Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 FEBRUARI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Titre
14 FEVRIER 2014. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés relatifs à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 11. - Slotbepaling
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Modifications à l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 2. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 3. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 5. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 6. - Modification à l'arrêté du Gouver...
CHAPITRE 7. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 8. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 9. - Modifications à l'arrêté du Gouve...
CHAPITRE 10. - Modifications à l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 11. - Disposition finale
Tekst (115)
Texte (115)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg
CHAPITRE 1er. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour les structures pour personnes âgées et les structures des soins à domicile
Artikel 1. In artikel 8, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de woorden "Behalve bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "Behalve bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum".
Article 1er. Dans l'article 8, alinéa premier, de l'arrête du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour des structures destinées aux personnes âgées et des structures de soins à domicile, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " Sauf dans le cas d'un centre de services local, " sont remplacés par le membre de phrase " Sauf dans le cas d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour, ".
Art. 2. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 9. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een definitief principieel akkoord voor een verbouwing worden verkregen.".
"Art. 9. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een definitief principieel akkoord voor een verbouwing worden verkregen.".
Art. 2. L'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 9. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, un accord de principe définitif pour une transformation peut être obtenu au cours de cette période. ".
" Art. 9. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, un accord de principe définitif pour une transformation peut être obtenu au cours de cette période. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
CHAPITRE 2. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables
Art. 3. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008, 24 juli 2009 en 4 juni 2010, wordt een punt 30° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"30° medische uitrusting : al het medisch en medisch-technisch materiaal dat men in ziekenhuizen gebruikt voor de diagnose, behandeling of bewaking van patiënten, met uitzondering van het niet subsidieerbaar honorarium gebonden medisch en medisch-technisch materiaal dat men gebruikt voor de diagnose en behandeling. Verbruiksartikelen worden niet gesubsidieerd.".
"30° medische uitrusting : al het medisch en medisch-technisch materiaal dat men in ziekenhuizen gebruikt voor de diagnose, behandeling of bewaking van patiënten, met uitzondering van het niet subsidieerbaar honorarium gebonden medisch en medisch-technisch materiaal dat men gebruikt voor de diagnose en behandeling. Verbruiksartikelen worden niet gesubsidieerd.".
Art. 3. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 établissant les règles de procédure relatives à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008, 24 juillet 2009 et 4 juin 2010, est complété par un point 30°, rédigé comme suit :
" 30° équipement médical : tout le matériel médical et médico-technique utilisé dans les hôpitaux pour le diagnostic, le traitement ou la surveillance de patients, à l'exception du matériel médical et médico-technique non subventionnable, lié aux honoraires, que l'on utilise pour le diagnostic et le traitement. Les articles de consommation ne sont pas subventionnés. ".
" 30° équipement médical : tout le matériel médical et médico-technique utilisé dans les hôpitaux pour le diagnostic, le traitement ou la surveillance de patients, à l'exception du matériel médical et médico-technique non subventionnable, lié aux honoraires, que l'on utilise pour le diagnostic et le traitement. Les articles de consommation ne sont pas subventionnés. ".
Art. 4. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 april 2002, 30 mei 2008 en 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) vervangen door wat volgt :
"b) de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;";
2° in paragraaf 1, 2°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten,";
3° in paragraaf 1, 3°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
4° in paragraaf 1, 4°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
5° in paragraaf 1, 5°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
6° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De aanvraag tot subsidiebelofte wordt ingediend in twee exemplaren. In geval van de toepassing van paragraaf 1, 2° tot en met 5°, wordt het zorgstrategische plan in acht exemplaren bijgevoegd.".
1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) vervangen door wat volgt :
"b) de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;";
2° in paragraaf 1, 2°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten,";
3° in paragraaf 1, 3°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
4° in paragraaf 1, 4°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
5° in paragraaf 1, 5°, b), wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
6° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De aanvraag tot subsidiebelofte wordt ingediend in twee exemplaren. In geval van de toepassing van paragraaf 1, 2° tot en met 5°, wordt het zorgstrategische plan in acht exemplaren bijgevoegd.".
Art. 4. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 avril 2002, 30 mai 2008 et 10 novembre 2011 sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, 1°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ; " ;
2° dans le paragraphe 1er, 2°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
3° dans le paragraphe 1er, 3°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
4° dans le paragraphe 1er, 4°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
5° dans le paragraphe 1er, 5°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
6° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. La demande de promesse de subvention est introduite en deux exemplaires. En cas d'application du paragraphe 1er, 2° à 5° inclus, le plan stratégique des soins est joint à la demande, en huit exemplaires. ".
1° dans le paragraphe 1er, 1°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
" b) la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ; " ;
2° dans le paragraphe 1er, 2°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
3° dans le paragraphe 1er, 3°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
4° dans le paragraphe 1er, 4°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
5° dans le paragraphe 1er, 5°, b), le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
6° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. La demande de promesse de subvention est introduite en deux exemplaires. En cas d'application du paragraphe 1er, 2° à 5° inclus, le plan stratégique des soins est joint à la demande, en huit exemplaires. ".
Art. 5. In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de woorden "stuurt de functioneel bevoegde administratie in een aangetekende brief de evaluatienota naar" vervangen door de woorden "bezorgt de functioneel bevoegde administratie de evaluatienota aan".
Art. 5. Dans l'article 7, alinéa premier, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " l'administration fonctionnellement compétente envoie la note d'évaluation au demandeur par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " l'administration fonctionnellement compétente transmet la note d'évaluation au demandeur ".
Art. 6. In artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de woorden "per aangetekende brief bezorgd aan" opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 11 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " par lettre recommandée " sont supprimés.
Art. 7. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en 10 november 2011, wordt de zin "Deze aanvraag kan met de post worden verstuurd per aangetekende brief of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 2008 et 10 novembre 2011, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste ou être remise contre récépissé au fonctionnaire délégué. " est abrogée.
Art. 8. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en 10 november 2011, wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
"4° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
"4° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
Art. 8. Dans l'article 17, alinéa premier, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 2008 et 10 novembre 2011, le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
" 4° un avant-projet des plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
" 4° un avant-projet des plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
Art. 9. In artikel 18, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
"3° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
Art. 9. Dans l'article 18, alinéa deux, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
" 3° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
Art. 10. In artikel 20, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 20, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 11. Artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 24. De aanvraag wordt bij het Fonds ingediend in één exemplaar.".
"Art. 24. De aanvraag wordt bij het Fonds ingediend in één exemplaar.".
Art. 11. L'article 24 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 24. La demande est introduite auprès du Fonds en un exemplaire. ".
" Art. 24. La demande est introduite auprès du Fonds en un exemplaire. ".
Art. 12. In artikel 25 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Het Fonds onderzoekt of de aanvragen voor een subsidiebeslissing tijdig zijn ingediend en voor de datum van de ingebruikname van het project.";
2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Voor de projectfase waarvoor geen ontvankelijke aanvraag van een subsidiebeslissing is ingediend voor de ingebruikname van het project, meldt het Fonds aan de aanvrager dat er voor die projectfase geen investeringssubsidies meer verkregen kunnen worden.";
3° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
4° in paragraaf 6 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"Bij de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt de aanvrager aangemaand om binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving de tekorten in zijn dossier aan te vullen.";
5° in paragraaf 6, derde lid, worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
6° in paragraaf 7 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Het Fonds onderzoekt of de aanvragen voor een subsidiebeslissing tijdig zijn ingediend en voor de datum van de ingebruikname van het project.";
2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Voor de projectfase waarvoor geen ontvankelijke aanvraag van een subsidiebeslissing is ingediend voor de ingebruikname van het project, meldt het Fonds aan de aanvrager dat er voor die projectfase geen investeringssubsidies meer verkregen kunnen worden.";
3° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
4° in paragraaf 6 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"Bij de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, wordt de aanvrager aangemaand om binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving de tekorten in zijn dossier aan te vullen.";
5° in paragraaf 6, derde lid, worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
6° in paragraaf 7 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 12. A l'article 25 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 2008 et 10 novembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Le Fonds examine si les demandes d'obtention d'une décision de subvention sont introduites à temps et avant la date de mise en service du projet. " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Pour la phase de projet pour laquelle aucune demande recevable d'une décision de subvention n'est introduite avant la mise en service du projet, le Fonds communique au demandeur que l'on ne peut plus obtenir de subventions d'investissement pour la phase de projet en question. " ;
3° dans le paragraphe 6, alinéa premier, les mots " par une lettre recommandée à la poste " sont abrogés ;
4° dans le paragraphe 6, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" La notification, visée à l'alinéa premier, somme le demandeur de compléter son dossier dans un délai de trente jours calendaires suivant la réception de la notification. " ;
5° dans le paragraphe 6, alinéa trois, les mots " par une lettre recommandée à la poste " sont abrogés ;
6° dans le paragraphe 7, les mots " par lettre recommandée à la poste " sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Le Fonds examine si les demandes d'obtention d'une décision de subvention sont introduites à temps et avant la date de mise en service du projet. " ;
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Pour la phase de projet pour laquelle aucune demande recevable d'une décision de subvention n'est introduite avant la mise en service du projet, le Fonds communique au demandeur que l'on ne peut plus obtenir de subventions d'investissement pour la phase de projet en question. " ;
3° dans le paragraphe 6, alinéa premier, les mots " par une lettre recommandée à la poste " sont abrogés ;
4° dans le paragraphe 6, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" La notification, visée à l'alinéa premier, somme le demandeur de compléter son dossier dans un délai de trente jours calendaires suivant la réception de la notification. " ;
5° dans le paragraphe 6, alinéa trois, les mots " par une lettre recommandée à la poste " sont abrogés ;
6° dans le paragraphe 7, les mots " par lettre recommandée à la poste " sont abrogés.
Art. 13. In artikel 27 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 juni 2010 en 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede ", met een aangetekende brief of tegen afgifte met ontvangstbewijs" opgeheven;
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven.
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede ", met een aangetekende brief of tegen afgifte met ontvangstbewijs" opgeheven;
2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven.
Art. 13. A l'article 27 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 juin 2010 et 10 novembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 2, alinéa premier, le membre de phrase " , par lettre recommandée ou par remise contre récépissé " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa trois, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
3° dans le paragraphe 3, alinéa deux, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
1° dans le paragraphe 2, alinéa premier, le membre de phrase " , par lettre recommandée ou par remise contre récépissé " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa trois, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
3° dans le paragraphe 3, alinéa deux, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 14. In artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt het woord "aankoopbelofte" vervangen door de woorden "verkoopbelofte of van een compromis".
Art. 14. Dans l'article 34 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " d'une promesse d'achat " sont remplacés par les mots " d'une promesse de vente ou d'un compromis ".
Art. 15. In artikel 36bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "en wordt met de post verstuurd per aangetekende brief of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt punt 3° opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "en wordt met de post verstuurd per aangetekende brief of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs" opgeheven;
2° in het tweede lid wordt punt 3° opgeheven.
Art. 15. A l'article 36bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa premier, les mots " et est envoyée par lettre recommandée à la poste ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté " sont abrogés ;
2° le point 3° de l'alinéa deux est abrogé.
1° à l'alinéa premier, les mots " et est envoyée par lettre recommandée à la poste ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté " sont abrogés ;
2° le point 3° de l'alinéa deux est abrogé.
Art. 16. In artikel 36quater, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 36quater, alinéa premier, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 17. In artikel 36quinquies, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
"2° voor de aanvragers die hun jaarrekening niet neerleggen bij de Nationale Bank van België : de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening;";
3° in punt 3° wordt de zinsnede ", waarbij het advies van de financier is gevoegd" opgeheven.
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
"2° voor de aanvragers die hun jaarrekening niet neerleggen bij de Nationale Bank van België : de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening;";
3° in punt 3° wordt de zinsnede ", waarbij het advies van de financier is gevoegd" opgeheven.
Art. 17. A l'article 36quinquies, alinéa deux, du même arrête, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est abrogé ;
2° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° pour les demandeurs qui ne déposent pas leurs comptes annuels auprès de la Banque nationale de Belgique : le dernier compte annuel approuvé, et, le cas échéant, le rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels ; " ;
3° dans le point 3°, le membre de phrase " , accompagné de l'avis du financier " est abrogé.
1° le point 1° est abrogé ;
2° le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° pour les demandeurs qui ne déposent pas leurs comptes annuels auprès de la Banque nationale de Belgique : le dernier compte annuel approuvé, et, le cas échéant, le rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels ; " ;
3° dans le point 3°, le membre de phrase " , accompagné de l'avis du financier " est abrogé.
Art. 18. In artikel 36septies, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 36septies, alinéa premier, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 19. In artikel 37 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan paragraaf 4 worden de woorden "en de grond of het terrein waarop die onroerende goederen zich bevinden" toegevoegd;
2° in paragraaf 5 worden de woorden "nadat alle andere schulden" vervangen door de woorden "nadat alle andere schulden van de aanvrager voor het project".
1° aan paragraaf 4 worden de woorden "en de grond of het terrein waarop die onroerende goederen zich bevinden" toegevoegd;
2° in paragraaf 5 worden de woorden "nadat alle andere schulden" vervangen door de woorden "nadat alle andere schulden van de aanvrager voor het project".
Art. 19. A l'article 37 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 4 est complété par les mots " et le sol ou le terrain où se trouvent ces biens immobiliers " ;
2° dans le paragraphe 5, les mots " qu'après règlement de toutes les dettes " sont remplacés par les mots " qu'après règlement de toutes les dettes du demandeur pour le projet ".
1° le paragraphe 4 est complété par les mots " et le sol ou le terrain où se trouvent ces biens immobiliers " ;
2° dans le paragraphe 5, les mots " qu'après règlement de toutes les dettes " sont remplacés par les mots " qu'après règlement de toutes les dettes du demandeur pour le projet ".
Art. 20. In artikel 39, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zin "De aanvrager kan de financier als tussenpersoon laten optreden om die bijdrage te betalen." opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "als de financier als tussenpersoon optreedt, van de aanvrager of de financier" vervangen door de woorden "als de financier de betaling verricht voor rekening van de aanvrager".
1° in het eerste lid wordt de zin "De aanvrager kan de financier als tussenpersoon laten optreden om die bijdrage te betalen." opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "als de financier als tussenpersoon optreedt, van de aanvrager of de financier" vervangen door de woorden "als de financier de betaling verricht voor rekening van de aanvrager".
Art. 20. A l'article 39, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa premier, la phrase " Le demandeur peut faire appel au financier comme personne interposée pour le paiement de cette cotisation. " est abrogée ;
2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " ou du financier, si celui-ci agit en personne interposée " est remplacé par les mots " ou du financier, si celui-ci effectue le paiement pour le compte du demandeur ".
1° à l'alinéa premier, la phrase " Le demandeur peut faire appel au financier comme personne interposée pour le paiement de cette cotisation. " est abrogée ;
2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " ou du financier, si celui-ci agit en personne interposée " est remplacé par les mots " ou du financier, si celui-ci effectue le paiement pour le compte du demandeur ".
Art. 21. In artikel 40 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 en 10 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De aanvrager die geen jaarrekening neerlegt bij de Nationale Bank van België, zal jaarlijks en voor de duur van de gewaarborgde lening een kopie van zijn laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, van het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening aan het Fonds bezorgen.";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 worden het tweede tot en met het vierde lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, zesde lid, dat het derde lid wordt, wordt de zin "Als de aanvrager de afbetalingskalender niet naleeft, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen." vervangen door de zin "Als de aanvrager de afbetalingskalender niet naleeft, zal de financier, na akkoord van het Fonds, ermee instemmen om uitstel te verlenen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg.";
5° in paragraaf 2, achtste lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "als vermeld in het eerste lid en in het derde tot en met het zevende lid" opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De aanvrager die geen jaarrekening neerlegt bij de Nationale Bank van België, zal jaarlijks en voor de duur van de gewaarborgde lening een kopie van zijn laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, van het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening aan het Fonds bezorgen.";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 worden het tweede tot en met het vierde lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, zesde lid, dat het derde lid wordt, wordt de zin "Als de aanvrager de afbetalingskalender niet naleeft, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen." vervangen door de zin "Als de aanvrager de afbetalingskalender niet naleeft, zal de financier, na akkoord van het Fonds, ermee instemmen om uitstel te verlenen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg.";
5° in paragraaf 2, achtste lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "als vermeld in het eerste lid en in het derde tot en met het zevende lid" opgeheven.
Art. 21. A l'article 40 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 juillet 2008 et 10 novembre 2011, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Le demandeur qui ne dépose pas de comptes annuelles auprès de la Banque Nationale de Belgique, transmettra annuellement et pour la durée de l'emprunt garanti au Fonds, une copie des derniers comptes annuels approuvés et, le cas échéant, le rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels. " ;
2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa trois est abrogé ;
3° dans le paragraphe 2, les alinéas deux à quatre inclus sont abrogés ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa six, qui devient l'alinéa trois, la phrase " Si le demandeur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus. " est remplacée par la phrase " Si le demandeur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le financier donnera son consentement, après l'accord du Fonds, à accorder un délai, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée. " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa huit, qui devient l'alinéa cinq, les mots " telles que visées au premier alinéa et aux troisième au septième alinéas inclus " sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Le demandeur qui ne dépose pas de comptes annuelles auprès de la Banque Nationale de Belgique, transmettra annuellement et pour la durée de l'emprunt garanti au Fonds, une copie des derniers comptes annuels approuvés et, le cas échéant, le rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels. " ;
2° dans le paragraphe 1er, l'alinéa trois est abrogé ;
3° dans le paragraphe 2, les alinéas deux à quatre inclus sont abrogés ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa six, qui devient l'alinéa trois, la phrase " Si le demandeur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus. " est remplacée par la phrase " Si le demandeur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le financier donnera son consentement, après l'accord du Fonds, à accorder un délai, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée. " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa huit, qui devient l'alinéa cinq, les mots " telles que visées au premier alinéa et aux troisième au septième alinéas inclus " sont abrogés.
Art. 22. Artikel 41 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 41. § 1. De bevoegde personeelsleden van de Vlaamse administratie, bevoegd voor het beleidsdomein waartoe het Fonds behoort, oefenen ter plaatse of op stukken toezicht uit op de naleving van de verplichtingen, vermeld in dit besluit.
De aanvrager is verplicht alle documenten die verband houden met de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, te bezorgen aan het Fonds als dat erom verzoekt.
§ 2. De aanvrager is ertoe gehouden, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet, en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen, elke vervreemding, elke bezwaring met een zakelijk recht of genotsrecht, of elke concrete bestemmingswijziging van het gesubsidieerde goed aan de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming te onderwerpen ofwel van het Fonds als het gesubsidieerde goed een bestemming krijgt in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, als die aangelegenheden vallen onder het beleidsdomein waartoe het Fonds behoort, ofwel van de minister in de andere gevallen. De toestemming van de minister kan alleen maar gegeven worden na gunstig advies van de Inspectie van Financiën.
Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, wordt bij de aanvraag van een uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, moet de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming, vermeld in het eerste lid, ook gevraagd worden na de periodes, vermeld in het eerste lid.
§ 3. Het gesubsidieerde goed wordt als een goed huisvader beheerd en onderhouden gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen, gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen.".
"Art. 41. § 1. De bevoegde personeelsleden van de Vlaamse administratie, bevoegd voor het beleidsdomein waartoe het Fonds behoort, oefenen ter plaatse of op stukken toezicht uit op de naleving van de verplichtingen, vermeld in dit besluit.
De aanvrager is verplicht alle documenten die verband houden met de verwantschapsband, vermeld in artikel 2bis en 2ter, te bezorgen aan het Fonds als dat erom verzoekt.
