Artikel 1. Toepassingsgebied
Dit bijzonder decreet is van toepassing op het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, hierna het centrum te noemen.
Onder 'jongere' wordt verstaan : elke persoon die minstens twaalf jaar oud is, leerplichtig is of, indien hij niet meer leerplichtig is, ingeschreven is in het voltijds of deeltijds onderwijs met uitzondering van het hoger onderwijs of een leertijd verricht.
Het op te richten centrum is een onderwijsinstelling in de zin van artikel 24 van de Grondwet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 JANUARI 2014. - Bijzonder decreet tot oprichting van een centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-02-2014 en tekstbijwerking tot 29-08-2024)
Titre
20 JANVIER 2014. - Décret spécial portant création d'un centre pour le développement sain des enfants et des jeunes(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-02-2014 et mise à jour au 29-08-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Overdracht van de taken
HOOFDSTUK 3. - Rechtskarakter, vorm en werkwijz...
Afdeling 1. - Oprichting
Afdeling 2. - Rechtskarakter
Afdeling 3. - Bestuursstructuur van het centrum
Onderafdeling 1. - Structuur en bestuursorganen
Onderafdeling 2. - Raad van bestuur
Onderafdeling 3. - Directie
HOOFDSTUK 4. - Levensbeschouwelijke grondslag
HOOFDSTUK 5. - Onroerende goederen
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Transfert des missions
CHAPITRE 3. - Nature juridique, forme et foncti...
Section 1re. - Fondation
Section 2. - Nature juridique
Section 3. - Structure administrative du centre
Sous-section 1re. - Structure et organes admini...
Sous-section 2. - Conseil d'administration
Sous-section 3. - Direction
CHAPITRE 4. - Fondement philosophique
CHAPITRE 5. - Biens immeubles
CHAPITRE 6. - Entrée en vigeur
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Champ d'application
Le présent décret spécial est applicable au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, ci-après dénommé "centre".
Par "jeune", l'on entend toute personne âgée d'au moins douze ans, soumise à l'obligation scolaire ou, sinon, suivant dans une école un enseignement de plein exercice ou à horaire réduit, à l'exception de l'enseignement supérieur, ou accomplissant un apprentissage.
Le centre à créer est un établissement d'enseignement au sens de l'article 24 de la Constitution.
Le présent décret spécial est applicable au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, ci-après dénommé "centre".
Par "jeune", l'on entend toute personne âgée d'au moins douze ans, soumise à l'obligation scolaire ou, sinon, suivant dans une école un enseignement de plein exercice ou à horaire réduit, à l'exception de l'enseignement supérieur, ou accomplissant un apprentissage.
Le centre à créer est un établissement d'enseignement au sens de l'article 24 de la Constitution.
Art. 2. Hoedanigheden
De hoedanigheden in dit decreet gelden voor beide geslachten.
De hoedanigheden in dit decreet gelden voor beide geslachten.
Art. 2. Qualifications
Dans le présent décret, les qualifications s'appliquent aux deux sexes.
Dans le présent décret, les qualifications s'appliquent aux deux sexes.
HOOFDSTUK 2. - Overdracht van de taken
CHAPITRE 2. - Transfert des missions
Art. 3.. De taken van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde psycho-medisch-sociale centra worden overgedragen aan het centrum. Het centrum oefent de overgedragen taken uit overeenkomstig de nadere regels die bij wet, decreet of besluit vastgesteld zijn.
De taken bedoeld in het eerste lid zijn :
1° het begeleiden van de leerlingen uit het gewoon en het gespecialiseerd onderwijs op de volgende gebieden :
a) bijdragen tot het optimaliseren van de psychologische, psycho-pedagogische, medische, paramedische en sociale mogelijkheden van de leerling zelf en van zijn onmiddellijke opvoedingsomgeving om de harmonische ontwikkeling van zijn persoonlijkheid en zijn persoonlijke en maatschappelijke welbevinden maximale kansen te bieden;
b) aan de leerlingen, de personen belast met hun opvoeding, de inrichtende machten en allen die direct bij het opvoedings- en onderwijsproces van de leerlingen betrokken zijn, informatie en advies verstrekken over [1 schoolmogelijkheden]1 om het individuele keuzeproces te bevorderen;
2° de psycho-medisch-sociale begeleiding van de leerlingen die een opleiding volgen die erkend is voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht bedoeld in de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;
3° informatie en/of advies over de [1 studie- en opleidingsmogelijkheden]1 verstrekken aan alle personen die daarom verzoeken;
4° adviezen opstellen omtrent de volgende gevallen :
a) een leerplichtig kind langer in het kleuteronderwijs laten blijven;
b) een nog niet leerplichtig kind vervroegd tot het lager onderwijs toelaten;
c) iemand indien nodig langer in het lager onderwijs laten blijven;
d) iemand indien nodig toelaten tot het eerste jaar van het secundair onderwijs;
e) iemand indien nodig toelaten tot het deeltijds onderwijs;
f) veranderen van onderwijsvorm in het gespecialiseerd secundair onderwijs;
5° advies verstrekken aan de klassenraden, ondersteuningsvergaderingen en integratieraden van de overgangsklassen voor nieuwkomers;
6° de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning vaststellen en adviezen opstellen wanneer het erom gaat de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning te controleren, stop te zetten of af te breken;
7° meewerken aan onderzoeksprojecten die verband houden met de taken.
De opdracht vermeld in het tweede lid, 1°, a), omvat :
1° het nemen van de nodige preventieve en remediërende maatregelen om de factoren die een bedreiging of belemmering voor de leerling vormen te voorkomen, weg te werken of om grip op die factoren te krijgen;
2° het bijstaan van en het samenwerken met de personen belast met de opvoeding, de inrichtende machten en allen die direct bij het opvoedings- en onderwijsproces van de leerlingen betrokken zijn bij het uitoefenen van hun opvoedende taken;
3° het ondersteunen van het ontplooiingsproces van de leerlingen en het helpen bij de ontwikkeling van hun mogelijkheden om bij te dragen tot hun zelfstandigheid, hun harmonische persoonlijkheidsontwikkeling en hun individueel en maatschappelijk welbevinden.
De taken bedoeld in het eerste lid zijn :
1° het begeleiden van de leerlingen uit het gewoon en het gespecialiseerd onderwijs op de volgende gebieden :
a) bijdragen tot het optimaliseren van de psychologische, psycho-pedagogische, medische, paramedische en sociale mogelijkheden van de leerling zelf en van zijn onmiddellijke opvoedingsomgeving om de harmonische ontwikkeling van zijn persoonlijkheid en zijn persoonlijke en maatschappelijke welbevinden maximale kansen te bieden;
b) aan de leerlingen, de personen belast met hun opvoeding, de inrichtende machten en allen die direct bij het opvoedings- en onderwijsproces van de leerlingen betrokken zijn, informatie en advies verstrekken over [1 schoolmogelijkheden]1 om het individuele keuzeproces te bevorderen;
2° de psycho-medisch-sociale begeleiding van de leerlingen die een opleiding volgen die erkend is voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht bedoeld in de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;
3° informatie en/of advies over de [1 studie- en opleidingsmogelijkheden]1 verstrekken aan alle personen die daarom verzoeken;
4° adviezen opstellen omtrent de volgende gevallen :
a) een leerplichtig kind langer in het kleuteronderwijs laten blijven;
b) een nog niet leerplichtig kind vervroegd tot het lager onderwijs toelaten;
c) iemand indien nodig langer in het lager onderwijs laten blijven;
d) iemand indien nodig toelaten tot het eerste jaar van het secundair onderwijs;
e) iemand indien nodig toelaten tot het deeltijds onderwijs;
f) veranderen van onderwijsvorm in het gespecialiseerd secundair onderwijs;
5° advies verstrekken aan de klassenraden, ondersteuningsvergaderingen en integratieraden van de overgangsklassen voor nieuwkomers;
6° de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning vaststellen en adviezen opstellen wanneer het erom gaat de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning te controleren, stop te zetten of af te breken;
7° meewerken aan onderzoeksprojecten die verband houden met de taken.
