Artikel 1. Ten laste van programma GB0/1GE-D-2-AA/WT van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 wordt aan de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel een subsidie toegekend van in totaal 141.662 euro (honderdeenenveertig duizend zeshonderd tweeënzestig euro) voor de organisatie van bemiddeling en cliëntoverleg in de jeugdhulp.
De verdeling van de middelen over de verschillende regio's, gebeurt als volgt:
1° Antwerpen: 45.518 euro (vijfenveertigduizend vijfhonderdachttien euro);
2° Oost-Vlaanderen: 39.578 euro (negenendertigduizend vijfhonderdachtenzeventig euro);
3° Vlaams-Brabant: 17.533 euro (zeventienduizend vijfhonderddrieëndertig euro);
4° West-Vlaanderen: 23.610 euro (drieëntwintigduizend zeshonderdentien euro);
5° Brussel: 4.906 euro (vierduizend negenhonderdenzes euro);
6° Limburg: 10.517 euro (tienduizend vijfhonderdzeventien euro).
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
2 DECEMBER 2014. - Ministerieel besluit betreffende de hulpcoördinatie in de integrale jeugdhulp
Titre
2 DECEMBRE 2014. - Arrêté ministériel relatif à la coordination de l'aide au sein de l'aide intégrale à la jeunesse
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Il est accordé, à charge du programme GB0/1GE-D-2-AA/WT du budget général des dépenses de la Communauté flamande pour l'année budgétaire 2014, aux provinces d'Anvers, du Brabant flamand, de Flandre occidentale, de Flandre orientale, du Limbourg et à la Commission communautaire flamande à Bruxelles, une subvention d'un montant total de 141.662 euros (cent quarante et un mille six cent soixante-deux euros) pour l'organisation de la médiation et de la concertation client au sein de l'aide à la jeunesse.
La répartition des moyens sur les différentes régions se fait comme suit :
1° Anvers : 45.518 euro (quarante-cinq mille cinq cent dix-huit euros) ;
2° Flandre orientale : 39.578 euro (trente-neuf mille cinq cent soixante-dix-huit euros) ;
3° Brabant flamand : 17.533 euro (dix-sept mille cinq cent trente-trois euros) ;
4° Flandre occidentale : 23.610 euro (vingt-trois mille six cent dix euros) ;
5° Bruxelles : 4.906 euro (quatre mille neuf cent six euros) ;
6° Limbourg : 10.517 euros (dix mille cinq cent dix-sept euros) ;
La répartition des moyens sur les différentes régions se fait comme suit :
1° Anvers : 45.518 euro (quarante-cinq mille cinq cent dix-huit euros) ;
2° Flandre orientale : 39.578 euro (trente-neuf mille cinq cent soixante-dix-huit euros) ;
3° Brabant flamand : 17.533 euro (dix-sept mille cinq cent trente-trois euros) ;
4° Flandre occidentale : 23.610 euro (vingt-trois mille six cent dix euros) ;
5° Bruxelles : 4.906 euro (quatre mille neuf cent six euros) ;
6° Limbourg : 10.517 euros (dix mille cinq cent dix-sept euros) ;
Art. 2. De middelen die worden toegekend op basis van dit besluit, kunnen besteed worden van 1 maart 2014 tot uiterlijk 31 december 2014. Het subsidiebedrag wordt in één schijf uitbetaald.
Art. 2. Les moyens qui sont attribués sur la base du présent arrêté peuvent être affectés du 1er mars 2014 au 31 décembre 2014 au plus tard. Le montant de la subvention est payé en une seule tranche.
Art. 3. De subsidiebedragen worden uitbetaald op de volgende rekeningnummers:
1° voor de provincie Antwerpen: provinciebestuur Antwerpen, dienst Welzijn en Gezondheid, Boomgaardstraat 22, bus 101, 2600 Antwerpen-Berchem, rekeningnummer 776-5956722-49;
2° voor de provincie Oost-Vlaanderen: provinciebestuur Oost-Vlaanderen, Ontvangerij, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, rekeningnummer 091-0005494-91;
3° voor de provincie Vlaams-Brabant: provincie Vlaams-Brabant, directie Financiën, Provincieplein 1, 3010 Leuven, rekeningnummer 091-0106177-88;
4° voor de provincie West-Vlaanderen: provinciebestuur West-Vlaanderen, Koning Leopold III-laan 41, 8200 Brugge (Sint-Andries), rekeningnummer 091-0005483-80;
5° voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie: Vlaamse Gemeenschapscommissie, Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel, rekeningnummer 091-00015599-11;
6° voor de provincie Limburg: provincie Limburg, Decentrale Ontvangsten, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, rekeningnummer 091-01361280-68.
1° voor de provincie Antwerpen: provinciebestuur Antwerpen, dienst Welzijn en Gezondheid, Boomgaardstraat 22, bus 101, 2600 Antwerpen-Berchem, rekeningnummer 776-5956722-49;
2° voor de provincie Oost-Vlaanderen: provinciebestuur Oost-Vlaanderen, Ontvangerij, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, rekeningnummer 091-0005494-91;
3° voor de provincie Vlaams-Brabant: provincie Vlaams-Brabant, directie Financiën, Provincieplein 1, 3010 Leuven, rekeningnummer 091-0106177-88;
4° voor de provincie West-Vlaanderen: provinciebestuur West-Vlaanderen, Koning Leopold III-laan 41, 8200 Brugge (Sint-Andries), rekeningnummer 091-0005483-80;
5° voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie: Vlaamse Gemeenschapscommissie, Emile Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel, rekeningnummer 091-00015599-11;
6° voor de provincie Limburg: provincie Limburg, Decentrale Ontvangsten, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, rekeningnummer 091-01361280-68.
