Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 MAART 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving over het vakantiegeld en de eindejaarstoelage voor de personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, de hogescholen en de centra voor basiseducatie en voor de contractuele personeelsleden in het onderwijs betaald door de Vlaamse Gemeenschap
Titre
28 MARS 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant la législation sur le pécule de vacances et l'allocation de fin d'année accordés aux membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves, des instituts supérieurs et des centres d'éducation de base et aux membres du personnel contractuel dans l'enseignement payés par la Communauté flamande
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Vakantiegeld
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de ...
HOOFDSTUK 2. - Eindejaarstoelage
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besl...
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de ...
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Pécule de vacances
Section 1re. - Modification de l'arrêté royal d...
Section 2. - Modification de l'arrêté du Gouver...
CHAPITRE 2. - Allocation de fin d'année
Section 1re. - Modification de l'arrêté royal d...
Section 2. - Modification de l'arrêté du Gouver...
Section 3. - Modification de l'arrêté du Gouver...
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Tekst (25)
Texte (25)
HOOFDSTUK 1. - Vakantiegeld
CHAPITRE 1er. - Pécule de vacances
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur
Section 1re. - Modification de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume
Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur worden de woorden "jaarwedde","de wedde" en de woorden "is de jaarwedde" respectievelijk vervangen door de woorden "jaarsalaris" "het salaris" en de woorden "is het jaarsalaris".
Article 1er. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume, les mots dans le texte néerlandais " jaarwedde ", " de wedde " et les mots " is de jaarwedde " sont respectivement remplacés par les mots " jaarsalaris ", " het salaris " et les mots " is het jaarsalaris ".
Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art.3. De personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, de hogescholen, de centra voor basiseducatie en de contractuelen in het onderwijs, die betaald worden door de Vlaamse Gemeenschap, en voor wie volgens de geldende berekening van het vakantiegeld tijdens de referteperiode voor de berekening van het vakantiegeld niet uitsluitend prestaties als vastbenoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in aanmerking komen, ontvangen een vakantiegeld waarvan het bedrag 92 % bedraagt van een twaalfde van hun geïndexeerd jaarsalaris dat het salaris bepaalt dat verschuldigd is voor de maand maart van het vakantiejaar.".
"Art.3. De personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, de hogescholen, de centra voor basiseducatie en de contractuelen in het onderwijs, die betaald worden door de Vlaamse Gemeenschap, en voor wie volgens de geldende berekening van het vakantiegeld tijdens de referteperiode voor de berekening van het vakantiegeld niet uitsluitend prestaties als vastbenoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in aanmerking komen, ontvangen een vakantiegeld waarvan het bedrag 92 % bedraagt van een twaalfde van hun geïndexeerd jaarsalaris dat het salaris bepaalt dat verschuldigd is voor de maand maart van het vakantiejaar.".
Art. 2. L'article 3 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art.3. Les membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves, des instituts supérieurs, des centres d'éducation de base et des contractuels de l'enseignement, qui sont payés par la Communauté flamande, et, pour lesquels, conformément au calcul applicable du pécule de vacances, pendant la période de référence pour le calcul du pécule de vacances, ne sont pas exclusivement éligibles les prestations accomplies en qualité de membre du personnel définitif ou admis au stage, reçoivent un pécule de vacances dont le montant s'élève à 92 % d'un douzième de leur traitement annuel indexé qui détermine le traitement dû pour le mois de mars de l'année de vacances. ".
" Art.3. Les membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves, des instituts supérieurs, des centres d'éducation de base et des contractuels de l'enseignement, qui sont payés par la Communauté flamande, et, pour lesquels, conformément au calcul applicable du pécule de vacances, pendant la période de référence pour le calcul du pécule de vacances, ne sont pas exclusivement éligibles les prestations accomplies en qualité de membre du personnel définitif ou admis au stage, reçoivent un pécule de vacances dont le montant s'élève à 92 % d'un douzième de leur traitement annuel indexé qui détermine le traitement dû pour le mois de mars de l'année de vacances. ".
