Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 APRIL 2014. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot uitvoering van het decreet van 30 april 2009 betreffende de omkadering en de subsidiëring van de federaties voor amateuristische kunstbeoefening, van de Federaties die Centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigen en van de centra voor expressie en creativiteit(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-04-2014 en tekstbijwerking tot 04-04-2024)
Titre
3 AVRIL 2014. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française portant exécution du décret du 30 avril 2009 relatif à l'encadrement et au subventionnement des fédérations de pratiques artistiques en amateur, des fédérations représentatives de centres d'expression et de créativité et des centres d'expression et de créativité(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-04-2014 et mise à jour au 04-04-2024)
Informations sur le document
Numac: 2014029224
Datum: 2014-04-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014029224
Date: 2014-04-03
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het decreet : het decreet van 30 april 2009 betreffende de omkadering en de subsidiëring van de federaties voor amateuristische kunstbeoefening, van de Federaties die Centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigen en van de centra voor expressie en creativiteit;
  2° de Minister : de Minister van Cultuur;
  3° de Administratie : de Algemene [1 Administratie ]1 Cultuur;
  4° de Dienst : de Dienst creativiteit en [1 amateuristische]1 kunstbeoefening
  5° de Inspectie : de Algemene Dienst Inspectie Cultuur;
  6° de Commissie : [1 de Commissie voor culturele en territoriale actie bedoeld in artikel 85 van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerkader inzake cultuur ]1.
  
Article 1er. Au sens du présent arrêté, on entend par :
  1° le décret : le décret du 30 avril 2009 relatif à l'encadrement et au subventionnement des fédérations de pratiques artistiques en amateur, des fédérations représentatives de centres d'expression et de créativité et des centres d'expression et de créativité;
  2° le Ministre : [1 le ou la ministre ayant]1 la Culture dans ses attributions;
  3° l'Administration : l' [1 Administration ]1 générale de la Culture;
  4° le Service : le Service de la créativité et des pratiques artistiques [1 en amateur ]1;
  5° l'Inspection : le Service général de l'Inspection de la Culture;
  6° la Commission : [1 la Commission de l'action culturelle et territoriale visée à l'article 85 du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle ]1.
  
