Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 JUNI 2016. - Koninklijk besluit houdende de functie van huisbewaarder in de gebouwen betrokken door de Federale Overheidsdienst Financiën(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-07-2016 en tekstbijwerking tot 24-09-2019)
Titre
16 JUIN 2016. - Arrêté royal relatif à la fonction de concierge dans les bâtiments occupés par le Service public fédéral Finances(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-07-2016 et mise à jour au 24-09-2019)
Informations sur le document
Numac: 2016003182
Datum: 2016-06-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016003182
Date: 2016-06-16
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit en zijn uitvoeringsbesluiten, dient te worden verstaan onder :
  1° FOD : Federale Overheidsdienst Financiën;
  2° functionele chef : de functionele chef van de huisbewaarder in zijn hoedanigheid van huisbewaarder, die wordt aangesteld door de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde.
  § 2. Het gebruik van de mannelijke vorm in dit besluit is gemeenslachtig.
  
Article 1er. § 1er. Pour l'application du présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
  1° SPF : Service public fédéral Finances;
  2° chef fonctionnel : le chef fonctionnel du concierge, en sa qualité de concierge, qui est désigné par le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou son délégué.
  § 2. L|Aausage du masculin dans le présent arrêté est épicène.
  
HOOFDSTUK 2. - Aanstelling van huisbewaarders
CHAPITRE 2. - Désignation de concierges
Art. 2. Een functie van huisbewaarder wordt opgericht in de gebouwen die worden betrokken door de FOD, wanneer de noodzaak hiertoe wordt vastgesteld door de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1.
  [1 De Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole of zijn gemachtigde stelt de huisbewaarder aan.]1
  
Art. 2. Une fonction de concierge est créée dans les bâtiments occupés par le SPF lorsque le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 en constate la nécessité.
  [1 Le Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion ou son délégué désigne le concierge.]1
  
Art. 3. De oproep tot de kandidaten voor een aanstelling tot huisbewaarder bevat een functiebeschrijving en het gewenste profiel met de vereiste competenties.
  De oproep wordt door de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde gericht aan alle personeelsleden van de FOD die in aanmerking komen om de functie van huisbewaarder uit te oefenen.
  De oproep wordt bekendgemaakt op het intranet van de FOD. De [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde kan beslissen om bijkomende communicatiemiddelen aan te wenden.
  
Art. 3. L'appel aux candidats pour une désignation en tant que concierge contient une description de fonction et le profil souhaité reprenant les compétences requises.
  L'appel est adressé, par le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou par son délégué, à tous les membres du personnel du SPF qui entrent en considération pour l'exercice de la fonction de concierge.
  L'appel est publié sur l'intranet du SPF. Le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou son délégué peut décider de mesures de publicité complémentaires.
  
