Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
2 DECEMBER 2015. - Ministerieel besluit tot instelling van het Beoordelingscomité voorzien in artikel 6 van het koninklijk besluit van 18 november 2015 tot vaststelling van de voorwaarden van toekenning van toelagen voor wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid en sanitair beleid van dieren en planten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-12-2015 en tekstbijwerking tot 08-02-2021)
Titre
2 DECEMBRE 2015. - Arrêté ministériel instituant le Comité d'évaluation visé à l'article 6 de l'arrêté royal du 18 novembre 2015 fixant les conditions d'octroi de subsides à la recherche scientifique en matière de sécurité des aliments et de politique sanitaire des animaux et végétaux(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-12-2015 et mise à jour au 08-02-2021)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Een Beoordelingscomité voor de toekenning van toelagen voor wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid en sanitair beleid van dieren en planten, hierna "Beoordelingscomité" genaamd, wordt opgericht bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, hierna "FOD Volksgezondheid" genaamd.
Article 1er. Il est institué auprès du Service Publique Fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, ci-après dénommé " SPF Santé publique ", un Comité d'évaluation pour l'octroi de subsides pour des recherches scientifiques en matière de sécurité des aliments et de politique sanitaire des animaux et végétaux, ci-après dénommé " Comité d'évaluation ".
Art. 2. § 1. De Minister bevoegd voor het contractueel onderzoek inzake voedselveiligheid, plantengezondheid en dierengezondheid wijst de leden van het Beoordelingscomité aan, dat overeenkomstig artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 18 november 2015 als volgt is samengesteld:
1° acht deskundigen die deel uitmaken van de universitaire instellingen van de gemeenschappen, waarvan vier van de Nederlandstalige universitaire instellingen en vier van de Franstalige universitaire instellingen;
2° drie vertegenwoordigers van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV);
3° drie vertegenwoordigers van het directoraat generaal Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid.
§ 2. [1 Voor ieder lid van het Beoordelingscomité wordt door de Minister op dezelfde wijze een of twee plaatsvervangers aangewezen.]1
1° acht deskundigen die deel uitmaken van de universitaire instellingen van de gemeenschappen, waarvan vier van de Nederlandstalige universitaire instellingen en vier van de Franstalige universitaire instellingen;
2° drie vertegenwoordigers van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV);
3° drie vertegenwoordigers van het directoraat generaal Dier, Plant en Voeding van de FOD Volksgezondheid.
§ 2. [1 Voor ieder lid van het Beoordelingscomité wordt door de Minister op dezelfde wijze een of twee plaatsvervangers aangewezen.]1
Modifications
Art. 2. § 1er. Le Ministre qui a la recherche contractuelle en matière de sécurité des aliments, de santé des plantes et de santé animale dans ses attributions désigne les membres du Comité d'évaluation, qui est composé conformément à l'article 6, § 2, de l'arrêté royal du 18 novembre 2015 comme suit :
1° huit experts appartenant aux établissements universitaires des communautés, dont quatre des établissements universitaires néerlandophones et quatre des établissements universitaires francophones;
2° trois représentants de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (AFSCA);
3° trois représentants de la direction générale Animaux, Végétaux et Alimentation du SPF Santé publique.
§ 2. [1 Pour chaque membre du Comité d'évaluation, le Ministre désigne, selon les mêmes modalités, un ou deux suppléants.]1
1° huit experts appartenant aux établissements universitaires des communautés, dont quatre des établissements universitaires néerlandophones et quatre des établissements universitaires francophones;
2° trois représentants de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (AFSCA);
3° trois représentants de la direction générale Animaux, Végétaux et Alimentation du SPF Santé publique.
§ 2. [1 Pour chaque membre du Comité d'évaluation, le Ministre désigne, selon les mêmes modalités, un ou deux suppléants.]1
Modifications
Art. 3. [1 § 1. De duur van het mandaat van de leden waarvan sprake in artikel 2 bedraagt vier jaar. De mandaten zijn hernieuwbaar.
§ 2. Indien bij het aflopen van de periode van vier jaar de benoeming van de leden van het nieuw comité nog niet heeft plaatsgevonden, wordt het mandaat van de zittende leden verlengd tot aan de effectieve benoeming van de leden van een nieuw comité. Deze verlenging mag de duur van één jaar niet overschrijden.]1
§ 2. Indien bij het aflopen van de periode van vier jaar de benoeming van de leden van het nieuw comité nog niet heeft plaatsgevonden, wordt het mandaat van de zittende leden verlengd tot aan de effectieve benoeming van de leden van een nieuw comité. Deze verlenging mag de duur van één jaar niet overschrijden.]1
Modifications
Art. 3. [1 § 1er. La durée des mandats des membres visés à l'article 2 est de quatre ans. Ces mandats sont renouvelables.
