Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 JULI 2015. - Ordonnantie houdende wijziging van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan
Titre
29 JUILLET 2015. - [Ordonnance modifiant l'ordonnance du 21 juin 2012 relative à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention] <ERRATUM, voir M.B. 03-09-2015, p. 56068>
Informations sur le document
Numac: 2015031505
Datum: 2015-07-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015031505
Date: 2015-07-29
Moniteur: Voir
Table des matières
Table des matières
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 135 de la Constitution.
Art. 2. Artikel 2 van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan wordt vervangen als volgt :
  " Art. 2. Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder :
  1° Verenigd College : het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
  2° NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : de diensten van de Administratie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie belast met de strijd tegen doping;
  3° Coördinatieraad : de Coördinatieraad, als bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 9 december 2011 tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie over dopingpreventie en -bestrijding in de sport;
  4° WADA : het Wereldantidopingagentschap, een stichting die opgericht is onder Zwitsers recht op 10 november 1999;
  5° CAS (EN) : Hof van Arbitrage voor Sport;
  6° Code : de Wereldantidopingcode aangenomen door het WADA op 5 maart 2003 in Kopenhagen en die aanhangsel 1 van de UNESCO-Conventie vormt, en de latere wijzigingen ervan;
  7° Internationale Standaarden : de Standaarden aangenomen door het WADA ter ondersteuning van de Code en zijn latere wijzigingen. De overeenstemming met een internationale standaard, in tegenstelling tot andere standaarden, praktijken of procedures, volstaat om tot de conclusie te komen dat de procedures die in die Internationale Standaard bedoeld zijn, correct worden uitgevoerd. De Internationale Standaarden omvatten de technische documenten die overeenkomstig hun bepalingen worden bekendgemaakt;
  8° Verboden lijst : de lijst met verboden stoffen en verboden methoden, bepaald door het Verenigd College overeenkomstig de lijst gevoegd bij de Unesco-Conventie en zoals door het WADA bijgewerkt;
  9° ADAMS : het Anti-Doping Administration and Management System : een online databank die gebruikt wordt om gegevens van sporters in te voeren, te bewaren, te delen en mede te delen, bestemd om het WADA en de antidopingorganisaties te helpen bij hun dopingbestrijdingsacties met naleving van de wetgeving betreffende de bescherming van de gegevens;
  10° UNESCO-conventie : de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, ondertekend in Parijs op 19 oktober 2005 door de Algemene Conferentie van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, met inbegrip van de amendementen aangenomen door de Staten die partij zijn bij de Conventie en de Conferentie van de Partijen bij de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, van toepassing gemaakt voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, door de instemmingsordonnantie van 24 februari 2008;
  11° Antidopingorganisatie : een ondertekenaar van de Code die verantwoordelijk is voor de aanname van regels voor het initiëren, implementeren of handhaven van elk aspect van de dopingcontrole. Antidopingorganisaties zijn onder meer het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere organisatoren van grote evenementen die controles uitvoeren op die evenementen, het WADA, internationale federaties en nationale antidopingorganisaties;
  12° Nationale antidopingorganisatie, afgekort " NADO " : de entiteit of entiteiten waaraan een land de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft toegewezen om antidopingregels vast te stellen en uit te voeren, monsternames te coördineren, de resultaten ervan te beheren en hoorzittingen te houden op nationaal niveau;
  13° Sportvereniging : elke vereniging van natuurlijke of rechtspersonen die, welke de vorm ook is, één van de volgende doeleinden nastreeft :
  - één of meer lichamelijke activiteiten promoten die deel uitmaken van een sporttak;
  - bijdragen tot de ontplooiing en het fysiek, psychisch en sociaal welzijn van de persoon aan de hand van blijvende en progressieve programma's;
  - haar leden aansporen deel te nemen aan vrije of georganiseerde fysieke activiteiten, zowel in competitieverband als bij wijze van vrijetijdsbesteding;
  14° Federatie : iedere groepering van sportverenigingen;
  15° Sporter : elke persoon die een sportactiviteit beoefent, ongeacht het niveau waarop hij die sportactiviteit beoefent;
  16° Breedtesporter : elke sporter die geen elitesporter is;
  17° Elitesporter : elke sporter die deelneemt aan wedstrijden op internationaal niveau, zoals bepaald door zijn internationale federatie, of op nationaal niveau, zoals bepaald door de bevoegde NADO;
  18° Elitesporter van internationaal niveau : elke elitesporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals gedefinieerd door de internationale federatie;
  19° Elitesporter van nationaal niveau : elke sporter van wie de internationale federatie de Code ondertekend heeft en deel uitmaakt van de Olympische of Paralympische Beweging of erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité of lid is van SportAccord, die geen elitesporter van internationaal niveau is en die aan een of meer van de volgende criteria voldoet :
  a) hij neemt regelmatig deel aan internationale wedstrijden van hoog niveau;
  b) hij beoefent zijn sportdiscipline als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betreffende discipline;
  c) hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan een of meer van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de betrokken discipline : Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;
  d) hij neemt deel aan een ploegsport in een competitie waarbij de meerderheid van de ploegen die aan de competitie deelnemen, bestaat uit sporters als vermeld in punt a), b) of c);
  20° Elitesporters van categorie A : de elitesporters van nationaal niveau die een individuele olympische sportdiscipline van categorie A beoefenen, opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie, en de elitesporters die in categorie A zijn opgenomen met toepassing van artikel 26, § 4;
  21° Elitesporters van categorie B : de elitesporters van nationaal niveau die een individuele olympische sportdiscipline van categorie B beoefenen, opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie, en de elitesporters die in categorie B zijn opgenomen met toepassing van artikel 26, § 4;
  22° Elitesporters van categorie C : de elitesporters van nationaal niveau die een ploegsport in een olympische discipline van categorie C beoefenen, opgenomen in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie;
  23° Elitesporters van categorie D : de elitesporters die een sportdiscipline beoefenen die niet opgenomen is in de lijst als bijlage bij deze ordonnantie;
  24° Begeleider : elke coach, trainer, sportdirecteur, agent, teammedewerker, ploegverantwoordelijke, official, elk medisch of paramedisch personeelslid, elke ouder of elke andere persoon die samenwerkt met een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportwedstrijd, hem behandelt of assisteert;
  25° Ploegverantwoordelijke : de persoon die door de elitesporters van dezelfde ploeg worden belast met het doorgeven van hun verblijfgegevens;
  26° Organisator van een sportmanifestatie : elke natuurlijke of rechtspersoon die, afzonderlijk of samen met andere organisatoren, kosteloos of onder bezwarende titel, een sportwedstrijd of -evenement organiseert;
  27° Uitbater van een sportinfrastructuur : elke natuurlijke of rechtspersoon of vereniging van personen, feitelijke vereniging of vereniging met rechtspersoonlijkheid, die een sportinfrastructuur uitbaat;
  28° Sportactiviteit : elke vorm van lichamelijke activiteit, die via een al dan niet georganiseerde deelneming, de uiting of de verbetering van de lichamelijke en psychische conditie, de ontwikkeling van de maatschappelijke betrekkingen of het bereiken van resultaten in wedstrijden op alle niveaus tot doel heeft;
  29° Wedstrijd : een sportactiviteit in de vorm van een race, match, spel of concours;
  30° Evenement of sportevenement : een reeks individuele wedstrijden die samen worden uitgevoerd onder één bestuursorgaan;
  31° Internationaal evenement : een evenement of wedstrijd waarbij het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, een internationale federatie, een organisator van een groot evenement of een andere internationale sportorganisatie het bestuursorgaan is of de technische officials voor het evenement aanstelt;
  32° Nationaal evenement : een sportevenement of sportwedstrijd waaraan nationale of internationale elitesporters deelnemen, die geen internationaal evenement is;
  33° Ploegsport : een sport waarbij de vervanging van sporters tijdens een wedstrijd toegestaan is;
  34° Vechtsport met risico : vechtsport waarvan de regels uitdrukkelijk opzettelijk toegediende slagen toestaan;
  35° Vechtsport met extreem risico : vechtsport waarvan de regels toestaan dat slagen bewust worden toegediend, met name als de tegenstander op de grond ligt en waarvan de beoefening voornamelijk bedoeld is om, zelfs tijdelijk, de fysieke en psychische integriteit van de deelnemers aan te tasten;
  36° Sportinfrastructuur : elke ruimte of terrein al dan niet bebouwd en al dan niet gratis ter beschikking gesteld, waar sportactiviteiten vrij of georganiseerd beoefend kunnen worden;
  37° Dopingcontrole : alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van dopingtests tot de laatste beslissing in beroep, inclusief alle tussenstappen, zoals het verschaffen van verblijfgegevens, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, de toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak, het beheer van de resultaten en hoorzittingen;
  38° Dopingtest : de onderdelen van het globale dopingcontroleproces waarbij monsternames worden gepland, monsters worden afgenomen, monsters worden verwerkt en monsters naar een laboratorium worden getransporteerd;
  39° Gerichte test : het selecteren van (een) specifieke sporter(s) voor een dopingtest op een specifiek tijdstip, overeenkomstig de criteria vermeld in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken;
  40° Onaangekondigde test : een test die plaatsvindt zonder voorafgaande waarschuwing van de sporter en waarbij de sporter continu wordt vergezeld, vanaf het moment van bekendmaking tot en met de monsterneming;
  41° Binnen wedstrijdverband : tenzij het anders bepaald is in de regels van de internationale federatie of het bestuursorgaan van het evenement in kwestie, betekent dit de periode tussen twaalf uur voor het begin van de wedstrijd waaraan de sporter zal deelnemen, tot het einde van de wedstrijd en de monsterneming die in verband staat met de wedstrijd;
  42° Buiten wedstrijdverband : niet binnen wedstrijdverband;
  43° Monster of specimen : elk biologisch materiaal dat wordt afgenomen voor een dopingcontrole;
  44° Verboden stof : elke stof of klasse van stoffen die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
  45° Specifieke stof : elke verboden stof, met uitzondering van stoffen in de klassen van de anabolica en hormonen en de stimulerende middelen en hormoonantagonisten en modulatoren die als dusdanig zijn geïdentificeerd in de verboden lijst. Verboden methoden worden niet beschouwd als specifieke stoffen;
  46° Verboden methode : elke methode die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;
  47° Marker : een verbinding, groep verbindingen of een of meer biologische variabelen die wijzen op het gebruik van een verboden stof of een verboden methode;
  48° Metaboliet : elke stof die ontstaat door een biologisch omzettingsproces;
  49° Biologisch paspoort : het programma en de methodes om gegevens te verzamelen en te groeperen zoals omschreven in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken en de Internationale Standaard voor laboratoria;
  50° Toediening : het verstrekken, leveren of faciliteren van, of het houden van toezicht op, of het op een andere wijze deelnemen aan het gebruik of de poging tot gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of verboden methode die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en de handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