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 9 juni 2000, wordt vervangen door wat volgt:
"Art.4. De personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de hogescholen, voor wie, volgens de geldende berekening van het vakantiegeld tijdens de referteperiode voor de berekening van het vakantiegeld uitsluitend prestaties als vastbenoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in aanmerking komen, ontvangen in 2014 en 2015 een vakantiegeld waarvan het bedrag 70,26 % bedraagt van een twaalfde van hun geïndexeerd jaarsalaris dat het salaris bepaalt dat verschuldigd is voor de maand maart van het vakantiejaar.".
"Art.4. De personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de hogescholen, voor wie, volgens de geldende berekening van het vakantiegeld tijdens de referteperiode voor de berekening van het vakantiegeld uitsluitend prestaties als vastbenoemd of tot de proeftijd toegelaten personeelslid in aanmerking komen, ontvangen in 2014 en 2015 een vakantiegeld waarvan het bedrag 70,26 % bedraagt van een twaalfde van hun geïndexeerd jaarsalaris dat het salaris bepaalt dat verschuldigd is voor de maand maart van het vakantiejaar.".
Art. 3. L'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 9 juin 2000, est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 4. Les membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves et des instituts supérieurs, pour lesquels, conformément au calcul applicable du pécule de vacances, pendant la période de référence pour le calcul du pécule de vacances, sont éligibles uniquement les prestations accomplies en qualité de membre du personnel définitif ou admis au stage, reçoivent en 2014 et 2015 un pécule de vacances dont le montant s'élève à 70,26 % d'un douzième de leur traitement annuel indexé qui détermine le traitement dû pour le mois de mars de l'année de vacances. ".
"Art. 4. Les membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves et des instituts supérieurs, pour lesquels, conformément au calcul applicable du pécule de vacances, pendant la période de référence pour le calcul du pécule de vacances, sont éligibles uniquement les prestations accomplies en qualité de membre du personnel définitif ou admis au stage, reçoivent en 2014 et 2015 un pécule de vacances dont le montant s'élève à 70,26 % d'un douzième de leur traitement annuel indexé qui détermine le traitement dû pour le mois de mars de l'année de vacances. ".
Art. 4. Artikel 4bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 7 juli 2002, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 4bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 7 juillet 2002, est abrogé.
Art. 5. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, worden de woorden "de jaarwedde" vervangen door de woorden "het jaarsalaris".
Art. 5. Dans l'article 5, § 1er, du même arrêté, les mots " de jaarwedde " dans le texte néerlandais sont remplacés par les mots " het jaarsalaris ".
Art. 6. In artikel 7, paragraaf 2, van hetzelfde besluit, worden de woorden " een gedeeltelijke wedde" vervangen door de woorden "een gedeeltelijk salaris".
Art. 6. Dans l'article 7, paragraphe 2, du même arrêté, les mots " een gedeeltelijke wedde " dans le texte néerlandais sont remplacés par les mots " een gedeeltelijk salaris ".
Art. 7. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 mei 1980, 23 maart 1984 en 30 maart 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Het vakantiegeld voor een bepaald jaar wordt uitbetaald in de maand mei van dat jaar.";
2° in paragraaf 2, tweede lid worden de woorden "op de jaarwedde die" en de woorden "van de wedde" respectievelijk vervangen door de woorden "op het jaarsalaris dat" en de woorden "van het salaris";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "het forfaitaire bedrag" opgeheven;
4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "geen wedde of verminderde wedde" en de woorden "op de wedde(n) die " respectievelijk vervangen door de woorden "geen salaris of verminderd salaris" en de woorden "op het salaris of de salarissen die".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Het vakantiegeld voor een bepaald jaar wordt uitbetaald in de maand mei van dat jaar.";
2° in paragraaf 2, tweede lid worden de woorden "op de jaarwedde die" en de woorden "van de wedde" respectievelijk vervangen door de woorden "op het jaarsalaris dat" en de woorden "van het salaris";
3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "het forfaitaire bedrag" opgeheven;
4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "geen wedde of verminderde wedde" en de woorden "op de wedde(n) die " respectievelijk vervangen door de woorden "geen salaris of verminderd salaris" en de woorden "op het salaris of de salarissen die".
