Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
26 MAART 2014. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel
Titre
26 MARS 2014. - Arrêté royal établissant le règlement particulier du tribunal du travail néerlandophone de Bruxelles
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK I. - Samenstelling
CHAPITRE Ier. - Composition
Artikel 1. De Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel bestaat uit twintig kamers, één kamer bevoegd voor kortgeding en één bureau voor rechtsbijstand.
Article 1er. Le tribunal du travail néerlandophone de Bruxelles se compose de vingt chambres, d'une chambre des référés et d'un bureau d'assistance judiciaire.
HOOFDSTUK II. - Bevoegdheden
CHAPITRE II. - Attributions
Art. 2. De eerste en de tweede kamer nemen hoofdzakelijk kennis van de geschillen in verband met de individuele arbeidsrelaties wanneer de werknemer een bediende is en meer bepaald :
a) van de geschillen bedoeld :
1° in artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van de geschillen bedoeld onder 12°, b), en 14° ;
2° in artikel 582, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) van de geschillen in toepassing van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden;
c) van de geschillen betreffende het conventioneel brugpensioen voor wat de relatie tussen werkgever en werknemer betreft.
a) van de geschillen bedoeld :
1° in artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van de geschillen bedoeld onder 12°, b), en 14° ;
2° in artikel 582, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) van de geschillen in toepassing van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden;
c) van de geschillen betreffende het conventioneel brugpensioen voor wat de relatie tussen werkgever en werknemer betreft.
Art. 2. Les première et deuxième chambres connaissent principalement des contestations relatives aux relations de travail individuelles, lorsqu'elles concernent les employés et plus spécifiquement :
a) des contestations visées :
1° à l'article 578 du Code judiciaire, à l'exception des contestations visées aux 12°, b), et 14° ;
2° à l'article 582, 5°, du Code judiciaire;
b) des contestations en application de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux du travail, ainsi que pour les candidats délégués du personnel;
c) des contestations relatives à la prépension conventionnelle pour ce qui concerne la relation entre l'employeur et le travailleur.
a) des contestations visées :
1° à l'article 578 du Code judiciaire, à l'exception des contestations visées aux 12°, b), et 14° ;
2° à l'article 582, 5°, du Code judiciaire;
b) des contestations en application de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux du travail, ainsi que pour les candidats délégués du personnel;
c) des contestations relatives à la prépension conventionnelle pour ce qui concerne la relation entre l'employeur et le travailleur.
Art. 3. De derde kamer neemt kennis van de zaken bedoeld in artikel 2, wanneer de werknemer een arbeider is.
Art. 3. La troisième chambre connaît des affaires visées à l'article 2 lorsque le travailleur est un ouvrier.
Art. 4. De vierde kamer neemt kennis van de vorderingen bedoeld in artikel 579 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de arbeidsongevallen en de beroepsziekten.
Deze kamer neemt eveneens kennis van de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel.
Deze kamer neemt eveneens kennis van de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel.
Art. 4. La quatrième chambre connaît des demandes visées à l'article 579 du Code judiciaire concernant les accidents du travail et les maladies professionnelles.
Cette chambre connaît également des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article.
Cette chambre connaît également des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article.
Art. 5. De vijfde kamer neemt kennis van de geschillen betreffende de rechten en plichten van de werkgevers opgelegd door de wetten en verordeningen bedoeld in artikel 580, 1°, 580, 13°, 15° tot 17°, 582, 5° en 583, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek of door andere wetten.
Zij neemt eveneens kennis van de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel.
Zij neemt eveneens kennis van de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel.
Art. 5. La cinquième chambre connaît des contestations relatives aux droits et obligations des employeurs salariés prévus par les lois et règlements visés aux articles 580, 1°, 580, 13° , 15° à 17°, 582, 5°, et 583, alinéa 1er, du Code judiciaire ou par d'autres lois.
Elle connaît également des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article.
Elle connaît également des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article.
