Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 FEBRUARI 2014. - Wet met betrekking tot de rechtspleging voor het Hof van Cassatie in strafzaken
Titre
14 FEVRIER 2014. - Loi relative à la procédure devant la Cour de Cassation en matière pénale
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (56)
Texte (56)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering
CHAPITRE 2. - Modifications du Code d'instruction criminelle
Art. 2. Artikel 251 van het Wetboek van strafvordering, hersteld bij de wet van 21 december 2009, wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 251 du Code d'instruction criminelle, rétabli par la loi du 21 décembre 2009, est abrogé.
Art. 3. Artikel 252 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009, wordt opgeheven.
Art. 3. L'article 252 du même Code, rétabli par la loi du 21 décembre 2009, est abrogé.
Art. 4. Artikel 253 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 253 du même Code, rétabli par la loi du 21 décembre 2009, est abrogé.
Art. 5. Artikel 291 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 291 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2009, est abrogé.
Art. 6. In artikel 337, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, worden de woorden ", bedoeld in artikel 359" opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 337, alinéa 3, du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2009, les mots "visé à l'article 359" sont abrogés.
Art. 7. In artikel 359 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De veroordeelde heeft vijftien dagen na de dag waarop het arrest op tegenspraak is uitgesproken, om ter griffie te verklaren dat hij een eis tot cassatie instelt.";
2° in het vierde lid worden de woorden "tot de ontvangst van het arrest van het Hof van Cassatie" vervangen door de woorden "tot de uitspraak van het arrest van het Hof van Cassatie".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"De veroordeelde heeft vijftien dagen na de dag waarop het arrest op tegenspraak is uitgesproken, om ter griffie te verklaren dat hij een eis tot cassatie instelt.";
2° in het vierde lid worden de woorden "tot de ontvangst van het arrest van het Hof van Cassatie" vervangen door de woorden "tot de uitspraak van het arrest van het Hof van Cassatie".
Art. 7. Dans l'article 359 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Le condamné a quinze jours après celui où l'arrêt a été prononcé contradictoirement pour déclarer au greffe qu'il se pourvoit en cassation.";
2° à l'alinéa 4, les mots "jusqu'à la réception de l'arrêt de la Cour de Cassation" sont remplacés par les mots "jusqu'au prononcé de l'arrêt de la Cour de Cassation".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Le condamné a quinze jours après celui où l'arrêt a été prononcé contradictoirement pour déclarer au greffe qu'il se pourvoit en cassation.";
2° à l'alinéa 4, les mots "jusqu'à la réception de l'arrêt de la Cour de Cassation" sont remplacés par les mots "jusqu'au prononcé de l'arrêt de la Cour de Cassation".
Art. 8. Artikel 407 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 juni 1976, wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 407 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 22 juin 1976, est abrogé.
Art. 9. In artikel 408, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", van de oudste nietige akte af" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 408, alinéa 1er, du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, les mots ", à partir du plus ancien acte nul" sont abrogés.
Art. 10. Artikel 409 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 409 du même Code est abrogé.
Art. 11. Artikel 411 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 411 du même Code est abrogé.
Art. 12. Artikel 413 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 juni 1981, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 413. Wanneer de beschuldigde of de beklaagde is vrijgesproken, kan niemand tegen hem de schending of het verzuim aanvoeren van de vormen die voorgeschreven zijn om zijn verdediging te verzekeren."
"Art. 413. Wanneer de beschuldigde of de beklaagde is vrijgesproken, kan niemand tegen hem de schending of het verzuim aanvoeren van de vormen die voorgeschreven zijn om zijn verdediging te verzekeren."
Art. 12. L'article 413 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 15 juin 1981, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 413. Lorsque l'accusé ou le prévenu aura été acquitté, nul ne pourra se prévaloir contre lui de la violation ou omission des formes prescrites pour assurer sa défense."
"Art. 413. Lorsque l'accusé ou le prévenu aura été acquitté, nul ne pourra se prévaloir contre lui de la violation ou omission des formes prescrites pour assurer sa défense."
Art. 13. Artikel 414 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 414 du même Code est abrogé.
Art. 14. Artikel 415 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967, wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 415 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est abrogé.
Art. 15. In boek II, titel III van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt :
"Hoofdstuk II. - Rechtspleging in cassatie".
"Hoofdstuk II. - Rechtspleging in cassatie".
Art. 15. Dans le livre II, titre III, du même Code, l'intitulé du chapitre II est remplacé par ce qui suit :
"Chapitre II. - De la procédure en cassation".
"Chapitre II. - De la procédure en cassation".
Art. 16. Artikel 416 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 januari 2009, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 416. De partijen kunnen slechts cassatieberoep instellen indien zij daartoe hoedanigheid en belang hebben.".
"Art. 416. De partijen kunnen slechts cassatieberoep instellen indien zij daartoe hoedanigheid en belang hebben.".
Art. 16. L'article 416 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 16 janvier 2009, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 416. Les parties ne peuvent former un pourvoi en cassation que si elles ont qualité et intérêt pour le former.".
"Art. 416. Les parties ne peuvent former un pourvoi en cassation que si elles ont qualité et intérêt pour le former.".
Art. 17. Artikel 417 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 1974, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 417. Het openbaar ministerie en de burgerlijke partij kunnen cassatieberoep instellen tegen het arrest van buitenvervolgingstelling.".
"Art. 417. Het openbaar ministerie en de burgerlijke partij kunnen cassatieberoep instellen tegen het arrest van buitenvervolgingstelling.".
Art. 17. L'article 417 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 20 décembre 1974, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 417. Le ministère public et la partie civile peuvent former un pourvoi en cassation contre l'arrêt de non-lieu.".
"Art. 417. Le ministère public et la partie civile peuvent former un pourvoi en cassation contre l'arrêt de non-lieu.".
Art. 18. Artikel 418 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 418. Enkel tegen gerechtelijke beslissingen in laatste aanleg gewezen kan cassatieberoep worden ingesteld.".
"Art. 418. Enkel tegen gerechtelijke beslissingen in laatste aanleg gewezen kan cassatieberoep worden ingesteld.".
Art. 18. L'article 418 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 418. Seules les décisions judiciaires rendues en dernier ressort sont susceptibles de pourvoi en cassation.".
"Art. 418. Seules les décisions judiciaires rendues en dernier ressort sont susceptibles de pourvoi en cassation.".
Art. 19. Artikel 419 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 20 juni 1953, wordt hersteld in de volgende lezing :
"Art. 419. Niemand kan een tweede maal cassatieberoep instellen tegen dezelfde beslissing, behoudens in de gevallen waarin de wet voorziet.".
"Art. 419. Niemand kan een tweede maal cassatieberoep instellen tegen dezelfde beslissing, behoudens in de gevallen waarin de wet voorziet.".
Art. 19. L'article 419 du même Code, abrogé par la loi du 20 juin 1953, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 419. Nul ne peut se pourvoir en cassation une seconde fois contre la même décision, sauf dans les cas prévus par la loi.".
"Art. 419. Nul ne peut se pourvoir en cassation une seconde fois contre la même décision, sauf dans les cas prévus par la loi.".
Art. 20. Artikel 420 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 10 oktober 1967, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 420. Tegen de voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, zelfs al zijn die zonder voorbehoud ten uitvoer gelegd, kan slechts cassatieberoep worden ingesteld na het eindarrest of het eindvonnis.