Art. 4. Kunnen een functie van huisbewaarder postuleren, de statutaire ambtenaren en de personeelsleden met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, behorend tot de FOD, die cumulatief volgende voorwaarden vervullen :
  1° geen functie uitoefenen van het niveau A;
  2° tewerkgesteld zijn in het dienstgebouw waar de functie te begeven is, of in een dienstgebouw van waaruit de taken van huisbewaarder, rekening houdende met de verplaatsingsmogelijkheden, zo nodig binnen korte tijd kunnen worden opgenomen en de dienstverlening kan worden verzekerd tijdens en buiten de openingsuren van het dienstgebouw waar de functie te begeven is;
  3° bereid zijn om ononderbroken de functie van huisbewaarder uit te oefenen, behoudens wanneer wordt toegelaten om zich te laten vervangen;
  4° geen vermelding "onvoldoende" hebben verkregen op het einde van hun laatste evaluatieperiode;
  5° over de vereiste competenties beschikken om de functie van huisbewaarder uit te oefenen;
  6° een gezinssamenstelling hebben die de bewoning van de huisbewaarderswoning toelaat.
Art. 4. Peuvent postuler une fonction de concierge les agents statutaires du SPF et les membres du personnel contractuel engagés à durée indéterminée au SPF qui remplissent cumulativement les conditions suivantes :
  1° ne pas exercer une fonction du niveau A;
  2° être affecté dans le bâtiment où la fonction est à pourvoir ou dans un bâtiment à partir duquel, compte tenu des possibilités de déplacement, effectué si nécessaire dans un court délai, les tâches de concierge peuvent être exercées et à partir duquel la prestation peut être assurée pendant et en dehors des heures d'ouverture du bâtiment où la fonction est à pourvoir;
  3° être prêt à exercer la fonction de concierge de façon ininterrompue, sauf lorsqu'il lui est autorisé de se faire remplacer;
  4° ne pas avoir reçu la mention " insuffisant " à l'issue de la dernière période d'évaluation;
  5° disposer des compétences requises pour exercer la fonction de concierge;
  6° avoir une composition de ménage permettant l'occupation du logement destiné au concierge.
Art. 5. § 1. Alle kandidaten worden uitgenodigd voor een gesprek met een selectiecomité, teneinde de vereiste competenties van de kandidaten te beoordelen, alsook de beschikbaarheid om de functie van huisbewaarder ononderbroken uit te oefenen.
  Na het gesprek worden de kandidaten door het selectiecomité ingedeeld, hetzij in groep A "zeer geschikt", hetzij in groep B "geschikt", hetzij in groep C "niet geschikt". Deze indeling wordt gemotiveerd.
  § 2. Het selectiecomité is samengesteld uit ten minste drie personen die worden aangewezen door de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde.
  Wanneer voor een betrekking van huisbewaarder, in overeenstemming met de taalwetgeving, zowel Nederlandstalige als Franstalige personeelsleden zich kandidaat stellen, bevat het selectiecomité minstens één persoon van elke taalgroep en is minstens één persoon geslaagd voor het taalexamen bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 of werd hiervan vrijgesteld door deAfgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid.
  
Art. 5. § 1er. Tous les candidats sont invités à un entretien avec un comité de sélection afin d'évaluer les compétences des candidats ainsi que leur disponibilité pour exercer la fonction de concierge sans interruption.
  A la suite de cet entretien, les candidats sont classés par le comité de sélection, soit dans le groupe A " très apte ", soit dans le groupe B " apte ", soit dans le groupe C " pas apte ". Ce classement est motivé.
  § 2. Le comité de sélection est composé au moins de trois personnes désignées par le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou par son délégué.
  Lorsque, conformément à la législation linguistique, tant les membres du personnel néerlandophone que francophone se portent candidats pour un emploi de concierge, le comité de sélection contient au moins une personne de chaque groupe linguistique et au moins une personne ayant réussi l'examen linguistique visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de délivrance des certificats de connaissances linguistiques prescrits à l|Aaarticle 53 des lois sur l|Aaemploi des langues en matière administrative coordonnées le 18 juillet 1966 ou en ayant été dispensé par l'Administrateur délégué du Bureau de Sélection de l'Administration fédérale.
  