HOOFDSTUK II. - Aanleggen van het erkenningsdossier en procedure voor de erkenning.
CHAPITRE 2. - De la constitution du dossier de reconnaissance et procédure de reconnaissance
Afdeling I. - Aanleggen van het erkenningsdossier.
Section 1re. - De la constitution du dossier de reconnaissance
Art. 2. De vereniging die een erkenning aanvraagt, dient bij de Dienst een dossier in, dat opgesteld wordt overeenkomstig de artikelen 6 en 23 van het decreet en dat samengesteld is uit de volgende elementen :
  1° het behoorlijk ingevulde formulier voor de aanvraag om erkenning, dat opgesteld wordt volgens het model bepaald door de Minister, met ten minste de volgende elementen :
  a) de benaming van de vereniging;
  b) de naam van de contactpersoon;
  c) het adres van de maatschappelijke zetel en de voornaamste plaatsen van activiteiten;
  d) het telefoonnummer;
  e) het elektronisch adres;
  f) in voorkomend geval, het adres van de website;
  g) het bankrekeningnummer open op zijn naam bij een financiële instelling met een overzicht van de bankidentiteit;
  h) het bewijs van de manier waarop het maatschappelijk doel van de vereniging aan het bepaalde van artikel 5 van het decreet beantwoordt;
  i) de beschrijving van de manier waarop de vereniging de financiële toegankelijkheid tot de deelnemers en/of de lid-verenigingen garandeert;
  j) de verbintenis activiteiten te ontwikkelen die in overeenstemming zijn met artikel 6, 7°, van het decreet;
  k) de verbintenis de kwaliteit en de kwantiteit van de activiteiten te behouden die de erkenning ervan tijdens vijf jaar verantwoorden;
  l) de categorie waarin de erkenning aangevraagd wordt;
  m) in voorkomend geval :
  - indien de vereniging erkend wenst te worden als centrum voor expressie en creativiteit,de mogelijke aanvraag voor een subsidie voor tewerkstelling, zoals bepaald in artikel 30, 3°, van het decreet, en/of een specifieke vaste subsidie voor de ontwikkeling van een specifieke aanvullende doelstelling bedoeld in de artikelen 14 en 30, 4°, van het decreet;
  - indien de vereniging erkend wenst te worden als federatie die centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigt, de mogelijke aanvraag voor een subsidie voor tewerkstelling, zoals bepaald in artikel 31, 3°, van het decreet;
  - indien de vereniging erkend wenst te worden als federatie van amateuristische kunstbeoefening, de mogelijke aanvraag voor een subsidie voor tewerkstelling, zoals bepaald in artikel 32, 3°, van het decreet;
  2° een activiteitenverslag van het jaar voorafgaand aan dat van de indiening van de aanvraag om erkenning, alsook een programmering van de activiteiten van het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, volgens het model vastgesteld door de Minister;
  3° naargelang van het type aangevraagde erkenning, een intentienota of een actieplan met zijn project, zoals bedoeld in de artikelen 7, § 2, 1° en 2°, 17, § 2, 21, § 2 en 22, § 2 van het decreet, volgens het model vastgesteld door de Minister;
  4° de volgende formele documenten :
  a) de resultatenrekening en de financiële balans van het jaar voorafgaand aan dat van de indiening van de aanvraag om erkenning, alsook de begrotingsvooruitzichten van het lopende boekjaar;
  b) de afschriften van de verzekeringspolissen betreffende de risico's in verband met brand, ongeval en burgerlijke aansprakelijkheid;
  5° de informatiedocumenten over de activiteiten van de vereniging bestemd voor het publiek of de lid-verenigingen tijdens het jaar voorafgaand aan dat van de indiening van de aanvraag;
  6° voor de vereniging die verschillende maatschappelijke doestellingen heeft in de zin van artikel 6, 2° van het decreet, een ingevulde aangifte volgens het model vastgesteld door de Minister na advies van de Commissie.
Art. 2. L'association qui sollicite une reconnaissance introduit auprès du Service un dossier établi conformément aux articles 6 et 23 du décret et composé des éléments suivants :
  1° le formulaire de demande de reconnaissance dûment complété établi selon le modèle arrêté par le Ministre, comprenant au moins les éléments suivants :
  a) la dénomination de l'association;
  b) le nom de la personne de contact;
  c) l'adresse du siège social et des lieux principaux d'activités;
  d) le numéro de téléphone;
  e) l'adresse électronique;
  f) le cas échéant, l'adresse du site internet;
  g) le numéro de compte bancaire ouvert à son nom auprès d'un organisme financier avec un relevé d'identité bancaire;
  h) la démonstration de la manière dont l'objet social de l'association répond au prescrit de l'article 5 du décret;
  i) la description de la manière dont l'association garantit l'accessibilité financière aux participants et/ou aux associations membres;
  j) un engagement à concevoir des activités conformes à l'article 6, 7°, du décret;
  k) un engagement à maintenir la qualité et la quantité des activités qui justifient leur reconnaissance pendant cinq ans;
  l) la catégorie dans laquelle la reconnaissance est postulée;
  m) le cas échéant :
  - si l'association souhaite être reconnue comme centre d'expression et de créativité, la demande éventuelle du bénéfice d'une subvention à l'emploi telle que prévue à l'article 30, 3°, du décret et/ou d'une subvention forfaitaire spécifique pour le développement d'un objectif complémentaire visée aux articles 14 et 30, 4°, du décret;
  - si l'association souhaite être reconnue comme fédération représentative de centres d'expression et de créativité, la demande éventuelle du bénéfice d'une subvention à l'emploi telle que prévue à l'article 31, 3°, du décret;
  - si l'association souhaite être reconnue comme fédération de pratiques artistiques en amateur, la demande éventuelle du bénéfice d'une subvention à l'emploi telle que prévue à l'article 32, 3°, du décret;
  2° un rapport d'activités de l'année précédant celle de l'introduction de la demande de reconnaissance ainsi qu'une programmation des activités de l'année durant laquelle la demande est introduite, selon le modèle arrêté par le Ministre;
  3° en fonction du type de reconnaissance postulée, une note d'intention ou un plan d'action exposant son projet tels que visés par les articles 7 § 2, 1° et 2°, 17, § 2, 21, § 2, et 22, § 2, du décret, selon le modèle arrêté par le Ministre;
  4° les documents formels suivants :
  a) le compte de résultats et le bilan financier de l'année précédant celle de l'introduction de la demande de reconnaissance, ainsi qu'un budget prévisionnel de l'exercice en cours;
  b) les copies des polices d'assurances relatives aux risques d'incendie, d'accident et en responsabilité civile;
  5° les documents d'information sur les activités de l'association destinés au public ou aux associations membres au cours de l'année précédant celle de l'introduction de la demande;
  6° pour l'association qui poursuit plusieurs objets sociaux au sens de l'article 6, 2°, du décret une déclaration remplie selon le modèle arrêté par le Ministre, après avis de la Commission.
Afdeling 2. - Procedure voor de erkenning
Section 2. - De la procédure de reconnaissance
Art. 3. § 1. [1 Alle verzoeken om erkenning worden uiterlijk op 31 januari bij de Dienst ingediend.
   Als de voorziene termijn niet wordt nageleefd, wordt het dossier onontvankelijk verklaard. Hierbij wordt rekening gehouden met de datum waarop het verzoek door de vereniging is verzonden. ]1
.
  § 2. De Dienst meldt ontvangst van het dossier binnen de zeven dagen na de ontvangst ervan.
  § 3. Tijdens de duur van de procedure voor de erkenning informeert de vereniging de Dienst over elke verandering inzake de informatie bedoeld in artikel 2.
  
