde onderneming opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten. De registratie van de begunstigde onderneming gebeurt op basis van hun identificatienummer, dat voor de Belgische ondernemingen overeenkomt met het ondernemingsnummer dat wordt toegekend bij de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Zij maken hiervoor gebruik van het elektronisch formulier dat met dit oogmerk is ontwikkeld en wordt ter beschikking gesteld door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten. De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten waarvan het gunningsbedrag lager is dan 3.000euro.
Indien er meerdere begunstigde ondernemingen zijn ingevolge de tussenkomst van een combinatie van ondernemers en de aanbesteder de totale waarde van de opdracht niet kan opsplitsen per begunstigde onderneming voor de betreffende opdracht, maakt hij hier melding van. Meer bepaald vermeldt de aanbesteder het aantal opdrachten waarvoor het niet mogelijk was de waarde op te splitsen en de totale waarde van deze opdrachten, opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten.
De federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten publiceert, op een elektronisch platform, indicatoren omtrent de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichting. De gegevens worden gebundeld per aanbesteder. De methode om deze indicatoren te ontwikkelen wordt door de Koning bepaald na advies van het Comité opgericht door artikel 163/1.]1
§ 2. [1 Uiterlijk op 15 februari van elk jaar, maken de aanbesteders aan het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt de totale waarde over van de opdrachten van beperkte waarde die het voorafgaande jaar werden gesloten. De totale waarde van deze opdrachten wordt per begunstigde onderneming opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten. De registratie van de begunstigde onderneming gebeurt op basis van hun identificatienummer, dat voor de Belgische ondernemingen overeenkomt met het ondernemingsnummer dat wordt toegekend bij de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Zij maken hiervoor gebruik van het elektronisch formulier dat met dit oogmerk is ontwikkeld en wordt ter beschikking gesteld door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten. De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten waarvan het gunningsbedrag lager is dan 3.000euro.
Indien er meerdere begunstigde ondernemingen zijn ingevolge de tussenkomst van een combinatie van ondernemers en de aanbesteder de totale waarde van de opdracht niet kan opsplitsen per begunstigde onderneming voor de betreffende opdracht, maakt hij hier melding van. Meer bepaald vermeldt de aanbesteder het aantal opdrachten waarvoor het niet mogelijk was de waarde op te splitsen en de totale waarde van deze opdrachten, opgesplitst naargelang het gaat om opdrachten voor werken, leveringen of diensten.
De federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten publiceert, op een elektronisch platform, indicatoren omtrent de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichting. De gegevens worden gebundeld per aanbesteder. De methode om deze indicatoren te ontwikkelen wordt door de Koning bepaald na advies van het Comité opgericht door artikel 163/1.]1
Modifications
Art. 165 DROIT FUTUR. § 1er. Les adjudicateurs transmettent au point de contact visé à l'article 163, § 2, à sa demande, tous renseignements statistiques et toutes données nécessaires à l'élaboration des statistiques relatives aux marchés publics dont le montant estimé est égal ou supérieur aux seuils fixés pour la publicité européenne.
§ 2. [1 Au plus tard le 15 février de chaque année, les adjudicateurs transmettent au point de référence visé à l'article 163, § 2, la valeur totale des marchés de faible montant conclus l'année précédente. La valeur totale de ces marchés doit être ventilée par entreprise bénéficiaire suivant qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services. L'enregistrement de l'entreprise bénéficiaire est faite sur la base de son numéro d'identification, lequel correspond pour les entreprises belges au numéro d'entreprise attribué lors de l'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises. Ils utilisent à cet effet le formulaire électronique développé et mis à disposition par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics. Le présent paragraphe n'est pas d'application pour les marchés dont la valeur du montant d'attribution est inférieure à 3.000 euros.
Si plusieurs entreprises bénéficiaires interviennent dans le cadre d'un groupement d'opérateurs économiques et si l'adjudicateur n'est pas en mesure de ventiler la valeur totale du marché par entreprise bénéficiaire pour le marché concerné, il le mentionne. Plus particulièrement, l'adjudicateur indique le nombre de marchés pour lesquels il n'a pas été possible de ventiler la valeur ainsi que la valeur totale de ces marchés, ventilés selon qu'il s'agit de travaux, de fournitures ou de services.
Le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics publie sur une plateforme électronique des indicateurs relatifs au respect de l'obligation visée à l'alinéa 1er. Les données sont groupées par adjudicateur. La méthode pour développer ces indicateurs est déterminée par le Roi après avis du Comité institué par l'article 163/1.]1
§ 2. [1 Au plus tard le 15 février de chaque année, les adjudicateurs transmettent au point de référence visé à l'article 163, § 2, la valeur totale des marchés de faible montant conclus l'année précédente. La valeur totale de ces marchés doit être ventilée par entreprise bénéficiaire suivant qu'il s'agit de marchés de travaux, de fournitures ou de services. L'enregistrement de l'entreprise bénéficiaire est faite sur la base de son numéro d'identification, lequel correspond pour les entreprises belges au numéro d'entreprise attribué lors de l'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises. Ils utilisent à cet effet le formulaire électronique développé et mis à disposition par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics. Le présent paragraphe n'est pas d'application pour les marchés dont la valeur du montant d'attribution est inférieure à 3.000 euros.
Si plusieurs entreprises bénéficiaires interviennent dans le cadre d'un groupement d'opérateurs économiques et si l'adjudicateur n'est pas en mesure de ventiler la valeur totale du marché par entreprise bénéficiaire pour le marché concerné, il le mentionne. Plus particulièrement, l'adjudicateur indique le nombre de marchés pour lesquels il n'a pas été possible de ventiler la valeur ainsi que la valeur totale de ces marchés, ventilés selon qu'il s'agit de travaux, de fournitures ou de services.
Le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics publie sur une plateforme électronique des indicateurs relatifs au respect de l'obligation visée à l'alinéa 1er. Les données sont groupées par adjudicateur. La méthode pour développer ces indicateurs est déterminée par le Roi après avis du Comité institué par l'article 163/1.]1
Modifications
Administratieve samenwerking
oopération administrative
Art.166. De bevoegde overheden verstrekken, ieder wat hem betreft, de inlichtingen die opgevraagd worden in het kader van het informatiesysteem interne markt, hierna "IMI", ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie, teneinde de informatie uit te wisselen zoals bedoeld in de artikelen 53 tot 55, 67 tot 70, 73, 75, 77 en 84, voor de klassieke sectoren, en in de artikelen 133, 5°, 152 en 153, eerste lid, 3°, gelezen in samenhang met de artikelen 55, 77 en 84, voor de speciale sectoren.
Op vraag van een gemeenschaps- of gewestregering, of van het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt, verstrekken de aanbesteders de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
Op vraag van een gemeenschaps- of gewestregering, of van het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt, verstrekken de aanbesteders de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
Art.166. Les autorités compétentes fournissent, chacune en ce qui le concerne, les renseignements sollicités dans le cadre du système d'information du marché intérieur, ci-après IMI, mis en place par le règlement (UE) n° 1024/2012 du Parlement européen et du Conseil du 25 octobre 2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur et abrogeant la décision 2008/49/CE de la Commission et ce, aux fins d'échanger des informations relevant, pour les secteurs classiques, des articles 53 à 55, 67 à 70, 73, 75, 77 et 84 et les secteurs spéciaux, des articles 133, 5°, 152 et 153, alinéa 1er, 3°, qui doivent être lus en combinaison avec les articles 55, 77 et 84.
A la demande d'un gouvernement d'une communauté ou d'une région, ou du point de contact visé à l'article 163, § 2, les adjudicateurs fournissent les renseignements visés à l'alinéa 1er.
A la demande d'un gouvernement d'une communauté ou d'une région, ou du point de contact visé à l'article 163, § 2, les adjudicateurs fournissent les renseignements visés à l'alinéa 1er.
TITEL 5. - Slot-, wijzigings-, opheffings- en diverse bepalingen
TITRE 5. - Dispositions finales, modificatives, abrogatoires et diverses
HOOFDSTUK 1. - Diverse bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions diverses
Berekening termijnen
Calcul des délais
Art.167. Behoudens indien anders is bepaald gebeurt de berekening van de krachtens deze wet bepaalde termijnen overeenkomstig de verordening 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden.
Art.167. Sauf disposition contraire, le calcul des délais fixés en vertu de la présente loi s'opère conformément au Règlement 1182/71 du Conseil du 3 juin 1971 portant détermination des règles applicables aux délais, aux dates et aux termes.
Energie-efficiëntieprestaties
Efficacité énergétique
Art.168. § 1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten die onder het toepassingsgebied vallen van titel 2 van deze wet, alsook op de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten die ingevolge de werking van de bepalingen van Onderafdeling 3 van Afdeling 2 van Hoofdstuk I van titel 2, van het materieel toepassingsgebied van deze titel uitgesloten worden.
§ 2. De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen verwerven wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publiekrechtelijke instellingen waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak door een van de eerstgenoemde overheden gefinancierd wordt, ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van een van die overheden, ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door een van die overheden zijn aangewezen. Wat de van de Gewesten of van de Gemeenschappen afhangende publiekrechtelijke instellingen betreft is de verplichting echter slechts van toepassing voor zover het bestuursinstellingen betreft waarvan de werkingssfeer overeenstemt met deze van het Gewest of van de Gemeenschap.
De aanbestedende overheden onderworpen aan het in het eerste lid bedoelde verplichting worden, voor de toepassing van dit artikel, "centrale overheden" genoemd.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "het verwerven van een gebouw" ook de huur en het verwerven van zakelijke rechten op een gebouw verstaan.
De aanbestedende overheden waarop het eerste lid niet toepasselijk is, overwegen wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties.
Als voorwaarde voor de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties geldt dat die in overeenstemming zijn met de kosteneffectiviteit, de economische haalbaarheid, de duurzaamheid in een breder verband, de technische geschiktheid, alsmede met de aanwezigheid van voldoende concurrentie.
Alle aanbestedende overheden overwegen bij het plaatsen van opdrachten voor diensten de mogelijkheid energieprestatiecontracten voor de lange termijn te sluiten die energiebesparingen op de lange termijn opleveren.
§ 3. De Koning stelt de nadere regels vast voor de toepassing van paragraaf 2. Daartoe bepaalt Hij onder meer de minimumeisen inzake energie-efficiëntieprestatie voor de door Hem te bepalen producten, diensten en gebouwen.
§ 2. De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen verwerven wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publiekrechtelijke instellingen waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak door een van de eerstgenoemde overheden gefinancierd wordt, ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van een van die overheden, ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door een van die overheden zijn aangewezen. Wat de van de Gewesten of van de Gemeenschappen afhangende publiekrechtelijke instellingen betreft is de verplichting echter slechts van toepassing voor zover het bestuursinstellingen betreft waarvan de werkingssfeer overeenstemt met deze van het Gewest of van de Gemeenschap.
De aanbestedende overheden onderworpen aan het in het eerste lid bedoelde verplichting worden, voor de toepassing van dit artikel, "centrale overheden" genoemd.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "het verwerven van een gebouw" ook de huur en het verwerven van zakelijke rechten op een gebouw verstaan.
De aanbestedende overheden waarop het eerste lid niet toepasselijk is, overwegen wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties.
Als voorwaarde voor de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties geldt dat die in overeenstemming zijn met de kosteneffectiviteit, de economische haalbaarheid, de duurzaamheid in een breder verband, de technische geschiktheid, alsmede met de aanwezigheid van voldoende concurrentie.
Alle aanbestedende overheden overwegen bij het plaatsen van opdrachten voor diensten de mogelijkheid energieprestatiecontracten voor de lange termijn te sluiten die energiebesparingen op de lange termijn opleveren.
§ 3. De Koning stelt de nadere regels vast voor de toepassing van paragraaf 2. Daartoe bepaalt Hij onder meer de minimumeisen inzake energie-efficiëntieprestatie voor de door Hem te bepalen producten, diensten en gebouwen.
Art.168. § 1er. Cet article est uniquement applicable pour les marchés publics, concours et accords-cadres qui tombent dans le champ d'application du titre 2 de la présente loi, ainsi que pour les marchés publics, concours et accords-cadres qui sont exclus du champ d'application matériel de ce titre, suite à la mise en oeuvre des dispositions de la sous-section 3 de la section 2 du chapitre I du titre 2.
§ 2. L'Etat, les Régions et les Communautés n'acquièrent en ce qui concerne les produits, services et bâtiments à fixer par le Roi, exclusivement des produits, services et bâtiments à haute performance énergétique. Il en va de même pour les organismes de droit public dont soit les activités sont majoritairement financées par l'une des autorités précitées, soit leur gestion est soumise au contrôle d'une de ces autorités, soit plus de la moitié des membres de la direction, de l'organe d'administration ou de surveillance sont désignés par ces autorités. En ce qui concerne les organismes de droit public dépendant des Régions ou des Communautés, cette obligation n'est applicable que pour autant qu'il s'agisse d'organismes administratifs dont la sphère de fonctionnement correspond à celle de la Région ou de la Communauté.
Pour l'application de cet article, les pouvoirs adjudicateurs qui sont soumis à l'obligation visée au premier alinéa, sont dénommés "autorités centrales".
Pour l'application du présent article, on entend également par "acquisition d'un bâtiment", la location et l'acquisition de droits réels sur un bâtiment.
Les pouvoirs adjudicateurs auxquels ne s'applique pas l'alinéa 1er, prennent en considération, lorsqu'ils acquièrent les produits, les services et les bâtiments à fixer par le Roi, l'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique.
L'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique est conditionnée au fait que celle-ci soit compatible avec le rapport coût/efficacité, la faisabilité économique, la durabilité au sens large, l'adéquation technique et un niveau de concurrence suffisant.
Tous les pouvoirs adjudicateurs examinent, lorsqu'ils passent des marchés de services, la possibilité de conclure des contrats de performance énergétique à long terme assurant des économies d'énergie à long terme.
§ 3. Le Roi fixe les règles additionnelles du paragraphe 2. A cet effet, le Roi fixe notamment les exigences minimales en matière de performance énergétique pour les produits, les services et les bâtiments qu'Il détermine.
§ 2. L'Etat, les Régions et les Communautés n'acquièrent en ce qui concerne les produits, services et bâtiments à fixer par le Roi, exclusivement des produits, services et bâtiments à haute performance énergétique. Il en va de même pour les organismes de droit public dont soit les activités sont majoritairement financées par l'une des autorités précitées, soit leur gestion est soumise au contrôle d'une de ces autorités, soit plus de la moitié des membres de la direction, de l'organe d'administration ou de surveillance sont désignés par ces autorités. En ce qui concerne les organismes de droit public dépendant des Régions ou des Communautés, cette obligation n'est applicable que pour autant qu'il s'agisse d'organismes administratifs dont la sphère de fonctionnement correspond à celle de la Région ou de la Communauté.
