Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
11 DECEMBER 2016. - Wet houdende diverse bepalingen inzake detachering van werknemers
Titre
11 DECEMBRE 2016. - Loi portant diverses dispositions concernant le détachement de travailleurs
Informations sur le document
Numac: 2016012257
Datum: 2016-12-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016012257
Date: 2016-12-11
Moniteur: Voir
Tekst (51)
Texte (51)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Bij deze wet wordt richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening") omgezet.
Art. 2. La présente loi transpose la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à l'exécution de la directive 96/71/CE concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et modifiant le règlement (UE) n° 1024/2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur ("règlement IMI").
HOOFDSTUK 2. - Bescherming van werknemers gedetacheerd vanuit België naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of naar Zwitserland
CHAPITRE 2. - Protection des travailleurs détachés à partir de la Belgique vers un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou vers la Suisse
Art. 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder werknemer gedetacheerd naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland : de werknemer die, voor rekening van zijn werkgever gevestigd in België, gewoonlijk werkt in België, maar tijdelijk arbeidsprestaties verricht in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
Art. 3. Aux fins de l'application du présent chapitre, l'on entend par travailleur détaché vers un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou la Suisse : le travailleur qui, pour le compte de son employeur établi en Belgique, travaille habituellement en Belgique, mais qui accomplit temporairement des prestations de travail dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou la Suisse.
Art. 4. De werknemer die gedetacheerd is naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en die gerechtelijke of administratieve procedures opstart of heeft opgestart in België of in een ander land tegen zijn werkgever teneinde de rechten op te eisen die hij geniet krachtens richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en/of krachtens richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening"), mag vanwege zijn werkgever geen enkel nadeel ondervinden naar aanleiding van het opstarten van dergelijke gerechtelijke of administratieve procedures.
Art. 4. Le travailleur détaché vers un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou la Suisse et qui engage ou a engagé des procédures judiciaires ou administratives en Belgique ou dans un autre Etat contre son employeur afin de faire valoir les droits dont il bénéficie en vertu de la directive 96/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 1996 concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et/ou en vertu de la directive 2014/67/UE du Parlement Européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à l'exécution de la directive 96/71/CE concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et modifiant le règlement (UE) n° 1024/2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur ("règlement IMI"), ne peut subir, de la part de son employeur, aucun préjudice lié à l'engagement de telles procédures judiciaires ou administratives.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen
Section 1re. - Modifications de la loi du 5 mars 2002 transposant la directive 96/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 1996 concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et instaurant un régime simplifié pour la tenue de documents sociaux par les entreprises qui détachent des travailleurs en Belgique
Art. 5. Het opschrift van de wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen, wordt vervangen als volgt :
  "Wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan".
Art. 5. L'intitulé de la loi du 5 mars 2002 transposant la directive 96/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 1996 concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et instaurant un régime simplifié pour la tenue de documents sociaux par les entreprises qui détachent des travailleurs en Belgique, est remplacé par ce qui suit :
  "Loi du 5 mars 2002 concernant les conditions de travail, de rémunération et d'emploi en cas de détachement de travailleurs en Belgique et le respect de celles-ci".
Art. 6. In hoofdstuk I van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
  "Artikel 1/1. Deze wet is de omzetting van :
  1° de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten;
  2° de richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening").".
Art. 6. Dans le chapitre Ier de la loi du 5 mars 2002 concernant les conditions de travail, de rémunération et d'emploi en cas de détachement de travailleurs en Belgique et le respect de celles-ci, il est inséré un article 1er/1 rédigé comme suit :
  "Article 1er/1. La présente loi transpose :
  1° la directive 96/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 1996 concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services;
  2° la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à l'exécution de la directive 96/71/CE concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et modifiant le règlement (UE) n° 1024/2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur ("règlement IMI").".
Art. 7. In hoofdstuk I van dezelfde wet wordt artikel 2 vervangen als volgt :
  "Art. 2. Voor de toepassing van deze wet moet worden begrepen onder :
  1° werknemers : de personen die, op basis van een overeenkomst, arbeidsprestaties verrichten tegen loon en onder het gezag van een andere persoon;
  2° gedetacheerde werknemers : de personen bedoeld in de bepaling onder 1° die tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in België en die, hetzij gewoonlijk werken op het grondgebied van één of meer andere landen dan België, hetzij zijn aangeworven in een ander land dan België.
  Om te bepalen of deze personen tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in België, moeten alle feitelijke elementen die hun werk en situatie kenmerken, worden onderzocht. Deze feitelijke elementen kunnen met name omvatten :
  a) het werk dat voor een bepaalde periode wordt verricht in België;
  b) de datum waarop de detachering begint;
  c) de situatie voor de werknemer die wordt tewerkgesteld in België en die op die manier wordt gedetacheerd in een ander land dan die waar of van waaruit hij gewoonlijk zijn arbeid verricht in de zin van Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) en/of de wet van 14 juli 1987 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, van het Protocol en van twee Gemeenschappelijke Verklaringen, opgemaakt te Rome op 19 juni 1980;
  d) het feit dat de werknemer die op die manier wordt tewerkgesteld in België, na de beëindiging van de werkzaamheden of de dienstverrichting waarvoor hij was gedetacheerd naar België, terugkeert of geacht wordt zijn activiteit te hernemen in het land van waaruit hij werd gedetacheerd;
  e) de aard van de activiteiten;
  f) de werkgever die de werknemer detacheert, zorgt voor het vervoer, de kost en inwoon of accommodatie of dat deze door hem wordt terugbetaald en waar dit het geval is, op welke wijze hierin is voorzien of op welke manier dit wordt terugbetaald;
  g) alle eerdere tijdvakken waarin dezelfde of een andere gedetacheerde werknemer de betrokken werkzaamheden heeft verricht.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijst van feitelijke elementen bepaald in 2° aanvullen;
  3° werkgevers : de natuurlijke personen of rechtspersonen die werknemers bedoeld in de bepaling onder 2° tewerkstellen en van wie de onderneming in een ander land dan België daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht, namelijk activiteiten andere dan uitsluitend intern beheer of administratieve activiteiten.
  Om vast te stellen of deze onderneming daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht, wordt een algemene beoordeling uitgevoerd van alle feitelijke elementen die, gedurende een langere periode, kenmerkend zijn voor de activiteiten die deze onderneming verricht in de lidstaat waar zij is gevestigd en, zo nodig, in België. Deze elementen kunnen met name omvatten :
  a) de plaats waar de onderneming haar statutaire zetel heeft en haar administratie wordt verricht, waar zij kantoren heeft, belastingen en socialezekerheidspremies betaalt, en waar zij, indien van toepassing, overeenkomstig het nationale recht een vergunning voor de uitoefening van een beroep heeft of is ingeschreven bij kamers van koophandel of beroepsorganisaties;
  b) de plaats waar gedetacheerde werknemers worden aangeworven en van waaruit ze worden gedetacheerd;
  c) het recht dat van toepassing is op de overeenkomsten van de onderneming met haar werknemers, enerzijds, en haar klanten, anderzijds;
  d) de plaats waar de onderneming haar belangrijkste ondernemingsactiviteiten ontplooit en waar zij administratief personeel heeft;
  e) het aantal uitgevoerde overeenkomsten en/of de grootte van de omzet in het land van vestiging, rekening houdend met onder andere de specifieke situatie van nieuwe ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de lijst van feitelijke elementen bepaald in 3° aanvullen.
  4° verbindingspersoon : natuurlijke persoon die wordt aangewezen door de werkgever om, voor rekening van deze laatste, het contact te verzekeren met de ambtenaren aangewezen door de Koning en met wie contact kan worden opgenomen door deze laatsten om elk document of advies te bezorgen of in ontvangst te nemen dat betrekking heeft op de tewerkstelling van de werknemers gedetacheerd in België zoals bijvoorbeeld de documenten bepaald bij of krachtens artikel 7/1, §§ 1 en 2, in artikel 6quinquies en 6sexies van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten en in artikel 15bis, §§ 2 en 3, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.".
Art. 7. Dans le chapitre Ier de la même loi, l'article 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 2. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1° travailleurs : les personnes qui, en vertu d'un contrat, fournissent des prestations de travail, contre rémunération et sous l'autorité d'une autre personne;
  2° travailleurs détachés : les personnes visées au 1° qui accomplissent temporairement des prestations de travail en Belgique et qui, soit travaillent habituellement sur le territoire d'un ou plusieurs pays autres que la Belgique, soit ont été engagées dans un pays autre que la Belgique.
  Afin de déterminer si ces personnes accomplissent temporairement une prestation de travail en Belgique, il y a lieu d'examiner tous les éléments de fait qui caractérisent leurs tâches et leur situation. Ces éléments de faits peuvent comprendre notamment :
  a) les tâches qui sont accomplies en Belgique pour une durée limitée;
  b) la date à laquelle le détachement commence;
  c) la situation pour le travailleur occupé en Belgique d'être ainsi détaché dans un pays autre que celui dans lequel ou depuis lequel il accomplit habituellement son travail, conformément au règlement (CE) n° 593/2008 (Rome I) et/ou à la loi du 14 juillet 1987 portant approbation de la Convention sur la loi applicable aux obligations contractuelles, du Protocole et de deux Déclarations communes, faits à Rome le 19 juin 1980;
  d) le fait pour le travailleur ainsi occupé en Belgique de retourner ou d'être censé reprendre son activité dans le pays à partir duquel il a été détaché vers la Belgique après l'achèvement des travaux ou au terme de la prestation de services pour lesquels il a été détaché;
  e) la nature des activités;
  f) le voyage, la nourriture et l'hébergement qui sont assurés ou pris en charge par l'employeur détachant le travailleur et, le cas échéant, la manière dont ils sont assurés ou les modalités de leur prise en charge;
  g) toute période antérieure au cours de laquelle le poste a été occupé par le même ou un autre travailleur détaché.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, compléter la liste des éléments de faits prévue au 2° ;
  3° employeurs : les personnes physiques ou morales qui occupent les travailleurs visés au 2° et dont l'entreprise exerce réellement, dans un pays autre que la Belgique, des activités substantielles, c'est-à-dire des activités autres que celles relevant uniquement de la gestion interne ou administrative.
