Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
10 DECEMBER 2015. - Besluit van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de brandstofverdeelinstallaties voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstof, wanneer het gaat om gecomprimeerd aardgas, en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten alsook het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen tot uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-12-2015 en tekstbijwerking tot 20-02-2019)
Titre
10 DECEMBRE 2015. - Arrêté du Gouvernement wallon déterminant les conditions sectorielles relatives aux installations de distribution de carburants destinées à l'alimentation en carburant alternatif gazeux de réservoir de véhicules à moteur, lorsqu'il s'agit de gaz naturel comprimé et modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées ainsi que l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-12-2015 et mise à jour au 20-02-2019)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld en begripsomschr...
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Buffertank
Afdeling 3. - Drukinstallatie
HOOFDSTUK III. - Uitbating
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
HOOFDSTUK V. - Bijhouden van de registers en in...
HOOFDSTUK V/1. [1 - Bepaling inzake de bevoorra...
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepaling
BIJLAGE.
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
CHAPITRE II. - Implantation et construction
Section 1. - Dispositions générales
Section 2. - Réservoir Tampon
Section 3. - Installation de compression
CHAPITRE III. - Exploitation
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et ince...
CHAPITRE V. - Tenue des registres et informations
CHAPITRE V/1. [1 - Disposition relative à l'ali...
CHAPITRE VI. - Dispositions modificatives
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires et fi...
ANNEXE.
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld en begripsomschrijving
CHAPITRE Ier. - Champ d'application et définitions
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de brandstofverdeelinstallaties bestemd voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstof, bedoeld in [1 rubriek 50.50.04.01.01]1 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wanneer het gaat om gecomprimeerd aardgas.
Article 1er. Le présent arrêté s'applique aux installations de distribution de carburants destinées à l'alimentation en carburant alternatif gazeux des réservoirs des véhicules à moteur visées par la [1 rubrique 50.50.04.01.01]1 de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, lorsqu'il s'agit de gaz naturel comprimé.
Modifications
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° bevoorradingsinstallatie : brandstofverdeelinstallatie of het gedeelte ervan bestemd voor bevoorrading met gecomprimeerd aardgas voor motorvoertuigen;
2° eiland : constructie waarmee de verdeelzuilen verhoogd kunnen worden ten opzichte van de ruimte voor de bevoorrading van de voertuigen;
3° bevoorradingsruimte : plaats waar het voertuig tijdens de bevoorrading parkeert;
4° verdeelpunt : uitrusting voor de bevoorrading van het motorvoertuig met brandstof;
5° verdeelzuil : installatie die bestaat uit de teller, de pomp en één of meer verdeelpunten;
6° buffertank : installatie voor de opslag van aardgas onder hoge druk;
7° compressie-installatie : installatie waar aardgas gecomprimeerd wordt;
8° snelle vulling : techniek aan de hand waarvan de tank van het voertuig snel gevuld wordt door gas vanaf de buffertank over te brengen;
9° trage vulling : techniek aan de hand waarvan de tank van het voertuig laagzaam gevuld wordt via een compressor.
1° bevoorradingsinstallatie : brandstofverdeelinstallatie of het gedeelte ervan bestemd voor bevoorrading met gecomprimeerd aardgas voor motorvoertuigen;
2° eiland : constructie waarmee de verdeelzuilen verhoogd kunnen worden ten opzichte van de ruimte voor de bevoorrading van de voertuigen;
3° bevoorradingsruimte : plaats waar het voertuig tijdens de bevoorrading parkeert;
4° verdeelpunt : uitrusting voor de bevoorrading van het motorvoertuig met brandstof;
5° verdeelzuil : installatie die bestaat uit de teller, de pomp en één of meer verdeelpunten;
6° buffertank : installatie voor de opslag van aardgas onder hoge druk;
7° compressie-installatie : installatie waar aardgas gecomprimeerd wordt;
8° snelle vulling : techniek aan de hand waarvan de tank van het voertuig snel gevuld wordt door gas vanaf de buffertank over te brengen;
9° trage vulling : techniek aan de hand waarvan de tank van het voertuig laagzaam gevuld wordt via een compressor.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° l'installation de ravitaillement : l'installation de distribution de carburants ou la partie de l'installation de distribution de carburants destinée à l'approvisionnement en gaz naturel comprimé pour véhicule à moteur;
2° l'îlot : l'ouvrage permettant de surélever les colonnes de ravitaillement par rapport au niveau de l'aire de ravitaillement des véhicules;
3° l'aire de ravitaillement : l'endroit où stationne le véhicule pendant son ravitaillement;
4° le point de distribution : l'équipement destinée au ravitaillement en carburant de véhicule à moteur;
5° la colonne de ravitaillement : l'installation comprenant le compteur, la pompe et un ou plusieurs points de distribution;
6° le réservoir tampon : l'installation destinée au stockage de gaz naturel sous haute pression;
7° l'installation de compression : l'installation où du gaz naturel est comprimé;
8° le remplissage rapide : la technique de remplissage rapide du réservoir du véhicule par transfert du gaz à partir du réservoir tampon;
9° le remplissage lent : la technique de remplissage lent du réservoir du véhicule via un compresseur.
