Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 MEI 2016. - Wet houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 13-05-2016 en tekstbijwerking tot 30-12-2016)
Titre
4 MAI 2016. - Loi relative à l'internement et à diverses dispositions en matière de Justice(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 13-05-2016 et mise à jour au 30-12-2016)
Informations sur le document
Numac: 2016009201
Datum: 2016-05-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016009201
Date: 2016-05-04
Moniteur: Voir
Tekst (280)
Texte (280)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het wetboek van strafvordering
CHAPITRE 2. - Modifications du Code d'instruction criminelle
Art. 2. In artikel 9 van het Wetboek van strafvordering, vervangen bij de wet van 21 juni 2001 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  "2° door de federale procureur en de federale magistraten;";
  b) het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende :
  "3° door de procureurs-generaal en de andere magistraten van de parketten-generaal en auditoraten-generaal.".
Art. 2. Dans l'article 9 du Code d'instruction criminelle, remplacé par la loi du 21 juin 2001 et modifié par la loi du 16 juillet 2002, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° par le procureur fédéral et les magistrats fédéraux;";
  b) l'article est complété par un 3° rédigé comme suit :
  "3° par les procureurs généraux et les autres magistrats des parquets généraux et auditorats généraux.".
Art. 3. Artikel 364 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De procureur-generaal en de andere magistraten van de parketten-generaal en auditoraten-generaal hebben het recht de politie- en inspectiediensten te vorderen op de wijze in artikel 28ter, §§ 3 en 4 bepaald.".
Art. 3. L'article 364 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2009, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le procureur-général et les autres magistrats des parquets généraux et auditorats généraux ont le droit de requérir les services de police et d'inspection de la manière arrêtée à l'article 28ter, §§ 3 et 4.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de provinciewet van 30 april 1836
CHAPITRE 3. - Modification de la loi provinciale du 30 avril 1836
Art. 4. Artikel 64 van de provinciewet van 30 april 1836, gewijzigd bij de wetten van 27 mei 1975 en 17 januari 1995, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 64 de la loi provinciale du 30 avril 1836, modifié par les lois des 27 mai 1975 et 17 janvier 1995, est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire
Art. 5. In artikel 43quater, zesde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, wordt het woord "afdelingsvoorzitters" telkens vervangen door het woord "sectievoorzitters".
Art. 5. Dans le texte néerlandais de l'article 43quater, alinéa 6, de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2004, le mot "afdelingsvoorzitters" est chaque fois remplacé par le mot "sectievoorzitters".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
CHAPITRE 5. - Modification du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art. 6. Artikel 162 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2014, wordt aangevuld met de bepaling onder 52°, luidende :
  "52° De exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders in verband met de invordering van onbetwiste geldschulden bedoeld in de artikelen 1394/20 tot 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek."."
Art. 6. L'article 162 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2014, est complété par le 52° rédigé comme suit :
  "52° Les exploits et procès-verbaux des huissiers de justice relatifs au recouvrement de dettes d'argent non contestées visés aux articles 1394/20 à 1394/27 du Code judiciaire."."
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 29 juin 1964 concernant la suspension, le sursis et la probation
Art. 7. In artikel 10 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, gewijzigd bij de wetten van 22 maart 1999 en 12 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid, eerste streepje, wordt vervangen als volgt :
  "- een advocaat door de minister van Justitie gekozen uit twee lijsten van twee namen, respectievelijk opgemaakt door de procureur des Konings of de procureurs des Konings van het gerechtelijk arrondissement en door de stafhouder van de Orde of, in de arrondissementen waar de balies georganiseerd zijn per afdeling van de rechtbank, de stafhouders.";
  2° het derde lid, tweede streepje wordt aangevuld met de woorden "na advies van de bevoegde gemeenschapsminister";
  3° het zesde lid wordt aangevuld met de woorden "na advies van de bevoegde gemeenschapsminister".
Art. 7. A l'article 10 de la loi du 29 juin 1964 concernant la suspension, le sursis et la probation, modifié par les lois des 22 mars 1999 et 12 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le premier tiret de l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "- un avocat, choisi par le ministre de la Justice sur deux listes de deux noms établies respectivement par le procureur du Roi ou les procureurs du Roi de l'arrondissement judiciaire et par le bâtonnier de l'ordre ou, dans les arrondissements où les barreaux s'organisent auprès d'une division du tribunal, les bâtonniers.";
  2° le deuxième tiret de l'alinéa 3 est complété par les mots ", sur avis du ministre communautaire compétent";
  3° l'alinéa 6 est complété par les mots "sur avis du ministre communautaire compétent".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 7. - Modifications du Code judiciaire
Art. 8. Artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 5 augustus 2006, wordt aangevuld met de bepalingen onder 3°, 4°, 5° en 6°, luidende :
  "3° "woonplaats" : de plaats waar de persoon in de bevolkingsregisters is ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf;
  4° "verblijfplaats" : iedere andere vestiging, zoals de plaats waar de persoon kantoor houdt of een handels- of nijverheidszaak drijft;
  5° "gerechtelijk elektronisch adres" : het unieke, door de bevoegde overheid aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon toegekende elektronisch adres;
  6° "adres van elektronische woonstkeuze" : elk ander elektronisch adres waarop een betekening overeenkomstig artikel 32quater/1 kan gebeuren na de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming door de geadresseerde telkens voor die bepaalde betekening.".
Art. 8. L'article 32 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 5 août 2006, est complété par les 3°, 4°, 5° et 6° rédigés comme suit :
  "3° "domicile" : le lieu où la personne est inscrite à titre principal sur les registres de la population;
  4° "résidence" : tout autre établissement tel le lieu où la personne a un bureau ou exploite un commerce ou une industrie;
  5° "adresse judiciaire électronique" : l'adresse unique de courrier électronique, attribuée par l'autorité compétente à une personne physique ou morale;
  6° "adresse d'élection de domicile électronique" : toute autre adresse électronique à laquelle une signification peut être effectuée conformément à l'article 32quater/1 suite au consentement exprès et préalable du destinataire pour chaque signification en question.".
Art. 9. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 32quater/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 32quater/1. § 1. De betekening geschiedt elektronisch op het gerechtelijk elektronisch adres. Bij gebreke aan een gerechtelijk elektronisch adres, kan zij ook geschieden op het adres van elektronische woonstkeuze, op voorwaarde dat de geadresseerde telkens voor die bepaalde betekening, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, uitdrukkelijk en voorafgaandelijk zijn toestemming heeft gegeven.
  Telkens een betekening op elektronische wijze wordt verricht, wordt de geadresseerde volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in kennis gesteld van :
  1° de gegevens die hem betreffen en die in het in artikel 32quater/2 bedoelde register worden opgeslagen;
  2° de categorieën van personen die toegang hebben tot de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens;
  3° de bewaartermijn van de in de bepaling onder 1° bedoelde gegevens;
  4° de in artikel 32quater/2, § 2, bedoelde verantwoordelijke voor de verwerking;
  5° de wijze waarop hij inzage kan verkrijgen van de onder 1° bedoelde gegevens.
  § 2. Binnen vierentwintig uur na de verzending van het bericht tot betekening op elektronische wijze of het verzoek tot toestemming tot betekening op elektronische wijze aan de geadresseerde, laat het in artikel 32quater/2 bedoelde register een bericht van bevestiging van betekening aan de gerechtsdeurwaarder toekomen die de akte heeft betekend. De betekening wordt in dat geval geacht te zijn gedaan op de datum van de verzending van het voormelde bericht of verzoek.
  Bij gebrek aan een bericht van bevestiging van betekening binnen de termijn vermeld in het eerste lid wordt de betekening op elektronische wijze als niet mogelijk beschouwd zoals bedoeld door artikel 32quater/3, § 3.
  Bij de opening door de geadresseerde van de akte laat het register een bericht van opening door de geadresseerde toekomen aan de gerechtsdeurwaarder die de akte heeft betekend.
  Bij gebrek aan ontvangst van een bericht van opening door de geadresseerde binnen vierentwintig uur na de verzending van het in het eerste lid bedoelde bericht of verzoek aan de geadresseerde, verstuurt de gerechtsdeurwaarder de eerstvolgende werkdag, een gewone brief van melding van de betekening op elektronische wijze aan de geadresseerde.".
Art. 9. Dans le même Code, il est inséré un article 32quater/1 rédigé comme suit :
  "Art. 32quater/1. § 1er. La signification est faite par voie électronique à l'adresse judiciaire électronique. A défaut d'adresse judiciaire électronique, ladite signification peut également être faite à l'adresse d'élection de domicile électronique, à la condition que le destinataire y ait consenti, chaque fois pour la signification en question, de manière expresse et préalable selon les modalités fixées par le Roi, après avis de la Commission de la protection de la vie privée.
  Chaque fois qu'une signification est accomplie par voie électronique, le destinataire sera tenu informé, selon la manière déterminée par le Roi, après avis de la Commission de la protection de la vie privée :
  1° des données qui le concernent et qui sont enregistrées dans le registre visé à l'article 32quater/2;
  2° des catégories de personnes qui ont accès aux données visées au 1° ;
  3° du délai de conservation des données visées au 1° ;
  4° du responsable du traitement visé à l'article 32quater/2, § 2;
  5° de la manière dont il peut recevoir communication des données visées au 1°.
  § 2. Dans les vingt-quatre heures de l'envoi de l'avis de signification par voie électronique ou de la demande de consentement à la signification par voie électronique au destinataire, le registre visé à l'article 32quater/2 fait parvenir un avis de confirmation de signification à l'huissier de justice ayant signifié l'acte. Dans ce cas, la signification est réputée avoir eu lieu à la date d'envoi de l'avis précité ou de la demande précitée.
  A défaut d'avis de confirmation de signification dans le délai visé à l'alinéa 1er, la signification par voie électronique est considérée comme impossible au sens de l'article 32quater/3, § 3.
  Lors de l'ouverture de l'acte par le destinataire, le registre fait parvenir un avis d'ouverture par le destinataire à l'huissier de justice qui a signifié l'acte.
  A défaut de réception d'un avis d'ouverture par le destinataire dans les vingt-quatre heures qui suivent l'envoi au destinataire de l'avis visé ou de la demande visée à l'alinéa 1er, l'huissier de justice adresse, le premier jour ouvrable qui suit, un courrier ordinaire au destinataire l'informant de la signification par voie électronique.".
Art. 10. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 32quater/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 32quater/2. § 1. Bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt een geïnformatiseerde gegevensbank opgericht, "Centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders" geheten. Hierin worden de door de Koning aangeduide gegevens en digitale documenten, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, verzameld die nodig zijn om de rechtsgeldigheid van een betekening na te gaan en in rechte vast te stellen. Dit register geldt als authentieke bron voor alle akten die erin zijn opgenomen.
  De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders houdt in dit register een lijst bij van de adressen van elektronische woonstkeuze waarvoor de titularis de in artikel 32quater/1, § 1, bedoelde toestemming heeft gegeven. Deze lijst en de daarin opgenomen gegevens zullen, onder toezicht van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, uitsluitend door gerechtsdeurwaarders kunnen geraadpleegd worden in uitvoering van hun wettelijke opdrachten en mogen niet aan derden worden verstrekt. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels voor de opstelling, de bewaring en de raadpleging van deze lijst.
  § 2. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt met betrekking tot het in paragraaf 1 bedoelde register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  Het is de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders verboden om de in paragraaf 1 bedoelde gegevens te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 3 bedoelde personen.
  De bewaartermijn van de gegevens opgenomen in het in paragraaf 1 bedoelde register bedraagt dertig jaar.
  De Koning stelt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een procedure vast op grond waarvan de gegevens van een betekening op elektronische wijze onder de door Hem bepaalde voorwaarden op een eerder tijdstip uit het register kunnen worden verwijderd.
  § 3. De magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis, de griffiers en de parketsecretarissen, voor zover de raadpleging betrekking heeft op betekeningen die onder hun bevoegdheid vallen, en de gerechtsdeurwaarders, voor zover de raadpleging betrekking heeft op betekeningen die door hun tussenkomst werden verricht, kunnen de gegevens van het in paragraaf 1 bedoelde register rechtstreeks raadplegen.
  § 4. Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het in paragraaf 1 bedoelde register geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk.
  § 5. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het in paragraaf 1 bedoelde register. In voorkomend geval is hoofdstuk VII van boek IV van deel II van dit Wetboek van toepassing.
  § 6. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels voor de inrichting en werking van het in paragraaf 1 bedoelde register en de gegevens die erin zullen worden opgenomen.
  § 7. Binnen de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders stelt de voorzitter van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders een aangestelde voor de gegevensbescherming aan.
  De aangestelde voor de gegevensbescherming is meer bepaald belast met :
  1. het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;
  2. het informeren en adviseren van de voorzitter en de medewerkers die de persoonsgegevens behandelen over hun verplichtingen binnen het kader van deze wet en binnen het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de privacy;
  3. het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  4. het vormen van het contactpunt voor de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  5. de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de aangestelde voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt hij rechtstreeks verslag uit aan de voorzitter van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.
  De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels volgens welke de aangestelde voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.".
Art. 10. Dans le même Code, il est inséré un article 32quater/2 rédigé comme suit :
  "Art. 32quater/2. § 1er. A la Chambre nationale des huissiers de justice, une base de données informatisée est créée, appelée le "Registre central des actes authentiques dématérialisés des huissiers de justice". Dans cette base de données sont collectés les données et documents numériques que le Roi désigne après avis de la Commission de la protection de la vie privée et qui sont nécessaires pour contrôler la validité d'une signification et l'établir en justice. Ce registre constitue une source authentique pour tous les actes qui y sont enregistrés.
  La Chambre nationale des huissiers de justice tient à jour dans ce registre une liste des adresses d'élection de domicile électroniques, pour lesquelles le titulaire a donné le consentement visé à l'article 32quater/1, § 1er. Cette liste et les données qui y figurent pourront, sous le contrôle de la Chambre nationale des huissiers de justice, être consultées exclusivement par des huissiers de justice dans l'exécution de leurs missions légales et ne peuvent pas être communiquées à des tiers. Le Roi détermine, après avis de la Commission de la protection de la vie privée, les modalités de création, de conservation et de consultation de ladite liste.
  § 2. La Chambre nationale des huissiers de justice est considérée, pour ce qui concerne le registre visé au paragraphe 1er, comme le responsable du traitement, au sens de l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
  Il est interdit à la Chambre nationale des huissiers de justice de communiquer les données visées au paragraphe 1er à d'autres personnes que celles visées au paragraphe 3.
  Les données contenues dans le registre visé au paragraphe 1er sont conservées pendant trente ans.
  Le Roi fixe, après avis de la Commission de la protection de la vie privée, une procédure en vertu de laquelle les données d'une signification par voie électronique, aux conditions qu'Il a déterminées, peuvent être supprimées du registre à un moment antérieur.
  § 3. Les magistrats de l'ordre judiciaire visés à l'article 58bis, les greffiers et les secrétaires de parquet, pour autant que la consultation ait trait à des significations relevant de leur compétence, et les huissiers de justice, pour autant que la consultation ait trait à des significations effectuées par leur ministère, peuvent consulter directement les données du registre visé au paragraphe 1er.
  § 4. Quiconque participe, à quelque titre que ce soit, à la collecte, au traitement ou à la communication des données enregistrées dans le registre visé au paragraphe 1er ou a connaissance de telles données est tenu d'en respecter le caractère confidentiel. L'article 458 du Code pénal lui est applicable.
  § 5. La Chambre nationale des huissiers de justice est chargée de contrôler le fonctionnement et l'utilisation du registre visé au paragraphe 1er. Le cas échéant, le chapitre VII du livre IV de la partie II du présent Code s'applique.
  § 6. Le Roi détermine, après avis de la Commission de la protection de la vie privée, les modalités de la création et du fonctionnement du registre visé au paragraphe 1er ainsi que les données qui y seront enregistrées.
  § 7. Au sein de la Chambre nationale des huissiers de justice, le président de la Chambre nationale des huissiers de justice désigne un préposé à la protection des données.
  Le préposé à la protection des données est plus particulièrement chargé :
  1. de la remise d'avis qualifiés en matière de protection de la vie privée, de la sécurisation des données à caractère personnel et des informations et de leur traitement;
  2. d'informer et conseiller le président et les employés traitant les données à caractère personnel de leurs obligations en vertu de la présente loi et du cadre général de la protection des données et de la vie privée;
  3. de l'établissement, de la mise en oeuvre, de la mise à jour et du contrôle d'une politique de sécurisation et de protection de la vie privée;
  4. d'être le point de contact pour la Commission pour la protection de la vie privée;
  5. de l'exécution des autres missions relatives à la protection de la vie privée et à la sécurisation qui sont déterminées par le Roi, après avis de la Commission pour la protection de la vie privée.
  Dans l'exercice de ses missions, le préposé à la protection des données agit en toute indépendance et transmet directement un rapport au président de la Chambre nationale des huissiers de justice.
  Le Roi détermine, après avis de la Commission pour la protection de la vie privée, les règles sur la base desquelles le préposé à la protection des données effectue ses missions.".
Art. 11. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 32quater/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 32quater/3. § 1. In strafzaken gebeurt de betekening op elektronische wijze of aan de persoon, naar keuze van de gerechtsdeurwaarder en afhankelijk van de specifieke omstandigheden van de zaak, tenzij het openbaar ministerie eist dat de betekening aan de persoon gebeurt.
  § 2. In andere dan in strafzaken geschiedt de betekening op elektronische wijze of aan de persoon, naar keuze van de gerechtsdeurwaarder, afhankelijk van de omstandigheden eigen aan de zaak.
  § 3. Indien geen betekening op elektronische wijze mogelijk is, geschiedt de betekening aan de persoon.".
Art. 11. Dans le même Code, il est inséré un article 32quater/3 rédigé comme suit :
  "Art. 32quater/3. § 1er. En matière pénale, à moins que le ministère public ne requière une signification à personne, la signification est faite par voie électronique ou à personne, au choix de l'huissier de justice, en fonction des circonstances propres à l'affaire.
  § 2. Dans des matières autres que les matières pénales, la signification est faite par voie électronique ou à personne, au choix de l'huissier de justice, en fonction des circonstances propres à l'affaire.
  § 3. Si la signification par voie électronique s'avère impossible, la signification a lieu à personne.".
Art. 12. Artikel 36 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 12. L'article 36 du même Code est abrogé.
Art. 13. Artikel 38, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 mei 1985 en gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "De betekening aan de procureur des Konings geschiedt bij voorrang op elektronische wijze overeenkomstig artikel 32quater/1. In dat geval is artikel 32quater/1, § 2, vierde lid, niet van toepassing.".
Art. 13. L'article 38, § 2, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 24 mai 1985 et modifié par la loi du 19 octobre 2015, est complété par les phrases suivantes :
  "La signification au procureur du Roi est faite en priorité par voie électronique, conformément à l'article 32quater/1. Dans ce cas, l'article 32quater/1, § 2, alinéa 4, ne s'applique pas.".
Art. 14. Artikel 40, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 19 oktober 2015 en 5 februari 2016, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "De betekening aan de procureur des Konings geschiedt bij voorrang op elektronische wijze overeenkomstig artikel 32quater/1. In dat geval is artikel 32quater/1 § 2, vierde lid, niet van toepassing.".
Art. 14. L'article 40, alinéa 2, du même Code, modifié par les lois des 19 octobre 2015 et 5 février 2016, est complété par les phrases suivantes :
  "La signification au procureur du Roi est faite en priorité par voie électronique, conformément à l'article 32quater/1. Dans ce cas, l'article 32quater/1, § 2, alinéa 4, ne s'applique pas.".
Art. 15. Artikel 42, 7°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "De betekening aan de procureur des Konings geschiedt bij voorrang op elektronische wijze overeenkomstig artikel 32quater/1. In dat geval is artikel 32quater/1 § 2, vierde lid, niet van toepassing.".
Art. 15. L'article 42, 7°, du même Code, modifié par la loi du 19 octobre 2015, est complété par les phrases suivantes :
  "La signification au procureur du Roi est faite en priorité par voie électronique, conformément à l'article 32quater/1. Dans ce cas, l'article 32quater/1, § 2, alinéa 4, ne s'applique pas.".
Art. 16. In artikel 43, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 24 juni 1970 en 24 mei 1985, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  "2° de naam, de voornaam, het beroep, de woonplaats en, in voorkomend geval, het gerechtelijk elektronisch adres of het adres van elektronische woonstkeuze, de hoedanigheid en de inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen van de persoon op wiens verzoek het exploot wordt betekend;";
  b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
  "3° de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en, in voorkomend geval, het gerechtelijk elektronisch adres of adres van elektronische woonstkeuze en de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is;".
Art. 16. Dans l'article 43, alinéa 1er, du même Code, modifié par les lois des 24 juin 1970 et 24 mai 1985, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° des nom, prénom, profession, domicile et, le cas échéant, adresse judiciaire électronique ou adresse d'élection de domicile électronique, qualité et inscription à la Banque-Carrefour des entreprises de la personne à la requête de qui l'exploit est signifié;";
  b) le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° des nom, prénom, domicile ou, à défaut de domicile, résidence et, le cas échéant, adresse judiciaire électronique ou adresse d'élection de domicile électronique et qualité du destinataire de l'exploit;".
Art. 17. Artikel 57, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 24 mei 1985 en 6 april 2010, wordt aangevuld met de woorden "of bij de betekening op elektronische wijze van de beslissing".
Art. 17. Dans l'article 57 du même Code, modifié par les lois des 24 mai 1985 et 6 avril 2010, l'alinéa 1er est complété par les mots "ou de la signification par voie électronique".
Art. 18. In artikel 58bis, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, worden de woorden "afdelingsvoorzitter in het Hof van Cassatie" vervangen door de woorden "sectievoorzitter in het Hof van Cassatie".
Art. 18. Dans le texte néerlandais de l'article 58bis, 3°, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013, les mots "afdelingsvoorzitter in het Hof van Cassatie" sont remplacés par les mots "sectievoorzitter in het Hof van Cassatie".
Art. 19. In artikel 65bis, tweede lid, eerste zin, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 maart 2001 en vervangen bij de wet van 1 december 2013, wordt het woord "afwisselend" opgeheven en wordt het woord "en" vervangen door het woord "of".
Art. 19. Dans l'article 65bis, alinéa 2, première phrase, du même Code, inséré par la loi du 13 mars 2001 et remplacé par la loi du 1er décembre 2013, les mots "en alternance" sont abrogés et le mot "et" est remplacé par le mot "ou" .
Art. 20. Artikel 67 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 11 juli 1994, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 67. De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank is belast met de algemene leiding en de organisatie van de vredegerechten.".
Art. 20. L'article 67 du même Code, abrogé par la loi du 11 juillet 1994, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 67. Le président des juges de paix et des juges au tribunal de police est chargé de la direction générale et de l'organisation des justices de paix.".
Art. 21. In artikel 76 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013, die gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "strafuitvoeringskamers" vervangen door de woorden "strafuitvoeringskamers en kamers voor de bescherming van de maatschappij";
  2° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Behoudens voor de uitspraak van de vonnissen, waarvoor zij zitting houden in elke rechtbank van eerste aanleg gevestigd in het rechtsgebied van het hof van beroep, mogen de kamers voor de bescherming van de maatschappij zitting houden in elke rechtbank van eerste aanleg gevestigd in het rechtsgebied van het hof van beroep, in de penitentiaire inrichtingen, in de inrichtingen tot bescherming van de maatschappij en in alle inrichtingen waar geïnterneerde personen verblijven.".
Art. 21. Dans l'article 76 du même Code, remplacé par la loi du 30 juillet 2013 modifiée par la loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "chambres de l'application des peines" sont remplacés par les mots "chambres de l'application des peines et chambres de protection sociale";
  2° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Sauf pour le prononcé des jugements, pour lesquels elles siègent dans tout tribunal de première instance situé dans le ressort de la cour d'appel, les chambres de protection sociale peuvent siéger dans tout tribunal de première instance établi dans le ressort de la cour d'appel, dans les établissements pénitentiaires, dans les établissements de défense sociale et dans tous les établissements où des personnes internées séjournent.".
Art. 22. In artikel 77 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2006 en 1 december 2013, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 22. Dans l'article 77 du même Code, modifié par les lois des 17 mai 2006 et 1er décembre 2013, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 23. In artikel 78 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2006, 13 juni 2006, 3 december 2006, 17 maart 2013, 30 juli 2013, 10 april 2014 en 19 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  "De strafuitvoeringskamers bedoeld in artikel 76, § 1, eerste lid, bestaan uit een rechter, die het voorzitterschap ervan bekleedt, een assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken en een assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie.";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "De kamers voor de bescherming van de maatschappij bedoeld in artikel 76, § 1, eerste lid, bestaan uit een rechter, die het voorzitterschap ervan bekleedt, een assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie en een assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie.";
  3° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank" en worden de woorden "in de sociale reintegratie" vervangen door de woorden "in sociale re-integratie".
Art. 23. A l'article 78 du même Code, modifié par les lois des 17 mai 2006, 13 juin 2006, 3 décembre 2006, 17 mars 2013, 30 juillet 2013, 10 avril 2014 et 19 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Les chambres de l'application des peines visées à l'article 76, § 1er, alinéa 1er, sont composées d'un juge, qui préside, d'un assesseur en application des peines spécialisé en matière pénitentiaire et d'un assesseur en application des peines et internement spécialisé en réinsertion sociale.";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "Les chambres de protection sociale visées à l'article 76, § 1er, alinéa 1er, sont composées d'un juge, qui les préside, d'un assesseur en application des peines et internement spécialisé en réinsertion sociale et d'un assesseur en internement spécialisé en psychologie clinique.";
  3° dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, les mots "en application des peines," sont remplacés par les mots " au tribunal de l'application des peines", et dans le texte néerlandais les mots "in de sociale reintegratie" sont remplacés par les mots "in sociale re-integratie".
Art. 24. In artikel 80bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, die gewijzigd is bij de wet van 27 december 2006, en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden "werkend rechter bij de rechtbank van eerste aanleg" vervangen door de woorden "werkend rechter of raadsheer of plaatsvervangend magistraat bedoeld in artikel 156bis";
  2° in het tweede lid, worden de woorden "in de rechtbank van eerste aanleg in het rechtsgebied van het hof van beroep" vervangen door de woorden "benoemd in het rechtsgebied van het hof van beroep of een raadsheer".
Art. 24. A l'article 80bis du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006 modifiée par la loi du 27 décembre 2006, et modifié par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "juge effectif au tribunal de première instance" sont remplacés par les mots "juge ou conseiller effectif ou magistrat suppléant visé à l'article 156bis";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "au tribunal de première instance du ressort de la cour d'appel" sont remplacés par les mots "nommé dans le ressort de la cour d'appel ou un conseiller".
Art. 25. In artikel 86 van hetzelfde Wetboek, wordt het woord "afdelingen" telkens vervangen door het woord "kamers" en wordt het woord "afdeling" vervangen door het woord "kamer".
Art. 25. Dans l'article 86 du même Code, le mot "sections" est chaque fois remplacé par le mot "chambres" et le mot "section" est remplacé par le mot "chambre".
Art. 26. In artikel 87, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" telkens vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 26. Dans l'article 87, alinéa 5, du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006, les mots "en application des peines" sont chaque fois remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 27. In artikel 88 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, die gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de tweede zin opgeheven;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Incidenten in verband met de verdeling van de zaken onder de afdelingen, secties, kamers of rechters van een zelfde rechtbank zoals vastgelegd in het bijzonder reglement of zaakverdelingsreglement worden op de volgende manier geregeld :
  Indien een zodanig incident vóór ieder ander middel door een van de partijen of bij de opening van de debatten ambtshalve wordt uitgelokt, legt de afdeling, sectie, kamer of rechter het dossier voor aan de voorzitter van de rechtbank, die oordeelt of de zaak anders moet worden toegewezen en het openbaar ministerie wordt tezelfdertijd hiervan op de hoogte gebracht. De partijen die hierom verzoeken, beschikken over een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de zitting om conclusies in te dienen. Het openbaar ministerie kan binnen dezelfde termijn een advies uitbrengen.
  De voorzitter doet binnen acht dagen volgend op de zitting uitspraak bij beschikking. Hij kan de zaak onmiddellijk toekennen aan een afdeling, sectie, kamer of rechter en een datum vaststellen voor verdere behandeling. Tegen deze beschikking staat, buiten de voorziening van de procureur-generaal bij het hof van beroep, voor het Hof van Cassatie binnen de termijnen en volgens de regels zoals bepaald in artikel 642, tweede en derde lid, geen rechtsmiddel open. De griffier van het Hof zendt een afschrift van het arrest van het Hof van Cassatie aan de voorzitter van de rechtbank en aan de partijen.
  De beslissing bindt de rechter naar wie de vordering wordt verwezen, met dien verstande dat zijn recht om over de rechtsgrond van de zaak te oordelen onverkort blijft.".
Art. 27. A l'article 88 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013 modifiée par la loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, la deuxième phrase est abrogée;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines";
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les incidents qui sont soulevés au sujet de la répartition des affaires entre les divisions, les sections, les chambres ou les juges d'un même tribunal conformément au règlement particulier ou au règlement de répartition des affaires sont réglés de la manière suivante :
  Lorsqu'un tel incident est soulevé avant tout autre moyen, par l'une des parties, ou lorsqu'il est soulevé d'office à l'ouverture des débats, la division, la section, la chambre ou le juge soumet le dossier au président du tribunal aux fins de décider s'il y a lieu de modifier l'attribution de l'affaire et le ministère public en est simultanément informé. Les parties qui en font la demande disposent d'un délai de huit jours à compter de l'audience pour déposer des conclusions. Le ministère public peut rendre un avis dans le même délai.
  Le président statue par ordonnance dans les huit jours suivant l'audience. Il peut attribuer l'affaire immédiatement à une division, à une section, à une chambre ou à un juge et fixer une date pour la poursuite de l'examen. Cette ordonnance n'est susceptible d'aucun recours, à l'exception du recours du procureur général près la cour d'appel, devant la Cour de cassation, dans les délais et suivant les modalités qui sont prévus à l'article 642, alinéas 2 et 3. Copie de l'arrêt de la Cour de cassation est envoyée par le greffier de la Cour au président du tribunal et aux parties.
  La décision lie le juge auquel la demande est renvoyée, tous droits d'appréciation étant saufs sur le fond du litige.".
Art. 28. In artikel 89 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 februari 1997 en gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 28. Dans l'article 89 du même Code, remplacé par la loi du 17 février 1997 et modifié par la loi du 17 mai 2006, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 29. Artikel 91 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In interneringszaken worden de zaken bedoeld in de artikelen 4 en 53 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering toegewezen aan de voorzitter van de kamer voor de bescherming van de maatschappij, die zitting houdt als alleenrechtsprekend rechter.".
Art. 29. L'article 91 du même Code, remplacé par la loi du 3 août 1992 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 octobre 2015, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "En matière d'internement, les affaires visées aux articles 4 et 53 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement sont attribuées au président de la chambre de protection sociale, statuant comme juge unique.".
Art. 30. Artikel 92, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
  "In strafuitvoerings- en interneringszaken worden de zaken die niet aan een alleenrechtsprekend rechter worden toegewezen, toegewezen aan de overeenkomstig artikel 78, tweede en derde lid, samengestelde kamers.".
Art. 30. L'article 92, § 1er, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006, est remplacé par ce qui suit :
  "En matière d'application des peines et d'internement, les affaires qui ne sont pas attribuées à un juge unique sont attribuées à des chambres composées conformément à l'article 78, alinéas 2 et 3.".
Art. 31. In artikel 92bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, worden de woorden "78, vierde lid," vervangen door de woorden "78, vijfde lid,".
Art. 31. Dans l'article 92bis du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 19 octobre 2015, les mots "78, alinéa 4" sont remplacés par les mots "78, alinéa 5".
Art. 32. In artikel 105 van hetzelfde Wetboek wordt het woord "afdelingen" telkens vervangen door het woord "kamers" en wordt het woord "afdeling" vervangen door het woord "kamer".
Art. 32. Dans l'article 105 du même Code, le mot "sections" est chaque fois remplacé par le mot "chambres" et le mot "section" est remplacé par le mot "chambre".
Art. 33. In artikel 128 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 mei 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt het woord "afdelingen" vervangen door het woord "secties";
  2° in het derde lid wordt het woord "afdeling" vervangen door het woord "sectie".
Art. 33. A l'article 128 du même Code, modifié par la loi du 6 mai 1997, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, le mot "afdelingen" est remplacé par le mot "secties";
  2° dans le texte néerlandais de l'alinéa 3, le mot "afdeling" est remplacé par le mot "sectie".
Art. 34. In artikel 129, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998 en 27 december 2004, wordt het woord "afdelingsvoorzitters" vervangen door het woord "sectievoorzitters".
Art. 34. Dans le texte néerlandais de l'article 129, alinéa 2, du même Code, modifié par les lois des 22 décembre 1998 et 27 décembre 2004, le mot "afdelingsvoorzitters" est remplacé par le mot "sectievoorzitters".
Art. 35. In artikel 150bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007 en 18 februari 2014, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 35. Dans l'article 150bis du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par les lois des 25 avril 2007 et 18 février 2014, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 36. In artikel 152bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 april 2004 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007 en 18 februari 2014, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 36. Dans l'article 152bis du même Code, inséré par la loi du 12 avril 2004 et modifié par les lois des 25 avril 2007 et 18 février 2014, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 37. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 160bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 160bis. De hoofdgriffiers van de rechtbanken van eerste aanleg en de hoofdsecretarissen van het openbaar ministerie moeten een opleiding inzake budgettair beheer en gerechtskosten volgen binnen de twee jaren die volgen op het jaar van hun benoeming of hun aanwijzing.".
Art. 37. Dans le même Code, il est inséré un article 160bis rédigé comme suit :
  "Art. 160bis. Les greffiers en chef des tribunaux de première instance et les secrétaires en chef du ministère public doivent suivre une formation en matière de gestion budgétaire et de frais de justice dans les deux ans qui suivent l'année de leur nomination ou de leur désignation.".
Art. 38. In artikel 162, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de woorden "toekennen aan" vervangen door de woorden "delen met".
Art. 38. Dans l'article 162, § 2, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 5 février 2016, les mots "attribuer l'exercice de toutes les compétences du ministère public à" sont remplacés par les mots "partager l'exercice de toutes les compétences du ministère public avec".
Art. 39. In artikel 185/2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "van de rechtbank of parket" vervangen door de woorden "van de rechtbank, het parket of het arbeidsauditoraat";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De opleiding inzake budgettair beheer en gerechtskosten gegeven door het Instituut voor gerechtelijke opleiding wordt gevolgd door minstens een magistraat van het directiecomité van de rechtbanken van eerste aanleg, van de politierechtbanken, van de parketten van de procureurs des Konings en van de arbeidsauditoraten.".
Art. 39. A l'article 185/2, du même Code, inséré par la loi du 18 février 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "ou du parquet" sont remplacés par les mots ", du parquet ou de l'auditorat du travail";
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La formation en matière de gestion budgétaire et de frais de justice dispensée par l'Institut de formation judiciaire est suivie par au moins un magistrat du comité de direction des tribunaux de première instance, des tribunaux de police, des parquets du procureurs du Roi et des auditorats du travail.".
Art. 40. In art 186, § 1, tiende lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 40. Dans l'article 186, § 1er, alinéa 10, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 41. In artikel 190, § 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 februari 2010, worden de woorden "bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg" vervangen door de woorden "bij de hoven en rechtbanken".
Art. 41. Dans l'article 190, § 2, alinéa 1er, 2°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 21 février 2010, les mots "près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance" sont remplacés par les mots "près les cours et tribunaux".
Art. 42. In artikel 191bis van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 7 april 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief gericht aan" vervangen door de woorden "langs elektronische weg ingediend bij";
  b) paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De bij een ontvankelijk verklaard verzoek gevoegde stavingsstukken moeten niet meer worden gevraagd wanneer de kandidaat een nieuw verzoek tot deelname aan een mondeling evaluatie-examen indient.";
  c) in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  d) in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  e) paragraaf 2, zesde lid, wordt vervangen door twee leden, luidende :
  "Voorafgaand aan het mondelinge evaluatie-examen verzoekt de benoemings- en aanwijzingscommissie, langs elektronische weg, om een met redenen omkleed schriftelijk advies :
  1° van de vertegenwoordiger van de balie of van de balies van het betrokken gerechtelijk arrondissement aangewezen door de orde of de ordes van advocaten van de balie of de balies van dat arrondissement waar de kandidaat als advocaat werkzaam is of werkzaam geweest is. Voor het gerechtelijk arrondissement Brussel geeft al naargelang de kandidaat ingeschreven is of ingeschreven geweest is op het tableau van de Nederlandstalige of Franstalige orde van advocaten, hetzij de vertegenwoordiger van de Nederlandstalige orde, hetzij de vertegenwoordiger van de Franstalige orde advies;
  2° in voorkomend geval, van de korpschef van het rechtscollege waar de kandidaat werkzaam is, hetzij als plaatsvervangend rechter, hetzij als plaatsvervangend raadsheer.
  Het advies heeft met name betrekking op de nuttige beroepservaring die de kandidaat kan doen gelden, met het oog op het uitoefenen van een functie als magistraat.";
  f) in paragraaf 2 wordt het zevende lid, dat het achtste lid wordt, vervangen als volgt :
  "De in het zesde lid bedoelde personen mogen geen advies verstrekken over bloed- of aanverwanten tot in de vierde graad noch over personen met wie zij een feitelijk gezin vormen.";
  g) in paragraaf 2, negende lid, dat het tiende lid wordt, worden de woorden "dat advies geacht gunstig noch ongunstig te zijn" vervangen door de woorden "aan dat advies voorbijgegaan";
  h) in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "bij een met redenen omklede en ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "bij een met redenen omklede en langs elektronische weg overgezonden brief" en wordt het lid aangevuld met de volgende zin :
  "In voorkomend geval wordt bij het verzoek een bijgewerkte versie gevoegd van het curriculum vitae.".
Art. 42. Dans l'article 191bis du même Code, rétabli par la loi du 7 avril 2005 et modifié par la loi du 27 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée à la poste adressée" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  b) dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  "Les pièces justificatives jointes à une demande déclarée recevable ne doivent plus être réclamées lorsque le candidat introduit une nouvelle demande de participation à un examen oral d'évaluation.";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots "par lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "par voie électronique";
  d) dans le paragraphe 2, alinéa 5, les mots "par lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "par voie électronique";
  e) le paragraphe 2, alinéa 6, est remplacé par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Préalablement à l'examen oral d'évaluation, la commission de nomination et de désignation sollicite, par voie électronique, l'avis écrit motivé :
  1° du représentant du barreau ou des barreaux de l'arrondissement judiciaire concerné désigné par l'ordre ou les ordres des avocats du barreau ou des barreaux de cet arrondissement où le candidat exerce ou a exercé des fonctions en tant qu'avocat. Pour l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, l'avis du représentant de l'ordre français ou du représentant de l'ordre néerlandais est recueilli, selon que le candidat est ou a été inscrit au tableau de l'ordre français ou de l'ordre néerlandais des avocats;
  2° le cas échéant, du chef de corps de la juridiction où le candidat exerce des fonctions en tant que juge suppléant ou conseiller suppléant.