Art. 3. § 1er. [1 Toute demande de reconnaissance est introduite auprès du Service, au plus tard le 31 janvier.
   Le non-respect du délai prévu entraîne l'irrecevabilité du dossier. A cet égard, il est tenu compte de la date d'envoi de la demande par l'association]1
.
  § 2. Le Service accuse réception du dossier dans les sept jours à dater de sa réception.
  § 3. Pendant la durée de la procédure de reconnaissance, l'association informe le Service de tout changement relatif aux informations visées à l'article 2.
  
Art. 4. [1 . Het dossier wordt ontvankelijk verklaard als het de elementen bedoeld in artikel 2 bevat.
   § 2. Als er elementen ontbreken, stuurt de Dienst een verzoek om meer informatie naar de vereniging. Deze heeft twintig dagen de tijd vanaf de datum van kennisgeving door de Dienst om de gevraagde informatie te verstrekken.
   Als de voorziene termijn niet wordt nageleefd, wordt het dossier onontvankelijk verklaard. Hierbij wordt rekening gehouden met de datum waarop de vereniging de gevraagde informatie verstuurt.
   Als het dossier aan het einde van de voorziene termijn nog steeds niet alle vereiste informatie bevat, wordt dit als niet-ontvankelijk beschouwd.
   § 3. De Dienst zal uiterlijk op 30 april definitief beslissen over de ontvankelijkheid van het dossier en de vereniging op de hoogte stellen van zijn beslissing en de redenen daarvoor.
   Het dossier kan ontvankelijk worden verklaard op voorwaarde dat de documenten bedoeld in artikel 2, 4°, a) uiterlijk op 30 juni zijn ontvangen. In dit geval deelt de vereniging de meest recente boekhoudkundige documenten mee die door de algemene vergadering zijn goedgekeurd bij de indiening van het dossier ]1
.
  
Art. 4. [1 § 1er. Le dossier est déclaré recevable s'il comporte les éléments prévus à l'article 2.
   § 2. Si des éléments font défaut, le Service adresse une demande de complément d'informations à l'association. Celle-ci dispose d'un délai de vingt jours, à dater de la notification par le Service, pour fournir les éléments sollicités.
   Le non-respect du délai prévu entraîne l'irrecevabilité du dossier. A cet égard, il est tenu compte de la date d'envoi par l'association des éléments sollicités.
   Si à l'issue du délai prévu le dossier ne comporte toujours pas l'ensemble des éléments requis, il est considéré comme irrecevable.
   § 3. Le Service statue définitivement sur la recevabilité du dossier au plus tard le 30 avril et en informe l'association en motivant sa décision.
   Le dossier peut être déclaré recevable sous réserve de la réception, au plus tard le 30 juin, des documents visés à l'article 2, 4°, a). Dans ce cas, l'association communique les derniers documents comptables approuvés par son assemblée générale au moment de l'introduction du dossier ]1
.
  
Art. 5. § 1. Indien het dossier ontvankelijk verklaard wordt, wordt het aan de Commissie bezorgd samen met een gemotiveerd advies van de Dienst dat uitgebracht wordt overeenkomstig artikel 24, § 1, van het decreet en dit, [1 uiterlijk op 30 september]1.
  [1 Bij het opstellen van zijn met redenen omkleed advies kan de Dienst een beroep doen op de Inspectie]1.
  [1 ...]1
  § 2. Uiterlijk op [1 31 oktober ]1 brengt de Commissie haar gemotiveerde advies uit overeenkomstig artikel 24, § 1, van het decreet.
  Bij gebrek aan een advies binnen de gestelde termijn, wordt het dossier zonder dat advies aan de Minister gestuurd.
  § 3. De Administratie bezorgt de Minister een voorstel tot beslissing samen met het advies van de Dienst en het advies van de Commissie en dit ten laatste op 24 november.
  § 4. De Administratie en de Commissie kunnen de erkenning voorstellen in een lagere categorie dan deze aangevraagd indien de vereniging de erkenningsvoorwaarden niet naleeft die betrekking hebben op de categorie aangevraagd door de vereniging, en kan voorstellen om geen aanvullend vast bedrag voor werking toe te kennen voor een specifieke doelstelling bedoeld in artikel 30, 4° van het decreet indien de vereniging de criteria bedoeld in artikel 14 niet naleeft.
  
