Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 MAART 2015. - Koninklijk besluit houdende de organisatie van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-03-2015 en tekstbijwerking tot 15-12-2022)
Titre
5 MARS 2015. - Arrêté royal portant organisation du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-03-2015 et mise à jour au 15-12-2022)
Informations sur le document
Numac: 2015015038
Datum: 2015-03-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2015015038
Date: 2015-03-05
Moniteur: Voir
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "de FOD" : de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
  2° "een post" : een diplomatieke zending of een consulaire post;
  3° "een diplomatieke zending" : een ambassade of een permanente vertegenwoordiging;
  4° "een consulaire post" : een post zoals gedefinieerd in artikel 1, 1° van het consulair wetboek;
  5° "het consulair wetboek" : de wet van 21 december 2013 houdende het Consulair Wetboek;
  6° "de functie" : het geheel van taken en verantwoordelijkheden die [1 het personeelslid]1 op zich dient te nemen;
  7° "de voorzitter" : de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD;
  8° "de minister" : de Minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken;
  9° "de rang van hardship" : de moeilijkheidsgraad van het leven op een post die de jaarlijkse verlofregeling op post bepaalt, gerangschikt volgens een schaal van 1 tot 7, in opklimmende volgorde, op basis van een vergelijkende analyse van de klimaatomstandigheden, het sociale isolement, de veiligheid, de sanitaire toestand en de leefmilieusituatie voor zover deze nadelige gevolgen kan hebben voor de gezondheid, de toegankelijkheid, de kwaliteit van de gezondheidszorgen en de kwaliteit van materiële voorzieningen zoals huisvesting en de aanvoer van primaire consumptiegoederen;
  10° [1 "het posthoofd" : het hoofd van de diplomatieke zending of het hoofd van een consulaat-generaal dat niet in de schoot van een diplomatieke zending werd opgericht;]1
[1 11° "de bijzondere noodzaak" : de verwezenlijking van taken die, omwille van de omstandigheden, tijdelijk een uitzonderlijke kennis en ervaring vereisen;
   12° "de bijzondere zending" : een opdracht van algemeen belang die verschillend is van een functie op post.]1

  § 2. Het gebruik van de mannelijke vorm in dit besluit is gemeenslachtig.
  
Article 1er. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° "le SPF" : le Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement;
  2° "un poste" : une mission diplomatique ou un poste consulaire;
  3° "une mission diplomatique" : une ambassade ou une représentation permanente;
  4° "un poste consulaire" : un poste comme défini à l'article 1er, 1°, du code consulaire;
  5° "le code consulaire" : la loi du 21 décembre 2013 portant le Code consulaire;
  6° "la fonction" : l'ensemble des tâches et des responsabilités que [1 le membre du personnel]1 doit assumer;
  7° "le président" : le Président du Comité de direction du SPF;
  8° "le ministre" : le Ministre qui a les Affaires étrangères dans ses attributions;
  9° "le rang de pénibilité" : le degré de difficulté de la vie en poste qui détermine le régime de congé annuel en poste, classé sur une échelle de 1 à 7, par ordre croissant, sur la base d'une analyse comparative des conditions climatiques, de l'isolement social, de la sécurité, de la situation sanitaire et de la situation environnementale pour autant que celle-ci puisse avoir des effets néfastes sur la santé, l'accessibilité, la qualité des soins médicaux et la qualité des équipements matériels, tels que le logement et l'approvisionnement en biens de première nécessité;
  10° [1 " le chef de poste " : le chef de la mission diplomatique ou le chef d'un consulat général qui n'a pas été établi au sein d'une mission diplomatique;]1
[1 11° " le besoin spécial " : la réalisation de tâches qui, en raison des circonstances, nécessitent temporairement une connaissance et une expérience exceptionnelles;
   12° " la mission spéciale " : une mission d'intérêt général qui diffère d'une fonction en poste.]1

  § 2. L'usage du masculin dans le présent arrêté est épicène.
  
HOOFDSTUK 2. - Structuur van de FOD
CHAPITRE 2. - Structure du SPF
Art. 2. De FOD omvat :
  1° het hoofdbestuur;
  2° de posten.
Art. 2. Le SPF comprend :
  1° l'administration centrale;
  2° les postes.
Art. 3. Het hoofdbestuur bestaat uit :
  1° de diensten van de voorzitter;
  2° de Directie-generaal Bilaterale Zaken;
  3° de Directie-generaal Consulaire Zaken;
  4° de Directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire hulp;
  5° de Directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie;
  6° de Directie-generaal Juridische Zaken;
  7° de Directie-generaal Multilaterale Zaken en Mondialisering;
  8° de Stafdirectie Begroting en Beheerscontrole;
  9° de Stafdirectie Informatie- en Communicatietechnologie;
  10° de Stafdirectie Personeel en Organisatie.