De opdracht vermeld in het tweede lid, 1°, a), omvat :
1° het nemen van de nodige preventieve en remediërende maatregelen om de factoren die een bedreiging of belemmering voor de leerling vormen te voorkomen, weg te werken of om grip op die factoren te krijgen;
2° het bijstaan van en het samenwerken met de personen belast met de opvoeding, de inrichtende machten en allen die direct bij het opvoedings- en onderwijsproces van de leerlingen betrokken zijn bij het uitoefenen van hun opvoedende taken;
3° het ondersteunen van het ontplooiingsproces van de leerlingen en het helpen bij de ontwikkeling van hun mogelijkheden om bij te dragen tot hun zelfstandigheid, hun harmonische persoonlijkheidsontwikkeling en hun individueel en maatschappelijk welbevinden.
Modifications
Art. 3. Missions
Les missions des centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone sont transférées au centre. Le centre exerce les compétences transférées selon les modalités fixées par une loi, un décret ou un arrêté.
Les missions visées au premier alinéa sont :
1° assurer la guidance des élèves de l'enseignement ordinaire et spécialisé dans les domaines suivants :
a) contribuer à rendre optimales les conditions psychologiques, psychopédagogiques, médicales, paramédicales et sociales de l'élève et de son entourage éducatif immédiat afin de lui offrir les meilleures chances pour un développement harmonieux de sa personnalité et pour son bien-être individuel et social;
b) fournir aux élèves, aux personnes chargées de leur éducation, aux pouvoirs organisateurs et à tous ceux qui participent directement au processus éducatif et pédagogique des élèves, des informations et des avis concernant les possibilités scolaires [1 ...]1, en vue de promouvoir le processus de choix individuel;
2° assurer la guidance psycho-médico-sociale des élèves qui suivent une formation reconnue en vue de satisfaire à l'obligation scolaire à temps partiel visée par la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire;
3° fournir, à toutes les personnes qui en font la demande, de l'information et/ou des avis concernant les possibilités [1 en matière d'études et de formations]1;
4° rendre des avis dans les cas suivants :
a) prolongation de la fréquentation de l'enseignement maternel pour un enfant soumis à l'obligation scolaire;
b) entrée précoce à l'école primaire d'un enfant non encore soumis à l'obligation scolaire;
c) prolongation du temps passé à l'école primaire, si nécessaire;
d) admission en première année du secondaire, si nécessaire;
e) admission dans l'enseignement à horaire réduit, si nécessaire;
f) passage d'une forme d'enseignement à l'autre dans l'enseignement spécialisé;
5° donner des conseils aux conseils de classe, aux conférences de soutien et aux conseils d'intégration des classes-passerelles pour primo-arrivants;
6° constater la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé et établir des avis à propos de son contrôle, de sa fin ou de son interruption;
7° coopérer à des projets de recherche en rapport avec les missions.
La mission visée à l'alinéa 2, 1°, a) comporte :
1° la prise des mesures nécessaires, à caractère préventif et palliatif, afin d'éviter ou de supprimer des facteurs qui constituent une menace ou une entrave pour l'élève, et d'y remédier;
2° l'aide et la collaboration aux tâches d'éducation des personnes chargées de l'éducation, des pouvoirs organisateurs et de tous ceux qui participent directement au processus éducatif et pédagogique des élèves;
3° le soutien au processus d'épanouissement des élèves et l'aide au développement de leurs potentialités afin de contribuer à l'acquisition de leur autonomie, à la croissance harmonieuse de leur personnalité et à leur bien-être individuel et social.
Les missions des centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté germanophone sont transférées au centre. Le centre exerce les compétences transférées selon les modalités fixées par une loi, un décret ou un arrêté.
Les missions visées au premier alinéa sont :
1° assurer la guidance des élèves de l'enseignement ordinaire et spécialisé dans les domaines suivants :
a) contribuer à rendre optimales les conditions psychologiques, psychopédagogiques, médicales, paramédicales et sociales de l'élève et de son entourage éducatif immédiat afin de lui offrir les meilleures chances pour un développement harmonieux de sa personnalité et pour son bien-être individuel et social;
b) fournir aux élèves, aux personnes chargées de leur éducation, aux pouvoirs organisateurs et à tous ceux qui participent directement au processus éducatif et pédagogique des élèves, des informations et des avis concernant les possibilités scolaires [1 ...]1, en vue de promouvoir le processus de choix individuel;
2° assurer la guidance psycho-médico-sociale des élèves qui suivent une formation reconnue en vue de satisfaire à l'obligation scolaire à temps partiel visée par la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire;
3° fournir, à toutes les personnes qui en font la demande, de l'information et/ou des avis concernant les possibilités [1 en matière d'études et de formations]1;
4° rendre des avis dans les cas suivants :
a) prolongation de la fréquentation de l'enseignement maternel pour un enfant soumis à l'obligation scolaire;
b) entrée précoce à l'école primaire d'un enfant non encore soumis à l'obligation scolaire;
c) prolongation du temps passé à l'école primaire, si nécessaire;
d) admission en première année du secondaire, si nécessaire;
e) admission dans l'enseignement à horaire réduit, si nécessaire;
f) passage d'une forme d'enseignement à l'autre dans l'enseignement spécialisé;
5° donner des conseils aux conseils de classe, aux conférences de soutien et aux conseils d'intégration des classes-passerelles pour primo-arrivants;
6° constater la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé et établir des avis à propos de son contrôle, de sa fin ou de son interruption;
7° coopérer à des projets de recherche en rapport avec les missions.
La mission visée à l'alinéa 2, 1°, a) comporte :
1° la prise des mesures nécessaires, à caractère préventif et palliatif, afin d'éviter ou de supprimer des facteurs qui constituent une menace ou une entrave pour l'élève, et d'y remédier;
2° l'aide et la collaboration aux tâches d'éducation des personnes chargées de l'éducation, des pouvoirs organisateurs et de tous ceux qui participent directement au processus éducatif et pédagogique des élèves;
3° le soutien au processus d'épanouissement des élèves et l'aide au développement de leurs potentialités afin de contribuer à l'acquisition de leur autonomie, à la croissance harmonieuse de leur personnalité et à leur bien-être individuel et social.