Art. 6. § 1. De zesde kamer neemt, onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, voor zover de arbeidsauditeur te Brussel bevoegd is, kennis van :
a) de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de werknemers en leerlingen en hun rechtverkrijgenden alsmede alle andere gerechtigden en hun rechtverkrijgenden bedoeld in de artikelen 580, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek met uitzondering van de geschillen met betrekking tot de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering en de geschillen bedoeld in de artikelen 580, 3°, 580, 6° b en c, 580, 7°, 580, 8° a, b en e, 580, 9°, 580, 10°, 580, 11°, 580, 12°, 582, 7°, 582, 10°, 582, 11°, 582, 12°, 582, 14°, 583, lid 2, 3 en 4, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) de geschillen betreffende de toepassing op de werkgevers van de administratieve sancties bepaald door die wetten en verordeningen en door de wet betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, in zoverre die gericht zijn tegen de werkgevers;
c) de geschillen betreffende de rechtsvorderingen ingesteld door de arbeidsauditeur bij toepassing van art. 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 2. De zevende kamer neemt onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit kennis van de geschillen bedoeld in § 1, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur van Halle-Vilvoorde bevoegd is.
a) de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de werknemers en leerlingen en hun rechtverkrijgenden alsmede alle andere gerechtigden en hun rechtverkrijgenden bedoeld in de artikelen 580, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek met uitzondering van de geschillen met betrekking tot de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering en de geschillen bedoeld in de artikelen 580, 3°, 580, 6° b en c, 580, 7°, 580, 8° a, b en e, 580, 9°, 580, 10°, 580, 11°, 580, 12°, 582, 7°, 582, 10°, 582, 11°, 582, 12°, 582, 14°, 583, lid 2, 3 en 4, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) de geschillen betreffende de toepassing op de werkgevers van de administratieve sancties bepaald door die wetten en verordeningen en door de wet betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, in zoverre die gericht zijn tegen de werkgevers;
c) de geschillen betreffende de rechtsvorderingen ingesteld door de arbeidsauditeur bij toepassing van art. 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 2. De zevende kamer neemt onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit kennis van de geschillen bedoeld in § 1, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur van Halle-Vilvoorde bevoegd is.
Art. 6. § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la sixième chambre connaît, pour autant que l'auditeur du travail de Bruxelles soit compétent :
a) des contestations relatives aux droits et obligations des travailleurs salariés et apprentis et de leurs ayants droit et de tous les autres bénéficiaires et de leurs ayants droit visés à l'article 580, 2°, du Code judiciaire à l'exception des contestations relatives à l'assurance maladie-invalidité obligatoire et des contestations visées aux articles 580, 3°, 580, 6°, b) et c), 580, 7°, 580, 8° a), b) et e), 580, 9°, 580, 10°, 580, 11°, 580, 12°, 582, 7°, 582, 10°, 582, 11°, 582, 12°, 582, 14°, et 583, alinéas 2, 3 et 4, du Code judiciaire;
b) des contestations relatives à l'application aux employeurs des sanctions administratives qui sont prévues par ces lois et règlements ainsi que par la loi relative aux amendes administratives, et qui sont applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales, dans la mesure où elles sont dirigées contre des employeurs;
c) des contestations relatives aux actions intentées par l'auditeur du travail en vertu de l'article 138bis, § 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la septième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
a) des contestations relatives aux droits et obligations des travailleurs salariés et apprentis et de leurs ayants droit et de tous les autres bénéficiaires et de leurs ayants droit visés à l'article 580, 2°, du Code judiciaire à l'exception des contestations relatives à l'assurance maladie-invalidité obligatoire et des contestations visées aux articles 580, 3°, 580, 6°, b) et c), 580, 7°, 580, 8° a), b) et e), 580, 9°, 580, 10°, 580, 11°, 580, 12°, 582, 7°, 582, 10°, 582, 11°, 582, 12°, 582, 14°, et 583, alinéas 2, 3 et 4, du Code judiciaire;
b) des contestations relatives à l'application aux employeurs des sanctions administratives qui sont prévues par ces lois et règlements ainsi que par la loi relative aux amendes administratives, et qui sont applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales, dans la mesure où elles sont dirigées contre des employeurs;
c) des contestations relatives aux actions intentées par l'auditeur du travail en vertu de l'article 138bis, § 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la septième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
Art. 7. § 1. De achtste kamer neemt, onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, en voor zover de arbeidsauditeur van Brussel bevoegd is, kennis van :
a) de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de werknemers en leerlingen en hun rechtverkrijgenden alsmede alle andere gerechtigden en hun rechtverkrijgenden bedoeld in de artikelen 580, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek voor zover deze betrekking hebben op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering en de artikelen 580, 4°, 580, 6° a en d en 583, vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel;