  Afin de déterminer si cette entreprise exerce réellement des activités substantielles, il y a lieu de procéder à une évaluation globale, portant sur une période prolongée, de tous les éléments de fait caractérisant les activités exercées par cette personne dans le pays où elles sont établies et, au besoin, en Belgique. Ces éléments de faits peuvent comporter notamment :
  a) le lieu où sont implantés le siège statutaire et l'administration centrale de l'entreprise, où elle a des bureaux, paye des impôts et des cotisations sociales et, le cas échéant, en conformité avec le droit national, est autorisée à exercer son activité ou est affiliée à la chambre de commerce ou à des organismes professionnels;
  b) le lieu de recrutement des travailleurs détachés et le lieu d'où ils sont détachés;
  c) le droit applicable aux contrats conclus par l'entreprise avec ses salariés, d'une part, et avec ses clients, d'autre part;
  d) le lieu où l'entreprise exerce l'essentiel de son activité commerciale et où elle emploie du personnel administratif;
  e) le nombre de contrats exécutés et/ou le montant du chiffre d'affaires réalisé dans le pays d'établissement, en tenant compte de la situation particulière que connaissent, entre autres, les entreprises nouvellement constituées et les petites et moyennes entreprises.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, compléter la liste des éléments de faits prévue au 3°.
  4° personne de liaison : personne physique désignée par l'employeur aux fins d'assurer, pour le compte de ce dernier, la liaison avec les fonctionnaires désignés par le Roi et qui peut être contactée à cet effet par ces derniers pour fournir et recevoir tout document ou avis relatif à l'occupation de travailleurs détachés en Belgique, notamment les documents prévus par ou en vertu de l'article 7/1, paragraphes 1er et 2, aux articles 6quinquies et 6sexies de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux et à l'article 15bis, paragraphes 2 et 3, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs.".
Art. 8. In hoofdstuk II van dezelfde wet wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/1. § 1. De werkgevers moeten aan de ambtenaren aangewezen door de Koning, op hun verzoek, bezorgen :
  1° een kopie van de arbeidsovereenkomst van de gedetacheerde werknemer of een gelijkwaardig document in de zin van richtlijn 91/533/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing zijn;
  2° de informatie met betrekking tot de vreemde valuta die dienst doet als betaling van het loon, de voordelen in geld of in natura verbonden aan de tewerkstelling in het buitenland, de voorwaarden van de repatriëring van de gedetacheerde werknemer;
  3° de arbeidstijdenoverzichten die begin, einde en duur van de dagelijkse arbeidstijd van de gedetacheerde werknemer aangeven;
  4° de betalingsbewijzen van de lonen van de gedetacheerde werknemer.
  De Koning kan de lijst vermeld in deze paragraaf aanvullen.
  § 2. In afwijking van artikel 36 van het Sociaal Strafwetboek, moeten de werkgevers aan de ambtenaren aangewezen door de Koning, op hun verzoek, een vertaling bezorgen, hetzij in één van de landstalen, hetzij in het Engels, van de documenten bepaald bij of krachtens paragraaf 1.
  § 3. De werkgevers kunnen door de Koning, volgens de voorwaarden die Hij bepaalt, rekening houdende met de beperkte duur van hun activiteiten in België of de bijzondere aard van deze activiteiten, worden vrijgesteld van de verplichting om de documenten bedoeld in de paragrafen 1 en 2 te bezorgen.
  § 4. Na de tewerkstelling van de gedetacheerde werknemers in België zijn de werkgevers ertoe gehouden gedurende een periode van één jaar aan de ambtenaren aangewezen door de Koning, op hun vraag, de documenten te bezorgen bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
  § 5. De documenten bedoeld in de paragrafen 1, 2 en 4 kunnen op papieren drager of in elektronische vorm worden bezorgd.".
Art. 8. Dans le chapitre II de la même loi, il est inséré un article 7/1 rédigé comme suit :
  "Art. 7/1. § 1er. Les employeurs sont tenus de fournir aux fonctionnaires désignés par le Roi, à leur demande :
  1° une copie du contrat de travail du travailleur détaché ou de tout document équivalent au sens de la directive 91/533/CEE du Conseil du 14 octobre 1991 relative à l'obligation de l'employeur d'informer le travailleur des conditions applicables au contrat ou à la relation de travail;
  2° les informations relatives à la devise servant au paiement de la rémunération, aux avantages en espèces et en nature liés à l'expatriation, aux conditions de rapatriement du travailleur détaché;
  3° les relevés d'heures indiquant le début, la fin et la durée du temps de travail journalier du travailleur détaché;
  4° les preuves du paiement des salaires du travailleur détaché.
  Le Roi peut compléter la liste mentionnée au présent paragraphe.
  § 2. Par dérogation à l'article 36 du Code pénal social, les employeurs sont tenus de fournir aux fonctionnaires désignés par le Roi, à leur demande, une traduction, soit dans une des langues nationales, soit en anglais, des documents prévus par ou en vertu du paragraphe 1er.
  § 3. Les employeurs peuvent être dispensés par le Roi, selon les conditions qu'Il détermine, en tenant compte de la durée limitée de leurs activités en Belgique ou de la nature particulière de ces activités, de l'obligation de fournir les documents visés aux paragraphes 1er et 2.
  § 4. Au terme de l'occupation en Belgique des travailleurs détachés, les employeurs sont tenus de fournir, durant une période d'un an, aux fonctionnaires désignés par le Roi, à leur demande, les documents visés aux paragraphes 1er et 2.
  § 5. Les documents visés aux paragraphes 1er, 2 et 4 peuvent être fournis sur support papier ou en format électronique.".
Art. 9. In hoofdstuk II van dezelfde wet wordt een artikel 7/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 7/2. Voorafgaandelijk aan de tewerkstelling van de in België gedetacheerde werknemers, moet de werkgever een verbindingspersoon aanwijzen en, volgens de nadere regels bepaald door de Koning, deze aanwijzing meedelen aan de ambtenaren die Hij aanwijst.".
Art. 9. Dans le chapitre II de la même loi, il est inséré un article 7/2 rédigé comme suit :
  "Art. 7/2. Préalablement à l'occupation des travailleurs détachés en Belgique, l'employeur est tenu de désigner une personne de liaison et, selon les modalités déterminées par le Roi, de communiquer pareille désignation aux fonctionnaires qu'il désigne.".
Art. 10. In hoofdstuk II van dezelfde wet, wordt artikel 8, derde lid, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007, opgeheven.
Art. 10. Dans le chapitre II de la même loi, l'article 8, alinéa 3, inséré par la loi du 27 avril 2007, est abrogé.
Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers
Section 2. - Modifications de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs
Art. 11. In hoofdstuk II van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers worden de volgende wijzigingen aangebracht in artikel 15bis :
  1° de paragrafen 1 tot 4 worden vervangen als volgt :
  " § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
  1° werkgevers : de werkgevers, in de zin van artikel 1, van wie de onderneming in een ander land dan België daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht, namelijk activiteiten andere dan uitsluitend intern beheer of administratieve activiteiten, in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, en die op het Belgische grondgebied één of meerdere werknemers in de zin van de bepaling onder 2° van deze paragraaf tewerkstellen;
  2° werknemers : de werknemers in de zin van artikel 1 die tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in België en die, hetzij gewoonlijk werken op het grondgebied van één of meer andere landen dan België, hetzij zijn aangeworven in een ander land dan België;
  § 2. De werkgevers zijn gedurende een door de Koning bepaalde periode vrijgesteld van het opstellen van de afrekening bedoeld in artikel 15 voor zover zij, gedurende de periode van tewerkstelling bedoeld in paragraaf 1, 1°, van dit artikel, aan de door de Koning aangewezen ambtenaren, op hun verzoek, bezorgen :
  1° een kopie van de documenten betreffende het loon bepaald door de wetgeving van het land waar de werkgever gevestigd is en welke vergelijkbaar zijn met de in artikel 15 bedoelde afrekening en/of;
  2° in afwijking van artikel 36 van het Sociaal Strafwetboek, een vertaling, hetzij in één van de landstalen, hetzij in het Engels, van de documenten bedoeld in de bepaling onder 1°.
  Zij kunnen door de Koning, volgens de voorwaarden die Hij bepaalt, rekening houdende met de beperkte duur van hun activiteiten in België of de bijzondere aard van deze activiteiten, worden vrijgesteld van de verplichting om de documenten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, te bezorgen.
  § 3. Na afloop van de tewerkstellingsperiode bedoeld in paragraaf 1, 1°, zijn de werkgevers ertoe gehouden, gedurende een periode van één jaar, de documenten bedoeld in paragraaf 2 te bezorgen aan de door de Koning aangewezen ambtenaren.
  § 4. Wanneer de werkgevers die ertoe gehouden zijn, de in paragraaf 2 bedoelde documenten niet bezorgen overeenkomstig dezelfde paragraaf en paragraaf 3, wanneer het verzoek werd gedaan, zijn zij ertoe gehouden de in artikel 15 bedoelde afrekening op te stellen en bij te houden.";
  2° een paragraaf 6 wordt toegevoegd, luidende :
  " § 6. De documenten bedoeld in paragraaf 2, 1° en 2°, en in paragraaf 3 kunnen op papieren drager of in elektronische vorm worden bezorgd.".
Art. 11. Dans le chapitre II de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, les modifications suivantes sont apportées à l'article 15bis :
  1° les paragraphes 1er à 4 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par :
  1° employeurs : les employeurs, au sens de l'article 1er, dont l'entreprise exerce réellement, dans un pays autre que la Belgique, des activités substantielles, c'est-à-dire des activités autres que celles relevant uniquement de la gestion interne ou administrative, au sens de l'article 2, 3°, de la loi du 5 mars 2002 concernant les conditions de travail, de rémunération et d'emploi en cas de détachement de travailleurs en Belgique et le respect de celles-ci, et qui occupent sur le territoire belge un ou plusieurs travailleurs au sens du 2° du présent paragraphe;
  2° travailleurs : les travailleurs au sens de l'article 1er qui accomplissent temporairement une prestation de travail en Belgique et qui, soit travaillent habituellement sur le territoire d'un ou plusieurs pays autres que la Belgique, soit ont été engagés dans un pays autre que la Belgique;
  § 2. Les employeurs sont dispensés, durant une période déterminée par le Roi, d'établir le décompte visé à l'article 15 pour autant que, durant la période d'occupation visée au paragraphe 1er, 1°, du présent article, ils fournissent aux fonctionnaires désignés par le Roi, à leur demande :
  1° une copie des documents relatifs à la rémunération prévus par la législation du pays où est établi l'employeur et qui sont équivalents au décompte visé à l'article 15 et/ou;
  2° par dérogation à l'article 36 du Code pénal social, une traduction, soit dans une des langues nationales, soit en anglais, des documents visés au 1°.