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Rechtskarakter, vorm en werkwijze van het centrum
CHAPITRE 3. - Nature juridique, forme et fonctionnement du centre
Afdeling 1. - Oprichting
Section 1re. - Fondation
Art. 4. Oprichting
Voor de oprichting van het centrum wordt een overeenkomst gesloten tussen de volgende partners :
1° de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
2° de provincie Luik;
3° de stad Eupen;
4° het vrij PMS-centrum, vereniging zonder winstoogmerk;
5° het gezondheidscentrum Sankt Vith, vereniging zonder winstoogmerk.
De partners vermeld in het eerste lid worden hierna 'de oprichtingspartners' genoemd.
Voor de oprichting van het centrum wordt een overeenkomst gesloten tussen de volgende partners :
1° de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
2° de provincie Luik;
3° de stad Eupen;
4° het vrij PMS-centrum, vereniging zonder winstoogmerk;
5° het gezondheidscentrum Sankt Vith, vereniging zonder winstoogmerk.
De partners vermeld in het eerste lid worden hierna 'de oprichtingspartners' genoemd.
Art. 4. Fondation
Le centre est fondé par la conclusion d'un accord entre les partenaires suivants :
1° le Gouvernement de la Communauté germanophone;
2° la province de Liège;
3° la ville d'Eupen;
4° l'association sans but lucratif "Freies PMS-Zentrum";
5 ° l'association sans but lucratif "Gesundheitszentrum Sankt-Vith".
Les partenaires mentionnés au premier alinéa sont dénommés ci-après "partenaires fondateurs".
Le centre est fondé par la conclusion d'un accord entre les partenaires suivants :
1° le Gouvernement de la Communauté germanophone;
2° la province de Liège;
3° la ville d'Eupen;
4° l'association sans but lucratif "Freies PMS-Zentrum";
5 ° l'association sans but lucratif "Gesundheitszentrum Sankt-Vith".
Les partenaires mentionnés au premier alinéa sont dénommés ci-après "partenaires fondateurs".
Art. 5. Inhoud van de oprichtingsovereenkomst
De overeenkomst vermeld in artikel 4 omvat bepalingen die ten minste de volgende punten betreffen :
1° naam en zetel van de inrichtende macht;
2° naam en vestigingsplaats van het centrum;
3° aanwijzing van de eerste voorzitter en de eerste plaatsvervangende voorzitter van de raad van bestuur; duur van het eerste mandaat : drie jaar;
4° aanwijzing van de eerste directeur, de eerste coördinator en het eerste hoofd van de lokale vestiging en duur van die aanwijzingen; maximale duur van de eerste aanwijzing : vier jaar;
5° staat van de onroerende goederen en van de belangrijkste roerende goederen die overgedragen of ter beschikking worden gesteld;
6° opzegging van de overeenkomst.
Onverminderd de bepalingen van voorliggend bijzonder decreet en andere decretale bepalingen m.b.t. de oprichting van het centrum kan de overeenkomst bijkomende bepalingen over de volgende punten omvatten :
1° de administratieve structuren;
2° het personeelsrecht;
3° de financiering.
De overeenkomst vermeld in artikel 4 omvat bepalingen die ten minste de volgende punten betreffen :
1° naam en zetel van de inrichtende macht;
2° naam en vestigingsplaats van het centrum;
3° aanwijzing van de eerste voorzitter en de eerste plaatsvervangende voorzitter van de raad van bestuur; duur van het eerste mandaat : drie jaar;
4° aanwijzing van de eerste directeur, de eerste coördinator en het eerste hoofd van de lokale vestiging en duur van die aanwijzingen; maximale duur van de eerste aanwijzing : vier jaar;
5° staat van de onroerende goederen en van de belangrijkste roerende goederen die overgedragen of ter beschikking worden gesteld;
6° opzegging van de overeenkomst.
Onverminderd de bepalingen van voorliggend bijzonder decreet en andere decretale bepalingen m.b.t. de oprichting van het centrum kan de overeenkomst bijkomende bepalingen over de volgende punten omvatten :
1° de administratieve structuren;
2° het personeelsrecht;
3° de financiering.
Art. 5. Contenu de l'accord de fondation
L'accord mentionné à l'article 4 comprend des dispositions portant au moins sur les points suivants :
1° le nom et le siège du pouvoir organisateur;
2° le nom et l'implantation du centre;
3° la désignation du premier président et du premier président suppléant du conseil d'administration, la durée du premier mandat ne pouvant dépasser cinq ans;
4° la désignation du premier directeur, des premiers coordinateurs et des premiers chefs d'antenne, ainsi que la durée de cette désignation, laquelle ne peut dépasser quatre ans;
5° l'inventaire des biens immeubles et des principaux biens meubles transférés ou mis à disposition;
6° la résolution de l'accord.
Sans préjudice des dispositions du présent décret spécial et d'autres dispositions décrétales relatives à l'organisation du centre, l'accord peut comporter des dispositions supplémentaires portant sur les points suivants :
1° les structures administratives;
2° le statut du personnel;
3° le financement.
L'accord mentionné à l'article 4 comprend des dispositions portant au moins sur les points suivants :
1° le nom et le siège du pouvoir organisateur;
2° le nom et l'implantation du centre;
3° la désignation du premier président et du premier président suppléant du conseil d'administration, la durée du premier mandat ne pouvant dépasser cinq ans;
4° la désignation du premier directeur, des premiers coordinateurs et des premiers chefs d'antenne, ainsi que la durée de cette désignation, laquelle ne peut dépasser quatre ans;
5° l'inventaire des biens immeubles et des principaux biens meubles transférés ou mis à disposition;
6° la résolution de l'accord.
Sans préjudice des dispositions du présent décret spécial et d'autres dispositions décrétales relatives à l'organisation du centre, l'accord peut comporter des dispositions supplémentaires portant sur les points suivants :
1° les structures administratives;
2° le statut du personnel;
3° le financement.
Afdeling 2. - Rechtskarakter
Section 2. - Nature juridique
Art. 6. Rechtskarakter
Het centrum is een autonome publiekrechtelijke rechtspersoon.
Het centrum is een instelling van openbaar nut overeenkomstig artikel 87 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap en is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet zoals van kracht op [1 1 april 2018]1.
Het centrum is een autonome publiekrechtelijke rechtspersoon.
Het centrum is een instelling van openbaar nut overeenkomstig artikel 87 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap en is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet zoals van kracht op [1 1 april 2018]1.
Modifications
Art. 6. Nature juridique
Le centre est une personne morale autonome de droit public.
Le centre est un organisme d'intérêt public conformément à l'article 87 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone et est soumis aux dispositions dudit décret, dans sa version en vigueur au [1 1er avril 2018]1.
Le centre est une personne morale autonome de droit public.
Le centre est un organisme d'intérêt public conformément à l'article 87 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone et est soumis aux dispositions dudit décret, dans sa version en vigueur au [1 1er avril 2018]1.
Modifications
Afdeling 3. - Bestuursstructuur van het centrum
Section 3. - Structure administrative du centre
Onderafdeling 1. - Structuur en bestuursorganen
Sous-section 1re. - Structure et organes administratifs
Art. 7. Structuur van het centrum
Het centrum bestaat uit één centrale hoofdvestiging en uit lokale vestigingen, waarvan het aantal bij decreet wordt bepaald.
