Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de procedures voor de aanvraag en de toekenning van de vergunning en de subsidies voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters (Aangehaald als : Procedurebesluit)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-07-2014 en tekstbijwerking tot 03-10-2025)
Titre
9 MAI 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand portant les procédures relatives à la demande et l'octroi de l'autorisation et des subventions pour l'accueil familial et de groupe de bébés et de bambins (cité comme : Arrêté de Procédure)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-07-2014 et mise à jour au 03-10-2025)
Informations sur le document
Numac: 2014035893
Datum: 2014-05-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014035893
Date: 2014-05-09
Moniteur: Voir
Table des matières
TITEL 1. - Algemene bepalingen TITEL 2. - Vergunning HOOFDSTUK 1. - Algemeen HOOFDSTUK 2. - Aanvraag, toekenning en stopzett... Afdeling 1. - Aanvraag van een vergunning Afdeling 2. - Aanvraag tot aanpassing van een v... Afdeling 2/1. - [1 Aanvraag van een vergunning ... Afdeling 3. - Ontvankelijkheid van de aanvraag ... Afdeling 4. - Gegrondheid van de aanvraag van e... Afdeling 5. - Stopzetting van de vergunning Onderafdeling 1. - Niet starten binnen de termijn Onderafdeling 2. - Geen kinderopvangprestaties ... Onderafdeling 3. - Beslissing van de organisato... Onderafdeling 4. - Beslissing van de organisato... HOOFDSTUK 3. - Attesten in het kader van een ve... Afdeling 1. - Brandveiligheidsattest Onderafdeling 1. - Aanvraag Onderafdeling 2. - Verlenging of omzetting van ... Afdeling 2. - Verslag over de infrastructuur Afdeling 3. - Attest tot afwijking van de vergu... Onderafdeling 1. - Infrastructuur, leefgroepind... Onderafdeling 2. Afdeling 4. [1 Opportuniteitsadvies.]1 TITEL 3. - Subsidie HOOFDSTUK 1. - Algemeen HOOFDSTUK 2. - Programmatieregels en algemene o... HOOFDSTUK 3. - Aanvraag en toekenning van een s... Afdeling 1. - Aanvraag Afdeling 1/1. - [1 Subsidiebelofte bij wijzigin... Afdeling 2. - Ontvankelijkheid van de aanvraag Afdeling 3. - Gegrondheid van de aanvraag Afdeling 4. - Verlenging van de subsidiebelofte HOOFDSTUK 4. - Aanvraag, toekenning en stopzett... Afdeling 1. - Aanvraag Onderafdeling 1. - Aanvraag van een subsidietoe... Onderafdeling 2. Onderafdeling 3. - Aanvraag tot wijziging van e... Onderafdeling 4. - Aanvraag van een subsidietoe... Onderafdeling 5. - Aanvraag van een subsidie vo... Onderafdeling 6. [1 Aanvraag tot uitbetaling ... Afdeling 2. - Ontvankelijkheid van de aanvraag Afdeling 3. - Gegrondheid van de aanvraag Afdeling 4. - Heractiveren van een toekenning v... Afdeling 5. - Stopzetting van de subsidie[ -1 .... TITEL 4. - Bezwaar tegen de beslissing van [1 h... TITEL 4/1. [1 Convenanten en het agentschap als... TITEL 4/2. [1 Gevolgen van de vrijwillige samen... TITEL 5. - Slotbepalingen HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen Afdeling 1. - Omzetting van lopende procedures Afdeling 2. - Omzetting van een bestaande princ... Afdeling 3. - Bestaande organisatoren Afdeling 4. - Nieuwe aanvragen Afdeling 5. - Hangende bezwaren of beroepen HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtredingsbepaling en uit...
Table des matières
TITRE 1er. - Dispositions générales TITRE 2. - Autorisation CHAPITRE 1er. - Généralités CHAPITRE 2. - Demande, octroi et cessation d'un... Section 1re. - Demande d'une autorisation Section 2. - Demande d'adaptation d'une autoris... Section 2.1. - [1 Demande d'une autorisation lo... Section 3. - Recevabilité de la demande d'une a... Section 4. - Bien-fondé de la demande d'une aut... Section 5. - Cessation de l'autorisation Sous-section 1re. - Non démarrage dans le délai... Sous-section 2. - Absence de prestations d'accu... Sous-section 3. - Décision de l'organisateur de... Sous-section 4. - Décision de l'organisateur de... CHAPITRE 3. - Attestations dans le cadre d'une ... Section 1re. - Attestation de sécurité incendie Sous-section 1re. - Demande Sous-section 2. - Prolongation ou transposition... Section 2. - Rapport sur l'infrastructure Section 3. - Attestation de dérogation des cond... Sous-section 1re. - Infrastructure, répartition... Sous-section 2. Section 4. [1 Avis sur l'opportunité]1 TITRE 3. - Subvention CHAPITRE 1er. - Généralités CHAPITRE 2. - Règles de programmation et appel ... CHAPITRE 3. - Demande et octroi d'une promesse ... Section 1re. - Demande Section 1/1. - [1 Promesse de subvention lors d... Section 2. - Recevabilité de la demande Section 3. - Bien-fondé de la demande Section 4. - Prolongation de la promesse de sub... CHAPITRE 4. - Demande, octroi et cessation de l... Section 1re. - Demande Sous-section 1re. - Demande d'un octroi de subv... Sous-section 2. Sous-section 3. - Demande de modification d'un ... Sous-section 4. - Demande d'un octroi de subven... Sous-section 5. - Demande d'une subvention pour... Sous-section 6. [1 Demande de paiement de la ... Section 2. - Recevabilité de la demande Section 3. - Bien-fondé de la demande Section 4. - Réactivation de l'octroi d'une sub... Section 5. - Cessation de la subvention [1 ...]1 TITRE 4. - Réclamation contre la décision de re... TITRE 4/1. [1 Les conventions et l'agence en ta... TITRE 4/2. [1 Conséquences de la fusion volonta... TITRE 5. - Dispositions finales CHAPITRE 1er. - Dispositions transitoires Section 1re. - Transposition des procédures en ... Section 2. - Transposition d'une approbation de... Section 3. - Organisateurs existants Section 4. - Nouvelles demandes Section 5. - Objections ou recours en cours CHAPITRE 2. - Disposition d'entrée en vigueur e...
Tekst (204)
Texte (204)
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
[5 agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien Regie;]5
2° brandveiligheidsattest: een brandveiligheidsattest als vermeld in artikel 23, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
3° brandveiligheidsvoorschriften: de specifieke brandveiligheidsvoorschriften, vermeld in artikel 23 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
4° decreet van 20 april 2012: het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
5° elektronische handtekening: een geavanceerde elektronische handtekening met gekwalificeerd certificaat als vermeld in artikel 2, 2° en 4°, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor de elektronische handtekening,de elektronisch aangetekende zending en certificatiediensten;
6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
[2 6° /1 nieuwe gemeente: het lokaal bestuur van de nieuwe gemeente, [3 "vermeld in artikel 343, 2°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur]3;]2
[4 6° /2 nieuwe kinderopvangplaats: een kinderopvangplaats waarvoor gedurende minstens drie maanden voor de algemene oproep tot op de dag dat het agentschap een algemene oproep als vermeld in artikel 57, § 3, naar de organisatoren stuurt, geen vergunning is toegekend of een vergunning is toegekend maar de kinderopvangplaats nog niet gestart is. Met een nieuwe kinderopvangplaats wordt gelijkgesteld: de kinderopvangplaats die vergund en opgestart is op de dag dat het agentschap de algemene oproep, vermeld in artikel 57, § 3, naar de organisatoren stuurt, op voorwaarde dat de organisator in een andere kinderopvanglocatie in dezelfde subsidiegroep een vergunning vraagt voor een nieuwe kinderopvangplaats en deze kinderopvangplaats opstart na de dag dat het agentschap de algemene oproep verstuurde en uiterlijk op het moment van de aanvraag van de subsidietoekenning na een subsidiebelofte, vermeld in artikel 79;]4
[2 [4 6° /3]4 /3OCMW: het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, [3 vermeld in het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur]3;]2
[7 6° /4 ondersteuningsnetwerk kinderopvang: het ondersteuningsnetwerk kinderopvang, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 houdende toekenning van een subsidie aan het ondersteuningsnetwerk kinderopvang;]7
7° opvangvorm: het soort kinderopvang dat de organisator aanbiedt, zijnde de groepsopvang, vermeld in artikel 4, 2°, van het decreet van 20 april 2012, of de gezinsopvang, vermeld in artikel 4, 1°, van het decreet van 20 april 2012;
[4 7° /0 programmatiesubsidie: de subsidie voor inkomenstarief, de plussubsidie, de subsidie voor centrum inclusieve kinderopvang, de subsidie voor dringende kinderopvang, de subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden of de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang, vermeld in artikel 1, 14°, 14° /1, 14° /2, 17°, 17° /1, en 18°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;"; ]4
[2 7° /1 samengevoegde gemeenten: het lokaal bestuur van de samengevoegde gemeenten,[3 ermeld in artikel 343, 4°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur]3;]2
[2 7° /2 [3 [7 starterstraject: het starterstraject, vermeld in artikel 8 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;]7]3
8° subsidie: een of meer van de subsidies, vermeld in artikel 1, 1°, 14°, 14° /1, 16°, 17°, 17° /1 en 18°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
9° technische commissie: de technische commissie voor de brandveiligheid, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
10° verslag over de infrastructuur: een verslag over de infrastructuur als vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
11° [1 [6 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]6.]1
Dit besluit wordt aangehaald als: Procedurebesluit van 9 mei 2014.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
[5 agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Opgroeien regie " (Grandir régie), créée par l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Grandir régie;]5
2° attestation de sécurité incendie : une attestation de sécurité incendie telle que visée l'article 23, alinéa deux, de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
3° prescriptions de sécurité incendie : les prescriptions de sécurité incendie spécifiques, visées à l'article 23 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
4° décret du 20 avril 2012 : le décret du 20 avril 2012 portant organisation de l'accueil de bébés et de bambins ;
5° signature électronique : une signature électronique avancée avec certificat qualifié tel que visé à l'article 2, 2° et 4°, de la loi du 9 juillet 2001 fixant certaines règles relatives au cadre juridique pour les signatures électroniques, l'envoi recommandé électronique et les services de certification ;
6° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes ;
[2 6° /1 nouvelle commune : l'administration locale de la nouvelle commune, telle que [3 visé à l'article 343, 2° du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ]3 ; ]2
[4 6° /2 nouveau site d'accueil d'enfants : un site d'accueil d'enfants pour lequel, pendant au moins trois mois avant l'appel général jusqu'au jour où l'agence envoie aux organisateurs un appel général tel que visé à l'article 57, § 3, l'autorisation n'a pas été délivrée, ou pour lequel l'autorisation a été délivrée mais le site d'accueil d'enfants n'a pas encore démarré. Est assimilé à un nouveau site d'accueil d'enfants : le site d'accueil d'enfants autorisé qui a démarré le jour où l'agence envoie aux organisateurs l'appel général visé à l'article 57, § 3, à condition que l'organisateur dans un autre site d'accueil d'enfants dans le même groupe de subventions demande une autorisation pour un nouveau site d'accueil d'enfants et démarre ce site d'accueil d'enfants après le jour où l'agence a envoyé l'appel général et au plus tard au moment de la demande d'octroi de la subvention à la suite d'une promesse de subvention visée à l'article 79 ; ]4
[2 [4 6° /3]4 CPAS : le centre Public d'aide sociale, [3 visé au décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale]3 ;]2
[7 6° /4 réseau d'appui à l'accueil d'enfants : le réseau d'appui à l'accueil d'enfants, visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 portant octroi d'une subvention au réseau d'appui à l'accueil d'enfants ;]7
7° type d'accueil : le type d'accueil d'enfants offert par l'organisateur, à savoir l'accueil d'un groupe, visé à l'article 4, 2°, du décret du 20 avril 2012 ou l'accueil familial, visé à l'article 4, 1°, du décret du 20 avril 2012 ;
[4 7° /0 subvention de programmation : la subvention pour la réalisation du tarif sur la base des revenus, la subvention supplémentaire, la subvention pour un Centre d'accueil inclusif d'enfants, la subvention pour l'accueil urgent des enfants, la subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles ou la subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants, mentionnées à l'article 1, 14°, 14° /1, 14° /2, 17°, 17° /1 et 18° de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ; ]4
[2 7° /1 communes fusionnées : l'administration locale des communes fusionnées, [3 visé à l'article 343, 4° du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale]3 ]2
[2 7° /2 [3 [7 le parcours starter, visé à l'article 8 de l'Arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013 ; ]7]3
8° subvention : une ou plusieurs des subventions, visées à l'article 1er, 1°, 14°, 14° /1, 16°, 17°, 17° /1er et 18° de l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013 ;
9° commission technique : la commission technique pour la sécurité incendie, visée à l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant création d'une commission technique pour la sécurité incendie dans les structures du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille ;
10° rapport sur l'infrastructure : un rapport sur l'infrastructure tel que visé à l'article 3 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 :
11° [1 [6 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]6.]1
Le présent arrêté est cité comme : Arrêté de Procédure du 9 mai 2014.
Art. 2. Ten aanzien van de organisator, en tenzij dit besluit het anders bepaalt, worden de termijnen voor het aantekenen van bezwaar die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving met een aangetekende brief of met een gewone brief door [1 het agentschap]1, berekend vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop de brief aan de postdiensten overhandigd is, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst.
Voor de berekening van alle termijnen als vermeld in dit besluit, is de vervaldag altijd in de termijn begrepen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Art. 2. Vis-à-vis de l'organisateur, et sauf stipulé autrement par le présent arrêté, les délais pour déposer une réclamation prenant cours à partir de la notification par lettre recommandée ou normale par [1 l'agence]1, sont calculés à partir du troisième jour ouvrable suivant le jour auquel la lettre a été remise à la poste, sauf preuve du contraire fournie par l'adressé.
Pour le calcul des délais tel que visé au présent arrêté, l'échéance est toujours comprise dans le délai. Lorsque le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, il est reporté au plus prochain jour ouvrable.
TITEL 2. - Vergunning
TITRE 2. - Autorisation
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art. 3. [2 Het agentschap]2 kent een vergunning voor gezinsopvang of groepsopvang toe als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de aanvraag van de organisator voor een vergunning is ontvankelijk;
2° na onderzoek ten gronde voldoet de organisator aan de startvoorwaarden.
Het aantal toe te kennen vergunde kinderopvangplaatsen is onder meer afhankelijk van:
1° voor gezinsopvang:
a) de vraag van de organisator;
b) de beschikbare infrastructuur volgens de verklaring op erewoord van de organisator, vermeld in artikel 3 en 9 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
c)[1 [3 het indicatief advies van het ondersteuningsnetwerk kinderopvang in het kader van het starterstraject, als dat van toepassing is;]3]1
2° voor groepsopvang:
a) de vraag van de organisator;
b) de beschikbare infrastructuur volgens het verslag over de infrastructuur met een positief advies;
c) de brandveiligheidsvoorschriften volgens het brandveiligheidsattest.
[3 d) het indicatief advies van het ondersteuningsnetwerk kinderopvang in het kader van het starterstraject, als dat van toepassing is.]3
Art. 3. [2 L'agence]2 octroie une autorisation pour l'accueil familial ou de groupe lorsque les conditions suivantes sont remplies :
1° la demande de l'organisateur pour une autorisation est recevable ;
2° après l'examen de fond, l'organisateur répond aux conditions de départ.
Le nombre de places d'accueil autorisées dépend de, entres autres :
1° pour l'accueil familial :
a) la demande de l'organisateur ;
b) l'infrastructure disponible, selon la déclaration sur l'honneur, visée aux articles 3 et 9 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
c)[1 [3 'avis indicatif du réseau d'appui à l'accueil d'enfants dans le cadre du parcours starter, si d'application ;]3]1 2° pour l'accueil de groupes :
a) la demande de l'organisateur ;
b) l'infrastructure disponible suivant le rapport sur l'infrastructure avec un avis favorable ;
c)les prescriptions de sécurité d'incendie suivant l'attestation de sécurité d'incendie.
[3 d) l'avis indicatif du réseau d'appui à l'accueil d'enfants dans le cadre du parcours starter, si d'application. ]3
Art. 4. [1 [2 Het agentschap]2 kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een vergunning te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.
Als [2 het agentschap]2 het voornemen heeft om de vergunning te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. De termijn, vermeld in artikel 20, wordt geschorst.]1

Art. 4. [1 Lors de l'évaluation de la question s'il a été répondu aux conditions pour obtenir une autorisation, [2 l'agence]2 peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que des autres éléments étant une indication fondée du fait que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions.
Lorsque [2 l'agence]2 a l'intention de refuser l'autorisation sur la base de l'indication fondée telle que visée à l'alinéa premier, l'organisateur est entendu. Le délai, visé à l'article 20, est suspendu.]1

Art. 5. Een organisator vraagt voor een vergunde kinderopvanglocatie een nieuwe vergunning aan in geval van:
1° een wijziging van de organisator;
2° een wijziging van de vestigingsplaats van de kinderopvanglocatie;
3° een wijziging van de opvangvorm.
Art. 5. Un organisateur demande une nouvelle autorisation pour un emplacement d'accueil d'enfants autorisé dans les cas suivants :
1° une modification de l'organisateur ;
2° une modification du lieu d'implantation de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° une modification du type d'accueil.
Art. 6. Een organisator vraagt voor een vergunde kinderopvanglocatie een aanpassing van de vergunning aan als hij een hoger aantal vergunde kinderopvangplaatsen wil. Als hij een lager aantal vergunde kinderopvangplaatsen wil, volstaat een elektronische melding daarvan aan [1 het agentschap]1, om een aangepaste vergunning toe te kennen.
Art. 6. Un organisateur demande une adaptation de l'autorisation pour un emplacement d'accueil d'enfants autorisé lorsqu'il souhaite un nombre supérieur de places d'accueil autorisées. Lorsqu'il souhaite un nombre inférieur de places d'accueil autorisées, une notification électronique à [1 l'agence]1 suffit, afin d'octroyer une autorisation adaptée.
Art. 7. Een organisator geeft voor een bestaande vergunning elke wijziging van de gegevens of documenten, vermeld in artikel 8 en 9, elektronisch of met de post door aan [1 het agentschap]1.
Art. 7. Pour une autorisation existante, chaque organisateur transmet toute modification des données ou documents, visés aux articles 8 et 9, par la voie électronique ou par courrier à [1 l'agence]1.
HOOFDSTUK 2. - Aanvraag, toekenning en stopzetting van een vergunning
CHAPITRE 2. - Demande, octroi et cessation d'une autorisation
Afdeling 1. - Aanvraag van een vergunning
Section 1re. - Demande d'une autorisation
Art. 8. De aanvraag van een vergunning voor gezinsopvang of voor groepsopvang wordt ingediend met het elektronische aanvraagformulier van [3 het agentschap]3, dat de volgende gegevens bevat:
1° de gegevens om te oordelen of de activiteit onder het toepassingsgebied van het decreet van 20 april 2012 valt:
a) de bevestiging dat de kinderopvang beroepsmatig en tegen betaling gebeurt;
b) de taal waarin de organisatie van de kinderopvang gebeurt;
2° de vermoedelijke startdatum van de kinderopvang;
3° de context van de aanvraag;
4° de gegevens over de organisator:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres en het ondernemingsnummer van de organisator;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, waaronder minstens de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de organisator;
5° de gegevens over de kinderopvanglocatie waarvoor de vergunning wordt aangevraagd:
a) de naam en het adres van de kinderopvanglocatie;
b) het gevraagde aantal kinderopvangplaatsen;
c) het feit of er kinderopvang 's nachts wordt georganiseerd;
d) het feit of er kinderen buitenschools worden opgevangen;
e) [1 het feit of en voor hoeveel plaatsen de kinderopvanglocatie zal voldoen aan de voorwaarden voor bepaalde subsidies;]1
[2 f) voor de organisator van groepsopvang: welke acties de organisator onderneemt naar aanleiding van het advies over de opportuniteit van het lokaal bestuur, vermeld in artikel 2, 3°, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;]2
[4 g) welke acties de organisator onderneemt naar aanleiding van een ongunstig advies of een gunstig advies met aandachtspunten van het ondersteuningsnetwerk kinderopvang in het kader van het starterstraject;]4
6° de toestemming van alle meerderjarige natuurlijke personen die de lokalen bewonen, om controlebezoeken te laten uitvoeren in de bewoonde lokalen die voor kinderopvang dienen;
7° de gegevens over de verantwoordelijke van de kinderopvanglocatie:
a) de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de verantwoordelijke, waaronder minstens de voor- en achternaam, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer, de geboortedatum, het geslacht, het telefoonnummer en het e-mailadres;
b) het hoogst behaalde kwalificatiebewijs dat relevant is om te werken als verantwoordelijke in de kinderopvanglocatie;
8° voor gezinsopvang:
a) de gegevens over de kinderbegeleiders, meer bepaald de identiteitsgegevens, waaronder de voor- en achternaam, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer, de geboortedatum, het geslacht en het hoogst behaalde kwalificatiebewijs dat relevant is om te werken als kinderbegeleider in de kinderopvanglocatie;
b) de voor- en achternaam van alle meerderjarige personen die regelmatig direct contact hebben met de kinderen in de kinderopvanglocatie;
9° een verklaring op erewoord over:
a) het feit dat de persoon die de aanvraag indient, gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator;
b) de kennisname van de werkingsvoorwaarden;
c) het bezit van de documenten, vermeld in artikel 2, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
d) [4 ...]4;
e)[4 ...]4;
f) [4 ...]4;
g) voor gezinsopvang: het voldoen aan de mogelijkheid tot veilige evacuatie en aan de maatregelen voor brandpreventie, vermeld in artikel 22 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
10° de datum en de elektronische handtekening van de organisator.
In afwijking van het eerste lid kan de organisator die niet beschikt over een Belgische identiteitskaart, de aanvraag van een vergunning met de post versturen, en met de hand ondertekenen.
Art. 8. La demande d'une autorisation pour un accueil familial ou de groupe est introduite à l'aide d'un formulaire de demande électronique de [3 l'agence]3, comprenant les données suivantes :
1° les données permettant d'évaluer si l'activité relève du champ d'application du décret du 20 avril 2012 :
a) la confirmation que l'accueil d'enfants est à titre professionnel et payant ;
b) la langue dans laquelle l'organisation de l'accueil d'enfants se fait ;
2° la date de début présumée de l'accueil d'enfants ;
3° le contexte de la demande ;
4° les informations sur l'organisateur :
a) le nom, la forme juridique, l'adresse et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
b) les données d'identité et de contact, dont au moins les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de la personne de contact de l'organisateur ;
5° les données sur l'emplacement d'accueil d'enfants pour laquelle l'autorisation est demandée ;
2° les nom et adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
b) le nombre demandé de places d'accueil d'enfants ;
c) le fait si l'accueil d'enfants est organisé la nuit ;
d) le fait si un accueil extrascolaire est offert aux enfants ;
e) [1 si la garderie répondra aux conditions d'éligibilité de certaines subventions et, si oui, pour combien de places ;]1
[2 f) pour l'organisateur d'accueil en groupe : les actions que l'organisateur entreprend en réponse à l'avis de l'administration locale sur l'opportunité, visé à l'article 2, 3° de l'Arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013;]2
[4 g) les actions prises par l'organisateur à la suite d'un avis défavorable ou d'un avis favorable avec des points d'attention du réseau d'appui à l'accueil d'enfants dans le cadre du parcours starter ; ]4
6° l'autorisation de toutes les personnes physiques majeures occupant les locaux, pour faire effectuer des visites de contrôle dans les locaux occupés affectés à l'accueil d'enfants ;
7° les données sur le responsable de l'emplacement d'accueil d'enfants :
a) les données d'identité et de contact du responsable, dont au moins les prénom et nom, le numéro du registre national ou le numéro d'étranger, la date de naissance, le sexe, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail ;
b) le certificat le plus élevé pertinent pour travailler comme responsable dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
8° pour l'accueil familial :
a) les données sur les accompagnateurs d'enfants, plus particulièrement les données d'identité, dont les prénom et nom, le numéro du registre national ou le numéro d'étranger, la date de naissance, le sexe et le certificat le plus élevé qui est pertinent pour travailler comme accompagnateur d'enfants dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
b) les prénom et nom de toutes les personnes majeures ayant des contacts réguliers avec les enfants dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
9° une déclaration sur l'honneur sur :
a) le fait que la personne introduisant la demande, est autorisée à agir au nom de l'organisateur ;
b) la prise de connaissance des conditions du fonctionnement ;
c) la possession des documents, visés à l'article 2, alinéa deux, de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
d) [4 ...]4 ;
e) [4 ...]4;
f) [4 ...]4;
g) pour l'accueil familial : répondre à la possibilité d'une évacuation sûre des enfants accueillis et prendre des mesures relatives à la prévention d'incendies, visée à l'article 22 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
10° la date et la signature électronique de l'organisateur.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'organisateur ne disposant pas d'une carte d'identité belge, peut envoyer la demande d'une attestation par la poste, et la signer à la main.
Art. 9. Naast het elektronische aanvraagformulier, vermeld in artikel 8, bezorgt de organisator de volgende documenten, met de post of elektronisch, volgens de administratieve richtlijnen van [4 het agentschap]4:
1° een uittreksel uit het strafregister van de organisator als vermeld in artikel 5 [6 en 58/1]6 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
2° een uittreksel uit het strafregister van de verantwoordelijke als [2 vermeld in artikel 4 en 40, § 2, eerste lid, 1°]2, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
[5 2/1° het indicatief advies van het ondersteuningsnetwerk kinderopvang in het kader van het starterstraject, als dat van toepassing is;]5
3° voor groepsopvang:
a) een verslag over de infrastructuur met [1 een advies infrastructuur]1;
b) het brandveiligheidsattest A of B;
[3 c) het advies over de opportuniteit van het lokaal bestuur, vermeld in artikel 52/2. Als het lokaal bestuur het opportuniteitsadvies niet binnen de termijn, vermeld in artikel 52/3, bezorgt, voegt de organisator het bewijs van de aanvraag van dat advies toe;]3
4° voor gezinsopvang:
a) een uittreksel uit het strafregister van alle kinderbegeleiders als [2 vermeld in artikel 10 en 43, § 2, eerste lid, 1°]2, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
b) een uittreksel uit het strafregister van alle personen met regelmatig direct contact in de kinderopvanglocatie als vermeld in artikel 10 en 45, eerste lid, 1°, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
c) een attest draagkracht van alle kinderbegeleiders.
Art. 9. Outre le formulaire de demande électronique, visée à l'article 8, l'organisateur transmet les documents suivants, par courrier ou par la voie électronique, conformément aux instructions administratives de [4 l'agence]4 :
1° un extrait du casier judiciaire de l'organisateur tel que visé aux articles 5 [6 et 58/1]6 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
2° un extrait du casier judiciaire de l'organisateur [2 tel que visé aux articles 4 et 40, § 2, alinéa premier, 1°]2, de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
[5 2° /1 l'avis indicatif du réseau d'appui à l'accueil d'enfants dans le cadre du parcours starter, si d'application ;]5
3° pour l'accueil de groupes :
a) un rapport sur l'infrastructure avec [1 un avis sur l'infrastructure]1 ;
b) l'attestation de sécurité incendie A ou B ;
[3 c) l'avis de l'administration locale sur l'opportunité, visé à l'article 52/2. Si l'administration locale n'envoie pas l'avis sur l'opportunité dans le délai visé à l'article 52/3, l'organisateur joint la preuve de la demande de cet avis ; ]3
4° pour l'accueil familial :
a) un extrait du casier judiciaire de l'organisateur [2 tel que visé aux articles 10 et 43, § 2, alinéa premier, 1°]2, de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
b) un extrait du casier judiciaire de toutes les personnes qui ont régulièrement des contacts directs dans l'emplacement d'accueil d'enfants tel que visé aux articles 10 et 45, alinéa premier, 1°, de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
c) une attestation de capacité de tous les accompagnateurs d'enfants.
Art. 10. De organisator die op het moment van de aanvraag van een vergunning minstens twaalf vergunningen heeft voor hetzij gezinsopvang hetzij groepsopvang, en een aanvraag indient voor dezelfde opvangvorm, moet de documenten, vermeld in artikel 9, niet bezorgen op voorwaarde dat:
1° hij op het elektronische aanvraagformulier, vermeld in artikel 8, bijkomend een verklaring op erewoord ondertekent dat hij:
a) de documenten, vermeld in artikel 9, heeft;
b) [1 ...]1 voor het gevraagde aantal kinderopvangplaatsen voor groepsopvang een verslag over de infrastructuur met een positief advies [2 , een advies over de opportuniteit van het lokaal bestuur als vermeld in artikel 52/2, of een bewijs van de aanvraag ervan]2 en een brandveiligheidsattest A of B heeft;
2° er geen gegronde indicatie is waaruit blijkt dat de verklaringen van de organisator niet overeenstemmen met de realiteit.
Art. 10. L'organisateur qui, au moment de la demande d'une autorisation, a au moins douze autorisations, soit pour l'accueil d'enfants soit pour l'accueil de groupes, et introduit une demande pour le même type d'accueil, ne doit pas transmettre les documents, visés à l'article 9, à condition :
1° qu'il signe une déclaration sur l'honneur supplémentaire sur le formulaire de demande électronique, certifiant :
a) qu'il dispose des documents, visés à l'article 9, alinéa premier ;
b) qu'il dispose [1 ...]1 d'un rapport sur l'infrastructure avec avis favorable [2 , d'un avis de l'administration locale sur l'opportunité visé à l'article 52/2, ou la preuve de sa demande]2, ainsi que d'une attestation de sécurité incendie A ou B pour le nombre de places d'accueil demandés pour l'accueil de groupe ;
2° qu'il n'y a aucune indication de fond, démontrant que les déclarations de l'organisateur ne correspondent pas à la réalité.
Art. 11. De organisator die een vergunning aanvraagt na een weigering van een eerdere aanvraag van een vergunning voor dezelfde kinderopvanglocatie, of na een opheffing van een vergunning voor die kinderopvanglocatie, bezorgt boven op de documenten, vermeld in artikel 9, bijkomende documenten waaruit blijkt dat de reden waarop de voorafgaande weigering of opheffing is gebaseerd, niet langer bestaat.
Art. 11. L'organisateur qui demande une autorisation après un refus d'une demande antérieure d'une autorisation pour le même emplacement d'accueil d'enfants, ou suivant une suspension d'une autorisation pour ledit emplacement d'accueil d'enfants, transmet, en complément des documents, visés à l'article 9, des documents démontrant que la raison du refus ou de la suspension préalable n'existe plus.
Afdeling 2. - Aanvraag tot aanpassing van een vergunning
Section 2. - Demande d'adaptation d'une autorisation
Art. 12. De aanvraag tot aanpassing van de vergunning wordt elektronisch ingediend met een specifiek aanvraagformulier van [2 het agentschap]2 dat de volgende gegevens bevat:
1° de identificatiegegevens van de organisator, meer bepaald de naam en het ondernemingsnummer;
2° de naam, het dossiernummer en het adres van de kinderopvanglocatie;
3° het aantal vergunde kinderopvangplaatsen dat men wenst na de aanpassing;
4° de datum vanaf wanneer men het aangepast aantal vergunde kinderopvangplaatsen wil;
[1 4/1° in geval van een aanvraag voor minstens negen bijkomende vergunde kinderopvangplaatsen: de acties die de organisator onderneemt naar aanleiding van het advies over de opportuniteit van het lokaal bestuur, vermeld in artikel 52/2;]1
5° de datum en de handtekening van de organisator.
Art. 12. La demande d'adaptation de l'autorisation est introduite par voie électronique à l'aide d'un formulaire de demande spécifique de [2 l'agence]2 comprenant les données suivantes :
1° les données d'identification de l'organisateur, notamment le nom et le numéro d'entreprise ;
2° le nom, le numéro du dossier et l'adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées souhaitées après l'adaptation ;
4° la date à partir de laquelle l'on souhaite le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées ;
[1 4/1° dans le cas d'une demande d'au moins neuf places supplémentaires d'accueil d'enfants autorisées : les actions entreprises par l'organisateur en réponse à l'avis de l'administration locale sur l'opportunité, visé à l'article 52/2 ;]1
5° la date et la signature de l'organisateur.
Art. 13. Naast het aanvraagformulier, vermeld in artikel 12, bezorgt de organisator voor groepsopvang de documenten, vermeld in [1 artikel 9, 3°, a) tot en met c) ]1, en voor gezinsopvang de documenten, vermeld in artikel 9, 4°, c), met de post of elektronisch, volgens de administratieve richtlijnen van [2 het agentschap]2.
De organisator die op het moment van de aanvraag tot aanpassing van een vergunning minstens twaalf vergunningen heeft voor hetzij gezinsopvang hetzij groepsopvang, en een aanvraag indient voor dezelfde opvangvorm, moet de documenten, vermeld in het eerste lid, niet bezorgen op voorwaarde dat:
1° hij op het aanvraagformulier, vermeld in artikel 12, bijkomend een verklaring op erewoord ondertekent dat hij voor groepsopvang de documenten, vermeld in artikel [1 artikel 9, 3°, a) tot en met c)]1), en voor gezinsopvang de documenten, vermeld in artikel 9, 4°, c), heeft;
2° er geen gegronde indicatie is waaruit blijkt dat de verklaringen van de organisator niet overeenstemmen met de realiteit.
Art. 13. Outre le formulaire de demande, visé à l'article 12, l'organisateur pour l'accueil de groupe transmet les documents, visées [1 à l'article 9, 3°, a) à c)]1, et pour ce qui est de l'accueil familial, les documents visés à l'article 9, 4°, c), par courrier ou par la voie électronique, conformément aux instructions administratives de [2 l'agence]2.
L'organisateur qui, au moment de la demande d'adaptation d'une autorisation, a au moins douze autorisations, soit pour l'accueil familial soit pour l'accueil de groupes, et introduit une demande pour le même type d'accueil, ne doit pas transmettre les documents, visés à l'alinéa premier, à condition :
1° qu'il signe, sur le formulaire de demande, visé à l'article 12, une déclaration sur l'honneur, certifiant qu'il dispose des documents pour l'accueil de groupe, visés [1 à l'article 9, 3°, a) à c)]1), et des documents pour l'accueil familial, visés à l'article 9, 4°, c) ;
2° qu'il n'y a aucun motif suffisant, démontrant que les déclarations de l'organisateur ne correspondent pas à la réalité.
Afdeling 2/1. - [1 Aanvraag van een vergunning bij wijziging van de organisator]1
Section 2.1. - [1 Demande d'une autorisation lors de la modification d'organisateur]1
Art. 13/1. [1 De organisator die op het moment van de aanvraag gelijktijdig een aanvraag indient voor verschillende vergunningen voor dezelfde opvangvorm die overgenomen worden van een andere organisator die de vergunningen wil stopzetten en die in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie :
1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;
2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur of brandveiligheid niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft;
3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.]1

