Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 JULI 2016. - Koninklijk besluit met betrekking tot de alternatieve instellingen voor collectieve belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven
Titre
10 JUILLET 2016. - Arrêté royal relatif aux organismes de placement collectif alternatifs investissant dans des sociétés non cotées et des sociétés en croissance
Informations sur le document
Info du document
Tekst (56)
Texte (56)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE I. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging die beleggen in de in artikel 183, eerste lid, 5° en 6°, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders bedoelde beleggingscategorieën.
  Dit besluit regelt het statuut van de in de artikelen 193 en 195 van voornoemde wet bedoelde instellingen voor collectieve belegging die opteren voor de in het eerste lid bedoelde categorie van beleggingen, de zogenaamde "privaks".
Article 1er. Le présent arrêté s'applique aux organismes de placement collectif alternatifs publics qui investissent dans les catégories de placement visées à l'article 183, alinéa 1er, 5° et 6°, de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires.
  Le présent arrêté règle le régime applicable aux organismes de placement collectif visés aux articles 193 et 195 de la loi précitée qui optent pour la catégorie de placements visée à l'alinéa 1er, dénommés " pricaf ".
Art.2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;
  2° de wet van 2 augustus 2002 : de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  3° de wet van 16 juni 2006 : de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
  4° het koninklijk besluit van 18 april 1997 : het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven;
  5° het koninklijk besluit van 30 januari 2001 : het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen;
  6° het koninklijk besluit van 14 november 2007 : het koninklijk besluit van 14 november 2007 betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;
  7° verordening (EG) nr. 1606/2002 verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen;
  8° privak : de openbare Belgische beleggingsvennootschap met vast kapitaal, als bedoeld in artikel 195 van de wet, die de collectieve belegging in de beleggingscategorieën als bedoeld in artikel 183, eerste lid, 5° en 6°, van de wet van 19 april 2014 als doel heeft;
  9° gereglementeerde onderneming : een gereglementeerde onderneming in de zin van artikel 3, 42°, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;
  10° niet-genoteerde vennootschap : een vennootschap waarvan de aandelen noch zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, noch worden verhandeld op een MTF;
  11° genoteerde vennootschap : een vennootschap waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, of worden verhandeld op een MTF;
  12° deelneming : het bezit als bedoeld in artikel 13 van het Wetboek van Vennootschappen;
  13° vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat : de vennootschappen als bedoeld in artikel 14 van het Wetboek van Vennootschappen;
  14° verbonden personen : de personen als bedoeld in artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen;
  15° netto-inventariswaarde : de waarde die wordt verkregen door het geconsolideerde nettoactief van de privak, na aftrek van de minderheidsbelangen, of, indien geen consolidatie plaatsvindt, het statutair nettoactief, waarin activa en passiva tegen reële waarde zijn gewaardeerd, te delen door het aantal door de privak uitgegeven rechten van deelneming, na aftrek van de eigen rechten van deelneming die, in voorkomend geval, door dochtervennootschappen worden gehouden;
  16° IFRS-normen : de internationale standaarden voor jaarrekeningen die de Europese Commissie heeft goedgekeurd met toepassing van artikel 3 van verordening (EG) nr. 1606/2002.
Art.2. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
  1° la loi : la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires;
  2° la loi du 2 août 2002 : la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
  3° la loi du 16 juin 2006 : la loi du 16 juin 2006 relative aux offres publiques d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;
  4° l'arrêté royal du 18 avril 1997 : l'arrêté royal du 18 avril 1997 relatif aux organismes de placement investissant dans des sociétés non cotées et dans des sociétés en croissance;
  5° l'arrêté royal du 30 janvier 2001 : l'arrêté royal du 30 janvier 2001 portant exécution du code des sociétés;
  6° l'arrêté royal du 14 novembre 2007 : l'arrêté royal du 14 novembre 2007 relatif aux obligations des émetteurs d'instruments financiers admis à la négociation sur un marché réglementé;
  7° le règlement (CE) n° 1606/2002 : le règlement (CE) n° 1606/2002 du Parlement européen et du Conseil du 19 juillet 2002 sur l'application des normes comptables internationales;
  8° pricaf : la société d'investissement belge publique à capital fixe, visée à l'article 195 de la loi, dont l'objet est le placement collectif dans les catégories de placement visées à l'article 183, alinéa 1er, 5° et 6° de la loi du 19 avril 2014;
  9° entreprise réglementée : une entreprise réglementée au sens de l'article 3, 42°, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit;
  10° société non cotée : société dont les actions ne sont ni admises à la négociation sur un marché réglementé, ni négociées sur un MTF;
  11° société cotée : société dont les actions sont admises à la négociation sur un marché réglementé ou négociées sur un MTF;
  12° participation : la détention visée à l'article 13 du Code des sociétés;
  13° sociétés avec lesquelles existe un lien de participation : les sociétés visées à l'article 14 du Code des sociétés;
  14° personnes liées : les personnes visées à l'article 11 du Code des sociétés;
  15° valeur nette d'inventaire : valeur obtenue en divisant l'actif net consolidé de la pricaf, sous déduction des intérêts minoritaires, ou, à défaut de consolidation, l'actif net au niveau statutaire, étant entendu que les actifs et passifs sont évalués à la juste valeur, par le nombre de parts émises par la pricaf, déduction faite des parts propres détenues, le cas échéant par des filiales;
  16° normes IFRS : les normes comptables internationales approuvées par la Commission européenne en application de l'article 3 du règlement (CE) n° 1606/2002.
HOOFDSTUK II. - Inschrijvingsvoorwaarden
CHAPITRE II. - Conditions d'inscription
Afdeling 1. - Inschrijvingsdossier
Section 1. - Dossier d'inscription
Art.3. De privak moet een inschrijvingsaanvraag indienen bij de FSMA.
  Onverminderd de bepalingen van de wet, wordt bij de inschrijvingsaanvraag een dossier gevoegd met de volgende informatie :
  1° een kopie van de statuten van de privak (in voorkomend geval, in ontwerpvorm) alsook, in voorkomend geval, een kopie van de statuten van de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen;
  2° de opgave van de personen met wie de privak verbonden is of met wie een deelnemings-verhouding bestaat, en de aandeelhouders-overeenkomsten die de deelnemers van de privak, in voorkomend geval, hebben gesloten;
  3° de samenstelling van de vennootschapsorganen van de privak en van de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen;
  4° de opgave van de identiteit van de commissaris(sen) van de privak;
  5° de opgave van de identiteit van de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité, personen belast met het dagelijks bestuur en effectieve leiders van de privak, en de elementen waaruit blijkt dat aan de artikelen 206 en 207 van de wet is voldaan, waarbij met name een curriculum vitae en een recent uittreksel uit het strafregister worden overgelegd;
  6° de opgave van de identiteit van de bewaarder;
  7° de identificatie van de beheervennootschap of de elementen waaruit blijkt dat de privak en de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen, voldoen aan de artikelen 25 tot 32, 208 en 209, van de wet;
  8° een beschrijving van de administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie van de privak of de beheervennootschap, in het licht van de werkzaamheden die de privak voornemens is te verrichten;
  9° de door de privak of de beheervennootschap gemaakte keuze in verband met de wijze waarop de beheertaken zullen worden uitgeoefend;
  10° een gedetailleerde beschrijving van het vooropgestelde beleggingsbeleid van de privak, met daarin minimaal :
  a) de beschrijving van de doelstellingen van de privak inzake haar beleggingsbeleid;
  b) de beschrijving van de sector en de kenmerken van de vennootschappen waarin de privak voornemens is te beleggen, die de beleggingscriteria vormen die door de privak in het kader van haar beleggingsbeleid worden gehanteerd;
  c) de geplande samenstelling van de portefeuille, uitgesplitst in deelportefeuilles per munt en op grond van geografische en sectorale criteria;
  d) de geplande verdeling tussen beleggingen in genoteerde en niet-genoteerde vennootschappen;
  e) het beleid van de privak inzake het houden van liquide middelen, inzonderheid de vorm waarin en de begrenzingen waarbinnen die liquide middelen bijkomend mogen worden gehouden;
  f) desgevallend, een programma inzake het in overeenstemming brengen van de beleggingen met de bepalingen van artikel 17, § 1;
  g) een minimum beleggingsbudget dat inzonderheid prospectieve balansen en resultatenrekeningen en kasstroomoverzichten omvat, en dit voor de in artikel 22, eerste lid, bedoelde periode, of, als de privak aan artikel 17, § 1, voldoet zodra zij op de in artikel 200 van de wet bedoelde lijst is ingeschreven, voor een periode van drie jaar vanaf dat moment;
  h) een inventaris van de activa die de vennootschap al in bezit heeft, en van alle andere relevante activa, samen met de informatie die nodig is voor de naleving van de artikelen 17 tot 31;
  11° de verbintenis van de privak om de toelating van haar rechten van deelneming tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt aan te vragen;
  12° de bevestiging dat de privak niet op de lijst van de private privaks is ingeschreven of op het moment van de inschrijving niet meer op die lijst zal zijn ingeschreven;
  13° elk ander element dat nodig is voor de beoordeling van de inschrijvingsaanvraag.
Art.3. La pricaf doit saisir la FSMA de sa demande d'inscription.
  Sans préjudice des dispositions de la loi, un dossier comportant les informations suivantes est joint à la demande d'inscription :
  1° une copie des statuts de la pricaf (le cas échéant, sous forme de projets) ainsi que, le cas échéant, des statuts du gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme de société en commandite par actions;
  2° une liste des personnes avec lesquelles la pricaf est liée ou avec lesquelles il existe un lien de participation et les conventions d'actionnaires conclues, le cas échéant, entre les participants de la pricaf;
  3° la composition des organes sociaux de la pricaf et du gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions;
  4° l'identification du ou des commissaires de la pricaf;
  5° l'identification des administrateurs, gérants, membres du comité de direction, délégués à la gestion journalière et dirigeants effectifs de la pricaf, et les éléments dont il ressort qu'il est satisfait aux articles 206 et 207 de la loi, incluant notamment la production d'un curriculum vitae ainsi que d'un extrait du casier judiciaire récent;
  6° l'identification du dépositaire;
  7° l'identification de la société de gestion ou les éléments dont il ressort que la pricaf et le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions satisfont aux articles 25 à 32, 208 et 209 de la loi;
  8° une description de l'organisation administrative, comptable, financière et technique de la pricaf ou de la société de gestion, au regard des activités que la pricaf entend mener;
  9° le choix effectué par la pricaf ou la société de gestion en ce qui concerne le mode d'exercice des fonctions de gestion;
  10° une description détaillée de la politique de placement envisagée de la pricaf, incluant au moins :
  a) la description des objectifs de la pricaf en matière de politique de placement;
  b) la description du secteur et des caractéristiques des sociétés dans lesquels la pricaf entend investir, qui constituent les critères utilisés par la pricaf dans le cadre de sa politique de placement;
  c) la composition projetée du portefeuille ventilé en sous-portefeuilles par devises, par répartition géographique et sectorielle;
  d) la répartition projetée entre investissements dans des sociétés cotées et non cotées;
  e) la politique de la pricaf en matière de détention de liquidités, et en particulier la forme et les limites dans lesquelles des liquidités peuvent être détenues à titre accessoire;
  f) le cas échéant, un programme de mise en conformité avec les dispositions de l'article 17, § 1er;
  g) un budget d'investissement minimal couvrant la période visée à l'article 22, alinéa 1er, ou, dans le cas où la pricaf satisfait à l'article 17, § 1er, dès son inscription à la liste visée à l'article 200 de la loi, une période de trois ans à compter de ce moment et comprenant notamment des bilans et des comptes de résultat prospectifs et des tableaux de financement;
  h) un inventaire des actifs se trouvant déjà dans le patrimoine de la société, ainsi que de tous autres actifs pertinents, accompagné des informations nécessaires pour s'assurer du respect des articles 17 à 31;
  11° l'engagement de la pricaf de demander l'admission de ses parts à la négociation sur un marché réglementé belge;
  12° la confirmation que la pricaf n'est pas inscrite sur la liste des pricaf privées ou ne le sera plus au moment de l'inscription;
  13° tout autre élément nécessaire à l'appréciation de la demande d'inscription.