  51° Bezit : het daadwerkelijke, fysieke bezit of het indirecte bezit, dat alleen kan worden vastgesteld als de persoon exclusieve controle heeft of de intentie heeft om controle uit te oefenen over een verboden stof of methode. Als de persoon geen exclusieve controle heeft over de verboden stof of verboden methode, kan indirect bezit alleen worden vastgesteld als de persoon op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden stof of methode en de intentie had er controle over uit te oefenen. Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van bezit als de persoon, voor hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een dopingovertreding heeft begaan, concrete actie heeft ondernomen waaruit blijkt dat de persoon nooit de intentie van het bezit heeft gehad en heeft afgezien van het bezit door dat uitdrukkelijk aan een antidopingorganisatie te verklaren. Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in deze definitie staat de aankoop, elektronisch of op een andere wijze, van een verboden stof of verboden methode gelijk met bezit door de persoon die de aankoop doet;
  52° Poging : opzettelijk handelingen stellen die een substantiële stap zijn in de richting van handelingen die uitmonden in het overtreden van een antidopingregel, tenzij de dader afziet van de poging voor die is ontdekt door een derde die niet bij de poging betrokken is;
  53° Handel : het aan een derde verkopen, het verstrekken, vervoeren, versturen, leveren of verspreiden, of bezitten, voor een van die doeleinden, van een verboden stof of verboden methode, hetzij fysiek, hetzij elektronisch of op een andere wijze, door een sporter, een begeleider of een andere persoon die onder het gezag van een antidopingorganisatie valt, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;
  54° Gebruik : het op om het even welke wijze gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of verboden methode;
  55° Afwijkend analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor laboratoria, in een monster de aanwezigheid is gevonden van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan, inclusief verhoogde hoeveelheden van endogene stoffen, of een bewijs van het gebruik van een verboden methode;
  56° Atypisch analyseresultaat : een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium, dat, krachtens de Internationale Standaard voor laboratoria of de ermee verband houdende technische documenten, verder onderzoek noodzaakt om uit te maken of er sprake is van een afwijkend analyseresultaat;
  57° Afwijkend paspoortresultaat : een rapport dat als een afwijkend paspoortresultaat wordt beschreven in de Internationale Standaarden;
  58° Atypisch paspoortresultaat : een rapport dat als een atypisch paspoortresultaat wordt beschreven in de Internationale Standaarden;
  59° TTN : toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak : een toestemming waarbij de sporter, na onderzoek van zijn medisch dossier, een verboden stof of methode vermeld in de verboden lijst, voor therapeutische noodzaak kan gebruiken, met naleving van de volgende criteria :
  a) de verboden stof of methode is noodzakelijk voor de behandeling van een acute of chronische pathologie, in die mate dat de sporter significante gezondheidsschade zou lijden indien de verboden stof of verboden methode hem niet zou worden toegediend;
  b) het is hoogst onwaarschijnlijk dat het therapeutisch gebruik van de verboden stof of methode een verbetering van het prestatievermogen van de sporter zou bewerkstelligen boven diegene die het gevolg is van de terugkeer naar de normale gezondheidstoestand van de sporter na de behandeling van de acute of chronische pathologie;
  c) er bestaat geen toegelaten therapeutisch alternatief ter vervanging van de verboden stof of methode;
  d) de noodzaak voor het gebruik van de verboden stof of methode is niet, geheel of gedeeltelijk, het gevolg van voormalig gebruik van een verboden stof of methode zonder TTN, die op het moment van zijn gebruik verboden was;
  60° Verblijfgegevens : de informatie over het verblijf die, overeenkomstig artikel 26, moet worden verschaft door de elitesporters of, in voorkomend geval, door de ploegverantwoordelijke;
  61° Geregistreerde doelgroep : de groep elitesporters van hoge prioriteit die door een internationale federatie of een NADO zijn aangeduid om onderworpen te worden aan dopingtests, zowel binnen als buiten wedstrijdverband, en die verplicht zijn om de verblijfgegevens bedoeld in artikel 5.6 van de Code en in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken mee te delen. In de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bestaat de geregistreerde doelgroep uit de elitesporters van categorie A;
  62° Nationale doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : groep elitesporters van categorie A, B en C aangeduid door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wegens hun woonplaats in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die onderworpen zijn aan gerichte dopingtests binnen of buiten wedstrijdverband in het kader van het controleprogramma van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die verplicht zijn hun verblijfgegevens mee te delen. ".
  Alle andere begrippen dan die welke opgesomd zijn in het vorige lid, waarvan de definitie noodzakelijk is voor de uitvoering van deze ordonnantie, worden door het Verenigd College gedefinieerd overeenkomstig de definities van de Code.
Art. 2. L'article 2 de l'ordonnance du 21 juin 2012 relative à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 2. Pour l'application de la présente ordonnance, il faut entendre par :
  1° Collège réuni : le Collège réuni de la Commission communautaire commune;
  2° ONAD de la Commission communautaire commune : les services de l'Administration de la Commission communautaire commune chargés de la lutte contre le dopage;
  3° Conseil de coordination : le Conseil de coordination visé par l'accord de coopération du 9 décembre 2011 entre la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune en matière de prévention et de lutte contre le dopage dans le sport;
  4° AMA : l'Agence mondiale antidopage, Fondation de droit suisse créée le 10 novembre 1999;
  5° TAS : Tribunal Arbitral du Sport;
  6° Code : le Code mondial antidopage adopté par l'AMA le 5 mars 2003 à Copenhague et constituant l'appendice 1 de la Convention UNESCO, et ses modifications ultérieures;
  7° Standards internationaux : les Standards adoptés par l'AMA en appui du Code et leurs modifications ultérieures. La conformité à un Standard international, par opposition à d'autres Standards, pratiques ou procédures, suffit pour conclure que les procédures envisagées dans le Standard international en question sont correctement exécutées. Les Standards internationaux comprennent les documents techniques publiés conformément à leurs dispositions;
  8° Liste des interdictions : la liste identifiant les substances et méthodes interdites, arrêtée par le Collège réuni, conformément à la liste annexée à la Convention de l'UNESCO, telle que mise à jour par l'AMA;
  9° ADAMS : système d'administration et de gestion antidopage, qui est un instrument de gestion en ligne, sous forme de banque de données, et sert à la saisie, à la conservation, au partage et à la transmission de données des sportifs, conçu pour aider l'AMA et les organisations antidopage dans leurs opérations antidopage en conformité avec la législation relative à la protection des données;
  10° Convention UNESCO : la Convention internationale contre le dopage dans le sport signée à Paris le 19 octobre 2005 par la Conférence générale de l'organisation des Nations Unies pour l'éducation, la science et la culture, y compris tous les amendements adoptés par les Etats parties à la Convention et la Conférence des parties à la Convention internationale contre le dopage dans le sport, rendue applicable pour la Commission communautaire commune par l'ordonnance d'assentiment du 24 février 2008;
  11° Organisation antidopage : signataire du Code responsable de l'adoption de règles relatives à la création, à la mise en oeuvre ou à l'application de tout volet du processus de contrôle du dopage. Cela comprend, par exemple, le Comité International Olympique, le Comité International Paralympique, d'autres organisations responsables de grandes manifestations qui effectuent des contrôles lors de manifestations relevant de leur responsabilité, l'AMA, les fédérations internationales et les organisations nationales antidopage;
  12° Organisation nationale antidopage, en abrégé " ONAD " : la ou les entités désignée(s) dans chaque Etat comme autorité(s) principale(s) responsable(s) de l'adoption et de la mise en oeuvre de règles antidopage, de la gestion du prélèvement d'échantillons, de la gestion des résultats des contrôles et de la tenue d'audiences, au plan national;
  13° Association sportive : toute association de personnes physiques ou morales qui, quelle qu'en soit la forme, poursuit au moins l'un des buts suivants :
  - promouvoir une ou des activités physiques constituant une pratique sportive;
  - contribuer à l'épanouissement et au bien-être physique, psychique et social de la personne par des programmes permanents et progressifs;
  - favoriser la participation de ses membres à des activités physiques libres ou organisées, tant sous forme de compétition que de délassement;
  14° Fédération : tout groupement d'associations sportives;
  15° Sportif : toute personne qui pratique une activité sportive, à quelque niveau que ce soit;
  16° Sportif amateur : tout sportif qui n'est pas un sportif d'élite;
  17° Sportif d'élite : tout sportif qui pratique une activité sportive au niveau international, comme défini par sa fédération internationale ou au niveau national, comme défini par son ONAD;
  18° Sportif d'élite de niveau international : tout sportif d'élite qui pratique une activité sportive au niveau international, comme défini par sa fédération internationale;
  19° Sportif d'élite de niveau national : tout sportif dont la fédération internationale a signé le Code et est membre du Mouvement Olympique ou Paralympique ou est reconnue par le Comité international olympique ou paralympique ou est membre de SportAccord, qui n'est pas un sportif d'élite de niveau international mais répond à un ou plusieurs des critères suivants :
  a) il participe régulièrement à des compétitions internationales de haut niveau;
  b) il pratique sa discipline sportive dans le cadre d'une activité principale rémunérée dans la plus haute catégorie ou la plus haute compétition nationale de la discipline concernée;
  c) il est sélectionné ou a participé au cours des douze derniers mois au moins à une des manifestations suivantes dans la plus haute catégorie de compétition de la discipline concernée : Jeux olympiques, Jeux paralympiques, championnats du monde, championnats d'Europe;
  d) il participe à un sport d'équipe dans le cadre d'une compétition dont la majorité des équipes participant à la compétition est constituée de sportifs visés aux points a), b) ou c);
  20° Sportifs d'élite de catégorie A : les sportifs d'élite de niveau national qui pratiquent une discipline olympique individuelle de catégorie A, telle que reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance, et les sportifs d'élite repris en catégorie A en application de l'article 26, § 4;
  21° Sportifs d'élite de catégorie B : les sportifs d'élite de niveau national qui pratiquent une discipline olympique individuelle de catégorie B, telle que reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance, et les sportifs d'élite repris en catégorie B en application de l'article 26, § 4;
  22° Sportifs d'élite de catégorie C : les sportifs d'élite de niveau national qui pratiquent un sport d'équipe dans une discipline olympique de catégorie C, telle que reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance;
  23° Sportifs d'élite de catégorie D : les sportifs d'élite qui pratiquent une discipline sportive qui n'est pas reprise dans la liste en annexe de la présente ordonnance;
  24° Personnel d'encadrement du sportif : tout entraîneur, soigneur, directeur sportif, agent, personnel d'équipe, responsable d'équipe, officiel, personnel médical ou paramédical, parent, ou toute autre personne qui travaille avec un sportif participant à des compétitions sportives ou s'y préparant, ou qui le traite ou lui apporte son assistance;
  25° Responsable de l'équipe : personne pouvant être chargée, par les sportifs d'élite d'une même équipe, de transmettre leurs données de localisation;
  26° Organisateur de manifestation sportive : toute personne, physique ou morale, qui organise isolément ou en association avec d'autres organisateurs, à titre gratuit ou onéreux, une compétition ou une manifestation sportive;