§ 2. De aanvrager is ertoe gehouden, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet, en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen, elke vervreemding, elke bezwaring met een zakelijk recht of genotsrecht, of elke concrete bestemmingswijziging van het gesubsidieerde goed aan de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming te onderwerpen ofwel van het Fonds als het gesubsidieerde goed een bestemming krijgt in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, als die aangelegenheden vallen onder het beleidsdomein waartoe het Fonds behoort, ofwel van de minister in de andere gevallen. De toestemming van de minister kan alleen maar gegeven worden na gunstig advies van de Inspectie van Financiën.
Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, wordt bij de aanvraag van een uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, moet de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming, vermeld in het eerste lid, ook gevraagd worden na de periodes, vermeld in het eerste lid.
§ 3. Het gesubsidieerde goed wordt als een goed huisvader beheerd en onderhouden gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen, gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen.".
Art. 22. L'article 41 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 41. § 1er. Les membres compétents de l'administration flamande, compétents pour le domaine politique dont relève le Fonds, exercent sur pièces ou sur place le contrôle du respect des obligations énoncées dans le présent arrêté.
Le demandeur est obligé de transmettre tous les documents ayant trait au lien de parenté, visé aux articles 2bis et 2ter, au Fonds si ce dernier le demande.
§ 2. Le demandeur est tenu, pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret, en ce qui concerne les biens immeubles subventionnés, et pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial et de dix ans pour les autres biens meubles, de soumettre toute aliénation, tout grèvement d'un droit réel ou d'un droit de jouissance, ou toute modification de destination concrète du bien subventionné, à l'autorisation expresse et préalable soit du Fonds, si le bien subventionné reçoit une destination dans le cadre des matières personnalisables, visées à l'article 5 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, si ces matières relèvent du domaine politique auquel appartient le Fonds, soit du Ministre dans les autres cas. L'autorisation du Ministre ne peut être donnée que moyennant un avis favorable de l'Inspection des Finances.
Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, la demande de l'autorisation expresse et préalable doit être accompagnée d'un document dans lequel le financier marque son accord avec la demande. Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, l'autorisation expresse et préalable, visée à l'alinéa premier, doit également être demandée après les périodes, visées à l'alinéa premier.
§ 3. Le bien subventionné est géré et entretenu en bon père de famille pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret, en ce qui concerne les biens immeubles subventionnés et les biens meubles subventionnés, pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial, et de dix ans pour les autres biens meubles. ".
" Art. 41. § 1er. Les membres compétents de l'administration flamande, compétents pour le domaine politique dont relève le Fonds, exercent sur pièces ou sur place le contrôle du respect des obligations énoncées dans le présent arrêté.
Le demandeur est obligé de transmettre tous les documents ayant trait au lien de parenté, visé aux articles 2bis et 2ter, au Fonds si ce dernier le demande.
§ 2. Le demandeur est tenu, pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret, en ce qui concerne les biens immeubles subventionnés, et pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial et de dix ans pour les autres biens meubles, de soumettre toute aliénation, tout grèvement d'un droit réel ou d'un droit de jouissance, ou toute modification de destination concrète du bien subventionné, à l'autorisation expresse et préalable soit du Fonds, si le bien subventionné reçoit une destination dans le cadre des matières personnalisables, visées à l'article 5 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, si ces matières relèvent du domaine politique auquel appartient le Fonds, soit du Ministre dans les autres cas. L'autorisation du Ministre ne peut être donnée que moyennant un avis favorable de l'Inspection des Finances.
Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, la demande de l'autorisation expresse et préalable doit être accompagnée d'un document dans lequel le financier marque son accord avec la demande. Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, l'autorisation expresse et préalable, visée à l'alinéa premier, doit également être demandée après les périodes, visées à l'alinéa premier.
§ 3. Le bien subventionné est géré et entretenu en bon père de famille pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret, en ce qui concerne les biens immeubles subventionnés et les biens meubles subventionnés, pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial, et de dix ans pour les autres biens meubles. ".
Art. 23. Artikel 42 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 42. Bij overtreding van de bepalingen van artikel 40, § 1, derde lid, van artikel 41, § 1, en § 2, eerste lid, of als de aanvrager een onjuiste verklaring aflegt over de voorwaarden, vermeld in artikel 2bis en 2ter, zullen de verleende investeringssubsidies worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Bij overtreding van de bepaling van artikel 41, § 3, zal het Fonds de aanvrager aanmanen zich te conformeren aan die bepaling binnen een termijn, bepaald door het Fonds. Als de aanvrager niet het nodige gevolg geeft aan die aanmaning zullen de verleende investeringssubsidies worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.".
"Art. 42. Bij overtreding van de bepalingen van artikel 40, § 1, derde lid, van artikel 41, § 1, en § 2, eerste lid, of als de aanvrager een onjuiste verklaring aflegt over de voorwaarden, vermeld in artikel 2bis en 2ter, zullen de verleende investeringssubsidies worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Bij overtreding van de bepaling van artikel 41, § 3, zal het Fonds de aanvrager aanmanen zich te conformeren aan die bepaling binnen een termijn, bepaald door het Fonds. Als de aanvrager niet het nodige gevolg geeft aan die aanmaning zullen de verleende investeringssubsidies worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.".
Art. 23. L'article 42 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 42. En cas d'infraction aux dispositions de l'article 40, § 1er, alinéa trois, de l'article 41, § 1er et § 2, alinéa premier, ou si le demandeur dépose une déclaration inexacte relative aux conditions, visées aux articles 2bis et 2ter, les subventions d'investissement octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
En cas d'infraction à la disposition de l'article 41, § 3, le Fonds sommera le demandeur de se conformer à cette disposition dans un délai fixé par le Fonds. Si le demandeur ne donne pas la suite voulue à cette sommation, les subventions d'investissement octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes. ".
" Art. 42. En cas d'infraction aux dispositions de l'article 40, § 1er, alinéa trois, de l'article 41, § 1er et § 2, alinéa premier, ou si le demandeur dépose une déclaration inexacte relative aux conditions, visées aux articles 2bis et 2ter, les subventions d'investissement octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
En cas d'infraction à la disposition de l'article 41, § 3, le Fonds sommera le demandeur de se conformer à cette disposition dans un délai fixé par le Fonds. Si le demandeur ne donne pas la suite voulue à cette sommation, les subventions d'investissement octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes. ".
Art. 24. Artikel 42bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 42bis. De aanvrager of de financier bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds of aan de functioneel bevoegde administratie. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.".
"Art. 42bis. De aanvrager of de financier bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds of aan de functioneel bevoegde administratie. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.".
Art. 24. L'article 42bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 42bis. Le demandeur ou le financier transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds ou à l'administration fonctionnellement compétente. Les plans sont transmis de préférence sur papier. ".
" Art. 42bis. Le demandeur ou le financier transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds ou à l'administration fonctionnellement compétente. Les plans sont transmis de préférence sur papier. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 tot regeling van de algemene leiding, de werking, het beheer en de vertegenwoordiging van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 3. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 réglant la direction générale, le fonctionnement, la gestion et la représentation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables)
Art. 25. In artikel 3, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 tot regeling van de algemene leiding, de werking, het beheer en de vertegenwoordiging van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, worden de woorden "en hypothecaire mandaten" vervangen door de zinsnede ", hypothecaire mandaten, bestemmingswijziging, vervreemding en bezwaring met zakelijk recht of genotsrecht, het aanmanen van de aanvrager om het gesubsidieerde goed als een goed huisvader te beheren en te onderhouden".
Art. 25. Dans l'article 3, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 réglant la direction générale, le fonctionnement, la gestion et la représentation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables), modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, les mots " et aux mandats hypothécaires " sont remplacés par le membre de phrase " , aux mandats hypothécaires, à une modification de destination, à l'aliénation ou au grèvement d'un droit réel ou d'un droit de jouissance, la sommation du demandeur de gérer et d'entretenir le bien subventionné en bon père de famille ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor personen met een handicap
CHAPITRE 4. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juin 2009 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures destinées aux personnes handicapées
Art. 26. In artikel 11, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor personen met een handicap worden tussen de woorden "tot maximaal de helft van de maximale subsidiabele oppervlakte" en de zinsnede ", berekend overeenkomstig paragraaf 1" de woorden "gekoppeld aan de capaciteitsuitbreiding" ingevoegd.
Art. 26. Dans l'article 11, § 2, alinéa deux, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juin 2009 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures destinées aux personnes handicapées, les mots " liée à l'extension de capacité, " sont insérés entre les mots " au maximum à la moitié de la surface maximale éligible " et le membre de phrase " calculée conformément au paragraphe 1er ".
Art. 27. Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 16. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte of definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte of een definitief principieel akkoord voor verbouwing worden verkregen.".
"Art. 16. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte of definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte of een definitief principieel akkoord voor verbouwing worden verkregen.".
Art. 27. L'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 16. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ou aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu(e) pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Dans le seul cas où une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention ou un accord de principe définitif peut être obtenu(e) pour une transformation au cours de cette période. ".
" Art. 16. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ou aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu(e) pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Dans le seul cas où une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention ou un accord de principe définitif peut être obtenu(e) pour une transformation au cours de cette période. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand
CHAPITRE 5. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures d'assistance spéciale à la jeunesse
Art. 28. In artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand worden de woorden "en de diensten voor crisishulp aan huis" vervangen door de zinsnede ", de diensten voor crisishulp aan huis en de organisaties voor bijzondere jeugdzorg".
Art. 28. Dans l'article 1er, 3°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures d'assistance spéciale à la jeunesse, les mots " les services d'aide de crise à domicile " sont remplacés par le membre de phrase " , les services d'aide de crise à domicile et les organisations d'aide spéciale à la jeunesse ".
Art. 29. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen de woorden "residentiële voorziening" en de woorden "ten minste" worden de woorden "of van een organisatie met verblijfsmodules" ingevoegd;
2° in punt 1° worden tussen de woorden "per erkende capaciteitseenheid" en de woorden "hebben de woon- en leefruimtes" de woorden "of per erkende verblijfsmodule" ingevoegd.
1° tussen de woorden "residentiële voorziening" en de woorden "ten minste" worden de woorden "of van een organisatie met verblijfsmodules" ingevoegd;
2° in punt 1° worden tussen de woorden "per erkende capaciteitseenheid" en de woorden "hebben de woon- en leefruimtes" de woorden "of per erkende verblijfsmodule" ingevoegd.
Art. 29. A l'article 3 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " ou d'une organisation disposant de modules 'hébergement' " sont insérés entre les mots " d'une structure résidentielle " et les mots " doit comprendre au moins " ;
2° dans le point 1°, les mots " ou par module 'hébergement' agréé, " sont insérés entre les mots " par unité de capacité agréée, " et les mots " s'élève à 25 m2 ".
1° les mots " ou d'une organisation disposant de modules 'hébergement' " sont insérés entre les mots " d'une structure résidentielle " et les mots " doit comprendre au moins " ;
2° dans le point 1°, les mots " ou par module 'hébergement' agréé, " sont insérés entre les mots " par unité de capacité agréée, " et les mots " s'élève à 25 m2 ".
Art. 30. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen de woorden "semiambulante voorziening" en de woorden "ten minste" worden de woorden "of van een organisatie met modules dagbegeleiding in groep" ingevoegd;
2° in punt 1° worden tussen de woorden "per erkende capaciteitseenheid" en de woorden "heeft de leefruimte" de woorden "of per erkende module dagbegeleiding in groep" ingevoegd.
1° tussen de woorden "semiambulante voorziening" en de woorden "ten minste" worden de woorden "of van een organisatie met modules dagbegeleiding in groep" ingevoegd;
2° in punt 1° worden tussen de woorden "per erkende capaciteitseenheid" en de woorden "heeft de leefruimte" de woorden "of per erkende module dagbegeleiding in groep" ingevoegd.
Art. 30. A l'article 4 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " ou d'une organisation disposant de modules 'accompagnement de jour en groupe' " sont insérés entre les mots " d'une structure semi-ambulatoire " et les mots " doit comprendre au moins " ;
2° dans le point 1°, les mots " ou par module 'accompagnement de jour en groupe' agréé, " sont insérés entre les mots " par unité de capacité agréée, " et les mots " s'élève à 15 m2 ".
1° les mots " ou d'une organisation disposant de modules 'accompagnement de jour en groupe' " sont insérés entre les mots " d'une structure semi-ambulatoire " et les mots " doit comprendre au moins " ;
2° dans le point 1°, les mots " ou par module 'accompagnement de jour en groupe' agréé, " sont insérés entre les mots " par unité de capacité agréée, " et les mots " s'élève à 15 m2 ".
Art. 31. In artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "ambulante voorziening" en de woorden "ten minste" de zinsnede "of van een organisatie met modules contextbegeleiding, contextbegeleiding in functie van autonoom wonen of ondersteunende begeleiding" ingevoegd.
Art. 31. Dans l'article 5, alinéa premier, du même arrêté, le membre de phrase " ou d'une organisation disposant de modules 'accompagnement contextuel', 'accompagnement contextuel en vue de l'habitation autonome' ou 'accompagnement d'appui' " est inséré entre les mots " d'une structure ambulatoire " et les mots " doit comprendre au moins ".
Art. 32. Aan artikel 7, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"5° voor een organisatie voor bijzondere jeugdzorg :
a) 65 m per erkende verblijfsmodule;
b) 45 m per erkende module dagbegeleiding in groep;
c) 20 m per voltijdsequivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, aanvaard heeft voor de modules contextbegeleiding, contextbegeleiding in functie van autonoom wonen en ondersteunende begeleiding.".
"5° voor een organisatie voor bijzondere jeugdzorg :
a) 65 m per erkende verblijfsmodule;
b) 45 m per erkende module dagbegeleiding in groep;
c) 20 m per voltijdsequivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, aanvaard heeft voor de modules contextbegeleiding, contextbegeleiding in functie van autonoom wonen en ondersteunende begeleiding.".
Art. 32. L'article 7, alinéa deux, du même arrêté, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
" 5° pour une organisation d'aide spéciale à la jeunesse :
a) 65 m par module 'hébergement' agréé ;
b) 45 m2 par module 'accompagnement de jour en groupe' agréé ;
c) 20 m2 par équivalent à temps plein du cadre organique que le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, a accepté pour les modules 'accompagnement contextuel', 'accompagnement contextuel en vue de l'habitation autonome' et 'accompagnement d'appui'. ".
" 5° pour une organisation d'aide spéciale à la jeunesse :
a) 65 m par module 'hébergement' agréé ;
b) 45 m2 par module 'accompagnement de jour en groupe' agréé ;
c) 20 m2 par équivalent à temps plein du cadre organique que le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, a accepté pour les modules 'accompagnement contextuel', 'accompagnement contextuel en vue de l'habitation autonome' et 'accompagnement d'appui'. ".
Art. 33. Artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 12. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.".
"Art. 12. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.".
Art. 33. L'article 12 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 12. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période. ".
" Art. 12. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen
CHAPITRE 6. - Modification à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins
Art. 34. Artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 16. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een definitief principieel akkoord voor verbouwing worden verkregen.
In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid, voor ziekenhuizen in de periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, een definitief principieel akkoord toestaan voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, op voorwaarde dat het project waarvoor een definitief principieel akkoord wordt gevraagd, verder bestemd blijft binnen de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. Bij zijn beslissing tot afwijking kan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid, rekening houden met functionele elementen, financiële elementen, de opname van de infrastructuur in een grotere ontwikkeling met private of publieke partners, of met de realisatietermijn.".
"Art. 16. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een definitief principieel akkoord voor verbouwing worden verkregen.
In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid, voor ziekenhuizen in de periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, een definitief principieel akkoord toestaan voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, op voorwaarde dat het project waarvoor een definitief principieel akkoord wordt gevraagd, verder bestemd blijft binnen de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. Bij zijn beslissing tot afwijking kan de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid, rekening houden met functionele elementen, financiële elementen, de opname van de infrastructuur in een grotere ontwikkeling met private of publieke partners, of met de realisatietermijn.".
Art. 34. L'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les établissements de soins, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 16. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, un accord de principe définitif pour une transformation peut être obtenu au cours de cette période.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes et de la politique en matière de santé, peut autoriser pour des hôpitaux, au cours de la période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, un accord de principe définitif pour le même projet ou pour une partie du même projet, à condition que le projet faisant l'objet de la demande d'un accord de principe définitif, reste affecté aux matières personnalisables, visées à l'article 2, 3°, du décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables. Lors de sa décision de dérogation, le Ministre chargé de l'assistance aux personnes et de la politique en matière de santé peut tenir compte d'éléments fonctionnels, d'éléments financiers, de l'intégration de l'infrastructure dans un développement plus important avec des partenaires privés ou publics, ou du délai de réalisation. ".
" Art. 16. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, un accord de principe définitif pour une transformation peut être obtenu au cours de cette période.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes et de la politique en matière de santé, peut autoriser pour des hôpitaux, au cours de la période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, un accord de principe définitif pour le même projet ou pour une partie du même projet, à condition que le projet faisant l'objet de la demande d'un accord de principe définitif, reste affecté aux matières personnalisables, visées à l'article 2, 3°, du décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables. Lors de sa décision de dérogation, le Ministre chargé de l'assistance aux personnes et de la politique en matière de santé peut tenir compte d'éléments fonctionnels, d'éléments financiers, de l'intégration de l'infrastructure dans un développement plus important avec des partenaires privés ou publics, ou du délai de réalisation. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk
CHAPITRE 7. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour l'aide sociale générale
Art. 35. In artikel 3, 4°, b), van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk wordt punt 2) vervangen door wat volgt :
"2) een of meer functionele ruimten van samen 25 m, te vermeerderen met 8 m per erkende voltijdsequivalent, zoals vermeld in het erkenningsbesluit;".
"2) een of meer functionele ruimten van samen 25 m, te vermeerderen met 8 m per erkende voltijdsequivalent, zoals vermeld in het erkenningsbesluit;".
Art. 35. Dans l'article 3, 4°, b), de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour l'aide sociale générale, le point 2) est remplacé par la disposition suivante :
" 2) un ou plusieurs espaces fonctionnels de 25 m2 en total, à majorer de 8 m2 par équivalent à temps plein agréé, tel que visé à l'arrêté d'agrément ; ".
" 2) un ou plusieurs espaces fonctionnels de 25 m2 en total, à majorer de 8 m2 par équivalent à temps plein agréé, tel que visé à l'arrêté d'agrément ; ".
Art. 36. Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 11. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.".
"Art. 11. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.".
Art. 36. L'article 11 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 11. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période. ".
" Art. 11. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg
CHAPITRE 8. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des soins de santé préventifs et ambulants
Art. 37. Artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 15. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.
Het eerste lid is niet van toepassing op de bijzondere uitrusting van een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen, vermeld in artikel 8 en 9.".
"Art. 15. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.
Het eerste lid is niet van toepassing op de bijzondere uitrusting van een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen, vermeld in artikel 8 en 9.".
Art. 37. L'article 15 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention globale d'investissement et les normes techniques de la construction pour le secteur de la santé préventive et ambulante, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 15. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période.
L'alinéa premier ne s'applique pas à l'équipement spécial d'un bureau de consultation pour affections respiratoires, visé aux articles 8 et 9. ".
" Art. 15. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période.
L'alinéa premier ne s'applique pas à l'équipement spécial d'un bureau de consultation pour affections respiratoires, visé aux articles 8 et 9. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen
CHAPITRE 9. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants
Art. 38. Artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 14. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.".