  L'avis porte notamment sur l'expérience professionnelle utile dont le candidat peut se prévaloir pour exercer des fonctions en tant que magistrat.";
  f) dans le paragraphe 2, l'alinéa 7, qui devient l'alinéa 8, est remplacé par ce qui suit :
  "Les personnes visées à l'alinéa 6 ne peuvent émettre un avis sur les parents ou alliés jusqu'au quatrième degré ni sur des personnes avec qui elles constituent un ménage de fait.";
  g) dans le paragraphe 2, alinéa 9, qui devient l'alinéa 10, les mots "ledit avis est censé n'être ni favorable ni défavorable" sont remplacés par les mots "il est passé outre à cet avis";
  h) dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "par lettre motivée et recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "par écrit motivé transmis par voie électronique" et l'alinéa est complété par la phrase suivante :
  "Une version actualisée du curriculum vitae est le cas échéant jointe à la demande.".
Art. 43. In artikel 192 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 februari 2010, worden de woorden "bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg" vervangen door de woorden "bij de hoven en rechtbanken".
Art. 43. Dans l'article 192 du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 février 2010, les mots "près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance" sont remplacés par les mots "près les cours et tribunaux".
Art. 44. In artikel 194, § 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 februari 2010, worden de woorden "bij de hoven van beroep en bij de rechtbanken van eerste aanleg" vervangen door de woorden "bij de hoven en rechtbanken".
Art. 44. Dans l'article 194, § 2, alinéa 1er, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 février 2010, les mots "près les cours d'appel et près les tribunaux de première instance" sont remplacés par les mots "près les cours et tribunaux".
Art. 45. In artikel 196bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De Koning benoemt de werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken, de werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie en de werkende en plaatsvervangende assessoren in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie.";
  2° in het tweede lid :
  a) worden de woorden "selectiecomité samengesteld" vervangen door de woorden "Nederlandstalig selectiecomité en een Franstalig selectiecomité samengesteld";
  b) wordt het eerste streepje vervangen als volgt :
  "- een magistraat van de zetel aangewezen door het College van de hoven en rechtbanken of zijn plaatsvervanger;";
  c) worden in het derde streepje de woorden "Uitvoering van Straffen en Maatregelen" vervangen door de woorden "Penitentiaire Inrichtingen";
  d) wordt het vierde streepje aangevuld met de woorden "of hun vertegenwoordiger aangewezen binnen deze diensten";
  3° in het derde lid wordt de tweede zin opgeheven.
Art. 45. A l'article 196bis du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006 et modifié par la loi du 6 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Les assesseurs en application des peines spécialisés en matière pénitentiaire, effectifs et suppléants, les assesseurs en application des peines et internement spécialisés en réinsertion sociale, effectifs et suppléants, et les assesseurs en internement spécialisés en psychologie clinique, effectifs et suppléants, sont nommés par le Roi.";
  2° dans l'alinéa 2 :
  a) les mots "comité de sélection composé" sont remplacés par les mots "comité de sélection francophone et un comité de sélection néerlandophone composés";
  b) le premier tiret est remplacé comme suit :
  "- un magistrat du siège désigné par le Collège des cours et tribunaux ou son suppléant;";
  c) dans le troisième tiret, les mots "Exécution des Peines et Mesures" sont remplacés par les mots "des Etablissements pénitentiaires";
  d) le quatrième tiret est complété par les mots "ou de leur représentant désigné au sein de ces services";
  3° dans l'alinéa 3, la deuxième phrase est supprimée.
Art. 46. In artikel 196ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1, eerste lid, 4°, worden de woorden "en niet ouder zijn dan vijfenzestig jaar" opgeheven;
  b) in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in strafuitvoeringszaken en interneringszaken" en worden de woorden "in de sociale reintegratie" vervangen door de woorden "in sociale re-integratie";
  c) in paragraaf 1, tweede lid, 4°, worden de woorden "en niet ouder zijn dan vijfenzestig jaar" opgeheven;
  d) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Om tot werkend of plaatsvervangend assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie te worden benoemd, moet de kandidaat de volgende voorwaarden vervullen :
  1° ten minste vijf jaar nuttige beroepservaring hebben waaruit praktische kennis blijkt van de aangelegenheden die verband houden met de klinische psychologie;
  2° houder zijn van een diploma van master in de psychologische wetenschappen;
  3° Belg zijn;
  4° ten minste dertig jaar oud zijn;
  5° de burgerlijke en politieke rechten genieten.";
  e) paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Het ambt van werkend assessor in strafuitvoeringszaken wordt voltijds uitgeoefend.
  De werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken worden benoemd voor een periode van een jaar, die een eerste maal voor een periode van drie jaar en vervolgens telkens voor een periode van vier jaar kan worden verlengd, na evaluatie.";
  f) paragraaf 2, vervangen bij de bepaling onder e), wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Het ambt van werkend assessor in de strafuitvoeringsrechtbank wordt voltijds uitgeoefend.
  De werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank worden benoemd voor een periode van een jaar, die een eerste maal voor een periode van drie jaar en vervolgens telkens voor een periode van vier jaar kan worden verlengd, na evaluatie.";
  g ) paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. De mandaten van assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken, van assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie en van assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie mogen niet worden gecumuleerd.".
Art. 46. Dans l'article 196ter du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 4°, les mots "et ne pas avoir plus de soixante-cinq ans" sont abrogés;
  b) dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "en application des peines et internement" et dans le texte néerlandais les mots "in de sociale reintegratie" sont remplacés par les mots "in sociale re-integratie";
  c) dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 4°, les mots "et ne pas avoir plus de soixante-cinq ans" sont abrogés;
  d) le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Pour pouvoir être nommé assesseur en internement spécialisé en psychologie clinique effectif ou suppléant, le candidat doit satisfaire aux conditions suivantes :
  1° posséder au moins cinq ans d'expérience professionnelle utile attestant d'une connaissance pratique des questions liées à la psychologie clinique;
  2° être titulaire d'un master en sciences psychologiques;
  3° être Belge;
  4° être âgé d'au moins trente ans;
  5° jouir des droits civils et politiques.";
  e) le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les fonctions d'assesseur en application des peines effectif sont exercées à temps plein.
  Les assesseurs en application des peines effectifs et suppléants sont nommés pour une période d'un an renouvelable la première fois pour une période de trois ans, puis chaque fois pour une période de quatre ans, après évaluation.";
  f) le paragraphe 2, remplacé par le e), est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les fonctions d'assesseur effectif au tribunal de l'application des peines sont exercées à temps plein.
  Les assesseurs au tribunal de l'application des peines effectifs et suppléants sont nommés pour une période d'un an renouvelable la première fois pour une période de trois ans, puis chaque fois pour une période de quatre ans, après évaluation.";
  g) le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Les mandats d'assesseur en application des peines spécialisé en matière pénitentiaire, d'assesseur en application des peines et internement spécialisé en réinsertion sociale et d'assesseur en internement spécialisé en psychologie clinique ne peuvent pas être cumulés.".
Art. 47. In artikel 196quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De evaluatie van de werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank geschiedt, na advies van de voorzitter van de kamer van de strafuitvoeringsrechtbank waarin de assessor zitting heeft, door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waarin de assessor zijn ambt uitoefent.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank" en wordt het woord "verlengbare" opgeheven;
  3° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "ten minste een van zijn beoordelaars" vervangen door de woorden "de beoordelaar";
  4° in paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "De eerste voorzitter van het hof van beroep" vervangen door de woorden "De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg" en de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" door de woorden "langs elektronische weg tegen";
  5° in paragraaf 3, vijfde lid, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief met" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen", de woorden "aan de eerste voorzitter van het hof van beroep" door de woorden "aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg", de woorden "zendt de eerste voorzitter van het hof van beroep" door de woorden "zendt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg" en de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" door de woorden "langs elektronische weg tegen";
  6° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. De assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank die een definitieve beoordeling "onvoldoende" hebben gekregen, kunnen binnen dertig dagen na de kennisgeving tegen die beoordeling beroep instellen bij de eerste voorzitter van het hof van beroep.".
Art. 47. A l'article 196quater du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006 et modifié par la loi du 6 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. L'évaluation des assesseurs au tribunal de l'application des peines effectifs et suppléants est effectuée, après avis du président de la chambre du tribunal de l'application des peines dans laquelle siège l'assesseur, par le président du tribunal de première instance au sein duquel l'assesseur exerce ses fonctions.";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines" et le mot "renouvelable" est abrogé;
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "au moins un des évaluateurs" sont remplacés par les mots "l'évaluateur";
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 4, les mots "Le premier président de la cour d'appel" sont remplacés par les mots "Le président du tribunal de première instance" et les mots "lettre recommandée à la poste avec" par les mots "voie électronique contre" ;
  5° dans le paragraphe 3, alinéa 5, les mots "lettre recommandée à la poste avec" sont chaque fois remplacés par les mots "voie électronique contre", les mots "au premier président de la cour d'appel" par les mots "au président du tribunal de première instance" et les mots "Le premier président de la cour d'appel" par les mots "Le président du tribunal de première instance";
  6° l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Les assesseurs au tribunal de l'application des peines qui ont obtenu une mention définitive "insuffisant" peuvent introduire un recours contre cette mention devant le premier président de la cour d'appel dans les trente jours qui suivent la notification.".
Art. 48. In het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 196quinquies ingevoegd, luidende :
  "Art. 196quinquies. Met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, op verzoek van een voorzitter van een rechtbank van eerste aanleg die in een ander rechtsgebied is gelegen, een werkende of plaatsvervangende assessor in de strafuitvoeringsrechtbank die daarmee instemt opdracht geven om zijn ambt bijkomend uit te oefenen in een andere strafuitvoeringsrechtbank.
  In de opdrachtbeschikking van de eerste voorzitter wordt vermeld waarom die opdracht moet worden gegeven aan een werkende of plaatsvervangende assessor en worden de nadere regels van de opdracht omschreven.".
Art. 48. Dans la deuxième partie, livre premier, titre VI, chapitre II, section II, du même Code, il est inséré un article 196quinquies rédigé comme suit :
  "Art. 196quinquies. Dans le respect de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, le premier président de la cour d'appel peut, à la demande d'un président d'un tribunal de première instance situé dans un autre ressort, déléguer temporairement un assesseur au tribunal de l'application des peines effectif ou suppléant qui y consent pour exercer ses fonctions à titre complémentaire dans un autre tribunal de l'application des peines.
  L'ordonnance de délégation du premier président indique les motifs pour lesquels il s'impose de déléguer un assesseur effectif ou suppléant et précise les modalités de la délégation.".
Art. 49. In artikel 224, 4°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 49. Dans l'article 224, 4°, du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2009, les mots "en matière d'exécution des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 50. In artikel 254, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998, wordt het woord "afdelingsvoorzitter" vervangen door het woord "sectievoorzitter".
Art. 50. Dans le texte néerlandais de l'article 254, § 2, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998, le mot "afdelingsvoorzitter" est remplacé par le mot "sectievoorzitter".
Art. 51. Artikel 259bis-9, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 januari 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De verplichte opleiding van magistraten benoemd op grond van het examen inzake beroepsbekwaamheid of op grond van het mondelinge evaluatie-examen bevat een opleiding inzake budgettair beheer en gerechtskosten.".
Art. 51. L'article 259bis-9, § 4, du même Code, inséré par la loi du 31 janvier 2007, est complété par la phrase suivante :
  "La formation obligatoire des magistrats nommés sur la base de l'examen d'aptitude professionnelle ou de l'examen oral d'évaluation comprend une formation en matière de gestion budgétaire et de frais de justice.".
Art. 52. In artikel 259ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "vijfenveertig" vervangen door het woord "vijfendertig" en worden de woorden "voor de kandidaturen die hij ontvankelijk heeft verklaard overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in de artikelen 287sexies en 216bis," ingevoegd tussen de woorden "in het Belgisch Staatsblad," en de woorden "een gemotiveerd schriftelijk advies";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "in tweevoud" opgeheven, worden de woorden "tegen gedagtekend ontvangstbewijs of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs" en wordt de zin "Het ontvangstbewijs wordt gericht aan de minister van Justitie." opgeheven;
  3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "Onverminderd de toepassing van artikel 259bis-19, § 2bis, wordt, bij gebrek aan advies binnen de vastgestelde termijn of bij gebrek aan gebruik van het standaardformulier, aan dat advies voorbijgegaan, hetgeen uiterlijk acht dagen na het verstrijken van die termijn door de minister van Justitie langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs wordt meegedeeld aan de betrokken kandidaat.";
  4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg" en wordt het woord "negentig" vervangen door het woord "tachtig";
  5° in paragraaf 2, vierde lid, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt :
  "a) de kandidatuur met de stavingsstukken bedoeld in artikel 287sexies, derde of achtste lid, met betrekking tot de studies en beroepservaring;";
  6° in paragraaf 2, vierde lid, wordt de bepaling onder c) aangevuld met de woorden ", alsmede de stukken waaruit de ontvangst van deze adviezen door de kandidaat blijkt";
  7° in paragraaf 2, vierde lid, wordt de bepaling onder d) aangevuld met de woorden "en de stageverslagen opgesteld door de stagemeesters";
  8° in paragraaf 2, vierde lid, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt :
  "f) een uittreksel uit het strafregister dat dateert van na de bekendmaking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid.";
  9° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "honderd" vervangen door het woord "negentig";
  10° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "met het verzoek een gemotiveerd advies uit te brengen over elk van de kandidaten;" vervangen door de woorden "met het verzoek een met redenen omkleed schriftelijk advies overeenkomstig een door de minister van Justitie, op voorstel van de Hoge Raad voor de Justitie, bepaald standaardformulier uit te brengen over elk van de kandidaten;";
  11° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "honderd" vervangen door het woord "negentig" en worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  12° in paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "in tweevoud" opgeheven, worden de woorden "tegen gedagtekend ontvangstbewijs of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs" en wordt de zin "Het ontvangstbewijs wordt gericht aan de minister van Justitie." opgeheven;
  13° paragraaf 3, vijfde lid, wordt vervangen als volgt :
  "Bij gebrek aan adviezen binnen de vastgestelde termijn over elke kandidaat of bij gebrek aan gebruik van het standaardformulier, wordt aan dat advies voorbijgegaan, hetgeen uiterlijk acht dagen na het verstrijken van die termijn door de minister van Justitie langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs wordt meegedeeld aan de betrokken kandidaten.";
  14° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De kandidaten beschikken op straffe van verval over een termijn van vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving van het advies van de algemene vergadering om hun opmerkingen aan de minister van Justitie langs elektronische weg mee te delen. Wanneer het advies niet tijdig is uitgebracht, dienen zij dit te doen binnen honderdvijfendertig dagen na de bekendmaking bedoeld in paragraaf 1.";
  15° in paragraaf 4, eerste lid, wordt het woord "honderd" vervangen door het woord "negentig" en worden de woorden "elke kandidaat" vervangen door de woorden "de kandidaten wier kandidatuur ontvankelijk werd verklaard";
  16° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "veertig dagen" vervangen door de woorden "vijfenvijftig dagen";
  17° in paragraaf 4, vierde lid, wordt het woord "honderd" vervangen door het woord "negentig", worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg" en worden de woorden "veertig dagen" vervangen door de woorden "vijfenvijftig dagen";
  18° in paragraaf 4, vijfde lid, worden de woorden "wier kandidatuur ontvankelijk werd verklaard" ingevoegd tussen de woorden "kandidaten" en "te horen";
  19° in paragraaf 4, zesde lid, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  20° in paragraaf 4, dertiende lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs of tegen gedagtekend ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs" en worden de woorden "bij gewone brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  21° in paragraaf 4, veertiende lid, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  22° in paragraaf 4, vijftiende lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  23° paragraaf 5, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "De Koning beschikt vanaf de ontvangst van de voordracht over vijftig dagen om een beslissing te nemen en deze langs elektronische weg mee te delen aan de benoemingscommissie, aan de kandidaten, aan de korpschef van het rechtscollege of van het openbaar ministerie bij het rechtscollege waar de benoeming moet geschieden, aan de korpschef van de kandidaat en aan de procureur-generaal van de plaats waar de eed moet worden afgelegd.";
  24° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs" en worden de woorden "bij gewone brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  25° in paragraaf 5, derde lid, wordt de eerste zin vervangen als volgt :
  "Telkens wanneer de Koning niet beslist binnen de termijn van vijftig dagen, beschikken de betrokken benoemingscommissie en de kandidaten vanaf de vijfenvijftigste dag over een termijn van vijftien dagen om langs elektronische weg een aanmaning aan de minister van Justitie te betekenen.".
Art. 52. A l'article 259ter du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot "quarante-cinq" est remplacé par le mot "trente-cinq" et les mots "pour les candidatures qu'il a déclarées recevables au regard des conditions visées aux articles 287sexies et 216bis," sont insérés entre les mots "au Moniteur belge," et les mots "l'avis écrit motivé";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "en double exemplaire" sont abrogés, les mots "contre accusé de réception daté ou par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception" sont remplacés par les mots "par voie électronique contre accusé de réception" et la phrase "L'accusé de réception est adressé au ministre de la Justice." est abrogée;
  3° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Sans préjudice de l'application de l'article 259bis-19, § 2bis, en l'absence d'avis dans le délai prescrit ou à défaut d'utilisation du formulaire type, il est passé outre à cet avis; au plus tard huit jours après le terme de ce délai, le candidat concerné en est informé par le ministre de la Justice par voie électronique contre accusé de réception.";
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "lettre recommandée" sont remplacés par les mots "voie électronique" et le mot "nonante" est remplacé par le mot "quatre-vingt";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 4, le a) est remplacé par ce qui suit :
  "a) la candidature et les pièces justificatives visées à l'article 287sexies, alinéa 3 ou 8, concernant les études et l'expérience professionnelle;";
  6° dans le paragraphe 2, alinéa 4, le c) est complété par les mots ", ainsi que les pièces prouvant la réception de ces avis par le candidat";
  7° dans le paragraphe 2, alinéa 4, le d) est complété par les mots "et les rapports de stage établis par les maîtres de stage";
  8° dans le paragraphe 2, alinéa 4, le f) est remplacé par ce qui suit :
  "f) un extrait du casier judiciaire dont la date est postérieure à la publication visée au paragraphe 1er, alinéa 1er.";
  9° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "cent" est remplacé par le mot "nonante";
  10° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "avec la demande d'émettre un avis motivé pour chacun des candidats;" sont remplacés par les mots "avec la demande d'émettre un avis écrit motivé au moyen d'un formulaire type établi par le ministre de la Justice sur proposition du Conseil supérieur de la Justice, pour chacun des candidats;";
  11° dans le paragraphe 3, alinéa 2, le mot "cent" est remplacé par le mot "nonante" et les mots " lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "par voie électronique";
  12° dans le paragraphe 3, alinéa 4, les mots "en double exemplaire" sont abrogés, les mots "contre accusé de réception daté ou par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception" sont remplacés par les mots "par voie électronique contre accusé de réception" et la phrase "L'accusé de réception est envoyé au ministre de la Justice." est abrogée;
  13° le paragraphe 3, alinéa 5, est remplacé par ce qui suit :
  "En l'absence d'avis dans le délai prescrit pour chaque candidat ou à défaut d'utilisation du formulaire type, il est passé outre à cet avis; au plus tard huit jours après le terme de ce délai, les candidats concernés en sont informés par le ministre de la Justice par voie électronique contre accusé de réception.";
  14° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les candidats disposent à peine de déchéance d'un délai de quinze jours à compter de la notification de l'avis de l'assemblée générale pour communiquer leurs observations par voie électronique au ministre de la Justice. En l'absence d'avis dans le délai prescrit, ils disposent pour ce faire d'un délai de cent trente-cinq jours à dater de la publication visée au paragraphe 1er.";
  15° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le mot "cent" est remplacé par le mot "nonante" et les mots "de chaque candidat" sont remplacés par les mots "des candidats dont la candidature a été déclarée recevable";
  16° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "quarante jours" sont remplacés par les mots "cinquante-cinq jours";
  17° dans le paragraphe 4, alinéa 4, le mot "cent" est remplacé par le mot "nonante", les mots " lettre recommandée à la poste " sont remplacés par les mots "voie électronique" et les mots " quarante jours" sont remplacés par les mots "cinquante-cinq jours";
  18° le paragraphe 4, alinéa 5, est complété par les mots "dont la candidature a été déclarée recevable";
  19° dans le paragraphe 4, alinéa 6, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  20° dans le paragraphe 4, alinéa 13, les mots "lettre recommandée à la poste avec accusé de réception ou contre accusé de réception daté" sont remplacés par les mots "voie électronique contre accusé de réception" et les mots "la liste est communiquée" sont remplacés par les mots "la liste est communiquée par voie électronique";
  21° dans le paragraphe 4, alinéa 14, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  22° dans le paragraphe 4, alinéa 15, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  23° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Dès réception de la présentation, le Roi dispose d'un délai de cinquante jours pour prendre une décision et pour communiquer celle-ci par voie électronique à la commission de nomination, aux candidats, au chef de corps de la juridiction ou du ministère public près la juridiction où doit avoir lieu la nomination, au chef de corps du candidat et au procureur général du lieu où le serment doit être prêté.";
  24° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "lettre recommandée à la poste ou contre accusé de réception" sont remplacés par les mots "voie électronique contre accusé de réception" et les mots "simple lettre" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  25° dans le paragraphe 5, alinéa 3, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  "Chaque fois que le Roi omet de décider dans le délai de cinquante jours, la commission de nomination concernée et les candidats disposent, à partir du cinquante-cinquième jour, d'un délai de quinze jours pour notifier une mise en demeure au ministre de la Justice par voie électronique.".
Art. 53. In artikel 259quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "vijfenveertig" vervangen door het woord "vijfendertig" en worden de woorden "voor de kandidaturen die hij ontvankelijk heeft verklaard overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de artikelen 287sexies," ingevoegd tussen de woorden "in het Belgisch Staatsblad," en de woorden "een gemotiveerd schriftelijk advies";
  2° paragraaf 2, eerste lid, 3°, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Voor de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en de procureur-generaal bij dit Hof, geeft de stafhouder van de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie advies.";
  3° in paragraaf 2, derde lid, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt :
  "a) de kandidatuur met de stavingsstukken bedoeld in artikel 287sexies, achtste lid, met betrekking tot de studies en beroepservaring;";
  4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de bepaling onder c) aangevuld met de woorden ", alsmede de stukken waaruit de ontvangst van deze adviezen door de kandidaat blijkt";
  5° in paragraaf 2, derde lid, wordt de bepaling onder f) vervangen als volgt :
  "f) een uittreksel uit het strafregister dat dateert van na de bekendmaking bedoeld in het eerste lid.";
  6° paragraaf 3, tweede lid, 4°, wordt aangevuld met de woorden "wier kandidatuur ontvankelijk werd verklaard";
  7° in paragraaf 5 wordt het eerste lid aangevuld met de volgende zin :
  "Wanneer de als voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank aangewezen magistraat geen vrederechter of rechter in de politierechtbank is, wordt hij respectievelijk aangewezen als vrederechter als de ondervoorzitter rechter in de politierechtbank is en als rechter in de politierechtbank als de ondervoorzitter vrederechter is.";
  8° in paragraaf 7 worden de woorden "bij ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs".
Art. 53. Dans l'article 259quater du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié, en dernier lieu, par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot "quarante-cinq" est remplacé par le mot "trente-cinq" et les mots "pour les candidatures qu'il a déclarées recevables au regard des conditions visées à l'article 287sexies," sont insérés entre les mots "au Moniteur belge," et les mots "l'avis écrit motivé";
  2° le paragraphe 2, alinéa 1er, 3,° est complété par la phrase suivante :
  "Pour le premier président de la Cour de cassation et le procureur général près celle-ci, l'avis est recueilli auprès du bâtonnier de l'Ordre des avocats à la Cour de cassation.";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le a) est remplacé comme suit :
  "a) la candidature et les pièces justificatives visées à l'article 287sexies, alinéa 8, concernant les études et l'expérience professionnelle;";
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le c) est complété par les mots ", ainsi que les pièces prouvant la réception de ces avis par le candidat";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le f) est remplacé par ce qui suit :
  "f) un extrait du casier judiciaire dont la date est postérieure à la publication visée à l'alinéa 1er.";
  6° le paragraphe 3, alinéa 2, 4°, est complété par les mots "dont la candidature a été déclarée recevable";
  7° dans le paragraphe 5, l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
  "Lorsque le magistrat désigné président des juges de paix et des juges au tribunal de police n'est ni juge de paix ni juge au tribunal de police, il est respectivement désigné juge de paix si le vice-président est juge au tribunal de police et juge au tribunal de police si le vice-président est juge de paix.";
  8° dans le paragraphe 7, les mots "lettre recommandée à la poste ou contre accusé de réception" sont remplacés par les mots "voie électronique contre accusé de réception".
Art. 54. In artikel 259quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, 3°, eerste en tweede lid, worden de woorden "voor een hernieuwbare periode van drie jaar" telkens opgeheven;
  2° paragraaf 1, 3°, derde lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Naargelang het geval kan de vervanging worden toegestaan in de rechtbank of het parket waarin de aanwijzing heeft plaatsgevonden of, indien de aangewezen persoon magistraat was in een andere rechtbank of in een ander parket dan in de rechtbank of het parket waarin hij wordt aangewezen, in die rechtbank of dat parket.";
  3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De aanwijzing in het mandaat van afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur schorst het adjunct-mandaat waarin die magistraat was aangewezen binnen of buiten het rechtscollege of het parket waarin de aanwijzing als afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur of afdelingsauditeur heeft plaatsgevonden. De aanwijzing in het adjunct-mandaat van afdelingsprocureur of afdelingsauditeur maakt evenwel een einde aan het adjunct-mandaat van adjunct-procureur des Konings van Brussel of van adjunct-arbeidsauditeur van Brussel.";
  4° in paragraaf 1bis, vierde lid, wordt het woord "afdelingsvoorzitter" vervangen door het woord "sectievoorzitter";
  5° er wordt een paragraaf 1ter ingevoegd, luidende :
  " § 1ter. De aanwijzingen als ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank gebeuren voor een termijn van vijf jaar die kan worden hernieuwd na evaluatie indien de nieuwe voorzitter dezelfde hoedanigheid heeft als de uittredende voorzitter of indien de magistraat die is aangewezen als voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank geen vrederechter of rechter in de politierechtbank is. De vervroegde beëindiging van het mandaat van voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank heeft tot gevolg dat het mandaat van ondervoorzitter wordt beëindigd bij de eedaflegging van de opvolger van de voorzitter, behalve indien de nieuwe voorzitter dezelfde hoedanigheid heeft als de uittredende voorzitter of indien de magistraat die is aangewezen als voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank geen vrederechter of rechter in de politierechtbank is.
  In geval van vervroegde beëindiging van het mandaat van ondervoorzitter, wordt de in paragraaf 1 bedoelde procedure aangevat met het oog op de aanwijzing van de magistraat die het lopende mandaat zal beëindigen. Naargelang de te vervangen ondervoorzitter vrederechter of rechter in de politierechtbank was, zal hij respectievelijk worden vervangen door een vrederechter of een rechter in de politierechtbank.
  Bij niet-hernieuwing van het mandaat van ondervoorzitter wordt de procedure bedoeld in paragraaf 1 aangevat.
  Bij het verstrijken van hun mandaat nemen zij het laatste ambt waarin zij werden benoemd weer op.
  De ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank wordt verondersteld zijn mandaat te hebben aangevat op de datum van de eedaflegging van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank.";
  6° in paragraaf 2 worden de woorden ", afdelingsauditeurs en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank" vervangen door de woorden "en de afdelingsauditeurs".
Art. 54. A l'article 259quinquies du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, 3°, alinéas 1er et 2, les mots ", pour une période renouvelable de 3 ans," sont chaque fois abrogés;
  2° dans le paragraphe 1er, 3°, l'alinéa 3 est complété par la phrase suivante :
  "Selon le cas, le remplacement peut être autorisé dans le tribunal ou le parquet dans lequel la désignation a eu lieu ou, si la personne désignée était magistrat dans un tribunal ou un parquet autre que le tribunal ou le parquet où elle est désignée, dans ce tribunal ou ce parquet.";
  3° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "La désignation au mandat de président de division, de procureur de division ou d'auditeur de division suspend le mandat adjoint dans lequel ce magistrat était désigné dans ou en dehors de la juridiction ou du parquet dans lequel la désignation comme président de division, procureur de division ou auditeur de division a eu lieu. Toutefois, la désignation au mandat adjoint de procureur de division ou d'auditeur de division met fin au mandat adjoint de procureur du Roi adjoint de Bruxelles ou d'auditeur du travail adjoint de Bruxelles.";
  4° dans le texte néerlandais du paragraphe 1erbis, alinéa 4, le mot "afdelingsvoorzitter" est remplacé par le mot "sectievoorzitter";
  5° il est inséré un paragraphe 1ter rédigé comme suit :
  " § 1ter. Les désignations comme vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police s'effectuent pour une période de cinq ans renouvelable après évaluation si le nouveau président a la même qualité que le président sortant ou que le magistrat désigné président des juges de paix et des juges au tribunal de police n'est ni un juge de paix ni un juge au tribunal de police. La fin anticipée du mandat de président des juges de paix et des juges au tribunal de police emporte la fin du mandat de vice-président à partir de la prestation de serment du successeur du président sauf si le nouveau président a la même qualité que le président sortant ou que le magistrat désigné président des juges de paix et des juges au tribunal de police n'est ni un juge de paix ni un juge au tribunal de police.
  En cas de fin anticipée du mandat du vice-président, la procédure visée au paragraphe 1er est entamée en vue de désigner le magistrat qui terminera le mandat en cours. Selon que le vice-président à remplacer était un juge de paix ou un juge au tribunal de police, il sera remplacé respectivement par un juge de paix ou un juge au tribunal de police.
  En cas de non renouvellement du mandat de vice-président, la procédure visée au paragraphe 1er est entamée.
  A l'expiration de leur mandat, ils réintègrent la dernière fonction à laquelle ils avaient été nommés.
  Le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police est présumé avoir entamé son mandat à la date de prestation de serment du président des juges de paix et des juges au tribunal de police.";
  6° au paragraphe 2, les mots ", les auditeurs de division et les vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police" sont remplacés par les mots "et les auditeurs de division".
Art. 55. In artikel 259sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, 3°, vierde lid, worden de woorden "honderd dagen" vervangen door de woorden "negentig dagen";
  2° in paragraaf 1, 3°, vijfde lid, worden de woorden "honderd dagen" vervangen door de woorden "negentig dagen" en worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  3° paragraaf 1, 3°, zesde lid, wordt vervangen door wat volgt :
  "Het College van procureurs-generaal zendt binnen dertig dagen na het verzoek om advies de met redenen omklede adviezen over aan de minister van Justitie en deelt langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs een afschrift mee aan de betrokken kandidaten.";
  4° in paragraaf 1, 3°, zevende lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs";
  5° in paragraaf 1, 4°, eerste lid, worden de woorden "in de rechtbanken van eerste aanleg" en de woorden "in het hof van beroep" opgeheven;
  6° in paragraaf 1, 4°, vierde lid, worden de woorden "in de rechtbank van eerste aanleg" en de woorden "bij het hof van beroep" opgeheven;
  7° paragraaf 1, 4°, vijfde lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Naargelang het geval kan de vervanging worden toegestaan in het rechtscollege waarin de aanwijzing heeft plaatsgevonden of, indien hij is benoemd in een ander rechtscollege, in dat rechtscollege.";
  8° paragraaf 1, 5°, vijfde lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Naargelang het geval kan de vervanging worden toegestaan in het parket waarin de aanwijzing heeft plaatsgevonden of, indien hij is benoemd in een ander parket, in dat parket.";
  9° in paragraaf 2, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "De rechters in de strafuitvoeringsrechtbank en de substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken worden aangewezen voor een periode van een jaar, die een eerste maal voor een periode van drie jaar en vervolgens telkens voor een periode van vier jaar kan worden verlengd, na evaluatie.".
Art. 55. A l'article 259sexies du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, 3°, alinéa 4, les mots "cent jours" sont remplacés par les mots "nonante jours";
  2° dans le paragraphe 1er, 3°, alinéa 5, les mots "cent jours" sont remplacés par les mots "nonante jours" et les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  3° le paragraphe 1er, 3°, alinéa 6, est remplacé par ce qui suit :
  "Le Collège des procureurs généraux fait parvenir les avis motivés au ministre de la Justice dans un délai de trente jours à compter de la demande et communique une copie aux candidats concernés par voie électronique contre accusé de réception.";
  4° dans le paragraphe 1er, 3°, alinéa 7, les mots "lettre recommandée à la poste avec accusé de réception" sont remplacés par les mots "voie électronique contre accusé de réception";
  5° dans le paragraphe 1er, 4°, alinéa 1er, les mots "aux tribunaux de première instance" et les mots "à la cour d'appel" sont abrogés;
  6° dans le paragraphe 1er, 4°, alinéa 4, les mots "au tribunal de première instance" et les mots "à la cour d'appel" sont abrogés;
  7° le paragraphe 1er, 4°, alinéa 5, est complété par la phrase suivante :
  "Selon le cas, le remplacement peut être autorisé dans la juridiction dans laquelle la désignation a eu lieu ou, s'il est nommé dans une autre juridiction, dans cette juridiction.";
  8° le paragraphe 1er, 5°, alinéa 5, est complété par la phrase suivante :
  "Selon le cas, le remplacement peut être autorisé dans le parquet dans lequel la désignation a eu lieu ou, s'il est nommé dans un autre parquet, dans ce parquet.";
  9° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Les juges au tribunal de l'application des peines et les substituts du procureur du Roi spécialisés en application des peines sont désignés pour une période d'un an, renouvelable la première fois pour une période de trois ans, puis chaque fois pour une période de quatre ans, après évaluation.".
Art. 56. Artikel 259octies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 februari 2016, wordt aangevuld met een paragraaf 9, luidende :
  " § 9. De Koning regelt de rechtshulp aan de gerechtelijke stagiairs en de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade, overeenkomstig de bepalingen die op het Rijkspersoneel van toepassing zijn.".
Art. 56. L'article 259octies du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 29 février 2016, est complété par le paragraphe 9 rédigé comme suit :
  " § 9. Le Roi détermine l'assistance en justice des stagiaires judiciaires et l'indemnisation des dommages aux biens, encourus par eux, conformément aux dispositions en vigueur pour les agents de l'Etat.".
Art. 57. In artikel 259novies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, vervangen bij de wet van 18 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  2° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  4° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs";
  5° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen ontvangstbewijs" en worden de woorden "die het origineel" vervangen door de woorden "die ze";
  6° in paragraaf 6, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen";
  7° in paragraaf 9, zesde lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  8° in paragraaf 9, achtste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen";
  9° in paragraaf 10, vierde en vijfde lid, worden de woorden "in tweevoud" telkens opgeheven;
  10° in paragraaf 10, zesde lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen";
  11° in paragraaf 10 wordt het zevende lid vervangen als volgt :
  "Bij gebrek aan adviezen binnen de vastgestelde termijn wordt aan dat advies voorbijgegaan.";
  12° in paragraaf 10, achtste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  13° in paragraaf 10, tiende lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen";
  14° in paragraaf 10, elfde lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen" en worden de woorden "die het origineel" vervangen door de woorden "die ze";
  15° in paragraaf 10, dertiende lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief met" vervangen door de woorden "langs elektronische weg tegen";
  16° in paragraaf 10, veertiende lid, wordt het vijfde streepje vervangen als volgt :
  "- de stukken waaruit blijkt dat de kandidaat de adviezen heeft ontvangen.".
Art. 57. A l'article 259novies du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, remplacé par la loi du 18 décembre 2006 et modifié par la loi du 1er décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  4° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "avec accusé de réception daté" sont remplacés par les mots "par accusé de réception daté" et les mots "lettre recommandée à la poste avec accusé de réception" sont remplacés par les mots "voie électronique contre accusé de réception";
  5° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "lettre recommandée à la poste avec accusé de réception" sont remplacés par les mots "voie électronique contre accusé de réception" et les mots "qui joint l'original" sont remplacés par les mots "qui les joint";
  6° dans le paragraphe 6, les mots "lettre recommandée à la poste avec" sont remplacés par les mots "voie électronique contre";
  7° dans le paragraphe 9, alinéa 6, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  8° dans le paragraphe 9, alinéa 8, les mots "par lettre recommandée à la poste avec" sont remplacés par les mots "par voie électronique contre";
  9° dans le paragraphe 10, alinéas 4 et 5, les mots "en double exemplaire" sont chaque fois abrogés;
  10° dans le paragraphe 10, alinéa 6, les mots "lettre recommandée à la poste avec" sont remplacés par les mots "voie électronique contre";
  11° dans le paragraphe 10, l'alinéa 7 est remplacé par ce qui suit :
  "En l'absence d'avis dans le délai prescrit, il est passé outre à cet avis.";
  12° dans le paragraphe 10, alinéa 8, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "voie électronique";
  13° dans le paragraphe 10, alinéa 10, les mots "lettre recommandée à la poste avec" sont remplacés par les mots "voie électronique contre";
  14° dans le paragraphe 10, alinéa 11, les mots "lettre recommandée à la poste avec" sont remplacés par les mots "voie électronique contre" et les mots "lequel joint l'original" sont remplacés par les mots "qui les joint";
  15° dans le paragraphe 10, alinéa 13, les mots "lettre recommandée à la poste avec" sont remplacés par les mots "voie électronique contre";
  16° dans le paragraphe 10, alinéa 14, le cinquième tiret est remplacé par ce qui suit :
  "- les pièces attestant la réception des avis par le candidat.".
Art. 58. In het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk Vquinquies, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling IV ingevoegd, luidende "Beroepscommissie".
Art. 58. Dans la deuxième partie, livre premier, titre VI, chapitre Vquinquies, du même Code, il est inséré une section IV intitulée "De la commission de recours".
Art. 59. In afdeling IV, ingevoegd bij artikel 58, wordt een artikel 259undecies/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 259undecies/1. De magistraten kunnen tegen de definitieve beoordeling "onvoldoende" die zij hebben gekregen in het kader van hun evaluatie binnen dertig dagen na de kennisgeving van die beoordeling beroep instellen bij een beroepscommissie.