Art.4. Na haar inschrijving deelt de privak de FSMA onmiddellijk elke wijziging in de elementen van haar inschrijvingsdossier mee.
  Op basis van deze nieuwe elementen en van elke andere informatie waarvan zij kennis heeft, onderzoekt de FSMA of nog steeds aan de inschrijvingsvoorwaarden van de privak is voldaan.
  Indien de FSMA oordeelt dat, rekening houdend met deze nieuwe elementen, niet langer aan deze inschrijvingsvoorwaarden is voldaan, zijn de artikelen 359 tot 367 van de wet van toepassing.
Art.4. Après son inscription, la pricaf communique sans délai à la FSMA toute modification des éléments du dossier d'inscription.
  Sur la base de ces nouveaux éléments et de toute autre information dont elle a connaissance, la FSMA examine si les conditions d'inscription de la pricaf sont toujours remplies.
  Si la FSMA estime que compte tenu de ces nouveaux éléments, les conditions d'inscription ne sont plus remplies, les articles 359 à 367 de la loi sont d'application.
Afdeling 2. - Aanvaarding van de statuten
Section 2. - Acceptation des statuts
Art.5. Onverminderd de pertinente bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en van dit besluit, bevatten de statuten ten minste de in Bijlage A vermelde gegevens.
Art.5. Sans préjudice des dispositions pertinentes du Code des sociétés et du présent arrêté, les statuts contiennent au moins les informations mentionnées en Annexe A.
Art.6. De statuten van de privak kunnen bepalen dat zij, met uitzondering van winstbewijzen en soortgelijke effecten en onder voorbehoud van de specifieke bepalingen van dit besluit, de in artikel 460 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde effecten mag uitgeven conform de daar voorgeschreven regels.
Art.6. Les statuts de la pricaf peuvent préciser, qu'à l'exception des parts bénéficiaires et des titres similaires et sous réserve des dispositions particulières du présent arrêté, elle peut émettre les titres visés à l'article 460 du Code des sociétés, conformément aux règles prévues par ce dernier.
Art.7. § 1. De statuten van de privak bepalen dat, bij een kapitaalverhoging door inbreng in geld en onverminderd de toepassing van de artikelen 592 tot 598 van het Wetboek van Vennootschappen, het voorkeurrecht enkel kan worden beperkt of opgeheven als aan de bestaande deelnemers een onherleidbaar toewijzingsrecht wordt verleend bij de toekenning van nieuwe effecten.
  Dat onherleidbaar toewijzingsrecht voldoet aan de volgende voorwaarden :
  1° het heeft betrekking op alle nieuw uitgegeven effecten;
  2° het wordt aan de deelnemers verleend naar rato van het deel van het kapitaal dat hun rechten van deelneming vertegenwoordigen op het moment van de verrichting;
  3° uiterlijk aan de vooravond van de opening van de openbare inschrijvingsperiode wordt een maximumprijs per recht van deelneming aangekondigd; en
  4° de openbare inschrijvingsperiode moet in dat geval minimaal drie beursdagen bedragen.
  De statuten van de privak kunnen bepalen dat, onverminderd de toepassing van de artikelen 595 tot 599 van het Wetboek van Vennootschappen, de vorige leden niet van toepassing zijn bij een inbreng in geld met beperking of opheffing van het voorkeurrecht, in aanvulling op een inbreng in natura in het kader van de uitkering van een keuzedividend, voor zover dit effectief voor alle deelnemers betaalbaar wordt gesteld.
  § 2. De statuten van de privak bepalen dat, onverminderd de artikelen 601 en 602 van het Wetboek van Vennootschappen, de volgende voorwaarden moeten worden nageleefd bij de uitgifte van effecten tegen inbreng in natura :
  1° de identiteit van de inbrenger moet worden vermeld in het in artikel 602 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde verslag van de raad van bestuur of, naargelang het geval, van de zaakvoerder, alsook, in voorkomend geval, in de oproeping tot de algemene vergadering die voor de kapitaalverhoging wordt bijeengeroepen;
  2° de uitgifteprijs mag niet minder bedragen dan de laagste waarde van (a) een netto-inventariswaarde die dateert van ten hoogste vier maanden vóór de datum van de inbrengovereenkomst of, naar keuze van de privak, vóór de datum van de akte van kapitaalverhoging, en (b) de gemiddelde slotkoers gedurende de dertig kalenderdagen voorafgaand aan diezelfde datum.
  De statuten van de privak kunnen bepalen dat het voor de toepassing van de vorige zin toegestaan is om van het in punt (b) van vorig lid bedoelde bedrag een bedrag af te trekken dat overeenstemt met het deel van het niet-uitgekeerde brutodividend waarop de nieuwe rechten van deelneming eventueel geen recht zouden geven, op voorwaarde dat de raad van bestuur het af te trekken bedrag van het gecumuleerde dividend specifiek verantwoordt in zijn bijzonder verslag en de financiële voorwaarden van de verrichting toelicht in zijn jaarlijks financieel verslag;
  3° behalve indien de uitgifteprijs of, in het in § 3 bedoelde geval, de ruilverhouding, alsook de betrokken modaliteiten uiterlijk op de werkdag na de afsluiting van de inbrengovereenkomst worden bepaald en aan het publiek meegedeeld met vermelding van de termijn waarbinnen de kapitaal-verhoging effectief zal worden doorgevoerd, wordt de akte van kapitaalverhoging verleden binnen een maximale termijn van vier maanden; en
  4° het onder 1° bedoelde verslag moet ook de weerslag van de voorgestelde inbreng op de toestand van de vroegere deelnemers toelichten, in het bijzonder wat hun aandeel in de winst, in de netto-inventariswaarde en in het kapitaal betreft, alsook de impact op het vlak van de stemrechten.
  De statuten van de privak kunnen bepalen dat deze paragraaf niet van toepassing is bij de inbreng van het recht op dividend in het kader van de uitkering van een keuzedividend, voor zover dit effectief voor alle deelnemers betaalbaar wordt gesteld.
  § 3. De statuten van de privak bepalen dat paragraaf 2 mutatis mutandis van toepassing is op de in de artikelen 671 tot 677, 681 tot 758 en 772/1 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen.
  In laatstgenoemd geval verwijst "datum van de inbrengovereenkomst" naar de datum waarop het fusie- of splitsingsvoorstel wordt neergelegd.
Art.7. § 1er. Les statuts de la pricaf précisent qu'en cas d'augmentation de capital contre apport en numéraire et sans préjudice de l'application des articles 592 à 598 du Code des sociétés, le droit de préférence peut seulement être limité ou supprimé à condition qu'un droit d'allocation irréductible soit accordé aux participants existants lors de l'attribution des nouveaux titres.
  Ce droit d'allocation irréductible répond aux conditions suivantes :
  1° il porte sur l'entièreté des titres nouvellement émis;
  2° il est accordé aux participants proportionnellement à la partie du capital que représentent leurs parts au moment de l'opération;
  3° un prix maximum par part est annoncé au plus tard la veille de l'ouverture de la période de souscription publique; et
  4° la période de souscription publique doit dans ce cas avoir une durée minimale de trois jours de bourse.
  Les statuts de la pricaf peuvent préciser que, sans préjudice de l'application des articles 595 à 599 du Code des sociétés, les alinéas précédents ne sont pas applicables en cas d'apport en numéraire avec limitation ou suppression du droit de préférence, complémentaire à un apport en nature dans le cadre de la distribution d'un dividende optionnel, pour autant que l'octroi de celui-ci soit effectivement ouvert à tous les participants.
  § 2. Les statuts de la pricaf précisent que, sans préjudice des articles 601 et 602 du Code des sociétés, en cas d'émission de titres contre apport en nature, les conditions suivantes doivent être respectées :
  1° l'identité de celui qui fait l'apport doit être mentionnée dans le rapport du conseil d'administration, ou selon le cas, du gérant, visé à l'article 602 du Code des sociétés, ainsi que, le cas échéant, dans la convocation à l'assemblée générale qui se prononcera sur l'augmentation de capital;
  2° le prix d'émission ne peut être inférieur à la valeur la plus faible entre (a) une valeur nette d'inventaire ne datant pas de plus de quatre mois avant la date de la convention d'apport ou, au choix de la pricaf, avant la date de l'acte d'augmentation de capital et (b) la moyenne des cours de clôture des trente jours calendrier précédant cette même date.
  Les statuts de la pricaf peuvent préciser que, pour l'application de la phrase précédente, il est permis de déduire du montant visé au point (b) de l'alinéa précédent un montant correspondant à la portion des dividendes bruts non distribués dont les nouvelles parts seraient éventuellement privées, pour autant que le conseil d'administration justifie spécifiquement le montant des dividendes accumulés à déduire dans son rapport spécial et expose les conditions financières de l'opération dans le rapport financier annuel;
  3° sauf si le prix d'émission, ou, dans le cas visé au § 3, le rapport d'échange, ainsi que leurs modalités sont déterminés et communiqués au public au plus tard le jour ouvrable suivant la conclusion de la convention d'apport en mentionnant le délai dans lequel l'augmentation de capital sera effectivement réalisée, l'acte d'augmentation de capital est passé dans un délai maximum de quatre mois; et
  4° le rapport visé au 1° doit également expliciter l'incidence de l'apport proposé sur la situation des anciens participants, en particulier en ce qui concerne leur quote-part du bénéfice, de la valeur nette d'inventaire et du capital ainsi que l'impact en termes de droits de vote.
  Les statuts de la pricaf peuvent préciser que le présent paragraphe n'est pas applicable en cas d'apport du droit au dividende dans le cadre de la distribution d'un dividende optionnel, à condition que l'octroi de celui-ci soit effectivement ouvert à tous les participants.
  § 3. Les statuts de la pricaf précisent que les dispositions du paragraphe 2 sont applicables mutatis mutandis aux fusions, scissions et opérations assimilées visées aux articles 671 à 677, 681 à 758 et 772/1 du Code des sociétés.
  Dans ce dernier cas, par "date de la convention d'apport" il y a lieu d'entendre la date du dépôt du projet de fusion ou de scission.