Art. 7. A l'article 11 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 7 mai 1980, 23 mars 1984 et 30 mars 1984, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le pécule de vacances pour une certaine année est payé dans le courant du mois de mai de cette année. " ;
2° dans le paragraphe 2, deuxième alinéa, les mots " op de jaarwedde die " et les mots " van de wedde " dans le texte néerlandais sont respectivement remplacés par les mots " op het jaarsalaris dat " et les mots " van het salaris " ;
3° au paragraphe 2, deuxième alinéa, les mots " du montant forfaitaire, " sont supprimés.
4° au paragraphe 2, troisième alinéa, les mots " geen wedde of verminderde wedde " et les mots " op de wedde(n) die " dans le texte néerlandais sont respectivement remplacés par les mots " geen salaris of verminderd salaris " et les mots " op het salaris of de salarissen die ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le pécule de vacances pour une certaine année est payé dans le courant du mois de mai de cette année. " ;
2° dans le paragraphe 2, deuxième alinéa, les mots " op de jaarwedde die " et les mots " van de wedde " dans le texte néerlandais sont respectivement remplacés par les mots " op het jaarsalaris dat " et les mots " van het salaris " ;
3° au paragraphe 2, deuxième alinéa, les mots " du montant forfaitaire, " sont supprimés.
4° au paragraphe 2, troisième alinéa, les mots " geen wedde of verminderde wedde " et les mots " op de wedde(n) die " dans le texte néerlandais sont respectivement remplacés par les mots " geen salaris of verminderd salaris " et les mots " op het salaris of de salarissen die ".
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 houdende geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
Section 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant des dispositions pécuniaires applicables aux membres du personnel des Centres d'Education de Base et modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique et l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 8. In artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 houdende geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, wordt de zinsnede "de artikelen 3, 4 en 4bis" vervangen door de zinsnede "artikel 3 en 4".
Art. 8. Dans l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant des dispositions pécuniaires applicables aux membres du personnel des Centres d'Education de Base et modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique et l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, le syntagme " des articles 3, 4 et 4bis " est remplacé par le syntagme " des articles 3 et 4 ".
HOOFDSTUK 2. - Eindejaarstoelage
CHAPITRE 2. - Allocation de fin d'année
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende de toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt
Section 1re. - Modification de l'arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public
Art. 9. In artikel 1, punt 1°, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende de toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 maart 1993, worden de woorden "iedere wedde" vervangen door de woorden "ieder salaris".
Art. 9. Dans l'article 1er, point 1°, de l'arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public, modifié par l'arrêté royal du 4 mars 1993, les mots " iedere wedde " dans le texte néerlandais sont remplacés par les mots " ieder salaris ".
Art. 10. In artikel 2, punt 2, wordt het woord "weddentoelage" vervangen door het woord "salaris".
Art. 10. Dans l'article 2, point 2, le mot " weddentoelage " dans le texte néerlandais est remplacé par le mot " salaris ".
Art. 11. In artikel 5 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt voor de personeelsleden van het onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, de hogescholen, de centra voor basiseducatie en de contractuelen in het onderwijs, die betaald worden door de Vlaamse Gemeenschap, een paragraaf 2/bis ingevoegd die luidt als volgt:
" § 2/bis. In afwijking van paragraaf 2, 1°, wordt het forfaitaire bedrag vanaf 1 januari 2014 als volgt vastgelegd:
1° voor het jaar 2014 wordt het forfaitaire bedrag van de eindejaarstoelage van 2013, na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, 1°, verhoogd met 232,86 euro;
2° vanaf het jaar 2015 wordt het forfaitaire bedrag dat toegekend is tijdens het vorige jaar, vermeerderd na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, 1°.".