Er kan niettemin onmiddellijk cassatieberoep worden ingesteld tegen de beslissingen :
1° inzake bevoegdheid;
2° met toepassing van de artikelen 135, 235bis en 235ter;
3° die inzake de burgerlijke rechtsvordering uitspraak doen over het beginsel van aansprakelijkheid;
4° die, overeenkomstig artikel 524bis, § 1, uitspraak doen over de strafvordering en een bijzonder onderzoek naar vermogensvoordelen bevelen.".
"Art. 420. Tegen de voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, zelfs al zijn die zonder voorbehoud ten uitvoer gelegd, kan slechts cassatieberoep worden ingesteld na het eindarrest of het eindvonnis.
Er kan niettemin onmiddellijk cassatieberoep worden ingesteld tegen de beslissingen :
1° inzake bevoegdheid;
2° met toepassing van de artikelen 135, 235bis en 235ter;
3° die inzake de burgerlijke rechtsvordering uitspraak doen over het beginsel van aansprakelijkheid;
4° die, overeenkomstig artikel 524bis, § 1, uitspraak doen over de strafvordering en een bijzonder onderzoek naar vermogensvoordelen bevelen.".
Art. 20. L'article 420 du même Code, rétabli par la loi du 10 octobre 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 420. Le pourvoi en cassation contre les décisions préparatoires et d'instruction n'est ouvert qu'après l'arrêt ou le jugement définitif, même si elles ont été exécutées sans réserve.
Toutefois, il peut être formé un pourvoi en cassation immédiat contre les décisions :
1° sur la compétence;
2° en application des articles 135, 235bis et 235ter;
3° relatives à l'action civile qui statuent sur le principe d'une responsabilité;
4° qui, conformément à l'article 524bis, § 1er, statuent sur l'action publique et ordonnent une enquête particulière sur les avantages patrimoniaux.".
"Art. 420. Le pourvoi en cassation contre les décisions préparatoires et d'instruction n'est ouvert qu'après l'arrêt ou le jugement définitif, même si elles ont été exécutées sans réserve.
Toutefois, il peut être formé un pourvoi en cassation immédiat contre les décisions :
1° sur la compétence;
2° en application des articles 135, 235bis et 235ter;
3° relatives à l'action civile qui statuent sur le principe d'une responsabilité;
4° qui, conformément à l'article 524bis, § 1er, statuent sur l'action publique et ordonnent une enquête particulière sur les avantages patrimoniaux.".
Art. 21. Artikel 420bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 oktober 1967 en gewijzigd bij de wet van 14 november 2000, wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 420bis du même Code, inséré par la loi du 10 octobre 1967 et modifié par la loi du 14 novembre 2000, est abrogé.
Art. 22. Artikel 420ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 oktober 1967 en gewijzigd bij de wet van 14 november 2000, wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 420ter du même Code, inséré par la loi du 10 octobre 1967 et modifié par la loi du 14 novembre 2000, est abrogé.
Art. 23. Artikel 421 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 12 februari 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
"Art. 421. De procureur-generaal bij het hof van beroep en de andere partijen kunnen cassatieberoep instellen tegen het arrest van verwijzing naar het hof van assisen.
Op straffe van verval moet de verklaring de reden van de voorziening preciseren.
Zonder afbreuk van de beslissing genomen inzake de bevoegdheid, kan het cassatieberoep alleen worden ingesteld in de volgende gevallen :
1° wanneer het feit geen misdaad is volgens de wet;
2° wanneer het openbaar ministerie niet is gehoord;
3° wanneer het arrest niet is gewezen door het bij de wet bepaalde aantal rechters;
4° wanneer de in artikel 223 voorgeschreven regels van de tegenspraak niet werden nageleefd;
5° wanneer de wettelijke voorschriften betreffende het gebruik van talen in gerechtszaken niet werden nageleefd.
Zodra de griffier de verklaring ontvangen heeft, doet de procureur-generaal bij het hof van beroep een uitgifte van het arrest toekomen aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie dat gehouden is, met voorrang boven alle andere zaken, uitspraak te doen.".
"Art. 421. De procureur-generaal bij het hof van beroep en de andere partijen kunnen cassatieberoep instellen tegen het arrest van verwijzing naar het hof van assisen.
Op straffe van verval moet de verklaring de reden van de voorziening preciseren.
Zonder afbreuk van de beslissing genomen inzake de bevoegdheid, kan het cassatieberoep alleen worden ingesteld in de volgende gevallen :
1° wanneer het feit geen misdaad is volgens de wet;
2° wanneer het openbaar ministerie niet is gehoord;
3° wanneer het arrest niet is gewezen door het bij de wet bepaalde aantal rechters;
4° wanneer de in artikel 223 voorgeschreven regels van de tegenspraak niet werden nageleefd;
5° wanneer de wettelijke voorschriften betreffende het gebruik van talen in gerechtszaken niet werden nageleefd.
Zodra de griffier de verklaring ontvangen heeft, doet de procureur-generaal bij het hof van beroep een uitgifte van het arrest toekomen aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie dat gehouden is, met voorrang boven alle andere zaken, uitspraak te doen.".
Art. 23. L'article 421 du même Code, abrogé par la loi du 12 février 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 421. Le procureur général près la cour d'appel et les autres parties peuvent former un pourvoi en cassation contre l'arrêt de renvoi à la cour d'assises.
A peine de déchéance, la déclaration doit préciser le motif du pourvoi.
Sans préjudice de la décision rendue sur la compétence, le pourvoi en cassation ne peut être formé que dans les cas suivants :
1° si le fait n'est pas qualifié crime par la loi;
2° si le ministère public n'a pas été entendu;
3° si l'arrêt n'a pas été rendu par le nombre de juges fixé par la loi;
4° si les règles de la procédure contradictoire prévues à l'article 223 n'ont pas été respectées;
5° si les dispositions légales relatives à l'emploi des langues en matière judiciaire n'ont pas été observées.
Aussitôt que le greffier a reçu la déclaration, l'expédition de l'arrêt est transmise par le procureur général près la cour d'appel au procureur général près la Cour de Cassation, laquelle est tenue de se prononcer toutes affaires cessantes.".
"Art. 421. Le procureur général près la cour d'appel et les autres parties peuvent former un pourvoi en cassation contre l'arrêt de renvoi à la cour d'assises.
A peine de déchéance, la déclaration doit préciser le motif du pourvoi.
Sans préjudice de la décision rendue sur la compétence, le pourvoi en cassation ne peut être formé que dans les cas suivants :
1° si le fait n'est pas qualifié crime par la loi;
2° si le ministère public n'a pas été entendu;
3° si l'arrêt n'a pas été rendu par le nombre de juges fixé par la loi;
4° si les règles de la procédure contradictoire prévues à l'article 223 n'ont pas été respectées;
5° si les dispositions légales relatives à l'emploi des langues en matière judiciaire n'ont pas été observées.
Aussitôt que le greffier a reçu la déclaration, l'expédition de l'arrêt est transmise par le procureur général près la cour d'appel au procureur général près la Cour de Cassation, laquelle est tenue de se prononcer toutes affaires cessantes.".
Art. 24. Artikel 422 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 juni 1981, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 422. Wanneer de uitgesproken straf dezelfde is als die welke bepaald is door de op het misdrijf toepasselijke wet, kan niemand de vernietiging van het arrest of vonnis vragen, op grond van het enig middel dat bij de vermelding van de tekst van de wet een vergissing is begaan.".
"Art. 422. Wanneer de uitgesproken straf dezelfde is als die welke bepaald is door de op het misdrijf toepasselijke wet, kan niemand de vernietiging van het arrest of vonnis vragen, op grond van het enig middel dat bij de vermelding van de tekst van de wet een vergissing is begaan.".
