Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
3 JULI 2015. - Decreet tot wijziging van artikel 4.8.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges
Titre
3 JUILLET 2015. - Décret modifiant l'article 4.8.19 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire et le décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
CHAPITRE 2. - Modifications du Code flamand de l'Aménagement du Territoire
Art. 2. In artikel 4.8.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, vervangen bij het decreet van 6 juli 2012 en gedeeltelijk vernietigd bij het arrest nr. 98/2014 van 30 juni 2014 van het Grondwettelijk Hof, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "binnen een vervaltermijn van" vervangen door de woorden "binnen een vervaltermijn van dertig dagen";
2° in het derde lid worden de woorden "De termijn van gaat in de" vervangen door de woorden "De termijn van dertig dagen gaat in de";
3° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. Als op de datum van inwerkingtreding van deze paragraaf de Raad reeds uitspraak heeft gedaan over de vordering tot schorsing, maar nog geen verzoek tot voortzetting werd ingediend en nog geen einduitspraak over de vordering tot vernietiging werd gedaan, wordt een afschrift van het arrest waarbij uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing opnieuw betekend aan de partijen. De betrokken partij beschikt in dat geval over een vervaltermijn van dertig dagen om een verzoek tot voortzetting in te dienen. Deze vervaltermijn van dertig dagen gaat in de dag na de betekening van het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over de schorsing.".
1° in het eerste en tweede lid worden de woorden "binnen een vervaltermijn van" vervangen door de woorden "binnen een vervaltermijn van dertig dagen";
2° in het derde lid worden de woorden "De termijn van gaat in de" vervangen door de woorden "De termijn van dertig dagen gaat in de";
3° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. Als op de datum van inwerkingtreding van deze paragraaf de Raad reeds uitspraak heeft gedaan over de vordering tot schorsing, maar nog geen verzoek tot voortzetting werd ingediend en nog geen einduitspraak over de vordering tot vernietiging werd gedaan, wordt een afschrift van het arrest waarbij uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing opnieuw betekend aan de partijen. De betrokken partij beschikt in dat geval over een vervaltermijn van dertig dagen om een verzoek tot voortzetting in te dienen. Deze vervaltermijn van dertig dagen gaat in de dag na de betekening van het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over de schorsing.".
Art. 2. Dans l'article 4.8.19 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, remplacé par le décret du 6 juillet 2012 et annulé en partie par l'arrêt n° 98/2014 du 30 juin 2014 de la Cour constitutionnelle, dont le texte existant constituera le paragraphe 1er, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier et l'alinéa deux, les mots " dans une échéance de quinze jours " sont remplacés par les mots " dans un délai d'échéance de trente jours " ;
2° dans l'alinéa trois, les mots " Le délai de quinze jours prend cours le jours " sont remplacés par les mots " Le délai de trente jours prend cours le jour " ;
3° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Lorsqu'à la date d'entrée en vigueur du présent paragraphe le Conseil s'est déjà prononcé sur la demande de suspension, mais aucune demande de continuation n'a encore été introduite et aucun jugement final sur la demande d'annulation n'a encore été prononcé, une copie de l'arrêt se prononçant sur la demande de suspension est de nouveau notifiée aux parties. La partie concernée dispose dans ce cas d'un délai d'échéance de trente jours pour introduire une demande de continuation. Ce délai de trente jours prend cours le jour après la notification de l'arrêt se prononçant sur la suspension. ".
1° dans l'alinéa premier et l'alinéa deux, les mots " dans une échéance de quinze jours " sont remplacés par les mots " dans un délai d'échéance de trente jours " ;
2° dans l'alinéa trois, les mots " Le délai de quinze jours prend cours le jours " sont remplacés par les mots " Le délai de trente jours prend cours le jour " ;
3° il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Lorsqu'à la date d'entrée en vigueur du présent paragraphe le Conseil s'est déjà prononcé sur la demande de suspension, mais aucune demande de continuation n'a encore été introduite et aucun jugement final sur la demande d'annulation n'a encore été prononcé, une copie de l'arrêt se prononçant sur la demande de suspension est de nouveau notifiée aux parties. La partie concernée dispose dans ce cas d'un délai d'échéance de trente jours pour introduire une demande de continuation. Ce délai de trente jours prend cours le jour après la notification de l'arrêt se prononçant sur la suspension. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes
Art. 3. In artikel 26, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtcolleges worden de woorden "per aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een beveiligde zending".
