Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 AUGUSTUS 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand
Titre
3 AOUT 2016. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 18 décembre 2003 déterminant les conditions de la gratuité totale ou partielle du bénéfice de l'aide juridique de deuxième ligne et de l'assistance judiciaire
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand en de rechtsbijstand, wordt vervangen als volgt:
  "Artikel 1. § 1. Behoudens internationale of nationale bepalingen op grond waarvan voor sommige personen wordt voorzien in de toekenning zonder voorwaarden van volledig kosteloze juridische tweedelijnsbijstand of rechtsbijstand kunnen de hierna vermelde personen de volledige kosteloosheid genieten:
  1° de alleenstaande persoon die bewijst, aan de hand van om het even welk document te beoordelen door het bureau voor juridische bijstand of, voor rechtsbijstand, al naargelang het geval, door het bureau voor rechtsbijstand of door de rechter, dat zijn maandelijks netto-inkomen lager is dan 953 euro;
  2° de alleenstaande persoon met iemand ten laste of de samenwonende met zijn echtgenoot of met iedere andere persoon met wie hij een feitelijk gezin vormt, indien hij bewijst aan de hand van om het even welk document te beoordelen door het bureau voor juridische bijstand of, voor rechtsbijstand, al naargelang het geval, door het bureau voor rechtsbijstand of door de rechter, dat het maandelijks netto-inkomen van het gezin lager is dan 1224 euro;
  Voor de vaststelling van de in 2° bedoelde inkomsten wordt rekening gehouden met een aftrek van 15 % van het leefloon per persoon ten laste.
  Voor de vaststelling van de in 1° en 2° bedoelde inkomsten wordt rekening gehouden met de lasten die voortvloeien uit een buitengewone schuldenlast alsook met elk ander bestaansmiddel, met name beroepsinkomsten, inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en diverse inkomsten, kapitalen, voordelen, alsmede tekenen en aanwijzingen waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven bestaansmiddelen, behoudens de kinderbijslag en de enige en eigen woning.
  Onder de samenwoning bedoeld in het 2° wordt verstaan het feit dat twee of meerdere personen samen onder hetzelfde dak wonen en hoofdzakelijk huishoudelijke onkosten gezamenlijk regelen.
  Wanneer de belangen van de persoon bedoeld in 2° strijdig zijn met deze van zijn echtgenoot of met deze van een persoon met wie hij samenwoont, wordt er met het inkomen van deze laatste geen rekening gehouden.
  § 2. Behoudens tegenbewijs wordt beschouwd als een persoon wiens bestaansmiddelen onvoldoende zijn:
  1° degene die bedragen geniet uitgekeerd als leefloon of als maatschappelijke bijstand, minstens op overlegging van de geldige beslissing van het betrokken openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
  2° degene die bedragen geniet uitgekeerd als gewaarborgd inkomen voor bejaarden, minstens op overlegging van het jaarlijks attest van de Rijksdienst voor Pensioenen;
  3° degene die een inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten geniet, minstens op overlegging van de beslissing van de minister tot wiens bevoegdheid de sociale zekerheid behoort of van de door hem afgevaardigde ambtenaar;
  4° de persoon die een kind ten laste heeft dat gewaarborgde kinderbijslag geniet, minstens op overlegging van het attest van het Federaal agentschap voor de kinderbijslag (Famifed);
  5° de huurder van een sociale woning die in het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een huur betaalt die overeenkomt met de helft van de basishuurprijs of die in het Waals Gewest een minimumhuur betaalt, minstens op overlegging van de laatste huurberekeningsfiche;
  6° de gedetineerde, op overlegging van bewijsstukken met betrekking tot het statuut van gedetineerde;
  7° de beklaagde bedoeld in de artikelen 216quinquies tot 216septies van het Wet-boek van Strafvordering;
  8° de persoon van de geesteszieke voor wat betreft de toepassing van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, op overlegging van bewijsstukken;
  9° de vreemdeling, voor wat betreft de in-diening van het verzoek tot machtiging van verblijf, of van een administratief of rechter-lijk beroep tegen een beslissing die geno-men werd met toepassing van de wetten betreffende de toegang, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, op overlegging van bewijsstukken;
  10° de asielaanvrager of de persoon die een aanvraag indient van het statuut van ontheemde, op overlegging van bewijsstukken;
  11° de persoon belast met overmatige schulden op overlegging van een verklaring van hem waaruit blijkt dat de toekenning van de rechtsbijstand of van de juridische tweedelijnsbijstand aangevraagd wordt met het oog op de inleiding van een procedure van collectieve schuldenregeling.
  § 3. Het bureau voor juridische bijstand of naargelang het geval, het bureau voor rechtsbijstand of de rechter, kan hetzij aan de rechtzoekende hetzij aan derden, inclusief overheidsinstanties alle informatie opvragen die nuttig wordt geacht, waaronder het laatste aanslagbiljet, om zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van de juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand vervuld zijn.