c) de betwistingen bepaald in artikel 52 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
§ 2. De negende kamer neemt onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit kennis van de geschillen bedoeld in de vorige paragraaf, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
a) de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de werknemers en leerlingen en hun rechtverkrijgenden alsmede alle andere gerechtigden en hun rechtverkrijgenden bedoeld in de artikelen 580, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek voor zover deze betrekking hebben op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering en de artikelen 580, 4°, 580, 6° a en d en 583, vijfde lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel;
c) de betwistingen bepaald in artikel 52 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
§ 2. De negende kamer neemt onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit kennis van de geschillen bedoeld in de vorige paragraaf, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
Art. 7. § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la huitième chambre connaît, pour autant que l'auditeur du travail de Bruxelles soit compétent :
a) des contestations relatives aux droits et obligations des travailleurs salariés et apprentis et de leurs ayants droit et de tous les autres bénéficiaires et de leurs ayants droit visés à l'article 580, 2°, du Code judiciaire, pour autant que ces contestations portent sur l'assurance maladie-invalidité obligatoire et sur les articles 580, 4°, 580, 6°, a) et d), et 583, alinéa 5, du Code judiciaire;
b) des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article;
c) des contestations visées à l'article 52 de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la neuvième chambre connaît des contestations visées au paragraphe précédent relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
a) des contestations relatives aux droits et obligations des travailleurs salariés et apprentis et de leurs ayants droit et de tous les autres bénéficiaires et de leurs ayants droit visés à l'article 580, 2°, du Code judiciaire, pour autant que ces contestations portent sur l'assurance maladie-invalidité obligatoire et sur les articles 580, 4°, 580, 6°, a) et d), et 583, alinéa 5, du Code judiciaire;
b) des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article;
c) des contestations visées à l'article 52 de la loi coordonnée du 14 juillet 1994 relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la neuvième chambre connaît des contestations visées au paragraphe précédent relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
Art. 8. § 1. De tiende kamer neemt, onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, voor zover de arbeidsauditeur van Brussel bevoegd is, kennis van :
a) de geschillen bedoeld in artikel 582, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechten en verplichtingen inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap evenals de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de wetgeving betreffende de sociale reclassering en de integratie van personen met een handicap;
b) de geschillen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in voormeld artikel.
§ 2. De elfde kamer neemt kennis, onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, van de geschillen bedoeld § 1, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
a) de geschillen bedoeld in artikel 582, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechten en verplichtingen inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap evenals de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de wetgeving betreffende de sociale reclassering en de integratie van personen met een handicap;
b) de geschillen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in voormeld artikel.
§ 2. De elfde kamer neemt kennis, onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, van de geschillen bedoeld § 1, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
Art. 8. § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la dixième chambre connaît, pour autant que l'auditeur du travail de Bruxelles soit compétent :
a) des contestations visées à l'article 582, 1° et 2°, du Code judiciaire relatives aux droits et obligations en matière d'allocations aux handicapés ainsi qu'aux droits et obligations résultant de la législation relative au reclassement social et à l'intégration des personnes handicapées;
b) des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée audit article.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la onzième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
a) des contestations visées à l'article 582, 1° et 2°, du Code judiciaire relatives aux droits et obligations en matière d'allocations aux handicapés ainsi qu'aux droits et obligations résultant de la législation relative au reclassement social et à l'intégration des personnes handicapées;
b) des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée audit article.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la onzième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
Art. 9. De twaalfde kamer neemt kennis van de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de wetten en verordeningen bedoeld in artikel 581, 1°, 581, 4°, 581, 5°, 581, 6°, 581, 7°, 581, 8° en 581, 13°, van het Gerechtelijk Wetboek in zoverre deze geschillen betrekking hebben op de bijdragen betreffende het sociaal statuut van zelfstandigen, evenals van de geschillen tussen de instellingen belast met de toepassing van die wetten en verordeningen.