Art. 6. De functie van huisbewaarder wordt toegekend aan één van de kandidaten in de volgende orde van voorrang :
  1° de kandidaat ingedeeld door het selectiecomité in groep A of, bij gebrek hieraan, de kandidaat ingedeeld in groep B;
  2° indien meerdere kandidaten werden ingedeeld in eenzelfde groep, het personeelslid dat het beste aantoont dat het op permanente wijze de taken van huisbewaarder op zich kan nemen, zoals bepaald bij artikel 4, 2°, 3° en 5° ;
  3° bij gelijke rangschikking overeenkomstig 2° wordt voorrang verleend aan de kandidaat behorend tot het laagste niveau;
  4° bij gelijke rangschikking overeenkomstig 3° , het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit;
  5° bij gelijke dienstanciënniteit, het oudste personeelslid.
  De dienstanciënniteit van de contractuele personeelsleden wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het rijkspersoneel.
Art. 6. La fonction de concierge est octroyée à un des candidats selon l'ordre de priorité suivant :
  1° le candidat classé par le comité de sélection dans le groupe A ou, à défaut, le candidat classé dans le groupe B;
  2° si plusieurs candidats sont classés dans le même groupe, le membre du personnel qui démontre le mieux qu'il peut exercer de façon permanente les tâches de concierge, tel que prévu à l'article 4, 2°, 3° et 5° ;
  3° à égalité de classement conformément au 2°, la préférence est donnée au candidat appartenant au niveau le moins élevé;
  4° à égalité de classement conformément au 3°, le membre du personnel qui a l'ancienneté de service la plus élevée;
  5° à égalité d'ancienneté de service, le membre du personnel le plus âgé.
  L'ancienneté de service des membres du personnel contractuels est fixée conformément aux dispositions applicables aux agents de l'Etat.
Art. 7. De aanstelling als huisbewaarder creëert noch voor de betrokkene, noch voor een persoon waarmee hij samenwoont, indien deze een personeelslid is van de FOD, een recht op verandering van standplaats of wijziging van de functie.
Art. 7. La désignation en qualité de concierge ne crée, ni pour l'intéressé, ni pour la personne avec qui il cohabite si celle-ci est un membre du personnel du SPF, aucun droit à un changement de résidence administrative ou de fonction.
HOOFDSTUK 3. - Contractuele indienstneming van huisbewaarders in hoofdberoep
CHAPITRE 3. - Engagement sous contrat de travail de concierges à titre principal
Art. 8. § 1. Bij gebrek aan kandidaten voor een aanstelling als huisbewaarder of zo geen van de kandidaten kon worden ingedeeld in de groepen A of B als bedoeld in artikel 5, § 1, kan worden overgegaan tot contractuele indienstneming van een huisbewaarder in hoofdberoep.
  In afwijking van artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 25 april 2005 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, zijn de selectiecriteria en de selectieprocedure opgenomen in de artikelen 4, 3°, 5° en 6°, 5 en 6 van toepassing.
  Met de kandidaat die het best gerangschikt is, wordt een arbeidsovereenkomst aangegaan overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
  De bepalingen van onderhavig besluit en zijn uitvoeringsbesluiten zijn in voorkomend geval van toepassing op de contractuele huisbewaarders en hun gezinsleden, voor zover zij niet in strijd zijn met de voormelde wet van 3 juli 1978.
  § 2. De functie van huisbewaarder is een bijkomende opdracht in de zin van artikel 4, § 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken.
Art. 8. § 1er. En l'absence de candidats pour une désignation en tant que concierge ou si aucun candidat ne peut être classé dans les groupes A ou B tels que visés à l'article 5, § 1er, il peut être procédé à l'engagement sous contrat de travail d'un concierge à titre principal.
  Par dérogation à l'article 2, 4°, de l'arrêté royal du 25 avril 2005 fixant les conditions d'engagement par contrat de travail dans certains services publics, les critères de sélection et la procédure de sélection repris dans les articles 4, 3°, 5° et 6°, 5 et 6 sont d'application.
  Un contrat de travail pour exercer la fonction de concierge est conclu avec le candidat le mieux classé, conformément à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
  Les dispositions du présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution sont, le cas échéant, d'application aux concierges contractuels et aux membres de leur ménage pour autant qu'elles ne soient pas en contradiction avec la loi du 3 juillet 1978 précitée.
  § 2. La fonction de concierge est une tâche auxiliaire au sens de l'article 4, § 1er, 3°, de la loi du 22 juillet 1993 portant certaines mesures en matière de fonction publique.
HOOFDSTUK 4. - Voordelen, rechten en plichten van de huisbewaarders en hun tijdelijke vervanging
CHAPITRE 4. - Avantages, droits et devoirs des concierges et leur remplacement temporaire
Art. 9. § 1. Als tegenprestatie voor de uitgeoefende functie heeft de aangestelde huisbewaarder alleen voordelen in natura, zijnde kosteloze huisvesting, verwarming, watervoorziening en verlichting in een woning, die aan de hedendaagse comfortnormen voldoet.
  De administratie draagt de kosten van het totale verbruik van water, huisbrandolie, gas, elektriciteit en vaste telefoon voor binnenlands telefoonverkeer, in de mate dat deze kosten binnen de normale perken blijven, rekening houdend met de samenstelling van het gezin.
  Zo wordt overgegaan tot indienstneming van een huisbewaarder bij arbeidsovereenkomst in hoofdberoep wordt hem bij zijn indienstneming de weddeschaal DC 1 toegekend. De geldelijke loopbaan van de in dienst genomen huisbewaarder ontwikkelt zich overeenkomstig het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.
  De voordelen in natura worden in voorkomend geval op zijn wedde aangerekend.
  § 2. De verhuiskosten van het eigen meubilair komen altijd ten laste van de huisbewaarder, behalve wanneer de diensten het gebouw verlaten en zich vestigen in een ander dienstgebouw waar de huisbewaarder verder wordt aangesteld.
Art. 9. § 1er. En contrepartie de la fonction exercée, le concierge désigné bénéficie uniquement d'avantages en nature, à savoir la gratuité du logement, du chauffage, de l'eau et de l'éclairage, dans un logement qui répond aux normes de confort actuelles.
  L'administration supporte les frais relatifs à la consommation totale d'eau, de mazout de chauffage, de gaz, d'électricité ainsi que les frais de téléphone pour le réseau national, dans la mesure où ces frais restent dans des limites normales compte tenu de la composition du ménage.