  § 4. De minderjarige geniet van de volledige kosteloosheid op voorlegging van zijn identiteitskaart of van enig ander document waaruit zijn staat blijkt;
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté royal du 18 décembre 2003 déterminant les conditions de la gratuité totale ou partielle du bénéfice de l'aide juridique de deuxième ligne et de l'assistance judiciaire est remplacé par ce qui suit :
  " Article 1er. § 1er. Sous réserve de dispositions internationales ou nationales prévoyant l'octroi pour certaines personnes de l'aide juridique de deuxième ligne ou de l'assistance judiciaire totalement gratuites sans conditions peuvent bénéficier de la gratuité totale, les personnes énumérées ci-après :
  1° la personne isolée qui justifie, par tout document à apprécier par le bureau d'aide juridique ou, pour l'assistance judiciaire, selon le cas, par le bureau d'assistance judiciaire ou par le juge, que son revenu mensuel net est inférieur à 953 euros;
  2° la personne isolée avec personne à charge ou la personne cohabitant avec un conjoint ou avec tout autre personne avec laquelle elle forme un ménage, si elle justifie par tout document à apprécier par le bureau d'aide juridique ou, pour l'assistance judiciaire, selon le cas, par le bureau d'assistance judiciaire ou par le juge, que le revenu mensuel net du ménage est inférieur à 1.224 euros;
  Pour la détermination du revenu visé au 2° il est tenu compte d'une déduction de 15 % du revenu d'intégration par personne à charge.
  Pour la détermination du revenu visé aux 1° et 2° il est tenu compte des charges résultant d'un endettement exceptionnel ainsi que de tout autre moyen d'existence, et notamment, des revenus professionnels, des revenus des biens immobiliers, des revenus des biens mobiliers et divers, des capitaux, des avantages, ainsi que des signes et indices qui laissent apparaître une aisance supérieure aux moyens d'existence déclarés, à l'exception des allocations familiales et son unique et propre habitation.
  La cohabitation visée au 2° est le fait pour deux ou plusieurs personnes, de vivre ensemble sous le même toit et de régler principalement en commun les dépenses ménagères.
  Lorsque les intérêts de la personne visée au 2° sont opposés à ceux de son conjoint ou cohabitant, il ne sera pas tenu compte des revenus de ce dernier.
  § 2. Sauf preuve contraire, est présumée être une personne ne bénéficiant pas de moyens d'existence suffisants :
  1° le bénéficiaire de sommes payées à titre de revenu d'intégration ou à titre d'aide sociale, sur présentation d'au moins la décision valide du centre public d'aide sociale concerné;
  2° le bénéficiaire de sommes payées à titre de revenu garanti aux personnes âgées, sur présentation d'au moins l'attestation annuelle de l'Office national des pensions;
  3° le bénéficiaire d'allocations de remplace-ment de revenus aux handicapés, sur pré-sentation d'au moins la décision du ministre qui a la sécurité sociale dans ses attributions ou du fonctionnaire délégué par lui;
  4° la personne qui a à sa charge un enfant bénéficiant de prestations familiales garanties, sur présentation d'au moins l'attestation de l'Agence fédérale pour les allocations familiales (Famifed);
  5° le locataire social qui, dans les Régions flamande et de Bruxelles-capitale paie un loyer égal à la moitié du loyer de base ou, qui en Région Wallonne, paie un loyer minimum, sur présentation d'au moins la dernière fiche de calcul du loyer;
  6° la personne en détention, sur présentation des documents probants liés au statut de détenu;
  7° le prévenu visé par les articles 216quinquies à 216septies du Code d'instruction criminelle;
  8° la personne malade mentale en ce qui concerne la procédure prévue dans le cadre de la loi du 26 juin 1990 sur la protection des malades mentaux, sur présentation des documents probants;
  9° l'étranger, pour l'introduction d'une demande d'autorisation de séjour ou d'un recours administratif ou juridictionnel contre une décision prise en application des lois sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, sur présentation des documents probants;
  10° le demandeur d'asile ou la personne qui introduit une demande de statut de personne déplacée, sur présentation des documents probants;
  11° la personne surendettée, sur présentation d'une déclaration de sa part selon laquelle le bénéfice de l'assistance judiciaire ou de l'aide juridique de deuxième ligne est sollicité en vue de l'introduction d'une procédure de règlement collectif de dettes.
  § 3. Le bureau d'aide juridique ou selon le cas, le bureau d'assistance judiciaire ou le juge, peut demander soit au justiciable soit à des tiers, y compris des instances publiques, toutes les informations jugées utiles, entre autres le dernier avertissement-extrait de rôle, afin de vérifier que les conditions d'accès à l'aide juridique de deuxième ligne et à l'assistance judiciaire sont remplies.
  § 4. Le mineur bénéficie de la gratuité totale sur présentation de la carte d'identité ou de toute autre document établissant son état;
Art.2. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° In het eerste lid, 1°, worden de getallen "822" en "1056" respectievelijk vervangen door "953" en "1224";
  2° In het eerste lid, 2°, worden de getallen "1056" en "1289" respectievelijk vervangen door "1224" en "1493";
  3° Het derde lid wordt vervangen als volgt: "Voor de vaststelling van de in 1° en 2° bedoelde inkomsten wordt rekening gehouden met de lasten die voortvloeien uit een buitengewone schuldenlast alsook met elk ander bestaansmiddel, met name beroeps-inkomsten, inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en diverse inkomsten, kapitalen, voordelen, alsmede tekenen en aanwijzingen waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven bestaansmiddelen, behoudens de kinderbijslag en de enige en eigen woning."