"Art. 14. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidiebelofte worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een subsidiebelofte voor verbouwing worden verkregen.".
Art. 38. L'article 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des établissements de soins destinés à des familles avec des enfants, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 14. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période. ".
" Art. 14. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucune promesse de subvention ne peut être obtenue pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, une promesse de subvention pour des travaux de transformation peut être obtenue dans cette période. ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 10. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières Personnalisables)
Art. 39. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 3° wordt de zinsnede "het ontwerpen, bouwen, financieren en ter beschikking stellen" vervangen door de zinsnede "het bouwen, het financieren, het ter beschikking stellen en het al dan niet ontwerpen";
2° aan punt 3° wordt de zin "Deze vergoeding moet gelijkmatig verdeeld zijn over de gehele looptijd." toegevoegd;
3° in punt 11° wordt de zinsnede "ontwerpt, bouwt, financiert en ter beschikking stelt" vervangen door de zinsnede "bouwt, financiert, ter beschikking stelt en al dan niet ontwerpt";
4° een punt 22° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
"22° medische uitrusting : al het medisch en medisch-technisch materiaal dat men in ziekenhuizen gebruikt voor de diagnose, behandeling of bewaking van patiënten, met uitzondering van het niet subsidieerbaar honorarium gebonden medisch en medisch-technisch materiaal dat men gebruikt voor de diagnose en behandeling. Verbruiksartikelen worden niet gesubsidieerd.".
1° in punt 3° wordt de zinsnede "het ontwerpen, bouwen, financieren en ter beschikking stellen" vervangen door de zinsnede "het bouwen, het financieren, het ter beschikking stellen en het al dan niet ontwerpen";
2° aan punt 3° wordt de zin "Deze vergoeding moet gelijkmatig verdeeld zijn over de gehele looptijd." toegevoegd;
3° in punt 11° wordt de zinsnede "ontwerpt, bouwt, financiert en ter beschikking stelt" vervangen door de zinsnede "bouwt, financiert, ter beschikking stelt en al dan niet ontwerpt";
4° een punt 22° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt :
"22° medische uitrusting : al het medisch en medisch-technisch materiaal dat men in ziekenhuizen gebruikt voor de diagnose, behandeling of bewaking van patiënten, met uitzondering van het niet subsidieerbaar honorarium gebonden medisch en medisch-technisch materiaal dat men gebruikt voor de diagnose en behandeling. Verbruiksartikelen worden niet gesubsidieerd.".
Art. 39. A l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 réglant la garantie d'investissement alternative octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières Personnalisables), sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 3°, le membre de phrase " la conception, la construction, le financement et la mise à la disposition " est remplacé par le membre de phrase " la construction, le financement, la mise à disposition et la conception ou non " ;
2° le point 3° est complété par la phrase " Cette indemnité doit être répartie de manière égale sur la durée entière. " ;
3° dans le point 11°, le membre de phrase " conçoit, construit, finance et met une structure à la disposition " est remplacé par le membre de phrase " construit, finance, met à disposition et conçoit ou non une structure " ;
4° il est ajouté un point 22°, rédigé comme suit :
" 22° équipement médical : tout le matériel médical et médico-technique utilisé dans les hôpitaux pour le diagnostic, le traitement ou la surveillance de patients, à l'exception du matériel médical et médico-technique non subventionnable, lié aux honoraires, que l'on utilise pour le diagnostic et le traitement. Les articles de consommation ne sont pas subventionnés. ".
1° dans le point 3°, le membre de phrase " la conception, la construction, le financement et la mise à la disposition " est remplacé par le membre de phrase " la construction, le financement, la mise à disposition et la conception ou non " ;
2° le point 3° est complété par la phrase " Cette indemnité doit être répartie de manière égale sur la durée entière. " ;
3° dans le point 11°, le membre de phrase " conçoit, construit, finance et met une structure à la disposition " est remplacé par le membre de phrase " construit, finance, met à disposition et conçoit ou non une structure " ;
4° il est ajouté un point 22°, rédigé comme suit :
" 22° équipement médical : tout le matériel médical et médico-technique utilisé dans les hôpitaux pour le diagnostic, le traitement ou la surveillance de patients, à l'exception du matériel médical et médico-technique non subventionnable, lié aux honoraires, que l'on utilise pour le diagnostic et le traitement. Les articles de consommation ne sont pas subventionnés. ".
Art. 40. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 11. Dit hoofdstuk is van toepassing op projecten waarvoor de gebruikstoelage als rechtstreekse bijdrage in de kostprijs dient, waarbij de gebruikstoelagen door de aanvrager worden aangewend om rechtstreeks bij te dragen in de kostprijs van het project en waarbij er geen beschikbaarheidsvergoeding wordt betaald door de aanvrager.".
"Art. 11. Dit hoofdstuk is van toepassing op projecten waarvoor de gebruikstoelage als rechtstreekse bijdrage in de kostprijs dient, waarbij de gebruikstoelagen door de aanvrager worden aangewend om rechtstreeks bij te dragen in de kostprijs van het project en waarbij er geen beschikbaarheidsvergoeding wordt betaald door de aanvrager.".
Art. 40. L'article 11 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 11. Le présent chapitre s'applique aux projets pour lesquels la subvention-utilisation sert de contribution directe au coût, pour lesquels le demandeur utilise les subventions-utilisation afin de contribuer directement au coût du projet, et pour lesquels aucune indemnité de disponibilité n'est payée par le demandeur. ".
" Art. 11. Le présent chapitre s'applique aux projets pour lesquels la subvention-utilisation sert de contribution directe au coût, pour lesquels le demandeur utilise les subventions-utilisation afin de contribuer directement au coût du projet, et pour lesquels aucune indemnité de disponibilité n'est payée par le demandeur. ".
Art. 41. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum";
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
"De coëfficiënt wordt jaarlijks door de minister in december bepaald en wordt volgens de volgende formule berekend :
coëfficiënt = R/(1-(1/(1+R)20)), waarbij :
1° R = referentierentevoet.";
3° in het vijfde lid worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum".
1° in het tweede lid worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum";
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
"De coëfficiënt wordt jaarlijks door de minister in december bepaald en wordt volgens de volgende formule berekend :
coëfficiënt = R/(1-(1/(1+R)20)), waarbij :
1° R = referentierentevoet.";
3° in het vijfde lid worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum".
Art. 41. A l'article 12 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa deux, les mots " auprès d'un centre de services local " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour " ;
2° l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Le coefficient est fixé annuellement au mois de décembre par le Ministre, et calculé selon la formule suivante :
coefficient = R/(1-(1/(1+R)20)), où :
1° R = taux d'intérêt de référence. " ;
3° dans l'alinéa cinq, les mots " auprès d'un centre de services local " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour ".
1° dans l'alinéa deux, les mots " auprès d'un centre de services local " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour " ;
2° l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Le coefficient est fixé annuellement au mois de décembre par le Ministre, et calculé selon la formule suivante :
coefficient = R/(1-(1/(1+R)20)), où :
1° R = taux d'intérêt de référence. " ;
3° dans l'alinéa cinq, les mots " auprès d'un centre de services local " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour ".
Art. 42. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "principieel akkoord" vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord";
2° in het tweede lid wordt de zin "Voor de wijze waarop stukken ter kennis gebracht worden van het Fonds of van het agentschap Zorg en Gezondheid door de aanvrager, of van de aanvrager vermeld in deze afdeling, door het Fonds of door het agentschap Zorg en Gezondheid, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen." vervangen door de zinnen "De aanvrager bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds of aan het agentschap Zorg en Gezondheid. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.";
3° in het derde lid worden de woorden "principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord" en wordt het nummer "24" vervangen door het nummer "24/1".
1° in het eerste lid worden de woorden "principieel akkoord" vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord";
2° in het tweede lid wordt de zin "Voor de wijze waarop stukken ter kennis gebracht worden van het Fonds of van het agentschap Zorg en Gezondheid door de aanvrager, of van de aanvrager vermeld in deze afdeling, door het Fonds of door het agentschap Zorg en Gezondheid, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen." vervangen door de zinnen "De aanvrager bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds of aan het agentschap Zorg en Gezondheid. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.";
3° in het derde lid worden de woorden "principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord" en wordt het nummer "24" vervangen door het nummer "24/1".
Art. 42. A l'article 13 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots " accord de principe " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif " ;
2° dans l'alinéa deux, la phrase " En ce qui concerne le mode de transmission de documents par le demandeur au Fonds ou à l'agence " Zorg en Gezondheid ", ou par le Fonds ou l'agence " Zorg en Gezondheid " au demandeur, visés dans la présente section, le Ministre peut arrêter des dérogations aux règles, tenant compte des moyens de communication les plus récents. " est remplacée par les phrases " Le demandeur transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds ou à l'agence " Zorg en Gezondheid ". Les plans sont transmis de préférence sur papier. " ;
3° dans l'alinéa trois, les mots " accord de principe " sont chaque fois remplacés par les mots " accord de principe définitif " et le nombre " 24 " et remplacé par le nombre " 24/1 ".
1° dans l'alinéa premier, les mots " accord de principe " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif " ;
2° dans l'alinéa deux, la phrase " En ce qui concerne le mode de transmission de documents par le demandeur au Fonds ou à l'agence " Zorg en Gezondheid ", ou par le Fonds ou l'agence " Zorg en Gezondheid " au demandeur, visés dans la présente section, le Ministre peut arrêter des dérogations aux règles, tenant compte des moyens de communication les plus récents. " est remplacée par les phrases " Le demandeur transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds ou à l'agence " Zorg en Gezondheid ". Les plans sont transmis de préférence sur papier. " ;
3° dans l'alinéa trois, les mots " accord de principe " sont chaque fois remplacés par les mots " accord de principe définitif " et le nombre " 24 " et remplacé par le nombre " 24/1 ".
Art. 43. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
3° in punt 3° wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten".
1° in punt 1° wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
3° in punt 3° wordt de zinsnede "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten".
Art. 43. A l'article 14 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 1°, le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
2° dans le point 2°, le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
3° dans le point 3°, le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, ".
1° dans le point 1°, le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
2° dans le point 2°, le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
3° dans le point 3°, le membre de phrase " les actes, statuts ou documents nécessaires " est remplacé par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, ".
Art. 44. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"De aanvraag, vermeld in artikel 14, wordt ingediend in acht exemplaren.".
"De aanvraag, vermeld in artikel 14, wordt ingediend in acht exemplaren.".
Art. 44. A l'article 15 du même arrêté, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" La demande visée à l'article 14 est introduite en huit exemplaires. ".
" La demande visée à l'article 14 est introduite en huit exemplaires. ".
Art. 45. In artikel 16, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "aangetekend" opgeheven.
Art. 45. Dans l'article 16, alinéa premier, du même arrêté les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 46. In artikel 19, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "aangetekend" opgeheven.
Art. 46. Dans l'article 19, alinéa deux, du même arrêté les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 47. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "principieel akkoord" worden vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord";
2° de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." wordt opgeheven.
1° de woorden "principieel akkoord" worden vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord";
2° de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." wordt opgeheven.
Art. 47. A l'article 20 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " accord de principe " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif " ;
2° la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée.
1° les mots " accord de principe " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif " ;
2° la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée.
Art. 48. In artikel 21, 4°, van hetzelfde besluit wordt het woord "prefinanciering" telkens vervangen door het woord "financiering".
Art. 48. Dans l'article 21, 4°, du même arrêté, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement ".
Art. 49. In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
Art. 49. A l'article 23 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est abrogé ;
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° un avant-projet des plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
1° le point 1° est abrogé ;
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° un avant-projet des plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
Art. 50. In artikel 24, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" worden vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
1° de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" worden vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
Art. 50. A l'article 24, alinéa deux, du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " auprès d'un centre de services local " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour " ;
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
1° les mots " auprès d'un centre de services local " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour " ;
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
Art. 51. In hetzelfde besluit wordt een artikel 24/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 24/1. In afwijking van artikel 20 tot en met 24 kan de aanvrager, na de goedkeuring van het zorgstrategische plan, in een tweede fase van de procedure tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord, het technische en financiële aspect van het masterplan ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds in twee stappen. Eerst dient hij een aanvraag van een voorlopig principieel akkoord in. Na de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord kan de aanvrager het definitieve principieel akkoord aanvragen. Beide aanvragen worden ingediend in twee exemplaren.
De aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens en documenten :
1° de gegevens en documenten, vermeld in artikel 21 en 22;
2° als de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden of op een aankoop zonder verbouwing van een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum, ook de volgende stukken :
a) een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
b) een raming van de kosten van het project;
c) een inschatting van de oppervlakte van het project;
d) met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, § 5 en § 6 :
1) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
2) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
3) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
4) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.
De aanvraag van een definitief principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de gegevens en de documenten, vermeld in artikel 21 tot en met 24. Ook de regels voor de aankoop, vermeld in artikel 24, zijn van toepassing. De gegevens en de documenten, vermeld in artikel 21 tot en met 24, die al bezorgd zijn aan het Fonds bij de aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, hoeven alleen nog aan het Fonds bezorgd te worden als ze wijzigingen hebben ondergaan sinds de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord.".
"Art. 24/1. In afwijking van artikel 20 tot en met 24 kan de aanvrager, na de goedkeuring van het zorgstrategische plan, in een tweede fase van de procedure tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord, het technische en financiële aspect van het masterplan ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds in twee stappen. Eerst dient hij een aanvraag van een voorlopig principieel akkoord in. Na de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord kan de aanvrager het definitieve principieel akkoord aanvragen. Beide aanvragen worden ingediend in twee exemplaren.
De aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens en documenten :
1° de gegevens en documenten, vermeld in artikel 21 en 22;
2° als de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden of op een aankoop zonder verbouwing van een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum, ook de volgende stukken :
a) een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
b) een raming van de kosten van het project;
c) een inschatting van de oppervlakte van het project;
d) met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, § 5 en § 6 :
1) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
2) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
3) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
4) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.
De aanvraag van een definitief principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de gegevens en de documenten, vermeld in artikel 21 tot en met 24. Ook de regels voor de aankoop, vermeld in artikel 24, zijn van toepassing. De gegevens en de documenten, vermeld in artikel 21 tot en met 24, die al bezorgd zijn aan het Fonds bij de aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, hoeven alleen nog aan het Fonds bezorgd te worden als ze wijzigingen hebben ondergaan sinds de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord.".
Art. 51. Dans le même arrêté, il est inséré un article 24/1, rédigé comme suit :
" Art. 24/1. Par dérogation aux articles 20 à 24 inclus, après l'approbation du plan stratégique en matière de soins, le demandeur peut, dans une deuxième phase de la procédure d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif, soumettre l'aspect technique et financier du plan maître à l'approbation du Fonds en deux étapes. En premier lieu, il introduit une demande d'accord de principe provisoire. Après l'approbation de l'accord de principe provisoire, le demandeur peut demander l'accord de principe définitif. Les deux demandes sont introduites en deux exemplaires.
La demande d'un accord de principe provisoire, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents suivants :
1° les données et documents, visés aux articles 21 et 22 ;
2° lorsque la demande concerne des travaux ou un achat sans transformation d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour, également les documents suivants :
a) une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
b) une estimation du coût du projet ;
c) une estimation de la superficie du projet ;
d) en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, §§ 5 et 6 :
1) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
2) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
3) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
4) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur tel que visé aux articles 3 et 4.
La demande d'un accord de principe définitif, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents, visés aux articles 21 à 24 inclus. Les règles pour l'achat, visées à l'article 24, s'appliquent également. Les données et les documents, visés aux articles 21 à 24 inclus, qui sont déjà transmis au Fonds lors de la demande d'un accord de principe provisoire, ne doivent être transmis au Fonds que s'ils ont été modifiés depuis l'approbation de l'accord de principe provisoire. ".
" Art. 24/1. Par dérogation aux articles 20 à 24 inclus, après l'approbation du plan stratégique en matière de soins, le demandeur peut, dans une deuxième phase de la procédure d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif, soumettre l'aspect technique et financier du plan maître à l'approbation du Fonds en deux étapes. En premier lieu, il introduit une demande d'accord de principe provisoire. Après l'approbation de l'accord de principe provisoire, le demandeur peut demander l'accord de principe définitif. Les deux demandes sont introduites en deux exemplaires.
La demande d'un accord de principe provisoire, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents suivants :
1° les données et documents, visés aux articles 21 et 22 ;
2° lorsque la demande concerne des travaux ou un achat sans transformation d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour, également les documents suivants :
a) une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
b) une estimation du coût du projet ;
c) une estimation de la superficie du projet ;
d) en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, §§ 5 et 6 :
1) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
2) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
3) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
4) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur tel que visé aux articles 3 et 4.
La demande d'un accord de principe définitif, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents, visés aux articles 21 à 24 inclus. Les règles pour l'achat, visées à l'article 24, s'appliquent également. Les données et les documents, visés aux articles 21 à 24 inclus, qui sont déjà transmis au Fonds lors de la demande d'un accord de principe provisoire, ne doivent être transmis au Fonds que s'ils ont été modifiés depuis l'approbation de l'accord de principe provisoire. ".
Art. 52. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "principieel akkoord" worden vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord";
2° de zin "De aanvraag kan aangetekend verstuurd worden of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven worden tegen ontvangstbewijs." wordt opgeheven.
1° de woorden "principieel akkoord" worden vervangen door de woorden "definitief principieel akkoord";
2° de zin "De aanvraag kan aangetekend verstuurd worden of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven worden tegen ontvangstbewijs." wordt opgeheven.
Art. 52. A l'article 25 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " accord de principe " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif " ;
2° la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée.
1° les mots " accord de principe " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif " ;
2° la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée.
Art. 53. In artikel 26 van hetzelfde besluit wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;".
"2° de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;".
Art. 53. Dans l'article 26 du même arrêté, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ; ".
" 2° la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ; ".
Art. 54. In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
1° punt 1° wordt opgeheven;
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;".
Art. 54. A l'article 28 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 1° est abrogé ;
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° un avant-projet des plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
1° le point 1° est abrogé ;
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
" 3° un avant-projet des plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; ".
Art. 55. In hetzelfde besluit wordt een artikel 29/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 29/1. In afwijking van artikel 25 tot en met 29 kan de aanvrager de aanvraag tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds in twee stappen. Eerst dient hij een aanvraag van een voorlopig principieel akkoord in. Na de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord kan de aanvrager het definitieve principieel akkoord aanvragen. Beide aanvragen worden ingediend in twee exemplaren.
De aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens en documenten :
1° de gegevens en de documenten, vermeld in artikel 26 en 27;
2° als de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden, ook de volgende stukken :
a) een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
b) een raming van de kosten van het project;
c) een inschatting van de oppervlakte van het project;
d) met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, § 5 en § 6 :
1) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
2) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
3) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
4) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.
De aanvraag van een definitief principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de gegevens en de documenten, vermeld in artikel 26 tot en met 29. Ook de regels voor de aankoop, vermeld in artikel 29, zijn van toepassing. De gegevens en de documenten, vermeld in artikel 26 tot en met 29, die al bezorgd zijn aan het Fonds bij de aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, hoeven alleen nog aan het Fonds bezorgd te worden als ze wijzigingen hebben ondergaan sinds de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord.".
"Art. 29/1. In afwijking van artikel 25 tot en met 29 kan de aanvrager de aanvraag tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds in twee stappen. Eerst dient hij een aanvraag van een voorlopig principieel akkoord in. Na de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord kan de aanvrager het definitieve principieel akkoord aanvragen. Beide aanvragen worden ingediend in twee exemplaren.
De aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens en documenten :
1° de gegevens en de documenten, vermeld in artikel 26 en 27;
2° als de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden, ook de volgende stukken :
a) een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
b) een raming van de kosten van het project;
c) een inschatting van de oppervlakte van het project;
d) met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, § 5 en § 6 :
1) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
2) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
3) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
4) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.
De aanvraag van een definitief principieel akkoord, vermeld in het eerste lid, bevat de gegevens en de documenten, vermeld in artikel 26 tot en met 29. Ook de regels voor de aankoop, vermeld in artikel 29, zijn van toepassing. De gegevens en de documenten, vermeld in artikel 26 tot en met 29, die al bezorgd zijn aan het Fonds bij de aanvraag van een voorlopig principieel akkoord, hoeven alleen nog aan het Fonds bezorgd te worden als ze wijzigingen hebben ondergaan sinds de goedkeuring van het voorlopige principieel akkoord.".
Art. 55. Dans le même arrêté, il est inséré un article 29/1, rédigé comme suit :
" Art. 29/1. Par dérogation aux articles 25 à 29 inclus, le demandeur peut soumettre la demande d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif, au Fonds en deux étapes. En premier lieu, il introduit une demande d'accord de principe provisoire. Après l'approbation de l'accord de principe provisoire, le demandeur peut demander l'accord de principe définitif. Les deux demandes sont introduites en deux exemplaires.
La demande d'un accord de principe provisoire, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents suivants :
1° les données et les documents, visés aux articles 26 et 27 ;
2° si la demande concerne des travaux, également les documents suivants :
a) une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
b) une estimation du coût du projet ;
c) une estimation de la superficie du projet ;
d) en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, §§ 5 et 6 :
1) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
2) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
3) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
4) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur tel que visé aux articles 3 et 4.
La demande d'un accord de principe définitif, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents, visés aux articles 26 à 29 inclus. Les règles pour l'achat, visées à l'article 29, s'appliquent également. Les données et les documents, visés aux articles 26 à 29 inclus, qui sont déjà transmis au Fonds lors de la demande d'un accord de principe provisoire, ne doivent être transmis au Fonds que s'ils ont été modifiés depuis l'approbation de l'accord de principe provisoire. ".
" Art. 29/1. Par dérogation aux articles 25 à 29 inclus, le demandeur peut soumettre la demande d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif, au Fonds en deux étapes. En premier lieu, il introduit une demande d'accord de principe provisoire. Après l'approbation de l'accord de principe provisoire, le demandeur peut demander l'accord de principe définitif. Les deux demandes sont introduites en deux exemplaires.
La demande d'un accord de principe provisoire, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents suivants :
1° les données et les documents, visés aux articles 26 et 27 ;
2° si la demande concerne des travaux, également les documents suivants :
a) une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
b) une estimation du coût du projet ;
c) une estimation de la superficie du projet ;
d) en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, §§ 5 et 6 :
1) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
2) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
3) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
4) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur tel que visé aux articles 3 et 4.
La demande d'un accord de principe définitif, visée à l'alinéa premier, comprend les données et documents, visés aux articles 26 à 29 inclus. Les règles pour l'achat, visées à l'article 29, s'appliquent également. Les données et les documents, visés aux articles 26 à 29 inclus, qui sont déjà transmis au Fonds lors de la demande d'un accord de principe provisoire, ne doivent être transmis au Fonds que s'ils ont été modifiés depuis l'approbation de l'accord de principe provisoire. ".
Art. 56. In artikel 30, § 1, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 20, 24/1, 25 of 29/1, voldoet aan de toepasselijke bepalingen van artikel 20 tot en met 24/1, of artikel 25 tot en met 29/1.".
"Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 20, 24/1, 25 of 29/1, voldoet aan de toepasselijke bepalingen van artikel 20 tot en met 24/1, of artikel 25 tot en met 29/1.".
Art. 56. Dans l'article 30, § 1er, du même arrêté, l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
" Le Fonds examine si la demande, visée à l'article 20, 24/1, 25 ou 29/1, répond aux dispositions applicables des articles 20 à 24/1 inclus, ou des articles 25 à 29/1 inclus. ".
" Le Fonds examine si la demande, visée à l'article 20, 24/1, 25 ou 29/1, répond aux dispositions applicables des articles 20 à 24/1 inclus, ou des articles 25 à 29/1 inclus. ".
Art. 57. In hoofdstuk 5, afdeling 3, van hetzelfde besluit worden in het opschrift van onderafdeling 5 de woorden "het principieel akkoord en wijziging van het principieel akkoord" vervangen door de woorden "het voorlopige principieel akkoord, het definitieve principieel akkoord of de wijziging van het definitieve principieel akkoord".
Art. 57. Dans le chapitre 5, section 3, du même arrêté, dans l'intitulé de la sous-section 5, les mots " à l'accord de principe et à la modification de l'accord de principe " sont remplacés par les mots " à l'accord de principe provisoire, à l'accord de principe définitif ou à la modification de l'accord de principe définitif ".
Art. 58. In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "het principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "voorlopig, respectievelijk definitief principieel akkoord";
4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
5° in paragraaf 3 worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
6° in paragraaf 4 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
7° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt :
" § 6. Een voorlopig principieel akkoord houdt de goedkeuring in van het masterplan en van het betreffende project.
Het definitieve principieel akkoord moet gevraagd worden uiterlijk op 31 december van het tweede jaar dat volgt op het jaar waarin het voorlopige principieel akkoord is verkregen. Zo niet vervalt het voorlopige principieel akkoord.
Een definitief principieel akkoord houdt in dat het project van de aanvrager in principe in aanmerking komt voor een gebruikstoelage. Het vermeldt onder meer het masterplan en het project waarop het betrekking heeft, de eventuele opmerkingen en de datum vanaf wanneer het geldig is.";
8° in paragraaf 7 worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de woorden "een definitief principieel akkoord";
9° in paragraaf 8 worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum", worden de woorden "het principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord" en worden de woorden "een kopie van het bevel" vervangen door de woorden "een kopie van het bevel en van de stedenbouwkundige vergunning".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "het principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "voorlopig, respectievelijk definitief principieel akkoord";
4° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
5° in paragraaf 3 worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de zinsnede "het voorlopige, respectievelijk definitieve principieel akkoord";
6° in paragraaf 4 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
7° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt :
" § 6. Een voorlopig principieel akkoord houdt de goedkeuring in van het masterplan en van het betreffende project.
Het definitieve principieel akkoord moet gevraagd worden uiterlijk op 31 december van het tweede jaar dat volgt op het jaar waarin het voorlopige principieel akkoord is verkregen. Zo niet vervalt het voorlopige principieel akkoord.
Een definitief principieel akkoord houdt in dat het project van de aanvrager in principe in aanmerking komt voor een gebruikstoelage. Het vermeldt onder meer het masterplan en het project waarop het betrekking heeft, de eventuele opmerkingen en de datum vanaf wanneer het geldig is.";
8° in paragraaf 7 worden de woorden "een principieel akkoord" vervangen door de woorden "een definitief principieel akkoord";
9° in paragraaf 8 worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum", worden de woorden "het principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord" en worden de woorden "een kopie van het bevel" vervangen door de woorden "een kopie van het bevel en van de stedenbouwkundige vergunning".
Art. 58. A l'article 32 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " de l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " de l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa deux, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " de l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
5° dans le paragraphe 3, les mots " d'un accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " d'un accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
6° dans le paragraphe 4, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
7° le paragraphe 6 est remplacé par la disposition suivante :
" § 6. Un accord de principe provisoire implique l'approbation du plan maître et du projet concerné.
L'accord de principe définitif doit être demandé au plus tard le 31 décembre de la deuxième année suivant l'année pendant laquelle l'accord de principe provisoire a été obtenu, sinon l'accord de principe provisoire échoit.
Un accord de principe définitif implique que le projet du demandeur est en principe éligible à une subvention-utilisation. Il mentionne entre autres le plan maître et le projet auquel il a trait, les remarques éventuelles et la date à partir de laquelle l'accord est valable. " ;
8° dans le paragraphe 7, les mots " d'un accord de principe " sont remplacés par les mots " d'un accord de principe définitif " ;
9° dans le paragraphe 8, les mots " auprès d'un centre régional de services " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour ", les mots " de l'accord de principe " sont chaque fois remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif ", et les mots " une copie de l'ordre " sont remplacés par les mots " une copie de l'ordre et de l'autorisation urbanistique ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " de l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " de l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa deux, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " de l'accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
5° dans le paragraphe 3, les mots " d'un accord de principe " sont remplacés par le membre de phrase " d'un accord de principe provisoire, respectivement définitif " ;
6° dans le paragraphe 4, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
7° le paragraphe 6 est remplacé par la disposition suivante :
" § 6. Un accord de principe provisoire implique l'approbation du plan maître et du projet concerné.
L'accord de principe définitif doit être demandé au plus tard le 31 décembre de la deuxième année suivant l'année pendant laquelle l'accord de principe provisoire a été obtenu, sinon l'accord de principe provisoire échoit.
Un accord de principe définitif implique que le projet du demandeur est en principe éligible à une subvention-utilisation. Il mentionne entre autres le plan maître et le projet auquel il a trait, les remarques éventuelles et la date à partir de laquelle l'accord est valable. " ;
8° dans le paragraphe 7, les mots " d'un accord de principe " sont remplacés par les mots " d'un accord de principe définitif " ;
9° dans le paragraphe 8, les mots " auprès d'un centre régional de services " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour ", les mots " de l'accord de principe " sont chaque fois remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif ", et les mots " une copie de l'ordre " sont remplacés par les mots " une copie de l'ordre et de l'autorisation urbanistique ".
Art. 59. In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"Uiterlijk negentig kalenderdagen voor de aanvang van de werkzaamheden die betrekking hebben op het project, kan de aanvrager bij het Fonds een wijziging aanvragen van het definitieve principieel akkoord. Die aanvraag tot wijziging wordt omstandig gemotiveerd en bevat de stukken die gewijzigd zijn ten opzichte van de aanvraag van het oorspronkelijke definitieve principieel akkoord.";
2° in het vierde lid worden de woorden "het principieel akkoord" vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord";
3° in het vijfde lid worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
4° in het zesde lid worden de woorden "het principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord";
5° in het zevende lid worden de woorden "gewijzigd principieel akkoord" vervangen door de woorden "gewijzigd definitief principieel akkoord", worden de woorden "oorspronkelijke principieel akkoord" vervangen door de woorden "oorspronkelijke definitieve principieel akkoord" en worden de woorden "gewijzigde principieel akkoord" vervangen door de woorden "gewijzigde definitieve principieel akkoord".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"Uiterlijk negentig kalenderdagen voor de aanvang van de werkzaamheden die betrekking hebben op het project, kan de aanvrager bij het Fonds een wijziging aanvragen van het definitieve principieel akkoord. Die aanvraag tot wijziging wordt omstandig gemotiveerd en bevat de stukken die gewijzigd zijn ten opzichte van de aanvraag van het oorspronkelijke definitieve principieel akkoord.";
2° in het vierde lid worden de woorden "het principieel akkoord" vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord";
3° in het vijfde lid worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
4° in het zesde lid worden de woorden "het principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord";
5° in het zevende lid worden de woorden "gewijzigd principieel akkoord" vervangen door de woorden "gewijzigd definitief principieel akkoord", worden de woorden "oorspronkelijke principieel akkoord" vervangen door de woorden "oorspronkelijke definitieve principieel akkoord" en worden de woorden "gewijzigde principieel akkoord" vervangen door de woorden "gewijzigde definitieve principieel akkoord".
Art. 59. A l'article 33 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Au plus tard nonante jours calendaires avant le commencement des travaux qui portent sur le projet, le demandeur peut demander une modification de l'accord de principe définitif auprès du Fonds. Cette demande de modification est motivée de manière circonstanciée et comprend les documents modifiés par rapport à la demande de l'accord de principe définitif initial. " ;
2° dans l'alinéa quatre, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " ;
3° dans l'alinéa cinq, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
4° dans l'alinéa six, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " ;
5° dans l'alinéa sept, les mots " accord de principe modifié " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif modifié ", les mots " l'accord de principe initial " sont remplacés par les mots " l'accord de principe définitif initial ", et les mots " l'accord de principe modifié " sont remplacés par les mots " l'accord de principe définitif modifié ".
1° l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Au plus tard nonante jours calendaires avant le commencement des travaux qui portent sur le projet, le demandeur peut demander une modification de l'accord de principe définitif auprès du Fonds. Cette demande de modification est motivée de manière circonstanciée et comprend les documents modifiés par rapport à la demande de l'accord de principe définitif initial. " ;
2° dans l'alinéa quatre, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " ;
3° dans l'alinéa cinq, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
4° dans l'alinéa six, les mots " de l'accord de principe " sont remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " ;
5° dans l'alinéa sept, les mots " accord de principe modifié " sont remplacés par les mots " accord de principe définitif modifié ", les mots " l'accord de principe initial " sont remplacés par les mots " l'accord de principe définitif initial ", et les mots " l'accord de principe modifié " sont remplacés par les mots " l'accord de principe définitif modifié ".
Art. 60. In artikel 34 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "het principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord" en worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum";
2° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
3° in het tweede lid wordt de zin "Voor de wijze waarop stukken ter kennis gebracht worden van het Fonds door de aanvrager, of van de aanvrager, vermeld in deze afdeling, door het Fonds, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen." vervangen door de zinnen "De aanvrager bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.".
1° in het eerste lid worden de woorden "het principieel akkoord" telkens vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord" en worden de woorden "bij een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum";
2° in het eerste lid worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven;
3° in het tweede lid wordt de zin "Voor de wijze waarop stukken ter kennis gebracht worden van het Fonds door de aanvrager, of van de aanvrager, vermeld in deze afdeling, door het Fonds, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen." vervangen door de zinnen "De aanvrager bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.".
Art. 60. A l'article 34 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa premier, les mots " de l'accord de principe " sont chaque fois remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " et les mots " auprès d'un centre régional de services " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour " ;
2° dans l'alinéa premier, les mots " , par lettre recommandée, " sont abrogés ;
3° dans l'alinéa deux, la phrase " En ce qui concerne le mode de transmission de documents par le demandeur au Fonds ou par le Fonds au demandeur, visés dans la présente section, le Ministre peut arrêter des dérogations aux règles, tenant compte des moyens de communication les plus récents. " est remplacée par les phrases " Le demandeur transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds. Les plans sont transmis de préférence sur papier. ".
1° dans l'alinéa premier, les mots " de l'accord de principe " sont chaque fois remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " et les mots " auprès d'un centre régional de services " sont remplacés par le membre de phrase " auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour " ;
2° dans l'alinéa premier, les mots " , par lettre recommandée, " sont abrogés ;
3° dans l'alinéa deux, la phrase " En ce qui concerne le mode de transmission de documents par le demandeur au Fonds ou par le Fonds au demandeur, visés dans la présente section, le Ministre peut arrêter des dérogations aux règles, tenant compte des moyens de communication les plus récents. " est remplacée par les phrases " Le demandeur transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds. Les plans sont transmis de préférence sur papier. ".
Art. 61. In artikel 35, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "van een lokaal dienstencentrum" vervangen door de zinsnede "van een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum".
Art. 61. Dans l'article 35, alinéa deux, du même arrêté, les mots " d'un centre local de services " sont remplacés par le membre de phrase " d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour ".
Art. 62. In artikel 36, § 1, 2°, § 2, 2°, § 3, eerste lid, 2°, en § 4, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "het principieel akkoord" vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord".
Art. 62. Dans l'article 36, § 1er, 2°, § 2, 2°, § 3, alinéa premier, 2°, et § 4, 2°, du même arrêté, les mots " l'accord de principe " sont remplacés par les mots " l'accord de principe définitif ".
Art. 63. In artikel 38, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 63. Dans l'article 38, alinéa premier, du même arrêté, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 64. In artikel 40 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2," vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2 of § 3,";
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
"De coëfficiënt wordt jaarlijks door de minister in december bepaald en wordt volgens de volgende formule berekend :
coëfficiënt = R/(1-(1/(1+R)20)) x 95 %, waarbij :
1° R = referentierentevoet.".
1° in het tweede lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2," vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2 of § 3,";
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
"De coëfficiënt wordt jaarlijks door de minister in december bepaald en wordt volgens de volgende formule berekend :
coëfficiënt = R/(1-(1/(1+R)20)) x 95 %, waarbij :
1° R = referentierentevoet.".
Art. 64. A l'article 40 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " à l'article 48, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 48, § 2 ou § 3, " ;
2° l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Le coefficient est fixé annuellement au mois de décembre par le Ministre, et calculé selon la formule suivante :
coefficient = R/(1-(1/(1+R)20)) x 95 %, où :
1° R = taux d'intérêt de référence. ".
1° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " à l'article 48, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 48, § 2 ou § 3, " ;
2° l'alinéa trois est remplacé par la disposition suivante :
" Le coefficient est fixé annuellement au mois de décembre par le Ministre, et calculé selon la formule suivante :
coefficient = R/(1-(1/(1+R)20)) x 95 %, où :
1° R = taux d'intérêt de référence. ".
Art. 65. In hoofdstuk 6 van hetzelfde besluit worden in het opschrift van afdeling 3 de woorden "voorlopig en definitief" opgeheven.
Art. 65. Dans le chapitre 6 du même arrêté, dans l'intitulé de la section 3, les mots " provisoire et définitif " sont abrogés.
Art. 66. In artikel 41, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zin "Voor de wijze waarop stukken ter kennis gebracht worden van het Fonds of van het agentschap Zorg en Gezondheid door de aanvrager, of van de aanvrager vermeld in deze afdeling, door het Fonds of door het agentschap Zorg en Gezondheid, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen." vervangen door de zinnen "De aanvrager bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds of aan het agentschap Zorg en Gezondheid. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.".
Art. 66. Dans l'article 41, alinéa deux, du même arrêté, la phrase " En ce qui concerne le mode de transmission de documents par le demandeur au Fonds ou à l'agence " Zorg en Gezondheid ", ou par le Fonds ou l'agence " Zorg en Gezondheid " au demandeur, visés dans la présente section, le Ministre peut arrêter des dérogations aux règles, tenant compte des moyens de communication les plus récents. " est remplacée par les phrases " Le demandeur transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds ou à l'agence " Zorg en Gezondheid ". Les plans sont transmis de préférence sur papier. ".
Art. 67. In artikel 42 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° worden de woorden "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
2° in punt 2° worden de woorden "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
3° in punt 3° worden de woorden "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten".
1° in punt 1° worden de woorden "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
2° in punt 2° worden de woorden "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten";
3° in punt 3° worden de woorden "de nodige bescheiden, statuten of documenten" vervangen door de zinsnede "de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten".
Art. 67. A l'article 42 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le point 1°, les mots " les actes, statuts ou documents nécessaires " sont remplacés par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
2° dans le point 2°, les mots " les actes, statuts ou documents nécessaires " sont remplacés par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
3° dans le point 3°, les mots " les actes, statuts ou documents nécessaires " sont remplacés par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, ".
1° dans le point 1°, les mots " les actes, statuts ou documents nécessaires " sont remplacés par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
2° dans le point 2°, les mots " les actes, statuts ou documents nécessaires " sont remplacés par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, " ;
3° dans le point 3°, les mots " les actes, statuts ou documents nécessaires " sont remplacés par le membre de phrase " la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires, ".