Art. 9. La douzième chambre connaît des contestations relatives aux droits et obligations résultant des lois et règlements visés à l'article 581, 1°, 581, 4°, 581, 5°, 581, 6°, 581, 7°, 581, 8° et 581, 13°, du Code judiciaire pour autant que ces contestations portent sur les cotisations au statut social des travailleurs indépendants, ainsi que des contestations entre les organismes chargés de l'application de ces lois et règlements.
Art. 10. § 1. De dertiende kamer neemt, voor zover de arbeidsauditeur van Brussel bevoegd is, en onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, kennis van de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de wetten en verordeningen bedoeld in artikel 581, 2°, 581, 3° a, 581, 9°, 581, 10°, 581, 11° en 12°, alsook in artikel 581, 3° b, van het Gerechtelijk Wetboek in zoverre deze geschillen betrekking hebben op de sociale voorzieningen ten gunste van de zelfstandigen.
Ze neemt ook kennis van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving en van de geschillen tussen de instellingen belast met de toepassing van die wetten en verordeningen alsook de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel.
§ 2. De veertiende kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in § 1, onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
Ze neemt ook kennis van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving en van de geschillen tussen de instellingen belast met de toepassing van die wetten en verordeningen alsook de betwistingen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in huidig artikel.
§ 2. De veertiende kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in § 1, onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
Art. 10. § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la treizième chambre connaît, pour autant que l'auditeur du travail de Bruxelles soit compétent, des contestations relatives aux droits et obligations résultant des lois et règlements visés à l'article 581, 2°, 581, 3°, a), 581, 9°, 581, 10°, 581, 11° et 12°, ainsi qu'à l'article 581, 3°, b), du Code judiciaire, pour autant que ces contestations portent sur les prestations sociales en faveur des travailleurs indépendants.
Elle connaît également des sanctions administratives prévues par les législations en ces matières et des contestations entre les organismes chargés de l'application de ces lois et règlements, ainsi que des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la quatorzième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
Elle connaît également des sanctions administratives prévues par les législations en ces matières et des contestations entre les organismes chargés de l'application de ces lois et règlements, ainsi que des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée au présent article.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la quatorzième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
Art. 11. § 1. De vijftiende kamer neemt, voor zover de arbeidsauditeur van Brussel bevoegd is, en onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, kennis van :
a) de geschillen bedoeld in artikel 580, 8°, c, lid 1, 580, 8°, c, lid 2, 580, 8°, d, 580, 8°, f en 580, 18°, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) de geschillen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in voormeld artikel.
§ 2. De zestiende kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in § 1, en onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
a) de geschillen bedoeld in artikel 580, 8°, c, lid 1, 580, 8°, c, lid 2, 580, 8°, d, 580, 8°, f en 580, 18°, van het Gerechtelijk Wetboek;
b) de geschillen bedoeld in artikel 1410, § 5, van het Gerechtelijk Wetboek en gericht tegen de beslissingen van een instelling of dienst belast met de toepassing van de wetgeving bedoeld in voormeld artikel.
§ 2. De zestiende kamer neemt kennis van de geschillen bedoeld in § 1, en onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, wat betreft de zaken waarvoor de arbeidsauditeur te Halle-Vilvoorde bevoegd is.
Art. 11. § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la quinzième chambre connaît, pour autant que l'auditeur du travail de Bruxelles soit compétent :
a) des contestations visées à l'article 580, 8°, c), alinéa 1er, 580, 8°, c), alinéa 2, 580, 8°, d), 580, 8°, f), et 580, 18°, du Code judiciaire;
b) des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée audit article.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la seizième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
a) des contestations visées à l'article 580, 8°, c), alinéa 1er, 580, 8°, c), alinéa 2, 580, 8°, d), 580, 8°, f), et 580, 18°, du Code judiciaire;
b) des contestations visées à l'article 1410, § 5, du Code judiciaire, et dirigées contre des décisions d'un organisme ou service chargé d'appliquer la législation visée audit article.
§ 2. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, la seizième chambre connaît des contestations visées au paragraphe 1er relatives aux affaires pour lesquelles l'auditeur du travail de Hal-Vilvorde est compétent.