Art. 3. Les montants de la subvention sont versés sur les numéros de compte suivant :
1° pour la province d'Anvers : Administration provinciale d'Anvers, Service Santé et Bien-être, Boomgaardstraat 22, bus 101, 2600 Antwerpen-Berchem, numéro de compte 776-5956722-49 ;
2° pour la province de Flandre orientale : Administration provinciale de Flandre orientale, Perception, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, numéro de compte 091-0005494-91 ;
3° pour la province du Brabant flamand, Direction des Finances, Provincieplein 1, 3010 Leuven, numéro de compte 091-0106177-88 ;
4° pour la province de Flandre occidentale : Administration provinciale de Flandre occidentale, Koning Leopold III-laan, 8200 Brugge (Sint-Andries), numéro de compte 091-0005483-80 ;
5° pour la Commission communautaire flamande : Commission communautaire flamande, Boulevard Emile Jacqmain 135, 1000 Bruxelles, numéro de compte 091-00015599-11 ;
6° pour la province du Limbourg : Province du Limbourg, Recettes décentralisées, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, numéro de compte 091-01361280-68.
1° pour la province d'Anvers : Administration provinciale d'Anvers, Service Santé et Bien-être, Boomgaardstraat 22, bus 101, 2600 Antwerpen-Berchem, numéro de compte 776-5956722-49 ;
2° pour la province de Flandre orientale : Administration provinciale de Flandre orientale, Perception, Gouvernementstraat 1, 9000 Gent, numéro de compte 091-0005494-91 ;
3° pour la province du Brabant flamand, Direction des Finances, Provincieplein 1, 3010 Leuven, numéro de compte 091-0106177-88 ;
4° pour la province de Flandre occidentale : Administration provinciale de Flandre occidentale, Koning Leopold III-laan, 8200 Brugge (Sint-Andries), numéro de compte 091-0005483-80 ;
5° pour la Commission communautaire flamande : Commission communautaire flamande, Boulevard Emile Jacqmain 135, 1000 Bruxelles, numéro de compte 091-00015599-11 ;
6° pour la province du Limbourg : Province du Limbourg, Recettes décentralisées, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt, numéro de compte 091-01361280-68.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen inzake bemiddeling
CHAPITRE 2. - Dispositions en matière de médiation
Art. 4. De bemiddeling voldoet aan de voorwaarden en de kwaliteitseisen, vermeld in artikel 30, tweede lid en derde lid van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en verloopt volgens de deontologische code bemiddeling in de integrale jeugdhulp, die is goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
Enkel een partij betrokken bij een conflict kan een aanmelding doen voor bemiddeling in de jeugdhulp.
Bij de bemiddeling werken de partijen toe naar een gedragen en gedeelde oplossing. Dit kan inhouden dat jeugdhulpverlening wordt opgestart of dat bestaande jeugdhulpverlening wordt voortgezet, aangepast of stopgezet. De bemiddeling kan niet worden ingezet ten aanzien van de toegangspoort, de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulpverlening en de gemandateerde voorzieningen. Ze kan enkel worden ingezet in een conflict tussen de minderjarige, zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken en een jeugdhulpaanbieder of tussen de minderjarige en zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken. Het betreft enkel bemiddeling tussen cliënten en hulpverleners. De bemiddeling schort het proces bij de gemandateerde voorzieningen, de toegangspoort of de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulp niet op.
Het resultaat van een bemiddeling kan, indien alle partijen hiermee instemmen, worden neergeschreven in een overeenkomst. Partijen kunnen in de overeenkomst opnemen of zij hierover wensen te rapporteren, ten aanzien van wie en op welke manier.
Enkel een partij betrokken bij een conflict kan een aanmelding doen voor bemiddeling in de jeugdhulp.
Bij de bemiddeling werken de partijen toe naar een gedragen en gedeelde oplossing. Dit kan inhouden dat jeugdhulpverlening wordt opgestart of dat bestaande jeugdhulpverlening wordt voortgezet, aangepast of stopgezet. De bemiddeling kan niet worden ingezet ten aanzien van de toegangspoort, de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulpverlening en de gemandateerde voorzieningen. Ze kan enkel worden ingezet in een conflict tussen de minderjarige, zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken en een jeugdhulpaanbieder of tussen de minderjarige en zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken. Het betreft enkel bemiddeling tussen cliënten en hulpverleners. De bemiddeling schort het proces bij de gemandateerde voorzieningen, de toegangspoort of de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulp niet op.
Het resultaat van een bemiddeling kan, indien alle partijen hiermee instemmen, worden neergeschreven in een overeenkomst. Partijen kunnen in de overeenkomst opnemen of zij hierover wensen te rapporteren, ten aanzien van wie en op welke manier.
Art. 4. La médiation répond aux conditions et exigences de qualité mentionnées à l'article 30, deuxième et troisième alinéas, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, et se déroule en respectant le code de déontologie de la médiation dans l'aide intégrale à la jeunesse qui est approuvé par le Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse.
Seule une partie impliquée dans un conflit peut se présenter à une médiation dans l'aide à la jeunesse.
Lors de la médiation, les parties oeuvrent à une solution portée et partagée. Cela peut impliquer que le service d'aide à la jeunesse soit lancé ou que le service d'aide à la jeunesse existant soit prolongé, adapté ou arrêté. La médiation ne peut être engagée vis-à-vis de la porte d'entrée, du Service social pour les services d'aide judiciaire à la jeunesse et de structures mandatées. Elle ne peut être engagée que dans un conflit entre le mineur, ses parents ou, le cas échéant, les responsables de son éducation et un intervenant de l'aide à la jeunesse, ou entre le mineur et ses parents ou, le cas échéant, les responsables de son éducation. Il s'agit uniquement d'une médiation entre des clients et des intervenants. La médiation ne suspend pas la procédure auprès des structures mandatées, de la porte d'entrée ou du Service social pour les services d'aide judiciaire à la jeunesse.
Le résultat d'une médiation peut, si toutes les parties y consentent, être établi dans un accord. Les parties peuvent indiquer dans l'accord si elles souhaitent faire rapport à ce sujet, à qui, et de quelle manière.
Seule une partie impliquée dans un conflit peut se présenter à une médiation dans l'aide à la jeunesse.