Art. 5. § 1er. S'il est déclaré recevable, le dossier est transmis à la Commission, accompagné d'un avis motivé du Service remis conformément à l'article 24, § 1er, du décret, [1 au plus tard le 30 septembre ]1.
  [1 Dans le cadre de la rédaction de son avis motivé, le Service peut faire appel à l'Inspection]1.
  [1 ...]1
  § 2. Au plus tard le [1 31 octobre]1, la Commission remet son avis motivé conformément à l'article 24, § 1er, du décret.
  En l'absence d'avis dans le délai prévu, le dossier est transmis tel quel au Ministre.
  § 3. L'Administration transmet au Ministre une proposition de décision accompagnée de l'avis du Service et de l'avis de la Commission au plus tard le24 novembre.
  § 4. L'Administration et la Commission peuvent proposer la reconnaissance dans une catégorie inférieure à celle demandée si l'association ne respecte pas les conditions de reconnaissance se rapportant à la catégorie postulée par l'association, et proposer de ne pas accorder le forfait complémentaire de fonctionnement pour un objectif spécifique visé à l'article 30, 4°, du décret si l'association ne respecte les critères prévus par son article 14.
  
Art. 6. Op basis van de adviezen en het voorstel bedoeld in artikel 5 neemt de Minister een beslissing ten laatste op 24 december.
Art. 6. Sur base des avis et de la proposition visés à l'article 5, le Ministre prend une décision au plus tard le 24 décembre.
Art. 7. § 1. De Dienst deelt de beslissing mee aan de vereniging [1 ...]1 binnen een termijn van twintig dagen na de beslissing van de Minister en bepaalt de vormen en termijnen van het beroep [1 bedoeld in artikel 13]1. De adviezen van de Dienst en de Commissie worden gevoegd bij deze mededeling.
  § 2. [1 Overeenkomstig artikel 25, § 1 van het decreet kan de vereniging, indien de Minister beslist een erkenning te verlenen in een lagere categorie dan die welke door de vereniging is aangevraagd, afzien van het voordeel van de verleende erkenning.
   Het afzien van de verleende erkenning moet binnen dertig dagen na kennisgeving aan de Dienst worden meegedeeld]1
.
  
Art. 7. § 1er. Le Service notifie la décision à l'association [1 ...]1 dans un délai de vingt jours à compter de la décision du Ministre et précise les formes et délais du recours [1 visé à l'article 13 ]1 . Les avis du Service et de la Commission sont joints à cette notification.
  § 2. [1 Conformément à l'article 25, § 1er, du décret, dans le cas où le Ministre décide d'accorder la reconnaissance dans une catégorie inférieure à celle sollicitée par l'association, celle-ci peut renoncer au bénéfice de la reconnaissance octroyée.
   Cette renonciation doit être communiquée au Service dans un délai de trente jours à dater de la notification ]1
.
  
HOOFDSTUK III. - Evaluatie en hernieuwing van de erkenning.
CHAPITRE 3. - De l'évaluation et du renouvellement de la reconnaissance
Art. 8. [1 Overeenkomstig artikel 27 van het decreet geeft de vereniging die verlenging van haar erkenning aanvraagt, uiterlijk op 28 februari van het vijfde jaar van haar vijfjarige erkenning, een aanvraag tot verlenging van de erkenning aan de Dienst die de volgende informatie bevat:
   1° de categorie van de gevraagde erkenning ;
   2° een definitief zelfevaluatieverslag over de eerste vier jaar van de erkenningsperiode, opgesteld volgens het door de minister bepaalde model en dat in het bijzonder betrekking heeft op de naleving van de erkenningsvoorwaarden, de uitvoering van het actieplan of de intentieverklaring en de relevantie en kwaliteit van de uitgevoerde acties;
   3° afhankelijk van de gevraagde erkenning, een nieuwe intentieverklaring of een nieuw actieplan;
   4° de volgende formele documenten:
   a) de resultatenrekening en de financiële balans voor het vierde jaar van de vijfjarige erkenningsperiode, samen met een voorlopige begroting voor het lopende boekjaar ;
   b) kopieën van brand-, ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekeringspolissen.
   Als de voorziene termijn niet wordt nageleefd, wordt het dossier onontvankelijk verklaard. Hierbij wordt rekening gehouden met de datum waarop het verzoek door de vereniging is verzonden.
   In afwijking van artikel 15 is een vereniging die verlenging van haar erkenning aanvraagt, vrijgesteld van het indienen van een activiteitenverslag over het vierde jaar van haar vijfjarige erkenning.
   Overeenkomstig artikel 6, 9°, van het decreet moet, als de vereniging een verzoek indient in een andere categorie dan die waarin ze reeds erkend was, haar zelfevaluatieverslag aantonen dat ze tijdens het jaar voorafgaand aan haar verzoek activiteiten heeft uitgeoefend die in overeenstemming zijn met die van de categorie waarvoor het verzoek ingediend werd.
   § 2. De Dienst bevestigt de ontvangst van het dossier binnen zeven dagen na ontvangst.
   De ontvankelijkheid van het verzoek tot verlenging van de erkenning wordt geanalyseerd overeenkomstig artikel 4, §§ 2 en 3.
   Het dossier kan ontvankelijk worden verklaard op voorwaarde dat de documenten bedoeld in § 1, 4°, a) van dit artikel uiterlijk op 30 juni zijn ontvangen.
   § 3. Een vereniging die haar erkenning niet wenst te hernieuwen, dient ten laatste op 28 februari van het vijfde jaar van haar vijfjarige erkenning bij de Dienst het definitieve zelfevaluatieverslag bedoeld in § 1, eerste lid, 2° van dit artikel in ]1
.
  