Art. 12. De zeventiende en de achttiende kamer nemen kennis van de geschillen bedoeld in artikel 578, 14°, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de collectieve schuldenregeling.
Art. 12. Les dix-septième et dix-huitième chambres connaissent des contestations visées à l'article 578, 14°, du Code judiciaire concernant le règlement collectif de dettes.
Art. 13. Onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 5, van dit besluit, nemen de negentiende en de twintigste kamer kennis van de geschillen bedoeld in artikel 582, 3°, 582, 4°, 582, 6°, 582, 8°, 582, 9° en 582, 12°, van het Gerechtelijk Wetboek.
De negentiende en twintigste kamer nemen, als hulpkamer, ook kennis van de geschillen bedoeld in huidig besluit.
De negentiende en twintigste kamer nemen, als hulpkamer, ook kennis van de geschillen bedoeld in huidig besluit.
Art. 13. Sans préjudice des dispositions de l'article 20, § 5, du présent arrêté, les dix-neuvième et vingtième chambres connaissent des contestations visées à l'article 582, 3°, 582, 4°, 582, 6°, 582, 8°, 582, 9° et 582, 12°, du Code judiciaire.
Les dix-neuvième et vingtième chambres connaissent également, comme chambres auxiliaires, des contestations visées au présent arrêté.
Les dix-neuvième et vingtième chambres connaissent également, comme chambres auxiliaires, des contestations visées au présent arrêté.
Art. 14. Elke kamer neemt, overeenkomstig de verdeling gedaan door de voorzitter van de rechtbank, kennis van de zaken waarvan de arbeidsgerechten kennis nemen krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende aangelegenheden die al dan niet vermeld zijn in de artikelen 578 tot 583 van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 14. Les différentes chambres connaissent, selon la répartition qui en est faite par le président, des affaires relevant des juridictions du travail en vertu de dispositions légales ou réglementaires relatives à des matières visées ou non par les articles 578 à 583 du Code judiciaire.
HOOFDSTUK III. - Zittingen
CHAPITRE III. - Audiences
Art. 15. De kamers houden zitting op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.
Art. 15. Les chambres tiennent audience les lundi, mardi, mercredi, jeudi et vendredi.
Art. 16. De zaken in kort geding en deze waarop de procedureregelen zoals in kort geding worden toegepast, worden ingeleid op dinsdag.
De voorzitter van de rechtbank kan evenwel toestaan dat gepleit wordt op de andere dagen en uren die hij bepaalt.
De zittingen in kort geding of zoals in kort geding kunnen gehouden worden, met open deuren, in het kabinet van de voorzitter van de rechtbank.
De voorzitter van de rechtbank kan evenwel toestaan dat gepleit wordt op de andere dagen en uren die hij bepaalt.
De zittingen in kort geding of zoals in kort geding kunnen gehouden worden, met open deuren, in het kabinet van de voorzitter van de rechtbank.
Art. 16. Les affaires en référé et celles pour lesquelles les règles de procédure en référé sont applicables sont introduites le mardi.
Toutefois, le président du tribunal peut autoriser les plaidoiries aux autres jours et heures qu'il détermine.
Les audiences de référé ou comme en référé peuvent se tenir au cabinet du président du tribunal, portes ouvertes.
Toutefois, le président du tribunal peut autoriser les plaidoiries aux autres jours et heures qu'il détermine.
Les audiences de référé ou comme en référé peuvent se tenir au cabinet du président du tribunal, portes ouvertes.
Art. 17. Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting de dinsdag van week 1, zoals wordt vastgesteld bij art. 20 § 1, van dit besluit.
Art. 17. Le bureau d'assistance judiciaire siège le mardi de la semaine 1, comme déterminée à l'article 21, § 1er, du présent arrêté.
Art. 18. De zittingen beginnen 's morgens om 9 uur 30 en 's namiddags om 14 uur.
Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting om 9 uur. De zittingen van de voorzitter zetelend in kort geding of zoals in kort geding vangen aan om 11 uur.
Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting om 9 uur. De zittingen van de voorzitter zetelend in kort geding of zoals in kort geding vangen aan om 11 uur.
Art. 18. Les audiences commencent, le matin, à 9 h 30 et, l'après-midi, à 14 heures.
