Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
25 JULI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse Regering (Opschrift vervangen door BVR2019-10-02/04, art. 12, 032; Inwerkingtreding : 02-10-2019) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-08-2014 en tekstbijwerking tot 09-12-2022)
Titre
25 JUILLET 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand portant délégation de compétences de décision aux membres du Gouvernement flamand (Intitulé remplacé par AGF2019-10-02/04, art. 12, 032; En vigueur : 02-10-2019) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-08-2014 et mise à jour au 09-12-2022)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK 1. - Verdeling van de bevoegdheden tussen de leden van de Vlaamse Regering
CHAPITRE 1er. - Répartition des attributions parmi les membres du Gouvernement flamand
HOOFDSTUK 2. - Delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse Regering
CHAPITRE 2. - Délégation des compétences de décision aux membres du Gouvernement flamand
Art. 5. Elk lid van de Vlaamse Regering oefent de in dit hoofdstuk gedelegeerde beslissingsbevoegdheden uit in de aangelegenheden die hem of haar zijn toegewezen [1 ...]1.
De delegaties, toegestaan in dit hoofdstuk, gelden ook voor beslissingen die betrekking hebben op aangelegenheden die tot de bevoegdheid behoren van meerdere leden van de Vlaamse Regering, en dus gezamenlijk moeten worden genomen.
De bij dit hoofdstuk gedelegeerde beslissingsbevoegdheden worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtneming van de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in wetten, decreten, besluiten en omzendbrieven.
De bedragen, vermeld in dit hoofdstuk, zijn exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
De delegaties, toegestaan in dit hoofdstuk, gelden ook voor beslissingen die betrekking hebben op aangelegenheden die tot de bevoegdheid behoren van meerdere leden van de Vlaamse Regering, en dus gezamenlijk moeten worden genomen.
De bij dit hoofdstuk gedelegeerde beslissingsbevoegdheden worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtneming van de voorwaarden en modaliteiten die zijn vastgelegd in wetten, decreten, besluiten en omzendbrieven.
De bedragen, vermeld in dit hoofdstuk, zijn exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
Modifications
Art. 5. Chaque membre du Gouvernement flamand exerce les compétences de décision déléguées au présent chapitre dans les matières qui lui sont attribuées [1 ...]1.
Les délégations, autorisées au présent chapitre, valent également pour les décisions relatives aux matières qui relèvent de la compétence de plusieurs membres du Gouvernement flamand, et qui doivent donc être prises conjointement.
Les compétences de décision déléguées par le présent chapitre sont exercées dans les limites et dans le respect des conditions et des modalités fixées dans des lois, des décrets, des arrêtés et des circulaires.
Les montants, visés au présent chapitre, sont hors taxe sur la valeur ajoutée.
Les délégations, autorisées au présent chapitre, valent également pour les décisions relatives aux matières qui relèvent de la compétence de plusieurs membres du Gouvernement flamand, et qui doivent donc être prises conjointement.
Les compétences de décision déléguées par le présent chapitre sont exercées dans les limites et dans le respect des conditions et des modalités fixées dans des lois, des décrets, des arrêtés et des circulaires.
Les montants, visés au présent chapitre, sont hors taxe sur la valeur ajoutée.
Modifications
Art. 6. De leden van de Vlaamse Regering hebben delegatie voor:
1° het nemen van beslissingen voor de toepassing van de verdragen, EG-verordeningen, samenwerkingsakkoorden, wetten, decreten, verordeningen, koninklijke besluiten, besluiten van de Vlaamse Regering en ministeriële besluiten;
2° de aanwending van de begrotingskredieten;
3° de samenwerking met de federale staat en de andere gemeenschappen en gewesten, voorgeschreven door de Grondwet of de institutionele wetten, als het gaat om advies-, overleg- of betrokkenheidsprocedures. Deze delegatie geldt niet voor procedures van akkoord, eensluidend advies of beslissing op voorstel;
4° de uitoefening van het administratief toezicht op de regionale en lokale besturen;
5° de uitoefening van het bestuur van of het toezicht op de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, met uitzondering van het sluiten van beheersovereenkomsten of samenwerkingsovereenkomsten met agentschappen;
6° de aanwijzing van personen in adviesorganen en commissies op voorwaarde dat het voornemen tot aanwijzing vooraf door het bevoegde lid aan de Vlaamse Regering wordt meegedeeld;
7° de verwerving, kosteloos of onder bezwarende titel, van onroerende goederen ten bate van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
8° het beheer van de onroerende goederen die behoren tot het openbare of het private domein van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, overeenkomstig de bestemming die met toepassing van de regels vastgesteld door de Vlaamse Regering, aan die goederen is gegeven.
Deze delegatie geldt ook voor:
a) de beslissing tot wijziging van de bestemming, of tot het onttrekken van een onroerend goed aan zijn bestemming, als die beslissing onverwijld ter kennis wordt gebracht van het lid van de Vlaamse Regering dat bevoegd is voor het algemeen beleid inzake vastgoedbeheer;
b) het verlenen van vergunningen voor private ingebruikneming en van concessies op openbare domeingoederen;
c) de vestiging van zakelijke rechten op private domeingoederen of de verhuring of verpachting ervan;
9° het verwerven, vervreemden en beheren van roerende domeingoederen;
10° het aanvaarden en weigeren van schenkingen en legaten;
11° de vaststelling van de personeelsformatie van de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
12° de oprichting van basis- en tussenoverlegcomités;
13° de erkenning van vorderingen als lasten van het verleden, vermeld in artikel 53, § 2, tweede lid, 1°, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 na voorafgaand akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen;
14° het sluiten van dadingen, minnelijke schikkingen en schulderkenningen als het bedrag van de uitgaven die eruit voortvloeien 250.000 euro niet overschrijdt, [1 met behoud van de toepassing van artikel 8, § 4, en § 5, tweede lid]1;
15° het sluiten van overeenkomsten tot arbitrage;
16° het sluiten, wijzigen of beëindigen van overeenkomsten met een maximale looptijd van negen jaar voor de huur van onroerende goederen, met uitzondering van de onroerende goederen, vermeld in artikel 10, § 2. Deze delegatie geldt alleen voor de onroerende goederen waarvan de totale gerelateerde jaarlijkse uitgaven (huur, fiscale lasten, huurlasten, aflossing geprefinancierde investeringsuitgaven, enzovoort) niet meer bedragen dan 150.000 euro;
[2 17° het overschrijden van kredieten of verlenen van kasvoorschotten, in geval van noodwendige of dringende uitgaven, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;]2
[2 18° het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die minder dan 250.000 euro bedragen;]2
[2 19° het toestaan van provisies, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.]2
1° het nemen van beslissingen voor de toepassing van de verdragen, EG-verordeningen, samenwerkingsakkoorden, wetten, decreten, verordeningen, koninklijke besluiten, besluiten van de Vlaamse Regering en ministeriële besluiten;
2° de aanwending van de begrotingskredieten;
3° de samenwerking met de federale staat en de andere gemeenschappen en gewesten, voorgeschreven door de Grondwet of de institutionele wetten, als het gaat om advies-, overleg- of betrokkenheidsprocedures. Deze delegatie geldt niet voor procedures van akkoord, eensluidend advies of beslissing op voorstel;
4° de uitoefening van het administratief toezicht op de regionale en lokale besturen;
5° de uitoefening van het bestuur van of het toezicht op de diensten, instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, met uitzondering van het sluiten van beheersovereenkomsten of samenwerkingsovereenkomsten met agentschappen;
6° de aanwijzing van personen in adviesorganen en commissies op voorwaarde dat het voornemen tot aanwijzing vooraf door het bevoegde lid aan de Vlaamse Regering wordt meegedeeld;
7° de verwerving, kosteloos of onder bezwarende titel, van onroerende goederen ten bate van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
8° het beheer van de onroerende goederen die behoren tot het openbare of het private domein van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, overeenkomstig de bestemming die met toepassing van de regels vastgesteld door de Vlaamse Regering, aan die goederen is gegeven.