Art. 13/1. [1 L'organisateur qui, au moment de la demande, introduit simultanément une demande pour différentes autorisations pour le même type d'accueil repris d'un autre organisateur qui souhaite cesser les autorisations mais qui ne change rien à l'organisation et aux personnes chargées de l'organisation :
1° ne doit pas remettre les documents visés à l'article 9 du présent arrêté ;
2° ne doit pas demander à nouveau les dérogations sur l'infrastructure ou sur la sécurité incendie déjà accordées, à condition qu'il respecte la décision sur la dérogation ;
3° ne doit pas répondre à la condition de départ visée à l'article 3 de l'Arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013.]1

Art. 13/2. [1 De organisator die wijzigt van rechtsvorm, maar in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie :
1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;
2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur, brandveiligheid, of organisatorisch beheer niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft;
3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.]1

Art. 13/2. [1 L'organisateur qui change de forme juridique, mais qui ne change rien à l'organisation et aux personnes en charge de l'organisation :
1° ne doit pas remettre les documents visés à l'article 9 du présent arrêté ;
2° ne doit pas demander à nouveau les dérogations sur l'infrastructure, ou sur la sécurité incendie déjà accordées, à condition qu'il respecte la décision sur la dérogation ;
3° ne doit pas répondre à la condition de départ visée à l'article 3 de l'Arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013.]1

Afdeling 3. - Ontvankelijkheid van de aanvraag van een vergunning
Section 3. - Recevabilité de la demande d'une autorisation
Art. 14. De aanvraag van een vergunning of tot aanpassing van een vergunning is ontvankelijk als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de activiteit waarvoor een vergunning gevraagd wordt, valt onder het toepassingsgebied van het decreet van 20 april 2012;
2° de aanvraag van de vergunning wordt op zijn vroegste zes maanden voor de voorziene start van de kinderopvanglocatie ingediend;
3° de aanvraag van de vergunning wordt elektronisch ingediend, tenzij de afwijking, vermeld in artikel 8, tweede lid, van toepassing is;
4° de aanvraag bevat de elementen, vermeld in artikel 8, 10 en 12, die van toepassing zijn;
5° de aanvraag bevat de documenten, vermeld in artikel 9, 11 en 13, die van toepassing zijn.
Art. 14. La demande d'une autorisation ou d'adaptation d'une autorisation est recevable lorsque les conditions suivantes sont remplies :
1° l'activité faisant l'objet de la demande d'autorisation, relève du champ d'application du décret du 20 avril 2012 ;
2° la demande de l'autorisation est introduite au plus tôt six mois avant le départ prévu de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° la demande de l'autorisation est introduite par voie électronique, sauf si la dérogation, visée à l'article 8, alinéa deux, est d'application ;
4° la demande comprend les éléments, visés aux articles 8, 10 et 12, qui sont d'application ;
5° la demande comprend les documents, visés aux articles 9, 11 et 13, qui sont d'application.
Art. 15. [1 Het agentschap]1 bezorgt na ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding. [1 Het agentschap]1 beslist over de ontvankelijkheid van de aanvraag uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum van de ontvangst van het aanvraagformulier, vermeld in artikel 8 en 12.
Art. 15. Après la réception de la demande, [1 l'agence]1 transmet un accusé de réception. [1 l'agence]1 statue sur la recevabilité de la demande au plus tard trente jours calendaires après la date de réception du formulaire de demande, visé aux articles 8 et 12.
Art. 16. Als de aanvraag onvolledig is, meldt [1 het agentschap]1 dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding wordt de termijn, vermeld in artikel 15, geschorst voor maximaal dertig kalenderdagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen.
Art. 16. Lorsque la demande est incomplète, [1 l'agence]1 le notifie par voie électronique à l'organisateur dans les plus brefs délais. A partir de ladite notification, le délai, visé à l'article 15, est suspendu pour trente jours calendaires au maximum, pour permettre à l'organisateur de compléter la demande dans ce délai.
Art. 17. De beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag bevat de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam en het adres van de kinderopvanglocatie;
3° het dossiernummer;
4° de beslissing, met inbegrip van de rechtsgronden;
5° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Raad van State en de wijze waarop dat moet gebeuren;
6° de contactgegevens van [1 het agentschap]1;
7° de datum van de beslissing en de elektronische handtekening van [1 het agentschap]1.
Art. 17. La décision sur la recevabilité de la demande comprend les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom et l'adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° le numéro du dossier ;
4° la décision, y compris les fondements juridiques ;
5° la possibilité de former un recours auprès du Conseil d'Etat ainsi que les modalités ;
6° les données de [1 l'agence]1 ;
7° la date de la décision et de la signature électronique de [1 l'agence]1.
Art. 18. [1 Het agentschap]1 bezorgt op de volgende wijze de beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de beslissing aan de organisator:
1° als de aanvraag ontvankelijk is: elektronisch;
2° als de aanvraag onontvankelijk is: elektronisch en met een aangetekende brief.
Art. 18. [1 L'agence]1 transmet la décision sur la recevabilité de la demande à l'organisateur au plus tard dans les quinze jours calendaires de la date de la décision, de la façon suivante :
1° lorsque la demande est recevable : par voie électronique ;
2° lorsque la demande est irrecevable : par voie électronique et par lettre recommandée.
Art. 19.
Art. 19.
Afdeling 4. - Gegrondheid van de aanvraag van een vergunning
Section 4. - Bien-fondé de la demande d'une autorisation
Art. 20. [1 Het agentschap]1 beslist over de gegrondheid van de aanvraag van een vergunning of tot aanpassing van een vergunning uiterlijk zestig kalenderdagen na de datum van de beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag van een vergunning of tot aanpassing van een vergunning, vermeld in artikel 15.
Art. 20. [1 L'agence]1 statue sur le bien-fondé de la demande d'une autorisation ou d'adaptation d'une autorisation au plus tard soixante jours calendaires de la date de la décision sur la recevabilité de la demande d'une autorisation ou d'adaptation d'une autorisation, visée à l'article 15.
Art. 21. De termijn, vermeld in artikel 20, [1 wordt telkens met maximaal]1 dertig kalenderdagen geschorst als [2 het agentschap]2:
1° bijkomende gegevens vraagt aan de organisator;
2° vraagt om de organisator te horen. Dat is altijd het geval als [2 het agentschap]2 het voornemen heeft om de vergunning te weigeren met toepassing van artikel 4.
Art. 21. Le délai, visé à l'article 20, [1 est à chaque fois suspendu de trente jours calendaires au maximum]1, lorsque [2 l'agence]2 :
1° demande des données supplémentaires à l'organisateur ;
2° demande d'entendre l'organisateur. Ceci est toujours le cas lorsque [2 l'agence]2 a l'intention de refuser l'autorisation en application de l'article 4.
Art. 22. De beslissing tot toekenning, gedeeltelijke toekenning of tot weigering van een vergunning bevat minstens de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam en het adres van de kinderopvanglocatie;
3° het dossiernummer;
4° de beslissing, met inbegrip van de rechtsgronden;
5° in geval van toekenning:
a) de ingangsdatum van de vergunning;
b) het aantal vergunde kinderopvangplaatsen;
c) de vermelding dat de kinderopvanglocatie moet starten uiterlijk drie maanden na de datum van de beslissing en de modaliteiten om die termijn eenmalig te verlengen;
d) de verplichting dat de organisator de startdatum moet melden aan [1 het agentschap]1 uiterlijk zeven kalenderdagen voor de effectieve start van de kinderopvanglocatie;
e) de vermelding dat de beslissing van rechtswege vervalt als de kinderopvanglocatie niet tijdig start met de opvang van de kinderen;
f) de vermelding dat de vergunning kan worden gewijzigd, geschorst of opgeheven als vastgesteld wordt dat de kinderopvanglocatie niet langer voldoet aan de vergunningsvoorwaarden, of dat een bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd;
g) de vermelding dat als er een jaar geen kinderopvang is, de vergunning automatisch wordt stopgezet;
6° in geval van gedeeltelijke toekenning of weigering:
a) de vermelding van het gevolg daarvan, meer bepaald dat er zonder een vergunning geen kinderopvang mag plaatsvinden;
b) de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen en de wijze waarop dat moet gebeuren;
7° de datum van de beslissing en de elektronische handtekening van [1 het agentschap]1.
Art. 22. La décision d'octroi, d'octroi partiel ou de refus d'une autorisation comprend au moins les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom et l'adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° le numéro du dossier ;
4° la décision, y compris les fondements juridiques ;
5° en cas d'octroi :
a) la date de début de l'autorisation ;
b) le nombre de places d'accueil d'enfants autorisées ;
c) la mention que l'emplacement d'accueil d'enfants doit démarrer au plus tard trois mois de la date de la décision et les modalités pour prolonger une seule fois ce délai ;
d) l'obligation que l'organisateur doit signifier la date de début à [1 l'agence]1 au plus tard sept jours calendaires avant le démarrage effectif de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
e) la mention que la décision échoit de plein droit si l'emplacement d'accueil d'enfants ne démarre pas à temps l'accueil des enfants.
f) la mention que l'autorisation peut être modifiée, suspendue ou abrogée lorsqu'il est constaté que l'emplacement d'accueil d'enfants ne répond plus aux conditions d'autorisation, ou qu'une amende administrative peut être imposée ;
g) la mention qu'il est automatiquement mis fin à l'autorisation lorsqu'aucun accueil d'enfants ne prend place pendant un an ;
6° en cas d'octroi ou de refus partiels :
a) la mention de la conséquence, plus particulièrement qu'aucun accueil ne puisse prendre place sans autorisation ;
b) la possibilité de former un recours ainsi que la façon dont cela doit se faire ;
7° la date de la décision et de la signature électronique de [1 l'agence]1.
Art. 23. De vergunning bevat minstens de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam en het adres van de kinderopvanglocatie;
3° het dossiernummer;
4° het aantal vergunde kinderopvangplaatsen, namelijk het maximale aantal tegelijk aanwezige kinderen in de kinderopvanglocatie;
5° de datum van toekenning van de vergunning en de elektronische handtekening van [1 het agentschap]1.
Art. 23. L'autorisation comporte au moins les éléments suivants :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom et l'adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° le numéro du dossier ;
4° le nombre de places d'accueil d'enfants autorisés, notamment le nombre maximum d'enfants présents simultanément à l'emplacement d'accueil d'enfants ;
5° la date d'octroi de l'autorisation et la signature électronique de [1 l'agence]1.
Art. 24. [2 Het agentschap]2 bezorgt op de volgende wijze de beslissing tot toekenning of tot weigering van de vergunning, vermeld in artikel 20 en 22, uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de beslissing aan de organisator:
1° in geval van toekenning: elektronisch;
2° in geval van weigering of in geval van toekenning van een lager aantal vergunde kinderopvangplaatsen dan gevraagd: elektronisch en met een aangetekende brief.
In geval van toekenning wordt de vergunning, vermeld in artikel 23, samen met de beslissing, vermeld in artikel 22, elektronisch verstuurd.
[1 De gegevens van de vergunning, vermeld in artikel 5, eerste lid, 2° en 3°, van het decreet van 20 april 2012, worden vermeld op de website van [2 het agentschap]2.]1
Art. 24. [2 L'agence]2 transmet la décision d'octroi ou de refus de l'autorisation, visée aux articles 20 et 22, de la façon suivante, au plus tard dans les quinze jours calendaires de la date de la décision à l'organisateur :
1° en cas d'octroi : par voie électronique ;
2° en cas de refus ou en cas d'octroi d'un nombre de places d'accueil autorisées inférieur au nombre demandé : par voie électronique ou par lettre recommandée.
En cas d'octroi, l'autorisation, visée à l'article 23, est envoyée par voie électronique, ensemble avec la décision, visée à l'article 22.
[1 Les données de l'autorisation, visées à l'article 5, alinéa premier, 2° et 3°, du décret du 20 avril 2012, sont mentionnées sur le site web de [2 l'agence]2.]1
Art. 25.
Art. 25.
Afdeling 5. - Stopzetting van de vergunning
Section 5. - Cessation de l'autorisation
Onderafdeling 1. - Niet starten binnen de termijn
Sous-section 1re. - Non démarrage dans le délai imparti
Art. 26. [1 De organisator meldt de exacte startdatum van de kinderopvanglocatie aan [2 het agentschap]2.]1
Als de organisator uiterlijk drie maanden na de datum van de toekenning van de vergunning, vermeld in artikel 23, 4°, niet gestart is met de werking, vervalt de vergunning van rechtswege. De organisator kan aan [2 het agentschap]2 eenmalig elektronisch melden dat die termijn van drie maanden verlengd wordt met maximaal drie maanden. De melding van verlenging moet gedaan worden voor de eerste termijn van drie maanden verloopt. [2 Het agentschap]2 bezorgt een ontvangstmelding van die melding.
Art. 26. [1 L'organisateur notifie la date de début exacte de l'emplacement d'accueil d'enfants à [2 l'agence]2.]1
Lorsque l'organisateur n'a pas démarré les activités au plus trois mois après la date de l'octroi de l'autorisation, visée à l'article 23, 4°, l'autorisation échoit de plein droit. L'organisateur peut notifier une seule fois par voie électronique que le délai de trois mois est prolongé de trois mois au maximum. La notification de prolongation doit être introduite avant l'expiration du premier délai de trois mois. [2 L'agence]2 transmet un accusé de réception de cette notification.
Art. 27. [1 Het agentschap]1 bezorgt uiterlijk vijftien kalenderdagen na het verval van rechtswege van de vergunning de bevestiging van het verval en de gevolgen ervan, meer bepaald dat er geen kinderopvang meer kan plaatsvinden op de kinderopvanglocatie. [1 Het agentschap]1 bezorgt dit elektronisch en met een aangetekende brief aan de organisator.
Art. 27. Au plus tard quinze jours calendaires de la déchéance de droit de l'autorisation, [1 l'agence]1 transmet la confirmation de la déchéance et des conséquences qui en découlent, notamment qu'aucun accueil d'enfants ne peut avoir lieu à l'emplacement d'accueil d'enfants. [1 L'agence]1 transmet cette confirmation à l'organisateur par voie électronique et par lettre recommandée.
Onderafdeling 2. - Geen kinderopvangprestaties gedurende een termijn
Sous-section 2. - Absence de prestations d'accueil d'enfants pendant un certain délai
Art. 28. Als er gedurende een jaar ononderbroken geen kinderopvang plaatsvindt, zal [1 het agentschap]1 de vergunning stopzetten.
[1 Het agentschap]1 bezorgt uiterlijk vijftien kalenderdagen na de stopzetting van de vergunning de bevestiging van de stopzetting en de gevolgen ervan, meer bepaald dat er geen kinderopvang meer kan plaatsvinden op de kinderopvanglocatie. [1 Het agentschap]1 bezorgt dit elektronisch en met een aangetekende brief aan de organisator.
Art. 28. Lorsqu'aucun accueil d'enfants n'a lieu pendant une période ininterrompue d'un an, [1 l'agence]1 arrêtera l'autorisation.
Au plus tard quinze jours calendaires de la cessation de l'autorisation, [1 l'agence]1 transmet la confirmation de la cessation et des conséquences qui en découlent, notamment qu'aucun accueil d'enfants ne peut avoir lieu à l'emplacement d'accueil d'enfants. [1 L'agence]1 transmet cette confirmation à l'organisateur par voie électronique et par lettre recommandée.
Art. 29. Als [2 het agentschap]2 vaststelt dat er gedurende minstens één volledige kalendermaand geen kinderopvangprestaties zijn [1 in een bepaalde kinderopvanglocatie groepsopvang]1, zal [2 het agentschap]2 de vergunning voor die kinderopvanglocatie het statuut niet-actief geven.
[2 Het agentschap]2 bezorgt uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de vaststelling de mededeling dat de vergunning op niet-actief gezet is en de gevolgen ervan, meer bepaald dat er gedurende de periode met statuut niet-actief geen kinderopvang kan plaatsvinden op de kinderopvanglocatie en er geen subsidies mogelijk zijn. [2 Het agentschap]2 bezorgt dit elektronisch en met een aangetekende brief aan de organisator.
Als de organisator opnieuw kinderopvang wil starten in die kinderopvanglocatie, meldt hij dat elektronisch uiterlijk vijf kalenderdagen voor de heropstart aan [2 het agentschap]2 zodat de vergunning opnieuw geactiveerd kan worden.
Art. 29. Lorsque [2 l'agence]2 constate l'absence de prestations d'accueil d'enfants [1 dans un certain emplacement d'accueil d'enfants de groupe]1 pendant au moins un mois calendaire complet, [2 l'agence]2 accordera le statut " non-actif " à cet emplacement d'accueil d'enfants.
Au plus tard quinze jours calendaires de la date de la constatation, [2 l'agence]2 fait parvenir la communication que le statut de " non actif " a été accordé à l'autorisation, ainsi que les conséquences qui en découlent, notamment que pendant la période avec le statut de " non actif ", aucun accueil d'enfants ne peut avoir lieu à l'emplacement d'accueil d'enfants et qu'aucune subvention n'est possible. [2 L'agence]2 transmet cette communication à l'organisateur par voie électronique et par lettre recommandée.
Lorsque l'organisateur veut à nouveau démarrer un accueil d'enfants à cet emplacement d'accueil d'enfants, il en avertit [2 l'agence]2 par voie électronique avant le redémarrage, de sorte que l'autorisation puisse être réactivée.
Onderafdeling 3. - Beslissing van de organisator tot definitieve stopzetting
Sous-section 3. - Décision de l'organisateur de cessation définitive
Art. 30. Als de organisator beslist tot volledige definitieve stopzetting van de werking van de kinderopvanglocatie of gedeeltelijke definitieve stopzetting, zijnde een vermindering van het aantal kinderopvangplaatsen als vermeld in artikel 6, meldt hij dat elektronisch uiterlijk vijf kalenderdagen na de volledige stopzetting of vermindering aan [2 het agentschap]2. Hij bezorgt daarbij de volgende gegevens:
1° het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de naam van de kinderopvanglocatie;
3° het dossiernummer;
4° de datum van volledige stopzetting of vermindering;
5° als het geen volledige stopzetting betreft: het aantal kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator de vermindering wil;
[1 5° /1 als het een volledige stopzetting betreft : de reden van stopzetting en in geval van overname door een andere organisator, de gegevens van de nieuwe organisator;]1
6° de datum en de handtekening van de organisator.
Art. 30. Lorsque l'organisateur décide de mettre fin définitivement, de manière complète ou partielle, aux activités de l'emplacement d'accueil d'enfants, notamment une diminution du nombre de places d'accueil d'enfants telle que visée à l'article 6, il en avertit [2 l'agence]2 par voie électronique au plus tard cinq jours calendaires de la cessation complète ou de la diminution. Il transmet les données suivantes :
1° le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le nom de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° le numéro du dossier ;
4° la date de la cessation totale ou de la diminution ;
5° lorsqu'il ne s'agit pas d'une cessation totale : le nombre de places d'accueil d'enfants pour lesquelles la diminution est demandée par l'organisateur ;
[1 5° /1 lorsqu'il ne s'agit pas d'une cessation totale : le motif de la cessation et en cas de reprise par un autre organisateur, les données du nouvel organisateur ;]1
6° la date et la signature de l'organisateur.
Art. 31. [1 Het agentschap]1 bezorgt uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de melding de bevestiging van de stopzetting en de gevolgen ervan, meer bepaald dat er geen kinderopvang of kinderopvang voor minder kinderen kan plaatsvinden op de kinderopvanglocatie. [1 Het agentschap]1 bezorgt dit elektronisch aan de organisator.
Art. 31. [1 L'agence]1 transmet au plus tard quinze jours calendaires de la date de réception de la notification la confirmation de la cessation et de ses conséquences, notamment qu'il n'existe aucun accueil d'enfants ou que l'accueil ne peut avoir que pour un nombre inférieur d'enfants à l'emplacement d'accueil d'enfants. [1 L'agence]1 en avertit l'organisateur par voie électronique.
Onderafdeling 4. - Beslissing van de organisator tot tijdelijke stopzetting
Sous-section 4. - Décision de l'organisateur de cessation définitive
Art. 32. Als [1 de organisator van groepsopvang]1 beslist tot volledige tijdelijke stopzetting van de kinderopvanglocatie voor een periode van meer dan een kalendermaand, meldt hij dat elektronisch uiterlijk vijf kalenderdagen na de start van die tijdelijke stopzetting aan [2 het agentschap]2.
Art. 32. Lorsque [1 l'organisateur de l'accueil en groupe]1 décide de mettre fin temporairement, de manière complète, aux activités de l'emplacement d'accueil pour une période de plus d'un mois calendaire, il en avertit [2 l'agence]2 par voie électronique au plus tard cinq jours calendaires du début de la cessation temporaire.
Art. 33. [2 Het agentschap]2 bezorgt uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de melding de bevestiging van de tijdelijke stopzetting en de gevolgen ervan, meer bepaald dat de vergunning op niet-actief gezet wordt en dat er gedurende de periode met statuut niet-actief geen kinderopvang kan plaatsvinden op de kinderopvanglocatie en er geen subsidies mogelijk zijn. [2 Het agentschap]2 bezorgt dit elektronisch aan de organisator.
Als de organisator opnieuw kinderopvang wil starten in die kinderopvanglocatie, meldt hij dat elektronisch uiterlijk vijf [1 kalenderdagen]1 op voorhand aan [2 het agentschap]2 zodat de vergunning opnieuw geactiveerd kan worden.
Art. 33. Au plus tard quinze jours calendaires de la date de la réception de la notification, [2 l'agence]2 fait parvenir la confirmation de la cessation temporaire et les conséquences qui en découlent, notamment que le statut de " non actif " a été accordé à l'autorisation, et que pendant cette période avec le statut de " non actif ", aucun accueil d'enfants ne peut avoir lieu à l'emplacement d'accueil d'enfants et qu'aucune subvention n'est possible. [2 L'agence]2 en avertit l'organisateur par voie électronique.
Lorsque l'organisateur souhaite à nouveau démarrer un accueil d'enfants à cet emplacement d'accueil d'enfants, il en avertit [2 l'agence]2 par voie électronique au plus tard cinq [1 jours calendaires]1 au préalable, de sorte que l'autorisation puisse être réactivée.
HOOFDSTUK 3. - Attesten in het kader van een vergunning
CHAPITRE 3. - Attestations dans le cadre d'une autorisation
Afdeling 1. - Brandveiligheidsattest
Section 1re. - Attestation de sécurité incendie
Onderafdeling 1. - Aanvraag
Sous-section 1re. - Demande
Art. 34. De organisator van groepsopvang vraagt schriftelijk een brandveiligheidsattest aan bij de burgemeester van de gemeente waar de kinderopvanglocatie ligt.
De aanvraag bevat de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de organisator;
2° het adres van de kinderopvanglocatie waar de organisator kinderopvang wil starten;
3° het beoogde aantal kinderopvangplaatsen;
4° de intentie of er in de kinderopvanglocatie kinderopvang 's nachts zal plaatsvinden;
5° de datum vanaf wanneer de brandweerdienst een bezoek ter plaatse kan brengen;
6° het gegeven of de organisator voor de kinderopvanglocatie al over een brandveiligheidsattest A, B of C beschikt.
Art. 34. L'organisateur d'un accueil de groupe demande une attestation de sécurité incendie au bourgmestre de la commune où l'emplacement d'accueil d'enfants est situé.
La demande comprend les éléments suivants :
1° les données d'identification et de contact de l'organisateur ;
2° l'adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants à laquelle l'organisateur souhaite démarrer l'accueil d'enfants ;
3° le nombre envisagé de places d'accueil d'enfants ;
4° l'intention si un accueil d'enfants de nuit aura lieu à l'emplacement d'accueil d'enfants ;
5° la date à partir de laquelle le service incendie peut rendre une visite sur place ;
6° la donnée si l'organisateur pour l'emplacement d'accueil d'enfants dispose déjà d'une attestation de sécurité incendie A, B ou C.
Art. 35. De burgemeester geeft de opdracht aan de bevoegde brandweerdienst om:
1° een onderzoek ter plaatse te verrichten naar de naleving van de brandveiligheidsvoorschriften door de organisator;
2° een verslag op te stellen van het onderzoek en dat aan hem te bezorgen. In voorkomend geval moet het verslag een duidelijke opsomming bevatten van de niet-nageleefde brandveiligheidsvoorschriften met de vermelding of daardoor de veiligheid van de kinderen of de medewerkers in het gedrang komt.
Art. 35. Le bourgmestre charge le service d'incendie compétent à :
1° exécuter une enquête sur les lieux destinée à contrôler le respect des prescriptions de sécurité incendie par l'organisateur ;
2° rédiger un rapport de l'enquête et le lui remettre. Le cas échéant, le rapport doit définir clairement les prescriptions de sécurité incendie non respectées en mentionnant si la sécurité des enfants ou des collaborateurs est compromise.
Art. 36. De burgemeester stelt een brandveiligheidsattest op, aan de hand van het verslag dat afgeleverd is door de bevoegde brandweerdienst. Het brandveiligheidsattest wordt opgesteld als volgt:
1° als uit het verslag blijkt dat de kinderopvanglocatie aan de brandveiligheidsvoorschriften voldoet, een brandveiligheidsattest A, dat van rechtswege vervalt na verloop van acht jaar of bij uitreiking van een nieuw brandveiligheidsattest voor dezelfde kinderopvanglocatie, en in het geval, vermeld in artikel 23 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
2° als uit het verslag blijkt dat de kinderopvanglocatie niet volledig aan de brandveiligheidsvoorschriften voldoet, maar dat de veiligheid van de kinderen en de medewerkers niet in het gedrang komt, een brandveiligheidsattest B, waarvan de burgemeester de geldigheidsduur bepaalt die maximaal acht jaar kan zijn;
3° als uit het verslag blijkt dat de kinderopvanglocatie niet volledig aan de brandveiligheidsvoorschriften voldoet en dat de veiligheid van de kinderen en de medewerkers in het gedrang komt, een brandveiligheidsattest C, dat alleen vervalt bij de uitreiking van een nieuw brandveiligheidsattest voor dezelfde kinderopvanglocatie.
Art. 36. Le bourgmestre établit une attestation de sécurité incendie, à l'aide du rapport délivré par le service d'incendie compétent. L'attestation de sécurité incendie est établie comme suit :
1° lorsque le rapport indique que l'emplacement d'accueil d'enfants répond aux prescriptions de sécurité incendie, une attestation de sécurité incendie A, qui échoit de plein droit après huit ans ou lors de la délivrance d'une nouvelle attestation de sécurité incendie pour le même emplacement d'accueil d'enfants, et dans le cas, visé à l'article 23 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
2° lorsque le rapport indique que l'emplacement d'accueil d'enfants ne répond pas entièrement aux prescriptions de sécurité incendie, mais que la sécurité des enfants et collaborateurs n'est pas compromise, une attestation de sécurité incendie B, dont le bourgmestre fixe la durée de validité qui peut être de huit ans au maximum ;
3° lorsque le rapport indique que l'emplacement d'accueil d'enfants ne répond pas entièrement aux prescriptions de sécurité incendie et que la sécurité des enfants et collaborateurs n'est pas compromise, une attestation de sécurité incendie C, qui n'échoit que lors de la délivrance d'une nouvelle attestation de sécurité incendie pour le même emplacement d'accueil d'enfants.
Art. 37. Uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de aanvraag van een brandveiligheidsattest bezorgt de burgemeester het brandveiligheidsattest en het bijbehorende verslag van de bevoegde brandweerdienst aan de organisator.
Als het een brandveiligheidsattest C betreft voor een organisator die al een vergunning heeft voor kinderopvang op de betreffende kinderopvanglocatie, bezorgt de burgemeester dat brandveiligheidsattest met het bijbehorende verslag van de bevoegde brandweerdienst gelijktijdig aan [1 het agentschap]1.
Art. 37. Au plus tard trois mois de la réception de la demande d'une attestation de sécurité incendie, le bourgmestre transmet l'attestation de sécurité incendie et le rapport y afférent du service d'incendie compétent à l'organisateur.
Lorsqu'il s'agit d'une attestation de sécurité d'incendie C pour un organisateur ayant déjà une autorisation pour l'accueil d'enfants à l'emplacement d'accueil d'enfants concerné, transmet en même temps l'attestation de sécurité incendie et le rapport y afférent du service d'incendie compétent à [1 l'agence]1.
Onderafdeling 2. - Verlenging of omzetting van een brandveiligheidsattest B
Sous-section 2. - Prolongation ou transposition d'une attestation de sécurité incendie B
Art. 38. De organisator vraagt uiterlijk vijf maanden voor het verstrijken van de geldigheidstermijn van het brandveiligheidsattest B een verlenging van het brandveiligheidsattest B of een omzetting naar een brandveiligheidsattest A aan bij de burgemeester.
De aanvraag bevat:
1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de organisator;
2° bij de eerste aanvraag tot verlenging of omzetting: een omschrijving van de wijze waarop de vastgestelde tekorten verholpen zijn of een stappenplan met een duidelijke omschrijving van de wijze waarop de vastgestelde tekorten verholpen zullen worden, met een opgave van de uitvoeringstermijn en de aan te wenden middelen en de vermelding voor welke tekorten een aanvraag tot afwijking als vermeld in artikel 44, § 2, ingediend wordt.
Art. 38. Au plus tard cinq mois avant l'expiration du délai de validité de l'attestation de sécurité B, l'organisateur demande une prolongation de l'attestation de sécurité incendie B ou une transposition vers une attestation de sécurité A au bourgmestre.
La demande comprend :
1° les données d'identification et de contact de l'organisateur ;
2° lors de la première demande de prolongation ou lors de la transposition : une description de la façon dont les lacunes constatées sont comblées ou une feuille de route avec une description claire de la façon dont les lacunes constatées seront comblées, en mentionnant le délai d'exécution et les moyens à affecter, ainsi que la mention des lacunes faisant l'objet d'une demande de dérogation, telle que visée à l'article 44, § 2.
Art. 39. Als het de eerste aanvraag tot verlenging of omzetting betreft, bezorgt de burgemeester de omschrijving of het stappenplan aan de bevoegde brandweerdienst, die de effectiviteit ervan beoordeelt en advies daarover geeft aan de burgemeester.
Bij elke volgende aanvraag geeft de burgemeester een opdracht aan de brandweerdienst als vermeld in artikel 35.
Art. 39. Lorsqu'il s'agit de la première demande ou de transposition, le bourgmestre transmet la description ou la feuille de route au service d'incendie compétent, qui en statue l'effectivité et formule un avis au bourgmestre.
Lors de chaque demande suivante, le bourgmestre charge le service incendie tel que visé à l'article 35.
Art. 40. Uiterlijk drie maanden na de ontvangst van de aanvraag tot verlenging of omzetting, bezorgt de burgemeester aan de organisator een van de volgende documenten:
1° een brandveiligheidsattest A en het bijbehorende verslag van de bevoegde brandweerdienst;
2° het nieuwe brandveiligheidsattest B met een geldigheidstermijn die hij zelf bepaalt, er rekening mee houdend dat de totale geldigheidsduur van een brandveiligheidsattest B maximaal acht jaar is, en het bijbehorende verslag van de bevoegde brandweerdienst;
3° het bericht dat het bij aanvang uitgereikte brandveiligheidsattest B niet verlengd kan worden en een brandveiligheidsattest C wordt afgeleverd als:
a) er geen stappenplan is bezorgd;
b) uit het advies van de brandweer blijkt dat het stappenplan onvoldoende garanties bevat om op termijn aan de brandveiligheidsvoorschriften te voldoen;
c) de totale geldigheidsduur van eerdere brandveiligheidsattesten B de maximale duur van acht jaar bereikt heeft.
In het geval, vermeld in het eerste lid, 3°, brengt de burgemeester ook [1 het agentschap]1 op de hoogte.
Art. 40. Au plus tard trois mois de la réception de la demande de prolongation ou de transposition, le bourgmestre fait parvenir un des documents suivants à l'organisateur :
1° une attestation de sécurité incendie A et le rapport y afférent du service d'incendie compétent ;
2° la nouvelle attestation de sécurité incendie B portant un délai de validité fixée par lui-même, tenu compte du fait que la durée de validité d'une attestation de sécurité incendie B est de huit ans au maximum, et le rapport y afférent du service d'incendie compétent ;
3° l'avis que l'attestation de sécurité incendie B délivrée initialement ne peut être prolongée et une attestation de sécurité incendie est délivrée lorsque :
a) aucune feuille de route n'a été transmise ;
b) il paraît de l'avis des pompiers que la feuille de route offre insuffisamment de garanties pour répondre à court terme aux prescriptions de sécurité incendie ;
c) la durée de validité entière des attestations de sécurité incendie antérieures a atteint la durée maximale de huit ans.
Au cas, visé à l'alinéa premier, 3°, le bourgmestre également informe [1 l'agence]1.
Afdeling 2. - Verslag over de infrastructuur
Section 2. - Rapport sur l'infrastructure
Art. 41. De organisator van groepsopvang vraagt schriftelijk een verslag over de infrastructuur aan bij Zorginspectie.
De aanvraag bevat de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de organisator;
2° de contactpersoon van de organisator;
3° het adres van de kinderopvanglocatie waar de kinderopvang zal plaatsvinden;
4° het beoogde aantal kinderopvangplaatsen;
5° de intentie of er in de kinderopvanglocatie kinderopvang 's nachts zal plaatsvinden;
6° de datum vanaf wanneer Zorginspectie een bezoek aan de kinderopvanglocatie kan brengen die uiterlijk een maand na de aanvraag mag liggen;
7° een verklaring op erewoord dat de infrastructuur vanaf de datum, vermeld in punt 6°, klaar is en kan voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
8° als het een tweede aanvraag betreft voor dezelfde kinderopvanglocatie na een verslag over de infrastructuur met een negatief advies: de documenten waaruit blijkt dat de reden waarop het negatief advies is gebaseerd, niet langer bestaat.
[1 Naast het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, bezorgt de organisator de volgende documenten :
1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.]1