  Het College van de hoven en rechtbanken wijst per taalrol en voor drie jaar zes leden aan uit de rechtscolleges van eerste aanleg en zes leden uit de hoven.
  Het College van het openbaar ministerie wijst per taalrol en voor drie jaar zes leden aan uit de parketten van de procureur des Konings en uit de arbeidsauditoraten en zes leden uit de parketten-generaal en de auditoraten-generaal.
  Voor de toepassing van dit artikel worden de leden van en bij het Hof van Cassatie respectievelijk gelijkgesteld met leden van de hoven en de parketten-generaal.
  Voor de toepassing van dit artikel worden de leden van het federaal parket gelijkgesteld met de leden van de parketten-generaal.
  Naargelang de verzoeker tot de zetel of het openbaar ministerie behoort, wordt het beroep respectievelijk gericht aan de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken of aan de voorzitter van het College van het openbaar ministerie die de beroepscommissie binnen vijf dagen samenstelt.
  De beroepscommissie bestaat respectievelijk uit drie magistraten van het openbaar ministerie van dezelfde taalrol als de verzoeker en worden aangewezen door de voorzitter van het College van het openbaar ministerie of uit drie magistraten van de zetel van dezelfde taalrol als de verzoeker en worden aangewezen door de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken.".
Art. 59. Dans la section IV, insérée par l'article 58, il est inséré un article 259undecies/1 rédigé comme suit :
  "Art. 259undecies/1. Les magistrats peuvent introduire un recours devant une commission de recours contre la mention définitive "insuffisant" obtenue dans le cadre de leur évaluation dans les trente jours qui suivent la notification de cette mention.
  Le Collège des cours et tribunaux désigne par rôle linguistique et pour trois ans six membres issus des juridictions de premier degré et six membres issus des cours.
  Le Collège du ministère public désigne par rôle linguistique et pour trois ans six membres issus des parquets du procureur du Roi et des auditorats du travail et six membres issus des parquets généraux et des auditorats généraux.
  Pour l'application du présent article, les membres de et près la Cour de cassation sont respectivement assimilés à des membres des cours et des parquets généraux.
  Pour l'application du présent article les membres du parquet fédéral sont assimilés aux membres des parquets généraux.
  Selon que le requérant appartient au siège ou au ministère public, le recours est adressé respectivement au président du Collège des cours et tribunaux ou au président du Collège du ministère public qui compose la commission de recours dans les cinq jours.
  La commission de recours est composée respectivement de trois magistrats du ministère public du même rôle linguistique que le requérant désignés par le président du Collège du ministère public ou de trois magistrats du siège du même rôle linguistique que le requérant désignés par le président du Collège des cours et tribunaux.".
Art. 60. Artikel 260 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.
  De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.".
Art. 60. L'article 260 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 10 avril 2014, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
  " § 2. A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.
  Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.".
Art. 61. In artikel 261 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede en het derde lid worden vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.".
Art. 61. A l'article 261 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.".
Art. 62. In artikel 262 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 29 december 2010, 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  b) in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.";
  c) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt als bedoeld in artikel 279, § 4.";
  d) in paragraaf 2 worden het tweede tot het zesde lid opgeheven.
Art. 62. A l'article 262 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 29 décembre 2010, 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  b) dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° être lauréat, pour la fonction concernée, d'une sélection comparative visée à l'article 279, § 4.";
  d) dans le paragraphe 2, les alinéas 2 à 6 sont abrogés.
Art. 63. In artikel 263 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 29 december 2010, 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  b) in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.";
  c) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt als bedoeld in artikel 279, § 4.";
  d) in paragraaf 2 worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art. 63. A l'article 263 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 29 décembre 2010, 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  b) dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° être lauréat, pour la fonction concernée, d'une sélection comparative visée à l'article 279, § 4.";
  d) dans le paragraphe 2, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 64. In artikel 264 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  2° in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.";
  3° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of een parketsecretariaat" vervangen door de woorden ", een parketsecretariaat of, in voorkomend geval, een steundienst";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De vergelijkende selectie kan meerdere opeenvolgende modules van proeven omvatten waarbij de kandidaat enkel tot de volgende module wordt toegelaten op voorwaarde dat hij geslaagd is voor de vorige. In dat geval wordt de rangschikking enkel vastgelegd op basis van de resultaten van de laatste module.".
Art. 64. A l'article 264 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 1er décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.";
  3° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou un secrétariat de parquet" sont remplacés par les mots ", un secrétariat de parquet ou, le cas échéant, un service d'appui";
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La sélection comparative peut comprendre plusieurs modules d'épreuves successives auxquelles le candidat n'est admis que sous réserve de la réussite du module précédent. Dans ce cas, le classement n'est établi que sur la base des résultats du dernier module.".
Art. 65. In artikel 265 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 29 december 2010 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  b) in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.";
  c) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt als bedoeld in artikel 279, § 4.";
  d) in paragraaf 2, worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art. 65. A l'article 265 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois du 29 décembre 2010 et du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  b) dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° être lauréat, pour la fonction concernée, d'une sélection comparative visée à l'article 279, § 4.";
  d) dans le paragraphe 2, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 66. In artikel 266 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 29 december 2010 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  b) in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.";
  c) in paragraaf 2, eerste lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt als bedoeld in artikel 279, § 4.";
  d) in paragraaf 2, worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art. 66. A l'article 266 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 29 décembre 2010 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  b) dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° être lauréat, pour la fonction concernée, d'une sélection comparative visée à l'article 279, § 4.";
  d) dans le paragraphe 2, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 67. In artikel 267 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  2° in paragraaf 1 wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.";
  3° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of een parketsecretariaat" vervangen door de woorden ", een parketsecretariaat of, in voorkomend geval, een steundienst";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. De vergelijkende selectie kan meerdere opeenvolgende modules van proeven omvatten waarbij de kandidaat enkel tot de volgende module wordt toegelaten op voorwaarde dat hij geslaagd is voor de vorige. In dat geval wordt de rangschikking enkel vastgelegd op basis van de resultaten van de laatste module.".
Art. 67. A l'article 267 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.";
  3° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou un secrétariat de parquet" sont remplacés par les mots ", un secrétariat de parquet ou, le cas échéant, un service d'appui";
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La sélection comparative peut comprendre plusieurs modules d'épreuves successives auxquelles le candidat n'est admis que sous réserve de la réussite du module précédent. Dans ce cas, le classement n'est établi que sur la base des résultats du dernier module.".
Art. 68. In artikel 268 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden het tweede tot vijfde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de Koning, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.
  De termijn en het statuut die van toepassing zijn op de stagiairs van de niveaus B, C en D bedoeld in artikel 177 worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden op hen toegepast.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Om door middel van bevordering te worden benoemd in een klasse van het niveau A, moet de kandidaat vast benoemd zijn in het niveau C of B bij een griffie, een parketsecretariaat of, in voorkomend geval, een steundienst en geslaagd zijn voor een vergelijkende selectie voor het desbetreffende ambt als bedoeld in artikel 279, § 4.".
Art. 68. A l'article 268 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 à 5 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le Roi peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.
  Le délai et le statut applicables aux stagiaires des niveaux B, C et D, visés à l'article 177, leur sont appliqués dans la même mesure et aux mêmes conditions.";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Pour pouvoir être nommé, par promotion, dans une classe de niveau A, le candidat doit être nommé à titre définitif au niveau B ou C dans un greffe, un secrétariat de parquet ou, le cas échéant, un service d'appui et être lauréat, pour la fonction concernée, d'une sélection comparative visée à l'article 279, § 4.".
Art. 69. Artikel 269 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 69. L'article 269 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 10 avril 2014, est abrogé.
Art. 70. In artikel 270 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden het tweede tot vierde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de minister van Justitie, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of een parketsecretariaat" vervangen door de woorden ", een parketsecretariaat of, in voorkomend geval, een steundienst";
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "voorlopige benoeming" vervangen door het woord "stage".
Art. 70. A l'article 270 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 à 4 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le ministre de la Justice peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  2° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou un secrétariat de parquet" sont remplacés par les mots ", un secrétariat de parquet ou, le cas échéant, un service d'appui";
  3° dans le paragraphe 3, les mots "à la nomination provisoire" sont remplacés par les mots "au stage".
Art. 71. In artikel 271 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden het tweede tot vierde lid vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de minister van Justitie, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of een parketsecretariaat" vervangen door de woorden ", een parketsecretariaat of, in voorkomend geval, een steundienst";
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "voorlopige benoeming" vervangen door het woord "stage".
Art. 71. A l'article 271 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 2 à 4 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le ministre de la Justice peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  2° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou un secrétariat de parquet" sont remplacés par les mots ", un secrétariat de parquet ou, le cas échéant, un service d'appui";
  3° dans le paragraphe 3, les mots "à la nomination provisoire" sont remplacés par les mots "au stage".
Art. 72. In artikel 272 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede tot vierde lid worden vervangen als volgt :
  "Na afloop van een stage die moet toelaten om de geschiktheid van de kandidaat voor het ambt te kunnen beoordelen, wordt de benoeming definitief wanneer de stagiair na afloop van zijn evaluatieperiode, de vermelding "voldoet aan de verwachtingen" of "uitzonderlijk" heeft verkregen of wanneer de beroepscommissie bedoeld in artikel 287quater zijn benoeming heeft voorgesteld.
  Tijdens de stage kan de minister van Justitie, in geval van beroepsongeschiktheid of wegens een zware fout, aan de stage een einde maken op voorstel van de bedoelde beroepscommissie.";
  2° in het vijfde lid worden de woorden "voorlopige benoeming" vervangen door het woord "stage".
Art. 72. A l'article 272 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 2 à 4 sont remplacés par ce qui suit :
  "A l'issue d'un stage qui doit permettre d'évaluer l'aptitude du candidat pour la fonction, la nomination devient définitive lorsque le stagiaire a obtenu, à l'issue de sa période d'évaluation, la mention "répond aux attentes" ou "exceptionnel" ou lorsque la commission de recours visée à l'article 287quater a proposé sa nomination.
  En cours de stage, en cas d'inaptitude professionnelle ou pour cause de faute grave, le ministre de la Justice peut mettre fin au stage sur proposition de ladite commission de recours.";
  2° dans l'alinéa 5, les mots "à la nomination provisoire" sont remplacés par les mots "au stage".
Art. 73. In het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk VI, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van afdeling II, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, vervangen als volgt :
  "Selectie.".
Art. 73. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre VI, chapitre VI, du même Code, l'intitulé de la section II, insérée par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
  "De la sélection.".
Art. 74. Artikel 273 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 273. De Koning bepaalt de nadere regels voor de vergelijkende selectie bedoeld in de artikelen 261 tot 268 en 270 tot 272.".
Art. 74. L'article 273 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 273. Le Roi fixe les modalités relatives à la sélection comparative visée aux articles 261 à 268 et 270 à 272.".
Art. 75. In artikel 274 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. In het niveau A en voor een betrekking van griffier of secretaris, kiest het directiecomité of de betrekking moet worden verleend door middel van mutatie, mobiliteit, werving, bevordering en/of verandering van graad.
  Voor de vredegerechten en de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel ligt die keuze bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg wordt bepaald overeenkomstig artikel 186bis, tweede tot zevende lid.";
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "Voor de benoeming tot hoofdgriffier, griffier-hoofd van dienst, hoofdsecretaris, secretaris-hoofd van dienst of tot functies in de klasse A3 of A4 in niveau A kiest het directiecomité of de betrekking moet worden verleend door middel van mutatie of bevordering.";
  3° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende :
  " § 2/1. Voor de aanwijzing tot hoofdgriffier of hoofdsecretaris wordt in de vacante betrekking voorzien door een beroep te doen op gerechtspersoneel dat voldoet aan de reglementaire voorwaarden en dat aanspraak kan maken op bevordering.";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden "van Justitie" ingevoegd tussen de woorden "de minister" en de woorden "of zijn gemachtigde";
  5° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "van Justitie" ingevoegd tussen de woorden "de minister" en de woorden "of zijn gemachtigde" en worden de woorden "op verzoek van het directiecomité" ingevoegd tussen het woord "gemachtigde" en de woorden ", onder het toezicht";
  6° in paragraaf 4 wordt het derde lid vervangen door twee leden, luidende :
  "Ingeval van samenloop van kandidaten die in aanmerking komen voor mutatie, mobiliteit, werving, bevordering en/of verandering van graad, wordt steeds een bijkomende proef georganiseerd.
  De werfreserve van de bijkomende vergelijkende proef heeft een geldigheidsduur van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal dat deze afsluit.";
  7° de paragrafen 4/1 en 4/2 worden tussen de vierde en de vijfde paragraaf ingevoegd, luidende :
  " § 4/1. Het directiecomité kan, zonder toepassing van artikel 287sexies, een beroep doen op de bestaande reserve van een bijkomende vergelijkende proef bedoeld in paragraaf 4, vierde lid.
  § 4/2. De geslaagden voor de bijkomende vergelijkende proef die niet ingaan op een betrekking die hen wordt aangeboden, worden geschrapt uit de werfreserve van de bijkomende vergelijkende proef.";
  8° in paragraaf 5 worden de woorden "uit de kandidaten voor de vacante betrekking ofwel" opgeheven.
Art. 75. A l'article 274 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Dans le niveau A et pour un emploi de greffier ou de secrétaire, le comité de direction choisit si l'emploi doit être attribué par voie de mutation, mobilité, recrutement, promotion et/ou changement de grade.
  Pour les justices de paix et les tribunaux de police de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, ce choix appartient au président du tribunal de première instance. Le président du tribunal de première instance compétent est déterminé conformément à l'article 186bis, alinéas 2 à 7.";
  2° le paragraphe 2, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  "Pour la nomination à la fonction de greffier en chef, greffier chef de service, secrétaire en chef, secrétaire chef de service ou à des fonctions dans la classe A3 ou A4 du niveau A, le comité de direction choisit si l'emploi doit être attribué par voie de mutation ou de promotion.";
  3° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
  " § 2/1. Pour la désignation à la fonction de greffier en chef ou de secrétaire en chef, il est pourvu à l'emploi vacant en faisant appel au personnel judiciaire qui satisfait aux conditions réglementaires et qui peut y prétendre par avancement.";
  4° dans le paragraphe 3, les mots "de la Justice" sont insérés entre les mots "du ministre" et les mots "ou de son délégué";
  5° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "de la Justice" sont insérés entre les mots "le ministre" et les mots "ou son délégué" et les mots "à la demande du comité de direction" sont insérés entre le mot "peut," et les mots "sous la surveillance";
  6° dans le paragraphe 4, l'alinéa 3 est remplacé par deux alinéas rédigés comme suit :
  "En cas d'égalité entre candidats qui entrent en ligne de compte pour une mutation, une mobilité, un recrutement, une promotion et/ou un changement de grade, une épreuve complémentaire est toujours organisée.
  La réserve de recrutement de l'épreuve comparative complémentaire a une durée de validité de deux ans, à compter de la date du procès-verbal qui clôt celle-ci.";
  7° les paragraphes 4/1 et 4/2 sont insérés entre les paragraphes 4 et 5, rédigés comme suit :
  " § 4/1. Le comité de direction peut faire appel à la réserve existante d'une épreuve comparative complémentaire visée au paragraphe 4, alinéa 4, sans application de l'article 287sexies.
  § 4/2. Les lauréats de l'épreuve comparative complémentaire qui ne prennent pas un emploi qui leur est proposé sont rayés de la réserve de recrutement de l'épreuve comparative complémentaire.";
  8° dans le paragraphe 5, les mots "parmi les candidats à l'emploi vacant" sont abrogés.
Art. 76. In het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk VI, afdeling II, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 275bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 275bis. De geslaagden die een ambt postuleren, verbinden er zich toe in dienst te treden. Zij die na de kennisgeving van de benoeming weigeren in dienst te treden, worden uit de reserve van geslaagden geschrapt.
  Met de benoeming putten de personeelsleden de rechten uit verbonden aan hun uitslag. Ontslagnemende personeelsleden verliezen het voordeel van hun uitslag, zelfs indien de termijn van de betrokken selectie niet is verstreken.".
Art. 76. Dans la deuxième partie, livre premier, titre VI, chapitre VI, section II, du même Code, il est inséré un article 275bis rédigé comme suit :
  "Art. 275bis. Les lauréats postulant à une fonction s'engagent à entrer en service. Ceux qui, après la notification de la nomination, refusent d'entrer en service sont rayés de la réserve des lauréats.
  Avec la nomination, les membres du personnel épuisent les droits liés à leur résultat. Les membres du personnel démissionnaires perdent le bénéfice de leur résultat, même si le délai relatif à la sélection concernée n'a pas expiré.".
Art. 77. In artikel 278, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "van Justitie" ingevoegd tussen de woorden "de minister" en de woorden "wat de deskundigen betreft.".
Art. 77. A l'article 278, § 2, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est abrogé;
  2° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 1er, les mots "de la Justice" sont insérés entre les mots "le ministre" et les mots "pour ce qui concerne les experts.".
Art. 78. In het tweede deel, boek I, titel IV, hoofdstuk VI, afdeling III van hetzelfde Wetboek, wordt onderafdeling II, opgeheven bij de wet van 10 april 2014, hersteld als volgt :
  "Onderafdeling II. - Bevordering naar niveau A".
Art. 78. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre IV, chapitre VI, section III du même Code, la sous-section II, abrogée par la loi du 10 avril 2014, est rétablie dans la rédaction suivante :
  "Sous-section II. - De la promotion vers le niveau A".
Art. 79. In onderafdeling II, hersteld bij artikel 78, wordt artikel 279, opgeheven bij de wet van 10 april 2014, hersteld als volgt :
  "Art. 279. § 1. Om aan de proeven voor de bevordering naar niveau A deel te nemen moet het personeelslid zich in een administratieve stand bevinden waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan laten gelden, en bij zijn laatste evaluatie de vermelding "uitzonderlijk" of "voldoet aan de verwachting" hebben gekregen en behouden.
  § 2. De proeven voor de overgang naar het niveau A zijn in drie reeksen ingedeeld :
  De eerste reeks wordt georganiseerd door Selor. De proeven van die reeks beogen een evaluatie van het vermogen van een personeelslid om in niveau A te functioneren. Ze worden afgesloten met een attest van slagen of een verslag van het niet-slagen. Het attest van slagen is onbeperkt in de tijd geldig.
  De afgevaardigd bestuurder van Selor kan een vrijstelling toekennen voor proeven waarvoor men reeds geslaagd is.
  Een personeelslid dat niet geslaagd is voor een proef wordt gedurende een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het afleggen van deze proef, uitgesloten van de mogelijkheid van het opnieuw afleggen ervan.
  § 3. De tweede reeks omvat vier proeven die een evaluatie van de verwerving van kennis beogen. Elk van de vier proeven bestaat in het volgen van en slagen voor cursussen van minstens vier ECTS-studiepunten van een masterprogramma van een universiteit of hogeschool van de Europese Economische Ruimte. De tweede reeks proeven is alleen toegankelijk voor de geslaagden van de eerste reeks proeven.
  Een van die proeven dient gekozen te worden binnen de vakgebieden economie, recht of overheidsfinanciën.
  De drie andere proeven worden gekozen in onderling akkoord tussen de kandidaat en de minister van Justitie of zijn afgevaardigde op advies van het Instituut voor de gerechtelijke opleiding.
  Het Instituut voor gerechtelijke opleiding kan ook zelf de in het derde lid bedoelde proeven organiseren, mits gunstig advies van twee hoogleraren, één van elke taalrol, gespecialiseerd in het vakgebied van die proeven. Het advies zal gunstig zijn indien en alleen indien de proeven tot het niveau van een master behoren en indien elke proef met minstens vier ECTS-studiepunten overeenkomt.
  Kandidaten die houder zijn van een master of van een ander diploma dat toegang verleent tot het niveau A, die is uitgereikt door een universiteit of hogeschool van de Europese Economische Ruimte, worden beschouwd als geslaagden van de proeven van deze reeks.
  Voor elke proef van deze reeks is het slagen onbeperkt in de tijd geldig.
  De inschrijvingskosten voor de proeven van deze reeks worden ten laste genomen door het Instituut voor gerechtelijke opleiding.
  § 4. De derde reeks is een vergelijkende selectie voor een functie van het niveau A. Ze wordt georganiseerd door Selor. Ze is alleen toegankelijk voor de geslaagden van de eerste en de tweede reeks proeven. De vergelijkende selectie kan meerdere proeven omvatten, waarvan de eerste een uitsluitingsproef kan zijn.".
Art. 79. Dans la sous-section II, rétablie par l'article 78, l'article 279, abrogé par la loi du 10 avril 2014, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 279. § 1er. Pour participer aux épreuves d'accession au niveau A, le membre du personnel doit être dans une position administrative où il peut faire valoir ses titres à la promotion et avoir obtenu et conserver la mention "exceptionnel" ou "répond aux attentes" à sa dernière évaluation.
  § 2. Les épreuves d'accession au niveau A se répartissent en trois séries :
  La première série est organisée par le Selor. Les épreuves de cette série visent à évaluer la capacité d'un membre du personnel à fonctionner au niveau A. Elles se concluent par une attestation de réussite ou un constat d'échec. L'attestation de réussite est valable sans limitation de temps.
  L'administrateur délégué du Selor peut accorder une dispense d'épreuves déjà réussies.
  Un membre du personnel qui n'a pas réussi une épreuve est exclu pendant une durée de six mois à dater du jour de la présentation de cette épreuve de la possibilité de la présenter à nouveau.
  § 3. La deuxième série comprend quatre épreuves qui visent à évaluer l'acquisition de connaissances. Chacune des quatre épreuves consiste dans le suivi et la réussite des cours d'au moins quatre crédits ECTS figurant au programme des masters d'une université ou d'une haute école de l'Espace Economique Européen. La deuxième série d'épreuves n'est accessible qu'aux lauréats de la première série d'épreuves.
  Une de ces épreuves doit être choisie dans les domaines de l'économie, du droit ou des finances publiques.
  Les trois autres épreuves sont choisies de commun accord par le candidat et le ministre de la Justice ou son délégué sur avis de l'Institut de formation judiciaire.
  L'Institut de formation judiciaire peut également organiser lui-même les épreuves visées à l'alinéa 3 moyennant avis favorable de deux professeurs d'université, un de chaque rôle linguistique, spécialisés dans la matière de ces épreuves. L'avis sera favorable si et seulement si les épreuves sont du niveau d'un master et correspondent chacune à au moins quatre crédits ECTS.
  Les candidats titulaires d'un master ou d'un autre diplôme qui donne accès au niveau A, délivré par une université ou une haute école de l'Espace Economique Européen, sont considérés comme lauréats des épreuves de cette série.
  Pour chaque épreuve de cette série, la réussite est valable sans limitation de temps.
  Les frais d'inscription aux épreuves de la présente série sont pris en charge par l'Institut de formation judiciaire.
  § 4. La troisième série consiste en une sélection comparative par rapport à une fonction de niveau A. Elle est organisée par le Selor. Elle n'est accessible qu'aux lauréats de la première et de la deuxième série d'épreuves. La sélection comparative peut comprendre plusieurs épreuves, dont la première peut être éliminatoire.".
Art. 80. In artikel 287ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "vastbenoemde personeelsleden en alle contractuele" opgeheven;
  b) in paragraaf 1, derde lid, eerste zin, worden de woorden "de magistraat die of" ingevoegd tussen de woorden "De hiërarchische meerdere is" en de woorden "het vastbenoemd personeelslid";
  c) in paragraaf 1, derde lid, tweede zin, worden de woorden "de magistraat die of" ingevoegd tussen de woorden "De functionele chef is" en de woorden "het vastbenoemd of contractueel personeelslid dat";
  d) in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De evaluatieperiode duurt een jaar behoudens uitzonderingen bepaald door de Koning. Er vindt een functiegesprek plaats in het begin van de evaluatieperiode wanneer het personeelslid vastbenoemd wordt, in dienst genomen wordt of van functie verandert. Er wordt ook een functiegesprek gehouden wanneer de functie belangrijke veranderingen ondergaat.";
  e) in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "nieuwe" opgeheven;
  f) een paragraaf 3bis wordt ingevoegd, luidende :
  " § 3bis. De paragrafen 2 en 3 zijn van toepassing op de stage, onder voorbehoud van de volgende specificiteiten :
  1° de stage bestaat minstens uit drie functioneringsgesprekken. Zij zijn evenwichtig verdeeld over de volledige evaluatieperiode en worden elk afgesloten met de toekenning van een vermelding "uitzonderlijk", "voldoet aan de verwachtingen", "te verbeteren" of "onvoldoende";
  2° wanneer ze betrekking hebben op de stage worden de in § 3 bedoelde elementen bepaald om :
  - de optimale integratie van de stagiair in zijn dienst en binnen de rechterlijke orde in het algemeen mogelijk te maken;
  - aan te tonen of de stagiair over de vereiste bekwaamheden beschikt om de taken uit te voeren die verbonden zijn aan de betrekking waarvoor hij aangewezen is.";
  g) in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "zelfs indien deze niet volgt op de eerste vermelding "onvoldoende"" vervangen door de woorden "zelfs als ze niet opeenvolgend zijn";
  h) paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Deze paragraaf is niet van toepassing op de stagiairs.";
  i) in het artikel worden de paragrafen 4bis, 4ter en 4quater ingevoegd, luidende :
  " § 4bis. Indien gedurende de stage een vermelding "onvoldoende" wordt toegekend na afloop van een verplicht functioneringsgesprek, maakt de magistraat-korpschef het dossier over aan de in artikel 287quater bedoelde beroepscommissie die beslist of de stage mag worden verdergezet of die een ontslagvoorstel overmaakt aan de overheid bevoegd om het ontslag tijdens de stage uit te spreken.
  In afwijking van het eerste lid leidt de aan de stagiair toegekende functioneringsvermelding "onvoldoende" niet tot de aanhangigmaking bij de beroepscommissie indien de stagiair, de evaluator en de magistraat-korpschef akkoord zijn over de verderzetting van de stage.
  § 4ter. Indien na afloop van de stage een vermelding "te verbeteren" of "onvoldoende" wordt toegekend, maakt de magistraat-korpschef het dossier over aan de beroepscommissie.
  In geval van vermelding "onvoldoende", naargelang het geval :
  1° beslist de beroepscommissie of de stage moet worden verlengd;
  2° legt de beroepscommissie een met redenen omkleed ontslagvoorstel voor aan de overheid bevoegd om het ontslag tijdens de stage uit te spreken.
  In geval van vermelding "te verbeteren", naar gelang het geval :
  1° beslist de beroepscommissie of de stage moet worden verlengd;
  2° legt de beroepscommissie een met redenen omkleed benoemingsvoorstel voor aan de overheid bevoegd om het ontslag tijdens de stage uit te spreken. In dat geval wordt de stageperiode beschouwd als een periode die afgesloten wordt met de vermelding "voldoet aan de verwachtingen".
  § 4quater. Na afloop van de stage die werd verlengd overeenkomstig § 4ter, maakt de magistraat-korpsoverste aan de commissie het evaluatiedossier over van de stagiair aan wie de evaluatievermelding "te verbeteren" of "onvoldoende" werd toegekend.
  De commissie legt, naar gelang het geval :
  1° een met redenen omkleed benoemingsvoorstel voor aan de overheid bevoegd om het ontslag tijdens de stage uit te spreken. In dat geval wordt de stageperiode beschouwd als een periode die afgesloten wordt met de vermelding "voldoet aan de verwachtingen";
  2° een met redenen omkleed ontslagvoorstel voor aan de overheid bevoegd om het ontslag tijdens de stage uit te spreken.".
Art. 80. Dans l'article 287ter du même Code, inséré par la loi du 17 février 1997 et remplacé par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "nommés à titre définitif et tous les membres du personnel contractuel" sont abrogés;
  b) dans le paragraphe 1er, alinéa 3, première phrase, les mots "le magistrat ou" sont insérés entre les mots "Le supérieur hiérarchique est" et les mots "le membre du personnel";
  c) dans le paragraphe 1er, alinéa 3, deuxième phrase, les mots "le magistrat ou" sont insérés entre les mots "Le chef fonctionnel est" et les mots "le membre du personnel statutaire ou contractuel";
  d) dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "La période d'évaluation a une durée d'un an sauf exceptions prévues par le Roi. Un entretien de fonction est tenu au début de la période d'évaluation lorsque le membre du personnel est nommé à titre définitif, est engagé, ou change de fonction. Un entretien de fonction est aussi tenu lorsque la fonction connaît des changements significatifs.";
  e) dans le paragraphe 2, alinéa 2, le mot "nouvelle" est abrogé;
  f) il est inséré un paragraphe 3bis rédigé comme suit :
  " § 3bis. Les paragraphes 2 et 3 sont applicables au stage, sous réserve des spécificités suivantes :
  1° le stage doit comporter au moins trois entretiens de fonctionnement. Ils sont répartis de manière équilibrée sur l'ensemble de la période d'évaluation et se clôturent chacun par l'attribution d'une mention "exceptionnel", "répond aux attentes", "à améliorer" ou "insuffisant";
  2° lorsqu'ils concernent le stage, les éléments visés au § 3 sont déterminés de manière à :
  - permettre l'intégration optimale du stagiaire au sein de son service et de l'ordre judiciaire en général;
  - établir si le stagiaire dispose des capacités requises pour exercer les fonctions en lien avec l'emploi pour lequel il est désigné.";
  g) dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "même si elle n'est pas consécutive à la première mention "insuffisant"" sont remplacés par les mots "même si les deux mentions ne sont pas consécutives";
  h) le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Ce paragraphe ne s'applique pas aux stagiaires.";
  i) dans l'article sont insérés les paragraphes 4bis, 4ter et 4quater rédigés comme suit :
  " § 4bis. Si pendant le stage une mention "insuffisant" est attribuée à l'issue d'un entretien de fonctionnement obligatoire, le magistrat-chef de corps transfère le dossier à la commission de recours visée à l'article 287quater qui décide si le stage peut être poursuivi ou transmet une proposition de licenciement à l'autorité compétente pour prononcer le licenciement pendant le stage.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, l'attribution d'une mention de fonctionnement "insuffisant" au stagiaire ne conduit pas à un renvoi vers ladite commission de recours si le stagiaire, l'évaluateur et le magistrat-chef de corps s'accordent sur la poursuite du stage.
  § 4ter. Si à l'issue du stage, une mention "à améliorer" ou "insuffisant" est attribuée, le magistrat-chef de corps transfère le dossier à la commission de recours.
  En cas de mention "insuffisant", selon le cas :
  1° la commission de recours décide si le stage doit être prolongé;
  2° la commission de recours soumet une proposition de licenciement motivée à l'autorité compétente pour prononcer le licenciement pendant le stage.
  En cas de mention "à améliorer", selon le cas :
  1° la commission de recours décide si le stage doit être prolongé;
  2° la commission de recours soumet une proposition motivée de nomination à l'autorité compétente pour prononcer le licenciement pendant le stage. Dans ce cas, la période de stage est considérée comme s'étant achevée sur une mention "répond aux attentes".
  § 4quater. A l'issue du stage prolongé conformément au § 4ter, le magistrat-chef de corps communique à la commission le dossier d'évaluation du stagiaire auquel la mention d'évaluation "à améliorer" ou "insuffisant" a été attribuée.
  La commission, selon le cas :
  1° soumet une proposition motivée de nomination à l'autorité compétente pour prononcer le licenciement pendant le stage. Dans ce cas, la période de stage est considérée comme se concluant par la mention "répond aux attentes";
  2° soumet une proposition motivée de licenciement à l'autorité compétente pour prononcer le licenciement pendant le stage.".
Art. 81. In artikel 287ter/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de Franse tekst van paragraaf 1 worden de woorden "six mois" ingevoegd tussen de woorden "se clôture" en de woorden "avant la fin";
  b) paragraaf 3, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "Als voorbereiding op dit gesprek maakt de te evalueren persoon een zelfevaluatie op die hij twintig kalenderdagen vóór het gesprek doorstuurt naar de evaluator. Die schriftelijke zelfevaluatie wordt bij het evaluatiedossier gevoegd.";
  c) in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven;
  d) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 9, luidende :
  " § 9. Het evaluatiedossier van de houder van een mandaat van hoofdgriffier of hoofdsecretaris bedoeld in artikel 160, § 8, derde lid, bestaat uit de volgende elementen :
  1° een identificatiefiche met de persoonlijke gegevens en het aanstellingsbesluit;
  2° een gevalideerde functiebeschrijving;
  3° het beheersplan bedoeld in artikel 185/6;
  4° in voorkomend geval, de verslagen over de functioneringsgesprekken en/of ieder ander document dat inzicht verschaft in de afspraken, de schikkingen en de aanpassingen aan de te bereiken doelstellingen, die tussen de geëvalueerde mandaathouder en zijn evaluator werden getroffen;
  5° de zelfevaluatie van de mandaathouder;
  6° de evaluatieverslagen;
  7° eventueel dossier van het ingestelde beroep.
  De geëvalueerde kan documenten laten opnemen in zijn evaluatiedossier.
  Het evaluatiedossier wordt bewaard bij de korpschef bedoeld in artikel 58bis.
  Het individuele evaluatiedossier is toegankelijk voor de geëvalueerde, voor zijn evaluator en voor de minister van Justitie of zijn gemachtigde.".
Art. 81. A l'article 287ter/1 du même Code, inséré par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, les mots "six mois" sont insérés entre les mots "se clôture" et les mots "avant la fin";
  b) le paragraphe 3, alinéa 1er, est complété par les phrases suivantes :
  "Comme préparation à cet entretien, la personne à évaluer établit une auto-évaluation qu'elle transmet à l'évaluateur vingt jours calendriers avant l'entretien. Cette auto-évaluation écrite est jointe au dossier d'évaluation.";
  c) dans le paragraphe 4, l'alinéa 2 est abrogé;
  d) l'article est complété par le paragraphe 9 rédigé comme suit :
  " § 9. Le dossier d'évaluation du titulaire d'un mandat de greffier en chef ou de secrétaire en chef visé à l'article 160, § 8, alinéa 3, se compose des éléments suivants :
  1° une fiche d'identification avec les données personnelles et l'arrêté de désignation;
  2° une description de fonction validée;
  3° le plan de gestion visé à l'article 185/6;
  4° le cas échéant, les rapports des entretiens de fonctionnement et/ou tout autre document permettant d'appréhender les accords, les arrangements et les ajustements par rapport aux objectifs à atteindre pris entre le titulaire du mandat évalué et son évaluateur;
  5° l'auto-évaluation du titulaire du mandat;
  6° les rapports d'évaluation;
  7° l'éventuel dossier du recours introduit.
  L'évalué peut faire ajouter des documents dans son dossier d'évaluation.
  Le dossier d'évaluation est conservé auprès du chef de corps visé à l'article 58bis.
  Le dossier d'évaluation individuel est à la disposition de l'évalué, de son évaluateur et du ministre de la Justice ou de son délégué.".
Art. 82. In artikel 287quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 februari 1997 en vervangen bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Er wordt een beroepscommissie opgericht die bevoegd is voor de beroepen inzake evaluatie en de stage.
  De zetel van deze beroepscommissie is gevestigd te Brussel.
  De beroepscommissie bestaat uit een Nederlandstalige afdeling en een Franstalige afdeling. De taalrol van het personeelslid bepaalt voor welke afdeling hij dient te verschijnen.
  Het Duitstalige personeelslid verschijnt voor de afdeling voorgezeten door de plaatsvervangende voorzitter die zijn kennis van het Duits bewijst.
  De beroepscommissie stelt haar huishoudelijk reglement op.
  De beroepscommissie is samengesteld uit :
  1° twee voorzitters aangewezen door de minister van Justitie : de Nederlandstalige voorzitter zit de Nederlandstalige afdeling voor, de Franstalige voorzitter zit de Franstalige afdeling voor;
  2° per afdeling, vijf leden, van wie er twee zijn aangewezen door de minister van Justitie en drie zijn aangewezen door de representatieve vakorganisaties, naar rato van één per organisatie;
  3° plaatsvervangers, namelijk : drie voorzitters aangewezen door de minister van Justitie, en, per afdeling, vijf leden, van wie er twee worden aangewezen door de minister van Justitie en drie worden aangewezen door de representatieve vakorganisaties.
  De voorzitters en de plaatsvervangende voorzitters worden aangewezen onder de magistraten van de rechterlijke orde.
  De andere leden en de andere plaatsvervangende leden worden aangewezen uit het gerechtspersoneel van het niveau A of B.
  Met uitzondering van de voorzitters, wordt de ene helft van de leden en de plaatsvervangers aangewezen door de minister van Justitie op voorstel van het College van het openbaar ministerie en de andere helft op voorstel van het College van de hoven en rechtbanken.
  Twee van de plaatsvervangende voorzitters nemen respectievelijk het voorzitterschap waar van de Nederlandstalige afdeling voor de Nederlandstalige voorzitter en van de Franstalige afdeling voor de Franstalige voorzitter. De derde plaatsvervangende voorzitter moet zijn kennis van het Duits bewijzen, evenals van het Nederlands of het Frans. Hij neemt met name het voorzitterschap waar van de afdeling die instaat voor de dossiers van Duitstalige personeelsleden.
  Het beroep is opschortend.";
  b) in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Het met redenen omkleed advies van de commissie bestaat hetzij uit een voorstel van behoud van de toegekende vermelding, hetzij uit een voorstel van een gunstigere vermelding.";
  c) paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De minister van Justitie of zijn afgevaardigde brengt het personeelslid dat beroep heeft ingesteld onmiddellijk ervan op de hoogte en deelt hem het advies mee.";
  d) in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden ", hetzij een andere vermelding toe te kennen" opgeheven.
Art. 82. Dans l'article 287quater du même Code, inséré par la loi du 17 février 1997 et remplacé par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Il est créé une commission de recours compétente pour les recours concernant l'évaluation et le stage.
  Le siège de cette commission de recours est situé à Bruxelles.
  La commission de recours est composée d'une section francophone et d'une section néerlandophone. Le rôle linguistique du membre du personnel détermine devant quelle section il doit comparaître.
  Le membre du personnel germanophone comparaît devant la section présidée par le président suppléant qui justifie de la connaissance de la langue allemande.
  La commission de recours établit son règlement d'ordre intérieur.
  La commission de recours se compose de :
  1° deux présidents désignés par le ministre de la Justice : le président francophone préside la section francophone, le président néerlandophone préside la section néerlandophone;
  2° par section, cinq membres dont deux sont désignés par le ministre de la Justice et trois sont désignés par les organisations syndicales représentatives, à raison de un par organisation;
  3° suppléants, à savoir : trois présidents désignés par le ministre de la Justice et, par section, cinq membres dont deux sont désignés par le ministre de la Justice et trois sont désignés par les organisations syndicales représentatives.
  Les présidents et présidents suppléants sont désignés parmi les magistrats de l'ordre judiciaire.
