Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
4 MAART 2014. - Ministerieel besluit betreffende het plan tot beperking van de toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen in de openbare ruimten
Titre
4 MARS 2014. - Arrêté ministériel relatif au plan de réduction de l'application des produits phytopharmaceutiques dans les espaces publics
Informations sur le document
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Het plan met betrekking tot de beperking van de toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen in de openbare ruimten, hierna "het plan" genoemd, wordt opgesteld door de publiekrechtelijke persoon belast met het onderhoud en de bescherming van planten die zich in de openbare ruimten bevinden of voor rekening waarvan dergelijke diensten worden uitgevoerd.
Article 1er. Le plan relatif à la réduction de l'application des produits phytopharmaceutiques dans les espaces publics, ci-après dénommé le plan, est rédigé par la personne de droit public chargée de l'entretien et de la protection des végétaux se trouvant dans les espaces publics ou pour le compte de laquelle ce type de services est effectué.
Art. 2. Het plan bevat een eerste deel dat gewijd wordt aan de verbintenissen van de beheerders van openbare ruimten in de zin van artikel 2, 4° van het besluit van de Waalse Regering van 11 juli 2013 betreffende een pesticidengebruik dat verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling en tot wijziging van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 5 november 1987 betreffende het opmaken van een verslag over de toestand van het Waalse leefmilieu.
De beheerders van openbare ruimten verbinden er zich tenminste toe :
1° jaarlijks, uiterlijk 31 januari, het register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bedoeld in artikel 67 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, d.m.v. het formulier opgenomen in bijlage I bij dit besluit naar het volgend adres te sturen : registre.pesticides.dgarne@spw.wallonie.be;
2° de goede gewasbeschermingspraktijken na te leven;
3° de wetgeving betreffende het gebruik, de opslag en de hantering van gewasbeschermingsmiddelen na te leven.
De beheerders van openbare ruimten verbinden er zich tenminste toe :
1° jaarlijks, uiterlijk 31 januari, het register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bedoeld in artikel 67 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, d.m.v. het formulier opgenomen in bijlage I bij dit besluit naar het volgend adres te sturen : registre.pesticides.dgarne@spw.wallonie.be;
2° de goede gewasbeschermingspraktijken na te leven;
3° de wetgeving betreffende het gebruik, de opslag en de hantering van gewasbeschermingsmiddelen na te leven.
Art. 2. Le plan comprend une première partie consacrée aux engagements des gestionnaires d'espaces publics au sens de l'article 2, 4°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 juillet 2013 relatif à une application des pesticides compatible avec le développement durable et modifiant le Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau et l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 5 novembre 1987 relatif à l'établissement d'un rapport sur l'état de l'environnement wallon est effectué.
Les gestionnaires d'espaces publics s'engagent au minimum à :
1° envoyer, chaque année au plus tard le 31 janvier, le registre d'utilisation des produits phytopharmaceutiques prévu par l'article 67 du Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement et du Conseil européen du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil au moyen du formulaire repris à l'annexe Ire du présent arrêté à l'adresse suivante : registre.pesticides.dgarne@spw.wallonie.be;
2° à respecter les bonnes pratiques phytosanitaires;
3° à respecter la législation relative à l'application, au stockage et à la manipulation des produits phytopharmaceutiques.
Les gestionnaires d'espaces publics s'engagent au minimum à :
1° envoyer, chaque année au plus tard le 31 janvier, le registre d'utilisation des produits phytopharmaceutiques prévu par l'article 67 du Règlement (CE) n° 1107/2009 du Parlement et du Conseil européen du 21 octobre 2009 concernant la mise sur le marché des produits phytopharmaceutiques et abrogeant les Directives 79/117/CEE et 91/414/CEE du Conseil au moyen du formulaire repris à l'annexe Ire du présent arrêté à l'adresse suivante : registre.pesticides.dgarne@spw.wallonie.be;
2° à respecter les bonnes pratiques phytosanitaires;
3° à respecter la législation relative à l'application, au stockage et à la manipulation des produits phytopharmaceutiques.
Art. 3. Het plan bevat een tweede deel met een inventaris van de openbare ruimten waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt alsook waarop de technieken voor onkruidbestrijding (chemisch, thermisch, mechanisch of manueel) worden gebruikt. Deze inventaris bevat minstens de informatie opgenomen in bijlage II bij dit besluit.
Art. 3. Le plan comprend une deuxième partie avec un inventaire des espaces publics, sur lesquels des produits phytopharmaceutiques sont appliqués ainsi que sur lesquels une technique de désherbage (chimique, thermique, mécanique ou manuelle) est appliquée. Cet inventaire comprend au minimum les informations reprises à l'annexe II du présent arrêté.
Art. 4. Het plan bevat ook een derde deel waarin de te bereiken graduele doelstellingen worden omschreven alsook de data waarop deze doelstellingen zullen worden bereikt.