Afdeling 3. - Bewaarder
Section 3. - Dépositaire
Art.8. Naast de taken die hem bij wet worden toevertrouwd, vergewist de bewaarder zich ervan dat :
  1° de activa in bewaring overeenstemmen met de in de boekhouding van de privak vermelde activa;
  2° de in de wet, de uitvoeringsbesluiten, de statuten en het prospectus bepaalde beleggingsbeperkingen worden gerespecteerd.
Art.8. En sus des tâches qui lui sont confiées par la loi, le dépositaire s'assure de ce que :
  1° les actifs dont il a la garde correspondent aux actifs mentionnés dans la comptabilité de la pricaf;
  2° les limites de placement fixées par la loi, les arrêtés d'exécution, les statuts et le prospectus soient respectées.
HOOFDSTUK III. - Werking
CHAPITRE III. - Fonctionnement
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art.9. Bij de privaks die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen hebben aangenomen en die geen beheervennootschap hebben aangesteld, voldoet, in functie van de gekozen beleidsstructuur, de zaakvoerder-rechtspersoon of de privak zelf aan de artikelen 25 tot 32, 208 en 209, van de wet.
  De leden van het wettelijk bestuursorgaan van de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen, de personen belast met de effectieve leiding, en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties, voldoen aan de artikelen 206 en 207 van de wet.
Art.9. Dans les pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions et qui n'ont pas désigné de société de gestion, le gérant personne morale ou la pricaf elle-même, en fonction de la structure de gestion adoptée, satisfont aux articles 25 à 32, 208 et 209 de la loi.
  Les membres de l'organe légal d'administration du gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme de société en commandite par actions, les personnes chargées de la directive effective et les responsables des fonctions de contrôle indépendantes satisfont aux articles 206 et 207 de la loi.
Afdeling 2. - Vergoedingen, provisies en kosten
Section 2. - Rémunérations, commissions et frais
Art.10. § 1. De vaste vergoeding van (a) de beheervennootschap, (b) de bestuurders, de zaakvoerders, de leden van het directiecomité, de personen belast met het dagelijks bestuur of de effectieve leiders van de beheervennootschap of van de privak en (c) de bestuurders van de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die heeft geopteerd voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap op aandelen, mag niet worden bepaald in functie van de door de privak uitgevoerde verrichtingen en transacties.
  Aan de in het eerste lid bedoelde personen kan een variabele vergoeding worden toegekend, voor zover (a) de criteria voor de toekenning van die variabele vergoeding of van het deel van die variabele vergoeding dat van de resultaten afhangt, uitsluitend betrekking hebben op het in voorkomend geval geconsolideerde nettoresultaat van de privak, met uitsluiting van alle schommelingen van de reële waarde van de activa en passiva, en (b) geen vergoeding wordt toegekend in functie van een specifieke verrichting of transactie van de privak of haar dochtervennootschappen.
  In afwijking van het vorige lid, (a), kan de variabele vergoeding van de beheervennootschap worden bepaald op basis van een percentage van de nettoinventariswaarde, voor zover aan onderstaande voorwaarden is voldaan :
  1° de in de artikelen 49 en 50 van de wet bedoelde waardering moet worden uitgevoerd door een externe waarderingsdeskundige, die onafhankelijk is van de privak, de beheervennootschap en om het even welke andere persoon die nauw met hen verbonden is;
  2° de methode voor de waardering van de beleggingen die in niet-genoteerde vennootschapen worden gehouden, moet in het jaarlijks financieel verslag van de privak worden gepubliceerd;
  3° het jaarlijks financieel verslag moet het percentage vermelden van de variabele vergoeding van de beheervennnootschap dat voortvloeit uit een positieve schommeling van de reële waarde.
  § 2. In het jaarlijks financieel verslag worden afzonderlijk de vergoedingen vermeld die werden toegekend aan
  1° enerzijds, de beheervennootschap en de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité en personen belast met het dagelijks bestuur van (a) de beheervennootschap, (b) de privak en (c) de bestuurders van de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die heeft geopteerd voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap op aandelen; en
  2° anderzijds, de bewaarder.
  § 3. In het jaarlijks financieel verslag worden tevens alle provisies, rechten en kosten verantwoord die de beleggingsinstelling draagt bij verrichtingen die betrekking hebben op :
  1° financiële instrumenten die werden uitgegeven door (a) de beheervennootschap, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen of de bewaarder, of (b) door een vennootschap waarmee de privak, de beheervennootschap, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen, de bewaarder of bestuurders, zaakvoerders, effectieve leiders of personen belast met het dagelijks bestuur van de privak, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen of de beheervennootschap, zijn verbonden;
  2° rechten van deelneming in enig andere instelling voor collectieve belegging, die rechtstreeks of onrechtstreeks door de beheervennootschap of andere in de bepaling onder 1° vermelde personen wordt beheerd.
Art.10. § 1er. La rémunération fixe de (a) la société de gestion, (b) des administrateurs, des gérants, des membres du comité de direction, des délégués à la gestion journalière, ou des dirigeants effectifs de la société de gestion ou de la pricaf et (c) des administrateurs du gérant-personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions ne peut être déterminée en fonction des opérations et transactions effectuées par la pricaf.
  Une rémunération variable peut être accordée aux personnes visées à l'alinéa 1er, pour autant que (a) les critères d'octroi de la rémunération variable ou de la partie de la rémunération variable qui dépend des résultats ne portent que sur le résultat net, le cas échéant consolidé, de la pricaf, à l'exclusion de toute variation de la juste valeur des actifs et passifs et (b) qu'aucune rémunération ne soit accordée en fonction d'une opération ou transaction spécifique de la pricaf ou de ses filiales.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, (a), la rémunération variable de la société de gestion peut être déterminée sur base d'un pourcentage de la valeur nette d'inventaire, pour autant que les conditions mentionnées ci-dessous soient respectées :
  1° la fonction d'évaluation, visée aux articles 49 et 50 de la loi, doit être assurée par un expert externe en évaluation, indépendant de la pricaf, de la société de gestion et de toute autre personne ayant des liens étroits avec ceux-ci;
  2° la méthode d'évaluation des investissements détenus dans des sociétés non cotées doit être publiée dans le rapport financier annuel de la pricaf;
  3° le rapport financier annuel de la pricaf doit mentionner le pourcentage de la rémunération variable de la société de gestion qui découle d'une variation positive de la juste valeur.
  § 2. Le rapport financier annuel mentionne séparément les rémunérations attribuées
  1° d'une part, à la société de gestion et aux administrateurs, gérants, membres du comité de direction et personnes chargées de la gestion journalière (a) de la société de gestion, (b) de la pricaf et (c) aux administrateurs du gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions; et
  2° d'autre part, au dépositaire.
  § 3. Le rapport financier annuel contient également la justification de l'ensemble des commissions, droits et frais mis à charge de la pricaf à la suite d'opérations portant sur :
  1° des instruments financiers émis par (a) la société de gestion, le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions ou le dépositaire, ou (b) par une société à laquelle la pricaf, la société de gestion, le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions, le dépositaire ou les administrateurs, gérants, dirigeants effectifs ou personnes chargées de la gestion journalière de la pricaf, du gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions ou de la société de gestion sont liés;
  2° des parts de tout autre organisme de placement collectif, géré directement ou indirectement par la société de gestion ou d'autres personnes mentionnées au 1°.
Afdeling 3. - Voorkoming van belangenconflicten
Section 3. - Prévention des conflits d'intérêts
Art.11. § 1. Verrichtingen voor rekening van de privak of van een van haar dochtervennootschappen, dienen in het jaarlijks financieel verslag te worden verantwoord, inzonderheid met betrekking tot hun belang voor de privak en hun verenigbaarheid met haar beleggingsbeleid, en dienen door de commissaris van de privak in zijn verslag te worden toegelicht, inzonderheid met betrekking tot het marktconform karakter van hun voorwaarden, indien één of meer van de volgende personen rechtstreeks of onrechtstreeks optreden als tegenpartij of enig vermogensrechtelijk voordeel halen uit de verrichting :
  1° de beheervennootschap of de bewaarder;
  2° de personen die de privak controleren of er een deelneming in bezitten;
  3° de personen met wie (a) de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen, (b) de beheervennootschap en (c) de bewaarder zijn verbonden of een deelnemingsverhouding hebben;
  4° de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak of een van haar dochtervennootschappen die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen;
  5° de bestuurders, de zaakvoerders, de leden van het directiecomité, de personen belast met het dagelijks bestuur, de effectieve leiders of de lasthebbers :
  a) van de privak;
  b) van de beheervennootschap of van de bewaarder;
  c) van de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen; en
  d) van één van de in de bepaling onder 2° van deze paragraaf bedoelde personen.
  § 2. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op de verwerving van of de inschrijving op de als gevolg van een beslissing van de algemene vergadering uitgegeven rechten van deelneming in een privak door de in die paragraaf bedoelde personen.
  De bepalingen van § 1 gelden niet voor :
  1° de bewaargeving van financiële instrumenten of liquide middelen bij de bewaarder;
  2° de contant- en termijnwisselverrichtingen met kredietinstellingen of beleggingsondernemingen; en
  3° de financiële bemiddeling inzake nationale of internationale betalingen;
  voor zover
  1° het om gebruikelijke beslissingen en verrichtingen gaat die respectievelijk worden genomen en uitgevoerd onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die normaal voor soortgelijke verrichtingen op de markt gelden;
  2° voor de in het vorige lid, 2° en 3°, bedoelde verrichtingen, het bedrag van een bepaalde verrichting of van een geheel van verbonden verrichtingen niet hoger ligt dan een bedrag dat overeenstemt met 2 % van het totaal actief van de privak; en
  3° de in het vorige lid, 2° en 3°, bedoelde verrichtingen het voorwerp uitmaken van een algemene rechtvaardiging in het jaarlijks financieel verslag, alsook van een algemene toelichting door de commissaris in het jaarlijks financieel verslag.
  § 3. De privak mag niet beleggen in schuldinstrumenten of kredieten verstrekken die achtergesteld zijn ten opzichte van in het kader van dezelfde financieringsronde uitgegeven schuldinstrumenten of verstrekte kredieten, wanneer deze in het bezit zijn van of werden verstrekt door :
  1° de beheervennootschap, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die heeft geopteerd voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap op aandelen, of de bewaarder;
  2° een persoon met wie de privak, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft geopteerd, de beheervennootschap of de bewaarder verbonden is, of met wie de privak, de beheervennootschap of de bewaarder een deelnemingsverhouding heeft;
  3° de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité, effectieve leiders, directeuren of lasthebbers van (a) de privak, (b) de beheervennootschap, (c) de bewaarder, (d) de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die heeft geopteerd voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap op aandelen, of (e) een persoon met wie de privak, de beheervennootschap, de bewaarder of de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die heeft geopteerd voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap op aandelen, verbonden is of met wie deze een deelnemingsverhouding heeft;
  4° een andere instelling voor collectieve belegging die door de beheervennootschap wordt beheerd.