1° l'installation de ravitaillement : l'installation de distribution de carburants ou la partie de l'installation de distribution de carburants destinée à l'approvisionnement en gaz naturel comprimé pour véhicule à moteur;
2° l'îlot : l'ouvrage permettant de surélever les colonnes de ravitaillement par rapport au niveau de l'aire de ravitaillement des véhicules;
3° l'aire de ravitaillement : l'endroit où stationne le véhicule pendant son ravitaillement;
4° le point de distribution : l'équipement destinée au ravitaillement en carburant de véhicule à moteur;
5° la colonne de ravitaillement : l'installation comprenant le compteur, la pompe et un ou plusieurs points de distribution;
6° le réservoir tampon : l'installation destinée au stockage de gaz naturel sous haute pression;
7° l'installation de compression : l'installation où du gaz naturel est comprimé;
8° le remplissage rapide : la technique de remplissage rapide du réservoir du véhicule par transfert du gaz à partir du réservoir tampon;
9° le remplissage lent : la technique de remplissage lent du réservoir du véhicule via un compresseur.
HOOFDSTUK II. - Vestiging en bouw
CHAPITRE II. - Implantation et construction
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art. 3. De bevoorradingsinstallatie laat een trage vulling, een snelle vulling of een combinatie van beide toe.
Art. 3. L'installation de ravitaillement permet un remplissage lent, rapide ou une combinaison des deux.
Art. 4. Het tankstation is ontworpen en uitgevoerd overeenkomstig de norm NBN D 60-001 betreffende de installaties voor de aflevering van gecomprimeerd aardgas voor motorvoertuigen.
Art. 4. La station-service est conçue et réalisée conformément à la norme NBN D 60-001 relative aux installations de ravitaillement en gaz naturel comprimé pour véhicules à moteur.
Art. 5. Het verdeelpunt bevindt zich in de openlucht. De overige delen van de installatie voor de aflevering van gecomprimeerd aardgas kunnen ingericht worden in een gesloten of openluchtruimte, ondergronds of aan de oppervlakte.
Art. 5. Le point de distribution se trouve en plein air. Les autres parties de l'installation de ravitaillement en gaz naturel comprimé peuvent être aménagées dans un espace fermé ou en plein air, en sous-sol ou en surface.
Art. 6. De bevoorradingsinstallatie kan in vrije dienst zijn.
Ze is gevestigd buiten elk gebouw bewoond of gebruikt door derden.
Ze is gevestigd buiten elk gebouw bewoond of gebruikt door derden.
Art. 6. L'installation de ravitaillement peut être en libre service.
Elle est implantée à l'extérieur de tout immeuble habité ou occupé par des tiers.
Elle est implantée à l'extérieur de tout immeuble habité ou occupé par des tiers.
Art. 7. Het stilstaan van voertuigen voor de verdeelzuil hindert het verkeer op de openbare weg noch de doorgang van voetgangers op de stoep.
De bevoorrading vindt slechts in het tankstation plaats.
De bevoorrading vindt slechts in het tankstation plaats.
Art. 7. L'arrêt des véhicules devant les colonnes de ravitaillement n'empêche pas la circulation sur la voie publique ou le passage des piétons sur le trottoir.
Le ravitaillement a uniquement lieu dans la station-service.
Le ravitaillement a uniquement lieu dans la station-service.
Art. 8. De bevoorradingsruimte en de parkeerruimte voor de wachtende voertuigen zijn aangelegd zodat de voertuigen de plaats voorwaarts kunnen ontruimen.
Art. 8. L'aire de ravitaillement des véhicules et l'aire de stationnement des véhicules en attente de ravitaillement sont installées de façon telle que les véhicules puissent évacuer les lieux en marche avant.
Art. 9. Behalve als het om een hangtype gaat, wordt het verdeelpunt tegen stoten van voertuigen beschermd door het aanbrengen van een eiland van vijftien centimeter hoog of een verkeerspaal, een wielblok of elk ander systeem dat een gelijkwaardige bescherming biedt.
Art. 9. Sauf lorsqu'il est de type suspendu, le point de distribution est protégé contre les heurts de véhicules par la mise en place d'un îlot de quinze centimètres de hauteur ou d'une borne ou d'un butoir de roues ou de tout autre système présentant une protection équivalente.