Art. 24. L'article 422 du même Code, modifié par la loi du 15 juin 1981, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 422. Lorsque la peine prononcée est la même que celle portée par la loi qui s'applique à l'infraction, nul ne peut demander la cassation de l'arrêt ou du jugement au seul motif qu'il y a eu erreur dans la citation du texte de la loi.".
"Art. 422. Lorsque la peine prononcée est la même que celle portée par la loi qui s'applique à l'infraction, nul ne peut demander la cassation de l'arrêt ou du jugement au seul motif qu'il y a eu erreur dans la citation du texte de la loi.".
Art. 25. Artikel 423 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juni 1953 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 423. Behoudens wanneer de wet een andere termijn bepaalt, moet de verklaring van cassatieberoep worden gedaan binnen vijftien dagen na de uitspraak van de bestreden beslissing.".
"Art. 423. Behoudens wanneer de wet een andere termijn bepaalt, moet de verklaring van cassatieberoep worden gedaan binnen vijftien dagen na de uitspraak van de bestreden beslissing.".
Art. 25. L'article 423 du même Code, remplacé par la loi du 20 juin 1953 et modifié en dernier lieu par la loi du 26 juin 2000, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 423. Sauf dans les cas où la loi établit un autre délai, la déclaration de pourvoi en cassation est faite dans les quinze jours du prononcé de la décision attaquée.".
"Art. 423. Sauf dans les cas où la loi établit un autre délai, la déclaration de pourvoi en cassation est faite dans les quinze jours du prononcé de la décision attaquée.".
Art. 26. Artikel 424 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juni 1953, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 424. Wanneer de beslissing bij verstek is gewezen en vatbaar is voor verzet, neemt de termijn om beroep in cassatie in te stellen een aanvang bij het verstrijken van de termijn voor verzet of, wanneer de beslissing bij verstek is gewezen ten aanzien van de beklaagde of de beschuldigde, na het verstrijken van de gewone termijnen van verzet. Het beroep in cassatie moet worden ingesteld binnen vijftien dagen na het verstrijken van die termijnen.".
"Art. 424. Wanneer de beslissing bij verstek is gewezen en vatbaar is voor verzet, neemt de termijn om beroep in cassatie in te stellen een aanvang bij het verstrijken van de termijn voor verzet of, wanneer de beslissing bij verstek is gewezen ten aanzien van de beklaagde of de beschuldigde, na het verstrijken van de gewone termijnen van verzet. Het beroep in cassatie moet worden ingesteld binnen vijftien dagen na het verstrijken van die termijnen.".
Art. 26. L'article 424 du même Code, remplacé par la loi du 20 juin 1953, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 424. Si la décision a été rendue par défaut et est susceptible d'opposition, le délai pour se pourvoir en cassation commence à courir à l'expiration du délai d'opposition ou, lorsque la décision a été rendue par défaut à l'égard du prévenu ou de l'accusé, après l'expiration des délais ordinaires d'opposition. Le pourvoi en cassation doit être formé dans les quinze jours qui suivent l'expiration de ces délais.".
"Art. 424. Si la décision a été rendue par défaut et est susceptible d'opposition, le délai pour se pourvoir en cassation commence à courir à l'expiration du délai d'opposition ou, lorsque la décision a été rendue par défaut à l'égard du prévenu ou de l'accusé, après l'expiration des délais ordinaires d'opposition. Le pourvoi en cassation doit être formé dans les quinze jours qui suivent l'expiration de ces délais.".
Art. 27. Artikel 425 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juni 1953 en gewijzigd bij de wet van 6 mei 1997, wordt vervangen als volgt :
"Art. 425. § 1. Onverminderd § 2, wordt de verklaring van cassatieberoep gedaan door het openbaar ministerie of de advocaat op de griffie van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen. Zij wordt getekend door het openbaar ministerie of de advocaat en door de griffier en ingeschreven in het daartoe bestemd register.
De advocaat moet houder zijn van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III. De Koning bepaalt de vereisten waaraan de opleiding moet voldoen.
§ 2. Indien in een zelfde zaak een partij tegelijkertijd cassatieberoep instelt tegen een eindbeslissing en tegen een of meer voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, gewezen door andere gerechten dan het gerecht dat de eindbeslissing nam, worden de verklaringen van cassatieberoep gedaan op de griffie van dit laatste gerecht.
De griffier die van de verklaringen van cassatieberoep akte verleend heeft, bezorgt, binnen vierentwintig uur, een uitgifte van de verklaringen van cassatieberoep tegen de voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, aan de griffiers van die andere gerechten, die deze onverwijld overschrijven in de daartoe bestemde registers.
§ 3. Het register waarin de verklaring wordt ingeschreven, is openbaar en eenieder die een rechtmatig belang heeft, heeft het recht zich daaruit uittreksels te doen afgeven.".
"Art. 425. § 1. Onverminderd § 2, wordt de verklaring van cassatieberoep gedaan door het openbaar ministerie of de advocaat op de griffie van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen. Zij wordt getekend door het openbaar ministerie of de advocaat en door de griffier en ingeschreven in het daartoe bestemd register.
De advocaat moet houder zijn van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III. De Koning bepaalt de vereisten waaraan de opleiding moet voldoen.
§ 2. Indien in een zelfde zaak een partij tegelijkertijd cassatieberoep instelt tegen een eindbeslissing en tegen een of meer voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, gewezen door andere gerechten dan het gerecht dat de eindbeslissing nam, worden de verklaringen van cassatieberoep gedaan op de griffie van dit laatste gerecht.
De griffier die van de verklaringen van cassatieberoep akte verleend heeft, bezorgt, binnen vierentwintig uur, een uitgifte van de verklaringen van cassatieberoep tegen de voorbereidende beslissingen en beslissingen van onderzoek, aan de griffiers van die andere gerechten, die deze onverwijld overschrijven in de daartoe bestemde registers.
§ 3. Het register waarin de verklaring wordt ingeschreven, is openbaar en eenieder die een rechtmatig belang heeft, heeft het recht zich daaruit uittreksels te doen afgeven.".
Art. 27. L'article 425 du même Code, remplacé par la loi du 20 juin 1953 et modifié par la loi du 6 mai 1997, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 425. § 1er. Sans préjudice du § 2, la déclaration de pourvoi est faite par le ministère public ou l'avocat au greffe de la juridiction qui a rendu la décision attaquée. Elle est signée par le ministère public ou l'avocat ainsi que par le greffier et inscrite dans le registre destiné à cet effet.
L'avocat doit être titulaire d'une attestation de formation en procédure en cassation visée par le livre II, titre III. Le Roi fixe les critères auxquels la formation doit répondre.
§ 2. Si, dans la même cause, une partie se pourvoit en cassation en même temps contre la décision définitive et contre une ou plusieurs décisions préparatoires et d'instruction rendues par d'autres juridictions que celle qui a rendu la décision définitive, les déclarations de pourvoi en cassation sont faites au greffe de cette dernière juridiction.
Le greffier qui a donné acte des déclarations de pourvoi en cassation transmet, dans les vingt-quatre heures, une expédition de celles qui sont faites contre les décisions préparatoires et d'instruction, aux greffiers de ces autres juridictions, qui les transcrivent, sans délai, dans les registres destinés à cet effet.
§ 3. Le registre dans lequel est inscrite la déclaration est public, et toute personne qui a un intérêt légitime a le droit de s'en faire délivrer des extraits.".