Het centrum bestaat uit één centrale hoofdvestiging en uit lokale vestigingen, waarvan het aantal bij decreet wordt bepaald.
Art. 7. Structure du centre
Le centre se compose d'un service central et d'antennes locales dont le nombre est fixé par décret.
Le centre se compose d'un service central et d'antennes locales dont le nombre est fixé par décret.
Art. 8. Bestuursorganen
De bestuursorganen van het centrum zijn de raad van bestuur en de directie.
De bestuursorganen van het centrum zijn de raad van bestuur en de directie.
Art. 8. Organes administratifs
Le conseil d'administration et la direction constituent les organes administratifs du centre.
Le conseil d'administration et la direction constituent les organes administratifs du centre.
Onderafdeling 2. - Raad van bestuur
Sous-section 2. - Conseil d'administration
Art. 9. Samenstelling en duur van de mandaten
§ 1 - De raad van bestuur is samengesteld uit de volgende stemgerechtigde leden :
1° twee vertegenwoordigers van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
2° één vertegenwoordiger van de provincie Luik;
3° één vertegenwoordiger van de stad Eupen;
4° één vertegenwoordiger van de gemeenten;
5° [2 ...]2;
6° één vertegenwoordiger van de inrichtende macht van het gemeenschapsonderwijs;
7° één vertegenwoordiger van de inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs;
8° één vertegenwoordiger van de inrichtende machten van het gesubsidieerd confessioneel vrij onderwijs;
9° één vertegenwoordiger van het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's;
10° één vertegenwoordiger per representatieve werknemersorganisatie;
11° één vertegenwoordiger uit de gezinssector;
12° één vertegenwoordiger uit de gezondheidssector;
13° één vertegenwoordiger uit de sociale sector;
14° één vertegenwoordiger uit de jeugdsector.
De volgende personen wonen de vergaderingen van de raad van bestuur bij met raadgevende stem :
1° de regeringscommissaris vermeld in artikel 88 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap;
2° de directeur van het centrum, tenzij de raad van bestuur voor een bepaalde vergadering anders daarover beslist.
De mandaten van de leden vermeld in het eerste lid duren vijf jaar en kunnen worden verlengd.
De in het eerste lid, 11° tot 14°, vermelde leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers mogen geen politiek mandaat uitoefenen.
§ 2 - Voor elk in § 1, eerste lid, vermeld lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen dat volgens dezelfde criteria wordt uitgekozen als het lid dat het vervangt. Indien een lid van de raad van bestuur de hoedanigheid verliest op grond waarvan het lid van de raad van bestuur is geworden, dan wordt er een einde gemaakt aan zijn mandaat en wordt zijn mandaat voltooid door zijn plaatsvervanger. Geeft het plaatsvervangend lid zijn ontslag, dan vindt een nieuwe aanwijzing voor de resterende termijn plaats. De leden hebben bovendien de mogelijkheid om zich op de vergaderingen door hun plaatsvervanger te laten vertegenwoordigen.
§ 3 - De leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur worden aangewezen door de Regering, op de voordracht van de instanties genoemd in § 1, eerste lid, 2° tot 10°. Op de voordracht van de voormelde instanties kan de Regering hen te allen tijde hun mandaat ontnemen en voor de resterende termijn nieuwe leden of plaatsvervangende leden aanwijzen.
De Regering wijst de leden vermeld in § 1, eerste lid, 11° tot 14°, aan, alsook hun plaatsvervangers.
[1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit bijzonder decreet of in het algemene recht kan de Regering op eigen initiatief, op voorstel van een van de in § 1, eerste lid, 2° tot 10°, vermelde instanties of op voorstel van de raad van bestuur een door haar in de raad van bestuur aangesteld lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
- wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
- wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
Een afzetting overeenkomstig het derde lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting waarop het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze. De Regering legt de nadere regels voor de afzettingsprocedure vast.
Op de voordracht van de instanties vermeld in § 1, eerste lid, 2° tot 10°, stelt de Regering voor de resterende termijn een nieuw lid aan in de raad van bestuur. Een lid dat overeenkomstig het derde lid wordt afgezet, kan niet opnieuw als lid van de raad van bestuur worden aangesteld voor de resterende of de daaropvolgende mandaatstermijn.]1
§ 4 - De raad van bestuur wordt geleid door een voorzitter die uit de leden van de raad van bestuur wordt aangewezen. Bovendien wordt in een plaatsvervangende voorzitter voorzien die eveneens uit de leden van de raad van bestuur wordt aangewezen.
Artikel 13, eerste lid, is van toepassing op de aanwijzingsprocedure. De betrokken vergadering wordt voorgezeten door het oudste van de leden vermeld in § 1, eerste lid. Het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 11 legt de nadere regels van de procedure vast.
In afwijking van het eerste lid worden de eerste voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van de raad van bestuur door de oprichtingspartners in onderlinge overeenstemming aangewezen.
§ 5 - De raad van bestuur kan deskundigen en vertegenwoordigers van het personeel voor zijn vergaderingen uitnodigen. De raad van bestuur legt de nadere regels vast in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 11.
§ 1 - De raad van bestuur is samengesteld uit de volgende stemgerechtigde leden :
1° twee vertegenwoordigers van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
2° één vertegenwoordiger van de provincie Luik;
3° één vertegenwoordiger van de stad Eupen;
4° één vertegenwoordiger van de gemeenten;
5° [2 ...]2;
6° één vertegenwoordiger van de inrichtende macht van het gemeenschapsonderwijs;
7° één vertegenwoordiger van de inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs;
8° één vertegenwoordiger van de inrichtende machten van het gesubsidieerd confessioneel vrij onderwijs;
9° één vertegenwoordiger van het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's;
10° één vertegenwoordiger per representatieve werknemersorganisatie;
11° één vertegenwoordiger uit de gezinssector;
12° één vertegenwoordiger uit de gezondheidssector;
13° één vertegenwoordiger uit de sociale sector;
14° één vertegenwoordiger uit de jeugdsector.
De volgende personen wonen de vergaderingen van de raad van bestuur bij met raadgevende stem :
1° de regeringscommissaris vermeld in artikel 88 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap;
2° de directeur van het centrum, tenzij de raad van bestuur voor een bepaalde vergadering anders daarover beslist.
De mandaten van de leden vermeld in het eerste lid duren vijf jaar en kunnen worden verlengd.
De in het eerste lid, 11° tot 14°, vermelde leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers mogen geen politiek mandaat uitoefenen.
§ 2 - Voor elk in § 1, eerste lid, vermeld lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen dat volgens dezelfde criteria wordt uitgekozen als het lid dat het vervangt. Indien een lid van de raad van bestuur de hoedanigheid verliest op grond waarvan het lid van de raad van bestuur is geworden, dan wordt er een einde gemaakt aan zijn mandaat en wordt zijn mandaat voltooid door zijn plaatsvervanger. Geeft het plaatsvervangend lid zijn ontslag, dan vindt een nieuwe aanwijzing voor de resterende termijn plaats. De leden hebben bovendien de mogelijkheid om zich op de vergaderingen door hun plaatsvervanger te laten vertegenwoordigen.