Afdeling 2. - Buffertank
Section 2. - Réservoir Tampon
Art. 10. Als de techniek van de snelle vulling aangewend wordt, wordt het aardgas opgeslagen in een buffertank zodra het de drukinstallatie verlaat.
De buffertank kan bestaan uit verschillende onder druk staande houders die met elkaar verbonden zijn.
De buffertank kan bestaan uit verschillende onder druk staande houders die met elkaar verbonden zijn.
Art. 10. Lorsque la technique du remplissage rapide est utilisée, le gaz naturel est stocké dans un réservoir tampon dès sa sortie de l'installation de compression.
Le réservoir tampon peut être constitué de plusieurs récipients sous pression reliés entre eux.
Le réservoir tampon peut être constitué de plusieurs récipients sous pression reliés entre eux.
Afdeling 3. - Drukinstallatie
Section 3. - Installation de compression
Art. 11. De drukinstallatie bestaat uit één of meer compressoren, alle leidingen en toebehoren inbegrepen.
De zuig- en persleidingen van een zuigercompressor zijn uitgerust met een anti-retourklep die zich vlak achter de antitrillingsvoorziening van de persleiding bevindt.
De zuig- en persleidingen van een zuigercompressor zijn uitgerust met een anti-retourklep die zich vlak achter de antitrillingsvoorziening van de persleiding bevindt.
Art. 11. L'installation de compression est composée d'un ou plusieurs compresseurs, en ce compris toutes les conduites et tous les accessoires.
Les conduites d'aspiration et de refoulement d'un compresseur à pistons sont équipées d'un clapet anti-retour placé immédiatement après le dispositif antivibratoire de la conduite de refoulement.
Les conduites d'aspiration et de refoulement d'un compresseur à pistons sont équipées d'un clapet anti-retour placé immédiatement après le dispositif antivibratoire de la conduite de refoulement.
HOOFDSTUK III. - Uitbating
CHAPITRE III. - Exploitation
Art. 12. De exploitant vergewist zich ervan dat de handelingen m.b.t. de bevoorrading van de voertuigen verricht worden overeenkomstig de norm NBN D 12 betreffende de installaties voor de aflevering van gecomprimeerd aardgas voor motorvoertuigen.
Art. 12. L'exploitant s'assure que les opérations de ravitaillement des véhicules se font dans le respect de la norme NBN D 60-001 relative aux installations de ravitaillement en gaz naturel comprimé pour véhicules à moteur.
Art. 13. De exploitant plakt duidelijke, zichtbare en leesbare gebruiksrichtlijnen in de taal (talen) van het betrokken gewest aan op de verdeelzuil en nabij de voor het publiek toegankelijke algemene noodschakelaar van het type " vuistslag ".
Art. 13. L'exploitant affiche des instructions d'utilisation claires de manière visible et lisible dans la ou les langues de la région concernée, sur la colonne de ravitaillement et à proximité de l'interrupteur général d'urgence de type " coup de poing " accessible au public.
HOOFDSTUK IV. - Ongevallen- en brandpreventie
CHAPITRE IV. - Prévention des accidents et incendies
Art. 14. De maatregelen tot voorkoming van ongevallen en brand voldoen aan de norm NBN D 60-001 betreffende de installaties voor de aflevering van gecomprimeerd aardgas voor motorvoertuigen.
Art. 14. Les mesures visant à prévenir les accidents et incendies sont conformes à la norme NBN D 60-001 relative aux installations de ravitaillement en gaz naturel comprimé pour véhicules à moteur.
Art. 15. De exploitant stelt het gebruikshandboek en het logboek ter beschikking van zijn personeel, overeenkomstig de norm NBN D 60-001 betreffende de installaties voor de aflevering van gecomprimeerd aardgas voor motorvoertuigen.
De exploitant vergewist zich ervan dat het gebruikshandboek en het logboek waarvan sprake in het eerste lid minstens na elke wijziging aan de installaties bijgewerkt worden.
De exploitant vergewist zich ervan dat het gebruikshandboek en het logboek waarvan sprake in het eerste lid minstens na elke wijziging aan de installaties bijgewerkt worden.
Art. 15. L'exploitant tient à la disposition de son personnel le manuel d'utilisation et le journal de bord, conformément à la norme NBN D 60-001 relative aux installations de ravitaillement en gaz naturel comprimé pour véhicules à moteur.
L'exploitant s'assure que le manuel d'utilisation et le journal de bord visés à l'alinéa 1er sont mis à jour au moins à chaque modification des installations.
L'exploitant s'assure que le manuel d'utilisation et le journal de bord visés à l'alinéa 1er sont mis à jour au moins à chaque modification des installations.