§ 2. Si, au terme de cette période de quatre ans, la nomination des membres du nouveau comité n'est pas intervenue, le mandat des membres siégeant est prolongé jusqu'à la nomination effective des membres d'un nouveau comité. Cette prolongation ne peut excéder la durée d'un an.]1
§ 2. Si, au terme de cette période de quatre ans, la nomination des membres du nouveau comité n'est pas intervenue, le mandat des membres siégeant est prolongé jusqu'à la nomination effective des membres d'un nouveau comité. Cette prolongation ne peut excéder la durée d'un an.]1
Modifications
Art. 4. [1 Naast de overeenkomstig artikel 2 aangewezen leden van het Beoordelingscomité wijst de Minister de Voorzitter en zijn plaatsvervanger aan. De Voorzitter en zijn plaatsvervanger worden aangewezen uit de ambtenaren van niveau A3 of hoger van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Ze hebben geen stemrecht.]1
Modifications
Art. 4. [1 Outre les membres du Comité d'évaluation désignés conformément à l'article 2, le Ministre désigne le Président et son suppléant. Le Président et son suppléant sont désignés entre les fonctionnaires de niveau A3 ou supérieur du SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement. Ils n'ont pas de voix délibérative.]1
Modifications
Art. 5. Het secretariaat van het Beoordelingscomité wordt waargenomen door de cel Contractueel Onderzoek van de FOD Volksgezondheid.
Art. 5. Le secrétariat du Comité d'évaluation est assuré par la cellule Recherche contractuelle au sein du SPF Santé publique.
Art. 6. § 1. Het lidmaatschap van het Beoordelingscomité is onbezoldigd.
§ 2. De leden-deskundigen en externe deskundigen die belast zijn met de evaluatie van de ingediende projectvoorstellen overeenkomstig artikel 7, § 2 en § 3, van het koninklijk besluit van 18 november 2015 tot vaststelling van de voorwaarden van toekenning van toelagen voor wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid en sanitair beleid van dieren en planten, en die niet tewerkgesteld zijn bij de FOD Volksgezondheid of bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zullen hiervoor een vergoeding krijgen ten belope van 100 euro per geëvalueerd projectvoorstel. Deze vergoeding is gekoppeld aan de gezondheidsindex 121,25 volgens basisjaar 2004, zoals berekend en benoemd voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. Ze wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan de waarde van de gezondheidsindex van 31 december van het voorgaande jaar. Aan de leden-deskundigen en externe deskundigen die belast zijn met de evaluatie van de ingediende RI-projectvoorstellen kan deze vergoeding worden gegeven op voorwaarde dat er geen vergoeding gegeven wordt door de organisatie die de oproep beheert.
§ 3. De reis- en verblijfkosten van de leden van het Beoordelingscomité alsmede van de leden-deskundigen en de externe deskundigen bedoeld in artikel 7, § 2 en § 3, van hetzelfde koninklijk besluit worden terugbetaald conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965, houdende algemene regeling inzake reiskosten en van het koninklijk besluit van 24 december 1964, tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries. De personen die geen rijksambtenaar zijn, worden in dit verband gelijkgesteld met ambtenaren van klasse A3.
§ 2. De leden-deskundigen en externe deskundigen die belast zijn met de evaluatie van de ingediende projectvoorstellen overeenkomstig artikel 7, § 2 en § 3, van het koninklijk besluit van 18 november 2015 tot vaststelling van de voorwaarden van toekenning van toelagen voor wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid en sanitair beleid van dieren en planten, en die niet tewerkgesteld zijn bij de FOD Volksgezondheid of bij het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zullen hiervoor een vergoeding krijgen ten belope van 100 euro per geëvalueerd projectvoorstel. Deze vergoeding is gekoppeld aan de gezondheidsindex 121,25 volgens basisjaar 2004, zoals berekend en benoemd voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. Ze wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan de waarde van de gezondheidsindex van 31 december van het voorgaande jaar. Aan de leden-deskundigen en externe deskundigen die belast zijn met de evaluatie van de ingediende RI-projectvoorstellen kan deze vergoeding worden gegeven op voorwaarde dat er geen vergoeding gegeven wordt door de organisatie die de oproep beheert.