§ 3 - De leden en de plaatsvervangende leden van de raad van bestuur worden aangewezen door de Regering, op de voordracht van de instanties genoemd in § 1, eerste lid, 2° tot 10°. Op de voordracht van de voormelde instanties kan de Regering hen te allen tijde hun mandaat ontnemen en voor de resterende termijn nieuwe leden of plaatsvervangende leden aanwijzen.
De Regering wijst de leden vermeld in § 1, eerste lid, 11° tot 14°, aan, alsook hun plaatsvervangers.
[1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen inzake afzettingsrecht vervat in dit bijzonder decreet of in het algemene recht kan de Regering op eigen initiatief, op voorstel van een van de in § 1, eerste lid, 2° tot 10°, vermelde instanties of op voorstel van de raad van bestuur een door haar in de raad van bestuur aangesteld lid onder de volgende voorwaarden te allen tijde afzetten:
1° als kan worden bewezen dat het betrokken lid in de uitoefening van zijn mandaat een zware fout of een grove nalatigheid heeft begaan of
2° als kan worden bewezen dat het betrokken lid een handeling of een gedraging heeft gesteld die onverenigbaar is met de uitoefening van zijn mandaat of
3° als kan worden bewezen dat het betrokken lid de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt of lid is van een organisatie, partij, vereniging of rechtspersoon die de democratische beginselen die in de volgende rechtsteksten zijn vastgelegd, niet in acht neemt:
- wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; en
- wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.
Een afzetting overeenkomstig het derde lid vindt plaats na een voorafgaande hoorzitting waarop het betrokken lid zich mag laten begeleiden door een persoon van zijn keuze. De Regering legt de nadere regels voor de afzettingsprocedure vast.
Op de voordracht van de instanties vermeld in § 1, eerste lid, 2° tot 10°, stelt de Regering voor de resterende termijn een nieuw lid aan in de raad van bestuur. Een lid dat overeenkomstig het derde lid wordt afgezet, kan niet opnieuw als lid van de raad van bestuur worden aangesteld voor de resterende of de daaropvolgende mandaatstermijn.]1
§ 4 - De raad van bestuur wordt geleid door een voorzitter die uit de leden van de raad van bestuur wordt aangewezen. Bovendien wordt in een plaatsvervangende voorzitter voorzien die eveneens uit de leden van de raad van bestuur wordt aangewezen.
Artikel 13, eerste lid, is van toepassing op de aanwijzingsprocedure. De betrokken vergadering wordt voorgezeten door het oudste van de leden vermeld in § 1, eerste lid. Het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 11 legt de nadere regels van de procedure vast.
In afwijking van het eerste lid worden de eerste voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van de raad van bestuur door de oprichtingspartners in onderlinge overeenstemming aangewezen.
§ 5 - De raad van bestuur kan deskundigen en vertegenwoordigers van het personeel voor zijn vergaderingen uitnodigen. De raad van bestuur legt de nadere regels vast in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 11.
Art. 9. Composition et durée du mandat
§ 1er - Le conseil d'administration se compose des membres suivants, ayant voix délibérative :
1° deux représentants du Gouvernement de la Communauté germanophone;
2° un représentant de la Province de Liège;
3° un représentant de la Ville d'Eupen;
4° un représentant des communes;
5° [2 ...]2;
6° un représentant du pouvoir organisateur de l'enseignement communautaire;
7° un représentant des pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné;
8° un représentant des pouvoirs organisateurs de l'enseignement confessionnel libre subventionné;
9° un représentant de l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME;
10° un représentant par organisation représentative des travailleurs;
11° un représentant du secteur de la famille;
12° un représentant du secteur de la santé;
13° un représentant du secteur des affaires sociales;
14° un représentant du secteur de la jeunesse.
Assistent également aux séances du conseil d'administration, avec voix consultative :
1° le commissaire du Gouvernement visé à l'article 88 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone;
2° le directeur du centre, à moins que le conseil d'administration ne prenne, pour une séance déterminée, une décision contraire.
Les mandats des membres mentionnés au premier alinéa ont une durée de cinq ans et sont renouvelables.
Les membres du conseil d'administration mentionnés à l'alinéa 1er, 11° à 14°, ainsi que leurs suppléants ne peuvent exercer de mandat politique.
§ 2 - Pour chaque membre effectif mentionné au § 1er, alinéa 1er, il est prévu un suppléant sélectionné selon les mêmes critères. Si un membre du conseil d'administration perd la qualité en vertu de laquelle il est membre du conseil d'administration, son mandat prend fin et est achevé par le membre suppléant. En cas de démission du membre suppléant, une nouvelle désignation intervient pour la période restante. Les membres ont en outre la possibilité de se faire représenter par leur suppléant aux réunions.
§ 3 - Les membres effectifs et suppléants du conseil d'administration sont désignés par le Gouvernement sur proposition des instances mentionnées au § 1er, alinéa 1er, 2° à 10°. Sur proposition des instances susmentionnées, le Gouvernement peut en tout temps leur retirer leur mandat et désigner de nouveaux membres, effectifs ou suppléants selon le cas, pour la période restante.
Le Gouvernement désigne les membres visés au § 1er, alinéa 1er, 11° à 14°, ainsi que leurs suppléants.
[1 Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret spécial ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Gouvernement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'une des instances mentionnées au § 1er, alinéa 1er, 2° à 10°, ou sur proposition du conseil d'administration, révoquer un membre qu'il a désigné au conseil d'administration dans les conditions suivantes et à tout moment :
1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
- la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
- la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 3 après la tenue d'une audition préalable lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix. Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la procédure de révocation.
Sur proposition des instances mentionnées au § 1er, alinéa 1er, 2° à 10°, le Gouvernement désigne un nouveau membre au conseil d'administration pour la période restante. Un membre révoqué conformément à l'alinéa 3 ne peut être désigné à nouveau au conseil d'administration pour la durée de mandat restante ou suivante.]1
§ 4 - Le conseil d'administration est dirigé par un président, désigné en son sein. Un président suppléant est également prévu, désigné lui aussi au sein du conseil d'administration.
La disposition de l'article 13, alinéa 1er, s'applique à la procédure de désignation. La séance en question est présidée par le doyen des membres mentionnés au § 1er, alinéa 1er. Les autres modalités de la procédure sont fixées dans le règlement d'ordre intérieur mentionné à l'article 11.
Par dérogation à l'alinéa premier, les premiers président et président suppléant du conseil d'administration sont désignés de commun accord par les partenaires fondateurs.
§ 5 - Le conseil d'administration peut inviter des experts et des délégués du personnel à assister à ses réunions. Il fixe les autres modalités dans le règlement d'ordre intérieur mentionné à l'article 11.
§ 1er - Le conseil d'administration se compose des membres suivants, ayant voix délibérative :
1° deux représentants du Gouvernement de la Communauté germanophone;
2° un représentant de la Province de Liège;
3° un représentant de la Ville d'Eupen;
4° un représentant des communes;
5° [2 ...]2;
6° un représentant du pouvoir organisateur de l'enseignement communautaire;
7° un représentant des pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné;
8° un représentant des pouvoirs organisateurs de l'enseignement confessionnel libre subventionné;
9° un représentant de l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME;
10° un représentant par organisation représentative des travailleurs;
11° un représentant du secteur de la famille;
12° un représentant du secteur de la santé;
13° un représentant du secteur des affaires sociales;
14° un représentant du secteur de la jeunesse.