Art. 41. L'organisateur d'accueil de groupe demande par écrit un rapport sur l'infrastructure à l'Agence " Zorginspectie ".
La demande comprend les éléments suivants :
1° les données d'identification et de contact de l'organisateur ;
2° la personne de contact de l'organisation ;
3° l'adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants auquel l'accueil d'enfants aura lieu ;
4° le nombre envisagé de places d'accueil d'enfants ;
5° l'intention si un accueil d'enfants de nuit aura lieu à l'emplacement d'accueil d'enfants ;
6° la date à partir de laquelle l'Agence " Zorginspectie " rendra une visite à l'emplacement d'accueil d'enfants, qui peut tomber au plus tard un mois après la demande ;
7° une déclaration sur l'honneur que l'infrastructure est prête à partir de la date, visée au point 6°, et peut répondre aux conditions, visées à l'article 3 de l'arrête d'Autorisation du 22 novembre 2013 ;
8° lorsqu'il s'agit d'une deuxième demande pour le même emplacement d'accueil d'enfants suivant un rapport sur l'infrastructure portant un avis négatif : les documents dont il ressort que le motif de l'avis négatif, n'existe plus.
[1 Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa deux, l'organisateur transmet les documents suivants :
1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
c) les autres locaux éventuels avec leur fonction ;
2° un calcul de la superficie nette au sol des espaces de vie et des espaces de repos, visés à l'article 16 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013.]1

Art. 42. Zorginspectie behandelt de aanvraag niet als een of meer van de gegevens, vermeld in artikel 41, tweede lid, niet vermeld zijn of de documenten, vermeld in artikel 41, derde lid, niet bezorgd zijn. In dat geval brengt Zorginspectie de organisator daarvan op de hoogte.
Art. 42. La demande n'est pas traitée par l'Agence " Zorginspectie " lorsqu'une ou plusieurs des données, visées à l'article 41, alinéa deux, ne sont pas mentionnées ou si les documents, visés à l'article 41, alinéa trois, ne sont pas transmis. Dans ce cas, l'Agence " Zorginspectie " en informe l'organisateur.
Art. 43. Zorginspectie bezorgt het verslag over de infrastructuur met advies uiterlijk twee maanden na de datum die de organisator heeft opgegeven waarop de infrastructuur beschikbaar is voor een bezoek, aan de organisator.
Art. 43. L'agence " Zorginspectie " transmet le rapport sur l'infrastructure avec avis au plus tard deux mois de la date mentionnée par l'organisateur, à laquelle l'infrastructure est disponible pour une visite, à l'organisateur.
Afdeling 3. - Attest tot afwijking van de vergunningsvoorwaarden
Section 3. - Attestation de dérogation des conditions d'autorisation
Onderafdeling 1. - Infrastructuur, leefgroepindeling of brandveiligheid
Sous-section 1re. - Infrastructure, répartition en groupes de vie ou sécurité incendie
Art. 44. § 1. De aanvraag tot afwijking als [2 vermeld in artikel 63, eerste lid, 1° tot en met 3°]2, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wordt ingediend met het aanvraagformulier van [3 het agentschap]3, dat de volgende gegevens bevat:
1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de organisator;
2° de naam en het adres van de kinderopvanglocatie;
3° het dossiernummer;
4° de vergunningsvoorwaarden waarvoor een afwijking wordt gevraagd;
5° de motivatie waarom een afwijking wordt gevraagd;
6° de context en een voorstel met maatregelen die een gelijkwaardige veiligheid en kwaliteit kunnen garanderen;
7° de datum en de handtekening van de organisator.
[1 Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen :
1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.]1

[3 Het agentschap]3 kan naast de informatie of stukken, vermeld in het eerste en het tweede lid, bijkomende informatie of stukken opvragen uiterlijk vijftien kalenderdagen na ontvangst van het aanvraagformulier tot afwijking, vermeld in het eerste lid.
[3 Het agentschap]3 bezorgt na ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding.
§ 2. De aanvraag tot afwijking als [2 vermeld in artikel 63, eerste lid, 4°]2, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, wordt ingediend bij de technische commissie met het aanvraagformulier van de technische commissie, dat de volgende gegevens bevat:
1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de organisator;
2° de naam, het adres en het aantal kinderopvangplaatsen van de kinderopvanglocatie;
3° de omschrijving van de kinderopvanglocatie waarvoor een afwijking gevraagd wordt;
4° de vergunningsvoorwaarde waarvoor een afwijking wordt gevraagd;
5° de motivatie waarom een afwijking wordt gevraagd;
6° de context en een voorstel met maatregelen die een gelijkwaardige veiligheid en kwaliteit kunnen garanderen;
7° de datum en de handtekening van de organisator.
[1 Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator minstens de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen :
1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen :
a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;
c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan;
2° het verslag van de bevoegde brandweerdienst en, in voorkomend geval, het brandveiligheidsattest, het stappenplan en het advies van de brandweer over dat stappenplan.]1

De technische commissie kan naast de informatie of stukken, vermeld in het eerste en het tweede lid, bijkomende informatie of stukken opvragen na ontvangst van het aanvraagformulier tot afwijking, vermeld in het eerste lid.
De technische commissie bezorgt na ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding.
Art. 44. § 1er. La demande de dérogation [2 telle que visée à l'article 63, alinéa premier, 1° à 3° inclus]2, de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013, est introduite à l'aide du formulaire de demande de [3 l'agence]3, qui comporte les données suivantes :
1° les données d'identification et de contact de l'organisateur ;
2° le nom et l'adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° le numéro du dossier ;
4° les conditions d'autorisation pour lesquelles une dérogation est demandée ;
5° la motivation de la demande de dérogation ;
6° le contexte et une proposition des mesures pouvant garantir une sécurité et une qualité équivalente ;
7° la date et la signature de l'organisateur.
[1 Outre le formulaire de demande, visé à l'alinéa premier, l'organisateur transmet les documents suivants, par courrier ou par voie électronique, démontrant les données, visées à l'alinéa premier :
1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
c) les autres locaux éventuels avec mention de leur fonction ;
2° un calcul de la superficie nette au sol des espaces de vie et des espaces de repos, visés à l'article 16 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013. ]1

Outres les informations ou pièces, visées aux alinéas premier et deux, [3 l'agence]3 peut également demander des informations ou des pièces supplémentaires au plus tard quinze jours calendaires de la réception du formulaire de demande de dérogation, visé à l'alinéa premier.
Après la réception de la demande, [3 l'agence]3 transmet un accusé de réception.
§ 2. La demande de dérogation [2 telle que visée à l'article 63, alinéa premier, 4°]2, de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013, est introduite à l'aide du formulaire de demande de [3 l'agence]3, qui comporte les données suivantes :
1° les données d'identification et de contact de l'organisateur ;
2° le nom, l'adresse et le nombre de places d'accueil d'enfants de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° la description de l'emplacement d'accueil d'enfants pour laquelle une dérogation est demandée ;
4° la condition d'autorisation pour laquelle une dérogation est demandée ;
5° la motivation de la demande de dérogation ;
6° le contexte et une proposition des mesures pouvant garantir une sécurité et une qualité équivalente ;
7° la date et la signature de l'organisateur.
[1 Outre le formulaire de demande visé à l'alinéa premier, l'organisateur remet au moins les documents suivants, par courrier ou par voie électronique, démontrant les données, visées à l'alinéa premier :
1° un plan de surface clair de l'emplacement d'accueil d'enfants à l'échelle 1/50 ou 1/100 avec au moins les indications suivantes :
a) les espaces de vie avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
b) les espaces de repos avec toutes les dimensions intérieures et le nombre d'enfants qui y seront accueillis ;
c) les autres locaux éventuels avec mention de leur fonction ;
2° le rapport du service d'incendie compétent et, le cas échéant, de l'attestation de sécurité incendie, la feuille de route et l'avis des pompiers sur cette feuille de route.]1

Outres les informations ou pièces, visées aux alinéas premier et deux, la commission technique peut également demander des informations ou des pièces supplémentaires après la réception du formulaire de demande de dérogation, visé à l'alinéa premier.
Après la réception de la demande, la commission technique transmet un accusé de réception.
Art. 45.
Art. 45.
Art. 46. [1 [2 Het agentschap]2 beslist over de aanvraag tot afwijking, vermeld in artikel 44, § 1, uiterlijk vijfenzeventig kalenderdagen na de ontvangst van die aanvraag. Als [2 het agentschap]2 bijkomende informatie of stukken als vermeld in artikel 44, § 1, derde lid, vraagt, dan wordt de termijn voor maximaal dertig kalenderdagen geschorst.
[2 Het agentschap]2 beslist over de aanvraag tot afwijking, vermeld in artikel 44, § 2, uiterlijk zestig kalenderdagen na de ontvangst van het advies van de bevoegde technische commissie. Het advies wordt bij de beslissing gevoegd.
[2 Het agentschap]2 bezorgt de beslissing uiterlijk vijftien kalenderdagen na de beslissing aan de organisator:
1° als de aanvraag ingewilligd wordt: elektronisch;
2° als de aanvraag gedeeltelijk of niet ingewilligd wordt: elektronisch en met een aangetekende brief.]1

Art. 46. [1 [2 L'agence]2 statue sur la demande de dérogation, visée à l'article 44, § 1er, au plus tard septante-cinq jours calendaires de la réception de cette demande. Si [2 l'agence]2 demande des informations ou pièces supplémentaires, telles que visées à l'article 44, § 1er, alinéa trois, le délai est suspendu pour au maximum trente jours calendaires.
[2 L'agence]2 statue sur la demande de dérogation, visée à l'article 44, § 2, au plus tard soixante jours calendaires de la réception de l'avis de la commission technique compétente. L'avis est joint à la décision.
[2 L'agence]2 transmet la décision à l'organisateur au plus tard quinze jours calendaires suivant la date de la décision, de la façon suivante :
1° si la demande est acceptée : par voie électronique ;
2° si la demande est partiellement acceptée ou n'est pas acceptée : par voie électronique et par lettre recommandée.]1

Art. 47.
Art. 47.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Art. 48.
Art. 48.
Art. 49.
Art. 49.
Art. 50.
Art. 50.
Art. 51.
Art. 51.
Art. 52.
Art. 52.
Afdeling 4. [1 Opportuniteitsadvies.]1
Section 4. [1 Avis sur l'opportunité]1
Art. 52/1. [1 De organisator van groepsopvang vraagt schriftelijk een advies aan over de opportuniteit als vermeld in artikel 52/2, bij het lokaal bestuur van de gemeente waar de kinderopvanglocatie ligt.
De aanvraag bevat al de volgende gegevens:
1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de organisator;
2° het adres van de kinderopvanglocatie waar de organisator de kinderopvang wil starten of uitbreiden;
3° het beoogde aantal plaatsen dat het voorwerp is van de opstart of uitbreiding van de kinderopvanglocatie. ]1

Art. 52/1. [1 L'organisateur d'accueil en groupe demande par écrit l'avis sur l'opportunité, visé à l'article 52/2, auprès de l'administration locale de la commune où se trouve le site d'accueil d'enfants.
La demande contient toutes les informations suivantes :
1° les données d'identification et de contact de l'organisateur ;
2° l'adresse du site d'accueil d'enfants où l'organisateur souhaite démarrer ou étendre l'accueil d'enfants ;
3° le nombre de places envisagées qui font l'objet de la création ou de l'extension du site d'accueil d'enfants. ]1