Pour l'application de cet article, les pouvoirs adjudicateurs qui sont soumis à l'obligation visée au premier alinéa, sont dénommés "autorités centrales".
Pour l'application du présent article, on entend également par "acquisition d'un bâtiment", la location et l'acquisition de droits réels sur un bâtiment.
Les pouvoirs adjudicateurs auxquels ne s'applique pas l'alinéa 1er, prennent en considération, lorsqu'ils acquièrent les produits, les services et les bâtiments à fixer par le Roi, l'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique.
L'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique est conditionnée au fait que celle-ci soit compatible avec le rapport coût/efficacité, la faisabilité économique, la durabilité au sens large, l'adéquation technique et un niveau de concurrence suffisant.
Tous les pouvoirs adjudicateurs examinent, lorsqu'ils passent des marchés de services, la possibilité de conclure des contrats de performance énergétique à long terme assurant des économies d'énergie à long terme.
§ 3. Le Roi fixe les règles additionnelles du paragraphe 2. A cet effet, le Roi fixe notamment les exigences minimales en matière de performance énergétique pour les produits, les services et les bâtiments qu'Il détermine.
[-1 Schone en energiezuinige voertuigen]-1
[-1 Véhicules propres et économes en énergie]-1
Art. 168/1. [1 § 1. Elke aanbesteder ziet erop toe dat de overheidsopdrachten omtrent de in paragraaf 2 bedoelde voertuigen en diensten minstens in overeenstemming zijn met de in bijlage VII bij deze wet bedoelde minimumstreefcijfers die worden uitgedrukt in functie van de in het tweede lid bedoelde referentieperiodes. Deze streefcijfers moeten behaald worden door elke aanbesteder, ongeacht het aantal van dergelijke opdrachten die de aanbesteder in de referentieperiode gunt en ongeacht het aantal voertuigen die op die manier worden aangekocht.
De in het eerste lid en in bijlage VII bedoelde minimumstreefcijfers worden, per categorie, uitgedrukt als minimumpercentages aan schone voertuigen in het totale aantal voertuigen dat wordt verkregen door de som van alle in de tweede paragraaf bedoelde overheidsopdrachten die gegund worden tussen de datum van inwerkingtreding van de onderhavige bepaling en 31 december 2025 voor de eerste referentieperiode, tussen 1 januari 2026 en 31 december 2030 voor de tweede referentieperiode en tussen elke daaropvolgende periode van vijf jaar voor de daaropvolgende referentieperiodes. Bij de berekening van de minimumstreefcijfers wordt uitgegaan van de datum van bekendmaking van de aankondiging van gegunde opdracht.
Voertuigen die als gevolg van aanpassingen voldoen aan de in artikel 2, 61°, bedoelde definitie van schoon voertuig of aan de in artikel 2, 62°, bedoelde definitie van emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig, mogen voor de inachtneming van de in het eerste lid bedoelde minimumstreefcijfers inzake overheidsopdrachten als schone voertuigen, respectievelijk emissievrije zware bedrijfsvoertuigen worden meegerekend.
De Koning is gemachtigd om een minimumstreefcijfer aan te nemen voor de referentieperiode vanaf 1 januari 2031 tot 31 december 2035 en voor elke daaropvolgende referentieperiode, in functie van het minimumstreefcijfer waartoe werd beslist krachtens de Europese richtlijnen aangaande deze minimumstreefcijfers. Het door de Koning bepaalde streefcijfer kan gelijk zijn aan of hoger zijn dan het streefcijfer waartoe op Europees niveau werd beslist. Indien voor één van deze perioden door de Koning geen nieuw streefcijfer wordt vastgesteld, blijft het streefcijfer van de voorgaande referentieperiode gelden.
§ 2. Het onderhavige artikel is van toepassing op de onderstaande overheidsopdrachten:
1° overheidsopdrachten voor de aankoop, leasing, huur of huurkoop van voertuigen;
2° de openbare dienstcontracten in de zin van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad, en die betrekking hebben op het vervoer van personen per bus;
3° de in bijlage V bedoelde overheidsopdrachten voor diensten, voor zover deze onder het toepassingsgebied vallen van de titels 2 of 3.
Het onderhavige artikel is echter niet van toepassing op:
1° landbouw- of bosbouwvoertuigen als gedefinieerd in de Verordening (EU) Nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen;
2° twee- of driewielige voertuigen en vierwielers als gedefinieerd in de Verordening (EU) Nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee of driewielige voertuigen en vierwielers;
3° voertuigen op rupsbanden;
4° zelfaangedreven voertuigen die speciaal zijn ontworpen en gebouwd voor het uitvoeren van werken en die door hun bouw niet geschikt zijn voor personen- of goederenvervoer en die geen op een motorvoertuigchassis gemonteerde machines zijn;
5° voertuigen van categorie M3 andere dan voertuigen van klasse I en klasse A bedoeld in artikel 3, punten 2 en 3, van Verordening nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden;
6° voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd of aangepast voor gebruik door het leger;
7° voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd om hoofdzakelijk te worden gebruikt op bouwplaatsen of in mijnen, havens of luchthavens;
8° voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd of aangepast voor gebruik door de burgerbescherming, brandweerdiensten en diensten belast met de handhaving van de openbare orde;
9° voertuigen die bestemd zijn om de vervoerde personen of goederen te beschermen door middel van kogelwerende bepantsering;
10° voertuigen van categorie M die bestemd zijn voor het vervoer van zieken of gewonden en hiertoe een speciale uitrusting hebben;
11° voertuigen van categorie M die bestemd zijn voor het vervoer van overledenen en hiertoe een speciale uitrusting hebben;
12° voertuigen van categorie M1 die specifiek gebouwd of verbouwd zijn om plaats te bieden aan een of meer personen die in hun rolstoel zitten wanneer het voertuig op de weg rijdt;
13° voertuigen van categorie N3 die niet zijn uitgerust voor het vervoer van goederen, maar voorzien is van een kraan met een hefmoment van ten minste 400 kNm.
Het onderhavige artikel is alleen van toepassing op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel bepaald voor de Europese bekendmaking. Zij is eveneens van toepassing op overheidsopdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst waarvan de waarde lager is dan de drempel bepaald voor de Europese bekendmaking, mits de geraamde waarde van de raamovereenkomst zelf gelijk is aan of hoger is dan de drempel bepaald voor de Europese bekendmaking.
§ 3. Voor de in de tweede paragraaf, eerste lid, 1°, bedoelde overheidsopdrachten, wordt voor de naleving van de minimumstreefcijfers rekening gehouden met het aantal voertuigen onder elke opdracht voor aankoop, leasing, huur of huurkoop.
Voor de in de tweede paragraaf, eerste lid, 2° en 3°, bedoelde overheidsopdrachten, wordt voor het beoordelen van de naleving van de minimumstreefcijfers rekening gehouden met het aantal voertuigen die worden aangewend voor de verstrekking van de diensten in het kader van elke opdracht.
§ 4. De aanbesteders vullen de daartoe voorziene velden in van het afzonderlijk elektronisch formulier dat daartoe opgemaakt wordt door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten. Dit formulier moet ingevuld worden naar aanleiding van de aankondiging van gegunde opdracht, behalve wat de in paragraaf 2, eerste lid, 2°, bedoelde openbare dienstcontracten betreft waarbij toepassing wordt gemaakt van artikel 5.2 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad. De aanbesteders geven daarbij aan of de opdracht onder het onderhavig artikel valt en, indien dit het geval is:
- het totale aantal voertuigen per categorie die onder de opdracht vallen overeenkomstig paragraaf 3;
- het aantal schone voertuigen per categorie;
- het aantal emissievrije zware bedrijfsvoertuigen; en
- indien de betreffende opdracht betrekking heeft op een overheidsopdracht bedoeld in de [2 tweede paragraaf, eerste lid, 1° of 3°]2;
- alle andere relevante informatie die van belang is in het kader van de monitoring van de in dit artikel bedoelde minimumstreefcijfers.
Zodra gebruik gemaakt wordt van de standaardformulieren als bedoeld in de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1780 van de Commissie van 23 september 2019 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1986, moet de in het eerste lid bedoelde informatie vermeld worden in de voormelde standaardformulieren, naar aanleiding van de aankondiging van gegunde opdracht.
Wat de openbare dienstcontracten betreft die betrekking hebben op het vervoer van personen per bus, worden alle voertuigen die door de dienstverlener voor het verlenen van de dienst worden aangewend, op het door de in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde dienst ontwikkelde formulier vermeld, ongeacht of de dienstverlener nieuwe voertuigen aanschaft dan wel bestaande voertuigen gebruikt. Substantiële wijzigingen in het aantal gebruikte voertuigen worden door middel van het voormelde formulier gemeld.
De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten gebaseerd op een raamovereenkomst of die worden gesloten in het kader van een dynamisch aankoopsysteem. Voor deze opdrachten is paragraaf 5 van toepassing.
§ 5. Uiterlijk op 15 februari van elk jaar zendt de aankoopcentrale, per raamovereenkomst, aan de in paragraaf 6 bedoelde dienst de in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde aantallen door alsmede de andere in dit lid genoemde gegevens betreffende de in het voorgaande jaar geplaatste opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd. Zij maken hierbij gebruik van de elektronische toepassing die daartoe ter beschikking wordt gesteld door de in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde dienst. Hetzelfde geldt voor de opdrachten die worden gesloten in het kader van een dynamisch aankoopsysteem. In het geval van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem die niet door een aankoopcentrale wordt geplaatst, is het aan de aanbesteder om deze gegevens over te maken.
§ 6. Uiterlijk op 2 augustus 2022 informeert de dienst die voor het federale niveau bevoegd is voor de opvolging en evaluatie van het klimaatbeleid, de Europese Commissie over de maatregelen die zijn genomen ter uitvoering van dit artikel en over de voornemens met betrekking tot toekomstige uitvoeringsactiviteiten, alsmede over alle andere informatie die het relevant acht.
Uiterlijk op 18 april 2026, en vervolgens om de drie jaar, dient de in het eerste lid bedoelde dienst, bij de Europese Commissie, een rapport in over de uitvoering van dit artikel, de toekomstige uitvoeringsactiviteiten en alle andere informatie die het relevant acht. In deze rapporten wordt melding gemaakt van het aantal en de categorieën voertuigen waarop de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde opdrachten betrekking hebben. De referentieperioden die in deze rapporten worden in aanmerking genomen, zijn: de periode tussen 2 augustus 2021 tot en met 31 december 2025, de periode tussen 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030 en elke daarop volgende periode van vijf jaar. Bij de opmaak van het rapport omtrent de eerste referentieperiode wordt alleen rekening gehouden met de overheidsopdrachten die vanaf 2 augustus 2021 worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook met de overheidsopdrachten waarvoor, bij gebreke van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.
De in het eerst en tweede lid bedoelde rapporten worden door de in het eerste lid bedoelde dienst bekendgemaakt op hun website.
De in het eerste lid bedoelde dienst zendt een kopij van de in het eerste en tweede lid bedoelde rapporten naar het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt. Dit aanspreekpunt neemt het laatste rapport dat het kon ontvangen op in het in artikel 163, § 3, bedoelde rapport.]1
De in het eerste lid en in bijlage VII bedoelde minimumstreefcijfers worden, per categorie, uitgedrukt als minimumpercentages aan schone voertuigen in het totale aantal voertuigen dat wordt verkregen door de som van alle in de tweede paragraaf bedoelde overheidsopdrachten die gegund worden tussen de datum van inwerkingtreding van de onderhavige bepaling en 31 december 2025 voor de eerste referentieperiode, tussen 1 januari 2026 en 31 december 2030 voor de tweede referentieperiode en tussen elke daaropvolgende periode van vijf jaar voor de daaropvolgende referentieperiodes. Bij de berekening van de minimumstreefcijfers wordt uitgegaan van de datum van bekendmaking van de aankondiging van gegunde opdracht.
Voertuigen die als gevolg van aanpassingen voldoen aan de in artikel 2, 61°, bedoelde definitie van schoon voertuig of aan de in artikel 2, 62°, bedoelde definitie van emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig, mogen voor de inachtneming van de in het eerste lid bedoelde minimumstreefcijfers inzake overheidsopdrachten als schone voertuigen, respectievelijk emissievrije zware bedrijfsvoertuigen worden meegerekend.
De Koning is gemachtigd om een minimumstreefcijfer aan te nemen voor de referentieperiode vanaf 1 januari 2031 tot 31 december 2035 en voor elke daaropvolgende referentieperiode, in functie van het minimumstreefcijfer waartoe werd beslist krachtens de Europese richtlijnen aangaande deze minimumstreefcijfers. Het door de Koning bepaalde streefcijfer kan gelijk zijn aan of hoger zijn dan het streefcijfer waartoe op Europees niveau werd beslist. Indien voor één van deze perioden door de Koning geen nieuw streefcijfer wordt vastgesteld, blijft het streefcijfer van de voorgaande referentieperiode gelden.
§ 2. Het onderhavige artikel is van toepassing op de onderstaande overheidsopdrachten:
1° overheidsopdrachten voor de aankoop, leasing, huur of huurkoop van voertuigen;
2° de openbare dienstcontracten in de zin van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad, en die betrekking hebben op het vervoer van personen per bus;
3° de in bijlage V bedoelde overheidsopdrachten voor diensten, voor zover deze onder het toepassingsgebied vallen van de titels 2 of 3.
Het onderhavige artikel is echter niet van toepassing op:
1° landbouw- of bosbouwvoertuigen als gedefinieerd in de Verordening (EU) Nr. 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen;
2° twee- of driewielige voertuigen en vierwielers als gedefinieerd in de Verordening (EU) Nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee of driewielige voertuigen en vierwielers;
3° voertuigen op rupsbanden;
4° zelfaangedreven voertuigen die speciaal zijn ontworpen en gebouwd voor het uitvoeren van werken en die door hun bouw niet geschikt zijn voor personen- of goederenvervoer en die geen op een motorvoertuigchassis gemonteerde machines zijn;
5° voertuigen van categorie M3 andere dan voertuigen van klasse I en klasse A bedoeld in artikel 3, punten 2 en 3, van Verordening nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden;
6° voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd of aangepast voor gebruik door het leger;
7° voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd om hoofdzakelijk te worden gebruikt op bouwplaatsen of in mijnen, havens of luchthavens;
8° voertuigen specifiek ontworpen en gebouwd of aangepast voor gebruik door de burgerbescherming, brandweerdiensten en diensten belast met de handhaving van de openbare orde;
9° voertuigen die bestemd zijn om de vervoerde personen of goederen te beschermen door middel van kogelwerende bepantsering;
10° voertuigen van categorie M die bestemd zijn voor het vervoer van zieken of gewonden en hiertoe een speciale uitrusting hebben;
11° voertuigen van categorie M die bestemd zijn voor het vervoer van overledenen en hiertoe een speciale uitrusting hebben;
12° voertuigen van categorie M1 die specifiek gebouwd of verbouwd zijn om plaats te bieden aan een of meer personen die in hun rolstoel zitten wanneer het voertuig op de weg rijdt;
13° voertuigen van categorie N3 die niet zijn uitgerust voor het vervoer van goederen, maar voorzien is van een kraan met een hefmoment van ten minste 400 kNm.