Deze delegatie geldt ook voor:
a) de beslissing tot wijziging van de bestemming, of tot het onttrekken van een onroerend goed aan zijn bestemming, als die beslissing onverwijld ter kennis wordt gebracht van het lid van de Vlaamse Regering dat bevoegd is voor het algemeen beleid inzake vastgoedbeheer;
b) het verlenen van vergunningen voor private ingebruikneming en van concessies op openbare domeingoederen;
c) de vestiging van zakelijke rechten op private domeingoederen of de verhuring of verpachting ervan;
9° het verwerven, vervreemden en beheren van roerende domeingoederen;
10° het aanvaarden en weigeren van schenkingen en legaten;
11° de vaststelling van de personeelsformatie van de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
12° de oprichting van basis- en tussenoverlegcomités;
13° de erkenning van vorderingen als lasten van het verleden, vermeld in artikel 53, § 2, tweede lid, 1°, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 na voorafgaand akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen;
14° het sluiten van dadingen, minnelijke schikkingen en schulderkenningen als het bedrag van de uitgaven die eruit voortvloeien 250.000 euro niet overschrijdt, [1 met behoud van de toepassing van artikel 8, § 4, en § 5, tweede lid]1;
15° het sluiten van overeenkomsten tot arbitrage;
16° het sluiten, wijzigen of beëindigen van overeenkomsten met een maximale looptijd van negen jaar voor de huur van onroerende goederen, met uitzondering van de onroerende goederen, vermeld in artikel 10, § 2. Deze delegatie geldt alleen voor de onroerende goederen waarvan de totale gerelateerde jaarlijkse uitgaven (huur, fiscale lasten, huurlasten, aflossing geprefinancierde investeringsuitgaven, enzovoort) niet meer bedragen dan 150.000 euro;
[2 17° het overschrijden van kredieten of verlenen van kasvoorschotten, in geval van noodwendige of dringende uitgaven, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;]2
[2 18° het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die minder dan 250.000 euro bedragen;]2
[2 19° het toestaan van provisies, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.]2
Art. 6. Les membres du Gouvernement flamand ont délégation pour :
1° la prise de décisions pour l'application des traités, des règlements CE, des accords de coopération, des lois, des décrets, des règlements, des arrêtés royaux, des arrêtés du Gouvernement flamand et des arrêtés ministériels ;
2° l'affectation des crédits budgétaires ;
3° la coopération avec l'état fédéral et les autres communautés et régions, prescrite par la Constitution ou les lois institutionnelles, lorsqu'il s'agit de procédures d'avis, de concertation, ou de participation. Cette délégation ne vaut pas pour les procédures d'accord, d'avis conforme ou de décision sur proposition ;
4° l'exercice du contrôle administratif des administrations régionales et locales ;
5° l'exercice de l'administration ou du contrôle des services, institutions et personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande, à l'exception de la conclusion de contrats de gestion ou d'accords de coopération avec des agences ;
6° la désignation de personnes dans des organes consultatifs et des commissions à condition que l'intention de désignation est communiquée au préalable au Gouvernement flamand par le membre compétent ;
7° l'acquisition, à titre gratuit ou onéreux, de biens immobiliers au bénéfice de la Communauté flamande ou de la Région flamande ;
8° la gestion de biens immobiliers appartenant au domaine public ou privé de la Communauté flamande ou de la Région flamande, conformément à l'affectation donnée à ces biens en application des règles fixées par le Gouvernement flamand.
Cette délégation vaut également pour :
a) la décision de modification de l'affectation, ou de désaffectation d'un bien immobilier, lorsque cette décision est portée à la connaissance du membre du Gouvernement flamand qui est compétent pour la politique générale en matière de gestion immobilière sans tarder ;
b) la délivrance d'autorisations pour l'usage privatif et de concessions relatives à des biens domaniaux publics ;
c) la constitution de droits réels sur des biens domaniaux privés ou leur location ou affermage ;
9° l'acquisition, l'aliénation et la gestion de biens domaniaux mobiliers ;
10° l'acceptation et le refus de dons et de legs ;
11° l'établissement du cadre organique des institutions et des personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande ;
12° la création de comités de concertation de base et de comités intermédiaires de concertation ;
13° l'agrément de créances comme des charges du passé, visées à l'article 53, § 2, alinéa deux, 1°, du décret du 21 décembre 1994 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1995, après accord préalable du Ministre flamand chargé des finances et des budgets ;
14° la conclusion de transactions, de règlements à l'amiable et d'aveux, lorsque le montant des dépenses qui en découlent ne dépasse pas les 250.000 euros, [1 sans préjudice de l'article 8, § 4, et § 5, alinéa 2]1 ;
15° la conclusion d'accords d'arbitrage ;
16° la conclusion, modification ou cessation d'accords d'une durée maximale de neuf ans pour la location de biens immobiliers, à l'exception des biens immobiliers, visés à l'article 10, § 2. Cette délégation vaut uniquement pour les biens immobiliers dont le total des dépenses annuelles relatées (loyer, charges fiscales, charges locataires, remboursement de dépenses d'investissement préfinancées, et cetera) ne dépassent pas les 150.000 euros;
[2 17° le dépassement de crédits ou l'octroi d'avances de fonds en cas de dépenses nécessaires ou urgentes, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande ;]2
[2 18° l'octroi de prêts ou de crédits et la prise de participations inférieures à 250.000 euros ;]2
[2 19° l'octroi de provisions, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande.]2
1° la prise de décisions pour l'application des traités, des règlements CE, des accords de coopération, des lois, des décrets, des règlements, des arrêtés royaux, des arrêtés du Gouvernement flamand et des arrêtés ministériels ;
2° l'affectation des crédits budgétaires ;
3° la coopération avec l'état fédéral et les autres communautés et régions, prescrite par la Constitution ou les lois institutionnelles, lorsqu'il s'agit de procédures d'avis, de concertation, ou de participation. Cette délégation ne vaut pas pour les procédures d'accord, d'avis conforme ou de décision sur proposition ;
4° l'exercice du contrôle administratif des administrations régionales et locales ;
5° l'exercice de l'administration ou du contrôle des services, institutions et personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande, à l'exception de la conclusion de contrats de gestion ou d'accords de coopération avec des agences ;
6° la désignation de personnes dans des organes consultatifs et des commissions à condition que l'intention de désignation est communiquée au préalable au Gouvernement flamand par le membre compétent ;
7° l'acquisition, à titre gratuit ou onéreux, de biens immobiliers au bénéfice de la Communauté flamande ou de la Région flamande ;
8° la gestion de biens immobiliers appartenant au domaine public ou privé de la Communauté flamande ou de la Région flamande, conformément à l'affectation donnée à ces biens en application des règles fixées par le Gouvernement flamand.
