Art. 2. De vereniging die een erkenning aanvraagt, dient bij de Dienst een dossier in, dat opgesteld wordt overeenkomstig de artikelen 6 en 23 van het decreet en dat samengesteld is uit de volgende elementen :
1° het behoorlijk ingevulde formulier voor de aanvraag om erkenning, dat opgesteld wordt volgens het model bepaald door de Minister, met ten minste de volgende elementen :
a) de benaming van de vereniging;
b) de naam van de contactpersoon;
c) het adres van de maatschappelijke zetel en de voornaamste plaatsen van activiteiten;
d) het telefoonnummer;
e) het elektronisch adres;
f) in voorkomend geval, het adres van de website;
g) het bankrekeningnummer open op zijn naam bij een financiële instelling met een overzicht van de bankidentiteit;
h) het bewijs van de manier waarop het maatschappelijk doel van de vereniging aan het bepaalde van artikel 5 van het decreet beantwoordt;
i) de beschrijving van de manier waarop de vereniging de financiële toegankelijkheid tot de deelnemers en/of de lid-verenigingen garandeert;
j) de verbintenis activiteiten te ontwikkelen die in overeenstemming zijn met artikel 6, 7°, van het decreet;
k) de verbintenis de kwaliteit en de kwantiteit van de activiteiten te behouden die de erkenning ervan tijdens vijf jaar verantwoorden;
l) de categorie waarin de erkenning aangevraagd wordt;
m) in voorkomend geval :
- indien de vereniging erkend wenst te worden als centrum voor expressie en creativiteit,de mogelijke aanvraag voor een subsidie voor tewerkstelling, zoals bepaald in artikel 30, 3°, van het decreet, en/of een specifieke vaste subsidie voor de ontwikkeling van een specifieke aanvullende doelstelling bedoeld in de artikelen 14 en 30, 4°, van het decreet;
- indien de vereniging erkend wenst te worden als federatie die centra voor expressie en creativiteit vertegenwoordigt, de mogelijke aanvraag voor een subsidie voor tewerkstelling, zoals bepaald in artikel 31, 3°, van het decreet;
- indien de vereniging erkend wenst te worden als federatie van amateuristische kunstbeoefening, de mogelijke aanvraag voor een subsidie voor tewerkstelling, zoals bepaald in artikel 32, 3°, van het decreet;
2° een activiteitenverslag van het jaar voorafgaand aan dat van de indiening van de aanvraag om erkenning, alsook een programmering van de activiteiten van het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, volgens het model vastgesteld door de Minister;
3° naargelang van het type aangevraagde erkenning, een intentienota of een actieplan met zijn project, zoals bedoeld in de artikelen 7, § 2, 1° en 2°, 17, § 2, 21, § 2 en 22, § 2 van het decreet, volgens het model vastgesteld door de Minister;
4° de volgende formele documenten :
a) de resultatenrekening en de financiële balans van het jaar voorafgaand aan dat van de indiening van de aanvraag om erkenning, alsook de begrotingsvooruitzichten van het lopende boekjaar;
b) de afschriften van de verzekeringspolissen betreffende de risico's in verband met brand, ongeval en burgerlijke aansprakelijkheid;
5° de informatiedocumenten over de activiteiten van de vereniging bestemd voor het publiek of de lid-verenigingen tijdens het jaar voorafgaand aan dat van de indiening van de aanvraag;
6° voor de vereniging die verschillende maatschappelijke doestellingen heeft in de zin van artikel 6, 2° van het decreet, een ingevulde aangifte volgens het model vastgesteld door de Minister na advies van de Commissie.
Art. 2. L'association qui sollicite une reconnaissance introduit auprès du Service un dossier établi conformément aux articles 6 et 23 du décret et composé des éléments suivants :
1° le formulaire de demande de reconnaissance dûment complété établi selon le modèle arrêté par le Ministre, comprenant au moins les éléments suivants :
a) la dénomination de l'association;
b) le nom de la personne de contact;
c) l'adresse du siège social et des lieux principaux d'activités;
d) le numéro de téléphone;
e) l'adresse électronique;
f) le cas échéant, l'adresse du site internet;
g) le numéro de compte bancaire ouvert à son nom auprès d'un organisme financier avec un relevé d'identité bancaire;
h) la démonstration de la manière dont l'objet social de l'association répond au prescrit de l'article 5 du décret;
i) la description de la manière dont l'association garantit l'accessibilité financière aux participants et/ou aux associations membres;
j) un engagement à concevoir des activités conformes à l'article 6, 7°, du décret;
k) un engagement à maintenir la qualité et la quantité des activités qui justifient leur reconnaissance pendant cinq ans;
l) la catégorie dans laquelle la reconnaissance est postulée;
m) le cas échéant :
- si l'association souhaite être reconnue comme centre d'expression et de créativité, la demande éventuelle du bénéfice d'une subvention à l'emploi telle que prévue à l'article 30, 3°, du décret et/ou d'une subvention forfaitaire spécifique pour le développement d'un objectif complémentaire visée aux articles 14 et 30, 4°, du décret;
- si l'association souhaite être reconnue comme fédération représentative de centres d'expression et de créativité, la demande éventuelle du bénéfice d'une subvention à l'emploi telle que prévue à l'article 31, 3°, du décret;
- si l'association souhaite être reconnue comme fédération de pratiques artistiques en amateur, la demande éventuelle du bénéfice d'une subvention à l'emploi telle que prévue à l'article 32, 3°, du décret;
2° un rapport d'activités de l'année précédant celle de l'introduction de la demande de reconnaissance ainsi qu'une programmation des activités de l'année durant laquelle la demande est introduite, selon le modèle arrêté par le Ministre;
3° en fonction du type de reconnaissance postulée, une note d'intention ou un plan d'action exposant son projet tels que visés par les articles 7 § 2, 1° et 2°, 17, § 2, 21, § 2, et 22, § 2, du décret, selon le modèle arrêté par le Ministre;
4° les documents formels suivants :
a) le compte de résultats et le bilan financier de l'année précédant celle de l'introduction de la demande de reconnaissance, ainsi qu'un budget prévisionnel de l'exercice en cours;
b) les copies des polices d'assurances relatives aux risques d'incendie, d'accident et en responsabilité civile;
5° les documents d'information sur les activités de l'association destinés au public ou aux associations membres au cours de l'année précédant celle de l'introduction de la demande;
6° pour l'association qui poursuit plusieurs objets sociaux au sens de l'article 6, 2°, du décret une déclaration remplie selon le modèle arrêté par le Ministre, après avis de la Commission.