Art. 52/2. [1 Het lokaal bestuur onderzoekt en geeft een advies over de opportuniteit van de opstart of de uitbreiding van de kinderopvanglocatie op basis van de procedure en de criteria, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang. ]1
Art. 52/2. [1 L'administration communale examine et émet un avis sur l'opportunité de la création ou de l'extension du site d'accueil d'enfants sur la base de la procédure et des critères mentionnés à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2013 portant la politique locale en matière d'accueil d'enfants.]1
Art. 52/3. [1 Uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum waarop het lokaal bestuur de aanvraag, vermeld in artikel 52/1, heeft ontvangen, bezorgt het lokaal bestuur een gemotiveerd advies over de opportuniteit als vermeld in artikel 52/2, aan de organisator. ]1
Art. 52/3. [1 Au plus tard trente jours civils après la date à laquelle l'administration locale reçoit la demande visée à l'article 52/1, l'administration locale fournit à l'organisateur un avis motivé sur l'opportunité, visé à l'article 52/2. ]1
Art. 52/4. [1 De organisator heeft de mogelijkheid om opmerkingen te formuleren op het advies over de opportuniteit, vermeld in artikel 52/2, binnen dertig kalenderdagen na de dag waarop hij het advies heeft ontvangen. Het lokaal bestuur behandelt de opmerkingen conform de procedure, vermeld in artikel 7 vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang. ]1
Art. 52/4. [1 L'organisateur a la possibilité de formuler des observations sur l'avis d'opportunité visé à l'article 52/2 dans un délai de trente jours civils à compter du jour où il reçoit l'avis. L'administration communale traite les observations conformément à la procédure visée à l'article 7, alinéa quatre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2013 portant la politique locale en matière d'accueil d'enfants. ]1
TITEL 3. - Subsidie
TITRE 3. - Subvention
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Art. 53. [2 Het agentschap]2 kent een subsidie voor gezinsopvang of groepsopvang toe als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° er budget te verdelen is;
[1 voor de programmatiesubsidies heeft het agentschap na een algemene oproep op basis van de programmatieregels een subsidiebelofte toegekend en voor de basissubsidie heeft het agentschap een subsidiebelofte toegekend]1;
3° de aanvraag van de organisator voor een subsidietoekenning ontvankelijk is;
4° de organisator een vergunning heeft;
5° na onderzoek ten gronde blijkt de organisator [1 te voldoen aan de criteria uit het beslissingskader waarvan hij in de aanvraag van de subsidiebelofte had meegedeeld dat hij er uiterlijk bij de subsidietoekenning aan zou voldoen en blijkt de organisator]1 recht te hebben op de subsidie.
Voor de subsidie, vermeld in artikel 1, 16°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, hoeft de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, niet voldaan te zijn.
Art. 53. [2 L'agence]2 octroie une autorisation pour l'accueil familial ou de groupe lorsque les conditions suivantes sont remplies :
1° il y a un budget à répartir ;
[1 2° l'agence a accordé une promesse de subvention pour les subventions de programmation après un appel général sur la base des règles de programmation et l'agence a accordé une promesse de subvention pour la subvention de base ]1 ;
3° la demande de l'organisateur pour un octroi de subvention est recevable ;
4° l'organisateur a une autorisation ;
5° après l'examen de fond, il s'avère que l'organisateur [1 satisfait aux critères du cadre décisionnel auxquels il avait indiqué dans la demande qu'il satisferait au plus tard au moment de l'octroi de la subvention et il s'avère que l'organisateur]1 a droit à la subvention.
Pour la subvention, visée à l'article 1er, 16°, de l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013, la condition, visée à l'alinéa premier, 2°, ne doit pas être remplie.
Art. 54. [1 [2 Het agentschap]2 kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een subsidie te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.
Als [2 het agentschap]2 het voornemen heeft om de subsidie te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. Dat heeft geen schorsing van de termijnen, vermeld in artikel 70, 78 en 101, als gevolg.]1

Art. 54. [1 Lors de l'évaluation de la question s'il a été répondu aux conditions pour obtenir une autorisation, [2 l'agence]2 peut tenir compte des données ressortant du dossier et de l'inspection sur place, ainsi que des autres éléments étant une indication fondée du fait que l'organisateur ne répond pas ou ne pourra pas répondre aux conditions.
Lorsque [2 l'agence]2 a l'intention de refuser l'autorisation sur la base de l'indication fondée telle que visée à l'alinéa premier, l'organisateur est entendu. Cela n'entraîne aucune suspension des délais, visés aux articles 70, 78 et 101.]1

Art. 55. Een organisator geeft voor een bestaande subsidiebelofte of subsidie elke wijziging van de gegevens of de documenten, vermeld in artikel 59, 60 en 79, elektronisch of met de post door aan [1 het agentschap]1.
Art. 55. Pour une promesse de subvention ou subvention existante, un organisateur transmet toute modification des données ou documents, visés aux articles 59, 60 et 79, par la voie électronique ou par courrier à [1 l'agence]1.
Art. 56. Alle aanvragen van een subsidie worden ingediend met een aanvraagformulier van [1 het agentschap]1. Elektronische aanvraagformulieren moeten ondertekend worden met een elektronische handtekening.
In afwijking van het eerste lid kan de organisator die niet beschikt over een Belgische identiteitskaart, een elektronisch aanvraagformulier met de hand ondertekenen en met de post versturen.
Art. 56. Toutes les demandes d'une subvention sont introduites à l'aide d'un formulaire de demande de [1 l'agence]1. Des formulaires de demande électroniques doivent être pourvus d'une signature électronique.
Par dérogation à l'alinéa premier, l'organisateur ne disposant pas d'une carte d'identité belge, peut signer un formulaire de demande électronique à la main et l'envoyer par courrier.
HOOFDSTUK 2. - Programmatieregels en algemene oproep
CHAPITRE 2. - Règles de programmation et appel général
Art. 57. [1 § 1. Het agentschap kent een subsidiebelofte toe voor een programmatiesubsidie conform paragraaf 2 tot en met 4.
§ 2. Als er nieuw subsidiebudget beschikbaar is voor een programmatiesubsidie, wordt dat verdeeld binnen de geografische gebieden op basis van de behoefte aan die programmatiesubsidie. De behoefte wordt berekend op basis van het verschil tussen de behoefte aan de programmatiesubsidie en het beschikbare aanbod met de programmatiesubsidie.
Het agentschap berekent de behoefte en het aanbod op basis van de beschikbare objectieve en relevante cijfergegevens, waaronder, voor wat betreft de subsidie voor inkomenstarief en de plussubsidie, minstens de gegevens, vermeld in artikel 3, zesde lid, van het decreet van 20 april 2012. Het agentschap kan een beroep doen op de gegevens van de lokale loketten kinderopvang om de behoefte te berekenen.
Het agentschap bepaalt op basis van de vastgestelde behoefte uit welke geografische gebieden een organisator een aanvraag van een subsidiebelofte kan indienen.
[2 § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 kan het agentschap het subsidiebudget opnieuw verdelen in hetzelfde geografische gebied als waar het is toegekend, of in een aangrenzend geografisch gebied, als het subsidiebudget voor de programmatiesubsidie opnieuw beschikbaar wordt naar aanleiding van een van de volgende situaties:
1° de organisator die beschikte over een beslissing van het agentschap tot toekenning van de programmatiesubsidie en die al de specifieke dienstverlening realiseerde, beslist om de vergunning voor de kinderopvanglocatie waar hij de specifieke dienstverlening realiseerde, stop te zetten of beslist om de subsidie stop te zetten. Er geldt geen voorbehoud conform artikel 6 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
2° het agentschap beslist om:
a) de vergunning op te heffen van een organisator die beschikte over een beslissing tot toekenning van de programmatiesubsidie en die de specifieke dienstverlening in die kinderopvanglocatie al realiseerde;
b) de vergunning te wijzigen van een organisator die beschikte over een beslissing tot toekenning van de programmatiesubsidie en die de specifieke dienstverlening in die kinderopvanglocatie al realiseerde;
c) de subsidie stop te zetten van een organisator die beschikte over een beslissing tot toekenning van de programmatiesubsidie en die de specifieke dienstverlening in die kinderopvanglocatie al realiseerde;
3° de subsidie is van rechtswege stopgezet omdat de organisator bij vonnis in staat van faillissement is verklaard.]2

§ 3. Het agentschap doet voor de programmatie en de verdeling van het budget een algemene oproep bij kandidaten om een aanvraag van een subsidiebelofte in te dienen voor de programmatiesubsidie die verdeeld kan worden.
De algemene oproep van het agentschap [2 voor de verdeling van subsidiebudget, vermeld in paragraaf 2,]2 bevat al de volgende gegevens:
1° de vermelding dat het om een standaard vergelijkende procedure gaat waarbij de beslissingen tot toekenning van de subsidiebelofte definitief zijn, ondanks een eventueel bezwaar of beroep tegen een weigeringsbeslissing van een andere aanvrager;
2° het subsidiebudget, voor welke programmatiesubsidie het budget bestemd is en vanaf wanneer het subsidiebudget beschikbaar is;
3° bij de subsidie voor inkomenstarief, de subsidie voor dringende kinderopvang en de subsidie voor kinderopvang met flexibele openingstijden de vermelding van de voorafname voor de grootsteden Antwerpen, het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad en Gent. Tot 31 december 2024 gelden volgende percentages:
a) 15% voor Antwerpen;
b) 10% voor het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad;
c) 5% voor Gent;
4° bij de andere programmatiesubsidies de vermelding of er een voorafname is van het budget voor de grootsteden, vermeld in punt 3°, en hoeveel die bedraagt, op basis van de aanwezigheid van de doelgroepen van de programmatiesubsidie die verdeeld wordt;
5° de voorrang die geldt in de grootsteden, vermeld in punt 3°, voor de aanvraag van een organisator die van het lokaal bestuur een identiek subsidiebedrag ontvangt voor dezelfde specifieke dienstverlening als het bedrag en de specifieke dienstverlening van de programmatiesubsidie die verdeeld wordt op voorwaarde dat de subsidie van het lokaal bestuur toegekend is conform artikel 112/1, § 2;
6° de voorafname van het budget voor specifieke situaties waar het om behartenswaardige redenen noodzakelijk is om in een voorafname te voorzien, als dat van toepassing is;
7° uit welke geografische gebieden een organisator een aanvraag van een subsidiebelofte kan indienen, rekening houdend met de behoefte, vermeld in paragraaf 2, of en hoe de geografische gebieden gerangschikt worden, en hoeveel budget per geografisch gebied maximaal verdeeld kan worden. Het agentschap bewaakt daarbij het evenwicht tussen voldoende spreiding van het budget tussen de geografische gebieden en geen te grote versnippering van het budget;
8° de vermelding dat het budget bestemd is voor nieuwe kinderopvangplaatsen, voor de omschakeling van bestaande kinderopvangplaatsen of voor beide en, als dat van toepassing is, onder welke voorwaarden het lokaal bestuur aan het agentschap kan vragen om de bestemming van het bedoelde budget voor een bepaald maximaal deel van het budget te verschuiven;
9° de vermelding dat het budget bedoeld is voor groepsopvang, voor gezinsopvang of voor beide;
10° de vermelding dat de basissubsidie of een van de programmatiesubsidies automatisch mee wordt toegekend bij de toekenning van een subsidiebelofte voor een programmatiesubsidie in het kader van de algemene oproep;
11° de begindatum en de einddatum voor de indiening van een aanvraag van een subsidiebelofte, waarbij de termijn tussen de begindatum en de einddatum minstens één maand bedraagt;
12° de beslissingstermijnen, vermeld in artikel 63 tot en met 74;
13° het aanvraagformulier dat gebruikt moet worden;
14° het beslissingskader.
[2 De algemene oproep van het agentschap voor de verdeling van subsidiebudget dat opnieuw beschikbaar wordt conform 2/1, bevat al de volgende gegevens:
1° de gegevens, vermeld in het tweede lid, 1°, 2°, 8°, 9°, 10°, 12°, 13° en 14° ;
2° het geografische gebied waaruit het budget beschikbaar wordt en in welke geografische gebieden het opnieuw verdeeld kan worden;
3° de begindatum en de einddatum voor de indiening van een aanvraag van een subsidiebelofte. De termijn tussen de begindatum en de einddatum bedraagt minstens zeven dagen;
4° de vermelding dat de termijn om een aanvraag in te dienen met twee weken verlengd wordt als er binnen de aanvankelijke termijn, vermeld in punt 3°, geen aanvraag is ingediend. De aanvraagtermijn kan in totaal maximaal vier keer verlengd worden]2

In het tweede lid, 8°, wordt verstaan onder de omschakeling van een bestaande kinderopvangplaats: de omschakeling van een kinderopvangplaats die vergund en opgestart is op het moment van de algemene oproep zonder een bepaalde programmatiesubsidie van het agentschap naar een kinderopvangplaats waarvoor die programmatiesubsidie wordt toegekend.
In het beslissingskader, vermeld in het tweede lid, 14°, bepaalt het agentschap de criteria aan de hand waarvan het agentschap, naargelang de principes van de algemene oproep, per geografisch gebied, als de geografische gebieden gerangschikt worden, of over de geografische gebieden heen de verschillende subsidieaanvragen op een objectieve wijze beoordeelt en rangschikt om te beslissen welke aanvragen een subsidiebelofte krijgen. Dat beslissingskader kan ontvankelijkheidscriteria, uitsluitingscriteria, voorrangscriteria en inhoudelijke vergelijkingscriteria bevatten. De criteria die het agentschap bepaalt, resulteren erin dat de subsidiebeloftes toegekend worden aan de aanvragen die de beste beoordeling krijgen op de criteria die betrekking hebben op een of meer van de volgende kenmerken:
1° de duurzaamheid van de organisator en de kinderopvanglocatie;
2° het beleidsvoerende vermogen van de organisator, waaronder de financiële en bestuurlijke weerbaarheid en transparantie en het organisatorische management van de organisator in het algemeen;
3° het medewerkersbeleid;
4° de wijze van uitvoering van de specifieke dienstverlening in het kader van de te verdelen subsidie;
5° het netwerk van de organisator in het kader van de kinderopvangactiviteiten en de samenwerking met andere relevante actoren;
6° de lokale meerwaarde en relevantie van de aanvraag op basis van een gemotiveerd negatief of positief advies met een score van het lokaal bestuur waarbij het lokaal bestuur een procedure en criteria hanteert als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang. De criteria van het lokaal bestuur zijn andere criteria dan degene die het agentschap in de algemene oproep hanteert.
[2 7° de mate waarin de organisator tegemoetkomt aan de behoeften van de contracthouders van de voorgaande organisator voor een kinderopvangplaats op korte termijn en in de nabijheid, in geval van een algemene oproep voor de verdeling van subsidiebudget dat opnieuw beschikbaar wordt conform paragraaf 2/1.]2
§ 4. De minister oefent goedkeuringstoezicht uit op de algemene oproep van het agentschap. In het kader van dat goedkeuringstoezicht controleert de minister of de algemene oproep van het agentschap, met inbegrip van het beslissingskader, voldoet aan de bepalingen van het decreet van 20 april 2012 en dit besluit.
Het agentschap kan geen algemene oproep versturen voordat de minister het goedkeuringstoezicht, vermeld in het eerste lid, uitgeoefend heeft]1
.
Art. 57. [1 § 1. L'agence accorde une promesse de subvention de programmation conformément aux paragraphes 2 à 4.
§ 2. Si un nouveau budget de subvention est disponible pour une subvention de programmation, il est réparti dans les zones géographiques en fonction du besoin de cette subvention de programmation. Le besoin est calculé sur la base de la différence entre le besoin de la subvention de programmation et l'offre disponible avec la subvention de programmation.
L'agence calcule le besoin et l'offre sur la base des chiffres objectifs et pertinents disponibles, dont au moins, en ce qui concerne la subvention pour la réalisation du tarif sur base des revenus et la subvention supplémentaire, les données visées à l'article 3, alinéa six du décret du 20 avril 2012. L'agence peut s'appuyer sur les données des guichets locaux d'accueil d'enfants pour calculer le besoin.
En fonction du besoin identifié, l'agence détermine les zones géographiques à partir desquelles un organisateur peut introduire une demande de promesse de subvention.
[2 § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, l'agence peut redistribuer le budget de subvention dans la même zone géographique où il a été octroyé, ou dans une zone géographique limitrophe, si le budget de subvention pour la subvention de programmation redevient disponible à la suite d'une des situations suivantes :
1° l'organisateur qui disposait d'une décision de l'agence portant octroi de la subvention de programmation et qui a déjà réalisé les services spécifiques, décide d'arrêter l'autorisation pour l'emplacement d'accueil d'enfants où il réalisait les services spécifiques ou décide d'arrêter la subvention. Aucune réserve ne s'applique conformément à l'article 6 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ;
2° l'agence décide :
a) d'abroger l'autorisation d'un organisateur qui disposait d'une décision d'octroi de la subvention de programmation et qui a déjà réalisé les services spécifiques dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
b) de modifier l'autorisation d'un organisateur qui disposait d'une décision d'octroi de la subvention de programmation et qui a déjà réalisé les services spécifiques dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
c) d'arrêter la subvention d'un organisateur qui disposait d'une décision d'octroi de la subvention de programmation et qui a déjà réalisé les services spécifiques dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
3° la subvention a été arrêtée de plein droit parce que l'organisateur a été déclaré en faillite par un jugement]2

§ 3. Pour la programmation et la répartition du budget, l'agence lance un appel général aux candidats pour l'introduction d'une demande de promesse de subvention pour la subvention de programmation qui peut être répartie.
L'appel général de l'agence [2 pour la répartition du budget de subvention, visée au paragraphe 2,]2 comprend toutes les données suivantes :
1° la mention qu'il s'agit d'une procédure comparative standard dans laquelle les décisions d'octroi d'une promesse de subvention sont définitives, nonobstant toute objection ou tout recours contre une décision de refus d'un autre demandeur ;
2° le budget de subvention, la subvention de programmation pour laquelle le budget est prévu et la date à partir de laquelle le budget de subvention est disponible ;
3° pour la subvention pour la réalisation du tarif sur base des revenus, la subvention pour l'accueil urgent des enfants et la subvention pour l'accueil d'enfants aux heures d'ouverture flexibles, la mention du prélèvement pour les métropoles d'Anvers, de la région bilingue de Bruxelles-Capitale et de Gand. Jusqu'au 31 décembre 2024, les pourcentages suivants s'appliquent :
a) 15 % pour Anvers ;
b) 10 % pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
c) 5 % pour Gand ;
4° pour les autres subventions de programmation, la mention d'un éventuel prélèvement du budget pour les métropoles mentionnées au point 3°, et de son montant, sur la base de la présence des groupes cibles de la subvention de programmation à répartir ;
5° la priorité qui s'applique dans les métropoles mentionnées au point 3°, pour la demande d'un organisateur qui reçoit de l'administration locale une subvention identique pour la même prestation de service spécifique que le montant et la prestation de service spécifique de la subvention de programmation qui est répartie à condition que la subvention de l'administration locale ait été accordée conformément à l'article 112/1, § 2 ;
6° le prélèvement sur le budget pour des situations spécifiques où il est nécessaire pour des raisons dignes d'intérêt de prévoir un prélèvement, le cas échéant ;
7° les zones géographiques à partir desquelles un organisateur peut introduire une demande de promesse de subvention, en fonction du besoin visé au paragraphe 2, le classement ou non des zones géographiques et la manière dont elles sont classées, ainsi que le budget maximum pouvant être réparti pour chaque zone géographique. L'agence veille notamment à l'équilibre entre une distribution suffisante du budget sur les zones géographiques et une fragmentation limitée du budget ;
8° la mention que le budget est destiné à de nouvelles places d'accueil d'enfants, à la conversion de places d'accueil d'enfants existantes ou aux deux et, le cas échéant, les conditions dans lesquelles l'administration locale peut demander à l'agence de modifier la destination dudit budget pour une certaine partie maximale du budget ;
9° la mention que le budget est destiné à l'accueil en groupe, à l'accueil familial ou aux deux ;
10° la mention que la subvention de base ou l'une des subventions de programmation est automatiquement accordée lorsqu'une promesse de subvention est accordée pour une subvention de programmation dans le cadre de l'appel général ;
11° les dates de début et de fin pour le dépôt d'une demande de promesse de subvention, espacées d'au moins un mois ;
12° les délais de décision visés aux articles 63 à 74 ;
13° le formulaire de demande à utiliser ;
14° le cadre décisionnel.
[2 L'appel général de l'agence pour la répartition du budget de subvention qui redevient disponible conformément au § 2/1, comprend toutes les données suivantes :
1° les données visées à l'alinéa 2, 1°, 2°, 8°, 9°, 10°, 12°, 13° et 14° ;
2° la zone géographique dont le budget devient disponible et les zones géographiques où il peut être redistribué ;
3° la date de début et la date de fin pour l'introduction d'une demande de promesse de subvention. Le délai entre la date de début et la date de fin est d'au moins sept jours ;
4° la mention que le délai d'introduction d'une demande est prolongé de deux semaines si aucune demande n'est introduite dans le délai initial, visé au point 3°. Le délai de demande peut être prolongé quatre fois au maximum.]2

Dans le deuxième alinéa, 8° on entend par la conversion d'une place d'accueil d'enfants existante : la conversion d'une place d'accueil d'enfants autorisée et démarrée au moment de l'appel général sans subvention de programmation spécifique de l'agence en une place d'accueil d'enfants au titre de laquelle cette subvention de programmation est accordée.
Dans le cadre décisionnel visé au deuxième alinéa, 14° l'agence définit les critères selon lesquels elle évalue et classe objectivement les différentes demandes de subvention, en fonction des principes de l'appel général, par zone géographique, si les zones géographiques sont classées, ou dans l'ensemble des zones géographiques, afin de décider quelles demandes reçoivent une promesse de subvention. Ce cadre décisionnel peut comprendre des critères de recevabilité, d'exclusion et de priorité ainsi que des critères de contenu comparatifs. Les critères fixés par l'agence sont tels que les promesses de subvention sont attribuées aux demandes qui obtiennent la meilleure note sur les critères qui portent sur une ou plusieurs des caractéristiques suivantes :
1° la durabilité de l'organisateur et du site d'accueil d'enfants ;
2° la capacité de l'organisateur à mener une politique, y compris la résilience et la transparence financières et administratives et la gestion organisationnelle de l'organisateur en général ;
3° la politique à l'égard des employés ;
4° le mode de mise en oeuvre de la prestation de service spécifique dans le cadre de la subvention à répartir ;
5° le réseau de l'organisateur dans le cadre des activités d'accueil d'enfants et la coopération avec d'autres acteurs pertinents ;
6° la valeur ajoutée et la pertinence locales de la demande sur la base d'un avis négatif ou positif motivé, y compris un score, de l'administration locale, qui applique à cet effet une procédure et des critères tels que visés à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2013 portant la politique locale en matière d'accueil d'enfants. Les critères de l'administration locale sont différents de ceux utilisés par l'agence dans l'appel général.
[2 7° la mesure dans laquelle l'organisateur répond aux besoins des titulaires de contrats de l'organisateur précédent pour un emplacement d'accueil d'enfants à court terme et à proximité, en cas d'un appel général pour la répartition d'un budget de subvention qui redevient disponible conformément au paragraphe 2/1. ]2
§ 4. Le ministre exerce une tutelle d'approbation sur l'appel général de l'agence. Dans le cadre de cette tutelle d'approbation, le ministre vérifie si l'appel général de l'agence, y compris le cadre décisionnel, est conforme aux dispositions du décret du 20 avril 2012 et du présent arrêté.
L'agence ne peut pas lancer d'appel général avant que le ministre n'ait exercé la tutelle d'approbation visée au premier alinéa ]1
.
Art. 58. [1 Conform het tweede tot en met het vierde lid kent het agentschap een subsidiebelofte toe voor de basissubsidie voor een kinderopvangplaats waarvoor de organisator het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, toepast of zal toepassen.
Als er budget is om de basissubsidie voor kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, toepast of zal toepassen, toe te kennen, doet het agentschap een algemene oproep bij kandidaten om een aanvraag van een subsidiebelofte voor de basissubsidie in te dienen.
De algemene oproep van het agentschap, vermeld in het tweede lid, bevat al de volgende gegevens:
1° het subsidiebudget dat bestemd is om kinderopvangplaatsen, waarvoor de organisator met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, werkt of zal werken, een basissubsidie toe te kennen, en vanaf wanneer het subsidiebudget beschikbaar is;
2° de voorafname van het budget voor de grootsteden Antwerpen, het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad en Gent. Tot 31 december 2024 gelden volgende percentages:
a) 15% voor Antwerpen;
b) 10% voor het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad;
c) 5% voor Gent;
3° de gegevens, vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 1°, 6°, 9°, 11°, 12°, 13° en 14°, van dit besluit.
De algemene oproep vindt plaats conform artikel 57, § 4 ]1
.
Art. 58. [1 Conformément aux alinéas deux à quatre l'agence accorde une promesse de subvention de base à une place d'accueil d'enfants pour laquelle l'organisateur applique ou appliquera le système du tarif sur la base des revenus prévu dans les articles 27 à 36/1 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013.
Si un budget est prévu pour l'attribution de la subvention de base à des places d'accueil d'enfants pour lesquelles l'organisateur applique ou appliquera le système du tarif sur la base des revenus prévu dans les articles 27 à 36/1 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, l'agence lance un appel général aux candidats pour l'introduction d'une demande de promesse de subvention de base.
L'appel général de l'agence mentionné à l'alinéa deux contient toutes les informations suivantes :
1° le budget de subvention destiné à accorder une subvention de base à des places d'accueil d'enfants pour lesquelles l'organisateur applique ou appliquera le système du tarif sur la base des revenus prévu dans les articles 27 à 36/1 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, et la date à partir de laquelle le budget de subvention est disponible ;
2° le prélèvement sur le budget pour les métropoles d'Anvers, de la région bilingue de Bruxelles-Capitale et de Gand. Jusqu'au 31 décembre 2024, les pourcentages suivants s'appliquent :
a) 15 % pour Anvers ;
b) 10 % pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale :
c) 5 % pour Gand ;
3° les données visées à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 1°, 6°, 9°, 11°, 12°, 13° et 14° du présent arrêté.
L'appel général a lieu conformément à l'article 57, § 4 ]1
.
HOOFDSTUK 3. - Aanvraag en toekenning van een subsidiebelofte
CHAPITRE 3. - Demande et octroi d'une promesse de subvention
Afdeling 1. - Aanvraag
Section 1re. - Demande
Art. 59. De aanvraag van een subsidiebelofte wordt ingediend met het aanvraagformulier van [5 het agentschap]5, dat de volgende gegevens bevat:
1° de gegevens over de organisator:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres en het ondernemingsnummer van de organisator;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, waaronder minstens de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de organisator;
2° de context van de aanvraag;
3° de gewenste startdatum van de subsidies en hoe die realiseerbaar is;
4° de gegevens over de subsidie die gevraagd wordt:
a) welke subsidie gevraagd wordt;
b) voor welke opvangvorm de subsidie gevraagd wordt;
c) voor [1 welk geografisch gebied]1 de subsidie gevraagd wordt;
d) het gevraagde aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen;
5° de gegevens over de wijze waarop de organisator de geplande realisatie van de gevraagde subsidie zal doen:
a) als dat relevant is: de naam en het adres van de kinderopvanglocatie;
b) [2 voor de verdeling van subsidiebeloftes naar aanleiding van een algemene oproep als vermeld in artikel 57 of 58,]2 de gegevens waaruit blijkt dat voldaan is aan de bepalingen van de algemene oproep, vermeld in [3 artikel 57 of 58]3;
[4 c) voor de subsidiebelofte voor de basissubsidie voor kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator met een vrije prijs werkt of zal werken, en die is aangevraagd conform artikel 61, tweede lid: de gegevens waaruit blijkt op welke manier de organisator tegen de gewenste startdatum een vergunning zal hebben en kan voldoen aan de subsidievoorwaarden;]4
6° een verklaring op erewoord over:
a) het feit dat de persoon die de aanvraag doet, gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator;
b) de kennisname van de voorwaarden voor de specifieke dienstverlening, vermeld in het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
7° de datum en de handtekening van de organisator.
Art. 59. La demande d'une promesse de subvention est introduite à l'aide du formulaire de demande de [5 l'agence]5 comprenant les données suivantes :
1° les données sur l'organisateur :
a) le nom, la forme juridique, l'adresse et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
b) les données d'identité et de contact, dont au moins les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de la personne de contact de l'organisateur ;
2° le contexte de la demande ;
3° la date de départ souhaitée des subventions et comment celle-ci est réalisable ;
4° les données sur la subvention qui est demandée :
a) quelle subvention est demandée ;
b) le type d'accueil pour lequel la subvention est demandée ;
c) [1 la zone géographique pour laquelle ]1 la subvention est demandée ;
d) le nombre demandé de places d'accueil d'enfants subventionnables ;
5° les données sur la façon dont l'organisateur effectuera la réalisation prévue de la subvention demandée :
a) lorsque cela est pertinent : les nom et adresse de l'emplacement d'accueil d'enfants ;
b) [2 pour la répartition de promesses de subvention suite à un appel général tel que visé aux articles 57 ou 58,]2 les données faisant apparaître qu'il a été répondu aux dispositions de l'appel général, visé [3 aux articles 57 ou 58]3;
[4 c) pour la promesse de subvention de base à des places d'accueil d'enfants pour lesquelles l'organisateur applique ou appliquera avec un prix libre, et qui a été demandée conformément à l'article 61, deuxième alinéa : les informations montrant comment l'organisateur obtiendra une autorisation à la date de début souhaitée et sera en mesure de remplir les conditions de subvention ; ]4
6° une déclaration sur l'honneur sur :
a) le fait que la personne introduisant la demande, est autorisée à agir au nom de l'organisateur ;
b) la prise de connaissance des conditions pour la prestation de services spécifique, visée à l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013 ;
7° la date et la signature de l'organisateur.
Art. 60. Naast het aanvraagformulier, vermeld in artikel 59, bezorgt de organisator de documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan de bepalingen van de algemene oproep, vermeld in artikel [1 57 of]1 58, met de post of elektronisch, volgens de administratieve richtlijnen van [2 het agentschap]2.
Art. 60. Outre le formulaire de demande, visé à l'article 59, l'organisateur transmet les documents démontrant qu'il a été répondu aux dispositions de l'appel général, [1 visé aux articles 57 ou 58 ]1, par courrier ou par la voie électronique, conformément aux instructions administratives de [2 l'agence]2.
Art. 61. De aanvraag [1 in het kader van een algemene oproep als vermeld in artikel 57 of 58,]1 wordt ingediend binnen de in de algemene oproep vastgelegde termijn, vermeld in artikel 58.
[2 De aanvraag van de basissubsidie voor kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator met een vrije prijs werkt, kan op elk moment ingediend worden als er nog budget beschikbaar is. Het agentschap behandelt die aanvragen in de volgorde waarin ze ontvangen worden.]2
Art. 61. La demande [1 dans le cadre d'un appel général tel que visé aux articles 57 ou 58 ]1 est introduite dans le délai fixé à l'appel général, visé à l'article 58.
[2 La demande de subvention de base pour des places d'accueil d'enfants pour lesquelles l'organisateur applique un prix libre peut être déposée à tout moment s'il reste du budget disponible. L'agence flamande traite ces demandes dans l'ordre dans lequel elles les reçoit. ]2
Art. 62. De organisator die een aanvraag van een subsidiebelofte indient na een terugvordering, een stopzetting, een schorsing of een vermindering van een subsidie door [1 het agentschap]1, bezorgt boven op de documenten, vermeld in artikel 60, bijkomende documenten waaruit blijkt dat de reden waarop de terugvordering, de stopzetting, de schorsing of de vermindering is gebaseerd, niet langer bestaat.
Art. 62. L'organisateur introduisant une demande d'une promesse de subvention après un recouvrement, une cessation, une suspension ou une réduction d'une subvention par [1 l'agence]1, transmet, en complément aux documents, visés à l'article 60, des documents supplémentaires dont il ressort que le motif du recouvrement, de la cessation, de la suspension ou de la réduction, n'existe plus.
Afdeling 1/1. - [1 Subsidiebelofte bij wijziging van de organisator]1
Section 1/1. - [1 Promesse de subvention lors de la modification de l'organisateur]1
Art. 62/1. [1 Als de organisator van een kinderopvanglocatie die recht heeft op een subsidiebelofte, stopt, vervalt van rechtswege het recht op die subsidiebelofte. Het recht op een subsidiebelofte kan niet worden verhandeld.]1
[2 Een nieuwe organisator kan dezelfde subsidiebelofte als de subsidiebelofte, waarover de organisator, vermeld in het eerste lid, beschikte, vragen bij het agentschap, buiten een algemene oproep, als de volgende voorwaarden worden vervuld:
1А de nieuwe organisator vraagt een vergunning aan en neemt de werking en al de gesloten schriftelijke overeenkomsten voor kinderopvang over van de vorige organisator voor de kinderopvanglocatie waarvoor de vorige organisator de subsidiebelofte had;
2А de nieuwe organisator dient uiterlijk dertig dagen na de overname een aanvraag van een subsidiebelofte na wijziging van de organisator in bij het agentschap;
3А de vorige organisator heeft de stopzetting van de kinderopvanglocatie waarvoor hij een subsidiebelofte had conform artikel 30 en 107 aan de agentschap gemeld of het agentschap heeft de vergunning opgeheven.]2

