Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 MEI 2014. - Wet houdende diverse bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-06-2014 en tekstbijwerking tot 22-12-2023)
Titre
15 MAI 2014. - Loi portant des dispositions diverses(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-06-2014 et mise à jour au 22-12-2023)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL 1. - Inleidende bepaling
TITEL 2. - Verjaring
HOOFDSTUK 1. - Werknemers
HOOFDSTUK 2. - Zelfstandigen
TITEL 3. - Informatie voor de werknemers, de ze...
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wetgeving bet...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wetgeving bet...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wetgeving bet...
TITEL 4. - Aanvullend pensioen voor bedrijfslei...
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen met betrekki...
HOOFDSTUK 3. - Verworven reserves, verworven pr...
HOOFDSTUK 4. - Transparantie
Afdeling 1 [1 - Verklaring met de beginselen va...
Afdeling 2. [1 - Algemene bepalingen inzake inf...
Afdeling 3. [1 - Informatie vóór of bij de aans...
Afdeling 4. [1 - Informatie aan de aangeslotene...
Afdeling 5. [1 - Bijkomende informatie aan de r...
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
HOOFDSTUK 6. - Strafbepalingen
HOOFDSTUK 7. - Verjaring
HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding en overgangsbep...
TITEL 5. - Uittreding
TITEL 6. - Het begrip pensioenleeftijd
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de programmawet ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 ap...
TITEL 7. - Andere wijzigingsbepalingen
TITEL 8. - Bepalingen gemeenschappelijk aan de ...
TITEL 9. - Specifieke bepaling voor de bedrijfs...
TITEL 10. - Wijziging van de wetgeving betreffe...
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 15 me...
HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtreding. - Overgangsbep...
TITEL 11. - Wijziging van de wet van 26 mei 200...
TITEL 12. - Belasting over de toegevoegde waard...
Table des matières
TITRE 1er.. - Disposition introductive
TITRE 2. - Prescription
CHAPITRE 1er.. - Salariés
CHAPITRE 2. - Indépendants
TITRE 3. - Information des travailleurs salarié...
CHAPITRE 1er. - Modifications de la législation...
CHAPITRE 2. - Modifications de la législation r...
CHAPITRE 3. - Modifications de la législation r...
TITRE 4. - Pension complémentaire pour dirigean...
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Dispositions générales relatives ...
CHAPITRE 3. - Réserves acquises, prestations ac...
CHAPITRE 4. - Transparence
Section 1re. [1 - Déclaration sur les principes...
Section 2. [1 - Dispositions générales en matiè...
Section 3. [1 - Informations à fournir avant ou...
Section 4. [1 - Informations à fournir aux affi...
Section 5. [1 - Informations supplémentaires à ...
CHAPITRE 5. - Contrôle
CHAPITRE 6. - Dispositions pénales
CHAPITRE 7. - Prescription
CHAPITRE 8. - Entrée en vigueur et dispositions...
TITRE 5. - Sortie
TITRE 6. - Notion d'âge de retraite
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi-program...
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 28 avr...
TITRE 7. - Autres dispositions modificatives
TITRE 8. - Dispositions communes aux titres 3 à 7
TITRE 9. - Disposition spécifique aux réviseurs...
TITRE 10. - Modification de la législation rela...
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 15 m...
CHAPITRE 2. - Entrée en vigueur. - Disposition ...
TITRE 11. - Modification de la loi du 26 mai 20...
TITRE 12. - Taxe sur la valeur ajoutée - Agence...
Tekst (153)
Texte (153)
TITEL 1. - Inleidende bepaling
TITRE 1er.. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er.. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Verjaring
TITRE 2. - Prescription
HOOFDSTUK 1. - Werknemers
CHAPITRE 1er.. - Salariés
Art. 2. In de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid wordt artikel 55 vervangen als volgt :
"Art. 55. Alle rechtsvorderingen tussen een werknemer en/of een aangeslotene, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde werknemer of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen.
De verjaring loopt evenmin tegen de werknemer, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden.
De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht."
"Art. 55. Alle rechtsvorderingen tussen een werknemer en/of een aangeslotene, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde werknemer of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen.
De verjaring loopt evenmin tegen de werknemer, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden.
De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht."
Art. 2. Dans la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, l'article 55 est remplacé par ce qui suit :
"Art. 55. Toutes les actions entre un travailleur et/ou un affilié, d'une part, et un organisateur et/ou un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le travailleur ou l'affilié lésé a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit de l'évènement qui donne ouverture à l'action soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
Toutes les actions entre un bénéficiaire, d'une part, et un organisateur et/ou un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le bénéficiaire a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit à la fois de l'existence de la pension complémentaire, de sa qualité de bénéficiaire et de la survenance de l'évènement duquel dépend l'exigibilité des prestations, soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
La prescription ne court pas contre les mineurs, les interdits et autres incapables.
La prescription ne court pas non plus contre le travailleur, l'affilié ou le bénéficiaire qui se trouve par force majeure dans l'impossibilité d'agir dans le délai de prescription précité.
Les dispositions du présent article sont impératives."
"Art. 55. Toutes les actions entre un travailleur et/ou un affilié, d'une part, et un organisateur et/ou un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le travailleur ou l'affilié lésé a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit de l'évènement qui donne ouverture à l'action soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
Toutes les actions entre un bénéficiaire, d'une part, et un organisateur et/ou un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le bénéficiaire a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit à la fois de l'existence de la pension complémentaire, de sa qualité de bénéficiaire et de la survenance de l'évènement duquel dépend l'exigibilité des prestations, soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
La prescription ne court pas contre les mineurs, les interdits et autres incapables.
La prescription ne court pas non plus contre le travailleur, l'affilié ou le bénéficiaire qui se trouve par force majeure dans l'impossibilité d'agir dans le délai de prescription précité.
Les dispositions du présent article sont impératives."
Art. 3. De nieuwe verjaringstermijnen waarin artikel 2 voorziet, beginnen slechts te lopen vanaf de inwerkingtreding van artikel 2, wanneer de vordering voordien is ontstaan. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer zijn dan de duur van de oorspronkelijke verjaringstermijn vanaf het feit dat de vordering doet ontstaan.
Art. 3. Les nouveaux délais de prescription institués par l'article 2 ne commencent à courir qu'à partir de son entrée en vigueur, lorsque l'action a pris naissance avant celle-ci. Toutefois, la durée totale du délai de prescription ne peut dépasser la durée du délai de prescription originel à compter du fait générateur de l'action.
Art. 4. De inwerkingtreding van artikel 2 kan niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen voor vorderingen die reeds verjaard zijn.
Art. 4. L'entrée en vigueur de l'article 2 ne peut avoir pour effet de faire courir un nouveau délai de prescription pour les actions déjà prescrites.
HOOFDSTUK 2. - Zelfstandigen
CHAPITRE 2. - Indépendants
Art. 5. In Titel II, hoofdstuk 1, afdeling 4, van de programmawet (I) van 24 december 2002 wordt een onderafdeling 8/1 ingevoegd die als volgt luidt : "Verjaring".
Art. 5. Sous le titre II, chapitre 1er, section 4, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, est insérée une sous-section 8/1 intitulée "Prescription".
Art. 6. In onderafdeling 8/1 van dezelfde wet zoals ingevoegd bij artikel 5 wordt een artikel 62/1 ingevoegd dat als volgt luidt :
"Art. 62/1. Alle rechtsvorderingen tussen een zelfstandige en/of een aangeslotene, enerzijds, en een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde zelfstandige of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen.
De verjaring loopt evenmin tegen de zelfstandige, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden.
De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht."
"Art. 62/1. Alle rechtsvorderingen tussen een zelfstandige en/of een aangeslotene, enerzijds, en een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde zelfstandige of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen.
De verjaring loopt evenmin tegen de zelfstandige, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden.
De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht."
Art. 6. Dans la sous-section 8/1 insérée par l'article 5, il est inséré un article 62/1 rédigé comme suit :
"Art. 62/1. Toutes les actions entre un travailleur indépendant et/ou un affilié, d'une part, et un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le travailleur indépendant ou l'affilié lésé a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit de l'évènement qui donne ouverture à l'action soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
Toutes les actions entre un bénéficiaire, d'une part, et un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le bénéficiaire a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit à la fois de l'existence de la pension complémentaire, de sa qualité de bénéficiaire et de la survenance de l'évènement duquel dépend l'exigibilité des prestations, soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
La prescription ne court pas contre les mineurs, les interdits et autres incapables.
La prescription ne court pas non plus contre le travailleur indépendant, l'affilié ou le bénéficiaire qui se trouve par force majeure dans l'impossibilité d'agir dans le délai de prescription précité.
Les dispositions du présent article sont impératives."
"Art. 62/1. Toutes les actions entre un travailleur indépendant et/ou un affilié, d'une part, et un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le travailleur indépendant ou l'affilié lésé a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit de l'évènement qui donne ouverture à l'action soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
Toutes les actions entre un bénéficiaire, d'une part, et un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le bénéficiaire a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit à la fois de l'existence de la pension complémentaire, de sa qualité de bénéficiaire et de la survenance de l'évènement duquel dépend l'exigibilité des prestations, soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
La prescription ne court pas contre les mineurs, les interdits et autres incapables.
La prescription ne court pas non plus contre le travailleur indépendant, l'affilié ou le bénéficiaire qui se trouve par force majeure dans l'impossibilité d'agir dans le délai de prescription précité.
Les dispositions du présent article sont impératives."
Art. 7. De nieuwe verjaringstermijnen waarin artikel 6 voorziet, beginnen slechts te lopen vanaf de inwerkingtreding van artikel 6, wanneer de vordering voordien is ontstaan. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer zijn dan de duur van de oorspronkelijke verjaringstermijn vanaf het feit dat de vordering doet ontstaan.
Art. 7. Les nouveaux délais de prescription institués par l'article 6 ne commencent à courir qu'à partir de son entrée en vigueur, lorsque l'action a pris naissance avant celle-ci. Toutefois, la durée totale du délai de prescription ne peut dépasser la durée du délai de prescription originel à compter du fait générateur de l'action.
Art. 8. De inwerkingtreding van artikel 6 kan niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen voor vorderingen die reeds verjaard zijn.
Art. 8. L'entrée en vigueur de l'article 6 ne peut avoir pour effet de faire courir un nouveau délai de prescription pour les actions déjà prescrites.
TITEL 3. - Informatie voor de werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren over gegevens betreffende aanvullende pensioenen
TITRE 3. - Information des travailleurs salariés, indépendants et fonctionnaires sur des données relatives aux pensions complémentaires
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de gegevensbank "Opbouw aanvullende pensioenen"
CHAPITRE 1er. - Modifications de la législation relative à la banque de données "Constitution de pensions complémentaires"
Art. 9. In Titel XI van de programmawet (I) van 27 december 2006 wordt het opschrift van hoofdstuk VII als volgt vervangen :
"Hoofdstuk VII. - Oprichting van een gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen en de informatie voor de werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren over gegevens betreffende aanvullende pensioenen".
"Hoofdstuk VII. - Oprichting van een gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen en de informatie voor de werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren over gegevens betreffende aanvullende pensioenen".
Art. 9. Dans la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, titre XI, l'intitulé du chapitre VII est remplacé par ce qui suit :
"Chapitre VII. - Création d'une banque de données relatives aux pensions complémentaires et information des travailleurs salariés, indépendants et fonctionnaires sur des données relatives aux pensions complémentaires".
"Chapitre VII. - Création d'une banque de données relatives aux pensions complémentaires et information des travailleurs salariés, indépendants et fonctionnaires sur des données relatives aux pensions complémentaires".
Art. 10. In titel XI, hoofdstuk VII, van dezelfde wet wordt het opschrift van Afdeling 1 als volgt vervangen "Definities".
Art. 10. Dans la même loi, au titre XI, chapitre VII, l'intitulé de la section 1re est remplacé par ce qui suit "Définitions".
Art. 11. Artikel 305 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 305. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° DB2P : de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen;
2° WAP : de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
3° WAPZ : afdeling 4 van hoofdstuk 1 van titel II van de programmawet (I) van 24 december 2002;
4° WAP bedrijfsleider : titel IV van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen;
5° aanvullend pensioen : het aanvullend pensioen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, van de WAP, in artikel 42, 1°, van de WAPZ of in artikel 35, 1°, van de WAP bedrijfsleider evenals ieder Belgisch en buitenlands voordeel dat bedoeld is als aanvulling op het wettelijk pensioen, dat niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider maar toegekend wordt aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar, op grond van wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document;
6° pensioentoezegging : de toezegging van een aanvullend pensioen door een inrichter aan één of meerdere werknemers, zelfstandigen of ambtenaren en/of hun rechthebbenden;
7° inrichter : de inrichter zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de WAP, in artikel 35, 5°, van de WAP bedrijfsleider, de zelfstandige die een pensioenovereenkomst afsluit in uitvoering van de WAPZ evenals iedere natuurlijke of rechtspersoon of iedere entiteit die een aanvullend pensioen toekent aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar terwijl dit aanvullend pensioen niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider;
8° pensioeninstelling : de pensioeninstellingen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 16°, van de WAP, in artikel 42, 2°, van de WAPZ of in artikel 35, 12°, van de WAP bedrijfsleider evenals iedere instelling die belast wordt met de uitvoering van een pensioentoezegging die niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider;
9° solidariteitsinstelling : de rechtspersoon die belast wordt met de uitvoering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in hoofdstuk IX van Titel II van de WAP en de inrichter van een solidariteitsstelsel zoals bedoeld in artikel 56 van de WAPZ;
10° verworven reserves : de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 13°, van de WAP, de reserves die voortvloeien uit de overdracht van de reserves zoals bedoeld in artikel 32, § 1, 1°, 2°, 3° b), van de WAP, de reserves die voortvloeien uit de toepassing van artikel 33 van de WAP, de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 42, 8°, van de WAPZ, de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 35, 10°, van de WAP bedrijfsleider evenals de reserves waarop een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar recht heeft ingevolge een andere wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document, in voorkomend geval middels de naleving van bepaalde voorwaarden;
11° verworven prestaties : de verworven prestaties zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 12°, van de WAP, in artikel 42, 8° /1, van de WAPZ of in artikel 35, 11°, van de WAP bedrijfsleider evenals de prestaties waarop een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar op de pensioenleeftijd aanspraak kan maken ingevolge een andere wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document, in voorkomend geval middels de naleving van bepaalde voorwaarden;
12° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die wordt vermeld in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst evenals de pensioenleeftijd die voortvloeit uit een wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document;
13° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, ingesteld door artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
"Art. 305. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° DB2P : de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen;
2° WAP : de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
3° WAPZ : afdeling 4 van hoofdstuk 1 van titel II van de programmawet (I) van 24 december 2002;
4° WAP bedrijfsleider : titel IV van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen;
5° aanvullend pensioen : het aanvullend pensioen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, van de WAP, in artikel 42, 1°, van de WAPZ of in artikel 35, 1°, van de WAP bedrijfsleider evenals ieder Belgisch en buitenlands voordeel dat bedoeld is als aanvulling op het wettelijk pensioen, dat niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider maar toegekend wordt aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar, op grond van wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document;
6° pensioentoezegging : de toezegging van een aanvullend pensioen door een inrichter aan één of meerdere werknemers, zelfstandigen of ambtenaren en/of hun rechthebbenden;
7° inrichter : de inrichter zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de WAP, in artikel 35, 5°, van de WAP bedrijfsleider, de zelfstandige die een pensioenovereenkomst afsluit in uitvoering van de WAPZ evenals iedere natuurlijke of rechtspersoon of iedere entiteit die een aanvullend pensioen toekent aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar terwijl dit aanvullend pensioen niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider;
8° pensioeninstelling : de pensioeninstellingen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 16°, van de WAP, in artikel 42, 2°, van de WAPZ of in artikel 35, 12°, van de WAP bedrijfsleider evenals iedere instelling die belast wordt met de uitvoering van een pensioentoezegging die niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider;
9° solidariteitsinstelling : de rechtspersoon die belast wordt met de uitvoering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in hoofdstuk IX van Titel II van de WAP en de inrichter van een solidariteitsstelsel zoals bedoeld in artikel 56 van de WAPZ;
10° verworven reserves : de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 13°, van de WAP, de reserves die voortvloeien uit de overdracht van de reserves zoals bedoeld in artikel 32, § 1, 1°, 2°, 3° b), van de WAP, de reserves die voortvloeien uit de toepassing van artikel 33 van de WAP, de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 42, 8°, van de WAPZ, de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 35, 10°, van de WAP bedrijfsleider evenals de reserves waarop een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar recht heeft ingevolge een andere wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document, in voorkomend geval middels de naleving van bepaalde voorwaarden;
11° verworven prestaties : de verworven prestaties zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 12°, van de WAP, in artikel 42, 8° /1, van de WAPZ of in artikel 35, 11°, van de WAP bedrijfsleider evenals de prestaties waarop een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar op de pensioenleeftijd aanspraak kan maken ingevolge een andere wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document, in voorkomend geval middels de naleving van bepaalde voorwaarden;
12° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die wordt vermeld in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst evenals de pensioenleeftijd die voortvloeit uit een wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document;
13° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, ingesteld door artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
Art. 11. L'article 305 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 305. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° DB2P : la banque de données relatives aux pensions complémentaires;
2° LPC : la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale;
3° LPCI : la section 4, du chapitre I, du titre II de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002;
4° LPC dirigeant d'entreprise : le titre IV de la loi du 15 mai 2014 portant des dispositions diverses;
5° pension complémentaire : la pension complémentaire visée à l'article 3, § 1er, 1°, de la LPC, à l'article 42, 1°, de la LPCI, à l'article 35, 1°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que tout avantage belge ou étranger, destiné à compléter la pension légale, non visé par la LPC, la LPCI ou la LPC dirigeant d'entreprise mais octroyé en vertu d'autres dispositions légales, réglementaires ou statutaires, un contrat de travail, un règlement de travail, une convention collective de travail, une convention individuelle ou tout autre document à un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire;
6° engagement de pension : l'engagement d'un organisateur de constituer une pension complémentaire au profit d'un ou plusieurs travailleurs salariés, indépendants ou fonctionnaires et/ou de ses ayants droit;
7° organisateur : l'organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la LPC, à l'article 35, 5°, de la LPC dirigeant d'entreprise, le travailleur indépendant qui souscrit une convention de pension en application de la LPCI ainsi que toute personne physique, morale ou autre entité qui octroie une pension complémentaire non visée par la LPC, la LPCI ou la LPC dirigeant d'entreprise à un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire;
8° organisme de pension : les organismes de pension visés respectivement à l'article 3, § 1er, 16°, de la LPC, à l'article 42, 2°, de la LPCI et à l'article 35, 12°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que tout autre organisme chargé de l'exécution d'un engagement de pension non visé par la LPC, la LPCI ou la LPC dirigeant d'entreprise;
9° organisme de solidarité : la personne morale chargée de l'exécution d'un engagement de solidarité tel que visé au Chapitre IX du Titre II de la LPC et l'organisateur d'un régime de solidarité tel que visé à l'article 56 de la LPCI;
10° réserves acquises : les réserves acquises visées à l'article 3, § 1er, 13°, de la LPC, les réserves qui résultent du transfert des réserves visées à l'article 32, § 1er, 1°, 2°, 3° b), de la LPC, les réserves qui résultent de l'application de l'article 33 de la LPC, les réserves acquises visées à l'article 42, 8°, de la LPCI, les réserves acquises visées à l'article 35, 10°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que les réserves auxquelles un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire a droit, le cas échéant moyennant le respect de conditions, à un moment donné conformément à d'autres dispositions légales, réglementaires ou statutaires, à un contrat de travail, un règlement de travail, une convention collective de travail, une convention individuelle ou tout autre document;
11° prestations acquises : les prestations acquises visées à l'article 3, § 1er, 12°, de la LPC, à l'article 42, 8° /1, de la LPCI et les prestations acquises visées à l'article 35, 11°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que les prestations auxquelles un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire peut, le cas échéant, moyennant le respect de conditions, prétendre à l'âge de retraite, conformément à d'autres dispositions légales, réglementaires ou statutaires, à un contrat de travail, un règlement de travail, une convention collective de travail, une convention individuelle ou tout autre document;
12° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans le règlement de pension, la convention de pension ou tel qu'il résulte des dispositions légales, réglementaires ou statutaires, d'un contrat de travail, d'un règlement de travail, d'une convention collective de travail, d'une convention individuelle ou de tout autre document;
13° FSMA : l'Autorité des services et marchés financiers, instituée par l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.
"Art. 305. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° DB2P : la banque de données relatives aux pensions complémentaires;
2° LPC : la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale;
3° LPCI : la section 4, du chapitre I, du titre II de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002;
4° LPC dirigeant d'entreprise : le titre IV de la loi du 15 mai 2014 portant des dispositions diverses;
5° pension complémentaire : la pension complémentaire visée à l'article 3, § 1er, 1°, de la LPC, à l'article 42, 1°, de la LPCI, à l'article 35, 1°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que tout avantage belge ou étranger, destiné à compléter la pension légale, non visé par la LPC, la LPCI ou la LPC dirigeant d'entreprise mais octroyé en vertu d'autres dispositions légales, réglementaires ou statutaires, un contrat de travail, un règlement de travail, une convention collective de travail, une convention individuelle ou tout autre document à un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire;
6° engagement de pension : l'engagement d'un organisateur de constituer une pension complémentaire au profit d'un ou plusieurs travailleurs salariés, indépendants ou fonctionnaires et/ou de ses ayants droit;
7° organisateur : l'organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la LPC, à l'article 35, 5°, de la LPC dirigeant d'entreprise, le travailleur indépendant qui souscrit une convention de pension en application de la LPCI ainsi que toute personne physique, morale ou autre entité qui octroie une pension complémentaire non visée par la LPC, la LPCI ou la LPC dirigeant d'entreprise à un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire;
8° organisme de pension : les organismes de pension visés respectivement à l'article 3, § 1er, 16°, de la LPC, à l'article 42, 2°, de la LPCI et à l'article 35, 12°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que tout autre organisme chargé de l'exécution d'un engagement de pension non visé par la LPC, la LPCI ou la LPC dirigeant d'entreprise;
9° organisme de solidarité : la personne morale chargée de l'exécution d'un engagement de solidarité tel que visé au Chapitre IX du Titre II de la LPC et l'organisateur d'un régime de solidarité tel que visé à l'article 56 de la LPCI;
10° réserves acquises : les réserves acquises visées à l'article 3, § 1er, 13°, de la LPC, les réserves qui résultent du transfert des réserves visées à l'article 32, § 1er, 1°, 2°, 3° b), de la LPC, les réserves qui résultent de l'application de l'article 33 de la LPC, les réserves acquises visées à l'article 42, 8°, de la LPCI, les réserves acquises visées à l'article 35, 10°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que les réserves auxquelles un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire a droit, le cas échéant moyennant le respect de conditions, à un moment donné conformément à d'autres dispositions légales, réglementaires ou statutaires, à un contrat de travail, un règlement de travail, une convention collective de travail, une convention individuelle ou tout autre document;
11° prestations acquises : les prestations acquises visées à l'article 3, § 1er, 12°, de la LPC, à l'article 42, 8° /1, de la LPCI et les prestations acquises visées à l'article 35, 11°, de la LPC dirigeant d'entreprise ainsi que les prestations auxquelles un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire peut, le cas échéant, moyennant le respect de conditions, prétendre à l'âge de retraite, conformément à d'autres dispositions légales, réglementaires ou statutaires, à un contrat de travail, un règlement de travail, une convention collective de travail, une convention individuelle ou tout autre document;
12° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans le règlement de pension, la convention de pension ou tel qu'il résulte des dispositions légales, réglementaires ou statutaires, d'un contrat de travail, d'un règlement de travail, d'une convention collective de travail, d'une convention individuelle ou de tout autre document;
13° FSMA : l'Autorité des services et marchés financiers, instituée par l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.
Art. 12. In hoofdstuk VII van titel XI van dezelfde wet wordt afdeling 2 afdeling 4.
Art. 12. Dans le chapitre VII du titre XI de la même loi, la section 2 devient la section 4.
Art. 13. In titel XI, hoofdstuk VII, van dezelfde wet wordt na artikel 305 een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen", die artikel 306 bevat.
Art. 13. Dans le titre XI, chapitre VII, de la même loi, il est inséré après l'article 305 une section 2 intitulée "Banque de données relatives aux pensions complémentaires", comprenant l'article 306.
Art. 14. Artikel 306 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
"Art. 306. § 1. Er wordt een gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht die DB2P wordt genoemd en die gegevens bevat betreffende aanvullende pensioenen, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de realisatie van de in § 2 vermelde doelstellingen.
Het vorige lid is eveneens van toepassing op de solidariteitstoezeggingen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 17°, van de WAP en de solidariteitsstelsels zoals bedoeld in artikel 42, 9°, van de WAPZ.
De Koning bepaalt, na advies van de FSMA, de lijst van de in het eerste lid vermelde gegevens die aan DB2P moeten worden meegedeeld.
§ 2. Onverminderd de toepassing van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid en haar uitvoeringsbesluiten, verzamelt DB2P alle nuttige gegevens die meegedeeld worden door de pensioeninstellingen, de solidariteitsinstellingen of de inrichters met het oog op de volgende doeleinden :
1° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor werknemers, vervat in de WAP en haar uitvoeringsbesluiten;
2° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen, vervat in de WAPZ en haar uitvoeringsbesluiten;
3° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor zelfstandige bedrijfsleiders, vervat in de WAP bedrijfsleider en haar uitvoeringsbesluiten;
4° de toepassing, door de terzake bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de artikelen 59 en 60 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de artikelen 34 en 35 van het koninklijk besluit tot uitvoering van dit Wetboek;
5° de informatieverplichtingen zoals bedoeld in afdeling 3;
6° de informatieverplichtingen die worden overgenomen door de VZW SiGeDiS op grond van artikel 26, § 6, van de WAP, artikel 48, § 4, van de WAPZ en artikel 39, § 5, van de WAP bedrijfsleider;
7° de inning alsook de controle van de inning door de inningsinstellingen van de bijzondere bijdrage bedoeld in artikel 38, § 3ter, eerste lid, § 3duodecies en § 3terdecies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
8° de inning alsook de controle van de naleving door het Rijksinstituut voor de sociale verzekering der zelfstandigen van de bijzondere bijdrage bedoeld in titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 2, van de programmawet van 22 juni 2012.
DB2P is toegankelijk voor de overheidsinstellingen die belast zijn met de controle van de wetgeving bedoeld in 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° voor zover nodig voor de uitvoering van deze taken.
De gegevens uit DB2P kunnen tevens worden aangewend voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden en voor beleidsvoorbereidende doeleinden.
§ 3. De gegevens meegedeeld aan DB2P gelden, tot bewijs van het tegendeel, als bewijs lastens de inrichter, de werkgever, de pensioeninstelling of de solidariteitsinstelling. Het tegenbewijs kan geleverd worden overeenkomstig de bewijsregels die gelden in de juridische context waarbinnen de gegevens worden gebruikt.
De gegevens in DB2P kunnen worden gewijzigd in de gevallen, binnen de termijnen en overeenkomstig de nadere regels bepaald door de Koning.
§ 4. Als een belastingplichtige ten gevolge van de niet-naleving van de voorwaarde vervat in artikel 59, § 1, eerste lid, 5°, of artikel 60, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 door toedoen van de verantwoordelijke voor de aangifte een recht op aftrek als beroepskost verliest, dan kan hij deze schade verhalen op de betrokken verantwoordelijke voor de aangifte. Indien de schade geheel of gedeeltelijk het gevolg is van zijn eigen daden of nalatigheid, wordt de aansprakelijkheid verhoudingsgewijs verdeeld tussen de belastingplichtige en de verantwoordelijke voor de aangifte.
§ 5. De artikelen 14 en 15 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid zijn van toepassing op de mededeling van persoonsgegevens aan en uit DB2P.
§ 6. DB2P wordt beheerd door de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
"Art. 306. § 1. Er wordt een gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht die DB2P wordt genoemd en die gegevens bevat betreffende aanvullende pensioenen, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de realisatie van de in § 2 vermelde doelstellingen.
Het vorige lid is eveneens van toepassing op de solidariteitstoezeggingen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 17°, van de WAP en de solidariteitsstelsels zoals bedoeld in artikel 42, 9°, van de WAPZ.
De Koning bepaalt, na advies van de FSMA, de lijst van de in het eerste lid vermelde gegevens die aan DB2P moeten worden meegedeeld.
§ 2. Onverminderd de toepassing van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid en haar uitvoeringsbesluiten, verzamelt DB2P alle nuttige gegevens die meegedeeld worden door de pensioeninstellingen, de solidariteitsinstellingen of de inrichters met het oog op de volgende doeleinden :
1° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor werknemers, vervat in de WAP en haar uitvoeringsbesluiten;
2° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen, vervat in de WAPZ en haar uitvoeringsbesluiten;
3° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor zelfstandige bedrijfsleiders, vervat in de WAP bedrijfsleider en haar uitvoeringsbesluiten;
4° de toepassing, door de terzake bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de artikelen 59 en 60 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de artikelen 34 en 35 van het koninklijk besluit tot uitvoering van dit Wetboek;
5° de informatieverplichtingen zoals bedoeld in afdeling 3;
6° de informatieverplichtingen die worden overgenomen door de VZW SiGeDiS op grond van artikel 26, § 6, van de WAP, artikel 48, § 4, van de WAPZ en artikel 39, § 5, van de WAP bedrijfsleider;
7° de inning alsook de controle van de inning door de inningsinstellingen van de bijzondere bijdrage bedoeld in artikel 38, § 3ter, eerste lid, § 3duodecies en § 3terdecies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
8° de inning alsook de controle van de naleving door het Rijksinstituut voor de sociale verzekering der zelfstandigen van de bijzondere bijdrage bedoeld in titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 2, van de programmawet van 22 juni 2012.
DB2P is toegankelijk voor de overheidsinstellingen die belast zijn met de controle van de wetgeving bedoeld in 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° voor zover nodig voor de uitvoering van deze taken.
De gegevens uit DB2P kunnen tevens worden aangewend voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden en voor beleidsvoorbereidende doeleinden.
§ 3. De gegevens meegedeeld aan DB2P gelden, tot bewijs van het tegendeel, als bewijs lastens de inrichter, de werkgever, de pensioeninstelling of de solidariteitsinstelling. Het tegenbewijs kan geleverd worden overeenkomstig de bewijsregels die gelden in de juridische context waarbinnen de gegevens worden gebruikt.
De gegevens in DB2P kunnen worden gewijzigd in de gevallen, binnen de termijnen en overeenkomstig de nadere regels bepaald door de Koning.
§ 4. Als een belastingplichtige ten gevolge van de niet-naleving van de voorwaarde vervat in artikel 59, § 1, eerste lid, 5°, of artikel 60, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 door toedoen van de verantwoordelijke voor de aangifte een recht op aftrek als beroepskost verliest, dan kan hij deze schade verhalen op de betrokken verantwoordelijke voor de aangifte. Indien de schade geheel of gedeeltelijk het gevolg is van zijn eigen daden of nalatigheid, wordt de aansprakelijkheid verhoudingsgewijs verdeeld tussen de belastingplichtige en de verantwoordelijke voor de aangifte.
§ 5. De artikelen 14 en 15 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid zijn van toepassing op de mededeling van persoonsgegevens aan en uit DB2P.
§ 6. DB2P wordt beheerd door de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
Art. 14. L'article 306 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
"Art. 306. § 1er. Il est créé une banque de données relatives aux pensions complémentaires DB2P qui reprend des données relatives aux pensions complémentaires, pour autant que ces données soient nécessaires pour la réalisation des fins mentionnées au § 2.
L'alinéa précédent s'applique aussi aux engagements de solidarité tels que visés à l'article 3, § 1er, 17°, de la LPC et aux régimes de solidarité tels que visés à l'article 42, 9°, de la LPCI.
Le Roi détermine, après avis de la FSMA, la liste des données indiquées à l'alinéa 1er qui doivent être communiquées à DB2P.
§ 2. Sans préjudice de l'application de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale et de ses arrêtés d'exécution, DB2P rassemble toutes les données utiles qui sont communiquées par les organismes de pension, par les organismes de solidarité ou par les organisateurs aux fins suivantes :
1° l'application, par la FSMA ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des dispositions relatives aux pensions complémentaires pour travailleurs salariés, contenues dans la LPC et ses arrêtés d'exécution;
2° l'application, par la FSMA ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des dispositions relatives aux pensions complémentaires pour indépendants, contenues dans la LPCI et ses arrêtés d'exécution;
3° l'application par la FSMA ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des dispositions relatives aux pensions complémentaires pour indépendants dirigeants d'entreprise, contenues dans la LPC dirigeant d'entreprise et ses arrêtés d'exécution;
4° l'application, par les services concernés du Service public fédéral des Finances ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des articles 59 et 60 du Code des impôts sur les revenus 1992 et des articles 34 et 35 de l'arrêté royal portant exécution de ce Code;
5° Les obligations en matière d'information visées à la section 3;
6° les obligations en matière d'information qui ont été reprises par l'ASBL SiGeDiS en vertu de l'article 26, § 6, de la LPC, de l'article 48, § 4, de la LPCI et de l'article 39, § 5, de la LPC dirigeant d'entreprise;
7° la perception ainsi que le contrôle de la perception par les organismes de perception de la cotisation spéciale visée à l'article 38, § 3ter, alinéa 1er, § 3duodecies et § 3terdecies, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés;
8° la perception ainsi que le contrôle de l'application par l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants de la cotisation spéciale visée au titre 6, chapitre 1er, section 2, de la loi-programme du 22 juin 2012.
DB2P est accessible aux institutions publiques qui sont chargées du contrôle de la législation mentionnée en 1°, 2°, 3°, 4°, 7° et 8° pour autant que cela soit nécessaire à l'exécution de ces tâches.
Les informations contenues dans DB2P peuvent également servir à des fins historiques, statistiques ou scientifiques et à des fins de préparation de la politique.
§ 3. Les informations communiquées à DB2P font foi, jusqu'à preuve du contraire, à charge de l'organisateur, de l'employeur, de l'organisme de pension ou de l'organisme de solidarité. La preuve du contraire peut être fournie conformément au régime de preuve en vigueur dans le contexte juridique dans lequel les données sont utilisées.
Les informations de DB2P peuvent être modifiées dans les cas, dans les délais et selon les modalités déterminées par le Roi.
§ 4. Si un contribuable perd le droit à la déduction au titre de frais professionnel suite au non-respect de la condition contenue à l'article 59, § 1er, alinéa 1er, 5°, ou à l'article 60, 3°, du Code des impôts sur les revenus 1992 par le responsable de la déclaration, il peut réclamer l'indemnisation de ce préjudice au responsable de la déclaration concerné. Si le préjudice résulte partiellement ou totalement de son propre fait ou de sa propre négligence, la responsabilité est répartie proportionnellement entre le contribuable et le responsable de la déclaration.
§ 5. Les articles 14 et 15 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale s'appliquent à la communication d'informations personnelles à et de DB2P.
§ 6. DB2P est gérée par l'ASBL SiGeDiS, créée conformément à l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.
"Art. 306. § 1er. Il est créé une banque de données relatives aux pensions complémentaires DB2P qui reprend des données relatives aux pensions complémentaires, pour autant que ces données soient nécessaires pour la réalisation des fins mentionnées au § 2.
L'alinéa précédent s'applique aussi aux engagements de solidarité tels que visés à l'article 3, § 1er, 17°, de la LPC et aux régimes de solidarité tels que visés à l'article 42, 9°, de la LPCI.
Le Roi détermine, après avis de la FSMA, la liste des données indiquées à l'alinéa 1er qui doivent être communiquées à DB2P.
§ 2. Sans préjudice de l'application de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale et de ses arrêtés d'exécution, DB2P rassemble toutes les données utiles qui sont communiquées par les organismes de pension, par les organismes de solidarité ou par les organisateurs aux fins suivantes :
1° l'application, par la FSMA ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des dispositions relatives aux pensions complémentaires pour travailleurs salariés, contenues dans la LPC et ses arrêtés d'exécution;
2° l'application, par la FSMA ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des dispositions relatives aux pensions complémentaires pour indépendants, contenues dans la LPCI et ses arrêtés d'exécution;
3° l'application par la FSMA ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des dispositions relatives aux pensions complémentaires pour indépendants dirigeants d'entreprise, contenues dans la LPC dirigeant d'entreprise et ses arrêtés d'exécution;
4° l'application, par les services concernés du Service public fédéral des Finances ou d'autres institutions ayant reçu délégation, des articles 59 et 60 du Code des impôts sur les revenus 1992 et des articles 34 et 35 de l'arrêté royal portant exécution de ce Code;
5° Les obligations en matière d'information visées à la section 3;
6° les obligations en matière d'information qui ont été reprises par l'ASBL SiGeDiS en vertu de l'article 26, § 6, de la LPC, de l'article 48, § 4, de la LPCI et de l'article 39, § 5, de la LPC dirigeant d'entreprise;
7° la perception ainsi que le contrôle de la perception par les organismes de perception de la cotisation spéciale visée à l'article 38, § 3ter, alinéa 1er, § 3duodecies et § 3terdecies, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés;
8° la perception ainsi que le contrôle de l'application par l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants de la cotisation spéciale visée au titre 6, chapitre 1er, section 2, de la loi-programme du 22 juin 2012.
DB2P est accessible aux institutions publiques qui sont chargées du contrôle de la législation mentionnée en 1°, 2°, 3°, 4°, 7° et 8° pour autant que cela soit nécessaire à l'exécution de ces tâches.
Les informations contenues dans DB2P peuvent également servir à des fins historiques, statistiques ou scientifiques et à des fins de préparation de la politique.
§ 3. Les informations communiquées à DB2P font foi, jusqu'à preuve du contraire, à charge de l'organisateur, de l'employeur, de l'organisme de pension ou de l'organisme de solidarité. La preuve du contraire peut être fournie conformément au régime de preuve en vigueur dans le contexte juridique dans lequel les données sont utilisées.
Les informations de DB2P peuvent être modifiées dans les cas, dans les délais et selon les modalités déterminées par le Roi.
§ 4. Si un contribuable perd le droit à la déduction au titre de frais professionnel suite au non-respect de la condition contenue à l'article 59, § 1er, alinéa 1er, 5°, ou à l'article 60, 3°, du Code des impôts sur les revenus 1992 par le responsable de la déclaration, il peut réclamer l'indemnisation de ce préjudice au responsable de la déclaration concerné. Si le préjudice résulte partiellement ou totalement de son propre fait ou de sa propre négligence, la responsabilité est répartie proportionnellement entre le contribuable et le responsable de la déclaration.
§ 5. Les articles 14 et 15 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la sécurité sociale s'appliquent à la communication d'informations personnelles à et de DB2P.
§ 6. DB2P est gérée par l'ASBL SiGeDiS, créée conformément à l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.
Art. 15. In hoofdstuk VII van titel XI van dezelfde wet wordt na artikel 306 een afdeling 3 ingevoegd, luidende : "Informatie voor de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar over gegevens betreffende de aanvullende pensioenen."
Art. 15. Dans le chapitre VII du titre XI de la même loi, il est inséré après l'article 306, une section 3 intitulée : "Information du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire sur des données relatives aux pensions complémentaires."
Art. 16. In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 15 wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende : "Algemene bepalingen".
Art. 16. Dans la section 3 insérée par l'article 15, il est inséré une sous-section 1 intitulée : "Dispositions générales".
Art. 17. In onderafdeling 1 ingevoegd bij artikel 16 wordt een artikel 306/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/1. De werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren hebben in DB2P toegang tot gegevens betreffende hun aanvullend(e) pensioen(en) op de wijze zoals omschreven in de artikelen 306/2 tot 306/8. Ze kunnen ten laatste op 31 december 2016 voor de eerste maal deze gegevens raadplegen.
Voor de toepassing van deze afdeling worden onder werknemer, zelfstandige of ambtenaar ook de voormalige werknemer, zelfstandige of ambtenaar verstaan.
Deze gegevens worden minstens één maal per jaar geactualiseerd. De opeenvolgende geactualiseerde gegevens blijven raadpleegbaar.
De werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar kan zijn gegevens raadplegen via een beveiligde webtoepassing die beantwoordt aan de standaarden van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en die wordt ontwikkeld en beheerd door de VZW SiGeDiS."
"Art. 306/1. De werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren hebben in DB2P toegang tot gegevens betreffende hun aanvullend(e) pensioen(en) op de wijze zoals omschreven in de artikelen 306/2 tot 306/8. Ze kunnen ten laatste op 31 december 2016 voor de eerste maal deze gegevens raadplegen.
Voor de toepassing van deze afdeling worden onder werknemer, zelfstandige of ambtenaar ook de voormalige werknemer, zelfstandige of ambtenaar verstaan.
Deze gegevens worden minstens één maal per jaar geactualiseerd. De opeenvolgende geactualiseerde gegevens blijven raadpleegbaar.
De werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar kan zijn gegevens raadplegen via een beveiligde webtoepassing die beantwoordt aan de standaarden van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en die wordt ontwikkeld en beheerd door de VZW SiGeDiS."
Art. 17. Dans la sous-section 1re insérée par l'article 16, il est inséré un article 306/1 rédigé comme suit :
"Art. 306/1. Les travailleurs salariés, indépendants ou fonctionnaires ont accès dans DB2P à des données relatives à leur(s) pension(s) complémentaire(s) selon les modalités fixées par les articles 306/2 à 306/8. Ils peuvent consulter pour la 1re fois ces données au plus tard le 31 décembre 2016.
Pour l'application de la présente section, par travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire est également visé l'ancien travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire.
Ces données sont actualisées au moins une fois par an. Les données actualisées successives restent consultables.
La consultation par le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire de ces données est réalisée au moyen d'une application web sécurisée suivant les standards de la Banque carrefour de la sécurité sociale, développée et gérée par l'ASBL SiGeDiS."
"Art. 306/1. Les travailleurs salariés, indépendants ou fonctionnaires ont accès dans DB2P à des données relatives à leur(s) pension(s) complémentaire(s) selon les modalités fixées par les articles 306/2 à 306/8. Ils peuvent consulter pour la 1re fois ces données au plus tard le 31 décembre 2016.
Pour l'application de la présente section, par travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire est également visé l'ancien travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire.
Ces données sont actualisées au moins une fois par an. Les données actualisées successives restent consultables.
La consultation par le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire de ces données est réalisée au moyen d'une application web sécurisée suivant les standards de la Banque carrefour de la sécurité sociale, développée et gérée par l'ASBL SiGeDiS."
Art. 18. In onderafdeling 1 ingevoegd bij artikel 16 wordt een artikel 306/2 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/2. § 1. Ieder jaar verwittigt de VZW SiGeDiS de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar dat hij in DB2P gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen. Deze verwittiging gebeurt via de beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid.
De Koning kan de modaliteiten van deze informatieverstrekking bepalen, alsook de modaliteiten met betrekking tot de toegang van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar tot DB2P vanuit de beveiligde elektronische brievenbus.
De werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar kan aan de VZW SiGeDiS een elektronisch adres bezorgen waarnaar de VZW SiGeDiS een bericht kan sturen dat melding maakt van de ontvangst van een verwittiging in de beveiligde elektronische brievenbus.
§ 2. De VZW SiGeDiS zendt één maal per jaar een document naar de hiervoor vermelde brievenbus van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar dat de in artikel 306/1 bedoelde gegevens bevat. Dit document kan op papier worden afgedrukt."
"Art. 306/2. § 1. Ieder jaar verwittigt de VZW SiGeDiS de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar dat hij in DB2P gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen. Deze verwittiging gebeurt via de beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid.
De Koning kan de modaliteiten van deze informatieverstrekking bepalen, alsook de modaliteiten met betrekking tot de toegang van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar tot DB2P vanuit de beveiligde elektronische brievenbus.
De werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar kan aan de VZW SiGeDiS een elektronisch adres bezorgen waarnaar de VZW SiGeDiS een bericht kan sturen dat melding maakt van de ontvangst van een verwittiging in de beveiligde elektronische brievenbus.
§ 2. De VZW SiGeDiS zendt één maal per jaar een document naar de hiervoor vermelde brievenbus van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar dat de in artikel 306/1 bedoelde gegevens bevat. Dit document kan op papier worden afgedrukt."
Art. 18. Dans la sous-section 1re insérée par l'article 16, il est inséré un article 306/2 rédigé comme suit :
"Art. 306/2. § 1er. L'ASBL SiGeDiS informe chaque année le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire qu'il peut consulter dans DB2P des données actualisées relatives à sa/ses pension(s) complémentaire(s) par un avertissement dans la boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale.
Le Roi peut préciser les modalités de cette information ainsi que les modalités relatives à l'accès du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire à DB2P au départ de la boîte aux lettres électronique sécurisée.
Le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire peut communiquer à l'ASBL SiGeDiS une adresse électronique à laquelle l'ASBL SiGeDiS envoie un message l'informant de la présence d'un avertissement dans la boîte aux lettres électronique sécurisée.
§ 2. Une fois par an, l'ASBL SiGeDiS envoie dans la boîte aux lettres précitée du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire un document reprenant les données visées à l'article 306/1 dans une version imprimable en version papier."
"Art. 306/2. § 1er. L'ASBL SiGeDiS informe chaque année le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire qu'il peut consulter dans DB2P des données actualisées relatives à sa/ses pension(s) complémentaire(s) par un avertissement dans la boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale.
Le Roi peut préciser les modalités de cette information ainsi que les modalités relatives à l'accès du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire à DB2P au départ de la boîte aux lettres électronique sécurisée.
Le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire peut communiquer à l'ASBL SiGeDiS une adresse électronique à laquelle l'ASBL SiGeDiS envoie un message l'informant de la présence d'un avertissement dans la boîte aux lettres électronique sécurisée.
§ 2. Une fois par an, l'ASBL SiGeDiS envoie dans la boîte aux lettres précitée du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire un document reprenant les données visées à l'article 306/1 dans une version imprimable en version papier."
Art. 19. In onderafdeling 1 ingevoegd bij artikel 16 wordt een artikel 306/3 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/3. De pensioeninstelling of, bij gebrek aan pensioeninstelling, de inrichter bezorgt vóór 30 september van elk jaar aan de VZW SiGeDiS de gegevens die nodig zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, bedoelde informatieverstrekking."
"Art. 306/3. De pensioeninstelling of, bij gebrek aan pensioeninstelling, de inrichter bezorgt vóór 30 september van elk jaar aan de VZW SiGeDiS de gegevens die nodig zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, bedoelde informatieverstrekking."
Art. 19. Dans la sous-section 1 insérée par l'article 16, il est inséré un article 306/3 rédigé comme suit :
"Art. 306/3. L'organisme de pension ou à défaut d'organisme de pension, l'organisateur communique à l'ASBL SiGeDiS pour le 30 septembre de chaque année les données nécessaires à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°. "
"Art. 306/3. L'organisme de pension ou à défaut d'organisme de pension, l'organisateur communique à l'ASBL SiGeDiS pour le 30 septembre de chaque année les données nécessaires à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°. "
Art. 20. In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 15 wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende : "Inhoud van de informatie".
Art. 20. Dans la section 3 insérée par l'article 15, il est inséré une sous-section 2 intitulée "Contenu de l'information".
Art. 21. In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/4 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/4. De in artikel 306/1 bedoelde informatie wordt als volgt gestructureerd :
1. De informatie die op een geglobaliseerde wijze de gegevens betreffende de aanvullende pensioenen herneemt waarbij rekening wordt gehouden met alle pensioentoezeggingen, reglementen of overeenkomsten van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar.
2. De informatie die de in punt 1 bedoelde gegevens herneemt en opsplitst naargelang het statuut van werknemer, zelfstandige of ambtenaar binnen hetwelke een aanvullend pensioen wordt of is opgebouwd, met uitsluiting van het bedrag van de rente bedoeld in artikel 306/5, punt 2.
3. Op basis van de in punt 2 bedoelde opsplitsing per statuut, de informatie die de in punt 2 bedoelde gegevens herneemt en vervolledigt. Deze informatie wordt gedetailleerd per inrichter enerzijds en per pensioeninstelling anderzijds. Binnen deze gedetailleerde informatie worden de gegevens opgesplitst in functie van de verschillende pensioentoezeggingen, reglementen of overeenkomsten."
"Art. 306/4. De in artikel 306/1 bedoelde informatie wordt als volgt gestructureerd :
1. De informatie die op een geglobaliseerde wijze de gegevens betreffende de aanvullende pensioenen herneemt waarbij rekening wordt gehouden met alle pensioentoezeggingen, reglementen of overeenkomsten van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar.
2. De informatie die de in punt 1 bedoelde gegevens herneemt en opsplitst naargelang het statuut van werknemer, zelfstandige of ambtenaar binnen hetwelke een aanvullend pensioen wordt of is opgebouwd, met uitsluiting van het bedrag van de rente bedoeld in artikel 306/5, punt 2.
3. Op basis van de in punt 2 bedoelde opsplitsing per statuut, de informatie die de in punt 2 bedoelde gegevens herneemt en vervolledigt. Deze informatie wordt gedetailleerd per inrichter enerzijds en per pensioeninstelling anderzijds. Binnen deze gedetailleerde informatie worden de gegevens opgesplitst in functie van de verschillende pensioentoezeggingen, reglementen of overeenkomsten."