  [1 De voorzitter bepaalt de structuur en de organisatie van de werkzaamheden van de FOD, in overleg met het Directiecomité en na akkoord van de bevoegde ministers.]1
  
Art. 3. L'administration centrale comprend :
  1° les services du président;
  2° la Direction générale Affaires bilatérales;
  3° la Direction générale Affaires consulaires;
  4° la Direction générale Coopération au Développement et Aide humanitaire;
  5° la Direction générale Affaires européennes et Coordination;
  6° la Direction générale Affaires juridiques;
  7° la Direction générale Affaires multilatérales et Mondialisation;
  8° la Direction d'encadrement Budget et Contrôle de gestion;
  9° la Direction d'encadrement Technologie de l'information et de la Communication;
  10° la Direction d'encadrement Personnel et Organisation.
  [1 Le président détermine la structure et l'organisation des activités du SPF, en concertation avec le Comité de direction et après accord des ministres compétents.]1
  
Art. 4. § 1. Elke houder van een managementfunctie of een staffunctie bepaalt de structuur en de organisatie van de werkzaamheden van zijn diensten. De directeurs-generaal en de stafdirecteurs doen dat in overleg met de voorzitter.
  § 2. De eventuele bevoegdheidsgeschillen tussen de directies-generaal en/of de stafdirecties worden beslecht door de voorzitter.
  De voorzitter en elke andere houder van een managementfunctie of een staffunctie beslecht de bevoegdheidsgeschillen binnen zijn diensten, zijn directie-generaal of zijn stafdirectie.
Art. 4. § 1er. Chaque titulaire d'une fonction de management ou d'une fonction d'encadrement détermine la structure et l'organisation des activités de ses services. Les directeurs généraux et les directeurs d'encadrement le font en concertation avec le président.
  § 2. Les éventuels conflits de compétences entre les directions générales et/ou les directions d'encadrement sont tranchés par le président.
  Le président ainsi que chaque autre titulaire d'une fonction de management ou d'une fonction d'encadrement tranche les conflits de compétences au sein de ses services, de sa direction générale ou de sa direction d'encadrement.
Art. 5. De posten worden ingedeeld in :
  1° diplomatieke zendingen;
  2° consulaire posten.
  De consulaire posten kunnen consulaire beroepsposten of ere-consulaire posten zijn.
Art. 5. Les postes sont répartis en :
  1° missions diplomatiques;
  2° postes consulaires.
  Les postes consulaires peuvent être des postes consulaires de carrière ou des postes consulaires honoraires.
Art. 6. De minister bepaalt de rangschikking van de diplomatieke zendingen en de consulaire posten.
Art. 6. Le ministre détermine la classification des missions diplomatiques et des postes consulaires.
HOOFDSTUK 3. - Specifieke bevoegdheden, bevoegdheden bij verhindering en delegatie
CHAPITRE 3. - Compétences spécifiques, compétences en cas d'empêchement et délégation
Afdeling 1. - Specifieke bevoegdheden
Section 1re. - Compétences spécifiques
Art. 7. De minister kan :
  1° op verzoek van de regering van een derde Staat, een ambtenaar van de buitenlandse carrière belasten met het behartigen van de belangen van deze Staat of met het beheer van een post van deze Staat;
  2° een derde Staat verzoeken de Belgische belangen te behartigen of het beheer van een Belgische post op zich te nemen;
  3° in het kader van de samenwerking met derde Staten, aanvaarden dat personeelsleden van derde Staten ter beschikking worden gesteld van de FOD.
Art. 7. Le ministre peut :
  1° à la demande du gouvernement d'un Etat tiers, charger un agent de la carrière extérieure de la défense des intérêts de cet Etat ou de la gestion d'un poste de cet Etat;
  2° demander à un Etat tiers de défendre les intérêts belges ou se charger de la gestion d'un poste belge;
  3° dans le cadre de la coopération avec des Etats tiers, accepter que des membres du personnel des Etats tiers soient mis à disposition du SPF.
Art. 8. De minister of zijn afgevaardigde kan het nodige contractueel personeel in dienst nemen voor de posten.
Art. 8. Le ministre ou son délégué peut engager le personnel contractuel nécessaire pour les postes.
Art. 9. De minister of zijn afgevaardigde bepaalt de voorschriften betreffende het materieel, het archief en de briefwisseling van de posten.
Art. 9. Le ministre ou son délégué détermine les règles concernant le matériel, les archives et la correspondance des postes.
Art. 10. § 1. De voorzitter, verantwoordelijk voor het operationeel management van de FOD, mag alle dossiers die behoren tot de bevoegdheden van de FOD naar zich toe trekken.
  § 2. De voorzitter behandelt de dossiers die hem toevertrouwd zijn door de minister of door elk ander regeringslid bevoegd voor de materies die behoren tot de bevoegdheden van de FOD en neemt de beslissingen waarvoor deze volmacht hebben gegeven.
Art. 10. § 1er. Le président, responsable du management opérationnel du SPF, peut évoquer tous les dossiers qui relèvent des compétences du SPF.