Lors de la médiation, les parties oeuvrent à une solution portée et partagée. Cela peut impliquer que le service d'aide à la jeunesse soit lancé ou que le service d'aide à la jeunesse existant soit prolongé, adapté ou arrêté. La médiation ne peut être engagée vis-à-vis de la porte d'entrée, du Service social pour les services d'aide judiciaire à la jeunesse et de structures mandatées. Elle ne peut être engagée que dans un conflit entre le mineur, ses parents ou, le cas échéant, les responsables de son éducation et un intervenant de l'aide à la jeunesse, ou entre le mineur et ses parents ou, le cas échéant, les responsables de son éducation. Il s'agit uniquement d'une médiation entre des clients et des intervenants. La médiation ne suspend pas la procédure auprès des structures mandatées, de la porte d'entrée ou du Service social pour les services d'aide judiciaire à la jeunesse.
Le résultat d'une médiation peut, si toutes les parties y consentent, être établi dans un accord. Les parties peuvent indiquer dans l'accord si elles souhaitent faire rapport à ce sujet, à qui, et de quelle manière.
Art. 5. Om vergoed te worden, moeten de bemiddelaars naast het uitvoeren van bemiddelingen:
1° een anonieme registratie bijhouden per bemiddeling, in een daarvoor door de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld systeem;
2° een aannemingscontract met de provinciale overheid ondertekenen, alsook met de Vlaamse overheid;
3° minimaal één keer per jaar deelnemen aan een intervisiemoment in het kader van bemiddeling;
4° een door de Vlaamse overheid georganiseerde vorming tot bemiddelaar in de jeugdhulp gevolgd hebben;
5° wanneer een partij hiernaar vraagt, een attest opmaken dat er een bemiddelingspoging heeft plaatsgevonden.
De vorming, vermeld in het eerste lid, 4°, is enkel toegankelijk voor personen die een basisopleiding bemiddeling hebben gevolgd, erkend door de federale overheid. Personen die in het verleden lid waren van de bemiddelingscommissie in de bijzondere jeugdbijstand, dienen, in afwijking van de bepaling opgenomen in het eerste lid, 4°, enkel de basisopleiding bemiddeling te volgen en kunnen deze binnen de twee jaar volgend op de start van de activiteiten als bemiddelaar in de jeugdhulp afronden. Personen die een ruime ervaring hebben in bemiddeling, kunnen vrijgesteld worden van de vorming, vermeld in het eerste lid, 4°, als hun eerder verworven competenties, aangetoond in een dossier, geaccepteerd worden door een daarvoor door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin aangestelde beoordelingscommissie.
1° een anonieme registratie bijhouden per bemiddeling, in een daarvoor door de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld systeem;
2° een aannemingscontract met de provinciale overheid ondertekenen, alsook met de Vlaamse overheid;
3° minimaal één keer per jaar deelnemen aan een intervisiemoment in het kader van bemiddeling;
4° een door de Vlaamse overheid georganiseerde vorming tot bemiddelaar in de jeugdhulp gevolgd hebben;
5° wanneer een partij hiernaar vraagt, een attest opmaken dat er een bemiddelingspoging heeft plaatsgevonden.
De vorming, vermeld in het eerste lid, 4°, is enkel toegankelijk voor personen die een basisopleiding bemiddeling hebben gevolgd, erkend door de federale overheid. Personen die in het verleden lid waren van de bemiddelingscommissie in de bijzondere jeugdbijstand, dienen, in afwijking van de bepaling opgenomen in het eerste lid, 4°, enkel de basisopleiding bemiddeling te volgen en kunnen deze binnen de twee jaar volgend op de start van de activiteiten als bemiddelaar in de jeugdhulp afronden. Personen die een ruime ervaring hebben in bemiddeling, kunnen vrijgesteld worden van de vorming, vermeld in het eerste lid, 4°, als hun eerder verworven competenties, aangetoond in een dossier, geaccepteerd worden door een daarvoor door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin aangestelde beoordelingscommissie.
Art. 5. Pour être indemnisés, les médiateurs doivent, outre l'exécution de la médiation :
1° tenir à jour un enregistrement anonyme par médiation, dans un système mis à disposition à cette fin par le Gouvernement flamand ;
2° signer un contrat d'entreprise avec le gouvernement provincial, ainsi qu'avec le gouvernement flamand ;
3° participer au moins une fois par an à une intervision dans le cadre de la médiation ;
4° avoir suivi une formation de médiateur dans l'aide à la jeunesse, organisée par le gouvernement flamand ;
5° lorsqu'une partie en fait la demande, établir une attestation qu'une tentative de médiation a eu lieu.
La formation mentionnée au premier alinéa, 4°, n'est accessible qu'aux personnes ayant suivi une formation de base en médiation, agréée par l'autorité fédérale. Par dérogation à la disposition reprise au premier alinéa, 4°, les personnes qui, dans le passé, ont été membres de la commission de médiation de l'assistance spéciale à la jeunesse ne doivent suivre que la formation de base en médiation et peuvent achever cette formation dans les deux ans après le début de leurs activités en tant que médiateur dans l'aide à la jeunesse. Les personnes qui possèdent une large expérience en médiation peuvent être exonérées de la formation mentionnée au premier alinéa, 4°, si leurs compétences antérieurement acquises, démontrées dans un dossier, sont acceptées par une commission d'évaluation désignée à cette fin par le Département du Bien-être, de la Santé publique et la Famille.
1° tenir à jour un enregistrement anonyme par médiation, dans un système mis à disposition à cette fin par le Gouvernement flamand ;
2° signer un contrat d'entreprise avec le gouvernement provincial, ainsi qu'avec le gouvernement flamand ;
3° participer au moins une fois par an à une intervision dans le cadre de la médiation ;
4° avoir suivi une formation de médiateur dans l'aide à la jeunesse, organisée par le gouvernement flamand ;
5° lorsqu'une partie en fait la demande, établir une attestation qu'une tentative de médiation a eu lieu.