  Les autres membres et les autres membres suppléants sont désignés au sein du personnel judiciaire de niveau A ou B.
  A l'exception des présidents, la moitié des membres et des suppléants désignés par le ministre de la Justice l'est sur proposition du Collège du ministère public, l'autre moitié sur proposition du Collège des cours et tribunaux.
  Deux des présidents suppléants assument respectivement la présidence de la section francophone pour le président francophone et de la section néerlandophone pour le président néerlandophone. Le troisième président suppléant doit justifier de sa connaissance de l'allemand, ainsi que du français ou du néerlandais. Il assume notamment la présidence de la section chargée des dossiers des membres du personnel germanophone.
  Le recours est suspensif.";
  b) dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "L'avis motivé de la commission consiste soit en une proposition de maintien de la mention attribuée, soit en une proposition d'une mention plus favorable.";
  c) le paragraphe 2, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
  "Le ministre de la Justice ou son délégué en informe immédiatement le membre du personnel requérant et lui communique l'avis.";
  d) dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots ", soit d'attribuer une autre mention" sont abrogés.
Art. 83. Artikel 287quinquies, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "De voorwaarde met betrekking tot het gedrag wordt bewezen door middel van een uittreksel uit het strafregister waaruit blijkt dat de kandidaat niet werd veroordeeld, zelfs niet met uitstel, bij een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, tot enige correctionele of criminele straf, tenzij hij in eer en rechten hersteld is. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de personen die soortgelijke, in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben ondergaan in het buitenland.".
Art. 83. L'article 287quinquies, § 3, du même Code, inséré par la loi du 25 avril 2007, est complété par les phrases suivantes :
  "Le respect de la condition relative à la conduite est prouvé au moyen d'un extrait du casier judiciaire dont il ressort que le candidat n'a pas été condamné, même avec sursis, par une condamnation coulée en force de chose jugée, à une peine correctionnelle ou criminelle sauf s'il a été réhabilité. Cette disposition s'applique par analogie aux personnes qui ont été condamnées à l'étranger à une peine de même nature par un condamnation coulée en force de chose jugée.".
Art. 84. In artikel 287sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 31 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Elke kandidaatstelling voor een benoeming in de rechterlijke orde of voor een aanwijzing als korpschef, rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, verbindingsmagistraat in jeugdzaken, bijstandsmagistraat, federaal magistraat, substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken of van lid van het gerechtspersoneel moet op straffe van verval aan de minister van Justitie worden gericht binnen een termijn van twintig dagen vanaf de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad.";
  2° het vierde lid wordt opgeheven;
  3° in het vijfde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden ", in tweevoud," opgeheven en worden de woorden "bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "langs elektronische weg";
  4° het achtste lid, dat het zevende lid wordt, wordt vervangen als volgt :
  "De oproep in het Belgisch Staatsblad vermeldt de wijze waarop de kandidaturen moeten worden ingediend. De oproep kan evenzeer voor vacatures van het gerechtspersoneel en rekening houdende met de rangschikking, het maximum aantal deelnemers aan de bijkomende proef vastleggen.";
  5° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De in het derde lid bedoelde stavingstukken met betrekking tot de studies en beroepservaring moeten evenwel niet meer aan de kandidaat worden gevraagd wanneer zij reeds werden ingediend bij een eerdere kandidaatstelling of wanneer zij beschikbaar zijn omdat de kandidaat al lid of personeelslid is van de rechterlijke orde.".
Art. 84. A l'article 287sexies du même Code, inséré par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 31 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° L'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Toute candidature à une nomination dans l'ordre judiciaire ou à une désignation de chef de corps, de juge au tribunal de l'application des peines, de magistrat de liaison en matière de jeunesse, de magistrat d'assistance, de magistrat fédéral, de substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines ou de membre du personnel judiciaire doit être adressée, à peine de déchéance, au ministre de la Justice dans un délai de vingt jours à partir de la publication de la vacance au Moniteur belge.";
  2° l'alinéa 4 est abrogé;
  3° dans l'alinéa 5, qui devient l'alinéa 4, les mots "en deux exemplaires" sont abrogés et les mots "par courrier recommandé" sont remplacés par les mots "par voie électronique";
  4° l'alinéa 8, qui devient l'alinéa 7, est remplacé par ce qui suit :
  "L'appel aux candidats au Moniteur belge mentionne la manière dont les candidatures doivent être introduites. Pour les places vacantes du personnel judiciaire, l'appel peut également, en tenant compte du classement, fixer le nombre maximum de participants à l'épreuve complémentaire.";
  5° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les pièces justificatives concernant les études et l'expérience professionnelle visées à l'alinéa 3 ne doivent toutefois plus être réclamées au candidat lorsqu'elles ont déjà été remises à l'occasion d'une candidature antérieure ou lorsqu'elles sont disponibles en raison du fait que le candidat a déjà la qualité de membre ou de membre du personnel de l'ordre judiciaire.".
Art. 85. In het tweede deel, boek I, titel VI, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk VIII ingevoegd, luidende "Definitieve ambtsneerlegging".
Art. 85. Dans la deuxième partie, livre Ier, titre VI, du même Code, il est inséré un chapitre VIII intitulé "De la cessation définitive des fonctions".
Art. 86. In hoofdstuk VIII, ingevoegd bij artikel 85, wordt een artikel 287septies ingevoegd, luidende :
  "Art. 287septies. Wordt ambtshalve en zonder opzeggingstermijn uit zijn ambt ontslagen, het personeelslid bedoeld in de hoofdstukken Vsexies en VI :
  1° van wie de benoeming als onregelmatig werd vastgesteld binnen de termijn van het beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State; deze termijn geldt niet in geval van fraude of bedrog vanwege het personeelslid;
  2° die zonder geldige reden zijn post verlaat en gedurende meer dan tien werkdagen afwezig blijft en die behoorlijk en op voorhand verwittigd werd en om opheldering verzocht werd;
  3° die verkeert in een geval waarin toepassing van de strafwetten en de burgerlijke wetten ambtsneerlegging ten gevolge heeft.".
Art. 86. Dans le chapitre VIII, inséré par l'article 85, il est inséré un article 287septies, rédigé comme suit :
  "Art. 287septies. Est d'office et sans préavis démis de ses fonctions, le membre du personnel visé aux chapitres Vsexies et VI :
  1° dont la nomination est constatée irrégulière dans le délai de recours en annulation devant le Conseil d'Etat; ce délai ne vaut pas en cas de fraude ou de dol du membre du personnel;
  2° qui, sans motif valable, abandonne son poste et reste absent pendant plus de dix jours ouvrables et qui a été dûment et préalablement averti et interpellé;
  3° qui se trouve dans un cas où l'application des lois civiles et pénales entraîne la cessation des fonctions.".
Art. 87. In hetzelfde hoofdstuk VIII wordt een artikel 287octies ingevoegd, luidende :
  "Art. 287octies. Het vrijwillig ontslag geeft aanleiding tot ambtsneerlegging. In dat geval mag het personeelslid bedoeld in de hoofdstukken Vsexies en VI zijn dienst slechts verlaten nadat hij zijn ontslag, bij een ter post aangetekende brief, ter kennis heeft gebracht aan de minister van Justitie of zijn gemachtigde.
  De in het eerste lid bedoelde kennisgeving gebeurt ten minste dertig dagen voorafgaand aan het ontslag, dat ingaat op de datum van verzending van de aangetekende brief. Die termijn kan in onderlinge overeenstemming worden ingekort.".
Art. 87. Dans le même chapitre VIII, il est inséré un article 287octies rédigé comme suit :
  "Art. 287octies. La démission volontaire entraîne la cessation des fonctions. Dans ce cas, le membre du personnel visé aux chapitres Vsexies et VI ne peut abandonner son service qu'après avoir notifié sa démission, par lettre recommandée à la poste, au ministre de la Justice ou à son représentant.
  La notification visée à l'alinéa 1er précède la démission de trente jours au moins, prenant cours à la date d'envoi de la lettre recommandée. Ce délai peut être réduit de commun accord.".
Art. 88. In hetzelfde hoofdstuk VIII wordt een artikel 287novies ingevoegd, luidende :
  "Art. 287novies. De artikelen 287septies en 287octies zijn van toepassing op de stagiairs.".
Art. 88. Dans le même chapitre VIII, il est inséré un article 287novies rédigé comme suit :
  "Art. 287novies. Les articles 287septies et 287octies s'appliquent aux stagiaires.".
Art. 89. In artikel 288 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "of rechter in handelszaken" vervangen door de woorden ", rechter in handelszaken of assessor in strafuitvoeringszaken";
  2° in het eerste lid, gewijzigd bij de bepaling onder 1°, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank";
  3° in het vijfde lid worden de woorden "de voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank," ingevoegd tussen de woorden "de werkende en plaatsvervangende rechters in handelszaken," en de woorden "de procureurs des Konings";
  4° in het achtste lid worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank";
  5° het dertiende lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De installatie van een assessor in de tuchtrechtbank of in de tuchtrechtbank in hoger beroep geldt als installatie in de tuchtrechtbank in hoger beroep respectievelijk in de tuchtrechtbank.".
Art. 89. A l'article 288 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou juge consulaire" sont remplacés par les mots ", juge consulaire ou assesseur en application des peines";
  2° dans l'alinéa 1er, modifié dans le 1°, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines";
  3° dans l'alinéa 5, les mots "des présidents et vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police," sont insérés entre les mots "des juges consulaires, effectifs et suppléants," et les mots "des procureurs du Roi";
  4° dans l'alinéa 8, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines";
  5° l'alinéa 13 est complété par la phrase suivante :
  "La réception d'un assesseur au tribunal disciplinaire ou au tribunal disciplinaire d'appel vaut respectivement pour la réception au tribunal disciplinaire d'appel et au tribunal disciplinaire.".
Art. 90. In artikel 291, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "de voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, de assessoren in de tuchtrechtscolleges," worden ingevoegd tussen de woorden "plaatsvervangende rechters in de rechtbanken," en de woorden "van de procureurs des Konings";
  2° in het eerste lid, gewijzigd bij de bepaling onder 1°, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 90. A l'article 291, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "des présidents et vice-présidents des juges de paix et des juges au tribunal de police, des assesseurs des juridictions disciplinaires," sont insérés entre les mots "juges suppléants des tribunaux," et les mots "des procureurs du Roi";
  2° dans l'alinéa 1er, modifié par le 1°, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 91. In artikel 300 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid worden de woorden "De werkende assessoren in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "De werkende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank";
  2° in het vierde lid worden de woorden "De plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "De plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 91. A l'article 300 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, les mots "Les assesseurs en application des peines effectifs" sont remplacés par les mots "Les assesseurs effectifs au tribunal de l'application des peines";
  2° dans l'alinéa 4, les mots "Les assesseurs en application des peines suppléants" sont remplacés par les mots "Les assesseurs suppléants au tribunal de l'application des peines".
Art. 92. In artikel 304 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 92. Dans l'article 304 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 93. In artikel 312 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 93. Dans l'article 312 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 94. In artikel 313 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 17 juli 1984 en 21 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 383bis, § 4," vervangen door de woorden "artikel 383bis, § 3,";
  2° in het tweede lid worden de woorden "tweede lid," vervangen door de woorden " § 2".
Art. 94. A l'article 313 du même Code, modifié par les lois des 17 juillet 1984 et 21 juin 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "article 383bis, § 4," sont remplacés par les mots "article 383bis, § 3,";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "alinéa 2" sont remplacés par les mots " § 2".
Art. 95. In artikel 314, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 95. Dans l'article 314, alinéa 4, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 96. Artikel 319bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014, wordt aangevuld met het volgende lid :
  "Naargelang de voorzitter vrederechter of rechter in de politierechtbank is, wordt de verhinderde ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank respectievelijk vervangen door de rechter in de politierechtbank of de vrederechter die de korpschef daartoe aanwijst. Gebeurt die aanwijzing niet, dan wordt hij, naargelang de voorzitter vrederechter of rechter in de politierechtbank is, vervangen door de rechter in de politierechtbank of de vrederechter met de grootste dienstanciënniteit in het arrondissement of bij gebreke daarvan in de volgorde van dienstanciënniteit.".
Art. 96. L'article 319bis du même Code, inséré par la loi du 8 mai 2014, est complété par l'alinéa suivant :
  "Selon que le président est juge de paix ou juge au tribunal de police, le vice-président des juges de paix et des juges au tribunal de police empêché est respectivement remplacé par le juge au tribunal de police ou le juge de paix que le chef de corps désigne à cette fin. A défaut, selon que le président est juge de paix ou juge au tribunal de police, il est remplacé par un juge au tribunal de police ou un juge de paix ayant l'ancienneté de service la plus élevée dans l'arrondissement ou à défaut dans l'ordre d'ancienneté de service.".
Art. 97. In artikel 322 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, wordt het vierde lid vervangen als volgt :
  "De verhinderde assessor in de strafuitvoeringsrechtbank wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in de strafuitvoeringsrechtbank : de verhinderde assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken, de verhinderde assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie, de verhinderde assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie. Bij onvoorziene afwezigheid kan de rechter in de strafuitvoeringsrechtbank een andere assessor in de strafuitvoeringsrechtbank van dezelfde categorie of, bij gebrek daaraan, een assessor in de strafuitvoeringsrechtbank van een andere categorie aanwijzen om de verhinderde assessor te vervangen. Bij gebrek daaraan kan hij een rechter of een plaatsvervangend rechter of, bij gebrek daaraan, wanneer de behandeling van de zaak niet kan uitgesteld worden een op het tableau van de Orde ingeschreven advocaat die ten minste dertig jaar oud is, aanwijzen om de verhinderde assessor te vervangen.".
Art. 97. Dans l'article 322 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  "L'assesseur au tribunal de l'application des peines empêché est remplacé par un assesseur au tribunal de l'application des peines suppléant : l'assesseur en application des peines spécialisé en matière pénitentiaire empêché est remplacé par un assesseur en application des peines spécialisé en matière pénitentiaire suppléant, l'assesseur en application des peines et internement spécialisé en réinsertion sociale empêché est remplacé par un assesseur en application des peines et internement spécialisé en réinsertion sociale suppléant, l'assesseur en internement spécialisé en psychologie clinique empêché est remplacé par un assesseur en internement spécialisé en psychologie clinique suppléant. En cas d'absence inopinée, le juge au tribunal de l'application des peines peut désigner un autre assesseur au tribunal de l'application des peines de la même catégorie, ou, à défaut, un assesseur au tribunal de l'application des peines d'une autre catégorie pour remplacer l'assesseur empêché. A défaut, il peut désigner un juge ou un juge suppléant ou, à défaut, lorsque le traitement de l'affaire ne peut être reporté, il peut désigner un avocat âgé de trente ans au moins inscrit au tableau de l'Ordre, pour remplacer l'assesseur empêché.".
Art. 98. In artikel 330quater, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "overheidsdienst" wordt telkens vervangen door het woord "dienst";
  2° in het eerste lid worden de woorden "of hogere" ingevoegd tussen de woorden "in een gelijke" en de woorden "graad of klasse";
  3° in het tweede lid wordt het woord "vakklasse" vervangen door de woorden "of hogere klasse".
Art. 98. A l'article 330quater, § 2, du même Code, inséré par la loi du 10 juin 2006, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "service public" sont chaque fois remplacés par le mot "service";
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "dans un grade équivalent ou une classe équivalente" sont remplacés par les mots "dans un grade ou une classe équivalent ou supérieur";
  3° dans l'alinéa 2, les mots "de métiers" sont abrogés et les mots "ou supérieur" sont insérés entre les mots "grade équivalent" et les mots ", dans une cour,".
Art. 99. In artikel 331, tweede lid, 8°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 1 december 2013 en 10 april 2014, worden de woorden "de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank," ingevoegd tussen de woorden "de rechters in handelszaken," en de woorden "de referendarissen".
Art. 99. Dans l'article 331, alinéa 2, 8°, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois des 1er décembre 2013 et 10 avril 2014, les mots "les assesseurs au tribunal de l'application des peines," sont insérés entre les mots "les juges consulaires," et les mots "les référendaires".
Art. 100. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 335bis ingevoegd, luidende :
  "Art. 335bis. De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank organiseert de vakantiezittingen in de vredegerechten en politierechtbanken.".
Art. 100. Dans le même Code, il est inséré un article 335bis, rédigé comme suit :
  "Art. 335bis. Le président des juges de paix et des juges au tribunal de police organise les audiences de vacation dans les justices de paix et les tribunaux de police.".
Art. 101. In artikel 340, § 5, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, die gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 101. Dans l'article 340, § 5, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013 modifiée par la loi du 8 mai 2014, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 102. In artikel 341 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1, 5°, worden de woorden "en 87, eerste en derde lid," vervangen door de woorden "en 87, eerste en vierde lid,";
  b) in paragraaf 1, 6°, worden de woorden "en 87, eerste en derde lid," vervangen door de woorden "en 87, eerste en vierde lid,";
  c) in paragraaf 2, worden de woorden "340, § 2, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, en § 3, 1° " vervangen door de woorden "340, § 2, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 7°, en § 4, eerste lid";
  d) in paragraaf 2, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank";
  e) in paragraaf 3, worden de woorden " § 3, 2° " vervangen door de woorden " § 4, tweede lid,".
Art. 102. Dans l'article 341 du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, 5°, les mots "et 87, alinéas 1er et 3," sont remplacés par les mots "et 87, alinéas 1er et 4,";
  b) dans le paragraphe 1er, 6°, les mots "et 87, alinéas 1er et 3," sont remplacés par les mots "et 87, alinéas 1er et 4,";
  c) dans le paragraphe 2, les mots "340, § 2, 3°, 4°, 5°, 6° et 7°, et § 3, 1° " sont remplacés par les mots "340, § 2, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° et 7°, et § 4, alinéa 1er";
  d) dans le paragraphe 2, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines";
  e) dans le paragraphe 3, les mots "et § 3, 2° " sont remplacés par les mots "et § 4, alinéa 2".
Art. 103. In het tweede deel, boek II, titel II, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk VIquater ingevoegd, luidende "Middelen van identificatie".
Art. 103. Dans la deuxième partie, livre II, titre II, du même Code, il est inséré un chapitre VIquater intitulé "Moyens d'identification".
Art. 104. In hoofdstuk VIquater, ingevoegd bij artikel 103, wordt een artikel 352ter ingevoegd, luidende :
  "Art. 352ter. De Koning bepaalt de legitimatiekaarten en andere middelen van identificatie van de magistraten, van de gerechtelijke stagiairs en van het gerechtspersoneel.".
Art. 104. Dans le chapitre VIquater, inséré par l'article 103, il est inséré un article 352ter rédigé comme suit :
  "Art. 352ter. Le Roi détermine les cartes de légitimation et autres moyens d'identification des magistrats, des stagiaires judiciaires et du personnel judiciaire.".
Art. 105. In artikel 353bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, worden de woorden "bij het Hof van Cassatie en aan de referendarissen" ingevoegd tussen de woorden "de referendarissen" en de woorden "en de parketjuristen".
Art. 105. Dans l'article 353bis, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 10 avril 2014, les mots "près la Cour de cassation ainsi que des référendaires" sont insérés entre les mots "des référendaires" et les mots "et des juristes de parquet".
Art. 106. In artikel 355 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2002 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 1 december 2013, die gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, worden de woorden "Afdelingsvoorzitter en advocaat-generaal" vervangen door de woorden "Sectievoorzitter en advocaat-generaal".
Art. 106. Dans le texte néerlandais de l'article 355 du même Code, remplacé par la loi du 27 décembre 2002 et modifié en dernier lieu par la loi du 1er décembre 2013 modifiée par la loi du 8 mai 2014, les mots "Afdelingsvoorzitter en advocaat-generaal" sont remplacés par les mots "Sectievoorzitter en advocaat-generaal".
Art. 107. In artikel 355ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "werkende assessoren in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "werkende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank";
  2° in het derde lid worden de woorden "plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 107. A l'article 355ter du même Code, inséré par la loi du 17 mai 2006, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "assesseurs en application des peines effectifs" sont remplacés par les mots "assesseurs effectifs au tribunal de l'application des peines";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "assesseurs en application des peines suppléants" sont remplacés par les mots "assesseurs suppléants au tribunal de l'application des peines".
Art. 108. In artikel 358 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden "jeugdrechter en rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, de eerste substituut-procureur des Konings die de titel van auditeur voert en de substituut-procureurs des Konings gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, de substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "rechter in de familie- en jeugdrechtbank tijdens de duur van zijn ambtsuitoefening in de jeugdkamers, rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, rechter gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg, eerste substituut-procureur des Konings die de titel van auditeur voert, substituut-procureurs des Konings gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden en substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken".
Art. 108. Dans l'article 358 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, les mots "de juge de la jeunesse et de juge au tribunal de l'application des peines, de premier substitut du procureur du Roi portant le titre d'auditeur et de substitut du procureur du Roi spécialisé en matière fiscale, de substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines" sont remplacés par les mots "de juge au tribunal de la famille et de la jeunesse pendant la durée de ses fonctions au sein des chambres de la jeunesse, de juge au tribunal de l'application des peines, de juge répressif spécialisé en matière fiscale au tribunal de première instance, de premier substitut du procureur du Roi portant le titre d'auditeur, de substitut du procureur du Roi spécialisé en matière fiscale et de substitut du procureur du Roi spécialisé en application des peines".
Art. 109. In de tabel opgenomen in artikel 360bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1991, vervangen bij de wet van 27 december 2002 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de woorden "Afdelingsvoorzitter en advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie" vervangen door de woorden "Sectievoorzitter en advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie".
Art. 109. Dans le texte néerlandais du tableau figurant à l'article 360bis, inséré par la loi du 20 juillet 1991, remplacé par la loi du 27 décembre 2002 et modifié en dernier lieu par la loi du 10 avril 2014, les mots "Afdelingsvoorzitter en advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie" sont remplacés par les mots "Sectievoorzitter en advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie".
Art. 110. In artikel 363, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "de rechters in sociale zaken, de rechters in handelszaken en de raadsheren in sociale zaken" worden vervangen door de woorden "de raadsheren in sociale zaken, de rechters in sociale zaken, de rechters in handelszaken en de assessoren in strafuitvoeringszaken";
  2° In het vierde lid, gewijzigd bij de bepaling onder 1°, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 110. A l'article 363, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "des juges sociaux, des juges consulaires et des conseillers sociaux" sont remplacés par les mots "des conseillers sociaux, des juges sociaux, des juges consulaires et des assesseurs en application des peines";
  2° dans l'alinéa 4, modifié par le 1°, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 111. In artikel 366ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, wordt het woord "voorlopig" vervangen door het woord "stagiair".
Art. 111. Dans l'article 366ter du même Code, inséré par la loi du 10 avril 2014, les mots "à titre provisoire" sont remplacés par le mot "stagiaire".
Art. 112. In artikel 375, § 1, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, worden de woorden "de artikelen 56 tot 58" vervangen door de woorden "de artikelen 57 tot 59".
Art. 112. Dans l'article 375, § 1er, alinéa 2, 1°, du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 10 avril 2014, les mots "des articles 56 à 58" sont remplacés par les mots "des articles 57 à 59".
Art. 113. Artikel 377, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 mei 2003, wordt aangevuld met de woorden "of wanneer het recht op pensioen wordt geopend".
Art. 113. L'article 377, § 1er, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 3 mai 2003, est complété par les mots "ou lorsque le droit à la pension est ouvert".
Art. 114. Artikel 390 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 390. De artikelen 383 tot 389 zijn van toepassing op de plaatsvervangende rechters en de plaatsvervangende raadsheren met uitzondering van de artikelen 383bis en 383ter.
  In afwijking van artikel 383, § 1, kunnen de plaatsvervangende raadsheren die werden benoemd onder de magistraten die zijn toegelaten tot de inruststelling wegens hun leeftijd, evenwel zetelen tot de leeftijd van 70 jaar. Zij kunnen door de eerste voorzitter van het hof van beroep aangewezen worden als plaatsvervangend magistraat om te zetelen tot de leeftijd van 73 jaar overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 383, § 2, tweede lid.
  De artikelen 383 tot 389 zijn van toepassing op de werkende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank.
  Met uitzondering van de artikelen 383bis en 383ter, zijn zij ook van toepassing op de werkende en plaatsvervangende raadsheren in sociale zaken, op de werkende en plaatsvervangende rechters in sociale zaken en in handelszaken en op de plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank.".
Art. 114. L'article 390 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2006, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 390. Les articles 383 à 389 sont applicables aux juges suppléants et aux conseillers suppléants à l'exception des articles 383bis et 383ter.
  Par dérogation à l'article 383, § 1er, les conseillers suppléants nommés parmi les magistrats admis à la retraite en raison de leur âge peuvent toutefois siéger jusqu'à 70 ans. Ils peuvent être désignés magistrat suppléant par le premier président de la cour d'appel pour siéger jusqu'à l'âge de 73 ans selon les modalités visées à l'article 383, § 2, alinéa 2.
  Les articles 383 à 389 s'appliquent aux assesseurs au tribunal de l'application des peines effectifs.
  A l'exception des articles 383bis et 383ter, ils sont également applicables aux conseillers sociaux effectifs et suppléants, aux juges sociaux et consulaires effectifs et suppléants et aux assesseurs au tribunal de l'application des peines suppléants.".
Art. 115. In artikel 408 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 mei 2006, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 115. Dans l'article 408 du même Code, modifié par la loi du 17 mai 2006, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 116. In artikel 411 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juli 2013, die gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, en gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Gepensioneerde leden van het gerechtspersoneel kunnen hun mandaat van assessor verder blijven uitoefenen tot het einde van hun lopende aanwijzing en ten laatste tot ze de leeftijd van 70 jaar hebben bereikt.";
  2° in paragraaf 6 worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
  "De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie wijzen gezamenlijk drie Nederlandstalige en drie Franstalige emeriti of ere-magistraten aan, uit de zetel of het parket die zich kandidaat hebben gesteld om zitting te nemen in de in de artikelen 409, § 3, eerste lid, en 410, § 3, eerste lid, bedoelde gevallen.".
Art. 116. A l'article 411 du même Code, remplacé par la loi du 15 juillet 2013 modifiée par la loi du 8 mai 2014, et modifié par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les membres du personnel judiciaire pensionnés peuvent continuer à exercer leur mandat d'assesseur jusqu'à la fin du mandat en cours et au plus tard jusqu'à ce qu'ils aient atteint l'âge de 70 ans.";
  2° dans le paragraphe 6, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  "Le premier président de la Cour de cassation et le procureur général près la Cour de cassation désignent conjointement trois magistrats francophones et trois magistrats néerlandophones, émérites ou honoraires, issus du siège ou du parquet qui se sont portés candidats pour siéger dans les cas visés aux articles 409, § 3, alinéa 1er, et 410, § 3, alinéa 1er.".
Art. 117. In artikel 412, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juli 2013, die gewijzigd is bij de wet van 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1°, d), worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank";
  b) het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 8° en 9°, luidende :
  "8° de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken ten aanzien van de leden en de personeelsleden van de steundienst bij dat College;
  9° de voorzitter van het College van het openbaar ministerie en van het College van procureurs-generaal ten aanzien van de leden en personeelsleden van de steundienst bij die Colleges.".
Art. 117. Dans l'article 412, § 1er, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 15 juillet 2013 modifiée par la loi du 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 1°, d), les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines";
  b) l'alinéa 1er est complété par les 8° et 9° rédigés comme suit :
  "8° le président du Collège des cours et tribunaux à l'égard des membres et des membres du personnel du service d'appui auprès de ce Collège;
  9° le président du Collège du ministère public et du Collège des procureurs généraux à l'égard des membres et des membres du personnel du service d'appui auprès de ces Collèges.".
Art. 118. In artikel 414 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Voor alle tuchtrechterlijke klachten ten aanzien van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie wordt in dit artikel met de in artikel 412, § 1, bedoelde overheid, de voorzitter en twee sectievoorzitters van het Hof van Cassatie bedoeld die door de algemene vergadering daartoe werden aangewezen.";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "Wanneer de klacht ontvankelijk en niet kennelijk ongegrond is, wordt een onderzoek uitgevoerd overeenkomstig artikel 413, § 1, eerste en tweede lid. De klager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de opening van het onderzoek of op met redenen omklede wijze van de beslissing om de klacht niet te behandelen.".
Art. 118. A l'article 414 du même Code, remplacé par la loi du 15 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
  "Pour toutes les plaintes à caractère disciplinaire à l'égard du premier président de la Cour de cassation, il convient d'entendre dans cet article par l'autorité visée à l'article 412, § 1er, le président et deux présidents de section de la Cour de cassation désignés à cette fin par l'assemblée générale.";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Lorsque la plainte est recevable et non manifestement infondée, une enquête est effectuée conformément à l'article 413, § 1er, alinéas 1er et 2. Le plaignant est informé par écrit de l'ouverture de l'enquête ou, de manière motivée, de la décision de ne pas traiter la plainte.".
Art. 119. In artikel 512, § 5, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014, wordt de zin "Om geldig te beraadslagen en te beslissen, moeten alle leden van de benoemingscommissie aanwezig zijn." vervangen als volgt : "Om geldig te beraadslagen en te beslissen, moet de meerderheid van de leden van de benoemingscommissie aanwezig zijn.".
Art. 119. Dans l'article 512, § 5, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014, la phrase "Pour que la commission de nomination puisse délibérer et statuer valablement, tous ses membres doivent être présents." est remplacée par la phrase "Pour que la commission de nomination puisse délibérer et statuer valablement, la majorité de ses membres doit être présente.".
Art. 120. In artikel 513 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "negentig dagen" vervangen door de woorden "honderdtwintig dagen";
  2° in paragraaf 5 worden de woorden "de maand" vervangen door de woorden "de veertig dagen".
Art. 120. A l'article 513 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "nonante jours" sont remplacés par les mots "cent vingt jours";
  2° dans le paragraphe 5, les mots "le mois" sont remplacés par les mots "les quarante jours".
Art. 121. In artikel 515 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  "De vacatures worden twee keer per jaar in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt, tenzij een afzonderlijke publicatie noodzakelijk is.";
  2° in paragraaf 4 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De benoemingscommissie kan ambtshalve beslissen alle kandidaten te horen. Zo niet, bestudeert zij de door de minister van Justitie overgezonden benoemingsdossiers en maakt, op basis van door de Koning te bepalen objectieve criteria, een lijst op van de te horen kandidaten. Van deze lijst wordt een met redenen omkleed proces-verbaal opgemaakt. Nadat de benoemingscommissie door een aangetekende zending iedere kandidaat van haar met redenen omklede beslissing op de hoogte heeft gebracht, roept zij de in aanmerking genomen kandidaten op en hoort ze, alsook alle niet in aanmerking genomen kandidaten die, binnen een termijn van 15 dagen na de kennisgeving die aan hen werd gedaan, hierom hebben verzocht bij aangetekende zending. Zij maakt vervolgens een rangschikking op van de drie meest geschikte kandidaten. Indien de benoemingscommissie advies moet uitbrengen over minder dan drie kandidaten, wordt de lijst beperkt tot de enige kandidaat of de enige twee kandidaten.".
Art. 121. A l'article 515 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Les places vacantes sont publiées au Moniteur belge deux fois par an, à moins qu'une publication distincte soit nécessaire.";
  2° dans le paragraphe 4, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "La commission de nomination peut décider d'office d'entendre tous les candidats. Dans le cas contraire, elle examine les dossiers de nomination transmis par le ministre de la Justice et établit, sur la base de critères objectifs déterminés par le Roi, une liste des candidats à entendre. Cette liste fait l'objet d'un procès-verbal motivé. Après avoir notifié sa décision motivée à chaque candidat par lettre recommandée, la commission de nomination convoque et entend les candidats retenus, ainsi que tous les candidats non retenus qui en ont fait la demande par envoi recommandé dans un délai de 15 jours après la notification qui leur a été adressée. Elle établit ensuite un classement des trois candidats les plus aptes. Si la commission de nomination est amenée à rendre un avis sur moins de trois candidats, la liste se limite au seul candidat ou aux deux seuls candidats.".
Art. 122. Artikel 552, 8°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014, wordt opgeheven.
Art. 122. L'article 552, 8°, du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014, est abrogé.
Art. 123. In artikel 555/1 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 7 januari 2014 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 23° en 24°, luidende :
  "23° het in artikel 32quater/2 bedoelde register op te zetten en de controle te verzekeren op de werking en het gebruik ervan, de in artikel 32quater/2 bedoelde lijst bij te houden en de rol op te stellen van de gerechtsdeurwaarders die belast zijn met de betekening van de akten in strafzaken;
  24° de registers of bestanden die bij wet aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders worden toegewezen, op te richten, te beheren en er toezicht over te houden.";
  b) in het derde lid worden de woorden "en 22° " vervangen door de woorden ", 22°, 23° en 24° ".
Art. 123. A l'article 555/1 du même Code, remplacé par la loi du 7 janvier 2014 et modifié par la loi du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) l'alinéa 1er est complété par les 23° et 24°, rédigés comme suit :
  "23° d'établir le registre mentionné dans l'article 32quater/2 et d'assurer le contrôle de son fonctionnement et de son utilisation, de tenir à jour la liste visée à l'article 32quater/2, et de définir le rôle des huissiers de justice chargés de la signification des actes en matière pénale;
  24° d'établir, de gérer et de surveiller les registres ou fichiers attribuées à la Chambre nationale des huissiers de justice en vertu d'une loi.";
  b) dans l'alinéa 3, les mots "et 22° " sont remplacés par les mots ", 22°, 23° et 24° ".
Art. 124. In artikel 635 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 mei 2006, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de veroordeelden" vervangen door de woorden "de tot één of meerdere vrijheidsstraffen veroordeelden";
  2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende :
  " § 2. Behoudens de door de Koning bepaalde uitzonderingen ressorteren de geïnterneerde personen onder de bevoegdheid van de kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank die gevestigd is in het rechtsgebied van het hof van beroep waar het onderzoeks- of vonnisgerecht dat de internering heeft bevolen zich bevindt.
  Indien interneringen werden bevolen in verschillende rechtsgebieden, is de kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank bevoegd uit het rechtsgebied waar de oudste actieve internering werd uitgesproken, in zoverre de geïnterneerde persoon nog niet definitief is vrijgesteld.
  Indien evenwel de kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank het, in uitzonderlijke gevallen, voor een bepaalde geïnterneerde persoon aangewezen acht om de bevoegdheid over te dragen aan een andere kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank, neemt zij een met redenen omklede beslissing nadat die andere kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank binnen vijftien dagen een eensluidend advies heeft uitgebracht.
  § 3. De kamer voor de bescherming van de maatschappij van de strafuitvoeringsrechtbank, die overeenkomstig § 1 bevoegd is voor de tot één of meerdere vrijheidsstraffen veroordeelde, is bevoegd voor de procedure bedoeld in titel Vbis van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering.".
Art. 124. A l'article 635 du même Code, rétabli par la loi du 17 mai 2006 et dont le texte existant constituera le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "les condamnés" sont remplacés par les mots "les condamnés à une ou plusieurs peines privatives de liberté";
  2° l'article est complété par les paragraphes 2 et 3 rédigés comme suit :
  " § 2. Sauf les exceptions prévues par le Roi, les personnes internées relèvent de la compétence de la chambre de protection sociale du tribunal de l'application des peines situé dans le ressort de la cour d'appel dans lequel se trouve la juridiction d'instruction ou de jugement qui a ordonné l'internement.
  Si des internements ont été ordonnés dans des ressorts différents, la compétence est dévolue à la chambre de protection sociale du tribunal de l'application des peines du ressort où le plus ancien internement actif a été prononcé, pour autant que la personne internée n'ait pas encore été libérée à titre définitif.
  Toutefois, si pour une personne internée, la chambre de protection sociale du tribunal de l'application des peines estime, à titre exceptionnel, qu'il est indiqué de transférer la compétence à une autre chambre de protection sociale du tribunal de l'application des peines, elle prend une décision motivée sur avis conforme de cette autre chambre de protection sociale du tribunal de l'application des peines rendu dans les quinze jours.
  § 3. La chambre de protection sociale du tribunal de l'application des peines qui, conformément au § 1er, est compétente pour les personnes condamnées à une ou plusieurs peines privatives de liberté, est compétente pour la procédure visée au titre Vbis de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement.".
Art. 125. In artikel 786 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid, tweede zin, worden de woorden "de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank en in de arrondissementen Brussel en Eupen door" ingevoegd tussen de woorden "bevestigd door" en de woorden "de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "Wat de vrederechters en de rechters in de politierechtbank van het gerechtelijk arrondissement Brussel betreft, wordt het proces-verbaal bevestigd door de voorzitter van de Nederlandstalige of Franstalige rechtbank van eerste aanleg, naargelang de taal van het diploma van licentiaat of master in de rechten waarvan hij houder is.".
Art. 125. A l'article 786 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, deuxième phrase, les mots "le président des juges de paix et des juges au tribunal de police et dans les arrondissements de Bruxelles et d'Eupen par" sont insérés entre les mots "certifiée par" et les mots "le président du tribunal de première instance";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "En ce qui concerne les juges de paix et les juges au tribunal de police de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles, le procès-verbal est certifié par le président du tribunal de première instance francophone ou néerlandophone en fonction de la langue du diplôme de licencié, ou de master en droit dont ils sont porteurs.".
Art. 126. In artikel 1389bis/6, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 mei 2000, worden de woorden "en door elk ander bestand of register dat bij wet door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt opgericht" tussen de woorden "bedoeld in artikel 1389bis/8" en de woorden ", geeft de mededeling" ingevoegd.
Art. 126. Dans l'article 1389bis/6, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 29 mai 2000, les mots "et de tout autre fichier ou registre créé par la Chambre nationale des huissiers de justice en vertu d'une loi" sont insérés entre les mots "visé à l'article 1389bis/8" et les mots ", la communication".
Art. 127. In artikel 1394/20 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden "of in een van de ondernemingsdatabanken van de andere lidstaten van de Europese Unie in de zin van de Richtlijn 2009/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 strekkende tot het coördineren van de waarborgen, welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van de tweede alinea van artikel 48 van het Verdrag, om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken, waarvan de gelijkwaardigheid met de Kruispuntbank van Ondernemingen door de Koning wordt vastgesteld".
Art. 127. Dans l'article 1394/20 du même Code, inséré par la loi du 19 octobre 2015, le 2° est complété par les mots "ou dans une des banques de données d'entreprises des autres Etats membres de l'Union européenne au sens de la Directive 2009/101/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 septembre 2009 tendant à coordonner, pour les rendre équivalentes, les garanties qui sont exigées, dans les Etats membres, des sociétés au sens de l'article 48, deuxième alinéa, du traité, pour protéger les intérêts tant des associés que des tiers dont l'équivalence avec la Banque carrefour des Entreprises est établie par le Roi".