" § 2/bis. In afwijking van paragraaf 2, 1°, wordt het forfaitaire bedrag vanaf 1 januari 2014 als volgt vastgelegd:
1° voor het jaar 2014 wordt het forfaitaire bedrag van de eindejaarstoelage van 2013, na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, 1°, verhoogd met 232,86 euro;
2° vanaf het jaar 2015 wordt het forfaitaire bedrag dat toegekend is tijdens het vorige jaar, vermeerderd na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, 1°.".
Art. 11. Dans l'article 5 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du 20 juillet 2000, il est inséré pour les membres du personnel de l'enseignement, des centres d'encadrement des élèves, des instituts supérieurs, des centres d'éducation de base et des contractuels de l'enseignement, qui sont payés par la Communauté flamande, un paragraphe 2/bis ainsi rédigé :
" § 2/bis. Par dérogation au paragraphe 2, 1°, le montant forfaitaire est fixé comme suit à partir du 1er janvier 2014 :
1° pour l'année 2014, le montant forfaitaire de l'allocation de fin d'année de 2013, après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, 1°, est majoré de 232,86 euros ;
2° à partir de l'année 2015, le montant forfaitaire octroyé pendant l'année précédente, est majoré après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, 1°. ".
" § 2/bis. Par dérogation au paragraphe 2, 1°, le montant forfaitaire est fixé comme suit à partir du 1er janvier 2014 :
1° pour l'année 2014, le montant forfaitaire de l'allocation de fin d'année de 2013, après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, 1°, est majoré de 232,86 euros ;
2° à partir de l'année 2015, le montant forfaitaire octroyé pendant l'année précédente, est majoré après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, 1°. ".
Art. 12. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 mei 2008, wordt een nieuw artikel 5/bis ingevoegd dat luidt als volgt:
"Art. 5bis. Met behoud van de toepassing van artikel 5, paragraaf 2/bis, wordt voor de personeelsleden die vallen onder de toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur, de eindejaarstoelage vermeerderd met het bedrag dat gelijk is aan het verschil ingevolge de berekening van het vakantiegeld volgens artikel 3 en artikel 4 van hetzelfde besluit. Dat bedrag wordt bijkomend verhoogd met de werknemersbijdrage die erop verschuldigd is.
Het bedrag dat verkregen wordt na toepassing van het eerste lid, wordt eveneens toegekend als eindejaarstoelage aan de personeelsleden die op basis van de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt, geen aanspraak kunnen maken op een eindejaarstoelage.".
"Art. 5bis. Met behoud van de toepassing van artikel 5, paragraaf 2/bis, wordt voor de personeelsleden die vallen onder de toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur, de eindejaarstoelage vermeerderd met het bedrag dat gelijk is aan het verschil ingevolge de berekening van het vakantiegeld volgens artikel 3 en artikel 4 van hetzelfde besluit. Dat bedrag wordt bijkomend verhoogd met de werknemersbijdrage die erop verschuldigd is.
Het bedrag dat verkregen wordt na toepassing van het eerste lid, wordt eveneens toegekend als eindejaarstoelage aan de personeelsleden die op basis van de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt, geen aanspraak kunnen maken op een eindejaarstoelage.".
Art. 12. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du 22 mai 2008, il est inséré un nouvel article 5/bis ainsi rédigé :
" Art. 5bis. Sans préjudice de l'application de l'article 5, paragraphe 2/bis, est majorée, pour les membres du personnel relevant de l'application de l'article 4 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume, l'allocation de fin d'année du montant égal à la différence résultant du calcul du pécule de vacances selon l'article 3 et l'article 4 du même arrêté. Ce montant est également majoré de la cotisation des travailleurs due à ce titre.
Le montant obtenu par application du premier alinéa, est également attribué en tant qu'allocation de fin d'année aux membres du personnel qui, sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume, ne peuvent pas prétendre à une allocation de fin d'année. ".
" Art. 5bis. Sans préjudice de l'application de l'article 5, paragraphe 2/bis, est majorée, pour les membres du personnel relevant de l'application de l'article 4 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume, l'allocation de fin d'année du montant égal à la différence résultant du calcul du pécule de vacances selon l'article 3 et l'article 4 du même arrêté. Ce montant est également majoré de la cotisation des travailleurs due à ce titre.