Deze doelstellingen bestaan minstens uit :
1° op een eerste niveau :
a) de vermindering met 25 % van de oppervlakte van onverbouwbare terreinen met bedekking die niet verbonden zijn met een regenwaterverzamelleiding en niet grenzen aan een oppervlaktewater waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
b) de omschrijving van de tolerantiedrempels tegen adventitia voor de verschillende openbare ruimten opgenomen in de inventaris;
2° op een tweede niveau :
a) de vermindering met 50 % van de oppervlakte van onverbouwbare terreinen met bedekking die niet verbonden zijn met een regenwaterverzamelleiding en niet grenzen aan een oppervlaktewater waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
b) de vermindering met 50 % van de gewasbeschermingsbehandelingen voor het onderhoud van de openbare sportterreinen t.o.v. de hoeveelheden die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan worden gebruikt;
c) de vermindering met 50 % van de oppervlakte waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruik met het oog op de bescherming en het onderhoud van eenjarige of doorlevende niet-houtige sierplanten t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
d) een rangschikking van de openbare ruimten volgens de gebruikte behandelingsmiddelen (ongeacht de technieken : chemisch, thermisch, mechanisch of manueel);
3° op een derde niveau :
a) de vermindering met 75 % van de oppervlakte van onverbouwbare terreinen met bedekking die niet verbonden zijn met een regenwaterverzamelleiding en niet grenzen aan een oppervlaktewater waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
b) de vermindering met 75 % van al de gewasbeschermingsbehandelingen voor het onderhoud van de openbare sportterreinen t.o.v. de hoeveelheden die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan worden gebruikt;
c) het niet gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op houtige sierplanten;
d) het niet gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op eenjarige of doorlevende niet-houtige sierplanten;
4° het laatste niveau bestaat uit het streven naar het niet aanwenden van gewasbeschermingsmiddelen ("zero fyto") op het geheel van de openbare ruimten voor uiterlijk 31 mei 2019.
Deze doelstellingen bestaan minstens uit :
1° op een eerste niveau :
a) de vermindering met 25 % van de oppervlakte van onverbouwbare terreinen met bedekking die niet verbonden zijn met een regenwaterverzamelleiding en niet grenzen aan een oppervlaktewater waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
b) de omschrijving van de tolerantiedrempels tegen adventitia voor de verschillende openbare ruimten opgenomen in de inventaris;
2° op een tweede niveau :
a) de vermindering met 50 % van de oppervlakte van onverbouwbare terreinen met bedekking die niet verbonden zijn met een regenwaterverzamelleiding en niet grenzen aan een oppervlaktewater waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
b) de vermindering met 50 % van de gewasbeschermingsbehandelingen voor het onderhoud van de openbare sportterreinen t.o.v. de hoeveelheden die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan worden gebruikt;
c) de vermindering met 50 % van de oppervlakte waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruik met het oog op de bescherming en het onderhoud van eenjarige of doorlevende niet-houtige sierplanten t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
d) een rangschikking van de openbare ruimten volgens de gebruikte behandelingsmiddelen (ongeacht de technieken : chemisch, thermisch, mechanisch of manueel);
3° op een derde niveau :
a) de vermindering met 75 % van de oppervlakte van onverbouwbare terreinen met bedekking die niet verbonden zijn met een regenwaterverzamelleiding en niet grenzen aan een oppervlaktewater waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt t.o.v. de grondoppervlakte die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan wordt behandeld;
b) de vermindering met 75 % van al de gewasbeschermingsbehandelingen voor het onderhoud van de openbare sportterreinen t.o.v. de hoeveelheden die tijdens het jaar dat voorafgaat aan de uitwerking van het plan worden gebruikt;
c) het niet gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op houtige sierplanten;
d) het niet gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op eenjarige of doorlevende niet-houtige sierplanten;
4° het laatste niveau bestaat uit het streven naar het niet aanwenden van gewasbeschermingsmiddelen ("zero fyto") op het geheel van de openbare ruimten voor uiterlijk 31 mei 2019.
Art. 4. Le plan comprend également une troisième partie dans laquelle sont définis les objectifs progressifs à atteindre et les dates auxquelles ces objectifs seront atteints.
Ces objectifs consistent au minimum :
1° à un premier niveau :
a) en la réduction de 25 % de la surface des terrains revêtus non cultivables, non reliés à un réseau de collecte des eaux pluviales et ne bordant pas des eaux de surface, sur laquelle des produits phytopharmaceutiques sont appliqués par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
b) en la définition des seuils de tolérance aux adventices pour les différents espaces publics qui sont repris dans l'inventaire;
2° à un deuxième niveau :
a) en la réduction de 50 % de la surface des terrains revêtus non cultivables non reliés à un réseau de collecte des eaux pluviales et ne bordant pas des eaux de surface sur laquelle des produits phytopharmaceutiques sont appliqués par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
b) en la réduction de 50 % des traitements phytopharmaceutiques pour l'entretien des terrains de sport publics par rapport aux quantités appliquées au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
c) en la réduction de 50 % des surfaces sur lesquelles des produits phytopharmaceutiques sont appliqués en vue de la protection et de l'entretien des plantes ornementales annuelles ou vivaces non ligneuses par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
d) en un classement des espaces publics suivant les moyens de traitement employés (toutes techniques confondues : chimique, thermique, mécanique, manuelle);
3° à un troisième niveau :
a) en la réduction de 75 % de la surface des terrains revêtus non cultivables non reliés à un réseau de collecte des eaux pluviales et ne bordant pas des eaux de surface sur laquelle des produits phytopharmaceutiques sont appliqués par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
b) en la réduction de 75 % de tous les traitements phytopharmaceutiques pour l'entretien des terrains de sport publics par rapport aux quantités appliquées au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
c) en l'absence d'application de produits phytopharmaceutiques sur des plantes ornementales ligneuses;
d) en l'absence d'application de produits phytopharmaceutiques sur les plantes ornementales annuelles ou vivaces non ligneuses;
4° le dernier niveau consiste à atteindre la non-utilisation de produits phytopharmaceutiques (" zéro phyto ") sur l'ensemble des espaces publics pour le 31 mai 2019 au plus tard.