Art. 3. Dans l'article 26, alinéa premier, du décret du 4 avril 2014 relatif à l'organisation et à la procédure de certaines juridictions administratives flamandes, les mots " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " par un envoi sécurisé ".
Art. 4. In artikel 33 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 34 of" opgeheven;
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Indien toepassing wordt gemaakt van artikel 34 dan legt een Vlaams bestuursrechtscollege de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de verwerende partij.".
1° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 34 of" opgeheven;
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Indien toepassing wordt gemaakt van artikel 34 dan legt een Vlaams bestuursrechtscollege de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de verwerende partij.".
Art. 4. Dans l'article 33 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa deux, les mots " l'article 34 ou " sont abrogés ;
2° il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
" Lorsque l'article 34 s'applique, une juridiction administrative flamande porte l'ensemble ou une partie des frais à charge de la partie défenderesse. ".
1° dans l'alinéa deux, les mots " l'article 34 ou " sont abrogés ;
2° il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
" Lorsque l'article 34 s'applique, une juridiction administrative flamande porte l'ensemble ou une partie des frais à charge de la partie défenderesse. ".
Art. 5. Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 34. § 1. Als een Vlaams bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, a) en b), vaststelt dat het de bestreden beslissing om reden van een onwettigheid moet vernietigen, kan het de verwerende partij in het bodemgeding de mogelijkheid bieden om met een herstelbeslissing de onwettigheid in de bestreden beslissing te herstellen of te laten herstellen, hierna bestuurlijke lus te noemen.
In dit artikel wordt verstaan onder onwettigheid: een strijdigheid met een geschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel die kan leiden tot vernietiging van de bestreden beslissing, maar die zou kunnen worden hersteld.
§ 2. Het gebruik van de bestuurlijke lus is alleen mogelijk nadat alle partijen de mogelijkheid hebben gehad hun standpunt over het gebruik ervan kenbaar te maken.
Als alle partijen een schriftelijk standpunt over het gebruik van de bestuurlijke lus kenbaar hebben kunnen maken, beslist het Vlaams bestuursrechtscollege over de toepassing van de bestuurlijke lus met een tussenuitspraak als vermeld in paragraaf 3.
Als niet alle partijen hun standpunt over het gebruik van de bestuurlijke lus kenbaar hebben kunnen maken, biedt het Vlaams bestuursrechtscollege bij tussenuitspraak de mogelijkheid om daarover een schriftelijk standpunt in te nemen. De partijen beschikken daarvoor over een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de dag van de betekening van die uitspraak. Daarna beslist het Vlaams bestuursrechtscollege over de toepassing van de bestuurlijke lus met een tussenuitspraak als vermeld in paragraaf 3.
§ 3. Met behoud van de toepassing van artikel 16, zesde lid, organiseert het Vlaams bestuursrechtscollege een zitting over de toepassing van de bestuurlijke lus.
Het Vlaams bestuursrechtscollege beslist met een tussenuitspraak over de toepassing van de bestuurlijke lus en bepaalt de termijn waarin de herstelbeslissing wordt genomen. Op gemotiveerd verzoek van de verwerende partij kan die termijn eenmalig worden verlengd. De termijnverlenging kan de duur van de aanvankelijke hersteltermijn niet overschrijden.
De tussenuitspraak, vermeld in het tweede lid, beslecht, in voorkomend geval, alle overige middelen.
§ 4. De verwerende partij bezorgt de herstelbeslissing aan het Vlaams bestuursrechtscollege binnen de hersteltermijn, vermeld in paragraaf 3.