"Art. 425. § 1er. Sans préjudice du § 2, la déclaration de pourvoi est faite par le ministère public ou l'avocat au greffe de la juridiction qui a rendu la décision attaquée. Elle est signée par le ministère public ou l'avocat ainsi que par le greffier et inscrite dans le registre destiné à cet effet.
L'avocat doit être titulaire d'une attestation de formation en procédure en cassation visée par le livre II, titre III. Le Roi fixe les critères auxquels la formation doit répondre.
§ 2. Si, dans la même cause, une partie se pourvoit en cassation en même temps contre la décision définitive et contre une ou plusieurs décisions préparatoires et d'instruction rendues par d'autres juridictions que celle qui a rendu la décision définitive, les déclarations de pourvoi en cassation sont faites au greffe de cette dernière juridiction.
Le greffier qui a donné acte des déclarations de pourvoi en cassation transmet, dans les vingt-quatre heures, une expédition de celles qui sont faites contre les décisions préparatoires et d'instruction, aux greffiers de ces autres juridictions, qui les transcrivent, sans délai, dans les registres destinés à cet effet.
§ 3. Le registre dans lequel est inscrite la déclaration est public, et toute personne qui a un intérêt légitime a le droit de s'en faire délivrer des extraits.".
Art. 28. Artikel 426 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 426. De verklaring van cassatieberoep door de advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift, voor personen die opgesloten zijn in een strafinrichting of geïnterneerd zijn in een inrichting bepaald in de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, kan gedaan worden bij de bestuurder van deze instelling of hun gemachtigde. Zij is getekend door de advocaat.
Deze verklaring heeft dezelfde uitwerking als die gedaan ter griffie. Daarvan wordt proces-verbaal opgemaakt in een daartoe bestemd register.
De bestuurder bericht hiervan onmiddellijk de bevoegde griffier en bezorgt hem binnen vierentwintig uur een uitgifte van het proces-verbaal.
De griffier schrijft het bericht en het proces-verbaal onverwijld over in het daartoe bestemd register.
Dit artikel is niet van toepassing op het cassatieberoep ingesteld overeenkomstig artikel 31 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.".
"Art. 426. De verklaring van cassatieberoep door de advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift, voor personen die opgesloten zijn in een strafinrichting of geïnterneerd zijn in een inrichting bepaald in de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, kan gedaan worden bij de bestuurder van deze instelling of hun gemachtigde. Zij is getekend door de advocaat.
Deze verklaring heeft dezelfde uitwerking als die gedaan ter griffie. Daarvan wordt proces-verbaal opgemaakt in een daartoe bestemd register.
De bestuurder bericht hiervan onmiddellijk de bevoegde griffier en bezorgt hem binnen vierentwintig uur een uitgifte van het proces-verbaal.
De griffier schrijft het bericht en het proces-verbaal onverwijld over in het daartoe bestemd register.
Dit artikel is niet van toepassing op het cassatieberoep ingesteld overeenkomstig artikel 31 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.".
Art. 28. L'article 426 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 426. La déclaration de pourvoi faite par avocat, titulaire de l'attestation visée à l'article 425, § 1er, alinéa 2, pour des personnes détenues dans un établissement pénitentiaire ou internées dans un établissement prévu par la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental, peut être faite au directeur de cet établissement ou à son délégué. Elle est signée par l'avocat.
Cette déclaration a les mêmes effets que celles reçues au greffe. Il en est dressé procès-verbal dans un registre destiné à cette fin.
Le directeur en avise immédiatement le greffier compétent et lui transmet, dans les vingt-quatre heures, une expédition du procès-verbal.
Le greffier transcrit, sans délai, l'avis et le procès-verbal dans le registre destiné à cet effet.
Le présent article n'est pas applicable au pourvoi en cassation formé conformément à l'article 31 de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive.".
"Art. 426. La déclaration de pourvoi faite par avocat, titulaire de l'attestation visée à l'article 425, § 1er, alinéa 2, pour des personnes détenues dans un établissement pénitentiaire ou internées dans un établissement prévu par la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental, peut être faite au directeur de cet établissement ou à son délégué. Elle est signée par l'avocat.
Cette déclaration a les mêmes effets que celles reçues au greffe. Il en est dressé procès-verbal dans un registre destiné à cette fin.
Le directeur en avise immédiatement le greffier compétent et lui transmet, dans les vingt-quatre heures, une expédition du procès-verbal.
Le greffier transcrit, sans délai, l'avis et le procès-verbal dans le registre destiné à cet effet.
Le présent article n'est pas applicable au pourvoi en cassation formé conformément à l'article 31 de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive.".
Art. 29. Artikel 427 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 427. De partij die cassatieberoep instelt, moet het cassatieberoep laten betekenen aan de partij tegen wie het gericht is. De vervolgde persoon is daartoe evenwel enkel verplicht in zoverre zijn cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering.
Het exploot van betekening moet binnen de termijnen voorzien in artikel 429 neergelegd worden bij de griffie van het Hof van Cassatie.
De betekening van het cassatieberoep van het openbaar ministerie aan de gedetineerde of aan de geïnterneerde kan geschieden door de bestuurder van de strafinrichting of van de inrichting waar de betrokkene geïnterneerd is of door zijn gemachtigde.".
"Art. 427. De partij die cassatieberoep instelt, moet het cassatieberoep laten betekenen aan de partij tegen wie het gericht is. De vervolgde persoon is daartoe evenwel enkel verplicht in zoverre zijn cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering.
Het exploot van betekening moet binnen de termijnen voorzien in artikel 429 neergelegd worden bij de griffie van het Hof van Cassatie.
De betekening van het cassatieberoep van het openbaar ministerie aan de gedetineerde of aan de geïnterneerde kan geschieden door de bestuurder van de strafinrichting of van de inrichting waar de betrokkene geïnterneerd is of door zijn gemachtigde.".
Art. 29. L'article 427 du même Code est remplacé par ce qui suit :
"Art. 427. La partie qui se pourvoit en cassation doit faire signifier son pourvoi à la partie contre laquelle il est dirigé. Toutefois, la personne poursuivie n'y est tenue qu'en tant qu'elle se pourvoit contre la décision rendue sur l'action civile exercée contre elle.
L'exploit de signification doit être déposé au greffe de la Cour de Cassation dans les délais fixés par l'article 429.
La signification du pourvoi en cassation du ministère public peut être faite au détenu ou à l'interné par le directeur de l'établissement pénitentiaire ou de l'établissement où l'intéressé est interné ou par son délégué.".
"Art. 427. La partie qui se pourvoit en cassation doit faire signifier son pourvoi à la partie contre laquelle il est dirigé. Toutefois, la personne poursuivie n'y est tenue qu'en tant qu'elle se pourvoit contre la décision rendue sur l'action civile exercée contre elle.
L'exploit de signification doit être déposé au greffe de la Cour de Cassation dans les délais fixés par l'article 429.
La signification du pourvoi en cassation du ministère public peut être faite au détenu ou à l'interné par le directeur de l'établissement pénitentiaire ou de l'établissement où l'intéressé est interné ou par son délégué.".
Art. 30. Artikel 428 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 428. Gedurende de vijftien dagen bedoeld in de artikelen 423 en 424 en, indien cassatieberoep werd ingesteld, tot de uitspraak van het arrest van het Hof van Cassatie, is de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geschorst.
De beslissing over de strafvordering, buiten die van veroordeling, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, alsook de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering kunnen evenwel niettegenstaande het cassatieberoep, bij voorraad ten uitvoer gelegd worden, indien de rechters die ze genomen hebben aldus bij een bijzonder met redenen omklede beschikking hebben beslist.".