Het onderhavige artikel is alleen van toepassing op de overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel bepaald voor de Europese bekendmaking. Zij is eveneens van toepassing op overheidsopdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst waarvan de waarde lager is dan de drempel bepaald voor de Europese bekendmaking, mits de geraamde waarde van de raamovereenkomst zelf gelijk is aan of hoger is dan de drempel bepaald voor de Europese bekendmaking.
§ 3. Voor de in de tweede paragraaf, eerste lid, 1°, bedoelde overheidsopdrachten, wordt voor de naleving van de minimumstreefcijfers rekening gehouden met het aantal voertuigen onder elke opdracht voor aankoop, leasing, huur of huurkoop.
Voor de in de tweede paragraaf, eerste lid, 2° en 3°, bedoelde overheidsopdrachten, wordt voor het beoordelen van de naleving van de minimumstreefcijfers rekening gehouden met het aantal voertuigen die worden aangewend voor de verstrekking van de diensten in het kader van elke opdracht.
§ 4. De aanbesteders vullen de daartoe voorziene velden in van het afzonderlijk elektronisch formulier dat daartoe opgemaakt wordt door de federale dienst bevoegd voor het digitaliseren van de processen en de transacties in verband met overheidsopdrachten. Dit formulier moet ingevuld worden naar aanleiding van de aankondiging van gegunde opdracht, behalve wat de in paragraaf 2, eerste lid, 2°, bedoelde openbare dienstcontracten betreft waarbij toepassing wordt gemaakt van artikel 5.2 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad. De aanbesteders geven daarbij aan of de opdracht onder het onderhavig artikel valt en, indien dit het geval is:
- het totale aantal voertuigen per categorie die onder de opdracht vallen overeenkomstig paragraaf 3;
- het aantal schone voertuigen per categorie;
- het aantal emissievrije zware bedrijfsvoertuigen; en
- indien de betreffende opdracht betrekking heeft op een overheidsopdracht bedoeld in de [2 tweede paragraaf, eerste lid, 1° of 3°]2;
- alle andere relevante informatie die van belang is in het kader van de monitoring van de in dit artikel bedoelde minimumstreefcijfers.
Zodra gebruik gemaakt wordt van de standaardformulieren als bedoeld in de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1780 van de Commissie van 23 september 2019 tot vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1986, moet de in het eerste lid bedoelde informatie vermeld worden in de voormelde standaardformulieren, naar aanleiding van de aankondiging van gegunde opdracht.
Wat de openbare dienstcontracten betreft die betrekking hebben op het vervoer van personen per bus, worden alle voertuigen die door de dienstverlener voor het verlenen van de dienst worden aangewend, op het door de in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde dienst ontwikkelde formulier vermeld, ongeacht of de dienstverlener nieuwe voertuigen aanschaft dan wel bestaande voertuigen gebruikt. Substantiële wijzigingen in het aantal gebruikte voertuigen worden door middel van het voormelde formulier gemeld.
De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten gebaseerd op een raamovereenkomst of die worden gesloten in het kader van een dynamisch aankoopsysteem. Voor deze opdrachten is paragraaf 5 van toepassing.
§ 5. Uiterlijk op 15 februari van elk jaar zendt de aankoopcentrale, per raamovereenkomst, aan de in paragraaf 6 bedoelde dienst de in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde aantallen door alsmede de andere in dit lid genoemde gegevens betreffende de in het voorgaande jaar geplaatste opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd. Zij maken hierbij gebruik van de elektronische toepassing die daartoe ter beschikking wordt gesteld door de in paragraaf 4, eerste lid, bedoelde dienst. Hetzelfde geldt voor de opdrachten die worden gesloten in het kader van een dynamisch aankoopsysteem. In het geval van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem die niet door een aankoopcentrale wordt geplaatst, is het aan de aanbesteder om deze gegevens over te maken.
§ 6. Uiterlijk op 2 augustus 2022 informeert de dienst die voor het federale niveau bevoegd is voor de opvolging en evaluatie van het klimaatbeleid, de Europese Commissie over de maatregelen die zijn genomen ter uitvoering van dit artikel en over de voornemens met betrekking tot toekomstige uitvoeringsactiviteiten, alsmede over alle andere informatie die het relevant acht.
Uiterlijk op 18 april 2026, en vervolgens om de drie jaar, dient de in het eerste lid bedoelde dienst, bij de Europese Commissie, een rapport in over de uitvoering van dit artikel, de toekomstige uitvoeringsactiviteiten en alle andere informatie die het relevant acht. In deze rapporten wordt melding gemaakt van het aantal en de categorieën voertuigen waarop de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde opdrachten betrekking hebben. De referentieperioden die in deze rapporten worden in aanmerking genomen, zijn: de periode tussen 2 augustus 2021 tot en met 31 december 2025, de periode tussen 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030 en elke daarop volgende periode van vijf jaar. Bij de opmaak van het rapport omtrent de eerste referentieperiode wordt alleen rekening gehouden met de overheidsopdrachten die vanaf 2 augustus 2021 worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook met de overheidsopdrachten waarvoor, bij gebreke van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte.
De in het eerst en tweede lid bedoelde rapporten worden door de in het eerste lid bedoelde dienst bekendgemaakt op hun website.
De in het eerste lid bedoelde dienst zendt een kopij van de in het eerste en tweede lid bedoelde rapporten naar het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt. Dit aanspreekpunt neemt het laatste rapport dat het kon ontvangen op in het in artikel 163, § 3, bedoelde rapport.]1
Art. 168/1. [1 § 1er. Chaque adjudicateur veille à ce que les marchés publics concernant les véhicules et les services visés au paragraphe 2 répondent au moins aux objectifs minimaux visés à l'annexe VII de la présente loi, exprimés en fonction des périodes de référence visées à l'alinéa 2. Lesdits objectifs doivent être atteints par chaque adjudicateur indépendamment du nombre de marchés en la matière qu'il attribue dans la période de référence et indépendamment du nombre de véhicules ainsi commandé.
Les objectifs minimaux visés à l'alinéa 1er et à l'annexe VII sont exprimés, par catégorie, en pourcentages minimaux de véhicules propres dans le nombre total de véhicules couverts par la somme de tous les marchés publics visés au paragraphe 2, attribués entre la date de mise en vigueur de la présente disposition et le 31 décembre 2025 pour la première période de référence, entre le 1er janvier 2026 et le 31 décembre 2030 pour la deuxième période de référence et entre à chaque fois une période de cinq ans pour les périodes de référence suivantes. Aux fins du calcul des objectifs minimaux, la date à prendre en compte est la date de la publication de l'avis d'attribution de marché.
Les véhicules répondant à la définition de véhicule propre au sens de l'article 2, 61°, ou de véhicule utilitaire lourd à émission nulle au sens de l'article 2, 62°, à la suite d'une modernisation peuvent être considérés respectivement comme des véhicules propres ou des véhicules utilitaires lourds à émission nulle, aux fins du respect des objectifs minimaux en matière de marchés publics visés à l'alinéa 1er.
Le Roi est autorisé à fixer un objectif minimal pour la période de référence comprise entre le 1er janvier 2031 et le 31 décembre 2035 et pour chaque période de référence ultérieure, en fonction de l'objectif minimal décidé en vertu des directives européennes concernant ces objectifs minimaux. L'objectif fixé par le Roi peut être égal ou supérieur à l'objectif décidé au niveau européen. Si, pour une de ces périodes, le Roi ne fixe pas de nouvel objectif, l'objectif de la période de référence précédente continue de s'appliquer.
§ 2. Le présent article s'applique aux marchés publics suivants:
1° les marchés publics pour l'achat, la prise en crédit-bail, la location ou la location-vente de véhicules;
2° les contrats de service public au sens du règlement (CE) n° 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route, et abrogeant les règlements (CEE) n° 1191/69 et (CEE) n° 1107/70 du Conseil, ayant pour objet le transport de voyageurs par autobus;
3° les marchés publics de services visés à l'annexe V, pour autant que ces marchés publics tombent dans le champ d'application du titre 2 ou 3.
Le présent article ne s'applique toutefois pas:
1° aux véhicules agricoles ou forestiers au sens du règlement (UE) n° 167/2013 du Parlement européen et du Conseil du 5 février 2013 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules agricoles et forestiers;
2° aux véhicules à deux ou trois roues et les quadricycles au sens du règlement (UE) n° 168/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules à deux ou trois roues et des quadricycles;
3° aux véhicules équipés de chenilles;
4° aux véhicules automoteurs spécialement conçus et construits pour réaliser des travaux et qui, du fait de leurs caractéristiques de construction, ne conviennent ni au transport de passagers, ni au transport de marchandises, et qui ne sont pas des machines montées sur un châssis de véhicule à moteur;
5° aux véhicules de catégorie M3, autres que les véhicules de classe I et classe A, visés à l'article 3, points 2) et 3), du règlement n° 661/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant les prescriptions pour l'homologation relatives à la sécurité générale des véhicules à moteur, de leurs remorques et des systèmes, composants et entités techniques distinctes qui leur sont destinés;
6° les véhicules conçus et construits ou adaptés pour être utilisés uniquement par les forces armées;
7° les véhicules conçus et construits pour être utilisés principalement sur les chantiers de construction, dans les carrières ou dans les installations portuaires ou aéroportuaires;
8° les véhicules conçus et construits ou adaptés pour être utilisés par la protection civile, les services de lutte contre l'incendie et les services responsables du maintien de l'ordre public;
9° les véhicules destinés à la protection des personnes ou des marchandises transportées munis d'un blindage pare-balles;
10° les véhicules de la catégorie M destinés au transport de personnes malades ou blessées et spécialement équipés à cette fin;
11° les véhicules de la catégorie M destinés au transport de personnes décédées et spécialement équipés à cette fin;
12° véhicules de catégorie M1 construits ou modifiés spécialement de manière à recevoir, pour leur transport sur route, une ou plusieurs personnes en fauteuil roulant;
13° véhicules de la catégorie N3 non équipés pour le transport de marchandises et munis d'une grue dont le couple de levage est égal ou supérieur à 400 kNm.
Le présent article s'applique uniquement aux marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne. Il s'applique également aux marchés fondés sur un accord-cadre dont le montant est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne pour autant que le montant estimé de l'accord-cadre lui-même soit égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne.
§ 3. Pour les marchés publics visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, le nombre de véhicules achetés, pris en crédit-bail, en location ou en location-vente au titre de chaque marché est pris en compte aux fins du respect des objectifs minimaux.
Dans le cas des marchés publics visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2° et 3°, le nombre de véhicules à utiliser aux fins de la prestation des services couverts par chaque marché est pris en compte aux fins du respect des objectifs minimaux.
§ 4. Les adjudicateurs remplissent les champs prévus à cet effet dans le formulaire électronique distinct qui est établi par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics. Ce formulaire doit être complété à l'occasion de la publication de l'avis d'attribution de marché, sauf en ce qui concerne les contrats de service public visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, lorsqu'est appliqué l'article 5.2 du règlement (CE) n° 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route, et abrogeant les règlements (CEE) n° 1191/69 et (CEE) n° 1107/70 du Conseil. Les adjudicateurs y indiquent si le marché est couvert par le présent article et, dans l'affirmative:
- le nombre total par catégorie de véhicules couverts par le marché conformément au paragraphe 3;
- le nombre de véhicules propres par catégorie;
- le nombre de véhicules considérés comme des véhicules utilitaires lourds à émission nulle; et
- si le marché concerne un marché public visé au [2 paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 3°]2 ;
- toute autre information pertinente pour le monitoring des objectifs minimaux visés au présent article.
Dès lors que les formulaires standard visés au règlement d'exécution (UE) 2019/1780 de la Commission du 23 septembre 2019 établissant les formulaires types pour la publication d'avis dans le cadre de la passation de marchés publics et abrogeant le règlement d'exécution (UE) 2015/1986 sont utilisés, les informations visées à l'alinéa 1er doivent être mentionnées dans les formulaires standard précités, à la suite de l'avis d'attribution du marché.
Pour ce qui concerne les contrats de service public ayant pour objet la fourniture de services de transport de voyageurs par autobus, l'ensemble des véhicules que le prestataire de services utilise pour fournir le service doit être indiqué dans le formulaire développé par le service visé au paragraphe 4, alinéa 1er, indépendamment du fait que le prestataire de services achète de nouveaux véhicules ou utilise des véhicules existants. Les changements substantiels dans le nombre de véhicules utilisés doivent être déclarés par le biais dudit formulaire.
Le présent paragraphe ne s'applique pas aux marchés fondés sur un accord-cadre ou aux marchés conclus dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, pour lesquels le paragraphe 5 est d'application.
§ 5. Au plus tard le 15 février de chaque année, la centrale d'achat transmet au service visé au paragraphe 6, pour chaque accord-cadre, les chiffres visés au paragraphe 4, alinéa 1er, et les autres informations prévues dans cet alinéa concernant les marchés fondés sur un accord-cadre au cours de l'année précédente. Ils utilisent l'application électronique fournie à cet effet par le service visé au paragraphe 4, alinéa 1er. Il en va de même pour les marchés conclus dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique. Lorsqu'il s'agit d'un accord-cadre ou d'un système d'acquisition dynamique qui n'est pas passé par une centrale d'achat, il appartient à l'adjudicateur de transmettre lesdites informations.
§ 6. Au plus tard le 2 août 2022, le service qui est compétent pour le niveau fédéral pour le suivi et l'évaluation de la politique en matière de climat informe la Commission européenne des mesures prises pour la mise en oeuvre du présent article et des intentions en ce qui concerne les futures activités de mise en oeuvre, ainsi que de toute autre information qu'il juge pertinente.