Het voorwerp van het beroep wordt uitgebreid met de herstelbeslissing.
Het herstel kan alleen betrekking hebben op een onwettigheid die in de tussenuitspraak werd opgegeven.
Als de herstelbeslissing niet tijdig werd meegedeeld, vernietigt het Vlaams bestuursrechtscollege de bestreden beslissing.
§ 5. Het Vlaams bestuursrechtscollege bezorgt de herstelbeslissing aan de overige partijen.
Die partijen kunnen schriftelijk hun standpunt over het herstel meedelen binnen de vervaltermijnen die de Vlaamse Regering heeft bepaald en die niet korter mogen zijn dan dertig dagen.
Met behoud van de toepassing van artikel 16, zesde lid, organiseert het Vlaams bestuursrechtscollege een zitting over het herstel.
§ 6. Als het Vlaams bestuursrechtscollege vaststelt dat de onwettigheid niet is hersteld of dat het herstel aangetast is door een nieuw opgeworpen onwettigheid, vernietigt het Vlaams bestuursrechtscollege de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk en vernietigt het de herstelbeslissing, tenzij het Vlaams bestuursrechtscollege beslist om opnieuw toepassing te maken van de bestuurlijke lus overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
Als het Vlaams bestuursrechtscollege vaststelt dat de onwettigheid is hersteld en dat het herstel niet is aangetast door een nieuw opgeworpen onwettigheid, verwerpt het Vlaams bestuursrechtscollege het beroep tegen de herstelbeslissing. Daarnaast vernietigt het Vlaams bestuursrechtscollege de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk en doet het Vlaams bestuursrechtscollege uitspraak over de eventuele toepassing van artikel 36.
§ 7. De proceduretermijnen die niet in dit artikel worden vermeld, worden geschorst vanaf de datum van de tussenuitspraak die beslist over de toepassing van de bestuurlijke lus tot de datum van de uitspraak van het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in paragraaf 4, derde lid, of paragraaf 6.
§ 8. Na de betekening van de uitspraak, vermeld in paragraaf 6, tweede lid, door het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, b), wordt de herstelbeslissing bekendgemaakt conform de bepalingen van het decreet, vermeld in artikel 2, 1°, b).
§ 9. De personen die daartoe belang hebben conform de bepalingen van het decreet, vermeld in artikel 2, 1°, b), kunnen tegen de herstelbeslissing beroep instellen bij het Vlaams bestuursrechtscollege binnen de termijnen, vermeld in het voormelde decreet.".
"Art. 34. § 1. Als een Vlaams bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, a) en b), vaststelt dat het de bestreden beslissing om reden van een onwettigheid moet vernietigen, kan het de verwerende partij in het bodemgeding de mogelijkheid bieden om met een herstelbeslissing de onwettigheid in de bestreden beslissing te herstellen of te laten herstellen, hierna bestuurlijke lus te noemen.
In dit artikel wordt verstaan onder onwettigheid: een strijdigheid met een geschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel die kan leiden tot vernietiging van de bestreden beslissing, maar die zou kunnen worden hersteld.
§ 2. Het gebruik van de bestuurlijke lus is alleen mogelijk nadat alle partijen de mogelijkheid hebben gehad hun standpunt over het gebruik ervan kenbaar te maken.
Als alle partijen een schriftelijk standpunt over het gebruik van de bestuurlijke lus kenbaar hebben kunnen maken, beslist het Vlaams bestuursrechtscollege over de toepassing van de bestuurlijke lus met een tussenuitspraak als vermeld in paragraaf 3.
Als niet alle partijen hun standpunt over het gebruik van de bestuurlijke lus kenbaar hebben kunnen maken, biedt het Vlaams bestuursrechtscollege bij tussenuitspraak de mogelijkheid om daarover een schriftelijk standpunt in te nemen. De partijen beschikken daarvoor over een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de dag van de betekening van die uitspraak. Daarna beslist het Vlaams bestuursrechtscollege over de toepassing van de bestuurlijke lus met een tussenuitspraak als vermeld in paragraaf 3.