Art. 8. [1 § 1er. Conformément à l'article 27 du décret, l'association qui postule à un renouvellement de reconnaissance remet au Service, au plus tard le 28 février de la cinquième année de sa reconnaissance quinquennale, un dossier de demande de renouvellement de reconnaissance composé des éléments suivants :
   1° la catégorie de reconnaissance sollicitée ;
   2° un rapport d'auto-évaluation définitif, portant sur les quatre premières années de la période de reconnaissance, établi suivant le modèle arrêté par le Ministre et portant notamment sur le respect des conditions de reconnaissance, l'exécution du plan d'action ou de la note d'intention, ainsi que la pertinence et la qualité des actions menées ;
   3° en fonction de la reconnaissance postulée, une nouvelle note d'intention ou un nouveau plan d'action ;
   4° les documents formels suivants :
   a) le compte de résultats et le bilan financier de la quatrième année de la reconnaissance quinquennale, ainsi qu'un budget prévisionnel de l'exercice en cours ;
   b) les copies des polices d'assurances relatives aux risques d'incendie, d'accident et en responsabilité civile.
   Le non-respect du délai prévu entraîne l'irrecevabilité du dossier. A cet égard, il est tenu compte de la date d'envoi de la demande par l'association.
   Par dérogation à l'article 15, l'association qui postule à un renouvellement de reconnaissance est dispensée de déposer un rapport d'activité portant sur la quatrième année de sa reconnaissance quinquennale.
   Conformément à l'article 6, 9°, du décret, si l'association postule dans une catégorie distincte de celle dans laquelle elle était déjà reconnue, son rapport d'auto-évaluation devra établir qu'au cours de l'année précédant sa demande, elle a poursuivi des activités conformes à celles de la catégorie postulée.
   § 2. Le Service accuse réception du dossier dans un délai de sept jours à compter de sa réception.
   La recevabilité de la demande de renouvellement de reconnaissance est analysée conformément aux §§ 2 et 3 de l'article 4.
   Le dossier peut être déclaré recevable sous réserve de la réception, au plus tard le 30 juin, des documents visés au § 1er, 4°, a), du présent article.
   § 3. L'association qui ne souhaite pas renouveler sa reconnaissance remet au Service, au plus tard le 28 février de la cinquième année de sa reconnaissance quinquennale, le rapport d'auto-évaluation définitif visé au § 1er, alinéa 1er, 2°, du présent article ]1
.
  