  27° Exploitant d'infrastructure sportive : toute personne, physique ou morale, ou association de personnes, de fait ou de droit, qui exploite une infrastructure sportive;
  28° Activité sportive : toute forme d'activité physique qui, à travers une participation organisée ou non, a pour objectif l'expression ou l'amélioration de la condition physique et psychique, le développement des relations sociales ou l'obtention de résultats en compétition de tous niveaux;
  29° Compétition : une activité sportive sous la forme d'une course unique, d'un match, d'une partie ou d'une épreuve unique;
  30° Manifestation ou manifestation sportive : série de compétitions individuelles se déroulant sous l'égide d'une organisation responsable;
  31° Manifestation internationale : manifestation ou compétition où le Comité International Olympique, le Comité International Paralympique, une fédération internationale, une organisation responsable de grandes manifestations ou une autre organisation sportive internationale agit en tant qu'organisation responsable ou nomme les officiels techniques de la manifestation;
  32° Manifestation nationale : manifestation ou compétition sportive qui n'est pas une manifestation internationale et qui implique des sportifs de niveau international ou des sportifs de niveau national;
  33° Sport d'équipe : sport qui autorise le remplacement des joueurs durant une compétition;
  34° Sport de combat à risque : sport de combat dont les règles autorisent explicitement les coups portés volontairement;
  35° Sport de combat à risque extrême : sport de combat dont les règles autorisent les coups portés volontairement, notamment quand l'adversaire est au sol, et dont la pratique vise principalement à porter atteinte, même de manière temporaire, à l'intégrité physique ou psychique des participants;
  36° Infrastructure sportive : tout espace ou terrain, construit ou non et mis à disposition gratuitement ou non, permettant la pratique, libre ou organisée, d'activités sportives;
  37° Contrôle du dopage : toutes les étapes et toutes les procédures allant de la planification de la répartition des contrôles jusqu'à la décision finale en appel, y compris toutes les étapes et toutes les procédures intermédiaires, comme par exemple la transmission d'informations sur la localisation, la collecte des échantillons et leur traitement, l'analyse de laboratoire, la gestion des autorisations d'usage à des fins thérapeutiques, la gestion des résultats et les audiences;
  38° Contrôle : partie du processus global de contrôle du dopage comprenant la planification de la répartition des contrôles, la collecte des échantillons, leur manipulation et leur transport au laboratoire;
  39° Contrôle ciblé : contrôle programmé sur un sportif ou un groupe de sportifs spécifiquement sélectionnés en vue d'un contrôle à un moment précis, conformément aux critères repris dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes;
  40° Contrôle inopiné : contrôle qui a lieu sans avertissement préalable du sportif et au cours duquel celui-ci est escorté en permanence, depuis sa notification jusqu'à la fourniture de l'échantillon;
  41° En compétition : à moins de dispositions contraires dans les règles d'une fédération internationale ou de l'organisation responsable de la manifestation concernée, " en compétition " comprend la période commençant douze heures avant une compétition à laquelle le sportif doit participer et se terminant à la fin de cette compétition et du processus de collecte d'échantillons lié à cette compétition;
  42° Hors compétition : toute période qui n'est pas en compétition;
  43° Echantillon ou prélèvement : toute matrice biologique recueillie dans le cadre du contrôle du dopage;
  44° Substance interdite : toute substance ou classe de substances décrite comme telle dans la liste des interdictions;
  45° Substance spécifiée : toute substance interdite, à l'exception des substances appartenant aux classes des agents anabolisants et des hormones, ainsi que les stimulants et les antagonistes hormonaux et modulateurs identifiés comme tels dans la liste des interdictions. La catégorie des substances spécifiées n'englobe pas la catégorie des méthodes interdites;
  46° Méthode interdite : toute méthode décrite comme telle dans la liste des interdictions;
  47° Marqueur : le composé, l'ensemble de composés ou de variables biologiques qui attestent de l'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite;
  48° Métabolite : toute substance qui résulte d'une biotransformation;
  49° Passeport biologique : programme et méthodes permettant de rassembler et de regrouper des données telles que décrites dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes et le Standard international pour les laboratoires;
  50° Administration : fait de fournir, d'approvisionner, de superviser, de faciliter ou de participer de toute autre manière à l'usage ou à la tentative d'usage par une autre personne d'une substance interdite ou d'une méthode interdite, à l'exception des actions entreprises de bonne foi par le personnel médical et impliquant une substance interdite ou une méthode interdite utilisée à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou bénéficiant d'une autre justification acceptable, et des actions impliquant des substances interdites qui ne sont pas interdites dans les contrôles hors compétition sauf si les circonstances, dans leur ensemble, démontrent que ces substances interdites ne sont pas destinées à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou sont destinées à améliorer la performance sportive;
  51° Possession : possession physique ou de fait, qui ne sera établie que si la personne exerce un contrôle exclusif ou a l'intention d'exercer un contrôle sur une substance ou méthode interdite. Toutefois, si la personne n'exerce pas un contrôle exclusif sur la substance/méthode interdite, la possession de fait ne sera établie que si la personne était au courant de la présence de la substance ou méthode interdite et avait l'intention d'exercer un contrôle sur celle-ci. Il ne pourra y avoir violation des règles antidopage reposant sur la seule possession si, avant de recevoir notification d'une violation des règles antidopage, la personne a pris des mesures concrètes démontrant qu'elle n'a jamais eu l'intention d'être en possession d'une substance/méthode interdite et a renoncé à cette possession en la déclarant explicitement à une organisation antidopage. Nonobstant toute disposition contraire dans cette définition, l'achat, y compris par un moyen électronique ou autre, d'une substance ou méthode interdite constitue une possession de celle-ci par la personne qui effectue cet achat;
  52° Tentative : conduite volontaire qui constitue une étape importante d'une action planifiée dont le but est la violation des règles antidopage, à moins que son auteur renonce à la tentative avant d'être surpris par un tiers non impliqué dans la tentative;
  53° Trafic : vente, don, transport, envoi, livraison ou distribution à un tiers ou possession à cette fin d'une substance ou d'une méthode interdite, physiquement, par moyen électronique ou par un autre moyen, par un sportif, par le personnel d'encadrement du sportif ou une autre personne assujettie à l'autorité d'une organisation antidopage, à l'exception des actions des membres du personnel médical réalisées de bonne foi et portant sur une substance interdite utilisée à des fins thérapeutiques légitimes ou licites ou à d'autres fins justifiables ainsi que des actions portant sur des substances interdites qui ne sont pas interdites dans des contrôles hors compétition, à moins que l'ensemble des circonstances ne démontre que ces substances interdites ne sont pas destinées à des fins thérapeutiques légitimes et licites ou sont destinées à améliorer la performance sportive;
  54° Usage : utilisation, application, ingestion, injection ou consommation, par tout moyen, d'une substance interdite ou d'une méthode interdite;
  55° Résultat d'analyse anormal : rapport d'un laboratoire accrédité ou approuvé par l'AMA qui, en conformité avec le Standard international pour les laboratoires, révèle la présence dans un échantillon d'une substance interdite ou d'un de ses métabolites ou marqueurs, y compris des quantités élevées de substances endogènes, ou la preuve de l'usage d'une méthode interdite;
  56° Résultat d'analyse atypique : rapport d'un laboratoire accrédité ou approuvé par l'AMA pour lequel une investigation supplémentaire est requise par le Standard international pour les laboratoires ou les documents techniques connexes avant qu'un résultat d'analyse anormal ne puisse être établi;
  57° Résultat de passeport anormal : rapport identifié comme un résultat de passeport anormal tel que décrit dans les Standards internationaux;
  58° Résultat de passeport atypique : rapport identifié comme un résultat de passeport atypique tel que décrit dans les Standards internationaux;
  59° AUT : autorisation d'usage à des fins thérapeutiques : autorisation permettant, après examen du dossier médical du sportif, d'utiliser, à des fins thérapeutiques, une substance ou une méthode reprise dans la liste des interdictions dans le respect des critères suivants :
  a) la substance ou la méthode interdite en question est nécessaire au traitement d'une pathologie aigüe ou chronique de sorte que le sportif subirait un préjudice de santé significatif si la substance ou la méthode ne lui était pas administrée;
  b) il est hautement improbable que l'usage thérapeutique de la substance ou de la méthode interdite produise une amélioration de la performance au-delà de celle attribuable au retour à l'état de santé normal du sportif après le traitement de la pathologie aiguë ou chronique;
  c) il n'existe pas d'alternative thérapeutique autorisée pouvant se substituer à la substance ou à la méthode interdite;
  d) la nécessité d'utiliser la substance ou méthode interdite n'est pas une conséquence partielle ou totale de l'utilisation antérieure, sans AUT, d'une substance ou méthode interdite au moment de son usage;
  60° Données de localisation : les informations de localisation devant être fournies, conformément à l'article 26, par les sportifs d'élite ou, le cas échéant, par le responsable de l'équipe des sportifs d'élite;
  61° Groupe cible enregistré : groupe de sportifs d'élite de haute priorité identifiés par une fédération internationale ou par une ONAD comme étant assujettis à des contrôles à la fois en compétition et hors compétition et qui sont obligés de transmettre les données de localisation visées à l'article 5.6 du Code et dans le Standard international pour les contrôles et enquêtes. En Commission communautaire commune, le groupe cible enregistré correspond aux sportifs d'élite de catégorie A;
  62° Groupe cible national de la Commission communautaire commune : groupe de sportifs d'élite de catégorie A, B et C, identifiés par l'ONAD de la Commission communautaire commune en raison du lieu de leur domicile sur le territoire de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale, qui sont assujettis à des contrôles ciblés à la fois en compétition et hors compétition dans le cadre du programme de contrôle de la Commission communautaire commune et qui sont obligés de transmettre leurs données de localisation. ".
  Toutes les notions autres que celles énumérées à l'alinéa précédent, dont la définition est nécessaire à l'exécution de la présente ordonnance, sont définies par le Collège réuni conformément aux définitions du Code.
Art. 3. Artikel 8 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Art. 8. § 1. Onverminderd artikel 10, moet onder doping worden verstaan :
  1° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van de sporter. De sporter moet ervoor zorgen dat geen enkele verboden stof in zijn organisme binnendringt. De sporters zijn verantwoordelijk voor iedere verboden stof of metaboliet of marker die in hun monsters wordt ontdekt. Bijgevolg is het niet nodig om de opzet, fout of nalatigheid of het bewust gebruik vanwege de sporter te bewijzen om de overtreding van de antidopingregels in de zin van dit lid vast te stellen;
  2° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode. De sporter moet ervoor zorgen dat geen enkele verboden stof in zijn organisme binnendringt en dat geen enkele verboden methode wordt gebruikt. Bijgevolg is het niet nodig om de opzet, fout of nalatigheid of het bewust gebruik vanwege de sporter te bewijzen, om de overtreding van de antidopingregels op grond van het gebruik van een verboden stof of methode vast te stellen.