§ 3. Met behoud van de toepassing van artikel 16, zesde lid, organiseert het Vlaams bestuursrechtscollege een zitting over de toepassing van de bestuurlijke lus.
Het Vlaams bestuursrechtscollege beslist met een tussenuitspraak over de toepassing van de bestuurlijke lus en bepaalt de termijn waarin de herstelbeslissing wordt genomen. Op gemotiveerd verzoek van de verwerende partij kan die termijn eenmalig worden verlengd. De termijnverlenging kan de duur van de aanvankelijke hersteltermijn niet overschrijden.
De tussenuitspraak, vermeld in het tweede lid, beslecht, in voorkomend geval, alle overige middelen.
§ 4. De verwerende partij bezorgt de herstelbeslissing aan het Vlaams bestuursrechtscollege binnen de hersteltermijn, vermeld in paragraaf 3.
Het voorwerp van het beroep wordt uitgebreid met de herstelbeslissing.
Het herstel kan alleen betrekking hebben op een onwettigheid die in de tussenuitspraak werd opgegeven.
Als de herstelbeslissing niet tijdig werd meegedeeld, vernietigt het Vlaams bestuursrechtscollege de bestreden beslissing.
§ 5. Het Vlaams bestuursrechtscollege bezorgt de herstelbeslissing aan de overige partijen.
Die partijen kunnen schriftelijk hun standpunt over het herstel meedelen binnen de vervaltermijnen die de Vlaamse Regering heeft bepaald en die niet korter mogen zijn dan dertig dagen.
Met behoud van de toepassing van artikel 16, zesde lid, organiseert het Vlaams bestuursrechtscollege een zitting over het herstel.
§ 6. Als het Vlaams bestuursrechtscollege vaststelt dat de onwettigheid niet is hersteld of dat het herstel aangetast is door een nieuw opgeworpen onwettigheid, vernietigt het Vlaams bestuursrechtscollege de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk en vernietigt het de herstelbeslissing, tenzij het Vlaams bestuursrechtscollege beslist om opnieuw toepassing te maken van de bestuurlijke lus overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.
Als het Vlaams bestuursrechtscollege vaststelt dat de onwettigheid is hersteld en dat het herstel niet is aangetast door een nieuw opgeworpen onwettigheid, verwerpt het Vlaams bestuursrechtscollege het beroep tegen de herstelbeslissing. Daarnaast vernietigt het Vlaams bestuursrechtscollege de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk en doet het Vlaams bestuursrechtscollege uitspraak over de eventuele toepassing van artikel 36.
§ 7. De proceduretermijnen die niet in dit artikel worden vermeld, worden geschorst vanaf de datum van de tussenuitspraak die beslist over de toepassing van de bestuurlijke lus tot de datum van de uitspraak van het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in paragraaf 4, derde lid, of paragraaf 6.
§ 8. Na de betekening van de uitspraak, vermeld in paragraaf 6, tweede lid, door het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, b), wordt de herstelbeslissing bekendgemaakt conform de bepalingen van het decreet, vermeld in artikel 2, 1°, b).
§ 9. De personen die daartoe belang hebben conform de bepalingen van het decreet, vermeld in artikel 2, 1°, b), kunnen tegen de herstelbeslissing beroep instellen bij het Vlaams bestuursrechtscollege binnen de termijnen, vermeld in het voormelde decreet.".
Art. 5. L'article 34 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 34. § 1er. Lorsqu'une juridiction administrative flamande telle que visée à l'article 2, 1°, a) et b) constate qu'elle doit annuler la décision contestée pour cause d'une illégalité, elle peut offrir la possibilité à la partie défenderesse du litige sur le fond, par le biais d'une décision de réparation, de réparer ou de faire réparer l'illégalité dans la décision contestée, à dénommer ci-après la boucle administrative.