Art. 16. De dichtheid van de verschillende delen van het tankstation waarlangs gas en beschermingsuitrustingen tegen overdruk en onderdruk transiteren, wordt overeenkomstig de norm NBN D 60-001 betreffende de installaties voor de aflevering van gecomprimeerd aardgas voor motorvoertuigen gecontroleerd na elk heropstarten ingevolge een ingreep die de dichtneid ervan zou kunnen aantasten.
Art. 16. L'étanchéité des différentes parties de la station-service par lesquelles transite du gaz et des équipements de protection contre les surpressions et les sous-pressions est vérifiée conformément à la norme NBN D 60-001 relative aux installations de ravitaillement en gaz naturel comprimé pour véhicules à moteur, à chaque redémarrage consécutif à une intervention susceptible de porter atteinte à leur étanchéité.
Art. 17. Bij het opstarten, heropstarten, stilleggen of ledigen van het geheel of van een gedeelte van de installatie neemt de exploitant de nodige maatregelen om gevaar voor vorming van explosieve atmosferen te beperken.
Gedurende die fasen is elke handeling of interventie verboden die het ontploffingsrisico kan verhogen.
Gedurende die fasen is elke handeling of interventie verboden die het ontploffingsrisico kan verhogen.
Art. 17. Lors du démarrage, redémarrage, de l'arrêt ou de la vidange de tout ou partie de l'installation, l'exploitant prend les dispositions nécessaires pour limiter les risques de formation d'atmosphères explosives.
Pendant les phases visées à l'alinéa 1er, toute opération ou intervention de nature à accentuer le risque d'explosion est interdite.
Pendant les phases visées à l'alinéa 1er, toute opération ou intervention de nature à accentuer le risque d'explosion est interdite.
HOOFDSTUK V. - Bijhouden van de registers en informatie
CHAPITRE V. - Tenue des registres et informations
Art. 18. De exploitant of zijn aangestelden leggen de volgende stukken ter inzage van de territoriaal bevoegde brandweerdienst en van de toezichthoudend ambtenaar :
1° een afschrift van de kennisgevingen bedoeld in artikel 58, § 2, 2°, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
2° het gebruikshandboek, het logboek en de bijwerkingen ervan bedoeld in artikel 16.
De exploitant of zijn aangestelden leggen de door de territoriaal bevoegde brandweerdienst opgemaakte rapporten ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
1° een afschrift van de kennisgevingen bedoeld in artikel 58, § 2, 2°, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
2° het gebruikshandboek, het logboek en de bijwerkingen ervan bedoeld in artikel 16.
De exploitant of zijn aangestelden leggen de door de territoriaal bevoegde brandweerdienst opgemaakte rapporten ter inzage van de toezichthoudend ambtenaar.
Art. 18. L'exploitant ou ses préposés tiennent à la disposition du service d'incendie territorialement compétent et du fonctionnaire chargé de la surveillance :
1° une copie des signalements visés à l'article 58, § 2, 2°, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
2° le manuel d'utilisation, le journal de bord et leurs mises à jour visés à l'article 15.
L'exploitant ou ses préposés tiennent à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance les rapports rédigés par le service d'incendie territorialement compétent.
1° une copie des signalements visés à l'article 58, § 2, 2°, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
2° le manuel d'utilisation, le journal de bord et leurs mises à jour visés à l'article 15.
L'exploitant ou ses préposés tiennent à la disposition du fonctionnaire chargé de la surveillance les rapports rédigés par le service d'incendie territorialement compétent.
HOOFDSTUK V/1. [1 - Bepaling inzake de bevoorrading van de verdeelinstallaties van gecomprimeerd aardgas door vloeibaar aardgas]1
CHAPITRE V/1. [1 - Disposition relative à l'alimentation des installations de distribution de gaz naturel comprimé par du gaz naturel liquéfié]1
Art.18/1. [1 § 1er. De uitrusting voor het vullen van de cryogene tank, de cryogene tank en eventuele hulpmiddelen worden geplaatst, gebruikt en gecontroleerd overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 13 december 2018 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de brandstofverdeelinstallaties voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstof, wanneer het gaat om vloeibaar aardgas en tot wijziging van verschillende besluiten van de Waalse Regering betreffende de milieuvergunning.
§ 2. De uitrustingen voor het verwarmen en comprimeren van vloeibaar aardgas tot gecomprimeerd aardgas worden ontworpen, gebouwd en gebruikt overeenkomstig hoofdstuk 11 van de norm EN ISO 16924: 2016 met betrekking tot vulstations voor vloeibaar aardgasvoertuigen, LNG.
§ 3. Het aldus gecomprimeerde aardgas wordt ruikbaar gemaakt voor elke distributie.