  Het eerste lid is niet van toepassing als die verrichtingen
  1° worden uitgevoerd tegen marktconforme voorwaarden; en
  2° worden verantwoord in het jaarlijks financieel verslag, inzonderheid met betrekking tot hun belang voor de privak en hun verenigbaarheid met haar beleggingsbeleid, en door de commissaris van de privak worden toegelicht in het jaarlijks financieel verslag, inzonderheid met betrekking tot het marktconform karakter van de voorwaarden.
Art.11. § 1er. Les opérations effectuées pour le compte de la pricaf ou d'une de ses filiales, doivent être justifiées dans le rapport financier annuel, notamment sous l'angle de leur intérêt pour la pricaf et de leur compatibilité avec la politique de placement de cette dernière, et être commentées par le commissaire de la pricaf dans son rapport, notamment quant à la conformité de leurs conditions avec celles du marché, si l'une ou plusieurs des personnes suivantes se portent directement ou indirectement contrepartie ou obtiennent un quelconque avantage de nature patrimoniale à l'occasion de l'opération :
  1° la société de gestion ou le dépositaire;
  2° les personnes qui contrôlent ou qui détiennent une participation dans la pricaf;
  3° les personnes avec lesquelles (a) le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions, (b) la société de gestion et (c) le dépositaire, sont liés ou ont un lien de participation;
  4° le gérant personne morale de la pricaf ou d'une de ses filiales ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions;
  5° les administrateurs, gérants, membres du comité de direction, délégués à la gestion journalière, dirigeants effectifs ou mandataires :
  a) de la pricaf;
  b) de la société de gestion ou du dépositaire;
  c) du gérant-personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions; et
  d) d'une personne visée au 2° du présent paragraphe.
  § 2. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas à l'acquisition ou à la souscription de parts de la pricaf par les personnes visées dans ce même paragraphe, émises suite à une décision de l'assemblée générale.
  Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas :
  1° au dépôt d'instruments financiers ou de liquidités auprès du dépositaire;
  2° aux transactions de change au comptant et à terme avec des établissements de crédit ou des entreprises d'investissement; et
  3° à l'intermédiation financière en matière de paiements nationaux ou internationaux;
  pour autant
  1° qu'il s'agisse de décisions et opérations habituelles intervenant dans des conditions et sous les garanties normales du marché pour des opérations de même nature;
  2° en ce qui concerne les opérations visées à l'alinéa précédant, 2° et 3°, que le montant d'une transaction donnée ou d'un ensemble de transactions liées n'excède pas un montant égal à 2 % du total de l'actif de la pricaf; et
  3° que les opérations visées à l'alinéa précédant, 2° et 3° fassent l'objet d'une justification globale dans le rapport financier annuel ainsi que d'un commentaire global par le commissaire dans le rapport financier annuel.
  § 3. La pricaf ne peut investir dans des titres de créance ou accorder des crédits qui sont subordonnés par rapport à des titres de créance émis ou des crédits accordés dans le cadre du même tour de financement lorsque ceux-ci sont détenus ou ont été accordés :
  1° par la société de gestion, le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme de société en commandite par actions ou le dépositaire;
  2° par une personne avec laquelle la pricaf, le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme de société en commandite par actions, la société de gestion ou le dépositaire sont liés ou avec lesquelles la pricaf, la société de gestion ou le dépositaire ont un lien de participation;
  3° par les administrateurs, gérants, membres du comité de direction, dirigeants effectifs, directeurs ou mandataires (a) de la pricaf, (b) de la société de gestion, (c) du dépositaire, (d) du gérant-personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions ou (e) d'une personne avec laquelle la pricaf, la société de gestion, le dépositaire ou le gérant-personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions sont liés ou avec lesquelles ceux-ci ont un lien de participation;
  4° par un autre organisme de placement collectif géré par la société de gestion.
  L'alinéa premier n'est pas d'application pour autant que ces opérations
  1° soient effectuées à des conditions conformes à celles du marché; et
  2° soient justifiées dans le rapport financier annuel, notamment sous l'angle de leur intérêt pour la pricaf et de leur compatibilité avec la politique de placement de ce dernier, et commentées par le commissaire de la pricaf dans le rapport financier annuel, notamment quant à la conformité de leurs conditions avec celles du marché.
HOOFDSTUK IV. - Uitgifte, verkoop en verhandeling van rechten van deelneming
CHAPITRE IV. - Emission, vente et négociation des parts
Art.12. Voor elke openbare aanbieding van rechten van deelneming in een privak alsook voor hun verplichte toelating tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt krachtens artikel 250, eerste lid, van de wet, moet de privak eerst bij de FSMA zijn ingeschreven, en moet een prospectus zijn opgesteld, goedgekeurd en openbaar gemaakt conform de bepalingen van de wet van 16 juni 2006.
Art.12. Toute offre publique de parts d'une pricaf ainsi que leur admission obligatoire aux négociations sur un marché réglementé belge en vertu de l'article 250, alinéa 1er, de la loi ne peuvent être réalisées qu'après que la pricaf ait été inscrite auprès de la FSMA, qu'un prospectus ait été rédigé, approuvé et publié conformément aux dispositions de la loi du 16 juin 2006.
HOOFDSTUK V. - Openbaarmaking van gegevens en boekhouding
CHAPITRE V. - Publication des informations et comptabilité
Art.13. § 1. Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschap, van de wet, van dit besluit en van het koninklijk besluit van 14 november 2007 bevat het jaarlijks financieel verslag ten minste de gegevens opgesomd in Bijlage B, Hoofdstukken I en II.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, van de wet, van dit besluit en van het koninklijk besluit van 14 november 2007 bevat het halfjaarlijks financieel verslag ten minste de gegevens opgesomd in Bijlage B, Hoofdstuk I.
Art.13. § 1er. Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, de la loi, du présent arrêté et de l'arrêté royal du 14 novembre 2007, le rapport financier annuel contient au moins les informations visées à l'Annexe B, Chapitres I et II.
  § 2. Sans préjudice des dispositions du Code des sociétés, de la loi, du présent arrêté et de l'arrêté royal du 14 novembre 2007, le rapport financier semestriel contient au moins les informations visées à l'Annexe B, Chapitre I.
Art.14. De privaks stellen hun statutaire jaarrekening op overeenkomstig de IFRS-normen.
Art.14. Les pricaf établissent leurs comptes statutaires en appliquant les normes IFRS.
Art.15. De artikelen 22 tot 105 en 170 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 zijn niet van toepassing op de privaks.
Art.15. Les articles 22 à 105 et 170 de l'arrêté royal du 30 janvier 2001 ne sont pas d'application aux pricaf.
Art.16. Onverminderd de verplichting waarvan sprake in artikel III. 89, § 1, van het Wetboek van economisch recht om ten minste een keer per jaar een inventaris op te maken, maakt de privak een volledige inventaris, waarin de waarde van het vermogen en van de rechten van deelneming duidelijk wordt bepaald :
  1° minstens eenmaal per semester;
  2° telkens wanneer een verrichting in verband met het kapitaal van de privak wordt aangekondigd, die al dan niet gepaard gaat met de uitgifte van nieuwe rechten van deelneming;
  3° wanneer verrichtingen in verband met het vermogen van de privak worden uitgevoerd of andere daden van beschikking worden gesteld die een substantiële wijziging in het vermogen van de privak met zich brengen.
  Telkens wanneer een inventaris wordt opgesteld, wordt de waarde van de rechten van deelneming onmiddellijk gepubliceerd door opneming in één of meer dagbladen die landelijk worden verspreid, dan wel in elektronische vorm op een voor het publiek toegankelijke website die beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 41 van het koninklijk besluit van 14 november 2007.
Art.16. Sans préjudice de l'obligation prévue par l'article III. 89, § 1er, du Code de droit économique d'établir au moins une fois l'an un inventaire, la pricaf établit un inventaire complet, constatant de manière précise la valeur du patrimoine et des parts :
  1° au moins une fois par semestre;
  2° chaque fois qu'une opération sur le capital de la pricaf, avec ou sans émission de nouvelles parts, est annoncée;
  3° quand des opérations sur le patrimoine de la pricaf ou d'autres actes de disposition sont effectués, qui ont pour conséquence une modification substantielle du patrimoine de la pricaf.
  Chaque fois qu'un inventaire est effectué, la valeur des parts est publiée immédiatement dans un ou plusieurs journaux à diffusion nationale ou sous forme électronique sur un site internet accessible au public répondant aux conditions de l'article 41 de l'arrêté royal du 14 novembre 2007.
HOOFDSTUK VI. - Beleggingsbeleid A. Toegelaten activa
CHAPITRE VI. - Politique de placement A. Actifs autorisés
Art.17. § 1. Onder voorbehoud van paragraaf 4 van dit artikel, belegt de privak uitsluitend in de hieronder vermelde categorieën van activa, overeenkomstig het beginsel van de risicospreiding en conform de bepalingen van dit besluit :
  1° ten belope van minimaal 70 % van haar activa in de paragraaf 3 bedoelde categorieën van activa;
  2° ten belope van maximaal 30 % van haar activa in de categorieën van activa die openstaan voor de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG.
  § 2. Met uitzondering van de in paragraaf 3, 2°, bedoelde financiële instrumenten mag de privak enkel inschrijven op de financiële derivaten als bedoeld in artikel 52, § 1, 8°, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging, als die ertoe strekken de aan de financiering en het beheer van haar activa verbonden risico's te dekken.
  § 3. De privak belegt uitsluitend in een in paragraaf 1, 1°, bedoeld actief als dat onder één van de volgende categorieën valt :
  1° de effecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 31°, a) en b), van de wet van 2 augustus 2002, slechts voor zover die zijn uitgegeven door een vennootschap die aan de in artikel 18 opgesomde voorwaarden voldoet;
  2° de opties en alle andere waarden die recht geven op de verwerving of de vervreemding van de in de bepaling onder 1° bedoelde effecten;
  3° kredieten verstrekt aan een in de bepaling onder 1° bedoelde vennootschap;
  4° ten belope van maximaal 35 % van de activa van de privak, de rechten van deelneming in alternatieve instellingen voor collectieve belegging in de zin van de wet van 19 april 2014, voor zover die instellingen (a) een beleggingsbeleid voeren dat nauw aansluit bij dat van de privak zelf en dat niet fundamenteel afwijkt van de regels waarvan sprake in dit artikel en in artikel 18, en (b) een bewaarder hebben aangesteld.
  § 4. De privak mag tijdelijk niet toegewezen liquide middelen bezitten. De statuten bepalen in welke vorm en binnen welke begrenzingen deze liquide middelen moeten worden gehouden.
  § 5. De privak mag alle roerende en onroerende goederen verwerven die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar bedrijf.
Art.17. § 1er. Sous réserve du paragraphe 4 du présent article, la pricaf investit exclusivement dans les catégories d'actifs visées ci-dessous, selon le principe de la répartition des risques et conformément aux dispositions du présent arrêté :
  1° à raison d'au moins 70 % de ses actifs, dans les catégories d'actifs visés au paragraphe 3;
  2° à raison d'au plus 30 % de ses actifs, dans les catégories d'actifs ouvertes aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE.