  S'il est procédé à l'engagement par contrat de travail d'un concierge à titre principal, l'échelle de traitement DC1 lui est attribuée lors de son entrée en service. La carrière pécuniaire du concierge engagé se développe conformément à l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale.
  Les avantages en nature sont, le cas échéant, imputés sur son traitement.
  § 2. Les frais de déménagement de son mobilier personnel sont toujours à charge du concierge, à l'exception du cas où les services quittent le bâtiment et emménagent dans un autre bâtiment pour lequel le concierge continue à être désigné.
Art. 10. § 1. Een toelage wordt toegekend aan het personeelslid van de FOD dat, met instemming van de functionele chef, de huisbewaarder vervangt tijdens een afwezigheidsperiode.
  De toelage wordt per dag toegekend. Elke dag wordt gelijkgesteld met een prestatie van 7 uur 36 minuten en verloond op basis van het minimumuurloon vastgesteld in weddeschaal DC 1.
  § 2. Indien de huisbewaarder, met instemming van de functionele chef, wordt vervangen door een persoon die niet behoort tot de FOD wordt hiermee een vervangingsovereenkomst afgesloten. De plaatsvervangend huisbewaarder wordt bezoldigd in de weddeschaal DC1, zonder dat er een deel van de wedde in natura wordt uitbetaald.
  In afwijking van artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 25 april 2005 tot vaststelling van de voorwaarden voor de indienstneming bij arbeidsovereenkomst in sommige overheidsdiensten, dient de plaatsvervangend huisbewaarder niet geslaagd te zijn voor een door het Selectiebureau van de Federale Overheid georganiseerd vergelijkend wervingsexamen, een vergelijkende selectie of een selectietest.
  § 3. De artikelen 5 en 6 zijn niet van toepassing op een indienstneming van een plaatsvervangend huisbewaarder als bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
Art. 10. § 1er. Une allocation est accordée au membre du personnel du SPF qui, avec l'accord du chef fonctionnel, remplace le concierge durant une période d'absence.
  L'allocation est octroyée par jour de prestation. Chaque jour est assimilé à une prestation de 7 heures 36 minutes et rémunéré sur base du salaire horaire minimum fixé dans l'échelle de traitement DC 1.
  § 2. Si, avec l'accord du chef fonctionnel, le concierge est remplacé par une personne qui ne relève pas du SPF, un contrat de remplacement est conclu. Le concierge remplaçant est rémunéré dans l'échelle de traitement DC1 sans qu'une partie de son traitement soit payée en avantage en nature.
  Par dérogation à l'article 2, 4°, de l'arrêté royal du 25 avril 2005 fixant les conditions d'engagement par contrat de travail dans certains services publics, le concierge remplaçant ne doit pas être lauréat d'un concours de recrutement, d'une sélection comparative ou d'un test de sélection organisés par le Bureau de sélection de l'Administration fédérale.
  § 3. Les articles 5 et 6 ne sont pas d'application pour l'engagement d'un concierge remplaçant visé aux paragraphes 1er et 2.
Art. 11. De Minister van Financiën bepaalt de rechten en de plichten van de personeelsleden en hun gezinsleden met betrekking tot de uitoefening van de functie van huisbewaarder en het recht op bewonen van het gebouw waarin deze functie wordt uitgeoefend.
Art. 11. Le Ministre des Finances détermine les droits et devoirs des membres du personnel et des membres de leur ménage inhérents à l'exercice de la fonction de concierge et au droit d'habiter dans le bâtiment dans lequel la fonction est exercée.
HOOFDSTUK 5. - Beëindiging van de aanstelling in de functie van huisbewaarder
CHAPITRE 5. - Fin de la désignation pour la fonction de concierge
Art. 12. § 1. De aanstelling van de huisbewaarder bedoeld in hoofdstuk 2 eindigt :
  1° bij zijn pensionering;
  2° als hij ontslag neemt uit zijn hoofdambt of hoofdberoep bij de FOD;
  3° als hij ontslagen wordt uit zijn hoofdambt of hoofdberoep bij de FOD;
  4° indien de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde de functie van huisbewaarder in het gebouw afschaft of indien de FOD het gebouw verlaat en een verdere aanstelling in een nieuw dienstgebouw onnodig is;
  5° in geval van een zware fout of lichte fouten die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomen en die het noodzakelijk maken dat er een einde wordt gesteld aan de uitoefening van de functie als huisbewaarder;
  6° in geval van overlijden of van ernstige ziekte die hem definitief niet meer toelaat zijn taken als huisbewaarder uit te oefenen;
  7° als de huisbewaarder wordt belast met een functie van niveau A of niet langer op permanente basis de taken van huisbewaarder op zich kan nemen, zoals bepaald in artikel 4, 2° en 3° ;
  8° als hij niet deelneemt aan door de Minister van Financiën bepaalde opleidingen voor de huisbewaarders of na twee deelnames aan eenzelfde opleiding die niet met vrucht werd afgesloten.
  In de gevallen bedoeld onder 1°, 2° en 7°, is de huisbewaarder ertoe gehouden om de functionele chef zo vroeg mogelijk op de hoogte te brengen van zijn pensionering, ontslag, aanstelling als leidinggevende of van het feit dat hij de taken van huisbewaarder, zoals bepaald in artikel 4, 2° en 3°, niet langer op zich kan nemen.
  De huisbewaarder en samenwonenden, of bij overlijden de gezinsleden, krijgen zes maanden de tijd om de woning te verlaten.
  De termijn gaat in de eerste werkdag van de week na deze van de betekening van het schrijven waarin de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde de reden van beëindiging van het dienstverband mededeelt.
  De tekortkoming als bedoeld onder 5° wordt vastgesteld door de functionele chef. De functionele chef nodigt de huisbewaarder schriftelijk uit om gehoord te worden met vermelding van de feiten, die hem ten laste worden gelegd. De huisbewaarder mag zich laten bijstaan door een persoon naar zijn keuze.
  [1 Na de huisbewaarder te hebben gehoord, stuurt de functionele chef onverwijld zijn verslag, met de eventuele schriftelijke opmerkingen van de huisbewaarder, door aan de Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole of zijn gemachtigde. De beslissing tot ontslag wordt genomen door de Directeur van de stafdienst Begroting en Beheeerscontrole of zijn gemachtigde.]1
  § 2. Tijdens het onderzoek van een tekortkoming bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 5°, en het vijfde lid, kan de huisbewaarder in zijn functie worden geschorst door de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde, mits de huisbewaarder voorafgaandelijk te hebben gehoord over de feiten die hem ten laste worden gelegd.
  Tijdens de duur van de schorsing behoudt hij de voordelen bedoeld in artikel 9.
  