  Het succes of de mislukking van het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of methode is niet bepalend. Het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of methode volstaat om de overtreding van de antidopingregels vast te stellen;
  3° het ontwijken van een monsterneming, of het zonder geldige reden weigeren of zich niet aanbieden voor een monsterneming na de kennisgeving, overeenkomstig de geldende antidopingregels;
  4° elke combinatie, voor een elitesporter van categorie A, binnen een periode van twaalf maanden vanaf de eerste overtreding, van drie gemiste dopingtests of van de niet-nakoming van de verplichting tot mededeling van de verblijfgegevens, zoals bepaald in artikel 26 van de ordonnantie;
  5° het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole, met name het intentioneel hinderen of de poging tot hinderen van een controlearts, bedrieglijke informatie verschaffen aan een antidopingorganisatie of het intimideren of de poging tot intimidatie van een potentiële getuige. Dit gedrag, dat nadelig is voor de dopingcontrole, valt niet onder de definitie van " verboden methode ";
  6° het bezit :
  a) door een sporter binnen wedstrijdverband van een binnen wedstrijdverband verboden stof of methode of het bezit door een sporter buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of methode, tenzij de sporter aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
  b) door een begeleider binnen wedstrijdverband van een binnen wedstrijdverband verboden stof of methode of het bezit door een begeleider buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of methode in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de begeleider aantoont dat het bezit strookt met een aan de sporter toegekende geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
  7° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode;
  8° de toediening of de poging tot toediening aan een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden methode of verboden stof, of de toediening of de poging tot toediening aan een sporter buiten wedstrijdverband van een verboden methode of een verboden stof die verboden is buiten wedstrijdverband;
  9° het meewerken, aanmoedigen, helpen, aanzetten tot, samenzweren, verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid die een overtreding of een poging tot overtreding van de antidopingregels inhoudt of de niet-naleving van een opgelegde schorsing door een andere persoon;
  10° de professionele of sportgerelateerde samenwerking tussen een sporter of ieder ander persoon die onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, en een begeleider die :
  a) indien hij onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, een schorsingsperiode uitzit, ongeacht de datum waarop de schorsing is uitgesproken en is begonnen;
  b) indien hij niet onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt, veroordeeld of schuldig, zelfs vóór 1 januari 2015, werd bevonden in een strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of professionele procedure, een handeling te hebben verricht die de antidopingregels zou hebben overtreden, indien regels die in overeenstemming zijn met de Code op die persoon toepasselijk zouden zijn geweest;
  c) optreedt als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een persoon als vermeld in punt a) of b).
  § 2. De samenwerking vermeld in § 1, 10°, a), is verboden gedurende de periode van schorsing.
  De samenwerking vermeld in § 1, 10°, b), is verboden voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, professionele of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of professionele sanctie, of de langste van de twee periodes.
  De samenwerking vermeld in § 1, 10°, c), is verboden gedurende de periode waarin het de persoon waarvoor een derde persoon als aanspreekpunt of tussenpersoon optreedt, verboden is samen te werken met de sporter.
  Voor de toepassing van deze bepaling is het noodzakelijk dat de sporter of begeleider vooraf schriftelijk door de bevoegde antidopingorganisatie, op de hoogte is gebracht van de diskwalificerende status van de begeleider en de mogelijke gevolgen van de verboden samenwerking voor de sporter of de andere persoon, zodat ze de samenwerking redelijkerwijze kunnen vermijden. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zal ook redelijke inspanningen moeten leveren om de begeleider die het voorwerp is van de kennisgeving, mee te delen dat hij vijftien dagen heeft om aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie te bewijzen dat de criteria, vermeld in § 1, 10°, a) of b), niet van toepassing zijn.
  De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie informeert de begeleider van de betrokken sporter dat hij het voorwerp heeft uitgemaakt van een kennisgeving aan de sporter of aan de andere begeleider, in het kader van een mogelijk verboden samenwerking.
  De begeleider van de sporter beschikt over 15 dagen vanaf de kennisgeving bedoeld in het vorige lid om door alle rechtsmiddelen aan te tonen dat geen van de in § 1, 10°, a) tot c), bedoelde situaties op hem van toepassing is.
  Het is aan de sporter of de andere persoon om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider, bedoeld in § 1, 10°, a) tot c), niet professioneel of sportgerelateerd is.
  Vanaf de kennisgeving bedoeld in het vierde lid en voor zover de begeleider niet heeft kunnen aantonen dat de criteria bedoeld in § 1, 10°, a) tot c), op hem van toepassing zijn, licht de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het WADA in dat de betrokken begeleider van de sporter aan één van de criteria vermeld in § 1, 10°, a) tot c), beantwoordt.
  Het Verenigd College bepaalt de nadere regels van de kennisgevingsprocedures bedoeld in deze paragraaf, overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  Iedere antidopingorganisatie die kennis heeft van het feit dat een begeleider beantwoordt aan de criteria beschreven in § 1, 10°, a) tot c), deelt deze informatie mee aan het WADA. ".
Art. 3. L'article 8 de la même ordonnance est remplacé comme suit :
  " Art. 8. § 1er. Sans préjudice de l'article 10, il y a lieu d'entendre par dopage :
  1° la présence d'une substance interdite, de ses métabolites ou de ses marqueurs dans un échantillon fourni par un sportif. Il incombe à chaque sportif de s'assurer qu'aucune substance interdite ne pénètre dans son organisme. Les sportifs sont responsables de toute substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dont la présence est décelée dans leurs échantillons. Par conséquent, il n'est pas nécessaire de faire la preuve de l'intention, de la faute, de la négligence ou de l'usage conscient de la part du sportif pour établir une violation des règles antidopage au sens du présent alinéa;
  2° l'usage ou la tentative d'usage par un sportif d'une substance interdite ou d'une méthode interdite. Il incombe à chaque sportif de faire en sorte qu'aucune substance interdite ne pénètre dans son organisme et qu'aucune méthode interdite ne soit utilisée. Par conséquent, il n'est pas nécessaire de démontrer l'intention, la faute, la négligence ou l'usage conscient de la part du sportif pour établir la violation des règles antidopage pour cause d'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite.
  Le succès ou l'échec de l'usage ou de la tentative d'usage d'une substance interdite ou d'une méthode interdite n'est pas déterminant. L'usage ou la tentative d'usage de la substance interdite ou de la méthode interdite suffit pour qu'il y ait violation des règles antidopage;
  3° le fait de se soustraire au prélèvement d'un échantillon, de refuser sans justification valable le prélèvement d'un échantillon ou de ne pas se soumettre au prélèvement d'un échantillon, après notification conforme aux règles antidopage en vigueur;
  4° toute combinaison, pour un sportif d'élite de catégorie A, sur une période de douze mois à dater du premier manquement, de trois contrôles manqués ou manquements à l'obligation de transmission d'informations sur la localisation, telle que prévue à l'article 26 de l'ordonnance;
  5° la falsification ou la tentative de falsification de tout élément du contrôle du dopage, notamment, le fait de volontairement perturber ou tenter de perturber dans son travail un médecin-contrôleur, de fournir des renseignements frauduleux à une organisation antidopage ou d'intimider ou de tenter d'intimider un témoin potentiel. Ce comportement préjudiciable au processus de contrôle du dopage ne tombe pas sous la définition de méthode interdite;
  6° la possession :
  a) par un sportif, en compétition, d'une substance ou méthode interdite en compétition, ou hors compétition, d'une substance ou méthode interdite hors compétition, à moins que le sportif n'établisse que cette possession est conforme à une AUT valablement accordée ou ne fournisse une autre justification acceptable;
  b) par un membre du personnel d'encadrement du sportif, en compétition, de toute substance ou méthode interdite en compétition, ou hors compétition, de toute substance ou méthode interdite hors compétition, en lien avec un sportif, une compétition ou l'entraînement, à moins que la personne concernée ne puisse établir que cette possession est conforme à une AUT valablement accordée au sportif ou ne fournisse une autre justification acceptable;
  7° le trafic ou la tentative de trafic d'une substance ou d'une méthode interdite;
  8° l'administration ou la tentative d'administration à un sportif en compétition d'une substance interdite ou d'une méthode interdite, ou l'administration ou la tentative d'administration à un sportif hors compétition d'une substance interdite ou d'une méthode interdite dans le cadre de contrôles hors compétition;
  9° toute assistance, incitation, contribution, conspiration, dissimulation ou toute autre forme de complicité intentionnelle impliquant une violation ou une tentative de violation des règles antidopage ou une violation de l'interdiction de participation pendant une suspension disciplinaire, par une autre personne;
  10° l'association, à titre professionnel ou sportif, entre un sportif ou une autre personne soumise à l'autorité d'une organisation antidopage et un membre du personnel d'encadrement du sportif, lequel :
  a) s'il relève de l'autorité d'une organisation antidopage, purge une période de suspension, quelle que soit la date à laquelle elle a été prononcée et a débuté;
  b) s'il ne relève pas de l'autorité d'une organisation antidopage, a été condamné ou reconnu coupable, même avant le 1er janvier 2015, dans une procédure pénale, disciplinaire ou professionnelle, d'avoir adopté un comportement qui aurait constitué une violation des règles antidopage si des règles conformes au Code avaient été applicables à cette personne;
  c) sert de couverture ou d'intermédiaire pour une personne telle que décrite au a) ou b).
  § 2. L'association visée au § 1er, 10°, a), est interdite pendant la période de suspension.
  L'association visée au § 1er, 10°, b), est interdite pendant une période de six ans à compter de la décision pénale, professionnelle ou disciplinaire, ou pendant la durée de la sanction pénale, disciplinaire ou professionnelle imposée, selon celle de ces deux périodes qui sera la plus longue.
  L'association visée au § 1er, 10°, c), est interdite pendant la période durant laquelle la personne, pour compte de laquelle une tierce-personne sert de couverture ou d'intermédiaire, a interdiction de collaborer avec le sportif.
  L'application de cette disposition est conditionnée à ce que le sportif ou l'autre personne se soient préalablement vus notifier par écrit par l'organisation antidopage compétente, le statut disqualifiant du membre du personnel d'encadrement du sportif et la conséquence potentielle de l'association interdite à laquelle le sportif ou l'autre personne s'expose, de sorte qu'ils puissent raisonnablement éviter une telle association. L'ONAD de la Commission communautaire commune devra aussi consentir des efforts raisonnables afin de faire part à l'accompagnateur, qui fait l'objet de cette notification, qu'il a quinze jours pour prouver à l'ONAD de la Commission communautaire commune que les critères mentionnés au § 1er, 10°, a) ou b), ne sont pas d'application.
  L'ONAD de la Commission communautaire commune notifie également au personnel d'encadrement du sportif concerné qu'il a fait l'objet d'une notification au sportif ou à l'autre personne, dans le cadre d'une association potentiellement interdite.
  Le personnel d'encadrement du sportif dispose de 15 jours, à dater de la notification visée à l'alinéa qui précède, pour établir, par toute voie de droit, qu'aucune des situations visées au § 1er, 10°, a) à c), ne lui est applicable.
  Il incombe au sportif ou à l'autre personne d'établir que l'association avec le membre du personnel d'encadrement du sportif, telle que décrite au § 1er, 10°, a) à c), ne revêt pas un caractère professionnel ou sportif.
  Dès la notification visée à l'alinéa 4 et pour autant que le membre du personnel d'encadrement du sportif n'a pas pu établir que les critères visés au § 1er, 10°, a) à c), ne lui étaient pas applicables, l'ONAD de la Commission communautaire commune informe l'AMA que ce membre du personnel d'encadrement du sportif répond à l'un des critères repris au § 1er, 10°, a) à c).
  Le Collège réuni arrête les modalités des procédures de notification visées dans le présent paragraphe, conformément à la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
  Toute organisation antidopage qui a connaissance d'un membre du personnel d'encadrement du sportif répondant aux critères décrits au § 1er, 10°, a) à c), soumet ces informations à l'AMA. ".
Art. 4. In dezelfde ordonnantie wordt een artikel 8/1 ingevoegd luidend als volgt :
  " Art. 8/1. § 1. Het bewijs van een dopingpraktijk moet geleverd worden door de bevoegde antidopingorganisatie.
  De bewijsstandaard waaraan de antidopingorganisatie moet voldoen, bestaat erin de overtreding van de antidopingregels aan te tonen ten behoeve van de tuchtrechtelijke overheid, die de zwaarwichtigheid van de beschuldiging beoordeelt. De bewijsstandaard moet in ieder geval meer zijn dan een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een bewijs boven redelijke twijfel.