Art. 68. In artikel 43 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"De aanvraag, vermeld in artikel 42, wordt ingediend in acht exemplaren.".
"De aanvraag, vermeld in artikel 42, wordt ingediend in acht exemplaren.".
Art. 68. A l'article 43 du même arrêté, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" La demande visée à l'article 42 est introduite en huit exemplaires. ".
" La demande visée à l'article 42 est introduite en huit exemplaires. ".
Art. 69. In artikel 44, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "aangetekend" opgeheven.
Art. 69. Dans l'article 44, alinéa premier, du même arrêté les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 70. In artikel 47, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "aangetekend" opgeheven.
Art. 70. Dans l'article 47, alinéa deux, du même arrêté les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 71. In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan de aanvrager, na de goedkeuring van het zorgstrategische plan, zonder de tussenstap van een voorlopig principieel akkoord, in een tweede fase van de procedure tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord, het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds. De aanvraag wordt ingediend in twee exemplaren.".
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan de aanvrager, na de goedkeuring van het zorgstrategische plan, zonder de tussenstap van een voorlopig principieel akkoord, in een tweede fase van de procedure tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord, het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds. De aanvraag wordt ingediend in twee exemplaren.".
Art. 71. A l'article 48 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
2° dans le paragraphe 2, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, après l'approbation du plan stratégique en matière de soins, le demandeur peut, sans l'étape transitoire d'un accord de principe provisoire, dans une deuxième phase de la procédure d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif, soumettre l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné à l'approbation du Fonds. La demande est introduite en deux exemplaires. "
1° dans le paragraphe 1er, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
2° dans le paragraphe 2, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, après l'approbation du plan stratégique en matière de soins, le demandeur peut, sans l'étape transitoire d'un accord de principe provisoire, dans une deuxième phase de la procédure d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif, soumettre l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné à l'approbation du Fonds. La demande est introduite en deux exemplaires. "
Art. 72. In artikel 49, 4°, van hetzelfde besluit wordt het woord "prefinanciering" telkens vervangen door het woord "financiering".
Art. 72. Dans l'article 49, 4°, du même arrêté, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement ".
Art. 73. Aan artikel 51, 4°, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
"Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;".
"Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;".
Art. 73. L'article 51, 4°, du même arrêté, est complété par la phrase suivante :
" Cette période s'élève au moins à vingt ans ; ".
" Cette période s'élève au moins à vingt ans ; ".
Art. 74. In artikel 52 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt :
"7° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;";
2° aan punt 16° wordt de volgende zin toegevoegd :
"De termijn waarin de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding verschuldigd is, bedraagt minstens twintig jaar;".
1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt :
"7° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;";
2° aan punt 16° wordt de volgende zin toegevoegd :
"De termijn waarin de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding verschuldigd is, bedraagt minstens twintig jaar;".
Art. 74. A l'article 52 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
" 7° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; " ;
2° le point 16° est complété par la phrase suivante :
" La période pendant laquelle l'indemnité de disponibilité annuelle est due, s'élève au moins à vingt ans ; ".
1° le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
" 7° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; " ;
2° le point 16° est complété par la phrase suivante :
" La période pendant laquelle l'indemnité de disponibilité annuelle est due, s'élève au moins à vingt ans ; ".
Art. 75. In hetzelfde besluit wordt een artikel 52/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 52/1. De aanvraag, vermeld in artikel 48, § 3, bevat de volgende gegevens en documenten :
1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project goed te keuren en in te dienen, en om het definitieve principieel akkoord voor het betreffende project aan te vragen;
2° de verwijzing naar stukken, waaruit blijkt dat nog altijd voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 42, 1°, 2° of 3° ;
3° het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project;
4° als het een project met financiering zonder voorafgaand principieel akkoord betreft als vermeld in artikel 8 van het decreet van 23 februari 1994, de gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over de nodige financiële middelen die vereist zijn voor de volledige financiering van het project;
5° een verklaring op erewoord over het project waarvoor een principieel akkoord wordt gevraagd, voor de toepassing van artikel 85.
De stukken, vermeld in het eerste lid, 3°, bevatten minstens de volgende onderdelen :
1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur, met bijzondere aandacht voor het historische en architectonische belang, de leeftijd, functionaliteit, gebruiksintensiteit, leefbaarheid en energie-efficiëntie;
2° een beschrijving, aan de hand van het door de minister goedgekeurde zorgstrategische plan, van alle investeringen die de aanvrager in de komende tien jaar wil doen, met omschrijving van de doelgroep, de geplande capaciteit per onderdeel, de fasering en de geplande uitvoeringstermijnen met kostenraming;
3° een omschrijving van de bedoelde investeringswerkzaamheden;
4° een financieel plan voor de bedoelde investeringen, gedetailleerd voor het project, en, voor de aanvragers die niet onderworpen zijn aan het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, met de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening erbij gevoegd.
Als de aanvraag, vermeld in artikel 48, § 3, betrekking heeft op werkzaamheden, moet de aanvraag naast de stukken, vermeld in het eerste en het tweede lid, de volgende stukken bevatten :
1° een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
2° een raming van de bouwkosten van het project;
3° een inschatting van de oppervlakte van het project;
4° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor de aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag;
5° een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager is ondertekend en dat ter kennisgeving is bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;
6° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;
7° een gedetailleerde nota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;
8° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;
9° de bouwkosten van het project;
10° de oppervlakteberekening van het project, eventueel opgedeeld in projectonderdelen;
11° in voorkomend geval, een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;
12° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994;
13° het programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen. Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. Per type van lokaal worden de objectief evalueerbare comfortgrenswaarden en de specifieke technische eisen vermeld. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;
14° een akkoordbrief, ondertekend door de aanvrager, waarin hij het programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen op het vlak van comfort en het gebruik van energie, water en materialen;
15° het gunningsverslag tot aanwijzing van de opdrachtnemer, alsook een ondertekende overeenkomst tussen de aanvrager en de opdrachtnemer tot realisatie van het project, met inbegrip van de opgave van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding en de termijn waarin die verschuldigd is, met inbegrip van een bepaling dat de aanvrager verplicht is de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te gebruiken voor de betaling van de beschikbaarheidsvergoeding. Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;
16° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen met toepassing van artikel 4, § 5 :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.".
"Art. 52/1. De aanvraag, vermeld in artikel 48, § 3, bevat de volgende gegevens en documenten :
1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project goed te keuren en in te dienen, en om het definitieve principieel akkoord voor het betreffende project aan te vragen;
2° de verwijzing naar stukken, waaruit blijkt dat nog altijd voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 42, 1°, 2° of 3° ;
3° het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project;
4° als het een project met financiering zonder voorafgaand principieel akkoord betreft als vermeld in artikel 8 van het decreet van 23 februari 1994, de gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over de nodige financiële middelen die vereist zijn voor de volledige financiering van het project;
5° een verklaring op erewoord over het project waarvoor een principieel akkoord wordt gevraagd, voor de toepassing van artikel 85.
De stukken, vermeld in het eerste lid, 3°, bevatten minstens de volgende onderdelen :
1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur, met bijzondere aandacht voor het historische en architectonische belang, de leeftijd, functionaliteit, gebruiksintensiteit, leefbaarheid en energie-efficiëntie;
2° een beschrijving, aan de hand van het door de minister goedgekeurde zorgstrategische plan, van alle investeringen die de aanvrager in de komende tien jaar wil doen, met omschrijving van de doelgroep, de geplande capaciteit per onderdeel, de fasering en de geplande uitvoeringstermijnen met kostenraming;
3° een omschrijving van de bedoelde investeringswerkzaamheden;
4° een financieel plan voor de bedoelde investeringen, gedetailleerd voor het project, en, voor de aanvragers die niet onderworpen zijn aan het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, met de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening erbij gevoegd.
Als de aanvraag, vermeld in artikel 48, § 3, betrekking heeft op werkzaamheden, moet de aanvraag naast de stukken, vermeld in het eerste en het tweede lid, de volgende stukken bevatten :
1° een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
2° een raming van de bouwkosten van het project;
3° een inschatting van de oppervlakte van het project;
4° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor de aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag;
5° een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager is ondertekend en dat ter kennisgeving is bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;
6° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;
7° een gedetailleerde nota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;
8° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;
9° de bouwkosten van het project;
10° de oppervlakteberekening van het project, eventueel opgedeeld in projectonderdelen;
11° in voorkomend geval, een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;
12° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994;
13° het programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen. Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. Per type van lokaal worden de objectief evalueerbare comfortgrenswaarden en de specifieke technische eisen vermeld. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;
14° een akkoordbrief, ondertekend door de aanvrager, waarin hij het programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen op het vlak van comfort en het gebruik van energie, water en materialen;
15° het gunningsverslag tot aanwijzing van de opdrachtnemer, alsook een ondertekende overeenkomst tussen de aanvrager en de opdrachtnemer tot realisatie van het project, met inbegrip van de opgave van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding en de termijn waarin die verschuldigd is, met inbegrip van een bepaling dat de aanvrager verplicht is de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te gebruiken voor de betaling van de beschikbaarheidsvergoeding. Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;
16° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen met toepassing van artikel 4, § 5 :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.".
Art. 75. Dans le même arrêté, il est inséré un article 52/1, rédigé comme suit :
" Art. 52/1. La demande, visée à l'article 48, § 3, comprend les données et documents suivants :
1° le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur, comprenant la décision d'approuver et de soumettre l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné, et de demander l'accord de principe définitif pour le projet concerné ;
2° la référence aux documents, démontrant que les conditions, visées à l'article 42, 1°, 2° ou 3°, sont toujours remplies ;
3° l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné ;
4° s'il s'agit d'un projet avec financement sans accord de principe préalable, tel que visé à l'article 8 du décret du 23 février 1994, les données démontrant que le demandeur dispose des moyens financiers nécessaires qui sont requis en vue du financement entier du projet ;
5° une déclaration sur l'honneur concernant le projet qui fait l'objet d'une demande d'accord de principe, pour l'application de l'article 85.
Les documents visés à l'alinéa premier, 3°, contiennent au moins les éléments suivants :
1° une description de l'infrastructure existante, portant une attention particulière à l'intérêt historique et architecturale, l'âge, la fonctionnalité, l'intensité de l'usage, la viabilité et l'efficience énergétique ;
2° une description, à l'aide du plan stratégique en matière de soins approuvé par le Ministre, de tous les investissements que le demandeur entend réaliser dans les dix prochaines années, une description du groupe cible, la capacité envisagée par unité, les différentes phases et les délais d'exécution envisagés avec estimation du coût ;
3° une description des travaux d'investissement envisagés ;
4° un plan financier pour les investissements envisagés, détaillé pour le projet et, pour les demandeurs non assujettis à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, accompagné des derniers comptes annuels approuvés et, le cas échéant, du rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels.
Si la demande visée à l'article 48, § 3, concerne des travaux, ladite demande doit comprendre, outre les documents visés aux alinéas premier et deux, les documents suivants :
1° une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
2° une estimation du coût de la construction du projet ;
3° une estimation de la superficie du projet ;
4° si la nature des travaux le requiert, une attestation urbanistique ou, pour les demandes de personnes morales de droit public ou pour les actes d'intérêt général tels que visés à l'article 4.1.1, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, un accord de l'instance délivrante sur une demande de principe ;
5° un avis du service d'incendie compétent ou un rapport des pourparlers avec le service d'incendie compétent, signé par le demandeur et transmis pour information au service d'incendie compétent ;
6° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ;
7° une note détaillée sur les aspects fonctionnels, physiques et techniques de la construction ;
8° un rapport sur la suite donnée aux réunions de travail préalables et aux recommandations des agences ;
9° le coût de construction du projet ;
10° le calcul de la superficie du projet, éventuellement réparti en parties de projet ;
11° le cas échéant, une attestation du sol conformément à la réglementation relative à l'assainissement du sol ;
12° une preuve démontrant que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994 ;
13° le programme d'exigences en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Un programme d'exigences est un document de base fixant les objectifs et les exigences de prestation liés à un projet en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Les valeurs limites de confort objectivement évaluables et les exigences techniques spécifiques sont mentionnées par type de local. Le Ministre arrête les exigences minimales et les conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
14° une lettre d'accord, signée par le demandeur, dans laquelle il souscrit au programme d'exigences et désigne le coordinateur responsable de répondre aux exigences de performance objectivement évaluables en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
15° le rapport d'adjudication désignant le preneur d'ordre, ainsi qu'un accord signé entre le demandeur et le preneur d'ordre en vue de l'exécution du projet, y compris la mention de l'indemnité de disponibilité annuelle et la période pendant laquelle cette dernière est due, y compris la disposition que le demandeur est obligé d'utiliser la subvention-utilisation, visée à l'article 73, pour le paiement de l'indemnité de disponibilité. Cette période s'élève au moins à vingt ans ;
16° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, § 5 :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 3 et 4. ".
" Art. 52/1. La demande, visée à l'article 48, § 3, comprend les données et documents suivants :
1° le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur, comprenant la décision d'approuver et de soumettre l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné, et de demander l'accord de principe définitif pour le projet concerné ;
2° la référence aux documents, démontrant que les conditions, visées à l'article 42, 1°, 2° ou 3°, sont toujours remplies ;
3° l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné ;
4° s'il s'agit d'un projet avec financement sans accord de principe préalable, tel que visé à l'article 8 du décret du 23 février 1994, les données démontrant que le demandeur dispose des moyens financiers nécessaires qui sont requis en vue du financement entier du projet ;
5° une déclaration sur l'honneur concernant le projet qui fait l'objet d'une demande d'accord de principe, pour l'application de l'article 85.
Les documents visés à l'alinéa premier, 3°, contiennent au moins les éléments suivants :
1° une description de l'infrastructure existante, portant une attention particulière à l'intérêt historique et architecturale, l'âge, la fonctionnalité, l'intensité de l'usage, la viabilité et l'efficience énergétique ;
2° une description, à l'aide du plan stratégique en matière de soins approuvé par le Ministre, de tous les investissements que le demandeur entend réaliser dans les dix prochaines années, une description du groupe cible, la capacité envisagée par unité, les différentes phases et les délais d'exécution envisagés avec estimation du coût ;
3° une description des travaux d'investissement envisagés ;
4° un plan financier pour les investissements envisagés, détaillé pour le projet et, pour les demandeurs non assujettis à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, accompagné des derniers comptes annuels approuvés et, le cas échéant, du rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels.
Si la demande visée à l'article 48, § 3, concerne des travaux, ladite demande doit comprendre, outre les documents visés aux alinéas premier et deux, les documents suivants :
1° une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
2° une estimation du coût de la construction du projet ;
3° une estimation de la superficie du projet ;
4° si la nature des travaux le requiert, une attestation urbanistique ou, pour les demandes de personnes morales de droit public ou pour les actes d'intérêt général tels que visés à l'article 4.1.1, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, un accord de l'instance délivrante sur une demande de principe ;
5° un avis du service d'incendie compétent ou un rapport des pourparlers avec le service d'incendie compétent, signé par le demandeur et transmis pour information au service d'incendie compétent ;
6° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ;
7° une note détaillée sur les aspects fonctionnels, physiques et techniques de la construction ;
8° un rapport sur la suite donnée aux réunions de travail préalables et aux recommandations des agences ;
9° le coût de construction du projet ;
10° le calcul de la superficie du projet, éventuellement réparti en parties de projet ;
11° le cas échéant, une attestation du sol conformément à la réglementation relative à l'assainissement du sol ;
12° une preuve démontrant que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994 ;
13° le programme d'exigences en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Un programme d'exigences est un document de base fixant les objectifs et les exigences de prestation liés à un projet en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Les valeurs limites de confort objectivement évaluables et les exigences techniques spécifiques sont mentionnées par type de local. Le Ministre arrête les exigences minimales et les conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
14° une lettre d'accord, signée par le demandeur, dans laquelle il souscrit au programme d'exigences et désigne le coordinateur responsable de répondre aux exigences de performance objectivement évaluables en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
15° le rapport d'adjudication désignant le preneur d'ordre, ainsi qu'un accord signé entre le demandeur et le preneur d'ordre en vue de l'exécution du projet, y compris la mention de l'indemnité de disponibilité annuelle et la période pendant laquelle cette dernière est due, y compris la disposition que le demandeur est obligé d'utiliser la subvention-utilisation, visée à l'article 73, pour le paiement de l'indemnité de disponibilité. Cette période s'élève au moins à vingt ans ;
16° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, § 5 :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 3 et 4. ".
Art. 76. In artikel 53 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2," vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2 of § 3,".
Art. 76. Dans l'article 53 du même arrêté, les mots " visée à l'article 48, § 2, " sont remplacés par les mots " visée à l'article 48, § 2 ou § 3, ".
Art. 77. In artikel 54 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kunnen de verzorgingsinstellingen, behalve de algemene ziekenhuizen, en de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap zonder de tussenstap van een voorlopig principieel akkoord de procedure starten tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord voor het betreffende project. De aanvraag wordt ingediend in twee exemplaren.".
1° in paragraaf 1 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs." opgeheven;
3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kunnen de verzorgingsinstellingen, behalve de algemene ziekenhuizen, en de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap zonder de tussenstap van een voorlopig principieel akkoord de procedure starten tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een definitief principieel akkoord voor het betreffende project. De aanvraag wordt ingediend in twee exemplaren.".
Art. 77. A l'article 54 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
2° dans le paragraphe 2, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, les établissements de soins, sauf les hôpitaux généraux, et les structures pour l'intégration sociale de personnes handicapées, peuvent, sans l'étape transitoire d'un accord de principe provisoire, commencer la procédure d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif pour le projet concerné. La demande est introduite en deux exemplaires. "
1° dans le paragraphe 1er, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
2° dans le paragraphe 2, la phrase " Cette demande peut être envoyée par lettre recommandée à la poste, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté. " est abrogée ;
3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, les établissements de soins, sauf les hôpitaux généraux, et les structures pour l'intégration sociale de personnes handicapées, peuvent, sans l'étape transitoire d'un accord de principe provisoire, commencer la procédure d'approbation d'un plan maître et d'obtention d'un accord de principe définitif pour le projet concerné. La demande est introduite en deux exemplaires. "
Art. 78. In artikel 55 van hetzelfde besluit wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;".
"2° de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;".
Art. 78. Dans l'article 55 du même arrêté, le point 2° est remplacé par la disposition suivante :
" 2° la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ; ".
" 2° la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ; ".
Art. 79. Aan artikel 57, 4°, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
"Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;".
"Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;".
Art. 79. L'article 57, 4°, du même arrêté, est complété par la phrase suivante :
" Cette période s'élève au moins à vingt ans ; ".
" Cette période s'élève au moins à vingt ans ; ".
Art. 80. In artikel 58 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;";
2° aan punt 16° wordt de volgende zin toegevoegd :
"De termijn waarin de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding verschuldigd is, bedraagt minstens twintig jaar;".
1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;";
2° aan punt 16° wordt de volgende zin toegevoegd :
"De termijn waarin de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding verschuldigd is, bedraagt minstens twintig jaar;".
Art. 80. A l'article 58 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; " ;
2° le point 16° est complété par la phrase suivante :
" La période pendant laquelle l'indemnité de disponibilité annuelle est due, s'élève au moins à vingt ans ; ".
1° le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ; " ;
2° le point 16° est complété par la phrase suivante :
" La période pendant laquelle l'indemnité de disponibilité annuelle est due, s'élève au moins à vingt ans ; ".