Art. 128. In artikel 1394/21, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt de bepaling onder 5° aangevuld met de woorden "of in een ondernemingsdatabank van andere Europese lidstaten die overeenkomstig artikel 1394/20, 2° met de Kruispuntbank van Ondernemingen gelijkwaardig is verklaard".
Art. 128. Dans l'article 1394/21, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 19 octobre 2015, le 5° est complété par les mots "ou dans une banque de données d'entreprise d'autres Etats membres européens qui a été déclarée équivalente à la Banque-Carrefour des Entreprises conformément à l'article 1394/20, 2° ".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 8. - Modification du Code civil
Art. 129. In artikel 1317 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het tweede lid worden de woorden "bij wet of" ingevoegd tussen de woorden "wordt onder de" en de woorden "door de Koning";
  2° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "Onverminderd de in het tweede lid bepaalde voorwaarden, voldoet een gekwalificeerde elektronische handtekening zoals bedoeld in artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, voor de authentieke akten die door een openbaar ambtenaar in gedematerialiseerde vorm zijn opgemaakt, verleden of betekend, aan de voorwaarden van een handtekening.
  De hoedanigheid van de ondertekenaar dient steeds te kunnen worden gecontroleerd aan de hand van een bij wet bepaalde authentieke gegevensbank.".
Art. 129. A l'article 1317 du Code civil, modifié par la loi du 11 mars 2003, les modifications suivantes sont apportées :
  1° Dans l'alinéa 2, les mots "par la loi ou" sont insérés entre les mots "conditions fixées" et les mots "par le Roi";
  2° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Sans préjudice des conditions prévues à l'alinéa 2, une signature électronique qualifiée telle que visée à l'article 4, § 4, de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques et les services de certification satisfait aux conditions d'une signature pour les actes authentiques établis, reçus ou signifiés sous forme dématérialisée par un fonctionnaire public.
  La qualité du signataire doit toujours pouvoir être vérifiée au moyen d'une banque de données authentique prévue par la loi.".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 10 juli 2006 betreffende de elektronische procesvoering
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi du 10 juillet 2006 relative à la procédure par voie électronique
Art. 130. In de wet van 10 juli 2006 betreffende de elektronische procesvoering, worden opgeheven :
  1° in artikel 2, de bepaling onder 3° ;
  2° artikel 4, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014;
  3° artikel 7;
  4° artikel 9;
  5° artikel 10, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014;
  6° [1 ...]1;
  7° [1 ...]1;
  8° artikel 36, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014.
  
Art. 130. Dans la loi du 10 juillet 2006 relative à la procédure par voie électronique, sont abrogés :
  1° dans l'article 2, le 3° ;
  2° l'article 4, modifié par la loi du 12 mai 2014;
  3° l'article 7;
  4° l'article 9;
  5° l'article 10, modifié par la loi du 12 mai 2014;
  6° [1 ...]1;
  7° [1 ...]1;
  8° l'article 36, modifié par la loi du 12 mai 2014.
  
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 5 augustus 2006 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de elektronische procesvoering
CHAPITRE 10. - Modifications de la loi du 5 août 2006 modifiant certaines dispositions du Code judiciaire en vue de la procédure par voie électronique
Art. 131. In de wet van 5 augustus 2006 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de elektronische procesvoering, worden opgeheven :
  1° artikel 5, gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014;
  2° artikel 6;
  3° artikel 7, a), b) en d).
Art. 131. Dans la loi du 5 août 2006 modifiant certaines dispositions du Code judiciaire en vue de la procédure par voie électronique, sont abrogés :
  1° l'article 5, modifié par la loi du 8 mai 2014;
  2° l'article 6;
  3° l'article 7, a), b) et d).
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding
CHAPITRE 11. - Modifications de la loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant création de l'Institut de formation judiciaire
Art. 132. In artikel 2, 2°, van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, worden de woorden "in strafuitvoeringszaken" vervangen door de woorden "in de strafuitvoeringsrechtbank".
Art. 132. Dans l'article 2, 2°, de la loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant création de l'Institut de formation judiciaire, les mots "en application des peines" sont remplacés par les mots "au tribunal de l'application des peines".
Art. 133. In artikel 11, § 1, derde lid, 1°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "de eerste voorzitters van de hoven van beroep" vervangen door de woorden "het College van de hoven en rechtbanken".
Art. 133. Dans l'article 11, § 1er, alinéa 3, 1°, de la même loi, remplacé par la loi du 25 avril 2014, les mots "les premiers présidents des cours d'appel" sont remplacés par les mots "le Collège des cours et tribunaux".
Art. 134. In artikel 27 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid wordt het woord "twintig" vervangen door het woord "tweeëntwintig";
  b) in het derde lid, 1°, worden de woorden "de eerste voorzitters van de hoven van beroep" vervangen door de woorden "het College van de hoven en rechtbanken";
  c) tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "Twee leden worden benoemd door de minister van Justitie voor een hernieuwbare termijn van een jaar : twee gerechtelijke stagiaires, waarvan de ene behoort tot de Nederlandse taalrol en de andere tot de Franse taalrol, van wie de ene wordt voorgedragen door het College van het openbaar ministerie en de andere door het College van de hoven en rechtbanken.".
Art. 134. Dans l'article 27 de la même loi, remplacé par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans l'alinéa 1er, le mot "vingt" est remplacé par le mot "vingt-deux";
  b) dans l'alinéa 3, 1°, les mots "les premiers présidents des cours d'appel" sont remplacés par les mots "le Collège des cours et tribunaux";
  c) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
  "Deux membres sont nommés par le ministre de la Justice pour un terme renouvelable d'un an : deux stagiaires judiciaires, appartenant l'un au rôle linguistique francophone, l'autre au rôle linguistique néerlandophone, dont un présenté par le Collège du ministère public et l'autre par le Collège des cours et tribunaux.".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van de wet van 25 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie
CHAPITRE 12. - Modification de la loi du 25 avril 2007 modifiant le Code judiciaire, notamment les dispositions relatives au personnel judiciaire de niveau A, aux greffiers et aux secrétaires ainsi que les dispositions relatives à l'organisation judiciaire
Art. 135. Artikel 183 van de wet van 25 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie wordt vervangen als volgt :
  "Art. 183. Personeelsleden die 10 jaar een ambt hebben bekleed met een oude graad van adjunct-griffier, adjunct-secretaris, eerstaanwezend adjunct-griffier, of eerstaanwezend adjunct-secretaris, of een nieuwe graad van griffier of secretaris, zijn tot 10 jaar na de inwerkingtreding van deze wet vrijgesteld van het behalen van de eerste twee reeksen proeven overeenkomstig artikel 279 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 135. L'article 183 de la loi du 25 avril 2007 modifiant le Code judiciaire, notamment les dispositions relatives au personnel judiciaire de niveau A, aux greffiers et aux secrétaires ainsi que les dispositions relatives à l'organisation judiciaire est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 183. Les membres du personnel revêtus pendant dix ans d'un ancien grade de greffier adjoint, secrétaire adjoint, greffier adjoint principal ou secrétaire adjoint principal, ou d'un nouveau grade de greffier ou de secrétaire, sont dispensés de l'obtention des deux premières séries d'épreuves conformément à l'article 279 du Code judiciaire durant un terme de dix ans suivant la date d'entrée en vigueur de la présente loi.".
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde
CHAPITRE 13. - Modifications de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire
Art. 136. Artikel 158/1 van de wet van 1 december 2013 tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 136. L'article 158/1 de la loi du 1er décembre 2013 portant réforme des arrondissements judiciaires et modifiant le Code judiciaire en vue de renforcer la mobilité des membres de l'ordre judiciaire, inséré par la loi du 21 mars 2014, est abrogé.
Art. 137. Artikel 158/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2014, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 158/2. De voormalige hoofdgriffiers in functie in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, de politierechtbank en de vredegerechten van het gerechtelijk arrondissement Eupen staan de hoofdgriffier van deze rechtscolleges bij.
  Zij behouden hun wedde en ten persoonlijke titel de graad van hoofdgriffier.".
Art. 137. L'article 158/2 de la même loi, inséré par la loi du 21 mars 2014, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 158/2. Les anciens greffiers en chef en fonction au tribunal de première instance, au tribunal de commerce, au tribunal du travail, au tribunal de police et dans les justices de paix de l'arrondissement judicaire d'Eupen assistent le greffier en chef de ces juridictions.
  Ils conservent leur traitement ainsi que le grade de greffier en chef à titre personnel.".
Art. 138. Artikel 159/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 138. L'article 159/1 de la même loi, inséré par la loi du 21 mars 2014, est abrogé.
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van de wet van 4 april 2014 tot hervorming van de procedure van klachtenbehandeling bij de Hoge Raad voor de Justitie
CHAPITRE 14. - Modification de la loi du 4 avril 2014 reformant la procédure de règlement des plaintes auprès du Conseil supérieur de la Justice
Art. 139. In artikel 2 van de wet van 4 april 2014 tot hervorming van de procedure van klachtenbehandeling bij de Hoge Raad voor de Justitie, dat artikel 259bis-15 van het Gerechtelijk Wetboek vervangt, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "Iedere belanghebbende kan kosteloos zijn klacht over de werking van de rechterlijke orde indienen bij de advies- en onderzoekscommissies, met inbegrip van de klachten over het gedrag van de leden en personeelsleden van de rechterlijke orde alsook van de personen die onder toezicht van die leden een opdracht vervullen, met uitzondering van de leden van de rechterlijke orde die worden bedoeld in het tweede deel, boek I, titel VI, hoofdstuk Vbis.";
  b) in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
  c) in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  "De advies-en onderzoekscommissies beslissen over de ontvankelijkheid van de klacht.";
  d) in paragraaf 4 wordt het eerste lid vervangen door twee leden, luidende :
  "De ontvankelijk bevonden klacht wordt door de advies- en onderzoekscommissies geregistreerd en voor behandeling naar de korpschef of diens hiërarchische meerdere gezonden, die zij bevoegd acht om ze te behandelen. Tegelijk brengen ze de klager hiervan op de hoogte.
  In afwijking van het eerste lid wordt de klacht niet aan de korpschef of zijn hiërarchische meerdere meegedeeld wanneer de advies-en onderzoekscommissies de klacht kennelijk ongegrond achten of wanneer ze van mening zijn dat zij het best geschikt zijn om ze te behandelen.";
  e) in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden ", de korpschef of diens hiërarchische meerdere" ingevoegd tussen de woorden "Wanneer de advies- en onderzoekscommissies" en de woorden "een klacht ontvangen";
  f) er wordt een paragraaf 6/1 ingevoegd, luidende :
  " § 6/1. In afwijking van paragraaf 2 beslist de korpschef die een klacht ontvangt over de werking van zijn gerechtelijke entiteit over de ontvankelijkheid van de klacht overeenkomstig paragraaf 2.
  De klager kan tegen de beslissing van onontvankelijkheid van zijn klacht beroep indienen bij de advies-en onderzoekscommissies die de klacht behandelen overeenkomstig paragrafen 2 tot 6.
  Wanneer de klacht gericht is tegen de korpschef bij wie ze is ingediend, worden de bevoegdheden die dit artikel hem toekent, uitgeoefend door diens hiërarchische meerdere.";
  g) paragraaf 8 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "De advies -en onderzoekscommissies houden toezicht op de naleving door de korpschefs van de verplichtingen die dit artikel en de uitvoeringsbesluiten ervan oplegt aan hen.".
Art. 139. Dans l'article 2 de la loi du 4 avril 2014 réformant la procédure de règlement des plaintes auprès du Conseil supérieur de la Justice, qui remplace l'article 259bis-15 du Code judiciaire, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Toute personne intéressée peut introduire sans frais, auprès des commissions d'avis et d'enquête, une plainte concernant le fonctionnement de l'ordre judiciaire, en ce compris le comportement des membres et des membres du personnel de l'ordre judiciaire ainsi que des personnes qui remplissent une mission sous le contrôle de ces membres, à l'exception des membres de l'ordre judiciaire visés dans la deuxième partie, livre Ier, titre VI, chapitre Vbis.";
  b) dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est abrogé;
  c) dans le paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Les commissions d'avis et d'enquête statuent sur la recevabilité de la plainte.";
  d) dans le paragraphe 4, l'alinéa 1er est remplacé par deux alinéas rédigés comme suit :
  "Les commissions d'avis et d'enquête enregistrent la plainte déclarée recevable et l'adressent aux fins de traitement au chef de corps ou à son supérieur hiérarchique qu'elles estiment compétent pour la traiter. Elles en informent, dans le même temps, le plaignant.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la plainte n'est pas communiquée au chef de corps ou à son supérieur hiérarchique lorsque les commissions d'avis et d'enquête la jugent manifestement non fondée ou lorsqu'elles estiment qu'elles sont le plus à même de la traiter.";
  e) dans le paragraphe 6, alinéa 1er, les mots ", le chef de corps ou le supérieur hiérarchique" sont insérés entre les mots "Lorsque les commissions d'avis et d'enquête" et les mots "reçoivent une plainte";
  f) il est inséré un paragraphe 6/1 rédigé comme suit :
  " § 6/1. Par dérogation au paragraphe 2, le chef de corps qui reçoit une plainte concernant le fonctionnement de son entité judiciaire se prononce sur la recevabilité de la plainte conformément au paragraphe 2.
  Le plaignant peut introduire un recours contre la décision d'irrecevabilité de sa plainte auprès des commissions d'avis et d'enquête qui traitent la plainte conformément aux paragraphes 2 à 6.
  Si la plainte est dirigée contre le chef de corps auprès de qui elle a été déposée, les compétences qui sont attribuées audit chef de corps en vertu de cet article seront exercées par le supérieur hiérarchique de celui-ci.";
  g) le paragraphe 8 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les commissions d'avis et d'enquête contrôlent le respect par les chefs de corps des obligations que leur imposent le présent article et les arrêtés d'exécution visés par celui-ci.".
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van het gerechtelijk Wetboek, de wet van 25 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie, tot wijziging van de wet van 10 april 2003 tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd alsmede van het behoud ervan in oorlogstijd en tot wijziging van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding
CHAPITRE 15. - Modification de la loi du 10 avril 2014 modifiant le Code judiciaire, la loi du 25 avril 2007 modifiant le Code judiciaire, notamment les dispositions relatives au personnel judiciaire de niveau A, aux greffiers et aux secrétaires ainsi que les dispositions relatives à l'organisation judiciaire, modifiant la loi du 10 avril 2003 réglant la suppression des juridictions militaires en temps de paix ainsi que leur maintien en temps de guerre et modifiant la loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant création de l'Institut de formation judiciaire
Art. 140. In artikel 56 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 25 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie, tot wijziging van de wet van 10 april 2003 tot regeling van de afschaffing van de militaire rechtscolleges in vredestijd alsmede van het behoud ervan in oorlogstijd en tot wijziging van de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en tot oprichting van het Instituut voor gerechtelijke opleiding, worden de woorden "behalve artikel 42 dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2002" vervangen door de woorden "behalve artikel 41 dat uitwerking heeft met ingang van 10 januari 2005".
Art. 140. Dans l'article 56 de la loi du 10 avril 2014 modifiant le Code judiciaire, la loi du 25 avril 2007 modifiant le Code judiciaire, notamment les dispositions relatives au personnel judiciaire de niveau A, aux greffiers et aux secrétaires ainsi que les dispositions relatives à l'organisation judiciaire, modifiant la loi du 10 avril 2003 réglant la suppression des juridictions militaires en temps de paix ainsi que leur maintien en temps de guerre et modifiant la loi du 31 janvier 2007 sur la formation judiciaire et portant création de l'Institut de formation judiciaire, les mots "à l'exception de l'article 42 qui produit ses effets à dater du 1er octobre 2002" sont remplacés par les mots "à l'exception de l'article 41 qui produit ses effets à dater du 10 janvier 2005".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het invoeren van een nieuwe geldelijke loopbaan voor het gerechtspersoneel en van een mandatensysteem voor de hoofdgriffiers en de hoofdsecretarissen
CHAPITRE 16. - Modifications de la loi du 10 avril 2014 modifiant certaines dispositions du Code judiciaire en vue d'instaurer une nouvelle carrière pécuniaire pour le personnel judiciaire ainsi qu'un système de mandats pour les greffiers en chef et les secrétaires en chef
Art. 141. In artikel 42 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het invoeren van een nieuwe geldelijke loopbaan voor het gerechtspersoneel en van een mandatensysteem voor de hoofdgriffiers en de hoofdsecretarissen, worden de woorden "of als hoofdsecretaris" ingevoegd tussen de woorden "als hoofdgriffier" en de woorden "overeenkomstig hetzelfde artikel 160, § 8, derde lid,".
Art. 141. Dans le texte néerlandais de l'article 42 de la loi du 10 avril 2014 modifiant certaines dispositions du Code judiciaire en vue d'instaurer une nouvelle carrière pécuniaire pour le personnel judiciaire ainsi qu'un système de mandats pour les greffiers en chef et les secrétaires en chef, les mots "of als hoofdsecretaris" sont insérés entre les mots "als hoofdgriffier" et les mots "overeenkomstig hetzelfde artikel 160, § 8, derde lid,".
Art. 142. In artikel 63 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid van de Franse tekst worden de woorden "Par dérogation à l'article " vervangen door de woorden "Par dérogation aux articles";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "In afwijking van artikel 366ter van het Gerechtelijk Wetboek en van artikel 63 van het koninklijk besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel, behoudt het personeelslid dat contractueel is bij de inwerkingtreding van deze wet en dat later als stagiair wordt benoemd in dezelfde graad of klasse, in geval zijn nieuwe wedde lager zou zijn, zijn oude wedde tot wanneer hij in de nieuwe weddenschaal die verbonden is aan zijn graad of klasse, een wedde bekomt die minstens daaraan gelijk is, onverminderd artikel 367bis, tweede en vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, artikel 47 van het koninklijk besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel en het eerste en het tweede lid van dit artikel.".
Art. 142. A l'article 63 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "Par dérogation à l'article " sont remplacés par les mots "Par dérogation aux articles";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  "Par dérogation à l'article 366ter du Code judiciaire et à l'article 63 de l'arrêté royal du 10 novembre 2006 portant statut, carrière et statut pécuniaire du personnel judiciaire, le membre du personnel qui est contractuel à l'entrée en vigueur de la présente loi et qui est nommé ultérieurement stagiaire dans le même grade ou la même classe, conserve, dans le cas où son nouveau traitement serait moins élevé, son ancien traitement jusqu'à ce qu'il obtienne, dans la nouvelle échelle de traitement attachée à son grade ou sa classe, un traitement au moins égal, et ce sans préjudice de l'article 367bis, alinéas 2 et 5, du Code judiciaire, de l'article 47 de l'arrêté royal du 10 novembre 2006 portant statut, carrière et statut pécuniaire du personnel judiciaire et des alinéas 1er et 2 du présent article.".
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen
CHAPITRE 17. - Modifications de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes
Art. 143. In het opschrift van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen worden de woorden "van personen" opgeheven.
Art. 143. Dans l'intitulé de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, les mots "des personnes" sont abrogés.
Art. 144. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 1° wordt opgeheven;
  b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  "2° de directeur : de ambtenaar die belast is met het lokaal bestuur van een gevangenis of van een door de federale overheid georganiseerde inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij of zijn afgevaardigde;"
  c) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
  "3° de verantwoordelijke voor de zorg : de persoon die binnen een inrichting zoals bedoeld in 4°, c) en d), verantwoordelijk is voor de zorg of zijn afgevaardigde;"
  d) in de Franse tekst van de bepaling onder 4°, a), worden de woorden "la section" vervangen door de woorden "l'annexe";
  e) in de bepaling onder 4°, d), wordt het woord "samenwerkingsovereenkomst" vervangen door de woorden "overeenkomst betreffende de plaatsing";
  f) in de bepaling onder 5° wordt het woord "samenwerkingsovereenkomst" vervangen door de woorden "overeenkomst betreffende de plaatsing", de woorden "één of meerdere instellingen" door de woorden "één of meerdere inrichtingen zoals bedoeld in het 4°, d)", de woorden "instelling of instellingen" door de woorden "inrichting of inrichtingen" en het woord "instellingen" door het woord "inrichtingen";
  g) de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden :
  "en, in voorkomend geval, de financiële tegemoetkoming door de Federale Staat voor kosten verbonden aan de veiligheid.";
  h) de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt :
  "7° de rechter voor de bescherming van de maatschappij : de voorzitter van de kamer voor de bescherming van de maatschappij;";
  i) in de bepaling onder 9°, eerste lid, worden de woorden "en/of te worden gehoord" vervangen door de woorden ", te worden gehoord of voorwaarden in haar belang bij de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten te laten opleggen";
  j) in de bepaling onder 9° eerste lid, wordt een littera f) ingevoegd, luidende :
  "f) de natuurlijke persoon die zijn wens kenbaar maakt om als slachtoffer te worden geïnformeerd, te worden gehoord of voorwaarden in zijn belang bij de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten te laten opleggen, nadat de internering werd bevolen door een onderzoeksgerecht met betrekking tot misdrijven gepleegd ten aanzien van hem."
  k) in de bepaling onder 9°, tweede lid, worden de woorden "c), d) en e)" vervangen door de woorden "c), d), e) en f)" en wordt het woord "interneringsrechter" vervangen door de woorden "rechter voor de bescherming van de maatschappij";
  l) de bepaling onder 10° wordt opgeheven;
  m) de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt :
  "11° kabinetsbeslissing : een beslissing van de rechter voor de bescherming van de maatschappij, zonder oproeping noch verschijning van de partijen.".
Art. 144. Dans l'article 3 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 1° est abrogé;
  b) le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° le directeur : le fonctionnaire chargé de la gestion locale d'une prison ou de la gestion locale d'un établissement ou d'une section de défense sociale organisé par l'autorité fédérale, ou son délégué;"
  c) le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° le responsable des soins : la personne responsable des soins au sein d'un établissement visé au 4°, c) et d), ou son délégué;"
  d) au 4°, a), les mots "la section" sont remplacés par les mots "l'annexe";
  e) au 4°, d), les mots "accord de coopération" sont remplacés par les mots "accord concernant le placement";
  f) au 5°, les mots "accord de coopération" sont remplacés par les mots "accord concernant le placement", les mots "un ou plusieurs établissements" par les mots "un ou plusieurs établissements visés au 4°, d)", et dans le texte néerlandais les mots "instelling of instellingen" par les mots "inrichting of inrichtingen" et le mot "instellingen" par le mot "inrichtingen";
  g) le 5° est complété par les mots :
  "et, le cas échéant, l'intervention financière de l'Etat fédéral pour des frais liés à la sécurité.";
  h) le 7° est remplacé par ce qui suit :
  "7° le juge de protection sociale : le président de la chambre de protection sociale;";
  i) au 9°, alinéa 1er, les mots "et/ou entendues "sont remplacés par les mots ", et entendues ou à faire imposer des conditions dans son intérêt lors de l'octroi des modalités d'exécution";
  j) au 9°, alinéa 1er, il est inséré un littera f), rédigé comme suit :
  "f) la personne physique qui fait part de son souhait d'être informée, d'être entendue en qualité de victime ou de faire imposer des conditions dans son intérêt lors de l'octroi des modalités d'exécution après que l'internement a été ordonné par une juridiction d'instruction au sujet des infractions commises à son égard.";
  k) dans le 9°, alinéa 2, les mots "c), d) et e)" sont remplacés par les mots "c), d), e) et f)" et les mots "le juge d'internement" sont remplacés par les mots "le juge de protection sociale";
  l) le 10° est abrogé;
  m) le 11° est remplacé par ce qui suit :
  "11° l'ordonnance de cabinet : une décision du juge de protection sociale, sans convocation ni comparution des parties.".
Art. 145. In artikel 4 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "c), d) en e)," vervangen door de woorden "c), d), e) en f),";
  2° in paragraaf 1, wordt het woord "interneringsrechter van de strafuitvoeringsrechtbank" vervangen door de woorden "rechter voor de bescherming van de maatschappij";
  3° in paragraaf 3, wordt het woord "interneringsrechter" vervangen door de woorden "rechter voor de bescherming van de maatschappij";
  4° in paragraaf 4, wordt het woord "interneringsrechter" vervangen door de woorden "rechter voor de bescherming van de maatschappij".
Art. 145. A l'article 4 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er les mots "c), d) et e)," sont remplacés par les mots "c), d), e) et f),";
  2° dans le paragraphe 1er, les mots "juge d'internement près le tribunal de l'application des peines" sont remplacés par les mots "juge de protection sociale";
  3° dans le paragraphe 3, les mots "juge d'internement" sont remplacés par les mots "juge de protection sociale";
  4° dans le paragraphe 4, les mots "juge d'internement" sont remplacés par les mots "juge de protection sociale".
Art. 146. Artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 februari 2016, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 5. § 1. Wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat een persoon zich bevindt in een in artikel 9 bedoelde toestand, bevelen de procureur des Konings, de onderzoeksrechter of de onderzoeks- of vonnisgerechten een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek teneinde minstens na te gaan :
  1° of de persoon op het ogenblik van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast en of de persoon op het ogenblik van het deskundigenonderzoek leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast;
  2° of er mogelijk een oorzakelijk verband bestaat tussen de geestesstoornis en de feiten;
  3° of het gevaar bestaat dat betrokkene ten gevolge van de geestesstoornis, in voorkomend geval in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw misdrijven pleegt, zoals bepaald in artikel 9, § 1, 1° ;
  4° dat en hoe de persoon in voorkomend geval kan worden behandeld, begeleid, verzorgd met het oog op zijn re-integratie in de maatschappij;
  5° dat desgevallend, indien de tenlastelegging betrekking heeft op de in artikelen 371/1 tot 378 van het Strafwetboek bedoelde feiten of de in de artikelen 379 tot 387 van hetzelfde Wetboek bedoelde feiten indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, de noodzaak bestaat om een gespecialiseerde begeleiding of behandeling op te leggen.
  § 2. Het forensisch psychiatrisch onderzoek wordt uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een deskundige, houder van de beroepstitel forensisch psychiater, die voldoet aan de voorwaarden welke zijn gesteld krachtens de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
  Het deskundigenonderzoek kan ook in college of met bijstand van andere gedragswetenschappers uitgevoerd worden, telkens onder leiding van voormelde deskundige.
  § 3. De deskundige maakt van zijn bevindingen een omstandig verslag op, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modellen.
  De bevelende instantie kan een actualisering van het deskundigenonderzoek vragen wanneer zij dit nodig acht.
  § 4. Onverminderd de mogelijkheid voor de bevelende instantie om een nieuw deskundigenonderzoek te laten uitvoeren overeenkomstig de bepalingen van deze wet, blijven de deskundigenonderzoeken die een aanvang hebben genomen voor de inwerkingtreding van het ministerieel besluit van 28 oktober 2015 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de forensische psychiatrie, alsmede van stagemeesters en stagediensten rechtsgeldig.
  § 5. De deskundige ontvangt een honorarium, dat wordt vastgesteld overeenkomstig het tarief dat voor een psychotherapeutische behandelingszitting van een geaccrediteerde psychiater is vastgelegd in de nomenclatuur voor de geneeskundige verstrekkingen, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels.
Art. 146. L'article 5 de la même loi, modifié par la loi du 1er février 2016, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 5. § 1er. Lorsqu'il y a des raisons de considérer qu'une personne se trouve dans une situation visée à l'article 9, le procureur du Roi, le juge d'instruction ainsi que les juridictions d'instruction ou de jugement ordonnent une expertise psychiatrique médicolégale afin d'établir, à tout le moins :
  1° si, au moment des faits, la personne était atteinte d'un trouble mental qui a aboli ou gravement altéré sa capacité de discernement ou de contrôle de ses actes et si, au moment de l'expertise, la personne était atteinte d'un trouble mental qui a aboli ou gravement altéré sa capacité de discernement ou de contrôle de ses actes;
  2° s'il existe une possibilité de lien causal entre le trouble mental et les faits;
  3° si, du fait du trouble mental, le cas échéant conjugué à d'autres facteurs de risque, la personne risque de commettre de nouvelles infractions, comme prévu à l'article 9, § 1, 1° ;
  4° si, le cas échéant, la personne peut être traitée, suivie, soignée et de quelle manière, en vue de sa réinsertion dans la société;
  5° si, dans le cas où la prévention porterait sur des faits visés aux articles 371/1 à 378 du Code pénal ou sur des faits visés aux articles 379 à 387 du même Code, commis sur des mineurs ou avec leur participation, il est nécessaire d'imposer une guidance ou un traitement spécialisé.
  § 2. L'expertise psychiatrique médicolégale est réalisée sous la conduite et la responsabilité d'un expert, porteur d'un titre professionnel de psychiatre médicolégal, qui satisfait aux conditions fixées en vertu de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé.
  L'expertise peut également être réalisée en collège ou avec l'assistance d'autres spécialistes en sciences comportementales, toujours sous la conduite de l'expert précité.
  § 3. L'expert rédige, à partir de ses constatations, un rapport circonstancié, conformément aux modèles fixés par le Roi.
  L'instance requérante peut, si elle l'estime nécessaire, demander une actualisation de l'expertise.
  § 4. Sans préjudice de la possibilité pour l'instance requérante de faire procéder à une nouvelle expertise conformément aux dispositions de la présente loi, les expertises débutées avant l'entrée en vigueur de l'arrêté ministériel du 28 octobre 2015 fixant les critères spéciaux d'agrément des médecins spécialistes porteurs du titre professionnel particulier en psychiatrie médico-légale, ainsi que des maîtres de stage et des services de stage restent valables.
  § 5. L'expert perçoit des honoraires, fixés conformément au tarif fixé pour le traitement psychothérapeutique d'un psychiatre accrédité dans la nomenclature des prestations de santé, conformément aux modalités fixées par le Roi.
Art. 147. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Wanneer er redenen bestaan om aan te nemen dat een persoon die overeenkomstig de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis is opgesloten, zich bevindt in een in artikel 9 bedoelde toestand en de deskundige in zijn verslag aangeeft dat een forensisch psychiatrisch onderzoek met opneming ter observatie noodzakelijk is om zich uit te spreken over de punten vermeld in artikel 5, § 1, kunnen de onderzoeksrechter en de onderzoeks- of vonnisgerechten bevelen dat de verdachte aan een dergelijk onderzoek wordt onderworpen.
  Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.";
  2° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  "In dat geval wordt de verdachte ter observatie overgebracht naar het door de Koning opgericht beveiligd klinisch observatiecentrum. De Koning bepaalt het aantal plaatsen in dit centrum.";
  3° in paragraaf 2 worden de woorden "in een psychiatrische afdeling van een gevangenis of het door de Koning opgericht beveiligd klinisch observatiecentrum," opgeheven.
Art. 147. A l'article 6 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Lorsqu'il existe des raisons de croire qu'une personne incarcérée en vertu de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive se trouve dans un état visé à l'article 9 et que l'expert indique dans son rapport qu'une expertise psychiatrie médicolégale avec mise en observation est nécessaire pour pouvoir se prononcer sur les points mentionnés à l'article 5, § 1er, le juge d'instruction et les juridictions d'instruction ou de jugement peuvent ordonner que l'inculpé fasse l'objet d'une telle expertise.
  Cette décision n'est susceptible d'aucun recours.";
  2° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  "Dans ce cas, l'inculpé est transféré pour mise en observation au centre d'observation clinique sécurisé créé par le Roi. Le Roi détermine le nombre de places dans ce centre.";
  3° dans le paragraphe 2, les mots "dans une section psychiatrique d'une prison ou dans le centre d'observation clinique sécurisé créé par le Roi" sont abrogés.
Art. 148. In artikel 7, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "vertrouwenspersoon" wordt vervangen door de woorden "arts naar keuze";
  2° de woorden "arts of psycholoog" worden telkens vervangen door de woorden "zorgverlener";
  3° de woorden "of door een advocaat" worden vervangen door de woorden "en een advocaat".
Art. 148. A l'article 7, alinéa 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "une personne de confiance "sont remplacés par les mots "un médecin de son choix";
  2° les mots "médecin ou le psychologue" et les mots "médecin ou psychologue" sont remplacés par les mots "prestataire de soins";
  3° les mots "ou par un avocat" sont remplacés par les mots "et par un avocat".
Art. 149. In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "raadsman" wordt telkens vervangen door het woord "advocaat";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "op straffe van nietigheid" opgeheven;
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden ", op straffe van nietigheid," opgeheven;
  4° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Het verslag van de deskundige is pas rechtsgeldig als het ondertekend is en de eed is afgelegd.".
Art. 149. A l'article 8 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "au conseil", "le conseil" et "du conseil" sont chaque fois respectivement remplacés par les mots "à l'avocat", "l'avocat" et "de l'avocat";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots ", à peine de nullité," sont abrogés;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots ", à peine de nullité," sont abrogés;
  4° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le rapport de l'expert n'est valide que s'il est signé et si le serment a été prêté.".
Art. 150. Artikel 9, § 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De onderzoeksgerechten, tenzij het gaat om misdaden of wanbedrijven die worden beschouwd als politieke misdrijven of drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn, en de vonnisgerechten kunnen de internering bevelen van een persoon :
  1° die een misdaad of wanbedrijf heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt en
  2° die op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast en
  3° bij wie het gevaar bestaat dat hij als gevolg van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw feiten zoals bedoeld in 1° zal plegen.
  Het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht beoordeelt op met redenen omklede wijze of het feit de fysieke of psychische integriteit van derden heeft aangetast of bedreigd.".
Art. 150. L'article 9, § 1er, de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les juridictions d'instruction, sauf s'il s'agit d'un crime ou d'un délit considéré comme un délit politique ou comme un délit de presse, à l'exception des délits de presse inspirés par le racisme ou la xénophobie, et les juridictions de jugement peuvent ordonner l'internement d'une personne :
  1° qui a commis un crime ou un délit portant atteinte à ou menaçant l'intégrité physique ou psychique de tiers et
  2° qui, au moment de la décision, est atteinte d'un trouble mental qui abolit ou altère gravement sa capacité de discernement ou de contrôle de ses actes et
  3° pour laquelle le danger existe qu'elle commette de nouveaux faits tels que visés au 1° en raison de son trouble mental, éventuellement combiné avec d'autres facteurs de risque.
  La juridiction d'instruction ou la juridiction de jugement apprécie de manière motivée si le fait a porté atteinte ou a menacé l'intégrité physique ou psychique de tiers.".
Art. 151. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "Wanneer de onderzoeks- of vonnisgerechten de beklaagde of de beschuldigde interneren, die niet of niet meer aangehouden is" vervangen door de woorden "Wanneer de onderzoeks- of vonnisgerechten de betrokkene die niet of niet meer aangehouden is interneren";
  2° in het eerste lid worden de woorden "beklaagde of beschuldigde zich" vervangen door de woorden "beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde";
  3° in het eerste lid worden de woorden "beklaagde of beschuldigde een ernstig" vervangen door de woorden "deze een ernstig";
  4° in het tweede lid worden de woorden "beklaagde of beschuldigde en zijn raadsman" vervangen door de woorden "beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde en zijn advocaat".
Art. 151. A l'article 10 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "Lorsque les juridictions d'instruction ou de jugement internent le prévenu ou l'accusé, alors qu'il n'est pas ou plus détenu" sont remplacés par les mots "Lorsque les juridictions d'instruction ou de jugement internent l'intéressé, alors qu'il n'est pas ou plus détenu";
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "le prévenu ou l'accusé tente" sont remplacés par les mots "le prévenu, l'accusé ou l'inculpé tente";
  3° dans l'alinéa 1er, les mots "le prévenu ou l'accusé représente un danger" sont remplacés par les mots "l'intéressé représente un danger";
  4° dans l'alinéa 2, les mots "Le prévenu ou l'accusé et son conseil" sont remplacés par les mots "Le prévenu, l'accusé ou l'inculpé et son avocat".
Art. 152. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "Indien de beklaagde of de beschuldigde" worden vervangen door de woorden "Indien de beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde";
  2° de woorden "van een verdachte of beschuldigde" worden opgeheven.
Art. 152. A l'article 11 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "le prévenu ou l'accusé" sont remplacés par les mots "le prévenu, l'accusé ou l'inculpé";
  2° les mots "d'un inculpé ou d'un accusé" sont abrogés.
Art. 153. In artikel 12 van dezelfde wet worden de woorden "beklaagde of een beschuldigde" vervangen door de woorden "beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde".
Art. 153. Dans l'article 12 de la même loi, les mots "un prévenu ou un accusé" sont remplacés par les mots "un prévenu, un accusé ou un inculpé".
Art. 154. In artikel 13 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "raadslieden" vervangen door het woord "advocaten";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "nog" opgeheven;
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en zijn advocaat" ingevoegd tussen de woorden "de inverdenkinggestelde" en de woorden "en de burgerlijke partij";
  4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "raadsman" telkens vervangen door het woord "advocaat".
Art. 154. A l'article 13 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot "conseils" est remplacé par le mot "avocats";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot "encore" est abrogé;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et son avocat" sont insérés entre les mots "L'inculpé" et les mots "et la partie civile";
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "d'un conseil" sont chaque fois remplacés par les mots "d'un avocat".
Art. 155. In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "187, 188 en 208" vervangen door de woorden "187 en 208";
  2° in de paragrafen 1 en 2, wordt het woord "raadsman" telkens vervangen door het woord "advocaat".
Art. 155. A l'article 14 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "187, 188 et 208" sont remplacés par les mots "187 et 208";
  2° dans les paragraphes 1er et 2, les mots "leur conseil" sont chaque fois remplacés par les mots "leur avocat".
Art. 156. In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, worden de woorden "op dat ogenblik" ingevoegd tussen de woorden "hof van assisen" en de woorden "blijkt dat";
  2° in paragraaf 1, wordt het woord "raadsman" vervangen door het woord "advocaat";
  3° in paragraaf 1 wordt de zin "Staat het vast dat de beschuldigde lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet of ernstig aantast" aangevuld met de woorden "bedoeld in artikel 9, § 1, 1° ";
  4° in § 2, eerste lid, wordt het cijfer "334" vervangen door het cijfer "343".
Art. 156. Dans l'article 15 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "à ce moment" sont insérés entre les mots "S'il ressort" et les mots "des débats devant";
  2° dans le paragraphe 1er, le mot "conseil" est remplacé par le mot "avocat";
  3° dans le paragraphe 1er, la phrase "Est-il constant que l'accusé est atteint d'un trouble mental qui abolit ou altère gravement sa capacité de discernement ou de contrôle de ses actes" est complétée par les mots "visés à l'article 9, § 1er, 1° ";
  4° dans le § 2, alinéa 1er, le chiffre "334" est remplacé par le chiffre "343".