Cette délégation vaut également pour :
a) la décision de modification de l'affectation, ou de désaffectation d'un bien immobilier, lorsque cette décision est portée à la connaissance du membre du Gouvernement flamand qui est compétent pour la politique générale en matière de gestion immobilière sans tarder ;
b) la délivrance d'autorisations pour l'usage privatif et de concessions relatives à des biens domaniaux publics ;
c) la constitution de droits réels sur des biens domaniaux privés ou leur location ou affermage ;
9° l'acquisition, l'aliénation et la gestion de biens domaniaux mobiliers ;
10° l'acceptation et le refus de dons et de legs ;
11° l'établissement du cadre organique des institutions et des personnes morales qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande ;
12° la création de comités de concertation de base et de comités intermédiaires de concertation ;
13° l'agrément de créances comme des charges du passé, visées à l'article 53, § 2, alinéa deux, 1°, du décret du 21 décembre 1994 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1995, après accord préalable du Ministre flamand chargé des finances et des budgets ;
14° la conclusion de transactions, de règlements à l'amiable et d'aveux, lorsque le montant des dépenses qui en découlent ne dépasse pas les 250.000 euros, [1 sans préjudice de l'article 8, § 4, et § 5, alinéa 2]1 ;
15° la conclusion d'accords d'arbitrage ;
16° la conclusion, modification ou cessation d'accords d'une durée maximale de neuf ans pour la location de biens immobiliers, à l'exception des biens immobiliers, visés à l'article 10, § 2. Cette délégation vaut uniquement pour les biens immobiliers dont le total des dépenses annuelles relatées (loyer, charges fiscales, charges locataires, remboursement de dépenses d'investissement préfinancées, et cetera) ne dépassent pas les 150.000 euros;
[2 17° le dépassement de crédits ou l'octroi d'avances de fonds en cas de dépenses nécessaires ou urgentes, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande ;]2
[2 18° l'octroi de prêts ou de crédits et la prise de participations inférieures à 250.000 euros ;]2
[2 19° l'octroi de provisions, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande.]2
Art. 7. De delegatie, toegestaan bij artikel 6, omvat niet:
1° het nemen van reglementaire besluiten;
2° [2 ...]2
3° de beslissingen ter uitvoering van de regelgeving inzake economische expansie, waarbij voordelen worden verleend die betrekking hebben op investeringen van meer dan [1 2.500.000 euro];
4° de beslissingen waarbij de gewestwaarborg of de gemeenschapswaarborg wordt verleend voor een gecumuleerd bedrag, per natuurlijke persoon of per rechtspersoon, van meer dan 5.000.000 euro [1 , tenzij de mogelijkheid tot het verlenen van een waarborg is voorzien in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap]1 ;
5° het sluiten van samenwerkingsakkoorden of verdragen;
6° de oprichting en de wijze van samenstelling van raden, commissies, diensten, instellingen of rechtspersonen;
7° de indienstnemingen, aanwijzingen of benoemingen van:
a) managers die aan het hoofd staan van een departement, instelling of rechtspersoon die afhangt van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, en van managers en projectleiders die behoren tot hetzelfde niveau;
b) algemeen directeur;
8° de aanwijzing van personen in administratieve rechtscolleges of in bestuursorganen en de aanwijzing van regeringsafgevaardigden of regeringscommissarissen.
[1 9° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten die voorzien in de mogelijkheid om leningen of kredieten uit te geven of participaties aan te gaan.]1
1° het nemen van reglementaire besluiten;
2° [2 ...]2
3° de beslissingen ter uitvoering van de regelgeving inzake economische expansie, waarbij voordelen worden verleend die betrekking hebben op investeringen van meer dan [1 2.500.000 euro];
4° de beslissingen waarbij de gewestwaarborg of de gemeenschapswaarborg wordt verleend voor een gecumuleerd bedrag, per natuurlijke persoon of per rechtspersoon, van meer dan 5.000.000 euro [1 , tenzij de mogelijkheid tot het verlenen van een waarborg is voorzien in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap]1
5° het sluiten van samenwerkingsakkoorden of verdragen;
6° de oprichting en de wijze van samenstelling van raden, commissies, diensten, instellingen of rechtspersonen;
7° de indienstnemingen, aanwijzingen of benoemingen van:
a) managers die aan het hoofd staan van een departement, instelling of rechtspersoon die afhangt van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, en van managers en projectleiders die behoren tot hetzelfde niveau;
b) algemeen directeur;
8° de aanwijzing van personen in administratieve rechtscolleges of in bestuursorganen en de aanwijzing van regeringsafgevaardigden of regeringscommissarissen.
[1 9° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten die voorzien in de mogelijkheid om leningen of kredieten uit te geven of participaties aan te gaan.]1
Art. 7. La délégation conférée à l'article 6 ne vaut toutefois pas pour :
1° décider les arrêtés réglementaires ;
2° [2 ...]2
3° les décisions prises en exécution de la législation et de la réglementation concernant l'expansion économique et qui se rapportent à des investissements de plus de [1 2.500.000 euros] ;
4° les décisions pour lesquelles la garantie de la région ou la garantie de la communauté est octroyée pour un montant cumulé, par personne physique ou par personne morale, de plus de 5.000.000 euros [1 , sauf si la possibilité d'octroi d'une garantie est prévue dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande]1 ;
5° la conclusion d'accords de coopération ou de traités ;
6° la création et le mode de composition de conseils, commissions, services, institutions ou personnes morales ;
7° le recrutement, la désignation ou la nomination :
a) des managers qui dirigent un département, une institution ou une personne morale relevant de la Communauté flamande ou de la Région flamande et des managers et chefs de projets relevant du même niveau ;
b) du directeur général ;
8° la désignation de personnes dans les collèges de droit administratif ou dans les organes administratifs et la désignation de délégués gouvernementaux et de commissaires gouvernementaux.
[1 9° la conclusion d'accords de coopération prévoyant la possibilité d'émettre des prêts ou des crédits ou de prendre des participations. ]1
1° décider les arrêtés réglementaires ;
2° [2 ...]2
3° les décisions prises en exécution de la législation et de la réglementation concernant l'expansion économique et qui se rapportent à des investissements de plus de [1 2.500.000 euros] ;
4° les décisions pour lesquelles la garantie de la région ou la garantie de la communauté est octroyée pour un montant cumulé, par personne physique ou par personne morale, de plus de 5.000.000 euros [1 , sauf si la possibilité d'octroi d'une garantie est prévue dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande]1
5° la conclusion d'accords de coopération ou de traités ;
6° la création et le mode de composition de conseils, commissions, services, institutions ou personnes morales ;
7° le recrutement, la désignation ou la nomination :
a) des managers qui dirigent un département, une institution ou une personne morale relevant de la Communauté flamande ou de la Région flamande et des managers et chefs de projets relevant du même niveau ;
b) du directeur général ;
8° la désignation de personnes dans les collèges de droit administratif ou dans les organes administratifs et la désignation de délégués gouvernementaux et de commissaires gouvernementaux.
[1 9° la conclusion d'accords de coopération prévoyant la possibilité d'émettre des prêts ou des crédits ou de prendre des participations. ]1
Art. 8. § 1. [1 De leden van de Vlaamse Regering hebben, ieder wat hem of haar betreft, delegatie om de gunningsbeslissing te nemen bij overheidsopdrachten, prijsvragen en raamovereenkomsten voor werken, leveringen en diensten waarvan het goed te keuren offertebedrag de volgende bedragen niet overschrijdt:
Art. 8. § 1er. [1 Les membres du Gouvernement flamand ont la délégation, chacun en ce qui le ou la concerne, de prendre la décision d'attribution en cas de marchés publics, demandes de prix et conventions-cadre pour des travaux, fournitures et services dont le montant de l'offre à approuver ne dépasse pas les montants suivants :
| Openbare of niet-openbare procedure | Mededingingsprocedure met onderhandeling, (vereenvoudigde) onderhandelings- procedure met voorafgaande oproep tot mededinging, vereenvoudigde onderhandelings-procedure met voorafgaande bekendmaking, concurrentiegerichte dialoog en innovatiepartnerschap | Onderhandelings- procedure zonder voorafgaande bekendmaking en onderhandelings- procedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging | |
| werken | 20.000.000 | 10.000.000 | 2.000.000 |
| leveringen | 10.000.000 | 5.000.000 | 1.000.000 |
| diensten | 5.000.000 | 2.500.000 | 500.000 |
procedure Mededingingsprocedure met onderhandeling, (vereenvoudigde) onderhandelings-
procedure met voorafgaande oproep tot mededinging, vereenvoudigde onderhandelings-procedure met voorafgaande bekendmaking, concurrentiegerichte dialoog en innovatiepartnerschap Onderhandelings- procedure zonder voorafgaande bekendmaking en onderhandelings- procedure zonder voorafgaande oproep tot mededingingwerken 20.000.000 10.000.000 2.000.000leveringen 10.000.000 5.000.000 1.000.000diensten 5.000.000 2.500.000 500.000
De delegatie geldt ook voor investeringssubsidies als het bedrag van de opdracht of de raming ervan de bedragen, vermeld in het eerste lid, niet overschrijdt.