  Ils peuvent être dispensés par le Roi, dans les conditions qu'Il détermine, en tenant compte de la durée limitée de leurs activités en Belgique ou de la nature particulière de ces activités de l'obligation de fournir les documents visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
  § 3. Au terme de la période d'occupation visée au paragraphe 1er, 1°, les employeurs sont tenus, durant une période d'un an, de fournir aux fonctionnaires désignés par le Roi, à leur demande, les documents visés au paragraphe 2.
  § 4. Lorsque les employeurs qui y sont tenus, ne fournissent pas les documents visés au paragraphe 2, conformément à ce même paragraphe et au paragraphe 3, alors que la demande en a été faite, ils sont tenus d'établir et de tenir le décompte visé à l'article 15.";
  2° il est ajouté un paragraphe 6 rédigé comme suit :
  " § 6. Les documents visés au paragraphe 2, 1° et 2°, et au paragraphe 3 peuvent être fournis sur support papier ou en format électronique.".
Art. 12. In hoofdstuk VI/1 van dezelfde wet wordt tussen afdeling 1 en afdeling 2 een afdeling 1/1 ingevoegd met als opschrift "Bijzondere regeling die uitsluitend betrekking heeft op de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant, in geval van activiteiten in de bouwsector".
Art. 12. Dans le chapitre VI/1 de la même loi, il est inséré, entre la section 1re et la section 2, une section 1re/1 intitulée "Régime particulier portant exclusivement sur la responsabilité solidaire du contractant direct en cas d'activités dans le domaine de la construction".
Art. 13. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder :
  1° activiteiten in de bouwsector : de werken of diensten vermeld :
  - in het koninklijk besluit dat de bevoegdheid bepaalt van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;
  - in het koninklijk besluit dat de bevoegdheid bepaalt van respectievelijk het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, het Paritair Comité voor de schoonmaak, het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking en het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, en die tevens worden beschouwd als werken in onroerende staat in de zin van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde;
  2° rechtstreekse contractant : de opdrachtgever, de aannemer en de intermediaire aannemer, hoofdelijk aansprakelijk binnen de beperkingen en voorwaarden vastgesteld door deze afdeling;
  3° opdrachtgever : eenieder die aan een aannemer opdracht geeft om tegen een prijs activiteiten in de bouwsector uit te voeren of te doen uitvoeren;
  4° aannemer : eenieder die er zich jegens een opdrachtgever rechtstreeks toe verbindt om tegen een prijs activiteiten in de bouwsector uit te voeren of te doen uitvoeren ten voordele van deze opdrachtgever;
  5° intermediaire aannemer : iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemer;
  6° onderaannemer : eenieder die er zich jegens, naargelang het geval, een aannemer of een intermediaire aannemer rechtstreeks toe verbindt, in welk stadium ook, tegen een prijs activiteiten in de bouwsector uit te voeren of te doen uitvoeren die toevertrouwd zijn aan deze aannemer of deze intermediaire aannemer;
  7° inspectie : de ambtenaren die zijn aangewezen om toezicht uit te oefenen op de naleving van deze wet;
  8° gemelde werkgever : de tewerkstellende aannemer of de tewerkstellende onderaannemer op wie de in artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving betrekking heeft;
  9° verschuldigd loon : het loon dat verschuldigd is aan de werknemer maar dat nog niet werd betaald, noch door zijn werkgever, noch door degene die gehouden is om het te betalen voor rekening van deze werkgever, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft ingevolge de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.".
Art. 13. Dans la section 1re/1, insérée par l'article 12, il est inséré un article 35/6/1 rédigé comme suit :
  "Art. 35/6/1. Pour l'application de la présente section, on entend par :
  1° activités dans le domaine de la construction : les travaux ou services mentionnés :
  - dans l'arrêté royal qui détermine la compétence de la Commission paritaire de la construction;
  - dans l'arrêté royal qui détermine la compétence, respectivement, de la Commission paritaire des constructions métallique, mécanique et électrique, de la Commission paritaire pour le nettoyage, de la Commission paritaire de l'ameublement et de l'industrie transformatrice du bois et de la Sous-commission paritaire des électriciens : installation et distribution, et qui sont également considérés comme des travaux immobiliers au sens de l'article 20, paragraphe 2, de l'arrêté royal n° 1 du 29 décembre 1992 relatifs aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée;
  2° contractant direct : le donneur d'ordres, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire, solidairement responsables dans les limites et conditions prévues à la présente section;
  3° donneur d'ordres : quiconque donne à un entrepreneur ordre d'exécuter ou de faire exécuter des activités dans le domaine de la construction pour un prix;
  4° entrepreneur : quiconque s'engage directement envers un donneur d'ordres à exécuter ou à faire exécuter, pour un prix, des activités dans le domaine de la construction au bénéfice de ce donneur d'ordres;
  5° entrepreneur intermédiaire : chaque sous-traitant par rapport au sous-traitant succédant immédiatement après lui;
  6° sous-traitant : quiconque s'engage directement, à quelque stade que ce soit, envers, selon le cas, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire, à exécuter ou à faire exécuter pour un prix des activités dans le domaine de la construction confiées audit entrepreneur ou entrepreneur intermédiaire;
  7° inspection : les fonctionnaires désignés pour exercer le contrôle du respect de la présente loi;
  8° employeur signalé : l'entrepreneur employeur ou le sous-traitant employeur concernés par la notification écrite visée à l'article 49/3 du Code pénal social;
  9° rémunération due : la rémunération due au travailleur, mais qui n'a pas encore été payée, ni par son employeur, ni par celui qui est tenu de la payer pour le compte de cet employeur, à l'exception des indemnités auxquelles le travailleur a droit à la suite de la rupture de son contrat de travail.".
Art. 14. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/2. In afwijking van afdeling 1 wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector bedoeld in artikel 35/6/3 uitsluitend geregeld door deze afdeling.
  De artikelen 1200 tot 1216 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de door deze afdeling bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid.".
Art. 14. Dans la section 1re/1, insérée par l'article 12, il est inséré un article 35/6/2 rédigé comme suit :
  "Art. 35/6/2. Par dérogation à la section 1re, la responsabilité solidaire du contractant direct, en cas d'activités dans le domaine de la construction, visée à l'article 35/6/3, est régie exclusivement par la présente section.
  Les articles 1200 à 1216 du Code civil sont d'application à la responsabilité solidaire visée par la présente section.".
Art. 15. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/3. § 1. De opdrachtgever die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doet op een aannemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze aannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die deze werknemer heeft verricht voor die opdrachtgever.
  In afwijking van het eerste lid is de opdrachtgever niet hoofdelijk aansprakelijk, indien hij in het bezit is van een schriftelijke verklaring, ondertekend door hem en door zijn aannemer, waarin :
  - genoemde opdrachtgever aan zijn aannemer de coördinaten meedeelt van de internetsite van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg waarin de inlichtingen betreffende het verschuldigd loon zijn opgenomen, en;
  - de aannemer van genoemde opdrachtgever bevestigt dat hij het verschuldigd loon aan de werknemers van deze aannemer betaalt en zal betalen.
  In afwijking van het tweede lid is de opdrachtgever, die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doet op een aannemer, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze aannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die deze werknemer heeft verricht voor die opdrachtgever en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties verricht vanaf het verstrijken van een termijn van 14 werkdagen die aanvangt op het ogenblik waarop deze opdrachtgever kennis heeft van het feit dat zijn aannemer niet het volledig of gedeeltelijk loon betaalt dat verschuldigd is aan de werknemers van dezelfde aannemer. Dergelijke kennis is, onder andere, bewezen wanneer de opdrachtgever in kennis gesteld wordt door de inspectie overeenkomstig artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op de opdrachtgever die een natuurlijke persoon is en die activiteiten in de bouwsector uitsluitend voor privédoeleinden laat uitvoeren.
  § 2. De aannemer, bij gebrek aan keten van onderaannemers, of de intermediaire aannemer, in geval van een dergelijke keten, die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doen op een onderaannemer zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze onderaannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die de betrokken werknemer heeft verricht, naargelang het geval, voor die aannemer of voor die intermediaire aannemer.
  In afwijking van het eerste lid zijn de aannemer en de intermediaire aannemer niet hoofdelijk aansprakelijk indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke verklaring, ondertekend door hen en door hun onderaannemer, waarin :
  - naargelang het geval, genoemde aannemer en genoemde intermediaire aannemer aan hun onderaannemer de coördinaten meedelen van de internetsite van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg waarin de inlichtingen betreffende het verschuldigd loon zijn opgenomen, en;
  - de onderaannemer van genoemde aannemer of genoemde intermediaire aannemer bevestigt dat hij het verschuldigd loon aan zijn werknemers betaalt en zal betalen.
  In afwijking van het tweede lid zijn de aannemer, bij gebrek aan een keten van onderaannemers, en de intermediaire aannemer, in geval van een dergelijke keten, die voor activiteiten in de bouwsector een beroep doen op een onderaannemer, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer die tewerkgesteld wordt door deze onderaannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die deze werknemer heeft verricht, naargelang het geval, voor die aannemer of voor die intermediaire aannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties verricht vanaf het verstrijken van een termijn van 14 werkdagen die aanvangt op het ogenblik waarop zij kennis hebben van het feit dat hun onderaannemer niet het volledige of gedeeltelijke loon betaalt dat verschuldigd is aan deze werknemer. Dergelijke kennis is, onder andere, bewezen wanneer de aannemer en de intermediaire aannemer in kennis gesteld worden door de inspectie overeenkomstig artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek.
  § 3. Voor de toepassing van de artikelen 3 tot 6, 10, 13 tot 16, 18 en 23, worden de hoofdelijk aansprakelijke personen, bedoeld in dit artikel, gelijkgesteld met de werkgever.".
Art. 15. Dans la section 1re/1, insérée par l'article 12, il est inséré un article 35/6/3 rédigé comme suit :
  "Art. 35/6/3. § 1er. Le donneur d'ordres qui, pour des activités dans le domaine de la construction, fait appel à un entrepreneur, est solidairement responsable du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par cet entrepreneur et correspondant aux prestations de travail effectuées par ledit travailleur au bénéfice de ce donneur d'ordres.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le donneur d'ordres n'est pas solidairement responsable s'il est en possession d'une déclaration écrite, signée par lui et par son entrepreneur, dans laquelle :
  - ledit donneur d'ordres communique à son entrepreneur les coordonnées du site internet du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale dans lequel sont reprises les informations relatives à la rémunération due, et;
  - l'entrepreneur dudit donneur d'ordres certifie qu'il paie et payera la rémunération due aux travailleurs de cet entrepreneur.