Art. 9. Zoals bepaald in artikel 27 van het decreet, kan de hernieuwing van de erkenning in een verschillende categorie toegekend worden, als de voorwaarden betreffende de aangevraagde categorie vervuld worden tijdens het vierde jaar van de vijfjarenerkenning.
Art. 9. Tel que prévu par l'article 27 du décret, le renouvellement de reconnaissance dans une catégorie différente peut être accordé si les conditions relatives à la catégorie postulée sont rencontrées au cours de la quatrième année de la reconnaissance quinquennale.
Art. 10. § 1. [1 Op basis van het dossier bedoeld in artikel 8, § 1, beoordeelt de inspectie in overleg met de vereniging het actiesysteem van de vereniging en brengt zij uiterlijk op 30 juni een met redenen omkleed advies uit over de aanvraag tot hernieuwing van de erkenning.
   Op basis van het dossier bedoeld in artikel 8, § 1 en van het advies van de inspectie, brengt de dienst een met redenen omkleed advies uit.
   De adviezen van de Inspectie en van de Dienst worden uiterlijk 15 september naar de Commissie gestuurd]1
.
  § 2.[1 Op basis van het dossier bedoeld in artikel 8, § 1, en de adviezen van de Inspectie en van de Dienst, brengt de Commissie uiterlijk op 31 oktober een met redenen omkleed advies uit]1.
  § 3. [1 Uiterlijk op 24 november stuurt de Administratie de minister een voorstel tot beslissing, samen de met redenen omklede adviezen van de Inspectie, de Dienst en de Commissie]1.
  § 4. De Administratie en de Commissie kunnen de erkenning voorstellen in een lagere categorie dan deze aangevraagd indien de vereniging de voorwaarden voor de erkenning bedoeld in de artikelen 7 tot 22 van het decreet niet naleeft, en/ of kunnen beslissen om geen aanvullend vast bedrag voor de werking toe te kennen voor een specifieke doestelling bedoeld in artikel 30, eerste lid, 4° van het decreet indien de vereniging de criteria bedoeld in artikel 14 niet naleeft.
  § 5. Bij gebrek aan het voorstel of het advies bedoeld in § 3 binnen de termijnen bedoeld in §§ 1 en 2, neemt de Minister een beslissing op grond van [1 van het dossier bedoeld in artikel 8, §§ 1]1 en 2 binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst ervan
  
Art. 10. § 1er. [1 Sur base du dossier visé à l'article 8, § 1er, l'Inspection procède à l'évaluation du système d'action de l'association en concertation avec celle-ci et émet, au plus tard le 30 juin, un avis motivé sur la demande de renouvellement de reconnaissance.
   Sur base du dossier visé à l'article 8, § 1er, et de l'avis de l'Inspection, le Service émet un avis motivé.
   Les avis de l'Inspection et du Service sont transmis à la Commission au plus tard le 15 septembre]1
.
  § 2.[1 Sur base du dossier visé à l'article 8, § 1er, et des avis de l'Inspection et du Service, la Commission remet un avis motivé au plus tard le 31 octobre ]1.
  § 3. [1 Au plus tard le 24 novembre, l'Administration transmet au Ministre une proposition de décision accompagnée des avis motivés respectifs de l'Inspection, du Service et de la Commission]1.
  § 4. L'Administration et la Commission peuvent proposer la reconnaissance dans une catégorie inférieure à celle demandée si l'association ne respecte pas les conditions de reconnaissance définies aux articles 7 à 22 du décret, et/ ou de ne pas accorder le forfait complémentaire de fonctionnement pour un objectif spécifique visé à l'article 30, alinéa 1er, 4°, du décret si l'association ne respecte les critères prévus par son article 14.
  § 5. En l'absence de proposition ou d'avis visés au § 3 dans les délais prévus aux §§ 1er et 2, le Ministre [1 prend une décision ]1 sur base [1 du dossier visé à l'article 8, § 1er, ]1 dans un délai de trente jours à compter de la réception de [1 celui-ci]1.
  
Art. 11. § 1. Binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het voorstel tot beslissing bedoeld in artikel 10, § 3, beslist de Minister :
  1° ofwel over de hernieuwing van de vijfjarenerkenning in dezelfde categorie;
  2° ofwel over de hernieuwing van de vijfjarenerkenning in een verschillende categorie;
  3° ofwel over de weigering van de hernieuwing van de erkenning.
Art. 11. § 1er. Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la proposition de décision visée à l'article 10, § 3, le Ministre décide :
  1° soit du renouvellement de la reconnaissance quinquennale dans la même catégorie;
  2° soit du renouvellement de la reconnaissance quinquennale dans une catégorie différente;
  3° soit du refus du renouvellement de la reconnaissance.
Art. 12. § 1. De Dienst deelt de beslissing bedoeld in artikel 11 mee aan de vereniging [1 ...]1 binnen een termijn van twintig dagen na de beslissing van de Minister. Deze mededeling bepaalt de vormen en termijnen van het beroep. De adviezen van de Dienst [1 , van de Inspectie]1 en van de Commissie worden gevoegd.
  § 2. [1 Overeenkomstig artikel 25, § 1, van het decreet kan de vereniging, indien de minister beslist om de erkenning te hernieuwen in een categorie die lager is dan deze die door de vereniging werd aangevraagd, afzien van het voordeel van de verleende erkenning.
   Het afzien van de verleende erkenning moet binnen dertig dagen na kennisgeving aan de Dienst worden meegedeeld]1
.
  