Art. 157. In artikel 16 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "bevolen" wordt vervangen door het woord "uitgesproken";
  2° de woorden "beklaagde of beschuldigde" worden vervangen door de woorden "beklaagde, beschuldigde of inverdenkinggestelde".
Art. 157. A l'article 16 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le mot "ordonné" est remplacé par le mot "prononcé";
  2° les mots "le prévenu ou l'accusé est condamné" sont remplacés par les mots "le prévenu, l'accusé ou l'inculpé est condamné".
Art. 158. In artikel 17 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "een termijn van één tot twintig jaar" vervangen door de woorden "de duur van de internering";
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt opgeheven;
  3° in paragraaf 2, tweede lid, dat het enige lid wordt, worden de woorden "Bovendien heeft de ontzetting" vervangen door de woorden "De ontzetting heeft";
  4° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 158. A l'article 17 de la même loi, modifié par la loi du 1er février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "une durée d'un an à vingt ans" sont remplacés par les mots "la durée de l'internement";
  2° le paragraphe 2, alinéa 1er, est abrogé;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, qui devient l'alinéa unique, les mots "L'interdiction produit en outre" sont remplacés par les mots "L'interdiction produit";
  4° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 159. In artikel 19, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden "b) en c)" vervangen door de woorden "b), c) en d)".
Art. 159. Dans l'article 19, alinéa 2, de la même loi, les mots "b) et c)" sont remplacés par les mots "b), c) et d)".
Art. 160. In artikel 20, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "of een gevangenis" opgeheven.
Art. 160. Dans l'article 20, § 1er, de la même loi, les mots "ou la prison" sont abrogés.
Art. 161. In artikel 21, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "of een gevangenis" worden opgeheven;
  2° het woord "zeven" wordt vervangen door het woord "veertien".
Art. 161. Dans l'article 21, § 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "ou la prison" sont abrogés;
  2° le mot "sept" est remplacé par le mot "quatorze".
Art. 162. In artikel 22 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden "in elke fase" vervangen door de woorden "op elk ogenblik";
  2° in de bepaling onder 1°, b) wordt het woord "ernstige" opgeheven;
  3° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt :
  "2° de geïnterneerde persoon stemt in met de voorwaarden die aan de uitgaansvergunning of het verlof kunnen worden verbonden krachtens artikel 36 en 37;";
  4° de bepaling onder 3° wordt opgeheven;
  b) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. De uitgaansvergunning kan gekoppeld worden aan de begeleiding door een vertrouwenspersoon.
  Indien de begeleiding door een vertrouwenspersoon niet mogelijk is, kan de uitgaansvergunning worden gekoppeld aan de begeleiding door een personeelslid van de inrichting, in overleg met en na akkoord van de inrichting.".
Art. 162. Dans l'article 22 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans l'alinéa 1er, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots "à chaque phase" sont remplacés par les mots "à tout moment";
  2° dans le 1°, b), le mot "graves" est abrogé;
  3° le 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° la personne internée marque son accord sur les conditions qui peuvent être attachées à la permission de sortie ou au congé en vertu des articles 36 et 37;";
  4° le 3° est abrogé;
  b) l'article est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit :
  " § 2. La permission de sortie peut être assortie de l'accompagnement par une personne de confiance.
  Si l'accompagnement par une personne de confiance n'est pas possible, la permission de sortie peut être assortie de l'accompagnement par un membre du personnel de l'établissement, en concertation avec ledit établissement et avec son accord.".
Art. 163. In titel IV, hoofdstuk I, afdeling II, onderafdeling II, van dezelfde wet wordt een artikel 22/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 22/1. De uitgaansvergunning zoals bedoeld in artikel 20, § 2, 3° en het verlof kunnen niet worden toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de geïnterneerde persoon niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.".
Art. 163. Dans le titre IV, chapitre Ier, section II, sous-section II, de la même loi, il est inséré un article 22/1 rédigé comme suit :
  "Art. 22/1. La permission de sortie visée à l'article 20, § 2, 3°, et le congé ne peuvent pas être accordés s'il ressort d'un avis de l'Office des Etrangers que la personne internée n'est pas autorisée ou habilitée à séjourner dans le Royaume.".
Art. 164. In artikel 23, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "een beslissing" worden vervangen door de woorden "de beslissing";
  2° het woord "veertien" wordt vervangen door het woord "zestien";
  3° de woorden "of een gevangenis" worden opgeheven.
Art. 164. A l'article 23, § 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "d'une décision "sont remplacés par les mots "de la décision";
  2° le mot "quatorze" est remplacé par le mot "seize";
  3° les mots "ou la prison" sont abrogés.
Art. 165. In artikel 24 van dezelfde wet worden de woorden "een beslissing" vervangen door de woorden "de beslissing".
Art. 165. Dans l'article 24 de la même loi, les mots "d'une décision" sont remplacés par les mots "de la décision".
Art. 166. In artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "op elk ogenblik van de uitvoering van de internering" ingevoegd tussen de woorden "op proef kunnen" en "worden toegekend";
  b) de bepaling onder 1°, a), wordt aangevuld met de woorden "rekening houdend met zijn geestesstoornis";
  c) de bepaling onder b) wordt opgeheven;
  d) in de bepaling onder c) wordt het woord "ernstige" opgeheven;
  e) de bepaling onder f) wordt opgeheven;
  f) in de bepaling onder g) worden de woorden "de vermogenssituatie van de geïnterneerde persoon" vervangen door de woorden "zijn vermogenssituatie".
Art. 166. Dans l'article 26 de la même loi, modifié par la loi du 1er février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans l'alinéa 1er, première phrase, les mots "à tout moment de l'internement" sont insérés entre les mots "à l'essai peuvent" et les mots "être accordées";
  b) le 1°, a), est complété par les mots "compte tenu de son trouble mental";
  c) le b) est abrogé;
  d) au c), le mot "graves" est abrogé;
  e) le f) est abrogé;
  f) au g), les mots "la situation patrimoniale de la personne internée" sont remplacés par les mots "sa situation patrimoniale".
Art. 167. Artikel 27 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 27. De beperkte detentie, het elektronisch toezicht en de invrijheidsstelling op proef kunnen niet worden toegekend wanneer op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de geïnterneerde persoon niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk.".
Art. 167. L'article 27 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 27. La détention limitée, la surveillance électronique et la libération à l'essai ne peuvent pas être accordées s'il ressort d'un avis de l'Office des étrangers que la personne internée n'est pas autorisée ou habilitée à séjourner dans le Royaume.".
Art. 168. In artikel 28 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° De twee eerste zinnen van paragraaf 1 worden vervangen als volgt :
  " § 1. De vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering is een modaliteit voor een geïnterneerde persoon ten aanzien van wie een definitieve beslissing werd genomen waarin wordt vastgesteld dat hij geen verblijfsrecht in België heeft, hetzij ter beschikking van een buitenlands rechtsorgaan wordt gesteld of die de wil geuit heeft om het land te verlaten. Deze modaliteit kan op elk ogenblik worden toegekend voor zover er in hoofde van de geïnterneerde persoon geen tegenaanwijzingen bestaan.";
  2° in de Franse tekst van paragraaf 1, 1°, wordt het woord "logement" vervangen door het woord "hébergement";
  3° paragraaf 1, 2°, wordt opgeheven;
  4° in paragraaf 1, 3°, wordt het woord "ernstige" opgeheven";
  5° in paragraaf 1, 5°, worden de woorden "de vermogenssituatie van de geïnterneerde persoon" vervangen door de woorden "zijn vermogenssituatie".
Art. 168. A l'article 28 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les trois premières phrases du paragraphe 1er sont remplacées par les phrases suivantes :
  " § 1er. La libération anticipée en vue de l'éloignement du territoire ou en vue de la remise est une modalité concernant une personne internée pour laquelle une décision définitive a été prise établissant qu'elle ne dispose pas d'un droit de séjour en Belgique, qui est mise à la disposition d'une juridiction étrangère ou qui a exprimé sa volonté de quitter le pays. Cette modalité peut être octroyée à tout moment de l'internement pour autant qu'il n'existe pas de contre-indications dans le chef de la personne internée.";
  2° dans le paragraphe 1er, 1°, le mot "logement" est remplacé par le mot "hébergement";
  3° le paragraphe 1er, 2°, est abrogé;
  4° dans le paragraphe 1er, 3°, le mot "graves" est abrogé;
  5° dans le paragraphe 1er, 5°, les mots "la situation patrimoniale de la personne internée" sont remplacés par les mots "sa situation patrimoniale".
Art. 169. In artikel 29 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Het openbaar ministerie maakt binnen de twee maanden die volgen op het in kracht van gewijsde gegane vonnis of arrest tot internering de zaak aanhangig bij de kamer voor de bescherming van de maatschappij met het oog op het laten aanwijzen van de inrichting waar de internering ten uitvoer dient te worden gelegd en/of met het oog op de toekenning van een andere uitvoeringsmodaliteit, zoals bepaald in de artikelen 20, 21, 23, 24, 25 en 28.";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "Bij deze brief wordt het strafdossier gevoegd dat aanleiding gaf tot de internering." opgeheven;
  3° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "dienst Justitiehuizen" vervangen door de woorden "bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  4° paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de volgende zin : "De bevoegde dienst van de Gemeenschappen bezorgt de opgestelde slachtofferfiches aan het openbaar ministerie.";
  5° in paragraaf 3, worden het derde en het vierde lid vervangen als volgt :
  "Het openbaar ministerie vult het dossier aan met een verslag van de directeur waaraan het verslag van de psychosociale dienst is gevoegd, indien de geïnterneerde persoon in een inrichting verblijft zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), met een verslag van de verantwoordelijke voor de zorg indien de geïnterneerde persoon geplaatst is een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), of met een beknopt voorlichtingsverslag of een maatschappelijke enquête van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is. Indien dit nodig is voor het opstellen van zijn advies omtrent de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten bedoeld in de artikelen 20, § 2, 1° en 3°, 21, 23, 24 en 25, kan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren, met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waarin de uitvoeringsmodaliteit zal worden uitgevoerd.
  Het verslag van de directeur of van de verantwoordelijke voor de zorg bevat een advies omtrent de elementen vermeld in § 1, eerste lid.";
  6° in paragraaf 3 wordt het vijfde lid opgeheven;
  7° de paragrafen 4 en 5 worden vervangen als volgt :
  " § 4. De geïnterneerde persoon en zijn advocaat en desgevallend ook het slachtoffer worden bij aangetekende brief in kennis gesteld; de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4° a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), worden schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.
  § 5. Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft.
  De geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen. De advocaat van de geïnterneerde persoon kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier verkrijgen.
  Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of een gedeelte ervan ontzeggen wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan meebrengen.".
Art. 169. A l'article 29 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le ministère public saisit la chambre de protection sociale en vue de faire désigner l'établissement où l'internement doit être exécuté, et/ou en vue de l'octroi d'une autre modalité d'exécution, dans les deux mois qui suivent le jugement ou l'arrêt d'internement passé en force de chose jugée, comme prévu aux articles 20, 21, 23, 24, 25 et 28.";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, la phrase "Le dossier pénal qui a donné lieu à l'internement est joint à ce courrier." est abrogée;
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "service des Maisons de justice" sont remplacés par les mots "service compétent des Communautés";
  4° le paragraphe 1er, alinéa 3, est complété par la phrase suivante : "Le service compétent des Communautés communique les fiches victime établies au ministère public.";
  5° dans le paragraphe 3, les alinéas 3 et 4 sont remplacés comme suit :
  "Le ministère public complète le dossier par un rapport du directeur auquel est joint le rapport du service psychosocial, si la personne internée séjourne dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a) et b), par un rapport du responsable des soins si la personne internée a été placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, c) et d), ou par un rapport d'information succinct ou une enquête sociale du service compétent des Communautés si la personne internée est en liberté. Si cela est nécessaire pour la rédaction de son avis sur l'octroi des modalités d'exécution visées aux articles 20, § 2, 1° et 3°, 21, 23, 24 et 25, le directeur ou le responsable des soins peut charger le service compétent des Communautés de rédiger un rapport d'information succinct ou d'effectuer une enquête sociale, en vue d'obtenir les informations nécessaires sur le milieu d'accueil dans lequel la modalité d'exécution sera exécutée.
  Le rapport du directeur ou du responsable des soins contient un avis concernant les éléments visés au § 1er, alinéa 1er.";
  6° dans le paragraphe 3, l'alinéa 5 est abrogé;
  7° les paragraphes 4 et 5 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 4. La personne internée et son avocat et, le cas échéant, la victime sont informés par lettre recommandée; le directeur, si la personne internée séjourne dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a) et b), et le responsable des soins si la personne internée a été placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, c) et d), sont informés par écrit des jour, heure et lieu de l'audience.
  § 5. Le dossier est tenu, pendant au moins dix jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition de la personne internée et de son avocat pour consultation au greffe du tribunal de l'application des peines ou au greffe de l'établissement où la personne internée séjourne.
  La personne internée peut, à sa demande, obtenir une copie du dossier. L'avocat de la personne internée peut, à sa demande, obtenir une copie du dossier.
  Sur avis du psychiatre de l'établissement ou du psychiatre traitant, le juge de protection sociale peut, par une ordonnance motivée, refuser à la personne internée d'accéder à son dossier ou à une partie de son dossier et d'en obtenir une copie si manifestement cet accès peut nuire gravement à sa santé.".
Art. 170. In artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, het openbaar ministerie, de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), en de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d).";
  2° in het derde lid worden de woorden "of de verantwoordelijke voor de zorg" ingevoegd tussen de woorden "de directeur" en de woorden "lichten bij deze gelegenheid";
  3° het woord "raadsman" wordt telkens vervangen door het woord "advocaat";
Art. 170. A l'article 30 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "La chambre de protection sociale entend la personne internée et son avocat, le ministère public, le directeur, si la personne internée séjourne dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a) et b), et le responsable des soins, si la personne internée séjourne dans un établissement visé à l'article 3, 4°, c) et d).";
  2° dans l'alinéa 3, les mots "ou le responsable des soins" sont insérés entre les mots "le directeur" et les mots "expliquent à cette occasion";
  3° le mot "conseil" est chaque fois remplacé par le mot "avocat".
Art. 171. In artikel 32 van dezelfde wet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 171. Dans l'article 32 de la même loi, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 172. Artikel 34 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 34. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist hetzij tot plaatsing, in voorkomend geval gepaard gaande met toekenning van een uitgaansvergunning, verlof of beperkte detentie, hetzij tot toekenning van elektronisch toezicht, hetzij tot toekenning van invrijheidstelling op proef, hetzij tot toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.
  Aan deze uitvoeringsmodaliteiten kunnen geïndividualiseerde voorwaarden gekoppeld worden, zoals bedoeld in artikel 37. Tevens beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij over de opheffing, de wijziging of de nadere omschrijving van de veiligheidsmaatregelen die overeenkomstig artikel 17 zijn opgelegd.".
Art. 172. L'article 34 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 34. La chambre de protection sociale décide soit du placement, le cas échéant assorti de l'octroi d'une permission de sortie, d'un congé ou d'une détention limitée, soit de l'octroi d'une surveillance électronique, soit de l'octroi d'une libération à l'essai, soit de l'octroi d'une libération anticipée en vue de l'éloignement du territoire ou en vue de la remise.
  Ces modalités d'exécution peuvent être assorties de conditions individualisées, visées à l'article 37. La chambre de protection sociale se prononce également sur la levée, la modification ou la précision des mesures de sécurité imposées conformément à l'article 17.".
Art. 173. Artikel 35 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 35. Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij een beslissing tot plaatsing of overplaatsing neemt, bepaalt zij naar welke inrichting de geïnterneerde persoon moet worden overgebracht. De inrichting wordt gekozen uit de inrichtingen bedoeld in artikel 3, 4°, b), c) en d).".
Art. 173. L'article 35 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 35. Si la chambre de protection sociale prend une décision de placement ou de transfèrement, elle détermine également dans quel établissement la personne internée doit être transférée. L'établissement est choisi parmi les établissements visés à l'article 3, 4°, b), c) et d).".
Art. 174. In artikel 36 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de inleidende zin wordt vervangen als volgt :
  "Het vonnis tot toekenning van een uitgaansvergunning, een verlof, een beperkte detentie, een elektronisch toezicht, een invrijheidstelling op proef of een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering bepaalt dat de geïnterneerde persoon onderworpen is aan de volgende algemene voorwaarden :";
  b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "vast adres" vervangen door de woorden "vaste verblijfplaats" en het woord "justitieassistent" wordt vervangen door de woorden "bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  c) in de bepaling onder 3° wordt het woord "justitieassistent" vervangen door de woorden "bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  d) het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende :
  "4° voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied, de verplichting om het grondgebied effectief te verlaten en het verbod om tijdens de proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de kamer voor de bescherming van de maatschappij.".
Art. 174. A l'article 36 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  a) la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit :
  "Le jugement d'octroi d'une permission de sortie, d'un congé, d'une détention limitée, d'une surveillance électronique, d'une libération à l'essai ou d'une libération anticipée en vue de l'éloignement du territoire ou en vue de la remise précise que la personne internée est soumise aux conditions générales suivantes :";
  b) au 2°, les mots "adresse fixe "sont remplacés par les mots "résidence fixe" et les mots "à l'assistant de justice" sont remplacés par les mots "au service compétent des Communautés";
  c) au 3°, les mots "de l'assistant de justice" sont remplacés par les mots "du service compétent des Communautés";
  d) l'article est complété par un 4° rédigé comme suit :
  "4° pour la mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire, l'obligation de quitter effectivement le territoire et l'interdiction de revenir en Belgique pendant le délai d'épreuve sans être en règle avec la législation et la réglementation relative à l'accès au territoire, au séjour ou à l'établissement dans le Royaume et sans l'autorisation préalable de la chambre de protection sociale.".
Art. 175. In artikel 37 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de Franse tekst van het eerste lid worden de woorden "circuit des soins" vervangen door de woorden "trajet de soins";
  2° in het eerste lid worden de woorden "artikelen 34 en 36" vervangen door de woorden "artikel 34";
  3° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 175. A l'article 37 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "circuit de soins" sont remplacés par les mots "trajet de soins";
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "aux articles 34 et 36" sont remplacés par les mots "à l'article 34";
  3° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 176. In artikel 40, tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "het bij artikel 5, § 1, 4°, b), bepaalde deskundigenadvies of het bij artikel 48, § 1, 7°, in fine, bepaalde advies van de dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten," vervangen door de woorden : "het in artikel 5, § 1, 5°, bedoelde deskundigenadvies of het in artikel 47, § 2, tweede lid, bedoelde advies van de dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten,".
Art. 176. Dans l'article 40, alinéa 2, de la même loi, les mots : "l'avis d'expertise prévu par l'article 5, § 1er, 4°, b), ou l'avis du service ou de la personne spécialisé dans l'expertise diagnostique des délinquants sexuels, tel que prévu à l'article 48, § 1er, 7°, in fine," sont remplacés par les mots "l'avis d'expertise visé à l'article 5, § 1er, 5°, ou l'avis du service ou de la personne spécialisé dans l'expertise diagnostique des délinquants sexuels, visé à l'article 47, § 2, alinéa 2,".
Art. 177. In artikel 41 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "De justitieassistent, of in voorkomend geval het Nationaal Centrum voor elektronisch toezicht" vervangen door de woorden "De bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht,";
  2° in paragraaf 2 worden tussen het woord "bepaalt" en de woorden "het aantal verlofdagen" de woorden ", overeenkomstig artikel 21, § 1," ingevoegd;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden "de beperkte detentie of" opgeheven en wordt het woord "strafuitvoeringsrechtbank" vervangen door de woorden "de kamer voor de bescherming van de maatschappij";
  4° paragraaf 4, eerste, tweede en derde lid, wordt vervangen als volgt :
  "Vijftien dagen voor het einde van de in paragraaf 3 bepaalde termijn beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij over de verlenging van het elektronisch toezicht, of over de omzetting van het elektronisch toezicht in een andere uitvoeringsmodaliteit.
  De geïnterneerde persoon en zijn advocaat, evenals het slachtoffer worden bij aangetekende brief in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.
  Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank.";
  5° paragraaf 4, vijfde lid, wordt vervangen als volgt :
  "Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of een gedeelte ervan ontzeggen wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan meebrengen.";
  6° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden ", de directeur, indien de geïnterneerde persoon in beperkte detentie is," opgeheven;
  7° in paragraaf 4, vierde lid, en paragraaf 5, eerste lid en tweede lid, wordt het woord "raadsman" telkens vervangen door het woord "advocaat";
  8° in paragraaf 5, derde lid, wordt de zin "Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval de directeur, lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben geformuleerd in het belang van het slachtoffer." vervangen door de zin "Het openbaar ministerie licht bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die het in zijn advies heeft geformuleerd in het belang van het slachtoffer.";
  9° in paragraaf 5, vierde lid, wordt het woord "raadsman" vervangen door het woord "advocaat";
  10° in paragraaf 5 wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende :
  "De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.";
  11° in de paragrafen 6 en 7 wordt het woord "strafuitvoeringsrechtbank" telkens vervangen door het woord "kamer voor de bescherming van de maatschappij".
Art. 177. A l'article 41 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "L'assistant de justice ou, le cas échéant, le Centre national de surveillance électronique sont remplacés par les mots "Le service compétent des Communautés, le cas échéant, le service compétent en matière de surveillance électronique,";
  2° dans le paragraphe 2, on insèrera entre le mot "détermine" et les mots "le nombre de jours de congé" les mots ", conformément à l'article 21, § 1er,";
  3° dans le paragraphe 3, les mots "de la détention limitée ou" sont abrogés et les mots "le tribunal de l'application des peines" sont remplacés par les mots "la chambre de protection sociale";
  4° le paragraphe 4, alinéas 1er, 2 et 3, est remplacé par ce qui suit :
  "Quinze jours avant la fin du délai prévu au paragraphe 3, la chambre de protection sociale se prononce sur la prolongation de la surveillance électronique, ou sur la conversion de la surveillance électronique en une autre modalité d'exécution.
  La personne internée et son avocat ainsi que la victime sont informés par lettre recommandée des lieu, jour et heure de l'audience.
  Le dossier est tenu, pendant au moins dix jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition de la personne internée et de son avocat pour consultation au greffe du tribunal de l'application des peines.";
  5° dans le paragraphe 4, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Sur avis du psychiatre de l'établissement ou du psychiatre traitant, le juge de protection sociale peut, par une ordonnance motivée, refuser à la personne internée d'accéder à son dossier ou à une partie de son dossier et d'en obtenir une copie si manifestement cet accès peut nuire gravement à sa santé.";
  6° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots ", le directeur, si la personne internée est en détention limitée," sont abrogés;
  7° dans le paragraphe 4, alinéa 4, les mots "Le conseil" sont remplacés par les mots "L'avocat" et dans le paragraphe 5, alinéas 1er et 2°, le mot "conseil" est chaque fois remplacé par le mot "avocat";
  8° dans le paragraphe 5, alinéa 3, la phrase "Le ministère public et, le cas échéant, le directeur expliquent à cette occasion les conditions qu'ils ont formulées dans leur avis dans l'intérêt de la victime." est remplacée par la phrase "Le ministère public explique à cette occasion les conditions qu'il a formulées dans son avis dans l'intérêt de la victime.";
  9° dans le paragraphe 5, alinéa 4, le mot "conseil" est remplacé par le mot "avocat";
  10° dans le paragraphe 5, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5 :
  "La chambre de protection sociale peut décider d'entendre également d'autres personnes.";
  11° dans les paragraphes 6 et 7, les mots "le tribunal de l'application des peines" sont chaque fois remplacés par les mots "la chambre de protection sociale".
Art. 178. In artikel 42 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "een verlengbare termijn van twee jaar" vervangen door de woorden "een termijn van drie jaar, telkens hernieuwbaar met maximaal twee jaar.";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "twee jaar automatisch definitief in vrijheid gesteld overeenkomstig artikelen 72 en 75" vervangen door de woorden "zes jaar van rechtswege definitief in vrijheid gesteld, te rekenen vanaf de uitvoering van het vonnis";
  3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt :
  " § 3. Ingeval de invrijheidsstelling op proef wordt toegekend onder de voorwaarde te verblijven in een residentiële inrichting, worden alle beslissingen om de inrichting te verlaten genomen door de verantwoordelijke van deze inrichting.".
Art. 178. Dans l'article 42 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1) dans le paragraphe 1er, les mots "une période renouvelable de deux ans" sont remplacés par les mots "une période de trois ans, chaque fois renouvelable pour une durée de deux ans au maximum";
  2° dans le paragraphe 2, les mots "automatiquement libérée définitivement après deux ans, conformément aux articles 72 et 75" sont remplacés par les mots "libérée définitivement de plein droit après six ans, à compter de l'exécution du jugement";
  3° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Si la libération à l'essai est octroyée à la condition de séjourner dans un établissement résidentiel, toutes les décisions relatives au fait de quitter l'établissement sont prises par le responsable de cet établissement.".
Art. 179. Artikel 43, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot een plaatsing, bepaalt zij in haar vonnis wanneer de directeur, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, b), of de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), een advies moet uitbrengen.".
Art. 179. L'article 43, alinéa 1er, de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  "Si la chambre de protection sociale ordonne un placement, elle fixe dans son jugement quand le directeur, si la personne internée a été placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, b), ou le responsable des soins, si la personne internée a été placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, c) et d), doit rendre un avis.".
Art. 180. In artikel 44 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Het vonnis of de beschikking wordt binnen een werkdag bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie, van de directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), van de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), of van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is.";
  2° in paragraaf 2, 2°, worden de woorden "artikel 44/4" vervangen door de woorden "artikel 44/2";
  3° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "de directeur van het justitiehuis" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  4° in paragraaf 2, 4° worden de woorden "het Nationaal Centrum voor Elektronisch Toezicht" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst voor elektronisch toezicht".
Art. 180. A l'article 44 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le jugement ou l'ordonnance est notifié dans un délai d'un jour ouvrable, par lettre recommandée, à la personne internée et à son avocat, et porté par écrit à la connaissance du ministère public, du directeur, si la personne internée séjourne dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a) et b), du responsable des soins, si la personne internée a été placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, c) et d), ou du service compétent des Communautés, si la personne internée est en liberté.";
  2° dans le paragraphe 2, 2°, les mots "article 44/4" sont remplacés par les mots "article 44/2";
  3° dans le paragraphe 2, 3°, les mots "le directeur de la maison de justice" sont remplacés par les mots "le service compétent des Communautés";
  4° dans le paragraphe 2, 4°, les mots "le Centre national de surveillance électronique" sont remplacés par les mots "le service compétent en matière de surveillance électronique".
Art. 181. In artikel 45 van dezelfde wet worden de woorden "of een ander moment" ingevoegd tussen het woord "datum" en het woord "bepaalt".
Art. 181. L'article 45 de la même loi est complété par les mots "ou un autre moment".
Art. 182. In artikel 46 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "gerechtsbrief" vervangen door de woorden "aangetekende brief" en het woord "raadsman" door het woord "advocaat";
  2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  "De directeur, indien de geïnterneerde persoon verblijft in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b), of de verantwoordelijke voor de zorg, indien de geïnterneerde persoon geplaatst is in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d), en desgevallend het slachtoffer, worden schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.".
Art. 182. A l'article 46 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "pli judiciaire" sont remplacés par les mots "lettre recommandée" et le mot "conseil" par le mot "avocat";
  2° le paragraphe 2, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  "Le directeur, si la personne internée séjourne dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a) et b), et le responsable des soins, si la personne internée a été placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, c) et d) et le cas écléant la victime, sont informés par écrit des jour, heure et lieu de l'audience.".
Art. 183. Artikel 47 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 47. § 1. De directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang van de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft, bezorgt een advies aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank op het tijdstip bedoeld in artikel 43, na de geïnterneerde persoon gehoord te hebben.
  § 2. Het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg omvat een geactualiseerd multidisciplinair psychosociaal-psychiatrisch verslag en een met redenen omkleed voorstel tot toekenning of afwijzing van de overplaatsing, en de in de artikelen 20, 21, 23 tot 25 en 28 bepaalde modaliteiten en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden die hij nodig acht op te leggen aan de geïnterneerde persoon. Indien dit nodig is voor het opstellen van zijn advies omtrent de toekenning van uitvoeringsmodaliteiten bedoeld in de artikelen 20, § 2, 3°, 21 en 23 tot 25, kan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg de bevoegde dienst van de Gemeenschappen de opdracht geven een beknopt voorlichtingsverslag op te stellen of een maatschappelijke enquête uit te voeren, met het oog op het verkrijgen van noodzakelijke informatie over het onthaalmilieu waarin de uitvoeringsmodaliteit zal worden uitgevoerd.
  Indien de betrokkene geïnterneerd is voor de in de artikelen 371/1 tot 378 van het Strafwetboek bedoelde feiten of voor de in de artikelen 379 tot 387 van hetzelfde Wetboek bedoelde feiten indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, omvat het advies van de directeur of de verantwoordelijke van de zorg eveneens het met redenen omkleed advies dat een beoordeling van de noodzaak om een begeleiding of behandeling op te leggen omvat en dat opgesteld is door een dienst of persoon die gespecialiseerd is in de diagnostische expertise van seksuele delinquenten.
  § 3. Een afschrift van het advies van de directeur of van de verantwoordelijke voor de zorg wordt overgezonden aan het openbaar ministerie, aan de geïnterneerde persoon en aan de advocaat van de geïnterneerde persoon. Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking de afgifte van het afschrift aan de geïnterneerde persoon ontzeggen wanneer dit een klaarblijkelijk ernstig nadeel inhoudt voor zijn gezondheid.".
Art. 183. L'article 47 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 47. § 1er. Le directeur ou le responsable des soins, selon l'établissement où la personne internée séjourne, adresse un avis au greffe du tribunal de l'application des peines au moment visé à l'article 43, après avoir entendu la personne internée.
  § 2. L'avis du directeur ou du responsable des soins contient un rapport multidisciplinaire psychiatrique et psychosocial actualisé et une proposition motivée d'octroi ou de refus du transfèrement et des modalités prévues aux articles 20, 21, 23 à 25 et 28 et, le cas échéant, les conditions particulières qu'il estime nécessaire d'imposer à l'interné. Si cela est nécessaire pour la rédaction de son avis sur l'octroi des modalités d'exécution visées aux articles 20, § 2, 3°, 21 et 23 à 25, le directeur ou le responsable des soins peut charger le service compétent des Communautés de rédiger un rapport d'information succinct ou d'effectuer une enquête sociale, en vue d'obtenir les informations nécessaires sur le milieu d'accueil dans lequel la modalité d'exécution sera exécutée.
  Si l'intéressé a été interné pour des faits visés aux articles 371/1 à 378 du Code pénal ou pour des faits visés aux articles 379 à 387 du même Code, si ceux-ci ont été commis sur la personne de mineurs ou avec leur participation, l'avis du directeur ou du responsable des soins contient également l'avis motivé appréciant la nécessité d'imposer une guidance ou un traitement et lequel est rédigé par un service ou une personne spécialisé dans l'expertise diagnostique des délinquants sexuels.
  § 3. Une copie de l'avis du directeur ou du responsable des soins est adressée au ministère public, à la personne internée et à l'avocat de la personne internée. Sur avis du psychiatre de l'établissement ou du psychiatre traitant, le juge de protection sociale peut, par une ordonnance motivée, refuser la délivrance de la copie à la personne internée si cela peut manifestement nuire gravement à sa santé.".
Art. 184. Artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 februari 2016, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 48. De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank vult het dossier, zoals samengesteld overeenkomstig artikel 29, § 3, aan met :
  1° in voorkomend geval, een recent afschrift van de opsluitingsfiche;
  2° een recent uittreksel uit het strafregister;
  3° het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg;
  4° desgevallend een recent verslag van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen;
  5° desgevallend de slachtofferverklaring(en) en de nieuwe slachtofferfiche(s).".
Art. 184. L'article 48 de la même loi, modifié par la loi du 1er février 2016, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 48. Le greffe du tribunal de l'application des peines complète le dossier, constitué conformément à l'article 29, § 3, par les éléments suivants :
  1° le cas échéant, une copie récente de la fiche d'écrou;
  2° un extrait récent du casier judiciaire;
  3° l'avis du directeur ou du responsable des soins;
  4° le cas échéant, un rapport récent du service compétent des Communautés;
  5° le cas échéant, la ou les déclarations de victime et la ou les nouvelles fiches victime.".
Art. 185. Artikel 49 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 49. Binnen een maand na de ontvangst van het advies van de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en deelt het in afschrift mee aan de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg. De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank deelt een afschrift van het advies van het openbaar ministerie mee aan de advocaat van de geïnterneerde persoon en aan de geïnterneerde persoon, tenzij op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of van een gedeelte ervan is ontzegd wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan inhouden.".
Art. 185. L'article 49 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 49. Dans le mois de la réception de l'avis du directeur ou du responsable des soins, le ministère public rédige un avis motivé, le transmet au greffe du tribunal de l'application des peines et en communique une copie au directeur ou au responsable des soins. Le greffe du tribunal de l'application des peines communique une copie de l'avis du ministère public à l'avocat de la personne internée et à la personne internée, à moins que, sur avis du psychiatre de l'établissement ou du psychiatre traitant, il soit refusé à celle-ci, par ordonnance motivée, d'accéder à son dossier ou à une partie de son dossier et d'en obtenir une copie si cet accès peut manifestement nuire gravement à sa santé.".
Art. 186. In artikel 50 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "van de inrichting of de hoofdgeneesheer van de inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, b), c) en d)" vervangen door de woorden "of de verantwoordelijke voor de zorg";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "uit te brengen tijdens de zitting" vervangen door de woorden "schriftelijk uit te brengen vóór de zitting of het schriftelijke advies neer te leggen ter zitting".
Art. 186. A l'article 50 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "de l'établissement ou du médecin en chef de l'établissement au sens de l'article 3, 4°, b), c) et d)" sont remplacés par les mots "ou du responsable des soins";
  2° dans le paragraphe 2, les mots "pendant l'audience" sont remplacés par les mots "par écrit avant l'audience ou déposer l'avis par écrit à l'audience".
Art. 187. In artikel 51 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "dienst Justitiehuizen" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst van de gemeenschappen" en wordt de zin "De inhoud van dit beknopt voorlichtingsverslag en van deze maatschappelijke enquête wordt door de Koning bepaald." opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "artikel 5, § 2, 3° en 4° " vervangen door de woorden "de artikelen 5, § 2, 7 en 8".
Art. 187. A l'article 51 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "service des Maisons de justice" sont remplacés par les mots "service compétent des Communautés" et la phrase "Le contenu de ce rapport d'information succinct et de cette enquête sociale est fixé par le Roi." est abrogé;
  2° dans le paragraphe 2, les mots "article 5, § 2, 3° et 4° " sont remplacés par les mots "articles 5, § 2, 7 et 8".
Art. 188. Artikel 53 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 53. § 1. In afwijking van de procedure bepaald bij de artikelen 47 tot 51, kan bij hoogdringendheid een kabinetsbeslissing worden genomen omtrent een verzoek tot uitgaansvergunning zoals bedoeld in artikel 20, § 2, 1° en 2°.
  In dit geval blijven de artikelen 36, 37, 38, 44, §§ 1 en 2, 45 en desgevallend 46 van toepassing.
  § 2. Daartoe wordt een schriftelijk verzoek door het openbaar ministerie, door de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon geplaatst is, of door de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, gericht tot de rechter voor de bescherming van de maatschappij dat ter griffie van de strafuitvoeringrechtbank in een daartoe speciaal gehouden register wordt ingeschreven.
  In voorkomend geval kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij via de snelst mogelijke weg bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn om zijn beslissing te kunnen nemen.
  § 3. De beschikking wordt genomen binnen de vijf werkdagen, zonder oproeping van partijen noch debat, na inschrijving in voormeld register. Ingeval er bijkomende inlichtingen worden ingewonnen, kan deze termijn worden verlengd tot zeven werkdagen.
  De beschikking wordt door de griffier aan het openbaar ministerie, aan de verzoeker, aan de geïnterneerde persoon en de advocaat, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg en/of aan het slachtoffer, via het snelst mogelijke schriftelijk communicatiemiddel, ter kennis gebracht binnen de vierentwintig uur na de beschikking.
  Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.".
Art. 188. L'article 53 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 53. § 1er. Par dérogation à la procédure définie aux articles 47 à 51, une ordonnance de cabinet peut être prise en urgence concernant une demande de permission de sortie visée à l'article 20, § 2, 1° et 2°.
  Dans ce cas, les articles 36, 37, 38, 44, §§ 1er et 2, 45 et, le cas échéant, 46 restent d'application.
  § 2. Le ministère public, le directeur ou le responsable des soins, selon l'établissement où la personne internée est placée, ou la personne internée et son avocat adresse à cette fin une demande écrite au juge de protection sociale; elle est inscrite dans un registre spécialement tenu à cet effet au greffe du tribunal de l'application des peines.
  Le cas échéant, le juge de protection sociale peut recueillir, par la voie la plus rapide possible, des renseignements complémentaires nécessaires pour pouvoir prendre sa décision.
  § 3. L'ordonnance est prise dans les cinq jours ouvrables, sans convocation des parties ni débat, après l'inscription dans le registre précité. Si des renseignements complémentaires sont recueillis, ce délai peut être porté à sept jours ouvrables.
  Le greffier porte l'ordonnance à la connaissance du ministère public, du demandeur, de la personne internée et de son avocat, du directeur ou du responsable des soins et/ou de la victime, par le moyen de communication écrit le plus rapide dans les vingt-quatre heures.
  Cette ordonnance n'est susceptible d'aucun recours.".
Art. 189. In artikel 54 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt :
  " § 1. Bij hoogdringendheid neemt de kamer voor de bescherming van de maatschappij, bij een met redenen omklede beschikking, een beslissing omtrent een verzoek tot overplaatsing van de geïnterneerde persoon, uitgaansvergunning, zoals bedoeld in artikel 20, § 2, 3°, verlof, beperkte detentie, elektronisch toezicht, invrijheidstelling op proef en vervroegde invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering.
  § 2. Een verzoek overeenkomstig paragraaf 1, kan worden ingediend door het openbaar ministerie, door de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon geplaatst is, of door de geïnterneerde persoon en zijn advocaat.";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In voorkomend geval kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij via de snelst mogelijke weg bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn om haar beslissing te kunnen nemen.";
  3° paragraaf 4, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin :
  "Ingeval er bijkomende inlichtingen worden ingewonnen, kan deze termijn worden verlengd tot zeven werkdagen.";
  4° paragraaf 4, derde lid, wordt vervangen als volgt :
  "De beschikking wordt door de griffier aan het openbaar ministerie, aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg en, in voorkomend geval, aan het slachtoffer, via het snelst mogelijke schriftelijk communicatiemiddel, binnen de vierentwintig uur na de beschikking ter kennis gebracht.";
  5° paragraaf 5, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  "Tegen deze beschikking kunnen het openbaar ministerie en de advocaat van de geïnterneerde persoon, binnen vijf werkdagen na de kennisgeving verzet aantekenen.";
  6° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "van één of meer partijen" opgeheven.