  § 2. A l'exception des instruments financiers visés au paragraphe 3, 2°, la pricaf ne peut souscrire des instruments financiers dérivés visés à l'article 52, § 1er, 8° de l'arrêté royal du 12 novembre 2012 relatif à certains organismes de placement collectif publics que dans la mesure où ceux-ci visent à couvrir les risques liés au financement et à la gestion de ses actifs.
  § 3. La pricaf n'investit dans un actif visé au paragraphe 1er, 1°, que si ce dernier tombe dans une des catégories suivantes :
  1° les valeurs mobilières visées à l'article 2, alinéa 1er, 31°, a) et b) de la loi du 2 août 2002, dans la mesure uniquement où elles ont été émises par une société qui répond aux conditions énumérées à l'article 18;
  2° les options et toutes autres valeurs donnant le droit d'acquérir ou aliéner les valeurs mobilières visées au 1° ;
  3° crédits accordés à une société visée au 1° ;
  4° à concurrence de maximum 35 % de l'actif de la pricaf, les parts d'organismes de placement collectif alternatifs au sens de la loi du 19 avril 2014, pour autant que lesdits organismes (a) poursuivent une politique de placement se rapprochant étroitement de celle de la pricaf même et ne s'écartant pas fondamentalement des règles du présent article et de l'article 18, et (b) aient désigné un dépositaire.
  § 4. La pricaf peut, à titre temporaire, détenir des liquidités non affectées. Les statuts déterminent sous quelle forme et dans quelles limites ces liquidités seront détenues.
  § 5. La pricaf peut acquérir les biens meubles et immeubles indispensables à son activité.
Art.18. § 1. De in artikel 17, § 3, 1°, bedoelde vennootschappen voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° zij hebben niet de hoedanigheid van gereglementeerde onderneming, tenzij hun werkzaamheden uitsluitend bestaan uit de financiering van vennootschappen als bedoeld in de bepalingen onder 2° en 3° van deze paragraaf;
  2° het gaat om (a) niet-genoteerde vennootschappen of (b) genoteerde vennootschappen met een beurskapitalisatie van minder dan 1.500.000.000 euro;
  3° zij zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een derde land, op voorwaarde dat dit :
  a) niet op de lijst van de niet-coöperatieve landen en gebieden van de FATF staat;
  b) met België en, in voorkomend geval, de andere lidstaten waar de rechten van deelneming in de privak zullen worden verhandeld, een overeenkomst heeft gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-modelverdrag inzake belasting en die een doeltreffende informatieuitwisseling betreffende fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele belastingovereenkomsten, waarborgt.
  § 2. De beleggingen van de privak in een in § 1, 2°, (b), bedoelde vennootschap, die later het in die bepaling vermelde plafond overschrijdt, mogen, gedurende een periode van drie jaar na die overschrijding, nog in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 17, § 1, 1°.
  § 3. De statuten van de privak verduidelijken welk percentage van haar activa in niet-genoteerde vennootschappen zal worden belegd. Dat percentage mag niet minder bedragen dan 25 % van het nettoactief.
  B. Risicospreiding
Art.18. § 1er. Les sociétés visées à l'article 17, § 3, 1°, répondent aux conditions suivantes :
  1° elles n'ont pas la qualité d'entreprise réglementée, sauf si leur activité consiste exclusivement à financer des sociétés telles que visées aux points 2° et 3° du présent paragraphe;
  2° il s'agit de (a) sociétés non cotées ou de (b) sociétés cotées dont la capitalisation boursière est inférieure à 1.500.000.000 euros;
  3° elles sont établies dans un Etat membre de l'Espace économique européen ou dans un pays tiers, à condition que celui-ci :
  a) ne figure pas sur la liste des pays et territoires non coopératifs du GAFI;
  b) ait signé avec la Belgique, et, le cas échéant, les autres Etats membres dans lesquels il est prévu que les parts de la pricaf soient commercialisées, un accord conforme aux normes énoncées dans l'article 26 du modèle OCDE de convention fiscale concernant le revenu et la fortune et garantissant un échange efficace d'informations en matière fiscale, y compris tout accord multilatéral en matière fiscale.
  § 2. Les investissements de la pricaf dans une société visée au paragraphe 1er, 2°, (b), qui dépasse par la suite le plafond visé par cette disposition, peuvent encore, pendant une période de trois ans suivant le dépassement, être pris en compte pour l'application de l'article 17, § 1er, 1°.
  § 3. Les statuts de la pricaf précisent la proportion des actifs de celle-ci qui seront investis dans des sociétés non cotées. Cette proportion ne peut être inférieure à 25 % de l'actif net.
  B. Répartition des risques
Art.19. § 1. De privak diversifieert haar beleggingen zodanig dat de beleggingsrisico's op passende wijze zijn gespreid.
  De statuten vermelden de door de privak gehanteerde criteria voor de spreiding van de activa.
  § 2. Onverminderd paragraaf 1 mag geen enkele, door de privak of een van haar dochtervennootschappen uitgevoerde verrichting tot gevolg hebben dat :
  1° de risicopositie van de privak op eenzelfde tegenpartij die voortvloeit uit
  a) de belegging door de privak en/of een van haar dochtervennootschappen in door die tegenpartij uitgegeven financiële instrumenten;
  b) de kredietverlening door de privak en/of een van haar dochtervennootschappen aan die tegenpartij, in welke vorm ook; en
  c) de toekenning door de privak en/of een van haar dochtervennootschappen van zekerheden of garanties ten gunste van die tegenpartij, in welke vorm ook,
  meer dan 20 % van haar statutair nettoactief bedraagt;
  2° dit percentage nog meer stijgt als het al meer dan 20 % bedraagt, ongeacht de reden waarom dit percentage in laatstgenoemd geval oorspronkelijk werd overschreden.
  Deze begrenzing is van toepassing op het moment waarop de betrokken verrichting wordt uitgevoerd.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden de niet-opgevraagde bedragen van niet-volgestorte financiële instrumenten meegerekend.
  § 3. Voor de toepassing van dit artikel worden de verbonden personen in de zin van artikel 11 van het Vennootschapswetboek als één en dezelfde tegenpartij beschouwd.
Art.19. § 1er. Les placements de la pricaf sont diversifiés de façon à assurer une répartition adéquate des risques d'investissement.
  Les statuts mentionnent les critères de répartition des actifs appliqués par la pricaf.
  § 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, aucune opération effectuée par la pricaf ou une de ses filiales ne peut avoir pour effet
  1° que l'exposition de la pricaf à une même contrepartie, découlant
  a) du placement par la pricaf et/ou une de ses filiales dans des instruments financiers émis par celle-ci;
  b) de l'octroi de crédits par la pricaf et/ou une de ses filiales à cette contrepartie, quelle qu'en soit la forme; et
  c) de l'octroi par la pricaf et/ou une de ses filiales de sûretés ou de garanties au bénéfice de cette contrepartie, quelle qu'en soit la forme;
  excède 20 % de son actif net statutaire;
  2° d'augmenter encore davantage cette proportion, si elle est déjà supérieure à 20 %, quelle que soit dans ce dernier cas la cause du dépassement initial de ce pourcentage.
  Cette limitation est applicable au moment de l'opération concernée.
  Pour l'application du présent paragraphe, les montants non appelés d'instruments financiers non entièrement libérés et la portion non utilisée d'un crédit sont pris en compte.
  § 3. Pour l'application du présent article, les personnes liées au sens de l'article 11 du Code des sociétés sont considérées comme une seule et même contrepartie.
Art.20. De totale risicopositie op één enkele tegenpartij, die voortvloeit uit OTC-derivatentransacties, mag niet meer bedragen dan 5 % van het nettoactief van de privak.
  De in het eerste lid bedoelde begrenzing van 5 % wordt tot 10 % opgetrokken wanneer de tegenpartij van de privak een in de Europese Economische Ruimte gevestigde kredietinstelling is, of, in het geval van een in een derde land gevestigde kredietinstelling, die aan gelijkwaardige prudentiële regels is onderworpen.
  C. Regularisatie
Art.20. L'exposition globale à une seule contrepartie, découlant de transactions sur dérivés de gré à gré, ne peut dépasser 5 % de l'actif net de la pricaf.
  La limite de 5 % visée à l'alinéa 1er est portée à 10 % dans la mesure où la contrepartie de la pricaf est un établissement de crédit établi dans l'Espace économique européen ou, dans le cas d'un établissement de crédit établi dans un pays tiers, soumis à des règles prudentielles équivalentes.
  C. Régularisation
Art.21. § 1. Ongeacht de bepalingen van artikel 19, mag de privak steeds de voorkeur-, inschrijvings- en conversierechten uitoefenen die verbonden zijn aan de financiële instrumenten die deel uitmaken van haar actief.
  § 2. Bij niet-naleving van de in artikel 19 vermelde begrenzingen ten gevolge van de uitoefening van voorkeur-, inschrijvings- of conversierechten, moet de privak de toestand in het belang van de deelnemers regulariseren binnen de volgende termijnen :
  1° 24 maanden vanaf de datum waarop die begrenzingen werden overschreden, voor zover die overschrijding betrekking heeft op een belegging in financiële instrumenten uitgegeven door een niet-genoteerde vennootschap;
  2° 12 maanden vanaf de datum waarop die begrenzingen werden overschreden, voor zover die overschrijding betrekking heeft op een belegging in financiële instrumenten uitgegeven door een genoteerde vennootschap.
Art.21. § 1er. Nonobstant les dispositions de l'article 19, la pricaf peut toujours exercer les droits de préférence, de souscription et de conversion attachés aux instruments financiers faisant partie de son actif.
  § 2. Si les limites prévues par l'article 19 ne sont plus respectées à la suite de l'exercice de droits de préférence, de souscription ou de conversion, la pricaf doit régulariser la situation dans le respect des intérêts des participants dans les délais suivants :
  1° 24 mois à compter de la date où ces limites ont été excédées, dans la mesure où le dépassement de limite concerne un placement dans des instruments financiers émis par une société non cotée;
  2° 12 mois à compter de la date où ces limites ont été excédées, dans la mesure où le dépassement de limite concerne un placement dans des instruments financiers émis par une société cotée.
Art.22. De in de artikelen 17, § 1 en 18, § 3, bedoelde beleggingsbegrenzingen zijn van toepassing vanaf de in de statuten vermelde datum, rekening houdend met de specifieke kenmerken en bijzonderheden van de activa waarin de privak voornemens is te beleggen, en uiterlijk binnen vijf jaar na de inschrijving op de in artikel 200 van de wet bedoelde lijst.
  Het prospectus vermeldt in welke mate en voor welke beleggingen de privak voornemens is gebruik te maken van die overgangsperiode. Het beschrijft eveneens de door de privak genomen maatregelen om haar beleggingen in overeenstemming te brengen met de beleggingsbegrenzingen waarvan sprake in de artikelen 17, § 1 en 18, § 3, de wijze waarop zij voornemens is om haar beleggingen in overeenstemming te brengen met deze artikelen, alsook het ter zake opgestelde tijdschema.