"Art. 428. Gedurende de vijftien dagen bedoeld in de artikelen 423 en 424 en, indien cassatieberoep werd ingesteld, tot de uitspraak van het arrest van het Hof van Cassatie, is de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geschorst.
De beslissing over de strafvordering, buiten die van veroordeling, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, alsook de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering kunnen evenwel niettegenstaande het cassatieberoep, bij voorraad ten uitvoer gelegd worden, indien de rechters die ze genomen hebben aldus bij een bijzonder met redenen omklede beschikking hebben beslist.".
Art. 30. L'article 428 du même Code est remplacé par ce qui suit :
"Art. 428. Pendant les quinze jours visés aux articles 423 et 424 et, s'il y a eu pourvoi en cassation, jusqu'au prononcé de l'arrêt de la Cour de Cassation, il est sursis à l'exécution de la décision attaquée.
Toutefois, la décision sur l'action publique, autre que celle qui porte condamnation, acquittement ou absolution, et la décision sur l'action civile peuvent être exécutées provisoirement, nonobstant le pourvoi en cassation, si les juges qui les ont rendues en ont ainsi décidé par une ordonnance spécialement motivée.".
"Art. 428. Pendant les quinze jours visés aux articles 423 et 424 et, s'il y a eu pourvoi en cassation, jusqu'au prononcé de l'arrêt de la Cour de Cassation, il est sursis à l'exécution de la décision attaquée.
Toutefois, la décision sur l'action publique, autre que celle qui porte condamnation, acquittement ou absolution, et la décision sur l'action civile peuvent être exécutées provisoirement, nonobstant le pourvoi en cassation, si les juges qui les ont rendues en ont ainsi décidé par une ordonnance spécialement motivée.".
Art. 31. Artikel 429 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 429. Behalve het openbaar ministerie kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die ondertekend is door een advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift en die hij uiterlijk vijftien dagen voor de terechtzitting ter griffie van het Hof van Cassatie doet toekomen.
Na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassatieberoep, mag hij evenwel geen memories of stukken meer indienen, met uitzondering van akten van afstand of hervatting van het geding, akten waaruit blijkt dat het cassatieberoep doelloos is geworden en de noten bedoeld in artikel 1107 van het Gerechtelijk Wetboek.
De verweerder in cassatie kan zijn antwoord slechts aanvoeren in een memorie die ondertekend is door een advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift en die hij uiterlijk acht dagen voor de terechtzitting ter griffie van het Hof van Cassatie doet toekomen.
Behoudens de uitzondering bedoeld in artikel 427, eerste lid, wordt de memorie van de eiser per aangetekende brief of, op de door de Koning bepaalde wijze, langs elektronische weg, ter kennis gebracht van de partij waartegen het beroep gericht is en brengt de verweerder hem zijn memorie van antwoord op dezelfde wijze ter kennis. Het bewijs van verzending wordt ter griffie neergelegd binnen de in het eerste tot derde lid bedoelde termijnen. Deze vormvereisten zijn voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid.
De griffier stelt de ontvangst vast van memories of stukken met de vermelding van de datum van ontvangst.
Hij bezorgt de indiener een ontvangstbewijs indien die dit vraagt.".
"Art. 429. Behalve het openbaar ministerie kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die ondertekend is door een advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift en die hij uiterlijk vijftien dagen voor de terechtzitting ter griffie van het Hof van Cassatie doet toekomen.
Na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassatieberoep, mag hij evenwel geen memories of stukken meer indienen, met uitzondering van akten van afstand of hervatting van het geding, akten waaruit blijkt dat het cassatieberoep doelloos is geworden en de noten bedoeld in artikel 1107 van het Gerechtelijk Wetboek.
De verweerder in cassatie kan zijn antwoord slechts aanvoeren in een memorie die ondertekend is door een advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift en die hij uiterlijk acht dagen voor de terechtzitting ter griffie van het Hof van Cassatie doet toekomen.
Behoudens de uitzondering bedoeld in artikel 427, eerste lid, wordt de memorie van de eiser per aangetekende brief of, op de door de Koning bepaalde wijze, langs elektronische weg, ter kennis gebracht van de partij waartegen het beroep gericht is en brengt de verweerder hem zijn memorie van antwoord op dezelfde wijze ter kennis. Het bewijs van verzending wordt ter griffie neergelegd binnen de in het eerste tot derde lid bedoelde termijnen. Deze vormvereisten zijn voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid.
De griffier stelt de ontvangst vast van memories of stukken met de vermelding van de datum van ontvangst.
Hij bezorgt de indiener een ontvangstbewijs indien die dit vraagt.".
Art. 31. L'article 429 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 429. Hormis le ministère public, le demandeur en cassation ne peut indiquer ses moyens que dans un mémoire signé par un avocat, titulaire de l'attestation visée à l'article 425, § 1er, alinéa 2, et remis au greffe de la Cour de Cassation, quinze jours au plus tard avant l'audience.
Il ne peut toutefois produire de mémoires ou de pièces autres que les désistements, les actes de reprise d'instance, les actes qui révèlent que le pourvoi est devenu sans objet et les notes visées à l'article 1107 du Code judiciaire, après les deux mois qui suivent la déclaration de pourvoi en cassation.
Le défendeur en cassation ne peut indiquer sa réponse que dans un mémoire signé par un avocat, titulaire de l'attestation visée à l'article 425, § 1er, alinéa 2 et remis au greffe de la Cour de Cassation, au plus tard huit jours avant l'audience.
Sauf l'exception visée à l'article 427, alinéa 1er, le mémoire du demandeur est communiqué par courrier recommandé ou, dans les conditions fixées par le Roi, par voie électronique à la partie contre laquelle le pourvoi est dirigé et le défendeur lui communique de la même manière son mémoire en réponse. La preuve de l'envoi est déposée au greffe dans les délais prévus aux alinéas 1er à 3. Ces formalités sont prescrites à peine d'irrecevabilité.
Le greffier constate la remise par les parties de mémoires ou de pièces en indiquant la date de réception.
Il délivre récépissé au déposant s'il en est requis.".
"Art. 429. Hormis le ministère public, le demandeur en cassation ne peut indiquer ses moyens que dans un mémoire signé par un avocat, titulaire de l'attestation visée à l'article 425, § 1er, alinéa 2, et remis au greffe de la Cour de Cassation, quinze jours au plus tard avant l'audience.
Il ne peut toutefois produire de mémoires ou de pièces autres que les désistements, les actes de reprise d'instance, les actes qui révèlent que le pourvoi est devenu sans objet et les notes visées à l'article 1107 du Code judiciaire, après les deux mois qui suivent la déclaration de pourvoi en cassation.
Le défendeur en cassation ne peut indiquer sa réponse que dans un mémoire signé par un avocat, titulaire de l'attestation visée à l'article 425, § 1er, alinéa 2 et remis au greffe de la Cour de Cassation, au plus tard huit jours avant l'audience.
Sauf l'exception visée à l'article 427, alinéa 1er, le mémoire du demandeur est communiqué par courrier recommandé ou, dans les conditions fixées par le Roi, par voie électronique à la partie contre laquelle le pourvoi est dirigé et le défendeur lui communique de la même manière son mémoire en réponse. La preuve de l'envoi est déposée au greffe dans les délais prévus aux alinéas 1er à 3. Ces formalités sont prescrites à peine d'irrecevabilité.
Le greffier constate la remise par les parties de mémoires ou de pièces en indiquant la date de réception.
