§ 2. Vanaf 2013 wordt een jaarlijkse premie van 3.616,84 euro toegekend aan sommige verpleegkundigen werkzaam in de thuisverpleging die houder zijn van een bijzondere beroepstitel, zoals bepaald in de ministeriële besluiten die de erkenningscriteria vastleggen van de titels vermeld in het bovenvermeld koninklijk besluit van 27 september 2006.
§ 3. Om de premie, bepaald in de paragrafen 1 en 2, te genieten moet de verpleegkundige :
a) gedurende het jaar waarop de premie betrekking heeft afdoende geattesteerde verstrekkingen verlenen, vermeld in artikel 8 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
b) in het jaar waarop de premie betrekking heeft, houder zijn van een bijzondere beroepsbekwaamheid of een bijzondere beroepstitel, bepaald in artikel 5.
§ 4. De premie wordt ten vroegste toegekend nadat het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor de ziekte en invaliditeitsverzekering de praktische modaliteiten heeft uitgewerkt.
§ 5. Indien een verpleegkundige voor hetzelfde jaar voldoet aan de voorwaarden voor zowel de premie betreffende de beroepstitel als de premie betreffende de beroepsbekwaamheid binnen hetzelfde domein dan wordt enkel de premie voor de beroepstitel betaald.
[1 § 6. De loontrekkende verpleegkundigen werkzaam in de thuisverpleging die vanaf 1 september 2022 erkend worden door de bevoegde autoriteit voor een bovenvermelde titel of een bekwaamheid hebben geen recht op de premies zoals bedoeld in de paragrafen 1 en 2.
De loontrekkende verpleegkundige werkzaam in de thuisverpleging, die voor 1 september 2022 begunstigde is van de premie bedoeld in de paragrafen 1 en/of 2 en die van werkgever verandert binnen de sector van thuisverpleging, behoudt het recht op de premie voor zover deze de functie van verpleegkundige blijft uitoefenen en niet overstapt naar het IFIC-barema.
§ 7. De premie is niet cumuleerbaar met het specialisatiecomplement zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 17 juli 2022 tot invoering van een specialisatiecomplement en tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 december 2011 betreffende uitvoering van het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep, in bepaalde federale gezondheidssectoren, wat betreft de premies voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden en ongemakkelijke prestaties en het koninklijk besluit van 25 september 2014 betreffende uitvoering van het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep, in de thuisverpleging, wat betreft de premies voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden.
In afwijking van het principe in voorgaand lid, kan de verpleegkundige die tijdens een zelfde referentieperiode zowel rechtgevende prestaties als loontrekkende als rechtgevende prestaties als zelfstandige uitvoert, pro rata de rechtgevende prestaties in de respectievelijke regimes zijn recht uitoefenen op een specialisatiecomplement en op een premie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 25 september 2014 betreffende uitvoering van het attractiviteitsplan voor het verpleegkundig beroep, in de thuisverpleging, wat betreft de premies voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden, voor zover de betreffende toekenningsvoorwaarden zijn gerespecteerd.]1