De leden van de Vlaamse Regering hebben, ieder wat hem of haar betreft, ongeacht het bedrag, delegatie voor:
1° de principiële beslissing tot uitvoering van de opdracht, de keuze van de gunningsprocedure en de goedkeuring van de opdrachtdocumenten;
2° de selectiebeslissing;
3° de gunningsbeslissing in geval van een opdracht op basis van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking respectievelijk een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, in geval van dwingende spoed die voortvloeit uit onvoorzienbare gebeurtenissen als vermeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, b), respectievelijk artikel 124, § 1, 5°, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
4° de beslissing tot niet-plaatsing.
Naast de delegaties, vermeld in het eerste tot en met derde lid, hebben de leden van de Vlaamse Regering, ieder wat hem of haar betreft, delegatie om overheidsopdrachten van beperkte waarde die tot stand komen met aanvaarde factuur als vermeld in artikel 92 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, te plaatsen.]1
§ 2. Inzake de uitvoering van overheidsopdrachten hebben de leden van de Vlaamse Regering, ieder wat hem of haar betreft, delegatie voor het nemen van alle beslissingen ongeacht de financiële weerslag.
[1 ...]1
§ 3. De leden van de Vlaamse Regering hebben, ieder wat hem of haar betreft, delegatie om opdrachten te plaatsen in het kader van een raamovereenkomst, binnen het voorwerp en de bepalingen ervan.
§ 4. In afwijking van artikel 6, 14°, hebben de leden van de Vlaamse Regering delegatie voor het sluiten van dadingen, minnelijke schikkingen en schulderkenningen die betrekking hebben op overheidsopdrachten, als het bedrag van de uitgaven die eruit voortvloeien de hierna vermelde bedragen niet overschrijdt:
1° 2.500.000 euro voor werken;
2° 625.000 euro voor leveringen;
3° 150.000 euro voor diensten.
[1 § 5. De leden van de Vlaamse Regering hebben, ieder wat hem of haar betreft, delegatie om de gunningsbeslissing bij concessies te nemen als de waarde van de concessie de volgende bedragen niet overschrijdt:
1° voor concessies voor werken: 20.000.000 euro;
2° voor concessies voor diensten: 5.000.000 euro.
In afwijking van artikel 6, 14°, hebben de leden van de Vlaamse Regering delegatie om dadingen, minnelijke schikkingen en schulderkenningen te sluiten die betrekking hebben op concessies, als het bedrag van de uitgaven die eruit voortvloeien, de volgende bedragen niet overschrijdt:
1° 2.000.000 euro voor concessies voor werken;
2° 500.000 euro voor concessies voor diensten.
De delegatie geldt, ongeacht het bedrag, voor alle andere beslissingen die in het kader van de plaatsing of uitvoering van een concessie worden genomen.
§ 6. De leden van de Vlaamse Regering hebben, ieder wat hem of haar betreft, delegatie om de principiële beslissing te nemen tot de plaatsing van opdrachten voor diensten van onderzoek en ontwikkeling die niet onderworpen zijn aan de bepalingen van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, tot en met een bedrag van 2.500.000 euro.
Voor de toepassing van het eerste lid heeft het grensbedrag betrekking op het geraamde bedrag van het aandeel van de opdracht dat ten laste is van de aanbestedende overheid.
Naast de delegatie, vermeld in het eerste lid, hebben de leden van de Vlaamse Regering, ieder wat hem of haar betreft, voor de opdrachten voor diensten van onderzoek en ontwikkeling, delegatie om alle andere beslissingen te nemen binnen het verloop van de opdracht, waaronder minstens de goedkeuring van de opdrachtdocumenten, de beslissingen tot aanwijzing van de deelnemers in de verschillende fasen en de beslissing tot stopzetting van het proces, ongeacht het bedrag.]1
Modifications
| Procédure publique ou non publique | Procédure concurrentielle avec négociation, procédure négociée (simplifiée) avec appel préalable à la concurrence, procédure négociée simplifiée avec publication préalable, dialogue concurrentiel et partenariat d'innovation | Procédure négociée sans publication préalable et procédure négociée sans appel préalable à la concurrence | |
| travaux | 20.000.000 | 10.000.000 | 2.000.000 |
| fournitures | 10.000.000 | 5.000.000 | 1.000.000 |
| services | 5.000.000 | 2.500.000 | 500.000 |
La délégation vaut également pour des subventions d'investissement si le montant du marché ou l'estimation de ce montant ne dépasse pas les montants visés à l'alinéa 1er.
Les membres du Gouvernement flamand ont la délégation, chacun en ce qui le ou la concerne, et quel que soit le montant, pour :
1° la décision de principe d'exécution du marché, le choix de la procédure d'attribution et l'approbation des documents du marché ;
2° la décision de sélection ;
3° la décision d'attribution en cas d'un marché sur la base d'une procédure négociée sans publication préalable, respectivement une procédure négociée sans appel préalable à la concurrence, en cas d'urgence impérieuse résultant d'événements imprévisibles tels que visés à l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 1°, b), respectivement à l'article 124, § 1er, 5°, de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics ;
4° la décision de non attribution.
Outre les délégations visées aux alinéas 1er à 3, les membres du Gouvernement flamand ont la délégation, chacun en ce qui le ou la concerne, d'attribuer des marchés publics de faible montant qui sont conclus par facture acceptée, tels que visés à l'article 92 de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics.]1
§ 2. En ce qui concerne l'exécution de marchés publics, les membres du Gouvernement flamand ont délégation, chacun en ce qui le concerne, pour toute décision, quelle qu'en soit l'incidence financière..
[1 ...]1
§ 3. Les membres du Gouvernement flamand ont, chacun pour ce qui le ou la concerne, délégation de passer des commandes dans le cadre d'une convention-cadre, dans les limites de l'objet et de ses dispositions.
§ 4. En dérogation à l'article 6, 14°, les membres du Gouvernement flamand ont délégation pour la conclusion de transactions, règlements à l'amiable et reconnaissances de dettes portant sur des marchés publics, si le montant des dépenses qui en résultent ne dépasse pas les montants mentionnés ci-après :
1° 2.500.000 euros pour des travaux ;
2° 625.000 euros pour des fournitures ;
3° 150.000 euros pour des services.
[1 § 5. Les membres du Gouvernement flamand ont la délégation, chacun en ce qui le ou la concerne, de prendre la décision d'attribution en cas de concessions lorsque la valeur de la concession ne dépasse pas les montants suivants :
1° pour des concessions de travaux : 20.000.000 euros ;
2° pour des concessions de services : 5.000.000 euros.
Par dérogation à l'article 6, 14°, les membres du Gouvernement flamand ont la délégation de conclure des transactions, des règlements à l'amiable et des reconnaissances de dettes concernant des concessions, si le montant des dépenses qui en découlent, ne dépasse pas les montants suivants :
1° 2.000.000 euros pour des concessions de travaux ;
2° 500.000 euros pour des concessions de services.
La délégation vaut, quel que soit le montant, pour toutes les autres décisions prises dans le cadre de l'attribution ou de l'exécution d'une concession.