Il délivre récépissé au déposant s'il en est requis.".
Art. 32. Artikel 430 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 430. De griffier van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen, bezorgt het openbaar ministerie onverwijld de processtukken en de uitgifte van de bestreden beslissing.
Hij maakt daarvan vooraf en kosteloos een inventaris en voegt die bij het dossier.".
"Art. 430. De griffier van het gerecht dat de bestreden beslissing heeft gewezen, bezorgt het openbaar ministerie onverwijld de processtukken en de uitgifte van de bestreden beslissing.
Hij maakt daarvan vooraf en kosteloos een inventaris en voegt die bij het dossier.".
Art. 32. L'article 430 du même Code est remplacé par ce qui suit :
"Art. 430. Le greffier de la juridiction ayant rendu la décision attaquée fait parvenir sans délai au ministère public les pièces du procès et l'expédition de la décision attaquée.
Il en rédige au préalable et sans frais un inventaire et le joint au dossier.".
"Art. 430. Le greffier de la juridiction ayant rendu la décision attaquée fait parvenir sans délai au ministère public les pièces du procès et l'expédition de la décision attaquée.
Il en rédige au préalable et sans frais un inventaire et le joint au dossier.".
Art. 33. Artikel 431 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 431. Het openbaar ministerie bij het hof of de rechtbank die de bestreden beslissing heeft gewezen, bezorgt het dossier onverwijld aan de procureur- generaal bij het Hof van Cassatie. Deze bezorgt het aan de griffier van het Hof van Cassatie, die de zaak onmiddellijk op de algemene rol inschrijft.".
"Art. 431. Het openbaar ministerie bij het hof of de rechtbank die de bestreden beslissing heeft gewezen, bezorgt het dossier onverwijld aan de procureur- generaal bij het Hof van Cassatie. Deze bezorgt het aan de griffier van het Hof van Cassatie, die de zaak onmiddellijk op de algemene rol inschrijft.".
Art. 33. L'article 431 du même Code est remplacé par ce qui suit :
"Art. 431. Le ministère public près la cour ou le tribunal qui a rendu la décision attaquée remet sans délai le dossier au procureur général près la Cour de Cassation. Celui-ci le transmet au greffier de la Cour de Cassation, qui inscrit immédiatement la cause au rôle général.".
"Art. 431. Le ministère public près la cour ou le tribunal qui a rendu la décision attaquée remet sans délai le dossier au procureur général près la Cour de Cassation. Celui-ci le transmet au greffier de la Cour de Cassation, qui inscrit immédiatement la cause au rôle général.".
Art. 34. Artikel 432 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 432. De rechtspleging wordt vervolgens geregeld zoals bepaald is in de artikelen 1104 tot 1106, eerste lid, en 1107 tot 1109, van het Gerechtelijk Wetboek. Van de dagbepaling bedoeld in artikel 1106, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, geeft de griffier tenminste vijftien dagen voor de zitting, behoudens wanneer het Hof van Cassatie spoedeisend uitspraak moet doen, kennis aan de advocaat of aan de niet vertegenwoordigde verweerder. In andere dringende gevallen kan de eerste voorzitter een verkorting van de termijn toestaan.".
"Art. 432. De rechtspleging wordt vervolgens geregeld zoals bepaald is in de artikelen 1104 tot 1106, eerste lid, en 1107 tot 1109, van het Gerechtelijk Wetboek. Van de dagbepaling bedoeld in artikel 1106, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, geeft de griffier tenminste vijftien dagen voor de zitting, behoudens wanneer het Hof van Cassatie spoedeisend uitspraak moet doen, kennis aan de advocaat of aan de niet vertegenwoordigde verweerder. In andere dringende gevallen kan de eerste voorzitter een verkorting van de termijn toestaan.".
Art. 34. L'article 432 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 432. La procédure est ensuite réglée ainsi qu'il est prévu aux articles 1104 à 1106, alinéa 1er, et 1107 à 1109, du Code judiciaire. Excepté lorsque la Cour de Cassation doit statuer en urgence, l'avocat ou le défendeur non représenté est averti de la fixation visée à l'article 1106, alinéa 1er, du Code judiciaire, par les soins du greffier, quinze jours au moins avant l'audience. Dans d'autres cas urgents, le premier président peut accorder un abrègement de ce délai.".
"Art. 432. La procédure est ensuite réglée ainsi qu'il est prévu aux articles 1104 à 1106, alinéa 1er, et 1107 à 1109, du Code judiciaire. Excepté lorsque la Cour de Cassation doit statuer en urgence, l'avocat ou le défendeur non représenté est averti de la fixation visée à l'article 1106, alinéa 1er, du Code judiciaire, par les soins du greffier, quinze jours au moins avant l'audience. Dans d'autres cas urgents, le premier président peut accorder un abrègement de ce délai.".
Art. 35. Artikel 433 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 433. De niet-toelaatbaarheid van het kennelijk onontvankelijk cassatieberoep, dat doelloos is of waarin geen enkele onwettigheid of onregelmatigheid wordt aangevoerd die tot cassatie kan leiden, kan na eensluidend advies van het openbaar ministerie door beschikking van de afdelingsvoorzitter of van de door de eerste voorzitter aangewezen raadsheer worden uitgesproken. Hij doet uitspraak zonder zitting en zonder de partijen te horen.
In de beschikking van niet-toelaatbaarheid wordt de weigering beknopt met redenen omkleed. Zij wordt ter kennis gebracht van de partij die de verklaring doet bij gerechtsbrief of, op de door de Koning bepaalde wijze, langs elektronische weg. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.".
"Art. 433. De niet-toelaatbaarheid van het kennelijk onontvankelijk cassatieberoep, dat doelloos is of waarin geen enkele onwettigheid of onregelmatigheid wordt aangevoerd die tot cassatie kan leiden, kan na eensluidend advies van het openbaar ministerie door beschikking van de afdelingsvoorzitter of van de door de eerste voorzitter aangewezen raadsheer worden uitgesproken. Hij doet uitspraak zonder zitting en zonder de partijen te horen.
In de beschikking van niet-toelaatbaarheid wordt de weigering beknopt met redenen omkleed. Zij wordt ter kennis gebracht van de partij die de verklaring doet bij gerechtsbrief of, op de door de Koning bepaalde wijze, langs elektronische weg. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.".
Art. 35. L'article 433 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 433. La non admission du pourvoi en cassation manifestement irrecevable, sans objet ou ne dénonçant aucune illégalité ou irrégularité pouvant conduire à la cassation peut, de l'avis conforme du ministère public, être décrétée par ordonnance du président de section ou du conseiller désigné par le premier président. Il statue sans audience et sans entendre les parties.
L'ordonnance de non admission motive succinctement le refus. Elle est notifiée au déclarant sous pli judiciaire ou, dans les conditions fixées par le Roi, par voie électronique. Elle n'est susceptible d'aucun recours.".
"Art. 433. La non admission du pourvoi en cassation manifestement irrecevable, sans objet ou ne dénonçant aucune illégalité ou irrégularité pouvant conduire à la cassation peut, de l'avis conforme du ministère public, être décrétée par ordonnance du président de section ou du conseiller désigné par le premier président. Il statue sans audience et sans entendre les parties.
L'ordonnance de non admission motive succinctement le refus. Elle est notifiée au déclarant sous pli judiciaire ou, dans les conditions fixées par le Roi, par voie électronique. Elle n'est susceptible d'aucun recours.".
Art. 36. Artikel 434 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 21 december 2009, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 434. Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep of vernietigt, geheel of gedeeltelijk, de bestreden beslissing.