  Par dérogation à l'alinéa 2, le donneur d'ordres qui, pour des activités dans le domaine de la construction, fait appel à un entrepreneur, est solidairement responsable du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par cet entrepreneur et correspondant aux prestations de travail qui bénéficient à ce donneur d'ordres et qui sont effectuées par ledit travailleur à partir de l'expiration d'un délai de 14 jours ouvrables prenant cours au moment où ce donneur d'ordres a connaissance du fait que son entrepreneur ne paie pas tout ou partie de la rémunération due aux travailleurs de ce même entrepreneur. Une telle connaissance est prouvée, entre autres, quand le donneur d'ordres est informé par l'inspection conformément à l'article 49/3 du Code pénal social.
  Le présent paragraphe ne s'applique pas au donneur d'ordres qui est une personne physique et qui fait effectuer des activités dans le domaine de la construction à des fins exclusivement privées.
  § 2. L'entrepreneur, en l'absence de chaîne de sous-traitants, ou l'entrepreneur intermédiaire, en cas d'existence d'une telle chaîne, qui, pour les activités dans le domaine de la construction, font appel à un sous-traitant, sont solidairement responsables du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par ce sous-traitant et correspondant aux prestations de travail effectuées par ledit travailleur au bénéfice, selon le cas, de cet entrepreneur ou de cet entrepreneur intermédiaire.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire ne sont pas solidairement responsables s'ils sont en possession d'une déclaration écrite, signée par eux et par leur sous-traitant, dans laquelle :
  - selon le cas, ledit entrepreneur et ledit entrepreneur intermédiaire communiquent à leur sous-traitant les coordonnées du site internet du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale dans lequel sont reprises les informations relatives à la rémunération due, et;
  - le sous-traitant dudit entrepreneur ou dudit entrepreneur intermédiaire certifie qu'il paie et payera la rémunération due à ses travailleurs.
  Par dérogation à l'alinéa 2, l'entrepreneur, en l'absence de chaîne de sous-traitants, et l'entrepreneur intermédiaire, en cas d'existence d'une telle chaîne, qui, pour les activités dans le domaine de la construction, font appel à un sous-traitant, sont solidairement responsables du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par ce sous-traitant et correspondant aux prestations de travail qui bénéficient, selon le cas, à cet entrepreneur ou à cet entrepreneur intermédiaire et qui sont effectuées par ledit travailleur à partir de l'expiration d'un délai de 14 jours ouvrables prenant cours au moment où ils ont connaissance du fait que leur sous-traitant ne paie pas tout ou partie de la rémunération due à ce même travailleur. Une telle connaissance est prouvée, entre autres, quand l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire sont informés par l'inspection conformément à l'article 49/3 du Code pénal social.
  § 3. Pour l'application des articles 3 à 6, 10, 13 à 16, 18 et 23, les responsables solidaires visés au présent article sont assimilés à l'employeur.".
Art. 16. In afdeling 1/1, ingevoegd door artikel 12, wordt een artikel 35/6/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/4. De gemelde werkgever plakt een afschrift van de in artikel 49/3 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving aan op de plaats bedoeld in genoemd artikel 49/3.
  De hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in de artikelen 35/6/1 tot 35/6/3 plakken, op de plaats bedoeld in artikel 49/3 van hetzelfde Wetboek, een afschrift van de ontvangen kennisgeving aan, indien de gemelde werkgever de aanplakking bedoeld in het eerste lid van dit artikel niet heeft verricht.".
Art. 16. Dans la section 1re/1, insérée par l'article 12, il est inséré un article 35/6/4 rédigé comme suit :
  "Art. 35/6/4. L'employeur signalé affiche une copie de la notification écrite visée à l'article 49/3 du Code pénal social, au lieu visé par ledit article 49/3.
  Les responsables solidaires visés aux articles 35/6/1 à 35/6/3 affichent au lieu visé à l'article 49/3 du même Code une copie de la notification reçue si l'employeur signalé n'a pas effectué l'affichage visé l'alinéa 1er du présent article.".
Art. 17. In dezelfde afdeling 1/1 wordt een artikel 35/6/5 ingevoegd, luidende :
  "Art. 35/6/5. De volgende organisaties kunnen in de rechtsgeschillen waartoe de toepassing van deze afdeling aanleiding kan geven, in rechte optreden ter verdediging van de rechten van de werknemers, met toestemming van deze laatsten :
  1° de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties, bedoeld in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  2° de representatieve vakorganisaties bedoeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
  3° de representatieve vakorganisaties in het aangewezen orgaan van vakbondsoverleg voor de administraties, diensten of instellingen waarop de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel niet van toepassing is;
  Het optreden van deze organisaties doet geen afbreuk aan het recht van de werknemers om zelf op te treden, zich bij de vordering aan te sluiten of in het geding tussen te komen.".
Art. 17. Dans la même section 1re/1, il est inséré un article 35/6/5 rédigé comme suit :
  "Art. 35/6/5. Les organisations suivantes peuvent ester en justice dans les litiges auxquels l'application de la présente section peut donner lieu pour la défense des droits des travailleurs, avec l'approbation de ces derniers :
  1° les organisations représentatives des travailleurs et les organisations représentatives des employeurs visées à l'article 3 de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires;
  2° les organisations syndicales représentatives visées à la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités;
  3° les organisations syndicales représentatives au sein de l'organe de concertation syndicale désigné pour les administrations, services ou institutions pour lesquels la loi du 19 décembre 1974 réglant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités n'est pas d'application;
  L'action de ces organisations ne porte pas atteinte au droit des travailleurs d'agir personnellement, de se joindre à l'action ou d'intervenir à la cause.".
Art. 18. In artikel 35/8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 11 februari 2013, worden de woorden "afdeling 1" vervangen door de woorden "afdelingen 1 en 1/1".
Art. 18. Dans l'article 35/8 de la même loi, modifié par la loi du 11 février 2013, les mots "à la section 1re" sont remplacés par les mots "aux sections 1re et 1re/1".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten
Section 3. - Modifications de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux
Art. 19. In hoofdstuk IIbis van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten wordt artikel 6ter vervangen als volgt :
  "Art. 6ter. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1° werkgevers : de werkgevers, in de zin van artikel 1, van wie de onderneming in een ander land dan België daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht, namelijk activiteiten andere dan uitsluitend intern beheer of administratieve activiteiten, in de zin van artikel 2, 3°, van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, en die op het Belgisch grondgebied één of meerdere werknemers in de zin van de bepaling onder 2° van dit artikel tewerkstellen;
  2° werknemers : de werknemers in de zin van artikel 1 die tijdelijk arbeidsprestaties verrichten in België en die, hetzij gewoonlijk werken op het grondgebied van één of meer andere landen dan België, hetzij zijn aangeworven in een ander land dan België.".
Art. 19. Dans le chapitre IIbis de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux, l'article 6ter est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 6ter. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° employeurs : les employeurs, au sens de l'article 1er, dont l'entreprise exerce réellement, dans un pays autre que la Belgique, des activités substantielles, c'est-à-dire des activités autres que celles relevant uniquement de la gestion interne ou administrative, au sens de l'article 2, 3°, de la loi du 5 mars 2002 concernant les conditions de travail, de rémunération et d'emploi en cas de détachement de travailleurs en Belgique et le respect de celles-ci, et qui occupent sur le territoire belge un ou plusieurs travailleurs au sens du 2° du présent article;
  2° travailleurs : les travailleurs au sens de l'article 1er, qui accomplissent temporairement une prestation de travail en Belgique et qui, soit travaillent habituellement sur le territoire d'un ou plusieurs pays autres que la Belgique, soit ont été engagées dans un pays autre que la Belgique.".
Art. 20. In hoofdstuk IIbis van hetzelfde koninklijk besluit wordt artikel 6quinquies vervangen door wat volgt :
  "Art. 6quinquies. De werkgevers zijn gedurende een door de Koning bepaalde periode vrijgesteld van het opstellen en het bijhouden van de individuele rekening bedoeld in artikel 4, § 1, van dit besluit voor zover zij, gedurende de periode van tewerkstelling bedoeld in artikel 6ter, aan de door de Koning aangewezen ambtenaren, op hun verzoek, bezorgen :
  1° een kopie van de documenten betreffende het loon bepaald door de wetgeving van het land waar de werkgever gevestigd is en welke vergelijkbaar zijn met de in artikel 4, § 1, bedoelde individuele rekening en/of;
  2° in afwijking van artikel 36 van het Sociaal Strafwetboek, een vertaling, hetzij in één van de landstalen, hetzij in het Engels, van de documenten bedoeld in de bepaling onder 1°.
  De werkgevers bedoeld in het eerste lid kunnen door de Koning, volgens de voorwaarden die Hij bepaalt, rekening houdende met de beperkte duur van hun activiteiten in België of de bijzondere aard van deze activiteiten, worden vrijgesteld van de verplichting om de documenten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, te bezorgen.
  De documenten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen op papieren drager of in elektronische vorm worden bezorgd.".
Art. 20. Dans le chapitre IIbis du même arrêté royal, l'article 6quinquies est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 6quinquies. Les employeurs sont dispensés, durant une période déterminée par le Roi, d'établir et de tenir le compte individuel visé à l'article 4, paragraphe 1er, du présent arrêté pour autant que, durant la période d'occupation visée à l'article 6ter, ils fournissent aux fonctionnaires désignés par le Roi, à leur demande :
  1° une copie des documents relatifs à la rémunération prévus par la législation du pays où est établi l'employeur et qui sont équivalents au compte individuel visé à l'article 4, paragraphe 1er, et/ou;
  2° par dérogation à l'article 36 du Code pénal social, une traduction, soit dans une des langues nationales, soit en anglais, des documents visés au 1°.
  Les employeurs visés à l'alinéa 1er peuvent être dispensés par le Roi, dans les conditions qu'Il détermine, en tenant compte de la durée limitée de leurs activités en Belgique ou de la nature particulière de ces activités, de l'obligation de fournir les documents visés à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
  Les documents visés à l'alinéa 1er, 1° et 2° peuvent être fournis sur support papier ou en format électronique.".
Art. 21. In hoofdstuk IIbis van hetzelfde koninklijk besluit wordt artikel 6sexies vervangen als volgt :
  "Art. 6sexies. § 1. Na afloop van de tewerkstellingsperiode bedoeld in artikel 6ter zijn de werkgevers, gedurende een periode van één jaar, ertoe gehouden de documenten bedoeld in artikel 6quinquies, eerste lid, 1° en 2°, op papieren drager of in elektronische vorm, te bezorgen aan de door de Koning aangewezen ambtenaren, op hun verzoek.