La formation mentionnée au premier alinéa, 4°, n'est accessible qu'aux personnes ayant suivi une formation de base en médiation, agréée par l'autorité fédérale. Par dérogation à la disposition reprise au premier alinéa, 4°, les personnes qui, dans le passé, ont été membres de la commission de médiation de l'assistance spéciale à la jeunesse ne doivent suivre que la formation de base en médiation et peuvent achever cette formation dans les deux ans après le début de leurs activités en tant que médiateur dans l'aide à la jeunesse. Les personnes qui possèdent une large expérience en médiation peuvent être exonérées de la formation mentionnée au premier alinéa, 4°, si leurs compétences antérieurement acquises, démontrées dans un dossier, sont acceptées par une commission d'évaluation désignée à cette fin par le Département du Bien-être, de la Santé publique et la Famille.
Art. 6. Het subsidiebedrag wordt als volgt besteed:
1° voor de vergoeding van de bemiddelaars:
a) een forfaitaire onkostenvergoeding van 25 euro voor de voorbereiding, administratie en registratie van de bemiddeling, op voorwaarde dat de bemiddelaar ook effectief handelingen in het dossier heeft gesteld;
b) een ereloon van 25 euro per uur (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 22 euro per uur voor het bemiddelen in de jeugdhulp;
c) een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro per intervisiemoment voor de deelname aan intervisie voor de bemiddelaars in de jeugdhulp.
2° voor de ondersteuning door de provincies voor elke provincie en voor de Vlaamse gemeenschapscommissie een forfait van 100 euro per ingediend aanvraagformulier bemiddeling dat voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten vastgelegd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
Bemiddelaars kunnen per dossiers aanspraak maken op de vergoeding, vermeld in het eerste lid, punt 1°, b), voor een maximum van 8 uur effectieve bemiddeling per dossier. Met effectieve bemiddeling wordt bedoeld het voeren van bemiddelingsgesprekken en, in voorkomend geval, de opmaak van een overeenkomst op het einde van de bemiddeling.
1° voor de vergoeding van de bemiddelaars:
a) een forfaitaire onkostenvergoeding van 25 euro voor de voorbereiding, administratie en registratie van de bemiddeling, op voorwaarde dat de bemiddelaar ook effectief handelingen in het dossier heeft gesteld;
b) een ereloon van 25 euro per uur (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 22 euro per uur voor het bemiddelen in de jeugdhulp;
c) een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro per intervisiemoment voor de deelname aan intervisie voor de bemiddelaars in de jeugdhulp.
2° voor de ondersteuning door de provincies voor elke provincie en voor de Vlaamse gemeenschapscommissie een forfait van 100 euro per ingediend aanvraagformulier bemiddeling dat voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten vastgelegd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
Bemiddelaars kunnen per dossiers aanspraak maken op de vergoeding, vermeld in het eerste lid, punt 1°, b), voor een maximum van 8 uur effectieve bemiddeling per dossier. Met effectieve bemiddeling wordt bedoeld het voeren van bemiddelingsgesprekken en, in voorkomend geval, de opmaak van een overeenkomst op het einde van de bemiddeling.
Art. 6. Le subventionnement est attribué comme suit :
1° pour la rémunération des médiateurs :
a) une indemnisation forfaitaire de 25 euros pour la préparation, l'administration et l'enregistrement de la médiation, à la condition que le médiateur ait effectivement posé également des actes dans le cadre du dossier ;
b) des honoraires de 25 euros par heure (hors T.V.A.) et une indemnisation forfaitaire de 22 euros par heure pour la médiation dans l'aide à la jeunesse ;
c) une indemnisation forfaitaire de 70 euros par intervision pour la participation à l'intervision pour les médiateurs dans l'aide à la jeunesse.
2° pour le soutien par les provinces, pour chaque province et pour la Commission communautaire flamande, un forfait de 100 euros par formulaire de demande de médiation déposé qui répond aux exigences de recevabilité établies par le Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse.
Les médiateurs ont droit, par dossier, à l'indemnité mentionnée au premier alinéa, point 1°, b), pour un maximum de 8 heures de médiation effective par dossier. Par médiation effective, on entend le fait de mener des entretiens de médiation et, le cas échéant, l'élaboration d'un accord à la fin de la médiation.
1° pour la rémunération des médiateurs :
a) une indemnisation forfaitaire de 25 euros pour la préparation, l'administration et l'enregistrement de la médiation, à la condition que le médiateur ait effectivement posé également des actes dans le cadre du dossier ;
b) des honoraires de 25 euros par heure (hors T.V.A.) et une indemnisation forfaitaire de 22 euros par heure pour la médiation dans l'aide à la jeunesse ;
c) une indemnisation forfaitaire de 70 euros par intervision pour la participation à l'intervision pour les médiateurs dans l'aide à la jeunesse.
2° pour le soutien par les provinces, pour chaque province et pour la Commission communautaire flamande, un forfait de 100 euros par formulaire de demande de médiation déposé qui répond aux exigences de recevabilité établies par le Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse.
Les médiateurs ont droit, par dossier, à l'indemnité mentionnée au premier alinéa, point 1°, b), pour un maximum de 8 heures de médiation effective par dossier. Par médiation effective, on entend le fait de mener des entretiens de médiation et, le cas échéant, l'élaboration d'un accord à la fin de la médiation.
Art. 7. Het forfait, vermeld in artikel 6, eerste lid, 2°, vergoedt het provinciebestuur of het bestuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de volgende opdrachten:
1° het verstrekken van informatie en advies aan minderjarigen, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden;
2° de beoordeling en dispatching aan de bemiddelaars van de aanmeldingen;
3° de mandatering van bemiddelaars in de jeugdhulp op basis van een uniform aannemingscontract;
4° de administratieve opvolging van de aanmeldingen, met name het opvolgen en controleren van de registratie van een dossier en de daarbij horende gegevensverwerking;
5° een eenvormige jaarlijkse rapportage aan het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en het Intersectoraal Overleg Jeugdhulp voor Vlaanderen en Brussel op basis van een sjabloon aangeleverd door de Vlaamse overheid;
6° het vergoeden van de bemiddelaars in de jeugdhulp op een eenvormige wijze voor Vlaanderen en Brussel volgens de bepalingen opgenomen in artikel 6, eerste lid, punt 1° ;
7° de bekendmaking van bemiddeling in de jeugdhulp in de provincie of in Brussel;
8° de organisatie van intervisie voor de bemiddelaars in de jeugdhulp;
9° de ondersteuning van de bemiddelaar bij de praktische organisatie van de bemiddeling.