Le bureau d'assistance judiciaire tient audience à 9 heures. Les audiences du président siégeant en référé ou comme en référé commencent à 11 heures.
Le bureau d'assistance judiciaire tient audience à 9 heures. Les audiences du président siégeant en référé ou comme en référé commencent à 11 heures.
Art. 19. De kamers kunnen, naar gelang van de behoeften van de dienst, buitengewone zittingen houden, waarvan zij zelf de dagen en de uren bepalen, met het akkoord van de voorzitter van de rechtbank.
De voorzitter van de rechtbank kan, indien de behoeften van de dienst het vergen en na advies te hebben ingewonnen van de arbeidsauditeurs, beslissen dat één of meerdere kamers bijkomende zittingen houden op de dagen en uren die hij vaststelt.
De voorzitter van de rechtbank kan, indien de behoeften van de dienst het vergen en na advies te hebben ingewonnen van de arbeidsauditeurs, beslissen dat één of meerdere kamers bijkomende zittingen houden op de dagen en uren die hij vaststelt.
Art. 19. Les chambres peuvent, selon les besoins du service, tenir des audiences extraordinaires dont elles fixent elles-mêmes les jours et heures, avec l'accord du président du tribunal.
Le président du tribunal peut aussi, lorsque les besoins du service l'exigent, et après avoir pris l'avis des auditeurs du travail, décider de faire tenir par une ou plusieurs chambres des audiences supplémentaires dont il fixe les jours et heures.
Le président du tribunal peut aussi, lorsque les besoins du service l'exigent, et après avoir pris l'avis des auditeurs du travail, décider de faire tenir par une ou plusieurs chambres des audiences supplémentaires dont il fixe les jours et heures.
Art. 20. § 1. De organisatie van de zittingen wordt gedaan met blokken van 4 weken, die elkaar telkens onmiddellijk opvolgen. Deze blokken worden opgedeeld in week 1, week 2, week 3 en week 4. De eerste week 1 van elk gerechtelijk jaar is telkens de week waarin de eerste werkdag van september valt. De zaterdag wordt, voor de toepassing van dit reglement, niet beschouwd als een werkdag.
§ 2. De zaken ingeleid bij verzoekschrift, worden ingeleid voor de bevoegde kamer.
§ 3. Indien verschillende kamers bevoegd zijn met betrekking tot dezelfde materie, is enkel de kamer aangeduid met het laagste getal de inleidingskamer voor de zaken die bij dagvaarding worden ingeleid.
§ 4. De zaken, ingeleid bij exploot van dagvaarding, worden ingeleid voor de hierna genoemde kamers naar gelang van hun bijzondere bevoegdheden, op volgende dagen en uren :
a) voor de eerste kamer : op dinsdag van week 1, om 9 uur 30;
b) voor de derde kamer : op de dinsdag van week 1, om 9 uur 30;
c) voor de vijfde kamer : op de vrijdag van week 2 en week 4 om 9 uur 30;
d) voor de twaalfde kamer : op de dinsdag van week 1, om 9 uur 30;
e) voor het bureau voor rechtsbijstand : op de dinsdag van week 1, om 9 uur.
Indien de dinsdag van week 1 een wettelijke feestdag is, kunnen de zaken die op een dinsdag moeten worden ingeleid, ingeleid worden op de eerstvolgende dinsdag die een werkdag is.
§ 5. Voor de geschillen die onder de bevoegdheid vallen van alle andere kamers, worden de zaken, op exploot van dagvaarding, ingeleid voor de derde kamer en, hetzij gepleit op deze inleidingszitting, hetzij toegewezen aan de bevoegde kamer die ervan kennis neemt ten gronde.
§ 6. De zaken waarvan de arbeidsgerechten kennis nemen krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende aangelegenheden die niet genoemd zijn in de artikelen 578 tot 583 van het Gerechtelijk Wetboek, en ingeleid bij exploot van dagvaarding, worden ingeleid voor de eerste kamer.
§ 2. De zaken ingeleid bij verzoekschrift, worden ingeleid voor de bevoegde kamer.
§ 3. Indien verschillende kamers bevoegd zijn met betrekking tot dezelfde materie, is enkel de kamer aangeduid met het laagste getal de inleidingskamer voor de zaken die bij dagvaarding worden ingeleid.