  § 2. Wanneer de werkgevers de in artikel 6quinquies bedoelde documenten niet bezorgen overeenkomstig dit artikel en overeenkomstig § 1 van dit artikel, wanneer het verzoek werd gedaan, zijn zij ertoe gehouden de in artikel 4, § 1, bedoelde individuele rekening op te stellen en bij te houden.".
Art. 21. Dans le chapitre IIbis du même arrêté royal, l'article 6sexies est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 6sexies. § 1er. Au terme de la période d'occupation visée à l'article 6ter, les employeurs sont tenus, durant une période d'un an, de fournir aux fonctionnaires désignés par le Roi, à leur demande, sur support papier ou en format électronique, les documents visés à l'article 6quinquies, alinéa 1er, 1° et 2°.
  § 2. Lorsque les employeurs ne fournissent pas les documents visés à l'article 6quinquies, conformément à cet article et au § 1er du présent article, alors que la demande en a été faite, ils sont tenus d'établir et de tenir le compte individuel visé à l'article 4, § 1er.".
Afdeling 4. - Wijzigingen van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers
Section 4. - Modifications de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés
Art. 22. In artikel 22, § 2, a), veertiende streepje, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ingevoegd bij de wet van 6 juni 2010, worden de woorden "van de geïnde bedragen van de administratieve geldboeten" vervangen door de woorden "van de door de Belgische instanties geïnde bedragen van de administratieve financiële sancties en van de administratieve geldboeten".
Art. 22. Dans l'article 22, paragraphe 2, a), quatorzième tiret, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, inséré par la loi du 6 juin 2010, les mots "des montants perçus des amendes administratives" sont remplacés par les mots "des montants des sanctions administratives pécuniaires et des amendes administratives perçus par les instances belges".
Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht
Section 5. - Modifications de la loi du 2 juin 2010 comportant des dispositions de droit pénal social
Art. 23. In artikel 2, §§ 1, 3 en 5, van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht, gewijzigd bij de wetten van 29 maart 2012 en 30 juli 2013, wordt het cijfer "49/2" telkens vervangen door het cijfer "49/3".
Art. 23. Dans l'article 2, paragraphes 1er, 3 et 5, de la loi du 2 juin 2010 comportant des dispositions de droit pénal social, modifié par les lois des 29 mars 2012 et 30 juillet 2013, le chiffre "49/2" est chaque fois remplacé par le chiffre "49/3".
Afdeling 6. - Wijzigingen van het Sociaal Strafwetboek
Section 6. - Modifications du Code pénal social
Art. 24. In boek 1, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 1, van het Sociaal Strafwetboek wordt in artikel 21, gewijzigd bij de wetten van 29 maart 2012 en 11 februari 2013, de bepaling onder 4° /3 ingevoegd, luidende :
  "4° /3. aan de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in de artikelen 35/6/1 tot 35/6/3 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, de in artikel 49/3 van dit Wetboek bedoelde schriftelijke kennisgeving te verrichten.".
Art. 24. Dans l'article 21 du livre 1er, titre 2, chapitre 2, section 1, du Code pénal social, modifié par les lois du 29 mars 2012 et du 11 février 2013, il est inséré un 4° /3, rédigé comme suit :
  "4° /3. transmettre la notification écrite visée à l'article 49/3 du présent Code aux responsables solidaires visés aux articles 35/6/1 à 35/6/3 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs.".
Art. 25. In boek 1, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 3/3 ingevoegd, luidende : "Afdeling 3/3. Bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs op het vlak van de bijzondere hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector".
Art. 25. Dans le livre 1er, titre 2, chapitre 2, du même Code, il est inséré une section 3/3, intitulée : "Section 3/3. La compétence spéciale des inspecteurs sociaux en ce qui concerne la responsabilité solidaire particulière du contractant direct, en cas d'activités dans le domaine de la construction".
Art. 26. In afdeling 3/3, ingevoegd bij artikel 25, wordt een artikel 49/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 49/3. Schriftelijke kennisgeving op het vlak van de bijzondere hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector.
  De sociaal inspecteurs kunnen de opdrachtgevers bedoeld in artikel 35/6/3, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun aannemer zijn verplichting niet nakomt om het verschuldigd loon te betalen aan de werknemers van deze aannemer.
  De sociaal inspecteurs kunnen, naargelang het geval, de aannemers en de intermediaire aannemers bedoeld in artikel 35/6/3, § 2, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, schriftelijk in kennis stellen dat hun rechtstreekse onderaannemers hun verplichting niet nakomen om het verschuldigd loon te betalen aan de werknemers van deze onderaannemers.
  Deze kennisgeving vermeldt :
  1° het aantal en de identiteit van de werknemers waarvan de sociaal inspecteurs hebben vastgesteld dat zij prestaties hebben geleverd in het raam van de activiteiten in de bouwsector die, naargelang het geval :
  - de opdrachtgever, die de kennisgeving heeft ontvangen, rechtstreeks laat uitvoeren via zijn aannemer die werkgever is van voormelde werknemers;
  - de aannemer of de intermediaire aannemer, die de kennisgeving heeft ontvangen, rechtstreeks laat uitvoeren via zijn onderaannemer die werkgever is van voormelde werknemers;
  2° de identiteit en het adres van, naargelang het geval, de tewerkstellende aannemer of onderaannemer bedoeld in 1° die zijn verplichting niet is nagekomen om het verschuldigd loon te betalen aan zijn werknemers;
  3° het loon waarop de betrokken werknemers recht hebben ten laste van hun werkgever maar dat niet werd uitbetaald door deze werkgever;
  4° de plaats of de plaatsen waar de activiteiten in de bouwsector worden uitgevoerd door de werknemers bedoeld in 1° ;
  5° de identiteit en het adres van de opdrachtgever, de aannemer of de intermediaire aannemer, die de kennisgeving heeft ontvangen.
  Een afschrift van deze kennisgeving wordt overgezonden aan de bij deze kennisgeving betrokken werkgever.".
Art. 26. Dans la section 3/3, insérée par l'article 25, il est inséré un article 49/3 rédigé comme suit :
  "Art. 49/3. Notification écrite en ce qui concerne la responsabilité solidaire particulière du contractant direct, en cas d'activités dans le domaine de la construction.
  Les inspecteurs sociaux peuvent informer par écrit les donneurs d'ordres visés à l'article 35/6/3, § 1er, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, de ce que leur entrepreneur manque à son obligation de payer la rémunération due aux travailleurs de cet entrepreneur.
  Les inspecteurs sociaux peuvent informer par écrit, selon le cas, les entrepreneurs et les entrepreneurs intermédiaires visés à l'article 35/6/3, § 2, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, de ce que leurs sous-traitants directs manquent à leur obligation de payer la rémunération due aux travailleurs de ces sous-traitants.
  Cette notification mentionne :
  1° le nombre et l'identité des travailleurs dont les inspecteurs sociaux ont constaté qu'ils ont fourni des prestations dans le cadre d'activités dans le domaine de la construction que, selon le cas :
  - le donneur d'ordres destinataire de la notification fait effectuer directement par le biais de son entrepreneur employeur desdits travailleurs;
  - l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire destinataire de la notification fait effectuer directement par le biais de son sous-traitant employeur desdits travailleurs;
  2° l'identité et l'adresse, selon le cas, de l'entrepreneur employeur ou du sous-traitant employeur visés au 1° et qui ont manqué à leur obligation de payer la rémunération due à leurs travailleurs;
  3° la rémunération à laquelle les travailleurs concernés ont droit à charge de leur employeur, mais qui n'a pas été payée par cet employeur;
  4° le ou les lieux où sont exécutées les activités dans le domaine de la construction par les travailleurs visés au 1° ;
  5° l'identité et l'adresse du donneur d'ordres, de l'entrepreneur ou de l'entrepreneur intermédiaire, destinataires de la notification.
  Une copie de la présente notification est transmise à l'employeur concerné par cette notification.".
Art. 27. In boek 1, titel 4, hoofdstuk 3, afdeling 6, van het Sociaal Strafwetboek, worden in artikel 89 de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "de administratie van het kadaster, registratie en domeinen" worden vervangen door de woorden "de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen";
  2° in het derde lid worden de woorden "de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat" vervangen door de woorden "de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949".
Art. 27. A l'article 89 du livre 1er, titre 4, chapitre 3, section 6, du Code pénal social, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "l'administration du cadastre, de l'enregistrement et des domaines" sont remplacés par les mots "l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "à la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral" sont remplacés par les mots "aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949".
Art. 28. In boek 1, titel 4, hoofdstuk 3, van het Sociaal Strafwetboek wordt een afdeling 7 ingevoegd, luidende "Bijzondere bepalingen inzake de grensoverschrijdende handhaving van administratieve financiële sancties en geldboeten".
Art. 28. Dans le livre 1er, titre 4, chapitre 3, du Code pénal social, il est inséré une section 7 intitulée "Les dispositions particulières concernant l'exécution transfrontalière de sanctions et amendes administratives pécuniaires".
Art. 29. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/1. Kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete aan een in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in België geldende regels inzake detachering van werknemers.
  § 1. De bevoegde administratie kan, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bij de bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat een verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete indienen.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve geldboete die :
  1. door de bevoegde administratie overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek is opgelegd of, in voorkomend geval, door de arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. door de bevoegde administratie niet ter kennis kan worden gebracht aan de in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter overeenkomstig artikel 85 van dit wetboek.
  § 2. De bevoegde administratie dient geen verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in, indien en zo lang als de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in België wordt betwist of aangevochten.
  § 3. De bevoegde administratie doet zonder onnodige vertraging het verzoek tot kennisgeving via het IMI-systeem door middel van een uniform instrument en verstrekt daarin ten minste de volgende gegevens :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in België toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve geldboete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de bevoegde administratie en;
  e) het doel van de kennisgeving en de termijn waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan.".
Art. 29. Dans la section 7, insérée par l'article 28, il est inséré un article 91/1 rédigé comme suit :
  "Art. 91/1. Notification d'une décision infligeant une amende administrative à un prestataire de services établi dans un autre Etat membre de l'Union européenne en raison du non-respect des règles applicables en Belgique en matière de détachement de travailleurs.
  § 1er . L'administration compétente peut introduire une demande de notification de la décision infligeant une amende administrative auprès de l'instance compétente d'un autre Etat membre de l'Union européenne, conformément aux dispositions du Chapitre VI de la directive 2014/67/UE précitée du Parlement Européen et du Conseil du 15 mai 2014.