Art. 81. In hetzelfde besluit wordt een artikel 58/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 58/1. De aanvraag, vermeld in artikel 54, § 3, bevat de volgende documenten :
1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om het masterplan en het betreffende project goed te keuren en in te dienen, en om het definitieve principieel akkoord voor het betreffende project aan te vragen;
2° de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;
3° het masterplan en het betreffende project;
4° een verklaring op erewoord over het project waarvoor een principieel akkoord wordt gevraagd, voor de toepassing van artikel 85.
De stukken, vermeld in het eerste lid, 3°, bevatten minstens de volgende onderdelen :
1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur, met bijzondere aandacht voor het historische en architectonische belang, de leeftijd, functionaliteit, gebruiksintensiteit, leefbaarheid en energie-efficiëntie;
2° een beschrijving van alle investeringen die de aanvrager in de komende tien jaar wil doen, met een omschrijving van de doelgroep, de geplande capaciteit per onderdeel, de fasering en de geplande uitvoeringstermijnen met kostenraming;
3° een omschrijving van de investeringswerkzaamheden;
4° een financieel plan voor de investeringen, gedetailleerd voor het project, en, voor de aanvragers die niet onderworpen zijn aan het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, met de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening erbij gevoegd.
Als de aanvraag, vermeld in artikel 54, § 3, betrekking heeft op werkzaamheden, moet de aanvraag naast de stukken, vermeld in het eerste en het tweede lid, de volgende stukken bevatten :
1° een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
2° een raming van de bouwkosten van het project;
3° een inschatting van de oppervlakte van het project;
4° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor de aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag;
5° een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager is ondertekend en dat ter kennisgeving is bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;
6° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;
7° een gedetailleerde nota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;
8° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;
9° de bouwkosten van het project;
10° de oppervlakteberekening van het project, eventueel opgedeeld in projectonderdelen;
11° in voorkomend geval, een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;
12° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994;
13° het programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen. Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. Per type van lokaal worden de objectief evalueerbare comfortgrenswaarden en specifieke technische eisen vermeld. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;
14° een akkoordbrief, ondertekend door de aanvrager, waarin hij het programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen op het vlak van comfort en het gebruik van energie, water en materialen;
15° het gunningsverslag tot aanwijzing van de opdrachtnemer, alsook een ondertekende overeenkomst tussen de aanvrager en de opdrachtnemer tot realisatie van het project, met inbegrip van de opgave van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding en de termijn waarin die verschuldigd is, met inbegrip van een bepaling dat de aanvrager verplicht is de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te gebruiken voor de betaling van de beschikbaarheidsvergoeding. Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;
16° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen met toepassing van artikel 4, § 5 en § 6 :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.".
"Art. 58/1. De aanvraag, vermeld in artikel 54, § 3, bevat de volgende documenten :
1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om het masterplan en het betreffende project goed te keuren en in te dienen, en om het definitieve principieel akkoord voor het betreffende project aan te vragen;
2° de vermelding van het ondernemingsnummer uit de Kruispuntbank van Ondernemingen of de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager een rechtspersoon is die geen materiële winst nastreeft;
3° het masterplan en het betreffende project;
4° een verklaring op erewoord over het project waarvoor een principieel akkoord wordt gevraagd, voor de toepassing van artikel 85.
De stukken, vermeld in het eerste lid, 3°, bevatten minstens de volgende onderdelen :
1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur, met bijzondere aandacht voor het historische en architectonische belang, de leeftijd, functionaliteit, gebruiksintensiteit, leefbaarheid en energie-efficiëntie;
2° een beschrijving van alle investeringen die de aanvrager in de komende tien jaar wil doen, met een omschrijving van de doelgroep, de geplande capaciteit per onderdeel, de fasering en de geplande uitvoeringstermijnen met kostenraming;
3° een omschrijving van de investeringswerkzaamheden;
4° een financieel plan voor de investeringen, gedetailleerd voor het project, en, voor de aanvragers die niet onderworpen zijn aan het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, met de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening erbij gevoegd.
Als de aanvraag, vermeld in artikel 54, § 3, betrekking heeft op werkzaamheden, moet de aanvraag naast de stukken, vermeld in het eerste en het tweede lid, de volgende stukken bevatten :
1° een conceptnota over de functionele opvattingen, met inbegrip van de outputspecificaties;
2° een raming van de bouwkosten van het project;
3° een inschatting van de oppervlakte van het project;
4° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor de aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag;
5° een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager is ondertekend en dat ter kennisgeving is bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;
6° de plannen op schaal 1/100, in tweevoud, met vermelding van een eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;
7° een gedetailleerde nota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;
8° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;
9° de bouwkosten van het project;
10° de oppervlakteberekening van het project, eventueel opgedeeld in projectonderdelen;
11° in voorkomend geval, een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;
12° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994;
13° het programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen. Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. Per type van lokaal worden de objectief evalueerbare comfortgrenswaarden en specifieke technische eisen vermeld. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen;
14° een akkoordbrief, ondertekend door de aanvrager, waarin hij het programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen op het vlak van comfort en het gebruik van energie, water en materialen;
15° het gunningsverslag tot aanwijzing van de opdrachtnemer, alsook een ondertekende overeenkomst tussen de aanvrager en de opdrachtnemer tot realisatie van het project, met inbegrip van de opgave van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding en de termijn waarin die verschuldigd is, met inbegrip van een bepaling dat de aanvrager verplicht is de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te gebruiken voor de betaling van de beschikbaarheidsvergoeding. Die termijn bedraagt minstens twintig jaar;
16° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en met behoud van de toepassing van de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen met toepassing van artikel 4, § 5 en § 6 :
a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;
d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4.".
Art. 81. Dans le même arrêté, il est inséré un article 58/1, rédigé comme suit :
" Art. 58/1. La demande visée à l'article 54, § 3, comprend les documents suivants :
1° le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur, comprenant la décision d'approuver et de soumettre le plan maître et le projet concerné, et de demander l'accord de principe définitif pour le projet concerné ;
2° la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ;
3° le plan maître et le projet concerné ;
4° une déclaration sur l'honneur concernant le projet qui fait l'objet d'une demande d'accord de principe, pour l'application de l'article 85.
Les documents visés à l'alinéa premier, 3°, contiennent au moins les éléments suivants :
1° une description de l'infrastructure existante, portant une attention particulière à l'intérêt historique et architecturale, l'âge, la fonctionnalité, l'intensité de l'usage, la viabilité et l'efficience énergétique ;
2° une description de tous les investissements que le demandeur entend réaliser dans les dix prochaines années, une description du groupe cible, la capacité envisagée par unité, les différentes phases et les délais d'exécution envisagés avec estimation du coût ;
3° une description des travaux d'investissement ;
4° un plan financier pour les investissements, détaillé pour le projet et, pour les demandeurs non assujettis à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, accompagné des derniers comptes annuels approuvés et, le cas échéant, du rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels.
Si la demande visée à l'article 54, § 3, concerne les travaux, ladite demande doit comprendre, outre les documents visés aux alinéas premier et deux, les documents suivants :
1° une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
2° une estimation du coût de la construction du projet ;
3° une estimation de la superficie du projet ;
4° si la nature des travaux le requiert, une attestation urbanistique ou, pour les demandes de personnes morales de droit public ou pour les actes d'intérêt général tels que visés à l'article 4.1.1, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, un accord de l'instance délivrante sur une demande de principe ;
5° un avis du service d'incendie compétent ou un rapport des pourparlers avec le service d'incendie compétent, signé par le demandeur et transmis pour information au service d'incendie compétent ;
6° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ;
7° une note détaillée sur les aspects fonctionnels, physiques et techniques de la construction ;
8° un rapport sur la suite donnée aux réunions de travail préalables et aux recommandations des agences ;
9° le coût de construction du projet ;
10° le calcul de la superficie du projet, éventuellement réparti en parties de projet ;
11° le cas échéant, une attestation du sol conformément à la réglementation relative à l'assainissement du sol ;
12° une preuve démontrant que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994 ;
13° le programme d'exigences en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Un programme d'exigences est un document de base fixant les objectifs et les exigences de prestation liés à un projet en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Les valeurs limites de confort objectivement évaluables et les exigences techniques spécifiques sont mentionnées par type de local. Le Ministre arrête les exigences minimales et les conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
14° une lettre d'accord, signée par le demandeur, dans laquelle il souscrit au programme d'exigences et désigne le coordinateur responsable de répondre aux exigences de performance objectivement évaluables en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
15° le rapport d'adjudication désignant le preneur d'ordre, ainsi qu'un accord signé entre le demandeur et le preneur d'ordre en vue de l'exécution du projet, y compris la mention de l'indemnité de disponibilité annuelle et la période pendant laquelle cette dernière est due, y compris la disposition que le demandeur est obligé d'utiliser la subvention-utilisation, visée à l'article 73, pour le paiement de l'indemnité de disponibilité. Cette période s'élève au moins à vingt ans ;
16° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur du droit réel sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, § 5 et § 6 :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 3 et 4. ".
" Art. 58/1. La demande visée à l'article 54, § 3, comprend les documents suivants :
1° le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents du demandeur, comprenant la décision d'approuver et de soumettre le plan maître et le projet concerné, et de demander l'accord de principe définitif pour le projet concerné ;
2° la mention du numéro d'entreprise de la Banque-Carrefour des Entreprises ou les actes, statuts ou documents nécessaires démontrant que le demandeur est une personne morale n'ayant aucun but lucratif ;
3° le plan maître et le projet concerné ;
4° une déclaration sur l'honneur concernant le projet qui fait l'objet d'une demande d'accord de principe, pour l'application de l'article 85.
Les documents visés à l'alinéa premier, 3°, contiennent au moins les éléments suivants :
1° une description de l'infrastructure existante, portant une attention particulière à l'intérêt historique et architecturale, l'âge, la fonctionnalité, l'intensité de l'usage, la viabilité et l'efficience énergétique ;
2° une description de tous les investissements que le demandeur entend réaliser dans les dix prochaines années, une description du groupe cible, la capacité envisagée par unité, les différentes phases et les délais d'exécution envisagés avec estimation du coût ;
3° une description des travaux d'investissement ;
4° un plan financier pour les investissements, détaillé pour le projet et, pour les demandeurs non assujettis à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, accompagné des derniers comptes annuels approuvés et, le cas échéant, du rapport du réviseur d'entreprise sur les comptes annuels.
Si la demande visée à l'article 54, § 3, concerne les travaux, ladite demande doit comprendre, outre les documents visés aux alinéas premier et deux, les documents suivants :
1° une note conceptuelle relative aux concepts fonctionnels, y compris les spécifications d'output ;
2° une estimation du coût de la construction du projet ;
3° une estimation de la superficie du projet ;
4° si la nature des travaux le requiert, une attestation urbanistique ou, pour les demandes de personnes morales de droit public ou pour les actes d'intérêt général tels que visés à l'article 4.1.1, 5°, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, un accord de l'instance délivrante sur une demande de principe ;
5° un avis du service d'incendie compétent ou un rapport des pourparlers avec le service d'incendie compétent, signé par le demandeur et transmis pour information au service d'incendie compétent ;
6° les plans à l'échelle 1/100, en deux exemplaires, avec mention de l'éventuelle extension lors de projets futurs ;
7° une note détaillée sur les aspects fonctionnels, physiques et techniques de la construction ;
8° un rapport sur la suite donnée aux réunions de travail préalables et aux recommandations des agences ;
9° le coût de construction du projet ;
10° le calcul de la superficie du projet, éventuellement réparti en parties de projet ;
11° le cas échéant, une attestation du sol conformément à la réglementation relative à l'assainissement du sol ;
12° une preuve démontrant que le demandeur bénéficie d'un droit de jouissance tel que visé à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994 ;
13° le programme d'exigences en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Un programme d'exigences est un document de base fixant les objectifs et les exigences de prestation liés à un projet en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux. Les valeurs limites de confort objectivement évaluables et les exigences techniques spécifiques sont mentionnées par type de local. Le Ministre arrête les exigences minimales et les conditions en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
14° une lettre d'accord, signée par le demandeur, dans laquelle il souscrit au programme d'exigences et désigne le coordinateur responsable de répondre aux exigences de performance objectivement évaluables en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux ;
15° le rapport d'adjudication désignant le preneur d'ordre, ainsi qu'un accord signé entre le demandeur et le preneur d'ordre en vue de l'exécution du projet, y compris la mention de l'indemnité de disponibilité annuelle et la période pendant laquelle cette dernière est due, y compris la disposition que le demandeur est obligé d'utiliser la subvention-utilisation, visée à l'article 73, pour le paiement de l'indemnité de disponibilité. Cette période s'élève au moins à vingt ans ;
16° en vue du contrôle sur la parenté, visée aux articles 3 et 4, si le demandeur n'est pas le propriétaire du terrain ou le détenteur du droit réel sur le terrain sur lequel le projet est envisagé, et sans préjudice de la possibilité du Fonds de demander des données complémentaires conformément à l'article 4, § 5 et § 6 :
a) le dernier compte annuel approuvé du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
b) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du demandeur, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
c) le dernier compte annuel approuvé des administrateurs dotés de la personnalité juridique dans le conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain, lorsque celui-ci ne doit pas être déposé à la Banque nationale de Belgique ;
d) une déclaration dont l'original est signé par l'entier conseil d'administration du propriétaire du terrain ou du détenteur des droits réels sur le terrain d'une part, et par le demandeur d'autre part, qu'il n'existe pas de parenté illégitime entre le propriétaire du terrain ou le détenteur des droits réels sur le terrain et le demandeur, tel que visé aux articles 3 et 4. ".
Art. 82. In artikel 59 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "vermeld in artikel 54, § 2," vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 54, § 2 of § 3,".
Art. 82. Dans l'article 59 du même arrêté, les mots " visée à l'article 54, § 2, " sont remplacés par les mots " visée à l'article 54, § 2 ou § 3, ".
Art. 83. In artikel 62 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 4 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
2° in paragraaf 6 wordt de zin "Het is een noodzakelijke stap voorafgaand aan de aanvraag van een definitief principieel akkoord." opgeheven;
3° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2, en artikel 54, § 2," vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2 en § 3, en artikel 54, § 2 en § 3,".
1° in paragraaf 4 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
2° in paragraaf 6 wordt de zin "Het is een noodzakelijke stap voorafgaand aan de aanvraag van een definitief principieel akkoord." opgeheven;
3° in paragraaf 7 wordt de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2, en artikel 54, § 2," vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 48, § 2 en § 3, en artikel 54, § 2 en § 3,".
Art. 83. A l'article 62 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 4, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 6, la phrase " Il constitue une phase nécessaire préalable à la demande d'un accord de principe définitif. " est abrogée ;
3° dans le paragraphe 7, le membre de phrase " visé aux articles 48, § 2, et 54, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " visé aux articles 48, §§ 2 et 3, et 54, §§ 2 et 3, ".
1° dans le paragraphe 4, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 6, la phrase " Il constitue une phase nécessaire préalable à la demande d'un accord de principe définitif. " est abrogée ;
3° dans le paragraphe 7, le membre de phrase " visé aux articles 48, § 2, et 54, § 2, " est remplacé par le membre de phrase " visé aux articles 48, §§ 2 et 3, et 54, §§ 2 et 3, ".
Art. 84. In artikel 63, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zin "Voor de wijze waarop stukken ter kennis gebracht worden van het Fonds door de aanvrager, of van de aanvrager, vermeld in deze afdeling, door het Fonds, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen." vervangen door de zinnen "De aanvrager bezorgt stukken bij voorkeur op elektronische wijze aan het Fonds. Plannen worden bij voorkeur bezorgd op papier.".
Art. 84. Dans l'article 63, alinéa deux, du même arrêté, la phrase " En ce qui concerne le mode de transmission de documents par le demandeur au Fonds ou par le Fonds au demandeur, visés dans la présente section, le Ministre peut arrêter des dérogations aux règles, tenant compte des moyens de communication les plus récents. " est remplacée par les phrases " Le demandeur transmet les documents de préférence par voie électronique au Fonds. Les plans sont transmis de préférence sur papier. ".
Art. 85. In artikel 67, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 85. Dans l'article 67, alinéa premier, du même arrêté, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 86. In het opschrift van hoofdstuk 7 van hetzelfde besluit wordt het woord "prefinanciering" vervangen door het woord "financiering".
Art. 86. Dans l'intitulé du chapitre 7 du même arrêté, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement ".
Art. 87. In artikel 68 van hetzelfde besluit wordt het woord "prefinanciering" vervangen door het woord "financiering".
Art. 87. Dans l'article 68 du même arrêté, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement ".
Art. 88. In artikel 69 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "prefinanciering" vervangen door het woord "financiering";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "waarbij de aanvrager optreedt als bouwheer of desgevallend aankoper ingeval van aankoop zonder verbouwing bij een lokaal dienstencentrum, en" opgeheven;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "het principieel akkoord" vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord";
3° in paragraaf 2 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "prefinanciering" vervangen door het woord "financiering";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "waarbij de aanvrager optreedt als bouwheer of desgevallend aankoper ingeval van aankoop zonder verbouwing bij een lokaal dienstencentrum, en" opgeheven;
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "het principieel akkoord" vervangen door de woorden "het definitieve principieel akkoord";
3° in paragraaf 2 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 88. A l'article 69 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, alinéa premier, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, le membre de phrase " pour lequel le demandeur agit en tant que maître d'ouvrage ou, le cas échéant, comme acheteur dans le cas d'un achat sans transformation auprès d'un centre local de services, et " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " d'un accord de principe " sont remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " ;
3° dans le paragraphe 2, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
1° dans le § 1er, alinéa premier, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, le membre de phrase " pour lequel le demandeur agit en tant que maître d'ouvrage ou, le cas échéant, comme acheteur dans le cas d'un achat sans transformation auprès d'un centre local de services, et " est abrogé ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " d'un accord de principe " sont remplacés par les mots " de l'accord de principe définitif " ;
3° dans le paragraphe 2, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 89. Artikel 70 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 70. Als voor het definitieve principieel akkoord het bevel tot aanvang van de werken is gegeven, de bestelling is geplaatst of de authentieke akte is verleden in geval van aankoop zonder verbouwing bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum, kan de aanvrager, in afwijking van artikel 34, eerste lid, de eerste aanvraag tot het verkrijgen van een gebruikstoelage op zijn vroegst indienen in het jaar dat volgt op het jaar waarin de aanvrager het definitieve principieel akkoord heeft verkregen.".
"Art. 70. Als voor het definitieve principieel akkoord het bevel tot aanvang van de werken is gegeven, de bestelling is geplaatst of de authentieke akte is verleden in geval van aankoop zonder verbouwing bij een lokaal dienstencentrum, een regionaal dienstencentrum of een dagverzorgingscentrum, kan de aanvrager, in afwijking van artikel 34, eerste lid, de eerste aanvraag tot het verkrijgen van een gebruikstoelage op zijn vroegst indienen in het jaar dat volgt op het jaar waarin de aanvrager het definitieve principieel akkoord heeft verkregen.".
Art. 89. L'article 70 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 70. Si, avant l'accord de principe définitif, l'ordre de démarrage des travaux est donné, la commande est passée, ou l'acte authentique est passé en cas d'achat sans transformation auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour, le demandeur peut, par dérogation à l'article 34, alinéa premier, introduire la première demande d'obtention d'une subvention-utilisation au plus tôt au cours de l'année qui suit l'année pendant laquelle le demandeur a obtenu l'accord de principe définitif. ".
" Art. 70. Si, avant l'accord de principe définitif, l'ordre de démarrage des travaux est donné, la commande est passée, ou l'acte authentique est passé en cas d'achat sans transformation auprès d'un centre de services local, d'un centre de services régional ou d'un centre de soins de jour, le demandeur peut, par dérogation à l'article 34, alinéa premier, introduire la première demande d'obtention d'une subvention-utilisation au plus tôt au cours de l'année qui suit l'année pendant laquelle le demandeur a obtenu l'accord de principe définitif. ".