  Voor het deel van het nettoactief dat overeenstemt met een kapitaalverhoging, ten gevolge van een inbreng in het kapitaal van de privak, begint voor de privak een periode van 12 maanden te lopen vanaf de datum van de notariële akte waarin de kapitaalverhoging wordt vastgesteld, om haar beleggingen in overeenstemming te brengen met de beleggingsbegrenzingen waarvan sprake in de artikelen 17, § 1, en 18, § 3.
Art.22. Les limites de placement des articles 17, § 1er et 18, § 3 sont d'application à compter de la date précisée dans les statuts, tenant compte des particularités et caractéristiques des actifs dans lesquels la pricaf entend investir, et au plus tard dans les cinq ans de l'inscription à la liste visée à l'article 200 de la loi.
  Le prospectus mentionne dans quelle mesure et pour quels placements la pricaf a l'intention de faire usage de cette période transitoire. Il décrit également les mesures que la pricaf entend prendre pour mettre les placements en conformité avec les limites de placement des articles 17, § 1er, et 18, § 3, et la manière dont la pricaf envisage la mise en conformité de ses placements, ainsi que le calendrier établi à cette fin.
  Pour la quotité de l'actif net qui correspond à une augmentation de capital à la suite d'un apport dans le capital de la pricaf, la pricaf dispose d'une période de 12 mois à compter de la date de l'acte notarié de la constatation de l'augmentation de capital pour mettre ses placements en conformité avec les limites de placement des articles 17, § 1er, et 18, § 3.
Art.23. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de wet, moet de raad van bestuur, wanneer de privak niet in staat is haar toestand op de door de artikelen 21, § 2, en 22 voorgeschreven wijze te regulariseren, een herstelplan opstellen, waarin de maatregelen worden verduidelijkt die de raad voornemens is te nemen en waarin een tijdschema wordt vastgelegd.
  Het plan wordt opgenomen in het jaarlijks financieel verslag van de privak en voorgelegd aan de algemene vergadering die plaatsvindt na het verstrijken van de desbetreffende termijn.
  In voorkomend geval, wordt in de latere jaarlijkse financiële verslagen een geactualiseerde versie van dat plan opgenomen.
Art.23. Sans préjudice de l'application des dispositions de la loi, au cas où la pricaf n'est pas en mesure de régulariser sa situation de la manière prescrite aux articles 21, § 2, et 22, le conseil d'administration doit rédiger un plan de redressement, précisant les mesures qu'il entend prendre et établissant un calendrier à cette fin.
  Le plan est intégré dans le rapport financier annuel de la pricaf et est présenté à l'assemblée générale qui suit l'expiration du délai pertinent.
  Le cas échéant, les rapports financiers annuels ultérieurs contiennent une actualisation du plan.
Art.24. Indien de in de artikelen 17, § 1, 18, § 3, 19 en 20 vermelde begrenzingen worden overschreden als gevolg van de evolutie van de reële waarde van de activa, moet het jaarlijks financieel verslag van de privak het standpunt van de raad van bestuur over de volgende punten vermelden :
  1° het al dan niet tijdelijke karakter van hun overschrijding;
  2° de risico's die de privak loopt als gevolg van de overschrijding van de begrenzingen;
  3° het eventuele voornemen van de raad van bestuur om de samenstelling van de portefeuille en het daartoe opgestelde tijdschema te wijzigen. De raad van bestuur verantwoordt zijn standpunt in het licht van de belangen van de deelnemers.
  Zolang hun overschrijding niet is weggewerkt, omvat elk jaarlijks financieel verslag een bevestiging en, in voorkomend geval, een actualisering van het door de raad van bestuur ingenomen standpunt.
Art.24. Au cas où les limites prévues par les articles 17, § 1er, 18, § 3, 19 et 20 sont dépassées suite à l'évolution de la juste valeur des actifs, le rapport financier annuel de la pricaf doit mentionner la position adoptée par le conseil d'administration en ce qui concerne les points suivants :
  1° le caractère temporaire ou non du dépassement;
  2° les risques que le dépassement des limites fait courir à la pricaf;
  3° l'intention éventuelle du conseil d'administration de modifier la composition du portefeuille et le calendrier établi à cette fin. Le conseil d'administration justifie sa position au regard des intérêts des participants.
  Aussi longtemps que le dépassement n'est pas résorbé, chaque rapport financier annuel inclut une confirmation et, le cas échéant, une actualisation de la position adoptée par le conseil d'administration.
Art.25. Met toepassing van artikel 244, § 3, van de wet, zijn de bepalingen van artikel 244, §§ 1 en 2, eerste lid, tweede zin, van de wet niet van toepassing op de privaks, behalve wat de in artikel 17, § 1, 2°, bedoelde activa betreft.
Art.25. En application de l'article 244, § 3, de la loi, les dispositions de l'article 244, paragraphes 1er et 2, alinéa 1er, deuxième phrase, de la loi ne s'appliquent pas aux pricaf, excepté en ce qui concerne les actifs visés à l'article 17, § 1er, 2°.
HOOFDSTUK VII. - Verplichtingen en verbodsbepalingen en bijzondere bepalingen
CHAPITRE VII. - Obligations et interdictions et dispositions particulières
Art.26. De privak mag enkel een zekerheid of garantie toekennen ter garantie van haar eigen verplichtingen of van die van de vennootschappen waarin zij rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming bezit overeenkomstig artikel 17, § 1, 1°.
Art.26. La pricaf ne peut consentir de sûreté ou de garantie qu'en garantie de ses propres obligations, ou de celles des sociétés dans lesquelles elle détient directement ou indirectement une participation conformément à l'article 17, § 1er, 1°.
Art.27. § 1. De statutaire schuldratio van de privaks mag, tenzij als gevolg van de schommeling van de reële waarde van de activa en passiva, niet meer bedragen dan 10 % van hun statutaire activa.
  Als de statutaire schuldratio van de privak meer bedraagt dan 10 % van de statutaire activa als gevolg van de schommeling van de reële waarde van de activa en passiva, mag de privak geen enkele verrichting uitvoeren die de overschrijding nog zou doen toenemen.
  § 2. De schuldenlast van de privak omvat de financiële verplichtingen als bedoeld in de IFRS normen.
  Met "schuldratio" wordt de verhouding tussen de in het eerste lid bedoelde schuldenlast en het totaal van de activa bedoeld.
Art.27. § 1er. Le taux d'endettement statutaire des pricaf ne peut dépasser, autrement que par la variation de la juste valeur des actifs et passifs, 10 % de leurs actifs statutaires.
  Au cas où le taux d'endettement statutaire de la pricaf dépasse 10 % des actifs statutaires en raison d'une variation de la juste valeur des actifs et passifs, la pricaf ne peut effectuer aucune opération qui aurait pour effet d'aggraver le dépassement constaté.
  § 2. On entend par endettement de la pricaf le passif financier au sens des normes IFRS.
  On entend par taux d'endettement le rapport entre l'endettement tel que visé à l'alinéa 1er et le total des actifs.
Art.28. Het totaal van (a) de niet-opgevraagde bedragen bij de verwerving door de privak van niet volgestorte financiële instrumenten en de niet-gebruikte bedragen van een kredietfaciliteit of een lening verstrekt door de privak, (b) de ter garantie van de verplichtingen van derden door de privak toegekende zekerheden en garanties, en (c) de schuldenlast als gedefinieerd in artikel 27 mag niet meer bedragen dan 35 % van het statutair actief van de privak, tenzij als gevolg van de schommeling van de reële waarde van de activa en passiva.
  Artikel 27, § 1, tweede lid, is mutatis mutandis van toepassing.
Art.28. En aucun cas le total (a) des montants non appelés en cas d'acquisition d'instruments financiers non entièrement libérés par la pricaf et des montants non utilisés d'une facilité de crédit ou d'un prêt consenti par la pricaf, (b) des sûretés et garanties accordées par la pricaf en garantie d'obligations de tiers et (c) de l'endettement tel que défini à l'article 27 ne peut représenter, autrement que par la variation de la juste valeur des actifs et passifs, plus de 35 % de l'actif statutaire de la pricaf.
  L'article 27, § 1er, alinéa 2 est applicable mutatis mutandis.
Art.29. § 1. De geconsolideerde schuldratio van de privak mag niet meer bedragen dan 65 %, tenzij als gevolg van de schommeling van de reële waarde van de activa en passiva.
  Indien de privak controledeelnemingen, in overeenstemming met de IFRS-normen, waardeert tegen reële waarde in plaats van ze op te nemen met toepassing van de consolidatiebeginselen, mag de verhouding tussen (a) de totale schuldenlast van de privak en de door haar gecontroleerde entiteiten, en (b) het totaal van de activa van de privak niet meer bedragen dan 65 %, tenzij als gevolg van de schommeling van de reële waarde van de activa en passiva.
  Voor de toepassing van het tweede lid, (a), wordt geen rekening gehouden met de wederzijdse schuldenlast van de privak en haar dochtervennootschappen.
  § 2. Artikel 27, § 1, tweede lid, is mutatis mutandis van toepassing.
  De schuldenlast wordt gedefinieerd op de in artikel 27, § 2, eerste lid, toegelichte wijze.
Art.29. § 1er. Le taux d'endettement consolidé de la pricaf ne peut dépasser, autrement que par la variation de la juste valeur des actifs et passifs, 65 %.
  Au cas où la pricaf évalue des participations de contrôle conformément aux normes IFRS à la juste valeur au lieu de les comptabiliser en application des principes de consolidation, le rapport entre (a) le total de l'endettement de la pricaf et des entités qu'elle contrôle, et (b) le total des actifs de la pricaf ne peut dépasser, autrement que par la variation de la juste valeur des actifs et passifs, 65 %.
  Pour l'application de l'alinéa 2, (a), il n'est pas tenu compte de l'endettement réciproque de la pricaf et de ses filiales.
  § 2. L'article 27, § 1er, alinéa 2 est applicable mutatis mutandis.
  L'endettement est défini de la manière précisée à l'article 27, § 2, alinéa 1er.
Art.30. Indien de in artikel 27, § 1, 28 en 29 vermelde begrenzingen worden overschreden als gevolg van de evolutie van de reële waarde van de activa en passiva, moet het jaarlijks financieel verslag van de privak het standpunt van de raad van bestuur over de volgende punten vermelden :
  1° het al dan niet tijdelijke karakter van de overschrijding;
  2° de risico's die de privak loopt als gevolg van de overschrijding van de begrenzingen;
  3° het eventuele voornemen van de raad van bestuur om een einde te stellen aan de vastgestelde overschrijding, en het daartoe opgestelde tijdschema. De raad van bestuur verantwoordt zijn standpunt in het licht van de belangen van de deelnemers.
  Zolang de overschrijding niet is weggewerkt, omvat elk jaarlijks financieel verslag een bevestiging en, in voorkomend geval, een actualisering van het door de raad van bestuur ingenomen standpunt.
Art.30. Au cas où les limites établies à l'article 27, § 1er, 28 et 29 sont dépassées suite à l'évolution de la juste valeur des actifs et passifs, le rapport financier annuel de la pricaf doit reprendre la position adoptée par le conseil d'administration en ce qui concerne les points suivants :
  1° le caractère temporaire ou non du dépassement;
  2° les risques que le dépassement des limites fait courir à la pricaf;
  3° l'intention éventuelle du conseil d'administration de mettre fin au dépassement constaté et le calendrier établi à cette fin. Le conseil d'administration justifie sa position au regard des intérêts des participants.