Art. 189. A l'article 54 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 1er. En cas d'urgence, la chambre de protection sociale prend, par ordonnance motivée, une décision concernant une demande de transfèrement de la personne internée, de permission de sortie telle que visée à l'article 20, § 2, 3°, de congé, de détention limitée, de surveillance électronique, de libération à l'essai et de libération anticipée en vue de l'éloignement du territoire ou en vue de la remise.
  § 2. Une demande conformément au paragraphe 1er peut être introduite par le ministère public, par le directeur ou le responsable des soins, selon l'établissement où la personne est placée, ou par la personne internée et son avocat.";
  2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Le cas échéant, la chambre de protection sociale peut recueillir, par la voie la plus rapide possible, des renseignements complémentaires nécessaires pour pouvoir prendre sa décision.";
  3° le paragraphe 4, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  "Si des renseignements complémentaires sont recueillis, ce délai peut être porté à sept jours ouvrables.";
  4° le paragraphe 4, alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
  "Le greffier porte l'ordonnance à la connaissance du ministère public, de la personne internée et de son conseil, du directeur ou du responsable des soins et, le cas échéant, de la victime, par le moyen de communication écrit le plus rapide dans les vingt-quatre heures après l'ordonnance.";
  5° le paragraphe 5, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit :
  "Le ministère public et l'avocat de la personne internée peuvent former opposition à cette ordonnance dans les cinq jours ouvrables qui suivent la notification.";
  6° dans le paragraphe 6, alinéa 1er, les mots "d'une ou plusieurs parties" sont abrogés.
Art. 190. Artikel 55 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 55. In geval van overbrenging om medische redenen van een geplaatste geïnterneerde persoon naar een penitentiair genees- en heelkundig centrum of naar een ziekenhuis, stelt de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang van de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft, hiervan onmiddellijk via het snelst mogelijke, schriftelijke communicatiemiddel de kamer voor de bescherming van de maatschappij in kennis, die zo nodig kan handelen overeenkomstig artikel 54, voor de duur van de behandeling.".
Art. 190. L'article 55 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 55. En cas de transfert pour raisons médicales d'une personne internée placée vers un centre médicochirurgical pénitentiaire ou un hôpital, le directeur ou le responsable des soins, selon l'établissement où la personne internée séjourne, en informe immédiatement, par le moyen de communication écrit le plus rapide, la chambre de protection sociale qui, si nécessaire, peut agir conformément à l'article 54 pendant la durée du traitement.".
Art. 191. In artikel 56, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "federale inrichting naar een andere federale inrichting" vervangen door de woorden "inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b) naar een andere inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b)".
Art. 191. Dans l'article 56, alinéa 1er, de la même loi, les mots "dans un établissement fédéral vers un autre établissement fédéral" sont remplacés par les mots "dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a) et b) vers un autre établissement visé à l'article 3, 4°, a) et b)".
Art. 192. In artikel 57 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, eerste lid, eerste zin, worden de woorden "hoofdgeneesheer van de inrichting brengt over het verloop van de plaatsing en de met een bepaalde periodiciteit toegekende uitgaansvergunning" vervangen door de woorden "verantwoordelijke voor de zorg brengt over het verloop van de plaatsing en de uitgaansvergunning";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, tweede zin, worden de woorden "hoofdgeneesheer van de inrichting" vervangen door de woorden "verantwoordelijke voor de zorg";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "hoofdgeneesheer van de instelling" vervangen door de woorden "verantwoordelijke voor de zorg";
  4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "dienst Justitiehuizen" vervangen door de woorden "bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "van de inrichting" vervangen door de woorden "of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon verblijft,";
  6° in paragraaf 4 worden de woorden "Dienst Justitiehuizen" vervangen door de woorden "bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht";
  7° in paragraaf 5, eerste lid, wordt het woord "justitieassistent" vervangen door de woorden "bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  8° in paragraaf 5, tweede lid, wordt het woord "betrokkene" telkens vervangen door de woorden "geïnterneerde persoon";
  9° paragraaf 5, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden "of voor zichzelf";
  10° paragraaf 6 wordt opgeheven.
Art. 192. A l'article 57 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, première phrase, les mots "médecin en chef de l'établissement fait rapport à la chambre de protection sociale sur le déroulement du placement ou de la permission de sortie octroyée avec une périodicité déterminée" sont remplacés par les mots "responsable des soins fait rapport à la chambre de protection sociale sur le déroulement du placement ou de la permission de sortie";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, deuxième phrase, les mots "médecin en chef de l'établissement" sont remplacés par les mots "responsable des soins";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "médecin en chef de l'établissement" sont remplacés par les mots "responsable des soins";
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "service des Maisons de justice" sont remplacés par les mots "service compétente des Communautés";
  5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "de l'établissement" sont remplacés par les mots "ou au responsable des soins, selon l'établissement où la personne internée séjourne.";
  6° dans le paragraphe 4, les mots "le service des Maisons de justice" sont remplacés par les mots "le service compétent des Communautés, le cas échéant, le service compétent en matière de surveillance électronique,";
  7° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "à l'assistant de justice" sont remplacés par les mots "au service compétent des Communautés";
  8° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "l'intéressé" sont chaque fois remplacés par les mots "la personne internée";
  9° le paragraphe 5, alinéa 2, est complété par les mots "ou pour elle-même";
  10° le paragraphe 6 est abrogé.
Art. 193. In artikel 58 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "hoofdgeneesheer van de inrichting" vervangen door de woorden "verantwoordelijke voor de zorg" en het woord "raadsman" door het woord "advocaat";
  2° in paragraaf 1, tweede en derde lid, worden de woorden "kamer voor de bescherming van de maatschappij" telkens vervangen door het woord "strafuitvoeringsrechtbank";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "raadsman" vervangen door het woord "advocaat" en de woorden "hoofdgeneesheer van de inrichting" door de woorden "verantwoordelijke voor de zorg";
  4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "het justitiehuis" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht";
  5° paragraaf 3, tweede lid, wordt opgeheven;
  6° in paragraaf 4 wordt het woord "raadsman" telkens vervangen door het woord "advocaat";
  7° in de Franse tekst van paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "Le conseil' vervangen door de woorden "L' avocat";
  8° in paragraaf 4, derde lid, worden de woorden "of de verantwoordelijke voor de zorg" ingevoegd tussen de woorden "de directeur" en de woorden "lichten bij deze gelegenheid";
  9° in paragraaf 5, eerste lid, wordt het woord "gerechtsbrief" vervangen door de woorden "aangetekende brief";
  10° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "vierentwintig uur" vervangen door de woorden "een werkdag";
  11° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "hoofdgeneesheer van de inrichting" vervangen door de woorden "verantwoordelijke voor de zorg";
  12° in paragraaf 5, eerste lid, wordt het woord "raadsman" vervangen door het woord "advocaat";
  13° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "directeur van het justitiehuis" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht".
Art. 193. A l'article 58 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "médecin en chef de l'établissement" sont remplacés par les mots "responsable des soins" et le mot "conseil" par le mot "avocat";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéas 2 et 3, les mots "de la chambre de protection sociale" sont chaque fois remplacés par les mots "du tribunal de l'application des peines";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot "conseil" est remplacé par le mot "avocat" et les mots "médecin en chef de l'établissement" par les mots "responsable des soins";
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "à la maison de justice" sont remplacés par les mots "au service compétent des Communautés, le cas échéant le service compétent en matière de surveillance électronique";
  5° le paragraphe 3, alinéa 2, est abrogé;
  6° dans le paragraphe 4, alinéas 1er et 3, le mot "conseil" est chaque fois remplacé par le mot "avocat";
  7° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots "Le conseil" sont remplacés par les mots "L'avocat";
  8° dans le paragraphe 4, alinéa 3, les mots "ou le responsable des soins" sont insérés entre les mots "le directeur" et les mots "expliquent à cette occasion";
  9° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "pli judiciaire" sont remplacés par les mots "lettre recommandée";
  10° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "dans les vingt-quatre heures" sont remplacés par les mots "dans un délai d'un jour ouvrable";
  11° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "médecin en chef de l'établissement" sont remplacés par les mots "responsable des soins";
  12° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, le mot "conseil" est remplacé par le mot "avocat";
  13° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "le directeur de la maison de justice" sont remplacés par les mots "le service compétent des Communautés, le cas échéant, le service compétent en matière de surveillance électronique".
Art. 194. In het opschrift van hoofdstuk IV van titel IV, van dezelfde wet wordt het cijfer "19," opgeheven.
Art. 194. Dans l'intitulé du chapitre IV du titre IV de la même loi, le chiffre "19," est abrogé.
Art. 195. In artikel 59 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "gegane beslissing" vervangen door de woorden "gegaan vonnis of arrest";
  b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, " ingevoegd tussen de woorden "of een wanbedrijf" en de woorden "heeft gepleegd";
  c) in de bepaling onder 4° wordt het woord "justitieassistent" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  d) in de bepaling onder 5°, wordt het woord "justitieassistent" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst van de Gemeenschappen";
  e) in de bepaling onder 6° worden de woorden "op grond van een medisch verslag" ingevoegd tussen de woorden"wanneer er" en het woord "redenen";
  f) het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende :
  "8° wanneer de geïnterneerde persoon na de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering nalaat of weigert om het grondgebied effectief te verlaten, niet meewerkt aan zijn verwijdering, niet meewerkt aan zijn identificatie met het oog op het bekomen van een reisdocument of terugkeert zonder de in artikel 36, 4°, vereiste toestemming van de kamer voor de bescherming van de maatschappij.".
Art. 195. Dans l'article 59, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 1°, les mots "une décision passée" sont remplacés par les mots "un jugement ou un arrêt passé";
  b) dans le 1°, les mots "visé à l'article 9, § 1, 1°, " sont insérés entre les mots "ou un crime" et les mots "pendant le déroulement";
  c) dans le 4°, les mots "de l'assistant de justice" sont remplacés par les mots "du service compétent des Communautés";
  d) dans le 5°, les mots "à l'assistant de justice" sont remplacés par les mots "au service compétent des Communautés";
  e) dans le 6°, les mots "sur la base d'un rapport médical" sont insérés entre les mots "lorsqu'il existe" et les mots "des raisons de penser";
  f) l'article est complété par le 8° rédigé comme suit :
  "8° si, après l'octroi d'une libération anticipée en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise, la personne internée omet ou refuse de quitter effectivement le territoire, ne coopère pas à son éloignement, ne coopère pas à son identification en vue de l'obtention d'un document de voyage ou revient sans l'autorisation de la chambre de protection sociale requise à l'article 36, 4°. ".
Art. 196. In artikel 60 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "in de inrichting geplaatst" vervangen door de woorden "in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, b), c) en d), geplaatst";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. In geval van herroeping van een modaliteit, bepaalt de kamer voor de bescherming van de maatschappij overeenkomstig artikel 43 wanneer de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, naargelang de inrichting waar de geïnterneerde persoon geplaatst is, een nieuw advies moet uitbrengen.".
Art. 196. A l'article 60 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "dans un établissement" sont remplacés par les mots "dans un établissement visé à l'article 3, 4°, b), c) et d);
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. En cas de révocation d'une modalité, la chambre de protection sociale fixe conformément à l'article 43 quand le directeur ou le responsable des soins, selon l'établissement où la personne internée est placée, doit émettre un nouvel avis.".
Art. 197. In artikel 61, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "in een inrichting geplaatst" vervangen door de woorden "in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b), c) en d), opgenomen".
Art. 197. Dans l'article 61, § 2, de la même loi, les mots "placée dans un établissement" sont remplacés par les mots "hospitalisée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a), b), c) et d)".
Art. 198. In artikel 62, § 1, van dezelfde wet, wordt het cijfer "19," opgeheven.
Art. 198. Dans l'article 62, § 1er, de la même loi, le chiffre "19," est abrogé.
Art. 199. Artikel 63 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 199. L'article 63 de la même loi est abrogé.
Art. 200. In artikel 64 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "gerechtsbrief" vervangen door de woorden "aangetekende brief";
  2° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "raadsman" vervangen door het woord "advocaat";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Het dossier wordt ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de geïnterneerde persoon en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank of op de griffie van de inrichting waar de geïnterneerde verblijft.
  De geïnterneerde persoon en zijn advocaat kunnen op hun verzoek een afschrift van het dossier verkrijgen.
  Op advies van de psychiater van de inrichting of van de behandelende psychiater kan de rechter voor de bescherming van de maatschappij de geïnterneerde persoon in een met redenen omklede beschikking inzage en afschrift van zijn dossier of een gedeelte ervan ontzeggen wanneer die inzage een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor zijn gezondheid kan meebrengen.";
  4° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "de niet-naleving van" ingevoegd tussen de woorden "nodig is om" en de woorden "van deze" en wordt de zin "Het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, de directeur lichten bij deze gelegenheid de voorwaarden toe die zij in hun advies hebben gesteld in het belang van het slachtoffer." opgeheven;
  5° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "vierentwintig uur bij gerechtsbrief" vervangen door de woorden "binnen een werkdag bij aangetekende brief" en de woorden "het justitiehuis" door de woorden "de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval, de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht";
  6° in paragrafen 3 en 5, wordt het woord "raadsman" telkens vervangen door het woord "advocaat".
Art. 200. A l'article 64 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "pli judiciaire" sont remplacés par les mots "lettre recommandée";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le mot "conseil" est remplacé par le mot "avocat";
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le dossier est tenu, pendant au moins quatre jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition de la personne internée et de son avocat pour consultation au greffe du tribunal de l'application des peines ou au greffe de l'établissement où l'interné séjourne.
  La personne internée et son avocat peuvent, à leur demande, obtenir une copie du dossier.
  Sur avis du psychiatre de l'établissement ou du psychiatre traitant, le juge de protection sociale peut, par une ordonnance motivée, refuser à la personne internée d'accéder à son dossier ou à une partie de son dossier et d'en obtenir une copie si cet accès peut manifestement nuire gravement à sa santé.";
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "du non-respect" sont insérés entre les mots "l'examen" et les mots "de ces conditions" et la phrase "Le ministère public et, le cas échéant, le directeur expliquent à cette occasion les conditions qu'ils ont formulées dans leur avis dans l'intérêt de la victime." est abrogée;
  5° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "dans les vingt-quatre heures, par pli judiciaire" sont remplacés par les mots "dans un délai d'un jour ouvrable, par lettre recommandée" et les mots "de la maison de justice" par les mots "du service compétent des Communautés, le cas échéant, le service compétent en matière de surveillance électronique";
  6° dans les paragraphes 3 et 5, le mot "conseil" est chaque fois remplacé par le mot "avocat".
Art. 201. In artikel 65 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "Wanneer de geïnterneerde persoon een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden, kan de procureur des Konings van het arrondissement waar de geïnterneerde persoon zich bevindt of het openbaar ministerie bij de bevoegde strafuitvoeringsrechtbank, zijn voorlopige aanhouding bevelen, onder verplichting de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij en desgevallend het openbaar ministerie daarvan onmiddellijk in kennis te stellen.";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "De voorlopige aanhouding wordt uitgevoerd in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a).";
  3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "het justitiehuis" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst van de Gemeenschappen, in voorkomend geval de dienst bevoegd voor het elektronisch toezicht" en het woord "raadsman" door het woord "advocaat".
Art. 201. A l'article 65 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Si la personne internée met gravement en péril l'intégrité physique ou psychique de tiers, le procureur du Roi de l'arrondissement dans lequel la personne internée se trouve ou le ministère public près le tribunal de l'application des peines compétent peut ordonner son arrestation provisoire, à charge d'en donner immédiatement avis à la chambre de protection sociale compétente et, le cas échéant, au ministère public.";
  2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "L'arrestation provisoire est exécutée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a).";
  3° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 3, les mots "de la maison de justice" sont remplacés par les mots "du service compétent des Communautés, le cas échéant le service compétent en matière de surveillance électronique" et le mot "conseil" est remplacé par le mot "avocat".
Art. 202. In artikel 66 van dezelfde wet wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt :
  "b) op voorwaarde dat de geestesstoornis voldoende gestabiliseerd is, zodat redelijkerwijze niet te vrezen valt dat de geïnterneerde persoon, al dan niet ten gevolge van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw misdrijven zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, zal plegen.".
Art. 202. Dans l'article 66 de la même loi, le b) est remplacé comme suit :
  "b) à condition que le trouble mental soit suffisamment stabilisé pour qu'il n'y ait raisonnablement plus à craindre qu'à cause de son trouble mental ou non, en conjonction éventuellement avec d'autres facteurs de risque, la personne internée commettra à nouveau des infractions visées à l'article 9, § 1, 1°. ".
Art. 203. In artikel 67 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Drie maanden voor het einde van de proeftermijn waaraan de invrijheidstelling op proef overeenkomstig artikel 42, § 1, onderworpen is, deelt de bevoegde dienst van de Gemeenschappen aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij een eindverslag mee waarvan een afschrift aan het openbaar ministerie wordt gezonden.
  Twee maanden voor het einde van de proeftermijn stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit over aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en deelt het in afschrift mee aan de geïnterneerde persoon en zijn advocaat. Wanneer het openbaar ministerie dit noodzakelijk acht om te oordelen of de voorwaarden voor een definitieve invrijheidstelling vervuld zijn, vordert het een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan de vereisten van de artikelen 5, § 2, 3° en 4°, 7 en 8.
  Eén maand voor het einde van de proeftermijn beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij over de definitieve invrijheidstelling.
  Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot de uitvoering van een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan vereisten van de artikelen 5, § 2, 7 en 8, wordt de proeftermijn van rechtswege verlengd met vier maanden.";
  2° in paragraaf 2 wordt het woord "gerechtsbrief" vervangen door de woorden "aangetekende brief";
  3° in paragraaf 3 wordt het woord "vier" vervangen door het woord "tien";
  4° in de paragrafen 2 en 3, wordt het woord "raadsman" telkens vervangen door het woord "advocaat";
  5° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 203. A l'article 67 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Trois mois avant la fin du délai d'épreuve auquel la libération à l'essai est soumise conformément à l'article 42, § 1er, le service compétent des Communautés communique à la chambre de protection sociale un rapport final, dont une copie est adressée au ministère public.
  Deux mois avant la fin du délai d'épreuve, le ministère public rédige un avis motivé, l'adresse au greffe du tribunal de l'application des peines et en communique une copie à la personne internée et à son avocat. Si le ministère public le juge nécessaire pour apprécier si les conditions d'une libération définitive sont réunies, il requiert une nouvelle expertise psychiatrique médicolégale qui répond aux exigences des articles 5, § 2, 3° et 4°, 7 et 8.
  Un mois avant la fin du délai d'épreuve, la chambre de protection sociale se prononce sur la libération définitive.
  Si la chambre de protection sociale prononce l'exécution d'une nouvelle expertise psychiatrique médicolégale qui répond aux exigences des articles 5, § 2, 7 et 8, le délai d'épreuve est automatiquement prolongé de quatre mois.";
  2° dans le paragraphe 2, les mots "pli judiciaire" sont remplacés par les mots "lettre recommandée";
  3° dans le paragraphe 3, le mot "quatre" est remplacé par le mot "dix";
  4° dans les paragraphes 2 et 3, le mot "conseil" est chaque fois remplacé par le mot "avocat";
  5° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 204. In artikel 68, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "Het slachtoffer is aanwezig op de zitting voor de tijd die nodig is om de in zijn belang opgelegde voorwaarden te evalueren. Het slachtoffer kan zijn opmerkingen voordragen.";
  2° het woord "raadsman" wordt telkens vervangen door het woord "advocaat".
Art. 204. A l'article 68 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3 est remplacé comme suit :
  "La victime est présente à l'audience le temps nécessaire à l'évaluation des conditions imposées dans son intérêt. La victime peut présenter ses observations.";
  2° le mot "conseil" est chaque fois remplacé par le mot "avocat".
Art. 205. In artikel 72 van dezelfde wet worden de woorden "De beslissing" vervangen door de woorden "Het in kracht van gewijsde getreden vonnis".
Art. 205. Dans l'article 72 de la même loi, les mots "La décision" sont remplacés par les mots "Le jugement passé en force de chose jugée".
Art. 206. Artikel 73 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 73. Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij de definitieve invrijheidstelling niet toekent, kan zij de proeftermijn van de invrijheidstelling op proef verlengen, onder dezelfde voorwaarden als voorheen of met aangepaste voorwaarden zonder deze echter te kunnen verscherpen of bijkomende voorwaarden te kunnen opleggen, met een telkens hernieuwbare termijn van maximaal twee jaar.".
Art. 206. L'article 73 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 73. Si la chambre de protection sociale n'octroie pas la libération définitive, elle peut prolonger le délai d'épreuve de la libération à l'essai, aux mêmes conditions que précédemment ou avec des conditions adaptées, sans toutefois les renforcer ou en imposer des supplémentaires, pour une durée de deux ans au maximum, chaque fois renouvelable.".
Art. 207. In artikel 75 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "binnen vierentwintig uur bij gerechtsbrief" vervangen door de woorden "binnen een werkdag bij aangetekende brief";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of de verantwoordelijke voor de zorg" ingevoegd tussen de woorden "de directeur" en de woorden ", indien de";
  3° paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "van het justitiehuis" vervangen door de woorden "van de bevoegde dienst van de Gemeenschappen indien de geïnterneerde persoon in vrijheid is";
  4° in paragraaf 2, 2°, worden de woorden "artikel 44/4" vervangen door de woorden "artikel 44/2"."
  5° paragraaf 2, 3°, wordt vervangen als volgt :
  "3° in voorkomend geval, de bevoegde dienst van de Gemeenschappen die met de begeleiding is belast.".
Art. 207. A l'article 75 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "les vingt-quatre heures par pli judiciaire" sont remplacés par les mots "un délai d'un jour ouvrable par lettre recommandée";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou du responsable des soins" sont insérés entre les mots "du directeur" et ", si la personne internée";
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "de la maison de justice" sont remplacés par les mots "du service compétent des Communautés si la personne internée est en liberté";
  4° dans le paragraphe 2, 2°, les mots "article 44/4" sont remplacés par les mots "article 44/2";
  5° le paragraphe 2, 3°, est remplacée par ce qui suit :
  "3° le cas échéant, le service compétent des Communautés chargé d'exercer la guidance".
Art. 208. In artikel 76 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  "De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op een persoon die zowel een vrijheidsstraf als een internering ondergaat.";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  "In afwijking van artikel 19 wordt de persoon die zowel een vrijheidsstraf als een internering ondergaat, geplaatst in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, b) of c). Indien hij de toelaatbaarheidsdatum voor een voorwaardelijke invrijheidstelling zoals bedoeld in artikel 25 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, heeft bereikt, kan hij ook worden geplaatst in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, d).
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "Voor de toepassing van de voormelde wet wordt de duur van het verblijf in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, a), b) of c), gelijkgesteld met detentie.".
Art. 208. A l'article 76 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
  "Les dispositions de la présente loi s'appliquent à une personne qui subit et une peine privative de liberté et un internement.";
  2° l'alinéa 2 est remplacé comme suit :
  "Par dérogation à l'article 19, la personne qui subit et une peine privative de liberté et un internement est placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, b) ou c). Si elle a atteint la date d'admissibilité à la libération conditionnelle telle que visée à l'article 25 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, elle peut également être placée dans un établissement visé à l'article 3, 4°, d).
  3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Pour l'application de la loi précitée, la durée du séjour dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a), b), ou c), est assimilée à la détention.".
Art. 209. In artikel 77 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het artikel, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden in het eerste lid de woorden "en invrijheidstelling op proef" vervangen door de woorden ", invrijheidsstelling op proef en voorlopige invrijheidsstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering,";
  2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende :
  " § 2. Op het ogenblik dat de duur van de invrijheidstelling de proeftermijn overschrijdt waaraan de persoon, indien hij uitsluitend een vrijheidsstraf zou ondergaan, zou zijn onderworpen overeenkomstig artikel 71 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, wordt de betrokken persoon van rechtswege definitief in vrijheid gesteld voor wat betreft de veroordelingen.
  § 3. Indien de geestestoestand van de betrokken persoon voldoende verbeterd is voorafgaand aan het bereiken van de tijdsvoorwaarden voor de invrijheidstelling op proef zoals bepaald overeenkomstig paragraaf 1, kan de kamer voor de bescherming van de maatschappij, voor wat betreft de tenuitvoerlegging van de internering, beslissen tot een definitieve invrijheidsstelling overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 77/9, §§ 1 tot 9.
  Ingeval een beslissing tot definitieve invrijheidsstelling van de internering wordt genomen, wordt de vrijheidsstraf verder ten uitvoer gelegd in een gevangenis. De bepalingen van de voormelde wet zijn vanaf dat ogenblik van toepassing.".
Art. 209. A l'article 77 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'article , dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "et d'une libération à l'essai" sont remplacés par les mots ", d'une libération à l'essai et d'une mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise,";
  2° l'article est complété par les paragraphes 2 et 3 rédigés comme suit :
  " § 2. Au moment où la durée de la libération excède le délai d'épreuve auquel la personne, si elle subissait uniquement une peine privative de liberté, serait soumise conformément à l'article 71 du 17 mai 2006 de la loi relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, la personne concernée est libérée définitivement de plein droit en ce qui concerne les condamnations.
  § 3. Si l'état mental de la personne concernée s'est suffisamment amélioré avant qu'elle ne remplisse les conditions de temps pour bénéficier de la libération à l'essai prévue conformément au paragraphe 1er, la chambre de protection sociale peut prononcer, pour ce qui concerne l'exécution de l'internement, une libération définitive conformément à la procédure prévue à l'article 77/9, §§ 1er à 9.
  Si une décision de libération définitive est prise pour la partie internement, l'exécution de la peine privative de liberté se poursuit en prison. Les dispositions de la loi précitée sont d'application à partir de ce moment.".
Art. 210. In dezelfde wet wordt een titel Vbis ingevoegd, luidende "De internering van veroordeelden".
Art. 210. Dans la même loi, il est inséré un titre Vbis intitulé "De l'internement de condamnés".
Art. 211. In Titel Vbis, ingevoegd bij artikel 208, wordt een hoofdstuk 1 ingevoegd, luidende "De beslissing tot internering".
Art. 211. Dans le titre Vbis, inséré par l'article 208, il est inséré un chapitre 1er, intitulé "De la décision d'internement".
Art. 212. In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 211, wordt een artikel 77/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/1. § 1. De veroordeelde die het voorwerp is van minstens één veroordeling wegens een misdaad of wanbedrijf zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, bij wie tijdens de detentie door de psychiater van de gevangenis een geestesstoornis met een duurzaam karakter wordt vastgesteld die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden teniet doet of ernstig aantast of en ten aanzien van wie het gevaar bestaat dat hij ten gevolge van zijn geestesstoornis opnieuw misdrijven zal plegen zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, kan op verzoek van de directeur worden geïnterneerd door de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij.
  § 2. Indien bij deze persoon een in paragraaf 1 bedoelde toestand wordt vastgesteld, stelt de directeur een advies tot internering op.
  Om zijn advies op te stellen, stelt de directeur een dossier samen dat bestaat uit :
  1° een afschrift van de opsluitingsfiche;
  2° een afschrift van de vonnissen en de arresten;
  3° een uittreksel uit het strafregister;
  4° de uiteenzetting van de feiten waarvoor de betrokkene werd veroordeeld;
  5° het verslag van de psychiater van de gevangenis;
  6° een recent verslag van de psychosociale dienst van de gevangenis.
  § 3. De directeur maakt het dossier over aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij en de griffie deelt een afschrift ervan mee aan het openbaar ministerie, de veroordeelde en zijn advocaat. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beveelt onverwijld een forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan de vereisten van de artikelen 5, § 2, 3° en 4°, 7 en 8.
  De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen dat de veroordeelde ter observatie wordt opgenomen. In dat geval wordt de veroordeelde overgebracht naar het door de Koning opgericht beveiligd klinisch observatiecentrum. De observatiestelling mag twee maanden niet te boven gaan.
  § 4. Binnen de maand na de ontvangst van het verslag van de deskundige, stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij en deelt het in afschrift mee aan de veroordeelde, zijn advocaat en de directeur.".
Art. 212. Dans le chapitre 1er, inséré par l'article 211, il est inséré un article 77/1 rédigé comme suit :
  "Art. 77/1. § 1er. Le condamné qui fait l'objet d'au moins une condamnation pour un crime ou un délit visé à l'article 9, § 1er, 1°, chez qui le psychiatre de la prison constate, au cours de la détention, un trouble mental ayant un caractère durable qui abolit ou altère gravement sa capacité de discernement ou de contrôle de ses actes et qui risque de commettre de nouvelles infractions, telles que visées à l'article 9, § 1er, 1°, en raison de son trouble mental, peut être interné, sur demande du directeur, par la chambre de protection sociale compétente.
  § 2. Si un état visé au paragraphe 1er est constaté chez cette personne, le directeur rédige un avis d'internement.
  Pour rédiger son avis, le directeur constitue un dossier contenant :
  1° une copie de la fiche d'écrou;
  2° une copie des jugements et arrêts;
  3° un extrait du casier judiciaire;
  4° l'exposé des faits pour lesquels l'intéressé a été condamné;
  5° le rapport du psychiatre de la prison;
  6° un récent rapport du service psychosocial de la prison.
  § 3. Le directeur transmet le dossier à la chambre de protection sociale et le greffe en remet une copie au ministère public, au condamné et à son avocat. La chambre de protection sociale ordonne immédiatement une expertise psychiatrique médicolégale qui répond aux conditions des articles 5, § 2, 3° et 4°, 7 et 8.
  La chambre de protection sociale peut décider que le condamné sera mis en observation. Dans ce cas, le condamné est transféré au centre d'observation clinique sécurisé créé par le Roi. La mise en observation ne peut excéder deux mois.
  § 4. Dans le mois de la réception du rapport d'expertise, le ministère public rédige un avis motivé, le transmet à la chambre de protection sociale et en copie au condamné, à son avocat et au directeur.".
Art. 213. In hetzelfde hoofdstuk 1, wordt een artikel 77/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/2. § 1. De kamer voor de bescherming van de maatschappij behandelt de zaak op de eerste nuttige zitting na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting vindt plaats uiterlijk twee maanden na de ontvangst van het verslag van de deskundige. Indien geen advies van het openbaar ministerie wordt toegezonden binnen de bij artikel 77/1, § 4, bepaalde termijn, brengt het openbaar ministerie zijn advies mondeling uit op de zitting.
  De veroordeelde en zijn advocaat worden bij aangetekende brief en de directeur schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.
  § 2. Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat. De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen. De advocaat van de veroordeelde kan op zijn verzoek een afschrift van het dossier verkrijgen.".
Art. 213. Dans le même chapitre 1er, il est inséré un article 77/2 rédigé comme suit :
  "Art. 77/2. § 1er. La chambre de protection sociale examine le dossier à la première audience utile suivant la réception de l'avis du ministère public. Cette audience a lieu au plus tard deux mois après la réception du rapport d'expertise. Si le ministère public ne communique pas d'avis dans le délai fixé à l'article 77/1, § 4, il rend son avis verbalement à l'audience.
  Le condamné et son avocat sont informés par lettre recommandée et le directeur par écrit des lieu, jour et heure de l'audience.
  § 2. Le dossier est tenu, pendant au moins dix jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition du condamné et de son avocat pour consultation au greffe de la prison où le condamné subit sa peine. Le condamné peut, à sa demande, obtenir une copie du dossier. L' avocat du condamné peut, à sa demande, obtenir une copie du dossier.".
Art. 214. In hetzelfde hoofdstuk 1 wordt een artikel 77/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/3. De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de veroordeelde en zijn advocaat, het openbaar ministerie en de directeur.
  De veroordeelde verschijnt persoonlijk.
  De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.
  De zitting vindt plaats met gesloten deuren.".
Art. 214. Dans le même chapitre 1er, il est inséré un article 77/3 rédigé comme suit :
  "Art. 77/3. La chambre de protection sociale entend le condamné et son avocat, le ministère public et le directeur.
  Le condamné comparaît en personne.
  La chambre de protection sociale peut décider d'entendre d'autres personnes également.
  L'audience se déroule à huis clos.".
Art. 215. In hetzelfde hoofdstuk 1 wordt een artikel 77/4 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/4. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de behandeling van de zaak eenmalig uitstellen tot een latere zitting zonder dat die zitting meer dan twee maanden na het uitstel mag plaatsvinden.".
Art. 215. Dans le même chapitre 1er, il est inséré un article 77/4 rédigé comme suit :
  "Art. 77/4. La chambre de protection sociale peut remettre une seule fois l'examen du dossier à une audience ultérieure, sans que cette audience puisse avoir lieu plus de deux mois après la remise.".
Art. 216. In hetzelfde hoofdstuk 1 wordt een artikel 77/5 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/5. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
  Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij de internering van de veroordeelde uitspreekt, duidt zij de psychiatrische afdeling van de gevangenis aan waar de veroordeelde naar wordt overgebracht, in afwachting van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis.
  Het vonnis wordt binnen een werkdag bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokkene en zijn advocaat en het slachtoffer, en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur van de inrichting.".
Art. 216. Dans le même chapitre 1er, il est inséré un article 77/5 rédigé comme suit :
  "Art. 77/5. La chambre de protection sociale prend une décision dans les quatorze jours de la mise en délibéré du dossier.
  Si la chambre de protection sociale prononce l'internement du condamné, elle désigne l'annexe psychiatrique de la prison dans laquelle le condamné sera transféré dans l'attente de l'acquisition de force jugée du jugement.
  Dans un délai d'un jour ouvrable, le jugement est porté à la connaissance de l'intéressé et de son avocat et à la victime par lettre recommandée et du ministère public et du directeur de l'établissement par écrit.".
Art. 217. In titel Vbis, ingevoegd bij artikel 210, wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, luidende "Hoger beroep".
Art. 217. Dans le titre Vbis, inséré par l'article 210, il est inséré un chapitre 2 intitulé "De l'appel".
Art. 218. In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 217, wordt een artikel 77/6 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/6. § 1. Tegen het vonnis van de kamer voor de bescherming van de maatschappij kan hoger beroep worden ingesteld door het openbaar ministerie en door de veroordeelde bij de correctionele kamer van het hof van beroep.
  § 2. Het hoger beroep moet worden ingesteld binnen een termijn van vijftien dagen die, ten aanzien van het openbaar ministerie begint te lopen vanaf de dag van het vonnis en ten aanzien van de veroordeelde vanaf de dag van kennisgeving.
  De verklaring van hoger beroep wordt gedaan op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank die deze onverwijld overmaakt aan de griffie van het hof van beroep, die deze onmiddellijk inschrijft in het register van hoger beroep.".
Art. 218. Dans le chapitre 2, inséré par l'article 217, il est inséré un article 77/6 rédigé comme suit :
  "Art. 77/6. § 1er. Le jugement de la chambre de protection sociale est susceptible d'appel par le ministère public et par le condamné devant la chambre correctionnelle de la cour d'appel.
  § 2. L'appel doit être interjeté dans un délai de quinze jours, qui commence à courir, pour le ministère public, à partir du jour du jugement et, pour le condamné, à partir du jour de la notification.
  La déclaration d'appel est faite au greffe du tribunal de l'application des peines qui la transmet sans délai au greffe de la cour d'appel, qui l'inscrit immédiatement dans le registre des appels.".
Art. 219. In hetzelfde hoofdstuk 2, wordt een artikel 77/7 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/7. § 1. De zaak wordt behandeld op de eerste nuttige zitting van de correctionele kamer bij het hof van beroep.
  Het dossier wordt gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de gevangenis waar de veroordeelde zijn straf ondergaat.
  § 2. De correctionele kamer van het hof van beroep hoort de veroordeelde en zijn advocaat en de directeur.
  De veroordeelde verschijnt persoonlijk.
  De correctionele kamer van het hof van beroep kan beslissen eveneens andere personen te horen.
  § 3. De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
  § 4. Over het hoger beroep wordt uitspraak gedaan uiterlijk binnen de vijftien dagen nadat het beroep is ingesteld.
  § 5. De beslissing wordt meegedeeld binnen een werkdag bij aangetekende brief aan de veroordeelde en aan zijn advocaat en aan het slachtoffer en schriftelijk aan het openbaar ministerie.".
Art. 219. Dans le même chapitre 2, il est inséré un article 77/7 rédigé comme suit :
  "Art. 77/7. § 1er. L'examen de l'affaire a lieu à la première audience utile de la chambre correctionnelle près la cour d'appel.
  Le dossier est tenu, pendant au moins quatre jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition du condamné et de son avocat pour consultation au greffe de la prison où le condamné subit sa peine.
  § 2. La chambre correctionnelle de la cour d'appel entend le condamné et son avocat ainsi que le directeur.
  Le condamné comparaît en personne.
  Elle peut décider d'entendre d'autres personnes également.
  § 3. L'audience se déroule à huis clos.
  § 4. La chambre statue sur l'appel au plus tard dans les quinze jours qui suivent la date de l'appel.
  § 5. Dans un délai d'un jour ouvrable, la décision est communiquée au condamné et à son avocat et à la victime par lettre recommandée et au ministère public par écrit.".
Art. 220. In Titel Vbis, ingevoegd bij artikel 210, wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd, luidende "Beheer van de internering van de geïnterneerde veroordeelde".
Art. 220. Dans le titre Vbis, inséré par l'article 210, il est inséré un chapitre 3 intitulé "De la gestion de l'internement du condamné interné".
Art. 221. In hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 220, wordt een artikel 77/8 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/8. § 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de geïnterneerde veroordeelde, met dien verstande dat de geïnterneerde veroordeelde uitsluitend geplaatst kan worden in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, b) of c), aangewezen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Indien hij de toelaatbaarheidsdatum voor een voorwaardelijke invrijheidstelling zoals bedoeld in artikel 25 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, heeft bereikt, kan hij ook worden geplaatst in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, d).
  § 2. De toekenning van een uitgaansvergunning, verlof, beperkte detentie, elektronisch toezicht, invrijheidstelling op proef of invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of overlevering is slechts mogelijk overeenkomstig de tijdsvoorwaarden zoals bedoeld in de artikelen 4, 7, 23, § 1, 25 of 26 van de voormelde wet van 17 mei 2006.
  In geval van invrijheidsstelling op proef mag de door de kamer voor de bescherming van de maatschappij te bepalen termijn niet korter zijn dan de proeftermijn waaraan de persoon, indien hij uitsluitend een vrijheidsstraf zou ondergaan, zou zijn onderworpen overeenkomstig artikel 71 van de voormelde wet van 17 mei 2006.