  Als de sporter of ieder ander persoon vermoed wordt een inbreuk te hebben gepleegd op de antidopingregels en een vermoeden moet weerleggen of specifieke feiten en omstandigheden moet bewijzen, is de bewijsstandaard een afweging van waarschijnlijkheid.
  Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle rechtsmiddelen worden vastgesteld, inclusief bekentenissen.
  § 2. Onverminderd de in § 1 bepaalde regels gelden in disciplinaire procedures de volgende bewijsregels :
  a) overeenkomstig artikel 3.2.1 van de Code worden analytische methoden of beslissingslimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg met de betrokken wetenschappelijke gemeenschap en die zijn onderworpen aan collegiale toetsing, verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn. Elke sporter of begeleider die de veronderstelling van wetenschappelijke validiteit wil weerleggen, moet, overeenkomstig artikel 3.2 van de WADA-Code, als opschortende voorwaarde eerst het WADA op de hoogte brengen van de betwisting en de grondslag ervan. Het TAS kan op eigen initiatief ook het WADA op de hoogte brengen van een dergelijke betwisting. Op verzoek van het WADA zal de TAS-commissie een geschikte wetenschappelijke expert aanstellen om haar te helpen bij de beoordeling van de betwisting. Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het TAS-dossier heeft ontvangen, heeft het WADA het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in de procedure;
  b) de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden vermoed de analyses van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor laboratoria. De sporter of een andere persoon kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor laboratoria heeft plaatsgevonden die redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt. In het geval bedoeld in het vorige lid, als de sporter of de andere persoon het vermoeden weerlegt, moet de bevoegde antidopingorganisatie, volgens het geval, aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt;
  c) de afwijkingen van elke andere internationale standaard of van elke andere antidopingregel of elk antidopingbeginsel die in de Code of in de regels van een antidopingorganisatie vermeld zijn, maken deze bewijzen of resultaten niet ongeldig, indien deze afwijkingen niet de oorzaak zijn van het afwijkend analyseresultaat of van de andere overtreding van de antidopingregels. Als de sporter of elke andere persoon aantoont dat een afwijking van elke andere internationale standaard of elke andere antidopingregel of elk ander antidopingbeginsel redelijkerwijs geleid heeft tot het overtreden van antidopingregels op grond van een vastgesteld afwijkend analyseresultaat of van een andere overtreding van de antidopingregels, moet de antidopingorganisatie aantonen dat die afwijking het afwijkend analyseresultaat niet heeft veroorzaakt of niet de feitelijke basis is voor de overtreding van de antidopingregels;
  d) feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of de andere persoon op wie de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of de andere persoon aantoont dat de beslissing de principes van billijke rechtsbedeling schendt;
  e) de disciplinaire commissie die optreedt in een hoorzitting over een dopingpraktijk, mag een negatieve gevolgtrekking maken ten aanzien van een sporter of de andere persoon die wordt beschuldigd van de dopingovertreding op basis van de weigering van de sporter of de andere persoon, nadat hij daarvoor redelijke tijd voor de zitting is opgeroepen om te verschijnen, en om de vragen van de disciplinaire commissie, gemachtigd met toepassing van artikel 30, of de antidopingorganisatie die de dopingovertreding ten laste legt, te beantwoorden.
  § 3. Onverminderd de bepalingen bepaald in de voorgaande paragrafen, is er sprake van een dopingpraktijk zoals vermeld in artikel 8, § 1, 1°, in elk van de volgende gevallen :
  1° de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, waarbij de sporter geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
  2° de analyse van het B-monster bevestigt de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter;
  3° wanneer het B-monster wordt verdeeld over twee flessen, bevestigt de analyse van de tweede fles van het B-monster de aanwezigheid van de verboden stof of metabolieten of markers ervan, die werden vastgesteld in de eerste fles van het B-monster van de sporter.
  Met uitzondering van de stoffen waarvoor in de verboden lijst specifiek een kwantitatieve limiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke hoeveelheid van een verboden stof of metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter een overtreding van de antidopingregels.
  De verboden lijst of de Internationale Standaarden kunnen niettemin bijzondere criteria van appreciatie vaststellen voor de beoordeling van verboden stoffen die ook door het lichaam kunnen worden aangemaakt. ".
Art. 4. Il est inséré, dans la même ordonnance, un article 8/1, rédigé comme suit :
  " Art. 8/1. § 1er. La charge de la preuve du dopage incombe à l'organisation antidopage compétente.
  Le degré de preuve auquel l'organisation antidopage est astreinte, consiste à établir la violation des règles antidopage à la satisfaction de l'autorité disciplinaire, qui appréciera la gravité de l'allégation. Le degré de preuve, dans tous les cas, devra être plus important qu'une simple prépondérance des probabilités, mais moindre qu'une preuve au-delà du doute raisonnable.
  Lorsqu'un sportif ou toute autre personne est présumé avoir commis une violation des règles antidopage et supporte la charge de renverser la présomption ou d'établir des circonstances ou des faits spécifiques, le degré de preuve est établi par la prépondérance des probabilités.
  Les faits liés aux violations des règles antidopage peuvent être établis par tout moyen fiable, y compris des aveux.
  § 2. Sans préjudice des règles définies au § 1er, les règles de preuve suivantes s'appliquent aux procédures disciplinaires :
  a) conformément à l'article 3.2.1 du Code, les méthodes d'analyse ou les limites de décisions approuvées par l'AMA, après avoir été soumises à une consultation au sein de la communauté scientifique et à une revue corrigée par les pairs, sont présumées scientifiquement valables. Tout sportif ou toute autre personne cherchant à renverser cette présomption de validité scientifique devra, conformément à ce que prescrit l'article 3.2 du Code AMA, au préalable à toute contestation, informer l'AMA de la contestation et de ses motifs. De sa propre initiative, le TAS pourra informer l'AMA de cette contestation. A la demande de l'AMA, la formation arbitrale du TAS désignera un expert scientifique qualifié afin d'aider la formation arbitrale à évaluer cette contestation. Dans les dix jours à compter de la réception de cette notification par l'AMA et de la réception par l'AMA du dossier du TAS, l'AMA aura également le droit d'intervenir en tant que partie, de comparaître en qualité d'amicus curiae ou de soumettre tout autre élément dans la procédure;
  b) les laboratoires accrédités par l'AMA et les autres laboratoires approuvés par l'AMA sont présumés avoir effectué l'analyse des échantillons et respecté les procédures de la chaîne de sécurité, conformément au Standard international pour les laboratoires. Le sportif ou une autre personne pourra renverser cette présomption en démontrant qu'un écart par rapport au Standard international pour les laboratoires est survenu et pourrait raisonnablement avoir causé le résultat d'analyse anormal. Dans le cas visé à l'alinéa précédent, si le sportif ou l'autre personne parvient à renverser la présomption, il incombe alors à l'organisation antidopage compétente, selon les cas, de démontrer que cet écart n'est pas à l'origine du résultat d'analyse anormal;
  c) les écarts par rapport à tout autre standard international ou à toute autre règle ou principe antidopage énoncés dans le Code ou dans les règles d'une organisation antidopage n'invalideront pas lesdites preuves ou lesdits résultats si ces écarts ne sont pas la cause du résultat d'analyse anormal ou de l'autre violation des règles antidopage. Si le sportif ou l'autre personne établit qu'un écart par rapport à tout autre standard international ou à toute autre règle ou principe antidopage est raisonnablement susceptible d'avoir causé une violation des règles antidopage sur la base d'un résultat d'analyse anormal constaté ou d'une autre violation des règles antidopage, l'organisation antidopage compétente aura, dans ce cas, la charge d'établir que cet écart n'est pas à l'origine du résultat d'analyse anormal ou des faits à l'origine de la violation des règles antidopage;
  d) les faits établis par une décision d'un tribunal ou d'un tribunal disciplinaire professionnel compétent qui ne fait pas l'objet d'un appel en cours constituent une preuve irréfutable des faits à l'encontre du sportif ou de l'autre personne visée par la décision, à moins que le sportif ou l'autre personne n'établisse que la décision violait les principes de justice équitable;
  e) la commission disciplinaire peut, dans le cadre d'une audience relative à une violation des règles antidopage, tirer des conclusions défavorables à l'égard du sportif ou de l'autre personne qui est accusée d'une violation des règles antidopage en se fondant sur le refus du sportif ou de cette autre personne, malgré une demande dûment présentée dans un délai raisonnable avant l'audience, de comparaître et de répondre aux questions de la commission disciplinaire mandatée en application de l'article 30 ou de l'organisation antidopage qui allègue la violation d'une règle antidopage.
  § 3. Sans préjudice des dispositions fixées aux paragraphes précédents, il y a dopage au sens de l'article 8, § 1er, 1° dans chacun des cas suivants :
  1° la présence d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dans l'échantillon A du sportif lorsqu'il renonce à l'analyse de l'échantillon B et que l'échantillon B n'est pas analysé;
  2° l'analyse de l'échantillon B confirme la présence de la substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, qui ont été décelés dans l'échantillon A du sportif;
  3° lorsque l'échantillon B du sportif est réparti entre deux flacons, l'analyse du deuxième flacon de l'échantillon B confirme la présence de la substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, qui ont été décelés dans le premier flacon de l'échantillon B du sportif.
  A l'exception des substances pour lesquelles un seuil quantitatif est précisé dans la liste des interdictions, la présence de toute quantité d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs dans un échantillon fourni par un sportif, constitue une violation des règles antidopage.
  La liste des interdictions ou les Standards internationaux peuvent toutefois prévoir des critères d'appréciation particuliers dans le cas de substances interdites pouvant également être produites de manière endogène. ".
Art. 5. In artikel 10 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. De aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan of het gebruik of de poging tot gebruik, het bezit, de toediening of de poging tot toediening van een verboden stof vormen geen dopingpraktijk als ze in overeenstemming zijn met de bepalingen van een toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak, afgeleverd conform bijlage 2 van de UNESCO- Conventie. ";
  2° in § 4, worden het eerste en het tweede lid vervangen als volgt :
  " Alle sporters zijn onderworpen aan de verplichtingen inzake de toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische noodzaak, overeenkomstig bijlage 2 van de UNESCO-Conventie.
  De commissie is niet bevoegd ten opzichte van de elitesporters van internationaal niveau, die, met toepassing van bijlage 2 van de UNESCO-Conventie, verplicht zijn hun aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak of hun aanvraag tot erkenning van een door een NADO afgeleverde TTN in te dienen bij de internationale of nationale sportvereniging waarvan ze afhangen. ";
  3° § 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. Breedtesporters kunnen een toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak aanvragen en verkrijgen op retroactieve wijze en met terugwerkende kracht.
  Het Verenigd College bepaalt de nadere regels voor de in het vorige lid bedoelde procedure. ".
Art. 5. A l'article 10 de la même ordonnance sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. La présence d'une substance interdite ou de ses métabolites ou marqueurs, ou l'usage, la tentative d'usage, la possession, l'administration ou la tentative d'administration d'une substance interdite ou d'une méthode interdite ne sont pas constitutifs de dopage, lorsqu'ils sont compatibles avec les dispositions d'une autorisation d'usage à des fins thérapeutiques, délivrée en conformité avec l'annexe 2 de la Convention de l'UNESCO. ";
  2° dans le § 4, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " Tous les sportifs sont soumis aux obligations relatives aux autorisations d'usage à des fins thérapeutiques, conformément à l'annexe 2 de la Convention de l'UNESCO.