Art. 90. In artikel 71 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "prefinanciering" vervangen door het woord "financiering";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "prefinanciering" vervangen door het woord "financiering";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven.
Art. 90. A l'article 71 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, alinéa premier, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement " ;
2° dans le paragraphe 2, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
1° dans le § 1er, alinéa premier, le mot " préfinancement " est remplacé par le mot " financement " ;
2° dans le paragraphe 2, les mots " par lettre recommandée " sont abrogés.
Art. 91. In artikel 74 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Bij een project vervangingsnieuwbouw van een woonzorgcentrum of bij een project uitsluitend verbouwing van een woonzorgcentrum zonder uitbreiding van capaciteit wordt voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het eerste volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, een norm inzake bezettingsgraad toegepast. Om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, moet de gemiddelde bezettingsgraad op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, minimaal 85 % bedragen. Als de gemiddelde bezettingsgraad minder bedraagt dan 85 %, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Bij een nieuwbouw of een uitbreiding van een woonzorgcentrum" vervangen door de zinsnede "Bij alle andere projecten met betrekking tot een woonzorgcentrum dan de projecten, vermeld in paragraaf 1,";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "berekend volgens de gegevens van het laatste kalenderjaar voor de datum van de aanvraag" vervangen door de woorden "berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Bij een project vervangingsnieuwbouw van een woonzorgcentrum of bij een project uitsluitend verbouwing van een woonzorgcentrum zonder uitbreiding van capaciteit wordt voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het eerste volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, een norm inzake bezettingsgraad toegepast. Om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, moet de gemiddelde bezettingsgraad op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, minimaal 85 % bedragen. Als de gemiddelde bezettingsgraad minder bedraagt dan 85 %, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Bij een nieuwbouw of een uitbreiding van een woonzorgcentrum" vervangen door de zinsnede "Bij alle andere projecten met betrekking tot een woonzorgcentrum dan de projecten, vermeld in paragraaf 1,";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "berekend volgens de gegevens van het laatste kalenderjaar voor de datum van de aanvraag" vervangen door de woorden "berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag".
Art. 91. A l'article 74 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Pour un projet d'une construction neuve de remplacement d'un centre de soins et de logement ou un projet contenant uniquement la transformation d'un centre de soins et de logement, sans extension de la capacité, il est appliqué une norme en matière de taux d'occupation pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la première année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée. Pour obtenir le montant de la subvention-utilisation, visé à l'article 73, il faut que le taux moyen d'occupation au moment de l'introduction de la demande, soit de 85% au minimum. Si le taux moyen d'occupation est inférieur à la norme de 85%, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois. " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve ou d'une extension d'un centre de soins et de logement, " sont remplacés par le membre de phrase " Dans tous les projets relatifs à un centre de soins et de logement autres que les projets, visés au paragraphe 1er, " ;
3° dans le paragraphe 3, les mots " calculés selon les données de la dernière année calendaire avant la date de la demande " sont remplacés par les mots " calculés selon les dernières données connues avant la date de la demande ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Pour un projet d'une construction neuve de remplacement d'un centre de soins et de logement ou un projet contenant uniquement la transformation d'un centre de soins et de logement, sans extension de la capacité, il est appliqué une norme en matière de taux d'occupation pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la première année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée. Pour obtenir le montant de la subvention-utilisation, visé à l'article 73, il faut que le taux moyen d'occupation au moment de l'introduction de la demande, soit de 85% au minimum. Si le taux moyen d'occupation est inférieur à la norme de 85%, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois. " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve ou d'une extension d'un centre de soins et de logement, " sont remplacés par le membre de phrase " Dans tous les projets relatifs à un centre de soins et de logement autres que les projets, visés au paragraphe 1er, " ;
3° dans le paragraphe 3, les mots " calculés selon les données de la dernière année calendaire avant la date de la demande " sont remplacés par les mots " calculés selon les dernières données connues avant la date de la demande ".
Art. 92. In artikel 75 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Bij een nieuwbouw of bij een uitbreiding van een dagverzorgingscentrum" vervangen door de zinsnede "Bij een project nieuwbouw, bij een project uitsluitend uitbreiding of bij een project aankoop zonder verbouwing van een dagverzorgingscentrum";
2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "minimaal 25 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal vier bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 25 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan vier bedraagt";
3° in paragraaf 1, derde lid, wordt de zinsnede "minimaal 25 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal vier bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 25 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan vier bedraagt";
4° in paragraaf 1, vierde lid, wordt de zinsnede "minimaal 50 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal acht bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 50 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan acht bedraagt";
5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Bij een vervangingsnieuwbouw of bij een verbouwing zonder capaciteitsuitbreiding van een dagverzorgingscentrum" vervangen door de zinsnede "Bij alle andere projecten met betrekking tot een dagverzorgingscentrum dan de projecten, vermeld in paragraaf 1,";
6° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "minimaal 25 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal vier bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 25 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan vier bedraagt";
7° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede "minimaal 50 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal acht bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 50 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan acht bedraagt";
8° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De gemiddelde bezettingsgraad op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, is, voor de dagverzorgingscentra die erkend zijn conform artikel 51 van de bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, het totale aantal gefactureerde uren per kalenderjaar, gedeeld door 1500, berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.
De gemiddelde bezettingsgraad op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, is, voor de andere dagverzorgingscentra het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250, berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Bij een nieuwbouw of bij een uitbreiding van een dagverzorgingscentrum" vervangen door de zinsnede "Bij een project nieuwbouw, bij een project uitsluitend uitbreiding of bij een project aankoop zonder verbouwing van een dagverzorgingscentrum";
2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zinsnede "minimaal 25 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal vier bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 25 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan vier bedraagt";
3° in paragraaf 1, derde lid, wordt de zinsnede "minimaal 25 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal vier bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 25 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan vier bedraagt";
4° in paragraaf 1, vierde lid, wordt de zinsnede "minimaal 50 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal acht bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 50 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan acht bedraagt";
5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Bij een vervangingsnieuwbouw of bij een verbouwing zonder capaciteitsuitbreiding van een dagverzorgingscentrum" vervangen door de zinsnede "Bij alle andere projecten met betrekking tot een dagverzorgingscentrum dan de projecten, vermeld in paragraaf 1,";
6° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "minimaal 25 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal vier bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 25 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan vier bedraagt";
7° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede "minimaal 50 % bedragen van het aantal erkende verblijfseenheden" vervangen door de woorden "minimaal acht bedragen" en wordt de zinsnede "minder dan 50 % bedraagt" vervangen door de woorden "minder dan acht bedraagt";
8° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
" § 3. De gemiddelde bezettingsgraad op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, is, voor de dagverzorgingscentra die erkend zijn conform artikel 51 van de bijlage IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, het totale aantal gefactureerde uren per kalenderjaar, gedeeld door 1500, berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.
De gemiddelde bezettingsgraad op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, is, voor de andere dagverzorgingscentra het totale aantal gefactureerde aanwezigheidsdagen per kalenderjaar, gedeeld door 250, berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.".
Art. 92. A l'article 75 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve ou d'une extension d'un centre de soins de jour " sont remplacés par le membre de phrase " Dans les cas d'un projet de construction neuve, d'un projet contenant uniquement l'extension ou d'un projet d'achat sans transformation d'un centre de soins de jour " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, le membre de phrase " de 25 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de quatre au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 25 % " est remplacé par les mots " est inférieur à quatre " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa trois, le membre de phrase " de 25% au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de quatre au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 25 % " est remplacé par les mots " est inférieur à quatre " ;
4° dans le paragraphe 1er, alinéa quatre, le membre de phrase " de 50 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de huit au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 50 % " est remplacé par les mots " est inférieur à huit " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve de remplacement ou d'une transformation sans augmentation de capacité d'un centre de soins de jour, " sont remplacés par le membre de phrase " Dans tous les projets relatifs à un centre de soins de jour autres que les projets, visés au paragraphe 1er, " ;
6° dans le paragraphe 2, alinéa deux, le membre de phrase " de 25 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de quatre au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 25 % " est remplacé par les mots " est inférieur à quatre " ;
7° dans le paragraphe 2, alinéa trois, le membre de phrase " de 50 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de huit au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 50 % " est remplacé par les mots " est inférieur à huit " ;
8° le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour les centres de soins de jour agréés conformément à l'article 51 de l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité, le taux moyen d'occupation au moment de l'introduction de la demande est le nombre total des heures facturées par année calendaire, divisé par 1500, calculé selon les dernières données connues avant la date de la demande.
Pour les autres centres de soins de jour, le taux moyen d'occupation au moment de l'introduction de la demande est le nombre total des jours de présence facturés par année calendaire, divisé par 250, calculé selon les dernières données connues avant la date de la demande. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve ou d'une extension d'un centre de soins de jour " sont remplacés par le membre de phrase " Dans les cas d'un projet de construction neuve, d'un projet contenant uniquement l'extension ou d'un projet d'achat sans transformation d'un centre de soins de jour " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa deux, le membre de phrase " de 25 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de quatre au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 25 % " est remplacé par les mots " est inférieur à quatre " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa trois, le membre de phrase " de 25% au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de quatre au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 25 % " est remplacé par les mots " est inférieur à quatre " ;
4° dans le paragraphe 1er, alinéa quatre, le membre de phrase " de 50 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de huit au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 50 % " est remplacé par les mots " est inférieur à huit " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve de remplacement ou d'une transformation sans augmentation de capacité d'un centre de soins de jour, " sont remplacés par le membre de phrase " Dans tous les projets relatifs à un centre de soins de jour autres que les projets, visés au paragraphe 1er, " ;
6° dans le paragraphe 2, alinéa deux, le membre de phrase " de 25 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de quatre au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 25 % " est remplacé par les mots " est inférieur à quatre " ;
7° dans le paragraphe 2, alinéa trois, le membre de phrase " de 50 % au minimum du nombre d'unités de séjour agréées " est remplacé par les mots " de huit au minimum " et le membre de phrase " est inférieur à 50 % " est remplacé par les mots " est inférieur à huit " ;
8° le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Pour les centres de soins de jour agréés conformément à l'article 51 de l'annexe IX à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, aux conditions d'agrément et au régime de subventionnement de structures de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité, le taux moyen d'occupation au moment de l'introduction de la demande est le nombre total des heures facturées par année calendaire, divisé par 1500, calculé selon les dernières données connues avant la date de la demande.
Pour les autres centres de soins de jour, le taux moyen d'occupation au moment de l'introduction de la demande est le nombre total des jours de présence facturés par année calendaire, divisé par 250, calculé selon les dernières données connues avant la date de la demande. ".
Art. 93. In artikel 76 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Bij een nieuwbouw of bij een uitbreiding van een centrum voor kortverblijf" vervangen door de woorden "Bij een project nieuwbouw of bij een project uitsluitend uitbreiding van een centrum voor kortverblijf";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Bij een vervangingsnieuwbouw of bij een verbouwing zonder capaciteitsuitbreiding van een centrum voor kortverblijf" vervangen door de zinsnede "Bij alle andere projecten met betrekking tot een centrum voor kortverblijf dan de projecten, vermeld in paragraaf 1,";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "berekend volgens de gegevens van het laatste kalenderjaar voor de datum van de aanvraag" vervangen door de woorden "berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Bij een nieuwbouw of bij een uitbreiding van een centrum voor kortverblijf" vervangen door de woorden "Bij een project nieuwbouw of bij een project uitsluitend uitbreiding van een centrum voor kortverblijf";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Bij een vervangingsnieuwbouw of bij een verbouwing zonder capaciteitsuitbreiding van een centrum voor kortverblijf" vervangen door de zinsnede "Bij alle andere projecten met betrekking tot een centrum voor kortverblijf dan de projecten, vermeld in paragraaf 1,";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "berekend volgens de gegevens van het laatste kalenderjaar voor de datum van de aanvraag" vervangen door de woorden "berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag".
Art. 93. A l'article 76 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve ou d'une extension d'un centre de court séjour " sont remplacés par les mots " Dans les cas d'un projet de construction neuve ou d'un projet contenant uniquement l'extension d'un centre de court séjour " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve de remplacement ou d'une transformation sans augmentation de capacité d'un centre de court séjour, " sont remplacés par le membre de phrase " Dans tous les projets relatifs à un centre de court séjour autres que les projets, visés au paragraphe 1er, " ;
3° dans le paragraphe 3, les mots " calculés selon les données de la dernière année calendaire avant la date de la demande " sont remplacés par les mots " calculés selon les dernières données connues avant la date de la demande ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve ou d'une extension d'un centre de court séjour " sont remplacés par les mots " Dans les cas d'un projet de construction neuve ou d'un projet contenant uniquement l'extension d'un centre de court séjour " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa premier, les mots " Dans les cas d'une construction neuve de remplacement ou d'une transformation sans augmentation de capacité d'un centre de court séjour, " sont remplacés par le membre de phrase " Dans tous les projets relatifs à un centre de court séjour autres que les projets, visés au paragraphe 1er, " ;
3° dans le paragraphe 3, les mots " calculés selon les données de la dernière année calendaire avant la date de la demande " sont remplacés par les mots " calculés selon les dernières données connues avant la date de la demande ".
Art. 94. Artikel 77 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 77. § 1. Bij een project met betrekking tot een lokaal dienstencentrum wordt voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, een norm toegepast voor activiteiten en werkzaamheden als vermeld in het tweede, derde en vierde lid.
Voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, moet, om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, het lokaal dienstencentrum jaarlijks minimaal 190 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 190 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.
De activiteiten en werkzaamheden, vermeld in het eerste en het tweede lid, betreffen de activiteiten en werkzaamheden die opgenomen zijn onder de voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening in de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de lokale dienstcentra. Ze beantwoorden aan de vereisten die daar gesteld worden.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het totale aantal activiteiten en werkzaamheden berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, moet een lokaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad jaarlijks minimaal 150 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 150 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.".
"Art. 77. § 1. Bij een project met betrekking tot een lokaal dienstencentrum wordt voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, een norm toegepast voor activiteiten en werkzaamheden als vermeld in het tweede, derde en vierde lid.
Voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, moet, om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, het lokaal dienstencentrum jaarlijks minimaal 190 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 190 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.
De activiteiten en werkzaamheden, vermeld in het eerste en het tweede lid, betreffen de activiteiten en werkzaamheden die opgenomen zijn onder de voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening in de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de lokale dienstcentra. Ze beantwoorden aan de vereisten die daar gesteld worden.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het totale aantal activiteiten en werkzaamheden berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, moet een lokaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad jaarlijks minimaal 150 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 150 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.".
Art. 94. L'article 77 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 77. § 1er. Dans les cas d'un projet relatif à un centre de services local, il est appliqué, pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, une norme en matière d'activités et de travaux telle que définie dans les alinéas deux, trois et quatre.
Pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, il faut que le centre de services local exerce annuellement au moins 190 activités, afin d'obtenir le montant de la subvention-utilisation visé à l'article 73. Si le nombre total d'activités est inférieur à 190, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois.
Les activités et travaux, visés aux alinéas premier et deux, concernent les activités et travaux qui sont repris dans les conditions de prestations de services et d'aide dans les conditions d'agrément spécifiques pour les centres de services locaux. Ils répondent aux exigences qui y sont fixées.
Pour l'application du présent article, le nombre total d'activités et de travaux est calculé suivant les dernières données connues avant la date de la demande.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa deux, un centre de services local en région bilingue de Bruxelles-Capitale doit accomplir annuellement au minimum 150 activités et travaux. Si le nombre total d'activités et de travaux est inférieur à 150, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois. ".
" Art. 77. § 1er. Dans les cas d'un projet relatif à un centre de services local, il est appliqué, pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, une norme en matière d'activités et de travaux telle que définie dans les alinéas deux, trois et quatre.
Pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, il faut que le centre de services local exerce annuellement au moins 190 activités, afin d'obtenir le montant de la subvention-utilisation visé à l'article 73. Si le nombre total d'activités est inférieur à 190, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois.
Les activités et travaux, visés aux alinéas premier et deux, concernent les activités et travaux qui sont repris dans les conditions de prestations de services et d'aide dans les conditions d'agrément spécifiques pour les centres de services locaux. Ils répondent aux exigences qui y sont fixées.
Pour l'application du présent article, le nombre total d'activités et de travaux est calculé suivant les dernières données connues avant la date de la demande.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa deux, un centre de services local en région bilingue de Bruxelles-Capitale doit accomplir annuellement au minimum 150 activités et travaux. Si le nombre total d'activités et de travaux est inférieur à 150, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois. ".
Art. 95. Artikel 78 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 78. § 1. Bij een project met betrekking tot een regionaal dienstencentrum wordt voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, een norm toegepast voor activiteiten en werkzaamheden als vermeld in het tweede, derde en vierde lid.
Voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, moet, om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, het regionaal dienstencentrum jaarlijks minimaal 100 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 100 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.
De activiteiten en werkzaamheden, vermeld in het eerste en het tweede lid, betreffen de activiteiten en werkzaamheden die opgenomen zijn onder de voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening in de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de regionale dienstencentra. Ze beantwoorden aan de vereisten die daar gesteld worden.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het totale aantal activiteiten en werkzaamheden berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, moet een regionaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad jaarlijks minimaal 65 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 65 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.".
"Art. 78. § 1. Bij een project met betrekking tot een regionaal dienstencentrum wordt voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, een norm toegepast voor activiteiten en werkzaamheden als vermeld in het tweede, derde en vierde lid.
Voor de aanvragen van een gebruikstoelage die ingediend worden na het tweede volledige jaar na de ingebruikname van de betreffende infrastructuur, moet, om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, het regionaal dienstencentrum jaarlijks minimaal 100 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 100 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.
De activiteiten en werkzaamheden, vermeld in het eerste en het tweede lid, betreffen de activiteiten en werkzaamheden die opgenomen zijn onder de voorwaarden voor de hulp- en dienstverlening in de specifieke erkenningsvoorwaarden voor de regionale dienstencentra. Ze beantwoorden aan de vereisten die daar gesteld worden.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het totale aantal activiteiten en werkzaamheden berekend volgens de laatst bekende gegevens voor de datum van de aanvraag.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, moet een regionaal dienstencentrum in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad jaarlijks minimaal 65 activiteiten en werkzaamheden verrichten. Als het totale aantal activiteiten en werkzaamheden minder dan 65 bedraagt, wordt het bedrag van de gebruikstoelage pro rato verminderd, volgens de regel van drieën.".
Art. 95. L'article 78 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 78. § 1er. Dans les cas d'un projet relatif à un centre de services régional, il est appliqué, pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, une norme en matière d'activités et de travaux telle que définie dans les alinéas deux, trois et quatre.
Pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, il faut que le centre de services régional exerce annuellement au moins 100 activités, afin d'obtenir le montant de la subvention-utilisation visé à l'article 73. Si le nombre total d'activités est inférieur à 100, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois.
Les activités et travaux, visés aux alinéas premier et deux, concernent les activités et travaux qui sont repris dans les conditions de prestations de services et d'aide dans les conditions d'agrément spécifiques pour les centres de services régionaux. Ils répondent aux exigences qui y sont fixées.
Pour l'application du présent article, le nombre total d'activités et de travaux est calculé suivant les dernières données connues avant la date de la demande.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa deux, un centre de services régional en région bilingue de Bruxelles-Capitale doit accomplir annuellement au minimum 65 activités et travaux. Si le nombre total d'activités et de travaux est inférieur à 65, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois. ".