Assistent également aux séances du conseil d'administration, avec voix consultative :
1° le commissaire du Gouvernement visé à l'article 88 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone;
2° le directeur du centre, à moins que le conseil d'administration ne prenne, pour une séance déterminée, une décision contraire.
Les mandats des membres mentionnés au premier alinéa ont une durée de cinq ans et sont renouvelables.
Les membres du conseil d'administration mentionnés à l'alinéa 1er, 11° à 14°, ainsi que leurs suppléants ne peuvent exercer de mandat politique.
§ 2 - Pour chaque membre effectif mentionné au § 1er, alinéa 1er, il est prévu un suppléant sélectionné selon les mêmes critères. Si un membre du conseil d'administration perd la qualité en vertu de laquelle il est membre du conseil d'administration, son mandat prend fin et est achevé par le membre suppléant. En cas de démission du membre suppléant, une nouvelle désignation intervient pour la période restante. Les membres ont en outre la possibilité de se faire représenter par leur suppléant aux réunions.
§ 3 - Les membres effectifs et suppléants du conseil d'administration sont désignés par le Gouvernement sur proposition des instances mentionnées au § 1er, alinéa 1er, 2° à 10°. Sur proposition des instances susmentionnées, le Gouvernement peut en tout temps leur retirer leur mandat et désigner de nouveaux membres, effectifs ou suppléants selon le cas, pour la période restante.
Le Gouvernement désigne les membres visés au § 1er, alinéa 1er, 11° à 14°, ainsi que leurs suppléants.
[1 Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent décret spécial ou dans le droit commun en matière de droit de révocation, le Gouvernement peut, de sa propre initiative, sur proposition de l'une des instances mentionnées au § 1er, alinéa 1er, 2° à 10°, ou sur proposition du conseil d'administration, révoquer un membre qu'il a désigné au conseil d'administration dans les conditions suivantes et à tout moment :
1° s'il peut être prouvé qu'il a commis une faute grave ou une négligence grave lors de l'exercice de son mandat ou
2° s'il peut être prouvé qu'il a effectué une action ou a eu un comportement incompatibles avec l'exercice de son mandat ou
3° s'il peut être prouvé qu'il ne respecte pas les principes démocratiques énoncés dans les textes juridiques énumérés ci-après ou, selon le cas, s'il est membre d'une organisation, d'un parti, d'une association ou d'une personne morale qui ne respecte pas lesdits principes :
- la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, et
- la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale.
Il est procédé à une révocation conformément à l'alinéa 3 après la tenue d'une audition préalable lors de laquelle le membre concerné peut se faire accompagner de la personne de son choix. Le Gouvernement fixe les autres modalités relatives à la procédure de révocation.
Sur proposition des instances mentionnées au § 1er, alinéa 1er, 2° à 10°, le Gouvernement désigne un nouveau membre au conseil d'administration pour la période restante. Un membre révoqué conformément à l'alinéa 3 ne peut être désigné à nouveau au conseil d'administration pour la durée de mandat restante ou suivante.]1
§ 4 - Le conseil d'administration est dirigé par un président, désigné en son sein. Un président suppléant est également prévu, désigné lui aussi au sein du conseil d'administration.
La disposition de l'article 13, alinéa 1er, s'applique à la procédure de désignation. La séance en question est présidée par le doyen des membres mentionnés au § 1er, alinéa 1er. Les autres modalités de la procédure sont fixées dans le règlement d'ordre intérieur mentionné à l'article 11.
Par dérogation à l'alinéa premier, les premiers président et président suppléant du conseil d'administration sont désignés de commun accord par les partenaires fondateurs.
§ 5 - Le conseil d'administration peut inviter des experts et des délégués du personnel à assister à ses réunions. Il fixe les autres modalités dans le règlement d'ordre intérieur mentionné à l'article 11.
Art. 10.. § 1 - De raad van bestuur beschikt over alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor de inhoudelijke strategische oriëntatie, de organisatie en het bestuur van het centrum; zo is de raad van bestuur onder meer bevoegd voor :
1° de aanwijzing van de directeur (met uitzondering van de eerste directeur);
2° de vaste benoeming van de personeelsleden;
3° de aanwijzing van de tijdelijke personeelsleden;
4° de aanwending van de financiële middelen (begroting);
5° de gunning van opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;
6° het opstellen van een inventaris van alle onroerende goederen van het centrum;
7° de bepaling van architectonische maatregelen en onderhoudswerken;
8° de bepaling van de opdrachten toevertrouwd aan het personeel.
De raad van bestuur kan beslissingsbevoegdheden overdragen aan de directeur.
§ 2 - De raad van bestuur onderzoekt kort na de oprichting van het nieuwe centrum in hoeverre definitief vacante betrekkingen voor benoeming vrijgegeven kunnen worden.
De raad van bestuur sluit een omniumverzekering voor de dienstreizen en biedt de personeelsleden de mogelijkheid om een beroep te doen op de sociale dienst van het gemeenschapsonderwijs en een ziekenhuisverzekering te nemen overeenkomstig de voorwaarden die gelden voor het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap.
1° de aanwijzing van de directeur (met uitzondering van de eerste directeur);
2° de vaste benoeming van de personeelsleden;
3° de aanwijzing van de tijdelijke personeelsleden;
4° de aanwending van de financiële middelen (begroting);
5° de gunning van opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;
6° het opstellen van een inventaris van alle onroerende goederen van het centrum;
7° de bepaling van architectonische maatregelen en onderhoudswerken;
8° de bepaling van de opdrachten toevertrouwd aan het personeel.
De raad van bestuur kan beslissingsbevoegdheden overdragen aan de directeur.
§ 2 - De raad van bestuur onderzoekt kort na de oprichting van het nieuwe centrum in hoeverre definitief vacante betrekkingen voor benoeming vrijgegeven kunnen worden.
De raad van bestuur sluit een omniumverzekering voor de dienstreizen en biedt de personeelsleden de mogelijkheid om een beroep te doen op de sociale dienst van het gemeenschapsonderwijs en een ziekenhuisverzekering te nemen overeenkomstig de voorwaarden die gelden voor het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 10. Missions
§ 1er - Le conseil d'administration dispose de toutes les compétences nécessaires à l'orientation stratégique du centre, à son organisation et à sa gestion, notamment :
1° la désignation du directeur (exception faite du premier directeur);
2° la nomination à titre définitif des membres du personnel;
3° la désignation des membres du personnel temporaires;
4° l'utilisation des moyens financiers (budget);
5° la passation de marchés de travaux, de fournitures et de services;
6° l'établissement d'un inventaire de tous les biens immeubles du centre;
7° la fixation des mesures architecturales et travaux d'entretien;
8° la fixation des missions confiées au personnel.
Le conseil d'administration peut confier des pouvoirs de décision au directeur.
§ 2 - Dès la fondation du nouveau centre, le conseil d'administration vérifie dans quelle mesure des emplois définitivement vacants peuvent être libérés pour une nomination.