  La Commission n'est pas compétente à l'égard des sportifs d'élite de niveau international, lesquels sont, en application de l'annexe 2 de la Convention de l'UNESCO, tenus d'introduire leur demande d'autorisation d'usage à des fins thérapeutiques, ou leur demande de reconnaissance d'une AUT délivrée par une ONAD, auprès de l'association sportive internationale ou nationale dont ils dépendent. ";
  3° le § 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Les sportifs amateurs peuvent demander et obtenir une autorisation d'usage à des fins thérapeutiques de manière rétroactive et avec effet rétroactif.
  Le Collège réuni détermine les modalités de la procédure visée à l'alinéa précédent. ".
Art. 6. In artikel 12 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het tweede lid, worden de woorden " , met inachtneming van de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, meer bepaald de artikelen 7, 16, 17, 21 en 22, " toegevoegd na de woorden " sportieve geest ".
  2° De tweede zin van het tweede lid wordt vervangen als volgt : " De verblijfgegevens van de elitesporters mogen enkel worden gebruikt voor het plannen, coördineren en uitvoeren van dopingcontroles, het verschaffen van pertinente informatie voor het biologisch paspoort van de sporter of voor andere resultaten van analyses, het bijdragen tot een onderzoek naar een mogelijke overtreding van de antidopingregels of het bijdragen tot procedures voor de vervolging van dergelijke overtredingen. ".
  3° Het vierde lid wordt aangevuld als volgt : " De informatie moet worden vernietigd zodra ze niet meer nuttig is voor de doeleinden die ze nastreeft. ".
  4° Het artikel wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : " Het Verenigd College ontwikkelt voor de sporters, de begeleiders van de sporters en de ploegverantwoordelijken, informatie- en vormingsactiviteiten die gericht zijn op het aanreiken van actuele en accurate informatie over de rechten inzake verwerking en bescherming van persoonsgegevens. ".
Art. 6. A l'article 12 de la même ordonnance, sont apportées les modifications suivantes :
  1° A l'alinéa 2, les mots " , tout en respectant les dispositions de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, en particulier les articles 7, 16, 17, 21 et 22 " sont ajoutés après les mots " esprit sportif ".
  2° La seconde phrase de l'alinéa 2 est remplacée comme suit : " Les informations relatives à la localisation des sportifs d'élite seront utilisées exclusivement afin de planifier, de coordonner ou de réaliser des contrôles du dopage, de fournir des informations pertinentes pour le passeport biologique de l'athlète ou d'autres résultats d'analyses, de contribuer à une enquête relative à une violation éventuelle des règles antidopage ou de contribuer à une procédure alléguant une violation des règles antidopage. ".
  3° L'alinéa 4 est complété comme suit : " Les informations sont détruites dès qu'elles ne sont plus utiles aux fins qu'elles poursuivent. ".
  4° L'article est complété par un alinéa rédigé comme suit : " Le Collège réuni développe pour les sportifs, le personnel d'encadrement et les responsables d'équipe, des activités d'information et de formation visant à leur fournir des informations actuelles et précises quant aux droits relatifs au traitement et à la protection des données à caractère personnel. ".
Art. 7. Artikel 16 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt : " Alle elitesporters en breedtesporters kunnen aan controles binnen en buiten wedstrijdverband worden onderworpen. ".
Art. 7. L'article 16 est complété par un alinéa rédigé comme suit : " Tous les sportifs, d'élite et amateurs, peuvent être soumis à des contrôles en compétition et hors compétition. ".
Art. 8. In artikel 17, § 3, van dezelfde ordonnantie worden de woorden " aan de administratie " vervangen door de woorden " aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ".
Art. 8. A l'article 17, § 3, de la même ordonnance, les mots " à l'administration " sont remplacés par les mots " à l'ONAD de la Commission communautaire commune ".
Art. 9. In artikel 18 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 1, tweede lid, worden de woorden " de door het WADA goedgekeurde internationale standaard voor laboratoria " vervangen door de woorden " de Internationale Standaarden ".
  2° In § 2 worden de woorden " van de administratie " vervangen door de woorden " van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ".
  3° § 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. - Het Verenigd College bepaalt de voorwaarden en de nadere regels volgens welke een laboratorium door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan worden erkend of volgens welke de erkenning kan worden ingetrokken. Om erkend te worden, moet het laboratorium geaccrediteerd of op een andere wijze goedgekeurd zijn door het WADA. ".
Art. 9. A l'article 18 de la même ordonnance sont apportées les modifications suivantes :
  1° Au § 1er, alinéa 2, les mots " le standard international des laboratoires adopté par l'AMA " sont remplacés par les mots " les Standards internationaux ".
  2° Au § 2, les mots " de l'administration " sont remplacés par les mots " de l'ONAD de la Commission communautaire commune ".
  3° Le § 3 est remplacé comme suit :
  " § 3. - Le Collège réuni détermine les conditions et les modalités selon lesquelles un laboratoire peut être agréé par la Commission communautaire commune ou se voir retirer son agrément. Pour être agréé, le laboratoire doit notamment être accrédité ou autrement approuvé par l'AMA. ".
Art. 10. In artikel 19, § 1, van dezelfde ordonnantie worden de woorden " aan de administratie " vervangen door de woorden " aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ".
Art. 10. A l'article 19, § 1er, de la même ordonnance, les mots " à l'administration " sont remplacés par les mots " à l'ONAD de la Commission communautaire commune ".
Art. 11. In artikel 20 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " De administratie " vervangen door de woorden " De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ".
Art. 11. A l'article 20 de la même ordonnance, les mots " L'administration " sont remplacés par les mots " L'ONAD de la Commission communautaire commune ".
Art. 12. In dezelfde ordonnantie wordt, in hoofdstuk V, een artikel 23/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 23/1. Met het oog op het opsporen, het inwinnen van inlichtingen en, in voorkomend geval, het verzamelen van bewijselementen die toelaten dopinginbreuken in de zin van artikel 8 vast te stellen, beschikt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie over een onderzoeksbevoegdheid overeenkomstig de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken.
  In dat verband is de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd voor :
  a) het verzamelen, beoordelen en verwerken van informatie, die mogelijke overtredingen van de in artikel 8 bedoelde antidopingregels zou kunnen aantonen en die rechtmatig door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie werd verkregen, met het oog op de ontwikkeling van een effectief, intelligent en proportioneel spreidingsplan, het plannen van gerichte dopingtests of het vormen van een basis van een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de in artikel 8 bedoelde antidopingregels;
  b) het onderzoeken van atypische analyseresultaten of afwijkende paspoortresultaten, met het oog op het verzamelen van inlichtingen of bewijzen, met inbegrip van onder andere analytische bewijzen, om te bepalen of er één of meer mogelijke overtredingen van de in artikel 8, § 1, 1° of 2°, bedoelde antidopingregels werden begaan;
  c) het onderzoeken van ieder ander analytisch of niet-analytisch gegeven dat wijst op één of meer overtredingen van de in artikel 8, § 1, 3° tot 10°, bedoelde antidopingregels om het bestaan van dergelijke overtreding(en) uit te sluiten of om bewijzen te verzamelen met het oog op het opstarten van een procedure voor overtreding van antidopingregels;
  d) het voeren van een automatische enquête over de begeleider van de sporter in geval van overtreding van de antidopingregels door een minderjarige en het voeren van een automatisch enquête over elke begeleider die zijn steun heeft gegeven aan meer dan één sporter die schuldig werd bevonden aan dopingpraktijken.
  Wanneer de in het eerste lid, a), bedoelde informatie wordt verwerkt voor het vaststellen van een spreidingsplan van dopingtests, wordt zij anoniem gemaakt.
  Met het oog op de toepassing van de voorgaande leden, kan het Verenigd College bilaterale of multilaterale akkoorden sluiten met andere antidopingorganisaties, met het oog op het aanstellen van een gezamenlijke verantwoordelijke die met deze taken belast wordt. ".
Art. 12. Il est inséré, dans le chapitre V de la même ordonnance, un article 23/1, rédigé comme suit :
  " Art. 23/1. Aux fins de rechercher, de collecter des renseignements et, le cas échéant, de réunir des preuves permettant d'établir des faits de dopage, au sens de l'article 8, l'ONAD de la Commission communautaire commune dispose d'un pouvoir d'enquête conforme au Standard international pour les contrôles et les enquêtes.
  Dans ce cadre, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut :
  a) obtenir, évaluer et traiter des informations indiquant une ou plusieurs violation(s) potentielle(s) des règles antidopage visées à l'article 8, dont la Commission communautaire commune a légalement pris connaissance, afin d'alimenter la mise en place d'un plan de répartition des contrôles efficace, intelligent et proportionné, de planifier des contrôles ciblés ou de servir de base à une enquête portant sur une ou plusieurs violation(s) éventuelle(s) des règles antidopage, telles que visées à l'article 8;
  b) enquêter sur les résultats atypiques et les résultats de passeport anormaux, afin de rassembler des renseignements ou des preuves, y compris, notamment, des preuves analytiques, en vue de déterminer si une ou plusieurs violation(s) éventuelle(s) des règles antidopage, visée(s) à l'article 8, § 1er, 1° ou 2°, a (ont) été commise(s);
  c) enquêter sur toute autre information ou donnée analytique ou non analytique indiquant une ou plusieurs violation(s) potentielle(s) des règles antidopage visées à l'article 8, § 1er, 3° à 10°, afin d'exclure l'existence d'une telle violation ou de réunir des preuves permettant l'ouverture d'une procédure pour violation des règles antidopage;
  d) mener une enquête automatique sur le personnel d'encadrement du sportif en cas de violation des règles antidopage par un mineur et mener une enquête automatique sur tout membre du personnel d'encadrement du sportif qui a apporté son soutien à plus d'un sportif reconnu coupable de violation des règles antidopage.
  Lorsque les informations visées à l'alinéa 1er, a), sont traitées pour établir un plan de répartition des contrôles, elles sont rendues anonymes.
  Aux fins de l'application des alinéas précédents, le Collège réuni peut conclure des accords bilatéraux ou multilatéraux avec d'autres organisations antidopage, notamment en vue de désigner un responsable commun chargé de ces tâches. ".
Art. 13. In dezelfde ordonnantie wordt, in hoofdstuk V, een artikel 23/2 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 23/2. § 1. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan, met inachtneming van de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, een biologisch paspoort opmaken van de elitesporters die een sportdiscipline beoefenen, waarvoor de bevoegde internationale sportfederatie het biologisch paspoort toepast.
  In dat geval sluit het Verenigd College, per sportdiscipline, een overeenkomst met de bevoegde internationale sportfederatie waarin de betrokken elitesporters worden geïdentificeerd en waarin de eventuele andere modaliteiten voor de samenwerking worden bepaald.
  Een dopingcontrole kan als doel hebben, met het oog op de vaststelling van de in artikel 8, § 1, 1° en 2°, bedoelde dopingpraktijken, hetzij de rechtstreekse opsporing van een verboden stof of methode in het lichaam van de sporter, hetzij de onrechtstreekse opsporing van een verboden stof via zijn gevolgen op het lichaam, door het opstellen van een biologisch paspoort van de sporter.