  Aussi longtemps que le dépassement n'est pas résorbé, chaque rapport financier annuel inclut une confirmation et, le cas échéant, une actualisation de la position adoptée par le conseil d'administration.
Art.31. De privak mag niet verkopen vanuit een ongedekte positie en dient op ieder ogenblik over voldoende dekking te beschikken om haar verrichtingen af te handelen.
Art.31. La pricaf ne peut effectuer de ventes à découvert et doit disposer à tout moment d'une couverture adéquate pour liquider ses opérations.
Art.32. Het is de privak verboden deel te nemen aan een vereniging voor vaste opneming, tenzij de desbetreffende verbintenissen enkel slaan op de financiële instrumenten die de privak naar aanleiding van de verrichting zelf wenst te verwerven.
Art.32. Est interdite à la pricaf la participation à un syndicat de prise ferme, sauf si les engagements concernés ne portent que sur les instruments financiers que la pricaf entend acquérir à la suite de l'opération.
Art.33. De privak mag geen effectenleningen verstrekken of opnemen, en evenmin cessie-retrocessieovereenkomsten (repurchase agreements) sluiten, of enige verrichting uitvoeren die een soortgelijke economische impact heeft.
Art.33. La pricaf ne peut se livrer au prêt ou à l'emprunt de titres et conclure des conventions de cession-rétrocession (repurchase agreements), ou effectuer toute opération qui a un effet économique équivalent.
Art.34. De privak mag geen aandeelhoudersrechten bezitten in vennootschappen waar de aansprakelijkheid van de vennoten niet beperkt is tot hun inbreng.
Art.34. La pricaf ne peut acquérir de droits d'associés dans des sociétés dans lesquelles la responsabilité des associés n'est pas limitée à leurs apports.
HOOFDSTUK VIII. - Resultaatverwerking
CHAPITRE VIII. - Affectation du résultat
Art.35. § 1. Onverminderd paragraaf 2, dient de privak ten minste 80 % van de winst van het boekjaar, verminderd met de bedragen die overeenstemmen met de nettoterugbetalingen van de schuldenlast van de privak tijdens het boekjaar, uit te keren als vergoeding van het door de deelnemers ingebrachte kapitaal.
  De schuldenlast wordt gedefinieerd op de wijze als bedoeld in artikel 27, § 2, eerste lid.
  De voormelde verplichting geldt evenwel slechts vanaf het eerste afgesloten boekjaar na het verstrijken van de overgangstermijn die in artikel 22, eerste lid is vastgelegd voor de privak om haar beleggingen in overeenstemming te brengen met de beleggingsbegrenzingen waarvan sprake in de artikelen 17 en 18, § 3.
  § 2. De in paragraaf 1 vermelde verplichting doet geen afbreuk aan de toepassing van de artikelen 617 tot 619 van het Wetboek van Vennootschappen.
  Het positieve saldo van de schommelingen van de reële waarde van de activa wordt in een onbeschikbare reserve opgenomen.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1 is een uitkering aan de deelnemers niet mogelijk wanneer :
  1° zij tot gevolg zou hebben dat de statutaire schuldratio van de privak boven 10 % van de statutaire activa zou uitstijgen, dat de in artikel 28 bedoelde ratio boven 35 % zou uitstijgen, of dat de in artikel 29 bedoelde ratio boven 65 % zou uitstijgen;
  2° de statutaire schuldratio van de privak reeds boven 10 % van de statutaire activa zou liggen, de in artikel 28 bedoelde ratio reeds boven 35 % zou liggen, of de in artikel 29 bedoelde ratio reeds boven 65 % zou liggen.
Art.35. § 1er. Sans préjudice du paragraphe 2, la pricaf doit distribuer, à titre de rémunération du capital apporté par les participants, le bénéfice de l'exercice, diminué des montants qui correspondent aux remboursements nets de l'endettement de la pricaf au cours de l'exercice, à concurrence d'au moins 80 %.
  L'endettement est défini de la manière précisée à l'article 27, § 2, alinéa 1er.
  Cette obligation ne s'applique toutefois qu'à partir du premier exercice clôturé après l'expiration de la période transitoire prévue à l'article 22, alinéa 1er en vue de permettre à la pricaf de mettre ses placements en conformité avec les limites de placement des articles 17 et 18, § 3.
  § 2. L'obligation prévue au paragraphe 1er est sans préjudice des articles 617 à 619 du Code des sociétés.
  Le solde positif des variations de juste valeur des actifs est placé dans une réserve indisponible.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, aucune distribution aux participants n'est possible au cas où :
  1° elle aurait pour effet d'augmenter le taux d'endettement statutaire de la pricaf au delà de 10 % des actifs statutaires, le taux visé à l'article 28 au delà de 35 %, ou le taux visé à l'article 29 au delà de 65 %;
  2° le taux d'endettement statutaire de la pricaf se trouverait déjà au delà de 10 % des actifs statutaires, le taux visé à l'article 28 au delà de 35 %, ou le taux visé à l'article 29 au delà de 65 %.
HOOFDSTUK IX. - Overgangs- en opheffingsbepalingen en inwerkingtreding
CHAPITRE IX. - Dispositions transitoires et abrogatoires, et entrée en vigueur
Art.36. De privaks die, op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, op de in artikel 200 van de wet bedoelde lijst zijn ingeschreven, behouden hun inschrijving ondanks de inwerkingtreding van dit besluit.
  Artikel 14 is van toepassing op de in het eerste lid bedoelde privaks vanaf het eerste volledige boekjaar dat op de inwerkingtreding van dit besluit volgt.
  De in het eerste lid bedoelde privaks brengen hun statuten binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit besluit in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit.
Art.36. Les pricaf inscrites à la liste visée à l'article 200 de la loi à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté conservent leur inscription nonobstant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  L'article 14 est d'application aux pricafs visées à l'alinéa 1er à compter du premier exercice comptable complet qui suit l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Les pricaf visées à l'alinéa 1er adaptent leurs statuts aux dispositions du présent arrêté dans les douze mois de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art.37. Het koninklijk besluit van 18 april 1997 wordt opgeheven.
Art.37. L'arrêté royal du 18 avril 1997 est abrogé.
Art.38. De minister bevoegd voor Financiën en de minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.38. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions et le ministre qui a l'Economie dans ses attributions sont chargés, chacun pour ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage A - Gegevens die in de statuten moeten worden opgenomen
  * Naam van de beheervennootschap;
  * Maatschappelijke zetel van de beheervennootschap;
  * Wijze waarop de beheervennootschap wordt aangesteld en ontslagen, alsook de regels voor de bekendmaking van deze handelingen;
  * Wijze waarop de bewaarder wordt aangeduid en ontslagen, alsook de regels voor de bekendmaking van deze handelingen;
  * Vermelding dat de privak heeft geopteerd voor de categorie van beleggingen als bedoeld in artikel 1 van dit besluit;
  * Eventuele bestaan van categorieën van rechten van deelneming die zijn gecreëerd overeenkomstig artikel 184, § 2, 1°, en/of 5°, van de wet;
  * Regels betreffende het voorkeurs- en/of voorrangsrecht van de bestaande deelnemers en regels betreffende de inbreng in natura, conform de bepalingen van artikel 7;
  * Beleggingsbeleid;
  * Criteria voor de spreiding van de activa;
  * Begrenzingen waarbinnen en vormen waarin liquide middelen mogen worden gehouden;
  * Percentage van activa dat in niet-genoteerde vennootschappen zal worden belegd;
  * Vergaderingen van de raad van bestuur;
  * Regels voor de wijziging van de statuten;
  * Wijze van terbeschikkingstelling van het beheerverslag, van het verslag van de commissarissen en van de jaarrekening aan de deelnemers;
  * Vermelding van de vervaldag alsook van de vereffeningswijze, de benoeming van één of meerdere vereffenaars en de wijze van afsluiting van de vereffening van de privak;
  * Begin- en einddatum van het boekjaar;
  * Opsomming en berekeningswijze van de kosten, lasten en provisies ten laste van de deelnemers.
Art. N1. Annexe A - Informations à insérer dans les statuts
  * Dénomination de la société de gestion;
  * Siège social de la société de gestion;
  * Mode de désignation et de révocation de la société de gestion, et indication des mesures de publicité dont ces actes font l'objet;
  * Mode de désignation et de révocation du dépositaire, et indication des mesures de publicité dont ces actes font l'objet;
  * Mention du fait que la pricaf a opté pour la catégorie de placements visée à l'article 1er du présent arrêté;
  * Existence éventuelle de catégories de parts, créées conformément à l'article 184, § 2, 1° et/ou 5°, de la loi;
  * Modalités du droit de préférence et/ou de priorité des participants existants, et règles applicables aux apports en nature, conformément aux dispositions de l'article 7;
  * Politique de placement;
  * Critères de répartition des actifs;
  * Limites et formes dans lesquelles des liquidités peuvent être détenues;
  * Proportion des actifs qui seront investis dans des sociétés non cotées;
  * Réunions du conseil d'administration;
  * Modalités de modification des statuts;
  * Mode de mise à disposition du rapport de gestion, du rapport des commissaires et des comptes annuels aux participants;
  * Mention de l'échéance ainsi que du mode de liquidation, de la désignation d'un ou de plusieurs liquidateurs et du mode de clôture de la liquidation de la pricaf;
  * Dates de début et de fin de l'exercice comptable;
  * Enumération et mode de calcul des frais, charges et commissions à charge des participants.
Art. N2. Bijlage B
  HOOFDSTUK I. - Gegevens die in het jaarlijks financieel verslag en in het halfjaarlijks financieel verslag moeten worden opgenomen
  Afdeling I. - * de inventariswaarde van de rechten van deelneming;
  * informatie over de situatie van de sectoren waarin de privak heeft belegd;
  * vermelding van de statutaire schuldratio van de privak en van de in de artikelen 28 en 29 bedoelde percentages;
  Afdeling II. - * de samenstelling van de portefeuille, uitgesplitst in deelportefeuilles per munt, op grond van geografische en sectorale criteria, en per type financieel instrument;
  Afdeling III. - * voor de beleggingen in niet genoteerde vennootschappen, nadere informatie over de verrichtingen die tijdens het voorbije boekjaar of halfjaar zijn uitgevoerd door de privak en door de personen die zij consolideert, met inbegrip onder meer van een lijst van de beleggingsverrichtingen die werden uitgevoerd tijdens het desbetreffende boekjaar, met vermelding, voor elke belegging, van de aanschaffingswaarde, de waarderingswaarde en de categorie van beleggingen waarin zij werd ondergebracht; voor de beleggingen in genoteerde vennootschappen, vermelding dat de gedetailleerde lijst van de verrichtingen die tijdens het voorbije boekjaar of, in voorkomend geval, halfjaar zijn uitgevoerd, kosteloos kan worden geraadpleegd bij de privak;
  * een inventaris van de wijzigingen in de samenstelling van de portefeuille;
  * beschrijving van het door de privak uitgestippelde beleid voor de dekking van financiële risico's en verantwoording van de verkoop, tijdens de betrokken periode, van afdekkingsinstrumenten vóór de vervaldatum.