§ 6. Les membres du Gouvernement flamand ont la délégation, chacun en ce qui le ou la concerne, de prendre la décision de principe d'attribution de marchés de services de recherche et de développement qui ne sont pas soumis aux dispositions de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics, jusqu'à concurrence de la somme de 2.500.000 euros.
Pour l'application de l'alinéa 1er, le montant maximal concerne le montant estimé de la part du marché à charge du pouvoir adjudicateur.
Outre la délégation visée à l'alinéa 1er, les membres du Gouvernement flamand ont la délégation, chacun en ce qui le ou la concerne, pour les marchés de services de recherche et de développement, de prendre toutes les autres décisions au cours du marché, y compris au moins l'approbation des documents du marché, les décisions de désignation des participants dans les différentes phases et la décision de cessation du processus, quel que soit le montant]1
Modifications
Art. 9. In de rechtsgedingen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest met betrekking tot een aangelegenheid die tot de uitsluitende bevoegdheid behoort van één Vlaamse minister, treedt die minister op namens de Vlaamse Regering.
Als de rechtsgedingen betrekking hebben op een aangelegenheid die tot de bevoegdheid behoort van meer dan één Vlaamse minister, spreken die ministers onderling af wie van hen namens de Vlaamse Regering zal optreden. Als een dergelijke afspraak ontbreekt, treedt de minister op die eerst komt in de orde van voorrang.
Als de rechtsgedingen betrekking hebben op een aangelegenheid die tot de bevoegdheid behoort van meer dan één Vlaamse minister, spreken die ministers onderling af wie van hen namens de Vlaamse Regering zal optreden. Als een dergelijke afspraak ontbreekt, treedt de minister op die eerst komt in de orde van voorrang.
Art. 9. Dans les actions en justice de la Communauté flamande et de la Région flamande concernant une matière qui est de la compétence exclusive d'un seul Ministre flamand, ce dernier agit au nom du Gouvernement flamand.
Si les actions concernent une matière qui est de la compétence de plusieurs Ministres flamands, ces derniers s'accordent pour désigner le membre du Gouvernement flamand qui agira en son nom. A défaut d'un tel accord, le Ministre qui est le premier dans l'ordre de préséance, agit.
Si les actions concernent une matière qui est de la compétence de plusieurs Ministres flamands, ces derniers s'accordent pour désigner le membre du Gouvernement flamand qui agira en son nom. A défaut d'un tel accord, le Ministre qui est le premier dans l'ordre de préséance, agit.
Art. 10. § 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake vastgoedbeheer, heeft, met betrekking tot de niet-bestemde onroerende goederen die behoren tot het domein van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, delegatie voor:
1° het beheer ervan;
2° de vervreemding ervan, als de budgettaire weerslag niet meer dan 1.250.000 euro bedraagt.
In afwijking van het eerste lid heeft de minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, delegatie voor de vervreemding van bossen, groengebieden, natuurgebieden, viswaters en gronden voor de aanleg van openbare groene ruimten, die aan hun bestemming onttrokken zijn.
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake facilitaire dienstverlening, heeft delegatie voor het sluiten, wijzigen of beëindigen van overeenkomsten met een maximale looptijd van twaalf jaar voor de huur van onroerende goederen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de huisvesting van de kantoren voor de Vlaamse ministeries, waarvan:
1° de ingehuurde bruto-oppervlakte maximaal 3 000 m2 bedraagt;
2° de totale gerelateerde jaarlijkse uitgaven (huur, fiscale lasten, huurlasten, aflossing geprefinancierde investeringsuitgaven) niet meer bedragen dan 450.000 euro.
1° het beheer ervan;
2° de vervreemding ervan, als de budgettaire weerslag niet meer dan 1.250.000 euro bedraagt.
In afwijking van het eerste lid heeft de minister, bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud, delegatie voor de vervreemding van bossen, groengebieden, natuurgebieden, viswaters en gronden voor de aanleg van openbare groene ruimten, die aan hun bestemming onttrokken zijn.
§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake facilitaire dienstverlening, heeft delegatie voor het sluiten, wijzigen of beëindigen van overeenkomsten met een maximale looptijd van twaalf jaar voor de huur van onroerende goederen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de huisvesting van de kantoren voor de Vlaamse ministeries, waarvan:
1° de ingehuurde bruto-oppervlakte maximaal 3 000 m2 bedraagt;
2° de totale gerelateerde jaarlijkse uitgaven (huur, fiscale lasten, huurlasten, aflossing geprefinancierde investeringsuitgaven) niet meer bedragen dan 450.000 euro.
Art. 10. § 1er. Le Ministre flamand compétent pour la politique générale en matière de gestion immobilière a la délégation, en ce qui concerne les biens immeubles non affectés appartenant au domaine de la Communauté flamande ou de la Région flamande, pour :
1° leur gestion ;
2° leur aliénation, pour autant que l'incidence budgétaire n'excède pas 1.250.000 euros.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre chargé de la rénovation rurale et de la conservation de la nature, a délégation pour l'aliénation de forêts, de zones d'espaces verts, de zones naturelles, d'eaux de pêche et de terres pour l'aménagement d'espaces verts publics, ayant été désaffectés.
§ 2. Le Ministre flamand chargé de la politique générale en matière de services facilitaires, a délégation pour la conclusion, modification et cessation de conventions d'une durée maximale de douze ans, pour la location de biens immeubles destinés principalement au logement de bureaux pour les Ministres flamands, et dont :
1° la superficie brute maximale prise en location est de 3 000 m ;
2° le total des dépenses annuelles relatées (loyer, charges fiscales, charges locataires, remboursement des dépenses d'investissement pré-financées) ne dépassent pas les 450.000 euros.
1° leur gestion ;
2° leur aliénation, pour autant que l'incidence budgétaire n'excède pas 1.250.000 euros.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre chargé de la rénovation rurale et de la conservation de la nature, a délégation pour l'aliénation de forêts, de zones d'espaces verts, de zones naturelles, d'eaux de pêche et de terres pour l'aménagement d'espaces verts publics, ayant été désaffectés.
§ 2. Le Ministre flamand chargé de la politique générale en matière de services facilitaires, a délégation pour la conclusion, modification et cessation de conventions d'une durée maximale de douze ans, pour la location de biens immeubles destinés principalement au logement de bureaux pour les Ministres flamands, et dont :
1° la superficie brute maximale prise en location est de 3 000 m ;
2° le total des dépenses annuelles relatées (loyer, charges fiscales, charges locataires, remboursement des dépenses d'investissement pré-financées) ne dépassent pas les 450.000 euros.
Art. 11. In afwijking van artikel 6, 2°, heeft de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, delegatie om:
1° in geval van uitvoerend beslag op de goederen opgenomen in de verklaring, vermeld in artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek voor het bedrag van de vordering een blokkerende vastlegging en de eventueel hiervoor noodzakelijke herschikking binnen een begrotingsprogramma door te voeren, al dan niet over de kredietsoorten heen, op de beschikbare begrotingskredieten van de minister die bevoegd is voor de aangelegenheid die aanleiding heeft gegeven tot het beslag;
2° in geval van uitvoerend beslag op andere tegoeden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest voor het bedrag van de vordering, voor maximaal 5.000.000 euro, een blokkerende vastlegging en de eventueel hiervoor noodzakelijke herschikking binnen een begrotingsprogramma door te voeren, al dan niet over de kredietsoorten heen, op de beschikbare begrotingskredieten van de minister die bevoegd is voor de aangelegenheid die aanleiding heeft gegeven tot het beslag.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, kan als ordonnateur optreden om het uitgevoerde beslag aan te rekenen op de genomen blokkerende vastlegging.