Dans le présent article, on entend par une illégalité : une incompatibilité avec une règle de droit écrite ou un principe de droit général qui peut aboutir à l'annulation de la décision contestée, mais qui pourrait être réparée.
§ 2. L'utilisation de la boucle administrative est uniquement possible après que toutes les parties ont eu la possibilité de faire connaître leur point de vue sur son utilisation.
Lorsque toutes les parties ont pu faire connaître un point de vue écrit sur l'utilisation de la boucle administrative, la juridiction administrative flamande décide de l'application de la boucle administrative par le biais d'un interlocutoire tel que visé au paragraphe 3.
Lorsque toutes les parties n'ont pas pu faire connaître leur point de vue sur l'utilisation de la boucle administrative, la juridiction administrative flamande offre la possibilité, par le biais d'un interlocutoire, d'adopter un point de vue écrit à ce sujet. Les parties disposent à cet effet d'un délai d'échéance de trente jours, qui prend cours le jour suivant le jour de la notification de ce jugement. Ensuite, la juridiction administrative flamande décide de l'application de la boucle administrative par le biais d'un interlocutoire tel que visé au paragraphe 3.
§ 3. Sans préjudice de l'application de l'article 16, alinéa six, la juridiction administrative flamande organise une séance sur l'application de la boucle administrative.
La juridiction administrative flamande décide par le biais d'un interlocutoire de l'application de la boucle administrative et fixe le délai dans lequel la décision de réparation est prise. A la demande motivée de la partie défenderesse, ce délai peut être prolongé une seule fois. Le prolongement du délai ne peut pas dépasser la durée du délai de réparation initial.
L'interlocutoire, visé à l'alinéa deux, règle, le cas échéant, tous les autres moyens.
§ 4. La partie défenderesse transmet la décision de réparation à la juridiction administrative flamande dans le délai de réparation, visé au paragraphe 3.
L'objet du recours est étendu par la décision de réparation.
La réparation peut uniquement porter sur une illégalité qui a été indiquée dans l'interlocutoire.
Lorsque la décision de réparation n'a pas été communiquée à temps, la juridiction administrative flamande annule la décision contestée.
§ 5. La juridiction administrative flamande transmet la décision de réparation aux autres parties.
Ces parties peuvent communiquer leur point de vue concernant la réparation dans les délais d'échéance fixés par le Gouvernement flamand et qui ne peuvent pas être inférieurs à trente jours.
Sans préjudice de l'application de l'article 16, alinéa six, la juridiction administrative flamande organise une séance sur la réparation.
§ 6. Lorsque la juridiction administrative flamande constate que l'illégalité n'a pas été réparée ou que la réparation a été atteinte d'une nouvelle illégalité invoquée, la juridiction administrative flamande annule la décision contestée en entier ou en partie et elle annule la décision de réparation, à moins que la juridiction administration flamande ne décide de nouveau d'appliquer la boucle administrative conformément aux dispositions du présent article.
Lorsque la juridiction administrative flamande constate que l'illégalité a été réparée et que la réparation n'a pas été atteinte d'une nouvelle illégalité invoquée, la juridiction administrative flamande rejette le recours contre la décision de réparation. En outre, la juridiction administrative flamande annule la décision contestée en entier ou en partie et la juridiction administrative flamande se prononce sur l'application éventuelle de l'article 36.
§ 7. Les délais de procédure qui ne sont pas visés au présent article sont suspendus à partir de la date de l'interlocutoire qui décide de l'application de la boucle administrative jusqu'à la date du jugement de la juridiction administrative flamande, visé au paragraphe 4, alinéa trois, ou au paragraphe 6.
§ 8. Après la notification du jugement, visé au paragraphe 6, alinéa deux, par la juridiction administrative flamande, visée à l'article 2, 1°, b), la décision de réparation est publiée conformément aux dispositions du décret, visé à l'article 2, 1°, b).