Art. 12. § 1er. La désignation en qualité de concierge visée au chapitre 2 prend fin :
  1° par sa mise à la retraite;
  2° s'il démissionne de sa fonction principale ou de son occupation principale au SPF;
  3° s'il est démissionné de sa fonction principale ou de son occupation principale au SPF;
  4° si le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou son délégué supprime la fonction de concierge dans le bâtiment ou si le SPF quitte le bâtiment et qu'il n'est pas nécessaire de poursuivre la désignation dans un nouveau bâtiment;
  5° en cas de faute grave ou de fautes légères qui se produisent plutôt habituellement que fortuitement et qui nécessitent de mettre fin à la fonction de concierge;
  6° en cas de décès ou de maladie grave ne lui permettant plus, de manière définitive, d'exercer ses tâches de concierge;
  7° si le concierge est chargé d'une fonction de niveau A ou qu'il ne peut plus exercer ses tâches de manière permanente, tel que prévu à l'article 4, 2° et 3° ;
  8° s'il ne participe pas aux formations relatives à sa fonction de concierge fixées par le Ministre des Finances ou après deux participations à une même formation qui ne s'est pas clôturée avec succès.
  Dans les cas visés sous 1°, 2° et 7°, le concierge est tenu d'avertir le plus tôt possible son chef fonctionnel de sa mise à la retraite, de sa démission, de sa désignation en tant que dirigeant ou du fait qu'il ne peut plus exercer les tâches de concierge, tel que spécifié à l'article 4, 2° et 3°.
  Le concierge et les personnes avec qui il cohabite ou, en cas de décès, les membres du ménage, ont six mois pour quitter le logement.
  Le délai débute le premier jour ouvrable de la semaine suivant celle de la notification de la lettre dans laquelle le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou son délégué communique les raisons de la fin de la relation de travail.
  Le manquement visé sous 5° est constaté par le chef fonctionnel. Le chef fonctionnel convoque le concierge, par écrit, pour être entendu en mentionnant les faits qui lui sont reprochés. Le concierge peut se faire assister par une personne de son choix.
  [1 Après avoir entendu le concierge, le chef fonctionnel envoie immédiatement son rapport avec les éventuelles remarques écrites du concierge au Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion ou son délégué. La décision de mettre fin à la désignation est prise par le Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion ou son délégué.]1
  § 2. Pendant l'examen d'un manquement visé au paragraphe 1er, alinéas 1er, 5°, et 5, le concierge peut être suspendu de ses fonctions par le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou son délégué, moyennant l'audition préalable du concierge sur les faits qui sont mis à sa charge.
  Pendant la durée de sa suspension, il maintient les avantages visés à l'article 9.
  