  § 2. Le président traite les dossiers qui lui sont confiés par le ministre ou par chaque autre membre du gouvernement compétent pour les matières qui relèvent des compétences du SPF et prend les décisions pour lesquelles ceux-ci ont donné délégation.
Art. 11. Het Directiecomité doet voorstellen aan de minister inzake :
  1° de vestiging en de sluiting van posten;
  2° [1 de toekenning van openstaande functies op post en bij het hoofdbestuur aan de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière;]1
  [1 3° de aanstelling van een adjunct- posthoofd of een ministerraad op post.]1
  
Art. 11. Le Comité de direction fait des propositions au ministre en ce qui concerne :
  1° l'établissement et la fermeture des postes;
  2° [1 l'attribution de fonctions vacantes en poste et à l'administration centrale aux agents de la carrière extérieure et de la carrière consulaire;]1
  [1 3° la désignation d'un chef de poste adjoint ou d'un ministre-conseiller en poste.]1
  
Art. 12. Het hoofd van de diplomatieke zending voert het diplomatiek gezag over zijn zending en de consulaire posten binnen zijn rechtsgebied. Het hoofd van de diplomatieke zending is belast met de algemene leiding en de coördinatie.
  Zonder afbreuk te doen aan artikel 4 van het consulair wetboek, heeft het hoofd van de diplomatieke zending het recht :
  1° op informatie over alle dossiers;
  2° om alle dossiers die behoren tot de federale bevoegdheden van de Staat naar zich toe te trekken;
  3° om, in gevallen van hoogdringendheid of absolute noodzaak, schriftelijke instructies te geven inzake alle dossiers die behoren tot de federale bevoegdheden van de Staat.
  Wanneer het hoofd van de diplomatieke zending de rechten opgesomd in het tweede lid, 2° en 3° uitoefent, licht hij tegelijkertijd het bevoegde federale regeringslid in.
Art. 12. Le chef de la mission diplomatique exerce l'autorité diplomatique sur sa mission et sur les postes consulaires au sein de sa juridiction. Le chef de la mission diplomatique est chargé de la direction générale et de la coordination.
  Sans préjudice de l'article 4 du code consulaire, le chef de la mission diplomatique a le droit :
  1° d'information sur tous les dossiers;
  2° d'évoquer tous les dossiers qui relèvent des compétences fédérales de l'Etat;
  3° en cas d'extrême urgence ou d'absolue nécessité, de donner des instructions écrites en ce qui concerne tous les dossiers qui relèvent des compétences fédérales de l'Etat.
  Lorsque le chef de la mission diplomatique exerce les droits énumérés à l'alinéa 2, 2° et 3°, il en avertit simultanément le membre du gouvernement fédéral compétent.
Afdeling 2. - Bevoegdheden bij verhindering
Section 2. - Compétences en cas d'empêchement
Onderafdeling 1. - Het hoofdbestuur
Sous-section 1re. - L'administration centrale
Art. 13. Wanneer de voorzitter verhinderd is, wordt de functie van voorzitter, voor de duur van deze verhindering, waargenomen door de houder van de managementfunctie [1 of van de staffunctie]1 van de FOD die het meeste aantal jaren ervaring in managements- en staffuncties binnen de FOD heeft.
  
Art. 13. Lorsque le président est empêché, la fonction de président est, pour la durée de cet empêchement, assurée par le titulaire de la fonction de management [1 ou de la fonction d'encadrement]1 du SPF qui a le plus grand nombre d'années d'expérience dans des fonctions de management et d'encadrement dans le SPF.
  
Art. 14. Wanneer een houder van een managementfunctie of een staffunctie, andere dan de voorzitter, verhinderd is, wordt deze managementfunctie of staffunctie voor de duur van deze verhindering waargenomen door de ambtenaar van het Rijkspersoneel van de FOD die door de houder van de managementfunctie of staffunctie wordt aangeduid.
Art. 14. Lorsqu'un titulaire d'une fonction de management ou d'une fonction d'encadrement, autre que le président, est empêché, cette fonction de management ou fonction d'encadrement est, pour la durée de cet empêchement, assurée par l'agent de l'Etat du SPF qui est désigné par le titulaire de la fonction de management ou de la fonction d'encadrement.
Onderafdeling 2. - De posten
Sous-section 2. - Les postes
Art. 15. De functie van tijdelijk zaakgelastigde of waarnemend hoofd wordt uitgeoefend door de ambtenaar die tot de hoogste klasse behoort.
  Bij gelijkheid van klasse wordt de functie van tijdelijk zaakgelastigde of waarnemend hoofd uitgeoefend door de ambtenaar die over de hoogste klasse-anciënniteit beschikt.
  Bij gelijkheid van klasse-anciënniteit wordt de functie van tijdelijk zaakgelastigde of waarnemend hoofd uitgeoefend door de ambtenaar die het langst werkzaam is op de diplomatieke zending of de consulaire post.