1° het verstrekken van informatie en advies aan minderjarigen, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden;
2° de beoordeling en dispatching aan de bemiddelaars van de aanmeldingen;
3° de mandatering van bemiddelaars in de jeugdhulp op basis van een uniform aannemingscontract;
4° de administratieve opvolging van de aanmeldingen, met name het opvolgen en controleren van de registratie van een dossier en de daarbij horende gegevensverwerking;
5° een eenvormige jaarlijkse rapportage aan het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en het Intersectoraal Overleg Jeugdhulp voor Vlaanderen en Brussel op basis van een sjabloon aangeleverd door de Vlaamse overheid;
6° het vergoeden van de bemiddelaars in de jeugdhulp op een eenvormige wijze voor Vlaanderen en Brussel volgens de bepalingen opgenomen in artikel 6, eerste lid, punt 1° ;
7° de bekendmaking van bemiddeling in de jeugdhulp in de provincie of in Brussel;
8° de organisatie van intervisie voor de bemiddelaars in de jeugdhulp;
9° de ondersteuning van de bemiddelaar bij de praktische organisatie van de bemiddeling.
Art. 7. Le forfait, visé à l'article 6, premier alinéa, 2°, indemnise l'administration provinciale ou l'administration de la Commission communautaire flamande pour les tâches suivantes :
1° la fourniture d'informations et de conseils aux mineurs d'âge, aux parents, aux responsables de l'éducation et aux intervenants de l'aide à la jeunesse, ainsi qu'aux autres personnes et structures offrant des services d'aide à la jeunesse ;
2° l'évaluation des notifications de demande et le dispatching de ces notifications aux médiateurs ;
3° le fait de mandater des médiateurs dans l'aide à la jeunesse sur la base d'un contrat d'entreprise uniforme ;
4° le suivi administratif des notifications, notamment le suivi et le contrôle de l'enregistrement d'un dossier et le traitement des données y afférent ;
5° la présentation d'un rapport annuel uniforme au Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse et à la Concertation régionale et intersectorielle d'aide à la jeunesse pour la Flandre et Bruxelles sur la base d'un modèle fourni par l'Autorité flamande ;
6° l'indemnisation des médiateurs dans le cadre de l'aide à la jeunesse, de manière uniforme pour la Flandre et Bruxelles, selon les dispositions mentionnées à l'article 6, premier alinéa, 1° ;
7° le renforcement de la visibilité de la médiation dans le cadre de l'aide à la jeunesse dans la province ou à Bruxelles ;
8° l'organisation de l'intervision pour les médiateurs dans l'aide à la jeunesse ;
9° le soutien du médiateur dans l'organisation pratique de la médiation.
1° la fourniture d'informations et de conseils aux mineurs d'âge, aux parents, aux responsables de l'éducation et aux intervenants de l'aide à la jeunesse, ainsi qu'aux autres personnes et structures offrant des services d'aide à la jeunesse ;
2° l'évaluation des notifications de demande et le dispatching de ces notifications aux médiateurs ;
3° le fait de mandater des médiateurs dans l'aide à la jeunesse sur la base d'un contrat d'entreprise uniforme ;
4° le suivi administratif des notifications, notamment le suivi et le contrôle de l'enregistrement d'un dossier et le traitement des données y afférent ;
5° la présentation d'un rapport annuel uniforme au Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse et à la Concertation régionale et intersectorielle d'aide à la jeunesse pour la Flandre et Bruxelles sur la base d'un modèle fourni par l'Autorité flamande ;
6° l'indemnisation des médiateurs dans le cadre de l'aide à la jeunesse, de manière uniforme pour la Flandre et Bruxelles, selon les dispositions mentionnées à l'article 6, premier alinéa, 1° ;
7° le renforcement de la visibilité de la médiation dans le cadre de l'aide à la jeunesse dans la province ou à Bruxelles ;
8° l'organisation de l'intervision pour les médiateurs dans l'aide à la jeunesse ;
9° le soutien du médiateur dans l'organisation pratique de la médiation.
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen inzake Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp
CHAPITRE 3. - Dispositions relatives à la Concertation client au sein de l'aide intégrale à la Jeunesse
Art. 8. Het Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp komt in aanmerking voor subsidiëring als dit overeenkomstig artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, plaatsvindt onder leiding van een externe voorzitter en in aanwezigheid van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, betrokken personen uit de leefomgeving van de minderjarige en de betrokken jeugdhulpaanbieders, en als doel heeft in complexe situaties de jeugdhulpverlening aan een minderjarige te coördineren en de continuïteit ervan te bewaken. De hulpvraag van de minderjarige en zijn context staan daarbij centraal en deze personen worden maximaal betrokken bij het overleg.
Het Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp kan ingezet worden op voorwaarde dat er verschillende jeugdhulpaanbieders of andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden, betrokken zijn in de jeugdhulpverlening.
Het Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp voldoet aan de voorwaarden en de kwaliteitseisen, vermeld in artikel 30, tweede lid en derde lid van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en verloopt volgens de deontologische code cliëntoverleg integrale jeugdhulp, die is goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
Een Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp resulteert steeds in een werkplan volgens een sjabloon goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en wordt opgevolgd en geëvalueerd door een hulpcoördinator aangesteld in samenspraak met de cliënt, zijn ouders en in voorkomend geval de opvoedingsverantwoordelijken. Elke jeugdhulpaanbieder betrokken bij de jeugdhulpverlening aan de minderjarige kan de rol van hulpcoördinator opnemen.