§ 3. De reis- en verblijfkosten van de leden van het Beoordelingscomité alsmede van de leden-deskundigen en de externe deskundigen bedoeld in artikel 7, § 2 en § 3, van hetzelfde koninklijk besluit worden terugbetaald conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 januari 1965, houdende algemene regeling inzake reiskosten en van het koninklijk besluit van 24 december 1964, tot vaststelling van de vergoedingen wegens verblijfskosten toegekend aan de leden van het personeel der ministeries. De personen die geen rijksambtenaar zijn, worden in dit verband gelijkgesteld met ambtenaren van klasse A3.
Art. 6. § 1er. La fonction de membre du Comité d'évaluation n'est pas rémunérée.
§ 2. Les membres-experts et experts externes chargés de l'évaluation de propositions de projet soumises conformément à l'article 7, § 2 et § 3, de l'arrêté royal du 18 novembre 2015 fixant les conditions d'octroi de subsides à la recherche scientifique en matière de sécurité des aliments et de politique sanitaire des animaux et végétaux, et qui ne sont pas employés par le SPF Santé publique ou l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (AFSCA) recevront à cet effet une indemnité de 100 euros par proposition de projet évaluée. L'indemnité est liée à l'indice santé 121,25 par année de base 2004, comme calculé et nommé pour l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ratifié par la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales. Elle est adaptée le 1er janvier de chaque année, au taux atteint par l'indice santé le 31 décembre de l'année précédente. L'indemnité peut être fournie aux membres-experts et experts externes chargés de l'évaluation des propositions de projet RI soumises à condition qu'il n'y ait pas d'indemnité fournie par l'organisation qui gère l'appel.
§ 3. Les frais de parcours et de séjour seront remboursés aux membres du Comité d'évaluation ainsi qu'aux membres-experts et experts externes visés à l'article 7, § 2 et § 3, du même arrêté royal sont remboursés conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965, portant réglementation générale en matière de frais de parcours et de l'arrêté royal du 24 décembre 1964, fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des ministères. Dans ce contexte, les personnes non revêtues de la qualité d'agent de l'Etat sont assimilées à des fonctionnaires de classe A3.
§ 2. Les membres-experts et experts externes chargés de l'évaluation de propositions de projet soumises conformément à l'article 7, § 2 et § 3, de l'arrêté royal du 18 novembre 2015 fixant les conditions d'octroi de subsides à la recherche scientifique en matière de sécurité des aliments et de politique sanitaire des animaux et végétaux, et qui ne sont pas employés par le SPF Santé publique ou l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire (AFSCA) recevront à cet effet une indemnité de 100 euros par proposition de projet évaluée. L'indemnité est liée à l'indice santé 121,25 par année de base 2004, comme calculé et nommé pour l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ratifié par la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales. Elle est adaptée le 1er janvier de chaque année, au taux atteint par l'indice santé le 31 décembre de l'année précédente. L'indemnité peut être fournie aux membres-experts et experts externes chargés de l'évaluation des propositions de projet RI soumises à condition qu'il n'y ait pas d'indemnité fournie par l'organisation qui gère l'appel.
§ 3. Les frais de parcours et de séjour seront remboursés aux membres du Comité d'évaluation ainsi qu'aux membres-experts et experts externes visés à l'article 7, § 2 et § 3, du même arrêté royal sont remboursés conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965, portant réglementation générale en matière de frais de parcours et de l'arrêté royal du 24 décembre 1964, fixant les indemnités pour frais de séjour des membres du personnel des ministères. Dans ce contexte, les personnes non revêtues de la qualité d'agent de l'Etat sont assimilées à des fonctionnaires de classe A3.
Art. 7. Het ministerieel besluit van 30 maart 2004 tot instelling van het Beoordelingscomité voorzien in artikel 6 van het koninklijk besluit van 30 november 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van toekenning van de toelagen voor het wetenschappelijk onderzoek inzake voedselveiligheid, sanitair beleid en dierenwelzijn, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 18 mei 2004, wordt opgeheven.
Art. 7. L'arrêté ministériel du 30 mars 2004 instituant le Comité d'évaluation visé à l'article 6 de l'arrêté royal du 30 novembre 2003 fixant les conditions d'octroi de subsides à la recherche scientifique en matière de sécurité alimentaire, de politique sanitaire et de bien-être animal, modifié par l'arrêté ministériel du 18 mai 2004, est abrogé.