  Indien de noodwendigheden van de dienst dit vereisen, kan de minister, op voorstel van de voorzitter, afwijken van de bepalingen van dit artikel.
Art. 15. La fonction de chargé d'affaires ad intérim ou de gérant intérimaire est exercée par l'agent qui appartient à la classe la plus élevée.
  En cas d'égalité de classe, la fonction de chargé d'affaires ad intérim ou de gérant intérimaire est exercée par l'agent qui jouit de l'ancienneté de classe la plus élevée.
  En cas d'égalité d'ancienneté de classe, la fonction de chargé d'affaires ad intérim ou de gérant intérimaire est exercée par l'agent qui travaille depuis le plus longtemps à la mission diplomatique ou au poste consulaire.
  Si les nécessités du service l'exigent, le ministre peut déroger, sur proposition du président, aux dispositions du présent article.
Afdeling 3. - Delegatie
Section 3. - Délégation
Art. 16. De minister en elk ander regeringslid bevoegd voor materies die behoren tot de bevoegdheden van de FOD kan aan de voorzitter, aan de directeurs-generaal, de stafdirecteurs en aan andere ambtenaren van de FOD, een deel van de administratieve en/of financiële bevoegdheden overdragen en in dit kader de ondertekening van bepaalde stukken.
Art. 16. Le ministre et chaque autre membre du gouvernement compétent pour les matières qui relèvent des compétences du SPF peut déléguer au président, aux directeurs généraux, aux directeurs d'encadrement et aux autres agents du SPF, une partie des compétences administratives et/ou financières et dans ce cadre, la signature de certaines pièces.
HOOFDSTUK 4. - Aanstellingen op post en bij het hoofdbestuur
CHAPITRE 4. - Affectations en poste et à l'administration centrale
Afdeling 1. - Aanstellingen van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière
Section 1re. - Affectations des agents de la carrière extérieure et de la carrière consulaire
Art. 17. § 1. De ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière worden aangesteld op post of bij het hoofdbestuur.
  Na twee aanstellingen van vier jaar op post worden de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière voor één periode van drie jaar aangesteld bij het hoofdbestuur.
  Na deze aanstelling bij het hoofdbestuur volgen opnieuw twee aanstellingen van vier jaar op post.
  Voor zover de openstaande functies het toelaten, wordt aan de ambtenaren van de buitenlandse carrière, voor de tweede aanstelling op post die volgt op hun benoeming, een openstaande functie toegekend die een andere is dan de functie die zij gedurende hun eerste aanstelling op post hebben vervuld.
  De periode gedurende dewelke de stagiair, met het oog op de benoeming in de buitenlandse carrière, het tweede deel van de stage op post vervult, wordt, met een duur van maximum twaalf maanden, meegeteld voor de berekening van de periode van vier jaar bedoeld in het tweede lid.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt de periode gedurende dewelke de ambtenaar een vrijstelling van dienst geniet voor het vervullen van een internationale opdracht zoals voorzien in artikel 99, lid 2, 1°, c) van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, beschouwd als een aanstelling op post.
  § 2. De minister kan, op gemotiveerd voorstel van het Directiecomité :
  1° de periodes, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, inkorten of verlengen;
  2° afwijken van de bepalingen over de opeenvolging van de aanstellingen, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid.
  Het Directiecomité kan gebruik maken van de in het eerste lid vermelde mogelijkheden omwille van :
  1° het belang van de dienst;
  2° de rang van hardship van de post;
  3° de persoonlijke en familiale situatie van de ambtenaar van de buitenlandse carrière of de consulaire carrière.
Art. 17. § 1er. Les agents de la carrière extérieure et de la carrière consulaire sont affectés en poste ou à l'administration centrale.
  Après deux affectations de quatre ans en poste, les agents de la carrière extérieure et de la carrière consulaire sont affectés à l'administration centrale pour une période de trois ans.
  Après cette affectation à l'administration centrale suivent de nouveau deux affectations de quatre ans en poste.
  Pour autant que les fonctions vacantes le permettent, une fonction vacante qui est une autre que la fonction qu'ils ont remplie pendant leur première affectation en poste est attribuée aux agents de la carrière extérieure, pour la deuxième affectation en poste qui suit leur nomination.
  La période pendant laquelle le stagiaire accomplit, en vue de la nomination dans la carrière extérieure, la seconde partie du stage en poste, est prise en compte, pour une durée de douze mois maximum, pour le calcul de la période de quatre ans visée à l'alinéa 2.
  Pour l'application du présent article, la période pendant laquelle l'agent bénéficie d'une dispense de service pour accomplir une mission internationale comme prévue à l'article 99, alinéa 2, 1°, c), de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, est considérée comme une affectation en poste.
  § 2. Le ministre peut, sur proposition motivée du Comité de direction :
  1° raccourcir ou prolonger les périodes mentionnées au paragraphe 1er, alinéas 2 et 3;
  2° déroger aux dispositions sur la succession des affectations, mentionnées au paragraphe 1er, alinéas 2 et 3.