[2 In afwijking van het tweede lid, 1А, kan de nieuwe organisator de subsidiebelofte vragen voor een kinderopvanglocatie waarvoor nog geen vergunning is toegekend, als het een wijziging van rechtsvorm betreft als vermeld in artikel 13/2.]2
Art. 62/1. [1 Lorsque l'organisateur d'un emplacement d'accueil d'enfants ayant droit à une promesse de subvention, renonce à ces activités, le droit à la subvention pour ce nouvel organisateur échoit de plein droit. Le droit à une promesse de subvention ne peut être commercialisé.]1
[2 Un nouvel organisateur peut demander à l'agence la même promesse de subvention que celle dont disposait l'organisateur, visé à l'alinéa 1er, en dehors d'un appel général, si les conditions suivantes sont remplies :
1° le nouvel organisateur demande une autorisation et reprend le fonctionnement et tous les contrats écrits pour l'accueil d'enfants de l'organisateur précédent pour l'emplacement d'accueil d'enfants pour lequel l'organisateur précédent disposait de la promesse de subvention ;
2° le nouvel organisateur introduit au plus tard trente jours après la reprise une demande de promesse de subvention après la modification de l'organisateur auprès de l'agence ;
3° l'organisateur précédent a notifié à l'agence l'arrêt de l'emplacement d'accueil d'enfants pour lequel il disposait d'une promesse de subvention conformément aux articles 30 et 107 ou l'agence a supprimé l'autorisation.]2

[2 Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, le nouvel organisateur peut demander la promesse de subvention pour un emplacement d'accueil d'enfants pour lequel aucune autorisation n'a encore été attribuée, s'il s'agit d'un changement de forme juridique tel que visé à l'article 13/2.]2
Afdeling 2. - Ontvankelijkheid van de aanvraag
Section 2. - Recevabilité de la demande
Art. 63. De aanvraag van een subsidiebelofte is ontvankelijk als de aanvraag cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoet. De aanvraag:
1° wordt ingediend binnen de in de oproep vastgelegde termijnen [1 , vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 11°, of artikel 58, derde lid, 3°, of, wat betreft de aanvraag, vermeld in artikel 61, tweede lid, wordt die aanvraag niet ingediend nadat het agentschap meedeelt dat er geen budget meer beschikbaar is]1;
2° bevat de nodige gegevens op het aanvraagformulier, vermeld in artikel 59;
3° bevat de nodige documenten, vermeld in artikel 60 en 62;
4° voldoet aan eventuele bijkomende ontvankelijkheidsvoorwaarden [2 die zijn opgenomen in het beslissingskader, vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 14°, of vermeld in artikel 58, derde lid, 3°]2.
Art. 63. La demande d'une promesse de subvention est recevable lorsque la demande répond cumulativement aux conditions suivantes. La demande :
1° est introduite dans les délais fixés dans l'appel [1 visé à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 11°, ou à l'article 58, troisième alinéa, 3°, ou, en ce qui concerne la demande visée à l'article 61, deuxième alinéa, cette demande n'est pas introduite après que l'agence a notifié qu'il n'y a plus de budget disponible]1 ;
2° comprend les données nécessaires sur le formulaire de demande, visé à l'article 59 ;
3° comprend les documents requis, mentionnés aux articles 60 et 62 ;
4° répond aux conditions de recevabilité supplémentaires éventuelles, [2 incluses dans le cadre décisionnel visé à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 14°, ou visé à l'article 58, troisième alinéa, 3°]2.
Art. 64. [1 Het agentschap]1 bezorgt na ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding. [1 Het agentschap]1 beslist over de ontvankelijkheid van de aanvraag uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum van de ontvangst van het aanvraagformulier, vermeld in artikel 59.
Art. 64. Après la réception de la demande, [1 l'agence]1 transmet un accusé de réception. [1 L'agence]1 statue sur la réception de la demande au plus trente jours calendaires après la date de réception du formulaire de demande, visé à l'article 59.
Art. 65. Als de aanvraag onvolledig is, meldt [1 het agentschap]1 dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding wordt de termijn, vermeld in artikel 64, geschorst voor maximaal dertig kalenderdagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen.
Art. 65. Lorsque la demande est incomplète, [1 l'agence]1 le notifie par voie électronique à l'organisateur dans les plus brefs délais. A partir de ladite notification, le délai, visé à l'article 64, est suspendu pour trente jours calendaires au maximum, pour permettre à l'organisateur de compléter la demande dans ce délai.
Art. 66. De beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag bevat de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de beslissing, met inbegrip van de rechtsgronden;
3° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Raad van State en de wijze waarop dat moet gebeuren;
4° de contactgegevens van [1 het agentschap]1;
5° de datum van de beslissing en de elektronische handtekening van [1 het agentschap]1.
Art. 66. La décision sur la recevabilité de la demande comprend les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° la décision, y compris les fondements juridiques ;
3° la possibilité de former un recours auprès du Conseil d'Etat ainsi que la façon dont cela doit se faire ;
4° les données de contact de [1 l'agence]1 ;
5° la date de la décision et de la signature électronique de [1 l'agence]1.
Art. 67. [1 Het agentschap]1 bezorgt op de volgende wijze de beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de beslissing aan de organisator:
1° als de aanvraag ontvankelijk is: elektronisch;
2° als de aanvraag onontvankelijk is: elektronisch en met een aangetekende brief.
Art. 67. [1 L'agence]1 transmet la décision sur la recevabilité de la demande à l'organisateur au plus tard dans les quinze jours calendaires de la date de la décision à l'organisateur de la façon suivante :
1° lorsque la demande est recevable : par voie électronique ;
2° lorsque la demande est irrecevable : par voie électronique et par lettre recommandée.
Art. 68.
Art. 68.
Afdeling 3. - Gegrondheid van de aanvraag
Section 3. - Bien-fondé de la demande
Art. 69. [1 In het kader van een algemene oproep als vermeld in artikel 57 of 58, maakt het agentschap een voorstel van verdeling van de beschikbare subsidieerbare plaatsen op basis van het totaal te verdelen subsidiebudget, en een voorstel voor de wijze waarop het verdeeld moet worden op basis van de procedure, vermeld in artikel 57, § 2 tot en met § 4, of artikel 58, tweede tot en met vierde lid ]1.
Art. 69. [1 Dans le cadre d'un appel général visé aux articles 57 ou 58, l'agence fait une proposition de répartition des places subventionnables disponibles sur la base du budget total des subventions à répartir, ainsi qu'une proposition de mode de répartition sur la base de la procédure visée à l'article 57, §§ 2 à 4, ou à l'article 58, deuxième à quatrième alinéas ]1.
Art. 70. [2 Het agentschap]2 beslist over de gegrondheid van de aanvraag van een subsidiebelofte [1 in het kader van een algemene oproep als vermeld in artikel 57 of 58,]1 op basis van het voorstel van verdeling uiterlijk negentig kalenderdagen na de einddatum voor de indiening van de aanvraag van een subsidiebelofte. Als die termijn van negentig kalenderdagen geheel of gedeeltelijk in de maand juli of augustus valt, wordt de termijn met dertig kalenderdagen verlengd.
[1 Als de minister het goedkeuringstoezicht niet heeft uitgeoefend binnen de termijn, vermeld in artikel 57, § 4, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, verlengd tot de minister het goedkeuringstoezicht uitgeoefend heeft.]1
Art. 70. [2 L'agence]2 statue sur le bien-fondé de la demande d'une promesse de subvention [1 dans le cadre d'un appel général tel que visé aux articles 57 ou 58]1 sur la base de la proposition de répartition au plus tard dans les nonante jours calendaires de la date de fin pour l'introduction de la demande d'une promesse de subvention. Lorsque ce délai de nonante jours calendaires tombe entièrement ou partiellement au mois de juillet ou d'août, le délai est prolongé de trente jours calendaires.
[1 Si le ministre n'a pas exercé la tutelle d'approbation dans le délai prévu à l'article 57, § 4, le délai prévu au premier alinéa est prolongé jusqu'à ce que le ministre ait exercé la tutelle d'approbation.]1
Art. 71. [1 Het agentschap]1 kan tijdens de termijn, vermeld in artikel 70, bijkomende gegevens vragen aan de organisator. De organisator bezorgt die gegevens binnen de door [1 het agentschap]1 bepaalde termijn.
Art. 71. Pendant le délai visé à l'article 70, [1 l'agence]1 peut demander des données supplémentaires à l'organisateur. L'organisateur transmet ces données dans le délai déterminé par [1 l'agence]1.
Art. 71/1. [1 Het agentschap beslist over de gegrondheid van de aanvraag van een subsidiebelofte voor de basissubsidie voor kinderopvangplaatsen waarvoor de organisator met een vrije prijs werkt of zal werken, uiterlijk zestig kalenderdagen na de datum van de beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag, vermeld in artikel 66.
Het agentschap kan de subsidiebelofte toekennen binnen de perken van het beschikbare budget. Als er geen budget meer beschikbaar is, informeert het agentschap onmiddellijk alle organisatoren daarover schriftelijk en via de website. ]1

Art. 71/1. [1 L'agence statue sur le bien-fondé de la demande de promesse de subvention de base pour des places d'accueil d'enfants pour lesquelles l'organisateur applique ou appliquera un prix libre, au plus tard soixante jours civils après la date de la décision sur la recevabilité de la demande, visée à l'article 66.
L'agence peut accorder la promesse de subvention dans les limites du budget disponible. Si le budget n'est plus disponible, l'agence en informe immédiatement tous les organisateurs par écrit et via le site web.]1

Art. 72. De beslissing tot toekenning, gedeeltelijke toekenning of weigering van een subsidiebelofte bevat minstens de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de beslissing, met inbegrip van de rechtsgronden;
3° in geval van toekenning of gedeeltelijke toekenning:
a) de startdatum en de einddatum van de subsidiebelofte;
b) het aantal plaatsen en het soort subsidie waarvoor een subsidiebelofte wordt toegekend;
c) aan welke subsidiegroep de subsidiebelofte wordt toegekend;
d) de vermelding dat de subsidiebelofte gedeeltelijk of volledig kan worden stopgezet als vastgesteld wordt dat er een gegronde indicatie is als vermeld in artikel 54;
e) de mogelijkheid en de modaliteiten om een verlenging van de subsidiebelofte te vragen;
[1 f) in geval van groepsopvang: in welke kinderopvanglocatie de subsidieerbare plaatsen eerst gerealiseerd moeten worden;
g) in geval van gezinsopvang: in welke gemeente de subsidieerbare plaatsen eerst gerealiseerd moeten worden;]1

[2 "h) de vermelding dat de subsidiebelofte niet omgezet kan worden in een subsidietoekenning als de organisator niet voldoet aan de criteria in het beslissingskader, vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 14°, en vierde lid, of artikel 58, derde lid, 3°, op basis waarvan zijn aanvraag is beoordeeld en gerangschikt;]2
4° in geval van gedeeltelijke toekenning of weigering: de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen en de wijze waarop dat moet gebeuren;
5° in geval van weigering van de subsidiebelofte: de vermelding van het gevolg daarvan, meer bepaald dat er geen subsidie toegekend kan worden;
6° de datum van de beslissing en de elektronische handtekening van [3 het agentschap]3.
Art. 72. La décision d'octroi, d'octroi partiel ou de refus d'une promesse de subvention comprend au moins les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° la décision, y compris les fondements juridiques ;
3° en cas d'octroi ou d'octroi partiel :
a) la date de début et de fin de la promesse de subvention ;
b) le nombre de places et le type de subvention pour lequel est accordée une promesse de subvention ;
c) le groupe de subventions auquel est accordée une promesse de subvention ;
d) la mention que la promesse de subvention peut être suspendue partiellement ou entièrement lorsqu'il est constaté qu'il existe une indication légitime telle que visée à l'article 54 ;
e) la possibilité et les modalités de demander une prolongation de la promesse de subvention ;
[1 f) dans le cas de l'accueil en groupe : l'identification de l'emplacement d'accueil d'enfants dans lequel les places subventionnables doivent être réalisées en premier ;
g) dans le cas de l'accueil familial : l'identification de la commune dans laquelle les places subventionnables doivent être réalisées en premier ;]1

[2 h) la mention que la promesse de subvention ne peut être convertie en octroi de subvention si l'organisateur ne répond pas aux critères du cadre décisionnel visé à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 14°, et quatrième alinéa, ou à l'article 58, troisième alinéa, 3°, sur la base duquel sa demande a été évaluée et classée ; ]2
4° en cas d'un octroi ou d'un refus partiel : la possibilité de former un recours ainsi que la façon dont cela doit se faire ;
5° en cas de refus de la promesse de subvention : la mention de la conséquence, notamment qu'aucune subvention ne peut être octroyée.
6° la date de la décision et de la signature électronique de [3 l'agence]3.
Art. 73. [1 Het agentschap]1 bezorgt op de volgende wijze de beslissing over de subsidiebelofte uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de beslissing aan de organisator:
1° in geval van toekenning: elektronisch;
2° in geval van weigering of gedeeltelijke toekenning: elektronisch en met een aangetekende brief.
Art. 73. [1 L'agence]1 transmet la décision sur la promesse de subvention à l'organisateur au plus tard dans les quinze jours calendaires de la date de la décision à l'organisateur :
1° en cas d'octroi : par voie électronique ;
2° en cas de refus ou de refus partiel : par voie électronique et par lettre recommandée.
Art. 74.
Art. 74.
Afdeling 4. - Verlenging van de subsidiebelofte
Section 4. - Prolongation de la promesse de subvention
Art. 75. [1 De subsidiebelofte is geldig tot drie maanden na de gewenste startdatum die de organisator op het formulier voor de aanvraag van een subsidiebelofte heeft ingevuld. In afwijking daarvan behouden de subsidiebeloftes die [2 het agentschap]2 heeft toegekend vóór 1 november 2017, de geldigheidsduur vermeld in de beslissing tot toekenning van de subsidiebelofte. Een verlenging van die subsidiebelofte gebeurt overeenkomstig het tweede lid.
Als de organisator de subsidiebelofte niet tijdig kan omzetten in een subsidietoekenning, kan de organisator eenmalig en gemotiveerd een verlenging van de subsidiebelofte van maximaal zes maanden vragen bij [2 het agentschap]2. [2 Het agentschap]2 zal een verlenging toekennen als de verlenging tot resultaat kan hebben dat de organisator binnen die termijn de subsidiebelofte kan laten omzetten in een subsidietoekenning.
In afwijking van het tweede en het derde lid kan [2 het agentschap]2 in uitzonderlijke situaties van overmacht een ruimere verlenging toestaan.]1

Als de subsidiebelofte binnen de geldigheidsduur niet omgezet is in een subsidietoekenning, vervalt de subsidiebelofte van rechtswege.
Art. 75. [1 La promesse de subvention est valable jusqu'à trois mois après la date de début souhaitée que l'organisateur a rempli sur le formulaire de demande d'une promesse de subvention. Par dérogation à la disposition précédente, les promesses de subvention que [2 l'agence]2 a octroyées avant le 1 novembre 2017, conservent la durée de validité, visée dans la décision d'octroi de la promesse de subvention. Une prolongation de cette promesse de subvention est effectuée conformément à l'alinéa deux.
Si l'organisateur ne peut pas convertir la promesse de subvention en un octroi de subvention dans les délais impartis, l'organisateur peut à titre unique et de façon motivée demander une prolongation de la promesse de subvention de maximum six mois auprès de [2 l'agence]2. [2 L'agence]2 accordera une prolongation si la prolongation peut avoir comme résultat que l'organisateur peut faire convertir la promesse de subvention en un octroi de subvention endéans ce délai.
Par dérogation aux alinéas deux et trois, [2 l'agence]2 peut accorder une prolongation plus large dans des situations exceptionnelles de force majeure.]1

Lorsque la promesse de subvention n'a pas été convertie en un octroi de subvention pendant la durée de validité, la promesse de subvention échoit de plein droit.
Art. 76. De aanvraag tot verlenging wordt uiterlijk dertig kalenderdagen voor de einddatum van de geldigheid van de subsidiebelofte bezorgd aan [1 het agentschap]1.
Art. 76. La demande de prolongation est transmise à [1 l'agence]1 au plus tard trente jours calendaires avant la date de fin de la validité de la promesse de subvention.
Art. 77. De aanvraag tot verlenging wordt ingediend met het aanvraagformulier van [1 het agentschap]1 dat de volgende gegevens bevat:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de vermelding voor welke subsidiebelofte een verlenging wordt aangevraagd;
3° de redenen waarom de aanvankelijke termijn niet gehaald is;
4° de motivatie waarom de omzetting in een subsidietoekenning na een verlenging van de termijn wel realiseerbaar is.
Art. 77. La demande de prolongation est introduite à l'aide du formulaire de demande de [1 l'agence]1 comprenant les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° la mention de la promesse de subvention pour laquelle la prolongation est demandée ;
3° les raisons pour lesquelles le délai initial n'a pas été respecté ;
4° la motivation pour laquelle la transposition en un octroi de subvention après une prolongation du délai est réalisable.
Art. 78. [1 Het agentschap]1 beslist over de aanvraag tot verlenging uiterlijk dertig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag.
Art. 78. [1 L'agence]1 statue sur la demande de prolongation au plus tard trente jours calendaires de la réception de la demande.
HOOFDSTUK 4. - Aanvraag, toekenning en stopzetting van de subsidie
CHAPITRE 4. - Demande, octroi et cessation de la subvention
Afdeling 1. - Aanvraag
Section 1re. - Demande
Onderafdeling 1. - Aanvraag van een subsidietoekenning na een subsidiebelofte
Sous-section 1re. - Demande d'un octroi de subvention après une promesse de subvention
Art. 79. De aanvraag van een subsidietoekenning na een subsidiebelofte wordt ingediend met het aanvraagformulier van [3 het agentschap]3, dat de volgende gegevens bevat:
1° de datum vanaf wanneer de organisator de subsidies effectief wil laten ingaan;
2° de gegevens over de organisator:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres, het rekeningnummer en het ondernemingsnummer van de organisator. Als de organisator een feitelijke vereniging is, moet het rekeningnummer slaan op de feitelijke vereniging zelf;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, waaronder minstens de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de organisator;
3° de gegevens over de organisatie van de kinderopvang waarvoor de subsidietoekenning wordt aangevraagd:
a) het gevraagde aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen;
b) voor welke subsidiegroep;
c) de verwijzing naar de subsidiebelofte;
d) [1 de kinderopvanglocatie waar de organisator de specifieke dienstverlening zal aanbieden, waarbij voor de eerste realisatie:
1) in geval van groepsopvang: de kinderopvanglocatie moet overeenstemmen met de kinderopvanglocatie die is opgegeven in de aanvraag van een subsidiebelofte;
2) in geval van gezinsopvang: de gemeente waar de kinderopvanglocatie gelegen is moet overeenstemmen met de gemeente die is opgegeven in de aanvraag van een subsidiebelofte;]1

[2 e) op welke manier de organisator voldoet aan de criteria van Opgroeien regie in het beslissingskader, vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 14°, en derde lid, of artikel 58, derde lid, 3°, waarvan hij in de aanvraag van de subsidiebelofte had medegedeeld dat hij er uiterlijk bij de subsidietoekenning aan zou voldoen;]2
4° een verklaring op erewoord over:
a) het feit dat de persoon die de aanvraag doet, gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator;
b) de kennisname van de voorwaarden voor de specifieke dienstverlening, vermeld in het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
[2 e) op welke manier de organisator voldoet aan de criteria van Opgroeien regie in het beslissingskader, vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 14°, en derde lid, of artikel 58, derde lid, 3°, waarvan hij in de aanvraag van de subsidiebelofte had medegedeeld dat hij er uiterlijk bij de subsidietoekenning aan zou voldoen;]2
5° de datum en de handtekening van de organisator.
Art. 79. La demande d'un octroi de subvention après une promesse de subvention est introduite à l'aide du formulaire de demande de [3 l'agence]3 comprenant les données suivantes :
1° la date à partir de laquelle l'organisateur souhaite effectivement faire débuter les subventions ;
2° les données sur l'organisateur :
a) le nom, la forme juridique, l'adresse, le numéro de compte et le numéro d'entreprise de l'organisateur. Lorsque l'organisateur est une association de fait, le numéro de compte doit porter sur l'association de fait elle-même ;
b) les données d'identité et de contact, dont au moins les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de la personne de contact de l'organisateur ;
3° les données sur l'organisation d'accueil d'enfants faisant l'objet de l'octroi de subventions :
a) le nombre demandé de places d'accueil d'enfants subventionnables ;
b) pour quel groupe de subventions ;
c) la référence vers la promesse de subvention ;
d) [1 l'emplacement d'accueil d'enfants où l'organisateur offrira les services spécifiques, qui, en ce qui concerne la première mise en oeuvre :
1) dans le cas d'un accueil en groupe : correspond à l'emplacement d'accueil d'enfants indiqué dans la demande d'une promesse de subvention ;
2) dans le cas d'un accueil familial : est situé dans la commune qui correspond à la commune indiquée dans la demande d'une promesse de subvention ;]1