De uitrustingen voor het ruikbaar maken van aardgas worden ontworpen, gebouwd en gebruikt overeenkomstig hoofdstuk 12 van de norm EN ISO 16924: 2016 met betrekking tot vulstations voor vloeibaar aardgasvoertuigen, LNG.]1
§ 2. De uitrustingen voor het verwarmen en comprimeren van vloeibaar aardgas tot gecomprimeerd aardgas worden ontworpen, gebouwd en gebruikt overeenkomstig hoofdstuk 11 van de norm EN ISO 16924: 2016 met betrekking tot vulstations voor vloeibaar aardgasvoertuigen, LNG.
§ 3. Het aldus gecomprimeerde aardgas wordt ruikbaar gemaakt voor elke distributie.
De uitrustingen voor het ruikbaar maken van aardgas worden ontworpen, gebouwd en gebruikt overeenkomstig hoofdstuk 12 van de norm EN ISO 16924: 2016 met betrekking tot vulstations voor vloeibaar aardgasvoertuigen, LNG.]1
Art.18/1. [1 § 1er. Les équipements de remplissage du réservoir cryogénique, le réservoir cryogénique et ses éventuels auxiliaires sont implantés, exploités et contrôlés conformément à l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 décembre 2018 déterminant les conditions sectorielles relatives aux installations de distribution de carburants destinées à l'alimentation en carburant alternatif gazeux de réservoir de véhicules à moteur, lorsqu'il s'agit de gaz naturel liquéfié et modifiant divers arrêtés du Gouvernement wallon relatif au permis d'environnement.
§ 2. Les équipements de réchauffage et de compression du gaz naturel liquéfié en gaz naturel comprimé sont conçus, réalisés et exploités conformément au chapitre 11 de la norme EN ISO 16924 :2016 relative aux stations de remplissage des véhicules à gaz naturel liquéfié, GNL.
§ 3. Le gaz naturel ainsi comprimé est odorisé avant toute distribution.
Les équipements d'odorisation du gaz naturel sont conçus, réalisés et exploités conformément au chapitre 12 de la norme EN ISO 16924 :2016 relative aux stations de remplissage des véhicules à gaz naturel liquéfié, GNL.]1
§ 2. Les équipements de réchauffage et de compression du gaz naturel liquéfié en gaz naturel comprimé sont conçus, réalisés et exploités conformément au chapitre 11 de la norme EN ISO 16924 :2016 relative aux stations de remplissage des véhicules à gaz naturel liquéfié, GNL.
§ 3. Le gaz naturel ainsi comprimé est odorisé avant toute distribution.
Les équipements d'odorisation du gaz naturel sont conçus, réalisés et exploités conformément au chapitre 12 de la norme EN ISO 16924 :2016 relative aux stations de remplissage des véhicules à gaz naturel liquéfié, GNL.]1
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions modificatives
Art. 19. In bijkage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 oktober 2013, wordt onder het opschrift van de generieke rubriek 50.50. Detail- en/of verdeelhandel van brandstoffen de volgende definitie ingevoegd :
" Brandstofverdeelinstallatie : het geheel van de installaties en activiteiten bestemd om brandstoffen te conditioneren, op te slaan en om van vaste houders over te brengen in de brandstoftanks van motorvoertuigen. ".
" Brandstofverdeelinstallatie : het geheel van de installaties en activiteiten bestemd om brandstoffen te conditioneren, op te slaan en om van vaste houders over te brengen in de brandstoftanks van motorvoertuigen. ".
Art. 19. Dans l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 octobre 2013, sous l'intitulé de la rubrique générique 50.50. Commerce de détail et/ou distribution de carburants, est insérée la définition suivante :
" Installation de distribution de carburants : l'ensemble des installations et des activités destinées à conditionner, à stocker et à transférer des carburants de réservoirs fixes dans les réservoirs à carburant de véhicules à moteur. ".
" Installation de distribution de carburants : l'ensemble des installations et des activités destinées à conditionner, à stocker et à transférer des carburants de réservoirs fixes dans les réservoirs à carburant de véhicules à moteur. ".