Het kan de vernietiging uitbreiden tot de oudste nietige akte.".
"Art. 434. Het Hof van Cassatie verwerpt het cassatieberoep of vernietigt, geheel of gedeeltelijk, de bestreden beslissing.
Het kan de vernietiging uitbreiden tot de oudste nietige akte.".
Art. 36. L'article 434 du même Code, modifié par les lois des 10 juillet 1967 et 21 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 434. La Cour de Cassation rejette le pourvoi ou casse la décision attaquée, en tout ou en partie.
Elle peut étendre la cassation jusqu'au plus ancien acte nul.".
"Art. 434. La Cour de Cassation rejette le pourvoi ou casse la décision attaquée, en tout ou en partie.
Elle peut étendre la cassation jusqu'au plus ancien acte nul.".
Art. 37. Artikel 435 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 435. In geval van vernietiging verwijst het Hof van Cassatie, indien daartoe aanleiding is, de zaak, hetzij naar een gerecht van dezelfde rang als het gerecht dat de vernietigde beslissing heeft gewezen, hetzij naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld.
Wanneer de vernietiging evenwel enkel het arrest van het hof van assisen betreft in zoverre dit uitspraak doet over de burgerlijke belangen, wordt de zaak verwezen naar een rechtbank van eerste aanleg. De rechters die eerder kennis genomen hebben van de zaak kunnen geen kennis nemen van deze verwijzing.
Indien de beslissing vernietigd wordt op grond van onbevoegdheid, verwijst het Hof van Cassatie de zaak naar de rechters die ervan moeten kennisnemen.".
"Art. 435. In geval van vernietiging verwijst het Hof van Cassatie, indien daartoe aanleiding is, de zaak, hetzij naar een gerecht van dezelfde rang als het gerecht dat de vernietigde beslissing heeft gewezen, hetzij naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld.
Wanneer de vernietiging evenwel enkel het arrest van het hof van assisen betreft in zoverre dit uitspraak doet over de burgerlijke belangen, wordt de zaak verwezen naar een rechtbank van eerste aanleg. De rechters die eerder kennis genomen hebben van de zaak kunnen geen kennis nemen van deze verwijzing.
Indien de beslissing vernietigd wordt op grond van onbevoegdheid, verwijst het Hof van Cassatie de zaak naar de rechters die ervan moeten kennisnemen.".
Art. 37. L'article 435 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 435. En cas de cassation, la Cour de Cassation renvoie la cause, s'il y a lieu, soit devant une juridiction du même rang que celle qui a rendu la décision cassée, soit devant la même juridiction, autrement composée.
Toutefois, si la seule décision cassée est l'arrêt de la cour d'assises statuant sur les intérêts civils, la cause est renvoyée devant un tribunal de première instance. Les juges ayant connu de la cause ne peuvent connaître de ce renvoi.
Si la décision attaquée est cassée pour cause d'incompétence, la Cour de Cassation renvoie la cause devant les juges qui doivent en connaître.".
"Art. 435. En cas de cassation, la Cour de Cassation renvoie la cause, s'il y a lieu, soit devant une juridiction du même rang que celle qui a rendu la décision cassée, soit devant la même juridiction, autrement composée.
Toutefois, si la seule décision cassée est l'arrêt de la cour d'assises statuant sur les intérêts civils, la cause est renvoyée devant un tribunal de première instance. Les juges ayant connu de la cause ne peuvent connaître de ce renvoi.
Si la décision attaquée est cassée pour cause d'incompétence, la Cour de Cassation renvoie la cause devant les juges qui doivent en connaître.".
Art. 38. Artikel 436 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 20 juni 1953, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 436. Indien het arrest vernietigd is omdat het op de misdaad een andere straf heeft toegepast dan die welke de wet op zodanige misdaad stelt, wijst het hof van assisen waarnaar de zaak wordt verwezen, op de reeds door de jury gedane schuldigverklaring, zijn arrest overeenkomstig de artikelen 341 en volgende.
Indien het arrest op een andere grond vernietigd is, worden nieuwe debatten gehouden voor het hof van assisen waarnaar de zaak verwezen wordt.".
"Art. 436. Indien het arrest vernietigd is omdat het op de misdaad een andere straf heeft toegepast dan die welke de wet op zodanige misdaad stelt, wijst het hof van assisen waarnaar de zaak wordt verwezen, op de reeds door de jury gedane schuldigverklaring, zijn arrest overeenkomstig de artikelen 341 en volgende.
Indien het arrest op een andere grond vernietigd is, worden nieuwe debatten gehouden voor het hof van assisen waarnaar de zaak verwezen wordt.".
Art. 38. L'article 436 du même Code, remplacé par la loi du 20 juin 1953, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 436. Si l'arrêt a été annulé pour avoir prononcé une peine autre que celle que la loi applique à la nature du crime, la cour d'assises à qui le procès sera renvoyé rendra son arrêt conformément aux articles 341 et suivants, sur la déclaration de culpabilité déjà faite par le jury.
Si l'arrêt a été annulé pour autre cause, il sera procédé à de nouveaux débats devant la cour d'assises à laquelle le procès sera renvoyé.".
"Art. 436. Si l'arrêt a été annulé pour avoir prononcé une peine autre que celle que la loi applique à la nature du crime, la cour d'assises à qui le procès sera renvoyé rendra son arrêt conformément aux articles 341 et suivants, sur la déclaration de culpabilité déjà faite par le jury.
Si l'arrêt a été annulé pour autre cause, il sera procédé à de nouveaux débats devant la cour d'assises à laquelle le procès sera renvoyé.".
Art. 39. Artikel 437 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 10 juli 1967, wordt hersteld in de volgende lezing :
"Art. 437. De beschuldigde wiens veroordeling vernietigd is en die een nieuwe criminele berechting moet ondergaan, wordt, hetzij in staat van hechtenis, hetzij ter uitvoering van de beschikking tot gevangenneming, gebracht voor de kamer van inbeschuldigingstelling of het hof van assisen, waarnaar zijn zaak verwezen wordt.".
"Art. 437. De beschuldigde wiens veroordeling vernietigd is en die een nieuwe criminele berechting moet ondergaan, wordt, hetzij in staat van hechtenis, hetzij ter uitvoering van de beschikking tot gevangenneming, gebracht voor de kamer van inbeschuldigingstelling of het hof van assisen, waarnaar zijn zaak verwezen wordt.".
Art. 39. L'article 437 du même Code, abrogé par la loi du 10 juillet 1967, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Art. 437. L'accusé dont la condamnation aura été annulée, et qui devra subir un nouveau jugement au criminel, sera traduit soit en état d'arrestation, soit en exécution de l'ordonnance de prise de corps, devant la chambre des mises en accusation ou la cour d'assises à qui son procès sera renvoyé.".
"Art. 437. L'accusé dont la condamnation aura été annulée, et qui devra subir un nouveau jugement au criminel, sera traduit soit en état d'arrestation, soit en exécution de l'ordonnance de prise de corps, devant la chambre des mises en accusation ou la cour d'assises à qui son procès sera renvoyé.".
Art. 40. Artikel 438 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 438. De partij wier cassatieberoep wordt verworpen, wordt veroordeeld in de kosten.
Wanneer cassatie met verwijzing wordt uitgesproken worden de kosten aangehouden en wordt hierover beslist door de verwijzingsrechter.".
"Art. 438. De partij wier cassatieberoep wordt verworpen, wordt veroordeeld in de kosten.
Wanneer cassatie met verwijzing wordt uitgesproken worden de kosten aangehouden en wordt hierover beslist door de verwijzingsrechter.".