Au plus tard le 18 avril 2026, et tous les trois ans par la suite, le service visé à l'alinéa 1er soumet à la Commission européenne un rapport sur la mise en oeuvre du présent article, des futures activités de mise en oeuvre, ainsi que toute autre information qu'il juge pertinente. Ces rapports mentionnent le nombre et les catégories de véhicules couverts par les marchés visés au paragraphe 2, alinéa 1er. Les périodes de référence décrites dans ces rapports, sont: la période comprise entre le 2 août 2021 et le 31 décembre 2025, la période comprise entre le 1er janvier 2026 et le 31 décembre 2030 et chaque période de cinq ans suivante. Lors de l'établissement du rapport concernant la première période de référence, il est uniquement tenu compte des marchés publics publiés ou qui auraient dû être publiés à partir du 2 août 2021, ainsi que des marchés publics pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date.
Les rapports visés aux alinéas 1er et 2 sont publiés par le service visé à l'alinéa 1er sur son site internet.
Le service visé à l'alinéa 1er envoie une copie des rapports visés aux alinéas 1er et 2 au point de contact visé à l'article 163, § 2. Ledit point de contact insère le dernier rapport qu'il a pu recevoir dans le rapport prévu à l'article 163, § 3.]1
Les objectifs minimaux visés à l'alinéa 1er et à l'annexe VII sont exprimés, par catégorie, en pourcentages minimaux de véhicules propres dans le nombre total de véhicules couverts par la somme de tous les marchés publics visés au paragraphe 2, attribués entre la date de mise en vigueur de la présente disposition et le 31 décembre 2025 pour la première période de référence, entre le 1er janvier 2026 et le 31 décembre 2030 pour la deuxième période de référence et entre à chaque fois une période de cinq ans pour les périodes de référence suivantes. Aux fins du calcul des objectifs minimaux, la date à prendre en compte est la date de la publication de l'avis d'attribution de marché.
Les véhicules répondant à la définition de véhicule propre au sens de l'article 2, 61°, ou de véhicule utilitaire lourd à émission nulle au sens de l'article 2, 62°, à la suite d'une modernisation peuvent être considérés respectivement comme des véhicules propres ou des véhicules utilitaires lourds à émission nulle, aux fins du respect des objectifs minimaux en matière de marchés publics visés à l'alinéa 1er.
Le Roi est autorisé à fixer un objectif minimal pour la période de référence comprise entre le 1er janvier 2031 et le 31 décembre 2035 et pour chaque période de référence ultérieure, en fonction de l'objectif minimal décidé en vertu des directives européennes concernant ces objectifs minimaux. L'objectif fixé par le Roi peut être égal ou supérieur à l'objectif décidé au niveau européen. Si, pour une de ces périodes, le Roi ne fixe pas de nouvel objectif, l'objectif de la période de référence précédente continue de s'appliquer.
§ 2. Le présent article s'applique aux marchés publics suivants:
1° les marchés publics pour l'achat, la prise en crédit-bail, la location ou la location-vente de véhicules;
2° les contrats de service public au sens du règlement (CE) n° 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route, et abrogeant les règlements (CEE) n° 1191/69 et (CEE) n° 1107/70 du Conseil, ayant pour objet le transport de voyageurs par autobus;
3° les marchés publics de services visés à l'annexe V, pour autant que ces marchés publics tombent dans le champ d'application du titre 2 ou 3.
Le présent article ne s'applique toutefois pas:
1° aux véhicules agricoles ou forestiers au sens du règlement (UE) n° 167/2013 du Parlement européen et du Conseil du 5 février 2013 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules agricoles et forestiers;
2° aux véhicules à deux ou trois roues et les quadricycles au sens du règlement (UE) n° 168/2013 du Parlement européen et du Conseil du 15 janvier 2013 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules à deux ou trois roues et des quadricycles;
3° aux véhicules équipés de chenilles;
4° aux véhicules automoteurs spécialement conçus et construits pour réaliser des travaux et qui, du fait de leurs caractéristiques de construction, ne conviennent ni au transport de passagers, ni au transport de marchandises, et qui ne sont pas des machines montées sur un châssis de véhicule à moteur;
5° aux véhicules de catégorie M3, autres que les véhicules de classe I et classe A, visés à l'article 3, points 2) et 3), du règlement n° 661/2009 du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 concernant les prescriptions pour l'homologation relatives à la sécurité générale des véhicules à moteur, de leurs remorques et des systèmes, composants et entités techniques distinctes qui leur sont destinés;
6° les véhicules conçus et construits ou adaptés pour être utilisés uniquement par les forces armées;
7° les véhicules conçus et construits pour être utilisés principalement sur les chantiers de construction, dans les carrières ou dans les installations portuaires ou aéroportuaires;
8° les véhicules conçus et construits ou adaptés pour être utilisés par la protection civile, les services de lutte contre l'incendie et les services responsables du maintien de l'ordre public;
9° les véhicules destinés à la protection des personnes ou des marchandises transportées munis d'un blindage pare-balles;
10° les véhicules de la catégorie M destinés au transport de personnes malades ou blessées et spécialement équipés à cette fin;
11° les véhicules de la catégorie M destinés au transport de personnes décédées et spécialement équipés à cette fin;
12° véhicules de catégorie M1 construits ou modifiés spécialement de manière à recevoir, pour leur transport sur route, une ou plusieurs personnes en fauteuil roulant;
13° véhicules de la catégorie N3 non équipés pour le transport de marchandises et munis d'une grue dont le couple de levage est égal ou supérieur à 400 kNm.
Le présent article s'applique uniquement aux marchés dont le montant estimé est égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne. Il s'applique également aux marchés fondés sur un accord-cadre dont le montant est inférieur au seuil fixé pour la publicité européenne pour autant que le montant estimé de l'accord-cadre lui-même soit égal ou supérieur au seuil fixé pour la publicité européenne.
§ 3. Pour les marchés publics visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, le nombre de véhicules achetés, pris en crédit-bail, en location ou en location-vente au titre de chaque marché est pris en compte aux fins du respect des objectifs minimaux.
Dans le cas des marchés publics visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2° et 3°, le nombre de véhicules à utiliser aux fins de la prestation des services couverts par chaque marché est pris en compte aux fins du respect des objectifs minimaux.
§ 4. Les adjudicateurs remplissent les champs prévus à cet effet dans le formulaire électronique distinct qui est établi par le service fédéral compétent pour informatiser les processus et les transactions en rapport avec les marchés publics. Ce formulaire doit être complété à l'occasion de la publication de l'avis d'attribution de marché, sauf en ce qui concerne les contrats de service public visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, lorsqu'est appliqué l'article 5.2 du règlement (CE) n° 1370/2007 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2007 relatif aux services publics de transport de voyageurs par chemin de fer et par route, et abrogeant les règlements (CEE) n° 1191/69 et (CEE) n° 1107/70 du Conseil. Les adjudicateurs y indiquent si le marché est couvert par le présent article et, dans l'affirmative:
- le nombre total par catégorie de véhicules couverts par le marché conformément au paragraphe 3;
- le nombre de véhicules propres par catégorie;
- le nombre de véhicules considérés comme des véhicules utilitaires lourds à émission nulle; et
- si le marché concerne un marché public visé au [2 paragraphe 2, alinéa 1er, 1° ou 3°]2 ;
- toute autre information pertinente pour le monitoring des objectifs minimaux visés au présent article.
Dès lors que les formulaires standard visés au règlement d'exécution (UE) 2019/1780 de la Commission du 23 septembre 2019 établissant les formulaires types pour la publication d'avis dans le cadre de la passation de marchés publics et abrogeant le règlement d'exécution (UE) 2015/1986 sont utilisés, les informations visées à l'alinéa 1er doivent être mentionnées dans les formulaires standard précités, à la suite de l'avis d'attribution du marché.
Pour ce qui concerne les contrats de service public ayant pour objet la fourniture de services de transport de voyageurs par autobus, l'ensemble des véhicules que le prestataire de services utilise pour fournir le service doit être indiqué dans le formulaire développé par le service visé au paragraphe 4, alinéa 1er, indépendamment du fait que le prestataire de services achète de nouveaux véhicules ou utilise des véhicules existants. Les changements substantiels dans le nombre de véhicules utilisés doivent être déclarés par le biais dudit formulaire.
Le présent paragraphe ne s'applique pas aux marchés fondés sur un accord-cadre ou aux marchés conclus dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique, pour lesquels le paragraphe 5 est d'application.
§ 5. Au plus tard le 15 février de chaque année, la centrale d'achat transmet au service visé au paragraphe 6, pour chaque accord-cadre, les chiffres visés au paragraphe 4, alinéa 1er, et les autres informations prévues dans cet alinéa concernant les marchés fondés sur un accord-cadre au cours de l'année précédente. Ils utilisent l'application électronique fournie à cet effet par le service visé au paragraphe 4, alinéa 1er. Il en va de même pour les marchés conclus dans le cadre d'un système d'acquisition dynamique. Lorsqu'il s'agit d'un accord-cadre ou d'un système d'acquisition dynamique qui n'est pas passé par une centrale d'achat, il appartient à l'adjudicateur de transmettre lesdites informations.
§ 6. Au plus tard le 2 août 2022, le service qui est compétent pour le niveau fédéral pour le suivi et l'évaluation de la politique en matière de climat informe la Commission européenne des mesures prises pour la mise en oeuvre du présent article et des intentions en ce qui concerne les futures activités de mise en oeuvre, ainsi que de toute autre information qu'il juge pertinente.
Au plus tard le 18 avril 2026, et tous les trois ans par la suite, le service visé à l'alinéa 1er soumet à la Commission européenne un rapport sur la mise en oeuvre du présent article, des futures activités de mise en oeuvre, ainsi que toute autre information qu'il juge pertinente. Ces rapports mentionnent le nombre et les catégories de véhicules couverts par les marchés visés au paragraphe 2, alinéa 1er. Les périodes de référence décrites dans ces rapports, sont: la période comprise entre le 2 août 2021 et le 31 décembre 2025, la période comprise entre le 1er janvier 2026 et le 31 décembre 2030 et chaque période de cinq ans suivante. Lors de l'établissement du rapport concernant la première période de référence, il est uniquement tenu compte des marchés publics publiés ou qui auraient dû être publiés à partir du 2 août 2021, ainsi que des marchés publics pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date.
Les rapports visés aux alinéas 1er et 2 sont publiés par le service visé à l'alinéa 1er sur son site internet.
Le service visé à l'alinéa 1er envoie une copie des rapports visés aux alinéas 1er et 2 au point de contact visé à l'article 163, § 2. Ledit point de contact insère le dernier rapport qu'il a pu recevoir dans le rapport prévu à l'article 163, § 3.]1
Bevoegdheden
Compétences
Art.169. Elke minister kan, binnen de grenzen van zijn bevoegdheden, de beslissingen nemen inzake de plaatsing en uitvoering van opdrachten voor rekening van de federale overheid en van de instellingen die onder zijn hiërarchisch gezag staan.
Voor de andere publiekrechtelijke personen dan deze bedoeld in het eerste lid worden de bevoegdheden voor het plaatsen en uitvoeren van opdrachten uitgeoefend door de overheden en organen bevoegd krachtens de bepalingen van een wet, decreet, ordonnantie, reglement of statuut.
De bevoegdheden toegekend krachtens het eerste en tweede lid kunnen, voor de bevoegde overheden en organen bedoeld in deze leden, die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren, worden overgedragen binnen de grenzen vastgesteld door de Koning, behalve wanneer een bijzondere wettelijke bepaling deze overdracht regelt.
Voor de andere publiekrechtelijke personen dan deze bedoeld in het eerste lid worden de bevoegdheden voor het plaatsen en uitvoeren van opdrachten uitgeoefend door de overheden en organen bevoegd krachtens de bepalingen van een wet, decreet, ordonnantie, reglement of statuut.
De bevoegdheden toegekend krachtens het eerste en tweede lid kunnen, voor de bevoegde overheden en organen bedoeld in deze leden, die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren, worden overgedragen binnen de grenzen vastgesteld door de Koning, behalve wanneer een bijzondere wettelijke bepaling deze overdracht regelt.
Art.169. Dans les limites de ses attributions, chaque ministre est compétent pour prendre les décisions relatives à la passation et à l'exécution des marchés de l'autorité fédérale et des organismes qui relèvent de son autorité hiérarchique.
Pour les personnes de droit public autres que celles visées à l'alinéa 1er, les pouvoirs relatifs à la passation et l'exécution des marchés sont exercés par les autorités et organes compétents, en vertu des dispositions d'une loi, d'un décret, d'une ordonnance, d'une disposition réglementaire ou statutaire les régissant.
Les pouvoirs conférés en vertu des alinéas 1er et 2 peuvent, pour les autorités et organes compétents visés auxdits alinéas et relevant de l'autorité fédérale, être délégués dans les limites fixées par le Roi, sauf lorsqu'une disposition légale particulière règle cette délégation.
Pour les personnes de droit public autres que celles visées à l'alinéa 1er, les pouvoirs relatifs à la passation et l'exécution des marchés sont exercés par les autorités et organes compétents, en vertu des dispositions d'une loi, d'un décret, d'une ordonnance, d'une disposition réglementaire ou statutaire les régissant.
Les pouvoirs conférés en vertu des alinéas 1er et 2 peuvent, pour les autorités et organes compétents visés auxdits alinéas et relevant de l'autorité fédérale, être délégués dans les limites fixées par le Roi, sauf lorsqu'une disposition légale particulière règle cette délégation.
Ministerraad
Conseil des ministres
Art.170. De koninklijke besluiten welke in uitvoering of met toepassing van deze wet worden vastgesteld, worden in Ministerraad overlegd.
Art.170. Les arrêtés royaux pris en exécution ou en application de la présente loi sont délibérés en Conseil des ministres.
Machtigingen aan de Koning
Habilitations au Roi
Art.171. De Koning kan de maatregelen nemen, met inbegrip van de opheffing, aanvulling, wijziging of vervanging van wetsbepalingen, die nodig zijn om de omzetting te verzekeren van de verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de internationale akten die genomen werden krachtens dit verdrag en die de overheidsopdrachten betreffen bedoeld in deze wet.
De maatregelen maken het voorwerp uit van een verslag dat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt voorgelegd.
De Koning kan tevens de bepalingen van deze wet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen om te voorzien in de omzetting van niet-verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de internationale akten die genomen werden krachtens dit Verdrag en die betrekking hebben op de overheidsopdrachten en de opdrachten voor werken, leveringen en diensten bedoeld in deze wet.
De in het vorige lid vermelde maatregelen maken het voorwerp uit van een wettelijke bekrachtiging binnen de twee jaar na hun inwerkingtreding.
De maatregelen maken het voorwerp uit van een verslag dat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt voorgelegd.
De Koning kan tevens de bepalingen van deze wet opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen om te voorzien in de omzetting van niet-verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de internationale akten die genomen werden krachtens dit Verdrag en die betrekking hebben op de overheidsopdrachten en de opdrachten voor werken, leveringen en diensten bedoeld in deze wet.