Art. 21. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 20, il est inséré un article 306/4 rédigé comme suit :
"Art. 306/4. L'information visée à l'article 306/1 est structurée comme suit :
1. Une information reprenant des données relatives aux pensions complémentaires globalisées compte tenu des différents engagements de pension, règlements ou conventions du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire.
2. Une information reprenant, à l'exclusion du montant de la rente visée à l'article 306/5, point 2, les données visées au point 1 réparties selon que la pension complémentaire est ou a été constituée sous le statut de travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire.
3. Au départ de la répartition par statut visée au point 2, une information reprenant les données visées au point 2 complétées. Cette information est détaillée, d'une part, par organisateur et, d'autre part, par organisme de pension. Au sein de cette information détaillée, les données sont réparties en fonction des différents engagements de pension, règlements ou conventions ."
"Art. 306/4. L'information visée à l'article 306/1 est structurée comme suit :
1. Une information reprenant des données relatives aux pensions complémentaires globalisées compte tenu des différents engagements de pension, règlements ou conventions du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire.
2. Une information reprenant, à l'exclusion du montant de la rente visée à l'article 306/5, point 2, les données visées au point 1 réparties selon que la pension complémentaire est ou a été constituée sous le statut de travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire.
3. Au départ de la répartition par statut visée au point 2, une information reprenant les données visées au point 2 complétées. Cette information est détaillée, d'une part, par organisateur et, d'autre part, par organisme de pension. Au sein de cette information détaillée, les données sont réparties en fonction des différents engagements de pension, règlements ou conventions ."
Art. 22. In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/5 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/5. De in artikel 306/4, punt 1, bedoelde informatie omvat de volgende geglobaliseerde gegevens :
1. Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement en pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend.
2. Het bedrag van de verwachte maandelijkse rente waarbij rekening wordt gehouden met de volgende veronderstellingen :
- de rente wordt uitgekeerd vanaf de leeftijd van 65 jaar tot aan het overlijden van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar;
- de in punt 1 bedoelde reserves zijn de reserves die beschikbaar zijn op het moment dat de betrokken werknemer, zelfstandige of ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt en worden omgerekend in een rente op basis van een coëfficiënt die verkregen wordt door de volgende parameters toe te passen :
a) de prospectieve en genderneutrale sterftetafels die worden bepaald aan de hand van de laatste demografische studies van de algemene directie Statistieken en Economische Informatie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en het Federaal Planbureau en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze titel;
b) de intrestvoet die overeenstemt met de gemiddelde intrestvoet op de OLO van 10 jaar berekend over de laatste 6 kalenderjaren die voorafgaan aan de inwerkingtreding van deze titel;
c) een jaarlijkse indexering van de maandelijkse rente aan 2 % per jaar, waarbij de maandelijkse rente voor 80 % overdraagbaar is ten voordele van een andere persoon die dezelfde leeftijd heeft.
De voormelde coëfficiënt wordt voor de eerste maal door de FSMA bepaald. Hij wordt om de 5 jaar herzien op basis van de voormelde parameters zoals die van kracht zijn op 1 januari van het jaar van herziening.
3. Het bedrag, op 1 januari van het betrokken jaar, van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement en pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij dergelijke prestatie wordt toegekend.
Er wordt eveneens aangegeven of er een wezenrente bestaat en of er een aanvullende prestatie in geval van overlijden door een ongeval bestaat."
"Art. 306/5. De in artikel 306/4, punt 1, bedoelde informatie omvat de volgende geglobaliseerde gegevens :
1. Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement en pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend.
2. Het bedrag van de verwachte maandelijkse rente waarbij rekening wordt gehouden met de volgende veronderstellingen :
- de rente wordt uitgekeerd vanaf de leeftijd van 65 jaar tot aan het overlijden van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar;
- de in punt 1 bedoelde reserves zijn de reserves die beschikbaar zijn op het moment dat de betrokken werknemer, zelfstandige of ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt en worden omgerekend in een rente op basis van een coëfficiënt die verkregen wordt door de volgende parameters toe te passen :
a) de prospectieve en genderneutrale sterftetafels die worden bepaald aan de hand van de laatste demografische studies van de algemene directie Statistieken en Economische Informatie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en het Federaal Planbureau en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze titel;
b) de intrestvoet die overeenstemt met de gemiddelde intrestvoet op de OLO van 10 jaar berekend over de laatste 6 kalenderjaren die voorafgaan aan de inwerkingtreding van deze titel;
c) een jaarlijkse indexering van de maandelijkse rente aan 2 % per jaar, waarbij de maandelijkse rente voor 80 % overdraagbaar is ten voordele van een andere persoon die dezelfde leeftijd heeft.
De voormelde coëfficiënt wordt voor de eerste maal door de FSMA bepaald. Hij wordt om de 5 jaar herzien op basis van de voormelde parameters zoals die van kracht zijn op 1 januari van het jaar van herziening.
3. Het bedrag, op 1 januari van het betrokken jaar, van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement en pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij dergelijke prestatie wordt toegekend.
Er wordt eveneens aangegeven of er een wezenrente bestaat en of er een aanvullende prestatie in geval van overlijden door een ongeval bestaat."
Art. 22. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 20, il est inséré un article 306/5 rédigé comme suit :
"Art. 306/5. L'information visée à l'article 306/4, point 1, comprend les données globalisées suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire.
2. Le montant de rente mensuelle estimée obtenu en supposant que :
- la rente est versée à partir de 65 ans jusqu'au décès du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire;
- les réserves visées au point 1 sont les réserves disponibles aux 65 ans du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire et sont converties en rente au moyen du coefficient qui résulte de l'application des paramètres suivants :
a) Les tables de mortalité prospectives et neutres au niveau du genre, qui sont déterminées sur la base des dernières études démographiques réalisées par la direction générale Statistiques et Information économique du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie et le Bureau fédéral du Plan et qui sont en vigueur au moment de l'entrée en vigueur du présent titre;
b) Le taux d'intérêt correspondant au taux d'intérêt moyen des OLO sur 10 ans au cours des 6 années civiles qui précèdent l'entrée en vigueur du présent titre;
c) Une indexation annuelle de la rente mensuelle de 2 % par an et d'une réversibilité de cette rente mensuelle à concurrence de 80 % en faveur d'une autre personne du même âge.
Le coefficient précité est fixé pour la première fois par la FSMA et revu par cette dernière tous les 5 ans sur la base des paramètres précités en vigueur au 1er janvier de l'année de la révision.
3. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, en vertu des dispositions légales, réglementaires ou statutaires, du contrat de travail, du règlement de travail, de la convention collective de travail, de la convention individuelle ou de tout autre document qui octroient cette prestation.
Il est également précisé s'il existe une rente d'orphelin et s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident.
"Art. 306/5. L'information visée à l'article 306/4, point 1, comprend les données globalisées suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire.
2. Le montant de rente mensuelle estimée obtenu en supposant que :
- la rente est versée à partir de 65 ans jusqu'au décès du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire;
- les réserves visées au point 1 sont les réserves disponibles aux 65 ans du travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire et sont converties en rente au moyen du coefficient qui résulte de l'application des paramètres suivants :
a) Les tables de mortalité prospectives et neutres au niveau du genre, qui sont déterminées sur la base des dernières études démographiques réalisées par la direction générale Statistiques et Information économique du Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie et le Bureau fédéral du Plan et qui sont en vigueur au moment de l'entrée en vigueur du présent titre;
b) Le taux d'intérêt correspondant au taux d'intérêt moyen des OLO sur 10 ans au cours des 6 années civiles qui précèdent l'entrée en vigueur du présent titre;
c) Une indexation annuelle de la rente mensuelle de 2 % par an et d'une réversibilité de cette rente mensuelle à concurrence de 80 % en faveur d'une autre personne du même âge.
Le coefficient précité est fixé pour la première fois par la FSMA et revu par cette dernière tous les 5 ans sur la base des paramètres précités en vigueur au 1er janvier de l'année de la révision.
3. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, en vertu des dispositions légales, réglementaires ou statutaires, du contrat de travail, du règlement de travail, de la convention collective de travail, de la convention individuelle ou de tout autre document qui octroient cette prestation.
Il est également précisé s'il existe une rente d'orphelin et s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident.
Art. 23. In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/6 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/6. De in artikel 306/4, punt 3, bedoelde informatie omvat de volgende gegevens die opgesplitst worden per inrichter en per pensioeninstelling :
1. het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend. Indien het gaat om een bedrag aan reserves die, in voorkomend geval, alleen verworven worden als bepaalde voorwaarden vervuld worden, moeten die voorwaarden worden vermeld. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld alsook desgevallend het gewaarborgd bedrag krachtens artikel 24 van de WAP of artikel 47, tweede lid, van de WAPZ indien het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan dit bedrag.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar vermeld.
2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld, alsook de datum waarop de verworven prestaties opeisbaar zijn.
3. Het bedrag op 1 januari van het betrokken jaar van de verwachte prestatie zoals bedoeld in artikel 26, § 1, 1°, punt 3, van de WAP, in artikel 48, § 1, 1°, punt 3, van de WAPZ of in artikel 39, § 1, 1°, punt 3, van de WAP bedrijfsleider. De herberekeningsdatum die voor de raming van de verwachte prestatie is gebruikt, wordt eveneens vermeld.
4. Het bedrag op 1 januari van het betrokken jaar van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij dergelijke prestatie wordt toegekend. De datum van herberekening wordt eveneens vermeld.
Er wordt eveneens aangegeven of er een wezenrente bestaat en of er een aanvullende prestatie in geval van overlijden door een ongeval bestaat.
5. Het actuele financieringsniveau van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar en, in voorkomend geval, van de waarborg bedoeld in artikel 24 van de WAP of in artikel 47, tweede, lid van de WAPZ.
Op vraag van de pensioeninstelling wordt een hyperlink naar diens beveiligde webtoepassing voorzien. De Koning kan nadere regels met betrekking tot deze hyperlink bepalen ."
"Art. 306/6. De in artikel 306/4, punt 3, bedoelde informatie omvat de volgende gegevens die opgesplitst worden per inrichter en per pensioeninstelling :
1. het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend. Indien het gaat om een bedrag aan reserves die, in voorkomend geval, alleen verworven worden als bepaalde voorwaarden vervuld worden, moeten die voorwaarden worden vermeld. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld alsook desgevallend het gewaarborgd bedrag krachtens artikel 24 van de WAP of artikel 47, tweede lid, van de WAPZ indien het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan dit bedrag.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar vermeld.
2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld, alsook de datum waarop de verworven prestaties opeisbaar zijn.
3. Het bedrag op 1 januari van het betrokken jaar van de verwachte prestatie zoals bedoeld in artikel 26, § 1, 1°, punt 3, van de WAP, in artikel 48, § 1, 1°, punt 3, van de WAPZ of in artikel 39, § 1, 1°, punt 3, van de WAP bedrijfsleider. De herberekeningsdatum die voor de raming van de verwachte prestatie is gebruikt, wordt eveneens vermeld.
4. Het bedrag op 1 januari van het betrokken jaar van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij dergelijke prestatie wordt toegekend. De datum van herberekening wordt eveneens vermeld.
Er wordt eveneens aangegeven of er een wezenrente bestaat en of er een aanvullende prestatie in geval van overlijden door een ongeval bestaat.
5. Het actuele financieringsniveau van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar en, in voorkomend geval, van de waarborg bedoeld in artikel 24 van de WAP of in artikel 47, tweede, lid van de WAPZ.
Op vraag van de pensioeninstelling wordt een hyperlink naar diens beveiligde webtoepassing voorzien. De Koning kan nadere regels met betrekking tot deze hyperlink bepalen ."
Art. 23. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 20, il est inséré un article 306/6 rédigé comme suit :
"Art. 306/6. L'information visée à l'article 306/4, point 3, comprend les données détaillées par organisateur et par organisme de pension suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire. S'il s'agit d'un montant de réserves qui n'est le cas échéant acquis que moyennant le respect de conditions, ces conditions sont renseignées. La date de recalcul est également indiquée ainsi que, le cas échéant, le montant garanti en vertu de l'article 24 de la LPC ou de l'article 47, alinéa 2, de la LPCI si le montant des réserves acquises est inférieur à ce montant.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire sont renseignés.
2. Si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire. La date de recalcul est également indiquée ainsi que celle de l'exigibilité des prestations.
3. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation estimée visée à l'article 26, § 1er, 1°, point 3, de la LPC, à l'article 48, § 1er, 1°, point 3, de la LPCI et à l'article 39, § 1er, 1°, point 3, de la LPC dirigeant d'entreprise. La date de recalcul utilisée pour l'estimation de la prestation est indiquée.
4. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient cette prestation. La date de recalcul est indiquée.
Il est également précisé s'il existe une rente d'orphelin et s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident.
5. Le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises et, le cas échéant, de la garantie visée à l'article 24 de la LPC ou à l'article 47, alinéa 2, de la LPCI.
A la demande de l'organisme de pension, un lien vers l'application web sécurisée de celui-ci est prévu. Le Roi peut préciser les modalités de ce lien.
"Art. 306/6. L'information visée à l'article 306/4, point 3, comprend les données détaillées par organisateur et par organisme de pension suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire. S'il s'agit d'un montant de réserves qui n'est le cas échéant acquis que moyennant le respect de conditions, ces conditions sont renseignées. La date de recalcul est également indiquée ainsi que, le cas échéant, le montant garanti en vertu de l'article 24 de la LPC ou de l'article 47, alinéa 2, de la LPCI si le montant des réserves acquises est inférieur à ce montant.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire sont renseignés.
2. Si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire. La date de recalcul est également indiquée ainsi que celle de l'exigibilité des prestations.
3. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation estimée visée à l'article 26, § 1er, 1°, point 3, de la LPC, à l'article 48, § 1er, 1°, point 3, de la LPCI et à l'article 39, § 1er, 1°, point 3, de la LPC dirigeant d'entreprise. La date de recalcul utilisée pour l'estimation de la prestation est indiquée.
4. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, par les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient cette prestation. La date de recalcul est indiquée.
Il est également précisé s'il existe une rente d'orphelin et s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident.
5. Le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises et, le cas échéant, de la garantie visée à l'article 24 de la LPC ou à l'article 47, alinéa 2, de la LPCI.
A la demande de l'organisme de pension, un lien vers l'application web sécurisée de celui-ci est prévu. Le Roi peut préciser les modalités de ce lien.
Art. 24. In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/7 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/7. De in artikel 306/1 bedoelde informatie moet op een heldere en begrijpelijke wijze worden voorgesteld."
"Art. 306/7. De in artikel 306/1 bedoelde informatie moet op een heldere en begrijpelijke wijze worden voorgesteld."
Art. 24. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 20, il est inséré un article 306/7 rédigé comme suit :
"Art. 306/7. L'information visée à l'article 306/1 doit être présentée de façon claire et compréhensible."
"Art. 306/7. L'information visée à l'article 306/1 doit être présentée de façon claire et compréhensible."
Art. 25. In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/8 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/8. De werknemers, de zelfstandigen of de ambtenaren die een aanvullend pensioen aan het opbouwen zijn, kunnen in DB2P het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst raadplegen of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of ieder ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend.
De Koning kan de mogelijkheid om de hiervoor vermelde documenten te raadplegen uitbreiden naar andere werknemers, zelfstandigen of ambtenaren dan diegenen voor wie aanvullende pensioenrechten in opbouw zijn.
"Art. 306/8. De werknemers, de zelfstandigen of de ambtenaren die een aanvullend pensioen aan het opbouwen zijn, kunnen in DB2P het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst raadplegen of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of ieder ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend.
De Koning kan de mogelijkheid om de hiervoor vermelde documenten te raadplegen uitbreiden naar andere werknemers, zelfstandigen of ambtenaren dan diegenen voor wie aanvullende pensioenrechten in opbouw zijn.
Art. 25. Dans la sous-section 2 insérée par l'article 20, il est inséré un article 306/8 rédigé comme suit :
"Art. 306/8. Les travailleurs salariés, indépendants et fonctionnaires pour lesquels des droits de pension complémentaire sont en cours de constitution, peuvent consulter dans DB2P le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire."
Le Roi peut étendre la possibilité de consulter les documents précités à d'autres travailleurs salariés, indépendants et fonctionnaires que ceux pour lesquels des droits de pension complémentaire sont en cours de constitution.
"Art. 306/8. Les travailleurs salariés, indépendants et fonctionnaires pour lesquels des droits de pension complémentaire sont en cours de constitution, peuvent consulter dans DB2P le règlement de pension ou la convention de pension ainsi que, à défaut de règlement de pension ou de convention de pension, les dispositions légales, réglementaires ou statutaires, le contrat de travail, le règlement de travail, la convention collective de travail, la convention individuelle ou tout autre document qui octroient la pension complémentaire."
Le Roi peut étendre la possibilité de consulter les documents précités à d'autres travailleurs salariés, indépendants et fonctionnaires que ceux pour lesquels des droits de pension complémentaire sont en cours de constitution.
Art. 26. In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 15 wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende : "Verplichting tot informeren in hoofde van de VZW SiGeDiS betreffende prestaties inzake aanvullende pensioenen".
Art. 26. Dans la section 3 insérée par l'article 15, il est inséré une sous-section 3 intitulée : "Obligation d'information à charge de l'ASBL SiGeDiS en matière de prestations de pension complémentaire".
Art. 27. In onderafdeling 3 ingevoegd bij artikel 26 wordt een artikel 306/9 ingevoegd, luidende :
"Art. 306/9. Als de VZW SiGeDiS vaststelt dat aanvullende pensioenprestaties niet zijn uitbetaald aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar binnen de zes maanden na het moment waarop de betrokkene het wettelijk pensioen opgenomen heeft dat verbonden is aan de beroepsactiviteit naar aanleiding waarvan het aanvullend pensioen opgebouwd is geweest, dan stelt zij de betrokkene onverwijld per brief van dit feit op de hoogte. Daarbij geeft zij aan tot welke pensioeninstelling(en) of, bij gebrek aan pensioeninstelling(en), tot welke inrichter(s) de betrokken werknemer, zelfstandige of ambtenaar zich moet wenden om de betaling van deze prestaties te verkrijgen."
"Art. 306/9. Als de VZW SiGeDiS vaststelt dat aanvullende pensioenprestaties niet zijn uitbetaald aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar binnen de zes maanden na het moment waarop de betrokkene het wettelijk pensioen opgenomen heeft dat verbonden is aan de beroepsactiviteit naar aanleiding waarvan het aanvullend pensioen opgebouwd is geweest, dan stelt zij de betrokkene onverwijld per brief van dit feit op de hoogte. Daarbij geeft zij aan tot welke pensioeninstelling(en) of, bij gebrek aan pensioeninstelling(en), tot welke inrichter(s) de betrokken werknemer, zelfstandige of ambtenaar zich moet wenden om de betaling van deze prestaties te verkrijgen."
Art. 27. Dans la sous-section 3 insérée par l'article 26, il est inséré un article 306/9 rédigé comme suit :
"Art. 306/9. Si l'ASBL SiGeDiS constate que des prestations de pension complémentaire n'ont pas été payées à un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire dont la pension légale relative à l'activité professionnelle qui a donné lieu à la constitution de la pension complémentaire a pris cours il y a plus de 6 mois, celle-ci l'en informe par courrier sans délai et lui indique auprès de quel(s) organisme(s) de pension ou, à défaut d'organisme(s) de pension, auprès de quel(s) organisateur(s), le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire peut obtenir le paiement de ces prestations."
"Art. 306/9. Si l'ASBL SiGeDiS constate que des prestations de pension complémentaire n'ont pas été payées à un travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire dont la pension légale relative à l'activité professionnelle qui a donné lieu à la constitution de la pension complémentaire a pris cours il y a plus de 6 mois, celle-ci l'en informe par courrier sans délai et lui indique auprès de quel(s) organisme(s) de pension ou, à défaut d'organisme(s) de pension, auprès de quel(s) organisateur(s), le travailleur salarié, indépendant ou fonctionnaire peut obtenir le paiement de ces prestations."
Art. 28. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2016.
Art. 28. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2016.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de aanvullende pensioenen voor werknemers
CHAPITRE 2. - Modifications de la législation relative aux pensions complémentaires pour travailleurs salariés
Art. 29. Artikel 26 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, vervangen bij de wet van 27 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 3 maart 2011, wordt vervangen als volgt :
"Art. 26. § 1. De pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, deelt ieder jaar aan de aangeslotenen die nog niet zijn uitgetreden een pensioenfiche mee waarop wordt vermeld :
1° in een eerste deel uitsluitend de volgende gegevens :
1. Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld alsook desgevallend het krachtens artikel 24 gewaarborgd bedrag indien het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan dit bedrag.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de werknemer vermeld.
2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld, alsook de datum waarop de verworven prestaties opeisbaar zijn.
3. Het bedrag van de prestatie op de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de volgende veronderstellingen :
a. de aangeslotene blijft in dienst tot aan de pensioenleeftijd;
b. de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die beschikbaar zijn op de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt vermeld, alsook in voorkomend geval het rendement.
Er wordt bepaald dat het gaat om een raming die geen kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen inhoudt.
4. Het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt vermeld.
Er wordt eveneens vermeld of er een wezenrente bestaat en of er een bijkomende prestatie wordt toegekend in geval van overlijden door een ongeval.
2° in een tweede deel minstens de volgende gegevens :
1. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de in artikel 24 bedoelde waarborg op 1 januari van het betrokken jaar;
2. de in 1°, punt 1, bedoelde bedragen die betrekking hebben op het voorgaande jaar;
3. de variabele elementen waarmee bij de berekening van de in 1°, punten 1 en 2, bedoelde bedragen rekening wordt gehouden.
Ter gelegenheid van de in deze paragraaf bedoelde informatieverstrekking brengt de pensioeninstelling of, in voorkomend geval, de inrichter de aangeslotene ervan op de hoogte dat :
- de tekst van het pensioenreglement op eenvoudig verzoek kan worden opgevraagd bij de persoon die daartoe overeenkomstig het reglement is aangewezen;
- hij de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen in de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006.
De informatieverstrekking kan onder de volgende voorwaarden op elektronische wijze gebeuren :
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet kunnen worden afgedrukt;
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet door de pensioeninstelling op een duurzame drager worden bewaard;
- als de elektronische mededeling toegang tot een beveiligde site veronderstelt die niet kan worden geraadpleegd via een computer die niet toebehoort aan de inrichter, dan stelt de inrichter aan de werknemers die in zijn onderneming geen toegang tot een computer hebben, binnen de onderneming de nodige middelen ter beschikking om in alle vertrouwelijkheid de pensioenfiche te raadplegen.
Als de pensioenfiche elektronisch wordt bezorgd, dan behoudt de aangeslotene het recht de vraag te stellen om de pensioenfiche voortaan op papier te ontvangen.
§ 2. De pensioeninstelling of de inrichter, indien deze laatste daar om vraagt, deelt op eenvoudig verzoek van de aangeslotene een historisch overzicht mee van :
- het bedrag van de verworven reserves, in voorkomend geval met vermelding van het bedrag dat overeenstemt met de waarborgen bedoeld in artikel 24;
- als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag van de verworven prestaties en de datum waarop deze opeisbaar zijn.
Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na 1 januari 1996.
§ 3. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, de begunstigde of zijn rechthebbenden in over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling.
§ 4. De mededelingen bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 vermelden eveneens de volgende gegevens :
1° de identificatie van de aangeslotene of de betrokkene, met inbegrip van het INSZ-nummer behalve voor de begunstigden van een prestatie bij overlijden;
2° in voorkomend geval de identificatie van de inrichter, met inbegrip van het KBO-nummer;
3° de identificatie van de pensioeninstelling, met inbegrip van het KBO-nummer;
4° de identificatie van de pensioentoezegging.
De Koning kan de lijst met gegevens vermeld in het eerste lid aanvullen.
Indien de inrichter of de pensioeninstelling bijkomende informatie wensen mee te delen aan de aangeslotene of de betrokkene, dient dit te gebeuren in een duidelijk onderscheiden gedeelte.
§ 5. De FSMA kan een gestandaardiseerde presentatiewijze bepalen die voor mededelingen bedoeld in dit artikel dient gebruikt te worden.
§ 6. De inrichter of de pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de uitvoering van de verplichtingen opgelegd in dit artikel voor zover de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zich er op grond van een overeenkomst met de inrichter of de pensioeninstelling toe verbindt om de uitvoering van de verplichtingen over te nemen.
§ 7. De pensioeninstelling deelt aan de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van titel III, hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking."
"Art. 26. § 1. De pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, deelt ieder jaar aan de aangeslotenen die nog niet zijn uitgetreden een pensioenfiche mee waarop wordt vermeld :
1° in een eerste deel uitsluitend de volgende gegevens :
1. Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld alsook desgevallend het krachtens artikel 24 gewaarborgd bedrag indien het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan dit bedrag.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de werknemer vermeld.
2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld, alsook de datum waarop de verworven prestaties opeisbaar zijn.
3. Het bedrag van de prestatie op de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de volgende veronderstellingen :
a. de aangeslotene blijft in dienst tot aan de pensioenleeftijd;
b. de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die beschikbaar zijn op de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt vermeld, alsook in voorkomend geval het rendement.
Er wordt bepaald dat het gaat om een raming die geen kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen inhoudt.
4. Het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt vermeld.
Er wordt eveneens vermeld of er een wezenrente bestaat en of er een bijkomende prestatie wordt toegekend in geval van overlijden door een ongeval.
2° in een tweede deel minstens de volgende gegevens :
1. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de in artikel 24 bedoelde waarborg op 1 januari van het betrokken jaar;
2. de in 1°, punt 1, bedoelde bedragen die betrekking hebben op het voorgaande jaar;
3. de variabele elementen waarmee bij de berekening van de in 1°, punten 1 en 2, bedoelde bedragen rekening wordt gehouden.
Ter gelegenheid van de in deze paragraaf bedoelde informatieverstrekking brengt de pensioeninstelling of, in voorkomend geval, de inrichter de aangeslotene ervan op de hoogte dat :
- de tekst van het pensioenreglement op eenvoudig verzoek kan worden opgevraagd bij de persoon die daartoe overeenkomstig het reglement is aangewezen;
- hij de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen in de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006.
De informatieverstrekking kan onder de volgende voorwaarden op elektronische wijze gebeuren :
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet kunnen worden afgedrukt;
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet door de pensioeninstelling op een duurzame drager worden bewaard;
- als de elektronische mededeling toegang tot een beveiligde site veronderstelt die niet kan worden geraadpleegd via een computer die niet toebehoort aan de inrichter, dan stelt de inrichter aan de werknemers die in zijn onderneming geen toegang tot een computer hebben, binnen de onderneming de nodige middelen ter beschikking om in alle vertrouwelijkheid de pensioenfiche te raadplegen.
Als de pensioenfiche elektronisch wordt bezorgd, dan behoudt de aangeslotene het recht de vraag te stellen om de pensioenfiche voortaan op papier te ontvangen.
§ 2. De pensioeninstelling of de inrichter, indien deze laatste daar om vraagt, deelt op eenvoudig verzoek van de aangeslotene een historisch overzicht mee van :
- het bedrag van de verworven reserves, in voorkomend geval met vermelding van het bedrag dat overeenstemt met de waarborgen bedoeld in artikel 24;
- als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag van de verworven prestaties en de datum waarop deze opeisbaar zijn.
Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na 1 januari 1996.
§ 3. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, de begunstigde of zijn rechthebbenden in over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling.
§ 4. De mededelingen bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 vermelden eveneens de volgende gegevens :
1° de identificatie van de aangeslotene of de betrokkene, met inbegrip van het INSZ-nummer behalve voor de begunstigden van een prestatie bij overlijden;
2° in voorkomend geval de identificatie van de inrichter, met inbegrip van het KBO-nummer;
3° de identificatie van de pensioeninstelling, met inbegrip van het KBO-nummer;
4° de identificatie van de pensioentoezegging.
De Koning kan de lijst met gegevens vermeld in het eerste lid aanvullen.
Indien de inrichter of de pensioeninstelling bijkomende informatie wensen mee te delen aan de aangeslotene of de betrokkene, dient dit te gebeuren in een duidelijk onderscheiden gedeelte.
§ 5. De FSMA kan een gestandaardiseerde presentatiewijze bepalen die voor mededelingen bedoeld in dit artikel dient gebruikt te worden.
§ 6. De inrichter of de pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de uitvoering van de verplichtingen opgelegd in dit artikel voor zover de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zich er op grond van een overeenkomst met de inrichter of de pensioeninstelling toe verbindt om de uitvoering van de verplichtingen over te nemen.
§ 7. De pensioeninstelling deelt aan de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van titel III, hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking."
Art. 29. L'article 26 de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, remplacé par la loi du 27 avril 2007 et modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 26. § 1er. L'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique chaque année, aux affiliés qui ne sont pas sortis, une fiche de pension qui contient :
1° dans une première partie, uniquement les données suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue au règlement de pension ou à la convention de pension. La date de recalcul est également indiquée ainsi que, le cas échéant, le montant garanti en vertu de l'article 24 si le montant des réserves acquises est inférieur à ce montant.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le travailleur sont renseignés.
2. Si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue au règlement de pension ou à la convention de pension. La date de recalcul est également indiquée ainsi que celle de l'exigibilité des prestations acquises.
3. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation à l'âge de retraite calculée sur la base des hypothèses suivantes :
a. L'affilié reste en service jusqu'à l'âge de retraite;
b. Les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue au règlement de pension ou à la convention de pension. La date de recalcul est indiquée ainsi que le cas échéant le rendement.
Il est précisé qu'il s'agit d'une estimation qui ne vaut pas notification d'un droit à une pension complémentaire.
4. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension. La date de recalcul est indiquée.
Il est également précisé s'il existe une rente d'orphelin et s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident.
2° dans une seconde partie, au moins les données suivantes :
1. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises et de la garantie visée à l'article 24;
2. les montants visés au 1°, point 1, relatifs à l'année précédente;
3. les éléments variables qui sont pris en compte pour le calcul des montants visés au 1°, points 1 et 2.
Lors de la communication visée par le présent paragraphe, l'organisme de pension ou le cas échéant l'organisateur informe l'affilié que :
- le texte du règlement de pension est disponible sur simple demande auprès de la personne qui est désignée conformément au règlement à cet effet;
- il peut consulter des données relatives à sa/ses pension(s) complémentaires au sein de la banque de données relatives aux pensions complémentaire(s) créée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.
La communication peut être réalisée par voie électronique aux conditions suivantes :
- la fiche de pension consultable par voie électronique doit pouvoir être imprimée en version papier;
- la fiche de pension consultable par voie électronique doit être conservée par l'organisme de pension sur un support durable;
- si la communication par voie électronique suppose l'accès à un site sécurisé qui ne peut pas être consulté au départ d'un ordinateur extérieur à l'organisateur, l'organisateur met à disposition des travailleurs qui, au sein de son entreprise, n'ont pas accès à un ordinateur des moyens dans l'entreprise pour pouvoir consulter en toute confidentialité la fiche de pension.
En cas de communication par voie électronique, l'affilié visé au présent paragraphe conserve le droit de demander dorénavant la communication de celle-ci en version papier.
§ 2. L'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié, sur simple demande, un aperçu historique :
- du montant des réserves acquises en mentionnant, le cas échéant, le montant correspondant aux garanties visées à l'article 24;
- si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci ainsi que la date à laquelle celles-ci sont exigibles.
Cet aperçu peut être limité à la période d'affiliation auprès de l'organisme de pension et à la période après le 1er janvier 1996.
§ 3. Lors du départ à la retraite ou lorsque d'autres prestations deviennent exigibles, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, informe le bénéficiaire ou ses ayants droit sur les prestations qui sont dues et sur les options de paiement possibles.
§ 4. Les communications visées aux paragraphes 1er à 3 contiennent également les données suivantes :
1° l'identification de l'affilié ou de l'intéressé en ce compris le numéro NISS sauf pour les bénéficiaires d'une prestation en cas de décès;
2° le cas échéant l'identification de l'organisateur en ce compris le numéro BCE;
3° l'identification de l'organisme de pension en ce compris le numéro BCE;
4° l'identification de l'engagement de pension.
Le Roi peut compléter la liste des données figurant à l'alinéa 1er.
Si l'organisateur ou l'organisme de pension souhaite communiquer des informations complémentaires à l'affilié ou à l'intéressé, cela doit se faire dans une partie clairement séparée.
§ 5. La FSMA peut fixer une présentation standard qui doit être utilisée pour les communications visées dans le présent article.
§ 6. L'organisateur ou l'organisme de pension peut pour tout ou partie être déchargé de l'exécution des obligations imposées au présent article, pour autant que l'ASBL SiGeDiS, créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, s'engage, sur la base d'une convention avec l'organisateur ou l'organisme de pension, à reprendre l'exécution de ces obligations.
§ 7. L'organisme de pension communique à l'ASBL SiGeDiS créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du titre III, chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, les données nécessaires à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006."
"Art. 26. § 1er. L'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique chaque année, aux affiliés qui ne sont pas sortis, une fiche de pension qui contient :
1° dans une première partie, uniquement les données suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue au règlement de pension ou à la convention de pension. La date de recalcul est également indiquée ainsi que, le cas échéant, le montant garanti en vertu de l'article 24 si le montant des réserves acquises est inférieur à ce montant.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le travailleur sont renseignés.
2. Si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue au règlement de pension ou à la convention de pension. La date de recalcul est également indiquée ainsi que celle de l'exigibilité des prestations acquises.
3. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation à l'âge de retraite calculée sur la base des hypothèses suivantes :
a. L'affilié reste en service jusqu'à l'âge de retraite;
b. Les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue au règlement de pension ou à la convention de pension. La date de recalcul est indiquée ainsi que le cas échéant le rendement.
Il est précisé qu'il s'agit d'une estimation qui ne vaut pas notification d'un droit à une pension complémentaire.
4. Le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension. La date de recalcul est indiquée.
Il est également précisé s'il existe une rente d'orphelin et s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident.
2° dans une seconde partie, au moins les données suivantes :
1. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises et de la garantie visée à l'article 24;
2. les montants visés au 1°, point 1, relatifs à l'année précédente;
3. les éléments variables qui sont pris en compte pour le calcul des montants visés au 1°, points 1 et 2.
Lors de la communication visée par le présent paragraphe, l'organisme de pension ou le cas échéant l'organisateur informe l'affilié que :
- le texte du règlement de pension est disponible sur simple demande auprès de la personne qui est désignée conformément au règlement à cet effet;
- il peut consulter des données relatives à sa/ses pension(s) complémentaires au sein de la banque de données relatives aux pensions complémentaire(s) créée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.
La communication peut être réalisée par voie électronique aux conditions suivantes :
- la fiche de pension consultable par voie électronique doit pouvoir être imprimée en version papier;
- la fiche de pension consultable par voie électronique doit être conservée par l'organisme de pension sur un support durable;
- si la communication par voie électronique suppose l'accès à un site sécurisé qui ne peut pas être consulté au départ d'un ordinateur extérieur à l'organisateur, l'organisateur met à disposition des travailleurs qui, au sein de son entreprise, n'ont pas accès à un ordinateur des moyens dans l'entreprise pour pouvoir consulter en toute confidentialité la fiche de pension.
En cas de communication par voie électronique, l'affilié visé au présent paragraphe conserve le droit de demander dorénavant la communication de celle-ci en version papier.
§ 2. L'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié, sur simple demande, un aperçu historique :
- du montant des réserves acquises en mentionnant, le cas échéant, le montant correspondant aux garanties visées à l'article 24;
- si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci ainsi que la date à laquelle celles-ci sont exigibles.
Cet aperçu peut être limité à la période d'affiliation auprès de l'organisme de pension et à la période après le 1er janvier 1996.
§ 3. Lors du départ à la retraite ou lorsque d'autres prestations deviennent exigibles, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, informe le bénéficiaire ou ses ayants droit sur les prestations qui sont dues et sur les options de paiement possibles.
§ 4. Les communications visées aux paragraphes 1er à 3 contiennent également les données suivantes :
1° l'identification de l'affilié ou de l'intéressé en ce compris le numéro NISS sauf pour les bénéficiaires d'une prestation en cas de décès;
2° le cas échéant l'identification de l'organisateur en ce compris le numéro BCE;
3° l'identification de l'organisme de pension en ce compris le numéro BCE;
4° l'identification de l'engagement de pension.
Le Roi peut compléter la liste des données figurant à l'alinéa 1er.
Si l'organisateur ou l'organisme de pension souhaite communiquer des informations complémentaires à l'affilié ou à l'intéressé, cela doit se faire dans une partie clairement séparée.
§ 5. La FSMA peut fixer une présentation standard qui doit être utilisée pour les communications visées dans le présent article.
§ 6. L'organisateur ou l'organisme de pension peut pour tout ou partie être déchargé de l'exécution des obligations imposées au présent article, pour autant que l'ASBL SiGeDiS, créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, s'engage, sur la base d'une convention avec l'organisateur ou l'organisme de pension, à reprendre l'exécution de ces obligations.
§ 7. L'organisme de pension communique à l'ASBL SiGeDiS créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du titre III, chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, les données nécessaires à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006."
Art. 30. Artikel 29 treedt in werking op 1 januari 2016.
Art. 30. L'article 29 entre en vigueur le 1er janvier 2016.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen
CHAPITRE 3. - Modifications de la législation relative à la pension complémentaire pour travailleurs indépendants
Art. 31. In artikel 42 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, bij de wet van 27 oktober 2006, bij de wet van 24 juli 2008, bij de wet van 28 april 2010 en bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt de bepaling onder 8° /1 ingevoegd, luidende :
"8° /1. verworven prestaties : de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de pensioenleeftijd conform de pensioenovereenkomst wanneer hij zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat zonder verdere bijdragebetaling."
"8° /1. verworven prestaties : de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de pensioenleeftijd conform de pensioenovereenkomst wanneer hij zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat zonder verdere bijdragebetaling."
Art. 31. Dans l'article 42 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, modifié par la loi du 22 décembre 2003, par la loi du 27 octobre 2006, par la loi du 24 juillet 2008, par la loi du 28 avril 2010 et par l'arrêté royal du 3 mars 2011, est inséré le 8° /1 rédigé comme suit :
"8° /1. prestations acquises : les prestations auxquelles l'affilié peut prétendre à l'âge de retraite conformément à la convention de pension s'il laisse ses réserves acquises auprès de l'organisme de pension sans versement ultérieur de cotisations."
"8° /1. prestations acquises : les prestations auxquelles l'affilié peut prétendre à l'âge de retraite conformément à la convention de pension s'il laisse ses réserves acquises auprès de l'organisme de pension sans versement ultérieur de cotisations."
Art. 32. Artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 2006 en bij de wet van 27 december 2006, wordt vervangen als volgt :
"Art. 48. § 1. De pensioeninstelling deelt ieder jaar aan de aangeslotenen die het voorgaande jaar een bijdrage hebben betaald, een pensioenfiche mee waarop wordt vermeld :
1° in een eerste deel uitsluitend de volgende gegevens :
1. Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar.
Het bedrag van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, wordt eveneens vermeld als het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan het bedrag van de waarborg.
2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, alsook de datum waarop ze opeisbaar zijn.
3. Het bedrag van de prestatie op de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de veronderstelling dat de aangeslotene bijdragen betaalt tot aan de pensioenleeftijd en deze bijdragen gelijk zijn aan die betaald in het vorige jaar.
Er wordt bepaald dat het gaat om een raming die geen kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen inhoudt.
4. Het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, rekening houdende met de pensioenovereenkomst.
2° in een tweede deel, minstens de volgende gegevens :
1. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, op 1 januari van het betrokken jaar;
2. de in 1°, eerste punt, bedoelde bedragen die betrekking hebben op het voorgaande jaar;
3. de variabele elementen waarmee bij de berekening van de in 1°, punten 1 en 2, bedoelde bedragen rekening wordt gehouden;
4. het bedrag van de bijdragen die in de loop van het voorbije jaar gestort zijn, opgesplitst per voordeel;
5. in voorkomend geval, de informatie betreffende de winstdeelname die de Koning bepaalt;
6. in voorkomend geval, het bedrag van de toeslagen die in het voorbije boekjaar ten laste van de aangeslotene werden gelegd;
7. in voorkomend geval, de rentevoet die in de loop van het voorbije boekjaar gewaarborgd werd.
Ter gelegenheid van de in deze paragraaf bedoelde informatieverstrekking brengt de pensioeninstelling de aangeslotene ervan op de hoogte dat hij de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen in de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006.
De informatieverstrekking kan onder de volgende voorwaarden op elektronische wijze gebeuren :
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet kunnen worden afdrukt;
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet door de pensioeninstelling op een duurzame drager worden bewaard.
Als de pensioenfiche elektronisch wordt bezorgd, dan behoudt de aangeslotene het recht de vraag te stellen om de pensioenfiche voortaan op papier te ontvangen.
§ 2. De pensioeninstelling deelt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene een historisch overzicht van de verworven reserves mee. Daarbij wordt, in voorkomend geval, het bedrag van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, vermeld. Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na de inwerkingtreding van deze wet.
§ 3. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling de begunstigde of, in geval van overlijden, zijn rechthebbenden in over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling.
§ 4. De pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de uitvoering van de verplichtingen opgelegd in dit artikel, voor zover de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zich er op grond van een overeenkomst met de pensioeninstelling toe verbindt om de uitvoering van die verplichtingen over te nemen.
§ 5. De pensioeninstelling deelt aan de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking."
"Art. 48. § 1. De pensioeninstelling deelt ieder jaar aan de aangeslotenen die het voorgaande jaar een bijdrage hebben betaald, een pensioenfiche mee waarop wordt vermeld :
1° in een eerste deel uitsluitend de volgende gegevens :
1. Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar.
Het bedrag van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, wordt eveneens vermeld als het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan het bedrag van de waarborg.
2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, alsook de datum waarop ze opeisbaar zijn.
3. Het bedrag van de prestatie op de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de veronderstelling dat de aangeslotene bijdragen betaalt tot aan de pensioenleeftijd en deze bijdragen gelijk zijn aan die betaald in het vorige jaar.
Er wordt bepaald dat het gaat om een raming die geen kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen inhoudt.
4. Het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, rekening houdende met de pensioenovereenkomst.
2° in een tweede deel, minstens de volgende gegevens :
1. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, op 1 januari van het betrokken jaar;
2. de in 1°, eerste punt, bedoelde bedragen die betrekking hebben op het voorgaande jaar;
3. de variabele elementen waarmee bij de berekening van de in 1°, punten 1 en 2, bedoelde bedragen rekening wordt gehouden;
4. het bedrag van de bijdragen die in de loop van het voorbije jaar gestort zijn, opgesplitst per voordeel;
5. in voorkomend geval, de informatie betreffende de winstdeelname die de Koning bepaalt;
6. in voorkomend geval, het bedrag van de toeslagen die in het voorbije boekjaar ten laste van de aangeslotene werden gelegd;
7. in voorkomend geval, de rentevoet die in de loop van het voorbije boekjaar gewaarborgd werd.
Ter gelegenheid van de in deze paragraaf bedoelde informatieverstrekking brengt de pensioeninstelling de aangeslotene ervan op de hoogte dat hij de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen in de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006.
De informatieverstrekking kan onder de volgende voorwaarden op elektronische wijze gebeuren :
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet kunnen worden afdrukt;
- de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet door de pensioeninstelling op een duurzame drager worden bewaard.
Als de pensioenfiche elektronisch wordt bezorgd, dan behoudt de aangeslotene het recht de vraag te stellen om de pensioenfiche voortaan op papier te ontvangen.
§ 2. De pensioeninstelling deelt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene een historisch overzicht van de verworven reserves mee. Daarbij wordt, in voorkomend geval, het bedrag van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, vermeld. Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na de inwerkingtreding van deze wet.
§ 3. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling de begunstigde of, in geval van overlijden, zijn rechthebbenden in over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling.
§ 4. De pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de uitvoering van de verplichtingen opgelegd in dit artikel, voor zover de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zich er op grond van een overeenkomst met de pensioeninstelling toe verbindt om de uitvoering van die verplichtingen over te nemen.
§ 5. De pensioeninstelling deelt aan de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking."
Art. 32. L'article 48 de la même loi, modifié par la loi du 27 octobre 2006 et par la loi du 27 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 48. § 1er. L'organisme de pension communique chaque année, aux affiliés qui ont payé une cotisation l'année précédente, une fiche de pension qui contient :
1° dans une première partie, uniquement les données suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1erjanvier de l'année concernée.
Est également indiqué le montant garanti en vertu de l'article 47, alinéa 2, si le montant des réserves acquises est inférieur à ce montant.
2. Si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1erjanvier de l'année concernée ainsi que la date de leur exigibilité.
3. Le montant au 1erjanvier de l'année concernée de la prestation à l'âge de retraite calculée en supposant que l'affilié verse jusqu'à l'âge de retraite des cotisations égales à celles versées au cours de l'année précédente.
Il est précisé qu'il s'agit d'une estimation qui ne vaut pas notification d'un droit à une pension complémentaire.
4. Le montant au 1erjanvier de l'année concernée de la prestation en cas décès avant l'âge de retraite à prendre en compte en vertu de la convention de pension.
2° dans une seconde partie, au moins les données suivantes :
1. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises et de la garantie visée à l'article 47, alinéa 2;
2. les montants visés au 1°, point 1, relatifs à l'année précédente;
3. les éléments variables qui sont pris en compte pour le calcul des montants visés au 1°, points 1 et 2;
4. le montant des contributions versées au cours de l'année précédente, scindé par avantage;
5. le cas échéant, les informations relatives à la participation bénéficiaire que le Roi détermine;
6. le cas échéant, le montant des suppléments mis à charge de l'affilié au cours de l'exercice comptable précédent;
7. le cas échéant, le taux d'intérêt garanti au cours de l'exercice comptable précédent.
Lors de la communication visée par le présent paragraphe, l'organisme de pension informe l'affilié qu'il peut consulter des données relatives à sa/ses pension(s) complémentaire(s) au sein de la banque de données relatives aux pensions complémentaires créée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.
La communication peut être réalisée par voie électronique aux conditions suivantes :
- La fiche de pension consultable par voie électronique doit pouvoir être imprimée en version papier;
- La fiche de pension consultable par voie électronique doit être conservée par l'organisme de pension sur un support durable.
En cas de communication par voie électronique, l'affilié visé au présent paragraphe conserve le droit de demander la communication de celle-ci en version papier.
§ 2. L'organisme de pension communique à l'affilié, sur simple demande, un aperçu historique du montant des réserves acquises en mentionnant, le cas échéant, le montant correspondant à la garantie visée à l'article 47, alinéa 2. Cet aperçu peut être limité à la période d'affiliation auprès de l'organisme de pension et à la période qui suit l'entrée en vigueur de la présente loi.
§ 3. Lors du départ à la retraite ou lorsque d'autres prestations deviennent exigibles, l'organisme de pension informe le bénéficiaire ou, en cas de décès, ses ayants droit sur les prestations qui sont dues et sur les options de paiement possibles.
§ 4. L'organisme de pension peut pour tout ou partie être déchargé de l'exécution des obligations imposées au présent article, pour autant que l'ASBL SiGeDiS, créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte entre générations, s'engage, sur la base d'une convention avec l'organisme de pension, à reprendre l'exécution de ces obligations.
§ 5. L'organisme de pension communique à l'ASBL SiGeDiS créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, les données nécessaires à l'information visée à l'article 306, § 2, 5,° de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006."
"Art. 48. § 1er. L'organisme de pension communique chaque année, aux affiliés qui ont payé une cotisation l'année précédente, une fiche de pension qui contient :
1° dans une première partie, uniquement les données suivantes :
1. Le montant des réserves acquises au 1erjanvier de l'année concernée.
Est également indiqué le montant garanti en vertu de l'article 47, alinéa 2, si le montant des réserves acquises est inférieur à ce montant.
2. Si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1erjanvier de l'année concernée ainsi que la date de leur exigibilité.
3. Le montant au 1erjanvier de l'année concernée de la prestation à l'âge de retraite calculée en supposant que l'affilié verse jusqu'à l'âge de retraite des cotisations égales à celles versées au cours de l'année précédente.
Il est précisé qu'il s'agit d'une estimation qui ne vaut pas notification d'un droit à une pension complémentaire.
4. Le montant au 1erjanvier de l'année concernée de la prestation en cas décès avant l'âge de retraite à prendre en compte en vertu de la convention de pension.
2° dans une seconde partie, au moins les données suivantes :
1. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises et de la garantie visée à l'article 47, alinéa 2;
2. les montants visés au 1°, point 1, relatifs à l'année précédente;
3. les éléments variables qui sont pris en compte pour le calcul des montants visés au 1°, points 1 et 2;
4. le montant des contributions versées au cours de l'année précédente, scindé par avantage;
5. le cas échéant, les informations relatives à la participation bénéficiaire que le Roi détermine;
6. le cas échéant, le montant des suppléments mis à charge de l'affilié au cours de l'exercice comptable précédent;
7. le cas échéant, le taux d'intérêt garanti au cours de l'exercice comptable précédent.
Lors de la communication visée par le présent paragraphe, l'organisme de pension informe l'affilié qu'il peut consulter des données relatives à sa/ses pension(s) complémentaire(s) au sein de la banque de données relatives aux pensions complémentaires créée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.