1° in geval van uitvoerend beslag op de goederen opgenomen in de verklaring, vermeld in artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek voor het bedrag van de vordering een blokkerende vastlegging en de eventueel hiervoor noodzakelijke herschikking binnen een begrotingsprogramma door te voeren, al dan niet over de kredietsoorten heen, op de beschikbare begrotingskredieten van de minister die bevoegd is voor de aangelegenheid die aanleiding heeft gegeven tot het beslag;
2° in geval van uitvoerend beslag op andere tegoeden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest voor het bedrag van de vordering, voor maximaal 5.000.000 euro, een blokkerende vastlegging en de eventueel hiervoor noodzakelijke herschikking binnen een begrotingsprogramma door te voeren, al dan niet over de kredietsoorten heen, op de beschikbare begrotingskredieten van de minister die bevoegd is voor de aangelegenheid die aanleiding heeft gegeven tot het beslag.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, kan als ordonnateur optreden om het uitgevoerde beslag aan te rekenen op de genomen blokkerende vastlegging.
Art. 11. En dérogation à l'article 6, 2°, le Ministre flamand, chargé des finances et du budget, est vêtu de la délégation :
1° dans le cas d'une saisie conservatoire des biens repris dans la déclaration, visée à l'article 1412bis du Code judiciaire, de procéder à un engagement bloqué et à un ajustement nécessaire éventuel du programme budgétaire pour le montant de la demande, quelque soit la nature des crédits, sur les crédits budgétaires disponibles du Ministre chargé de l'affaire ayant donné lieu à la saisie ;
2° dans le cas d'une saisie-exécutoire d'autres biens de la Communauté flamande ou de la Région flamande, pour au maximum 5.000.000 euros, de procéder à un engagement bloqué et à un ajustement nécessaire éventuel du programme budgétaire, quelque soit la nature des crédits, sur les crédits budgétaires disponibles du Ministre chargé de l'affaire ayant donné lieu à la saisie.
Le Ministre flamand, chargé des finances et des budgets, peut agir en tant qu'ordonnateur en vue de comptabiliser la saisie exécutée sur l'engagement bloqué.
1° dans le cas d'une saisie conservatoire des biens repris dans la déclaration, visée à l'article 1412bis du Code judiciaire, de procéder à un engagement bloqué et à un ajustement nécessaire éventuel du programme budgétaire pour le montant de la demande, quelque soit la nature des crédits, sur les crédits budgétaires disponibles du Ministre chargé de l'affaire ayant donné lieu à la saisie ;
2° dans le cas d'une saisie-exécutoire d'autres biens de la Communauté flamande ou de la Région flamande, pour au maximum 5.000.000 euros, de procéder à un engagement bloqué et à un ajustement nécessaire éventuel du programme budgétaire, quelque soit la nature des crédits, sur les crédits budgétaires disponibles du Ministre chargé de l'affaire ayant donné lieu à la saisie.
Le Ministre flamand, chargé des finances et des budgets, peut agir en tant qu'ordonnateur en vue de comptabiliser la saisie exécutée sur l'engagement bloqué.
Art. 12. § 1. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om vorderingen waarvan de hoofdsom niet meer dan 25.000 euro bedraagt, te erkennen als last als vermeld in artikel 53, § 2, tweede lid, 2°, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995.
§ 2. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, heeft delegatie om ter uitvoering van artikel 91 van het decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting:
1° de saldi die voor de berekening van het bedrag van de herverdeling naar de provisie investeringsmiddelen in aanmerking komen, te beperken;
2° de kredieten vast te stellen die herverdeeld kunnen worden naar de provisie, vermeld in punt 1°.]1
[2 § 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om:
1° rentegevende financieringsmiddelen met inbegrip van thesauriebewijzen als vermeld in artikel 3 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen, te creëren;
2° de voorwaarden en de terugbetalingstermijnen te bepalen of aan te passen, of, in het algemeen, daarover met de geldschieters overeenkomsten af te sluiten;
3° elke verrichting te doen voor het financieel beheer in het algemeen belang, met inbegrip van het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die kaderen in de directe financiering van te consolideren instellingen alsook het stellen van de waarborg van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, naargelang het geval, van dergelijke operaties door derden;
4° de terugbetaling van kapitaalsaflossingen van leningen van de directe schuld die op vervaldag komen, door middel van leningen te dekken.]2
[2 § 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om het jaarlijkse percentage vast te stellen van de verbintenissen dat volgens de statistische gegevens over de saldi en de ordonnanties effectief vereffend wordt, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.]2
[3 § 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om schadevergoedingen in het kader van het Indemniteitsdecreet van 21 januari 2022, die niet meer dan 500.000 euro bedragen te erkennen als last als vermeld in artikel 53, § 2, tweede lid, 2°, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995.]3
§ 2. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, heeft delegatie om ter uitvoering van artikel 91 van het decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting:
1° de saldi die voor de berekening van het bedrag van de herverdeling naar de provisie investeringsmiddelen in aanmerking komen, te beperken;
2° de kredieten vast te stellen die herverdeeld kunnen worden naar de provisie, vermeld in punt 1°.]1
[2 § 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om:
1° rentegevende financieringsmiddelen met inbegrip van thesauriebewijzen als vermeld in artikel 3 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen, te creëren;
2° de voorwaarden en de terugbetalingstermijnen te bepalen of aan te passen, of, in het algemeen, daarover met de geldschieters overeenkomsten af te sluiten;
3° elke verrichting te doen voor het financieel beheer in het algemeen belang, met inbegrip van het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die kaderen in de directe financiering van te consolideren instellingen alsook het stellen van de waarborg van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, naargelang het geval, van dergelijke operaties door derden;
4° de terugbetaling van kapitaalsaflossingen van leningen van de directe schuld die op vervaldag komen, door middel van leningen te dekken.]2
[2 § 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om het jaarlijkse percentage vast te stellen van de verbintenissen dat volgens de statistische gegevens over de saldi en de ordonnanties effectief vereffend wordt, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.]2
[3 § 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om schadevergoedingen in het kader van het Indemniteitsdecreet van 21 januari 2022, die niet meer dan 500.000 euro bedragen te erkennen als last als vermeld in artikel 53, § 2, tweede lid, 2°, van het decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995.]3
Art. 12. § 1er. Le Ministre flamand chargé des finances et des budgets, a délégation pour agréer les créances dont le principal n'est pas supérieur à 25.000 euros, à agréer comme charge telle que visée à l'article 53, § 2, alinéa deux, 2°, du décret du 21 décembre 1994 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1995.