De in het vorige lid vermelde maatregelen maken het voorwerp uit van een wettelijke bekrachtiging binnen de twee jaar na hun inwerkingtreding.
Art.171. Le Roi peut prendre les mesures nécessaires, y compris l'abrogation, l'ajout, la modification ou le remplacement de dispositions légales, pour assurer la transposition des dispositions obligatoires résultant du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne et des actes internationaux pris en vertu de celui-ci et concernant les marchés publics visés par la présente loi.
Ces mesures font l'objet d'un rapport soumis à la Chambre des représentants.
Le Roi peut également abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions de cette loi pour assurer la transposition de dispositions non obligatoires résultant du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne et des actes internationaux pris en vertu de celui-ci et concernant les marchés publics et les marchés de travaux, de fournitures et de services visés par la présente loi.
Les mesures prévues à l'alinéa précédent font l'objet d'une confirmation législative dans les deux ans suivant leur entrée en vigueur.
Ces mesures font l'objet d'un rapport soumis à la Chambre des représentants.
Le Roi peut également abroger, compléter, modifier ou remplacer les dispositions de cette loi pour assurer la transposition de dispositions non obligatoires résultant du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne et des actes internationaux pris en vertu de celui-ci et concernant les marchés publics et les marchés de travaux, de fournitures et de services visés par la présente loi.
Les mesures prévues à l'alinéa précédent font l'objet d'une confirmation législative dans les deux ans suivant leur entrée en vigueur.
Art.172. De Koning kan de organieke en statutaire bepalingen in overeenstemming brengen met de bepalingen van deze wet wat de in respectievelijk artikel 2, 1°, en 2°, bedoelde aanbestedende overheden en overheidsbedrijven betreft die, krachtens een wet of besluit, onder het hiërarchische gezag of het toezicht van een federale minister staan.
Art.172. Le Roi peut mettre le texte des dispositions organiques et statutaires en concordance avec celui de la présente loi, pour les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques visés respectivement à l'article 2, 1°, et 2°, et qui relèvent, en vertu d'une loi ou d'un arrêté, de l'autorité hiérarchique ou du contrôle d'un ministre fédéral.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives et abrogatoires
Wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties
Modification de la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales
Art.173. In artikel 3 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2010 en bij de wet van 22 november 2013, wordt het derde lid aangevuld met de woorden :
", onder voorbehoud van de regelgeving inzake overheidsopdrachten en concessies op het vlak van de verificatie- en betalingsregels zoals vervat in de algemene uitvoeringsregels".
", onder voorbehoud van de regelgeving inzake overheidsopdrachten en concessies op het vlak van de verificatie- en betalingsregels zoals vervat in de algemene uitvoeringsregels".
Art.173. A l'article 3 de la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales, modifié par l'arrêté royal du 19 décembre 2010 et par la loi du 22 novembre 2013, l'alinéa 3 est complété par les mots :
", sous réserve de la réglementation relative aux marchés publics et aux concessions en matière de règles de contrôle et de paiement, comme prévu par les règles générales d'exécution".
", sous réserve de la réglementation relative aux marchés publics et aux concessions en matière de règles de contrôle et de paiement, comme prévu par les règles générales d'exécution".
Opheffing van artikel 3/1 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties
Abrogation de l'article 3/1 de la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales
Art.174. Artikel 3/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 november 2013, wordt opgeheven.
Art.174. L'article 3/1 de cette même loi, inséré par la loi du 22 novembre 2013, est abrogé.
Wijzigingen van de wet defensie en veiligheid
Modifications de la loi défense et de la sécurité.
Art.175. In artikel 2 van de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, worden de bepalingen onder 2° en 3° vervangen als volgt :
"2° overheidsbedrijf : elke onderneming die een activiteit als bedoeld in de artikelen 96 tot 102 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of in de onderneming geldende voorschriften. De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming :
a) de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal bezitten; of
b) over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen; of
c) meer dan de helft van de leden van het bestuurs, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen;
3° persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten : de persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet wanneer hij een activiteit uitoefent als bedoeld in titel 3 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. De bijzondere of exclusieve rechten zijn rechten die voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de voormelde titel 3 bedoelde activiteiten aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft waardoor de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed;
De rechten toegekend door middel van een procedure die het voorwerp was van een gepaste bekendmaking en waarbij gebruik werd gemaakt van objectieve criteria, vormen geen "bijzondere of exclusieve rechten" in de zin van het onderhavig punt.
Deze procedures zijn onder meer de volgende :
a) de procedures voor de plaatsing van een opdracht met voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig onderhavige wet, de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten;
b) de procedures ingevolge andere rechtshandelingen van de Europese Unie, opgesomd in bijlage IV van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, die een voldoende voorafgaande transparantie waarborgen met het oog op het toekennen van vergunningen op basis van objectieve criteria.
"2° overheidsbedrijf : elke onderneming die een activiteit als bedoeld in de artikelen 96 tot 102 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of in de onderneming geldende voorschriften. De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming :
a) de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal bezitten; of
b) over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen; of
c) meer dan de helft van de leden van het bestuurs, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen;
3° persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten : de persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet wanneer hij een activiteit uitoefent als bedoeld in titel 3 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. De bijzondere of exclusieve rechten zijn rechten die voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de voormelde titel 3 bedoelde activiteiten aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft waardoor de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed;
De rechten toegekend door middel van een procedure die het voorwerp was van een gepaste bekendmaking en waarbij gebruik werd gemaakt van objectieve criteria, vormen geen "bijzondere of exclusieve rechten" in de zin van het onderhavig punt.
Deze procedures zijn onder meer de volgende :
a) de procedures voor de plaatsing van een opdracht met voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig onderhavige wet, de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten;
b) de procedures ingevolge andere rechtshandelingen van de Europese Unie, opgesomd in bijlage IV van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, die een voldoende voorafgaande transparantie waarborgen met het oog op het toekennen van vergunningen op basis van objectieve criteria.
Art.175. A l'article 2 de la loi du 13 août 2011 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services en matière de défense et sécurité, les 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
"2° entreprise publique : toute entreprise exerçant une activité visée aux articles 96 à 102 de la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics sur laquelle les pouvoirs adjudicateurs peuvent exercer directement ou indirectement une influence dominante du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent. L'influence dominante est présumée lorsque ceux-ci, directement ou indirectement, à l'égard de l'entreprise :
a) détiennent la majorité du capital de l'entreprise; ou
b) disposent de la majorité des voix attachées aux parts émises par l'entreprise; ou
c) peuvent désigner plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance de l'entreprise;
3° personne bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs : la personne exerçant une activité visée au titre 3 de la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics et bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs. Les droits spéciaux ou exclusifs sont les droits accordés par l'autorité compétente au moyen de toute disposition législative, réglementaire ou administrative ayant pour effet de réserver à une ou plusieurs entités l'exercice d'une activité visée au titre 3 précité et d'affecter substantiellement la capacité des autres entités d'exercer cette activité;
Les droits octroyés au moyen d'une procédure ayant fait l'objet d'une publicité appropriée et selon des critères objectifs ne constituent pas des "droits spéciaux ou exclusifs" au sens du présent point.
Ces procédures sont notamment les suivantes :
a) les procédures de passation de marché avec mise en concurrence préalable, conformément à la présente loi, à la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics et à la loi du 17 juin 2016 relative aux concessions;
b) les procédures en vertu d'autres actes juridiques de l'Union européenne, énumérés à l'annexe IV de la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics, qui garantissent une transparence préalable suffissante pour l'octroi d'autorisations sur la base de critères objectifs.
"2° entreprise publique : toute entreprise exerçant une activité visée aux articles 96 à 102 de la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics sur laquelle les pouvoirs adjudicateurs peuvent exercer directement ou indirectement une influence dominante du fait de la propriété, de la participation financière ou des règles qui la régissent. L'influence dominante est présumée lorsque ceux-ci, directement ou indirectement, à l'égard de l'entreprise :
a) détiennent la majorité du capital de l'entreprise; ou
b) disposent de la majorité des voix attachées aux parts émises par l'entreprise; ou
c) peuvent désigner plus de la moitié des membres de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance de l'entreprise;
3° personne bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs : la personne exerçant une activité visée au titre 3 de la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics et bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs. Les droits spéciaux ou exclusifs sont les droits accordés par l'autorité compétente au moyen de toute disposition législative, réglementaire ou administrative ayant pour effet de réserver à une ou plusieurs entités l'exercice d'une activité visée au titre 3 précité et d'affecter substantiellement la capacité des autres entités d'exercer cette activité;
Les droits octroyés au moyen d'une procédure ayant fait l'objet d'une publicité appropriée et selon des critères objectifs ne constituent pas des "droits spéciaux ou exclusifs" au sens du présent point.
Ces procédures sont notamment les suivantes :
a) les procédures de passation de marché avec mise en concurrence préalable, conformément à la présente loi, à la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics et à la loi du 17 juin 2016 relative aux concessions;
b) les procédures en vertu d'autres actes juridiques de l'Union européenne, énumérés à l'annexe IV de la loi du 17 juin 2016. relative aux marchés publics, qui garantissent une transparence préalable suffissante pour l'octroi d'autorisations sur la base de critères objectifs.
Art.176. In de artikelen 2, 4, en 37 van dezelfde wet worden de woorden "aanbestedende entiteit" vervangen door de woorden "persoon die genieten van bijzondere of exclusieve rechten", worden de woorden "aanbestedende entiteiten" vervangen door de woorden "personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten" en worden de woorden "aanbestedende entiteit(en)" vervangen door de woorden "persoon of personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten".
Art.176. Dans les articles 2, 4 et 37 de la même loi les mots "entité adjudicatrice" sont remplacés par les mots "personne bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs", les mots "entités adjudicatrices" sont remplacés par les mots "personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs" et les mots "entité(s) adjudicatrice(s)" remplacés par les mots "personne(s) bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs" .
Art.177. In dezelfde wet wordt het opschrift van titel 3 "Opdrachten afgesloten door aanbestedende entiteiten" vervangen door onderstaand opschrift :
"Titel 3 - Opdrachten afgesloten door personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten".
"Titel 3 - Opdrachten afgesloten door personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten".
Art.177. Dans la même loi l'intitulé du titre 3 "Marchés conclus par des instances adjudicatrices" est remplacé par l'intitulé suivant :
"Titre 3 - Marchés conclus par des personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs".
"Titre 3 - Marchés conclus par des personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs".
Art.178. In dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 4/1. In het geval van gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op verwervingen die onder deze wet vallen of onder artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of onder één van de gevallen zoals bepaald in artikel 15, tweede lid, als op verwervingen die onder titel 2 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten vallen, is artikel 24 van deze laatste wet van toepassing.
In het geval van gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op verwervingen die onder deze wet vallen of onder artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of onder één van de gevallen zoals bepaald in artikel 15, tweede lid, als op verwervingen die onder titel 3 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten vallen, zijn de artikelen 106 en 107 van deze laatste wet van toepassing.".
"Art. 4/1. In het geval van gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op verwervingen die onder deze wet vallen of onder artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of onder één van de gevallen zoals bepaald in artikel 15, tweede lid, als op verwervingen die onder titel 2 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten vallen, is artikel 24 van deze laatste wet van toepassing.
In het geval van gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op verwervingen die onder deze wet vallen of onder artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of onder één van de gevallen zoals bepaald in artikel 15, tweede lid, als op verwervingen die onder titel 3 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten vallen, zijn de artikelen 106 en 107 van deze laatste wet van toepassing.".
Art.178. Dans la même loi, un article 4/1 est ajouté, rédigé comme suit :
"Art. 4/1. Dans le cas de marchés mixtes ayant trait tant à des acquisitions tombant sous le champ d'application de la présente loi ou sous l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne ou sous un des cas visés à l'article 15, alinéa 2, qu'à des achats tombant sous le titre 2 de la loi du 17 juin 2016 relatif aux marchés publics, l'article 24 de cette dernière loi est d'application.
Dans le cas de marchés mixtes ayant trait tant à des acquisitions tombant sous le champ d'application de la présente loi ou sous l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne, ou sous un des cas visés à l'article 15, alinéa 2, qu'à des achats tombant sous le titre 3 de la loi du 17 juin 2016 relatif aux marchés publics, les articles 106 et 107 de cette dernière loi sont d'application.".
"Art. 4/1. Dans le cas de marchés mixtes ayant trait tant à des acquisitions tombant sous le champ d'application de la présente loi ou sous l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne ou sous un des cas visés à l'article 15, alinéa 2, qu'à des achats tombant sous le titre 2 de la loi du 17 juin 2016 relatif aux marchés publics, l'article 24 de cette dernière loi est d'application.
Dans le cas de marchés mixtes ayant trait tant à des acquisitions tombant sous le champ d'application de la présente loi ou sous l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne, ou sous un des cas visés à l'article 15, alinéa 2, qu'à des achats tombant sous le titre 3 de la loi du 17 juin 2016 relatif aux marchés publics, les articles 106 et 107 de cette dernière loi sont d'application.".
Art.179. In artikel 13 van dezelfde wet worden de woorden "als bedoeld in titel III van de wet van 15 juni 2006" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 94, 1°, b, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten".
Art.179. A l'article 13 de la même loi, les mots "visée au titre III de la loi du 15 juin 2006", sont remplacés par les mots "visée à l'article 94, 1°, b, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics".
Art.180. Artikel 15 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 15. Deze wet is van toepassing op de overheidsopdrachten die betrekking hebben op :
1° de levering van militair materieel, inclusief onderdelen, componenten en/of assemblagedelen;
2° de levering van gevoelig materieel, inclusief onderdelen, componenten en/of assemblagedelen;
3° werken, leveringen en diensten die rechtstreeks met het onder 1° en 2° genoemde materieel verband houden, voor alle fasen of voor een deel van de levenscyclus ervan;
4° werken en diensten voor specifiek militaire doeleinden of gevoelige werken en gevoelige diensten.
In onderstaande gevallen is echter uitsluitend titel 3/1 van toepassing :
1° indien en voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbestedende overheid overeenkomstig de bepalingen van titel 2 en 3 van deze wet beschikbaar stelt;
2° indien en voor zover de toepassing van de bepalingen van titel 2 en 3 van deze wet het Rijk ertoe zou verplichten informatie ter beschikking te stellen waarvan hij de openbaarmaking in strijd acht met zijn essentiële veiligheidsbelangen;
3° wanneer het plaatsen en de uitvoering van de overheidsopdracht geheim zijn verklaard of overeenkomstig de in het Rijk geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, voor zover vastgesteld werd dat de essentiële belangen niet kunnen worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, zoals die bedoeld in de bepaling onder 1° ;
4° indien artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.".