  Le Comité de direction peut faire usage des possibilités mentionnées à l'alinéa 1er en raison :
  1° de l'intérêt du service;
  2° du rang de pénibilité du poste;
  3° de la situation personnelle et familiale de l'agent de la carrière extérieure ou de la carrière consulaire.
Art. 18. De minister bepaalt de procedure met betrekking tot de aanstelling van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière voor de functies die ze zullen uitoefenen bij het hoofdbestuur en op post.
  De minister bepaalt de nodige modaliteiten om gespecialiseerde competenties te voorzien voor de ambtenaren van de buitenlandse carrière in de relevante domeinen van het buitenlands beleid die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functie. Vanaf de stage en door vorming en ervaring tijdens hun loopbaan, kunnen de ambtenaren van de buitenlandse carrière specifieke competenties in minstens twee specialisatiedomeinen ontwikkelen.
  Functionele kennis- en ervaringsvereisten zullen ingeschreven worden in de functieomschrijvingen bij het hoofdbestuur en op post en bij aanstelling van de ambtenaren van de buitenlandse carrière voor specifieke functies zal prioritair met de zo bepaalde competenties rekening worden gehouden.
Art. 18. Le ministre détermine la procédure relative à l'affectation des agents de la carrière extérieure et de la carrière consulaire pour les fonctions qu'ils exerceront à l'administration centrale et en poste.
  Le ministre arrête les modalités nécessaires afin de prévoir des compétences spécialisées pour les agents de la carrière extérieure dans les domaines pertinents de la politique extérieure qui sont nécessaires à l'exercice de leur fonction. A partir du stage et via formation et expérience durant leur carrière, les agents de la carrière extérieure peuvent développer des compétences spécifiques dans au moins deux domaines de spécialisation.
  Les exigences de connaissance fonctionnelle et d'expérience seront inscrites dans les descriptions de fonction à l'administration centrale et en poste et en cas d'affectation d'agents de la carrière extérieure à des fonctions spécifiques, il sera prioritairement tenu compte des compétences ainsi arrêtées.
Art. 19. Wij kunnen bijkomende voorwaarden uitwerken op het vlak van professionele kennis en managementvaardigheden waaraan de ambtenaren van de buitenlandse carrière dienen te voldoen om aangesteld te worden als posthoofd.
Art. 19. Nous pouvons élaborer des conditions additionnelles sur le plan de la connaissance professionnelle et des aptitudes en management auxquelles les agents de la carrière extérieure doivent satisfaire pour pouvoir être affectés comme chef de poste.
Art. 20. De hoofden van de posten, met uitzondering van de consulaire agentschappen, worden aangesteld door Ons. De andere aanstellingen maken het voorwerp uit van een besluit genomen door de minister.
Art. 20. Les chefs des postes, à l'exception des agences consulaires, sont affectés par Nous. Les autres affectations font l'objet d'un arrêté pris par le ministre.
Afdeling 2. - Andere aanstellingen
Section 2. - Autres affectations
Art. 21. [1 § 1. Het Directiecomité kan de minister voorstellen een ambtenaar van het Rijkspersoneel van de FOD aan te stellen in een functie op post.
   De functie waarin een ambtenaar van het Rijkspersoneel van de FOD kan worden aangesteld, mag geen functie van posthoofd zijn.
   De aanstelling bedoeld in het eerste lid is beperkt tot een niet-hernieuwbare termijn van maximum vier jaar.
   Het Directiecomité kan enkel gebruik maken van de mogelijkheid bedoeld in het eerste lid indien er zich geen ambtenaren van de buitenlandse carrière noch, desgevallend, ambtenaren van de consulaire carrière kandidaat hebben gesteld voor de functie op post.
   § 2. De procedure met het oog op de aanstelling van een ambtenaar van het Rijkspersoneel van de FOD in een functie op post wordt als volgt vastgelegd:
   1° de oproep tot kandidaatstelling houdende de lijst met vacante functies op post, goedgekeurd door het Directiecomité, wordt uitsluitend gericht aan de ambtenaren van de buitenlandse carrière en, desgevallend, aan de ambtenaren van de consulaire carrière;
   2° indien er zich, ingevolge de oproep tot kandidaatstelling bedoeld in 1°, voor één of meerdere vacante functies op post, geen ambtenaar van de buitenlandse carrière noch, desgevallend, een ambtenaar van de consulaire carrière kandidaat heeft gesteld, wordt een nieuwe oproep tot kandidaatstelling voor deze vacante functie of deze vacante functies op post gericht aan de ambtenaren van de buitenlandse carrière en, desgevallend, aan de ambtenaren van de consulaire carrière alsook aan de ambtenaren van het Rijkspersoneel van de FOD;
   3° indien er zich, ingevolge de nieuwe oproep tot kandidaatstelling bedoeld in 2°, ambtenaren van de buitenlandse carrière en, desgevallend, ambtenaren van de consulaire carrière, evenals ambtenaren van het Rijkspersoneel van de FOD kandidaat stellen voor eenzelfde functie op post, wordt er voorrang verleend aan de kandidaturen ingediend door de ambtenaren van de buitenlandse carrière en, desgevallend, door de ambtenaren van de consulaire carrière die zich kandidaat hebben gesteld voor deze functie;
   4° indien er zich daarentegen, ingevolge de nieuwe oproep tot kandidaatstelling bedoeld in 2°, geen ambtenaar van de buitenlandse carrière noch, desgevallend, een ambtenaar van de consulaire carrière kandidaat stelt voor de vacante functie of de vacante functies op post, onderzoekt het Directiecomité de kandidaatstellingen van de ambtenaren van het Rijkspersoneel van de FOD die zich op geldige wijze kandidaat hebben gesteld en richt, desgevallend, een voorstel van aanstelling in de betrokken vacante functie of vacante functies op post aan de minister, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid.