Met de instemming van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, kunnen deskundigen die niet betrokken zijn bij de lopende hulpverlening, uitgenodigd worden. Zij adviseren de deelnemers aan het overleg.
Het Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp kan ingezet worden op voorwaarde dat er verschillende jeugdhulpaanbieders of andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden, betrokken zijn in de jeugdhulpverlening.
Het Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp voldoet aan de voorwaarden en de kwaliteitseisen, vermeld in artikel 30, tweede lid en derde lid van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en verloopt volgens de deontologische code cliëntoverleg integrale jeugdhulp, die is goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp.
Een Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp resulteert steeds in een werkplan volgens een sjabloon goedgekeurd door het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en wordt opgevolgd en geëvalueerd door een hulpcoördinator aangesteld in samenspraak met de cliënt, zijn ouders en in voorkomend geval de opvoedingsverantwoordelijken. Elke jeugdhulpaanbieder betrokken bij de jeugdhulpverlening aan de minderjarige kan de rol van hulpcoördinator opnemen.
Met de instemming van de minderjarige, zijn ouders en, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, kunnen deskundigen die niet betrokken zijn bij de lopende hulpverlening, uitgenodigd worden. Zij adviseren de deelnemers aan het overleg.
Art. 8. La concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse est admissible au subventionnement lorsque cette concertation se déroule conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, sous la direction d'un président externe et en présence du mineur d'âge, de ses parents et, le cas échéant, des responsables de son éducation, des personnes concernées de son entourage et des intervenants concernés d'aide à la jeunesse, et lorsqu'elle a pour but, dans des situations complexes, de coordonner l'aide à la jeunesse à un mineur d'âge et de veiller à sa continuité. La demande d'aide du mineur d'âge et son contexte occupent une place clé et ces personnes sont pleinement impliquées dans la concertation.
La concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse peut être engagée à condition que différents intervenants d'aide à la jeunesse ou différentes autres personnes et structures offrant des services d'aides à la jeunesse soient impliqués dans l'aide à la jeunesse.
La concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse remplit les conditions et exigences de qualité, visées à l'article 30, deuxième et troisième alinéas, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, et se déroule conformément au code déontologique de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse, qui a été approuvé par le Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse.
Une concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse aboutit toujours à l'établissement d'un plan de travail à partir du modèle approuvé par le Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse et est suivie et évaluée par un coordinateur de l'aide désigné en accord avec le client, ses parents et, le cas échéant, les responsables de son éducation. Tout intervenant de l'aide à la jeunesse impliqué dans l'aide à la jeunesse du mineur d'âge peut remplir le rôle de coordinateur de l'aide.
Avec le consentement du mineur d'âge, de ses parents et, le cas échéant, des responsables de son éducation, il est possible d'inviter des experts non impliqués dans l'aide en cours. Ils conseilleront les participants à la concertation.
La concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse peut être engagée à condition que différents intervenants d'aide à la jeunesse ou différentes autres personnes et structures offrant des services d'aides à la jeunesse soient impliqués dans l'aide à la jeunesse.
La concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse remplit les conditions et exigences de qualité, visées à l'article 30, deuxième et troisième alinéas, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, et se déroule conformément au code déontologique de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse, qui a été approuvé par le Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse.
Une concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse aboutit toujours à l'établissement d'un plan de travail à partir du modèle approuvé par le Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse et est suivie et évaluée par un coordinateur de l'aide désigné en accord avec le client, ses parents et, le cas échéant, les responsables de son éducation. Tout intervenant de l'aide à la jeunesse impliqué dans l'aide à la jeunesse du mineur d'âge peut remplir le rôle de coordinateur de l'aide.
Avec le consentement du mineur d'âge, de ses parents et, le cas échéant, des responsables de son éducation, il est possible d'inviter des experts non impliqués dans l'aide en cours. Ils conseilleront les participants à la concertation.
Art. 9. Om vergoed te worden, moeten de voorzitters naast het leiden van het Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp:
1° met succes een door de Vlaamse overheid georganiseerde vorming tot voorzitter cliëntoverleg in de integrale jeugdhulp gevolgd hebben;
2° een anonieme registratie bijhouden per Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp, in een daarvoor door de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld systeem;
3° een aannemingscontract met de provinciale overheid ondertekend hebben, alsook met de Vlaamse overheid;
4° minimaal één keer per jaar deelnemen aan een intervisiemoment in het kader van Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp.
1° met succes een door de Vlaamse overheid georganiseerde vorming tot voorzitter cliëntoverleg in de integrale jeugdhulp gevolgd hebben;
2° een anonieme registratie bijhouden per Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp, in een daarvoor door de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld systeem;
3° een aannemingscontract met de provinciale overheid ondertekend hebben, alsook met de Vlaamse overheid;
4° minimaal één keer per jaar deelnemen aan een intervisiemoment in het kader van Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp.
Art. 9. Afin de pouvoir bénéficier d'une indemnité, les présidents doivent, en dehors de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse,
1° avoir suivi avec succès une formation, organisée par l'autorité flamande, de président de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse ;
2° tenir à jour un enregistrement anonyme par concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse, dans un système mis à disposition à cette fin par le Gouvernement flamand ;
3° avoir signé un contrat d'entreprise avec l'autorité provinciale, ainsi qu'avec l'Autorité flamande ;
4° participer au moins une fois par an à un moment d'intervision dans le cadre de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse.
1° avoir suivi avec succès une formation, organisée par l'autorité flamande, de président de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse ;
2° tenir à jour un enregistrement anonyme par concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse, dans un système mis à disposition à cette fin par le Gouvernement flamand ;
3° avoir signé un contrat d'entreprise avec l'autorité provinciale, ainsi qu'avec l'Autorité flamande ;
4° participer au moins une fois par an à un moment d'intervision dans le cadre de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse.