"Art. 15. Deze wet is van toepassing op de overheidsopdrachten die betrekking hebben op :
1° de levering van militair materieel, inclusief onderdelen, componenten en/of assemblagedelen;
2° de levering van gevoelig materieel, inclusief onderdelen, componenten en/of assemblagedelen;
3° werken, leveringen en diensten die rechtstreeks met het onder 1° en 2° genoemde materieel verband houden, voor alle fasen of voor een deel van de levenscyclus ervan;
4° werken en diensten voor specifiek militaire doeleinden of gevoelige werken en gevoelige diensten.
In onderstaande gevallen is echter uitsluitend titel 3/1 van toepassing :
1° indien en voor zover de bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk niet kan worden gewaarborgd door minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbestedende overheid overeenkomstig de bepalingen van titel 2 en 3 van deze wet beschikbaar stelt;
2° indien en voor zover de toepassing van de bepalingen van titel 2 en 3 van deze wet het Rijk ertoe zou verplichten informatie ter beschikking te stellen waarvan hij de openbaarmaking in strijd acht met zijn essentiële veiligheidsbelangen;
3° wanneer het plaatsen en de uitvoering van de overheidsopdracht geheim zijn verklaard of overeenkomstig de in het Rijk geldende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, voor zover vastgesteld werd dat de essentiële belangen niet kunnen worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, zoals die bedoeld in de bepaling onder 1° ;
4° indien artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.".
Art.180. L'article 15 de la même loi est remplacé comme suit :
"Art. 15. La présente loi est d'application aux marchés publics passés, qui ont trait à :
1° la fourniture d'équipements militaires, y compris de leurs pièces détachées, composants, et/ou sous-assemblages;
2° la fourniture d'équipements sensibles, y compris de leurs pièces détachées, composants, et/ou sous-assemblages;
3° des travaux, fournitures et services directement liés à un équipement visé aux 1° et 2° pour tout ou partie de son cycle de vie;
4° des travaux et services destinés à des fins spécifiquement militaire sou des travaux et services sensibles.
Dans les cas visés ci-dessous, seul le titre 3/1 est d'application :
1° si et dans la mesure où la protection des intérêts essentiels de la sécurité du Royaume ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, par exemple en imposant des conditions en vue de protéger la confidentialité des informations que le pouvoir adjudicateur met à disposition conformément aux titre 2 et 3 de la présente loi;
2° si et dans la mesure où l'application des dispositions du titre 2 et 3 de la présente loi obligerait le Royaume à fournir des informations dont il estimerait la divulgation contraire aux intérêts essentiels de sa sécurité;
3° lorsque la passation et l'exécution du marché public sont déclarés secrets ou doivent s'accompagner de mesures particulières de sécurité, conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives en vigueur dans le Royaume, pour autant qu'il est établi que la protection des intérêts essentiels concernés ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, telles que celles visées au 1° ;
4° lorsque l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne est d'application.".
"Art. 15. La présente loi est d'application aux marchés publics passés, qui ont trait à :
1° la fourniture d'équipements militaires, y compris de leurs pièces détachées, composants, et/ou sous-assemblages;
2° la fourniture d'équipements sensibles, y compris de leurs pièces détachées, composants, et/ou sous-assemblages;
3° des travaux, fournitures et services directement liés à un équipement visé aux 1° et 2° pour tout ou partie de son cycle de vie;
4° des travaux et services destinés à des fins spécifiquement militaire sou des travaux et services sensibles.
Dans les cas visés ci-dessous, seul le titre 3/1 est d'application :
1° si et dans la mesure où la protection des intérêts essentiels de la sécurité du Royaume ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, par exemple en imposant des conditions en vue de protéger la confidentialité des informations que le pouvoir adjudicateur met à disposition conformément aux titre 2 et 3 de la présente loi;
2° si et dans la mesure où l'application des dispositions du titre 2 et 3 de la présente loi obligerait le Royaume à fournir des informations dont il estimerait la divulgation contraire aux intérêts essentiels de sa sécurité;
3° lorsque la passation et l'exécution du marché public sont déclarés secrets ou doivent s'accompagner de mesures particulières de sécurité, conformément aux dispositions législatives, réglementaires ou administratives en vigueur dans le Royaume, pour autant qu'il est établi que la protection des intérêts essentiels concernés ne peut être garantie par des mesures moins intrusives, telles que celles visées au 1° ;
4° lorsque l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne est d'application.".
Art.181. Artikel 16 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.181. L'article 16 de la même loi est abrogé.
Art.182. In artikel 22, derde lid, van dezelfde wet wordt de zin "Hij kan specifieke gunningsregels toepasselijk maken op de overheidsopdrachten waarop artikel 346, 1, b, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is." opgeheven.
Art.182. A l'article 22, alinéa 3, de la même loi, la phrase "Il peut soumettre à des règles spécifiques de passation les marchés publics auxquels s'applique l'article 346, 1, b, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne." est abrogée.
Art.183. In artikel 25, 1°, van dezelfde wet wordt de bepaling onder b) opgeheven.
Art.183. A l'article 25, 1°, de la même loi la disposition sous b) est abrogée.
Art.184. In artikel 35 van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven.
Art.184. A l'article 35 de la même loi l'alinéa 2 est abrogé.
Art.185. Artikel 40/1 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 40/1. § 1. De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen verwerven wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publiekrechtelijke instellingen waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak door een van de eerstgenoemde overheden gefinancierd wordt, ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van een van die overheden, ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door een van die overheden zijn aangewezen. Wat de van de Gewesten of van de Gemeenschappen afhangende publiekrechtelijke instellingen betreft is de verplichting echter slechts van toepassing voor zover het bestuursinstellingen betreft waarvan de werkingssfeer overeenstemt met deze van het Gewest of van de Gemeenschap.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "het verwerven van een gebouw" ook de huur en het verwerven van zakelijke rechten op een gebouw verstaan.
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet :
1° wanneer daardoor een conflict zou ontstaan met de aard en het hoofddoel van de activiteiten van de strijdkrachten;
2° voor opdrachten voor levering van militair materieel als bedoeld in de artikelen 3, 16° en 15, 1°.
De aanbestedende overheden waarop het eerste lid niet toepasselijk is, overwegen wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties.
Als voorwaarde voor de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties geldt dat die in overeenstemming zijn met de kosteneffectiviteit, de economische haalbaarheid, de duurzaamheid in een breder verband, de technische geschiktheid, alsmede met de aanwezigheid van voldoende concurrentie.
Alle aanbestedende overheden overwegen bij het plaatsen van opdrachten voor diensten de mogelijkheid energieprestatiecontracten voor de lange termijn te sluiten die energiebesparingen op de lange termijn opleveren.
De aanbestedende overheden onderworpen aan het in het eerste lid bedoelde verplichting worden, voor de toepassing van dit artikel, "centrale overheden" genoemd.
§ 2. De Koning stelt de nadere regels vast voor de toepassing van paragraaf 1. Daartoe bepaalt Hij onder meer de minimumeisen inzake energie-efficiëntieprestatie voor de door Hem te bepalen producten, diensten en gebouwen.".
"Art. 40/1. § 1. De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen verwerven wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publiekrechtelijke instellingen waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak door een van de eerstgenoemde overheden gefinancierd wordt, ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van een van die overheden, ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door een van die overheden zijn aangewezen. Wat de van de Gewesten of van de Gemeenschappen afhangende publiekrechtelijke instellingen betreft is de verplichting echter slechts van toepassing voor zover het bestuursinstellingen betreft waarvan de werkingssfeer overeenstemt met deze van het Gewest of van de Gemeenschap.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "het verwerven van een gebouw" ook de huur en het verwerven van zakelijke rechten op een gebouw verstaan.
De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet :
1° wanneer daardoor een conflict zou ontstaan met de aard en het hoofddoel van de activiteiten van de strijdkrachten;
2° voor opdrachten voor levering van militair materieel als bedoeld in de artikelen 3, 16° en 15, 1°.
De aanbestedende overheden waarop het eerste lid niet toepasselijk is, overwegen wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties.
Als voorwaarde voor de verwerving van producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties geldt dat die in overeenstemming zijn met de kosteneffectiviteit, de economische haalbaarheid, de duurzaamheid in een breder verband, de technische geschiktheid, alsmede met de aanwezigheid van voldoende concurrentie.
Alle aanbestedende overheden overwegen bij het plaatsen van opdrachten voor diensten de mogelijkheid energieprestatiecontracten voor de lange termijn te sluiten die energiebesparingen op de lange termijn opleveren.
De aanbestedende overheden onderworpen aan het in het eerste lid bedoelde verplichting worden, voor de toepassing van dit artikel, "centrale overheden" genoemd.
§ 2. De Koning stelt de nadere regels vast voor de toepassing van paragraaf 1. Daartoe bepaalt Hij onder meer de minimumeisen inzake energie-efficiëntieprestatie voor de door Hem te bepalen producten, diensten en gebouwen.".
Art.185. L'article 40/1 de la même loi est remplacé comme suit :
"Art. 40/1. § 1er. L'Etat, les Régions et les Communautés n'acquièrent en ce qui concerne les produits, services et bâtiments à fixer par le Roi, exclusivement des produits, services et bâtiments à haute performance énergétique. Il en va de même pour les organismes de droit public dont soit les activités sont majoritairement financées par l'une des autorités précitées, soit leur gestion est soumise au contrôle d'une de ces autorités, soit plus de la moitié des membres de la direction, de l'organe d'administration ou de surveillance sont désignés par ces autorités. En ce qui concerne les organismes de droit public dépendant des Régions ou des Communautés, cette obligation n'est applicable que pour autant qu'il s'agisse d'organismes administratifs dont la sphère de fonctionnement correspond à celle de la Région ou de la Communauté.
Pour l'application du présent article, on entend également par "acquisition d'un bâtiment", la location et l'acquisition de droits réels sur un bâtiment.
L'obligation visée à l'alinéa 1er ne s'applique pas :
1° lorsque son application entre en conflit avec la nature et l'objectif premier des activités des forces armées;
2° aux marchés de fourniture d'équipement militaire visés aux articles 3, 16° et 15, 1°.
Les pouvoirs adjudicateurs auxquels ne s'applique pas l'alinéa 1er, prennent en considération, lorsqu'ils acquièrent les produits, les services et les bâtiments à fixer par le Roi, l'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique.
L'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique est conditionnée au fait que celle-ci soit compatible avec le rapport coût/efficacité, la faisabilité économique, la durabilité au sens large, l'adéquation technique et un niveau de concurrence suffisant.
Tous les pouvoirs adjudicateurs examinent, lorsqu'ils passent des marchés de services, la possibilité de conclure des contrats de performance énergétique à long terme assurant des économies d'énergie à long terme.
Pour l'application de cet article, les pouvoirs adjudicateurs qui sont soumis à l'obligation visée au premier alinéa, sont dénommés "autorités centrales".
§ 2. Le Roi fixe les règles additionnelles du paragraphe 1er. A cet effet, le Roi fixe notamment les exigences minimales en matière de performance énergétique pour les produits, les services et les bâtiments qu'Il détermine.".
"Art. 40/1. § 1er. L'Etat, les Régions et les Communautés n'acquièrent en ce qui concerne les produits, services et bâtiments à fixer par le Roi, exclusivement des produits, services et bâtiments à haute performance énergétique. Il en va de même pour les organismes de droit public dont soit les activités sont majoritairement financées par l'une des autorités précitées, soit leur gestion est soumise au contrôle d'une de ces autorités, soit plus de la moitié des membres de la direction, de l'organe d'administration ou de surveillance sont désignés par ces autorités. En ce qui concerne les organismes de droit public dépendant des Régions ou des Communautés, cette obligation n'est applicable que pour autant qu'il s'agisse d'organismes administratifs dont la sphère de fonctionnement correspond à celle de la Région ou de la Communauté.
Pour l'application du présent article, on entend également par "acquisition d'un bâtiment", la location et l'acquisition de droits réels sur un bâtiment.
L'obligation visée à l'alinéa 1er ne s'applique pas :
1° lorsque son application entre en conflit avec la nature et l'objectif premier des activités des forces armées;
2° aux marchés de fourniture d'équipement militaire visés aux articles 3, 16° et 15, 1°.
Les pouvoirs adjudicateurs auxquels ne s'applique pas l'alinéa 1er, prennent en considération, lorsqu'ils acquièrent les produits, les services et les bâtiments à fixer par le Roi, l'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique.
L'acquisition de produits, de services et de bâtiments à haute performance énergétique est conditionnée au fait que celle-ci soit compatible avec le rapport coût/efficacité, la faisabilité économique, la durabilité au sens large, l'adéquation technique et un niveau de concurrence suffisant.
Tous les pouvoirs adjudicateurs examinent, lorsqu'ils passent des marchés de services, la possibilité de conclure des contrats de performance énergétique à long terme assurant des économies d'énergie à long terme.
Pour l'application de cet article, les pouvoirs adjudicateurs qui sont soumis à l'obligation visée au premier alinéa, sont dénommés "autorités centrales".
§ 2. Le Roi fixe les règles additionnelles du paragraphe 1er. A cet effet, le Roi fixe notamment les exigences minimales en matière de performance énergétique pour les produits, les services et les bâtiments qu'Il détermine.".
Art.186. In artikel 43 van dezelfde wet worden de woorden "aanbestedende entiteiten, alsook de aanbestedende overheden en de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 72 van de wet van 15 juni 2006" vervangen door de woorden "personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in artikel 93, 2°, b, en de overheidsbedrijven en aanbestedende overheden respectievelijk bedoeld in artikel 93, 2°, a, en c, voor de aldaar vermelde taken".
Art.186. A l'article 43 de la même loi, les mots "instances adjudicatrices ainsi que les pouvoirs adjudicateurs et les entreprises publiques visés à l'article 72 de la loi du 15 juin 2006" sont remplacés par les mots "personnes bénéficiant de droits spéciaux et exclusifs visés à l'article 93, 2°, b, et les entreprises publiques et pouvoirs adjudicateurs visés respectivement à l'article 93, 2°, a, et c, en ce qui concerne les tâches qui y sont mentionnées".
Art.187. In dezelfde wet wordt een titel 3/1 ingevoegd, luidende "Titel 3/1 - Op grond van essentiële veiligheidsbelangen of van artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie uitgesloten opdrachten".
Art.187. Dans la même loi un titre 3/1 est inséré, intitulé "Titre 3/1 - Marchés exclus sur base d'intérêts de sécurité essentiels ou sur base de l'article 346 du Traité relatif au fonctionnement de l'Union européenne".