§ 4. De zaken, ingeleid bij exploot van dagvaarding, worden ingeleid voor de hierna genoemde kamers naar gelang van hun bijzondere bevoegdheden, op volgende dagen en uren :
a) voor de eerste kamer : op dinsdag van week 1, om 9 uur 30;
b) voor de derde kamer : op de dinsdag van week 1, om 9 uur 30;
c) voor de vijfde kamer : op de vrijdag van week 2 en week 4 om 9 uur 30;
d) voor de twaalfde kamer : op de dinsdag van week 1, om 9 uur 30;
e) voor het bureau voor rechtsbijstand : op de dinsdag van week 1, om 9 uur.
Indien de dinsdag van week 1 een wettelijke feestdag is, kunnen de zaken die op een dinsdag moeten worden ingeleid, ingeleid worden op de eerstvolgende dinsdag die een werkdag is.
§ 5. Voor de geschillen die onder de bevoegdheid vallen van alle andere kamers, worden de zaken, op exploot van dagvaarding, ingeleid voor de derde kamer en, hetzij gepleit op deze inleidingszitting, hetzij toegewezen aan de bevoegde kamer die ervan kennis neemt ten gronde.
§ 6. De zaken waarvan de arbeidsgerechten kennis nemen krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende aangelegenheden die niet genoemd zijn in de artikelen 578 tot 583 van het Gerechtelijk Wetboek, en ingeleid bij exploot van dagvaarding, worden ingeleid voor de eerste kamer.
Art. 20. § 1er. L'organisation des audiences se fait par blocs de 4 semaines, qui se suivent immédiatement. Ces blocs sont divisés en la semaine 1, semaine 2, semaine 3 et semaine 4. La première semaine 1 de chaque année judiciaire est celle qui comprend le premier jour ouvrable de septembre. Pour l'application de ce règlement, le samedi n'est pas considéré comme un jour ouvrable.
§ 2. Les introductions pour les affaires dont l'introduction se fait par requête ont lieu devant la chambre compétente.
§ 3. Si plusieurs chambres sont compétentes pour la même matière, seule la chambre qui porte le numéro le plus bas est la chambre d'introduction pour les affaires introduites par exploit de citation.
§ 4. Les introductions pour les affaires introduites par exploit de citation ont lieu devant les chambres déterminées ci-après, suivant leurs compétences particulières, aux jours et heures suivants :
a) devant la première chambre : le mardi de la semaine 1, à 9h30;
b) devant la troisième chambre : le mardi de la semaine 1, à 9h30;
c) devant la cinquième chambre : le vendredi de la semaine 2 et de la semaine 4, à 9h30;
d) devant la douzième chambre : le mardi de la semaine 1, à 9h30;
e) devant le bureau d'assistance judiciaire : le mardi de la semaine 1, à 9 heures.
Si le mardi de la semaine 1 est un jour férié légal, les affaires qui doivent être introduites un mardi peuvent être introduites le plus prochain mardi qui est un jour ouvrable.
§ 5. Dans les litiges relevant de la compétence de toutes les autres chambres, les affaires introduites par exploit de citation sont introduites devant la troisième chambre et, soit plaidées à l'audience d'introduction, soit redistribuées à la chambre compétente pour en connaître au fond.
§ 6. Les autres affaires, dont les juridictions du travail prennent connaissance en vertu des dispositions légales ou réglementaires relatives à des matières qui ne sont pas visées par les articles 578 à 583 du Code judiciaire, introduites par exploit de citation, le sont devant la première chambre.
§ 2. Les introductions pour les affaires dont l'introduction se fait par requête ont lieu devant la chambre compétente.
§ 3. Si plusieurs chambres sont compétentes pour la même matière, seule la chambre qui porte le numéro le plus bas est la chambre d'introduction pour les affaires introduites par exploit de citation.