§ 9. Les personnes intéressées dans ce contexte conformément aux dispositions du décret, visé à l'article 2, 1°, b), peuvent introduire un recours contre la décision de réparation auprès de la juridiction administrative flamande dans les délais, visés au décret précité. ".
" Art. 34. § 1er. Lorsqu'une juridiction administrative flamande telle que visée à l'article 2, 1°, a) et b) constate qu'elle doit annuler la décision contestée pour cause d'une illégalité, elle peut offrir la possibilité à la partie défenderesse du litige sur le fond, par le biais d'une décision de réparation, de réparer ou de faire réparer l'illégalité dans la décision contestée, à dénommer ci-après la boucle administrative.
Dans le présent article, on entend par une illégalité : une incompatibilité avec une règle de droit écrite ou un principe de droit général qui peut aboutir à l'annulation de la décision contestée, mais qui pourrait être réparée.
§ 2. L'utilisation de la boucle administrative est uniquement possible après que toutes les parties ont eu la possibilité de faire connaître leur point de vue sur son utilisation.
Lorsque toutes les parties ont pu faire connaître un point de vue écrit sur l'utilisation de la boucle administrative, la juridiction administrative flamande décide de l'application de la boucle administrative par le biais d'un interlocutoire tel que visé au paragraphe 3.
Lorsque toutes les parties n'ont pas pu faire connaître leur point de vue sur l'utilisation de la boucle administrative, la juridiction administrative flamande offre la possibilité, par le biais d'un interlocutoire, d'adopter un point de vue écrit à ce sujet. Les parties disposent à cet effet d'un délai d'échéance de trente jours, qui prend cours le jour suivant le jour de la notification de ce jugement. Ensuite, la juridiction administrative flamande décide de l'application de la boucle administrative par le biais d'un interlocutoire tel que visé au paragraphe 3.
§ 3. Sans préjudice de l'application de l'article 16, alinéa six, la juridiction administrative flamande organise une séance sur l'application de la boucle administrative.
La juridiction administrative flamande décide par le biais d'un interlocutoire de l'application de la boucle administrative et fixe le délai dans lequel la décision de réparation est prise. A la demande motivée de la partie défenderesse, ce délai peut être prolongé une seule fois. Le prolongement du délai ne peut pas dépasser la durée du délai de réparation initial.
L'interlocutoire, visé à l'alinéa deux, règle, le cas échéant, tous les autres moyens.
§ 4. La partie défenderesse transmet la décision de réparation à la juridiction administrative flamande dans le délai de réparation, visé au paragraphe 3.
L'objet du recours est étendu par la décision de réparation.
La réparation peut uniquement porter sur une illégalité qui a été indiquée dans l'interlocutoire.
Lorsque la décision de réparation n'a pas été communiquée à temps, la juridiction administrative flamande annule la décision contestée.
§ 5. La juridiction administrative flamande transmet la décision de réparation aux autres parties.
Ces parties peuvent communiquer leur point de vue concernant la réparation dans les délais d'échéance fixés par le Gouvernement flamand et qui ne peuvent pas être inférieurs à trente jours.
Sans préjudice de l'application de l'article 16, alinéa six, la juridiction administrative flamande organise une séance sur la réparation.
§ 6. Lorsque la juridiction administrative flamande constate que l'illégalité n'a pas été réparée ou que la réparation a été atteinte d'une nouvelle illégalité invoquée, la juridiction administrative flamande annule la décision contestée en entier ou en partie et elle annule la décision de réparation, à moins que la juridiction administration flamande ne décide de nouveau d'appliquer la boucle administrative conformément aux dispositions du présent article.
Lorsque la juridiction administrative flamande constate que l'illégalité a été réparée et que la réparation n'a pas été atteinte d'une nouvelle illégalité invoquée, la juridiction administrative flamande rejette le recours contre la décision de réparation. En outre, la juridiction administrative flamande annule la décision contestée en entier ou en partie et la juridiction administrative flamande se prononce sur l'application éventuelle de l'article 36.