   Onverminderd artikel 17, § 2, kan elke ambtenaar van de buitenlandse carrière en, desgevallend, van de consulaire carrière, zich kandidaat stellen voor een functie op post volgens de procedure bedoeld in het eerste lid.
   § 3. De toelaatbaarheidsvereisten om zich kandidaat te stellen voor een functie op post zijn de volgende:
   1° ambtenaar van het Rijkspersoneel van de FOD zijn;
   2° behoren tot het niveau A en, desgevallend, tot dezelfde klasse als de klasse van de functie op post;
   3° beschikken over een nuttige en aantoonbare ervaring van minimum zes jaar in de materies die het voorwerp uitmaken van de functie op post;
   4° voldoen aan de voorwaarde van artikel 47, § 5, tweede lid van de wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van talen in bestuurszaken;
   5° geslaagd zijn in een taalexamen met betrekking tot de Engelse taal, waarvan het niveau overeenstemt met het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor de spreekvaardigheid en de schrijfvaardigheid.
   Aan de toelaatbaarheidsvereisten bedoeld in het eerste lid is uiterlijk op de datum van de indiening van de kandidaatstelling voldaan.
   § 4. Artikel 20 is van toepassing op de aanstelling van de ambtenaren van het Rijkspersoneel van de FOD.
   § 5. De ambtenaar van het Rijkspersoneel van de FOD die wordt aangesteld op post, behoudt zijn wedde, zijn rechten op bevordering door verhoging in weddeschaal en zijn aanspraken op bevordering. Inzake verloven, vergoedingen, evaluatie, ordemaatregelen en tuchtregeling wordt hij gelijkgesteld met een ambtenaar van de buitenlandse carrière.]1

  
Art. 21. [1 § 1er. Le Comité de direction peut proposer au ministre de désigner un agent de l'Etat du SPF dans une fonction en poste.
   La fonction dans laquelle un agent de l'Etat du SPF peut être désigné ne peut être une fonction de chef de poste.
   La désignation visée à l'alinéa 1er est limitée à une durée non renouvelable de maximum quatre ans.
   Le Comité de direction ne peut utiliser la possibilité visée à l'alinéa 1er que s'il n'y a pas d'agents de la carrière extérieure ni, le cas échéant, d'agents de la carrière consulaire qui se sont portés candidats à la fonction en poste.
   § 2. La procédure en vue de la désignation d'un agent de l'Etat du SPF dans une fonction en poste est fixée comme suit :
   1° l'appel à candidatures comprenant la liste des fonctions vacantes en poste, approuvée par le Comité de direction, est adressé exclusivement aux agents de la carrière extérieure et, le cas échéant, aux agents de la carrière consulaire ;
   2° si, à la suite de l'appel à candidatures visé au 1°, pour une ou plusieurs fonctions vacantes en poste, aucun agent de la carrière extérieure ni, le cas échéant, aucun agent de la carrière consulaire ne s'est porté candidat, un nouvel appel à candidatures pour cette fonction vacante ou ces fonctions vacantes en poste est adressé aux agents de la carrière extérieure et, le cas échéant, aux agents de la carrière consulaire ainsi qu'aux agents de l'Etat du SPF ;
   3° si, à la suite de l'appel à candidatures visé au 2°, des agents de la carrière extérieure et, le cas échéant, des agents de la carrière consulaire, ainsi que des agents de l'Etat du SPF, se portent candidats à une même fonction en poste, la priorité est donnée aux candidatures introduites par les agents de la carrière extérieure et, le cas échéant, par les agents de la carrière consulaire qui ont postulé cette fonction ;
   4° si, par contre, à la suite du nouvel appel à candidatures visé au 2°, aucun agent de la carrière extérieure ni, le cas échéant, aucun agent de la carrière consulaire ne se porte candidat à la fonction vacante ou les fonctions vacantes en poste, le Comité de direction examine les candidatures des agents de l'Etat du SPF qui ont valablement introduit leur candidature et adresse, le cas échéant, au ministre une proposition de désignation pour la fonction vacante ou les fonctions vacantes en poste concernées, conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er .