Art. 12. § 1er. Le Service notifie la décision visée à l'article 11 à l'association [1 ...]1 dans un délai de vingt jours à compter de la décision du Ministre. Cette notification précise les formes et délais du recours. Les avis du Service [1 de l'Inspection]1 et de la Commission sont joints.
  § 2. [1 Conformément à l'article 25, § 1er, du décret, dans le cas où le Ministre décide de renouveler la reconnaissance dans une catégorie inférieure à celle sollicitée par l'association, celle-ci peut renoncer au bénéfice de la reconnaissance octroyée.
   Cette renonciation doit être communiquée au Service dans un délai de trente jours à dater de la notification]1
.
  
HOOFDSTUK IV. - Beroepsprocedure.
CHAPITRE 4. - De la procédure de recours
Art. 13. [1 Na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing bedoeld in artikel 6 of artikel 11, heeft de vereniging een recht van beroep dat moet worden uitgeoefend onder de voorwaarden en volgens de procedures bepaald in artikel 96 van het decreet van 28 maart 2019 betreffende het nieuwe beheerkader inzake cultuur ]1.
  
Art. 13. [1 L'association dispose, après réception de la notification de la décision visée à l'article 6 ou à l'article 11, d'un droit de recours à exercer aux conditions et selon les modalités prévues à l'article 96 du décret du 28 mars 2019 sur la nouvelle gouvernance culturelle ]1.
  
HOOFDSTUK V. - Verantwoording van de subsidies.
CHAPITRE 5. - De la justification des subventions
Art. 14. § 1.[1 Een erkende vereniging voert haar dubbele boekhouding met gebruikmaking van een genormaliseerd rekeningstelsel waarvan het model door de minister wordt vastgesteld. De boekhouding moet in overeenstemming met dit model worden gevoerd vanaf 1 januari van het tweede jaar van de vijfjarige erkenning]1.
  § 2. [1 In afwijking hiervan organiseert een vereniging die een vereenvoudigde boekhouding voert met toepassing van artikel 3:47, §§ 2 tot en met 4, haar boekhouding volgens het door de minister vastgestelde vereenvoudigde model]1.
  § 3. De vereniging bedoeld in § 1 die trouwens erkend of gesubsidieerd wordt in het kader van één of meer andere wets- of verordeningsregelingen die verschillende verplichtingen opleggen voor de organisatie en het voeren van de boekhouding of het voorleggen van jaarrekeningen, kan een afwijking aanvragen om een ander rekeningsstelsel aan te wenden dan dat bedoeld in § 1.
  De betrokken vereniging moet een gemotiveerde aanvraag om afwijking indienen bij de Dienst binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van de beslissing tot erkenning.
  De Dienst spreekt zich uit binnen een termijn van twee maanden na de ontvangst van deze aanvraag.
  [1 § 4. In afwachting van de goedkeuring door de Minister van de modellen bedoeld in §§ 1 en 2, mag de erkende vereniging elk ander rekeningstelsel gebruiken dat voldoet aan het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en aan zijn uitvoeringsbesluit.]1
  
Art. 14. § 1er. [1 L'association reconnue organise sa comptabilité en partie double en utilisant un plan comptable normalisé dont le modèle est arrêté par le Ministre. La comptabilité est à tenir suivant ce modèle à dater du 1er janvier de la deuxième année de la reconnaissance quinquennale]1.
  § 2. [1 Par dérogation, l'association qui tient une comptabilité simplifiée en application de l'article 3:47, §§ 2 à 4, organise sa comptabilité en suivant le modèle simplifié arrêté par le Ministre]1.
  § 3. L'association visée au § 1er qui est en outre reconnue ou subventionnée dans le cadre d'un ou plusieurs autres dispositifs légaux ou réglementaires impliquant des obligations différentes en matière d'organisation et de tenue de comptabilité ou de présentation des comptes annuels peut solliciter un régime dérogatoire lui permettant d'utiliser un plan comptable différent de celui prévu au § 1er.
  L'association concernée doit introduire une demande de dérogation motivée auprès du Service dans un délai de deux mois à dater de la notification de la décision de reconnaissance.
  Le Service se prononce dans un délai de deux mois à dater de la réception de cette demande.
  [1 § 4. Dans l'attente de l'adoption par le Ministre des modèles visés aux §§ 1er et 2, l'association reconnue peut utiliser tout autre plan comptable conforme au Code des sociétés et des associations et à son arrêté d'exécution.]1
  