  Het biologisch paspoort kan worden gebruikt om gerichte dopingtests op de betrokken elitesporters uit te voeren.
  § 2. Het Verenigd College bepaalt, in overeenstemming met de Code en de bepalingen van de Internationale Standaarden, de procedureregels voor het opmaken, het beheer en de opvolging van het biologisch paspoort.
  Het Verenigd College bepaalt eveneens de bewaringstermijn van de gegevens verzameld in het kader van het biologisch paspoort, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  Onverminderd het vorige lid kan het Verenigd College een instantie voor het beheer van het biologisch paspoort van de elitesporter aanduiden, die ermee belast wordt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bij te staan bij het opmaken, het beheer en de opvolging van het biologisch paspoort.
  De behandeling van de gegevens toevertrouwd aan de beheersinstantie, aangeduid door het Verenigd College, gebeurt onder controle van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. ".
Art. 13. Il est inséré, dans le chapitre V de la même ordonnance, un article 23/2, rédigé comme suit :
  " Art. 23/2. § 1er. L'ONAD de la Commission communautaire commune peut établir, dans le respect des dispositions de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, un passeport biologique des sportifs d'élite qui pratiquent une discipline sportive, pour laquelle la fédération sportive internationale compétente applique le passeport biologique.
  Dans ce cas, le Collège réuni conclut, par discipline sportive, avec la fédération sportive internationale compétente, une convention dans laquelle les sportifs d'élite concernés sont identifiés et dans laquelle d'autres modalités de coopération éventuelles sont arrêtées.
  Un contrôle antidopage peut avoir pour objet, aux fins de l'établissement des faits de dopage visés à l'article 8, § 1er, 1° et 2°, soit la détection directe d'une substance ou méthode interdite dans le corps du sportif, soit la détection indirecte d'une substance interdite de par ses effets sur le corps, par la voie de l'établissement d'un passeport biologique du sportif.
  Le passeport biologique peut être utilisé pour faire effectuer des contrôles ciblés sur les sportifs d'élite concernés.
  § 2. Le Collège réuni détermine, en conformité avec le Code et les dispositions des Standards internationaux, les règles de procédure pour l'établissement, la gestion et le suivi du passeport biologique.
  Le Collège réuni fixe également la durée de conservation des données recueillies dans le cadre du passeport biologique, conformément aux dispositions de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel.
  Sans préjudice de l'alinéa qui précède, le Collège réuni peut désigner une unité de gestion du passeport du sportif d'élite, chargée d'assister l'ONAD de la Commission communautaire commune, pour l'établissement, la gestion et le suivi du passeport biologique.
  Le traitement des données confié à l'unité de gestion désignée par le Collège réuni est réalisé sous le contrôle d'un professionnel des soins de santé. ".
Art. 14. In artikel 25 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " aan de administratie " vervangen door de woorden " aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ".
Art. 14. A l'article 25 de la même ordonnance, les mots " à l'administration " sont remplacés par les mots " à l'ONAD de la Commission communautaire commune ".
Art. 15. In artikel 26 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt :
  " De criteria die dienen als basis voor de bepaling van de lijsten A, B en C van de sportdisciplines, opgenomen in de bijlage van deze ordonnantie, zijn de volgende :
  - A : het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband waarvan de beoefenaars meestal niet op een gemakkelijk lokaliseerbare plaats trainen;
  - B : het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband waarvan de beoefenaars meestal op een gemakkelijk lokaliseerbare plaats trainen;
  - C : het gaat om een ploegdiscipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband. ";
  2° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De elitesporters van categorie A vormen de geregistreerde doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Zij zijn onderworpen aan de verplichting tot mededeling van de verblijfgegevens bedoeld in artikel 5.6 van de Code en in de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, namelijk :
  1° hun naam en voornamen;
  2° hun geslacht;
  3° het adres van hun woonplaats, en indien het verschillend is, hun gewoonlijke verblijfplaats;
  4° hun telefoonnummer, faxnummer en elektronisch adres;
  5° in voorkomend geval, het nummer van het biologisch paspoort van de sporter;
  6° hun sportdiscipline, -klasse en -ploeg;
  7° hun sportvereniging en hun lidnummer;
  8° het volledige adres van hun verblijfplaats, trainingsplaats, plaats van wedstrijd en manifestatie tijdens het komende trimester;
  9° een dagelijkse periode van 60 minuten waarin de sporter beschikbaar is op één aangeduide plaats voor een onaangekondigde controle.
  Als de elitesporter van categorie A zijn verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens niet nakomt, leidt dat, overeenkomstig de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, tot de vaststelling van een gemiste dopingtest of aangifteverzuim van de verblijfgegevens.
  Het Verenigd College publiceert de lijst van de sporters opgenomen in de geregistreerde doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in de gegevensbank ADAMS. ".
  3° § 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " Elitesporters van categorie C kunnen een ploegverantwoordelijke aanwijzen om, in hun naam, hun verblijfgegevens en de geactualiseerde spelerslijst voor hen in te dienen.
  Niettegenstaande de toepassing van het in het vorige lid bedoelde geval blijft de sporter steeds verantwoordelijk voor de juistheid en de aanpassing van de meegedeelde gegevens. ";
  4° § 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De elitesporters van categorie B die hun verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens niet naleven of een controle missen, kunnen, ongeacht de antidopingorganisatie die het verzuim vaststelt, na een schriftelijke kennisgeving en volgens de door het Verenigd College bepaalde regels, verplicht worden de verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens van de elitesporters van categorie A tijdens 6 maanden na te leven. In geval van een nieuw verzuim binnen deze termijn wordt deze met 18 maanden verlengd, vanaf de datum van de laatste vaststelling van het verzuim.
  De elitesporters van categorie C die hun verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens niet naleven of een controle missen, kunnen, ongeacht de antidopingorganisatie die het verzuim vaststelt, na een schriftelijke kennisgeving en volgens de door het Verenigd College bepaalde regels, verplicht worden de verplichtingen op het vlak van verblijfgegevens van de elitesporters van categorie A of B, volgens het geval bepaald door het Verenigd College, tijdens 6 maanden na te leven. In geval van een nieuw verzuim binnen deze termijn wordt deze met 18 maanden verlengd, vanaf de datum van de laatste vaststelling van het verzuim.
  Elitesporters van categorie B, C of D, voor wie een tuchtschorsing wordt uitgesproken voor dopingpraktijk of van wie de prestaties een plotselinge en belangrijke verbetering vertonen, of tegen wie ernstige aanwijzingen van doping bestaan, moeten, met inachtneming van de criteria van artikel 4.5.3 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, en volgens de door het Verenigd College bepaalde regels, de verplichtingen inzake de verblijfgegevens van de elitesporters van categorie A respecteren. ";
  5° er wordt een § 9 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 9. Als een elitesporter van categorie A, B of C zich terugtrekt uit de sport, maar later weer aan wedstrijden op nationaal of internationaal niveau wil deelnemen, kan hij pas weer competitiegerechtigd worden in nationale en internationale wedstrijden nadat hij de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het WADA en zijn internationale federatie zes maanden vooraf schriftelijk op de hoogte heeft gebracht van zijn terugkeer, tenzij het WADA, overeenkomstig artikel 5.7.1 van de Code, er om billijkheidsgronden anders over beslist.
  Als de elitesporter vermeld in het vorige lid zich tijdens een periode van schorsing van deelname aan wedstrijden, volgend op een disciplinaire uitspraak op grond van dopingpraktijken die in kracht van gewijsde is gegaan, terugtrekt uit de sport, kan hij pas weer competitiegerechtigd worden in nationale en internationale wedstrijden, nadat hij de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het WADA en zijn internationale federatie zes maanden of een periode gelijk aan het resterende deel van zijn schorsing als die langer is dan zes maanden, vooraf schriftelijk op de hoogte heeft gebracht van zijn terugkeer.
  Vanaf de ontvangst van de schriftelijke mededeling, kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de in het tweede en derde lid bedoelde elitesporters onderwerpen aan controles buiten wedstrijdverband en hen verplichten hun verblijfgegevens in te dienen conform de categorie waartoe zij behoorden op het ogenblik van hun terugtrekking uit de sport. ";
  6° er wordt een § 10 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 10. Onverminderd de overeengekomen specifieke bepalingen ter zake tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, indien een elitesporter tegelijk is opgenomen in de doelgroep van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en in die van een andere antidopingorganisatie of een internationale federatie, zal de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie met de andere antidopingorganisatie overeenkomen dat de verblijfgegevens enkel door één van hen worden beheerd en dat de andere toegang tot deze gegevens zal krijgen. Bij gebrek aan akkoord is het artikel 5.6 van de Code en de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken van toepassing om te bepalen welke antidopingorganisatie het beheer waarneemt.
  Indien een elitesporter van categorie B, C of D opgenomen is in de doelgroep van een andere NADO of van een internationale federatie waarvoor hij meer verblijfgegevens moet verstrekken dan wat in artikel 26 wordt voorzien, moet deze sporter enkel de verblijfgegevens meedelen die door de andere NADO of door de betrokken internationale federatie vereist is.
  Overeenkomstig artikel 12 dienen de verwerking en het doorgeven van de persoonsgegevens verkregen met toepassing van het voorgaande lid in overeenstemming te zijn met de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, meer bepaald met de artikelen 7, § 4, 21 en 22.
  Onverminderd de overeengekomen specifieke bepalingen ter zake tussen de Belgische NADO's, zal de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, indien zij controles wenst uit te voeren op een of meer sporters naar aanleiding van een sportmanifestatie waarvoor zij in principe niet verantwoordelijk is, de voorafgaande toestemming vragen aan de organisatie in wier schoot deze manifestatie is georganiseerd, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door het Verenigd College met inachtneming van artikel 5.3.2. van de Code. ".
Art. 15. A l'article 26 de la même ordonnance, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les critères servant de base pour la détermination des listes A, B et C des disciplines sportives, reprises en annexe de la présente ordonnance, sont les suivants :
  - A : il s'agit d'une discipline individuelle sensible au dopage hors compétition dont les pratiquants ne s'entraînent généralement pas dans un endroit aisément localisable;
  - B : il s'agit d'une discipline individuelle sensible au dopage hors compétition dont les pratiquants s'entraînent généralement dans un endroit aisément localisable;
  - C : il s'agit d'une discipline d'équipe sensible au dopage hors compétition. ";
  2° le § 2 est remplacé comme suit :
  " § 2. Les sportifs d'élite de catégorie A constituent le groupe cible enregistré de la Commission communautaire commune. Ils sont soumis à l'obligation de transmettre les données de localisation visées à l'article 5.6 du Code et dans le Standard international pour les contrôles et les enquêtes, à savoir :
  1° leurs nom et prénoms;
  2° leur genre;
  3° l'adresse de leur domicile et, si elle est différente, de la résidence habituelle;
  4° leurs numéros de téléphone, de fax et adresse électronique;
  5° s'il échet, le numéro du passeport biologique de sportif;
  6° leurs discipline, classe et équipe sportives;
  7° leur fédération sportive et leur numéro d'affiliation;
  8° l'adresse complète de leurs lieux de résidence, d'entraînement, de compétition et manifestation sportives pendant le trimestre à venir;
  9° une période quotidienne de 60 minutes pendant laquelle le sportif est disponible en un lieu indiqué pour un contrôle inopiné.