Ces objectifs consistent au minimum :
1° à un premier niveau :
a) en la réduction de 25 % de la surface des terrains revêtus non cultivables, non reliés à un réseau de collecte des eaux pluviales et ne bordant pas des eaux de surface, sur laquelle des produits phytopharmaceutiques sont appliqués par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
b) en la définition des seuils de tolérance aux adventices pour les différents espaces publics qui sont repris dans l'inventaire;
2° à un deuxième niveau :
a) en la réduction de 50 % de la surface des terrains revêtus non cultivables non reliés à un réseau de collecte des eaux pluviales et ne bordant pas des eaux de surface sur laquelle des produits phytopharmaceutiques sont appliqués par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
b) en la réduction de 50 % des traitements phytopharmaceutiques pour l'entretien des terrains de sport publics par rapport aux quantités appliquées au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
c) en la réduction de 50 % des surfaces sur lesquelles des produits phytopharmaceutiques sont appliqués en vue de la protection et de l'entretien des plantes ornementales annuelles ou vivaces non ligneuses par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
d) en un classement des espaces publics suivant les moyens de traitement employés (toutes techniques confondues : chimique, thermique, mécanique, manuelle);
3° à un troisième niveau :
a) en la réduction de 75 % de la surface des terrains revêtus non cultivables non reliés à un réseau de collecte des eaux pluviales et ne bordant pas des eaux de surface sur laquelle des produits phytopharmaceutiques sont appliqués par rapport à la surface traitée au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
b) en la réduction de 75 % de tous les traitements phytopharmaceutiques pour l'entretien des terrains de sport publics par rapport aux quantités appliquées au cours de l'année précédant l'élaboration du plan;
c) en l'absence d'application de produits phytopharmaceutiques sur des plantes ornementales ligneuses;
d) en l'absence d'application de produits phytopharmaceutiques sur les plantes ornementales annuelles ou vivaces non ligneuses;
4° le dernier niveau consiste à atteindre la non-utilisation de produits phytopharmaceutiques (" zéro phyto ") sur l'ensemble des espaces publics pour le 31 mai 2019 au plus tard.
Art. 5. De publiekrechtelijke persoon belast met het onderhoud en de bescherming van planten die zich in de openbare ruimten bevinden of voor rekening waarvan dergelijke diensten worden uitgevoerd, bepaalt de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de vermelde doelstellingen te bereiken. Deze maatregelen hebben namelijk betrekking op de opleiding van het personeel en op het ontwerp en de uitvoering van de nieuwe inrichtingen om het onderhoud ervan te beperken en om er elk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verbieden.
Art. 5. La personne de droit public chargée de l'entretien et de la protection des végétaux se trouvant dans les espaces publics ou pour le compte de laquelle ce type de services est effectué fixe les mesures à mettre en oeuvre en vue d'atteindre les objectifs énoncés. Ces mesures ont trait notamment à la formation du personnel et à la conception et la réalisation des nouveaux aménagements de manière à en limiter l'entretien et à y proscrire toute application de produits phytopharmaceutiques.
Art. 6. De publiekrechtelijke persoon belast met het onderhoud en de bescherming van planten die zich in de openbare ruimten bevinden of voor rekening waarvan dergelijke diensten worden uitgevoerd, houdt haar plan en een regelmatige stand van vordering van de uitvoering van de maatregelen om de doelstellingen van dit plan te bereiken, ter beschikking van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst.
Art. 6. La personne de droit public chargée de l'entretien et de la protection des végétaux se trouvant dans les espaces publics ou pour le compte de laquelle ce type de services est effectué tient à disposition de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie son plan et un état d'avancement régulier de la mise en oeuvre des mesures visant à atteindre les objectifs prévus par ce plan.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2014, p. 23822)
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2014, p. 23822)
Art. N1. Annexe 1. - Registre d'utilisation des produits phytopharmaceutiques.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-03-2014, p. 23804)
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-03-2014, p. 23804)
Art. N2. Bijlage 2. - Inventarischfiche van de openbare ruimten
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2014, p. 23823-23828)
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2014, p. 23823-23828)
Art. N2. Annexe 2. - Fiche d'inventaire des espaces publics.
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-03-2014, p. 23805-23810)
(Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 26-03-2014, p. 23805-23810)