   Sans préjudice de l'article 17, § 2, tout agent de la carrière extérieure, et le cas échéant, de la carrière consulaire, peut se porter candidat à une fonction en poste dans le cadre de la procédure visée à l'alinéa 1er.
   § 3. Les conditions d'admissibilité pour se porter candidat à une fonction en poste sont les suivantes :
   1° être agent de l'Etat du SPF ;
   2° appartenir au niveau A et, le cas échéant, à la même classe que la classe de la fonction en poste ;
   3° disposer d'une expérience utile et avérée de minimum six ans dans les matières qui font l'objet de la fonction en poste ;
   4° satisfaire à la condition de l'article 47, § 5, alinéa 2 des lois du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative ;
   5° avoir réussi un examen linguistique portant sur la connaissance de la langue anglaise, dont le niveau correspond au niveau C1 du Cadre européen commun de référence pour l'expression orale et l'expression écrite.
   Les conditions d'admissibilité visées à l'alinéa 1er sont remplies au plus tard à la date d'introduction de la candidature.
   § 4. L'article 20 est d'application à la désignation des agents de l'Etat du SPF.
   § 5. L'agent de l'Etat du SPF qui est désigné en poste, conserve son traitement, ses droits à la promotion par avancement barémique et ses titres à la promotion. En matière de congés, indemnités, évaluation, mesures d'ordre et régime disciplinaire, il est assimilé à un agent de la carrière extérieure.]1

  
Art. 22. [1 § 1. Wij kunnen een persoon belasten met het uitoefenen van een opdracht van algemeen belang die verschillend is van een functie op post, hierna een bijzondere zending genoemd, op voorwaarde dat:
   1° Wij een bijzondere band van vertrouwen met de persoon hebben;
   2° de persoon beschikt over een nuttige en aantoonbare ervaring van minimum zes jaar in de internationale betrekkingen of in de materie die het voorwerp uitmaakt van de bijzondere zending.
   De bijzondere zending bedoeld in het eerste lid is beperkt tot een niet-hernieuwbare termijn van maximum vier jaar.
   § 2. Een oproep tot kandidaatstelling met het oog op het belasten van een persoon met het uitoefenen van een bijzondere zending, wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
   De oproep tot kandidaatstelling vermeldt de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid en bevat alle elementen betreffende de bijzondere zending teneinde de kandidaten toe te laten zich kandidaat te stellen met kennis van zaken.
   Aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid is uiterlijk op het moment van de publicatie van de oproep tot kandidaatstelling in het Belgisch Staatsblad voldaan.
   § 3. Enkel de gemotiveerde kandidaturen van personen die hun kandidatuur hebben gesteld binnen een termijn van tien werkdagen, die begint te lopen op de eerste werkdag die volgt op de dag van de publicatie van de oproep tot kandidaatstelling in het Belgisch Staatsblad, worden in overweging genomen.
   De kandidaatstelling wordt overgemaakt op één van de volgende wijzen:
   1° per elektronisch schrijven naar het emailadres van de bevoegde dienst, vermeld in de oproep tot kandidaatstelling, waarvan de bevoegde dienst ontvangst bevestigt;
   2° door overhandiging aan de bevoegde dienst vermeld in de oproep tot kandidaatstelling, in ruil voor een ontvangstbewijs dat de handtekening van de ontvanger en de datum van ontvangst vermeldt;
   3° per aangetekende zending naar het adres vermeld in de oproep tot kandidaatstelling.
   De kandidaatstelling is enkel tegenstelbaar op voorwaarde dat de kandidaat beschikt over een ontvangstmelding die de indiening van de kandidaatstelling bewijst.
   § 4. Het Directiecomité onderzoekt de geldig ingediende kandidaatstellingen en vergelijkt de titels en verdiensten van de kandidaten in het licht van de voorwaarden vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
   Het Directiecomité stelt een gemotiveerde kandidatenlijst voor aan de minister, alsook de titel die zal gedragen worden door de persoon belast met het uitoefenen van de bijzondere zending.
   § 5. Het aanstellingsbesluit van de persoon belast met het uitoefenen van de bijzondere zending vermeldt:
   1° de aard van de bijzondere zending;
   2° de nadere regels en de duur van de bijzondere zending;
   3° de titel die tijdens de bijzondere zending wordt gedragen;
   4° de nadere regels inzake de rechten en plichten, de verloven, de wedde, de vergoedingen, de evaluatie, de ordemaatregelen en de tuchtregeling die van toepassing zijn gedurende deze bijzondere zending.]1

  
Art. 22. [1 § 1er. Nous pouvons charger une personne de l'exercice d'une mission d'intérêt général qui diffère d'une fonction en poste, ci-après dénommée une mission spéciale, à condition que :
   1° Nous ayons une relation particulière de confiance avec la personne ;
   2° la personne dispose d'une expérience utile et avérée de minimum six ans dans les relations internationales ou dans la matière qui fait l'objet de la mission spéciale.