Le conseil d'administration contracte une assurance omnium pour les déplacements de service et permet aux membres du personnel de bénéficier du service social de l'enseignement communautaire ainsi que d'une assurance hospitalisation aux conditions applicables au Ministère de la Communauté germanophone.
§ 1er - Le conseil d'administration dispose de toutes les compétences nécessaires à l'orientation stratégique du centre, à son organisation et à sa gestion, notamment :
1° la désignation du directeur (exception faite du premier directeur);
2° la nomination à titre définitif des membres du personnel;
3° la désignation des membres du personnel temporaires;
4° l'utilisation des moyens financiers (budget);
5° la passation de marchés de travaux, de fournitures et de services;
6° l'établissement d'un inventaire de tous les biens immeubles du centre;
7° la fixation des mesures architecturales et travaux d'entretien;
8° la fixation des missions confiées au personnel.
Le conseil d'administration peut confier des pouvoirs de décision au directeur.
§ 2 - Dès la fondation du nouveau centre, le conseil d'administration vérifie dans quelle mesure des emplois définitivement vacants peuvent être libérés pour une nomination.
Le conseil d'administration contracte une assurance omnium pour les déplacements de service et permet aux membres du personnel de bénéficier du service social de l'enseignement communautaire ainsi que d'une assurance hospitalisation aux conditions applicables au Ministère de la Communauté germanophone.
Art. 11. Huishoudelijk reglement
De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring aan de Regering voor.
De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring aan de Regering voor.
Art. 11. Règlement d'ordre intérieur
Le conseil d'administration se dote d'un règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation du Gouvernement.
Le conseil d'administration se dote d'un règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation du Gouvernement.
Art. 12. Activiteitenverslag
De raad van bestuur stelt een jaarlijks activiteitenverslag op.
De raad van bestuur stelt een jaarlijks activiteitenverslag op.
Art. 12. Rapport d'activités
Le conseil d'administration établit un rapport d'activités annuel.
Le conseil d'administration établit un rapport d'activités annuel.
Art. 13. Quorum
De raad van bestuur kan rechtsgeldig beraadslagen en besluiten, indien ten minste [1 acht]1 leden aanwezig is.
Wordt het quorum dat noodzakelijk is om rechtsgeldig te beraadslagen of te besluiten niet bereikt, dan wordt de raad van bestuur ten vroegste zeven dagen en ten laatste veertien dagen later opnieuw bijeengeroepen. Op die vergadering kan een beslissing worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
De raad van bestuur kan rechtsgeldig beraadslagen en besluiten, indien ten minste [1 acht]1 leden aanwezig is.
Wordt het quorum dat noodzakelijk is om rechtsgeldig te beraadslagen of te besluiten niet bereikt, dan wordt de raad van bestuur ten vroegste zeven dagen en ten laatste veertien dagen later opnieuw bijeengeroepen. Op die vergadering kan een beslissing worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
Modifications
Art. 13. Quorum de présence
Le conseil d'administration ne délibère valablement que si [1 huit]1 membres au moins sont présents.
Si le quorum de présence requis pour prendre une décision n'est pas atteint, le conseil d'administration tient une nouvelle réunion, au plus tôt dans les sept jours et au plus tard dans les quinze jours qui suivent. Au cours de cette nouvelle réunion, une décision peut être prise indépendamment du nombre de membres présents.
Le conseil d'administration ne délibère valablement que si [1 huit]1 membres au moins sont présents.
Si le quorum de présence requis pour prendre une décision n'est pas atteint, le conseil d'administration tient une nouvelle réunion, au plus tôt dans les sept jours et au plus tard dans les quinze jours qui suivent. Au cours de cette nouvelle réunion, une décision peut être prise indépendamment du nombre de membres présents.
Modifications
Art. 14. Vereiste aantal stemmen
De beslissingen worden met eenvoudige meerderheid genomen. Stemonthoudingen zijn niet toegestaan. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of, indien hij afwezig is, de stem van de plaatsvervangende voorzitter doorslaggevend.
De beslissingen worden met eenvoudige meerderheid genomen. Stemonthoudingen zijn niet toegestaan. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of, indien hij afwezig is, de stem van de plaatsvervangende voorzitter doorslaggevend.
Art. 14. Quorum de vote
Les décisions sont prises à la majorité simple. Les abstentions ne sont pas autorisées. En cas de parité des voix, la voix du président ou, lorsqu'il est absent, celle du président suppléant est prépondérante.
Les décisions sont prises à la majorité simple. Les abstentions ne sont pas autorisées. En cas de parité des voix, la voix du président ou, lorsqu'il est absent, celle du président suppléant est prépondérante.
Art. 15. Raadpleging
Het personeel wordt geraadpleegd over beslissingen die betrekking hebben op het personeel en die in het huishoudelijk reglement worden vastgelegd. Dit gebeurt onverminderd de bevoegdheden van de onderhandelings- en overlegcomités, geregeld door de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en door de desbetreffende uitvoeringsbepalingen.
Het personeel wordt geraadpleegd over beslissingen die betrekking hebben op het personeel en die in het huishoudelijk reglement worden vastgelegd. Dit gebeurt onverminderd de bevoegdheden van de onderhandelings- en overlegcomités, geregeld door de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en door de desbetreffende uitvoeringsbepalingen.
Art. 15. Consultation
Le personnel est consulté lorsqu'il est question de fixer dans le règlement d'ordre intérieur des décisions le concernant. Cette consultation se déroule sans préjudice des compétences des comités de négociation et de concertation réglées par la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités et par les dispositions d'exécution y relatives.
Le personnel est consulté lorsqu'il est question de fixer dans le règlement d'ordre intérieur des décisions le concernant. Cette consultation se déroule sans préjudice des compétences des comités de négociation et de concertation réglées par la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités et par les dispositions d'exécution y relatives.
Onderafdeling 3. - Directie
Sous-section 3. - Direction
Art. 16. Algemene samenstelling
De directie is samengesteld uit de directeur en de coördinatoren die onder hem ressorteren.
De directie is samengesteld uit de directeur en de coördinatoren die onder hem ressorteren.
Art. 16. Composition générale
La direction se compose du directeur et des coordinateurs qui lui sont subordonnés.
La direction se compose du directeur et des coordinateurs qui lui sont subordonnés.
Art. 17. Taken van de directie en werkwijze
§ 1 - Bij de directie berust het dagelijks beheer en de dagelijkse organisatie van het centrum op administratief, technisch, financieel en inhoudelijk vlak.
Onverminderd decretale bepalingen waarbij taken direct aan de directeur of de coördinator worden overgedragen, legt de raad van bestuur de precieze taakomschrijving van de directeur en de coördinatoren vast.
§ 2 - Indien geen overeenstemming bereikt wordt, worden de beslissingen door de directeur genomen.
§ 1 - Bij de directie berust het dagelijks beheer en de dagelijkse organisatie van het centrum op administratief, technisch, financieel en inhoudelijk vlak.
Onverminderd decretale bepalingen waarbij taken direct aan de directeur of de coördinator worden overgedragen, legt de raad van bestuur de precieze taakomschrijving van de directeur en de coördinatoren vast.