Art. 20. In bijkage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 24 oktober 2013, worden de rubrieken 50.50.03 en 50.50.04 vervangen als volgt :
Art. 20. Dans l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 octobre 2013, les rubriques 50.50.03 et 50.50.04 sont remplacées par ce qui suit :
| Nummer - Installatie of activiteit | Klasse | EIE | Te raadplegen organen | Deelfactoren | ||
| ZH | ZHR | ZI | ||||
| 50.50.03Verdeelinstallatie niet vermeld in de rubrieken 50.50.01 en 50.50.02 bestemd voor de voorziening van vloeibare koolwaterstoffen, bij gewone temperatuur en druk (0 °C en 1 atmosfeer), voor de tanks van motorvoertuigen en, in voorkomend geval, voor verplaatsbare reservoirs zoals benzineblikken en jerrycans | 2 | BOFAS, DPS | ||||
| 50.50.04.01Verdeelinstallatie bestemd voor de bevoorrading van de tanks van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve gassen, met uitzondering van de bevoorradingseenheden bedoeld in rubriek 50.50.04.02. Er wordt verstaan onder : gasvormige alternatieve brandstof : een brandstof die de vloeibare brandstoffen bij gewone temperatuur en druk (0 °C en 1 atmosfeer) vervangt als energiebron voor de vervoersmiddelen. Met name: waterstof; aardgas, met inbegrip van biomethaan, in gecomprimeerde gasvorm, doorgaans gecomprimeerd aardgas genoemd, afgekort CNG; aardgas, met inbegrip van biomethaan, in vloeibare vorm, doorgaans vloeibaar aardgas genoemd, afgekort LNG; vloeibaar petroleumgas, afgekort LPG; biomehaan : biogas gezuiverd om in een thermische motor gebruikt te worden; biogas : gas dat ontstaat uit het biologische rottingsproces van biomateries door gebrek aan zuurstof in een biomethaniseringsinstallatie; | 2 | DRIGM | ||||
| 50.50.04.02Bevoorradingseenheid bestemd om één of meer op aardgas rijdende voertuigen te bevoorraden met gecomprimeerd aardgas, bij een maximale vuldruk van 30 MPa (300 bar), zonder tussentijdse opslag van hogedrukgas. | 3 | |||||
50.50.03Verdeelinstallatie niet vermeld in de rubrieken 50.50.01 en 50.50.02 bestemd voor de voorziening van vloeibare koolwaterstoffen, bij gewone temperatuur en druk (0 °C en 1 atmosfeer), voor de tanks van motorvoertuigen en, in voorkomend geval, voor verplaatsbare reservoirs zoals benzineblikken en jerrycans 2 BOFAS, DPS 50.50.04.01Verdeelinstallatie bestemd voor de bevoorrading van de tanks van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve gassen, met uitzondering van de bevoorradingseenheden bedoeld in rubriek 50.50.04.02. Er wordt verstaan onder :
gasvormige alternatieve brandstof : een brandstof die de vloeibare brandstoffen bij gewone temperatuur en druk (0 °C en 1 atmosfeer) vervangt als energiebron voor de vervoersmiddelen. Met name: waterstof; aardgas, met inbegrip van biomethaan, in gecomprimeerde gasvorm, doorgaans gecomprimeerd aardgas genoemd, afgekort CNG; aardgas, met inbegrip van biomethaan, in vloeibare vorm, doorgaans vloeibaar aardgas genoemd, afgekort LNG; vloeibaar petroleumgas, afgekort LPG;
biomehaan : biogas gezuiverd om in een thermische motor gebruikt te worden;
biogas : gas dat ontstaat uit het biologische rottingsproces van biomateries door gebrek aan zuurstof in een biomethaniseringsinstallatie; 2
DRIGM
50.50.04.02Bevoorradingseenheid bestemd om één of meer op aardgas rijdende voertuigen te bevoorraden met gecomprimeerd aardgas, bij een maximale vuldruk van 30 MPa (300 bar), zonder tussentijdse opslag van hogedrukgas. 3
| Numéro - Installation ou activité | Classe | EIE | Organismes à consulter | Facteurs de division | ||
| ZH | ZHR | ZI | ||||
| 50.50.03Installation de distribution non visée par les rubriques 50.50.01 et 50.50.02, destinée à l'alimentation en hydrocarbures liquides à température et pression normales (0 °C et 1 atmosphère), des réservoirs des véhicules à moteur et, le cas échéant, des réservoirs mobiles tels que bidons, jerrican | 2 | BOFAS, DPS | ||||
| 50.50.04.01Installation de distribution destinée à l'alimentation en carburants alternatifs gazeux des réservoirs de véhicules à moteur, à l'exception des unités de ravitaillement visées par la rubrique 50.50.04.02. L'on entend par : un carburant alternatif gazeux : un carburant qui se substitue aux carburants liquides à température et pression normales (0 °C et 1 atmosphère) en tant que source d'énergie pour les transports. Notamment: l'hydrogène; le gaz naturel, y compris le biométhane, sous forme gazeuse comprimée, appelé habituellement gaz naturel comprimé, en abrégé GNC; le gaz naturel, y compris le biométhane, sous forme liquéfiée, appelé habituellement gaz naturel liquéfié, en abrégé GNL; le gaz de pétrole liquéfié, en abrégé GPL; le biométhane : le biogaz épuré en vue de son utilisation dans un moteur thermique; le biogaz : le gaz issu du processus de décomposition biologique de biomatières en l'absence d'oxygène dans une installation de biométhanisation. | 2 | DRIGM | ||||
| 50.50.04.02Unité de ravitaillement destinée à approvisionner en gaz naturel comprimé d'un ou plusieurs véhicules roulant au gaz naturel, à une pression de remplissage maximale de 30 MPa (300 bar), sans stockage intermédiaire de gaz à haute pression. | 3 | |||||
à consulter Facteurs de divisionZH ZHR ZI