Art.188. In titel 3/1, ingevoegd bij artikel 187, wordt een artikel 43/1 ingevoegd luidende :
"Art. 43/1. De Koning kan specifieke plaatsingsregels, controle- en uitvoeringsmodaliteiten van toepassing maken op de in artikel 15, tweede lid, bedoelde overheidsopdrachten.".
Wijzigingen van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006
"Art. 43/1. De Koning kan specifieke plaatsingsregels, controle- en uitvoeringsmodaliteiten van toepassing maken op de in artikel 15, tweede lid, bedoelde overheidsopdrachten.".
Wijzigingen van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006
Art.188. Au titre 3/1, inséré par l'article 187, un article 43/1 est inséré, libellé comme suit :
"Art. 43/1. Le Roi peut rendre applicables des règles de passation, de contrôle et d'exécution spécifiques aux marchés publics visés à l'article 15, alinéa 2.".
Modifications de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services
"Art. 43/1. Le Roi peut rendre applicables des règles de passation, de contrôle et d'exécution spécifiques aux marchés publics visés à l'article 15, alinéa 2.".
Modifications de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services
Art.189. In artikel 41/1 van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid van paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
"De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen verwerven wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publiekrechtelijke instellingen waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak door een van de eerstgenoemde overheden gefinancierd wordt, ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van een van die overheden, ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door een van die overheden zijn aangewezen. Wat de van de Gewesten of van de Gemeenschappen afhangende publiekrechtelijke instellingen betreft is de verplichting echter slechts van toepassing voor zover het bestuursinstellingen betreft waarvan de werkingssfeer overeenstemt met deze van het Gewest of van de Gemeenschap.";
2° tussen het eerste en tweede lid, wordt een lid ingevoegd, luidende :
"De aanbestedende overheden onderworpen aan het in het eerste lid bedoelde verplichting worden, voor de toepassing van dit artikel, "centrale overheden" genoemd.";
3° het tweede lid van paragraaf 2 wordt opgeheven.
1° het eerste lid van paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
"De Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen verwerven wat de door de Koning vast te stellen producten, diensten en gebouwen betreft, uitsluitend producten, diensten en gebouwen met hoge energie-efficiëntieprestaties. Hetzelfde geldt ten aanzien van de publiekrechtelijke instellingen waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak door een van de eerstgenoemde overheden gefinancierd wordt, ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van een van die overheden, ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door een van die overheden zijn aangewezen. Wat de van de Gewesten of van de Gemeenschappen afhangende publiekrechtelijke instellingen betreft is de verplichting echter slechts van toepassing voor zover het bestuursinstellingen betreft waarvan de werkingssfeer overeenstemt met deze van het Gewest of van de Gemeenschap.";
2° tussen het eerste en tweede lid, wordt een lid ingevoegd, luidende :
"De aanbestedende overheden onderworpen aan het in het eerste lid bedoelde verplichting worden, voor de toepassing van dit artikel, "centrale overheden" genoemd.";
3° het tweede lid van paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art.189. A l'article 41/1 de la loi 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, inséré par la loi du 15 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
"L'Etat, les Régions et les Communautés n'acquièrent en ce qui concerne les produits, services et bâtiments à fixer par le Roi, exclusivement des produits, services et bâtiments à haute performance énergétique. Il en va de même pour les organismes de droit public dont soit les activités sont majoritairement financées par l'une des autorités précitées, soit leur gestion est soumise au contrôle d'une de ces autorités, soit plus de la moitié des membres de la direction, de l'organe d'administration ou de surveillance sont désignés par ces autorités. En ce qui concerne les organismes de droit public dépendant des Régions ou des Communautés, cette obligation n'est applicable que pour autant qu'il s'agisse d'organismes administratifs dont la sphère de fonctionnement correspond à celle de la Région ou de la Communauté.";
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Pour l'application de cet article, les pouvoirs adjudicateurs qui sont soumis à l'obligation visée au premier alinéa, sont dénommés "autorités centrales.";
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est abrogé.
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
"L'Etat, les Régions et les Communautés n'acquièrent en ce qui concerne les produits, services et bâtiments à fixer par le Roi, exclusivement des produits, services et bâtiments à haute performance énergétique. Il en va de même pour les organismes de droit public dont soit les activités sont majoritairement financées par l'une des autorités précitées, soit leur gestion est soumise au contrôle d'une de ces autorités, soit plus de la moitié des membres de la direction, de l'organe d'administration ou de surveillance sont désignés par ces autorités. En ce qui concerne les organismes de droit public dépendant des Régions ou des Communautés, cette obligation n'est applicable que pour autant qu'il s'agisse d'organismes administratifs dont la sphère de fonctionnement correspond à celle de la Région ou de la Communauté.";
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Pour l'application de cet article, les pouvoirs adjudicateurs qui sont soumis à l'obligation visée au premier alinéa, sont dénommés "autorités centrales.";
3° le paragraphe 2, alinéa 2, est abrogé.
Art.190. De wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 3, 12° en titel II, Hoofdstuk IV, afdeling III, onderafdeling V, van de wet van 15 juni 2006.
Art.190. La loi relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services du 15 juin 2006 est abrogée, à l'exception de l'article 3, 12°, et du titre II, chapitre IV, section III, sous-section V, de la loi du 15 juin 2006.
Wijzigingen van het koninklijk besluit van 13 juli 2014 betreffende de energie-efficiëntie-eisen in het kader van bepaalde overheidsopdrachten betreffende de verwerving van producten, diensten en gebouwen
Modifications de l'arrêté royal du 13 juillet 2014 relatif aux exigences d'efficacité énergétique dans le cadre de certains marchés publics portant sur l'acquisition de produits, de services et de bâtiments
Art.191. In het koninklijk besluit, van 13 juli 2014 betreffende de energie-efficiëntie-eisen in het kader van bepaalde overheidsopdrachten betreffende de verwerving van producten, diensten en gebouwen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in artikel 2, onder 8°, wordt de definitie voor het begrip "centrale overheden", opgeheven;
2° in artikel 3 worden de woorden "laagst vermelde" opgeheven.
1° in artikel 2, onder 8°, wordt de definitie voor het begrip "centrale overheden", opgeheven;
2° in artikel 3 worden de woorden "laagst vermelde" opgeheven.
Art.191. Dans l'arrêté royal, du 13 juillet 2014 relatif aux exigences d'efficacité énergétique dans le cadre de certains marchés publics portant sur l'acquisition de produits, de services et de bâtiments, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'article 2, la définition sous 8° de "gouvernements centraux" est abrogée;
2° à l'article 3, les mots "le plus bas" sont abrogés.
1° à l'article 2, la définition sous 8° de "gouvernements centraux" est abrogée;
2° à l'article 3, les mots "le plus bas" sont abrogés.
Coördinatie
Coordination
Art.192. De Koning kan de bepalingen van deze wet, de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied en de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in zake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie, coördineren.
Te dien einde kan Hij :
1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen.
De coördinatie krijgt het volgende opschrift : "Wetten met betrekking tot de overheidsopdrachten, gecoördineerd op ...".
Ze treedt in werking op de dag van de bekrachtiging ervan bij de wet.
Te dien einde kan Hij :
1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen.
De coördinatie krijgt het volgende opschrift : "Wetten met betrekking tot de overheidsopdrachten, gecoördineerd op ...".
Ze treedt in werking op de dag van de bekrachtiging ervan bij de wet.
Art.192. Le Roi peut coordonner les dispositions de cette loi et la loi du 13 août 2011 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la défense et de la sécurité et la loi du 17 juin 2013 relative à la motivation, à l'information et aux voies de recours en matière de marchés publics et de certains marchés de travaux, de fournitures et de services et les dispositions qui les auraient expressément ou implicitement modifiées au moment où les coordinations seront établies.
A cette fin, Il peut :
1° modifier l'ordre, le numérotage et, en général, la présentation des dispositions à coordonner;
2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec le numérotage nouveau;
3° modifier la rédaction des dispositions à coordonner en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions.
Les coordinations porteront l'intitulé suivant : "Lois relatives aux marchés publics, coordonnées le ...".
Elles entreront en vigueur à la date de leur confirmation par la loi.
A cette fin, Il peut :
1° modifier l'ordre, le numérotage et, en général, la présentation des dispositions à coordonner;
2° modifier les références qui seraient contenues dans les dispositions à coordonner en vue de les mettre en concordance avec le numérotage nouveau;
3° modifier la rédaction des dispositions à coordonner en vue d'assurer leur concordance et d'en unifier la terminologie sans qu'il puisse être porté atteinte aux principes inscrits dans ces dispositions.
Les coordinations porteront l'intitulé suivant : "Lois relatives aux marchés publics, coordonnées le ...".
Elles entreront en vigueur à la date de leur confirmation par la loi.
HOOFDSTUK 2/1. [1 - Overgangsbepalingen]1
CHAPITRE 2/1. [1 - Dispositions transitoires]1
Elektronische facturering.
Facturation électronique.
Art. 192/1. [1 De ondernemers kunnen hun facturen elektronisch versturen naar de aanbesteders.
De aanbesteders ontvangen en verwerken de elektronische facturen die naar hen worden verstuurd.]1
De aanbesteders ontvangen en verwerken de elektronische facturen die naar hen worden verstuurd.]1
Art. 192/1. [1 Les opérateurs économiques peuvent transmettre leurs factures de manière électronique aux adjudicateurs.
Les adjudicateurs reçoivent et traitent les factures électroniques qui leur sont transmises.]1
Les adjudicateurs reçoivent et traitent les factures électroniques qui leur sont transmises.]1
Modifications
[-1 Schone en energiezuinige voertuigen]-1
[-1 Véhicules propres et économes en énergie]-1
Art. 192/2. [1 Voor de periode tussen 2 augustus 2021 en de inwerkingtreding van artikel 168/1 worden de gegevens die noodzakelijk zijn voor de in artikel 168/1, § 6, bedoelde rapportering verzameld door het in artikel 163, § 2, bedoelde aanspreekpunt, overeenkomstig hetgeen voorzien is in artikel 165, § 1. De aldus verzamelde gegevens worden doorgegeven aan de dienst die voor het federale niveau bevoegd is voor de opvolging en evaluatie van het klimaatbeleid.]1
Art. 192/2. [1 Pour ce qui concerne la période comprise entre le 2 août 2021 et l'entrée en vigueur de l'article 168/1, les données nécessaires pour le rapportage visé à l'article 168/1, § 6, sont collectées par le point de contact visé à l'article 163, § 2, conformément à l'article 165, § 1er. Les données ainsi récoltées sont transmises au service compétent pour le niveau fédéral pour le suivi et l'évaluation de la politique en matière de climat.]1
Modifications
HOOFDSTUK 3. -- Inwerkingtreding
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur
Inwerkingtreding
Entrée en vigueur
Art. 193. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet, met uitzondering :
1° van dit artikel, dat in werking treedt de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;
2° van de artikelen 185, 189 en 191, die in werking treden de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie of in het Bulletin der Aanbestedingen, alsook voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag tot deelneming of van een offerte.
1° van dit artikel, dat in werking treedt de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt;
2° van de artikelen 185, 189 en 191, die in werking treden de tiende dag na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie of in het Bulletin der Aanbestedingen, alsook voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag tot deelneming of van een offerte.
Art. 193. Le Roi fixe la date de l'entrée en vigueur de la présente loi, à l'exception :
1° du présent article, qui entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge;
2° des articles 185, 189 et 191, qui entrent en vigueur le dixième jour qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge pour les marchés publics, concours et accords-cadres publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date au Journal officiel de l'Union européenne ou au Bulletin des Adjudications ainsi que pour les marchés publics, les concours et les accords-cadres, pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une demande de participation ou une offre est lancée à partir de cette date.
1° du présent article, qui entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge;
2° des articles 185, 189 et 191, qui entrent en vigueur le dixième jour qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge pour les marchés publics, concours et accords-cadres publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date au Journal officiel de l'Union européenne ou au Bulletin des Adjudications ainsi que pour les marchés publics, les concours et les accords-cadres, pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une demande de participation ou une offre est lancée à partir de cette date.
(NOTA : Volledig uitgevoerd:
30-06-2017:
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 2 ("Overheidsopdrachten in de klassieke sectoren") van de wet vallen, treden de artikelen van de wet die nog niet in werking zijn getreden (...) in werking op 30/06/2017, voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte". KB 2017-04-18/10, art. 131.
30-06-2017:
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 3 ("Overheidsopdrachten in de speciale sectoren") van de wet vallen, treden de artikelen van de wet die nog niet in werking zijn getreden (...) in werking op 30/06/2017, voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte". KB 2017-06-18/01, art. 129.
30-06-2017:
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 2 ("Overheidsopdrachten in de klassieke sectoren") van de wet vallen, treden de artikelen van de wet die nog niet in werking zijn getreden (...) in werking op 30/06/2017, voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte". KB 2017-04-18/10, art. 131.
30-06-2017:
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 3 ("Overheidsopdrachten in de speciale sectoren") van de wet vallen, treden de artikelen van de wet die nog niet in werking zijn getreden (...) in werking op 30/06/2017, voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte". KB 2017-06-18/01, art. 129.
(NOTE : Totalement exécuté :
30-06-2017:
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 2 ("Marchés publics dans les secteurs classiques") de la loi, les articles de la loi qui ne sont pas encore entrés en vigueur (...) entrent en vigueur le 30/06/2017, pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date" AR 2017-04-18/10, art. 131.
30-06-2017:
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 3 ("Marchés publics dans les secteurs spéciaux") de la loi, les articles de la loi qui ne sont pas encore entrés en vigueur (...) entrent en vigueur le 30/06/2017, pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date". AR 2017-06-18/01, art. 129.
30-06-2017:
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 2 ("Marchés publics dans les secteurs classiques") de la loi, les articles de la loi qui ne sont pas encore entrés en vigueur (...) entrent en vigueur le 30/06/2017, pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date" AR 2017-04-18/10, art. 131.
30-06-2017:
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 3 ("Marchés publics dans les secteurs spéciaux") de la loi, les articles de la loi qui ne sont pas encore entrés en vigueur (...) entrent en vigueur le 30/06/2017, pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date". AR 2017-06-18/01, art. 129.
Art. 14 , § 1, eerste lid : 30-06-2017, 18-10-2018 of 01-01-2020:
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 2 van de wet vallen, treden de artikelen 14, § 1, eerste lid, en 73, § 2, van de W 17/06/2016, (...) in werking op een van de volgende data voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf de desbetreffende datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte:
1° 30-06-2017, wanneer deze bepalingen worden toegepast door aankoopcentrales;
2° 30-06-2017 voor de opdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi;
3° 18-10-2018 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking;
4° 01-01-2020 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking". KB 2017-04-18/10, art. 132.