Art. 13. De in artikel 12, § 1, bedoelde termijn voor het verlaten van de woning kan door de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde om sociale redenen worden verlengd.
  
Art. 13. Le délai prévu à l'article 12, § 1er, pour quitter le logement peut être prolongé pour des raisons sociales par le [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou par son délégué.
  
Art. 14. Aan de aanstelling van de huisbewaarder kan, benevens de gevallen opgesomd in artikel 12, § 1, tevens een einde worden gesteld met een opzeggingstermijn van zes maanden, die ingaat op de in artikel 12, § 1, vierde lid, bepaalde datum.
Art. 14. Hormis les cas mentionnés à l'article 12, § 1er, il peut également être mis fin à la désignation en qualité de concierge, moyennant un délai de préavis de six mois qui débute à la date fixée à l'article 12, § 1er, alinéa 4.
Art. 15. Het personeelslid dat zijn functie als huisbewaarder wenst te beëindigen, moet de [1 Directeur van de stafdienst Begroting en Beheerscontrole]1 of zijn gemachtigde hiervan ten minste zes maanden voorafgaand aan de ontslagdatum bij aangetekend schrijven in kennis stellen, behalve in geval van overmacht.
  
Art. 15. Le membre du personnel qui souhaite mettre fin à sa fonction de concierge doit le communiquer par envoi recommandé au [1 Directeur du service d'encadrement Budget et Contrôle de la Gestion]1 ou à son délégué au moins six mois avant la date d'effet de la démission, sauf en cas de force majeure.
  
HOOFDSTUK 6. - Evaluatie
CHAPITRE 6. - Evaluation
Art. 16. Het contractuele personeelslid dat de functie van huisbewaarder uitoefent in hoofdberoep wordt in deze functie geëvalueerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt.
Art. 16. Le membre du personnel contractuel qui exerce à titre principal la fonction de concierge est évalué dans cette fonction conformément à l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale.
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtredings- en slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur et dispositions finales
Art. 17. Dit besluit is van toepassing op de reeds in dienst zijnde huisbewaarders.
Art. 17. Le présent arrêté est d'application aux concierges déjà entrés en service.
Art. 18. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après sa publication au Moniteur belge.
Art. 19. De minister bevoegd voor de Financiën en de minister belast met de Ambtenarenzaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions et le ministre chargé de la Fonction publique sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.