50.50.03Installation de distribution non visée par les rubriques 50.50.01 et 50.50.02, destinée à l'alimentation en hydrocarbures liquides à température et pression normales (0 °C et 1 atmosphère), des réservoirs des véhicules à moteur et, le cas échéant, des réservoirs mobiles tels que bidons, jerrican 2 BOFAS, DPS 50.50.04.01Installation de distribution destinée à l'alimentation en carburants alternatifs gazeux des réservoirs de véhicules à moteur, à l'exception des unités de ravitaillement visées par la rubrique 50.50.04.02. L'on entend par :
un carburant alternatif gazeux : un carburant qui se substitue aux carburants liquides à température et pression normales (0 °C et 1 atmosphère) en tant que source d'énergie pour les transports. Notamment: l'hydrogène; le gaz naturel, y compris le biométhane, sous forme gazeuse comprimée, appelé habituellement gaz naturel comprimé, en abrégé GNC; le gaz naturel, y compris le biométhane, sous forme liquéfiée, appelé habituellement gaz naturel liquéfié, en abrégé GNL; le gaz de pétrole liquéfié, en abrégé GPL;
le biométhane : le biogaz épuré en vue de son utilisation dans un moteur thermique;
le biogaz : le gaz issu du processus de décomposition biologique de biomatières en l'absence d'oxygène dans une installation de biométhanisation. 2
DRIGM
50.50.04.02Unité de ravitaillement destinée à approvisionner en gaz naturel comprimé d'un ou plusieurs véhicules roulant au gaz naturel, à une pression de remplissage maximale de 30 MPa (300 bar), sans stockage intermédiaire de gaz à haute pression. 3
Art. 21. Artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen tot uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 juni 2014, wordt aangevuld met volgend lid :
" Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een tankstation dat bestemd is voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstoffen, zoals bedoeld in rubriek 50.50.04.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wanneer het gaat om gecomprimeerd aardgas, bevat ze, behalve de gegevens vereist in het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXXIV bij dit besluit. ".
" Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een tankstation dat bestemd is voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstoffen, zoals bedoeld in rubriek 50.50.04.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wanneer het gaat om gecomprimeerd aardgas, bevat ze, behalve de gegevens vereist in het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXXIV bij dit besluit. ".
Art. 21. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 juin 2014, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Si la demande de permis d'environnement est relative à une station-service destinée à l'alimentation en carburants alternatifs gazeux de réservoir de véhicules à moteur visée par la rubrique 50.50.04.01. de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, lorsqu'il s'agit de gaz naturel comprimé, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXXIV du présent arrêté. ".
" Si la demande de permis d'environnement est relative à une station-service destinée à l'alimentation en carburants alternatifs gazeux de réservoir de véhicules à moteur visée par la rubrique 50.50.04.01. de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées, lorsqu'il s'agit de gaz naturel comprimé, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXXIV du présent arrêté. ".
Art. 22. Artikel 30 van hetzelfde besluit, voor het laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 juni 2014, wordt aangevuld met volgend lid :
" Als de eenmalige milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een tankstation dat bestemd is voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstoffen, zoals bedoeld in rubriek 50.50.04.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wanneer het gaat om gecomprimeerd aardgas, bevat ze, behalve de gegevens vereist in het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXXIV bij dit besluit. ".
" Als de eenmalige milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een tankstation dat bestemd is voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstoffen, zoals bedoeld in rubriek 50.50.04.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wanneer het gaat om gecomprimeerd aardgas, bevat ze, behalve de gegevens vereist in het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens opgenomen in bijlage XXXIV bij dit besluit. ".
Art. 22. L'article 30 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 juin 2014, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Si la demande de permis unique est relative à une station-service destinée à l'alimentation en carburant alternatifs gazeux de réservoir de véhicules à moteur visées par la rubrique 50.50.04.01. de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées lorsqu'il s'agit de gaz naturel comprimé, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXXIV du présent arrêté. ".
" Si la demande de permis unique est relative à une station-service destinée à l'alimentation en carburant alternatifs gazeux de réservoir de véhicules à moteur visées par la rubrique 50.50.04.01. de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées lorsqu'il s'agit de gaz naturel comprimé, elle comprend outre les renseignements demandés dans le formulaire visé à l'alinéa 1er, les informations reprises à l'annexe XXXIV du présent arrêté. ".
Art. 23. Hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bijlage XXXIV die als bijlage bij dit besluit gaat.
Art. 23. Dans le même arrêté, il est inséré une annexe XXXIV qui est jointe en annexe au présent arrêté.