Art. 15. § 1. [1 Overeenkomstig de artikelen 28 en 39]1 van het decreet en onverminderd de bepalingen bedoeld [1 in artikel 8]1 bezorgt de vereniging de Dienst, uiterlijk op 30 mei, een jaarlijks dossier met een overzicht van de stukken ter verantwoording van de aanwending van de subsidies die voor het voorafgaande boekhoudjaar werden toegekend, met tenminste :
  1° het activiteitenverslag betreffende het vorige boekhoudjaar dat het bewijs levert van de uitvoering van de acties en van elke belangrijke verandering ontstaan in de uitvoering van zijn intentienota of zijn actieplan of in de programmering van zijn acties, volgens het door de Minister vastgestelde model;
  2° [1 de resultatenrekening en de financiële balans van het afgelopen boekjaar, samen met de voorlopige begroting van het lopende boekjaar, vergezeld van het proces-verbaal van hun goedkeuring door de algemene vergadering, ondertekend door de voorzitter van de vereniging en met vermelding van ten minste :
   - het resultaat van het boekjaar ;
   - de bestemming van het resultaat ;
   - de goedkeuring van de rekeningen en de balans;
   - de kwijting van bestuurder]1
;
  3° [1 ...]1
  4° [1 ...]1
  § 2. [1 In afwijking van § 1, 1°, neemt het activiteitenverslag dat tijdens het derde jaar van de erkenningsperiode wordt ingediend de vorm aan van een tussentijds zelfevaluatieverslag over de eerste twee jaren van de erkenningsperiode, opgesteld volgens het door de minister vastgestelde model en dat in het bijzonder betrekking heeft op de naleving van de erkenningsvoorwaarden, de uitvoering van het actieplan of de intentieverklaring en de relevantie en kwaliteit van de uitgevoerde acties]1.
  § 3.[1 ...]1
  § 4. Alleen de Diensten van de Regering en de Commissie hebben, in het kader van hun opdrachten, toegang tot de informatiegegevens die bij de vereniging werden ingezameld. Ze kunnen die aan geen derden meedelen, en ook niet uitgeven.
  
Art. 15. § 1er. [1 Conformément aux articles 28 et 39 ]1 du décret et sans préjudice des dispositions prévues [1 à l'article 8 ]1, l'association transmet au Service, au plus tard le 30 mai, un dossier annuel constitué par un résumé des pièces justificatives de l'usage des subventions attribuées pour l'exercice précédent, dont au minimum :
  1° un rapport d'activités portant sur l'exercice précédent attestant de la réalisation de ses actions et de tout changement significatif intervenu dans l'exécution de sa note d'intention ou de son plan d'action ou dans la programmation de ses actions, selon le modèle arrêté par le Ministre;
  2° [1 le compte de résultats et le bilan financier de l'exercice précédent, ainsi que le budget prévisionnel de l'exercice en cours, accompagnés du procès-verbal de leur approbation par l'assemblée générale signé par la présidence de l'association et précisant à minima :
   - le résultat de l'exercice ;
   - l'affectation du résultat ;
   - l'approbation des comptes et bilan ;
   - la décharge des administrateurs]1
;
  3° [1 ...]1
  4° [1 ...]1
  § 2. [1 Par dérogation au § 1er, 1°, le rapport d'activité remis lors de la troisième année de la période de reconnaissance prend la forme d'un rapport d'auto-évaluation intermédiaire des deux premières années de la période de reconnaissance, établi suivant le modèle arrêté par le Ministre et portant notamment sur le respect des conditions de reconnaissance, l'exécution du plan d'action ou de la note d'intention, ainsi que la pertinence et la qualité des actions menées]1.
  § 3.[1 ...]1
  § 4. Seuls les Services du Gouvernement et la Commission accèdent, dans le cadre de leurs missions, aux données d'information collectées auprès de l'association. Ils ne peuvent ni les transmettre à des tiers, ni les publier.
  
Art. 16. De subsidies voor tewerkstelling bedoeld in de artikelen 30, 2° en 3°, 31, 2° en 3°, en 32, 2° en 3°, van het decreet worden verantwoord volgens de nadere regels bedoeld in het decreet van 24 oktober 2008 tot bepaling van de voorwaarden voor de subsidiëring van de tewerkstelling in de socioculturele sectoren van de Franse Gemeenschap.
Art. 16. Les subventions à l'emploi visées aux articles 30, 2° et 3°, 31, 2° et 3°, et 32, 2° et 3°, du décret sont justifiées selon les modalités prévues par le décret du 24 octobre 2008 déterminant les conditions de subventionnement de l'emploi dans les secteurs socioculturels de la Communauté française.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 18. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt ondertekend.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa signature.
Art. 19. De Minister van Cultuur is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le Ministre ayant la Culture dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.