  Lorsque le sportif d'élite A ne respecte pas ses obligations en matière de localisation, un contrôle manqué ou un manquement à l'obligation de transmission d'informations lui est imputé, conformément au Standard international pour les contrôles et les enquêtes.
  Le Collège réuni publie, dans la base de données ADAMS, la liste des sportifs inclus dans le groupe cible enregistré de la Commission communautaire commune. ";
  3° le § 3, alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Les sportifs d'élite de catégorie C peuvent désigner un responsable d'équipe pour transmettre, en leur nom, leurs données de localisation ainsi que la liste actualisée des membres de l'équipe.
  Nonobstant l'application du cas visé à l'alinéa précédent, l'exactitude et la mise à jour des informations transmises relève, in fine, de la responsabilité du sportif. ";
  4° le § 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Les sportifs d'élite de catégorie B qui ne respectent pas leurs obligations de localisation ou manquent un contrôle peuvent, quelle que soit l'organisation antidopage ayant constaté le manquement, après notification écrite et suivant les modalités fixées par le Collège réuni, être tenus de respecter les obligations de localisation des sportifs d'élite de catégorie A pendant 6 mois. En cas de nouveau manquement constaté pendant ce délai, celui-ci est prolongé de 18 mois, à dater du dernier constat de manquement.
  Les sportifs d'élite de catégorie C qui ne respectent pas leurs obligations de localisation ou manquent un contrôle peuvent, quelle que soit l'organisation antidopage ayant constaté le manquement, après notification écrite et suivant les modalités fixées par le Collège réuni, être tenus de respecter les obligations de localisation des sportifs de catégorie A ou B, selon les cas, déterminés par le Collège réuni, pendant 6 mois. En cas de nouveau manquement pendant ce délai, celui-ci est prolongé de 18 mois, à dater du dernier constat de manquement.
  Les sportifs d'élite de catégorie B, C ou D qui font l'objet d'une suspension disciplinaire pour fait de dopage ou dont les performances présentent une amélioration soudaine et importante, ou qui présentent de sérieux indices de dopage sont, dans le respect des critères repris à l'article 4.5.3 du Standard international pour les contrôles et les enquêtes, et suivant les modalités fixées par le Collège réuni, tenus de respecter les obligations de localisation des sportifs d'élite de catégorie A. ";
  5° un § 9, rédigé comme suit, est ajouté :
  " § 9. Les sportifs d'élite des catégories A, B et C, qui ont pris leur retraite sportive mais qui souhaitent reprendre la compétition au niveau national ou international, ne pourront prendre part à une compétition au niveau national ou international sans avoir préalablement averti par écrit l'ONAD de la Commission communautaire commune, l'AMA et leur fédération internationale, dans un délai de six mois sauf si l'AMA, conformément à l'article 5.7.1 du Code, en décide autrement pour un motif d'équité.
  Si les sportifs d'élite visés à l'alinéa précédent ont pris leur retraite pendant une période de suspension consécutive à une décision disciplinaire passée en force de chose jugée établissant la violation de règle(s) antidopage, ils ne pourront prendre part à une compétition au niveau national ou international sans avoir préalablement averti par écrit l'ONAD de la Commission communautaire commune, leur fédération internationale et l'AMA, dans un délai de six mois ou dans un délai équivalent à la période de suspension restant à purger à la date de leur retraite, si cette période était supérieure à six mois.
  A dater de son avertissement par écrit, l'ONAD de la Commission communautaire commune peut soumettre les sportifs d'élite visés aux alinéas 2 et 3 aux contrôles hors compétition et leur demander de transmettre leurs données de localisation, conformément à la catégorie à laquelle ils appartenaient au moment de la prise de leur retraite sportive. ";
  6° un § 10, rédigé comme suit, est ajouté :
  " § 10. - Sans préjudice de dispositions spécifiques convenues à ce sujet par la Commission communautaire commune avec la Communauté flamande, la Communauté française et la Communauté germanophone, si un sportif d'élite est repris à la fois dans le groupe cible de la Commission communautaire commune et dans celui d'une autre organisation antidopage ou d'une fédération internationale, la Commission communautaire commune s'accorde avec l'autre organisation antidopage pour que l'une d'entre elles seulement assure la gestion des données de localisation du sportif d'élite concerné et pour que l'autre puisse avoir accès à ces données. A défaut d'accord, l'article 5.6 du Code et le Standard international pour les contrôles et les enquêtes sont applicables pour déterminer quelle organisation antidopage assure cette gestion.
  Si un sportif d'élite de catégorie B, C ou D est repris dans le groupe cible d'une autre ONAD ou d'une fédération internationale pour laquelle il doit fournir plus de données de localisation que ce qui est prévu à l'article 26, ce sportif doit uniquement communiquer les données de localisation requises par l'autre ONAD ou par la fédération internationale concernée.
  Conformément à l'article 12, les traitements et communications de données personnelles effectués en application de l'alinéa précédent doivent être conformes aux dispositions de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, en particulier ses articles 7, § 4, 21 et 22.
  Sans préjudice de dispositions spécifiques convenues à ce sujet entre les ONAD belges, si l'ONAD de la Commission communautaire commune souhaite réaliser des contrôles sur un ou plusieurs sportifs lors d'une manifestation sportive pour laquelle elle n'est en principe pas responsable, elle en demandera au préalable l'autorisation à l'organisation sous l'égide de laquelle cette manifestation est organisée, conformément aux modalités arrêtées par le Collège réuni dans le respect de l'article 5.3.2 du Code. ".
Art. 16. In het begin van het tweede lid van artikel 30 van dezelfde ordonnantie wordt de volgende zin ingevoegd :
  " De sportverenigingen nemen een tuchtreglement inzake antidoping aan en passen het toe, overeenkomstig de bepalingen van de Code. ".
Art. 16. Il est inséré, au début de l'alinéa 2 de l'article 30 de la même ordonnance, la phrase qui suit :
  " Les associations sportives adoptent un règlement de procédure disciplinaire antidopage et l'appliquent, conformément à l'intégralité des dispositions du Code. ".
Art. 17. Artikel 31, eerste lid, van dezelfde ordonnantie wordt vervangen als volgt :
  " Geen geschorste sporter of andere persoon mag, gedurende de periode van schorsing, in geen enkele hoedanigheid deelnemen aan :
  1° een wedstrijd of activiteit die toegelaten wordt door een ondertekenaar van de Code, een lid van een ondertekenaar van de Code, een club of een andere organisatie die lid is van een ondertekenaar van de Code, behalve indien het toegestane opvoedings- of rehabilitatieprogramma's inzake doping betreft;
  2° een wedstrijd die toegestaan of georganiseerd wordt door een professionele liga of een organisatie die instaat voor nationale of internationale sportmanifestaties, of een sportactiviteit op elite- of nationaal niveau die gefinancierd wordt door het Verenigd College of een instelling die ervan afhankelijk is.
  De overeenkomstig het vorige lid geschorste sporter of andere persoon blijft onderworpen aan controles. "
Art. 17. L'article 31, alinéa 1er de la même ordonnance est remplacé par ce qui suit :
  " Aucun sportif ni aucune autre personne suspendu(e) ne pourra, durant sa période de suspension, participer à quelque titre que ce soit à :
  1° une compétition ou activité autorisée par un signataire du Code, un membre d'un signataire du Code, un club ou une autre organisation membre d'un signataire du Code, sauf lorsqu'il s'agit de programmes d'éducation ou de réhabilitation antidopage autorisés;
  2° à des compétitions autorisées ou organisées par une ligue professionnelle ou une organisation responsable de manifestations internationales, ou nationales, ni à une activité sportive d'élite ou de niveau national financée par le Collège réuni ou un autre organisme qui en dépend.
  Le sportif ou l'autre personne à qui s'applique la suspension, conformément à l'alinéa qui précède, demeure assujetti à des contrôles. ".
Art. 18. In artikel 33, § 2, van dezelfde ordonnantie worden de woorden " De administratie " vervangen door de woorden " De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ".
Art. 18. A l'article 33, § 2, de la même ordonnance, les mots " L'administration " sont remplacés par les mots " L'ONAD de la Commission communautaire commune ".
Art. 19. In artikel 35 van dezelfde ordonnantie worden de woorden " artikel 8, 7° tot 9° " vervangen door de woorden " artikel 8, § 1, 6°, b) tot 9° ".
Art. 19. A l'article 35 de la même ordonnance, les mots " l'article 8, 7° à 9° " sont remplacés par " l'article 8, § 1er, 6°, b) à 9° ".
Art. 20. De bijlage bij de ordonnantie van 21 juni 2012 wordt vervangen door de bijlage bij de huidige ordonnantie.
Art. 20. L'annexe de l'ordonnance du 21 juin 2012 est remplacée par l'annexe de la présente ordonnance.
Art. 21. Het Verenigd College publiceert de volledige van kracht zijnde tekst van de WADA-Code en Internationale Standaarden op de website van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Art. 21. Le Collège réuni publie le texte complet et en vigueur du Code AMA et des Standards internationaux sur le site internet de la Commission communautaire commune.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Sportdisciplines
  Lijst A
  Atletiek - alle lange afstandslopen (3.000 m en meer)
  Triatlon - alle disciplines
  Duatlon - alle disciplines
  Veldrijden
  Wielrennen - alle olympische disciplines
  Biatlon
  Skiën - langlaufen en noordse combinatie
  Lijst B
  Atletiek - alles behalve lange afstandslopen (3.000 m en meer)
  Badminton
  Boksen
  Gewichtsheffen
  Gymnastiek
  Judo
  Kano
  Moderne vijfkamp
  Roeien
  Schermen
  Taekwondo
  Tafeltennis
  Tennis
  Beachvolley
  Zwemmen, behalve synchroonzwemmen en schoonspringen
  Worstelen
  Zeilen
  Alpineskiën, freestyleskiën en snowboarden
  Bobslee
  Skeleton
  Rodelen
  Schaatsen
  Lijst C
  Basketbal
  Handbal
  Hockey
  Voetbal
  Volleybal
  Waterpolo
  Ijshockey
  Rugby
  Gezien om gevoegd te worden bij de ordonnantie houdende wijziging van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan.
Art. N. Disciplines sportives
  Liste A
  Athlétisme - longues distances (3.000 m et plus)
  Triathlon - toutes disciplines
  Duathlon - toutes disciplines
  Cyclo-cross
  Cyclisme - toutes disciplines olympiques
  Biathlon
  Ski - ski de fond et combiné nordique
  Liste B
  Athlétisme - tout, sauf les longues distances (3.000 m et plus)
  Badminton
  Boxe
  Haltérophilie
  Gymnastique
  Judo
  Canoë
  Pentathlon moderne
  Aviron
  Escrime
  Taekwondo
  Tennis de table
  Tennis
  Beachvolley
  Natation, à l'exception de la nage synchronisée et du plongeon
  Lutte
  Voile
  Ski alpin, freestyle et snowboard
  Bobsleigh
  Skeleton
  Luge
  Patinage
  Liste C
  Basketball
  Handball
  Hockey
  Football
  Volleyball
  Waterpolo
  Hockey sur glace
  Rugby
  Vu pour être annexé à l'ordonnance modifiant l'ordonnance du 21 juin 2012 relative à la promotion de la santé dans la pratique du sport, à l'interdiction du dopage et à sa prévention.