[2 e) la manière dont l'organisateur respecte les critères de Grandir régie dans le cadre décisionnel visé à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 14°, et troisième alinéa, ou à l'article 58, troisième alinéa, 3°, dont il avait indiqué dans la demande de promesse de subvention qu'il les respecterait au plus tard lors de l'octroi de la subvention ; ]2
4° une déclaration sur l'honneur sur :
a) le fait que la personne introduisant la demande, est autorisée à agir au nom de l'organisateur ;
b) la prise de connaissance des conditions pour la prestation de services spécifique, visée à l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013 ;
[2 c) la réalisation des critères du cadre décisionnel visé à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 14°, et troisième alinéa, qui ont été évalués par l'administration locale et dont l'organisateur avait indiqué, dans le cadre de la demande de promesse de subvention, qu'il les respecterait au plus tard lors de l'octroi de la subvention ; ]2
5° la date et la signature de l'organisateur.
Art. 80. De aanvraag van een subsidietoekenning wordt ingediend op zijn vroegste zes maanden voor de datum waarop de organisator de subsidies wil laten ingaan. Als de organisator nog geen enkele vergunde kinderopvangplaats heeft, kan de aanvraag bovendien alleen gedaan worden als er gelijktijdig een aanvraag van een vergunning wordt ingediend.
De toekenning zelf gaat op zijn vroegste in [1 vanaf de dag van de beslissing van [2 het agentschap]2, tenzij de subsidiebelofte anders bepaalt]1.
Art. 80. La demande d'un octroi de subvention est introduite au plus tôt six mois avant la date à laquelle l'organisateur souhaite faire débuter les subventions. En outre, lorsque l'organisateur n'a aucune place d'accueil d'enfants autorisée, la demande ne peut être introduite que lorsqu'une demande d'autorisation est introduite simultanément.
L'octroi lui-même commence au plus tôt [1 à partir du premier jour de la décision de [2 l'agence]2, sauf stipulé autrement dans la promesse de subvention]1.
Art. 81. De organisator die een aanvraag doet na een eerdere aanvraag voor een subsidie die geweigerd is, of van wie een eerdere subsidie teruggevorderd, verminderd, geschorst of volledig stopgezet is door [1 het agentschap]1, bezorgt bijkomende documenten waaruit blijkt dat de reden waarop de voorafgaande weigering, terugvordering, vermindering, schorsing of stopzetting is gebaseerd, niet langer bestaat.
Art. 81. L'organisateur introduisant une demande suivant une demande antérieure pour une subvention qui est refusée, ou dont une subvention antérieure est recouvrée, réduite, suspendue ou cessée entièrement par [1 l'agence]1, transmet des documents supplémentaires dont il ressort que la raison du refus antérieur, du recouvrement, de la réduction, de la suspension ou de la cessation ne existe plus.
Art. 82. De subsidietoekenning geldt voor maximaal tien jaar.
Art. 82. L'octroi de subventions est valable pour dix ans au maximum.
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Art. 83.
Art. 83.
Art. 84.
Art. 84.
Art. 85.
Art. 85.
Onderafdeling 3. - Aanvraag tot wijziging van een subsidietoekenning
Sous-section 3. - Demande de modification d'un octroi de subvention
Art. 86. De organisator die een wijziging van de subsidietoekenning, meer bepaald een overheveling van subsidieerbare kinderopvangplaatsen naar een andere subsidiegroep, wil, dient daarvoor een aanvraag in bij [1 het agentschap]1. Die wijziging kan betrekking hebben op:
1° een overheveling naar een subsidiegroep van dezelfde organisator in een ander geografisch gebied;
2° een overheveling naar een subsidiegroep van dezelfde organisator voor een andere opvangvorm.
Art. 86. L'organisateur souhaitant une modification de l'octroi de subvention, notamment un transfert de places d'accueil d'enfants subventionnables vers un autre groupe de subventions, introduit une demande auprès de [1 l'agence]1. Cette modification peut se rapporter à :
1° un transfert vers un autre groupe de subventions du même organisateur dans une autre zone géographique ;
2° un transfert vers un autre groupe de subventions du même organisateur pour un autre type d'accueil.
Art. 87. De aanvraag tot wijziging van een subsidietoekenning wordt ingediend met het aanvraagformulier van [1 het agentschap]1, dat de volgende gegevens bevat:
1° de gegevens over de organisator:
a) de naam, de rechtsvorm, het adres en het ondernemingsnummer van de organisator;
b) de identiteitsgegevens en de contactgegevens, waaronder minstens de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de organisator;
2° de gewenste wijziging en de datum vanaf wanneer die wijziging mag ingaan;
3° een motivering van de aanvraag;
4° een verklaring op erewoord over het feit dat de persoon die de aanvraag doet, gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator;
5° de datum en de handtekening van de organisator.
Art. 87. La demande de modification d'un octroi de subvention est introduite à l'aide du formulaire de demande de [1 l'agence]1, comprenant les données suivantes :
1° les données sur l'organisateur :
a) le nom, la forme juridique, l'adresse et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
b) les données d'identité et de contact, dont au moins les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de la personne de contact de l'organisateur ;
2° la modification souhaitée et la date à partir de laquelle cette modification peut prendre cours ;
3° une motivation de la demande ;
4° une déclaration sur l'honneur sur le fait que la personne introduisant la demande, est autorisée à agir au nom de l'organisateur ;
5° la date et la signature de l'organisateur.
Art. 88. [4 Het agentschap]4 kan de aanvraag tot wijziging van een subsidietoekenning toekennen alleen in de volgende gevallen:
[2 een organisator die subsidieerbare kinderopvangplaatsen van een subsidiegroep gezinsopvang wil overhevelen naar een subsidiegroep groepsopvang samenwerkende onthaalouders en omgekeerd, binnen hetzelfde geografische gebied, als de subsidiebedragen van beide subsidiegroepen dezelfde zijn en op voorwaarde dat de organisator aan al de volgende voorwaarden voldoet:
a) [5 de organisator die al subsidieerbare kinderopvangplaatsen had in de nieuwe zorgregio, voldeed tijdens het voorgaande kalenderjaar in de nieuwe subsidiegroep aan de voorwaarden, vermeld in artikel 21 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, of de organisator kan aantonen dat hij de vier meest recente kwartalen voldeed aan die voorwaarden, als hij er niet aan voldeed tijdens het voorgaande kalenderjaar]5;
b) de organisator kan aantonen dat hij na de overheveling minstens evenveel vergunde kinderopvangplaatsen zal hebben als subsidieerbare kinderopvangplaatsen in de zorgregio en dat hij na de overheveling zal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 42, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
c) de organisator kan aantonen dat hij na de overheveling zal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 21 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, in de nieuwe zorgregio]2
;
[3 ...]3
3° een organisator die subsidieerbare kinderopvangplaatsen, met uitzondering van subsidieerbare kinderopvangplaatsen met alleen basissubsidie, wil overhevelen naar een andere geografische subsidiegroep wegens de verhuizing van een kinderopvanglocatie groepsopvang op voorwaarde dat:
a) de nieuwe kinderopvanglocatie zich op korte afstand bevindt van de kinderopvanglocatie uit de subsidiegroep waar de subsidieerbare kinderopvangplaatsen zich bevonden;
b) de organisator kan aantonen dat de gemeente waarnaar de subsidieerbare kinderopvangplaatsen worden overgeheveld, een grotere nood heeft aan kinderopvang dan de gemeente waar de kinderopvanglocatie was;
c) zowel het [1 lokaal bestuur]1 van de gemeente vanwaaruit de kinderopvang vertrekt als het lokaal overleg waarnaar de kinderopvang verhuist, een positief advies geeft voor de verhuizing;
4° een organisator die subsidieerbare kinderopvangplaatsen met alleen basissubsidie wil overhevelen naar een andere geografische subsidiegroep wegens de verhuizing van een kinderopvanglocatie groepsopvang op voorwaarde dat:
a) de nieuwe kinderopvanglocatie zich op korte afstand bevindt van de kinderopvanglocatie uit de subsidiegroep waar de subsidieerbare kinderopvangplaatsen zich bevonden;
b) de organisator kan aantonen dat de [5 gemeente]5 waarnaar de subsidieerbare kinderopvangplaatsen worden overgeheveld, een grotere nood heeft aan kinderopvang dan de [5 gemeente]5 waar de kinderopvanglocatie was;
5° een organisator die subsidieerbare kinderopvangplaatsen wil overhevelen naar een andere geografische subsidiegroep wegens de verhuizing van een kinderopvanglocatie gezinsopvang op voorwaarde dat:
a) de nieuwe kinderopvanglocatie zich op korte afstand bevindt van de kinderopvanglocatie uit de subsidiegroep waar de subsidieerbare kinderopvangplaatsen zich bevonden;
b) [5 ...]5;
6° een organisator die subsidieerbare kinderopvangplaatsen wil overhevelen van een subsidiegroep gezinsopvang naar een subsidiegroep groepsopvang of omgekeerd voor dezelfde kinderopvanglocatie, waarbij [4 het agentschap]4 beslist hoeveel subsidieerbare kinderopvangplaatsen maximaal overgeheveld kunnen worden als de overheveling gebeurt van gezinsopvang naar groepsopvang.
[5 een organisator die de subsidieerbare kinderopvangplaatsen wil overhevelen van een subsidiegroep gezinsopvang naar een andere geografische subsidiegroep gezinsopvang waarvoor het agentschap zonder de overheveling een beslissing tot vermindering of stopzetting van subsidieerbare kinderopvangplaatsen zal nemen omdat de voorwaarden, vermeld in artikel 21 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, niet zijn nageleefd of omdat de termijn van het voorbehoud, vermeld in artikel 4, 2А, van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, is verstreken. De voormelde overheveling is alleen mogelijk als de organisator voldoet aan al de volgende voorwaarden:
a) de organisator die al subsidieerbare kinderopvangplaatsen had in de nieuwe zorgregio, voldeed tijdens het voorgaande kalenderjaar in de nieuwe subsidiegroep aan de voorwaarden, vermeld in artikel 21 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, of de organisator kan aantonen dat hij de vier meest recente kwartalen voldeed aan die voorwaarden, als hij er niet aan voldeed tijdens het voorgaande kalenderjaar;
b) de organisator kan aantonen dat hij na de overheveling minstens evenveel vergunde kinderopvangplaatsen zal hebben als subsidieerbare kinderopvangplaatsen in de zorgregio en dat hij zal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 42, tweede lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;
c) de organisator kan aantonen dat hij na de overheveling zal voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 21 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, in de nieuwe zorgregio;]5

[5 een organisator die de subsidieerbare kinderopvangplaatsen wil overhevelen van een subsidiegroep gezinsopvang of subsidiegroep groepsopvang door samenwerkende onthaalouders naar een subsidiegroep groepsopvang, waarvoor het agentschap zonder de overheveling een beslissing tot vermindering of stopzetting van subsidieerbare kinderopvangplaatsen zal nemen omdat de voorwaarden, vermeld in artikel 21 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, niet zijn nageleefd of omdat de termijn van het voorbehoud, vermeld in artikel 4, 2А, van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, is verstreken. Het agentschap beslist hoeveel subsidieerbare kinderopvangplaatsen maximaal overgeheveld kunnen worden. De voormelde overheveling is alleen mogelijk als de organisator voldoet aan al de volgende voorwaarden:
a) de kinderopvangplaatsen worden overgeheveld naar een gemeente die behoort tot de subsidiegroep gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders van waaruit de plaatsen worden overgeheveld;
b) de organisator voldoet binnen de gemeente waarnaar de plaatsen overgeheveld worden, aan de voorwaarden, vermeld in punt 7А, a) tot en met c).]5

Art. 88. [4 l'agence]4 ne peut accorder la demande de modification d'un octroi de subvention que dans les cas suivants :
[2 un organisateur qui souhaite transférer des places d'accueil d'enfants subventionnables d'un groupe de subvention accueil familial vers un groupe de subvention accueil de groupe par des parents d'accueil coopérants et vice versa, dans la même zone géographique, lorsque les montants de subvention des deux groupes de subvention sont les mêmes et à condition que l'organisateur réponde à toutes les conditions suivantes :
a) [5 l'organisateur qui disposait déjà de places d'accueil d'enfants subventionnables dans la nouvelle région de soins, répondait dans le nouveau groupe de subvention, pendant l'année calendaire écoulée, aux conditions, visées à l'article 21 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, ou l'organisateur peut démontrer qu'il répondait, pendant les quatre trimestres les plus récents, à ces conditions, s'il n'y répondait pas pendant l'année calendaire écoulée ;]5
b) l'organisateur peut démontrer qu'après le transfert, il disposera d'au moins autant de places d'accueil d'enfants autorisées que des places d'accueil d'enfants subventionnables dans la région de soins et qu'après le transfert, il répondra aux conditions, telles que visées à l'article 42, alinéa deux de l'arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013 ;
c) l'organisateur peut démontrer qu'après le transfert, il répondra aux conditions, telles que visées à l'article 21 de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, dans la nouvelle région de soins ]2
;
[3 ...]3
3° un organisateur souhaitant transférer des places subventionnables d'accueil d'enfants, à l'exception de places subventionnables d'accueil d'enfants bénéficiant uniquement d'une subvention de base, vers un autre groupe de subvention géographique, à cause du déménagement d'un emplacement d'accueil d'enfants de groupe, à condition que :
a) le nouvel emplacement d'accueil d'enfants se trouve à courte distance de l'emplacement d'accueil d'enfants du groupe de subvention dans lequel se trouvaient les places subventionnables d'accueil d'enfants ;
b) l'organisateur puisse démontrer que la commune vers laquelle sont transférées les places subventionnables d'accueil d'enfants, a un plus grand besoin en accueil d'enfants que la commune dans laquelle se trouvait l'emplacement d'accueil d'enfants ;
c) tant [1 l'administration locale]1 de la commune à partir de laquelle l'accueil d'enfants part, que la concertation locale vers laquelle déménage l'accueil d'enfants, donne un avis positif pour le déménagement ;
4° un organisateur souhaitant transférer des places subventionnables d'accueil d'enfants, bénéficiant uniquement d'une subvention de base, vers un autre groupe de subvention géographique, à cause du déménagement d'un emplacement d'accueil d'enfants de groupe, à condition que :
a) le nouvel emplacement d'accueil d'enfants se trouve à courte distance de l'emplacement d'accueil d'enfants du groupe de subvention dans lequel se trouvaient les places subventionnables d'accueil d'enfants ;
b) l'organisateur puisse démontrer que la [5 commune]5 vers laquelle sont transférées les places subventionnables d'accueil d'enfants, a un plus grand besoin en accueil d'enfants que la commune dans laquelle se trouvait l'emplacement d'accueil d'enfants ;
5° un organisateur souhaitant transférer des places subventionnables d'accueil d'enfants, vers un autre groupe de subvention géographique, à cause du déménagement d'un emplacement d'accueil d'enfants de groupe, à condition que :
a) le nouvel emplacement d'accueil d'enfants se trouve à courte distance de l'emplacement d'accueil d'enfants du groupe de subvention dans lequel se trouvaient les places subventionnables d'accueil d'enfants ;
b) [5 ...]5 ;
6° un organisateur souhaitant transférer des places subventionnables d'accueil d'enfants d'un groupe de subvention d'accueil familial vers un groupe de subvention d'accueil de groupe ou vice versa pour le même emplacement d'accueil d'enfants, où [4 l'agence]4 décide sur le nombre maximal de places subventionnables d'accueil d'enfants qui peuvent être transférées, lorsque le transfert s'effectue de l'accueil familial vers l'accueil de groupe.
[5 un organisateur souhaitant transférer d'un groupe de subvention accueil familial vers un autre groupe de subvention accueil familial géographique, les places subventionnables d'accueil d'enfants pour lesquelles, à défaut de transfert, l'agence prendra une décision de réduction ou de suppression de places subventionnables d'accueil d'enfants parce que les conditions visées à l'article 21 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ne sont pas respectées, ou parce que le délai de réserve, visé à l'article 4, 2°, de l'arrêté ministériel du 23 avril 2014 portant exécution de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, est expiré. Le transfert précité n'est possible que si l'organisateur remplit toutes les conditions suivantes :
a) l'organisateur qui disposait déjà de places d'accueil d'enfants subventionnables dans la nouvelle région de soins, répondait dans le nouveau groupe de subvention, pendant l'année calendaire écoulée, aux conditions, visées à l'article 21 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, ou l'organisateur peut démontrer qu'il répondait, pendant les quatre trimestres les plus récents, à ces conditions, s'il n'y répondait pas pendant l'année calendaire écoulée ;
b) l'organisateur peut démontrer qu'il disposera après le transfert au moins d'autant de places d'accueil d'enfants autorisées que de places d'accueil d'enfants subventionnables dans la région de soins et qu'il répondra aux conditions, visées à l'article 42, alinéa 2, de l'Arrêté d'autorisation du 22 novembre 2013 ;
c) l'organisateur peut démontrer qu'il répondra après le transfert aux conditions, visées à l'article 21 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, dans la nouvelle région de soins ;]5

[5 un organisateur souhaitant transférer d'un groupe de subvention accueil familial ou d'un groupe de subvention accueil en groupe par des parents d'accueil coopérants vers un groupe de subvention accueil en groupe, les places subventionnables d'accueil d'enfants pour lesquelles, à défaut de transfert, l'agence prendra une décision de réduction ou de suppression de places subventionnables d'accueil d'enfants parce que les conditions visées à l'article 21 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ne sont pas respectées, ou parce que le délai de réserve, visé à l'article 4, 2°, de l'arrêté ministériel du 23 avril 2014 portant exécution de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, est expiré. L'agence décide du nombre maximum de places subventionnables d'accueil d'enfants pouvant être transférées. Le transfert précité n'est possible que si l'organisateur remplit toutes les conditions suivantes :
a) les places d'accueil d'enfants sont transférées à une commune qui appartient au groupe de subvention accueil familial ou accueil en groupe par des parents d'accueil coopérants à partir duquel les places sont transférées ;
b) l'organisateur remplit les conditions énoncées au point 7°, a) à c) au sein de la commune vers laquelle les places sont transférées.]5

Art. 89. [1 Als [3 het agentschap]3 een wijziging van de subsidietoekenning als vermeld in artikel 88, 1°, toekent, gaat die op zijn vroegste in op 1 januari van het vorige kalenderjaar. Als er al een saldoafrekening is gemaakt, kan de toekenning op zijn vroegste ingaan op 1 januari van het jaar van de aanvraag.
Als [3 het agentschap]3 een wijziging van de subsidietoekenning als vermeld in artikel 88, [2 eerste lid, 2° tot en met 7°]2, toekent, gaat die op zijn vroegste in op de datum van de beslissing tot toekenning.]1

Art. 89. [1 Lorsque [3 l'agence]3 accorde une modification de l'octroi de subvention, telle que visée à l'article 88, 1°, celle-ci commence au plus tôt le 1 janvier de l'année calendaire précédente. Si un règlement du solde a déjà été établi, l'octroi peut au plus tôt prendre cours le 1 janvier de l'année de la demande.
Lorsque [3 l'agence]3 accorde une modification de l'octroi de subvention, telle que visée à l'article 88,[2 aliné premier, 2° à 7° inclus]2 inclus, celle-ci commence au plus tôt à la date de la décision d'octroi.]1

Onderafdeling 4. - Aanvraag van een subsidietoekenning bij wijziging van de organisator
Sous-section 4. - Demande d'un octroi de subvention lors de la modification d'organisateur
Art. 90. Als de organisator van een kinderopvanglocatie die recht heeft op subsidie en voldoet aan de subsidievoorwaarden, wijzigt, vervalt van rechtswege het recht op die subsidie voor de nieuwe organisator. Het recht op subsidies kan niet worden verhandeld.
De nieuwe organisator kan dezelfde subsidietoekenning vragen bij [1 het agentschap]1 buiten een algemene oproep, zodat hij de specifieke dienstverlening, verbonden aan de subsidie, kan uitvoeren zodra hij een vergunning krijgt voor de kinderopvanglocatie en onder de volgende voorwaarden:
1° de nieuwe organisator neemt de al gesloten schriftelijke overeenkomsten voor kinderopvang over van de vorige organisator;
2° de kinderopvang vindt plaats op dezelfde kinderopvanglocatie;
3° de nieuwe organisator dient uiterlijk [2 zeven kalenderdagen voor de officiële wijziging van de organisator ingaat]2, de aanvraag van een subsidietoekenning bij wijziging van de organisator in bij [1 het agentschap]1;
[2 de vorige organisator meldde de stopzetting aan het agentschap conform artikel 30 en 107 van dit besluit, of doet schriftelijk afstand van zijn recht op voorbehoud, vermeld in artikel 6 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013]2.
[2 5° de nieuwe organisator start de werking op uiterlijk dertig dagen na de stopzetting door de vorige organisator.]2
Art. 90. Lorsque l'organisateur d'un emplacement d'accueil d'enfants ayant droit à une subvention et remplissant les conditions de subvention se modifie, le droit à la subvention pour ce nouvel organisateur échoit de plein droit. Le droit aux subventions ne peut être commercialisé.
Le nouvel organisateur peut demander le même octroi de subventions auprès de [1 l'agence]1 en dehors d'un appel général, de sorte qu'il puisse effectuer les services spécifiques, liés à la subvention, dès qu'il obtient une licence pour l'emplacement d'accueil d'enfants et aux conditions suivantes :
1° le nouvel organisateur reprend les contrats écrits pour l'accueil d'enfants déjà conclus de l'organisateur précédent ;
2° l'accueil d'enfants a lieu au même emplacement d'accueil d'enfants ;
3° au plus tard [2 au moment de la demande d'autorisation]2, le nouvel organisateur introduit la demande d'un octroi de subvention en cas de modification d'organisateur auprès de [1 l'agence]1 ;
[2 l'organisateur précédent a notifié la cessation à l'agence conformément aux articles 30 et 107 du présent arrêté, ou renonce par écrit à son droit de réserve visé à l'article 6 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ]2.
[2 5° le nouvel organisateur commence les activités au plus tard trente jours après la cessation par l'organisateur précédent.]2
Art. 91. De aanvraag van een subsidietoekenning bij wijziging van de organisator wordt ingediend met het aanvraagformulier van [1 het agentschap]1 dat de gegevens, vermeld in artikel 79, 1°, 2°, 3°, a), b), 4° en 5°, bevat en een verklaring op erewoord over het voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 90.
Art. 91. La demande d'un octroi de subvention en cas de modification de l'organisateur est introduit à l'aide du formulaire de demande de [1 l'agence]1 comprenant les données, visées à l'article 79, 1°, 2°, 3°, a), b), 4° et 5°, et une déclaration sur l'honneur sur le respect des conditions, visées à l'article 90.
Onderafdeling 5. - Aanvraag van een subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang
Sous-section 5. - Demande d'une subvention pour l'accueil d'enfants individuel inclusif
Art. 92. De aanvraag van een subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang wordt ingediend, per opgevangen kind met specifieke zorgbehoefte, met het aanvraagformulier van [4 het agentschap]4, dat de volgende gegevens bevat:
[2 de datum vanaf wanneer en tot wanneer de organisator de subsidies wil krijgen]2;
2° de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de organisator, waaronder de naam, de rechtsvorm, het adres, het rekeningnummer en het ondernemingsnummer van de organisator. Als de organisator een feitelijke vereniging is, moet het rekeningnummer slaan op de feitelijke vereniging zelf;
3° de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de persoon die meer informatie kan geven over de aanvraag, waaronder de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van die persoon;
4° de gegevens over de kinderopvanglocatie waar het kind opgevangen wordt, waaronder de opvangvorm, het dossiernummer, de naam en het adres;
[1 de identiteitsgegevens van het kind voor wie de subsidie wordt aangevraagd, waaronder de voor- en achternaam, de geboortedatum en de datum waarop de kinderopvang start. Als er al een kindcode is toegekend voor het kind : de kindcode;]1
[2 een attest van een professionele deskundige die niet verbonden is aan de organisator, waarin de problematiek van het kind beschreven wordt, en de duurtijd van de problematiek die specifieke zorg in het kader van kinderopvang noodzakelijk maakt;]2
[2 de omschrijving van de specifieke zorg die het kind nodig heeft, en hoe de organisator voldoet aan de bepaling, vermeld in artikel 42 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, en met een toelichting hoe dat gelinkt wordt aan de problematiek van het kind die blijkt uit het attest van de professionele deskundige, vermeld in punt 6°]2;
8° de vermelding dat het gezin ingelicht is over de verwerking van de persoonsgegevens van het kind [3 ...]3;
9° een verklaring op erewoord over:
a) het feit dat de persoon die de aanvraag doet, gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator;
b) de kennisname van de voorwaarden voor de specifieke dienstverlening, vermeld in het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
10° de datum en de handtekening van de organisator.
N[2 ...]2
Art. 92. La demande d'une subvention pour l'accueil individuel inclusif des enfants est introduite, par enfant accueilli ayant des besoins spécifiques en soins, à l'aide du formulaire de demande de [4 l'agence]4, comprenant les données suivantes :
[2 la date à partir de laquelle et jusqu'à laquelle l'organisateur souhaite recevoir les subventions ]2 ;
2° les données d'identité et de contact de l'organisateur, entre autres le nom, la forme juridique, l'adresse, le numéro de compté et le numéro d'entreprise de l'organisateur. Lorsque l'organisateur est une association de fait, le numéro de compte doit porter sur l'association de fait elle-même ;
3° les données d'identité et de contact de la personne qui peut fournir de plus amples informations sur la demande, entre autres les prénom et nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de cette personne ;
4° les données sur l'emplacement d'accueil d'enfants où l'enfant est accueilli, entre autres le type d'accueil, le numéro de dossier, le nom et l'adresse ;
[1 les données d'identité de l'enfant pour lequel la subvention est demandée, entre autres les prénom et nom, la date de naissance et la date de début de l'accueil d'enfants ; Au cas où un code enfant a été attribué à l'enfant : le code enfant ;]1
[2 une attestation d'un expert professionnel qui n'a pas de liens avec l'organisateur, dans laquelle la problématique de l'enfant est décrite et la durée de la problématique qui rend des soins spécifiques dans le cadre de l'accueil d'enfants nécessaires ]2;
[1 a description des soins spécifiques dont l'enfant a besoin, et la manière dont l'organisateur répond à la disposition, telle que visée à l'article 42 de l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013, assortie d'une note explicative décrivant comment celles-ci sont liées à la problématique de l'enfant, qui ressort de l'attestation de l'expert professionnel, telle que visée au point 6°]1:
8° la mention que la famille est informée sur le traitement des données à caractère personnel de l'enfant [3 ...]3 ;
9° une déclaration sur l'honneur sur :
a) le fait que la personne introduisant la demande, est autorisée à agir au nom de l'organisateur ;
b) la prise de connaissance des conditions pour la prestation de services spécifique, visée à l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013 ;
10° la date et la signature de l'organisateur.
[2 ...]2
Art. 93. Als [1 het agentschap]1 de aanvraag van een subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang toekent, kan die subsidie toegekend worden vanaf de eerste dag dat het kind met een specifieke zorgbehoefte in de kinderopvanglocatie opgevangen wordt, met een maximale terugwerking van zes maanden ten opzichte van de datum van de aanvraag.
Art. 93. Lorsque [1 l'agence]1 octroie la demande d'une subvention pour l'accueil inclusif individuel des enfants, cette subvention peut être octroyée à partir du premier jour de l'accueil de l'enfant ayant des besoins spécifiques en soins, avec un effet rétroactif maximal de six mois par rapport à la date de la demande.
Art. 94. [1 Het agentschap]1 kan de aanvraag toekennen:
1° voor onbepaalde duur, voor de periode dat het kind in de kinderopvanglocatie opgevangen wordt;
2° voor bepaalde duur, voor de periode dat er een specifieke zorgbehoefte aanwezig is.
Art. 94. [1 L'agence]1 peut octroyer la demande :
1° pour une durée indéterminée, pour la période pendant laquelle l'enfant est accueilli dans l'emplacement d'accueil d'enfants ;
2° pour une durée déterminée, pour la période qu'il y a un besoin spécifique en soins.
Onderafdeling 6. [1 Aanvraag tot uitbetaling van de subsidie voor de versterking van het medewerkersbeleid]1
Sous-section 6. [1 Demande de paiement de la subvention pour le renforcement de la politique des employés]1
Art.94/1. [1 Een aanvraag tot uitbetaling van een subsidie voor de versterking van het medewerkersbeleid wordt per kinderopvanglocatie waarvoor de organisator aan de voorwaarden voldoet, bij het agentschap ingediend met het aanvraagformulier dat het agentschap ter beschikking stelt en dat al de volgende gegevens bevat:
1° de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de organisator, waaronder de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de identiteitsgegevens en de contactgegevens van de persoon die meer informatie kan geven over de aanvraag, waaronder de voor- en achternaam, het telefoonnummer en het e-mailadres van die persoon;
3° de gegevens over de kinderopvanglocatie waarvoor de uitbetaling van de subsidie gevraagd wordt, waaronder de naam en het dossiernummer;
4° informatie over de specifieke dienstverlening, namelijk:
a) het jaar waarvoor de uitbetaling gevraagd wordt en vanaf wanneer de organisator voldeed aan de voorwaarden, vermeld in artikel 50/7 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
b) of de organisator werkt in groepen met alleen baby's tot twaalf maanden, in groepen met naast baby's tot twaalf maanden ook kinderen vanaf twaalf maanden, of in groepen met alleen kinderen vanaf twaalf maanden;
c) hoeveel medewerkers voor welke duur voor de begeleiding van de opgevangen kinderen ingezet werden;
5° een verklaring op erewoord over al de volgende elementen:
a) het feit dat de persoon die de aanvraag doet, gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator;
b) de kennisname en naleving van de voorwaarden voor de specifieke dienstverlening, vermeld in artikel 50/7 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
c) het feit dat de organisator op verzoek van het agentschap onmiddellijk de nodige bewijsstukken kan voorleggen;
6° de datum en de handtekening van de organisator.
De organisator kan de aanvraag tot uitbetaling van de subsidie voor de versterking van het medewerkersbeleid op zijn vroegst indienen als hij alle gegevens, vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, 2°, van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, of alle gegevens, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag, over het voorafgaand kalenderjaar heeft bezorgd aan het agentschap. De aanvraag wordt uiterlijk op 30 juni volgend op het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, ingediend.]1