§ 4. Les introductions pour les affaires introduites par exploit de citation ont lieu devant les chambres déterminées ci-après, suivant leurs compétences particulières, aux jours et heures suivants :
a) devant la première chambre : le mardi de la semaine 1, à 9h30;
b) devant la troisième chambre : le mardi de la semaine 1, à 9h30;
c) devant la cinquième chambre : le vendredi de la semaine 2 et de la semaine 4, à 9h30;
d) devant la douzième chambre : le mardi de la semaine 1, à 9h30;
e) devant le bureau d'assistance judiciaire : le mardi de la semaine 1, à 9 heures.
Si le mardi de la semaine 1 est un jour férié légal, les affaires qui doivent être introduites un mardi peuvent être introduites le plus prochain mardi qui est un jour ouvrable.
§ 5. Dans les litiges relevant de la compétence de toutes les autres chambres, les affaires introduites par exploit de citation sont introduites devant la troisième chambre et, soit plaidées à l'audience d'introduction, soit redistribuées à la chambre compétente pour en connaître au fond.
§ 6. Les autres affaires, dont les juridictions du travail prennent connaissance en vertu des dispositions légales ou réglementaires relatives à des matières qui ne sont pas visées par les articles 578 à 583 du Code judiciaire, introduites par exploit de citation, le sont devant la première chambre.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 21. Wanneer de behoeften van de dienst het vergen, kan de voorzitter van de rechtbank, na het advies van de arbeidsauditeurs van Brussel en van Halle-Vilvoorde en van de hoofdgriffier van de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te hebben ingewonnen, het aantal kamers, het aantal zittingen en de bevoegdheden ervan tijdelijk wijzigen evenals de dag en het uur van haar zitting.
Art. 21. Lorsque les nécessités du service le justifient, le président du tribunal peut, après avoir pris l'avis des auditeurs du travail de Bruxelles et de Hal-Vilvorde ainsi que du greffier en chef du tribunal du travail néerlandophone, modifier temporairement le nombre et les attributions des chambres, le nombre de leurs audiences, ainsi que le jour et l'heure de leur audience.
Art. 22. De voorzitter van de rechtbank bepaalt, na het advies van de arbeidsauditeurs van Brussel en van Halle-Vilvoorde te hebben ingewonnen, de dagen en uren van de vakantiezittingen. Hij wijst de magistraten aan die er zitting nemen.
De voorzitter van de rechtbank kan ten allen tijde die lijst wijzigen met het oog op de behoeften van de dienst.
De voorzitter van de rechtbank kan ten allen tijde die lijst wijzigen met het oog op de behoeften van de dienst.
Art. 22. Le président du tribunal établit, après avoir pris l'avis des auditeurs du travail de Bruxelles et de Hal-Vilvorde, les jours et heures des audiences de vacation. Il désigne les magistrats qui y siègent.
Le président du tribunal peut, en tout temps, modifier ce tableau selon les nécessités du service.
Le président du tribunal peut, en tout temps, modifier ce tableau selon les nécessités du service.
Art. 23. Van de beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank op grond van de artikelen 89 en 90 van het Gerechtelijk Wetboek en van dit besluit neemt, wordt onmiddellijk kennis gegeven aan de eerste voorzitter van het arbeidshof en de arbeidsauditeurs van Brussel en van Halle-Vilvoorde .
Deze beschikkingen worden ter griffie van de rechtbank aangeplakt.
Deze beschikkingen worden ter griffie van de rechtbank aangeplakt.
Art. 23. Le premier président de la Cour du travail et les auditeurs du travail de Bruxelles et de Hal-Vilvorde sont immédiatement informés des ordonnances prises par le président du tribunal sur la base des articles 89 et 90 du Code judiciaire et du présent arrêté.
Ces ordonnances sont affichées au greffe du tribunal.
Ces ordonnances sont affichées au greffe du tribunal.
Art. 24. Het koninklijk besluit van 9 juli 2008 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Brussel, wordt opgeheven.
Art. 24. L'arrêté royal du 9 juillet 2008 établissant le règlement particulier du tribunal du travail de Bruxelles est abrogé.
Art. 25. Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als artikel 61, eerste lid, van de wet van 19 juli 2012 betreffende de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel.
Art. 25. Le présent arrêté entre en vigueur le même jour que l'article 61, alinéa 1er, de la loi du 19 juillet 2012 portant réforme de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles.
Art. 26. De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor Justitie zijn, ieder wat hen betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions et le ministre qui a la Justice dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.