Art. 10. Het subsidiebedrag wordt als volgt besteed:
1° voor de vergoeding van de externe voorzitters Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp:
a) een forfaitaire onkostenvergoeding van 25 euro per overleg voor de voorbereiding, administratie en registratie van het overleg, op voorwaarde dat de voorzitter effectief ook handelingen in het dossier gesteld heeft;
b) een ereloon van 105 euro (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro (inclusief btw) per overleg voor het voorzitten van een cliëntoverleg;
c) een ereloon van 50 euro (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 50 euro (inclusief btw) per dossier voor het bieden van ondersteuning als co-voorzitter;
d) een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro (inclusief btw) per intervisiemoment voor de deelname aan intervisie voor voorzitters van het cliëntoverleg integrale jeugdhulp;
2° voor de ondersteuning door de provincies voor elke provincie en voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie een forfait van 100 euro per ingediend aanvraagformulier Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp.
1° voor de vergoeding van de externe voorzitters Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp:
a) een forfaitaire onkostenvergoeding van 25 euro per overleg voor de voorbereiding, administratie en registratie van het overleg, op voorwaarde dat de voorzitter effectief ook handelingen in het dossier gesteld heeft;
b) een ereloon van 105 euro (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro (inclusief btw) per overleg voor het voorzitten van een cliëntoverleg;
c) een ereloon van 50 euro (inclusief btw) en een forfaitaire onkostenvergoeding van 50 euro (inclusief btw) per dossier voor het bieden van ondersteuning als co-voorzitter;
d) een forfaitaire onkostenvergoeding van 70 euro (inclusief btw) per intervisiemoment voor de deelname aan intervisie voor voorzitters van het cliëntoverleg integrale jeugdhulp;
2° voor de ondersteuning door de provincies voor elke provincie en voor de Vlaamse Gemeenschapscommissie een forfait van 100 euro per ingediend aanvraagformulier Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp.
Art. 10. Le subventionnement est attribué comme suit :
1° pour l'indemnisation des présidents externes de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse :
a) une indemnisation forfaitaire de 25,00 euros par concertation pour la préparation, l'administration et l'enregistrement de la concertation, à condition que le président ait également effectivement accompli des actes dans le cadre du dossier ;
b) des honoraires s'élevant à 105,00 euros (T.V.A. incluse) et une indemnisation forfaitaire de 70,00 euros (T.V.A. incluse) par concertation pour assumer la présidence de la concertation client ;
c) des honoraires s'élevant à 50,00 euros (T.V.A. incluse) et une indemnisation forfaitaire de 50,00 euros (T.V.A. incluse) par dossier pour fournir un soutien comme coprésident ;
d) une indemnisation forfaitaire de 70,00 euros (T.V.A. incluse) par moment d'intervision, en raison de la participation à l'intervision, pour les présidents de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse ;
2° pour le soutien par les provinces, pour chaque province et pour la Commission communautaire flamande, un forfait de 100 euros par formulaire de demande de concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse déposé.
1° pour l'indemnisation des présidents externes de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse :
a) une indemnisation forfaitaire de 25,00 euros par concertation pour la préparation, l'administration et l'enregistrement de la concertation, à condition que le président ait également effectivement accompli des actes dans le cadre du dossier ;
b) des honoraires s'élevant à 105,00 euros (T.V.A. incluse) et une indemnisation forfaitaire de 70,00 euros (T.V.A. incluse) par concertation pour assumer la présidence de la concertation client ;
c) des honoraires s'élevant à 50,00 euros (T.V.A. incluse) et une indemnisation forfaitaire de 50,00 euros (T.V.A. incluse) par dossier pour fournir un soutien comme coprésident ;
d) une indemnisation forfaitaire de 70,00 euros (T.V.A. incluse) par moment d'intervision, en raison de la participation à l'intervision, pour les présidents de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse ;
2° pour le soutien par les provinces, pour chaque province et pour la Commission communautaire flamande, un forfait de 100 euros par formulaire de demande de concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse déposé.
Art. 11. Het forfait vermeld in artikel 10, eerste lid, 2°, vergoedt het provinciebestuur of het bestuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de volgende opdrachten:
1° het verstrekken van informatie en advies aan minderjarigen, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden;
2° de beoordeling en dispatching van de aanmeldingen aan de voorzitters;
3° de mandatering van voorzitters op basis van een uniform aannemingscontract;
4° de administratieve opvolging van de aanmeldingen, met name het opvolgen en controleren van registratie en de daarbij horende gegevensverwerking;
5° een eenvormige jaarlijkse rapportage aan het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp voor Vlaanderen en Brussel op basis van een sjabloon aangeleverd door de Vlaamse overheid;
6° het vergoeden van de externe voorzitters op een eenvormige wijze voor Vlaanderen en Brussel volgens de bepalingen opgenomen in artikel 10, eerste lid, punt 1° ;
7° de bekendmaking van Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp in de provincie en in Brussel;
8° de organisatie van intervisie voor de voorzitters Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp;
9° de ondersteuning van de voorzitter bij de praktische organisatie van cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp.
1° het verstrekken van informatie en advies aan minderjarigen, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en jeugdhulpaanbieders en andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden;
2° de beoordeling en dispatching van de aanmeldingen aan de voorzitters;
3° de mandatering van voorzitters op basis van een uniform aannemingscontract;
4° de administratieve opvolging van de aanmeldingen, met name het opvolgen en controleren van registratie en de daarbij horende gegevensverwerking;
5° een eenvormige jaarlijkse rapportage aan het Managementcomité Integrale Jeugdhulp en het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp voor Vlaanderen en Brussel op basis van een sjabloon aangeleverd door de Vlaamse overheid;
6° het vergoeden van de externe voorzitters op een eenvormige wijze voor Vlaanderen en Brussel volgens de bepalingen opgenomen in artikel 10, eerste lid, punt 1° ;
7° de bekendmaking van Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp in de provincie en in Brussel;
8° de organisatie van intervisie voor de voorzitters Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp;
9° de ondersteuning van de voorzitter bij de praktische organisatie van cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp.