La communication peut être réalisée par voie électronique aux conditions suivantes :
- La fiche de pension consultable par voie électronique doit pouvoir être imprimée en version papier;
- La fiche de pension consultable par voie électronique doit être conservée par l'organisme de pension sur un support durable.
En cas de communication par voie électronique, l'affilié visé au présent paragraphe conserve le droit de demander la communication de celle-ci en version papier.
§ 2. L'organisme de pension communique à l'affilié, sur simple demande, un aperçu historique du montant des réserves acquises en mentionnant, le cas échéant, le montant correspondant à la garantie visée à l'article 47, alinéa 2. Cet aperçu peut être limité à la période d'affiliation auprès de l'organisme de pension et à la période qui suit l'entrée en vigueur de la présente loi.
§ 3. Lors du départ à la retraite ou lorsque d'autres prestations deviennent exigibles, l'organisme de pension informe le bénéficiaire ou, en cas de décès, ses ayants droit sur les prestations qui sont dues et sur les options de paiement possibles.
§ 4. L'organisme de pension peut pour tout ou partie être déchargé de l'exécution des obligations imposées au présent article, pour autant que l'ASBL SiGeDiS, créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte entre générations, s'engage, sur la base d'une convention avec l'organisme de pension, à reprendre l'exécution de ces obligations.
§ 5. L'organisme de pension communique à l'ASBL SiGeDiS créée suivant l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, les données nécessaires à l'information visée à l'article 306, § 2, 5,° de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006."
Art. 33. In artikel 47, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "en verworven prestaties" ingevoegd na "reserves".
Art. 33. Dans l'article 47, alinéa 1er, de la même loi, les mots "et aux prestations acquises" sont insérés entre le mot "acquises" et le mot "conformément".
Art. 34. De artikelen 31 tot en met 33 treden in werking op 1 januari 2016.
Art. 34. Les articles 31 à 33 inclus entrent en vigueur le 1er janvier 2016.
TITEL 4. - Aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders
TITRE 4. - Pension complémentaire pour dirigeants d'entreprise
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Art. 35. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :
1° aanvullend pensioen : het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na de pensioenleeftijd, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst bepaalde [2 gedane]2 stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke socialezekerheidsregeling vastgesteld pensioen;
2° pensioentoezegging : de toezegging van een aanvullend pensioen door een inrichter aan één of meerdere bedrijfsleiders;
3° pensioenstelsel : een collectieve pensioentoezegging;
4° individuele pensioentoezegging : een pensioentoezegging aan een bedrijfsleider en/of zijn rechthebbenden;
5° inrichter : de rechtspersoon die een pensioentoezegging doet;
6° bedrijfsleider : de natuurlijke persoon bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
7° aangeslotene : de bedrijfsleider die van een pensioentoezegging geniet alsook de voormalige bedrijfsleider die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
8° pensioenreglement : het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotene en zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling, alsook de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald;
9° pensioenovereenkomst : de overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotene en zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling, alsook de regels inzake de uitvoering van de individuele pensioentoezegging worden bepaald;
10° verworven reserves : de reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
11° verworven prestaties : de prestaties waarop de aangeslotene op de pensioenleeftijd aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, indien hij, wanneer hij niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat;
12° [3 pensioeninstelling : een onderneming of instelling bedoeld in de Boeken II en III van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, of in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, die wordt belast met de uitvoering van de pensioentoezegging;]3
13° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die wordt vermeld in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
14° de wet van 27 oktober 2006 : de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
15° de wetgeving inzake prudentieel toezicht : [3 de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen]3 en de wet van 27 oktober 2006, en hun uitvoeringsbesluiten;
16° de FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, ingesteld door artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
17° [3 ...]3
[1 18° pensionering: de effectieve ingang van het rustpensioen met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van de prestaties.
19° wettelijke pensioenleeftijd: de pensioenleeftijd volgens artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie;]1
[4 20° rentegenieter: een persoon die periodieke prestaties ontvangt die onder het toepassingsgebied van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vallen;
21° duurzame drager: een hulpmiddel dat een aangeslotene of rentegenieter in staat stelt om persoonlijk aan hem of haar meegedeelde of ter beschikking gestelde informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd en waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd;
22° Sigedis: de vzw Sigedis, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.]4
1° aanvullend pensioen : het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na de pensioenleeftijd, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst bepaalde [2 gedane]2 stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke socialezekerheidsregeling vastgesteld pensioen;
2° pensioentoezegging : de toezegging van een aanvullend pensioen door een inrichter aan één of meerdere bedrijfsleiders;
3° pensioenstelsel : een collectieve pensioentoezegging;
4° individuele pensioentoezegging : een pensioentoezegging aan een bedrijfsleider en/of zijn rechthebbenden;
5° inrichter : de rechtspersoon die een pensioentoezegging doet;
6° bedrijfsleider : de natuurlijke persoon bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
7° aangeslotene : de bedrijfsleider die van een pensioentoezegging geniet alsook de voormalige bedrijfsleider die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
8° pensioenreglement : het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotene en zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling, alsook de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald;
9° pensioenovereenkomst : de overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotene en zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling, alsook de regels inzake de uitvoering van de individuele pensioentoezegging worden bepaald;
10° verworven reserves : de reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
11° verworven prestaties : de prestaties waarop de aangeslotene op de pensioenleeftijd aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, indien hij, wanneer hij niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat;
12° [3 pensioeninstelling : een onderneming of instelling bedoeld in de Boeken II en III van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, of in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, die wordt belast met de uitvoering van de pensioentoezegging;]3
13° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die wordt vermeld in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
14° de wet van 27 oktober 2006 : de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;
15° de wetgeving inzake prudentieel toezicht : [3 de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen]3 en de wet van 27 oktober 2006, en hun uitvoeringsbesluiten;
16° de FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, ingesteld door artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
17° [3 ...]3
[1 18° pensionering: de effectieve ingang van het rustpensioen met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van de prestaties.
19° wettelijke pensioenleeftijd: de pensioenleeftijd volgens artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie;]1
[4 20° rentegenieter: een persoon die periodieke prestaties ontvangt die onder het toepassingsgebied van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vallen;
21° duurzame drager: een hulpmiddel dat een aangeslotene of rentegenieter in staat stelt om persoonlijk aan hem of haar meegedeelde of ter beschikking gestelde informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd en waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd;
22° Sigedis: de vzw Sigedis, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.]4
Modifications
Art. 35. Pour l'application du présent titre, il faut entendre par :
1° pension complémentaire : la pension de retraite et/ou de survie en cas de décès de l'affilié avant ou après l'âge de retraite, ou la valeur en capital qui y correspond, qui sont constituées sur la base de versements effectués conformément à un règlement de pension ou une convention de pension en complément d'une pension fixée en vertu d'un régime légal de sécurité sociale;
2° engagement de pension : l'engagement d'un organisateur de constituer une pension complémentaire au profit d'un ou plusieurs dirigeants d'entreprise;
3° régime de pension : un engagement de pension collectif;
4° engagement individuel de pension : un engagement de pension au profit d'un dirigeant d'entreprise et/ou de ses ayants droit;
5° organisateur : la personne morale qui prend un engagement de pension;
6° dirigeant d'entreprise : la personne physique visée à l'article 32, alinéa 1er, 1° et 2°, du Code des Impôts sur les Revenus 1992;
7° affilié : le dirigeant d'entreprise qui bénéficie d'un engagement de pension ainsi que l'ancien dirigeant d'entreprise qui continue à bénéficier de droits actuels ou différés conformément au règlement de pension ou à la convention de pension;
8° règlement de pension : le règlement où sont fixés les droits et obligations de l'organisateur, de l'affilié et de ses ayants droit ainsi que de l'organisme de pension et les règles relatives à l'exécution du régime de pension;
9° convention de pension : la convention où sont fixés les droits et obligations de l'organisateur, de l'affilié et de ses ayants droit ainsi que de l'organisme de pension et les règles relatives à l'exécution de l'engagement individuel de pension;
10° réserves acquises : les réserves auxquelles l'affilié a droit, à un moment déterminé, conformément au règlement de pension ou à la convention de pension;
11° prestations acquises : les prestations auxquelles l'affilié peut prétendre à l'âge de retraite, conformément au règlement de pension ou à la convention de pension, si, lorsqu'il cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur, il laisse ses réserves acquises dans l'organisme de pension;
12° [2 organisme de pension : une entreprise ou un organisme visés aux Livres II et III de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance, ou à l'article 2, 1°, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, chargé de l'exécution de l'engagement de pension;]2
13° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans le règlement de pension ou la convention de pension;
14° la loi du 27 octobre 2006 : la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
15° la législation de contrôle prudentiel : [2 la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance]2 et la loi du 27 octobre 2006, ainsi que leurs arrêtés d'exécution;
16° la FSMA : l'Autorité des services et marchés financiers, instituée par l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
17° [2 ...]2
[1 18° mise à la retraite: la prise de cours effective de la pension de retraite relative à l'activité professionnelle qui a donné lieu à la constitution des prestations.
19° âge légal de la pension: l'âge de la pension en vertu de l'article 3 de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et de l'article 3, § 1er, 4° de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne;]1
[3 20° rentier: toute personne qui reçoit des prestations périodiques tombant dans le champ d'application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
21° support durable: un instrument permettant à un affilié ou à un rentier de stocker des informations qui lui sont communiquées ou sont mises à sa disposition, personnellement, d'une manière permettant de s'y reporter à l'avenir et pendant un laps de temps adapté aux fins auxquelles les informations sont destinées et qui permet la reproduction à l'identique des informations stockées;
22° Sigedis: l'ASBL Sigedis, créée conformément à l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.]3
1° pension complémentaire : la pension de retraite et/ou de survie en cas de décès de l'affilié avant ou après l'âge de retraite, ou la valeur en capital qui y correspond, qui sont constituées sur la base de versements effectués conformément à un règlement de pension ou une convention de pension en complément d'une pension fixée en vertu d'un régime légal de sécurité sociale;
2° engagement de pension : l'engagement d'un organisateur de constituer une pension complémentaire au profit d'un ou plusieurs dirigeants d'entreprise;
3° régime de pension : un engagement de pension collectif;
4° engagement individuel de pension : un engagement de pension au profit d'un dirigeant d'entreprise et/ou de ses ayants droit;
5° organisateur : la personne morale qui prend un engagement de pension;
6° dirigeant d'entreprise : la personne physique visée à l'article 32, alinéa 1er, 1° et 2°, du Code des Impôts sur les Revenus 1992;
7° affilié : le dirigeant d'entreprise qui bénéficie d'un engagement de pension ainsi que l'ancien dirigeant d'entreprise qui continue à bénéficier de droits actuels ou différés conformément au règlement de pension ou à la convention de pension;
8° règlement de pension : le règlement où sont fixés les droits et obligations de l'organisateur, de l'affilié et de ses ayants droit ainsi que de l'organisme de pension et les règles relatives à l'exécution du régime de pension;
9° convention de pension : la convention où sont fixés les droits et obligations de l'organisateur, de l'affilié et de ses ayants droit ainsi que de l'organisme de pension et les règles relatives à l'exécution de l'engagement individuel de pension;
10° réserves acquises : les réserves auxquelles l'affilié a droit, à un moment déterminé, conformément au règlement de pension ou à la convention de pension;
11° prestations acquises : les prestations auxquelles l'affilié peut prétendre à l'âge de retraite, conformément au règlement de pension ou à la convention de pension, si, lorsqu'il cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur, il laisse ses réserves acquises dans l'organisme de pension;
12° [2 organisme de pension : une entreprise ou un organisme visés aux Livres II et III de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance et de réassurance, ou à l'article 2, 1°, de la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle, chargé de l'exécution de l'engagement de pension;]2
13° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans le règlement de pension ou la convention de pension;
14° la loi du 27 octobre 2006 : la loi du 27 octobre 2006 relative au contrôle des institutions de retraite professionnelle;
15° la législation de contrôle prudentiel : [2 la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance]2 et la loi du 27 octobre 2006, ainsi que leurs arrêtés d'exécution;
16° la FSMA : l'Autorité des services et marchés financiers, instituée par l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers;
17° [2 ...]2
[1 18° mise à la retraite: la prise de cours effective de la pension de retraite relative à l'activité professionnelle qui a donné lieu à la constitution des prestations.
19° âge légal de la pension: l'âge de la pension en vertu de l'article 3 de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et de l'article 3, § 1er, 4° de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne;]1
[3 20° rentier: toute personne qui reçoit des prestations périodiques tombant dans le champ d'application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
21° support durable: un instrument permettant à un affilié ou à un rentier de stocker des informations qui lui sont communiquées ou sont mises à sa disposition, personnellement, d'une manière permettant de s'y reporter à l'avenir et pendant un laps de temps adapté aux fins auxquelles les informations sont destinées et qui permet la reproduction à l'identique des informations stockées;
22° Sigedis: l'ASBL Sigedis, créée conformément à l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II, de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.]3
HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen met betrekking tot pensioentoezeggingen
CHAPITRE 2. - Dispositions générales relatives aux engagements de pension
Art. 36. § 1. Elke pensioentoezegging wordt beheerst door een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst.
§ 2. Onverminderd de vermeldingen die er krachtens andere wettelijke bepalingen in moeten opgenomen worden, moet het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de pensioenleeftijd vastleggen.
[1 Voor de pensioentoezeggingen ingevoerd vanaf de inwerkingtreding van dit lid, kan de door het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst voorziene pensioenleeftijd niet lager zijn dan de op het ogenblik van de invoering in voege zijnde wettelijke pensioenleeftijd.]1
§ 3. De tekst van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene meegedeeld. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt of deze kennisgeving door de inrichter of door de pensioeninstelling moet gebeuren.
§ 2. Onverminderd de vermeldingen die er krachtens andere wettelijke bepalingen in moeten opgenomen worden, moet het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de pensioenleeftijd vastleggen.
[1 Voor de pensioentoezeggingen ingevoerd vanaf de inwerkingtreding van dit lid, kan de door het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst voorziene pensioenleeftijd niet lager zijn dan de op het ogenblik van de invoering in voege zijnde wettelijke pensioenleeftijd.]1
§ 3. De tekst van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene meegedeeld. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt of deze kennisgeving door de inrichter of door de pensioeninstelling moet gebeuren.
Art. 36. § 1er. Tout engagement de pension est régi par un règlement ou une convention de pension.
§ 2. Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, le règlement de pension ou la convention de pension doit préciser l'âge de retraite.
[1 Pour les engagements de pension instaurés à partir de la date d'entrée en vigueur du présent alinéa, l'âge de retraite prévu par le règlement de pension ou la convention de pension ne peut être inférieur à l'âge légal de la pension en vigueur.]1
§ 3. Le texte du règlement de pension ou de la convention de pension est communiqué sur sa simple demande à l'affilié. Le règlement de pension ou la convention de pension désigne qui, de l'organisateur ou de l'organisme de pension, est chargé de cette communication.
§ 2. Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, le règlement de pension ou la convention de pension doit préciser l'âge de retraite.
[1 Pour les engagements de pension instaurés à partir de la date d'entrée en vigueur du présent alinéa, l'âge de retraite prévu par le règlement de pension ou la convention de pension ne peut être inférieur à l'âge légal de la pension en vigueur.]1
§ 3. Le texte du règlement de pension ou de la convention de pension est communiqué sur sa simple demande à l'affilié. Le règlement de pension ou la convention de pension désigne qui, de l'organisateur ou de l'organisme de pension, est chargé de cette communication.
Art. 37. Onverminderd de bepalingen in [1 artikel 2/1, § 2,]1 van de wet van 27 oktober 2006 vertrouwt de inrichter de uitvoering van de pensioentoezegging aan een pensioeninstelling toe.
Modifications
Art. 37. Sans préjudice des dispositions de [1 l'article 2/1, § 2,]1 de la loi du 27 octobre 2006, l'organisateur confie l'exécution de l'engagement de pension à un organisme de pension.
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Verworven reserves, verworven prestaties, informatie aan de aangeslotene en uitbetaling van de prestaties
CHAPITRE 3. - Réserves acquises, prestations acquises, information de l'affilié et paiement des prestations
Art. 38. De aangeslotene heeft recht op de verworven reserves en prestaties overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Art. 38. L'affilié a droit aux réserves et prestations acquises conformément au règlement de pension ou à la convention de pension.
Art. 39. § 1. [5 Sigedis stelt voor elke in de databank aanvullende pensioenen gekende aangeslotene jaarlijks een beknopt document op dat de titel "pensioenoverzicht" draagt en waarin de in paragraaf 1/2 bepaalde gegevens zijn opgenomen. Een pensioenoverzicht wordt opgesteld per aansluiting.
De informatie in het pensioenoverzicht moet nauwkeurig en bijgewerkt zijn.
Elke wezenlijke wijziging in de in het pensioenoverzicht opgenomen informatie ten opzichte van het voorgaande jaar wordt duidelijk aangegeven.]5
[5 § 1/1. Sigedis stuurt jaarlijks kosteloos het pensioenoverzicht naar de beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) van de betrokken aangeslotenen en plaatst het eveneens in hun document-omgeving binnen de website www.mypension.be.
Voor de aangeslotenen die een e-mailadres hebben geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij hun beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box), stuurt Sigedis naar aanleiding van deze jaarlijkse verzending, een notificatie naar dat e-mailadres om de betrokkene te informeren over de nieuwe beschikbare informatie.
Sigedis bezorgt eveneens alle pensioenoverzichten kosteloos aan de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, aan de inrichter, met daarbij per pensioenoverzicht de indicatie of de betrokken aangeslotene per e-mail werd geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid, en of de betrokken aangeslotene nog bedrijfsleider van de inrichter was op de datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. De pensioeninstelling of de inrichter bezorgt daarop kosteloos het pensioenoverzicht aan de aangeslotenen die nog bedrijfsleider van de inrichter zijn en die niet per e-mail werden geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid.]5
[5 § 1/2. Het pensioenoverzicht bevat ten minste de volgende informatie:
1. de precieze datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. Het betreft steeds 1 januari van een bepaald jaar;
2. het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de bedrijfsleider vermeld;
3. indien van toepassing, informatie over volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en, in voorkomend geval, waar verdere informatie te vinden is;
4. als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
5. het bedrag van de verwachte prestatie op de wettelijke pensioenleeftijd van de aangeslotene, op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de volgende veronderstellingen:
- de aangeslotene blijft bedrijfsleider van de inrichter en geniet van de pensioentoezegging tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd;
- de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, blijft aangesloten tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd, maar zonder bijkomende bijdragestortingen;
- de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die beschikbaar zijn op de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst blijven ongewijzigd.
In het geval economische scenario's een invloed hebben op de berekening van de verwachte prestatie, moet deze een meest realistisch scenario, een gunstig scenario en een ongunstig scenario omvatten, rekening houdend met de specifieke aard van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst.
Er wordt een waarschuwing toegevoegd dat het gaat om projecties die kunnen verschillen van de definitieve waarde van de te ontvangen uitkeringen;
6. het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Indien er een wezenrente bestaat of er een bijkomende prestatie wordt toegekend in geval van overlijden door een ongeval, wordt dit eveneens vermeld;
7. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar;
8. de in punt 2 bedoelde bedragen die betrekking hebben op 1 januari van het voorgaande jaar;
9. de elementen waarmee bij de berekening van, naar gelang het geval, de bijdragen of de in punten 2 en 4 bedoelde bedragen rekening wordt gehouden.
Hierbij wordt eveneens de herberekeningsdatum vermeld waarop de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen in aanmerking werden genomen bij de berekening van de bedragen bedoeld in punten 2, 4, 5 en 6, alsook de pensioenleeftijd en de wettelijke pensioenleeftijd die op de betrokken aangeslotene van toepassing is;
10. informatie over de bijdragen die het vorige kalenderjaar werden toegekend aan de aangeslotene.
Indien een deel van de bijdragen wordt gebruikt tot dekking van fiscale en parafiscale lasten of voor de financiering van bijkomende dekkingen, dienen deze bedragen afzonderlijk te worden vermeld;
11. een uitsplitsing van de kosten die de pensioeninstelling het vorige kalenderjaar heeft ingehouden en die een impact hebben op de rechten van de aangeslotenen;
12. het rendement dat het vorige kalenderjaar aan de aangeslotene werd toegekend [6 indien deze een impact heeft op de rechten van de aangeslotenen]6;
13. de eventuele andere door de [6 regelgeving]6 toegelaten inkomende en uitgaande bedragen die een invloed hebben op de evolutie van de verworven reserves tussen twee opeenvolgende jaren.
Het pensioenoverzicht vermeldt tevens:
- dat de vermelde bedragen bruto bedragen betreffen en de prestaties bij uitkering nog onderhevig zijn aan belastingen en sociale bijdragen;
- de contactgegevens van de persoon of dienst waar de aangeslotene terecht kan met vragen of klachten;
- waar het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst kan worden opgevraagd;
- dat de aangeslotene het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen op de website www.mypension.be;
- waar en hoe aanvullende informatie kan worden verkregen, onder meer over:
* verdere praktische informatie over de opties waarover de aangeslotenen in het kader van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst beschikken;
* de in de jaarrekeningen, jaarverslagen en in de verklaring inzake de beleggingsbeginselen vermelde informatie;
* indien van toepassing, informatie over de gehanteerde hypothesen voor in rente uitgedrukte bedragen, met name over de actualisatieregels, het soort aanbieder en de duur van de rente;
* informatie over de hoogte van de uitkeringen in geval de aangeslotene ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn;
* aanvullende informatie indien het een pensioentoezegging of pensioenovereenkomst betreft waarbij de aangeslotenen het beleggingsrisico dragen en waarbij een beleggingsmogelijkheid krachtens een in het kader van de pensioentoezegging of pensioenovereenkomst vastgelegde specifieke regel aan de aangeslotene wordt opgelegd.]5
[3 § 1/3. De Koning kan de voorschriften, hypothesen en methodologie bepalen voor de voorstellingswijze(n) en de berekening van de gegevens vermeld in § 1/2.]3
§ 2. [5 Met het oog op de uitbetaling van de aanvullende pensioenprestatie geldt de volgende procedure:
1. indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis ontvangt, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vierde lid, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee binnen de volgende termijn:
a) ten laatste zestig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene, indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis minstens negentig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene ontvangt;
b) in de andere gevallen, binnen de dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van Sigedis;
2. indien de pensioeninstelling het verzoek van de aangeslotene, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vijfde of zesde lid, ontvangt, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, binnen de dertig dagen aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee.
De informatie zoals bedoeld in het eerste lid bevat de volgende gegevens:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling;
- desgevallend, de mededeling dat, behoudens tegenbericht, het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald en voor het gebruik waarvan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven.
Indien de pensioeninstelling geen kennisgeving of verzoek heeft ontvangen zoals bedoeld in het eerste lid, deelt zij aan de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, de in het tweede lid bedoelde gegevens mee uiterlijk zestig dagen vóór het bereiken van diens wettelijke pensioenleeftijd. Indien van toepassing licht de pensioeninstelling de aangeslotene in over de mogelijkheid voorzien in artikel 40, § 1, vijfde lid.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste en het derde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn tot op de dag van de effectieve mededeling van de in het tweede lid bedoelde gegevens aan de aangeslotene, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
Op voorwaarde dat:
- de verworven prestaties, of bij ontstentenis de verworven reserves, minder bedragen dan het bedragvastgesteld overeenkomstig art. 32, § 1, vierde en vijfde lid, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, en dat;
- het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen van de aangeslotene zal worden betaald beschikbaar is in het netwerk van de sociale zekerheid en de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven voor het gebruik ervan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen;
kan, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1. en in het derde lid, en in afwijking van het tweede lid, de informatie worden beperkt tot de volgende vermeldingen:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mededeling dat het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald.
Op voorwaarde dat de aangeslotene een e-mailadres heeft geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij zijn beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) wordt de in het vijfde lid bedoelde informatieverstrekking vervangen door een informatievertrekking langs elektronische weg door Sigedis.
Sigedis brengt de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, de inrichter op de hoogte van deze informatieverstrekking en de datum ervan.]5
[5 § 2/1. Binnen de dertig dagen nadat de pensioeninstelling op de hoogte is gebracht van het overlijden van de aangeslotene door Sigedis, of bij gebrek aan deze kennisgeving, aan de hand van een bewijskrachtig middel, door de inrichter, een begunstigde of op een andere wijze, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de begunstigde(n) de volgende informatie mee:
- de prestaties die verschuldigd zijn;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling.
De termijn in het eerste lid wordt opgeschort indien de pensioeninstelling niet over voldoende gegevens beschikt om één of meerdere van de begunstigden te identificeren of te lokaliseren. De pensioeninstelling neemt alle redelijke maatregelen om binnen de kortst mogelijke termijn deze gegevens te bekomen, waarna de termijn bepaald in het eerste lid herneemt. Ter identificatie en opsporing van de personen die overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de hoedanigheid van begunstigde hebben, vraagt de pensioeninstelling desgevallend de identificatiegegevens van de betrokkenen op bij Sigedis.
Indien de pensioeninstelling, na de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling te hebben ontvangen van de begunstigde(n), zoals bedoeld in het eerste lid, vaststelt dat gezien de aard of de inhoud van deze informatie bijkomende inlichtingen vereist zijn, deelt de pensioeninstelling dit binnen een termijn van dertig dagen mee.
Binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van alle nodige informatie zoals omschreven in het eerste en het derde lid, gaat de pensioeninstelling over tot de uitbetaling van de prestatie. Deze termijn wordt opgeschort indien omwille van een aan de pensioeninstelling externe oorzaak de uitbetaling niet kan plaatsvinden. De termijn begint opnieuw te lopen wanneer de oorzaak ophoudt te bestaan. De pensioeninstelling moet aan de hand van het dossier aantonen waarom de termijn desgevallend is geschorst en bewijzen dat deze schorsing in overeenstemming is met de wet.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste, derde en vierde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn en tot op de dag van het opvragen van de nodige inlichtingen zoals beschreven in het eerste en derde lid of van de effectieve uitbetaling door de pensioeninstelling zoals beschreven in het vierde lid, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
De informatie bedoeld in het eerste en derde lid moet redelijk en relevant zijn met het oog op het regelen van de uitbetaling van de prestatie.]5
§ 3. De mededelingen bedoeld in [5 de paragrafen 1 tot en met 2/1]5 vermelden eveneens de volgende gegevens :
1° de identificatie van de aangeslotene of de betrokkene, met inbegrip van het INSZ-nummer behalve voor de begunstigden van een prestatie bij overlijden;
2° in voorkomend geval de identificatie van de inrichter, met inbegrip van het KBO-nummer;
3° de identificatie van de pensioeninstelling, met inbegrip van [5 de naam, het contactadres en]5 het KBO-nummer;
4° de identificatie van de pensioentoezegging [5 of de pensioenovereenkomst]5.
De Koning kan de lijst met gegevens vermeld in het eerste lid aanvullen.
Indien de inrichter of de pensioeninstelling bijkomende informatie wensen mee te delen aan de aangeslotene of de betrokkene, dient dit gebeuren in een duidelijk onderscheiden gedeelte.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 De pensioeninstelling deelt aan Sigedis de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de opstelling van het in § 1 bedoelde pensioenoverzicht, alsook voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking.]5
De informatie in het pensioenoverzicht moet nauwkeurig en bijgewerkt zijn.
Elke wezenlijke wijziging in de in het pensioenoverzicht opgenomen informatie ten opzichte van het voorgaande jaar wordt duidelijk aangegeven.]5
[5 § 1/1. Sigedis stuurt jaarlijks kosteloos het pensioenoverzicht naar de beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) van de betrokken aangeslotenen en plaatst het eveneens in hun document-omgeving binnen de website www.mypension.be.
Voor de aangeslotenen die een e-mailadres hebben geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij hun beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box), stuurt Sigedis naar aanleiding van deze jaarlijkse verzending, een notificatie naar dat e-mailadres om de betrokkene te informeren over de nieuwe beschikbare informatie.
Sigedis bezorgt eveneens alle pensioenoverzichten kosteloos aan de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, aan de inrichter, met daarbij per pensioenoverzicht de indicatie of de betrokken aangeslotene per e-mail werd geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid, en of de betrokken aangeslotene nog bedrijfsleider van de inrichter was op de datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. De pensioeninstelling of de inrichter bezorgt daarop kosteloos het pensioenoverzicht aan de aangeslotenen die nog bedrijfsleider van de inrichter zijn en die niet per e-mail werden geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid.]5
[5 § 1/2. Het pensioenoverzicht bevat ten minste de volgende informatie:
1. de precieze datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. Het betreft steeds 1 januari van een bepaald jaar;
2. het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de bedrijfsleider vermeld;
3. indien van toepassing, informatie over volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en, in voorkomend geval, waar verdere informatie te vinden is;
4. als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
5. het bedrag van de verwachte prestatie op de wettelijke pensioenleeftijd van de aangeslotene, op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de volgende veronderstellingen:
- de aangeslotene blijft bedrijfsleider van de inrichter en geniet van de pensioentoezegging tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd;
- de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, blijft aangesloten tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd, maar zonder bijkomende bijdragestortingen;
- de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die beschikbaar zijn op de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst blijven ongewijzigd.
In het geval economische scenario's een invloed hebben op de berekening van de verwachte prestatie, moet deze een meest realistisch scenario, een gunstig scenario en een ongunstig scenario omvatten, rekening houdend met de specifieke aard van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst.
Er wordt een waarschuwing toegevoegd dat het gaat om projecties die kunnen verschillen van de definitieve waarde van de te ontvangen uitkeringen;
6. het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Indien er een wezenrente bestaat of er een bijkomende prestatie wordt toegekend in geval van overlijden door een ongeval, wordt dit eveneens vermeld;
7. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar;
8. de in punt 2 bedoelde bedragen die betrekking hebben op 1 januari van het voorgaande jaar;
9. de elementen waarmee bij de berekening van, naar gelang het geval, de bijdragen of de in punten 2 en 4 bedoelde bedragen rekening wordt gehouden.
Hierbij wordt eveneens de herberekeningsdatum vermeld waarop de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen in aanmerking werden genomen bij de berekening van de bedragen bedoeld in punten 2, 4, 5 en 6, alsook de pensioenleeftijd en de wettelijke pensioenleeftijd die op de betrokken aangeslotene van toepassing is;
10. informatie over de bijdragen die het vorige kalenderjaar werden toegekend aan de aangeslotene.
Indien een deel van de bijdragen wordt gebruikt tot dekking van fiscale en parafiscale lasten of voor de financiering van bijkomende dekkingen, dienen deze bedragen afzonderlijk te worden vermeld;
11. een uitsplitsing van de kosten die de pensioeninstelling het vorige kalenderjaar heeft ingehouden en die een impact hebben op de rechten van de aangeslotenen;
12. het rendement dat het vorige kalenderjaar aan de aangeslotene werd toegekend [6 indien deze een impact heeft op de rechten van de aangeslotenen]6;
13. de eventuele andere door de [6 regelgeving]6 toegelaten inkomende en uitgaande bedragen die een invloed hebben op de evolutie van de verworven reserves tussen twee opeenvolgende jaren.
Het pensioenoverzicht vermeldt tevens:
- dat de vermelde bedragen bruto bedragen betreffen en de prestaties bij uitkering nog onderhevig zijn aan belastingen en sociale bijdragen;
- de contactgegevens van de persoon of dienst waar de aangeslotene terecht kan met vragen of klachten;
- waar het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst kan worden opgevraagd;
- dat de aangeslotene het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen op de website www.mypension.be;
- waar en hoe aanvullende informatie kan worden verkregen, onder meer over:
* verdere praktische informatie over de opties waarover de aangeslotenen in het kader van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst beschikken;
* de in de jaarrekeningen, jaarverslagen en in de verklaring inzake de beleggingsbeginselen vermelde informatie;
* indien van toepassing, informatie over de gehanteerde hypothesen voor in rente uitgedrukte bedragen, met name over de actualisatieregels, het soort aanbieder en de duur van de rente;
* informatie over de hoogte van de uitkeringen in geval de aangeslotene ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn;
* aanvullende informatie indien het een pensioentoezegging of pensioenovereenkomst betreft waarbij de aangeslotenen het beleggingsrisico dragen en waarbij een beleggingsmogelijkheid krachtens een in het kader van de pensioentoezegging of pensioenovereenkomst vastgelegde specifieke regel aan de aangeslotene wordt opgelegd.]5
[3 § 1/3. De Koning kan de voorschriften, hypothesen en methodologie bepalen voor de voorstellingswijze(n) en de berekening van de gegevens vermeld in § 1/2.]3
§ 2. [5 Met het oog op de uitbetaling van de aanvullende pensioenprestatie geldt de volgende procedure:
1. indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis ontvangt, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vierde lid, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee binnen de volgende termijn:
a) ten laatste zestig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene, indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis minstens negentig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene ontvangt;
b) in de andere gevallen, binnen de dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van Sigedis;
2. indien de pensioeninstelling het verzoek van de aangeslotene, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vijfde of zesde lid, ontvangt, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, binnen de dertig dagen aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee.
De informatie zoals bedoeld in het eerste lid bevat de volgende gegevens:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling;
- desgevallend, de mededeling dat, behoudens tegenbericht, het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald en voor het gebruik waarvan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven.
Indien de pensioeninstelling geen kennisgeving of verzoek heeft ontvangen zoals bedoeld in het eerste lid, deelt zij aan de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, de in het tweede lid bedoelde gegevens mee uiterlijk zestig dagen vóór het bereiken van diens wettelijke pensioenleeftijd. Indien van toepassing licht de pensioeninstelling de aangeslotene in over de mogelijkheid voorzien in artikel 40, § 1, vijfde lid.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste en het derde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn tot op de dag van de effectieve mededeling van de in het tweede lid bedoelde gegevens aan de aangeslotene, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
Op voorwaarde dat:
- de verworven prestaties, of bij ontstentenis de verworven reserves, minder bedragen dan het bedragvastgesteld overeenkomstig art. 32, § 1, vierde en vijfde lid, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, en dat;
- het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen van de aangeslotene zal worden betaald beschikbaar is in het netwerk van de sociale zekerheid en de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven voor het gebruik ervan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen;
kan, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1. en in het derde lid, en in afwijking van het tweede lid, de informatie worden beperkt tot de volgende vermeldingen:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mededeling dat het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald.
Op voorwaarde dat de aangeslotene een e-mailadres heeft geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij zijn beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) wordt de in het vijfde lid bedoelde informatieverstrekking vervangen door een informatievertrekking langs elektronische weg door Sigedis.
Sigedis brengt de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, de inrichter op de hoogte van deze informatieverstrekking en de datum ervan.]5
[5 § 2/1. Binnen de dertig dagen nadat de pensioeninstelling op de hoogte is gebracht van het overlijden van de aangeslotene door Sigedis, of bij gebrek aan deze kennisgeving, aan de hand van een bewijskrachtig middel, door de inrichter, een begunstigde of op een andere wijze, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de begunstigde(n) de volgende informatie mee:
- de prestaties die verschuldigd zijn;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling.
De termijn in het eerste lid wordt opgeschort indien de pensioeninstelling niet over voldoende gegevens beschikt om één of meerdere van de begunstigden te identificeren of te lokaliseren. De pensioeninstelling neemt alle redelijke maatregelen om binnen de kortst mogelijke termijn deze gegevens te bekomen, waarna de termijn bepaald in het eerste lid herneemt. Ter identificatie en opsporing van de personen die overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de hoedanigheid van begunstigde hebben, vraagt de pensioeninstelling desgevallend de identificatiegegevens van de betrokkenen op bij Sigedis.
Indien de pensioeninstelling, na de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling te hebben ontvangen van de begunstigde(n), zoals bedoeld in het eerste lid, vaststelt dat gezien de aard of de inhoud van deze informatie bijkomende inlichtingen vereist zijn, deelt de pensioeninstelling dit binnen een termijn van dertig dagen mee.
Binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van alle nodige informatie zoals omschreven in het eerste en het derde lid, gaat de pensioeninstelling over tot de uitbetaling van de prestatie. Deze termijn wordt opgeschort indien omwille van een aan de pensioeninstelling externe oorzaak de uitbetaling niet kan plaatsvinden. De termijn begint opnieuw te lopen wanneer de oorzaak ophoudt te bestaan. De pensioeninstelling moet aan de hand van het dossier aantonen waarom de termijn desgevallend is geschorst en bewijzen dat deze schorsing in overeenstemming is met de wet.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste, derde en vierde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn en tot op de dag van het opvragen van de nodige inlichtingen zoals beschreven in het eerste en derde lid of van de effectieve uitbetaling door de pensioeninstelling zoals beschreven in het vierde lid, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
De informatie bedoeld in het eerste en derde lid moet redelijk en relevant zijn met het oog op het regelen van de uitbetaling van de prestatie.]5
§ 3. De mededelingen bedoeld in [5 de paragrafen 1 tot en met 2/1]5 vermelden eveneens de volgende gegevens :
1° de identificatie van de aangeslotene of de betrokkene, met inbegrip van het INSZ-nummer behalve voor de begunstigden van een prestatie bij overlijden;
2° in voorkomend geval de identificatie van de inrichter, met inbegrip van het KBO-nummer;
3° de identificatie van de pensioeninstelling, met inbegrip van [5 de naam, het contactadres en]5 het KBO-nummer;
4° de identificatie van de pensioentoezegging [5 of de pensioenovereenkomst]5.
De Koning kan de lijst met gegevens vermeld in het eerste lid aanvullen.
Indien de inrichter of de pensioeninstelling bijkomende informatie wensen mee te delen aan de aangeslotene of de betrokkene, dient dit gebeuren in een duidelijk onderscheiden gedeelte.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 De pensioeninstelling deelt aan Sigedis de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de opstelling van het in § 1 bedoelde pensioenoverzicht, alsook voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking.]5
Modifications
Art. 39. § 1er. [5 Pour chaque affilié connu dans la banque de données des pensions complémentaires, Sigedis établit annuellement un document concis intitulé "relevé des droits à retraite", qui comprend les informations spécifiées au paragraphe 1er/2. Un relevé des droits à retraite est établi pour chaque affiliation.
Les informations contenues dans le relevé des droits à retraite doivent être précises et à jour.
Tout changement important dans les informations contenues dans le relevé des droits à retraite par rapport à l'année précédente est indiqué clairement.]5
[5 § 1er/1. Chaque année, Sigedis envoie sans frais le relevé des droits à retraite à la boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box) des affiliés concernés et le place également dans leur environnement de documents sur le site web www.mypension.be.
Pour les affiliés qui ont enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur leur boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), Sigedis envoie une notification à cette adresse e-mail à l'occasion de cet envoi annuel pour informer la personne concernée des nouvelles informations disponibles.
Sigedis envoie également tous les relevés des droits à retraite sans frais à l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, à l'organisateur, en précisant pour chaque relevé des droits à retraite si l'affilié concerné a été informé par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2 et si l'affilié concerné était encore dirigeant d'entreprise de l'organisateur à la date à laquelle les informations du relevé des droits à retraite se rapportent. L'organisme de pension ou l'organisateur fournit alors sans frais le relevé des droits à retraite aux affiliés qui sont encore dirigeants d'entreprise de l'organisateur et qui n'ont pas été informés par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2.]5
[5 § 1er/2. Le relevé des droits à retraite contient au moins les informations suivantes:
1. la date exacte à laquelle les informations figurant dans le relevé des droits à retraite se réfèrent. Il s'agit toujours du 1er janvier d'une année déterminée;
2. le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le dirigeant d'entreprise sont renseignés;
3. le cas échéant, toute information concernant des garanties totales ou partielles au titre du règlement de pension ou de la convention de pension et, dans ce cas, l'endroit où trouver de plus amples informations;
4. si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension;
5. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation attendue, à l'âge légal de la pension de l'affilié, calculée sur la base des hypothèses suivantes:
- l'affilié reste dirigeant d'entreprise de l'organisateur et bénéficie de l'engagement de pension jusqu'à cet âge légal de la pension;
- l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, reste affilié jusqu'à cet âge légal de la pension, mais sans versements de contributions supplémentaires;
- les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension restent inchangés.
Dans le cas où des scénarios économiques ont une incidence sur le calcul de la prestation attendue, celle-ci doit comprendre le scénario le plus réaliste, un scénario favorable et un scénario défavorable, tenant compte de la nature propre de l'engagement de pension ou de la convention de pension.
Une clause de non-responsabilité précisant qu'il s'agit de projections qui peuvent différer du montant final des prestations à percevoir est ajoutée;
6. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
S'il existe une rente d'orphelin ou s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident, cela est également précisé;
7. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises;
8. les montants visés au point 2, relatifs au 1er janvier de l'année précédente;
9. les éléments qui sont pris en compte pour le calcul, selon le cas, des contributions ou des montants visés aux points 2 et 4.
Sont à cet égard également indiqués la date de recalcul à laquelle les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire sont pris en compte dans le calcul des montants visés aux points 2, 4, 5 et 6, ainsi que l'âge de retraite et l'âge légal de la pension qui est applicable à l'affilié concerné;
10. des informations sur les contributions qui ont été affectées à l'affilié au cours de l'année civile précédente.
Si une partie des contributions est utilisée pour couvrir des charges fiscales et parafiscales ou pour financer des couvertures supplémentaires, ces montants doivent être indiqués séparément;
11. une ventilation des coûts qui ont été déduits par l'organisme de pension au cours de l'année civile précédente et qui ont un impact sur les droits des affiliés;
12. le rendement qui a été attribué à l'affilié au cours de l'année civile précédente [6 si celui-ci a un impact sur les droits des affiliés]6;
13. tout autre montant entrant et sortant autorisé par la [6 règlementation]6 qui a une incidence sur l'évolution des réserves acquises entre deux années consécutives.
Le relevé des droits à retraite doit également indiquer:
- que les montants mentionnés sont des montants bruts et que les prestations, lors de leur versement, seront encore assujetties à des impôts et à des cotisations sociales;
- les coordonnées de la personne à qui ou du service auquel l'affilié peut s'adresser en cas de questions ou de plaintes;
- où le règlement de pension ou la convention de pension peut être obtenu;
- que l'affilié peut consulter le règlement de pension ou la convention de pension et les données relatives à sa (ses) pension(s) complémentaire(s) sur le site web www.mypension.be;
- où et comment obtenir des informations supplémentaires, notamment:
* de plus amples informations pratiques sur les options offertes aux affiliés par l'engagement de pension ou la convention de pension;
* les informations contenues dans les comptes et rapports annuels, ainsi que les informations contenues dans la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement;
* le cas échéant, des informations sur les hypothèses utilisées pour estimer les montants exprimés en rente, en particulier les règles d'actualisation, le type de prestataire et la durée de la rente;
* des informations sur le niveau des prestations lorsque l'affilié cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur;
* des informations complémentaires s'il s'agit d'un engagement de pension ou d'une convention de pension dans lequel les affiliés supportent le risque d'investissement et où une option d'investissement est imposée à l'affilié par une règle spécifique prévue dans l'engagement de pension ou la convention de pension.]5
[3 § 1er/3. Le Roi peut déterminer les règles, les hypothèses et la méthodologie à suivre pour le(s) mode(s) de présentation et le calcul des données visées au § 1er/2.]3
§ 2. [5 En vue du versement de la prestation de pension complémentaire, la procédure suivante est applicable:
1. lorsque l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 4, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans le délai suivant:
a) au plus tard soixante jours avant la mise à la retraite de l'affilié, si l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis au moins nonante jours avant la mise à la retraite de l'affilié;
b) dans les autres cas, dans les trente jours qui suivent la réception de la notification de Sigedis;
2. lorsque l'organisme de pension reçoit la demande de l'affilié, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 5 ou 6, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans un délai de trente jours.
Les informations visées à l'alinéa 1er contiennent les données suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement;
- le cas échéant, la notification que, sauf avis contraire, la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale et pour l'utilisation duquel, dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire, l'affilié a donné son accord.
Si l'organisme de pension n'a pas reçu de notification ou de demande telle que visée à l'alinéa 1er, il communique à l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, les données visées à l'alinéa 2 au plus tard soixante jours avant que ce dernier n'atteigne l'âge légal de la pension. Le cas échéant, l'organisme de pension informe l'affilié de la possibilité prévue par l'article 40, § 1er, alinéa 5.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er et 3 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les informations visées à l'alinéa 2 sont effectivement communiquées à l'affilié, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
A condition que:
- les prestations acquises ou, à défaut, les réserves acquises, soient inférieures au montant déterminé conformément à l'article 32, § 1er, alinéas 4 et 5, du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, et que;
- le numéro de compte sur lequel sera versée la pension légale de l'affilié soit disponible dans le réseau de la sécurité sociale et que l'affilié ait donné son accord pour son utilisation dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire;
dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1. et l'alinéa 3, et par dérogation à l'alinéa 2, l'information peut être limitée aux mentions suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- la notification que la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale.
A condition que l'affilié ait enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur sa boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), la communication d'informations visée à l'alinéa 5 est remplacée par une communication électronique d'informations par Sigedis.
Sigedis informe l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, l'organisateur, de cette communication et la date de celle-ci.]5
[5 § 2/1. Dans les trente jours qui suivent la notification à l'organisme de pension du décès de l'affilié par Sigedis, ou à défaut de cette notification, sur présentation d'un document probant, par l'organisateur, par un bénéficiaire ou de toute autre manière, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique au(x) bénéficiaire(s) les informations suivantes:
- les prestations qui sont dues;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement.
Le délai prévu à l'alinéa 1er est suspendu si l'organisme de pension ne dispose pas de données suffisantes pour identifier ou localiser un ou plusieurs bénéficiaires. L'organisme de pension prend toutes les mesures raisonnables pour obtenir ces données dans le délai le plus court possible, après quoi le délai défini à l'alinéa 1er reprend. Afin d'identifier et de rechercher les personnes ayant la qualité de bénéficiaire conformément au règlement de pension ou à la convention de pension, l'organisme de pension recueille le cas échéant les données d'identification des personnes concernées auprès de Sigedis.
Si l'organisme de pension constate, après avoir reçu du (des) bénéficiaire(s) les données nécessaires au paiement visées à l'alinéa 1er, que des renseignements complémentaires sont requis vu la nature et le contenu de ces informations, l'organisme de pension le fait savoir dans un délai de trente jours.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de toutes les informations nécessaires, telles que décrites aux alinéas 1er et 3, l'organisme de pension procède au versement de la prestation à octroyer. Ce délai est suspendu si le versement ne peut pas s'effectuer pour une raison étrangère à l'organisme de pension. Le délai commence à courir à nouveau lorsque la raison cesse d'exister. L'organisme de pension doit démontrer à l'aide du dossier le motif pour lequel le délai a été le cas échéant suspendu et il doit prouver que cette suspension est en conformité avec la loi.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er, 3 et 4 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les renseignements nécessaires tels que décrits aux alinéas 1er et 3 sont demandés ou jusqu'au jour du versement effectif par l'organisme de pension tel que décrit à l'alinéa 4, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
Les informations visées aux alinéas 1er et 3 doivent être raisonnables et pertinentes en vue du règlement du versement de la prestation.]5
§ 3. Les communications visées [5 aux paragraphes 1er à 2/1]5 contiennent également les données suivantes :
1° l'identification de l'affilié ou de l'intéressé en ce compris le numéro NISS sauf pour les bénéficiaires d'une prestation en cas de décès;
2° le cas échéant l'identification de l'organisateur en ce compris [5 le nom, l'adresse de contact et]5 le numéro BCE;
3° l'identification de l'organisme de pension en ce compris le numéro BCE;
4° l'identification de l'engagement de pension [5 ou de la convention de pension]5.
Le Roi peut compléter la liste des données figurant à l'alinéa 1er.
Si l'organisateur ou l'organisme de pension souhaite communiquer des informations complémentaires à l'affilié ou à l'intéressé, cela doit se faire dans une partie clairement séparée.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 L'organisme de pension communique à Sigedis les données nécessaires à l'établissement du relevé des droits à retraite visé au § 1er, ainsi qu'à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.]5
Les informations contenues dans le relevé des droits à retraite doivent être précises et à jour.
Tout changement important dans les informations contenues dans le relevé des droits à retraite par rapport à l'année précédente est indiqué clairement.]5
[5 § 1er/1. Chaque année, Sigedis envoie sans frais le relevé des droits à retraite à la boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box) des affiliés concernés et le place également dans leur environnement de documents sur le site web www.mypension.be.
Pour les affiliés qui ont enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur leur boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), Sigedis envoie une notification à cette adresse e-mail à l'occasion de cet envoi annuel pour informer la personne concernée des nouvelles informations disponibles.