  HOOFDSTUK II. - Gegevens die enkel in het jaarlijks financieel verslag moeten worden opgenomen
  Afdeling I. - * de financiële kalender van de privak;
  * de evolutie van de beurskoers ten opzichte van de inventariswaarde van de rechten van deelneming gedurende het desbetreffende boekjaar;
  * de berekening van het bedrag dat mag worden uitgekeerd krachtens artikel 617 van het Wetboek van vennootschappen en artikel 35, § 2;
  * in het in artikel 10, § 1, derde lid, bedoelde geval, de methode voor de waardering van de beleggingen die in niet-genoteerde vennootschappen worden gehouden;
  Afdeling II. - * de relevante resultaatgegevens voor de verschillende deelportefeuilles;
  * informatie over de beleggingsstrategie die de privak heeft gevolgd en voornemens is aan te houden tijdens de volgende boekjaren;
  * elke wijziging in het beleggingsbeleid als bedoeld in artikel 3, 10° ;
  * voor elke nieuwe belegging die de privak tijdens het betrokken boekjaar heeft verricht, en die meer dan 5 % van haar activa vertegenwoordigt, een financieel plan;
  * specifieke informatie en een gedetailleerde toelichting bij de bestaande beleggingen die meer dan 5 % van de activa van de privak vertegenwoordigen, inclusief een beoordeling van de tenuitvoerlegging van voornoemd financieel plan en een toelichting bij de maatregelen die de raad van bestuur voornemens is te nemen als het financieel plan niet wordt nageleefd;
  * een overzicht van de beleggingsverbintenissen die de privak heeft aangegaan;
  * in de gevallen bedoeld in de artikelen 21, § 2 en 22, beschrijving van de wijze waarop de beleggingen die niet stroken met de artikelen 17, § 1, 18, § 3 of 19, tijdens het voorbije jaar werden afgebouwd, van de maatregelen die werden genomen om de beleggingen in overeenstemming te brengen met die bepalingen, en van de wijze waarop de privak voornemens is haar beleggingen in overeenstemming te brengen met de artikelen 17, § 1, 18, § 3 of 19, alsook het tijdschema dat ter zake werd opgesteld;
  * het door de raad van bestuur opgestelde herstelplan voor het geval als bedoeld in artikel 23;
  * het door de raad van bestuur van de privak ingenomen standpunt in de gevallen als bedoeld in de artikelen 24 en 30;
  * details en voorwaarden voor de garanties en zekerheden die betrekking hebben op meer dan 5 % van het statutair nettoactief;
  * de jaarlijkse financiële kosten gekoppeld aan de schuldenlast van de privak;
  Afdeling III. - * informatie over de aandeelhoudersstructuur van de privak en aandeel van het kapitaal dat in het publiek is verspreid;
  * verantwoording van de verrichtingen die zijn uitgevoerd met de in artikel 11, § 1, bedoelde personen, conform artikel 11, §§ 1 en 2;
  * verantwoording van de beleggingen in financiële instrumenten die achtergesteld zijn ten opzichte van financiële instrumenten in het bezit van de personen bedoeld in artikel 11, § 3, conform diezelfde bepaling;
  * in geval van kapitaalverhoging door inbreng in natura met toepassing van artikel 7, § 2, eerste lid, 2°, tweede zin, opgave van de financiële voorwaarden van de verrichting;
  Afdeling IV. - * afzonderlijke vermelding van de vergoedingen die werden toegekend aan
  a) enerzijds, de beheervennootschap en de bestuurders, zaakvoerders, leden van het directiecomité, effectieve leiders en personen belast met het dagelijks bestuur van (i) de beheervennootschap, (ii) de privak en (iii) de bestuurders van de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die heeft geopteerd voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap op aandelen; en
  b) anderzijds, de bewaarder;
  * verantwoording voor alle provisies, rechten en kosten die de privak draagt bij verrichtingen die betrekking hebben op :
  a) financiële instrumenten die werden uitgegeven (i) door de beheervennootschap, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen, of de bewaarder, of door (ii) een vennootschap waarmee de privak, de beheervennootschap, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen, de bewaarder of de bestuurders, zaakvoerders, effectieve leiders of personen belast met het dagelijks bestuur van de privak, de zaakvoerder-rechtspersoon van de privak die de vorm van een commanditaire vennootschap op aandelen heeft aangenomen, of de beheervennootschap, zijn verbonden;
  b) rechten van deelneming in enige andere instelling voor collectieve belegging, die rechtstreeks of onrechtstreeks wordt beheerd door de beheervennootschap of andere onder a) vermelde personen;
  * in het in artikel 10, § 1, derde lid, bedoelde geval, het percentage van de variabele vergoeding van de beheervennnootschap dat voortvloeit uit een positieve schommeling van de reële waarde van de activa;
  Afdeling V. - * toelichting bij de globale richtlijnen van de beleidsvoering in ondernemingen waar de privak of haar vertegenwoordigers een vertegenwoordiging hebben in de bestuursorganen. Deze toelichting geeft uitdrukkelijk aan in welke gevallen de privak of haar vertegenwoordigers de artikelen 523 en 524 van het Wetboek van Vennootschappen hebben toegepast;
  * beleid met betrekking tot de uitoefening van de stemrechten, conform artikel 244, § 5, van de wet.
Art. N2. Annexe B
  CHAPITRE Ier. - Informations à insérer dans le rapport financier annuel et le rapport financier semestriel
  Section Ire. - * la valeur d'inventaire des parts;
  * un commentaire sur la situation des secteurs dans lesquels la pricaf a investi;
  * mention du taux d'endettement statutaire de la pricaf et des pourcentages visés aux articles 28 et 29;
  Section II. - * la composition du portefeuille ventilé en sous-portefeuilles par devises, par répartition géographique et sectorielle et par type d'instrument financier;
  Section III. - * pour les placements dans des sociétés non cotées, des précisions quant aux transactions effectuées par la pricaf et les personnes qu'elle consolide pendant l'exercice ou le semestre écoulé, en ce compris notamment une liste des opérations de placement réalisées au cours de l'exercice considéré, mentionnant pour chaque placement le prix d'acquisition, la valeur d'évaluation et la catégorie de placements dans laquelle il a été porté; pour les placements dans des sociétés cotées, mention du fait que la liste détaillée des transactions effectuées durant l'exercice ou, le cas échéant, durant le semestre, peut être consultée sans frais auprès de la pricaf;
  * un inventaire des changements intervenus dans la composition du portefeuille;
  * description de la politique de couverture de risques financiers élaborée par la pricaf et justification des ventes d'instruments de couverture avant échéance intervenues durant la période considérée.
  CHAPITRE II. - Informations à insérer dans le rapport financier annuel uniquement
  Section Ire. - * calendrier financier de la pricaf;
  * l'évolution du cours de bourse par rapport à la valeur d'inventaire des parts durant l'exercice considéré;
  * calcul du montant dont la distribution est permise en vertu de l'article 617 du Code des sociétés et de l'article 35, § 2;
  * dans le cas prévu à l'article 10, § 1er, alinéa 3, la méthode d'évaluation utilisée pour les investissements détenus dans des sociétés non cotées;
  Section II. - * les éléments significatifs du résultat pour les différents sous-portefeuilles;
  * information quand à la stratégie d'investissement que la pricaf a appliqué pendant l'exercice et entend appliquer pour les exercices suivants;
  * toute modification de la politique de placement visée à l'article 3, 10° ;
  * pour chaque nouvel investissement effectué par la pricaf durant l'exercice considéré et représentant plus de 5 % de l'actif de la pricaf, un plan financier;
  * des informations spécifiques et un commentaire détaillé concernant les placements existants qui représentent plus de 5 % de l'actif de la pricaf, en ce compris une appréciation sur la réalisation du plan financier susmentionné et un exposé des mesures que le conseil d'administration entend prendre au cas où le plan financier n'est pas respecté;
  * un état des engagements d'investir souscrits;
  * dans les cas visés aux articles 21, § 2 et 22, description de la manière dont les placements non conformes aux articles 17, § 1er, 18, § 3 ou 19 ont été réduits au cours de l'année écoulée, des mesures prises pour mettre les placements en conformité avec ces dispositions et de la manière dont la pricaf envisage la mise en conformité de ses placements avec les articles 17, § 1er, 18, § 3 ou 19, ainsi que le calendrier établi à cette fin;
  * le plan de redressement rédigé par le conseil d'administration dans le cas visé à l'article 23;
  * la position adoptée par le conseil d'administration de la pricaf dans les cas visés aux articles 24 et 30;
  * les détails et conditions des garanties et sûretés portant sur plus de 5 % de l'actif net statutaire;
  * charges financières annuelles liées à l'endettement de la pricaf;
  Section III. - * information relative à l'actionnariat de la pricaf et proportion du capital qui est répandue dans le public;
  * justification des opérations effectuées avec les personnes visées à l'article 11, § 1er, conformément à l'article 11, §§ 1er et 2;
  * justification des investissements dans des instruments financiers subordonnés par rapport à des instruments financiers détenus par les personnes visées à l'article 11, § 3, conformément à cette même disposition;
  * en cas d'augmentation de capital par apport en nature avec application de l'article 7, § 2, alinéa 1er, 2°, deuxième phrase, exposé des conditions financières de l'opération;
  Section IV. - * mention distincte des rémunérations attribuées
  a) d'une part, à la société de gestion et aux administrateurs, gérants, membres du comité de direction, dirigeants effectifs et personnes chargées de la gestion journalière (i) de la société de gestion, (ii) de la pricaf et (iii) aux administrateurs du gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions; et
  b) d'autre part, au dépositaire;
  * justification de l'ensemble des commissions, droits et frais mis à charge de la pricaf à la suite d'opérations portant sur :
  a) des instruments financiers émis par (i) la société de gestion, le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions ou le dépositaire, (ii) ou par une société à laquelle la pricaf, la société de gestion, le gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions, le dépositaire ou les administrateurs, gérants, dirigeants effectifs ou personnes chargées de la gestion journalière de la pricaf, du gérant personne morale de la pricaf ayant adopté la forme d'une société en commandite par actions ou de la société de gestion sont liés;
  b) des parts de tout autre organisme de placement collectif, géré directement ou indirectement par la société de gestion ou d'autres personnes mentionnées au a);
  - dans le cas prévu à l'article 10, § 1er, alinéa 3, le pourcentage de la rémunération variable de la société de gestion qui découle d'une variation positive de la juste valeur des actifs;
  Section V. - * commentaire relatif aux grandes orientations de la politique de gestion menée dans les entreprises dans lesquelles la pricaf ou ses représentants disposent d'une représentation dans les organes de gestion. Ce commentaire mentionne explicitement les cas dans lesquels la pricaf ou ses représentants ont fait application des articles 523 et 524 du Code des sociétés;
  * politique en matière d'exercice des droits de vote, conformément à l'article 244, § 5 de la loi.