  Il doit être question d'une amende administrative qui :
  1. est infligée par l'administration compétente, conformément aux dispositions du présent code ou qui est, le cas échéant, confirmée par les juridictions du travail;
  2. qui ne peut être portée à la connaissance du prestataire de services établi dans un autre Etat membre de l'Union européenne par l'administration compétente, conformément à l'article 85 du présent code.
  § 2. L'administration compétente n'introduit pas de demande de notification d'une décision infligeant une amende administrative, si et aussi longtemps que la décision d'infliger une amende administrative est contestée ou attaquée en Belgique.
  § 3. L'administration compétente soumet, sans retard injustifié, la demande de notification via le système IMI au moyen d'un instrument uniforme et y indique au minimum les données suivantes :
  a) le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci;
  b) un résumé des faits et des circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et la réglementation applicable;
  c) l'instrument permettant l'exécution en Belgique et tout autre renseignement ou document pertinent - y compris les données ou documents de nature juridique - concernant la plainte correspondante et l'amende administrative;
  d) le nom, l'adresse et autres données de contact de l'administration compétente et;
  e) le but de la notification et le délai dans lequel la notification doit avoir lieu.".
Art. 30. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/2. Invordering van de administratieve geldboete opgelegd aan een in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in België geldende regels inzake detachering van werknemers.
  § 1. De administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen kan, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bij de bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat een verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete indienen.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve geldboete die :
  1. door de bevoegde administratie overeenkomstig de bepalingen van dit wetboek is opgelegd of, in voorkomend geval, door de arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
  3. door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen niet kan worden ingevorderd van de in een andere EU-lidstaat gevestigde dienstverrichter overeenkomstig artikel 89, derde lid.
  § 2. De administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen dient geen verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete in, indien en zo lang de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete, evenals de onderliggende vordering en/of het instrument dat de handhaving in België toelaat, in België worden betwist of aangevochten.
  § 3. De administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen doet zonder onnodige vertraging het verzoek tot invordering via het IMI-systeem door middel van een uniform instrument en verstrekt daarin ten minste de volgende gegevens :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in België toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve geldboete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de bevoegde administratie en van de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen;
  e) de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar of definitief is geworden, een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve geldboete, alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn - met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekend is en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen dat tegen de geldboete geen beroep meer kan worden aangetekend - evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend, en de verschillende componenten ervan.".
Art. 30. Dans la section 7, insérée par l'article 28, il est inséré un article 91/2 rédigé comme suit :
  "Art. 91/2. Recouvrement d'une amende administrative infligée à un prestataire de services établi dans un autre Etat membre de l'Union européenne en raison du non-respect des règles applicables en Belgique en matière de détachement de travailleurs.
  § 1er. L'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales peut, conformément aux dispositions du Chapitre VI de la directive 2014/67/EU précitée du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014, introduire une demande de recouvrement d'une décision infligeant une amende administrative auprès de l'instance compétente d'un autre Etat membre.
  Il doit être question d'une amende administrative :
  1. qui est infligée par l'administration compétente, conformément aux dispositions du présent code ou qui est, le cas échéant, confirmée par les juridictions du travail;
  2. qui n'est plus susceptible de recours;
  3. qui ne peut pas être exécutée par l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales auprès du prestataire de service établi dans un autre Etat membre de l'Union européenne, conformément à l'article 89, troisième alinéa.
  § 2. L'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales n'introduit pas de demande de recouvrement d'une décision infligeant une amende administrative, si et aussi longtemps que la décision infligeant une amende administrative, de même que la plainte correspondante et/ou l'instrument qui permet l'exécution en Belgique, est contestée ou attaquée en Belgique.
  § 3. L'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales soumet, sans retard injustifié, la demande de recouvrement via le système IMI au moyen d'un instrument uniforme, et y indique au minimum les données suivantes :
  a) le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci;
  b) un résumé des faits et des circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et la réglementation applicable;
  c) l'instrument permettant l'exécution en Belgique et tout autre renseignement ou document pertinent - y compris les données ou documents notamment de nature juridique - en ce qui concerne la plainte correspondante et l'amende administrative;
  d) le nom, l'adresse et autres données de contact de l'administration compétente et de l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales;
  e) la date à laquelle le jugement ou l'arrêt ou la décision est devenu exécutoire ou définitif, une description de la nature et du montant de l'amende administrative, toute donnée pertinente pour le processus d'exécution - y compris si et, dans l'affirmative, comment le jugement ou l'arrêt ou la décision a été signifié ou notifié au(x) défendeur(s) et/ou a été rendu par défaut, et la confirmation de l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales, que l'amende n'est plus susceptible d'appel - ainsi que la plainte correspondante sur base de laquelle la demande a été introduite et les différents éléments qui la composent.".
Art. 31. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/3. Verzoek van een andere EU-lidstaat tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  § 1. De bevoegde administratie neemt, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, kennis van ieder verzoek van een bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve financiële sanctie en/of boete die :
  1. overeenkomstig de wetten en procedures van de verzoekende lidstaat door een bevoegde instantie is opgelegd of door een administratieve of gerechtelijke instantie of, in voorkomend geval, door arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. door de verzoekende instantie van een andere EU-lidstaat niet ter kennis kan worden gebracht aan de in België gevestigde dienstverrichter overeenkomstig de in die EU-lidstaat geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.
  § 2. De bevoegde administratie gaat na of :
  1. het via het IMI-systeem ontvangen verzoek vergezeld is van de relevante documenten, desgevallend met inbegrip van het vonnis of arrest of de onherroepelijke beslissing, of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
  2. deze administratieve financiële sanctie of boete onder de toepassing valt van voormelde richtlijn;
  3. het verzoek volledig is, strookt met de onderliggende beslissing en de in artikel 16, leden 1 en 2, van voormelde richtlijn vermelde gegevens bevat en met name :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in de verzoekende lidstaat toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve financiële sanctie en/of boete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de voor de beoordeling van de administratieve financiële sanctie en/of boete bevoegde instantie en van de bevoegde instantie - als die van de eerstgenoemde instantie verschilt - waar nadere informatie kan worden verkregen over de administratieve financiële sanctie en/of boete of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting of de beslissing tot betalingsverplichting te betwisten en;
  e) het doel van de kennisgeving en de termijn waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan.
  § 3. In bevestigend geval, gaat zij over tot de kennisgeving van de beslissing bij een ter post aangetekende brief.
  De bevoegde administratie doet de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete, alsmede van de desbetreffende documenten, aan de in België gevestigde dienstverrichter binnen de maand na ontvangst van het verzoek daartoe van een bevoegde instantie van de andere EU-lidstaat.
  De beslissing die aldus door de bevoegde administratie ter kennis werd gebracht aan de in België gevestigde dienstverrichter, heeft uitvoerbare kracht. Zij wordt geacht hetzelfde effect te sorteren als wanneer de kennisgeving door de verzoekende lidstaat was gedaan.
  § 4. De bevoegde administratie kan weigeren om gevolg te geven aan het verzoek tot kennisgeving wanneer :
  1. het verzoek van de andere EU-lidstaat de in § 2, 3, a) t.e.m. e), vermelde gegevens niet bevat;
  2. het verzoek van de andere EU-lidstaat onvolledig is;
  3. het verzoek onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing.
  § 5. De bevoegde administratie stelt de verzoekende instantie van de andere EU-lidstaat zo snel mogelijk in kennis van :
  1. de maatregelen die zij naar aanleiding van het verzoek tot kennisgeving heeft genomen en, meer in het bijzonder, de datum waarop de geadresseerde in kennis werd gebracht;
  2. de weigeringsgronden, in het geval dat zij de kennisgeving weigert van de beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete.".
Art. 31. Dans la section 7, insérée par l'article 28, il est inséré un article 91/3 rédigé comme suit :
  "Art. 91/3. Demande provenant d'un autre Etat membre de l'Union européenne et ayant pour objet la notification d'une décision infligeant une sanction administrative pécuniaire et/ou une amende administrative à un prestataire de services établi en Belgique en raison du non-respect des règles applicables dans l'Etat membre concerné en matière de détachement de travailleurs.
  § 1er. Conformément aux dispositions du chapitre VI de la directive 2014/67/EU précitée du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014, l'administration compétente prend connaissance de chaque demande provenant d'une instance compétente d'un autre Etat membre de l'Union européenne et ayant pour objet la notification d'une décision infligeant une sanction administrative pécuniaire et/ou une amende administrative à un prestataire de services établi en Belgique en raison du non-respect des règles applicables dans l'Etat membre concerné en matière de détachement de travailleurs.
  Il doit être question d'une sanction administrative pécuniaire et/ou d'une amende qui :
  1. est infligée conformément au droit et aux procédures de l'Etat membre requérant par les autorités compétentes ou confirmée par une instance administrative ou judiciaire ou, le cas échéant, par des juridictions du travail;
  2. ne peut pas être portée à la connaissance du prestataire de services établi en Belgique par l'instance requérante d'un autre Etat membre de l'Union européenne conformément à la législation, à la réglementation et aux pratiques administratives en vigueur dans cet Etat membre.
  § 2. L'administration compétente vérifie si :
  1. la demande, reçue via le système IMI, est accompagnée des documents pertinents, y compris, si nécessaire, le jugement ou l'arrêt ou la décision en dernier ressort, éventuellement sous forme d'une copie certifiée;
  2. cette sanction et/ou amende administrative pécuniaire relève du champ d'application de la directive précitée;
  3. la demande est complète, conforme à la décision correspondante et mentionne les données visées à l'article 16, alinéas 1 et 2, de la directive précitée, à savoir :
  a) le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci;
  b) un résumé des faits et des circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et la réglementation applicable;
  c) l'instrument permettant l'exécution dans l'Etat membre requérant et tout autre renseignement ou document pertinent - y compris les données ou les documents de nature juridique - concernant la plainte correspondante, la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire;
  d) le nom, l'adresse et les coordonnées de l'autorité compétente chargée de l'évaluation de la sanction et/ou de l'amende administrative pécuniaire et, s'il est différent, de l'organisme compétent auprès duquel des informations complémentaires peuvent être obtenues concernant la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire et les possibilités de contestation de l'obligation de paiement ou de la décision qui inflige celle-ci, et le but de la notification et;
  e) le but de la notification et le délai dans lequel la notification doit avoir lieu.
  § 3. Si tel est le cas, elle est chargée de la notification de la décision via un courrier recommandé transmis par la poste.
  L'administration compétente notifie la décision infligeant une sanction et/ou amende administrative pécuniaire, de même que les documents y afférant, au prestataire de service établi en Belgique dans le mois qui suit la réception de la demande de l'instance compétente d'un autre Etat membre de l'Union européenne.