§ 2 - Indien geen overeenstemming bereikt wordt, worden de beslissingen door de directeur genomen.
Art. 17. Missions de la direction et fonctionnement
§ 1er - La direction assure l'administration et l'organisation journalières du centre dans les domaines administratif, technique et financier, mais aussi en ce qui concerne le fond.
Sans préjudice de dispositions décrétales transférant directement des missions au directeur ou au coordinateur, le conseil d'administration établit la description précise des missions confiées au directeur et aux coordinateurs.
§ 2 - Lorsque l'on n'a pu aboutir à un accord, les décisions sont prises par le directeur.
§ 1er - La direction assure l'administration et l'organisation journalières du centre dans les domaines administratif, technique et financier, mais aussi en ce qui concerne le fond.
Sans préjudice de dispositions décrétales transférant directement des missions au directeur ou au coordinateur, le conseil d'administration établit la description précise des missions confiées au directeur et aux coordinateurs.
§ 2 - Lorsque l'on n'a pu aboutir à un accord, les décisions sont prises par le directeur.
HOOFDSTUK 4. - Levensbeschouwelijke grondslag
CHAPITRE 4. - Fondement philosophique
Art. 18. Levensbeschouwelijke grondslag van het centrum/gearticuleerde pluraliteit
De gearticuleerde pluraliteit is de levensbeschouwelijke grondslag voor de opdracht en het aanbod van het centrum. Ze geldt zowel voor de individuele personen als voor het centrum als inrichting.
Gearticuleerde pluraliteit betekent dat elk personeelslid het recht heeft te uiten wat het als persoon binnen de opdracht van het centrum en binnen zijn functie en met inachtneming van een door het Parlement goedgekeurde plichtenleer kan rechtvaardigen. Daarbij moeten de overtuigingen van anderen gerespecteerd worden en moeten het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 10 december 1948, het Europees Verdrag over de Bescherming van de Mensenrechten en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950 en de Grondwet in acht worden genomen.
Bij de concretisering van de opdracht en het aanbod van het centrum wordt een zo groot mogelijke wetenschappelijke rigueur en objectiviteit aan de dag gelegd.
De gearticuleerde pluraliteit is de levensbeschouwelijke grondslag voor de opdracht en het aanbod van het centrum. Ze geldt zowel voor de individuele personen als voor het centrum als inrichting.
Gearticuleerde pluraliteit betekent dat elk personeelslid het recht heeft te uiten wat het als persoon binnen de opdracht van het centrum en binnen zijn functie en met inachtneming van een door het Parlement goedgekeurde plichtenleer kan rechtvaardigen. Daarbij moeten de overtuigingen van anderen gerespecteerd worden en moeten het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 10 december 1948, het Europees Verdrag over de Bescherming van de Mensenrechten en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950 en de Grondwet in acht worden genomen.
Bij de concretisering van de opdracht en het aanbod van het centrum wordt een zo groot mogelijke wetenschappelijke rigueur en objectiviteit aan de dag gelegd.
Art. 18. Fondement philosophique du centre/pluralité articulée
La pluralité articulée constitue le fondement philosophique sur lequel reposent la mission et l'offre du centre. Elle concerne aussi bien les individus pris séparément que le centre en tant qu'organisme.
La pluralité articulée signifie que tout membre du personnel a le droit d'articuler ce qu'il peut justifier en tant que personne dans le cadre de la mission du centre et de sa fonction, et ce, conformément à un code de déontologie fixé par le Parlement et dans le respect des convictions d'autrui ainsi que de la Convention des Nations Unies du 20 novembre 1989 relative aux droits de l'enfant, de la Déclaration universelle des droits de l'homme des Nations Unies du 10 décembre 1948, de la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950 et de la Constitution.
La mission et l'offre du service se déroulent avec la plus grande rigueur scientifique et la plus grande objectivité possibles.
La pluralité articulée constitue le fondement philosophique sur lequel reposent la mission et l'offre du centre. Elle concerne aussi bien les individus pris séparément que le centre en tant qu'organisme.
La pluralité articulée signifie que tout membre du personnel a le droit d'articuler ce qu'il peut justifier en tant que personne dans le cadre de la mission du centre et de sa fonction, et ce, conformément à un code de déontologie fixé par le Parlement et dans le respect des convictions d'autrui ainsi que de la Convention des Nations Unies du 20 novembre 1989 relative aux droits de l'enfant, de la Déclaration universelle des droits de l'homme des Nations Unies du 10 décembre 1948, de la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950 et de la Constitution.
La mission et l'offre du service se déroulent avec la plus grande rigueur scientifique et la plus grande objectivité possibles.
HOOFDSTUK 5. - Onroerende goederen
CHAPITRE 5. - Biens immeubles
Art. 19. Inventaris van de onroerende goederen
De raad van bestuur stelt een inventaris van alle onroerende goederen van het centrum op waarin hij de afkomst en de bestemming ervan vermeldt. Hij zendt die inventaris aan de Regering over.
De Regering bepaalt de nadere regels voor het opstellen van die inventaris.
De inventaris wordt permanent geactualiseerd door de raad van bestuur. Elke wijziging of aanpassing wordt jaarlijks, samen met het begrotingsvoorstel, aan de regeringscommissaris meegedeeld die deze documenten aan de Regering overzendt.
De raad van bestuur stelt een inventaris van alle onroerende goederen van het centrum op waarin hij de afkomst en de bestemming ervan vermeldt. Hij zendt die inventaris aan de Regering over.
De Regering bepaalt de nadere regels voor het opstellen van die inventaris.
De inventaris wordt permanent geactualiseerd door de raad van bestuur. Elke wijziging of aanpassing wordt jaarlijks, samen met het begrotingsvoorstel, aan de regeringscommissaris meegedeeld die deze documenten aan de Regering overzendt.
Art. 19. Inventaire des biens immeubles
Le conseil d'administration établit un inventaire de tous les biens immeubles du centre, dans lequel il mentionne leur provenance et leur destination. Il transmet cet inventaire au Gouvernement.
Le Gouvernement fixe les modalités relatives à l'établissement de cet inventaire.
L'inventaire est actualisé en permanence par le conseil d'administration. Toute modification ou adaptation est communiquée annuellement avec la proposition budgétaire au commissaire du Gouvernement qui transmet ces documents au Gouvernement.
Le conseil d'administration établit un inventaire de tous les biens immeubles du centre, dans lequel il mentionne leur provenance et leur destination. Il transmet cet inventaire au Gouvernement.
Le Gouvernement fixe les modalités relatives à l'établissement de cet inventaire.
L'inventaire est actualisé en permanence par le conseil d'administration. Toute modification ou adaptation est communiquée annuellement avec la proposition budgétaire au commissaire du Gouvernement qui transmet ces documents au Gouvernement.
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 6. - Entrée en vigeur
Art. 20. Inwerkingtreding
Dit bijzonder decreet treedt in werking op 1 mei 2014.
Dit bijzonder decreet treedt in werking op 1 mei 2014.
Art. 20. Entrée en vigueur
Le présent décret spécial entre en vigueur le 1er mai 2014.
Le présent décret spécial entre en vigueur le 1er mai 2014.