Sigedis envoie également tous les relevés des droits à retraite sans frais à l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, à l'organisateur, en précisant pour chaque relevé des droits à retraite si l'affilié concerné a été informé par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2 et si l'affilié concerné était encore dirigeant d'entreprise de l'organisateur à la date à laquelle les informations du relevé des droits à retraite se rapportent. L'organisme de pension ou l'organisateur fournit alors sans frais le relevé des droits à retraite aux affiliés qui sont encore dirigeants d'entreprise de l'organisateur et qui n'ont pas été informés par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2.]5
[5 § 1er/2. Le relevé des droits à retraite contient au moins les informations suivantes:
1. la date exacte à laquelle les informations figurant dans le relevé des droits à retraite se réfèrent. Il s'agit toujours du 1er janvier d'une année déterminée;
2. le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le dirigeant d'entreprise sont renseignés;
3. le cas échéant, toute information concernant des garanties totales ou partielles au titre du règlement de pension ou de la convention de pension et, dans ce cas, l'endroit où trouver de plus amples informations;
4. si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension;
5. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation attendue, à l'âge légal de la pension de l'affilié, calculée sur la base des hypothèses suivantes:
- l'affilié reste dirigeant d'entreprise de l'organisateur et bénéficie de l'engagement de pension jusqu'à cet âge légal de la pension;
- l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, reste affilié jusqu'à cet âge légal de la pension, mais sans versements de contributions supplémentaires;
- les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension restent inchangés.
Dans le cas où des scénarios économiques ont une incidence sur le calcul de la prestation attendue, celle-ci doit comprendre le scénario le plus réaliste, un scénario favorable et un scénario défavorable, tenant compte de la nature propre de l'engagement de pension ou de la convention de pension.
Une clause de non-responsabilité précisant qu'il s'agit de projections qui peuvent différer du montant final des prestations à percevoir est ajoutée;
6. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
S'il existe une rente d'orphelin ou s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident, cela est également précisé;
7. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises;
8. les montants visés au point 2, relatifs au 1er janvier de l'année précédente;
9. les éléments qui sont pris en compte pour le calcul, selon le cas, des contributions ou des montants visés aux points 2 et 4.
Sont à cet égard également indiqués la date de recalcul à laquelle les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire sont pris en compte dans le calcul des montants visés aux points 2, 4, 5 et 6, ainsi que l'âge de retraite et l'âge légal de la pension qui est applicable à l'affilié concerné;
10. des informations sur les contributions qui ont été affectées à l'affilié au cours de l'année civile précédente.
Si une partie des contributions est utilisée pour couvrir des charges fiscales et parafiscales ou pour financer des couvertures supplémentaires, ces montants doivent être indiqués séparément;
11. une ventilation des coûts qui ont été déduits par l'organisme de pension au cours de l'année civile précédente et qui ont un impact sur les droits des affiliés;
12. le rendement qui a été attribué à l'affilié au cours de l'année civile précédente [6 si celui-ci a un impact sur les droits des affiliés]6;
13. tout autre montant entrant et sortant autorisé par la [6 règlementation]6 qui a une incidence sur l'évolution des réserves acquises entre deux années consécutives.
Le relevé des droits à retraite doit également indiquer:
- que les montants mentionnés sont des montants bruts et que les prestations, lors de leur versement, seront encore assujetties à des impôts et à des cotisations sociales;
- les coordonnées de la personne à qui ou du service auquel l'affilié peut s'adresser en cas de questions ou de plaintes;
- où le règlement de pension ou la convention de pension peut être obtenu;
- que l'affilié peut consulter le règlement de pension ou la convention de pension et les données relatives à sa (ses) pension(s) complémentaire(s) sur le site web www.mypension.be;
- où et comment obtenir des informations supplémentaires, notamment:
* de plus amples informations pratiques sur les options offertes aux affiliés par l'engagement de pension ou la convention de pension;
* les informations contenues dans les comptes et rapports annuels, ainsi que les informations contenues dans la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement;
* le cas échéant, des informations sur les hypothèses utilisées pour estimer les montants exprimés en rente, en particulier les règles d'actualisation, le type de prestataire et la durée de la rente;
* des informations sur le niveau des prestations lorsque l'affilié cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur;
* des informations complémentaires s'il s'agit d'un engagement de pension ou d'une convention de pension dans lequel les affiliés supportent le risque d'investissement et où une option d'investissement est imposée à l'affilié par une règle spécifique prévue dans l'engagement de pension ou la convention de pension.]5
[3 § 1er/3. Le Roi peut déterminer les règles, les hypothèses et la méthodologie à suivre pour le(s) mode(s) de présentation et le calcul des données visées au § 1er/2.]3
§ 2. [5 En vue du versement de la prestation de pension complémentaire, la procédure suivante est applicable:
1. lorsque l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 4, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans le délai suivant:
a) au plus tard soixante jours avant la mise à la retraite de l'affilié, si l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis au moins nonante jours avant la mise à la retraite de l'affilié;
b) dans les autres cas, dans les trente jours qui suivent la réception de la notification de Sigedis;
2. lorsque l'organisme de pension reçoit la demande de l'affilié, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 5 ou 6, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans un délai de trente jours.
Les informations visées à l'alinéa 1er contiennent les données suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement;
- le cas échéant, la notification que, sauf avis contraire, la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale et pour l'utilisation duquel, dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire, l'affilié a donné son accord.
Si l'organisme de pension n'a pas reçu de notification ou de demande telle que visée à l'alinéa 1er, il communique à l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, les données visées à l'alinéa 2 au plus tard soixante jours avant que ce dernier n'atteigne l'âge légal de la pension. Le cas échéant, l'organisme de pension informe l'affilié de la possibilité prévue par l'article 40, § 1er, alinéa 5.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er et 3 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les informations visées à l'alinéa 2 sont effectivement communiquées à l'affilié, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
A condition que:
- les prestations acquises ou, à défaut, les réserves acquises, soient inférieures au montant déterminé conformément à l'article 32, § 1er, alinéas 4 et 5, du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, et que;
- le numéro de compte sur lequel sera versée la pension légale de l'affilié soit disponible dans le réseau de la sécurité sociale et que l'affilié ait donné son accord pour son utilisation dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire;
dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1. et l'alinéa 3, et par dérogation à l'alinéa 2, l'information peut être limitée aux mentions suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- la notification que la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale.
A condition que l'affilié ait enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur sa boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), la communication d'informations visée à l'alinéa 5 est remplacée par une communication électronique d'informations par Sigedis.
Sigedis informe l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, l'organisateur, de cette communication et la date de celle-ci.]5
[5 § 2/1. Dans les trente jours qui suivent la notification à l'organisme de pension du décès de l'affilié par Sigedis, ou à défaut de cette notification, sur présentation d'un document probant, par l'organisateur, par un bénéficiaire ou de toute autre manière, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique au(x) bénéficiaire(s) les informations suivantes:
- les prestations qui sont dues;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement.
Le délai prévu à l'alinéa 1er est suspendu si l'organisme de pension ne dispose pas de données suffisantes pour identifier ou localiser un ou plusieurs bénéficiaires. L'organisme de pension prend toutes les mesures raisonnables pour obtenir ces données dans le délai le plus court possible, après quoi le délai défini à l'alinéa 1er reprend. Afin d'identifier et de rechercher les personnes ayant la qualité de bénéficiaire conformément au règlement de pension ou à la convention de pension, l'organisme de pension recueille le cas échéant les données d'identification des personnes concernées auprès de Sigedis.
Si l'organisme de pension constate, après avoir reçu du (des) bénéficiaire(s) les données nécessaires au paiement visées à l'alinéa 1er, que des renseignements complémentaires sont requis vu la nature et le contenu de ces informations, l'organisme de pension le fait savoir dans un délai de trente jours.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de toutes les informations nécessaires, telles que décrites aux alinéas 1er et 3, l'organisme de pension procède au versement de la prestation à octroyer. Ce délai est suspendu si le versement ne peut pas s'effectuer pour une raison étrangère à l'organisme de pension. Le délai commence à courir à nouveau lorsque la raison cesse d'exister. L'organisme de pension doit démontrer à l'aide du dossier le motif pour lequel le délai a été le cas échéant suspendu et il doit prouver que cette suspension est en conformité avec la loi.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er, 3 et 4 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les renseignements nécessaires tels que décrits aux alinéas 1er et 3 sont demandés ou jusqu'au jour du versement effectif par l'organisme de pension tel que décrit à l'alinéa 4, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
Les informations visées aux alinéas 1er et 3 doivent être raisonnables et pertinentes en vue du règlement du versement de la prestation.]5
§ 3. Les communications visées [5 aux paragraphes 1er à 2/1]5 contiennent également les données suivantes :
1° l'identification de l'affilié ou de l'intéressé en ce compris le numéro NISS sauf pour les bénéficiaires d'une prestation en cas de décès;
2° le cas échéant l'identification de l'organisateur en ce compris [5 le nom, l'adresse de contact et]5 le numéro BCE;
3° l'identification de l'organisme de pension en ce compris le numéro BCE;
4° l'identification de l'engagement de pension [5 ou de la convention de pension]5.
Le Roi peut compléter la liste des données figurant à l'alinéa 1er.
Si l'organisateur ou l'organisme de pension souhaite communiquer des informations complémentaires à l'affilié ou à l'intéressé, cela doit se faire dans une partie clairement séparée.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 L'organisme de pension communique à Sigedis les données nécessaires à l'établissement du relevé des droits à retraite visé au § 1er, ainsi qu'à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.]5
Modifications
Art.39 TOEKOMSTIG RECHT.
§ 1. [5 Sigedis stelt voor elke in de databank aanvullende pensioenen gekende aangeslotene jaarlijks een beknopt document op dat de titel "pensioenoverzicht" draagt en waarin de in paragraaf 1/2 bepaalde gegevens zijn opgenomen. Een pensioenoverzicht wordt opgesteld per aansluiting.
De informatie in het pensioenoverzicht moet nauwkeurig en bijgewerkt zijn.
Elke wezenlijke wijziging in de in het pensioenoverzicht opgenomen informatie ten opzichte van het voorgaande jaar wordt duidelijk aangegeven.]5
[5 § 1/1. Sigedis stuurt jaarlijks kosteloos het pensioenoverzicht naar de beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) van de betrokken aangeslotenen en plaatst het eveneens in hun document-omgeving binnen de website www.mypension.be.
Voor de aangeslotenen die een e-mailadres hebben geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij hun beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box), stuurt Sigedis naar aanleiding van deze jaarlijkse verzending, een notificatie naar dat e-mailadres om de betrokkene te informeren over de nieuwe beschikbare informatie.
Sigedis bezorgt eveneens alle pensioenoverzichten kosteloos aan de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, aan de inrichter, met daarbij per pensioenoverzicht de indicatie of de betrokken aangeslotene per e-mail werd geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid, en of de betrokken aangeslotene nog bedrijfsleider van de inrichter was op de datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. De pensioeninstelling of de inrichter bezorgt daarop kosteloos het pensioenoverzicht aan de aangeslotenen die nog bedrijfsleider van de inrichter zijn en die niet per e-mail werden geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid.]5
[5 § 1/2. Het pensioenoverzicht bevat ten minste de volgende informatie:
1. de precieze datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. Het betreft steeds 1 januari van een bepaald jaar;
2. het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de bedrijfsleider vermeld;
3. indien van toepassing, informatie over volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en, in voorkomend geval, waar verdere informatie te vinden is;
4. als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
5. het bedrag van de verwachte prestatie op de wettelijke pensioenleeftijd van de aangeslotene, op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de volgende veronderstellingen:
- de aangeslotene blijft bedrijfsleider van de inrichter en geniet van de pensioentoezegging tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd;
- de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, blijft aangesloten tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd, maar zonder bijkomende bijdragestortingen;
- de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die beschikbaar zijn op de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst blijven ongewijzigd.
In het geval economische scenario's een invloed hebben op de berekening van de verwachte prestatie, moet deze een meest realistisch scenario, een gunstig scenario en een ongunstig scenario omvatten, rekening houdend met de specifieke aard van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst.
Er wordt een waarschuwing toegevoegd dat het gaat om projecties die kunnen verschillen van de definitieve waarde van de te ontvangen uitkeringen;
6. het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Indien er een wezenrente bestaat of er een bijkomende prestatie wordt toegekend in geval van overlijden door een ongeval, wordt dit eveneens vermeld;
7. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar;
8. de in punt 2 bedoelde bedragen die betrekking hebben op 1 januari van het voorgaande jaar;
9. de elementen waarmee bij de berekening van, naar gelang het geval, de bijdragen of de in punten 2 en 4 bedoelde bedragen rekening wordt gehouden.
Hierbij wordt eveneens de herberekeningsdatum vermeld waarop de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen in aanmerking werden genomen bij de berekening van de bedragen bedoeld in punten 2, 4, 5 en 6, alsook de pensioenleeftijd en de wettelijke pensioenleeftijd die op de betrokken aangeslotene van toepassing is;
10. informatie over de bijdragen die het vorige kalenderjaar werden toegekend aan de aangeslotene.
Indien een deel van de bijdragen wordt gebruikt tot dekking van fiscale en parafiscale lasten of voor de financiering van bijkomende dekkingen, dienen deze bedragen afzonderlijk te worden vermeld;
11. een uitsplitsing van de kosten die de pensioeninstelling het vorige kalenderjaar heeft ingehouden en die een impact hebben op de rechten van de aangeslotenen;
12. het rendement dat het vorige kalenderjaar aan de aangeslotene werd toegekend [6 indien deze een impact heeft op de rechten van de aangeslotenen]6;
13. de eventuele andere door de [6 regelgeving]6 toegelaten inkomende en uitgaande bedragen die een invloed hebben op de evolutie van de verworven reserves tussen twee opeenvolgende jaren.
Het pensioenoverzicht vermeldt tevens:
- dat de vermelde bedragen bruto bedragen betreffen en de prestaties bij uitkering nog onderhevig zijn aan belastingen en sociale bijdragen;
- de contactgegevens van de persoon of dienst waar de aangeslotene terecht kan met vragen of klachten;
- waar het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst kan worden opgevraagd;
- dat de aangeslotene het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen op de website www.mypension.be;
- waar en hoe aanvullende informatie kan worden verkregen, onder meer over:
* verdere praktische informatie over de opties waarover de aangeslotenen in het kader van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst beschikken;
* de in de jaarrekeningen, jaarverslagen en in de verklaring inzake de beleggingsbeginselen vermelde informatie;
* indien van toepassing, informatie over de gehanteerde hypothesen voor in rente uitgedrukte bedragen, met name over de actualisatieregels, het soort aanbieder en de duur van de rente;
* informatie over de hoogte van de uitkeringen in geval de aangeslotene ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn;
* aanvullende informatie indien het een pensioentoezegging of pensioenovereenkomst betreft waarbij de aangeslotenen het beleggingsrisico dragen en waarbij een beleggingsmogelijkheid krachtens een in het kader van de pensioentoezegging of pensioenovereenkomst vastgelegde specifieke regel aan de aangeslotene wordt opgelegd.]5
[3 § 1/3. De Koning kan de voorschriften, hypothesen en methodologie bepalen voor de voorstellingswijze(n) en de berekening van de gegevens vermeld in § 1/2.]3
[7 § 1/4. Voor zover deze in die situaties relevant zijn, worden de in paragraaf1/2 bedoelde gegevens eveneens meegedeeld in on-derstaande situaties:
- de pensionering;
- de gehele of gedeeltelijke uitbetaling van een aanvullende pensioenprestatie;
- de overdracht van reserves;
- het overlijden.
De informatieverstrekking betreft telkens de periode tussen 1 januari en de datum waarop de in het vorige lid bedoelde situatie zich voordoet.
De pensioeninstelling deelt deze gegevens mee aan Sigedis dat er voor zorgt dat ze voor de betrokken aangeslotene consulteerbaar zijn in mypension.be.]7
§ 2. [5 Met het oog op de uitbetaling van de aanvullende pensioenprestatie geldt de volgende procedure:
1. indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis ontvangt, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vierde lid, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee binnen de volgende termijn:
a) ten laatste zestig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene, indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis minstens negentig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene ontvangt;
b) in de andere gevallen, binnen de dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van Sigedis;
2. indien de pensioeninstelling het verzoek van de aangeslotene, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vijfde of zesde lid, ontvangt, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, binnen de dertig dagen aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee.
De informatie zoals bedoeld in het eerste lid bevat de volgende gegevens:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling;
- desgevallend, de mededeling dat, behoudens tegenbericht, het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald en voor het gebruik waarvan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven.
Indien de pensioeninstelling geen kennisgeving of verzoek heeft ontvangen zoals bedoeld in het eerste lid, deelt zij aan de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, de in het tweede lid bedoelde gegevens mee uiterlijk zestig dagen vóór het bereiken van diens wettelijke pensioenleeftijd. Indien van toepassing licht de pensioeninstelling de aangeslotene in over de mogelijkheid voorzien in artikel 40, § 1, vijfde lid.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste en het derde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn tot op de dag van de effectieve mededeling van de in het tweede lid bedoelde gegevens aan de aangeslotene, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
Op voorwaarde dat:
- de verworven prestaties, of bij ontstentenis de verworven reserves, minder bedragen dan het bedragvastgesteld overeenkomstig art. 32, § 1, vierde en vijfde lid, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, en dat;
- het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen van de aangeslotene zal worden betaald beschikbaar is in het netwerk van de sociale zekerheid en de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven voor het gebruik ervan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen;
kan, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1. en in het derde lid, en in afwijking van het tweede lid, de informatie worden beperkt tot de volgende vermeldingen:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mededeling dat het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald.
Op voorwaarde dat de aangeslotene een e-mailadres heeft geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij zijn beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) wordt de in het vijfde lid bedoelde informatieverstrekking vervangen door een informatievertrekking langs elektronische weg door Sigedis.
Sigedis brengt de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, de inrichter op de hoogte van deze informatieverstrekking en de datum ervan.]5
[5 § 2/1. Binnen de dertig dagen nadat de pensioeninstelling op de hoogte is gebracht van het overlijden van de aangeslotene door Sigedis, of bij gebrek aan deze kennisgeving, aan de hand van een bewijskrachtig middel, door de inrichter, een begunstigde of op een andere wijze, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de begunstigde(n) de volgende informatie mee:
- de prestaties die verschuldigd zijn;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling.
De termijn in het eerste lid wordt opgeschort indien de pensioeninstelling niet over voldoende gegevens beschikt om één of meerdere van de begunstigden te identificeren of te lokaliseren. De pensioeninstelling neemt alle redelijke maatregelen om binnen de kortst mogelijke termijn deze gegevens te bekomen, waarna de termijn bepaald in het eerste lid herneemt. Ter identificatie en opsporing van de personen die overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de hoedanigheid van begunstigde hebben, vraagt de pensioeninstelling desgevallend de identificatiegegevens van de betrokkenen op bij Sigedis.
Indien de pensioeninstelling, na de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling te hebben ontvangen van de begunstigde(n), zoals bedoeld in het eerste lid, vaststelt dat gezien de aard of de inhoud van deze informatie bijkomende inlichtingen vereist zijn, deelt de pensioeninstelling dit binnen een termijn van dertig dagen mee.
Binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van alle nodige informatie zoals omschreven in het eerste en het derde lid, gaat de pensioeninstelling over tot de uitbetaling van de prestatie. Deze termijn wordt opgeschort indien omwille van een aan de pensioeninstelling externe oorzaak de uitbetaling niet kan plaatsvinden. De termijn begint opnieuw te lopen wanneer de oorzaak ophoudt te bestaan. De pensioeninstelling moet aan de hand van het dossier aantonen waarom de termijn desgevallend is geschorst en bewijzen dat deze schorsing in overeenstemming is met de wet.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste, derde en vierde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn en tot op de dag van het opvragen van de nodige inlichtingen zoals beschreven in het eerste en derde lid of van de effectieve uitbetaling door de pensioeninstelling zoals beschreven in het vierde lid, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
De informatie bedoeld in het eerste en derde lid moet redelijk en relevant zijn met het oog op het regelen van de uitbetaling van de prestatie.]5
§ 3. De mededelingen bedoeld in [5 de paragrafen 1 tot en met 2/1]5 vermelden eveneens de volgende gegevens :
1° de identificatie van de aangeslotene of de betrokkene, met inbegrip van het INSZ-nummer behalve voor de begunstigden van een prestatie bij overlijden;
2° in voorkomend geval de identificatie van de inrichter, met inbegrip van het KBO-nummer;
3° de identificatie van de pensioeninstelling, met inbegrip van [5 de naam, het contactadres en]5 het KBO-nummer;
4° de identificatie van de pensioentoezegging [5 of de pensioenovereenkomst]5.
De Koning kan de lijst met gegevens vermeld in het eerste lid aanvullen.
Indien de inrichter of de pensioeninstelling bijkomende informatie wensen mee te delen aan de aangeslotene of de betrokkene, dient dit gebeuren in een duidelijk onderscheiden gedeelte.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 De pensioeninstelling deelt aan Sigedis de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de opstelling van het in § 1 bedoelde pensioenoverzicht, alsook voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking.]5
§ 1. [5 Sigedis stelt voor elke in de databank aanvullende pensioenen gekende aangeslotene jaarlijks een beknopt document op dat de titel "pensioenoverzicht" draagt en waarin de in paragraaf 1/2 bepaalde gegevens zijn opgenomen. Een pensioenoverzicht wordt opgesteld per aansluiting.
De informatie in het pensioenoverzicht moet nauwkeurig en bijgewerkt zijn.
Elke wezenlijke wijziging in de in het pensioenoverzicht opgenomen informatie ten opzichte van het voorgaande jaar wordt duidelijk aangegeven.]5
[5 § 1/1. Sigedis stuurt jaarlijks kosteloos het pensioenoverzicht naar de beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) van de betrokken aangeslotenen en plaatst het eveneens in hun document-omgeving binnen de website www.mypension.be.
Voor de aangeslotenen die een e-mailadres hebben geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij hun beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box), stuurt Sigedis naar aanleiding van deze jaarlijkse verzending, een notificatie naar dat e-mailadres om de betrokkene te informeren over de nieuwe beschikbare informatie.
Sigedis bezorgt eveneens alle pensioenoverzichten kosteloos aan de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, aan de inrichter, met daarbij per pensioenoverzicht de indicatie of de betrokken aangeslotene per e-mail werd geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid, en of de betrokken aangeslotene nog bedrijfsleider van de inrichter was op de datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. De pensioeninstelling of de inrichter bezorgt daarop kosteloos het pensioenoverzicht aan de aangeslotenen die nog bedrijfsleider van de inrichter zijn en die niet per e-mail werden geïnformeerd zoals bedoeld in het tweede lid.]5
[5 § 1/2. Het pensioenoverzicht bevat ten minste de volgende informatie:
1. de precieze datum waarop de informatie in het pensioenoverzicht betrekking heeft. Het betreft steeds 1 januari van een bepaald jaar;
2. het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de bedrijfsleider vermeld;
3. indien van toepassing, informatie over volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en, in voorkomend geval, waar verdere informatie te vinden is;
4. als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;
5. het bedrag van de verwachte prestatie op de wettelijke pensioenleeftijd van de aangeslotene, op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de volgende veronderstellingen:
- de aangeslotene blijft bedrijfsleider van de inrichter en geniet van de pensioentoezegging tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd;
- de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, blijft aangesloten tot aan deze wettelijke pensioenleeftijd, maar zonder bijkomende bijdragestortingen;
- de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die beschikbaar zijn op de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst blijven ongewijzigd.
In het geval economische scenario's een invloed hebben op de berekening van de verwachte prestatie, moet deze een meest realistisch scenario, een gunstig scenario en een ongunstig scenario omvatten, rekening houdend met de specifieke aard van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst.
Er wordt een waarschuwing toegevoegd dat het gaat om projecties die kunnen verschillen van de definitieve waarde van de te ontvangen uitkeringen;
6. het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Indien er een wezenrente bestaat of er een bijkomende prestatie wordt toegekend in geval van overlijden door een ongeval, wordt dit eveneens vermeld;
7. het actuele financieringsniveau van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar;
8. de in punt 2 bedoelde bedragen die betrekking hebben op 1 januari van het voorgaande jaar;
9. de elementen waarmee bij de berekening van, naar gelang het geval, de bijdragen of de in punten 2 en 4 bedoelde bedragen rekening wordt gehouden.
Hierbij wordt eveneens de herberekeningsdatum vermeld waarop de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen in aanmerking werden genomen bij de berekening van de bedragen bedoeld in punten 2, 4, 5 en 6, alsook de pensioenleeftijd en de wettelijke pensioenleeftijd die op de betrokken aangeslotene van toepassing is;
10. informatie over de bijdragen die het vorige kalenderjaar werden toegekend aan de aangeslotene.
Indien een deel van de bijdragen wordt gebruikt tot dekking van fiscale en parafiscale lasten of voor de financiering van bijkomende dekkingen, dienen deze bedragen afzonderlijk te worden vermeld;
11. een uitsplitsing van de kosten die de pensioeninstelling het vorige kalenderjaar heeft ingehouden en die een impact hebben op de rechten van de aangeslotenen;
12. het rendement dat het vorige kalenderjaar aan de aangeslotene werd toegekend [6 indien deze een impact heeft op de rechten van de aangeslotenen]6;
13. de eventuele andere door de [6 regelgeving]6 toegelaten inkomende en uitgaande bedragen die een invloed hebben op de evolutie van de verworven reserves tussen twee opeenvolgende jaren.
Het pensioenoverzicht vermeldt tevens:
- dat de vermelde bedragen bruto bedragen betreffen en de prestaties bij uitkering nog onderhevig zijn aan belastingen en sociale bijdragen;
- de contactgegevens van de persoon of dienst waar de aangeslotene terecht kan met vragen of klachten;
- waar het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst kan worden opgevraagd;
- dat de aangeslotene het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst en de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen op de website www.mypension.be;
- waar en hoe aanvullende informatie kan worden verkregen, onder meer over:
* verdere praktische informatie over de opties waarover de aangeslotenen in het kader van de pensioentoezegging of de pensioenovereenkomst beschikken;
* de in de jaarrekeningen, jaarverslagen en in de verklaring inzake de beleggingsbeginselen vermelde informatie;
* indien van toepassing, informatie over de gehanteerde hypothesen voor in rente uitgedrukte bedragen, met name over de actualisatieregels, het soort aanbieder en de duur van de rente;
* informatie over de hoogte van de uitkeringen in geval de aangeslotene ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn;
* aanvullende informatie indien het een pensioentoezegging of pensioenovereenkomst betreft waarbij de aangeslotenen het beleggingsrisico dragen en waarbij een beleggingsmogelijkheid krachtens een in het kader van de pensioentoezegging of pensioenovereenkomst vastgelegde specifieke regel aan de aangeslotene wordt opgelegd.]5
[3 § 1/3. De Koning kan de voorschriften, hypothesen en methodologie bepalen voor de voorstellingswijze(n) en de berekening van de gegevens vermeld in § 1/2.]3
[7 § 1/4. Voor zover deze in die situaties relevant zijn, worden de in paragraaf1/2 bedoelde gegevens eveneens meegedeeld in on-derstaande situaties:
- de pensionering;
- de gehele of gedeeltelijke uitbetaling van een aanvullende pensioenprestatie;
- de overdracht van reserves;
- het overlijden.
De informatieverstrekking betreft telkens de periode tussen 1 januari en de datum waarop de in het vorige lid bedoelde situatie zich voordoet.
De pensioeninstelling deelt deze gegevens mee aan Sigedis dat er voor zorgt dat ze voor de betrokken aangeslotene consulteerbaar zijn in mypension.be.]7
§ 2. [5 Met het oog op de uitbetaling van de aanvullende pensioenprestatie geldt de volgende procedure:
1. indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis ontvangt, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vierde lid, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee binnen de volgende termijn:
a) ten laatste zestig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene, indien de pensioeninstelling de kennisgeving van Sigedis minstens negentig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene ontvangt;
b) in de andere gevallen, binnen de dertig dagen na de ontvangst van de kennisgeving van Sigedis;
2. indien de pensioeninstelling het verzoek van de aangeslotene, zoals bedoeld in artikel 40, § 1, vijfde of zesde lid, ontvangt, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, binnen de dertig dagen aan de aangeslotene de informatie bedoeld in het tweede lid mee.
De informatie zoals bedoeld in het eerste lid bevat de volgende gegevens:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling;
- desgevallend, de mededeling dat, behoudens tegenbericht, het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald en voor het gebruik waarvan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven.
Indien de pensioeninstelling geen kennisgeving of verzoek heeft ontvangen zoals bedoeld in het eerste lid, deelt zij aan de aangeslotene die niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, de in het tweede lid bedoelde gegevens mee uiterlijk zestig dagen vóór het bereiken van diens wettelijke pensioenleeftijd. Indien van toepassing licht de pensioeninstelling de aangeslotene in over de mogelijkheid voorzien in artikel 40, § 1, vijfde lid.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste en het derde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn tot op de dag van de effectieve mededeling van de in het tweede lid bedoelde gegevens aan de aangeslotene, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
Op voorwaarde dat:
- de verworven prestaties, of bij ontstentenis de verworven reserves, minder bedragen dan het bedragvastgesteld overeenkomstig art. 32, § 1, vierde en vijfde lid, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, en dat;
- het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen van de aangeslotene zal worden betaald beschikbaar is in het netwerk van de sociale zekerheid en de aangeslotene zijn akkoord heeft gegeven voor het gebruik ervan in het kader van de uitbetaling van zijn aanvullend pensioen;
kan, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 1. en in het derde lid, en in afwijking van het tweede lid, de informatie worden beperkt tot de volgende vermeldingen:
- de prestaties die verschuldigd zijn, met, indien nodig, de vermelding dat een herberekening van de prestaties zal gebeuren op het ogenblik van de pensionering waardoor het effectief uitgekeerde bedrag kan verschillen;
- de mededeling dat het aanvullend pensioen zal worden uitbetaald op het rekeningnummer waarop het wettelijk pensioen wordt betaald.
Op voorwaarde dat de aangeslotene een e-mailadres heeft geregistreerd bij de website www.mypension.be of bij zijn beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid (e-Box) wordt de in het vijfde lid bedoelde informatieverstrekking vervangen door een informatievertrekking langs elektronische weg door Sigedis.
Sigedis brengt de betrokken pensioeninstelling of, indien het beheer van de pensioentoezegging niet is toevertrouwd aan een pensioeninstelling, de inrichter op de hoogte van deze informatieverstrekking en de datum ervan.]5
[5 § 2/1. Binnen de dertig dagen nadat de pensioeninstelling op de hoogte is gebracht van het overlijden van de aangeslotene door Sigedis, of bij gebrek aan deze kennisgeving, aan de hand van een bewijskrachtig middel, door de inrichter, een begunstigde of op een andere wijze, deelt de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, aan de begunstigde(n) de volgende informatie mee:
- de prestaties die verschuldigd zijn;
- de mogelijke uitbetalingswijzen;
- de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling.
De termijn in het eerste lid wordt opgeschort indien de pensioeninstelling niet over voldoende gegevens beschikt om één of meerdere van de begunstigden te identificeren of te lokaliseren. De pensioeninstelling neemt alle redelijke maatregelen om binnen de kortst mogelijke termijn deze gegevens te bekomen, waarna de termijn bepaald in het eerste lid herneemt. Ter identificatie en opsporing van de personen die overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de hoedanigheid van begunstigde hebben, vraagt de pensioeninstelling desgevallend de identificatiegegevens van de betrokkenen op bij Sigedis.
Indien de pensioeninstelling, na de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling te hebben ontvangen van de begunstigde(n), zoals bedoeld in het eerste lid, vaststelt dat gezien de aard of de inhoud van deze informatie bijkomende inlichtingen vereist zijn, deelt de pensioeninstelling dit binnen een termijn van dertig dagen mee.
Binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van alle nodige informatie zoals omschreven in het eerste en het derde lid, gaat de pensioeninstelling over tot de uitbetaling van de prestatie. Deze termijn wordt opgeschort indien omwille van een aan de pensioeninstelling externe oorzaak de uitbetaling niet kan plaatsvinden. De termijn begint opnieuw te lopen wanneer de oorzaak ophoudt te bestaan. De pensioeninstelling moet aan de hand van het dossier aantonen waarom de termijn desgevallend is geschorst en bewijzen dat deze schorsing in overeenstemming is met de wet.
De niet-naleving van de termijnen bedoeld in het eerste, derde en vierde lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn en tot op de dag van het opvragen van de nodige inlichtingen zoals beschreven in het eerste en derde lid of van de effectieve uitbetaling door de pensioeninstelling zoals beschreven in het vierde lid, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestatie.
De informatie bedoeld in het eerste en derde lid moet redelijk en relevant zijn met het oog op het regelen van de uitbetaling van de prestatie.]5
§ 3. De mededelingen bedoeld in [5 de paragrafen 1 tot en met 2/1]5 vermelden eveneens de volgende gegevens :
1° de identificatie van de aangeslotene of de betrokkene, met inbegrip van het INSZ-nummer behalve voor de begunstigden van een prestatie bij overlijden;
2° in voorkomend geval de identificatie van de inrichter, met inbegrip van het KBO-nummer;
3° de identificatie van de pensioeninstelling, met inbegrip van [5 de naam, het contactadres en]5 het KBO-nummer;
4° de identificatie van de pensioentoezegging [5 of de pensioenovereenkomst]5.
De Koning kan de lijst met gegevens vermeld in het eerste lid aanvullen.
Indien de inrichter of de pensioeninstelling bijkomende informatie wensen mee te delen aan de aangeslotene of de betrokkene, dient dit gebeuren in een duidelijk onderscheiden gedeelte.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 De pensioeninstelling deelt aan Sigedis de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de opstelling van het in § 1 bedoelde pensioenoverzicht, alsook voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking.]5
Modifications
Art.39 DROIT FUTUR.
§ 1er. [5 Pour chaque affilié connu dans la banque de données des pensions complémentaires, Sigedis établit annuellement un document concis intitulé "relevé des droits à retraite", qui comprend les informations spécifiées au paragraphe 1er/2. Un relevé des droits à retraite est établi pour chaque affiliation.
Les informations contenues dans le relevé des droits à retraite doivent être précises et à jour.
Tout changement important dans les informations contenues dans le relevé des droits à retraite par rapport à l'année précédente est indiqué clairement.]5
[5 § 1er/1. Chaque année, Sigedis envoie sans frais le relevé des droits à retraite à la boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box) des affiliés concernés et le place également dans leur environnement de documents sur le site web www.mypension.be.
Pour les affiliés qui ont enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur leur boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), Sigedis envoie une notification à cette adresse e-mail à l'occasion de cet envoi annuel pour informer la personne concernée des nouvelles informations disponibles.
Sigedis envoie également tous les relevés des droits à retraite sans frais à l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, à l'organisateur, en précisant pour chaque relevé des droits à retraite si l'affilié concerné a été informé par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2 et si l'affilié concerné était encore dirigeant d'entreprise de l'organisateur à la date à laquelle les informations du relevé des droits à retraite se rapportent. L'organisme de pension ou l'organisateur fournit alors sans frais le relevé des droits à retraite aux affiliés qui sont encore dirigeants d'entreprise de l'organisateur et qui n'ont pas été informés par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2.]5
[5 § 1er/2. Le relevé des droits à retraite contient au moins les informations suivantes:
1. la date exacte à laquelle les informations figurant dans le relevé des droits à retraite se réfèrent. Il s'agit toujours du 1er janvier d'une année déterminée;
2. le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le dirigeant d'entreprise sont renseignés;
3. le cas échéant, toute information concernant des garanties totales ou partielles au titre du règlement de pension ou de la convention de pension et, dans ce cas, l'endroit où trouver de plus amples informations;
4. si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension;
5. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation attendue, à l'âge légal de la pension de l'affilié, calculée sur la base des hypothèses suivantes:
- l'affilié reste dirigeant d'entreprise de l'organisateur et bénéficie de l'engagement de pension jusqu'à cet âge légal de la pension;
- l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, reste affilié jusqu'à cet âge légal de la pension, mais sans versements de contributions supplémentaires;
- les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension restent inchangés.
Dans le cas où des scénarios économiques ont une incidence sur le calcul de la prestation attendue, celle-ci doit comprendre le scénario le plus réaliste, un scénario favorable et un scénario défavorable, tenant compte de la nature propre de l'engagement de pension ou de la convention de pension.
Une clause de non-responsabilité précisant qu'il s'agit de projections qui peuvent différer du montant final des prestations à percevoir est ajoutée;
6. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
S'il existe une rente d'orphelin ou s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident, cela est également précisé;
7. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises;
8. les montants visés au point 2, relatifs au 1er janvier de l'année précédente;
9. les éléments qui sont pris en compte pour le calcul, selon le cas, des contributions ou des montants visés aux points 2 et 4.
Sont à cet égard également indiqués la date de recalcul à laquelle les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire sont pris en compte dans le calcul des montants visés aux points 2, 4, 5 et 6, ainsi que l'âge de retraite et l'âge légal de la pension qui est applicable à l'affilié concerné;
10. des informations sur les contributions qui ont été affectées à l'affilié au cours de l'année civile précédente.
Si une partie des contributions est utilisée pour couvrir des charges fiscales et parafiscales ou pour financer des couvertures supplémentaires, ces montants doivent être indiqués séparément;
11. une ventilation des coûts qui ont été déduits par l'organisme de pension au cours de l'année civile précédente et qui ont un impact sur les droits des affiliés;
12. le rendement qui a été attribué à l'affilié au cours de l'année civile précédente [6 si celui-ci a un impact sur les droits des affiliés]6;
13. tout autre montant entrant et sortant autorisé par la [6 règlementation]6 qui a une incidence sur l'évolution des réserves acquises entre deux années consécutives.
Le relevé des droits à retraite doit également indiquer:
- que les montants mentionnés sont des montants bruts et que les prestations, lors de leur versement, seront encore assujetties à des impôts et à des cotisations sociales;
- les coordonnées de la personne à qui ou du service auquel l'affilié peut s'adresser en cas de questions ou de plaintes;
- où le règlement de pension ou la convention de pension peut être obtenu;
- que l'affilié peut consulter le règlement de pension ou la convention de pension et les données relatives à sa (ses) pension(s) complémentaire(s) sur le site web www.mypension.be;
- où et comment obtenir des informations supplémentaires, notamment:
* de plus amples informations pratiques sur les options offertes aux affiliés par l'engagement de pension ou la convention de pension;
* les informations contenues dans les comptes et rapports annuels, ainsi que les informations contenues dans la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement;
* le cas échéant, des informations sur les hypothèses utilisées pour estimer les montants exprimés en rente, en particulier les règles d'actualisation, le type de prestataire et la durée de la rente;
* des informations sur le niveau des prestations lorsque l'affilié cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur;
* des informations complémentaires s'il s'agit d'un engagement de pension ou d'une convention de pension dans lequel les affiliés supportent le risque d'investissement et où une option d'investissement est imposée à l'affilié par une règle spécifique prévue dans l'engagement de pension ou la convention de pension.]5
[3 § 1er/3. Le Roi peut déterminer les règles, les hypothèses et la méthodologie à suivre pour le(s) mode(s) de présentation et le calcul des données visées au § 1er/2.]3
[7 § 1er/4. Dans la mesure où elles sont pertinentes dans ces situations, les informations visées au paragraphe 1er/2 sont également communiquées dans les situations suivantes:
- la mise à la retraite;
- le versement total ou partiel d'une prestation de pension complémentaire;
- le transfert de réserves;
- le décès.
Les informations communiquées couvrent la période comprise entre le 1er janvier et la date à laquelle la situation visée à l'alinéa précédent se produit.
L'organisme de pension communique ces données à Sigedis, qui veille à ce qu'elles soient consultables pour l'affilié concerné dans mypension.be.]7
§ 2. [5 En vue du versement de la prestation de pension complémentaire, la procédure suivante est applicable:
1. lorsque l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 4, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans le délai suivant:
a) au plus tard soixante jours avant la mise à la retraite de l'affilié, si l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis au moins nonante jours avant la mise à la retraite de l'affilié;
b) dans les autres cas, dans les trente jours qui suivent la réception de la notification de Sigedis;
2. lorsque l'organisme de pension reçoit la demande de l'affilié, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 5 ou 6, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans un délai de trente jours.
Les informations visées à l'alinéa 1er contiennent les données suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement;
- le cas échéant, la notification que, sauf avis contraire, la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale et pour l'utilisation duquel, dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire, l'affilié a donné son accord.
Si l'organisme de pension n'a pas reçu de notification ou de demande telle que visée à l'alinéa 1er, il communique à l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, les données visées à l'alinéa 2 au plus tard soixante jours avant que ce dernier n'atteigne l'âge légal de la pension. Le cas échéant, l'organisme de pension informe l'affilié de la possibilité prévue par l'article 40, § 1er, alinéa 5.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er et 3 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les informations visées à l'alinéa 2 sont effectivement communiquées à l'affilié, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
A condition que:
- les prestations acquises ou, à défaut, les réserves acquises, soient inférieures au montant déterminé conformément à l'article 32, § 1er, alinéas 4 et 5, du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, et que;
- le numéro de compte sur lequel sera versée la pension légale de l'affilié soit disponible dans le réseau de la sécurité sociale et que l'affilié ait donné son accord pour son utilisation dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire;
dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1. et l'alinéa 3, et par dérogation à l'alinéa 2, l'information peut être limitée aux mentions suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- la notification que la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale.
A condition que l'affilié ait enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur sa boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), la communication d'informations visée à l'alinéa 5 est remplacée par une communication électronique d'informations par Sigedis.
Sigedis informe l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, l'organisateur, de cette communication et la date de celle-ci.]5
[5 § 2/1. Dans les trente jours qui suivent la notification à l'organisme de pension du décès de l'affilié par Sigedis, ou à défaut de cette notification, sur présentation d'un document probant, par l'organisateur, par un bénéficiaire ou de toute autre manière, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique au(x) bénéficiaire(s) les informations suivantes:
- les prestations qui sont dues;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement.
Le délai prévu à l'alinéa 1er est suspendu si l'organisme de pension ne dispose pas de données suffisantes pour identifier ou localiser un ou plusieurs bénéficiaires. L'organisme de pension prend toutes les mesures raisonnables pour obtenir ces données dans le délai le plus court possible, après quoi le délai défini à l'alinéa 1er reprend. Afin d'identifier et de rechercher les personnes ayant la qualité de bénéficiaire conformément au règlement de pension ou à la convention de pension, l'organisme de pension recueille le cas échéant les données d'identification des personnes concernées auprès de Sigedis.
Si l'organisme de pension constate, après avoir reçu du (des) bénéficiaire(s) les données nécessaires au paiement visées à l'alinéa 1er, que des renseignements complémentaires sont requis vu la nature et le contenu de ces informations, l'organisme de pension le fait savoir dans un délai de trente jours.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de toutes les informations nécessaires, telles que décrites aux alinéas 1er et 3, l'organisme de pension procède au versement de la prestation à octroyer. Ce délai est suspendu si le versement ne peut pas s'effectuer pour une raison étrangère à l'organisme de pension. Le délai commence à courir à nouveau lorsque la raison cesse d'exister. L'organisme de pension doit démontrer à l'aide du dossier le motif pour lequel le délai a été le cas échéant suspendu et il doit prouver que cette suspension est en conformité avec la loi.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er, 3 et 4 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les renseignements nécessaires tels que décrits aux alinéas 1er et 3 sont demandés ou jusqu'au jour du versement effectif par l'organisme de pension tel que décrit à l'alinéa 4, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
Les informations visées aux alinéas 1er et 3 doivent être raisonnables et pertinentes en vue du règlement du versement de la prestation.]5
§ 3. Les communications visées [5 aux paragraphes 1er à 2/1]5 contiennent également les données suivantes :
1° l'identification de l'affilié ou de l'intéressé en ce compris le numéro NISS sauf pour les bénéficiaires d'une prestation en cas de décès;
2° le cas échéant l'identification de l'organisateur en ce compris [5 le nom, l'adresse de contact et]5 le numéro BCE;
3° l'identification de l'organisme de pension en ce compris le numéro BCE;
4° l'identification de l'engagement de pension [5 ou de la convention de pension]5.
Le Roi peut compléter la liste des données figurant à l'alinéa 1er.
Si l'organisateur ou l'organisme de pension souhaite communiquer des informations complémentaires à l'affilié ou à l'intéressé, cela doit se faire dans une partie clairement séparée.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 L'organisme de pension communique à Sigedis les données nécessaires à l'établissement du relevé des droits à retraite visé au § 1er, ainsi qu'à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.]5
§ 1er. [5 Pour chaque affilié connu dans la banque de données des pensions complémentaires, Sigedis établit annuellement un document concis intitulé "relevé des droits à retraite", qui comprend les informations spécifiées au paragraphe 1er/2. Un relevé des droits à retraite est établi pour chaque affiliation.
Les informations contenues dans le relevé des droits à retraite doivent être précises et à jour.
Tout changement important dans les informations contenues dans le relevé des droits à retraite par rapport à l'année précédente est indiqué clairement.]5
[5 § 1er/1. Chaque année, Sigedis envoie sans frais le relevé des droits à retraite à la boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box) des affiliés concernés et le place également dans leur environnement de documents sur le site web www.mypension.be.
Pour les affiliés qui ont enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur leur boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), Sigedis envoie une notification à cette adresse e-mail à l'occasion de cet envoi annuel pour informer la personne concernée des nouvelles informations disponibles.
Sigedis envoie également tous les relevés des droits à retraite sans frais à l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, à l'organisateur, en précisant pour chaque relevé des droits à retraite si l'affilié concerné a été informé par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2 et si l'affilié concerné était encore dirigeant d'entreprise de l'organisateur à la date à laquelle les informations du relevé des droits à retraite se rapportent. L'organisme de pension ou l'organisateur fournit alors sans frais le relevé des droits à retraite aux affiliés qui sont encore dirigeants d'entreprise de l'organisateur et qui n'ont pas été informés par courrier électronique comme indiqué à l'alinéa 2.]5
[5 § 1er/2. Le relevé des droits à retraite contient au moins les informations suivantes:
1. la date exacte à laquelle les informations figurant dans le relevé des droits à retraite se réfèrent. Il s'agit toujours du 1er janvier d'une année déterminée;
2. le montant des réserves acquises au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
En outre, le montant des réserves acquises relatif au financement par l'organisateur et celui relatif au financement par le dirigeant d'entreprise sont renseignés;
3. le cas échéant, toute information concernant des garanties totales ou partielles au titre du règlement de pension ou de la convention de pension et, dans ce cas, l'endroit où trouver de plus amples informations;
4. si les prestations acquises sont calculables, le montant de celles-ci au 1er janvier de l'année concernée calculées sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension;
5. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation attendue, à l'âge légal de la pension de l'affilié, calculée sur la base des hypothèses suivantes:
- l'affilié reste dirigeant d'entreprise de l'organisateur et bénéficie de l'engagement de pension jusqu'à cet âge légal de la pension;
- l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, reste affilié jusqu'à cet âge légal de la pension, mais sans versements de contributions supplémentaires;
- les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension restent inchangés.
Dans le cas où des scénarios économiques ont une incidence sur le calcul de la prestation attendue, celle-ci doit comprendre le scénario le plus réaliste, un scénario favorable et un scénario défavorable, tenant compte de la nature propre de l'engagement de pension ou de la convention de pension.
Une clause de non-responsabilité précisant qu'il s'agit de projections qui peuvent différer du montant final des prestations à percevoir est ajoutée;
6. le montant au 1er janvier de l'année concernée de la prestation en cas de décès avant l'âge de retraite calculée sur la base des données personnelles et des paramètres de la pension complémentaire pris en compte à la dernière date de recalcul prévue par le règlement de pension ou la convention de pension.
S'il existe une rente d'orphelin ou s'il existe une prestation complémentaire en cas de décès par accident, cela est également précisé;
7. le niveau actuel de financement au 1er janvier de l'année concernée des réserves acquises;
8. les montants visés au point 2, relatifs au 1er janvier de l'année précédente;
9. les éléments qui sont pris en compte pour le calcul, selon le cas, des contributions ou des montants visés aux points 2 et 4.
Sont à cet égard également indiqués la date de recalcul à laquelle les données personnelles et les paramètres de la pension complémentaire sont pris en compte dans le calcul des montants visés aux points 2, 4, 5 et 6, ainsi que l'âge de retraite et l'âge légal de la pension qui est applicable à l'affilié concerné;
10. des informations sur les contributions qui ont été affectées à l'affilié au cours de l'année civile précédente.
Si une partie des contributions est utilisée pour couvrir des charges fiscales et parafiscales ou pour financer des couvertures supplémentaires, ces montants doivent être indiqués séparément;
11. une ventilation des coûts qui ont été déduits par l'organisme de pension au cours de l'année civile précédente et qui ont un impact sur les droits des affiliés;
12. le rendement qui a été attribué à l'affilié au cours de l'année civile précédente [6 si celui-ci a un impact sur les droits des affiliés]6;
13. tout autre montant entrant et sortant autorisé par la [6 règlementation]6 qui a une incidence sur l'évolution des réserves acquises entre deux années consécutives.