Le montant obtenu par application du premier alinéa, est également attribué en tant qu'allocation de fin d'année aux membres du personnel qui, sur la base des dispositions de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume, ne peuvent pas prétendre à une allocation de fin d'année. ".
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2004 houdende geldelijke en administratieve bepalingen voor de contractuele personeelsleden in het onderwijs betaald door de Vlaamse Gemeenschap
Section 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 octobre 2004 portant des dispositions pécuniaires et administratives applicables aux membres du personnel contractuels de l'enseignement payés par la Communauté flamande
Art. 13. Aan artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2004 houdende geldelijke en administratieve bepalingen voor de contractuele personeelsleden in het onderwijs betaald door de Vlaamse Gemeenschap, wordt de zinsnede "met uitzondering van de toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur", toegevoegd.
Art. 13. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 octobre 2004 portant des dispositions pécuniaires et administratives applicables aux membres du personnel contractuels de l'enseignement payés par la Communauté flamande, la phrase " à l'exception de l'application de l'article 4 de l'arrêté royal du 30 janvier 1979 relatif à l'octroi d'un pécule de vacances aux agents de l'administration générale du Royaume " est ajoutée.
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 houdende geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
Section 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant des dispositions pécuniaires applicables aux membres du personnel des Centres d'Education de Base et modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique et l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 14. In artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 houdende geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs en het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, wordt de zinsnede "artikel 5, § 1 en 2," vervangen door de zinsnede "artikel 5, § 1, § 2 en § 2/bis,".
Art. 14. Dans l'article 15 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 portant des dispositions pécuniaires applicables aux membres du personnel des Centres d'Education de Base et modifiant l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique et l'arrêté royal du 1er décembre 1970 fixant le statut pécuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, le syntagme " et 5, § § 1er et 2, " est remplacé par le syntagme " et 5, § 1er, § 2 et § 2/bis ".
Art. 15. In artikel 16 van hetzelfde besluit, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd die luidt als volgt:
" § 2/1. In afwijking van paragraaf 2, wordt het forfaitair gedeelte vanaf 1 januari 2014 als volgt vastgelegd:
1° voor het jaar 2014 wordt het forfaitaire bedrag van de eindejaarstoelage van 2013, na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, derde lid, verhoogd met 232,86 euro;
2° vanaf het jaar 2015 wordt het forfaitair gedeelte, dat toegekend is tijdens het vorige jaar, vermeerderd na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, derde lid.".
" § 2/1. In afwijking van paragraaf 2, wordt het forfaitair gedeelte vanaf 1 januari 2014 als volgt vastgelegd:
1° voor het jaar 2014 wordt het forfaitaire bedrag van de eindejaarstoelage van 2013, na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, derde lid, verhoogd met 232,86 euro;
2° vanaf het jaar 2015 wordt het forfaitair gedeelte, dat toegekend is tijdens het vorige jaar, vermeerderd na toepassing van het indexmechanisme, vermeld in paragraaf 2, derde lid.".
Art. 15. Dans l'article 16 du même arrêté, il est inséré un paragraphe 2/1 ainsi rédigé :
" § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, la partie forfaitaire est fixée comme suit à partir du 1er janvier 2014 :
1° pour l'année 2014, le montant forfaitaire de l'allocation de fin d'année de 2013, après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, troisième alinéa, est majoré de 232,86 euros ;
2° à partir de l'année 2015, la partie forfaitaire octroyée pendant l'année précédente, est majorée après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, troisième alinéa. ".
" § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, la partie forfaitaire est fixée comme suit à partir du 1er janvier 2014 :
1° pour l'année 2014, le montant forfaitaire de l'allocation de fin d'année de 2013, après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, troisième alinéa, est majoré de 232,86 euros ;
2° à partir de l'année 2015, la partie forfaitaire octroyée pendant l'année précédente, est majorée après application du mécanisme d'indexation, visé au paragraphe 2, troisième alinéa. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 16. Dit besluit heeft uitwerking vanaf 1 januari 2014.
Art. 16. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2014.
Art. 17. De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.