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 3 van de wet vallen, treden de artikel(en) 14, § 1, eerste lid, en 73, § 2, samen te lezen met artikel 151, § 3, eerste en tweede lid, van de W 17/06/2016, in werking op een van de volgende data voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf de desbetreffende datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte:
1° 30-06-2017, wanneer deze bepalingen worden toegepast door aankoopcentrales;
2° 30-06-2017 voor de opdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi;
3° 18-10-2018 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking;
4° 01-01-2020 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking". KB 2017-06-18/01, art. 130.
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 2 van de wet vallen, treden de artikelen 14, § 1, eerste lid, en 73, § 2, van de W 17/06/2016, (...) in werking op een van de volgende data voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf de desbetreffende datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte:
1° 30-06-2017, wanneer deze bepalingen worden toegepast door aankoopcentrales;
2° 30-06-2017 voor de opdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi;
3° 18-10-2018 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking;
4° 01-01-2020 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking". KB 2017-04-18/10, art. 132.
"Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsveld van titel 3 van de wet vallen, treden de artikel(en) 14, § 1, eerste lid, en 73, § 2, samen te lezen met artikel 151, § 3, eerste en tweede lid, van de W 17/06/2016, in werking op een van de volgende data voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf de desbetreffende datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte:
1° 30-06-2017, wanneer deze bepalingen worden toegepast door aankoopcentrales;
2° 30-06-2017 voor de opdrachten waarbij gebruik wordt gemaakt van dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen of elektronische catalogi;
3° 18-10-2018 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking;
4° 01-01-2020 voor de opdrachten, andere dan onder 1° of 2°, waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking". KB 2017-06-18/01, art. 130.
Art. 14 , § 1er, alinéa 1er : 30-06-2017, 18-10-2018 ou 01-01-2020:
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 2 de la loi, les articles 14, § 1er, alinéa 1er, et 73, § 2, de la L 17/06/2016, entrent en vigueur à une des dates suivantes pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de la date concernée:
1° le 30-06-2017, lorsque ces dispositions sont appliquées par les centrales dachat;
2° le 30-06-2017, pour les marchés qui font usage des systèmes dacquisition dynamiques, denchères électroniques ou de catalogues électroniques;
3° le 18-10-2018 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne;
4° le 01-01-2020 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est inférieure au seuil fixé pour la publicité européenne". AR 2017-04-18/10, art. 132.
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 3 de la loi, les articles 14, § 1er, alinéa 1er, et 73, § 2, lu en combinaison avec larticle 151, § 3, alinéas 1er et 2, de la L 17/06/2016, entrent en vigueur à une des dates suivantes pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de la date concernée:
1° le 30-06-2017, lorsque ces dispositions sont appliquées par les centrales dachat;
2° le 30-06-2017, pour les marchés qui font usage des systèmes dacquisition dynamiques, denchères électroniques ou de catalogues électroniques;
3° le 18-10-2018 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne;
4° le 01-01-2020 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est inférieure au seuil fixé pour la publicité européenne". AR 2017-06-18/01, art. 130.
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 2 de la loi, les articles 14, § 1er, alinéa 1er, et 73, § 2, de la L 17/06/2016, entrent en vigueur à une des dates suivantes pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de la date concernée:
1° le 30-06-2017, lorsque ces dispositions sont appliquées par les centrales dachat;
2° le 30-06-2017, pour les marchés qui font usage des systèmes dacquisition dynamiques, denchères électroniques ou de catalogues électroniques;
3° le 18-10-2018 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne;
4° le 01-01-2020 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est inférieure au seuil fixé pour la publicité européenne". AR 2017-04-18/10, art. 132.
"Pour les marchés publics qui relèvent du titre 3 de la loi, les articles 14, § 1er, alinéa 1er, et 73, § 2, lu en combinaison avec larticle 151, § 3, alinéas 1er et 2, de la L 17/06/2016, entrent en vigueur à une des dates suivantes pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut dune obligation de publication préalable, linvitation à introduire une offre est lancée à partir de la date concernée:
1° le 30-06-2017, lorsque ces dispositions sont appliquées par les centrales dachat;
2° le 30-06-2017, pour les marchés qui font usage des systèmes dacquisition dynamiques, denchères électroniques ou de catalogues électroniques;
3° le 18-10-2018 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne;
4° le 01-01-2020 pour les marchés, autres que ceux visés sous 1° ou 2°, dont la valeur estimée est inférieure au seuil fixé pour la publicité européenne". AR 2017-06-18/01, art. 130.
Art. 73 , § 2,: 18-04-2018
Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 van de wet vallen, treedt artikel 73, § 2, van de wet in werking op 18 april 2018 voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte. KB 2017-04-18/10, art. 132.
Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen, treedt artikel 73, § 2, van de wet, samen gelezen met artikel 151, § 3, eerste en tweede lid, van de wet in werking op 18 april 2018 voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte. KB 2017-06-18/01, art. 130.
Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 2 van de wet vallen, treedt artikel 73, § 2, van de wet in werking op 18 april 2018 voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte. KB 2017-04-18/10, art. 132.
Voor de overheidsopdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen, treedt artikel 73, § 2, van de wet, samen gelezen met artikel 151, § 3, eerste en tweede lid, van de wet in werking op 18 april 2018 voor de opdrachten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt, alsook voor de opdrachten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een offerte. KB 2017-06-18/01, art. 130.
Art. 73 , § 2 : 18-04-2018
Pour les marchés publics qui relèvent du titre 2 de la loi, l'article 73, § 2, de la loi entre en vigueur le 18 avril 2018 pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date. AR 2017-04-18/10, art. 132.
Pour les marchés publics qui relèvent du titre 3 de la loi, l'article 73, § 2, de la loi, lu en combinaison avec l'article 151, § 3, alinéas 1er et 2, de la loi entre en vigueur le 18 avril 2018 pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date. AR 2017-06-18/01, art. 130.
Pour les marchés publics qui relèvent du titre 2 de la loi, l'article 73, § 2, de la loi entre en vigueur le 18 avril 2018 pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date. AR 2017-04-18/10, art. 132.
Pour les marchés publics qui relèvent du titre 3 de la loi, l'article 73, § 2, de la loi, lu en combinaison avec l'article 151, § 3, alinéas 1er et 2, de la loi entre en vigueur le 18 avril 2018 pour les marchés publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date, ainsi que pour les marchés pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une offre est lancée à partir de cette date. AR 2017-06-18/01, art. 130.
Art. 185 , 189 en 191: 24-07-2016
("de tiende dag na bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie of in het Bulletin der Aanbestedingen, alsook voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag tot deelneming of van een offerte") (art. 193, W 17/06/2016)
("de tiende dag na bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten die vanaf die datum worden bekendgemaakt of hadden moeten worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie of in het Bulletin der Aanbestedingen, alsook voor de overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten waarvoor, bij ontstentenis van een verplichting tot voorafgaande bekendmaking, vanaf die datum wordt uitgenodigd tot het indienen van een aanvraag tot deelneming of van een offerte") (art. 193, W 17/06/2016)
Art. 185 , 189 et 191: 24-07-2016
("le dixième jour jour qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge pour les marchés publics, concours et accords-cadres publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date au Journal officiel de l'Union européenne ou au Bulletin des Adjudications ainsi que pour les marchés publics, les concours et les accords-cadres, pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une demande de participation ou une offre est lancée à partir de cette date") (art. 193, de cette loi)
("le dixième jour jour qui suit la publication de la présente loi au Moniteur belge pour les marchés publics, concours et accords-cadres publiés ou qui auraient dû être publiés à partir de cette date au Journal officiel de l'Union européenne ou au Bulletin des Adjudications ainsi que pour les marchés publics, les concours et les accords-cadres, pour lesquels, à défaut d'une obligation de publication préalable, l'invitation à introduire une demande de participation ou une offre est lancée à partir de cette date") (art. 193, de cette loi)
Art. 193 : 14-07-2016 (dag van bekendmaking)
Art. 193 : 14-07-2016 (jour de publication)
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlage 1, 2, 3 en 4.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-07-2016, p. 44304)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-07-2016, p. 44304)
Art. N. Annexe 1, 2, 3 et 4.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-07-2016, p. 44313)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-07-2016, p. 44313)
Art. N5. [1 BIJLAGE V
In artikel 168/1, § 2, 3°, bedoelde codes van de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) voor diensten
In artikel 168/1, § 2, 3°, bedoelde codes van de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) voor diensten
Art. N5. [1 ANNEXE V
Codes du vocabulaire commun pour les marchés publics (CPV) pour les services visés à l'article 168/1, § 2, 3°
Codes du vocabulaire commun pour les marchés publics (CPV) pour les services visés à l'article 168/1, § 2, 3°
| Code van de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) | Beschrijving | Code du vocabulaire commun pour les marchés publics (CPV) | Description |
| 60112000-6 | Openbaarvervoersdiensten | 60112000-6 | Services de transport routier public |
| 60130000-8 | Diensten voor speciaal personenvervoer over land | 60130000-8 | Services spécialisés de transport routier de passagers |
| 60140000-1 | Personenvervoer zonder dienstregeling | 60140000-1 | Transport non régulier de passagers |
| 90511000-2 | Diensten voor ophalen van vuilnis | 90511000-2 | Services de collecte des ordures |
| 60160000-7 | Postvervoer over de weg | 60160000-7 | Transport routier postal |
| 60161000-4 | Pakketvervoer | 60161000-4 | Services de transport de colis |
| 64121100-1 | Postbezorging | 64121100-1 | Services de distribution de courrier |
| 64121200-2 | Pakketbezorging | 64121200-2 | Services de livraison de colis |
]1
| Code van de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV) | Beschrijving | Code du vocabulaire commun pour les marchés publics (CPV) | Description |
| 60112000-6 | Openbaarvervoersdiensten | 60112000-6 | Services de transport routier public |
| 60130000-8 | Diensten voor speciaal personenvervoer over land | 60130000-8 | Services spécialisés de transport routier de passagers |
| 60140000-1 | Personenvervoer zonder dienstregeling | 60140000-1 | Transport non régulier de passagers |
| 90511000-2 | Diensten voor ophalen van vuilnis | 90511000-2 | Services de collecte des ordures |
| 60160000-7 | Postvervoer over de weg | 60160000-7 | Transport routier postal |
| 60161000-4 | Pakketvervoer | 60161000-4 | Services de transport de colis |
| 64121100-1 | Postbezorging | 64121100-1 | Services de distribution de courrier |
| 64121200-2 | Pakketbezorging | 64121200-2 | Services de livraison de colis |
]1
Modifications
Art. N6. [1 BIJLAGE VI
Emissiedrempels voor schone lichte bedrijfsvoertuigen
Emissiedrempels voor schone lichte bedrijfsvoertuigen
Art. N6. [1 ANNEXE VI
Seuils d'émissions pour les véhicules légers propres
Seuils d'émissions pour les véhicules légers propres
| Voertuig-categorieën | Tot en met 31 december 2025 | Vanaf 1 januari 2026 | ||
| CO2 g/km | RDE-emissies van luchtverontreinigende stoffen (1), uitgedrukt als percentage van de emissiegrenswaarden (2) | CO2 g/km | RDE-emissies van luchtverontreinigende stoffen (1), uitgedrukt als percentage van de emissiegrenswaarden (2) | |
| M1 | 50 | 80 % | 0 | n.v.t. |
| M2 | 50 | 80 % | 0 | n.v.t. |
| N1 | 50 | 80 % | 0 | n.v.t. |
(1) Opgegeven maximale emissies onder reële rijomstandigheden (RDE) van stofdeeltjes (Particle Number; PN) in #/km en stikstofoxiden (NOx) in mg/km als vermeld in punt 48.2 van het conformiteitscertificaat, als bedoeld in bijlage VIII bij Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van richtlijn 2007/46/EG.
(2) De toepasselijke emissiegrenswaarde neergelegd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 715/2007 of de opvolgingsinstrumenten daarvan.]1
| Catégories de véhicules | Jusqu'au 31 décembre 2025 en ce compris | A partir du 1er janvier 2026 | ||
| CO2 g/km | Emissions de polluants atmosphériques en conditions de conduite réelles (1) en pourcentage des limites d'émission (2) | CO2 g/km | Emissions de polluants atmosphériques en conditions de conduite réelles (1) en pourcentage des limites d'émission (2) | |
| M1 | 50 | 80 % | 0 | n.d. |
| M2 | 50 | 80 % | 0 | n.d. |
| N1 | 50 | 80 % | 0 | n.d. |
(1) Valeurs maximales déclarées en conditions de conduite réelles (RDE) des émissions de particules en #/km et oxydes d'azote (NOx) en mg/km, telles que figurant au point 48.2 du certificat de conformité, comme décrit dans l'annexe VIII du Règlement (UE) 2018/858 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 relatif à la réception et à la surveillance du marché des véhicules à moteur et de leurs remorques, ainsi que des systèmes, composants et entités techniques distinctes destinés à ces véhicules, modifiant les règlements (CE) n° 715/2007 et (CE) n° 595/2009 et abrogeant la directive 2007/46/CE.
(2) Limite d'émission applicable figurant à l'annexe I du règlement (CE) n° 715/2007 ou dans les versions ultérieures.]1
Modifications
Art. N7. [1 Minimumstreefcijfers
Art. N7. [1 ANNEXE VII
Objectifs minimaux
Objectifs minimaux
| Voertuigen van categorie M1, M2 en N1 | Voertuigen van categorie M3, met inbegrip dus van emissievrije bussen die voldoen aan de definitie van artikel 2, 62° | Voertuigen van categorie M3 < 1g CO2/kWh, namelijk de emissievrije bussen die voldoen aan de definitie van artikel 2, 62° | Voertuigen van categorie N2 en N3 | |
| De periode tot en met 31/12/2025 | 38,5 % | 45 % | 22,5 % | 10 % |
| 01/01/2026 tot en met 31/12/2030 | 38,5 % | 65 % | 32,5 % | 15 % |
]1
| Véhicules des catégories M1, M2 et N1 | Véhicules de la catégorie M3, y compris donc les autobus à émission nulle qui répondent à la définition de l'article 2, 62° | Véhicules de la catégorie M3 < 1g CO2/kWh, à savoir les autobus à émission nulle qui répondent à la définition de l'article 2, 62° | Véhicules des catégories N2 et N3 | |
| Jusqu'au 31/12/2025 en ce compris | 38,5 % | 45 % | 22,5 % | 10 % |
| 01/01/2026 au 31/12/2030 en ce compris | 38,5 % | 65 % | 32,5 % | 15 % |
]1