§ 7. Les délais de procédure qui ne sont pas visés au présent article sont suspendus à partir de la date de l'interlocutoire qui décide de l'application de la boucle administrative jusqu'à la date du jugement de la juridiction administrative flamande, visé au paragraphe 4, alinéa trois, ou au paragraphe 6.
§ 8. Après la notification du jugement, visé au paragraphe 6, alinéa deux, par la juridiction administrative flamande, visée à l'article 2, 1°, b), la décision de réparation est publiée conformément aux dispositions du décret, visé à l'article 2, 1°, b).
§ 9. Les personnes intéressées dans ce contexte conformément aux dispositions du décret, visé à l'article 2, 1°, b), peuvent introduire un recours contre la décision de réparation auprès de la juridiction administrative flamande dans les délais, visés au décret précité. ".
Art. 6. Aan artikel 35 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", met behoud van de toepassing van artikel 34" toegevoegd.
Art. 6. L'article 35 du même décret est complété par les mots " , sans préjudice de l'application de l'article 34 ".
Art. 7. In artikel 50 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de Vlaamse minister, bevoegd voor bestuurszaken," vervangen door de woorden "de functioneel bevoegde Vlaamse minister".
Art. 7. Dans l'article 50 du même décret, les mots " du Ministre flamand ayant les affaires administratives dans ses attributions " sont remplacés par les mots " du Ministre flamand responsable au niveau fonctionnel ".
Art. 8. In artikel 91, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "met behoud van de bezoldigingsregeling die ze genoten overeenkomstig de regeling die van toepassing was voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet" worden opgeheven;
2° de volgende zin wordt toegevoegd:
"Ze ontvangen een salaris in de schaal A311, alsook de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, vermeld in deel VII van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, met uitzondering van de prestatietoelagen.".
1° de woorden "met behoud van de bezoldigingsregeling die ze genoten overeenkomstig de regeling die van toepassing was voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet" worden opgeheven;
2° de volgende zin wordt toegevoegd:
"Ze ontvangen een salaris in de schaal A311, alsook de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen, vermeld in deel VII van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, met uitzondering van de prestatietoelagen.".
Art. 8. Dans l'article 91, § 2, du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " avec maintien du régime de rémunération dont ils bénéficiaient conformément au règlement qui était applicable avant la date d'entrée en vigueur du présent décret " sont abrogés ;
2° la phrase suivante est ajoutée :
" Ils reçoivent un traitement dans l'échelle A311, ainsi que les allocations, indemnités et avantages sociaux, visés à la partie VII du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, à l'exception des allocations de prestation. ".
1° les mots " avec maintien du régime de rémunération dont ils bénéficiaient conformément au règlement qui était applicable avant la date d'entrée en vigueur du présent décret " sont abrogés ;
2° la phrase suivante est ajoutée :
" Ils reçoivent un traitement dans l'échelle A311, ainsi que les allocations, indemnités et avantages sociaux, visés à la partie VII du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, à l'exception des allocations de prestation. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
CHAPITRE 4. - Disposition finale
Art. 9. Dit decreet treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
1° artikel 5 en 6, die in werking treden op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum;
2° artikel 7, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2015;
3° artikel 8, dat uitwerking heeft met ingang van 1 november 2014.
1° artikel 5 en 6, die in werking treden op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum;
2° artikel 7, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2015;
3° artikel 8, dat uitwerking heeft met ingang van 1 november 2014.
Art. 9. Le présent décret entre en vigueur à la date de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
1° des articles 5 et 6, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand ;
2° de l'article 7, qui produit ses effets le 1er avril 2015 ;
3° de l'article 8, qui produit ses effets le 1er novembre 2014.
1° des articles 5 et 6, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand ;
2° de l'article 7, qui produit ses effets le 1er avril 2015 ;
3° de l'article 8, qui produit ses effets le 1er novembre 2014.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 5 et 6 fixée au 01-01-2016 par AGF 2015-10-02/13, art. 17, 1°)