  4° in het laatste lid wordt de zin "De persoon die van de gedeeltelijke kosteloosheid geniet, betaalt een eigen bijdrage aan de advocaat in de kosten van juridische bijstand per aanstelling door het bureau van juridische bijstand." vervangen als volgt: "Onverminderd artikel 2bis betaalt de persoon die de gedeeltelijke kosteloosheid geniet, een eigen bijdrage aan de advocaat in de kosten van juridische bijstand per aanstelling door het bureau van juridische bijstand, behoudens in geval van opvolging van advocaten."
  5° het artikel wordt aangevuld met een laatste lid, luidende:
  "Het bureau voor juridische bijstand of naargelang het geval, het bureau voor rechtsbijstand of de rechter, kan hetzij aan de rechtzoekende hetzij aan derden, inclusief overheidsinstanties alle informatie opvragen die nuttig wordt geacht, waaronder het laatste aanslagbiljet, om zich ervan te vergewissen dat de voorwaarden van de juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand vervuld zijn."
Art.2. A l'article 2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° A l'alinéa 1er, 1°, les chiffres " 822 " et " 1056 " sont respectivement remplacés par " 953 " et " 1224 ";
  2° A l'alinéa 1er, 2° les chiffres " 1056 " et " 1289 " sont respectivement remplacés par " 1224 " et " 1493 " :
  3° L'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit : " Pour la détermination du revenu visé au 1° et 2°, il est tenu compte des charges résultant d'un endettement exceptionnel ainsi que de tout autre moyen d'existence, et notamment, des revenus professionnels, des revenus des biens immobiliers, des revenus des biens mobiliers et divers, des capitaux, des avantages, ainsi que des signes et indices qui laissent apparaître une aisance supérieure aux moyens d'existence déclarés, à l'exception des allocations familiales et sa propre et unique habitation. "
  4° dans le dernier alinéa, la phrase " La personne qui bénéficie de la gratuité partielle paie à l'avocat une contribution propre dans les frais d'aide juridique par désignation par le bureau d'aide juridique. " est remplacée par la phrase " Sans préjudice de l'article 2bis, la personne qui bénéficie de la gratuité partielle paie à l'avocat une contribution propre dans les frais d'aide juridique par désignation par le bureau d'aide juridique, sauf en cas de succession d'avocats ".
  5° l'article est complété par un dernier alinéa rédigé comme suit :
  " Le bureau d'aide juridique ou selon le cas, le bureau d'assistance judiciaire ou le juge, peut demander soit au justiciable soit à des tiers, y compris des instances publiques, toutes les informations jugées utiles, entre autres le dernier avertissement-extrait de rôle, afin de vérifier que les conditions d'accès à l'aide juridique de deuxième ligne et à l'assistance judiciaire sont remplies. "
Art.3. In Hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 2bis. "Het bedrag bedoeld in artikel 508/17, § 1, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt vastgesteld op 20 euro.
  Het bedrag bedoeld in artikel 508/17, § 1, derde lid, van hetzelfde wetboek wordt vastgesteld op 30 euro."
Art.3. Dans le chapitre Ier du même arrêté, un article 2bis est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 2bis. " Le montant visé à l'article 508/17, § 1, alinéa 2, du Code Judiciaire est fixé à 20 euros.
  Le montant visé à l'article 508/17, § 1, alinéa 3, du même Code est fixé à 30 euros. "
Art.4. In Hoofdstuk I van hetzelfde besluit wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 2ter. " Ongeacht de artikelen 1 en 2 van dit besluit wordt de kosteloze juridische bijstand geweigerd indien blijkt dat de rechtzoekende beschikt over kapitalen, en voordelen en indien uit andere tekenen en aanwijzingen een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven bestaansmiddelen, waaruit kan besloten worden dat hij in de mogelijkheid is zelf zijn advocaat te betalen."
Art.4. Dans le chapitre Ier du même arrêté, un article 2ter est inséré, rédigé comme suit :
  " Art. 2ter. " Sans préjudice de l'article 1 et 2 du présent arrêté, l'aide juridique gratuite est refusée s'il apparaît que le justiciable dispose de capitaux, d'avantages et si des signes et indices laissent apparaître une aisance supérieure aux moyens d'existence déclarés, qui permettent de conclure qu'il est en mesure de payer son avocat lui-même. "
Art.5. In artikel 3, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "juli 2007" vervangen door de woorden "juli 2015".
Art.5. Dans l'article 3, alinéa 2, du même arrêté les mots " juillet 2007 " sont remplacés par les mots " juillet 2015 ".
Art.6. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2016.
Art.6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2016.
Art. 7. De Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.