" Art. 78. § 1er. Dans les cas d'un projet relatif à un centre de services régional, il est appliqué, pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, une norme en matière d'activités et de travaux telle que définie dans les alinéas deux, trois et quatre.
Pour les demandes d'une subvention-utilisation introduites après la deuxième année complète après la mise en service de l'infrastructure concernée, il faut que le centre de services régional exerce annuellement au moins 100 activités, afin d'obtenir le montant de la subvention-utilisation visé à l'article 73. Si le nombre total d'activités est inférieur à 100, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois.
Les activités et travaux, visés aux alinéas premier et deux, concernent les activités et travaux qui sont repris dans les conditions de prestations de services et d'aide dans les conditions d'agrément spécifiques pour les centres de services régionaux. Ils répondent aux exigences qui y sont fixées.
Pour l'application du présent article, le nombre total d'activités et de travaux est calculé suivant les dernières données connues avant la date de la demande.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa deux, un centre de services régional en région bilingue de Bruxelles-Capitale doit accomplir annuellement au minimum 65 activités et travaux. Si le nombre total d'activités et de travaux est inférieur à 65, le montant de la subvention-utilisation est réduit au prorata, suivant la règle de trois. ".
Art. 96. In artikel 79 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"Om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, moet de gemiddelde bezettingsgraad van de zorgvorm of de zorgvormen waarop het definitieve principieel akkoord betrekking heeft op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, minimaal 85 % bedragen.".
"Om het bedrag van de gebruikstoelage, vermeld in artikel 73, te kunnen verkrijgen, moet de gemiddelde bezettingsgraad van de zorgvorm of de zorgvormen waarop het definitieve principieel akkoord betrekking heeft op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend, minimaal 85 % bedragen.".
Art. 96. Dans l'article 79 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" Pour obtenir le montant de la subvention-utilisation, visé à l'article 73, il faut que le taux moyen d'occupation de la forme de soins ou des formes de soins auxquelles l'accord de principe définitif a trait, soit de 85 % au minimum au moment de l'introduction de la demande. "
" Pour obtenir le montant de la subvention-utilisation, visé à l'article 73, il faut que le taux moyen d'occupation de la forme de soins ou des formes de soins auxquelles l'accord de principe définitif a trait, soit de 85 % au minimum au moment de l'introduction de la demande. "
Art. 97. In artikel 80 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "vermeld in het laatst goedgekeurde principieel akkoord of in het definitieve principieel akkoord" vervangen door de woorden "vermeld in het laatst goedgekeurde definitieve principieel akkoord";
2° in paragraaf 7 worden de woorden "het laatst goedgekeurde principieel akkoord of tot het definitieve principieel akkoord" vervangen door de woorden "het laatst goedgekeurde definitieve principieel akkoord".
1° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "vermeld in het laatst goedgekeurde principieel akkoord of in het definitieve principieel akkoord" vervangen door de woorden "vermeld in het laatst goedgekeurde definitieve principieel akkoord";
2° in paragraaf 7 worden de woorden "het laatst goedgekeurde principieel akkoord of tot het definitieve principieel akkoord" vervangen door de woorden "het laatst goedgekeurde definitieve principieel akkoord".
Art. 97. A l'article 80 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 6, alinéa premier, les mots " visées au dernier accord de principe approuvé ou dans l'accord de principe définitif " sont remplacés par les mots " visées au dernier accord de principe définitif approuvé " ;
2° dans le paragraphe 7, les mots " au dernier accord de principe approuvé ou à l'accord de principe définitif " sont remplacés par les mots " au dernier accord de principe définitif approuvé ".
1° dans le paragraphe 6, alinéa premier, les mots " visées au dernier accord de principe approuvé ou dans l'accord de principe définitif " sont remplacés par les mots " visées au dernier accord de principe définitif approuvé " ;
2° dans le paragraphe 7, les mots " au dernier accord de principe approuvé ou à l'accord de principe définitif " sont remplacés par les mots " au dernier accord de principe définitif approuvé ".
Art. 98. In artikel 83, 2°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "of met een goedgekeurd principieel akkoord als vermeld in artikel 13, of met een goedgekeurd definitief principieel akkoord als vermeld in artikel 41" vervangen door de zinsnede "of met een goedgekeurd definitief principieel akkoord als vermeld in artikel 13 of 41".
Art. 98. Dans l'article 83, 2°, du même arrêté, le membre de phrase " ou avec un accord de principe approuvé tel que visé à l'article 13 ou avec un accord de principe définitif approuvé tel que visé à l'article 41 " est remplacé par le membre de phrase " ou avec un accord de principe définitif approuvé, tel que visé à l'article 13 ou 41 ".
Art. 99. Artikel 85 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 85. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een definitief principieel akkoord voor een verbouwing worden verkregen.
In afwijking van het eerste lid kan de minister voor ziekenhuizen in de periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, een definitief principieel akkoord toestaan voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, op voorwaarde dat het project waarvoor een definitief principieel akkoord wordt gevraagd, verder bestemd blijft binnen de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. Bij zijn beslissing tot afwijking kan de minister rekening houden met functionele elementen, financiële elementen, de opname van de infrastructuur in een grotere ontwikkeling met private of publieke partners, of met de realisatietermijn.".
"Art. 85. Tenzij het anders bepaald is, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen definitief principieel akkoord worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen. Alleen als een verbouwing noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan binnen die periode een definitief principieel akkoord voor een verbouwing worden verkregen.
In afwijking van het eerste lid kan de minister voor ziekenhuizen in de periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, een definitief principieel akkoord toestaan voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, op voorwaarde dat het project waarvoor een definitief principieel akkoord wordt gevraagd, verder bestemd blijft binnen de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. Bij zijn beslissing tot afwijking kan de minister rekening houden met functionele elementen, financiële elementen, de opname van de infrastructuur in een grotere ontwikkeling met private of publieke partners, of met de realisatietermijn.".
Art. 99. L'article 85 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 85. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, un accord de principe définitif pour une transformation peut être obtenu au cours de cette période.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre peut autoriser pour des hôpitaux, au cours de la période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, un accord de principe définitif pour le même projet ou pour une partie du même projet, à condition que le projet faisant l'objet de la demande d'un accord de principe définitif, reste affecté aux matières personnalisables, visées à l'article 2, 3°, du décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables. Lors de sa décision de dérogation, le Ministre peut tenir compte des éléments fonctionnels, des éléments financiers, de l'intégration de l'infrastructure dans un plus important développement avec des partenaires privés ou publics, ou du délai de réalisation. ".
" Art. 85. Sauf disposition contraire, au cours d'une période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, aucun accord de principe définitif ne peut être obtenu pour le même projet ou pour une partie du même projet, indépendamment du secteur des matières personnalisables dans lequel la subvention a été obtenue. Uniquement lorsqu'une transformation devient nécessaire en raison d'une réglementation modifiée ou de prescriptions de sécurité modifiées et imposées, un accord de principe définitif pour une transformation peut être obtenu au cours de cette période.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Ministre peut autoriser pour des hôpitaux, au cours de la période de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionné par le Fonds ou par ses prédécesseurs, un accord de principe définitif pour le même projet ou pour une partie du même projet, à condition que le projet faisant l'objet de la demande d'un accord de principe définitif, reste affecté aux matières personnalisables, visées à l'article 2, 3°, du décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables. Lors de sa décision de dérogation, le Ministre peut tenir compte des éléments fonctionnels, des éléments financiers, de l'intégration de l'infrastructure dans un plus important développement avec des partenaires privés ou publics, ou du délai de réalisation. ".
Art. 100. Artikel 87 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 87. De aanvrager is ertoe gehouden, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994, en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen, elke vervreemding, elke bezwaring met een zakelijk recht of genotsrecht, of elke concrete bestemmingswijziging van het gesubsidieerde goed aan de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming te onderwerpen ofwel van het Fonds als het gesubsidieerde goed een bestemming krijgt in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, als die aangelegenheden vallen onder het beleidsdomein waartoe het Fonds behoort, ofwel van de minister in de andere gevallen. De toestemming van de minister kan alleen maar gegeven worden na gunstig advies van de Inspectie van Financiën.
Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, wordt bij de aanvraag van een uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, moet de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming, vermeld in het eerste lid, ook gevraagd worden na de periodes, vermeld in het eerste lid.
Het gesubsidieerde goed moet als een goede huisvader beheerd en onderhouden worden gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen, gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen.".
"Art. 87. De aanvrager is ertoe gehouden, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994, en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen, elke vervreemding, elke bezwaring met een zakelijk recht of genotsrecht, of elke concrete bestemmingswijziging van het gesubsidieerde goed aan de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming te onderwerpen ofwel van het Fonds als het gesubsidieerde goed een bestemming krijgt in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, als die aangelegenheden vallen onder het beleidsdomein waartoe het Fonds behoort, ofwel van de minister in de andere gevallen. De toestemming van de minister kan alleen maar gegeven worden na gunstig advies van de Inspectie van Financiën.
Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, wordt bij de aanvraag van een uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. Als de investeringswaarborg is verleend en de gewaarborgde lening nog niet volledig is afbetaald door de aanvrager, moet de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming, vermeld in het eerste lid, ook gevraagd worden na de periodes, vermeld in het eerste lid.
Het gesubsidieerde goed moet als een goede huisvader beheerd en onderhouden worden gedurende de concrete minimumperiode, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994, wat betreft de gesubsidieerde onroerende goederen en wat betreft de gesubsidieerde roerende goederen, gedurende een periode van vijf jaar voor de medische uitrusting of de bijzondere uitrusting en van tien jaar voor de andere roerende goederen.".
Art. 100. L'article 87 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 87. Le demandeur est tenu, pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994, en ce qui concerne les biens immeubles subventionnés, et pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial et de dix ans pour les autres biens meubles, en ce qui concerne les biens meubles subventionnés, de soumettre toute aliénation, tout grèvement d'un droit réel ou d'un droit de jouissance, ou toute modification de destination concrète du bien subventionné, à l'autorisation expresse et préalable soit du Fonds, si le bien subventionné reçoit une destination dans le cadre des matières personnalisables, visées à l'article 5 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, si ces matières relèvent du domaine politique auquel appartient le Fonds, soit du Ministre dans les autres cas. L'autorisation du Ministre ne peut être donnée que moyennant un avis favorable de l'Inspection des Finances.
Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, la demande de l'autorisation expresse et préalable doit être accompagnée d'un document dans lequel le financier marque son accord avec la demande. Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, l'autorisation expresse et préalable, visée à l'alinéa premier, doit également être demandée après les périodes, visées à l'alinéa premier.
Le bien subventionné doit être géré et entretenu en bon père de famille pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994, en ce qui concerne les biens meubles subventionnés, pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial, et de dix ans pour les autres biens meubles. ".
" Art. 87. Le demandeur est tenu, pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994, en ce qui concerne les biens immeubles subventionnés, et pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial et de dix ans pour les autres biens meubles, en ce qui concerne les biens meubles subventionnés, de soumettre toute aliénation, tout grèvement d'un droit réel ou d'un droit de jouissance, ou toute modification de destination concrète du bien subventionné, à l'autorisation expresse et préalable soit du Fonds, si le bien subventionné reçoit une destination dans le cadre des matières personnalisables, visées à l'article 5 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, si ces matières relèvent du domaine politique auquel appartient le Fonds, soit du Ministre dans les autres cas. L'autorisation du Ministre ne peut être donnée que moyennant un avis favorable de l'Inspection des Finances.
Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, la demande de l'autorisation expresse et préalable doit être accompagnée d'un document dans lequel le financier marque son accord avec la demande. Si la garantie d'investissement est octroyée et l'emprunt garanti n'est pas encore remboursé complètement par le demandeur, l'autorisation expresse et préalable, visée à l'alinéa premier, doit également être demandée après les périodes, visées à l'alinéa premier.
Le bien subventionné doit être géré et entretenu en bon père de famille pendant la période minimale concrète, visée à l'article 12, § 1er, alinéa trois, du décret du 23 février 1994, en ce qui concerne les biens meubles subventionnés, pendant une période de cinq ans pour l'équipement médical ou l'équipement spécial, et de dix ans pour les autres biens meubles. ".
Art. 101. Artikel 88 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 88. De verleende gebruikstoelagen zullen worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof :
1° bij overtreding van de bepalingen van artikel 86 en 87, eerste lid;
2° als de aanvrager een onjuiste verklaring aflegt over de voorwaarden, vermeld in artikel 3 en 4;
3° als de aanvrager een gebruikstoelage heeft verkregen voor de uitvoering van zijn project en als dat project niet gerealiseerd wordt of niet leidt tot een uitbating binnen een redelijke uitvoeringstermijn;
4° als de aanvrager een gebruikstoelage heeft verkregen voor de uitvoering van zijn project en hij bij een bepaalde opdracht in het kader van dat project de principes van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten niet heeft gerespecteerd, als er daarbij geen toepassing is gemaakt van artikel 84;
Bij overtreding van de bepaling van artikel 87, derde lid, zal het Fonds de aanvrager aanmanen zich te conformeren aan die bepaling binnen een termijn die het Fonds bepaalt. Als de aanvrager niet het nodige gevolg geeft aan die aanmaning, zullen de verleende gebruikstoelagen worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.".
"Art. 88. De verleende gebruikstoelagen zullen worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof :
1° bij overtreding van de bepalingen van artikel 86 en 87, eerste lid;
2° als de aanvrager een onjuiste verklaring aflegt over de voorwaarden, vermeld in artikel 3 en 4;
3° als de aanvrager een gebruikstoelage heeft verkregen voor de uitvoering van zijn project en als dat project niet gerealiseerd wordt of niet leidt tot een uitbating binnen een redelijke uitvoeringstermijn;
4° als de aanvrager een gebruikstoelage heeft verkregen voor de uitvoering van zijn project en hij bij een bepaalde opdracht in het kader van dat project de principes van de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten niet heeft gerespecteerd, als er daarbij geen toepassing is gemaakt van artikel 84;
Bij overtreding van de bepaling van artikel 87, derde lid, zal het Fonds de aanvrager aanmanen zich te conformeren aan die bepaling binnen een termijn die het Fonds bepaalt. Als de aanvrager niet het nodige gevolg geeft aan die aanmaning, zullen de verleende gebruikstoelagen worden teruggevorderd, overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.".
Art. 101. L'article 88 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 88. Les subventions-utilisation octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes :
1° en cas d'une infraction aux dispositions des articles 86 et 87, alinéa premier ;
2° si le demandeur dépose une déclaration inexacte relative aux conditions, visées aux articles 3 et 4 ;
3° si le demandeur a obtenu une subvention-utilisation pour l'exécution de son projet, et si ce projet n'est pas réalisé ou ne conduit pas à une exploitation dans un délai d'exécution raisonnable ;
4° si le demandeur a obtenu une subvention-utilisation pour l'exécution de son projet, et qu'il n'a pas respecté, pour un marché déterminé dans le cadre de ce projet, les principes de la législation relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, pour autant que l'article 84 n'est pas appliqué ;
En cas d'infraction à la disposition de l'article 87, alinéa trois, le Fonds sommera le demandeur de se conformer à cette disposition dans un délai fixé par le Fonds. Si le demandeur ne donne pas la suite voulue à cette sommation, les subventions-utilisation octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes. ".
" Art. 88. Les subventions-utilisation octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes :
1° en cas d'une infraction aux dispositions des articles 86 et 87, alinéa premier ;
2° si le demandeur dépose une déclaration inexacte relative aux conditions, visées aux articles 3 et 4 ;
3° si le demandeur a obtenu une subvention-utilisation pour l'exécution de son projet, et si ce projet n'est pas réalisé ou ne conduit pas à une exploitation dans un délai d'exécution raisonnable ;
4° si le demandeur a obtenu une subvention-utilisation pour l'exécution de son projet, et qu'il n'a pas respecté, pour un marché déterminé dans le cadre de ce projet, les principes de la législation relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, pour autant que l'article 84 n'est pas appliqué ;
En cas d'infraction à la disposition de l'article 87, alinéa trois, le Fonds sommera le demandeur de se conformer à cette disposition dans un délai fixé par le Fonds. Si le demandeur ne donne pas la suite voulue à cette sommation, les subventions-utilisation octroyées seront recouvrées, conformément à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes. ".
Art. 102. In artikel 92 van hetzelfde besluit wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
"Met behoud van de toepassing van het derde lid, zijn artikel 36, artikel 65 en artikel 73 tot en met 88 van dit besluit ook van toepassing op de aanvragen, vermeld in het derde lid.".
"Met behoud van de toepassing van het derde lid, zijn artikel 36, artikel 65 en artikel 73 tot en met 88 van dit besluit ook van toepassing op de aanvragen, vermeld in het derde lid.".
Art. 102. Dans l'article 92 du même arrêté, l'alinéa quatre est remplacé par la disposition suivante :
" Sans préjudice de l'application de l'alinéa trois, les articles 36, 65 et 73 à 88 inclus du présent arrêté s'appliquent également aux demandes visées à l'alinéa trois. "
" Sans préjudice de l'application de l'alinéa trois, les articles 36, 65 et 73 à 88 inclus du présent arrêté s'appliquent également aux demandes visées à l'alinéa trois. "
Art. 103. In hetzelfde besluit wordt een artikel 92/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 92/1. Om een principieel akkoord of definitief principieel akkoord als vermeld in artikel 13 of 41 te kunnen krijgen van de minister moet een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf of een dagverzorgingscentrum voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, een ontvankelijke aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan hebben ingediend en moet, na goedkeuring van het zorgstrategische plan, de ontvankelijke aanvraag tot goedkeuring van het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project zijn ingediend voor 31 december 2014.".
"Art. 92/1. Om een principieel akkoord of definitief principieel akkoord als vermeld in artikel 13 of 41 te kunnen krijgen van de minister moet een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf of een dagverzorgingscentrum voor de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 tot wijziging van diverse besluiten inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, een ontvankelijke aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan hebben ingediend en moet, na goedkeuring van het zorgstrategische plan, de ontvankelijke aanvraag tot goedkeuring van het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project zijn ingediend voor 31 december 2014.".
Art. 103. Dans le même arrêté, il est inséré un article 92/1, rédigé comme suit :
" Art. 92/1. Pour pouvoir obtenir un accord de principe ou un accord de principe définitif, tel que visé à l'article 13 ou 41, du Ministre, un centre de soins et de logement, un centre de court séjour ou un centre de soins de jour doit avoir introduit, avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 février 2014 modifiant divers arrêtés relatifs à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, une demande recevable d'approbation du plan stratégique en matière de soins, et après l'approbation de ce dernier, la demande recevable d'approbation de l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné doit être introduite avant le 31 décembre 2014. ".
" Art. 92/1. Pour pouvoir obtenir un accord de principe ou un accord de principe définitif, tel que visé à l'article 13 ou 41, du Ministre, un centre de soins et de logement, un centre de court séjour ou un centre de soins de jour doit avoir introduit, avant la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 février 2014 modifiant divers arrêtés relatifs à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, une demande recevable d'approbation du plan stratégique en matière de soins, et après l'approbation de ce dernier, la demande recevable d'approbation de l'aspect technique et financier du plan maître et le projet concerné doit être introduite avant le 31 décembre 2014. ".
HOOFDSTUK 11. - Slotbepaling
CHAPITRE 11. - Disposition finale
Art. 104. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 104. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions et le Ministre flamand ayant la politique en matière de santé dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.