§ 2. [1 Le Ministre flamand, chargé des finances et du budget, a la délégation, en exécution de l'article 91 du décret du 18 décembre 2015 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget :
1° de limiter les soldes pouvant faire l'objet du montant de la redistribution à la provision des moyens d'investissement ;
2° de fixer les crédits pouvant être redistribués à la provision, visée au point 1°.]1
[2 § 3. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour :
1° créer des moyens de financement productifs d'intérêts, y compris les billets de trésorerie tels que visés à l'article 3 de la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt ;
2° fixer ou adapter les conditions et les délais de remboursement, ou, en général, conclure des accords à ce sujet avec les bailleurs de fonds ;
3° effectuer, dans l'intérêt public, toute opération de gestion comptable, y compris l'octroi de prêts ou de crédits et la prise de participations s'inscrivant dans le financement direct d'institutions à consolider, ainsi que l'octroi de la garantie de la Communauté flamande ou de la Région flamande, selon la cas, de telles opérations effectuées par des tiers ;
4° couvrir par des prêts, le remboursement d'amortissements du capital de prêts de la dette directe, venant à date d'échéance.]2
[2 § 4. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour fixer le pourcentage annuel des engagements liquidés de manière effective selon les données statistiques en matière de soldes et d'ordonnances, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande.]2
[3 § 5. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour reconnaître comme charge, telle que visée à l'article 53, § 2, alinéa 2, 2°, du décret du 21 décembre 1994 contenant des dispositions accompagnant le budget 1995, les indemnités dans le cadre du Décret relatif aux indemnités du 21 janvier 2022, les indemnités qui ne dépassent pas 500 000 euros.]3
§ 2. [1 Le Ministre flamand, chargé des finances et du budget, a la délégation, en exécution de l'article 91 du décret du 18 décembre 2015 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget :
1° de limiter les soldes pouvant faire l'objet du montant de la redistribution à la provision des moyens d'investissement ;
2° de fixer les crédits pouvant être redistribués à la provision, visée au point 1°.]1
[2 § 3. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour :
1° créer des moyens de financement productifs d'intérêts, y compris les billets de trésorerie tels que visés à l'article 3 de la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trésorerie et aux certificats de dépôt ;
2° fixer ou adapter les conditions et les délais de remboursement, ou, en général, conclure des accords à ce sujet avec les bailleurs de fonds ;
3° effectuer, dans l'intérêt public, toute opération de gestion comptable, y compris l'octroi de prêts ou de crédits et la prise de participations s'inscrivant dans le financement direct d'institutions à consolider, ainsi que l'octroi de la garantie de la Communauté flamande ou de la Région flamande, selon la cas, de telles opérations effectuées par des tiers ;
4° couvrir par des prêts, le remboursement d'amortissements du capital de prêts de la dette directe, venant à date d'échéance.]2
[2 § 4. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour fixer le pourcentage annuel des engagements liquidés de manière effective selon les données statistiques en matière de soldes et d'ordonnances, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande.]2
[3 § 5. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour reconnaître comme charge, telle que visée à l'article 53, § 2, alinéa 2, 2°, du décret du 21 décembre 1994 contenant des dispositions accompagnant le budget 1995, les indemnités dans le cadre du Décret relatif aux indemnités du 21 janvier 2022, les indemnités qui ne dépassent pas 500 000 euros.]3
Art. 13. [1 ...]1
De leden van de Vlaamse Regering hebben delegatie om onteigeningsmachtigingen te verlenen aan instellingen of rechtspersonen die onder hun bevoegdheid vallen.
De leden van de Vlaamse Regering hebben delegatie om onteigeningsmachtigingen te verlenen aan instellingen of rechtspersonen die onder hun bevoegdheid vallen.
Modifications
Art. 13. [1 ...]1
Les membres du Gouvernement flamand ont la délégation d'accorder des autorisations d'expropriation à des institutions ou personnes morales relevant de leur compétence.
Les membres du Gouvernement flamand ont la délégation d'accorder des autorisations d'expropriation à des institutions ou personnes morales relevant de leur compétence.
Modifications
Art. 13/1. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het beleid, heeft delegatie om te beslissen over de beroepen inzake gemeentelijke rooilijnplannen of opheffing van gemeentewegen, vermeld in artikel 24 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en over de beroepen inzake aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, vermeld in artikel 31/1 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.]1
[2 De Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het beleid, heeft delegatie om, conform artikel 295 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, bestaande gewestwegen of gedeelten van gewestwegen in te delen bij de gemeentewegen, op voorwaarde dat de gemeenteraad daarmee instemt.]2
[2 De Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het beleid, heeft delegatie om, conform artikel 295 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, bestaande gewestwegen of gedeelten van gewestwegen in te delen bij de gemeentewegen, op voorwaarde dat de gemeenteraad daarmee instemt.]2
Art. 13/1. [1 Le ministre flamand compétent pour l'infrastructure routière et la politique a délégation pour statuer sur les recours en matière de plans d'alignement communaux ou de suppression de routes communales, visés à l'article 24 du décret du 3 mai 2019 sur les routes communales, et les recours en matière d'aménagement, de modification, de déplacement ou de suppression d'une route communale, visés à l'article 31/1 du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement.]1
[2 Le ministre flamand compétent pour l'infrastructure routière et la politique, a délégation, conformément à l'article 295 du décret sur l'administration locale du 22 décembre 2017, pour classer des routes régionales existantes ou des tronçons de routes régionales dans les routes communales, à condition que le conseil communal y consent.]2
[2 Le ministre flamand compétent pour l'infrastructure routière et la politique, a délégation, conformément à l'article 295 du décret sur l'administration locale du 22 décembre 2017, pour classer des routes régionales existantes ou des tronçons de routes régionales dans les routes communales, à condition que le conseil communal y consent.]2
Art. 13/2. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, heeft delegatie om de diensten met afzonderlijk beheer Landcommanderij Alden Biesen, Kasteel van Gaasbeek en Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen toestemming te geven om bijkomende verbintenissen aan te gaan ten belope van de door de diensten gerealiseerde meerontvangsten, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.]1
Art. 13/2. [1 Le Ministre flamand ayant les affaires culturelles dans ses attributions, a délégation pour accorder aux services à gestion séparée " Commanderie d'Alden Biesen, Château de Gaasbeek " et " Musée Royal des Beaux-Arts - Anvers ", la permission de contracter des engagements additionnels à concurrence des recettes supplémentaires réalisées par les services, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande.]1
Art. 13/3. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, heeft delegatie om de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen in het kader van haar bevoegdheid voor sociale huisvesting te machtigen om:
1° marktconforme leningen en bulletleningen te verstrekken, met of zonder rentekortingen;
2° [2 ...]2
3° grondaankopen te financieren vanuit het Rollend Grondfonds.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, heeft delegatie om het Vlaams Woningfonds in het kader van zijn bevoegdheid voor sociale huisvesting te machtigen bijzondere sociale leningen te verstrekken aan particulieren. ]1
1° marktconforme leningen en bulletleningen te verstrekken, met of zonder rentekortingen;
2° [2 ...]2
3° grondaankopen te financieren vanuit het Rollend Grondfonds.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, heeft delegatie om het Vlaams Woningfonds in het kader van zijn bevoegdheid voor sociale huisvesting te machtigen bijzondere sociale leningen te verstrekken aan particulieren. ]1
Art. 13/3. [1 Le Ministre flamand ayant le logement dans ses attributions a délégation pour autoriser la Société flamande du Logement social, dans le cadre de sa compétence en matière de logement social,
1° d'octroyer des prêts conformes au marché et des prêts remboursables, avec ou sans réductions d'intérêts ;
2° -2 ...]2
3° de financier des achats de terrain à partir du Fonds foncier roulant.
Le Ministre flamand ayant logement dans ses attributions a délégation pour autoriser le Fonds flamand du Logement, dans le cadre de sa compétence en matière de logement social, d'octroyer des prêts sociaux spéciaux à des personnes privées.]1
1° d'octroyer des prêts conformes au marché et des prêts remboursables, avec ou sans réductions d'intérêts ;
2° -2 ...]2
3° de financier des achats de terrain à partir du Fonds foncier roulant.