Art.94/1. [1 Une demande de paiement d'une subvention pour le renforcement de la politique des employés est introduite auprès de l'agence pour chaque lieu d'accueil d'enfants pour lequel l'organisateur remplit les conditions, à l'aide d'un formulaire de demande que l'agence met à disposition et qui contient l'ensemble des informations suivantes :
1° les données d'identité et de contact de l'organisateur, y compris le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° les données d'identité et de contact de la personne pouvant fournir plus d'informations concernant la demande, y compris le prénom et le nom, le numéro de téléphone et l'adresse e-mail de cette personne ;
3° les données concernant le lieu d'accueil d'enfants pour lequel le paiement de la subvention est demandé, y compris le nom et le numéro de dossier ;
4° des renseignements sur le service spécifique fourni, à savoir :
a) l'année au titre de laquelle le paiement est demandé et à partir de laquelle l'organisateur a rempli les conditions, énoncées à l'article 50/7 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ;
b) si l'organisateur travaille avec des groupes de bébés jusqu'à douze mois uniquement, des groupes de bébés jusqu'à douze mois et d'enfants à partir de douze mois, ou des groupes d'enfants à partir de douze mois uniquement ;
c) combien d'employés ont été déployés pour l'accompagnement des enfants accueillis et pour quelle durée ;
5° une déclaration sur l'honneur concernant l'ensemble des éléments suivants :
a) le fait que la personne qui introduit la demande est habilitée à agir au nom de l'organisateur ;
b) la connaissance et le respect des conditions relatives aux service spécifique fourni, énoncées à l'article 50/7 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ;
c) le fait que l'organisateur est en mesure de présenter immédiatement, à la demande de l'agence, les justificatifs nécessaires ;
6° la date et la signature de l'organisateur.
L'organisateur peut introduire la demande de paiement de la subvention pour le renforcement de la politique des employés au plus tôt lorsqu'il a fourni à l'agence toutes les données, visées à l'article 7, § 1er, alinéa 2, 2°, de l'arrêté ministériel du 23 avril 2014 portant exécution de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013, ou toutes les données, visées à l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant l'allocation pour accueil d'enfants et l'allocation de jeune enfant, concernant l'année civile précédente. La demande est introduite au plus tard le 30 juin suivant l'année civile à laquelle la demande se rapporte.]1

Art.94/2. [1 De organisator die voor een kalenderjaar een beslissing tot uitbetaling van de subsidie voor de versterking van het medewerkersbeleid heeft ontvangen van het agentschap, kan geen nieuwe aanvraag meer indienen voor hetzelfde kalenderjaar.]1
Art.94/2. [1 L'organisateur qui a reçu de l'agence une décision de paiement de la subvention pour le renforcement de la politique des employés pour une année civile déterminée ne peut plus introduire de nouvelle demande pour la même année civile. ]1
Afdeling 2. - Ontvankelijkheid van de aanvraag
Section 2. - Recevabilité de la demande
Art. 95. [1 Het agentschap]1 bezorgt na ontvangst van de aanvraag een ontvangstmelding. [1 Het agentschap]1 beslist over de ontvankelijkheid van de aanvragen, vermeld in artikel 79 tot en met 94, uiterlijk dertig kalenderdagen na de datum van de ontvangst van de aanvraag.
Art. 95. Après la réception de la demande, [1 l'agence]1 transmet un accusé de réception. [1 L'agence]1 statue sur la recevabilité des demandes, visées aux articles 79 à 94 inclus, au plus trente jours calendaires après la date de réception de la demande.
Art. 96. [1 Als de aanvraag onvolledig is, meldt [2 het agentschap]2 dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding wordt de termijn, vermeld in artikel 95, geschorst voor maximaal dertig kalenderdagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen.]1
Art. 96. [1 Lorsque la demande est incomplète, [2 l'agence]2 le notifie par voie électronique à l'organisateur dans les plus brefs délais. A partir de ladite notification, le délai, visé à l'article 95, est suspendu pour trente jours calendaires au maximum, pour permettre à l'organisateur de compléter la demande dans ce délai.]1
Art. 97. De aanvraag is ontvankelijk als de aanvraag aan de volgende voorwaarden voldoet. De aanvraag:
1° wordt binnen de vastgelegde termijnen ingediend;
2° wordt ingediend met het aanvraagformulier van [1 het agentschap]1 en volgens de administratieve richtlijnen van [1 het agentschap]1;
3° bevat de nodige gegevens;
4° bevat de nodige documenten;
5° wordt ingediend met een geldige subsidiebelofte, met uitzondering voor de subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang;
6° de organisator heeft de rechtsvorm die noodzakelijk is om de subsidie te ontvangen.
Art. 97. La demande est recevable lorsqu'elle répond aux conditions suivantes. La demande :
1° est introduite dans les délais fixés ;
2° est introduite à l'aide du formulaire de demande de [1 l'agence]1 et conformément aux directives de [1 l'agence]1 ;
3° comprend les données nécessaires ;
4° comporte les documents nécessaires ;
5° est introduite avec une promesse de subvention valable, à l'exception d'une subvention pour l'accueil inclusif individuel des enfants ;
6° l'organisateur a la forme juridique nécessaire pour recevoir la subvention.
Art. 98. De beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag bevat de volgende gegevens:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
2° de beslissing, met inbegrip van de rechtsgronden;
3° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Raad van State en de wijze waarop dat moet gebeuren;
4° de contactgegevens van [1 het agentschap]1;
5° de datum van de beslissing en de elektronische handtekening van [1 het agentschap]1.
Art. 98. La décision sur la recevabilité de la demande comprend les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° la décision, y compris les fondements juridiques ;
3° la possibilité de former un recours auprès du Conseil d'Etat ainsi que la façon dont cela doit se faire ;
4° les données de [1 l'agence]1 ;
5° la date de la décision et de la signature électronique de [1 l'agence]1.
Art. 99. [1 Het agentschap]1 bezorgt op de volgende wijze de beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de beslissing aan de organisator:
1° als de aanvraag ontvankelijk is: elektronisch;
2° als de aanvraag onontvankelijk is: elektronisch en met een aangetekende brief.
Art. 99. [1 L'agence]1 transmet la décision sur la recevabilité de la demande à l'organisateur au plus tard dans les quinze jours calendaires de la date de la décision, de la façon suivante :
1° lorsque la demande est recevable : par voie électronique ;
2° lorsque la demande est irrecevable : par voie électronique et par lettre recommandée.
Art. 100.
Art. 100.
Afdeling 3. - Gegrondheid van de aanvraag
Section 3. - Bien-fondé de la demande
Art. 101. [1 Het agentschap]1 beslist over de gegrondheid van de aanvraag, vermeld in artikel 79 tot en met 94, uiterlijk zestig kalenderdagen na de datum van de beslissing over de ontvankelijkheid van de aanvraag van een subsidietoekenning, vermeld in artikel 98.
Art. 101. [1 L'agence]1 statue sur le bien-fondé de la demande, visée aux articles 79 à 94 inclus, au plus tard soixante jours calendaires de la date de la décision sur la recevabilité de la demande d'un octroi de subvention, visée à l'article 98.
Art. 102.
Art. 102.
Art. 103. De beslissing tot toekenning, gedeeltelijke toekenning of weigering van een subsidietoekenning bevat minstens de volgende gegevens:
1° de begindatum en de einddatum;
2° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
3° de beslissing, met inbegrip van de rechtsgronden;
4° in geval van toekenning of gedeeltelijke toekenning:
a) de subsidiegroep waaraan de subsidies worden toegekend;
b) de startdatum van de subsidietoekenning;
c) voor de subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang die voor bepaalde duur wordt toegestaan: de einddatum;
d) het aantal kinderopvangplaatsen waarvoor de subsidie wordt toegekend;
e) de vermelding dat de subsidie kan worden verminderd, geschorst, stopgezet of teruggevorderd als vastgesteld wordt dat de organisator niet langer voldoet aan de subsidievoorwaarden of dat een bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd;
5° in geval van gedeeltelijke toekenning of weigering van de subsidie: de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen en de wijze waarop dat moet gebeuren;
6° in geval van weigering van de subsidie: de vermelding van het gevolg daarvan, meer bepaald dat er geen subsidies zullen worden uitbetaald;
7° de datum van de beslissing en de elektronische handtekening van [1 het agentschap]1.
Art. 103. La décision d'octroi, d'octroi partiel ou de refus d'une promesse de subvention comprend au moins les données suivantes :
1° la date de début et de fin ;
2° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
3° la décision, y compris les fondements juridiques ;
4° en cas d'octroi ou d'octroi partiel :
a) le groupe de subventions auquel les subventions sont accordées ;
b) la date de début de l'octroi de subventions ;
c) pour la subvention pour l'accueil inclusif des enfants qui est accordée pour une durée déterminée : la date de fin ;
d) le nombre de places d'accueil d'enfants faisant l'objet de la subvention ;
e) la mention que la subvention peut être diminuée, suspendue, abrogée ou recouvrée lorsqu'il est constaté que l'emplacement d'accueil d'enfants ne répond plus aux conditions d'autorisation, ou qu'une amende administrative peut être imposée ;
5° en cas d'un octroi ou d'un refus partiel de la subvention : la possibilité de former un recours ainsi que la façon dont cela doit se faire ;
6° en cas de refus de la subvention : la mention de la conséquence, notamment qu'aucune subvention ne sera payée ;
7° la date de la décision et de la signature électronique de [1 l'agence]1.
Art. 104. [1 Het agentschap]1 bezorgt op de volgende wijze de beslissing over de subsidietoekenning uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de beslissing aan de organisator:
1° in geval van toekenning: elektronisch;
2° in geval van weigering of in geval van toekenning van een lager aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen dan gevraagd: elektronisch en met een aangetekende brief.
Art. 104. [1 L'agence]1 transmet la décision sur l'octroi de la subvention à l'organisateur au plus tard dans les quinze jours calendaires de la date de la décision :
1° en cas d'octroi : par voie électronique ;
2° en cas de refus ou en cas d'octroi d'un nombre de places subventionnables d'accueil d'enfants, inférieur au nombre demandé : par voie électronique et par lettre recommandée.
Art. 105. [1 Het agentschap beslist over de gegrondheid van de aanvraag, vermeld in artikel 94/1, uiterlijk zestig kalenderdagen nadat het agentschap de aanvraag heeft ontvangen.
Het agentschap beslist tot uitbetaling van de subsidie voor de versterking van het medewerkersbeleid als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 50/7 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;
2° de aanvraag is ingediend conform artikel 94/1 en 94/2 van dit besluit.]1

Art. 105. [1 L'agence décide du bien-fondé de la demande, visée à l'article 94/1, au plus tard soixante jours civils après avoir reçu la demande.
L'agence décide de verser la subvention pour le renforcement de la politique des employés si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'organisateur remplit les conditions, énoncées à l'article 50/7 de l'Arrêté de subvention du 22 novembre 2013 ;
2° la demande a été introduite conformément aux articles 94/1 et 94/2 du présent arrêté. ]1

Art.105/1. [1 Het agentschap bezorgt op de volgende wijze de beslissing over de uitbetaling van de subsidie voor de versterking van het medewerkersbeleid aan de organisator:
1° in geval van een beslissing tot uitbetaling: elektronisch;
2° in geval van een weigering van de uitbetaling: elektronisch en met aangetekende brief.]1

Art.105/1. [1 L'agence transmet la décision relative au paiement de la subvention pour le renforcement de la politique des employés à l'organisateur de la manière suivante :
1° en cas de décision de payer la subvention : par voie électronique ;
2° en cas de refus de paiement : par voie électronique et par lettre recommandée. ]1

Afdeling 4. - Heractiveren van een toekenning van subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang na subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang
Section 4. - Réactivation de l'octroi d'une subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants suivant la subvention pour le Centre pour l'accueil inclusif des enfants
Art. 106. Conform artikel 7/1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 kan de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang niet gecumuleerd worden met de subsidie voor een Centrum inclusieve kinderopvang. De subsidieerbare kinderopvangplaatsen met een subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang van een organisator die daarna in dezelfde zorgregio een subsidie voor een Centrum inclusieve kinderopvang toegekend krijgt, zullen in de periode dat de subsidie voor een Centrum inclusieve kinderopvang betaald wordt, niet gesubsidieerd worden.
Als de subsidie voor een Centrum inclusieve kinderopvang van de organisator stopt, kan hij een aanvraag indienen volgens de richtlijnen van [1 het agentschap]1 om de subsidieerbare kinderopvangplaatsen met een subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang aansluitend te laten heractiveren.
De aanvraag, vermeld in het tweede lid, wordt ingediend:
1° met het aanvraagformulier van [1 het agentschap]1;
2° uiterlijk dertig kalenderdagen voor de stopzetting van de subsidies voor Centrum inclusieve kinderopvang;
3° als de organisator voldoet aan de voorwaarden voor de subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang, vermeld in artikel 47 tot en met 50, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013.
Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het derde lid, zal [1 het agentschap]1 de subsidieerbare kinderopvangplaatsen met subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang waarover de organisator voordien beschikte, heractiveren vanaf het moment dat de subsidie voor Centrum inclusieve kinderopvang stopt.
Art. 106. Conformément à l'article 7/1 de l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013, la subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants ne peut être cumulée avec la subvention pour un Centre d'accueil inclusif des enfants. Les places d'accueil d'enfants subventionnables avec une subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants d'un organisateur, auquel est attribuée dans la même région de soins une subvention d'un Centre d'accueil inclusif des enfants, ne seront pas subventionnées pendant la période de paiement de la subvention pour un Centre d'accueil inclusif des enfants.
Lorsque la subvention d'un Centre d'accueil inclusif des enfants de l'organisateur s'arrête, il peut introduire une demande suivant les directives de [1 l'agence]1 afin de faire réactiver les places d'accueil d'enfants subventionnables par une subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants.
La demande, visée à l'alinéa deux, est introduite :
1° à l'aide du formulaire de demande de [1 l'agence]1 ;
2° au plus trente jours calendaires avant la cessation des subventions par le Centre d'accueil inclusif des enfants ;
3° lorsque l'organisateur répond aux conditions pour la subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants, visées aux articles 47 à 50 inclus, de l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013.
Lorsqu'il est répondu aux conditions, visées à l'alinéa trois, [1 l'agence]1 réactivera les places d'accueil d'enfants subventionnables avec une subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants, dont l'organisateur disposait auparavant, à partir du moment de cessation de la subvention du Centre d'accueil inclusif des enfants.
Afdeling 5. - Stopzetting van de subsidie[ -1 ...]1
Section 5. - Cessation de la subvention [1 ...]1
Art. 107. Als de organisator de specifieke dienstverlening niet meer wil uitvoeren en de bijbehorende subsidie niet meer wil ontvangen, kan hij beslissen tot volledige stopzetting of gedeeltelijke stopzetting van de subsidie. In dat geval meldt hij dat uiterlijk een maand voor de stopzetting elektronisch aan [1 het agentschap]1. Hij bezorgt daarbij de volgende gegevens:
1° het ondernemingsnummer van de organisator;
2° het dossiernummer;
3° het aantal kinderopvangplaatsen dat wordt stopgezet;
4° de datum van de stopzetting;
5° of hij nog beroep wil doen op een voorbehoud voor die subsidie;
6° de datum en de handtekening van de organisator.
[1 Het agentschap]1 bezorgt uiterlijk vijftien kalenderdagen na de datum van de ontvangst van de melding de bevestiging van de stopzetting en de gevolgen ervan, meer bepaald dat er geen subsidie meer zal worden uitbetaald, aan de organisator elektronisch en met een aangetekende brief.
In elk geval kan een stopzetting van een subsidie pas ingaan op de eerste dag van de maand die volgt op de melding daarvan aan [1 het agentschap]1, tenzij de vergunning gelijktijdig wordt stopgezet.
De organisator die zijn subsidie voor werken met inkomenstarief wil stopzetten, voorziet in een redelijke overgangsperiode voor de gezinnen. Bij gebrek daaraan kan [1 het agentschap]1 beslissen tot terugvordering van de betaalde subsidie, vermeld in het Subsidiebesluit van 22 november 2013. De organisator neemt daarover de nodige bepalingen op in de schriftelijke overeenkomst en het huishoudelijk reglement.
Art. 107. Lorsque l'organisateur ne souhaite plus effectuer les services spécifiques et ne souhaite plus recevoir la subvention y afférente, il peut décider sur la cessation entière ou partielle de la subvention. Dans ce cas, il le notifie au plus tard un mois avant la cessation par voie électronique à [1 l'agence]1. Il transmet les données suivantes :
1° le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
2° le numéro du dossier ;
3° le nombre de places d'accueil d'enfants abrogé ;
4° la date de la cessation ;
5° le fait s'il souhaite faire appel ou non à une réserve pour cette subvention ;
6° la date et la signature de l'organisateur.
[1 L'agence]1 transmet au plus tard quinze jours calendaires de la date de réception de la notification la confirmation de la cessation et de ses conséquences, notamment qu'aucune subvention ne sera payée, à l'organisateur par voie électronique et par lettre recommandée.
Une cessation d'une subvention ne peut en tout cas prendre cours qu'au premier jour du mois qui suit la notification à [1 l'agence]1, sauf si l'autorisation est cessée simultanément.
L'organisateur qui veut cesser sa subvention pour la réalisation du tarif sur la base des revenus, prévoit une période de transition raisonnable pour les ménages. A défaut, [1 l'agence]1 peut statuer sur le recouvrement de la subvention payée, visée à l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013. La structure reprend les dispositions nécessaires à cet effet dans le contrat écrit et dans le règlement d'ordre intérieur.
Art. 107/1. [1 Als de organisator bij vonnis in staat van faillissement verklaard wordt, wordt de subsidietoekenning van rechtswege stopgezet op de datum dat het vonnis kracht van gewijsde heeft.
Het agentschap bezorgt de bevestiging van de stopzetting, vermeld in het eerste lid, en de gevolgen ervan, namelijk dat er geen subsidie meer wordt uitbetaald en dat een saldoafrekening plaatsvindt, aan de curator elektronisch en met een aangetekende brief .]1

Art. 107/1. [1 Si l'organisateur est déclaré en faillite par un jugement, l'octroi de la subvention est arrêté de plein droit à la date où le jugement a force de chose jugée.
L'agence transmet la confirmation de la cessation, visée à l'alinéa 1er, et de ses conséquences, à savoir que la subvention ne sera plus payée et que le solde sera réglé, au curateur par voie électronique et par lettre recommandée. ]1

TITEL 4. - Bezwaar tegen de beslissing van [1 het agentschap]1 tot weigering
TITRE 4. - Réclamation contre la décision de refus de [1 l'agence]1
Art. 108. De organisator kan uiterlijk dertig kalenderdagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in artikel 20, 70 [3 , 101 en 105]3, bezwaar aantekenen bij [1 het agentschap]1 met een aangetekende brief. De aangetekende brief moet de volgende gegevens bevatten:
1° de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;
[2 de titel en datum van de beslissing van het agentschap waartegen bezwaar wordt aangetekend;]2
[2 ...]2;
4° de motivering van het bezwaar;
[2 ...]2;
[2 ...]2 de handtekening van de organisator.
Art. 108. Au plus tard trente jours calendaires de la notification de la décision, visée aux articles 20, 70 [3 , 101 et 105]3, l'organisateur peut déposer une réclamation auprès de [1 l'agence]1 par lettre recommandée. La lettre recommandée doit comporter les données suivantes :
1° le nom et le numéro d'entreprise de l'organisateur ;
[2 le titre et la date de la décision de l'agence contre laquelle une réclamation est déposée ;]2
[2 ...]2 ;
4° la motivation de la réclamation ;
[2 ...]2 ;
[2 ...]2 la signature de l'organisateur.
Art. 109. [1 Het agentschap]1 stuurt een elektronische ontvangstmelding en beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien kalenderdagen na de datum van de ontvangst van het bezwaar.
Art. 109. [1 L'agence]1 envoie un accusé de réception électronique et statue sur la recevabilité de la réclamation au plus tard dix jours calendaires de la date de la réception de la réclamation.
Art. 110. Het bezwaar is ontvankelijk als het bezwaar aan de volgende voorwaarden voldoet. Het bezwaar:
1° is tijdig en aangetekend aan [1 het agentschap]1 bezorgd als vermeld in artikel 108;
2° bevat de nodige gegevens, vermeld in artikel 108.
Art. 110. La réclamation est recevable lorsqu'elle remplit les conditions suivantes. La réclamation :
1° a été transmise à [1 l'agence]1 à temps et par lettre recommandée, tel que visé à l'article 108 ;
2° comprend les données nécessaires, mentionnées à l'article 108.
Art. 111. Het bezwaar wordt ten gronde behandeld volgens de regels die zijn vastgelegd in of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
Art. 111. La réclamation est traité au fond selon les règles fixées par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création du Conseil consultatif stratégique pour la Politique flamande de l'Aide sociale, de la Santé et de la Famille et d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
Art. 112. Het bezwaar schort de uitvoering van de beslissing niet op.
Art. 112. La réclamation ne suspend pas l'exécution de la décision.
TITEL 4/1. [1 Convenanten en het agentschap als uitbetalingsinstelling ]1
TITRE 4/1. [1 Les conventions et l'agence en tant qu'organisme payeur ]1
Art. 112/1. [1 Voor het agentschap een algemene oproep als vermeld in artikel 57, doet voor een programmatiesubsidie, stelt het agentschap aan de lokale besturen van de steden waarvoor een voorafname is als vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 3°, de vraag of die lokale besturen vanuit hun meerjarenplanning over kinderopvang willen aansluiten bij de algemene oproep van het agentschap om vanuit het lokaal bestuur dezelfde subsidie toe te kennen aan organisatoren binnen hun grondgebied om te werken voor dezelfde specifieke dienstverlening.
Het agentschap bezorgt aan de lokale besturen die willen aansluiten bij de algemene oproep, de rangschikking van de aanvragen die geen subsidiebelofte kregen van het agentschap omdat het budget niet toereikend was.
§ 2. In het kader van een algemene oproep als vermeld in artikel 57, verleent het agentschap in de grootsteden Antwerpen, Gent en het tweetalige gebied Brussel-hoofdstad voorrang aan de aanvraag van een organisator die van het lokaal bestuur dezelfde subsidie ontvangt voor dezelfde specifieke dienstverlening als de programmatiesubsidie die het agentschap kan verdelen, als aan een van de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de subsidie van het lokaal bestuur is toegekend in het kader, vermeld in de eerste paragraaf, het eerste lid;
2° de subsidie van het lokaal bestuur is toegekend voor nieuwe kinderopvangplaatsen, na een algemene oproep met een beslissingskader van het lokaal bestuur buiten de algemene oproep van het agentschap. In dit geval neemt het lokaal bestuur in het beslissingskader de criteria op die het agentschap bij de meest recente algemene oproep hanteerde en eventueel daarbij ook eigen aanvullende objectieve en relevante criteria als vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang, die voor de oproep door het lokaal bestuur goedgekeurd zijn door het agentschap.
§ 3. In de situaties waarin het lokaal bestuur conform paragraaf 1 en 2 dezelfde subsidie toekent aan de organisator voor dezelfde specifieke dienstverlening als de dienstverlening waarvoor het agentschap de subsidie verleent, treedt het agentschap op als uitbetalingsinstelling die de subsidie betaalt.
Het agentschap sluit een convenant met de lokale besturen, vermeld in het eerste lid. De convenant bevat afspraken over:
1° de verplichtingen van het agentschap voor de voorafname, vermeld in artikel 57, § 3, tweede lid, 3°, en de voorrang, vermeld in paragraaf 2;
2° de informatie-uitwisseling met het oog op de toekenning van subsidies door het lokaal bestuur in het geval, vermeld in paragraaf 1;
3° de informatie-uitwisseling met het oog op het optreden als uitbetalingsinstelling door het agentschap;
4° de betalingsmodaliteiten van de subsidie door het agentschap aan de organisatoren en door het lokaal bestuur aan het agentschap;
5° de engagementen die het lokaal bestuur aangaat;
6° het toezicht op de naleving van de subsidievoorwaarden en de handhaving bij de organisatoren die het lokaal bestuur subsidieert;
7° de modaliteiten tot beëindiging of tot wijziging van het convenant ]1
.
Art. 112/1. [1 § 1. Avant que l'agence lance un appel général tel que visé à l'article 57, pour une subvention de programmation, l'agence demande aux administrations locales des villes pour lesquelles il existe un prélèvement tel que visé à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 3°, si ces administrations locales souhaitent, sur la base de leur planification pluriannuelle en matière d'accueil d'enfants, joindre l'appel général de l'agence pour attribuer à partir de l'administration locale la même subvention aux organisateurs sur leur territoire pour travailler sur la même prestation de service spécifique.
L'agence fournit aux administrations locales qui souhaitent joindre l'appel général le classement des demandes qui n'ont pas reçu de promesse de subvention de l'agence pour cause de budget insuffisant.
§ 2. Dans le cadre d'un appel général tel que visé à l'article 57, dans les métropoles d'Anvers, de Gand et dans la Région bilingue de Bruxelles-Capitale l'agence donne la priorité à la demande d'un organisateur qui reçoit la même subvention de l'administration locale pour la même prestation de service spécifique que la subvention de programmation que l'agence peut répartir, si l'une des conditions suivantes est remplie :
1° la subvention de l'administration locale a été accordée dans le cadre mentionné au premier paragraphe, premier alinéa ;
2° la subvention de l'administration locale a été accordée pour de nouvelles places d'accueil d'enfants, suite à un appel général avec un cadre décisionnel de l'administration locale en dehors de l'appel général de l'agence. Dans ce cas, l'administration locale inclut dans le cadre décisionnel les critères utilisés par l'agence dans le dernier appel général et éventuellement ses propres critères objectifs et pertinents supplémentaires visés à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2013 portant la politique locale en matière d'accueil d'enfants, qui ont été approuvés par l'agence préalablement à l'appel de l'administration locale.
§ 3. Dans les cas où, conformément aux paragraphes 1 et 2, l'administration locale accorde la même subvention à l'organisateur pour la même prestation de service spécifique que celle pour laquelle l'agence accorde la subvention, l'agence agit en tant qu'organisme payeur qui verse la subvention.
L'agence conclut une convention avec les administrations locales visées au premier alinéa. La convention contient des accords sur :
1° les obligations de l'agence en matière du prélèvement visé à l'article 57, § 3, deuxième alinéa, 3°, et de la priorité visée au paragraphe 2 ;
2° l'échange d'informations en vue de l'octroi de subventions par l'administration locale dans le cas visé au paragraphe 1 ;
3° l'échange d'informations en vue du rôle de l'agence en tant qu'organisme payeur ;
4° les modalités de paiement de la subvention par l'agence aux organisateurs et par l'administration locale à l'agence ;
5° les engagements de l'administration locale ;
6° le contrôle du respect des conditions de subvention et le maintien à l'égard des organisateurs que l'administration locale subventionne ;
7° les modalités de résiliation ou de modification de la convention ]1