Le relevé des droits à retraite doit également indiquer:
- que les montants mentionnés sont des montants bruts et que les prestations, lors de leur versement, seront encore assujetties à des impôts et à des cotisations sociales;
- les coordonnées de la personne à qui ou du service auquel l'affilié peut s'adresser en cas de questions ou de plaintes;
- où le règlement de pension ou la convention de pension peut être obtenu;
- que l'affilié peut consulter le règlement de pension ou la convention de pension et les données relatives à sa (ses) pension(s) complémentaire(s) sur le site web www.mypension.be;
- où et comment obtenir des informations supplémentaires, notamment:
* de plus amples informations pratiques sur les options offertes aux affiliés par l'engagement de pension ou la convention de pension;
* les informations contenues dans les comptes et rapports annuels, ainsi que les informations contenues dans la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement;
* le cas échéant, des informations sur les hypothèses utilisées pour estimer les montants exprimés en rente, en particulier les règles d'actualisation, le type de prestataire et la durée de la rente;
* des informations sur le niveau des prestations lorsque l'affilié cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur;
* des informations complémentaires s'il s'agit d'un engagement de pension ou d'une convention de pension dans lequel les affiliés supportent le risque d'investissement et où une option d'investissement est imposée à l'affilié par une règle spécifique prévue dans l'engagement de pension ou la convention de pension.]5
[3 § 1er/3. Le Roi peut déterminer les règles, les hypothèses et la méthodologie à suivre pour le(s) mode(s) de présentation et le calcul des données visées au § 1er/2.]3
[7 § 1er/4. Dans la mesure où elles sont pertinentes dans ces situations, les informations visées au paragraphe 1er/2 sont également communiquées dans les situations suivantes:
- la mise à la retraite;
- le versement total ou partiel d'une prestation de pension complémentaire;
- le transfert de réserves;
- le décès.
Les informations communiquées couvrent la période comprise entre le 1er janvier et la date à laquelle la situation visée à l'alinéa précédent se produit.
L'organisme de pension communique ces données à Sigedis, qui veille à ce qu'elles soient consultables pour l'affilié concerné dans mypension.be.]7
§ 2. [5 En vue du versement de la prestation de pension complémentaire, la procédure suivante est applicable:
1. lorsque l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 4, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans le délai suivant:
a) au plus tard soixante jours avant la mise à la retraite de l'affilié, si l'organisme de pension reçoit la notification de Sigedis au moins nonante jours avant la mise à la retraite de l'affilié;
b) dans les autres cas, dans les trente jours qui suivent la réception de la notification de Sigedis;
2. lorsque l'organisme de pension reçoit la demande de l'affilié, telle que visée à l'article 40, § 1er, alinéa 5 ou 6, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique à l'affilié les informations visées à l'alinéa 2 dans un délai de trente jours.
Les informations visées à l'alinéa 1er contiennent les données suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement;
- le cas échéant, la notification que, sauf avis contraire, la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale et pour l'utilisation duquel, dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire, l'affilié a donné son accord.
Si l'organisme de pension n'a pas reçu de notification ou de demande telle que visée à l'alinéa 1er, il communique à l'affilié qui n'est plus dirigeant d'entreprise de l'organisateur, les données visées à l'alinéa 2 au plus tard soixante jours avant que ce dernier n'atteigne l'âge légal de la pension. Le cas échéant, l'organisme de pension informe l'affilié de la possibilité prévue par l'article 40, § 1er, alinéa 5.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er et 3 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les informations visées à l'alinéa 2 sont effectivement communiquées à l'affilié, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
A condition que:
- les prestations acquises ou, à défaut, les réserves acquises, soient inférieures au montant déterminé conformément à l'article 32, § 1er, alinéas 4 et 5, du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, et que;
- le numéro de compte sur lequel sera versée la pension légale de l'affilié soit disponible dans le réseau de la sécurité sociale et que l'affilié ait donné son accord pour son utilisation dans le cadre du paiement de sa pension complémentaire;
dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1. et l'alinéa 3, et par dérogation à l'alinéa 2, l'information peut être limitée aux mentions suivantes:
- les prestations qui sont dues, en mentionnant, si nécessaire, qu'un recalcul des prestations sera opéré lors de la mise à la retraite, ce qui implique que le montant effectivement versé peut être différent;
- la notification que la pension complémentaire sera versée sur le numéro de compte sur lequel est versée la pension légale.
A condition que l'affilié ait enregistré une adresse e-mail sur le site web www.mypension.be ou sur sa boîte aux lettres électronique sécurisée de la sécurité sociale (e-Box), la communication d'informations visée à l'alinéa 5 est remplacée par une communication électronique d'informations par Sigedis.
Sigedis informe l'organisme de pension concerné ou, si la gestion de l'engagement de pension n'a pas été confiée à un organisme de pension, l'organisateur, de cette communication et la date de celle-ci.]5
[5 § 2/1. Dans les trente jours qui suivent la notification à l'organisme de pension du décès de l'affilié par Sigedis, ou à défaut de cette notification, sur présentation d'un document probant, par l'organisateur, par un bénéficiaire ou de toute autre manière, l'organisme de pension ou l'organisateur lui-même, si ce dernier le demande, communique au(x) bénéficiaire(s) les informations suivantes:
- les prestations qui sont dues;
- les options de paiement possibles;
- les données nécessaires au paiement.
Le délai prévu à l'alinéa 1er est suspendu si l'organisme de pension ne dispose pas de données suffisantes pour identifier ou localiser un ou plusieurs bénéficiaires. L'organisme de pension prend toutes les mesures raisonnables pour obtenir ces données dans le délai le plus court possible, après quoi le délai défini à l'alinéa 1er reprend. Afin d'identifier et de rechercher les personnes ayant la qualité de bénéficiaire conformément au règlement de pension ou à la convention de pension, l'organisme de pension recueille le cas échéant les données d'identification des personnes concernées auprès de Sigedis.
Si l'organisme de pension constate, après avoir reçu du (des) bénéficiaire(s) les données nécessaires au paiement visées à l'alinéa 1er, que des renseignements complémentaires sont requis vu la nature et le contenu de ces informations, l'organisme de pension le fait savoir dans un délai de trente jours.
Dans un délai de trente jours à compter de la réception de toutes les informations nécessaires, telles que décrites aux alinéas 1er et 3, l'organisme de pension procède au versement de la prestation à octroyer. Ce délai est suspendu si le versement ne peut pas s'effectuer pour une raison étrangère à l'organisme de pension. Le délai commence à courir à nouveau lorsque la raison cesse d'exister. L'organisme de pension doit démontrer à l'aide du dossier le motif pour lequel le délai a été le cas échéant suspendu et il doit prouver que cette suspension est en conformité avec la loi.
Le non-respect des délais visés aux alinéas 1er, 3 et 4 a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour où les renseignements nécessaires tels que décrits aux alinéas 1er et 3 sont demandés ou jusqu'au jour du versement effectif par l'organisme de pension tel que décrit à l'alinéa 4, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.
Les informations visées aux alinéas 1er et 3 doivent être raisonnables et pertinentes en vue du règlement du versement de la prestation.]5
§ 3. Les communications visées [5 aux paragraphes 1er à 2/1]5 contiennent également les données suivantes :
1° l'identification de l'affilié ou de l'intéressé en ce compris le numéro NISS sauf pour les bénéficiaires d'une prestation en cas de décès;
2° le cas échéant l'identification de l'organisateur en ce compris [5 le nom, l'adresse de contact et]5 le numéro BCE;
3° l'identification de l'organisme de pension en ce compris le numéro BCE;
4° l'identification de l'engagement de pension [5 ou de la convention de pension]5.
Le Roi peut compléter la liste des données figurant à l'alinéa 1er.
Si l'organisateur ou l'organisme de pension souhaite communiquer des informations complémentaires à l'affilié ou à l'intéressé, cela doit se faire dans une partie clairement séparée.
§ 4. [4 ...]4
§ 5. [4 ...]4
§ 6. [5 L'organisme de pension communique à Sigedis les données nécessaires à l'établissement du relevé des droits à retraite visé au § 1er, ainsi qu'à l'information visée à l'article 306, § 2, 5°, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.]5
Modifications
Art. 40. § 1. [1 Onverminderd de bepalingen in § 2 en het recht van de bedrijfsleider, wanneer hij ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn, om zijn reserves over te dragen naar een pensioeninstelling die de reserves beheert overeenkomstig deze titel, worden de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves vereffend bij de pensionering van de aangeslotene. [3 De prestaties worden berekend op de datum van de pensionering van de aangeslotene en uitbetaald ten laatste binnen de dertig dagen na de pensionering van de aangeslotene of, wanneer dit later is, binnen de dertig dagen die volgen op de communicatie van de voor de uitbetaling noodzakelijke gegevens aan de pensioeninstelling door de aangeslotene en/of Sigedis.]3
De pensioentoezegging blijft van kracht tot aan de pensionering, tenzij ze opgeheven wordt.
Ten laatste negentig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene, licht deze laatste de pensioeninstelling schriftelijk in over zijn pensionering.
Vanaf 1 januari 2017, neemt [2 Sigedis]2 de verplichting over om de pensioeninstelling te informeren over de pensionering van de aangeslotene. De Koning kan de inhoud en de modaliteiten van deze mededeling bepalen.
In afwijking van het eerste lid, indien de pensionering later is dan de datum waarop de aangeslotene de wettelijke pensioenleeftijd van kracht bereikt of de datum waarop hij voldoet aan de voorwaarden om zijn vervroegd rustpensioen als zelfstandige te verkrijgen, mogen de prestatie en de reserves bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de aangeslotene, uitbetaald worden vanaf één van deze data op voorwaarde dat het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst dit uitdrukkelijk voorziet.]1
[3 Ten laatste vanaf 1 januari 2025 zal, indien de aangeslotene zijn verzoek zoals bedoeld in het zesde lid, ondubbelzinnig kenbaar maakt via www.mypension.be, Sigedis ertoe gehouden zijn de betrokken pensioeninstelling hiervan onverwijld op de hoogte te brengen.
De niet-naleving van de termijn bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn tot op de dag van de effectieve uitbetaling van de prestatie door de pensioeninstelling, zoals bedoeld in het eerste lid, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestaties.]3
§ 2. Voorschotten op prestaties, inpandgevingen van pensioenrechten voor het waarborgen van een lening en de toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet mogen enkel worden toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Die voorschotten en leningen moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen.
Indien het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst in voorschotten op prestaties of inpandgevingen van pensioenrechten of in de mogelijkheid tot toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet voorziet, dienen de beperkingen vermeld in het eerste lid uitdrukkelijk in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst te worden vermeld.
[1 In het geval van voorschotten op prestaties, inpandgevingen van pensioenrechten of van toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet, kunnen deze geen termijn voorzien korter dan het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd.]1
[1 § 3. Bepalingen die als doel en/of als gevolg hebben dat zij:
- De gevolgen van de pensionering voor de wettelijke pensioenleeftijd op de omvang van de aanvullende pensioenprestatie opheffen of beperken;
- De gevolgen van het feit dat de bedrijfsleider ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn op de omvang van de aanvullende pensioenprestatie opheffen of beperken;
- Bijkomende voordelen toekennen omwille van de pensionering of het feit dat de bedrijfsleider ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn;
En die aldus leiden tot een verhoging van de verworven reserves en/of verworven prestaties of tot elk ander bijkomend voordeel omwille van de pensionering of omwille van het feit dat de bedrijfsleider ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn, zijn absoluut nietig.]1
De pensioentoezegging blijft van kracht tot aan de pensionering, tenzij ze opgeheven wordt.
Ten laatste negentig dagen vóór de pensionering van de aangeslotene, licht deze laatste de pensioeninstelling schriftelijk in over zijn pensionering.
Vanaf 1 januari 2017, neemt [2 Sigedis]2 de verplichting over om de pensioeninstelling te informeren over de pensionering van de aangeslotene. De Koning kan de inhoud en de modaliteiten van deze mededeling bepalen.
In afwijking van het eerste lid, indien de pensionering later is dan de datum waarop de aangeslotene de wettelijke pensioenleeftijd van kracht bereikt of de datum waarop hij voldoet aan de voorwaarden om zijn vervroegd rustpensioen als zelfstandige te verkrijgen, mogen de prestatie en de reserves bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de aangeslotene, uitbetaald worden vanaf één van deze data op voorwaarde dat het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst dit uitdrukkelijk voorziet.]1
[3 Ten laatste vanaf 1 januari 2025 zal, indien de aangeslotene zijn verzoek zoals bedoeld in het zesde lid, ondubbelzinnig kenbaar maakt via www.mypension.be, Sigedis ertoe gehouden zijn de betrokken pensioeninstelling hiervan onverwijld op de hoogte te brengen.
De niet-naleving van de termijn bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat, vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn tot op de dag van de effectieve uitbetaling van de prestatie door de pensioeninstelling, zoals bedoeld in het eerste lid, van rechtswege en zonder ingebrekestelling de wettelijke intrestvoet zoals bepaald in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, begint te lopen op de uit te keren prestaties.]3
§ 2. Voorschotten op prestaties, inpandgevingen van pensioenrechten voor het waarborgen van een lening en de toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet mogen enkel worden toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Die voorschotten en leningen moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen.
Indien het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst in voorschotten op prestaties of inpandgevingen van pensioenrechten of in de mogelijkheid tot toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet voorziet, dienen de beperkingen vermeld in het eerste lid uitdrukkelijk in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst te worden vermeld.
[1 In het geval van voorschotten op prestaties, inpandgevingen van pensioenrechten of van toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet, kunnen deze geen termijn voorzien korter dan het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd.]1
[1 § 3. Bepalingen die als doel en/of als gevolg hebben dat zij:
- De gevolgen van de pensionering voor de wettelijke pensioenleeftijd op de omvang van de aanvullende pensioenprestatie opheffen of beperken;
- De gevolgen van het feit dat de bedrijfsleider ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn op de omvang van de aanvullende pensioenprestatie opheffen of beperken;
- Bijkomende voordelen toekennen omwille van de pensionering of het feit dat de bedrijfsleider ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn;
En die aldus leiden tot een verhoging van de verworven reserves en/of verworven prestaties of tot elk ander bijkomend voordeel omwille van de pensionering of omwille van het feit dat de bedrijfsleider ophoudt bedrijfsleider van de inrichter te zijn, zijn absoluut nietig.]1
Art. 40. § 1er. [1 Sans préjudice des dispositions du § 2 et du droit pour le dirigeant d'entreprise de transférer ses réserves, lorsqu'il cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur, vers un organisme de pension qui gère les réserves conformément au présent titre, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises sont liquidées lors de la mise à la retraite de l'affilié. [3 Les prestations sont calculées à la date de mise à la retraite de l'affilié et payées au plus tard dans les trente jours qui suivent la mise à la retraite de l'affilié ou dans les trente jours qui suivent la communication par l'affilié et/ou Sigedis à l'organisme de pension des données nécessaires au paiement, la date la plus tardive étant retenue.]3
L'engagement de pension reste en vigueur jusqu'à la mise à la retraite, sauf en cas d'abrogation de l'engagement de pension.
Au plus tard nonante jours avant la mise à la retraite de l'affilié, ce dernier informe par écrit l'organisme de pension de sa mise à la retraite.
A partir du 1er janvier 2017, l'obligation d'informer l'organisme de pension de la mise à la retraite de l'affilié est reprise par [2 Sigedis]2. Le Roi peut préciser le contenu et les modalités de cette information.
Par dérogation à l'alinéa 1er, si la mise à la retraite est postérieure à la date où l'affilié atteint l'âge légal de la pension en vigueur ou la date à laquelle il satisfait aux conditions pour obtenir sa pension de retraite anticipée de travailleur indépendant, la prestation et les réserves visées à l'alinéa 1er peuvent, à la demande de ce dernier, être liquidées à partir d'une de ces dates à condition que le règlement de pension ou la convention de pension le prévoit expressément.]1
[3 A partir du 1er janvier 2025 au plus tard, si l'affilié fait connaître sans ambiguïté sa demande visée à l'alinéa 6 via www.mypension.be, Sigedis sera tenue d'en informer sans délai l'organisme de pension concerné.
Le non-respect du délai visé à l'alinéa 1er a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour du paiement effectif de la prestation par l'organisme de pension, tel que visé à l'alinéa 1er, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.]3
§ 2. Des avances sur prestations, des mises en gage de droits de pension consenties pour garantir un prêt et l'affectation de la valeur de rachat à la reconstitution d'un crédit hypothécaire, ne peuvent être admises, que pour permettre à l'affilié d'acquérir, de construire, d'améliorer, de réparer ou de transformer des biens immobiliers situés sur le territoire de l'Espace Economique Européen. Ces avances et prêts doivent être remboursés dès que ces biens sortent du patrimoine de l'affilié.
Lorsque le règlement de pension ou la convention de pension prévoit des avances sur prestations ou des mises en gage de droits de pension ou la possibilité d'affectation de la valeur de rachat à la reconstitution du crédit hypothécaire, les limitations prévues à l'alinéa 1er doivent être expressément inscrites dans le règlement de pension ou la convention de pension.
[1 En cas d'avances sur prestations, de mises en gage de droits de pension ou d'affectation de la valeur de rachat à la reconstitution d'un crédit hypothécaire, celles-ci ne peuvent prévoir un terme inférieur à l'âge légal de la pension.]1
[1 § 3. Des dispositions qui ont pour but et/ou pour conséquence de:
- Limiter ou supprimer les conséquences d'une mise à la retraite avant l'âge légal de la pension sur l'étendue de la prestation de pension complémentaire;
- Limiter ou supprimer les conséquences du fait que le dirigeant d'entreprise cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur sur l'étendue de la prestation de pension complémentaire;
- D'octroyer des avantages complémentaires en raison de la mise à la retraite ou du fait que le dirigeant d'entreprise cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur;
Et qui de ce fait conduisent à une augmentation des réserves acquises et/ou des prestations acquises ou à tout autre avantage complémentaire en raison de la mise à la retraite ou en raison du fait que le dirigeant d'entreprise cesse d'être le dirigeant d'entreprise de l'organisateur sont frappées de nullité absolue.]1
L'engagement de pension reste en vigueur jusqu'à la mise à la retraite, sauf en cas d'abrogation de l'engagement de pension.
Au plus tard nonante jours avant la mise à la retraite de l'affilié, ce dernier informe par écrit l'organisme de pension de sa mise à la retraite.
A partir du 1er janvier 2017, l'obligation d'informer l'organisme de pension de la mise à la retraite de l'affilié est reprise par [2 Sigedis]2. Le Roi peut préciser le contenu et les modalités de cette information.
Par dérogation à l'alinéa 1er, si la mise à la retraite est postérieure à la date où l'affilié atteint l'âge légal de la pension en vigueur ou la date à laquelle il satisfait aux conditions pour obtenir sa pension de retraite anticipée de travailleur indépendant, la prestation et les réserves visées à l'alinéa 1er peuvent, à la demande de ce dernier, être liquidées à partir d'une de ces dates à condition que le règlement de pension ou la convention de pension le prévoit expressément.]1
[3 A partir du 1er janvier 2025 au plus tard, si l'affilié fait connaître sans ambiguïté sa demande visée à l'alinéa 6 via www.mypension.be, Sigedis sera tenue d'en informer sans délai l'organisme de pension concerné.
Le non-respect du délai visé à l'alinéa 1er a pour conséquence qu'à partir du lendemain de l'échéance du délai non respecté et jusqu'au jour du paiement effectif de la prestation par l'organisme de pension, tel que visé à l'alinéa 1er, le taux d'intérêt légal tel que visé à l'article 2, § 1er, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, commence à courir de plein droit et sans mise en demeure sur la prestation à octroyer.]3
§ 2. Des avances sur prestations, des mises en gage de droits de pension consenties pour garantir un prêt et l'affectation de la valeur de rachat à la reconstitution d'un crédit hypothécaire, ne peuvent être admises, que pour permettre à l'affilié d'acquérir, de construire, d'améliorer, de réparer ou de transformer des biens immobiliers situés sur le territoire de l'Espace Economique Européen. Ces avances et prêts doivent être remboursés dès que ces biens sortent du patrimoine de l'affilié.
Lorsque le règlement de pension ou la convention de pension prévoit des avances sur prestations ou des mises en gage de droits de pension ou la possibilité d'affectation de la valeur de rachat à la reconstitution du crédit hypothécaire, les limitations prévues à l'alinéa 1er doivent être expressément inscrites dans le règlement de pension ou la convention de pension.
[1 En cas d'avances sur prestations, de mises en gage de droits de pension ou d'affectation de la valeur de rachat à la reconstitution d'un crédit hypothécaire, celles-ci ne peuvent prévoir un terme inférieur à l'âge légal de la pension.]1
[1 § 3. Des dispositions qui ont pour but et/ou pour conséquence de:
- Limiter ou supprimer les conséquences d'une mise à la retraite avant l'âge légal de la pension sur l'étendue de la prestation de pension complémentaire;
- Limiter ou supprimer les conséquences du fait que le dirigeant d'entreprise cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur sur l'étendue de la prestation de pension complémentaire;
- D'octroyer des avantages complémentaires en raison de la mise à la retraite ou du fait que le dirigeant d'entreprise cesse d'être dirigeant d'entreprise de l'organisateur;
Et qui de ce fait conduisent à une augmentation des réserves acquises et/ou des prestations acquises ou à tout autre avantage complémentaire en raison de la mise à la retraite ou en raison du fait que le dirigeant d'entreprise cesse d'être le dirigeant d'entreprise de l'organisateur sont frappées de nullité absolue.]1
HOOFDSTUK 4. - Transparantie
CHAPITRE 4. - Transparence
Afdeling 1 [1 - Verklaring met de beginselen van het beleggingsbeleid]1
Section 1re. [1 - Déclaration sur les principes de la politique de placement]1
Art. 41. De pensioeninstelling stelt een schriftelijke verklaring op met de beginselen van haar beleggingsbeleid. Zij herziet deze verklaring ten minste om de drie jaar en onverwijld na elke belangrijke wijziging van het beleggingsbeleid.
Deze verklaring bevat ten minste de toegepaste wegingsmethoden voor beleggingsrisico's, de risicobeheersprocedures en de strategische spreiding van de activa in het licht van de aard en de duur van de pensioentoezeggingen.
De pensioeninstelling stelt de FSMA binnen de maand in kennis van elke wijziging van de verklaring inzake de beginselen van het beleggingsbeleid.
[1 ...]1
Deze verklaring bevat ten minste de toegepaste wegingsmethoden voor beleggingsrisico's, de risicobeheersprocedures en de strategische spreiding van de activa in het licht van de aard en de duur van de pensioentoezeggingen.
De pensioeninstelling stelt de FSMA binnen de maand in kennis van elke wijziging van de verklaring inzake de beginselen van het beleggingsbeleid.
[1 ...]1
Modifications
Art. 41. L'organisme de pension élabore une déclaration écrite sur les principes de sa politique de placement. Il la revoit au moins tous les trois ans et immédiatement après tout changement majeur de la politique de placement.
Cette déclaration contient, au minimum, les méthodes d'évaluation des risques d'investissement, les techniques de gestion des risques mises en oeuvre et la répartition stratégique des actifs eu égard à la nature et à la durée des engagements de pension.
L'organisme de pension communique dans le mois toute modification de la déclaration sur les principes de la politique de placement à la FSMA.
[1 ...]1
Cette déclaration contient, au minimum, les méthodes d'évaluation des risques d'investissement, les techniques de gestion des risques mises en oeuvre et la répartition stratégique des actifs eu égard à la nature et à la durée des engagements de pension.
L'organisme de pension communique dans le mois toute modification de la déclaration sur les principes de la politique de placement à la FSMA.
[1 ...]1
Modifications
Afdeling 2. [1 - Algemene bepalingen inzake informatie-verstrekking]1
Section 2. [1 - Dispositions générales en matière de fourniture d'informations]1
Art. 41/1. [1 § 1. De informatie bedoeld in deze Titel wordt:
1. regelmatig bijgewerkt;
2. op een duidelijke wijze geschreven in een heldere, bondige en begrijpelijke taal, waarbij jargon en technische termen worden vermeden indien in plaats daarvan alledaagse woorden kunnen worden gebruikt;
3. opgesteld op een wijze die niet misleidend is. Er wordt zorg gedragen voor de consistentie, zowel wat woordgebruik als wat inhoud betreft;
4. op zodanige wijze gepresenteerd dat zij gemakkelijk leesbaar is;
5. opgesteld in een officiële taal;
6. bewaard op een duurzame drager en, naar gelang het geval, kosteloos meegedeeld of ter beschikking gesteld op papier, via de website www.mypension.be of op een andere elektronische wijze. Indien de informatie op elektronische wijze wordt meegedeeld of ter beschikking gesteld, kunnen de bestemmelingen verzoeken om naast de informatie in elektronische vorm, ook kosteloos een papieren afschrift te ontvangen.
§ 2. De inrichter of pensioeninstelling kan via de website www.mypension.be documenten ter beschikking stellen die informatie bevatten zoals voorgeschreven in deze Titel.
De inrichter of de pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de individuele informatieverplichtingen aan de aangeslotenen, rentegenieters en/of begunstigden voorzien in deze Titel, voor zover Sigedis zich er op grond van een overeenkomst met de inrichter of de pensioeninstelling toe verbindt om de verplichtingen over te nemen.]1
[2 § 3. De Koning kan de nadere regels en de methodologie vaststellen voor de berekening van de gegevens die op basis van deze Titel moeten worden ter beschikking gesteld of meegedeeld aan de aangeslotenen, de rentegenieters en/of de begunstigden.
De FSMA kan bij reglement één of meerdere gestandaardiseerde presentatiewijze(n) bepalen voor de informatie die op basis van deze Titel, met uitzondering van het pensioenoverzicht zoals bedoeld in artikel 39, § 1, moet worden ter beschikking gesteld of meegedeeld aan de aangeslotenen, de rentegenieters en/of de begunstigden, met opgave van het toepassingsgebied ervan. De FSMA kan de vormgeving van de documenten, waaronder de structuur, de lengte, de inhoud en de volgorde van de rubrieken, de bewoordingen en de lay-out op een uniforme wijze vaststellen.]2
[3 Voor wat betreft de informatie bedoeld in artikel 41/2, bepaalt de FSMA de in vorig lid bedoelde gestandaardiseerde presentatiewijze en uniforme vormgeving voor de eerste keer ten laatste op 30 juni 2024.]3
1. regelmatig bijgewerkt;
2. op een duidelijke wijze geschreven in een heldere, bondige en begrijpelijke taal, waarbij jargon en technische termen worden vermeden indien in plaats daarvan alledaagse woorden kunnen worden gebruikt;
3. opgesteld op een wijze die niet misleidend is. Er wordt zorg gedragen voor de consistentie, zowel wat woordgebruik als wat inhoud betreft;
4. op zodanige wijze gepresenteerd dat zij gemakkelijk leesbaar is;
5. opgesteld in een officiële taal;
6. bewaard op een duurzame drager en, naar gelang het geval, kosteloos meegedeeld of ter beschikking gesteld op papier, via de website www.mypension.be of op een andere elektronische wijze. Indien de informatie op elektronische wijze wordt meegedeeld of ter beschikking gesteld, kunnen de bestemmelingen verzoeken om naast de informatie in elektronische vorm, ook kosteloos een papieren afschrift te ontvangen.
§ 2. De inrichter of pensioeninstelling kan via de website www.mypension.be documenten ter beschikking stellen die informatie bevatten zoals voorgeschreven in deze Titel.
De inrichter of de pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de individuele informatieverplichtingen aan de aangeslotenen, rentegenieters en/of begunstigden voorzien in deze Titel, voor zover Sigedis zich er op grond van een overeenkomst met de inrichter of de pensioeninstelling toe verbindt om de verplichtingen over te nemen.]1
[2 § 3. De Koning kan de nadere regels en de methodologie vaststellen voor de berekening van de gegevens die op basis van deze Titel moeten worden ter beschikking gesteld of meegedeeld aan de aangeslotenen, de rentegenieters en/of de begunstigden.
De FSMA kan bij reglement één of meerdere gestandaardiseerde presentatiewijze(n) bepalen voor de informatie die op basis van deze Titel, met uitzondering van het pensioenoverzicht zoals bedoeld in artikel 39, § 1, moet worden ter beschikking gesteld of meegedeeld aan de aangeslotenen, de rentegenieters en/of de begunstigden, met opgave van het toepassingsgebied ervan. De FSMA kan de vormgeving van de documenten, waaronder de structuur, de lengte, de inhoud en de volgorde van de rubrieken, de bewoordingen en de lay-out op een uniforme wijze vaststellen.]2
[3 Voor wat betreft de informatie bedoeld in artikel 41/2, bepaalt de FSMA de in vorig lid bedoelde gestandaardiseerde presentatiewijze en uniforme vormgeving voor de eerste keer ten laatste op 30 juni 2024.]3
Art. 41/1. [1 § 1er. Les informations visées au présent Titre sont:
1. mises à jour régulièrement;
2. rédigées de manière claire, dans un langage non ambigu, succinct et compréhensible, en évitant le jargon et l'emploi de termes techniques lorsque des mots du langage courant peuvent être utilisés à la place;
3. établies d'une manière non trompeuse, en veillant à ce que leur vocabulaire et leur contenu soient cohérents;
4. présentées d'une manière qui en rend la lecture aisée;
5. établies dans une langue officielle;
6. conservées sur un support durable et, selon le cas, communiquées ou mises à disposition gratuitement sur papier, via le site web www.mypension.be ou par toute autre voie électronique. Si les informations ont été transmises ou mises à disposition par voie électronique, les destinataires peuvent demander à recevoir, en sus des informations sous format électronique, une copie papier qui leur sera fournie gratuitement.
§ 2. L'organisateur ou l'organisme de pension peut mettre à disposition via le site web www.mypension.be les documents contenant des informations prescrites par le présent titre.
L'organisateur ou l'organisme de pension peut pour tout ou partie être déchargé des obligations d'information individuelles à l'égard des affiliés, des rentiers et/ou des bénéficiaires, imposées par le présent titre, pour autant que Sigedis s'engage, sur la base d'une convention avec l'organisateur ou l'organisme de pension, à reprendre ces obligations.]1
[2 § 3. Le Roi peut préciser les règles et la méthodologie à suivre pour le calcul des données qui, en vertu du présent titre, doivent être communiquées aux affiliés, aux rentiers et/ou aux bénéficiaires ou être mises à leur disposition.
La FSMA peut, par voie de règlement, fixer une ou plusieurs présentations standard à utiliser pour les informations qui, en vertu du présent titre, à l'exception du relevé des droits à retraite visé à l'article 26, § 1er, doivent être communiquées aux affiliés, aux rentiers et/ou aux bénéficiaires ou être mises à leur disposition, en indiquant leur champ d'application. La FSMA peut déterminer la forme des documents, notamment leur structure, leur longueur, le contenu et l'ordre de leurs rubriques, leurs formulations et leur mise en page, d'une manière uniforme.]2
[3 En ce qui concerne les informations visées à l'article 41/2, la FSMA détermine la méthode de présentation standard et le format uniforme visés à l'alinéa précédent pour la première fois au plus tard le 30 juin 2024.]3
1. mises à jour régulièrement;
2. rédigées de manière claire, dans un langage non ambigu, succinct et compréhensible, en évitant le jargon et l'emploi de termes techniques lorsque des mots du langage courant peuvent être utilisés à la place;
3. établies d'une manière non trompeuse, en veillant à ce que leur vocabulaire et leur contenu soient cohérents;
4. présentées d'une manière qui en rend la lecture aisée;
5. établies dans une langue officielle;
6. conservées sur un support durable et, selon le cas, communiquées ou mises à disposition gratuitement sur papier, via le site web www.mypension.be ou par toute autre voie électronique. Si les informations ont été transmises ou mises à disposition par voie électronique, les destinataires peuvent demander à recevoir, en sus des informations sous format électronique, une copie papier qui leur sera fournie gratuitement.
§ 2. L'organisateur ou l'organisme de pension peut mettre à disposition via le site web www.mypension.be les documents contenant des informations prescrites par le présent titre.
L'organisateur ou l'organisme de pension peut pour tout ou partie être déchargé des obligations d'information individuelles à l'égard des affiliés, des rentiers et/ou des bénéficiaires, imposées par le présent titre, pour autant que Sigedis s'engage, sur la base d'une convention avec l'organisateur ou l'organisme de pension, à reprendre ces obligations.]1
[2 § 3. Le Roi peut préciser les règles et la méthodologie à suivre pour le calcul des données qui, en vertu du présent titre, doivent être communiquées aux affiliés, aux rentiers et/ou aux bénéficiaires ou être mises à leur disposition.
La FSMA peut, par voie de règlement, fixer une ou plusieurs présentations standard à utiliser pour les informations qui, en vertu du présent titre, à l'exception du relevé des droits à retraite visé à l'article 26, § 1er, doivent être communiquées aux affiliés, aux rentiers et/ou aux bénéficiaires ou être mises à leur disposition, en indiquant leur champ d'application. La FSMA peut déterminer la forme des documents, notamment leur structure, leur longueur, le contenu et l'ordre de leurs rubriques, leurs formulations et leur mise en page, d'une manière uniforme.]2
[3 En ce qui concerne les informations visées à l'article 41/2, la FSMA détermine la méthode de présentation standard et le format uniforme visés à l'alinéa précédent pour la première fois au plus tard le 30 juin 2024.]3
Afdeling 3. [1 - Informatie vóór of bij de aansluiting]1
Section 3. [1 - Informations à fournir avant ou lors de l'affiliation]1
Art. 41/2. [1 § 1. De pensioeninstelling stelt de gegevens bedoeld in § 2 ter beschikking van de bedrijfsleiders die automatisch bij een pensioentoezegging worden aangesloten, zodra zij aangesloten zijn.
De pensioeninstelling deelt de gegevens bedoeld in paragraaf 2 mee aan de potentiële aangeslotenen die niet automatisch bij een pensioentoezegging worden aangesloten, vóór zij zich aansluiten.
§ 2. De informatie zoals bedoeld in paragraaf 1 bevat de volgende gegevens:
1. de relevante opties die zijn voorzien in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, met inbegrip van de beleggingsopties;
2. de relevante kenmerken van de pensioentoezegging, waaronder de soort uitkeringen;
3. of en hoe in het kader van de beleggingsstrategie rekening wordt gehouden met milieu-, klimaat-, sociale en corporate governancefactoren;
4. waar verdere informatie beschikbaar is, onder meer met verwijzing naar de website www.mypension.be.
Indien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen, bevat de informatie zoals bedoeld in paragraaf 1 eveneens de volgende gegevens:
1° de resultaten die de beleggingen in verband met de pensioentoezegging in het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of de hele periode gedurende dewelke de pensioentoezegging is uitgevoerd indien die minder dan vijf jaar is;
2° de structuur van de kosten die door de aangeslotenen worden gedragen.]1
[2 § 3. Zodra de bedrijfsleider of de potentiële aangeslotene effectief is aangesloten, deelt de pensioeninstelling de in paragraaf 2 bedoelde informatie mee aan Sigedis die er voor zorgt dat deze voor de betrokken aangeslotene consulteerbaar is in mypension.be.]2
De pensioeninstelling deelt de gegevens bedoeld in paragraaf 2 mee aan de potentiële aangeslotenen die niet automatisch bij een pensioentoezegging worden aangesloten, vóór zij zich aansluiten.
§ 2. De informatie zoals bedoeld in paragraaf 1 bevat de volgende gegevens:
1. de relevante opties die zijn voorzien in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, met inbegrip van de beleggingsopties;
2. de relevante kenmerken van de pensioentoezegging, waaronder de soort uitkeringen;
3. of en hoe in het kader van de beleggingsstrategie rekening wordt gehouden met milieu-, klimaat-, sociale en corporate governancefactoren;
4. waar verdere informatie beschikbaar is, onder meer met verwijzing naar de website www.mypension.be.
Indien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen, bevat de informatie zoals bedoeld in paragraaf 1 eveneens de volgende gegevens:
1° de resultaten die de beleggingen in verband met de pensioentoezegging in het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of de hele periode gedurende dewelke de pensioentoezegging is uitgevoerd indien die minder dan vijf jaar is;
2° de structuur van de kosten die door de aangeslotenen worden gedragen.]1
[2 § 3. Zodra de bedrijfsleider of de potentiële aangeslotene effectief is aangesloten, deelt de pensioeninstelling de in paragraaf 2 bedoelde informatie mee aan Sigedis die er voor zorgt dat deze voor de betrokken aangeslotene consulteerbaar is in mypension.be.]2
Art. 41/2. [1 § 1er. L'organisme de pension met les données visées au paragraphe 2 à la disposition des dirigeants d'entreprise qui sont affiliés d'office à un engagement de pension, immédiatement après leur affiliation.
L'organisme de pension communique les données visées au paragraphe 2 aux affiliés potentiels qui ne sont pas affiliés d'office à un engagement de pension avant qu'ils ne s'y affilient.
§ 2. Les informations visées au paragraphe 1er contiennent les éléments suivants:
1. les options pertinentes prévues par le règlement de pension ou la convention de pension, y compris les options d'investissement;
2. les caractéristiques pertinentes de l'engagement de pension y compris le type de prestations;
3. si et de quelle manière les facteurs environnementaux, climatiques, sociaux et de gouvernance d'entreprise sont pris en considération dans la stratégie d'investissement;
4. où il est possible de trouver des informations supplémentaires, en se référant notamment au site web www.mypension.be.
Lorsque les affiliés supportent le risque d'investissement ou qu'ils peuvent prendre des décisions en matière de placements, les informations visées au paragraphe 1er contiennent également les éléments suivants:
1° les performances passées des investissements liés à l'engagement de pension sur une période minimale de cinq ans ou sur toute la période de fonctionnement de l'engagement de pension si elle est inférieure à cinq ans;
2° la structure des coûts supportés par les affiliés.]1
[2 § 3. Dès que l'affiliation du dirigeant d'entreprise ou de l'affilié potentiel est effective, l'organisme de pension communique les informations visées au paragraphe 2 à Sigedis, qui veille à ce qu'elles soient consultables pour l'affilié concerné dans mypension.be.]2
L'organisme de pension communique les données visées au paragraphe 2 aux affiliés potentiels qui ne sont pas affiliés d'office à un engagement de pension avant qu'ils ne s'y affilient.
§ 2. Les informations visées au paragraphe 1er contiennent les éléments suivants:
1. les options pertinentes prévues par le règlement de pension ou la convention de pension, y compris les options d'investissement;
2. les caractéristiques pertinentes de l'engagement de pension y compris le type de prestations;
3. si et de quelle manière les facteurs environnementaux, climatiques, sociaux et de gouvernance d'entreprise sont pris en considération dans la stratégie d'investissement;
4. où il est possible de trouver des informations supplémentaires, en se référant notamment au site web www.mypension.be.
Lorsque les affiliés supportent le risque d'investissement ou qu'ils peuvent prendre des décisions en matière de placements, les informations visées au paragraphe 1er contiennent également les éléments suivants:
1° les performances passées des investissements liés à l'engagement de pension sur une période minimale de cinq ans ou sur toute la période de fonctionnement de l'engagement de pension si elle est inférieure à cinq ans;
2° la structure des coûts supportés par les affiliés.]1
[2 § 3. Dès que l'affiliation du dirigeant d'entreprise ou de l'affilié potentiel est effective, l'organisme de pension communique les informations visées au paragraphe 2 à Sigedis, qui veille à ce qu'elles soient consultables pour l'affilié concerné dans mypension.be.]2
Afdeling 4. [1 - Informatie aan de aangeslotenen en de rentegenieters]1
Section 4. [1 - Informations à fournir aux affiliés et aux rentiers]1
Art. 41/3. [1 De pensioeninstelling stelt volgende informatie over de voorwaarden van de pensioentoezegging ter beschikking van de aangeslotenen en de rentegenieters:
1. de naam van de pensioeninstelling, de lidstaat waar de pensioeninstelling geregistreerd is of een vergunning heeft gekregen en de naam van de bevoegde autoriteit;
2. de rechten en plichten van de bij de pensioentoezegging betrokken partijen;
3. de voorwaarden betreffende volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van de pensioentoezegging of op een bepaalde hoogte van de uitkeringen, of een verklaring daarover wanneer er geen garantie uit hoofde van de pensioentoezegging is voorzien;
4. de mechanismen ter bescherming van de opgebouwde pensioenrechten of de mechanismen ter verlaging van de uitkering, indien van toepassing;
5. de opties waarover de aangeslotenen en de rentegenieters beschikken bij het innen van hun prestaties;
6. indien een aangeslotene of rentegenieter het recht heeft om pensioenrechten over te dragen, verdere informatie over de regelingen voor die overdracht;
7. Bij pensioentoezeggingen waarbij de aangeslotenen of rentegenieters een beleggingsrisico dragen en waarbij meerdere beleggingsmogelijkheden met verschillende beleggingsprofielen worden geboden:
- de voorwaarden die aan het scala aan beschikbare beleggingsmogelijkheid verbonden zijn;
- indien van toepassing, de standaard beleggingsmogelijkheid;
- de in het kader van de pensioentoezegging gehanteerde regel om een bepaalde aangeslotene aan een beleggingsmogelijkheid toe te wijzen.
Binnen een redelijke termijn wordt alle relevante informatie over wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde informatie ter beschikking gesteld van de aangeslotenen en rentegenieters of hun vertegenwoordigers.]1
1. de naam van de pensioeninstelling, de lidstaat waar de pensioeninstelling geregistreerd is of een vergunning heeft gekregen en de naam van de bevoegde autoriteit;
2. de rechten en plichten van de bij de pensioentoezegging betrokken partijen;
3. de voorwaarden betreffende volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van de pensioentoezegging of op een bepaalde hoogte van de uitkeringen, of een verklaring daarover wanneer er geen garantie uit hoofde van de pensioentoezegging is voorzien;
4. de mechanismen ter bescherming van de opgebouwde pensioenrechten of de mechanismen ter verlaging van de uitkering, indien van toepassing;
5. de opties waarover de aangeslotenen en de rentegenieters beschikken bij het innen van hun prestaties;
6. indien een aangeslotene of rentegenieter het recht heeft om pensioenrechten over te dragen, verdere informatie over de regelingen voor die overdracht;
7. Bij pensioentoezeggingen waarbij de aangeslotenen of rentegenieters een beleggingsrisico dragen en waarbij meerdere beleggingsmogelijkheden met verschillende beleggingsprofielen worden geboden:
- de voorwaarden die aan het scala aan beschikbare beleggingsmogelijkheid verbonden zijn;
- indien van toepassing, de standaard beleggingsmogelijkheid;
- de in het kader van de pensioentoezegging gehanteerde regel om een bepaalde aangeslotene aan een beleggingsmogelijkheid toe te wijzen.
Binnen een redelijke termijn wordt alle relevante informatie over wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde informatie ter beschikking gesteld van de aangeslotenen en rentegenieters of hun vertegenwoordigers.]1
Art. 41/3. [1 L'organisme de pension met à la disposition des affiliés et des rentiers les informations suivantes sur les conditions de l'engagement de pension:
1. le nom de l'organisme de pension, l'Etat membre dans lequel l'organisme de pension est enregistré ou agréé et le nom de l'autorité compétente;
2. les droits et obligations des parties à l'engagement de pension;
3. les conditions concernant les garanties totales ou partielles au titre de l'engagement de pension ou d'un niveau donné de prestations ou, lorsque aucune garantie n'est prévue au titre de l'engagement de pension, une déclaration à cet effet;
4. les mécanismes de protection des droits accumulés et les mécanismes de réduction des prestations, le cas échéant;
5. les options à la disposition des affiliés et des rentiers pour obtenir le versement de leurs prestations;
6. lorsqu'un affilié ou un rentier a le droit de transférer des droits à retraite, des informations supplémentaires sur les modalités d'un tel transfert;
7. pour les engagements de pension dans lesquels les affiliés ou les rentiers supportent un risque d'investissement et qui prévoient plusieurs options avec différents profils d'investissement:
- les conditions en ce qui concerne l'éventail des options d'investissement disponibles;
- le cas échéant, l'option d'investissement par défaut;
- les dispositions de l'engagement de pension régissant l'attribution d'un affilié donné à une option d'investissement.
Toute information pertinente concernant d'éventuelles modifications des informations visées à l'alinéa 1er est mise à la disposition des affiliés et des rentiers ou de leurs représentants dans un délai raisonnable.]1
1. le nom de l'organisme de pension, l'Etat membre dans lequel l'organisme de pension est enregistré ou agréé et le nom de l'autorité compétente;
2. les droits et obligations des parties à l'engagement de pension;
3. les conditions concernant les garanties totales ou partielles au titre de l'engagement de pension ou d'un niveau donné de prestations ou, lorsque aucune garantie n'est prévue au titre de l'engagement de pension, une déclaration à cet effet;
4. les mécanismes de protection des droits accumulés et les mécanismes de réduction des prestations, le cas échéant;
5. les options à la disposition des affiliés et des rentiers pour obtenir le versement de leurs prestations;
6. lorsqu'un affilié ou un rentier a le droit de transférer des droits à retraite, des informations supplémentaires sur les modalités d'un tel transfert;
7. pour les engagements de pension dans lesquels les affiliés ou les rentiers supportent un risque d'investissement et qui prévoient plusieurs options avec différents profils d'investissement:
- les conditions en ce qui concerne l'éventail des options d'investissement disponibles;
- le cas échéant, l'option d'investissement par défaut;
- les dispositions de l'engagement de pension régissant l'attribution d'un affilié donné à une option d'investissement.
Toute information pertinente concernant d'éventuelles modifications des informations visées à l'alinéa 1er est mise à la disposition des affiliés et des rentiers ou de leurs représentants dans un délai raisonnable.]1
Modifications
Art. 42. § 1. [1 De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioentoezegging. Dit transparantieverslag wordt ter beschikking gesteld van de inrichter, de aangeslotenen en de rentegenieters.]1
Het verslag moet informatie bevatten over de volgende elementen :
1° de wijze van financiering van de pensioentoezegging en de structurele wijzigingen in die financiering;
2° [1 het beleggingsprofiel, waaronder de beleggingsstrategie op lange en korte termijn, de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met milieu-, klimaat-, sociale en corporate governancefactoren, alsook de aard van de financiële risico's die door de aangeslotenen en de rentegenieters worden gedragen;]1
3° het rendement van de beleggingen. [1 Indien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen, de resultaten die de beleggingen van de pensioentoezegging in het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of alle jaren gedurende welke de pensioentoezegging is uitgevoerd indien dat minder dan vijf jaar is]1;
4° de kostenstructuur;
5° in voorkomend geval de winstdeling.
§ 2. De pensioeninstelling verstrekt aan de aangeslotenen, [2 de rentegenieters]2 of hun vertegenwoordigers op eenvoudig verzoek :
1° de verklaring inzake de beginselen van het beleggingsbeleid bedoeld in artikel 41;
2° de jaarrekening en het jaarverslag van de pensioeninstelling, alsook, in voorkomend geval, deze die met de betrokken pensioentoezegging overeenstemt;
3° wanneer de aangeslotene het beleggingsrisico draagt, alle eventueel beschikbare beleggingsmogelijkheden en de feitelijke beleggingsportefeuille, met een beschrijving van de risico's en de kosten die met de beleggingen verbonden zijn;
[2 4° eventuele verdere informatie over de gehanteerde hypothesen om de in artikel 39, § 1/2, eerste lid, 5., bedoelde projecties op te stellen.]2
[2 ...]2
Het verslag moet informatie bevatten over de volgende elementen :
1° de wijze van financiering van de pensioentoezegging en de structurele wijzigingen in die financiering;
2° [1 het beleggingsprofiel, waaronder de beleggingsstrategie op lange en korte termijn, de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met milieu-, klimaat-, sociale en corporate governancefactoren, alsook de aard van de financiële risico's die door de aangeslotenen en de rentegenieters worden gedragen;]1
3° het rendement van de beleggingen. [1 Indien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen, de resultaten die de beleggingen van de pensioentoezegging in het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of alle jaren gedurende welke de pensioentoezegging is uitgevoerd indien dat minder dan vijf jaar is]1;
4° de kostenstructuur;
5° in voorkomend geval de winstdeling.