Le Ministre flamand ayant logement dans ses attributions a délégation pour autoriser le Fonds flamand du Logement, dans le cadre de sa compétence en matière de logement social, d'octroyer des prêts sociaux spéciaux à des personnes privées.]1
Art. 13/4. [1 Art. 13/4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, het wetenschapsbeleid en het technologisch innovatiebeleid, heeft delegatie om in het kader van de opdracht van het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 uitgaven tot 500.000 euro aan te gaan die passen in het sociale, economische en regionale beleid van de Vlaamse Regering.]1
Art. 13/4. [1 Dans le cadre de la mission du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2, le Ministre flamand ayant l'économie, la politique scientifique et la politique d'innovation technologique dans ses attributions, a délégation pour engager des dépenses inférieures ou égales à 500.000 euros, s'inscrivant dans le cadre de la politique sociale, économique et régionale du Gouvernement flamand. ]1
Art.13/5. [1 De Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, heeft delegatie om te beslissen over de startdatum en de verlenging van de civiele noodsituatie, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2° en 3°, van het decreet van 17 oktober 2018 houdende afwijkingen op de gewestelijke vergunningsplicht in geval van civiele noodsituatie.]1
Art.13/5. [1 Le Ministre flamand chargé de la politique énergétique, a la délégation de statuer sur la date de début et la prolongation de la situation d'urgence civile, visée à l'article 4, alinéa 1er, 2° et 3°, du décret du 17 octobre 2018 portant dérogation à l'obligation régionale d'autorisation en situation d'urgence civile.]1
Modifications
Art.13/6. [1 In afwijking van artikel 6, 3°, hebben de leden van de Vlaamse Regering delegatie om een voorstel tot toekenning van onderscheidingen in de Nationale Orden of van burgerlijke eretekens aan personeelsleden, ter beslissing aan de federale overheid voor te leggen.]1
Art.13/6. [1 Par dérogation à l'article 6, 3°, les membres du Gouvernement flamand ont délégation pour soumettre à l'autorité fédérale pour décision, une proposition d'attribution de décorations dans les Ordres nationaux ou de décorations civiles aux membres du personnel.]1
HOOFDSTUK 3. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions générales
Art. 14. De leden van de Vlaamse Regering kunnen hun bevoegdheden, gedelegeerd overeenkomstig hoofdstuk 2, delegeren aan personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Ze kunnen die personeelsleden machtigen om, als ze daarvan kennis geven, die bevoegdheden verder te delegeren en te laten subdelegeren aan personeelsleden die onderworpen zijn aan hun hiërarchisch gezag.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, kan aan de provinciegouverneurs en aan de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant bevoegdheden delegeren inzake de uitvoering van de begroting en gunning van overheidsopdrachten wat de begrotingskredieten voor algemene werkingskosten of investeringsgoederen ten behoeve van de gouverneurs betreft. Hij kan aan de provinciegouverneurs diezelfde bevoegdheden delegeren wat de begrotingskredieten voor algemene werkingskosten of investeringsgoederen ten behoeve van de arrondissementscommissarissen en de gewestelijke ontvangers betreft. Hij kan die gouverneurs machtigen om, als ze daarvan kennisgeven, die bevoegdheden verder te delegeren aan de arrondissementscommissarissen.
De delegaties die aan personeelsleden zijn verleend in aangelegenheden die aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn overgedragen, blijven gelden tot ze gewijzigd of opgeheven worden, binnen de grenzen bepaald door dit besluit.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, kan aan de provinciegouverneurs en aan de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant bevoegdheden delegeren inzake de uitvoering van de begroting en gunning van overheidsopdrachten wat de begrotingskredieten voor algemene werkingskosten of investeringsgoederen ten behoeve van de gouverneurs betreft. Hij kan aan de provinciegouverneurs diezelfde bevoegdheden delegeren wat de begrotingskredieten voor algemene werkingskosten of investeringsgoederen ten behoeve van de arrondissementscommissarissen en de gewestelijke ontvangers betreft. Hij kan die gouverneurs machtigen om, als ze daarvan kennisgeven, die bevoegdheden verder te delegeren aan de arrondissementscommissarissen.
De delegaties die aan personeelsleden zijn verleend in aangelegenheden die aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn overgedragen, blijven gelden tot ze gewijzigd of opgeheven worden, binnen de grenzen bepaald door dit besluit.
Art. 14. Les membres du Gouvernement flamand peuvent déléguer leurs compétences de décision qui leur sont déléguées conformément au chapitre 2, à des membres du personnel des services du Gouvernement flamand et des institutions et personnes morales relevant de la Communauté flamande ou de la Région flamande. Ils peuvent habiliter ces membres du personnel à sous-déléguer et à faire sous-déléguer ces compétences à des membres du personnel soumis à leur autorité hiérarchique, moyennant notification.
Le Ministre flamand, chargé des affaires intérieures, peut déléguer aux gouverneurs de province et à l'adjoint du gouverneur de la province du Brabant flamand des compétences en matière d'exécution du budget et d'attribution de marchés publics pour ce qui est des crédits budgétaires pour frais généraux de fonctionnement ou biens d'investissement au bénéfice des gouverneurs. Il peut déléguer aux gouverneurs de province les mêmes compétences pour ce qui est des crédits budgétaires pour frais généraux de fonctionnement ou biens d'investissement au bénéfice des commissaires d'arrondissement et des receveurs régionaux. Il peut autoriser lesdits gouverneurs, moyennant notification de ces derniers, à sous-déléguer ces compétences aux commissaires d'arrondissement.
Les délégations conférées aux membres du personnel dans les matières transférées à la Communauté flamande ou à la Région flamande restent d'application jusqu'à ce qu'elles soient modifiées ou abrogées, dans les limites fixées par le présent chapitre.
Le Ministre flamand, chargé des affaires intérieures, peut déléguer aux gouverneurs de province et à l'adjoint du gouverneur de la province du Brabant flamand des compétences en matière d'exécution du budget et d'attribution de marchés publics pour ce qui est des crédits budgétaires pour frais généraux de fonctionnement ou biens d'investissement au bénéfice des gouverneurs. Il peut déléguer aux gouverneurs de province les mêmes compétences pour ce qui est des crédits budgétaires pour frais généraux de fonctionnement ou biens d'investissement au bénéfice des commissaires d'arrondissement et des receveurs régionaux. Il peut autoriser lesdits gouverneurs, moyennant notification de ces derniers, à sous-déléguer ces compétences aux commissaires d'arrondissement.
Les délégations conférées aux membres du personnel dans les matières transférées à la Communauté flamande ou à la Région flamande restent d'application jusqu'à ce qu'elles soient modifiées ou abrogées, dans les limites fixées par le présent chapitre.
Art. 15. De besluiten van de Vlaamse Regering en de samenwerkingsakkoorden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest met de Staat of met andere gewesten of gemeenschappen worden namens de Vlaamse Regering ondertekend door de minister-president en door het lid aan wie de aangelegenheid in kwestie toegewezen is.
[1 De notificaties van de beslissingen van de Vlaamse Regering worden namens de Vlaamse Regering ondertekend door de secretaris van de Vlaamse Regering.]1
[1 De notificaties van de beslissingen van de Vlaamse Regering worden namens de Vlaamse Regering ondertekend door de secretaris van de Vlaamse Regering.]1
Art. 15. Les arrêtés du Gouvernement flamand et les accords de coopération de la Communauté flamande ou de la Région flamande conclus avec l'Etat ou d'autres Régions ou Communautés sont signés au nom du Gouvernement flamand par le Ministre-Président et le membre compétent pour la matière concernée.
[1 Les notifications des décisions du Gouvernement flamand sont signées au nom du Gouvernement flamand par le secrétaire du Gouvernement flamand.]1
[1 Les notifications des décisions du Gouvernement flamand sont signées au nom du Gouvernement flamand par le secrétaire du Gouvernement flamand.]1
Modifications
Modifications
Art. 16. Als de minister-president of een lid van de Vlaamse Regering afwezig of verhinderd is, wordt een regeling voor plaatsvervanging getroffen.
Art. 16. En cas d'absence ou d'empêchement du Ministre-Président ou d'un membre du Gouvernement flamand, il est pourvu à leur remplacement.
HOOFDSTUK 4. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions transitoires et finales
Art. 17. Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2009 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt opgeheven.
Art. 17. L'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2009 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, est abrogé.
Art. 18. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 25 juli 2014.
Art. 18. Le présent arrêté produit ses effets le 25 juillet 2014.
Art. 19. De leden van de Vlaamse Regering zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Les membres du Gouvernement flamand sont chargés, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exécution du présent arrêté.