  § 3. Voor de toepassing van de voormelde wet van 17 mei 2006 wordt de duur van het verblijf in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, a), b), of c), gelijk gesteld met detentie.".
Art. 221. Dans le chapitre 3, inséré par l'article 220, il est inséré un article 77/8 rédigé comme suit :
  "Art. 77/8. § 1er. Les dispositions de la présente loi s'appliquent au condamné interné, étant entendu que le condamné interné ne peut être placé que dans un établissement visé à l'article 3, 4°, b) ou c), désigné par la chambre de protection sociale. S'il a atteint la date d'admissibilité à la libération conditionnelle telle que visée à l'article 25 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, il peut également être placé dans un établissement visé à l'article 3, 4°, d).
  § 2. L'octroi d'une permission de sortie, d'un congé, d'une détention limitée, d'une surveillance électronique, d'une libération à l'essai ou d'une mise en liberté en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise n'est possible que si les conditions de temps visées aux articles 4, 7, 23, § 1er, 25 ou 26 de la loi du 17 mai 2006 précitée.
  En cas de libération à l'essai, le délai à fixer par la chambre de protection sociale ne peut être inférieur au délai d'épreuve auquel la personne, si elle subissait uniquement une peine privative de liberté, serait soumise conformément à l'article 71 de la loi du 17 mai 2006 précitée.
  § 3. Pour l'application de la loi du 17 mai 2006 précitée, la durée du séjour dans un établissement visé à l'article 3, 4°, a), b), ou c), est assimilée à la détention.".
Art. 222. In hetzelfde hoofdstuk 3, wordt een artikel 77/9 ingevoegd, luidende :
  "Art. 77/9. § 1. Indien voor het bereiken van de tijdsvoorwaarden voor de invrijheidstelling op proef, zoals bepaald overeenkomstig artikel 77/8, § 2, de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg, op basis van een medisch advies, van oordeel is dat de geestestoestand van de geïnterneerde veroordeelde voldoende verbeterd is, maakt hij een verzoek tot opheffing, vergezeld van het medisch advies, over aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij.
  De griffie van de strafuitvoeringsrechtbank maakt het verzoek, samen met het medisch verslag, binnen de termijn van een werkdag over aan het openbaar ministerie en aan de geïnterneerde en zijn advocaat.
  § 2. Binnen de maand na de ontvangst van het verzoek, stelt het openbaar ministerie een met redenen omkleed advies op, zendt dit aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij en deelt het in afschrift mee aan de veroordeelde, zijn advocaat en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg.
  § 3. De kamer voor de bescherming van de maatschappij behandelt de zaak op de eerste nuttige zitting na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie. Deze zitting vindt plaats uiterlijk twee maanden na de ontvangst van het verzoek tot opheffing van de internering. Indien geen advies van het openbaar ministerie wordt toegezonden binnen de bij paragraaf 2 bepaalde termijn, legt het openbaar ministerie zijn advies schriftelijk neer op de zitting.
  De veroordeelde en zijn advocaat worden bij aangetekende brief en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg schriftelijk in kennis gesteld van de dag, het uur en de plaats van de zitting.
  § 4. Het dossier wordt gedurende ten minste tien dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de veroordeelde en zijn advocaat op de griffie van de inrichting waar de veroordeelde verblijft. De veroordeelde kan, op zijn verzoek, een afschrift van het dossier krijgen. De advocaat van de veroordeelde kan op zijn verzoek een afschrift van het dossier verkrijgen.
  § 5. Wanneer de kamer voor de bescherming van de maatschappij dit nodig acht, vordert zij een nieuw forensisch psychiatrisch onderzoek dat voldoet aan de vereisten van de artikelen 5, § 2, 3° en 4°, 7 en 8.
  § 6. De kamer voor de bescherming van de maatschappij hoort de veroordeelde en zijn advocaat, het openbaar ministerie en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg.
  De veroordeelde verschijnt persoonlijk.
  De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan beslissen eveneens andere personen te horen.
  De zitting vindt plaats met gesloten deuren.
  § 7. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan de behandeling van de zaak één maal uitstellen tot een latere zitting zonder dat die zitting meer dan twee maanden na het uitstel mag plaatsvinden.
  § 8. De kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist binnen veertien dagen nadat de zaak in beraad is genomen.
  Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij van oordeel is dat de internering niet langer aangewezen is, heft ze deze op en beveelt zij de terugkeer van de veroordeelde naar de gevangenis, tenzij de veroordeelde op dat ogenblik al zijn vrijheidsstraffen heeft ondergaan.
  Het vonnis wordt binnen een werkdag bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de geïnterneerde-veroordeelde en zijn advocaat en schriftelijk ter kennis gebracht van het openbaar ministerie en de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg.
  § 9. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
  § 10. Indien de geestestoestand van de geïnterneerde veroordeelde niet voldoende verbeterd is op het ogenblik van het verstrijken van de straffen, blijft deze wet op hem van toepassing.".
Art. 222. Dans le même chapitre 3, il est inséré un article 77/9 rédigé comme suit :
  "Art. 77/9. § 1er. Si, avant que le condamné interné ait rempli les conditions de temps pour bénéficier de la libération à l'essai prévue conformément à l'article 77/8, § 2, le directeur ou le responsable des soins estime, sur la base d'un avis médical, que l'état mental du condamné interné s'est suffisamment amélioré, il adresse une demande de levée, accompagnée de l'avis médical, à la chambre de protection sociale.
  Le greffe du tribunal de l'application des peines transmet la demande et le rapport médical au ministère public ainsi qu'à l'interné et à son avocat dans un délai d'un jour ouvrable.
  § 2. Dans le mois de la réception de la demande, le ministère public rédige un avis motivé, le transmet à la chambre de protection sociale et en copie au condamné, à son avocat et au directeur ou au responsable des soins.
  § 3. La chambre de protection sociale examine le dossier à la première audience utile suivant la réception de l'avis du ministère public. Cette audience a lieu au plus tard deux mois après la réception de la demande de levée de l'internement. Si le ministère public ne communique pas d'avis dans le délai fixé au § 2, il dépose son avis par écrit à l'audience.
  Le condamné et son avocat sont informés par lettre recommandée et le directeur ou le responsable des soins par écrit des lieu, jour et heure de l'audience.
  § 4. Le dossier est tenu, pendant au moins dix jours avant la date fixée pour l'audience, à la disposition du condamné et de son avocat pour consultation au greffe de l'établissement où le condamné séjourne. Le condamné peut, à sa demande, obtenir une copie du dossier. L'avocat du condamné peut, à sa demande, obtenir une copie du dossier.
  § 5. Si elle l'estime nécessaire, la chambre de protection sociale requiert une nouvelle expertise psychiatrique médicolégale qui répond aux conditions des articles 5, § 2, 3° et 4°, 7 et 8.
  § 6. La chambre de protection sociale entend le condamné et son avocat, le ministère public et le directeur ou le responsable des soins.
  Le condamné comparaît en personne.
  La chambre de protection sociale peut décider d'entendre d'autres personnes également.
  L'audience se déroule à huis clos.
  § 7. La chambre de protection sociale peut remettre une seule fois l'examen du dossier à une audience ultérieure, sans que cette audience puisse avoir lieu plus de deux mois après la remise.
  § 8. La chambre de protection sociale prend une décision dans les quatorze jours de la mise en délibéré du dossier.
  Si la chambre de protection sociale estime que l'internement n'est plus indiqué, elle lève l'internement et ordonne le retour du condamné en prison, sauf si le condamné, au moment de la levée de l'internement, a subi toutes ses peines privatives de liberté.
  Dans un délai d'un jour ouvrable, le jugement est porté à la connaissance du condamné interné et de son avocat par lettre recommandée et du ministère public et du directeur ou du responsable des soins par écrit.
  § 9. Cette décision n'est susceptible d'aucun recours.
  § 10. Si l'état mental du condamné interné ne s'est pas suffisamment amélioré à l'expiration des peines, la présente loi continue de s'appliquer au condamné interné.".
Art. 223. Artikel 78 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 78. Tegen de beslissingen van de kamer voor de bescherming van de maatschappij met betrekking tot de toekenning, de afwijzing of de herroeping van de beperkte detentie, het elektronisch toezicht, de vrijstelling op proef en de vervroegde invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied of met het oog op de overlevering en tot de herziening van de aan genoemde modaliteiten gekoppelde bijzondere voorwaarden, met betrekking tot de definitieve invrijheidstelling, evenals tegen de beslissing tot internering van een veroordeelde overeenkomstig artikel 77/5, staat cassatieberoep open voor het openbaar ministerie en de advocaat van de geïnterneerde persoon.".
Art. 223. L'article 78 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 78. Les décisions de la chambre de protection sociale relatives à l'octroi, au refus ou à la révocation de la détention limitée, de la surveillance électronique, de la libération à l'essai, de la libération anticipée en vue de l'éloignement du territoire ou de la remise et à la révision des conditions particulières liées aux modalités citées, la libération définitive et la décision d'internement d'un condamné prise conformément à l'article 77/5, sont susceptibles de pourvoi en cassation par le ministère public et l'avocat de la personne internée.".
Art. 224. In artikel 79 van dezelfde wet wordt in de plaats van § 1, eerste lid, vernietigd bij arrest nr. 22/2016 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende lid ingevoegd :
  " § 1. Het openbaar ministerie en de advocaat van de geïnterneerde persoon, desgevallend de veroordeelde, stellen het cassatieberoep in binnen een termijn van vijf werkdagen, te rekenen van de kennisgeving van het vonnis.".
Art. 224. Dans l'article 79 de la même loi, le § 1er, alinéa 1er, annulé par l'arrêt n° 22/2016 de la Cour constitutionnelle, est remplacé par un alinéa rédigé comme suit :
  " § 1er. Le ministère public et l'avocat de la personne internée, le cas échéant le condamné, se pourvoient en cassation dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de la notification du jugement.".
Art. 225. In artikel 80 van dezelfde wet worden de woorden "of andere strafuitvoeringsrechtbank" opgeheven.
Art. 225. Dans l'article 80 de la même loi, les mots "ou un autre tribunal de l'application des peines" sont abrogés.
Art. 226. In artikel 81 van dezelfde wet wordt het woord "raadsman" telkens vervangen door het woord "advocaat".
Art. 226. Dans l'article 81 de la même loi, le mot "conseil" est chaque fois remplacé par le mot "avocat".
Art. 227. In titel VII, hoofdstuk 1, wordt een artikel 81/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 81/1. De kamer voor de bescherming van de maatschappij houdt zich op de hoogte van de toestand van de geïnterneerde persoon en kan zich met het oog daarop naar de plaats van zijn internering begeven of deze taak aan één of meer van haar leden opdragen.".
Art. 227. Dans le titre VII, chapitre 1er, il est inséré un article 81/1 rédigé comme suit :
  "Art. 81/1. La chambre de protection sociale se tient informée de l'état de la personne internée et peut à cette fin se rendre sur son lieu d'internement ou confier cette tâche à un ou à plusieurs de ses membres.".
Art. 228. Artikel 83 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 83. Binnen elk ressort van het hof van beroep wordt een coördinator "extern zorgcircuit" aangewezen. De coördinatoren "extern zorgcircuit" ontwikkelen binnen hun ressort van het hof van beroep alle initiatieven die het mogelijk maken de opvang van de geïnterneerde personen te verbeteren en de samenwerking tussen Justitie en de zorgsector te bevorderen.".
Art. 228. L'article 83 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 83. Dans chaque ressort de cour d'appel, il est désigné un coordinateur "circuit de soins externe". Les coordinateurs "circuit de soins externe" développent au sein de leur ressort de cour d'appel toutes les initiatives qui permettent d'améliorer l'accueil des personnes internées et de promouvoir la collaboration entre la Justice et le secteur des soins.".
Art. 229. In artikel 84 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "samenwerkingsovereenkomst" vervangen door de woorden "overeenkomst betreffende de plaatsing";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De kosten van de noodzakelijke medische zorgen verstrekt aan de personen die geïnterneerd zijn en geplaatst zijn in een in artikel 3, 4°, bedoelde inrichting, vallen ten laste van de Federale Staat. De Koning stelt de aard van de niet-medische kosten vast evenals de voorwaarden van de tenlasteneming ervan door de Federale Staat in geval van plaatsing in een in artikel 3, 4°, d), vermelde inrichting.".
Art. 229. A l'article 84 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "accord de coopération" sont remplacés par les mots "accord concernant le placement";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les frais des soins médicaux nécessaires dispensés aux personnes qui sont internées et placées dans un établissement visé à l'article 3, 4°, sont à charge de l'Etat fédéral. Le Roi fixe la nature des frais non médicaux ainsi que les conditions de leur prise en charge par l'Etat fédéral en cas de placement dans un établissement visé à l'article 3, 4°, d).".
Art. 230. Artikel 85 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 230. L'article 85 de la même loi est abrogé.
Art. 231. In artikel 87 van dezelfde wet worden de woorden "of ernstig heeft aangetast," opgeheven.
Art. 231. Dans l'article 87 de la même loi, les mots "ou gravement altéré" sont abrogés.
Art. 232. In artikel 89 van dezelfde wet, dat artikel 590, 4°, van het Wetboek van strafvordering vervangt, worden de woorden "de artikelen 9, 25, § 1, 28, 59 en 66 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen, alsook de bijkomende veiligheidsmaatregelen opgelegd in toepassing van artikel 17 van voormelde wet;" vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;".
Art. 232. Dans l'article 89 de la même loi, qui remplace l'article 590, 4°, du Code d'instruction criminelle, les mots "des articles 9, 25, § 1er, 28, 59 et 66 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, ainsi que les mesures de sûreté accessoires en application de l'article 17 de la loi précitée" sont remplacés par les mots "de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement".
Art. 233. In artikel 90 van dezelfde wet, dat artikel 603bis in het Wetboek van strafvordering invoegt, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "worden een beveiligd klinisch observatiecentrum of forensisch psychiatrische centra" worden vervangen door de woorden "wordt een beveiligd klinisch observatiecentrum";
  2° het tweede lid, wordt opgeheven.
Art. 233. A l'article 90 de la même loi, qui insère l'article 603bis dans le Code d'instruction criminelle, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots "ou des centres de psychiatrie légale" sont abrogés;
  2° l'alinéa 2, est abrogé.
Art. 234. In titel VII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een afdeling III/bis ingevoegd, luidende "Wijziging van het Kieswetboek.
Art. 234. Dans le titre VII, chapitre II, de la même loi, il est inséré une section III/bis intitulée "Modification du Code électoral".
Art. 235. In afdeling III/bis, ingevoegd bij artikel 234, wordt een artikel 90/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 90/1. In artikel 7 van het Kieswetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) In het 1°, vervangen door de wet van 21 januari 2013, worden de woorden "van de bepalingen van de hoofdstukken I tot VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen,gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, vervangen bij artikel 1 van de wet van 1 juli 1964" vervangen door de woorden "van de wet van 5 mei 2014 houdende de internering";
  b) De bepaling onder 3° wordt opgeheven.".
Art. 235. Dans la section III/bis, insérée par l'article 234, il est inséré un article 90/1, rédigé comme suit :
  "Art. 90/1. Dans l'article 7 du Code électoral, les modifications suivants sont apportées :
  a) le 1°, remplacé par la loi du 21 janvier 2013, les mots "des dispositions des chapitres Ier à VI de la loi du 9 avril 1930 de défense sociale à l'égard des anormaux, des délinquants d'habitude et des auteurs de certains délits sexuels, remplacée par l'article 1er de la loi du 1er juillet 1964" sont remplacés par les mots "de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement";
  b) le 3° est abrogé.".
Art. 236. In hetzelfde hoofdstuk II, wordt een afdeling IIIter ingevoegd, luidende "Wijziging van het koninklijk besluit nr. 236 van 20 januari 1936 tot vereenvoudiging van sommige vormen van de strafvordering ten opzichte van de gedetineerden".
Art. 236. Dans le même chapitre II, il est inséré une section IIIter intitulée "Modification de l'arrêté royal n° 236 du 20 janvier 1936 simplifiant certaines formes de la procédure pénale à l'égard des détenus".
Art. 237. In afdeling IIIter, ingevoegd bij artikel 236, wordt een artikel 90/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 90/2. In artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 236 van 20 januari 1936 tot vereenvoudiging van sommige vormen van de strafvordering ten opzichte van de gedetineerden, gewijzigd bij de wet van 19 december 2014, worden de woorden ", de directeur van een inrichting bedoeld in artikel 3, 4°, c) en d) van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering" ingevoegd tussen de woorden ""of adviseur-gevangenisdirecteur" en de woorden "of de directeur van een gemeenschapscentrum".
Art. 237. Dans la section IIIter, insérée par l'article 236, il est inséré un article 90/2 rédigé comme suit :
  "Art. 90/2. Dans l'article 1er de l'arrêté royal n° 236 du 20 janvier 1936 simplifiant certaines formes de la procédure pénale à l'égard des détenus, modifié par la loi du 19 décembre 2014, les mots "le directeur d'un établissement visé à l'article 3, 4°, c) et d) de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement" sont insérés entre les mots "ou conseiller-directeur de prison de l'établissement pénitentiaire" et les mots "ou le directeur d'un centre communautaire".
Art. 238. In hetzelfde hoofdstuk II wordt afdeling IV, die de artikelen 91 tot 119 bevat, opgeheven.
Art. 238. Dans le même chapitre II, la section IV, comportant les articles 91 à 119, est abrogée.
Art. 239. In artikel 120 van dezelfde wet, dat artikel 162 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten aanvult met een bepaling onder 48, wordt het woord "interneringsrechters" vervangen door de woorden "rechters voor de bescherming van de maatschappij" en het woord "interneringsrechter" door de woorden "rechter voor de bescherming van de maatschappij".
Art. 239. Dans l'article 120 de la même loi, qui complète l'article 162 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe par un 48°, les mots "d'internement" sont chaque fois remplacés par les mots "de protection sociale".
Art. 240. Artikel 121 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "In artikel 23bis, derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2006 en gewijzigd bij de wet van 15 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het lid wordt aangevuld met de woorden "of van de taal van het oudste vonnis of arrest dat de internering beveelt.";
  2° de woorden "of door artikel 3, 9° van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering" worden ingevoegd tussen het woord "strafuitvoeringsmodaliteiten" en de woorden ", dat in persoon".
Art. 240. L'article 121 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "A l'article 23bis, alinéa 3, de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, inséré par la loi du 17 mai 2006 et modifié par la loi du 15 décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa est complété par les mots "ou selon la langue dans laquelle a été prononcé le jugement ou l'arrêt le plus ancien ordonnant l'internement.";
  2° les mots "ou à l'article 3, 9°, de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement" sont insérés entre les mots "modalités d'exécution de la peine" et les mots ", qui comparaît".
Art. 241. In de artikelen 122, 123, 125, 126 en 130 tot 132 van dezelfde wet, worden de woorden "van personen" telkens opgeheven.
Art. 241. Dans les articles 122, 123, 125, 126 et 130 à 132 de la même loi, les mots "des personnes" sont chaque fois supprimés.
Art. 242. In titel VII, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een afdeling Xbis ingevoegd, luidende "Wijziging van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden.
Art. 242. Dans le titre VII, chapitre II, de la même loi, il est inséré une section Xbis intitulée "Modification de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus".
Art. 243. In afdeling Xbis, ingevoegd bij artikel 242, wordt een artikel 130/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 130/1. In artikel 2 van de wet van de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "en de internering van ter beschikking van de regering gestelde recidivisten, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, gelast door de minister van Justitie op grond van artikel 25bis van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten" opgeheven;
  b) in de bepaling onder 3° worden de woorden "artikelen 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten" vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering".".
Art. 243. Dans la section Xbis, insérée par l'article 242, il est inséré un article 130/1, rédigé comme suit :
  "Art. 130/1. Dans l'article 2 de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, les modifications suivants sont apportées :
  a) dans le 2°, les mots "ainsi que l'internement de récidivistes, de délinquants d'habitude et d'auteurs de certains délits sexuels mis à la disposition du gouvernement, ordonné par le ministre de la Justice en vertu de l'article 25bis de la loi du 9 avril 1930 de défense sociale à l'égard des anormaux, des délinquants d'habitude et des auteurs de certains délits sexuels" sont abrogés;
  b) dans le 3° les mots "des articles 7 et 21 de la loi du 9 avril 1930 de défense sociale à l'égard des anormaux, des délinquants d'habitude et des auteurs de certains délits sexuels" sont remplacés par les mots "sur base de la loi du 5 mei 2014 relative à l'internement".".
Art. 244. In hetzelfde hoofdstuk II wordt een afdeling Xter ingevoegd, luidende "Wijzigingen van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische activiteiten met wapens".
Art. 244. Dans le même chapitre II, il est inséré une section Xter intitulée "Modifications de la loi du 8 juin 2006 réglant des activités économiques avec des armes".
Art. 245. In afdeling Xter, ingevoegd bij artikel 244, wordt een artikel 130/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 130/2 In de artikelen 5, § 4, 1°, en 11, § 3, 4°, van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens worden de woorden "de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten" telkens vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2014 betreffende internering".".
Art. 245. Dans la section Xter, insérée par l'article 244, il est inséré un article 130/2, rédigé comme suit :
  "Art. 130/2. Dans les articles 5, § 4, 1°, et 11, § 3, 4°, de la loi du 8 juin 2006 réglant des activités économiques et individuelles avec des armes les mots "la loi du 9 avril 1930 de défense sociale du à l'égard des anormaux, des délinquants d'habitude et des auteurs de certains délits sexuels" sont remplacés par les mots "la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement".".
Art. 246. In artikel 131, dat hoofdstuk 4, dat artikel 19 bevat, van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, vervangt, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  "2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  "Enkel in de gevallen en op de wijze bepaald in artikel 991decies van het Gerechtelijk Wetboek, kan het psychiatrisch deskundigenonderzoek uitgevoerd worden onder de leiding en de verantwoordelijkheid van een psychiater die geen houder is van de beroepstitel forensisch psychiater.".
Art. 246. Dans l'article 131, qui remplace le chapitre 4, qui contient l'article 19, de la loi du 10 avril 2014 modifiant diverses dispositions en vue d'établir un registre national des experts judiciaires et établissant un registre national des traducteurs, interprètes et traducteurs-interprètes jurés, le 2°, est remplacé par ce qui suit :
  "2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "Ce n'est que dans les cas et selon les modalités fixés à l'article 991decies du Code judiciaire que l'expertise psychiatrique pourra être effectuée sous la conduite et la responsabilité d'un psychiatre non titulaire du titre professionnel de psychiatre médicolégal.".
Art. 247. Artikel 133 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 247. L'article 133 de la même loi est abrogé.
Art. 248. Artikel 134 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 134. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 135, § 4, zijn de bepalingen van deze wet van toepassing op alle lopende zaken.".
Art. 248. L'article 134 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 134. Sous réserve de l'application de l'article 135, § 4, les dispositions de la présente loi s'appliquent à toutes les affaires en cours.".
Art. 249. In artikel 135 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "dit artikel" vervangen door de woorden "deze wet";
  2° in paragraaf 2 wordt het woord "twee" vervangen door het woord "drie";
  3° de paragraaf 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  "De artikelen 77/8, en 77/9 zijn van toepassing op de geïnterneerde veroordeelden. In afwijking van artikel 77/8, § 1, blijven de beslissingen tot plaatsing in inrichtingen vermeld onder artikel 3, 4°, d), genomen voor de inwerkingtreding van deze wet, geldig.
  De beslissingen tot toekenning van uitvoeringsmodaliteiten die vóór de inwerkingtreding van deze wet door de commissies voor de bescherming van de maatschappij zijn genomen, blijven geldig na de inwerkingtreding ervan.";
  4° een nieuwe paragraaf 3/1 wordt ingevoegd, luidende :
  " § 3/1. Voor de personen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet zowel een veroordeling als een internering ondergaan, wordt binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet door de directeur een advies bezorgd aan de kamer voor de bescherming van de maatschappij met het oog op de aanwijzing van de inrichting waar de internering zal plaatsvinden en de eventuele toekenning van uitvoeringsmodaliteiten.";
  5° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De directeur of de verantwoordelijke voor de zorg stelt, overeenkomstig artikel 47, een advies op, ten vroegste vier en ten laatste zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
  Indien zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet geen advies werd uitgebracht, vat het openbaar ministerie de kamer voor de bescherming van de maatschappij.";
  6° in paragraaf 5 worden de woorden "gedurende één jaar" opgeheven;
  7° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. De geïnterneerde personen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet geplaatst zijn in een inrichting die niet door de bevoegde overheid erkend is of waarmee geen overeenkomst betreffende de plaatsing is afgesloten, kunnen er geplaatst blijven na de inwerkingtreding van deze wet, tenzij de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot plaatsing in een erkende instelling.
  Gedurende deze plaatsing zijn deze inrichtingen gehouden tot dezelfde verplichtingen als de inrichtingen bedoeld in artikel 3, 4°, d).
  Artikel 84 is op deze inrichtingen van toepassing.";
  8° in paragraaf 6 wordt het woord "opgeheven" opgeheven;
  9° in paragraaf 6 worden de woorden "in werking" vervangen door het woord "bevoegd".
  10° in paragraaf 7, worden de woorden "de interneringsrechter" telkens vervangen door de woorden "de rechter voor de bescherming van de maatschappij".
Art. 249. A l'article 135 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, les mots "du présent article" sont remplacés par les mots "de la présente loi";
  2° dans le paragraphe 2, le mot "deux" est remplacé par le mot "trois";
  3° le paragraphe 3, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  "Les articles 77/8 et 77/9 s'appliquent aux condamnés internés. Par dérogation à l'article 77/8, § 1er, les décisions de placement dans les établissements visés à l'article 3, 4°, d), prises avant l'entrée en vigueur de la présente loi, continuent d'être valables.
  Les décisions d'octroi de modalités d'exécution, prises avant l'entrée en vigueur de la présente loi par les commissions de défense sociale, restent valables après l'entrée en vigueur de celle-ci.";
  4° il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit :
  " § 3/1. Pour les personnes qui font l'objet tant d'une condamnation que d'un internement au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, le directeur rend un avis à la chambre de protection sociale dans les six mois de l'entrée en vigueur de la présente loi en vue de la désignation de l'établissement dans lequel aura lieu l'internement et de l'octroi éventuel de modalités d'exécution.";
  5° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Le directeur ou le responsable des soins rédige, conformément à l'article 47, un avis, au plus tôt quatre mois et au plus tard six mois après l'entrée en vigueur de la présente loi.
  Si aucun avis n'a été émis six mois après l'entrée en vigueur de la présente loi, le ministère public saisit la chambre de protection sociale.";
  6° dans le paragraphe 5, les mots "pendant un an" sont abrogés;
  7° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Les personnes internées qui, au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, sont placées dans un établissement qui n'est pas reconnu par l'autorité compétente ou avec lequel aucun accord concernant le placement a été conclu, peuvent y rester placées après l'entrée en vigueur de la présente loi, sauf si la chambre de protection sociale décide du placement dans un établissement agréé.
  Durant ce placement, ces établissements sont tenus aux mêmes obligations que les établissements visés à l'article 3, 4°, d).
  L'article 84 s'applique à ces établissements.";
  8° dans le paragraphe 6, le mot "supprimée" est abrogé;
  9° dans le paragraphe 6, les mots "continue à fonctionner" sont remplacés par les mots "reste compétente" .
  10° dans le paragraphe 7, les mots "juge d'internement" sont chaque fois remplacés par les mots "juge de protection sociale".
Art. 250. In artikel 136 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de woorden "1 juli 2016" vervangen door de woorden "1 oktober 2016".
Art. 250. Dans l'article 136 de la même loi, modifiée en dernier lieu par la loi du 5 février 2016, les mots "1er juillet 2016" sont remplacés par les mots "1er octobre 2016".
HOOFDSTUK 18. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 18. - Dispositions transitoires
Art. 251. De artikelen 42, 52, 53, 55, 57, 60 tot 68, 70 tot 77, 80, 83 en 84 zijn uitsluitend van toepassing op de procedures die zijn gestart na hun inwerkingtreding.
Art. 251. Les articles 42, 52, 53, 55, 57, 60 à 68, 70 à 77, 80, 83 et 84 ne s'appliquent qu'aux procédures entamées après leur entrée en vigueur.
Art. 252. De emeriti leden van de zetel of het parket-generaal bij het Hof van Cassatie die werden aangewezen onder de wetgeving die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van deze wet, worden geacht gezamenlijk te zijn aangewezen door de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en kunnen zowel als assessor zitting houden in de tuchtrechtscolleges ten aanzien van de magistraten van de zetel van het Hof van Cassatie als ten aanzien van de magistraten van het openbaar ministerie bij het Hof van Cassatie van dezelfde taalrol.
Art. 252. Les membres émérites du siège ou du parquet général près la Cour de cassation qui ont été désignés sur la base de la législation en vigueur avant l'entrée en vigueur de la présente loi sont censés avoir été désignés conjointement par le premier président de la Cour de cassation et le procureur général près la Cour de cassation et peuvent siéger dans les juridictions disciplinaires comme assesseur tant à l'égard des magistrats du siège de la Cour de cassation que des magistrats du ministère public près la Cour de cassation du même rôle linguistique.
Art. 253. De adjunct-mandaten van "afdelingsvoorzitter in het Hof van Cassatie" worden ambtshalve omgezet in adjunct-mandaten van "sectievoorzitter in het Hof van Cassatie".
Art. 253. Les mandats adjoints de "afdelingsvoorzitter in het Hof van Cassatie" sont d'office transformés en mandats adjoints de "sectievoorzitter in het Hof van Cassatie".
Art. 254. De examens met het oog op de werving van de werkende en plaatsvervangende assessoren in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in sociale reïntegratie, georganiseerd of lopend op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, worden gelijkgesteld met de examens georganiseerd met het oog op de werving van assessoren in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in de sociale re-integratie, ter uitvoering van artikel 196bis van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet.
  Het slagen voor het examen blijft evenwel enkel gelden voor het rechtsgebied van het hof van beroep waarvoor dat examen werd georganiseerd.
Art. 254. Les examens organisés ou en cours d'organisation au moment de l'entrée en vigueur du présent article en vue du recrutement des assesseurs en application des peines spécialisés en réinsertion sociale, effectifs et suppléants, sont assimilés aux examens organisés en vue du recrutement, des assesseurs en application des peines et internement spécialisés en réinsertion sociale, effectifs et suppléants, en exécution de l'article 196bis du Code judiciaire, tel que modifié par la présente loi.
  La réussite de l'examen reste néanmoins uniquement valable pour le ressort de la cour d'appel pour lequel cet examen a été organisé.
Art. 255. De personen die benoemd zijn tot werkende of plaatsvervangende assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in de sociale reïntegratie op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, worden ambtshalve benoemd tot werkende of plaatsvervangende assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie, voor de resterende duur van hun mandaat.
Art. 255. Les personnes nommées en qualité d'assesseur en application des peines spécialisé en réinsertion sociale, effectif ou suppléant, au moment de l'entrée en vigueur du présent article, sont nommées d'office en qualité d'assesseur en application des peines et internement spécialisés en réinsertion sociale, effectif ou suppléant, pour la durée restante de leur mandat.
Art. 256. In afwijking van artikel 259sexies, § 2, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet, worden de rechters in de strafuitvoeringsrechtbank en de substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken die aangewezen zijn voor een eerste periode van vier jaar op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, met hun instemming, aangewezen voor een tweede periode van vier jaar, zulks na positief advies respectievelijk van de eerste voorzitter van het hof van beroep en de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waar de zetel van het hof van beroep is gevestigd of van de procureur-generaal bij het hof van beroep en de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg waar de zetel van het hof van beroep is gevestigd.
Art. 256. Par dérogation à l'article 259sexies, § 2, alinéa 2, du Code judiciaire, tel que modifié par la présente loi, les juges au tribunal de l'application des peines et les substituts du procureur du Roi spécialisés en application des peines désignés pour une première période de quatre ans au moment de l'entrée en vigueur du présent article, sont avec leur consentement désignés pour une deuxième période de quatre ans, respectivement sur avis favorable du premier président de la cour d'appel et du président du tribunal de première instance du siège de la cour d'appel ou du procureur général près la cour d'appel et du procureur du Roi près le tribunal de première instance du siège de la cour d'appel.
Art. 257. In afwijking van artikel 196ter, § 2, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet, worden de werkende en plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank die benoemd zijn voor een eerste periode van vier jaar op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit artikel, met hun instemming, benoemd voor een tweede periode van vier jaar, zulks na gunstig advies van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waar de zetel van het hof van beroep is gevestigd en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg waarin de assessor zijn ambt uitoefent.
  De evaluatie van de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank van wie de duur van het mandaat verstrijkt binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit artikel, blijft geregeld door de bepalingen die gelden vóór de inwerkingtreding van artikel 196quater, zoals gewijzigd bij deze wet.
Art. 257. Par dérogation à l'article 196ter, § 2, alinéa 2, du Code judiciaire, tel que modifié par la présente loi, les assesseurs au tribunal de l'application des peines, effectifs et suppléants, nommés pour une première période de quatre ans au moment de l'entrée en vigueur du présent article, sont avec leur consentement nommés pour une deuxième période de quatre ans, sur avis favorable du président du tribunal de première instance du siège de la cour d'appel et du président de la chambre du tribunal de l'application des peines dans laquelle siège l'assesseur.
  L'évaluation des assesseurs au tribunal de l'application des peines dont la durée du mandat vient à expiration dans les 6 mois qui suivent l'entrée en vigueur du présent article, reste régie par les dispositions en vigueur avant l'entrée en vigueur de l'article 196quater tel que modifié par la présente loi.
Art. 258. De personeelsleden van de penitentiaire inrichtingen die belast zijn met het secretariaat van de commissies voor bescherming van de maatschappij voor de inwerkingtreding van dit artikel, kunnen, met hun instemming, door de minister van Justitie ter beschikking gesteld worden van de griffie van de strafuitvoeringsrechtbanken, van het secretariaat van de parketten bij die rechtbanken, of van beide diensten, gedurende een periode van maximaal [1 één jaar]1 met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
  De terbeschikkinggestelde personeelsleden behouden de bezoldiging, alsook de premies, toelagen en vergoedingen die zij voor hun terbeschikkingstelling genoten, tijdens de ganse duur ervan. Deze bezoldiging is ten laste van de aan de rechterlijke orde toegekende begroting.
  Voor de duur van hun terbeschikkingstelling verkrijgen de personeelsleden een verlof dat een periode van actieve dienst uitmaakt. Ze nemen deel aan de bevordering in hun dienst van herkomst.
  
Art. 258. Les membres du personnel des établissements pénitentiaires chargés du secrétariat des commissions de défense sociale avant l'entrée en vigueur du présent article, peuvent, avec leur consentement, être mis à la disposition du greffe des tribunaux de l'application des peines, du secrétariat des parquets près ces tribunaux, ou de ces deux services, par le ministre de la Justice, pendant une période maximale [1 d'un an]1 prenant cours à la date d'entrée en vigueur du présent article.
  Les membres du personnel mis à la disposition conservent la rémunération, ainsi que les primes, allocations et indemnités dont ils bénéficiaient avant leur mise à la disposition pendant toute la durée de celle-ci. Cette rémunération est à charge du budget alloué à l'ordre judiciaire.
  Pour la durée de leur mise à disposition, les membres du personnel obtiennent un congé, qui constitue une période d'activité de service. Ils participent à l'avancement dans leur service d'origine.
  
Art. 259. De op het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 37 benoemde of aangewezen hoofdgriffiers en hoofdsecretarissen moeten een opleiding inzake budgettair beheer en gerechtskosten volgen binnen de twee jaren die volgen op de inwerkingtreding van dat artikel.
Art. 259. Les greffiers en chef et les secrétaires en chef nommés ou désignés au moment de l'entrée en vigueur de l'article 37 doivent suivre une formation en matière de gestion budgétaire et de frais de justice dans les deux années suivant l'entrée en vigueur de cet article.
Art. 260. De beroepen die aanhangig zijn gemaakt voor de beroepscommissie die rechtsgeldig was samengesteld krachtens de vóór de inwerkingtreding van artikel 82 geldende bepalingen, worden verder behandeld door de beroepscommissie die samengesteld wordt overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van artikel 82.
Art. 260. Les recours qui ont été introduits devant la commission de recours valablement composée suivant les dispositions en vigueur avant l'entrée en vigueur de l'article 82 continuent d'être traités devant la commission de recours composée conformément aux dispositions qui étaient d'application avant l'entrée en vigueur de l'article 82.
HOOFDSTUK 19. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 19. - Entrée en vigueur
Art. 261. Artikel 140 heeft uitwerking met ingang van 10 juni 2014.
  Artikel 142 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2014.
  Artikel 89, 5°, heeft uitwerking met ingang van 1 september 2014.
  De artikelen 24, 45, 2° en 3°, 46, e), 47, 55, 9°, 238, 256, 257 en dit artikel treden in werking de dag waarop deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De artikelen 60 tot 68, 70 tot 72, 78 tot 80, 111 en 135 treden in werking op 1 juli 2016.
  De artikelen 8 tot 17, 122, 123, 126, en 129 tot 131 treden in werking op 31 december 2016.
  De artikelen 21 tot 23, 26, 27, 2°, 28 tot 31, 40, 45, 1°, 46, a), b), c), d), f) en g), 48, 49, 89, 2° en 4°, 90, 2°, 91 tot 93, 95, 97, 99, 102, d), 107, 110, 2°, 114, 115 , 117, a), 124, 132, 254, 255 en 258 treden in werking op dezelfde datum als de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering.
  De Koning kan de data van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de data vermeld in het vijfde, zesde en zevende lid.
  De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van artikel 52, 10°.
Art. 261. L'article 140 produit ses effets le 10 juin 2014.
  L'article 142 produit ses effets le 1er juillet 2014.
  L'article 89, 5°, produit ses effets le 1er septembre 2014.
  Les articles 24, 45, 2° et 3°, 46, e), 47, 55, 9°, 238, 256, 257 et le présent article entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
  Les articles 60 à 68, 70 à 72, 78 à 80, 111 et 135 entrent en vigueur le 1er juillet 2016.
  Les articles 8 à 17, 122, 123, 126, et 129 à 131 entrent en vigueur le 31 décembre 2016.
  Les articles 21 à 23, 26, 27, 2°, 28 à 31, 40, 45, 1°, 46, a), b), c), d), f) et g), 48, 49, 89, 2° et 4°, 90, 2°, 91 à 93, 95, 97, 99, 102, d), 107, 110, 2°, 114, 115 , 117, a), 124, 132, 254, 255 et 258 entrent en vigueur à la même date que la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement.
  Le Roi peut fixer des dates d'entrée en vigueur antérieures à celles mentionnées aux alinéas 5, 6 et 7.
  Le Roi fixe l'entrée en vigueur de l'article 52, 10°.