  La décision qui a, dès lors, été portée à la connaissance du prestataire de service établi en Belgique par l'administration compétente, a force exécutoire. Elle est réputée produire les mêmes effets que si la notification était le fait de l'Etat membre requérant.
  § 4. L'administration compétente peut refuser de donner suite à une demande de notification quand :
  1. la demande de l'autre Etat membre de l'Union européenne ne contient pas les données mentionnées dans le § 2, 3, points a) à e);
  2. la demande de l'autre Etat membre de l'Union européenne est incomplète;
  3. il est indéniable que la demande ne cadre pas avec la décision correspondante.
  § 5. L'administration compétente informe aussi vite que possible l'instance requérante de l'autre Etat membre de l'Union européenne :
  1. de la suite donnée à sa demande de notification et, plus particulièrement, de la date de la notification au destinataire;
  2. des motifs de refus, au cas où elle refuserait de donner suite à une demande de notification d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire.".
Art. 32. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/4. Verzoek van een andere EU-lidstaat tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  § 1. De bevoegde administratie neemt, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VI van voormelde richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, kennis van ieder verzoek van een bevoegde instantie van een andere EU-lidstaat tot invordering van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter wegens het niet-naleven van de in de betreffende lidstaat geldende regels inzake detachering van werknemers.
  Het moet hierbij gaan om een administratieve financiële sanctie en/of boete die :
  1. overeenkomstig de wetten en procedures van de verzoekende lidstaat door een bevoegde instantie is opgelegd of door een administratieve of gerechtelijke instantie of, in voorkomend geval, door arbeidsgerechten is bevestigd;
  2. waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld;
  3. door de verzoekende instantie van een andere EU-lidstaat niet kan worden ingevorderd van de in België gevestigde dienstverrichter overeenkomstig de in die EU-lidstaat geldende nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.
  § 2. De bevoegde administratie gaat na of :
  1. het via het IMI-systeem ontvangen verzoek vergezeld is van de relevante documenten in verband met de invordering van die administratieve financiële sanctie en/of boete, desgevallend met inbegrip van het vonnis of arrest of de definitieve beslissing, of een gewaarmerkt afschrift daarvan, die de wettelijke basis en titel vormt voor de tenuitvoerlegging van het invorderingsverzoek;
  2. de in te vorderen financiële sanctie of boete onder de toepassing valt van voormelde richtlijn;
  3. het verzoek volledig is, strookt met de onderliggende beslissing en de in artikel 16, leden 1 en 2, van voormelde richtlijn vermelde gegevens bevat en met name :
  a) de naam en het bekende adres van de geadresseerde en alle andere relevante gegevens of informatie voor de identificatie van de geadresseerde;
  b) een samenvatting van de feiten en de omstandigheden van de inbreuk, de aard van de inbreuk en de toepasselijke regelgeving;
  c) het instrument dat de handhaving in de verzoekende lidstaat toelaat en alle andere relevante gegevens of documenten - met inbegrip van gegevens of documenten van juridische aard - met betrekking tot de onderliggende vordering en de administratieve financiële sanctie en/of boete;
  d) de naam, het adres en andere contactgegevens van de voor de beoordeling van de administratieve sanctie en/of boete bevoegde instantie en van de bevoegde instantie - als die van de eerstgenoemde instantie verschilt - waar nadere informatie kan worden verkregen over de administratieve financiële sanctie en/of boete of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting of de beslissing tot betalingsverplichting te betwisten, en;
  e) de datum waarop het vonnis of arrest of de beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar of definitief is geworden, een beschrijving van de aard en het bedrag van de administratieve financiële sanctie en/of boete, alle gegevens die voor het handhavingsproces relevant zijn - met inbegrip van het feit of het vonnis of arrest of de beslissing aan de verweerder(s) betekend is en/of bij verstek is gewezen, alsmede een bevestiging van de verzoekende instantie dat tegen de administratieve financiële sanctie en/of boete geen beroep meer kan worden aangetekend - evenals de onderliggende vordering op basis waarvan het verzoek wordt ingediend, en de verschillende componenten ervan;
  4. de in te vorderen administratieve financiële sanctie en/of boete minstens 350 euro bedraagt of het equivalent van dat bedrag;
  § 3. In bevestigend geval, maakt zij het verzoek tot invordering overeenkomstig artikel 89, eerste lid, aanhangig bij de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen, met het oog op de invordering van het bedrag van deze administratieve financiële sanctie en/of boete.
  Deze invordering gebeurt op basis van de in voormelde richtlijn voorziene titel ontvangen via het IMI-systeem.
  Deze invordering gebeurt overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
  § 4. De administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen doet de kennisgeving van het verzoek tot invordering van een administratieve financiële sanctie en/of boete, alsmede van de desbetreffende documenten, aan de in België gevestigde dienstverrichter binnen de maand na ontvangst van het verzoek daartoe van een bevoegde instantie van de andere EU-lidstaat.
  § 5. De administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen kan weigeren om gevolg te geven aan het invorderingsverzoek indien :
  1. het verzoek van de andere EU-lidstaat de in § 2, 3, a) t.e.m. e), vermelde gegevens niet bevat;
  2. het verzoek onvolledig is;
  3. het verzoek onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing;
  4. de in te vorderen administratieve financiële sanctie en/of boete minder bedraagt dan 350 euro of het equivalent van dat bedrag;
  5. uit onderzoek duidelijk blijkt dat de verwachte kosten of middelen van de invordering van de boete niet in verhouding staan tot het in te vorderen bedrag of grote moeilijkheden zouden opleveren;
  6. de in de Belgische Grondwet opgenomen grondrechten en vrijheden van verweerders en de rechtsbeginselen die op hen van toepassing zijn, niet zijn nageleefd.
  § 6. De administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen stelt de verzoekende instantie van de andere EU-lidstaat zo snel mogelijk in kennis van :
  1. de maatregelen die zij naar aanleiding van het verzoek tot invordering heeft genomen en, meer in het bijzonder, de datum waarop de geadresseerde in kennis werd gebracht;
  2. de weigeringsgronden, in het geval dat zij de uitvoering weigert van een verzoek tot invordering van een administratieve financiële sanctie en/of boete.".
Art. 32. Dans la section 7, insérée par l'article 28, il est inséré un article 91/4 rédigé comme suit :
  "Art. 91/4. Demande provenant d'un autre Etat membre de l'UE et ayant pour objet l'exécution d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire infligée à un prestataire de service établi en Belgique en raison du non-respect des règles en vigueur dans l'Etat membre concerné en matière de détachement de travailleurs.
  § 1er. Conformément aux dispositions du Chapitre VI de la directive 2014/67/UE précitée du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014, l'administration compétente prend connaissance de chaque demande provenant d'une instance compétente d'un autre Etat membre de l'Union européenne et ayant pour objet l'exécution d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire infligée à un prestataire de services établi en Belgique en raison du non-respect des règles en vigueur dans l'Etat membre concerné en matière de détachement de travailleurs.
  Il doit être question d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire qui :
  1. est infligée par une autorité compétente ou confirmée par une instance administrative ou judiciaire ou, le cas échéant, par des juridictions du travail et ce, conformément aux lois et procédures de l'Etat membre requérant;
  2. ne peut plus faire l'objet d'un recours;
  3. ne peut pas être recouvrée par l'instance requérante d'un autre Etat membre de l'Union Européenne auprès du prestataire de service établi en Belgique, conformément aux dispositions légales et réglementaires nationales et aux usages administratifs en vigueur dans cet Etat membre de l'Union Européenne.
  § 2. L'administration compétente vérifie si :
  1. la demande réceptionnée via le système IMI est accompagnée des documents pertinents relatifs au recouvrement de cette sanction et/ ou amende administrative pécuniaire, y compris, s'il y a lieu, le jugement ou l'arrêt ou la décision définitive, éventuellement sous forme d'une copie certifiée, constituant la base juridique et le titre exécutoire pour la demande d'exécution;
  2. la sanction ou l'amende pécuniaire à recouvrer se situe dans le champ d'application de la directive précitée;
  3. la demande est complète, si elle est conforme à la décision sous-jacente et si elle contient les données mentionnées à l'article 16, alinéas 1 et 2, de la directive précitée, à savoir :
  a) le nom et l'adresse du destinataire, et toute autre donnée ou information pertinente aux fins de l'identification de celui-ci;
  b) une synthèse des faits et circonstances de l'infraction, la nature de celle-ci et les règles applicables concernées;
  c) l'instrument permettant l'exécution dans l'Etat membre requérant et tout autre renseignement ou document pertinent, notamment de nature juridique, concernant la plainte correspondante et la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire;
  d) le nom, l'adresse et les coordonnées de l'instance compétente chargée de l'évaluation de la sanction et/ou de l'amende administrative et, s'il est différent, de l'instance compétente auprès de laquelle des informations complémentaires peuvent être obtenues concernant la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire et les possibilités de contestation de l'obligation de paiement ou de la décision qui inflige celle-ci, et;
  e) la date à laquelle le jugement ou l'arrêt ou la décision est devenu exécutoire ou définitif, une description de la nature et du montant de la sanction et/ou de l'amende administrative pécuniaire, toute donnée pertinente dans le cadre du processus d'exécution, - y compris si et, dans l'affirmative, comment le jugement ou l'arrêt ou la décision a été notifié ou signifié au(x) défendeur(s) et/ou a été rendu par défaut, et la confirmation, par l'autorité requérante que la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire n'est plus susceptible d'appel, ainsi que la plainte correspondante et les éléments qui la composent;
  4. le montant de cette amende et/ou sanction administrative pécuniaire est supérieure ou égal à 350 euros ou à l'équivalent de ce montant;
  § 3. Si tel est le cas, elle soumet, conformément à l'article 89, alinéa 1er, une demande d'exécution à l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales en vue du recouvrement du montant de cette sanction et/ou de cette amende administrative pécuniaire.
  Ce recouvrement est exécuté sur base du titre prévu dans la directive précitée réceptionné via le système IMI.
  Ce recouvrement est exécuté conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
  § 4. L'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales notifie la demande d'exécution d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire et les documents pertinents au prestataire de service établi en Belgique dans le mois à compter de la réception de cette demande provenant d'une instance compétente d'une autre Etat membre de l'Union européenne.