Art. 11. Le forfait, visé à l'article 10, premier alinéa, 2°, indemnise l'administration provinciale ou l'administration de la Commission communautaire flamande pour les tâches suivantes :
1° la fourniture d'informations et de conseils aux mineurs d'âge, aux parents, aux responsables de l'éducation et aux intervenants de l'aide à la jeunesse, ainsi qu'aux autres personnes et structures offrant des services d'aide à la jeunesse ;
2° l'évaluation des notifications de demande et le dispatching de ces notifications aux médiateurs ;
3° le mandatement des présidents sur la base d'un contrat d'entreprise uniforme ;
4° le suivi administratif des notifications, notamment le suivi et le contrôle de l'enregistrement et le traitement des données y afférent ;
5° la présentation d'un rapport annuel uniforme au Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse et à la Concertation régionale et intersectorielle d'aide à la jeunesse pour la Flandre et Bruxelles sur la base d'un modèle fourni par l'Autorité flamande ;
6° l'indemnisation uniforme des présidents externes pour la Flandre et Bruxelles, conformément aux dispositions prévues à l'article 10, alinéa premier, 1° ;
7° le renforcement de la visibilité de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse dans la province et à Bruxelles ;
8° l'organisation de l'intervision pour les présidents de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse ;
9° le soutien du président lors de l'organisation pratique de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse.
1° la fourniture d'informations et de conseils aux mineurs d'âge, aux parents, aux responsables de l'éducation et aux intervenants de l'aide à la jeunesse, ainsi qu'aux autres personnes et structures offrant des services d'aide à la jeunesse ;
2° l'évaluation des notifications de demande et le dispatching de ces notifications aux médiateurs ;
3° le mandatement des présidents sur la base d'un contrat d'entreprise uniforme ;
4° le suivi administratif des notifications, notamment le suivi et le contrôle de l'enregistrement et le traitement des données y afférent ;
5° la présentation d'un rapport annuel uniforme au Comité de gestion de l'aide intégrale à la jeunesse et à la Concertation régionale et intersectorielle d'aide à la jeunesse pour la Flandre et Bruxelles sur la base d'un modèle fourni par l'Autorité flamande ;
6° l'indemnisation uniforme des présidents externes pour la Flandre et Bruxelles, conformément aux dispositions prévues à l'article 10, alinéa premier, 1° ;
7° le renforcement de la visibilité de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse dans la province et à Bruxelles ;
8° l'organisation de l'intervision pour les présidents de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse ;
9° le soutien du président lors de l'organisation pratique de la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse.
HOOFDSTUK 4. - Verantwoording
CHAPITRE 4. - Justification
Art. 12. Het provinciebestuur of de Vlaamse Gemeenschapscommissie is verantwoordelijk voor de afrekening en rechtvaardiging van de aangewende middelen en legt de nodige bewijsstukken voor om de aanwending van de subsidie te staven.
Art. 12. L'administration provinciale ou la Commission communautaire flamande est responsable du décompte et de la justification des fonds utilisés et présente les pièces justificatives requises pour justifier l'affectation de la subvention.
Art. 13. De provincie en de Vlaamse Gemeenschapscommissie richten uiterlijk 31 maart 2015 een verantwoording voor de ontvangen subsidie met betrekking tot de uitgevoerde bemiddelingen en het uitgevoerde Cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp en de opdrachten vermeld in de artikels 7 en 10 aan het afdelingshoofd van de afdeling Beleidsontwikkeling van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Deze verantwoording bestaat uit een kopie van het financieel verslag, de bewijsstukken van vergoeding van voorzitters en een overzicht van de activiteiten die met de middelen werden gefinancierd. Middelen die niet binnen de termijn besteed zijn en de middelen die niet verantwoord kunnen worden, worden aangelegd in reserves. Deze reserves die conform artikel 5, § 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring vastgelegd werden, mogen alleen worden aangewend voor eenzelfde of verwante doelstellingen binnen de gesubsidieerde activiteit met betrekking tot de hulpcoördinatie in de integrale jeugdhulp.
Als deze activiteit waarvoor reserves werden aangelegd niet verder wordt gesubsidieerd, moet het gecumuleerde bedrag van de reserves aan de Vlaamse Gemeenschap worden teruggestort.
Als deze activiteit waarvoor reserves werden aangelegd niet verder wordt gesubsidieerd, moet het gecumuleerde bedrag van de reserves aan de Vlaamse Gemeenschap worden teruggestort.
Art. 13. La province et la Commission communautaire flamande adressent le 31 mars 2015 au plus tard une justification de la subvention reçue pour les médiations exercées et la concertation client de l'aide intégrale à la jeunesse effectuée ainsi que les missions visées aux articles 7 et 10, au chef de division de la section " Beleidsontwikkeling " (Développement de la politique) du Département du Bien-être, Santé publique et Famille. Cette justification comporte une copie du rapport financier, les preuves de l'indemnisation des présidents et un aperçu des activités financées au moyen des fonds. Les fonds qui n'auront pas été dépensés dans les délais et ceux qui ne peuvent être justifiés sont versés aux réserves. Ces réserves qui ont été constituées conformément à l'article 5, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 relatif aux règles générales de subventionnement, ne peuvent être affectées qu'à un même objectif ou un objectif apparenté au sein de l'activité subventionnée relative à la coordination de l'aide au sein de l'aide intégrale de la jeunesse.
Si cette activité pour laquelle des réserves ont été constituées n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves doit être remboursé à l'Autorité flamande.
Si cette activité pour laquelle des réserves ont été constituées n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves doit être remboursé à l'Autorité flamande.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 14. Dit besluit heft de ministeriële besluiten van 24 februari 2014 met betrekking tot de bemiddeling in de Integrale Jeugdhulp en met betrekking tot het cliëntoverleg Integrale Jeugdhulp op.
Art. 14. Le présent arrêté supprime les arrêtés ministériels du 24 février 2014 relatifs à la médiation dans l'aide intégrale à la jeunesse et à la concertation client au sein de l'aide intégrale à la jeunesse.