Art. 40. L'article 438 du même Code, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 438. La partie qui succombe est condamnée aux frais.
Lorsque la cassation est prononcée avec renvoi, les frais sont réservés et il est statué sur ceux-ci par le juge de renvoi.".
"Art. 438. La partie qui succombe est condamnée aux frais.
Lorsque la cassation est prononcée avec renvoi, les frais sont réservés et il est statué sur ceux-ci par le juge de renvoi.".
Art. 41. Artikel 440 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 440. Wanneer na een eerste vernietiging, de tweede beslissing over de zaak met dezelfde middelen wordt bestreden, wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 1119 tot 1121 van het Gerechtelijk Wetboek.".
"Art. 440. Wanneer na een eerste vernietiging, de tweede beslissing over de zaak met dezelfde middelen wordt bestreden, wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 1119 tot 1121 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 41. L'article 440 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 440. Lorsque, après une première cassation, la seconde décision sur le fond est attaquée par les mêmes moyens, il est procédé conformément aux articles 1119 à 1121 du Code judiciaire.".
"Art. 440. Lorsque, après une première cassation, la seconde décision sur le fond est attaquée par les mêmes moyens, il est procédé conformément aux articles 1119 à 1121 du Code judiciaire.".
Art. 42. In artikel 441 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967, worden de woorden "en de officieren van politie of de rechters kunnen, indien daartoe grond bestaat, vervolgd worden op de wijze bepaald in hoofdstuk III, titel IV, van dit boek" opgeheven.
Art. 42. Dans l'article 441 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, les mots ", et les officiers de police ou les juges poursuivis, s'il y a lieu, de la manière exprimée au chapitre III du titre IV du présent livre" sont abrogés.
Art. 43. Artikel 442 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 442. De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie kan ook ambtshalve, en niettegenstaande het verstrijken van de termijn, aan het Hof van Cassatie kennis geven van een beslissing die in laatste aanleg werd gewezen en waartegen geen van de partijen binnen de gestelde termijn is opgekomen. Wanneer de beslissing wordt vernietigd, kunnen de partijen zich niet erop beroepen om zich tegen de tenuitvoerlegging te verzetten.".
"Art. 442. De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie kan ook ambtshalve, en niettegenstaande het verstrijken van de termijn, aan het Hof van Cassatie kennis geven van een beslissing die in laatste aanleg werd gewezen en waartegen geen van de partijen binnen de gestelde termijn is opgekomen. Wanneer de beslissing wordt vernietigd, kunnen de partijen zich niet erop beroepen om zich tegen de tenuitvoerlegging te verzetten.".
Art. 43. L'article 442 du même Code, modifié par la loi du 10 juillet 1967, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 442. Le procureur général près la Cour de Cassation peut aussi, d'office, et nonobstant l'expiration du délai, donner connaissance à la Cour de Cassation d'une décision rendue en dernier ressort contre laquelle aucune des parties ne s'est pourvue dans le délai requis. Si la décision est cassée, les parties ne peuvent s'en prévaloir pour s'opposer à son exécution.".
"Art. 442. Le procureur général près la Cour de Cassation peut aussi, d'office, et nonobstant l'expiration du délai, donner connaissance à la Cour de Cassation d'une décision rendue en dernier ressort contre laquelle aucune des parties ne s'est pourvue dans le délai requis. Si la décision est cassée, les parties ne peuvent s'en prévaloir pour s'opposer à son exécution.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 6 april 1847 tot bestraffing van beledigingen aan den Koning
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 6 avril 1847 portant répression des offenses envers le Roi
Art. 44. Artikel 7 van de wet van 6 april 1847 tot bestraffing van de beledigingen aan den Koning, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967 wordt opgeheven.
Art. 44. L'article 7 de la loi du 6 avril 1847 portant répression des offenses envers le Roi, modifié par la loi du 10 octobre 1967, est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aanteekening van beroep of van voorziening in cassatie van gevangenzittende of geïnterneerde personen
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 25 juillet 1893 relative aux déclarations d'appel ou de recours en cassation des personnes détenues ou internées
Art. 45. Het opschrift van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aanteekening van beroep of van voorziening in cassatie van gevangenzittende of geïnterneerde personen, wordt vervangen door wat volgt :
"Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende of geïnterneerde personen".
"Wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep van gevangenzittende of geïnterneerde personen".
Art. 45. L'intitulé de la loi du 25 juillet 1893 relative aux déclarations d'appel ou de recours en cassation des personnes détenues ou internées est remplacé par l'intitulé suivant :
"Loi du 25 juillet 1893 relative aux déclarations d'appel des personnes détenues ou internées".
"Loi du 25 juillet 1893 relative aux déclarations d'appel des personnes détenues ou internées".
Art. 46. In artikel 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 januari 1936, worden de woorden "of van voorziening in verbreking" opgeheven.
Art. 46. Dans l'article 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 20 janvier 1936, les mots "ou de recours en cassation" sont abrogés.
Art. 47. In artikel 2 van dezelfde wet worden de woorden "of der voorzieningen in cassatie" opgeheven.
Art. 47. Dans l'article 2 de la même loi, les mots "ou des recours en cassation" sont abrogés.
Art. 48. In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "of van voorziening in cassatie" opgeheven.
Art. 48. Dans l'article 4, alinéa 1er, de la même loi, les mots "ou de recours en cassation" sont abrogés.
HOOFDSTUK 5. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition transitoire
Art. 49. Tot de dag van de inwerkingtreding van artikel 3 van de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, worden in artikel 28 van deze wet, dat het artikel 426 van het Wetboek van strafvordering vervangt, de woorden "een inrichting bepaald in de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis" gelezen als "een inrichting bepaald in de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij".
Art. 49. Jusqu'à la date d'entrée en vigueur de l'article 3 de la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental, il y a lieu de lire, à l'article 28 de la présente loi remplaçant l'article 426 du Code d'instruction criminelle, les mots "un établissement prévu par la loi du 9 avril 1930 de défense sociale" au lieu des mots "un établissement prévu par la loi du 21 avril 2007 relative à l'internement des personnes atteintes d'un trouble mental".
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 6. - Entrée en vigueur
Art. 50. Met uitzondering van artikel 1 en dit artikel, welke in werking treden op de dag van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, treedt deze wet in werking op de eerste dag van de twaalfde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Het in de artikelen 27, 28 en 31 bedoelde artikel 425, § 1, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, treedt evenwel in werking op de eerste dag van de vierentwintigste maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste en tweede lid.
Het in de artikelen 27, 28 en 31 bedoelde artikel 425, § 1, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, treedt evenwel in werking op de eerste dag van de vierentwintigste maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste en tweede lid.
Art. 50. A l'exception de l'article 1er et du présent article qui entrent en vigueur le jour de leur publication au Moniteur belge, la présente loi entre en vigueur le premier jour du douzième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Toutefois, l'article 425, § 1er, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, visé aux articles 27, 28 et 31 de la présente loi, entre en vigueur le premier jour du vingt-quatrième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée aux alinéas 1er et 2.
Toutefois, l'article 425, § 1er, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, visé aux articles 27, 28 et 31 de la présente loi, entre en vigueur le premier jour du vingt-quatrième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à celle mentionnée aux alinéas 1er et 2.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 27, relatif à la procédure devant la Cour de Cassation en matière pénale, concernant l'article 425, § 1, deuxième alinéa, seconde phrase, fixée au 20-11-2014 par AR 2014-10-10/05, art. 4, 1°)