  § 5. L'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales peut refuser de donner suite à la demande d'exécution si :
  1. la demande de l'autre Etat membre de l'Union européenne ne contient pas les informations visées au § 2, 3, a) à e);
  2. elle est incomplète;
  3. elle ne correspond manifestement pas à la décision qui la motive;
  4. le montant de cette amende et/ou sanction administrative pécuniaire est inférieur à 350 euros ou à l'équivalent de ce montant;
  5. il ressort clairement d'une enquête que les sommes ou ressources à mobiliser en vue d'exécuter l'amende sont disproportionnées par rapport au montant à recouvrer ou qu'il faudrait faire face à des difficultés considérables;
  6. les droits et libertés fondamentaux de la défense inscrits dans la Constitution belge et les principes juridiques qui s'y appliquent ne sont pas respectés.
  § 6. L'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales informe, le plus rapidement possible, l'autorité requérante de l'autre Etat membre de l'Union européenne :
  1. des mesures prises suite à sa demande d'exécution et, plus particulièrement, de la date de la notification au destinataire;
  2. des motifs de refus, au cas où elle refuserait de donner suite à une demande d'exécution d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire.".
Art. 33. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/5 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/5. Schorsing van de procedure tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter en van de procedure tot invordering van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter.
  Indien de betrokken dienstverrichter of een belanghebbende partij in de loop van de procedure tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete die beschreven wordt in artikel 91/3, of in de loop van de procedure tot invordering van een administratieve financiële sanctie en/of boete die beschreven wordt in artikel 91/4, de administratieve sanctie en/of boete en/of de onderliggende vordering aanvecht of er beroep tegen instelt, wordt deze procedure geschorst in afwachting van een beslissing van het bevoegde orgaan of instantie in de verzoekende lidstaat.
  Het aanvechten of het instellen van beroep dient te geschieden bij de bevoegde instantie of autoriteit in de verzoekende lidstaat.".
Art. 33. Dans la section 7, insérée par l'article 28, il est inséré un article 91/5 rédigé comme suit :
  "Art. 91/5. Suspension de la procédure de notification d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire à un prestataire de service établi en Belgique et de la procédure d'exécution d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire infligée à un prestataire de service établi en Belgique.
  Si, au cours de la procédure de notification d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire qui est décrite dans l'article 91/3 ou au cours de la procédure d'exécution d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire décrite dans l'article 91/4, le prestataire de services concerné ou une partie intéressée conteste ou introduit un recours à l'encontre de la sanction et/ou de l'amende administrative et/ou de la plainte correspondante, cette procédure est suspendue dans l'attente de la décision de l'instance ou l'organe compétent de l'Etat membre requérant.
  La contestation ou l'introduction d'un recours doit être effectuée auprès de l'instance ou de l'autorité compétente de l'Etat membre requérant.".
Art. 34. In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 28, wordt een artikel 91/6 ingevoegd, luidende :
  "Art. 91/6. Praktische modaliteiten van de procedure tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter en van de procedure tot invordering van een administratieve financiële sanctie en/of boete opgelegd aan een in België gevestigde dienstverrichter.
  § 1. De bedragen die ingevorderd worden in het kader van de procedure tot invordering van een administratieve financiële sanctie en/of boete die beschreven wordt in artikel 91/4, komen toe aan de Belgische Schatkist.
  De verschuldigde bedragen worden door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van niet-fiscale schuldvorderingen ingevorderd in euro.
  In voorkomend geval zet de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen de administratieve financiële sanctie en/of boete om in euro volgens de wisselkoers die op de datum van het opleggen van de administratieve financiële sanctie en/of boete van toepassing was.
  § 2. België ziet ten aanzien van de andere EU-lidstaat die het verzoek tot kennisgeving van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete of het verzoek tot invordering van een beslissing tot oplegging van een administratieve financiële sanctie en/of boete ingediend heeft, af van de vergoeding van de kosten die voortvloeien uit de procedure tot kennisgeving die beschreven wordt in artikel 91/3, en uit de procedure tot invordering die beschreven wordt in artikel 91/4.".
Art. 34. Dans la section 7, insérée par l'article 28, il est inséré un article 91/6 rédigé comme suit :
  "Art. 91/6. Modalités pratiques de la procédure de notification d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire à un prestataire de service établi en Belgique et de la procédure d'exécution d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire infligée à un prestataire de service établi en Belgique.
  § 1er. Les montants qui sont recouvrés dans le cadre de la procédure d'exécution d'une sanction et/ou d'une amende administrative pécuniaire qui est décrite à l'article 91/4 reviennent au Trésor public belge.
  Les montants dus sont récupérés en euros par l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales.
  Le cas échéant, l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales convertit la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire en euros suivant le taux de change d'application à la date à laquelle la sanction et/ou l'amende administrative pécuniaire a été infligée.
  § 2. La Belgique renonce à l'égard des autres Etats membre de l'Union européenne qui ont introduit une demande de notification d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire ou une demande d'exécution d'une décision infligeant une sanction et/ou une amende administrative pécuniaire à l'indemnisation des frais résultant de la procédure de notification qui est décrite à l'article 91/3 et de la procédure d'exécution décrite à l'article 91/4.".
Art. 35. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, worden in artikel 171/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en gewijzigd bij de wet van 11 februari 2013, de woorden "artikel 35/4 en 35/12" vervangen door de woorden "artikel 35/4, 35/6/4 en 35/12".
Art. 35. Dans l'article 171/2 du livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, inséré par la loi du 29 mars 2012 et modifié par la loi du 11 février 2013, les mots "aux articles 35/4 et 35/12" sont remplacés par les mots "aux articles 35/4, 35/6/4 et 35/12".
Art. 36. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van het Sociaal Strafwetboek wordt een artikel 171/2/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 171/2/1. De niet-betaling van het loon door de hoofdelijk aansprakelijke rechtstreekse contractant in geval van activiteiten in de bouwsector.
  Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft, de hoofdelijk aansprakelijke opdrachtgever, aannemer en intermediaire aannemer, bedoeld in afdeling 1/1 van hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, die het verschuldigd loon, waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn overeenkomstig dezelfde afdeling, niet hebben betaald.".
Art. 36. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du Code pénal social, il est inséré un article 171/2/1, rédigé comme suit :
  "Art. 171/2/1. Le non-paiement de la rémunération par le contractant direct solidairement responsable en cas d'activités dans le domaine de la construction.
  Sont punis d'une sanction de niveau 2, le donneur d'ordres, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire, solidairement responsables visés par la section 1re/1 du chapitre VI/1 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs qui n'ont pas payé, la rémunération due pour le paiement de laquelle ils sont solidairement responsables conformément à la même section.".
Art. 37. In boek 2 van hetzelfde Strafwetboek wordt een hoofdstuk 5/1 ingevoegd met als opschrift :
  "De mededeling van de aanwijzing van een verbindingspersoon in geval van detachering van werknemers in België".
Art. 37. Dans le livre 2 du même Code, il est inséré un chapitre 5/1 intitulé comme suit :
  "La communication de la désignation d'une personne de liaison en cas de détachement de travailleurs en Belgique".
Art. 38. In hoofdstuk 5/1 van hetzelfde Strafwetboek, ingevoegd door artikel 37 van deze wet, wordt een artikel 184/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 184/1. Het gebrek aan mededeling van de aanwijzing van een verbindingspersoon in geval van detachering van werknemers in België.
  Met een sanctie van niveau 2 wordt gestraft de werkgever in de zin van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, die niet overgaat tot de mededeling van de aanwijzing van de verbindingspersoon in de zin van dezelfde wet, voorzien overeenkomstig zijn artikel 7/2, aan de door de Koning aangewezen ambtenaren.".
Art. 38. Dans le chapitre 5/1 du même Code, inséré par l'article 37 de la présente loi, il est inséré un article 184/1 rédigé comme suit :
  "Art. 184/1. Le défaut de communication de la désignation d'une personne de liaison en cas de détachement de travailleurs en Belgique.
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur au sens de la loi du 5 mars 2002 concernant les conditions de travail, de rémunération et d'emploi en cas de détachement de travailleurs en Belgique et le respect de celles-ci qui ne procède pas conformément à l'article 7/2 de cette loi, à la communication de la désignation de la personne de liaison aux fonctionnaires désignés par le Roi.".
Art. 39. In boek 2, hoofdstuk 6 van hetzelfde Strafwetboek, wordt een afdeling 6 ingevoegd, luidende :
  "Andere documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers".
Art. 39. Dans le livre 2, chapitre 6 du même Code, il est inséré une section 6 intitulée comme suit :
  "Autres documents de type social demandés en cas de détachement de travailleurs".
Art. 40. In afdeling 6 van hetzelfde hoofdstuk 6, ingevoegd door artikel 39 van deze wet, wordt een artikel 188/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 188/2. Het gebrek aan verzending van documenten van sociale aard opgevraagd in geval van detachering van werknemers.
  Met een sanctie van niveau 2 wordt gestraft, de werkgever in de zin van de wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan, die aan de door de Koning aangewezen ambtenaren niet de documenten zendt die door hen werden opgevraagd door of krachtens artikel 7/1 van deze wet.
  Wat de inbreuk bedoeld in het eerste lid betreft, wordt de boete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art. 40. Dans la section 6 du même chapitre 6, insérée par l'article 39 de la présente loi, il est inséré un article 188/2, rédigé comme suit :
  "Art. 188/2. Le défaut d'envoi de documents de type social demandés en cas de détachement de travailleurs.
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur au sens de la loi du 5 mars 2002 concernant les conditions de travail, de rémunération et d'emploi en cas de détachement de travailleurs en Belgique et le respect de celles-ci qui n'envoie pas aux fonctionnaires désignés par le Roi les documents demandés par ceux-ci par ou en vertu de l'article 7/1 de ladite loi.
  En ce qui concerne l'infraction visée à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
HOOFDSTUK 4. - Andere bepalingen
CHAPITRE 4. - Autres dispositions
Art. 41. In elke wettelijke of reglementaire bepaling die een verwijzing bevat naar het opschrift "wet van 5 maart 2002 tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen" kan de Koning dat opschrift vervangen door wat volgt : "Wet van 5 maart 2002 betreffende de arbeids-, loon- en tewerkstellingsvoorwaarden in geval van detachering van werknemers in België en de naleving ervan".
Art. 41. Dans toute disposition légale ou réglementaire comportant une référence à l'intitulé "loi du 5 mars 2002 transposant la directive 96/71/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 1996 concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et instaurant un régime simplifié pour la tenue de documents sociaux par les entreprises qui détachent des travailleurs en Belgique", le Roi peut remplacer cet intitulé par ce qui suit : "Loi du 5 mars 2002 concernant les conditions de travail, de rémunération et d'emploi en cas de détachement de travailleurs en Belgique et le respect de celles-ci".