Art. 112/2.
Art. 112/2.
Art. 112/3.
Art. 112/3.
Art. 112/4.
Art. 112/4.
Art. 112/5.
Art. 112/5.
Art. 112/6. [1 [2 Het agentschap]2 stopt met de tussenkomst als uitbetalingsinstelling in de volgende gevallen:
1° het lokaal bestuur leeft de voorwaarden van het convenant of van de bepalingen, vermeld in artikel 112/4, niet na;
2° het lokaal bestuur stopt de subsidiëring van de organisator. Het lokaal bestuur laat dat onmiddellijk weten aan [2 het agentschap]2;
3° het convenant wordt door het lokaal bestuur of door [2 het agentschap]2 stopgezet.]1

Art. 112/6. [1 [2 L'agence]2 cesse son intervention en tant qu'organisme payeur dans les cas suivants :
1° l'administration locale ne respecte pas les conditions de la convention ou des dispositions, visées à l'article 112/4 ;
2° l'administration locale arrête le subventionnement de l'organisateur. L'administration locale en informe [2 l'agence]2 sans délai ;
3° la convention est arrêtée par l'administration locale ou par [2 l'agence]2.]1

TITEL 4/2. [1 Gevolgen van de vrijwillige samenvoeging van gemeenten]1
TITRE 4/2. [1 Conséquences de la fusion volontaire de communes]1
Art. 112/7. [1 Als gemeenten waarvan het lokaal bestuur of het OCMW een organisator van kinderopvang is, samengevoegd worden op basis van[2 het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur]2, zet [3 het agentschap]3 de vergunningen, de subsidiebeloftes en de subsidietoekenningen van de samengevoegde gemeenten automatisch stop. [3 Het agentschap]3 kent dan nieuwe vergunningen, subsidiebeloftes en subsidietoekenningen met hetzelfde voorwerp als vóór de samenvoeging toe aan de nieuwe gemeente of het nieuwe OCMW.
[3 Het agentschap]3 telt de subsidieerbare kinderopvangplaatsen groepsopvang of gezinsopvang van de samengevoegde gemeenten die vóór de samenvoeging tot verschillende subsidiegroepen groepsopvang of gezinsopvang behoorden, en door de samenvoeging van de gemeenten tot dezelfde subsidiegroep groepsopvang of gezinsopvang behoren, samen.
De procedures voor een samengevoegde gemeente of een samengevoegd OCMW op basis van het Handhavingsbesluit Baby's en Peuters van 11 december 2015 kunnen voortgezet worden voor de nieuwe gemeente of het nieuwe OCMW.
[3 Het agentschap]3 bezorgt de nieuwe gemeente en het OCMW automatisch de nieuwe vergunningen, subsidiebeloftes en subsidietoekenningen.]1

Art. 112/7. [1 Si des communes dont l'administration locale ou le CPAS est un organisateur d'accueil d'enfants, sont fusionnées sur la base du[2 " décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ]2, [3 l'agence]3 automatiquement arrête les autorisations, les promesses de subvention et les octrois de subvention des communes fusionnées. [3 L'agence]3 octroie ensuite de nouveaux autorisations, promesses de subvention et octrois de subvention ayant le même objet qu'avant la fusion, à la nouvelle commune ou au nouveau CPAS.
[3 L'agence]3 additionne les places d'accueil d'enfants subventionnables d'accueil de groupe ou d'accueil familial des communes fusionnées qui, avant la fusion relevaient de groupes distincts de subvention d'accueil de groupe ou d'accueil familial et qui à cause de la fusion des communes relèvent du même groupe de subvention d'accueil de groupe ou d'accueil familial.
Les procédures applicables à une commune fusionnée ou à un CPAS fusionné sur la base de l'arrêté de maintien relatif aux bébés et à la petite enfance du 11 décembre 2015 peuvent être maintenues pour la nouvelle commune ou le nouveau CPAS.
[3 L'agence]3 automatiquement transmet les nouveaux autorisations, promesses de subvention et octrois de subvention à la nouvelle commune et au CPAS.]1

Art. 112/8. [1 Als gemeenten samengevoegd worden op basis van [2 "het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur]2, past [3 het agentschap]3 de gegevens van de vergunningen, de subsidiebeloftes en de subsidietoekenningen van alle organisatoren in de samengevoegde gemeenten automatisch aan. [3 Het agentschap]3 kent dan een nieuwe vergunning, nieuwe subsidiebelofte of subsidietoekenning toe met hetzelfde voorwerp als vóór de samenvoeging als de kinderopvanglocatie van een organisator tot een andere subsidiegroep behoort na de samenvoeging van de gemeenten.
[3 Het agentschap]3 telt de subsidieerbare kinderopvangplaatsen groepsopvang samen van een organisator die vóór de samenvoeging van gemeenten kinderopvanglocaties groepsopvang had die tot verschillende subsidiegroepen groepsopvang behoorden, en door de samenvoeging van de gemeenten tot dezelfde subsidiegroep groepsopvang behoren.
[3 Het agentschap]3 zorgt voor een automatische overheveling van subsidieerbare kinderopvangplaatsen gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders naar de nieuwe subsidiegroep gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders waartoe de kinderopvanglocatie gezinsopvang behoort na de samenvoeging van gemeenten, als de organisator door de samenvoeging van de gemeenten in de oorspronkelijke subsidiegroep gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders van die kinderopvanglocatie geen enkele kinderopvanglocatie gezinsopvang meer heeft.
Als minstens één kinderopvanglocatie gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders uit een subsidiegroep gezinsopvang of uit een subsidiegroep groepsopvang samenwerkende onthaalouders door de samenvoeging van gemeenten tot een nieuwe subsidiegroep gezinsopvang of nieuwe subsidiegroep groepsopvang samenwerkende onthaalouders behoort, en de organisator minstens één kinderopvanglocatie gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders behoudt in de oorspronkelijke subsidiegroep, vraagt [3 het agentschap]3 aan de organisator hoeveel subsidieerbare kinderopvangplaatsen gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders hij wil overhevelen van de subsidiegroep gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders waartoe de kinderopvanglocatie behoorde, naar de nieuwe subsidiegroep gezinsopvang of groepsopvang samenwerkende onthaalouders.
De samenvoeging van gemeenten doet geen afbreuk aan de procedures voor organisatoren op basis van het Handhavingsbesluit Baby's en Peuters van 11 december 2015 als ze naar aanleiding van de samenvoeging van gemeenten een nieuwe vergunning, subsidiebelofte of subsidietoekenning krijgen.
[3 Het agentschap]3 bezorgt de organisatoren de aangepaste of nieuwe vergunningen, subsidiebeloftes en subsidietoekenningen.]1

Art. 112/8. [1 Si des communes sont fusionnées sur la base du [2 décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale]2, [3 l'agence]3 automatiquement ajuste les données des autorisations, promesses de subvention et octrois de subvention de tous les organisateurs dans les communes fusionnées. [3 L'agence]3 octroie ensuite une nouvelle autorisation, une nouvelle promesse de subvention ou un nouvel octroi de subvention ayant le même objet qu'avant la fusion, si l'emplacement d'accueil d'enfants d'un organisateur relève d'un autre groupe de subvention après la fusion des communes.
[3 L'agence]3 additionne les places d'accueil d'enfants subventionnables d'accueil de groupe d'un organisateur qui, avant la fusion de communes avait des emplacements d'accueil d'enfants d'accueil de groupe relevant de groupes distincts de subvention d'accueil de groupe et qui à cause de la fusion des communes relèvent du même groupe de subvention d'accueil de groupe.
[3 L'agence]3 assure le transfert automatique de places d'accueil d'enfants d'accueil familial ou d'accueil de groupe par des parents d'accueil coopérants vers le nouveau groupe de subvention d'accueil familial ou d'accueil de groupe par des parents d'accueil coopérants dont l'emplacement d'accueil d'enfants d'accueil familial relève après la fusion de communes, si l'organisateur n'a plus aucun emplacement d'accueil d'enfants familial dans le groupe de subvention original d'accueil familial ou d'accueil de groupe par parents d'accueil coopérants à cause de la fusion des communes.
Si au moins un emplacement d'accueil d'enfants de type accueil familial ou de type accueil de groupe par parents d'accueil coopérants d'un groupe de subvention accueil familial ou d'un groupe de subvention accueil de groupe par parents d'accueil coopérants relève d'un nouveau groupe de subvention de type accueil familial ou d'un nouveau groupe de subvention de type accueil de groupe par parents d'accueil coopérants à cause de la fusion de communes et que l'organisateur conserve au moins un emplacement d'accueil d'enfants de type d'accueil familial ou de type d'accueil de groupe par parents d'accueil coopérants dans le groupe de subvention original, [3 l'agence]3 demande à l'organisateur combien de places d'accueil d'enfants subventionnables de type accueil familial ou de type accueil de groupe par parents d'accueil coopérants il souhaite transférer du groupe de subvention de type accueil d'enfants familial ou de type accueil de groupe par parents d'accueil coopérants dont l'emplacement d'accueil d'enfants relevait, vers le nouveau groupe de subvention de type accueil familial ou de type accueil de groupe par parents d'accueil coopérants.
La fusion de communes ne déroge pas aux procédures pour les organisateurs sur la base de l'arrêté de maintien relatif aux bébés et à la petite enfance du 11 décembre 2015 si, à la suite de la fusion de communes, ces derniers reçoivent une nouvelle autorisation ou promesse de subvention ou un nouvel octroi de subventions.
[3 L'agence]3 transmet les autorisations, promesses de subvention et octrois de subvention, qu'ils soient nouveaux ou aient été ajustés, aux organisateurs.]1

Art. 112/9. [1 Voor de subsidieerbare kinderopvangplaatsen, waarvoor een voorbehoud als vermeld in artikel 6, tweede lid, 2°, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, loopt op het moment van de samenvoeging van de gemeenten, loopt de termijn van het voorbehoud, vermeld in artikel 4, 2°, van het ministerieel besluit van 23 april 2014 tot uitvoering van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, verder na de samenvoeging.]1
Art. 112/9. [1 Pour les places d'accueil d'enfants subventionnables, pour lesquelles une réserve, telle que visée à l'article 6, alinéa deux, 2° de l'arrêté de Subventionnement du 22 novembre 2013 est en cours au moment de la fusion des communes, le délai de la réserve, telle que visée à l'article 4, 2° de l'arrêté ministériel du 23 avril 2014 portant exécution de l'arrêté de subvention du 22 novembre 2013, reprend cours après la fusion.]1
Art. 112/10. [1 ]Als de samenvoeging van gemeenten niet ingaat op 1 januari van een kalenderjaar, wordt voor de berekening van de subsidie, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord, voor de nieuwe gemeente rekening gehouden met de gegevens van de samengevoegde gemeenten op 1 januari van het kalenderjaar van de samenvoeging.-1
Art. 112/10. [1 Si la fusion de communes ne prend pas effet au 1 janvier d'une année calendaire, il est tenu compte pour le calcul, en faveur de la nouvelle commune, de la subvention, telle que visée à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2017 portant subvention des organisateurs d'accueil d'enfants et d'accueil extrascolaire en exécution de l'Accord intersectoriel flamand, des données des communes fusionnées au 1er janvier de l'année calendaire de la fusion. ]1
TITEL 5. - Slotbepalingen
TITRE 5. - Dispositions finales
HOOFDSTUK 1. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions transitoires
Afdeling 1. - Omzetting van lopende procedures
Section 1re. - Transposition des procédures en cours
Art. 113. De procedures tot het verkrijgen van een attest van toezicht die al lopen op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012, worden automatisch omgezet in een procedure tot toekenning van een vergunning.
In het geval, vermeld in het eerste lid, brengt Zorginspectie op verzoek van [1 het agentschap]1 een bezoek aan de kinderopvanglocatie om na te gaan of de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013. Zorginspectie maakt daarvan vervolgens een verslag op met een advies.
[1 Het agentschap]1 neemt op basis van het advies, vermeld in het tweede lid, en op basis van de andere startvoorwaarden een beslissing. Als een vergunning wordt toegekend, zal die worden toegekend met ingang van 1 april 2014.
Art. 113. Les procédures d'obtention d'une attestation de surveillance étant déjà en cours à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, sont automatiquement transposées en une procédure d'octroi d'une subvention.
Dans le cas, visé à l'alinéa premier, l'agence " Zorginspectie " rend visite, sur demande de [1 l'agence]1, à l'emplacement d'accueil d'enfants afin de vérifier si l'organisateur remplit les conditions, visées à l'article 3 de l'arrêté d'Autorisation du 22 novembre 2013. Ensuite, l'agence " Zorginspectie " en établit un rapport, comprenant un avis.
Sur la base de l'avis, visée à l'alinéa deux, et sur la base des autres conditions de départ, [1 l'agence]1 prend un avis. Lorsqu'une autorisation est accordée, celle-ci sera accordée à partir du 1er avril 2014.
Art. 114. De aanvragen tot het verkrijgen van de financiële basisondersteuning of een financiële ondersteuning voor flexibele opvang, op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen, die voor 15 maart 2014 zijn ingediend bij [1 het agentschap]1, en waarover op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 geen beslissing genomen is door [1 het agentschap]1, zullen na de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 verder worden behandeld en beoordeeld op basis van de geldende regelgeving van voor de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012.
Als de financiële ondersteuning wordt toegekend, wordt die retroactief toegekend conform het besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in het eerste lid.
De aanvragen tot het verkrijgen van de financiële basisondersteuning of een financiële ondersteuning voor flexibele opvang, op basis van het besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in het eerste lid, die na 15 maart 2014 zijn ingediend, zullen worden behandeld op basis van de bepalingen, vermeld in dit besluit, zodra de minister budget ter beschikking stelt.
Art. 114. Les demandes d'obtention de l'aide financière de base ou de l'aide financière pour l'accueil flexible, sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2009 établissant les conditions de l'aide financière octroyée aux structures d'accueil indépendantes, introduites avant le 15 mars 2014 auprès de [1 l'agence]1 et dont aucune décision n'a été prise par [1 l'agence]1 à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, seront traitées et évaluées après l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012 sur la base de la réglementation applicable avant l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012.
Lorsque l'aide financière est octroyée, celle-ci est octroyée rétroactivement conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand, visé à l'alinéa premier.
Les demandes d'obtention de l'aide financière de base ou de l'aide financière pour l'accueil flexible, sur la base de l'arrêté du Gouvernement flamand, visé à l'alinéa premier, qui sont introduites après le 15 mars 2014, seront traitées conformément aux dispositions du présent arrêté, dès que le Ministre a mis à disposition un budget.
Art. 115. De procedures tot het verkrijgen van een subsidie na een principiële goedkeuring inkomensgerelateerde kinderopvang of een principieel akkoord voor een erkenning die al lopen op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012, worden automatisch omgezet in een procedure tot toekenning van een subsidie na een subsidiebelofte als vermeld in artikel 95 tot en met [2 104]2.
Als [1 het agentschap]1 bijkomende informatie nodig heeft voor de behandeling van de aanvraag, wordt dat meegedeeld aan de organisator en worden de lopende termijnen voor een maximale termijn van dertig kalenderdagen geschorst vanaf die kennisgeving.
Art. 115. Les procédures d'obtention d'une subvention suivant une approbation de principe relatif à l'accueil d'enfants sur la base des revenus ou suivant un accord de principe pour une autorisation déjà en cours à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, sont automatiquement converties en une procédure d'octroi d'une subvention suivant une promesse de subvention, telle que visée aux articles 95 à [2 104]2 inclus.
Lorsque [1 l'agence]1 a besoin d'informations supplémentaires pour le traitement de la demande, l'organisateur en est averti et les délais en cours pour un délai maximum de trente jours calendaires sont suspendus à partir de cette notification.
Art. 116. De procedures tot het verkrijgen van een subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang die al lopen op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012, worden automatisch omgezet in een procedure tot toekenning van een subsidie voor individuele inclusieve kinderopvang als vermeld in artikel 92 tot en met 106.
Als [1 het agentschap]1 bijkomende informatie nodig heeft voor de behandeling van de aanvraag, wordt dat meegedeeld aan de organisator en worden de lopende termijnen voor een maximale termijn van dertig kalenderdagen geschorst vanaf die kennisgeving.
Art. 116. Les procédures d'obtention d'une subvention pour l'accueil individuel inclusif des enfants déjà en cours à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, sont automatiquement transposées en une procédure d'octroi d'une subvention pour l'accueil individuel inclusif des enfants, telle que visée aux articles 92 à 106 inclus.
Lorsque [1 l'agence]1 a besoin d'informations supplémentaires pour le traitement de la demande, l'organisateur en est averti et les délais en cours pour un délai maximum de trente jours calendaires sont suspendus à partir de cette notification.
Art. 117. De procedures tot het verkrijgen van een erkenning of toestemming die al lopen op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012, worden automatisch omgezet in enerzijds een procedure tot het verkrijgen van een vergunning als vermeld in artikel 14 tot en met [1 24]1, en anderzijds een procedure tot toekenning van een subsidie na een subsidiebelofte als vermeld in artikel 95 tot en met [1 104]1.
Voor de procedure tot toekenning van een vergunning geldt de overgangsregeling, vermeld in artikel 113.
Voor de procedure tot toekenning van een subsidie na een subsidiebelofte geldt de overgangsregeling, vermeld in artikel 115.
Art. 117. Les procédures d'obtention d'un agrément ou d'une autorisation déjà en cours à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, sont automatiquement transposées en, d'une part, une procédure d'obtention d'une autorisation, telle que visée aux articles 14 à [1 24]1 inclus et, d'autre part, en une procédure d'octroi d'une subvention après une promesse de subvention telle que visée aux articles 95 à [1 104]1 inclus.
Pour la procédure d'octroi d'une autorisation, le régime transitoire, visé à l'article 113, s'applique.
Pour la procédure d'octroi d'une autorisation suivant la promesse de subvention, le régime transitoire, visé à l'article 115, s'applique.
Afdeling 2. - Omzetting van een bestaande principiële goedkeuring voor inkomensgerelateerde kinderopvang of van een principieel akkoord voor erkende plaatsen
Section 2. - Transposition d'une approbation de principe existante pour l'accueil d'enfants sur la base des revenus ou d'un accord de principe pour les places agréées
Art. 118. Voor de organisatoren die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een principiële goedkeuring inkomensgerelateerde kinderopvang of een principieel akkoord voor erkende plaatsen hebben van [1 het agentschap]1, wordt die goedkeuring of dat akkoord automatisch omgezet in een subsidiebelofte van [1 het agentschap]1. De subsidiebelofte heeft betrekking op hetzelfde aantal kinderopvangplaatsen dat in aanmerking komt voor een toekenning van subsidie binnen dezelfde subsidiegroep. De initiële geldigheidsduur van de principiële goedkeuring of het principieel akkoord loopt door en start niet opnieuw bij de omzetting.
Art. 118. Pour les organisateurs qui ont, à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, une approbation de principe pour l'accueil d'enfants sur la base des revenus ou une approbation de principe de [1 l'agence]1 pour les places agréées, cette approbation ou cet accord est transposé automatiquement en une promesse de subvention de [1 l'agence]1. La promesse de subvention a trait au même nombre de places d'accueil d'enfants éligible à l'octroi d'une subvention dans le même groupe de subventions. La durée de validité initiale de l'approbation de principe ou de l'accord ce principe continue et ne prend pas cours à nouveau lors de la transposition.
Afdeling 3. - Bestaande organisatoren
Section 3. - Organisateurs existants
Art. 119. Voor organisatoren die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 al een subsidie ontvangen van [1 het agentschap]1, begint de termijn van tien jaar, vermeld in artikel 82, te lopen vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012.
Art. 119. Pour les organisateurs qui, à la date de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, recevaient déjà une subvention de [1 l'agence]1, le délai de dix ans, visé à l'article 82, prend cours à partir de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012.
Art. 120. De erkenningen of attesten van toezicht van een organisator voor dezelfde kinderopvanglocatie zullen voor die organisator samengevoegd worden tot één vergunning voor die kinderopvanglocatie, met uitzondering voor de kinderopvanglocaties waar voor de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 zowel kinderopvangplaatsen waren met een subsidie voor inkomensgerelateerde kinderopvang als kinderopvangplaatsen zonder die subsidie.
Art. 120. Les agréments ou attestations de surveillance d'un organisateur pour le même emplacement d'accueil d'enfants seront réunis pour cet organisateur en une seule autorisation pour ledit emplacement d'accueil d'enfants, à l'exception des emplacements d'accueil d'enfants, où il y avait, avant l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, tant des places d'accueil d'enfants avec une subvention pour l'accueil des enfants sur la base des revenus que des places d'accueil d'enfants sans cette subvention.
Art. 121. De organisator die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een subsidie ontvangt als Centrum inclusieve kinderopvang of een subsidie voor structurele inclusieve kinderopvang, moet voor de kinderen met een specifieke zorgbehoefte die al opgevangen worden in de kinderopvanglocatie voor 1 april 2014, geen afzonderlijke aanvraag voor individuele inclusieve kinderopvang indienen.
Art. 121. L'organisateur qui, à la date d'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, reçoit une subvention comme Centre pour l'accueil inclusif des enfants ou une subvention pour l'accueil inclusif structurel des enfants, ne doit introduire aucune demande séparée pour l'accueil individuel inclusif des enfants pour les enfants ayant des besoins spécifiques en soins qui sont déjà accueillis à l'emplacement d'accueil d'enfants avant le 1er avril 2014.
Art. 122. De organisator die voor de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een erkenning heeft als kinderdagverblijf of als dienst voor onthaalouders en van wie de subsidieerbare kinderopvangplaatsen voor 1 april 2014 verminderd zijn omdat een te lage bezetting behaald is, ontvangt van [1 het agentschap]1 na de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 een subsidiebelofte voor één jaar voor hetzelfde aantal subsidieerbare kinderopvangplaatsen dat verminderd is en waarvoor de organisator een geldig voorbehoud heeft.
In afwijking van het eerste lid, is de subsidiebelofte slechts drie maanden geldig als het bestaande voorbehoud geldig is tot en met 1 april 2014.
De subsidiebelofte, vermeld in het eerste en het tweede lid, zijn niet verlengbaar.
Art. 122. L'organisateur disposant, avant l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2012, d'un agrément comme garderie ou comme service pour parents d'accueil et dont les places d'accueil d'enfants subventionnables ont diminué avant le 1er avril 2014, vu qu'une occupation trop basse a été obtenue, reçoit de [1 l'agence]1, après l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2014, une promesse de subvention pour un an pour le même nombre de places d'accueil d'enfants subventionnables qui a diminué et pour lequel l'organisateur a une réserve valable.
Par dérogation à l'alinéa premier, la promesse de subvention n'est valable que trois mois lorsque la réserve existante est valable au 1er avril 2014 inclus.
La promesse de subvention, visée aux premier et deuxième alinéas n'est pas renouvelable.
Art. 122/1. [1 Tot en met 31 maart 2026 wordt voor de toekenning van de basissubsidie voor kinderopvangplaatsen die voor 1 april 2021 vergund zijn en waarvoor de organisator met een vrije prijs werkt, geen subsidiebelofte toegekend volgens de procedure als vermeld in artikel 61, tweede lid, maar wordt de subsidiebelofte toegekend na een algemene oproep als vermeld in artikel 58. ]1
Art. 122/1. [1 Jusqu'au 31 mars 2026, aux fins de l'octroi de la subvention de base pour les places d'accueil d'enfants autorisées avant le 1 avril 2021, pour lesquelles l'organisateur applique un prix libre, aucune promesse de subvention n'est accordée conformément à la procédure prévue à l'article 61, deuxième alinéa, mais la promesse de subvention est accordée à la suite d'un appel général comme prévu à l'article 58. ]1
Afdeling 4. - Nieuwe aanvragen
Section 4. - Nouvelles demandes
Art. 123. Vanaf de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 geldt een overgangsperiode van twee jaar voor de organisator die minstens twaalf vergunningen heeft om te voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel 10, 1°, met betrekking tot de verklaring op erewoord over het attest draagkracht.
Art. 123. A partir de l'entrée en vigueur du décret du 20 avril 2014, une période transitoire de deux ans s'applique pour l'organisateur ayant au moins douze autorisations pour répondre à la condition, visée à l'article 10, 1°, relative à la déclaration sur l'honneur relative à l'attestation de capacité.
Afdeling 5. - Hangende bezwaren of beroepen
Section 5. - Objections ou recours en cours
Art. 124. De beroepen of bezwaren die voor 1 april 2014 ingediend zijn bij [1 het agentschap]1, worden verder behandeld met toepassing van de regels die van kracht waren bij de indiening.
Art. 124. Les réclamations ou recours introduits avant le 1er avril 2014 auprès de [1 l'agence]1, sont traitées en application des règles applicables lors de l'introduction.
HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtredingsbepaling en uitvoeringbepaling
CHAPITRE 2. - Disposition d'entrée en vigueur et disposition d'exécution
Art. 125. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2014.
Art. 125. Le présent arrêté produit ses effets le 1er avril 2014.
Art. 126. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 126. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.