§ 2. De pensioeninstelling verstrekt aan de aangeslotenen, [2 de rentegenieters]2 of hun vertegenwoordigers op eenvoudig verzoek :
1° de verklaring inzake de beginselen van het beleggingsbeleid bedoeld in artikel 41;
2° de jaarrekening en het jaarverslag van de pensioeninstelling, alsook, in voorkomend geval, deze die met de betrokken pensioentoezegging overeenstemt;
3° wanneer de aangeslotene het beleggingsrisico draagt, alle eventueel beschikbare beleggingsmogelijkheden en de feitelijke beleggingsportefeuille, met een beschrijving van de risico's en de kosten die met de beleggingen verbonden zijn;
[2 4° eventuele verdere informatie over de gehanteerde hypothesen om de in artikel 39, § 1/2, eerste lid, 5., bedoelde projecties op te stellen.]2
[2 ...]2
Art. 42. § 1er. [1 L'organisme de pension rédige chaque année un rapport sur la gestion de l'engagement de pension. Ce rapport de transparence est mis à la disposition de l'organisateur, des affiliés et des rentiers.]1
Le rapport doit contenir des informations sur les éléments suivants :
1° Le mode de financement de l'engagement de pension et les modifications structurelles de ce financement;
2° [1 le profil d'investissement, y compris la stratégie d'investissement à long et à court terme, la mesure dans laquelle sont pris en compte les facteurs environnementaux, climatiques, sociaux et de gouvernance d'entreprise, ainsi que la nature des risques financiers supportés par les affiliés et les rentiers;]1
3° le rendement des placements. [1 Lorsque les affiliés supportent le risque d'investissement ou qu'ils peuvent prendre des décisions en matière de placements, les performances passées des investissements liés à l'engagement de pension sur une période minimale de cinq ans ou sur toute la période de fonctionnement de l'engagement de pension si elle est inférieure à cinq ans]1;
4° la structure des frais;
5° le cas échéant, la participation aux bénéfices;
§ 2. L'organisme de pension remet sur simple demande, aux affiliés, [2 aux rentiers]2 ou à leurs représentants :
1° la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement visée à l'article 41;
2° les comptes et rapports annuels de l'organisme de pension, ainsi que, le cas échéant, ceux correspondant à l'engagement de pension concerné;
3° lorsque l'affilié supporte le risque de placement, l'éventail des options éventuelles de placement et le portefeuille de placement existant, avec une description des risques et des coûts relatifs à ces placements;
[2 4° Toute autre information sur les hypothèses utilisées pour établir les projections visées à l'article 39, § 1er/2, alinéa 1er, point 5.]2
[2 ...]2
Le rapport doit contenir des informations sur les éléments suivants :
1° Le mode de financement de l'engagement de pension et les modifications structurelles de ce financement;
2° [1 le profil d'investissement, y compris la stratégie d'investissement à long et à court terme, la mesure dans laquelle sont pris en compte les facteurs environnementaux, climatiques, sociaux et de gouvernance d'entreprise, ainsi que la nature des risques financiers supportés par les affiliés et les rentiers;]1
3° le rendement des placements. [1 Lorsque les affiliés supportent le risque d'investissement ou qu'ils peuvent prendre des décisions en matière de placements, les performances passées des investissements liés à l'engagement de pension sur une période minimale de cinq ans ou sur toute la période de fonctionnement de l'engagement de pension si elle est inférieure à cinq ans]1;
4° la structure des frais;
5° le cas échéant, la participation aux bénéfices;
§ 2. L'organisme de pension remet sur simple demande, aux affiliés, [2 aux rentiers]2 ou à leurs représentants :
1° la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement visée à l'article 41;
2° les comptes et rapports annuels de l'organisme de pension, ainsi que, le cas échéant, ceux correspondant à l'engagement de pension concerné;
3° lorsque l'affilié supporte le risque de placement, l'éventail des options éventuelles de placement et le portefeuille de placement existant, avec une description des risques et des coûts relatifs à ces placements;
[2 4° Toute autre information sur les hypothèses utilisées pour établir les projections visées à l'article 39, § 1er/2, alinéa 1er, point 5.]2
[2 ...]2
Art.42 TOEKOMSTIG RECHT.
§ 1. [1 De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioentoezegging. Dit transparantieverslag wordt ter beschikking gesteld van de inrichter, de aangeslotenen en de rentegenieters.]1
Het verslag moet informatie bevatten over de volgende elementen :
1° de wijze van financiering van de pensioentoezegging en de structurele wijzigingen in die financiering;
2° [1 het beleggingsprofiel, waaronder de beleggingsstrategie op lange en korte termijn, de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met milieu-, klimaat-, sociale en corporate governancefactoren, alsook de aard van de financiële risico's die door de aangeslotenen en de rentegenieters worden gedragen;]1
3° het rendement van de beleggingen. [1 Indien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen, de resultaten die de beleggingen van de pensioentoezegging in het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of alle jaren gedurende welke de pensioentoezegging is uitgevoerd indien dat minder dan vijf jaar is]1;
4° de kostenstructuur;
5° in voorkomend geval de winstdeling.
§ 2. De pensioeninstelling verstrekt aan de aangeslotenen, [2 de rentegenieters]2 of hun vertegenwoordigers op eenvoudig verzoek :
1° de verklaring inzake de beginselen van het beleggingsbeleid bedoeld in artikel 41;
2° de jaarrekening en het jaarverslag van de pensioeninstelling, alsook, in voorkomend geval, deze die met de betrokken pensioentoezegging overeenstemt;
3° wanneer de aangeslotene het beleggingsrisico draagt, alle eventueel beschikbare beleggingsmogelijkheden en de feitelijke beleggingsportefeuille, met een beschrijving van de risico's en de kosten die met de beleggingen verbonden zijn;
[2 4° eventuele verdere informatie over de gehanteerde hypothesen om de in artikel 39, § 1/2, eerste lid, 5., bedoelde projecties op te stellen.]2
[2 ...]2
[3 § 3. De pensioeninstelling deelt het in paragraaf 1 bedoelde transparantieverslag mee aan Sigedis dat er voor zorgt dat dit voor de betrokken aangeslotenen consulteerbaar is in mypension.be.]3
§ 1. [1 De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioentoezegging. Dit transparantieverslag wordt ter beschikking gesteld van de inrichter, de aangeslotenen en de rentegenieters.]1
Het verslag moet informatie bevatten over de volgende elementen :
1° de wijze van financiering van de pensioentoezegging en de structurele wijzigingen in die financiering;
2° [1 het beleggingsprofiel, waaronder de beleggingsstrategie op lange en korte termijn, de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met milieu-, klimaat-, sociale en corporate governancefactoren, alsook de aard van de financiële risico's die door de aangeslotenen en de rentegenieters worden gedragen;]1
3° het rendement van de beleggingen. [1 Indien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen, de resultaten die de beleggingen van de pensioentoezegging in het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of alle jaren gedurende welke de pensioentoezegging is uitgevoerd indien dat minder dan vijf jaar is]1;
4° de kostenstructuur;
5° in voorkomend geval de winstdeling.
§ 2. De pensioeninstelling verstrekt aan de aangeslotenen, [2 de rentegenieters]2 of hun vertegenwoordigers op eenvoudig verzoek :
1° de verklaring inzake de beginselen van het beleggingsbeleid bedoeld in artikel 41;
2° de jaarrekening en het jaarverslag van de pensioeninstelling, alsook, in voorkomend geval, deze die met de betrokken pensioentoezegging overeenstemt;
3° wanneer de aangeslotene het beleggingsrisico draagt, alle eventueel beschikbare beleggingsmogelijkheden en de feitelijke beleggingsportefeuille, met een beschrijving van de risico's en de kosten die met de beleggingen verbonden zijn;
[2 4° eventuele verdere informatie over de gehanteerde hypothesen om de in artikel 39, § 1/2, eerste lid, 5., bedoelde projecties op te stellen.]2
[2 ...]2
[3 § 3. De pensioeninstelling deelt het in paragraaf 1 bedoelde transparantieverslag mee aan Sigedis dat er voor zorgt dat dit voor de betrokken aangeslotenen consulteerbaar is in mypension.be.]3
Art.42 DROIT FUTUR.
§ 1er. [1 L'organisme de pension rédige chaque année un rapport sur la gestion de l'engagement de pension. Ce rapport de transparence est mis à la disposition de l'organisateur, des affiliés et des rentiers.]1
Le rapport doit contenir des informations sur les éléments suivants :
1° Le mode de financement de l'engagement de pension et les modifications structurelles de ce financement;
2° [1 le profil d'investissement, y compris la stratégie d'investissement à long et à court terme, la mesure dans laquelle sont pris en compte les facteurs environnementaux, climatiques, sociaux et de gouvernance d'entreprise, ainsi que la nature des risques financiers supportés par les affiliés et les rentiers;]1
3° le rendement des placements. [1 Lorsque les affiliés supportent le risque d'investissement ou qu'ils peuvent prendre des décisions en matière de placements, les performances passées des investissements liés à l'engagement de pension sur une période minimale de cinq ans ou sur toute la période de fonctionnement de l'engagement de pension si elle est inférieure à cinq ans]1;
4° la structure des frais;
5° le cas échéant, la participation aux bénéfices;
§ 2. L'organisme de pension remet sur simple demande, aux affiliés, [2 aux rentiers]2 ou à leurs représentants :
1° la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement visée à l'article 41;
2° les comptes et rapports annuels de l'organisme de pension, ainsi que, le cas échéant, ceux correspondant à l'engagement de pension concerné;
3° lorsque l'affilié supporte le risque de placement, l'éventail des options éventuelles de placement et le portefeuille de placement existant, avec une description des risques et des coûts relatifs à ces placements;
[2 4° Toute autre information sur les hypothèses utilisées pour établir les projections visées à l'article 39, § 1er/2, alinéa 1er, point 5.]2
[2 ...]2
[3 § 3. L'organisme de pension communique le rapport de transparence visé au paragraphe 1er à Sigedis qui veille à ce que celui-ci soit consultable sur mypension. be pour les affiliés concernés.]3
§ 1er. [1 L'organisme de pension rédige chaque année un rapport sur la gestion de l'engagement de pension. Ce rapport de transparence est mis à la disposition de l'organisateur, des affiliés et des rentiers.]1
Le rapport doit contenir des informations sur les éléments suivants :
1° Le mode de financement de l'engagement de pension et les modifications structurelles de ce financement;
2° [1 le profil d'investissement, y compris la stratégie d'investissement à long et à court terme, la mesure dans laquelle sont pris en compte les facteurs environnementaux, climatiques, sociaux et de gouvernance d'entreprise, ainsi que la nature des risques financiers supportés par les affiliés et les rentiers;]1
3° le rendement des placements. [1 Lorsque les affiliés supportent le risque d'investissement ou qu'ils peuvent prendre des décisions en matière de placements, les performances passées des investissements liés à l'engagement de pension sur une période minimale de cinq ans ou sur toute la période de fonctionnement de l'engagement de pension si elle est inférieure à cinq ans]1;
4° la structure des frais;
5° le cas échéant, la participation aux bénéfices;
§ 2. L'organisme de pension remet sur simple demande, aux affiliés, [2 aux rentiers]2 ou à leurs représentants :
1° la déclaration relative aux principes fondant la politique de placement visée à l'article 41;
2° les comptes et rapports annuels de l'organisme de pension, ainsi que, le cas échéant, ceux correspondant à l'engagement de pension concerné;
3° lorsque l'affilié supporte le risque de placement, l'éventail des options éventuelles de placement et le portefeuille de placement existant, avec une description des risques et des coûts relatifs à ces placements;
[2 4° Toute autre information sur les hypothèses utilisées pour établir les projections visées à l'article 39, § 1er/2, alinéa 1er, point 5.]2
[2 ...]2
[3 § 3. L'organisme de pension communique le rapport de transparence visé au paragraphe 1er à Sigedis qui veille à ce que celui-ci soit consultable sur mypension. be pour les affiliés concernés.]3
Afdeling 5. [1 - Bijkomende informatie aan de rente-genieters]1
Section 5. [1 - Informations supplémentaires à fournir aux rentiers]1
Art. 42/1. [1 De pensioeninstelling deelt de rentegenieters periodiek informatie mee over de verschuldigde uitkeringen en de overeenkomstige uitbetalingsmogelijkheden.
De pensioeninstelling deelt de rentegenieters onverwijld mee dat er een definitief besluit werd genomen dat in een verlaging van de hun toekomende uitkeringen resulteert, en ten laatste drie maanden voordat dat besluit wordt toegepast.
Wanneer tijdens de uitbetalingsfase een aanzienlijk deel van het beleggingsrisico door de rentegenieters wordt gedragen, deelt de pensioeninstelling de rentegenieters hierover regelmatig passende informatie mee.]1
De pensioeninstelling deelt de rentegenieters onverwijld mee dat er een definitief besluit werd genomen dat in een verlaging van de hun toekomende uitkeringen resulteert, en ten laatste drie maanden voordat dat besluit wordt toegepast.
Wanneer tijdens de uitbetalingsfase een aanzienlijk deel van het beleggingsrisico door de rentegenieters wordt gedragen, deelt de pensioeninstelling de rentegenieters hierover regelmatig passende informatie mee.]1
Art. 42/1. [1 L'organisme de pension communique régulièrement aux rentiers les informations relatives aux prestations qui leur sont dues et aux options de versement correspondantes.
L'organisme de pension communique aux rentiers sans délai qu'une décision définitive a été prise conduisant à une réduction du niveau des prestations qui leur sont dues, et au plus tard trois mois avant que cette décision ne soit mise en oeuvre.
Lorsqu'un niveau important de risque d'investissement est supporté par les rentiers au cours de la phase de versement, l'organisme de pension communique régulièrement aux rentiers des informations appropriées.]1
L'organisme de pension communique aux rentiers sans délai qu'une décision définitive a été prise conduisant à une réduction du niveau des prestations qui leur sont dues, et au plus tard trois mois avant que cette décision ne soit mise en oeuvre.
Lorsqu'un niveau important de risque d'investissement est supporté par les rentiers au cours de la phase de versement, l'organisme de pension communique régulièrement aux rentiers des informations appropriées.]1
Modifications
HOOFDSTUK 5. - Toezicht
CHAPITRE 5. - Contrôle
Art. 43. Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten wordt toevertrouwd aan de FSMA.
Art. 43. Le contrôle du respect des dispositions du présent titre et de ses arrêtés d'exécution est confié à la FSMA.
Art. 44. Met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten bezorgen de pensioeninstellingen aan de FSMA de lijst van de pensioentoezeggingen die zij beheren, de identiteitsgegevens van de betrokken inrichters evenals de inlichtingen over de beheerde toezeggingen, die de FSMA bepaalt.
De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt volgens de frequentie, de inhoud en de drager die de FSMA bepaalt.
Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen door de pensioeninstellingen in overeenstemming met de door de VZW SiGeDiS vastgelegde aangifte-instructies meegedeeld worden aan de door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006 opgerichte gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen, wordt er geacht aan de in het eerste lid bedoelde communicatieverplichting voldaan te zijn.
De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt volgens de frequentie, de inhoud en de drager die de FSMA bepaalt.
Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen door de pensioeninstellingen in overeenstemming met de door de VZW SiGeDiS vastgelegde aangifte-instructies meegedeeld worden aan de door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006 opgerichte gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen, wordt er geacht aan de in het eerste lid bedoelde communicatieverplichting voldaan te zijn.
Art. 44. En vue du contrôle du respect des dispositions du présent titre et de ses arrêtés d'exécution, les organismes de pension communiquent à la FSMA la liste des engagements de pension qu'ils gèrent, l'identification des organisateurs concernés ainsi que les renseignements relatifs aux engagements gérés que la FSMA détermine.
La FSMA fixe la périodicité, le contenu et le support de la communication visée à l'alinéa 1er.
A condition que les informations visées à l'alinéa 1er soient communiquées par les organismes de pension conformément aux instructions de déclaration définies par l'ASBL SiGeDiS, à la banque de données relative aux pensions complémentaires instituée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, l'obligation de communication visée à l'alinéa 1er est considérée comme remplie.
La FSMA fixe la périodicité, le contenu et le support de la communication visée à l'alinéa 1er.
A condition que les informations visées à l'alinéa 1er soient communiquées par les organismes de pension conformément aux instructions de déclaration définies par l'ASBL SiGeDiS, à la banque de données relative aux pensions complémentaires instituée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, l'obligation de communication visée à l'alinéa 1er est considérée comme remplie.
Art. 45. Op verzoek van de FSMA verstrekken de pensioeninstellingen en de inrichters alle inlichtingen en documenten met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten.
Met hetzelfde doel kan de FSMA op de Belgische zetel van de pensioeninstellingen en van de inrichters inspecties verrichten of een kopie maken van alle gegevens waarover zij beschikken, in voorkomend geval nadat zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan verwittigd heeft.
Met hetzelfde doel zijn de agenten, makelaars of tussenpersonen ertoe gehouden op eenvoudig verzoek alle nodige inlichtingen te verstrekken aan de FSMA over de pensioenstelsels of de pensioenovereenkomsten die aan de bepalingen van deze titel zijn onderworpen.
Voor de uitvoering van de drie voorgaande leden kan de FSMA leden van haar personeel of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskundigen afvaardigen, die haar verslag uitbrengen.
Met hetzelfde doel kan de FSMA op de Belgische zetel van de pensioeninstellingen en van de inrichters inspecties verrichten of een kopie maken van alle gegevens waarover zij beschikken, in voorkomend geval nadat zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst hiervan verwittigd heeft.
Met hetzelfde doel zijn de agenten, makelaars of tussenpersonen ertoe gehouden op eenvoudig verzoek alle nodige inlichtingen te verstrekken aan de FSMA over de pensioenstelsels of de pensioenovereenkomsten die aan de bepalingen van deze titel zijn onderworpen.
Voor de uitvoering van de drie voorgaande leden kan de FSMA leden van haar personeel of zelfstandige hiertoe gemachtigde deskundigen afvaardigen, die haar verslag uitbrengen.
Art. 45. Sur demande de la FSMA, les organismes de pensions et les organisateurs soumettent tous renseignements et fournissent tous documents en vue du contrôle du respect des dispositions du présent titre et de ses arrêtés d'exécution.
Dans le même but, la FSMA peut procéder à des inspections sur place au siège belge des organismes de pension et des organisateurs ou prendre copie de toute information en leur possession, après en avoir, le cas échéant, informé les autorités compétentes de l'Etat membre d'origine.
Dans le même but, les agents, courtiers ou intermédiaires sont tenus de fournir à la FSMA, sur simple demande, tout renseignement qu'ils détiennent concernant les régimes de pension ou les conventions de pension soumis aux dispositions du présent titre.
La FSMA peut, pour l'exécution des trois alinéas précédents, déléguer des membres de son personnel ou des experts indépendants mandatés à cet effet, qui lui font rapport.
Dans le même but, la FSMA peut procéder à des inspections sur place au siège belge des organismes de pension et des organisateurs ou prendre copie de toute information en leur possession, après en avoir, le cas échéant, informé les autorités compétentes de l'Etat membre d'origine.
Dans le même but, les agents, courtiers ou intermédiaires sont tenus de fournir à la FSMA, sur simple demande, tout renseignement qu'ils détiennent concernant les régimes de pension ou les conventions de pension soumis aux dispositions du présent titre.
La FSMA peut, pour l'exécution des trois alinéas précédents, déléguer des membres de son personnel ou des experts indépendants mandatés à cet effet, qui lui font rapport.
Art. 46. § 1. Indien de FSMA vaststelt dat de pensioeninstellingen en inrichters bedoeld in artikel 45 zich niet schikken naar de bepalingen van deze titel of zijn uitvoeringsbesluiten, bepaalt zij de termijn binnen dewelke die toestand dient te worden verholpen.
Indien de toestand niet is verholpen na deze termijn kan de FSMA, ongeacht de andere maatregelen waarin door of krachtens de wet is voorzien, de inrichter, de aangeslotenen en de begunstigden van de pensioenstelsels of de pensioenovereenkomsten of hun vertegenwoordigers in kennis stellen van haar aanmaningen.
Onder de voorwaarden bepaald in dit artikel kan de FSMA haar aanmaningen bekendmaken in het Belgisch Staatsblad of in de pers.
De kosten van de kennisgeving en de bekendmaking zijn ten laste van de bestemmeling van de aanmaningen.
§ 2. Indien de in artikel 45 bedoelde pensioeninstellingen en personen in gebreke blijven bij het verstrijken van de termijn bedoeld in § 1, kan de FSMA, nadat de instelling of persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden, een dwangsom opleggen die per kalenderdag vertraging niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde aanmaning.
§ 3. Onverminderd andere maatregelen bepaald door deze titel of andere wetten en reglementen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze titel of van de besluiten of reglementen genomen ter uitvoering ervan, aan de daarvoor verantwoordelijke persoon een administratieve geldboete opleggen, die niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 4. De dwangsommen en boetes die met toepassing van dit artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
§ 5. [1 ...]1
Indien de toestand niet is verholpen na deze termijn kan de FSMA, ongeacht de andere maatregelen waarin door of krachtens de wet is voorzien, de inrichter, de aangeslotenen en de begunstigden van de pensioenstelsels of de pensioenovereenkomsten of hun vertegenwoordigers in kennis stellen van haar aanmaningen.
Onder de voorwaarden bepaald in dit artikel kan de FSMA haar aanmaningen bekendmaken in het Belgisch Staatsblad of in de pers.
De kosten van de kennisgeving en de bekendmaking zijn ten laste van de bestemmeling van de aanmaningen.
§ 2. Indien de in artikel 45 bedoelde pensioeninstellingen en personen in gebreke blijven bij het verstrijken van de termijn bedoeld in § 1, kan de FSMA, nadat de instelling of persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden, een dwangsom opleggen die per kalenderdag vertraging niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde aanmaning.
§ 3. Onverminderd andere maatregelen bepaald door deze titel of andere wetten en reglementen, kan de FSMA, indien zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze titel of van de besluiten of reglementen genomen ter uitvoering ervan, aan de daarvoor verantwoordelijke persoon een administratieve geldboete opleggen, die niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro voor hetzelfde feit of voor hetzelfde geheel van feiten.
§ 4. De dwangsommen en boetes die met toepassing van dit artikel worden opgelegd, worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.
§ 5. [1 ...]1
Modifications
Art. 46. § 1er. Si la FSMA constate que les organismes de pension et les organisateurs visés à l'article 45 ne se conforment pas aux dispositions du présent titre ou de ses arrêtés d'exécution, elle fixe le délai dans lequel il doit être remédié à la situation.
Si, au terme de ce délai, il n'a pas été remédié à la situation, la FSMA peut, indépendamment des autres mesures prévues par ou en vertu de la loi, communiquer ses injonctions à l'organisateur, aux affiliés et aux bénéficiaires des régimes de pension ou des conventions de pension ou à leurs représentants.
La FSMA peut, dans les conditions prévues par le présent article, rendre publiques ses injonctions par la voie du Moniteur belge ou par voie de presse.
Les frais de communication et de publication sont à charge du destinataire des injonctions.
§ 2. Si les organismes de pension et les personnes visés à l'article 45 restent en défaut à l'expiration du délai visé au § 1er, la FSMA peut, après que l'institution ou la personne ait pu faire valoir ses moyens, lui infliger une astreinte qui ne peut être, par jour civil de retard, supérieure à 50.000 euros, ni, pour la méconnaissance d'une même injonction, supérieure à 2.500.000 euros.
§ 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par le présent titre ou par d'autres lois et règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions du présent titre ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution, infliger à la personne responsable une amende administrative, qui ne peut excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, 2.500.000 euros.
§ 4. Les astreintes et amendes imposées en application du présent article sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines.
§ 5. [1 ...]1.
Si, au terme de ce délai, il n'a pas été remédié à la situation, la FSMA peut, indépendamment des autres mesures prévues par ou en vertu de la loi, communiquer ses injonctions à l'organisateur, aux affiliés et aux bénéficiaires des régimes de pension ou des conventions de pension ou à leurs représentants.
La FSMA peut, dans les conditions prévues par le présent article, rendre publiques ses injonctions par la voie du Moniteur belge ou par voie de presse.
Les frais de communication et de publication sont à charge du destinataire des injonctions.
§ 2. Si les organismes de pension et les personnes visés à l'article 45 restent en défaut à l'expiration du délai visé au § 1er, la FSMA peut, après que l'institution ou la personne ait pu faire valoir ses moyens, lui infliger une astreinte qui ne peut être, par jour civil de retard, supérieure à 50.000 euros, ni, pour la méconnaissance d'une même injonction, supérieure à 2.500.000 euros.
§ 3. Sans préjudice des autres mesures prévues par le présent titre ou par d'autres lois et règlements, la FSMA peut, lorsqu'elle constate une infraction aux dispositions du présent titre ou des arrêtés et règlements pris pour son exécution, infliger à la personne responsable une amende administrative, qui ne peut excéder, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, 2.500.000 euros.
§ 4. Les astreintes et amendes imposées en application du présent article sont recouvrées au profit du Trésor par l'administration du Cadastre, de l'Enregistrement et des Domaines.
§ 5. [1 ...]1.
Modifications
Art. 47. De FSMA stelt een tweejaarlijks verslag op over de materies bedoeld in deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten.
Art. 47. La FSMA établit tous les deux ans un rapport relatif aux matières visées par le présent titre et ses arrêtés d'exécution.
Art. 48. De erkende commissarissen en de actuarissen aangeduid overeenkomstig de wetgeving inzake het prudentieel toezicht brengen de FSMA op de hoogte van elk feit of elke beslissing waarvan zij bij de uitvoering van hun opdracht kennis hebben gekregen en die een inbreuk op de bepalingen van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten uitmaken.
Melding te goeder trouw aan de FSMA door de erkende commissarissen en de actuarissen van de in het eerste lid bedoelde feiten of beslissingen vormt geen inbreuk op ongeacht welke beperking inzake de openbaarmaking van informatie, opgelegd op grond van een contract of van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, en leidt voor de betrokken personen tot geen enkele vorm van aansprakelijkheid met betrekking tot de inhoud van die melding.
Melding te goeder trouw aan de FSMA door de erkende commissarissen en de actuarissen van de in het eerste lid bedoelde feiten of beslissingen vormt geen inbreuk op ongeacht welke beperking inzake de openbaarmaking van informatie, opgelegd op grond van een contract of van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, en leidt voor de betrokken personen tot geen enkele vorm van aansprakelijkheid met betrekking tot de inhoud van die melding.
Art. 48. Les commissaires agréés et les actuaires désignés conformément à la législation de contrôle prudentiel, doivent porter à la connaissance de la FSMA tout fait ou toute décision dont ils ont eu connaissance dans le cadre de leur mission et qui constitue une infraction aux dispositions du présent titre et de ses arrêtés d'exécution.
La divulgation de bonne foi à la FSMA par les commissaires agréés et les actuaires des faits et décisions visés au premier alinéa, ne constitue pas une violation d'une quelconque restriction à la divulgation d'informations imposée par contrat ou par une disposition législative, réglementaire ou administrative et n'entraîne pour les personnes concernées aucune responsabilité d'aucune sorte relative au contenu de cette communication.
La divulgation de bonne foi à la FSMA par les commissaires agréés et les actuaires des faits et décisions visés au premier alinéa, ne constitue pas une violation d'une quelconque restriction à la divulgation d'informations imposée par contrat ou par une disposition législative, réglementaire ou administrative et n'entraîne pour les personnes concernées aucune responsabilité d'aucune sorte relative au contenu de cette communication.
Art. 50. De in artikel 61 van de programmawet (I) van 24 december 2002 bedoelde [1 Commissie voor de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen]1 heeft als opdracht advies te verstrekken over de besluiten die in uitvoering van deze titel worden genomen en overleg te plegen omtrent alle vragen inzake de toepassing van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten die haar door de bevoegde ministers[1 ...]1 of door de FSMA worden voorgelegd.
De hiervoor vermelde [1 Commissie voor de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen]1 kan uit eigen beweging adviezen geven over alle problemen inzake de toepassing van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten.
De hiervoor vermelde [1 Commissie voor de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen]1 kan uit eigen beweging adviezen geven over alle problemen inzake de toepassing van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten.
Modifications
Art. 50. La [1 Commission des Pensions Complémentaires pour Indépendants]1 visée à l'article 61 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 a pour mission de rendre des avis sur les arrêtés pris en exécution du présent titre et de délibérer sur toutes questions relatives à l'application du présent titre et de ses arrêtés d'exécution qui lui sont soumises par les ministres compétents[1 ...]1 et la FSMA.
La [1 Commission des Pensions Complémentaires pour Indépendants]1 précitée peut d'initiative rendre des avis sur tous problèmes concernant l'application du présent titre et de ses arrêtes d'exécution.
La [1 Commission des Pensions Complémentaires pour Indépendants]1 précitée peut d'initiative rendre des avis sur tous problèmes concernant l'application du présent titre et de ses arrêtes d'exécution.
Modifications
HOOFDSTUK 6. - Strafbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions pénales
Art. 51. Met een gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met een geldboete van 25 tot 250 euro, of met één van die straffen alleen worden gestraft, de beheerders, zaakvoerders of lasthebbers van pensioeninstellingen en de inrichters of hun lasthebbers die over de toepassing van deze titel wetens en willens onjuiste verklaringen hebben afgelegd aan de FSMA of aan de door haar gevolmachtigde persoon, of die hebben geweigerd de ter uitvoering van deze titel of zijn uitvoeringsbesluiten gevraagde inlichtingen te verstrekken.
Dezelfde straffen zijn van toepassing op de beheerders, commissarissen, aangeduide actuarissen, directeurs, zaakvoerders of lasthebbers van pensioeninstellingen en op de inrichters of hun lasthebbers die niet hebben voldaan aan de verplichtingen hun opgelegd door deze titel of zijn uitvoeringsbesluiten of die hebben meegewerkt aan de uitvoering van pensioenstelsels of pensioenovereenkomsten die in strijd zijn met deze titel of zijn uitvoeringsbesluiten.
Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven in deze titel omschreven, zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 % van de in dit hoofdstuk bepaalde minimumbedragen.
Dezelfde straffen zijn van toepassing op de beheerders, commissarissen, aangeduide actuarissen, directeurs, zaakvoerders of lasthebbers van pensioeninstellingen en op de inrichters of hun lasthebbers die niet hebben voldaan aan de verplichtingen hun opgelegd door deze titel of zijn uitvoeringsbesluiten of die hebben meegewerkt aan de uitvoering van pensioenstelsels of pensioenovereenkomsten die in strijd zijn met deze titel of zijn uitvoeringsbesluiten.
Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn toepasselijk op de misdrijven in deze titel omschreven, zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 % van de in dit hoofdstuk bepaalde minimumbedragen.
Art. 51. Sont punis d'une peine d'emprisonnement d'un mois à cinq ans et d'une amende allant de 25 à 250 euros, ou d'une de ces peines seulement, les administrateurs, gérants ou mandataires d'organismes de pension et les organisateurs ou leurs mandataires qui ont fait sciemment des déclarations inexactes sur l'application du présent titre, à la FSMA ou à la personne mandatée par elle, ou qui ont refusé de fournir les informations demandées en application du présent titre ou de ses arrêtés d'exécution.
Les mêmes sanctions sont applicables aux administrateurs, commissaires, actuaires désignés, directeurs, gérants ou mandataires d'organismes de pension et les organisateurs ou leurs mandataires qui n'ont pas satisfait aux obligations leur imposées par le présent titre ou ses arrêtés d'exécution ou qui ont collaboré à l'exécution des régimes de pension ou des conventions de pension qui sont contraires au présent titre ou à ses arrêtés d'exécution.
Toutes les dispositions du livre premier du Code pénal, y compris celles du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions décrites dans le présent titre, sans que le montant de l'amende ne puisse être inférieur à 40 % des montants minimaux déterminés dans le présent chapitre.
Les mêmes sanctions sont applicables aux administrateurs, commissaires, actuaires désignés, directeurs, gérants ou mandataires d'organismes de pension et les organisateurs ou leurs mandataires qui n'ont pas satisfait aux obligations leur imposées par le présent titre ou ses arrêtés d'exécution ou qui ont collaboré à l'exécution des régimes de pension ou des conventions de pension qui sont contraires au présent titre ou à ses arrêtés d'exécution.
Toutes les dispositions du livre premier du Code pénal, y compris celles du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions décrites dans le présent titre, sans que le montant de l'amende ne puisse être inférieur à 40 % des montants minimaux déterminés dans le présent chapitre.
HOOFDSTUK 7. - Verjaring
CHAPITRE 7. - Prescription
Art. 52. Alle rechtsvorderingen tussen een bedrijfsleider en/of een aangeslotene, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde bedrijfsleider of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen.
De verjaring loopt evenmin tegen de bedrijfsleider, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden.
De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht.
Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen.
De verjaring loopt evenmin tegen de bedrijfsleider, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden.
De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht.
Art. 52. Toutes les actions entre un dirigeant d'entreprise et/ou un affilié, d'une part, et un organisateur et/ou un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le dirigeant d'entreprise ou l'affilié lésé a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance, soit de l'évènement qui donne ouverture à l'action, soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
Toutes les actions entre un bénéficiaire, d'une part, et un organisateur et/ou un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le bénéficiaire a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit à la fois de l'existence de la pension complémentaire, de sa qualité de bénéficiaire et de la survenance de l'évènement duquel dépend l'exigibilité des prestations, soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
La prescription ne court pas contre les mineurs, les interdits et autres incapables.
La prescription ne court pas non plus contre le dirigeant d'entreprise, l'affilié ou le bénéficiaire qui se trouve par force majeure dans l'impossibilité d'agir dans le délai de prescription précité.
Les dispositions du présent article sont impératives.
Toutes les actions entre un bénéficiaire, d'une part, et un organisateur et/ou un organisme de pension, d'autre part, dérivant ou ayant trait à une pension complémentaire ou à sa gestion se prescrivent après un délai de cinq ans à partir du jour suivant celui où le bénéficiaire a eu connaissance ou aurait dû raisonnablement avoir connaissance soit à la fois de l'existence de la pension complémentaire, de sa qualité de bénéficiaire et de la survenance de l'évènement duquel dépend l'exigibilité des prestations, soit du dommage et de l'identité de la personne responsable.
La prescription ne court pas contre les mineurs, les interdits et autres incapables.
La prescription ne court pas non plus contre le dirigeant d'entreprise, l'affilié ou le bénéficiaire qui se trouve par force majeure dans l'impossibilité d'agir dans le délai de prescription précité.
Les dispositions du présent article sont impératives.
HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
CHAPITRE 8. - Entrée en vigueur et dispositions transitoires
Art. 53. De bepalingen van deze titel uitgezonderd artikel 40 zijn niet van toepassing op :
1° individuele pensioentoezeggingen die werden toegekend aan bedrijfsleiders bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 :
- tot beloop van het verzekerd kapitaal van een vóór 1 juli 2012 ter financiering van die toezegging gesloten bedrijfsleidersverzekering;
- voor het overige tot beloop van de interne voorziening bedoeld in artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012 tenzij die interne voorziening werd overgedragen aan een pensioeninstelling;
2° individuele pensioentoezeggingen die werden toegekend aan bedrijfsleiders bedoeld in artikel 32, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en die vóór 16 november 2003 bestonden :
- tot beloop van het verzekerd kapitaal van een vóór 1 juli 2012 ter financiering van die toezegging gesloten bedrijfsleidersverzekering;
- voor het overige tot beloop van de interne voorziening bedoeld in artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012 tenzij die interne voorziening werd overgedragen aan een pensioeninstelling.
1° individuele pensioentoezeggingen die werden toegekend aan bedrijfsleiders bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 :
- tot beloop van het verzekerd kapitaal van een vóór 1 juli 2012 ter financiering van die toezegging gesloten bedrijfsleidersverzekering;
- voor het overige tot beloop van de interne voorziening bedoeld in artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012 tenzij die interne voorziening werd overgedragen aan een pensioeninstelling;
2° individuele pensioentoezeggingen die werden toegekend aan bedrijfsleiders bedoeld in artikel 32, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en die vóór 16 november 2003 bestonden :
- tot beloop van het verzekerd kapitaal van een vóór 1 juli 2012 ter financiering van die toezegging gesloten bedrijfsleidersverzekering;
- voor het overige tot beloop van de interne voorziening bedoeld in artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012 tenzij die interne voorziening werd overgedragen aan een pensioeninstelling.
Art. 53. Les dispositions du présent titre, à l'exception de l'article 40, ne s'appliquent pas :
1° aux engagements individuels de pension octroyés à des dirigeants d'entreprise visés à l'article 32, alinéa 1er, 1°, du Code des impôts sur les Revenus 1992 :
- à concurrence du capital assuré d'une assurance dirigeant d'entreprise contractée avant le 1erjuillet 2012 en vue du financement de cet engagement;
- pour le surplus, à concurrence du montant de la provision interne visée à l'article 66 de la loi-programme du 22 juin 2012 sauf si cette provision interne a été transférée à un organisme de pension;
2° aux engagements individuels de pension octroyés à des dirigeants d'entreprise visés à l'article 32, alinéa 1er, 2°, du Code des impôts sur les Revenus 1992 et qui existaient avant le 16 novembre 2003 :
- à concurrence du capital assuré d'une assurance dirigeant d'entreprise contractée avant le 1erjuillet 2012 en vue du financement de cet engagement;
- pour le surplus, à concurrence du montant de la provision interne visée à l'article 66 de la loi-programme du 22 juin 2012 à moins que cette provision interne ne soit transférée à un organisme de pension.
1° aux engagements individuels de pension octroyés à des dirigeants d'entreprise visés à l'article 32, alinéa 1er, 1°, du Code des impôts sur les Revenus 1992 :
- à concurrence du capital assuré d'une assurance dirigeant d'entreprise contractée avant le 1erjuillet 2012 en vue du financement de cet engagement;
- pour le surplus, à concurrence du montant de la provision interne visée à l'article 66 de la loi-programme du 22 juin 2012 sauf si cette provision interne a été transférée à un organisme de pension;
2° aux engagements individuels de pension octroyés à des dirigeants d'entreprise visés à l'article 32, alinéa 1er, 2°, du Code des impôts sur les Revenus 1992 et qui existaient avant le 16 novembre 2003 :
- à concurrence du capital assuré d'une assurance dirigeant d'entreprise contractée avant le 1erjuillet 2012 en vue du financement de cet engagement;
- pour le surplus, à concurrence du montant de la provision interne visée à l'article 66 de la loi-programme du 22 juin 2012 à moins que cette provision interne ne soit transférée à un organisme de pension.
Art. 54. De verjaringstermijnen waarin artikel 52 voorziet, beginnen slechts te lopen vanaf de inwerkingtreding van artikel 52, wanneer de vordering voordien is ontstaan. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer zijn dan de duur van de oorspronkelijke verjaringstermijn vanaf het feit dat de vordering doet ontstaan.
Art. 54. Les délais de prescription institués par l'article 52 ne commencent à courir qu'à partir de son entrée en vigueur, lorsque l'action a pris naissance avant celle-ci. Toutefois, la durée totale du délai de prescription ne peut dépasser la durée du délai de prescription originel à compter du fait générateur de l'action.
Art. 55. De inwerkingtreding van artikel 52 kan niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen voor vorderingen die reeds verjaard zijn.
Art. 55. L'entrée en vigueur de l'article 52 ne peut avoir pour effet de faire courir un nouveau délai de prescription pour les actions déjà prescrites.
Art. 55/1. [1 In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die de leeftijd van 58 jaar of meer in 2016 bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar bereikt voor zover het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van het huidige artikel het toelaat.
In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die de leeftijd van 57 jaar in 2016 bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 61 jaar bereikt voor zover het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van het huidige artikel het toelaat.
In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die de leeftijd van 56 jaar in 2016 bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 62 jaar bereikt voor zover het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van het huidige artikel het toelaat.
In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die de leeftijd van 55 jaar in 2016 bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 63 jaar bereikt voor zover het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van het huidige artikel het toelaat.]1
In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die de leeftijd van 57 jaar in 2016 bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 61 jaar bereikt voor zover het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van het huidige artikel het toelaat.
In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die de leeftijd van 56 jaar in 2016 bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 62 jaar bereikt voor zover het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van het huidige artikel het toelaat.
In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die de leeftijd van 55 jaar in 2016 bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 63 jaar bereikt voor zover het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van het huidige artikel het toelaat.]1
Art. 55/1. [1 Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 58 ans ou plus en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être payées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 60 ans pour autant que le règlement de pension ou la convention de pension tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent article le permette.
Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 57 ans en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être payées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 61 ans pour autant que le règlement de pension ou la convention de pension tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent article le permette.
Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 56 ans en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être payées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 62 ans pour autant que le règlement de pension ou la convention de pension tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent article le permette.
Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 55 ans en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être payées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 63 ans pour autant que le règlement de pension ou la convention de pension tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent article le permette.]1
Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 57 ans en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être payées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 61 ans pour autant que le règlement de pension ou la convention de pension tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent article le permette.
Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 56 ans en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être payées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 62 ans pour autant que le règlement de pension ou la convention de pension tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent article le permette.
Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 55 ans en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être payées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 63 ans pour autant que le règlement de pension ou la convention de pension tels qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent article le permette.]1
Art. 55/2. [1 De bepalingen van artikel 40, § 2, derde lid, zijn van toepassing op voorschotten, inpandgevingen of toewijzingen van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet, overeengekomen vanaf 1 januari 2016.]1
Art. 55/2. [1 Les dispositions de l'article 40, § 2, alinéa 3 sont applicables aux avances, mises en gage ou affectations de la valeur de rachat à la reconstitution d'un crédit hypothécaire convenues à partir du 1er janvier 2016.]1
Art. 55/3. [1 Artikel 40, § 3, is niet van toepassing op de aangeslotenen die ten laatste op 31 december 2016 de leeftijd van 55 jaar bereiken.
De inwerkingtreding van deze paragraaf kan in geen enkel geval leiden tot een vermindering van de verworven reserves die op de inwerkingtredingsdatum ervan bestonden.]1
De inwerkingtreding van deze paragraaf kan in geen enkel geval leiden tot een vermindering van de verworven reserves die op de inwerkingtredingsdatum ervan bestonden.]1
Art. 55/3. [1 L'article 40, § 3, n'est pas applicable aux affiliés qui atteignent l'âge de 55 ans au plus tard le 31 décembre 2016.
L'entrée en vigueur du présent paragraphe, ne peut en aucun cas conduire à une diminution des réserves acquises qui existaient à la date de cette entrée en vigueur.]1
L'entrée en vigueur du présent paragraphe, ne peut en aucun cas conduire à une diminution des réserves acquises qui existaient à la date de cette entrée en vigueur.]1
Art. 55/4. [1 De gepensioneerde personen die op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel genieten van een pensioentoezegging die door deze wet wordt geregeld, blijven rechten opbouwen zolang zij bedrijfsleider van de inrichter zijn en in de mate waarin het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst het bepaalt.]1
Art. 55/4. [1 Les personnes pensionnées qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent article, bénéficient d'un engagement de pension régi par la présente loi continuent à se constituer des droits aussi longtemps qu'elles sont dirigeant d'entreprise de l'organisateur et dans la mesure où le règlement de pension ou la convention de pension le prévoit.]1
Art. 55/5. [1 Bij wijziging van de pensioenleeftijd voorzien in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst van een bij de inwerkingtreding van het huidige artikel, bestaande pensioentoezegging, mag de pensioenleeftijd niet lager zijn dan de op het ogenblik van de wijziging in voege zijnde wettelijke pensioenleeftijd.]1
Art. 55/5. [1 En cas de modification de l'âge de retraite prévu par le règlement de pension ou la convention de pension d'un engagement de pension existant à la date d'entrée en vigueur du présent article, l'âge de retraite ne peut être inférieur à l'âge légal de la pension en vigueur au moment de la modification.]1
Art. 55/6. [1 Voor de bij de inwerkingtreding van het huidige artikel bestaande pensioenstelsels, kan de pensioenleeftijd van het pensioenreglement niet lager zijn dan de in voege zijnde wettelijke pensioenleeftijd voor de bedrijfsleider waarvan de aansluiting aanvangt vanaf 1 januari 2019.]1
Art. 55/6. [1 Pour les régimes de pension existant à la date d'entrée en vigueur du présent article, l'âge de retraite du règlement de pension ne peut être inférieur à l'âge légal de la pension en vigueur pour le dirigeant d'entreprise dont l'affiliation débute à partir du 1er janvier 2019.]1
Art. 55/7. [1 § 1. In afwijking van artikel 40, § 1, voor de aangeslotenen die in 2016 de leeftijd van 55 jaar of meer bereiken, mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar bereikt, voor zover de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van de wet van 18 december 2015 tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen het toelaat, op voorwaarde dat de aangeslotene aan één van de volgende criteria voldoet :
1° De aangeslotene verkreeg na 30 september 2010 en voor 1 oktober 2015 de uitkering bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen;
2° De vennootschap waarvan de aangeslotene die sociale bijdragen verschuldigd was overeenkomstig artikel 12, § 1, of artikel 13bis, § 2, 1°, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, tijdens de referteperiode bedrijfsleider was in de zin van artikel 32, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verkeerde op een gegeven moment tijdens de referteperiode na 30 september 2010 en voor 1 oktober 2015 in een toestand van gerechtelijke reorganisatie.
Het bewijs van de situatie bedoeld in punt 1 wordt geleverd aan de hand van een attest van de vrije sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, opgericht overeenkomstig artikel 20, § 1, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, of van de Nationale Hulpkas bedoeld in artikel 20, § 3, van hetzelfde koninklijk besluit nr. 38 waarbij de aangeslotene zich aansloot.
§ 2. Aan de aangeslotene die de toepassing bekomt van artikel 65/4 van de Programmawet (I) van 24 december 2002 mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar bereikt, voor zover de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van de voornoemde wet van 18 december 2015 het toelaat.]1
1° De aangeslotene verkreeg na 30 september 2010 en voor 1 oktober 2015 de uitkering bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen;
2° De vennootschap waarvan de aangeslotene die sociale bijdragen verschuldigd was overeenkomstig artikel 12, § 1, of artikel 13bis, § 2, 1°, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, tijdens de referteperiode bedrijfsleider was in de zin van artikel 32, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verkeerde op een gegeven moment tijdens de referteperiode na 30 september 2010 en voor 1 oktober 2015 in een toestand van gerechtelijke reorganisatie.
Het bewijs van de situatie bedoeld in punt 1 wordt geleverd aan de hand van een attest van de vrije sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, opgericht overeenkomstig artikel 20, § 1, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, of van de Nationale Hulpkas bedoeld in artikel 20, § 3, van hetzelfde koninklijk besluit nr. 38 waarbij de aangeslotene zich aansloot.
§ 2. Aan de aangeslotene die de toepassing bekomt van artikel 65/4 van de Programmawet (I) van 24 december 2002 mogen de aanvullende pensioenprestatie en de verworven reserves eveneens uitbetaald worden vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar bereikt, voor zover de pensioenovereenkomst zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van de voornoemde wet van 18 december 2015 het toelaat.]1
Art. 55/7. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 40, § 1er, pour les affiliés qui atteignent l'âge de 55 ans ou plus en 2016, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être liquidées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 60 ans, pour autant que la convention de pension telle qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de la loi du 18 décembre 2015 visant à garantir la pérennité et le caractère social des pensions complémentaires et visant à renforcer le caractère complémentaire par rapport aux pensions de retraite le permette et à condition que l'affilié réponde à un des critères suivants :
1° L'affilié a obtenu, après le 30 septembre 2010 et avant le 1er octobre 2015, le bénéfice de l'indemnité visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants;
2° La société dont l'affilié qui était redevable des cotisations sociales conformément à l'article 12, § 1er, ou à l'article 13bis, § 2, 1°, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, était pendant la période de référence dirigeant d'entreprise au sens de l'article 32, alinéa premier, 1° et 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992 s'est trouvée, à un moment donné pendant la période de référence après le 30 septembre 2010 et avant le 1er octobre 2015, en situation de réorganisation judiciaire.
La preuve de la situation visée au point 1° est délivrée sur la base d'une attestation de la caisse libre d'assurances sociales pour travailleurs indépendants constituée conformément à l'article 20, § 1er, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 précité, ou de la Caisse Nationale Auxiliaire visée à l'article 20, § 3, du même arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 à laquelle l'affilié s'est affilié.
§ 2. Pour l'affilié qui tombe sous l'application de l'article 65/4 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être liquidées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 60 ans, pour autant que la convention de pension telle qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de la loi du 18 décembre 2015 précité le permette.]1
1° L'affilié a obtenu, après le 30 septembre 2010 et avant le 1er octobre 2015, le bénéfice de l'indemnité visée à l'article 7 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants;
2° La société dont l'affilié qui était redevable des cotisations sociales conformément à l'article 12, § 1er, ou à l'article 13bis, § 2, 1°, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, était pendant la période de référence dirigeant d'entreprise au sens de l'article 32, alinéa premier, 1° et 2°, du Code des impôts sur les revenus 1992 s'est trouvée, à un moment donné pendant la période de référence après le 30 septembre 2010 et avant le 1er octobre 2015, en situation de réorganisation judiciaire.
La preuve de la situation visée au point 1° est délivrée sur la base d'une attestation de la caisse libre d'assurances sociales pour travailleurs indépendants constituée conformément à l'article 20, § 1er, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 précité, ou de la Caisse Nationale Auxiliaire visée à l'article 20, § 3, du même arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 à laquelle l'affilié s'est affilié.
§ 2. Pour l'affilié qui tombe sous l'application de l'article 65/4 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, la prestation de pension complémentaire et les réserves acquises peuvent également être liquidées à partir du moment où l'affilié atteint l'âge de 60 ans, pour autant que la convention de pension telle qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de la loi du 18 décembre 2015 précité le permette.]1
Modifications
Art. 56. Artikelen 40, 41 en 42 treden in werking op 1 januari 2015 en artikel 39 treedt in werking op 1 januari 2016.
Art. 56. Les articles 40, 41 et 42 entrent en vigueur le 1er janvier 2015 et l'article 39 entre en vigueur le 1er janvier 2016.
TITEL 5. - Uittreding
TITRE 5. - Sortie
Art. 57. In artikel 3 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 2006, het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en de wet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, 11°, wordt vervangen als volgt :
"11° uittreding :
a) Wanneer de inrichter een rechtspersoon bedoeld in 5°, a) is :
1. Hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering. Wordt evenwel niet als een uittreding beschouwd, de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, die wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van de vorige werkgever, op voorwaarde dat er in het geval van een multi-inrichterspensioenstelsel een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt;
2. Hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering;
3. Hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, in geval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het pensioenstelsel heeft ingevoerd;
b) Wanneer de inrichter een werkgever is :
1. Hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering. Wordt evenwel niet als een uittreding beschouwd, de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, die wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die deelneemt aan hetzelfde multi-inrichterspensioenstelsel als dat van de vorige werkgever, op voorwaarde dat er een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt;
2. Hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering;
3. Hetzij de overgang van een werknemer in het kader van een overgang van een onderneming, van een vestiging of van een deel van een onderneming of een vestiging, naar een andere onderneming of naar een andere vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie, waarbij het pensioenstelsel van de werknemer niet wordt overgedragen;"
2° § 1 wordt aangevuld met een 25°, luidend :
"25° multi-inrichterspensioenstelsel : een identiek pensioenstelsel ingevoerd door meerdere inrichters waarvan de uitvoering toevertrouwd wordt aan dezelfde pensioeninstelling of aan dezelfde pensioeninstellingen."