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepaling
CHAPITRE VII. - Dispositions transitoires et finale
Art. 24. Wat de artikelen 20, 21, 22 en 23 betreft, worden de vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingediende vergunningsaanvragen alsmede de desbetreffende administratieve beroepen behandeld volgens de regels van kracht op de datum van indiening van de aanvraag.
Art. 24. Pour les articles 20, 21, 22 et 23, les demandes de permis introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté ainsi que les recours administratifs y relatifs sont traités selon les règles en vigueur au jour de l'introduction de la demande.
Art. 25. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage XXXIV bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen tot uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning Gegevens betreffende de brandstofverdeelinstallaties bestemd voor de bevoorrading van motorvoertuigen met alternatieve gasbrandstof, wanneer het gaat om gecomprimeerd aardgas, bedoeld in rubriek 50.50.04.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten
Als de capaciteit van de opslag van gecomprimeerd aardgas in de buffertank(s), uitgedrukt in m3 water, hoger is dan 10 m3, laat de exploitant zijn vergunningsaanvraag vergezeld gaan van een risicoanalyse waarin minimum de volgende gegevens opgenomen worden :
1° een identificatie en een karakterisering van de potentiële gevaren, met name :
a) de aanwezigheid van stoffen die een ontploffing kunnen veroorzaken;
b) de werking van de potentieel gevaarlijke installaties;
c) de identificatie van natuurlijke of elektrische risico's;
2° een uitvoerige analyse van de risico's met, voor elk verschijnsel, de gegevens betreffende de kans dat het zich voordoet, de ernst en de kinetica ervan alsook de afstanden van daarmee gepaarde effecten (overdruk en thermische radiatie);
3° een cartografie van de effectgebieden;
4° een omschrijving van de preventie- en beschermingsmaatregelen m.b.t. de risico's.
Als de capaciteit van de opslag van gecomprimeerd aardgas in de buffertank(s), uitgedrukt in m3 water, hoger is dan 10 m3, laat de exploitant zijn vergunningsaanvraag vergezeld gaan van een risicoanalyse waarin minimum de volgende gegevens opgenomen worden :
1° een identificatie en een karakterisering van de potentiële gevaren, met name :
a) de aanwezigheid van stoffen die een ontploffing kunnen veroorzaken;
b) de werking van de potentieel gevaarlijke installaties;
c) de identificatie van natuurlijke of elektrische risico's;
2° een uitvoerige analyse van de risico's met, voor elk verschijnsel, de gegevens betreffende de kans dat het zich voordoet, de ernst en de kinetica ervan alsook de afstanden van daarmee gepaarde effecten (overdruk en thermische radiatie);
3° een cartografie van de effectgebieden;
4° een omschrijving van de preventie- en beschermingsmaatregelen m.b.t. de risico's.
Art. N. Annexe XXXIV à l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement Informations relatives aux installations de distribution de carburants destinées à l'alimentation en carburant alternatif gazeux de réservoir de véhicules à moteur lorsqu'il s'agit de gaz naturel comprimé, visées par la rubrique 50.50.04.01 de l'annexe I de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrêtant la liste des projets soumis à étude d'incidences et des installations et activités classées
Lorsque la capacité de stockage de gaz naturel comprimé dans le ou les réservoirs tampons, exprimée en m[00b3] d'eau, est supérieure à 10 m3, l'exploitant joint à sa demande de permis une analyse de risques, comprenant au minimum les éléments suivants :
1° une identification et une caractérisation des potentiels de dangers, à savoir :
a) la présence de matières susceptibles d'être à l'origine d'une explosion;
b) le fonctionnement des installations potentiellement dangereuses;
c) l'identification de risques naturels ou électriques;
2° une étude détaillée des risques en présentant, pour chaque phénomène, les informations relatives à la probabilité d'occurrence, la gravité, la cinétique ainsi que les distances d'effets associés (surpression et radiation thermique);
3° une cartographie des zones d'effets;
4° une description des mesures de prévention et de protection des risques.
Lorsque la capacité de stockage de gaz naturel comprimé dans le ou les réservoirs tampons, exprimée en m[00b3] d'eau, est supérieure à 10 m3, l'exploitant joint à sa demande de permis une analyse de risques, comprenant au minimum les éléments suivants :
1° une identification et une caractérisation des potentiels de dangers, à savoir :
a) la présence de matières susceptibles d'être à l'origine d'une explosion;
b) le fonctionnement des installations potentiellement dangereuses;
c) l'identification de risques naturels ou électriques;
2° une étude détaillée des risques en présentant, pour chaque phénomène, les informations relatives à la probabilité d'occurrence, la gravité, la cinétique ainsi que les distances d'effets associés (surpression et radiation thermique);
3° une cartographie des zones d'effets;
4° une description des mesures de prévention et de protection des risques.