   La mission spéciale visée à l'alinéa 1er est limitée à une durée non renouvelable de maximum quatre ans.
   § 2. Un appel à candidatures en vue de charger une personne de l'exercice d'une mission spéciale est publié au Moniteur belge.
   L'appel à candidatures mentionne les conditions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er et contient tous les éléments relatifs à la mission spéciale afin de permettre aux candidats de postuler en connaissance de cause.
   Les conditions fixées au paragraphe 1er, alinéa 1er sont remplies au plus tard au moment de la publication de l'appel à candidatures au Moniteur belge.
   § 3. Seules sont prises en considération les candidatures motivées des personnes qui ont présenté leur candidature dans un délai de dix jours ouvrables, qui commence à courir le premier jour ouvrable qui suit le jour de la publication de l'appel à candidatures au Moniteur belge.
   La candidature est transmise selon l'un des modes suivants :
   1° par courrier électronique à l'adresse e-mail du service compétent, mentionnée dans l'appel à candidatures, dont le service compétent accuse réception ;
   2° par remise de la main à la main au service compétent mentionné dans l'appel à candidatures, en échange d'un récépissé portant la signature du receveur et la date de réception ;
   3° par courrier recommandé à l'adresse indiquée dans l'appel à candidatures.
   La candidature n'est opposable qu'à condition que le candidat dispose d'un accusé de réception qui atteste du dépôt de la candidature.
   § 4. Le Comité de direction examine les candidatures valablement introduites et compare les titres et mérites des candidats au regard des conditions mentionnées au paragraphe 1er, alinéa 1er.
   Le Comité de direction propose au ministre une liste motivée de candidats ainsi que le titre qui sera porté par la personne chargée de l'exercice de la mission spéciale.
   § 5. L'arrêté de désignation de la personne chargée de l'exercice de la mission spéciale mentionne :
   1° la nature de la mission spéciale ;
   2° les modalités et la durée de la mission spéciale;
   3° le titre qui est porté durant la mission spéciale ;
   4° les modalités concernant les droits et devoirs, les congés, le traitement, les indemnités, l'évaluation, les mesures d'ordre et le régime disciplinaire qui sont d'application pendant cette mission spéciale.]1

  
Art. 23. Ambtenaren die belast zijn met bijzondere bevoegdheden, kunnen door de minister, op voorstel van een ander regeringslid, aan een post worden toegevoegd.
  Deze ambtenaren dragen de titel die overeenstemt met de functie welke zij uitoefenen.
  Zij zijn aan de diplomatieke gebruiken en regels en aan het diplomatiek gezag van het hoofd van de diplomatieke zending onderworpen.
  Zij mogen evenwel rechtstreeks briefwisseling uitwisselen met de federale overheidsdienst of met het ministerie waarvan zij afhangen, mits het hoofd van de diplomatieke zending over heel hun beroepsbedrijvigheid en inzonderheid over heel hun dienstcorrespondentie in te lichten.
Art. 23. Des agents qui sont chargés de compétences spéciales peuvent être adjoints par le ministre, sur proposition d'un autre membre du gouvernement, à un poste.
  Ces agents portent le titre qui correspond à la fonction qu'ils exercent.
  Ils sont soumis aux usages et aux règles diplomatiques et à l'autorité diplomatique du chef de la mission diplomatique.
  Ils peuvent toutefois correspondre directement avec le service public fédéral ou le ministère dont ils dépendent, à condition qu'ils informent le chef de la mission diplomatique de toute leur activité professionnelle, et notamment de toute leur correspondance de service.
HOOFDSTUK 5. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 24. Het koninklijk besluit van 3 juni 1999 houdende het organiek reglement van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Internationale Samenwerking wordt opgeheven.
Art. 24. L'arrêté royal du 3 juin 1999 portant règlement organique du Ministère des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et de la Coopération internationale est abrogé.
Art. 25. Gedurende een termijn van acht jaar na de inwerkingtreding van dit besluit worden de ambtenaren die, voor de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 4 juli 2014 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière, behoorden tot de carrière Buitenlandse Dienst, de Kanselarijcarrière of de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking overeenkomstig het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel bij voorrang aangesteld in de functies op post en bij het hoofdbestuur die overeenkomen met de functies die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, aan hun carrière werden toegekend.
Art. 25. Durant une période de huit ans après l'entrée en vigueur du présent arrêté, les agents qui, avant l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 4 juillet 2014 fixant le statut des agents de la carrière extérieure et de la carrière consulaire, appartenaient à la carrière du Service extérieur, la carrière de Chancellerie ou la carrière des Attachés de la Coopération internationale conformément à l'arrêté royal du 25 avril 1956 fixant le statut des agents du Ministère des Affaires étrangères et du Commerce extérieur, sont prioritairement affectés dans les fonctions en poste et à l'administration centrale qui correspondent à des fonctions qui, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, étaient attribuées à leur carrière.
Art. 26. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. Le ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.