1° § 1, 11°, wordt vervangen als volgt :
"11° uittreding :
a) Wanneer de inrichter een rechtspersoon bedoeld in 5°, a) is :
1. Hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering. Wordt evenwel niet als een uittreding beschouwd, de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, die wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van de vorige werkgever, op voorwaarde dat er in het geval van een multi-inrichterspensioenstelsel een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt;
2. Hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering;
3. Hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, in geval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het pensioenstelsel heeft ingevoerd;
b) Wanneer de inrichter een werkgever is :
1. Hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering. Wordt evenwel niet als een uittreding beschouwd, de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, die wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die deelneemt aan hetzelfde multi-inrichterspensioenstelsel als dat van de vorige werkgever, op voorwaarde dat er een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt;
2. Hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering;
3. Hetzij de overgang van een werknemer in het kader van een overgang van een onderneming, van een vestiging of van een deel van een onderneming of een vestiging, naar een andere onderneming of naar een andere vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie, waarbij het pensioenstelsel van de werknemer niet wordt overgedragen;"
2° § 1 wordt aangevuld met een 25°, luidend :
"25° multi-inrichterspensioenstelsel : een identiek pensioenstelsel ingevoerd door meerdere inrichters waarvan de uitvoering toevertrouwd wordt aan dezelfde pensioeninstelling of aan dezelfde pensioeninstellingen."
Art. 57. A l'article 3 de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, modifié par la loi du 27 octobre 2006, par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et par la loi du 5 mai 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er, 11°, est remplacé par la disposition suivante :
"11° sortie :
a) Lorsque l'organisateur est une personne morale visée au 5°, a) :
1. Soit l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite. N'est toutefois pas considérée comme une sortie, l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, suivie par la conclusion d'un contrat de travail avec un autre employeur qui tombe sous le champ d'application du même régime de pension que celui de l'ancien employeur, à condition qu'il existe, s'il s'agit d'un régime de pension multi-organisateurs, une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations;
2. Soit la fin de l'affiliation en raison du fait que le travailleur ne remplit plus les conditions d'affiliation du régime de pension, sans que cela ne coïncide avec l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite;
3. Soit la fin de l'affiliation en raison du fait que l'employeur ou, en cas de transfert de contrat de travail, le nouvel employeur du travailleur, ne relève plus du champ d'application de la convention collective de travail par laquelle le régime de pension est instauré;
b) Lorsque l'organisateur est un employeur :
1. Soit l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite. N'est toutefois pas considérée comme une sortie, l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, suivie par la conclusion d'un contrat de travail avec un autre employeur qui participe au même régime de pension multi-organisateurs que le précédent employeur, à condition qu'il existe une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations;
2. Soit la fin de l'affiliation en raison du fait que le travailleur ne remplit plus les conditions d'affiliation du régime de pension, sans que cela ne coïncide avec l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite;
3. Soit le transfert d'un travailleur dans le cadre d'un transfert d'entreprise, d'établissement ou de partie d'entreprise ou d'établissement à une autre entreprise ou à un autre établissement résultant d'une cession conventionnelle ou d'une fusion lorsque le régime de pension du travailleur n'est pas transféré."
2° le § 1er est complété par un point 25° rédigé comme suit :
"25° régime de pension multi-organisateurs : un régime de pension identique instauré par plusieurs organisateurs dont l'exécution est confiée au même organisme de pension ou aux mêmes organismes de pension."
1° le § 1er, 11°, est remplacé par la disposition suivante :
"11° sortie :
a) Lorsque l'organisateur est une personne morale visée au 5°, a) :
1. Soit l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite. N'est toutefois pas considérée comme une sortie, l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, suivie par la conclusion d'un contrat de travail avec un autre employeur qui tombe sous le champ d'application du même régime de pension que celui de l'ancien employeur, à condition qu'il existe, s'il s'agit d'un régime de pension multi-organisateurs, une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations;
2. Soit la fin de l'affiliation en raison du fait que le travailleur ne remplit plus les conditions d'affiliation du régime de pension, sans que cela ne coïncide avec l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite;
3. Soit la fin de l'affiliation en raison du fait que l'employeur ou, en cas de transfert de contrat de travail, le nouvel employeur du travailleur, ne relève plus du champ d'application de la convention collective de travail par laquelle le régime de pension est instauré;
b) Lorsque l'organisateur est un employeur :
1. Soit l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite. N'est toutefois pas considérée comme une sortie, l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, suivie par la conclusion d'un contrat de travail avec un autre employeur qui participe au même régime de pension multi-organisateurs que le précédent employeur, à condition qu'il existe une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations;
2. Soit la fin de l'affiliation en raison du fait que le travailleur ne remplit plus les conditions d'affiliation du régime de pension, sans que cela ne coïncide avec l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite;
3. Soit le transfert d'un travailleur dans le cadre d'un transfert d'entreprise, d'établissement ou de partie d'entreprise ou d'établissement à une autre entreprise ou à un autre établissement résultant d'une cession conventionnelle ou d'une fusion lorsque le régime de pension du travailleur n'est pas transféré."
2° le § 1er est complété par un point 25° rédigé comme suit :
"25° régime de pension multi-organisateurs : un régime de pension identique instauré par plusieurs organisateurs dont l'exécution est confiée au même organisme de pension ou aux mêmes organismes de pension."
Art. 58. In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
" § 2/1. Onverminderd de vermeldingen waarvan de opname wordt opgelegd door andere wettelijke of reglementaire bepalingen, vermeldt het pensioenreglement van een multi-inrichterspensioenstelsel, naast het feit dat het om een multi-inrichterspensioenstelsel gaat en de inrichters die dit pensioenstelsel invoeren, of er al dan niet een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt.
Als er geen overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt, vermeldt het pensioenreglement van het multi-inrichterspensioenstelsel de gevolgen die verbonden zijn aan het ontbreken van deze overeenkomst.
Als er een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt, vermeldt het pensioenreglement van het multi-inrichterspensioenstelsel het doel van deze overeenkomst, met name de opheffing van de gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering voor de aangeslotene en de modaliteiten van deze opheffing. Een kopie van de overeenkomst in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt, wordt aan het pensioenreglement gehecht."
1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende :
" § 2/1. Onverminderd de vermeldingen waarvan de opname wordt opgelegd door andere wettelijke of reglementaire bepalingen, vermeldt het pensioenreglement van een multi-inrichterspensioenstelsel, naast het feit dat het om een multi-inrichterspensioenstelsel gaat en de inrichters die dit pensioenstelsel invoeren, of er al dan niet een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt.
Als er geen overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt, vermeldt het pensioenreglement van het multi-inrichterspensioenstelsel de gevolgen die verbonden zijn aan het ontbreken van deze overeenkomst.
Als er een overeenkomst bestaat in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt, vermeldt het pensioenreglement van het multi-inrichterspensioenstelsel het doel van deze overeenkomst, met name de opheffing van de gevolgen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering voor de aangeslotene en de modaliteiten van deze opheffing. Een kopie van de overeenkomst in de zin van artikel 33/2 die de overname van de rechten en verplichtingen regelt, wordt aan het pensioenreglement gehecht."
Art. 58. A l'article 5 de la même loi, modifié par la loi du 27 octobre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 2, l'alinéa 2 est abrogé;
2° il est inséré un § 2/1 rédigé comme suit :
" § 2/1. Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, le règlement de pension d'un régime de pension multi-organisateurs doit mentionner, outre le fait qu'il s'agit d'un régime de pension multi-organisateurs et les organisateurs qui instaurent ce régime, le fait qu'il existe ou non une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations.
S'il n'existe pas une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations, le règlement de pension du régime de pension multi-organisateurs mentionne les conséquences de l'absence de convention.
S'il existe une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations, le règlement de pension du régime de pension multi-organisateurs mentionne le but de la convention, à savoir la levée des effets de l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, pour l'affilié et les modalités de celle-ci. Une copie de la convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations est jointe au règlement de pension."
1° dans le § 2, l'alinéa 2 est abrogé;
2° il est inséré un § 2/1 rédigé comme suit :
" § 2/1. Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, le règlement de pension d'un régime de pension multi-organisateurs doit mentionner, outre le fait qu'il s'agit d'un régime de pension multi-organisateurs et les organisateurs qui instaurent ce régime, le fait qu'il existe ou non une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations.
S'il n'existe pas une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations, le règlement de pension du régime de pension multi-organisateurs mentionne les conséquences de l'absence de convention.
S'il existe une convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations, le règlement de pension du régime de pension multi-organisateurs mentionne le but de la convention, à savoir la levée des effets de l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, pour l'affilié et les modalités de celle-ci. Une copie de la convention telle que visée à l'article 33/2 qui règle la reprise des droits et obligations est jointe au règlement de pension."
Art. 59. In artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "bij de uittreding" vervangen door de woorden "in geval van uittreding";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De in het vorige lid bedoelde aanzuivering moet ten laatste verricht worden op het moment dat één van de volgende gebeurtenissen zich voordoet : de overdracht van de verworven reserves bedoeld in artikel 32, de pensionering of de opheffing van de pensioentoezegging."
1° in het eerste lid worden de woorden "bij de uittreding" vervangen door de woorden "in geval van uittreding";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De in het vorige lid bedoelde aanzuivering moet ten laatste verricht worden op het moment dat één van de volgende gebeurtenissen zich voordoet : de overdracht van de verworven reserves bedoeld in artikel 32, de pensionering of de opheffing van de pensioentoezegging."
Art. 59. A l'article 30 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "lors de la sortie" sont remplacés par les mots "en cas de sortie";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"L'apurement visé à l'alinéa précédent doit être effectué au plus tard au premier des évènements suivants : le transfert des réserves acquises visé à l'article 32, la retraite ou l'abrogation de l'engagement de pension."
1° dans l'alinéa 1er, les mots "lors de la sortie" sont remplacés par les mots "en cas de sortie";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"L'apurement visé à l'alinéa précédent doit être effectué au plus tard au premier des évènements suivants : le transfert des réserves acquises visé à l'article 32, la retraite ou l'abrogation de l'engagement de pension."
Art. 60. In dezelfde wet wordt een artikel 33/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 33/1. § 1. In de gevallen van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, en b), 2°, wordt de toepassing van de bepalingen van de artikelen 24, 29, 30, 31, 32 en 33 uitgesteld tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering.
In afwijking van het vorige lid, kan een werknemer, in het geval van een uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, en b), 2°, de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24, overdragen naar een onthaalstructuur, wanneer hij niet meer van een overlijdensdekking geniet en wanneer het pensioenreglement, in overeenstemming met artikel 32, § 2, in een onthaalstructuur voorziet.
In geval van een in het vorig lid bedoelde overdracht zijn, in afwijking van het eerste lid, de artikelen 24, 29 en 30 van toepassing op de overdracht.
§ 2. Wanneer het gaat om een inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a), deelt de werkgever een geval van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, schriftelijk mee aan de inrichter binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de uittreding.
De inrichter stelt op zijn beurt binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de in het eerste lid bedoelde mededeling, de pensioeninstelling schriftelijk van het geval van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, in kennis.
De pensioeninstelling beschikt vervolgens over een termijn van dertig dagen om de aangeslotene schriftelijk in te lichten over de uittreding, over het feit of de overlijdensdekking al dan niet wordt gehandhaafd en, indien de overlijdensdekking niet wordt gehandhaafd, over de gevolgen van het gebrek aan handhaving ervan en over zijn recht om, overeenkomstig het tweede lid van de eerste paragraaf, desgevallend de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur.
Wanneer, in overeenstemming met het tweede lid van de eerste paragraaf, een aangeslotene het recht heeft om de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur en een termijn van dertig dagen na het verzenden van de in het derde lid bedoelde mededeling van de pensioeninstelling laat verstrijken, wordt hij verondersteld om niet te hebben gekozen voor de overdracht van de hiervoor bedoelde verworven reserves naar de onthaalstructuur.
§ 3. Wanneer het gaat om een inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, b), deelt de inrichter een geval van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, b), 2°, schriftelijk mee aan de pensioeninstelling binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de uittreding.
De pensioeninstelling beschikt vervolgens over een termijn van dertig dagen om de aangeslotene schriftelijk in te lichten over de uittreding, over het feit of de overlijdensdekking al dan niet wordt gehandhaafd en, indien de overlijdensdekking niet wordt gehandhaafd, over de gevolgen van het gebrek aan handhaving ervan en over zijn recht om, overeenkomstig het tweede lid van de eerste paragraaf desgevallend de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur.
Wanneer, in overeenstemming met het tweede lid van de eerste paragraaf, een aangeslotene het recht heeft om de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur en een termijn van dertig dagen na het verzenden van de in het tweede lid bedoelde mededeling van de pensioeninstelling laat verstrijken, wordt hij verondersteld om niet te hebben gekozen voor de overdracht van de hiervoor bedoelde verworven reserves naar de onthaalstructuur."
"Art. 33/1. § 1. In de gevallen van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, en b), 2°, wordt de toepassing van de bepalingen van de artikelen 24, 29, 30, 31, 32 en 33 uitgesteld tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering.
In afwijking van het vorige lid, kan een werknemer, in het geval van een uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, en b), 2°, de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24, overdragen naar een onthaalstructuur, wanneer hij niet meer van een overlijdensdekking geniet en wanneer het pensioenreglement, in overeenstemming met artikel 32, § 2, in een onthaalstructuur voorziet.
In geval van een in het vorig lid bedoelde overdracht zijn, in afwijking van het eerste lid, de artikelen 24, 29 en 30 van toepassing op de overdracht.
§ 2. Wanneer het gaat om een inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a), deelt de werkgever een geval van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, schriftelijk mee aan de inrichter binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de uittreding.
De inrichter stelt op zijn beurt binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de in het eerste lid bedoelde mededeling, de pensioeninstelling schriftelijk van het geval van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, a), 2°, in kennis.
De pensioeninstelling beschikt vervolgens over een termijn van dertig dagen om de aangeslotene schriftelijk in te lichten over de uittreding, over het feit of de overlijdensdekking al dan niet wordt gehandhaafd en, indien de overlijdensdekking niet wordt gehandhaafd, over de gevolgen van het gebrek aan handhaving ervan en over zijn recht om, overeenkomstig het tweede lid van de eerste paragraaf, desgevallend de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur.
Wanneer, in overeenstemming met het tweede lid van de eerste paragraaf, een aangeslotene het recht heeft om de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur en een termijn van dertig dagen na het verzenden van de in het derde lid bedoelde mededeling van de pensioeninstelling laat verstrijken, wordt hij verondersteld om niet te hebben gekozen voor de overdracht van de hiervoor bedoelde verworven reserves naar de onthaalstructuur.
§ 3. Wanneer het gaat om een inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, b), deelt de inrichter een geval van uittreding bedoeld in artikel 3, § 1, 11°, b), 2°, schriftelijk mee aan de pensioeninstelling binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de uittreding.
De pensioeninstelling beschikt vervolgens over een termijn van dertig dagen om de aangeslotene schriftelijk in te lichten over de uittreding, over het feit of de overlijdensdekking al dan niet wordt gehandhaafd en, indien de overlijdensdekking niet wordt gehandhaafd, over de gevolgen van het gebrek aan handhaving ervan en over zijn recht om, overeenkomstig het tweede lid van de eerste paragraaf desgevallend de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur.
Wanneer, in overeenstemming met het tweede lid van de eerste paragraaf, een aangeslotene het recht heeft om de verworven reserves over te dragen naar de onthaalstructuur en een termijn van dertig dagen na het verzenden van de in het tweede lid bedoelde mededeling van de pensioeninstelling laat verstrijken, wordt hij verondersteld om niet te hebben gekozen voor de overdracht van de hiervoor bedoelde verworven reserves naar de onthaalstructuur."
Art. 60. Dans la même loi, il est inséré un article 33/1 rédigé comme suit :
"Art. 33/1. § 1er. Dans les cas de sortie visés à l'article 3, § 1er, 11°, a), 2° et b), 2°, l'application des dispositions des articles 24, 29, 30, 31, 32 et 33 est reportée à l'expiration du contrat de travail autrement que par le décès ou la mise à la retraite.
Par dérogation à l'alinéa précédent, dans les cas de sortie visés à l'article 3, § 1er, 11°, a), 2° , et b), 2°, le travailleur peut, à condition qu'il ne bénéficie plus d'une couverture du risque décès, transférer les réserves acquises majorées le cas échéant jusqu'aux montants garantis en application de l'article 24, à la structure d'accueil prévue, le cas échéant, par le règlement de pension, conformément à l'article 32, § 2.
En cas de transfert visé à l'alinéa précédent, par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 24, 29 et 30 sont applicables au transfert.
§ 2. Lorsqu'il s'agit d'un organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, a), l'employeur communique par écrit à l'organisateur un cas de sortie visé à l'article 3, § 1er, 11°, a), 2°, au plus tard dans les trente jours qui suivent la sortie.
A son tour, l'organisateur informe par écrit l'organisme de pension de la sortie au sens de l'article 3, § 1er, 11°, a), 2°, au plus tard dans les trente jours qui suivent la communication visée à l'alinéa 1er.
L'organisme de pension dispose ensuite d'un délai de trente jours pour informer l'affilié par écrit de la sortie, du maintien ou non de la couverture du risque décès et, à défaut de maintien de la couverture du risque décès, des conséquences du défaut du maintien de la couverture du risque décès et de son droit, conformément au paragraphe 1er, alinéa 2, de transférer, le cas échéant, les réserves acquises à la structure d'accueil.
Lorsque, par application du paragraphe 1er, alinéa 2, l'affilié a le droit de transférer les réserves acquises à la structure d'accueil et a laissé expirer un délai de trente jours après l'envoi de l'information par l'organisme de pension visée à l'alinéa 3, il est présumé ne pas avoir opté pour le transfert des réserves acquises précitées à la structure d'accueil.
§ 3. Lorsqu'il s'agit d'un organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, b), l'organisateur communique par écrit à l'organisme de pension un cas de sortie visé à l'article 3, § 1er, 11°, b), 2° au plus tard dans les trente jours qui suivent la sortie.
L'organisme de pension dispose ensuite d'un délai de trente jours pour informer l'affilié par écrit de la sortie, du maintien ou non de la couverture du risque décès et, à défaut du maintien de la couverture du risque décès, des conséquences du défaut du maintien de la couverture du risque décès et de son droit, conformément au paragraphe 1er, alinéa 2, de transférer, le cas échéant, les réserves acquises à la structure d'accueil.
Lorsque, par application du paragraphe 1er, alinéa 2, l'affilié a la possibilité de transférer les réserves acquises à la structure d'accueil et a laissé expirer un délai de trente jours après l'envoi de l'information par l'organisme de pension visée à l'alinéa 2, il est présumé ne pas avoir opté pour le transfert des réserves acquises précitées à la structure d'accueil."
"Art. 33/1. § 1er. Dans les cas de sortie visés à l'article 3, § 1er, 11°, a), 2° et b), 2°, l'application des dispositions des articles 24, 29, 30, 31, 32 et 33 est reportée à l'expiration du contrat de travail autrement que par le décès ou la mise à la retraite.
Par dérogation à l'alinéa précédent, dans les cas de sortie visés à l'article 3, § 1er, 11°, a), 2° , et b), 2°, le travailleur peut, à condition qu'il ne bénéficie plus d'une couverture du risque décès, transférer les réserves acquises majorées le cas échéant jusqu'aux montants garantis en application de l'article 24, à la structure d'accueil prévue, le cas échéant, par le règlement de pension, conformément à l'article 32, § 2.
En cas de transfert visé à l'alinéa précédent, par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 24, 29 et 30 sont applicables au transfert.
§ 2. Lorsqu'il s'agit d'un organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, a), l'employeur communique par écrit à l'organisateur un cas de sortie visé à l'article 3, § 1er, 11°, a), 2°, au plus tard dans les trente jours qui suivent la sortie.
A son tour, l'organisateur informe par écrit l'organisme de pension de la sortie au sens de l'article 3, § 1er, 11°, a), 2°, au plus tard dans les trente jours qui suivent la communication visée à l'alinéa 1er.
L'organisme de pension dispose ensuite d'un délai de trente jours pour informer l'affilié par écrit de la sortie, du maintien ou non de la couverture du risque décès et, à défaut de maintien de la couverture du risque décès, des conséquences du défaut du maintien de la couverture du risque décès et de son droit, conformément au paragraphe 1er, alinéa 2, de transférer, le cas échéant, les réserves acquises à la structure d'accueil.
Lorsque, par application du paragraphe 1er, alinéa 2, l'affilié a le droit de transférer les réserves acquises à la structure d'accueil et a laissé expirer un délai de trente jours après l'envoi de l'information par l'organisme de pension visée à l'alinéa 3, il est présumé ne pas avoir opté pour le transfert des réserves acquises précitées à la structure d'accueil.
§ 3. Lorsqu'il s'agit d'un organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, b), l'organisateur communique par écrit à l'organisme de pension un cas de sortie visé à l'article 3, § 1er, 11°, b), 2° au plus tard dans les trente jours qui suivent la sortie.
L'organisme de pension dispose ensuite d'un délai de trente jours pour informer l'affilié par écrit de la sortie, du maintien ou non de la couverture du risque décès et, à défaut du maintien de la couverture du risque décès, des conséquences du défaut du maintien de la couverture du risque décès et de son droit, conformément au paragraphe 1er, alinéa 2, de transférer, le cas échéant, les réserves acquises à la structure d'accueil.
Lorsque, par application du paragraphe 1er, alinéa 2, l'affilié a la possibilité de transférer les réserves acquises à la structure d'accueil et a laissé expirer un délai de trente jours après l'envoi de l'information par l'organisme de pension visée à l'alinéa 2, il est présumé ne pas avoir opté pour le transfert des réserves acquises précitées à la structure d'accueil."
Art. 61. In dezelfde wet wordt een artikel 33/2 ingevoegd, luidende :
"Art. 33/2. § 1. De inrichters van een multi-inrichterspensioenstelsel kunnen een overeenkomst sluiten waarvan het voorwerp is de gevolgen op te heffen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een aangeslotene bij een inrichter van een multi-inrichterspensioenstelsel, anders dan door overlijden of pensionering, die een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit met een inrichter die aan hetzelfde multi-inrichterspensioenstelsel deelneemt.
§ 2. De in de vorige paragraaf bedoelde overeenkomst regelt de overname van het geheel van de rechten en verplichtingen van de inrichter die door de aangeslotene verlaten wordt, door de inrichter die de door de aangeslotene vervoegd wordt, met inbegrip van de garanties bedoeld in artikel 24.
De modaliteiten van deze overname worden door deze overeenkomst bepaald.
De in de eerste paragraaf bedoelde overeenkomst en de door haar bepaalde overname van alle rechten en verplichtingen kunnen aan de aangeslotenen worden tegengeworpen. Tegenover de inrichter die hij vervoegt, kan de aangeslotene alle aanspraken laten gelden die hij kon laten gelden tegenover de inrichter die hij verlaat. De inrichter die door de aangeslotene verlaten wordt, blijft evenwel hoofdelijk aansprakelijk ten opzichte van de aangeslotene in geval van niet-nakoming door de inrichter die door de aangeslotene vervoegd wordt.
§ 3. De aangeslotene moet, binnen de dertig dagen die volgen op de overname van de rechten, schriftelijk worden geïnformeerd over deze overname en al haar gevolgen. Deze informatie moet in het bijzonder aangeven dat de overname voor de aangeslotene geen enkele wijziging van zijn pensioentoezegging met zich brengt en dat alle rechten en verplichtingen die uit het pensioenstelsel voortvloeien in hun geheel worden overgenomen door de inrichter die hij vervoegt vanaf de datum van de overname. Er wordt tevens meegedeeld dat de inrichter die hij verlaat, hoofdelijk aansprakelijk blijft in geval van niet-nakoming door de inrichter die hij vervoegt.
De overeenkomst bepaalt wie deze informatie aan de aangeslotene bezorgt, de inrichter die de aangeslotene verlaat, de inrichter die de aangeslotene vervoegt of de pensioeninstelling."
"Art. 33/2. § 1. De inrichters van een multi-inrichterspensioenstelsel kunnen een overeenkomst sluiten waarvan het voorwerp is de gevolgen op te heffen van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een aangeslotene bij een inrichter van een multi-inrichterspensioenstelsel, anders dan door overlijden of pensionering, die een nieuwe arbeidsovereenkomst sluit met een inrichter die aan hetzelfde multi-inrichterspensioenstelsel deelneemt.
§ 2. De in de vorige paragraaf bedoelde overeenkomst regelt de overname van het geheel van de rechten en verplichtingen van de inrichter die door de aangeslotene verlaten wordt, door de inrichter die de door de aangeslotene vervoegd wordt, met inbegrip van de garanties bedoeld in artikel 24.
De modaliteiten van deze overname worden door deze overeenkomst bepaald.
De in de eerste paragraaf bedoelde overeenkomst en de door haar bepaalde overname van alle rechten en verplichtingen kunnen aan de aangeslotenen worden tegengeworpen. Tegenover de inrichter die hij vervoegt, kan de aangeslotene alle aanspraken laten gelden die hij kon laten gelden tegenover de inrichter die hij verlaat. De inrichter die door de aangeslotene verlaten wordt, blijft evenwel hoofdelijk aansprakelijk ten opzichte van de aangeslotene in geval van niet-nakoming door de inrichter die door de aangeslotene vervoegd wordt.
§ 3. De aangeslotene moet, binnen de dertig dagen die volgen op de overname van de rechten, schriftelijk worden geïnformeerd over deze overname en al haar gevolgen. Deze informatie moet in het bijzonder aangeven dat de overname voor de aangeslotene geen enkele wijziging van zijn pensioentoezegging met zich brengt en dat alle rechten en verplichtingen die uit het pensioenstelsel voortvloeien in hun geheel worden overgenomen door de inrichter die hij vervoegt vanaf de datum van de overname. Er wordt tevens meegedeeld dat de inrichter die hij verlaat, hoofdelijk aansprakelijk blijft in geval van niet-nakoming door de inrichter die hij vervoegt.
De overeenkomst bepaalt wie deze informatie aan de aangeslotene bezorgt, de inrichter die de aangeslotene verlaat, de inrichter die de aangeslotene vervoegt of de pensioeninstelling."
Art. 61. Dans la même loi, il est inséré un article 33/2 rédigé comme suit :
"Art. 33/2. § 1er. Les organisateurs d'un régime de pension multi-organisateurs peuvent conclure une convention dont l'objet est de lever les effets de l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, d'un affilié auprès d'un organisateur du régime de pension multi-organisateurs, qui conclut un nouveau contrat de travail avec un organisateur qui participe au même régime de pension multi-organisateurs.
§ 2. La convention visée au paragraphe 1er doit organiser la reprise de l'ensemble des droits et obligations de l'organisateur que l'affilié quitte par l'organisateur que l'affilié rejoint, y compris la reprise des garanties visées à l'article 24.
Les modalités de cette reprise sont déterminées par la convention.
La convention visée au paragraphe 1er et la reprise de l'ensemble des droits et obligations qu'elle règle est opposable aux affiliés. L'affilié peut faire valoir à l'égard de l'organisateur qu'il rejoint tous les droits qu'il pouvait faire valoir à l'égard de l'organisateur qu'il quitte. L'organisateur que l'affilié quitte reste cependant solidairement responsable à l'égard de l'affilié en cas de défaut de l'organisateur qu'il rejoint.
§ 3. L'affilié doit être informé par écrit de la reprise des droits et de ses conséquences dans les trente jours qui suivent cette reprise. Cette information doit notamment préciser que la reprise n'entraîne pour l'affilié aucune modification de son engagement de pension et que l'ensemble des droits et obligations qui résultent du régime de pension sont repris en totalité par l'organisateur qu'il rejoint à partir de la date de cette reprise. Il est également précisé que l'organisateur qu'il quitte reste solidairement responsable en cas de défaut de l'organisateur qu'il rejoint.
La convention précise qui, de l'organisateur que l'affilié quitte, de l'organisateur que l'affilié rejoint ou de l'organisme de pension est chargé de cette information."
"Art. 33/2. § 1er. Les organisateurs d'un régime de pension multi-organisateurs peuvent conclure une convention dont l'objet est de lever les effets de l'expiration du contrat de travail, autrement que par le décès ou la mise à la retraite, d'un affilié auprès d'un organisateur du régime de pension multi-organisateurs, qui conclut un nouveau contrat de travail avec un organisateur qui participe au même régime de pension multi-organisateurs.
§ 2. La convention visée au paragraphe 1er doit organiser la reprise de l'ensemble des droits et obligations de l'organisateur que l'affilié quitte par l'organisateur que l'affilié rejoint, y compris la reprise des garanties visées à l'article 24.
Les modalités de cette reprise sont déterminées par la convention.
La convention visée au paragraphe 1er et la reprise de l'ensemble des droits et obligations qu'elle règle est opposable aux affiliés. L'affilié peut faire valoir à l'égard de l'organisateur qu'il rejoint tous les droits qu'il pouvait faire valoir à l'égard de l'organisateur qu'il quitte. L'organisateur que l'affilié quitte reste cependant solidairement responsable à l'égard de l'affilié en cas de défaut de l'organisateur qu'il rejoint.
§ 3. L'affilié doit être informé par écrit de la reprise des droits et de ses conséquences dans les trente jours qui suivent cette reprise. Cette information doit notamment préciser que la reprise n'entraîne pour l'affilié aucune modification de son engagement de pension et que l'ensemble des droits et obligations qui résultent du régime de pension sont repris en totalité par l'organisateur qu'il rejoint à partir de la date de cette reprise. Il est également précisé que l'organisateur qu'il quitte reste solidairement responsable en cas de défaut de l'organisateur qu'il rejoint.
La convention précise qui, de l'organisateur que l'affilié quitte, de l'organisateur que l'affilié rejoint ou de l'organisme de pension est chargé de cette information."
TITEL 6. - Het begrip pensioenleeftijd
TITRE 6. - Notion d'âge de retraite
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 24 december 2002
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002
Art. 62. In artikel 42 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, bij de wet van 9 juli 2004, bij de wet van 27 oktober 2006, bij de wet van 24 juli 2008, bij de wet van 28 april 2010, bij het koninklijk besluit van 25 maart 2003 en bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "de pensionering" vervangen door de woorden "de pensioenleeftijd";
2° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 15°, luidende :
"15° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die in de pensioenovereenkomst wordt vermeld."
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "de pensionering" vervangen door de woorden "de pensioenleeftijd";
2° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 15°, luidende :
"15° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die in de pensioenovereenkomst wordt vermeld."
Art. 62. Dans l'article 42 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, modifiés par la loi du 22 décembre 2003, par la loi du 9 juillet 2004, par la loi du 27 octobre 2006, par la loi du 24 juillet 2008, par la loi du 28 avril 2010, par l'arrêté royal du 25 mars 2003 et par l'arrêté royal du 3 mars 2011, les modifications suivantes sont apportées :
1° au 1°, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
2° l'article est complété par le 15° rédigé comme suit :
"15° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans la convention de pension."
1° au 1°, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
2° l'article est complété par le 15° rédigé comme suit :
"15° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans la convention de pension."
Art. 63. In artikel 44, § 1, van dezelfde wet worden tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende :
"Onverminderd de vermeldingen die er krachtens andere wettelijke of regelgevende bepalingen in moeten opgenomen worden, moet het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de pensioenleeftijd vastleggen."
"Onverminderd de vermeldingen die er krachtens andere wettelijke of regelgevende bepalingen in moeten opgenomen worden, moet het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de pensioenleeftijd vastleggen."
Art. 63. Dans l'article 44, § 1er, de la même loi, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, la convention de pension doit préciser l'âge de retraite."
"Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, la convention de pension doit préciser l'âge de retraite."
Art. 64. In lid 2 van artikel 47 van dezelfde wet worden de woorden "voor de pensionering" door de woorden "voor de pensioenleeftijd" vervangen.
Art. 64. A l'alinéa 2 de l'article 47 de la même loi, les mots "avant la retraite" sont remplacés par les mots "avant l'âge de retraite".
Art. 65. In paragraaf 3, eerste lid, van artikel 48 van dezelfde wet worden de woorden "bij pensionering" vervangen door de woorden "op de pensioenleeftijd".
Art. 65. Dans le paragraphe 3, alinéa 1er, de l'article 48 de la même loi, les mots "lors de la retraite" sont remplacés par les mots "à l'âge de retraite".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certaines avantages complémentaires en matière de sécurité sociale
Art. 66. In artikel 3, § 1, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 2006, bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en de wet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 1° wordt het woord "pensionering" vervangen door het woord "de pensioenleeftijd";
2° de paragraaf wordt aangevuld met de bepaling onder 26°, luidende :
"26° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt vermeld."
1° in de bepaling onder 1° wordt het woord "pensionering" vervangen door het woord "de pensioenleeftijd";
2° de paragraaf wordt aangevuld met de bepaling onder 26°, luidende :
"26° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt vermeld."
Art. 66. Dans l'article 3, § 1er, de loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certaines avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, modifié par la loi du 27 décembre 2006, par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et par la loi du 5 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° au 1°, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
2° le paragraphe est complété par le 26° rédigé comme suit :
"26° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans le règlement de pension ou la convention de pension."
1° au 1°, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
2° le paragraphe est complété par le 26° rédigé comme suit :
"26° âge de retraite : l'âge de la retraite qui est mentionné dans le règlement de pension ou la convention de pension."
Art. 67. In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 27 oktober 2006, worden de paragrafen 2/2 en 2/3 ingevoegd, luidende :
" § 2/2. Onverminderd de vermeldingen die er krachtens andere wettelijke of regelgevende bepalingen in moeten opgenomen worden, moet het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de pensioenleeftijd vastleggen.
§ 2/3. De tekst van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene verstrekt. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt of de inrichter, de werkgever of de pensioeninstelling daarmee wordt belast."
" § 2/2. Onverminderd de vermeldingen die er krachtens andere wettelijke of regelgevende bepalingen in moeten opgenomen worden, moet het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de pensioenleeftijd vastleggen.
§ 2/3. De tekst van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene verstrekt. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt of de inrichter, de werkgever of de pensioeninstelling daarmee wordt belast."
Art. 67. Dans l'article 5 de la même loi, modifié par la loi du 27 octobre 2006, sont insérés les paragraphes 2/2 et 2/3 rédigés comme suit :
" § 2/2. Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, le règlement de pension ou la convention de pension doit préciser l'âge de retraite.
§ 2/3. Le texte du règlement de pension ou de la convention de pension est communiqué sur sa simple demande à l'affilié. Le règlement de pension ou la convention de pension désigne qui de l'organisateur, de l'employeur ou de l'organisme de pension est chargé de cette communication."
" § 2/2. Sans préjudice des mentions qui doivent y figurer en vertu d'autres dispositions légales ou réglementaires, le règlement de pension ou la convention de pension doit préciser l'âge de retraite.
§ 2/3. Le texte du règlement de pension ou de la convention de pension est communiqué sur sa simple demande à l'affilié. Le règlement de pension ou la convention de pension désigne qui de l'organisateur, de l'employeur ou de l'organisme de pension est chargé de cette communication."
Art. 68. In artikel 18 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 oktober 2006, wordt het woord "pensionering" vervangen door het woord "pensioenleeftijd".
Art. 68. Dans l'article 18 de la même loi, remplacé par la loi du 27 octobre 2006, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite".
Art. 69. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 2006, worden volgende aanpassingen aangebracht :
1° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "op het ogenblijk van de pensionering" opgeheven;
2° het woord "pensionering" wordt telkens vervangen door het woord "pensioenleeftijd".
1° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "op het ogenblijk van de pensionering" opgeheven;
2° het woord "pensionering" wordt telkens vervangen door het woord "pensioenleeftijd".
Art. 69. A l'article 19 de la même loi, modifié par la loi du 27 octobre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots ", au moment de la retraite," sont abrogés;
2° les mots "la retraite" sont chaque fois remplacés par les mots "l'âge de retraite".
1° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots ", au moment de la retraite," sont abrogés;
2° les mots "la retraite" sont chaque fois remplacés par les mots "l'âge de retraite".
Art. 70. In artikel 21 van dezelfde wet wordt het woord "pensionering" vervangen door het woord "pensioenleeftijd".
Art. 70. Dans l'article 21 de la même loi, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite".
Art. 71. In artikel 22 van dezelfde wet wordt het woord "pensionering" vervangen door het woord "pensioenleeftijd".
Art. 71. Dans l'article 22 de la même loi, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite".
Art. 72. In artikel 24 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "de pensionering" vervangen door de woorden "de pensioenleeftijd";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de pensionering" vervangen door de woorden "de pensioenleeftijd";
3° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord "pensionering" vervangen door het woord "pensioenleeftijd".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "de pensionering" vervangen door de woorden "de pensioenleeftijd";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de pensionering" vervangen door de woorden "de pensioenleeftijd";
3° in paragraaf 2, derde lid, wordt het woord "pensionering" vervangen door het woord "pensioenleeftijd".
Art. 72. A l'article 24 de la même loi, modifié par la loi du 27 octobre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "la retraite" sont remplacés par les mots "l'âge de retraite".
TITEL 7. - Andere wijzigingsbepalingen
TITRE 7. - Autres dispositions modificatives
Art. 73. In artikel 38, § 3duodecies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, vervangen bij de wet van 27 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in A, eerste lid, wordt het woord "werkgever" vervangen door de woorden "inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
2° in A, derde lid, 1°, tweede lid, wordt de zin "Tot het bijdragejaar 2014 wordt met aanvullend rust- of overlevingspensioen niet bedoeld datgene dat desgevallend opgebouwd wordt op het niveau van de bedrijfstak waarvan de werkgever afhangt voor de betrokken werknemer." geschrapt;
3° in A, derde lid, 2°, tweede lid, wordt de zin "Tot het bijdragejaar 2014 wordt met de vermelde overlijdensdekking niet diegene bedoeld die desgevallend opgebouwd wordt op het niveau van de bedrijfstak waarvan de werkgever afhangt voor de betrokken werknemer." geschrapt;
4° in A, vijfde lid, wordt in de eerste zin het woord "werkgever" vervangen door de woorden "inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
5° in A, vijfde lid, tweede zin, worden de woorden "van de werkgever" geschrapt;
6° in A, vijfde lid, tweede zin worden de woorden ", dat niet door de aangeslotene werd gedragen," ingevoegd tussen de woorden "in bedrag X" en de woorden "indien dit aandeel";
7° in A wordt het zesde lid geschrapt;
8° in D, tweede lid, worden de woorden "de werkgevers en de sectorale inrichters" vervangen door de woorden "de inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
9° in D, tweede lid, wordt het woord "werkgever" vervangen door de woorden "inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
10° in D, tweede lid, worden de woorden "respectievelijk voor werkgevers en sectorale inrichters" vervangen door de woorden "respectievelijk voor de inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, b), en die bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
11° in E wordt het woord "werkgevers" vervangen door de woorden "inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
12° er wordt een K ingevoegd, luidende :
"Voor de inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid treedt deze paragraaf in werking vanaf het bijdragejaar 2014."
1° in A, eerste lid, wordt het woord "werkgever" vervangen door de woorden "inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
2° in A, derde lid, 1°, tweede lid, wordt de zin "Tot het bijdragejaar 2014 wordt met aanvullend rust- of overlevingspensioen niet bedoeld datgene dat desgevallend opgebouwd wordt op het niveau van de bedrijfstak waarvan de werkgever afhangt voor de betrokken werknemer." geschrapt;
3° in A, derde lid, 2°, tweede lid, wordt de zin "Tot het bijdragejaar 2014 wordt met de vermelde overlijdensdekking niet diegene bedoeld die desgevallend opgebouwd wordt op het niveau van de bedrijfstak waarvan de werkgever afhangt voor de betrokken werknemer." geschrapt;
4° in A, vijfde lid, wordt in de eerste zin het woord "werkgever" vervangen door de woorden "inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
5° in A, vijfde lid, tweede zin, worden de woorden "van de werkgever" geschrapt;
6° in A, vijfde lid, tweede zin worden de woorden ", dat niet door de aangeslotene werd gedragen," ingevoegd tussen de woorden "in bedrag X" en de woorden "indien dit aandeel";
7° in A wordt het zesde lid geschrapt;
8° in D, tweede lid, worden de woorden "de werkgevers en de sectorale inrichters" vervangen door de woorden "de inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
9° in D, tweede lid, wordt het woord "werkgever" vervangen door de woorden "inrichter bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
10° in D, tweede lid, worden de woorden "respectievelijk voor werkgevers en sectorale inrichters" vervangen door de woorden "respectievelijk voor de inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, b), en die bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
11° in E wordt het woord "werkgevers" vervangen door de woorden "inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid";
12° er wordt een K ingevoegd, luidende :
"Voor de inrichters bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a), van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid treedt deze paragraaf in werking vanaf het bijdragejaar 2014."
Art. 73. Dans l'article 38, § 3duodecies, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, remplacé par la loi du 27 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le A, premier alinéa, le mot "employeur" est remplacé par les mots "organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale,";
2° dans le A, troisième alinéa, 1°, deuxième alinéa, la phrase "Jusqu'à l'année de cotisation 2014, par pension complémentaire de retraite ou de survie n'est pas visée celle constituée, le cas échéant, au niveau du secteur d'activité dont relève l'employeur pour le travailleur concerné" est supprimée;
3° dans le A, troisième alinéa, 2°, deuxième alinéa, la phrase "Jusqu'à l'année de cotisation 2014, la couverture décès précitée ne vise pas celle qui existe le cas échéant, au niveau du secteur d'activité dont relève l'employeur pour le travailleur concerné" est supprimée;
4° dans le A, cinquième alinéa, le mot "employeur" est remplacé dans la première phrase par les mots "organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale";
5° dans le A, cinquième alinéa, deuxième phrase, les mots "de l'employeur" sont supprimés;
6° dans le A, cinquième alinéa, deuxième phrase, les mots "qui n'a pas été supportée par l'affilié," sont insérés entre les mots "dans le montant X" et les mots "si cette quote-part";
7° dans le A, le sixième alinéa est supprimé;
8° dans le D, deuxième alinéa, les mots "les employeurs et les organisateurs sectoriels" sont remplacés par les mots "les organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale,";
9° dans le D, deuxième alinéa, le mot "employeur" est remplacé par les mots "organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale";
10° dans le D, deuxième alinéa, les mots "pour respectivement les employeurs et les organisateurs sectoriels" sont remplacés par les mots "pour respectivement les organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, b), et ceux visés à l'article 3, § 1er, 5°, a), de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale";
11° dans le E, le mot "employeurs" est remplacé par les mots "organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale,";
12° un K est inséré rédigé comme suit :
"Pour les organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, a), de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, ce paragraphe entre en vigueur à partir de l'année de cotisation 2014."
1° dans le A, premier alinéa, le mot "employeur" est remplacé par les mots "organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale,";
2° dans le A, troisième alinéa, 1°, deuxième alinéa, la phrase "Jusqu'à l'année de cotisation 2014, par pension complémentaire de retraite ou de survie n'est pas visée celle constituée, le cas échéant, au niveau du secteur d'activité dont relève l'employeur pour le travailleur concerné" est supprimée;
3° dans le A, troisième alinéa, 2°, deuxième alinéa, la phrase "Jusqu'à l'année de cotisation 2014, la couverture décès précitée ne vise pas celle qui existe le cas échéant, au niveau du secteur d'activité dont relève l'employeur pour le travailleur concerné" est supprimée;
4° dans le A, cinquième alinéa, le mot "employeur" est remplacé dans la première phrase par les mots "organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale";
5° dans le A, cinquième alinéa, deuxième phrase, les mots "de l'employeur" sont supprimés;
6° dans le A, cinquième alinéa, deuxième phrase, les mots "qui n'a pas été supportée par l'affilié," sont insérés entre les mots "dans le montant X" et les mots "si cette quote-part";
7° dans le A, le sixième alinéa est supprimé;
8° dans le D, deuxième alinéa, les mots "les employeurs et les organisateurs sectoriels" sont remplacés par les mots "les organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale,";
9° dans le D, deuxième alinéa, le mot "employeur" est remplacé par les mots "organisateur visé à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale";
10° dans le D, deuxième alinéa, les mots "pour respectivement les employeurs et les organisateurs sectoriels" sont remplacés par les mots "pour respectivement les organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, b), et ceux visés à l'article 3, § 1er, 5°, a), de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale";
11° dans le E, le mot "employeurs" est remplacé par les mots "organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale,";
12° un K est inséré rédigé comme suit :
"Pour les organisateurs visés à l'article 3, § 1er, 5°, a), de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, ce paragraphe entre en vigueur à partir de l'année de cotisation 2014."
Art. 74. Artikel 73 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014.
Art. 74. L'article 73 produit ses effets le 1er janvier 2014.
Art. 75. In artikel 49, § 2, van de programmawet (I) van 24 december 2002 worden de woorden "Europese Unie" vervangen door de woorden "Europese Economische Ruimte".
Art. 75. Dans l'article 49, § 2, de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, les mots "Union européenne" sont remplacés par les mots "Espace économique européen".
Art. 76. In artikel 52bis, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 oktober 2006, wordt het woord "pensioenverplichtingen" vervangen door de woorden "aanvullende pensioenverplichtingen".
Art. 76. Dans l'article 52bis, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 27 octobre 2006, les mots "obligations de retraite" sont remplacés par les mots "obligations de pension complémentaire".
Art. 77. In artikel 53, § 2, 2°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 oktober 2006, worden de woorden "van het pensioenstelsel" vervangen door de woorden "met betrekking tot het aanvullend pensioen".
Art. 77. Dans l'article 53, § 2, 2°, de la même loi, inséré par la loi du 27 octobre 2006, les mots "du régime de retraite" sont remplacés par les mots "relatifs à la pension complémentaire".
Art. 78. Artikel 58bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 oktober 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt aangevuld met een lid luidende :
"Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen door de pensioeninstellingen en de rechtspersonen die bij de uitvoering van de solidariteitsstelsels betrokken zijn, in overeenstemming met de door de VZW SiGeDiS vastgelegde aangifte-instructies meegedeeld worden aan de door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006 opgerichte gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen, wordt er geacht aan de in het eerste lid bedoelde rapporteringsverplichting voldaan te zijn."
"Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen door de pensioeninstellingen en de rechtspersonen die bij de uitvoering van de solidariteitsstelsels betrokken zijn, in overeenstemming met de door de VZW SiGeDiS vastgelegde aangifte-instructies meegedeeld worden aan de door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006 opgerichte gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen, wordt er geacht aan de in het eerste lid bedoelde rapporteringsverplichting voldaan te zijn."
Art. 78. L'article 58bis de la même loi, inséré par la loi du 27 octobre 2006 et modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"A condition que les informations visées à l'alinéa 1er soient communiquées par les organismes de pension et les personnes morales concernées par l'exécution des régimes de solidarité conformément aux instructions de déclaration définies par l'ASBL SiGeDiS, à la banque de données relative aux pensions complémentaires instituée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, l'obligation de faire rapport visée à l'alinéa 1er est considérée comme remplie."
"A condition que les informations visées à l'alinéa 1er soient communiquées par les organismes de pension et les personnes morales concernées par l'exécution des régimes de solidarité conformément aux instructions de déclaration définies par l'ASBL SiGeDiS, à la banque de données relative aux pensions complémentaires instituée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, l'obligation de faire rapport visée à l'alinéa 1er est considérée comme remplie."
Art. 79. In artikel 61, § 2, 3°, van dezelfde wet worden de woorden "het Raadgevend Comité der Gepensioneerden" vervangen door de woorden "de Federale Adviesraad voor Ouderen"
Art. 79. Dans l'article 61, § 2, 3°, de la même loi, les mots "le Comité Consultatif des Pensionnés" sont remplacés par les mots "le Conseil consultatif fédéral des aînés".
Art. 80. In artikel 6, § 1, van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Een inrichter mag geen individuele pensioentoezegging doen tijdens de laatste 36 maanden vóór de pensionering, de ingang van een werkloosheidsregeling met bedrijfstoeslag of de ingang van een periode waarin aanvullende vergoedingen bij sommige socialezekerheidsuitkeringen bedoeld in artikel 114, 3°, a), van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen worden betaald."
"Een inrichter mag geen individuele pensioentoezegging doen tijdens de laatste 36 maanden vóór de pensionering, de ingang van een werkloosheidsregeling met bedrijfstoeslag of de ingang van een periode waarin aanvullende vergoedingen bij sommige socialezekerheidsuitkeringen bedoeld in artikel 114, 3°, a), van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen worden betaald."
Art. 80. Dans l'article 6, § 1er, de la loi du 28 avril 2003 relative aux pensions complémentaires et au régime fiscal de celles-ci et de certains avantages complémentaires en matière de sécurité sociale, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
"Un organisateur ne peut octroyer aucun engagement individuel de pension pendant les 36 derniers mois précédant la retraite, la prise de cours d'un régime de chômage avec complément d'entreprise ou la prise de cours d'une période au cours de laquelle sont payées des indemnités complémentaires à certaines allocations de sécurité sociale visées à l'article 114, 3°, a), de la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses".
"Un organisateur ne peut octroyer aucun engagement individuel de pension pendant les 36 derniers mois précédant la retraite, la prise de cours d'un régime de chômage avec complément d'entreprise ou la prise de cours d'une période au cours de laquelle sont payées des indemnités complémentaires à certaines allocations de sécurité sociale visées à l'article 114, 3°, a), de la loi du 27 décembre 2006 portant des dispositions diverses".
Art. 81. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de tweede zin van het eerste lid wordt een tweede lid;
2° het huidige tweede lid dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt :
"De aangeslotene geniet, zolang hij in dienst is, van de pensioentoezegging alsook, in voorkomend geval, van de solidariteitstoezegging verbonden aan de pensioentoezegging."
1° de tweede zin van het eerste lid wordt een tweede lid;
2° het huidige tweede lid dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt :
"De aangeslotene geniet, zolang hij in dienst is, van de pensioentoezegging alsook, in voorkomend geval, van de solidariteitstoezegging verbonden aan de pensioentoezegging."
Art. 81. A l'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 10 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° la 2ème phrase du 1er alinéa devient un 2ème alinéa;
2° l'actuel alinéa 2 qui devient l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
"L'affilié bénéficie de l'engagement de pension ainsi que, le cas échéant, de l'engagement de solidarité lié à l'engagement de pension, aussi longtemps qu'il est en service."
1° la 2ème phrase du 1er alinéa devient un 2ème alinéa;
2° l'actuel alinéa 2 qui devient l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
"L'affilié bénéficie de l'engagement de pension ainsi que, le cas échéant, de l'engagement de solidarité lié à l'engagement de pension, aussi longtemps qu'il est en service."
Art. 82. In artikel 27, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "Europese Unie" vervangen door de woorden "Europese Economische Ruimte".
Art. 82. Dans l'article 27, § 2, de la même loi, les mots "Union européenne" sont remplacés par les mots "Espace économique européen".
Art. 83. In artikel 41bis, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 oktober 2006, wordt het woord "pensioenverplichtingen" vervangen door het woord "pensioentoezeggingen".
Art. 83. Dans l'article 41bis, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 27 octobre 2006, les mots "obligations de retraite" sont remplacés par les mots "engagements de pension".
Art. 84. Artikel 49bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 oktober 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen door de pensioeninstellingen en de rechtspersonen die bij de uitvoering van de solidariteitstoezeggingen betrokken zijn, in overeenstemming met de door de VZW SiGeDiS vastgelegde aangifte-instructies meegedeeld worden aan de door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006 opgerichte gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen, wordt er geacht aan de in het eerste lid bedoelde rapporteringsverplichting voldaan te zijn."
"Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen door de pensioeninstellingen en de rechtspersonen die bij de uitvoering van de solidariteitstoezeggingen betrokken zijn, in overeenstemming met de door de VZW SiGeDiS vastgelegde aangifte-instructies meegedeeld worden aan de door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006 opgerichte gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen, wordt er geacht aan de in het eerste lid bedoelde rapporteringsverplichting voldaan te zijn."
Art. 84. L'article 49bis de la même loi, inséré par la loi du 27 octobre 2006 et modifié par l'arrêté royal du 3 mars 2011, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"A condition que les informations visées à l'alinéa 1er soient communiquées par les organismes de pension et les personnes morales concernées par l'exécution des engagements de solidarité conformément aux instructions de déclaration définies par l'ASBL SiGeDiS, à la banque de données relative aux pensions complémentaires instituée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, l'obligation de faire rapport visée à l'alinéa 1er est considérée comme remplie."
"A condition que les informations visées à l'alinéa 1er soient communiquées par les organismes de pension et les personnes morales concernées par l'exécution des engagements de solidarité conformément aux instructions de déclaration définies par l'ASBL SiGeDiS, à la banque de données relative aux pensions complémentaires instituée par l'article 306 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, l'obligation de faire rapport visée à l'alinéa 1er est considérée comme remplie."
Art. 85. In artikel 53, § 2, 4°, van dezelfde wet worden de woorden "het Raadgevend Comité der Gepensioneerden" vervangen door de woorden "de Federale Adviesraad voor Ouderen".
Art. 85. Dans l'article 53, § 2, 4°, de la même loi, les mots "le Comité Consultatif des Pensionnés" sont remplacés par les mots "le Conseil consultatif fédéral des aînés".
TITEL 8. - Bepalingen gemeenschappelijk aan de titels 3 tot 7
TITRE 8. - Dispositions communes aux titres 3 à 7
Art. 86. De formele aanpassing van de pensioenreglementen en -overeenkomsten aan de bepalingen van de titels 3 tot en met 7 dient uiterlijk op 1 juli 2017 te zijn beëindigd.
Art. 86. L'adaptation formelle aux dispositions des titres 3 à 7 des règlements de pension et des conventions de pension existants doit être terminée au plus tard le 1er juillet 2017.
Art. 87. Vanaf 2016 ontvangt elke burger tijdens het jaar waarin hij de leeftijd van 45 jaar bereikt per brief een geïndividualiseerde informatieverstrekking met betrekking tot zowel zijn wettelijke als zijn aanvullende pensioenrechten. Wat de wettelijke pensioenrechten betreft, bevat de informatieverstrekking een loopbaanoverzicht alsook een raming van deze rechten. Wat de aanvullende pensioenrechten betreft, neemt deze informatieverstrekking de gegevens over bepaald in artikel 306/1 van de programmawet (I) van 27 december 2006, zoals beschikbaar op 1 januari van het betrokken jaar. Deze geïndividualiseerde informatieverstrekking vermeldt hoe de gegevens betreffende het wettelijk en aanvullend pensioen via elektronische weg geraadpleegd kunnen worden.
Als een burger niet gekozen heeft voor de mededeling via elektronische weg van de in het eerste lid bedoelde geïndividualiseerde informatie of als hij de gegevens betreffende zijn wettelijke en/of aanvullende pensioenrechten niet via elektronische weg geraadpleegd heeft gedurende de periode tussen zijn 45 en 50 jaar, dan wordt vanaf 2016 de in het eerste lid bedoelde, geactualiseerde, geïndividualiseerde informatie hem op het einde van deze periode per brief meegedeeld. Hetzelfde geldt voor de periodes tussen zijn 50 en 55 jaar, tussen zijn 55 en 60 jaar en tussen zijn 60 en 65 jaar, indien de burger op het einde van deze periodes nog steeds niet gekozen heeft voor de mededeling van de in het eerste lid bedoelde geïndividualiseerde informatie via elektronische weg of indien hij de gegevens betreffende zijn wettelijke en/of aanvullende pensioenrechten nog steeds niet via elektronische weg geraadpleegd heeft.
De Koning kan de nadere regels van de in dit artikel bedoelde geïndividualiseerde informatieverstrekking bepalen.
Als een burger niet gekozen heeft voor de mededeling via elektronische weg van de in het eerste lid bedoelde geïndividualiseerde informatie of als hij de gegevens betreffende zijn wettelijke en/of aanvullende pensioenrechten niet via elektronische weg geraadpleegd heeft gedurende de periode tussen zijn 45 en 50 jaar, dan wordt vanaf 2016 de in het eerste lid bedoelde, geactualiseerde, geïndividualiseerde informatie hem op het einde van deze periode per brief meegedeeld. Hetzelfde geldt voor de periodes tussen zijn 50 en 55 jaar, tussen zijn 55 en 60 jaar en tussen zijn 60 en 65 jaar, indien de burger op het einde van deze periodes nog steeds niet gekozen heeft voor de mededeling van de in het eerste lid bedoelde geïndividualiseerde informatie via elektronische weg of indien hij de gegevens betreffende zijn wettelijke en/of aanvullende pensioenrechten nog steeds niet via elektronische weg geraadpleegd heeft.
De Koning kan de nadere regels van de in dit artikel bedoelde geïndividualiseerde informatieverstrekking bepalen.
Art. 87. A partir de 2016, chaque citoyen au cours de l'année où il atteint l'âge de 45 ans reçoit par courrier une information personnalisée concernant tant ses droits de pension légale que ses droits de pension complémentaire. En ce qui concerne les droits de pension légale, l'information comprend un aperçu de carrière ainsi qu'une estimation de ces droits. En ce qui concerne les droits de pension complémentaire, cette information reprend les données visées à l'article 306/1 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 telles que disponibles au 1er janvier de l'année concernée. Cette information personnalisée indique la marche à suivre pour consulter par voie électronique les données en matière de pension légale et de pension complémentaire.
Si un citoyen n'a pas opté pour une communication par voie électronique de l'information personnalisée visée à l'alinéa 1er ou s'il n'a pas consulté par voie électronique ses données relatives aux droits de pension légale et/ou de pension complémentaire pendant la période entre ses 45 ans et 50 ans, l'information personnalisée visée à l'alinéa 1er actualisée lui est communiquée à partir de 2016 par courrier à l'issue de cette période. Il en va de même pour les périodes entre ses 50 ans et 55 ans, entre ses 55 ans et 60 ans et entre ses 60 ans et 65 ans si le citoyen à l'issue de ces périodes n'a toujours pas opté pour une communication par voie électronique de l'information personnalisée visée à l'alinéa 1er ou s'il n'a toujours pas consulté par voie électronique ses données relatives aux droits de pension légale et/ou de pension complémentaire.
Le Roi peut préciser les modalités de la communication de l'information personnalisée visée par le présent article.
Si un citoyen n'a pas opté pour une communication par voie électronique de l'information personnalisée visée à l'alinéa 1er ou s'il n'a pas consulté par voie électronique ses données relatives aux droits de pension légale et/ou de pension complémentaire pendant la période entre ses 45 ans et 50 ans, l'information personnalisée visée à l'alinéa 1er actualisée lui est communiquée à partir de 2016 par courrier à l'issue de cette période. Il en va de même pour les périodes entre ses 50 ans et 55 ans, entre ses 55 ans et 60 ans et entre ses 60 ans et 65 ans si le citoyen à l'issue de ces périodes n'a toujours pas opté pour une communication par voie électronique de l'information personnalisée visée à l'alinéa 1er ou s'il n'a toujours pas consulté par voie électronique ses données relatives aux droits de pension légale et/ou de pension complémentaire.
Le Roi peut préciser les modalités de la communication de l'information personnalisée visée par le présent article.
TITEL 9. - Specifieke bepaling voor de bedrijfsrevisoren
TITRE 9. - Disposition spécifique aux réviseurs d'entreprises
Art. 88. Artikel 8, § 2, van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007, wordt opgeheven.
Art. 88. L'article 8, § 2, de la loi du 22 juillet 1953 créant un Institut des Réviseurs d'Entreprises et organisant la supervision publique de la profession de réviseur d'entreprises, coordonnée le 30 avril 2007, est abrogé.
Art. 89. Artikel 88 heeft uitwerking op 1 april 2014.
Art. 89. L'article 88 produit ses effets le 1er avril 2014.
TITEL 10. - Wijziging van de wetgeving betreffende de overlevingspensioenen van de overheidssector
TITRE 10. - Modification de la législation relative aux pensions de survie du secteur public
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions
Art. 90. In artikel 2 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, gewijzigd bij de wet van 21 mei 1991, bij het koninklijk besluit van 16 juli 1998 en bij de wet van 3 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor de bepaling van de in het eerste lid bedoelde minimumduur van één jaar huwelijk, wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de duur van de aan het huwelijk onmiddellijk voorafgaande wettelijke samenwoning tussen de langstlevende echtgenoot en de overleden echtgenoot. Enkel de verklaring van wettelijke samenwoning bedoeld in artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek wordt evenwel in aanmerking genomen.".
2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 3. De langstlevende echtgenoot kan geen aanspraak maken op de voordelen van dit hoofdstuk indien hij vanwege misdrijven gepleegd ten aanzien van zijn echtgenoot onwaardig is om te erven overeenkomstig artikel 727, § 1, 1° of 3° van het Burgerlijk Wetboek.".
1° § 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"Voor de bepaling van de in het eerste lid bedoelde minimumduur van één jaar huwelijk, wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de duur van de aan het huwelijk onmiddellijk voorafgaande wettelijke samenwoning tussen de langstlevende echtgenoot en de overleden echtgenoot. Enkel de verklaring van wettelijke samenwoning bedoeld in artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek wordt evenwel in aanmerking genomen.".
2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 3. De langstlevende echtgenoot kan geen aanspraak maken op de voordelen van dit hoofdstuk indien hij vanwege misdrijven gepleegd ten aanzien van zijn echtgenoot onwaardig is om te erven overeenkomstig artikel 727, § 1, 1° of 3° van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 90. A l'article 2 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les pensions du secteur public, modifiée par la loi du 21 mai 1991, par l'arrêté royal du 16 juillet 1998 et par la loi du 3 février 2003, les modifications suivantes sont apportées :
1° Le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Pour la détermination de la durée minimum d'un an de mariage visée à l'alinéa 1er, il est le cas échéant tenu compte de la durée de la cohabitation légale entre le conjoint survivant et le conjoint décédé précédant immédiatement leur mariage. Seule est néanmoins prise en compte la déclaration de cohabitation légale visée à l'article 1476 du Code civil.".
2° Le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le conjoint survivant ne peut prétendre au bénéfice du présent chapitre s'il est, en raison de délits commis envers son conjoint, indigne d'en hériter conformément à l'article 727, § 1er, 1° ou 3° du Code Civil.".
1° Le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Pour la détermination de la durée minimum d'un an de mariage visée à l'alinéa 1er, il est le cas échéant tenu compte de la durée de la cohabitation légale entre le conjoint survivant et le conjoint décédé précédant immédiatement leur mariage. Seule est néanmoins prise en compte la déclaration de cohabitation légale visée à l'article 1476 du Code civil.".
2° Le § 3 est remplacé par la disposition suivante :
" § 3. Le conjoint survivant ne peut prétendre au bénéfice du présent chapitre s'il est, en raison de délits commis envers son conjoint, indigne d'en hériter conformément à l'article 727, § 1er, 1° ou 3° du Code Civil.".
Art. 91. In boek 1, Titel 1 van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk IIbis ingevoegd, met als opschrift "Overgangsuitkering".
Art. 91. Dans le livre 1er, Titre 1er de la même loi, il est inséré un chapitre IIbis, intitulé "l'allocation de transition".
Art. 92. In dit hoofdstuk IIbis ingevoegd bij artikel 91, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 5/1. § 1. Dit hoofdstuk is slechts van toepassing op de langstlevende echtgenoten van een echtgenoot overleden vanaf 1 januari 2015 en die minder dan 45 jaar oud zijn op het ogenblik van dit overlijden.
De in het eerste lid bepaalde leeftijd van 45 jaar wordt gebracht op :
- 45 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2016 tot 31 december 2016;
- 46 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2017 tot 31 december 2017;
- 46 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2018 tot 31 december 2018;
- 47 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2019 tot 31 december 2019;
- 47 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2020 tot 31 december 2020;
- 48 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2021 tot 31 december 2021;
- 48 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2022 tot 31 december 2022;
- 49 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2023 tot 31 december 2023;
- 49 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2024 tot 31 december 2024;
- 50 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot plaatsvindt na 31 december 2024.".
§ 2. De Koning kan, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, de langstlevende echtgenoot die de in § 1, eerste lid, bedoelde leeftijd bereikt, toelaten te kiezen voor het voordeel van de bepalingen van dit hoofdstuk inzake de overgangsuitkering.
§ 3. De Koning kan, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, het genot van de overgangsuitkering uitbreiden naar de wettelijke samenwonenden die niet verbonden zijn door een familieband, aanverwantschap of adoptie die een huwelijksverbod voorzien door het Burgerlijk Wetboek inhoudt.".
"Art. 5/1. § 1. Dit hoofdstuk is slechts van toepassing op de langstlevende echtgenoten van een echtgenoot overleden vanaf 1 januari 2015 en die minder dan 45 jaar oud zijn op het ogenblik van dit overlijden.
De in het eerste lid bepaalde leeftijd van 45 jaar wordt gebracht op :
- 45 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2016 tot 31 december 2016;
- 46 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2017 tot 31 december 2017;
- 46 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2018 tot 31 december 2018;
- 47 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2019 tot 31 december 2019;
- 47 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2020 tot 31 december 2020;
- 48 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2021 tot 31 december 2021;
- 48 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2022 tot 31 december 2022;
- 49 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2023 tot 31 december 2023;
- 49 jaar en 6 maanden wanneer het overlijden van de echtgenoot zich voordoet binnen de periode vanaf 1 januari 2024 tot 31 december 2024;
- 50 jaar wanneer het overlijden van de echtgenoot plaatsvindt na 31 december 2024.".
§ 2. De Koning kan, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, de langstlevende echtgenoot die de in § 1, eerste lid, bedoelde leeftijd bereikt, toelaten te kiezen voor het voordeel van de bepalingen van dit hoofdstuk inzake de overgangsuitkering.
§ 3. De Koning kan, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij vastlegt, het genot van de overgangsuitkering uitbreiden naar de wettelijke samenwonenden die niet verbonden zijn door een familieband, aanverwantschap of adoptie die een huwelijksverbod voorzien door het Burgerlijk Wetboek inhoudt.".
Art. 92. Dans ce chapitre IIbis inséré par l'article 91, il est inséré un article 5/1 rédigé comme suit :
"Art. 5/1. § 1er. Le présent chapitre s'applique uniquement aux conjoints survivants d'un conjoint décédé à partir du 1er janvier 2015 et qui sont âgés de moins de 45 ans au moment de ce décès.
L'âge de 45 ans prévu à l'alinéa 1er sera porté à
- 45 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2016 et 31 décembre 2016;
- 46 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2017 et 31 décembre 2017;
- 46 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2018 et 31 décembre 2018;
- 47 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2019 et le 31 décembre 2019;
- 47 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2020 et 31 décembre 2020;
- 48 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2021;
- 48 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2022 et 31 décembre 2022;
- 49 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2023 et le 31 décembre 2023;
- 49 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2024 et 31 décembre 2024;
- 50 ans lorsque le décès du conjoint se situe postérieurement au 31 décembre 2024.".
§ 2. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi peut autoriser, aux conditions qu'Il fixe, le conjoint survivant qui atteint l'âge visé au § 1er, alinéa 1er, à opter pour le bénéfice des dispositions du présent chapitre en matière d'allocation de transition.
§ 3. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi peut, aux conditions qu'Il fixe, étendre le bénéfice de l'allocation de transition aux cohabitants légaux qui ne sont pas unis par un lien de parenté, d'alliance ou d'adoption entraînant une prohibition de mariage prévue par le Code civil.".
"Art. 5/1. § 1er. Le présent chapitre s'applique uniquement aux conjoints survivants d'un conjoint décédé à partir du 1er janvier 2015 et qui sont âgés de moins de 45 ans au moment de ce décès.
L'âge de 45 ans prévu à l'alinéa 1er sera porté à
- 45 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2016 et 31 décembre 2016;
- 46 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2017 et 31 décembre 2017;
- 46 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2018 et 31 décembre 2018;
- 47 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2019 et le 31 décembre 2019;
- 47 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2020 et 31 décembre 2020;
- 48 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2021 et le 31 décembre 2021;
- 48 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2022 et 31 décembre 2022;
- 49 ans lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2023 et le 31 décembre 2023;
- 49 ans et 6 mois lorsque le décès du conjoint survient dans la période comprise entre le 1er janvier 2024 et 31 décembre 2024;
- 50 ans lorsque le décès du conjoint se situe postérieurement au 31 décembre 2024.".
§ 2. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi peut autoriser, aux conditions qu'Il fixe, le conjoint survivant qui atteint l'âge visé au § 1er, alinéa 1er, à opter pour le bénéfice des dispositions du présent chapitre en matière d'allocation de transition.
§ 3. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi peut, aux conditions qu'Il fixe, étendre le bénéfice de l'allocation de transition aux cohabitants légaux qui ne sont pas unis par un lien de parenté, d'alliance ou d'adoption entraînant une prohibition de mariage prévue par le Code civil.".
Art. 93. In hetzelfde hoofdstuk IIbis, wordt een artikel 5/2 ingevoegd, luidende :
"Art. 5/2. Voor de in artikel 5/1 bedoelde langstlevende echtgenoten wordt de betaling van het overeenkomstig hoofdstuk II bepaalde overlevingspensioen geschorst vanaf de ingangsdatum van dit pensioen tot het ogenblik waarop de betrokkene daadwerkelijk een rustpensioen komt te genieten.
Indien de titularis van het overlevingspensioen aanspraak kan maken op een Belgisch en een buitenlands rustpensioen, wordt voor de toepassing van het eerste lid enkel rekening gehouden met het Belgisch pensioen.
In geval van oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid van de titularis van het overlevingspensioen, wordt deze betaald vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de periode zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 5/3.
Indien op de wettelijke leeftijd van de oppensioenstelling, de titularis van het overlevingspensioen geen aanspraak kan maken op een rustpensioen, wordt het overlevingspensioen aan hem betaald vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand tijdens dewelke deze titularis de wettelijke leeftijd bereikt.".
"Art. 5/2. Voor de in artikel 5/1 bedoelde langstlevende echtgenoten wordt de betaling van het overeenkomstig hoofdstuk II bepaalde overlevingspensioen geschorst vanaf de ingangsdatum van dit pensioen tot het ogenblik waarop de betrokkene daadwerkelijk een rustpensioen komt te genieten.
Indien de titularis van het overlevingspensioen aanspraak kan maken op een Belgisch en een buitenlands rustpensioen, wordt voor de toepassing van het eerste lid enkel rekening gehouden met het Belgisch pensioen.
In geval van oppensioenstelling wegens lichamelijke ongeschiktheid van de titularis van het overlevingspensioen, wordt deze betaald vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de periode zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 5/3.
Indien op de wettelijke leeftijd van de oppensioenstelling, de titularis van het overlevingspensioen geen aanspraak kan maken op een rustpensioen, wordt het overlevingspensioen aan hem betaald vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand tijdens dewelke deze titularis de wettelijke leeftijd bereikt.".
Art. 93. Dans le même chapitre IIbis, il est inséré un article 5/2 rédigé comme suit :
"Art. 5/2. Pour les conjoints survivants visés à l'article 5/1, le paiement de la pension de survie établie conformément au chapitre II, est suspendu depuis la date de prise de cours de cette pension jusqu'au moment où l'intéressé vient à bénéficier effectivement d'une pension de retraite.
Pour l'application de l'alinéa premier, si le titulaire de la pension de survie peut prétendre à une pension de retraite belge et à une pension de retraite étrangère, il est uniquement tenu compte de la pension belge.
En cas de mise à la retraite pour cause d'inaptitude physique du titulaire de la pension de survie, celle-ci est payée à partir du premier jour du mois qui suit la période visée à l'alinéa 2 de l'article 5/3.
Si à l'âge légal de mise à la retraite, le titulaire de la pension de survie ne peut prétendre à une pension de retraite, la pension de survie lui est payée à partir du premier jour du mois qui suit celui durant lequel ce titulaire atteint l'âge légal.".
"Art. 5/2. Pour les conjoints survivants visés à l'article 5/1, le paiement de la pension de survie établie conformément au chapitre II, est suspendu depuis la date de prise de cours de cette pension jusqu'au moment où l'intéressé vient à bénéficier effectivement d'une pension de retraite.
Pour l'application de l'alinéa premier, si le titulaire de la pension de survie peut prétendre à une pension de retraite belge et à une pension de retraite étrangère, il est uniquement tenu compte de la pension belge.
En cas de mise à la retraite pour cause d'inaptitude physique du titulaire de la pension de survie, celle-ci est payée à partir du premier jour du mois qui suit la période visée à l'alinéa 2 de l'article 5/3.
Si à l'âge légal de mise à la retraite, le titulaire de la pension de survie ne peut prétendre à une pension de retraite, la pension de survie lui est payée à partir du premier jour du mois qui suit celui durant lequel ce titulaire atteint l'âge légal.".
Art. 94. In hetzelfde hoofdstuk IIbis, wordt een artikel 5/3 ingevoegd, luidende :
"Art. 5/3. In de plaats van de betaling van het overlevingspensioen, wordt aan de langstlevende echtgenoot een tijdelijke overgangsuitkering toegekend gelijk aan het bedrag van het overlevingspensioen.
De overgangsuitkering wordt toegekend aan de langstlevende echtgenoot gedurende een periode van 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze van het overlijden van zijn echtgenoot. Indien er echter op het ogenblik van het overlijden een kind ten laste is waarvoor één van de echtgenoten kinderbijslag ontving of in geval van postume geboorte binnen de 300 dagen na het overlijden, wordt de uitkering toegekend tijdens een periode van 24 maanden.".
"Art. 5/3. In de plaats van de betaling van het overlevingspensioen, wordt aan de langstlevende echtgenoot een tijdelijke overgangsuitkering toegekend gelijk aan het bedrag van het overlevingspensioen.
De overgangsuitkering wordt toegekend aan de langstlevende echtgenoot gedurende een periode van 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze van het overlijden van zijn echtgenoot. Indien er echter op het ogenblik van het overlijden een kind ten laste is waarvoor één van de echtgenoten kinderbijslag ontving of in geval van postume geboorte binnen de 300 dagen na het overlijden, wordt de uitkering toegekend tijdens een periode van 24 maanden.".
Art. 94. Dans le même chapitre IIbis, il est inséré un article 5/3 rédigé comme suit :
"Art.5/3. En lieu et place du paiement de la pension de survie, il est accordé au conjoint survivant une allocation temporaire de transition égale au montant de la pension de survie.
L'allocation de transition est accordée au conjoint survivant pendant une durée de 12 mois à partir du premier jour du mois qui suit celui du décès de son conjoint. Toutefois, si au moment du décès, un enfant est à charge pour lequel un des conjoints percevait des allocations familiales ou si un enfant posthume naît dans les trois cents jours du décès, l'allocation est accordée pendant une durée de 24 mois.".
"Art.5/3. En lieu et place du paiement de la pension de survie, il est accordé au conjoint survivant une allocation temporaire de transition égale au montant de la pension de survie.
L'allocation de transition est accordée au conjoint survivant pendant une durée de 12 mois à partir du premier jour du mois qui suit celui du décès de son conjoint. Toutefois, si au moment du décès, un enfant est à charge pour lequel un des conjoints percevait des allocations familiales ou si un enfant posthume naît dans les trois cents jours du décès, l'allocation est accordée pendant une durée de 24 mois.".
Art. 95. In hetzelfde hoofdstuk IIbis, wordt een artikel 5/4 ingevoegd, luidende :
"Art. 5/4. § 1. Een nieuw huwelijk van de titularis van een overgangsuitkering heeft de schorsing van de betaling van deze uitkering tot gevolg vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die van het nieuwe huwelijk en tot de eerste dag van de maand die volgt op deze van het overlijden van de echtgenoot of van de gewezen echtgenoot met wie de langstlevende echtgenoot hertrouwd is.
§ 2. Uit hoofde van opeenvolgende huwelijken :
- mag de langstlevende echtgenoot slechts van één enkele overgangsuitkering tegelijkertijd genieten, de hoogste;
- is de cumulatie van een overlevingspensioen en een overgangsuitkering niet toegelaten. In dit geval wordt alleen het hoogste voordeel betaald.
Voor de toepassing van deze paragraaf :
- wordt rekening gehouden met de pensioenen en uitkeringen toegekend in één van de pensioenregelingen zoals bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen;
- worden de pensioenen en uitkeringen die voortvloeien uit onderscheiden activiteiten van eenzelfde echtgenoot, daarin begrepen deze uitgeoefend als werknemer of als zelfstandige, geacht één enkel pensioen of uitkering te vormen.".
"Art. 5/4. § 1. Een nieuw huwelijk van de titularis van een overgangsuitkering heeft de schorsing van de betaling van deze uitkering tot gevolg vanaf de eerste dag van de maand die volgt op die van het nieuwe huwelijk en tot de eerste dag van de maand die volgt op deze van het overlijden van de echtgenoot of van de gewezen echtgenoot met wie de langstlevende echtgenoot hertrouwd is.
§ 2. Uit hoofde van opeenvolgende huwelijken :
- mag de langstlevende echtgenoot slechts van één enkele overgangsuitkering tegelijkertijd genieten, de hoogste;
- is de cumulatie van een overlevingspensioen en een overgangsuitkering niet toegelaten. In dit geval wordt alleen het hoogste voordeel betaald.
Voor de toepassing van deze paragraaf :
- wordt rekening gehouden met de pensioenen en uitkeringen toegekend in één van de pensioenregelingen zoals bedoeld in artikel 38 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen;
- worden de pensioenen en uitkeringen die voortvloeien uit onderscheiden activiteiten van eenzelfde echtgenoot, daarin begrepen deze uitgeoefend als werknemer of als zelfstandige, geacht één enkel pensioen of uitkering te vormen.".
Art. 95. Dans le même chapitre IIbis, il est inséré un article 5/4 rédigé comme suit :
"Art. 5/4. § 1er. Le remariage du titulaire d'une allocation de transition entraîne la suspension du paiement de cette allocation à partir du premier jour du mois qui suit celui du remariage et jusqu'au premier jour du mois qui suit celui du décès du conjoint ou de l'ex-conjoint avec lequel le conjoint survivant s'est remarié.
§ 2. Du chef de mariages successifs :
- le conjoint survivant ne peut bénéficier simultanément que d'une seule allocation de transition, la plus élevée;
- le cumul d'une pension de survie et d'une allocation de transition n'est pas autorisé. Dans ce cas, seul l'avantage le plus élevé est payé.
Pour l'application du présent paragraphe :
- il est tenu compte des pensions et allocations accordées dans l'un des régimes de pension visés à l'article 38 de la loi du 5 août 1978 de réformes économiques et budgétaires;
- les pensions ou allocations résultant d'activités distinctes d'un même conjoint, en ce compris celles exercées en tant que travailleur salarié ou indépendant, sont considérées comme formant une seule pension ou allocation.".
"Art. 5/4. § 1er. Le remariage du titulaire d'une allocation de transition entraîne la suspension du paiement de cette allocation à partir du premier jour du mois qui suit celui du remariage et jusqu'au premier jour du mois qui suit celui du décès du conjoint ou de l'ex-conjoint avec lequel le conjoint survivant s'est remarié.
§ 2. Du chef de mariages successifs :
- le conjoint survivant ne peut bénéficier simultanément que d'une seule allocation de transition, la plus élevée;
- le cumul d'une pension de survie et d'une allocation de transition n'est pas autorisé. Dans ce cas, seul l'avantage le plus élevé est payé.
Pour l'application du présent paragraphe :
- il est tenu compte des pensions et allocations accordées dans l'un des régimes de pension visés à l'article 38 de la loi du 5 août 1978 de réformes économiques et budgétaires;
- les pensions ou allocations résultant d'activités distinctes d'un même conjoint, en ce compris celles exercées en tant que travailleur salarié ou indépendant, sont considérées comme formant une seule pension ou allocation.".
Art. 96. In hetzelfde hoofdstuk IIbis, wordt een artikel 5/5 ingevoegd, luidende :
"Art. 5/5. § 1. Zijn niet van toepassing op de overgangsuitkering :
- de artikelen 4, § 3, 8 en 14;
- het artikel 12 van de wet van 9 juli 1969 tot wijziging en aanvulling van de wetgeving betreffende de rust- en overlevingspensioenen van het personeel van de openbare sector;
- de bepalingen van Titel 8, hoofdstuk 1 van de programmawet van 28 juni 2013.".
§ 2 De artikelen 118 tot en met 133 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, zijn van toepassing op de overgangsuitkering.
"Art. 5/5. § 1. Zijn niet van toepassing op de overgangsuitkering :
- de artikelen 4, § 3, 8 en 14;
- het artikel 12 van de wet van 9 juli 1969 tot wijziging en aanvulling van de wetgeving betreffende de rust- en overlevingspensioenen van het personeel van de openbare sector;
- de bepalingen van Titel 8, hoofdstuk 1 van de programmawet van 28 juni 2013.".
§ 2 De artikelen 118 tot en met 133 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, zijn van toepassing op de overgangsuitkering.
Art. 96. Dans le même chapitre IIbis, il est inséré un article 5/5 rédigé comme suit :
"Art. 5/5. § 1er. Ne sont pas applicables à l'allocation de transition :
- les articles 4, § 3, 8 et 14;
- l'article 12 de la loi du 9 juillet 1969 modifiant et complétant la législation relative aux pensions de retraite et de survie des agents du secteur public;
- les dispositions du Titre 8, chapitre 1er de la loi programme du 28 juin 2013.".
§ 2 Les articles 118 à 133 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses, sont applicables à l'allocation de transition.
"Art. 5/5. § 1er. Ne sont pas applicables à l'allocation de transition :
- les articles 4, § 3, 8 et 14;
- l'article 12 de la loi du 9 juillet 1969 modifiant et complétant la législation relative aux pensions de retraite et de survie des agents du secteur public;
- les dispositions du Titre 8, chapitre 1er de la loi programme du 28 juin 2013.".
§ 2 Les articles 118 à 133 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses, sont applicables à l'allocation de transition.
Art. 97. In dezelfde wet wordt het derde lid van artikel 6 vervangen door de volgende bepaling :
"De uit de echt gescheiden echtgenoot kan geen aanspraak maken op de voordelen van dit hoofdstuk indien hij vanwege misdrijven gepleegd ten aanzien van zijn gewezen echtgenoot onwaardig is om te erven overeenkomstig artikel 727, § 1, 1° of 3° van het Burgerlijk Wetboek.".
"De uit de echt gescheiden echtgenoot kan geen aanspraak maken op de voordelen van dit hoofdstuk indien hij vanwege misdrijven gepleegd ten aanzien van zijn gewezen echtgenoot onwaardig is om te erven overeenkomstig artikel 727, § 1, 1° of 3° van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 97. Dans la même loi, le troisième alinéa de l'article 6 est remplacé par la disposition suivante :
"Le conjoint divorcé ne peut prétendre au bénéfice du présent chapitre s'il est, en raison de délits commis envers son ex-conjoint, indigne d'en hériter conformément à l'article 727, § 1er, 1° ou 3° du Code Civil.".
"Le conjoint divorcé ne peut prétendre au bénéfice du présent chapitre s'il est, en raison de délits commis envers son ex-conjoint, indigne d'en hériter conformément à l'article 727, § 1er, 1° ou 3° du Code Civil.".
Art. 98. In dezelfde wet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 6/1. Wanneer het overlijden van de rechtgever zich voordoet vanaf 1 januari 2015 en de uit de echt gescheiden echtgenoot minder dan 45 jaar oud is op het ogenblik van dit overlijden, wordt het overlevingspensioen van de uit de echt gescheiden echtgenoot geschorst vanaf de ingangsdatum van dit pensioen tot de ingangsdatum van het rustpensioen.
Hetzelfde geldt voor de uit de echt gescheiden echtgenoot indien er op het ogenblik van het overlijden een langstlevende echtgenoot van minder dan 45 jaar oud is.
De leeftijd van 45 jaar wordt gebracht op 50 jaar volgens de modaliteiten bepaald in artikel 5/1.
Geen enkel overlevingspensioen kan worden uitbetaald aan de uit de echt gescheiden echtgenoot zolang hij de leeftijd van 45 jaar niet heeft bereikt, ten minste voor zover hij geen blijvende ongeschiktheid van ten minste 66 % bewijst of geen kind ten laste heeft. De Koning bepaalt de nadere regels voor de erkenning van de blijvende ongeschiktheid en bepaalt het begrip kind ten laste in de zin van dit lid.
Indien de titularis van het overlevingspensioen aanspraak kan maken op een Belgisch en een buitenlands rustpensioen, wordt voor de toepassing van het eerste lid enkel rekening gehouden met het Belgisch pensioen.".
"Art. 6/1. Wanneer het overlijden van de rechtgever zich voordoet vanaf 1 januari 2015 en de uit de echt gescheiden echtgenoot minder dan 45 jaar oud is op het ogenblik van dit overlijden, wordt het overlevingspensioen van de uit de echt gescheiden echtgenoot geschorst vanaf de ingangsdatum van dit pensioen tot de ingangsdatum van het rustpensioen.
Hetzelfde geldt voor de uit de echt gescheiden echtgenoot indien er op het ogenblik van het overlijden een langstlevende echtgenoot van minder dan 45 jaar oud is.
De leeftijd van 45 jaar wordt gebracht op 50 jaar volgens de modaliteiten bepaald in artikel 5/1.
Geen enkel overlevingspensioen kan worden uitbetaald aan de uit de echt gescheiden echtgenoot zolang hij de leeftijd van 45 jaar niet heeft bereikt, ten minste voor zover hij geen blijvende ongeschiktheid van ten minste 66 % bewijst of geen kind ten laste heeft. De Koning bepaalt de nadere regels voor de erkenning van de blijvende ongeschiktheid en bepaalt het begrip kind ten laste in de zin van dit lid.
Indien de titularis van het overlevingspensioen aanspraak kan maken op een Belgisch en een buitenlands rustpensioen, wordt voor de toepassing van het eerste lid enkel rekening gehouden met het Belgisch pensioen.".
Art. 98. Dans la même loi, il est inséré un article 6/1 rédigé comme suit :
"Art. 6/1. Lorsque le décès du donnant droit survient à partir du 1er janvier 2015 et que le conjoint divorcé est âgé de moins de 45 ans au moment de ce décès, la pension de survie du conjoint divorcé est suspendue depuis la date de prise de cours de cette pension jusqu'au moment où l'intéressé vient à bénéficier effectivement d'une pension de retraite.
Il en va de même pour le conjoint divorcé s'il existe au moment du décès un conjoint survivant âgé de moins de 45 ans.
L'âge de 45 ans est porté à 50 ans selon les modalités fixées à l'article 5/1.
Aucune pension de survie ne peut être payée au conjoint divorcé tant qu'il n'a pas atteint l'âge de 45 ans, à moins qu'il ne justifie d'une incapacité permanente de 66 % au moins ou qu'il n'ait un enfant à charge. Le Roi détermine les modalités de reconnaissance de l'incapacité permanente et définit la notion d'enfant à charge au sens du présent alinéa.
Pour l'application de l'alinéa premier, si le titulaire de la pension de survie peut prétendre à une pension de retraite belge et à une pension de retraite étrangère, il est uniquement tenu compte de la pension belge.".
"Art. 6/1. Lorsque le décès du donnant droit survient à partir du 1er janvier 2015 et que le conjoint divorcé est âgé de moins de 45 ans au moment de ce décès, la pension de survie du conjoint divorcé est suspendue depuis la date de prise de cours de cette pension jusqu'au moment où l'intéressé vient à bénéficier effectivement d'une pension de retraite.
Il en va de même pour le conjoint divorcé s'il existe au moment du décès un conjoint survivant âgé de moins de 45 ans.
L'âge de 45 ans est porté à 50 ans selon les modalités fixées à l'article 5/1.
Aucune pension de survie ne peut être payée au conjoint divorcé tant qu'il n'a pas atteint l'âge de 45 ans, à moins qu'il ne justifie d'une incapacité permanente de 66 % au moins ou qu'il n'ait un enfant à charge. Le Roi détermine les modalités de reconnaissance de l'incapacité permanente et définit la notion d'enfant à charge au sens du présent alinéa.
Pour l'application de l'alinéa premier, si le titulaire de la pension de survie peut prétendre à une pension de retraite belge et à une pension de retraite étrangère, il est uniquement tenu compte de la pension belge.".
Art. 99. In artikel 22, eerste lid van dezelfde wet worden de woorden "pensioenen toegekend aan de rechtverkrijgenden" vervangen door de woorden "pensioenen of uitkeringen toegekend aan de rechtverkrijgenden".
Art. 99. A l'article 22 alinéa premier de la même loi, les mots "pensions accordées aux ayants droit" sont remplacés par les mots "pensions ou allocations accordées aux ayants droit".
HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtreding. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 2. - Entrée en vigueur. - Disposition transitoire
Art. 100. Deze titel treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 100. Le présent titre entre en vigueur le 1er janvier 2015.
Art. 101. § 1. In afwijking van artikel 100 heeft artikel 90, 1° uitwerking met ingang van 1 januari 2000 en is het enkel van toepassing op overlijdens die plaatsvinden vanaf deze datum.
§ 2. Indien het overlijden plaats heeft gevonden vóór 1 april 2011, is het voordeel van de wijzigingen aangebracht bij artikel 90, 1° afhankelijk van de indiening van een aanvraag, die geacht wordt ingediend geweest te zijn op de datum van overlijden.
§ 3. De toepassing van de paragrafen 1 en 2 mag niet als gevolg hebben dat een reeds toegekend overlevingspensioen wordt verminderd of afgeschaft, ongeacht de rechthebbende die het geniet, en dit in voorkomend geval onder voorbehoud van hetgeen bepaald is in § 4.
§ 4. Indien met toepassing van artikel 9, tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, een wezenpensioen werd toegekend aan een kind dat als vader en moeder het overleden personeelslid en de langstlevende echtgenoot heeft, kan deze langstlevende echtgenoot geen aanspraak maken op de betaling van zijn overlevingspensioen zolang de rechten op wezenpensioen bestaan. Niettemin, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op deze van de bekendmaking van deze wet :
- kan het pensioen van de langstlevende echtgenoot worden uitbetaald;
- wordt een einde gesteld aan de betaling van het wezenpensioen.
§ 2. Indien het overlijden plaats heeft gevonden vóór 1 april 2011, is het voordeel van de wijzigingen aangebracht bij artikel 90, 1° afhankelijk van de indiening van een aanvraag, die geacht wordt ingediend geweest te zijn op de datum van overlijden.
§ 3. De toepassing van de paragrafen 1 en 2 mag niet als gevolg hebben dat een reeds toegekend overlevingspensioen wordt verminderd of afgeschaft, ongeacht de rechthebbende die het geniet, en dit in voorkomend geval onder voorbehoud van hetgeen bepaald is in § 4.
§ 4. Indien met toepassing van artikel 9, tweede lid, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, een wezenpensioen werd toegekend aan een kind dat als vader en moeder het overleden personeelslid en de langstlevende echtgenoot heeft, kan deze langstlevende echtgenoot geen aanspraak maken op de betaling van zijn overlevingspensioen zolang de rechten op wezenpensioen bestaan. Niettemin, vanaf de eerste dag van de maand die volgt op deze van de bekendmaking van deze wet :
- kan het pensioen van de langstlevende echtgenoot worden uitbetaald;
- wordt een einde gesteld aan de betaling van het wezenpensioen.
Art. 101. § 1er. Par dérogation à l'article 100, l'article 90, 1° produit ses effets le 1er janvier 2000 et s'applique uniquement aux décès qui sont survenus à partir de cette date.
§ 2. Lorsque le décès est survenu avant le 1er avril 2011, le bénéfice des modifications apportées par l'article 90, 1° est subordonné à l'introduction d'une demande, qui est censée avoir été introduite à la date du décès.
§ 3. L'application des paragraphes 1er et 2 ne peut avoir pour effet de réduire ou de supprimer une pension de survie déjà accordée quel que soit l'ayant droit qui en bénéficie, sous réserve le cas échéant de ce qui est prévu au § 4.
§ 4. Lorsqu'une pension d'orphelin a été accordée, en application de l'article 9, alinéa 2, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, à un enfant qui a pour père et mère l'agent décédé et le conjoint survivant, ce conjoint survivant ne peut pas prétendre au paiement de sa pension de survie aussi longtemps que des droits à pension d'orphelin existent. Toutefois, à partir du premier jour du mois qui suit celui de la publication de la présente loi :
- la pension de conjoint survivant peut être payée;
- il est mis fin au paiement de la pension d'orphelin.
§ 2. Lorsque le décès est survenu avant le 1er avril 2011, le bénéfice des modifications apportées par l'article 90, 1° est subordonné à l'introduction d'une demande, qui est censée avoir été introduite à la date du décès.
§ 3. L'application des paragraphes 1er et 2 ne peut avoir pour effet de réduire ou de supprimer une pension de survie déjà accordée quel que soit l'ayant droit qui en bénéficie, sous réserve le cas échéant de ce qui est prévu au § 4.
§ 4. Lorsqu'une pension d'orphelin a été accordée, en application de l'article 9, alinéa 2, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, à un enfant qui a pour père et mère l'agent décédé et le conjoint survivant, ce conjoint survivant ne peut pas prétendre au paiement de sa pension de survie aussi longtemps que des droits à pension d'orphelin existent. Toutefois, à partir du premier jour du mois qui suit celui de la publication de la présente loi :
- la pension de conjoint survivant peut être payée;
- il est mis fin au paiement de la pension d'orphelin.
TITEL 11. - Wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie
TITRE 11. - Modification de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale
Art. 102. In artikel 32 van de wet van 26 mei 2002 houdende het recht op maatschappelijke integratie, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste paragraaf worden de woorden "een toelage van 50 %" vervangen door de woorden "een toelage van 55 %";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "verhoogd tot 60 %" vervangen door de woorden "verhoogd tot 65 %";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "verhoogd tot 65 %" vervangen door de woorden "verhoogd tot 70 %";
4° in paragraaf 5 worden de woorden "respectievelijk 50 % en 60 %" vervangen door de woorden "respectievelijk 55 % en 65 %".
1° in de eerste paragraaf worden de woorden "een toelage van 50 %" vervangen door de woorden "een toelage van 55 %";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "verhoogd tot 60 %" vervangen door de woorden "verhoogd tot 65 %";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "verhoogd tot 65 %" vervangen door de woorden "verhoogd tot 70 %";
4° in paragraaf 5 worden de woorden "respectievelijk 50 % en 60 %" vervangen door de woorden "respectievelijk 55 % en 65 %".
Art. 102. Dans l'article 32 de la loi 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, les mots "une subvention égale à 50 %" sont remplacés par les mots "une subvention égale à 55 %";
2° dans le § 2, les mots "est portée à 60 %" sont remplacés par les mots "est portée à 65 %";
3° dans le § 3, les mots "est portée à 65 %" sont remplacés par les mots "est portée à 70 %";
4° dans le § 5, les mots "respectifs de 50 % et 60 %" sont remplacés par les mots "respectifs de 55 % et 65 %".
1° dans le § 1er, les mots "une subvention égale à 50 %" sont remplacés par les mots "une subvention égale à 55 %";
2° dans le § 2, les mots "est portée à 60 %" sont remplacés par les mots "est portée à 65 %";
3° dans le § 3, les mots "est portée à 65 %" sont remplacés par les mots "est portée à 70 %";
4° dans le § 5, les mots "respectifs de 50 % et 60 %" sont remplacés par les mots "respectifs de 55 % et 65 %".
Art. 103. In artikel 33 van dezelfde wet worden de woorden "70 % van het bedrag" vervangen door de woorden "75 % van het bedrag".
Art. 103. Dans l'article 33 de la même loi, les mots "70 % du montant" sont remplacés par les mots "75 % du montant".
Art. 104. De bepalingen van deze titel treden in werking op 1 juli 2014.
Art. 104. Les dispositions du présent titre entrent en vigueur le 1er juillet 2014.
TITEL 12. - Belasting over de toegevoegde waarde - Reisbureaus
TITRE 12. - Taxe sur la valeur ajoutée - Agences de voyages
Art. 105. In artikel 41 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 26 november 2009 en gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, luidende :
" § 2bis. Van de belasting is vrijgesteld de dienst verricht door een reisbureau indien de handelingen waarvoor het, voor de totstandkoming van de reis, een beroep doet op andere belastingplichtigen door laatstgenoemden buiten de Gemeenschap worden verricht.
Indien de in het eerste lid bedoelde handelingen zowel binnen als buiten de Gemeenschap worden verricht, mag alleen het gedeelte van de dienst van het reisbureau betreffende de buiten de Gemeenschap verrichte handelingen worden vrijgesteld.".
" § 2bis. Van de belasting is vrijgesteld de dienst verricht door een reisbureau indien de handelingen waarvoor het, voor de totstandkoming van de reis, een beroep doet op andere belastingplichtigen door laatstgenoemden buiten de Gemeenschap worden verricht.
Indien de in het eerste lid bedoelde handelingen zowel binnen als buiten de Gemeenschap worden verricht, mag alleen het gedeelte van de dienst van het reisbureau betreffende de buiten de Gemeenschap verrichte handelingen worden vrijgesteld.".
Art. 105. Dans l'article 41 du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, remplacé par la loi du 26 novembre 2009 et modifié par la loi du 17 juin 2013, il est inséré un paragraphe 2bis, rédigé comme suit :
" § 2bis. Est exemptée de la taxe, la prestation de services d'une agence de voyages lorsque, pour la réalisation d'un voyage, les opérations pour lesquelles l'agence de voyages a recours à d'autres assujettis sont effectuées par ces derniers en dehors de la Communauté.
Lorsque les opérations visées à l'alinéa 1er sont effectuées tant à l'intérieur qu'à l'extérieur de la Communauté, seule doit être considérée comme exemptée la partie de la prestation de services de l'agence de voyages qui concerne les opérations effectuées en dehors de la Communauté.".
" § 2bis. Est exemptée de la taxe, la prestation de services d'une agence de voyages lorsque, pour la réalisation d'un voyage, les opérations pour lesquelles l'agence de voyages a recours à d'autres assujettis sont effectuées par ces derniers en dehors de la Communauté.
Lorsque les opérations visées à l'alinéa 1er sont effectuées tant à l'intérieur qu'à l'extérieur de la Communauté, seule doit être considérée comme exemptée la partie de la prestation de services de l'agence de voyages qui concerne les opérations effectuées en dehors de la Communauté.".
Art. 106. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze titel bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.
Art. 106. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur du présent titre par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 106 fixée au 01-05-2014 par AR 2014-06-13/04, art. 1)